MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Lura als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

P.J.M. Bond - In Our Time (2023)

poster
4,5
Zijn uitstekende debuut EP Sunset Blues verscheen nog onder zijn gewone naam Paul Bond. Voor debuutalbum In Our Time gebruikt hij echter de artiestennaam P.J.M. Bond, afgeleid van zoals hij bekend staat bij de burgerlijke stand, Paulus Jacobus Maria Bond. Dat heeft hij gedaan om zich te kunnen onderscheiden van andere Paul Bonds, zoals bijvoorbeeld producer en muzikant Paul Bond uit Watford.

Al lang koesterde Paul de droom om muziek te combineren met een literair werk, hij rekent Ernest Hemingway en Scott Fitzgerald tot zijn twee favoriete schrijvers. Paul studeerde in december 2018 af aan de Universiteit van Amsterdam, de richting Research MA Literary Studies, en zijn toenmalige afstudeerproject was Ernest Hemingway. Hemingway werd in 1925 in één klap beroemd met de uit zestien verhalen bestaande bundel “In Our Time”. In 1931 was er een herpublicatie inclusief een extra verhaal, On the Quai at Smyrna. Deze heeft Paul ook toegevoegd omdat dit als de definitieve versie wordt beschouwd (waaronder door Hemingway zelf).

Opener On the Quai at Smyrna vormt een van de drie instrumentale composities op het album. In Our Time staat bol van vaak bijzonder subtiel ingekleurde composities, die van lieverlee onder de huid kruipen bij de luisteraar. Een gevarieerd album ook, naast Americana bijvoorbeeld ook klassieke invloeden. Voor Cat in the Rain liet Paul zich inspireren door Chopin’s bekende regendruppelprelude (Op. 28, No. 15), waarin telkens een noot wordt herhaald om het geluid van de regen na te bootsen.

Paul speelt in de bekende coverband Her Majesty, vernoemd naar een Beatles nummer. In het wat stevigere The Battler zit een vette knipoog naar Come Together van The Beatles. De geweldige solo is hier trouwens van Her Majesty collega Theo Sieben, een muzikale duizendpoot. Theo speelt diverse instrumenten op het album, waaronder de aanstekelijke banjopartij in The End of Something. Ook aan de stevige kant is het geweldige My Old Man.

Maar over het algemeen zijn de composities redelijk ingetogen. De prachtige strijkersarrangementen zijn van Reyer Zwart, behalve The Doctor and the Doctor’s Wife en The End of Something zijn van de hand van celliste Saartje van Camp en Paul zelf. Verder werkten onder andere bassist Danny van Tiggele en Excelsior huisdrummer Jeroen Kleijn mee. De teksten zijn, net als op zijn debuut EP, bovengemiddeld goed.

Paul vertelde me dat tijdens het ontstaansproces, dat voor een aanzienlijk deel plaatsvond in een blokhut in Lochem, hem af en toe de moed in de schoenen zonk. Daar was echter geen enkele reden toe, want het samen met Marcel Fakkers geproduceerde In Our Time, is nog fraaier geworden dan ik durfde hopen. Absoluut een prachtplaat, dat hopelijk massaal zal worden opgepakt. Het verschijnt zowel op vinyl als cd. De cd is met een boek, waaraan Jan Donkers en Hemingway-academicus J. Gerald Kennedy meewerkten. Laatstgenoemde schreef het volgende over In Our Time (vertaald naar het Nederlands met Google Translate) :

“P.J.M. Bond heeft de meeslepende muziek van In Our Time behendig vastgelegd in deze daad van creatief eerbetoon. Voor iedereen die bekend is met de baanbrekende collectie van Hemingway zullen de nummers die dit album vullen zowel de schoonheid van het proza als de loerende nostalgie naar verloren onschuld en geloof na verdovende desillusie in herinnering brengen. Zoete melodieuze frasering, rustige teksten die belangrijke verhaallijnen oproepen, alledaagse geluiden (vallende regen, voetstappen in de sneeuw, een ratelende haspel), pulserende ritmes, metrische veranderingen, soms zenuwslopende dissonantie - dit zijn de kenmerken van de briljante muzikaliteit die hier wordt aangeboden. Bonds meeslepende gitaarwerk, weelderige keyboardcreaties en aangrijpende zang zorgen ervoor dat de stukken van Hemingway op nieuwe en verrassende manieren tot leven komen. Hij herinnert zich zowel de radicale discontinuïteit van deze verhalen als de verbindende emoties, vaak uitgedrukt in onweerstaanbare cello-refreinen die een oerverlangen oproepen.”.

P.J.M. Bond live :

04-11 GRAAUW : De Ketchupfabriek
05-11 HAARLEM : Taverne De Waag
07-01 NIEUW- EN SINT JOOSLAND : Theater De Wegwijzer
28-03 TEGELEN : De Speelplaats

Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com

Paal Flaata - Come Tomorrow (2016)

Alternatieve titel: Songs of Townes van Zandt

poster
4,5
Sinds de jaren zeventig behoort het oeuvre van Townes van Zandt tot mijn muziek-DNA. Het was één van de vele mooie ontdekkingen, die ik dankzij OOR journalist Bert van de Kamp deed. Van Zandt was in die tijd absoluut een cultheld, helaas slechts in beperkte kring bekend.

Al zijn platen tot aan Flyin’ Shoes zijn van hoog niveau, daarna werden ze allemaal beduidend minder. Het lag dus voor de hand dat Paal Flaata zich tot die beginperiode beperkt heeft met het uitkiezen van de songs voor Come Tomorrow, het laatste deel van een trilogie. Vooraf gingen Wait By the Fire: the Songs Of Chip Taylor en Bless Us All: Songs Of Mickey Newbury.

Paal Flaata werd bekend dankzij de groep Midnight Choir, die schitterende albums maakte als Amsterdam Stranded en Unsung Heroine. Minder bekend is dat hij een paar jaar terug deel uitmaakte van The Humble Servants die het fantastische Down to the Bone maakte, die helaas niets deed.

In die groep speelde ook multi-instrumentalist Gøran Grini. Hij speelt een belangrijke rol op deze cd. Niet alleen bespeelt hij een groot aantal instrumenten, produceerde hij het samen met Flaata, maar verzorgde hij ook de fraaie strijkersarrangementen. In de meeste songs wordt er van strijkers gebruik gemaakt.

Het best vertegenwoordigd is het album Delta Momma Blues met vier liedjes. In Tower Song is er naast strijkers plaats voor een bevallige Franse hoorn. Van Zandt was een buitengewoon goede tekstschrijver, het refrein van Tower Song is doorspekt met veel wanhoop:

You close your eyes and speak to me
Of faith and love and destiny
As distant as eternity
From truth and understanding
The wind blows cold outside your door
It whispers words I’ve tried before
But you don’t hear me anymore
Your pride’s just too demanding
You build your tower strong and tall
Can’t see you, it’s got to fall someday

Gelukkig zijn er ook klein gehouden songs te vinden als Kathleen, het enige nummer waarop hijzelf gitaar speelt. De enig echte countrysong is, ondanks de strijkers, het aandoenlijke titelnummer. Het is een duet met dochter Maia. Het zal ongetwijfeld veel emoties bij vader en dochter losgemaakt hebben, gezien het familiedrama van eind vorig jaar.

Een van mijn favorieten is de ingetogen afsluiter Snow Don’t Fall, maar hoogtepunt is voor mij toch wel Quicksilver Daydreams of Maria, sinds jaar en dag mijn favoriete van Zandtnummer. Met zijn geweldige stem weet hij het repertoire op geheel eigen wijze te interpreteren. Wonderschoon eerbetoon.

Paniyolo - たまのこと (2015)

Alternatieve titel: Tama No Koto

poster
4,5
Wat je ver haalt is lekker is een bekend spreekwoord, dat mijn moeder mij ooit leerde. Dit spreekwoord gaat zeker op voor Tama No Koto, het vierde album van Paniyolo. Paniyolo is de artiestennaam van de voor mij totaal onbekende Japanse gitarist Muneki Takasaka.

Gelukkig werd ik getipt door mijn “folk-watcher” Henk, die mij regelmatig trakteert op prachtige muziek (wederom bedankt!). Takasaka debuteerde in 2009 met de cd I’m Home, gevolgd door HITOTEMA en Christmas Album in 2012.

Sinds 2012 treedt hij samen op met annie, bekend bij de burgelijke stand als Hirofumi Nakamura. Nakamura is een multi-instrumentalist, die onder andere gitaar, mandoline en accordeon bespeeld. Hij begeleidt Takasaka op Tama No Koto op gitaar en mandoline.

De cd werd op 6 en 7 januari van dit jaar opgenomen in Guzuri recording house, een houten studio, gelegen in de provincie Saitama. Het bijzondere aan Tama No Koto is het relaxte sfeer dat het uitstraalt. Die sfeer wordt nog eens versterkt door alle bijgeluiden die te horen zijn. Zoals bijvoorbeeld het kraken van het hout, het vallen van de regen en het ademhalen van de muzikanten.

Takasaka schreef alle nummers zelf, met uitzondering van Redemption Song, gebracht in een eenvoudige, maar prachtige versie. Eenvoud kenmerkt trouwens alle door Takasaka en Nakamura gemaakte arrangementen. I’m Home, Ame en Kurashi stonden overigens al, in andere versies, op zijn debuutalbum I’m Home.

Het is muziek die de luisteraar een warm gevoel bezorgt. Je zou het misschien kunnen vergelijken met de muziek van Sumie, maar dan zonder zang. Sumie die trouwens ook voor de helft van Japanse komaf is. Helaas beschik ik niet over meer informatie omtrent album en artiest. Dat is eigenlijk ook niet nodig, want dit is universele muziek.

Jammer dat het, op dit moment, alleen via import uit Japan verkrijgbaar is. Hopelijk komt daar zeer snel verandering in, want het is meer dan het beluisteren waard.

