MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten RonaldjK als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Queensrÿche - Empire (1990)

poster
3,5
In mijn herinnering werd Queensrÿche in 1990 de beste / interessantste metalgroep in de melodieuze hoek. Ze streefden Iron Maiden voorbij, dat meer en meer aan metaalmoeheid leed. Kwestie van smaak, dat besef ik zeer wel. Lyrische fans bij voorganger Operation: Mindcrime en bij dit Empire was het niet anders; hetzelfde gold voor de pers.
gigage echter verwoordde in 2014 een andere mening, waar ik eveneens in meekan: "Op dit liedjes album is het af en toe wel doorbijten. Veel mid-tempo en niet al teveel verrassends in de nummers zelf. (...) Afzonderlijk zijn het allemaal wel prima tot ok songs, maar om je mee te laten slepen moet je wel echt in de stemming zijn."

In mijn woorden: ik mis snelle beukers. Er klinkt te weinig variatie. Teveel keurige metal die "iedereen" leuk vond, zoals de Scorpions inmiddels ook een groep voor ieder braaf schoolmeisje was geworden. Dan vind ik het niet leuk meer...
Tegelijkertijd: het was het jaar na de val van de muur, perestrojka en glasnost brachten een einde aan de wapenwedloop tussen het kapitalisme en communisme. Dat optimisme, dat positieve gevoel associeer ik met Empire, een Queensrÿche die weer eens heerlijk is geproduceerd door Peter Collins, in de lijn van het album Whomanfoursays van Dalbello van enkele jaren daarvoor in de handen van producer Mick Ronson. Bij Queensrÿche bovendien intelligente teksten en concepten.
Net als diezelfde schoolmeisjes vind ik Silent Lucidity een wonderschoon nummer met zijn melodie, de zang van Geoff Tate en de orkestrale aanpak versus de akoestische gitaren. Uit ervaring weet ik dat het ver buiten de genregrenzen liefhebbers vond. En vínd, zoals laatst een vriend van me aan wie ik het liet horen. Mijn andere favorieten zijn evenmin verrassend: opener Best I Can, Jet City Woman, het titellied, Hand on Heart en afsluiter Anybody Listening.

Voor wie het leuk vindt: singles, albums en de charts. In het Verenigd Koninkrijk waren er hits met Empire (#61), Silent Lucidity (#18), Best I Can (#36) en Jet City Woman (#39).
In de VS één hitsingle, Silent Lucidity haalde er #9, in Duitsland #75 (op #1 Scorpions met Winds of Change), in Nederland #21, in Vlaanderen #41.
Het album: in het VK #13, in de VS #7, in Duitsland #22, in Nederland #56 en in Vlaanderen geen notering.

De 63 minuten zijn een lange zit, desondanks komen zes hoogtepunten voorbij. Zet je die zes in een afspeellijst met andere namen, dan valt het veel beter.

Queensrÿche - Operation: Mindcrime (1988)

poster
4,5
Wat ik mij van het metallandschap in 1988 herinner is dat er enerzijds grenzen werden verlegd met steeds extremere varianten én we hadden in de melodieuzere subgenres als hoogtepunt dit Operation: Mindcrime van Queensrÿche. Plus natuurlijk al die verschrikkelijke hairmetalbands. Qua muziekstijl verdienden de popliedjes van die groepen niet eens de naam.

Aardschok en andere bladen bejubelden terecht dit conceptalbum, een progmetalkind van de roman 1984 van George Orwell, die ik enkele jaren eerder op de middelbare school had gelezen. In mijn herinnering stond de groep daarmee definitief op eenzame hoogte in metalland, samen met Iron Maiden.
Maar waar Maiden hun kunstje inmiddels begon te herhalen - op hoog niveau weliswaar, maar Seventh Son of a Seventh Son vond ik bij lange na niet meer zo verrassend als het eerdere werk, was Queensrÿche op hun derde album (vierde als je de debuut-EP meerekent) nog volop in ontwikkeling. Ze slaagden er bovendien in om dit met sterke composities te doen op een album dat bijna een uur duurde.
Iets toegankelijker dan de voorganger, maar om het verhaal te volgen met alle muzikale vondsten erbij, dat vergde wel wat van de luisteraar. Geen hapklare brokken dus en juist dat vond ik fijn. Vergeleek je dit met de hersenloze teksten van hairmetal, dan begreep je weer wat goede muziek met inhoud kan betekenen.

Ik vind het moeilijk om favorieten te kiezen, maar Revolution Calling is voor mij hét nummer dat me onmiddellijk terugbrengt naar die periode en het duet met de onbekende Pamela Moore Suite Sister Mary (wát een stem!) blijft eveneens een opvallende smaakmaker. Hetzelfde geldt voor I Don't Believe in Love, waarvan alleen al de introriff zo lekker is, passend bij de sombere tekst.
Eyes of a Stranger heeft na het korte Waiting for 22 moeite om op gang te komen, maar met dat majestueus gezongen refrein wist ik weer wat de klasse van Queensrÿche is. Het intense slot van het nummer is bijna eng.

