Hier kun je zien welke berichten AOVV als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Doc Watson - Doc Watson (1964)

4,0
1
geplaatst: 3 februari 2021, 19:58 uur
Doc Watson leerde ik kennen dankzij oude archief-opnames met zijn schoonvader Gaither Carlton die vorig jaar werden uitgebracht via Smithsonian Folkways. Die opnames stammen van 1962, en Watson zou nog een mooie carrière uitbouwen. Daarvan is dit fraaie artefact een voorbeeld. Artefact, zeg ik, want op dit album staan behoorlijk wat interpretaties van traditionals, zoals Little Omie Wise, Tom Dooley en Born Six Thousand Years Ago. Doc Watson was dan ook een groot liefhebber (en zelfs kenner) van oude folkmuziek.
St. James Hospital verdient ook een vermelding; een erg doorleefde, ontroerende vertolking van een liedje van, naar verluidt, James "Iron Head" Baker, een Afro-Amerikaanse folkzanger die een gevangenisstraf uitzat en "ontdekt" werd door John Lomax, zoon van. Waar die opvallende bijnaam vandaan komt, zou ik overigens niet kunnen zeggen, maar intrigerend is het allemaal wel.
Watson spreidt hier meteen een diversiteit tentoon, waardoor duidelijk wordt dat hij meerdere genres beheerst. De warme stem van Doc Watson spitst de oren, en zijn gitaar- dan wel banjospel staat steeds ten dienste van de song. In de vinnige instrumentaaltjes Black Mountain Rag en Doc's Guitar laat Watson horen een virtuoos snarenwonder te zijn; vingervlug en bij momenten onnavolgbaar. Toch hoor ik 'm het liefst de wat ingetogener liedjes vertolken. Little Omie Wise is dan ook een magistraal orgelpunt.
4 sterren
St. James Hospital verdient ook een vermelding; een erg doorleefde, ontroerende vertolking van een liedje van, naar verluidt, James "Iron Head" Baker, een Afro-Amerikaanse folkzanger die een gevangenisstraf uitzat en "ontdekt" werd door John Lomax, zoon van. Waar die opvallende bijnaam vandaan komt, zou ik overigens niet kunnen zeggen, maar intrigerend is het allemaal wel.
Watson spreidt hier meteen een diversiteit tentoon, waardoor duidelijk wordt dat hij meerdere genres beheerst. De warme stem van Doc Watson spitst de oren, en zijn gitaar- dan wel banjospel staat steeds ten dienste van de song. In de vinnige instrumentaaltjes Black Mountain Rag en Doc's Guitar laat Watson horen een virtuoos snarenwonder te zijn; vingervlug en bij momenten onnavolgbaar. Toch hoor ik 'm het liefst de wat ingetogener liedjes vertolken. Little Omie Wise is dan ook een magistraal orgelpunt.
4 sterren
Doc Watson - Southbound (1966)

4,0
0
geplaatst: 3 februari 2021, 20:27 uur
In vergelijking met Watson's vorige, titelloze, plaat spelen op dit album twee extra gitaristen en een bassist mee. Het blijft natuurlijk Doc Watson zelf die de hoofdrol vertolkt, met zijn doorleefde, warme stem (luister maar 'ns naar bijvoorbeeld Alberta, schitterend toch?), maar daarnaast doet ook zijn zoon Merle, John Pilla (beiden gitaar) en ene Russ Savakus (double bass) mee. En dan valt vooral het baswerk van Savakus, die overigens ook te horen was op Dylan's Highway 61 Revisited, me in positieve zin op. In het bijzonder de instrumentale songs krijgen daardoor een extra dimensie; het zorgt toch voor wat extra stuwkracht.
Ook op dit album staan een paar traditionals, hoewel die de minderheid uitmaken. Watson covert op dit album o.a. Tom Paxton (That Was the Last Thing on My Mind), Jimmie Driftwood's Tennessee Stud en Never No Mo' Blues, een liedje van Jimmie Rodgers uit 1928. De country-invloeden zijn iets meer aanwezig, maar Watson weet de genres naar mijn mening te overstijgen.
Wederom een fraaie mengeling van karaktervolle ontroering en verbazingwekkende virtuositeit, met als hoogtepunten Alberta, That Was the Last Thing on My Mind en The Riddle Song.
4 sterren
Ook op dit album staan een paar traditionals, hoewel die de minderheid uitmaken. Watson covert op dit album o.a. Tom Paxton (That Was the Last Thing on My Mind), Jimmie Driftwood's Tennessee Stud en Never No Mo' Blues, een liedje van Jimmie Rodgers uit 1928. De country-invloeden zijn iets meer aanwezig, maar Watson weet de genres naar mijn mening te overstijgen.
Wederom een fraaie mengeling van karaktervolle ontroering en verbazingwekkende virtuositeit, met als hoogtepunten Alberta, That Was the Last Thing on My Mind en The Riddle Song.
4 sterren
Don Cherry - Where Is Brooklyn? (1966)

4,0
3
geplaatst: 10 juni 2021, 00:30 uur
De albumhoes is een fraai allegaartje bonte potsierlijkheid, en ook de muziek zelf is erg kleurrijk. Cherry nam dit album eind 1966 op (het lijkt me dus sterk dat het releasejaar ook daadwerkelijk 1966 is, zoals hier staat, maar goed, ik vind niet meteen concrete bronnen) met Pharoah Sanders, Henry Grimes en Ed Blackwell. Die laatste twee hoorden we ook reeds op Complete Communion aan het werk, saxofonist Sanders "vervangt" hier eigenlijk Gato Barbieri.
