Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van RonaldjK. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026, juli 2026, augustus 2026, september 2026, oktober 2026
Malaria! - Emotion (1982) 3,5
gisteren om 18:28 uur
De Neue Deutsche Welle kende zowel vrolijke, absurdistische en dadaïstische representanten als ernstiger varianten, die muziek maakten die niet per se toegankelijk was. In die tweede categorie zit dit vijfhoofdige gezelschap, geheel uit vrouwen bestaand.
Malaria! kwam uit West-Berlijn. Leden hadden eerder kort ervaring opgedaan bij Einstürzende Neubauten en het onbekende Mania D. Gudrun Gut, Bettina Köster, Susanne Kuhnke, Christine Hahn en Manon Duursma (Nederlandse naam maar voor zover ik kan nagaan niet met een Nederlands paspoort) debuteren met Emotion. Hierop tien nummers met veel primitieve synthesizer en repetitieve percussie, de muziek geschreven door Köster en Hahn.
De groep werkt Duitstalig, maar veel nummers hebben de titel zowel in het Duits als Engels. In de teksten wordt kritisch naar de mens en diens handelen gekeken, getuige alleen al de titels van Geld - Money en het in driekwartsmaat gehesen Macht - Power. Zijn beweegredenen worden eveneens onder de loep genomen, getuige Leidenschaft - Passion waar een saxofoon weent, en Eifersucht - Jealousy. Instrumentaal is Einsam - Lonesome.
Op kant 2 meer eigenwijze geluiden in postpunkjas, zoals Tod - Death meteen bewijst. Een desolate sfeer die dankzij de muzikale invulling anders klinkt dan die van genre- en tijdgenoten. Het laat weer eens zien dat de Neue Deutsche Welle bijzondere "leden" telde. Ook Mensch is instrumentaal en geeft ruimte aan de sax, waarna het Engelstalige Slave ("I am a slave of my ambition") en Traum - Dream een enigszins bezwerende stemming hebben. Wederom wordt met digitale geluiden en percussie geëxperimenteerd. Gewissen heet het onheilspellende slot, als een sprookjesverhaal voor volwassenen, zich afspelend in een donker woud.
Op Emotion was niet het doel om melodieën te schrijven die blijven hangen. Maar sfeer, vooral die van unheimischheid, is er zeker. Een tijdsdocument. Mijn favoriete momenten zijn die waar de saxofoon opduikt.
De hit waar stephan73 het in het vorige bericht heeft, stamt uit 2001. Hier is het nog februari 1982, als de Koude Oorlog nog volop z'n greep heeft op de wereld, zeker in de woonplaats van dit kwintet.
Daarmee rond ik die maand af, nadat mijn vorige halte het sferische Crumbling the Antiseptic Beauty van het Engelse Felt was. Ik ben op reis door new wave, de albums achter mijn afspeellijsten met losse nummers. Dan ben ik toe aan maart 1982, om te beginnen met Amerikaanse punk: The Circle Jerks en Wild in the Streets.
» details » naar bericht » reageer
Giant Sky - Giant Sky III (2026) 4,0
afgelopen vrijdag om 20:40 uur
Een hardcore progrockfan ben ik niet, maar enige tijd geleden beviel het concert van Steve Hackett erg goed en waarschijnlijk daarom werd ik getipt om dit III van het mij onbekende Giant Sky uit Noorwegen eens te proberen. Dromerig, sferisch, invloeden uit de hoogtijperiode van het genre, de jaren '70 en dat alles in eigentijds geluid. Hierboven gaat het over een matte productie; ik beluisterde het via koptelefoon en had er geen last van.
Behalve van de heerlijk meanderende toetsen en soms lange gitaartonen is het genieten van het spel van drummer Andreas Kjøl Berg. Genieten op deze stormachtige avond, terwijl de wind om het huis huilt.
» details » naar bericht » reageer
Fontaines D.C. - Dopamine Chamber (2026) 4,0
afgelopen vrijdag om 17:09 uur
Fontaines D.C. verbreedt op Dopamine Chamber stapsgewijs z'n horizon. Niet met zevenmijlslaarzen (de veranderingen bij Skinty Fia en voorganger Romance vond ik groter) maar evenmin staat men stil. Enigszins vergelijkbaar met hetgeen Editors deden na hun eerste twee albums, door van postpunk te groeien naar een geluid met meer synthesizers.
In tegenstelling tot bij die groep beklijft deze post-postpunkfase van de Fontaines beter. Oorzaak: de composities, vooral Marianne, Mimesis, duet met Rosalía Where Is Gone?, You Miss Me en Japan vallen in de smaak.
Gelaagde muziek waarin bij vaker draaien nieuwe zaken gaan opvallen, zoals een melodie die meer en meer tot leven komt en de mooie, diepe synthgeluiden. Daarbij heb ik bepaald níet het gevoel dat men voor de arena gaat, maar wel degelijk het eigen hart en creativiteit volgt. Dat dit de fanschare zal doen groeien, lijkt onvermijdelijk. Helemaal prima.
» details » naar bericht » reageer
Amon Amarth - The Allfather Awakens (2026) 3,5
afgelopen donderdag om 22:23 uur
Middenin Oost-Souburg, halverwege Middelburg en Vlissingen, is een burgwal te vinden, in de 9e eeuw gemaakt ter bescherming tegen Vikingen. Ik was er van de week om deze met eigen ogen te zien: nog altijd indrukwekkend. Onderweg daarnaartoe speelde ik The Allfather Awakens af, waar Amon Amarth uiteraard weer de daden van de Vikingen bewierookt. De toenmalige Zeeuwen hadden eens moeten weten dat er een muziekstroming zou ontstaan die dit doet.
Ik haakte pas in 2016 aan bij Amon Amarth, bij Jomsviking. In eerste instantie vooral voor het historische verhaal van het conceptalbum. Vervolgens ontdekte ik dat hun vorige albums muzikaal spannender waren en zeker op de twee navolgende albums werd het opnieuw kalmer en toegankelijker. Een optreden dat ik van ze zag, was vermakelijk: vikingtheater.
The Allfather Awakens is volgens het bekende recept: zanger Johan Hegg pluisde de Edda door, op zoek naar nieuwe inspiratie voor teksten die hij met diepe stem monotoon grunt, waartegen gitaristen Olavi Mikkonen en Johan Söderberg melodieus tegenwicht bieden. Toegankelijke melodeathmetal.
De gitaarlijnen kunnen dartelen als in folk en je zou er invloeden van jaren '70 (hard)rock als bij Wishbone Ash en Thin Lizzy in kunnen horen, zij het consequent in deathmetal gemarineerd. Bijna onhoorbaar zijn soms in de achtergrond sobere synthesizers te horen. De productie is prettig warm en transparant, waarbij de volheid alleen wordt onderbroken door het akoestische Upphaf.
Geen verrassingen, evenmin slecht. Wat dat betreft maakt de groene cirkel van Oost-Souburg meer indruk.
» details » naar bericht » reageer
Felt - Crumbling the Antiseptic Beauty (1982) 3,5
afgelopen woensdag om 12:48 uur
Opgenomen in 1980 en 1981, verscheen Crumbling the Antiseptic Beauty van Felt in februari 1982. Een mini-album. Gedurende dertig minuten en wat seconden komen zes nummers voorbij, af te spelen op 33 1/3-toeren en dus meer dan een EP. Verschenen bij Cherry Red, tegenwoordig bekend van de prachtige heruitgaven-met-bonussen van ouder werk, maar toen voorop lopend met bijvoorbeeld deze nieuwe naam.
Felt is de groep van Lawrence (Hayward), afkomstig uit het landelijke Water Orton in Warwickshire, de West Midlands. Een omgeving die in detectiveserie Midsummer Murders voortdurend opduikt en wellicht had dat zijn invloed op de muziek. Dromerige gitaarwave, waarbij mij een hoop associaties te binnen schoten. Ik laat me eens gaan.
Een bassist ontbreekt. Met de introspectieve stem van Lawrence en zijn dito gitaarspel, plus de ingetogen begeleiding van tweede gitarist Maurice Deebank en drummer Gary Ainge, moet ik denken aan de dromerige kant van Echo and the Bunnymen en iets later Lloyd Cole & The Commotions.
Via de opening, het instrumentale Evergreen Dazed, valt te denken aan groepen als The Church of The Durutti Column. Het zit 'm in het gitaarspel. Daarna wordt gezongen, eerst op Fortune en dan gedurende de dikke zes minuten van Birdmen. Alsof een jongere broer van Nick Drake aan het werk is, Felt is Lawrence, een singer-songwriter in wavekleren.
Cathedral vervolgt op kant 2 die koers, waarna ik in I Worship the Sun zelfs enige invloed van The Shadows meen te herkennen, waar Hank B. Marvin zo geluidsbepalend was dat menig gitarist diens muziek bij de eerste gitaarlessen als oefenstof kreeg. Sijpelt dat hier door? Met slotlied Templeroy komt mede dankzij zang en drumpartij de herinnering aan The Doors binnensluipen.
(Te) veel vergelijkingen. Misschien handig, misschien misleidend. Want een eigen geluid heeft de groep wel degelijk. Laat ik het houden op 'dreamwave' en oordeel vooral zélf.
Op reis door new wave bevind ik me nog eenmaal in februari 1982. Komend vanaf het debuut van het Brusselse Snowy Red, is het laatste album uit die maand het elpeedebuut van het West-Berlijnse Malaria!
