MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten RonaldjK als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Y & T - Black Tiger (1982)

poster
4,0
Wat betreft Black Tiger van Y&T verging het mij als bijna iedereen. Enerzijds vond ik 'm niet zo goed als Earthshaker, anderzijds verre van matig. In haar radioshow constateerde Hanneke Kappen hetzelfde, om vervolgens enthousiast muziek ervan te draaien in die zomer van 1982.

Mijn favoriete nummers: opener From the Moon, een statige instrumentale versie van het schitterende Forever met z'n heerlijke riffs, de afsluiter van de A-zijde, op de plaat echter gevolgd door de knaller Open Fire. Op de B-zijde zijn het de titelsong en Winds of Change die mij pakten. Her en der klinken spetterende gitaarsolo’s en ook qua zang valt er veel te genieten, wát een stem heeft die Dave Meniketti toch. De gitaren hadden misschien nog iets harder in de mix gemogen, maar knallen doet dit plaatje zeker.

Hun beste album? Nee. Maar zat bandjes in de hardrock komen nog niet eens in de buurt. En dan hun livereputatie... Heb ze nooit live gezien en toen het er eindelijk van zou komen, zegde Meniketti af met rugproblemen. Hopelijk komt dat in de nabije toekomst goed.

Y & T - Contagious (1987)

poster
3,0
Achteraf gezien heeft de dominatie van grunge vanaf het najaar van '91 grote voordelen gehad. Mijn favoriete hardrockende en metalen bandjes van begin jaren '80 waren overgegaan tot gepolijster werk. Namen die vroeger spectaculair werk afleverden, vielen nu te vaak in de categorie "wel aardig". En dat allemaal door een stroming die uiterlijk met getoupeerde kapsels vol haarlak verkoos boven avontuurlijke muziek. Partymetal, glammetal...
Zoals die ene groep met hun hersenloze teksten over meisjes, meisjes, meisjes en een pentagram op je hoes zetten met een umlaut in de groepsnaam. Laat ze lekker, dacht ik aanvankelijk, maar kennelijk moesten ook kwaliteitsgroepen iets van dit succes meepikken: de Amerikaanse kassa's rinkelden, dit soort "metal" was daar hartstikke mainstream.

Maar ook ik was veranderd. De muziekhongerige tiener van 1980 was inmiddels een twintiger. Hij had veel gehoord en was wellicht enigszins verzadigd en misschien daarom kritischer. En toch: zoals Iron Maiden zijn hoekigheid geleidelijk verloor en Saxon zijn Angelsaksische rauwheid, zo verloor het Californische Y&T, dat emotie en hardrock tot bijna perfectie wist te combineren, zijn glans met deze buiging voor de mode. Van een topper naar een middenmoter.

Pas decennia later zou ik Contagious horen. Inmiddels was ik milder, al blij als de groep drie behoorlijke nummers op een plaat zette. Wel, hier zijn er drie die vér boven het maaiveld uitsteken. Dat is veel te weinig voor een klasbak als Dave Meniketti met zijn strot én gitaarsolo- én componeertalent, maar ik tel de pluspunten. Jimmy DeGrasso was de opvolger van Leonard Haze en een prima vervanger, zij het niet zo spectaculair op de basdrums. Maar de voorganger had evenmin een rem kunnen zetten op de hair- of popmetalinvloeden in Y&T's muziek.
Kortom, mijn handen in de lucht voor de stevige nummers Fight for Your Life, Armed and Dangerous en de traditionele slotballade I'll Cry for You die verrassenderwijs instrumentaal is. Zij kunnen zich meten met het werk op mijn instapalbum Earthshaker. Verder enkele aardige nummers met bijvoorbeeld een fraai intro of gitaarsolo maar tevens te braaf als voor een poppubliek, plus miskleun L.A. Rocks - ja, je oma d'r schommelstoel, díe rocks!

Nee, grunge kwam en ook al was dat vaak niet helemaal mijn ding, van de haarlakmetal waren we af. Dat die groepen later terugkeerden met opnieuw infantiele muziek, zij het deze keer de armen dichtgeïnkt met tatoeages in bikerimago, bewees voor mij nogmaals hoe matig getalenteerd deze heren waren. Opnieuw prevaleerde de buitenkant boven de muziek. In tegenstelling tot Y&T, dat zijn eigen weg ging.

