MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Lura als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Judy Collins - Spellbound (2022)

poster
4,0
De bijna drieëntachtigjarige Judy Collins vergaarde met name wereldfaam met covers, vooral met Send in the Clowns van Stephen Sondheim. Ze heeft wat de keuzes betreft hiervan altijd een bijzonder goede neus gehad. Op In My Life uit 1966, vernoemd naar de bekende Beatles klassieker, coverde ze onder andere ook Suzanne van Leonard Cohen.

Het betekende een jaar later de doorbraak van Leonard Cohen met zijn legendarische debuutalbum Songs of Leonard Cohen. Hij was het die Collins stimuleerde om ook zelf songs te gaan schrijven. Diezelfde dag nog schreef ze het toepasselijk getitelde Since You’ve Asked,wat tegenwoordig ook de naam van haar podcast is. Sindsdien kwamen die zelfgeschreven songs geregeld op haar albums terecht.

Spellbound is echter het eerste album, waarvoor ze alle nummers zelf schreef. In haar nieuwe songs klinkt veel nostalgie en geëngageerdheid door. Veelal gaan ze over de up en downs van haar bewogen leven. Soms haalde ze ook inspiratie uit gedichten en boeken.

Onder andere uit de autobiografie “The Seven Storey Mountain” van Thomas Merton. Merton was een Trappistenmonnik, theoloog, mysticus en pacifist, die zich actief inzette tegen de oorlog in Vietnam. Hij stierf op pas drieënvijftigjarige leeftijd onder verdachte omstandigheden in Thailand. Hij ligt begraven in de abdij van Gethsemani in Kentucky. In deze inspirerende omgeving schreef trouwens Cameron Blake enkele jaren geleden zijn liedjes voor zijn album Censor the Silence.

Op vier liedjes zingt Ari Hest mee. Met hem nam ze in 2016 het bijzonder fraaie album Silver Skies Blue op, waarvoor ze de meeste liedjes samen schreven. Verder kreeg ze onder andere hulp van de bekende bassist Tony Levin. Het album is opgedragen aan Pete Seeger en Woody Guthrie. De liedjes werden recent door Collins geschreven, op bonustrack The Blizzard, haar evergreen, na.

Bij het album zit een keurig verzorgd boekje met de nodige achtergrondinformatie over de songs. Haar stem klinkt overigens nog steeds kristalhelder en gelukkig komt ze in november naar Nederland en België voor concerten. Spellbound is een overtuigend bewijs dat Collins nog lang niet is uitgeblust, sterker nog het behoort tot haar meest fraaie albums uit haar oeuvre.

Judy Collins live :

5-11 BORGERHOUT : De Roma
6-11 UTRECHT : TivoliVredenburg

Judy Kass - Beyond the Ash and Steel (2016)

poster
4,5
Verbazingwekkend dat dit pas haar tweede cd is, want Judy Kass zingt al sinds 1971 in het openbaar. Twee jaar geleden debuteerde deze in New York geboren zangeres met Better Things. Het album vergaarde in Amerika behoorlijk veel airplay. Veel songs op dat album hebben betrekking op haar verlies van 297 collega’s tijdens 9/11.

Ook het titelnummer Beyond the Ash and Steel van de nieuwe schijf handelt hier over. Het nummer zou zeker niet misstaan in het oeuvre van Joni Mitchell, net als Vastness of Now. Deze songs laten goed horen dat Judy klassiek geschoold is op piano.

De thematiek is niet altijd zwaar, wat direct al duidelijk wordt in de aanstekelijke opener Chili Pepper Nights, met een glansrol voor John Sebastian, voormalig frontman van The Lovin’ Spoonful, op mondharmonica. Mijn liefde voor muziek begon overigens bij zijn nummer Summer in the City.

In Same Sorry Old Timeless Tale komt de met soul geïnjecteerde stem van Judy goed tot zijn recht. Maar ook in de zeker tweehonderd jaar oude Britse folktraditional The Snows They Melt the Soonest, de enige song die niet door haarzelf is geschreven. Ooit gecoverd door Pentangle als The Snows en op de hoes vermeld als eigen song.

Opvallend is het arrangement van het up temponummer Laugh, met name door het gebruik van de trompet door haar getalenteerde dochter Kyla Moscovich. Het toont weer eens aan dat de trompet veel te weinig gebruikt wordt in de folkmuziek. Zonder uitzondering zijn de liedjes voorzien van subtiele arrangementen en de ervaren, warme vocalen van Judy.

