Hier kun je zien welke berichten AOVV als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Stormkeep - Tales of Othertime (2021)

4,0
2
geplaatst: 5 december 2021, 20:26 uur
Afgaande op de albumhoes zou je, na een oppervlakkige observatie, misschien denken dat je een flinke bak power metal over kastelen, tovenaars, draken en epische oorlogen voor de kiezen zou krijgen. Maar als je wat beter kijkt (en eigenlijk gewoon al het bandlogo linksboven waarneemt), groeit het vermoeden dat het weliswaar over desbetreffende onderwerpen zal gaan, maar het op muzikaal vlak eerder in de (symfonische) black metal gezocht zal moeten worden. Mij deed de hoes best wel denken aan die van In the Nightside Eclipse en Storm of the Light's Bane.
Emperor en Dissection; twee bands uit de jaren '90, en verre van misse namen. De invloeden van deze band moeten we dan ook in dat decennium gaan zoeken, hierboven worden terecht deze twee grootheden, en daarnaast Dimmu Borgir en Bal-Sagoth aangehaald. De hoes roept bovenal associaties met fantasy-literatuur in me op, namen van grote schrijvers als Tolkien, Feist, Hobb en Martin schieten me te binnen. Stormkeep; het had ook zomaar de naam van een kasteel in één van hun epossen kunnen zijn!
Epiek hoor ik hier erg in terug, maar het hoeft lang niet allemaal serieus te zijn. Net als bij het lezen van de grote fantasy-verhalen, ervaar ik hier ook een flinke dosis ongerepte fun. Ja, de vocalen raspen. Ja, de gitaren striemen. Ja, de drums roffelen genadeloos. Maar ik hoor vooral ontzettend veel spelvreugde van een aantal gerodeerde, getalenteerde muzikanten die het allemaal niet al te serieus nemen. Dat werkt vaak bevrijdend, zo ook hier. De manier waarop opener The Seer zich op een galopperende manier vol energie en bravoure naar het voorplan trekt, is onweerstaanbaar. A Journey Through Storms, het langste nummer van de plaat, zit ontzettend goed in elkaar qua opbouw en dynamiek. The Serpent's Stone draagt ook al die ongebreidelde energie in zich. En Eternal Majesty Manifest is een grandioze finale. Het pleit: onweerstaanbare drang (om dit plaatje gewoon opnieuw te draaien).
Daarmee heb je de kern van het verhaal gehad, maar ook de twee kortere interludes werken sfeerverhogend. Ze hebben beiden iets filmisch, alsof ze plotsklaps uit een soundtrack zijn geplukt. Ik zou het hoe dan ook wel 'ns willen meemaken: een grootse fantasy-reeks met een soundtrack als deze.
Tales of Othertime is echter meer dan louter een album met goeie songs, de uitwerking is ook erg uitgekiend. Als ik deze vergelijk met hun EP uit 2020, is er dag en nacht verschil op productioneel gebied. Deze plaat kent een geweldige productie, in de best mogelijke zin. Geen te vol geluid, niet te proper, neen; men heeft de geest van de songs perfect weten vatten in een smetteloze productie. Gevolg hiervan is dat het beluisteren van het album via oortjes of een koptelefoon zeker en vast meerwaarde biedt. Een tokkeltje links, een drumfill rechts, nog een subtiel baslijntje ertussen: de geheimen geven zich prijs, op majestueuze wijs.
Het bronmateriaal is misschien niet bijster origineel, maar de invalshoek en de manier van uitwerken (en vooral ook de beleving) is dat zeer zeker. Stormkeep mag wat mij betreft zeker een vervolg geven aan dit epos, waarbij het primair om plezier en sfeer draait. Ik vermoed dat dit hobby-projectje ook wel zal worden doorgezet; het feit dat alle bandleden zich een amusant klinkend alter ego hebben aangemeten, is maar één iets wat mijn overtuiging sterkt.
4 sterren
Emperor en Dissection; twee bands uit de jaren '90, en verre van misse namen. De invloeden van deze band moeten we dan ook in dat decennium gaan zoeken, hierboven worden terecht deze twee grootheden, en daarnaast Dimmu Borgir en Bal-Sagoth aangehaald. De hoes roept bovenal associaties met fantasy-literatuur in me op, namen van grote schrijvers als Tolkien, Feist, Hobb en Martin schieten me te binnen. Stormkeep; het had ook zomaar de naam van een kasteel in één van hun epossen kunnen zijn!
Epiek hoor ik hier erg in terug, maar het hoeft lang niet allemaal serieus te zijn. Net als bij het lezen van de grote fantasy-verhalen, ervaar ik hier ook een flinke dosis ongerepte fun. Ja, de vocalen raspen. Ja, de gitaren striemen. Ja, de drums roffelen genadeloos. Maar ik hoor vooral ontzettend veel spelvreugde van een aantal gerodeerde, getalenteerde muzikanten die het allemaal niet al te serieus nemen. Dat werkt vaak bevrijdend, zo ook hier. De manier waarop opener The Seer zich op een galopperende manier vol energie en bravoure naar het voorplan trekt, is onweerstaanbaar. A Journey Through Storms, het langste nummer van de plaat, zit ontzettend goed in elkaar qua opbouw en dynamiek. The Serpent's Stone draagt ook al die ongebreidelde energie in zich. En Eternal Majesty Manifest is een grandioze finale. Het pleit: onweerstaanbare drang (om dit plaatje gewoon opnieuw te draaien).
Daarmee heb je de kern van het verhaal gehad, maar ook de twee kortere interludes werken sfeerverhogend. Ze hebben beiden iets filmisch, alsof ze plotsklaps uit een soundtrack zijn geplukt. Ik zou het hoe dan ook wel 'ns willen meemaken: een grootse fantasy-reeks met een soundtrack als deze.

Tales of Othertime is echter meer dan louter een album met goeie songs, de uitwerking is ook erg uitgekiend. Als ik deze vergelijk met hun EP uit 2020, is er dag en nacht verschil op productioneel gebied. Deze plaat kent een geweldige productie, in de best mogelijke zin. Geen te vol geluid, niet te proper, neen; men heeft de geest van de songs perfect weten vatten in een smetteloze productie. Gevolg hiervan is dat het beluisteren van het album via oortjes of een koptelefoon zeker en vast meerwaarde biedt. Een tokkeltje links, een drumfill rechts, nog een subtiel baslijntje ertussen: de geheimen geven zich prijs, op majestueuze wijs.
Het bronmateriaal is misschien niet bijster origineel, maar de invalshoek en de manier van uitwerken (en vooral ook de beleving) is dat zeer zeker. Stormkeep mag wat mij betreft zeker een vervolg geven aan dit epos, waarbij het primair om plezier en sfeer draait. Ik vermoed dat dit hobby-projectje ook wel zal worden doorgezet; het feit dat alle bandleden zich een amusant klinkend alter ego hebben aangemeten, is maar één iets wat mijn overtuiging sterkt.
4 sterren
Sufjan Stevens - All Delighted People EP (2010)

4,5
1
geplaatst: 27 december 2010, 13:12 uur
Het Statenproject van Sufjan Stevens is verleden tijd. De ijdele hoop die enkele mensen nog koesterden, heeft de heer Stevens dit jaar zo goed als weggevaagd. Dit jaar heeft hij twee platen uitgebracht namelijk, met deze ‘All Delighted People EP’ (een EP van ongeveer een uur lang, ’t is eens iets anders) als voorbode van de langspeler ‘The Age Of Adz’. De fysieke release van deze EP is nu verkrijgbaar, volgens onder andere user aERodynamIC (een betrouwbaar user, dus het zal wel waar zijn), maar ik ben er nog niet aan toe gekomen. Ik wil ‘m wel, daar niet van, want dit is gewoon heel mooie muziek.
Het is duidelijk te horen dat Stevens hier toch een andere koers gaat varen. Nu ken ik zijn meest recente werk niet, moet ik toegeven (enkel ‘Michigan’, ‘Seven Swans’ en ‘Illinois’), maar dit is toch wat anders dan die drie platen. En toch zijn er ook genoeg herkenningspunten. Je zou kunnen zeggen dat de lijn van ‘Michigan’ over ‘Illinois’ naar meer bombast en grootsheid wordt doorgetrokken, met ook een vleugje electronica. ’t Is allemaal niet zo goed als ‘Illinois’, maar deze EP toont wel dat we Stevens zeker nog niet mogen afschrijven op het muziektoneel.