» details » naar bericht » reageer
Snowy Red - Snowy Red (1981) 3,5
afgelopen dinsdag om 10:53 uur
Het debuut van Snowy Red, het project van Micky Mike die ik tegenkwam op mijn reis door new wave. Opvolger The Right to Die wordt namelijk her en der genoemd als pareltje wat betreft rudimentaire synthwave, over debuut Snowy Red kwam ik echter niets tegen. Tot vandaag had dit album 11 stemmen, geheel onbekend is de eersteling van Brusselaar Micky Mike dus niet.
Op dit debuut zijn de synths nog primitiever dan op de opvolger. Logischerwijs omdat hij hier helemaal aan het begin van zijn ontdekkingsreis van het nieuwe instrument. Huiskamervlijt met de stem in een galmpje echo, enigszins herinnerend aan de sfeer die op de twee platen van Joy Division aan de zang van Ian Curtis werd meegegeven. Dit is toch anders dan het veel steviger DAF, dat ongeveer tegelijkertijd de bühne betrad met een andere aanpak van synthesizers. Alleen al omdat Snowy Red ook voor de drums gebruik maakt van digitale beats.
Mijn streamingplatform meldt dat dit album op 19 januari '81 is verschenen. Januarikoude dringt inderdaad binnen bij afspelen, kruipend over de vloer onder de deuren door. Het vast daarom dat er een radiator op de hoes staat afgebeeld.
Variatie is er in tempo's, waardoor de plaat afwisselend genoeg blijft. De instrumentale opener How Funny Are those Explosions wordt gevolgd door het vlotte Don't Lose Control. Still Human? en The Wild Boys overschrijden de grens van respectievelijk zes en acht minuten, wat de sfeer van monotonie versterkt.
Met nummers als Baby Tonight en Come on Dance wordt echter verderop enige lichtheid ingebracht. De site musicinbelgium.net geeft meer informatie, zoals dat Mike zich live liet vergezellen door twee dansers.
Mijn reis door new wave keert terug naar februari 1982, waar ik het debuut van het Engelse Felt tegenkom.
» details » naar bericht » reageer
Snowy Red - The Right to Die (1982) 3,5
afgelopen dinsdag om 10:18 uur
Van de passionele gitaarrock van Paul Collins' Beat naar koele synthpop van Snowy Red. De overgang binnen het land van new wave is weer groot.
Waar de eerste groep voortborduurt op de jaren '60 met daaraan toegevoegd enige punkenergie, zoekt de eenmansgroep het in muziek die in een koelkast lijkt geboren. Sobere, rudementaire synthesizers, alsof het 1979 is, het jaar dat Gary Numan en The Human League met eenzelfde stijl op de proppen kwamen, in 1980 gevolgd door Fad Gadget.
Snowy Red, enige verwarring bij mij. Niet te verwarren met Snowy White, in diezelfde dagen bekend als tourgitarist van Pink Floyd en inmiddels ex-lid van Thin Lizzy, werkend aan een solocarrière. Nee, dit is Brusselaar Marcel Thiel, werkend onder de naam Micky Mike.
Hij begon in 1976 als bassist bij punkgroep Chainsaw, dat er na twee jaar mee ophield en een single met vier nummers erop uitbracht, genaamd See Saw. Als de groep uiteenvalt, vervolgt Mike zijn carrière kortstondig in Fame en The End alvorens zich op zijn eenmansproject Snowy Red te richten.
De groep kwam op mijn radar door dit The Right to Die. Hierop worden de nummers steevast ingefaded, waarbij de composities zich kenmerken door herhalende thema's. Het brengt een sfeer van dystopie en verlatenheid, als die van een oude sci-fi-serie als Blake's 7. Daarmee is het geluid van Snowy Red zowel retro als toekomst.
Slechte nummers zul je op het album niet tegenkomen. Wie het album afspeelt en erbij was in die dagen, herinnert zich zaken als jeugdwerkloosheid, de nucleaire dreiging als kern van een Koude Oorlog. Hierboven worden enkele losse tracks genoemd als favorieten, ik vind het juist moeilijk een favoriet te kiezen, zo weinig doen de nummers voor elkaar onder. Wie echter de eerste drie nummers heeft gehoord, weet al helemaal wat er daarna op het muzikale menu staat. En toch was ik steeds benieuwd naar hetgeen zou volgen.
Terug naar de synthesizerbasis dus, zeker nu we anno 2026 vierenveertig jaren met digitale technologie verder zijn. Juist dat 'terug' maakt dit zo aantrekkelijk. Terug naar de naakte basis geldt voor dit album, volgens mijn streamingplatform verschenen op 8 februari 1982. Kan het nóg meer rudimentair? Jazeker, ik ga een stapje terug naar Snowy Reds debuut van het jaar ervoor, een album dat lichtelijk vergeten lijkt.
» details » naar bericht » reageer
Brass Camel - Brass Camel (2026) 4,0
16 oktober, 07:08 uur
Een tip van een vriend, dit Brass Camel. Nooit van gehoord en alhoewel ik niet per se van progrock ben, beviel dit zijweggetje goed.
In april bracht het vijftal uit Vancouver, Canada dit Brass Camel uit. Ik hoor de nodige invloeden uit de jaren '70; alleen het groepslogo al! Dankzij de grommende bas zijn er meteen in opener You've Got Time overeenkomsten met het Yes van toen, funk en rollende drumpartijen in What Are You Going to Do? en waarom zou je in Why Bother? niet koortjes doen zoals Uriah Heep en Sweet deden en nog steeds doen? Een nieuwere naam die me te binnen schiet Cats In Space, dat eveneens rijkelijk uit die schatkamer kan graaien en combineren. Bij Brass Camel leidt het steevast tot progrock, vernuftig in elkaar gezet door topmusici in de klassieke bezetting van gitaar-toetsen-bas-en-drums met de aangename stem van Daniel Sveinson, die dit combineert met toetsen en gitaar.
Tempowisselingen en thema's wisselen elkaar af, waardoor elke nieuwe luisterbeurt weer nieuwe inzichten oplevert. Plus, zoals Pinsnider in het vorige bericht noemde: het plezier spát ervan af. Dat komt mede omdat er vaak een scheut swing in de muziek bruist.
De valkuil is om eindeloos te vergelijken. Nog één keer: in Last Call lijkt het alsof Pink Floyd een stevige scheut hardrock krijgt toegediend - dat Brian Mays gitaargeluid her en der opduikt zal ik ongenoemd laten. Want eigen, sterke composities en lenige uitvoeringen staan garant voor een album waar ook een niet-progrocker van kan genieten.
» details » naar bericht » reageer
Paul Collins' Beat - The Kids Are the Same (1981) 4,0
15 oktober, 15:41 uur
Paul Collins, de man die eerste bekendheid kreeg toen hij met Peter Case lid was van The Nerves, van wie Blondie Hangin' on the Telephone tot een hit maakte. Ook het origineel is briljant. Die groep viel uit elkaar en Collins begon The Beat, dat in 1979 debuteerde met album The Beat. Omdat in Engeland eveneens een The Beat rondliep, noemden de Amerikanen zich de Paul Collins' Beat en de Engelsen werden The English Beat, zeker als ze in elkaars territoria actief waren.
Qua muziek is er geen enkele kans op verwarring. Op hun tweede album The Kids Are the Same klinkt bij de Paul Collins' Beat puntige rock 'n' roll, liedjes met kop en staart. Opener That's What Life Is All About wekt zelfs de suggestie dat dit de zonen van Buddy Holly zijn, die vrolijke liedjes aan meer energie koppelen dan hun vermaarde vader. Meestal uptempo, waarbij een kalmer nummer als On the Highway wordt opgevolgd door de extra stevigheid van Will You Listen. Verder vooral echo's van Britse beat uit de jaren '60, steevast in een 1982-jasje. Met name het gitaarwerk van Larry Whitman verraadt de invloed van wave en punk.
Favorietjes te over op dit album dat gemakshalve onder powerpop wordt geschaard, mede dankzij de achtergrondkoortjes. Mijn favorieten zijn titellied The Kids Are the Same en Trapped, beide op kant 2 te vinden.
Opgenomen in de vermaarde Capitolstudio met producer Bruce Botnick , werd dit desondanks geen groot succes. Mogelijk omdat het eigenlijk alweer ouderwets was; ik schaar het liever in de categorie 'tijdloos'.
Ik beluister de albums achter mijn afspeellijsten met losse liedjes in de categorie 'new wave'. Momenteel bouw ik deel 35 daarvan, eentje waarbij ik de koude februarimaand van 1982 herken aan nummers als Golden Brown (The Stranglers) en Maid of Orleans (OMD). Met deze Paul Collins' Beat wordt het echter plotseling zomers. Zegt iets over de kwaliteit van de liedjes.
Mijn vorige halte was het laatste reguliere studioalbum van The Jam, ik vervolg in België met synthwave: Snowy Red en de elpee The Right to Die.
» details » naar bericht » reageer
Stryper - Throne of Thorns (2026) 3,5
13 oktober, 22:13 uur
Throne of Thorns is alweer het vijfde studioalbum van Stryper in de jaren 2020, een kerstalbum niet meegerekend. Zanger-gitarist Michael Sweet schrijft continu muziek, zo vertelt hij in het interview met Billy Corgan en wie de groep volgt, weet dat hij daarmee de enige leverancier van muziek is.
Waar vroeger andere groepsleden zoals gitarist Oz Fox ook nog wel iets leverden, heeft Sweet er dus tegenwoordig een monopolie op. Dit overigens zonder dat op te leggen aan de anderen: hij is simpelweg uiterst productief, wat de overigen kennelijk wel prima vinden.