Wat me van in het begin opvalt, is de straffe wisselwerking tussen Cherry en Sanders. Beiden klinken niet bepaald conventioneel, en de manier waarop zij met elkaar in duel gaan, is behoorlijk intens. Er wordt danig met de spierballen gerold, zonder daarbij het geheel uit het oog te verliezen. Het geeft dit plaatje iets verslavends.
Hoe goed en prominent de blazers ook mogen klinken, mijn grootste pluim gaat uit naar de ritmesectie, en dan vooral bassist Henry Grimes. Zijn spel heeft iets hakkelend, wat een hypnotiserende uitwerking op me heeft. Hij krijgt opvallend veel ruimte, vind ik ook. Alle composities komen uit Cherry's koker, dus hij zal daaf ongetwijfeld rekening mee hebben gehouden. Het maakt bijvoorbeeld het einde van Taste Maker lichtelijk geniaal.
Afsluiter Unite is hier de absolute kroon op het werk; bijna 18 minuten spektakel, gierend, manisch getoeter met een uitmuntende Grimes en Blackwell in steun.
Het is op de tonen van dit nummer dat ik een potentiel onrustige slaap tegemoet treedt. Maar als dat door Where Is Brooklyn? wordt voorafgegaan, vind ik dat helemaal niet erg!
4 sterren
Wat me van in het begin opvalt, is de straffe wisselwerking tussen Cherry en Sanders. Beiden klinken niet bepaald conventioneel, en de manier waarop zij met elkaar in duel gaan, is behoorlijk intens. Er wordt danig met de spierballen gerold, zonder daarbij het geheel uit het oog te verliezen. Het geeft dit plaatje iets verslavends.
Hoe goed en prominent de blazers ook mogen klinken, mijn grootste pluim gaat uit naar de ritmesectie, en dan vooral bassist Henry Grimes. Zijn spel heeft iets hakkelend, wat een hypnotiserende uitwerking op me heeft. Hij krijgt opvallend veel ruimte, vind ik ook. Alle composities komen uit Cherry's koker, dus hij zal daaf ongetwijfeld rekening mee hebben gehouden. Het maakt bijvoorbeeld het einde van Taste Maker lichtelijk geniaal.
Afsluiter Unite is hier de absolute kroon op het werk; bijna 18 minuten spektakel, gierend, manisch getoeter met een uitmuntende Grimes en Blackwell in steun.
Het is op de tonen van dit nummer dat ik een potentiel onrustige slaap tegemoet treedt. Maar als dat door Where Is Brooklyn? wordt voorafgegaan, vind ik dat helemaal niet erg!
4 sterren
Draconian - Turning Season Within (2008)

4,0
2
geplaatst: 29 november 2020, 21:20 uur
Van het Zweedse Draconian kwam onlangs het nummer The Failure Epiphany langs in de metal top 100 van trebremmit. De band deed zeker een belletje rinkelen bij mij, en toen ik op de artiestenpagina ging kijken, zag ik dat ik bij het album A Rose for the Apocalypse uit 2011 een schamele 3 sterren had uitgedeeld.
Waarom schamel? Wel, de eerdergenoemde song kwam behoorlijk indrukwekkend op me over enkele maanden geleden, en de zangeres - wiens geluid bij die plaat uit 2011, als ik op mijn berichten op de albumpagina mag afgaan, me wat tegenstond - vond ik nu net één van de sterkhouders.
Dat, en het feit dat de band dit jaar alweer met hun zevende plaat zouden komen aanzetten (is ondertussen gereleaset), heeft me ertoe aangezet dit album eens nader onder de loep te nemen. En ik moet toegeven dat het gehele album dat hoge niveau haalt!
Draconian is van verschillende markten thuis. Ze putten inspiratie uit death, doom en gothic, en de tracks hebben zonder uitzondering een melancholisch karakter, wat wegdromen makkelijk toelaat (zeker wanneer zangeres Lisa Johansson van zich laat horen). De afwisseling tussen rustigere stukken, met Johansson in de hoofdrol, en wat steviger werk (de grunts van Anders Jacobsson bieden een mooi tegengewicht) zorgen voor heel wat dynamiek, en ondanks het slepende van de doom-invloeden, loopt het album als een trein. Eerder meeslepend zou ik het dus durven noemen.
Instrumentaal is dit namelijk ook erg goed allemaal. De ritmesectie klinkt erg solide (vooral de drums vind ik erg goed klinken!), het toetsenwerk zorgt voor flink wat weemoed en vooral Johan Ericson heerst op leadgitaar en gooit er de ene na de andere memorabele riff doorheen, en verdriedubbelt die dosis weemoed nog 'ns.
Dit is dus een erg sterk album dat ik zonder de lijst van trebremmit wellicht nooit (al bestaat er altijd een kans, natuurlijk) was gaan beluisteren. Melancholie is de grote gemene deler.
4 sterren
Waarom schamel? Wel, de eerdergenoemde song kwam behoorlijk indrukwekkend op me over enkele maanden geleden, en de zangeres - wiens geluid bij die plaat uit 2011, als ik op mijn berichten op de albumpagina mag afgaan, me wat tegenstond - vond ik nu net één van de sterkhouders.
Dat, en het feit dat de band dit jaar alweer met hun zevende plaat zouden komen aanzetten (is ondertussen gereleaset), heeft me ertoe aangezet dit album eens nader onder de loep te nemen. En ik moet toegeven dat het gehele album dat hoge niveau haalt!