Y & T - Down for the Count (1985)

poster
4,0
De laatste van Y&T die ik uit de dorpsbieb leende en jarenlang het laatste album dat ik van de groep zou horen. Door Summertime Girls dat regelmatig op Sky Channel en MTV was te zien, wist ik dat de groep een afslag naar partymetal (of hoe je het ook wilt noemen) had genomen, maar ik hoopte dat er op Down for the Count ook kwaliteitshardrock op zou staan, zoals voorheen.

Gelukkig is die er, al was het even wennen aan de toetsen die regelmatig opduiken. Vreemd genoeg vermeldde de hoes niet wie die bespeelde, vandaag biedt Wikipedia uitkomst. Er spelen maar liefst drie toetsenisten mee, waaronder Claude Schnell van Dio.
Topnummers vond ik op de A-kant In the Name of Rock 'n Roll en Anytime at All; op de B-zijde het snelle Don't Tell Me What to Wear met z'n heerlijk puberale boodschap.

Zoveel jaren later constateer ik weer eens dat ik indertijd veel te kritisch was. Eveneens lekker zijn namelijk het stevige Anything for Money, Looks Like Trouble met z'n bluesgevoel in de zachte delen en het afsluitende Hands of Time, een stevige ballade. Vooral die laatste, echt be-la-che-lijk dat me dat in '86 niet opviel!
Met de rest had en heb ik dus weinig, al hoor je in All American Boy (oorspronkelijk van Van Stephenson uit '84) en Your mama Don't Dance (Loggins and Messina uit '72) hoe perfect Y&T meezingertjes kon coveren.

Zang en gitaarsolo's van Dave Meniketti zijn weer om te zoenen, de productie van Keavin Beamish is prima; lekker vet en in balans. De hoescover in Y&T-stijl vond ik wel mooi. Het was de laatste met drummer Leonard Haze in de bezetting, die geheel in Bonhamstijl met één basdrum kon doen waar anderen er twee voor nodig hebben.

Een kleine acht, oftewel vier sterren voor een album dat inmiddels veel beter blijkt dan gedacht.

Y & T - Earthshaker (1981)

poster
5,0
Ik verhoog mijn waardering een halfje naar de volle 5. Dat extraatje zit 'm in de beleving: muziek die mijn diepste brein raakt. Muziek die je in je puberjaren raakt, komt vaak intenser binnen en blijft daar wonen. Daarmee promoveert Earthshaker van een muzikale hoofdstraat naar een plein. Meer uitleg noteerde ik op 2 mei '22.

Y & T - In Rock We Trust (1984)

poster
4,0
Na Earthshaker hoopte ik iedere keer dat Y&T met een minimaal gelijkwaardig album zou komen. Helaas voor mij werden de liedjes iets meer “hapklaar”, iets meer radiovriendelijk. Als geheel haalden de albums niet meer het eigenwijze niveau van de illustere doorbraakplaat, tegelijkertijd was er altijd het nodige te genieten. Dat mede door die briljante drummer Leonard Haze (al liet hij dat op studioalbums te weinig horen naar mijn zin), de spetterende zang van Dave Meniketti en de knallende gitaarsolo’s (Meniketti, Joey Alves speelt heerlijk slaggitaar).

Zo ook op In Rock We Trust. Ik schreef “radiovriendelijk”, waarmee ik niet bedoel dat de productie is gladgepolijst. Tom Allom zat achter de knoppen, dat zat wel goed. Nee, het zit ‘m in de melodieën, die hier en daar lijken geschreven om te worden meegezongen. Het ligt er dan net te dik bovenop.

Te beginnen met mijn favorieten op de A-kant. Deze begint relatief rustig met Rock and Roll’s Gonna Save the World en maakt stevig midtempo duidelijk wat het medicijn is voor alle problemen op deze aardkloot; I'll Keep On Believin' (Do You Know) begint klein en wordt dan vlot, Break out Tonight heeft een sterke melodie en hier en daar mooie open gitaarakkoorden als contrast op het stevige spel.

