MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Lura als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

J.J. Cale - Naturally (1971)

poster
5,0
Een van de meest ondergewaardeerde albums, dat ik ken is Naturally van J.J. Cale. Regelmatig ook door recensenten niet op juiste waarde ingeschat, zoals op Allmusic, waar het ooit slechts drieënhalve ster kreeg.

Lang zag het naar uit dat J.J. Cale niet bekend zou worden. Gelukkig nam Eric Clapton After Midnight op en kreeg er een gigantische hit mee. Hierdoor gingen deuren voor Cale open en kon hij in december 1971 op drieënveertigjarige leeftijd debuteren met het album Naturally. Maar in plaats van het voorbeeld van Slowhand te volgen en met een gelikt bluesrock album op de proppen te komen, ging Cale volledig zijn eigen muzikale weg.

Hij vroeg een aantal van zijn Oklahoma-vrienden en maakte een relaxte countryrock/bluesplaat, met zijn later beroemd geworden kenmerkende, ontspannen stijl. Het waren niet de minsten die hem hier begeleiden. Onder hen bassist Tim Drummond, die later een vaak gevraagde ritmesectie zou gaan vormen met de bekende drummer Jim Keltner. Drummond werkte oa ook samen met Neil Young en Bob Dylan.

Uiteraard is After Midnight terug te vinden op Naturally. Het dozijn liedjes zijn allemaal vrij kort en puntig. Liedjes als Call Me the Breeze, Call the Doctor en het ingetogen Magnolia hebben moeiteloos de tand des tijds doorstaan. Latere albums, zoals het bewierookte Troubadour, met de gigahit Cocaine, weten wat mij betreft zijn debuut niet meer te overtreffen.

In 2006 zouden trouwens Cale en Clapton de handen ineenslaan voor het uitstekende album The Road to Escondido.

Jacco Wynia - Discomfort (2019)

poster
4,5
De laatste jaren is de neoklassieke muziek aan een grote opmars bezig, mede te danken aan grote namen als Ólafur Arnalds en Nils Frahm. Maar ook Nederland levert zijn steentje bij met de populaire Joep Beving.

Nieuwe ster aan het Nederlandse firmament is Jacco Wynia, opgegroeid in Barneveld, maar sinds een jaar of vijf woonachtig in Den Bosch en daar werkzaam als muziekdocent. Muzikaal werd hij geschoold aan de Rockacademie in Tilburg en tijdens een jaar aan de University of Westminster in Londen.

Ook in de praktijk deed hij veel ervaring op in verschillende genres, maar bleek zich uiteindelijk toch het meest senang te voelen als soloartiest op de piano. Voor zijn tweede album Discomfort wist Jacco als producer Gijs van Klooster te strikken, bekend van zijn werk met Joep Beving.

Vanaf de eerste noot voelde ik me aangetrokken tot de muziek van Jacco. Net zoals ik me ooit meteen aangetrokken voelde tot de mysterieuze, traag voortslepende pianomuziek van Satie of tot de preludes van Chopin en Debussy. Het aantrekkelijke zit voor mij vooral in het harmonieuze, hoopvolle en de lichtvoetigheid in zijn muziek. Tevens biedt zijn muziek genoeg gevarieerdheid.

Aanleiding tot het maken van Discomfort waren de onverwachte zelfdoding van een goede vriendin en andere vrienden met problemen. In Jacco’s eigen woorden : “Het begon allemaal met vrienden die in moeilijke periodes zaten. Burn-out, depressie, een opeenstapeling van problemen. Ik wilde graag medeleven tonen en schreef muziek om ze een hart onder de riem te steken”.

Tot zijn belangrijkste invloeden noemt Jacco, Ólafur Arnalds, Yann Tiersen, Ludovico Einaudi, Nils Frahm, Chilly Gonzales, Hauschka en Joep Beving. Wie meer over de liedjes te weten wil komen, op zijn Facebookpagina heeft Jacco een aantal video’s geplaatst met uitleg. De eerste twee singles, Newborn Sun en You Can Rest Now werden terecht al erg vaak beluisterd op Spotify.

Het zou me niet verbazen dat de troostende instrumentale muziek van Discomfort bij veel luisteraars een verslavende werking zal gaan hebben, wat een prachtplaat. De releaseshow zal volgende week zaterdag zijn in TivoliVredenburg.

Jack Bottleneck & Band - Cow Country (2022)

poster
4,5
In 2015 debuteerde Jack Bottleneck op geweldige wijze met Lost and Found. Een album vol covers en twee traditionals, waaronder de overbekende Amerikaanse folksong Wayfairing Stranger. Buiten verder Dust My Broom van Elmore James ging hij toen voor niet al te voor de hand liggende keuzes. Zoals bijvoorbeeld Tango Till They Sore en Chocolate Jesus van Tom Waits en Going to My Hometown van Rory Gallagher.

Ook op Cow Country covert Bottleneck (AKA Johan Venema) op uitstekende wijze wederom Waits en Gallagher. Dat is niet zonder reden, deze beide heren mogen/mochten graag een borreltje lusten. Ook covert Bottleneck twee nummers van Daniel Nordgren en drie songs van de betreurde Justin Townes Earle, die helaas ten onderging aan zijn verslavingen. Een lot waaraan Bottleneck gelukkig een aantal jaren geleden, na de nodige up en downs, ontsnapte. Bottleneck zingt alleen nummers die op zijn lijf geschreven lijken en waarmee hij zich kan vereenzelvigen.

Wie voor het eerst Bottleneck zijn blues-, bluegrass-, countryblues- en Americanasongs met zijn doorleefde stem hoort zingen, denkt met een muzikant uit het diepe zuiden van Amerika te maken te hebben. Hij komt echter uit Rinsumageest, een klein plaatsje pal onder Dokkum.

Zijn begeleiders zijn allemaal doorgewinterde muzikanten, die de songs naar een nog hoger niveau tillen. Gitarist Herman Frank, bassist Rob Taekema en drummer Johannes Blanksma kunnen allen bogen over een schat aan ervaring en dat hoor je ruimschoots terug op het meer dan uitstekende Cow Country. Rob Taekema schreef trouwens het titelnummer. Bottleneck beschikt over een groot inlevingsvermogen in andermans songs, waardoor hij met zijn intense zang de songs volledig naar zich toe kan trekken.

Voor de komende optredens van de heren zie zijn website. Het album is reeds rechtstreeks bij Bottleneck te bestellen via mail : [email protected] . Bijzonder warm aanbevolen, zowel cd als optredens!

Jackie Oates - Gracious Wings (2022)

poster
4,5
Al een kleine twee decennia duurt de carrière van de Britse folkzangeres Jackie Oates. Van haar voorgaande zeven albums recenseerde ik het fraaie The Spyglass & The Herringbone uit 2013. Een album dat uitstekend mede geproduceerd werd door haar broer Jim Moray.

De titel van haar nieuwe album Gracious Wings verwijst naar een toevallig gesprek dat Jackie had met een vriend, over de aard van muziek en liedjes en song schrijven. Door het vertellen van een waar gebeurd verhaal kan de verteller toegang krijgen tot een andere wereld waarin hij wordt ontlast door zijn verleden.

Opener When I Was a Fair Maid is een traditional, wat ze leerde kennen in de versie van zangeres Margaret Jeffrey op het album Voice of the People uit 1956. Robin Tells of Winter schreef ze tijdens de lange winter lockdown van 2021, toen we allemaal verlangden naar tekenen van de zomer en een einde aan het eeuwigdurende ‘frozen in time’-gevoel dat zo lang had rondgehangen. Jackie werd geïnspireerd door het gedicht van Ruth Tongue “The Broom Squire's Bird Song” om na te denken over tuinvogels en hun gewoontes.

Het instrumentale titelnummer Gracious Wings is een klein morris-deuntje dat Jackie schreef, geïnspireerd door een virtuele morris solo jig-wedstrijd op Zoom, op een zaterdagmiddag in lockdown. De traditional Tammy Toddles maakte Jackie zich eigen dankzij de versie van Lizzie Higgins.

La Llorona heeft niets van doen met het gelijknamige album van de betreurde Lhasa, maar is een song welke ze samen schreef met Megan Henwood. In 2018 waren Megan en Jackie de muzikale begeleiding van een briljante comedyshow voor één vrouw, “Hollering Woman Creek”, geschreven en uitgevoerd door hun vriendin Amy Mason, waarin Amy de thema's verkende van een eerste zwangerschap, het stoppen met antidepressiva en rondreizen door Texas! Ze schreven dit nummer mee als hoofdthema.

The Ship in Distress is een traditional. Jackie kwam dit nummer voor het eerst tegen met Kathryn Roberts tijdens het onderzoeken van materiaal voor een project over Cecil Sharp. Er wordt gezegd dat het is verzameld door James Bishop of Priddy, Somerset. Volgens wijlen Lou Killen is het onderwerp geïnspireerd op een 16e-eeuwse Portugese ballade die naar Frankrijk reisde en La Corte Paille (The Short Straw) werd. On and On van The Longpigs coverde ze omdat het een van haar favoriete bands van de jaren negentig is.

