MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten CorvisChristi als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Klaus Schulze - La Vie Electronique 1 (2009)

poster
4,5
CorvisChristi (crew)
Het begin van een lange, lange reis. Eentje door de wondere muzikale wereld van Klaus Schulze, één van de meest grensverleggende pioniers van de elektronische muziek.

De La Vie Electronique-serie is de spectaculaire her-uitgave van Klaus Schulze - Ultimate Edition (2000). Verspreidt over 16 volumes (volume 16 gaat eind mei 2015 verschijnen is de bedoeling), plus nog extra onuitgebracht materiaal, is dit dé kans voor iedere Schulze-fan om alsnog op deze manier deze geweldige en unieke muziek te ontdekken. Gezien The Ultimate Edition alweer jarenlang out-of-print is en alleen voor héél véél geld nog her en der te bemachtigen valt, is het La Vie Electronique-project hét ultieme (en betaalbare) alternatief voor iedere Schulze-fan.

De eerste CD van La Vie Electronique 1 begint met een iets andere versie van “Neuronengesang” die later op Cyborg terecht zou komen. Over Cyborg heb ik me al uitvoerig uitgelaten, dus ik sta niet opnieuw stil bij dit stuk muziek, behalve dat ie ook in deze vorm briljant is en voor de verandering een andere titel met zich mee heeft gekregen (een heel originele welteverstaan). Daarnaast is ie opgesplitst in drie delen, maar alle drie gaan ze ongemerkt in elkaar over.

“The Real McCoy” is zondermeer magnifiek. Het is een stokoude compositie die ergens tussen 1968 en 1971 gemaakt is. De combinatie van meeslepende orgelklanken in combinatie met bij vlagen spookachtige geluidseffecten werkt zeer effectief. Naar het einde toe, worden de orgelklanken wat kabbelender, veranderen de effecten in klanken die voor een soort percussie door moeten gaan en is er even zelfs wat gezang te horen! Wat dat betreft een briljant en inspirerend nummer die met 12 minuten eigenlijk veel te kort duurt.

Wederom is “Tempus Fugit” een hele oude compositie die zo maar eens uit eind jaren ’60 afkomstig zou kunnen zijn. De orgelklanken worden zwaar ingezet als het nummer opent. Maar wat een majestueuze, mooie opening is het. Niet veel later komt er een orgel-solo tot leven die de muziek, ondanks dat deze zwaarmoedig klinkt, een imposante kracht met zich mee geeft. Prachtige en tegelijkertijd zwaar aangezette akkoorden zorgen ervoor dat de muziek tot grootse proporties aanzwelt, ondanks dat het instrumentarium van Schulze hoogstwaarschijnlijk in die tijd zéér beperkt moet zijn geweest. Het is dan ook behoorlijk verbluffend te noemen wat Schulze hier letterlijk ten toon spreidt. Het klinkt zo allemachtig imposant en dan heb ik het ook nog niet eens gehad over de productie die werkelijk kristalhelder is! Concreet is “Tempus Fugit” een ware orgie aan orgelklanken, maar het is heerlijk om naar te luisteren.

“Dynamo” is materiaal wat zo rond 1970-71 aan het brein van Schulze moet zijn ontsproten. Het klinkt zeer minimalistisch en kosmisch, maar vooral heel impressionistisch en vooruitstrevend. Zodra de orgelklanken hun intrede doen, wordt het wat toegankelijker. Opvallend is het tweede helft van het nummer als een drumsectie zijn intrede doet, ondersteund door de kalme, kabbelende en ritmische begeleiding op wat zomaar eens een gitaar of basgitaar zou kunnen zijn. Het tweede deel zou daardoor zomaar door kunnen gaan voor een portie sfeervolle, redelijk subtiele, maar toch ook onvervalste krautrock.
“Dynamo” is in ieder geval ook weer een essentiële muzikale schets van waar Schulze allemaal toe in staat was in zijn beginperiode.

De eerste CD eindigt met een kort fragment van een Schulze-interview afgenomen ergens in 1970.

De tweede CD opent met “Traumraum”. Een mooi klanken-palet opent dit nummer en het duurt niet lang of vertrouwde orgel-klanken zorgen dat het nummer een structuur met zich mee krijgt. Het timide en dwalende karakter wat de muziek dan met zich mee krijgt in combinatie met de dragende orgelklanken, is heel mooi te noemen. Op een gegeven moment vind er een omslag plaats en zijn er veelzijdige, maar toch ook wel behoorlijk onrustbarende klanken te horen. Het is pure, experimentele elektronica wat de klok slaat, totdat een pulserende grondtoon in combinatie met lage, sombere orgelklanken weer wat vorm in de compositie brengt. Uiterst sfeervolle, op de achtergrond sluimerende, tinkelende klanken zorgen voor wat licht in deze vrij duistere en grimmige impressie van experimentele genialiteit. Als er langzamerhand vervorming in de muziek optreedt tezamen met de eenzame klanken van een, bij vlagen, eveneens vervormde gitaar, is het net alsof ik naar de soundtrack van een koortsdroom aan het luisteren ben. Dit mag met recht erg abstract, bij vlagen behoorlijk grimmig, maar tegelijkertijd uiterst boeiend en meeslepend materiaal genoemd worden!!

Qua tijdsduur mag “Study for Brian Eno” als tussendoortje beschouwd worden, maar qua muzikaal gehalte niet! Dit is zeven minuten lang Klaus Schulze op z’n best. Schitterende, sfeervolle geluiden uit de oude synths van weleer zorgen voor een impact die zondermeer doeltreffend genoemd mag worden. Dit is subliem materiaal uit een lang vervlogen tijd: magisch, futuristisch, inspirerend.

