menu

Hier kun je zien welke berichten Lura als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Ad van Meurs - De Weg Is een Vriend (2014)

4,5
Eind 79/begin 80 stapte Ad over van piano op gitaar en vormde toen de groep W.A.T., oftewel World According To. De groep bestond naast hemzelf uit partner Ankie Keultjes en Frank van Nieuwenhof. Het debuut uit 1983, Defreeze, is een cultplaat gevuld met new wave en synthesizerpop. De overige twee platen bevatten een mix van folk en blues. De groep bestond tot 1988.

Eind jaren 80 besloot hij om met een aantal oude schoolvrienden weer rootsmuziek te gaan maken, onder de naam The Watchman. Het debuutalbum werd door niemand minder dan Joe Boyd (Nick Drake, Fairport Convention en R.E.M.) geproduceerd.

Ook werd het album gerecenseerd in gerespecteerde bladen als Rolling Stone en Billboard. Meer dan 10 albums zouden nog volgen. In hun muziek is een prominente rol weggelegd voor de saxofoon, bespeeld door Menno Romers. Soms bespeelt hij zelfs de bariton- en sopraansaxofoon, in navolging van Dana Colley, tegelijkertijd.

Naast The Watchman speelt hij nog in de bands Hootenanny Jim, Broeders van het Zuiden, NO blues en het trio Folksurvival Club. Naast muzikant is hij ook een groot muziekliefhebber. Hij organiseert onder de noemer Ad van Meurs presenteert iedere week in Mijnheer Frits te Eindhoven een fantastische muziekavond van met name minder bekende, maar fantastische artiesten zoals bijvoorbeeld Josienne Clarke & Ben Walker, die aankomend seizoen zullen optreden. En of dat nog niet genoeg was vond hij de tijd rijp om ook nog eens een solocarrière te ambiëren.

De weg is een vriend is, na En soms, zijn tweede soloalbum. Wederom is gekozen voor het Nederlands. Een meer dan voortreffelijke keuze, omdat het zijn muziek een stuk persoonlijker maakt. Hij zingt zijn liedjes met een licht Brabants accent in tegenstelling tot bijvoorbeeld Gerard van Maasakkers.

Bovendien staan de teksten erg dicht bij hemzelf. Daardoor weet hij erg te ontroeren , zoals in bijvoorbeeld Pauwkes. Het handelt over het optreden van hemzelf, maar meer nog over de allereerste concerten die hij begin jaren 70 bijwoonde in Pauwkes Jazzcorner in Beek en Donk. Hij zag daar de meest uiteenlopende acts, wat zijn liefde voor muziek nog meer zou stimuleren. Uit de tekst blijkt duidelijk dat dit een mooie en belangrijke periode in zijn leven is geweest. Ook de muziek is buitengewoon prachtig.

In De kracht van muziek wordt op indringende wijze zijn eerste blauwtje, die hij op zestienjarige leeftijd opliep, beschreven en hoe hij hierna zijn toevlucht zocht in de muziek. Waarschijnlijk een voor velen van ons herkenbaar verhaal.

Ook mooi is de tekst van Als je kind in de war is, waarin de problemen die zorgzame ouders eventueel op pad tegen kunnen komen, worden beschreven. Origineel is de invalshoek van Niet in een liedje. Hierin legt hij waarom geen liefdesliedje wil schrijven, maar in feite is het gewoon een liefdesliedje.

Ook valt er muzikaal veel te genieten. Om te beginnen is het gitaarwerk, verzorgd door Ad, werkelijk om je vingers bij af te likken. Zijn bijzonder relaxte en gevoelige spel maken hem voor mij tot een geweldige gitarist. Wat mij direct bij de eerste beluistering opviel was, dat de liedjes zonder uitzondering ijzersterke melodieën bezitten, zoals bijvoorbeeld het door Ankie op schitterende wijze gezongen De garnalenvissers.

Niet onvermeld mogen ook de fantastische vioolbijdragen van Diederik van Wassenaer worden! Het geheel werd voorbeeldig geproduceerd, opgenomen en gemixt door Ankie. Bij het album is een mooi tekstboekje toegevoegd.

De weg is een vriend is een bijzonder evenwichtig album met prachtige melodieën geworden, dat helaas nog maar weinig aandacht heeft gekregen van pers en publiek. Doe er wat aan zou ik zeggen!

Voor zover ik weet is het album alleen bij Ad van Meurs zelf te koop. Voor meer info zie zijn website.

Alasdair Roberts - Alasdair Roberts (2015)

Alasdair Roberts is alweer het achtste album voor het Drag City label van deze, vanuit Glasgow opererende Schot . De eerste drie met zelf geschreven materiaal verschenen nog onder de naam Appendix Out. Maar ook publiceerde hij een aantal albums met traditionals.

Naast deze solo albums maakte hij in 2013 samen met dichter en tekstschrijver Robin Robertson de cd Hirta Songs, een selectie liederen waarop de natuurlijke schoonheid van de archipel van St. Kilda wordt bezongen. Samen met Lucy Farell, Rachel Newton en Emily Portman vormt hij het kwartet The Furrow Collective. Vorig jaar verscheen hun debuutalbum At Our Next Meeting, een verzameling prachtige ballades uit zowel Engelse als Schotse traditie. Vorig jaar schreef Hans voor Folk Lantern een recensie over deze plaat : Folk Lantern: The Furrow Collective, At Our Next Meeting - folklantern.blogspot.nl .

Voor het opnemen van Alasdair Roberts koos hij net als bij in het in 2009 opgenomen Spoils voor de Green Door Studio in Glasgow. In deze analoge studio had hij de beschikking over de excellente geluidtechnicus Sam Smith. Het streven was om de muziek een warmer gevoel te geven, hetgeen ook gelukt is.

De plaat bestaat uit tien zelf geschreven songs, waarvan er acht voor een groot deel en soms voor een minder groot deel geïnspireerd zijn op bestaande traditionals. De muziek heeft derhalve een zeer sterk traditioneel karakter. Bovendien zijn de liedjes zeer sober. Soms wordt hij begeleid door de tin whistle, bespeeld door Donald Lindsay. En af en toe door de klarinet, bespeeld door Alex South. Verder wordt er nog gebruik gemaakt van een achtergrondkoortje, het kwartet The Crying Lion en sporadisch van percussie.

Hierdoor komt de focus volledig te liggen op de zeer herkenbare zang en gitaarspel van Alasdair. Voor mij was het heel even wennen aan de sobere opbouw van de songs en had dit nieuwe materiaal even tijd nodig. Deze nieuwe cd laat duidelijk horen hoe hij in de loop de jaren gegroeid is als songschrijver, maar vooral als zanger en gitarist.

Zelf is hij ook tevreden over het resultaat en vindt hij dat het materiaal dicht bij hem staat, vandaar de titel Alasdair Roberts.

Alela Diane - Cusp (2018)

4,5
Al sinds haar doorbraakalbum The Pirate’s Gospel uit 2006 heb ik een groot zwak voor de Amerikaanse singer-songwriter Alela Diane Menig. En dat is niet alleen vanwege haar prachtige stem, maar ook omdat ze gewoon eigenzinnig haar eigen muzikale wegen bewandelt. Zich totaal niets aantrekkend van trends en schrijvend over haar eigen gevoelens.

Op Cusp staat het moederschap centraal. De elf songs werden in slechts drie weken geschreven tijdens haar verblijf in Caldera, Oregon. Geheel in haar eentje, voor zich zelf eten bereidend en liedjes schrijvend bij een houtkachel. Het creatieve proces kwam volledig tot ontplooiing en leverde elf bloedmooie songs op.

Vaak speelt de piano een centrale rol, zoals in opener Albatross. Kers op de taart is echter de trompet. Ze zingt dat ze graag een albratros zou zijn, zodat ze een beter overzicht zou hebben op haar leven : “I rather be an albatross, looking back on what I left behind”.

Zoals gewoonlijk zijn haar teksten zeer de moeite waard, zoals de vooruitgesnelde single Émigré al bewees. Op fraaie wijze beschrijft ze het relaas van bootvluchtelingen en in het bijzonder van moeders en kinderen.

Maar meestal gaat het over haarzelf en haar directe omgeving, zoals Never Easy, wat over haar moeizame relatie met haar moeder gaat. Echter een ding is veranderd sinds Alela zelf moeder geworden is. Ze beseft nu dat haar moeder meer van haar houdt dan zij ooit van haar moeder zal kunnen houden.

Het zijn slechts wat voorbeelden van het fraaie repertoire op dit album, zonder enige twijfel haar mooiste tot nu toe. Het concert op 29 januari is al uitverkocht, maar in april komt ze terug om dit ijzersterke repertoire ten gehore te brengen.

Alela Diane & Ryan Francesconi - Cold Moon (2015)

Het was twee jaar geleden even balen, dat Alela Diane een break aankondigde vlak voor de geboorte van haar dochter. Ze had op dat moment net haar schitterende echtscheidingsplaat About Farewell uitgebracht. Gelukkig ligt er na haar gebruikelijke tussenpose van twee jaar, weer een nieuw album, Cold Moon. Ditmaal een samenwerkingsverband met Ryan Francesconi.

Hij is een multi-instrumentalist, die net als Alela opereert vanuit Portland, Oregon. Hij heeft een graad in compositieleer en studeerde de Bulgaarse tambura bij Lyubo Vladimirov in Sofia. Sinds zijn collegetijd is hij geobsedeerd door muziek uit de Balkan. Daarnaast maakt hij experimentele muziek en is hij arrangeur. Zo arrangeerde hij bijvoorbeeld Have One On Me van Joanna Newsom. Ook is hij al jaren een vaste begeleider van haar tijdens concerten.

Alela en Ryan troffen elkaar in oktober 2014 na een optreden van een gemeenschappelijke vriend. Na afloop spraken ze over hun beider creatieve stilstand. Ryan had moeite om nieuwe instrumentale stukken te componeren en Alela had totaal geen inspiratie voor een nieuwe cd. Een paar dagen na hun gesprek zocht Ryan contact met Alela met de vraag of ze niet met hem wilde samenwerken.