Draconian is van verschillende markten thuis. Ze putten inspiratie uit death, doom en gothic, en de tracks hebben zonder uitzondering een melancholisch karakter, wat wegdromen makkelijk toelaat (zeker wanneer zangeres Lisa Johansson van zich laat horen). De afwisseling tussen rustigere stukken, met Johansson in de hoofdrol, en wat steviger werk (de grunts van Anders Jacobsson bieden een mooi tegengewicht) zorgen voor heel wat dynamiek, en ondanks het slepende van de doom-invloeden, loopt het album als een trein. Eerder meeslepend zou ik het dus durven noemen.
Instrumentaal is dit namelijk ook erg goed allemaal. De ritmesectie klinkt erg solide (vooral de drums vind ik erg goed klinken!), het toetsenwerk zorgt voor flink wat weemoed en vooral Johan Ericson heerst op leadgitaar en gooit er de ene na de andere memorabele riff doorheen, en verdriedubbelt die dosis weemoed nog 'ns.
Dit is dus een erg sterk album dat ik zonder de lijst van trebremmit wellicht nooit (al bestaat er altijd een kans, natuurlijk) was gaan beluisteren. Melancholie is de grote gemene deler.
4 sterren
Dream Theater - A Dramatic Turn of Events (2011)

3,0
0
geplaatst: 12 oktober 2011, 14:47 uur
'A Dramatic Turn of Events', de nieuwe plaat van een band die ik vreemd genoeg nog niet zo geweldig ken. Het is ook niet helemaal mijn ding, ik vind de ballads gewoonweg veelal te zeikerig. Op deze plaat is dat niet anders, al ervaar ik ook erg mooie momenten, en kan je ook horen dat hier erg onderlegde muzikanten aan het werk zijn.
Opener 'On the Backs of Angels' is een hoogtepunt in mijn ogen, erg sterk nummer. Ik had het al enkele malen beluisterd vooraleer dit album uitkwam, en ben er dan ook iets meer mee vertrouwd. Het tweede nummer is een stuk minder, klinkt inspiratielozer in mijn oren. 'Lost Not Forgotten' is een degelijk nummer, geen hoogvlieger, maar zeker ook geen misser. 'This Is the Life' is dan weer een lichte tegenvaller, doet me niet zoveel. Tot hier zou je zeggen: hit and miss, om de beurt.
Maar dan komen toch enkele sterke nummers, te beginnen met de tandem 'Bridges in the Sky'-'Outcry', goed voor een dikke 22 minuten. Hier hoor ik veel goeie ideeën, en het gesoleer past ook wat beter binnen de songs. Het klinkt nog altijd een beetje als een show-off, maar ik vind het niet zo erg, en amuseer me prima met het geboden songmateriaal.
'Far From Heaven' begint erg ingetogen, op piano, en is zo'n typische ballad. Beetje zeikerig, maar eigenlijk helemaal niets mis mee. Zeker wanneer je daarna een gigant als 'Breaking All Illusions' tegenkomt. Verzachtende omstandigheden, noemen ze dat dan. Het langste nummer op de plaat, waarin vanalles en nog wat gebeurt. Rudess en Petrucci kunnen zich flink te buiten gaan aan epische duels op hun instrumenten, en ook nieuwe drummer Mangini (die de zware taak op zich heeft genomen om Portnoy te vervangen, en zich van die taak naar mijn mening redelijk kwijt) mag z'n salvo's op ons afvuren. Enkel bassist Myung hoor je niet zo vaak, jammer, want dat is ook een erg goeie muzikant.
De afsluiter vind ik dan weer niet zo geweldig, maar ik moet toch concluderen dat dit een degelijke plaat is. 'A Dramatic Turn of Events' heeft z'n titel niet gestolen; grootse, dramatische nummers (soms een beetje over the top), die alles van de muzikanten vergen, wat soms toch tot memorabele passages heeft geleid.
3 sterren
Opener 'On the Backs of Angels' is een hoogtepunt in mijn ogen, erg sterk nummer. Ik had het al enkele malen beluisterd vooraleer dit album uitkwam, en ben er dan ook iets meer mee vertrouwd. Het tweede nummer is een stuk minder, klinkt inspiratielozer in mijn oren. 'Lost Not Forgotten' is een degelijk nummer, geen hoogvlieger, maar zeker ook geen misser. 'This Is the Life' is dan weer een lichte tegenvaller, doet me niet zoveel. Tot hier zou je zeggen: hit and miss, om de beurt.
Maar dan komen toch enkele sterke nummers, te beginnen met de tandem 'Bridges in the Sky'-'Outcry', goed voor een dikke 22 minuten. Hier hoor ik veel goeie ideeën, en het gesoleer past ook wat beter binnen de songs. Het klinkt nog altijd een beetje als een show-off, maar ik vind het niet zo erg, en amuseer me prima met het geboden songmateriaal.
'Far From Heaven' begint erg ingetogen, op piano, en is zo'n typische ballad. Beetje zeikerig, maar eigenlijk helemaal niets mis mee. Zeker wanneer je daarna een gigant als 'Breaking All Illusions' tegenkomt. Verzachtende omstandigheden, noemen ze dat dan. Het langste nummer op de plaat, waarin vanalles en nog wat gebeurt. Rudess en Petrucci kunnen zich flink te buiten gaan aan epische duels op hun instrumenten, en ook nieuwe drummer Mangini (die de zware taak op zich heeft genomen om Portnoy te vervangen, en zich van die taak naar mijn mening redelijk kwijt) mag z'n salvo's op ons afvuren. Enkel bassist Myung hoor je niet zo vaak, jammer, want dat is ook een erg goeie muzikant.
De afsluiter vind ik dan weer niet zo geweldig, maar ik moet toch concluderen dat dit een degelijke plaat is. 'A Dramatic Turn of Events' heeft z'n titel niet gestolen; grootse, dramatische nummers (soms een beetje over the top), die alles van de muzikanten vergen, wat soms toch tot memorabele passages heeft geleid.