“Cyborgs Traum” is een vervolgzetting van de orgel-experimenten die Klaus Schulze gemaakt en opgenomen heeft in de vroege jaren ’70. In dit geval (volgens de info in het boekje) zo rond 1972, het jaar waarin het debuut Irrlicht verscheen. De orgel domineert, maar vreemde, bijna ritmisch aandoende synth-klanken (die wel een beetje lijken op degenen die voor een groot deel het album Picture Music overheersen), zorgen voor opvallende bijval. Geïmproviseerd, redelijk subtiel drumwerk zorgt voor bijval als de orgelklanken meer beginnen te domineren en kabbelend gitaarwerk de ritmesectie beginnen te ondersteunen. Langzamerhand begint de muziek ook wat meer aan kracht toe te nemen als de orgel levendiger en de ritmesectie nadrukkelijker gaat klinken. Rond de twintigste minuut vind er een omslag plaats als een zoemende, deinende grondtoon in combinatie met een mengelmoes aan bliepjes en piepjes zich aankondigt en eenzame orgelklanken proberen boven de vreemde brei aan klanken uit te komen. Het zorgt voor een vreemde, ongrijpbare en ergens toch ook wel beklemmende sfeer. Op een gegeven moment wordt het gezoem en de bliepjes die klinken als de geluiden van een zwerm buitenaardse insecten luider en lijkt de compositie in zichzelf te verdrinken als een pure, experimentele brei aan klanken het overneemt. Uiteindelijk valt er in deze krankzinnige kakofonie (hier overigens positief bedoeld!) een rustige orgelsectie te horen die langzaam maar zeker de bizarre aaneenschakeling aan vreemdsoortige geluidseffecten tot rust laat komen. Op een gegeven moment komt de grondtoon ook weer tot leven en verdwijnt de orgel weer naar de achtergrond om weer plaats te maken voor een excentrieke oersoep aan synth-klanken.
Zondermeer één van de meest abstracte schetsen die Schulze wellicht ooit opgenomen heeft, is “Cyborgs Traum” absoluut zware kost te noemen. Maar het is het degelijk waard, als je eenmaal een klik met deze vorm van muziek hebt gemaakt. Een klik die overigens absoluut nodig is, om dit te kunnen waarderen. Is die klik er niet, dan is dit gewoon niet te bevatten.

“Die Kunst, Hundert Jahre Alt zu Werden” is als het ware een ruim een uur durende, muzikale schets, ontsproten uit het brein van een man die, in de periode dat dit gemaakt werd, net op het punt stond, zijn ambitieuze debuut-album Irrlicht op de wereld los te laten. Het is behoorlijk imposant te noemen, dat Schulze rond die tijd uren en uren aan onuitgebracht werk had opgenomen, die heel persoonlijk en puur voor eigen belang bedoeld waren. Hoe geweldig is het dan ook, dat de beste man op een gegeven moment besloot, al dit materiaal uit te brengen.
Een uur lang laat Schulze datgene horen wat weliswaar eerder op deze box-set te horen is geweest, maar wel heel lekker klinkt: voornamelijk typerende orgelklanken en vreemdsoortige synth-effecten in combinatie met een kabbelende ritmesectie bestaande uit in het begin drums en gitaar en veel later weer gitaar. En hoe primitief en kleinschalig dit dan ook in verhouding mag klinken, het is van zeer grote invloed geweest voor de basis die uiteindelijk tot de eerste 2 platen van Schulze zou leiden. En zonder deze experimentele prologen, was het er misschien niet eens van gekomen.
De twee opvallendste stukken die de grootste aandacht opeisen zijn het extreem lange orgelstuk die op den duur steeds krachtiger en meer hypnotiserend gaat klinken en redelijk vlak aan het einde van het nummer in combinatie met een kabbelende (bas)gitaar weer terug komt. Maar ook het stuk waar een prachtige, rustig kabbelende gitaar voor een aangename achtergrondbegeleiding zorgt, terwijl zoemende en bubbelende geluidseffecten voor een onaards effect zorgen, is zeker het vermelden waard. Het is vooral dát stuk, waarin ik ook een Schulze hoor, zoals deze later op Blackdance te horen valt, gezien hij daar ook weer teruggrijpt op de gitaar.
Het slot van deze mammoet van een track bestaat uit een minutenlang aanhoudende, zoemende grondtoon, waaroverheen naargeestige effecten uitgestrooid worden. Een eenzame gitaarlijn zweeft op de achtergrond, maar verdrinkt uiteindelijk in de brei van geluidseffecten terwijl orgelklanken op de kille achtergrond nog even van zich laten horen, terwijl de grondtoon langzaam wegsterft.

“Study for Terry Riley” zet me meteen weet met beide voeten aan de grond en is een orgel-extravaganza van jewelste. Een zoemende orgel-sequencer knalt er in en even later is er een heerlijke orgel-solo te horen. Kort, maar krachtig en erg interessant om naar te luisteren.

Het eerste deel van LVE 1 eindigt uiteindelijk met “Les Jockeys Camouflés”, een compositie die toch erg als basis lijkt te hebben gediend voor “Waves of Changes” van Blackdance. Vanwege het exotisch klinkende percussiewerk ademt het nummer sowieso een compleet andere sfeer uit dan de rest van de muziek verspreidt over deze compilatie.

Dit eerste LVA-album, verspreidt over drie CD’s, bevat een indrukwekkend overzicht van de grondbeginselen van een pionier die later een compleet eigen stijl binnen het genre zou ontwikkelen. Het is misschien wat teveel van het goede, bijna vier uur lang veel van hetzelfde, maar toch is het een essentieel album die geen enkele liefhebber van Schulze links zou moeten laten liggen. En laten we niet vergeten dat in de tijd dat deze muziek gemaakt werd, Schulze over een zeer beperkt instrumentarium bezitte en de synths al helemáál beperkt waren (of er geheel niet waren). Want laten we eerlijk zijn: zonder deze muziek hadden Irrlicht en Cyborg wellicht lang niet zo imponerend en vooruitstrevend geklonken. Wat…? Wellicht waren ze er nooit geweest!

Kortom: LVE 1 is een heel erge aanrader en is de meest gemakkelijke (en tegenwoordig raadzame) manier om deze oude, exclusieve muziek van Schulze in huis te halen!!

Klaus Schulze - Live @ Klangart CD 1 (2001)

poster
3,5
CorvisChristi (crew)
Dit eerste deel van Live@Klangart van Klaus Schulze bevat live-registraties opgenomen in Osnabrück (de eerste drie nummers), en Hambühren (zowel nummer 4 als de bonustrack nummer 5).