Qua productie helemaal top. Minder opvallend dan de voorganger waar bijvoorbeeld nogal eens met de drumsound werd gespeeld, is het hier iets behoudender. Tegelijkertijd is dat juist de kracht: muziek en verhaal staan centraal. Die muziek is meer uptempo dan op de voorganger, waarbij het verhalende aspect van de composities bovenaan blijft staan.

Enfin, de rockmedia waren meer dan lovend en in mijn herinnering was er geen muziekliefhebber die niet de kwaliteit ervan inzag. Ook niet degenen die gingen voor extremere metal. En ook niet-metalliefhebbers hoorden de klasse. Zovele jaren later kijk ik er iets minder opgewonden op terug, toch blijft dit één van de onbetwiste mijlpalen in metal. Of breder, in de popmuziek. "I remember now."

Queensrÿche - Queensrÿche (1982)

Alternatieve titel: Queen of the Reich

poster
4,5
Heel waar wat Leonidas55 in in december '22 bij deze EP schreef. In mijn herinnering: in hardrock- / metalland waren er in die periode (1982 - 1983) drie grote zangers: Ronnie James Dio, Rob Halford en Bruce Dickinson. Geoff Tate voegde zich in één keer moeiteloos in dit rijtje met bovendien een stem die nogal afweek van de anderen: hoog en toch krachtig.

Voeg daarbij dat de stijl origineel was: heavy maar niet dichtgeplamuurd, soms met lange balladeachtige stukken die het verhalende aspect versterkten. Enigszins lijkend op Iron Maiden, maar toch anders en vooral heel fris. Vier sterke composities die bovendien erg sterk en gevarieerd waren, ingespeeld door goede muzikanten... een favoriet uitkiezen was lastig.
Bovendien was deze band er meteen bij met een videoclip; ik heb het over 1983, toen EMI de EP opnieuw uitbracht. Single Queen of the Reich heb ik menigmaal gefascineerd bij Sky Channel voorbij zien komen; hoera, science fiction én metal!
Het was in deze dagen nog geen kleinigheid om metal goed te produceren, er zijn talloze jaargenoten van Queensrÿche aan te wijzen die het met minder moesten doen. Denk bijvoorbeeld aan de vele groepen op het Engelse Neatlabel. Ook dat aspect was echter dik in orde op dit debuut.

Alles bij elkaar beleefde ik hen als meer dan een 'veelbelovende nieuwkomer', zoals Kronos schrijft. Al heeft hij geen ongelijk, die kwalificering was wel de consensus met "slechts een EP" op je CV. Tegelijkertijd las ik alleen maar lovende verhalen in de pers en mijn muziekvrienden dachten er hetzelfde over.
Het was in '83 natuurlijk afwachten of de band dat ook op een heel album kon waarmaken. Toch herinner ik me de verwachtingsvolle sfeer, waarin eenieder ervan overtuigd was dat dit een hele grote band zou worden, een verwachting die een keertje uitkwam (had persoonlijk in diezelfde periode hetzelfde bij Virgin Steele, maar die band heeft nooit de populariteit en invloed van Queensrÿche bereikt). Dit was één van de eerste echte Amerikaanse antwoorden op de New wave of British heavy metal en wat voor één!

Ik noteer vierenhalve ster voor de EP. Leuk dat het inmiddels een compleet album is zoals hierboven staat vermeld, maar met die vier nummers begon het!

Queensrÿche - Rage for Order (1986)

poster
4,5
Ik was van hardrock en metal gaan houden vanwege de hoge tempo's en scheurende riffs. Daar koos ik niet zozeer voor, dat overkwam me. Iets wat je instinctief raakt. Vanaf 1980 ontdekte ik dat bands geleidelijk steeds sneller gingen spelen: van de dubbele basdrums van Saxon naar Faster than the Speed of Light van Raven en Jaguar en vervolgens Kill 'em All oftewel speed- en thrashmetal.

Des te verrassender was Queensrÿche, waar het niet om snelheid en heftige riffs ging, maar om een bedachtzaam soort metal. Dit met verhalende teksten over een nabije toekomst waarin we de nodige onderdrukking gaan meemaken.
The Warning was al sterk en Rage for Order betekende een verrijking van dat geluid. Met name gitaren en drums luider in de mix en meer ruimte voor toetsen, die desondanks een bijrol blijven spelen. Een album zonder snelle composities, al is een enkel nummer (Surgical Strike) deels uptempo. Nee, Queensrÿche biedt vooral mid- en laagtempo. Waar ik van nature niet van langzame ballades houd, lukte het deze groep om mij wederom bij de lurven te grijpen.

