MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Kaaasgaaf als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

M83 - Hurry Up, We're Dreaming (2011)

poster
2,5
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik gisteren dit album besproken, beluister het hier.

Mac DeMarco - Guitar (2025)

poster
4,5
Sinds ik hem leerde kennen ten tijde van zijn tweede plaat 2 draag ik Mac een zeer warm hart toe. Zijn laatste paar platen hielden wel steeds minder mijn aandacht vast, ze wisten met name aangename vertrouwdheid te brengen maar prikkelden nauwelijks meer. Grappig genoeg had ik meer met zijn bijna-9-uur durende demo-lawine One Wayne G dan met zijn reguliere laatste albums, of althans, het bleek de perfecte concentratie-/schrijfmuziek voor mij, en dat is toch ook wel bijzonder wat waard.

In dit stadium verwachtte ik al met al geen al te grote verrassingen meer van Mac, maar Guitar blijkt dat zowaar wel degelijk te brengen. Ten eerste is er natuurlijk die stem, net zo zalig valsig als altijd, maar dan een octaafje of twee hoger (en soms opeens heel even griezelig laag). Sterk om de plaat er zo expliciet mee te laten beginnen, ik schrik er elke keer opnieuw een hoedje van. Mac schijnt met roken gestopt te zijn, gekke gedachte wel, sigaretten waren van begin af aan één van zijn belangrijkste hoofdonderwerpen (soms als metafoor, vaak ook letterlijk) en ook al consumeert hij ze dan zelf niet meer, blijkt hij er dan ook niet over uitgezongen te raken ('smoke the whole pack').

Die 'nieuwe' stem, die toch al snel zo vertrouwd gaat voelen, is niet het meest prikkelende van deze plaat. Zijn gitaarsound, zo kenmerkend als altijd, is dat ook niet. Het zijn de melodieën, waar Mac altijd meester is geweest, maar op latere werken soms net iets te gemakzuchtig op varieerde, die van Guitar zijn sterkste werk in lange tijd maakt. Werkelijk elk liedje, hoe beknopt en schijnbaar vluchtig ook, blijkt een oorwurm van het zuiverste soort. Op een vreemde manier heeft Mac hierin voor mij altijd al als een geestverwant van zijn bijna-naamgenoot Macca gevoeld, en dan met name de Macca van diens pure solowerken (denk vooral aan McCartney I, en in iets mindere mate II en III, de platen waarop Paul alle instrumenten zelf inspeelt zoals Mac ook altijd doet). Dat gekkige speelse, dat bevreemdende zoete, komt op Guitar sterker dan ooit naar voren.

Grote gekkigheden hoor je misschien niet, zodra je aan zijn nicotineloze stem gewend bent lijkt dit gewoon de zoveelste typische DeMarco-plaat. Maar voor mij voelt het toch als een hernieuwde kennismaking, waardoor dat wat in de loop der jaren zo vanzelfsprekend geworden was opeens weer zijn uniciteit openbaart. Uniek en verslavend, om te blijven draaien en vreemd maar fijn bij weg te dromen.

Magic Kids - Memphis (2010)

poster
4,5
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.

Magnus - Where Neon Goes to Die (2014)