Verder werkten Sara Milanovich (strijkinstrumenten), Dan Hickey (drums)en last but not least Mark Dann (bas, gitaar en mandoline) mee. Laatstgenoemde produceerde het album samen met Judy. Beyond the Ash and Steel laat een ervaren en veelzijdige zangeres horen, die veel meer aandacht verdient dan ze nu al krijgt.

Julia Shapiro - Zorked (2021)

poster
johans schreef:
Daar hebben natuurlijk tegenwoordig het internet voor. Twee klikjes en je weet al over de artiest. Niet over de muziek en daar is het werk van de recensent

Dan moet wel eerst die artiest op een of andere manier onder je aandacht gekomen zijn.

johans schreef:
Na een keer luisteren? Ik schrijf pas na een keer of 20 -30.

Begrijpend lezen is blijkbaar soms moeilijk, "Dan zou ik dagelijks minimaal zo'n vijf recensies moeten gaan schrijven (na een keer luisteren)!". Ik bedoel hiermee, dat als ik alle toegestuurde muziek zou moeten bespreken ik die albums hooguit een of twee keer zou kunnen beluisteren.

Het valt me op dat je wel vaker wat te zeuren hebt over mij. Onlangs stuurde je me op Facebook ook zo'n belerend berichtje, omdat ik een album besprak dat nog niet snel zou gaan verschijnen. Dat bepaal jij toch niet wanneer ik iets plaats op mijn blog?!

Deze nutteloze discussie is wat mij betreft gesloten.

Julie Murphy - Every Bird That Flies (2016)

poster
Dank zij mijn platenboer Joop van Gool leerde ik in 2002 de muziek van Julie Murphy kennen. In dat jaar verscheen Lilac Tree, misschien wel Julie’s meest toegankelijke album. En het is nog steeds een prachtig album. Met liedjes die indruk maakten, maar haar stem maakte nog meer indruk. Een stem die regelmatig vergeleken wordt met Sandy Denny.

Julie komt oorspronkelijk uit Engeland, maar woont al heel lang Wales, de geboortegrond van haar echtgenoot Ceri Rhys Matthews. Met hem richtte ze in 1996 de groep Fernhill op, samen met 9Bach de smaakmakers van de hedendaagse, meer avontuurlijke folk uit Wales. Nog steeds is ze relatief onbekend, maar werkte wel samen met grootheden als John Cale en Robert Plant.

Overigens startte haar professionele muziekcarrière vrij laat, doordat ze eerst een kunstopleiding aan Maidstone College Of Art gevolgd had. Daar leerde ze ook haar toekomstige man kennen. De keramische vogel die op de hoes staat maakte Julie reeds zelf in 1984.

Op Every Bird That Flies wordt meteen duidelijk dat de prominente rol van de piano gehandhaafd wordt. De opener The Mermaid is een traditional waarop Julie’s zang alleen begeleid wordt door haar eigen, in dit geval hamerende, pianospel. Ze is overigens autodidact op de piano.

The Fall werd ook opgenomen in 2011 voor de gelijknamige EP. Deze versie is echter duidelijk te prefereren, doordat deze versie indringender is. Ze schreef dit lied naar aanleiding van het gijzeldrama in 2004 in Beslan, Noord-Ossetië. Het is haar protest tegen het vermoorden van onschuldige mensen.

Ze besloot het naar aanleiding van het geweld in 2014 in de Gazastrook opnieuw op te nemen. Ze verwerkte in de song een gedeelte van een Palestijns lied, welke ze in 1996 in Ramallah leerde van een jonge zanger.

Haar maatschappelijke betrokkenheid blijkt verder uit Tonderai Ndira. Deze jonge activist uit Zimbabwe werd vermoord in opdracht van dictator Robert Mugabe. In dit lied maakt Murphy gebruik van een Afrikaanse instrument, de mbira.

Op When Georgia Paints wordt ze begeleid door Ceri Owen Jones op trombone. Het bevat enkele regels uit het gedicht Pain has an element of blank van Emily Dickinson. De vermelde Georgia betreft de Amerikaanse schilder Georgia O’Keeffe.

Herinneringen aan haar opa bevat To a Little Girl. Een man die de loopgraven van de eerste wereldoorlog overleefde en daarna piano speelde bij stomme films in de jaren twintig. Van een van haar muzikale helden, Jean Richie, leerde ze de traditional May Colvin. Het krijgt hier een lange, uitzonderlijk mooie vertolking.

