MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Sir Spamalot als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Iron Maiden - The Book of Souls (2015)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Helemaal ben ik er nog niet aan uit, daarvoor wacht ik op de aankoop van dit album, want pas dan kan ik een paar huidige twijfels wegnemen. Dat zal wel binnen een paar maanden zijn want de volle pot betaal ik nooit meer voor cd's, zelfs niet voor mijn favoriete groepen waaronder Iron Maiden. Mijn karakter.

Een eerste twijfel gaat over het geluid, ambitieus is Iron Maiden in het uitbrengen van een dubbel album, dynamisch is dit album niet. Eerder werd al de bemerking gemaakt over het Iron Maiden geluid in de tijden van Martin Birch, iets waarmee ik akkoord kan gaan, maar dat zijn voorbije tijden. Misschien eens iemand anders nemen voor een volgend album want sinds 2002 met Brave New World is Kevin Shirley de vaste producer. Misschien eens meer vrijheid gunnen aan de producer. Mijn mening, mijn gedacht.

Een tweede twijfel gaat over de nummers natuurlijk maar niet over de lengte ervan, raar maar waar, wel over het totaalpakket aan nummers. Het siert Iron Maiden dat ze hun fans veel muziek bezorgen en Iron Maiden geeft altijd waar voor je zuur verdiende centen, zeker qua artwork. Elf nummers zijn niet uitzonderlijk op een album, negentig minuten muziek wel.

Tot en met het titelnummer amuseer ik me prima, ondanks hier en daar een aantal voor mij storende elementen (de gitaarriedel die de zanglijn volgt alsook het oh-oh-oh in The Red and the Black). Heerlijk is het instrumentale gedeelte van datzelfde The Red and the Black met zijn spetterende gitaarsolo's maar zo irritant als een mug in mijn slaapkamer vind ik het einde van het nummer, men had moeten stoppen na de gitaarsolo's. Het titelnummer vind ik ook knap gedaan. Dan heb ik de eerste cd achter de kiezen, met een dikke drie kwartier muziek en denk ik: rijp voor vier sterren want toch amusant. Bericht aan de mensen hier die me een beetje kennen: voel je het al komen?

Vanaf Death or Glory, het eerste nummer van de tweede cd, ervaar ik een decompressie. Oneerbiedig bedoel ik het niet want zo zit ik niet elkaar, maar cd twee geeft mij het gevoel van een bonus cd te zijn. De eerste vier nummers doen mij weinig, ze doen mij heel gewoontjes aan. Death or Glory gaat nog, ondanks zijn flauw refrein. Shadows of the Valley heeft hetzelfde euvel als The Red and the Black, een gitaarlijn volgt de zanglijn en die oh-oh-oh's naar het einde toe. Tears of a Clown en The Man of Sorrows (voor mij het minste nummer) bevallen mij totaal niet, kort en bondig. Empire of the Clouds toont de ambitie van Iron Maiden en heeft heel zeker zijn momenten.

Momenteel blinkt een mooi gemiddelde van 4,23 sterren, ik vind een selectie nummers dichtbij het niveau van Brave New World uit 2002 liggen. Ik denk dat dit album mettertijd ook in de buurt van dat gemiddelde van Brave New World zal komen. Beter dan de jaren tachtig albums? No way, dan kan ook niet, het is nu Iron Maiden andere stijl. Tromgeroffel. Welke nummers? En dan mijn antwoord op de vraag van twee alinea's geleden: de eerste cd en Empire of the Clouds klokken samen af op achtenzestig minuten...

Iron Maiden - The Number of the Beast (1982)

poster
4,5
Sir Spamalot (crew)
Hun geweldig debuutalbum Iron Maiden uit 1980 was veelbelovend, de fantastische opvolger Killers uit 1981 liet een verfijnder klinkende groep horen, deze The Number of the Beast met nieuwe zanger Bruce Dickinson voel ik nog steeds aan als dé aanval naar de absolute top van Metal. Na 31 jaren heeft dit album, nog steeds een belangrijke impact op mij. Mijn definitie van een zuivere klassieker.

Die impact is nog dusdanig dat ik me zelfs herinner, zoals bij Kill ‘Em All van Metallica, waar ik dit album in 1982 op vinyl heb gekocht, in een platenwinkel in de Kapellestraat in Oostende, nabij het Wapenplein. De prijs hangt nog binnenin de hoes: 275 BEF! Zoals zovele platenwinkels is deze ook al lang uit ons straatbeeld verdwenen, nu bevindt zich daar een krantenwinkel. Ik denk er nog vaak aan als ik dat gebouw passeer. Best raar wat een mens zich nog herinnert.