Paris Paloma - Cacophony (2024)

poster
4,5
De naam van het debuutalbum Cacophony van de jonge Engelse singer-songwriter Paris Paloma (22) is geïnspireerd op Stephen Fry’s Mythos, een meditatie over de scheppingsmythe. Naast door mythologische figuren laat ze zich verder inspireren door kunstgeschiedenis. Paris is afgestudeerd aan de Goldsmiths University en de visuele identiteit werd gecreëerd aan de hand van haar eigen fantastische tekeningen. Het album is een bijzonder interessante mix van folk, indie en pop gekoppeld aan volwassen, poëtische teksten. Vorig jaar brak Paloma door met de single labour, een nummer over emotionele problemen bij vrouwen en is intussen een internationale strijdkreet geworden en werd het nummer intussen meer dan 100 miljoen keer beluisterd. Haar prachtige stem komt voor mij het meest tot zijn recht in een ingetogen, meer conventioneel nummer als knitting song. Cacophony is een overtuigend debuut van een singer-songwriter waarvan we in de toekomst nog veel zullen gaan horen.

Paris Paloma live :

07-09 BRUSSEL : Le Botanique
09-09 AMSTERDAM : Paradiso

Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com

Patty Griffin - Patty Griffin (2019)

poster
4,5
Pas bij verschijnen van haar derde album 1000 Kisses in 2002 ontdekte ik Patty Griffin. Haar opvallende, uit duizenden herkenbare stem kwam meteen bij mij binnen als een mokerslag. Haar stem bezit zeker niet de mooiste klankkleur die ik ken, maar weet mij wel altijd diep te raken.

En dat is intussen al tien albums lang, waaronder haar prachtige laatste, de voor een Grammy Award genomineerde, Servant of Love. Het album is nog altijd een van mijn absolute favorieten uit 2015.

Aan het verschijnen van haar elfde album Patty Griffin, ging voor Griffin een zware strijd met borstkanker vooraf, waarvan ze nog steeds herstellende is. Uiteraard heeft dit zijn weerslag gehad bij het componeren van de nieuwe liedjes, zoals al blijkt in de ingetogen opener Mama’s Worried.

Hierop wordt ze prachtig begeleid door David Pulkingham op klassieke Spaanse gitaar. Pulkingham schreef er ook aan mee, net als aan What I Remember, de rest van de composities schreef ze alleen.

Voorafgaande aan de release werd het liedje River uitgebracht. Het nummer ontstond praktisch uit het niets, of in de woorden van Patty zelf : “I wasn’t reaching for anything intentionally – just playing some chords with a feeling inside and there you go”.

Het akoestische album werd in alle rust voornamelijk bij haar thuis opgenomen. Grotendeels beweegt ze zich in haar gebruikelijke genres als folk en country, maar waagt hier ook een geslaagde poging richting jazz.

Ze wordt omringd door uitstekende muzikanten. Naast gitarist Pulkingham, drummer Conrad Choucroun, celliste Lindsey Verrill, pianist Stephen Barber en multi-instrumentalist Craig Ross (tevens coproducer). Daarnaast zingt voormalig partner Robert Plant mee op What Now en Coins.

Naast over haar innerlijke strubbelingen zingt Griffin over sociale en politieke thema’s van toen en vooral nu. Zo handelt Boys From Tralee over de immigratie van Ieren naar Amerika in lang vervlogen tijden. Haar liedjes weten me zoals altijd te overtuigen, maar toch blijft haar stem haar grote kracht.

Naarmate ze ouder wordt weet ze haar liedjes steeds meer emotie mee te geven. Voor mij behoort Griffin tot de grootste hedendaagse singer-songwriters, iets wat ze wederom gaat bewijzen tijdens haar komende wereldtoer.

Paul Bond - Sunset Blues (2021)

poster
4,5
Steeds meer begint de bekende Amsterdamse platenzaak Concerto zich ook te profileren als platenlabel. Recent werden nog de prachtplaten van Vintage Dutch en Janne & De Vogels aan de gestaag uitdijende catalogus toegevoegd. Nieuwste aanwinst van het label is Paul Bond met zijn debuut Sunset Blues.

Deze van oorsprong Volendammer loopt al de nodige jaren in het circuit rond. Hij is bekend van de band Dandelion, maar ook als sessiemuzikant verdiende hij zijn sporen als toetsenman bij VanWyck, AlascA, Yorick van Norden, Judy Blank en Strange Brew. Ook begeleidt hij naast Yorick ook Ricky Koole op het podium. Recent werkte hij mee aan het album La Belle Épogue, Volume 1 van La Belle Épogue, een bijzonder geslaagd project van Danny van Tiggele.

Het was Paul die de groepsnaam aan Danny opperde. Het verwijst naar de periode waarin de Europese cultuur (de Franse en Belgische in het bijzonder) floreerde; de geboorte van Art Nouveau/Jugendstil, de opening van de Eiffeltoren en het Moulin Rouge Cabaret, Haute Couture en de opkomst van de Parijse casino's en operahuizen.

Het is een tijd waarin Paul geboren had willen worden, hij had graag in Parijs in de jaren twintig gediscussieerd met grote schrijvers als Ernest Hemingway, F. Scott Fitzgerald, Ezra Pound en Gertrude Stein. Het liedje Same Song Different Groove gaat hierover en over het feit dat iedereen weet wat er moet gebeuren in de wereld maar niemand daarnaar handelt.

Paul haalde ooit een Master Engelse Literatuur en Filosofie aan de UvA. Hij deed dat niet zonder reden. “Een belangrijk motief voor mij om dit te studeren was omdat ik de teksten die door Nederlanders werden geschreven ondermaats vond. Steeds liep ik hier zelf ook weer tegenaan. En toen besloot ik om me daarin te verdiepen door te focussen op goede teksten, in de hoop dat het muzikale deel zich zou blijven ontwikkelen als ik daarnaast gewoon veel zou spelen en oefenen. Dus ik haal heel veel inspiratie uit de literatuur en filosofie.”. Nog meer heeft hij zich de Engelse taal eigen gemaakt door een tijd in Canada te werken en te reizen.

Voor opener en titelsong Sunset Blues vond hij inspiratie bij Ernest Hemingway. Hierin vertelt hij over de geboorte van zijn dochter Frances (vernoemd naar F. Scott Fitzgerald) zonder dat expliciet te noemen. Meer nog gaat het over de emotionele lading van de wetenschap dat je vader wordt. Het vaderschap heeft gezorgd voor meer rust in zijn leven en zijn jaarlijkse depressies naar de achtergrond gedrongen.

In het verleden had hij de neiging om zich in de herfst op te sluiten met alcohol en filosofische boeken. Het liedje Season of the Acorn beschrijft dit jaarlijks terugkerende ritueel uit het verleden. Sweet Marie is een grappig liedje over een stalker.

De preludes van Chopin behoren tot de mooiste muziek ooit gemaakt. Maar wat voor muziek zou Chopin gemaakt hebben als hij geboren zou zijn in New Orléans? Paul probeerde er zich een voorstelling van te maken in het korte, instrumentale Nighshift. De muziek uit New Orléans heeft trouwens een grote aantrekkingskracht op Paul. Zo ziet hij zichzelf als de zelfbenoemd ambassadeur van de muziek van James Booker. Maar is bijvoorbeeld, net als ik, ook een groot liefhebber van de veel te vroeg overleden Judee Sill.

The Young and Cheap gaat over de jonge artiestenstroming die overal voor niets spelen en iedere keer als ze zichzelf serieus nemen worden ze vervangen door een nieuw bandje dat voor niets speelt. Een soort vicieuze cirkel van een kapotte muziekcultuur. Iedereen krijgt geld, behalve de artiesten zelf. Afsluiter Goodbye My Love is het oudste liedje. Paul schreef het meteen nadat hij thuis kwam, nadat het uitgegaan was met zijn eerste vriendin.

Dat Paul een buitengewoon getalenteerd toetsenist was wist ik al een tijd, maar ook als zanger is hij nu voor mij een openbaring. Vooral door het gemak waarmee hij zingt en beschikt daarnaast over een bijzonder aangename stem. Bovendien zijn de verhalende teksten bovengemiddeld goed, gegoten in prachtig gearrangeerde muziek. De fraaie coverfoto is van Satellite June en het artwork van Peter Cruise.

Paul is zonder enige twijfel een van de meest getalenteerde singer-songwriters van Nederland, die met Sunset Blues een onberispelijk debuut aflevert.

Paul Bond live :

20-11 Plato Leiden 16.30 uur
21-11 Plato Deventer 15.00 uur
21-11 Plato Apeldoorn/Mansion24 17.00 uur

Paul Verschuur - Een Nieuw Begin (2016)

poster
4,5
Een Nieuw Begin is de voor hand liggende titel van dit debuutalbum van deze zeer bescheiden Nederlandstalige liedjeszanger uit Oss. Zijn hele leven staat al in het teken van de muziek. Hij voltooide zijn studie aan de Rockacademie in Tilburg in 2007. Daarna bleef hij tot juli van vorig jaar verbonden aan de Rockacademie als docent muziektheorie en studieloopbaanbegeleider.

Samen met Paul Zoontjes (The Kik) speelde hij in de veelbelovende groep SUB. Ze maakte slechts een album, maar braken helaas niet door. In Little Miss Jane was hij de zanger van de band. Nu speelt hij, naast zijn solocarrière, ook nog In My Tree, een americanagroep die in september vorig jaar hun tweede album uitbracht.

Een belangrijke wending in zijn leven vormde de geboorte van zijn dochter Julie in september 2014. Een maand later begon hij spontaan zijn liedjes in het Nederlands te schrijven. Er volgde een periode van een half jaar, waarin de liedjes wel leken aan komen te waaien. Uiteraard was een van de eerste liedjes die hij in het Nederlands schreef voor zijn dochtertje Julie, wat natuurlijk ook op de cd staat.

Hij zingt zijn liedjes overigens met een zachte “g” en zijn teksten zijn erg direct en zonder dubbele bodems. Bovendien zijn ze haast allemaal erg persoonlijk. Een uitzondering hierop is Omerta, wat handelt over de geschiedenis van de bekende bende van Oss.

Het album opent met Alles, een vrolijk liedje over het fietsen in de natuur. Een liedje wat van Daniël Lohues zou kunnen zijn vanwege de tekst en mondharmonica. Daniël Lohues is hét grote voorbeeld voor Paul. Hij bezoekt trouw de theatervoorstellingen van Lohues. Erg mooi is Schoppenvrouw, zijn liefdevolle en ontroerende ode aan zijn oma.