poster
Had net een wreed feestje op mijn balkon met de nieuwe Magnus. Jammer dat ik er de enige was. Eerlijk gezegd zag ik wel een beetje op tegen deze plaat. En dat terwijl Tommetje Barman doorgaans weinig verkeerd kan doen bij mij. Maar na zo'n waanzinnig debuut tien jaar wachten voordat je met een vervolg komt, dat zorgt natuurlijk wel voor lastige verwachtingen. En zo'n blik met grote namen als gastartiesten wekt bij mij ook altijd zo z'n bedenkingen op. Want waar heb je die lui voor nodig? Gelukkig blijken de meeste stemmen wel degelijk iets toe te voegen en verdwijnt die zalig doorrookte strot van Barman nooit te lang uit het gehoor. Het is bovendien een plaat die behoorlijk op zichzelf lijkt te staan. Het valt mij op dat het duo vaker 'liedjes' maakt dan voorheen (ipv pure grooves). En die liedjes zijn afwisselend ordinair en duister, grappig en spannend, en zo nog wat dingen. Het nummer 'Getting Ready' vond ik een bijzondere verrassing op het eerste gehoor. Als je mij in '99 gevraagd zou hebben hoe 'dEUS met beats' zou moeten klinken, zou er vast zoiets in mijn hoofd verschenen zijn. Bepaald niet verkeerd. Maar hoe goed ik de plaat als geheel nou precies vind zal ik voorlopig wel niet kunnen zeggen. Daarvoor moet ik toch echt eerst even wennen aan het idee dat-ie bestaat.

Mark Pritchard and Thom Yorke - Tall Tales (2025)

poster
4,5
Mr. Yorke kan al zo'n drie decennia weinig fout doen bij mij, en toch was mijn anticipatie voor dit album niet al te groot. De voorproefjes vond ik zeker niet vies smaken, maar deden mij ook niet watertanden naar een hemels gerecht. Bovendien was ik in de veronderstelling dat dit op de eerste plaat een Pritchard-project betrof waar Thom alleen zijn vocalen aan verleende, in plaats van de volwaardige samenwerking die het nu blijkt te zijn. Ik weet niet zo goed waar ik dat op baseerde, maar ik denk vooral dat na drie geniale Smile-platen binnen twee jaar tijd het mijn bevattingsvermogen te boven ging dat er nu alweer een volgende sterrenstelsel aan het Yorke-universum toegevoegd zou kunnen worden (dat zich ditmaal uitstrekt naar het door hem altijd zo bewonderde Warp-label, wat leuk voor die jongen toch).

Zoals ook eigenlijk wel te verwachten valt vallen de voorproefjes hier helemaal op hun plek en vind ik ze in deze albumcontext meteen ontelbare malen smakelijker. En krijg ik daarmee ook spijt dat ik de filmvertoning heb overgeslagen, want al sprak de esthetiek van die clipjes mij op z'n zachtst gezegd bepaald niet aan, kan ik me helemaal voorstellen dat ook die in het grotere geheel ervaren dienen te worden. Nou ja, hopelijk is 't ooit alsnog online te zien. Maar deze muziek roept van haarzelf ook al genoeg kleurrijke beelden op.

Hoewel vol herkenbare elementen, is dit toch weer een heel ander soort album dat Yorke eerder heeft gemaakt. Pritchards sounds zijn zowel abstracter als speelser dan wat Yorke doorgaans in z'n uppie of met Nigel fabriceert, alleen Tomorrow's Modern Boxes komt zo nu en dan in mijn gedachten, ook die is speels maar toch een stuk minder verfijnd. Het verrassendst van dit album is dat Thom z'n stem afwisselender dan ooit gebruik. Net als bij The Smile is die stem vaak op de eerste plaats een instrument, maar zo nu en dan - mooi gedoseerd en daarom juist zo effectief - zingt hij zich ouderwets je ziel in. Het album is een stuk langer dan Yorke-projecten doorgaans zijn, mijn enige kritiekpuntje is dat tussen de laatste paar nummers wat te lange stiltes zitten waardoor dat laatste stuk een beetje als een aanhangsel voelt, hoewel bepaald geen vervelend aanhangsel. Een perfect plaatje ambieert dit dan ook zeker niet te zijn, maar wat het zeker wél is is een fascinerende geluidenwereld om via je koptelefoon in te verdwijnen en eindeloos in te kunnen blijven verdwalen om steeds weer nieuwe ontdekkingen op te doen. Bah, wat een verwenneritus toch weer!

