MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Lura als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

John Bramwell - Leave Alone the Empty Spaces (2017)

poster
4,5
Denniz78 schreef:
Schitterende plaat, enige minpunt is de wel zeer geringe duur. Nog geen half uur duren de 9 liedjes die wel van een ongekende schoonheid zijn.


Je conclusie is helemaal juist, ik dacht trouwens dat ik mijn recensie hier ook geplaatst had, maar bij deze nog:

John Bramwell is de voormalige zanger en liedjesschrijver van het bekende trio I Am Kloot. Na een zestal albums hielden de heren het voor gezien. Hierna trok Bramwell samen met zijn grappige en trouwe viervoeter Henry in zijn VW kampeerbus regelmatig door Europa en het Verenigd Koninkrijk en leerde onderweg veel interessante nieuwe mensen kennen, bovendien trad hij de laatste jaren zo’n driehonderd keer op.

Die reizen vormen de inspiratiebron voor Leave Alone the Empty Spaces. In de teksten van de liedjes klinkt het gevoel van vrijheid door, maar ook van avontuur en eenzaamheid. Zijn emotionele gesteldheid was soms somber, maar ook af en toe buitengewoon uitbundig. Dat levert negen bloedmooie liedjes op, waarvan de eerste verrassend genoeg instrumentaal is.

Bramwell staat bekend om zijn fraaie teksten, zijn unieke stemgeluid en gitaarspel. De goed in het gehoor liggende single Who Is Anybody? was het album al vooruitgesneld. De productie is gelukkig soberder dan de laatste twee I Am Kloot albums. Helaas is het album aan de korte kant, slechts net zevenentwintig minuten.

De liedjes werden reeds in september en december tijdens soloconcerten in Nederland voorgesteld. De release was aan de andere kant van de plas reeds half november, in ons land begin volgende maand. Leave Alone the Empty Spaces is ondanks de korte speelduur een absolute aanrader.

John Carpenter - Lost Themes III (2021)

Alternatieve titel: Alive After Death

poster
John Carpenter werd rond 1980 vooral bekend door zijn horrorfilms waarvoor hij ook vaak de muziek schreef. “Halloween” is misschien zijn bekendste film, maar over het algemeen gezien wordt “The Thing” met Kurt Russell in de hoofdrol beschouwd als zijn beste film, waarvoor overigens maestro Ennio Morricone de muziek componeerde. De film doet trouwens anno 2021 wel behoorlijk gedateerd aan. Naast thrillers en horrorfilms maakte hij ook onder andere een film over Elvis Presley. Sinds 2015 richt de inmiddels drieënzeventigjarige Carpenter met de trilogie Lost Themes zich meer op zichzelf staande muziek. Hij besloot in 2016 samen met zijn zoon Cody en pleegzoon Daniel Davies te gaan toeren en daarbij muziek uit zijn omvangrijke oeuvre live te gaan brengen. Met Cody en Daniel nam hij ook de trilogie op, waarvan nu het derde deel Lost Themes III: Alive After Death verschijnt. De composities hebben veelzeggende namen als Dripping Blood, Skeleton, Vampire’s Touch en Cemetry. Veelal hebben de composities een filmisch karakter maar weten bij de luisteraar ook geregeld het adrenalinepeil omhoog te stuwen. Het album bewijst wederom dat Carpenter het nog steeds niet verleerd is om beklijvende instrumentale muziek te componeren.

John Carpenter, Cody Carpenter and Daniel Davies - Halloween Kills (2021)

poster
4,0
De release van de filmscore Halloween Kills is goed gepland en niet alleen omdat het op 31 oktober Halloween is. Het zal je vast niet ontgaan zijn dat sinds gisteren de film “Halloween Kills” in de bioscopen draait, waarvoor de afgelopen tijd fiks reclame werd gemaakt.

Overigens was het veertig jaar geleden ook al zo dat op donderdag films in première gingen. In die tijd kreeg ik, beroepsmatig, meer interesse in films. Regelmatig mocht ik, als mijn collega ziek of op vakantie was, films inhuren voor een vijftal bioscopen. Erg leuk om te doen. Daarvoor had ik veel telefonisch contact met bekende filmverhuurmaatschappijen als Concorde Film en Tuschinski Films. Laatstgenoemde is ook de eigenaar van het Amsterdamse bioscoop Pathé Tuschinski, wat deze maand zijn honderdjarige bestaan viert en algemeen gezien wordt als de mooiste bioscoop ter wereld. Het was trouwens bij het huren de kunst om een zo’n laag mogelijk filmhuur percentage te bedingen. In die tijd was het beroep filmoperateur nog een echt vak. Voordat de films vertoond werden liep de operateur de films in zijn geheel na en repareerde dan eventuele oneffenheden. Maar genoeg offtopic geneuzel nu.

Vaak wordt gedacht dat Halloween een Amerikaanse oorsprong heeft, maar dat klopt niet. Halloween was van oorsprong een vrije dag in Ierland. In de Keltische kalender begon het nieuwe jaar op 1 november en was 31 oktober dus oudejaarsavond. In de tweede helft van de negentiende eeuw waaide het vieren ervan over naar de Verenigde Staten, dankzij Ierse en Schotse immigranten.

John Carpenter is een fenomeen in de wereld van de horror, zowel als maker van filmscores maar ook als producer. Hij werd vooral bekend door zijn film “Halloween”. In de loop der jaren verschenen zowel veel films als scores van zijn hand. De laatste jaren werkt hij veel samen met zijn zoon Cody en zijn stiefzoon Daniel Davies. Eerder dit jaar besprak ik al het uitstekende Lost Themes III: Alive After Death van de drie heren.

“Halloween Kills” is het tweede deel van de nieuwe door David Gordon Green geregisseerde Halloween serie. Zoals altijd levert Carpenter beklemmende muziek, regelmatig bombastisch om het effect te vergroten. Als referenties kunnen worden genoemd Goblin, Angelo Badalamenti, Harry Manfredini, Charles Bernstein, Bernard Herrmann, Hans Zimmer en Ennio Morricone.

Halloween Kills is weer een uitermate vakkundig gemaakt product, het succes ervan zal natuurlijk mede bepaald worden door het succes van de film. Het album zal naast op de reguliere manieren ook op oranje vinyl verschijnen.

John Mayall - Find a Way to Care (2015)

poster
Menig leeftijdsgenoot van John Mayall slijt zijn laatste dagen in een bejaardentehuis, zich daar al dan niet verplaatsend met een rollator. Mayall bruist op zijn eenentachtigste nog steeds van de energie. Het lijkt wel of het proces van ouder worden niet echt vat op hem kan krijgen. Na meer dan vijftig jaar in de muziekbusiness treedt hij nog steeds veel op en brengt hij geregeld nieuwe albums uit.

Vorig jaar nog werd A Special Life goed ontvangen door de internationale pers. In april verraste Mayall ons nog met het geweldige Live In 1967, een Bluesbreakersalbum. Het bevatte nooit eerder uitgebracht live opnames. Naast Mayall, excelleren Peter Green, John McVie en Mick Fleetwood op dit album. Overigens is het niet te horen dat het live is opgenomen. Volgend jaar wordt nog een live album uit die tijd uitgebracht, iets waar ik nu al naar uitkijk.

En onlangs plofte Find a way te care op de deurmat. Na een keer luisteren wist ik al, dat het een topper in het genre is. Allereerst wordt het gebodene zeer energiek en gedreven gebracht. Aan variatie is ook gedacht. In een aantal nummers zijn blazers toegevoegd. Ron Dziubla (saxofoon), Richard Rosenberg (trombone) en Mark Pender (trompet) spelen uitermate strak en leveren daarmee een belangrijke bijdrage aan het opschroeven van het niveau van het gespeelde materiaal.

Ook krijgen John’s vaste begeleiders bij liveshows de nodige ruimte. Met name Rocky Athas mag regelmatig schitteren op gitaar. Maar Greg Rzab (basgitaar) en Jay Davenport (drums) laten ook horen zeer ervaren muzikanten te zijn. Mayall laat vooral op toetsen blijken, dat hij nog steeds tot de beste bluesmuzikanten in de wereld moet worden gerekend. Luister eens naar het zelf geschreven Crazy lady en U weet wat ik bedoel. Ook neemt hij twee keer de mondharmonica ter hand, zoals in het heerlijke Ropes and Chains.

Het gebrachte materiaal bestaat uit vijf eigen nummers. Daarnaast onder anderen een cover van het bekende Muddy Waters nummer Long Distance Call, maar ook een cover van War We Wage, van de nog jonge bluesgitarist Matt Schofield. Met Find A Way To Care dwingt John Mayall bij mij veel repect af. Het moet een feest zijn om dit materiaal live te horen. En gelukkig kan dat eind september!

26/9 GRONINGEN: Oosterpoort
27/9: ENSCHEDE: Wilminktheater
28/9: AMSTERDAM: North Sea Jazz Club
29/9: BERGEN OP ZOOM: Gebouw-T

John Mayall - Talk About That (2017)

poster
Intussen is John Mayall, een van de steunpilaren van de Britse blues, al 83 jaar. In zijn fameuze groep The Bluesbreakers speelde latere grootheden als Eric Clapton, Jack Bruce, Peter Green, John McVie, Mick Fleetwood, Mick Taylor en Walter Trout.

Live was Mayall vooral in de jaren zestig een sensatie, wat twee jaar geleden nog eens werd bevestigd met het toen uitgebrachte, fantastische album Live in 1967, waarop naast Mayall ook Peter Green, John McVie en Mick Fleetwood schitteren. En anno 2017 geeft Mayall nog steeds het volle pond tijdens optredens.

