Hier kun je zien welke berichten Lura als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Damien Jurado - The Horizon Just Laughed (2018)

4,5
4
geplaatst: 22 april 2018, 08:22 uur
Op 22 maart was Damien Jurado nog hier voor opnames voor de bekende Twee Meter sessies, overigens niet zijn eerste sessie daar. 13 april was hij alweer terug om bij Concerto zijn nieuwe album te komen voorstellen en de nodige interviews te geven. De singer-songwriter uit Seattle is erg geliefd in Nederland en dat is terecht.
Hij heeft intussen al een imposant oeuvre opgebouwd met als voorlopige hoogtepunt Maraqopa. Op dat album experimenteerde hij met opvallende ritmes en abstracte songstructuren. Zijn werk wordt beïnvloed door grote namen als Nick Drake, Neil Young, Bob Dylan, Lou Reed en Randy Newman.
The Horizon Just Laughed is intussen zijn dertiende album en hij is er bijzonder trots op. Vooral omdat hij het deze keer in zijn eentje produceerde. Hierdoor voelt het album persoonlijker aan dan de twee voorgaande. Hij ging anders te werk dan op alle voorgaande albums. Zo begon hij er aan te werken zonder iemand er van te voren op de hoogte stellen.
Hij schreef tien, zonder uitzondering, ijzersterke liedjes, die bijzonder snel weten te overtuigen. Vanaf de opener Allocate weet direct dat het snor zit. Soms gebruikt hij wat meer begeleiding, maar ook in kleiner gehouden songs als Over Rainbows and Rainier weet hij de luisteraar volledig aan zich te binden. En natuurlijk is het altijd weer een genot om zijn stem te horen.
The Horizon Just Laughed behoort tot zijn beste werk, sterker nog, is van hetzelfde niveau als Maraqopa.
Damien Jurado "Allocate" live | Amsterdam 2018, 2 Meter Sessions - YouTube
Hij heeft intussen al een imposant oeuvre opgebouwd met als voorlopige hoogtepunt Maraqopa. Op dat album experimenteerde hij met opvallende ritmes en abstracte songstructuren. Zijn werk wordt beïnvloed door grote namen als Nick Drake, Neil Young, Bob Dylan, Lou Reed en Randy Newman.
The Horizon Just Laughed is intussen zijn dertiende album en hij is er bijzonder trots op. Vooral omdat hij het deze keer in zijn eentje produceerde. Hierdoor voelt het album persoonlijker aan dan de twee voorgaande. Hij ging anders te werk dan op alle voorgaande albums. Zo begon hij er aan te werken zonder iemand er van te voren op de hoogte stellen.
Hij schreef tien, zonder uitzondering, ijzersterke liedjes, die bijzonder snel weten te overtuigen. Vanaf de opener Allocate weet direct dat het snor zit. Soms gebruikt hij wat meer begeleiding, maar ook in kleiner gehouden songs als Over Rainbows and Rainier weet hij de luisteraar volledig aan zich te binden. En natuurlijk is het altijd weer een genot om zijn stem te horen.
The Horizon Just Laughed behoort tot zijn beste werk, sterker nog, is van hetzelfde niveau als Maraqopa.
Damien Jurado "Allocate" live | Amsterdam 2018, 2 Meter Sessions - YouTube
Dana Fuchs - Love Lives On (2018)

4,0
1
geplaatst: 18 mei 2018, 09:40 uur
“It’s a new beginning for me in every way” staat er op bijgaand tekstvel te lezen. De recente periode in het leven van Dana Fuchs was er een met verlies van dierbaren, waaronder haar moeder, maar ook was er de vreugde vanwege het moederschap. Daarnaast koos Dana ervoor op eigen benen te gaan staan, nadat het contract met Ruf Records was afgelopen.
Het ging alleen maar crescendo met haar carrière, die op haar negentiende begon toen ze naar New York verhuisde. Mede dankzij gitarist Jon Diamond met wie ze sinds die tijd liedjes schrijft. Muzikaal werd ze gevormd door de gospel van haar lokale baptistenkerk in Florida en de hardrock van haar familieleden.
Maar nog meer door latere helden als Otis Redding, Al Green en Johnny Cash. Eerst- en laatstgenoemde worden geëerd met respectievelijk covers van Nobody’s Fault But Mine en Ring of Fire (geschreven trouwens door vrouwlief June Carter en Merle Kilgore).
De overige liedjes werden vooral samen geschreven met Jon Diamond. Voor inspiratie hoefde Dana dus niet ver te zoeken. Het levert een zeer gedreven soulplaat op. Vaak gedragen door de intense voordracht van Dana, ondersteund door vooral blazers.
Niet te onderschatten zijn de vaak zeer subtiele bijdrages van veteraan Charles Hodges, vooral bekend van de hoogtijdagen van Hi Records en van Al Green in het bijzonder.
Naast met blazers doorspekte liedjes ook een paar verrassend sterke rustpunten. Het ingetogen gezongen en klein gehouden Fight My Way vormt een van de hoogtepunten op Love Lives On, mede dankzij het bijzonder fraaie spel van Eric Lewis op pedal steel en mandoline.
Love Lives On is niet alleen een geïnspireerd werkstuk, maar biedt ook nog voldoende variatie. Later dit jaar komt ze naar Nederland voor concerten, absoluut een aanrader, want live is ze geweldig.
Het ging alleen maar crescendo met haar carrière, die op haar negentiende begon toen ze naar New York verhuisde. Mede dankzij gitarist Jon Diamond met wie ze sinds die tijd liedjes schrijft. Muzikaal werd ze gevormd door de gospel van haar lokale baptistenkerk in Florida en de hardrock van haar familieleden.
Maar nog meer door latere helden als Otis Redding, Al Green en Johnny Cash. Eerst- en laatstgenoemde worden geëerd met respectievelijk covers van Nobody’s Fault But Mine en Ring of Fire (geschreven trouwens door vrouwlief June Carter en Merle Kilgore).
De overige liedjes werden vooral samen geschreven met Jon Diamond. Voor inspiratie hoefde Dana dus niet ver te zoeken. Het levert een zeer gedreven soulplaat op. Vaak gedragen door de intense voordracht van Dana, ondersteund door vooral blazers.
Niet te onderschatten zijn de vaak zeer subtiele bijdrages van veteraan Charles Hodges, vooral bekend van de hoogtijdagen van Hi Records en van Al Green in het bijzonder.
Naast met blazers doorspekte liedjes ook een paar verrassend sterke rustpunten. Het ingetogen gezongen en klein gehouden Fight My Way vormt een van de hoogtepunten op Love Lives On, mede dankzij het bijzonder fraaie spel van Eric Lewis op pedal steel en mandoline.
Love Lives On is niet alleen een geïnspireerd werkstuk, maar biedt ook nog voldoende variatie. Later dit jaar komt ze naar Nederland voor concerten, absoluut een aanrader, want live is ze geweldig.
Dana Immanuel & The Stolen Band - Come with Me (2016)

4,0
0
geplaatst: 25 juli 2016, 23:00 uur
Voor Johnny's Garden had ik al een recensie geschreven, vergeten hier ook te plaatsen:
In Nederland hebben wij Bootleg Betty, de Engelse variant heet Dana Immanuel & the Stolen Band. Beide bands bestaan uit vijf stoere dames, die hun bekendheid vooral hebben vergaard door hun live-optredens.
Zo speelden Dana en haar meiden onlangs een aantal keren op het befaamde Glastonbury festival. Op het derde album heeft de groep geprobeerd zoveel mogelijk de livesound te reproduceren. Overigens is dit pas het eerste album onder de noemer van Dana Immanuel & the Stolen Band.
De absolute spil is Dana, die alle liedjes schrijft. Zij verdiende eerder haar geld als pokeraar en verslaggever van pokertoernooien, waaronder ook dat van Amsterdam. Vorig jaar wist Dana mij danig te verrassen met haar tweede schijf Dotted Lines, waarover ik voor Real Roots Café een recensie schreef.
Naast haar puntige songs vielen ook haar meer dan uitstekende teksten op. Teksten die regelmatig betrekking hebben op de perikelen van haar eigen relaties, maar ook op haar pokerverleden. Over de vorige plaat werd erg lang gedaan, de nieuwe werd in een vloek en een zucht opgenomen. Dat ging echter niet ten koste van de kwaliteit.
Werden de vorige twee albums alleen door Dana met heren opgenomen, nu wordt ze slechts door haar eigen dames begeleid. Zij doen zeker niet onder voor de musici op de vorige twee albums, integendeel zelfs. Vooral Feadora Morris (gitaar) en Maya McCourt (cello en zang) zijn excellente musici. Met name zij voegen wezenlijk iets toe aan het groepsgeluid.
Helaas staan er slechts drie nieuwe nummers op Come with Me. John Wayne, Nashville en Motherfucking Whore stonden al op het debuutalbum Character Assassination en Going to the Bottle, Rock Bottom en Devil’s Money stonden op Dotted Lines.
Zonder uitzondering allemaal fantastische liedjes. De drie nieuwe, Come with Me, Clockwork en Achilles Heel, doen er echter niet voor onder. Afsluiter is een fraaie cover van het wel zeer toepasselijke Viva Las Vegas, geschreven door Doc Pomus & Mort Shuman en beroemd geworden dankzij The King.
Het wordt hoog tijd dat ze naar Nederland komen voor optredens, tot die tijd neem ik genoegen met dit uitstekende Come with Me.
In Nederland hebben wij Bootleg Betty, de Engelse variant heet Dana Immanuel & the Stolen Band. Beide bands bestaan uit vijf stoere dames, die hun bekendheid vooral hebben vergaard door hun live-optredens.
Zo speelden Dana en haar meiden onlangs een aantal keren op het befaamde Glastonbury festival. Op het derde album heeft de groep geprobeerd zoveel mogelijk de livesound te reproduceren. Overigens is dit pas het eerste album onder de noemer van Dana Immanuel & the Stolen Band.
De absolute spil is Dana, die alle liedjes schrijft. Zij verdiende eerder haar geld als pokeraar en verslaggever van pokertoernooien, waaronder ook dat van Amsterdam. Vorig jaar wist Dana mij danig te verrassen met haar tweede schijf Dotted Lines, waarover ik voor Real Roots Café een recensie schreef.
Naast haar puntige songs vielen ook haar meer dan uitstekende teksten op. Teksten die regelmatig betrekking hebben op de perikelen van haar eigen relaties, maar ook op haar pokerverleden. Over de vorige plaat werd erg lang gedaan, de nieuwe werd in een vloek en een zucht opgenomen. Dat ging echter niet ten koste van de kwaliteit.
Werden de vorige twee albums alleen door Dana met heren opgenomen, nu wordt ze slechts door haar eigen dames begeleid. Zij doen zeker niet onder voor de musici op de vorige twee albums, integendeel zelfs. Vooral Feadora Morris (gitaar) en Maya McCourt (cello en zang) zijn excellente musici. Met name zij voegen wezenlijk iets toe aan het groepsgeluid.
Helaas staan er slechts drie nieuwe nummers op Come with Me. John Wayne, Nashville en Motherfucking Whore stonden al op het debuutalbum Character Assassination en Going to the Bottle, Rock Bottom en Devil’s Money stonden op Dotted Lines.
Zonder uitzondering allemaal fantastische liedjes. De drie nieuwe, Come with Me, Clockwork en Achilles Heel, doen er echter niet voor onder. Afsluiter is een fraaie cover van het wel zeer toepasselijke Viva Las Vegas, geschreven door Doc Pomus & Mort Shuman en beroemd geworden dankzij The King.
Het wordt hoog tijd dat ze naar Nederland komen voor optredens, tot die tijd neem ik genoegen met dit uitstekende Come with Me.
Daniël Lohues - Daniël Lohues (2022)

1
geplaatst: 29 maart 2022, 13:06 uur
Voor Corona had je zekerheden in het leven. Een Lohues album werd altijd meteen gevolgd door een tournee langs de theaters. Bij voorganger Sowieso liep dat in maart 2020 helaas in de soep. Maar gelukkig is er nu wel weer een prachtig nieuw album verschenen, getiteld Daniël Lohues. Jammer genoeg staan er voorlopig (?) geen concerten gepland.
Vreemd genoeg wordt niet vermeld waar het album is opgenomen. Die opnames vonden net als bij voorganger Sowieso plaats in de Exalto Studios in Haarlem. Met Bart Wagemakers achter de analoge knoppen. Zoals altijd wordt Daniël omringd door rasmuzikanten; Bernard Gepken, Reyer Zwart, Ferry Lagendijk en drummers Bram Hakkens, Mischa Porte en Ruben van der Velde. Het strijkkwartet bestaat uit Jacob Plooij, Vera de Bie, Jos Teeken en de vermaarde violiste Marieke de Bruijn.
Deze keer vond Daniël vooral zijn inspiratie in Frankrijk. “ ’s Avonds terug op de heuvel zag ik het in de stilte van het Franse platteland donker worden. Dan werkte ik de ideetjes die ik onderweg gekregen had verder uit. Zachtjes, met de gitaar op schoot, of gewoon in het hoofd. Ik zag weer sterrenhemels zoals ik ze als kind zag. Zo kwamen er elke dag nieuwe nummers bij. Ik schreef ook teksten waar ik nog geen muziek bij had. Verheugde mij er op een gegeven moment op om weer naar huis te gaan. Daar kon ik die teksten mooi op de vleugel zetten en zo ontstonden nieuwe nummers met piano.”, aldus Daniël.
Uiteraard komen er, zoals wel vaker, een aantal liedjes over dames voorbij, As ’t Regent in Rotterdam, Ellis en Oh, Louise. Het refrein van laatstgenoemde is na een keer luisteren al een oorwurm. Ook zijn nuchtere aard komt weer regelmatig in zijn teksten naar voren, zoals bijvoorbeeld in Dat Zien We Dan Wel Weer. De strijkersarrangementen zijn van de ervaren arrangeur Reyer Zwart (oa VanWyck).
Kwaliteit en kwantiteit gaan hand in hand, vijftig minuten lang weet Daniël te boeien. Daniël Lohues behoort tot de mooiste van zijn dertien reguliere releases tot nu toe.
Vreemd genoeg wordt niet vermeld waar het album is opgenomen. Die opnames vonden net als bij voorganger Sowieso plaats in de Exalto Studios in Haarlem. Met Bart Wagemakers achter de analoge knoppen. Zoals altijd wordt Daniël omringd door rasmuzikanten; Bernard Gepken, Reyer Zwart, Ferry Lagendijk en drummers Bram Hakkens, Mischa Porte en Ruben van der Velde. Het strijkkwartet bestaat uit Jacob Plooij, Vera de Bie, Jos Teeken en de vermaarde violiste Marieke de Bruijn.
Deze keer vond Daniël vooral zijn inspiratie in Frankrijk. “ ’s Avonds terug op de heuvel zag ik het in de stilte van het Franse platteland donker worden. Dan werkte ik de ideetjes die ik onderweg gekregen had verder uit. Zachtjes, met de gitaar op schoot, of gewoon in het hoofd. Ik zag weer sterrenhemels zoals ik ze als kind zag. Zo kwamen er elke dag nieuwe nummers bij. Ik schreef ook teksten waar ik nog geen muziek bij had. Verheugde mij er op een gegeven moment op om weer naar huis te gaan. Daar kon ik die teksten mooi op de vleugel zetten en zo ontstonden nieuwe nummers met piano.”, aldus Daniël.
Uiteraard komen er, zoals wel vaker, een aantal liedjes over dames voorbij, As ’t Regent in Rotterdam, Ellis en Oh, Louise. Het refrein van laatstgenoemde is na een keer luisteren al een oorwurm. Ook zijn nuchtere aard komt weer regelmatig in zijn teksten naar voren, zoals bijvoorbeeld in Dat Zien We Dan Wel Weer. De strijkersarrangementen zijn van de ervaren arrangeur Reyer Zwart (oa VanWyck).
Kwaliteit en kwantiteit gaan hand in hand, vijftig minuten lang weet Daniël te boeien. Daniël Lohues behoort tot de mooiste van zijn dertien reguliere releases tot nu toe.
Daniël Lohues - Moi (2017)

