MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten RonaldjK als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

X - Los Angeles (1980)

poster
3,5
Leuke berichten hierboven: stap voor stap geven ze prijs waar dit debuut van het Californische X voor staat. Maakt de groep op Los Angeles punk? 'Nee' lees ik in het tweede bericht, 'ja' volgens de reacties daarna. Dat Ray Manzarek van The Doors de plaat produceerde wist ik niet en evenmin kende ik van die groep Soul Kitchen, dat bij X een heerlijk grommend punknummer werd. Dat hij de toetsenpartijen speelde, was mij ook al onbekend. Het verscheen eind april 1980.

Dat dit punk is, is overduidelijk. Niet alleen mijn oren vertellen dat, het wordt bevestigd door derden, zoals hier bij Pitchfork en daar bij Rolling Stone. Inmiddels staat dit album op MuMe qua genre inderdaad op 'punk-rock'.
Nou kwam ik recent meer punk uit 1980 tegen (zie mijn vorige halte door de wereld van new wave, te weten het tweede album van de Engelse groep Angelic Upstarts), waarbij dit X fris afsteekt.
Dat komt vooral omdat zangeres Exene Cervenka de nodige partijen voor haar rekening neemt, afgewisseld met bassist John Doe, plus de puntige riffjes van gitarist Billy Zoom. En onderschat het vinnige drumwerk van D.J. Bonebrake niet. Het doet dan ook denken aan een album van twee jaar eerder van de Londense X-Ray Spex. Als Manzarek op The World's a Mess losgaat op zijn orgel, dringen zich onweerstaanbaar associaties met The Stranglers op.

Ik hoor X het liefst uptempo, zoals in opener Your Phone's off the Hook, but You're Not en Johnny Hit and Run Paulene, dat getuige het intro een vervolg is op Johnny B. Goode van Chuck Berry. De oeropeningsriff uit dat nummer wordt slim gevolgd door een tweeakkoordenriff op z'n punks, om in de gitaarsolo weer naar Berry te knipogen. Soul Kitchen is aangenaam ver-X't waarbij je niet de indruk krijgt naar een cover te luisteren, Nausea met dreinend orgeltje zwaar en slepend, waarna in Sugarlight weer hakkende riff volgt. The Unheard Music is verrassend met z'n slepende ritme en dito zanglijn, ondersteund door een staccato gitaarpartij.

Het album duurt nog geen half uur, maar kreeg in 2017 via Rhino een uitgebreidere cd-editie. De lijsten van Billboard werden niet gehaald, invloedrijk bleek het wél. In april 2013 (!) haalde Soul Kitchen warempel de Britse hitlijst, waar het #20 haalde.

Volgende station op mijn queste: omdat ik single Atomic en album Eat to the Beat van Blondie al eerder beschreef, vervolg ik in Noord-Ierland. Op naar de tweede van The Undertones.

X-Ray Spex - Germfree Adolescents (1978)

poster
4,0
Heerlijk album van X-Ray Spex, voortgekomen uit de eerste golf punkbands. Troeven zijn de krachtige stem van Poly Styrene, alias van Marianne Joan Elliott-Said, en het saxspel. Opgericht in Londen in 1976 verschenen eerst enkele singles, afgetrapt in 1977 met Oh Bondage Up Yours! De sax wordt dan nog bespeeld door Lora Logic, die op 16-jarige leeftijd de groep verliet en ten tijde van Germfree Adolescents is vervangen door Rudi Thompson. In 1977 belandde de groep op 2-LP Hope & Anchor Front Row Festival.

Het oorspronkelijke album brengt met z'n 35 minuten een enerverend half uur. Op streaming trof ik de cd-heruitgave uit '91 aan met andere trackvolgorde en bonusnummers - jammer, maar heb een eigen afspeellijst gemaakt met de oorspronkelijke twaalf nummers, zoals MuMe die hierboven vermeldt.

Styrene kan klein zingen (Warrior in Woolworths) en zet waar het moet haar misthoornstembanden (Identity) in. Daarbij was ze een opvallende verschijning, met onder meer een gebitsbeugel, toen nog een zeldzaamheid. Haar teksten hebben als voornaamste thema anti-consumentisme. Dit alles maakt haar alleen maar intrigerender, zeker als gitarist Jak Airport (Jack Stafford) daarbij leuke lickjes tentoonspreidt.
Favorieten zijn het rockende Art-I-Ficial, het snellere Obsessed with You, Identity (als single #24 in juli '78), Genetic Engineering met z'n opvallende tekst die lijkt geïnspireerd door tv-serie De Man van Zes Miljoen en waarin Styrene in het Duits aftelt, het melodieuze titelnummer (als single #18 in november) en het denderende The Day the World Turned Dayglo, hun eerste hit, #23 in april. Twaalf maanden later, april '79, haalt non-albumsingle Highly Inflammable #45.

