MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Lura als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

O'Hooley & Tidow - Shadows (2016)

poster
Begin 2012 was ik op internet op zoek naar meer informatie over Miranda Sykes & Rex Preston. Bij de zoekresultaten vond ik een recensie over hun debuutalbum, maar ook over de cd The Fragile van het onbekende folkduo O’Hooley & Tidow.

Beide recensies waren overigens geschreven door Hans Jansen op de toen voor mij nog onbekende website Johnny’s Garden. The Fragile bleek een zeer aangename verrassing. Ik werd vooral gegrepen door de oorstrelende master class van perfecte samenzang.

Opvolger The Hum vond ik nog interessanter, vanwege de meer avontuurlijkere composities. Vorig jaar verscheen er een aardig tussendoortje op hun eigen label, Summat’s Brewin’, gevuld met liedjes over drank.

Met Shadows wordt het avontuurlijke element wat The Hum kenmerkte weer opgepakt. De opener Colne Valley Hearts klinkt direct vertrouwd door vooral het hamerende pianospel van Belinda. Het opvolgende Made in England heeft een refrein wat direct in je hoofd nestelt.

Mooi, maar mijn voorkeur gaat toch uit naar meer ingetogenere songs als Blanket. In dit traag voortslepende stuk komt hun schitterende zang het beste tot zijn recht. Zondermeer een hoogtepunt.

Een bijzonder fraaie cover is Small, Big Love geschreven door Kathryn Williams. Williams speelde het op de bruiloft van Heidi en Belinda en droeg het ook aan hen op.

Het instrumentale titelstuk vormt halverwege door het introverte karakter een rustpunt. Het laat horen dat Belinda een begenadigd pianiste is. Je hoort er enigszins de invloed van de muziek van Erik Satie in doorklinken.

Vrolijke noot vormt het zeer vernuftige Beryl, waarbij je bij beluistering eigenlijk oren te kort komt. Ingetogen is Pixie, buitengewoon fraai is hier de bijdrage op accordeon.

Absolute hoogtepunt is Reapers, waarin langzaam met ingehouden spanning naar een geweldige climax wordt toegewerkt. Het handelt over kindermisbruik binnen de katholieke kerk. Overigens zijn de onderwerpen erg uiteenlopend.

Het tweede instrumentale nummer The Dark Rolling Sea heeft een wat broeierige en mysterieuze sfeer door de wat oosters klinkende invloeden.

De afsluiter River, een cover van de bekende Joni Mitchell song, was voor mij erg wennen om het door iemand anders gezongen te horen worden. Het behoort namelijk tot mijn muziek DNA.

In de chauvinistische Engelse pers kreeg Shadows al de nodige lovende kritieken, in dit geval volgens mij terecht.

Oddfellow's Casino - Oh, Sealand (2017)

poster
4,5
Ter hoogte van Ipswich ligt ongeveer tien kilometer voor de kust Sealand, een verdedigingsplatform uit de Tweede Wereldoorlog, ook wel Roughs Tower genoemd. Paddy Roy Bates verklaarde in 1967 Sealand, slechts 550 m² groot, onafhankelijk en benoemde zichzelf tot prins.

De voormalige majoor uit het Britse leger was radiopiraat en wilde er een radiostation beginnen. Overigens waren er meer kapers op de kust, want Ronan O’Rahilly van Radio Caroline had er ook zijn oog op laten vallen. Hij stuurde wat van zijn werknemers naar Sealand om Bates te verjagen, echter zij kwamen van een koude kermis thuis, want ze werden bij entering getrakteerd op kleine bommen en keerde onverrichter zake terug.

Uiteindelijk zag Bates af van het plan voor een radiostation, maar wist toch een commercieel slaatje te slaan uit Sealand, onder anderen door adellijke titels en postzegels te verkopen. Deze kleurrijke man overleed op hoge leeftijd in 2012. Zijn zoon Michael woont nog er steeds.

Dit interessante verhaal vormt het thema van de titelsong van het zevende album van Oddfellow’s Casino, getiteld Oh, Sealand. Spil van deze groep is sinds het begin in 2002 David Bramwell, naast muzikant ook nog een succesvol radiopresentator en auteur.

Hij componeert veel voor zijn BBC radiodocumentaires, het gesproken Danu is hier een voorbeeld van. Danu is de Keltische naam voor de rivier Don, welke stroomt door het zuiden van Yorkshire, zijn geboortestreek.