1
geplaatst: 24 februari 2017, 13:28 uur
Na de succesvolle groep Skik startte Daniël in 2006 zijn succesvolle solocarrière met de uit vier delen bestaande Allennig serie. Met de regelmaat van de klok brengt hij sindsdien bijna jaarlijks een soloplaat uit. En nooit stelt hij teleur, zijn laatste album Aosem was weer van ouderwetse klasse.
Meestal volgt direct op de release van zijn cd’s een uitvoerige tournee, zo ook bij zijn nieuwste schijf Moi. Het gaat Daniël al vele jaren voor de wind met zijn muziekcarrière. Hij zou niets anders willen en kunnen doen, blijkt maar al te duidelijk uit de tekst van opener Laot Mij Mar Lekker Dit Doen :
“Omdat ik niet anders kan
Dit is mien heden, mien toekomst, mien verleden
Laot mij mar lekker dit doen
Wordt der zowat gelukkig van”
Hij telt hier duidelijk zijn zegeningen. Dit keer zocht hij zijn onderwerpen dichter bij huis. Wellicht heeft dat te maken met het feit dat hij sinds hij zijn rijbewijs gehaald heeft, regelmatig tochtjes maakt aan allebei de kanten van de grens van Nederland en Duitsland.
Een van die ritjes zou de inspiratiebron voor het liedje Widukind kunnen zijn. Widukind, ook wel Wittekind, was de leider van het Saksische volk ten tijde van de Saksenoorlog tegen Karel de Grote. Ook het idee voor Waor Wo’j Dan Nog Hen zal hoogstwaarschijnlijk zo ontstaan zijn.
De toestand in de wereld houdt hem ook heel erg bezig. De bijzonder fraaie afsluiter Ärgens Langs ’n Lang Kanaal, Kom Dans Met Mij en Gewoon ’n Dag Op ’n Dorp getuigen hiervan. Zij het dat dit thema in het laatstgenoemde vrolijke liedje enigszins verstopt zit: “Veur zo’n aanslag hier is gien mense bange”.
Zijn voorliefde voor de natuur is bekend. Vlieg Dan Toch!, is een fraai liedje over een spreeuw, waar iets mee aan de hand is. Zoals wel vaker vormt zijn moeizame relatie met vrouwen een thema. In Vredesnaam behoort trouwens tot de mooiste liedjes.
In Zo Hard As De Tied Giet beseft hij zich steeds meer dat de tijd steeds sneller lijkt te gaan. Zodat Ok Bij Mij de Wind Goed Stiet is een troostlied voor een goede vriend van hem.
Zoals ik al eerder aangaf, Daniël stelt nooit teleur, ook op Moi niet!
Meestal volgt direct op de release van zijn cd’s een uitvoerige tournee, zo ook bij zijn nieuwste schijf Moi. Het gaat Daniël al vele jaren voor de wind met zijn muziekcarrière. Hij zou niets anders willen en kunnen doen, blijkt maar al te duidelijk uit de tekst van opener Laot Mij Mar Lekker Dit Doen :
“Omdat ik niet anders kan
Dit is mien heden, mien toekomst, mien verleden
Laot mij mar lekker dit doen
Wordt der zowat gelukkig van”
Hij telt hier duidelijk zijn zegeningen. Dit keer zocht hij zijn onderwerpen dichter bij huis. Wellicht heeft dat te maken met het feit dat hij sinds hij zijn rijbewijs gehaald heeft, regelmatig tochtjes maakt aan allebei de kanten van de grens van Nederland en Duitsland.
Een van die ritjes zou de inspiratiebron voor het liedje Widukind kunnen zijn. Widukind, ook wel Wittekind, was de leider van het Saksische volk ten tijde van de Saksenoorlog tegen Karel de Grote. Ook het idee voor Waor Wo’j Dan Nog Hen zal hoogstwaarschijnlijk zo ontstaan zijn.
De toestand in de wereld houdt hem ook heel erg bezig. De bijzonder fraaie afsluiter Ärgens Langs ’n Lang Kanaal, Kom Dans Met Mij en Gewoon ’n Dag Op ’n Dorp getuigen hiervan. Zij het dat dit thema in het laatstgenoemde vrolijke liedje enigszins verstopt zit: “Veur zo’n aanslag hier is gien mense bange”.
Zijn voorliefde voor de natuur is bekend. Vlieg Dan Toch!, is een fraai liedje over een spreeuw, waar iets mee aan de hand is. Zoals wel vaker vormt zijn moeizame relatie met vrouwen een thema. In Vredesnaam behoort trouwens tot de mooiste liedjes.
In Zo Hard As De Tied Giet beseft hij zich steeds meer dat de tijd steeds sneller lijkt te gaan. Zodat Ok Bij Mij de Wind Goed Stiet is een troostlied voor een goede vriend van hem.
Zoals ik al eerder aangaf, Daniël stelt nooit teleur, ook op Moi niet!
Daniël Lohues - Sowieso (2020)

4
geplaatst: 22 februari 2020, 09:53 uur
Als verstokt fan van Daniël Lohues is bijna twee jaar wachten op een nieuw album van hem erg lang. Vorig jaar werd weliswaar de stilte verbroken met het lekkere tussendoortje Elektrisch Live, maar ik hoor hem toch het liefste nieuwe liedjes zingen. Zijn albums zijn voor mij een soort muzikale dagboeken over wat er speelt in het leven van Daniël.
Op zijn intussen twaalfde album Sowieso blijken er de afgelopen twee jaar nogal wat verschillende gevoelens en gedachtes in hem omgegaan te zijn. Het is een muzikaal gevarieerd album geworden om die stemmingen zo goed mogelijk te kanaliseren.
Zo werd het album voorafgegaan door de vrolijke single Niks Mooiers As Dat, waarin Daniël een aantal mooie herinneringen koestert. Grappig trouwens dat Daniël als bewoner van de Nederlands-Duitse grensstreek altijd bij vergelijkingen consequent “als” gebruikt in plaats van “dan”.
In de opener Mag ’T Toch Wel Hopen wordt op geweldige wijze naar een climax toegewerkt met hoofdrollen voor het toetsenwerk en het heerlijke saxofoonspel van Jan Kooper. Catchy en stevig is Dansen in de Modder met wederom schitterend toetsenspel. Ingetogen en nostalgisch is het kippenvel bezorgende Van ’N Rivier, met een refrein wat meteen blijft hangen.
Het klein gehouden Duusternis waarop Daniël alleen begeleid wordt op piano en mondharmonica, had niet misstaan op Allennig II. Gezegend met een ronduit prachtig refrein is het uitnodigende Gao'j Met?. De begeleiding tilt het nummer verder naar een nog hoger niveau.
Subtiel en klein gehouden is Ie Maggen Hier Altied Henkommen, alleen zang, akoestische gitaar en spaarzame mondharmonica. Hier klinkt Daniël op zijn gelukkigst. Het tegenovergestelde geldt helaas voor de wanhopige pianoballade Wat Doen We Nou. De simpele, maar indringende tekst komt bij mij keihard binnen.
Gelukkig wordt het gevolgd door het berustende Over Joe, wat opgefleurd wordt door het stemmige cellospel van Fleur Dikken. Deze oorwurm duikt trouwens op de meest onverwachte momenten in mijn bovenkamer op. Fleur Dikken is ook te horen in het walsje Van de Liefde op zingende zaag, wat voor een speciaal, wat vervreemdend effect zorgt.
Gitzwart is de tekst van Hart an Flarden, wat daarom in een geweldig bluesnummer is omgetoverd. Het nummer bevalt me zo goed, dat ik me laat verlangen naar een bluesalbum van Lohues & The Louisiana Blues Club. Gelukkig wordt hierna afgesloten met het muzikaal opgewekte Zij Hef Niks, zij het dat tekst minder vrolijk is.
Net als voorganger Vlier werd Sowieso opgenomen in de Exalto Studios in Haarlem. Hij wordt weer bijgestaan door uitstekende musici als Bernard Gepken (gitaren, banjo), Ferry Lagendijk (toetsen), Bram Hakkens (drums, percussie) en Reyer Zwart (bas).
Het gevarieerde Sowieso wordt door mij nu al toegevoegd aan mijn rijtje van zijn favoriete albums Allennig II, Hout Moet, Gunder, Ericana en AOSEM. Helaas wordt het album niet zoals gewoonlijk gevolgd door een uitgebreide toer. Vanwege gezondheidsredenen moet hij hiervan afzien. Gelukkig is hij al weer aan de beterende hand, getuige zijn column “Kijken” in Dagblad van het Noorden van afgelopen zaterdag. Fijn dat ik met een enthousiaste recensie hem een extra hart onder de riem kan steken, Niks Mooiers As Dat.
Op zijn intussen twaalfde album Sowieso blijken er de afgelopen twee jaar nogal wat verschillende gevoelens en gedachtes in hem omgegaan te zijn. Het is een muzikaal gevarieerd album geworden om die stemmingen zo goed mogelijk te kanaliseren.
Zo werd het album voorafgegaan door de vrolijke single Niks Mooiers As Dat, waarin Daniël een aantal mooie herinneringen koestert. Grappig trouwens dat Daniël als bewoner van de Nederlands-Duitse grensstreek altijd bij vergelijkingen consequent “als” gebruikt in plaats van “dan”.
In de opener Mag ’T Toch Wel Hopen wordt op geweldige wijze naar een climax toegewerkt met hoofdrollen voor het toetsenwerk en het heerlijke saxofoonspel van Jan Kooper. Catchy en stevig is Dansen in de Modder met wederom schitterend toetsenspel. Ingetogen en nostalgisch is het kippenvel bezorgende Van ’N Rivier, met een refrein wat meteen blijft hangen.
Het klein gehouden Duusternis waarop Daniël alleen begeleid wordt op piano en mondharmonica, had niet misstaan op Allennig II. Gezegend met een ronduit prachtig refrein is het uitnodigende Gao'j Met?. De begeleiding tilt het nummer verder naar een nog hoger niveau.
Subtiel en klein gehouden is Ie Maggen Hier Altied Henkommen, alleen zang, akoestische gitaar en spaarzame mondharmonica. Hier klinkt Daniël op zijn gelukkigst. Het tegenovergestelde geldt helaas voor de wanhopige pianoballade Wat Doen We Nou. De simpele, maar indringende tekst komt bij mij keihard binnen.
Gelukkig wordt het gevolgd door het berustende Over Joe, wat opgefleurd wordt door het stemmige cellospel van Fleur Dikken. Deze oorwurm duikt trouwens op de meest onverwachte momenten in mijn bovenkamer op. Fleur Dikken is ook te horen in het walsje Van de Liefde op zingende zaag, wat voor een speciaal, wat vervreemdend effect zorgt.
Gitzwart is de tekst van Hart an Flarden, wat daarom in een geweldig bluesnummer is omgetoverd. Het nummer bevalt me zo goed, dat ik me laat verlangen naar een bluesalbum van Lohues & The Louisiana Blues Club. Gelukkig wordt hierna afgesloten met het muzikaal opgewekte Zij Hef Niks, zij het dat tekst minder vrolijk is.
Net als voorganger Vlier werd Sowieso opgenomen in de Exalto Studios in Haarlem. Hij wordt weer bijgestaan door uitstekende musici als Bernard Gepken (gitaren, banjo), Ferry Lagendijk (toetsen), Bram Hakkens (drums, percussie) en Reyer Zwart (bas).
Het gevarieerde Sowieso wordt door mij nu al toegevoegd aan mijn rijtje van zijn favoriete albums Allennig II, Hout Moet, Gunder, Ericana en AOSEM. Helaas wordt het album niet zoals gewoonlijk gevolgd door een uitgebreide toer. Vanwege gezondheidsredenen moet hij hiervan afzien. Gelukkig is hij al weer aan de beterende hand, getuige zijn column “Kijken” in Dagblad van het Noorden van afgelopen zaterdag. Fijn dat ik met een enthousiaste recensie hem een extra hart onder de riem kan steken, Niks Mooiers As Dat.
Daniël Lohues - Vlier (2018)

4,5
3
geplaatst: 11 februari 2018, 13:12 uur
Een muziekjaar is voor mij incompleet zonder een nieuw album van Daniël Lohues. Vlier is intussen zijn elfde soloalbum. Aanvankelijk stond de release gepland voor 9 februari, wellicht verschoven naar 2 maart vanwege de, met voor Nederland succesvolle, start van de Olympische Spelen.
Zijn uitvoerige theatertoer startte al wel afgelopen woensdag. De bezoekers hiervan kunnen rekenen op een staalkaart van achttien geweldige, splinternieuwe liedjes.
Deze keer toog Daniël voor de opnames naar de Exalto Studios in Haarlem en nodigde een paar bevriende gastmuzikanten uit; Bram Hakkens (drums), Reyer Zwart (bas) en Bernard Gepken (gitaren, banjo, mandoline en dobro). Zijn laatste album waarop hij voor de bandvorm koos was op D uit 2014.
Veel van de liedjes zijn vanuit een droom ontstaan, zoals de reeds bekende opener Volle Maone. Op een album van Daniël ontbreekt nooit een liedje over een (verloren) liefde, Chantal is bijzonder fraai, ook eentje over de stoere Josephine en tevens het droevige Van Hier Tot Tokyo, waarop een heerlijk Doors orgeltje en idem gitaarspel te horen is.
Uiteraard een liedje over reizen, Mar Ik Hur Hier. Ondanks sommige nadelen woont hij toch het liefste in Nederland. Het zeer aanstekelijke A28 gaat uiteraard over de bekende snelweg naar het Noorden. Zelfs een vriendelijke Drent als Lohues kan weleens boos worden, in het stevige Gao Weg spuugt hij zijn gal over iemand:
“Ik krieg stress van joe
Piene in de pénze
Loop mar snel eben deur
Wat be’j ja ’n mal ménse”
Religie komt om de hoek kijken in één van de vele hoogtepunten, De Ogen van Maria. Als het Daniël even teveel wordt dan trekt hij zich terug in zijn Ondergrondse Hutte, een liedje met een refrein wat je niet gauw meer loslaat.
Veel songs kwamen in een losse jamsfeer tot stand, schoolvoorbeeld daarvan is afsluiter Op de Prairie, waarin men volledig losgaat. Tot mijn grote favorieten behoort het ingetogen ’t Stöf, wat gaat over de ongemakken, die schrale oostenwind kan veroorzaken. Aan het begin en eind zijn Russische radiofragmenten te horen.
Al met al heeft Daniël met Vlier, zowel tekstueel als muzikaal een gevarieerde schijf afgeleverd en kan wat mij betreft tot zijn allerbeste werk gerekend worden.
Zijn uitvoerige theatertoer startte al wel afgelopen woensdag. De bezoekers hiervan kunnen rekenen op een staalkaart van achttien geweldige, splinternieuwe liedjes.
Deze keer toog Daniël voor de opnames naar de Exalto Studios in Haarlem en nodigde een paar bevriende gastmuzikanten uit; Bram Hakkens (drums), Reyer Zwart (bas) en Bernard Gepken (gitaren, banjo, mandoline en dobro). Zijn laatste album waarop hij voor de bandvorm koos was op D uit 2014.
Veel van de liedjes zijn vanuit een droom ontstaan, zoals de reeds bekende opener Volle Maone. Op een album van Daniël ontbreekt nooit een liedje over een (verloren) liefde, Chantal is bijzonder fraai, ook eentje over de stoere Josephine en tevens het droevige Van Hier Tot Tokyo, waarop een heerlijk Doors orgeltje en idem gitaarspel te horen is.
Uiteraard een liedje over reizen, Mar Ik Hur Hier. Ondanks sommige nadelen woont hij toch het liefste in Nederland. Het zeer aanstekelijke A28 gaat uiteraard over de bekende snelweg naar het Noorden. Zelfs een vriendelijke Drent als Lohues kan weleens boos worden, in het stevige Gao Weg spuugt hij zijn gal over iemand:
“Ik krieg stress van joe
Piene in de pénze
Loop mar snel eben deur
Wat be’j ja ’n mal ménse”
Religie komt om de hoek kijken in één van de vele hoogtepunten, De Ogen van Maria. Als het Daniël even teveel wordt dan trekt hij zich terug in zijn Ondergrondse Hutte, een liedje met een refrein wat je niet gauw meer loslaat.
Veel songs kwamen in een losse jamsfeer tot stand, schoolvoorbeeld daarvan is afsluiter Op de Prairie, waarin men volledig losgaat. Tot mijn grote favorieten behoort het ingetogen ’t Stöf, wat gaat over de ongemakken, die schrale oostenwind kan veroorzaken. Aan het begin en eind zijn Russische radiofragmenten te horen.
Al met al heeft Daniël met Vlier, zowel tekstueel als muzikaal een gevarieerde schijf afgeleverd en kan wat mij betreft tot zijn allerbeste werk gerekend worden.
Daniel Luke - Shadow Dance (2023)