De EP is opgebouwd rond twee versies van de titelsong, een ‘Original Version’ en een ‘Classic Rock Version’. Er zit genoeg verschil tussen deze twee versies, en net omdat Stevens dit een EP noemt, kan ik het wel hebben dat hier twee versies van hetzelfde nummer opstaan. De originele versie is een stuk langer dan de classic rock versie (11 en halve minuut tegenover 8 minuten), en krijgt van mij de voorkeur. Sprookjesachtig nummer. Fluitjes, blazers, strijkers, koortjes, dat is Sufjan Stevens anno 2010, lijkt het. Op het eind groeit het nummer nog naar een climax toe, één van uitbarstende aard (die strijkers), waarna het abrupt eindigt. Daarna wordt ‘Enchanting Ghost’ ingezet. Daarin krijgen we het exact tegenovergestelde. Stevens houdt van extremen. Het is een rustig luisterlied, Stevens die zichzelf begeleidt op gitaar. Naargelang het nummer vordert, komt ook de piano piepen. Het bevalt me wel, niet van wereldklasse, maar betoverend genoeg.
Voor ‘Heirloom’ geldt hetzelfde als voor ‘Enchanting Ghost’; mooi luisterliedje, maar niet van wereldklasse. het gitaarspel is hier iets vinniger, maar blijft toch erg ingetogen. Het zijn in regel twee folksongs, die perfect op een eerdere plaat van Stevens hadden gepast, behalve dat hier de gitaar wordt bovengehaald in plaats van de banjo. De stem van Sufjan Stevens blijft trouwens nog altijd even begeesterend, naar mijn mening. Dan komt ‘From The Mouth Of Gabriel’. In dit nummer zijn de electronicainvloeden duidelijk te onderscheiden. Maar daar let ik nou niet zo erg op, voor mij is het vooral een kwiek nummer dat sprookjesachtig aandoet. Lekker meegenomen dus.
Maar dan, maar dan. Één van de beste nummers van het jaar, naar mijn bescheiden mening. Zelden heb ik iemand de twee klassieke componisten Chopin en Satie zo bij elkaar horen brengen. Ik hoor het rustgevende, ietwat macabere van Satie (ambigu!) en de virtuoze klasse van Chopin (doet me vooral aan zijn ‘Impromptu’ denken). ‘The Owl And The Tanager’ is een nummer zoals ik dat tot nu toe op elke release van Stevens die ik ken heb gevonden; een absoluut wereldnummer, en niets minder. Begeesterend, ontluisterend, meeslepend, ontroerend, monden vallen open. Als ik m’n ogen sluit, vormt zich een hele grote, vervreemdende wereld waarvan ik niet weet of ik er voor eeuwig zou willen blijven, of ‘m zo snel mogelijk zou willen ontvluchten. Om het met een huizenhoog cliché te zeggen: Jezus, wat een song!
De classic rock versie is wat statiger dan de originele versie. Hier treden de blazers meer op de voorgrond, in plaats van de strijkers. Naarmate het nummer vordert, wordt het nummer ook wat meer “classic rock”, met elektrische gitaar en uitbundiger drumwerk. Voor de rest zijn het eigenlijk dezelfde ingrediënten, maar de balans is anders. Dat is eigenlijk erg fraai, hoe hij dat doet. De laatste twee minuten worden gevuld met een elektrische gitaarsolo in combinatie met synths (heb ik dat juist?), en helemaal op het einde nog een koortje: “All delighted people raise their hand”.
‘Arnika’ is het volgende nummer, het voorlaatste. Dit nummer begint weer een pak rustiger, maar het mooie aan dit nummer is dat er vrij subtiel laag per laag wordt bijgelegd. Dat heeft ervoor gezorgd dat dit nummer enorm is gaan groeien bij mij, want bij de eerste luisterbeurten vond ik dit nummer niet zo bijzonder, eerlijk gezegd. Stevens speelt hier met lagen, zou je kunnen zeggen. eentje erbij, eentje eraf, eentje erbij, weer eentje eraf…
Last but not least is ‘Djohariah’ (zo heet de zus van Stevens, heb ik gelezen). Het is een erg experimenteel nummer, het bestaat eigenlijk uit een aanhef met blazers en een dame die wat zingt, daarna komt het thema van de song, dat zich zo’n beetje de hele tijd herhaalt, waarna een ellenlange gitaarsolo op gang wordt getrapt, eerst wat weifelend, maar eens ie op gang komt, is het echt wel lekker om te beluisteren. Ik vind het een enorm spannend nummer, en ondanks z’n lange duur (17 minuten! Sommige EP’s duren niet eens 17 minuten!) gaat het nooit vervelen. Wat achteraf bekeken vrij bizar is, want dit is niet zo afwisselend als pakweg het openingsnummer of (laten we in de toekomst kijken) ‘Impossible Soul’, de monumentale afsluiter van ‘The Age Of Adz’. Na zo’n 6 minuten wordt de solo even afgebroken, voor een half minuutje “Djohari-Djohariah”, waarna het tweede deel van de solo komt. Het is bijna voer voor boeddhisten, de song is gewoon een 17 minuten durend geheel van mantra’s. Geen wonder dat het de luisteraar zo vasthoudt. Na ongeveer 11 minuten zit het tweede deel van de solo erop, en wordt weer het “Djohari-Djohariah” ingezet. Tijd voor een derde sologedeelte, zou je denken, maar neen. Zo is de heer Stevens dan ook weer; nu begint er in feite een helemaal op zich staand nummer, met coupletten en al. Mooie samenzang (ik vraag me af of het met z’n zus zelf is?).
Tekstueel valt vooral op dat Stevens de wereld moe lijkt te zijn, en van mening is dat die wereld grondig naar de haaien aan het gaan is. Dat hij veel pijn voelt. Enkele quotes:
“When, your heirloom’s wilted brown;
When the devil’s pushing down;
When your mourning has a sound;
And you hesitate to laugh;
How quickly will your joy pass;
How quickly will your joy pass?”
(‘Heirloom’)
“Desperate measures lead to death;
From the mouth of Gabriel;
Who died in his sleep when the world was a very big mess;
A very big mess. He saw too much;
From now on I will look away from every accident;
That may or may not come my way.”
(‘From The Mouth Of Gabriel’)
“I’m tired of life, I’m tired of waiting for someone;
I’m tired of prices, I’m tired of waiting for something.”
(‘Arnika’)
‘Djohariah’ gaat over zijn zus, het is een soort van eerbetoon, de tekst spreekt eigenlijk voor zich. Het verhaal dat Sufjan Stevens vertelt, toont een grote bezorgdheid en empathie met zijn zus, en het laat uitschijnen dat zij al veel tegenslagen heeft gekend (“And the man who left you for dead; he’s the heart grabber back stabber double cheater wife beater, you don’t need that man in your life; and you worked yourself to the bone; while the people say what they say, it’s the neighbors anyway, they don’t know what’s good for your life.”)
Voor het overige kan ik maar één ding aanraden: beluisteren die handel, en genieten!
4,5 sterren
Het is duidelijk te horen dat Stevens hier toch een andere koers gaat varen. Nu ken ik zijn meest recente werk niet, moet ik toegeven (enkel ‘Michigan’, ‘Seven Swans’ en ‘Illinois’), maar dit is toch wat anders dan die drie platen. En toch zijn er ook genoeg herkenningspunten. Je zou kunnen zeggen dat de lijn van ‘Michigan’ over ‘Illinois’ naar meer bombast en grootsheid wordt doorgetrokken, met ook een vleugje electronica. ’t Is allemaal niet zo goed als ‘Illinois’, maar deze EP toont wel dat we Stevens zeker nog niet mogen afschrijven op het muziektoneel.
De EP is opgebouwd rond twee versies van de titelsong, een ‘Original Version’ en een ‘Classic Rock Version’. Er zit genoeg verschil tussen deze twee versies, en net omdat Stevens dit een EP noemt, kan ik het wel hebben dat hier twee versies van hetzelfde nummer opstaan. De originele versie is een stuk langer dan de classic rock versie (11 en halve minuut tegenover 8 minuten), en krijgt van mij de voorkeur. Sprookjesachtig nummer. Fluitjes, blazers, strijkers, koortjes, dat is Sufjan Stevens anno 2010, lijkt het. Op het eind groeit het nummer nog naar een climax toe, één van uitbarstende aard (die strijkers), waarna het abrupt eindigt. Daarna wordt ‘Enchanting Ghost’ ingezet. Daarin krijgen we het exact tegenovergestelde. Stevens houdt van extremen. Het is een rustig luisterlied, Stevens die zichzelf begeleidt op gitaar. Naargelang het nummer vordert, komt ook de piano piepen. Het bevalt me wel, niet van wereldklasse, maar betoverend genoeg.