Dat valt te prijzen, nadeel is dat er een zekere eenvormigheid insluipt, waarbij van mij meer uptempo tot snel werk had mogen klinken. Desondanks zijn zoals altijd de Judas Priestachtige gitaarriffs en -twins en de kenmerkende koortjes keer op keer fraai. In ieder nummer zit wel iets dat de kwaliteit en originaliteit van de groep onderstreept. Dat Sweet minder zingt zoals ik hierboven lees, herken ik niet, of het moet 'm zitten in het ontbreken van hoge uithalen. Alhoewel, in de slotnoten...
Hoogtepunten zijn de stoempende opener Throne of Thorns, het vlotte I'm Alright (I'm Okay), de aangename oorwurm Hollywood, het vriendelijk-vlotte Beautifully Broken en het hakkende slotlied Shadowbreaker, waarvan ik er wel meer had willen horen.
Degelijk maar niet verrassend, eigenlijk hetzelfde als ik gelijktijdig constateerde met de nieuwe albums van Tygers of Pan Tang en Europe. Niet toevallig allemaal collega-veteranen die kwaliteit blijven leveren. In het geval van Stryper geef ik er een 7,5 voor, uitgedrukt in 3,5 ster.
» details » naar bericht » reageer
Europe - Come This Madness (2026) 4,0
13 oktober, 21:52 uur
Europe staat deze maand op de voor- en achterzijde van Aardschok, achterop met een advertentie die claimt: "Europe return with their most fearless and uncompromising album yet!"
Dát klopt niet. Zoals hierboven door anderen opgemerkt, klinkt juist een voorzichtige terugkeer naar het geluid van de jaren '80, waarbij toetsenist Mic Michaeli de nodige tapijtjes legt. Een zwak nummer kom ik op Come this Madness niet tegen, toch heb ik twee - weliswaar kleine - bezwaren. De eerste is dat één of meer grote uitschieters ontbreken, de tweede dat ik uitgesponnen gitaarsolo's mis.
Desondanks waardeer ik het evenwichtige album met een dikke 8, want wat is de productie van Tom Dalgety rond, warm en transparant (hij schreef bovendien aan enkele nummers mee), wat musiceert de groep hecht in sterke, gevarieerde composities en wat valt er te genieten van de teksten van Joey Tempest, inclusief enkele verwijzingen naar de hedendaagse wereldpolitiek.
Favoriete nummers werden het Purpleaanse Scandinavian Eyes met z'n robuuste shuffle, het iets snellere Takin' It Back en The Devil's Back, de laatste geschreven door gitarist John Norum. Eveneens in Aardschok lees ik dat Norum weer eens laat met zijn bijdragen kwam; zijn andere is The Angels Must Have Flown en de Japanse fans krijgen er een bonustrack bij die door hem werd geschreven, genaamd Heaven's Above. De overige muziek werd in afwisselende combinaties geschreven door Tempest, Michaeli en bassist John Levén, al dan niet met de producer.
Wie een avontuurlijker Europe wil horen met uitgesprokener sologitaarpareltjes van Norum verwijs ik naar de albums Wings of Tomorrow, Secret Society, Last Look at Eden, Bag of Bones, War of Kings en Walk the Earth. De komende twee, drie jaar richt de groep zich op optredens en daarna moet een opvolger komen. Dat zal niet opnieuw negen jaar gaat duren, zo vertelt Tempest in het vermaarde metalzine aan Sjak Roks. Wordt vervolgd.
» details » naar bericht » reageer
The Tubs - Hard Life (2026) 4,0
12 oktober, 20:40 uur
De eerste twee albums van The Tubs bevielen mij goed, net als het concert in Utrecht in februari '24. Een bandje om te blijven volgen, zoveel was rap duidelijk.
Op derde album Hard Life zijn de folkelementen helemaal terug, nadat die op de voorganger wat naar de achtergrond waren verdwenen. Ze zijn zelfs sterker dan op het debuut, mede dankzij mandoline en viool.
The Tubs is een indierockgroep met de pootjes in een oudere muziektraditie. Als je dan ook nog aangename liedjes weet te schrijven, die verpakt in meestal vlotte liedjes en van vriendelijke, gevoelige zang voorziet, dan heeft het mij te pakken.
Ja, dit is bijzonder leuk. Wie vergelijkt met andere namen doet The Tubs uit Cardiff en woonachtig in Londen (Heaven or London) tekort: dit is hártstikke Brits met enerzijds melancholie en anderzijds dartelende melodieën, waarbij teksten het alledaagse leven met z'n ups en ook menige down bezingen. Het kalme slot van het uptempo If You Don't Love Me bijvoorbeeld brengt een fraai contrast.
potjandosie, wellicht weten The Tubs twee kanten van jouw muzieksmaak te raken?
» details » naar bericht » reageer
Tygers of Pan Tang - Electrifyed (2026) 3,5
12 oktober, 20:25 uur
Als er een nieuwe Saxon verschijnt, is er meer reuring dan hier bij de Tygers of Pan Tang. Dat is niet terecht, al maak ik me daar ook schuldig aan.
Ik heb hier van hen de albums Spellbound en Crazy Nights staan met EP Don't Stop By en wie weet dat die schijven uit 1981 stammen, snapt dat ik zo'n beetje gelijk met OzzyLoud aanhaakte. Sinds ze in 2016 dankzij Classic Rock Magazine weer op mijn pad kwamen met album Tygers of Pan Tang volg ik hen met een half oog.
Hierboven de terechte constatering dat dit met alleen Robb Weir nog in de gelederen nog weinig met de Tygers van toen heeft te maken. Toch dragen ze dezelfde fakkel als in '81. Op Electrifyed klinkt uptempo metal in de traditie van de New wave of British heavy metal. Dat wist een ieder al vooraf, zonder één noot te horen.
Het is dus weliswaar niet verrassend, tegelijkertijd weten de heren de ene na de andere smakelijke riff tevoorschijn te goochelen met de nodige twingitaren en lekkere solo's. De stem van zanger Jacopo Meille is onverminderd helder en krachtig, problemen met de mix vallen mij daarbij niet op; al is de zang inderdaad wel prominent.
De gesproken geluidseffecten die hier en daar opduiken zoals in The Nail, geven het album op die momenten een filmisch effect. Zo kom ik uit op een 7,5 met The Powers That Be en het melodieuze Dark Skies als favorieten. Gedurende de laatste minuut keert het intro van het album bij Rise Up! terug, waarmee de cirkel van Electrifyed rond is.
» details » naar bericht » reageer
The Jam - The Gift (1982) 3,5
12 oktober, 18:57 uur
New wave in februari 1982, van The B-52's naar The Jam. Die namen afscheid met The Gift. Over de groep had ik vaak in Oor gelezen, maar pas die maand betreedt voor het eerst een single van de groep de Nederlandse hitlijsten, om in maart op #7 te pieken, waarbij menig dj op Hilversum vertelde dat de groep ermee ging stoppen.
Het is A Town Called Malice en met mijn toenmalige beheersing van het Engels nam ik werkelijk aan dat er echt een stad was die Malice heette. Mij was wel duidelijk dat The Jam vooral in eigen land een fenomeen was, in het Verenigd Koninkrijk was het hun vijftiende hitsingle, het stond er in de tweede helft van februari drie weken #1. In Vlaanderen haalde het volgens de verzamellijst van Ultratop in april #4.
The Gift is de opvolger van Sound Affects uit 1980 en opvallend is dat de invloed van soul met daarbij blazers groot is geworden. En dat betekent dat enerzijds hun herkenbare en energieke "modpunk" klinkt: opener Happy Together, het ingetogener Ghosts, Just Who Is the 5 O'Clock Hero? en op kant 2 Running on the Spot, het melancholieke Carnation, de mix van jaren '60 Motownsoul en mod in Town Called Malice en het vrolijke The Gift: "Move, move, I've got the gift of life" zingt Paul Weller daar opgewekt.
Maar er is dus ook soul/funk en wel in Precious (de baslijn lijkt warempel op die van Pigbags Papa's Got a Brand New Pigbag van het jaar erop), het semi-instrumentale Trans-Global Express, het instrumentale Circus en de Caribische steeldrums in The Planner's Dream Goes Wrong. The Gift was overigens bij de eerste persing inderdaad in cadeaupapier verpakt.
Het jaar erop verscheen nog verzamelaar Snap! met daarop onder andere Beat Surrender, in Nederland zowaar een hit in januari '83 en tevens te vinden op de bonusedities van The Gift die in 2012 verschenen, te weten deze boxsset met het cadeaupapier en deze 2-cd.
Is het trouwens weleens iemand opgevallen - vast wel! - dat A Town Called Malice met z'n Motownbaslijn en -productie best wel lijkt op You Can't Hurry Love van Phil Collins, de post-symforocker die er eind '82 een #1 mee scoorde in Nederland? Oorspronkelijk van The Supremes, een groep die de heren van The Jam eveneens hoorbaar hoog hadden staan.
Mijn queeste door wave slaat single Music for Chameleons van Gary Numan over, omdat ik het bijbehorende album I, Assassin al eerder besprak. En zo kom ik uit bij een plaat die ik hier op vinyl heb staan: The Kids Are the Same van de Paul Collins' Beat.
» details » naar bericht » reageer
Anthrax - Cursum Perficio (2026) 4,5
12 oktober, 10:33 uur
...waarmee ik bedoel dat ze met een jaartje of drie, vier met nog zo'n album mogen terugkeren!