4,0
0
geplaatst: 28 juli 2023, 06:58 uur
Soms bevatten Facebookberichten interessante informatie. Toevallig las ik op de pagina van John O’Connor dat zijn nieuwe album Until the Rivers Run Dry door The Irish Times verkozen is tot de beste tien Ierse albums van het eerste half jaar van 2023. Tot dat tiental behoort ook Shadow Dance, het debuutalbum van Daniel Luke.
Mijn kennis van Ierse muziek is behoorlijk groot, maar van Daniel Luke had ik nog nooit gehoord. Voordat pianist Luke solo ging, maakte hij een decennium deel uit van het kwartet met de aparte naam Gypsies on the Autobahn. Het enige wat ik verder over hem weet is, dat hij eerder dit jaar op een compositie te horen is op Ritual van Stik Figa & The Expert. Begin 2020 begon Daniel aan een nieuw en persoonlijk project: een verzameling solo-pianocomposities die uiteindelijk zijn debuutalbum Shadow Dance zouden worden.
Opgenomen in zijn ouderlijk huis, op de piano waarop hij leerde spelen, vertegenwoordigt dit album een liefdeswerk en een leven lang leren. Daniel heeft zowel voorbeelden in de klassieke muziek als Chopin, Satie en Debussy, maar ook jazzmuzikanten als Bill Evans en Chick Corea. Voortbouwend op zijn klassieke opleiding laat hij die stijlen in zijn composities samensmelten tot iets geheel eigens, waarbij een uniek speels en levendig geluid ontstaat.
De uitzonderlijke schoonheid, emotionele diepgang en de lichtvoetigheid lieten me al snel vallen voor dit fraaie, instrumentale album. Blijkbaar komt volgens Daniel zijn muziek live het beste tot zijn recht. Die liveshows zijn een groot succes, hij verkocht onder andere de National Concert Hall Dublin uit en speelde hij sets op Glastonbury.
Na Les Barricades Mystérieuses van Paulette Verlée is Shadow Dance het tweede instrumentale album dit jaar met pianomuziek, dat mij buitengewoon weet te bekoren. Het is verkrijgbaar digitaal en op vinyl.
Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com
Mijn kennis van Ierse muziek is behoorlijk groot, maar van Daniel Luke had ik nog nooit gehoord. Voordat pianist Luke solo ging, maakte hij een decennium deel uit van het kwartet met de aparte naam Gypsies on the Autobahn. Het enige wat ik verder over hem weet is, dat hij eerder dit jaar op een compositie te horen is op Ritual van Stik Figa & The Expert. Begin 2020 begon Daniel aan een nieuw en persoonlijk project: een verzameling solo-pianocomposities die uiteindelijk zijn debuutalbum Shadow Dance zouden worden.
Opgenomen in zijn ouderlijk huis, op de piano waarop hij leerde spelen, vertegenwoordigt dit album een liefdeswerk en een leven lang leren. Daniel heeft zowel voorbeelden in de klassieke muziek als Chopin, Satie en Debussy, maar ook jazzmuzikanten als Bill Evans en Chick Corea. Voortbouwend op zijn klassieke opleiding laat hij die stijlen in zijn composities samensmelten tot iets geheel eigens, waarbij een uniek speels en levendig geluid ontstaat.
De uitzonderlijke schoonheid, emotionele diepgang en de lichtvoetigheid lieten me al snel vallen voor dit fraaie, instrumentale album. Blijkbaar komt volgens Daniel zijn muziek live het beste tot zijn recht. Die liveshows zijn een groot succes, hij verkocht onder andere de National Concert Hall Dublin uit en speelde hij sets op Glastonbury.
Na Les Barricades Mystérieuses van Paulette Verlée is Shadow Dance het tweede instrumentale album dit jaar met pianomuziek, dat mij buitengewoon weet te bekoren. Het is verkrijgbaar digitaal en op vinyl.
Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com
Daniel Norgren - Wooh Dang (2019)

1
geplaatst: 14 april 2019, 10:42 uur
Zijn vorige zes albums gingen op Alabursy na aan mij voorbij. Een ingetogen, thuis op een viersporenrecorder opgenomen album. Wooh Dang werd vorig jaar herfst opgenomen in een negentiende eeuwse boerderij, niet ver van Norgrens huis in zuidwest Zweden.
Een locatie waar de tijd lang leek stil te hebben gestaan. Zelf omschreef Norgren de werkomgeving als : “The interior looked it hadn’t been touched for the past 80 years. I moved a lamp and it left a dark red ring on the pink tablecloth underneath…goldmine! The house was huge, full of good, inspiring mustiness, creaking wooden floors, scary old portrait paintings on the walls, and an old, black German piano which I used in all the songs.”.
Dus echt een omgeving die garant zou moeten staan voor inspiratie. Het album werd in zijn geheel live analoog opgenomen op een zestiensporenrecorder. Er ontstond ter plaatse een geweldige chemie tussen Norgren en zijn band bestaande uit oude vrienden Anders Grahn (bas), Erik Berntsson (drums) en Andreas Filipsson (guitar en banjo).
Het plezier stond voorop en dat leidde tot een veelal relaxte opnamesfeer. Regelmatig maakte Norgren dankbaar gebruik van de aanwezige piano, zoals in het fraaie, ingetogen The Power. Tot mijn persoonlijke favorieten reken ik So Glad, het liefdesliedje The Day That's Just Begun en het Cooderiaanse When I Hold You in My Arms.
Zwakke broeders zijn er echter op Wooh Dang niet te vinden. Heerlijk, zeer overtuigend album, mede dankzij de onderlinge chemie.
Daniel Norgren live:
20-05 AMSTERDAM: Paradiso, grote zaal
Een locatie waar de tijd lang leek stil te hebben gestaan. Zelf omschreef Norgren de werkomgeving als : “The interior looked it hadn’t been touched for the past 80 years. I moved a lamp and it left a dark red ring on the pink tablecloth underneath…goldmine! The house was huge, full of good, inspiring mustiness, creaking wooden floors, scary old portrait paintings on the walls, and an old, black German piano which I used in all the songs.”.
Dus echt een omgeving die garant zou moeten staan voor inspiratie. Het album werd in zijn geheel live analoog opgenomen op een zestiensporenrecorder. Er ontstond ter plaatse een geweldige chemie tussen Norgren en zijn band bestaande uit oude vrienden Anders Grahn (bas), Erik Berntsson (drums) en Andreas Filipsson (guitar en banjo).
Het plezier stond voorop en dat leidde tot een veelal relaxte opnamesfeer. Regelmatig maakte Norgren dankbaar gebruik van de aanwezige piano, zoals in het fraaie, ingetogen The Power. Tot mijn persoonlijke favorieten reken ik So Glad, het liefdesliedje The Day That's Just Begun en het Cooderiaanse When I Hold You in My Arms.
Zwakke broeders zijn er echter op Wooh Dang niet te vinden. Heerlijk, zeer overtuigend album, mede dankzij de onderlinge chemie.
Daniel Norgren live:
20-05 AMSTERDAM: Paradiso, grote zaal
Danielle Nicole - The Love You Bleed (2024)

4,0
1
geplaatst: 25 januari 2024, 14:10 uur
Tot de grote namen in bluesland kan zeker Danielle Nicole Schnebelen gerekend worden. Na ooit deel uitgemaakt te hebben van de familieband Trampled Under Foot koos ze voor een solocarrière. Intussen heeft ze zeven Blues Music Awards in haar bezit. Haar eerste prijs was in 2014, ze werd toen de eerste vrouwelijke winnaar ooit van de Blues Foundation’s Blues Music Award voor Beste Instrumentalist, Bas.
Haar muziek wordt miljoenen keren per album gestreamd. Haar album Cry No More uit 2018 alleen al werd meer dan 10 miljoen keer beluisterd. Ook in Nederland is ze behoorlijk populair. Ze stond al op grote bluesfestivals als het Holland International Blues Festival en Moulin Blues Ospel. Haar nieuwe album The Love You Bleed verschijnt op uitstekende label Forty Below, waarop in september nog het geweldige livealbum Live in 1967 – Volume Three van John Mayall’s Bluesbreakers verscheen.
Schnebelen produceerde het album samen met Tony Braunagel (Coco Montoya, Ana Popovic, Eric Burdon, Taj Mahal, Robert Cray). De songs staan in het teken van liefde en verlies (broer Chris), maar haar eerlijke teksten laten ook haar persoonlijk groei als persoon, vrouw en moeder horen. Vaak schreef ze de over het algemeen stevige nummers samen met Brandon Miller. Met haar krachtige stem blaast ze regelmatig de luisteraar omver. Toch maakt ze op mij de meeste indruk in het gevoelige, ingetogen A Lover Is Forever, waarop is alleen op akoestische gitaar begeleid wordt door Miller. Deze cover werd ooit bekend dankzij Etta James. Ik hoop dan ook dat ze ooit eens een ingetogen akoestisch album zal gaan maken. The Love You Bleed zal ongetwijfeld weer veel beluisterd gaan worden op de streamingdiensten.
Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com
Haar muziek wordt miljoenen keren per album gestreamd. Haar album Cry No More uit 2018 alleen al werd meer dan 10 miljoen keer beluisterd. Ook in Nederland is ze behoorlijk populair. Ze stond al op grote bluesfestivals als het Holland International Blues Festival en Moulin Blues Ospel. Haar nieuwe album The Love You Bleed verschijnt op uitstekende label Forty Below, waarop in september nog het geweldige livealbum Live in 1967 – Volume Three van John Mayall’s Bluesbreakers verscheen.
Schnebelen produceerde het album samen met Tony Braunagel (Coco Montoya, Ana Popovic, Eric Burdon, Taj Mahal, Robert Cray). De songs staan in het teken van liefde en verlies (broer Chris), maar haar eerlijke teksten laten ook haar persoonlijk groei als persoon, vrouw en moeder horen. Vaak schreef ze de over het algemeen stevige nummers samen met Brandon Miller. Met haar krachtige stem blaast ze regelmatig de luisteraar omver. Toch maakt ze op mij de meeste indruk in het gevoelige, ingetogen A Lover Is Forever, waarop is alleen op akoestische gitaar begeleid wordt door Miller. Deze cover werd ooit bekend dankzij Etta James. Ik hoop dan ook dat ze ooit eens een ingetogen akoestisch album zal gaan maken. The Love You Bleed zal ongetwijfeld weer veel beluisterd gaan worden op de streamingdiensten.
Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com
Danni Nicholls - Mockingbird Lane (2015)

0
geplaatst: 17 september 2015, 07:38 uur
De bevallige, dertig jarige Danni Nicholls groeide op in Bedfordshire, Engeland. Mijn vermoeden dat ze Indiase roots heeft klopte. Haar moeder werd er geboren, maar verliet India al na negen maanden. Naast Indiaas bloed, stroomt er overigens ook Frans, Portugees, Iers en zelfs Nederlands bloed door haar aderen.
In haar jeugd ontdekte ze veel muziek tijdens haar bezoekjes aan haar grootouders en op familiefeestjes. Die muziek varieerde van Elvis, Chuck Berry, Sam Cooke, Patsy Cline en andere oude countrymuziek. Haar voorkeur veranderde naar big bandmuziek, nadat ze saxofoon begon te spelen. Die wijzigde opnieuw nadat ze geïnspireerd werd door Suzanne Vega en de gitaar oppakte. En brak er een periode aan dat ze veel naar vrouwelijke singer songwriters begon te luisteren.
Toch kwam haar oude liefde countrymuziek terug in haar leven. Haar huidige voorkeuren zijn Johnny Cash, Dolly Parton, Gram Parsons, Brandi Carlile maar daarnaast iemand als Paul Simon en Frazey Ford. In 2013 debuteerde ze met het door de pers en publiek goed ontvangen A Little Redemption geproduceerd door Chris Donohue, een man met een indrukwekkende staat van dienst. Naast een eigen carrière werkte hij samen met de meest uitlopende artiesten; Tom Jones, The McGarrigles, Solomon Burke en Guy Clark om er enkelen te noemen.
Danni zal terecht gedacht hebben, never change a winning team en toog wederom naar Nashville om te gaan samenwerken met Chris Donohue en hetzelfde, ervaren team muzikanten. En deze keuze pakt bijzonder goed uit, want om met de deur in huis te vallen, het is een prachtig, consistent album geworden. Alle liedjes schreef ze zelf, waarvan het overgrote deel samen met andere liedjesschrijvers. Waarschijnlijk werkt ze graag en gemakkelijk met anderen. Ze schrijft overigens in periodes. Ideeën voor liedjes heeft ze altijd meer dan genoeg, alleen heeft ze soms moeite om het uit te werken tot een perfecte song.
De liedjes zijn een combinatie van verzonnen, geleende verhalen over anderen en eigen liefdesperikelen. Ergens las ik in de pers een vergelijking met de stemmen van Emmylou Harris en Alison Krauss, maar ik hoor vooral een eigen geluid. Ze zingt op een kenmerkende, af en toe licht zuchtende manier en heeft een opvallende frasering.
Het materiaal op Mockingbird Lane is gevarieerd. Er staan wat stevigere nummers op, zoals het heerlijke Where the Blue Trains Goes en Between Forever & Goodbye, die ook laten horen dat ze omringd is door uitstekende musici. Danni had tevens jazz zangeres kunnen worden, getuige Look Up At The Moon. Een traantje kan weggepinkt worden bij het droevige Leaving Tennessee en Sad Swan, en geswingd in afsluiter Travelin’ man. Mockingbird Lane heb ik al geruime tijd in huis en blijkt een echt groei album en eentje, die ik ben gaan koesteren.
In haar jeugd ontdekte ze veel muziek tijdens haar bezoekjes aan haar grootouders en op familiefeestjes. Die muziek varieerde van Elvis, Chuck Berry, Sam Cooke, Patsy Cline en andere oude countrymuziek. Haar voorkeur veranderde naar big bandmuziek, nadat ze saxofoon begon te spelen. Die wijzigde opnieuw nadat ze geïnspireerd werd door Suzanne Vega en de gitaar oppakte. En brak er een periode aan dat ze veel naar vrouwelijke singer songwriters begon te luisteren.
Toch kwam haar oude liefde countrymuziek terug in haar leven. Haar huidige voorkeuren zijn Johnny Cash, Dolly Parton, Gram Parsons, Brandi Carlile maar daarnaast iemand als Paul Simon en Frazey Ford. In 2013 debuteerde ze met het door de pers en publiek goed ontvangen A Little Redemption geproduceerd door Chris Donohue, een man met een indrukwekkende staat van dienst. Naast een eigen carrière werkte hij samen met de meest uitlopende artiesten; Tom Jones, The McGarrigles, Solomon Burke en Guy Clark om er enkelen te noemen.
Danni zal terecht gedacht hebben, never change a winning team en toog wederom naar Nashville om te gaan samenwerken met Chris Donohue en hetzelfde, ervaren team muzikanten. En deze keuze pakt bijzonder goed uit, want om met de deur in huis te vallen, het is een prachtig, consistent album geworden. Alle liedjes schreef ze zelf, waarvan het overgrote deel samen met andere liedjesschrijvers. Waarschijnlijk werkt ze graag en gemakkelijk met anderen. Ze schrijft overigens in periodes. Ideeën voor liedjes heeft ze altijd meer dan genoeg, alleen heeft ze soms moeite om het uit te werken tot een perfecte song.
De liedjes zijn een combinatie van verzonnen, geleende verhalen over anderen en eigen liefdesperikelen. Ergens las ik in de pers een vergelijking met de stemmen van Emmylou Harris en Alison Krauss, maar ik hoor vooral een eigen geluid. Ze zingt op een kenmerkende, af en toe licht zuchtende manier en heeft een opvallende frasering.
Het materiaal op Mockingbird Lane is gevarieerd. Er staan wat stevigere nummers op, zoals het heerlijke Where the Blue Trains Goes en Between Forever & Goodbye, die ook laten horen dat ze omringd is door uitstekende musici. Danni had tevens jazz zangeres kunnen worden, getuige Look Up At The Moon. Een traantje kan weggepinkt worden bij het droevige Leaving Tennessee en Sad Swan, en geswingd in afsluiter Travelin’ man. Mockingbird Lane heb ik al geruime tijd in huis en blijkt een echt groei album en eentje, die ik ben gaan koesteren.
Danny Bryant - The Rage to Survive (2021)

