MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Brunniepoo als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Steeleye Span - The Green Man Collection (2023)

poster
4,0
The Green Man verscheen tijdens de Britse tour van 2023, die dezelfde titel had als deze plaat. Het is een wat onduidelijke plaat, in die zin dat het op erg veel gedachten hinkt. Enerzijds werd het nummer The Green Man ‘teruggevonden’ op een tape, een nummer van Bob Johnson uit de jaren ’80 dat nooit op plaat was verschenen. Op deze verzamelaar vinden we de originele opname en een versie van de huidige line-up. Ook van Jack Hall, New York Girls en Hard Times of Old England vinden we zulke versies terug, waarbij op de laatste medewerking werd verkregen van Francis Rossi van Status Quo, met wie de band al decennia bevriend is.
Van Edward en Sir James the Rose vinden we liveversies uit 2018, die ook al te vinden zijn in de uitgebreide versie van 50th Anniversary Live. Ten slotte zijn er ook nog eens zes nummers die gewoon direct afkomstig zijn van de dan laatste twee studioalbums Dodgy Bastards en Est. 1969.

Met andere woorden: dit album bevat drie nieuwe nummers. Het eerder genoemde The Green Man is een prima nummer (in beide uitvoeringen) en het lijkt eerder een gevalletje ‘er was geen album om het op te zetten’, dan een ondermaats nummer. Aangezien het ook niet eerder op een album terecht is gekomen, zal het inderdaad wel echt vergeten zijn. Dan hebben we nog een geheel nieuw nummer Hey Nonny Violence – een wat mij betreft vrij onbenullig nummer, waarop we evenwel nieuwe aanwinst Athena Octavia op viool goed kunnen horen. Ook is er een cover van Elvis Costello’s Ship Building, een nummer dat al zo vaak gecoverd is dat er eigenlijk geen eer meer aan te behalen valt.

Al met al is het me dus nogal onduidelijk voor wie deze plaat nou bedoeld is. Het is eigenlijk vooral een uitgave voor de echte fan die de verzameling compleet wil hebben, maar die krijgt dus een liefst acht nummers die ook al op recente uitgaven stonden. Voor andere doelgroepen is dit allegaartje niet echt een logische aanschaf.

Steeleye Span - The Official Bootleg (2004)

poster
4,0
Een wat wonderlijk live-album. Ik lees op de website van Park Records dat dit album alleen beschikbaar was voor bezoekers aan een concert op 13 december 2004 in Londen, maar sindsdien is het ook gewoon verkrijgbaar via dat label.

Het is ook inhoudelijk een wat wonderlijke release, de eerste drie nummers zijn afkomstig van een optreden uit 2002 (16 december, Salisbury), de volgende twee zijn opgenomen op 20 april 2004 in Tewkesbury en de laatste vijf op 15 mei van datzelfde jaar in Southampton. Dat laatste optreden verscheen echter twee jaar later, in 2006 dus, in zijn ‘volledigheid’ als Folk Rock Pioneers In Concert en daar kreeg je als een van de toegevoegde nummers ook nog eens de hier opgevoerde versie van Mantle of Green bij. Daarmee werd dit album eigenlijk door de tijd wat overbodig gemaakt. Eigenlijk is dit album alleen voor de eerste drie nummers nu nog de moeite van aanschaf waard.

Dat neemt niet weg dat we hier prima opnames hebben uit de periode van na de terugkeer van Maddy Prior, Rick Kemp en Liam Genockey en de toevoeging van gitarist Ken Nicol in 2002. Wel is het opvallend dat er slechts twee nummers op staan die daadwerkelijk door die line-up zijn geschreven: Mantle of Green en Si Begh Si Mohr.

Steeleye Span - They Called Her Babylon (2004)

poster
3,5
Tja, dat stabiliteit niet per se bij Steeleye span hoort, was zo onderhand wel duidelijk. Na het toch niet onaangename “Bedlam Born” vertrekt driekwart van de band, waardoor van de bezetting van de voorganger alleen violist Peter Knight overblijft. Daarvoor in de plaats krijgen we de terugkeer van drummer Liam Genockey, bassist Rick Kemp en zangeres Maddy Prior. Gitaris Ken Nicol – zelf ook een folkveteraan, onder andere als lid van de Albion Band – is de enige echte nieuwkomer. Heeft dat veel invloed op het geluid?

