MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Kaaasgaaf als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Palace Winter - Confessions of Mr. Nowhere (2025)

poster
4,0
Ik leerde deze Deense band kennen bij hun vorige album, dankzij de gastbijdrage van mijn grote Grandaddy-held Jason Lytle. Dat album bracht gelikte maar toch eigenzinnige indiepop, op momenten even dromerig als oppeppend. Al hun voorgaande platen bleken nog een stuk onweerstaanbaarder te zijn. Ik zie dat daar wel enige enthousiaste berichten zijn geplaatst, maar bij deze (inmiddels toch ook alweer een dikke anderhalve maand uit) is het bijzonder stil. En dat terwijl ik dit misschien wel hun sterkste plaat vind, alles wat deze band zo bijzonder maakte is hierop nog net een tikkie verder geperfectioneerd. Het is al een redelijk korte plaat, maar hij voelt nog aanzienlijk korter, want elk liedje is een oorwurm die zo aan je voorbij trekt. Een plaat dus om snel nog een keer op te zetten, en dan maar lekker nog een keer. Deze klanken kunnen onmogelijk vervelen, ze doen juist altijd naar meer verlangen.

Panda Bear - Panda Bear Meets the Grim Reaper (2015)

poster
3,5
De afgelopen dagen flink geobsedeerd aan het raken door dit album. Het is mij wel net een paar nummers te lang, waardoor het neigt in een brei te vervallen en dat is zonde, want een aantal liedjes behoren echt tot zijn beste werk (Tropic Of Cancer misschien wel het ontroerendste wat hij ooit schreef). De serene perfectie van Person Pitch zal hij wel nooit meer bereiken, maar ik vind het juist sterk dat hij dat ook niet lijkt te proberen. Net als het sterk ondergewaardeerde Tomboy is dit meer een schizofrene trip langs verschillende sferen en dat smaakt bijzonder goed.

Panda Bear - Tomboy (2011)

poster
4,5
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.

Patrick Watson - Adventures in Your Own Backyard (2012)

poster
3,5
Hey, ik zie dat ik hier nog niet op gestemd had. Ik vond het in eerste instantie maar een tegenvaller van jewelste. Inmiddels heb ik ontdekt dat waar Watson's vorige platen bijna altijd wel werken, deze alleen wat later op de avond, met een glaasje wijn en een goed boek op de bank, volledig tot z'n recht komt. Maar dan is het ook wel meteen ontzettend fijn hoor! Zelfs de twee instrumentals, die ik eerst maar tenenkrommend vond, vallen dan prima op hun plaats. Ik geef er nu een 3,5 voor en dat zou misschien nog wel tot een 4 uit kunnen groeien, ik zal hem nog wat vaker draaien de komende tijd. Je weet het nooit natuurlijk, maar helaas zie ik het hoger dan dat echt niet worden. Dit album mist dan, vergeleken met Watson's eerdere werk, toch teveel: het sfeervolle experiment van JAOD, de variatie en directe ontroering van CTP en de opwindende dynamiek van WA en werkt - ondanks een handvol sublieme liedjes, waarvan vooral Quiet Crowd en Words in the Fire mij niet loslaten - als geheel toch echt alleen op het door mij beschreven moment en dat is zeker fijn, maar toch ook wel een beetje beperkt.

Patrick Watson - Wooden Arms (2009)