3 sterren
Drive-By Truckers - The Unraveling (2020)

4,0
2
geplaatst: 22 december 2020, 19:59 uur
Uitstekende plaat van Drive-By Truckers, hun eerste van 2 in 2020. Het gros van de songs (7/9) werd geschreven door Patterson Hood; de overige 2 (track 3 en
door Mike Cooley. De maatschappijkritische teksten zijn in dit door een hardnekkig virus, diverse natuurrampen en naar autocratie lonkende hooghartige brulboeien geplaagde jaar relevanter dan ooit.
De manschappen van deze geroutineerde southern rockband spreken zich onder andere uit tegen racisme, wapengeweld en sociale ongelijkheid, en doorprikken op verhelderende wijze de illusie van de Amerikaanse droom. Zo wordt de armoede en wanhoop en hoe het systeem daar genadeloos van profiteert in 21st Century USA messcherp gefileerd:
"In a town that's named for razor blades;
All American but Chinese made;
Folks working hard for shrinking pay;
21st century USA!"
Een ander hoogtepunt is het schrijnende Babies in Cages, dat opent met wat mistroostig klinkend gitaargetokkel, om zich daarna tot wat funky en loom klinkende americana te ontpoppen, met een opvallende rol voor het washboard van Cody Dickinson. De tekst is onthutsend direct, en werd geïnspireerd door de beelden van - veelal - Mexicaanse kinderen die van hun ouders gescheiden in een kamp opgesloten zaten in vaak penibele omstandigheden. Van een zin als "Wrapped up in a tinfoil blanket, without any shoes" ga ik me zelfs wat ongemakkelijk voelen.
Kortom: de teksten hakken er dus flink in. Maar hoe zit het met de muzikale omkadering? Die is als vanouds erg goed. De muziek straalt een soort authenticiteit uit die een behaaglijke contradictie vormt met de tekstuele onderwerpen. Nergens klinkt de muziek hard of kil; eerder warm en uitnodigend. Patterson Hood neemt in de songs door hem geschreven de leadzang voor zijn rekening, Cooley doet hetzelfde in zijn songs. Een gelukkige regeling vind ik, want de doorleefde zang van Hood weet me veel meer te raken; Cooley vind ik soms wat vlak klinken, al kent Grievance Merchants een fantastische laatste minuut.
Het album wordt afgesloten met het lange Awaiting Resurrection, dat als een als jamsessie vermomde samenvatting van de 8 voorgaande nummers klinkt. De eindconclusie is even mooi als schrikbarend:
"In the end we're just standing;
Watching greatness fade;
Into darkness, awaiting resurrection."
Deze plaat van Drive-By Truckers fungeerde dit jaar meermaals als spiegel of klankbord voor mij, en hielp me om nuchter te blijven in een bezopen wereld.
4 sterren
door Mike Cooley. De maatschappijkritische teksten zijn in dit door een hardnekkig virus, diverse natuurrampen en naar autocratie lonkende hooghartige brulboeien geplaagde jaar relevanter dan ooit.De manschappen van deze geroutineerde southern rockband spreken zich onder andere uit tegen racisme, wapengeweld en sociale ongelijkheid, en doorprikken op verhelderende wijze de illusie van de Amerikaanse droom. Zo wordt de armoede en wanhoop en hoe het systeem daar genadeloos van profiteert in 21st Century USA messcherp gefileerd:
"In a town that's named for razor blades;
All American but Chinese made;
Folks working hard for shrinking pay;
21st century USA!"
Een ander hoogtepunt is het schrijnende Babies in Cages, dat opent met wat mistroostig klinkend gitaargetokkel, om zich daarna tot wat funky en loom klinkende americana te ontpoppen, met een opvallende rol voor het washboard van Cody Dickinson. De tekst is onthutsend direct, en werd geïnspireerd door de beelden van - veelal - Mexicaanse kinderen die van hun ouders gescheiden in een kamp opgesloten zaten in vaak penibele omstandigheden. Van een zin als "Wrapped up in a tinfoil blanket, without any shoes" ga ik me zelfs wat ongemakkelijk voelen.
Kortom: de teksten hakken er dus flink in. Maar hoe zit het met de muzikale omkadering? Die is als vanouds erg goed. De muziek straalt een soort authenticiteit uit die een behaaglijke contradictie vormt met de tekstuele onderwerpen. Nergens klinkt de muziek hard of kil; eerder warm en uitnodigend. Patterson Hood neemt in de songs door hem geschreven de leadzang voor zijn rekening, Cooley doet hetzelfde in zijn songs. Een gelukkige regeling vind ik, want de doorleefde zang van Hood weet me veel meer te raken; Cooley vind ik soms wat vlak klinken, al kent Grievance Merchants een fantastische laatste minuut.
Het album wordt afgesloten met het lange Awaiting Resurrection, dat als een als jamsessie vermomde samenvatting van de 8 voorgaande nummers klinkt. De eindconclusie is even mooi als schrikbarend:
"In the end we're just standing;
Watching greatness fade;
Into darkness, awaiting resurrection."
Deze plaat van Drive-By Truckers fungeerde dit jaar meermaals als spiegel of klankbord voor mij, en hielp me om nuchter te blijven in een bezopen wereld.
