menu

Hier kun je zien welke berichten Lura als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Aaron Frazer - Introducing... (2021)

4,5
De zingende drummer Aaron Frazer van Durand Jones & The Indications vond het tijd worden om een soloalbum uit te brengen. In amper een week nam hij Introducing… op, met Dan Auerbach als producer. De ene helft van de nummers schreven ze samen, de andere helft werden ze iedere keer geholpen door een coauteur. Daarnaast arrangeerden ze samen alle nummers.

De songs worden gezongen met de kenmerkende falsetto van Frazer, waarin je vooral invloeden hoort van Curtis Mayfield en Smokey Robinson. Muzikaal gezien grijpt men vooral terug naar soulinvloeden uit een grijs verleden. Men past soms ook de fade-out toe, wat vroeger vaak gebruikt werd. Maar er zijn ook moderne invloeden te horen. Ritmisch gezien maakt men af en toe gebruik van hiphopinvloeden.

Tekstueel gezien is de liefde regelmatig het onderwerp, maar ook maatschappijkritische thema’s worden niet geschuwd. Zo maakt Frazer in Bad News zich grote zorgen over hoe de mensheid omgaat met het milieu. Een thema waarover Marvin Gaye al zong in 1971 op zijn soulklassieker What’s Going On.

Niet alleen in woorden is hij geëngageerd, maar ook in daden. Hij steunt Sol Nation’s Good News Bad News campaign, een organisatie, die oplossingen aandraagt en toepast voor milieuverbetering. Daarnaast steunt hij ook een campagne, die zich inzet voor de zwakkeren in onze samenleving.

Naast Dan Auerbach op gitaar zijn een groot aantal door de wol geverfde muzikanten te horen op het album, zoals bijvoorbeeld leden van The Memphis Boys. De kwaliteit van de songs hebben overigens duidelijk niet geleden onder het snelle ontstaansproces. In tegendeel, Introducing… wist mij snel te overtuigen en zal zeker bij liefhebbers van Curtis Mayfield in de smaak gaan vallen.

Aaron Lee Tasjan - Tasjan! Tasjan! Tasjan! (2021)

4,0
Dankzij het blog Krenten uit de pop van collega Erwin Zijleman maakte ik in 2016 kennis met het uitstekende tweede album Silver Tears van deze in Nashville residerende singer-songwriter. Erwin was terecht lovend : “Silver Tears is een plaat die zo lijkt weggelopen uit de jaren 70. Bij eerste beluistering hoorde ik direct de invloeden van met name Harry Nilsson, Randy Newman en af en toe Roy Orbison (of Chris Isaak)”. Ikzelf had diezelfde ervaring. Voordat Tasjan zijn solocarrière begon speelde hij een blauwe maandag in de door hemzelf meeopgerichte, door glamrock beïnvloede, band Semi Precious Weapons. Hij is nog te horen op het in 2008 verschenen en door Tony Visconti geproduceerde debuutalbum We Love You. Het nieuwe, vierde soloalbum Tasjan! Tasjan! Tasjan! kan gezien worden als zijn persoonlijke dagboek van de laatste paar jaar. Zodra de liedjes af waren nam hij ze meteen op. Het geluid van de nieuwe songs is behoorlijk retro. Deze keer zijn er af en toe zelfs Beatlesinvloeden te horen, vooral in Another Lonely Day. Zijn grote gitaartechnische kwaliteiten hoor je het beste terug in Feminine Walk. Uit betrouwbare bron vernam ik dat Tasjan een aimabel persoon is, die volop de connectie zoekt met zijn publiek. In zijn persoonlijke, intelligente teksten klinkt de persoonlijkheid door van een warm persoon met weinig affiniteit voor hedendaagse technologie. Maar hij blijkt ook een familiemens, want het meer dan uitstekende Tasjan! Tasjan! Tasjan! is opgedragen aan zijn eind 2019 op zesennegentig jarige leeftijd overleden oma Seville Roby Tashjian. Nee, de achternaam is niet verkeerd gespeld, want Aaron’s achternaam is officieel Tasjian.

Ad van Meurs - De Weg Is een Vriend (2014)

4,5
Eind 79/begin 80 stapte Ad over van piano op gitaar en vormde toen de groep W.A.T., oftewel World According To. De groep bestond naast hemzelf uit partner Ankie Keultjes en Frank van Nieuwenhof. Het debuut uit 1983, Defreeze, is een cultplaat gevuld met new wave en synthesizerpop. De overige twee platen bevatten een mix van folk en blues. De groep bestond tot 1988.

Eind jaren 80 besloot hij om met een aantal oude schoolvrienden weer rootsmuziek te gaan maken, onder de naam The Watchman. Het debuutalbum werd door niemand minder dan Joe Boyd (Nick Drake, Fairport Convention en R.E.M.) geproduceerd.

Ook werd het album gerecenseerd in gerespecteerde bladen als Rolling Stone en Billboard. Meer dan 10 albums zouden nog volgen. In hun muziek is een prominente rol weggelegd voor de saxofoon, bespeeld door Menno Romers. Soms bespeelt hij zelfs de bariton- en sopraansaxofoon, in navolging van Dana Colley, tegelijkertijd.

Naast The Watchman speelt hij nog in de bands Hootenanny Jim, Broeders van het Zuiden, NO blues en het trio Folksurvival Club. Naast muzikant is hij ook een groot muziekliefhebber. Hij organiseert onder de noemer Ad van Meurs presenteert iedere week in Mijnheer Frits te Eindhoven een fantastische muziekavond van met name minder bekende, maar fantastische artiesten zoals bijvoorbeeld Josienne Clarke & Ben Walker, die aankomend seizoen zullen optreden. En of dat nog niet genoeg was vond hij de tijd rijp om ook nog eens een solocarrière te ambiëren.

De weg is een vriend is, na En soms, zijn tweede soloalbum. Wederom is gekozen voor het Nederlands. Een meer dan voortreffelijke keuze, omdat het zijn muziek een stuk persoonlijker maakt. Hij zingt zijn liedjes met een licht Brabants accent in tegenstelling tot bijvoorbeeld Gerard van Maasakkers.

Bovendien staan de teksten erg dicht bij hemzelf. Daardoor weet hij erg te ontroeren , zoals in bijvoorbeeld Pauwkes. Het handelt over het optreden van hemzelf, maar meer nog over de allereerste concerten die hij begin jaren 70 bijwoonde in Pauwkes Jazzcorner in Beek en Donk. Hij zag daar de meest uiteenlopende acts, wat zijn liefde voor muziek nog meer zou stimuleren. Uit de tekst blijkt duidelijk dat dit een mooie en belangrijke periode in zijn leven is geweest. Ook de muziek is buitengewoon prachtig.

In De kracht van muziek wordt op indringende wijze zijn eerste blauwtje, die hij op zestienjarige leeftijd opliep, beschreven en hoe hij hierna zijn toevlucht zocht in de muziek. Waarschijnlijk een voor velen van ons herkenbaar verhaal.

Ook mooi is de tekst van Als je kind in de war is, waarin de problemen die zorgzame ouders eventueel op pad tegen kunnen komen, worden beschreven. Origineel is de invalshoek van Niet in een liedje. Hierin legt hij waarom geen liefdesliedje wil schrijven, maar in feite is het gewoon een liefdesliedje.

Ook valt er muzikaal veel te genieten. Om te beginnen is het gitaarwerk, verzorgd door Ad, werkelijk om je vingers bij af te likken. Zijn bijzonder relaxte en gevoelige spel maken hem voor mij tot een geweldige gitarist. Wat mij direct bij de eerste beluistering opviel was, dat de liedjes zonder uitzondering ijzersterke melodieën bezitten, zoals bijvoorbeeld het door Ankie op schitterende wijze gezongen De garnalenvissers.

Niet onvermeld mogen ook de fantastische vioolbijdragen van Diederik van Wassenaer worden! Het geheel werd voorbeeldig geproduceerd, opgenomen en gemixt door Ankie. Bij het album is een mooi tekstboekje toegevoegd.

De weg is een vriend is een bijzonder evenwichtig album met prachtige melodieën geworden, dat helaas nog maar weinig aandacht heeft gekregen van pers en publiek. Doe er wat aan zou ik zeggen!

Voor zover ik weet is het album alleen bij Ad van Meurs zelf te koop. Voor meer info zie zijn website.