John Spiers en Jackie vonden Iruten Ari Nuzu (I Am Making Wool) tijdens het zoeken naar kantwerkliedjes op een middag. Dit is een lied in de Baskische taal voor het spinnen van wol om kousen van te maken. Het werd oorspronkelijk verzameld in Californië in 1940. Omdat ze moeite hadden om iets zinvols te maken van de vertaalde teksten, besloten ze om het bij het zingen in de Baskische taal te houden.

Roobarb & Custard is een instrumentale compositie. Roobarb - genoemd naar het stripfiguur uit de jaren 70 - is geschreven door James O'Grady. De eerste helft van de melodie werd een veel gehoord fragment tijdens soundchecks voor de band Sin é in de late jaren 90, en Mike Cosgrave haalde hem over om een tweede helft van de melodie te schrijven terwijl hij in zijn huis in Devon verbleef voor een bandrepetitie.

Looking for My Own Lone Ranger werd geschreven door Charlie Dore & Ricky Ross (Deacon Blue). De traditional Lament to the Moon heeft ze opgepikt van Kath Parry uit Sidmouth, zangeres van zoveel mooie nummers. De tekst van deze versie van het lied komt voor in Alfred Williams' “Folk Songs of the Upper Thames”(1923) en zou zijn verzameld in Gloucestershire, met de melodie gecomponeerd door J.W. Turner in 1847.

Bijzonder fraai is afsluiter Time Time Time, een cover van Tom Waits' Time, afkomstig van diens klassieker Rain Dogs. Charlie Dore bracht dit nummer voor het eerst onder haar aandacht toen ze een (wat later bleek) eenmalig concert samenstelden onder het mom “The Ladies Of Nettlebed” met naast haarzelf, Megan Henwood, Charlie Dore en wijlen, en zeer gemist, Rowan Godel.

Gracious Wings bewijst andermaal dat Jackie Oates tot de absolute top van de Britse folk behoort.

Jackie Oates - The Spyglass & the Herringbone (2015)

poster
4,5
Een nadere introductie van Jackie Oates lijkt me overbodig. De zus van Jim Moray, een andere grote naam in het genre, is de laatste jaren uitgegroeid tot een van de grote madammen van de Britse folk. Op Folk Lantern zijn overigens een aantal mooie recensies van de hand van Hans van voorgaande cd’s te vinden.

Voordat ik nog maar een noot beluisterde, had ik een goed gevoel bij The Spyglass & The Herringbone. Allereerst door de mooie opvallende hoes, maar meer nog door het filmpje wat ik op Youtube zag over het tot standkomen van de cd. Hierin praat een zichtbaar begeesterde Jackie met veel enthousiasme erover en zegt zeer tevreden met het resultaat te zijn.

Het was de bedoeling een totaal ander album dan voorganger Lullabies, zoals de titel aangeeft gevuld met dromerige slaapliedjes, te maken. Ze koos ervoor om een selectie met vrolijke, luchtige liedjes te kiezen. Vaak wordt folk door mij geassocieerd met melancholisch en de jaargetijden herfst en winter. Jackie ziet het nieuwe album terecht als een lente- en zomerplaat.

Ze heeft overigens een fijne neus voor het vinden van geschikt repertoire. Naast een bekende traditional als slotnummer Banks of the Bann, talloze malen opgenomen waaronder door Martin Simpson, vindt men ook onbekendere liedjes. Een daarvan is het heerlijke, voor mij totaal onbekende Can’t Be Sure, oorspronkelijk een nummer uit 1990 van de popgroep The Sundays.

Een ander voorbeeld is de prachtige titelsong geschreven door Chris Sarjeant. Hij schreef het na een bezoek aan The Foundling Museum, het handelt over een herkenningsteken dat vondelingen kregen op hun kleding bij binnenkomst in het tehuis. Mocht de ouder zich ooit bedenken, dan zou het daaraan herkend kunnen worden.

Sarjeant speelt trouwens mee op het album en arrangeerde samen met Jackie een aantal traditionals. Er werd door een keur van voortreffelijke muzikanten meegewerkt aan The Spyglass & The Herringbone, onder de nodige anderen door Ben Walker, Nick Hart en broer Jim Moray. Oorspronkelijk zou Jim Moray het album produceren, maar uiteindelijk werd de productie verzorgd door Ben Walker en Trevor Meadows met additionele hulp van Richard Evans en Simon Emmerson.

The Spyglass & The Herringbone is een uitgebalanceerde verzameling van luchtige, overwegend traditionele folkliedjes geworden.

Jacques Ellis - Whatever You've Brought (2021)

poster
4,5
Begin 2019 kreeg singer-songwriter Michael Prins na afloop van een voorstelling een demo in de hand gedrukt. Het bleek een liedje te zijn van David van den Berg, afkomstig uit het Brabantse Helmond. Prins was zodanig onder de indruk, dat hij David al eind 2019 mee op tournee nam. Bovendien kwam David bij hetzelfde management terecht. Oorspronkelijk zou het debuutalbum Whatever You’ve Brought in 2020 uitkomen, maar verschijnt nu regulier op 30 juli en zal onder andere bij Concerto te koop zijn. Zijn artiestennaam Jacques Ellis is afgeleid van de voornamen van zijn ouders. Dagelijks hoorde hij zijn ouders gitaar en orgel spelen. Helaas nam David’s leven op zijn tiende een dramatische wending door het overlijden van zijn moeder. Het moeilijk te verwerken verlies leidde tot problemen op school en zocht David zijn toevlucht tot muziek, vooral die van de Britse singer-songwriter Nick Drake. Met name diens gitaarspel ging hem danig beïnvloeden. Grote Nederlandse voorbeelden voor hem zijn Stef Bos en de eerder gememoreerde Michael Prins. Naast muziek werd ook de natuur een toevluchtsoord. Het debuut werd opgenomen op zijn zolder, met hulp van Bram Kusters. De liedjes kwamen in dezelfde volgorde op het album terecht als ze geschreven zijn. Opgenomen met twee simpele Shure microfoons (SM57 & SM58). Het dozijn korte en ingetogen nummers hebben elk een andere gitaarstemming. De teksten zijn zeer persoonlijk en zitten vol frustratie en onverwerkt verdriet. De inkleuring is zeer sober, praktisch alleen gitaar en zang. Op Landing is ook nog een piano te horen. Liefhebbers van Pink Moon van Nick Drake zullen hoogstwaarschijnlijk wel raad weten met Whatever You’ve Brought, een hartverscheurend debuut.

Jade Bird - Jade Bird (2019)

poster
Jade Elizabeth Bird is een bijzonder getalenteerde zangeres en liedjesschrijver van slechts eenentwintig lentes. In haar jeugd verhuisde ze regelmatig omdat haar vader militair is. Ze woonde onder andere in Londen, Chesterfield, Mönchengladbach en Wales.

Al die verhuizingen speelde een belangrijke rol in haar muziek, net als haar moeder, die een grote stimulerende invloed op haar had en heeft. Op haar achttiende studeerde ze af aan de fameuze BRIT School, een instituut voor talentvolle muzikanten en andere kunstvormen.

Haar debuutep Something American kreeg in 2017 meteen lovende kritieken. Rolling Stone omschreef haar stem treffend als rauw en robuust. Ook de bekende producer Tony Visconti stak zijn grote bewondering niet onder stoelen en banken.

De afgelopen jaren opende ze al voor First Aid Kit, Son Little en London Grammar en speelde op het bekende South by South West in Austin. In 2018 had ze hitjes met Lottery, Uh Huh en Love Has All Been Done Before.

Begrijpelijk dat er door menigeen reikhalzend naar het debuutalbum Jade Bird werd uitgekeken. Van de grote mogelijkheden van haar stem worden op haar debuut optimaal gebruik gemaakt. Regelmatig is die zang uitbundig, zoals al bekend was van een liedje als Lottery.

Veelal gaan haar liedjes over de hartzeer van de liefde, zonder dat het zoetsappig wordt. Overigens ben ik volkomen eens met de constatering in het persbericht : “Ze is onbevangen. Energiek. En positief. En dat zijn haar liedjes dus ook : onbevreesd, aanstekelijk, overtuigend en opportuun met de nodige goedmoedige bravoure.”. Helaas zijn er nog geen optredens in Nederland gepland, maar dat is volgens mij gewoon een kwestie van tijd.

Jaimee Harris - Boomerang Town (2023)

poster
4,5
Ruim vier jaar geleden blies Jaimee Harris mij volledig van de sokken met haar debuutalbum Red Rescue. Vooral de ingetogen liedjes wisten mij erg te bekoren. Op het titelnummer zong haar betreurde mentor Jimmy LaFave nog mee, die helaas kort erna overleed.

Het samen met partner Mary Gauthier geschreven nummer How Could You Be Gone op haar tweede album Boomerang Town gaat naast over een overleden vriend tijdens de pandemie ook over de dood van mentor en vriend Jimmy LaFave in 2017. "Ik wilde dat dit nummer met intensiteit zou worden opgebouwd en herhaald om de ervaring van meedogenloos verdriet te weerspiegelen.", aldus Jaimee. Het wijkt duidelijk af van de overige, vaak behoorlijk ingetogen songs.

Jaimee Harris werd 30 tijdens de pandemie. Het is een mijlpaal dat zelfs in normale tijden een overgangsritueel is. Maar voor deze in Texas geboren singer-songwriter kwam het midden in een van de vreemdste en meest tumultueuze periodes in de Amerikaanse geschiedenis. Toen de wereld stopte tijdens de lockdown, dook Jaimee, net als vele anderen, terug in het verleden, nadenkend over de aard van haar geboorteplaats en familieoorsprong en rekening houdend met hun stempel op haar.