Matt Berninger - Get Sunk (2025)

poster
3,5
Jeetje, wat was ik aangenaam verrast door Bonnet Of Pins. Dit was verreweg het beste National-nummer dat ik in jaren gehoord had, ware het niet dat het niet The National was. Het voelde hoe dan ook als een vertrouwd weerzien, nadat mijn National-liefde toch behoorlijk bekoeld was geraakt. Het vorige album vond ik weliswaar een verbetering ten opzichte van de twee albums daarvoor, maar ook deze wist niet echt bij me te beklijven zoals hun oudere werken zijn blijven doen. Gek genoeg vond ik het vorige soloalbum van Matt, dat volgens mij redelijk lauwtjes ontvangen werd, dan weer wel heel fraai. Onderscheidend ook wel ten opzichte van zijn band, wat Bonnet Of Pins dus duidelijk niet is. En er blijken meer nummers op dit album te staan waarvan je je kan afvragen waarom hij die niet voor zijn band heeft bewaard, maar wat doet het er toe, het zijn sterke songs en misschien belangrijker nog: Matts prachtstem klinkt stukken beter, krachtiger, levendiger dan hij in tijden deed. En er staan ook wat liedjes op deze plaat die wel degelijk anders zijn, iets nieuws toevoegen. Als geheel voelt het voor mij lichtjes onsamenhangend, al heeft dat ook wel zo z'n charme. Er staat geen slecht nummer tussen, maar ook geen enkel ander nummer dat de onweerstaanbare kracht van Bonnet Of Pins kan evenaren (al heeft Nowhere Special een sfeertje waar ik moeilijk genoeg van krijg, en is Times of Difficulty een meeslepende afsluiter). De tijd moet uitwijzen in hoeverre ik naar dit album blijf teruggrijpen, of dat wanneer ik zin in The National heb ik toch eerder The National zal opzetten. Ik hoop dat Matt ieder geval z'n hervonden vonk weet mee te nemen naar die band.

Menomena - Mines (2010)

poster
4,5
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik twee weken terug dit album besproken, beluister het hier.

Menomena - Moms (2012)

poster
4,5
Wow, wat een eer om als eerste iets bij dit meesterwerk te mogen schrijven!

Deze band was voorheen een trio, waarin elk van de bandleden een min of meer gelijk aandeel van de composities schreef en leadzang deed, en de verschillende instrumenten onderling rouleerden. Nu is 1 van de 3 weg (om zich verder te richten op dit project), dus de vraag is natuurlijk in hoeverre dat terug te horen valt op deze vierde volwaardige langspeler (Under an Hour tel ik nooit mee).

Maar het overgebleven duo heeft er zowaar iets van gemaakt dat toch echt alleen maar als een 'typisch Menomena-album' te omschrijven valt, en dat net als hun vorige werkjes tóch weer geheel op zichzelf staat. De band klinkt op deze plaat nog net even een pak epischer dan voorheen, met hypnotiserende grooves - soms dancey, vaak psychedelisch, altijd swingend - afgewisseld door symfonisch bombast. Maar door de speelsheid van hun sound, en het aparte gevoel voor sfeer, vervalt de muziek nooit in de clichés die zo kenmerkend kunnen zijn voor 'grootste klanken'.

Het is muziek die meteen vertrouwd voelt, maar je constant weet te verrassen en soms zelfs prettig in de war kan brengen. Zeker op koptelefoon - gestrekte benen, gesloten ogen, grijns op je smoel - is het een surrealistische trip die je op momenten door duistere krochten sleurt en je dan weer door ijle luchten laat zweven. Maar ook al is dit album het zeker waard om in opperste concentratie te ondergaan, is het toch minstens zo veelzeggend voor de kwaliteit ervan dat je er ook met enorm veel plezier de afwas bij kan doen!

MGMT - Loss of Life (2024)

poster
4,0
Mmmmmm, voorspelbaar ook eigenlijk wel: maar net derde luisterbeurt erop en het kwartje begint behoorlijk te vallen. Wat ik eerder ‘vormeloos’ noemde, zou ik nu eerder als ‘andersvormig’ willen bestempelen. Dit is voor mij toch zeker wel een 4, benieuwd naar welke vorm het voor mij verder uit zal groeien, maar ik zie er hoe dan ook zeer naar uit mij de komende tijd steeds dieper in dit wonderlijke universumpje onder te dompelen.