Persoonlijk verlies staat centraal in Het Laatste Lied. Paul’s zang is hier hoorbaar emotioneel, de begeleiding op akoestische gitaar is bijzonder fraai. In Dorp Aan De Rivier bezingt hij de liefde voor Lith, het dorp waar hij opgroeide. Ooit hoopt hij er weer te wonen, want in zijn hart is hij toch een dorpsjongen gebleven.

Bijzonder heftig is het waargebeurde Het Vuur In Zijn Hart. Een paar jaar terug was Paul van heel dichtbij getuige van een wanhoopsdaad. Hij zag iemand op een vol perron voor de trein springen. Een beeld wat hij nooit meer zal kwijtraken.

In afsluiter Een Gezegend Mens telt hij zegeningen: dochter Julie en zijn rots in de branding, vrouwlief Suzan. Hij nam de liedjes in alle rust in zijn eentje op in zijn eigen studio. Met de cd wordt een mooi tekstboekje meegeleverd. Overigens is Paul een uitstekend zanger. De cd-presentatie zal op 24 januari plaats vinden in Acropolis te Megen.

Een Nieuw Begin is een cd gevuld met persoonlijke liedjes, die op mij veel indruk maken.

Paulette Verlée - En Attendant (2024)

poster
4,5
Vorig jaar wist Paulette Verlée , echte naam Veerle Pollet, mij volledig te overtuigen met het fraaie album Les Barricades Mystérieuses. Een album gevuld met lichtvoetige, subtiele, zeer toegankelijke neoklassieke muziek. Bij het componeren had ze toen vooral de muziek van barokcomponist François Couperin in gedachten en in het geval van La Favorite, Chaconne de muziek van Johann Sebastian Bach. Op haar debuutalbum choses vues à droite et à gauche (sans lunettes) waren vooral Erik Satie en daarnaast ook Nils Frahm en Ólafur Arnalds inspiratiebronnen.

Bij het maken van haar derde album En Attendant vroeg ze zich af: moet neoklassiek zich beperken tot repetitie en minimalisme? Met deze keer Schumann en Brahms in het achterhoofd ging ze op zoek naar melodieën waarin expressie en emotie worden gecombineerd met soberheid en eenvoud. Maar ook met humor. De titels van de tien composities vormen samen een citaat uit het bekende absurdistische, soms humoristische toneelstuk “Waiting for Godot” van de Ierse schrijver Samuel Beckett : "We always find something, Eh Didi, to give us the impression we exist. Yes, yes, We're magicians.". Echter Veerle veranderde Eh Didi in Eh Bibi, een verborgen dédicace, volgens Paulette misschien wel de meest persoonlijke compositie.

De single We is gelinkt aan de eerste single die werd uitgebracht en die de titel Us kreeg. Volgens Veerle staat het tedere Us voor vriendschap, liefde en saamhorigheid en We voor een militante alliantie. Samen obstakels van welke aard dan ook tegenkomen, in de wereld en het leven. Samen verenigd, ten goede of ten kwade, wetende dat het beste nog moet komen. Troost en hoop biedt de tweede single To Give. “Het langzame pulserende ritme met repetitieve melodie wisselt af met een meditatief thema, waarna de strijkers de oorspronkelijke melodie richting het einde versterken. Een klein moment van troost en hartelijkheid dat we allemaal wel eens kunnen gebruiken.”, aldus Veerle.

Veerle schreef ook alle cellopartijen. En Attendant weet me nog meer te overtuigen dan de voorgangers. Sterker nog, haar muziek weet me net zo te bekoren als de pianomuziek van Erik Satie, Claude Debussy en Frédéric Chopin dat ruim veertig jaar geleden deed.

Paulette Verlée en Maaike Organe live :

25-10-24 HERENTALS : CC ’t Schaliken
06-11-24 BORGERHOUT : Bib Vrede (15h00)
08-11-24 BRUSSEL : L'Archiduc, album presentatie (18h00)
18-01-25 UTRECHT : TivoliVredenburg, Club Nine

Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com

Pearls Before Swine - The Use of Ashes (1970)

poster
5,0
De dood van Tom Rapp haalde 11 februari vorig jaar niet het NOS Journaal. De aandacht bleef slechts beperkt tot artikelen in kranten als The New York Times. Zelden kreeg zijn muziek in Nederland aandacht, november 2017 besteedde Louis Nouws nog eens een artikel aan Pearls Before Swine op de website van Popmagazine Heaven.

Dat was naar aanleiding van het vijftig jarig jubileum van de cultklassieker One Nation Underground. Door het geringe commerciële inzicht van frontman en zanger Rapp van Pearls Before Swine verscheen het op ESP-Disk, een label gespecialiseerd in freejazz.

Toch wist het album een behoorlijke cultstatus te verwerven en werden er in de loop der jaren meer dan 200.000 stuks van verkocht. Toch zag de band hiervan geen cent van labeleigenaar en advocaat Bernard Stollman. Ooit gevraagd hiernaar in een interview antwoordde Rapp : "We never got any money from ESP. Never, not even like a hundred dollars or something. My real sense is that Stollman was abducted by aliens, and when he was probed it erased his memory of where all the money was".

Overigens had Rapp wel iets met science fiction. Een van de fraaiste liedjes op The Use of Ashes is Rocket Man geïnspireerd door een science fiction verhaal van Ray Bradbury. Het zou op zijn beurt weer de inspiratie vormen voor tekstschrijver Bernie Taupin voor Elton John’s Rocket Man.

Het nummer werd geschreven op 20 juli 1969, de dag van de eerste maanlanding. De interesse voor ruimtevaart ontstond in Rapps tienerjaren, doordat hij woonachtig was in de buurt van Cape Canaveral. Het liedje werd, net als alle andere liedjes voor het album, geschreven in het pittoreske Vreeland, gelegen aan de Vecht. Hij had zich hier met zijn kersverse Nederlandse vrouw Elisabeth Joosten gevestigd. Elisabeth is als achtergrondzangeres te horen op The Use of Ashes.

Rocket Man kan gezien worden als een fraaie afrekening met een jeugdtrauma. Het gaat over zijn aan alcoholische versnaperingen verslaafde vader, die op jonge leeftijd uit zijn leven verdween. Tijdens het schrijven van de liedjes voor dit album maakte Rapp een kapitale fout door een uitnodiging voor het legendarische Woodstock te weigeren. Het album werd opgenomen in de Woodland Studios in Nashville.

In die dagen toerde hij met grote namen als Buddy Guy, Gordon Lightfoot, Chuck Berry en Bob Dylan. De laatste versloeg hem ooit net in een lokale talentenshow in Minnesota. Vanwege het financiële onzekere bestaan gaf Rapp er in 1976 de brui aan na als voorprogramma geopend te hebben voor Patti Smith in de Symphony Hall in Boston. Nog een aanleiding was zijn op de klippen gelopen huwelijk.

Rapp zou nog twee keer hertrouwen en begon in 1981 aan een nieuwe carrière als advocaat, gespecialiseerd in discriminatierecht. Gelukkig leeft hij nog steeds voort, dankzij een niet al te groot, maar prachtig oeuvre.

Penguin Cafe - Handfuls of Night (2019)

poster
4,0
Voor het ontstaan van de voorloper van Penguin Cafe, Penguin Cafe Orchestra, dient men terug te gaan naar ongeveer 1973. Simon Jeffes de oprichter van Penguin Cafe Orchestra, liep in Zuid-Frankrijk na het eten van schelpdieren een zware voedselvergiftiging op. Die bezorgde hem zo’n vier dagen hevige koorts.

Tijdens die periode kreeg hij een levendige droom over een sombere toekomstvisie, waarin iedereen in betonnen gebouwen woonde. De enige manier om aan dit eentonige leven te ontsnappen was, door langs een stoffige weg op zoek te gaan naar een oud, vervallen gebouw, het Penguin Cafe.

Daar is het een vrolijke janboel en speelt de Penguin Cafe Orchestra, muziek waarvan je zeker weet dat je ze ergens al gehoord hebt, je weet alleen niet waar. Die droom bracht Jeffes op het idee om dit soort unieke muziek te gaan componeren.

Hij deed dat zo’n vijfentwintig jaar met succes , tot aan zijn dood in 1997. In 2009 besloot zijn zoon Arthur Penguin Cafe op te richten, met de bedoeling het oude repertoire van de band van zijn vader te gaan spelen. Maar al spoedig begon Arthur eigen composities te schrijven, die in het verlengde van het repertoire van zijn vader lagen.

De invloeden in zijn muziek zijn legio. Het bezit elementen uit de Afrikaanse, Venezuelaanse, Braziliaanse, bluegrass, klassieke, avant-garde en minimale muziek. Ook het gebruikte instrumentarium is groot. Het levert wederom een prachtplaat op in het oeuvre van de rijke geschiedenis van deze groep.

Penny Arcade - Backwater Collage (2024)

poster
4,0
De ervaren Britse muzikant James Hoare brengt onder de artiestennaam Penny Arcade zijn solodebuut Backwater Collage uit. Hoare kreeg vooral bekendheid met bands als Veronica Falls, The Proper Ornaments en Ultimate Painting. Voor de opnames verhuisde hij vanuit Londen terug naar zijn geboorteplaats in West-Engeland. De opener Jona was de eerste song die Hoare schreef voor Backwater Collage en het zou het vertrekpunt gaan vormen voor het geluid van de rest van het album.

"Jona was first song recorded for the album. Written late at night in my garage studio post lockdown. It has a subterranean feel and centres around a fictional character. The whole song was written very quickly around a simple guitar riff. I tried to capture the twilight feel of the initial idea on the actual recording, keeping everything simple, stripped down and to the minimal of takes. The song became a touchstone for the album and helped shape the overall sound of the tracks that followed.", aldus Hoare.