Adrian Crowley - The Watchful Eye of the Stars (2021)

4,5
geplaatst:
De singer-songwriter Adrian Crowley oogt met zijn donkere uiterlijk mediterraan. Dat klopt ten dele, van moeders kant Maltees, zijn vader is Iers. Crowley werd geboren op Malta, maar groeide op in de Ierse studentenstad Galway. Begin jaren negentig verhuisde hij naar Dublin. In 1998 verbleef hij een jaar in Toulouse, waar hij liedjes componeerde en geregeld optrad. Begin 1999 keerde hij terug naar Dublin en bracht dat voorjaar in eigen beheer zijn debuutalbum A Strange King uit. Voor zijn tweede album When You Are Here You Are Family trok hij de stoute schoenen aan en benaderde hij topproducer Steve Albini, die tot zijn verbazing gretig toehapte. Op zijn voorlaatste album Dark Eyed Messenger uit 2017, werd Crowley geassisteerd door topproducer Thomas Bartlett. En voor album nummer negen, The Watchful Eye of the Stars, kon hij rekenen op de hulp van niemand minder dan John Parish. Crowley werd en wordt beïnvloed door grote verhalenvertellers uit de jaren zeventig als Leonard Cohen en Nick Drake, maar wordt in de pers ook regelmatig vergeleken met artiesten als Bill Callahan en Nick Cave. Helaas heeft hij nog steeds niet de bekendheid als laatstgenoemde. Naar mijn mening volkomen onterecht, want hij heeft intussen een prachtig oeuvre opgebouwd. Multi-instrumentalist Crowley beschikt over bijzonder prettige, warme bariton. De basis voor The Watchful Eye of the Stars vormen de op gitaar of mellotron door Crowley gecomponeerde liedjes. Hij benadert teksten net zoals hij korte verhalen schrijft. “The songs straddle the conscious and subconscious world and some are even psychedelic in my mind, but to me they are all at once true stories and born of another place.”. Interessant is voor mij het verhaal achter Crow Song. Op een stormachtige nacht in Ierland bracht Adrian Crowley's broer een gewonde kraai mee naar huis. Na er een tijdje voor te hebben gezorgd, vloog de kraai vanzelf weg, een onuitwisbare indruk achter latend. Zelf heb ik mijn prille tienerjaren een jonge kauw grootgebracht, die een jaar later ook een gevolg gaf aan de roep van moeder natuur. Het verhaal over de kraai was dus voor mij volkomen herkenbaar. De stroom van nieuwe liedjes leken min of meer volledig gevormd tot hem te komen. Samen met producer Parish wist Crowley exact wat de aangrijpende liedjes nodig hadden. Ze worden op een subtiele manier ingekleurd, zoals we dat van hem gewend zijn. Het album weet me nog iets meer te beklijven dan al zijn geweldige voorgangers. De fraaie teksten worden, zoals het hoort, meegeleverd. The Watchful Eye of the Stars is een album om zeer zorgvuldig te koesteren. Het zou zomaar eens mijn favoriete album van 2021 kunnen gaan worden.

Afton Wolfe - Kings for Sale (2021)

4,5
geplaatst:
Interessante kerel, deze tweeënveertigjarige, in het zuiden van de VS opgegroeide Afton Wolfe. Vooral de blues zit in zijn genen, maar in zijn reeds ruim twee decennia durende carrière, was hij actief in vele muzieksoorten. Producer Oz Fritz leerde hij in 2001 kennen tijdens zijn periode in de avant-gardistische groep Dollar Book Floyd. In die groep speelde ook Amy Lott, met wie hij opener Paper Piano en Steel Wires schreef. Net als Dollar Book Floyd gebruikt Wolfe de nodige instrumenten om zijn songs fraai in te kleuren.

De keuze voor Fritz lag voor de hand, niet alleen is het een goede vriend, waarmee hij over de meest uiteenlopende onderwerpen kan converseren, maar Fritz werkte ook met Tom Waits op een drietal van diens albums. Wolfe is een groot liefhebber van Waits en beschikt over net zo’n imposante rauwe stem. Wolfe debuteerde vorig jaar solo met de EP Petronius' Last Meal.

De titel van debuutalbum Kings for Sale is ontleend aan de aanstekelijke single Dirty Girl, wat over een trip door het zuiden van VS handelt, waarbij hij voor bluesliefhebbers interessante plaatsen als Clarksdale langstrekt. Op dat nummer is Mississippi bluesman en Blue Mountain frontman Cary Hudson te horen op mondharmonica en elektrische bottleneck gitaar. Aan het begin van het nummer geeft hij tevens zijn hypothese over de reden waarom Mississippi zo consequent een geografisch centrum van spiritualiteit is.

Opener Paper Piano heeft de luisteraar meteen volledig bij de les door de interessante instrumentatie en ingenieuze opbouw. Het uitstekende pianospel is voor rekening van de drieëntwintigjarige benjamin van het gezelschap, Ben Babylon. Naast een zestal uitstekende zelfgeschreven composities ook een drietal covers.

In Cemetry Blues van B.W. Goodwin Jr ontbinden Wolfe en zijn begeleiders volledig hun duivels. Een geweldige keuze is het voor mij het onbekende Mrs. Ernst’s Piano van Mike West van Truckstop Honeymoon. Het vertelt het verhaal van een pianoleraar levend in een voorstad, net na het einde van de segregatie. Door de melancholische klarinet heeft het nummer voor mij een Joods tintje. Zowel Carpenter als About My Falling zijn autobiografische songs over zijn tijd als barman.

Het is genoegzaam bekend dat het als muzikant vaak de eindjes aan elkaar knopen is, ook voor Afton en zijn vrouw. Toch neemt hij nu het risico om Kings for Sale in eigen beheer uit te brengen om zo zijn artistieke vrijheid volledig te kunnen bewaren. De naam van zijn label, Grandiflora Records, verwijst naar de Magnolia grandiflora, een boomsoort uit de tulpenboomfamilie. Van nature voortkomend in de zuidoostelijke staten van de Verenigde Staten.

Afsluiter O’ Magnolia verwijst ernaar. Het nummer is geïnspireerd op het stemmen eind vorig jaar over de verandering van de Staatsvlag van Mississippi naar een vlag waarop de bloem van de Magnolia Grandiflora het nieuwe symbool van de staat wordt. Het fraaie melancholische gitaarspel is van Cary Hudson. Liefhebbers van rauwe stemmen en door blues doordrenkte muziek zullen een heerlijke kluif hebben aan debuutalbum Kings for Sale.

Alan Vega - Mutator (2021)

geplaatst:
Het debuutalbum van het New Yorkse duo Suicide werd in 1977 lauw ontvangen door de pers, en ook door mij. Een duo in 1970 opgericht door Alan Vega (echte naam Alan Bermowitz} en Martin Rev na het zien van een Stooges concert. Zij waren de eersten die zichzelf omschreven als “punk”. Jaren later herzagen Rolling Stone en Pitchfork hun mening over het titelloze debuutalbum. Zelf heb ik nooit meer een poging ondernomen om hun muziek opnieuw te gaan beluisteren, misschien ten onrechte. Wel was ik behoorlijk enthousiast toen in 1980 het bekende titelloze debuutalbum van Alan Vega verscheen. Een album dat ver afstond van de muziek van Suicide. Voor het maken huurde hij een gitarist in. Alan Vega is een onvervalst rockabilly album. Zo is Lonely een hommage aan Elvis Presley’s Heartbreak Hotel. Presley behoorde samen met Roy Orbison en Jerry Lee Lewis tot zijn verafgode rock “n” rollzangers. Toch vond ik het degelijke album niet goed genoeg om Vega verder te blijven volgen, omdat er in mijn ogen in die tijd in New York nog veel betere muziek werd gemaakt. Onlangs viel echter Mutator in de brievenbus en de donkere, sombere hoes wekte genoeg interesse om te gaan luisteren. Na het overlijden van haar man Alan in 2016, begon diens weduwe Liz Lamere het muzikale archief door te spitten. Hierbij vond ze een aantal, meer experimentele composities, die ze in 1995/1996 samen in New York City met haar man maakte. Een album dat nauw aansluit op de muziek van Suicide. Het album ademt voor mij dan ook een wat duistere sfeer uit. Muziek voor mij om slechts mondjesmaat te beluisteren, maar die me toch wel weet te bekoren.

Alasdair Roberts - Alasdair Roberts (2015)

Alasdair Roberts is alweer het achtste album voor het Drag City label van deze, vanuit Glasgow opererende Schot . De eerste drie met zelf geschreven materiaal verschenen nog onder de naam Appendix Out. Maar ook publiceerde hij een aantal albums met traditionals.

Naast deze solo albums maakte hij in 2013 samen met dichter en tekstschrijver Robin Robertson de cd Hirta Songs, een selectie liederen waarop de natuurlijke schoonheid van de archipel van St. Kilda wordt bezongen. Samen met Lucy Farell, Rachel Newton en Emily Portman vormt hij het kwartet The Furrow Collective. Vorig jaar verscheen hun debuutalbum At Our Next Meeting, een verzameling prachtige ballades uit zowel Engelse als Schotse traditie. Vorig jaar schreef Hans voor Folk Lantern een recensie over deze plaat : Folk Lantern: The Furrow Collective, At Our Next Meeting - folklantern.blogspot.nl .

Voor het opnemen van Alasdair Roberts koos hij net als bij in het in 2009 opgenomen Spoils voor de Green Door Studio in Glasgow. In deze analoge studio had hij de beschikking over de excellente geluidtechnicus Sam Smith. Het streven was om de muziek een warmer gevoel te geven, hetgeen ook gelukt is.

De plaat bestaat uit tien zelf geschreven songs, waarvan er acht voor een groot deel en soms voor een minder groot deel geïnspireerd zijn op bestaande traditionals. De muziek heeft derhalve een zeer sterk traditioneel karakter. Bovendien zijn de liedjes zeer sober. Soms wordt hij begeleid door de tin whistle, bespeeld door Donald Lindsay. En af en toe door de klarinet, bespeeld door Alex South. Verder wordt er nog gebruik gemaakt van een achtergrondkoortje, het kwartet The Crying Lion en sporadisch van percussie.

Hierdoor komt de focus volledig te liggen op de zeer herkenbare zang en gitaarspel van Alasdair. Voor mij was het heel even wennen aan de sobere opbouw van de songs en had dit nieuwe materiaal even tijd nodig. Deze nieuwe cd laat duidelijk horen hoe hij in de loop de jaren gegroeid is als songschrijver, maar vooral als zanger en gitarist.

Zelf is hij ook tevreden over het resultaat en vindt hij dat het materiaal dicht bij hem staat, vandaar de titel Alasdair Roberts.