Maar ook is zijn gedrevenheid weer terug te horen op Talk About That. En hij schrijft nog steeds uitstekende liedjes, dat wordt al direct duidelijk in de heerlijk funky opener Talk About That. Hij wordt uiteraard bijgestaan door vaste krachten Rocky Athas (leadgitaar), Greg Azab (bas en percussie) en Jay Davenport (drums en percussie).

De basis voor het album werd in slechts drie dagen opgenomen en vervolgens had men nog drie dagen nodig voor de blazers en de overdubs. De bucketlist van Joe Walsh is ook korter geworden. Hij wilde al heel lang graag een keer samenwerken met John Mayall. Het klikte enorm tussen de heren, wellicht dat er in de toekomst vaker samengewerkt gaat worden. Walsh is terug te horen op The Devil Must Be Laughing en Cards on the Table.

De invloed van de heerlijke muziek uit Louisiana horen we terug in Give Some of That Gumbo, wat verfraaid wordt door blazers en fantastisch gitaarspel. In de cover van Goin’ Away Baby laat Mayall horen dat hij het mondharmonica spelen nog niet verleerd is. In It’s Hard Going Up van soulzangeres Bettye Crutcher, de enige andere cover, blijft het soulvolle karakter van het origineel bewaard.

Met Talk About That voegt Mayall wederom een uitstekend album toe aan zijn uitgebreide oeuvre. 11 februari start een zeer uitgebreide Europese tournee, want Mayall is terecht nog steeds uitermate populair. Zelfs landen als Polen en Tsjechië zullen worden aangedaan. Nederland en België komen er karig vanaf. Op 31 maart is hij te zien in de Patronaat in Haarlem en op 2 april in Ancienne Belgique in Brussel.

John Moreland - LP5 (2020)

poster
Al sinds zijn album In the Throes weet singer-songwriter en multi-instrumentalist John Moreland mij vaak te raken met zijn goudeerlijke liedjes. Ook op het podium weet hij volledig te overtuigen, geef hem een stoel, gitaar en mondharmonica en het publiek zal ademloos luisteren, meer heeft hij niet nodig.

Zijn vorige album Big Bad Luv produceerde Moreland nog zelf, nu laat hij dit over aan Matt Pence tevens drummer op LP5. Het is zijn drumspel wat me meteen opvalt in opener Harder Dreams. Wat me verder direct opviel is dat er wat meer geëxperimenteerd wordt met geluid.

Johns toelichting hierover : “I’m hesitant to talk about it because I know people don’t want to hear some dude complaining that his dream of being a successful musician came true, but there are things about it that you don’t expect that can mess you up. One of the results of that was I really didn’t want to write songs for a couple of years.

One of the ways I got back into liking music again was to let go of the idea that every time I’d go mess around with an instrument, I’d have to be writing a really good song. I just gave myself the freedom to go into my little music room every day and mess around with different instruments and different sounds. It doesn’t have to be anything. It doesn’t have to result in anything.”.

Moreland voelde zich door deze ontdekking totaal bevrijd en hervond zijn plezier in het schrijven van songs, deze keer zonder enkele druk. Moreland ging ook in de weer met een mellotron en een drum machine. Het zorgt hier en daar voor een enigszins ander geluid.

Tekstueel is het vaak weer erg persoonlijk, zoals de ontboezemingen in Harder Dreams en Terrestrial. Laatstgenoemde gaat over dat je niet te hard voor jezelf moet zijn. Een van de hoogtepunten op het album is het prachtige eerbetoon In the Times Between aan zijn in 2016 bij een verkeersongeluk overleden goede vriend Chris Porter. Moreland schreef het twee weken na diens verscheiden toen het verdriet nog groot was.

Wat voeten in aarde had When My Fever Breaks, geschreven voor zijn vrouw. Hij begon eraan toen ze elkaar pas leerden kennen en maakte het pas drie jaar later af : “The track is a tribute to the trust and comfort that come with being loved well. It took me a long time to write it. It was hard to figure out, how do I write the kind of love song that I am comfortable with?”, aldus Moreland.

Net als op de vorige twee albums is weer een belangrijke rol weggelegd voor John Calvin Abney , die gitaar, piano en synthesizer speelt. Het herwonnen plezier in het schrijven van songs heeft geleid dat LP5 zijn meest fraaie uit zijn oeuvre is geworden.

John Moreland - Visitor (2024)

poster
5,0
Het voorgaande album Birds in the Ceiling viel niet bij al Moreland’s fans even goed in aarde vanwege het gebruik van de gelaagde elektronica. Mijn collega Rein eindigde destijds dan ook zijn recensie met de volgende conclusie : “Het is een prijzenwaardig en gedurfd initiatief, maar hopelijk eenmalig.”. Het was een album waarop moderne vervreemding centraal stond.

Toen Moreland in november 2022 een moeilijke tour ter promotie van Birds in the Ceiling achter de rug had, stopte hij volledig met werken. Hij nam een heel jaar vrij van het spelen van shows en gebruikte zes maanden geen smartphone. “Aan het einde van dat jaar had ik zoiets van ‘Niemand belt mij’. Ik moest een tijdje niets doen en gewoon verwerken”, zegt Moreland.

Na bijna een decennium in de schijnwerpers te hebben gestaan, voortdurend doordrongen van de verwachtingen van zijn publiek, de muziekindustrie en anonieme vreemden online, maakte hij voor het eerst wat tijd vrij om uit te rusten, te genezen en na te denken. Die periode van bezinning heeft hem goed gedaan.

Op Visitor keert Moreland gelukkig terug naar de aanpak van de succesvolle albums In the Throes en High on Tulsa Heat, die beide grotendeels thuis werden opgenomen met een klein aantal extra muzikanten. Ook Visitor is weer een folkrockplaat geworden, die intiem, direct, diep doordacht en catchy is.

Moreland nam het album in slechts tien dagen op in zijn huis in Bixby, Oklahoma, waarbij hij bijna elk instrument zelf bespeelde (zijn vrouw Pearl Rachinsky zong op één nummer mee, en zijn oude medewerker John Calvin Abney droeg een gitaarsolo bij). Daarnaast nam hij het album zelf op en mixte hem.

“Eenvoud en directheid waren van groot belang voor het proces”, zegt hij, dat blijkt bijvoorbeeld al uit een songtitel als The More You Say, The Less It Means. De periode van rust heeft het beste in Moreland naar boven gehaald. Vanaf de ingetogen en bijzonder fraaie opener The Future Is Coming Fast weet hij de luisteraar te beklijven. Het album kan gemakkelijk wedijveren met In the Throes en High on Tulsa Heat. Het album zal ongetwijfeld in de nodige eindejaarslijstjes opgaan duiken, alvast die van mij. Helaas is de fysieke release pas gepland voor 31 mei.

Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com

John Murry - The Stars Are God's Bullet Holes (2021)

poster
4,5
Voordat John Murry solo ging bracht hij samen met Bob Frank World Without End uit, een country/roots album met onvervalste murder ballads. Toevallig recenseerde Rein van den Berg een paar dagen geleden Within a Few Degrees van de betreurde Bob Frank voor Johnny’s Garden. Het was diezelfde Rein van den Berg die op het forum van Johnny’s Garden mij in 2012 attendeerde op het indringende The Graceless Age. Hoogtepunt en sleutelsong op dit album is het hartverscheurende, meer dan tien minuten durende Little Colored Balloons. Het handelt over een bijna doodervaring door een overdosis heroïne. Opvolger A Short of History of Decay werd opgenomen nadat zijn huwelijk op de klippen was gelopen.

De oorzaak van al zijn ellende en trauma’s moet gezocht worden in zijn jeugd. Hij groeide op in Tupelo, Mississippi in een omgeving met extreem veel geweld. Zijn biologische moeder, een Cherokee afstammeling, zat nog op school toen hij geboren werd en hij ter adoptie werd afgestaan. Zijn relatie met zijn adoptieouders was getroebleerd en werd hij grotendeels door zijn grootmoeder opgevoed. Zij was familie van de bekende schrijver William Faulkner. Het enige positieve wat zijn pleegvader hem schonk was de grote hoeveelheid boeken die voor handen was om te lezen.

De situatie liep thuis uit de hand toen zijn ouders ontdekten dat hij jointjes begon te roken en alcohol begon te drinken. Bovendien hadden ze voor hem een studie aan Harvard in gedachte, terwijl hij na het zien van een Tom Petty concert muzikant wilde worden. Hierna werd hij in een soort fundamentalistische tuchtschool geplaatst, waar hij door drie oudere jongens meermaals werd verkracht.

Acht jaar geleden ontvluchtte hij Amerika en vestigde zich in County Longford, Ierland. The Stars Are God's Bullet Holes is zijn meest opgewekte album tot nu toe geworden. Hij heeft tegenwoordig het nodige om voor te leven. Allereerst zijn zeventienjarige oogappel, dochter Evie, die snel de volgende Stevie Nicks hoopt te worden. En in december maakte hij kennis met zijn huidige vriendin Sarah Leahy, een project coördinator voor een medische humanitaire organisatie in Afghanistan. Recent vroeg hij haar indirect tijdens een interview met The Guardian ten huwelijk. Bovendien heeft hij natuurlijk ook zijn muziek nog om voor te leven.

Voor het nieuwe album liet hij niets aan het toeval over en koos de ervaren John Parish (PJ Harvey, Eels, Aldous Harding, This Is the Kit) als producer. Onlangs produceerde Parish nog het prachtige The Watchful Eye of the Stars van Adrian Crowley. De reeds lovende recensies in het Verenigd Koninkrijk zijn terecht, want het is wederom een prachtplaat geworden. Met de gebruikelijke ingrediënten, soms met de nodige country elementen. En een andermaal met de nodige rockinvloeden en overstuurde gitaren en soms met een heerlijk stompend ritme als Time & a Rifle. Uiteraard ontbreken ook de lekkere dameskoortjes niet.