Bij deze song Jona had ik meteen twee associaties. Bij titel moest ik meteen denken aan de uitstekende singer-songwriter Jona Lewie, die lang geleden hits scoorden met You'll Always Find Me in the Kitchen at Parties en Stop the Cavalry. Bij de fluisterzachte zang van Hoare was de associatie met Elliott Smith voor de hand liggend. Het album bevat een elftal sobere songs. Hoare kreeg alleen hulp van Nathalia Bruno (subtiele vocalen) en zijn goede vriend Max Claps droeg toetsenpartijen bij en Toby Kidd speelde gitaar op Don’t Cry No Tears. Naast de in de persinfo genoemde inspiratiebronnen Syd Barrett en The Velvet Underground, zou ik nog The Beatles willen noemen (One More). Het behoorlijk ingetogen Backwater Collage is een absolute aanrader voor liefhebbers van Elliott Smith en aanverwante singer-songwriters.

Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com

Pete Coutts - Northern Sky (2016)

poster
De muzikale bagage van Pete Coutts is al erg groot, ruim twintig jaar. Veelal werkte hij samen met Steve Crawford. Met hem en Duitser Sascha “Salossi” Loss vormt hij de laatste jaren de Celtic Americanaband Ballad of Crows, die vooral in Duitsland populair is. Vandaar dat tegenwoordig Bonn zijn thuishaven is en niet meer Aberdeen.

Northern Sky is het lang verwachte solodebuut van Pete. Het is gevuld met repertoire dat geïnspireerd is door authentieke verhalen over het traditionele leven in het noordoosten van Schotland. Om en om is een instrumentaal nummer te beluisteren gevolgd door een gezongen stuk.

Pete wordt omringd door een aantal fantastische muzikanten, waaronder Ali Hutton (doedelzak, fluit en gitaar), Jonny Hardy (viool), Brian McAlpine (accordeon) en Martin O’Neill (bodhran). Het betreft allemaal eigen composities op de titelsong na. Knap is dat ze klinken als echte traditionals. Voor een niet geoefend oor zal het grote aantal instrumentale composities even wennen zijn.

In Sail & Oar is de eerste maal dat ook de prettige stem van Pete te horen is. Hij zingt met een heerlijk vet Schots accent en doet hierdoor erg aan een andere Schotse zanger denken, Alex Hodgson. Hij schreef deze fraaie song samen met Jenny Sturgeon, die ook de achtergrondzang voor haar rekening neemt. Zij attendeerde mij trouwens op dit debuut.

De andere gezongen tracks zijn ook van hoog niveau. Luister maar eens naar de weemoedige fluit in Belhelvie. Een bijzondere vermelding verdient echter de enige cover, Northern Sky van Nick Drake. Dit is al meer dan veertig jaar mijn favoriete liefdesliedje. Nog nooit eerder hoorde ik er een cover van. Pete weet het echter op zeer overtuigende wijze naar zich toe te trekken en er een echt traditioneel folktintje aan te geven. De fluit eist hier de hoofdrol op. Hij zingt het zonder zijn Schotse accent en dan heeft zijn stem wat weg van Luka Bloom.

Het tekstboekje is buitengewoon mooi vormgegeven en voorzien van foto’s van Annie & Rhiannon Campbell. De cd is opgedragen aan zijn zoontje Callum. In december is Pete tweemaal met Ballad of Crows te zien in Nederland. Voor liefhebbers van traditionele folk is Northern Sky absoluut een aanrader.

Pete Sinfield - Still (1973)

Alternatieve titel: Stillusion

poster
4,5
Een paar weken geleden zag ik op Netflix de Spaanse film “Formentary Lady”, vernoemd naar de gelijknamige song van King Crimson, die regelmatig gebruikt wordt in de film. De hoofdrolspeler zou Robert Fripp en Pete Sinfield geholpen hebben bij het schrijven van een song. En afgelopen zaterdag zag ik op Canvas de documentaire over King Crimson, gemaakt ter gelegenheid van het 50-jarige bestaan van de band enkele jaren geleden. Hoog tijd om eens aandacht te besteden aan het prachtige, bijna totaal vergeten album Still van Pete Sinfield.

Hij verzon niet alleen de naam van progrockband King Crimson, maar schreef ook de poëtische teksten van de eerste vier albums. Hierna werd hij uit de band gezet door Robert Fripp, die wel vaker moeilijkheden had met andere bandleden. Zoals bijvoorbeeld met Ian McDonald, met wie Sinfield voor King Crimson al in een band speelde. Na het gedwongen vertrek ging Sinfield niet bij de pakken neerzitten en produceerde vervolgens het legendarische en avontuurlijke debuutalbum van Roxy Music.

Een jaar later verscheen Still, het enige soloalbum van Sinfield. Een progrockalbum in het verlengde van de muziek van King Crimson, met invloeden uit andere genres als klassiek (Vivaldi), jazz en country. Hierop kreeg hij hulp van King Crimson maatjes Boz Burrell, Ian Wallace, John Wetton, Ian McDonald en Greg Lake. Laatstgenoemde zingt de hoofdpartij in het titelnummer Still.

Onder de andere medewerkende bevonden zich lapsteel gigant B.J. Cole, die de sterren van de hemel speelt in Will it Be You en jazz gigant Keith Tippett, die niet alleen piano speelt, maar ook basgitaar. Ook nu nog staat het album als een huis. Helaas kreeg het album geen vervolg, omdat Sinfield last kreeg van plankenkoorts en zo zijn muziek niet door optredens kon promoten. Er verscheen nog wel een album van hem, zonder muziek, maar bevatte een vertelling van Robert Sheckleys In a land of clear colours (sciencefiction).

Vervolgens ging hij teksten schrijven voor Emerson, Lake & Palmer. Ook schreef hij teksten voor het succesvolle soloalbum No More Fear of Flying van Gary Brooker, die een tijdje zijn buurman was. Hierna ging hij een meer commerciële richting op en schreef onder andere teksten voor nummers van Bucks Fizz, Cher, Agnetha Fältskog van Abba, Leo Sayer en Celine Dion.

Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com

Peter One - Come Back to Me (2023)

poster
4,5
Singer-songwriter Peter One groeide op in Ivoorkust. Samen met zijn vriend Jess Sa Bi boekte hij met het album Our Garden Needs Its Flowers onverwacht veel succes. Het was een authentiek Ivoriaans folkalbum met duidelijke invloeden van Simon & Garfunkel en Crosby, Stills & Nash. De politieke en economische situatie midden jaren negentig noopte One te emigreren naar Amerika. Na een tijd aan de Oostkust verbleven te hebben, vestigde hij zich uiteindelijk in Nashville. Hij stichtte een gezin en werd verpleger.

Ondanks dat zijn muziekcarrière ten einde was gekomen, bleef hij thuis liedjes schrijven. Alles veranderde in 2018 toen Brian Shimkovitz, eigenaar van de kleine maar enthousiaste Awesome Tapes from Africa label, Our Garden Needs Its Flowers internationaal opnieuw uitbracht. Critici merkten het op en de plotselinge golf van aandacht resulteerde niet alleen in een reeks reünieshows voor het voormalige duo, maar ook in een contract voor One bij het groot jazz label Verve. Dus debuteert One nu solo op zijn 67ste.

Uiteraard vormen zijn Ivoriaanse roots ook nu weer een belangrijke inspiratiebron voor One. Het is vooral een subtiele mix geworden van Afrikaanse pop en Amerikaanse folkmuziek, met een uitstapje naar de blues in Patrick Orr’s Staring Into the Blues. De enige cover op het album. One zingt zowel in het Engels, Frans en Guro met zijn op Youssou N’Dour gelijkende stem.

De fraaie afsluiter Birds Go Die Out of Sight (Don't Go Home) is een duet met Allison Russell. Verder wordt One omringd door uitstekende sessiemuzikanten uit Nashville. Op het bijzonder geslaagde debuutalbum Come Back to Me blikt One terug op zijn leven en dan vooral op thema’s als de liefde, verdriet en vooral de opofferingen. Het album werd, zoals wel vaker, getipt door mijn Amsterdamse muziekvriend Henk, waarvoor dank.

Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com

Phil Cook - All These Years (2021)

poster
4,5
Wat een contrast is All These Years vergeleken met Southland Mission wat ik van Phil recenseerde in 2015! Van dat album spatte de intensiteit van zijn toen door Southern rock doordrenkte muziek. Een album waarmee liefhebbers van Little Feat, The Allman Brothers en The Band toen wel raad wisten. De enige overeenkomst met All These Years is dat beiden slechts een half uurtje duren. Phil is vooral bekend van de freak-folk band Megafaun. Naast dat hij zingt speelt hij gitaar, banjo en piano. Voor het nieuwe album trok Phil zich terug in de bergen van North Carolina en bij familie in Wisconsin. Toch vond hij pas echt de grootste inspiratie tijdens urenlange improvisaties op een piano in The NorthStar Church of the Arts in Durham. De zes composities kwamen in deze kerk in drie dagen tot leven op een eeuw oude Steinway piano. Twee composities ontstonden in de bergen en twee werden gecomponeerd op een kapotte piano in Wisconsin. De enige getuige tijdens de opnames in de kerk was neef Brian Joseph, die voor de juiste microfoon opstellingen zorgde. Op de plaat waart de aanwezigheid rond van zijn oude helden Keith Jarrett, Bill Evans en vooral van de veelzijdige Bruce Hornsby. De instrumentale muziek straalt naast evenwicht en tevredenheid vooral nostalgie uit. Met All These Years maakt Phil een verrassende stap in zijn veelzijdige carrière, hopelijk krijgt het snel een vervolg!

Phil Cook - Southland Mission (2015)

poster
Soms is het recenseren van een album een moeilijk karwei, zoals bij Southland Mission. In dit geval heb ik geen beschikking over de teksten en de credits. En ik geef juist graag de credits aan degenen die het verdienen. Het enige wat ik dus zeker weet is dat Phil Cook meedoet en acht van de negen zelf schreef.

Het schijnt dat onder anderen Frazey Ford en Justin Vernon aan Southland Mission meewerken, zeker niet de minsten. Hij is vooral bekend als mede-oprichter van Megafaun. En verder maakte hij deel uit van Amateur Love, DeYarmund Edison en The Shouting Matches. Ook werkte samen met M.C. Taylor (Hiss Golden Messenger) op diens laatste twee prachtige albums Haw en Lateness Of Dancers.