Eveneens in opdracht, dit keer van cultauteur John Higgs, schreef hij The Ghosts of Watling Street. Het nieuwe boek van Higgs, Watling Street, verschijnt een dag voor Oh, Sealand. Het beschrijft een epische reis over de oudste weg van het Verenigd Koninkrijk. In de song is de stem van de komische boekenschrijver Alan Moore te horen, ook zal hij zijn opwachting maken in de video ervan.

Penda’s Fen is een eerbetoon aan de gelijknamige film van Alan Clarke voor de BBC uit 1974, onlangs heruitgebracht door BFI. Het vertelt het verhaal van een jongeman, die worstelt met zijn ontluikende homoseksualiteit in het conservatieve Engeland. De hoes van het album is een verwijzing naar dit nummer.

Een ander, wat vaker voorkomend, thema is zijn haat-liefdeverhouding met Engeland. Maar er is ook plaats voor een fraai liefdesliedje als Josephine. Muzikaal valt er erg veel te genieten. Zoals altijd subliem gearrangeerd, met de gebruikelijke ingrediënten als bijvoorbeeld blazers en keyboard. Daarnaast maakt hij gebruik van sfeervolle geluidscollages.

Tot op heden was The Raven’s Empire mijn favoriete album van deze groep. Oh, Sealand vind ik op alle fronten net iets spannender, het kruipt onder je huid en is bovenal verslavend. Tot op heden wist de groep slechts mondjesmaat de pers te halen. Hopelijk zal dit album, buiten de gebruikelijke recensie in Popmagazine Heaven, wel de aandacht trekken die deze fantastische groep rondom David Bramwell al vele jaren verdient.

Down In The Water by Oddfellows Casino | Free Listening on SoundCloud

Ohtis - Curve of Earth (2019)

poster
Het fundament voor Ohtis werd gelegd in het tweede leerjaar op een middelbare school in Normal, Illinois, wanneer Sam Swinson medeoprichter Adam Pressley ontmoet. Al snel brengen ze lokaal muziek uit op zelfgebrande cd’s. Spoedig maakt ook multi-instrumentalist Nate Hahn op het podium deel uit van het trio.

Helaas raakt Sam Swinson verslaafd aan heroïne even lijkt het zelfs fataal te worden door een overdosis. Wat volgt is een langdurige strijd met die verslaving, maar ook met de demonen van zijn fundamentalistisch evangelische opvoeding.

Een belangrijke stap naar herstel is het eerste couplet van Running wat Adam voor Sam schreef in 2011 toen Sam in een kliniek verbleef. Het kan gezien worden als een steuntje in de rug, het voorspelt namelijk een reünie van de band en het wijst op een reïncarnatie van Sam. En zo geschiedde.

Running kan dus gezien worden als de sleutelsong op het album. Curve of Earth is Sam Swinson’s emotionele reis in dertig minuten van het omgaan met indoctrinatie en verslaving, gegoten in fraaie, donkere coutry-americana. Een reis, die weinig luisteraars onberoerd zal laten.

Oisin Leech - Cold Sea (2024)

poster
Samen met Mark McCausland vergaarde Oisin Leech bekendheid als het folk duo The Lost Brothers. Sinds 2008 bracht dit tweetal een vijftal studioalbums uit. Ze worden vanwege hun close harmony zang geregeld vergeleken met The Everly Brothers en The Louvin Brothers.

Old Sea is nu het solodebuut van Leech. De prachtig, relaxte opener October Sun, voorzien van een memorabele melodie, vormt het fundament van dit debuut. Leech had blijkbaar inspiratie genoeg, want hij had de keuze uit een veertigtal songs. Uiteindelijk belandden er negen stuks op Old Sea.

Onder leiding van producer Steve Gunn werd het album nabij Trawbreaga Bay in een oud schoolgebouw aan de desolate noordkust van het county Donegal opgenomen. De keuze voor county Donegal was belangrijk voor Leech, want het is de regio waar zijn voorouders vandaan komen. De natuur in Donegal vormde een belangrijke inspiratiebron voor het album.

Sommige songs zijn experimenteler, zoals bijvoorbeeld Maritime Radio. Het gitaarspel ervan associeerde ik meteen met dat van Vini Reilly, frontman van de post punk groep the Durutti Column. Het debuutalbum The Return of the Durutti Column van die groep is trouwens een klassieker en nog steeds een aanrader.

