MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten CorvisChristi als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

The Ancient Technology Cult - The Bears Withdrew Their Claws in Her Presence (2010)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
De laatste jaren heeft Jim Kirkwood nog wel eens de neiging een mini-album uit te brengen. Vaak zijn het composities die bepaalde albums niet gehaald hebben, of qua thematiek er niet op passen. De oplossing is dan ook vrij simpel: breng het gewoon apart uit. En bij deze is dat dus ook met The Bears....het geval. Een album die het sowiezo al van de titel moet hebben. Hoe kom je erop!
De muziek is weliswaar niet één van de donkere en minder onheilspellende in zijn soort, wat ik nochtans gewend ben van Jim, maar heeft toch iets krachtigs en indringends over zich. Het begint in ieder geval vrij rustig en zelfs een tikkeltje New Age-achtig, maar lang kan Jim zich niet inhouden. Dus wordt ik op een gegeven moment getrakteerd met zeer herkenbaar en levendig synth-materiaal, zoals ik het onderhand wel gewend ben. Wat dat betreft is het heel herkenbaar wat Jim (of in dit geval The Ancient Technology Cult) mij voorschoteld: langzaam opkomende sequences, al dan niet over elkaar heen gelegd. Toepasselijke ritmes met daaroverheen gedrapeerd, allerlei twinkelende en dwalende synth-geluiden en -melodieën. Naarmate het nummer vordert, wordt het allemaal wat krachtiger, maar niet zodanig, dat het dekking zoeken geblazen is. Het klinkt over de gehele linie redelijk ingehouden, maar dat het weer als een prima werkje beschouwd mag worden, moge duidelijk zijn.

Overigens: dat Jim Kirkwood, behalve muzikant, ook nog eens heel goed kan tekenen en schilderen, bewijst hij met het artwork voor dit mini-album. Het is wat mij betreft zonder meer, misschien wel de mooiste albumhoes die hij gecreëerd heeft, tot nu toe.

Deze The Bears Withdrew Their Claws in Her Presence mag dan ook zeker beschouwd worden als meer dan zomaar een tussendoortje. Het is wederom zeer degelijke kost.

The Ancient Technology Cult - The Distant Light (2008)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Ondanks het feit dat dit een mini-album is, staat er wel een magnum opus op van dik een half uur. "The Distant Light", uitgebracht onder Jim Kirkwood's pseudoniem The Ancient Technology Cult is een uitstekend nummer, waarop alle kenmerken die Jim's muziek zo herkenbaar maakt, aanwezig is.
Met zorg opgebouwde passages, zorgen ervoor dat de eerste helft zeer onderhoudend en spannend overkomen. Ergens blijf ik met een bepaald gevoel hunkeren naar iets wat zich pas laat ontvouwen na de 15de minuut, nl. een grootscheepse sequence-sectie die z'n weerga niet kent. Vanaf dan is het een rechtstreekse trip naar dreigende en kwaadaardige oorden, waar het niet pluis is en er elk moment iets gruwelijks kan gebeuren. Waarom verbeeld ik me juist dat soort waanvoorstellingen in, als ik naar de geweldadige uitspattingen van Kirkwood's muziek luister? Misschien omdat de muziek er gewoon om vraagt ?!
Als het muzikale onweer langzaam verdwijnt, blijf ik achter in de overblijfselen van een duister oord, waar ik zo snel mogelijk uit moet ontsnappen. Alleen als de muziek is afgelopen, realiseer ik me, dat het voorbij is, maar dat ik me wederom ook met The Distant Light uitstekend vermaakt heb. Een ruime 4 voor dit album die ik niet zomaar als een 'tussendoortje' beschouw!

The Big Deal - Electrified (2025)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Snotverdorie, wat een lekker plaatje is me dit zeg, in meerdere opzichten !

Na het hele fijne debuut First Bite, komt het Servische gezelschap The Big Deal met hun tweede album Electrified en eigenlijk is alles wat ik te melden had over de debuutplaat, tevens van toepassing voor deze opvolger.