"Breeze to Sequence" begint lekker experimenteel en vaag met allerlei gave effecten uit de elektronische trukendoos van Schulze. Niet veel later knalt hij er heerlijk in met een geweldige sequencer en de reis naar de verste uithoeken van het heelal met Schulze aan het roer kan daadwerkelijk beginnen. Tijdens deze reis passeer ik voor even een ruimteschip in de vorm van een kathedraal waar een koor aan het zingen is (en doe ik even net alsof ik onwetend ben, gezien het feit dat dit koor gewoon afkomstig is uit de EMU-synthesizer). Een heerlijke solo zet in en houdt consequent en op een gegeven moment zelfs een beetje halsstarrig aan. Schulze knalt er tussendoor ook meteen nog even een subtiele technobeat onder. Het is als vanouds vertrouwd terrein waarin ik me begeef en dat is in wezen niet verkeerd. Het enige wat je ervan kan zeggen, is dat de solo wat te lang aanhoudt, waardoor deze eerder wat zeurderig gaat klinken dan dat ie nog wat toe te voegen heeft. Maar eerlijk is eerlijk: het is een gedegen opener te noemen.

E.e.a. gaat uiteindelijk redelijk onopgemerkt over in "Loops to Groove" en na wat zoemende en brommende geluiden zet Schulze een aardig hip klinkend ritme in, wat zo gebruikt had kunnen worden voor een hiphop-nummer. Echter blijft de achtergrond behoorlijk veel sfeer opeisen, waardoor dat hiphop-gevoel er nooit komt (en dat is maar goed ook...). Dit is ergens best een droefgeestig klinkend stuk muziek, maar tegelijkertijd klinkt het ook heel sfeervol en mooi. Op een gegeven moment is er zelfs even een woordloos zingende vrouwenstem te horen die voor wat extra toegankelijkheid zorgt. Dit is al met al een heel geslaagde compositie, waarmee Schulze laat horen ook heel gevoelige en rustige muziek te kunnen maken, iets wat hij in zijn latere oeuvre vaker zou gaan doen, getuige albums als Kontinuum en Shadowlands. Sterker nog, ergens doet vooral de tweede helft van het nummer me sterk denken aan het laatste stuk van Kontinuum's "Sequenzer (From 70 to 07)", maar dan zonder het ritme.

Met een zachte knal zet Schulze "From Church to Search" in en het ritme neemt rustig toe. Tevens maak ik voor even een reis terug naar de ruimte-kathedraal, omdat ik het nou eenmaal mooi vind om naar een kerkkoor te luisteren, ook al is deze gesampled. Schulze krijgt het andermaal voor elkaar om een geweldige sfeer neer te zetten tijdens dit nummer. Mooie klanken uit de synths zorgen daarvoor. Ergens in de vierde minuut eindigt het ritme en laat hij de synths wat harder klinken, alvorens het ritme weer langzamerhand leven wordt ingeblazen. Een rustige solo wordt tot leven gewekt en krijgt zelfs al vrij snel bijval van een tweede. Ook lijkt het wel alsof er er op een gegeven moment ergens sluimerend een tweede sequence te horen is die wel wat lijkt op die van "Playmate in Paradise" van Moonlake.
Uiteindelijk sluit Schulze af met een indrukwekkend coda waarmee hij flink uitpakt en prachtige akkoorden uit z'n synths laat horen die letterlijk hemels klinken. Wat dat betreft mag dit uiterst sfeervol materiaal genoemd worden!!

Dan is het de beurt aan de langste deal hier vertegenwoordigd op het album, namelijk "I Loop You Schwindelig".
Hippe, ritmische klanken uit de synths zorgen ervoor dat er vrij direct voor een lekker tempo wordt gekozen, terwijl een onderliggende sequencer subtiel kabbelend in combinatie met wat exotisch klinkend percussiewerk de rest van het werk doet. Het nummer kent zeker een bepaalde 'groove', echter klinkt het nergens spannend in mijn oren. Wat mede komt, doordat de muziek veel te lang voortkabbelt zonder dat er verrassingen aan toegevoegd worden. Pas vlak naar het einde toe, lijkt er wat elementen aan de sequencer toegevoegd te worden, maar veel stelt het niet voor. En dat is natuurlijk gewoon zonde, want i.m.o. had hier veel meer mee gedaan kunnen worden qua opbouw/progressie en spanning. Eigenlijk gewoon een gemiste kans dus, waar ik maar één woord voor heb: jammer!!

Mijn versie van het album eindigt met de bonustrack "Short Romance", waar oudgediende Wolfgang Tiepold op zijn vertrouwde cello zijn opwachting mag maken. Het is een sfeervolle, behoudende, inspirerende, echter véél te korte afsluiting (gezien de opbouw en overige factoren veel beloven), van een op zich prima album die helaas ontsiert wordt door het bijna een half uur durende "I Loop You Schwindelig". Wat ervoor zorgt dat dit album een degelijke 3,5 van me krijgt, vanwege het feit dat de rest van de muziek gewoon degelijk Schulze-materiaal bevat. Maar het had meer kunnen wezen....

Klaus Schulze - Moondawn (1976)

poster
4,5
CorvisChristi (crew)
Tja, wat kan er nog gezegd worden over deze briljante plaat? Dat ie briljant is, natuurlijk!!
Maar nu even serieus...Moondawn behoort naast Timewind en Mirage tot zo'n beetje het beste wat Schulze heeft voortgebracht in de jaren '70. Een mijlpaal in de geschiedenis van de electronische muziek.

Alle registers worden opengetrokken met het uitstekende "Floating" die opent met twinkelende geluiden, belklanken en, zoals ik ergens gelezen heb, een Arabische versie van het Onze Vader. Alleen dit intro is al geweldig te noemen. Langzaam en met veel eerbied wordt er een mooi warm synth-tapijt geweven, totdat er in de 5de minuut langzaam ergens in de verte het gekabbel van een sequencer begint op te komen. Niet veel later wordt de sequencer nadrukkelijker en komt tevens het drumspel van Harald Grosskopf om de hoek kijken. Het mooie is, dat ondanks het nadrukkelijke synth- en drumspel, de muziek zeer dromerig blijft en voor een hypnotiserende werking zorgt. Ook de synth-solo's zijn sterk, maar worden pas opvallender ergens in de 15de minuut, als Schulze een piano-achtig geluid gaat gebruiken. Het enige minpunt, wat ik overigens wel vaker heb met de muziek van Klaus Schulze, is dat dit nummer veel te abrupt eindigt. En na al dat fraais, is dat een tikkeltje jammer.

