Hier kun je zien welke berichten Kaaasgaaf als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Damien Jurado - Motorcycle Madness (2023)

3,0
0
geplaatst: 25 oktober 2023, 17:39 uur
In navolging van mijn vorige bericht: Eindelijk tijd gevonden om eens goed te gaan zitten voor dit album door de speakers. En zoals ik hoopte komt hij daarop een stuk beter tot z’n recht dan op koptelefoon. Het heeft zeker een apart sfeertje dat mij aanspreekt, de nummers zitten zoals altijd mooi in elkaar en zijn stem blijft uiteraard een groot genot om naar te luisteren. Toch blijf ik met gemengde gevoelens achter, het gevoel dat dit album vele malen beter was geweest als het wat langer in de studio had gelegen. Zeker de wat vollere gearrangeerde songs komen nu echt niet tot hun recht door de demokwaliteit. Wonderlijk wel, dat Jurado geen waardige opvolger voor Swift heeft kunnen vinden, terwijl hij zijn laatste paar platen toch ook zelf produceerde en die wél behoorlijk goed klonken (al waren die grotendeels wel kaler, maar toch). Echt zonde dit.
Damien Jurado - Motorcycle Madness ('25) (2025)

4,5
2
geplaatst: 12 mei 2025, 15:49 uur
Dít is nu het album waar ik twee jaar geleden zo enorm naar verlangde bij de vorige versie van dit album, maar waar ik nooit meer op had durven hopen (Jurado's wegen zijn altijd wat wonderlijk geweest, maar de afgelopen jaren echt extreem merkwaardig om te volgen). Hoe frustrerend vond ik die plaat, want ik hoorde heus wel dat de muziek fantastisch in elkaar stak, maar de extreme lo fi-kwaliteit deed echt totaal onrecht aan de prachtmuziek en dan met name aan de weelderige arrangementen. Deze verbeterde versie (met afwijkende tracklist, helaas ontbreken er wel een aantal fantastische nummers, je kan ook niet alles hebben blijkt maar weer...) klinkt vergeleken daarmee als een totále verademing. Eindelijk krijgen deze klanken de ruimte om te ademen. Hopelijk krijgt opvolger, het al even schandalig krakkemikkig klinkende Passing the Giraffes, dezelfde behandeling, de muziek op dat album verdient dit zonder meer evenzeer. En hopelijk worden deze platen dan ook eindelijk fysiek uitgebracht, om de Jurado-collectie weer enigszins compleet te krijgen. Prachtige hoezen ook bovendien.
Dat dit album zo weinig aandacht krijgt, is wel volledig aan Jurado's verwarrende werkwijze te wijten (vlak na deze release bracht hij meteen ook weer een collectie demo's uit, haast alsof hij dit werkje heeft willen verstoppen). Doodzonde, want ik vind dit echt (in deze zoveel beter klinkende versie dus) tot zijn prachtigste werken behoren. En dat zegt wel wat, met dit oeuvre. Deze plaat is melodieus, jazzy, soulvol en ouderwets-filmisch. Op momenten typisch Jurado en op momenten gedurfd maar aangenaam zijn grenzen oprekkend.
Bij de vorige versie schreef ik: Dit komt op mij over als een vijfsterrendiner geserveerd krijgen vlak nadat de tandarts je op een verdoving heeft getrakteerd. Wat een genot om dit diner nu alsnog met volle teugen te mogen proeven!
Dat dit album zo weinig aandacht krijgt, is wel volledig aan Jurado's verwarrende werkwijze te wijten (vlak na deze release bracht hij meteen ook weer een collectie demo's uit, haast alsof hij dit werkje heeft willen verstoppen). Doodzonde, want ik vind dit echt (in deze zoveel beter klinkende versie dus) tot zijn prachtigste werken behoren. En dat zegt wel wat, met dit oeuvre. Deze plaat is melodieus, jazzy, soulvol en ouderwets-filmisch. Op momenten typisch Jurado en op momenten gedurfd maar aangenaam zijn grenzen oprekkend.
Bij de vorige versie schreef ik: Dit komt op mij over als een vijfsterrendiner geserveerd krijgen vlak nadat de tandarts je op een verdoving heeft getrakteerd. Wat een genot om dit diner nu alsnog met volle teugen te mogen proeven!
Damien Jurado - Passing the Giraffes (2023)

3,5
1
geplaatst: 1 november 2023, 21:39 uur
Die vorige klonk al nogal demo-esque, deze misschien nog wel een graadje meer. Echt superzonde, want de muziek is opnieuw prachtig, weelderig en bovendien binnen dat machtige oeuvre opnieuw behoorlijk onderscheidend. Waar Motorcycle Madness vooral door jazz en soul beïnvloed leek, hoor ik hier psychedelische countryklanken, beetje sunshine pop en westcoast. Prachtige vrouwenkoren komen regelmatig voorbij en Damien lijkt af en toe helemaal van het toneel verdwenen, terwijl dat toch niet stoort, het blijft overduidelijk zijn werk. Maar waarom moet het allemaal zo dof klinken? Ik maak me echt een beetje zorgen om deze man; het is alsof hij in een gefrustreerde bui al zijn kluizen met materiaal geopend heeft om er maar vanaf te zijn, ofzo. Zo direct krijgen we elke week een nieuw album vol prachtmateriaal dat klinkt alsof het wordt afgespeeld door een kapotte wekkerradio. Toch geef ik deze een halve puntje hoger dan MM, het kan zijn dat mijn bijgestelde verwachtingen een rol spelen maar ik kan iets meer genieten van de (al dan onbedoelde) curiositeit van dit project, het weet mij tot dusverre minder te storen en op momenten zelfs wel enigszins mee te slepen. Hopelijk zullen beide platen wat verder groeien en wie weet wat er allemaal nog meer mag komen. Ik zie er redelijk angstig naar uit.
Damien Jurado - Reggae Film Star (2022)

4,5
0
geplaatst: 8 juli 2022, 21:52 uur
Maraqopa was het album waarbij ik aanhaakte, en dat zal waarschijnlijk altijd mijn favoriet blijven. Alles klopt voor mij aan dat album. Alle voorgaande Jurado-platen die ik met terugwerkende kracht ontdekte vond ik stuk voor stuk prachtig, en alles wat sindsdien uitkwam kon mij ook zeker bekoren, maar geen riep bij mij van begin tot eind dat bijzondere gevoel op wat mij in Maraqopa zo aansprak, al kwam Saint Bartlett in de buurt. Maar Reggae Film Star, hoewel behoorlijk op zichzelf staand, heeft weer die bedwelmende melancholische bevreemding. Per luisterbeurt wordt-ie ook echt beter, minder fragmentarisch, alles valt steeds meer op z'n plekkie. Maar dat fragmentarische is ook juist wel wat intrigeert, dus ik hoop dat-ie niet te kloppend wordt, maar een beetje een mysterie blijft. Echt heel fijn.
Damien Jurado - Sometimes You Hurt the Ones You Hate (2023)

4,0
0
geplaatst: 2 april 2023, 10:03 uur
Ik heb deze maar op plaat gekocht, dat zou ik normaal ook doen om de collectie compleet te houden maar het is wel lang geleden dat ik een album voor het eerst via dat medium hoor. Heeft toch ook wel iets. Wist niet dat dit zo’n korte zou zijn, dat viel wel een beetje tegen (ook omdat de plaat er niet minder prijzig om was). Maar elk nummer is wel weer prachtig. Het is wat voller gearrangeerd dan z’n vorige paar, op momenten klinkt het bijna alsof Richard Swift vanuit de hemel aan de knoppen draait. Toch is dat Damien weer helemaal zelf. Jammer dat er geen tekstvel bij zit, zijn platen hebben dat soms wel en soms niet, ik kan het wel fijn vinden om mee te lezen omdat ik ook makkelijk kan wegdromen bij zijn stem en dan de intrigerende verhalen niet meer volg. Daar ga ik me de komende tijd dan meer in onderdompelen. Zo leerde google me zojuist dat de persoon naar wie het eerste nummer is vernoemd een gijzelnemer in een tv-studio was, en zo is er vast nog veel meer te ontdekken. Zoals hier eerder opgemerkt een prachtige hoes ook. Baalde wel eerst omdat ik dacht dat er allemaal vieze vlekken op zaten, maar die blijken er gewoon bij te horen. Wel waar voor je geld dus, al met al.
Damon Albarn - The Nearer the Fountain, More Pure the Stream Flows (2021)

4,0
1
geplaatst: 21 november 2021, 14:04 uur
Paar wonderschone nummers, maar als geheel ietwat een deceptie. Wie weet gaat-ie nog groeien, maar voor mijn gevoel hangen die instrumentale intermezzo’s - die juist bedoeld lijken om de boel te verbinden - er nu een beetje bij. Het album lijkt heel graag meer dan de som der delen te willen zijn (denk alleen maar aan het steeds terugkeren van de titel), maar geeft me juist eerder een gefragmenteerd gevoel. Nou ja, Damon kan niet snel iets verkeerd doen voor mij, zijn manier van zingen is hier nog wat gebrokener dan normaal, dat is even wennen maar bevalt me toch goed, en zeker de helft van de nummers doet niet onder voor zijn torenhoge niveau. Minder dan een 4 zal ik hier dus moeilijk voor kunnen geven, misschien (na zijn optredens op glastonbury en nog zo’n stream-event te hebben bekeken) was mijn anticipatie ook wel net iets te hoog, maar ik hoop dat de komende tijd het album nog wat meer als totaalbelevenis bij mij landen zal.
Dan Auerbach - Keep It Hid (2009)