Voor ‘Heirloom’ geldt hetzelfde als voor ‘Enchanting Ghost’; mooi luisterliedje, maar niet van wereldklasse. het gitaarspel is hier iets vinniger, maar blijft toch erg ingetogen. Het zijn in regel twee folksongs, die perfect op een eerdere plaat van Stevens hadden gepast, behalve dat hier de gitaar wordt bovengehaald in plaats van de banjo. De stem van Sufjan Stevens blijft trouwens nog altijd even begeesterend, naar mijn mening. Dan komt ‘From The Mouth Of Gabriel’. In dit nummer zijn de electronicainvloeden duidelijk te onderscheiden. Maar daar let ik nou niet zo erg op, voor mij is het vooral een kwiek nummer dat sprookjesachtig aandoet. Lekker meegenomen dus.
Maar dan, maar dan. Één van de beste nummers van het jaar, naar mijn bescheiden mening. Zelden heb ik iemand de twee klassieke componisten Chopin en Satie zo bij elkaar horen brengen. Ik hoor het rustgevende, ietwat macabere van Satie (ambigu!) en de virtuoze klasse van Chopin (doet me vooral aan zijn ‘Impromptu’ denken). ‘The Owl And The Tanager’ is een nummer zoals ik dat tot nu toe op elke release van Stevens die ik ken heb gevonden; een absoluut wereldnummer, en niets minder. Begeesterend, ontluisterend, meeslepend, ontroerend, monden vallen open. Als ik m’n ogen sluit, vormt zich een hele grote, vervreemdende wereld waarvan ik niet weet of ik er voor eeuwig zou willen blijven, of ‘m zo snel mogelijk zou willen ontvluchten. Om het met een huizenhoog cliché te zeggen: Jezus, wat een song!
De classic rock versie is wat statiger dan de originele versie. Hier treden de blazers meer op de voorgrond, in plaats van de strijkers. Naarmate het nummer vordert, wordt het nummer ook wat meer “classic rock”, met elektrische gitaar en uitbundiger drumwerk. Voor de rest zijn het eigenlijk dezelfde ingrediënten, maar de balans is anders. Dat is eigenlijk erg fraai, hoe hij dat doet. De laatste twee minuten worden gevuld met een elektrische gitaarsolo in combinatie met synths (heb ik dat juist?), en helemaal op het einde nog een koortje: “All delighted people raise their hand”.
‘Arnika’ is het volgende nummer, het voorlaatste. Dit nummer begint weer een pak rustiger, maar het mooie aan dit nummer is dat er vrij subtiel laag per laag wordt bijgelegd. Dat heeft ervoor gezorgd dat dit nummer enorm is gaan groeien bij mij, want bij de eerste luisterbeurten vond ik dit nummer niet zo bijzonder, eerlijk gezegd. Stevens speelt hier met lagen, zou je kunnen zeggen. eentje erbij, eentje eraf, eentje erbij, weer eentje eraf…
Last but not least is ‘Djohariah’ (zo heet de zus van Stevens, heb ik gelezen). Het is een erg experimenteel nummer, het bestaat eigenlijk uit een aanhef met blazers en een dame die wat zingt, daarna komt het thema van de song, dat zich zo’n beetje de hele tijd herhaalt, waarna een ellenlange gitaarsolo op gang wordt getrapt, eerst wat weifelend, maar eens ie op gang komt, is het echt wel lekker om te beluisteren. Ik vind het een enorm spannend nummer, en ondanks z’n lange duur (17 minuten! Sommige EP’s duren niet eens 17 minuten!) gaat het nooit vervelen. Wat achteraf bekeken vrij bizar is, want dit is niet zo afwisselend als pakweg het openingsnummer of (laten we in de toekomst kijken) ‘Impossible Soul’, de monumentale afsluiter van ‘The Age Of Adz’. Na zo’n 6 minuten wordt de solo even afgebroken, voor een half minuutje “Djohari-Djohariah”, waarna het tweede deel van de solo komt. Het is bijna voer voor boeddhisten, de song is gewoon een 17 minuten durend geheel van mantra’s. Geen wonder dat het de luisteraar zo vasthoudt. Na ongeveer 11 minuten zit het tweede deel van de solo erop, en wordt weer het “Djohari-Djohariah” ingezet. Tijd voor een derde sologedeelte, zou je denken, maar neen. Zo is de heer Stevens dan ook weer; nu begint er in feite een helemaal op zich staand nummer, met coupletten en al. Mooie samenzang (ik vraag me af of het met z’n zus zelf is?).
Tekstueel valt vooral op dat Stevens de wereld moe lijkt te zijn, en van mening is dat die wereld grondig naar de haaien aan het gaan is. Dat hij veel pijn voelt. Enkele quotes:
“When, your heirloom’s wilted brown;
When the devil’s pushing down;
When your mourning has a sound;
And you hesitate to laugh;
How quickly will your joy pass;
How quickly will your joy pass?”
(‘Heirloom’)
“Desperate measures lead to death;
From the mouth of Gabriel;
Who died in his sleep when the world was a very big mess;
A very big mess. He saw too much;
From now on I will look away from every accident;
That may or may not come my way.”
(‘From The Mouth Of Gabriel’)
“I’m tired of life, I’m tired of waiting for someone;
I’m tired of prices, I’m tired of waiting for something.”
(‘Arnika’)
‘Djohariah’ gaat over zijn zus, het is een soort van eerbetoon, de tekst spreekt eigenlijk voor zich. Het verhaal dat Sufjan Stevens vertelt, toont een grote bezorgdheid en empathie met zijn zus, en het laat uitschijnen dat zij al veel tegenslagen heeft gekend (“And the man who left you for dead; he’s the heart grabber back stabber double cheater wife beater, you don’t need that man in your life; and you worked yourself to the bone; while the people say what they say, it’s the neighbors anyway, they don’t know what’s good for your life.”)
Voor het overige kan ik maar één ding aanraden: beluisteren die handel, en genieten!
4,5 sterren
Sufjan Stevens - The Age of Adz (2010)

3,5
1
geplaatst: 3 januari 2011, 14:35 uur
Eerder dit jaar verscheen reeds ‘All Delighted People EP’, door mij bekroond met 4,5 sterren, van Sufjan Stevens. Dat was, naar de eigenzinnigheid van Stevens, een EP van een uur. En toch was het maar een voorbode op wat er nog moest komen. Een volwaardig album. Dat is ‘The Age Of Adz’ geworden. En naar mijn bescheiden mening is dat een minder geslaagde plaat dan de EP.
‘The Age Of Adz’ begint nochtans geweldig, met ‘Futile Devices’, een fluisterliedje. Een liefdesliedje. De banjo van ‘Illinoise’ is ingewisseld voor een gitaar, maar voor de rest had het er niet op misstaan. Het duurt slechts een twee minuten, maar het is meteen één van de beste nummers die ‘The Age Of Adz’ rijk is.
Na dit openingsnummer begint de echte toch van Stevens, vrij experimenteel toch. ‘Too Much’ laat meteen horen dat Stevens op zijn nieuwste plaat de electronica-invloeden niet schuwt. Een prima nummer, het doet erg harmonieus aan, en is interessant. De samenzang is er ook nog altijd, en ik blij te horen dat Sufjan de strijkers en blazers niet heeft thuisgelaten. Vooral de blazers geven het nummer na 3 en halve minuut een tikkeltje meer.
Overdaad is een woord dat jammer genoeg ook soms bij me opkomt tijdens de beluistering van deze plaat. Vooral bij het titelnummer ervaar ik die overdaad. Vooral in het begin is het nummer zo groots en pompeus, dat het eigenlijk niet meer mooi is. Het nummer wordt wel beter naar het einde toe, maar is toch zeker geen favoriet bij mij.
‘I Walked’ daarentegen, vind ik wel erg geslaagd. Het sfeertje dat neergezet wordt is mooi, en Sufjan Stevens kan nog altijd zingen als een engel. Het nummer is op instrumentaal vlak vrij repetitief, maar toch interessant genoeg, dat zeker wel. Van een nummer als ‘Djohariah’ weten we al dat Stevens de luisteraar kan vasthouden met repetitieve elementen.
‘Now That I’m Older’ vind ik ook een erg goede song. Die piano in het begin is erg mooi, en de zang is ook fenomenaal. Even vrees je dat men ‘Silent Night’ gaat inzetten, maar na ongeveer anderhalve minuut valt Stevens zelf in, en hij zingt op begeesterende manier. Wat er allemaal op de achtergrond gebeurt, draagt bij tot de uitstekende sfeerzetting. Het is één van de minst populaire nummers, als je je op de statistieken hier op MusicMeter baseert, maar ik vind het eigenlijk gewoon één van de beste nummers!