4,0
1
geplaatst: 25 oktober 2021, 09:13 uur
Op de foto in het tekstboekje van zijn nieuwste album The Rage to Survive kijkt de Engelse blues rocker Danny Bryan tevreden in de camera. Toch was er de afgelopen jaren op persoonlijk vlak niet zoveel reden tot lachen. Na de dood van zijn vader Ken, die ook muzikant was, raakte hij in een neerwaartse spiraal. Hij doet hierover zijn ontroerende relaas op het persoonlijke album Revelation. Danny Bryant lijkt me een echte binnenvetter, die in zijn muziek de gewenste uitlaatklep vindt. Uiteraard verwijst de titel naar de coronapandemie. Opener en titelsong geeft dat meteen duidelijk aan, de slotregels van dit lied spreken voor zich :
“My hometown the bell tolls everyday
Just another soul life gone to waste
Search your heart look inside
And you will find the rage to survive”
Door de jaren heen is Danny’s muziek steviger en emotioneler geworden. Soms gaan de songs wat meer richting blues, een andere keer meer richting rock. Maar Danny is meer dan alleen een bluesrocker, zo houdt hij zich ook alleen gewapend met een gitaar gemakkelijk staande in Falling Tears. De inkleuring is gevarieerd. Zo is er in het instrumentale Looking Good een geweldige interactie tussen de Danny’s gitaar en blazers Lauren Young en David Maddison. Stevie Watts kleurt ook regelmatig op piano en orgel de liedjes fantastisch in. Bij de eerste maten van de prachtige afsluiter Westport dacht ik heel even dat Stuart A. Staples van Tindersticks achter de piano had plaatsgenomen. The Rage to Survive is een eerlijke en emotionele weerspiegeling van hoe Danny zich door de Coronacrisis probeert te worstelen. Enkele weken geleden gaf Danny al twee concerten in Nederland, maar gelukkig komt hij begin volgend jaar terug.
Danny Bryant live :
21-01 LELYSTAD : Corneel
22-01 BRUSSEL : CC De Woluwe - Saint-Pierre
23-01 ZIERIKZEE : Brogum
19-02 DODRECHT : Bibelot
20-02 ZAANDAM : De Flux
15-04 BERGEN OP ZOOM : Poppodium Gebouw-T
16-04 HOORN : Manifesto
“My hometown the bell tolls everyday
Just another soul life gone to waste
Search your heart look inside
And you will find the rage to survive”
Door de jaren heen is Danny’s muziek steviger en emotioneler geworden. Soms gaan de songs wat meer richting blues, een andere keer meer richting rock. Maar Danny is meer dan alleen een bluesrocker, zo houdt hij zich ook alleen gewapend met een gitaar gemakkelijk staande in Falling Tears. De inkleuring is gevarieerd. Zo is er in het instrumentale Looking Good een geweldige interactie tussen de Danny’s gitaar en blazers Lauren Young en David Maddison. Stevie Watts kleurt ook regelmatig op piano en orgel de liedjes fantastisch in. Bij de eerste maten van de prachtige afsluiter Westport dacht ik heel even dat Stuart A. Staples van Tindersticks achter de piano had plaatsgenomen. The Rage to Survive is een eerlijke en emotionele weerspiegeling van hoe Danny zich door de Coronacrisis probeert te worstelen. Enkele weken geleden gaf Danny al twee concerten in Nederland, maar gelukkig komt hij begin volgend jaar terug.
Danny Bryant live :
21-01 LELYSTAD : Corneel
22-01 BRUSSEL : CC De Woluwe - Saint-Pierre
23-01 ZIERIKZEE : Brogum
19-02 DODRECHT : Bibelot
20-02 ZAANDAM : De Flux
15-04 BERGEN OP ZOOM : Poppodium Gebouw-T
16-04 HOORN : Manifesto
Danny Schmidt - Standard Deviation (2019)

0
geplaatst: 29 maart 2019, 12:35 uur
Onlangs besprak Rein van den Berg Standard Deviation al voor Johnny’s Garden. We hadden blijkbaar allebei in het begin moeite met de wat klagelijke zang van Schmidt. Na enige gewenning aan die stem bleek tien jaar geleden zijn album Instead the Forest Rose to Sing een prachtplaat te zijn.
Sinds zijn vorige album verschijnen zijn albums helaas niet meer op kwaliteitslabel Red House Records, maar in eigen beheer. Het valt tegenwoordig niet mee om als onafhankelijk artiest de financiering van een album rond te krijgen, maar gelukkig bestaat er crowdfunding. Sommige liedjes werden zelfs persoonlijk gesponsord, waaronder Just Wait Til They See You door voormalig Genesis drummer Phil Collins.
Het inmiddels tiende album Standard Deviation behandelt een aantal moeilijke thema's en onderwerpen, van gentrificatie tot onvruchtbaarheid, radicale eerlijkheid, vaderschap en gezin tot aan verlies. Schmidt wordt omringd door uitstekende muzikanten, waaronder Will Robertson, die het album tevens produceerde. Uiteraard ontbreekt vrouwlief Carrie Elkin niet. Volgende maand komt Schmidt naar Nederland om de release van Standard Deviation te promoten.
Danny Schmidt live:
23-04 BERGEN OP ZOOM: Vestzaktheater ’t Zwijnshoofd
25-04 DEN HAAG: Musemix & Max Guitar
28-04 PURMEREND: Huiskamerconcert
29-04 EINDHOVEN: Meneer Frits
Sinds zijn vorige album verschijnen zijn albums helaas niet meer op kwaliteitslabel Red House Records, maar in eigen beheer. Het valt tegenwoordig niet mee om als onafhankelijk artiest de financiering van een album rond te krijgen, maar gelukkig bestaat er crowdfunding. Sommige liedjes werden zelfs persoonlijk gesponsord, waaronder Just Wait Til They See You door voormalig Genesis drummer Phil Collins.
Het inmiddels tiende album Standard Deviation behandelt een aantal moeilijke thema's en onderwerpen, van gentrificatie tot onvruchtbaarheid, radicale eerlijkheid, vaderschap en gezin tot aan verlies. Schmidt wordt omringd door uitstekende muzikanten, waaronder Will Robertson, die het album tevens produceerde. Uiteraard ontbreekt vrouwlief Carrie Elkin niet. Volgende maand komt Schmidt naar Nederland om de release van Standard Deviation te promoten.
Danny Schmidt live:
23-04 BERGEN OP ZOOM: Vestzaktheater ’t Zwijnshoofd
25-04 DEN HAAG: Musemix & Max Guitar
28-04 PURMEREND: Huiskamerconcert
29-04 EINDHOVEN: Meneer Frits
Danny Vera - DNA (2023)

4,5
3
geplaatst: 17 september 2023, 07:54 uur
Al meer dan twintig jaar brengt de Middelburgse singer-songwriter Danny Vera muziek uit zonder concessies. Uiteindelijk bracht het samen met John Verhoeven (aka Mercy John) geschreven nummer Roller Coaster, het grote succes. Niet alleen is het nummer inmiddels meer dan 100 miljoen gestreamd op Spotify en bereikte het nummer de hoogste positie in de Top2000 van 2020, maar bezorgde het hem platina platen en een uitverkochte Ziggo Dome.
Het nieuwe album DNA ligt niet in het verlengde van voorganger The New Now, het heeft een andere vibe. Bij het ontstaan merkte Danny dat de liedjes wat authentieker zijn, meer richting rock ‘n’ roll en blues. Bij het opnemen stond het spelplezier voorop en werd het live opgenomen. Omdat hij niet te lang bij zijn jonge dochter vandaan wilde zijn, huurde hij voor de opnames de schouwburg van Middelburg af. Toen de opnamelocatie eenmaal geregeld was, liet hij producer Frans Hagenaars overkomen met een mobiele studio en werd er een karrenvracht aan oude gear verzameld, zoals vintage microfoons en gitaren.
De zestien liedjes voor het album werden in slechts twee maanden tijd in zijn eentje geschreven. Normaal doet Danny daar zo’n twee jaar over. De muziek heeft wat meer ruwe randjes dan we van hem gewend zijn. De basis wordt gevormd door Reyer Zwart (contrabas), JP Hoekstra (elektrische gitaar) en Benny Bakker (drums). Af en toe aangevuld met heerlijk saxspel van Jan Kooper, pianospel van Henk Hulzebosch en wat soulvolle achtergrondzang van Raquel Brown en Aldiner Laurent.
Uiteraard ontbreken op DNA de klassieke Danny Vera ballades niet, zoals de fraaie songs Pullin’ Me Back en Shadow Light. Favoriete tracks zijn misschien wel Firefly vanwege het fraaie gitaarspel van JP Hoekstra en Switchblade vanwege het lekkere saxspel van Jan Kooper. DNA bevat een zestiental ijzersterke songs, Danny’s fraaiste album tot nu toe. Wie nog kaartjes voor een liveoptreden wil hebben de komende tijd moet er snel bij zijn, er zijn alleen nog wat kaartjes over voor het optreden in de Ziggo Dome, de rest is al uitverkocht.
Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com
Het nieuwe album DNA ligt niet in het verlengde van voorganger The New Now, het heeft een andere vibe. Bij het ontstaan merkte Danny dat de liedjes wat authentieker zijn, meer richting rock ‘n’ roll en blues. Bij het opnemen stond het spelplezier voorop en werd het live opgenomen. Omdat hij niet te lang bij zijn jonge dochter vandaan wilde zijn, huurde hij voor de opnames de schouwburg van Middelburg af. Toen de opnamelocatie eenmaal geregeld was, liet hij producer Frans Hagenaars overkomen met een mobiele studio en werd er een karrenvracht aan oude gear verzameld, zoals vintage microfoons en gitaren.
De zestien liedjes voor het album werden in slechts twee maanden tijd in zijn eentje geschreven. Normaal doet Danny daar zo’n twee jaar over. De muziek heeft wat meer ruwe randjes dan we van hem gewend zijn. De basis wordt gevormd door Reyer Zwart (contrabas), JP Hoekstra (elektrische gitaar) en Benny Bakker (drums). Af en toe aangevuld met heerlijk saxspel van Jan Kooper, pianospel van Henk Hulzebosch en wat soulvolle achtergrondzang van Raquel Brown en Aldiner Laurent.
Uiteraard ontbreken op DNA de klassieke Danny Vera ballades niet, zoals de fraaie songs Pullin’ Me Back en Shadow Light. Favoriete tracks zijn misschien wel Firefly vanwege het fraaie gitaarspel van JP Hoekstra en Switchblade vanwege het lekkere saxspel van Jan Kooper. DNA bevat een zestiental ijzersterke songs, Danny’s fraaiste album tot nu toe. Wie nog kaartjes voor een liveoptreden wil hebben de komende tijd moet er snel bij zijn, er zijn alleen nog wat kaartjes over voor het optreden in de Ziggo Dome, de rest is al uitverkocht.
Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com
Danny Vera - The New Black and White Pt. V (2022)

2
geplaatst: 15 september 2022, 08:19 uur
Het succes is Danny Vera niet aan komen waaien. Een tijdlang ploeterde hij in de marge, zonder ooit concessies te doen. Met zijn vierde album Pink Flamingo kwam een droom uit. Hij stak al zijn spaarcenten in het project om in de Hilltop Studio’s in Nashville met ervaren sessiemuzikanten onder aanvoering van producer John Nicholson (oa Dolly Parton, Alison Krauss) op te nemen.
Het album wekte hierna ook de aandacht van Johan Derksen, die hem vervolgens in VI Oranje en Voetbal Inside liet optreden. Het grote publiek bereikte hij pas echt met het samen met Mercy John (John Verhoeven) geschreven nummer Roller Coaster, intussen meer dan vijftig miljoen keer gestreamd.
De nieuwe EP The New Black and White Pt. V produceerde Danny zelf samen met Frans Hagenaars en Reyer Zwart en werd opgenomen in de befaamde Wisseloord Studios in Hilversum. Vier van de zes nummers schreef Danny zelf.
Peace in the Valley is een bekende gospel klassieker geschreven door de grondlegger van de moderne gospelmuziek, dominee Thomas A. Dorsey. Het lied is een krachtige geloofsbelijdenis en is grotendeels een visioen over de hemel en bevat de nodige Bijbelse verwijzingen. Het lied werd talloze keren opgenomen, waaronder door Elvis, Johnny Cash en Patsy Cline.
Make It a Memory schreef Danny samen met JP Hoekstra en Krezip frontvrouw Jacqueline Govaert. Govaert en Vera kennen elkaar al heel lang, zij behoorden beiden tot de allereerste lichting van de Rockacademie in Tilburg.
De EP opent met Sorrow’s Leavin’ Town, wat zou kunnen stammen uit de glorietijd van Frank Sinatra. Zoals bekend is Danny een groot liefhebber van “The Voice” en wil hij nog weleens vlak voor een optreden That’s Life door de kleedkamer laten galmen.
Samen met het Rosenberg Trio laat Danny in A Fadin’ Blue horen dat de zigeuner jazz, die ooit begon met Django Reinhardt, nog steeds springlevend is. Bijzonder fraai is het ingetogen duet met Govaert in Make It a Memory.
Misschien wel het fraaiste nummer op de EP is het ingetogen luisterliedje Too Close, opgesierd met de strijkers van Dutch String Collective. De gospelsong Peace in the Valley wordt bijzonder fraai en authentiek gebracht door Danny. Wat melancholisch is de uitstekende afsluiter 25th of December.
Al bij al is The New Black and White Pt. V heerlijk gevarieerd geworden en een mooie aanvulling geworden op zijn uitdijende oeuvre. Het zal verschijnen op de dag dat Danny zal optreden voor 17000 man in een uitverkochte Ziggodome, hard werken en geloven in jezelf loont uiteindelijk dus toch.
Het album wekte hierna ook de aandacht van Johan Derksen, die hem vervolgens in VI Oranje en Voetbal Inside liet optreden. Het grote publiek bereikte hij pas echt met het samen met Mercy John (John Verhoeven) geschreven nummer Roller Coaster, intussen meer dan vijftig miljoen keer gestreamd.
De nieuwe EP The New Black and White Pt. V produceerde Danny zelf samen met Frans Hagenaars en Reyer Zwart en werd opgenomen in de befaamde Wisseloord Studios in Hilversum. Vier van de zes nummers schreef Danny zelf.
Peace in the Valley is een bekende gospel klassieker geschreven door de grondlegger van de moderne gospelmuziek, dominee Thomas A. Dorsey. Het lied is een krachtige geloofsbelijdenis en is grotendeels een visioen over de hemel en bevat de nodige Bijbelse verwijzingen. Het lied werd talloze keren opgenomen, waaronder door Elvis, Johnny Cash en Patsy Cline.
Make It a Memory schreef Danny samen met JP Hoekstra en Krezip frontvrouw Jacqueline Govaert. Govaert en Vera kennen elkaar al heel lang, zij behoorden beiden tot de allereerste lichting van de Rockacademie in Tilburg.
De EP opent met Sorrow’s Leavin’ Town, wat zou kunnen stammen uit de glorietijd van Frank Sinatra. Zoals bekend is Danny een groot liefhebber van “The Voice” en wil hij nog weleens vlak voor een optreden That’s Life door de kleedkamer laten galmen.
Samen met het Rosenberg Trio laat Danny in A Fadin’ Blue horen dat de zigeuner jazz, die ooit begon met Django Reinhardt, nog steeds springlevend is. Bijzonder fraai is het ingetogen duet met Govaert in Make It a Memory.
Misschien wel het fraaiste nummer op de EP is het ingetogen luisterliedje Too Close, opgesierd met de strijkers van Dutch String Collective. De gospelsong Peace in the Valley wordt bijzonder fraai en authentiek gebracht door Danny. Wat melancholisch is de uitstekende afsluiter 25th of December.
Al bij al is The New Black and White Pt. V heerlijk gevarieerd geworden en een mooie aanvulling geworden op zijn uitdijende oeuvre. Het zal verschijnen op de dag dat Danny zal optreden voor 17000 man in een uitverkochte Ziggodome, hard werken en geloven in jezelf loont uiteindelijk dus toch.
Dar Williams - Emerald (2015)

