MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Pietro als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Texas Tornados - Texas Tornados (1990)

poster
4,0
Min of meer op de gok heb ik deze plaat ooit gekocht, want ik kende alleen wat van de muziek van Freddie Fender en Flaco Jimenez. Ik heb er nooit spijt van gehad dat ik dit debuut van Texas Tornados heb aangeschaft, want hij is iedere cent dubbel en dwars waard.

De Texaanse band met Mexicaanse wortels neemt je op dit album als luisteraar mee op een mooie reis door diverse muzikale landschappen, de ene nog fraaier dan de andere. Americana, folk, rock, texmex, country... alles komt langs. Jammer alleen is dat de plaat na 30 minuten al stopt, want de aanstekelijke combinatie van de genoemde stijlen deed mij al bij een eerste luisterbeurt naar meer verlangen.

Opgewekte composities zoals (Hey Baby) Que Paso en Adios Mexico worden moeiteloos afgewisseld met sfeervolle ingetogen songs als She Never Spoke Spanish to Me en If That’s What You Are Thinking. Het doet me soms denken aan Los Lobos, maar ook deze band heeft voldoende kwaliteit om te blijven boeien: 4*.

The Black Keys - El Camino (2011)

poster
4,5
Toen ik ergens in het najaar van 2011 het nummer Lonely Boy hoorde, wist ik dat ik op onderzoek uit moest gaan. Het was namelijk een van de beste songs die ik in jaren op de radio hoorde en als dit een voorbode was van El Camino, beloofde dat veel goeds. Het was niet lang na de release van deze plaat dat ik tot aanschaf overging. En als autoliefhebber werd ik ook wel enigszins getriggerd door de fascinerende hoes. Ik las ergens dat de band in haar beginjaren veel tourde in een mini van als deze.

Ik heb dit altijd een erg sterk abum gevonden. Naast Lonely Boy vormen het epische Gold on the Ceiling en het schiterende Little Black Submarines – dat rustig begint maar tot een geweldige climax komt – tot de hoogtepunten. Ook wat minder bekend songmateriaal als Money Maker en Mind Eraser is dik in orde. De bluesy inslag van veel van de nummers kan ik goed waarderen.

Inmiddels heb ik naast El Camino ook Turn Blue en Brothers in huis en dat vind ik stuk voor stuk prima platen. El Camino vind ik over de gehele linie net iets sterker dan die andere twee, vanwege de enorme variatie in het songmateriaal en de rauwe rocksongs met een bluesy randje. Die stijl komt op deze plaat het best naar voren. Dat de band een Grammy won voor beste rockalbum van 2011, zegt ook wel wat.

The Commitments - The Commitments (1991)

poster
4,5
Al sinds mijn kindertijd was ik dol op deze film, die ik inmiddels al diverse malen gezien heb. Met haar combinatie van prachtige muziek met een originele verhaallijn en een flinke dosis humor scoort The Commitmens nog altijd hoog in mijn lijstje van favoriete films. Dit album heb ik ergens eind jaren ’90 aangeschaft. In mijn platencollectie is soul nooit toonaangevend geweest, maar toch mag ik zo nu en dan graag luisteren naar deze muziek.

Dit is wat mij betreft een mooi eerbetoon aan de soulartiesten van de jaren ’60 en ’70, zoals Otis Redding, Wilson Pickett en Al Green. De muzikale hoogtepunten volgen elkaar in hoog tempo op en na deze release kwam er nog een plaat met songs uit de film. De kracht van The Commitmens zit ‘m in het gegeven dat de band bestaat uit een aantal sterke muzikanten, waarbij met name zanger Andrew Strong opvalt. Strong was ten tijde van de film pas 17 jaar, maar is gezegend met een dijk van een stem. Leuk is trouwens dat een aantal acteurs/artiesten door de jaren heen redelijk succesvol zijn geworden, met Glen Hansard als meest in het oog springende voorbeeld.

De film tovert iedere keer weer een lach op mijn gezicht, maar ook de muziek doet iets met mij. Iedere keer weer droom ik weg bij de subtiele klanken van deze songs, iets dat niet veel platen gegeven is: 4,5*.