Dan volgt er een dipje, naar mijn mening. ‘Get Real Get Right’ weet niet echt te bekoren, en het is me een raadsel hoe dat komt, want het heeft toch wel alle elementen om net aantrekkelijk te zijn. Ik dacht aanvankelijk dat het wel met meer te luisteren beter zou worden, maar dat werd het niet, integendeel. Ik erger me lichtjes aan het nummer, en hoe dat komt, ik zou het niet meteen kunnen uitleggen. Bizar. ‘Bad Communication’ vind ik het minste nummer van het album, eigenlijk gewoon slecht. Het is een experimenteel nummer, maar als Stevens die richting op wil in de toekomst, zal ik dat jammer vinden. Al een geluk dat het maar een dikke 2 minuten duurt.
Na deze twee mindere nummers volgt evenwel het beste nummer, ‘Vesuvius’. Net als de gelijknamige vulkaan bij Napels, kolkt dit nummer. De piano wordt weer tevoorschijn getoverd, en ik heb toch wel een zwak voor het pianospel van Stevens (‘The Owl And The Tanager’ vind ik zelfs één van de beste nummers van het jaar). Opvallend toch dat op elk plaatje dat ik ken van Stevens minstens één nummer van absolute wereldklasse staat. Op ‘Illinoise’ staan er meerdere, hier is dat dus ‘Vesuvius’. Alles aan het nummer is intrigerend, een grote verscheidenheid aan instrumenten wordt aangewend op voortreffelijke wijze, de zang is ook weer van een hogere orde, en het repetitieve is ook ronduit bezwerend.
‘All For Myself’ volgt dan, een kleine 3 minuten lang, maar zeker niet slecht. Dit experimentje bevalt me duidelijk beter dan ‘Bad Communication’. Het zelfde fluitje als in ‘Vesuvius’ wordt hier gebruikt, daarom ook vind ik dat het wat bij dat nummer hoort, als mooi aanhangsel.
‘I Want To Be Well’ staat dan weer volledig op zichzelf, wat dat betreft. Het schiet vinnig uit de startblokken, in tegenstelling tot andere nummers op deze plaat, en grillige fluitmuziek wordt gecombineerd met de voor dit plaatje typische electronica. Het nummer doet sierlijk aan, gracieus, verheven. Sprookjesachtig op geheel eigen manier. Een erg divers nummer ook, want na zo’n 2 minuten en half treedt er een impasse op, die daarna op Stevens’ kundige wijze naar een mooie climax wordt gestuurd.
Nog één nummer. Met de kennis dat ‘All Delighted People EP’ een uur duurde en deze plaat “nog maar” 50 minuten bezig is, weet je dat het laatste nummer een knoert van een nummer zal zijn. Inderdaad, ‘Impossible Soul’ duurt zelfs nog een stuk langer dan ‘Djohariah’ op de EP. De grens van de 25 minuten wordt overschreden. Maar ‘Impossible Soul’ is een erg geslaagd nummer. Op mij komt het over als een soort samenvatting van alles wat Stevens op de plaat al heeft laten horen. Alle invloeden worden hier netjes in samengebracht, gaande van folk en electronica tot art rock en bombastisch geweld. Ik hoor er zelfs wat R&B in terug! Dat verraste me misschien nog het meest. We krijgen ook weer zo’n gitaarsolo als in ‘Djohariah’, maar veel minder lang. Het is onmogelijk te beschrijven wat er allemaal in deze song gebeurt, het is gewoon te veel. Overdaad, zou men nu ook kunnen stellen, maar wel verdomd interessant klinkende overdaad. En dan heb ik daar geen probleem mee. Je zou het ook een collage van aan elkaar gekleefde nummers kunnen noemen, maar daarmee doe je het geheel een beetje onrecht aan. Een monumentale afsluiter voor dit album, gewoon luisteren, en het allemaal ervaren.
Op tekstueel vlak blijft Stevens zijn eigen mysterieuze zelf. Ik heb wat opgezocht, en het blijkt dat Stevens in 2009/2010 enkele maanden erg ziek is geweest, chronische pijnen heeft geleden, waardoor hij voor bepaalde tijd niet aan zijn muziek kon werken. Misschien heeft dat ook wel voor een deel geleid tot de soms wat dramatische teksten en dito muziek. Ik heb er geen gedacht van wat hij met ‘Age Of Adz’ bedoelt, maar de ondertoon is in ieder geval dramatisch en negatief. Hopeloosheid en een desolaat, verloren gevoel zijn andere invloeden in de teksten. Enkele voorbeelden:
“I walked, cause you walked,
But I won’t probably get very far,
Sensation to what you said,
But I’m not about to expect something more,
I would not have run off,
But I couldn’t bare that it’s me,
It’s my fault,
I should not be so lost,
But I’ve got nothing left to love.”
(‘I Walked’)
“It’s different now I think,
I wasn’t older yet,
I wasn’t wise, I guess,
Somewhere I lost whatever else I had,
I wasn’t over you,
I see it run inside itself.”
(‘Now That I’m Older’)
Ook mooi is het moment in ‘Vesuvius’, dat hem door een vrouwenstem (moet date en engel symboliseren misschien?) wordt toegezongen: “Sufjan, follow your heart; follow the flame, or fall on the floor; Sufjan, the panic inside; the murdering ghost, that you cannot ignore.”
Met ‘The Age Of Adz’ stelt Sufjan Stevens me niet teleur, maar ik had er stiekem, met het oog op die fantastische EP, toch meer van verwacht. Het is wel toe te juichen dat hij zich als artiest verder ontwikkeld, ook al weet hij dat enkele van zijn fans hem daardoor de rug zullen toekeren.
3,5 sterren
‘The Age Of Adz’ begint nochtans geweldig, met ‘Futile Devices’, een fluisterliedje. Een liefdesliedje. De banjo van ‘Illinoise’ is ingewisseld voor een gitaar, maar voor de rest had het er niet op misstaan. Het duurt slechts een twee minuten, maar het is meteen één van de beste nummers die ‘The Age Of Adz’ rijk is.
Na dit openingsnummer begint de echte toch van Stevens, vrij experimenteel toch. ‘Too Much’ laat meteen horen dat Stevens op zijn nieuwste plaat de electronica-invloeden niet schuwt. Een prima nummer, het doet erg harmonieus aan, en is interessant. De samenzang is er ook nog altijd, en ik blij te horen dat Sufjan de strijkers en blazers niet heeft thuisgelaten. Vooral de blazers geven het nummer na 3 en halve minuut een tikkeltje meer.
Overdaad is een woord dat jammer genoeg ook soms bij me opkomt tijdens de beluistering van deze plaat. Vooral bij het titelnummer ervaar ik die overdaad. Vooral in het begin is het nummer zo groots en pompeus, dat het eigenlijk niet meer mooi is. Het nummer wordt wel beter naar het einde toe, maar is toch zeker geen favoriet bij mij.
‘I Walked’ daarentegen, vind ik wel erg geslaagd. Het sfeertje dat neergezet wordt is mooi, en Sufjan Stevens kan nog altijd zingen als een engel. Het nummer is op instrumentaal vlak vrij repetitief, maar toch interessant genoeg, dat zeker wel. Van een nummer als ‘Djohariah’ weten we al dat Stevens de luisteraar kan vasthouden met repetitieve elementen.
‘Now That I’m Older’ vind ik ook een erg goede song. Die piano in het begin is erg mooi, en de zang is ook fenomenaal. Even vrees je dat men ‘Silent Night’ gaat inzetten, maar na ongeveer anderhalve minuut valt Stevens zelf in, en hij zingt op begeesterende manier. Wat er allemaal op de achtergrond gebeurt, draagt bij tot de uitstekende sfeerzetting. Het is één van de minst populaire nummers, als je je op de statistieken hier op MusicMeter baseert, maar ik vind het eigenlijk gewoon één van de beste nummers!
Dan volgt er een dipje, naar mijn mening. ‘Get Real Get Right’ weet niet echt te bekoren, en het is me een raadsel hoe dat komt, want het heeft toch wel alle elementen om net aantrekkelijk te zijn. Ik dacht aanvankelijk dat het wel met meer te luisteren beter zou worden, maar dat werd het niet, integendeel. Ik erger me lichtjes aan het nummer, en hoe dat komt, ik zou het niet meteen kunnen uitleggen. Bizar. ‘Bad Communication’ vind ik het minste nummer van het album, eigenlijk gewoon slecht. Het is een experimenteel nummer, maar als Stevens die richting op wil in de toekomst, zal ik dat jammer vinden. Al een geluk dat het maar een dikke 2 minuten duurt.