De term “nostalgie”is afgeleid van de Griekse woorden nostos (terugkeer) en algos (pijn). Boomerang Town kan worden beschouwd als een nostalgisch album. Het koesteren van oude herinneringen en het genezen van oude wonden uit het verleden. Volgens Jaimee is Boomerang Town een boeiende, ambitieuze liedcyclus die de generatieboog van het gezin, de wurggreep van verslaving en de fragiele banden die Amerikanen samenbinden, verkent.

Alhoewel de meeste songs zijn geïnspireerd door persoonlijke ervaring zijn ze verre van volledig autobiografisch. Zo toont bijvoorbeeld het titelnummer een jong stel uit een kleine stad met doodlopende banen die “in de war raken” en hun dromen in de wacht zetten. Het is een portret van de wanhoop op het platteland en de rusteloze zoektocht naar verlossing tegen alle verwachtingen in.

Een ander nummer, Fall (Devin's Song), gaat over een voormalige klasgenoot uit de kindertijd van Jaimee die per ongeluk werd neergeschoten en gedood in de zesde klas. Het lied is geïnspireerd op een reeks “In Memoriam”-stukken die de moeder van de jongen aan de plaatselijke krant schreef. Het lied dient als eerbetoon aan hen beiden, evenals als commentaar op de tijdloze aard van verdriet.

Gelukkig is het niet een en al ellende wat de klok slaat, liedjes als Love Is Gonna Come Again en het weemoedige Missing Someone stralen hoop uit. Jaimee’s emotionele zang komt op het vaak ingetogen album nog beter tot zijn recht dan op de voorganger. Boomerang Town had na het dynamischere Red Rescue heel even gewenning nodig, maar blijkt na veelvuldige beluistering net zo’n prachtplaat te zijn.

Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com

Jaimee Harris - Red Rescue (2018)

poster
4,5
De betreurde Jimmy LaFave onderkende al jaren geleden zowel het zang- als schrijverstalent van de achtentwintigjarige Jaimee Harris. Ondanks haar jonge leeftijd beschikt ze al over de nodige levenservaring.

Ze wist al vroeg dat ze muzikant wilde worden, vooral nadat ze onder anderen Patty Griffin had zien optreden op het Austin City Limits Festival. Echter bij de eerste stappen van haar muziekcarrière liep het mis, want haar talent werd, zoals ze verwacht had, niet direct onderkend. Ze kwam door de drank en drugs in de goot terecht. Diepte- en keerpunt werd de korte tijd dat ze in de gevangenis belandde, ze besefte dat het roer radicaal om moest.

Eerder genoemde LaFave en BettySoo werden haar mentoren bij het schrijven van liedjes. Ze werkte mee aan de laatste twee albums van LaFave. Als tegenprestatie zou hij als een van zijn laatste krachtinspanningen het duet op de titelsong van haar debuut Red Rescue inzingen.

Het is een gevarieerd album geworden met voornamelijk rock-, folk- en countryliedjes, waarbij ze ook alle facetten van haar zangstem kan etaleren. Ze kan krachtig zingen, maar net zo goed klein en intiem. Ik vind persoonlijk haar stem het best tot zijn recht komen in de ingetogen stukken. Ze weet me daar ook het meest te raken.

De liedjes wisten mij zeer snel te overtuigen, hoogtepunt vormt voor mij afsluiter Where Are You Now. En niet alleen mij, want legende Mary Gauthier besloot Harris onder haar vleugels te nemen. Overigens begrijpt Gauthier als geen ander het verleden van Harris.

Ondanks haar levenservaring is het op dit moment een spannende tijd voor Jaimee, want voor het eerst in haar leven, komt ze buiten de Verenigde Staten, voor optredens in Italië en Nederland. Hopelijk gaat U een van de optredens bezoeken, het is niet alleen twee vliegen in een klap, maar Jaimee Harris is ook nog eens een revelatie.

Mary Gauthier en Jaimee Harris live:

16 oktober in Parkstad Limburg Theaters, Heerlen
17 oktober in De Vorstin, Hilversum
18 oktober in Schouwburg De Meerse, Hoofddorp
19 oktober in Podium onder de Toren, Grootschermer
20 oktober in De Harmonie, Leeuwarden
21 oktober in Dorpshuis De Schalm, Westwoud
21 oktober in de Waalse Kerk, Amsterdam
23 oktober in De Goudse Schouwburg, Gouda
24 oktober in Lux, Nijmegen
25 oktober in Theater Hof 88, Almelo
26 oktober in Theaters Tilburg, Tilburg
27 oktober in Muziekgebouw Eindhoven, Eindhoven
28 oktober in TivoliVredenburg, Utrecht

Jake Xerxes Fussell - Good and Green Again (2022)

poster
4,5
De hoes en titel van Good and Green Again, intussen alweer het vierde album van Fussell, gaven mij bij voorbaat een goed gevoel. Een gevoel dat bij beluistering meteen werd bevestigd. Fussell volg ik al vanaf het begin met grote interesse, toch recenseerde ik vreemd genoeg alleen zijn tweede album What in the Natural World, waaraan onder andere de fantastische zangeres Joan Shelley meewerkte.

Ook deze keer wordt Fussell omringd door uitstekende musici, zo zingt Bonnie "Prince" Billy mee in de reeds vrijgegeven opener Last Farewell. De perfecte productie is in handen van James Elkington, die tevens piano, orgel, dobro, mandola, vibrafoon en diverse gitaren bespeeld.

Uiteraard blijkt Fussell weer een uitstekende neus voor vaak, minder bekende traditionals te hebben. Kan ook bijna niet anders, want net als Alan Lomax in het verleden en collega Sam Lee tegenwoordig reist hij stad en platteland af, in dit geval North Carolina, op zoek naar (bijna) vergeten traditionele pareltjes.

Hét hoogtepunt vormt voor mij de Anglo-Amerikaanse ballade The Golden Willow Tree, ooit door Aaron Copland gearrangeerd tot een klassieke compositie. Bij Fussell wordt het tot een episch, hypnotiserend, meer dan negen minuten durend lied omgesmeed. Eigenlijk wel net zo mooi is het impressionistische Rolling Mills Are Burning Down.

Voor het eerst schreef Fussell een drietal nummers zelf, die totaal niet onder doen voor het overige materiaal en ook nog eens niet uit de toon vallen, erg knap gedaan (met dank aan producer Elkington).

Zoals altijd is het een genot om de fraaie, warme stem van Fussell te horen. Bovendien is het album uitermate verslavend, de afgelopen paar maanden beluisterde ik Good and Green Again dagelijks en ook nog eens in de hoogst mogelijke digitale kwaliteit. Voor mij als audiofiel bepaald geen straf. Met Good and Green Again heeft Fussell goud in handen, warm aanbevolen!

Jake Xerxes Fussell - What in the Natural World (2017)

poster
4,0
Zijn gelijknamige debuutalbum, geproduceerd door de experimentele gitarist William Tyler, wist mij al danig te bekoren. Een album gevuld met zeer persoonlijke interpretaties van voornamelijk oudere traditionals. Songs die hij leerde, doordat hij als een hedendaagse Alan Lomax regelmatig met zijn vader erop uittrok door het zuiden van de Verenigde Staten, om daar oude blues- en folkartiesten op band vast te leggen.

Net als op zijn debuut blijkt op What in the Natural World, dat Fussell een uitermate goede neus heeft voor het selecteren van zijn repertoire. Vaak betreft het niet erg bekende, maar uitstekende traditionals.

Opener Jump for Joy werd gebruikt voor de gelijknamige Duke Ellingtonrevue. Naast een begenadigd gitarist is Fussell een uitstekend zanger, die optimaal gebruik maakt van de mogelijkheden van stem. Zo gebruikt hij af en toe de kopstem, zoals in traditional Have You Ever Seen Peaches Growing on a Sweet Potato Vine?.

Hij wordt bijgestaan door maar liefst drie bekwame Nathans, Nathan Bowles, Nathan Golub en Nathan Salsburg. Tweemaal treedt de steel gitaar van Golub op de voorgrond, zowel in Furniture Man als in Canyoneers.

De inmiddels dankzij Popmagazine Heaven in Nederland bekende Joan Shelley verzorgd de achtergrondvocalen in afsluiter Lowe Bonnie,een stokoude, door Francis James Child in de negentiende eeuw verzamelde ballad. Toch klinkt het nergens gedateerd, daar zorgt de authentieke, eigentijdse voordracht van Fussell wel voor.

Hij beperkt zich niet uitsluitend tot het Amerikaanse erfgoed. Voor Bells of Rhymney maakte hij gebruik van Gwalia Deserta (Wasteland of Wales), een gedicht uit 1938 van Idris Davies, een dichter uit Wales. Dit gedicht vormde trouwens ook de inspiratiebron voor de Byrdssong The Bells of Rhymney.

Heugelijk feit is trouwens, dat Fussell zelf de muziek schreef voor laatstgenoemde song. Het behoort overigens tot de meest fraaie op zijn nieuwe schijf. What in the Natural World bevat wederom voornamelijk stokoude blues en folk, gebracht met respect voor het origineel, maar toch met een geheel eigen signatuur.