poster
5,0
Waarom heb ik nooit eerder naar Patrick Watson geluisterd? Zijn naam zoemt al enige jaren door mijn onderbewuste als een artiest die ik eens zou moeten 'checken' (zoals dat tegenwoordig zo lelijk heet) omdat zijn muziek heel erg mooi en bijzonder zou zijn. Maar goed, het kwam er waarschijnlijk gewoon niet van. Tot enige tijd geleden iemand mij via MuMe liet weten dat Watson's nieuwste album Wooden Arms toch echt wel wat voor mij zou zijn (dankje Chronos85!). Hij bleek helemaal gelijk te hebben, al was het geen liefde op het eerste gehoor. Bij eerste beluistering ging de muziek een beetje langs mij heen. Ik vond het wel mooi, maar ook wat zijig en gekunsteld. Bij nadere beluisering blijkt Wooden Arms echter een van de mooiste en puurste popplaten te zijn die ik dit jaar gehoord heb. Inmiddels ben ik helemaal verslaafd aan dit album. De Canadese singer-songwriter Watson maakt enerzijds echte luisterliedjes, die aan Sufjan Stevens, Midlake en The Shins doen denken. Anderzijds zitten er vervreemdende elementen in zijn muziek die sterk geinspireerd lijken te zijn door Tom Waits' avant-gardistische potten-en-pannen-periode uit de jaren tachtig. Deze twee kanten vormen samen een intrigerende combinatie en een uniek geluid, waar nog Sigur Rós-achtige orkestraties en Brian Wilsonesque harmonieën bij komen en dromerig pianospel in de traditie van Chopin en Satie. En dan is er nog Watson's stem, die ergens het midden houdt tussen Jeff Buckley, Rufus Wainwright en Nick Drake. Gevoelig, laid-back, jazzy en romantisch. Tot slot is de opbouw van Wooden Arms niet minder dan geniaal te noemen, met een poppy maar spannend begin, een zeer relaxt middenstuk en een filmisch-sensueel einde. Patrick Watson, wat een ontdekking! Liever laat dan nooit.

Bron: http://kasblog.punt.nl/

Paul Cary - Ghost of a Man (2010)

poster
4,5
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik onlangs dit album besproken, beluister het hier.

Paul McCartney - McCartney III (2020)

poster
4,0
Ah, deze plaat is echt alles wat ik stiekem hoopte en dat is toch meer dan ik zou durven hopen. Het klinkt allemaal zo heerlijk losjes, Paul die gewoon het grootste plezier in z'n uppie heeft en dat maakt dit toch wel een meer dan waardig vervolg op de vorige twee delen, het is echt helemaal in de geest daarmee. Je vraagt je af waarom Paul niet veel vaker zo te werk is gegaan, maar liever de voorkeur gaf met gelikte producers de studio in te gaan (met af en toe een alternatief afslagje in de vorm van een Youth of een Godrich). Niet dat ik van die geliktere werkjes niet ook kan genieten, om McCartney's muzikaliteit kan je nu eenmaal moeilijk heen. Maar in die popperfectionist gaat sinds dat ene bandje van hem toch ook een eigenwijze experimentalist verborgen, die nu eindelijk weer eens helemaal naar voren komt. Niet op een manier die geforceerd cutting-edge of hip wil doen, daar was ik een beetje bang voor. Nee, juist op een manier die waardig bij een bejaarde Beatle past. Het is afwisselend bluesy, funky, soulvol, psychedelisch en met zowel veel gevoel als humor gebracht. Op bijna elk nummer zingt hij met een andere stem en bijna geen van hen is 'typisch Macca' te noemen. Je krijgt daar haast een White Album-gevoel bij. Enig kritiekpuntje is dat dit allemaal niet al teveel gedenkwaardige songs oplevert. Maar dat hoeft ook niet, met iemand die zo onbevattelijk veel klassiekers op zijn naam heeft staan vind ik een poging om daar nog een paar klassiekertjes aan toe te voegen, toch vele malen minder toevoegen dan een een album als dit.

Peter Bjorn and John - Living Thing (2009)