Hij stuurde haar een aantal prachtige, instrumentale stukken ter beluistering. Ze beluisterde de stukken veelvuldig, intussen naar buiten starend naar het veranderende jaargetijde. Langzaam maar zeker kwamen de woorden, wat later gevolgd door de melodie. Samen schaafden ze daarna aan de songs en voordat ze er erg in hadden, was Cold Moon geboren.

Het is een collectie reflecterende en hoopvolle songs geworden, veelal betrekking hebbend op de natuur. De basis vormt de fraaie zang van Alela en het dito gitaarspel van Ryan. Spaarzaam wordt gebruik gemaakt van andere instrumenten. Zo is een trombone te horen in de titelsong. Percussie en duimpiano in Shapeless, verzorgd door de eveneens uit Portland afkomstige Peter Broderick.

En er duikt hier en daar een viool of cello op. Meer hebben de liedjes ook niet nodig. Het is een album, dat aandachtige beluistering verdient en spoedig onder de huid van de luisteraar kruipt. Het is een goede beslissing van Ryan geweest, om Alela te vragen voor dit project, want het leverde een van de mooiste cd’s van dit jaar op.

Alex Culbreth - The High Country (2016)

4,5
Helemaal met Erwin eens dat dit een fantastisch album is. Was trouwens nog vergeten mijn eigen recensie hier te plaatsen:

Waarschijnlijk zal bij de meesten van U de naam Alex Culbreth geen belletje doen rinkelen, maar wellicht zegt de naam The Parlor Soldiers U meer. Samen met Karen Jonas bracht hij als The Parlor Soldiers begin 2012 het schitterende When the Dust Settles uit. Een cd gevuld met alt-country met wat invloeden uit de Appalachen folk. Erwin Zijleman van Krenten uit de pop schreef er een recensie over.

Ook bracht hij datzelfde jaar nog Heart in a Mason Jar uit, onder de naam Alex Culbreth & The Dead Country Stars. Ook over dit uitstekende album is een recensie te vinden op Krenten uit de pop. Hierop staan liedjes die zich afspelen op het Amerikaanse platteland. Deze thematiek is ook terug te vinden op dit tweede solo album, wat vooraf gegaan werd door Womans & Trains uit 2011.

Overigens gaan die liedjes nauwelijks over Alex zelf. Eerst komt altijd de tekst bij hem. Een groot aantal van de songs zijn aanstekelijke, up tempo nummers met stompende ritmes. Opener Corn Liquor zet direct de toon.

Maar af en toe wordt er op de rem getrapt zoals in Trucker’s Lament. Totaal los wordt er gegaan in Tear It Up, om te vervolgen met het fraaie, ingetogen Weather Storm. Hierna wordt nog eenmaal het gaspedaal ingedrukt met Choke That Chicken. Om vervolgens te eindigen met de twee ingetogen nummers Dry Out en Vagabond Blues. Laatstgenoemde behoort voor mij tot de meest fraaie liedjes.

De volgorde van de korte, compacte songs is weloverwogen en hebben veel meer diepgang , dan ik in eerste instantie dacht dat ze zouden hebben. Een belangrijke rol in zijn muziek is weggelegd voor de fiddle. Hij wordt op dit album vakkundig bijgestaan door Eddie Dickerson op viool, Janie Cowan op staande bas en Mike S Reardon op mondharmonica.

Het opvallende artwork werd gemaakt door Sherri French. Live zal deze muziek waarschijnlijk nog meer tot zijn recht komen. Aan liefhebbers van een band als bijvoorbeeld Hackensaw Boys zal deze muziek wel besteed zijn. Helaas zitten er overigens voorlopig geen live optredens voor Nederland in, wellicht volgend jaar. Ik kijk er in ieder geval naar uit.

Alex Highton - Nobody Knows Anything (2014)

5,0
Door de scheiding van zijn ouders groeide Alex Highton gedeeltelijk op in zijn geboortestad Liverpool en voor het overige deel in Florence, Italië. Zijn zomervakanties bracht hij door bij zijn vader. Die beschikte over een eclectische muziekverzameling van onder andere Talking Heads, Penguin Cafe Orchestra en The Band tot aan David Ackles, welke Alex met volle teugen absorbeerde.

Zijn muziekcarrière zou echter pas laat van de grond komen door slechte keuzes en teveel knipperlichtrelaties. Tijdens de periode dat hij een zenuwinzinking had, leerde hij zijn toekomstige vrouw Patricia kennen. Dank zij haar kwam hij er helemaal bovenop en schreef toen de liedjes voor Woodditton Wives Club. Deze nummers kunnen voor een deel gezien worden als een soort therapie, en voor een ander deel als zijn kijk op zijn nieuwe leven.

Het album Woodditton Wives Club werd in Nederland alleen op juiste waarde geschat door Popmagazine Heaven, die het terecht zag als een meesterwerk. Het is een prachtige verzameling melodische folksongs. Voordat dit album verscheen maakte Alex Highton deel uit van de groep Mohanski, die in 2007 het leuke album Hotdog Chihuahua uitbracht. Helaas bleef het succes van deze groep uit, mede veroorzaakt doordat men liever gewoon in cafés rondhing. De overige leden zijn tot op heden nog steeds goede vrienden van hem.

De lat werd door het debuutalbum erg hoog gelegd voor de nieuwe cd. De belangrijkste invloeden voor Nobody knows anything zijn volgens Alex, Joni Mitchell, Here We Go Magic en Sufjan Stevens. Niet zozeer het geluid of stijl, maar meer de benadering. Tijdens het opnemen waren er geen regels, de songs konden alle kanten uitgaan. En dat is precies wat er ook gebeurde. Bijna in iedere song is de instrumentatie en zijn de gebruikte instrumenten anders. In Panic wordt zelfs gebruik gemaakt van 2 drumcomputers, en komt hij daarmee weg.

Die grote variatie heeft gelukkig niet geleid tot een onevenwichtig en inconsistent album, integendeel. De enorme variatie maakt het juist tot een zeer aangename luistertrip langs songs, die zeer snel aan kracht winnen. De titel van het album is trouwens een uitspraak van William Goldman, waarmee bedoeld wordt dat je nooit zeker kunt zijn dat iets wel of niet zal werken. Gelukkig voor Alex doet het hier in ieder nummer wel.

Met de teksten op dit album is ook niets mis, zoals bijvoorbeeld in het beschouwende Randy Newman-achtige Somebody Must Know Something :
God is dead,
Or he’s left,
That’s the only explanation,
To the pain and distress,
That he clearly loves to cause,
Well maybe it’s just,
That he’s finally lost his patience,
He is never coming back again.

Vermeldenswaard zijn de drie duetten op het album. Kills zingt hij samen met Nancy Wallace. The Evil That Men Do wordt vertolkt samen met de 73-jarige folklegende Bonnie Dobson, die het bekende lied Morning Dew schreef. Zij is overigens met een opmerkelijke comeback bezig. Ze bracht onlangs, een met goede kritieken overladen, nieuwe cd uit. De heerlijke, relaxte afsluiter It’s, zingt hij samen met zijn vrouw Patricia. Alex had hier wel enige overredingskracht voor nodig om haar zover te krijgen om mee te zingen. Patricia is overigens een zeer talentvol kunstenares. Alex verzorgde zelf alle strijkers- en blazersarrangementen. Het album werd geproduceerd door David “Bear “ Dobson.

De hoesfoto en de foto’s in het tekstboekje werden gemaakt door goede vriend en beroepsfotograaf Frank van Delft. De foto’s werden in Den Bosch gemaakt bij Stichting Onterfd Goed. Met Nobody knows anything is hij erin geslaagd om het debuut te evenaren, misschien wel te overtreffen. In ieder geval wat variatie betreft. Het is te hopen dat deze cd niet hetzelfde lot beschoren zal zijn als zijn voorganger.

Alex Hodgson - The Brig Tae Nae Where (2014)

5,0
Dit jaar verschenen er de nodige mooie Schotse albums van ondermeer Siobhan Miller, Grant Campbell, Eddi Reader, King Creosote, Roddy Frame en Kaela Rowan. Alleen King Creosote kreeg de aandacht die het verdiende.

Ook in het verleden gebeurde het regelmatig, dat Schotse artiesten niet op juiste wijze werden gewaardeerd. Bijvoorbeeld de geweldige zanger en liedjesschrijver Jackie Leven kwam nooit verder dan de cultstatus. Geen idee waar dat aan ligt.

Ook het album The Brig Tae Nae Where (The Bridge to Nowhere) van Alex Hodgson kreeg amper aandacht buiten Schotland. In Schotland is hij vooral in de Schotse laaglanden erg populair. Zo trad hij bijvoorbeeld al diverse malen voor de koningin op in Balmoral Castle. Tweemaal winnaar (2005 en 2009) van het in Schotland zeer hoog aangeschreven Burnsong.

Iedere week treedt hij live op in het radioprogramma “The best of Scottish” met een nieuw geschreven lied. Daarnaast is hij een groot verhalenverteller (ook beroepsmatig), speelt hij regelmatig mee in amateurtoneelstukken en is hij ook nog kinder-entertainer.

Dit is het tweede album van Alex Hodgson voor Greentrax. Qua manier van zingen doet hij me denken aan Jim McCann. Hij zingt op dezelfde lyrische en pure wijze. De teksten zijn gebaseerd op familiale vakantieherinneringen voornamelijk afspelend in Belhaven Bay. Veelal zijn ze melancholisch gestemd.

De cd opent met het heerlijke up-tempo en ritmische The Street ‘O’ Sorrows. Direct valt op met hoeveel passie Hodgson zingt. Het prachtige en ingetogen Bonnie Meg doet erg traditioneel aan, maar is toch door Alex zelf geschreven. Een glansrol is hier weggelegd voor Kenny Hutchison op accordeon. Daarnaast speelt hij ook onder andere piano op dit album. Verder werd hij omringd door de volgende, geweldige muzikanten : Garry Evans op bas, Judith Smith op viool, Nick Riley op fluit en James MacKintosh op gitaar.

Zeer aanstekelijk is The Guid Auld Trams, een lied wat erg uitnodigt tot meezingen. Een van de mooiste melodieën op de plaat bezit Doon Pinkie Cleugh. Ook hier is de bijdrage van de accordeon buitengewoon fraai. The Herring Road bestaat uit drie delen, verspreid over de plaat. De zang weet hier diep te raken.