3,5
1
geplaatst: 26 maart 2009, 12:44 uur
The Black Keys is een Amerikaanse bluesrockband bestaande uit twee leden. Een van die twee, zanger/gitarist Dan Aerbach, heeft nu een soloplaat gemaakt. Die plaat heet Keep It Hid en klinkt vele malen rijker en gevarieerder dan de basale sound van zijn band. De liedjes van Auerbach zijn nooit overrompelend, ze klinken eerder volstrekt vanzelfsprekend. Alsof ze altijd al bestaan hebben. Sommige van de folky deuntjes op Keep It Hid hadden net zo goed traditionals kunnen zijn en de meer bluesy en poppy nummers hebben vaak een classic-rock-feel over zich heen. De rauwe en gevoelige stem van Auerbach doet vaak denken aan die van John Fogerty van Creedence Clearwater Revival. Je hoort dat er uitsluitend antieke opname-apparatuur in de studio gebruikt is; de plaat heeft een prachtig warm en ademend geluid. Ondanks dit alles overstijgt Keep It Hid de charme van de retro, daarvoor klinken de liedjes te puur en te gemeend. Toch zorgt de prettige vanzelfsprekendheid die dit album uitademt voor een zekere onopvallendheid die het nooit veel méér laat zijn dan mooi en aangenaam. Maar dit soort albums moet vooral gemaakt blijven worden, als ik mensen over de vloer krijg wil ik immers graag goede muziek op kunnen zetten die niet meteen alle aandacht naar zich toetrekt. En Keep It Hid vormt de perfecte achtergrond voor een goed gesprek met kaasknabbels.
Bron: http://kasblog.punt.nl/
Bron: http://kasblog.punt.nl/
Dan Deacon - Bromst (2009)

4,0
0
geplaatst: 18 april 2009, 15:39 uur
Bij nadere inspectie op het internet blijkt de voormalige conservatorium-student Dan Deacon uit Baltimore al een hele tijd platen te produceren die lovend ontvangen worden, maar tot twee weken geleden had ik nooit van de beste man gehoord. Binnenkort maar achter zijn oude werk aan gaan, want zijn nieuwste plaat getiteld Bromst bevalt mij uitermate goed. Ik werd erop geattendeerd door een vriend met wie ik over het algemeen een liefde voor gevoelige luistermuziek deel en daarom was ik in eerste instantie wat geshockeerd door het hoge rave-gehalte dat mijn koptelefoon binnen kwam beuken toen ik op play drukte om deze vrienden-tip aan een luisterend oor te onderwerpen. Bromst begint nog wel vriendelijk, met een repeterende vocale melodie en een dromerig geluid. Maar al gauw gaan alle remmen los en worden Steve Reich-achtig minimalisme (repeterende keyboard-loops), Kraftwerk-electronica en psychedelica die af en toe aan Animal Collective doet denken gecombineerd met supersnelle break-core en drum 'n' bass. Deze muziek is plat en diep, complex en simpel tegelijk, het is maar hoe je ernaar wil luisteren. Wandelend door een zonovergoten stad laat ik me makkelijk meeslepen door deze repetitieve klanken die steeds weer toewerken naar een climax van extase. Dan Deacon treedt 8 juni op in de Paradiso en daar wil ik zeker bij zijn, want bij mijn internet-inspectie kwam ik vooral veel lof voor zijn shows tegen. Hij brengt zijn muziek live met een gigantisch ensemble en haalt daarnaast rare fratsen uit met het publiek. Deacon schijnt namelijk naast muzikant ook stand up-comedian te zijn. Zijn muziek tovert ieder geval al een zeer brede lach op mijn gezicht.
Bron: http://kasblog.punt.nl/
Bron: http://kasblog.punt.nl/
Dan Michaelson and The Coastguards - Distance (2014)

4,5
0
geplaatst: 26 augustus 2014, 16:22 uur
Het is lang geleden dat ik een nieuwe artiest ontdekte dankzij een recensie. Maar ja, met een zin als ''Liefhebbers van Lambchop's Kurt Wagner, Malcolm Middleton, Will Oldham en Bill Callahan: maak zeker een plaatsje vrij in de platenkast,'' zoals Kicking The Habit (toch wel een van de fijnere muzieksites in ons taalgebied) deed, heb je mij natuurlijk meteen te pakken. Andere referenties die ik er nog aan toe zou kunnen voegen zijn: The National, Tindersticks, Sun Kil Moon en Nick Cave ten tijde van The Boatman's Call. Het moge nu wel overduidelijk zijn in welk druilerig hoekje u dit plaatje kan plaatsen: dat van somber gebrom op gedragen klanken. Maar Michaelson is wat directer in het uiten van zijn emoties dan de meeste van deze poëten en de muzikale omlijsting wellicht een stukje lichter. Als de herfst er nog niet was, zou die nu mogen komen.
Dana Gavanski - LATE SLAP (2024)

4,5
0
geplaatst: 11 april 2024, 23:08 uur
Ik leerde deze artiest kennen bij haar vorige plaat, waar ik behoorlijk verslingerd aan raakte (en aan die ervoor trouwens ook). Alles wat daar goed aan was, is hierop nog een stukkie beter. Gavanski klinkt als de missing link tussen Aldous Harding en Cate Le Bon, twee eigenzinnige artiesten waar ik ook groot fan van ben en die op zich weinig met elkaar te maken hebben, wat daarmee dan weer voldoende zegt over de volstrekte eigenheid van deze artiest. Haar liedjes zijn aanstekelijk maar volgen een eigen logica, haar stem heeft een imposant bereik maar ze houdt het meestal klein, alsof zij plagerig weloverwogen het achterste van haar tong niet wil laten zien; een koddig onderonsje waar mogelijk morbide mysteriën onder schuil gaan. De productie (door haarzelf, mede met Mike Lindsay van oa Tunng) is glanzend droog en vol flonkerende details. Het is zo'n plaat die niet helemaal te plaatsen is en die daarom vrij verslavend blijkt: je wil het blijven horen om het te kunnen geloven. Deze Servische Canadees maakt geen muziek die je wegblaast, maar die onder je huid kruipt, met een lichte kriebel om stiekem heerlijk van te gaan huppelen. En wat een goede hoes ook: de licht-demonische blik in de ogen kleurt heel mooi bij dat oranje, beetje pop-art-achtig wel, en laat ook zien dat hier meer is than meets the eye. Een artiest om de komende jaren steeds beter te leren kennen, maar die hopelijk ook altijd lekker ongrijpbaar blijft.
Danger Mouse & Daniele Luppi - Rome (2011)

4,0
0
geplaatst: 23 juni 2011, 22:16 uur
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.
Danger Mouse and Sparklehorse - Dark Night of the Soul (2010)
Alternatieve titel: Danger Mouse and Sparklehorse Present Dark Night of the Soul