poster
3,5
Samen met Gnarl Barkley's 'Crazy', Outkast's 'Hey Ya!' en Britney's 'Toxic' behoort 'Young Folks' van het Zweedse trio Peter Bjorn & John (met Victoria Bergsman) toch wel tot de leukste danshitjes van het decennium. Die droge sound, dat gefluit, die nasale zang, dat refrein! Heel erg origineel en fris en na een keer horen niet meer uit je kop te branden. Ik weet nog heel goed waar ik was toen ik dat liedje voor het eerst hoorde. Samen met een vriend in de Melkweg na een concert (welk concert weet ik niet meer), van plan de hele nacht daar te blijven dansen. Wanneer mensen na een concert huiswaarts keren en er nieuw publiek de zaal betreedt voor discovertier, hebben Paradiso en Melkweg altijd een bijzondere sfeer. Je zit in een soort grijs gebied waar de DJ's nog nieuwe dingen kunnen uitproberen. Het publiek dat gestaag binnenstroomt hoeft nog niet per se aan het dansen worden gezet op muziek die het kent, maar mag verrast worden. De monden van mijn vriend en mij vielen gelijktijdig open bij de begintonen van dit nummer (grappig genoeg dacht ik heel even dat het The Beatles waren, die drums hebben ook wel iets Sgt Pepper-achtigs) en hij ging aan de DJ vragen wat dit nou weer was.

Het was mij overigens lange tijd onduidelijk of Peter Bjorn & John nou een duo was of een trio, aangezien er geen komma in de bandnaam zit. Het zijn er dus drie en ze bleken al drie albums gemaakt te hebben. Die eerste twee moet ik nog steeds horen, maar 'Writer's Block', waar Young Folks opstaat, is een zeer puik album dat best wel anders is dan je op basis van dat ene hitje zou verwachten. Maar goed, dat is allemaal drie jaar geleden. In de tussentijd hebben de drie Zweden los van elkaar productiewerk gedaan voor verschillende artiesten en samen een instrumentaal album opgenomen. Maar nu is er dan eindelijk de echte opvolger van Writer's Block, getiteld 'Living Thing'. Een (potentiele) hit als Young Folks is er niet op te bekennen, ze lijken zelfs niet geprobeerd te hebben zoiets te schrijven en dat is eigenlijk wel heel erg sterk.

Het album klinkt stukken artier, conceptueler en onderkoelder dan zijn voorganger. Moeilijker dus. Het doet mij soms denken aan Depeche Mode ten tijde van 'Construction Time Again', OMD's 'Dazzle Ships', Bowie's 'Low' en Talking Heads' 'Fear Of Music'. Ook zijn de (tegenwoordig zeer hippe) invloeden van Paul Simon's 'Graceland' in een enkel liedje terug te horen. Maar is Living Thing nou ook een goed album? Ik weet het nog niet zo goed, dit lijkt me nou echt zo'n plaat waar je maar net voor in de stemming moet zijn. Sommige nummers hebben een bepaalde onderkoelde emotionaliteit over zich heen die mij zeer weet te raken, anderen zijn een beetje saai en gaan het ene oor in en het andere weer uit. Opvallend genoeg vind ik de tweede helft van dit album stukken sterker dan de eerste. Misschien dat dit album ook wel in het verkeerde seizoen uitkomt. Waar Young Folks mij nog steeds lentekriebels weet te bezorgen, lijkt Living Thing in alles een echte winterplaat te zijn. Uitzonderingen zijn de aanstekelijke singles 'Nothing to Worry About' en 'Lay It Down', die misschien geen monden open doen vallen, maar menig dansvloer zeker gevuld zullen krijgen.


Bron: http://kasblog.punt.nl/

Peter Doherty - Grace / Wastelands (2009)