Erg traditioneel doet The Brig Tae Nae Where aan, maar is toch door hemzelf geschreven. Ritmisch van opbouw is Star O’ the east. Het gesproken en sfeervolle A Summer Tale toont aan dat hij een geboren verhalenverteller is. Het overbekende My Luv’ is Like a Red Red Rose van Robert Burns krijgt hier een zeer passionele uitvoering.

De enige andere cover op het album is The Shoals O’ Herrin’ van Ewan MacColl, wat een zeer traditionele uitvoering krijgt. Niet helemaal mijn kopje thee. Zonder andere liedjes te kort te willen doen, prijsnummer op de cd is voor mij We’ve Lost a Lark. De fluit steelt hier de show.

Het album sluit af met het aanstekelijke The Toun O’ Prestopans, inclusief kinderkoor. Prestopans is trouwens de plaats waar Alex Hodgson al zijn hele leven woont.

The Brig Tae Nae Where is een puur folkalbum wat veel meer aandacht verdient dan dat het tot nu toe gekregen heeft. Een van mijn grote favorieten van 2014!

Alex Roeka - Rauwe Genade (2019)

4,5
De voormalig psycholoog Alex Roeka werkt al vijfentwintig jaar onverdroten aan zijn carrière als dichter en singer-songwriter. Zijn recente terugtrekken op het Zeeuwse platteland had twee doelen, het schrijven van nieuwe liedjes en het samenstellen van een nieuwe dichtbundel. Onlangs trof ik “Het recreatiedomein”, afkomstig uit de bundel “Al het waaien van de wereld”, van hem aan in het prachtige kunstboek Eggs & Marrowbone.

Dit thema waaien is ook op dichterlijke wijze terug te vinden in het loflied Zeeuwse Wind op zijn intussen twaalfde album Rauwe Genade. Zoals altijd toont hij zich een waar woordkunstenaar :

“Soms komt hij van over het water
Tot in de haren van de blonde boerin
De milde bries der verbroedering
Ze voelt zijn handen langs zich glijden
Achter de rietkraag van de sloot
Bij Grand Café De Varkenspoot

Zeeuwse wind, je kunt zo zacht zijn
Als een dikke poes die spint
Zeeuwse wind bij wie het waaien
Van de dagen steeds begint”

Roeka is voor mij een van de beste bewijzen dat de Nederlandse taal weldegelijk poëtisch kan klinken. Bovendien zet hij de luisteraar aan tot nadenken. Zo fileert hij op genadeloze wijze in Wereld op Drift onze onzekere, egoïstische en oppervlakkige moderne maatschappij. Hij draagt geen oplossingen aan, want hij weet ook niet hoe het verder moet:

“Oe duistere tijden
Verscheurd en geschift
Hoe moet ik verder
In deze wereld op drift”

Een van de gedichten die hij bij zich had leverde De Straat van Genade op. Hierin haalt hij herinneringen op aan de bekende Amsterdamse Warmoesstraat. Tijdens zijn verblijf in Zeeland trok hij als fervent wielertoerist er regelmatig op uit. Een lekke band brengt hem op een camping in aanraking met een groep Polen. Ze zijn zo vriendelijk om zijn band te plakken en geven hem te eten en drinken. Het inspireerde tot de fraaie ode De Polen.

In ons land willen Polen nogal eens neergezet worden als dronkenlappen en als onbekwame klusjesmannen. In de regio waar ik woon wordt daar al heel lang genuanceerder over gedacht. In oktober was het namelijk vijfenzeventig jaar geleden dat Breda werd bevrijd door de 1e Poolse Pantserdivisie onder leiding van Generaal Maczek.

Een stille getuige aan die tijd vormt de Poolse begraafplaats aan de rand van de stad. Bovendien heeft Breda het Generaal Maczek Museum. Na de oorlog vestigde zich trouwens de nodige Poolse oud-strijders er.

Het voert te ver om alle fraaie liedjes hier te bespreken. Muzikaal wordt hij ondersteund door zijn persoonlijke dreamteam, de ervaren producers Frans Hagenaars en Reyer Zwart. Zwart verzorgde ook de bijzonder fraaie arrangementen en bespeelde de gitaren, banjo, basgitaar, contrabas, piano, orgel, mandoline, lap steel en maakte de samples en zong. Jeroen Kleijn is te horen op drums en percussie.

De eerstkomende voorstelling is morgen in De Wegwijzer, Nieuw- en Sint Joosland in Zeeland. Voor de overige voorstellingen zie zijn website. Rauwe Genade is andermaal een prachtige aanvulling op zijn imposante oeuvre.

Alice Dimicele - One with the Tide (2018)

4,0
Al een muziekcarrière van meer dan dertig jaar en toch had ik nog nooit van de in New Jersey geboren en opgegroeide Alice DiMicele gehoord. One with the Tide is intussen al haar veertiende album. Zo’n twintig jaar geleden deelde ze al het podium met Steve Winwood. Met Bonnie Raitt diverse malen. Raitt omschreef haar muziek als “Alice's music has that great combination of earthiness and groove that keeps it funky from the inside out. She's for real.".

DiMicele is natuurlijk een Italiaanse naam, haar vader’s wortels liggen op Sicilië en die van haar moeder in Oost-Europa en Oekraïne. Alice verdeelt haar tijd tussen muziek maken en haar activistische bezigheden.

De opener en titeltrack is geschreven vlak voor de dood van haar dierbare vriend en activist Barry Snitkin. Ze plaatste de song speciaal voor hem op YouTube, het waren haar laatste woorden voor hem.

Voice of the Water heeft betrekking op de strijd die de Winemem Wintu stam voert om de zalm in de McCloud rivier weer op peil te krijgen. Alice leeft zelf in het gebied van de Takelma stam. Ze leerde van het oudste lid van die stam, om “a voice for the voiceless” te zijn. Ze gebruikt deze regel in het fraaie lied.

Ook is er een uiterst persoonlijk liedje op het album te vinden als Lonely Alone. Het handelt over hoe het is om te leven met een geliefde die alcoholist is. De regel “I’d rather be lonely alone than lonely with you” spreekt boekdelen. Ze wordt hier overigens prachtig op accordeon begeleid door Jenny Conlee-Drizos (Black Prairie, The Delines, The Decemberists). Ook de overige muzikanten zijn uitstekend.

Erg aanstekelijk is Waiting, denk aan Paul Simon op Graceland, maar dan met steel drums. Veelal zijn haar songs folk getint, hier en daar klinken wat bluesy invloeden door, zoals in Desire.

Favoriete song is het indringende The Other Side, waarin je goed hoort dat je met een zeer ervaren zangeres te maken hebt. Acht van de negen songs schreef Alice zelf, afsluiter is Lennons Imagine, waarop ze slechts begeleid wordt op cello en gitaar.

Het songmateriaal is ijzersterk, grootste troef is echter haar unieke stem en de wijze waarop ze die gebruikt. Alice is een onafhankelijk artiest, wellicht is dat de oorzaak van haar onbekendheid in Nederland. Zeer onterecht, want er lopen niet al te veel zangeressen van haar niveau op deze aardkloot rond, het wordt hoog tijd dat ze een keer te zien is op de Nederlandse podia. Het album is eventueel al te beluisteren en te koop via haar website.

VOICE of the WATER, Alice DiMicele - Promo Preview - YouTube

Amanda Fish - Free (2018)

4,0
Haar zus is de meer bekende Samantha Fish, van wie ik in het verleden al drie albums recenseerde en die haar bekendheid in Nederland vooral te danken heeft aan het Duitse RUF-label. Bij Samantha lag, vooral in het verleden, de focus op haar gitaarspel, bij Amanda ligt die duidelijk op haar zang. Haar vocalen zijn rauwer en zij is de power house van de twee.

De carrière van Amanda als singer-songwriter begon in de herfst van 2012. Ze formeerde een band onder eigen band, met daarin ook partner Glen James, die debuteerde in 2015 met Down in the Dirt, gevuld met een dozijn persoonlijke liedjes over liefde en verlies.

Opvolger Free bevat opnieuw een dozijn persoonlijke liedjes. De wat afwijkende tracks zijn de funky opener 2020 en afsluiter en titelsong Free. Dit gospelnummer is fraai van opbouw, vooral dankzij de spitsvondige overgang door middel van de bas, bespeeld door Amanda, naar het snellere tweede gedeelte.

Amanda wordt omringd door een strak spelende band, die duidelijk in dienst van de liedjes spelen. Een van de betere nummers is het uptempo Not Again. In The Ballad of Lonesome Cowboy Bill is de invloed van The Stones te horen.

Een aantal van de liedjes bezit een onderhuidse spanning. Er klinken vooral blues- en rockinvloeden door in de liedjes. Het is me duidelijk, dat Amanda over meer levenservaring beschikt dan haar zus en dat blijkt niet alleen uit haar teksten, maar ook uit de manier waarop zij haar liedjes brengt.

Het lijkt me erg voor de hand liggen, dat het intense Free de bekendheid van Amanda zal gaan vergroten.

Amanda Palmer - There Will Be No Intermission (2019)

Haar bekendheid heeft Amanda Palmer grotendeels te danken aan het bijzondere duo Dresden Dolls, wat ze samen vormt met Brian Viglione. Ze ontleenden hun groepsnaam aan het gelijknamige liedje van Britse punkband the Fall. Ze combineren in hun muziek een fascinerende mix van alternatieve rock en Duits cabaret uit de tijd van de Weimar republiek in de jaren twintig en begin jaren dertig.

Die invloeden uit het Duitse cabaret hoor je ook af en toe terug in het solowerk van Amanda. Haar vorige soloalbum Theatre Is Evil dateerde alweer uit 2012. Tussendoor bracht ze nog wel met haar vader Jack het folkalbum met covers, getiteld You Got Me Singing, uit.

Amanda Palmer is voor mij een van de meest interessante muzikanten die ik ken. Controversieel, ze wordt zowel enorm geliefd, maar wordt net zo vaak gehaat. Maar ze zit ook boordevol interessante ideeën, zo was ze een pionier op het gebied van crowdfunding en schreef ze de bestseller “The Art of Asking”.