4 sterren
Drudkh - Autumn Aurora (2004)

4,5
1
geplaatst: 28 april 2013, 20:50 uur
Ondanks mijn sterke appreciatie voor het werk van de Oekraïense metalband Drudkh, blijft mijn kennis van hun oeuvre klein. Zowel hun meest recente plaat als hun bekendste misschien wel, ‘Autumn Aurora’, heb ik gewaardeerd met 4,5 sterren. ‘Autumn Aurora’ is zelfs één van mijn favoriete metalplaten overall. Daarom voel ik me nu toch verplicht om een korte bespreking neer te zetten.
Bij bands als Drudkh begint alles met Moeder Natuur. Alle leven vindt er zijn oorsprong, en zal uiteindelijk ook zijn ultieme Apocalyps ervaren als gevolg van een complexe samenloop van nauw aan de natuur verbonden factoren. Maar Drudkh zweeft nog tussen leven en dood. De schepping zien zij een pak rooskleuriger in dan het verderf, en daarom maken zij muziek over de natuur in volle bloei, bijna mythische natuurkrachten en, bovenal, de innemende schoonheid van ongerepte bossen, de occasionele plensbui en het vallen van de eerste witte sneeuwvlokken. ‘Autumn Aurora’ is wat dat betreft een schier perfecte afspiegeling van dit alles, en lijkt me moeilijk te overtreffen, ook al ken ik, zoals eerder aangehaald, lang niet alles van deze band (en laten we andere bands ook vooral niet vergeten).
De intro voert de luisteraar meteen mee in een intens landschap, waar op dat moment nog ruimte is voor rust. Wanneer de regengoden worden opgeroepen om het te laten stortregenen, gaat het er alweer een stuk steviger aan toe. De overgang naar het volgende nummer is naadloos. De herfst komt piepen, de loofbomen verliezen vele bladeren, den en spar staan te grijnzen bij bosjes. Om het ook iets directer over de muziek te hebben; het riffwerk spreekt tot de verbeelding. Er zit veel herhaling in, maar het is, net als bij ‘Eternal Turn of the Wheel’, goede herhaling. Het fascinerende aspect van de plaat verliest zijn kracht niet in deze mateloze ronddraaiende cirkel. En zo komen we bij het volgende nummer, ‘Sunwheel’.
Deze epische briljant wordt door veel metalfans gezien als een iconisch nummer. Ik vind het, als ik het hoor, vooral een afwijkend nummer voor de normen van de black-, folk-, postmetal, wat dan ook. Het gebruik van de doedelzak is bijzonder inventief, en draait de bankschroeven der aandacht nog wat steviger aan. En natuurlijk is er ook die o zo herkenbare gitaarriff in het begin van de song. Vanuit deze basis wordt een song opgebouwd die tot mijn favorieten mag gerekend worden, zonder meer.
De wind komt opzetten, en dat het niet waar is, we krijgen een nummer te horen dat nog genialer is. ‘Wind of the Night Forests’ maakt dezer dagen furore in de alternatieve metalladder, en laat me hopen dat het nummer, mede omdat het mijn eigen inzending is, het ver gaat schoppen. Dat er een publiek te vinden is voor de muziek van Drudkh, mag overigens nu ook weer niet zoveel verraste commentaren uitlokken. De productie is redelijk clean, en de nummers zijn zeker niet ontoegankelijk. Dat hoeft in dit geval ook niet om interessant en relevant te blijven; de soms wonderschone riffs (dit nummer spant op dat gebied werkelijk de kroon) zorgen ervoor dat de spanningsboog niet tegen de grond klettert. Toch een kleine kanttekening; de herhaling wordt ver gedreven, en dat kan voor veel mensen te ver zijn. Gelukkig is er dan nog altijd Thurios, die met zijn rauwe kreten telkens voor een ruwe wake-up call zorgt. De gitaarsolo in ‘Wind of the Night Forests’ mag er ook wezen, trouwens.
‘The First Snow’ is een erg lange outro, die teruggrijpt naar de intro van het album, en zo de cirkel rondmaakt. Een veelbeproefd concept, en het is weer zo’n moment op het album dat er veel geduld van de luisteraar gevergd wordt. Maar uiteindelijk heeft de outro een soort louterend effect, en wijst deze ons erop dat de natuur het enige pure is in de wereld. Iets wat de band ook probeert duidelijk te maken in het albumhoesje. Hierin is voor elke song één pagina uitgekozen, met prachtige natuurfoto’s. Het lijkt een statement, een smeekbede om de schoonheid voor één keer de bovenhand te laten nemen, en niet de maatschappelijke vervuiling.
Door wind gecreëerd, door wind weggeblazen. Zo vergaat het dit album. De laatste koude vlagen indachtig, is het alweer afgelopen, en na een goeie 40 minuten (ideale tijdsspanne, trouwens!) zou je zomaar weer kunnen aftrappen van bij het begin. ‘Autumn Aurora’ is een mooie instapper voor mensen die benieuwd zijn naar wat dit soort metal zo mooi maakt, maar het is ook zoveel meer. In feite een must have.
4,5 sterren
Bij bands als Drudkh begint alles met Moeder Natuur. Alle leven vindt er zijn oorsprong, en zal uiteindelijk ook zijn ultieme Apocalyps ervaren als gevolg van een complexe samenloop van nauw aan de natuur verbonden factoren. Maar Drudkh zweeft nog tussen leven en dood. De schepping zien zij een pak rooskleuriger in dan het verderf, en daarom maken zij muziek over de natuur in volle bloei, bijna mythische natuurkrachten en, bovenal, de innemende schoonheid van ongerepte bossen, de occasionele plensbui en het vallen van de eerste witte sneeuwvlokken. ‘Autumn Aurora’ is wat dat betreft een schier perfecte afspiegeling van dit alles, en lijkt me moeilijk te overtreffen, ook al ken ik, zoals eerder aangehaald, lang niet alles van deze band (en laten we andere bands ook vooral niet vergeten).