5,0
1
geplaatst: 9 juni 2009, 16:59 uur
Begin dit jaar verscheen er een mooi verzamel-album waar een hele zooi indie-artiesten zijn medewerking aan had verleend, getiteld Dark Was The Night (lees mijn bespreking daarvan hier terug). Nu is er een nieuw album met een waslijst aan briljante artiesten en dat heet Dark Night Of The Soul. Veel hebben deze twee platen niet met elkaar te maken, maar verwarrend is het natuurlijk wel met die titels. Dark Night Of The Soul is een project van producer Brian Burton, beter bekend als Danger Mouse (werkte mee aan platen van onder andere Gnarls Barkley, Gorillaz en Beck) en Mark Linkous, zanger/multi-instrumentalist en songschrijver van de geniale lo-fi-band Sparklehorse. Ze hadden zichzelf dus ook voor de gelegenheid Dangerhorse of Sparklemouse kunnen noemen, maar goed. Dan is de legendarische film-maker David Lynch (Twin Peaks, Blue Velvet, Mulholland Drive en vele andere cinematografische hoogstandjes vol waanzin, bevreemding en sensualiteit) ook nog eens bij dit project betrokken. Niet alleen neemt hij de vocalen van twee liedjes voor zijn rekening - en zeker niet onverdienstelijk moet gezegd worden, zijn stem hangt ergens tussen Daniel Johnston en Tom Waits in - ook neemt hij het visuele deel voor zijn rekening. Dark Night Of The Soul is namelijk opgezet als conceptueel kunstwerk, met een filmposter en een fotoboek die de muziek moeten begeleiden.
Linkous en Burton componeerden en produceerden samen dertien liedjes, die naast Lynch en Linkous zelf worden ingezongen door de volgende imponerende bonte stoet aan artiesten: Iggy Pop, Frank Black/Black Francis (Pixies), Nina Persson (Cardigans), Julian Casablancas (The Strokes), James Mercer (The Shins), Jason Lytle (Grandaddy), Gruff Rhys (Super Furry Animals), Wayne Coyne (The Flaming Lips), Vic Chesnutt en Suzanne Vega. Op de site staat bovendien vermeld: 'these singers also had a hand in composing and producing the work'. Dit klinkt dus in alles als een potentieel meesterwerk dat je meteen zou moeten kopen! Dat kán echter niet. Burton, Linkous en Lynch wilden hun plaat in eigen behoor uitbrengen, maar werden tegengehouden door de platenmaatschappijen van de verschillende artiesten in verband met copyright-kwesties. Hoe het precies zit is nog onduidelijk, maar het resultaat is als volgt: je kan via de site het fotoboek van Lynch bestellen en krijgt daar dan een lege cd bij kado, met het bijschrift: 'For Legal Reasons, enclosed CD-R contains no music. Use it as you will.' Wel, of die pop-juristen nou echt zo vervelend hebben zitten doen, of dat het hier - natuurlijk ook zeer goed voorstelbaar - een creatieve publiciteitsstunt van het trio Dangerhorse, Sparklemouse en Lynch betreft, daar zullen we wel nooit achter komen. Het album staat nu hierdoor hoe dan ook volop in de aandacht en is natuurlijk gewoon via het internet te beluisteren en down te loaden. En dat is dus volstrekt legaal, aangezien er voorlopig geen andere mogelijkheid is om aan de muziek te komen. Of ik dat fotoboek van Lynch ga kopen, om vervolgens de liedjes op bijgeleverde schijf te kunnen branden, weet ik zo net nog niet. Het lijkt me maar een hoop gedoe, al zullen die kiekjes zeker mooi-lynchiaans zijn en zal dit vreemde pakket wel tot een bizar collectors-item-hebbedingetje uitgroeien. Wel kan ik stellen dat de muziek al een aantal weken op repeat door mijn iPod schalt en het een van de mooiste platen van dit jaar genoemd mag worden.
De kwaliteit van deze plaat is op z'n minst wat je mag verwachten van zoveel talent bij elkaar. Een allegaartje is het zeker niet, de nummers vormen samen juist een mooi geheel. De liedjes gezongen door Coyne en Lytle klinken als typische Linkous-composities, wat niet zo verwonderlijk mag zijn aangezien hun stemgeluid en muziekstijl dicht tegen de zijne aanliggen. Ook de nummers met Rhys, Mercer en Persson (met wie Linkous ooit een relatie had en vaker samenwerkte) zijn wat je mag verwachten: bedwelmende filmische beatlesque popsongs die flonkerend en grillig tegelijk zijn. Het nummer met Casablancas, van wiens band The Strokes we al een tijdje niets meer vernomen hebben, mag absoluut verrassend genoemd worden. Een lekker zeurend liedje met een loom zonnig sfeertje en neurotisch-electronische ondertoon. Dit is een typische Danger Mouse-productie: kleurige details verpakt in een gortdroog geluid. Uit wiens koker de liedjes voor Black en Iggy komen is mij een raadsel, maar het is de lompe rock die perfect bij hun intonaties past. Eigenlijk klopt deze hele plaat. De opbouw werkt perfect: de eerste paar liedjes zijn heerlijk bombastisch en meeslepend, dan volgen een paar ruigere songs, vervolgens wat gevoelige popparels en de laatste paar tracks hebben een fijn gruizig sfeertje. Hoe vaker je dit album beluistert, hoe meer liedjes als 'klassiekers' aan gaan voelen.
Dark Night Of The Soul is een van de meest melodieuze en sfeervolle albums die ik in tijden gehoord heb en ook nog eens uitermate geschikt voor een popquiz onder indie-nerds ('wie zingt dit, wie zingt dat, wie zingt dit nou weer?'). Misschien wel het beste album dat in ieders collectie zou moeten ontbreken! Gelukkig hebben we de foto's nog.
Bron: http://kasblog.punt.nl/
Linkous en Burton componeerden en produceerden samen dertien liedjes, die naast Lynch en Linkous zelf worden ingezongen door de volgende imponerende bonte stoet aan artiesten: Iggy Pop, Frank Black/Black Francis (Pixies), Nina Persson (Cardigans), Julian Casablancas (The Strokes), James Mercer (The Shins), Jason Lytle (Grandaddy), Gruff Rhys (Super Furry Animals), Wayne Coyne (The Flaming Lips), Vic Chesnutt en Suzanne Vega. Op de site staat bovendien vermeld: 'these singers also had a hand in composing and producing the work'. Dit klinkt dus in alles als een potentieel meesterwerk dat je meteen zou moeten kopen! Dat kán echter niet. Burton, Linkous en Lynch wilden hun plaat in eigen behoor uitbrengen, maar werden tegengehouden door de platenmaatschappijen van de verschillende artiesten in verband met copyright-kwesties. Hoe het precies zit is nog onduidelijk, maar het resultaat is als volgt: je kan via de site het fotoboek van Lynch bestellen en krijgt daar dan een lege cd bij kado, met het bijschrift: 'For Legal Reasons, enclosed CD-R contains no music. Use it as you will.' Wel, of die pop-juristen nou echt zo vervelend hebben zitten doen, of dat het hier - natuurlijk ook zeer goed voorstelbaar - een creatieve publiciteitsstunt van het trio Dangerhorse, Sparklemouse en Lynch betreft, daar zullen we wel nooit achter komen. Het album staat nu hierdoor hoe dan ook volop in de aandacht en is natuurlijk gewoon via het internet te beluisteren en down te loaden. En dat is dus volstrekt legaal, aangezien er voorlopig geen andere mogelijkheid is om aan de muziek te komen. Of ik dat fotoboek van Lynch ga kopen, om vervolgens de liedjes op bijgeleverde schijf te kunnen branden, weet ik zo net nog niet. Het lijkt me maar een hoop gedoe, al zullen die kiekjes zeker mooi-lynchiaans zijn en zal dit vreemde pakket wel tot een bizar collectors-item-hebbedingetje uitgroeien. Wel kan ik stellen dat de muziek al een aantal weken op repeat door mijn iPod schalt en het een van de mooiste platen van dit jaar genoemd mag worden.
De kwaliteit van deze plaat is op z'n minst wat je mag verwachten van zoveel talent bij elkaar. Een allegaartje is het zeker niet, de nummers vormen samen juist een mooi geheel. De liedjes gezongen door Coyne en Lytle klinken als typische Linkous-composities, wat niet zo verwonderlijk mag zijn aangezien hun stemgeluid en muziekstijl dicht tegen de zijne aanliggen. Ook de nummers met Rhys, Mercer en Persson (met wie Linkous ooit een relatie had en vaker samenwerkte) zijn wat je mag verwachten: bedwelmende filmische beatlesque popsongs die flonkerend en grillig tegelijk zijn. Het nummer met Casablancas, van wiens band The Strokes we al een tijdje niets meer vernomen hebben, mag absoluut verrassend genoemd worden. Een lekker zeurend liedje met een loom zonnig sfeertje en neurotisch-electronische ondertoon. Dit is een typische Danger Mouse-productie: kleurige details verpakt in een gortdroog geluid. Uit wiens koker de liedjes voor Black en Iggy komen is mij een raadsel, maar het is de lompe rock die perfect bij hun intonaties past. Eigenlijk klopt deze hele plaat. De opbouw werkt perfect: de eerste paar liedjes zijn heerlijk bombastisch en meeslepend, dan volgen een paar ruigere songs, vervolgens wat gevoelige popparels en de laatste paar tracks hebben een fijn gruizig sfeertje. Hoe vaker je dit album beluistert, hoe meer liedjes als 'klassiekers' aan gaan voelen.
Dark Night Of The Soul is een van de meest melodieuze en sfeervolle albums die ik in tijden gehoord heb en ook nog eens uitermate geschikt voor een popquiz onder indie-nerds ('wie zingt dit, wie zingt dat, wie zingt dit nou weer?'). Misschien wel het beste album dat in ieders collectie zou moeten ontbreken! Gelukkig hebben we de foto's nog.
Bron: http://kasblog.punt.nl/
Daniel Johnston - Is and Always Was (2009)