Ook There Will Be No Intermission kwam dankzij crowdfunding tot stand. Haar Patreon gemeenschap doneerde in een maand tijd een miljoen dollar voor het opnemen van het album en het bekostigen van een tournee. There Will Be No Intermission is haar meest persoonlijke werkstuk geworden.

Een emotionele achtbaan van bijna achtenzestig minuten, waarin grote thema’s als de liefde, de dood en verdriet worden aangekaart en ook de manier waarop we daar mee omgaan. Bijzonder is het epische The Ride, ze schreef het met hulp van haar patrons die persoonlijke commentaren gaven over angst en verdriet.

Het thema de dood komt voor in A Mother’s Confession. Machete schreef ze als ode aan haar goede vriend Anthony die overleed aan kanker. Op het nummer Voicemail For Jill verhaalt ze over een ander soort dood, over een telefoontje naar een vriendin op weg naar een abortuskliniek.

Op de eerste single Drowning in the Sound worden meerdere thema’s besproken, de verborgen connecties tussen politieke onrust, de niet aflatende onzekerheid over Hurricane Harvey (veel van haar fans moesten huis en haard verlaten de dag voor het nummer werd geschreven), klimaatverandering, internethaat en, bizar genoeg, Taylor Swift. Het is een van de meer rijkelijk geproduceerde nummers op het album.

Tussen de liedjes door zijn korte intermezzo’s te horen, gearrangeerd door Jherek Bischoff, die gebaseerd zijn op de motieven van de nummers. Toch is het geen naargeestig album geworden doordat Amanda op ingenieuze wijze humor door deze zware thema’s heeft verwezen.

There Will Be No Intermission wist bij mij de nodige, gevoelige snaren te raken en dat gebeurt niet zo heel vaak. 4 september is Amanda te zien in de Meervaart in Amsterdam.

Amy O - Shell (2019)

In 2004 startte Amy Oelsner het soloproject Amy O, wat langzamerhand uitgroeide naar een volwaardige band. Naast haar muzikale carrière werkte Amy vijf jaar lang in een jongerencentrum, een baan die ze twee jaar terug verloor. Ze zocht hierna naar een zinvolle invulling van haar bestaan naast de band Amy O. Die vond ze onder andere in de songwriterscursus Girls Rock Bloomington, een zes weken durende cursus gegeven in de Ivy Tech Community College in Bloomington, aan studenten variërend in de leeftijd van ongeveer twintig tot in de zestig. Daarnaast begon ze voor een fanzine te schrijven, maar ook ging het schrijven van liedjes voor Amy O gewoon door. Nog steeds maakt ze laagdrempelige muziek, ergens tussen alternatieve, aanstekelijke indiepop en indierock in. Liefhebbers van haar vorige albums zullen zich zeker geen buil vallen aan Shell.

Amy Speace - That Kind of Girl (2015)

Amy Speace is een muzikale laatbloeier. Pas op vijfentwintig jarige leeftijd leerde ze gitaar spelen en drie jaar daarna schreef ze haar eerste song. Ze werd ontdekt in de New Yorkse akoestische scene door Judy Collins, die sindsdien ook songs van haar coverde en met haar toerde.

Haar debuut Edith O verscheen in 1998. Haar laatste, How to sleep in a stormy boat, leverde een doorbraak naar een groter publiek. Het album werd terecht overladen met geweldige kritieken. Hierop maakt ze veelvuldig gebruik van teksten van Shakespeare. Niet zo vreemd voor een voormalig regisseur, toneelschrijver en actrice. Het was een meer folk georiënteerd album, waarop ook een duet te vinden was met rijzende ster John Fullbright.

That kind of girl kwam door middel van crowdfunding tot stand. Ze riep de hulp in van fantastische muzikanten als Will Kimbrough, Cal Broemel, Eamon McLoughlin, Danny Mitchell, John Moreland en als producer Neilson Hubbard. Laatstgenoemde schreef ook mee aan twee songs. Opvallend is dat Amy met veel verschillende co-auteurs liedjes schreef. Zo schreef ze bijvoorbeeld One man’s love samen met Beth Nielsen Chapman, hetgeen overigens een echte Chapman signatuur heeft gekregen.

De teksten zijn erg persoonlijk en niet de meest vrolijke. Ze handelen over het wel en wee van haar eigen driehoeksverhouding. Een titel als Nothing good can come from this spreekt al boekdelen. De teksten zijn overigens, net als op How to sleep in a stormy boat, weer bovengemiddeld. Ze is in staat om beknopt en met eenvoudige woorden dingen te benoemen, zoals bijvoorbeeld in Raincoat. “It’s a strange kind of sadness, And it’s hard to explain, You were my raincoat, Now you’re the rain”.

Het was trouwens voor mij behoorlijk wennen aan de productie en de meer Americana-achtige songs. Maar na veelvuldig luisteren kan ik niet anders dan concluderen dat het een album geworden is met geen enkele zwakke broeder erop en kan wedijveren met zijn voorganger. En dat zegt volgens mij genoeg!

Ana Egge - White Tiger (2018)

4,0
White Tiger is inmiddels het tiende album van folk singer-songwriter Ana Egge en is het alweer twintig jaar geleden dat ze als negentienjarige in Austin verkozen werd tot beste folk artieste en singer-songwriter.

Zoals altijd is het weer een genot om haar stem met het zeer herkenbare timbre te horen. Bovendien zijn haar teksten als vanouds bovengemiddeld goed. Was het niet Lucinda Williams niet eens muziekliefhebbers adviseerde : “Listen to her lyrics. Ana is the folk Nina Simone.”?

Direct bij de vrolijke opener Girls, Girls, Girls met heerlijke blazers heeft ze de aandacht van de luisteraar te pakken. Het handelt over haar eerste voetstappen in de muziekscene.

De onderwerpen zijn divers, zo gaat bijvoorbeeld Dance Around the Room with Me over haar vierjarig dochtertje. In Last Ride staat een motorfiets romance in Californië centraal. De fraaie titelsong vormt een ferme hart onder riem voor een dierbare vriend.

Zoals altijd is ze eerlijk en openhartigheid in haar teksten. In muzikaal opzicht hoor ik duidelijk de invloed van Suzanne Vega in You Amongst the Flower en I’m Going Bossa Nova wordt opgesierd met een fluit, die de begintijd van Van Morrison kenmerkte.

Gastoptredens op White Tiger worden verzorgd door Anais Mitchell, Billy Strings, Alex Hargreaves en Buck Meek (Big Thief). White Tiger laat een duidelijk geïnspireerde Egge horen, die andermaal bewijst tot de betere singer-songwriters te behoren.

Folk Alley Sessions: Ana Egge - "Girls, Girls, Girls" - YouTube
Folk Alley Sessions: Ana Egge - "White Tiger" - YouTube

And They Spoke in Anthems - Money Time (2019)

4,5
Antwerpenaar Arne Leurentop is een veelzijdig kunstenaar. Hij componeerde muziek voor theater, acteerde in kindervoorstellingen en begeleidde onder andere Liesa van der Aa. Maar bovenal is hij een superbe songsmid, multi-instrumentalist en ook nog eens een uitstekend zanger.

Zijn eerste volwaardige proeve van bekwaamheid was vijf jaar geleden met June, een album dat op veel bijval mocht rekenen. De singles The Inventor Of Summer , Oh My God en Summerhouse 76 kregen veel airplay op de Belgische radio. Alle instrumenten werden door Arne zelf bespeeld.

Op Money Time is dat ook bijna het geval, op wat drums, percussie, synthesizer en bas partijen en wat achtergrondzang na. En net als op de voorganger weet Arne precies wat ieder liedje nodig heeft. Ook deze keer boetseerde hij de liedjes nauwgezet totdat ze perfect waren. Geen wonder dat het scheppingsproces bijna vier jaar duurde.

Vooral The Beatles, Bob Dylan en Roy Orbison vormden weer inspiratiebronnen. Geregeld komen er Beatlelesque koortjes voorbij. De composities laten de iets meer donkere kant van melancholicus Leurentop spreken. Wellicht veroorzaakt door andere inspiratiebronnen als Daniel Norgren, Damien Jurado, Jeff Tweedy, Leslie Feist en Villagers.

De intrigerende, stemmige hoes (een foto gemaakt in Vietnam door de zeer getalenteerde fotograaf en cameraman Jonathan Wannyn) gaf me bij voorbaat een goed voorgevoel over dit album. Dat goede voorgevoel blijkt na een groot aantal beluisteringen te kloppen.

De opmerkelijke inkleuring van de gelaagde liedjes zorgen ervoor dat je heel gemakkelijk teruggrijpt naar dit toegankelijke album en dan maakt het niet eens uit welk tijdstip van de dag het is. De cd-releaseshow is op 10 maart in de Minard in Gent.

Money Time behoort tot de meest interessante releases van het moment en zal ongetwijfeld tot mijn grote favorieten van 2019 gaan behoren. Het is te hopen dat Arne spoedig te zien zal zijn op de Nederlandse podia.

André van den Boogaart en De Tornado's - Op de Terugweg van Nergens (2018)

5,0
Een paar jaar geleden zag André het niet meer zitten, want zijn muziekcarrière lag op zijn gat. De band Bradley’s Circus, waarin hij gitarist was, hield op te bestaan. Bovendien vloeiden er geen nieuwe liedjes meer uit zijn pen. Maar al gauw kwam het besef, dat werken voor een baas niets voor hem zou zijn en dat muziek maken het enige is, wat hij kan en wil.

Begin januari vorig jaar maakte hij tijdens een persconferentie “De Comeback van een Onbekende Legende” bekend en stelde hij zijn geweldige nieuwe begeleidingsband De Tornado’s voor. Ook startte hij met succes een crowdfunding voor een nieuw album en ging naarstig aan de slag om nieuwe liedjes te creëren.

Zoals altijd put hij ook op Op de Terugweg van Nergens uit eigen ervaringen of uit die van naasten of bekenden. Inspiratie voor het titelnummer vond hij in Tsjechië te midden van vele velden vol zonnebloemen, die allemaal op elkaar leken. Op een gegeven moment had hij geen idee meer of hij ergens al eens eerder geweest was.