Jake Xerxes Fussell - When I’m Called (2024)

poster
4,5
De altijd met een petje getooide folkzanger Jake Xerxes Fussell neemt een unieke plaats in de hedendaagse folkscene door zijn volstrekt unieke interpretatie van bestaande traditionals en songs. Dat wordt andermaal bevestigd op zijn vijfde album When I’m Called, de tweede met James Elkington als producer. Dat was voor mij meteen al een geruststellende gedachte, daar voorganger Good and Green Again mij buitengewoon goed bevallen was. De samenwerking tussen Elkington en Fussell was uitstekend, omdat Elkington erg open stond voor de soms wat aparte ideeën van Fussell.

Deze keer kon Fussell onder andere rekenen op de hulp van goede vriend Blake Mills, die gitaar speelt op Cuckoo, Gone to Hilo en Going to Georgia. Op Cuckoo zingt Fussell een fraai duet met Elkington’s vrouw Joan Shelley, met wie hij al eens samenwerkte op zijn tweede album What in the Natural World. Zoals altijd heeft Fussell een bijzonder goede neus voor het gekozen, vaak minder bekend repertoire. Een goed voorbeeld is opener Andy, een song van multimedia multimediakunstenaar Maestro Gaxiola, die het midden jaren tachtig schreef als een ode aan popart icoon Andy Warhol. Om daarna te vervolgen met een vertolking van Cuckoo!, wat toegeschreven wordt aan Benjamin Britten en Jane Taylor.

Met name de songs die opgesierd worden door blazers en strijkers bevallen mij erg goed. De titel When I’m Called is ontleend aan een stukje papier wat Fussell lang de weg vond waarop de berouwvolle geschriften van een kind leken te staan. De mix werd trouwens gedaan door Tucker Martine. Gelukkig komt Fussell binnenkort naar Nederland en België, helaas slechts voor twee concerten. Net als de voorganger is When I’m Called een absolute aanrader!

Jake Xerxes Fussell live :

07-09 BRUSSEL : Botanique
08-09 ROTTERDAM : Kantine Walhalla

Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com

Jalen Ngonda - Come Around and Love Me (2023)

poster
De achternaam van de Amerikaanse singer-songwriter Jalen Putteho Ngonda is eigenlijk N’Gonda en verraadt Afrikaanse roots. Sinds 2014 werkt hij met zijn trio aan zijn populariteit. Eerst vanuit eigen land, sinds maart 2021 is hij echter woonachtig in Londen. Dankzij veel optredens en zijn uitstekende zangkwaliteiten stijgt zijn populariteit gestaag, ook in Nederland. Hij trad hier al geregeld op, vorige maand verzorgde hij nog een geweldig optreden op het North Sea Jazz Festival. Voorafgaande aan zijn debuutalbum Come Around and Love Me verschenen al in 2018 de EP Talkin’ About Mary gevolgd door een aantal uitstekende singles . Ngonda groeide voornamelijk op met de klassieke Motown soul. De opener en titelnummer Come Around and Love Me laat duidelijk de invloed horen van Marvin Gaye ten tijde van diens klassieker What’s Going On, maar ook van Brian Wilson. Zelf typeert hij zijn eigen werk als ”een melange van soul en R&B, met een vleugje Beach Boys en The Beatles”. In zijn nu-soul klinken ook hedendaagse invloeden door. Zijn uitstekende debuutalbum verschijnt op kwaliteitslabel Daptone.

Jalen Ngonda live :

8-11 ROTTERDAM : Bird

Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com

James McMurtry - The Horses and the Hounds (2021)

poster
4,0
De afgelopen tijd kreeg The Horses and the Hounds al geruime aandacht in de pers, want in Amerika verscheen het album al op 20 augustus. De reporters van de Euro Americana Chart verkozen het zelfs tot album van de maand september. Zelf ben ik ook reporter, maar had eerlijk gezegd nog nooit van James McMurtry gehoord. Mocht toevalligerwijs Jan Donkers dit lezen, dan zal hij ongetwijfeld nu zijn brede wenkbrauwen fronsen en meewarig het hoofd schudden. Maar ik ben dan ook niet zo’n doorgewinterde Americana fan als Jan, die ook zijn hart verpand heeft aan Amerika. Ik ben zelfs nog nooit in Amerika geweest en mocht ik er ooit heen gaan, dan is het alleen voor New Orléans en blues bakermat Clarksdale. Bovendien is mijn smaak veel te eclectisch om me alleen met Americana bezig te houden. Maar goed, ik dwaal af. Texaan James McMurtry blijkt al sinds 1989 platen te maken en is een geboren verhalenverteller. Iets wat hij met de genen van zijn vader Larry meegekregen heeft, die een bekende Amerikaanse schrijver was. Voor The Horses and the Hounds nam hij ruim de tijd, want voorganger Complicated Game verscheen al zes jaar geleden. Het is vooral een album geworden waar de energie en het spelplezier vanaf spat. Vooral het gitaarspel van David Grissom en Charlie Sexton (Bob Dylan) is geweldig. Daarnaast vallen de soulvolle zangeressen, waaronder Betty Soo (Eliza Gilkyson, Jaimee Harris) op. Bovendien is McMurtry een meer dan uitstekende songsmid. Probeer maar eens de oorwurm What’s the Matter uit je hoofd te krijgen. Wordt live ongetwijfeld een publieksfavoriet. Er zit trouwens een lick uit Jumpin’ Jack Flash van The Rolling Stones in verborgen. En wat dacht je van de bijzonder inventieve opbouw van Ft. Walton Wak-Up Call? Gedeeltelijk gerapt en gezongen. Bovendien heeft McMurtry genoeg te vertellen. Het album wordt geleverd met een keurig verzorgd tekstboekje. The Horses and the Hounds is een bijzonder aangename eerste kennismaking met zijn muziek en smaakt zeker naar meer.

James Vincent McMorrow - The Less I Knew (2022)

poster
4,0
Ooit begonnen als drummer bij diverse rockbands koos James Vincent McMorrow uiteindelijk toch voor een succesvolle solocarrière als singer-songwriter. Zijn folky debuutalbum Early in the Morning bracht hem meteen succes. De invloeden hierop van Joni Mitchell, Sufjan Stevens, Fleet Foxes, Bon Iver en Band of Horses zijn nooit ver weg. Het is vooral zijn cover van Steve Winwoods Higher Love dat hem wereldwijde faam heeft bezorgd. Intussen behoort McMorrow tot de meeste gestreamde artiesten, de teller staat intussen op meer dan een miljard. Op de vier albums die volgden op zijn debuut, verkende hij ook andere genres, waaronder hiphop en R&B.

Het nieuwe album The Less I Knew kende voor het eerst geen echte planmatige aanpak. McMorrow hierover : “Even before the last 2 years I think I’d lost sense of why I do the things I do. I lost the thread of what I wanted to be and what I wanted to say. The Less I Knew, for me, is about getting that back. It’s about going easier on yourself, realising the entire world is putting on a show, no one is immune to pressure. We contort ourselves in order to convince ourselves things are fine, or things can get better. For me, doing that meant I was missing, I had missed so many incredible things as they were happening.

What I loved most about making these albums is that for the first time in my life I didn’t overthink it. Some of these songs were only finished a couple weeks ago, candid moments captured, then moved on. I can still hear the electricity in the recordings. That’s what I want music and my life with music to be about. And whatever happens after that I have zero control over.”.

Het album is tevens enigszins een terugkeer naar zijn roots uit begintijd. Dat kon luisteraar al constateren door de fraaie single en titelnummer The Less I Knew, wat evenals het aanstekelijke, soulvolle Hurricane, de release reeds vooraf ging. Ook aan die begintijd herinnert het sobere I am a Masterpiece.

De planloze manier van werken, “go with the flow”, heeft duidelijk zijn vruchten afgeworpen, want in het najaar zal al het volgende album, met de intrigerende titel Heavyweight Champion of Dublin 8 gaan verschijnen. Maar voorlopig kunnen we vooruit met het uitstekende en gevarieerde The Less I Knew en de komende twee live-concerten.