Hij beschikt dus al over een behoorlijke staat van dienst en werd het tijd voor een solo album. Op zijn website staat een korte en eerlijke biografie geschreven door zijn vrouw Heather. Ze beschrijft daarin ook de tot standkoming van Southland Mission. Dat Phil soms tot diep in de nacht bezig was met het schaven aan zijn liedjes en dat haar dat soms bijna tot wanhoop dreef, want ze miste haar man.

Maar ze wist ook dat het onomkeerbaar was, als je samenleeft met een zo’n gedreven muzikant. En dat is wat ik hoor bij beluistering van deze cd, een zeer bevlogen muzikant. Ik ken maar zeer weinig muzikanten, die hun muziek met zo’n grote passie brengen als Phil Cook op Southland Mission. Deze energieke muziek pakt de luisteraar direct bij de lurven en laat niet meer los.

Veel van de liedjes zijn gedrenkt in Southern rock. Liefhebbers van groepen als Little Feat, The Allman Brothers en ook wel The Band zullen wel raad weten met dit album. Laat U vooral niet misleiden door de knullige hoes. Die dekt absoluut de lading niet. Het is een kort, slechts 32 minuten duurt het, maar zeer krachtig album en zeer warm aanbevolen.

Phil Smith - Year of the Dog (2014)

poster
5,0
Phil Smith werd in 1970 in Sydney geboren. Hij leerde relatief laat gitaar spelen. Door zijn turbulente leven (drank, drugs en foute vrienden) zou het lang duren, voordat zijn muzikale carrière van de grond zou komen.

Het was rond 1997 in het Engelse Bristol dat hij begon zijn eigen materiaal te schrijven. In 2003 keerde hij naar Australië terug om bij zijn stervende vader te kunnen zijn.

In 2008 debuteerde hij met het prachtige Gold mine, gevolgd door het in 2010 live in de studio opgenomen Second Hand Heart . Zijn laatste cd Year of the dog verscheen al begin maart, maar ik kwam het pas afgelopen woensdag op het spoor door de website van Heaven (Eric, bedankt!).

Het album maakte direct grote indruk bij de eerste beluistering, zowel door de prachtige liedjes als wel door zijn mooie, warme stem. Na een paar keer luisteren begonnen ook de zeer subtiele en afwisselende arrangementen op te vallen.

Phil Smith wilde een cd maken in de stijl van Ryan Adam’s Heartbreaker en Nick Drake’s Pink Moon, zeer kale albums zonder toeters en bellen en met mooie melodieën. Het is een melancholische plaat geworden met veel autobiografisch getinte teksten, en dan in de waarheid zoals hij die ziet. Veelal nogal droevig gestemde teksten. Nee, Phil is bepaald geen lachebekje.

Een groot aantal liedjes zijn geschreven in het country-idioom, zoals bijvoorbeeld de prachtige opener Calling Home, waarin de toon gezet wordt door een banjo en een slidegitaar.

Broken rivers is een iets meer ritmisch lied met een heerlijke flow en een dito achtergrondkoortje, wat de sfeer van het nummer versterkt.

Behoorlijk traditioneel doet Homeward bound aan, vooral door de fiddle. Hij zingt dit samen met een voor mij onbekende zangeres (helaas heb ik de cd nog niet in huis). Denk aan liedjes van iemand als Townes van Zandt.

Totaal anders is het schitterende Avenue Girl. Het zou niet misstaan hebben in het oeuvre van Nick Drake. De opbouw is in alle opzichten dezelfde als bij Nick Drake. Het begint al met het gitaarspel, welke partij door Nick Drake ingespeeld had kunnen zijn , gevolgd even later door flarden piano en de finishing touch wordt verzorgd door de cello. Ook hadden hieronder volgende regels door Nick Drake geschreven kunnen zijn:
Saw a young girl on the avenue
Sunlight dancing in her hair
Then the shadows moving o’head
Fire moving through the air

Ook Itinerant worker is een duet ,waarin door de banjo en vooral door de slide de sfeer wordt bepaald. Erg mooi is Memories, wat iets hoger en op een iets andere manier wordt gezongen. Prachtig is ook de fiddle hier.

De Spaans aandoende gitaar in El Corazon is verbluffend mooi. De kracht zit in het repeterende en het mooie samenspel met de piano. De melodie die het bezit is een van de mooiste op de cd.

De cello en zangeres duiken weer op The Ballad of Joseph Henry. Het is een song die meer richting folk gaat en het behoort tot de mooiste op Year of the Dog. De inbreng van de cello is prachtig.

The Train is weer een traditioneel getinte country song met een dominante fiddle. Sometimes We Cry is het enige nummer waarin een mondharmonica opduikt. Het album wordt afgesloten met een korte instrumental. Hij produceerde het album samen met Marly Luske.

Year of the Dog is een plaat die weinig tijd nodig heeft om volledig te overtuigen, niet alleen door zijn prachtige stem en liedjes, maar ook door de zeer subtiele arrangementen.

Philip Kroonenberg - Some More Time (2019)

poster
4,5
De wereld van Philip Kroonenberg en zijn gezin stond in november 2016 even stil. Bij zijn vrouw, de liefde van zijn leven, was borstkanker gediagnosticeerd. Tot overmaat van ramp bleek het om een erfelijke variant te gaan, waarop hij en zijn vrouw ook nog eens opgezadeld werden deze boodschap met hun drie dochters te moeten delen. Gelukkig is zijn vrouw intussen genezen verklaard.

Tijdens de lange wachttijden van de vele ziekenhuisbezoeken, waaronder driemaal voor een operatie, schreef Kroonenberg veel in zijn dagboek en liedjes. Het schrijven van die liedjes werd in zekere zin een manier van overleven. Liedjes die zich spontaan aandienden. Hij nam de liedjes thuis in zijn eentje op en vroeg daarna Reyer Zwart of hij er een cd van wilde maken, Zwart stemde toe. Zwart nam samen met Frans Hagenaars de sobere productie voor hun rekening.

De liedjes volgen chronologisch het hele proces van vaststellen van de ziekte tot de genezen verklaring en de uitwerking die het had op de gezinsleden. Ze zijn echter niet op chronologische volgorde op Some More Time terechtkomen.

That Was the Day had dan de opener moeten zijn. Het handelt over de dag van vaststelling van de ziekte en dat men familie, vrienden en kennissen moest gaan inlichten. Het album opent met het vrolijke titelnummer. Op de dag van de tweede, zeer zware operatie, besefte Kroonenberg zich dat bekwame chirurgen in de operatiekamer aan het vechten waren, om zijn gezin meer tijd samen te gunnen. Dat idee ontroerde hem zeer. Opvallend is hier de Toots Thielemans achtige mondharmonicapartij van Hermine Deurloo.

Zelf omschrijft Kroonenberg de muziek als een heel sophisticated soort Americana en beschouwt hij het album als een ode aan zijn vrouw.

Vooral de tekst van het liedje DNA hakte er bij mij behoorlijk in : “Het was kerst en we waren in het huisje in de buurt van haar ouders, waar we ieder jaar rond die tijd heen gaan. We moesten de kinderen vertellen dat wat mama heeft erfelijk is en dat ze dus getest moesten worden. De nacht voor dat moeilijke gesprek beet ik in mijn slaap zo hard op mijn tong dat het bloedde. De ochtend nadat we het hadden verteld kwam dit liedje.”, aldus Kroonenberg.

Zijn oudste dochter Patsy, begin twintig, verzorgt in de nodige liedjes op fraaie wijze de achtergrondkoortjes. Middelste dochter Dunja speelt piano en Lynn speelt kalebas. Alle drie hebben duidelijk de muzikaliteit van hun vader geërfd. Verder horen we Reyer Zwart (bas, elektrische gitaar, lapsteel, piano, banjo en mandoline) en Jeroen Klein (drums). Philip zingt en speelt akoestische gitaar, ukelele en bluesharp.

Bij de cd-presentatie in Het Paard in zijn woonplaats Den Haag op woensdag 25 september zorgen o.a. Jeroen Kleijn (drums), Reyer Zwart (bas) en Theo Sieben (dobro, mandoline) en Dunja Kroonenberg (piano) en Patsy Kroonenberg (zang) voor de begeleiding. Voor overige data optredens zie zijn website.

Some More Time is een urgent album over saamhorigheid, hoop en liefde.

Philip Kroonenberg - Wherever You Are (2024)

poster
Kroonenberg’s ontroerende album Some More Time stond vierenhalf jaar terug in het teken van de gewonnen strijd van zijn vrouw Jellie Brouwer tegen sluipmoordenaar kanker. De voorstelling van dat album in DWDD destijds, waar het gehele gezin Kroonenberg part aan had, staat me nog steeds duidelijk op het netvlies. Opvolger The Therapist, was thematisch gezien een stuk gevarieerder, zo ging bijvoorbeeld het titelnummer over de voldoening die Kroonenberg uit zijn werk als therapeut haalt.

Helaas kreeg Kroonenberg’s grote liefde Jellie eind 2022 andermaal de diagnose dat ze weer leed aan kanker, ditmaal ongeneeslijk. Haar gezondheid verslechterde en ze overleed uiteindelijk in juni 2023. Net als bij Some More Time destijds begon Kroonenberg opnieuw liedjes te schrijven na de hard ingeslagen mededeling. Het resulteerde in het berustende en andermaal bijzonder ontroerende Wherever You Are, met als subtitel Een Ode aan Jellie Brouwer.

Het is een chronologisch verslag van deze bewogen periode van ziekenhuisbezoeken, leven tussen hoop en vrees en het uiteindelijke afscheid. Alle vijftien songs klinken sober en evenwichtig, nergens klinkt woede of grote frustratie door. Kroonenberg is vooral dankbaar, voor wat Jellie voor hem betekend heeft.

Af en toe klinkt de invloed van Dylan door en doet een song als The Wrong Door zelfs enigszins aan Nits denken. Uiteraard is het album weer een “family affair” geworden, door de aanwezigheid van dochters Lynn, Dunya en Patsy. Vooral de engelachtige zang van Patsy is een verrijking van de songs. Aan het akoestische album werkte verder Reyer Zwart (contrabas en harmonium) mee.

Zwart produceerde tevens met Frans Hagenaars het album op sobere wijze. De hoes is trouwens erg sober, maar zeer doeltreffend. Mocht er een hiernamaals bestaan, dat knikt Jellie goedkeurend van boven over het eindresultaat. Andermaal een prachtplaat, eentje die niemand onberoerd zal laten.

Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com

Phosphorescent - C'Est la Vie (2018)

poster
4,0
Langzaam maar heel zeker werd de populariteit van de Amerikaanse singer-songwriter Matthew Houck steeds groter, net als de zalen waarin hij optrad. En in de tussentijd werd zijn muziek steeds ingewikkelder, ambitieuzer en meer gearrangeerd.

Zijn laatste en fraaie studioalbum uit 2013, Muchacho, zorgde uiteindelijk voor de echte, grote doorbraak. Echt productief was hij niet dit decennium, slechts een studio- en een live album. Wellicht dat de ontboezeming in het berustende en ingetogen These Rocks op zijn zevende studioalbum C’est La Vie de reden van die lage productiviteit is. Hij zingt daar de regel : “I was drunk for a decade” gevolgd door “These rocks, they are heavy”.

Gelukkig is de muziek minder zwaarmoedig. Het album opent en eindigt met een instrumentaal nummer. Het meanderende slotakkoord Black Waves / Silver Moon is duidelijk beïnvloed door Pink Floyd. Het statige en ook weer berustende C’est La Vie No. 2 blijft direct hangen.

Meest vrolijke liedje is New Birth in New England, dat muzikaal teruggrijpt naar de jaren tachtig. Toch dragen de meeste songs weer de onmiskenbare Phosphorescent signatuur, al was het alleen maar vanwege zijn wat aparte, ietwat hoge, herkenbare stem.

Het persbericht rept over “Lieve liedjes, soms bezeten en knettergek, dan weer boot-stomping en bij vlagen heel erg meditatief. Experimenteel en traditioneel tegelijk.”. Dat dekt de lading behoorlijk goed. Houck is het liedjes schrijven duidelijk nog niet verleerd.

PicaPica - Together & Apart (2019)

poster
4,5
Josienne Clarke en Samantha Whates leerde elkaar een aantal jaren geleden kennen in de Londense akoestische folkscene. De dames hadden meteen een muzikale klik en zingen en schrijven sindsdien geregeld samen. Het kwartet PicaPica wordt verder gevormd door de Schotse singer-songwriter Adam Beattie en bassist/producer/geluidstechnicus Sonny Johns.

Eind 2017 verscheen reeds de fraaie, sobere ep Spring & Shade, die helaas in Nederland niet veel aandacht vergaarde. De nadruk lag hier compleet op de hemelse zang van de dames. Op het volwaardige debuut Together & Apart krijgen de instrumenten meer de ruimte, net als het experiment.

De liedjes zijn een mix van zestiger jaren westcoast subshine pop en indiefolk. Veelal werden de liedjes gezamenlijk gecomponeerd op teksten en arrangementen van Clarke. The Weather werd geschreven door Beattie en Village Kids door Whates. Onmiskenbaar is de ingetogen afsluiter Stones van de hand van Clarke.

Uiteraard valt ook deze keer meteen overduidelijk de hemelse zang op. Bij betere beluistering hoor je echter ook het subtiele saxofoon- en klarinetspel van Clarke en het dito fluitspel van Whates. En daarnaast de spitsvondige bijdrages van de heren op toetsen, gitaren en bas. De drums worden bespeeld door Seb Rochford, vooral bekend van zijn samenwerking met de legendarische Patti Smith.

De liedjes gaan vooral over gezondheid, hartenpijn, voorjaar, schaduw, liefde, verlies, loslaten en bezorgdheid. Het gevarieerde, avontuurlijke en verslavende Together & Apart zal deze keer wel de nodige aandacht gaan krijgen in Nederland, daar ben ik redelijk zeker van. Sterker nog, het zal volgens mij gaan opduiken in menig jaarlijstje, in ieder geval in het mijne.

Picidae - It's Another Wor D. (2016)

poster
4,5
Picidae is de wetenschappelijke verzamelnaam voor alle bestaande spechtensoorten, maar ook de naam van een uniek Noorse duo.

Sigrun Tara Øverland en Eirik Dørsdal treden al sinds 2005 samen op. Ze leerden elkaar kennen op de Kristiansand kulturskole. Eirik doorliep daarnaast nog meer muziekscholen, waarbij hij zich toelegde op de richtingen jazz en vrije improvisatie. Hij speelt naast in Picidae ook nog in het Zwitsers/Scandinavische Augur Ensemble.

Tara speelde onder anderen in Kaada en heeft nu een eigen project onder haar naam Tara, waarvoor ze muziek voor film, tv en theater maakt. In haar jeugd luisterde ze naar folk, progressieve rock, renaissance muziek, barok en Chileense muziek. De laatste opmerkelijke voorkeur kwam doordat haar beide ouders in een Chileense band speelden.

De muziek voor Picidae wordt door Tara geschreven, die men daarna gezamenlijk arrangeert. Ondanks dat ze zolang bestaan brachten ze tot nu toe slechts een EP uit, die in 2008 op de markt kwam. De songs voor It’s Another Wor d. hebben dus lang kunnen rijpen en net als met goede wijn wordt het resultaat dan beter.

Overigens verscheen de cd in een iets minder opvallende, maar ook mooie hoes reeds eind 2015 in Japan, vanwege hun tour daar. De nieuwe hoes werd gemaakt door Oda Valle.

De titel stond al heel lang vast. Voor hun eerste tour naar Japan vlogen ze low budget met de Russische vliegmaatschappij Aeroflot. Tijdens hun lange tussenstop op het vliegveld van Moskou zagen ze overal de slogan “It’s another world.” hangen. Op diverse plaatsen hadden blijkbaar mensen een letter verwijderd. De laatste die ze tegenkwamen, daarop was de letter l verwijderd. Ze vonden dat zo grappig, dat ze toen besloten, mocht er ooit een album komen, het die titel zou worden.

Zelf vind ik de titel ook goed gekozen, maar dan om de reden, dat ik het gevoel heb dat ik een ongekende muziekwereld terecht ben gekomen. De toveringrediënten van deze muziek zijn vooral het fluwelen trompetspel van Eirik en de verleidelijke zang met opvallende frasering van Tara.

Ze gebruiken een inventieve combinatie van elektronica, gitaren, maar ook mindere gebruikelijke instrumenten als lier, autoharp en het Japanse instrument taishögoto. Ze kreeg het laatste instrument overigens van een familielid, die ooit in Japan leefde.

Naast de nodige ingetogen stukken, wordt er een aantal opgesierd met bijzondere ritmes, zoals Emmett Hill Meadows en Laponia Insulae. Tara zingt gelukkig in het Engels. Een bezoeker van een van hun concerten omschreef ooit kort en bondig waar haar liedjes over gaan : “Je schrijft over intermenselijke relaties en de natuur”.

Naast viermaal een tour door Japan, traden ze ook op in Noorwegen, Zweden en Italië. Dat gebeurde op festivals en in clubs, maar ook in mausolea, galeries, oude fabrieken en bunkers. Wanneer zal dit Noorse duo in Nederland te aanschouwen zijn? Hopelijk snel!

Het album is reeds te koop via Itunes en import, echter met een onzekere levertijd. De Nederlandse releasedatum is 10 februari. It’s Another Wor d. is muziek met geheel eigen signatuur en daarnaast zwaar verslavend, wat kan een luisteraar nog meer wensen?

Piers Faccini - Shapes of the Fall (2021)

poster
4,5
“If my songs were maps I'd want them to stretch from the English moors to the Saharan dunes via the plains of the Mediterranean.”. Kernachtiger en duidelijker dan dat kan Faccini zijn muziek niet omschrijven. Ook voor zijn inmiddels zevende album Shapes of the Fall past de omschrijving weer volledig. Inventieve ritmes spelen andermaal een belangrijke rol in zijn composities. Je noemt je platenlabel niet voor niets Beating Drum. Waarop hij ook fraaie albums van anderen uitbrengt. Hij werkt samen met artiesten uit velerlei genres. Zo bracht hij met Vincent Segal het prachtige album Songs of Time Lost uit grotendeels gevuld met Napolitaanse muziek, maar ook met een cover van Wenn Ich Mir Was Wünschen Dürfte van Friedrich Höllander en in de jaren dertig onsterfelijk gemaakt door Marlene Dietrich. Maar ook de fraaie EP Desert Songs met Dawn Landes en een album met jazz gigant Ibrahim Maalouf. Voor zijn nieuwe album wist hij Ben Harper te strikken voor een duet in All Aboard. Op de beginpagina van zijn website staat prachtig omschreven hoe organisch dit nummer tot stand kwam. De grote kracht van het album vind ik vooral hoe fraai en inventief hij wereldmuziek uit diverse windstreken in zijn composities weet te integreren. Maar hij excelleert ook in bloedmooie zang en dito achtergrondzang. En, zoals al eerder gememoreerd, in inventieve en intrigerende ritmes. Dat alles maakt Shapes of the Fall tot een bijzonder avontuurlijke luisterervaring, die ik elke muziekliefhebber kan aanraden. Zonder enige twijfel voor mij een van de meeste aangename muzikale verrassingen van 2021 tot dusver.

Pieter Vermeyen - Hygge (2018)

poster
4,5
Aan stilzitten heeft hij een broertje dood. Naast zijn voltijds baan als strateeg citymarketing en communicatie bij zijn geliefde stad Antwerpen, regelt hij ook nog eens veel voor feestzalen Gambrinus. Componeren gebeurt laat op de avond en in het weekend.

De interesse in muziek begon op achtjarige leeftijd in 2001 toen hij zijn eerste pianolessen van zijn oma kreeg. In zijn jeugd absorbeerde hij muziek uit diverse genres, van Nightwish tot Bob Marley en van Rihanna tot Schubert. Om zich verder te ontwikkelen nam hij eerst lessen compositieleer bij Bram van Camp, later ging hij in de leer bij Wim Henderickx en Diederik Glorieux.

Naast interesse in neoklassieke muziek kwam er een grote fascinatie voor elektronische muziek, met name ambient muziek. De wijze van componeren omschrijft Pieter zelf als volgt : “Ik componeer achter de piano, al improviserend met verschillende lagen achter elkaar. Nadien schrijf ik het uit op partituur, herwerk ik het in Ableton, oefen ik het in en probeer ik het nog verder op punt te stellen. Vaak schrijf ik een eerste deel van een stuk uit om nadien weer nieuwe inspiratie te krijgen voor een vervolg.”.

