MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten WoNa als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Courtney Barnett - Tell Me How You Really Feel (2018)

poster
4,5
Met Tell Me How You Really Feel zet Courtney Barnett een stevige stap richting mainstream alternative rock en laat het meer alternatieve circuit (ver) achter zich. Alsof het werken met haar partner Jen Cloher en Kurt Vile haar van meer focus heeft voorzien. Het wobbly geluid dat veel van haar nummers in zang en muziek kenmerkt, en mij soms, hevig, irriteerde, is ingeruild voor een stevige rocksound, waarin Barnett er niet voor terugdeinst om soms echt stevig uit te pakken. Ze is nu ook veel meer gitarist dan voorheen. De riffs knallen in het rond, de solo's zijn ferm en stevig.

Het knappe van deze plaat is, dat zij zichzelf geen seconde geweld aan lijkt te doen. Dit is wie zij is in 2018. Een brok zelfvertrouwen. In elk geval naar buiten toe. Van binnenuit is deze plaat het resultaat van een lange periode van twijfel. Zweverige ademhalingscursussen en het werken met Vile en Cloher brengt dit als resultaat. Ik zou zeggen, ik kan het iedereen aanbevelen.

Afgezien van een van de lelijkste hoezen aller tijden, is dit een volkomen geslaagde plaat. Tegen de tijd dat ik uitgeteld in de hoek lig van alle energie die over mij is uitgestort, komen de laatste twee nummers waarin het gas en geweld er af gaan en er ruimte is voor ballads.

Is het mogelijk te weten dat het goed zit met een plaat na het intro van het eerste nummer? Ja! Op het moment dat de band invalt op 'Hopefulessness', kreeg ik het gevoel oh, yes, en wist ik, dat als ze dit gevoel kan oproepen bij me, de rest wel o.k. moet zijn. Nou, meer dan dat zelfs. Afgezien van het wat weirde ' I'm Not Your Mother, I'm Not Your Bitch' (wel lekker kort), scoort alles zonder dralen. Kortom, vrijdag a.s. op gestrekte draf naar mijn lokale platenboer.

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.

Courtney Barnett & Kurt Vile - Lotta Sea Lice (2017)

poster
3,5
Een album van twee artiesten die vrienden worden en samen een plaat maken. Een geslaagde combinatie kan ik zeggen na de eerste luisterbeurten. Mij valt vooral op dat ze elkaar versterken. Kurt Vile heeft tot op heden nooit echt indruk op mij kunnen maken. Courtney Barnett wel, maar toch trek ik uiteindelijk een heel album achter elkaar van haar zelden. Dan wordt het te monotoon en gaat de luie manier van zingen mij tegen staan.

Dat gebeurt op dit album maar één keer, in het tweede nummer, 'Let It Go'; nou graag zelfs. In de andere songs werkt hun manier van samenzang wonderwel en lijken Barnett en Vile elkaar bij de les te houden. Het gevolg is een aantal fraaie, zeer alternatieve duetten, waarin hun stemmen op alle manieren samengaan die de zangleraar dat altijd heeft afgeraden. Ja, er zit een zekere monotonie in de manier van zingen, maar dat valt hier volkomen positief uit, m.u.v. het bovenstaande nummer. Juist omdat er door de samenzang iets extra's wordt geëist van beide stemmen. Als gevolg komen verschillende songs heel prettig tot leven.

Dat leidt tot een aantal prima nummers waarin de opener 'Over Everything' en 'Continental Breakfast' mijn favorieten zijn. Hier blijft het niet bij, want er staan verschillende prima songs op het album. Zoals Viles versie van Barnetts 'Outta The Woodworks' en Barnetts versie van Viles 'Peepin' Tom'.

Ik ben prettig verrast door dit album moet ik zeggen. Nog even conservatief gescoord, 3,5*, maar sluit niet uit dat hier een halfje bij kan komen. Wel hoop ik dat Barnett geen jaloerse partner is, want haar vrouw Jen Cloher heeft een plaat uitgebracht die bij eerste beluistering heel wat teweeg bracht. Courtney speelt mee op het hele album, maar daarover later meer.

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.

Cracker - Cracker (1992)

poster
5,0
Cracker, wie kent de band nog. De laatste cd is zelfs aan me voorbij gegaan, heb ik onlangs gemerkt. Ik ken de band sinds de release van 'The Golden age' en heb mezelf toen snel terug gewerkt. De beide keren dat ik ze heb zien spelen waren earsplitting ervaringen, maar zo goed.