Van Logic hoorden we in '79 meer via haar groep Essential Logic. Halverwege dat jaar stopt X-Ray Spex. Twee leden beginnen Classix Nouveaux, vanaf 1991 is X-Ray Spex af en toe weer actief. Airport overlijdt in 2004, Styrene in 2011.

Punk zat in 1978 in Londen nog op een hoogtepunt, al sloegen uitputting, mismanagement en ruzies her en der toe. De term new wave kwam meer en meer in zwang. Mijn reis door de albums achter mijn afspeellijsten met new wave kwam vanaf The Boys. In diezelfde periode scoorde Devo in Nederland, een album dat ik al behandelde en dus is het volgende station van het eveneens Amerikaanse Talking Heads.

X-Sinner - Get It (1989)

poster
4,5
Met het stoppen van Kansas in 1984, richtte zanger John Elefante zich vanuit Californië op een solocarrière. Toen die in eerste instantie niet van de grond kwam, begon hij met broer Dino Pakaderm Records. Het eerste album van dit label was dit debuut van X-Sinner uit 1989, door de gebroeders geproduceerd.
Afkomstig uit Orange County in diezelfde staat, biedt de groep een recept van drie delen AC/DC en één deel Def Leppard. Zo’n uitspraak is natuurlijk arbitrair, zo las ik Amerikaanse reacties waarin de groep met Cinderella wordt vergeleken. Mag ook, net als vergelijken met andere groepen in het riffende spoor van oerrocker Chuck Berry zoals Airbourne, The Almighty of Krokus.
Onomstreden is dat Get it een verre van vernieuwend gerecht was, maar als je pittig gekruide composities en gepeperde gitaarsolo’s in een romige productie serveert, is het goed dineren!

De associatie met de Australische groep is het sterkst vanwege de stem van Dave Robbins, die sterk op die van Brian Johnson lijkt. Maar dit is geen kopie. Vooral op de B-kant sluipen er melodieuzere invloeden in, vergelijkbaar met de Britse band. Als uitersten kun je noemen opener Medicine (AC/DC) en afsluiter Living on the Edge (Def Leppard). Op No Way In zingt hij in de coupletten nét wat ingetogener wat goed werkt.
Op de één of andere manier komt de muziek zomerser bij mij binnen dan die van hun stijlgenoten, of de zon nu schijnt of niet. Misschien zit dat ‘m in de teksten met hun christelijke inslag, die tegelijk heel aards zijn, zoals het leven met geldzorgen in het pompende Hearts on Fire.

Toch zit mijn vrolijkheid ‘m vooral in het enthousiasme, energie, melodieën, pakkende koortjes en de professionaliteit. Ze doen je ouderwets meebrullen en luchtgitaar spelen. Gitarist Greg Bishop vuurt de ene na de andere pakkende riff af, soleert er in een wolkje echo lustig op los en in het titelnummer zet hij plotseling een melodieus gitaarlijntje in. Dat hij Amerikaan is, verraadt een enkele solo met shreddend touché.
Simpelweg een ijzersterk debuut voor de band én het kersverse label. Enige nadeel: het album moet nodig eens als heruitgave verschijnen, met de te hoge prijzen van dit moment ben ik aangewezen op YouTube. Al is dat misschien wel passend voor haute cuisine rock 'n' roll!

X-UFO - Vol 1: The Live Files (2012)

poster
3,5
PS De 3,5 ster die ik geef is niet omdat dit gelijkwaardig is aan de originelen. Tegelijkertijd is het een amusant livealbum. Wie met die verwachtingen gaat luisteren, zal niet worden teleurgesteld, al is het maar omdat Archer een klasbak van een gitarist is.

XTC - 3D • EP (1977)

Alternatieve titel: 3D EP

poster
3,5
De baby steps van XTC, dan als groep echter al zo'n vijf jaar actief. Dat hoor je terug in de arrangementen en speelstijl. Opgenomen in Abbey Road Studios voor Virgin, dat kennelijk veel vertrouwen in de groep had. Met bovendien producer John Leckie aan boord.