Zijn eerste proeve van bekwaamheid verscheen twee jaar geleden, getiteld Inuit. Vier composities met titels ontleend aan de taal van de inwoners van Groenland (behorend tot Denemarken). Wellicht is dat de reden dat de titel van zijn debuutalbum Hygge en de titels van de composities in het Deens zijn.

Op fascinerende wijze weet Vermeyen de luisteraar te boeien door de combinatie van rustig, repeterend pianospel , elektronica en veldopnames. Hij heeft zijn recorder vaak bij zich als hij op stap gaat. Zo hoor je bijvoorbeeld in Lykke het geluid van een koelkast en een watersproeiertje in een huisje in Sardinië. In Fjaele hoor je de treinen van Antwerpen-Zuid en in Taenke het klotsende water aan een baai in Malta.

Een aantal van die veldopnames werden gemaakt door Michel de Vry, ook verantwoordelijk voor de gitaartrucks in Lykke. In Turde is een tweede piano te horen, bespeeld door Iman Mohammad en de saxofoon van Sebastian Fischer. Hygge is een album om te ondergaan en/of heerlijk bij weg te dromen. Bij mij gedijt het album het beste op de vroege ochtend of later op de avond. Imponerend en fascinerend debuut.

Pitou - Big Tear (2023)

poster
5,0
De eigenzinnige Amsterdamse singer-songwriter Pitou Nicolaes behoort tot de grootste muzikale talenten van ons land. Ook iemand niet die over een nacht ijs gaat. Na de twee wonderschone EP’s Pitou en I Fall Asleep So Fast was het vijf jaar wachten op haar debuut Big Tear.

De interesse in muziek begon al vroege leeftijd bij Pitou met een voorliefde voor klassieke muziek. Haar ouders vonden haar regelmatig bij de radio op zoek naar klassieke zenders. Van haar tiende tot haar vijftiende zong ze in het Nationaal Kinderkoor, waarmee ze onder andere zong bij de doop van prinses van Amalia. Pas na de middelbare school pakte ze de muziek weer op en deed ze auditie voor het Conservatorium van Amsterdam, de popopleiding. Solo ging ze vooral de popkant op met het Kobra Ensemble de klassieke en in beide zijn de scheidslijnen dun getrokken en lopen genres in elkaar over. Emotie gaat bij Pitou altijd boven techniek.

Big Tear is een verzameling songs met onverwachte harmonieën en songstructuren, vocale gelaagdheid, loops, weemoedige melodieën daarbij gebruikmakend op een stijlvolle en slimme manier van klassieke instrumenten. Bij het componeren ging ze dit keer niet uit van de gitaar, maar verkende ze andere sonische werelden. Ze omarmde de creatieve mogelijkheden van verschillende instrumenten - piano, harp, synthesizers - en gebruikte ze computerprogramma's om haar muziek op te bouwen en te verfijnen; sommige nummers zijn volledig op piano of met software geschreven.

Pitou legde deze ideeën vervolgens voor aan drummer Mischa Porte en percussionist Frank Wienk van Binkbeats, het trio dat de ritmische ruggengraat van de nummers neerlegde. Zelf geproduceerd, schakelde Pitou ook een verscheidenheid aan muzikanten in om verschillende delen toe te voegen, waardoor de nummers werden verrijkt op een manier die Pitou van tevoren niet had kunnen voorspellen. Ook bandleden Marc Alberto (saxofoon), Lieke Heusinkveld (toetsen) en Jasja Offermans (bas) voegden zoveel toe. Na een reeks concerten te hebben gedaan met barokensemble Baroque Orchestration X, wilde Pitou hen ook erbij betrekken.

Producer PJ Maertens - die co-produceerde - hielp mee met het opnemen van de barokinstrumenten en de strijkers, gespeeld door het SunSunSun String Orchestra (oa Eriksson &Delcroix), terwijl de vocale harmonieën werden opgenomen in haar huis in Antwerpen, waardoor de plaat een intiem gevoel kreeg. Big Tear is een bijzonder intrigerend album met internationale allure geworden, waarbij Animal mij het dikste kippenvel bezorgt.

Big Tear Tour:

09-03 LUIK : Reflektor
10-03 KORTRIJK : Wilde Westen
11-03 BRUSSEL : AB
12-03 SCHEEMDA : Grasnapolsky
25-03 MAASTRICHT : Muziekgieterij
28-03 AMSTERDAM : Paradiso
29-03 ANTWERPEN : De Roma
30-03 GENT : Handelsbeurs
13-04 ROTTERDAM : Motel Mozaique
14-04 AMSTERDAM : Bitterzoet
28-04 BRUSSEL : Les Nuits Botanique
29-04 NIJMEGEN : Merleyn
05-05 ANTWERPEN : Trix
09 t/m 11-06 HILVARENBEEK : Best Kept Secret

Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com

Pitou - I Fall Asleep So Fast (2018)

poster
4,5
In 2016 wist haar eigenzinnige, indringende en wonderschone debuut ep Pitou mij volledig te betoveren. In mijn recensie trok ik vooral vergelijkingen met de door mij in hoge mate bewonderde zangeressen Diane Cluck en Alela Diane.

Net als deze dames volgt Pitou Nicolaes zelfbewust en eigenzinnig haar eigen pad. Reeds bij de release van haar debuut gaf ze aan dat de volgende schijf wederom een ep zou worden en dat ze meer aandacht zou gaan besteden aan de productie.

Jurriaan JJ Sielcken is producer van dienst en speelt bovendien bas, mellotron, synthesizer en toetsen en verzorgde daarnaast het geluid. Een producer trouwens met een behoorlijke staat dienst, want hij werkte onder anderen met Herman van Veen, Jett Rebel, Lucas Hamming en Mevrouw Tamara.

Laatstgenoemde is een van de vele achtergrondzangeressen die te horen zijn op I Fall Asleep So Fast. Die ruim aanwezig achtergrondzang in de eerste vijf liedjes is een van de meest in het oor springende veranderingen.

Wat mij nog meer opvalt is dat haar zang minder alle kanten op fladdert, meer in dienst van het liedje. Haar zang is minder overheersend geworden, waardoor de begeleiding wat meer op de voorgrond treedt, zoals duidelijk te horen is op Give Me a Glass.

Uiteraard blijft haar hemelse zang haar grootste wapen en bezorgt ze mij vooral kippenvel in opener Cabin en A Moment Alone. Dat eigenzinnigheid succes niet in de weg hoeft te staan bewees zielsverwant Tamino. Pitou verzorgde vorige maand nog zijn voorprogramma in drie uitverkochte shows. Vandaag is de releaseshow van het bijzonder geslaagde I Fall Asleep So Fast in Bitterzoet, hopelijk wordt haar zegetocht net zo groot als die van Tamino.

Pitou live:
17 tot 19 mei BRIGHTON (UK) : The Great Escape
2 juni ZWOLLE: Minstrel Festival
5 juni BRUSSEL: AB Club (double bill with Jay Som)
10 juni HILVARENBEEK: Best Kept Secret
20 juli SOUTH YORKSHIRE (UK): Underneath the Stars Festival


Pitou - Pitou (2016)

poster
4,5
Nog voordat ik maar één noot gehoord had, was is al enthousiast over dit debuut. In de laatste editie van Popmagazine Heaven stond een artikel over Pitou Nicolaes geschreven door Flip van der Enden. Hij is haar leraar popgeschiedenis aan het conservatorium van Amsterdam.

Aan het begin maakt hij direct duidelijk dat het geen objectief betoog gaat worden. Het is één grote lofzang op haar fenomenale zangtalent. Lang geleden dat ik een dergelijk enthousiast en warm pleidooi over muziek gelezen heb. Mijn belangstelling was dus direct gewekt. Dankjewel, Flip!

Haar naam zei me in eerste instantie helemaal niets, maar ik had haar toch al eens horen zingen. Zo’n vier jaar terug was ze als lid van het Kobra Ensemble te zien geweest in Vrije Geluiden, waarvan ik een vaste kijker ben. Deze zes dames maakten toen met hun meerstemmige zang grote indruk op mij. Het Kobra Ensemble bestaat overigens nog steeds en treedt nog geregeld op. Vorig jaar toerden ze nog door Amerika.

Het minialbum Pitou is al een tijdje uit. De releaseshow was 8 september in een uitverkochte Vondelkerk. Niet zo vreemd voor mij, want Pitou is een uitzonderlijk getalenteerd. Een zangeres, die je in korte tijd weet te betoveren met haar kale liedjes, waarin ze zich heel kwetsbaar opstelt.

In haar biografie rangschikt ze haar muziek onder freak folk en meldt ze dat ze vaak vergeleken wordt met zangeressen als Vashti Bunyan, Joanna Newsom, Laura Marling en Alela Diane. Zelf heb ik meer associaties met Diane Cluck op diens albums Oh Vanille / Ova Nil en Boneset. Ook een zangeres, die mij met kale liedjes diep weet te raken.

Ze wordt op de zeven liedjes alleen af en toe begeleid door Vincent Arp op staande bas en viool. Zelf speelt ze spaarzaam akoestische gitaar. Haar stem fladdert regelmatig van laag naar heel hoog. Ze verzorgt haar eigen achtergrondvocalen, zelfs in Walls, welk liedje door van der Enden overigens treffend omschreven wordt als een zelfhulpmantra in de vorm van een canon.

Persoonlijke favoriet is Fool, wat goed in het gehoor ligt. 22 november staat ze in het voorprogramma van Ben Weaver in het Patronaat, Haarlem. Pitou is een indrukwekkend en indringend debuut, volgens mij het begin van een veelbelovende carrière.

Pixies - Doggerel (2022)

poster
4,0
De meest voor de hand liggende persoon om Doggerel te bespreken ben ik niet. Waarschijnlijk het gevolg van een generatiekloof en veranderende muzikale voorkeuren. Begin jaren zeventig groeide ik onder andere op met art-, prog- en hardrock. Vervolgens werd met grote interesse de New Wave gevolgd.