De interesse voor dit album werd voornamelijk gewekt door de eerste single, Run to the Hills, en heel zeker de tweede single, het titelnummer. Was de videoclip voor de eerste single tamelijk grappig, toonde de videoclip voor de tweede single een heel ander facet van de groep. Van dan af werd Iron Maiden satanische trekken toebedeeld. Nooit begrepen wat de goegemeente hier satanisch aan vond. Geen gevoel voor humor, denk ik dan.

Staat de originele vinylversie in mijn kast, dan staat de versie met bonustracks op mijn computer. Nu en dan draai ik de versie met die bonustracks, meestal mis ik die niet eens. De voornoemde singles vind ik niet de sterkste nummers op dit album, Run to the Hills is een ideaal live nummer om eens de nicotine uit je longen te brullen, The Number of the Beast laat sinds een aantal jaren live een bittere smaak na, want soms wordt het toch rommelig en meestal te snel gespeeld. Op dit album heeft het zijn unieke dreiging kunnen bewaren.

Invaders en Gangland worden soms verguisd als “mindere nummers”, hoeveel groepen zouden niet een arm en een been over hebben gehad om die nummers te mogen componeren. Luister toch eens naar het opgewekte en swingende drumwerk van Clive Burr (RIP), de gitaarsolo’s van de heren Murray en Smith en laat je gewoon eens gaan. Ik worstel nog eerder met 22 Acacia Avenue, hoewel ik het na al die jaren niet kan uitleggen waarom. Naast het fulminerende titelnummer, de studioversie althans, staan hier voor mij nog drie absolute hoogtepunten uit hun loopbaan en ze kunnen er een groot aantal voorleggen: Children of the Damned, The Prisoner en Hallowed Be Thy Name. Bangelijk is het rijtje topnummers. Nat is het lijf na het airdrummen bij The Prisoner.

Slotwoord: voor mij persoonlijk en voor het genre (dat lelijk woord) één van de absolute klassiekers en topplaten uit de muziekgeschiedenis en moet je nog het beste van al weten? Dankzij hun verenigde talenten slaagden ze later erin dit album nog te overtreffen. Straffe mannen, die ijzeren maagden.

Iron Maiden - The Soundhouse Tapes (1979)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Zijn er demo’s of debuut EP’s die beroemder zijn dan The Soundhouse Tapes van Iron Maiden? De eerste die in me binnenkomt, is misschien No Life ‘Til Leather van Metallica. Metallica heeft misschien meer verkocht, maar Iron Maiden vind ik nog veel meer hebben, spijts enkele struikelingen onderweg.

Drie nummers staan hier op maar wat voor nummers en met een immense power, niet de power van de huidige Thrash of Death groepen, maar de power van eind jaren zeventig, begin jaren tachtig van de New Wave of British Heavy Metal. Ik schrijf het nu eens voluit want het bevat de oerkiemen van de huidige Metal, zoals je kunt horen op Invasion waar de wereldberoemde twin gitaarlijnen zich manifesteerden. Een groep als Thin Lizzy kon daar ook weg mee en dit is een understatement.

De nummers zijn bekend want ze verschenen ook op hun debuutalbum in 1980 met als verschil dat ze daar iets venijniger en sneller werden ingespeeld. Vooruit, ik verwijs verder naar het stukje van Edwynn want dat vat ongeveer alles samen. Adrenalinestoot? You bet, my friends.

Iron Maiden - The X Factor (1995)

poster
2,0
Sir Spamalot (crew)
Het is het einde van een tijdperk want na zeven albums (vanaf The Number of the Beast tot en met Fear of the Dark) verlaat zanger Bruce Dickinson de groep om zich te concentreren op zijn solocarrière. Het is toch nieuws die inslaat als een bom, hoewel ik blijf vinden dat na Seventh Son of a Seventh Son in 1988 het met Iron Maiden achteruit gaat. No Prayer for the Dying en Fear of the Dark bevallen mij heel matig. Daar draagt hij mee verantwoordelijkheid in als zanger die een zeer bepalende rol heeft in het totaalgeluid van Iron Maiden. De klad zit erin, bij iedereen trouwens maar bij Steve Harris in het bijzonder wiens schrijversput alsmaar leger geraakt.