Een van de mooiste liedjes is absoluut het melancholische This Seaside Town. De begeleiding op trombone is van grote schoonheid. Toelichting van Julie bij dit nummer : “written through tears on a train”. De uitdrukking Soil, Sole, Society in het gelijknamige nummer ontleende ze van de ecoloog Satish Kumar.

Het mooiste bewaart ze misschien wel voor het laatst. Haar zang in de traditional Willie Taylor wordt slechts spaarzaam begeleid door de contrabas van Aidan Thorne. Ze voegde aan het slot nog wat eigen regels toe. De opnames vonden plaats in de prachtig gelegen Mwnci Studios in West Wales.

6 en 7 mei zal Julie te zien zijn op het Merodefestival in België, waarbij ze samen zal spelen met het interessante Belgische duo Naragonia. Het album is reeds bij haarzelf en op Bandcamp te koop, de officiële releasedatum is 1 juni.

Op A quiet house was Julie reeds op zoek naar een totaal eigen geluid, op Every Bird That Flies heeft ze dat daadwerkelijk gevonden. Misschien niet zo toegankelijk als Lilac Tree, maar zeker zo mooi.

Justine Wahlin - A Pair of Dreamers (2019)

poster
4,5
Onlangs schreef ik al een summier, enthousiast artikeltje op mijn blog over A Pair of Dreamers, met de bedoeling vandaag een wat uitgebreidere recensie op Johnny’s Garden te plaatsen. Helaas is deze website vanwege onderhoud nog steeds offline.

Justine Wahlin is een goede vriendin van Melanie Horsnell, wie ik gisteren recenseerde. Beiden wonen in New South Wales. Justine is een geboren zangeres en verhalenverteller met Zweedse roots.

De ingetogen opener Old Wool and Dirty Boots liet me direct naar het puntje van mijn stoel veren. Een fictief liedje geïnspireerd door een foto van een onbekende man. De titel is ontleend aan het oude liedje Spider John.

Het is een gevarieerd album geworden met de nodige country en folkinvloeden, echt in een hokje is Justine niet te plaatsen. This Race is een wat steviger, uptemponummer met heerlijk mondharmonicaspel en excellent gitaarspel. Een autobiografisch liedje over een onbeantwoorde tienerliefde, het ging niet verder dan vriendschap, zoals ze helaas op harde wijze moest ondervinden.

Het meest sobere nummer van de plaat is Falter, waarop Justine alleen met haar gitaar te horen is. Het is een ode aan de vriendschap en is opgedragen aan haar zus en een goede vriend, die haar door een zware periode in haar leven sleepte.

Kippenvel bezorgt me Where Does Love Go?, vooral door het wonderschone cellospel van Karella Mitchel. Het werd geïnspireerd door een ontroerend vluchtelingenverhaal. Ook Leaving Day gaat over vluchtelingen, maar dan gezien door de ogen van de smokkelaars, die er veel geld aan verdienen.

Tot mijn favoriete liedjes reken ik zeker Down on Your Knees, vanwege de grote meezingbaarheidsfactor. Overigens een behoorlijk autobiografisch lied, over een verbroken liefdesrelatie, waarna het gelukkig mogelijk is toch vrienden te blijven. Twee jaar terug schreef ze in Zweden Night Owl een dag voordat ze terug zou vliegen naar Australië. Het viel haar op hoe verschillend de horizonten zijn bij het vallen van de avond.

Bijzonder is het achterliggende verhaal van Lady Jean. Justine las een krantenartikel waarin een man een hartaanval simuleerde om uit de gevangenis ontsnappen. Zijn vriendin was niet in staat zijn handboeien open te krijgen en werden ze voor het laatst gezien bij een hotel, de rest van het verhaal verzon Justine zelf. Killer Whale is een liedje over verliefd worden, terwijl alle signalen eigenlijk aangeven het beter niet te doen.

Een van de fraaiste liedjes vind ik het ingetogen Willow. Een beschouwend liedje over een verbroken relatie, waarbij degenen die liegen en bedriegen altijd geluk in de liefde lijken te hebben. Maar Justine kiest toch liever voor de kant van degene met een zuiver geweten.

Justine kreeg hulp van Karella Mitchel (cello), Michael Patterson (orgel op Fight), alle overige instrumenten, waaronder lead en slidegitaar en bas werden bespeeld door Paul Greene. Greene produceerde het album ook.