In ruim 40 minuten jagen de heren en dames van The Big Deal er twaalf ongelooflijk aanstekelijke hardrock-nummers doorheen, met hier en daar een snufje metal, maar zeker ook progressieve rock.
E.e.a. komt door het geweldige gitaar- en keyboardwerk van het echtpaar Srdjan en Nevena Brankovic, die eigenlijk op ieder nummer wel een spectaculair, muzikaal duel met elkaar aan gaan.
Ook zijn het her en der de verrassende toevoegingen en invalshoeken binnen de nummers, die de doorgaans wellicht niet al te originele muziek, juist vanwege deze interessante muzikale omlijstingen, naar een hoger plan tillen.
Goede voorbeelden zijn het slotstuk van "They Defied" waarbij de muziek spontaan een compleet andere wending krijgt; de muziek veranderd plotsklaps en lijkt te veranderen in een totaal ander nummer, maar door de vloeiende manier waarop de verschillende stukken samenkomen, past het juist zo wonderlijk binnen de muziek en zorgt voor een geweldig slot.
Ook het begin van "Dare to Dream" steekt heel wonderlijk in elkaar en vloeit prachtig over in het hoofddeel van het nummer.
En zo zitten er nog wel meer van dat soort muzikale verrassingen, maar nergens klinkt het geforceerd of gezocht. Alle vondsten dienen ter verdienste van het nummer en het werkt.

Verder zijn de vocalen van Nevena Brankovic (ja, naast keyboard spelen kan ze ook een flink goed potje zingen) en Ana Nicolic de centrale spil van het album. Duidelijk is hier talent te horen en de dynamiek dat er twee zangeressen de longen uit hun lijf staan te zingen, zorgt voor behoorlijk wat extra impact.
Tot slot is de ritmesectie, bestaande uit drummer Marko Milojevic en nieuwkomer Nikola Mijic op basgitaar, de verdere stuwende kracht van de band die de nummers de 'powerpunch' geven die ze nodig hebben.

Ook Electrified is net zoals First Bite een behoorlijk consistente plaat. De term 'all killer no filler' is hier dan ook flink van toepassing; het album verveelt werkelijk geen seconde!
Het is een vrolijke, stevige rockplaat waarin de speelse uitstapjes naar pop, hardrock, metal en progressieve rock een hele fijne combi vormen.
Alle nummers zijn al vrij snel niet meer uit je kop te branden, maar dat is alleen maar een pluspunt, gezien het allemaal heel aangenaam wegluistert.
Als ik dan al hoogtepunten kan noemen, dan zijn dat in ieder geval "Fairy of White" (ondanks dat het couplet wel héél erg lijkt op "Bye Bye Beautiful" van Nightwish) en de al eerder genoemde "They Defied" en "Dare to Dream".
Ook opener "Survivor" en het springerige "Like a Fire" zijn zeer verdienstelijk, maar joh...alles aan dit album is de moeite waard.

Hou je dus van hele vlotte en stevige, goed doordachte (hard)rock met invloeden van Europe, Journey, Nightwish en ABBA, twijfel dan geen seconde, maar bijt je dan vast op deze 'second bite' van The Big Deal getiteld Electrified, één van de betere rockalbums die ik dit jaar heb gehoord.

En oh ja, net zoals bij het eerste album, zijn de videoclips die voor een aantal nummers zijn opgenomen, ook wel even het bekijken waard !

The Big Deal - First Bite (2022)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
De eerste namen die bij me opkomen als ik luister naar de melodieuze hardrock met lichte AOR-invloeden van het Servische gezelschap The Big Deal, is Europe meets Journey vermengt met een subtiele dosis ABBA en dat is eerlijk gezegd een compliment te noemen!

In eerste instantie lijkt het alsof de band niet helemaal serieus te nemen valt, mede door toedoen van de videoclips voor de diverse singles, waar centraal de zeer in het oog springende zangeressen vanzelfsprekend de grootste rol vervullen en de stoere mannen voor de muzikale omlijsting zorgen.
De videoclips leiden zelfs af van de muziek, gezien mevrouw Nevena Brankovic (die overigens ook héél goed piano en keyboards kan spelen) en mevrouw Anna Nicolic, los van dat ze prima kunnen zingen, ook heel goed zijn in het dragen van wel héél erg leuke outfits !! Het geeft de band een soort van fout en melig Eurovisie Songfestival-imago met zich mee en dat is nou nét niet de kracht van deze echt wel prima band die verder bestaat uit gitarist Srdjan Brankovic, bassist Alessandro Del Vecchio en drummer Marko Milojevic.

Deze heren en dames musiceren en zingen namelijk op hoog niveau en dat is juist het verrassende van The Big Deal. De nummers zijn stuk voor stuk erg catchy en gewoon erg fijn om naar te luisteren.
Dat eerder genoemde hoge niveau vertaald zich vooral vanwege allerlei verrassend subtiele maar redelijk geniale invalshoeken die in de nummers verborgen zitten (let op de diverse erg goede keyboard- en gitaarsolo's die frequent opduiken) en die de muziek net even naar een hoger plan tilt dan op het eerste gehoor doet overkomen. En dat is de kracht van deze zeer leuke band die binnenkort alweer met hun tweede album komen.