4,5
2
geplaatst: 17 oktober 2009, 18:17 uur
'I'm just a psycho trying to write a song' zingt Daniel Johnston in Mind Movies, de openingstrack van zijn nieuwste album Is And Always Was.
Natuurlijk weet Johnston maar al te goed dat de wereld hem als een dorpsgek ziet en dat zelfs zijn grootste fans vaak op de eerste plaats aangetrokken worden door de cult-mythe die rond hem is ontstaan: het verhaal van de man die altijd kind gebleven is, vaak bevangen door doldwaze fantasieën en hartverwarmende naïviteit, soms ook verscheurd door de immer onbeantwoorde liefde en duistere paranoia. Mocht u Johnston nog niet kennen, dan is de ontroerende documentaire 'The Devil & Daniel Johnston' zeker aan te raden. Hierin volgen we de tragische maar soms ook erg komische levensloop van een manisch-depresieve en psychotische kunstenaar die in een fantasiewereld leeft, een wereld waarin cartoonfiguren en de duivel even reeël zijn als de onbereikbaarheid van de liefde. De persoon Johnston en de kunst die hij maakt zijn niet van elkaar los te koppelen. Hij is wat hij maakt en wat hij maakt komt voort uit zijn meest persoonlijke verwonderingen en angsten.
Er wordt soms gezegd dat Johnston zijn populariteit uitsluitend te danken zou hebben aan zijn curiositeit; dat mensen zich nu eenmaal graag vergapen aan een rariteitenkabinet, een freakshow. Die redenatie valt te begrijpen en is invoelbaar. Toen ik hem twee jaar geleden zag optreden in een propvolle kleine zaal van Paradiso voelde ik mij er helemaal niet goed bij. De man (ooit een mooie jongen, zoals u op de foto hiernaast ziet) is inmiddels niet alleen een geestelijk, maar ook een lichamelijk wrak. Moddervet en geen tand meer in zijn mond. Zijn handen trilden zo erg dat hij nauwelijks nog gitaar kon spelen. Na een kwartier moest hij pauze nemen, om na een half uur nog een kwartier door te kunnen gaan. Nee, ik vond het lastig om aan te zien. Maar Johnston zelf leek er juist best veel plezier aan te beleven. Zielig kan je hem dan ook moeilijk noemen. Uiteindelijk is het natuurlijk ook onzin om te zeggen dat het uitsluitend de psychische aandoeningen zouden zijn waaraan Johnston zijn cult-status te danken heeft. Er lopen immers zoveel gekken rond op deze wereld waar je nooit iets over hoort. Nee, Johnston verdient oprecht respect vanwege zijn unieke kunstenaarschap. Als songschrijver en als tekenaar. Dat respect krijgt hij gelukkig ook. Zijn absurdistische cartoons worden tentoongesteld in prestigieuze musea en zijn liedjes zijn gecovered door honderden artiesten, waaronder Tom Waits, Beck, eels, The Flaming Lips en Yo La Tengo. David Bowie schreef een liedje over hem en Kurt Cobain droeg t-shirts met opdrukken van zijn strip-personages. Natuurlijk wordt men aangetrokken door Johnston omdat hij zo fascinerend raar is, maar het is een raarheid die uiteindelijk meer bewondering inboezemt dan medelijden. Puurder, intuïtiever en persoonlijker kan kunst namelijk niet worden dan wat Johnston de wereld kado doet. Dát is wat hem tot zo'n ongelooflijk groot artiest maakt, de rest is bijzaak.
Vergeet dus wat ik heb gezegd en bekijk die documentaire vooral níet, of ieder geval niet voor u zich zo onbevangen mogelijk hebt kunnen laten verrassen door Johnston's platen en prenten. Het meest invloedrijk is hij toch wel geweest als grondlegger van de lo fi-esthetiek, die binnen de zogeheten indierock-scene niet meer weg te denken valt. Die sound was geen artistieke keuze van Johnston, hij wist niet beter en kon niet anders. Songs Of Pain (1980), Don't Be Scared (1982) en Hi, How Are You (1983) werden gemaakt met de middelen die hij tot z'n beschikking had: een speelgoed-keyboard, een ukelele en een goedkope cassetterecorder. De instrumenten zijn vals, Daniel's stem is vals en schel en piepend en het geluid is op z'n zachtst gezegd krakkemikkig. Soms hoor je zijn moeder door de liedjes heenschreeuwen dat hij aan tafel moet komen. Zo maakte hij soms wel tien albums op een dag. Hij tekende er grappige hoesjes bij en deelde de cassettebandjes uit aan mooie meisjes die de Burger King bezochten waar hij werkte. Die oude opnamen behoren tot het meest fascinerende wat de popmuziek ooit heeft voortgebracht en zullen een inspiratie blijven voor alle doe-het-zelf-artiesten. Ruwer en eerlijker, onbevangener en grilliger, bestaan er immers geen liedjes. Soms dwingend en pijnlijk lelijk, maar daarmee een absolute essentie van schoonheid.
Natuurlijk ontstaat er een paradox wanneer de artiest die opvalt met wat hij in zijn jongenskamer heeft zitten aanklooien opeens 'ontdekt' wordt. Na de jaren tachtig blijft Johnston muziek maken, maar nu met behulp van andere mensen; van 'echte muzikanten' zou je cynisch kunnen stellen. Mensen die 'echt' gitaar kunnen spelen en zelfs (godbetert) producers. Platenfirma's ook die erop toezien dat het product enigszins verkoopbaar blijft. Er zijn Johnston-fans die vinden dat hij nog steeds zo bezig zou moeten zijn als in zijn begindagen. Maar dat vind ik een vreemd verlangen. Immers, zoals gezegd was die aanpak geen artistieke keuze, maar noodzaak. Het zou geforceerd zijn om dat te willen terughalen. Het probleem is echter hoe je Johnston van een productionele context kan voorzien zonder de essentie van zijn persoonlijkheid in de muziek, dat wat hem nu juist zo bijzonder maakt, kapot te maken.
Op Johnston's duisterste album 1990 (1990) helpen de muzikanten van Sonic Youth en Half Japanese hem met een noisy canvas voor zijn songs en dat pakt erg mooi uit. Op Fun (1994) wordt hij begeleid door de Butthole Surfers en komt daarmee tot een soort slacker-rock, wat soms krachtig en soms nogal flauw klinkt. Sparklehorse neemt hem onder zijn hoede op Fear Yourself (2003) en dit resulteert in een Johnston die met zijn piep-stem ontredderd tussen de strijkers en synthesizers verdwaalt. Al met al, het is niet makkelijk een benadering te vinden die Johnston's liedjes tot hun recht laat komen. Gelukkig komt Jason Falkner (een muzikant die eerder samenwerkte met Air, Beck en Paul McCartney) met een werkwijze die verrassend bevredigend uitpakt.
Op Johnston's nieuwste album, het prachtig getitelde Is And Always Was, doet Falkner (die niet alleen de plaat produceerde, maar ook bijna alle instrumenten heeft ingespeeld) geen enkele poging de muziek 'vreemd' te laten klinken. Dit is een recht-toe-recht-aan-popplaat, misschien wel precies wat Johnston altijd in zijn hoofd heeft gehoord bij het schrijven van z'n liedjes. Daarmee wordt hij naar mijn idee voor het eerst volledig serieus genomen als componist, voor vol aangezien. Je kan deze liedjes op hun eigen merites beoordelen en hoeft daarvoor niet per se iets van de persoon Daniel Johnston af te weten. Natuurlijk, zijn stem (ditmaal tandeloos slissend) en teksten blijven volstrekt onaangepast, maar ze trekken niet meteen op dwingende wijze alle aandacht naar zich toe. De liedjes vallen vooral op doordat ze zo goed zijn. Opzettelijke vreemdheid is daarvoor niet meer nodig. Er wordt geen geforceerde poging gewaagd het krakkemikkige geluid van Johnson's vroege werk na te bootsen. En evenmin wordt de essentie van Johnston's liedjes om zeep geholpen door hem in een context te plaatsen die de zijne niet is, die hem mogelijk zelfs ridiculiseert. Dit is een waardig album waarop de songschrijver Daniel Johnston perfect tot zijn recht komt.
En het is ook nog eens een enorm gevarieerde plaat geworden! Fake Records Of Rock 'n' Roll swingt stoer de pan uit, Queenie The Doggie is een aanstekelijk kinderliedje, High Horse McCartney-achtig piano-pop, het oude I Had Lost My Mind is opnieuw opgenomen als punk-song, Lost In My Infinite Memory is zowaar psychedelica van het heftige soort, Light Of Day een symfonische ballad, Shoe spacey country, en ga zo maar door. Maar welke stijlen ook voorbij komen, de stem en teksten maken er steeds typische Daniel Johnston-liedjes van. En bij elkaar vormen de afzonderlijke nummers een heel erg mooi geheel. Het vertelt het verhaal van een man die terugkijkt op zijn leven en erin berust dat hij nooit echte liefde zal kennen, alleen maar medelijden en onbegrip. Hij neemt genoegen met het plezier dat een grappig hondje hem bezorgd, zijn overleden hondje dat verbaast vanuit de wolken naar beneden kijkt.
Daniel Johnston is geen psycho, Daniel Johnston is een mens.
Bron: http://kasblog.punt.nl/
Natuurlijk weet Johnston maar al te goed dat de wereld hem als een dorpsgek ziet en dat zelfs zijn grootste fans vaak op de eerste plaats aangetrokken worden door de cult-mythe die rond hem is ontstaan: het verhaal van de man die altijd kind gebleven is, vaak bevangen door doldwaze fantasieën en hartverwarmende naïviteit, soms ook verscheurd door de immer onbeantwoorde liefde en duistere paranoia. Mocht u Johnston nog niet kennen, dan is de ontroerende documentaire 'The Devil & Daniel Johnston' zeker aan te raden. Hierin volgen we de tragische maar soms ook erg komische levensloop van een manisch-depresieve en psychotische kunstenaar die in een fantasiewereld leeft, een wereld waarin cartoonfiguren en de duivel even reeël zijn als de onbereikbaarheid van de liefde. De persoon Johnston en de kunst die hij maakt zijn niet van elkaar los te koppelen. Hij is wat hij maakt en wat hij maakt komt voort uit zijn meest persoonlijke verwonderingen en angsten.
Er wordt soms gezegd dat Johnston zijn populariteit uitsluitend te danken zou hebben aan zijn curiositeit; dat mensen zich nu eenmaal graag vergapen aan een rariteitenkabinet, een freakshow. Die redenatie valt te begrijpen en is invoelbaar. Toen ik hem twee jaar geleden zag optreden in een propvolle kleine zaal van Paradiso voelde ik mij er helemaal niet goed bij. De man (ooit een mooie jongen, zoals u op de foto hiernaast ziet) is inmiddels niet alleen een geestelijk, maar ook een lichamelijk wrak. Moddervet en geen tand meer in zijn mond. Zijn handen trilden zo erg dat hij nauwelijks nog gitaar kon spelen. Na een kwartier moest hij pauze nemen, om na een half uur nog een kwartier door te kunnen gaan. Nee, ik vond het lastig om aan te zien. Maar Johnston zelf leek er juist best veel plezier aan te beleven. Zielig kan je hem dan ook moeilijk noemen. Uiteindelijk is het natuurlijk ook onzin om te zeggen dat het uitsluitend de psychische aandoeningen zouden zijn waaraan Johnston zijn cult-status te danken heeft. Er lopen immers zoveel gekken rond op deze wereld waar je nooit iets over hoort. Nee, Johnston verdient oprecht respect vanwege zijn unieke kunstenaarschap. Als songschrijver en als tekenaar. Dat respect krijgt hij gelukkig ook. Zijn absurdistische cartoons worden tentoongesteld in prestigieuze musea en zijn liedjes zijn gecovered door honderden artiesten, waaronder Tom Waits, Beck, eels, The Flaming Lips en Yo La Tengo. David Bowie schreef een liedje over hem en Kurt Cobain droeg t-shirts met opdrukken van zijn strip-personages. Natuurlijk wordt men aangetrokken door Johnston omdat hij zo fascinerend raar is, maar het is een raarheid die uiteindelijk meer bewondering inboezemt dan medelijden. Puurder, intuïtiever en persoonlijker kan kunst namelijk niet worden dan wat Johnston de wereld kado doet. Dát is wat hem tot zo'n ongelooflijk groot artiest maakt, de rest is bijzaak.
Vergeet dus wat ik heb gezegd en bekijk die documentaire vooral níet, of ieder geval niet voor u zich zo onbevangen mogelijk hebt kunnen laten verrassen door Johnston's platen en prenten. Het meest invloedrijk is hij toch wel geweest als grondlegger van de lo fi-esthetiek, die binnen de zogeheten indierock-scene niet meer weg te denken valt. Die sound was geen artistieke keuze van Johnston, hij wist niet beter en kon niet anders. Songs Of Pain (1980), Don't Be Scared (1982) en Hi, How Are You (1983) werden gemaakt met de middelen die hij tot z'n beschikking had: een speelgoed-keyboard, een ukelele en een goedkope cassetterecorder. De instrumenten zijn vals, Daniel's stem is vals en schel en piepend en het geluid is op z'n zachtst gezegd krakkemikkig. Soms hoor je zijn moeder door de liedjes heenschreeuwen dat hij aan tafel moet komen. Zo maakte hij soms wel tien albums op een dag. Hij tekende er grappige hoesjes bij en deelde de cassettebandjes uit aan mooie meisjes die de Burger King bezochten waar hij werkte. Die oude opnamen behoren tot het meest fascinerende wat de popmuziek ooit heeft voortgebracht en zullen een inspiratie blijven voor alle doe-het-zelf-artiesten. Ruwer en eerlijker, onbevangener en grilliger, bestaan er immers geen liedjes. Soms dwingend en pijnlijk lelijk, maar daarmee een absolute essentie van schoonheid.
Natuurlijk ontstaat er een paradox wanneer de artiest die opvalt met wat hij in zijn jongenskamer heeft zitten aanklooien opeens 'ontdekt' wordt. Na de jaren tachtig blijft Johnston muziek maken, maar nu met behulp van andere mensen; van 'echte muzikanten' zou je cynisch kunnen stellen. Mensen die 'echt' gitaar kunnen spelen en zelfs (godbetert) producers. Platenfirma's ook die erop toezien dat het product enigszins verkoopbaar blijft. Er zijn Johnston-fans die vinden dat hij nog steeds zo bezig zou moeten zijn als in zijn begindagen. Maar dat vind ik een vreemd verlangen. Immers, zoals gezegd was die aanpak geen artistieke keuze, maar noodzaak. Het zou geforceerd zijn om dat te willen terughalen. Het probleem is echter hoe je Johnston van een productionele context kan voorzien zonder de essentie van zijn persoonlijkheid in de muziek, dat wat hem nu juist zo bijzonder maakt, kapot te maken.
Op Johnston's duisterste album 1990 (1990) helpen de muzikanten van Sonic Youth en Half Japanese hem met een noisy canvas voor zijn songs en dat pakt erg mooi uit. Op Fun (1994) wordt hij begeleid door de Butthole Surfers en komt daarmee tot een soort slacker-rock, wat soms krachtig en soms nogal flauw klinkt. Sparklehorse neemt hem onder zijn hoede op Fear Yourself (2003) en dit resulteert in een Johnston die met zijn piep-stem ontredderd tussen de strijkers en synthesizers verdwaalt. Al met al, het is niet makkelijk een benadering te vinden die Johnston's liedjes tot hun recht laat komen. Gelukkig komt Jason Falkner (een muzikant die eerder samenwerkte met Air, Beck en Paul McCartney) met een werkwijze die verrassend bevredigend uitpakt.
Op Johnston's nieuwste album, het prachtig getitelde Is And Always Was, doet Falkner (die niet alleen de plaat produceerde, maar ook bijna alle instrumenten heeft ingespeeld) geen enkele poging de muziek 'vreemd' te laten klinken. Dit is een recht-toe-recht-aan-popplaat, misschien wel precies wat Johnston altijd in zijn hoofd heeft gehoord bij het schrijven van z'n liedjes. Daarmee wordt hij naar mijn idee voor het eerst volledig serieus genomen als componist, voor vol aangezien. Je kan deze liedjes op hun eigen merites beoordelen en hoeft daarvoor niet per se iets van de persoon Daniel Johnston af te weten. Natuurlijk, zijn stem (ditmaal tandeloos slissend) en teksten blijven volstrekt onaangepast, maar ze trekken niet meteen op dwingende wijze alle aandacht naar zich toe. De liedjes vallen vooral op doordat ze zo goed zijn. Opzettelijke vreemdheid is daarvoor niet meer nodig. Er wordt geen geforceerde poging gewaagd het krakkemikkige geluid van Johnson's vroege werk na te bootsen. En evenmin wordt de essentie van Johnston's liedjes om zeep geholpen door hem in een context te plaatsen die de zijne niet is, die hem mogelijk zelfs ridiculiseert. Dit is een waardig album waarop de songschrijver Daniel Johnston perfect tot zijn recht komt.
En het is ook nog eens een enorm gevarieerde plaat geworden! Fake Records Of Rock 'n' Roll swingt stoer de pan uit, Queenie The Doggie is een aanstekelijk kinderliedje, High Horse McCartney-achtig piano-pop, het oude I Had Lost My Mind is opnieuw opgenomen als punk-song, Lost In My Infinite Memory is zowaar psychedelica van het heftige soort, Light Of Day een symfonische ballad, Shoe spacey country, en ga zo maar door. Maar welke stijlen ook voorbij komen, de stem en teksten maken er steeds typische Daniel Johnston-liedjes van. En bij elkaar vormen de afzonderlijke nummers een heel erg mooi geheel. Het vertelt het verhaal van een man die terugkijkt op zijn leven en erin berust dat hij nooit echte liefde zal kennen, alleen maar medelijden en onbegrip. Hij neemt genoegen met het plezier dat een grappig hondje hem bezorgd, zijn overleden hondje dat verbaast vanuit de wolken naar beneden kijkt.
Daniel Johnston is geen psycho, Daniel Johnston is een mens.
Bron: http://kasblog.punt.nl/
Daniel Rossen - You Belong There (2022)