Science Friction (mooie woordspeling) is uptempo en er wordt druk op de elektrische piano gehamerd, met bovendien een dun elektronisch orgelgeluid en Barrie Andrews die daar een vreemdklinkende solo op speelt. Energiek en lekker. Met ietwat nerveuze zang van Andy Partridge die me aan David Byrne ten tijde van Talking Heads'' debuut doet denken. Andere associatie bij dit alles: de toetsen bij tijdgenoot Elvis Costello, gespeeld door Steve 'Naive' Nieve.
She's so Square is evenzo een pittig popliedje net als Dance Band, over stijldansen met zere tenen tot gevolg.

Het aparte geluid dat de groep vervolgens ontwikkelde is hier in de dop te horen. Wereldschokkend is het nog niet, maar de vrolijke, springerige new wave (een term die ze zelf afwezen) is zeker charmant. De EP verscheen later als bonussen van de cd-editie van elpeedebuut White Music.

XTC - Black Sea (1980)

poster
4,0
In 2018 schreef jnkns een fraai en verhelderend epistel bij voorganger Drums and Wires. Daarin o.a. de zin: "De XTC catalogus kun je in drie delen opsplitsen: avontuurlijke new wave (White-Go-Drums), pure pop (Sea-Settlement-Mummer-Express) en tenslotte baroque pop (Sky-Oranges-Nonsuch). Het geeft ook de ontwikkeling aan van XTC; ze werden steeds rustiger, gestileerder, sentimenteler, Paul McCartney-achtiger."

Black Sea is dus niet alleen de vierde van XTC, maar ook de eerste van fase 2, zonder toetsenist Barry Andrews. Aan gitarist Dave Gregory (tevens enige synthesizer, piano en pijporgel/vox humana) de taak zijn voorganger te doen vergeten. Geproduceerd door Steve Lillywhite, herkenbaar aan het grote drumgeluid. Toch klinkt diens productie hier nét even vétter dan het debuut van U2 uit ditzelfde 1980.
Ritmesectie Colin Moulding (bas) en Terry Chambers (drums) slaat zich wederom met befaamde lenigheid door de muziek heen, waarbij opvalt dat iets van de springerigheid van voorheen is verdwenen. Andere rode draad is natuurlijk zanger en gitarist Andy Partridge (tevens enige synths) met zijn herkenbare, krachtige en lenige stem. Eentje waar ik steeds opnieuw voor val, absoluut één van mijn grootste favorieten in de alternatieve rock.

Enkele hoogtepunten mét de vermelding dat Black Sea geen zwak moment kent en dat elf nummers lang (zes op kant 1 en vijf op 2); tevens de vermeldingen uit de Britse hitlijst. Het uitgelaten Generals and Majors haalde als single in september 1980 #32, stemmiger is slotlied van kant 1 No Language in Our Lungs.

Dan de opener van kant 2, het midtempo-swingende Towers of London (als single in oktober #31), extra gecharmeerd van het drumgeluid ben ik in Paper and Iron (Notes and Coins), het vrolijke en swingende Sgt. Rock (Is Going to Help Me) dat als single in februari '81 tot #11 kwam en enkele tegendraadse gitaarakkoorden bevat en mede dankzij de vette percussie het ruim 7 minuten durende slotlied Travels in Nihilon. Daarin een "Tibetaans monnikenkoor", lijkend op hetgeen ik onlangs tegenkwam bij Skids, waar Mick Glossop producer was.
Al vanaf 2001 verkrijgbaar in geremasterde cd-versie met drie bonusnummers die niet onderdoen voor de rest. Met de percussie, dansbare beat en zanglijn van Smokeless Zone moet ik warempel aan Duran Duran denken, Don't Lose Your Temper is aangenaam fel en in het mysterieuze The Somnabulist slechts een sobere synth en ingetogen zang. Qua sfeer á la die befaamde tweede plaatkant van David Bowies Low. In 2017 verscheen een zeer uitgebreide editie met knoppenwerk van Steven Wilson.

En zo blijkt opnieuw: wie XTC zegt, zou niet aan dommakende pilletjes moeten denken, maar aan deze heerlijke groep uit Swindon. Voor de vierde keer op rij geef ik vier sterren.
Mijn reis door new wave kwam van het sterke debuut van het Nederlandse Nasmak en keert terug naar dat koninkrijkje. Op naar Party van The Tapes.