Leech wordt begeleid door een aantal vrienden, waaronder bassist Tony Garnier (vooral bekend van zijn samenwerking met Bob Dylan), folk legende Dónal Lunny (bouzouki) en M Ward (elektrische gitaar). De afgebeelde schilderijen op de voor- en achterkant zijn van de hand van Sinead Smyth. Old Sea kreeg overigens al een aantal zeer positieve recensies, volgens mij terecht.

Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com

Old Crow Medicine Show - Paint This Town (2022)

poster
4,5
Het veelzijdige, populaire en tweevoudig Grammy winnaar Old Crow Medicine Show behoeft natuurlijk allang geen nadere introductie meer. Paint This Town is inmiddels hun zevende album waarvoor alle registers werden opengetrokken. Het album bevat een gevarieerde mix van Americana, old-time & mountain music, bluegrass, country, folk en rock ‘n’ roll. De liedjes worden bevolkt door kleurrijke figuren. De titel is een verwijzing naar graffiti artiest Old Crow, waarnaar de band zich vernoemde. Werk van Old Crow siert de buitenkant van het tekstboekje. Niets werd aan het toeval overgelaten, het album werd mede geproduceerd door Matt Ross Spang (John Prine, Jason Isbell). Voor het componeren deed frontman Ketch Secor af en toe een beroep op niet de minsten. Met Jim Lauerdale schreef hij de titelsong en Painkiller. De talentvolle Molly Tuttle schreef mee aan Deford Rides Again en Willie Watson aan Lord Willing and the Creek Don’t Rise. In het persbericht worden nogal wat invloeden genoemd, maar niet Van Morrison. Het prachtige, door Secor alleen geschreven New Mississippi Flag is vintage Van Morrison. Het gevarieerde Paint This Town is misschien wel het fraaiste album uit hun oeuvre. Hopelijk komen ze snel naar Nederland voor concerten.

Old Fire - Voids (2022)

poster
4,5
Wanneer je leest dat muzikanten als Julia Holter, Emily Cross, Bill Callahan, Joseph Shabason en Thomas Bartlett meewerkten aan Voids, dan weet je bij voorbaat dat het om een interessant project zal gaan. In het verleden speelde Texaan John Mark Lapham in The Earlies. Tegenwoordig gaat hij door het leven als Old Fire. Zes jaar terug kwam het debuut Songs from the Haunted South onder die naam uit.

Tussen het uitkomen van dat album en nu gebeurde er veel in het leven van Lapham, wat enorme invloed op hem had. Twee relaties liepen op de klippen, overleden zijn beide ouders tijdens de pandemie, al dat verdriet moest hij alleen zien te verwerken. Hij kwam in een depressie terecht en kreeg bovendien last van slapeloosheid. Voids is dan ook doordrenkt van deze ervaringen, gelukkig klinken er ook hier en daar tekenen van herstel door.

De afsluiter Void IV : Circles schreef Lapham alleen, negen composities met meewerkende muzikanten en daarnaast twee goed gekozen covers. Don’t You Go werd geschreven door John Martyn op het moment, dat diens relatie met zijn vrouw Beverley op het punt stond op de klippen te lopen.

When I Was In My Prime is een droevige traditional waarin ontrouw centraal staat. Het werd ooit gecoverd door Nina Simone, Pentangle, Rhiannon Giddens, maar ik ken het vooral in de a capella versie van de zussen Anne en Niamh Parsons.

Muzikaal schiet Voids alle kanten op, maar vormt het album een coherent geheel. De luisteraar reist mee op droompop, filmische ambient, raga-achtige drones, avant country, poëzie en spirituele jazz. Voids is geen gemakkelijk album van bijna een uur en vraagt de volledige aandacht van de luisteraar, maar de doorzetter zal beloond worden.

Old Lost John - Shape of Man (2021)