4,5
2
geplaatst: 16 mei 2022, 12:17 uur
Wat een wonderschoon optreden gisteren van deze sympathieke bard (en wat een prachtige plek ook zeg, dat Zonnehuis!). Ook al speelde hij alles in z'n uppie, toch klonken de nummers verrassend genoeg niet zo extreem anders dan op deze volgearrangeerde plaat. De essentie bleef bewaard. Bovendien deed het me goed om te zien dat hij zo in z'n element is, in zo'n setting. Want met Grizzly Bear, hoe mooi de concerten die ik van ze heb gezien ook waren, was er toch altijd een afstand. Nu kreeg je het gevoel bij hem op schoot te zitten. Om z'n fascinerend vingervlugge vingers (vooral op gitaar, een paar keer op piano) te mogen volgen. En wat blijft die stem toch heerlijk!
Ik moet eerlijk bekennen dat ik dit album tot dusverre minder vaak beluisterd heb dan ik van tevoren - zie hier immers al tien jaar naar uit - had verwacht. Maar dat komt zéker niet omdat hij tegenvalt. Eerder speelt de niet bij te houden stroom aan prachtige releases van de laatste tijd een rol (ik begin dit steeds meer als het creatieve oogstjaar van de pandemie te beschouwen, iets om ver in de toekomst nog vol dankbaarheid (her)ontdekkingen uit te blijven putten) en daarnaast is dit ook wel het soort plaat dat nou juist de aandacht nodig heeft. Qua sound lijkt het naadloos aan te sluiten op die eepee van tien jaar gelee, maar die was toch een stuk toegankelijker, luchtiger. Kan ik eigenlijk altijd wel opzetten. Hier moet ik voor in de juiste stemming verkeren. Neigt op momenten naar de wat experimentelere kanten van DoE en GB (van beide bands speelde hij overigens gisteren ook een paar nummers), maar dan wat expressiever. Je kan wel horen dat hij hier tien jaar aan gesleuteld heeft, het maakt wel benieuwd naar een wat 'spontaner' vervolg. Lichte kost is dit album niet, maar wie zich er op het juiste moment aan overgeeft een meer dan meeslepende belevenis. Het is dan zalig verdwalen in het spinneweb aan wendingen en lagen die de nummers bevatten, maar die wonderlijk genoeg toch helemaal klopt (en per luisterbeurt meer op z'n plaats valt). En juist omdat hij zo consistent aan zijn herkenbare sound vasthoudt (die onwaarschijnlijke mix van jazzy en folky, van traditioneel troostrijk en avontuurlijk bevreemdend) maakt dat de afslagen die hij daarbinnen neemt des te spannender. Ook al geef ik deze plaat misschien nu niet de aandacht die het van mij verdient - al vermoed ik na het concert van gisteren, dat ik hem weer wat vaker uit de kast ga trekken - het is een verrukkelijke gedachte dat hij er is, om altijd in te kunnen verdwalen en nieuwe werelden in te ontdekken.
Ik moet eerlijk bekennen dat ik dit album tot dusverre minder vaak beluisterd heb dan ik van tevoren - zie hier immers al tien jaar naar uit - had verwacht. Maar dat komt zéker niet omdat hij tegenvalt. Eerder speelt de niet bij te houden stroom aan prachtige releases van de laatste tijd een rol (ik begin dit steeds meer als het creatieve oogstjaar van de pandemie te beschouwen, iets om ver in de toekomst nog vol dankbaarheid (her)ontdekkingen uit te blijven putten) en daarnaast is dit ook wel het soort plaat dat nou juist de aandacht nodig heeft. Qua sound lijkt het naadloos aan te sluiten op die eepee van tien jaar gelee, maar die was toch een stuk toegankelijker, luchtiger. Kan ik eigenlijk altijd wel opzetten. Hier moet ik voor in de juiste stemming verkeren. Neigt op momenten naar de wat experimentelere kanten van DoE en GB (van beide bands speelde hij overigens gisteren ook een paar nummers), maar dan wat expressiever. Je kan wel horen dat hij hier tien jaar aan gesleuteld heeft, het maakt wel benieuwd naar een wat 'spontaner' vervolg. Lichte kost is dit album niet, maar wie zich er op het juiste moment aan overgeeft een meer dan meeslepende belevenis. Het is dan zalig verdwalen in het spinneweb aan wendingen en lagen die de nummers bevatten, maar die wonderlijk genoeg toch helemaal klopt (en per luisterbeurt meer op z'n plaats valt). En juist omdat hij zo consistent aan zijn herkenbare sound vasthoudt (die onwaarschijnlijke mix van jazzy en folky, van traditioneel troostrijk en avontuurlijk bevreemdend) maakt dat de afslagen die hij daarbinnen neemt des te spannender. Ook al geef ik deze plaat misschien nu niet de aandacht die het van mij verdient - al vermoed ik na het concert van gisteren, dat ik hem weer wat vaker uit de kast ga trekken - het is een verrukkelijke gedachte dat hij er is, om altijd in te kunnen verdwalen en nieuwe werelden in te ontdekken.
Daughn Gibson - Me Moan (2013)