Er ontbreken uiteraard ook dit keer geen liedjes, waarin drank en relaties een rol spelen. Opener Dronken Tranen handelt over een vrouw zonder succes in de liefde en haar tijd verdoet met zich dagelijks met drank te laten vollopen en zich te zwelgen in melancholie, maar helaas “dronken tranen troosten niet”. En in De Drank schetst André een eerlijk beeld van zichzelf :

“Een leeg kratje Beerze bier en dertig Jezussen aan het kruis
De aanrecht vol met rotzooi, het gasstel vies en vuil
en de plaats staat vol met onkruid en de verf bladdert af
Alle vrouwen in mijn leven ze zullen dansen op mijn graf

De drank heeft me lief gehad vannacht
de drank heeft me vannacht weer liefgehad
ze streelde mijn ziel, haar lippen voelde zacht
de drank heeft me vannacht weer liefgehad”

In Brandend Land bezingt hij een veranderend Nederland, dat hij niet meer herkent en waar hij zich niet meer thuis voelt vanwege de verhitte maatschappelijke discussies en vooroordelen.
Twee verhaallijnen lopen door elkaar in Kruisweg-erotiek, de kruisweg van Jesus en een sensuele belevenis, die plaatsvond aan de Kruisweg op het Mariapark in het Belgische grensplaatsje Meersel-Dreef.

Favoriete tekst is die van Het Gooi van het Zuiden, waarin André op messcherpe wijze de bewoners van een wijk van beter gesitueerden in Tilburg fileert :

“De vrouwen rijden rond in een cabrio. Een zonnebril en een tas van Louis Vuitton. Ze gedragen zich als sterren van het witte doek, maar ze kunnen eigenlijk niets. Maar heb je het al gehoord dat ze heel belezen zijn want ze lazen laatst nog “Huidpijn”.”

André woonde twee jaar lang in wijk de Blaak, bij zijn inmiddels ex-vriendin, maar intussen is hij weer teruggekeerd naar zijn oude vertrouwde volksbuurt.

Aandoenlijk is afsluiter Vlo, over een vrouw die haar hele leven gepest werd en hoe ze daarmee omging.

Muzikaal gezien is het smullen geblazen met begeleiders als Joost Verbraak (Ralph de Jongh, Margriet Eshuijs), Jan van Bijnen (Rob de Nijs, Freek de Jonge en Claudia de Breij), Yori Olijslagers (Kyteman Orchestra) en Joris Verbogt (Bradley’s Circus). Regelmatig waan je je in het zuiden van de Verenigde Staten, maar soms hoor je ook de invloed van Tom Waits ten tijde van Swordfishtrombones. De geweldige productie was in handen van Olijslagers.

Op de hoes staat trouwens de bestelbus van André afgebeeld, die hij gekscherend Blinkie noemt. Op zijn derde album Op de Terugweg van Nergens weten André en zijn fantastische begeleiders zowel tekstueel als muzikaal diep te raken en leveren daarmee een urgent én verslavend album af.

André van den Boogaart en de Tornado’s live:

12 april – Club Smederij, Tilburg
18 april – De Rozenknop, Eindhoven
23 april – Torpedo Theater, Amsterdam (solo)
25 april – Burgerweeshuis, Deventer
10 mei – Mijl op Zeven, Ospel

Andres Roots - Winter (2016)

4,5
In 2011 kwam ik voor de eerste keer met muziek uit Estland in aanraking. Het betrof het prachtige folk/popalbum Good Man Down van Ewert and the Two Dragons. De groep heeft intussen al enige bekendheid in Nederland door een aantal concerten wat ze hier verzorgden.

Totaal onbekend is hier tot op dit moment bluesartiest Andres Roots (Ja, dit is zijn echte naam!). In een aantal andere landen toerde Andres al wel. Van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Tsjechië, Polen, de Baltische staten, Zweden tot aan vooral Finland. Ooit verzorgde hij al het voorprogramma van Dr. Feelgood.

Hij is een meer dan uitstekende slidegitarist, liedjesschrijver en bandleider, die woonachtig is in Tartu, Estland. Hij treedt al twintig jaar regelmatig op. Zijn muziek is een unieke mix van vooroorlogse blues en swing vermengd met rock uit de zestiger jaren. Regelmatig wordt zijn muziek gebruikt voor TV-series en films, waaronder Lonely Island van Peeter Simm.

Eerder dit jaar verscheen al de compilatie lp Roots Music, met studio-opnames uit de periode 2010 – 2014. Het werd uitgebracht ter ere van zijn veertigste verjaardag. Winter werd mij gelukkig onder de aandacht gebracht door mijn blues brother Henk (bedankt!).

Op het album staan een drietal standaard bluesnummers waaronder Morganfield blues, wat uiteraard over Muddy Waters gaat. Gepassioneerd gezongen met zijn iets ouder klinkende stem en daarnaast ook een belangrijke rol voor de mondharmonica. Ook de instrumentale afsluiter behoort tot dezelfde categorie waarin de piano prominent aanwezig is.

Het enige andere instrumentale nummer Spanish Run is een heerlijk rocknummer met duidelijke invloeden van de Engelse groep The Shadows. Die sixties invloeden zijn bijvoorbeeld ook te horen in Winter Blues. Erg interessant zijn de ritmes die gebruikt worden zoals in opener Karlova Blues.

Een enkele keer wordt de zang door anderen overgenomen. Solitaire wordt erg lekker gezongen door de Letse zangeres Lorete Medne. Het gitaarspel van Andres is om je vingers bij af te likken, vooral in Tea for Alex komt dat goed tot zijn recht. In Someplace Nice fluit hij ook nog. Er spelen muzikanten uit de Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk, Estland en Letland op Winter mee.

Winter is een behoorlijk gevarieerd bluesalbum met rockinvloeden uit de jaren zestig. Het behoort absoluut tot de allerbeste bluesreleases van dit jaar.

Ane Brun - Leave Me Breathless (2017)

4,5
Vroeger deden we het volgens mij allemaal, cassettebandjes maken voor degene waar we verliefd op waren. Vaak waren ze gevuld met romantische zwijmelmuziek. Het nieuwe, zevende album van Ane Kvien Brunvoll, getiteld Leave Me Breathless kwam ook grotendeels op deze wijze tot stand.

Tot voor kort schoof ik coveralbums resoluut terzijde, totdat vorig jaar het schitterende Come Tomorrow van de eveneens uit Noorwegen afkomstige Paal Flaata daarin verandering bracht.

Onlangs was Brun tot over haar oren verliefd geworden en besloot een aantal liedjes voor die persoon op te nemen. De relatie was voor haar helaas snel ten einde, maar ze besloot het idee voor een coveralbum toch door te zetten.

In het verleden nam ze al eens nummers van anderen op en speelde ze live ook regelmatig covers. Onlangs vertolkte ze op Zwedens Polar Music Prize nog Stings Why Should I Cry For You? ten overstaan van de voormalige Police frontman zelf.

De titel van de cd is ontleend aan het overbekende Show Me Heaven van Maria McKee, een lied voorzien van een prachtige melodie en in de originele uitvoering door McKee uitbundig gezongen. De uitvoering van Brun daarentegen is een heel stuk ingetogener en doet wat mij betreft het origineel enigszins verbleken. Het weet diep te raken.

Ook een sobere en ingetogen uitvoering krijgt de grootste hit van the Righteous Brothers, Unchained Melody. Een lied voorzien van de fameuze Wall of Sound van Phil Spector.

Bob Dylan is tweemaal vertegenwoordigd, Girl from the North Country, eerder dit jaar ook op voortreffelijke wijze geïnterpreteerd door Wendy Webb. Make You Feel My Love werd vooral bekend in de uitvoering van Adele.

Lucinda Williams’ Right In Time was een persoonlijke favoriet van haar voormalige geliefde. Een gevoelige uitvoering krijgt Into My Arms van Nick Cave.

De keuze voor de liedjes van Radiohead en Sade kwamen op andere wijze tot stand. Brun werd gevraagd op de begrafenis te zingen van Crispin Bevington, een van de vijf mensen die werden vermoord bij de terroristische aanslag in Stockholm op 7 april jongstleden. Zijn vrouw Annika vroeg of ze deze twee songs wilde zingen, omdat het favoriete liedjes van haar en haar overleden man waren.

Afsluiter is Big Yellow Taxi van Joni Mitchell. De veertien ingetogen liedjes krijgen door de speciale stem en frasering van Brun en fraaie inkleuring een geheel eigen signatuur. Ane Brun komt dan wel uit het koele, hoge noorden, maar levert met Leave Me Breathless een hartverwarmende plaat af.

Angel Olsen - All Mirrors (2019)

Haar vorige album Phases noemde ik een soort muzikale ratatouille, bovendien constateerde ik dat het altijd maar afwachten is waar Olsen mee op de proppen komt.

Op haar vierde, ambitieuze album All Mirrors is een grote rol weggelegd voor de strijkers, vakkundig gearrangeerd door de dertigjarige Ben Bobbit. Hij wordt ook bij bijna alle nummers als coauteur vermeld. Zoals de titel al doet vermoeden, houdt ze zichzelf spiegels voor.

Het is niet alleen een album van zelfreflectie maar ook van stemmingen. Dat laatste zorgde er vooral voor dat ik moest wennen aan het album. Zo wordt in de opener Lark op inventieve wijze gebruik gemaakt van dynamiek. Een aantal thema’s zijn liefde, vertrouwen, zelfkritiek, empathie en schoonheid.

Regelmatig pakt ze grootst uit, met een sound die vooral refereert aan de jaren tachtig, denk aan Siouxsie & The Banshees, Slowdive en Cocteau Twins. In het aanstekelijke What It Is, een van mijn favoriete liedjes, hoor je duidelijk de invloed van ELO. Olsen is vol overgave op zoek gegaan naar een nieuw geluid en is daarin geslaagd.

All Mirrors heeft wat tijd nodig om onder de huid te kruipen. Op de voorkant van het prachtig in zwart-wit vormgegeven tekstboekje staat Olsen al geduldig voor haar spiegeltent te wachten om de luisteraar vol trots een rondleiding te geven.