The Cult - Electric (1987)

poster
3,5
Eeuwig zonde dat The Cult na het weergaloze Love gekozen heeft voor een meer recht-toe-recht-aan aanpak. Door de beklemmende, intense sfeer en vrij unieke combinatie van new wave/post-punk met hardrock is Love voor mij niet minder dan een mijlpaal in de popgeschiedenis die absoluut thuishoort in de top 250 op deze site. Dat dit nog niet het geval is, wijt ik dan maar aan de onbekendheid van die plaat.

De gortdroge productie maakt van Electric een album dat totaal niet meer te vergelijken is met de band die op Love zo’n indruk maakte op mij. Er had veel meer in gezeten dan nu het geval is, afgaande op de Peace-remixes die ik gehoord heb van songs als Wildflower en Love Removal Machine. Die hadden absoluut niet misstaan op het vorige album.

Lange tijd heb ik bij het opzetten van Electric op twee gedachten gehinkt. Hoe zou ik dit nu moeten beoordelen in vergelijking met Love en Dreamtime? Daar ben ik een tijdje terug vanaf gestapt, want op zichzelf is dit helemaal geen slechte plaat. Dankzij Ian Astbury’s uit duizenden herkenbare zang en Billy Duffy's strakke gitaarwerk klinken songs als Lil’ Devil, Peace Dog en Love Removal Machine nog altijd veel beter dan het wat het gros van de hardrockbands in die tijd uitbracht: 3,5*.

The Cult - Love (1985)

poster
5,0
Er zullen weinig platen zijn die de laatste jaren zo vaak gedraaid heb als Love. Ik heb het album al jaren in bezit, maar het blijft voor mij – ook na honderden luisterbeurten – een uniek tijdsdocument waarin de beklemmende new wave-sfeer van de jaren ’80 prima samengaat met de rockinvloeden die kenmerkend waren voor de latere albums van The Cult.

Ik ben altijd erg gecharmeerd geweest van de zang van Ian Astbury en hij weet de intensiteit van de songs op Love te voorzien van de juiste dynamiek. Daar waar ik het songmateriaal op het debuut Dreamtime wat wisselvallig vond, is dat op Love totaal niet het geval. Iedere song is een hoogtepunt op zichzelf, waarbij het meeslepende Brother Moon, Sister Wolf en het magistrale Hollow Man mijn absolute favorieten zijn. Ook de hitsingles She Sells Sanctuary, Rain en Revolution zijn dik in orde.

Omdat dit album geen enkel zwak moment bevat, krijgt het van mij de maximale waardering: 5*.

The Darkness - Permission to Land (2003)

poster
2,0
Tijdens een avondje stappen in het rockcafe waar ik destijds regelmatig kwam, werd eens het nummer I Believe in a Thing Called Love gedraaid. Het zal ergens rond de release van dit album zijn geweest, in 2003. Ik was niet echt ondersteboven van het nummer, maar toen ik deze plaat zag liggen bij de lokale platenboer heb ik toch maar even het hele album beluisterd.

Ik ben er nog steeds niet achter of de band hier een serieuze poging onderneemt om als rockband te klinken, of dat het een parodie is op rockmuziek. Het aardige gitaarwerk kan niet verhullen dat ik me bij ieder nummer enorm stoor aan de zang van Justin Hawkins, en dan met name de hoge uithalen. Met een andere rockzanger zouden songs als Black Shuck en Growing On Me niet onaardig klinken.

Als het als parodie bedoeld is, dan kan ik er nog wel om lachen. De composities hebben niet zo veel om het lijf, maar ik moet de band nageven dat ze wel catchy klinken. Dat neemt echter niet weg dat dit album niet aan mij is besteed: 2*.

The Gaslight Anthem - The '59 Sound (2008)

poster
3,5
The ’59 Sound heb ik niet lang na de release gekocht, omdat mensen in mijn omgeving zeiden dat de sound van deze band wel wat wegheeft van Springsteen. En laat ik nu een groot liefhebber zijn van het materiaal van The Boss, dus ik was direct erg benieuwd. Snel checkte ik nog even wat losse nummers via Last.FM (Old White Lincoln, Miles Davis & the Cool en het titelnummer) en toen wist ik het haast zeker: deze plaat zou een welkome aanwinst zijn in mijn collectie.