James Vincent McMorrow live :

13-07 AMSTERDAM : Paradiso/Vondelkerk
14-07 AMSTERDAM : Paradiso/Vondelkerk

Jan de Bruijn - The Long Way Home (2013)

poster
5,0
Jan de Bruijn en zijn zus Anneke erfden hun grote muzikaliteit van hun vader Dirk. Hij was een veehandelaar, die in zijn vrije tijd, ontelbare in het Rijsbergens dialect geschreven liedjes heeft gecomponeerd. Jan de Bruijn's carrière begon ruim vijfendertig jaar geleden. De grootste bekendheid verwierf hij met The Crew, waarin ook zijn zus Anneke zong. Zelfs nu nog is deze r&b-band een begrip in de West-Brabantse muziekscene. Hij speelde en speelt hij in diverse bands. Ook deed hij het nodige studiowerk. De afgelopen paar jaar werkte hij in alle rust aan zijn eigen songs. Hij bleef er net zolang aan schaven totdat hij tevreden was, kritisch als hij is, over het resultaat. Aan het opnemen van de songs en afwerken ervan werd door hem ongeveer tachtig uur besteed. Onlangs werd hij door Willem Jongeneelen de Robert Cray van de Lage Landen genoemd in zijn recensie voor dagblad BN/De stem. Ik weet niet of de Bruijn blij is met die vergelijking. Bij beiden is blues de basis van de muziek en is de muziek laid-back. Maar de muziek van Robert Cray is nogal glad, in tegenstelling tot die van de Bruijn. Zelf zou ik hem eerder vergelijken met Malcolm Holcombe. Beiden zijn uistekende zangers en spelen gitaar en mondharmonica. Bovendien hebben beiden de nodige levenservaring, maar zijn bovenal gevoelige en authentieke mensen, die schrijven over het dagelijkse leven. Het album werd opgenomen in de Baarle-Nassause Next Page Studio's. The long way home bevat acht eigen nummers en drie covers. Het album opent met Don't wanna play no more op de warme en relaxte saxofoonklanken van Henri Ylen. Die relaxte sfeer is wat het hele album zo kenmerkt en wat het zo fijn maakt om erna te luisteren. Sorry is een werkelijk prachtige en gevoelige ballad, die alleen geschreven en gezongen kan worden door iemand met veel levenservaring. Het nummer wordt opgesierd door mooi harmonicaspel wat het gevoelige karakter van het lied nog versterkt. Op Did you is de hoofdrol weggelegd voor Ad Moelands op accordeon. Hij begeleidt de Bruijn op zeer subtiele en schitterende wijze. Wat kan accordeon toch mooi zijn! Nobody's fault but mine is een onbekende traditional voor mij. In dit nummer is goed te horen waar de roots van de Bruijn liggen. Heerlijk gezongen. Trouble in mind, ooit gezongen door onder andere Jimmy Whitherspoon en Big Bill Broonzy, krijgt een lazy groovende uitvoering. Life could be worse en Hooked zijn jazzy nummers, met vooral in het laatste nummer subliem gitaarspel. Maar altijd met gevoel gespeeld en in dienst van het liedje. Hij houdt de liedjes altijd klein en dicht bij zichzelf. Ze behoren voor mij tot de mooiste op het album. Driving home is gevoelig en melancholisch met dito harmonicaspel. Het bekende People get ready van Curtis Mayfield krijgt een integere uitvoering met respect voor het origineel. Het wordt verfraaid door mooie achtergrondvocalen. Afsluiter Africa is een mooie instrumental. Met The long way home heeft hij een schitterend en met veel liefde gemaakt album afgeleverd, waarnaar door mij zeker over een aantal jaren nog regelmatig naar geluisterd zal worden. Een groter compliment kan ik, volgens mij, Jan de Bruijn niet geven!

Jan James - Time Bomb (2023)

poster
Met de release van Time Bomb maakt Jan James een dozijn albums vol. Toch is haar muziek volkomen nieuw voor mij. Bij beluistering hoor ik meteen dat Jan een zangeres met de nodige vlieguren is. Haar krachtige stem werd ontwikkeld in een kerkkoor. Jan deelde in het verleden al het podium met acts als James Brown, John Mayall, Jeff Beck, BB King en Little Feat.

Ze ontmoette haar partner Craig Calvert in een café en al snel besloten de twee hun muzikale geluk te beproeven in The Windy City. Hun eerste album Last Train werd geen succes in Amerika, gelukkig werd het album in 1994 opnieuw uitgebracht door het Nederlandse label Provogue. Het werd het begin van een gestaag groeiende fanbase in Nederland, België en Duitsland.

Time Bomb is een staalkaart waarop de luisteraar getrakteerd wordt op een heerlijke mix van soul, rock ‘n’ roll en blues. Alle nummers schreef Jan met haar partner Calvert. In hun nummers klinken invloeden van lang geleden door, zoals in de vrolijke, Motown achtige opener Swingin’ in the Sweet Sunshine. Het tweetal wordt omringd door uitstekende, voor mij onbekende muzikanten zoals saxofonist Brian Gephart en toetsenist Bob Long. De lekkere achtergrondvocalen zijn van Cheryl Wilson en Joyce Faison.

Een medewerkende muzikant kende ik tot mijn grote verrassing trouwens wel, mijn plaatsgenoot bassist Bart Kamp. Hij toerde 26 jaar geleden al voor het eerst met haar en onlangs nog in januari. In 2015 werd hij verkozen door Dutch Blues Foundation tot beste bassist. Bart werkte in het verleden onder andere internationaal samen met Ana Popovic en in Nederland met iemand als de eveneens door de wol geverfde Jan de Bruijn.

Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com

Jan Swerts - Oud Zeer (2021)

poster
5,0
Momenteel wordt er op het populaire forum MusicMeter reikhalzend uitgekeken naar Oud Zeer, het vierde album van Jan Swerts. Enigszins verrassend zijn daar naast Jan ook Neoklassieke artiesten als Ólafur Arnalds en Nils Frahm erg in trek. Jan dankt zijn populariteit vooral aan zijn vorig album Schaduwland, een album over onnoemelijk veel persoonlijk leed. De titel werd ontleend aan The Sire of Sorrow (Job’s Sad Song) van Joni Mitchell.

Ook deze keer vormt Mitchell een inspiratiebron, Hejira is een van Jans favoriete albums. De titelsong bevat memorabele regels als “Those tributes to finality, to eternity” en “There's comfort in melancholy”. De titel Oud Zeer is uiteraard ook een verwijzing naar het vorige album, de hoes van Schaduwland wordt niet voor niets gedeeltelijk afgebeeld op de nieuwe hoes. Zoals de raaf op de hoes (het fraaie artwork is van Eric Kriek) natuurlijk een verwijzing is naar het beroemde gedicht “The Raven” van Edgar Allan Poe, een andere belangrijke inspiratiebron.

Maar de meeste inspiratie leverde het “grafduinen” op. Zo noemt Jan zijn regelmatige bezoeken aan kerkhoven, waar hij op zoek gaat naar rust en reflectie. Een bezigheid die stamt uit zijn jeugd, tijdens welke hij regelmatig met vriendjes op het centraal in zijn geboortedorp gelegen kerkhof speelde. Overigens had Jan een paar dagen geleden een interessant gesprek over Oud Zeer op Radio 1, wat hier eventueel terug te luisteren is : Jan Swerts maakt met 'Oud zeer' een uitbundige plaat over de dood - Luister Select | Radio 1 - radio1.be .

Er zijn geen grafschriften van bekende personen bij. Hij heeft zich bewust laten inspireren door vergeten graven van gewone mensen ; zerken die in een dode hoek van het kerkhof liggen en niet meer worden bezocht. Dezen killen grond verwijst zelfs naar een grafzerk uit de negentiende eeuw.

Zoals altijd levert Jan naast kwaliteit ook kwantiteit, het album klokt weer ruim een uur. Afsluiter Alles Vergaat, Alles Verdwijnt duurt alleen al bijna een kwartier. De composities doen snel vertrouwd aan, zij het dat de muziek nu wat kaler is. Deze keer blijven de blaasinstrumenten slechts beperkt tot de kornet van Jon Birdsong.

Sleutelsong Ongekend Nadezen verwoordt de basisgedachte van het album en het verwijst naar een gedicht van Guido Gezelle. Het vormt tevens een ode aan Gezelle en aan Edgar Allan Poe. Tot de meest opvallende composities behoort Geen Heden of Toekomst Meer, dat duidelijke invloeden uit het minimalisme bevat. De hoofdrol is hier weggelegd voor de repeterende strijkers. In Lig Hier Zacht en Stil is het fluiten van Jan een vindingrijke toevoeging. Ook vindingrijk én toepasselijk is het inventief verweven Vader Jacob (“alle klokken luiden”) in De Eeuwigdurende Afstand.

Hoogtepunten vormen voor mij zeker de twee afsluiters. In Uw Lied Was Kort en Broos wordt het tweede deel prachtig gezongen door de experimentele drummer Karen Willems. De lange afsluiter Alles Vergaat, Alles Verdwijnt, komt met traag pianospel op gang. Net als bij Erik Satie zijn de ruimtes tussen de noten net zo belangrijk als de noten zelf. Halverwege wordt de compositie meeslepender door de strijkers. Het eindigt tenslotte met veldopnames, die mij lieten herinneren aan die van broeder Dieleman op Uut de Bron.

Jan schreef alle composities zelf, maar kreeg voor de subtiele arrangementen hulp van Michel Smullenberghs, Gianni Marzo, Kevin Imbrechts, Beatrijs De Klerck, Karen Willems en Jon Birdsong. Zoals gewoonlijk zal Jan na de komende live-optredens weer in de zelfverkozen anonimiteit verdwijnen en zich weer volledig gaan focussen op het lesgeven. Wij als fans kunnen echter de komende jaren zijn nieuwe meesterwerk Oud Zeer koesteren.

Jan Swerts live :

10-11 HASSELT : Cultureel Centrum Hasselt
21-11 LEUVEN : 30 CC
03-12 GENT : Handelsbeurs
18-12 MECHELEN : Sint Pieter en Paul kerk
19-12 BRUGGE : Villa Bota
12-02 ANTWERPEN : De Roma
19-02 TONGEREN : Winter Tales
24-02 SCHOTEN : CC Schoten

Jan Swerts - Schaduwland (2016)

poster
5,0
Mijn recensie is eventueel hier te lezen : Music that needs attention: Jan Swerts - Schaduwland - musicthatneedsattention.blogspot.nl
Er staan trouwens op alle drie zijn albums verwijzingen naar de teksten van Nick Drake.