Maar eerst lekker touren!
» details » naar bericht » reageer
Accept - Teutonic Titans 1976-2026 (2026) 3,5
10 oktober, 19:45 uur
Met Accepts laatste albums steeds meer volgens vaste formule was ik sceptisch richting Teutonic Titans 1976-2026. Gerecyclede nummers (in dit geval uit de periode 1980 (Save Me) tot en met '89 (Hellhammer)? Samenwerkingen met zogenaamde grote namen? Zaken die nogal eens tegenvallen.
Maar... goed gedaan. Bovenaan deze pagina is te zien wie er aanschoven, van hen lijkt Billy Corgan de meest onwaarschijnlijke - schijn bedriegt - en ondertussen benadert vaste zanger Mark Tornillo de oorspronkelijke zangpartijen zo goed, dat ik het verschil niet hoor. Een 7,5 met dikke krul van de juf.
» details » naar bericht » reageer
The B-52's - Mesopotamia (1982) 2,5
Alternatieve titel: Ancient Culture: Mesopotamia Revisited, 9 oktober, 16:18 uur
Je maakt twee succesvolle albums, scoort met Rock Lobster en Private Idaho in de Billboard Hot 100, tourt met de Talking Heads en van de binnengekomen dollars koop je tezamen een nieuw huis om aan nieuw werk te knutselen terwijl je in de tussentijd ook nog scoort met remix-EP "Party Mix!" Als je dan ook nog David Byrne vraagt om je derde album te produceren, het klikte immers goed onderweg met de Heads, dan gloort het volgende succeshoofdstuk.
Niet dus. Het samenleven werkte juist tegen en ook met Byrne boterde het in de studio niet. Als je dan bovendien middelmatige liedjes schrijft - ik mis pakkende melodielijnen - gaat het alsnog mis. De opnamen werden afgebroken en Mesopotamia werd beperkt tot een EP. Slechts het titelnummer en afsluiter Nip It in the Bud slagen erin het niveau iets op te krikken. Voor het overige klinkt het bekende geluid van The B-52's, zij het zonder inspiratie. Desondanks betreedt het plaatje in februari 1982 de Billboardlijst om in maart #35 te halen. In '83 keerde de groep terug met Whammy!
Wellicht toch nog enige rehabilitatie als in augustus '26 de boxset Ancient Culture: Mesopotamia Revisited verschijnt.
Op reis door new wave , momenteel in februari 1982, kwam ik vanaf de derde van The Associates en ik vervolg bij het afscheidsalbum van The Jam.
» details » naar bericht » reageer
The B-52's - Party Mix! (1981) 3,5
9 oktober, 06:55 uur
Slim tussendoortje van The B-52's, dit remixalbumpje. "Party Mix!" is inderdaad zeer geschikt voor uw alternatieve dansfeestje. Goed genoeg voor een #55-notering in de Billboardlijst, bedoeld om tijdens de periode vol andere activiteiten dan opnames toch van zich te laten horen. De EP is ook op streaming te vinden, waarbij vooral de elektronische beat van opener Party Out of Bounds opvalt.
Met opvolger Mesopotamia zou de groep een megaklapper gaan maken, was de planning, mede omdat David Byrne de groep nog beter zou laten klinken. Maar toen...
» details » naar bericht » reageer
The Associates - Sulk (1982) 4,5
8 oktober, 07:05 uur
De derde van The Associates, als je voorganger annex singlecompilatie Fourth Drawer Down met z'n verzameling singles meerekent. En dat doe ik, zoals ik daar j.l. april uitlegde. Opnieuw vol pathos ingezongen door Billy Mackenzie, leverde Sulk in het Verenigd Koninkrijk drie hits op en daarmee hun doorbraak.
Party Fears Two was de eerste: nadat het half februari 1982 de hitlijst betrad, bereikte het vijf weken later #9. Ook Club Country deed er zes weken over om z'n piek te halen: in juni #13. Dubbele A kant 18 Carat Love Affair/Love Hangover tenslotte kwam in augustus nog eens tot #21. Dan deed de elpee het anders: in z'n eerste week notering in mei meteen het hoogtepunt op #10, maar tot en met begin oktober houdt Sulk het daarin vol.
Wat ook opvalt, zeker anno 2026 waarin liedjes snel herkenbaar moeten zijn vanwege streaming: The Associates nemen de tijd voor de opbouw. Opener Arrogance Gave Him Up is instrumentaal en bij track 2 No duurt het nog wel even voordat Mackenzie is te horen.
In dat eerste nummer zitten prominent de toetsen van Martha Ladly, één van de twee Martha's van het Canadese Martha and the Muffins. In combinatie met de vrij drukke en swingende drumpartijen van John Murphy zit je er zo meteen in, waarna we overschakelen naar de dramatiek met stemmig pianospel van No.
In Gloomy Sunday kun je je afvragen of de zanglijn wel klopt met de muziek - Mackenzie zingt er voor zijn doen laag, bijna tegenaan, maar het kan wel degelijk. Als het feller wordt via Nude Spoons schiet zijn stem weer de lucht in.
Wat ook opvalt is dat het qua sfeer soms tegen die van de new romantics aanschurkt, zoals onder meer het uiterst dansbare Skipping of de instrumentale afsluiter Nothinginsomethingparticular doen. Soms extra veel echo voor de zang, blijkt in It's Better This Way. Zelfgeproduceerd is dat ongetwijfeld zeer bewust gedaan.
Sinds 2000 verkrijgbaar op cd-met-bonussen, die ook op streaming belandde. Voor mij de beste Associates tot dan toe. Mijn reis door new wave kwam vanaf de derde soloplaat van Nick Lowe en vervolgt, nog steeds in februari 1982, bij de Amerikanen van The B-52's.
» details » naar bericht » reageer
Elvis Costello - My Aim Is True (1977) 4,0
7 oktober, 18:27 uur
In december '21 beschreef ik My Aim Is True en waardeerde het met 3,5 ster. Vandaag had ik een klusje op het werk waarbij ik eens geen laptop nodig had en bovendien waren er even geen mensen om mee te vergaderen. Had ik de tijd om de net verschenen cd-box grotendeels te streamen. Dat beviel goed, al waren alle akoestische slaapkameropnames soms iets teveel van het goede. Spannender zijn cd 4 met diverse media-optredens en 5 met daarop een concert met als begeleiders de groep Clover.
Wat echter vooral opvalt is welk een liedsmid Declan McManus is. Thuis liedjes in elkaar knutselen, uitproberen in de studio en die met hulp van Clover in een groepsarrangement gieten, ergens halverwege pubrock en new wave. Soms duidelijk geënt op jaren '50 rock 'n' roll, zoals vele pubrockers deden.
Het benadrukt dat de term new wave passender is dan de inmiddels gangbare term postpunk. Costello maakte liedjes die pasten bij pubrock en hij evolueerde mee naar new wave. Met punk of na-punk heeft dit niets te maken: hij deed dit al vóór Sex Pistols en Ramones furore maakten.
Het aantrekkelijke van de akoestische thuis- en studio-opnamen is daarbij dat de invloed van Clover op Costello's debuut wordt benadrukt. Een fijn bandje, dat overigens het voorprogramma was van Thin Lizzy tijdens de Johnny the Fox Tour. Ik verhoog mijn waardering voor het oorspronkelijke album naar 4 sterren.
» details » naar bericht » reageer
Nick Lowe - Nick the Knife (1982) 4,0
7 oktober, 07:52 uur
New wave en punk hadden bij aanvang in '76 en '77 grote steun gehad aan het netwerk van zalen en platenlabels van pubrock. Dat subgenre, vaak met knipogen naar de jaren '50 zoals Dave Edmunds het graag had, was in de jaren daarna geleidelijk naar de achtergrond geduwd. Zeker in 1982, als synthpop en new romantics de nieuwe trends zijn en voormalige punks naar gematigder muziek overstappen. In het geval van mijn vorige halte The Stranglers ten tijde van La Folie en Golden Brown met groot internationaal succes.
En dan keert Nick Lowe terug met solowerk. Nog maar twee jaar eerder mislukte de samenwerking van hem met Dave Edmunds onder de vlag van Rockpile, al was de muziek aangenaam. In februari 1982 brengt hij zijn derde soloalbum uit.
In het vorige bericht wordt over "flauwe liedjes" gesproken, wat ik echter niet heb. De herkenbare eigen schrijfstijl van Nick Lowe klinkt overal, op de wijze waarop ik hem leerde kennen in 1978 met de hit I Love the Sound of Breaking Glass. Soms is het vinnig (opener Burning en kort daarna met de veelzeggende titel Stick It Where the Sun Don't Shine), soms kalmer (Queen of Sheeba en My Heart Hurts) en ook reggae staat op het menu (Heart). Kant 1 sluit ingetogen af met Couldn't Love You (Any More Than I Do) dat, was het tweestemmig geweest, perfect was geweest voor de Everly Brothers. Nu krijgt het een vriendelijk en weemoedig pubrockend jasje.
Meer eigen werk van Lowe, een enkele keer met assistentie van een ander meegeschreven volgt. Uptempo akoestische pop als aftrap van kant 2 via Let Me Kiss Ya, rond rockend in Too Many Teardrops, knipogend naar doowop in Ba Doom, popliedje Raining Raining, het zwoel swingende One's Too Many (And a Hundred Ain't Enough) en die typische Lowestijl in slotlied Zulu Kiss.