Inmiddels zijn we tien jaar verder en kan ik zeggen dat ik deze plaat sinds mijn aanschaf niet meer zo vaak op heb gezet. De genoemde nummers vind ik nog steeds vrij sterk en bleken ook de beste te zijn van deze plaat, wat voor mij ook de reden is dat dit nog wel een ruime voldoende scoort. Dan zet ik me even over de zang van Fallon heen, want die vind ik vaak wat monotoon klinken. Daarnaast denk ik dat de nummers wat beter zouden zijn als er wat rauwe rafelrandjes aan waren blijven zitten. Op de productie is weinig aan te merken, maar ik vind ‘m vooral erg clean. Wat extra vuurwerk op gitaar of een wat doorleefdere zang zou ik hier wel hebben gewaardeerd. Grappig zijn trouwens de verwijzingen naar Springsteen, bijvoorbeeld in het nummer Meet Me By the River’s Edge (met de terugkerende tekst No Surrender, Bobby Jean). Ik snap de vergelijkingen met Springsteen overigens wel, maar zowel in compositorisch opzicht als qua zang vind ik The Boss dan wel een stuk beter. Speciale vermelding trouwens voor het aanstekelijke Even Cowgirls Get the Blues, dat me overigens wat aan What It’s Like van Everlast deed denken.

Muzikaal gezien is dit allemaal dik in orde. Ik kan me ook goed voorstellen dat The Gaslight Anthem destijds een grote belofte is geweest. Het is een plaat die ik zo nu en dan, zoals vanochtend tijdens de autorit naar mijn werk, graag opzet maar die geen beklijvende indruk van begin tot eind weet achter te laten, 3,5*.

The Jayhawks - Hollywood Town Hall (1992)

poster
3,5
Ondanks dat ik een liefhebber ben van rootsmuziek, country en folk, heb ik deze plaat nooit echt frequent beluisterd. Het was een van de eerste albums die ik kocht, ruim 20 jaar geleden, maar het pakte me niet echt waar dat bijvoorbeeld wel gebeurde bij artiesten die eenzelfde soort muziek maken als Steve Earle of Lucinda Williams.

Ik denk dat het te maken heeft met de wat gladde productie. De band weet hoe je prima songs moet schrijven, maar voor mij klinkt het allemaal wat tam. Two Angels en Waiting for the Sun zijn voor mij de hoogtepunten van een album dat het vooral moet hebben van sprankelende liedjes die – het moet gezegd worden – prima zijn ingezongen en begeleid.

Daar ligt dan ook vooral de kracht van The Jayhawks. Het muzikale vakmanschap van de band staat buiten kijf, maar het is alleen niet zo aan mij besteed. De harmonieuze samenzang doet me overigens af en toe denken aan The Everly Brothers.

Ik twijfel tussen 3* en 3,5*, maar laat ik de band dankzij hun niet aflatend enthousiasme dan maar het voordeel van mijn twijfel geven.

The Living End - The Living End (1998)

poster
4,0
Dit album heb ik destijds gekocht puur op basis van de magistrale single Prisoner of Society. De smaakvolle combinatie van rock ’n roll met punk beviel mij direct en niet lang daarna ben ik deze plaat gaan kopen. Zanger Chris Cheney steekt zijn liefde voor Stray Cats niet onder stoelen of banken.

Is dat erg? Nee hoor, want ondanks dat slaagt de band er op zijn debuut in om 14 nummers lang te boeien. Dat is vooral te danken aan het plezier dat de band hier uitstraalt en aan de productie waardoor de songs hun rauwe rafelrandjes hebben behouden. Het werkt aanstekelijk op mij, want ik zou me graag wat meer verdiepen in deze band. Prisoner of Society blijft mijn favoriet, maar tracks als Second Solution en West End Riot doen daar nauwelijks voor onder.

Leuk weetje is trouwens dat Billie Joe Armstrong van Green Day de band destijds heeft gevraagd om in zijn voorprogramma te spelen tijdens de tour in Australië. Persoonlijk vind ik dit zelfs een stuk beter dan Green Day. Minder gepolijst en meer straight-forward vooral.