4,5
0
geplaatst: 28 juni 2013, 10:08 uur
Als een verleidelijke geestverschijning uit een gestoorde koortsdroom, zo klonk Daughn Gibson op All Hell (voor de lijstjesfetisjisten onder u, mijn nummer negen van vorig jaar). Die plaat kwam van een plek waar countrygecroon, duiveluitdrijvingsgepreek en zolderkamerelelektronica een logische eenheid vormen. En nu is er alweer het vervolg, Me Moan, en het zal ook wel door de hoes komen, maar het is alsof er op een polaroidfoto kleuren aan het ontstaan zijn. Zo heftig als in het voorprogramma van Kurt Vile, wordt het geen moment. Soms waagt hij zich aan softrock, maar zijn sensualiteit blijft er een uit een David Lynch-film. Dit album zit vol met valkuilen. Al met al, fijne plaat voor voor het slapen gaan, ook als u juist net wakker bent.
David Bowie - Toy (2022)
Alternatieve titel: Toy: Box

3,5
1
geplaatst: 28 november 2021, 15:40 uur
Prima genietbaar album. Conversation Piece blijft er wel met kop en schouder bovenuit steken en - door een haast tegengestelde toon aan te slaan, die van verbitterde oude ipv wanhopige jonge man - het prachtige origineel zelfs nipt te overstijgen. Ik hoop dat deze release meer mensen naar die (ook door Bowie zelf) zo onderschatte vroegste periode zal leiden.
David Lynch - Crazy Clown Time (2011)

3,5
0
geplaatst: 10 december 2011, 12:51 uur
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vorige week dit album besproken, beluister het hier.
Death and Vanilla - Flicker (2023)

4,5
1
geplaatst: 14 oktober 2023, 21:05 uur
Lang, érg lang geleden dat Spotify mij iets aanraadde wat ik zo fantastisch vond dat ik er alles van op vinyl wilde hebben. Wat de algoritmetjes mij aanraden ken ik doorgaans al, of ik vind het (net) niks. Maar met deze band was het meteen helemaal raak, duidelijk al vanaf de eerste tonen. Het ligt in die hemelse Broadcast/Stereolab/Soundcarriers/Vanishing Twin-hoek (sterk toch ook eigenlijk wel dat daar niet echt een genre-aanduiding voor is). Maar dit Zweedse gezelschap onderscheidt zich op genoeg fronten, iets minder experimenteel en trippy, iets meer richting klassieke psychrock wellicht dan die andere namen, maar net zo dromerig en betoverend. Dit album vind ik niet hun beste werk, maar het is wel de eerste die ik heb kunnen aanschaffen en die daarom het meest vertrouwd voor mij is. En wat een heerlijk meeslepend plaatje is dit, om je helemaal in onder te dompelen! Lekker loom en toch verkwikkend, behoorlijk verslavend bovendien. Ik dacht er steeds vaker over om met spotify te stoppen, maar een ontdekking als deze zorgt ervoor dat ik toch maar weer verleng…
Death Cab for Cutie - Asphalt Meadows Acoustic (2023)

4,5
1
geplaatst: 2 april 2023, 12:21 uur
Normaal ben ik niet zo van integrale akoestische versies van platen en dergelijke, op z'n best voelen dat soort projecten als onderhoudende maar overbodige aanhangsels, leuk om een keertje te beluisteren en verder niet. Maar in dit geval vind ik het zowaar een verbetering ten opzichte van het album. En ik vond Asphalt Meadows al Death Cab's sterkste album in zeer lange tijd, maar ik vind dat de prachtmelodieën hier nog een stuk beter tot hun recht komen. Voor mij is dat het duidelijkst in de meer rockende nummers, dat vond ik de wat zwakkere broeders op het 'echte' album, die gingen een beetje ten onder aan een wat opgeblazen geluid. En omdat nu juist de eerste twee tracks van het album zulke nummers zijn stapte ik er nooit helemaal goed in, hoe wonderschoon ik de rest van de plaat ook vind, was dan toch geneigd om bij het derde nummer te beginnen, wat ik als albumnerd eigenlijk blasfemisch vind. Maar op deze akoestische versie hoor ik pas echt wat een prachtnummers dat zijn, waar de rest compleet logisch op aansluit, en voelt het voor mij sowieso veel meer als een geheel. De nummers zitten ook vol prachtige details, waardoor het nergens dynamiek mist en te rustig wordt, wat natuurlijk het gevaar zou kunnen zijn. En dan ook nog een hartverwarmende ode aan Mimi Parker om de boel mee uit te luiden. Ik wil gerust mijn handen branden aan de volgende hot take: dit hadden ze gerust als het officiële album uit mogen brengen (met eventueel het 'echte' album als aardig extraatje er achteraan)...
Deer Tick - The Black Dirt Sessions (2010)

4,5
0
geplaatst: 22 juli 2010, 20:07 uur
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.
Deerhunter - Halcyon Digest (2010)

5,0
0
geplaatst: 14 oktober 2010, 21:21 uur
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.
Deerhunter - Monomania (2013)