Sterkste nummers op de B-kant: het snelle Don’t Stop on Running knalt heerlijk en heeft dan zo’n gladder meezingrefrein; She’s a Liar heeft een aanstekelijke dosis rock ‘n’roll waar Haze in topvorm is en This Time is de inmiddels traditiegetrouwe übersterke ballade om mee af te sluiten.

Niet alles pakte me. Life, Life, Life heeft opvallend genoeg een heel sterke brug naar het refrein toe maar daarmee is het beste ervan genoemd; Masters and Slaves is degelijk maar mist “de vonk” ondanks de spetterende gitaarsolo. Soms wordt het me te radiovriendelijk: Lipstick and Leather is teveel partyrock en Your Love Is Drivin’ Me Crazy een vullertje.

Meestal geef ik albums als deze 3,5 ster, hier hoort toch echt een viertal van die dingetjes. Het zit ‘m in het gitaar- en drumwerk en de zang: deze tillen In Rock We Trust naar een krappe acht als schoolcijfer. Y&T was en bleef een band met extra capaciteit.
Wat die capaciteit betreft: twee jaar ervoor was ik extra om gegaan toen ik de opnamen van Pinkpop 1982 op de radio hoorde. Hier een voorbeeld mét beeld.

Y & T - Mean Streak (1983)

poster
3,5
Mean Streak stond niet in de bakken van de dorpsbieb en geen van mijn vrienden had 'm. Had de plaat tot deze week zelfs nooit gehoord, kende alleen de fraaie hoes.

Vier sterke nummers kwam ik tegen: naast de titelsong het swingende Midnight in Tokyo, het snelle buitencategorielied Hang 'em High en na enkele malen draaien ook het wat weemoedige Sentimental Fool.
Down and Dirty kwam me bekend voor, vast ooit op de radio gehoord maar niet mijn ding.

De directe productie van Chris Tsangarides plus sterke zang en gitaarsolo's maken dat Y&T ook op de mindere composities boven de middelmaat uitstijgt. Een keurige zeven derhalve én vier toevoegingen aan mijn Y&T-afspeellijst.

Y & T - Open Fire (1985)

poster
3,5
Ik stapte bij Y&T in met Earthshaker, waarvan op Open Fire twee nummers werden gespeeld, te weten Rescue Me en I Believe in You. Met andere krakers als Open Fire en Forever staan er daarmee vier klassiekers op dit album, waarmee ik niet goed begrijp waarom Barfly in 2012 schreef dat "de echte Y&T klassiekers volledig ontbreken". Mogelijk verschillen we qua favorieten, dat kan natuurlijk.
Neemt niet weg dat ook ik nummers in de setlist mis, zoals Hurricane van Earthshaker, Black Tiger van het gelijknamige album (wel in 2018 als bonustrack op een FLAC-heruitgave verschenen en bovendien op streaming, joechei!), Mean Streak en Hang 'em High van Mean Streak en I'll Keep On Believin' en She's a Liar van In Rock We Trust, de laatste om Leonard Haze op basdrum te horen knallen.

Oftewel, de overige nummers op dit album vind ik van minder kaliber, al is het leuk dat van het indertijd niet in Europa verschenen debuut 25 Hours a Day wordt gespeeld, een nummer dat ik niet kende. Waar ik niks mee had was de partyrock van Summertime Girls, bovendien een studioversie. Dat haalde de sfeer en vaart eruit. Wikipedia vertelt mij echter dat juist dat nummer hun grootste Amerikaanse hit werd. Dus waar zeur ik over, dat gun ik zo'n bandje wel!
Op de site van Billboard (album) 200 ontdekte ik zojuist dat het album daar in september 1985 drie weken #70 stond en bovendien haalde het #16 in de rock album charts, prima resultaten dus en dik verdiend.

Met een fijne productie van Scott Boorey is dit een degelijk livealbum, helaas niet de gehoopte topper. Eén van de bandjes op mijn lijstje om nog 'ns te zien, ook al is de bezetting inmiddels drastisch gewijzigd. Voor de nabije toekomst staan helaas nog geen concerten van de groep in de Lage Landen gepland...