The Pogues - Hell's Ditch (1990)

poster
4,0
Hell’s Ditch is wat mij betreft het laatste sterke album van The Pogues. Toch staat het enigszins in de schaduw van het magistrale If I Should Fall from Grace with God uit 1988, waar de synthese tussen Engelse punk en traditionele Ierse folk tot volle wasdom kwam. Daarna volgde nog het wisselvallige Peace & Love en vrij snel (een jaar) daarna deze Hell’s Ditch.

Dit is de laatste plaat met zanger en boegbeeld Shane MacGowan, wiens overmatig alcoholgebruik zijn tol begon te eisen rond deze periode. Toch weet hij nummers als Sunny Side of the Street en Sayonara met zijn nonchalante stemgeluid van de juiste kleur te voorzien. De songs zijn over de gehele linie echter wat minder sterk dan op If I Should Fall from Grace with God. Vooral het maar doorsudderende Summer in Siam en het ongeinspireerde Six to Go skip ik doorgaans als ik dit album opzet.

Na deze release ging het snel bergafwaarts met The Pogues. Medebandlid Spider Stacy nam de vocalen over en MacGowan verdween, maar dat leidde niet tot betere songs op de hierna volgende platen. Nee, dan zet ik liever Hell’s Ditch nog eens op.

The Pogues - If I Should Fall from Grace with God (1988)

poster
5,0
In het muzikale landschap van de jaren ’80 vormden The Pogues een tamelijk uniek collectief. Al op het debuut Red Roses for Me wist de band rondom boegbeeld Shane MacGowan een vrij uniek geluid te creëren die het midden hield tussen Britse punk en traditionale Ierse folk. Een niet geheel geslaagde poging, maar het enthousiasme en de eigengereidheid van MacGowan vergoedden veel en zorgden ervoor dat het album een goede indruk op mij achterliet. Opvolger Rum, Sodomy & The Lash, dat met behulp van Elvis Costello werd geproduceerd, liet al een veel volwassener indruk achter.

Dit is het derde album van de Brits/Ierse band en opnieuw is er progressie geboekt. Sterker nog, ik zou If I Should Fall from Grace with God best als een meesterwerk durven bestempelen. Het songmateriaal is door de originele aanpak verrassend en ijzersterk tegelijkertijd. Dat begint al met het opzwepende titelnummer, waarna de muzikale reis verder gaat langs diverse landschappen. Een moderne uitvoering van de Ierse traditional The Broad Majestic Shannon wordt moeiteloos afgewisseld met het dromerige Lullaby of London en de dijenkletser Fiesta is weer heel anders dan de melancholische kerstsingle Fairytale of New York, waarin wijlen Kirsty MacColl meezingt.

Ik heb The Pogues de voorbije jaren meerdere malen live aan het werk gezien en ondanks dat de band nog altijd prima op dreef is, is MacGowan door overmatig alcoholgebruik geen schim meer van de succesvolle zanger en songwriter die hij ten tijde van If I Should Fall From Grace was. Voor dit album kan ik niet anders dan de maximale score toekennen: 5*.

The War on Drugs - Lost in the Dream (2014)

poster
5,0
Dit album was vier jaar geleden een bijzonder prettige kennismaking met de band die nu tegen een nummer 1 positie aanhikt in mijn album top 10.

Sfeervolle, ingetogen composities – zoals het dromerige titelnummer en het meeslepende Eyes to the Wind, dat rustig begint maar naar een hoogtepunt toewerkt – worden afgewisseld met wat meer up-tempo materiaal zoals het enerverende An Ocean in Between the Waves en het catchy Red Eyes.

De band heeft met dit derde album een bijzondere sound weten te creëren die enerzijds doet denken aan de jaren 70 en 80, maar daarnaast voldoende authenticiteit en eigenheid heeft om te blijven verrassen.

Het album lijkt met iedere luisterbeurt beter te worden. Naast het indrukwekkende songmateriaal speelt daarbij ook de voor mij uit duizenden herkenbare zang van Adam Granduciel een belangrijke rol. Daarom kan ik niet anders dan de maximale score toekennen aan dit prachtige album.