Ik mag er dan positiever in zitten dan heartofsoul (al gaf die desondanks 3,5 ster), toch is deze vermoedelijk lang niet de enige die Nick the Knife zo beleeft. De Britten hoorden er geen hitsingles in en in de albumlijst kwam het evenmin ver: slechts twee weken notering, waarvan in februari een weekje #100 en in maart #99. Dat grote namen als toetsenisten Paul Carrack en Steve Nieve en gitarist Martin Belmont meededen, hielp geen mallemoer.
In Nederland kom ik de plaat nooit in de tweedehands platenbakken tegen, wat waarschijnlijk ook iets zegt over mijn indruk dat het hier eveneens zo goed als niks deed. Maar ik genoot van Nick the Knife, alleen de titel al!
Momenteel onderweg in februari 1982 is mijn volgende station in newwaveland een eigenwijs klassiekertje: Sulk van The Associates.
» details » naar bericht » reageer
Flowers - Icehouse (1980) 4,0
6 oktober, 08:09 uur
New wave in februari 1982. De term is breed, breder dan de huidige gangbare term 'postpunk'. Mijn vorige station was de tweede elpee van het West-Duitse Spliff genaamd 85555 en van hen ga ik naar het Australische Icehouse. Van gevarieerde rock naar onderkoelde muziek, die op deze eersteling van de groep uit Sydney klinkt.
Op 13 februari 1982 betreedt single Can't Help Myself de Nationale Hitparade op #50, de week erna klimt het naar #42 om de week daarna alweer de lijst te hebben verlaten. Het is afkomstig van het eveneens Icehouse getitelde debuut; de link verwijst naar de Duitse elpeepersing uit 1981.
Die heeft een andere hoes en trackvolgorde dan de oorspronkelijke Australische en Nieuw-Zeelandse uitgave uit oktober 1980, die we hier op MuMe aantreffen. Toen heette de groep nog Flowers en kennelijk had men al bij voorbaat hoge verwachtingen, gezien het feit dat er eveneens een klaphoeseditie verscheen.
Enfin, wat klinkt is anders dan de popinslag van nadien. Het is onderkoeld, enigszins op de wijze van Gary Numan. De gitaarpartijen van - tevens zanger - Iva Davies kunnen echter ook op z'n AC/DC's rocken (!): luister maar eens naar Fatman. Maar met de productie van Davies met Cameron Allan en de ijle synths van Anthony Smith blijft het binnen de koele sferen die zo kenmerkend kunnen zijn voor wave.
Uptempo of sneller (Skin), is de variatie binnen de genregrenzen aangenaam. Verder valt op dat de composities sterk zijn. Een bijzonder frisse plaat, tegelijkertijd herkenbaar uit begin jaren '80 en juist daarom iets waarvan ik vrolijk word.
Op streaming trof ik de Australische versie aan, aangevuld met bonussen van een cd-editie die ik zo gauw op Discogs niet kan vinden. Hierboven schreven anderen heldere stukjes met meer info en vergelijkingen: aanbevolen!
Al in november 1982 scoorde Icehouse een grotere hit met Hey Little Girl, afkomstig van Primitive Man, waar ik later bij mijn queeste hoop te komen.
Nu kort naar een favoriet bandje van mij, een album dat ik al eerder beschreef. Over hitsingle Golden Brown valt echter meer te melden, op naar The Stranglers en album La Folie.
» details » naar bericht » reageer
Spliff - 85555 (1982) 4,0
5 oktober, 08:59 uur
Op reis door new wave kwam ik vanaf het tweede album van Britse punkgroep Vice Squad bij een eveneens tweede album. Dat van het West-Berlijnse Spliff en 8555, in origineel vinyl in mijn kast.
Tot 1980 was het steeds bergopwaarts gegaan voor Herwig Mitteregger (drums, zang), Bernhard Potschka (gitaar) und Manfred Praeker (bas). In de jaren '70 toenemend succes via vier albums met krautrockgroep Lokomotive Kreuzberg (1972-1977), waarna ze als leden van de Nina Hagen Band (1978-1979) internationaal bekend werden met twee albums.
De doorstart als Spliff en hun gedurfde debuut Spliff Radio Show oogst echter weinig applaus, tot in december 1981 een concert van de groep, in de zomer van dat jaar opgenomen, alsnog reuring brengt.
De grote ommezwaai is daar mede omdat de groep weer Duitstalig gaat zingen. Als in februari 1982 tweede album 8555 verschijnt en Carbonara in juli in Duitsland op #5 piekt, is de groep weer helemaal terug met internationaal succes. Vooral in de Duitstalige wereld, maar ook in Nederland klinkt het liedje op de radio, zo herinner ik mij.
De drie zetten met vierde groepslid, toetsenist Reinhold Heil, een gevarieerd geluid neer. Het gaat heen en weer tussen wave met soms rauwe gitaarpartijen (Deja Vu, in oktober '82 een #36-hitje), reggae (Carbonara), synthpop (Computer sind doof en vooral Duett Komplett) en funk, die dankzij het basspel her en der opduikt. De zomerhit werd door Heil geschreven, je zou het als een Duitstalige variant van Walking on the Moon van The Police kunnen beschrijven. Het staat van mei tot en met november in de Duitse hitlijst.
In contrast met het luchtige liedje staat op 8555 ook het beklemmende Kill! dat duidelijk maakt dat de Koude Oorlog nooit ver weg was. Maar juist daarom moet er uitbundig worden gedanst, getuige Jerusalem, of juist ingetogen zoals slotlied Damals suggereert.
Soms bijtend, soms luchtig, dan weer ernstig, dát is hoe het album er de afgelopen twee weken keer op keer weer in slaagde op mijn draaitafel te belanden. In Duitsland een #1 en ruim een jaar in de albumlijst te vinden, van februari '82 tot en met februari '83. In september '82 verscheen een internationale versie van de plaat, met bijvoorbeeld een Engelstalige versie van Carbonara.
Mijn reis door new wave vervolgt bij een naam die begin 1982 voor het eerst opduikt in Nederland: het Australische Icehouse.
» details » naar bericht » reageer
Vice Squad - Stand Strong Stand Proud (1982) 3,5
26 september, 09:29 uur
Na mijn bericht hierboven: zijn er (punk)liefhebbers die Vice Squad kennen? En zo ja, wat vinden zij van deze relatief onbekend gebleven groep en in het bijzonder dit Stand Strong Stand Proud, voor mij 3,5 ster waard?
» details » naar bericht » reageer
UB40 - UB44 (1982) 3,5
25 september, 23:12 uur
Een punkgroep genaamd Bad Brains die ook aan reggae doet; dat was het vorige station waar mijn trein door newwaveland uitgebreid stilstond. Daarna volgden korte stops bij de synthpop van Depeche Mode en de post-ska van The Fun Boy Three om bij dit UB44 van UB40 te belanden. Het muzikale palet is breed.
Op hun vierde album beginnen de oude fans enigszins te mopperen, zo leer ik van bovenstaande bijdragen. Nu ben ik van nature niet de grootste liefhebber van reggae, al zijn mijn oren de afgelopen twee jaar in waveland steeds meer gewend. De eerste drie nummers vind ik helemaal prima, vooral de funk die in opener So Here I Am doorsijpelt (derde single van UB44, eind augustus '82 #25 in de Britse hitlijst), maar ook de eerste single I Won't Close My Eyes (eind februari #32) mag er zijn.
Met Love Is All Is Alright is het me opeens te klef. Of te zomers, te ontspannen, te lief. Dat was tevens hun tweede single van dit album en deze haalde #29 in mei. The Piper Calls the Tune beleef ik dan weer als aangenaam, waarmee kant 1 gewoon een prima plaatkant blijkt.
De wat afwijkende productie van The Key brengt kant 2 in eerste instantie de dubkant op, meer voor puristen met de toastzang die daarbij hoort. Al is de zanglijn die deze af en toe vergezelt dan weer hartstikke licht. Don't Do the Crime is vrolijk, alsof een skagroep het voor UB40 schreef.
Gebleven zijn de maatschappijkritische teksten, agerend tegen de (jeugd)werkloosheid die Birmingham in die jaren nog altijd teisterde, net als vijftien jaar eerder toen vier jonge knullen in diezelfde stad onder de naam Black Sabbath met een geheel andere aanpak de grauwheid vermuziekten. Folitician is hoe UB40 het aanpakt. Met felle toaststem inclusief een licht funkgitaartje. Slotlied The Prisoner laat het elektronisch orgel de reggaebeat maken en dan is de plaat alweer voorbij.
Mopperen doe ik niet: de plaat is afwisselend en biedt zowel de zwarte dubkant als de witte popkant, die kennelijk met de coveropvolger Labour of Love van het jaar erna de overhand kreeg. Red Red Wine van dat album, ik kan er níks mee. Met UB44 wél en iets zegt me dat ik daarom hier moet stoppen wat UB40 betreft. Met voortschrijdend inzicht kan ik zeggen dat hun eerste vier albums geleidelijk in mijn smaak zijn geland, zeker in de context van new wave.
Mijn volgende halte? Op diezelfde 7 februari 1982 dat I Won't Close My Eyes de Britse hitlijst betrad op #45, was daar een andere nieuwkomer die relevant is voor wave: female fronted punkgroep Vice Squad moest het doen met #68.
» details » naar bericht » reageer
Bad Brains - Bad Brains (1982) 3,5
Alternatieve titel: Attitude - The ROIR Sessions, 24 september, 18:48 uur
Het gebeurt niet vaak dat ik een album behandel dat aanvankelijk slechts op cassette verscheen, voor Bad Brains uit Washington D.C. maak ik graag een uitzondering.