Alela Diane - Cusp (2018)

4,5
Al sinds haar doorbraakalbum The Pirate’s Gospel uit 2006 heb ik een groot zwak voor de Amerikaanse singer-songwriter Alela Diane Menig. En dat is niet alleen vanwege haar prachtige stem, maar ook omdat ze gewoon eigenzinnig haar eigen muzikale wegen bewandelt. Zich totaal niets aantrekkend van trends en schrijvend over haar eigen gevoelens.

Op Cusp staat het moederschap centraal. De elf songs werden in slechts drie weken geschreven tijdens haar verblijf in Caldera, Oregon. Geheel in haar eentje, voor zich zelf eten bereidend en liedjes schrijvend bij een houtkachel. Het creatieve proces kwam volledig tot ontplooiing en leverde elf bloedmooie songs op.

Vaak speelt de piano een centrale rol, zoals in opener Albatross. Kers op de taart is echter de trompet. Ze zingt dat ze graag een albratros zou zijn, zodat ze een beter overzicht zou hebben op haar leven : “I rather be an albatross, looking back on what I left behind”.

Zoals gewoonlijk zijn haar teksten zeer de moeite waard, zoals de vooruitgesnelde single Émigré al bewees. Op fraaie wijze beschrijft ze het relaas van bootvluchtelingen en in het bijzonder van moeders en kinderen.

Maar meestal gaat het over haarzelf en haar directe omgeving, zoals Never Easy, wat over haar moeizame relatie met haar moeder gaat. Echter een ding is veranderd sinds Alela zelf moeder geworden is. Ze beseft nu dat haar moeder meer van haar houdt dan zij ooit van haar moeder zal kunnen houden.

Het zijn slechts wat voorbeelden van het fraaie repertoire op dit album, zonder enige twijfel haar mooiste tot nu toe. Het concert op 29 januari is al uitverkocht, maar in april komt ze terug om dit ijzersterke repertoire ten gehore te brengen.

Alela Diane & Ryan Francesconi - Cold Moon (2015)

Het was twee jaar geleden even balen, dat Alela Diane een break aankondigde vlak voor de geboorte van haar dochter. Ze had op dat moment net haar schitterende echtscheidingsplaat About Farewell uitgebracht. Gelukkig ligt er na haar gebruikelijke tussenpose van twee jaar, weer een nieuw album, Cold Moon. Ditmaal een samenwerkingsverband met Ryan Francesconi.

Hij is een multi-instrumentalist, die net als Alela opereert vanuit Portland, Oregon. Hij heeft een graad in compositieleer en studeerde de Bulgaarse tambura bij Lyubo Vladimirov in Sofia. Sinds zijn collegetijd is hij geobsedeerd door muziek uit de Balkan. Daarnaast maakt hij experimentele muziek en is hij arrangeur. Zo arrangeerde hij bijvoorbeeld Have One On Me van Joanna Newsom. Ook is hij al jaren een vaste begeleider van haar tijdens concerten.

Alela en Ryan troffen elkaar in oktober 2014 na een optreden van een gemeenschappelijke vriend. Na afloop spraken ze over hun beider creatieve stilstand. Ryan had moeite om nieuwe instrumentale stukken te componeren en Alela had totaal geen inspiratie voor een nieuwe cd. Een paar dagen na hun gesprek zocht Ryan contact met Alela met de vraag of ze niet met hem wilde samenwerken.

Hij stuurde haar een aantal prachtige, instrumentale stukken ter beluistering. Ze beluisterde de stukken veelvuldig, intussen naar buiten starend naar het veranderende jaargetijde. Langzaam maar zeker kwamen de woorden, wat later gevolgd door de melodie. Samen schaafden ze daarna aan de songs en voordat ze er erg in hadden, was Cold Moon geboren.

Het is een collectie reflecterende en hoopvolle songs geworden, veelal betrekking hebbend op de natuur. De basis vormt de fraaie zang van Alela en het dito gitaarspel van Ryan. Spaarzaam wordt gebruik gemaakt van andere instrumenten. Zo is een trombone te horen in de titelsong. Percussie en duimpiano in Shapeless, verzorgd door de eveneens uit Portland afkomstige Peter Broderick.

En er duikt hier en daar een viool of cello op. Meer hebben de liedjes ook niet nodig. Het is een album, dat aandachtige beluistering verdient en spoedig onder de huid van de luisteraar kruipt. Het is een goede beslissing van Ryan geweest, om Alela te vragen voor dit project, want het leverde een van de mooiste cd’s van dit jaar op.

Alex Culbreth - The High Country (2016)

4,5
Helemaal met Erwin eens dat dit een fantastisch album is. Was trouwens nog vergeten mijn eigen recensie hier te plaatsen:

Waarschijnlijk zal bij de meesten van U de naam Alex Culbreth geen belletje doen rinkelen, maar wellicht zegt de naam The Parlor Soldiers U meer. Samen met Karen Jonas bracht hij als The Parlor Soldiers begin 2012 het schitterende When the Dust Settles uit. Een cd gevuld met alt-country met wat invloeden uit de Appalachen folk. Erwin Zijleman van Krenten uit de pop schreef er een recensie over.

Ook bracht hij datzelfde jaar nog Heart in a Mason Jar uit, onder de naam Alex Culbreth & The Dead Country Stars. Ook over dit uitstekende album is een recensie te vinden op Krenten uit de pop. Hierop staan liedjes die zich afspelen op het Amerikaanse platteland. Deze thematiek is ook terug te vinden op dit tweede solo album, wat vooraf gegaan werd door Womans & Trains uit 2011.

Overigens gaan die liedjes nauwelijks over Alex zelf. Eerst komt altijd de tekst bij hem. Een groot aantal van de songs zijn aanstekelijke, up tempo nummers met stompende ritmes. Opener Corn Liquor zet direct de toon.

Maar af en toe wordt er op de rem getrapt zoals in Trucker’s Lament. Totaal los wordt er gegaan in Tear It Up, om te vervolgen met het fraaie, ingetogen Weather Storm. Hierna wordt nog eenmaal het gaspedaal ingedrukt met Choke That Chicken. Om vervolgens te eindigen met de twee ingetogen nummers Dry Out en Vagabond Blues. Laatstgenoemde behoort voor mij tot de meest fraaie liedjes.

De volgorde van de korte, compacte songs is weloverwogen en hebben veel meer diepgang , dan ik in eerste instantie dacht dat ze zouden hebben. Een belangrijke rol in zijn muziek is weggelegd voor de fiddle. Hij wordt op dit album vakkundig bijgestaan door Eddie Dickerson op viool, Janie Cowan op staande bas en Mike S Reardon op mondharmonica.

Het opvallende artwork werd gemaakt door Sherri French. Live zal deze muziek waarschijnlijk nog meer tot zijn recht komen. Aan liefhebbers van een band als bijvoorbeeld Hackensaw Boys zal deze muziek wel besteed zijn. Helaas zitten er overigens voorlopig geen live optredens voor Nederland in, wellicht volgend jaar. Ik kijk er in ieder geval naar uit.

Alex Highton - Nobody Knows Anything (2014)

5,0
Door de scheiding van zijn ouders groeide Alex Highton gedeeltelijk op in zijn geboortestad Liverpool en voor het overige deel in Florence, Italië. Zijn zomervakanties bracht hij door bij zijn vader. Die beschikte over een eclectische muziekverzameling van onder andere Talking Heads, Penguin Cafe Orchestra en The Band tot aan David Ackles, welke Alex met volle teugen absorbeerde.

Zijn muziekcarrière zou echter pas laat van de grond komen door slechte keuzes en teveel knipperlichtrelaties. Tijdens de periode dat hij een zenuwinzinking had, leerde hij zijn toekomstige vrouw Patricia kennen. Dank zij haar kwam hij er helemaal bovenop en schreef toen de liedjes voor Woodditton Wives Club. Deze nummers kunnen voor een deel gezien worden als een soort therapie, en voor een ander deel als zijn kijk op zijn nieuwe leven.

Het album Woodditton Wives Club werd in Nederland alleen op juiste waarde geschat door Popmagazine Heaven, die het terecht zag als een meesterwerk. Het is een prachtige verzameling melodische folksongs. Voordat dit album verscheen maakte Alex Highton deel uit van de groep Mohanski, die in 2007 het leuke album Hotdog Chihuahua uitbracht. Helaas bleef het succes van deze groep uit, mede veroorzaakt doordat men liever gewoon in cafés rondhing. De overige leden zijn tot op heden nog steeds goede vrienden van hem.

De lat werd door het debuutalbum erg hoog gelegd voor de nieuwe cd. De belangrijkste invloeden voor Nobody knows anything zijn volgens Alex, Joni Mitchell, Here We Go Magic en Sufjan Stevens. Niet zozeer het geluid of stijl, maar meer de benadering. Tijdens het opnemen waren er geen regels, de songs konden alle kanten uitgaan. En dat is precies wat er ook gebeurde. Bijna in iedere song is de instrumentatie en zijn de gebruikte instrumenten anders. In Panic wordt zelfs gebruik gemaakt van 2 drumcomputers, en komt hij daarmee weg.

Die grote variatie heeft gelukkig niet geleid tot een onevenwichtig en inconsistent album, integendeel. De enorme variatie maakt het juist tot een zeer aangename luistertrip langs songs, die zeer snel aan kracht winnen. De titel van het album is trouwens een uitspraak van William Goldman, waarmee bedoeld wordt dat je nooit zeker kunt zijn dat iets wel of niet zal werken. Gelukkig voor Alex doet het hier in ieder nummer wel.