De thema’s zijn zoals gebruikelijk verval, literatuur, wapens en dood. Naast een tiental eigen nummers (een hidden track) tevens een buitengewoon tedere cover van Duran Duran’s Ordinary World. Murry wordt nogal eens vergeleken met een andere “prince of darkness”, Nick Cave. Terwijl Cave al heel lang mainstream is, opereert Murry nog steeds ergens aan de zijlijn. Hoog tijd dat prachtplaat The Stars Are God's Bullet Holes daar verandering in gaat brengen!

John Smith - Hummingbird (2018)

poster
4,5
Maestro John Renbourn noemde hem ooit “the future of folk music”. Dit compliment betekende voor John Smith extra veel, omdat Renbourn samen met Nick Drake en Bert Jansch zijn grote muzikale helden zijn.

Hij opende shows voor grootheden als John Martyn, Dav(e)y Graham en John Renbourn en was gastmuzikant en gitarist bij Jackson Browne, Jerry Douglas, Glen Hansard, Rodney Crowell, David Gray, Lisa Hannigan, tot aan Joe Henry en Joan Baez. Met zijn unieke gitaarspel beïnvloedde hij op zijn beurt vele andere muzikanten, waaronder Ben Howard en James Newton Chadwick.

Maar ook zijn stem is opvallend, enigszins vergelijkbaar met die van John Martyn. Hij weet vooral door goed gebruik te maken van dynamiek de luisteraar aan zich te binden. Als onafhankelijk artiest toert hij met zijn gitaar al zo’n vijftien jaar over de hele wereld. Die rijke muzikale ervaring hoor je goed terug op zijn nieuwe album Hummingbird.

Hij vertolkt hierop drie originele songs, een cover en zes traditionals. De bekendste traditional is waarschijnlijk Lowlands of Holland, bij oudere muziekliefhebbers zeker bekend in de uitvoering van Natalie Merchant & The Chieftains op het schitterende album Tears of Stone. Het handelt over een jonge vrouw die haar man verliest in een van de roemruchte zeeslagen tussen het Verenigd Koninkrijk en Nederland.

Hares on the Mountain en Master Kilby werden verzameld door Cecil Sharp aan het begin van de vorige eeuw. Eerstgenoemde song vindt zijn oorsprong in de achttiende eeuw. Het is daarmee niet eens de oudste traditional, afsluiter Unquiet Grave dateert uit de vijftiende eeuw, maar klinkt nog steeds tijdloos. John zingt het hier als duet samen met Cara Dillon en behoort tot de hoogtepunten.

Een van Johns eigen favorieten op het album is het bitterzoete The Time Has Come van Ann Briggs. Het klinkt door met name de bas, bespeeld door Ben Nicholls een beetje als hoe Tim Buckley in zijn vroege jaren zijn songs inkleurde. Ik associeer het basspel van Nicholls met dat van legende Danny Thompson.

Zelf ben ik heel erg gecharmeerd van Boudica, wat gaat over de rebelse koningin Boudicca van de Iceni stam, die in opstand tegen de Romeinen kwam, nadat ze publiekelijk gegeseld was en haar dochters verkracht door Romeinse soldaten. Net zo mooi is de traditional Hares on the Mountain met ingetogen zang van John. Ook schittert hier John McCusker op viool en dat is zeker niet de enige keer.

Het meest intens is Axe Mountain (Revisited), waarbij de zang uit zijn tenen lijkt te komen. Het album werd wederom uitstekend geproduceerd door Sam Lakeman, die koos voor de “less is more” benadering. Desondanks is Hummingbird een indrukwekkend album, wat diep weet te raken.

Jammer genoeg geen liveoptredens in Nederland en dat is dubbel jammer, want hierdoor lopen wij ook de geweldige support act Josienne Clarke en Ben Walker mis. Onze zuiderburen hebben meer geluk.

John Smith live, support Josienne Clarke & Ben Walker:

21-11 LEUVEN: 30 CC
22-11 WAREGEM: De Schakel
23-11 BEVEREN: Cultuurcentrum ter Vesten
24-11 EVERGEM: Gemeente Evergem
29-11 LEOPOLSBURG: Cultuurcentrum Leopolsburg (2 optredens, aanvang 18 uur en 20:15 uur)

John Smith "Willy Moore" (listen) - YouTube
Hummingbird - YouTube

John Smith - The Fray (2021)

poster
“With newfound pain coming from so many directions, dealing with the uncertainty it brings, I closed the curtains and picked up the pen, turning to songwriting as a lifeline.”. Zo legt singer-songwriter John Smith kort en bondig zijn beleving van het voor de mensheid in het algemeen rampzalige jaar 2020 uit. Het leverde het album met de strijdvaardige titel The Fray (het gevecht, de strijd) op. Zijn vorige, fraaie album Hummingbird bevatte drie originele songs, een cover en zes traditionals. Een behoorlijk traditioneel folkalbum met een zeer sobere inkleuring. Voor zijn intussen zevende album The Fray kozen Smith en medeproducer Sam Lakeman voor een wat meer avontuurlijke en minder sobere aanpak. Smith riep ook de hulp in van niet de minsten ; Sarah Jarosz, The Milk Carton Kids, Bill Frisell, Courtney Harman, Lisa Hannigan en Jessica Staveley-Taylot. Opgenomen werd in de Real World Studios van Peter Gabriel. Bij beluistering had ik door zijn stem en de singer-songwriterachtige aanpak volop associaties (in de meest positieve zin) met het vroege werk van John (en Beverley) Martyn. De dozijn liedjes hadden wat meer tijd nodig om te beklijven dan die op de voorganger. Wat niet vreemd is, omdat de zes traditionals op de voorganger tot mijn muziek DNA behoren. De single Eye to Eye met goede vriendin Sarah Jarosz werd reeds eind januari vrijgegeven en vormt een goed voorbeeld van wat de luisteraar van The Fray mag verwachten. Het vorige, meer traditionele album Hummingbird was fraai, maar toch komt Smith beter tot zijn recht wanneer zijn uitstekende singer-songwriterkwaliteiten worden belicht zoals op The Fray.

John Smith - The Living Kind (2024)

poster
4,5
Maestro John Renbourn noemde hem ooit “the future of folk music”. Dit compliment betekende voor de Engelse singer-songwriter John Smith extra veel, omdat Renbourn samen met Nick Drake en Bert Jansch tot zijn grootste muzikale helden behoren. Hij opende shows voor grootheden als John Martyn, Dav(e)y Graham en John Renbourn en was gastmuzikant en gitarist bij Jackson Browne, Jerry Douglas, Glen Hansard, Rodney Crowell, David Gray, Lisa Hannigan tot aan Joan Baez en Joe Henry. Met zijn unieke gitaarspel beïnvloedde hij op zijn beurt vele andere muzikanten, waaronder Ben Howard en James Newton Chadwick. Maar ook zijn stem is opvallend, enigszins vergelijkbaar met die van John Martyn.

Zijn laatste wapenfeit was de prachtige cover van Kate McGarrigle’s Talk to Me of Mendocino samen met de talentvolle Katherine Priddy. Eerder recenseerde ik van John zijn prachtige, voorgaande albums Hummingbird en The Fray. Hummingbird was grotendeels gevuld met traditionals. The Fray bevatte uitsluitend eigen werk en koos hij met coproducer Seth Lakeman voor een meer avontuurlijkere en minder sobere aanpak. Hierbij bijgestaan door grote namen als Sarah Jarosz, The Milk Carton Kids, Bill Frisell, Courtney Harman, Lisa Hannigan en Jessica Staveley-Taylot.

Zijn achtste album The Living Kind bevat andermaal werk van eigen hand. Ruim een week geleden verscheen opener Candle op single. John schreef het nadat bij zijn vader de ziekte Alzheimer was vastgesteld. John over deze song : “It’s a song about coming to terms with something seismic. It’s about those who are tasked with caring for others, and how our best efforts can leave us feeling burnt out. It’s about the ups and downs of shouldering responsibility, but learning to share the load. The candle itself is a metaphor for the disease itself and those who suffer from it, as their light waivers and slowly begins to dissipate. Ultimately I think it’s a hopeful song. All you can do is put your arms around the candle for warmth, for as long as possible.”. Op het nummer is Levon Henry te horen, de zoon van Joe en Melanie Ciccone, zus van Madonna. Hij verzorgt het subtiele saxofoon- en klarinetspel op The Living Kind.

Vader Joe produceerde het album op vakkundige en kenmerkende wijze en nam het samen met zoon Levon in slechts vier dagen grotendeels live op. Het titelnummer The Living Kind is een bijzonder aanstekelijk nummer geworden. Het heeft diverse thema’s, maar voor mij persoonlijk is het vooral een nummer over de liefde en het leven vieren. John heeft trouwens nog nooit zoveel plezier bij het maken van een video gehad als bij dit nummer. Zes van de tien liedjes schreef John alleen. Het fraaie Silver Mine en afsluiter Lily schreef hij met producer Henry. Matt Ingram schreef onder andere songs voor Siv Jakobsen en produceerde albums van Laura Marling en Lianne La Havas. Met hem schreef John Horizons. En The World Turns samen met Iain Archer van Tired Pony.

Andermaal stond het avontuurlijke element voorop. John wil niet in een vast stramien terechtkomen. De cd zit in een handig uitklapbare hoes voorzien van de teksten en credits. Voor de gitaristen onder ons, de akkoordenschema’s worden vermeld. Hopelijk komt hij snel naar de Lage Landen voor optredens!

Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com

Jolie Holland & Samantha Parton - Wildflower Blues (2017)

poster
4,0
Al enige jaren hadden de voormalige The Be Good Tanyas collega’s Jolie Holland en Samantha Parton niet meer muzikaal samengewerkt. Holland belde een tijd geleden Parton in een spontane opwelling op met de vraag of ze niet weer een keer samen plaat konden gaan maken. Het resulteerde in het op hun eigen label uitgebrachte Wildflower Blues.

Het bevat een mix van plattelandsblues, folk, ragtime, jazz, r&b tot aan rock & roll. Het is een iets minder schurende en meer gepolijste plaat geworden dan Hollands laatste soloplaat Wine Dark Sea (Haar solocarrière kreeg trouwens door de hulp van Tom Waits snel gestalte).

Maar gelukkig toch nog rauw genoeg om voldoende te blijven boeien. Zo hoor je in het titelnummer de spannende fuzzgitaar van Paul Rigby. De samenzang van de dames is over het gehele album heerlijk relaxt. Je hoort direct dat de dames veel samengewerkt hebben.

Het repertoire bestaat voornamelijk uit eigen werk. Daarnaast een cover van Jocko’s Lament van Michael Hurley, Minstrel Boy van Bob Dylan en You Are Not Needed Now van Townes van Zandt. De aandacht voor het vertolken van laatstgenoemde is de laatste jaren gelukkig weer aan het toenemen. Eind vorig jaar bracht Paal Flaata nog een geheel album uit met schitterende covers van hem, Come Tomorrow.

Wildflower Blues is een redelijk rauwe en gevarieerde plaat met relaxte zang.

Jolie Holland & Samantha Parton - "You Are Not Needed Now" | Fretboard Journal - YouTube

Jon Allen - ...meanwhile (2021)

poster
Heel lang geleden mocht Carice van Houten bij De Wereld Draait Door af en toe een lans breken voor een minder bekende singer-songwriter. Een ervan was de toen nog onbekende Jon Allen. Hij verkreeg in Nederland enige bekendheid met de single In Your Light, wat in 2011 en 2012 de Top 2000 wist te halen. Allen werd overigens ooit ontdekt door de legendarische gitarist Mark Knopfler die hem hoorde zingen op een feestje in West-Londen. Tot nu bracht hij vier albums uit, waarvan Deep River de fraaiste is. Alle vier geproduceerd door Tristan Longworth. Het nieuwe album …meanwhile besloot de inmiddels vierenveertigjarige singer-songwriter zelf te produceren. Hiertoe gedwongen door de huidige tijd waarin we leven. Ook werd hij vooral op zichzelf aangewezen voor het inkleuren van de songs. Slechts op vier nummers kreeg hij hulp op drums, Rich Milner is op twee nummers te horen op Hammond orgel en op een nummer is de accordeon te horen van de Ierse klasse muzikant Sharon Shannon. Net als iedereen in de afgelopen tijd is Allen door een achtbaan van emoties zijn gegaan. Hij denkt dat zijn doorstane emoties op deze plaat goed worden weerspiegeld. De nummers Western Shore, Can't Hold Back the Sun en Hold On zijn geschreven tijdens de piek van de lockdown en geven de hoop, de angsten en de frustraties van dat moment weer. Hij hoopt dat de verschillende stemmingen op de plaat de luisteraar meevoeren en ze wat afleiding en hoop kunnen bieden in deze tijd. Handelsmerk blijft uiteraard zijn rauwe, hese stem die vaak vergeleken wordt met artiesten als Rod Stewart, Paolo Nutini tot zelfs Bruce Springsteen. Het grootste deel van het album nam Allen thuis op. Net als op eerdere albums pint hij zich niet vast op een genre. Hierdoor sluit …meanwhile naadloos aan op zijn voorgangers.

Jon Boden - Last Mile Home (2021)

poster
4,0
Jon Boden was een van de oprichters van Bellowhead, de leadzanger en belangrijkste arrangeur van deze elfkoppige folkband, die in 2016 ter ziele ging. Boden heeft nu een eigen band The Remnant Kings en tevens een solocarrière. Last Mile Home is intussen zijn vijfde soloalbum en het laatste deel van een trilogie waarin de klimaatverandering centraal staat. Op dit laatste deel keert hij terug naar het meer akoestische geluid van Songs From The Floodplain uit 2009. De songs beschrijven een reis van de heide naar de kust, door een verlaten landschap vol natuurlijke schoonheid. Een meditatie over eenzaamheid, herinneringen en natuur. De tocht over zo’n tachtig mijl voerde van de rand van Sheffield naar Mablethorpe, gelegen aan de Noordzee. Nummers als Old Straight Track, Into the Garden en Flash Flood fungeren als reisverslag door heidevelden, bergen en kust, terwijl de meer meditatieve songs Dream of the Ocean en Under the Bough de luisteraar dieper in het karakter en de geschiedenis van de nomadische hoofdrolspeler trekken. Boden speelt de nodige instrumenten zelf op het album; elektrische en akoestische gitaar, banjo, mandoline, fiddle, concertina, melodeon, accordeon, piano, drums, percussie en contrabas. Uiteraard zijn de fraaie arrangementen van zijn hand. Het album wist me snel te overtuigen. Last Mile Home vormt een meer dan waardige afsluiting van de trilogie.

Jonathan Wilson - Eat the Worm (2023)

poster
4,0
De muzikale kameleon Jonathan Wilson was ik na zijn uitstekende albums Gentle Spirit en Fanfare volledig uit het oog verloren. Na beluistering van zijn nieuwe album Eat the Worm blijkt duidelijk dat zijn muziek nog steeds niet in een hokje te plaatsen is. Het zweeft tussen popmuziek, rock, folk, country, psychedelica, jazz (Charlie Parker) tot aan wat Latijnse invloeden (Wim Hof). Bij Wilson is nooit “less is more”. Vaak rijkelijk georkestreerd en gelaagd. Ook van bombast is Wilson niet vies, zoals blijkt uit de reeds vrijgegeven single The Village Is Dead. Ook klinken nog steeds af en toe oude invloeden door zoals van Pink Floyd (bijvoorbeeld in Bonamossa).

Het album opent nog redelijk conventioneel, met het fraai opgebouwde, voortmeanderende Marzipan. Voor de meeste overige songs moest ik meer moeite doen om ze te doorgronden. Wim Hof is trouwens een verwijzing naar “The Iceman”. Hof ontwikkelde een methode waardoor je je eigen zenuwstelsel en immuun stelsel kunt beïnvloeden, en waardoor mensen beter bestand tegen koude zouden kunnen zijn, de Wim Hof Methode.

De plaat heeft Wilson zelf geproduceerd in z'n eigen Fivestar Studios en heeft ook de meeste instrumenten voor z'n rekening genomen. Daarnaast is een belangrijke rol weggelegd voor Drew Ericksson die ook een tiental instrumenten ingespeeld heeft en bovendien samen met Wilson verantwoordelijk was voor de blazers- en strijkersarrangementen. Jake Blanton (The Killers) verzorgde de bas en de blazerssectie bestaat uit gerenommeerde muzikanten zoals C.J. Camerieri (Bon Iver, CARM), Rita Andrade (Kanye West), Wynton Grant (Miley Cyrus, Hans Zimmer) en Paul Cartwright (Lana Del Rey, Mary J. Blige).

Zoals altijd vraagt de muziek van Wilson door zijn gevarieerdheid en gelaagdheid de geconcentreerde aandacht van de luisteraar. Wie dat over heeft voor Eat the Worm, is een fraai album rijker.

Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com

Jontavious Willis - West Georgia Blues (2024)

poster
4,5
De muziek werd Jontavious Willis met de paplepel ingegoten. Zijn enthousiaste opa was er verantwoordelijk voor dat hij begon te zingen in The Mount Pilgrim Baptist Church. Al snel werd echter zijn aandacht getrokken door de blues. De titel van zijn derde, zelf geproduceerde album West Georgia Blues is een verwijzing naar het platteland van West Georgia (Greenville) waar zijn voorouders al twee eeuwen leven. Zijn carrière kwam dankzij Taj Mahal in 2017 een stroomversnelling nadat hij met Mahal mee op tournee mocht tijdens de gemeenschappelijke tournee van Mahal met Keb Mo’. Willis heeft een missie, de blues van vandaag nieuw leven inblazen met de geest van het verleden. Hij laat op West Georgia Blues horen dat de blues veelzijdiger is dan menigeen denkt. Willis zingt in zijn liedjes over universele thema’s als liefdesverdriet, tegenslag en veerkracht. Naast onder andere de country- en Mississippiblues is regelmatig ook de soul niet ver weg. Favoriete tracks zijn voor mij zijn het aanstekelijke Keep Your Worries On the Dancefloor (let op de geweldige inkleuring!) en het ingetogen Ghost Woman. Het lijkt me zonneklaar dat de nog jonge Willis (28) gaat uitgroeien tot een van de toonaangevende muzikanten in de blues. Het is dan ook mooi dat hij in februari te zien zal zijn op de Nederlandse podia, bluesliefhebbers mis hem niet!

Jontavious Willis live :

05-02-2025 GRONINGEN : Der AA-Theater
06-02-2025 MIDDELBURG : De Spot
07-02-2025 HAARLEM : Patronaat

Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com

Josef - Dry River (2015)

poster
4,5
Vorig jaar recenseerde ik de prachtige albums No Song, No Spell, No Madrigal van The Apartments en A Drop About to Drown van Manolo Redondo. Beide albums verschenen op het kleine, sympathieke Franse label Microcultures, die naast het uitgeven van albums ook zorg draagt voor de crowdfunding.