The Waterboys - Fisherman's Blues (1988)

poster
4,5
Nadat ik – een jaar of 10 geleden alweer – een keer And a Bang on the Ear voorbij hoorde komen op Last.FM, wist ik al dat dit een plaat zou zijn die ik wel eens erg goed zou kunnen vinden. Als liefhebber van folkmuziek heb ik dit album vervolgens op de gok gekocht. Dankzij dat ene nummer en de reacties bij dit album op deze site wist ik al wel dat er veel Ierse invloeden in de muziek verwerkt waren, wat mijn interesse verder aanwakkerde. Ik was tot die tijd eigenlijk alleen bekend met de hitsingle Whole of the Moon, een prima nummer maar niet een song die mij direct uitnodigde tot het verder ontdekken van het oeuvre van deze band.

Inmiddels heb ik ook aantal andere albums van The Waterboys beluisterd, maar ondanks het over het algemeen vrij hoge niveau is er niet eentje die voor mij in de buurt komt van Fisherman’s Blues. De new wave/post-punk elementen van weleer hebben plaatsgemaakt voor een folky sound, zoals ik vermoedde toen ik de plaat aanschafte. Wat me daarnaast aanspreekt is de melancholische sfeer die veel nummer oproepen, in het bijzonder We Will Not Be Lovers. En dan vergeef ik de band nog de niet helemaal geslaagde cover Sweet Thing van Van Morrison, waarvan ik het origineel toch beduidend beter vind.

Hoewel de band uit Schotland afkomstig is, associeer ik de muziek van dit album toch op de eerste plaats met de groene heuvels, eeuwenoude pubs en mystieke kastelen die ik tijdens een rondreis in Ierland heb bezocht. Het is de kracht van The Waterboys dat zij dit gevoel zo sterk en overtuigend op kunnen roepen: 4,5*.

The Young Dubliners - With All Due Respect (2007)

Alternatieve titel: The Irish Sessions

poster
4,0
Ik heb het altijd een beetje vreemd gevonden dat de Young Dubliners in ons land nauwelijks bekendheid genieten, terwijl soortgelijke bands als Flogging Molly en Drunken Lullabies wel doorgebroken zijn. De stijl van de band is goed vergelijkbaar met die van een band als Flogging Molly, hoewel de punkinvloeden wat minder prominent aanwezig zijn.

With All Due Respect was destijds mijn eerste kennismaking met The Young Dubliners. Dat het merendeel van de composities covers betreft, zal menig luisteraar wellicht niet eens opvallen omdat de originele versies vaak niet heel bekend zijn. Voorbeelden daarvan zijn Weila Waile, McAlpines Fusilliers en Raglan Road, die op smaakvolle wijze in een nieuw jasje worden gegoten. Ook de interpretatie van Pogues-klassiekers als If I Should Fall from Grace with God en A Pair of Brown Eyes is overtuigend, hoewel het in beide gevallen nergens de klasse van het origineel benadert.

Afgaande op de bandnaam zou je kunnen veronderstellen dat deze band covers speelt van de originele Dubliners, maar dat is slechts ten dele waar. Zo zijn een aantal songs moderne vertolkingen van Ierse traditionals en zijn andere composities zoals al vermeld covers van The Pogues. Deze plaat, die meer bekendheid verdient, is voor mij een leuke kennismaking geweest met de Young Dubliners: 4*.

Tom Petty - Full Moon Fever (1989)

poster
5,0
Tom Petty heb ik altijd beschouwd als een ijzersterke songwriter en zanger, die desondanks nooit echt is doorgebroken in Europa. Natuurlijk, we kennen de hits als Refugee en Free Fallin’, maar dat valt een beetje in het niet als je de beroemdheid van Petty in de VS in ogenschouw neemt.

Na het overlijden van Petty afgelopen jaar, ben ik zijn oeuvre nog eens gaan herontdekken. Ik kende de meeste van zijn platen al wel, evenals de twee leuke tussendoortjes die hij met de Traveling Wilburys opnam. Dit album, Full Moon Fever, behoort onmiskenbaar tot de hoogtepunten in de loopbaan van Petty.

Sprankelende liedjes als I Won’t Back Down, Runnin’ Down a Dream en het al genoemde Free Fallin’ klinken door de uit duizenden herkenbare zang van Petty erg eigentijds. Daarnaast wordt de Byrds-klassieker Feel a Wholte Lot Better op overtuigende wijze in een nieuw jasje gegoten.