Y & T - Ten (1990)

poster
4,0
Oor's Popencyclopedie editie '82 vermeldt onder het trefwoord 'Zware Jongens' op p. 315 nog de lange groepsnaam: "Yesterday & Today - Zwaar onderschatte band uit San Francisco, opgericht in '74. In '78 uit elkaar maar sedert '80 weer actief. Drie elpees, stuk voor stuk aanraders: Yesterday & Today, Struck Down, Earthshaker". Twee pagina's daarvoor bovendien een fraaie livefoto van Meniketti met slaggitarist Joey Alves.

Earthshaker was de eerste met goede Europese distributie en voelde voor mij als een debuut. Na twee goede opvolgers werd het wisselvalliger, doordat werd gepoogd de populaire popmetal van die dagen te combineren met de kwaliteitshardrock van daarvoor. Het leidde tot drie tweeslachtige platen, zij het dat die nog altijd veel beter waren dan hetgeen het gros van de zogenaamde 'hairmetal' in de hoogtijdagen van het genre ('84 - '91) bracht. Overigens een ongelukkige term omdat die het uiterlijk beschrijft, waarbij groepen als W.A.S.P. en Stryper op één hoop werden gegooid met pure popmetal als bij Poison en Ratt.

Waar op Contagious van drie jaar eerder nog vooral die meezingbare popmetal klonk, hoor ik dat geluid op dit Ten niet meer; daarbij zijn de toetsenpartijen bijna geheel verdwenen. Het geluid van de periode '81 - '83 keerde terug. Gold dat ook voor de kwaliteit van de composities?
Helaas is gitarist Joey Alves dan weg bij de groep. Nieuweling Stef Burns is een prima vervanger, maar destijds las ik het bericht en ik treurde omdat nu de helft van de bezetting van Earthshaker was vertrokken. Toen Alves in 2018 overleed, plaatste Meniketti een mooi eerbetoon.

Robuuste hardrock, soms lichte bluesinvloeden, af en toe akoestische gitaar en centraal Meniketti met zijn talent voor componeren, zingen en soleren. Ook fijn: geen drums met badkamergalm!
De aftrap via Hard Times is lekker en dankzij de versnelling een bescheiden toppertje. Lucy doet het beter onderweg dan in de huiskamer, semiballade Don’t Be Afraid of the Dark en het swingende, mij net te kazige Girl Crazy zijn van het kaliber ‘keurige middenmoter’.
Een stukje beter zijn City met zijn akoestische blues in het intro en slot en bluesrockende middendeel en bij het intro van Come in from the Rain spitsen mijn oren zich als vanzelf, een stevige ballade met lekkere breaks.

De tweede helft: Red Hot & Ready rockt als Young and Tough in ’81, niet briljant maar lekker genoeg. Een koebel leidt She’s Gone in en wat ik begin te missen is een uptempo knaller, maar welbeschouwd is dit aangenaam.
Let It Out begint met vreemdsoortig klavierenspel, waarna de gitaar het overneemt en een midtempo nummer rockend inzet. Vanaf 2’37” start een prachtige brug met bescheiden maar effectieve toetsen, gevolgd door een huilende gitaarsolo met pakkende lange noten. Een dieseltje dat tijd nodig heeft om op gang te komen.

Ten slotte is het drie keer ráák. Op Ten Lovers klinkt een twaalfsnarige akoestische gitaar in het intro, een geluid wat ik héél mooi vind. Wordt dit een ballade of gaan Meniketti & co eens ouderwets knallen? Geen van beiden, maar midtempo gaan de twaalf snaren door en de zanglijn is fraai. Na de albumopener mijn tweede favoriet, zeker als het naar het einde alsnog wat versnelt met bovendien racende gitaarnootjes.
Met track 11 Goin’ off the Deep End is daar eindelijk de gehoopte snelle track. Vooral op de A-kant had wel tweemaal van dit soort werk gemogen, het liefst iets als Hurricane van het fameuze Earthshaker.
Ten sluit af met mijn grote favoriet Surrender. Het heeft een spannend intro met heerlijke gitaarsolo en een zanglijn om te zoenen. De tekst is mooi-romantisch, waarbij ik het gevoel krijg dat Meniketti het meent. Dat mede door de opbouw, het sterke refrein met pakkend koortje én de dubbele basdrum die af en toe aangenaam rolt.