Vooral de cd van The Apartments werd een zeer groot succes voor Microcultures, met name in Frankrijk. Binnenkort verschijnt Dry River van Josef op cd en het zou me niet verbazen als het wederom een flinke klapper voor Microcultures wordt.

Het laatste half jaar heb ik geen enkel ander album beluisterd, dat zo verslavend is als Dry River. Josef is geen singer-songwriter maar een trio met als frontvrouw Julie Seiller, afkomstig uit Rennes. Op een na schreef ze alle nummers, zingt ze en speelt ze gitaar, piano en keyboards. Het trio wordt gecompleteerd door Gael Desbois (drums en keyboards) en Patrick Sourimant (bass, gitaar en keyboards).

Hun muziek is een samenraapsel van alternative, folk en pop. Seiller schreef de liedjes tijdens haar rondreis van New York naar San Francisco in 2010. Haar teksten zijn geïnspireerd door een filosoof als H.D Thoreau en door schrijvers als Rick Bass en Jim Harrison.

Tijdens haar verblijf in Amerika bezocht ze zowel grote steden, maar verbleef ze soms ook in de desolate natuur. De sterke, ritmische opener Woman weet direct de aandacht van de luisteraar te trekken. Veel van de songs hebben een opbouw gestoeld op ritme.

Seiller is een zangeres met een opvallende frasering en ze weet de mogelijkheden van haar stem optimaal te gebruiken. Ze zingt in het Engels met een charmant Frans accent. De songs hebben zonder uitzondering bovengemiddelde arrangementen.

Naast uptemponummers zijn ook ingetogen songs als Alone te vinden. De titel dekt de lading volkomen. De eenzaamheid druipt er vanaf. Denk aan de liedjes van Laura Nyro ten tijde van New York Tendaberry. Tijdens haar rondreis was ze overigens niet altijd zo eenzaam. Baby Don’t Watch gaat over een kortstondige relatie die ze daar had.

Mijn favoriete liedje is Sister, waarop Julie slechts alleen op akoestische gitaar wordt begeleid.
Naast muzikant, tekent en schildert ze, maar verdient ze ook nog de kost als actrice. Op de hoes staat ze als jong meisje van vier afgebeeld.

Microcultures is duidelijk een label om in de gaten te blijven houden, want dit jaar zullen bijvoorbeeld ook nog twee albums van de bijzondere Britse band Oddfellow’s Casino op het label verschijnen.

Joseph Arthur - The Family (2016)

poster
4,5
In de laatste editie van Popmagazine Heaven stond over The Family van Joseph Arthur een uiterst lovende recensie. Dat was voor mij nog geen aanleiding om te gaan luisteren, omdat in de recensie gerept werd over elektronica. Van instrumenten als drumcomputers en synthesizers ben ik behoorlijk allergisch, sporadische uitzonderingen als Dummy van Portishead daar gelaten.

Onlangs kreeg ik de cd met een ander album van hun platenmaatschappij meegestuurd en won uiteindelijk mijn nieuwsgierigheid het van mijn aanvankelijke scepsis. En dat is maar goed ook, want het is een bijzonder intrigerende plaat.

Joseph Arthur loopt sinds zijn zestiende al mee in de muziekwereld. Hij begon als bassist in de bluesband Frankie Starr and the Chill Factor. Echter een paar jaar daarvoor begon hij al liedjes te schrijven, nadat hij van zijn tante een elektronisch keyboard geërfd had.

Zijn eerste solo album Big City Secrets verscheen in 1997 op Real World. Naast zijn muziekcarrière is hij intussen ook een gevestigde naam in de schilderswereld. Na pak en beet vijfentwintig releases is hij weer terug op het Real World label.

Onlangs schafte hij voor zijn thuisstudio in Brooklyn een iets meer dan honderd jaar oude Steinway piano aan. Uiteraard wilde hij dat instrument direct gebruiken op zijn nieuwe album. Hij stelde zich voor, dat het instrument al die tijd eigendom van een en dezelfde familie zou zijn geweest.

Het werd hem direct duidelijk wat het thema moest worden, familie en relaties. Familie zou moeten staan voor geborgenheid, maar zelfs in de meest stabiele families vinden ook minder aangename gebeurtenissen plaats. Zodoende is The Family een afwisselend werkstuk geworden, met de nodige stemmingswisselingen. Soms nostalgisch aandoend, dan weer behoorlijk tegendraads.

Geheel tegen mijn verwachting in stoor ik mij geen enkele keer aan de gebruikte drumcomputers en jaren tachtig synthesizers. Sommige van de songs hebben zeer memorabele refreinen, een goed voorbeeld hiervan is Hold on Jerry. De teksten zijn zeker interessant genoeg om echt in te verdiepen. Hij is overigens ook bekend om zijn gedichten.

Deze veelzijdige artiest is 4 november live te zien in de Amstelkerk.

Josh Gray - Songs of the Highway (2019)

poster
4,5
De hoes is goed gekozen en dat is niet alleen omdat die verwijst naar de titel van Gray’s debuutalbum Songs of the Highway. Alleen al in 2015 legde Josh meer dan dertigduizend mijl af om op te treden in bars en andersoortig kleine zaaltjes. Het is hem dus duidelijk niet komen aanwaaien.

Via crowdfunding, ondersteund door de nodige aandacht op de sociale media, lukte het hem de financiering rond te krijgen voor het opnemen in de Bomb Shelter studio in woonplaats Nashville. Spil in zijn muziek vormt zijn fascinerende, indringende bariton.

Zijn liedjes plaatsen hem in de lange traditie van outlaws. Inspiratie vond hij bij grote namen als Johnny Cash, Bob Dylan & Willie Nelson. De liedjes handelen vooral over sociale ongelijkheid in een steeds meer op zichzelf staande samenleving. Hij schreef de liedjes in de afgelopen drie jaar.

Hij wordt omringd door uitstekende muzikanten, waarbij vooral violiste Kenzie Miracle regelmatig opvalt. Maar ook het gitaarspel van Tucker McKee in Midnight Rendezvous mag er zijn. Ook zijn er geen zwakke broeders op Songs of the Highway te vinden.

Ondanks dat het album in eigen beheer is uitgebracht, is het intussen ook in Nederland opgemerkt en is het gelukkig te koop bij onder andere Muziekhandel Vanderveen, Assen en Bol.com.

Josh Ritter - Gathering (2017)

poster
4,0
Zo’n kleine twintig jaar, vanaf het begin, volg ik reeds de carrière van singer-songwriter Josh Ritter, die intussen al een fraai oeuvre heeft opgebouwd, met als absolute hoogtepunt Hello Starling. Een lied als Bone of Song van dat album geeft me nog iedere keer kippenvel als ik het hoor.

Mijn interesse voor zijn muziek nam wat af met de in mijn ogen twee, matige laatste albums, The Beast in Its Tracks en Sermon on the Rocks. Eerstgenoemde album is zijn verwerkingsproces van zijn echtscheiding van Dawn Landes. Haar reactie volgde een jaar later met het fraaie Bluebird.

Gathering is intussen zijn negende werkstuk, een album dat gelukkig weer het niveau haalt van de eerste zes. Helemaal vergeten blijkt Ritter zijn ex nog niet zijn, zoals blijkt uit de reeds uitgebrachte single Showboat. Hij vraagt zich daarin af of zij nog weleens aan hem terugdenkt, zoals hij aan haar. Showboat is trouwens voorzien van heerlijke blazers.

Wat vooral opvalt is, dat veel van de liedjes erg catchy en aanstekelijk zijn. Het beste voorbeeld is misschien wel Cry Softly, het refrein met de regel “If you gotta cry, cry softly” blijft heel snel hangen. De teksten zijn over het algemeen met een positieve invalshoek geschreven.

Slechts twee nummers hebben een wat droevige ondertoon, Myrna Loy en afsluiter Strangers. In Oh Lord (Part 3) zijn zelfs wat gospelinvloeden te horen, de song wordt mooi ingekleurd door orgel, gitaar en achtergrondkoor.

Vermeldenswaard is ook het duet in When Will I Be Changed met legende Bob Weir, die zijn gedeelte bijzonder gevoelig zingt. De song is erg fraai opgebouwd, met een opvallende rol voor de saxofoon.

Zoals altijd wordt Ritter omringd door zijn trouwe begeleidingsgroep The Royal City Band en zijn uitstekende geluidstechnicus Trina Shoemaker. Ritter maakt op Gathering een uiterst geïnspireerde indruk.

Dat belooft veel voor zijn komende twee concerten in Nederland, 3 december in Doornroosje, Nijmegen en 4 december in Paradiso, Amsterdam.