Angel Olsen live:

6-2 AMSTERDAM: Paradiso
7-2 BORGERHOUT: De Roma

Angel Olsen - Phases (2017)

De populaire Amerikaanse singer-songwriter uit St. Louis behoeft natuurlijk geen verdere introductie. Haar songschrijvers- en zangcapaciteiten worden door velen geroemd. Het is altijd weer afwachten bij een nieuwe release, waarmee ze op de proppen komt.

Op haar laatste album My Woman werd regelmatig, met name door de gitaren, stevig uitgepakt. Het nieuwe album is een samenraapsel van een twaalftal oude nummers, covers, B-sides en nieuwe liedjes. Dat klinkt minder interessant dan het album in werkelijkheid is.

Opener Fly on Your Wall zal menigeen kennen van de Bandcamp compilatie Our First 100 Days, dat gezien kan worden als een protest van een groot aantal artiesten tegen president Trump.

Een overgebleven track van de My Woman-sessies is Special, een wat afwijkend nummer tussen de rest van de songs. Zeker geen leftover, spannende zang en vier akkoorden op een gitaar leveren hier een prachtsong op. Het roept trouwens door de gitaar bij mij herinneringen op aan de Velvet Underground.

Toch gaat mijn voorkeur uit naar haar klein gehouden songs als Sans, waarin ook weinig vocale acrobatiek gebruikt wordt. Gelukkig zijn er daar genoeg van te vinden.

Het meest lo fi klinkt de Springsteen cover Tougher Than the Rest. Het lijkt wel of het nummer in een badkamer is opgenomen.

In het wat stevigere Sweet Dreams goochelt ze met stembuigingen, wat mij persoonlijk enigszins stoort. Wel knap gedaan overigens. Wel is tekstueel gezien het glas vaak halfleeg bij Olsen, zoals in het treurige liefdesliedje For You.

Phases is een soort muzikale ratatouille, maar dan wel een heel lekkere variant ervan.

Angelo De Augustine - Swim Inside the Moon (2017)

4,5
Eigenlijk was Sufjan Stevens van plan alleen nog maar eigen werk uit te gaan brengen op zijn Asthmatic Kitty-label. Na het horen van opnames, die bestemd waren voor het tweede album van Angelo De Augustine veranderde hij direct van gedachte.

Niet alleen Sufjan Stevens en ik hoorden direct dat deze vierentwintigjarige jongeman uit Californië bulkt van het talent. Ook onder anderen Thomas Bartlett (The Gloaming) onderkende al eerder zijn muzikale kwaliteiten.

Op de binnenhoes bedankt Angelo een groot aantal mensen, die een groot aandeel hadden in zijn muziekcarrière. In de eerste plaats zijn moeder, die in haar eentje hem een zorgeloze en zorgzame jeugd bezorgde.

Zijn carrière begon reeds tien jaar geleden. Twee jaar geleden was hij gedwongen een periode rust te nemen door een ziekte, die zijn stem bedreigde. Gelukkig herstelde zijn stem volledig.

De gebruikte opnamemethode was eenvoudig. Hij gebruikte een Shure SM57 microfoon, die geplaatst werd in de badkamer en zijn analoge opname apparatuur stond in de kamer ernaast. Opnemen in een badkamer is overigens niet nieuw, Jim Morrison deed het al voor het album L.A. Woman.

Op zijn tweede album Swim Inside the Moon houdt Angelo zijn breekbaar gezongen liedjes klein. Naast zijn akoestische gitaar maakt hij spaarzaam gebruik van synthesizers, elektrische gitaar en de honderd jaar oude piano van zijn moeder.

Dat het album uitgekomen is op Asthmatic Kitty, is niet vreemd, je zou hem kunnen zien als de missing link tussen Sufjan Stevens en Elliot Smith. Daarnaast hoor je in het gitaarspel ook af en toe de invloed van Nick Drake.

Het lijkt me dan voor de hand liggen, dat liefhebbers van zowel Sufjan Stevens en Elliott Smith, maar ook die van Nick Drake, waarschijnlijk dit album zullen gaan omarmen als een dierbaar kleinood. In november komt Angelo naar de lage landen voor een paar concerten. Maar voordien zal hij in Amerika en Canada nog een aantal concerten geven samen met Moses Sumney, nog zo'n opmerkelijk talent. Hopelijk gaat u begin november kijken naar dit buitengewone talent.

Angelo De Augustine live:

04-11 DEN HAAG: Crossing Border Festival
05-11 MAASTRICHT: Lumière
07-11 BRUSSEL: Botanique / Rotonde

Angharad Drake - Ghost (2017)

5,0
Eind vorig jaar trok de video van Baby op de website van Folkradio UK al mijn grote aandacht. Helaas kwam ik de release van haar debuutalbum Ghost pas onlangs op het spoor. De vierentwintigjarige Angharad komt uit Brisbane, Australië, maar de wortels van haar grootouders liggen echter in Ierland en Wales.

Het is dan niet zo vreemd dat ze haar bijzondere voornaam Angharad dankt aan een persoon uit de beroemde Welshe novelle How Green Was My Valley van Richard Llewellyn. Haar naam betekent in het Engels “free from shame” of “most beloved”.

Het zal U wellicht niet verbazen dat met haar achternaam haar favoriete artiest Nick Drake is. Vorig jaar werd zelfs op weg naar het altaar door haar kersverse echtgenoot Alexander het toepasselijke Place to Be voor haar gezongen. Overigens hoor je niks van haar voorliefde voor Nick Drake terug in haar muziek.

Regelmatig wordt ze vergeleken met Bon Iver, maar vooral met Laura Marling en met de vroege periode van Joni Mitchell. Persoonlijk hoor ik toch vooral een eigen geluid. De bedoeling was om het gehele album op te nemen met haar goede vriend en uitstekende geluidstechnicus Samuel Joseph. Slechts Baby en Bullet werden onder zijn leiding opgenomen, omdat hij daarna plotseling op tournee moest.

De rest van de songs werden in alle rust thuis opgenomen, geproduceerd door echtgenoot Alexander, die trouwens de achternaam van zijn vrouw aannam. Als je goed luistert kun je op de achtergrond vogels en een kattenbelletje horen. Het zijn liedjes die zonder uitzondering een inkijkje geven in haar ziel.

Opvallend is haar liefelijke, redelijk hoge stem. Naast eerder genoemde invloeden, in het bijzonder fraaie Carpet waart de geest van The Beatles ten tijde van Revolver rond. Het zou er zelfs niet op misstaan hebben.

De geweldige slide- en elektrische gitaarpartijen worden gespeeld door hun vriend Declan, die ook nog de saxofoon ter hand neemt. Haar man Alexander zingt wat achtergrondvocalen en bespeelt de bas en synthesizer en hun vriend Alister de drums. De overige instrumenten, waaronder de dulcimer, zijn voor rekening van Angharad zelf.

Haar muziek heeft voor mij dezelfde puurheid en authenticiteit als die van iemand als Courtney Marie Andrews. Op dit moment is Angharad op tournee in Canada, maar kijkt ze alweer gretig vooruit om weer de studio in te duiken. Door het gegroeide zelfvertrouwen wil ze dan vooral gaan experimenten met de sound.

Dat dát zelfvertrouwen terecht is, bewijst Ghost voor de volle honderd procent. Sterker nog, Ghost behoort tot de meest fraaie releases in het folk en singer-songwriter genre van dit lopende jaar.

Angie McMahon - Salt (2019)

Op waarschijnlijk de warmste dag van het jaar tot nu toe, met mogelijk een nieuw warmterecord, zal menigeen wel wat extra zout kunnen gebruiken. Salt is de titel van het volwaardige debuut van de Australische singer-songwriter Angie McMahon.

Van de gegevens op haar website werd ik niks wijzer en de enige informatie die gekscherend op haar Facebookpagina wordt vermeld, is “Yells words at microphone”. Ze schijnt ongeveer vijfentwintig te zijn. Voor haar solocarrière zong ze in de negenkoppige soulband The Fabric.

Haar talent en singles bleven de afgelopen jaren niet onopgemerkt, want ze opende twee jaar geleden voor Bon Jovi tijdens hun Because We Can Tour. Haar inspiratie voor Salt haalde ze van uiteenlopende invloeden als Bruce Springsteen, Big Thief en Lianne La Havas.

McMahon heeft een stem met een hees randje en draagt haar hart op de tong. Dat levert de nodige intense songs op als And I Am a Woman, wat ontstond na een verhitte discussie met iemand. In plaats het gesprek na afgekoeld te zijn verder te hervatten, schreef ze het van zich af. Het handelt ook over de strijd tussen man en vrouw.

Haar liedjes worden erg sober ingekleurd, maar hier is less more. Dat haar ster verder rijzende is bewijst ook dat ze binnenkort staat op het Sziget Festival en het Newport Folk Festival. Ik denk dat bijvoorbeeld de liefhebbers van de intense en sobere muziek van Julien Baker wel raad zullen weten met Salt.

Anna & Elizabeth - The Invisible Comes to Us (2018)

4,5
Het non-profit label van het Smithsonian Institution, Smithsonian Folkways Recordings, staat al zeventig jaar garant voor fraaie releases op het gebied van traditionele muziek. Zeer recent brachten ze nog de sublieme compilatie Hot Jazz, Cool Blues & Hard-Hitting Songs van Barbara Dane op de markt.

Onlangs wisten ze het eigenzinnige folkduo Anna & Elizabeth te strikken voor hun label. The Invisible Comes to Us is inmiddels hun derde album. Hun inspiratie vonden ze voor een groot deel bij veldopnames lang geleden gemaakt door Helen Hartness Flanders. Zij verzamelde folk ballades afkomstig uit New England, maar vooral uit het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Zij werkte in 1939 samen met de legendarische Alan Lomax.

Soms klinken de songs redelijk conventioneel, maar bij tijd en wijle ook schurend en experimenteel. Met name By the Shore en Farewell to Erin zal voor de meeste luisteraars even wennen worden. Aan de hand van medeproducer Benjamin Lazar Davis (Cuddle Magic) weten ze stokoude traditionals met veel succes nieuw leven in te blazen.