Jan Verstraeten - Violent Disco (2022)

poster
4,5
Eigenlijk had Jan’s debuutalbum Violent Disco een logisch vervolg moeten worden op zijn lovend ontvangen debuutep Cheap Dreams (waaronder een recensie van Written in Music’s Dick Hovenga). Dus een album gevuld met goed in het gehoord liggende, subtiele en ingetogen songs.

Echter de wereld ging door Corona op slot en besloot Jan voor meer uitbundige en rijkelijk georkestreerde songs te gaan. Humor, voor Jan het belangrijkste in het leven, hield hem op de been. Dat blijkt al uit het feit dat hij zijn muziek gekscherend Cheap Disney Music noemt. Ook prijkt bovenaan zijn persbericht de zin, “Ceci n’est pas un corona album”. Wat uiteraard een verwijzing is naar het beroemde schilderij van René Magritte, Ceci n'est pas une pipe, waarop een pijp staat afgebeeld.

Overigens afgaande op de hoes en Jan’s muzikale punk verleden, verwachtte ik een album vergelijkbaar met de muziek van The Cramps. De hoes schilderde de van origine grafisch ontwerper overigens zelf. Het scheppingsproces is eventueel op zijn Facebookpagina terug te zien.

Met school had Jan in zijn jeugd weinig, met muziek des temeer : “Als ik naar school ging met mijn skateboard luisterde ik vooral hip-hop en punk. Maar in de klas zette ik stiekem zachte muziek op om de tijd te verdrijven en buiten te kijken. School was een verschrikkelijke periode voor mij”, aldus Jan. Tegenwoordig is zijn voorliefde erg breed, vooral underground niche en diy muziek. Maar hij luistert net zo graag naar Lana Del Rey.

Violent Disco is een album geworden vol schitterende, rijkelijke georkestreerde kamerpop met heel veel scheuten zeventiger en tachtiger jaren funk en soul. Het soulvolle aspect wordt nog eens versterkt door de uistekende achtergrondzang van Monique Harcum, een zangeres geboren in soulstad Philadelphia.

Jan keek de laatste tijd op Netflix veel naar Maffia films, vandaar die soulinvloeden. Ook luisterde hij veel naar triphop (oa Portishead) en soms hoor je wat invloeden van Moby terug. Een belangrijke rol is weggelegd voor de succesvolle producer Nicolas Rombouts (ex Dez Mona). Naast de productie speelde hij tevens de bas- en mellotron partijen in. Wat afwijkend van de overige songs is de fraaie afsluiter Lover, I Wanna Be Forgotten, waarop Jan zichzelf alleen begeleidt op piano. Bij het titelnummer had ik trouwens meteen associaties met de muziek van Kira Neris.

De gebruikte kinderstemmen haalde Jan van Funny videos. Hoe grappig en creatief Jan is blijkt eens te meer uit de video van zijn nieuwe single Goodbye World, een ode aan het escapisme. Bij de vinylversie zal een tekstvel worden meegeleverd.

De afgelopen weken heeft Violent Disco een bijzonder verslavende werking op mij gekregen. Het is dan ook een debuutalbum geworden wat dit jaar ver boven het maaiveld zal blijven uitsteken, eindejaarlijstjesmateriaal.

Jan Verstraeten live (onvolledig) :

17-02 TILBURG : Paradox
23-02 ROTTERDAM : Kantine Walhalla
03-03 BRUSSEL : AB

Jane Weaver - Love in Constant Spectacle (2024)

poster
4,0
De ervaren singer-songwriter/producer/labeleigenaar Jane Weaver uit Liverpool brengt al meer dan twintig jaar soloalbums uit. Op haar nieuwe album Love in Constant Spectacle werkt ze voor de eerste keer samen met de bekende producer John Parish. Parish is vooral bekend van zijn samenwerking met PJ Harvey en daarnaast van een waslijst andere, de meest uiteenlopende artiesten, waaronder zelfs onze Bettie Serveert. Het is absoluut een gouden greep geweest.

Het eindresultaat is haar meest openhartige, directe en intieme verzameling songs tot nu toe. Ook tref je weer de melancholie van haar vroegere werk aan. De basis van Weavers geluid is nog steeds aanwezig ; weelderige drums, pulserende bas, op maat gemaakte synthesizers en exotische fuzz-pedalen.

De hand van producer Parish is nadrukkelijk aanwezig, zo werd het aanvankelijk op country geïnspireerde Univers omgetoverd naar een erg rustig melodisch nummer. Meteen vanaf de groovy opener Perfect Storm had Weaver me bij de lurven. Naast thema’s die dicht bij haarzelf staan, gaat afsluiter Family of the Sun over de Franse protestzangeres Catherine Ribeiro. Favoriete song is het ingetogen, vrije sobere Motif, vanwege de delicate zang. Hopelijk zal de samenwerking met Parish een vervolg krijgen, want het avontuurlijke Love in Constant Spectacle smaakt naar meer.

Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com

Jane Willow - Burn So Bright (2021)

poster
4,5
Wellicht zullen de nodige kijkers naar de fraaie, gedeeltelijk met een drone opgenomen video Let There Be Light het idee hebben dat Jane Willow een rasechte Ierse singer-songwriter is. Het filmpje zou immers zo ingezet kunnen worden voor het promoten van het toerisme in Ierland.

Achter de artiestennaam Jane Willow gaat echter de in Breda geboren en getogen Janneke van Nijnanten schuil. Op haar eenentwintigste, intussen tien jaar geleden, verhuisde ze naar Dublin om daar haar geluk te beproeven. Ze begon er, net als Damien Rice ooit, op straat op te treden. Vanaf 2017 stortte ze zich volledig op een muziekcarrière met het uitbrengen van haar eerste single On My Mind.

Sindsdien kwam haar carrière in een stroomversnelling. Ze mocht het podium op met grote namen als Andy Irvine, Glen Hansard, Paddy Casey, The Unthanks, Kila en Lisa Hannigan. Ook mag ze grote namen als Luka Bloom en Frances Black tot haar fans rekenen. Door het vele optreden op bekende podia en festivals is Janneke intussen een zeer ervaren zangeres.

Enige jaren terug recenseerde ik Jannekes debuutep Onward Still. Een mooie ep, maar haar volwaardige debuutalbum Burn So Bright is toch wel een ander paar mouwen. Niet alleen is Janneke gegroeid als songschrijfster en zangeres, maar het album is daarnaast ook een stuk ambitieuzer. Zo wordt deze keer een heus strijkkwartet ingezet. De fraaie arrangementen hiervoor werden gemaakt door Marco Francescangeli en Joe Csibi (leider van het RTE Concert Orchestra).

Uiteraard zijn ook deze keer drummer Dave Hingerty (oa Josh Ritter, Kíla, Glen Hansard) en toetsenist Scott Flanigan (Van Morrison) van de partij. Verder is de viool van Steve Wickham (The Waterboys) te horen in Hands on My Hips en zingt ze een prachtig duet in In Your House There met Pat Byrne. Byrne won in 2012 The Voice in Ierland en beschikt over een stem met een heerlijk hees randje.

Janneke maakt optimaal gebruik van de mogelijkheden van haar stem. Die zet ze heel dynamisch in, zowel klein, gevoelig (door middel van haar kopstem) tot heel krachtig en meeslepend. Regelmatig bezorgt ze me kippenvel wanneer ze haar kopstem gebruikt. Als inspiratiebronnen voor het album noemt Janneke Nick Drake, Richard Hawley, Bill Callahan en haar grootste held Leonard Cohen.

Het album bevat diverse thema’s, de Ierse huizencrisis (This Free Life), liefde (Burn So Bright, Linger Here), niet verbonden voelen (In Your House There, Hands On My Hips, Unfailingly), geestelijke gesteldheid (Give It Time), in het hier en nu leven (Up Here) and hoop (Let There Be Light). Overigens verscheen het nummer The Fool (met heerlijk toetsenspel van Scott Flanigan) al mei 2019 op single. Degenen die het album aanschaffen via Bandcamp krijgen ook nog bonustrack Morning Moon. En diegenen die meededen aan de crowd funding kregen ook nog bonustrack Somebody New. Het album is ook aan hen opgedragen.

Burn So Bright bevat zowel gevoelige, regelmatig kippenvel bezorgende als ook meer krachtigere, meeslepende songs. Gelukkig komt Janneke dit prachtalbum binnenkort voorstellen in het Witte Kerkje in Terheijden. Zowel album als optreden zijn een absolute aanrader!