Het geluid van rollende golven op een verlaten strand, kondigt "Mindphaser" aan. Een mooi, intiem spectrum van zweverige synth-lagen zorgt voor een geweldig rustgevend geheel. Zo nu en dan zijn er tussendoor effecten van harde bevingen en donderslagen te horen, die nogal tegendraads klinken tussen de vreedzame synth-lagen door. Een dwalende en eenzame lead-line zorgt voor een extra nuance binnen de muziek, wat zorgt voor een enorm sfeervol gedeelte. Vlak voor de 12de minuut onstaat er in één keer een verrassende wending en vind er een ommezwaai plaats, waarbij een nadrukkelijk orgelstuk zijn intrede doet samen met de drums van Harald. Niet veel later worden er geweldige solo's aan toegevoegd en wordt de muziek langzamerhand intenser en indringender. Geweldig!!

Moondawn is een kroon op het werk van Schulze, en ondanks dat ik Timewind en Mirage persoonlijk beter vind, moet me toch van het hart dat dit album ook voortreffelijk is. Misschien heeft het te maken, dat bij mij dit album wat langer moest groeien, voordat ik de volledige kracht ervan ontdekte.

Tot slot: had ik trouwens al vermeld dat dit album briljant is?

Klaus Schulze - Royal Festival Hall Volume 1 (1992)

poster
3,5
CorvisChristi (crew)
Royal Festival Hall Vol. 1 is deels een live- en deels een studio-album die naast de tweede volume en The Dome Event een soort van drieluik aan albums vormen, waarmee de nadruk van de muziek van Klaus Schulze voornamelijk op het sampler-gebeuren ligt. Persoonlijk vind ik deze periode niet altijd de meest sterke van hem, alhoewel Schulze zeker wel een moderne klassieker in de vorm van Beyond Recall heeft afgeleverd. Over het algemeen vind ik de muziek wisselend van karakter en kwaliteit en daardoor, ook vanwege de verschillende geforceerde overgangen tussen de verschillende passages, van tijd tot tijd wispelturig klinken. Het is ook deze periode, waarin Schulze muziek heeft gemaakt, die bij tijd en wijlen erg nerveus en chaotisch klinkt. Kortom, een periode van muziek die je moet liggen. Soms zeer intrigerend, soms erg irritant.
Waarmee ik overigens niet wil beweren dat de muziek slecht is, want dat is het in geen geval. Het is gewoon een typische, echter toch ook wel weer opvallende en zelfs ietwat gedurfde periode van Klaus Schulze. Dat e.e.a. vooruitstrevend klinkt, moge zo onderhand bij Schulze als vanzelfsprekend beschouwd worden.

Met een hoop bombarie begint "Yen", de digitaal vastgelegde opname van een live-uitvoering die Klaus gaf op 10 september 1991 in Londen's Royal Festival Hall, een drie kwartier durend werk die onderverdeelt is in tien stukken.
De eerste daarvan, "Out of Limbo", is een mengelmoes van allerlei samples van voornamelijk vervormde zangstemmen, terwijl er ook subtiele synths te horen zijn. Het lijkt soms te klinken als een chaotisch gebeuren, maar tegelijkertijd klinkt het heel apart. Het is niet zomaar een brei van klanken; hier is over nagedacht.
Na wat kabaal, begint het aangename gekabbel van "Pastorale: Awakening". Dit is heel aangename en rustige kost, waarbij een synthetische panfluit-solo voor een zwierig en exotisch karakter zorgt.
Het tempo gaat plots omhoog tijdens "Lull Before the Storm" en gaat een ander karakter uitademen.
Een snerpende solo die wel wat lijkt op eentje die niet misstaan zou hebben op een Rick Wakeman-album, laat vervolgens van zich horen tijdens "Tempest", totdat de panfluit weer terugkeert tijdens "Pastorale Too".
De muziek krijgt bijval van een solo die lijkt op die van een viool tijdens "Pastorale and Departure". Het is tijdens deze sectie dat de muziek langzamerhand wat donkerder lijkt te gaan klinken, ondanks dat de ritmiek grotendeels hetzelfde blijft. Het zijn die subtiele overgangen die toch voor een hoop dynamiek zorgen in Schulze's muziek.
Het ritme gaat uiteindelijk stuwender klinken en met een soort van knal wordt "Yearning" ingeluidt. Neuriënde klanken op de synths worden in het begin gecombineerd met subtiel verweven samples van allerlei vreemdsoortige klanken. Het doet allemaal wat bevreemd aan, maar ondanks deze overgang blijft de muziek erg lekker klinken. Vervormde zangstemmen zorgen desondanks voor een gekke sfeer, ondanks dat Schulze niet eens echt over-de-top gaat. Als er een opvallende overgang plaatsvind krijgen we een Schulze voorgeschoteld die zich even lekker wil gaan uitleven op zijn synths, compleet met gekke solo's, druk sample-gedoe en ander druk gebonk en getetter. Het klinkt allemaal erg frappant en bijzonder.
"Placid Yen" laat de boel enigszins tot bedaren brengen, ondanks dat de sfeer wat duister blijft. Het ritme lijkt wat te gaan sluimeren en een aantal solo's lijken subtiel door elkaar heen verweven te zijn. Even later wordt de muziek weer wat meer lichtvoetig van aard. Een vredig en vrolijk fluit-toontje zorgt voor wat aangenaam genot, terwijl we langzaam toewerken naar de volgende sectie.
De panfluit laat weer van zich horen tijdens "The Breath of Life" en we verkeren weer in meer exotisch vaarwater.
Uiteindelijk lijkt het leeuwendeel van alle elementen samen te komen tijdens het slotstuk en we, m.u.v. het ritme wat aan blijft houden, praktisch terug bij af zijn tijdens "Back to Limbo". En met een kakofonie aan geluids-erupties, samples en andere vreemde fratsen op de synths eindigt niet alleen deze laatste sectie, maar tevens het eerste grote muzikale avontuur van dit album.