4,0
0
geplaatst: 14 april 2013, 13:39 uur
Zeer verrassend nieuw hoofdstukje in het oeuvre van deze waanzinnige band, dat op het eerste gehoor minder indrukwekkend klinkt, want minder de sonisch-psychedelische diepte in gaat, dan de vorige hoofdstukken, maar met de plezierig overstuurde lo fi-liedjes in de beste traditie van Pavement, Guided By Voices en de latere Blur (met nog wat echo's van onder meer Bowie, Television, Pixies en The Stooges) je uiteindelijk toch weet te pakken en zich per luisterbeurt verder je brein binnenzuigt. Echt heel bijzonder dat een band met zo'n herkenbaar eigen geluid ervoor kiest zo'n maffe low-key plaat te maken, dat qua sound en energie zo volstrekt op zichzelf staat. Mijn favoriete track is de vreemde eend in de bijt; 'The Missing' is een typisch Locket Pundt-liedje, dat zo op zijn hemelse Lotus Plaza-plaat van vorig jaar had kunnen staan. Hopelijk is op een volgend Deerhunter-album weer wat meer ruimte voor dat soort zalig uitwaaierende klanken, maar de kracht van Monomania is nu juist dat gekozen is voor de onweerstaanbare charme van quasi-nonchalante puntig rommelige speelsheid. Verslavend plaatje!
(Met mijn welgemeende excuses voor de langdradige formuleringen. Ik hoop niet dat u verdwaald bent geraakt in dit oerwoud aan bijzinnen.)
(Met mijn welgemeende excuses voor de langdradige formuleringen. Ik hoop niet dat u verdwaald bent geraakt in dit oerwoud aan bijzinnen.)
Depeche Mode - Sounds of the Universe (2009)

3,0
0
geplaatst: 4 april 2009, 13:06 uur
Begin jaren tachtig had Depeche Mode grote hits met aanstekelijke dansbare liedjes als Just Can't Get Enough, Everything Counts en Shake the Disease. Eind jaren tachtig en begin jaren negentig bleek de groep met Music for the Masses, Violator en Songs of Faith and Devotion ook nog eens een echte album-band te zijn. De kenmerkende electropop-sound van de band werd in die tijd vaak verruild voor meer gitaar-georienteerde songs die duisterder en melancholischer van toon waren. Op hun nieuwste album Sounds of the Universe grijpt Depeche Mode opzichtig terug naar de sound uit hun begindagen, zonder het duistere karakter van het latere werk te verloochenen. De plaat is retro tot en met, wat al begint met de foeilelijke albumcover. De songs op Sounds of the Universe zijn sfeervol, maar lang niet zo sterk als je van een legendarische band als Depeche Mode zou mogen verwachten. Het kabbelt allemaal nogal, er lijkt nergens ook maar een poging te zijn gedaan te verrassen en teveel nummers roepen herinneringen op aan oudere nummers die domweg tien keer beter waren. De urgentie mist gewoon, terwijl die op hun vorige album Playing the Angel van vier jaar terug wél nog volop aanwezig was. Sounds of the Universe is verre van slecht, maar wel een heel erg middelmatige plaat van een briljante band bij wie de standaard nu eenmaal hoog mag liggen.
Bron: http://kasblog.punt.nl/
Bron: http://kasblog.punt.nl/
Destroyer - Dan's Boogie (2025)

4,5
1
geplaatst: 15 mei 2025, 23:58 uur
Doorgaans zijn Destroyer-platen liefde op het eerste gehoor voor mij, maar om de een of andere reden had deze wat langer de tijd nodig. Terwijl alle ingrediënten inmiddels meer dan vertrouwd zijn (en dan met name Dans wonderlijke gedachtenkronkels en de gortdroge wijze waarmee hij deze declameert) weten ze hier toch weer iets nieuws te vormen. Dat vernieuwende aspect openbaart zich na meerdere luisterbeurten, waarmee dit album niet alleen een volstrekt logisch nieuw hoofdstukje is in dit steeds verder uitdijende oeuvre, maar toch ook steeds meer op zichzelf komt te staan. Liedjes die aanvankelijk wat langs me heen gingen, beginnen op zalig jeukende wijze aan mijn hoofd vast te hechten. Ik weet niet wat het is met deze plaat en ik vind dat niet-weten toch zoiets fijns, ik hoop het me altijd af te blijven vragen en er nooit achter te zullen komen.
Destroyer - Kaputt (2011)

5,0
0
geplaatst: 24 maart 2011, 18:53 uur
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.
Destroyer - LABYRINTHITIS (2022)

4,5
2
geplaatst: 26 maart 2022, 15:13 uur
Ach, wat houd ik toch van die wonderlijke neuzelstem van Dan Bejar en de raadselachtige slogans die hij ermee de wereld in werpt. Zelfs als de muziek er wat achteraan hobbelt, zoals op de enkele mindere Destroyer-albums het geval is, houdt hij me nog volledig in zijn greep. In de kwart eeuw dat hij in wisselende samenstellingen muziek als Destroyer maakt, is aan die stem en teksten eigenlijk redelijk weinig veranderd. Het is toch elke keer alsof je een oude vriend tegenkomt en benieuwd bent wat hij nu weer te vertellen heeft, en ook als hij niks anders weet mede te delen dat wat hij die ochtend op zijn brood gegeten heeft, is het een groot genot om weer eventjes in het gezelschap van zijn unieke toon en verwarrende humor te mogen verkeren. Wat echter in de loop der tijd wel constant is blijven evolueren, is de muzikale omlijsting. Al klinkt 'omlijsting' wat te secundair, want Bejars stem is in al zijn merkwaardige nadrukkelijkheid toch steeds meer een instrument geworden in een universum waar het lyrische en het instrumentale onmogelijk los van elkaar gehoord kunnen worden, maar een hoogst onwaarschijnlijke eenheid vormen. En dat eigenlijk steeds méér doen. De stukken op deze plaat waar Bejar de muziek voor zich laat spreken, of waarin zijn stem eventjes griezelig vervormd wordt, maken dit toch weer een behoorlijk opzichzelfstaande trip. Wat dat betreft doet het erg aan het elf jaar oude Kaputt denken, dat ook vrij los lijkt te staan van de platen ervoor en erna. Labyrinthitis is iets minder een geheel dan die plaat, maar wel spannender en ongrijpbaarder. Een plaat om je echt in onder te dompelen, af en toe een beetje gedesoriënteerd van te raken, maar daar dan ook weer een bijzonder vreugde aan te beleven. Er is weinig wat Bejar heeft gedaan dat ik als minder dan briljant zou betitelen - waarschijnlijk als deze knakker drie dropjes tegelijk in z'n mond deed of een pakketje voor de buren aannam, zou ik dat al Pure Kunst vinden - maar deze plaat (evenals de bijbehorende clipjes, maar die zijn ook eigenlijk altijd wel heerlijk intrigerend) behoort toch duidelijk wel tot z'n fraaiste werken.
dEUS - Following Sea (2012)

4,5
0
geplaatst: 2 juni 2012, 10:40 uur
Echt een bijzondere plaat is dit, en niet alleen omdat-ie als een volslagen verrassing kwam (al speelt dat natuurlijk zeker mee). Ik vond Keep You Close al een enorme opleving in urgentie, sfeer en avontuurlijkheid na twee wat mindere platen (de lat ligt natuurlijk hoog bij deze band). Maar deze lijkt nóg weer een stuk beter te zijn en vooral meer op zichzelf staand. Het is ergens helemaal dEUS (wat dat ook moge zijn), maar er wordt echt weer iets nieuws gemaakt ipv knap teruggegrepen op waar ze goed in zijn (zoals bv op Ghosts, het prijsnummer van de vorige plaat, het geval was). Je hoort dat Barman de neurotische perfectionist in zichzelf wat heeft weten te temperen en voor elkaar heeft gekregen wat hij al zo lang wilde, een organische en losse, lichamelijke, plaat maken. Ik krijg er een vakantiegevoel van! Prachtige lichte momenten worden afgewisseld met broeierige dreiging, maar nergens komen de elementen te makkelijk tot explosie, alles blijft bewegen in een aanstekelijke sfeervolle groove, van een cinematografische allure. Echt zo'n plaat om je in onder te graven, wat ik nu dus ook ga doen voordat ik verstrikt raak in mijn voorzichtige eerste, maar feitelijk kansloze, poging de schoonheid van dit album in woorden recht te doen.
dEUS - How to Replace It (2023)