0
geplaatst: 13 mei 2015, 13:16 uur
Al meer dan twintig jaar omspant intussen de carrière van de Amerikaanse singer-songwriter Dar Williams. Een album van haar stelt de luisteraar nooit teleur, zo ook haar inmiddels tiende cd, Emerald, niet. In het verleden werd haar performance en haar manier van liedjes schrijven regelmatig vergeleken met Joni Mitchell, Joan Baez en Beth Nielsen Chapman.
Er werden heel wat kilometers afgelegd en studio’s bezocht om het zelf geproduceerde Emerald tot stand te laten komen. Het merendeel van het repertoire op Emerald zijn rustige luisterliedjes. Uitzonderingen zijn de up-temposongs FM Radio en Johhny Appleseed. Het bijzonder hitgevoelige FM Radio schreef ze samen Jill Sobule. Naast de muziek bezorgt de erg grappige tekst de luisteraar een glimlach op het gezicht.
Johnny Appleseed is ook een liedje wat erg blijft hangen. Het werd geschreven door Joe Strummer en The Mescaleros. Naast een eerbetoon aan Joe Strummer heeft het ook de boodschap om goed met het milieu om te gaan. Johnny Appleseed was overigens de bijnaam van John Chapman, een pionier op het gebied van bomen kweken.
De natuur speelt een belangrijke rol in het leven van Dar Williams, zoals blijkt uit titelsong Emerald. Inspiratie voor dit lied kreeg ze toen samen met Loudon Wainwright III op weg was naar een optreden. De aanblik van de Columbia rivier in Oregon maakte grote indruk op haar. Ze wordt hier door Richard Thompson op gitaar en door Stance Mason op bas begeleid.
Het schitterende Girl of the World heeft ook een thema wat haar na aan het hart ligt. Ze schreef het in het Our Little Roses tehuis en school in Honduras. Opgericht in 1988 en het enige tehuis in Honduras bestemd voor de opvang van wezen, misbruikte kinderen en kinderen die in extreme armoede leven. Over het tehuis is een film gemaakt, Las Chavas.
Een prachtig duet zingt ze in Slippery Slope samen met Jim Lauerdale, met wie ze het nummer ook schreef. Het slotnummer is intens en voorzien van een prachtige melodie. New York Is a Harbor vormt een waardige afsluiter.
Er werkten nog een aantal anderen mee aan Emerald. Zo schreef ze Here Tonight samen met Angel Snow en wordt ze op Kat Goldman’s Weight of the World vocaal begeleid door Suzzy Roche en Lucy Wainwright Roche en op Mad River door The Milk Carton Kids.
Emerald is voor mij het beste album wat Dar Williams tot nu toe maakte.
Er werden heel wat kilometers afgelegd en studio’s bezocht om het zelf geproduceerde Emerald tot stand te laten komen. Het merendeel van het repertoire op Emerald zijn rustige luisterliedjes. Uitzonderingen zijn de up-temposongs FM Radio en Johhny Appleseed. Het bijzonder hitgevoelige FM Radio schreef ze samen Jill Sobule. Naast de muziek bezorgt de erg grappige tekst de luisteraar een glimlach op het gezicht.
Johnny Appleseed is ook een liedje wat erg blijft hangen. Het werd geschreven door Joe Strummer en The Mescaleros. Naast een eerbetoon aan Joe Strummer heeft het ook de boodschap om goed met het milieu om te gaan. Johnny Appleseed was overigens de bijnaam van John Chapman, een pionier op het gebied van bomen kweken.
De natuur speelt een belangrijke rol in het leven van Dar Williams, zoals blijkt uit titelsong Emerald. Inspiratie voor dit lied kreeg ze toen samen met Loudon Wainwright III op weg was naar een optreden. De aanblik van de Columbia rivier in Oregon maakte grote indruk op haar. Ze wordt hier door Richard Thompson op gitaar en door Stance Mason op bas begeleid.
Het schitterende Girl of the World heeft ook een thema wat haar na aan het hart ligt. Ze schreef het in het Our Little Roses tehuis en school in Honduras. Opgericht in 1988 en het enige tehuis in Honduras bestemd voor de opvang van wezen, misbruikte kinderen en kinderen die in extreme armoede leven. Over het tehuis is een film gemaakt, Las Chavas.
Een prachtig duet zingt ze in Slippery Slope samen met Jim Lauerdale, met wie ze het nummer ook schreef. Het slotnummer is intens en voorzien van een prachtige melodie. New York Is a Harbor vormt een waardige afsluiter.
Er werkten nog een aantal anderen mee aan Emerald. Zo schreef ze Here Tonight samen met Angel Snow en wordt ze op Kat Goldman’s Weight of the World vocaal begeleid door Suzzy Roche en Lucy Wainwright Roche en op Mad River door The Milk Carton Kids.
Emerald is voor mij het beste album wat Dar Williams tot nu toe maakte.
Darrell Scott - 10 (2015)
Alternatieve titel: Songs of Ben Bullington

5,0
0
geplaatst: 26 april 2015, 09:58 uur
Zonder Joanne Gardner had hoogstwaarschijnlijk Ten nooit het levenslicht gezien. Als wederzijdse vriendin van zowel Darrell Scott als Ben Bullington vond ze het op een gegeven moment tijd dat beide heren elkaar leerde kennen. Uit die ontmoeting groeide een vriendschap.
Ben Bullington was een dokter in een ziekenhuis in Big Timer. In zijn vrije tijd schreef hij liedjes. Van hem verschenen vijf albums waaraan onder andere Bill Payne (Little Feat), Will Kimbrough en Joanne Gardner bijdroegen. Helaas werd in 2012 alvleesklierkanker bij Ben gediagnosticeerd.
Hierop besloot hij direct te stoppen met zijn werk als arts en om de tijd die hem nog gegeven was nog zoveel mogelijk te gaan optreden samen met Joanne. 18 november 2013 overleed hij omringd door zijn dierbaren in het huis van zijn goede vriendin en manager Joanne.
Het was bijna als vanzelfsprekend dat goede vriend Darrell Scott een muzikaal eerbetoon zou gaan maken. Darrell wordt vaak gezien als een snarenwonder, maar speelt daarnaast nog een aantal andere instrumenten, waaronder piano.
In zowel Born in ’55 als I've Got To Leave You Now,waarin Ben zijn zoons toezingt, kiest hij verrassend voor dit instrument. Een keuze die wonderwel goed uitpakt, zij behoren tot de mooiste vertolkingen op Ten.
Ook verrassend is het dat er een gloedvolle live-versie van Country Music op Ten staat, waarin het verval van de countrymuziek wordt bezongen. Zoals altijd is zijn gitaarspel tot in de puntjes verzorgd. Maar ook zijn zang is prachtig en gevoelig, zoals bijvoorbeeld in Green Heart.
Maar de overige vertolkingen doen niet onder voor de besproken nummers. Ben Bullington schreef tijdloze liedjes en teksten van uitzonderlijk hoog niveau. Het is dan ook jammer dat die niet meegeleverd zullen worden bij Ten. Joanne is overigens bezig met een boek over de teksten van Ben Bullington. Zij beheert trouwens zijn muzikale nalatenschap.
Het wordt hoog tijd dat zijn muziek bij een groter publiek bekend wordt. Ten is ieder geval wat dat betreft een goede steun in de rug. Sterker nog. Het is nog vroeg, maar dat dit album menig jaarlijstje van criticus en muziekliefhebber zal gaan halen is zonneklaar!
Eigenlijk had ik deze recensie kunnen afdoen met de woorden waarmee Darrell Ten zelf aanprijst op zijn website : “2015 My wish is for you to slow down for 52 minutes - I believe there is pure beauty here - These songs are perfect examples of “song as literature”- Ben’s songs are timeless - I loved getting right in the middle of these songs and offering my best - These are great songs: period”.
Ten is een integer en magistraal muzikaal eerbetoon aan de prachtige nalatenschap van Ben Bullington.
Ben Bullington was een dokter in een ziekenhuis in Big Timer. In zijn vrije tijd schreef hij liedjes. Van hem verschenen vijf albums waaraan onder andere Bill Payne (Little Feat), Will Kimbrough en Joanne Gardner bijdroegen. Helaas werd in 2012 alvleesklierkanker bij Ben gediagnosticeerd.
Hierop besloot hij direct te stoppen met zijn werk als arts en om de tijd die hem nog gegeven was nog zoveel mogelijk te gaan optreden samen met Joanne. 18 november 2013 overleed hij omringd door zijn dierbaren in het huis van zijn goede vriendin en manager Joanne.
Het was bijna als vanzelfsprekend dat goede vriend Darrell Scott een muzikaal eerbetoon zou gaan maken. Darrell wordt vaak gezien als een snarenwonder, maar speelt daarnaast nog een aantal andere instrumenten, waaronder piano.
In zowel Born in ’55 als I've Got To Leave You Now,waarin Ben zijn zoons toezingt, kiest hij verrassend voor dit instrument. Een keuze die wonderwel goed uitpakt, zij behoren tot de mooiste vertolkingen op Ten.
Ook verrassend is het dat er een gloedvolle live-versie van Country Music op Ten staat, waarin het verval van de countrymuziek wordt bezongen. Zoals altijd is zijn gitaarspel tot in de puntjes verzorgd. Maar ook zijn zang is prachtig en gevoelig, zoals bijvoorbeeld in Green Heart.
Maar de overige vertolkingen doen niet onder voor de besproken nummers. Ben Bullington schreef tijdloze liedjes en teksten van uitzonderlijk hoog niveau. Het is dan ook jammer dat die niet meegeleverd zullen worden bij Ten. Joanne is overigens bezig met een boek over de teksten van Ben Bullington. Zij beheert trouwens zijn muzikale nalatenschap.
Het wordt hoog tijd dat zijn muziek bij een groter publiek bekend wordt. Ten is ieder geval wat dat betreft een goede steun in de rug. Sterker nog. Het is nog vroeg, maar dat dit album menig jaarlijstje van criticus en muziekliefhebber zal gaan halen is zonneklaar!
Eigenlijk had ik deze recensie kunnen afdoen met de woorden waarmee Darrell Ten zelf aanprijst op zijn website : “2015 My wish is for you to slow down for 52 minutes - I believe there is pure beauty here - These songs are perfect examples of “song as literature”- Ben’s songs are timeless - I loved getting right in the middle of these songs and offering my best - These are great songs: period”.
Ten is een integer en magistraal muzikaal eerbetoon aan de prachtige nalatenschap van Ben Bullington.
Darrell Scott - Couchville Sessions (2016)

0
geplaatst: 28 mei 2016, 09:44 uur
Pas gisteren ontdekte ik dat op 17 mei Guy Clark ons is ontvallen. Hij is een van de twee grote inspiratiebronnen voor Darrell Scott op zijn nieuwe album Couchville Sessions. De andere is Peter Rowan. Vorig jaar bracht Darrell op Ten nog een prachtig muzikaal eerbetoon aan zijn overleden vriend Ben Bullington.
Ook op deze nieuwe schijf laat hij een aantal keren horen waar hij de mosterd vandaan heeft gehaald. Covers van Johnny Cash's Big River, een beklijvende versie van Hank William's Ramblin' Man. In Peter Rowan's Moonlight Midnight laat hij horen, dat hij wat mij betreft tot de beste gitaristen ter wereld gerekend mag worden.
Loretta van Townes van Zandt lijkt hem op het lijf geschreven en ook de cover van Another Grey Morning van James Taylor getuigd van respect voor het origineel. Gelukkig doen zijn negen eigen songs niet onder voor deze covers.
Zo opent de cd met Down to the River, wat geen cover is van de song van zijn goede vriend Malcolm Holcombe (waar hij overigens wel op meespeelt). Het handelt over een jeugdherinnering, waarin zijn muzikale helden Townes van Zandt en Guy Clark worden genoemd. Op het einde van de song is Guy Clark te horen, misschien wel zijn laatste bijdrage aan een album.
Ook bewijst Darrell wederom een geweldige zanger te zijn. Luister maar eens Waiting for the Clothes to Get Clean, It's Time to Go Away, It's About Time en Mornng Man. Een van de vele hoogtepunten is voor mij het samen met Tim O'Brien geschreven It's Another Day, een song met de nodige, weemoedige Ierse invloeden.
De basis voor dit album werd trouwens al in de lentes van 2001 en 2002 gelegd. De songs werden toen al samen met Danny Thompson, Kenny Malone en Dan Dugmore in zijn woonkamer aan Couchville Road opgenomen.
De opnames kregen in de lente van 2015 een vervolg, met onder andere dezelfde geweldige bezetting aangevuld met een andere muzikale legende, mede-oprichter van Little Feat, Bill Payne. Zijn begeleiders tillen de songs zondermeer naar een hoger niveau.
Dit album is de afgelopen twee maanden zeer geregeld voorbij gekomen en bevalt me door de gevarieerde materiaal nog beter dan zijn voorganger.
Ook op deze nieuwe schijf laat hij een aantal keren horen waar hij de mosterd vandaan heeft gehaald. Covers van Johnny Cash's Big River, een beklijvende versie van Hank William's Ramblin' Man. In Peter Rowan's Moonlight Midnight laat hij horen, dat hij wat mij betreft tot de beste gitaristen ter wereld gerekend mag worden.
Loretta van Townes van Zandt lijkt hem op het lijf geschreven en ook de cover van Another Grey Morning van James Taylor getuigd van respect voor het origineel. Gelukkig doen zijn negen eigen songs niet onder voor deze covers.
Zo opent de cd met Down to the River, wat geen cover is van de song van zijn goede vriend Malcolm Holcombe (waar hij overigens wel op meespeelt). Het handelt over een jeugdherinnering, waarin zijn muzikale helden Townes van Zandt en Guy Clark worden genoemd. Op het einde van de song is Guy Clark te horen, misschien wel zijn laatste bijdrage aan een album.
Ook bewijst Darrell wederom een geweldige zanger te zijn. Luister maar eens Waiting for the Clothes to Get Clean, It's Time to Go Away, It's About Time en Mornng Man. Een van de vele hoogtepunten is voor mij het samen met Tim O'Brien geschreven It's Another Day, een song met de nodige, weemoedige Ierse invloeden.
De basis voor dit album werd trouwens al in de lentes van 2001 en 2002 gelegd. De songs werden toen al samen met Danny Thompson, Kenny Malone en Dan Dugmore in zijn woonkamer aan Couchville Road opgenomen.
De opnames kregen in de lente van 2015 een vervolg, met onder andere dezelfde geweldige bezetting aangevuld met een andere muzikale legende, mede-oprichter van Little Feat, Bill Payne. Zijn begeleiders tillen de songs zondermeer naar een hoger niveau.
Dit album is de afgelopen twee maanden zeer geregeld voorbij gekomen en bevalt me door de gevarieerde materiaal nog beter dan zijn voorganger.
Daryll-Ann - Spring (2024)