Josienne Clarke - A Small Unknowable Thing (2021)

poster
4,5
Aangepaste recensie :

Rond 2004 startte Josienne onder de naam Mondesir. Naast traditionals speelde ze onder andere covers van Fairport Convention en Gillian Welch, maar ook al ingetogen, eigen composities. Ze bracht onder de naam Mondesir twee ep's uit, The Tangled Tree & It Would Not Be a Rose, nu ware collector’s items. Een grotere bekendheid kreeg ze samen met Ben Walker. Ze brachten een behoorlijk aantal goed ontvangen EP’s en albums uit. Met daarop veelal een combinatie van traditionals en eigen werk. Op latere albums mondde dat regelmatig uit in weelderig gearrangeerde composities. 2018 was het jaar van knopen doorhakken. Josienne ging solo en verbrak ze de relatie met haar toenmalige vriend en verhuisde van Londen naar het eiland Bute. De liedjes op haar solodebuut In All Weather gaan onder andere over die verbroken relatie. Over het verhuizen naar Schotland schreef ze het fraaie Leaving London. Hierin twijfelt ze al of ze ooit nog terug zal keren naar Londen. De afgelopen paar jaar heeft Josienne volledig haar draai gevonden op het eiland Bute. Getrouwd intussen met de van oorsprong Engelse singer-songwriter, fotograaf, videomaker en consultant (telecommunicatie technologie specialist) Alec Bowman_Clarke. Overigens heb ik altijd gedacht dat Josienne volledig Engels was, maar de familie van haar moeder Alison blijkt van de Schotse eilanden Bute en Arran te komen. Haar moeder ontwierp en maakte de op de hoes afgebeelde vlinders. Op haar nieuwe album A Small Unknowable Thing is een nog iets belangrijkere rol weggelegd voor de (overstuurde) elektrische gitaar, bespeeld door Josienne zelf. De reeds vrijgegeven single Sit Out is duidelijk op rock geënt, dat geldt ook voor het korte Like This. Deze keer haalde ze niet alleen inspiratie bij folkartiesten als Sandy Denny en Adrianne Lenker, maar ook bij IDLES’ Colossus, Radiohead’s Airbag tot aan The Beastie Boys’ Remote Control (drumbeat in Sit out). Uiteraard ontbreken ingetogen songs als opener Super Organizer en het fraaie, dromerige If It’s Not niet. Tekstueel heb ik het idee dat hier en daar nog wat onverwerkt verdriet in de teksten schuilt. Waarschijnlijk zijn sommige songs al wat langer geleden geschreven. Het pleit voor Josienne dat ze voor een wat avontuurlijker geluid heeft gekozen, hetgeen mij buitengewoon goed bevalt. Dat ze zich niet alleen tot folkmuziek beperkt bewees ze natuurlijk al met PicaPica. A Small Unknowable Thing is een uitstekend vervolg op haar solodebuut. Zeer benieuwd hoe haar muzikale ontwikkeling verder zal gaan verlopen.

Josienne Clarke - In All Weather (2019)

poster
5,0
2018 was voor de zevendertigjarige singer-songwriter Josienne Clarke het jaar van knopen doorhakken. Allereerst stopte ze met de bijna decennium lange samenwerking met Ben Walker. Met hem maakte ze een aantal ep’s en zes fraaie albums. Vervolgens verbrak ze haar relatie met haar vriend om hierna te verhuizen naar het verlaten eiland Bute aan de Schotse westkust.

Over het laatste feit schreef ze Leaving London. Of ze er ooit nog terug zal keren is de vraag :

“I’m leaving London but I might be back,

I’ve given him my best years and he’ll never give them back”.

Opvallend is hier de subtiele harp van Mary Ann Kennedy. Eerder dit jaar hadden we met de single Things I Didn’t Need al een voorproefje gekregen welke sobere muzikale richting Josienne op zou gaan. Season and Time stond reeds op deze single.

De eerste single If I Didn’t Mind van In All Weather is voor mij een wat vreemde eend in de bijt. Het wijkt door het redelijk uitbundige gitaarspel af van haar over het algemeen erg ingetogen liedjes. Naast Mary Ann Kennedy kreeg Josienne hulp van toetsenist Elliott Galvin en drummer Dave Hamblett beide actief in de jazzmuziek.

Ze produceerde het album samen met haar PicaPica collega Sonny Johns in de Watercolour Studios in Fort William, Schotland. De teksten van de liedjes zijn erg persoonlijk en stelt ze zich bijzonder kwetsbaar op. De droevige liedjes gaan vooral over haar verbroken relatie en hoe ze ermee omgaat. In Dark Cloud citeert ze trouwens uit Blue Skies van Irving Berlin.

De liefhebbers van haar meer gearrangeerde folkcomposities en haar covers van traditionals zullen waarschijnlijk moeten wennen aan In All Weather. Maar ik verwacht dat zij net als ik snel overstag zullen gaan. Het was een gewaagde stap van Josienne, maar ik denk dat het zowel voor haar als Ben Walker met zijn prachtige album Echo een win-winsituatie is geworden.

Het persoonlijke In All Weather is voor mij zonder enige twijfel haar meest fraaie uit haar oeuvre geworden en is reeds te bestellen.

Josienne Clarke - Now and Then (2022)

poster
4,5
De release van Josienne’s nieuwe EP Now and Then kwam voor mij volledig uit de lucht vallen, gelukkig attendeerde mijn Amsterdamse muziekvriend Henk me erop. De laatste jaren wordt de muziek van Josienne steeds avontuurlijker en daardoor interessanter. Begin februari verscheen al de uitstekende EP I Promised You Light.

Deze keer kiest ze echter voor een album met voornamelijk covers. Ze opent met de traditionele Engelse ballade Reynardine, vooral onsterfelijk gemaakt door Fairport Convention op Liege & Lief, misschien wel het mooiste folkrock album ooit gemaakt. Je kunt horen dat Josienne goed geluisterd heeft naar deze door Sandy Denny gezongen versie. De enige andere traditional is The Month Of January wat een spannende, wat schurende versie krijgt.

Naast Sandy Denny heeft Josienne ook een voorliefde voor de muziek van de veel te vroeg overleden singer-songwriter Nick Drake. Ze vertolkt hier op voortreffelijke, wat voort meanderende wijze Time Has Told Me het openingsnummer van Drake’s debuutalbum Five Leaves Left. Het is wat soberder dan de originele versie en wat meer ingetogen door het pianospel van Matt Robinson.

Wat minder voor de hand liggend zijn de fraaie covers van Nude van Radiohead en You Shadow van Sharon Van Etten. De titeltrack is een minder bekend nummer van haar favoriete zangeres Sandy Denny. Ze eindigt met een herbewerking van haar eigen nummer Undo. De opnames vonden plaats in de Real World Studios van Peter Gabriel en in Gorbals Sound. Met Now and Then bewijst Josienne andermaal, waarom ik haar reken tot mijn favoriete artiesten.

Josienne Clarke - Onliness (2023)

Alternatieve titel: Songs of Solitude & Singularity

poster
4,5
Onliness is een verwijzing naar het laatste liedje van Josienne’s prachtige soloalbum In All Weather, het laatste album wat van haar op Rough Trade verscheen. Het was toen een roerige tijd geweest voor Josienne, een breuk met haar toenmalige vriend en de breuk met muzikaal partner Ben Walker, gevolgd door de breuk met Rough Trade. Josienne was intussen verhuisd naar het Schotse eiland Bute, waar de familie van haar moeder vandaan komt.

Nu een paar jaar later is ze getrouwd met de van oorsprong Engelse singer-songwriter, fotograaf, videomaker en consultant (telecommunicatie technologie specialist) Alec Bowman_Clarke. Het wat teruggetrokken leven op Bute gaf haar alle ruimte voor contemplatie. Ze vond tijd om de nodige songs die ze in de loop der tijd had geschreven opnieuw te gaan herinterpreteren.

Songs die nog altijd staan als een huis. Er staan zelfs enige songs op die nog dateren uit het tijdperk dat ze optrad onder de naam Mondesir. Het reeds vrijgegeven The Tangled Tree en It Would Not Be a Rose nam Josienne al diverse keren eerder op. Van haar schitterende debuutalbum One Light Is Gone vertolkt Josienne The Birds en een van mijn favoriete songs van haar, Done.

Twee fraaie songs van Seedlings All zijn terug te vinden, Chicago en Bathed in Light. Chicago schreef Josienne na een mislukte tournee door Amerika en Bathed in Light gaat over het ongemakkelijk voelen voor aanvang van een optreden.

Op Onliness heeft ze eindelijk deze songs kunnen opnemen, zonder dat ze rekening moest houden met commerciële belangen en de mening van anderen. Net als In All Weather werd Onliness opgenomen in Watercolour Studios in Fort William, Schotland. Josienne arrangeerde alle liedjes zelf en produceerde ook het album zelf.

Voordat Josienne werd opgepikt door Rough Trade kon Josienne trouwens al rekenen op de support van de nodige fans en iemand als Math Heijen van Blackbird Bookings, aan wie Josienne voor een heel groot deel haar bekendheid in Nederland te danken heeft. Tegenwoordig probeert de enthousiaste muziekliefhebber Jan Muylaert van Salmon Bookings, hetzelfde te bewerkstelligen in België. Terecht dat enthousiasme van deze heren, want Josienne behoort onderhand al twee decennia tot de absolute top van de Engelse folk.

Josienne Clarke live :

18-05 DASSENAARDE : Merodefestival

Josienne Clarke - Parenthesis, I (2024)

poster
5,0
In het verleden schreef Josienne Clarke al de nodige persoonlijke, breekbare songs, waarbij geregeld het thema twijfel voorbijkwam. Zoals bijvoorbeeld over de grote nervositeit die ze voor optredens had en de eraan gekoppelde twijfels of bezoekers überhaupt geïnteresseerd waren in haar verhalen. Ze bezong dat bijzonder fraai in haar lied Bathed in Light, afkomstig van het “make or breakalbum” Seedlings All met Ben Walker. Op datzelfde album bezong ze ook haar twijfels of ze ooit moeder zou willen worden in het liefelijke Maybe I Won’t :

“I thought a mother’s hands would grow on my arms somehow
I thought I’d know
Thought I’d have days and days to decide
But maybe I don’t
Maybe I won’t”

Haar nieuwe album Parenthesis, I is Josienne’s meest persoonlijke album tot nu toe geworden. Sleutelsong is voor mij Forbearing, wat er bij de luisteraar diep in hakt. Het duikt diep in thema’s als mislukking, zelfmoord en miskraam. Tussen 2020 en 2022, in een tijd waarin haar muziekcarrière aanzienlijk van koers veranderde, kreeg Clarke een reeks miskramen, waardoor ze zich suïcidaal en zonder doel voelde. "Ik dacht dat ik niets had om te laten zien dat ik bestond", zegt ze. “Op je laagste punt zijn, waar je je situatie niet langer kunt verdragen, is een plek van waaruit je het opgeeft of de manier waarop je over jezelf, het leven en de ruimte die je jezelf daarin geeft fundamenteel verandert”, vervolgt ze. Gelukkig werd ze in 2022 alsnog moeder van zoon Sphé, die intussen bijna twee is.