Ja en nee. Het lijkt vooral gedaan de vernieuwingspogingen van de vorige bezetting, want “They Called Her Babylon” klinkt vaak als vintage Steeleye Span. Dat is geen probleem, mits goed gedaan. En daar wringt de schoen want deze plaat kent twee gezichten. Na drie prima nummers, waarbij vooral de spokende viool van Knight en de zang van Prior mooi interfereren op Heir of Linne, volgt de sentimentele draak Bride’s Farewell, dat bovendien het matigste refrein in de bandgeschiedenis heeft.

Het titelnummer – over de belegering van Lathon House in de tijd van de glorieuze revolutie – is daarentegen weer een typisch Steeleye Span-epic en op Mantles of Green mag Prior laten horen dat zij toch echt dé zangeres van de band is. De zang en het fraaie vioolspel redden het wat saaie en vooral veel te lange nummer. ‘Te lang’ kan dan weer niet gezegd worden van Bede’s Death Song, het is voorbij voordat je het doorhebt en een melodie valt eigenlijk niet te ontdekken. Het nummer is helaas een uitzondering want ook de volgende twee nummers duren te lang en kennen te weinig interessante vondsten om over de gehele lengte te boeien. Diversus and Lazarus brengt helemaal niets spannends, het instrumentale Si Begh Si Mohr is weliswaar een mooie break, maar erg repetitief. Child Owlet, een murder ballad uit de Child Ballads, doet de boel gelukkig weer wat opleven. Het is echter vooral de afsluiter die het uiteindelijk toch de moeite waard maakt om het album niet voortijdig af te zetten.

Al met al is “They Called Her Babylon” niet het album geworden waarop de fans ongetwijfeld gehoopt hadden. Het bevat een paar sterke nummers maar weet over de gehele linie uiteindelijk zelfs minder te overtuigen dan de voorganger.

Steeleye Span - Time (1996)

poster
4,5
Met “Tempted and Tried” had Steeleye Span zich weer op de kaart gezet en op het live-album dat het twintigjarig jubileum markeerde verschenen al enkele nieuwe nummers. Toch volgde er nog eerst een tournee ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig jubileum alvorens er weer een echt nieuw album verscheen, zeven jaar na de voorganger. Drummer Nigel Pegrum is dan al naar Australië geëmigreerd, hij wordt vervangen door Liam Genockey.

Het werd een bijzondere periode: Maddy Prior had stemproblemen en op “Time” gaat ze dan ook nauwelijks de hoogte in, wat de band tot een alternatieve oplossing dwong. Na enig aandringen werd de andere zangeres van het eerste uur, Gay Woods, bereid gevonden om terug te keren naar de band die ze meer dan een kwart eeuw eerder al na één album had verlaten. Gezien de spanningen die de oorspronkelijke bezetting uiteen deed vallen wellicht een wat wonderlijke keuze, maar afijn…

Na zo’n lange periode waren er dus eindelijk weer eens twee zangeressen aan boord, en dat bood nieuwe kansen voor harmonieën. Old Maid in the Garrett is hier een mooi voorbeeld van, Woods verzorgt de leadzang en Prior de tweede stem.

Het hele album staat eigenlijk wel model voor de Steeleye Span vanaf “Tempted and Tried”: bewerkte traditionals (trad.arr) gemengd met eigen werk, vooral van de hand van Peter Knight. Het rockt allemaal niet zo hard meer als in de hoogtijdagen, maar de band hoeft zich dan ook niet meer te bewijzen: ze zijn met gemak de grootste nog bestaande naam in de Engelse folkrock en hoeven dat enkel te bestendigen.

Kwalitatief is “Time” wat mij betreft het beste album sinds “Storm Force Ten”. Eigenlijk staat er geen slecht nummer op en wel een aantal hele sterke. Wel dient gezegd dat het hele album – de eerste echte in het cd-tijdperk – wellicht aan de lange kant is. Ook hadden er nog wel wat meer (vrolijke) up-tempo nummers op gemogen. Nu voldoet eigenlijk alleen de opener daaraan, waardoor de melancholie wel erg de boventoon voert.

Sinds “Rocket Cottage” (uit 1976!) is het al niet meer voorgekomen dat Steeleye Span twee albums in dezelfde formatie opnam en al die wisselingen doen ook iets met de koers. Met een Prior die minder dominant aanwezig is, Rick Kemp die tijdelijk afwezig is en Tim Hart die dan inmiddels al jaren niet meer bij de band behoort, is de nu het duo Bob Johnson en Peter Knight dat de kar trekt. Johnson heeft de nodige arrangementen op zijn naam, maar het is vooral Knight die zich heeft ontwikkeld tot een uitstekend componist en die zijn vioolspel ook een steeds prominentere rol in het bandgeluid is gaan geven. Het is een ontwikkeling die zich ook op de volgend albums door zal zetten…

Steeleye Span - Tonight's the Night (1992)

poster
4,0
Met Tempted and Tried vertoonde Steeleye Span weer tekenen van leven. De band klonk frisser dan op de vorige albums en leek de malaise weer te boven. Het zou daarna echter nog zes jaar duren tot er een geheel nieuw studio-album zou verschijnen, wat voor zover mij bekend zijn oorzaak heeft in het ontbreken van een platencontract.