Met de teksten op dit album is ook niets mis, zoals bijvoorbeeld in het beschouwende Randy Newman-achtige Somebody Must Know Something :
God is dead,
Or he’s left,
That’s the only explanation,
To the pain and distress,
That he clearly loves to cause,
Well maybe it’s just,
That he’s finally lost his patience,
He is never coming back again.

Vermeldenswaard zijn de drie duetten op het album. Kills zingt hij samen met Nancy Wallace. The Evil That Men Do wordt vertolkt samen met de 73-jarige folklegende Bonnie Dobson, die het bekende lied Morning Dew schreef. Zij is overigens met een opmerkelijke comeback bezig. Ze bracht onlangs, een met goede kritieken overladen, nieuwe cd uit. De heerlijke, relaxte afsluiter It’s, zingt hij samen met zijn vrouw Patricia. Alex had hier wel enige overredingskracht voor nodig om haar zover te krijgen om mee te zingen. Patricia is overigens een zeer talentvol kunstenares. Alex verzorgde zelf alle strijkers- en blazersarrangementen. Het album werd geproduceerd door David “Bear “ Dobson.

De hoesfoto en de foto’s in het tekstboekje werden gemaakt door goede vriend en beroepsfotograaf Frank van Delft. De foto’s werden in Den Bosch gemaakt bij Stichting Onterfd Goed. Met Nobody knows anything is hij erin geslaagd om het debuut te evenaren, misschien wel te overtreffen. In ieder geval wat variatie betreft. Het is te hopen dat deze cd niet hetzelfde lot beschoren zal zijn als zijn voorganger.

Alex Hodgson - The Brig Tae Nae Where (2014)

5,0
Dit jaar verschenen er de nodige mooie Schotse albums van ondermeer Siobhan Miller, Grant Campbell, Eddi Reader, King Creosote, Roddy Frame en Kaela Rowan. Alleen King Creosote kreeg de aandacht die het verdiende.

Ook in het verleden gebeurde het regelmatig, dat Schotse artiesten niet op juiste wijze werden gewaardeerd. Bijvoorbeeld de geweldige zanger en liedjesschrijver Jackie Leven kwam nooit verder dan de cultstatus. Geen idee waar dat aan ligt.

Ook het album The Brig Tae Nae Where (The Bridge to Nowhere) van Alex Hodgson kreeg amper aandacht buiten Schotland. In Schotland is hij vooral in de Schotse laaglanden erg populair. Zo trad hij bijvoorbeeld al diverse malen voor de koningin op in Balmoral Castle. Tweemaal winnaar (2005 en 2009) van het in Schotland zeer hoog aangeschreven Burnsong.

Iedere week treedt hij live op in het radioprogramma “The best of Scottish” met een nieuw geschreven lied. Daarnaast is hij een groot verhalenverteller (ook beroepsmatig), speelt hij regelmatig mee in amateurtoneelstukken en is hij ook nog kinder-entertainer.

Dit is het tweede album van Alex Hodgson voor Greentrax. Qua manier van zingen doet hij me denken aan Jim McCann. Hij zingt op dezelfde lyrische en pure wijze. De teksten zijn gebaseerd op familiale vakantieherinneringen voornamelijk afspelend in Belhaven Bay. Veelal zijn ze melancholisch gestemd.

De cd opent met het heerlijke up-tempo en ritmische The Street ‘O’ Sorrows. Direct valt op met hoeveel passie Hodgson zingt. Het prachtige en ingetogen Bonnie Meg doet erg traditioneel aan, maar is toch door Alex zelf geschreven. Een glansrol is hier weggelegd voor Kenny Hutchison op accordeon. Daarnaast speelt hij ook onder andere piano op dit album. Verder werd hij omringd door de volgende, geweldige muzikanten : Garry Evans op bas, Judith Smith op viool, Nick Riley op fluit en James MacKintosh op gitaar.

Zeer aanstekelijk is The Guid Auld Trams, een lied wat erg uitnodigt tot meezingen. Een van de mooiste melodieën op de plaat bezit Doon Pinkie Cleugh. Ook hier is de bijdrage van de accordeon buitengewoon fraai. The Herring Road bestaat uit drie delen, verspreid over de plaat. De zang weet hier diep te raken.

Erg traditioneel doet The Brig Tae Nae Where aan, maar is toch door hemzelf geschreven. Ritmisch van opbouw is Star O’ the east. Het gesproken en sfeervolle A Summer Tale toont aan dat hij een geboren verhalenverteller is. Het overbekende My Luv’ is Like a Red Red Rose van Robert Burns krijgt hier een zeer passionele uitvoering.

De enige andere cover op het album is The Shoals O’ Herrin’ van Ewan MacColl, wat een zeer traditionele uitvoering krijgt. Niet helemaal mijn kopje thee. Zonder andere liedjes te kort te willen doen, prijsnummer op de cd is voor mij We’ve Lost a Lark. De fluit steelt hier de show.

Het album sluit af met het aanstekelijke The Toun O’ Prestopans, inclusief kinderkoor. Prestopans is trouwens de plaats waar Alex Hodgson al zijn hele leven woont.

The Brig Tae Nae Where is een puur folkalbum wat veel meer aandacht verdient dan dat het tot nu toe gekregen heeft. Een van mijn grote favorieten van 2014!

Alex Maas - Luca (2020)

4,5
Begin september ontving ik een e-mail van promotor Dylan Leggett, waarin deze mij probeerde te enthousiasmeren voor het lang verwachte solodebuut van Alex Maas, de toetsenist en zanger van The Black Angels. De openingsregel van zijn berichtje was “Been wanting to shout about this record for a while as I think it's pretty special.”.

Na meer dan twee maanden regelmatig luisteren kan ik alleen maar beamen dat Luca een geweldig en verslavend solodebuut is geworden. Met daarop muziek dat regelmatig een psychedelisch, mysterieus en hypnotiserend karakter heeft. Het had dus ook zo’n slordige halve eeuw geleden gemaakt kunnen worden. Vanaf de toepasselijk getitelde opener Slip Into wordt de luisteraar onherroepelijk meegezogen in het album.

Alex omschrijft het gebodene als “Embracing life through songs of love, hope, human connection whilst navigating perils of modern society and tentatively facing the darkness. You have to go into the dark to appreciate the light and vice versa. One day you are walking through a beautiful field and get bit by a rattlesnake because you are blinded by the colourful flowers. It’s ok to be afraid, sad and fearful because you need it to appreciate all the beauty the world has to offer.”.

De fraaie single Been Struggling, wat gezegend is met een refrein wat stante pede blijft hangen ging de release reeds vooraf. De overige negen songs zijn stuk voor stuk van dezelfde kwaliteit. Alex wordt omringd door uitstekende muzikanten. Hij wordt ondersteund door Black Angels collega’s Nate Ryan en Christian Bland, bassist en gitarist Jake Garcia, Wide Spread Panic drummer Duane Trucks, Bryan Ritchie op bas en mellotron, Jack White’s toetsenist Quincey McCrary op viool en piano, vocalist Jazz Mills, voormalig Eels drummer Derek Brown, en Mien’s live drummer en percussionist, Robb Kidd.

Het album verschijnt op het kleine label Basin Rock, dat zich alleen concentreert op uitstekende singer-songwriters, waaronder bijvoorbeeld Nadia Reid. In januari verschijnt op dit label trouwens het uitstekende nieuwe album van Jim Ghedi. Het verslavende Luca zal zeker ook veel andere luisteraars gaan intrigeren, daarvan ben ik overtuigd.

Alex Roeka - Rauwe Genade (2019)

4,5
De voormalig psycholoog Alex Roeka werkt al vijfentwintig jaar onverdroten aan zijn carrière als dichter en singer-songwriter. Zijn recente terugtrekken op het Zeeuwse platteland had twee doelen, het schrijven van nieuwe liedjes en het samenstellen van een nieuwe dichtbundel. Onlangs trof ik “Het recreatiedomein”, afkomstig uit de bundel “Al het waaien van de wereld”, van hem aan in het prachtige kunstboek Eggs & Marrowbone.

Dit thema waaien is ook op dichterlijke wijze terug te vinden in het loflied Zeeuwse Wind op zijn intussen twaalfde album Rauwe Genade. Zoals altijd toont hij zich een waar woordkunstenaar :

“Soms komt hij van over het water
Tot in de haren van de blonde boerin
De milde bries der verbroedering
Ze voelt zijn handen langs zich glijden
Achter de rietkraag van de sloot
Bij Grand Café De Varkenspoot

Zeeuwse wind, je kunt zo zacht zijn
Als een dikke poes die spint
Zeeuwse wind bij wie het waaien
Van de dagen steeds begint”

Roeka is voor mij een van de beste bewijzen dat de Nederlandse taal weldegelijk poëtisch kan klinken. Bovendien zet hij de luisteraar aan tot nadenken. Zo fileert hij op genadeloze wijze in Wereld op Drift onze onzekere, egoïstische en oppervlakkige moderne maatschappij. Hij draagt geen oplossingen aan, want hij weet ook niet hoe het verder moet:

“Oe duistere tijden
Verscheurd en geschift
Hoe moet ik verder
In deze wereld op drift”

Een van de gedichten die hij bij zich had leverde De Straat van Genade op. Hierin haalt hij herinneringen op aan de bekende Amsterdamse Warmoesstraat. Tijdens zijn verblijf in Zeeland trok hij als fervent wielertoerist er regelmatig op uit. Een lekke band brengt hem op een camping in aanraking met een groep Polen. Ze zijn zo vriendelijk om zijn band te plakken en geven hem te eten en drinken. Het inspireerde tot de fraaie ode De Polen.