4,5
2
geplaatst: 28 februari 2023, 13:08 uur
Met excuses voor het foeilelijke woord dat bij gebrek aan alternatief maar weer eens van stal moet worden gehaald, maar deze plaat blijkt toch wel een ‘groeibriljant’ van jewelste. Zoals ik hier eerder schreef was ik bij m’n eerste luisterbeurten al behoorlijk positief, maar hoeveel dat precies zei was nog moeilijk te beoordelen aangezien mijn verwachtingen vrij laag waren (mede vanwege de singles; Must Have Been New blijft ook wel met afstand mijn minst favoriete track van het album, al is-ie in de context van het album stukken beter te verteren). Inmiddels vele luisterbeurten later, spelen verwachtingen natuurlijk minder een rol en kan ik dit album steeds meer op zichzelf beschouwen.
Al bevat het genoeg herkenbare dEUS-elementen, valt het toch met geen van hun eerdere platen te vergelijken. Vooral kenmerkend en sterk vind ik de ingehouden spanning die de aandacht weet vast te houden juist doordat het niet wordt ingelost, terwijl de band voorheen altijd toewerkte naar van die heerlijk uit de bocht vliegende climaxen. Hier gebeurt dat enkel lichtelijk in Le Blues Polaire, dat zowel naar Quatre Mains als naar Put The Freaks Up Front knipoogt en daarmee voor elke andere dEUS-plaat dé perfecte opener geweest zou zijn. Dat ze ervoor kiezen met dit nummer hier juist de boel mee uit te blazen, zegt genoeg over zowel de bijzonderheid van dit album als het zelfvertrouwen van de heren erachter.
Het daadwerkelijke openingsnummer doet met z’n paukenslag dan weer denken aan de ernstige epiek van Keep You Close, tot de rokerige electro-jazz van In A Bar z’n intrede doet. Verder horen we vleugjes Vantage Point (Why Think It Over), Magnus (Simple Pleasures) en TaxiWars (Faux Bamboo). Als totaalbeleving doet het album het meest denken aan Pocket Revolution, de vorige plaat waarop dEUS zich na ellenlange afwezigheid van zich liet horen. Maar waar daar de nummers bol stonden van de bewijsdrang, lijkt deze plaat dat niet nodig te hebben. Dit is geen plaat die je bij je lurven grijpt, maar een die zich haast ongemerkt onder je huid nestelt. Er zijn momenten dat de band daar naar mijn smaak nét iets te ver in doorschiet, zo mag een Simple Pleasures van mij gerust nog een paar minuten naar een ouderwetse freakout toewerken, nu begint elke keer dat ik er lekker inzit net de fade-out (ik blijf er wel intrappen, ook knap, misschien toch wel zo plagerig bedoeld dan). Maar goed, daar staat tegenover dat deze plaat je ook niet snel uitput, zoals een Pocket Revolution dat duidelijk wél doet, en je hem daarom steeds opnieuw op wil zetten om er nieuwe dingen in te blijven ontdekken. De productie is dan ook nog eens subtiel gelaagd, er gebeurt zoveel meer dan je aan de oppervlakte zou vermoeden. En het vormt een wonderlijk mooi geheel, terwijl elk nummer toch een eigen sfeer en een eigen emotie meebrengt.
How To Replace It is met gemak het meest consistente dEUS-album sinds Pocket Revolution (de drie tussenliggende albums kenden - met een Slow, Ghosts en Quatres-Mains - wel duidelijkere hoogtepunten, maar ook een hoop dEUS-onwaardige zooi) en voelt zowel als een soort afronding als een mogelijk nieuw begin. Maar dit is bovenal binnen dit briljant schizofrene oeuvre een hoofdstuk dat zichzelf niet zomaar prijsgeeft, maar waar je in kan blijven rond dwalen; een waar geschenk!
Al bevat het genoeg herkenbare dEUS-elementen, valt het toch met geen van hun eerdere platen te vergelijken. Vooral kenmerkend en sterk vind ik de ingehouden spanning die de aandacht weet vast te houden juist doordat het niet wordt ingelost, terwijl de band voorheen altijd toewerkte naar van die heerlijk uit de bocht vliegende climaxen. Hier gebeurt dat enkel lichtelijk in Le Blues Polaire, dat zowel naar Quatre Mains als naar Put The Freaks Up Front knipoogt en daarmee voor elke andere dEUS-plaat dé perfecte opener geweest zou zijn. Dat ze ervoor kiezen met dit nummer hier juist de boel mee uit te blazen, zegt genoeg over zowel de bijzonderheid van dit album als het zelfvertrouwen van de heren erachter.
Het daadwerkelijke openingsnummer doet met z’n paukenslag dan weer denken aan de ernstige epiek van Keep You Close, tot de rokerige electro-jazz van In A Bar z’n intrede doet. Verder horen we vleugjes Vantage Point (Why Think It Over), Magnus (Simple Pleasures) en TaxiWars (Faux Bamboo). Als totaalbeleving doet het album het meest denken aan Pocket Revolution, de vorige plaat waarop dEUS zich na ellenlange afwezigheid van zich liet horen. Maar waar daar de nummers bol stonden van de bewijsdrang, lijkt deze plaat dat niet nodig te hebben. Dit is geen plaat die je bij je lurven grijpt, maar een die zich haast ongemerkt onder je huid nestelt. Er zijn momenten dat de band daar naar mijn smaak nét iets te ver in doorschiet, zo mag een Simple Pleasures van mij gerust nog een paar minuten naar een ouderwetse freakout toewerken, nu begint elke keer dat ik er lekker inzit net de fade-out (ik blijf er wel intrappen, ook knap, misschien toch wel zo plagerig bedoeld dan). Maar goed, daar staat tegenover dat deze plaat je ook niet snel uitput, zoals een Pocket Revolution dat duidelijk wél doet, en je hem daarom steeds opnieuw op wil zetten om er nieuwe dingen in te blijven ontdekken. De productie is dan ook nog eens subtiel gelaagd, er gebeurt zoveel meer dan je aan de oppervlakte zou vermoeden. En het vormt een wonderlijk mooi geheel, terwijl elk nummer toch een eigen sfeer en een eigen emotie meebrengt.
How To Replace It is met gemak het meest consistente dEUS-album sinds Pocket Revolution (de drie tussenliggende albums kenden - met een Slow, Ghosts en Quatres-Mains - wel duidelijkere hoogtepunten, maar ook een hoop dEUS-onwaardige zooi) en voelt zowel als een soort afronding als een mogelijk nieuw begin. Maar dit is bovenal binnen dit briljant schizofrene oeuvre een hoofdstuk dat zichzelf niet zomaar prijsgeeft, maar waar je in kan blijven rond dwalen; een waar geschenk!
Devendra Banhart - Flying Wig (2023)

4,0
0
geplaatst: 30 september 2023, 13:32 uur
En zo zijn er in amper een week tijd twee door Le Bon-geproduceerde albums (en dan te bedenken dat een van mijn favoriete albums van dit jaar tot dusverre, de laatste van H. Hawkline, ook al haar productie was; echt heel cool dat zij naast zo'n waanzinnig eigen oeuvre een steeds uiteenlopendere stoet aan artiesten in haar onderscheidende sound weet onder te dompelen). Haar invloed is hier wat minder subtiel dan bij Wilco, misschien ook wel omdat Banhart's muziek al net iets dichter bij het hare ligt. Het is me wel erg uniform dromerig, ongeveer halverwege ben ik kwijt waar we waren. Of dat een zwakte of juist een onderscheidende kracht is, daar ben ik nog niet uit. Dat dit een bijzonder plaatje is staat wel vast. Heb Banhart altijd een erg unieke artiest gevonden die ook wel in mijn straatje zou moeten liggen, maar om de een of andere reden heeft zijn werk nooit écht bij mij weten te beklijven. Geen idee waar dat aan ligt en in hoeverre dit album daar drastisch verandering in zal brengen, maar voorlopig zet ik dit met zeer veel plezier op om bij weg te dromen in een heerlijk bevreemdend-bezwerend sfeertje.
Doves - Kingdom of Rust (2009)

4,5
0
geplaatst: 4 april 2009, 13:04 uur
Een paar bandjes die uit Manchester of de buurt van Manchester komen: Joy Divison, New Order, Buzzcocks, The Fall, The Smiths, Happy Mondays, The Stone Roses, Oasis, The Verve, The Chemical Brothers, Badly Drawn Boy, I Am Kloot en Elbow. De grauwe industrialiteit van deze omgeving zorgt blijkbaar voor prachtige muziek. Ook Doves zijn Mancunian en maken sinds hun oprichting in 1998 bedwelmend mooie licht-psychedelische britpop. Het langspeel-debuut Lost Souls uit 2000 staat vol met langgerekte atmosferische composities. Twee jaar later volgde het luchtigere The Last Broadcast, waar het nummer There Goes the Fear opstaat. Dat liedje was mijn kennismaking met deze band, want in die tijd keek ik nog weleens 's nachts naar MTV en daar kwam de clip van dit nummer vaak voorbij. (Mochten jonge kinderen dit blog lezen, vroeger werden er videoclips op MTV uitgezonden.) De band was inmiddels heel groot in Engeland, want Oasis had ze meegenomen op tour en There Goes The Fear werd een hit. In Nederland zijn ze echter nooit doorgebroken. In 2005 volgde het derde album, Some Cities, waar erg sterke songs op staan maar die over het algemeen wat minder spannend en bijzonder is dan de twee voorgangers. En dan is er nu het nieuwe album Kingdom of Rust. Het album is niet zo sterk, spannend en sfeervol als Lost Souls en The Last Broadcast, maar wel stukken beter dan Some Cities. Het is een plaat die je van begin tot eind in z'n greep houdt. Veel liedjes beginnen klein en groeien dan tot majestueuse proporties, soms opgesierd met strijkers (de titelsong) of electronica (opener Jetstream). De liedjes delen een bepaalde romantische meeslependheid met de liedjes van bands als Elbow en Coldplay, maar zijn over het algemeen wat grilliger en gevaarlijker. Op een nummer als Compulsion blijkt de band ook nog eens behoorlijk funky uit de hoek te kunnen komen en het einde van 10:03 is harder dan je zou verwachten. Deze band kan evengoed bad-ass als gevoelig zijn. Kingdom of Rust is al met een zeer gevarieerd album, waar eigenlijk alleen maar sterke songs op staan. Maar waar Doves voor mij zo'n bijzondere band was omdat ze liedjes in atmosfeer verstopten, verstoppen ze tegenwoordig atmosfeer in liedjes. Dat maakt hen van een 'bijzonder goede band' tot een 'gewoon goede band'. Maar wél een gewoon goede band uit Manchester en dat zegt dus eigenlijk genoeg. Al heb ik Simply Red en Take That bewust van mijn lijstje gelaten.
Bron: http://kasblog.punt.nl/
Bron: http://kasblog.punt.nl/