Overigens is Justine een onafhankelijk artieste, die ook andere muzikanten de mogelijkheid geeft op te treden tijdens haar eigen Red Dog Studio Sessions. A Pairs of Dreamers behoort tot mijn meest beluisterde albums in 2019 en zou zomaar eens aan het einde van het jaar mijn favoriete album kunnen worden. Hopelijk is het album binnenkort gewoon in Nederland verkrijgbaar.

JW Roy - Kouwe Kermis (2022)

poster
4,5
Het leven hangt vaak van toevalligheden aan elkaar. Zou Jan Willem ooit Ruud van den Boogaard hebben leren kennen, als hij niet was blijven zitten in de vierde klas van de lagere school? Ze kwamen bij elkaar in de klas te zitten en werden al snel dikke vrienden. Ruud leerde Jan Willem gitaar spelen en gaf hem ook zijn eerste gitaar. Rond hun zestiende hadden ze samen al hun eerste bandje, Sez, You. Ruim veertig jaar later bestaat de vriendschap nog steeds tussen beiden en maken ze samen nog steeds muziek. Op zijn vorige boekcd Dry Good & Groceries bracht Jan Willem met Building a Dream een ode aan zijn vriend.

Nu wordt op zijn nieuwe boekcd Kouwe Kermis de moeder van Ruud geëerd. Bijna dagelijks kwam Jan Willem bij Ruud over de vloer en voelde zich er thuis. Zoals gebruikelijk in de jaren zeventig was Mientje van den Boogaard huisvrouw en was ze er altijd als haar kinderen thuiskwamen. Het fraaie, ingetogen liedje Mientje van den Boogaard,waarop René van Mierlo meezingt, is niet alleen een ode aan haar, maar ook een hart onder de riem voor het verlies van haar man Tom in 2016.

Naast Ruud speelde het bruine Café Wilhelmina een belangrijke rol in de ontwikkeling van de passie voor muziek van Jan Willem. In zijn tienerjaren ging Jan Wilem met fiets en vervolgens de bus vanuit Knegsel op zondagmiddag vaak naar Eindhoven om daar vooral bluesartiesten te zien . Die mooie ervaringen leverde het uitbundige Café Wilhelmina op.

Kouwe Kermis is het derde deel van zijn Brabantse drieluik. Het eerste deel was het fraaie Laagstraat 443, vernoemd naar het woonadres van Ruud, waar het album werd opgenomen. Met fraaie liedjes als Cis Verdonk, Kortsten Dag, Marionneke Sanders (een klasgenoot van mij op de middelbare school heette ook zo) en natuurlijke het duet As Ge Ooit met Gerard van Maasakkers. Het was Gerard, die Jan Willem ooit aanmoedigde om ook eens in het Brabants te gaan zingen. De verwijzing naar As Ge Ooit in Verloren Zoon is dus niet toevallig en een soort eerbetoon.

Jan Willem was in zijn jeugd altijd erg opgewonden als hij ging verjaren, kon niet slapen, omdat hij nieuwsgierig was wat hij voor cadeaus hij zou krijgen. Het mooiste cadeau ooit was voor zijn zevende verjaardag, een gele kanariepiet van zijn opa. Nog Niet Jarig schreef hij samen met Guus Meeuwis, het enige liedje waarbij hulp kreeg van iemand anders. Overigens schrijft Jan Willem al heel lang mee aan het repertoire van Meeuwis.

Een belangrijke jaarlijkse gebeurtenis in het jonge leven van Jan Willem vormde de kermis. Hij woonde slechts een grasveld verwijderd van het kermisterrein. De kermis begon altijd de tweede zondag van september. Een week voor aanvang kwamen de attracties binnengedruppeld. Na schooltijd hing hij er altijd rond en als het mocht hielp hij mee opbouwen. De enige attractie waar hij inging was de zweefmolen, de opener van het album heet dan ook Laat het Leven Maar Zweven.

In het vlak bij Knegsel gelegen Vessem kwam Jan Willem eigenlijk nooit. Hij reed er alleen doorheen op training met zijn racefiets en later op zijn brommer op weg naar de slagerijschool in Tilburg. Begin twintig moest hij er eens zijn voor het aanvragen van een uitkering. De ontmoeting met de ambtenaar die de aanvraag behandelde is hem altijd bijgebleven . Jan Willem wilde toen graag beroepsmuzikant worden, maar kreeg toen de mededeling dat hij dat volledig uit zijn hoofd kon zetten, omdat daar in die regio geen droog brood mee was te verdienen. Zo’n twee decennia later, intussen een gearriveerd artiest, is hij terug in Vessem op zoek naar sponsors voor zijn boekcd Dry Good & Groceries. Beerze Bierbrouwerij uit die plaats werd toen een sponsor en is dat nog steeds. Sterker nog, Kouwe Kermis werd daar in “De Jachtkamer” opgenomen.