4,0
3
geplaatst: 2 september 2024, 09:30 uur
Twee jaar geleden bestond het label Excelsior vijfentwintig jaar en werd Daryll-Ann gepolst om ter gelegenheid van dit heugelijke feit een eenmalig optreden te verzorgen. Dat optreden voelde goed aan en al snel werd het plan gesmeed om een nieuwe plaat te gaan maken. Na uitvoerig repeteren werd in Studio Helmbreker in Haarlem in vijf dagen tijd veertien nummers opgenomen. Dertien ervan werden geschreven door vaste componisten Anne Soldaat en Jelle Paulusma. Our Song werd echter geschreven door Jelle Paulusma en Bertolf Lentink, die op dat nummer op slidegitaar is te horen. Op de uitstekende opener Tom Wilko and the Strange Bunch wordt het Hammond orgel bespeeld door Paul Bond en Jasper Geluk speelt piano op 1984. Al snel blijkt bij het beluisteren van het uitstekende comebackalbum Spring dat de chemie nog steeds volledig aanwezig is. Met een uitgekiende mix van ingetogen folk, rammelende garagerock en dromerige alt country bewijst het vijftal waarom het lang geleden een van de meest geliefde Nederlandse indie bands was. Maar blijkbaar nog steeds, want sommige optredens van de komende promotietournee zijn reeds uitverkocht. Spring kan zich meten met albums als Daryll-Ann Weeps en Happy Traum.
Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com
Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com
David Gray - Gold in a Brass Age (2019)

1
geplaatst: 4 maart 2019, 09:55 uur
Het debuutalbum A Century Ends van de vijftigjarige Engelse singer-songwriter David Gray wist begin jaren negentig meteen mijn aandacht te trekken. Veelal waren hierop sobere folkliedjes als Shine te horen , die behoorlijk rauw werden gebracht.
Zijn doorbraak kwam in 1998 met zijn vierde album White Ladder, wat in Ierland het beste verkopende album ooit werd. Ook in Nederland werd het album zeer goed ontvangen. White Ladder staat nu nog steeds als een huis.
Gold in a Brass Age is inmiddels zijn elfde werkstuk. Je hoort dat in de loop der jaren de rauwheid en soberheid in zijn muziek een stuk minder is geworden. Zijn muziek is veel meer gelaagd geworden en is er een belangrijke plaats ingeruimd voor elektronica, helaas ook voor de auto-tune. Gelukkig is dat alleen in het nummer Furthering.
Gray begon al in 2016 te werken aan het album en werd de afgelopen jaren tussen tournees opgenomen. De relaxte opener The Sapling laat zowel tekstueel als muzikaal horen dat Gray goed in zijn vel zit. Sinds zijn vorige album Mutineers is Gray begonnen met zachter te zingen.
Gold in a Brass Age is een heerlijk sensueel, atmosferisch, experimenteel en veelal elektronisch album geworden, badend in soulvolle grooves, moderne R & B, blues en folk. Het album laat tevens horen dat Gray anno 2019 nog steeds een relevant artiest is, wat hij ook binnenkort live zal gaan bewijzen.
David Gray live:
30-04 UTRECHT: TivoliVredenburg, grote zaal
02-05 ANTWERPEN: De Roma
Zijn doorbraak kwam in 1998 met zijn vierde album White Ladder, wat in Ierland het beste verkopende album ooit werd. Ook in Nederland werd het album zeer goed ontvangen. White Ladder staat nu nog steeds als een huis.
Gold in a Brass Age is inmiddels zijn elfde werkstuk. Je hoort dat in de loop der jaren de rauwheid en soberheid in zijn muziek een stuk minder is geworden. Zijn muziek is veel meer gelaagd geworden en is er een belangrijke plaats ingeruimd voor elektronica, helaas ook voor de auto-tune. Gelukkig is dat alleen in het nummer Furthering.
Gray begon al in 2016 te werken aan het album en werd de afgelopen jaren tussen tournees opgenomen. De relaxte opener The Sapling laat zowel tekstueel als muzikaal horen dat Gray goed in zijn vel zit. Sinds zijn vorige album Mutineers is Gray begonnen met zachter te zingen.
Gold in a Brass Age is een heerlijk sensueel, atmosferisch, experimenteel en veelal elektronisch album geworden, badend in soulvolle grooves, moderne R & B, blues en folk. Het album laat tevens horen dat Gray anno 2019 nog steeds een relevant artiest is, wat hij ook binnenkort live zal gaan bewijzen.
David Gray live:
30-04 UTRECHT: TivoliVredenburg, grote zaal
02-05 ANTWERPEN: De Roma
David Keenan - "WHAT THEN?" (2021)

4,5
2
geplaatst: 18 september 2021, 10:20 uur
Begin vorig jaar debuteerde de Ierse singersongwriter David Keenan op overtuigende wijze met het meeslepende, bijna een uur durende, A Beginner's Guide to Bravery. Door de liefde woont Keenan tegenwoordig in Barcelona, wat zeker invloed heeft gehad op zijn muziek en teksten. In een recent interview licht hij die invloed als volgt toe : “I think I got a lot of colour from Barcelona. The colours and the environment and constant heat, it’s just different. You’re waking up to a different sky, different colours, a different language. I don’t speak Spanish very well so I could just walk around taking in so much less, but I didn’t feel less impacted by the place in terms of inspiration, seeking out Picasso and the music. I wrote and recorded the album in Ireland and then went to Barcelona as a blank canvas again, but less anxiety-ridden. By the end of it, the question ‘what then?’ becomes less perplexed and more assured, a statement of intention. Moving to Spain helped me just park it and move on, embrace the colours and the environment and take it in.”. Sleutelsong is Philomena. Zijn grootmoeder heette Philomena, bij wie hij zich in zijn jeugd erg geborgen voelde. Hij verlangt nog af en toe terug naar die tijd, te leven als een onschuldig kind en mist hij het fysieke contact, omhelzing door zijn grootmoeder. Regels als : “Tell me your story, Sing me to sleep en Can I stay with you during the week” geven de fijne band die hij had met zijn grootmoeder aan. In Hopeful Dystopia komt de bekende Ierse schilder en binnenhuisarchitect Francis Bacon ter sprake, die de laatste jaren van zijn leven sleet in Barcelona. Keenan ziet trouwens verwantschap met schilderkunst, hijzelf schildert met woorden. Net als de voorganger is opvolger WHAT THEN? weer een meeslepend album geworden. Dynamiek en ritme speelt andermaal een grote rol. Het album heeft iets meer tijd nodig om onder de huid te kruipen. Niet alle songs, Beggar to Beggar is erg aanstekelijk en blijft meteen hangen. Een van de fraaiste en meest ingetogen songs is afsluiter Grogan’s Druid. Grogan’s is een bar in Dublin, waar hij weleens een man ontmoette die eruit zag als Christus, maar gekleed in een wit T-shirt en Dunlop tennisschoenen dragend. WHAT THEN? doet wat mij betreft zeker niet onder voor zijn overtuigende debuut.
David Keenan live:
21-10 BRUSSEL : Secret Show
22-10 AMSTERDAM : Paradiso Noord
06-11 GRONINGEN : Take Root Downtown
David Keenan live:
21-10 BRUSSEL : Secret Show
22-10 AMSTERDAM : Paradiso Noord
06-11 GRONINGEN : Take Root Downtown
David Keenan - A Beginner's Guide to Bravery (2020)

4,5
4
geplaatst: 1 december 2019, 11:43 uur
Zeventien was de Ierse singer-songwriter David Keenan toen zijn leven na het volgen van een computercursus op een dood spoor dreigde te raken. Hij besloot in een impulsieve bui voor het eerst zijn woonplaats Dundalk te verlaten en te vertrekken naar Liverpool.
Het betekende niet dat hij wereldvreemd was, hij las de nodige literatuur, zoals bijvoorbeeld Jack Kerouac die deel uitmaakte van de Beat Generation en beroemd werd door diens boek “On the Road”. De reden voor zijn vertrek naar Liverpool was dat hij Lee Mavers de zanger van The La’s wilde ontmoeten.
Mavers zou hij niet ontmoeten, wel andere leden van de band. Uiteindelijk zou hij met John Power het podium mogen delen. Hiervoor kreeg hij een harde leerschool door dagelijks op straat op te treden om zijn 21 pond voor zijn dagelijkse slaapplaats in Edge Hill te kunnen betalen.
De ommekeer kwam nadat hij een optreden mocht verzorgen in the Lomax. Toch zou hij pas op zijn vierentwintigste zijn eerste drie EP’s uitbrengen. Vooral Evidence of Living bracht zijn carrière in een stroomversnelling.
Hij mocht het voorprogramma verzorgen van Mick Flannery, maar ook van Hozier. Met laatstgenoemde speelde hij een aantal uitverkochte shows in de London Palladium en in Nederland stond hij begin november nog solo in De Nieuwe Kerk tijdens Crossing Border.
Intussen is Keenan zesentwintig en beschikt over ruime podiumervaring, welke je terug hoort op zijn sublieme debuutalbum A Beginner’s Guide to Bravery. Een belangrijke rol in zijn muzikale ontwikkeling speelde trouwens zijn oom, die hem muziek van verhalenvertellers als Leonard Cohen en Tim Buckley voorspeelde. Ook een bezoek aan het Ulster Folk Museum op zijn negende speelde een rol in die ontwikkeling.
In zijn empathische liedjes heeft hij vooral oog, voor mensen die niet goed mee kunnen komen in onze maatschappij. Maar soms komen de onderwerpen van dichterbij. Good Old Days bevat elementen uit verhalen die zijn aan Alzheimer lijdende oma vertelde in heldere momenten.
In de ingetogen opener James Dean wordt de legendarische filmheld omgetoverd in een hedendaagse medewerker van de Ierse spoorwegen, die op zoek is naar een doorsnee leven. Keenan is een meester in het spelen met dynamiek, maar het is vooral de ziel en zaligheid die hij in de zang stopt, wat hem zo aantrekkelijk maakt. Ook het regelmatig meeslepende vioolspel is niet te versmaden.
Met A Beginner’s Guide to Bravery levert David Keenan een meeslepend en overtuigend, bijna uur durend, debuut af.
David Keenan live:
21-03 AMSTERDAM: Paradiso, kleine zaal
Het betekende niet dat hij wereldvreemd was, hij las de nodige literatuur, zoals bijvoorbeeld Jack Kerouac die deel uitmaakte van de Beat Generation en beroemd werd door diens boek “On the Road”. De reden voor zijn vertrek naar Liverpool was dat hij Lee Mavers de zanger van The La’s wilde ontmoeten.
Mavers zou hij niet ontmoeten, wel andere leden van de band. Uiteindelijk zou hij met John Power het podium mogen delen. Hiervoor kreeg hij een harde leerschool door dagelijks op straat op te treden om zijn 21 pond voor zijn dagelijkse slaapplaats in Edge Hill te kunnen betalen.
De ommekeer kwam nadat hij een optreden mocht verzorgen in the Lomax. Toch zou hij pas op zijn vierentwintigste zijn eerste drie EP’s uitbrengen. Vooral Evidence of Living bracht zijn carrière in een stroomversnelling.
Hij mocht het voorprogramma verzorgen van Mick Flannery, maar ook van Hozier. Met laatstgenoemde speelde hij een aantal uitverkochte shows in de London Palladium en in Nederland stond hij begin november nog solo in De Nieuwe Kerk tijdens Crossing Border.
Intussen is Keenan zesentwintig en beschikt over ruime podiumervaring, welke je terug hoort op zijn sublieme debuutalbum A Beginner’s Guide to Bravery. Een belangrijke rol in zijn muzikale ontwikkeling speelde trouwens zijn oom, die hem muziek van verhalenvertellers als Leonard Cohen en Tim Buckley voorspeelde. Ook een bezoek aan het Ulster Folk Museum op zijn negende speelde een rol in die ontwikkeling.
In zijn empathische liedjes heeft hij vooral oog, voor mensen die niet goed mee kunnen komen in onze maatschappij. Maar soms komen de onderwerpen van dichterbij. Good Old Days bevat elementen uit verhalen die zijn aan Alzheimer lijdende oma vertelde in heldere momenten.
In de ingetogen opener James Dean wordt de legendarische filmheld omgetoverd in een hedendaagse medewerker van de Ierse spoorwegen, die op zoek is naar een doorsnee leven. Keenan is een meester in het spelen met dynamiek, maar het is vooral de ziel en zaligheid die hij in de zang stopt, wat hem zo aantrekkelijk maakt. Ook het regelmatig meeslepende vioolspel is niet te versmaden.
Met A Beginner’s Guide to Bravery levert David Keenan een meeslepend en overtuigend, bijna uur durend, debuut af.
David Keenan live:
21-03 AMSTERDAM: Paradiso, kleine zaal
David Olney - This Side or the Other (2018)