De intro voert de luisteraar meteen mee in een intens landschap, waar op dat moment nog ruimte is voor rust. Wanneer de regengoden worden opgeroepen om het te laten stortregenen, gaat het er alweer een stuk steviger aan toe. De overgang naar het volgende nummer is naadloos. De herfst komt piepen, de loofbomen verliezen vele bladeren, den en spar staan te grijnzen bij bosjes. Om het ook iets directer over de muziek te hebben; het riffwerk spreekt tot de verbeelding. Er zit veel herhaling in, maar het is, net als bij ‘Eternal Turn of the Wheel’, goede herhaling. Het fascinerende aspect van de plaat verliest zijn kracht niet in deze mateloze ronddraaiende cirkel. En zo komen we bij het volgende nummer, ‘Sunwheel’.
Deze epische briljant wordt door veel metalfans gezien als een iconisch nummer. Ik vind het, als ik het hoor, vooral een afwijkend nummer voor de normen van de black-, folk-, postmetal, wat dan ook. Het gebruik van de doedelzak is bijzonder inventief, en draait de bankschroeven der aandacht nog wat steviger aan. En natuurlijk is er ook die o zo herkenbare gitaarriff in het begin van de song. Vanuit deze basis wordt een song opgebouwd die tot mijn favorieten mag gerekend worden, zonder meer.
De wind komt opzetten, en dat het niet waar is, we krijgen een nummer te horen dat nog genialer is. ‘Wind of the Night Forests’ maakt dezer dagen furore in de alternatieve metalladder, en laat me hopen dat het nummer, mede omdat het mijn eigen inzending is, het ver gaat schoppen. Dat er een publiek te vinden is voor de muziek van Drudkh, mag overigens nu ook weer niet zoveel verraste commentaren uitlokken. De productie is redelijk clean, en de nummers zijn zeker niet ontoegankelijk. Dat hoeft in dit geval ook niet om interessant en relevant te blijven; de soms wonderschone riffs (dit nummer spant op dat gebied werkelijk de kroon) zorgen ervoor dat de spanningsboog niet tegen de grond klettert. Toch een kleine kanttekening; de herhaling wordt ver gedreven, en dat kan voor veel mensen te ver zijn. Gelukkig is er dan nog altijd Thurios, die met zijn rauwe kreten telkens voor een ruwe wake-up call zorgt. De gitaarsolo in ‘Wind of the Night Forests’ mag er ook wezen, trouwens.
‘The First Snow’ is een erg lange outro, die teruggrijpt naar de intro van het album, en zo de cirkel rondmaakt. Een veelbeproefd concept, en het is weer zo’n moment op het album dat er veel geduld van de luisteraar gevergd wordt. Maar uiteindelijk heeft de outro een soort louterend effect, en wijst deze ons erop dat de natuur het enige pure is in de wereld. Iets wat de band ook probeert duidelijk te maken in het albumhoesje. Hierin is voor elke song één pagina uitgekozen, met prachtige natuurfoto’s. Het lijkt een statement, een smeekbede om de schoonheid voor één keer de bovenhand te laten nemen, en niet de maatschappelijke vervuiling.
Door wind gecreëerd, door wind weggeblazen. Zo vergaat het dit album. De laatste koude vlagen indachtig, is het alweer afgelopen, en na een goeie 40 minuten (ideale tijdsspanne, trouwens!) zou je zomaar weer kunnen aftrappen van bij het begin. ‘Autumn Aurora’ is een mooie instapper voor mensen die benieuwd zijn naar wat dit soort metal zo mooi maakt, maar het is ook zoveel meer. In feite een must have.
4,5 sterren
Drudkh - Вічний Оберт Колеса (2012)
Alternatieve titel: Eternal Turn of the Wheel

4,5
0
geplaatst: 13 april 2012, 18:48 uur
Met een kalme intro zet ‘Eternal Turn of the Wheel’ in. De huilende wind op de achtergrond, akoestische gitaar op de voorgrond. De wind verstomt, een klaterend beekje laat zich horen. De rode loper wordt uitgegooid voor het eerste volwaardige nummer, ‘Breath on Cold Black Soil’. Dat valt meteen met de deur in huis; een agressieve, repetitieve gitaarriff scheurt alles open, de drummer mept er lustig op los, blastbeats niet uit den boze. Wanneer Thurios invalt, klinkt hij boos, agressief, emotioneel. Verdomd, wat een strot, de vocalen komen echt als een natuurkracht op je af, en niets of niemand is bij machte om het tegen te houden, je moet ondergaan. Een heerlijke lijdensweg volgt, maar, als je je er op een andere manier voor openstelt, een heerlijke wandeling door de ongerepte natuur, met meerdere adembenemende panorama’s.
De hoge mate van herhaling in de riffs en het drumwerk kunnen aanvankelijk een struikelblok zijn, maar zijn al bij al slechts schijn. ‘Breath of Cold Black Soil’ alleen al bevat meerdere geweldige twists, tempoveranderingen en verschillende sfeerschakeringen. Van koude agressie gaat het over een melancholiek eerste lentedaggevoel naar een epische storm. De klokken worden geluid. De achterliggende gitaartjes zijn geweldig, altijd weer. Samen met de bas het houvast van deze plaat. De song lijkt langzaam uit te doven, maar de fantastische laatste minuut moet dan nog beginnen. Een half gebroken riff wordt ingeluid, het tempo wordt langzaam de hoogte ingejaagd, en met een abrupt einde schakelen we meteen over naar de volgende song.