Ik las regelmatig over ze in Oor, al is dat mogelijk vooral vanaf de tweede helft van de jaren '80 geweest, toen de bekendheid was gegroeid. Drie zaken maakten dat ze opvielen.Ten eerste was dit de eerste zwarte punkgroep (niet dus, daarover zo meer), een combinatie die wij nog niet eerder hadden gezien. Ten tweede waren dit rastafari's, waar de punkwereld eerder het domein was van anarchisten en aanverwante links-georiënteerden. Ten derde combineerden ze punk met reggae en al was dat weliswaar eerder gebeurd (The Ruts bijvoorbeeld), in combinatie met de teksten over Jah was dit toch anders.
De eerste zwarte punkband bleek met voortschrijdend inzicht Death uit Detroit te zijn. Dat al in 1974, de groep werd naderhand aan de vergetelheid ontrukt door onder meer Henry Rollins.
Dat wisten wij niet in 1982. Wel is duidelijk dat snelle punk, inclusief soms razende gitaarsolo's, wordt afgewisseld met naar dub neigende reggae met in die laatste categorie de composities getiteld Jah Calling, Leaving Babylon en I luv Jah.
Toch overheerst energie, zoals afstraalt van de hoes. Daarop wordt het Capitool in hun thuisstad getroffen door de bliksem. Ik zette hiervan dan ook Banned in D.C. op een afspeellijst met new wave en aanverwanten, bovendien een hyperactuele tekst bij het nieuws van vandaag.
Het jaar erop verscheen opvolger Rock for Light wél meteen op vinyl. Voorzien van een andere hoes kwam Bad Brains in 1989 alsnog op andere geluidsdragers uit, te weten cd en lp, dan met als ondertitel The ROIR Sessions.
Mijn reis vervolgt: ik kwam hier vanaf het Londense Opposition, wat tevens een korte terugreis naar 1981 was. Net als deze Bad Brains verscheen mijn volgende station ook in februari 1982: op naar hitsingle See You van Depeche Mode, waardoor ik niet voor het eerst bij hun album A Broken Frame uitkom.
» details » naar bericht » reageer
Opposition - Breaking the Silence (1981) 4,5
23 september, 18:29 uur
Opposition? Ik kende ze niet. Met dank aan Alicia voor het noemen van deze newwavegroep, want dit is genieten! Breaking the Silence is hun debuut, zij het dat er al eerder een album werd opgenomen. Dat Lost Album had in 1980 moeten verschijnen, maar platenmaatschappij Ariola vond het met z'n ska-invloeden niks en liet de groep vallen zonder de elpee uit te brengen; in 2005 kwam het alsnog uit.
Dat verhaal zal in 1981 (verschijningsmaand kon ik niet vinden) bij Breaking the Silence hoogstens een voetnoot zijn geweest. De groep heeft ska en sax losgelaten: hier klinkt wat ik toentertijd 'gitaarwave' noemde. Enigszins donker en melancholisch, zoals bijvoorbeeld XTC deed. Als het kalmere broertje van Killing Joke, een overeenkomst die opduikt vanwege de klank van de zang. En toch wel degelijk met een eigen geluid en sfeer. Het verscheen bij het (Franse?) Double Vision, een label speciaal voor Opposition gecreëerd. Als je dan ook nog sterke nummers weet te schrijven, en dat deed deze Londense groep, dan rijzen er vraagtekens waarom zo'n sterk album zo onbekend is gebleven.
Het trio Mark Long (zang en gitaar), Marc Bell (bas en toetsen) en Ralph Hall zet een volwarm geluid neer, een tapijt dat je eerder van een kwintet verwacht. Laat ik een nummer-voor-nummer-beschrijving nalaten: zie wat in het MuMe-forum 'Albumtracks gerangschikt en beschreven' vanaf hier door dazzler en anderen wordt verteld. Een uitzondering voor A Thirst, dat instrumentaal is en de opmaat vormt naar het titellied.
Het originele album kende negen nummers, met de cd-uitgave van 2001 werden er twee toegevoegd. Die vind ik ook terug op streaming, inclusief de gewijzigde hoes.
Mijn reis door new wave kwam uit januari 1982, Television Personalities en album Mummy Your Not Watching Me. Ik vervolg in februari dat jaar, om te beginnen met het debuut van Bad Brains. Opnieuw een Amerikaanse punkgroep die het genre opschudt, heel anders dan de sfeervolle wave van Opposition. Heerlijk, al die grote overgangen!
» details » naar bericht » reageer
Television Personalities - Mummy Your Not Watching Me (1982) 4,0
23 september, 17:42 uur
Over het debuut van Television Personalities was ik best enthousiast. Ik omschreef het als "lo-fi gitaarliedjes met de wortels in de jaren '60 beat". Die jaren '60 zijn gebleven maar nu zou ik er de benamingen garagerock, psychedelisch en 'voorafschaduwing van jaren '90-Britpop' aan willen toevoegen.
De plaat stond tot vandaag te boek als uit 1981 stammend, dank aan CHIEP voor de correctie. Het stamt namelijk uit januari 1982. Klein verschil misschien, maar zo staat op op de juiste plek in mijn afspeellijst.
Met opener Adventure Playground lijkt de groep wel verwant aan The Fall, A Day in Heaven knipoogt nadrukkelijk naar de jaren '60 en Scream Quietly heeft met z'n zanglijn en sobere toetsenlijn zowel jaren '60 beat als new wave in zich. Het kan allemaal. Door het vette Engelse accent (is dit Cockney, de groep kwam immers uit Londen?) van titelnummer Mummy Your Not Watching Me klinken de Television Personalities zowel authentiek als melancholiek, waarbij de baslijn soms vals lijkt - en toch klopt het.
En zo gaat het door, verschillende invloeden alsof je de oudere broers van de gebroeders Gallagher van Oasis hoort musiceren. In alle charmante lulligheid werkt het goed, getuige Brian's Magic Car met z'n retropiepjes (ook in '82 al zeer nostalgisch) en Where the Rainbow Ends dat naar Woodstock en The Byrds geurt.
Kant 2 begint via de bijna zeven minuten van David Hockney's Diaries met Amerikaanse garagerock en psychedelica als belangrijkste ingrediënten. Vervolgens gaan we gedurende twee nummers schilderen: beatinvloeden in Painting by Numbers en de sfeer van 1968 in Lichtenstein Painting.
Het orgeltje keert terug in Magnificent Dreams om gevoelig af te ronden met liefdeslied If I Could Write Poetry.
Bijzondere muzikale keuzes voor een album dat in 1981 werd opgenomen, versterkt door de holle, galmende productie die opvallenderwijs af en toe opzettelijk z'n echo verliest. Er wordt gespeeld met stijlen én productie. Stronteigenwijs in de goede zin des woords.
Daarmee rond ik de new wave van januari 1982 af. Ik kwam van Hüsker Dü en hun debuut Land Speed Record en alvorens naar februari over te stappen, ga ik eenmalig terug naar 1981 en het debuut van Opposition, eveneens uit Londen.
» details » naar bericht » reageer
Hüsker Dü - Land Speed Record (1981) 3,5
22 september, 22:44 uur
Van de alternatieve Britse funk van A Certain Ratio naar het toepasselijk getitelde Land Speed Record van Hüsker Dü uit Minnesota, Saint Paul om precies te zijn. Het is wel even een overgang maar juist daarvan houd ik.
Hierboven berichten over de structuur van de nummers en hoe lastig het is om ze onderling van elkaar te onderscheiden. Dat laatste valt mee, al volgen de nummers elkaar non-stop op hoog tempo op. Alleen bij het laatste nummer Data Control gaat de voet van het gaspedaal.
Veel nummers zijn korter dan een minuut, waarmee de groep qua korte lengte alleen wordt overtroffen door Minutemen. Hardcore punk waarbij de eerste generatie punk (zo kwam ik onlangs nog Stiff Little Fingers tegen) klinkt als makke schapen. Furieus gespeeld, zeventien nummers in iets meer dan zesentwintig minuten. Het album staat niet op mijn streamingplatform, wel op JijBuis.
Natuurlijk waren er meer van die rappe gasten: in het VK Discharge en The Exploited, in de VS Black Flag, Circle Jerks en Dead Kennedys. Hüsker Dü heeft daarbinnen een eigen geluid met het snijdende, soms krasserige gitaarspel van Bob Mould, die de zang deelt met gatenvullende bassist Greg Norton en de woest om zich heen meppende Grant Hart.
Je hoort waar enige tijd later speed- en thrashmetal hun inspiratie vandaan haalden, al zullen de oerpunks daarvoor hun neus ophalen. Dit is eerlijke punk, boos en maatschappijkritisch. Alleen de hoes al, een beeld dat gezien de huidige Amerikaanse oorlogsperikelen in en bij Iran helaas weer akelig actueel is.
Debuteren met een livealbum, het komt niet vaak voor. Al in augustus 1981 opgenomen, zou het na verschijnen nog twaalf maanden duren voor een volgende elpee van de groep verscheen, studioalbum Everything Falls Apart.
Ik reis door new wave, de albums achter mijn afspeellijsten met losse nummers, momenteel in januari 1982. Met een breed scala aan stijlen volgt opnieuw zo'n forse muzikale overgang, nu naar de Britse Television Personalities. Daarbij eerst eens uitzoeken of hun tweede album Mummy Your Not Watching Me eind '81 of begin '82 verscheen en of ze nog steeds lo-fi klonken.
