Hier kun je zien welke berichten Lura als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Jenny Berkel - Pale Moon Kid (2016)

4,5
0
geplaatst: 23 augustus 2016, 09:46 uur
Rein van den Berg bracht me onlangs Pale Moon Kid onder de aandacht. Nieuwsgierig was ik geworden door de eenvoudige, maar prachtige en opvallende hoes. Na de eerste beluistering was ik direct verkocht door haar zeer herkenbare stem, maar nog meer door haar voordracht. Ze beschikt over een zeer speciale intonatie en frasering.
Jenny is een Canadese singer-songwriter, woonachtig in Montreal. Berkel is haar oer-Hollandse klinkende achternaam en ze heeft daadwerkelijk Nederlandse roots, zowel van vaders als van moeders kant.
Als kind zong ze al en speelde ze piano. De kennismaking met de muziek van Leonard Cohen was belangrijk voor de richting, die ze zelf op wilde. Net als Cohen begon ze persoonlijke liedjes te schrijven, dus puttend uit eigen ervaringen.
Haar prachtige debuut Here on a Wire verscheen in 2012. Opvolger Pale Moon Kid verscheen reeds op 15 april in Canada en zoals zo vaak bij muziek uit dat land bleef de cd in eerste instantie, onterecht, onopgemerkt aan de andere kant van de oceaan.
Ze vroeg Daniel Romano als producer, niet zo’n opmerkelijke keuze, want ze speelt vaak mee met zijn band. De productie staat als een huis, alle arrangementen zijn bijzonder fraai en alle songs zijn van hetzelfde constante hoge niveau.
De stukken zijn avontuurlijker dan op de voorganger. Echte favorieten heb ik eigenlijk niet, of het zou Green Coat moeten zijn vanwege de mooie, ingetogen zang. Het album heeft duidelijk een eigen signatuur. Alleen in Blue Lit Air hoor ik een echo van The Velvet Underground ten tijde van hun debuutalbum en Wealth in the Country herinnert me aan de muziek van Oren Lavie.
Gelukkig komt Jenny ter ondersteuning van de Europese release naar Nederland voor concerten. Ze zal ondermeer te zien zijn op TakeRoot, waar ze als allerlaatste act is toegevoegd. Een zeer verstandige keuze als je het mij vraagt, ze zou weleens voor de grootste verrassing van het festival kunnen gaan zorgen.
Jenny Berkel live:
5-9 ROTTERDAM: Rotown, samen met Amanda Bergman
6-9 LEIDEN: Q-bus, samen met Matthew Vasquez
7-9 DEVENTER: Burgerweeshuis
9-9 BORGER: Vanslag, samen met Laura Gibson
10-9 GRONINGEN: TakeRoot Festival
Jenny is een Canadese singer-songwriter, woonachtig in Montreal. Berkel is haar oer-Hollandse klinkende achternaam en ze heeft daadwerkelijk Nederlandse roots, zowel van vaders als van moeders kant.
Als kind zong ze al en speelde ze piano. De kennismaking met de muziek van Leonard Cohen was belangrijk voor de richting, die ze zelf op wilde. Net als Cohen begon ze persoonlijke liedjes te schrijven, dus puttend uit eigen ervaringen.
Haar prachtige debuut Here on a Wire verscheen in 2012. Opvolger Pale Moon Kid verscheen reeds op 15 april in Canada en zoals zo vaak bij muziek uit dat land bleef de cd in eerste instantie, onterecht, onopgemerkt aan de andere kant van de oceaan.
Ze vroeg Daniel Romano als producer, niet zo’n opmerkelijke keuze, want ze speelt vaak mee met zijn band. De productie staat als een huis, alle arrangementen zijn bijzonder fraai en alle songs zijn van hetzelfde constante hoge niveau.
De stukken zijn avontuurlijker dan op de voorganger. Echte favorieten heb ik eigenlijk niet, of het zou Green Coat moeten zijn vanwege de mooie, ingetogen zang. Het album heeft duidelijk een eigen signatuur. Alleen in Blue Lit Air hoor ik een echo van The Velvet Underground ten tijde van hun debuutalbum en Wealth in the Country herinnert me aan de muziek van Oren Lavie.
Gelukkig komt Jenny ter ondersteuning van de Europese release naar Nederland voor concerten. Ze zal ondermeer te zien zijn op TakeRoot, waar ze als allerlaatste act is toegevoegd. Een zeer verstandige keuze als je het mij vraagt, ze zou weleens voor de grootste verrassing van het festival kunnen gaan zorgen.
Jenny Berkel live:
5-9 ROTTERDAM: Rotown, samen met Amanda Bergman
6-9 LEIDEN: Q-bus, samen met Matthew Vasquez
7-9 DEVENTER: Burgerweeshuis
9-9 BORGER: Vanslag, samen met Laura Gibson
10-9 GRONINGEN: TakeRoot Festival
Jenny Berkel - These Are the Sounds Left from Leaving (2022)

4,5
2
geplaatst: 1 mei 2022, 09:10 uur
Het werd hoog tijd voor een nieuw album van de Canadese singer-songwriter met Nederlandse roots Jenny Berkel. De fraaie voorganger Pale Moon Kid verscheen alweer bijna zes jaar geleden. Jenny zal menigeen kennen van haar samenwerking met Daniel Romero, verantwoordelijk voor de voortreffelijke productie van Pale Moon Kid.
Deze keer produceerde Jenny samen met Dan Edmonds en Ryan Boldt (The Deep Dark Woods) haar nieuwe album These Are the Sounds Left from Leaving. De keuze voor Boldt kwam trouwens niet uit de lucht vallen. In september 2017 nam ze samen met Boldt ter gelegenheid van de drieëntachtigste verjaardag van Leonard Cohen een duet van diens True Love Leaves No Traces op. De kennismaking met de muziek van Leonard Cohen was en is belangrijk voor de richting, die ze zelf op wilde. Sindsdien vormt de muziek van Cohen haar muzikale kompas.
Zoals op beide voorgangers is haar prachtige stem vanaf opener Just Like a River als balsem voor de ziel. Ze schreef de liedjes in een klein appartement inclusief een constant lekkende badkamerkraan in een periode dat alles groots en overweldigend aanvoelde.
Een belangrijke rol speelden beide coproducers, die een groot aantal instrumenten ter hand namen. Ook zeker niet te onderschatten zijn de fraaie strijkersarrangementen van Colin Nealis. De uitstekende harmoniezang is van Kacy Anderson van het folkduo Kacy & Clayton. Ook kon Jenny een beroep doen op haar zus Trixie (AKA Kay). Deze voormalige zevenkampster speelt Wurlitzer. Overigens heeft Jenny nog twee talentvolle zussen, Ginny en Danielle, fotograaf van de hoezen voor Pale Moon Kid en de EP Cicada.
These Are the Sounds Left from Leaving is wat mij betreft zeker zo mooi als beide voorgangers, misschien nog wel mooier. De tijd zal het leren. Ter ondersteuning van de release gaat Jenny eerst in juni toeren met Abigail Lapell en in augustus komt ze naar Nederland, data volgen nog.
Deze keer produceerde Jenny samen met Dan Edmonds en Ryan Boldt (The Deep Dark Woods) haar nieuwe album These Are the Sounds Left from Leaving. De keuze voor Boldt kwam trouwens niet uit de lucht vallen. In september 2017 nam ze samen met Boldt ter gelegenheid van de drieëntachtigste verjaardag van Leonard Cohen een duet van diens True Love Leaves No Traces op. De kennismaking met de muziek van Leonard Cohen was en is belangrijk voor de richting, die ze zelf op wilde. Sindsdien vormt de muziek van Cohen haar muzikale kompas.
Zoals op beide voorgangers is haar prachtige stem vanaf opener Just Like a River als balsem voor de ziel. Ze schreef de liedjes in een klein appartement inclusief een constant lekkende badkamerkraan in een periode dat alles groots en overweldigend aanvoelde.
Een belangrijke rol speelden beide coproducers, die een groot aantal instrumenten ter hand namen. Ook zeker niet te onderschatten zijn de fraaie strijkersarrangementen van Colin Nealis. De uitstekende harmoniezang is van Kacy Anderson van het folkduo Kacy & Clayton. Ook kon Jenny een beroep doen op haar zus Trixie (AKA Kay). Deze voormalige zevenkampster speelt Wurlitzer. Overigens heeft Jenny nog twee talentvolle zussen, Ginny en Danielle, fotograaf van de hoezen voor Pale Moon Kid en de EP Cicada.
These Are the Sounds Left from Leaving is wat mij betreft zeker zo mooi als beide voorgangers, misschien nog wel mooier. De tijd zal het leren. Ter ondersteuning van de release gaat Jenny eerst in juni toeren met Abigail Lapell en in augustus komt ze naar Nederland, data volgen nog.
Jenny Lysander - Northern Folk (2015)

4,5
0
geplaatst: 29 april 2015, 11:49 uur
Jenny Lysander is een 21-jarige folk zangeres afkomstig uit Stockholm. Enkele jaren geleden plaatste ze op Youtube een cover van Piers Faccini’s Time of Nought, wat al de aandacht trok van de maker, vooral door Jenny’s prachtige stem.
Twee jaar geleden ontmoetten ze elkaar na afloop van een concert van Faccini in Londen. Ze gaf Faccini een aantal demo’s mee, waarvan hij zodanig onder de indruk raakte, dat hij haar uitnodigde om samen te gaan opnemen in zijn studio in Zuid-Frankrijk.
Op Record Store Day vorig jaar verscheen de prachtige limited edition op vinyl, door hun samen ingespeelde, EP Lighthouse. Na dit eerste wapenfeit werd in de zomer van vorig jaar in twee sessies Northern Folk opgenomen. Wederom was de perfecte setting de landelijk gelegen studio in Zuid-Frankrijk van Piers Faccini het decor.
Zoals zo vaak bij nieuwe talentvolle artiesten zijn de vergelijkingen niet van de lucht. Zo werd zij al vergeleken met Nick Drake, Fairport Convention, Agnes Obel, Ane Brun, Marissa Nadler, Laura Marling, tot aan erfgenaam van Joni Mitchell en het potentiële nichtje van Emilia Torrini of Alela Diane. Waarvan die vergelijking met Laura Marling volgens mij nog het meest hout snijdt. Hun stemmen lijken enigszins op elkaar, alleen is de muziek van Jenny minder eigenzinnig en een stuk delicater.
Met haar prachtige stem en speciale manier van zingen pakt ze de luisteraar direct in. Haar liedjes zijn tijdloos en ademen de sfeer van het Hoge Noorden uit. De arrangementen zijn buitengewoon prachtig. De ene keer worden ze bijvoorbeeld ingekleurd door een accordeon en een andere door fluit en soms door schitterend gitaarspel.
Bij iedere beluistering ontdek je steeds iets nieuws en beginnen de liedjes gestaag te groeien. Ook is de positieve invloed van producer Piers Faccini duidelijk aanwezig als arrangeur. Bovendien speelt en zingt hij mee op Northern Folk. Het verschijnt net als haar debuut EP op het label van Piers Faccini.
Northern Folk is niets minder dan een volwassen en tijdloos debuut van een zeer talentvolle, jonge zangeres.
Twee jaar geleden ontmoetten ze elkaar na afloop van een concert van Faccini in Londen. Ze gaf Faccini een aantal demo’s mee, waarvan hij zodanig onder de indruk raakte, dat hij haar uitnodigde om samen te gaan opnemen in zijn studio in Zuid-Frankrijk.
Op Record Store Day vorig jaar verscheen de prachtige limited edition op vinyl, door hun samen ingespeelde, EP Lighthouse. Na dit eerste wapenfeit werd in de zomer van vorig jaar in twee sessies Northern Folk opgenomen. Wederom was de perfecte setting de landelijk gelegen studio in Zuid-Frankrijk van Piers Faccini het decor.
Zoals zo vaak bij nieuwe talentvolle artiesten zijn de vergelijkingen niet van de lucht. Zo werd zij al vergeleken met Nick Drake, Fairport Convention, Agnes Obel, Ane Brun, Marissa Nadler, Laura Marling, tot aan erfgenaam van Joni Mitchell en het potentiële nichtje van Emilia Torrini of Alela Diane. Waarvan die vergelijking met Laura Marling volgens mij nog het meest hout snijdt. Hun stemmen lijken enigszins op elkaar, alleen is de muziek van Jenny minder eigenzinnig en een stuk delicater.
Met haar prachtige stem en speciale manier van zingen pakt ze de luisteraar direct in. Haar liedjes zijn tijdloos en ademen de sfeer van het Hoge Noorden uit. De arrangementen zijn buitengewoon prachtig. De ene keer worden ze bijvoorbeeld ingekleurd door een accordeon en een andere door fluit en soms door schitterend gitaarspel.
Bij iedere beluistering ontdek je steeds iets nieuws en beginnen de liedjes gestaag te groeien. Ook is de positieve invloed van producer Piers Faccini duidelijk aanwezig als arrangeur. Bovendien speelt en zingt hij mee op Northern Folk. Het verschijnt net als haar debuut EP op het label van Piers Faccini.
Northern Folk is niets minder dan een volwassen en tijdloos debuut van een zeer talentvolle, jonge zangeres.
Jenny Mitchell - The Old Oak (2015)

4,0
0
geplaatst: 19 augustus 2015, 10:18 uur
Een maand geleden kende ik nog maar een Mitchell, uiteraard de Canadese Joni Mitchell. Onlangs recenseerde ik het prachtige Down to the bone van de Ierse Anna Mitchell. De laatste ontdekking is Jenny Mitchell afkomstig uit een andere uithoek van de wereld, Gore in Nieuw-Zeeland. Slechts zestien lentes telt deze uiterst talentvolle singer songwriter. Ze startte met zingen op vierjarige leeftijd. De muzikaliteit zit in haar genen, want vader Dan is countryzanger.
Hij liet Jenny al op jeugdige leeftijd kennis maken met de muziek van bekende countrysterren als Johnny Cash, Dolly Parton, Merle Haggard en The Dixie Chicks. Allen zijn belangrijke invloeden voor Jenny. Op haar dertiende deed ze mee aan New Zealand’s got talent en eindigde uiteindelijk als derde. Reeds op haar elfde schreef ze haar eerste liedje My home. Haar bezoek aan Ierland maakte de nodige indruk, wat leidde tot die song.
Sindsdien vormt liedjes schrijven een belangrijke uitlaatklep voor haar gevoelens en gedachten. Zonder die uitlaatklep zou, om haar te citeren, haar hoofd misschien ontploffen. Het zal U dan niet verbazen dat alle liedjes autobiografisch zijn. Zo gaat achter de titelsong een heel verhaal schuil. Jenny heeft van moeders zijde Ierse roots. Opa en oma Brouder emigreerde als pas getrouwd stel in 1957 vanuit Ierland naar Gore, Nieuw-Zeeland om daar samen een nieuw bestaan op te bouwen.
Totaal op elkaar aangewezen. De liefde moet dan heel sterk zijn om zoiets aan te kunnen. Het maakte hun onderlinge band heel sterk. Helaas stierf zes jaar geleden haar oma. Het was de eerste keer dat Jenny groot verdriet kende. Maar wat ook erg was dat haar opa totaal ontredderd was zonder zijn vrouw. Jenny had het er erg moeilijk mee om haar opa zo te zien treuren, maar kon haar verdriet om haar opa gelukkig verwerken tot The Old Oak.
Niet alle liedjes zijn zo zwaar op de hand. This Guitar is een duet met vader Dan en gaat over de gitaar die Jenny van hem kreeg. Thema voor de ingetogen opener Little Patch of Heaven vormt Ierland. Row My Boat is de persoonlijke favoriet van Jenny zelf. Postitief blijven als een relatie een grote verandering doormaakt is essentieel om die relatie in stand te houden. Sommige songs zijn belangrijk voor Jenny omdat ze zo fijn zijn om te spelen zoals That’s My Proof en Till My Baby’s Home.
Beiden inderdaad heerlijke up-temponummers. Vooral laatstgenoemde is apart door het zeer speciale koortje. Een andere favoriet van Jenny is Empty Promises vanwege het universele thema. Verder zijn er uiteraard liedjes over liefdesperikelen te vinden. Vooral op jeugdige leeftijd kunnen emoties op liefdesgebied erg heftig zijn. Uiteraard is haar repertoire doordrenkt met country, maar ook zijn er folkinvloeden te vinden.
Overigens beschikt ze op The Old Oak over uitstekende, voor mij onbekende musici. Vooral John Egenes leverde een belangrijke bijdrage. Hij bespeelt diverse instrumenten, zelf bespeelt ze de gitaar en banjo. Haar stem is al goed ontwikkeld, erg krachtig en heeft een mooi hees randje. Overigens zit ze nog gewoon op school en droomt ze van een internationale carrière, die haar uiteraard ook naar optredens in Ierland moeten leiden. Het album is in eigen beheer uitgegeven en bij haarzelf te koop via Bandcamp.
The Old Oak is volgens mij het bewijs dat een internationale muzikale loopbaan in de toekomst, met een beetje geluk, zeker tot de mogelijkheden behoort.
Hij liet Jenny al op jeugdige leeftijd kennis maken met de muziek van bekende countrysterren als Johnny Cash, Dolly Parton, Merle Haggard en The Dixie Chicks. Allen zijn belangrijke invloeden voor Jenny. Op haar dertiende deed ze mee aan New Zealand’s got talent en eindigde uiteindelijk als derde. Reeds op haar elfde schreef ze haar eerste liedje My home. Haar bezoek aan Ierland maakte de nodige indruk, wat leidde tot die song.
Sindsdien vormt liedjes schrijven een belangrijke uitlaatklep voor haar gevoelens en gedachten. Zonder die uitlaatklep zou, om haar te citeren, haar hoofd misschien ontploffen. Het zal U dan niet verbazen dat alle liedjes autobiografisch zijn. Zo gaat achter de titelsong een heel verhaal schuil. Jenny heeft van moeders zijde Ierse roots. Opa en oma Brouder emigreerde als pas getrouwd stel in 1957 vanuit Ierland naar Gore, Nieuw-Zeeland om daar samen een nieuw bestaan op te bouwen.
Totaal op elkaar aangewezen. De liefde moet dan heel sterk zijn om zoiets aan te kunnen. Het maakte hun onderlinge band heel sterk. Helaas stierf zes jaar geleden haar oma. Het was de eerste keer dat Jenny groot verdriet kende. Maar wat ook erg was dat haar opa totaal ontredderd was zonder zijn vrouw. Jenny had het er erg moeilijk mee om haar opa zo te zien treuren, maar kon haar verdriet om haar opa gelukkig verwerken tot The Old Oak.
Niet alle liedjes zijn zo zwaar op de hand. This Guitar is een duet met vader Dan en gaat over de gitaar die Jenny van hem kreeg. Thema voor de ingetogen opener Little Patch of Heaven vormt Ierland. Row My Boat is de persoonlijke favoriet van Jenny zelf. Postitief blijven als een relatie een grote verandering doormaakt is essentieel om die relatie in stand te houden. Sommige songs zijn belangrijk voor Jenny omdat ze zo fijn zijn om te spelen zoals That’s My Proof en Till My Baby’s Home.
Beiden inderdaad heerlijke up-temponummers. Vooral laatstgenoemde is apart door het zeer speciale koortje. Een andere favoriet van Jenny is Empty Promises vanwege het universele thema. Verder zijn er uiteraard liedjes over liefdesperikelen te vinden. Vooral op jeugdige leeftijd kunnen emoties op liefdesgebied erg heftig zijn. Uiteraard is haar repertoire doordrenkt met country, maar ook zijn er folkinvloeden te vinden.
Overigens beschikt ze op The Old Oak over uitstekende, voor mij onbekende musici. Vooral John Egenes leverde een belangrijke bijdrage. Hij bespeelt diverse instrumenten, zelf bespeelt ze de gitaar en banjo. Haar stem is al goed ontwikkeld, erg krachtig en heeft een mooi hees randje. Overigens zit ze nog gewoon op school en droomt ze van een internationale carrière, die haar uiteraard ook naar optredens in Ierland moeten leiden. Het album is in eigen beheer uitgegeven en bij haarzelf te koop via Bandcamp.
The Old Oak is volgens mij het bewijs dat een internationale muzikale loopbaan in de toekomst, met een beetje geluk, zeker tot de mogelijkheden behoort.
Jeroen Kant - Nooit Genoeg (2015)