Jane Willow live :

15-01 TERHEIJDEN : Witte Kerkje
31-01 DUBLIN : Whelan’s (releaseshow)

Janne & De Vogels - In de Regen (2021)

poster
4,5
“De sound is vervreemdend, gooit je heen in en weer in de tijd, maar zal je uiteindelijk een gevoel van heimwee geven naar nu. Zoals je in De Regen stil kunt gaan staan en alles voelt, ruikt en proeft… Als het je lukt de regen te omarmen, gelukkig te zijn, dan ben je al heel erg ver.”. Zo licht Janne Schra kort en bondig haar Nederlandstalige album In de Regen toe, gemaakt met haar fantastische nieuwe band De Vogels. Deze bestaat uit klasbakken als Tony Roe (toetsen en percussie), Lucas Dols (contrabas) en Mark van Kersbergen (drums). In haar omschrijving slaat Janne de spijker op zijn kop, soms waan je je in de “Roaring Twenties”, maar ook regelmatig in de jaren vijftig en zestig in Amsterdam. Voor dat laatste zorgen de klassiekers Diep in Mijn Hart van Tante Leen (geschreven door oer Rotterdammer Jaap Valkhoff) en Ik zou je 't liefste in een doosje willen doen (uit “Pension Hommeles”) van Annie M.G. Schmidt en Cor Lemaire. Het laatste liedje betekende toentertijd de grote doorbraak voor acteur, danser en zanger Donald Jones. Naast deze klassiekers zette ze enkele gedichten van M. Vasalis en Joost Oomen op muziek en schreef ze een aantal nieuwe liedjes. Deze keer geen indiepop, maar jazz in verschillende gedaantevormen. Hierbij vormde de stijl en manier van werken van pianist Fats Waller een belangrijke leidraad. Het moest authentiek, recht voor z’n raap en avontuurlijk worden. Alles werd in een keer opgenomen, zonder overdubs en zodoende ademt het album een live-gevoel uit. Af en toe klinken Latijnse invloeden door en het eerste gedeelte van het aanstekelijke Het Enige Dat Ontbreekt is voor mij pure klezmer. Tekstueel is In de Regen volgens Janne een ode aan het omarmen van imperfecties en twijfel, uiteraard op haar bekende eigen wijze, met hedendaagse thema’s als bijvoorbeeld een dating-app (Swipen). Andermaal bewijst Janne trouwens tot de beste zangeressen van ons kikkerlandje te behoren. Haar tedere vertolkingen van Doosje en In de Regen weten de luisteraar snel te bekoren. Haar geweldige begeleiders weten de songs regelmatig inventief en spannend in te kleuren. Grote favorieten zijn voor mij het titelnummer en de ingetogen afsluiter Zachter. In de Regen vormt na Vasalis uit 2017 met het Noordpool Orkest haar tweede, bijzonder geslaagde Nederlandstalige album. Hopelijk blijft Nederlands de voertaal op haar komende albums. De schilderijen die de voor- en achterkant tooien zijn door Janne zelf gemaakt en eventueel te koop bij Janne. Haar schilderijen gaan trouwens als zoete broodjes over de toonbank. De cd-versie is reeds verschenen, de witte vinylversie vandaag.

Janne & De Vogels live :

02/10 Philharmonie Haarlem
08/10 Nieuwe Kolk Assen
15/10 SPOT/Oosterpoort Groningen
20/10 Kleine Komedie Amsterdam
22/10 TivoliVredenburg Utrecht
28/10 Cultuurhuis de Klinker Winschoten
06/11 Theater aan het Vrijthof Maastricht
19/11 Het Klooster Woerden
26/11 het Park Hoorn
07/12 Stadstheater Zoetermeer
09/12 Ludens Voorburg
16/12 Schouwburg Amstelveen

Janne Schra - Ponzo (2015)

poster
4,5
Ondanks dat Janne nog niet halverwege de dertig is, is ze toch al bijna 15 jaar professioneel actief in de muziek. Ze maakte van 2001 tot 2010 deel uit van de formatie Room Eleven, die 2 zeer succesvolle albums maakte met jazz en popmuziek. De eerste werd platina en de tweede goud.

In 2011 bracht ze haar eerste, in Stockholm opgenomen, solo album uit onder haar schilderspseudoniem Schradinova. Hierna raakte ze betrokken bij talloze muziekprojecten van anderen, waaronder van De Staat, de groep van haar vriend Torre Florim.

Het solo succes werd vervolgens gecontinueerd met de prachtige cd Janne Schra, uitgebracht onder haar echte naam. Er volgde hierna weer een periode met de nodige andere projecten, waaronder een cd met het Robin Nolan Trio, gevuld met liedjes in de stijl van Django Reinhardt.

Na het reeds bereikte mocht dus het nodige van dit nieuwe album, PONZO, verwacht worden. PONZO werd door Janne en haar vriend Torre in de eigen woonkamer opgenomen. De titel is afgeleid van de ponzo-illusie, oftewel optische illusie. De Italiaanse psycholoog Mario Ponzo ontdekte dat in de menselijke waarneming de grootte van een object wordt beoordeeld tegen de achtergrond.

De plaat opent met het heerlijke Ship, dat een ijzersterk refrein bezit , tempowisselingen en inventieve percussie. Het is moeilijk stilzitten bij het uiterste vrolijke en aanstekelijke Everything I Do Ooh Ooh, een geheide (zomer)hit. Volgens hetzelfde stramien is Filthy Rich, op een stuiterend ska-ritme en opzwepende percussie.

Het eerste rustpunt op de cd is het ingetogen Good Now, gevoelig gezongen door Janne. Vooral in dit soort rustige nummers komt haar fraaie stem volledig tot haar recht. Het tempo wordt weer opgevoerd in Carry On. Het refrein spookt de laatste dagen regelmatig door mijn hoofd. Buitengewoon fraai is The Show, met een gitaar die een walsje speelt.

Apart is You are Still New, zeer inventief van opbouw! Stilzitten is wederom niet mogelijk in Scare Me, ook een zekere (zomer)hit. Vervolgt wordt met het rustige City (inclusief hondengeblaf). Trommels domineren 100 Pictures. Mooi is de achtergrondzang van Torre en het enigszins tegendraadse gitaarspel. De plaat wordt magnifiek afgesloten met het stemmige Little Bamboo.

PONZO is voor mij haar mooiste album tot nu toe geworden.

Janne Schra - The Heart Is Asymmetrical (2023)

poster
De ontstaansgeschiedenis van The Heart Is Asymmetrical startte al in 2020 tijdens het mixen van haar Nederlandstalige, met een Edison bekroonde, jazzalbum In de Regen. Janne was op zoek naar een studio om vocalen op te nemen en kwam zodoende in aanraking met Adam Bar-Pereg, een in Londen geboren, maar in Amsterdam woonachtige producer.

Het album kreeg voor een groot gedeelte gestalte bij Adam op de bank. Daarnaast schreef Janne ook songs samen met Nana Adjoa en Wannes Salomé (Klangstof). Janne was al een muzikale kameleon, zich voorheen bedienend van jazz tot Americana en van folk tot indiepop. Dat is wat me, naast haar bijzonder aangename stem, zo aantrekt in Janne, je weet nooit wat een volgend album van haar gaat brengen.

Deze keer wordt een nieuw, soulvol, catchy geluid aangeboord. Zo is de nieuwe single Five Years haar meest dansbare nummer ooit. Thema’s op het album gaan over intuïtie en het loslaten van overbodige ballast in je leven. Over het algemeen heb ik geen moeite met de gebruikte elektronica, behalve in het fraaie Babylon, wat voor mijn gevoel ontsierd wordt door de drumcomputer. Favoriete track is het ingetogen Sagittarius.

The Heart Is Asymmetrical wordt afgesloten met I Go to Sleep, wat reeds in 1965 geschreven werd door Ray Davies maar pas echt bekendheid zou krijgen door de Pretenders in 1981. Janne schijnt alweer volop ideeën voor een volgend album te hebben, benieuwd waar ze de volgende keer mee op te proppen komt.

Janne Schra live :

24-05 DEVENTER : Burgerweeshuis
25-05 AMSTERDAM : Concerto, instore
07-06 GRONINGEN : Spot/Oosterpoort
08-06 AMSTERDAM : Tolhuistuin
9 juni - Utrecht, TivoliVredenburg
23 juni - Rotterdam, Bird

Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com

Jay Som - Anak Ko (2019)

poster
4,0
Sinds november 2011 werkt de nu vijfentwintigjarige Melina Duterte onder de artiestennaam Jay Som gestaag aan haar muziekcarrière. De zangeres met Filippijnse wortels verruilde acht jaar geleden de Bay Area voor Los Angeles op zoek naar een andere omgeving voor muzikale inspiratie.

Ze begon daar op haar slaapkamer demo’s op te nemen en begon tevens sessiewerk te doen, maar ging ook aan de slag als producer, geluidstechnicus en mixer voor anderen. In haar tienerjaren verkende ze een groot aantal genres en studeerde jazz trompet en was tevens als de rest van haar familie verzot op karaoke.

Sinds 2015 brengt ze albums uit onder de naam Jay Som, een in eigen beheer, Anak Ko is haar derde reguliere album. Tevens bracht ze onder de naam Melina Mae voor de lol de songs Time Off Work en Song Dump uit.

Haar dreampop is de loop der jaren wat meer opgeschoven naar de rock. De meeste songs schreef ze in eenzame afzondering in Joshua Tree. Zoals gewoonlijk nam ze de liedjes thuis op, wie heel goed luistert hoort in sommige liedjes haar wasmachine en droger op de achtergrond.

Voor de eerste keer kreeg ze hulp van wat vrienden, zoals Vagabon’s Laetitia Tamko, Chastity Belt’s Annie Truscott, Justus Proffitt, Boy Scouts’ Taylor Vick en haar bandleden Zachary Elasser, Oliver Pinnell en Dylan Allard.