‘When Gods Leave Their Emerald Halls’. De storm keert nog eens terug, tot een beest van een riff invalt. Thurios draagt bij aan de sfeer, zoals in het vorige nummer, maar de echte kracht ligt weer in die achterliggende gitaarlijntjes, die zich achteloos lijken te verbergen in de nevelige achtergrond. Bij momenten klinkt ‘Eternal Turn of the Wheel’ als een wat monotone geluidsbrij, maar laat je daar vooral niet aan vangen; er zit meer dan genoeg muzikaliteit en afwisseling in dit werkje, de versnelling die meermaals opduikt in dit nummer is daar een sterk voorbeeld van.
Ik heb gelezen dat Drudkh met dit album meer teruggrijpt naar ‘Autumn Aurora’ en andere platen uit die periode. Wat ‘Autumn Aurora’ betreft, kan ik dat volledig beamen; de andere platen van Drudkh ken ik helaas nog niet, maar daar zal zeker verandering in komen. ‘Autumn Aurora’ vind ik nog beter dan deze; waarom, dat zal ik ten gepaste tijde daar wel bekend maken. Hier gaat het over ‘Eternal Turn of the Wheel’, natuurlijk.
‘When Gods Leave Their Emerald Halls’ is m’n favoriete nummer op de plaat. Als de song halfweg is, is er al zoveel gepasseerd dat je denkt; dit is toch al een volwaardige song, niet? Maar neen, Drudkh gaat gewoon door op het elan, en dat kan soms verkeerd uitdraaien (te langdradig etc.), maar hier is dat niet het geval. Het nummer blijft de volle 9 en halve minuut begeesteren, beklijven, onder huid kruipen, koude rillingen langs je nek sturen, noem maar op. Een vat vol emoties trekt deze song elke keer weer open bij mij. Na 6 en halve minuut maakt al het epische geweld even plaats voor de natuur, die toch ook een prominente plaats inneemt op deze plaat. De paganfeel, lees ik weleens. Krekels, in dit geval, als ik me niet vergis. Ik ben geen insectkundige. De gitaar, die subtiel weer kwam opzetten, zet een tandje bij, en escaleert vol vuur. Uiteindelijk mondt ook deze song weer uit in een monumentaal slotstuk.
Op de hoes zie ik ook dat achter de titels tussen haakjes de maand staat waarop de song betrekking heeft. ‘Farewell to Autumn’s Sorrowful Birds’ hangt samen met de maand oktober. De herfst. Het valt me ook op dat de gitaarlijnen op deze song weemoediger klinken. De heimwee naar de zomer, met zijn kolkende natuur. ‘Breath of Cold Black Soil’ speelt zich overigens af in de lente (maart), ‘When Gods Leave Their Emerald Halls’ in de zomer (augustus) en de afsluiter in hartje winter (december).
“Autumn’s sorrowful birds”, de kraaien. Zij pikken hun laatste graantje mee, vooraleer alles dicht gaat vriezen. Het land wordt geteisterd door die rotbeesten, en Thurios doet z’n uiterste best om ze weg te jagen. Ik begrijp niets van de teksten, en in mijn CD-boekje staat ook geen Engelse vertaling, dus ik gis maar wat; ik laat m’n fantasie werken. De hoes is trouwens fraai, en research heeft me geleerd dat zo goed als elke Drudkh-hoes de moeite waard is. De natuur speelt altijd een glansrol.
In de outro van ‘Farewell to Autumn’s Sorrowful Birds’ (na alweer een ijzingwekkende finale) horen we een laatste echo van de kraaien. ‘Night Woven of Snow, Winds and Grey-Haired Stars’ maakt z’n blijde intrede. Nou ja, blijde intrede. Als je een oerkreet en een desolate gitaarriff, geruggesteund door somber basspel en keiharde drums een blijde intrede mag noemen. Het winterseizoen is begonnen. De boeren vloeken, auto’s weigeren te starten, avonturiers wagen zich aan lange, lastige wandeltochten in ronduit prachtige omgevingen. ‘Night Woven of Snow, Winds and Grey-Haired Stars’. De titel alleen al is een gedicht op zich. Daar kan je je zoveel bij voorstellen, gewoon de ogen sluiten en genieten van de muziek, je in een witte, kille vallei wanen, verijsde beekjes en in de verte een duister, triest uitziend naaldbos.
De vier seizoenen van Drudkh. Het is een concept dat al veel eerder werd uitgeprobeerd (Vivaldi, anyone?), maar het wordt ook deze keer gesmaakt. Althans, door mij toch. Dat komt waarschijnlijk deels door het waarachtige geluid van Drudkh. Bijzonder sfeervol, een warme overjas of ijspriem in je gezicht, al naargelang de stemming. Je kan in ieder geval onmogelijk zeggen dat er niets gebeurt, en ik blijf er nog altijd van genieten, al heb ik ‘m nu al heel wat luisterbeurten gegeven, en in de laatste minuten van het album, met weer die huilende wind en een gitaartje dat ergens in de verte klinkt, tegen een laag van noise, zit ik nog altijd even erg te genieten als tijdens de rustige intro. Drudkh heeft het met deze ‘Eternal Turn of the Wheel’ klaargespeeld mij te intens te raken, en daar gaat het toch allemaal om?
4,5 sterren
De hoge mate van herhaling in de riffs en het drumwerk kunnen aanvankelijk een struikelblok zijn, maar zijn al bij al slechts schijn. ‘Breath of Cold Black Soil’ alleen al bevat meerdere geweldige twists, tempoveranderingen en verschillende sfeerschakeringen. Van koude agressie gaat het over een melancholiek eerste lentedaggevoel naar een epische storm. De klokken worden geluid. De achterliggende gitaartjes zijn geweldig, altijd weer. Samen met de bas het houvast van deze plaat. De song lijkt langzaam uit te doven, maar de fantastische laatste minuut moet dan nog beginnen. Een half gebroken riff wordt ingeluid, het tempo wordt langzaam de hoogte ingejaagd, en met een abrupt einde schakelen we meteen over naar de volgende song.