» details » naar bericht » reageer
Sparks - Live on the Moon (2026) 4,5
21 september, 22:00 uur
Live on the Moon heeft hier nu inmiddels enkele rondjes gedraaid en er zullen nog de nodige volgen. Live opgenomen tijdens de tournee voor Mad! - een album dat ik enigszins vond tegenvallen. Ze speelden toen ook in Haarlem, waarvan hier de setlist. Die is dezelfde als het concert dat ze op de maan speelden.
Natuurlijk hoopte ik dat de hoes of andere bronnen zouden vertellen waar dit in werkelijkheid is opgenomen; tevergeefs. Het is dus mogelijk dat simpelweg de beste opnamen van diverse optredens tijdens deze tournee werden gebruikt. Tegelijkertijd herken ik helemaal het geluid van de groep toen ze in '23 in Utrecht stonden. En ach, een beetje mysterie op z'n tijd is best fijn, toch?
Dertien jaar eerder bracht Sparks hun allereerste liveplaat uit, getiteld Two Hands One Mouth. Maar Live on the Moon is met een band: gitaristen Eli Pearl en Evan Weiss, bassist Max Whipple en drummer Darren Weiss. Véél liever dus Live on the Moon. De dubbelaar werd geproduceerd door zanger Russell Mael, diens broer Ronald nog altijd vitaal achter de piano.
Geinig dat mijn voornaam op de hoes prijkt, fraaie binnen- en buitenhoezen, plus een setlist die een dwarsdoorsnede vormt van hun oeuvre vanaf 1972. Inmiddels 26 albums onderweg, het debuut als Half Nelson uit '71 meegerekend. Het is dus altijd te weinig en te mager, altijd zal iemand iets missen.
Toch klinkt een prima dwarsdoorsnede. Van de vroege rockalbums (vooral op kant 4) en op de eerdere kanten werk uit de jaren '80 en '90, toen synthesizer en dancepop de overhand hadden. Daarbij eveneens zijwegen die werden ingeslagen, te weten albumopener So May We Start van Annette en Suburban Homeboy van Lil' Beethoven: van het meeste werk is gedurende de twintig nummers iets te vinden, verspreid over vier plaatkanten op doorzichtig wit vinyl. Een precies overzicht van welke albums hier liveversies klinken, staat op Wikipedia.
Ook leuk is dat actrice Cate Blanchett de groep introduceert én uitzwaait. Daarmee is er opnieuw een eigenaardig tintje aan de dubbelaar, opgenomen in de Tarantius Krater. Ja, echt.
» details » naar bericht » reageer
A Certain Ratio - Sextet (1982) 4,0
21 september, 20:22 uur
Op hun derde album Sextet is A Certain Ratio niet meer in een echoënde fabriekshal: opener Lucinda klinkt alsof het in een gewone studio door een gewone producer op band werd gezet en wat is dit goed! Zelfgeproduceerd bovendien.
In 2008 schreef fatima: "Als iedereen straks is uitgekeken op Joy Division, The Sound en andere vroege 80-doem, dan zullen ongetwijfeld bands als ACR, Medium Medium, Au Pairs, Pigbag, Shriekback en de vroege Simple Minds in beeld komen, en krijgen we op zeker een funkwave-revival. Met deze als 'klassieker' in dat genre. Let maar op."
Dan stel ik voor dat we Sextet gedurende dit najaar (de astronomische herfst is vandaag begonnen) eens onder de aandacht brengen. Van de volvette funkbas in Lucinda gaat het naar een postpunkerig maar nog altijd dansbaar Crystal om vervolgens in Gum met blazers een waar dansfeest te horen losbarsten.
Knife Slits Water duurt een dikke zeven minuten en met de soms spreekzang van Martha Tilson heeft het iets weg van de Tom Tom Club. De rol van bassist Jez Kerr is wederom belangrijk.
Kant 2 opent met het korte Skipscada. Alsof we Ian Curtis op een Braziliaans feest luidruchtig horen dansen; in werkelijkheid is het Simon Topping. Daarna neemt de funk het over met onder meer piano als ruggesteun in Day One. De blazers spelen tegen het einde tegen het valse aan, maar juist dát werkt goed.
Dat experimentele kantje wordt voortgezet op het kortere Rub Down, waarna de slepende, lome groove van Rialto een bijzonder vervolg brengt. Met slotnummer Below the Canal, waar Kerr nog eenmaal met drummer Donald Johnson opnieuw funk met experiment en postpunk weet te kruisen.
Januari 1982. Mijn reis door new wave kwam vanaf The Church en omdat ik Soft Cell en single Say Hello, Wave Goodbye al besprak, evenals Allez Allez en African Queen, kom ik bij een album dat ergens die maand verscheen: het luide (live)debuut van Hüsker Dü.
» details » naar bericht » reageer
Theatre of Hate - Westworld (1982) 4,0
21 september, 11:06 uur
Qua imago zag ik in 1982 overeenkomsten met Killing Joke, maar in tegenstelling tot die groep hoorde ik het Londense Theatre of Hate wél op de radio. En waar ik van de Dodelijke Grap wist dat dat vrij somber was, beleefde ik Do You Believe in the West World eerder als muziek in de richting van Duran Duran. Dat nummer werd weliswaar geen hit, maar Hilversum 3 (VARA, KRO en VPRO?) draaiden het wel. Relatief opgewekt, niet met de gitaar als het centrum van het geluid maar zeker vól energie en bovendien met de nodige percussie.
Of hoorde ik het vooral bij de BBC? Half januari betreedt de single de Britse hitlijst, om in februari twee weken #40 te halen.
Dat was toen. Anno 2026 ben je voor het vinden van die muziek niet meer begrensd door een beperkte portemonnee, de collectie van een fonotheek of die van vrienden; dankzij streaming is nu zeer veel bereikbaar.
Wie Westworld op mijn streamingkanaal zoekt, vindt er 'The Westworld' als album. Subtiel verschil, maar de tracklist klopt van geen meter met die van het originele album. Gelukkig is er óók een afspeellijst op hetzelfde platform te vinden, Westworld genaamd die wél overeenkomt met de tracklist die Discogs en MuMe aanhouden.
Geproduceerd door Mick Jones van The Clash (die dat goed deed), blijkt dit een aangenaam album dat qua muziek inderdaad richting menige naam van de new romantics kan aanschurken, zij het iets alternatiever. Wat anderzijds helpt om dit lichter dan de échte alternatieve namen te laten zijn, is de saxofoon van John Lennard. Ondertussen zingt Kirk Brandon de longen uit zijn lijf en drummer Luke Rendle krijgt in de mix de nodige ruimte voor zijn inventieve partijen inclusief studio-effecten. Die geluidjes klinken in de genoemde radiohit en vooral in Judgement Hymn, waar je ook overeenkomsten met Joy Division kunt horen. Producer Jones legde kennelijk zijn oren te luisteren bij Martin Hannett.
Waar je 63 als 'donker' kunt omschrijven, is Love Is a Ghost 'licht', zij het met steeds een vleug melancholie. The Wake was wellicht ook geschikt geweest als radiohit en meer.
Op kant 2 reizen we terug in de Spaanse historie. Conquistador vormt een tweeluik met The New Trail of Tears. Spaanse gitaar en castagnetten maken de verwijzingen naar Mexico af. Freaks is vervolgens gejaagd zoals dat vaker gebeurt in de wave, Anniversary juist ingehouden en kalm met fraaie, subtiele details. Afwisselend is het zeker. Met afsluiter The Klan is de zang van Brandon zó uitgelaten dat het doet denken aan The Associates.
Kortom, je kunt weliswaar vergelijken met uiteenlopende namen, toch wist Theatre of Hate het tot een passend geheel te smeden. Heerlijke new wave.
Mijn reis door new wave is in januari 1982. Ik kwam van een verzamelaar van het Noord-Ierse Stiff Little Fingers en keer kort terug naar het debuut van The Church.
» details » naar bericht » reageer
Stiff Little Fingers - All the Best (1983) 4,0
17 september, 23:52 uur
Dubbelelpee en tevens verzamelaar van het Noord-Ierse punkgezelschap Stiff Little Fingers. Vertrouwd met de misère van de Troubles met bomaanslagen en segregatie tussen protestants en Rooms-katholiek. Een groep met een boodschap en bovendien de nodige affiniteit met reggae, zoals ik op hun eerste drie albums Inflammable Material ('79), Nobody's Heroes ('80) en Go for It ('81) tegenkwam. Op de cd-versies van die albums, ook op streaming te vinden, staan bovendien zeer interessante interviews met zanger Jake Burns.
Ik ben hier vanwege non-albumsingle Listen, waarop de groep verrassend kalm uit de hoek komt, zonder aan oprechtheid in te boeten. Het betrad in januari de Britse hitlijst om op de 31e twee weken op #33 te staan. Burns zingt er ingetogener dan normaal en in het refrein heb ik sterk de associatie met The Alarm uit Wales, dat het jaar erop zou debuteren met EP The Alarm. Maar hier is Belfast nog aan zet: "Why don't you listen to your heart?" houdt de groep ons voor.
Na deze single verscheen in september 1982 album Now Then, waarna begin 1983 verzamelaar All the Best uitkwam. Half februari '83 klom die laatste naar #19 in de Britse albumlijst, ongeveer gelijktijdig met hun single The Price of Admission.