MGMT - MGMT (2013)

poster
4,0
Fantastische tripplaat is dit, maar het is duidelijk dat niet iedereen daar op zat te wachten. En ik moet ook zeggen dat ik hem verwacht minder vaak op te gaan zetten dat de vorige twee MGMT-platen. Die kenden ook genoeg weirde momenten, maar waren ook constant catchy en hadden een fijn meeslepend geluid. Wanneer ik in nuchtere toestand verkeer is het grootste deel van deze plaat iets te 'druk' om er echt door meegesleept te raken. Alleen 'Alien Days', 'Mystery Disease' en 'Introspection' kan ik op elk moment van de dag draaien. En 'A Good Sadness' en 'I Love You Too, Death' smaken, met of zonder stimulerende middelen, toch ook wel behoorlijk fijn. Nou, dat is dan toch de helft van deze plaat. En die andere helft is ook zeker niet slecht, maar bij elkaar is het mij allemaal wat teveel van het goede. De laatste plaat van The Flaming Lips, een band waar MGMT om begrijpelijke redenen veel mee vergeleken wordt, is nog stukken weirder en trippier, maar vind ik daarin veel meer een geheel vormen en het roept ook een groter gevoel van urgentie op. Vreselijk woord is dat, 'urgentie', maar ik kan even geen alternatief bedenken. MGMT voelt als een werkstuk van 'spiegedelerei' en dat heeft zeker een bepaalde charme, maar ik hoop toch dat ze op een volgend album het popgevoel van een 'Alien Days' weten te combineren met de focus van een 'Mystery Disease' en dat dan de volledige speelduur volhouden, want dan zal deze band pas écht tot de grote hoogtes kunnen stijgen waarvan ze de belofte altijd in zich heeft gedragen. Voor mijn gevoel is dit album niets meer, maar toch ook vooral niets minder, dan een heel bijzonder tussendoortje.

Michael Kiwanuka - Small Changes (2024)

poster
4,0
Bedrieglijk plaatje dit. Lijkt op het eerste gehoor het minst verrassende Kiwanuka-album, nog voordat je zijn prachtstem hoort is deze artiest meteen herkenbaar dankzij die heerlijke arrangement en melodieën, als een warm dekentje om onder te kruipen. Het voelt lekker maar soms ook een beetje makkelijk. Hoe vaker je dit echter opzet, hoe meer deze nummers zich onderscheiden en hun bijzonderheid blootgeven, hun lef ook juist eigenlijk wel. Ze zijn dromeriger én melancholischer dan zijn dromerige en melancholische muziek altijd al was, waar voorheen het contrast regelmatig gezocht werd met meer hoopvolle en swingende momenten, daar is dit een en al bitterzoete weemoed om zalig in te zwelgen. Echt een plaatje om deze wintermaanden je ziel aan te warmen.

Midlake - A Bridge to Far (2025)

poster
4,0
Sinds het vertrek van Tim Smith is Midlake bezig aan een interessante maar soms ook frustrerende zoektocht. In de loop der tijden heb ik steeds meer vrede kunnen krijgen met het gegeven dat er nooit meer een nieuwe Van Occupunther of Courage zal komen, maar het gevoel dat na het horen van elk nieuw Midlake-album overheerst is: 'dat valt eigenlijk alleszins mee'.

Nu hielp het waarschijnlijk wel dat de band vooral niet teveel als zichzelf wilde klinken. Antiphon ging meer de ouderwetse psychrockkant op, op Bethel Woods werd er geëxperimenteerd met synthesizers. Pakte allemaal veel sterker en minder gekunsteld uit dan ik steeds vreesde. Maar precies hierom werd ik op basis van de voorproefjes wel wat huiverig voor A Bridge To Far, want dit klonk opeens dan wél weer behoorlijk vintage Midlake, met die dartele fluitjes, galopperende drums en weemoedige samenzang. Zouden we hierdoor die kenmerkende stem van Smith niet des te meer gaan missen?