‘When Gods Leave Their Emerald Halls’. De storm keert nog eens terug, tot een beest van een riff invalt. Thurios draagt bij aan de sfeer, zoals in het vorige nummer, maar de echte kracht ligt weer in die achterliggende gitaarlijntjes, die zich achteloos lijken te verbergen in de nevelige achtergrond. Bij momenten klinkt ‘Eternal Turn of the Wheel’ als een wat monotone geluidsbrij, maar laat je daar vooral niet aan vangen; er zit meer dan genoeg muzikaliteit en afwisseling in dit werkje, de versnelling die meermaals opduikt in dit nummer is daar een sterk voorbeeld van.
Ik heb gelezen dat Drudkh met dit album meer teruggrijpt naar ‘Autumn Aurora’ en andere platen uit die periode. Wat ‘Autumn Aurora’ betreft, kan ik dat volledig beamen; de andere platen van Drudkh ken ik helaas nog niet, maar daar zal zeker verandering in komen. ‘Autumn Aurora’ vind ik nog beter dan deze; waarom, dat zal ik ten gepaste tijde daar wel bekend maken. Hier gaat het over ‘Eternal Turn of the Wheel’, natuurlijk.
‘When Gods Leave Their Emerald Halls’ is m’n favoriete nummer op de plaat. Als de song halfweg is, is er al zoveel gepasseerd dat je denkt; dit is toch al een volwaardige song, niet? Maar neen, Drudkh gaat gewoon door op het elan, en dat kan soms verkeerd uitdraaien (te langdradig etc.), maar hier is dat niet het geval. Het nummer blijft de volle 9 en halve minuut begeesteren, beklijven, onder huid kruipen, koude rillingen langs je nek sturen, noem maar op. Een vat vol emoties trekt deze song elke keer weer open bij mij. Na 6 en halve minuut maakt al het epische geweld even plaats voor de natuur, die toch ook een prominente plaats inneemt op deze plaat. De paganfeel, lees ik weleens. Krekels, in dit geval, als ik me niet vergis. Ik ben geen insectkundige. De gitaar, die subtiel weer kwam opzetten, zet een tandje bij, en escaleert vol vuur. Uiteindelijk mondt ook deze song weer uit in een monumentaal slotstuk.
Op de hoes zie ik ook dat achter de titels tussen haakjes de maand staat waarop de song betrekking heeft. ‘Farewell to Autumn’s Sorrowful Birds’ hangt samen met de maand oktober. De herfst. Het valt me ook op dat de gitaarlijnen op deze song weemoediger klinken. De heimwee naar de zomer, met zijn kolkende natuur. ‘Breath of Cold Black Soil’ speelt zich overigens af in de lente (maart), ‘When Gods Leave Their Emerald Halls’ in de zomer (augustus) en de afsluiter in hartje winter (december).
“Autumn’s sorrowful birds”, de kraaien. Zij pikken hun laatste graantje mee, vooraleer alles dicht gaat vriezen. Het land wordt geteisterd door die rotbeesten, en Thurios doet z’n uiterste best om ze weg te jagen. Ik begrijp niets van de teksten, en in mijn CD-boekje staat ook geen Engelse vertaling, dus ik gis maar wat; ik laat m’n fantasie werken. De hoes is trouwens fraai, en research heeft me geleerd dat zo goed als elke Drudkh-hoes de moeite waard is. De natuur speelt altijd een glansrol.
In de outro van ‘Farewell to Autumn’s Sorrowful Birds’ (na alweer een ijzingwekkende finale) horen we een laatste echo van de kraaien. ‘Night Woven of Snow, Winds and Grey-Haired Stars’ maakt z’n blijde intrede. Nou ja, blijde intrede. Als je een oerkreet en een desolate gitaarriff, geruggesteund door somber basspel en keiharde drums een blijde intrede mag noemen. Het winterseizoen is begonnen. De boeren vloeken, auto’s weigeren te starten, avonturiers wagen zich aan lange, lastige wandeltochten in ronduit prachtige omgevingen. ‘Night Woven of Snow, Winds and Grey-Haired Stars’. De titel alleen al is een gedicht op zich. Daar kan je je zoveel bij voorstellen, gewoon de ogen sluiten en genieten van de muziek, je in een witte, kille vallei wanen, verijsde beekjes en in de verte een duister, triest uitziend naaldbos.
De vier seizoenen van Drudkh. Het is een concept dat al veel eerder werd uitgeprobeerd (Vivaldi, anyone?), maar het wordt ook deze keer gesmaakt. Althans, door mij toch. Dat komt waarschijnlijk deels door het waarachtige geluid van Drudkh. Bijzonder sfeervol, een warme overjas of ijspriem in je gezicht, al naargelang de stemming. Je kan in ieder geval onmogelijk zeggen dat er niets gebeurt, en ik blijf er nog altijd van genieten, al heb ik ‘m nu al heel wat luisterbeurten gegeven, en in de laatste minuten van het album, met weer die huilende wind en een gitaartje dat ergens in de verte klinkt, tegen een laag van noise, zit ik nog altijd even erg te genieten als tijdens de rustige intro. Drudkh heeft het met deze ‘Eternal Turn of the Wheel’ klaargespeeld mij te intens te raken, en daar gaat het toch allemaal om?
4,5 sterren