Echte uitschieters staan er niet op dit album, omdat de plaat als geheel consistent is in positieve zin; alle nummers luisteren lekker weg, zijn nergens weliswaar baanbrekend of origineel, maar door de ingenieuze aanpak waarmee de bandleden dit album in elkaar hebben geflanst, mag dit debuut-album die de toepasselijke naam First Bite heeft meegekregen, gezien worden als een heel erg fijn eerste wapenfeit van deze goede en opvallende band. The Big Deal doet zijn naam dan ook eer aan. Leuk album!!

The Dark Element - Songs the Night Sings (2019)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Sinds Anette Olzon samen met Jani Liimatainen de handen ineen hebben geslagen voor het The Dark Element-project, is Anette productiever dan ooit. Ze leek tot voor een jaar of 6-7 geleden een beetje van de landkaart verdwenen te zijn, tot het moment dat Jani voor zijn toentertijd nieuwe band/project The Dark Element een zangeres zocht. Het advies luidde toen: klop eens bij Anette aan. Dus zo gezegd, zo gedaan. Anette zag het zeker zitten en laten we eerlijk zijn: de combinatie van rock, pop en metal zoals The Dark Element die maakt, is haar op het lijf geschreven.

Na haar op terugwerkende kracht toch ietwat controversiële periode (ook al kwamen daar twee prachtplaten uit voort) in Nightwish (Tarja vervangen bleek meer dan alleen een uitdaging) wat resulteerde in haar ongelukkige vertrek, besloot Anette het solo te wagen met het album Shine uit 2014, een rustig album waarin haar stem mooi tot haar recht komt middels de weliswaar weinig opzienbarende maar toch wel charmerende combi van folk, pop en rock. Na Shine werd het stil rond de zangeres, maar sinds het succes van The Dark Element, is Anette drukker dan ooit. Ze wordt veelvuldig gevraagd als (gast)-vocaliste voor diverse projecten en bands en ook haar solocarrière heeft ze een aantal jaren geleden nieuw leven ingeblazen; er staat zelfs binnenkort een derde album van haar op de planning.

Rond The Dark Element is het de afgelopen jaren weer wat rustiger geworden, aangezien de tweede langspeler Songs the Night Sings alweer uit 2019 stamt.
Songs the Night Sings is de logische opvolger van het debuut uit 2017 en is een fris en zelfverzekerd klinkend album bomvol power-metal doorspekt met symfonische rock-invloeden, pop en electronica. De voormalige broodheren Sonata Arctica (Jani) en Nightwish (Anette) liggen muzikaal altijd op de loer en dat maakt de muziek nu niet bepaald origineel. Wel heel gedreven en ontzettend leuk. Het enthousiasme spat ook bij dit tweede album er aan alle kanten af en Anette lijkt nog beheerster en sterker te klinken dan op het debuut.
Alhoewel ik het debuut uiteindelijk ietsje beter en opmerkelijker vind, is Songs the Night Sings ook gewoon een solide album te noemen. Jani kan zeer gedreven nummers schrijven en Anette haar stem leent zich 100% voor dit materiaal.

Ook dit album is lekker afwisselend. Er staan epische en pittige beukers op, getuige opener "Not Your Monster", "When It All Comes Down" en "The Pallbearer Walks Alone". Mooie rocksongs met altijd die onvermijdelijke pop-invloeden zijn aanwezig in de vorm van "Silence Between the Words" en "If I Had a Heart". Er wordt gespeeld met electronica op nummers zoals "Pills on My Pillow" en "Get Out of My Head" waarop de band opeens heel erg veel lijkt op hun Scandinavische buren van Metalite. En uiteraard staan er de onvermijdelijke nummers op die bijna schaamteloos leentjebuur spelen bij vooral Nightwish, getuige het titelnummer en afsluiter "I Have to Go" ("Slow, Love, Slow"....anyone?...). Maar toch, dat kan dan wel zo zijn, Jani getuigd wel met juist die nummers dat hij ongelooflijk goed een liedje in elkaar kan flansen. Sterker nog, "I Have to Go" is één van de beste nummers van de plaat, maar wel met slechts drie minuten helaas aan de korte kant.