Deze debuutplaat is heerlijk. Eigenlijk kan ik meer dan de helft van de nummers als favoriet aanstippen. Van het melige 'Dr. Bernice' tot 'Happy Birthday To Me', ook zij verdienen een kruisje hier boven. De plaat zit dan ook heel dicht tegen perfectie aan.

Cracker excelleert in een lekkere mix van rock, country, pop en heel veel enthousiasme gedoopt in humor. Daarbij komt een gevoel van troost dat de band overbrengt. Prima zang, hemelse refreinen en heel goede muzikanten. Dit niveau, inclusief opvolger 'Kerosene Hat', heeft de band niet helemaal volgehouden, maar tot diep in de jaren 00 zijn de platen fantastisch.

"I see the light at the end of the tunnel now, I just hope it isn''t a train". Misschien niet origineel, maar wel briljant.

Cracker - Gentleman's Blues (1998)

poster
3,5
Gentleman's Blues viel me destijds tegen en is ook de Cracker plaat die ik het minst heb gedraaid. Nu ik alle platen in de juiste volgorde aan het afluisteren ben, is die teleurstelling opnieuw begrijpelijk. Het sprankelende van de eerste twee platen is weg en het briljante van de derde eveneens. Dat maakt hun vierde plaat een gewoon werk. Dat wil zeggen in het Cracker universum, want de plaat bevat nog steeds een aantal briljante nummers, waarbij vooral de bonustrack opvalt. Die raakt aan alles was de band hiervoor zo goed deed. In algemene zin is de band heel goed in heel goede bonustracks.

Gentleman's Blues begint zeer herkenbaar met het er heerlijk in knallende 'The Good Life', ook 'Seven Days' doet het geweldig. Het zijn eigenlijk de langzame nummers die het net niet hebben. Waar die op de voorgangers briljant zijn, blijft het hier soms wat vlak en dan is het lastiger de gedachten er bij te houden.

Als geheel scoort de plaat nog steeds een ruime voldoende overigens. Een echt zwak nummer staat er niet tussen en het gitaarwerk van Johnny Hickman blijft ongeëvenaard. Er kan nog een vier **** waardering inzitten.

Cracker - The Golden Age (1996)

poster
5,0
Cracker staat weer eens regelmatig op. Begonnen bij het debuut en nu het album waarop ik instapte in 1996 eens uit de kast getrokken. Zonder problemen geef ik het album de volle mep. Het bruist, het rockt en het verstild. De gitaarriffs vliegen me om de oren net als de geweldige leadgitaar melodie:en. David Lowery zingt alsof zijn leven er van af hangt. Eigenlijk komt hier alles samen waar de band op de eerste twee albums, allebei eveneens briljant, naar toe werkte. Alle songs vallen op hun plaats. Ze zijn net beter afgewerkt. Wellicht met dank aan de verwachtingen die met dat ene hitje (in de V.S.), 'Low', geschapen werden destijds. Waar de band nooit aan heeft kunnen voldoen. Waarom is me totaal onduidelijk, want heel veel betere en consistentere bands waren er niet in de jaren 90. The Walkabouts is nog zo'n band die het niet heeft gered, maar een geweldige output had in dat decennium.

Kies maar eens een best nummer op deze plaat. Ze zijn me allemaal even dierbaar. Allemaal raken ze mij direct, misschien het country deuntje het minst, maar ook dat zit gewoon goed in elkaar. De manier waarop 'Dixie Babylon' sleept, is ongekend goed. Als de band rockt zit er altijd een hook in het nummer dat direct verslavend werkt. In de teksten is het altijd opletten geblazen, want daar zitten altijd een paar zinnen in die een rake constatering zijn, uitermate geestig of anderszins opvallend.

Cracker als band lijkt geheel vergeten te zijn. Door mijzelf incluis, tot dat ik toch weer bij een van de cds uitkom. I heb er twee niet kwam ik achter. Ik ga eens op zoek of ze nog te krijgen zijn.

Creedence Clearwater Revival - Green River (1969)

poster
4,5
Waar 'The Tribute: Battle of the Bands' al niet goed voor is. Eind vorig jaar ben ik The Fortunate Sons live gaan bekijken en haalde niet geheel tot mijn verbazing de gemiddelde leeftijd omlaag. Dat is doorgaans geheel anders tegenwoordig. Een geweldig concert, maar ter voorbereiding deze plaat en 'Willy And The Poor Boys' opgezet. Die heb ik in de jaren 80 als twee in een LP gekocht. Het resultaat is een CC revival in huize WoNa. 1969, drie LPs in één jaar en een reeks hits.