poster
4,5
Aan het begin van dit decennium waren The Libertines een tijd lang de grote belofte van de Britse popmuziek. De band ging toen een beetje langs mij heen, maar later ontdekte ik alsnog hun heerlijke coole rammel-rock. Voordat ik nog maar een noot van zijn muziek gehoord had kende ik de naam Pete Doherty echter al lang en breed uit de riool-journalistiek. Hij was een heroine-junk en dandy met maf bolhoedje, pafferig gezicht en rotte tanden die een lidmaatschap bij ontwennisklinieken en gevangenissen leek te bezitten. Menig puberend meisje zal haar eerste moedergevoelens ontdekt hebben bij de aanblik van dit hoopje charmante treurnis. Later kreeg hij een onstuimige knipperlicht-relatie met fotomodel Kate Moss (die ook niet vies was van wat verdovende middelen) en waren zij eventjes de Kurt en Courtney van de nulties. The Libertines werd ontbonden vanwege constante onenigheid tussen Doherty en de andere frontman van de band Carl Barât. Als The Libertines optraden was het altijd de vraag of Doherty wel op tijd ter plekke zou zijn, of ergens in de lokale goot zou liggen. Hij werd een nogal onberekenbare factor en ze speelden op een gegeven moment vaker zonder dan met hem. Doherty begon zijn eigen band, Babyshambles. Met dit gezelschap bracht hij ook twee puike platen uit. En nu is er dan zijn eerste echte solo-album, waarop zijn voornaam opvallend genoeg net als in zijn paspoort met een 'r' vermeld staat (alsof hij daarmee wil zeggen: 'dit ben ik echt'). Het album heet Grace/Wastelands en een aantal grote namen uit de Brite popmuziek heeft eraan meegewerkt. Zo is de plaat geproduceerd door de legendarische Stephen Street, bekend vanwege zijn werk met The Smiths en Morrissey. En oud Blur-gitarist Graham Coxon kleurt bijna alle liedjes op Grace/Wastelands met zijn karakteristieke gepingel in. Maar natuurlijk is Doherty zelf het belangrijkste ingredient van dit gerecht. Zijn teksten zijn tragi-komisch en lethargisch ('And if you're still alive / When you're twenty five / Shall I kill you like you asked me to?') en hij praat meer dan hij zingt, dof en verveeld. De muziek is akoestisch, laid-back en stijlvol en put uit de rijke traditie van de Britse popmuziek: The Kinks, The Jam, Syd Barrett en natuurlijk Blur zijn hier allemaal terug te horen. Ook de invloed van Scott Walker, die sinds The Last Shadow Puppets weer helemaal hip lijkt te zijn, is in een aantal songs prominent aanwezig. Het leuke van Grace/Wastelands is het schurende contrast tussen de speelse popliedjes en Doherty's nasale en onvaste voordracht. Het geeft dit album iets heel erg eigenzinnigs waar ik voorlopig niet op uitgeluisterd raak.

Bron: http://kasblog.punt.nl/

Philip Selway - Familial (2010)

poster
3,5
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.

Philip Selway - Strange Dance (2023)

poster
3,0
Ben al bijna drie decennia lang obsessief Radiohead-fan, dus natuurlijk hoop je dan stiekem dat elk Radiohead-gerelateerds niet minder dan briljant is. Wat mij betreft geldt dat duidelijk voor welhaast elk project waar Jonny en/of Thom bij betrokken is, maar de rest blijft er helaas flink bij achter. Nou ja, Colin heeft zich tot dusverre (wijselijk?) aan geen soloproject gewaagd, maar verleent zijn diensten aan een Tamino en een Nick Cave. Die heeft dat wel slim bekeken zo. Ed heeft als EOB een plaat uitgebracht die op momenten best aardig is, maar als geheel niet zo bijzonder. Maar de zwakste tak van de boom blijkt toch wel pijnlijk duidelijk briljante dummer Phil(ip). Zijn debuut Familial vond ik echt tenenkrommend, van die veel te ernstig gebrachte fluisterfolk en in een nummer ripte hij zelfs de melodie van Exit Music, echt bizar. Opvolger Weatherhouse was aanzienlijk beter, met op momenten van die spannende trippy ritmes waar toch duidelijk zijn kracht ligt. En dit Strange Days is dan ook wel weer wat beter, die kitscherige orkestraties zijn best meeslepend. Van een stijgende lijn is dus zeker wel sprake, maar of het ooit echt goed zal worden blijft de grote vraag. Het enige écht sterke nummer vond ik Picking Up Pieces, tot iemand me erop wees dat de melodie wel erg lijkt op Springsteen's Dancing In The Dark en nu kan ik dat onmogelijk 'onhoren' (en wie dit leest zit hier dan waarschijnlijk voortaan ook mee opgezadeld, excuses daarvoor). Voor mij blijft verreweg het grootste struikelblok Phil's stem. Zo raar geaffecteerd, alsof-ie de luisteraar een kind is aan wie hij iets heel belangrijks moet vertellen, dat papa en mama uit elkaar gaan bijvoorbeeld, het zit hem ook niet helemaal lekker. Nou ja, misschien verwoord ik het allemaal iets te hard. Maar zoals gezegd ligt Radiohead zo dicht bij mijn hart en deze man dus uiteraard ook, dat ik toch maar blijf proberen het goed te vinden en de teleurstelling dan alleen maar groeit.