Hierna verwaterde mijn interesse in rock allengs. Aan de grunge periode hield ik toen alleen het album MTV Unplugged in New York van Nirvana over. Uiteraard kende ik Pixies van naam, maar had voorheen nog nooit een noot van hun muziek gehoord. Als ik vijf sterren recensies op AllMusic mag geloven waren de eerste twee albums Surfer Rosa en Doolittle klassiekers. 24 gebruikers op AllMusic waarderen Doggerel tot nu toe met anderhalve ster gemiddeld, volgens mij ten onrechte.

Het is een album geworden met slim in elkaar zittende en aanstekelijke liedjes geworden. Dat bewijst het viertal uit Boston onder leiding van Frank Black meteen in de uistekende opener Nomatterday overduidelijk, waarvan het refrein meteen in je geheugen gegrift staat. Toch krijg ik het idee dat de band wat gezapiger or meer main stream geworden is in de loop der tijd. Dat maak ik tenminste op uit een regel in Vault of Heaven ; “I ended up in a kind of Dire Straits, but that’s okay.”.

Dat ik met die conclusie volgens mij wel juist zit, blijkt uit de recensie van Eric Walbeek op MusicMeter. Hij schrijft onder andere “De gruizige randjes zijn er wat vanaf, het is best keurige alto-rock geworden, maar heel erg vind ik het niet.”. In zijn eindconclusie kan ik mij volledig vinden; “ Met Doggerel heb je een alleraardigst album in handen. Niets meer en niets minder. “.

Pokey LaFarge - In the Blossom of Their Shade (2021)

poster
4,5
Jammer dat de releasedatum van In the Blossom of Their Shade verschoven is, want het is een ideale plaat voor de zomer. Een album dat snel een glimlach op het gezicht van de luisteraar zal toveren, maar ook de heupen zal laten wiegen. Volgens mij zal niemand weerstand kunnen bieden aan het relaxte, swingende ritme van opener Get It ‘Fore It’s Gone. Rocksteady in optima forma. De soulvolle achtergrondzang wordt hier verzorgd door de geweldige zangeres Lady Blackbird, die aanstaande vrijdag haar langverwachte debuutalbum Black Acid Soul zal uitbrengen. De titel van het album is ontleend van het aanstekelijke liedje Mi Ideal, dat een Spaanstalig refrein heeft. Muzikaal gezien bevat het invloeden van de muziek uit het zuidwesten van de VS, Zuid-Amerika en de Caraïben. In Fine to Me tapt LaFarge vervolgens uit een swingend rockvaatje. Her repertoire is uiterst gevarieerd, van alles komt voorbij tot western swing en country blues aan toe. Niet alleen variatie in genre maar ook in tempo, van luisterliedjes tot dansnummers. Licht verteerbaar, maar met genoeg diepgang. Naast een geweldige songschrijver is hij een buitengewoon goede crooner, die inventief gebruik maakt van zijn kopstem. Meest opvallende song voor ons Nederlanders is natuurlijk Rotterdam, zijn ode aan die stad en aan de Nieuwe Binnenweg in het bijzonder. LaFarge over de song : "Het gaat eigenlijk over een plek die niet echt bestaat, Rotterdam als utopie. In combinatie met een behoorlijke hoeveelheid verwarring en frustratie over hoe sommige dingen in de VS zijn, vond ik de songtekst een uitlaatklep". Naast een ideale zomerplaat is het gevarieerde In the Blossom of Their Shade ook de ultieme dans- en partyplaat.

Pokey LaFarge live :

18-04 GRONINGEN : De Oosterpoort
21-04 NIJMEGEN : Doornroosje
22-04 ROTTERDAM : Maassilo
24-04 AMSTERDAM : Paradiso
03-05 EINDHOVEN : Effenaar
04-05 HENGELO : Poppodium Metropool

Poor Man Richie - Your Mind Is Like Mine (2020)

poster
4,5
Derrick van Schie is een door de wol geverfde muzikant en singer-songwriter. Aan het begin van de eeuwwisseling maakte hij deel uit van de Tilburgse rockband Wealthy Beggar, welke zo’n vijf jaar successen boekte. Men speelde in die tijd onder ander op Lowlands en Pinkpop. Andere wapenfeiten van Derrick waren onder andere een soloalbum onder de naam Dearhunter en vrij recent maakte hij deel uit van de americanabands Broken Sun en The Jaydees. Van deze bands recenseerde ik respectievelijk de uitstekende albums On en Dandelions.

Begin dit jaar richtte Derrick samen met oud Wealthy Beggar collega Niels Verweij Poor Man Richie op. Samen werkten ze de door Derrick geschreven liedjes verder uit. Men had voor ogen om blue-eyed soul te gaan maken, met invloeden uit rock, psychedelica en americana.

In de volgende fase riep men de hulp in van de veelzijdige muzikant en producer Dave Menkhorst. Deze maakte als muzikant onder andere deel uit van Vreemde Kostgangers en Sir Yes Sir en produceerde albums van Roosbeef, Helge, Roald van Oosten en Henny Vrienten. Bij Poor Man Richie vervult hij zowel de rol van drummer als uitstekende producer. Verder riep men de hulp in van Maarten van Damme (Racoon, Wende, Drive Like Maria), Eva van Pelt, Alban Sarens (Sir Yes Sir) en Tom Sikkers (Wealthy Beggar, Brotherhood Foundation).

Bij mijn recensie-exemplaar ontving ik interessante track by track informatie van Derrick. Zo vermeldt hij bij de song What It Takes (to Love You), dat een vriend van hem bij het horen ervan meteen aan Bill Withers moest denken. Terwijl ik juist meteen aan Steely Dan moest denken, vooral door het toetsenwerk. Steely Dan blijkt een van zijn favoriete groepen te zijn en was volgens hem zeker een inspiratie voor arrangementen en arrangementen. De invloed van Steely Dan hoorde ik trouwens ook duidelijk terug in het fraaie Sometimes When It Hurts en Help to the People.

De songs zijn over het algemeen autobiografisch zoals Oh My Baby, daarin blikt hij terug op zijn muziekbeleving in de jaren tachtig. “Ik ben opgegroeid met de muziek van de jaren tachtig. Vrijdagmiddag nam ik op een cassettebandje mijn favoriete songs van de Top 40 op en hoopte dat Lex Harding er niet te veel doorheen zou praten… De gated reverb op de snaredrum is een vette knipoog naar alles wat goed en slecht was aan de eighties, van Talk Talk tot Taylor Dane”, aldus Derrick.

Beautiful Girl blijkt een ontroerende ode aan zijn dochter, waarin hij bekent dat hij haar onvoorwaardelijk zal blijven beschermen voor de boze buitenwereld : “I’ll protect you from scars and love you ‘til I die”. Het album werd reeds vooruit gesneld door de aanstekelijke, uptempo en radiovriendelijke single Gone for the Summer, welke al op de nodige belangstelling mocht rekenen. Maar zeker zo aanstekelijk is het fraaie duet van Derrick met Eva van Pelt in YMMFSG.

Het album verschijnt via Yazmine Park en wordt de dag voor de release exclusief gepresenteerd aan het thuispubliek in een reeds uitverkochte Paradox. Your Mind Is Like Mine heeft de afgelopen tijd een behoorlijk verslavende uitwerking op mij gekregen en is daardoor tot mijn favoriete albums van 2020 gaan behoren.

Porridge Radio - Waterslide, Diving Board, Ladder to the Sky (2022)

poster
4,0
In eerste instantie was de indierockband Porridge Radio uit Brighton een soloproject van Dana Margolin. Haar meteen succesvolle debuutalbum Misery Radio uit 2015 bestond uit een dozijn ingetogen demo’s met alleen de stem en gitaar van Margolin. De intensiteit van haar zang op het nieuwe album Waterslide, Diving Board, Ladder to the Sky is totaal onvergelijkbaar met die beginperiode.

Het album is mijn eerste, zeer aangename kennismaking met Porridge Radio. Meteen bij Back to the Radio deed de zang me denken aan de eigenzinnige TORRES. Deze eerste single en album opener is een krachtige oproep tot bewapening, in contrast met Margolins teksten van paniek en zichzelf afsluiten - "lock all the windows and march up the stairs".

De ambitieuze one-shot video van het nummer werd geregisseerd door Dana's zus Ella Margolin en bevat de band - drummer Sam Yardley, toetsenist Georgie Stott en bassist Maddie Ryall - ondergedompeld in een pastelkleurige wereld van papier-maché.

“Ik schreef het eind 2019 toen we ons aan het voorbereiden waren voor de release van Every Bad en ik had het gevoel dat er veel dingen zouden komen waarvan ik niet zeker wist hoe ik ermee om moest gaan. Het lied kwam voort uit een gevoel van intense eenzaamheid en onvoorbereid zijn op wat iedereen me beloofde dat er ging gebeuren - en een sterk verlangen om te ontsnappen zonder te weten waarnaar ik wilde ontsnappen. Voor mij is er een enorm gevoel van catharsis in dit nummer, van loslaten en je laten meeslepen.", aldus Dana.

""Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky" heeft een surrealistisch cover beeld dat deels is geïnspireerd op een collage van de kunstenaar Eileen Agar, gladde hellingen en existentiële levensangst die de afgelopen tijd oproept, terwijl het ook put uit het verhaal van Jacob's Ladder uit het Oude Testament, die 'het wel en wee van het menselijk leven symboliseert, van deugd en overtreding', legt maker van de albumhoes Dana Margolin uit. Het idee dat geen enkele emotionele toestand binair is, staat centraal op het album. Met dit album gaan de gevoelens van vreugde, angst en oneindigheid samen", zegt Margolin.

De band blijkt duidelijk gegroeid en zelfverzekerder geworden te zijn. Het album moest “stadion-epic” worden zoals bijvoorbeel Coldplay. Zoals altijd heeft Margolin haar hart op de tong in haar volstrekt eerlijke teksten. Waterslide, Diving Board, Ladder to the Sky is een buitengewoon meeslepend album geworden.

Porridge Radio live:

10-06 HILVARENBEEK : Best Kept Secret Festival
14-08 KIEWIT-HASSELT : Pukkelpop
11-11 AMSTERDAM : Melkweg
12-11 MAASTRICHT : Muziekgieterij