poster
4,0
Eind jaren zestig, begin jaren zeventig raakte ik gefascineerd door rauwe, doorleefde stemmen. De eerste zangers die mijn goedkeuring konden wegdragen waren Joe Cocker en Roger Chapman. Het toeval wil dat laatstgenoemde na twaalf jaar volgende week vrijdag het uitstekende album Life in the Pond gaat uitbrengen. Op dit moment vragen maar liefst vier albums van doorleefde zangers mijn aandacht. Een ervan is van de ietwat mysterieuze Zweedse singer-songwriter Old Lost John, woonachtig in Malmö. Een paar weken geleden verscheen Shape of Man, welke mij gelukkig onder de aandacht werd gebracht door mijn Amsterdamse muziekvriend Henk (waarvoor uiteraard dank!). Veel weet ik niet over hem. Hij heet Tomas en hield voorheen paarden en was houthakker. Tegenwoordig slijt hij zijn dagen met ’s morgens kranten rondbrengen en ’s avonds liedjes schrijven en onder normale omstandigheden in en rondom Malmö optreden. Hij laat zich naast door de natuur inspireren door de muziek van Sam Amidon, film noir, Southern Gothic, Victoriaanse spookverhalen, dromen en vreemde ontmoetingen. Daarnaast religieuze invloeden. Zo worden in opener Man of Galilee de menselijke eigenschappen van Jesus belicht. En in Love Love Love komt Koning Salomon en zijn 700 vrouwen ter sprake. Nog meer Bijbelse invloeden zijn terug te vinden in Nehemiah’s Return. Muzikaal gezien beweegt hij zich ergens tussen folk en blues in. De opener en Too Many Feet lijken trouwens vooral ritmisch gezien op elkaar. Interessant is de gevarieerde akoestische inkleuring van de nogal sobere songs. Zo zorgt in afsluiter Rise een harmonium en gitaar voor een vervreemde sfeer. Ondanks de korte speelduur van 35 minuten weet Shape of Man mij ruimschoots te overtuigen.

Olivia Chaney - Shelter (2018)

poster
4,5
Om dicht bij zichzelf te kunnen komen, vertoefde Olivia Chaney ongeveer vijf weken in een gammel achttiende-eeuws huis ergens op de North York Moors. Dit familiebezit is verstoken van elektriciteit en een bad, voor moderne tijden behoorlijk Spartaanse omstandigheden. Overdag besteedde ze haar tijd aan nadenken tijdens lange wandelingen, om zich ’s avonds op het componeren te storten.

Shelter is haar tweede solo album, haar debuut The Longest River werd zeer positief ontvangen. Hans Jansen van Johnny’s Garden noemde haar toen al één van de belangrijkste talenten van de Britse folk. Die constatering was én is volkomen terecht, Olivia beschikt niet alleen over een prachtige stem, maar schrijft bovendien uitstekende, verhalende liedjes.

De liedjes op Shelter zijn nog een stuk persoonlijker en emotioneler geworden dan op haar debuut. De inkleuring is erg sober, precies zoals ze het wilde hebben.

Als producer koos ze Thomas Bartlett, omdat hij samenwerkte met een van haar favoriete artiesten, Sufjan Stevens. Bartlett maakt niet alleen deel uit van de supergroep The Gloaming, maar is daarnaast ook een gerespecteerd producer en geluidstechnicus (David Byrne, Sufjan Stevens, St.Vincent, The National, Florence Welch).

Hoe uitgekiend zijn bijdragen op de producerstoel waren, wordt pas na veelvuldig luisteren duidelijk. Het album kruipt langzaam maar heel zeker onder de huid. Naast op Bartlett deed Olivia een beroep op de inventieve, klassiek getrainde violist Jordan Hunt (The Irrepressibles, The Hidden Cameras).

De titelsong is trouwens met afstand, het mooiste liedje, wat ik dit jaar hoorde. De emotionele vertolking bezorgt me iedere keer kippenvel. Naast eigen werk, ook een opvallende cover van Long Time Gone, ooit bekend geworden door The Everly Brothers. De repeterende piano en viool zorgen hier voor een hypnotiserend effect. Het had overigens niet misstaan op Pieces of Africa van het Kronos Quartet.

Op ingenieuze wijze wordt het refrein van de bekende Ierse traditional Molly Malone verwerkt in A Tree Grows in Brooklyn. Toepasselijk is de keuze voor O Solitude van de bekende, nog steeds erg geliefde, klassieke Barokcomponist Henry Purcell.

Met Shelter levert Olivia Chaney een persoonlijk en indringend album af, wat weinig mensen onberoerd zal laten.

Olivia Chaney - Shelter (Official Video) - YouTube

Oren Lavie - Bedroom Crimes (2017)

poster
4,5
Geen idee meer hoe ik tien jaar geleden zijn debuutalbum The Opposite Side of the Sea ontdekt heb. Wel weet ik nog dat het een van mijn favoriete albums van dat jaar was. Niet alleen staat het album vol prachtige songs, maar ben ik ook verzot op zijn stem met dat heerlijke hese randje.