"Silence and Sequence" is het studio-deel van deze plaat, opgenomen in 1992 en begint met een hoop snurkende, rommelende geluiden en stemmen die klinken als het lallen en uithalen in één of andere vreemde, inheemse taal. Kortom, één en al samples is hier wat de klok slaat. Letterlijk, aangezien er ook het luiden van een klok te horen valt.
"Perigee", de eerste sectie, is dan ondertussen al drie minuten aan de gang en langzamerhand zijn er op de achtergrond rustige synths te horen die er voor zorgen dat er een wat sombere, maar tegelijkertijd mooie sfeer wordt neergezet. De boel komt tijdens dit stuk wat meer tot bedaren, wat voor een fraai stukje muziek zorgt.
Dan gaat de muziek over in de sectie die "Gentle Wind" heet en krijgt de muziek een bescheiden 'groove' met zich mee. Zeevogels schetteren hun kreten uit en de gehele toonzetting is redelijk apart te noemen. Over het algemeen blijft de muziek redelijk rustig van aard, totdat na een aardige overgang uiteindelijk de volgende sectie, "Fire-riser", zich aandient.
Een behoorlijk drukke ritme-sectie knalt erin en maakt niet al te lang daarna plaats voor een vlotte sequencer. Deze gaan uiteindelijk hand in hand en vanaf dat moment trekt Schulze alle registers open voor een drukke, maar gave passage. Niet veel later stopt hij er nog wat excentrieke bombast in en zorgt daarmee voor een opvallende overgang, totdat de drukke passage uiteindelijk zijn weg weer voortzet. Het ritme wordt wat meer pompend, de muziek wat opgefokter, totdat Schulze de boel laat wegsterven tot een mooi, sfeervol eindstuk die "Clear Water" heet.
Dit laatste stuk laat nog even een paar minuten wat mooie, lang aanhoudende slotakkoorden horen waarin ook nog wat fraaie stem-samples te horen zijn, het krijsen van een zeevogel en zorgen uiteindelijk voor niet alleen een redelijk fraai einde van "Silence and Sequence", maar ook aan deze eerste volume van het zeer aardige Royal Festival Hall.

Een heel aardige, doch geen essentiële Schulze-plaat. Voor de fans interessant, maar daarbuiten niet, verdient deze schijf een 3,5.
.


.

Klaus Schulze - Silhouettes (2018)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Aangezien het overlijden van Klaus Schulze zo'n impact heeft gemaakt op de wereld van de electronische muziek, kon het niet uitblijven dat ik weer eens ging graven in zijn gigantische discografie en erachter kwam, dat ik zijn voorlaatste album Silhouettes eigenlijk nog niet de kans had gegeven om eens uitvoerig te beluisteren. De vele fragmenten die ik, zo vlak rond het verschijnen van het album had gehoord, stemde me positief, maar verrastte me op het eerste gehoor niet.

Toch heeft Silhouettes iets over zich, wat ervoor zorgt dat de muziek een bepaald effect op mij heeft. Het straalt in ieder geval muzikaal gezien iets moois, ongrijpbaars en dromerigs uit. Zou het een vorm van liefde kunnen zijn, die niet beantwoordt wordt? Zou het het uitzicht kunnen zijn op een prachtige omgeving, die niet bereikt kan worden? Roept het gevoelens op van een herinnering aan een belangrijk moment van vroeger, iets wat nooit meer geëvenaard of herhaald kan worden? Of is het het besef dat we met het heengaan van Klaus Schulze, één van de belangrijkste grondleggers en vertegenwoordigers van de electronische muziek, kwijt zijn? Dát is wat dit album in ieder geval op dit moment met mij doet; van begin tot eind is het een gevoel van melancholie en het is in dit geval, hoe tegenstrijdig dat ook mag zijn, positief te noemen.

Want ondanks het melancholische karakter wat de plaat uitademt, is Silhouettes tevens dromerig mooi en weet het je in een bepaalde vervoering te brengen, zoals alleen Klaus Schulze dit kon. En zoals alleen Klaus dit kon, laat hij ook op Silhouettes de muziek zijn eigen leven leiden; er is nauwelijks sprake van progressie en toch grijpt de muziek vanaf de eerste seconde beet en laat je pas los, als de laatste noten zijn weggeëbd. Tussen de sfeervolle klanktapijten zijn er momenten dat de sequencers en de ondersteunde ritmepartijen voor het spreekwoordelijke duwtje in de rug zorgen, waardoor er sprake is van een vorm van dynamiek, maar het is juist niet zo bedoeld. Het zorgt er eerder voor dat de muziek alleen nog maar meer atmosferisch klinkt.

De vier nummers komen tevens mooi overeen met elkaar. Dit komt vooral doordat er een dromerig thema binnen de muziek verweven is, die steeds terugkomt binnen de nummers zonder dat het ook maar een seconde verveelt. Heel knap en meeslepend geconstrueerd wat mij betreft!

Het zorgt in ieder geval dat Silhouettes één van de meer rustige albums van Klaus Schulze is geworden. Er is nauwelijks sprake van progressie, er wordt nergens gesoleerd. Alles blijft behoudend, maar tegelijkertijd mooi uitgekristalliseerd klinken.

Verrassend is Silhouettes niet. Wél laat het een Klaus Schulze horen, die zichzelf na een periode waarin hij veel met zijn gezondheid kampte, wat o.a. tot gevolg had, dat hij niet meer live ging optreden, opnieuw ontdekt had. Rond de periode van dit album vierde hij ook zijn 70ste verjaardag, wat hem ook in de gelegenheid stelde en inspireerde, om terug te kijken op zijn leven en carrière. Daar vloeide dit album uit voort en zo klinkt Silhouettes ook. Als een moment van besef, vrede en bezinning. Niet voor niets heet één van de nummers "Der Lange Blick Zurück".

Silhouettes is dus niet verrassend, maar klinkt wel vertrouwd en wellicht voor Schulze-begrippen een beetje bescheiden. Maar mooi is het in ieder geval. Voor de trouwe fan dan ook verplichte kost, maar verwacht geen vernieuwing. Verwacht ouderwetse degelijkheid van een man die gewoon deed wat hij het beste kon: muziek maken vanuit zijn hart. Spontaan en zoals alleen Schulze dat kon.

Klaus Schulze - Trancefer (1981)

poster
2,5
CorvisChristi (crew)
Ik vind de waarderingen voor dit album eigenlijk nog redelijk hoog. Toch apart...want laten we heel eerlijk zijn: Trancefer is gewoon een matig en magertjes album. Schulze kan véél beter, toch?
Het begint al met "A Few Minutes...". Dit nummer is een combinatie van oeverloos gepriegel op de keyboards, nogal pielerig gejank van de cello van Wolfgang Tiepold en het irritante getrommel van Michael Shrieve. Op een gegeven moment wordt het rond de 13de minuut wat subtieler en wordt de muziek wat zweverig en daardoor wat sfeervoller. Het is een verbetering t.o.v. van het overgrote deel, echter blijft het allemaal toch wat onder de maat.
Silent Running is gelukkig al weer wat beter. Heel rustig is er een eenzame synth-melodie te horen die al snel versterking krijgt van een synth-deken die netjes uitgespreidt wordt. Even later voegen zich er daar ook de cello en het getrommel bij toe. En zo onstaat er weliswaar best een interessant geheel, echter komt het geheel nooit echt tot ontplooing, waardoor het op den duur wat monotoons over zich krijgt.
Kort gezegd is Trancefer een weinig bijzonder album en lijkt het zelfs als tussendoortje te zijn gemaakt, wat in mijn beleving toch zeker niet de bedoeling kan zijn geweest van Klaus Schulze.
Silent Running maakt de plaat nog enigzins OK, maar meer dan een 2,5 is er niet meer aan te geven...