Een aardige eerste helft en een sterkere tweede, waarbij vaker draaien helpt, evenals af en toe een luisterbeurt in de auto. Ik zet Ten op dezelfde hoogte als Black Tiger: vier sterren. Hierna volgden enkele moeizame jaren voor de groep en daarbij keerde Alves in 2004 en '16 voor korte tijd terug. Jammer dat ik dat nooit met eigen ogen en oren meemaakte…

Yazoo - Upstairs at Eric's (1982)

poster
4,0
In 1982 was vooral metal helemaal mijn ding, maar ik kon het niet laten om op de radio andere smaken te proeven. Daar zou ik nooit een plaat van kopen, maar lekker was het wel. Zoals die gekke hoes van Yazoo, met twee gespleten etalagepoppen aan tafel en de intrigerende titel Upstairs at Eric's. In die groep zat een ex-Depeche Mode meneer. Een groep waar ik wel over las maar die ik op één liedje na (See You was eerder dat jaar een miniminiminihitje geweest) niet kende.

Dat was anders met Don't Go van Yazoo, dat in de nazomer van '82, het begin van mijn eindexamenjaar, een grote hit werd: in oktober piekend op #6 in de Nationale Hitparade en heel frequent op de radio, mij nooit vervelend.
Niet alleen vond ik beat en synthgeluiden hiervan geweldig, maar die stém?! Ene Alison Moyet, een dame met een lager, koperen geluid. Ik vond die combinatie met de heldere synthesizers prachtig.

Op het album wordt dit soort emotionele en uptempo synthesizer-new wave afgewisseld met ingetogener nummers, zo ontdek ik een dikke veertig jaar later. Op Bad Connection klinkt rond het refrein digitale rock 'n' roll, de dansbare sequencers van Goodbye 70's en Bring your love down.
Ook op lagere tempi als in Tuesday en het melancholieke en klassieke Winter Kills is het genieten; onbegrijpelijk dat Only You in Nederland geen hit werd.
Buitenbeentjes klinken ook. In my Room bevat stemsamples, waaronder van Vince Clarke die het gebed Onze Vader reciteert. Via streaming is I Before E Except After C best leuk voor 'n keertje; dat dit indertijd op LP wel anders was, zoals ik hierboven menigmaal tegenkom, is meer dan begrijpelijk... Het toont echter wel aan dat het Clarke & Moyet niet alleen om snel hitsucces ging, maar dat er ook mocht worden "gevrijwield".

De zelfverklaarde workaholic en perfectionist Clarke bewees in ieder geval hoe snel hij groeide als muzikant. Met Moyet had hij een gouden keel aan zijn zijde. Voeg daarbij meestal sterke nummers met de nodige onderlinge variatie, en je hebt een album dat ook buiten historische redenen ferm overeind blijft.

Yazoo - You and Me Both (1983)

poster
3,0
Waar ik het debuut van Yazoo een album met hoge bergen en een enkel dal ervaar, is dat bij hun tweede en tevens zwanenzang You and Me Both anders: het is veel gelijkmatiger, als een polderlandschap.
Grote uitzondering is de aftrap Nobody's Diary, daarna hoor ik liedjes die weliswaar aardig zijn, maar evengoed makkelijk te vergeten. Alleen bij Walk Away from Love en Anyone spits ik spontaan de oren; verder doet het me weinig.
Tegelijkertijd ontbreken ook de experimentele nummers van het debuut, waarmee dit album makkelijker te beluisteren is. Desondanks liever Upstairs at Eric's dan de effenheid van de opvolger.

Op de hoes zien we twee vechtende dalmatiërs - of zijn ze aan het stoeien? De realiteit was dat de twee elkaar nauwelijks meer zagen, zoals eerder door MuMensen werd genoemd. Is het omdat Vince Clarke zijn Yazoo als een eenmalig project benaderde en verder wilde zonder Alison Moyet? Is de ontbrekende chemie de reden dat de liedjes vlak zijn?
You and Me Both is nergens onaardig, maar eveneens nauwelijks pakkend, op de drie uitzonderingen na.