Phosphorescent - Here's to Taking It Easy (2010)

poster
4,0
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.

PJ Harvey - Let England Shake (2011)

poster
5,0
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.

PJ Harvey & John Parish - A Woman a Man Walked By (2009)

poster
4,0
Jarenlang was ik geabonneerd op muziekblad Oor. Tegenwoordig koop ik hem af en toe los, maar leg hem altijd teleurgesteld snel weer weg. Het blad is niet meer wat het geweest is. Vroeger ontdekte je er nog weleens nieuwe muziek door, tegenwoordig staan Queen of U2 op de cover en kan je er interviews met Bløf in lezen. In de afgelopen editie stond er echter een artikel in dat iets deed wat het blad al jaren niet meer gedaan had: het maakte mij nieuwsgierig naar een album. Het ging hier om een interview met John Parish en PJ Harvey. De interviewer is duidelijk onder de indruk van het album dat zij gemaakt hebben en wil er alles van weten ('Zijn sommige van de teksten in je droom of halfslaap tot je gekomen?'), maar de geinterviewden zijn constant verbaasd over de vragen en moeten vaak onzeker maar geamuseerd bij zichzelf naar een antwoord graven (''Nee... [denkt heel diep na]. Nee, echt niet. Nog even checken... [opnieuw bevrijdende lach]. Nee, nee, nee.'') Dit moeizame gesprek maakte mij wel benieuwd naar het album.

Harvey en Parish maakten eerder samen een album (Dance Hall at Louse Point uit 1996) die ik echter niet ken en waar ik dus ook niets over kan zeggen. Parish ken ik wel als producer en muzikant bij bands als Sparklehorse en eels en met het grillige solo-werk van de bloedmooie Polly Jean Harvey heb ik al jarenlang een haat-liefde-verhouding die altijd meer liefde dan haat blijkt te zijn. De twee kennen elkaar uit het plaatsje Yeovil in het zuid-westen van Engeland waar ze opgroeiden en eind jaren tachtig met elkaar in verschillende bands zaten. Hun nieuwe collaboratie heet A Woman a Man Walked By en Parish zorgt hier voor de muziek en Harvey voor de teksten en zang. Het is een schizofreen album geworden, dat begint met een hypnotiserende rocksong (Black Hearted Love) om vervolgens theatraal, spookachtig, avant-gardistisch, noisy en folky uit de hoek te komen. De nummers lijken vaak eerder schetsjes en geluidsexperimenten dan echte songs, maar toch bevatten ze altijd sterke melodieën en een indringende sfeer. Harvey gebruikt haar stem in elk nummer op een andere manier en dat houdt de aandacht vast. Maar een groot deel van dit album wil zo graag niet behagen, dat ik me er toe zou moeten dwingen hier naar te luisteren. En al mag ik dan niet vies zijn van wat muzikaal massochisme, ook ik ben niet ongevoelig voor de lentezon die deze dagen doorbreekt. Kunst is lijden, maar het interview was al met al stukken leuker.


Bron: http://kasblog.punt.nl/

Pond - Hobo Rocket (2013)

poster
3,5
Lekker maf psychedelisch bandje is dat toch, het aan Tame Impala gelieerde Pond. Voor de liefhebbers van The Flaming Lips, Mercury Rev, MGMT en Beta Band, en voor wie niet vies is van wat schaamteloze snufjes Floyd, Beatles, Zappa en Zeppelin op z'n tijd. Het nieuwste album Hobo Rocket is een stuk explosiever dan hun vorige twee, maar het hoogtepunt is wat mij betreft juist het zeer kalmerende O Dharma. Dit album als geheel vind ik soms wat teveel van het goede, maar als je in de juiste stemming bent is het een bijzondere trip. En ik heb begrepen dat een vervolg alweer onderweg is...