In ons land willen Polen nogal eens neergezet worden als dronkenlappen en als onbekwame klusjesmannen. In de regio waar ik woon wordt daar al heel lang genuanceerder over gedacht. In oktober was het namelijk vijfenzeventig jaar geleden dat Breda werd bevrijd door de 1e Poolse Pantserdivisie onder leiding van Generaal Maczek.

Een stille getuige aan die tijd vormt de Poolse begraafplaats aan de rand van de stad. Bovendien heeft Breda het Generaal Maczek Museum. Na de oorlog vestigde zich trouwens de nodige Poolse oud-strijders er.

Het voert te ver om alle fraaie liedjes hier te bespreken. Muzikaal wordt hij ondersteund door zijn persoonlijke dreamteam, de ervaren producers Frans Hagenaars en Reyer Zwart. Zwart verzorgde ook de bijzonder fraaie arrangementen en bespeelde de gitaren, banjo, basgitaar, contrabas, piano, orgel, mandoline, lap steel en maakte de samples en zong. Jeroen Kleijn is te horen op drums en percussie.

De eerstkomende voorstelling is morgen in De Wegwijzer, Nieuw- en Sint Joosland in Zeeland. Voor de overige voorstellingen zie zijn website. Rauwe Genade is andermaal een prachtige aanvulling op zijn imposante oeuvre.

Alice Dimicele - One with the Tide (2018)

4,0
Al een muziekcarrière van meer dan dertig jaar en toch had ik nog nooit van de in New Jersey geboren en opgegroeide Alice DiMicele gehoord. One with the Tide is intussen al haar veertiende album. Zo’n twintig jaar geleden deelde ze al het podium met Steve Winwood. Met Bonnie Raitt diverse malen. Raitt omschreef haar muziek als “Alice's music has that great combination of earthiness and groove that keeps it funky from the inside out. She's for real.".

DiMicele is natuurlijk een Italiaanse naam, haar vader’s wortels liggen op Sicilië en die van haar moeder in Oost-Europa en Oekraïne. Alice verdeelt haar tijd tussen muziek maken en haar activistische bezigheden.

De opener en titeltrack is geschreven vlak voor de dood van haar dierbare vriend en activist Barry Snitkin. Ze plaatste de song speciaal voor hem op YouTube, het waren haar laatste woorden voor hem.

Voice of the Water heeft betrekking op de strijd die de Winemem Wintu stam voert om de zalm in de McCloud rivier weer op peil te krijgen. Alice leeft zelf in het gebied van de Takelma stam. Ze leerde van het oudste lid van die stam, om “a voice for the voiceless” te zijn. Ze gebruikt deze regel in het fraaie lied.

Ook is er een uiterst persoonlijk liedje op het album te vinden als Lonely Alone. Het handelt over hoe het is om te leven met een geliefde die alcoholist is. De regel “I’d rather be lonely alone than lonely with you” spreekt boekdelen. Ze wordt hier overigens prachtig op accordeon begeleid door Jenny Conlee-Drizos (Black Prairie, The Delines, The Decemberists). Ook de overige muzikanten zijn uitstekend.

Erg aanstekelijk is Waiting, denk aan Paul Simon op Graceland, maar dan met steel drums. Veelal zijn haar songs folk getint, hier en daar klinken wat bluesy invloeden door, zoals in Desire.

Favoriete song is het indringende The Other Side, waarin je goed hoort dat je met een zeer ervaren zangeres te maken hebt. Acht van de negen songs schreef Alice zelf, afsluiter is Lennons Imagine, waarop ze slechts begeleid wordt op cello en gitaar.

Het songmateriaal is ijzersterk, grootste troef is echter haar unieke stem en de wijze waarop ze die gebruikt. Alice is een onafhankelijk artiest, wellicht is dat de oorzaak van haar onbekendheid in Nederland. Zeer onterecht, want er lopen niet al te veel zangeressen van haar niveau op deze aardkloot rond, het wordt hoog tijd dat ze een keer te zien is op de Nederlandse podia. Het album is eventueel al te beluisteren en te koop via haar website.

VOICE of the WATER, Alice DiMicele - Promo Preview - YouTube

Amanda Fish - Free (2018)

4,0
Haar zus is de meer bekende Samantha Fish, van wie ik in het verleden al drie albums recenseerde en die haar bekendheid in Nederland vooral te danken heeft aan het Duitse RUF-label. Bij Samantha lag, vooral in het verleden, de focus op haar gitaarspel, bij Amanda ligt die duidelijk op haar zang. Haar vocalen zijn rauwer en zij is de power house van de twee.

De carrière van Amanda als singer-songwriter begon in de herfst van 2012. Ze formeerde een band onder eigen band, met daarin ook partner Glen James, die debuteerde in 2015 met Down in the Dirt, gevuld met een dozijn persoonlijke liedjes over liefde en verlies.

Opvolger Free bevat opnieuw een dozijn persoonlijke liedjes. De wat afwijkende tracks zijn de funky opener 2020 en afsluiter en titelsong Free. Dit gospelnummer is fraai van opbouw, vooral dankzij de spitsvondige overgang door middel van de bas, bespeeld door Amanda, naar het snellere tweede gedeelte.

Amanda wordt omringd door een strak spelende band, die duidelijk in dienst van de liedjes spelen. Een van de betere nummers is het uptempo Not Again. In The Ballad of Lonesome Cowboy Bill is de invloed van The Stones te horen.

Een aantal van de liedjes bezit een onderhuidse spanning. Er klinken vooral blues- en rockinvloeden door in de liedjes. Het is me duidelijk, dat Amanda over meer levenservaring beschikt dan haar zus en dat blijkt niet alleen uit haar teksten, maar ook uit de manier waarop zij haar liedjes brengt.

Het lijkt me erg voor de hand liggen, dat het intense Free de bekendheid van Amanda zal gaan vergroten.

Amanda Palmer - There Will Be No Intermission (2019)

Haar bekendheid heeft Amanda Palmer grotendeels te danken aan het bijzondere duo Dresden Dolls, wat ze samen vormt met Brian Viglione. Ze ontleenden hun groepsnaam aan het gelijknamige liedje van Britse punkband the Fall. Ze combineren in hun muziek een fascinerende mix van alternatieve rock en Duits cabaret uit de tijd van de Weimar republiek in de jaren twintig en begin jaren dertig.

Die invloeden uit het Duitse cabaret hoor je ook af en toe terug in het solowerk van Amanda. Haar vorige soloalbum Theatre Is Evil dateerde alweer uit 2012. Tussendoor bracht ze nog wel met haar vader Jack het folkalbum met covers, getiteld You Got Me Singing, uit.

Amanda Palmer is voor mij een van de meest interessante muzikanten die ik ken. Controversieel, ze wordt zowel enorm geliefd, maar wordt net zo vaak gehaat. Maar ze zit ook boordevol interessante ideeën, zo was ze een pionier op het gebied van crowdfunding en schreef ze de bestseller “The Art of Asking”.

Ook There Will Be No Intermission kwam dankzij crowdfunding tot stand. Haar Patreon gemeenschap doneerde in een maand tijd een miljoen dollar voor het opnemen van het album en het bekostigen van een tournee. There Will Be No Intermission is haar meest persoonlijke werkstuk geworden.

Een emotionele achtbaan van bijna achtenzestig minuten, waarin grote thema’s als de liefde, de dood en verdriet worden aangekaart en ook de manier waarop we daar mee omgaan. Bijzonder is het epische The Ride, ze schreef het met hulp van haar patrons die persoonlijke commentaren gaven over angst en verdriet.

Het thema de dood komt voor in A Mother’s Confession. Machete schreef ze als ode aan haar goede vriend Anthony die overleed aan kanker. Op het nummer Voicemail For Jill verhaalt ze over een ander soort dood, over een telefoontje naar een vriendin op weg naar een abortuskliniek.

Op de eerste single Drowning in the Sound worden meerdere thema’s besproken, de verborgen connecties tussen politieke onrust, de niet aflatende onzekerheid over Hurricane Harvey (veel van haar fans moesten huis en haard verlaten de dag voor het nummer werd geschreven), klimaatverandering, internethaat en, bizar genoeg, Taylor Swift. Het is een van de meer rijkelijk geproduceerde nummers op het album.

Tussen de liedjes door zijn korte intermezzo’s te horen, gearrangeerd door Jherek Bischoff, die gebaseerd zijn op de motieven van de nummers. Toch is het geen naargeestig album geworden doordat Amanda op ingenieuze wijze humor door deze zware thema’s heeft verwezen.

There Will Be No Intermission wist bij mij de nodige, gevoelige snaren te raken en dat gebeurt niet zo heel vaak. 4 september is Amanda te zien in de Meervaart in Amsterdam.

Amy O - Shell (2019)

In 2004 startte Amy Oelsner het soloproject Amy O, wat langzamerhand uitgroeide naar een volwaardige band. Naast haar muzikale carrière werkte Amy vijf jaar lang in een jongerencentrum, een baan die ze twee jaar terug verloor. Ze zocht hierna naar een zinvolle invulling van haar bestaan naast de band Amy O. Die vond ze onder andere in de songwriterscursus Girls Rock Bloomington, een zes weken durende cursus gegeven in de Ivy Tech Community College in Bloomington, aan studenten variërend in de leeftijd van ongeveer twintig tot in de zestig. Daarnaast begon ze voor een fanzine te schrijven, maar ook ging het schrijven van liedjes voor Amy O gewoon door. Nog steeds maakt ze laagdrempelige muziek, ergens tussen alternatieve, aanstekelijke indiepop en indierock in. Liefhebbers van haar vorige albums zullen zich zeker geen buil vallen aan Shell.