Iedereen verdient een eerlijke kans. Dat horen we vaak zeggen en dat zeggen we ook vaak. Rechtvaardigheid is een belangrijke deugd. Blaze Bayley van de Britse groep Wolfsbane wordt aangetrokken als vervanger. Mijn reactie toen was: “Wie is in hemelsnaam die vent en waar hebben ze die opgeraapt?” Zowel de persoon en de groep waren voor mij nobele onbekenden, het is toch een grote sprong voor hem. Gaat hij het aankunnen? Gaat hij niet plat op zijn gezicht vallen? Zie de eerste zin van deze alinea: hij verdient een eerlijke kans.

Het is een nieuw begin. Nieuwe mensen zorgen voor een frisse wind en de promotiemachine van EMI doet ook zijn duit in het zakje. Niet alles is nieuw, opnieuw wordt het album bij Steve Harris thuis opgenomen en doet hij de productie. Dat doet hij beter niet want het geluid is weeral verre van sprankelend en dynamisch, eerder dof, ontdaan van alle vuur. Er werd al bij dit album gezegd dat het een donkere periode is voor hem (scheiding en overlijden vader). Reden te meer om het van zich af te schrijven in muziek en/of teksten en de productie aan iemand anders over te laten. Je kan maar zoveel aan. Toegegeven, The X Factor bevat wel geen van die onnozele dijenkletsers annex Zatte Engelsen songs als op de vorige twee albums.

Ambitieus en nieuw is wel de trage aftrap van dit album met tevens het langste nummer, het is mijn inziens ook het beste nummer van dit album gevolgd door Man on the Edge. Sign of the Cross duurt wel te lang, men mocht het nummer bijtrimmen. Over de andere nummers kan ik zeggen dat ik iedere keer iets nieuws ontdek… want nauwelijks is het nummer gedaan en ik ben het al vergeten. Het ligt ook aan mijn geringe interesse in dit ding. Ferre gaat me doodslaan hiervoor, denk ik. Of het gaat me een paar Westvleterens kosten.

Weinig avontuur en begeestering hoor en voel ik in de veelal slaapverwekkende nummers, iedere keer betrap ik mezelf op het afwachten op de gitaarsolo's die goed zijn maar verre van het spektakelwerk van de jaren tachtig. Natuurlijk blijf ik vergelijken met die albums, wat wil je, het zijn toppers van jewelste. Het gemis van twee belangrijke medecomponisten laat zich nog meer gevoelen, Adrian Smith en Bruce Dickinson weg en in de plaats daarvan... Ik krijg best een beetje medelijden met grote leider Steve Harris die nog meer op zijn schouders moet torsen. Als het tegenslaat, slaat het goed tegen.

X is het Romeinse teken voor tien, het tiende studioalbum. Als tiende album vind ik het gelijkwaardig aan No Prayer for the Dying en Fear of the Dark, het kan nog altijd totaal niet tippen aan de eerste zeven albums zowel met Paul als met Bruce. Daarvoor valt Blaze Bayley met zijn monotone, doffe zang veel te licht uit en toch, op zijn soloalbums komt hij iets beter uit de verf. Hij wordt werkelijk niet geholpen door de kwaliteit van de nummers. Over de speelduur van dit album kan ik twee zaken zeggen, je krijgt wel veel kwantiteit voor je geld maar het duurt o zo verschrikkelijk lang en schiet tekort qua kwaliteit. Opnieuw een diepe zucht ontsnapt mij.

Iron Maiden - Virtual XI (1998)

poster
2,0
Sir Spamalot (crew)
Wij zijn alweer een paar jaartjes verder, dus tijd voor een nieuw album met een ongewijzigde line-up en nog altijd Blaze Bayley (ex-Wolfsbane) als zanger, zijn tweede en laatste album met Iron Maiden. De albumtitel Virtual XI is een verwijzing naar het elfde album en tevens een verwijzing naar de favoriete sport & hobby van bassist Steve Harris, supporter van West Ham. Het verklaart ook enkele foto’s van de heren in voetbaluniform. Ik ben geen voetballiefhebber, wel ben ik een hevige rugby fan. Football is a game for gentlemen played by hooligans, Rugby is a sport for hooligans played by gentlemen.