Het album vertelt het verhaal van haar persoonlijke groei, zelfontdekking en vooral veerkracht, waarbij ze zichzelf bijzonder kwetsbaar opstelt. Ook een belangrijke song is het reeds vrijgegeven Most of All. Het vat in vijf coupletten het levensverhaal van Josienne samen. “It is a licking of wounds and counting of blessings, taking stock and setting straight in my head,”, aldus Josienne. Omdat het zo’n persoonlijk lied is had ze moeite om het live te brengen. Diverse keren stond ze op het punt om het van de tracklist af te halen, maar het bleek uiteindelijk een favoriet van haar publiek. De versie die op de definitieve tracklist staat is de originele demo die Josienne heeft opgenomen, alleen haar stem en gitaar, lo-fi en eerlijk.

Gelukkig heeft Josienne ook weer haar saxofoon en klarinet uit de kast gehaald, Looking Glass behoort dan ook tot mijn favoriete songs van het album, het had van mij wat langer mogen duren. Al in de schitterende, voort meanderende opener Friendly Teeth blijkt het relaxte, sobere pianospel van Matt Robinson een verrijking van de songs. Naast van Robinson kreeg Josienne alleen nog hulp van manlief Alec op bas en jazz drummer Dave Hamblett. De uitdrukking “what doesn't kill you makes you stronger” is zeker van toepassing op Josienne Clarke. Parenthesis, I toont Josienne op haar meest eerlijke en kwetsbare wijze.

Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com

Josienne Clarke & Ben Walker - Fire & Fortune (2013)

poster
5,0
Josienne Clarke debuteerde enige jaren geleden met het prachtige One light is gone, gevuld met eigen songs. Gevolgd door The seas are deep waarop alleen traditionals stonden. Dit album won de ene prijs na de andere. En afgelopen vrijdag verscheen haar nieuwe album. Op het album staan 5 tradtionals en 7 eigen songs. Het album opent met het prachtige After me, met een klassiek aandoend arrangement van gitaar, viool en cello. Het tweede nummer The month of january is een traditional, welke onder andere opgenomen werd door June Tabor op Abyssinians. De begeleiding bij dit lied is zeer spaarzaam en wordt gedragen door de geweldige zang. The seasons , heet eigenlijk The seasons round , is ook een traditional welke ooit opgenomen werd door The Copper family. Het intro en outro wordt verrassend ingevuld door de saxofoon, bespeeld door Josienne zelf. Another perfect love roept bij mij associaties met Nick Drake ten tijde van Five leaves left en Bryter layter (vooral de piano), hetgeen bij mij geen slecht teken is. Nick Drake is trouwens een van de grote voorbeelden van Josienne. My love is like a red, red rose , geschreven door de Schot Robert Burns eind achttiende eeuw en ontelbare malen opgenomen door de meeste uiteenlopende artiesten. De uitvoering voegt zeker wat toe aan het rijtje. Wat heet, voor mij de mooiste vertolking ooit. Sycamore tree is een ingetogen lied met een prachtig arrangement. Titelsong Fire & fortune is een, enigszins vreemde eend in de bijt. Het is een mysterieus aandoend lied, maar wel een die direct blijft hangen. Misschien dat dit nummer haar een doorbraak naar een groter publiek kan brengen. Green grow the laurels is een prachtige traditional, die gelukkig bewaard is gebleven dankzij Robert Cinnamond. Ooit eerder vertolkt door Sandy Denny, Josienne's grootste voorbeeld. Anyone but me, voor mij een van de hoogtepunten van het album. Prachtig gearrangeerd door Ben Walker, die hiervoor en op de eerdere albums verantwoordelijk is. A pauper and a poet is voor mij het minste nummer op het album. Het inhaakgehalte is voor mij iets te hoog, maar echt veel minder is het niet. No such certainty behoort ook tot de betere songs op het album. Prachtig gitaarwerk en kenmerkende zang van Josienne. Een waardige uitsmijter is When a knight won his spurs, een kinderlofzang op muziek gezet door Ralph Vaughn Williams. Voor wie van traditionele folkmuziek houdt, is dit album absoluut een must. Maar ook voor diegenen die van prachtige vrouwenstemmen, ingenieus gitaarspel en meesterlijke arrangementen houden!

YouTube - Josienne Clarke & Ben Walker: My Love Is Like A Red Red Rose (Live)

Fire and Fortune | Josienne Clarke & Ben Walker - josienneclarke.bandcamp.com

Josienne Clarke & Ben Walker - Nothing Can Bring Back the Hour (2014)

poster
5,0
Een nadere introductie is tegenwoordig van dit tweetal niet meer nodig. Nothing Can Bring Back The Hour is reeds hun vierde album. De voorgaande cd’s zijn stuk voor stuk van hoge kwaliteit. Vandaar dat van deze nieuwe veel verwacht mocht worden.

De albumtitel is ontleend aan een regel uit het meer dan 200 regels tellende gedicht Intimations of Immortality van de Engelse dichter Williams Wordsworth. Dit is overigens niet de enige verwijzing naar literatuur. In Now you know komt Sturm und Drang ter sprake, overigens in voorbeeldig Duits uitgesproken door Josienne.

De plaat opent met Silverline, reeds bij de meeste fans bekend van de prachtige akoestische versie die op Youtube staat. De versie die het album haalde, kenmerkt zich door het behoorlijk frivole, maar wel erg mooie strijkersarrangement van Ben Walker. Ben heeft dit overigens zichzelf aangeleerd.

In A Simple Refrain vertolkt Josienne samen met Sam Brookes een schitterend duet. De stemmen matchen wonderwel met elkaar. Een samenwerking die zeker een vervolg verdient. De song is, wat de titel verraadt, eenvoudig, maar wel erg bevallig.

Een van mijn favorieten is It Would Not Be A Rose, de klassieke gitaar en de strijkers vullen erg perfect aan. Ook is de melodie weer verrukkelijk!

Werkelijk kippenvel bezorgt I Wonder What Is Keeping My True Love Tonight, ook soms Green Grass It Grows Bonny genoemd. Er bestaan zowel Schotse als Iers versies van. Bekend zijn de versies van Kate Rushby en June Tabor. Uit dit lied blijkt hoe talentvol Josienne en Ben werkelijk zijn. Deze zeer sobere versie wordt alleen gebracht door Josienne, begeleid door Ben op gitaar.

Zonder andere nummers te kort te willen doen, het absolute hoogtepunt wordt gevormd door The Tangled Tree. Het bezit een onderhuidse spanning, waarin langzaam naar een climax wordt toegewerkt. De frasering van Josienne is hier uitzonderlijk, net als het arrangement van Ben. Tot nu toe de mooiste song uit hun repertoire!

De enigszins vreemde eend in de bijt wordt gevormd door het heerlijk relaxte, jazzy I Never Learned French. Vooral de bijdrage van Nick Malcolm op trompet is vermeldenswaard. Moving Speeches beschikt zowel over een heerlijke melodie als ritme. Vooral de banjo en strijkers maken de song onweerstaanbaar.

Bijzonder is Mainland, waarin weer duidelijk wordt hoe Josienne en Ben in alle opzichten gegroeid zijn. Ze zijn hier in staat de song een zeer bijzondere sfeer te geven. Vooral het arrangement van Ben is uitmuntend.

De uit de zeventiende eeuw daterende traditional The Queen of Hearts is vooral bekend geworden in de versies van Martin Carthy en Joan Baez, gezongen met haar kenmerkende vibrato. Het intro wordt hier verzorgd door Josienne op fluit, waarbij ze zelf meerdere partijen heeft ingespeeld. De fluit past hier wonderwel. Ook mooi gezongen door Josienne.

Let no man steal your thyme werd in het verleden onder andere opgenomen door Pentangle, Anne Briggs en Shelagh McDonald. Thyme staat in dit lied voor hoop en maagdelijkheid. De avontuurlijke uitvoering zou misschien bij folkpuristen niet in de smaak kunnen vallen, maar ik vind hem prachtig. Vooral de sax geeft het een bijzonder tintje.

Ook een hoogtepunt vormt Now You Know. Het lied beschikt over misschien wel de mooiste melodie van de hele cd. Ook is het strijkersarrangement bijzonder smaakvol.

Het avontuurlijke aspect is weer te vinden in Earth & Ash & Dust. Sfeerverhogend zijn hier de klassiek aandoende vocalen. De plaat wordt in stijl afgesloten met het ingetogen Water Into Wine.

Nothing Can Bring Back The Hour is een subliem en avontuurlijk album, waarmee voor een groot gedeelte de toekomst van de Engelse folk in de handen van Josienne en Ben zal komen te liggen. In zeer betrouwbare handen durf ik te zeggen!