Na deze twee mindere nummers volgt evenwel het beste nummer, ‘Vesuvius’. Net als de gelijknamige vulkaan bij Napels, kolkt dit nummer. De piano wordt weer tevoorschijn getoverd, en ik heb toch wel een zwak voor het pianospel van Stevens (‘The Owl And The Tanager’ vind ik zelfs één van de beste nummers van het jaar). Opvallend toch dat op elk plaatje dat ik ken van Stevens minstens één nummer van absolute wereldklasse staat. Op ‘Illinoise’ staan er meerdere, hier is dat dus ‘Vesuvius’. Alles aan het nummer is intrigerend, een grote verscheidenheid aan instrumenten wordt aangewend op voortreffelijke wijze, de zang is ook weer van een hogere orde, en het repetitieve is ook ronduit bezwerend.
‘All For Myself’ volgt dan, een kleine 3 minuten lang, maar zeker niet slecht. Dit experimentje bevalt me duidelijk beter dan ‘Bad Communication’. Het zelfde fluitje als in ‘Vesuvius’ wordt hier gebruikt, daarom ook vind ik dat het wat bij dat nummer hoort, als mooi aanhangsel.
‘I Want To Be Well’ staat dan weer volledig op zichzelf, wat dat betreft. Het schiet vinnig uit de startblokken, in tegenstelling tot andere nummers op deze plaat, en grillige fluitmuziek wordt gecombineerd met de voor dit plaatje typische electronica. Het nummer doet sierlijk aan, gracieus, verheven. Sprookjesachtig op geheel eigen manier. Een erg divers nummer ook, want na zo’n 2 minuten en half treedt er een impasse op, die daarna op Stevens’ kundige wijze naar een mooie climax wordt gestuurd.
Nog één nummer. Met de kennis dat ‘All Delighted People EP’ een uur duurde en deze plaat “nog maar” 50 minuten bezig is, weet je dat het laatste nummer een knoert van een nummer zal zijn. Inderdaad, ‘Impossible Soul’ duurt zelfs nog een stuk langer dan ‘Djohariah’ op de EP. De grens van de 25 minuten wordt overschreden. Maar ‘Impossible Soul’ is een erg geslaagd nummer. Op mij komt het over als een soort samenvatting van alles wat Stevens op de plaat al heeft laten horen. Alle invloeden worden hier netjes in samengebracht, gaande van folk en electronica tot art rock en bombastisch geweld. Ik hoor er zelfs wat R&B in terug! Dat verraste me misschien nog het meest. We krijgen ook weer zo’n gitaarsolo als in ‘Djohariah’, maar veel minder lang. Het is onmogelijk te beschrijven wat er allemaal in deze song gebeurt, het is gewoon te veel. Overdaad, zou men nu ook kunnen stellen, maar wel verdomd interessant klinkende overdaad. En dan heb ik daar geen probleem mee. Je zou het ook een collage van aan elkaar gekleefde nummers kunnen noemen, maar daarmee doe je het geheel een beetje onrecht aan. Een monumentale afsluiter voor dit album, gewoon luisteren, en het allemaal ervaren.
Op tekstueel vlak blijft Stevens zijn eigen mysterieuze zelf. Ik heb wat opgezocht, en het blijkt dat Stevens in 2009/2010 enkele maanden erg ziek is geweest, chronische pijnen heeft geleden, waardoor hij voor bepaalde tijd niet aan zijn muziek kon werken. Misschien heeft dat ook wel voor een deel geleid tot de soms wat dramatische teksten en dito muziek. Ik heb er geen gedacht van wat hij met ‘Age Of Adz’ bedoelt, maar de ondertoon is in ieder geval dramatisch en negatief. Hopeloosheid en een desolaat, verloren gevoel zijn andere invloeden in de teksten. Enkele voorbeelden:
“I walked, cause you walked,
But I won’t probably get very far,
Sensation to what you said,
But I’m not about to expect something more,
I would not have run off,
But I couldn’t bare that it’s me,
It’s my fault,
I should not be so lost,
But I’ve got nothing left to love.”
(‘I Walked’)
“It’s different now I think,
I wasn’t older yet,
I wasn’t wise, I guess,
Somewhere I lost whatever else I had,
I wasn’t over you,
I see it run inside itself.”
(‘Now That I’m Older’)
Ook mooi is het moment in ‘Vesuvius’, dat hem door een vrouwenstem (moet date en engel symboliseren misschien?) wordt toegezongen: “Sufjan, follow your heart; follow the flame, or fall on the floor; Sufjan, the panic inside; the murdering ghost, that you cannot ignore.”
Met ‘The Age Of Adz’ stelt Sufjan Stevens me niet teleur, maar ik had er stiekem, met het oog op die fantastische EP, toch meer van verwacht. Het is wel toe te juichen dat hij zich als artiest verder ontwikkeld, ook al weet hij dat enkele van zijn fans hem daardoor de rug zullen toekeren.
3,5 sterren
Sufjan Stevens - The Ascension (2020)

3,5
1
geplaatst: 4 november 2020, 19:36 uur
Aanvankelijk was ik teleurgesteld dat de track My Rajneesh niet op deze plaat is beland, maar uiteindelijk is dat toch een goeie keuze gebleken, naar mijn mening. Het nummer had hier namelijk niet echt z'n plaats gehad; America is een goeie afsluiter voor dit nieuwe album van creatieve duizendpoot Sufjan Stevens.
Na het verstilde, introverte en soms zelfs pijnlijk persoonlijke Carrie & Lowell heeft de Amerikaan zich nu weer wat meer op zijn extraverte alter ego gefocust. Dit levert een plaat op die in zekere zin vergelijkbaar is met The Age of Adz; druk, uitbundig, soms wat kil, soms ook weer ingetogen en lieflijk. The Ascension is een behoorlijk eclectische plaat geworden, waarvan helaas niet elke song me weet te pakken. De speelduur had wat mij betreft makkelijk met 20 minuten mogen worden ingekort.
Het begint alvast erg goe; opener Make Me an Offer I Cannot Refuse trekt me meteen de plaat, het Sufjan-universum in. Video Games komt als los nummer wat potsierlijk over, maar na meerdere luisterbeurten van deze plaat is het kwartje dan toch gevallen. Ativan en de titeltrack zijn wondermooi, en mogen wat mij betreft bij in het rijtje van Sufjan's toptracks. Bij het beluisteren van die songs bedenk ik me dan weer dat deze plaat toch minder uitbundig klinkt dan ik me er altijd bij voorstel.
Helaas weten nummers als Lamentations en Ursa Major me dan weer totaal niet te boeien. Ze dreinen wat voort op de achtergrond zonder een impact te hebben op me, en verglijden uiteindelijk in het grote niets.
Dit nieuwe werk van Sufjan Stevens kan zich niet meten met zijn beste platen, maar laat toch weer een indruk na, dat moet je hem toch telkens nageven.
3,5 sterren
Na het verstilde, introverte en soms zelfs pijnlijk persoonlijke Carrie & Lowell heeft de Amerikaan zich nu weer wat meer op zijn extraverte alter ego gefocust. Dit levert een plaat op die in zekere zin vergelijkbaar is met The Age of Adz; druk, uitbundig, soms wat kil, soms ook weer ingetogen en lieflijk. The Ascension is een behoorlijk eclectische plaat geworden, waarvan helaas niet elke song me weet te pakken. De speelduur had wat mij betreft makkelijk met 20 minuten mogen worden ingekort.
Het begint alvast erg goe; opener Make Me an Offer I Cannot Refuse trekt me meteen de plaat, het Sufjan-universum in. Video Games komt als los nummer wat potsierlijk over, maar na meerdere luisterbeurten van deze plaat is het kwartje dan toch gevallen. Ativan en de titeltrack zijn wondermooi, en mogen wat mij betreft bij in het rijtje van Sufjan's toptracks. Bij het beluisteren van die songs bedenk ik me dan weer dat deze plaat toch minder uitbundig klinkt dan ik me er altijd bij voorstel.
Helaas weten nummers als Lamentations en Ursa Major me dan weer totaal niet te boeien. Ze dreinen wat voort op de achtergrond zonder een impact te hebben op me, en verglijden uiteindelijk in het grote niets.