Over naar het album dan maar met opnieuw een productie van Steve Harris bij hem thuis in Essex, het klinkt nog altijd dof in mijn oren en bevat maar schaarse hoogtepunten in de vorm van Futureal en het geweldige The Clansman. Het bevat ook een absolute dieptepunt in de vorm van The Angel and the Gambler. The Angel and the Gambler is een onding met cheesy toetsen in het nummer en veel te veel herhaling van de chorus. Tien minuten pure ergernis. Rode draad door dit album lijkt de weinig inventieve gitaarriffs te zijn, zo tam, het blijft iedere keer wachten op de solo's.

Positief is alvast dat het geen ellenlang album is, mijn voorkeur voor de meeste groepen gaat naar drie kwartier, bij Iron Maiden lijkt de eindstreep rond de vijfenvijftig minuten te liggen. De verpakking van deze plaat laat te wensen over, wat een lelijke futloze hoes in een plaat die niet aan de dynamiek van de jaren tachtig albums kan tippen. Voor de mensen die altijd maar zagen dat ik te impulsief ben en geen geduld heb (toch een beetje waar), kan ik zeggen dat ik de cd pas dit jaar heb gekocht voor een bodemprijs. Hiervoor in 1998 de volle pot betalen, over mijn lijk.

In de jaren negentig van de vorige eeuw maakt Iron Maiden vier albums met twee zangers, No Prayer for the Dying en Fear of the Dark met Bruce Dickinson, The X Factor en Virtual XI met Blaze Bayley. Iedere mening is altijd strikt persoonlijk en hier volgt de mijne. Het is een decennium met een kwartet albums om te vergeten, hier en daar een lichtpunt buiten beschouwing gelaten. In 2000 neemt Bruce Dickinson tot de opluchting van velen opnieuw de microfoon in de hand, ik denk zelfs dat het sprookje anders over en uit was voor Iron Maiden. De kwaliteit van de albums stijgt dan opnieuw, de optredens worden gigantisch van opzet en omvang. Iron Maiden is weer springlevend. En ze leefden nog lang en gelukkig.

Iron Monkey - Our Problem (1998)

poster
2,0
Sir Spamalot (crew)
Een combinatie van sludge metal en doom metal staat op dit tweede album van deze Britten, hoewel ik denk dat zanger Johnny Morrow (RIP) uit Tasmanië moet afkomstig zijn want bij zijn zangcapriolen denk ik voortdurend aan The Tasmanian Devil uit de Looney Tunes tekenfilmpjes.

De eerste keer trok ik grote ogen, de tweede keer kon ik nog eens glimlachen maar de volgende twee keren stoorde het me tout court. Diverse bronnen op internet leveren enkel de teksten voor het eerste nummer op dus ik heb, wellicht met u dierbare toehoorder, geen flauw idee wat hij uit zijn strot duwt.

Zoals ik al vermeldde in de topic HMAvdW vond ik dit aanvankelijk muzikaal sappig tot en met nummer 6 weliswaar, I.R.M.S. bevalt me het minst (de “zang” is er compleet over), de snellere stukken in House Anxiety het meest, vanaf nummer 7 verandert de sfeer op dit album en is mijn interesse weg. Tussen nummer 7 en 9 staan op mijn versie 5 stukjes van telkens 13 seconden genaamd “silence”, zal wel een foutje zijn. Het laatste (titel)nummer is voor mij dertien minuten verveling. Tweeledig gevoel bij een tweeslachtig album.

Isole - Silent Ruins (2009)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Vraag je aan mij wat ik ken van Doom Metal (buiten deze topic natuurlijk) en ik antwoord Candlemass, waarvan ik een verzamelaar (As It Is, as It Was uit 1994) op cd heb. Ik vergeet wellicht nog enkele namen. Soms wel, soms niet.. dat is meestal mijn gedacht over deze muziek.
Isole uit Zweden vond ik wel geslaagd en dan voornamelijk het openingsnummer met tempowisselingen en bezwerende zang. Aan die zang moet je wel eventjes wennen maar ik heb een album ontdekt waarmee ik plezier heb gehad. Enkel Peccatum ligt me minder. Leuke riffs, mooie solo’s en regelmatig een versnelling op de bassdrum. Het is niet “te” Doom.
Voor de vinylliefhebbers heb ik nog een uitsmijter (bron: www.metal-archives.com): Vinyl edition released by Cyclone Empire - limited to 500 copies, and contains a poster and four bonus tracks (taken from the Forlorn - 2001 Demo):
8. Forevermore (5:45)
9. Tears of Loss (7:00)
10. A Wish (6:28)
11. Autumn Leaves (6:46)