De aanstekelijke opener van dit in Berlijn tot stand gekomen album, Her Morning Elegance, verscheen op single en bezorgde hem de nodige bekendheid. Erg goochem van hem om dit nummer als afsluiter te gebruiken voor Bedroom Crimes, waar we een decennium op moesten wachten.

Naast singer-songwriter is Israëliër Lavie ook schrijver, die diverse toneelstukken op zijn naam heeft staan. In 2014 bracht hij zijn eerste, zeer succesvolle kinderboek uit, getiteld The Bear Who Wasn’t There.

Het album werd voorafgegaan door de prachtige, ingetogen single Did You Really Say No, een duet met Vanessa Paradis. Veel van de nieuwe nummers zijn smaakvol gearrangeerd met voornamelijk strijkers.

Maar er is ook plaats voor een klein gehouden, instrumentale compositie als Sonata Sentimental #3 / I Dream of the Water Woman. Dit dromerige en traag voortslepende stuk roept herinneringen op aan Eric Satie. En dan is er die stem, die me nog steeds zo weet te boeien als tien jaar geleden.

En de songs?! Die zijn nog mooier dan op het debuut en daarmee behoort Bedroom Crimes voor mij tot een van de fraaiste releases van 2017.

Orla Gartland - Woman on the Internet (2021)

poster
4,0
Met de populariteit van de Ierse singer-songwriter Orla Gartland in Nederland zit het kennelijk wel snor, want ze zou komend weekend op het helaas afgelaste Lowlands opgetreden hebben. Het succes is haar echter niet aan komen waaien. Geboren en getogen in Dublin begon ze op haar veertiende liedjes te schrijven. In eerste instantie lukte het haar niet om optredens te krijgen en besloot ze het vak van liedjes schrijven online verder te ontwikkelen. Ze rondde intussen haar studie succesvol af en begon alsnog live op te treden. Na terugkomst van die eerste toer verhuisde ze naar Londen en begon nieuwe liedjes te schrijven, op te nemen en te toeren en haar fanbase uit te breiden. Ze trok volop de aandacht met haar eerste drie singles, More Like You, Pretending en Zombie!. Alle drie terug te vinden op haar debuutalbum Woman on the Internet. En alle drie getuigen ze van het feit dat we te maken hebben met een talentrijke singer-songwriter. De eerlijke liedjes van haar debuutalbum gaan over haar ontwikkeling van jong meisje naar een volwassen vrouw. Die ontwikkeling is echter volgens haar nog steeds in volle gang. De liedjes gaan over de balans tussen onzekerheden waar iedereen mee te kampen heeft en zelfspot en zelfredzaamheid en vastberadenheid anderzijds. Perfectie staat niet bij haar voorop maar authenticiteit. Zelf lichtte ze recent de titel en de songs als volgt toe : “When I was a few songs into writing the album it became clear that Woman on the Internet is about the chaos of my 20s. It's a different chaos to your late teens, such a different brand of angst. I feel so much more settled and sure of myself now than I was when I was 18 or 19 but I'm still just half the person I'm going to be and to capture that became really important." En : “The Woman on the Internet isn't me - she's an elusive character, like a modern day wizard-of-oz who appears in a couple of these songs. I turn to her when I can't turn to anyone in my real life; I turn to her when I feel lost. These songs are filled with stories of growing up, about adulthood coming for you whether you are ready or not - many songs grapple with the concept of identity (something I think about a lot), about feeling lost and about learning to really own that lostness”. Haar alternatieve pop op het uitstekende Woman on the Internet, zou liefhebbers van uiteenlopende artiesten als St. Vincent, Regina Spektor, HAIM tot aan wellicht Stevie Nicks kunnen aanspreken.

Orquesta Akokán - Orquesta Akokán (2018)

Alternatieve titel: Canta: Jose "Pepito" Gomez

poster
4,0
In de vorige twee decennia luisterde ik met grote regelmaat naar Latin muziek, onder anderen naar het populaire Buena Vista Social Club en de salsa van Grupo Galé. Grote favoriet in die dagen was het album Pa’l Bailador van Johnny Polanco.

Regelmatig kocht ik via speciaalzaak Most Wanted in Amsterdam de nieuwste interessante releases en was ik ook geregeld te vinden op de Antilliaanse Feesten in Hoogstraten, het grootste festival in Europa op het gebied van Latin muziek. Overigens een festival met een lange traditie, want ze zijn dit jaar al toe aan de 36ste editie.