4,0
0
geplaatst: 19 september 2018, 09:58 uur
Misschien omschreef Emmylou Harris wel ooit zijn muziek het mooist : “David Olney tells marvelous stories, with characters who cling to the hope of enduring love, all the while crossing the deep divide into that long dark night of the soul. They are saints and charlatans, gypsies and thieves, the ordinary and extraordinary.”. Maestro Townes van Zandt plaatste hem ooit in het rijtje Mozart, Lightin’ Hopkins en Bob Dylan.
Zelf trek ik graag de vergelijking met Malcolm Holcombe. Niet alleen zijn het vrienden, maar zijn daarnaast authentiek en ontwikkelden ze in de loop der jaren een compleet eigen stijl. Bovendien beschikken ze over een uit duizenden herkenbare en niet al te gesofisticeerde stem. Beiden behoren op het gebied van het schrijven van teksten tot de allerbeste. Maar ze zijn ook nog eens graag geziene gasten op de bekende Nederlandse podia en verschijnen hun albums hier traditiegetrouw ruimschoots eerder dan in andere landen.
Intussen is hij zeventig, maar de sleet er nog geenszins op bewijst zijn nieuwste album This Side or the Other. Hij zocht een producer waarbij hij zich relaxt zou voelen en vond die in Steve Dawson. Een druk bezet man, die onlangs ook op voortreffelijke wijze Goin’ Gone van Kat Danser produceerde. Olney looft naast diens producerscapaciteiten ook diens voortreffelijke gitaarspel in Death Will Not Divide Us.
Olney zingt niet graag over zichzelf, maar kruipt liever in de huid van anderen. Het repertoire is een combinatie van nieuwe en wat oudere songs. Naast eigen werk een opmerkelijke, soulvolle en rootsy cover van She’s Not There, ooit een grote hit in 1965 voor The Zombies. Persoonlijke favoriet is het ingetogen Open Your Heart (And Let Me In). Het fraaie artwork is van de hand van Lillian Olney.
Binnenkort zal hij weer op onze podia te zien zijn en dat is verheugend nieuws, want hij maakt, ondanks zijn vorderende leeftijd, nog steeds een geïnspireerde indruk op This Side or the Other.
David Olney live, vergezeld door Daniel Seymour op bas:
12-10 BAKKEVEEN: Muziekpodium Bakkeveen
13-10 LEUSDEN: In The Woods
14-10 GROOTSCHERMER: Beeldentuin Nic Jonk
16-10 OENTSJERK: Folk in de Walden
17-10 DEN HAAG: Sociëteit Engels
19-10 VOLENDAM: Jozef Theater
20-10 UTRECHT: Ramblin’ Roots Festival, Tivoli Vredenburg
21-10 AALSMEER: De Oude Veiling
22-10 EINDHOVEN: Meneer Frits
23-10 WESTWOUD: De Schalm
Zelf trek ik graag de vergelijking met Malcolm Holcombe. Niet alleen zijn het vrienden, maar zijn daarnaast authentiek en ontwikkelden ze in de loop der jaren een compleet eigen stijl. Bovendien beschikken ze over een uit duizenden herkenbare en niet al te gesofisticeerde stem. Beiden behoren op het gebied van het schrijven van teksten tot de allerbeste. Maar ze zijn ook nog eens graag geziene gasten op de bekende Nederlandse podia en verschijnen hun albums hier traditiegetrouw ruimschoots eerder dan in andere landen.
Intussen is hij zeventig, maar de sleet er nog geenszins op bewijst zijn nieuwste album This Side or the Other. Hij zocht een producer waarbij hij zich relaxt zou voelen en vond die in Steve Dawson. Een druk bezet man, die onlangs ook op voortreffelijke wijze Goin’ Gone van Kat Danser produceerde. Olney looft naast diens producerscapaciteiten ook diens voortreffelijke gitaarspel in Death Will Not Divide Us.
Olney zingt niet graag over zichzelf, maar kruipt liever in de huid van anderen. Het repertoire is een combinatie van nieuwe en wat oudere songs. Naast eigen werk een opmerkelijke, soulvolle en rootsy cover van She’s Not There, ooit een grote hit in 1965 voor The Zombies. Persoonlijke favoriet is het ingetogen Open Your Heart (And Let Me In). Het fraaie artwork is van de hand van Lillian Olney.
Binnenkort zal hij weer op onze podia te zien zijn en dat is verheugend nieuws, want hij maakt, ondanks zijn vorderende leeftijd, nog steeds een geïnspireerde indruk op This Side or the Other.
David Olney live, vergezeld door Daniel Seymour op bas:
12-10 BAKKEVEEN: Muziekpodium Bakkeveen
13-10 LEUSDEN: In The Woods
14-10 GROOTSCHERMER: Beeldentuin Nic Jonk
16-10 OENTSJERK: Folk in de Walden
17-10 DEN HAAG: Sociëteit Engels
19-10 VOLENDAM: Jozef Theater
20-10 UTRECHT: Ramblin’ Roots Festival, Tivoli Vredenburg
21-10 AALSMEER: De Oude Veiling
22-10 EINDHOVEN: Meneer Frits
23-10 WESTWOUD: De Schalm
David Olney - When the Deal Goes Down (2014)

4,5
0
geplaatst: 2 juli 2014, 12:26 uur
David Olney begon vroege jaren ’70 als folkzanger, echter in 1973 trok hij naar Nashville en kwam zodoende in de countryscene terecht. Hij bleef zich echter gaandeweg muzikaal steeds verder ontwikkelen. Ook zijn faam werd groter en dat leidde ertoe dat zijn songs werden opgenomen door uiteenlopende artiesten als Emmylou Harris, Linda Ronstadt, Tim O’Brien, Niamh Parsons en Freek de Jonge.
When the deal goes down is de tweede release van Olney dit jaar. Eerder bracht hij het uitstekende live-album Sweet poison uit. Bovendien schreef hij voor de productie As you like it nieuwe muziek. Ook zal hij in diezelfde voorstelling deze zomer de rol van Lord Amiens spelen. Een ontzettend druk baasje dus. Zijn voorliefde voor Shakespeare is groot, want hij heeft bij het album een door Sheakespeare geïnspireerd sonnet toegevoegd.
De hoes is macaber. Op de tafel staan twee doodshoofden. Bovendien werpt hij met strakke blik de aanschouwer schoppenaas toe, symbool voor de Dood. Op de binnenhoes eenzelfde soort foto. Echter op deze foto lacht hij wrang.
Voor de teksten geldt hetzelfde, van komisch zoals Mister Stay At Home tot tragisch zoals bijvoorbeeld Scarecrow Man.
Ook de muziek is zéér gevarieerd. Van rock, in When the deal goes down en Big Blue Hole. Maar ook bijvoorbeeld jazz in Servant, Job, tot bijvoorbeeld folk in Little bird. Één van de zeer vele hoogtepunten, Sad Saturday night, heeft Olney trouwens samen geschreven met John Hadley en onze Ad vanderVeen! Het album werd geproduceerd door Olney en bluesman Mark Robinson. Bluesinvloeden zijn dus ook op het album te horen .
Bijzonder aan het album is dat het ondanks de grote variatie toch een coherent geheel geworden is. Olney mag dan niet de allerbeste zanger zijn, en zingt hij niet altijd even zuiver (wat ik geen probleem vind), maar als songschrijver mag hij tot de allerbeste gerekend worden. Ook werd hij door een collega als Townes van Zandt op juiste waarde geschat. Die rekende hem samen met Dylan, Mozart en Lightin’ Hopkins tot zijn favoriete artiesten. Hij is namelijk in staat om nummers met zeer sterke melodieën te schrijven, die na verloop van tijd niet meer uit je hoofd te branden zijn. U bent gewaarschuwd, een zeer verslavend plaatje!
When the deal goes down is de tweede release van Olney dit jaar. Eerder bracht hij het uitstekende live-album Sweet poison uit. Bovendien schreef hij voor de productie As you like it nieuwe muziek. Ook zal hij in diezelfde voorstelling deze zomer de rol van Lord Amiens spelen. Een ontzettend druk baasje dus. Zijn voorliefde voor Shakespeare is groot, want hij heeft bij het album een door Sheakespeare geïnspireerd sonnet toegevoegd.
De hoes is macaber. Op de tafel staan twee doodshoofden. Bovendien werpt hij met strakke blik de aanschouwer schoppenaas toe, symbool voor de Dood. Op de binnenhoes eenzelfde soort foto. Echter op deze foto lacht hij wrang.
Voor de teksten geldt hetzelfde, van komisch zoals Mister Stay At Home tot tragisch zoals bijvoorbeeld Scarecrow Man.
Ook de muziek is zéér gevarieerd. Van rock, in When the deal goes down en Big Blue Hole. Maar ook bijvoorbeeld jazz in Servant, Job, tot bijvoorbeeld folk in Little bird. Één van de zeer vele hoogtepunten, Sad Saturday night, heeft Olney trouwens samen geschreven met John Hadley en onze Ad vanderVeen! Het album werd geproduceerd door Olney en bluesman Mark Robinson. Bluesinvloeden zijn dus ook op het album te horen .
Bijzonder aan het album is dat het ondanks de grote variatie toch een coherent geheel geworden is. Olney mag dan niet de allerbeste zanger zijn, en zingt hij niet altijd even zuiver (wat ik geen probleem vind), maar als songschrijver mag hij tot de allerbeste gerekend worden. Ook werd hij door een collega als Townes van Zandt op juiste waarde geschat. Die rekende hem samen met Dylan, Mozart en Lightin’ Hopkins tot zijn favoriete artiesten. Hij is namelijk in staat om nummers met zeer sterke melodieën te schrijven, die na verloop van tijd niet meer uit je hoofd te branden zijn. U bent gewaarschuwd, een zeer verslavend plaatje!
David Philips - If I Had Wings (2015)

4,5
0
geplaatst: 25 juli 2015, 10:13 uur
Shame on me. Waarom? Omdat ik If I Had Wings reeds sinds half februari in bezit heb en er sinds die tijd regelmatig naar luister, maar er nog steeds geen recensie over geschreven heb. Gelukkig besteedde onlangs onder andere Marcel Haerkens van Popmagazine Heaven en eerder Folk Radio UK terecht al aandacht aan de cd. Folk Radio UK vergeleek If I Had Wings met de muziek van Jack Johnson. Een vergelijking waarin ik me wel kan vinden. De muziek van David Philips is net zo relaxt als die van Johnson, alleen wel een stuk subtieler en zijn gitaarspel is subliem. Met dat sublieme gitaarspel opent hij in Up There mee. Maar ook met zijn sonore stem is niks mis.
If I Had Wings is intussen zijn vierde album voor het Nederlandse Black and Tan Records en bevat een mix van folk, rock, jazz, elektronica en psychedelica. Ook verzorgde hijzelf het artwork van de cd. Hij is een zeer begenadigde tekenaar. De cd is een mix van een aantal lange en korte nummers en de speelduur bedraagt bijna een uur, maar verveelt geen moment. Dit komt doordat de nummers prachtig zijn gearrangeerd. Hij maakt geregeld op subtiele wijze van ritmiek, zoals in het heerlijke Suffocate (Drift away). En in het lange, ruim 12 minuten durende Venomous Soul is de saxofoonsolo de finishing touch en in sommige andere liedjes de heerlijke achtergrondzang. Die achtergrondzang is zeker een sfeerverhogende factor.
Het is een zeer consistent album geworden. In april was hij overigens nog in Nederland en het is te hopen dat hij weer gauw terugkomt, want deze man dient gehoord te worden. De cd is naast de reguliere adressen ook te koop op de webshop van Black and Tan Records voor net nog geen 13 euro. Geen geld voor een uur prachtige, relaxte muziek.
If I Had Wings is intussen zijn vierde album voor het Nederlandse Black and Tan Records en bevat een mix van folk, rock, jazz, elektronica en psychedelica. Ook verzorgde hijzelf het artwork van de cd. Hij is een zeer begenadigde tekenaar. De cd is een mix van een aantal lange en korte nummers en de speelduur bedraagt bijna een uur, maar verveelt geen moment. Dit komt doordat de nummers prachtig zijn gearrangeerd. Hij maakt geregeld op subtiele wijze van ritmiek, zoals in het heerlijke Suffocate (Drift away). En in het lange, ruim 12 minuten durende Venomous Soul is de saxofoonsolo de finishing touch en in sommige andere liedjes de heerlijke achtergrondzang. Die achtergrondzang is zeker een sfeerverhogende factor.
Het is een zeer consistent album geworden. In april was hij overigens nog in Nederland en het is te hopen dat hij weer gauw terugkomt, want deze man dient gehoord te worden. De cd is naast de reguliere adressen ook te koop op de webshop van Black and Tan Records voor net nog geen 13 euro. Geen geld voor een uur prachtige, relaxte muziek.
David Philips - The Rooftop Recordings 2 (2016)

0
geplaatst: 7 oktober 2016, 17:59 uur
Sinds 2010 brengt de Engelse singer-songwriter David Philips albums uit. Daarnaast verdient hij zijn brood door middel van muziekproducties voor onder anderen MTV, Audi, Volkswagen en Honda.
Het debuutalbum Heal Yourself Alone bracht hij in eigen beheer uit. Hierna tekende hij voor het Nederlandse Black & Tanlabel. Hij is een multi-instrumentalist en speelt zelf alles in op zijn songs.
Op het vorig jaar verschenen If I Had Wings week hij voor het eerst af van de wel heel sobere invulling van de liedjes op eerdere platen. Het was ook wat avontuurlijker en waren er voor het eerst ook wat elektronische invloeden te horen. If I Had Wings maakte vorig jaar grote indruk op mij en eindigde zodoende hoog in mijn eindejaarslijst.
Voor zijn nieuwste worp greep hij echter terug op het oude recept, het werd thuis in zijn appartement in Barcelona opgenomen. De luisteraar wordt getrakteerd op maar liefst achttien tracks met een speelduur van zevenenzestig minuten.
Ondanks de lange speelduur en sobere invulling weet hij de aandacht goed vast te houden. Het repertoire is gevarieerd, soms wat jazzy dan weer met wat bluesinvloeden. Hij maakt slechts alleen gebruik van zang, gitaar en mondharmonica.
In zijn zang zit altijd de nodige soul, heel af en toe maakt hij ter afwisseling ook gebruik van zijn kopstem. Het gitaarspel is zoals altijd buitengewoon goed verzorgd. Soms laat hij zijn fabuleuze techniek de vrije loop, zoals in Tied Up Gagged and Bound. Een van de weinige songs die hij opnieuw opnam.
Aan het eind staan zes instrumentale nummers, in een ervan, Waterproof, hoor je op de achtergrond regen vallen. Direct moest ik denken aan het relaxte Tama Na Koto van Paniyolo. Het zal weinig moeite kosten voor David om dit repertoire te vertalen naar het podium.
Live-ervaring heeft hij zat; hij trad al op diverse blues- en jazzfestivals op. Het prachtige artwork is uiteraard ook weer door hemzelf verzorgd. Gelukkig is hij zeer binnenkort weer te zien op de Nederlandse en Vlaamse podia en brengt hij andermaal een prachtplaat mee.
David Philips Live:
25-11 STEENDAM: Podium Café Peter en Leni
26-11 NIJMEGEN: Sint Jakobskapel
27-11 HARDERWIJK: Estrado
1-12 APELDOORN: Besloten huisconcert
2-12 OOSTKAMP (B): Cowboy up
3-12 MAASTRICHT: Magisch theatertje
4-12 ANTWERPEN: Crossroads Café
Het debuutalbum Heal Yourself Alone bracht hij in eigen beheer uit. Hierna tekende hij voor het Nederlandse Black & Tanlabel. Hij is een multi-instrumentalist en speelt zelf alles in op zijn songs.
Op het vorig jaar verschenen If I Had Wings week hij voor het eerst af van de wel heel sobere invulling van de liedjes op eerdere platen. Het was ook wat avontuurlijker en waren er voor het eerst ook wat elektronische invloeden te horen. If I Had Wings maakte vorig jaar grote indruk op mij en eindigde zodoende hoog in mijn eindejaarslijst.
Voor zijn nieuwste worp greep hij echter terug op het oude recept, het werd thuis in zijn appartement in Barcelona opgenomen. De luisteraar wordt getrakteerd op maar liefst achttien tracks met een speelduur van zevenenzestig minuten.
Ondanks de lange speelduur en sobere invulling weet hij de aandacht goed vast te houden. Het repertoire is gevarieerd, soms wat jazzy dan weer met wat bluesinvloeden. Hij maakt slechts alleen gebruik van zang, gitaar en mondharmonica.
In zijn zang zit altijd de nodige soul, heel af en toe maakt hij ter afwisseling ook gebruik van zijn kopstem. Het gitaarspel is zoals altijd buitengewoon goed verzorgd. Soms laat hij zijn fabuleuze techniek de vrije loop, zoals in Tied Up Gagged and Bound. Een van de weinige songs die hij opnieuw opnam.
Aan het eind staan zes instrumentale nummers, in een ervan, Waterproof, hoor je op de achtergrond regen vallen. Direct moest ik denken aan het relaxte Tama Na Koto van Paniyolo. Het zal weinig moeite kosten voor David om dit repertoire te vertalen naar het podium.
Live-ervaring heeft hij zat; hij trad al op diverse blues- en jazzfestivals op. Het prachtige artwork is uiteraard ook weer door hemzelf verzorgd. Gelukkig is hij zeer binnenkort weer te zien op de Nederlandse en Vlaamse podia en brengt hij andermaal een prachtplaat mee.
David Philips Live:
25-11 STEENDAM: Podium Café Peter en Leni
26-11 NIJMEGEN: Sint Jakobskapel
27-11 HARDERWIJK: Estrado
1-12 APELDOORN: Besloten huisconcert
2-12 OOSTKAMP (B): Cowboy up
3-12 MAASTRICHT: Magisch theatertje
4-12 ANTWERPEN: Crossroads Café
Dawn Brothers - Alpine Gold (2023)