XTC - Drums and Wires (1979)

poster
4,0
In de nazomer van 1979 hoorde ik een prachtig nieuw liedje op de radio. Muziek Expres schreef over Making Plans for Nigel en legde uit dat het over overbezorgde ouders ging, wat ik met mijn beginnende Engels nog niet had begrepen. Wel begrepen had ik de lekker volle “drumriff” , de pakkende, aparte melodie, het bijtende gitaarwerk en de lenige stem.
Het was kort voor de verhuizing van ons gezin van een klein naar een groter dorp, omdat een groter huis in die plaats betere mogelijkheden bood voor de kinderen. Ik vond het niks en wat ik las over de tekst van de single betrok ik op mijzelf.

Met de oren van nu valt op hoe goed dit album inderdaad klinkt. Productie: Steve Lilywhite en Hugh Padgham, twee grote namen in de wave-producerswereld. Aha, vandaar, bekijk hun CV's maar eens.
Andere favoriete nummers: het uptempo Helicopter met zijn tegendraadse bastonen, de bijna-ska van When You’re Near Me I Have Difficulty, de lome new wave van Ten Feet Tall.
Op de B-kant: Millions met vreemde akkoordenprogressie en reggaeachtige drumpartij, That is the Way met zowaar jazzachtige trompetpartij (vond ik indertijd niks, nu juist lekker), het boze Outside World (vond ik vooral toen fantastisch) en het intense Complicated Game, mede dankzij een rauwe gitaarsolo.
Met op streaming de bonussingle + B-kant van toen Life Begins at the Hop, die bij ons niets deed.

Mijn eerste kennismaking met XTC was heel plezierig, vreemd dat de elpee de albumlijst niet haalde. Wel was er zowaar enig succes voor Making Plans for Nigel : begin december #31 in de Nationale Hitparade en #32 in Veronica’s Top 40. Ik woonde inmiddels in het grotere dorp, achteraf gezien een juiste keuze van mijn ouders, die het inderdaad goed bedoelden...

XTC - Go 2 (1978)

poster
4,0
Op de tweede van XTC keert de springerige gitaarpop van het debuut terug. Sommigen zullen het wellicht als onrustig en neurotisch beleven, energiek is het zeker. Pittig om te bassen en drummen: de ritmesectie moet mee met de sprongen. Voeg daarbij de vele tegendraadse toetsenlijntjes en je hebt een vol, rijk geluid.

Favo’s: de springerigheid van Crowded Room, het stevige Beatown en (in Europa bonusnummer) Are You Receiving Me? Niet alles is druk: reeds het tweede nummer Battery Brides is ingetogener maar nog altijd tegendraads; Super-Tuff een soort van loom.

Mede dankzij de toetsenlijnen van Barry Andrews doet het soms denken aan het werk dat The Stranglers in deze periode deden op The Raven (’79) en The Meninblack (’81).

Jaaaaa, Barry Andrews! Hij kreeg onenigheid met Andy Partridge en Colin Moulding, omdat zijn composities niet door hen werden goedgekeurd. De spanningen liepen op en tijdens hun eerste Amerikaanse tournee, december 1979, verliet hij de groep, zo noteerde tijdschrift Mojo twintig jaar later. Zijn vervanger was een gitarist...
Maar het is genieten van zijn bijdragen op Go 2, die heerlijk dansen om Partridges gitaar en diens zang en die van Moulding. Een knallend afscheid wat mij betreft. Andrews werkte vervolgens zowel solo als bij Iggy Pop en Robert Fripp, om in 1981 bij Shriekback te landen, terwijl hij tevens solo bleef werken.

Speciale aandacht voor de hoes, eentje die ik indertijd in de winkels tegenkwam en als volstrekt oninteressant oversloeg. Daar zit ik nu anders in: ook hier tegendraadsheid. Bovendien ontworpen door Hipgnosis, de ontwerpers van opmerkelijke hoezen van namen als 10CC, UFO en Scorpions; dit is anders dan hun andere producten, zoals een ieder zelf kan lezen . In Frankrijk kwam ie overigens in deze hoes uit.

Van het album kwamen geen Britse hits. De Amerikaanse release had als extra nummer Are You Receiving Me? Het werd daar geen hit, ondanks de videoclip. Sinds het cd-tijdperk is dat nummer ook op het reguliere Europese album te vinden.

Mjuman schreef in 2014 over de dub-EP Go + die bij de eerste persing als bonus werd meegeleverd. Aanvullend de melding dat dit in 1990 op deze verzamelaar verscheen.