In ieder geval is de combi Jani/Anette ook op Songs the Night Sings een geslaagde combi te noemen en daarom ook niet te versmaden als je van gelikte pop-metal houdt waarin aandacht voor goed doordachte liedjes centraal staat. Ook de opmerking 'beter goed gejat dan slecht verzonnen' ga ik nog maar weer eens van stal halen, alhoewel ik zo langzamerhand daar echt geen issue meer van inzie. Klinkt iets goed, dan is het goed. En dat is betreffende The Dark Element gewoon een feit !

Thy Catafalque - Rengeteg (2011)

poster
5,0
CorvisChristi (crew)
Rond 2011 bestaat de Hongaarse black metal/avant-garde-sensatie Thy Catafalque officiëel gezien nog slechts uit één man, teweten Tamás Kátai. Hij is, m.u.v. de gast-artiesten, de constante factor gebleken en ironisch genoeg lijkt het wel alsof zijn creatieve geest overuren heeft gedraaid het afgelopen decennium, getuige de naar verhouding behoorlijk aantal albums die hij onder de Thy Catafalque-vlag heeft uitgebracht. Vooral sinds het album Sgùrr zijn er in relatief korte tijd aardig wat albums verschenen en ze zijn allemaal ook nog eens buitengewoon goed te noemen.

In 2011 is het dus exit voor János Juhász, maar zijn vertrek lijkt, in ieder geval voor het songmateriaal, geen negatieve invloed te hebben op Thy Catafalque. Sterker nog, album nummer vijf Rengeteg,die volledig op het conto van Tamás Kátai is geschreven, mag met gemak het sterkste album tot nu toe genoemd worden.

Zelf vind ik Rengeteg gewoon een klassieker: een ongelooflijk bruut, explosief album die vooral qua productiemaatstaven een enorme sprong voorwaarts genomen heeft. Vergeleken met dit album klinkt voorganger Róka Hasa Rádió eigenlijk maar heel bescheiden.

Het bewijs hiervan kondigt zich meteen al aan als opener "Fekete Mezők" uit de startblokken schiet. Niet alleen vind ik deze opener één van de allerbeste tracks ooit geschreven door Thy Catafalque, het laat in alle opzichten qua productie en bruutheid binnen de muziek een ongelooflijke kracht en intensiteit horen. Even los van het harde, muzikale geweld, klinkt de muziek ook nog eens onvoorstelbaar pakkend en schuilt het geheim vooral, dat de muziek je niet loslaat. Het is zo intens meeslepend en onderhoudend, dat het ademloos luisteren is naar de muur van overdonderend gitaargeweld, de (geprogrammeerde) drums, de snerpende, maar ook heldere en vooral ook mooie vocalen. Alleen deze album-opener al, is eigenlijk het oorverdovende bewijs, dat Rengeteg als album één van de meest invloedrijke en beste uit de discografie van Thy Catafalque zal blijken te zijn. En eerlijk gezegd is daarmee ook niets gelogen, want de rest van de nummers zijn van gelijkaardig niveau.

Zo staat er ook "Kék Ingem Lobogó" op, één van de allerbeste en zeker onder fans, één van de meest geliefde nummers van Thy Catafalque. Dit nummer is echt één groot feest. Het meeslepende, op de cello gespeelde thema, is zo godvergeten pakkend en prettig in het gehoor liggend, dat dit gegeven het nummer naar ongekende hoogten tilt. Echt, als Rengeteg slechts had bestaan uit dit nummer en de album-opener, was het ook al goed geweest.

Maar de verwennerij is ongekend, want er staat zo veel fraais op dit album, niet te filmen! "Kel Keleti Szél" en "Trilobita" zijn ook van die typische Thy Catafalque-anthems. Onweerstaanbare thema's en prachtige zanglijnen zorgen voor memorabele muziek, in die typische combi wat zo kenmerkend is voor Thy Catafalque: metal, folk en electronica in een bijzonder avant-garde-jasje. Hoe uniek kan je het hebben...!

De contrasten tussen rust en geweld binnen de muziek, zijn ook op Rengeteg terug te vinden. Na het atmosferische en prachtige "Kő Koppan", is het langste nummer van het album "Vashegyek" weer heel andere koek. Meeslepend, behoorlijk bruut, maar soms ook heel erg mooi, laat "Vashegyek" eigenlijk alle muzikale facetten van het album horen verwerkt in een song van veertien minuten.

Duistere ambient-klanken domineren de eerste 2 minuten van "Holdkomp", maar zodra het electronische ritme zich aankondigt, duurt het niet lang of het nummer knalt erin en dendert op een prachtige wijze aan me voorbij met een onweerstaanbaar thema die duidelijk de Hongaarse folk-touch herbergt.