0
geplaatst: 4 september 2015, 19:00 uur
33 jaar geleden werd Jeroen Kant geboren in het kleine, rustieke Woudrichem, gelegen aan de Waal. De afgelopen jaren was Woudrichem volop in de belangstelling door de populaire tv-serie Dokter Tinus. Studeerde aan Codarts in havenstad Rotterdam en woont nu alweer zes jaar in een klein gehucht in de nabijheid van Heusden, gelegen aan de Bergsche Maas. Jeroen heeft duidelijk iets met water.
Hij bezit een boot en is daarmee regelmatig in de Biesbosch te vinden. De titel van zijn vorige album De Lafaard Kapitein komt dus niet zomaar uit de lucht vallen. Op het water vindt hij zijn rust om op te gaan in zijn gedachten en de natuur. De Hemel Huilt op Nooit Genoeg gaat over zijn bezorgdheid hoe de mensheid met die natuur omgaat. Oorspronkelijk was De Hemel Huilt een gedicht, maar is op prachtige wijze op muziek gezet. Het laat horen dat Jeroen duidelijk gegroeid is als tekstschrijver.
Hij vertelt verhalen met een inhoud. Ook als hij zelf naar muziek luistert, moet de artiest hem een duidelijk verhaal vertellen. Een ander goed voorbeeld van een liedje met een mooi, duidelijk verhaal is Een Zucht. Zijn vader stond er model voor. Zijn leven verliep niet zoals hij dat gewenst had. Hij is bijzonder trots op het resultaat van zijn zoon, en dat is terecht. Het is maar weinigen in Nederland gegeven om een dergelijk ontroerende, indrukwekkende tekst te produceren. Heb- en sensatiezucht vormen het thema van de met een mooie melodie en stompend ritme voorziene titelsong.
Melancholie komt om de hoek kijken in het aandoenlijke Oude Kronkelpad. Halve Cent stond al op zijn vorige cd. Sinds januari treedt hij op met een begeleidingsband, bestaande uit vriendin Judith Renkema, producer van dit album Gabriël Peeters, en het andere directielid van Bastaard Platen, Mathijs Leeuwis. Het staat sindsdien op de setlist en qua sound past de nieuwe versie goed bij het overige materiaal, vandaar dat Jeroen het opnieuw opgenomen heeft. Ze vormen niet alleen zijn uitstekende begeleiders op Nooit Genoeg, maar hielpen allen mee met het arrangeren van de nummers.
Huis Voor Mijn Helden schreef Jeroen nadat Jaap Boots na 25 jaar VPRO werd wegbezuinigd. Het verdwijnen van kwaliteitsmuziek op de radio ligt hem nauw aan het hart. Erg openhartig is zijn liefdesliedje Als Een Kind Zo Blij voor vriendin Judith. Bij Leugens heb ik even het idee dat Robert Jan Stips achter de toetsen heeft plaatsgenomen en Nescio inzet. Melodieus gezien, maar ook tekstueel, vormt Bedot & Voorgelogen een van de hoogtepunten. Heerlijk uptempo is het vrolijke Vast Vast Vast met een glansrol voor Mathijs Leeuwis.
Nooit Genoeg laat een artiest horen die in alle opzichten gegroeid is. Het is het derde album dit jaar van Brabantse bodem, dat zich gemakkelijk kan meten met het beste van buitenlandse makelij in het roots genre.
Het bos gekapt
Het woud verwond
Kapot getrapt
Tot aan de grond
De zee besmeurd
Het land verzuurd
Ons ras verscheurd
Het zicht ommuurd
De hoop gedood
Het lot vergald
De kans verkloot
De kloot verknald
We zijn ontwaakt
We hebben spijt
We zijn te laat
’t is niet op tijd
Te groot geleefd,
Ons nest bevuild
De aarde beeft
De hemel huilt
Hij bezit een boot en is daarmee regelmatig in de Biesbosch te vinden. De titel van zijn vorige album De Lafaard Kapitein komt dus niet zomaar uit de lucht vallen. Op het water vindt hij zijn rust om op te gaan in zijn gedachten en de natuur. De Hemel Huilt op Nooit Genoeg gaat over zijn bezorgdheid hoe de mensheid met die natuur omgaat. Oorspronkelijk was De Hemel Huilt een gedicht, maar is op prachtige wijze op muziek gezet. Het laat horen dat Jeroen duidelijk gegroeid is als tekstschrijver.
Hij vertelt verhalen met een inhoud. Ook als hij zelf naar muziek luistert, moet de artiest hem een duidelijk verhaal vertellen. Een ander goed voorbeeld van een liedje met een mooi, duidelijk verhaal is Een Zucht. Zijn vader stond er model voor. Zijn leven verliep niet zoals hij dat gewenst had. Hij is bijzonder trots op het resultaat van zijn zoon, en dat is terecht. Het is maar weinigen in Nederland gegeven om een dergelijk ontroerende, indrukwekkende tekst te produceren. Heb- en sensatiezucht vormen het thema van de met een mooie melodie en stompend ritme voorziene titelsong.
Melancholie komt om de hoek kijken in het aandoenlijke Oude Kronkelpad. Halve Cent stond al op zijn vorige cd. Sinds januari treedt hij op met een begeleidingsband, bestaande uit vriendin Judith Renkema, producer van dit album Gabriël Peeters, en het andere directielid van Bastaard Platen, Mathijs Leeuwis. Het staat sindsdien op de setlist en qua sound past de nieuwe versie goed bij het overige materiaal, vandaar dat Jeroen het opnieuw opgenomen heeft. Ze vormen niet alleen zijn uitstekende begeleiders op Nooit Genoeg, maar hielpen allen mee met het arrangeren van de nummers.
Huis Voor Mijn Helden schreef Jeroen nadat Jaap Boots na 25 jaar VPRO werd wegbezuinigd. Het verdwijnen van kwaliteitsmuziek op de radio ligt hem nauw aan het hart. Erg openhartig is zijn liefdesliedje Als Een Kind Zo Blij voor vriendin Judith. Bij Leugens heb ik even het idee dat Robert Jan Stips achter de toetsen heeft plaatsgenomen en Nescio inzet. Melodieus gezien, maar ook tekstueel, vormt Bedot & Voorgelogen een van de hoogtepunten. Heerlijk uptempo is het vrolijke Vast Vast Vast met een glansrol voor Mathijs Leeuwis.
Nooit Genoeg laat een artiest horen die in alle opzichten gegroeid is. Het is het derde album dit jaar van Brabantse bodem, dat zich gemakkelijk kan meten met het beste van buitenlandse makelij in het roots genre.
Het bos gekapt
Het woud verwond
Kapot getrapt
Tot aan de grond
De zee besmeurd
Het land verzuurd
Ons ras verscheurd
Het zicht ommuurd
De hoop gedood
Het lot vergald
De kans verkloot
De kloot verknald
We zijn ontwaakt
We hebben spijt
We zijn te laat
’t is niet op tijd
Te groot geleefd,
Ons nest bevuild
De aarde beeft
De hemel huilt
Jeroen Kant - Water (2021)

5,0
2
geplaatst: 12 oktober 2021, 14:21 uur
“Kennen wij elkaar?”, vroeg Jeroen me toen hij zijn nieuwe album Water bij mij thuis kwam afgeven. Amper. Ik sprak Jeroen ooit heel kort, in 2015, bij de album releaseshow van Caballero Zonder Filter van Björn van der Doelen. Dat album werd uitgegeven op het Bastaard Platen label, wat Jeroen toen bestierde met Mathijs Leeuwis. Een label dat de betere Nederlandstalige muziek op de kaart wilde zetten. In hetzelfde jaar als Caballero Zonder Filter verscheen op Bastaard Platen Jeroen’s uitstekende album Nooit Genoeg. In die tijd vertoefde Jeroen, eerst met zijn zeilbootje "Sephyr" en daarna met zijn motorboot "California", ook al veel in de Biesbosch. De kwaliteit van zijn teksten was toen al van hoog niveau. Vooral van de poëtische afsluiter De Hemel Huilt, waarin hij zijn bezorgdheid over de staat van onze planeet uitspreekt.
Een jaar of wat geleden zegde Jeroen de huur van zijn Tilburgse woning op en brengt sindsdien de meeste tijd alleen, vergezeld van zijn kat Muchacho, door op zijn nieuwe, samen met zijn vader opgeknapte boot “Armadillo”. Water werd in zijn eentje door Jeroen op zijn boot opgenomen. Ook nu weer maakt zich hij druk over hoe sommigen met onze natuur omgaan. Het reeds vrijgegeven Stront in Mijn Kop zingt hij vanuit de gedachtegang van een asociaal persoon. Eentje die al zijn afval doodgemoedereerd weg flikkert in de natuur en geen rekening houdt met geluidsoverlast. De overige zeven songs zijn wel vanuit Jeroen’s perspectief geschreven.
Het album opent echter met de sprankelende instrumentale compositie Morgenstond, dat begint met vogelgeluiden. Nog mooier en ingenieuzer is het ook instrumentale Avondgoud. Hierin worden vogelgeluiden op inventieve wijze echt onderdeel van de compositie. Op een volstrekt organische wijze vormen tekst en muziek een geheel. In de schitterende titelsong Water legt hij uit waarom hij zo graag op het water vertoeft.
Ontroerend is Je Stond Erbij, waarin hij beschrijft hoe een liefdesrelatie van hem als jong broekje op de klippen liep. Gelukkiger toont hij zich in het andere liefdesliedje op de plaat, Snoek. Geschreven voor zijn grote liefde, Judith Renkema (“Hoe langer ik je ken, hoe meer ik van je hou”).
Muzikaal gezien weet Jeroen genoeg te variëren en te verrassen. Het vele oefenen op zijn gitaren, met name de laatste jaren, heeft duidelijk zijn vruchten afgeworpen. Daarnaast onderhoudt hij zijn gitaarspel twee dagen in de week als gitaardocent bij cultureel centrum De Nobelaer, waar ik ooit zelf werkte van 1981 tot 1991.
Op Water speelt hij zowel akoestisch als elektrisch. Hij zweeft meestal tussen folk en blues en maakt daarnaast een uitstapje naar de rock ‘n’ roll in het vrolijke Het Lijkt Wel of Ik Droom, waarin hij zijn zegeningen telt. Een van mijn grote favorieten is trouwens afsluiter Wees Gerust, wat een oude traditional lijkt. Met als relativerende en geruststellende boodschap, wees gerust, er komt altijd weer een nieuwe dag.
Niet alleen als gitarist en liedjesschrijver is Jeroen duidelijk gegroeid. Ook komt zijn zang nu, vooral in de rustigere nummers, veel beter uit de verf. Water is voor mij een van de mooiste Nederlandstalige albums ooit gemaakt, prachtig verhalende teksten over het leven met de seizoenen. Het album, zowel op cd als vinyl verkrijgbaar, zal op 27 november officieel ten doop gehouden worden met een concert in het Biesbosch Museum, midden in de Biesbosch.
Jeroen Kant live :
30-10 GIESSEN : Club Pack 28
20-11 HOOFDPLAAT : Deuzonschole
27-11 WERKENDAM : Biesbosch MuseumEiland (Albumpresentatie)
Een jaar of wat geleden zegde Jeroen de huur van zijn Tilburgse woning op en brengt sindsdien de meeste tijd alleen, vergezeld van zijn kat Muchacho, door op zijn nieuwe, samen met zijn vader opgeknapte boot “Armadillo”. Water werd in zijn eentje door Jeroen op zijn boot opgenomen. Ook nu weer maakt zich hij druk over hoe sommigen met onze natuur omgaan. Het reeds vrijgegeven Stront in Mijn Kop zingt hij vanuit de gedachtegang van een asociaal persoon. Eentje die al zijn afval doodgemoedereerd weg flikkert in de natuur en geen rekening houdt met geluidsoverlast. De overige zeven songs zijn wel vanuit Jeroen’s perspectief geschreven.
Het album opent echter met de sprankelende instrumentale compositie Morgenstond, dat begint met vogelgeluiden. Nog mooier en ingenieuzer is het ook instrumentale Avondgoud. Hierin worden vogelgeluiden op inventieve wijze echt onderdeel van de compositie. Op een volstrekt organische wijze vormen tekst en muziek een geheel. In de schitterende titelsong Water legt hij uit waarom hij zo graag op het water vertoeft.
Ontroerend is Je Stond Erbij, waarin hij beschrijft hoe een liefdesrelatie van hem als jong broekje op de klippen liep. Gelukkiger toont hij zich in het andere liefdesliedje op de plaat, Snoek. Geschreven voor zijn grote liefde, Judith Renkema (“Hoe langer ik je ken, hoe meer ik van je hou”).
Muzikaal gezien weet Jeroen genoeg te variëren en te verrassen. Het vele oefenen op zijn gitaren, met name de laatste jaren, heeft duidelijk zijn vruchten afgeworpen. Daarnaast onderhoudt hij zijn gitaarspel twee dagen in de week als gitaardocent bij cultureel centrum De Nobelaer, waar ik ooit zelf werkte van 1981 tot 1991.
Op Water speelt hij zowel akoestisch als elektrisch. Hij zweeft meestal tussen folk en blues en maakt daarnaast een uitstapje naar de rock ‘n’ roll in het vrolijke Het Lijkt Wel of Ik Droom, waarin hij zijn zegeningen telt. Een van mijn grote favorieten is trouwens afsluiter Wees Gerust, wat een oude traditional lijkt. Met als relativerende en geruststellende boodschap, wees gerust, er komt altijd weer een nieuwe dag.
Niet alleen als gitarist en liedjesschrijver is Jeroen duidelijk gegroeid. Ook komt zijn zang nu, vooral in de rustigere nummers, veel beter uit de verf. Water is voor mij een van de mooiste Nederlandstalige albums ooit gemaakt, prachtig verhalende teksten over het leven met de seizoenen. Het album, zowel op cd als vinyl verkrijgbaar, zal op 27 november officieel ten doop gehouden worden met een concert in het Biesbosch Museum, midden in de Biesbosch.
Jeroen Kant live :
30-10 GIESSEN : Club Pack 28
20-11 HOOFDPLAAT : Deuzonschole
27-11 WERKENDAM : Biesbosch MuseumEiland (Albumpresentatie)
Jess Jocoy - Let There Be No Despair (2022)