Pulp - More. (2025)

poster
5,0
Mijn verwachtingen voor dit album werden almaar hoger: nu kan Jarvis ook weinig fout doen bij mij, en op alle projecten waar hij zich mee bezighield sinds het verscheiden van zijn band - waaronder het waanzinnige Jarv Is... vijf jaar terug en de ontroerende samenwerking met Chilly Gonzales drie jaar daarvoor - bewees hij keer op keer niks van zijn tekstuele scherpte en muzikale ideeënrijkdom verloren te hebben. Dan was het Pulp-concert dat ik vorig jaar zag, hoewel daar geen enkel nieuw nummer gespeeld werd, veel te magnifiek voor een band die enkel terugkijkt, je voelde aan alles dat ze elkaar en zichzelf echt opnieuw gevonden hadden. En dan waren er de twee singles, die ik expres niet teveel vooraf wilde horen, maar die het beeld verder versterkten dat deze band onmogelijk een schim van zichzelf zou kunnen spelen (of, om met hun eigen teksten te spreken, een 'bad cover version'), het niet voor minder willen doen dan met songs die net zo aanstekelijk, stekelig en onderscheidend zijn als hun oude werk.

Hoge verwachtingen al met al. En toch blijkt dit album ze ruimschoots te overtreffen. Op basis van de singles had ik min of meer een typische comeback-plaat verwacht, zo eentje waarop een band probeert hun meest succesvolle geluid nieuw leven in te blazen. Wat More. zo ontzettend krachtig en subliem maakt, is dat het dat voor een deel meer dan geslaagd doet, maar voor een nog veel groter deel simpelweg verder gaat waar de band op hun laatste plaat gebleven was, waar ze toen dus waren als band, alsof er niet in de tussentijd een kwart eeuw verstreken is. Dat maakt dat dit album vooral heel erg oprecht en natuurlijk overkomt, een voortzetting van een geschiedenis in plaats van een terugblik of herschrijving.

Dat laatste Pulp-album, het door Scott Walker geproduceerde We Love Life, was een stuk minder succesvol dan de paar platen ervoor en ook de meningen waren er sterk over verdeeld. De barokke arrangementen en kronkelige songs maakte dit juist mijn favoriete Pulp-plaat en ik was dan ook blij dat de band er altijd nummers van is blijven spelen. Als de band twee jaar later, in plaats van vijfentwintig jaar later, een vervolg had uitgebracht denk ik dat die behoorlijk dicht tegen More. had aangelegen. Hoewel Jarvis zich in de tussentijd natuurlijk wel verder ontwikkeld heeft en ik ook de nodige raakvlakken met het eerder genoemde Jarv Is...-project terughoor.

Naast alle herkenbare elementen - de sardonische maar ook ontwapenende teksten, altijd evenzeer uit het leven gegrepen als cultuurkritisch, Jarvis' stem die in alle registers totaal onveranderd lijkt en net zo zalig blijft kirren als knorren, de onderhuidse spanning en catchy hooks - biedt More. toch ook genoeg subtiele en soulvolle vernieuwingen om deze plaat op zichzelf te doen staan.

Ik zou graag iets over elk nummer willen zeggen, want elk nummer roept zoveel bij mij op. Maar een album als dit heeft de tijd nodig. Niet om mij te overtuigen, daarvoor had ik aan een enkele luisterbeurt genoeg (inmiddels zit ik op de zesde, en ik weet dat ik de komende tijd aan weinig andere klanken toe zal komen). Dit is een plaat zonder enig vulsel of inkakmomentje, elke noot doet ertoe, over elke woord en zucht is nagedacht. Dat het universum nu elf Pulp-nummers rijker is is bijna teveel om te bevatten. Ik wil niet proberen dit volledig te doorgronden, dat zou zonde zijn. Men zegt 'less is more', maar More is zeker niet Less.