"Az Eső, Az Eső, Az Eső" is andermaal een prachtig voorbeeld van ongekend mooie zanglijnen, prachtige, vooral door keyboards dit keer gedomineerde thema's, wat gezamenlijk zorgt voor een wat bedaarder nummer.

"Tar Gallyak Végül" heeft muzikaal weer meer haar op de tanden en is een muur van atmosferisch gitaar- en keyboardgeweld, wat zelfs vrij snel epische proporties aanneemt. Helaas duurt het nummer gevoelsmatig aan de korte kant, ook al lijkt de aanzet die wordt gegeven juist, dat er naar een prachtig crescendo wordt toegewerkt. Maar vrij snel is het alweer voorbij en is het opveren geblazen bij het slotnummer van het album, teweten "Minden Test Fű". En als je dacht dat het niet bruter kon, haalt Thy Catafalque met dit nummer alles uit de kast. Brute riffs en snelle tempowisselingen in combinatie met ijzingwekkende grunts spelen een muzikaal spel met elkaar, maar de omslag naar een wat meer traditioneel gedeelte wat tevens als coda wordt ingezet om het album af te sluiten, had als contrast niet groter kunnen zijn.

En zo kan ik alleen maar concluderen dat Rengeteg één van de allerbeste Thy Catafalque-albums is. Het album verveelt geen moment en is van begin tot eind een wilde achtbaanrit vol verrassingen. Maar ook al lijkt de muziek soms als een stuiterbal het ene na het andere uiterste op te zoeken, het blijft als geheel toch een ongelooflijk consistent, onderhoudend, boeiend en meeslepend album. Tamás Kátai is gewoonweg een geniaal songwriter en dat bewijst hij met een meesterwerk van een album. Een topper van de bovenste plank die daarom niet te missen valt. Aanrader voor de gedurfde luisteraar.

Thy Catafalque - Róka Hasa Rádió (2009)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Na de relatief wat primitief klinkende eerste twee albums, wist het Hongaarse Thy Catafalque met het gedurfde en experimentele Tuno Ido Tárlat een meer omvangrijke sound neer te zetten. Nog veel belangrijker, ze wisten ook een soort van stijl neer te zetten die ze vanaf dan enkel zouden uitbouwen op de albums die daarna zouden verschijnen. Daarbij moet ik wel vermelden dat het niveau van Tuno Ido Tárlat akelig dicht tegen het perfecte aan ligt, zowel qua sound, songwriting als originaliteit. Nog nooit eerder klonk de combi van (Hongaarse) folk, (black) metal, avant-garde en electronica zo bijzonder en vernieuwend als op de derde, invloedrijke langspeler van het Hongaarse duo.

Opvolger Róka Hasa Rádió, de vierde langspeler die pas vijf jaar later zou verschijnen, zou dan ook een album worden, waar veel van af zou hangen. Zouden bandleden János Juhász en Tamás Kátai het voor elkaar krijgen hetzelfde niveau neer te zetten, of wellicht een nog beter album maken? Het antwoord hierop is lastig. Want Róka Hasa Rádió blijkt uiteindelijk één van de meest ondoorgrondelijke albums van Thy Catafalque uit hun volledige discografie. Niet dat het album lastig is om doorheen te komen tijdens beluistering; het is meer dat het album, mij persoonlijk in ieder geval, na toch wel aardig wat luisterbeurten, nog steeds niet helemaal weet te raken en overtuigen. Ik mis een bepaalde emotie, die ik wel ervaar bij eigenlijk grotendeels ieder album van Thy Catafalque. Ik ervaar een bepaalde afstand tot het songmateriaal. En dit is puur een persoonlijke kwestie die ik heb bij Róka Hasa Rádió.
Ook de productie speelt hierbij een grote rol: deze is lang niet zo ruw, gruizig en gedurfd als op Tuno Ido Tárlat maar al helemaal niet zo goed als op opvolger Rengeteg.
Het is ook niet helemaal eerlijk, maar op terugwerkende kracht moet dit album het wel opnemen tegen de kracht van zijn voorganger, maar ook wetende met het besef dat al bij de eerste seconden van de album-opener van Rengeteg, deze al volledig de vloer veegt met Róka Hasa Rádió.
Maar dit zijn tevens de redenen, waarom ik toch iedere keer ook teruggrijp op Róka Hasa Rádió, want ik weet dat het een heel solide plaat is, waar ongelooflijk veel fraais op te ontdekken valt. Maar iedere luisterbeurt weer, blijf ik met een wat ongrijpbaar gevoel achter. Is dat dan het gegeven, wat deze plaat zo bijzonder maakt...?