Misschien helpt het wel dat Smith zijn eigen mythologie een beetje doorbroken heeft, door twee jaar geleden na meer dan een decennium aan vermeend kluizenaarschap onder de naam Harp nieuwe muziek uit te brengen. Die plaat Albion is wonderschoon, maar zeker niet het geheime meesterwerk waar sommigen stiekem op waren gaan rekenen. Het plaatst Midlake wat meer in perspectief en heeft ze misschien ook het vertrouwen gegeven een plaat te maken die van begin tot eind baadt in de sound waarmee ze ooit onze harten stalen.

En goddank blijkt mijn huiver geheel onnodig. A Bridge To Far zit vol vertrouwde elementen maar voelt zeker niet als een herhalingsoefening, je hoort dat de zoektocht van de vorige twee platen ook veel opgeleverd heeft dat meegenomen wordt. Smith wordt dan ook nauwelijks tot niet gemist. Deze plaat steekt te goed in elkaar om je af te vragen hoe het ander geklonken zou hebben. Dit valt meer, véél meer, dan mee. Midlake kan weer even vooruit.

Midlake - For the Sake of Bethel Woods (2022)

poster
4,0
Ik vond Midlake vóór het vertrek van Smith al minder worden. The Courage of Others voelde een beetje belegen vergeleken met het meeslepende Van Occupanther. Antiphon klonk niet vervelend, maar veel te doorsnee. Van deze nieuwe had ik dan ook weinig verwachtingen, maar hoewel het een beetje een stuurloos geheel is smaakt-ie me eigenlijk verrassend goed. Op momenten roept het een klein beetje de Bamnan and Slivercork-sfeer op, en ik had nooit verwacht dat ze daar ooit nog naar terug zouden grijpen (ik vind Bamnan een miskend meesterwerkje, misschien nog wel mooier dan Van Occupanther hoewel vrij onvergelijkbaar). Midlake vind ik toch op z'n sterkst als er een zekere bevreemding en experiment in de muziek zit en ik ben blij dat dat weer eens terug te horen is. Natuurlijk blijft die prachtstem van Smith een enorm gemis, maar anderzijds is dat gemist wellicht juist een stimulus geweest om nieuwe wegen te verkennen en waren ze met hem aan boord alleen maar Courage of Others-achtige platen blijven maken. Dan kies ik toch liever hiervoor. Verre van perfect, wel lekker prikkelend.

Midlake - The Courage of Others (2010)

poster
3,0
indie-nerd schreef:
Bring down is zóóó mooi!

Vind ik echt het minste nummer van de plaat. Voelt voor mij haast als een Radiohead-rip off. Dacht eerst zelfs even dat het een pastische betrof, aangezien ik 'rain down' hoorde ipv 'bring down'.

Op deze plaat staan een aantal erg mooie liedjes, en toch vind ik het een tegenvaller van jewelste. Wat Midlake in de eerste plaats voor mij nu juist zo bijzonder maakte op hun vorige twee platen was de spanning tussen 70's rock en alternatieve pop. Nu zijn ze doorgeslagen naar de eerste kant, waardoor het oerdegelijk is maar veel minder spannend en sprankelend. De plaat heeft een mooie atmosfeer en sterke liedjes en toch doet het mij gewoon bar weinig. Ik mis hetgeen wat mij zo aantrok bij deze band; de gekte, de bevreemding, het surrealisme.

Hun vorige twee beoordeel ik met een 4,5* (Bamnan) en een 5* (Occupanther), deze slechts met een magere 3*.
Echt zonde dat ze ervoor hebben gekozen deze weg in te slaan.