Yngwie J. Malmsteen's Rising Force - Rising Force (1984)

poster
5,0
Wat een fittie woedde hier in 2010! Pak er een grote bak koffie bij, want hier is een nieuwe aflevering van de Rijdende Rechter over het (solo)debuut van Yngwie J. Malmsteen's Rising Force.

Ik treed in deze op als pleitbezorger van MuMens Cabeza Borradora, die veertien jaar geleden in een lange discussie belandde over dit album. Ter introductie: kort na verschijnen in december 1984 heb ik de langspeelplaat Rising Force ontelbare rondjes laten draaien op mijn zolderkamer. Dat exemplaar ben ik kwijt, maar onlangs heb ik 'm op vinyl heraangeschaft. Een fraai tweedehands exemplaar, Nederlandse persing van '84, precies zoals ik had.

De kwaliteiten van Rising Force op een rijtje:

1. Het verstilde, akoestische begin van de plaat, waar je binnen deze muzikale context van hardrock/metal een grotesk akkoord zou verwachten;
2. Zo'n massief akkoord opent echter wel kant 2, waar ik een volgende kleine start verwachtte. Word ik opnieuw verrast;
3. De citaten uit klassieke muziek in deze muzikale context;
4. De combinatie van invloeden van zowel Paganini als Blackmore (Malmsteen bedankt ook Hendrix op de hoes, dat hoor ik alleen terug in de eerste tonen van Now Your Ships Are Burned). Het leidt tot vaak razendsnel spel, duidelijk beïnvloed door de twee genoemde namen;
5. Dat Barriemore Barlow, ooit bij Jethro Tull, hier drumt en goed ook;
6. Het sterke toetsenspel van Jens Johansson, soms op de wijze van Jon Lord het duel met de gitaar aangaand zoals in Far Beyond the Sun, Now Your Ships Are Burned en As Above, So Below ;
7. De variatie tussen akoestische en elektrische gitaardelen;
8. De vele mooie melodieën op gitaar en toetsen;
9. Naast de snarenracerij hoor ik wel degelijk de nodige fraaie lange tonen, zoals in opener Black Star of Icarus' Dream Suite Op. 4 ;
10. De stem van Jeff Scott Soto, die ik destijds maar meteen op niveau Dio - Halford inschatte. Ik voorzag een grootse toekomst voor hem, vooral dankzij As Above, So Below, ondanks de rijmelarij. Die voorspelling kwam niet geheel uit, maar de muziekwereld is veranderd ten nadele van deze muziekstijl en desondanks is Soto's carrière respectabel;
11. De talrijke breaks, tempowisselingen en zelfs stiltes;
12. De transparante productie, door Malmsteen zelf gedaan;
13. De invloed van dit album in navolgende jaren, toen vooral via het Shrapnellabel soortgelijke instrumentale albums verschenen van onder meer (op alfabetische volgorde) Jason Becker, Marty Friedman, Tony MacAlpine, Vinnie Moore en Joey Tafolla. De term shredden werd een begrip, een geluid dat ik bij Malmsteen voor het eerst ten volle tegenkwam.
14. Indirect leidde Rising Force tot de opkomst van het subgenre powermetal, waarbij vingervlugheid op de gitaarhals anders dan hier nogal eens wordt gecombineerd met popachtige metal in relatief eenvoudige arrangementen.

We schorsen 10 minuten voor koffie en toilet.

Welkom terug bij het vervolg van de zitting inzake Yngwie J. Malmsteen's Rising Force. Hierin een weerlegging van de kritiek op Malmsteens spel. Steevast klinkt het standpunt dat dit eenzijdig zou zijn. Daarom mijn persoonlijke context, bestaande uit vier opussen.

a. In augustus of september 1981 zag ik op tv de verbluffende registratie van een concert van Al Di Meola, John McLaughlin en Paco de Lucía genaamd Friday Night in San Francisco. Zij speelden op verbluffende snelheden akoestische gitaar, terwijl ze nauwelijks naar hun gitaren maar vooral naar elkaar keken. Mijn kaak viel naar beneden. Hier ruim 6 minuten beelden van dat concert. Ik had toen nog de vage ambitie gitaar te gaan leren spelen maar heb dat plan ter plekke laten vallen... Wat ik tevens leerde is dat snarenracen niet hetzelfde is als inhoudsloze muziek, omdat emotie wel degelijk kan samengaan met een hoge speelvaardigheid.