Maar dit gemeld hebbende, bovenstaande beschrijvingen zijn dan ook meteen de enige punten van kritiek die ik zou kunnen hebben op dit album. Want voor de rest is dit wel degelijk een zeer uitdagende en intrigerende plaat die ik nog altijd vrij hoog heb zitten. Maar op de één of andere manier is het nu niet meteen één van mijn favoriete Thy Catafalque-platen.
Het is gewoon een heel persoonlijk album denk ik.

Het album laat er ook geen gras over groeien, getuige de eerste twee nummers "Szervetlen" en "Molekuláris Gépezetek". Keiharde, atmosferische black metal, bijna dansbare folk, zweverige electronica en nog meer intrigerende, muzikale verrassingen zorgen ervoor dat het eerste half uur van de plaat niet de gemakkelijkste is om doorheen te komen.
Vanaf het derde nummer wordt de plaat relatief eenvoudiger om uit te zitten en komen er zowaar wat 'hit-gevoelige' nummers voorbij die bewijzen echte oorwurmen te zijn, zoals "Köd Utánam" en verderop "Esolámpás".
Andere pareltjes als het relatief vrolijk klinkende en met bijzondere thema's en vrouwelijke vocalen doorspekte "Urhajók Makón" waarin ook veel ruimte voor keyboards is weggelegd, blijkt zelfs één van de beste tracks.
Het mystieke, ergens ongrijpbare maar ook mooie "Piroshátú" is ook van een bepaalde zeldzame klasse. De aangename piano, maar tevens de keyboards die ook hier te horen zijn, versterken de sfeer op dit nummer en is tevens een persoonlijke favoriet.
"Kabócák, Bodobácsok" is vanwege het eigenzinnige karakter wellicht het meest opvallende nummer vertegenwoordigd op Róka Hasa Rádió en is andermaal het bewijs hoe uniek de sound is van Thy Catafalque.
"Oszi Varázslók" grijpt terug naar het begin van de plaat en laat meeslepende black metal horen, gezamenlijk met prachtige, cleane lead-vocalen en snerpende grunts.
Afsluiter "Fehér Berek" laat de boel weer flink tot bedaren komen en op het ritme van ploppende regendruppels op een galmende ondergrond ontspruit een mooi kabbelend gitaar-thema waarop mooie cleane vocalen voor een meeslepende, ietwat hypnotiserende afsluiter zorgen.

Concreet is Róka Hasa Rádió een dappere poging om de impact en kracht van het derde album eer aan te doen middels een verzameling indringende en meeslepende composities waarmee Thy Catafalque duidelijk laat horen dat ze langzamerhand een soort van eigen stijl aan het ontwikkelen zijn. Dit resulteert in een intrigerend, maar tevens ergens ongrijpbaar album waar ik nog steeds niet helemaal de vinger op kan leggen. De overtuigingskracht is er blijkbaar niet helemaal, maar nergens is het album slecht te noemen. Allesbehalve zelfs! Het album kent wonderschone momenten en ik kan dit album onmogelijk een lage score toekennen.
Echter zou hierna een kentering plaatsvinden binnen de band en zou, na het vertrek van mede-oprichter János Juhász, vanaf opvolger Rengeteg, band-opperhoofd Tamás Kátai volledig en alleen de touwtjes in handen krijgen. Dit zorgt ervoor dat Thy Catafalque vanaf dan een soort van eenmansproject zou worden. Echter zou dit ook zorgen voor een verandering binnen de muziek, want alhoewel Rengeteg deels klinkt als het logische vervolg op Róka Hasa Rádió, zou de opvolger alleen al op productioneel gebied grote stappen vooruit maken. Dit, gezamenlijk met zeer indrukwekkende, monsterachtig goede songs, maakt Rengeteg tot de eerste, échte grote klassieker onder de Thy Catafalque-albums.

Maar eerlijk is eerlijk: Róka Hasa Rádió heeft wel voor een bepaalde opmaat gezorgd en als deze er niet was geweest, was vanzelfsprekend dit album er ook niet geweest. Wat Róka Hasa Rádió dus toch tot een invloedrijk en belangrijk hoofdstuk in het Thy Catafalque-verhaal maakt. Ook al is het een zeer persoonlijke...