4,5
2
geplaatst: 18 mei 2022, 09:18 uur
Vanaf het begin van haar muziekcarrière waren Jocoys ouders haar grootste fans. Ze reden haar altijd op en neer naar talentjachten, waaraan Jocoy mee wilde doen. Jocoy groeide op ten zuiden van Seattle, maar verhuisde naar Nashville om daar haar muzikale droom te verwezenlijken.
Ze studeerde daar, net als de eigenzinnige TORRES, aan de christelijke Belmont University. Menig afgestudeerde van Belmont University komt hierna in Music Row, de muziekindustrie van Nashville terecht, zoals bijvoorbeeld Brad Paisley. Jocoy werkte tot 2019 bij Rounder Records, een van Amerika’s meest vooraanstaande onafhankelijke platenlabels.
Helaas overleed haar vader al in 2013 aan longkanker. In plaats van haar verdriet op te kroppen, schreef ze het van haar af in droevige liedjes. Beseffende dat pijn een universeel gevoel is, dat niet genegeerd mag worden. Meteen in opener I Will Be Glad zitten verwijzingen naar haar vader, die ze nog steeds erg mist, getuige haar berichten op sociale media. Verwijzingen naar haar christelijke achtergrond zijn te vinden in Jericho Walls.
Op haar debuutalbum Such a Long Way, werd Jocoy al omringd door geweldige muzikanten, waaronder topgitarist Will Kimbrough. Ook nu topbegeleiders, die volledig in dienst van de liedjes spelen. Jocoy krijgt hulp van Ethan Ballinger (akoestische en elektrische gitaar, mandoline, banjo), Lydia Luce ((alt)viool), Brian Allen (elektrische bas, contrabas, cello) en Matt Alger (drums, percussie). Wel treedt er in tegenstelling tot de voorganger soms een (alt)viool of cello op de voorgrond.
Net als op haar EP Brighter Eyes is Brandon Bell (Zac Brown, Miranda Lambert, Brandi Carlile) de coproducer. Jocoy is een geboren zangeres, al haar grote kwaliteiten komen vooral samen in het titelnummer. Hier speelt ze op majestueuze wijze met dynamiek.
De afgelopen paar jaar kreeg Jocoy terecht al veel aandacht in het Verenigd Koninkrijk, waaronder van Iain Anderson van BBC Radio Scotland. Die populariteit heeft tot gevolg, dat ze daar volgende maand 22 concerten gaat geven, waaronder eentje samen met Hannah Aldridge en Rod Picott. De organische liedjes en de fantastische, verhalende zang op Let There Be No Despair zullen menigeen snel weten te betoveren.
Ze studeerde daar, net als de eigenzinnige TORRES, aan de christelijke Belmont University. Menig afgestudeerde van Belmont University komt hierna in Music Row, de muziekindustrie van Nashville terecht, zoals bijvoorbeeld Brad Paisley. Jocoy werkte tot 2019 bij Rounder Records, een van Amerika’s meest vooraanstaande onafhankelijke platenlabels.
Helaas overleed haar vader al in 2013 aan longkanker. In plaats van haar verdriet op te kroppen, schreef ze het van haar af in droevige liedjes. Beseffende dat pijn een universeel gevoel is, dat niet genegeerd mag worden. Meteen in opener I Will Be Glad zitten verwijzingen naar haar vader, die ze nog steeds erg mist, getuige haar berichten op sociale media. Verwijzingen naar haar christelijke achtergrond zijn te vinden in Jericho Walls.
Op haar debuutalbum Such a Long Way, werd Jocoy al omringd door geweldige muzikanten, waaronder topgitarist Will Kimbrough. Ook nu topbegeleiders, die volledig in dienst van de liedjes spelen. Jocoy krijgt hulp van Ethan Ballinger (akoestische en elektrische gitaar, mandoline, banjo), Lydia Luce ((alt)viool), Brian Allen (elektrische bas, contrabas, cello) en Matt Alger (drums, percussie). Wel treedt er in tegenstelling tot de voorganger soms een (alt)viool of cello op de voorgrond.
Net als op haar EP Brighter Eyes is Brandon Bell (Zac Brown, Miranda Lambert, Brandi Carlile) de coproducer. Jocoy is een geboren zangeres, al haar grote kwaliteiten komen vooral samen in het titelnummer. Hier speelt ze op majestueuze wijze met dynamiek.
De afgelopen paar jaar kreeg Jocoy terecht al veel aandacht in het Verenigd Koninkrijk, waaronder van Iain Anderson van BBC Radio Scotland. Die populariteit heeft tot gevolg, dat ze daar volgende maand 22 concerten gaat geven, waaronder eentje samen met Hannah Aldridge en Rod Picott. De organische liedjes en de fantastische, verhalende zang op Let There Be No Despair zullen menigeen snel weten te betoveren.
Jesse Dayton - The Outsider (2018)

4,5
2
geplaatst: 12 augustus 2018, 11:09 uur
The Outsider kwam zo’n twee maanden geleden uit, maar buiten een vermelding op de Facebookpagina van Sounds Venlo, ben ik geen enkele recensie over dit uitstekende album tegengekomen.
Eigenlijk wel vreemd, want voorganger The Revealer kon rekenen op lovende kritieken. Op zijn nieuwste worp komt een heerlijke mix voorbij van stevige rock, delta blues, gospel, folk, honky tonk en country.
Wat het album vooral aantrekkelijk voor mij maakt, is de energie, dat er vaak van afspat, zoals opener May Have to Do It (Don't Have to Like It). Overigens het enige nummer, wat hij niet zelf schreef. Bovendien is de vocale voordracht weer dik in orde, naast het vaak puntige gitaarwerk.
Het album werd snel, tussen het toeren door opgenomen, maar beïnvloedde absoluut niet het eindresultaat.
Ondanks het feit dat zijn muziek niet wordt gedraaid op mainstream country radiostations mag Dayton rekenen op een nog steeds groter wordende schare fans. Ook in Nederland, begin volgend jaar is hij alweer terug voor een drietal concerten en zal dan ongetwijfeld het publiek een energieke show voorschotelen.
Tot die tijd kunnen we ons te goed doen aan het korte, maar zeer krachtige The Outsider.
Jesse Dayton live:
01-02 HOORN: Huis Verloren
02-02 GRONINGEN: Oosterpoort
03-02 UTRECHT: TivoliVredenburg
Jesse Dayton - May Have to Do It (Don't Have to Like It) - (Official Lyric Video) - YouTube
Eigenlijk wel vreemd, want voorganger The Revealer kon rekenen op lovende kritieken. Op zijn nieuwste worp komt een heerlijke mix voorbij van stevige rock, delta blues, gospel, folk, honky tonk en country.
Wat het album vooral aantrekkelijk voor mij maakt, is de energie, dat er vaak van afspat, zoals opener May Have to Do It (Don't Have to Like It). Overigens het enige nummer, wat hij niet zelf schreef. Bovendien is de vocale voordracht weer dik in orde, naast het vaak puntige gitaarwerk.
Het album werd snel, tussen het toeren door opgenomen, maar beïnvloedde absoluut niet het eindresultaat.
Ondanks het feit dat zijn muziek niet wordt gedraaid op mainstream country radiostations mag Dayton rekenen op een nog steeds groter wordende schare fans. Ook in Nederland, begin volgend jaar is hij alweer terug voor een drietal concerten en zal dan ongetwijfeld het publiek een energieke show voorschotelen.
Tot die tijd kunnen we ons te goed doen aan het korte, maar zeer krachtige The Outsider.
Jesse Dayton live:
01-02 HOORN: Huis Verloren
02-02 GRONINGEN: Oosterpoort
03-02 UTRECHT: TivoliVredenburg
Jesse Dayton - May Have to Do It (Don't Have to Like It) - (Official Lyric Video) - YouTube
Jessica Pratt - Here in the Pitch (2024)

5,0
3
geplaatst: 10 maart 2024, 07:29 uur
Haar eerste twee albums bezorgde de in Los Angeles woonachtige singer-songwriter Jessica Pratt dankzij mond-tot-mondreclame enige bekendheid. De welverdiende doorbraak kwam pas bij Quiet Signs. Destijds begon ik mijn bespreking met de regels : “Haar stem is een van de meest vreemde, maar tegelijkertijd ook een van de meest aanlokkelijke, die ik ken. Haar vorige, tweede album On Your Own Love Again behoort tot mijn meest gedraaide in mijn muziekcollectie.”. Op dat laatstgenoemde album stonden zowel het overlijden van haar moeder als de beëindiging van haar langdurige relatie met haar vriend Tim Presley van de band White Fence centraal.
Op haar nieuwe album Here in the Pitch kiest Pratt met succes voor een beduidend breder productiepalet. Dat bleek al uit de reeds vrijgegeven single Life Is. Een nummer dat zeker beïnvloed wordt door de zestiger jaren sound van de Walker Brothers in The Sun Ain’t Gonna Shine Anymore. In de nummers wordt gebruik gemaakt van onder andere pauken, klokkenspel, baritonsaxofoon en fluit. Die volgens Pratt voor een meer panoramisch geluid moet zorgen, die je moet doen denken aan de oceaan en Californië. Bij mij bezorgt het me af en toe meer het gevoel dat ik me op het bloedhete strand van Ipanema bevindt.
Pratt werkte opnieuw in Gary's Electric Studio in Brooklyn met haar vertrouwde partners - multi-instrumentalist/ingenieur Al Carlson en toetsenist Matt McDermott - en schakelde het ritmeduo bestaande uit bassist Spencer Zahn en percussionist Mauro Refosco (David Byrne, Atoms for Peace) in om te helpen haar visie te realiseren, naast de bijdragen van Ryley Walker, Peter Mudge (Mac Miller, Kendrick Lamar) en Alex Goldberg.
Haar intentie was om haar stem op de voorgrond plaatsen en een emotionele directheid creëren die deze plaat onderscheidt van al haar eerdere werk. “Ik heb nooit gewild dat het zo lang zou duren. Ik ben gewoon een echte perfectionist”, legt ze uit over de lange draagtijd van het album, die zich uitstrekte van de zomer van 2020 tot de lente van 2023. “Ik probeerde gewoon het juiste gevoel te krijgen, en dat duurt lang.”. Het heeft echter wel geleid tot haar fraaiste album tot op heden. Het zal ongetwijfeld zeer hoge ogen gaan gooien in mijn lijstje met favoriete albums van 2024. Ze komt gelukkig begin juni naar de Lage Landen om het zwoele Here in the Pitch voor te stellen.
Jessica Pratt live :
03-06 BRUSSEL : AB
04-06 AMSTERDAM : Zonnehuis
Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com
Op haar nieuwe album Here in the Pitch kiest Pratt met succes voor een beduidend breder productiepalet. Dat bleek al uit de reeds vrijgegeven single Life Is. Een nummer dat zeker beïnvloed wordt door de zestiger jaren sound van de Walker Brothers in The Sun Ain’t Gonna Shine Anymore. In de nummers wordt gebruik gemaakt van onder andere pauken, klokkenspel, baritonsaxofoon en fluit. Die volgens Pratt voor een meer panoramisch geluid moet zorgen, die je moet doen denken aan de oceaan en Californië. Bij mij bezorgt het me af en toe meer het gevoel dat ik me op het bloedhete strand van Ipanema bevindt.
Pratt werkte opnieuw in Gary's Electric Studio in Brooklyn met haar vertrouwde partners - multi-instrumentalist/ingenieur Al Carlson en toetsenist Matt McDermott - en schakelde het ritmeduo bestaande uit bassist Spencer Zahn en percussionist Mauro Refosco (David Byrne, Atoms for Peace) in om te helpen haar visie te realiseren, naast de bijdragen van Ryley Walker, Peter Mudge (Mac Miller, Kendrick Lamar) en Alex Goldberg.
Haar intentie was om haar stem op de voorgrond plaatsen en een emotionele directheid creëren die deze plaat onderscheidt van al haar eerdere werk. “Ik heb nooit gewild dat het zo lang zou duren. Ik ben gewoon een echte perfectionist”, legt ze uit over de lange draagtijd van het album, die zich uitstrekte van de zomer van 2020 tot de lente van 2023. “Ik probeerde gewoon het juiste gevoel te krijgen, en dat duurt lang.”. Het heeft echter wel geleid tot haar fraaiste album tot op heden. Het zal ongetwijfeld zeer hoge ogen gaan gooien in mijn lijstje met favoriete albums van 2024. Ze komt gelukkig begin juni naar de Lage Landen om het zwoele Here in the Pitch voor te stellen.
Jessica Pratt live :
03-06 BRUSSEL : AB
04-06 AMSTERDAM : Zonnehuis
Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com
Jessica Pratt - Quiet Signs (2019)

4,5
2
geplaatst: 6 februari 2019, 10:51 uur
Haar stem is een van de meest vreemde, maar tegelijkertijd ook een van de meest aanlokkelijke, die ik ken. Haar vorige, tweede album On Your Own Love Again behoort tot mijn meest gedraaide in mijn muziekcollectie. Vreemd genoeg vergat ik er in 2015 zowel een recensie over te schrijven als op te nemen in mijn lijst met favoriete albums van dat jaar.
De titel was erg toepasselijk, want zowel het overlijden van haar moeder als de beëindiging van haar langdurige relatie met haar vriend Tim Presley van de band White Fence stonden centraal. Haar eerste twee albums werden in de thuisomgeving met een viersporen bandrecorder opgenomen.
Voor haar nieuwe album Quiet Signs verkoos Jessica de professionele studio Gary’s Electric in Brooklyn, New York, waar het in 2017 en 2018 werd opgenomen. Tijdens het opnameproces stond ze op het punt terug te gaan naar San Francisco, echter op dat moment ontmoette ze multi-instrumentalist Matt McDermott. Ze werden verliefd en gingen samenwonen en samenwerken.
Op de opvallende, praktisch instrumentale opener Opening Night horen we Matt op piano, met Satie achtig pianospel, waar verder spaarzaam de woordeloze zang van Jessica te horen is. De titel van het nummer is een verwijzing naar de gelijknamig getitelde John Cassavetes film, waarin Gena Rowlands de schitterende hoofdrol vertolkt.
Het album werd mede geproduceerd door Al Carlson, die koos voor een iets meer avontuurlijke productie dan de voorgangers. Hij speelt af en toe fluit, orgel en piano en kersverse vriend Matt bespeeld af en toe de piano en string synthesizer.
Het verandert de muziek van Jessica niet wezenlijk, het blijft kwetsbaar en intiem. Ook het onthaastende karakter blijft intact. Af en toe waan je door haar gitaarspel zelfs op de zonnige, tropische stranden van Brazilië. Denk aan Getz/Gilberto van Stan Getz en João Gilberto en de muziek van iemand als Caetano Veloso.
Het album is volgens mij in Nederland het goedkoopst te bestellen bij de webshop van De Konkurrent. Eind maart komt Jessica het, net als de voorganger, verslavende Quiet Signs live voorstellen in Nederland en België.
Jessica Pratt live:
Mar 27 Paradiso Noord Amsterdam, NL
Mar 28 Rotown presents at Kantine Walhalla Rotterdam, NL
Mar 29 Café De Zwerver Leffinge, BE
De titel was erg toepasselijk, want zowel het overlijden van haar moeder als de beëindiging van haar langdurige relatie met haar vriend Tim Presley van de band White Fence stonden centraal. Haar eerste twee albums werden in de thuisomgeving met een viersporen bandrecorder opgenomen.
Voor haar nieuwe album Quiet Signs verkoos Jessica de professionele studio Gary’s Electric in Brooklyn, New York, waar het in 2017 en 2018 werd opgenomen. Tijdens het opnameproces stond ze op het punt terug te gaan naar San Francisco, echter op dat moment ontmoette ze multi-instrumentalist Matt McDermott. Ze werden verliefd en gingen samenwonen en samenwerken.
Op de opvallende, praktisch instrumentale opener Opening Night horen we Matt op piano, met Satie achtig pianospel, waar verder spaarzaam de woordeloze zang van Jessica te horen is. De titel van het nummer is een verwijzing naar de gelijknamig getitelde John Cassavetes film, waarin Gena Rowlands de schitterende hoofdrol vertolkt.
Het album werd mede geproduceerd door Al Carlson, die koos voor een iets meer avontuurlijke productie dan de voorgangers. Hij speelt af en toe fluit, orgel en piano en kersverse vriend Matt bespeeld af en toe de piano en string synthesizer.
Het verandert de muziek van Jessica niet wezenlijk, het blijft kwetsbaar en intiem. Ook het onthaastende karakter blijft intact. Af en toe waan je door haar gitaarspel zelfs op de zonnige, tropische stranden van Brazilië. Denk aan Getz/Gilberto van Stan Getz en João Gilberto en de muziek van iemand als Caetano Veloso.
Het album is volgens mij in Nederland het goedkoopst te bestellen bij de webshop van De Konkurrent. Eind maart komt Jessica het, net als de voorganger, verslavende Quiet Signs live voorstellen in Nederland en België.
Jessica Pratt live:
Mar 27 Paradiso Noord Amsterdam, NL
Mar 28 Rotown presents at Kantine Walhalla Rotterdam, NL
Mar 29 Café De Zwerver Leffinge, BE
Jessie Buckley & Bernard Butler - For All Our Days That Tear the Heart (2022)