b. Malmsteen was niet de enige neoklassieke snarenracer, maar ging verder dan anderen. Ik kende er namelijk meer, al was de term 'neoklassiek' mij nog onbekend. Zo was daar Randy Rhoads bij Quiet Riot en vervolgens Ozzy Osbourne.
In 1982 was daar Hanneke Kappen, die in haar radioshow Stampij een special over Zweden had. Daarin werk van Silver Mountain. Hier eveneens razendsnel neoklassiek gitaarspel, in dit geval van Jonas Hansson. En wie speelde hier toetsen? Jens Johansson, dezelfde als op dit Rising Force ! De uitzending is te vinden bij archive.org.
Ik herhaal mijn stelling: Rising Force ging in 1984 een stapje verder dan de albums van de zojuist genoemde gitaristen.

c. Deze beweging breidde zich al vóór Malmsteens solodebuut uit van Zweden naar de VS, waar hij in 1983 onder contract kwam bij Mike Varney van magazine Guitar Player en het Shrapnellabel. Spoedig zong zijn naam rond als een fenomenaal talent. Dit vanwege onbetaalbaar dure importplaten met Alcatrazz en Steeler. Ik las er geïntrigeerd over in Aardschok en Oor.

d. Enkele jaren later was er een bekende, inmiddels al vele jaren gitaarleraar te Apeldoorn, die onderstreepte dat dit soort instrumentale gitaarmuziek in jazz en fusion totaal níet ongebruikelijk is. Het dichtst daaraan grenzende wat ik kende was het werk van Dixie Dregs met Steve Morse, maar hij, liefhebber van subtieler werk, kende veel meer en deelde de nodige voorbeelden.
Daarbij was hij niet per se onder de indruk van Malmsteen: snarenracerij op dit niveau was niet nieuw. Zijn verhaal had raakpunten met de namen genoemd bij punt a. Nam niet weg dat hij erkende dat de aanpak van Malmsteen in hardrock/metal een noviteit was.

Ik ga afronden. Malmsteen was in 1984 grensverleggend, dankzij zijn primeur van een (semi-)instrumentaal gitaaralbum in de wereld van hardrock/metal. En dat is hetgeen Borradora op 5 februari 2010 noteerde: "Natuurlijk waren er andere supersnelle solisten, natuurlijk waren er anderen die reeds klassieke invloeden in hun speelstijl, of in rock verwerkten. Maar niets klinkt, of klonk als dit album, ook niet Malmsteens eigen latere werk (de opvolger misschien nog een beetje).
Ik ben het ook niet eens met de "notenpoeper" kritiek. Naast een uniek geluid hoor ik hier gitaarsolo's en muziek waar veel gevoel, schoonheid en emotie in schuilhouden."


Ook ik weet dat Lars Johan Yngve Lannerbäck (zoals Malmsteen in zijn paspoort staat) in navolgende jaren niet de meest bescheiden mens bleek en dat hij op latere albums te vaak in herhaling viel. Hier echter zijn we in december 1984 bij Rising Force en niet in de jaren daarna. Geventileerde meningen over navolgende albums of vermeende karaktertrekken van de gitarist doen daarom niet ter zake.

We schorsen nog éénmaal, zodat de rechter zijn vonnis kan schrijven.

Welkom terug. Wilt u allen, voor zover mogelijk, gaan staan? Tv-rechter mr. John Reid spreekt: "Ik oordeel dat het muziekalbum Rising Force van Yngwie J. Malmsteen's Rising Force een mijlpaal is, door de onderscheidende aanpak en uitvoering in de wereld van hardrock en metal van 1984. Een bescheiden mijlpaal wellicht, maar het is er één. Daarom stel ik de heer Borradora geheel in het gelijk. Dit is mijn oordeel, de zaak is hiermee afgedaan." Mr. Reid slaat met zijn hamer op het hout en sluit de zitting.

Zullen we nog wat gaan drinken? Borrelplank erbij? Ik trakteer.