Klaus Schulze - Vanity of Sounds (2005)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Dit album maakte ooit onderdeel uit van de nu al behoorlijk lang niet meer verkrijgbare Contemporary Works I-boxset en was het eerste album uit deze 10-delige set.
In 2005 verscheen dit album voor het eerst als een los verkrijgbaar solo-album, zodat liefhebbers die de boxset zijn misgelopen, alsnog de mogelijkheid kregen dit album aan te schaffen. Later volgden nog The Crime of Suspense en de 4 Ballet-albums.

Vanity of Sounds is Schulze op zijn best en laat overduidelijk de sound horen waarmee hij zich de afgelopen 10-12 jaar mee bediend. Aan de ene kant overduidelijk herkenbaar, dan weer redelijk afwijkend, maar altijd blijft het herkenbaar als Klaus Schulze.

Met veel bombarie trapt Schulze af met het titelnummer, waarmee hij direct alle registers opentrekt. Het is een vlot, maar tegelijkertijd pittig werkje die me qua geluid gek genoeg doet denken aan de muziek van Jean Michel Jarre, maar dan eentje van een meer diepgravend karakter. Het is een druk en dynamisch stuk muziek, waarmee Schulze direct mijn aandacht grijpt en meteen ruim 17 minuten weet vast te houden.
Daarna wordt de muziek kalmer en meer gedwee en is het lekker onderuit zakken met "Sacred Romance". Dit nummer kent een ietwat droef, melancholisch karakter, maar klinkt tegelijkertijd erg lekker door de aanwezige drive die het nummer toch een lichtelijk opzwepend randje meegeeft. Het heeft zelfs verdacht veel weg van het tweede gedeelte van "Playmate in Paradise" van het Moonlake-album. Zou Schulze dat geweten hebben toen hij dat nummer schreef voor Moonlake of is het gewoon toeval, aangezien Schulze wagonladingen aan muziek heeft geschreven?
Met "The Wings of Strings" lijkt de muziek weer naar een wat steviger plan getild te worden. Andermaal krijgt Schulze het voor elkaar met minimale middelen de oren aan de speakers gekluisterd te houden, vanwege die typische invalshoeken die in zijn muziek verstopt zitten. Dit nummer zit vol met dat soort invalshoeken.
Tot slot eindigt het album met het wat vreemde, door een vocoder gedomineerde "From Words to Silence" die zijn titel letterlijk eer aan doet: de eerste helft is een ritmische, minimale reis door de wondere, muzikale wereld van KS, besprenkeld met de vocoderklanken. De tweede helft begint als het ware met een doffe donderklap, waarmee de muziek tot rust komt en er een prachtig klankentapijt geschapen wordt die o zo herkenbaar, maar tegelijkertijd wel erg fraai klinkt.

Het zijn die mooie, rustieke synth-akkoorden die een einde maken aan een oerdegelijk, ouderwets goed in het gehoor klinkend Schulze-album die zelfs met een moderner klinkend geluid, voor een album zorgt die mij met regelmaat van de klok doet terugdenken aan het oude werk van deze maestro. Het is dan ook een geweldige beslissing geweest om dit album apart uit te brengen, aangezien het niveau gewoon over de gehele linie best hoog is. Een aanrader dus!

Klaus Schulze feat. Lisa Gerrard - Rheingold (2008)

Alternatieve titel: Live at the Loreley

poster
4,5
CorvisChristi (crew)
Een meesterwerk duurt altijd te kort, wat mij betreft. Hoe meer je erin opgaat, hoe sneller het afgelopen is, en dat geldt zéker voor dit magnifieke album die ik alweer een tijdje geleden op de kop wist te tikken in de unieke CD/DVD-uitvoering.

Sfeer en een sterke vorm van verbeeldingskracht omzetten in weliswaar minimale, maar toch zeer overtuigend gebrachte electronische muziek. Laat het maar aan Klaus Schulze over. Deze legendarische synth-pionier hoeft zich voor de echte liefhebber natuurlijk niet meer te bewijzen. Ook met Rheingold hoeft dat niet. Toch klinkt Schulze op deze CD (en DVD) fris, geïnspireerd en als herboren. Wellicht geldt dit vooral voor dat laatste, want ten tijde van dit album, had Schulze qua gezondheid niet zo'n beste periode achter de rug.
Rheingold is de live-registratie van Schulze's geweldige optreden tijdens het Loreley-festival, met als speciale gast Lisa Gerrard (ex-Dead Can Dance). Met haar heeft hij het schitterende Farscape gemaakt, waarop Rheingold eigenlijk een soort logisch vervolg van is.
Rheingold borduurt namelijk voort op de thema's en muzikale wegen die Schulze al bewandelde op Farscape. Dus krijgen we muziek voorgeschoteld die dan weer wel en dan weer niet rechtstreeks van het Farscape-album afgeleidt lijkt te zijn. Met daaroverheen natuurlijk de buitenaardse en ongrijpbare zang van Lisa.

Schulze trapt af met de 25 minuten durende inleiding "Alberich". Zoals wel vaker neemt Klaus lekker lang de tijd om zijn muziek op te bouwen en hij neemt het er dan ook van harte van. Geluiden die klinken als radiogolven drijven als een klanktapijt m'n speakers uit, om vervolgens met warme en galmende synth-akkoorden een wat traditioneler Schulze-geluid neer te zetten. Mooie Emu-koorklanken, (een welbekend geluid waar Tangerine Dream ook veelvuldig gebruik van maakt), versterken de sfeer en laten samen met de andere sferische klanktapijten de boel langzaam tot leven wekken. De manier hoe de sequencers zich langzaam ontwikkelen, gevolgd door staccato-achtige accenten die als het ware op de sequencers meedeinen, kan alleen maar meesterlijk genoemd worden. Nadat een opvallende lead-solo er tegelijkertijd voor zorgt, dat de sequencers afnemen, is het na een klein half uurtje alweer gebeurt. En dat terwijl het Schulze z'n bedoeling niet eens was om te stoppen. Maar ja, wat wil je, als het publiek ineens enthousiast begint te applaudiseren.
Een geweldige start dus, en Lisa moet zich nog introduceren...