5,0
2
geplaatst: 21 juni 2022, 14:15 uur
For All Our Days That Tear the Heart kreeg terecht de afgelopen dagen al de nodige aandacht, maar een beetje extra kan geen kwaad. Zelf werd ik door iemand afgelopen zaterdag op MusicMeter geattendeerd op dit magnifieke album. Bernard Butler behoeft natuurlijk als voormalig Suede bandlid geen nadere introductie. Tegenwoordig is hij vooral actief als producer. In die rol was hij twee jaar geleden actief op het excellente Old Wow van Sam Lee.
Jessie Buckley (33) stond reeds in 2009 op de planken van het West End Theatre in de Britse musical “Oliver”. Daarna schitterde ze op het witte doek en in het laatste deel van de uitstekende misdaadserie "Fargo". In de film “Wild Rose” uit 2018 speelt ze de countryzangeres Rose-Lynn Harlan uit Glasgow, die reeds jarenlang droomt om haar troosteloze omgeving te ontvluchten en het te gaan maken als superster in Nashville. Bij de film verscheen ook het gelijk getitelde album, vijf van de eenentwintig nummers schreef ze samen met Ian W Brown, Simon Johnson en Nicole Taylor. In die film blijkt dat Jessie een uitstekende zangeres is.
Dat kan ook bijna niet anders met twee muzikale ouders. Vooral moeder Marina Cassidy, die klassiek geschoold is in zang en harp en zang coach is. Vader Tim is niet alleen muzikaal, maar schrijft ook gedichten.
Toen Buckley en Butler elkaar ontmoette hadden ze direct een klik. Buckley komt uit Killarney, Butler is Brits, maar zijn ouders zijn Iers en komen uit Dún Laoghaire. Inspiratie verkreeg men uiteraard uit muziek (Nina Simone, Beth Gibbons, Talk Talk, Patti Smith, Gram Parsons, Pentangle en Laura Marling). Daarnaast uit schilderkunst, gedichten, de flamenco dans, caravan vakanties in Ierland. En een boek in het speciaal, Maurice O’Sullivans Memoires uit 1933 “20 Years A-Growing”, een ode aan het afgelegen leven op de Blasket-eilanden, voor de kust van County Kerry, al 15 jaar een favoriet boek van Butler en de favoriet aller tijden van Buckley's oma.
Die inspiratie levert een zowel tekstueel als muzikaal boeiend, regelmatig donker album op. De liedjes zijn zonder uitzondering prachtig gearrangeerd en is de zang van Buckley, waarin af en toe de invloed van Laura Marling te horen is, de kers op de taart. For All Our Days That Tear the Heart zal veel luisteraars weten te gaan ontroeren en zal daardoor volgens mij in veel jaarlijstjes gaan opduiken. Het is me trouwens niet helemaal duidelijk of de cd versie reeds uit is, volgens Bol.com nog niet. Het goedkoopst is de cd en het vinyl volgens mij te koop bij Concerto.
Jessie Buckley (33) stond reeds in 2009 op de planken van het West End Theatre in de Britse musical “Oliver”. Daarna schitterde ze op het witte doek en in het laatste deel van de uitstekende misdaadserie "Fargo". In de film “Wild Rose” uit 2018 speelt ze de countryzangeres Rose-Lynn Harlan uit Glasgow, die reeds jarenlang droomt om haar troosteloze omgeving te ontvluchten en het te gaan maken als superster in Nashville. Bij de film verscheen ook het gelijk getitelde album, vijf van de eenentwintig nummers schreef ze samen met Ian W Brown, Simon Johnson en Nicole Taylor. In die film blijkt dat Jessie een uitstekende zangeres is.
Dat kan ook bijna niet anders met twee muzikale ouders. Vooral moeder Marina Cassidy, die klassiek geschoold is in zang en harp en zang coach is. Vader Tim is niet alleen muzikaal, maar schrijft ook gedichten.
Toen Buckley en Butler elkaar ontmoette hadden ze direct een klik. Buckley komt uit Killarney, Butler is Brits, maar zijn ouders zijn Iers en komen uit Dún Laoghaire. Inspiratie verkreeg men uiteraard uit muziek (Nina Simone, Beth Gibbons, Talk Talk, Patti Smith, Gram Parsons, Pentangle en Laura Marling). Daarnaast uit schilderkunst, gedichten, de flamenco dans, caravan vakanties in Ierland. En een boek in het speciaal, Maurice O’Sullivans Memoires uit 1933 “20 Years A-Growing”, een ode aan het afgelegen leven op de Blasket-eilanden, voor de kust van County Kerry, al 15 jaar een favoriet boek van Butler en de favoriet aller tijden van Buckley's oma.
Die inspiratie levert een zowel tekstueel als muzikaal boeiend, regelmatig donker album op. De liedjes zijn zonder uitzondering prachtig gearrangeerd en is de zang van Buckley, waarin af en toe de invloed van Laura Marling te horen is, de kers op de taart. For All Our Days That Tear the Heart zal veel luisteraars weten te gaan ontroeren en zal daardoor volgens mij in veel jaarlijstjes gaan opduiken. Het is me trouwens niet helemaal duidelijk of de cd versie reeds uit is, volgens Bol.com nog niet. Het goedkoopst is de cd en het vinyl volgens mij te koop bij Concerto.
Jim Ghedi - In the Furrows of Common Place (2021)

2
geplaatst: 4 januari 2021, 14:15 uur
Zijn eerste twee albums waren bijna geheel instrumentaal en kregen onder andere lovende recensies van MOJO en Uncut. Na zijn tweede album besloot hij volledig zijn stem te gaan gebruiken. Hij schreef nieuwe songs en vulde die aan met enkele traditionele songs, welke nu terug te vinden zijn op In the Furrows of Common Place. Jim Ghedi zelf over deze veranderde werkwijze : “Initially, adding more of my own vocals was a musical decision which then led me to write more original material. As I began to write more, I started to speak about my environment, inevitably observing the times we find ourselves in socially and politically – a continuation of austerity measures and its effects on communities, alongside social inequalities and working-class issues.”. Met deze vooral politieke en sociale thema’s treedt hij in de voetsporen van geestverwanten als Stick in the Wheel. Jim beschikt over een indringende stem met het nodige vibrato, die goed bij zijn nogal traditioneel aandoend repertoire past. Naast eigen werk, covert hij Ad Cud Hew van Ed Pickford en de traditional Son David. Ook zette hij het gedicht “Lamentations of Round Oak Waters” van John Clare op muziek. De eerste single Beneath the Willow ging de release reeds vooraf. Het is een goede beslissing geweest van Ghedi om te gaan zingen, want het geeft een nog grotere zeggingskracht aan de composities. Het album verschijnt op het kleine label Basin Rock, dat langzaam maar zeker reeds een aantal fraaie releases uitbracht.
Jim Keller - Daylight (2024)

0
geplaatst: 30 mei 2024, 09:11 uur
Twee jaar terug recenseerde collega Rein voorganger Spark & Flame, wat net als voor mij, zijn eerste prettige kennismaking met zijn muziek was. Een man wiens carrière in de jaren tachtig begon als schrijver en frontman van de power pop band Tommy Tutone, die met name in Amerika een grote hit hadden met Jenny (867-5309). Daarna bleef Keller lange tijd op de achtergrond als actief muzikant, maar was hij werkzaam als manager en uitgever van o.a. minimal music componist Philip Glass.
Daylight is het tweede deel wat uitmaakt van een trilogie, gemaakt met vrienden. En niet bepaald de minsten, David Hidalgo (gitaren en achtergrondzang), Mitchell Froom (toetsen en producer), Bob Glaub (bas) en Michael Urbano (drums en percussie). Hidalgo en Froom kennen elkaar al erg lang, Froom was in 1992 de producer van Los Lobos’ meesterwerk Kiko. Heaven prees twee jaar terug zijn album By No Means aan voor vooral fans van JJ Cale, Bo Ramsey en Tony Joe White. JJ Cale was bij de eerste beluistering meteen de associatie die ik had.
Verwacht geen vernieuwende, maar vooral heerlijk relaxte muziek, van een man die het leven neemt zoals het komt. Vorig jaar was Jim trouwens in Nederland en gaf hij optredens met de Jim Keller Band, waarin onder andere geweldige Nederlandse muzikanten spelen als Rowin Tettero (VanWyck, Alex Roeka) op drums, Roel Spanjers (Malford Milligan & The Southers Aces en veel andere formaties) op toetsen en Jan van Bijnen (onder andere Freek de Jonge en de Nienke Dingemans Band) op gitaar. Na het uitstekende Daylight zal volgend jaar het derde deel verschijnen. Het zal meer dan waarschijnlijk weer door mij omarmd gaan worden.
bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com
Daylight is het tweede deel wat uitmaakt van een trilogie, gemaakt met vrienden. En niet bepaald de minsten, David Hidalgo (gitaren en achtergrondzang), Mitchell Froom (toetsen en producer), Bob Glaub (bas) en Michael Urbano (drums en percussie). Hidalgo en Froom kennen elkaar al erg lang, Froom was in 1992 de producer van Los Lobos’ meesterwerk Kiko. Heaven prees twee jaar terug zijn album By No Means aan voor vooral fans van JJ Cale, Bo Ramsey en Tony Joe White. JJ Cale was bij de eerste beluistering meteen de associatie die ik had.
Verwacht geen vernieuwende, maar vooral heerlijk relaxte muziek, van een man die het leven neemt zoals het komt. Vorig jaar was Jim trouwens in Nederland en gaf hij optredens met de Jim Keller Band, waarin onder andere geweldige Nederlandse muzikanten spelen als Rowin Tettero (VanWyck, Alex Roeka) op drums, Roel Spanjers (Malford Milligan & The Southers Aces en veel andere formaties) op toetsen en Jan van Bijnen (onder andere Freek de Jonge en de Nienke Dingemans Band) op gitaar. Na het uitstekende Daylight zal volgend jaar het derde deel verschijnen. Het zal meer dan waarschijnlijk weer door mij omarmd gaan worden.
bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com
Jimmy Diamond - You Radiate (2023)

3
geplaatst: 10 maart 2023, 10:38 uur
You Radiate is het debuutalbum van Jimmy Diamond, bestaande uit het powertrio Jim Zwinselman, Ruud Gielen en Floris Poessé. Het drietal vermengt Americana en roots rock uit de jaren zeventig op meeslepende wijze met hedendaagse indie-rock. Ze creëren vooral een epische sound met behulp van rauw gitaarspel en de pedal steel.
Het ontstaan van Jimmy Diamond hebben we te danken aan de tourmanager van Strand of Oaks. Via hem werd het trio de vaste Europese tour band van Strand Of Oaks. In spil Timothy Showalter vonden ze meteen een spirituele gelijke, een mentor en hun grootste fan. Het was ook Showalter die onbewust de naam van de groep bedacht. Tijdens een tourstop aan de baai van Montenegro kende hij Zwinselman "een Montenegro-naam" toe. "Jimmy Diamond" had een mooie klank ... genoeg om te blijven hangen.
Voor You Radiate deed men een beroep op producer Kevin Ratterman (My Morning Jacket, Madrugada, Emma Ruth Rundle). Hiermee kwam een droom uit, aangezien Ratterman veel van de favoriete platen van Jimmy Diamond produceerde, zoals Jim James's Uniform Distortion en Madrugada's Chimes of Midnight. Ratterman speelde tijdens de sessie mee als de facto vierde bandlid, de melodische ruimte vullend met synth- en pianoklanken.
Jimmy Diamond liet van het dagelijkse doen en laten in de studio door de sfeer van de opnames heen sijpelen. Zo werd Queen's onderschatte zwanenzang Made In Heaven vaak gedraaid door Ratterman. Hoewel de band er niet bewust door werd beïnvloed, putte Jimmy Diamond op soortgelijke wijze kracht om glunderend het leven te koesteren zodra het zich aandient. Fans van Jim James, Ray LaMontagne en Richard Swift zullen de eigenzinnige sound van Jimmy Diamond zeker waarderen.
Jimmy Diamond live :
10-03 AMSTERDAM : Paradiso, bovenzaal
11-03 DEVENTER : Walhalla releaseshow
12-03 UTRECHT : De Helling
17-03 ROTTERDAM : V11
23-03 ANTWERPEN : Trix
30-03 ARNHEM : Luxor Live
14-04 HENGELO : Metropool
30-04 DEN BOSCH : Willem II Poppodium
13-05 EINDHOVEN : Bridge Guitar Festival
Het ontstaan van Jimmy Diamond hebben we te danken aan de tourmanager van Strand of Oaks. Via hem werd het trio de vaste Europese tour band van Strand Of Oaks. In spil Timothy Showalter vonden ze meteen een spirituele gelijke, een mentor en hun grootste fan. Het was ook Showalter die onbewust de naam van de groep bedacht. Tijdens een tourstop aan de baai van Montenegro kende hij Zwinselman "een Montenegro-naam" toe. "Jimmy Diamond" had een mooie klank ... genoeg om te blijven hangen.
Voor You Radiate deed men een beroep op producer Kevin Ratterman (My Morning Jacket, Madrugada, Emma Ruth Rundle). Hiermee kwam een droom uit, aangezien Ratterman veel van de favoriete platen van Jimmy Diamond produceerde, zoals Jim James's Uniform Distortion en Madrugada's Chimes of Midnight. Ratterman speelde tijdens de sessie mee als de facto vierde bandlid, de melodische ruimte vullend met synth- en pianoklanken.
Jimmy Diamond liet van het dagelijkse doen en laten in de studio door de sfeer van de opnames heen sijpelen. Zo werd Queen's onderschatte zwanenzang Made In Heaven vaak gedraaid door Ratterman. Hoewel de band er niet bewust door werd beïnvloed, putte Jimmy Diamond op soortgelijke wijze kracht om glunderend het leven te koesteren zodra het zich aandient. Fans van Jim James, Ray LaMontagne en Richard Swift zullen de eigenzinnige sound van Jimmy Diamond zeker waarderen.
Jimmy Diamond live :
10-03 AMSTERDAM : Paradiso, bovenzaal
11-03 DEVENTER : Walhalla releaseshow
12-03 UTRECHT : De Helling
17-03 ROTTERDAM : V11
23-03 ANTWERPEN : Trix
30-03 ARNHEM : Luxor Live
14-04 HENGELO : Metropool
30-04 DEN BOSCH : Willem II Poppodium
13-05 EINDHOVEN : Bridge Guitar Festival
Jimmy Pizzitola - The Choctaw Wildfire Sessions (2016)