Full Moon Fever bracht Petty eindelijk wat meer bekendheid in Europa, hoewel hij naar mijn gevoel nooit de erkenning heeft gekregen die hij verdiende. Full Moon Fever is een aanrader voor iedereen rechtgeaarde rockliefhebber: 4,5*.

Tom Petty and The Heartbreakers - Damn the Torpedoes (1979)

poster
4,5
Damn the Torpedoes was Petty’s derde album met The Heartbreakers en betekende zijn doorbraak in de VS. Het scheelde niet veel of Damn the Torpedoes had de eerste plaats in de Billboard-albumlijst behaald, maar Pink Floyd stak daar echter een stokje voor met The Wall.

Een plaat die misschien niet overal even constant is, maar in de vorm van sprankelende poppy rocknummers als Even the Losers of the aanstekelijke Here Comes My Girl wel twee van mijn favoriete Petty-tracks bevat. Daarnaast is de hitsingle Refugee de moeite van het vermelden meer dan waard: een stevige rocker die 40 (!) jaar na data nog atijd staat als het spreekwoordelijke huis.

Variatie is troef op deze plaat, die geheel terecht ook terug te vinden in de lijst van 500 beste albums aller tijden van Rolling Stone. Dit was een van de eerste platen die ik al 14-jarig jochie kocht en daarom heeft het een speciale betekenis voor mij. Ik heb sindsdien een behoorlijke Petty-collectie opgebouwd en de man heeft mij eigenlijk nog nooit echt teleurgesteld. Damn the Torpedoes behoort zonder meer tot zijn betere platen: 4,5*

Tracy Chapman - Tracy Chapman (1988)

poster
4,0
Bij het merendeel van de artiesten die maatschappelijk geëngageerd zijn, twijfel ik wel eens aan hun oprechtheid. Vaak is het namelijk zo dat een drang naar publiciteit meespeelt die het vaak wint van de goede intenties. In het geval van Tracy Chapman heb ik dat gevoel nog nooit gehad. Sterker nog: haar vaak pittige teksten en authentieke aanpak wisten me direct te overtuigen. Met haar donkere stemgeluid weet ze keer op keer een diepe indruk op mij te maken en haar teksten zijn uit het leven gegrepen.

Neem nu een track als Talkin’ Bout a Revolution, een van de mooiste protestnummers ooit geschreven. Telkens als ik dat nummer hoor, denk ik – bewust of onbewust – aan het verwerpelijke apartheidssysteem dat Zuid-Afrika ten tijde van de release van dit album al decennialang teisterde. Dat zal ook te maken hebben met haar aanwezigheid op het festival ter ere van de 70e verjaardag van Nelson Mandela. Zelden was een songtekst treffender dan hier het geval is.

Ook Fast Car, over een jonge vrouw die zich probeert te ontworstelen aan haar leven vol armoede, is bijzonder indrukwekkend. Recht uit het hart gezongen en vertolkt, iets wat niet gezegd kan worden van de wanstaltige cover die Jonas Blue enkele jaren terug opnam. Alles wat het origineel zo bijzonder maakt, ontbreekt daar. Ik verbaas me er echter niet over dat zo’n volkomen inwisselbaar nummer zo goed scoort in de hedendaagse hitlijsten.

Ik geloof Tracy als ze zingt over hoop en onvervuld verlangen, over haar strijd voor een rechtvaardige maatschappij. Zo handelt Behind the Wall over huiselijk geweld en is Across the Line een aanklacht tegens racisme. Soms is er wat ruimte voor een wat lichtere toon, zoals in Baby Can I Hold You. Het intense stemgeluid van Tracy maakt echter dat ieder nummer een bepaalde zwaarte in zich heeft.

In mijn waardering voor deze plaat speelt ook mee dat ik me goed kan verplaatsen in de thema’s die Tracy aansnijdt. Is er dan helemaal niets aan te merken op dit alom geprezen debuut? Weinig, maar soms kabbelt het album wat te rustig voort en dan neig ik er naar bepaalde tracks te skippen. Toch is dit een prima debuut, dat mij direct naar meer deed verlangen. Veel verder dan opvolger Crossroads ben ik echter nog niet gekomen, maar laat ik de rest van haar discografie ook maar eens een kans geven: 4*.