De Negende Zaligheid kan gezien worden als een bedankje voor deze jarenlange samenwerking. Hij zingt hierop een duet met Bertus Borgers, die uiteraard ook zijn saxofoon meebracht. Jan Willem vertoeft graag in de Auvergne, dankzij de warme accordeon van rasmuzikant Roel Spanjers krijgt Kom Maar Bij Mij een Frans tintje. Dit wordt nog versterkt door het gedeeltelijk Franstalige duet wat hij zingt met Floor Henkelman (AKA Fleur). Floor en Bertus zijn trouwens allebei geboren in Vessem.

Alhoewel hij gesetteld is in Diemen, vier gezonde kinderen (uit twee huwelijken) heeft en een lieve vrouw, kan hij soms ook dromen over terug verhuizen naar de Brabantse Kempen, waar zijn wortels liggen. Hierover handelt de afsluiter en titelsong Kouwe Kermis. Die nostalgische gevoelens werden heel erg aangewakkerd toen de wereld door Corona tot stilstand kwam en hij veel tijd kreeg om te mijmeren.

Het prachtige boek bevat naast de nodige persoonlijke ontboezemingen ook veel foto’s uit zijn familie archief en de nodige foto’s van Brabantse kermissen uit de jaren zeventig. Het is voor mij als Brabander altijd een verademing om Jan Willem in zijn moerstaal te horen zingen, hopelijk is het niet zijn laatste Brabantstalige album.

Het bijzonder fraaie en nostalgische Kouwe Kermis hebben we dus aan Corona te danken, het leven hangt echt van toevalligheden aan elkaar.

JW Roy & The Royal Family - A Room Full of Strangers (2017)

poster
4,0
Ter gelegenheid van zijn twintigjarig jubileum brengt de sympathieke slagerszoon uit Knegsel vandaag zijn album A Room Full of Strangers uit. Morgenavond wordt de cd ten doop gehouden in een reeds uitverkochte show, uiteraard dichtbij zijn geboortegrond, de Effenaar in Eindhoven.

Ondersteund door onder anderen Guus Meeuwis en natuurlijk ontbreekt jeugd- en boezemvriend meester-gitarist Ruud van den Boogaard niet. Samen met hem schreef hij namelijk in zijn jeugd zijn eerste liedjes. Voor zijn vorige, zeer fraai vormgegeven boek en album Dry Goods & Groceries componeerde Roy zelfs een liedje over Ruud, namelijk Building a Dream.

Twintig jaar later mogen we zeggen dat zijn muziekcarrière inderdaad goed van de grond is gekomen. Met dank aan mensen als Johan Derksen, Bert van de Kamp en uiteraard de helaas onlangs ontvallen Geert Henderickx, die americana een warm hart toedroegen, toen dit genre alles behalve dan populair was in Nederland.

Intussen is dat duidelijk veranderd en heeft op dit moment Ilse DeLange een populair tv-programma over de countrymuziek bij de publieke omroep, Ilse’s veranda. Op het nieuwe album is een fraai, klein gehouden duet van JW en Ilse terug te vinden, het toepasselijk getitelde We’re Still Here, want ook Ilse bracht bijna twintig jaar geleden haar eerste album uit.

Andere bekende namen die acte de présence geven zijn Michael Prins, Lea Kliphuis en de tweelingbroers van Tangarine. Ook zingt JW een ontroerend duet met broer Jeroen in Broke Brothers. The Royal Family die bestaat uit gitarist Cok van Vuuren, toetsenist Roel Spanjers, bassiste Judith Renkema en drummer Rob Wijtman laten een breder geluid horen dan op de voorganger.

Andermaal bewijst JW dat hij niet voor niets al zo lang rondloopt in de muziekwereld. A Room Full of Strangers wordt samen uitgebracht met het platenlabel Concerto Records, dat sinds een paar jaar zelf albums uitbrengt, een zeer toe te juichen initiatief. Eind januari start de uitgebreide tournee ter ondersteuning van deze fraaie release.

JW Roy & The Royal Family - Keep It Simple (feat. Lea Kliphuis) - YouTube