0
geplaatst: 9 juli 2016, 18:38 uur
Singer-songwriter Jimmy Pizzitola komt uit Houston, Texas. Hij werd muzikaal gevormd door te luisteren naar klasbakken als Neil Young, Gerry Rafferty, Jim Groce, Willie Nelson, Kris Kristofferson, John Prine en Townes van Zandt.
Net als laatstgenoemde is Jimmy een uitstekend verhalenverteller. Soms zijn het gewone liefdesliedjes, zoals Give You Love en Evermore. Maar regelmatig hebben zijn songs interessante invalshoeken.
In het grappige, maar voorzien van droevige ondertoon Where’s the Johnny Cash?, maakt hij zich druk waarom in de jukebox van de bar waar hij is geen liedje van Johnny Cash te vinden is. Als hij zich down voelt wil hij graag triestige country horen. Heerlijke honky tonk overigens.
In Pierced and Tattooed komt hij in een foute buurt van een stad terecht. Heeft u altijd al willen weten hoe het is afgelopen met de mentor van de Karate Kid, Mr. Miyagi?! Niet zo best zoals blijkt uit Karate Kid Blues: “He’s traded his Zen for sin”.
Het krijgen van medailles voor heldendaden hebben duidelijk hun keerzijde, luidt het oordeel in Shiny Medals : “He’s got shiny medals where his heart used to be”. In afsluiter A Cat Named Steve bezingt hij zijn belevenissen met een denkbeeldige kat.
Muzikaal zit het erg gevarieerd in elkaar. De liefdesliedjes zijn erg ingetogen. Ze worden trouwens erg laid-back door hem gezongen. Daarnaast een aantal uptempo nummers. Het enige, enigszins afwijkende nummer is de geweldige cover van The Tigers, geschreven door Troy Bruno von Balthazar.
Zijn begeleiders gaan hier op een geweldige manier los. Het keyboard spel roept hier bij mij herinneringen op aan Ray Manzarek. Hij wordt begeleid door bekwame musici, waaronder drie muzikanten van the Choctaw Wildfire. Daarnaast ook door Matt Harlan, die intussen in Nederland al de nodige bekendheid heeft vergaard.
Vlak voordat dit album werd opgenomen had Jimmy samen met the Choctaw Wildfire opgetreden. Die samenwerking beviel zo goed dat ze drie weken later in de studio zaten. Met name Charlie Pierce op keyboards en Leland Potter op drums zijn ervaren rotten en tillen het geheel naar een nog hoger niveau. Daarnaast levert Justin Douglas fraaie bijdragen op pedal en lap steel.
In korte tijd is the Choctaw Wildfire Sessions uitgegroeid tot een van mijn favoriete Americana cd’s van 2016.
Net als laatstgenoemde is Jimmy een uitstekend verhalenverteller. Soms zijn het gewone liefdesliedjes, zoals Give You Love en Evermore. Maar regelmatig hebben zijn songs interessante invalshoeken.
In het grappige, maar voorzien van droevige ondertoon Where’s the Johnny Cash?, maakt hij zich druk waarom in de jukebox van de bar waar hij is geen liedje van Johnny Cash te vinden is. Als hij zich down voelt wil hij graag triestige country horen. Heerlijke honky tonk overigens.
In Pierced and Tattooed komt hij in een foute buurt van een stad terecht. Heeft u altijd al willen weten hoe het is afgelopen met de mentor van de Karate Kid, Mr. Miyagi?! Niet zo best zoals blijkt uit Karate Kid Blues: “He’s traded his Zen for sin”.
Het krijgen van medailles voor heldendaden hebben duidelijk hun keerzijde, luidt het oordeel in Shiny Medals : “He’s got shiny medals where his heart used to be”. In afsluiter A Cat Named Steve bezingt hij zijn belevenissen met een denkbeeldige kat.
Muzikaal zit het erg gevarieerd in elkaar. De liefdesliedjes zijn erg ingetogen. Ze worden trouwens erg laid-back door hem gezongen. Daarnaast een aantal uptempo nummers. Het enige, enigszins afwijkende nummer is de geweldige cover van The Tigers, geschreven door Troy Bruno von Balthazar.
Zijn begeleiders gaan hier op een geweldige manier los. Het keyboard spel roept hier bij mij herinneringen op aan Ray Manzarek. Hij wordt begeleid door bekwame musici, waaronder drie muzikanten van the Choctaw Wildfire. Daarnaast ook door Matt Harlan, die intussen in Nederland al de nodige bekendheid heeft vergaard.
Vlak voordat dit album werd opgenomen had Jimmy samen met the Choctaw Wildfire opgetreden. Die samenwerking beviel zo goed dat ze drie weken later in de studio zaten. Met name Charlie Pierce op keyboards en Leland Potter op drums zijn ervaren rotten en tillen het geheel naar een nog hoger niveau. Daarnaast levert Justin Douglas fraaie bijdragen op pedal en lap steel.
In korte tijd is the Choctaw Wildfire Sessions uitgegroeid tot een van mijn favoriete Americana cd’s van 2016.
Joan Shelley - Joan Shelley (2017)

4,5
0
geplaatst: 11 mei 2017, 10:51 uur
Dankzij Popmagazine Heaven ontdekte ik de Amerikaanse singer-songwriter Joan Shelley bij de release van haar tweede soloalbum Electric Ursa in 2014, reeds een jaar later volgde Over and Even. Beide albums konden mij zeker bekoren, maar ondanks haar fraaie zang wist ze me niet echt te raken.
Op haar nieuwe, eponieme album Joan Shelley gebeurt dit echter wel. Echt mijn vinger op leggen kan niet waarom dat is, muziek is gelukkig geen exacte wetenschap. Misschien heeft het te maken met het feit, dat ze afwisselend akoestisch en elektrisch begeleid wordt.
Producer Jeff Tweedy (Wilco) heeft gekozen voor een sobere, maar zeer doeltreffende begeleiding. Naast zijn zoon Spencer op drums, zijn ervaren krachten ingehuurd als James Elkington en Nathan Salsbury. Beide heren brachten samen een paar jaar terug het uitstekende album Absace uit en vormen dus een ingespeeld duo.
Nergens treedt de begeleiding op de voorgrond, alles geheel in dienst van de liedjes. Het repertoire bestaat uit country- en folksongs, vandaar dat zich al snel een vergelijking opdringt met Gillian Welch en Dave Rawlings. Liefhebbers van dit duo gaan dit album meer dan waarschijnlijk appreciëren. Pull Me Up One More Time zou overigens niet misstaan hebben op een Fairport Conventionalbum.
Echte uitschieters zijn er niet te vinden. Het is wel een echte groeiplaat, die snel aan zeggingskracht weet te winnen. Deze geweldige zangeres is 1 september te zien op Into the great wide open op Vlieland. Helaas is dit de enige show in ons land en is bovendien al uitverkocht. Maar hopelijk volgen er nog meer, want ze verdient absoluut een grotere bekendheid.
Joan Shelley - Where I’ll Find You - Later… with Jools Holland - BBC Two - YouTube
Op haar nieuwe, eponieme album Joan Shelley gebeurt dit echter wel. Echt mijn vinger op leggen kan niet waarom dat is, muziek is gelukkig geen exacte wetenschap. Misschien heeft het te maken met het feit, dat ze afwisselend akoestisch en elektrisch begeleid wordt.
Producer Jeff Tweedy (Wilco) heeft gekozen voor een sobere, maar zeer doeltreffende begeleiding. Naast zijn zoon Spencer op drums, zijn ervaren krachten ingehuurd als James Elkington en Nathan Salsbury. Beide heren brachten samen een paar jaar terug het uitstekende album Absace uit en vormen dus een ingespeeld duo.
Nergens treedt de begeleiding op de voorgrond, alles geheel in dienst van de liedjes. Het repertoire bestaat uit country- en folksongs, vandaar dat zich al snel een vergelijking opdringt met Gillian Welch en Dave Rawlings. Liefhebbers van dit duo gaan dit album meer dan waarschijnlijk appreciëren. Pull Me Up One More Time zou overigens niet misstaan hebben op een Fairport Conventionalbum.
Echte uitschieters zijn er niet te vinden. Het is wel een echte groeiplaat, die snel aan zeggingskracht weet te winnen. Deze geweldige zangeres is 1 september te zien op Into the great wide open op Vlieland. Helaas is dit de enige show in ons land en is bovendien al uitverkocht. Maar hopelijk volgen er nog meer, want ze verdient absoluut een grotere bekendheid.
Joan Shelley - Where I’ll Find You - Later… with Jools Holland - BBC Two - YouTube
Joan Shelley - Like the River Loves the Sea (2019)

1
geplaatst: 30 augustus 2019, 12:18 uur
Al geruime tijd keek ik reikhalzend uit naar Like the River Loves the Sea. Twee jaar terug maakte ze op mij grote indruk met haar eponieme album Joan Shelley. Een eerste klas groeibriljant, vakkundig geproduceerd door Jeff Tweedy, waarop ze akoestisch en elektrisch gespeelde liedjes combineert. Vorig jaar moesten we het doen met het fraaie tussendoortje Rivers and Vessels. Een ep gevuld met covers, waaronder Nick Drake’s Time Has Told Me. Onder de medewerkende zangers bevond zich Bonnie "Prince" Billy, die nu ook weer in twee nummers meezingt. Vaste krachten James Elkington (drums, bas, percussie, gitaren, piano, Wurlitzer, synthesizer en harmonium) en Nathan Salsburg (akoestische en elektrische gitaren) ontbreken uiteraard niet. Opgenomen werd op een niet alledaagse locatie, Reykjavik. Joan koos er bewust voor, ze wilde ervaren hoe het was om op te nemen, in wat ze een “otherworldly landscape” noemt. Veel lijkt me de omgeving het uiteindelijke resultaat niet beïnvloed te hebben. Het zijn weer prachtige, rustige, subtiel ingekleurde liedjes geworden, waar altijd de kers op de taart haar stem is. Sinds enkele jaren behoort Joan tot mijn favoriete zangeressen vanwege haar warme en prachtige timbre. In feite is er maar een zangeres wier stem ik mooier vind en dat is de betreurde Judee Sill. Wie haar vorige albums in de kast heeft staan, zal deze er waarschijnlijk weer aan toe gaan voegen.
Joan Shelley - The Spur (2022)

5,0
3
geplaatst: 7 mei 2022, 08:28 uur
Sinds ik dankzij Popmagazine Heaven acht jaar terug Joan Shelley ontdekte kijk ik reikhalzend uit naar nieuwe releases van haar. The Spur is inmiddels haar zesde studioalbum. Het titelnummer The Spur en Amberlit Morning werden reeds vrijgegeven. Laatstgenoemde is een samenwerking met de eigenzinnige Bill Callahan. Naast het verlenen van zijn stem, heeft Bill Callahan ook bijgedragen aan het arrangement en de tekst.
Shelley zegt over het nummer: "Toen ik een kind was, vertelde mijn vader, de schilder, me het citaat van Picasso: “Elk kind is een kunstenaar”. Het probleem is hoe we een kunstenaar kunnen blijven als we eenmaal volwassen zijn. Hij probeerde me te leren dat wonder en die heldere visie vast te houden, maar vasthouden bleek onmogelijk. Terwijl ik dit nummer schreef, zag ik hoe het dit thema van schoonheid en vergankelijkheid kreeg. Ik stelde me voor om er een duet van te maken dat zou aanvoelen als een gesprek tussen twee sterrenbeelden.
Ik wilde dat er een mythisch verhaaltje voor het slapengaan werd gezongen, een verhaal dat Bill Callahan zou kunnen schrijven. Dus ik vroeg hem om het met mij te schrijven en te zingen. Kunnen we dat sterrenperspectief vastleggen? - de wereld zien van voordat we het gevoel van triomf of tragedie leerden; voordat we leerden waar we trots op moeten zijn of waar we bang voor moeten zijn.”.
Callahan over de samenwerking:“De gitaarriff van Joan zoog me meteen de wereld van het nummer in. Een wereld die voortduurde en eindigde en weer voortduurde. Ze wilde een beetje hulp om het uit te werken, of gewoon het perspectief van iemand anders op waar ze naar aan het kijken was. Ik gooide er wat regels in die ze mythisch noemde. Ik heb de neiging om te zien in mythen, in dromen. Ik heb misschien een akkoordwijziging toegevoegd, mogelijk op haar verzoek - het mooie van het nummer voor mij is dat het zijn sporen in de sneeuw heeft bedekt, dus nu kan ik me niet meer herinneren wat ik heb toegevoegd of veranderd.
Misschien is die gitaarriff iemand die zijn sporen in de sneeuw bedekt. Ik kan het mysterie van de zaak als geheel wel waarderen. Joan beweert dat de hoge stem aan het einde van mij is, de hoge stem die de sporen van de lage bedekt. Ik weet niet of ik haar geloof.”.
De zang van Joan weet me nog meer te raken dan op de voorgangers. Samen met haar muzikale partner Nathan Salsburg werd ze vorig jaar moeder van een dochtertje, wellicht heeft dit nieuwe inspiratie gegeven. Vooral de zang in een song als When the Light Is Dying bezorgt me dik kippenvel. Overigens is deze langzaam voort meanderende song prachtig ingekleurd met een spaarzame cello en blazers.
Bij de fantastische opener Forever Blues wist ik trouwens al dat het goedzat. Nog een van de vele hoogtepunten is voor mij Home, waarvan het aanstekelijke refrein meteen blijft hangen. Soms vormt de piano het ingetogen, leidende instrument (Breath for the Boy). Bij het schrijven van de tekst van Breath for the Boy kreeg Joan hulp van romanschrijver Max Porter. Meg Baird zingt mee op de opener en op Between Rock & Sky.
Het zal de luisteraar niet verbazen dat het leven in isolement in coronatijd een album van diepe meditatie over licht en duisternis opgeleverd heeft. The Spur is een album dat grote indruk op mij maakt, prachtplaat!
Shelley zegt over het nummer: "Toen ik een kind was, vertelde mijn vader, de schilder, me het citaat van Picasso: “Elk kind is een kunstenaar”. Het probleem is hoe we een kunstenaar kunnen blijven als we eenmaal volwassen zijn. Hij probeerde me te leren dat wonder en die heldere visie vast te houden, maar vasthouden bleek onmogelijk. Terwijl ik dit nummer schreef, zag ik hoe het dit thema van schoonheid en vergankelijkheid kreeg. Ik stelde me voor om er een duet van te maken dat zou aanvoelen als een gesprek tussen twee sterrenbeelden.
Ik wilde dat er een mythisch verhaaltje voor het slapengaan werd gezongen, een verhaal dat Bill Callahan zou kunnen schrijven. Dus ik vroeg hem om het met mij te schrijven en te zingen. Kunnen we dat sterrenperspectief vastleggen? - de wereld zien van voordat we het gevoel van triomf of tragedie leerden; voordat we leerden waar we trots op moeten zijn of waar we bang voor moeten zijn.”.
Callahan over de samenwerking:“De gitaarriff van Joan zoog me meteen de wereld van het nummer in. Een wereld die voortduurde en eindigde en weer voortduurde. Ze wilde een beetje hulp om het uit te werken, of gewoon het perspectief van iemand anders op waar ze naar aan het kijken was. Ik gooide er wat regels in die ze mythisch noemde. Ik heb de neiging om te zien in mythen, in dromen. Ik heb misschien een akkoordwijziging toegevoegd, mogelijk op haar verzoek - het mooie van het nummer voor mij is dat het zijn sporen in de sneeuw heeft bedekt, dus nu kan ik me niet meer herinneren wat ik heb toegevoegd of veranderd.
Misschien is die gitaarriff iemand die zijn sporen in de sneeuw bedekt. Ik kan het mysterie van de zaak als geheel wel waarderen. Joan beweert dat de hoge stem aan het einde van mij is, de hoge stem die de sporen van de lage bedekt. Ik weet niet of ik haar geloof.”.
De zang van Joan weet me nog meer te raken dan op de voorgangers. Samen met haar muzikale partner Nathan Salsburg werd ze vorig jaar moeder van een dochtertje, wellicht heeft dit nieuwe inspiratie gegeven. Vooral de zang in een song als When the Light Is Dying bezorgt me dik kippenvel. Overigens is deze langzaam voort meanderende song prachtig ingekleurd met een spaarzame cello en blazers.
Bij de fantastische opener Forever Blues wist ik trouwens al dat het goedzat. Nog een van de vele hoogtepunten is voor mij Home, waarvan het aanstekelijke refrein meteen blijft hangen. Soms vormt de piano het ingetogen, leidende instrument (Breath for the Boy). Bij het schrijven van de tekst van Breath for the Boy kreeg Joan hulp van romanschrijver Max Porter. Meg Baird zingt mee op de opener en op Between Rock & Sky.
Het zal de luisteraar niet verbazen dat het leven in isolement in coronatijd een album van diepe meditatie over licht en duisternis opgeleverd heeft. The Spur is een album dat grote indruk op mij maakt, prachtplaat!
Joe Henry - All the Eye Can See (2023)