Door privéomstandigheden verwaterde mijn belangstelling voor het genre. De hoes van het debuutalbum Orquesta Akokán trok echter mijn interesse. Het is een zeer prettige hernieuwde kennismaking geworden met Latin en mambo in het bijzonder. Het album is een hommage aan de mambomuziek uit de jaren veertig en vijftig.

Orquesta Akokán bestaat uit zestien uitstekende, voornamelijk Cubaanse muzikanten. Akokán betekent overigens vanuit het hart of ziel. Het gezelschap wordt aangevoerd door veteraan zanger José “Pepito” Gómez, die de groep oprichtte en samenstelde, onder anderen uit leden van Irakere en Los Van Van.

Het album werd live opgenomen op geheiligde grond, de Areito Studios, hartje Havanna. Het album verschijnt op Daptone, wat recent twee belangrijke troeven verloor, de betreurde Charles Bradley en Sharon Jones. Met Orquesta Akokán voegen ze echter een gloednieuwe troef toe.

Orville Peck - Pony (2019)

poster
4,5
Pony van Orville Peck lag een tijd onderaan de stapel van te recenseren albums, omdat ik niks heb met artiesten die gebruikmaken van gimmicks. Uiteindelijk won toch mijn nieuwsgierigheid en gelukkig maar blijkt nu.

Orville Peck is niet zijn echte naam, het gaat hier om Daniel Pitout geboren in Zuid-Afrika, maar nu woonachtig in Toronto. Zijn muzikale wortels liggen in de punk en rock. Hij is vooral bekend als drummer van de noise-punkband Nu Sensae en de alternatieve rockband Eating Out.

Verder werkte hij met de bands Shannon & the Clams, Groovy Temple en Terror Bird. Daarnaast is hij een van de oprichters van de AIDS Music Day Project, waarmee men door middel van muziek en kunst het publiek bewust wil maken voor de gevaren van HIV en AIDS.

In 2017 begon hij country muziek te maken onder de naam Oliver & Friends. Tot zijn belangrijke muzikale invloeden rekent Peck onder andere Merle Haggard, Willie Nelson, Loretta Lynn en Dolly Parton. Het gevarieerde repertoire op Pony kan grotendeels tot de alternatieve country gerekend worden.

Als je Peck hoort zingen vraag je je meteen af waarom hij niet eerder in dit genre is gaan zingen. In opener Dead of Night hoor je duidelijk de invloed van Roy Orbison in de zang. De video van dit liedje is overigens duidelijk geïnspireerd door David Lynch.

In Turn to Hate probeert hij Lloyd Cole naar de kroon te steken. En zo lijkt Buffalo Run op een nooit eerder uitgebrachte track van Joy Division. Maar af en toe waan je je net zo goed in een nachtclub in de jaren vijftig.

Hij zingt vooral over mensen aan de zelfkant van de maatschappij en hun liefdesperikelen. Peck schreef op twee na alle liedjes zelf, Kansas en Winds Change schreef hij samen met Duncan Hay Jennings. Met Pony bewijst Peck dat hij een grote aanwinst is voor het alternatieve countryrock genre.

Oscar Jerome - The Spoon (2022)

poster
4,0
Vooraf zei me zijn naam helemaal niets. Helaas had ik de bijzondere lovende recensies van Dick Hovenga van Written in Music over zijn EP’s Oscar Jerome en Where Are Your Branches en zijn debuutalbum Breathe Deep allemaal gemist.

Na beluistering van zijn tweede album Spoon kan ik mij het enthousiasme van Dick Hovenga heel goed voorstellen. De aan het conservatorium van Londen afgestudeerde gitarist/componist/zanger maakt een atmosferische, avontuurlijke en inventieve mix van hedendaagse soul, R&B en jazz. In zijn muziek klinken vooral invloeden door van Gil Scott-Heron, George Benson en Jay Dilla.

Hij wordt in de Londense soul en jazz scene gezien als een van de rijzende sterren. Zo werd hij bijvoorbeeld opgenomen door The Guardian in hun One to Watch lijst. Hij schijnt in Nederland ook al de nodige fans te hebben, want in 2019 nam hij hier het livealbum Live in Amsterdam op.

Over het algemeen heb ik weinig tot niets met muziek waarin hedendaagse R&B invloeden doorklinken, maar Spoon gaat erin als gesneden koek. Gisteren verscheen het album al digitaal, fysiek op cd en vinyl op zijn eigen label vlak na de afronding van zijn tournee.