Amy Speace - That Kind of Girl (2015)

Amy Speace is een muzikale laatbloeier. Pas op vijfentwintig jarige leeftijd leerde ze gitaar spelen en drie jaar daarna schreef ze haar eerste song. Ze werd ontdekt in de New Yorkse akoestische scene door Judy Collins, die sindsdien ook songs van haar coverde en met haar toerde.

Haar debuut Edith O verscheen in 1998. Haar laatste, How to sleep in a stormy boat, leverde een doorbraak naar een groter publiek. Het album werd terecht overladen met geweldige kritieken. Hierop maakt ze veelvuldig gebruik van teksten van Shakespeare. Niet zo vreemd voor een voormalig regisseur, toneelschrijver en actrice. Het was een meer folk georiënteerd album, waarop ook een duet te vinden was met rijzende ster John Fullbright.

That kind of girl kwam door middel van crowdfunding tot stand. Ze riep de hulp in van fantastische muzikanten als Will Kimbrough, Cal Broemel, Eamon McLoughlin, Danny Mitchell, John Moreland en als producer Neilson Hubbard. Laatstgenoemde schreef ook mee aan twee songs. Opvallend is dat Amy met veel verschillende co-auteurs liedjes schreef. Zo schreef ze bijvoorbeeld One man’s love samen met Beth Nielsen Chapman, hetgeen overigens een echte Chapman signatuur heeft gekregen.

De teksten zijn erg persoonlijk en niet de meest vrolijke. Ze handelen over het wel en wee van haar eigen driehoeksverhouding. Een titel als Nothing good can come from this spreekt al boekdelen. De teksten zijn overigens, net als op How to sleep in a stormy boat, weer bovengemiddeld. Ze is in staat om beknopt en met eenvoudige woorden dingen te benoemen, zoals bijvoorbeeld in Raincoat. “It’s a strange kind of sadness, And it’s hard to explain, You were my raincoat, Now you’re the rain”.

Het was trouwens voor mij behoorlijk wennen aan de productie en de meer Americana-achtige songs. Maar na veelvuldig luisteren kan ik niet anders dan concluderen dat het een album geworden is met geen enkele zwakke broeder erop en kan wedijveren met zijn voorganger. En dat zegt volgens mij genoeg!

Ana Egge - White Tiger (2018)

4,0
White Tiger is inmiddels het tiende album van folk singer-songwriter Ana Egge en is het alweer twintig jaar geleden dat ze als negentienjarige in Austin verkozen werd tot beste folk artieste en singer-songwriter.

Zoals altijd is het weer een genot om haar stem met het zeer herkenbare timbre te horen. Bovendien zijn haar teksten als vanouds bovengemiddeld goed. Was het niet Lucinda Williams niet eens muziekliefhebbers adviseerde : “Listen to her lyrics. Ana is the folk Nina Simone.”?

Direct bij de vrolijke opener Girls, Girls, Girls met heerlijke blazers heeft ze de aandacht van de luisteraar te pakken. Het handelt over haar eerste voetstappen in de muziekscene.

De onderwerpen zijn divers, zo gaat bijvoorbeeld Dance Around the Room with Me over haar vierjarig dochtertje. In Last Ride staat een motorfiets romance in Californië centraal. De fraaie titelsong vormt een ferme hart onder riem voor een dierbare vriend.

Zoals altijd is ze eerlijk en openhartigheid in haar teksten. In muzikaal opzicht hoor ik duidelijk de invloed van Suzanne Vega in You Amongst the Flower en I’m Going Bossa Nova wordt opgesierd met een fluit, die de begintijd van Van Morrison kenmerkte.

Gastoptredens op White Tiger worden verzorgd door Anais Mitchell, Billy Strings, Alex Hargreaves en Buck Meek (Big Thief). White Tiger laat een duidelijk geïnspireerde Egge horen, die andermaal bewijst tot de betere singer-songwriters te behoren.

Folk Alley Sessions: Ana Egge - "Girls, Girls, Girls" - YouTube
Folk Alley Sessions: Ana Egge - "White Tiger" - YouTube

And They Spoke in Anthems - Money Time (2019)

4,5
Antwerpenaar Arne Leurentop is een veelzijdig kunstenaar. Hij componeerde muziek voor theater, acteerde in kindervoorstellingen en begeleidde onder andere Liesa van der Aa. Maar bovenal is hij een superbe songsmid, multi-instrumentalist en ook nog eens een uitstekend zanger.

Zijn eerste volwaardige proeve van bekwaamheid was vijf jaar geleden met June, een album dat op veel bijval mocht rekenen. De singles The Inventor Of Summer , Oh My God en Summerhouse 76 kregen veel airplay op de Belgische radio. Alle instrumenten werden door Arne zelf bespeeld.

Op Money Time is dat ook bijna het geval, op wat drums, percussie, synthesizer en bas partijen en wat achtergrondzang na. En net als op de voorganger weet Arne precies wat ieder liedje nodig heeft. Ook deze keer boetseerde hij de liedjes nauwgezet totdat ze perfect waren. Geen wonder dat het scheppingsproces bijna vier jaar duurde.

Vooral The Beatles, Bob Dylan en Roy Orbison vormden weer inspiratiebronnen. Geregeld komen er Beatlelesque koortjes voorbij. De composities laten de iets meer donkere kant van melancholicus Leurentop spreken. Wellicht veroorzaakt door andere inspiratiebronnen als Daniel Norgren, Damien Jurado, Jeff Tweedy, Leslie Feist en Villagers.

De intrigerende, stemmige hoes (een foto gemaakt in Vietnam door de zeer getalenteerde fotograaf en cameraman Jonathan Wannyn) gaf me bij voorbaat een goed voorgevoel over dit album. Dat goede voorgevoel blijkt na een groot aantal beluisteringen te kloppen.

De opmerkelijke inkleuring van de gelaagde liedjes zorgen ervoor dat je heel gemakkelijk teruggrijpt naar dit toegankelijke album en dan maakt het niet eens uit welk tijdstip van de dag het is. De cd-releaseshow is op 10 maart in de Minard in Gent.

Money Time behoort tot de meest interessante releases van het moment en zal ongetwijfeld tot mijn grote favorieten van 2019 gaan behoren. Het is te hopen dat Arne spoedig te zien zal zijn op de Nederlandse podia.

André van den Boogaart en De Tornado's - Op de Terugweg van Nergens (2018)

5,0
Een paar jaar geleden zag André het niet meer zitten, want zijn muziekcarrière lag op zijn gat. De band Bradley’s Circus, waarin hij gitarist was, hield op te bestaan. Bovendien vloeiden er geen nieuwe liedjes meer uit zijn pen. Maar al gauw kwam het besef, dat werken voor een baas niets voor hem zou zijn en dat muziek maken het enige is, wat hij kan en wil.

Begin januari vorig jaar maakte hij tijdens een persconferentie “De Comeback van een Onbekende Legende” bekend en stelde hij zijn geweldige nieuwe begeleidingsband De Tornado’s voor. Ook startte hij met succes een crowdfunding voor een nieuw album en ging naarstig aan de slag om nieuwe liedjes te creëren.

Zoals altijd put hij ook op Op de Terugweg van Nergens uit eigen ervaringen of uit die van naasten of bekenden. Inspiratie voor het titelnummer vond hij in Tsjechië te midden van vele velden vol zonnebloemen, die allemaal op elkaar leken. Op een gegeven moment had hij geen idee meer of hij ergens al eens eerder geweest was.

Er ontbreken uiteraard ook dit keer geen liedjes, waarin drank en relaties een rol spelen. Opener Dronken Tranen handelt over een vrouw zonder succes in de liefde en haar tijd verdoet met zich dagelijks met drank te laten vollopen en zich te zwelgen in melancholie, maar helaas “dronken tranen troosten niet”. En in De Drank schetst André een eerlijk beeld van zichzelf :

“Een leeg kratje Beerze bier en dertig Jezussen aan het kruis
De aanrecht vol met rotzooi, het gasstel vies en vuil
en de plaats staat vol met onkruid en de verf bladdert af
Alle vrouwen in mijn leven ze zullen dansen op mijn graf

De drank heeft me lief gehad vannacht
de drank heeft me vannacht weer liefgehad
ze streelde mijn ziel, haar lippen voelde zacht
de drank heeft me vannacht weer liefgehad”

In Brandend Land bezingt hij een veranderend Nederland, dat hij niet meer herkent en waar hij zich niet meer thuis voelt vanwege de verhitte maatschappelijke discussies en vooroordelen.
Twee verhaallijnen lopen door elkaar in Kruisweg-erotiek, de kruisweg van Jesus en een sensuele belevenis, die plaatsvond aan de Kruisweg op het Mariapark in het Belgische grensplaatsje Meersel-Dreef.

Favoriete tekst is die van Het Gooi van het Zuiden, waarin André op messcherpe wijze de bewoners van een wijk van beter gesitueerden in Tilburg fileert :

“De vrouwen rijden rond in een cabrio. Een zonnebril en een tas van Louis Vuitton. Ze gedragen zich als sterren van het witte doek, maar ze kunnen eigenlijk niets. Maar heb je het al gehoord dat ze heel belezen zijn want ze lazen laatst nog “Huidpijn”.”