Modern Cosmology - What Will You Grow Now? (2023)

poster
4,5
Huh, nog geen berichtjes hier? Laat ik dan maar de eerste zijn. Mijn favoriete zomerplaatje van dit jaar; lekker loom, jazzy en luchtig weemoedig. Natuurlijk is Stereolab nooit al te ver weg, daarvoor heeft Laetitia Saedier een te duidelijke eigen stijl (om over haar kenmerkende verliefdmakende stemgeluid nog maar te zwijgen), maar vlak ook Mombojó niet uit, het Braziliaanse gezelschap dat ik via dit project heb leren kennen en een heerlijke band an sich blijkt, aanstekelijk vrolijk dromerig en swingend. Een meer dan geslaagd huwelijk dit, waarvan ik hoop dat het ondanks de weinige aandacht dat het krijgt nog vele vervolgen mag krijgen. En anders hebben we ieder geval dit plaatje om menig winter mee door te komen.

Moss - Never Be Scared / Don't Be a Hero (2009)

poster
5,0
Het lijkt nog maar zo kort geleden dat we door het platenlabel Excelsior getrakteerd werden op allerlei frisse popbandjes uit de Lage Landen waar we zo heerlijk chauvinistisch van konden raken. Maar inmiddels zijn Daryll-Ann, Caesar en Johan allemaal ter ziele. Gelukkig hebben we Moss nog, de band die twee jaar geleden opzien baarde met hun debuut The Long Way Back en nu terug is met het vervolg Never Be Scared / Don't Be A Hero. In veel recensies van die nieuwe plaat zal de nadruk wel worden gelegd op de verschillen met de voorganger. Het zijn inderdaad twee nogal anders klinkende platen. The Long Way Back was een pure liedjes-klassieker in de gouden traditie van The Beatles, The Byrds, Neil Young en Elliott Smith. Never Be Scared / Don't Be A Hero is minder in-your-face en werkt onderhuidser. Er zijn subtiele invloeden uit psychedelica, wereldmuziek en electronica op terug te horen. Al met al, er zou kunnen worden gesproken van een 'moeilijke tweede'. Oftewel, de bekende regel in de popmuziek dat de spontaniteit en onbevangen energie van een debuut meestal worden ingeruild voor doordachte articiteit op een tweede plaat. Maar ik wil graag benadrukken dat Never Be Scared... wat betreft sterke pop-melodieën en emotionele urgentie zeker niet onderdoet voor The Long Way Back. Tussen beide albums zijn uiteindelijk ook veel meer overeenkomsten dan verschillen aan te wijzen. Marien Dorleijn's zang bijvoorbeeld, toch het meest in het oor springende element van de band, is nog steeds betoverend warm en van een ongekend bereik. Er zat altijd al een prachtig randje in die perfecte stem, maar hij lijkt er nu meer mee te durven dan voorheen. Zo doet het overslaan in Angry Young Man zeer Lennon-esque aan en is tranentrekkend mooi. Wat mij betreft mag dat op een derde album nog wel veel en veel meer; ik houd daar nu eenmaal van. Nu is het soms nog net iets te beschaafd naar mijn smaak. Ook de samenzang met de andere drie bandleden (gitarist Bob Gibson, bassist Jasper Verhulst en drummer Finn Kruyning) is een belangrijk element in de sound van deze band en de vocale harmonieën op dit album zijn weer belachelijk goed, zoals bijvoorbeeld op het epische einde van het spannende The Brick Moon te horen valt. Het grootste verschil met The Long Way Back is toch wel de structuur van de songs. Er staan een paar echte 'songs-songs' op die zo op die plaat gepast zouden hebben (I Like The Chemistry, The Comfort), maar ook bijzondere geluidsexperimenten (het Revolution 9-einde van Don't Be A Hero, de afsluitende horror-hymne Sing Along) en een paar zwaar-atmosferische tracks (het Brian Eno-achtige Apparatus, de shoegaze van Silent Hill). Of er met de Simon in de titel I Apologize (Dear Simon) naar Paul Simon gerefereerd wordt, daar kunnen we slechts naar gissen, maar met het Afrikaans aandoende ritme zou dit nummer op diens Graceland zeker niet hebben misstaan. Al met al is deze tweede plaat van Moss dus een zeer afwisselend geheel geworden, met een prachtig geluid vol details en liedjes die in je hoofd rond gaan spoken. Een plaat ook die per luisterbeurt meer van zichzelf weggeeft en daardoor blijft intrigeren. Moss ving het gat van al die verdwenen toffe Nederlandse bandjes al erg goed op, maar met Never Be Scared / Don't Be A Hero laat dit viertal uit Amsterdam de herinneringen aan die bandjes vaak zelfs verbleken! Met Moss kunnen we tenminste weer oorlogen gaan winnen.