Oscar Jerome live :

06-12 AMSTERDAM : Bitterzoet
07-12 ROTTERDAM : Bird

Oscar Lang - Chew the Scenery (2021)

poster
De jonge Londense singer-songwriter Oscar Lang kreeg de muziek met de paplepel ingegoten. Zijn moeder was zangeres en stimuleerde hem om instrumenten te leren bespelen. Reeds op zijn zesde kreeg hij pianolessen. Na de dood van zijn moeder in 2007 kreeg hij van zijn vader een cd vol met favoriete muziek van zijn moeder uit de jaren tachtig en negentig. Vooral het dansnummer Groove Is In The Heart van Deee-Lite wist toen indruk op hem te maken als jong kind. Van kinds af aan heeft hij grote interesse gehad in het experimenteren met geluid en melodie. Na de middelbare school studeerde hij aan het Fine Arts College in zijn woonplaats. Intussen schrijft hij ook voor anderen. Onder de naam pig bracht hij drie jaar terug het album Silk uit. Bas en beat spelen een belangrijke rol op Chew the Scenery, zijn debuutalbum onder eigen naam. Ook experimenteert hij volop met geluid. Zo gebruikt hij bijvoorbeeld in opener Our Feature Presentation een stemvervormer. Muzikaal gezien zweeft hij meestal ergens tussen aanstekelijke pop en rock. Daarnaast heeft zijn muziek vaak een positieve vibe en is het moeilijk stilzitten en zijn refreinen snel meezingbaar. Zeer stevig is trouwens het nummer Stuck. Ook wordt er wel af en toe gas teruggenomen. Zo draait hij zijn hand ook niet om voor een prachtig, ingetogen pianoballade als Write Me a Letter. Onbetwiste prijsnummer is voor mij het met piano en fraaie strijkers aangeklede Final Call, waarop op inventieve wijze naar een climax wordt toegewerkt. Het vormt het beste bewijs dat we hier te maken hebben met een talentvol muzikant. Persoonlijk hoop ik dan ook dat in de toekomst de piano een belangrijkere rol zal gaan krijgen in zijn muziek. Hoe dan ook Chew the Scenery is een interessant, afwisselend en avontuurlijk debuut onder eigen naam.

Oukje den Hollander - Idyllen (2019)

poster
4,5
Vorig jaar zong Oukje het opvallende duet Ah Rum Cha Cha Cha met Flip Noorman op diens album De Big One. Het was mijn eerste kennismaking met haar mooie stem. Op dat moment was Oukje samen met Marijn Korff de Gidts al intensief bezig met het op muziek zetten van een dozijn teksten uit de meermaals bekroonde dichtbundel “Idyllen” van Ilja Leonard Pfeijffer.

In die teksten vond Oukje precies wat ze aan de wereld kwijt wilde en legde daarmee in feite haar eigen binnenwereld bloot. Het is een zoektocht geworden naar liefde en leven in een steeds harder wordende wereld.

Marijn en Oukje hebben beiden een gedegen muzikale opleiding. Zo was Marijn eerst student en nu docent aan het Conservatorium van Amsterdam. Hij speelt daarnaast in ORBI, oftewel The Oscillating Revenge Of The Background Instruments, een klassiek kwartet dat epische rocksongs speelt. In maart waren ze nog te zien in het tv-programma Podium Witteman.

Oukje studeerde af aan de prestigieuze Masteropleiding “Theaterzanger/Singer-performer” aan de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie en het Conservatorium van Amsterdam. Daarvoor studeerde ze een jaar lang in Berlijn bij de Duitse mezzosopraan Gundula Hintz en behaalde zij haar Bachelor diploma Klassieke Zang aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Naast haar solocarrière is Oukje ook actief als theatermaker. Met haar muziektheatercollectief KASSETT bracht ze reeds de voorstellingen “STRANDT” en “Hoofdrol” op de planken.

Idyllen wordt uitgebracht op het klassieke label 7 Mountain Records, toch is het beslist geen klassiek album geworden. Men bepaalde aan de strekking van de gedichten hoe de muziek moest worden, zowel grotere als kleinere thema’s komen aan bod. Er wordt veel met dynamiek gewerkt, vandaar dat het geluidsopnameniveau daaraan werd aangepast.