Naast traditionals ook een eigen compositie, vorig jaar geschreven samen met Davis, getiteld Woman Is Walking. Hun bijzondere stemmen worden vaak begeleid door subtiele instrumentatie. Ze kunnen wat mij betreft gerekend worden tot de vaandeldragers van de vernieuwers van traditionele muziek.

fROOTS noemde The Invisible Comes to Us al een meesterwerk, volgens mij hebben ze gelijk.

Anna Mitchell - Anna Mitchell (2017)

5,0
In 2015 behoorde het debuutalbum Down to the Bone van de Ierse singer-songwriter Anna Mitchell voor mij tot de fraaiste albums van dat jaar. Niet alleen door de prachtige liedjes waarin de nodige americana-invloeden doorklinken, maar misschien nog meer door haar warme, uit duizenden herkenbare melancholische stem. Een stem die me diep wist te raken.

Het album bleef niet onopgemerkt en ook Simone Felice was onder de indruk ervan en vroeg Anna om hem te begeleiden op zijn Amerikaanse tournee. Ervaring ervoor deze al op bij Mick Flannery, ooit een grote inspiratiebron voor haar om een muziekcarrière te beginnen. Overigens zijn beiden opgegroeid in het kleine plaatsje Blarney.

Bij de opener van haar tweede album Anna Mitchell, All These Things, zat ik direct op het puntje van mijn stoel. Vooral de inventieve percussie en heerlijke koortjes trokken mijn aandacht. Naast haar melancholische stem natuurlijk.

Anna schrijft alle liedjes, maar de inbreng van haar begeleiders is gegroeid. Duidelijke rockinvloeden kenmerken het ijzersterke It Pours, met belangrijke bijdrages van nieuwkomers Alan Comerford (gitaren) en Rory McCarthy (orgel).

Radio Waves had eventueel ook op het debuut kunnen staan, hier zijn meer countryinvloeden te horen. Voor het eerst zijn in het fraaie Never Learn, licht Ierse invloeden waarneembaar (viool).

Goed in het gehoor liggend is Get Out, wat mede door de felle zang van Anna zeer overtuigend gebracht wordt. Reeds bekend was Dog Track, het was de voorbode dat de band hier en daar uit een steviger vaatje ging tappen.

Het epische en ingenieus opgebouwde Better Life is wat mij betreft één van de hoogtepunten. Alle songs werden dus ook deze keer weer geschreven door Anna op de cover Lovin’s for Fools (met opnieuw lichte Ierse invloeden) van Sarah Siskind na.

Zeer memorabel is het refrein van Slice of the Pie, wat om de haverklap bij mij opborrelt. Op overtuigende wijze wordt afgesloten met Come Home. Een aantal van de songs werden geschreven tijdens haar tour door Amerika.

Het artwork van het klaphoesje is eigenzinnig en bijzonder fraai. Countryinvloeden overheersen nog, maar men is duidelijk bezig nieuwe wegen te ontginnen, wat de variatie ten goede komt. Op dit moment toert Anna met haar band door Duitsland, ze zou echter gisteren absoluut niet misstaan hebben op TakeRoot.

Maar niet getreurd, aanstaande vrijdag zal ze met haar band te zien zijn in de Spiegeltent in Gouda om dit overtuigende album te komen presenteren.

Anna Mitchell - Dog Track Live + Cork Opera House Concert Orchestra - YouTube

Anna Mitchell - Down to the Bone (2015)

4,5
Anna Mitchell is geboren en woonachtig in Cork, maar groeide op op een boerderij vlakbij Blarney, bekend om zijn kasteel en de daar aanwezige steen. De belangstelling voor zingen begon, zoals bij veel Ieren, al heel vroeg. Eerst op school en wat later in de pub, tijdens de sinds mensenheugenis populaire sing songs. Ook studeerde ze muziek aan de universiteit. Na het zien van een optreden van Mick Flannery in de Cork Opera House was ze geheel overtuigd dat ze zangeres en songschrijfster wilde worden.

Mijn aandacht op Down To The bone werd gevestigd door de mooie, opvallende hoes, gemaakt door de talentvolle Cassie Kirby, die wel vaker muzikanten portretteert. Direct vanaf de eerste beluistering werd ik volledig ingepakt door de fraaie, melancholische stem van Anna. Veel van de liedjes zijn droefgeestig van aard.

De meeste teksten zijn overigens niet gebaseerd op haar eigen ervaringen, ze leidt een zeer gelukkig leven, maar veelal zijn het observaties van anderen. Die teksten zijn overigens bovengemiddeld, zoals al direct blijkt in opener Paradise: “Sometimes, paradise, can be hell, You know I'm melodramatic, I'm too sympathetic, Kind of a door mat, And I lie for the thrill of it” De sfeer in dit nummer wordt direct bepaald door de cello en piano. Anna schrijft songs met een kop en een staart.

Velen ervan bezitten een prachtige melodie, zoals persoonlijke favorieten Tennessee en What’s a Fool to Do. Of een memorabel refrein wat zich in het brein nestelt, zoals Let’s Run Away, wat overigens prachtig wordt ingekleurd door een mondharmonica en gitaar. De zang in My Consent roept bij mij herinneringen op aan de Waalse zangeres Jo Lemaire. Het moge duidelijk zijn dat Anna Mitchell een talentvol songschrijfster en zangeres is, iets wat allang werd onderkend door Simone Felice. Hij nam onlangs Anna mee op toernee door Amerika.

Naast een solocarrière maakt ze, net als haar vriend Brian, ook al 3 jaar deel uit van John Blek & The Rats. Deze groep maakt ook muziek waarin veel country-invloeden te vinden zijn. John Blek beschikt trouwens net als Anna over een geweldige stem en werkte hij mee aan het album. Net als onder anderen Pat Crowley, tot voor kort een van de vaste begeleiders van Mary Black (Black is gestopt met optreden). Tot nu toe speelde ze een keer in Nederland, afgelopen april. In oktober/november volgt een nieuwe toernee door Duitsland, hopelijk maakt ze ook uitstapjes naar Nederland!

Down To The Bone is een buitengewoon fraai debuutalbum vol smartelijke liedjes.

Anne-Marie Giørtz - Capital Punishment for Cars (2016)

4,5
Naast een solocarrière maakt de Noorse zangeres Anne-Marie Giørtz ook deel uit van Ab und zu en Trio de Janeiro. Haar vorige in het Noors gezongen en met positieve kritieken overladen album På Egne Vegne dateerde alweer uit 2011.

Dat was het jaar dat haar goede vriendin Fran Landesman overleed. Van oorsprong een Amerikaanse dichteres, die eerst bekend werd als componist. Zo nam Miles Davis de compositie Nothing Like You van haar op, wat op zijn album Sorcerer zou belanden.

Tijdens hun dertig jaar durende vriendschap had Landesman de gewoonte om haar nog niet gepubliceerde gedichten reeds naar Giørtz te sturen. Zij kent die gedichten dus als geen ander. Voor Capital Punishment for Cars gebruikte Giørtz er een zevental van om die op muziek te zetten.

Meestal deed ze dat op voortreffelijke wijze zelf, Twilight echter samen met producer Eivind Aarset. Daarnaast twee composities geheel van eigen hand, I Don’t Know Why en I’m Alive.

Voor de fascinerende opener en titelsong schreef Guttorm Guttormsen de muziek, net als voor drie anderen. De tekst is een gedicht van Rod McKuen, eind jaren zestig, begin jaren zeventig de beste verkopende dichter in de Verenigde Staten. Begin jaren zeventig was McKuen erg populair in Nederland als zanger, vooral dankzij Willem Duys. Hij scoorde twee grote hits die de hoogste positie haalden, Soldiers Who Want To Be Heroes en Without a Worry in the World.

In Make New Friends maakt ze gebruik van een gedicht van de Welshe componist Joseph Parry. Muzikaal gezien valt er bijzonder veel te genieten. Met name de gebruikte percussie is bijzonder subtiel. Slechts sporadisch zijn er invloeden te horen zoals in Middleclass Blues, duidelijk geïnspireerd door het album Dummy van Portishead.

Maar over het algemeen klinken de composities behoorlijk origineel. Dynamiek speelt ook een grote rol, maar het is toch vooral de voordracht van Giørtz, die de songs naar een hoger niveau tillen. Soms voegt men ook niet alledaagse instrumenten toe zoals de guzheng, wat voor een oosterse sfeer zorgt in Secret of Silence. De cd is opgedragen aan haar overleden vriendin Annine Qvale Gasvik, de maakster van het artwork van de vorige schijf.

Het is alweer vier jaar geleden dat ik zo’n spannend en origineel album hoorde, namelijk Rabbit Rabbit Radio, Volume 1 van Rabbit Rabbit. Noorwegen blijft me iedere keer weer opnieuw verrassen als muziekland. Nederlandse release is 26 mei aanstaande.

Anton Walgrave - Where Oceans Meet (2016)

4,5
“This is about love. As a constant undercurrent in our lives, that connects and binds. Makes us realise we're one. It’s here, and always been. Reconnect.” schreef Anton Walgrave op de voorpagina van zijn tekstboekje van zijn album Where Oceans Meet. Woorden die meer dan ooit van toepassing zijn op onze huidige, zeer instabiele maatschappij.

Het is overigens mijn eerste kennismaking met zijn muziek. Sinds 2000 brengt hij albums uit, dit is intussen zijn achtste. Nooit is zijn werkwijze hetzelfde. Deze keer koos hij ervoor het album live op te nemen over twee avonden, 6 en 7 juni 2016 op een sfeervolle locatie, een achttiende-eeuwse kapel in Dilbeek, nabij Brussel.

Als extra uitdaging werd alles ook nog eens op beeld vastgelegd. Deze filmpjes zijn overigens terug te vinden op zijn website. Hij wordt op deze zeer meeslepende cd bijgestaan door een aantal strijkers. De fraaie strijkersarrangementen werden verzorgd door Beatrijs de Klerck.

Vooral de expressieve, passionele zang van Anton zijn een openbaring voor me. Er is trouwens weinig van te horen, dat dit live opnames zijn, want het publiek is muisstil, waarschijnlijk opgaand in de schoonheid van zijn prachtige composities.