Bron: http://kasblog.punt.nl/

Muse - The Resistance (2009)

poster
4,0
Eigenlijk heb ik een hekel aan Muse. En toch zie ik altijd weer ongelooflijk uit naar nieuwe muziek van de band. Dat komt omdat het beluisteren van een Muse-album zoiets is als het leegvreten van een zak winegums. Eens in de zoveel tijd godvergeten lekker, maar je bent vervolgens wel kotsmisselijk en hoeft de komende tijd geen snoep meer in je buurt te zien. Muse staat ook bol van de verleidelijke smaak- en kleurversterkers en bezit geen echt karakter, in tegenstelling tot bijvoorbeeld oude kaas of Radiohead. Natuurlijk klapperden mijn oren alle kanten op toen ik de nieuwe Muse, getiteld The Resistance, na een week op Beatles-dieet te zijn geweest aan een nachtelijke beluistering onderwierp. Het Britse trio heeft weer eens alles uit de kast getrokken om Indruk met een grote I op de luisteraar te maken. Piano-citaten van Chopin en Saint-Saëns, dreigend zwierende orkesten, industriële electronica, militaristische drums en gillende gitaren. En natuurlijk de van elke subtiliteit gespeende zang van Matthew Bellamy, die al zijn zinnen begint met een hoorbare hap naar adem, om maar steeds weer naar nieuwe climaxen van apocalyptisch falset-gekrijs toe te kunnen werken. Het megalomane wonderkind heeft ditmaal zowaar een driedelige symfonie geschreven, met de titels Exogenesis: Symphony Part I (Overture), Exogenesis: Symphony Part II (Cross Pollination) en Exogenesis: Symphony Part III (Redemption). Tja, zoiets viel op den duur natuurlijk wel van hem te verwachten. Potsierlijk, wanstaltig en ergens toch ook altijd wel heel erg komisch, júist door de ontwapenende schaamteloosheid van al dit bombastisch effectbejag. Op de momenten dat Muse bovenop dit alles dan óók nog eens Queen-achtige koortjes in gaat zetten, wordt het gewoon too much en sluit ik de band voor even volledig in mijn hart. Er lijken dan winegums met winegumsmaak in de zak te zitten en kotsen een intrinstiek doel te zijn geworden. Mijn sympathie verdwijnt echter jammerlijk genoeg resoluut wanneer ik Bellamy betrap op nogal tenenkrommende pogingen tot (op dit moment meer dan ooit achterhaald anti-Amerikaans) engangement in zijn met open deuren bezaaide pathetisch-boze teksten. Als hij nou uitsluitend over ruimteschepen en hellevuur zou zingen, zou de nasmaak toch nét ietsje minder vies zijn. Nu blijft er een vervelende pretentie van ernst tussen de strak georkestreerde waanzin en mijn luisterend oor steken en zal ik daardoor nooit volledig in deze muziek op kunnen gaan. Toch zal ik met geheim genoegen de Jamin af en toe blijven bezoeken voor een nieuwe portie van The Resistance, want een bek vol gelatine werkt nu eenmaal als een shot in je arm. Eigenlijk houd ik heel erg van Muse.

Bron: http://kasblog.punt.nl/