4,5
6
geplaatst: 25 december 2022, 08:28 uur
Joe Henry vergaarde in de loop der jaren vooral bekendheid als producer. Zo won hij bijvoorbeeld een Grammy Award voor het uitstekende Don’t Give Up on Me van Solomon Burke, wat zeer recent terecht werd heruitgegeven. Daarnaast stak hij als songschrijver af en toe schoonzus Madonna de helpende hand toe. Als singer-songwriter bouwde hij ook een imposant oeuvre op.
Het was zijn derde album Shuffletown dat Henry op de kaart zette. Nog grotere bekendheid kreeg hij toen hij de prachtige albums Tiny Voices, Civilians, Blood from Stars en Reverie voor het label ANTI- uitbracht. Onlangs werden trouwens de teksten van zijn eerste vijftien albums gebundeld in het prachtige, door Nazraeli Press uitgegeven boek “Unspeakable”, aangevuld met zwart-witte foto’s en een aantal verhalen. Zijn bekendheid had nog groter kunnen zijn als Henry niet zo’n karakteristieke stem zou hebben gehad.
Zelfs nu nog is het voor mij bij het beluisteren van All the Eye Can See weer even wennen aan die aparte stem. Het is overigens een wonder dat er nu een nieuw album uitkomt, want ten tijde van voorganger The Gospel According to Water uit 2019 werd prostaatkanker geconstateerd bij Henry en leek hij nog slechts enkele maanden te leven hebben.
All The Eye Can See is grotendeels zelf opgenomen bij Joe Henry thuis tijdens een fase van wereldwijde lockdowns. Henry wilde aanvankelijk zijn meest sobere album ooit maken, maar dat pakte anders uit. Henry hierover : “I assumed as I began this process that, owing to circumstances, I would be making the most skeletal album of my career; when in fact, I have in many ways made my most expansive record to date.”.
Ondanks dat er meer dan twintig muzikanten aan meewerkten is het een intiem, ontspannen, ingetogen album geworden, met redelijk eenvoudige, maar memorabele melodieën. Af en toe met fraaie duetten (Yearling). Songs die regelmatig diep bij de luisteraar binnenkomen, zoals bijvoorbeeld het titelnummer, met bijzonder fraai saxofoonspel van zoonlief Levon.
De teksten zijn persoonlijk, op het nummer Karen Dalton na. Karen Dalton was een cultzangeres, die begin jaren zestig het podium deelde met Fred Neil en Bob Dylan, toen die nog volledig onbekend was. Vorig jaar werd ze aan de vergetelheid ontrukt door de documentaire “In My Own Time”, vernoemd naar haar gelijknamige cultklassieker uit 1971.
Naast door zoon Levon wordt Henry onder anderen begeleid door David Piltch op bas, Patrick Warren op piano & toetsen en John Smith op akoestische gitaar. Het ingetogen en wonderschone All the Eye Can See kan gerekend worden tot Henry’s beste albums, hopelijk wordt het niet zijn laatste.
Het was zijn derde album Shuffletown dat Henry op de kaart zette. Nog grotere bekendheid kreeg hij toen hij de prachtige albums Tiny Voices, Civilians, Blood from Stars en Reverie voor het label ANTI- uitbracht. Onlangs werden trouwens de teksten van zijn eerste vijftien albums gebundeld in het prachtige, door Nazraeli Press uitgegeven boek “Unspeakable”, aangevuld met zwart-witte foto’s en een aantal verhalen. Zijn bekendheid had nog groter kunnen zijn als Henry niet zo’n karakteristieke stem zou hebben gehad.
Zelfs nu nog is het voor mij bij het beluisteren van All the Eye Can See weer even wennen aan die aparte stem. Het is overigens een wonder dat er nu een nieuw album uitkomt, want ten tijde van voorganger The Gospel According to Water uit 2019 werd prostaatkanker geconstateerd bij Henry en leek hij nog slechts enkele maanden te leven hebben.
All The Eye Can See is grotendeels zelf opgenomen bij Joe Henry thuis tijdens een fase van wereldwijde lockdowns. Henry wilde aanvankelijk zijn meest sobere album ooit maken, maar dat pakte anders uit. Henry hierover : “I assumed as I began this process that, owing to circumstances, I would be making the most skeletal album of my career; when in fact, I have in many ways made my most expansive record to date.”.
Ondanks dat er meer dan twintig muzikanten aan meewerkten is het een intiem, ontspannen, ingetogen album geworden, met redelijk eenvoudige, maar memorabele melodieën. Af en toe met fraaie duetten (Yearling). Songs die regelmatig diep bij de luisteraar binnenkomen, zoals bijvoorbeeld het titelnummer, met bijzonder fraai saxofoonspel van zoonlief Levon.
De teksten zijn persoonlijk, op het nummer Karen Dalton na. Karen Dalton was een cultzangeres, die begin jaren zestig het podium deelde met Fred Neil en Bob Dylan, toen die nog volledig onbekend was. Vorig jaar werd ze aan de vergetelheid ontrukt door de documentaire “In My Own Time”, vernoemd naar haar gelijknamige cultklassieker uit 1971.
Naast door zoon Levon wordt Henry onder anderen begeleid door David Piltch op bas, Patrick Warren op piano & toetsen en John Smith op akoestische gitaar. Het ingetogen en wonderschone All the Eye Can See kan gerekend worden tot Henry’s beste albums, hopelijk wordt het niet zijn laatste.
Joe Pug - Windfall (2015)

0
geplaatst: 4 maart 2015, 16:08 uur
Na een afgebroken studie vond Joe Pug emplooi als timmerman. Ook begon hij in diezelfde periode zijn muzikale carrière, die aanvankelijk alleen bestond uit veel optreden. Na verloop van tijd vergrootte hij zijn naamsbekendheid door onder zijn fans zelf gebrande cd’s uitdelen, die zij verder zouden verspreiden onder hun vriendenkringen.
In 2008 zou hij op zijn eigen label de EP Nation of heat uitbrengen, gevuld met pure folkmuziek. Het was een bijzonder succesvol debuut met als gevolg dat hij nog meer ging optreden. De teller staat intussen op ruim 400 optredens, waaronder het befaamde Newport folk festival en in 2013 op Take Root. Tijdens dat laatstgenoemde concert maakte hij veel indruk. In zijn beginperiode werd hij door critici vaak vergeleken met Bob Dylan.
In 2010 verscheen zijn debuutalbum The messenger, gevolgd in 2012 door The great despiser. De aanvankelijke sobere folkstijl wordt langzamerhand ingeruild voor een voller geluid en schuift zijn muziek meer op richting singer-songwriter en enigszins naar country. Vooral The great despiser staat bij mij hoog aangeschreven. Hierop zijn schitterende liedjes te vinden zoals bijvoorbeeld A gentle few en One of many, die voor mij behoren tot de mooiste songs die ik ken. Reikhalzend werd dus uitgekeken naar nieuw werk.
Aanvankelijk was het de bedoeling reeds in 2013 met opnames te beginnen. Na een lange periode van optredens was direct tijd ingeruimd om songs te gaan schrijven en op te gaan nemen. De lokatie die hij gehuurd had was niet de meest geschikte en hij beschouwde het schrijven van songs op dat moment teveel als een baan. Het gevolg was veel drankgebruik, maar geen nieuwe songs.
Hij besloot al snel dat niet de juiste weg was en pakte het ‘gewone’ dagelijkse leven op en besteedde veel tijd aan zijn relatie met zijn vriendin, begon weer gezond te eten en te luisteren naar muziek van anderen. Nieuwe opnames werden voor onbepaalde tijd uitgesteld. Het gevolg was dat na verloop van tijd de inspiratie vanzelf kwam en kon in 2014 in Lexington worden opgenomen. Het streven was een minimale productie, hetgeen ook gelukt is.
De ontwikkeling als songschrijver heeft de afgelopen periode niet stilgestaan, integendeel, het gebodene is van een constante, hoge kwaliteit. Iets wat in mindere mate geldt voor de voorgangers. De piano krijgt op Windfall wat meer de ruimte en zijn de invloeden in zijn muziek opgeschoven richting hedendaagse muzikanten als Josh Ritter, Ryan Adams en M. Ward. In If still it can’t be found doet zelfs een mellotron zijn intrede, bespeeld door Pat Sansone van Wilco. Het belangrijkste ingrediënt in zijn muziek blijft overigens zijn zeer prettige en melancholieke stem.
Windfall laat een duidelijke groei horen van Pug als songschrijver.
In 2008 zou hij op zijn eigen label de EP Nation of heat uitbrengen, gevuld met pure folkmuziek. Het was een bijzonder succesvol debuut met als gevolg dat hij nog meer ging optreden. De teller staat intussen op ruim 400 optredens, waaronder het befaamde Newport folk festival en in 2013 op Take Root. Tijdens dat laatstgenoemde concert maakte hij veel indruk. In zijn beginperiode werd hij door critici vaak vergeleken met Bob Dylan.
In 2010 verscheen zijn debuutalbum The messenger, gevolgd in 2012 door The great despiser. De aanvankelijke sobere folkstijl wordt langzamerhand ingeruild voor een voller geluid en schuift zijn muziek meer op richting singer-songwriter en enigszins naar country. Vooral The great despiser staat bij mij hoog aangeschreven. Hierop zijn schitterende liedjes te vinden zoals bijvoorbeeld A gentle few en One of many, die voor mij behoren tot de mooiste songs die ik ken. Reikhalzend werd dus uitgekeken naar nieuw werk.
Aanvankelijk was het de bedoeling reeds in 2013 met opnames te beginnen. Na een lange periode van optredens was direct tijd ingeruimd om songs te gaan schrijven en op te gaan nemen. De lokatie die hij gehuurd had was niet de meest geschikte en hij beschouwde het schrijven van songs op dat moment teveel als een baan. Het gevolg was veel drankgebruik, maar geen nieuwe songs.
Hij besloot al snel dat niet de juiste weg was en pakte het ‘gewone’ dagelijkse leven op en besteedde veel tijd aan zijn relatie met zijn vriendin, begon weer gezond te eten en te luisteren naar muziek van anderen. Nieuwe opnames werden voor onbepaalde tijd uitgesteld. Het gevolg was dat na verloop van tijd de inspiratie vanzelf kwam en kon in 2014 in Lexington worden opgenomen. Het streven was een minimale productie, hetgeen ook gelukt is.
De ontwikkeling als songschrijver heeft de afgelopen periode niet stilgestaan, integendeel, het gebodene is van een constante, hoge kwaliteit. Iets wat in mindere mate geldt voor de voorgangers. De piano krijgt op Windfall wat meer de ruimte en zijn de invloeden in zijn muziek opgeschoven richting hedendaagse muzikanten als Josh Ritter, Ryan Adams en M. Ward. In If still it can’t be found doet zelfs een mellotron zijn intrede, bespeeld door Pat Sansone van Wilco. Het belangrijkste ingrediënt in zijn muziek blijft overigens zijn zeer prettige en melancholieke stem.
Windfall laat een duidelijke groei horen van Pug als songschrijver.
Joe Purdy - Who Will Be Next? (2016)

4,5
1
geplaatst: 23 juli 2016, 08:27 uur
Een paar weken terug zag ik de zeer realistische film Mississippi Burning op de Vlaamse tv over racisme in het begin van de jaren zestig in het zuiden van de Verenigde Staten. In die tijd bestond daar, zoals in diverse andere landen, nog apartheid.
Gelukkig is die daar nu afgeschaft, maar racisme bestaat helaas nog steeds. Sterker nog, het is nog steeds een heet hangijzer, ook in ons eigen land. Racisme is een van de onderwerpen op het intussen veertiende album van Joe Purdy.
Sinds het begin van het millennium heeft hij een grote populariteit in eigen land opgebouwd. Voor een groot deel vergaarde hij die, doordat zijn muziek gebruikt werd voor populaire series als Grey’s Anatomy en Lost.
Op de hoes, die weggelopen lijkt uit de jaren zestig, staat hij afgebeeld als een protestzanger uit die tijd. En dat is precies wat Who Will Be Next geworden is, een protestalbum. Dat maakt hij de luisteraar meteen duidelijk in opener New Year’s Eve:
“Hope I can be some use to this world
I won’t be too prideful to try.
I realized that sometimes it only takes one
to make a difference in another one’s life.
I hope I can find the courage to speak
there’s something that needs being said
I hope that my words will not tear us apart
but to bring people closer instead."
In de titelsong stelt hij het vrije wapenbezit in de Verenigde Staten aan de kaak. De wapenindustrie daar verdient grof geld, maar er kleeft wel dagelijks bloed aan hun handen, door de vele doden die er iedere dag door wapens vallen. Zelfs Barack Obama kreeg geen grip op het probleem.
Zo wordt in Cairo Walls een opsomming gemaakt van een aantal historische moorden op activisten en politici die stierven voor hun idealen. Maar komen ook onderwerpen aan bod als immigratie, uitbuiting , politiegeweld, het Amerika van Donald Trump en kapitalisme. De muziek zweeft ergens tussen folk en country in.
Who Will Be Next heeft zowel muzikaal als tekstueel erg veel te bieden.
Gelukkig is die daar nu afgeschaft, maar racisme bestaat helaas nog steeds. Sterker nog, het is nog steeds een heet hangijzer, ook in ons eigen land. Racisme is een van de onderwerpen op het intussen veertiende album van Joe Purdy.
Sinds het begin van het millennium heeft hij een grote populariteit in eigen land opgebouwd. Voor een groot deel vergaarde hij die, doordat zijn muziek gebruikt werd voor populaire series als Grey’s Anatomy en Lost.
Op de hoes, die weggelopen lijkt uit de jaren zestig, staat hij afgebeeld als een protestzanger uit die tijd. En dat is precies wat Who Will Be Next geworden is, een protestalbum. Dat maakt hij de luisteraar meteen duidelijk in opener New Year’s Eve:
“Hope I can be some use to this world
I won’t be too prideful to try.
I realized that sometimes it only takes one
to make a difference in another one’s life.
I hope I can find the courage to speak
there’s something that needs being said
I hope that my words will not tear us apart
but to bring people closer instead."
In de titelsong stelt hij het vrije wapenbezit in de Verenigde Staten aan de kaak. De wapenindustrie daar verdient grof geld, maar er kleeft wel dagelijks bloed aan hun handen, door de vele doden die er iedere dag door wapens vallen. Zelfs Barack Obama kreeg geen grip op het probleem.
Zo wordt in Cairo Walls een opsomming gemaakt van een aantal historische moorden op activisten en politici die stierven voor hun idealen. Maar komen ook onderwerpen aan bod als immigratie, uitbuiting , politiegeweld, het Amerika van Donald Trump en kapitalisme. De muziek zweeft ergens tussen folk en country in.
Who Will Be Next heeft zowel muzikaal als tekstueel erg veel te bieden.
Joe Volk - Happenings and Killings (2016)