Het viel me direct op hoe goed het allemaal klinkt. Ik vind dit een heel goed album. De start is geweldig met het titel nummer. Het zet een toon, maar en daar moet ik een aantal mensen hierboven gelijk in geven, die wordt niet geheel waargemaakt. CCR is van een aantal markten thuis en laat dat met veel plezier zien. Toen ik meer dan 50 jaar jonger was, dacht ik dat de band uit de bayou kwam, totdat mijn nicht zei dat ze gewoon uit San Francisco kwamen. Ik geloofde het eerst niet. Die bayou zit wel heel diep in de muziek van de band en dat komt er dan ook uit. Het maakt het voor mij enkel aantrekkelijker. Daarnaast is CCR natuurlijk ook een über coverband Waarschijnlijk uit noodzaak, want hoe schrijf je zoveel albums vol in zo'n korte tijd. Prima overigens, want de meeste covers zijn van grote klasse.

Het was ook het eerste CCR album dat ik hoorde. Mijn jeugdvriend Eric had het album, maar heel veel herinneringen heb ik er niet aan. Zijn muzieksmaak ging heel snel naar de jazzrock en de mijn echt niet.

Als een terzijde. Ik realiseerde mij door The Fortunate Sons eigenlijk pas echt bewust hoeveel nummers mijn vorige band, de Flopsband uit Leiden, speelde van CCR. Ook nummers die ik om een of andere reden in die context niet associeerde met CCR, al wist ik het wel natuurlijk. Die Flopsband vierde gisteravond haar 50 (!) jarig bestaan. Nog een keer een set meegespeeld.

Terug naar Green River. Het zou goed kunnen dat dit mijn favoriete CCR album is, maar ik ga er weer eens verder naar luisteren. Wordt elders vervolgd.

Cromm Fallon - Electric Bloom (2019)

poster
4,0
De meeste platen op Rum Bar Records klinken alsof ze via een tijdmachine naar ons in 201x toekomen. Alle rock en punk tussen 1964 en 1979 is mogelijk, van The Kingsmen tot late punk. Vaak gespeeld door artiesten die misschien lokale faam hebben behaald in de States, maar de boot meestal ernstig hebben gemist.

Dit label geeft ze een kans om hun kunsten nog een keer te vertonen en daar maken de meesten enorm goed gebruik van. Cromm Fallon lijkt jonger dan veel van zijn labelgenoten, maar hij duikt diep in de geschiedenis van de betere, vuige (garage)rock en komt boven drijven met 10 songs die van Iggy (& the Stooges), The Kingsmen en zelfs The Outsiders hadden kunnen zijn. Alles gespeeld met een enorme aanstekelijkheid, die minimaal tot meebewegen en maximaal meebrullen uitnodigt. Heerlijk smerig. Deze muziek aanraken leidt tot verplicht handen wassen voor het aan tafel gaan. Met zeep.

Er staat veel herrie op deze plaat, zonder meer, maar Fallon vergeet nooit waar het in de basis om draait, het liedje. Zelfs als de woede hoog oploopt, zoals in 'The Next One' staat de melodie fier overeind. Samen met zangeres Devendra Weaver sneert Cromm Fallon er heerlijk op los, maar "faalt" waar het het achterlaten van het liedje betreft.

De enige verrassing op de plaat is het akoestische 'Death Room', het negende nummer. Als het laatste nummer meteen met een bak feedback inzet, ben ik weer gerustgesteld: Electric Bloom eindigt in stijl.

Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Crumb - Ice Melt (2021)

poster
3,0
Ice Melt is een aardig album, maar tegelijkertijd komt het nooit van de grond. Wel geef ik het het voordeel van de twijfel, terwijl ik mij afvraag waarom iedereen zich zo de hele tijd inhoud, inclusief producer Jonathan Rado.

Misschien omdat tijdens het werken aan Ice Melt Crumb werd overvallen door Corona. Als het album iets weergeeft, dan ik het het gevoel van opsluiting en isolatie. In die zin is het een album dat de tijd goed weergeeft. De zangeres komt soms nauwelijks boven haar band uit, wat de muziek grijzer maakt dan noodzakelijk.

Het maakt dat Ice Melt een album is waar het lastig een band mee opbouwen is.

Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.