Josienne Clarke & Ben Walker - Overnight (2016)

poster
5,0
Dit jaar tekende dit duo voor het vermaarde Rough Tradelabel. De vraag rees direct bij mij of het gevolgen zou hebben voor hun muziek. Het voorafgaande persbericht maakte naast verwijzingen naar folkrock ook nog naar jaren zeventig AM Rock radiomuziek à la Fleetwood Mac en Neil Young.

Vooral de vergelijking met Fleetwood Mac deed mij voor het ergste vrezen. Daarnaast zette het al vrijgegeven, vrolijke en catchy The Waning Crescent mij behoorlijk op het verkeerde been. Gelukkig blijkt dit liedje net zo’n vreemde eend in de bijt te zijn als de titelsong op Fire & Fortune.

Zo is opener Nine Times Along duidelijk beïnvloed door de folkmuziek uit de vroege jaren zeventig. Vertrouwd doet het klein gehouden Something Familiar aan, een song zoals Josienne er al meer geschreven heeft. Een liedje met een behoorlijk droevige tekst.

Duidelijk klassieke invloeden zijn te horen in Sweet the Sorrow, vooral door het gebruik van strijkers. Samen schreef het duo Dawn of the Dark, helaas maakt ze in het tweede gedeelte gebruik van haar blokfluit, niet bepaald behorend tot mijn favoriete instrumenten. Gelukkig blijft het beperkt tot deze ene keer.

Voor het eerst coveren ze een song van nog levende componisten. Die eer valt ten deel aan Gillian Welch en Dave Rawlings. De keuze viel op Dark Turn of Mind, misschien wel het mooiste liedje uit hun oeuvre. Het lijkt Josienne op het lijf geschreven, mede door hun bijzonder fraaie arrangement ervan.

Natuurlijk ontbreekt er ook dit keer geen stokoude traditional. Van zo’n vier eeuwen terug dateert Weep You No More Sad Fountains van Engelsman of Ier John Dowland, daar zijn de geleerden het niet over eens. Wederom voorzien van een arrangement waarin klassieke invloeden doorklinken.

De mooiste melodie is weggelegd voor The Light of His Lamp. Het krijgt een spannende vertolking en is bovendien voorzien van fraaie achtergrondvocalen van Samantha Whates. Ivor Gurney schreef veel van zijn gedichten tijdens de Eerste Wereldoorlog, een ervan was Sleep. Hij had net als Jackson C. Frank een buitengewoon dramatisch leven.

Zijn Milk and Honey wordt op geniale wijze verweven met Tis Autumn van Henry Nemo. Opvallend is het akoestische gitaarspel, maar de kers op de taart is de saxofoon van Josienne. Jackson C. Frank speelde overigens een zeer belangrijke rol in de ontwikkeling van de hedendaagse folkmuziek in Engeland.

Overnight sluit af met twee eigen composities, het titelnummer en Light of Day. De liedjes vormen samen de eindeloze cyclus van dag en nacht. Ze produceerden samen het album. Dit keer geen tekstboekje maar een uitklapbaar tekstvel, zodat je in een oogopslag alle gegevens bij elkaar hebt.

Overnight bevestigt andermaal de buitengewone kwaliteiten van dit tweetal.

Josienne Clarke & Ben Walker - Seedlings All (2018)

poster
4,5
De verkopen van hun vorige album Overnight waren, ondanks dat het een prachtplaat was, erg bescheiden. Clarke en Walker waren bang geen volgende plaat meer te mogen maken voor Rough Trade.

Alle opofferingen, teleurstellingen en emotionele trammelant waren die het echt wel allemaal waard geweest om hun droom te blijven vervolgen?! Een van die teleurstellingen was tijdens de promotietoer van Overnight in Amerika, een pijnlijk lege zaal tijdens een optreden in The Windy City, Chicago.

Het leidde tot de opener van Seedlings All, Chicago, met een persoonlijke, openhartige tekst :

“It’s not Chicago’s fault
That no one came to see me play
It’s not the rain that ruined the parade
The cookie’s gonna crumble
And money’s gonna burn
So make your peace with failure
A lesson that you learn”

Die lege zaal deed hen weer eens beseffen, dat je niks cadeau krijgt in het leven. Het duo ging aan de slag met de instelling alsof het hun laatste album zou kunnen worden, een make or breakalbum. Clarke was tijdens het schrijfproces op zoek naar antwoorden op pijnlijke persoonlijke vragen en dus op zoek naar catharsis.

Zo vraagt ze zich in het liefelijke Maybe I Won’t af of ooit ze moeder zou willen worden:

“I thought a mother’s hands would grow on my arms somehow
I thought I’d know
Thought I’d have days and days to decide
But maybe I don’t
Maybe I won’t”

Mede veroorzaakt door de vele boeken over psychologie en literaire boeken, die Clarke leest, kwam ze in een existentiële crisis terecht. Ze verwoordt haar problemen in All Is Myth.

In het bijzonder fraaie Bathed in Light spreekt Clarke zich openlijk uit over het zich ongemakkelijk voelen voor aanvang van een optreden, maar ook over of mensen geïnteresseerd zullen zijn in wat ze te vertellen heeft:

“There’s a doubt in my mind
I’m the one that will get left behind
That I’ll write everyday
But no one cares to hear what I say
That I’ll stand and I’ll sing
But no one will be moved to join in
That I’ve lost all I’ve got
All it was that turns out I’m not”

Het etherische Ghost light verhaalt over een relatie, die spoedig op de klippen zal lopen. Voor Sad Day had ze genoeg vertrouwen om zich te laten inspireren door de muziek van Bill Whithers ook al klonk het eindresultaat anders dan ze vooraf gedacht had. Tien jaar geleden zou ze dat overigens nog niet gedurfd hebben.

Inspiratie voor Things of No Use kreeg ze door te luisteren naar Richard & Linda Thompson’s The Cavalry Cross. Het meest opvallende nummer is het hypnotische Bells Ring, waarin je de invloed hoort van Laurie Anderson’s O Superman en de electropop van Lali Puna.

Daarnaast klinkt de muziek van onder anderen Motown, Sam Cooke en Karen Dalton door in het repertoire. Uiteraard ontbreken, zoals gewoonlijk, de geweldige arrangementen van Walker niet.
Clarke had Seedlings All bijna niet willen maken, vanwege het autobiografische karakter van de teksten, wat haar uiteraard kwetsbaar maakt.

Het is tekstueel hun meest persoonlijke album tot nu toe, daarnaast biedt het muzikaal gezien een hoop vernieuwing. Wederom een prachtige aanvulling van hun reeds schitterende oeuvre, hopelijk niet de laatste.

Judy Blank - Morning Sun (2018)

poster
4,5
Vijf jaar terug maakte een deel van Nederland kennis met de uit Aalst afkomstige singer-songwriter Judy Blank via het tweede seizoen van de beste singer-songwriter van Nederland. In de finale moest ze het toen helaas afleggen tegen Michael Prins.

Sindsdien heeft ze niet stilgezeten, in datzelfde jaar stond ze al op Northsea Jazz en een jaar later bracht ze haar debuutalbum When the Storm Hits uit. Optredens op grote podia volgden, zoals Lowlands en Pinkpop.

Intussen heeft Judy grotendeels haar piano en keyboard ingeruild voor de gitaar. Inspiratie voor haar nieuwe album Morning Sun werd opgedaan tijdens recente reizen door voornamelijk de zuidelijke staten van Amerika, waar ze veel optrad in cafés en barretjes. Daarnaast trok ze ook naar Nashville, waar ze veel zong op open microfoon avonden.

In Nashville werd uiteindelijk in de Southern Ground Studios haar album opgenomen onder leiding van producer Chris Taylor (Elle King, Miranda Lambert, The Wood Brothers). Haar poppy sound werd ingeruild voor zwoele americana. Judy is duidelijk gegroeid als zangeres en liedjesschrijver.

Bovendien had ze het geluk te mogen samenwerken met klasbakken als gitarist Ethan Ballinger en pedalsteelvirtuoos Smith Curry, bekend van albums van levende legendes als Willie Nelson, Dolly Parton en Lee Ann Womack. Beide heren tillen de persoonlijke liedjes naar nog grotere hoogtes.

In maart werd Morning Sun reeds vooruitgesneld door de zeer aanstekelijke single Mary Jane, die werd uitgeroepen tot NPO Radio 2 TopSong. Het is het eerste voorproefje van het nieuwe album Morning Sun dat op 7 september verschijnt, gevolgd door TangledUp in You. Begin deze maand verscheen de single Tiger Eye Sun.

De singles trokken ook de aandacht van Beth Hart, die haar vroeg haar voorprogramma tijdens haar concert in de Ziggodome te verzorgen. Daarnaast trad ze ook op in Voetbal Inside, waar muziekkenner Johan Derksen een gloedvol pleidooi hield voor haar nieuwe album. Terecht, want Morning Sun gaat absoluut tot de mooiste americana releases van 2018 behoren. Aanstaande vrijdag vangt haar clubtoer aan, de officiële releaseshow vindt plaats op 7 september in Moira, Utrecht.

Judy Blank clubtoer :

17.08 | De Dromedaris, Enkhuizen
07.09 | Moira, Utrecht
12.10 | Bibelot, Dordrecht
17.10 | Merleyn, Nijmegen
18.10 | Metropool, Enschede
20.10 | Vorstin, Hilversum
25.10 | Melkweg, Amsterdam
26.10 | Neushoorn. Leeuwarden
28.10 | Flux, Zaanstad
01.11 | Fluor, Amersfoort
02.11 | Victorie, Alkmaar
03.11 | Tivoli De Helling, Utrecht
09.11 | Xinix, Nieuwendijk

Judy Blank - Mary Jane (Official Lyric Video) - YouTube
Judy Blank - Tangled Up In You - YouTube