Ik reis door new wave, in dit geval komend vanaf Wayne County and The Electric Chairs. Vooruit naar mei 1979 en de tweede van Squeeze.

XTC - Waxworks (1982)

Alternatieve titel: Some Singles 1977-1982

poster
4,0
Waxworks: Some Singles 1977-1982 is het eerste verzamelalbum van XTC, bevattend de A-kanten van een reeks singles. Gelijktijdig verschenen met Beeswax met daarop de B-kanten van dezelfde singles. De albums verschenen bovendien gezamenlijk als dubbelelpee.
Ik ben hier vanwege single Are You Receiving Me? uit september 1978, waarop de groep z'n eerste perfecte combinatie van eigenzinnigheid en pakkende melodie vond. Het nummer landde dan ook in mijn afspeellijst met new wave. En alhoewel heel bescheiden, is het de allereerste hitsingle van de Engelsen: #84 in Australië.

Al dan niet als dubbelaar is dit een heerlijk album om de ontwikkeling van de groep te volgen. Eigenwijs, creatief en vol energie.
Mijn reis door new wave & co kwam van Kraftwerks Die Mensch·Maschine en vervolgt bij de tweede langspeler van Buzzcocks.

XTC - White Music (1978)

poster
4,0
Op reis door de albums achter mijn afspeellijsten met new wave, gaat het terug vanaf Ultravox' derde album uit augustus 1978 naar januari van dat jaar, als dit White Music verschijnt, de eerste langspeler van XTC.
Mijn eerste kennismaking met de groep zou via de radio zijn, als Making Plans for Nigel eind '79 een Nederlands hitje wordt. Maar de kern van de groep begon al in 1972, waarna in oktober 1977 wordt gedebuteerd met de eigenwijze 3D EP. Slechts drie maanden later verschijnt White Music, waarop de gevarieerde muziek nog eens breder is uitgewerkt.

In de basis het tegendraadse spel van bassist Colin Moulding, het eerste oerlid; de expressieve zang en rammelende gitaarwerk van het tweede oerlid Andy Partridge; en het gecompliceerde spel van derde oerlid Terry Chambers, die de gedachtenspinsels van de andere twee op zijn eigen wijze van contrast voorziet. Sinds 1975 zit toetsenist Barry Andrews bij de groep, wiens soms absurdistische spel naadloos aansluit.

Dan krijg je springerige, energieke en vrolijke muziek. Het is melodieus maar niet per se meezingbaar. Fris als veel tijdgenoten in de new wave van die tijd, maar gecompliceerder. Dit waren ervarener muzikanten dan veel van hun genregenoten, gecompliceerdere thema's en ritmes spelend. Vaker luisteren levert talrijke nieuwe details op. Zo loont het om de plaat driemaal achter elkaar te beluisteren en dan afzonderlijk op toetsen, bas en drums te letten.
De vier werden weliswaar tot new wave gerekend - zo klinken ze ook wel ondanks de eigenwijsheid - maar wilden niet tot die stroming gerekend worden. 'New pop' volstond.

Het is moeilijk om een favoriet uit te vinden. Cross Wires met dat neurotische intro en toetsenspel? Het doet enigszins aan het Amerikaanse Devo denken. Of Do What You Do met gestoord gitaar-toetsenduelletje? Of één van de toegankelijker nummers Radios in Motion, This is Pop? of Statue of Liberty kiezen?
Op kant 2 zijn daar Into the Atom Age met zijn hardrockende intro, overgaand in een uptempo tempo met herkenbare melodie. En I'll Set Myself on Fire bevat een ritme en extatische zang die vooruitwijzen naar de hit waardoor ik met XTC kennismaakte. Spinning Top heeft een aangename swing en Neon Shuffle sluit de plaat weer stevig af met rammelriffjes, ijle toetsen, snel drumspel en een verrassend oeh-oehkoortje in het refrein.

Anders dan andere Britse genregenoten, dit kwartet uit Swindon. Nadat hun EP in Abbey Road was opgenomen mocht het vervolg worden vastgelegd in The Manor, eveneens een prestigieuze studio. Dit opnieuw met producer John Leckie. Hits scoorde de groep pas het jaar erop, daarvoor was het hier nog te ondoorgrondelijk. Maar hoe aangenaam! In 2001 verscheen een cd-editie met de nodige extra's, inclusief de debuut-EP.
Mijn reis vervolgt bij Buzzcocks, dat in het Verenigd Koninkrijk in maart 1978 toe was aan hun elpeedebuut.