Samen schreven ze de composities, maar de fraaie en regelmatig inventieve arrangementen zijn van de hand van Marijn. Soms passen ze zo goed bij de teksten, dat het lijkt alsof ze tegelijkertijd zijn ontstaan. Een mooi voorbeeld hiervan vind ik de reeds uitgebrachte single We Zijn een Eiland. Ook druipt regelmatig de passie van de zang van Oukje, zoals in Winter Komt.

De inkleuring is buitengewoon smaakvol en soms verrassend. De dromigere kalimba in Ik Red Me Wel vind ik een mooie vondst. Aan alle facetten is aandacht besteed, dus ook aan het fraaie artwork, de foto’s zijn gemaakt door de bekende fotograaf Benji Reid.

Voor dit ambitieuze album is trouwens terecht al de nodige aandacht, waaronder van de landelijke radio. Idyllen is opgedragen aan Oukje’s vriend Kornee, omdat hij in alle fases van het project haar door dik en dun gesteund heeft. Het is een geslaagde poging om van een reeds meermaals bekroonde kunstuiting een nieuw, losstaand artistieke schepping te creëren.

Oumou Sangaré - Timbuktu (2022)

poster
4,5
Zoals altijd vermengt de Malinese diva Oumou Sangaré de traditionele Wassoulou-muziek met blues, folk en rock. Met haar vorige succesalbum Mogoya wist ze zelfs populariteit bij jongeren te vergaren. Voor haar nieuwste album Timbuktu keert ze terug op het oude nest, World Circuit. Uiteraard wordt ze andermaal terzijde gestaan door Ngoni bespeler Mamadou Sidibé, met wie ze al sinds 1990 samenwerkt. Ook schreef hij weer mee aan de nodige composities.

Vanaf opener Wassulu Don wordt de luisteraar getrakteerd op een mix van zinderende, opwindende, hypnotiserende en soms ingetogen, wonderschone nummers. Naast de nodige toetseninstrumenten wordt ook op subtiele wijze gebruik gemaakt van slidegitaar en dobro, maar bijvoorbeeld ook van een fluit in het schitterende Degui N'Kelena.

Alhoewel Sangaré meestentijds buiten Mali verblijft, gaan de problemen in haar geboorteland (oa burgeroorlog en corruptie) haar na aan het hart. Ze speelt nog steeds een belangrijke voortrekkersrol in het zelfbewustwordingsproces van de Afrikaanse vrouw. Al deze thema’s bezorgen Sangaré tot op de dag van vandaag uitermate veel inspiratie.

Het tekstboekje is keurig verzorgd, naast de teksten wordt zowel in het Frans en in het Engels de strekking van de liedjes uitgelegd. Dat Timbuktu haar populariteit behoorlijk zal gaan vergroten is voor mij een zekerheidje. Gelukkig komt ze binnenkort naar de lage landen voor optredens, absolute aanrader voor liefhebbers van hypnotiserende en zinderende muziek.

Oumou Sangaré live :

14-06 BRUSSEL : AB
06-07 AMSTERDAM : Concertgebouw

Our Native Daughters - Songs of Our Native Daughters (2019)

poster
4,5
Begin mei is voor de meeste Nederlanders een tijd van bezinning en het vieren van de vrijheid. Het album Songs of Our Native Daughters is een uitstekend hulpmiddel om dat mee te doen.

De supergroep Our Native Daughters bestaat uit de gelouterde zangeressen Rhiannon Giddens, Amythist Kiah, Leyla McCalla en Allison Russell. Het album kwam onder mijn aandacht dankzij een uiterst lovende recensie in Popmagazine Heaven.

Het repertoire behandelt vooral slavernij en discriminatie, men voert zowel bestaand als eigen werk uit. Zo is er een fraaie cover te vinden van Bob Marleys Slave Driver. Maar ook het door Allison Russell geschreven Quasheba, Quasheba.

Allison leerde haar biologische vader(uit een gezin van 13 kinderen) en diens familie pas op haar dertigste kennen. Quasheba blijkt een verre voorouder van Allison te zijn. Ze werd vanuit Ghana als slavin naar Grenada verscheept en ter werk gesteld op een suikerbonenplantage. Meermaals werd ze doorverkocht en verkracht en de daar uit geboren kinderen werden haar afgenomen en doorverkocht.

Zoals we van Smithsonian Folkways gewend zijn worden alle songs uitvoerig toegelicht in het zesendertig pagina’s tellende boekje. Het album werd geproduceerd door Dirk Powell en Rhiannon Giddens in Powells studio Cypress House Studio.