5,0
0
geplaatst: 29 februari 2016, 15:03 uur
Nee, Joe Volk is ondanks onze zeer weinig voorkomende achternaam geen familie van mij, maar hebben we wel allebei Duitse voorouders. Zijn roots liggen in het Zwarte Woud. Joe werd echter geboren in Bristol, Engeland. Ruim twee jaar geleden verhuisde hij vanwege zijn liefde voor Miriam Wolf naar Bern, Zwitserland.
Happenings and Killings is mijn eerste kennismaking met de muziek van Joe. Ook de groep Crippled Black Phoenix waarvan Joe deel uitmaakte deed geen belletje rinkelen. Een groep die toch al zes studioalbums op hun conto hadden staan op het moment dat Joe de groep in 2013 verliet. Wellicht heb ik zonder het weten toch al muziek van hem gehoord, want hij schrijft ook muziek die gebruikt wordt voor TV-zenders als BBC, HBO en National Geographic.
Hij was de eerste artiest die tekende voor het Invada Records van Portishead’s Geoff Barrow. Barrow speelt mee, maar ook andere muzikanten uit de muziekscene van Bristol, waaronder Adrian Utley en Ben Salisbury, vooral laatstgenoemde heeft volgens Joe veel bijgedragen aan het eindresultaat van de cd.
De gebruikelijke werkwijze van Joe is het schrijven van de songs op gitaar zonder teksten en van daaruit verder bouwen. Daarvoor had hij de beschikking over een aantal door de wolgeverfde én creatieve muzikanten, hetgeen wel iets bijzonders moest opleveren. Op het album wordt zowel van akoestische als elektronische instrumenten gebruikgemaakt.
De opvallende titel is ontleend aan de naam van de clubtour van zo’n tien jaar geleden. Hij koos die naam toen omdat hij die woorden gewoon lekker bij elkaar vond klinken, zonder enkele verdere bijbedoeling.
Opener Bampfylde Moore Carew begint met het prachtige, akoestische gitaar en zang van Joe, waar later het harmonium aan wordt toegevoegd en die dan sfeerbepalend wordt. Het laatste gedeelte roept bij mij associaties op met In the Court of the Crimson King van King Crimson. Carew was een bekende Engelse bedrieger uit de zeventiende eeuw.
Zijn teksten zijn overigens nogal vaag en vrij moeilijk te doordrongen. Een van de mooiste liedjes is Sirens. Vrij sober van opbouw. Het intro is vrij traag op akoestische gitaar, kippenvel levert het invallen van de mondharmonica op. De samenzang met Nadine Gingell is wonderschoon. Alleen al deze song rechtvaardigt de aankoop.
Maar in iedere song valt genoeg te genieten, de ene keer overheerst de elektronica een andere keer de akoestische instrumenten. En zo heeft bijvoorbeeld de afsluiter Yellow Sneak als bijzondere toevoeging The Bristol Emsemble Orchestra. Happenings and Killings is een bijzondere luisterervaring gemaakt door een aantal creatieve geesten. Warm aanbevolen en dat is niet omdat hij toevallig ook Volk heet.
Happenings and Killings is mijn eerste kennismaking met de muziek van Joe. Ook de groep Crippled Black Phoenix waarvan Joe deel uitmaakte deed geen belletje rinkelen. Een groep die toch al zes studioalbums op hun conto hadden staan op het moment dat Joe de groep in 2013 verliet. Wellicht heb ik zonder het weten toch al muziek van hem gehoord, want hij schrijft ook muziek die gebruikt wordt voor TV-zenders als BBC, HBO en National Geographic.
Hij was de eerste artiest die tekende voor het Invada Records van Portishead’s Geoff Barrow. Barrow speelt mee, maar ook andere muzikanten uit de muziekscene van Bristol, waaronder Adrian Utley en Ben Salisbury, vooral laatstgenoemde heeft volgens Joe veel bijgedragen aan het eindresultaat van de cd.
De gebruikelijke werkwijze van Joe is het schrijven van de songs op gitaar zonder teksten en van daaruit verder bouwen. Daarvoor had hij de beschikking over een aantal door de wolgeverfde én creatieve muzikanten, hetgeen wel iets bijzonders moest opleveren. Op het album wordt zowel van akoestische als elektronische instrumenten gebruikgemaakt.
De opvallende titel is ontleend aan de naam van de clubtour van zo’n tien jaar geleden. Hij koos die naam toen omdat hij die woorden gewoon lekker bij elkaar vond klinken, zonder enkele verdere bijbedoeling.
Opener Bampfylde Moore Carew begint met het prachtige, akoestische gitaar en zang van Joe, waar later het harmonium aan wordt toegevoegd en die dan sfeerbepalend wordt. Het laatste gedeelte roept bij mij associaties op met In the Court of the Crimson King van King Crimson. Carew was een bekende Engelse bedrieger uit de zeventiende eeuw.
Zijn teksten zijn overigens nogal vaag en vrij moeilijk te doordrongen. Een van de mooiste liedjes is Sirens. Vrij sober van opbouw. Het intro is vrij traag op akoestische gitaar, kippenvel levert het invallen van de mondharmonica op. De samenzang met Nadine Gingell is wonderschoon. Alleen al deze song rechtvaardigt de aankoop.
Maar in iedere song valt genoeg te genieten, de ene keer overheerst de elektronica een andere keer de akoestische instrumenten. En zo heeft bijvoorbeeld de afsluiter Yellow Sneak als bijzondere toevoeging The Bristol Emsemble Orchestra. Happenings and Killings is een bijzondere luisterervaring gemaakt door een aantal creatieve geesten. Warm aanbevolen en dat is niet omdat hij toevallig ook Volk heet.
Johan - The Great Vacation (2024)

4,0
0
geplaatst: 22 januari 2024, 08:04 uur
Tot de paradepaardjes van het Excelsior label kan zeker de indie/alternatieve rockband JOHAN gerekend worden. Zo behoort hun album Pergola absoluut tot de mooiste albums ooit op Nederlandse bodem gemaakt. Het was een lange tijd wachten op een opvolger van het in 2018 verschenen Pull Up.
Logischerwijze krijgt het nieuwe album de titel The Great Vacation mee. Daar was natuurlijk de Coronapandemie voor het grootste deel debet aan. Het album kwam toch in deze periode tot stand. In de titeltrack van het album horen we de op twee manieren uitlegbare strofe “It really was a great vacation, now we're going home”. Enerzijds verwijst het naar de klassieke, grote zomervakantie. “Toen alles nog klopte. Met het hele gezin op het strand, met schepjes kastelen bouwend in het zand. Maar naarmate de tijd verstrijkt tijdens die van hogerhand opgelegde isolatie, ga je je ook afvragen: wat is nu precies het intermezzo, de pauze, de vakantie? Wat is het echte leven? Hoe gaan we hierna verder, hoe ziet dat 'hierna' eruit?”, aldus frontman de Greeuw.
De dertien fonkelnieuwe songs werden geschreven door de tandem De Greeuw/Berlijn. Het is het meest avontuurlijke album van JOHAN tot op heden geworden. De productie was uiteraard in de bekwame handen van Frans Hagenaars. Overigens vonden de opnames niet alleen in SSE Noord plaats, maar ook voor een deel in De Bolder op Vlieland. De master werd gemaakt door Darius van Helfteren (slaapt die man eigenlijk weleens?).
Excelsior huisdrummer Jeroen Kleijn verdient een extra pluim voor zijn vaak uitstekende, inventieve drumpartijen, zoals bijvoorbeeld in A Thought. The Great Vacation is niet alleen een gevarieerd album, maar steekt wat mij betreft Pergola naar de kroon. Hun komende toer start in Hoorn, waar het in ooit in 1999 allemaal begon.
JOHAN live :
23-02 HOORN: HuisVerloren (Try-out)
24-02 KOLDERVEEN : Vegafabriek (ism Muziekcoöperatie Meppel, try-out)
07-03 GRONINGEN : Oosterpoort
15-03 UTRECHT : TivoliVredenburg
30-03 NIJMEGEN : Doornroosje
04-04 EINDHOVEN : Effenaar
18-04 DEN HAAG : Paard
25-04 ZWOLLE : Hedon
03-05 AMSTERDAM : Paradiso, Uitverkocht!
Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com
Logischerwijze krijgt het nieuwe album de titel The Great Vacation mee. Daar was natuurlijk de Coronapandemie voor het grootste deel debet aan. Het album kwam toch in deze periode tot stand. In de titeltrack van het album horen we de op twee manieren uitlegbare strofe “It really was a great vacation, now we're going home”. Enerzijds verwijst het naar de klassieke, grote zomervakantie. “Toen alles nog klopte. Met het hele gezin op het strand, met schepjes kastelen bouwend in het zand. Maar naarmate de tijd verstrijkt tijdens die van hogerhand opgelegde isolatie, ga je je ook afvragen: wat is nu precies het intermezzo, de pauze, de vakantie? Wat is het echte leven? Hoe gaan we hierna verder, hoe ziet dat 'hierna' eruit?”, aldus frontman de Greeuw.
De dertien fonkelnieuwe songs werden geschreven door de tandem De Greeuw/Berlijn. Het is het meest avontuurlijke album van JOHAN tot op heden geworden. De productie was uiteraard in de bekwame handen van Frans Hagenaars. Overigens vonden de opnames niet alleen in SSE Noord plaats, maar ook voor een deel in De Bolder op Vlieland. De master werd gemaakt door Darius van Helfteren (slaapt die man eigenlijk weleens?).
Excelsior huisdrummer Jeroen Kleijn verdient een extra pluim voor zijn vaak uitstekende, inventieve drumpartijen, zoals bijvoorbeeld in A Thought. The Great Vacation is niet alleen een gevarieerd album, maar steekt wat mij betreft Pergola naar de kroon. Hun komende toer start in Hoorn, waar het in ooit in 1999 allemaal begon.
JOHAN live :
23-02 HOORN: HuisVerloren (Try-out)
24-02 KOLDERVEEN : Vegafabriek (ism Muziekcoöperatie Meppel, try-out)
07-03 GRONINGEN : Oosterpoort
15-03 UTRECHT : TivoliVredenburg
30-03 NIJMEGEN : Doornroosje
04-04 EINDHOVEN : Effenaar
18-04 DEN HAAG : Paard
25-04 ZWOLLE : Hedon
03-05 AMSTERDAM : Paradiso, Uitverkocht!
Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com
Jóhann Jóhannsson - Orphée (2016)

4,0
1
geplaatst: 13 december 2016, 14:56 uur
Het heeft maar liefst acht jaar geduurd, dat Fordlandia eindelijk een waardige opvolger heeft gekregen. Niet dat de IJslandse componist de afgelopen jaren stil heeft gezeten, integendeel zelfs.
Hij componeerde een behoorlijk aantal scores voor grote en minder grote films. 11 november is zijn nieuwste score uitgekomen voor de film Arrival. Zojuist las ik dat hij ervoor genomineerd is voor een Golden Globe.
Zijn populariteit is intussen behoorlijk groot, 2 december trad hij nog op in Doornroosje en op 4 december in Paradiso. Hij vormt één van de belangrijke schakels tussen de populaire muziek en de klassieke muziekwereld. Men rangschikt hem, net als bijvoorbeeld Jan Swerts en Ólafur Arnalds, tot de Neoklassiek.
Zijn populariteit en de toegankelijkheid van zijn composities is zo groot dat zijn muziek zelfs gerecenseerd wordt op een website als Pitchfork. Orphée is al zo’n drie maanden uit, maar ik kwam pas onlangs toe aan beluistering ervan. Het is verschenen op het prestigieuze Deutsche Grammophonlabel.
Het album is losjes geïnspireerd op een van de bekendste mythische liefdesgeschiedenissen uit de wereldliteratuur, namelijk die tussen Orpheus en Eurydice. Een liefdesgeschiedenis, die zelfs tweemaal fout afliep. Jóhannsson baseerde zich op de versie van Ovidius.
Verder vond hij inspiratie in de gedichten Good Morning, Midnight en Good Night, Day van Emily Dickinson, tevens de titels van twee composities op Orphée.
Gezien de thematiek zou je zware en sombere muziek kunnen verwachten, maar dat is niet het geval. Deze is heel sereen en rustgevend. Vooral de strijkers voeren de boventoon, gevolgd door piano en orgel. Er wordt regelmatig subtiel gebruik gemaakt van dynamiek. Orphée is praktisch geheel instrumentaal.
Jóhannsson voegt andermaal een prachtplaat toe aan zijn steeds imposanter wordend oeuvre.
Hij componeerde een behoorlijk aantal scores voor grote en minder grote films. 11 november is zijn nieuwste score uitgekomen voor de film Arrival. Zojuist las ik dat hij ervoor genomineerd is voor een Golden Globe.
Zijn populariteit is intussen behoorlijk groot, 2 december trad hij nog op in Doornroosje en op 4 december in Paradiso. Hij vormt één van de belangrijke schakels tussen de populaire muziek en de klassieke muziekwereld. Men rangschikt hem, net als bijvoorbeeld Jan Swerts en Ólafur Arnalds, tot de Neoklassiek.
Zijn populariteit en de toegankelijkheid van zijn composities is zo groot dat zijn muziek zelfs gerecenseerd wordt op een website als Pitchfork. Orphée is al zo’n drie maanden uit, maar ik kwam pas onlangs toe aan beluistering ervan. Het is verschenen op het prestigieuze Deutsche Grammophonlabel.
Het album is losjes geïnspireerd op een van de bekendste mythische liefdesgeschiedenissen uit de wereldliteratuur, namelijk die tussen Orpheus en Eurydice. Een liefdesgeschiedenis, die zelfs tweemaal fout afliep. Jóhannsson baseerde zich op de versie van Ovidius.
Verder vond hij inspiratie in de gedichten Good Morning, Midnight en Good Night, Day van Emily Dickinson, tevens de titels van twee composities op Orphée.
Gezien de thematiek zou je zware en sombere muziek kunnen verwachten, maar dat is niet het geval. Deze is heel sereen en rustgevend. Vooral de strijkers voeren de boventoon, gevolgd door piano en orgel. Er wordt regelmatig subtiel gebruik gemaakt van dynamiek. Orphée is praktisch geheel instrumentaal.
Jóhannsson voegt andermaal een prachtplaat toe aan zijn steeds imposanter wordend oeuvre.
Johanna Samuels - Excelsior! (2021)

4,5
1
geplaatst: 15 april 2021, 10:32 uur
De ouders van Johanna Samuels zijn waarschijnlijk grote fans van Bob Dylan, want ze vernoemden hun dochter naar Dylan’s song Visions of Johanna. Haar debuutalbum Excelsior! is voornamelijk beïnvloed door de klassieke songschrijvers uit de jaren zeventig. Hoofdthema’s vormen leefgemeenschap (woongroep), specifiek gezien de vrouwelijke en daarnaast het verkeren in vrouwelijk gezelschap. Tijdens het schrijven van de liedjes zat Samuels behoorlijk met zichzelf in de knoop, want ze had last van cognitieve dissonantie. Het album werd hartje winter geproduceerd en opgenomen in de splinternieuwe studio van Sam Evian gelegen in New York’s Catskill Mountains. Door de hevige sneeuwstormen raakten men tijdens de opnames van de buitenwereld afgesloten en werd de studio al snel Flying Cloud genoemd. Samuels vroeg haar goede vriendinnen Courtney Marie Andrews, Lomelda, Olivia Kaplan, A.O. Gerber, Hannah Cohen en Maví Lou om vocale ondersteuning te verlenen. Verder speelden de leden van haar eigen band mee, bestaande uit Harrison Whitford (gitaren), Garret Lang (bas) en Sean Mullins (drums). Het gevarieerde album associeerde ik af en toe met de muziek van de betreurde Elliott Smith, vooral in All Is Fine. Het album bewijst andermaal dat men bij het piepkleine Basin Rock een goede neus heeft voor excellente singer-songwriters .
John Blek - Catharsis, Vol. 1 (2017)

5,0
1
geplaatst: 21 november 2017, 13:09 uur
“John Blek is one of those rare artists who is a triple threat. He’s a musician’s musician, he can break your heart with his voice, and of course he has those lyrics. Bleak and rough, hopeful and passionate, he’s a master.”.
Aldus succesvol auteur en liedjesschrijver Willy Vlautin, bekend van de groepen The Delines en Richmond Fontaine. Met beide groepen toerde John overigens in het verleden.
John O’Connor is de echte naam van Blek, die geboren en getogen is in Cork, Ierland. Hij vergaarde tot nu toe vooral bekendheid in Ierland en Duitsland met zijn band John Blek & The Rats. Van zijn band maakt ook de uiterst talentvolle Anna Mitchell deel uit, die onlangs haar schitterende tweede album uitbracht.
Begin dit jaar werd John getroffen door een mysterieuze ziekte, die alle energie uit zijn lange lichaam zoog en waardoor hij nergens geen interesse meer in had. Het gevolg was dat hij enkele keren ter observatie opgenomen werd in het ziekenhuis.
Zijn enige houvast daar was zijn akoestische gitaar, om zichzelf bezig te houden en zijn gedachtes onder woorden te brengen. Veelal betrekking hebbend op de onzekerheid waarin hij verkeerde. Hij legde ze zittend op zijn bed vast, deze liedjes bleken uiteindelijk zijn wondermiddel te zijn.
De negen breekbare liedjes nam hij samen op met Brian Casey (piano, orgel, mellotron, harmonium en gitaar). Ze vormen chronologisch het moeilijke traject wat John begin dit jaar doorliep. De basis van de liedjes wordt gevormd door Johns fraaie zang en zijn excellente finger picking. Daar wordt alleen wat aan toegevoegd als de song erom vraagt.
De prachtige teksten van de liedjes zijn terug te vinden op de handige uitklapbare hoes, ze vormen een grote meerwaarde. Catharsis Vol. 1 duurt slechts exact eenendertig minuten, maar alles klopt aan dit album.
De vijver van singer-songwriters waarin gevist kan worden is groot, maar John Blek behoort wat mij betreft tot de allergrootsten, zowel letterlijk als figuurlijk. Catharsis, Vol. 1 voldoet volkomen aan mijn muzikale heilige drie-eenheid; bloedmooie zang, breekbare liedjes en poëtische teksten. Zeldzame klasse, tijdloos album.
John Blek | Salt in the Water Official Video - YouTube
John Blek | Lace Official Video - YouTube
Aldus succesvol auteur en liedjesschrijver Willy Vlautin, bekend van de groepen The Delines en Richmond Fontaine. Met beide groepen toerde John overigens in het verleden.
John O’Connor is de echte naam van Blek, die geboren en getogen is in Cork, Ierland. Hij vergaarde tot nu toe vooral bekendheid in Ierland en Duitsland met zijn band John Blek & The Rats. Van zijn band maakt ook de uiterst talentvolle Anna Mitchell deel uit, die onlangs haar schitterende tweede album uitbracht.
Begin dit jaar werd John getroffen door een mysterieuze ziekte, die alle energie uit zijn lange lichaam zoog en waardoor hij nergens geen interesse meer in had. Het gevolg was dat hij enkele keren ter observatie opgenomen werd in het ziekenhuis.
Zijn enige houvast daar was zijn akoestische gitaar, om zichzelf bezig te houden en zijn gedachtes onder woorden te brengen. Veelal betrekking hebbend op de onzekerheid waarin hij verkeerde. Hij legde ze zittend op zijn bed vast, deze liedjes bleken uiteindelijk zijn wondermiddel te zijn.
De negen breekbare liedjes nam hij samen op met Brian Casey (piano, orgel, mellotron, harmonium en gitaar). Ze vormen chronologisch het moeilijke traject wat John begin dit jaar doorliep. De basis van de liedjes wordt gevormd door Johns fraaie zang en zijn excellente finger picking. Daar wordt alleen wat aan toegevoegd als de song erom vraagt.
De prachtige teksten van de liedjes zijn terug te vinden op de handige uitklapbare hoes, ze vormen een grote meerwaarde. Catharsis Vol. 1 duurt slechts exact eenendertig minuten, maar alles klopt aan dit album.
De vijver van singer-songwriters waarin gevist kan worden is groot, maar John Blek behoort wat mij betreft tot de allergrootsten, zowel letterlijk als figuurlijk. Catharsis, Vol. 1 voldoet volkomen aan mijn muzikale heilige drie-eenheid; bloedmooie zang, breekbare liedjes en poëtische teksten. Zeldzame klasse, tijdloos album.
John Blek | Salt in the Water Official Video - YouTube
John Blek | Lace Official Video - YouTube
John Blek - Cheer Up (2024)