Dit nieuwe werk van Sufjan Stevens kan zich niet meten met zijn beste platen, maar laat toch weer een indruk na, dat moet je hem toch telkens nageven.
3,5 sterren
Sun Kil Moon - Among the Leaves (2012)

4,5
0
geplaatst: 21 september 2012, 11:20 uur
Deze week is Mark Kozelek onze artiest van de week. En daarom leek het me ideaal om eindelijk eens de nieuwe plaat van Sun Kil Moon te bespreken. De titel is ‘Among the Leaves’, en de plaat heeft een speeltijd van iets minder dan 5 kwartier, te verdelen over 17 songs. Dat zijn er een pak, en echt van die lange songs, zoals Kozelek er in het verleden toch al verscheidene heeft geschreven, staan er niet op. Dat doet echter niets af van de kwaliteit van dit nieuwe album; die ligt torenhoog.
Het is opmerkelijk hoe Kozelek de aandacht tot het bittere eind weet vast te houden op deze plaat. Althans, toch mijn aandacht. En dat terwijl er bijna nooit iets anders te horen is als Kozelek’s stem en zijn gitaar. Af en toe wordt er wat drums toegevoegd, of banjo, of viola, maar de essentie, de grondstoffen als het ware van deze plaat liggen toch wel in zang en gitaar. En de teksten.
Het tempo ligt veelal laag, al durft Kozelek wel eens een versnelling hoger te schakelen; wat vinniger uit de hoek te komen. Zoals ‘That Bird Has a Broken Wing’. Daarin plakt Kozelek de woorden aan mekaar, een verhaal over voorwaardelijke liefde: “I really love you more than that, but I’m half man, other half alley cat”.
De zang van Kozelek moet je wel liggen, vind ik. Hij heeft geen krachtige stem, en ook geen perfect zuiver geluid, maar dat deert me niet. Het is het gevoel dat hij overbrengt, dat me aantrekt in zijn zang. Er hangt een zweem van eenzaamheid in, een snuifje treurnis en subtiele heimwee. Over die heimwee, later meer.
Het fingerpicking gitaarspel van Kozelek draagt deze plaat voor een deel; het zet de lijnen uit, geeft aan waar de woorden heen moeten. En zorgt soms ook wel voor wat rust, en dan bedoel ik rust in de betekenis van woordenloosheid. De teksten zijn namelijk bij momenten zo direct en persoonlijk, en komen bijgevolg niet zelden aan als een slag in het gezicht. ‘Elaine’ is daar een voorbeeld van; een verhaal over een drugsverslaafde vrouw, en Kozelek brengt het op zo’n schrijnende wijze, dat het mij ook raakt. Gelukkig is er toch enigszins sprake van een happy end:
“The phone rang, I picked up;
It was you, you said you were out there waiting;
I hailed a taxi, pulled up front;
There stood a pretty lady.
Smokin’ a cigarette, lookin’ eight pounds heavier;
I helped you into the back, and put your bags in the trunk.”
En zo zijn er wel meer “persoonlijke” verhaal te bespeuren op deze voortreffelijke plaat. Ze dragen ook bij tot die intense sfeer die er naar mijn gevoel rondhangt; je voelt je al snel net als Kozelek. Zo staan er op deze plaat o.a. de elegie ‘Song for Richard Collopy’, een gitaartechnicus waarmee hij een nauwe band had, en die altijd z’n gitaren herstelde. “I’ll own this guitar for the rest of my life; I’ll play this guitar for the rest of my life”.
Verder heeft Kozelek het ook vaak over het toeren over de hele wereld. En de focus ligt dan vooral op hoe zwaar hem dat soms valt, maar de lichte humor die hij telkens in die verhalen stopt, geven weg dat Kozelek het vooral relativeert, maar dat het toch een kwelling is. Een aangename kwelling, misschien.
De tandem ‘UK Blues’ en ‘UK Blues 2’ gaat over dat toeren, en de ondertoon is negatief en pessimistisch, met hier en daar een flinterdun streepje troost. Enkele fragmenten:
“On an unlucky day, I tried a few new songs;
They looked at me like what?
Where’s ‘Katty Song’, ‘Mistress’, ‘Grace Cathedral Park’.”
“Finland, Finland; cold as ice, but the waitress, she was nice.”
“Went and got my check;
Went back to my room, feeling suicidal, feeling full of gloom;
Turned on the TV, there was rioting and stuff;
As if this city isn’t depressing enough.”
“Met up on the main street of town;
Played a half empty room, full of clowns;
When I was done, some drunk Irish men;
Said: “Worst night I’ve had since Bill Calla Hun”.”
Ter informatie: die deprimerende stad in de derde quote is Londen, Bill Calla Hun is Bill Callahan, de Amerikaanse singer-songwriter die vroeger onder de naam Smog opereerde. In deze songs komt ook die heimwee terug. Kozelek zei het zelf in een interview: “I’m homesick everywhere I go”.
Enige vreemde eend in de bijt is misschien wel ‘King Fish’. Niet zozeer tekstueel, wel qua geluid. Dit is het enige nummer op de plaat waar de gitaar elektrisch versterkt is, en ook de drummer treedt iets meer naar de voorgrond. Het is echter niet de sterkste track op de plaat, naar mijn mening, en in mijn keuze zal ik vrijwel alleen staan, vrees ik.
Mijn favoriete song op deze plaat is namelijk ‘Track Number 8’. Het is een nummer dat erg makkelijk blijft hangen, een geweldige melodie heeft en een fantastische tekst over het leven als singer-wongwriter, en de problemen dat het met zich meebrengt. Zoals Kozelek het beschrijft, is de waarheid misschien een beetje geweld aandoen, maar het verhaal dat ‘Track Number 8’ heet, is wel meeslepend en groots. Kozelek geeft aan dat er al veel singer-wongwriter ten onder zijn gegaan onder de worstelingen van het metier, zoals Elliott Smith en Mark Linkous. Dat er ook veel artiesten zijn die gemakzuchtig omgaan met de songschrijverij (wat Kozelek moeilijk verweten kan worden):
“Ever wonder why there aren’t more;
Than ten songs on most albums, because it’s a chore;
To write half a dozen, some guys lay back;
And rest on their laurels like lazy old hacks.”
Ook heeft hij het in dit nummer over de kracht en troost die je kan halen uit je naasten. In dit geval is er een belangrijke rol weggelegd voor zijn katten, lijkt me. Hij schrijft erover, erg direct, alsof je bij ‘m in de huiskamer zit en de mottenballen kan ruiken.
“Four kitty-kats gave ‘em their names;
Monster Fluff, Half Fluff, No Fluff and Samhain;
They’re the highlights of my songwriting days;
They’re happy to see me, we sit and we play.”
“The cats of Martinez, I love them so;
They help me forget my songwriting woes.”
Het zijn ook wezens die, in tegenstelling tot mensen, geen vragen stellen. Ze verstikken je ook niet, maar geven enkel liefde. En dat heeft een songwriter nodig, volgens Kozelek:
“This is a song I worked on last night;
I’ve beat it to death and I can’t get it right;
Songwriting’s lonely, songwriting hurts;
A relentless itching bed-bug curse.”
Een ander thema dat in deze song aan bod komt (en dan ga ik verder met de bespreking, beloofd), is zelfrelativering (“Well I wrote this one, and I know it ain’t great; will probably sequence it track number eight”).
Ook de beschrijvende manier van Kozelek is een belangrijke sterkhouder. Zijn teksten lijken soms wel schilderijen, met grote zorg en taalgevoel uitgetekend. De beschrijvingen hebben vaak een intimistisch karakter, maar schetsen van situaties, karakters en omgevingen zijn ook vaak erg gevat. Een voorbeeld:
“Big empty churches, old antique stores;
Peeling Victorians that used to house whores.” (‘Track Number 8’)
Ook nostalgie maakt zich weleens meester van Kozelek, zo denkt hij meerdere keren terug aan zijn vorige band, Red House Painters. Dat heb ik reeds aangehaald hierboven (zie: ‘UK Blues’), maar ook in het prachtige ‘Sunshine in Chicago’ komt dit terug. Dat is misschien wel het meest singlegevoelige nummer van de hele plaat (de meeste nummers zijn gewoonweg niet voorbestemd om hits te worden, of zo). Die verwijzingen houden ook een tweede, subtiele laag in; het ouder worden. Kozelek heeft het over jonge, vrouwelijke fans in de jaren ’90, terwijl hij nu posters signeert voor “mannen met tennisschoenen”.