André woonde twee jaar lang in wijk de Blaak, bij zijn inmiddels ex-vriendin, maar intussen is hij weer teruggekeerd naar zijn oude vertrouwde volksbuurt.

Aandoenlijk is afsluiter Vlo, over een vrouw die haar hele leven gepest werd en hoe ze daarmee omging.

Muzikaal gezien is het smullen geblazen met begeleiders als Joost Verbraak (Ralph de Jongh, Margriet Eshuijs), Jan van Bijnen (Rob de Nijs, Freek de Jonge en Claudia de Breij), Yori Olijslagers (Kyteman Orchestra) en Joris Verbogt (Bradley’s Circus). Regelmatig waan je je in het zuiden van de Verenigde Staten, maar soms hoor je ook de invloed van Tom Waits ten tijde van Swordfishtrombones. De geweldige productie was in handen van Olijslagers.

Op de hoes staat trouwens de bestelbus van André afgebeeld, die hij gekscherend Blinkie noemt. Op zijn derde album Op de Terugweg van Nergens weten André en zijn fantastische begeleiders zowel tekstueel als muzikaal diep te raken en leveren daarmee een urgent én verslavend album af.

André van den Boogaart en de Tornado’s live:

12 april – Club Smederij, Tilburg
18 april – De Rozenknop, Eindhoven
23 april – Torpedo Theater, Amsterdam (solo)
25 april – Burgerweeshuis, Deventer
10 mei – Mijl op Zeven, Ospel

Andres Roots - Winter (2016)

4,5
In 2011 kwam ik voor de eerste keer met muziek uit Estland in aanraking. Het betrof het prachtige folk/popalbum Good Man Down van Ewert and the Two Dragons. De groep heeft intussen al enige bekendheid in Nederland door een aantal concerten wat ze hier verzorgden.

Totaal onbekend is hier tot op dit moment bluesartiest Andres Roots (Ja, dit is zijn echte naam!). In een aantal andere landen toerde Andres al wel. Van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Tsjechië, Polen, de Baltische staten, Zweden tot aan vooral Finland. Ooit verzorgde hij al het voorprogramma van Dr. Feelgood.

Hij is een meer dan uitstekende slidegitarist, liedjesschrijver en bandleider, die woonachtig is in Tartu, Estland. Hij treedt al twintig jaar regelmatig op. Zijn muziek is een unieke mix van vooroorlogse blues en swing vermengd met rock uit de zestiger jaren. Regelmatig wordt zijn muziek gebruikt voor TV-series en films, waaronder Lonely Island van Peeter Simm.

Eerder dit jaar verscheen al de compilatie lp Roots Music, met studio-opnames uit de periode 2010 – 2014. Het werd uitgebracht ter ere van zijn veertigste verjaardag. Winter werd mij gelukkig onder de aandacht gebracht door mijn blues brother Henk (bedankt!).

Op het album staan een drietal standaard bluesnummers waaronder Morganfield blues, wat uiteraard over Muddy Waters gaat. Gepassioneerd gezongen met zijn iets ouder klinkende stem en daarnaast ook een belangrijke rol voor de mondharmonica. Ook de instrumentale afsluiter behoort tot dezelfde categorie waarin de piano prominent aanwezig is.

Het enige andere instrumentale nummer Spanish Run is een heerlijk rocknummer met duidelijke invloeden van de Engelse groep The Shadows. Die sixties invloeden zijn bijvoorbeeld ook te horen in Winter Blues. Erg interessant zijn de ritmes die gebruikt worden zoals in opener Karlova Blues.

Een enkele keer wordt de zang door anderen overgenomen. Solitaire wordt erg lekker gezongen door de Letse zangeres Lorete Medne. Het gitaarspel van Andres is om je vingers bij af te likken, vooral in Tea for Alex komt dat goed tot zijn recht. In Someplace Nice fluit hij ook nog. Er spelen muzikanten uit de Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk, Estland en Letland op Winter mee.

Winter is een behoorlijk gevarieerd bluesalbum met rockinvloeden uit de jaren zestig. Het behoort absoluut tot de allerbeste bluesreleases van dit jaar.

Ane Brun - Leave Me Breathless (2017)

4,5
Vroeger deden we het volgens mij allemaal, cassettebandjes maken voor degene waar we verliefd op waren. Vaak waren ze gevuld met romantische zwijmelmuziek. Het nieuwe, zevende album van Ane Kvien Brunvoll, getiteld Leave Me Breathless kwam ook grotendeels op deze wijze tot stand.

Tot voor kort schoof ik coveralbums resoluut terzijde, totdat vorig jaar het schitterende Come Tomorrow van de eveneens uit Noorwegen afkomstige Paal Flaata daarin verandering bracht.

Onlangs was Brun tot over haar oren verliefd geworden en besloot een aantal liedjes voor die persoon op te nemen. De relatie was voor haar helaas snel ten einde, maar ze besloot het idee voor een coveralbum toch door te zetten.

In het verleden nam ze al eens nummers van anderen op en speelde ze live ook regelmatig covers. Onlangs vertolkte ze op Zwedens Polar Music Prize nog Stings Why Should I Cry For You? ten overstaan van de voormalige Police frontman zelf.

De titel van de cd is ontleend aan het overbekende Show Me Heaven van Maria McKee, een lied voorzien van een prachtige melodie en in de originele uitvoering door McKee uitbundig gezongen. De uitvoering van Brun daarentegen is een heel stuk ingetogener en doet wat mij betreft het origineel enigszins verbleken. Het weet diep te raken.

Ook een sobere en ingetogen uitvoering krijgt de grootste hit van the Righteous Brothers, Unchained Melody. Een lied voorzien van de fameuze Wall of Sound van Phil Spector.

Bob Dylan is tweemaal vertegenwoordigd, Girl from the North Country, eerder dit jaar ook op voortreffelijke wijze geïnterpreteerd door Wendy Webb. Make You Feel My Love werd vooral bekend in de uitvoering van Adele.

Lucinda Williams’ Right In Time was een persoonlijke favoriet van haar voormalige geliefde. Een gevoelige uitvoering krijgt Into My Arms van Nick Cave.

De keuze voor de liedjes van Radiohead en Sade kwamen op andere wijze tot stand. Brun werd gevraagd op de begrafenis te zingen van Crispin Bevington, een van de vijf mensen die werden vermoord bij de terroristische aanslag in Stockholm op 7 april jongstleden. Zijn vrouw Annika vroeg of ze deze twee songs wilde zingen, omdat het favoriete liedjes van haar en haar overleden man waren.

Afsluiter is Big Yellow Taxi van Joni Mitchell. De veertien ingetogen liedjes krijgen door de speciale stem en frasering van Brun en fraaie inkleuring een geheel eigen signatuur. Ane Brun komt dan wel uit het koele, hoge noorden, maar levert met Leave Me Breathless een hartverwarmende plaat af.

Angel Olsen - All Mirrors (2019)

Haar vorige album Phases noemde ik een soort muzikale ratatouille, bovendien constateerde ik dat het altijd maar afwachten is waar Olsen mee op de proppen komt.

Op haar vierde, ambitieuze album All Mirrors is een grote rol weggelegd voor de strijkers, vakkundig gearrangeerd door de dertigjarige Ben Bobbit. Hij wordt ook bij bijna alle nummers als coauteur vermeld. Zoals de titel al doet vermoeden, houdt ze zichzelf spiegels voor.

Het is niet alleen een album van zelfreflectie maar ook van stemmingen. Dat laatste zorgde er vooral voor dat ik moest wennen aan het album. Zo wordt in de opener Lark op inventieve wijze gebruik gemaakt van dynamiek. Een aantal thema’s zijn liefde, vertrouwen, zelfkritiek, empathie en schoonheid.

Regelmatig pakt ze grootst uit, met een sound die vooral refereert aan de jaren tachtig, denk aan Siouxsie & The Banshees, Slowdive en Cocteau Twins. In het aanstekelijke What It Is, een van mijn favoriete liedjes, hoor je duidelijk de invloed van ELO. Olsen is vol overgave op zoek gegaan naar een nieuw geluid en is daarin geslaagd.

All Mirrors heeft wat tijd nodig om onder de huid te kruipen. Op de voorkant van het prachtig in zwart-wit vormgegeven tekstboekje staat Olsen al geduldig voor haar spiegeltent te wachten om de luisteraar vol trots een rondleiding te geven.

Angel Olsen live:

6-2 AMSTERDAM: Paradiso
7-2 BORGERHOUT: De Roma

Angel Olsen - Phases (2017)

De populaire Amerikaanse singer-songwriter uit St. Louis behoeft natuurlijk geen verdere introductie. Haar songschrijvers- en zangcapaciteiten worden door velen geroemd. Het is altijd weer afwachten bij een nieuwe release, waarmee ze op de proppen komt.

Op haar laatste album My Woman werd regelmatig, met name door de gitaren, stevig uitgepakt. Het nieuwe album is een samenraapsel van een twaalftal oude nummers, covers, B-sides en nieuwe liedjes. Dat klinkt minder interessant dan het album in werkelijkheid is.

Opener Fly on Your Wall zal menigeen kennen van de Bandcamp compilatie Our First 100 Days, dat gezien kan worden als een protest van een groot aantal artiesten tegen president Trump.

Een overgebleven track van de My Woman-sessies is Special, een wat afwijkend nummer tussen de rest van de songs. Zeker geen leftover, spannende zang en vier akkoorden op een gitaar leveren hier een prachtsong op. Het roept trouwens door de gitaar bij mij herinneringen op aan de Velvet Underground.