En dat doet ze met verve op het geweldige, volledig geïmproviseerde "Loreley", een nummer wat grofweg bestaat uit 3 secties: sectie 1 is als het ware het intro, wat Klaus zeer sfeervol opbouwt middels een prachtige lead-line. De mooie en ietwat mistroostige melodie krijgt wat meer bijval, zodat er een mooi electronisch landschap ontstaat, waarin op een gegeven moment ruimte wordt gecreëerd voor de stem van Lisa, die het op een prachtige, maar soms ook wat naargeestige manier invult. Sectie 2 is dan al begonnen, en kent een zeer indrukwekkende sequence-sectie, die Klaus op een intense manier naar grotere hoogten weet te leiden en uiteindelijk in een heftige ritme-sectie overgaat. Daaroverheen klinkt een kabbelende aanvulling die in de verste verte wel wat weg heeft van het 2de nummer van Farscape. Uiteindelijk valt alles letterlijk stil en wordt er met slechts minimale aanslagen op de synthesizers ruimte gecreëerd voor de bevreemdende, maar zeer originele en grillige vocalen van Lisa, die ondanks dat, erg mooi klinken. Alhoewel ik me kan voorstellen, dat het echt niet voor iedereen weggelegd zal zijn. Het is, al met al, zeer bijzondere muziek, waar je letterlijk helemaal in op kan gaan en daar is het uiteindelijk voor bedoeld.

Met "Wotan" trekt Schulze meteen maar álle registers open en trakteert me op een stevig potje sequence-werk, waarmee hij laat horen dat hij zijn kunstjes op zijn oude dag nog niet verleerd heeft. Het is bijna niet mogelijk om stil te zitten tijdens dit nummer, die zelfs voor Schulze-begrippen, eigenlijk maar erg kort duurt, maar daarom niet minder goed is. Vrij plotsklaps, maar met veel bombarie eindigt hij dit nummer en maakt tijdens het volgende nummer ruim baan voor Lisa, die haar originele zangkunsten ten toon mag spreiden tijdens "Wellgunde".

"Wellgunde" is een typisch voorbeeld van hoe Klaus zijn muziek laat afhangen van de zangkunsten van Lisa, die na eerst een stukje a capella gezongen te hebben, langzaam begeleidt wordt op de mooie sfeervolle klanken die Klaus op een plechtige manier uit z'n instrumentarium haalt. Het nummer straalt iets desolaats en droevigs uit, maar is tegelijkertijd erg mooi om naar te luisteren. Lisa weet andermaal hoe ze op tedere, maar ook aangrijpende wijze, haar zang alle kanten lijkt op te laten gaan, zonder dat ze daarover ook maar de minste controle verliest. Klaus laat het hierbij ook helemaal van haar afhangen, en heeft vooral in dit nummer een bescheiden rol, wat tevens de afwisseling erin houdt.

Klaus sluit de live-set af met "Nothung", wat veel meer in de traditionele Schulze-stijl ligt. Lekker opzwepend, met niet al te veel poespas, stampt Klaus dit laatste nummer er met lekker veel vaart doorheen, en alhoewel het niet verrassend klinkt, is het zeker niet verkeerd om met vertrouwd klinkend materiaal te eindigen.

De bonustrack "Nibelungen" is een left-over van de Farscape-sessies en biedt eigenlijk niet veel wat ik al niet eerder gehoord heb. Het is vooral een variatie op thema's die me nogal doen denken aan "Liquid Coincidence Part II" en "Loreley". Op een gegeven moment komen er nogal typerende, midden-oosterse invloeden om de hoek kijken, maar dat is dan ook het enige gegeven wat er écht anders aan klinkt. Toch is het als bonustrack best een leuke toevoeging.

Deze geweldige box-set is natuurlijk voor elke doorgewinterde Schulze-liefhebber verplichte kost. Het is mede door de inbreng van Lisa Gerrard een geweldige toevoeging aan het Farscape-album. Zelfs liefhebbers van Dead Can Dance zouden zich hier wel eens in kunnen vinden. Kortom: gewoon een top-album!!!

Klaus Schulze, Ernst Fuchs, Rainer Bloss - Aphrica (1984)

poster
1,0
CorvisChristi (crew)
Dit album is een echt voorbeeld van een rariteit, zowel qua kwaliteit als verkrijgbaarheid. Het is een dubieus samenwerkingsverband tussen Klaus Schulze, Rainer Bloss en Ernst Fuchs. Die laatste is een bijzondere kunstenaar, die daarnaast ook nog eens schilder en architect is. Blijkbaar denkt Ernst ook dat hij kan zingen, aangezien zijn stem over het gehele album te horen is. Als kunstenaar is Ernst geniaal, als zanger is hij een verschrikking. Mijn hemel, wat een vervelende, jankerige stem heeft die kerel zeg !!!
Voor Klaus Schulze was het artistiek al een moeilijke periode, laat staan zijn samenwerkingen met Rainer Bloss. Maar dit album is nog slechter dan ik gedacht had.

Ik kwam het album voor weinig tegen een jaar of 2 geleden op de mega platen- en CD-beurs in Utrecht en had meteen de drang om 'm mee te nemen. Misschien had ik dat beter niet kunnen doen, aangezien de muziek echt bedroevend is.
De muziek is een aaneenschakeling van wazige electronische, experimentele pogingen om intellectueel, avant-gardistisch en interessant over te komen, echter is het gewoon gepruts wat hier te horen valt. Gooi daar die stem van Ernst Fuchs overheen, en het resultaat is nog beroerder. Op een gegeven moment moest ik gewoon lachen bij "Brothers and Sisters", als Ernst opeens op een heel druilerige manier "nanananana" gaat zingen. Echt stompzinnig!! Volgens mij moesten de 3 heren aardig diep in het glaasje gekeken hebben, toen ze deze wanklanken eruit poepten.