Deze bespreking is uiteindelijk weer veel langer geworden dan de bedoeling was, maar omdat er veel quotes tussenstaan (dat moet ook, met zo’n tekstschrijver als Kozelek), valt het al bij al nog mee. Feit is dat ‘Among the Leaves’ voorlopig mijn plaat van 2012 is, en dat er al iets zeer strafs moet gaan gebeuren om deze plaat nog van de eerste plaats te stoten.
4,5 sterren
Het is opmerkelijk hoe Kozelek de aandacht tot het bittere eind weet vast te houden op deze plaat. Althans, toch mijn aandacht. En dat terwijl er bijna nooit iets anders te horen is als Kozelek’s stem en zijn gitaar. Af en toe wordt er wat drums toegevoegd, of banjo, of viola, maar de essentie, de grondstoffen als het ware van deze plaat liggen toch wel in zang en gitaar. En de teksten.
Het tempo ligt veelal laag, al durft Kozelek wel eens een versnelling hoger te schakelen; wat vinniger uit de hoek te komen. Zoals ‘That Bird Has a Broken Wing’. Daarin plakt Kozelek de woorden aan mekaar, een verhaal over voorwaardelijke liefde: “I really love you more than that, but I’m half man, other half alley cat”.
De zang van Kozelek moet je wel liggen, vind ik. Hij heeft geen krachtige stem, en ook geen perfect zuiver geluid, maar dat deert me niet. Het is het gevoel dat hij overbrengt, dat me aantrekt in zijn zang. Er hangt een zweem van eenzaamheid in, een snuifje treurnis en subtiele heimwee. Over die heimwee, later meer.
Het fingerpicking gitaarspel van Kozelek draagt deze plaat voor een deel; het zet de lijnen uit, geeft aan waar de woorden heen moeten. En zorgt soms ook wel voor wat rust, en dan bedoel ik rust in de betekenis van woordenloosheid. De teksten zijn namelijk bij momenten zo direct en persoonlijk, en komen bijgevolg niet zelden aan als een slag in het gezicht. ‘Elaine’ is daar een voorbeeld van; een verhaal over een drugsverslaafde vrouw, en Kozelek brengt het op zo’n schrijnende wijze, dat het mij ook raakt. Gelukkig is er toch enigszins sprake van een happy end:
“The phone rang, I picked up;
It was you, you said you were out there waiting;
I hailed a taxi, pulled up front;
There stood a pretty lady.
Smokin’ a cigarette, lookin’ eight pounds heavier;
I helped you into the back, and put your bags in the trunk.”
En zo zijn er wel meer “persoonlijke” verhaal te bespeuren op deze voortreffelijke plaat. Ze dragen ook bij tot die intense sfeer die er naar mijn gevoel rondhangt; je voelt je al snel net als Kozelek. Zo staan er op deze plaat o.a. de elegie ‘Song for Richard Collopy’, een gitaartechnicus waarmee hij een nauwe band had, en die altijd z’n gitaren herstelde. “I’ll own this guitar for the rest of my life; I’ll play this guitar for the rest of my life”.
Verder heeft Kozelek het ook vaak over het toeren over de hele wereld. En de focus ligt dan vooral op hoe zwaar hem dat soms valt, maar de lichte humor die hij telkens in die verhalen stopt, geven weg dat Kozelek het vooral relativeert, maar dat het toch een kwelling is. Een aangename kwelling, misschien.
De tandem ‘UK Blues’ en ‘UK Blues 2’ gaat over dat toeren, en de ondertoon is negatief en pessimistisch, met hier en daar een flinterdun streepje troost. Enkele fragmenten:
“On an unlucky day, I tried a few new songs;
They looked at me like what?
Where’s ‘Katty Song’, ‘Mistress’, ‘Grace Cathedral Park’.”
“Finland, Finland; cold as ice, but the waitress, she was nice.”
“Went and got my check;
Went back to my room, feeling suicidal, feeling full of gloom;
Turned on the TV, there was rioting and stuff;
As if this city isn’t depressing enough.”
“Met up on the main street of town;
Played a half empty room, full of clowns;
When I was done, some drunk Irish men;
Said: “Worst night I’ve had since Bill Calla Hun”.”
Ter informatie: die deprimerende stad in de derde quote is Londen, Bill Calla Hun is Bill Callahan, de Amerikaanse singer-songwriter die vroeger onder de naam Smog opereerde. In deze songs komt ook die heimwee terug. Kozelek zei het zelf in een interview: “I’m homesick everywhere I go”.
Enige vreemde eend in de bijt is misschien wel ‘King Fish’. Niet zozeer tekstueel, wel qua geluid. Dit is het enige nummer op de plaat waar de gitaar elektrisch versterkt is, en ook de drummer treedt iets meer naar de voorgrond. Het is echter niet de sterkste track op de plaat, naar mijn mening, en in mijn keuze zal ik vrijwel alleen staan, vrees ik.
Mijn favoriete song op deze plaat is namelijk ‘Track Number 8’. Het is een nummer dat erg makkelijk blijft hangen, een geweldige melodie heeft en een fantastische tekst over het leven als singer-wongwriter, en de problemen dat het met zich meebrengt. Zoals Kozelek het beschrijft, is de waarheid misschien een beetje geweld aandoen, maar het verhaal dat ‘Track Number 8’ heet, is wel meeslepend en groots. Kozelek geeft aan dat er al veel singer-wongwriter ten onder zijn gegaan onder de worstelingen van het metier, zoals Elliott Smith en Mark Linkous. Dat er ook veel artiesten zijn die gemakzuchtig omgaan met de songschrijverij (wat Kozelek moeilijk verweten kan worden):
“Ever wonder why there aren’t more;
Than ten songs on most albums, because it’s a chore;
To write half a dozen, some guys lay back;
And rest on their laurels like lazy old hacks.”
Ook heeft hij het in dit nummer over de kracht en troost die je kan halen uit je naasten. In dit geval is er een belangrijke rol weggelegd voor zijn katten, lijkt me. Hij schrijft erover, erg direct, alsof je bij ‘m in de huiskamer zit en de mottenballen kan ruiken.
“Four kitty-kats gave ‘em their names;
Monster Fluff, Half Fluff, No Fluff and Samhain;
They’re the highlights of my songwriting days;
They’re happy to see me, we sit and we play.”
“The cats of Martinez, I love them so;
They help me forget my songwriting woes.”
Het zijn ook wezens die, in tegenstelling tot mensen, geen vragen stellen. Ze verstikken je ook niet, maar geven enkel liefde. En dat heeft een songwriter nodig, volgens Kozelek:
“This is a song I worked on last night;
I’ve beat it to death and I can’t get it right;
Songwriting’s lonely, songwriting hurts;
A relentless itching bed-bug curse.”
Een ander thema dat in deze song aan bod komt (en dan ga ik verder met de bespreking, beloofd), is zelfrelativering (“Well I wrote this one, and I know it ain’t great; will probably sequence it track number eight”).
Ook de beschrijvende manier van Kozelek is een belangrijke sterkhouder. Zijn teksten lijken soms wel schilderijen, met grote zorg en taalgevoel uitgetekend. De beschrijvingen hebben vaak een intimistisch karakter, maar schetsen van situaties, karakters en omgevingen zijn ook vaak erg gevat. Een voorbeeld:
“Big empty churches, old antique stores;
Peeling Victorians that used to house whores.” (‘Track Number 8’)
Ook nostalgie maakt zich weleens meester van Kozelek, zo denkt hij meerdere keren terug aan zijn vorige band, Red House Painters. Dat heb ik reeds aangehaald hierboven (zie: ‘UK Blues’), maar ook in het prachtige ‘Sunshine in Chicago’ komt dit terug. Dat is misschien wel het meest singlegevoelige nummer van de hele plaat (de meeste nummers zijn gewoonweg niet voorbestemd om hits te worden, of zo). Die verwijzingen houden ook een tweede, subtiele laag in; het ouder worden. Kozelek heeft het over jonge, vrouwelijke fans in de jaren ’90, terwijl hij nu posters signeert voor “mannen met tennisschoenen”.
Deze bespreking is uiteindelijk weer veel langer geworden dan de bedoeling was, maar omdat er veel quotes tussenstaan (dat moet ook, met zo’n tekstschrijver als Kozelek), valt het al bij al nog mee. Feit is dat ‘Among the Leaves’ voorlopig mijn plaat van 2012 is, en dat er al iets zeer strafs moet gaan gebeuren om deze plaat nog van de eerste plaats te stoten.