Toch gaat mijn voorkeur uit naar haar klein gehouden songs als Sans, waarin ook weinig vocale acrobatiek gebruikt wordt. Gelukkig zijn er daar genoeg van te vinden.

Het meest lo fi klinkt de Springsteen cover Tougher Than the Rest. Het lijkt wel of het nummer in een badkamer is opgenomen.

In het wat stevigere Sweet Dreams goochelt ze met stembuigingen, wat mij persoonlijk enigszins stoort. Wel knap gedaan overigens. Wel is tekstueel gezien het glas vaak halfleeg bij Olsen, zoals in het treurige liefdesliedje For You.

Phases is een soort muzikale ratatouille, maar dan wel een heel lekkere variant ervan.

Angelo De Augustine - Swim Inside the Moon (2017)

4,5
Eigenlijk was Sufjan Stevens van plan alleen nog maar eigen werk uit te gaan brengen op zijn Asthmatic Kitty-label. Na het horen van opnames, die bestemd waren voor het tweede album van Angelo De Augustine veranderde hij direct van gedachte.

Niet alleen Sufjan Stevens en ik hoorden direct dat deze vierentwintigjarige jongeman uit Californië bulkt van het talent. Ook onder anderen Thomas Bartlett (The Gloaming) onderkende al eerder zijn muzikale kwaliteiten.

Op de binnenhoes bedankt Angelo een groot aantal mensen, die een groot aandeel hadden in zijn muziekcarrière. In de eerste plaats zijn moeder, die in haar eentje hem een zorgeloze en zorgzame jeugd bezorgde.

Zijn carrière begon reeds tien jaar geleden. Twee jaar geleden was hij gedwongen een periode rust te nemen door een ziekte, die zijn stem bedreigde. Gelukkig herstelde zijn stem volledig.

De gebruikte opnamemethode was eenvoudig. Hij gebruikte een Shure SM57 microfoon, die geplaatst werd in de badkamer en zijn analoge opname apparatuur stond in de kamer ernaast. Opnemen in een badkamer is overigens niet nieuw, Jim Morrison deed het al voor het album L.A. Woman.

Op zijn tweede album Swim Inside the Moon houdt Angelo zijn breekbaar gezongen liedjes klein. Naast zijn akoestische gitaar maakt hij spaarzaam gebruik van synthesizers, elektrische gitaar en de honderd jaar oude piano van zijn moeder.

Dat het album uitgekomen is op Asthmatic Kitty, is niet vreemd, je zou hem kunnen zien als de missing link tussen Sufjan Stevens en Elliot Smith. Daarnaast hoor je in het gitaarspel ook af en toe de invloed van Nick Drake.

Het lijkt me dan voor de hand liggen, dat liefhebbers van zowel Sufjan Stevens en Elliott Smith, maar ook die van Nick Drake, waarschijnlijk dit album zullen gaan omarmen als een dierbaar kleinood. In november komt Angelo naar de lage landen voor een paar concerten. Maar voordien zal hij in Amerika en Canada nog een aantal concerten geven samen met Moses Sumney, nog zo'n opmerkelijk talent. Hopelijk gaat u begin november kijken naar dit buitengewone talent.

Angelo De Augustine live:

04-11 DEN HAAG: Crossing Border Festival
05-11 MAASTRICHT: Lumière
07-11 BRUSSEL: Botanique / Rotonde

Angharad Drake - Ghost (2017)

5,0
Eind vorig jaar trok de video van Baby op de website van Folkradio UK al mijn grote aandacht. Helaas kwam ik de release van haar debuutalbum Ghost pas onlangs op het spoor. De vierentwintigjarige Angharad komt uit Brisbane, Australië, maar de wortels van haar grootouders liggen echter in Ierland en Wales.

Het is dan niet zo vreemd dat ze haar bijzondere voornaam Angharad dankt aan een persoon uit de beroemde Welshe novelle How Green Was My Valley van Richard Llewellyn. Haar naam betekent in het Engels “free from shame” of “most beloved”.

Het zal U wellicht niet verbazen dat met haar achternaam haar favoriete artiest Nick Drake is. Vorig jaar werd zelfs op weg naar het altaar door haar kersverse echtgenoot Alexander het toepasselijke Place to Be voor haar gezongen. Overigens hoor je niks van haar voorliefde voor Nick Drake terug in haar muziek.

Regelmatig wordt ze vergeleken met Bon Iver, maar vooral met Laura Marling en met de vroege periode van Joni Mitchell. Persoonlijk hoor ik toch vooral een eigen geluid. De bedoeling was om het gehele album op te nemen met haar goede vriend en uitstekende geluidstechnicus Samuel Joseph. Slechts Baby en Bullet werden onder zijn leiding opgenomen, omdat hij daarna plotseling op tournee moest.

De rest van de songs werden in alle rust thuis opgenomen, geproduceerd door echtgenoot Alexander, die trouwens de achternaam van zijn vrouw aannam. Als je goed luistert kun je op de achtergrond vogels en een kattenbelletje horen. Het zijn liedjes die zonder uitzondering een inkijkje geven in haar ziel.

Opvallend is haar liefelijke, redelijk hoge stem. Naast eerder genoemde invloeden, in het bijzonder fraaie Carpet waart de geest van The Beatles ten tijde van Revolver rond. Het zou er zelfs niet op misstaan hebben.

De geweldige slide- en elektrische gitaarpartijen worden gespeeld door hun vriend Declan, die ook nog de saxofoon ter hand neemt. Haar man Alexander zingt wat achtergrondvocalen en bespeelt de bas en synthesizer en hun vriend Alister de drums. De overige instrumenten, waaronder de dulcimer, zijn voor rekening van Angharad zelf.

Haar muziek heeft voor mij dezelfde puurheid en authenticiteit als die van iemand als Courtney Marie Andrews. Op dit moment is Angharad op tournee in Canada, maar kijkt ze alweer gretig vooruit om weer de studio in te duiken. Door het gegroeide zelfvertrouwen wil ze dan vooral gaan experimenten met de sound.

Dat dát zelfvertrouwen terecht is, bewijst Ghost voor de volle honderd procent. Sterker nog, Ghost behoort tot de meest fraaie releases in het folk en singer-songwriter genre van dit lopende jaar.

Angie McMahon - Salt (2019)

Op waarschijnlijk de warmste dag van het jaar tot nu toe, met mogelijk een nieuw warmterecord, zal menigeen wel wat extra zout kunnen gebruiken. Salt is de titel van het volwaardige debuut van de Australische singer-songwriter Angie McMahon.

Van de gegevens op haar website werd ik niks wijzer en de enige informatie die gekscherend op haar Facebookpagina wordt vermeld, is “Yells words at microphone”. Ze schijnt ongeveer vijfentwintig te zijn. Voor haar solocarrière zong ze in de negenkoppige soulband The Fabric.

Haar talent en singles bleven de afgelopen jaren niet onopgemerkt, want ze opende twee jaar geleden voor Bon Jovi tijdens hun Because We Can Tour. Haar inspiratie voor Salt haalde ze van uiteenlopende invloeden als Bruce Springsteen, Big Thief en Lianne La Havas.

McMahon heeft een stem met een hees randje en draagt haar hart op de tong. Dat levert de nodige intense songs op als And I Am a Woman, wat ontstond na een verhitte discussie met iemand. In plaats het gesprek na afgekoeld te zijn verder te hervatten, schreef ze het van zich af. Het handelt ook over de strijd tussen man en vrouw.

Haar liedjes worden erg sober ingekleurd, maar hier is less more. Dat haar ster verder rijzende is bewijst ook dat ze binnenkort staat op het Sziget Festival en het Newport Folk Festival. Ik denk dat bijvoorbeeld de liefhebbers van de intense en sobere muziek van Julien Baker wel raad zullen weten met Salt.

Anna & Elizabeth - The Invisible Comes to Us (2018)

4,5
Het non-profit label van het Smithsonian Institution, Smithsonian Folkways Recordings, staat al zeventig jaar garant voor fraaie releases op het gebied van traditionele muziek. Zeer recent brachten ze nog de sublieme compilatie Hot Jazz, Cool Blues & Hard-Hitting Songs van Barbara Dane op de markt.

Onlangs wisten ze het eigenzinnige folkduo Anna & Elizabeth te strikken voor hun label. The Invisible Comes to Us is inmiddels hun derde album. Hun inspiratie vonden ze voor een groot deel bij veldopnames lang geleden gemaakt door Helen Hartness Flanders. Zij verzamelde folk ballades afkomstig uit New England, maar vooral uit het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Zij werkte in 1939 samen met de legendarische Alan Lomax.

Soms klinken de songs redelijk conventioneel, maar bij tijd en wijle ook schurend en experimenteel. Met name By the Shore en Farewell to Erin zal voor de meeste luisteraars even wennen worden. Aan de hand van medeproducer Benjamin Lazar Davis (Cuddle Magic) weten ze stokoude traditionals met veel succes nieuw leven in te blazen.

Naast traditionals ook een eigen compositie, vorig jaar geschreven samen met Davis, getiteld Woman Is Walking. Hun bijzondere stemmen worden vaak begeleid door subtiele instrumentatie. Ze kunnen wat mij betreft gerekend worden tot de vaandeldragers van de vernieuwers van traditionele muziek.

fROOTS noemde The Invisible Comes to Us al een meesterwerk, volgens mij hebben ze gelijk.