De verkoop van zijn cd’s is opmerkelijk, de koper kan zelf bepalen wat hij de cd waard vindt. Nog opmerkelijker is dat Anton op zijn website volledige inzicht geeft in zijn verdiensten. Daaruit blijkt dat het niet bepaald een vetpot is.

Ik ben benieuwd wat u zijn muziek waard vindt. Eigenlijk vind ik zijn meeslepende muziek niet goed in geld uit te drukken, eigenlijk onbetaalbaar.

Any Vegetable - Veg Out! (2016)

4,5
Op de Bandcamppagina van de platenmaatschappij staat bij de omschrijving van deze formatie: “a group that can (AND WILL) blow your mind”. En laat dat net bij mij gebeurd zijn. Het idee voor deze groep ontsproot aan het brein van bassist Pieter Douma (BGUTI Orchestra, Blowbeat).

Een groep die moest gaan bestaan uit ervaren krachten en een paar jonge honden. De andere muzikanten van Any Vegetable zijn Aldo Spadaro (gitaar en slide), René Creemers (drums en percussie), Lizzy Ossevoort (zang), Baer Traa (zang en akoestische gitaar) en Johan Jansen (pedal steel).

Veg Out! werd mede door crowdfunding via Voordekunst gefinancierd. Ze omschrijven zichzelf als een krachtige rockgroep, die verder invloeden uit de jazz, country, blues en funk in hun muziek verwerken. Zelf hoorde ik ook nog wat reggae-invloeden.

Wat mij vooral aantrekt in hun muziek is, dat de songs boordevol inventieve wendingen zit, ook in de zang. Bij de opener Bird in Green zat ik direct op mijn puntje van mijn stoel, met name door de opvallende zang, en dat overkomt mij nog maar hoogst zelden.

De opener gaat naadloos over in het behoorlijk stevige Bottomfeeder Blues. Hier vechten diverse gitaren om de hoofdrol. De enige cover is het bekende ABBA-nummer the Name of the Game, wat geweldig gezongen wordt door de jonge zangeres Lizzy Ossevoort, die over een krachtige stem beschikt. Het ondergaat hier een transformatie naar een rocknummer.

De meeste nummers werden geschreven door Bouma en Traa. De zang wordt overigens keurig verdeeld onder de vocalisten. Zo wordt er in Don’t Really Think So gebruik gemaakt van beurtzang. Opvallende rol is hier voor de pedal steel. Een rustpunt vormt The Greatest Lie Ever Told. Vooral het fraaie gitaarspel valt hierop.

Mijn favoriete track is het funky Sweet Magnolia White, probeer daar maar eens stil bij te blijven zitten, gaat niet lukken. Van Dirt zag ik zojuist op YouTube een live uitvoering. Het lijkt me zeker geen straf om deze groep live te gaan zien! Let vooral op de heerlijk scheurende gitaren.

Op de laatste drie nummers is gastmuzikant Morris Kliphuis te beluisteren op hoorn. De koortjes op Dinner For 2 lijken een beetje op die uit de tweede helft van de jaren zestig. Van een loom reggae ritme is Colors voorzien. Bovendien doet het erg jazzy aan, net als afsluiter The Kids. Beiden zitten vol met inventieve wendingen.

Voor mij is Veg Out! een divers en verrassend rockalbum van een groep met veel potentie.

Any Vegetable - Dirt - YouTube

Aoife O'Donovan - In the Magic Hour (2016)

4,0
Aoife O’Donovan groeide op in Newton, Massachusetts. Door de achtergrond van haar familie raakte ze al vroeg geïnteresseerd in de Amerikaanse folkmuziek van onder anderen Joan Baez en Bob Dylan. Ze studeerde moderne improvisatie aan New England Conservatory of Music, waar ze in 2003 afstudeerde. Tijdens haar studie daar leerde ze Corey DiMario kennen, met hem zou ze in 2001 Crooked Still formeren. Deze groep bracht een viertal prachtige albums uit en bestaat volgens mij nog steeds.

Vorig jaar besloot ze om samen met de uiterst getalenteerde dames Sara Watkins (Nickel Creek) en Sarah Jarosz het folk trio I’m With Her op te richten en brachten ze een EP uit. Haar solocarrière startte zeer succesvol met de release van haar door Tucker Martine geproduceerde debuutalbum Fossils uit 2013. Het ontving veel lovende recensies.

In the Magic Hour is wederom geproduceerd door Tucker Martine, een gerenommeerd producer én geluidstechnicus. Hij werkte samen met artiesten als Sufjan Stevens, Bill Frisell, Beth Orton en Black Prairie. Een logische keuze, want hij was verantwoordelijk voor het avontuurlijke geluid op het debuut. Het volle geluid is gebleven, de bluegrass invloeden zijn wat naar de achtergrond verdwenen.

Volgens het persbericht is het album geïnspireerd door het overlijden van haar opa. Maar volgens Aoife dekt dat niet de hele lading. Ze haalde ook haar inspiratie uit nostalgie, cirkel van het leven en vooral uit herinneringen aan vakanties uit haar jeugd in Ierland. Haar vader is afkomstig uit Clonakilty, een klein Iers kustplaatsje vlak onder Cork, waar nog steeds familie van haar woont. Vandaar de hoesfoto; ze staat hier met strik afgebeeld op het strand.

Haar vader zong vroeger vaak liedjes voor haar, een ervan is terug te vinden in de vorm van de traditional Donald Og (Gaelic voor jonge Donald). Het is een luisteralbum waarvoor ik ruimschoots de tijd genomen heb, om het goed te kunnen doorgronden, want dat vraagt de plaat. Ze beschikt overigens over een van de meest aangename stemmen, die ik ken. Erwin Zijleman vergeleek haar stem in zijn recensie over Fossils, met die van Alison Krauss. Een vergelijking die volgens mij terecht is.

In the Magic Hour vraagt enige gewenning, maar kruipt dan langzaam onder de huid. Wederom een prachtig album van Aoife.

Arlan Feiles - What Kind of World? (2019)

4,5
Zo’n vijfentwintig jaar geleden leek het dat de Amerikaanse singer-songwriter Arlan Feiles zou gaan doorbreken. Hij werd in een club in Miami ontdekt door arrangeur, geluidstechnicus en producer Tom Dowd. Zowel als geluidstechnicus (vooral jaren 50 en 60) en producer werkte hij samen met grote namen van diverse pluimage, waaronder Aretha Franklin, Dusty Springfield, John Coltrane, Charles Mingus, Cream en Solomon Burke.

Dowd werd Arlan’s mentor en producer. In 1994 namen ze samen in de legendarische Criteria Studios in Miami een album op voor het Island label, wat helaas nooit het levenslicht zag. Een serieuze doorstart volgde precies een decennium later toen hij voor het label Y & T Music uit Miami het album Razing a Nation: The Ballad of a New Lone Ranger uitbracht. En sinds 2008 verschijnen zijn albums op het label Not-Pop Records.

Intussen is het beter gesteld met zijn bekendheid, zo werden zijn liedjes in de nodige tv-programma’s en in de film “Dallas Buyers Club” gebruikt. Op de vertederende hoes van zijn nieuwste album What Kind of World? staat zijn jongste telg, nu veertien maanden oud, Noah Song afgebeeld. Voor hem schreef hij het (slaap)liedje I Know a Song, in de titel zit een subtiele verwijzing naar zijn voornaam.

In eerste plaats is Arlan een familieman en koos daarom zo’n tien jaar geleden voor financiële zekerheid door pianostemmer te worden. Een beroep wat volgens Arlan minder saai is dan het lijkt. Twee jaar terug mocht hij de pianostemmen voor de grootschalige Broadway show van Bruce Springsteen. Hierbij nam Springsteen in de zaal plaats en vroeg Arlan om iets te spelen. Hij zong heel toepasselijk 50 Miles over de mars op Selma in 1965.

Een liedje wat ook zijn Joodse afkomst raakt. Bij die bewuste mars liep namelijk de eenbenige Jood Jim Letherer mee. Arlan is een vierde generatie Amerikaan wiens Joodse overgrootvader oorspronkelijk uit Oostenrijk kwam, met vertakkingen over heel Oost-Europa.

Naast voor zijn zoontje schreef hij ook liedjes voor zijn twee dochters. Voor zijn oudste dochter Tessa schreef hij This Broken Heart en voor Layla schreef hij Layla. Tevens een eerbetoon aan zijn overleden mentor Tom Dowd, die producer was van de klassieker Layla and Other Assorted Love Songs.

Als vader van drie jonge kinderen denkt hij natuurlijk geregeld na over hun toekomst, het is een belangrijk thema op het album, vooral in opener, titel song en sleutelsong What Kind of World? Daarnaast kaart hij thema’s als politieke verdeeldheid, leven in vrijheid, vreemdelingenhaat, mediacensuur, corruptie en klimaatproblemen aan.

Zo wordt in 50 Years of Kavanaugh de zeer omstreden benoeming door Trump van opperrechter Brett Kavanaugh op de korrel genomen. Muzikaal gezien is Arlan niet voor een gat te vangen, het varieert van gospel,soul, blues, folk tot aan singer-songwriter.

Op een na schreef hij alle liedjes zelf, de fraaie afsluiter Room to Grow schreef hij samen met Elias Elena, eerder muziek uitbrengend onder de naam Elìas Krell. Hoe hun samenwerking tot stand kwam en waar het liedje volgens Arlan over gaat :

” I met Eli at a songwriter retreat, NY 2017 and fell in love with her music. Her past album is terrific. We didn’t get a chance to write together at the retreat so afterwards we met up in the garden of the Brooklyn children's museum and wrote this sweet song together. I think it’s about dealing with loss and struggle. When we have a loss there is a space. A void in our lives and we wanted to express that loss can be an opportunity to fill the space with love, hope and dreams. Always room to grow.”.

What Kind of World? is niet alleen een fraai album, maar geeft ook een duidelijke inkijk in wie Arlan is, maar ook waar hij voor staat. Vorige maand toerde hij nog door Nederland, maar die toer moest helaas abrupt afgebroken worden door droevige omstandigheden. Arlan hoopt spoedig terug te komen. Nederland heeft overigens de primeur met de release van What Kind of World?, want in thuisland Amerika staat de release pas voor volgend jaar gepland. Het is nu alleen bij Lucky Dice verkrijgbaar.