4,5 sterren
Sun Ra - Space Is the Place (1973)

4,0
2
geplaatst: 4 september 2023, 22:34 uur
Fijn dat je Sanders noemt, Mssr Renard, het lange titelnummer doet mij aardig aan zijn werk van rond 1970 denken, een soort van dol, spiritueel orkest, compleet met bij tijd en wijle uitzinnige vocalen. Zeker 1 van de sterkste composities die ik al heb gehoord van Sun Ra. Hoog repetitief karakter, maar genoeg subtiliteit en accentwijzigingen allerhande om het fris en spannend te houden!
De overige 4 tracks herbergen dat heilige vuur wat minder in zich, lijkt het. Op tracks 2 en 3 spelen de blazers (trompet, fluit, saxofoon) een hoofdrol, het toetsenwerk van Zijne Opperzon klinkt dan weer opvallend lichtvoetig. Bovendien klinken de blazerssecties georkestreerd, wat het geheel iets dwingends verleent.
Sea of Sound heeft zijn naam vervolgens niet gestolen - heerlijk van links naar rechts schietende bak freejazz! Hier hou ik wel van, het lekker nerveuze drumspel is hier overigens debet aan en Sun Ra zorgt nog voor een flinke dosis space funk in het tweede deel.
De korte afsluiter bevat weer vocalen en een zekere mate van herhaling, maar is feller, driftiger van toon dan de opener. Springerig en hoekig, nerveus als de neten.
Het universum is enorm, aldus Sun Ra. Ik exploreer het met mondjesmaat, gaandeweg. Ik vertoef er graag.
4 sterren
De overige 4 tracks herbergen dat heilige vuur wat minder in zich, lijkt het. Op tracks 2 en 3 spelen de blazers (trompet, fluit, saxofoon) een hoofdrol, het toetsenwerk van Zijne Opperzon klinkt dan weer opvallend lichtvoetig. Bovendien klinken de blazerssecties georkestreerd, wat het geheel iets dwingends verleent.
Sea of Sound heeft zijn naam vervolgens niet gestolen - heerlijk van links naar rechts schietende bak freejazz! Hier hou ik wel van, het lekker nerveuze drumspel is hier overigens debet aan en Sun Ra zorgt nog voor een flinke dosis space funk in het tweede deel.
De korte afsluiter bevat weer vocalen en een zekere mate van herhaling, maar is feller, driftiger van toon dan de opener. Springerig en hoekig, nerveus als de neten.
Het universum is enorm, aldus Sun Ra. Ik exploreer het met mondjesmaat, gaandeweg. Ik vertoef er graag.
4 sterren
Sundara Karma - EP2 (2015)

3,0
0
geplaatst: 15 januari 2017, 18:10 uur
Tweede EP van Sundara Karma, een jonge Britse band die dit jaar hun langspeeldebuut op de wereld hebben losgelaten. Hoewel de EP van 2015 dateert, is de guitig klinkende opener 'Vivianne' wel op dat debuut terug te vinden; een fijne, aanstekelijke song met een tekst die zich ergens tussen romantiek en naïviteit ophoudt, waarvan onderstaande tekstflard als getuige mag worden opgeroepen:
"Come on baby, let's feel alive;
We could change the world,
If we stopped getting high;
But goddamn, I'd give it all up,
Just to spend it with you."
De daaropvolgende twee nummers, 'Run Away' en 'Diamond Cutter', hebben dat aanstekelijke van de opener ook in zich, maar weten gevoelig minder te overtuigen.
Het laatste nummer, 'Prisons to Purify', begint als iets broeierigs uit de jaren '80. Zanger Oscar Lulu gaat het duet aan met Marika Hackman, een opkomende singer-songwriter die in 2015 (na een aantal EP's) haar debuut uitbracht. Van deze dame ken ik verder geen muziek; wel heb ik gelezen dat zij nog als voorprogramma met Laura Marling mee op tour is gegaan. Misschien komt haar tweede plaat binnenkort wel uit op het label van Marling?
Tijdens de strofes lossen Lulu en Hackman elkaar af, om in het refrein samen te komen. Dat werkt goed. Deze song is wat langer dan de andere, en is (jammer genoeg) niet terug te vinden op het debuut van Sundara Karma.
3 sterren
"Come on baby, let's feel alive;
We could change the world,
If we stopped getting high;
But goddamn, I'd give it all up,
Just to spend it with you."
De daaropvolgende twee nummers, 'Run Away' en 'Diamond Cutter', hebben dat aanstekelijke van de opener ook in zich, maar weten gevoelig minder te overtuigen.
Het laatste nummer, 'Prisons to Purify', begint als iets broeierigs uit de jaren '80. Zanger Oscar Lulu gaat het duet aan met Marika Hackman, een opkomende singer-songwriter die in 2015 (na een aantal EP's) haar debuut uitbracht. Van deze dame ken ik verder geen muziek; wel heb ik gelezen dat zij nog als voorprogramma met Laura Marling mee op tour is gegaan. Misschien komt haar tweede plaat binnenkort wel uit op het label van Marling?
Tijdens de strofes lossen Lulu en Hackman elkaar af, om in het refrein samen te komen. Dat werkt goed. Deze song is wat langer dan de andere, en is (jammer genoeg) niet terug te vinden op het debuut van Sundara Karma.
3 sterren
Sundara Karma - Youth Is Only Ever Fun in Retrospect (2017)

3,0
0
geplaatst: 15 januari 2017, 18:42 uur
Sundara Karma (wat in het Sanskriet zoveel betekent als prachtig karma), is een jonge Britse band die eerder al een aantal singles en EP’s uitbracht (de EP’s zijn ook te vinden op MusicMeter, overigens), en aanstekelijke popmuziek ten berde brengt. De beste songs zijn op de eerste helft van de plaat te vinden; opener ‘A Young Understanding’ en ‘Loveblood’ (ook te vinden op ‘EP1’) zijn catchy, lichtvoetig en dansbaar, met echo’s van Arcade Fire in zijn meest hitgevoelige maillot.
Na dit dynamische duo wordt er één versnelling teruggeschakeld voor ‘Olympia’, dat zowel in tekst als sound iets melancholisch heeft, maar tegen het einde toch weer wordt aangezwengeld. Hét prijsnummer is in mijn ogen echter ‘Happy Family’, tevens het langste nummer op de plaat. Het begint erg rustig, en de meerstemmigheid doet me wat denken aan Fleet Foxes. Gaandeweg wordt de song wat meer opengetrokken, om richting een weidser geluid door te groeien, zonder als eendimensionale stadiumrock te gaan klinken. Op die manier wordt gedurende 6 minuten de aandacht gehouden, wat een knappe prestatie is!
Helaas hebben we dan ook meteen het beste gehad. Met ‘Vivienne’ (‘EP2’) staat er toch nog een sterke song op, maar voor het overige worden de beloftes van de eerste vier songs niet ingelost. Zo klinkt ‘Flame’ bijvoorbeeld rotaanstekelijk, maar het werkt om één of andere reden niet bij mij. De overige songs gaan een beetje aan me voorbij, en klinken alsof ik ze al eens eerder heb gehoord. Iets meer afwisseling mag wel, en de band zal ook nog moeten werken aan het eigen smoeltje. Maar dat is zeker geen schande voor een band die zich nog in een zeer vroege fase van hun eigen muziekgeschiedenis bevindt.
3 sterren
Na dit dynamische duo wordt er één versnelling teruggeschakeld voor ‘Olympia’, dat zowel in tekst als sound iets melancholisch heeft, maar tegen het einde toch weer wordt aangezwengeld. Hét prijsnummer is in mijn ogen echter ‘Happy Family’, tevens het langste nummer op de plaat. Het begint erg rustig, en de meerstemmigheid doet me wat denken aan Fleet Foxes. Gaandeweg wordt de song wat meer opengetrokken, om richting een weidser geluid door te groeien, zonder als eendimensionale stadiumrock te gaan klinken. Op die manier wordt gedurende 6 minuten de aandacht gehouden, wat een knappe prestatie is!
Helaas hebben we dan ook meteen het beste gehad. Met ‘Vivienne’ (‘EP2’) staat er toch nog een sterke song op, maar voor het overige worden de beloftes van de eerste vier songs niet ingelost. Zo klinkt ‘Flame’ bijvoorbeeld rotaanstekelijk, maar het werkt om één of andere reden niet bij mij. De overige songs gaan een beetje aan me voorbij, en klinken alsof ik ze al eens eerder heb gehoord. Iets meer afwisseling mag wel, en de band zal ook nog moeten werken aan het eigen smoeltje. Maar dat is zeker geen schande voor een band die zich nog in een zeer vroege fase van hun eigen muziekgeschiedenis bevindt.
3 sterren