De band had inmiddels al een aantal nieuwe nummers geschreven en besloot daarmee in 1991 op tournee te gaan, een tour ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan. De registratie, Tonight’s The Night, bevat deze zes nieuwe nummers (1-4 en 9-10), samen met een zestal oudere. De nummers zijn dus live opgenomen, maar zeker bij de nieuwe nummers is dat eigenlijk nauwelijks te horen – daar lijkt dus wel wat nabewerking aan te pas gekomen. Ook de oudere nummers klinken overigens alsof ze live in een studio zijn opgenomen, met hoogstens wat applaus na afloop.

Als live-album ben ik er dan ook niet echt kapot van, maar ik verkeer dan ook in de luxepositie dat ik dit kan schrijven terwijl er inmiddels een flink aantal live-albums van Steeleye op de markt is. In 1992, toen deze plaat verscheen, waren er enkel Live at Last (dat een hele merkwaardige tracklist heeft) en On Tour uit 1984, dat alleen in Australië werd uitgebracht en dat overigens maar één nummer gemeen heeft met dit album. Voor veel Steeleyefans was dit album toen dus de eerste waarmee ook liveversies van bekendere nummers binnengehaald werden.

Bij de nieuwe nummers valt het oog direct op Tam Lin – weer een Child Ballad, maar vooral legendarisch gemaakt door Fairport Convention (op Unhalfbricking uit 1969, en in verschillende live-opnamen). Op Time zou de band er nog eens op variëren, maar hier krijgen we een geweldige versie, die ook nog eens tien minuten duurt.

De samenzang op Ten Long Years bevalt me ook goed, al is het verder een wat kort en ook niet zo heel spannend nummer. Het fraaie Dawn of the Day dat erop volgt, heeft gelukkig meer substantie en wordt vooral gedragen door Maddy Prior’s vocalen (die het nummer ook schreef).

Ten slotte bevat de door Bob Johnson bewerkte traditional Gentleman Soldier (gezongen door Johnson en Prior) me ook erg goed, ook weer een vintage-Steeleyenummer, al is het jammer dat het eindigt met een wegfadende vioolsolo. Het nummer werd live gekoppeld aan het oudere Fighting with Strangers, met een instrumentaal stuk ertussen, maar door toedoen van de platenmaatschappij staat dat helaas niet zo op deze registratie.

Al met al is Tonight’s The Night een album dat door de tijd is ingehaald. Er zijn inmiddels beter (klinkende) liveplaten beschikbaar en op de volgende studioplaat, Time, zou de band heel anders voor de dag komen. Dat neemt niet weg dat deze plaat drie nieuwe nummers bevat die op geen enkele studioplaat zouden hebben misstaan.

Steeleye Span - Winter (2004)

poster
3,5
In hetzelfde jaar als They Called Her Babylon” – en ook nog eens in dezelfde bezetting – volgt het winteralbum “Winter”. Je zou het ook een kerstalbum kunnen noemen, al geldt dat eigenlijk maar voor een deel van de nummers.

Kerstalbums. Ik sta er niet per se negatief tegenover, maar deze van Steeleye Span overtuigt niet echt. Ten eerste omdat het in de meeste gevallen niet echt een kerst (of winter) gevoel bij me oproept, maar vooral ook om het muzikaal gebodene, dat is een beetje hit and miss op deze plaat.

Er zit weer het nodige moois tussen – Mistletoe Bough bijvoorbeeld, eigenlijk gewoon een typisch Steeleye Spannummer met een winterse insteek (en meer heidens dan christelijk) of het up-tempo Today in Bethlehem en Hark the Herald Angels Sing is hier ook altijd wel een kerstfavoriet. Het absolute hoogtepunt is echter de afsluiter In the Bleak Midwinter, met muziek van Gustav Holst en een tekst van Christina Rossetti. Ook Blow Your Trumpet Gabriel – met een voor folkbegrippen idioot ritme en a-capella zang van Prior – en de speedrocker Good King Wenceslas spreken me nog wel aan. De overige nummers doen we me echt helemaal niets.