De Britse producer Neil Kernon kende ik als een aor-producer, of op z'n stevigst hardrock. Heb hem eens gekoekeld, het blijkt dat hij ook de nodige kwaliteitspop produceerde of mixte, zoals Hall & Oates en Laurie Anderson. Zijn naam zag ik voor het eerst bij Unleashed in the East (1979) van Judas Priest waar hij technicus was. Als producer viel hij mij voor het eerst op bij Drastic Measures (1983) van Kansas en in datzelfde jaar was hij succesvol met de powerpop van The Romantics, waarna ik in 1985 zijn naam las bij albums van Michael Bolton en Dokken. Met dit soort referenties de geschikte man om de gelaagde muziek van Queensrÿche naar een hoger plan te brengen.
Ik ken één andere producer met een dergelijke staat van dienst: Ron Nevison. In 1987 produceerde hij Bad Animals van Heart en qua zowel productie (drumgeluiden en spel van Denny Carmassi en Rockenfield), als de kracht van de langzame nummers, als imago (kleding, kapsels) vond ik Queensrÿche lijken op de groep van de dames Wilson, bovendien afkomstig uit dezelfde regio. Nu ik Bad Animals vorige week weer eens draaide valt me bij Rage for Order wederom op dat geluid en sfeer verwant zijn.

In het geval van Rage for Order is de muziek harder en complexer. Daarbij kan de klasse van het stuwende drumwerk van Scott Rockenfield niet worden overschat, terwijl het genieten is van het slag- en solowerk van gitaristen Chris DeGarmo en Michael Wilton. Het spel van bassist Eddie Jackson mag onopvallend zijn, hij is de perfecte aanvulling voor Rockenfields relatief sobere drumpartijen.
Close to You van Dalbello kende ik (al is daar enige twijfel) via de videoclip bij Sky Channel. Dankzij de intrigerende cover op Rage, tevens single en dus opnieuw een videoclip, kwam het nog eens extra binnen. Dreigend en onheilspellend, fraai opgebouwd, fantastisch gezongen op een verhalende wijze, zoals Geoff Tate zo goed kan.
Vanochtend stuurde ik mijn broer de link naar het fascinerende slotlied I Will Remember om als kickstarter van zijn dag te gebruiken. Een ballade, akoestisch en wederom fascinerend gedaan. Als hij terug is van vakantie, haalt hij vast zijn vinyl exemplaar uit de kast.

Voor het verhaal van Rage for Order heb ik nooit mijn best gedaan, ik weet niet eens of er überhaupt wel sprake is van een conceptalbum met één lang verhaal. Maar met Walk in the Shadows als tweede grote favoriet van dit album weet ik weer hoe opwindend metal in 1988 kon zijn. Ik leerde toen zelfs een nieuwe genrenaam: progressive metal. Met de sfeerbeschrijving van Sir Spamalot als mooie illustratie daarbij.

Queensrÿche - The Warning (1984)

poster
5,0
Via Sky Channel maakte ik kennis met Queensrÿche, die groep met dat aparte geluid. Dat met de EP en vooral videoclip Queen of the Reich. En toen was daar The Warning. Ik leende 'm uit de bieb en draaide 'm eindeloos. De verwachtingen waren hoog geweest en de mannen déden het!

De open productie vond ik lekker; niet bereheavy maar de gitaren iets lager in de mix. Scheuren doet het echter wel degelijk, terwijl het toch ruimtelijk blijft. Daarbij kwam het ene na het andere heerlijke nummer voorbij, waarin tempowisselingen talrijk waren en bovendien prachtige gitaarsolo's zitten. Het begint al met het titelnummer dat aftrapt, waarbij de stem van Geoff Tate hoog boven de collega-muzikanten vliegt.

Hij voegde zich meteen bij de grote metalzangers: Ronnie James Dio en Rob Halford liepen al langer mee, sinds 1982 was daar Bruce Dickinson bijgekomen en nu was daar Tate, met een heel ander stemgeluid dan zijn concurrenten: hoog en krachtig tegelijk. In het slot van het uptempo En Force verstilt en vertraagt het, wordt er getokkeld op de gitaren en zakt zijn stem op prachtige wijze. Kip-pen-vel, zelfs zojuist werd ik erdoor verrast en hoe vaak heb ik dit album inmiddels gehoord?
Ook anders was het imago van de groep: niet denim and leather maar een luxere, intelligentere vorm van heavy metal, waar bovendien een science-fictionachtige sfeer vanuit ging, vergelijkbaar met die van de dystopische stripverhalen over de balling Hans waar ik zo van hield.

Ik kan verder gaan met het benoemen van allerlei hoogtepunten. Ga ik niet doen, al móet ik noteren dat ze zelfs durfden te fluiten in No Sanctuary en de overgang van het dreigende NM 156 naar het liefelijke en klassiek gezongen Take Hold of the Flame is perfect. Viel me pas op nadat ik het album op cassette afspeelde, waarbij de plaat hoefde te worden omgedraaid. Zelfs mijn broer, fan van Status Quo en Bon Jovi, vond dit goed. Hij zou later de opvolger kopen.
In 1982 tipte ik Virgin Steele als de nieuwe Amerikaanse metalsensatie bij mijn vrienden. Het werd Queensrÿche.