Duterte werd vooral geïnspireerd door tachtiger jaren bands als Prefab Sprout, the Cure en Cocteau Twins, maar ook door het furieuze gitaarspel van de hedendaagse Canadese band Weed. Zo hoor je in Tenderness in de zang duidelijk de invloed van Prefab Sprout terug.

De titel Anak Ko is Tagalog voor “mijn kind”. Haar moeder begint in haar sms-berichten aan haar altijd op deze wijze. Anak Ko is een album wat langzaam maar heel zeker onder de huid kruipt, zonder enige twijfel haar mooiste en meest ambitieuze tot nu toe. In november toert ze door Europa en doet daarbij Nederland en België aan.

Jay Som live:

16-11 BRUSSEL: Botanique
17-11 AMSTRDAM: Bitterzoet

Jazzmeia Horn - Love and Liberation (2019)

poster
4,0
Haar debuut Social Call zette de achtentwintigjarige soulvolle jazz zangeres Jazzmeia Horn meteen op de kaart. Daarvoor had ze al de eerste plek van het 2013 Sarah Vaughan International Jazz Vocal Competition gehaald en in 2015 de Thelonious Monk Competition gewonnen.

Haar debuut leverde haar ook een Grammy nominatie op. Ook in Nederland bleef de belangstelling niet uit en was ze vorig jaar te zien in Vrije Geluiden. Ook de loftuitingen in de schrijvende pers mochten er wezen, zo schreef The New York Times over haar: “The most talked-about jazz vocalist to emerge since Cécile McLorin Salvant and Gregory Porter both became stars”.

Haar inspiratiebronnen variëren nogal, van Mary J. Blige tot Afrikaanse muziek. Het vervolgalbum Love & Liberation is nog een stuk ambitieuzer dan het debuut. Horn schotelt de luisteraar acht eigen nummers en vier covers voor. Onder die covers een prachtige vertolking van George Duke’s Reflections of My Heart, gezongen samen met drummer Jamison Ross.

Naast Ross bestaat de sterrenbezetting verder uit Victor Gould (piano), Ben Williams (bas) en Jamison Ross (drums) naast Stacy Dillard (tenor sax), Josh Evans (trompet) en special guest Sullivan Fortner (piano).

Jazzmeia zelf over het album : “Some of these songs are very cute and fun, but a lot of them are meditations and have deep meaning that people can listen to, to help free up their minds. People of all creeds and races, and even all generations because there’s a lot of tradition in this music. My godfather gave me the best compliment when I played the album for him. He said, I’m really proud of you because this music sounds like what Ella or Billie or Nina would have evolved into.”.

Love & Liberation is het album van een zelfbewuste en buitengewoon getalenteerde zangeres.

Jazzmeia Horn live:

20-10 AMSTERDAM: Het Concertgebouw, kleine zaal

Jelka van Houten - Hard Place for a Dreamer (2015)

poster
4,5
Het was niet zo verwonderlijk dat actrice Jelka van Houten (zus van Carice), ooit een Americanaplaat zou gaan maken. Haar Brits/Nederlandse vader Theodore van Houten is naast schrijver ook musicoloog. Haar vaders afkomst verklaart waarschijnlijk ook haar uitstekende Engels. Bovendien woonde Jelka een tijdje voor het opnemen van de cd in Memphis, Nashville, New Mexico en Manchester.

Ze zingt overigens al heel lang, sinds haar veertiende, voornamelijk in musicals. Toch duurde het heel lang voordat een debuut verscheen. Naast een man en twee kinderen heeft ze natuurlijk ook nog haar carrière als toneel- en filmspeelster. Toch is zingen voor haar het hoogst haalbare. “Leven van mijn muziek is mijn ultieme natte droom”, zoals ze onlangs vertelde in een interview met het AD.

Na het veelvuldig beluisteren van Hard place for a dreamer kan ik niet anders dan constateren dat die droom me zeker niet onmogelijk lijkt. Jelka is een uitstekende zangeres, maar beschikt daarnaast over een buitengewoon prachtige, warme stem. Vijf jaar besteedde ze aan haar debuut en dat is aan alles te horen. Naast een uitgekiende productie weten haar zelf geschreven liedjes te overtuigen.

Veelal in het country idioom. De meesten van haar liedjes hebben een ijzersterke melodie en/of refrein. Een van die liedjes is I Couldn’t Care Less, wat werkelijk niet uit je hoofd te branden is, nadat je het gehoord hebt. Maar er staan ook prachtig ingetogen liedjes op als Give Me An Isle. Of draait ze haar niet om voor een schitterende pianoballade als All In Time. Persoonlijk vind ik haar stem in dit nummer het beste tot zijn recht komen.

Het album werd opgenomen in de legendarische Sun studio in Memphis en afgemaakt in de studio van Frans Hendriks in Limmen. Overigens is het geen pruik die ze draagt op de hoes, maar is het gewoon haar eigen haar. Hard Place For A Dreamer is een zeer overtuigend debuut. Jelka’s toekomst als professioneel muzikant lijkt me absoluut gewaarborgd.

Jen Cloher - Jen Cloher (2017)

poster
5,0
Zelden luister ik nog naar nieuw uitgekomen rockplaten, omdat de hedendaagse rockmuziek mij nog maar zelden kan boeien of raken en vaak heb ik het allemaal al eerder en beter gehoord. Maar over het album Jen Cloher ga ik ongegeneerd de loftrompet steken.

Ik weet het, als recensent behoor je te proberen objectief te blijven, maar soms lukt dat gewoonweg niet. Vanaf opener en reeds vrijgegeven Forgot Myself heeft Cloher mij in haar macht. En dat nummer is nog maar de opmaat naar het spannende, zo’n acht minuten durende Analysis Paralysis, waarin een hoofdrol is weggelegd voor een tegendraadse gitaar begeleid door een stuwende ritmesectie.

Vervolgens wordt in het ingetogen beginnende Regional Echo tijdelijk wat gas teruggenomen om aan het eind toch weer behoorlijk uit te pakken. Aanstekelijk en catchy is Sensory Memory, het zit na één keer luisteren voor altijd in je geheugen gebrand.

Een schoolvoorbeeld van een klassieke rocksong is Shoegazers, compleet met scheurende, vervormde gitaren. Punkhoogtijdagen herleven in een van de absolute hoogtepunten, Strong Woman. Niet zo vreemd, want Jen is een van de belangrijkste vertegenwoordigsters van Melbourne’s fameuze DIY muziekscene.

De onderhuidse spanning is duidelijk voelbaar in een ander hoogtepunt, Kinda Biblical. Het is voorzien van een heerlijk koortje. De wijze van zingen in Great Australian Bite herinnert me aan Lou Reed. Kurt Vile speelt gitaar op Loose Magic, de song die me tot op heden het minste bevalt, omdat het me wat te lang duurt.

Erg lichtvoetig, bijna vrolijk klinkt Waiting in the Wings. De korte afsluiter Dark Art is fenomenaal. Jen zingt het bijna fluisterend, ongeveer vergelijkbaar met Antarctica Starts Here van John Cale.

Overigens is Jen een uitstekend zangeres. In haar teksten neemt ze geen blad voor de mond, de liedjes gaan over de liefde, muziek en Australië.

Naast eerder genoemde Kurt Vile, werkte onder anderen ook Jen’s vrouw Courtney Barnett mee aan het album. De populariteit van Barnett is al erg groot, verbazingwekkend vind ik dat de bekendheid Cloher ver achter blijft. Als gerechtigheid bestaat, dan zal deze klassieker in spe daar ongetwijfeld verandering in gaan brengen.

Jennifer Castle - Monarch Season (2020)

poster
4,0
Haar zesde album Monarch Season besloot de Canadese singer-songwriter Jennifer Castle helemaal alleen op te nemen. Het resultaat is een zeer sober en ingetogen folkalbum geworden, waarop Castle zichzelf alleen begeleid op piano, akoestische gitaar en mondharmonica. Ze nam het album op in haar huis, dat uitzicht heeft op het immense meer Lake Erie. Een belangrijke inspiratiebron werd de maan, die ’s avonds zijn schijnsel werpt op het water van het meer. Overdag waren het de insecten die ze hoorde zoemen door het open raam in haar keuken. De titel van het album verwijst naar de Monarch vlinder. Ze heeft een scala aan onderwerpen, zo is NYC is een baseball anekdote en bevat de metafoor “we all pick teams, I guess.” En Justice is bijvoorbeeld een ouderwetse protest song. De bijzonder fraaie afsluiter Broken Hearted heeft de openingsregel “What becomes of the broken hearted”. Hetgeen uiteraard een bewuste verwijzing naar de gelijknamige Jimmy Ruffin’s soulklassieker is. Alle liedjes werden recent geschreven, op Veins na. Een live versie van dat nummer was reeds terug te vinden op haar debuutalbum uit 2006, wat ze uitbracht onder de artiestennaam Castlemusic. De muziek heeft een prettige, rustgevende uitwerking op de luisteraar. Haar aparte frasering geeft alle songs iets eigens. Snelle beslissers die de gelimiteerde vinyl versie aanschaffen krijgen daarbij een boek met de bladmuziek van de liedjes.