Thy Catafalque - Tuno Ido Tárlat (2004)

poster
4,5
CorvisChristi (crew)
Oorspronkelijk opgericht als duo bestaande uit János Juhász en Tamás Kátai, biedt het Hongaarse Thy Catafalque een heel unieke blend van avant-garde, (black) metal, folk (al dan niet doorspekt met Hongaarse invloeden) en industrial/electronica. De bijzondere samensmelting van al die stijlen bij elkaar, maar vaak ook door elkaar, zorgt niet altijd voor een consistent geheel muzikaal gezien, maar origineel is het in elk geval wel.
Per album kan en mag echter zeker gezegd worden dat Thy Catafalque altijd verrast en per luisterbeurt merk ik dat de albums alleen maar beter en krachtiger worden.
Persoonlijk kan ik alleen maar concluderen dat Thy Catafalque één van de meest verrassende acts is, die ik de afgelopen jaren heb mogen leren kennen. Sindsdien ben ik verknocht aan het unieke karakter van de muziek en heeft Thy Catafalque me vooralsnog niet teleurgesteld.

Tuno Ido Tárlat (Engelse titel: An Exhibition of Vanishing Time) heeft me de afgelopen week aardig in de greep weten te houden en is een krachtig, ruw en wonderschoon album die zijn geheimen pas echt prijsgeeft na een behoorlijk aantal luisterbeurten. Het ene moment rauw en bikkelhard, het andere moment intiem en buitenaards mooi: dit zijn nu precies die ingrediënten die Thy Catafalque zo bijzonder maakt.

Ondanks de bij vlagen bevreemdende blend van het muzikaal gebodene, is het geheim juist bij Thy Catafalque, dat het nooit echt ontoegankelijk wordt; op de één of andere manier zijn er continu pakkende momenten te horen, die ervoor zorgen dat de oren gespitst blijven. Alleen de combinatie van ultrabruut naar avontuurlijk mooi en mysterieus kan wellicht afstoten. Ik kan er in ieder geval geen genoeg van krijgen!

Het album opent met het negen minuten durende "Csillagkohó". Razende gitaren, een overstuurde drumcomputer, snerpende vocalen en een ruige productie in zijn algeheel zorgen ervoor dat er niet meteen gemakkelijke muzikale paden worden bewandeld. Het is erop of eronder al bij dit openingsnummer. Trek je het, dan wacht je een enerverend muzikaal avontuur. Vind je het niets, dan zal de rest je waarschijnlijk ook niet bekoren, ondanks al die magische momenten wat zo kenmerkend is aan de muziek van Thy Catafalque.

Het indrukwekkende epos "Neath Waters" is voor veel fans wellicht het paradepaardje van dit album. Persoonlijk vind ik het niet per se de sterkste track op het album. Duistere electronica, razende black metal-passages en dromerige vrouwelijke zang combineren een waanzinnig geheel. Verderop wordt de muziek meer mystiek en gotisch en voert de duistere electronica meets industrial meer de boventoon. Het is wellicht, vooral naar het einde toe, wat teveel van het goede, mede doordat het nummer niet over zijn gehele lengte een passende, coherente flow kent. Intrigerend en meeslepend is het zonder meer.

Dan is "Bolygó, Bolyongó" toch een stuk beter. Hier valt op dat er ook gestoeid wordt met meer dansbare passages (voor zover je van dit soort muziek überhaupt kan zeggen dat het dansbaar is) en dit komt vooral doordat de electronische passages meer de boventoon gaan voeren. Maar gelukkig wordt het heavy gitaarwerk ook zeker niet geschuwd en vooral dit nummer kent erg sterke, memorabele riffs die in je kop blijven hangen. Een ommezwaai vind ergens in de vierde minuut plaats, maar ondanks dat de tweede helft van het nummer beduidend anders klinkt, lijkt het toch echt goed te passen bij de eerste helft. Erg knap in elkaar gezet!

De sfeervolle, meer ingetogen, atmosferische kant van Thy Catafalque kent een ongekend prachtig moment middels "Kék ég karaván", maar voordat je definitief kunt wegdromen op deze blend van folk, ingetogen gotische rock en sfeervolle electronica, is het opveren geblazen bij het ultrazware, aan Paradise Lost herinnerende "Hája-nász Az Avaron". Meeslepend, gemeen en duister is hier het sleutelwoord voor de muziek die hier gepresenteerd wordt.

En plots bevinden we ons in lichter vaarwater middels het prachtige "Zápor" wat mede door het gitaarwerk een beetje aan The Cure doet denken. Hier laat Thy Catafalque horen hoe ongelooflijk contrastrijk en lieflijk hun muziek óók kan zijn ten opzichte van het zware en allesvernietigende geraas aan gitaargeweld en gebeuk waar ze ook bekend om staan. Eén ding is wel zo: of het nu extreem hard of integer en mooi klinkt, Thy Catafalque beheerst al die kanten van hun muzikale spectrum in de fijnste details.