Al met al is “Winter” zeker geen slecht album, hoewel het zeker geen plaat is die ik al te vaak opzet. Één keer per jaar in december, daar blijft het in de regel wel bij…

Steeleye Span - Wintersmith (2013)

poster
4,0
Na een productieve periode zat Steeleye Span met “Cogs, Wheels and Lovers” mijns inziens op een dood spoor. Daarna moest de band het vertrek van Ken Nicol na de release van dit album opvangen.

De terugkeer vier jaar later is verrassend. Enerzijds omdat er weer twee nieuwe bandleden aan boord zijn – gitarist/zanger Julian Littman en gitarist/zanger/saxofonist Peter Zorn – en een saxofonist had Steeleye Span nog niet eerder gehad (de bijdrage van David Bowie op “Now We Are Six” vergeten we voor het gemak even). Ook horen we een vocale bijdrage van Bob Johnson, die jaren eerder om gezondheidsredenen de band had verlaten. Hij schrijft bovendien voor twee nummers de muziek.

De daverende verrassing zit in de samenwerking met de zeer succesvolle fantasyschrijver Terry Pratchett – vooral bekend van de Discworld-boeken, die vooral de draak steken met de hedendaagse maatschappij èn met het fantasygenre. “Wintersmith” is Pratchetts 35e boek in de serie. Uiteraard zijn de teksten op de plaat gebaseerd op die van Pratchett en ook spreekt hij een stukje op The Good Witch.

Ja, en wat levert zo’n samenwerking muzikaal dan op? Een sterke plaat vooral, die al met al ook weer niet heel uitzonderlijk aandoet. De teksten zijn wat raadselachtig zonder het grote verhaal, maar de muziek is eigenlijk gewoon vertrouwd Steeleye Span. Een aantal nummers staan erg goed op zich, de sterke rocker Wintersmith bijvoorbeeld, de fraaie ballad We Shall Wear Midnight en The Dark Morris Song, een - nou ja, de titel zegt het eigenlijk al – een morristune met fantasy-inhoud.

Wel moet gezegd worden dat de plaat erg sterk begint, maar dat de aandacht na The Good Witch wat wegzakt, om pas bij Crown of Ice weer echt terug te keren. Hoogtepunt van de plaat is wat mij betreft het instrumentale The Dark Morris Tune, maar ook het melancholische We Shall Wear Midnight (met saxofoon!) is heel erg mooi.
Na “Wintersmith” nam Peter Knight, in de jaren ’80 en vooral in de jaren ’90 de drijvende kracht achter de band, afscheid. Zijn opvolgster Jessie May Smart horen we voor het eerst op de bonustracks op de deluxe edition.

Met die bonustracks is trouwens ook helemaal niets mis. Ze zijn kennelijk redelijk wat later opgenomen dan de rest van de plaat – of ze hebben de viool en achtergrondzang van May Smart er later ingemixt, maar dat lijkt me niet logisch – maar geen van de vier nummers zou op de oorspronkelijke plaat hebben misstaan. De livetracks zijn eveneens prima en de twee demo’s vooral leuk om een keer gehoord te hebben.

Steve Hackett - Beyond the Shrouded Horizon (2011)

poster
4,0
Dacht dat ik allang wat geschreven had bij dit album, kennelijk niet dus.

Steve's vorige album, Out of the tunnel's mouth, vind ik misschien wel de meest geslaagde uit zijn carrière dus de verwachtingen waren hooggespannen. Welnu, die zijn zeker niet uitgekomen, zonder dat dit overigens een slecht album is.

Opener Loch Lomond, ook de opener bij het uitstekende concert in De Boerderij, is meteen het hoogtepunt. Een prachtig nummer met een duistere sfeer. Daarna volgt nog een minuut of vijftig aan muziek die soms erg aardig is (A Place Called Freedom, Turn This Island Earth) maar die toch ook vaak redelijk ongemerkt voorbij gaat.

Een aardig tussendoortje maar hopelijk bevat het volgende album weer wat meer materiaal dat blijft hangen. Een krappe 4*.

Sting - If on a Winter's Night... (2009)

poster
2,5
Het wordt langzaamaan weer kouder en het regent me te vaak. Toch hoop ik maar dat we een lange herfst krijgen dit jaar want als het eenmaal winter wordt dan gaat mijn vriendin deze cd weer opzetten en daar zit ik niet echt op te wachten. Wat een saaie cd, na de eerste twee nummers ben ik meestal al klaar mee...