Doordat de plaat zo obscuur en de muziek zo slecht is, zou je bijna kunnen zeggen dat het een soort cult-plaat is. Ik kan me daarom best voorstellen dat er fans zijn, die dit album absoluut willen hebben. Alleen maar voor de meerwaarde om bij de verzameling erbij te hebben. En daarvoor heb ik dit album eigenlijk ook. Maar of ik 'm vaak luister? Nope!!!
Alleen aan te raden als je in een niet al te serieuze stemming bent, want de muziek is alleen genietbaar als je een uiterst cynische bui hebt, want dan is het eigenlijk best lollig !!
Oftewel: zo slecht, dat het weer leuk wordt. Maar niet zo leuk dat hier een fors cijfer aan gegeven kan worden, vandaar 1 punt.

Kraftwerk - Electric Café (1986)

Alternatieve titel: Techno Pop

poster
2,5
CorvisChristi (crew)
Een echt enorme tijd geleden alweer heb ik me verdiept in het werk van Kraftwerk. Toen vond ik het goed en vooruitstrevend klinken, maar in één keer ging de knop in mijn hersenen om en vond ik er nagenoeg geen bal meer aan. Muzikaal niet interessant genoeg was de hoofdzakelijke reden voor mij. Beïnvloedt door vele andere muzikale stromingen binnen het genre, was Kraftwerk naar mijn idee gewoon totaal niet boeiend meer te noemen.
Kortzichtig wellicht, aangezien Kraftwerk als de godfather van praktisch alle synthi-popbands beschouwd mag worden en met praktisch elke release die ze uitbrachten de concurrentie een stap voor was.
Tegenwoordig luister ik weer op een andere manier naar Kraftwerk (als ik daar zin in heb tenminste...) en kan ik het allemaal wel weer (her)waarderen (tot op zekere hoogte....).
Zo ook deze Electric Cafe die ik ooit op CD had, maar al 'tig jaren geleden heb weggedaan. Of ik er spijt van heb? Neuh....niet echt....voor mij is het leuk om op z'n tijd weer eens naar te luisteren, maar meer ook niet.
Electric Cafe, één van de latere releases van Kraftwerk, is volgens mij niet hun meest populaire release, alhoewel ik het toentertijd een leuk album vond. Vooral "The Telephone Call" vind ik na al die tijd nog steeds een leuk nummer. Vooral het 2de gedeelte, waarin het nummer een beetje begint te 'dwalen', is goed gedaan.
Ook "Sex Object" kan ermee door, alhoewel ik de rest nou niet echt zo heel erg verbijsterend vind klinken, m.u.v. van "Boing Boom Tschak" misschien. "Musique Non-Stop" vind ik zelfs in de remix-uitvoering zoals deze op het album The Mix is terug te vinden, beter dan het origineel.

Anyway, gewoon een redelijk album om zo incidenteel eens op terug te grijpen, maar daar blijft het absoluut bij. Zelfs als niet echt Kraftwerk-liefhebber zie ik ook wel in dat een Electric Cafe gewoon niet kan tippen aan het veel betere The Man Machine.
Voor de rest heb ik er maar weinig mee, wellicht daarom de relatief lage score voor dit album.

Kyle Dixon & Michael Stein - Stranger Things, Volume One (2016)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
De serie Stranger Things is behalve een geweldige TV-serie, ook nog eens een ode aan alle geweldige SF, fantasy- en horrorfilms die in de jaren '80 verschenen. Een productie waar Steven Spielberg, Stephen King en John Carpenter zo voor getekend zouden kunnen hebben.
Hetzelfde geldt voor de muziek wat behalve een zeer sterke soundtrack, óók een ode is aan veel van de soundtracks die voor dezelfde soort films in de jaren '80 zijn gemaakt door de al eerder genoemde John Carpenter. Maar ook Tangerine Dream is overduidelijk een groot voorbeeld geweest voor de heren Kyle Dixon en Michael Stein. En dat hebben de bandleden van Tangerine Dream blijkbaar ook geweten, gezien ze uitgerekend het hoofdthema van Stranger Things op uitstekende wijze gecoverd hebben op hun album Tangerine Dream - Particles (2016).

De muziek van het eerste seizoen is verspreidt over twee albums en dit is de eerste van de twee soundtracks en bevat een mooi overzicht van de muziek die gebruikt is voor de serie. Het is pure elektronische nostalgie die riekt naar de jaren '80. Sfeervol en overtuigend gemaakt. Soms heel bescheiden en mooi, dan weer vrij duister en verontrustend.
Veel nummers klinken behoorlijk schetsmatig, wat uiteraard komt doordat het soundtrack-muziek is. Toch werkt het en is er prima naar te luisteren.

Eigenlijk is dit verplichte kost voor iedere elektronische muziekliefhebber en dan vooral van John Carpenter en Tangerine Dream. Er zijn zelfs een tweetal originele TD-tracks te horen in de serie, gezamenlijk met een nummer van Vangelis. Leuk voor de oplettende liefhebber.

Kyle Dixon & Michael Stein - Stranger Things, Volume Two (2016)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Deze soundtrack is de tweede van twee soundtracks die gemaakt zijn voor het eerste seizoen van Stranger Things, dé SF-Netflix-serie gesitueerd in de jaren '80 welke voor een grote hype heeft gezorgd en vanzelfsprekend ontzettend populair is gebleken.

De nostalgie druipt ervan af, in die zin dat de serie heel erg doet denken aan het beste wat horror en SF in combinatie met tienerfilms en -series in de jaren '80 voort heeft gebracht.

De muziek is daar ook een ode van. Zeer geïnspireerd door de muziek van vooral John Carpenter en Tangerine Dream, brengen Kyle Dixon & Michael Stein muzikale schetsen die niet alleen zeer goed in de serie passen, maar ook het juiste effect teweeg brengen. Namelijk dat je dankzij de muziek, op een effectieve manier wordt meegesleept in de toch al zeer verslavende serie.

En de muziek is ook gewoon goed. Het is niet zomaar een imitatie van het werk van John Carpenter en Tangerine Dream. Het is een ode aan, maar dan wel een zeer goede. Want de muziek is goed én het werkt!
Sommige stukken zijn zó goed, dat het jammer is, dat ze zo kort duren. Maar als algehele beluistering is het toch de moeite waard.
Dit album bevat tevens de Extended versie van het hoofdthema, dus is alleen daarom al de moeite waard.

Mooi voortbordurend op de muziek van de eerste volume, is dit verplichte kost voor niet alleen de fans van de serie, maar vooral ook voor fans die de muziek van John Carpenter en Tangerine Dream, zoals ook zij deze gemaakt hebben voor soortgelijke films uit de jaren '80, een warm hart toedragen.