4,5
1
geplaatst: 1 september 2024, 08:34 uur
De Ierse singer-songwriter John O’Connor volg ik intussen alweer een kleine tien jaar. Begin 2015 ontdekte ik het prachtige debuutalbum Down to the Bone van Anna Mitchell. Niet veel later ontdekte ik dat Anna toen al in de begeleidingsband van John speelde. Helaas stagneerde de carrière van Anna jaren geleden door het moederschap na haar schitterende album Anna Mitchell. Dit in tegenstelling tot de solocarrière van John, die ongeveer met de regelmaat van een klok albums uitbrengt.
Cheer Up met een piepjonge John op de hoes is intussen alweer John’s negende album, dat van begin tot einde volledig autobiografisch is. Zijn bijzonder fraaie album Catharsis, Vol. 1 was al eens eerder praktisch geheel autobiografisch. John stelt nooit teleur, hij is altijd op zoek naar nieuwe wegen en werkt geregeld samen met andere, bevriende artiesten op zijn albums, zoals bijvoorbeeld eerder met Mick Flannery en Joan Shelley. Deze keer nodigde John Moritz Brümmer en Filip Sommer van Broken Strings en het geweldige Nederlandse trio Woolf uit voor de opnames.
Meteen de eerste keer dat John Woolf hoorde zingen wist hij dat hij ooit met hen wilde samenwerken. Volgens John geven hun fraaie stemmen een nieuwe dimensie aan zijn songs. Brümmer en Sommer waren verantwoordelijk voor de subtiele arrangementen. Een constante factor op John’s albums is coproducer Brian Casey, die ook deze keer niet ontbreekt. Andermaal weet John me volledig te overtuigen en weet hij me zelfs te verrassen met het erg catchy Easy Now. Cheer Up zal binnenkort in Nederland te koop zijn bij Sandra en Luciano van Lucky Dice.
Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com
Cheer Up met een piepjonge John op de hoes is intussen alweer John’s negende album, dat van begin tot einde volledig autobiografisch is. Zijn bijzonder fraaie album Catharsis, Vol. 1 was al eens eerder praktisch geheel autobiografisch. John stelt nooit teleur, hij is altijd op zoek naar nieuwe wegen en werkt geregeld samen met andere, bevriende artiesten op zijn albums, zoals bijvoorbeeld eerder met Mick Flannery en Joan Shelley. Deze keer nodigde John Moritz Brümmer en Filip Sommer van Broken Strings en het geweldige Nederlandse trio Woolf uit voor de opnames.
Meteen de eerste keer dat John Woolf hoorde zingen wist hij dat hij ooit met hen wilde samenwerken. Volgens John geven hun fraaie stemmen een nieuwe dimensie aan zijn songs. Brümmer en Sommer waren verantwoordelijk voor de subtiele arrangementen. Een constante factor op John’s albums is coproducer Brian Casey, die ook deze keer niet ontbreekt. Andermaal weet John me volledig te overtuigen en weet hij me zelfs te verrassen met het erg catchy Easy Now. Cheer Up zal binnenkort in Nederland te koop zijn bij Sandra en Luciano van Lucky Dice.
Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com
John Blek - On Ether & Air (2021)

5,0
2
geplaatst: 27 juni 2021, 08:50 uur
On Ether & Air is het vierde en laatste deel van John’s Catharsis project, bestaande uit de thema’s zee, aarde, sintels en lucht. Het eerste, zeer persoonlijke deel Catharsis, Vol. 1 maakte grote indruk op mij. Het nummer Salt in the Water werd toen genomineerd voor song van het jaar voor de Folk Alliance International Folk Music Awards. De volgende albums Thistle & Thorn en The Embers bestendigde dat hoge niveau. Toch weet John met On Ether & Air de voorgaande drie albums te overtreffen en is hij met recht zeer trots op het eindresultaat. Bij het nieuwe album draait het vooral om het samenwerken met anderen, waaronder met enkele van zijn favoriete artiesten. Soms moet je wat mazzel hebben, zoals in het geval met pianist Kit Downes. Kit Downes ken ik van de albums Seedlings All en Overnight van Josienne Clarke & Ben Walker. John kent Downes dankzij Ben Walker. John e-mailde Downes met de vraag of hij tijd had om tijdens een paar vrije dagen op een Ierse tournee samen met hem de studio in te duiken. En zo geschiedde. Het spel van Downes is spaarzaam, maar o zo doeltreffend. Cheyenne Mize (Bonnie “Prince” Billy, Maiden Radio) kent hij dankzij Joan Shelley, die net als Mize deel uit maakt van Maiden Radio. Zij zingt mee en speelt prachtig viool op Empty Days. Kris Drever van Lau is te horen op Forest Strong en Cormorant. Uiteraard ontbreken vaste krachten Brian Casey en Dave Ryan niet. Veel indruk maakt de tekst van Northern Sky. Het vertelt het waargebeurde verhaal van een vriend van John, die aan de grens met Noord-Ierland woont. Op een avond brak aan de andere kant van de grens een vuurgevecht uit en vlogen de kogels over het huis van zijn vriend. De titel van het album verwijst zowel naar In Flight als naar de monumentale afsluiter Comfort Me. Die gedragen afsluiter is wat mij betreft de mooiste song die John tot op heden schreef en het bewijs dat John nog steeds groeit als songschrijver, maar ook als zanger. Eind van het jaar zal John naar Nederland en België komen om de schitterende liedjes van On Ether & Air live te komen spelen. Voor de data hou zijn website in de gaten. Het album is eventueel reeds te bestellen.
John Blek - The Embers (2020)

0
geplaatst: 24 januari 2020, 15:24 uur
In 2017 verscheen Catharsis, Vol. 1, het bloedmooie derde album van deze Ierse singer-songwriter. Hierop doet John het relaas uit de doeken over de mysterieuze ziekte, die alle energie uit zijn lange lijf leek te trekken.
Sindsdien is het leven van John in alle opzichten gelukkig crescendo gegaan, mede dankzij de morele steun, die hij kreeg van verloofde Ciara, met wie hij deze zomer gaat trouwen. Zij kan hem niet alleen steunen op moreel, maar ook op muzikaal vlak. Naast haar baan als digital marketing executive van het Cork Opera House geeft ze lezingen in Ierse traditionele muziek aan de Cork School of Music. Niet voor niets droeg John zijn vierde album Thistle & Thorn aan haar op.
Voor zijn nieuwste album The Embers schreef John een fraai liefdesliedje voor haar, getiteld Ciara Waiting. Het nieuwe album bevat reflecties en herinneringen aan de laatste jaren. Zoals gebruikelijk werd het album opgenomen en geproduceerd door Brian Casey (never change a winning team).
Op het vorige album kon hij gebruik maken van de geweldige zangkwaliteiten van Joan Shelley. Deze keer kon hij een beroep doen op Mick Flannery, die te horen is op het bijzonder fraaie Revived, waarop ook de wonderschone klarinetbijdrage te horen is van Matthew Berrill (Ensemble Eriu). Opener Empty Pockets werd al een tijd terug reeds uitgebracht.
De mooiste composities bewaart John wat mij betreft, net als bij de voorganger, voor het tweede deel. Met het pistool op de borst, denk ik dat afsluiter Walls voor mij het hoogtepunt is. Uiteraard is zijn finger picking, de fraaie zang weer geregeld oorstrelend en zijn de teksten weer van het literaire niveau als we die van John mogen verwachten. Hij mag niet voor niets Willy Vlautin van the Delines tot zijn grote fans rekenen.
Over fans gesproken, naast Duitsland, zijn intussen ook thuisland Ierland, het Verenigd Koninkrijk voor de bijl gegaan. Maar ook in Nederland en België is zijn bekendheid groeiende, zelfs Oor besprak voorganger Thistle & Thorn. Het album heeft trouwens ruimschoots de tijd gehad om bij mij in te dalen, want John was zo vriendelijk om mij het album al een half jaar geleden digitaal toe te sturen.
Ook The Embers voldoet weer volledig aan mijn hoge verwachtingen. Gelukkig komt hij binnenkort weer terug naar de lage landen voor liveconcerten.
John Blek live:
05-04 HAARLEM: Taverne De Waag
06-04 EINDHOVEN: Muziekgebouw
07-04 HERENTALS (BE): Cultuurcentrum ’t Schaliken
08-04 ZOMERGEM (BE): Huiskamerkurin
09-04 HOOFDPLAAT: Doezonschole
10-04 LOKEREN (BE): Bistro Den Bascuul
John Blek | Revived Official Video - YouTube
Sindsdien is het leven van John in alle opzichten gelukkig crescendo gegaan, mede dankzij de morele steun, die hij kreeg van verloofde Ciara, met wie hij deze zomer gaat trouwen. Zij kan hem niet alleen steunen op moreel, maar ook op muzikaal vlak. Naast haar baan als digital marketing executive van het Cork Opera House geeft ze lezingen in Ierse traditionele muziek aan de Cork School of Music. Niet voor niets droeg John zijn vierde album Thistle & Thorn aan haar op.
Voor zijn nieuwste album The Embers schreef John een fraai liefdesliedje voor haar, getiteld Ciara Waiting. Het nieuwe album bevat reflecties en herinneringen aan de laatste jaren. Zoals gebruikelijk werd het album opgenomen en geproduceerd door Brian Casey (never change a winning team).
Op het vorige album kon hij gebruik maken van de geweldige zangkwaliteiten van Joan Shelley. Deze keer kon hij een beroep doen op Mick Flannery, die te horen is op het bijzonder fraaie Revived, waarop ook de wonderschone klarinetbijdrage te horen is van Matthew Berrill (Ensemble Eriu). Opener Empty Pockets werd al een tijd terug reeds uitgebracht.
De mooiste composities bewaart John wat mij betreft, net als bij de voorganger, voor het tweede deel. Met het pistool op de borst, denk ik dat afsluiter Walls voor mij het hoogtepunt is. Uiteraard is zijn finger picking, de fraaie zang weer geregeld oorstrelend en zijn de teksten weer van het literaire niveau als we die van John mogen verwachten. Hij mag niet voor niets Willy Vlautin van the Delines tot zijn grote fans rekenen.
Over fans gesproken, naast Duitsland, zijn intussen ook thuisland Ierland, het Verenigd Koninkrijk voor de bijl gegaan. Maar ook in Nederland en België is zijn bekendheid groeiende, zelfs Oor besprak voorganger Thistle & Thorn. Het album heeft trouwens ruimschoots de tijd gehad om bij mij in te dalen, want John was zo vriendelijk om mij het album al een half jaar geleden digitaal toe te sturen.
Ook The Embers voldoet weer volledig aan mijn hoge verwachtingen. Gelukkig komt hij binnenkort weer terug naar de lage landen voor liveconcerten.
John Blek live:
05-04 HAARLEM: Taverne De Waag
06-04 EINDHOVEN: Muziekgebouw
07-04 HERENTALS (BE): Cultuurcentrum ’t Schaliken
08-04 ZOMERGEM (BE): Huiskamerkurin
09-04 HOOFDPLAAT: Doezonschole
10-04 LOKEREN (BE): Bistro Den Bascuul
John Blek | Revived Official Video - YouTube
John Blek - Thistle & Thorn (2019)

4,5
1
geplaatst: 7 januari 2019, 08:18 uur
Voorganger Catharsis Vol. 1 was het meest persoonlijke album van de Ierse singer-songwriter John O’Connor. Het handelt over de fysieke malheur die een paar jaar geleden op zijn pad kwam. Met als resultaat negen breekbare en tijdloze liedjes. Hij wist me met zijn gevoelige stem en subtiele finger picking diep te raken.
Thistle & Thorn is inmiddels zijn vierde soloalbum en zijn meest ambitieuze. Hij heeft voor een wat voller geluid gekozen door de toevoeging van strijkers. Uiteraard is Brian Casey weer van de partij als co-producer en bespeeld tevens de nodige instrumenten. Ook wist hij zijn favoriete zangeres Joan Shelley en Nathan Salsburg, een van zijn favoriete gitaristen, voor de opnames te strikken.
Een drietal liedjes schreef hij speciaal voor die gelegenheid, ze werden in Louisville, Kentucky opgenomen. The Body is een fraai, goed in het gehoor liggend duet geworden. Een ander liedje wat ze samen zingen, Lily in the Garden, zou niet misstaan in het repertoire van Gillian Welch & Dave Rawlings.
In If I komt de meerwaarde van de strijkers duidelijk naar voren, het behoorde trouwens direct vanaf de eerste beluistering tot mijn grote favorieten. Het meest moeite om het te doorgronden had ik met Forever in Your Likeness, maar is intussen volledig geland en duikt geregeld ongevraagd in mijn bovenkamer op.
Het album is overigens, om maar weer eens een cliché te gebruiken, een echte groei briljant, een album waar je dus de tijd voor moet nemen. De absolute hoogtepunten vormen voor mij Hannah en afsluiter All the Night. Het blijken de twee meest persoonlijke liedjes te zijn.
All the Night is een liedje over eenzaamheid en het hunkeren naar liefde : “Another sleepless night in the city, lying wide away feeling shitty”. “Shitty” voelt John zich overigens al tijden niet meer, vooral dankzij zijn Ciara, ook een zeer getalenteerd muzikante, aan wie Thistle & Thorn is opgedragen. Afgelopen vrijdag werd de eerste video van The Blackwater vrijgegeven.
Intussen heb ik het album zo’n twee maanden in huis en durf te stellen dat het absoluut niet onder doet voor zijn tijdloze voorganger. In mei en in het najaar komt John naar Nederland en België voor optredens, die binnenkort op zijn website vermeld zullen worden. Het is te hopen dat 2019 het doorbraakjaar van John gaat worden, aan de kwaliteit van zijn albums ligt het in ieder geval niet.
Thistle & Thorn is inmiddels zijn vierde soloalbum en zijn meest ambitieuze. Hij heeft voor een wat voller geluid gekozen door de toevoeging van strijkers. Uiteraard is Brian Casey weer van de partij als co-producer en bespeeld tevens de nodige instrumenten. Ook wist hij zijn favoriete zangeres Joan Shelley en Nathan Salsburg, een van zijn favoriete gitaristen, voor de opnames te strikken.
Een drietal liedjes schreef hij speciaal voor die gelegenheid, ze werden in Louisville, Kentucky opgenomen. The Body is een fraai, goed in het gehoor liggend duet geworden. Een ander liedje wat ze samen zingen, Lily in the Garden, zou niet misstaan in het repertoire van Gillian Welch & Dave Rawlings.
In If I komt de meerwaarde van de strijkers duidelijk naar voren, het behoorde trouwens direct vanaf de eerste beluistering tot mijn grote favorieten. Het meest moeite om het te doorgronden had ik met Forever in Your Likeness, maar is intussen volledig geland en duikt geregeld ongevraagd in mijn bovenkamer op.
Het album is overigens, om maar weer eens een cliché te gebruiken, een echte groei briljant, een album waar je dus de tijd voor moet nemen. De absolute hoogtepunten vormen voor mij Hannah en afsluiter All the Night. Het blijken de twee meest persoonlijke liedjes te zijn.
All the Night is een liedje over eenzaamheid en het hunkeren naar liefde : “Another sleepless night in the city, lying wide away feeling shitty”. “Shitty” voelt John zich overigens al tijden niet meer, vooral dankzij zijn Ciara, ook een zeer getalenteerd muzikante, aan wie Thistle & Thorn is opgedragen. Afgelopen vrijdag werd de eerste video van The Blackwater vrijgegeven.
Intussen heb ik het album zo’n twee maanden in huis en durf te stellen dat het absoluut niet onder doet voor zijn tijdloze voorganger. In mei en in het najaar komt John naar Nederland en België voor optredens, die binnenkort op zijn website vermeld zullen worden. Het is te hopen dat 2019 het doorbraakjaar van John gaat worden, aan de kwaliteit van zijn albums ligt het in ieder geval niet.