4,0
1
geplaatst: 21 oktober 2023, 08:43 uur
Ze zijn niet voor een gat te vangen, de Rotterdamse band Dawn Brothers. Vorig jaar brachten ze samen met DeWolff Double Cream uit. Een heerlijk retrosoulalbum in de jaren zestig stijl. Hun debuutalbum Stayin' Out Late verscheen nog onder de naam The Dawn Brothers. Hierna werd deze omgedoopt naar Dawn Brothers.
Alpine Gold is intussen hun vierde album en heeft dezelfde energie als hun debuut. Voorganger Dusk, een album met acht country/rock songs, werd opgenomen in een vakantiehuisje, in een ontspannen sfeer, ver weg van de bewoonde wereld. Deze keer vonden de opnames plaats in de Electric Monkey studio in Zaandam. Dit gebeurde onder leiding van de ervaren producer Paul Willemsen, die vooral bekend is van zijn werkzaamheden met Michelle David.
De songs kwamen tot stand zoals dat ook vaak gebeurt bij de albums van David, door te jammen. En soms wisselden men van hun instrument. Geen moeilijkdoenerij, maar spelvreugde en gewoon een goede plaat maken stond voorop. Daarin zijn ze met vlag en wimpel in geslaagd. Het resultaat is een gevarieerd album, een uitstekende mix van rock, folk, soul, blues tot aan reggae (titelnummer) passeert de revue.
Ook tekstueel gezien is het vaak interessant. Het heerlijk groovy Sheryl Crow lijkt uit een droom ontstaan te zijn. De band vormt hierin samen Crow, Eddie Vedder en Cat Stevens een roversbende. En Whippoorwill, waarin de jaren zestig duidelijk doorklinkt, is gebaseerd op “The Tale Of The Whippoorwill”, een stuk van de Caribisch-Ierse schrijver en componist Eamonn O'Dwyer, dat oorspronkelijk geschreven werd voor de musicaluitvoering van “Sleepy Hollow”.
De keuze voor Willemsen als producer is duidelijk een gouden greep geweest, dus hopelijk wordt die samenwerking in de toekomst verlengd. Alpine Gold is niet alleen hun meest gevarieerde album, maar voor mij ook hun mooiste. Naast de hieronder genoemde concerten geeft de groep nog een tiental instores door heel Nederland.
Dawn Brothers live :
10-11 ROTTERDAM : Rotown (Sold Out)
17-11 UTRECHT : TivoliVredenburg
23-11 GRONINGEN : Oosterpoort
08-12 HENGELO : Metropool
15-12 AMSTERDAM : Paradiso
22-12 NIJMEGEN : Merleyn
Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com
Alpine Gold is intussen hun vierde album en heeft dezelfde energie als hun debuut. Voorganger Dusk, een album met acht country/rock songs, werd opgenomen in een vakantiehuisje, in een ontspannen sfeer, ver weg van de bewoonde wereld. Deze keer vonden de opnames plaats in de Electric Monkey studio in Zaandam. Dit gebeurde onder leiding van de ervaren producer Paul Willemsen, die vooral bekend is van zijn werkzaamheden met Michelle David.
De songs kwamen tot stand zoals dat ook vaak gebeurt bij de albums van David, door te jammen. En soms wisselden men van hun instrument. Geen moeilijkdoenerij, maar spelvreugde en gewoon een goede plaat maken stond voorop. Daarin zijn ze met vlag en wimpel in geslaagd. Het resultaat is een gevarieerd album, een uitstekende mix van rock, folk, soul, blues tot aan reggae (titelnummer) passeert de revue.
Ook tekstueel gezien is het vaak interessant. Het heerlijk groovy Sheryl Crow lijkt uit een droom ontstaan te zijn. De band vormt hierin samen Crow, Eddie Vedder en Cat Stevens een roversbende. En Whippoorwill, waarin de jaren zestig duidelijk doorklinkt, is gebaseerd op “The Tale Of The Whippoorwill”, een stuk van de Caribisch-Ierse schrijver en componist Eamonn O'Dwyer, dat oorspronkelijk geschreven werd voor de musicaluitvoering van “Sleepy Hollow”.
De keuze voor Willemsen als producer is duidelijk een gouden greep geweest, dus hopelijk wordt die samenwerking in de toekomst verlengd. Alpine Gold is niet alleen hun meest gevarieerde album, maar voor mij ook hun mooiste. Naast de hieronder genoemde concerten geeft de groep nog een tiental instores door heel Nederland.
Dawn Brothers live :
10-11 ROTTERDAM : Rotown (Sold Out)
17-11 UTRECHT : TivoliVredenburg
23-11 GRONINGEN : Oosterpoort
08-12 HENGELO : Metropool
15-12 AMSTERDAM : Paradiso
22-12 NIJMEGEN : Merleyn
Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com
Dawn Landes and Piers Faccini - Desert Songs (2016)

4,0
0
geplaatst: 1 februari 2016, 10:22 uur
In mei vorig jaar vertelde Dawn Landes mij al dat zij en Piers Faccini op het punt stonden een EP uit te brengen, maar die werd uiteindelijk onlangs pas uitgebracht. De in New York woonachtige Dawn Landes volg ik al een tijd, over haar laatste van haar vier cd’s, Bluebird, schreef ik een recensie. Het is haar terugblik op de echtscheiding van Josh Ritter.
Ook de in Zuid-Frankrijk woonachtige Piers Faccini is geen onbekende voor me. Hij maakte een aantal prachtige solo albums. In 2010 besprak Hans Jansen zijn album Two Grains of Sand. Hierop was hij al in de weer met West-Afrikaanse invloeden en blues.
Hij is naast zijn eigen muzikale carrière ook buitengewoon druk met zijn eigen platenlabel Beating Drum en producerswerk. Vorige jaar produceerde hij het prachtige debuutalbum van Jenny Lysander, met buitengewoon fraai artwork. Zijn laatste, eigen wapenfeit was Song of Time Lost in 2014 samen met Vincent Segal.
Dawn en Piers ontmoetten elkaar voor het eerst in 2013 bij het cover project van Piers, Songs I Love. Een jaar later vroeg Piers aan Dawn om samen met hem op te treden in Zuid-Frankrijk. Ze maakten toen direct van de gelegenheid gebruik om samen een aantal songs te schrijven.
Tussen de sessies door werden er wandelingen gemaakt in de Chevennen, tijdens welke ze interessante gesprekken voerden, zoals over een theoloog als Thomas Merton en de Desert Fathers. Volgens Wikipedia waren de Desert Fathers vroegchristelijke kluizenaars, asceten en monniken, die vooral leefden in de Scetes woestijn van Egypte rond de derde eeuw na Christus.
Die gesprekken leverden veel inspiratie voor de vijf songs op de EP op. Net als op Two Grains of Sand zijn invloeden uit de Afrikaanse muziek te vinden. Piers bespeelt naast bas, gitaar en percussie, ook nog een aantal uitheemse instrumenten. Op deze EP worden op interessante wijze nieuwe terreinen verkend.
De stemmen kleuren perfect samen. Soms maken ze gebruik van beurtzang dan weer van samenzang, zoals in het buitengewoon fraaie Book of Dreams. Het enige nadeel wat aan dit begerenswaardige kleinood kleeft, is dat het maar net 16 minuten duurt.
Laten we hopen, dat deze EP een vervolg krijgt, want dit smaakt naar meer, véél meer.
Ook de in Zuid-Frankrijk woonachtige Piers Faccini is geen onbekende voor me. Hij maakte een aantal prachtige solo albums. In 2010 besprak Hans Jansen zijn album Two Grains of Sand. Hierop was hij al in de weer met West-Afrikaanse invloeden en blues.
Hij is naast zijn eigen muzikale carrière ook buitengewoon druk met zijn eigen platenlabel Beating Drum en producerswerk. Vorige jaar produceerde hij het prachtige debuutalbum van Jenny Lysander, met buitengewoon fraai artwork. Zijn laatste, eigen wapenfeit was Song of Time Lost in 2014 samen met Vincent Segal.
Dawn en Piers ontmoetten elkaar voor het eerst in 2013 bij het cover project van Piers, Songs I Love. Een jaar later vroeg Piers aan Dawn om samen met hem op te treden in Zuid-Frankrijk. Ze maakten toen direct van de gelegenheid gebruik om samen een aantal songs te schrijven.
Tussen de sessies door werden er wandelingen gemaakt in de Chevennen, tijdens welke ze interessante gesprekken voerden, zoals over een theoloog als Thomas Merton en de Desert Fathers. Volgens Wikipedia waren de Desert Fathers vroegchristelijke kluizenaars, asceten en monniken, die vooral leefden in de Scetes woestijn van Egypte rond de derde eeuw na Christus.
Die gesprekken leverden veel inspiratie voor de vijf songs op de EP op. Net als op Two Grains of Sand zijn invloeden uit de Afrikaanse muziek te vinden. Piers bespeelt naast bas, gitaar en percussie, ook nog een aantal uitheemse instrumenten. Op deze EP worden op interessante wijze nieuwe terreinen verkend.
De stemmen kleuren perfect samen. Soms maken ze gebruik van beurtzang dan weer van samenzang, zoals in het buitengewoon fraaie Book of Dreams. Het enige nadeel wat aan dit begerenswaardige kleinood kleeft, is dat het maar net 16 minuten duurt.
Laten we hopen, dat deze EP een vervolg krijgt, want dit smaakt naar meer, véél meer.
Daymé Arocena - Nueva Era (2015)

4,0
0
geplaatst: 31 mei 2015, 10:00 uur
Op 22-jarige leeftijd is Daymé Arocena al een oud gediende in de Cubaanse muziek. Haar carrière start al op achtjarige leeftijd, wanneer ze toetreedt tot D’Senitos, een gezelschap met zowel Amerikaanse als Engelse liedjes op hun repertoire. Ze treden zelfs een keer op de Cubaanse TV op met Let it be.
Een grote doorbraak kwam in 2007 toen ze de Marti y el Arteprijs won en lead zangeres werd van de big band Los Primos. Ze treedt in die tijd op met onder andere Winton Marsalis. Hierdoor kwam ze in aanraking met het repertoire van belangrijke jazz zangeressen als Billie Holiday, Nina Simone en Ella Fitzgerald. Waarvan de laatste de meeste indruk op haar maakte, vanwege het scatten.
In 2008 komt ze in aanraking met Gilles Peterson’s Havana Cultura project. Dit project heeft tot doel het begeleiden van jonge, grote muzikale talenten. Op dat moment vind Peterson Daymé nog te jong voor een solo album. In 2010 treedt ze toe tot Sursum Corda, een jazz-fusion quintet.
In 2012 komt ze weer in beeld bij Francois Renié van het Havana Cultura project, die op zijn beurt Gilles Peterson van Brownswood weer wijst op Daymé. Brownswood is al meer dan 20 jaar een van de meest interessante labels op het gebied van jazz. In de jaren negentig debuteerde bijvoorbeeld United Future Organization op het label en in 2008 de nu zeer populaire José James met zijn prachtige debuut The Dreamer.
Op 30 maart verscheen reeds de EP The Havana Cultura Sessions en nu is vanaf 8 juni Nueva Era zowel op cd als lp verkrijgbaar. Het album is gedeeltelijk in Londen en Havana opgenomen en werd grotendeels geproduceerd door Simbad, die al zeer lang voor Brownswood werkt. Hij schreef ook mee aan een aantal songs op het album.
De ervaren muzikanten komen allen uit Londen : onder andere Rob Mitchell op piano, Neil Charles op staande bas en Oli Savill op percussie. Het gebrachte repertoire is jazz met invloeden uit de Afrikaanse en Cubaanse muziek en nu-soul. De stem van Daymé Arocena is uiterst flexibel. Bovendien gebruikt ze hem zeer inventief. Ze zingt zowel in het Spaans als in het Engels.
Het is een redelijk gevarieerd debuut geworden van een zangeres waar we nog veel van gaan horen.
Een grote doorbraak kwam in 2007 toen ze de Marti y el Arteprijs won en lead zangeres werd van de big band Los Primos. Ze treedt in die tijd op met onder andere Winton Marsalis. Hierdoor kwam ze in aanraking met het repertoire van belangrijke jazz zangeressen als Billie Holiday, Nina Simone en Ella Fitzgerald. Waarvan de laatste de meeste indruk op haar maakte, vanwege het scatten.
In 2008 komt ze in aanraking met Gilles Peterson’s Havana Cultura project. Dit project heeft tot doel het begeleiden van jonge, grote muzikale talenten. Op dat moment vind Peterson Daymé nog te jong voor een solo album. In 2010 treedt ze toe tot Sursum Corda, een jazz-fusion quintet.
In 2012 komt ze weer in beeld bij Francois Renié van het Havana Cultura project, die op zijn beurt Gilles Peterson van Brownswood weer wijst op Daymé. Brownswood is al meer dan 20 jaar een van de meest interessante labels op het gebied van jazz. In de jaren negentig debuteerde bijvoorbeeld United Future Organization op het label en in 2008 de nu zeer populaire José James met zijn prachtige debuut The Dreamer.
Op 30 maart verscheen reeds de EP The Havana Cultura Sessions en nu is vanaf 8 juni Nueva Era zowel op cd als lp verkrijgbaar. Het album is gedeeltelijk in Londen en Havana opgenomen en werd grotendeels geproduceerd door Simbad, die al zeer lang voor Brownswood werkt. Hij schreef ook mee aan een aantal songs op het album.
De ervaren muzikanten komen allen uit Londen : onder andere Rob Mitchell op piano, Neil Charles op staande bas en Oli Savill op percussie. Het gebrachte repertoire is jazz met invloeden uit de Afrikaanse en Cubaanse muziek en nu-soul. De stem van Daymé Arocena is uiterst flexibel. Bovendien gebruikt ze hem zeer inventief. Ze zingt zowel in het Spaans als in het Engels.
Het is een redelijk gevarieerd debuut geworden van een zangeres waar we nog veel van gaan horen.
Dayna Kurtz - Postcards from Downtown (2002)

0
geplaatst: 5 mei 2021, 13:55 uur
Droombolus schreef:
Na het lezen van Richie Havens' obit in de Mojo van vorige maand ook deze plaat maar weer eens uit de la gevist. Havens was Kurtz' mentor en zingt hier ook nog mee op Somebody Leave A Light on.
Ik begrijp er eigenlijk geen bips van dat deze plaat niet veel vaker in m'n spelert zit en ik, ondanks dat ik Postcards en Otherwise Luscious Life destijds echt hèèl veel gedraaid heb, nooit verder gegaan ben met deze dame. Gelijk maar Beautiful Yesterday besteld ..........
Na het lezen van Richie Havens' obit in de Mojo van vorige maand ook deze plaat maar weer eens uit de la gevist. Havens was Kurtz' mentor en zingt hier ook nog mee op Somebody Leave A Light on.
Ik begrijp er eigenlijk geen bips van dat deze plaat niet veel vaker in m'n spelert zit en ik, ondanks dat ik Postcards en Otherwise Luscious Life destijds echt hèèl veel gedraaid heb, nooit verder gegaan ben met deze dame. Gelijk maar Beautiful Yesterday besteld ..........
Inderdaad een uitstekend album van Kurtz. Somebody Leave A Light on gaat trouwens over de betreurde Jeff Buckley.
Lang gedacht dat dit haar debuut was, maar dat is Otherwise Luscious Life.
Geweldige zangeres, live altijd fantastisch.
Waar blijft eindelijk eens een nieuw studioalbum?