Qua intensiteit had het contrast echter niet groter kunnen zijn, want met "Az Ősanya Szól Ivadékaihoz" halen ze echt alles uit de kast. Ritmische, dansbare, beukende passages, gitaargeweld en intense, snerpende melodieën vormen een geheel en de band gaat dan ook nog eens in de hoogste versnelling in de zevende minuut. Vooral op het laatst lijkt het wel of alsof logge techno gezamenlijk met Hongaarse folk een muzikaal duel aangaan. Ik heb in tijden niet zulke bijzondere muziek gehoord!

Het album eindigt met het rustige coda "Varjak Fekszenek" en sluit dit album op wonderlijk mooie, atmosferische wijze af. De laatste klanken van het album zouden zomaar die aan het begin van het album kunnen zijn, waarmee gezegd kan worden dat de muzikale cirkel van T​ű​nő idő t​á​rlat als geheel volmaakt rond en eigenlijk nagenoeg perfect is.

Waarmee ik wil concluderen dat, op een aantal kleine imperfecties in continuiteit binnen een aantal nummers na, dit een lichtelijk meesterwerk is. Er is weinig wat hieraan kan tippen aan originaliteit en muzikaliteit en het is ook nog eens allemaal erg meeslepend, boeiend en intrigerend te noemen.
Op latere albums zou Thy Catafalque wat kleurrijker en gepolijster klinken, maar de harde randen binnen de muziek blijven op ieder album aanwezig.

Tuno Ido Tárlat is eigenlijk niet te missen. Misschien niet de meest handige zet om als kennismaking met Thy Catafalque te leren kennen; daarbij raad ik eerder een album als Naiv of Vadak aan, maar dat dit erg goed is, is een feit. Een 4,5 is dan ook zeker op zijn plaats! Knappe plaat!

Thy Catafalque - Zápor (2020)

poster
3,5
CorvisChristi (crew)
Thy Catafalque maakt een unieke blend van avant-garde, (black) metal en Hongaarse volksmuziek en is in wezen tegenwoordig een éénmansproject van Tamás Kátai, die naast dat hij professioneel beroepsfotograaf is, een voorliefde heeft voor het maken van unieke, originele muziek. Thy Catafalque is zijn troetelkind en hij is er dan ook, zeker de afgelopen jaren, behoorlijk productief mee bezig getuige de vele releases en het feit dat hij de laatste jaren zelfs optreed met zijn project, iets wat hij daarvoor met Thy Catafalque niet deed.

Ik ben behoorlijk onder de indruk van de muziek die Thy Catafalque maakt en elk album mag gezien worden als iets oprecht bijzonders. Het is dan ook zeker muziek wat ik iedere muziekliefhebber kan aanbevelen, alhoewel het extreme karakter van de muziek bij tijd en wijlen sommigen wellicht zal afschrikken. Maar eenmaal daar doorheen geprikt, blijft een muzikale ervaring over die zijn weerga wat mij betreft niet kent!!

Zápor is een EP met deels geremixte, deels opnieuw opgenomen versies van nummers oorspronkelijk afkomstig van het album Thy Catafalque - Tuno Ido Tárlat (2004) - MusicMeter.nl.
De reden dat Tamás Kátai dit album weer onder de loep heeft genomen, heeft, wat ik ervan begrepen heb, o.a. te maken dat het voor hem een zeer persoonlijk album is waar hij nog eens op terug wilde grijpen. Zodoende bestond het idee om een ingekorte, opgepoetste versie van Tuno Ido Tárlat te maken.
De drastisch ingekorte nieuwe versie van "Neath Waters" is hier de meest opvallende eend in de bijt.

Toch moet gezegd dat de release van Zápor me enigszins verbaasd, aangezien deze EP eigenlijk niets toevoegd wat al niet eerder (en beter) te horen was op Tuno Ido Tárlat. Ja, het klinkt allemaal beter geproduceerd, maar de manier hoe de nummers nu klinken, ontbeert het nu deels aan kracht en intensiteit.

Op zich voor fans (like myself) een leuke 'companion piece' naast Tuno Ido Tárlat, maar het mag uiteraard vanzelfsprekend zijn dat de versies op dat album hun waarde blijven behouden.

De muziek blijft algeheel gezien uiteraard geniaal. Het cijfer wat ik dan ook geef, heeft dan ook meer te maken met het nut van deze release.