Die hoop ik bij Now Then uitgebreider te bespreken, maar het nummer is ook hier te vinden. Dit samen met werk en uitvoeringen die niet op de originele albums zijn te vinden. Je hoort een ontwikkeling van pure, boze punk naar een breder geluid met soms andere instrumenten.
In 1983 viel Stiff Little Fingers uit elkaar, om in '89 terug te keren. Dit was dus een voorlopig afscheid, tevens een meer dan waardevolle verzamelaar voor de liefhebbers van (eerste generatie) punk, postpunk en new wave. Een groep die anders dan The Undertones wél het leed benoemden - niets ten nadele daarvan, ik heb eveneens voor hen een zwak. Stiff Little Fingers hoopte tegen de stroom in op een betere wereld, zoals regelmatig uit de teksten valt af te leiden.
Dat gerenommeerde producers Doug Bennett, Nick Tauber, Ed Hollis (broer van de zanger van Talk Talk) en Tim Friese-Greene (die Talk Talk "deed") voor deze groep aan de knoppen zaten, is wellicht een extra aanbeveling. O ja, mag ik ook nog melden dat het warempel al in datzelfde 1983 eveneens op cd verscheen? Dat in Frankrijk, maar toch! Tot mijn blijde verrassing staat All the Best ook op mijn streamingplatform.
Mijn reis door new wave kwam van single European Son van Japan en vervolgt bij het in Nederland bekender geworden debuut van Londenaren Theatre of Hate.
» details » naar bericht » reageer
XTC - English Settlement (1982) 4,5
17 september, 15:49 uur
De meeste new wave die ik tegenkom beluister ik via streaming, maar XTC's English Settlement is er eentje die in mijn kast staat. De enkele versie (Europese persing) welteverstaan, want in het Verenigd Koninkrijk verscheen hij ook als dubbelaar. Afgelopen zomer bekeek ik op JijBuis de groepsdocumentaire XTC - This Is Pop en dat was geníeten! Sowieso al de start ervan over de weerzin tegen "another rockumentary". Een interessant verhaal dat bovendien fraai is vormgegeven.
Van English Settlement bereikte mij destijds slechts single Senses Working Overtime (in februari #10 in het VK, in maart in Nederland #34), maar welk een juweeltje is dat!
Sterke composities die in combinatie met de fraaie hoezen (binnenhoes met handgeschreven teksten) en de productie van Hugh Padgham is dit voor mij één der sterkste (wave)albums uit de jaren '80. Mijn eerste kennismaking met XTC was in 1979 via de radio en single Making Plans for Nigel van Drums and Wires en de felle percussie daarvan is hier nog volop aanwezig. Gebleven zijn de sterke liedjes.
Opvallend is ook dat de akoestische gitaar vooral op kant 2 prominent klinkt, virtuoos bespeeld door Dave Gregory. De herkenbare stem van Andy Partridge is soms uitgelaten en dan weer (bijna) klaaglijk. Of beide tegelijk. Energie en weemoed gaan fraai samen, zoals in de Britse hit Ball and Chain, #58 in april.
En verder vele fraaie details, teveel om te noemen. Vooruit, eentje: de reggaegroove van English Roundabout is heerlijk, drummer Terry Chambers is ook op dit album van buitencategorie.
Nog even de enkelaar vergelijken met de dubbelaar: op mijn zwarte schijf ontbreken wat hier op MuMe track 9 tot en met 13 zijn. Bovendien is de volgorde anders: op mijn exemplaar sluit Snowman kant 1 af, op de 2LP kant 4. Misschien moet ik nog maar eens de cd-versie aanschaffen?
Bij Discogs leer ik over de afbeelding: "The cover is an illustration of the Uffington White Horse. A prehistoric hill figure,110 m (360 ft) long, formed from deep trenches filled with crushed white chalk. The figure is situated on the upper slopes of White Horse Hill in the English civil parish of Uffington, Oxfordshire. Archeological excavations showed it is somewhere around 3000 years old." Van dat soort feitjes houd ik, wie weet voor ooit een toeristische trip?
Op reis door new wave bevind ik mij in januari 1982. Vorige station was de zwanenzang van Jo Lemaire + Flouze, volgende halte is een non-albumsingle van Japan, die ik onterecht een B-kant noemde. Op naar verzamelaar Assemblage.
» details » naar bericht » reageer
Fischer-Z - Going Deaf for a Living (1980) 4,5
16 september, 21:37 uur
Inmiddels heb ik de knipsels uit Oor uit de jaren '79 - '82 doorgelezen (dank maar weer eens, Roxy6!).
Steevast geschreven door Alfred Bos, vind ik geen letterlijke vermelding over haast, toch zou dat gezien het intensieve tourschema goed kunnen.
En inderdaad, Bos vindt dat Going Deaf for a Living een gitaaralbum is, waar Word Salad een toetsenplaat was. Precies zoals gaucho zojuist noteerde.
Bij verschijnen (de recensie staat in Oor 7, 9 april 1981) is toetsenist Steve Skolnik uit de groep vertrokken, want volgens Watts was Fischer-Z altijd al zijn band en pasten Skolniks liedjes en teksten daar niet goed bij. De twee vrienden gingen ieder huns weegs.
» details » naar bericht » reageer
Jo Lemaire + Flouze - Pigmy World (1981) 4,0
15 september, 22:00 uur
Van de ska van compilatie This Are Two Tone naar de synthesizer-popwave van Flouze met zangeres Jo Lemaire. De Belgische groep haalde in maart-april 1982 een schamele drie weken in de Nationale Hitparade met Je suis venue te dire que je m'en vais, waarbij #36 het hoogst behaalbare bleek. Voor het eerst dat ik muziek van hen hoorde, al kwam ik mogelijk de naam eerder tegen.
Toen ik het liedje enkele jaren later weer hoorde, kwam het pas goed binnen maar helaas wist ik niet wie dit waren of hoe het heette. Het was pre-internet, probeer er dan maar eens achter te komen... Pas in of kort na 2000 kwam ik er dan eindelijk achter dat het Jo Lemaire + Flouze betrof, nadat ik verzamelaar Bonjour la France Vol. 2 (niet op MuMe) had aangeschaft. Ik kreeg acuut zin in vakantie in de Ardennen met die diepe, warme synthesizers.
Anno 2026 valt er méér op aan Pigmy World, het derde album van de groep. Allereerst dat er ruwweg vier stijlen staan, allen in new wave gemarineerd. Allereerst passievolle en tegelijkertijd koele wave in Britse stijl, zoals Shades of Night, het ijzersterke Siamese Sister en Voices in the Silence. Vervolgens volgt muziek met Afrikaanse invloeden, zoals Chaméléon en Escape. Afsluiter Claustrophobia bevat Latininvloeden en de genoemde hit is chanson in het synthjasje van die tijd. Verrassenderwijs het enige Franstalige nummer op het album, dat een warme productie kreeg van Sylvain Vanholme.
Knap is hoe het origineel van Serge Gainsbourg uit 1973 een geheel ander jasje kreeg. Wat het in Wallonië of Frankrijk deed, kan ik niet vinden. Wél dat het lied 't in Vlaanderen eind februari tot #9 schopte. Ook albumnoteringen van dit het jaar ervoor verschenen Pigmy World kwam ik niet tegen, maar het kan niet anders dan dat dit in de Franstalige wereld (naast Wallonië en Frankrijk ook Zwitserland en Canada) de nodige oren heeft bereikt.
Berichten van twaalf jaar geleden vertelden dat het album nog steeds niet op cd of in een verzamelbox was verschenen. Tot mijn verrassing is er wat dat betreft niets veranderd; wél staat Pigmy World op streaming.
Deze derde was tevens de laatste elpee met Flouze, een lenige groep wat betreft het inpassen van verschillende stijlen in de muziek én bekwaam getuige rijke arrangementen, met daarin ook akoestische gitaar, klarinet en saxofoon. In 1983 keerde Lemaire solo terug met Concorde, de heren van Flouze waren inmiddels ieder huns weegs gegaan.
Nog in januari 1982 vervolgt mijn reis door new wave met het Engelse XTC en English Settlement.
» details » naar bericht » reageer
This Are Two Tone (1983) 4,0
14 september, 18:21 uur
Nadat die in de zomer van 1979 begon, was de skahype in Nederland in 1982 wel voorbij. In het Verenigd Koninkrijk bleven de groepen in dit genre echter langer succesvol. Zo was er in januari single The Boiler van zangeres Rhoda (Dakar) with the Special A.K.A. met daarin gitarist John Shipley, cornettist Dick Cuthell, organist Jerry Dammers, bassist Nicky Summers en drummer John Bradbury. Op de 31e van die maand piekte het op #35. Het was aanvankelijk een non-albumsingle. Mede lekker vanwege de gesproken teksten, om tegen het einde hysterisch los te barsten.
Pas eind november 1983 verscheen This Are Two Tone met daarop naast enkele grote hits ook minder bekend werk, zeker voor hen op het continent. Zo zijn daar The Bodysnatchers met Too Experienced, de single Madness die de gelijknamige groep in het prille begin van hun carrière opnam voor 2 Tone om korte tijd later over te stappen naar Stiff, Mantovani van The Swinging Cats, Jungle Music van Rico (Rodriguez) met The Special A.K.A. en het genoemde The Boiler.
Uit 1983 kon ik geen Britse albumnotering vinden, wél uit oktober 2020: slechts één week notering maar dan wel #13. Het was de 40th Anniversary Edition, uitgekomen op Record Store Day.
Mijn streamingplatform heeft 'm als playlist, niet als album. Lekkere plaat met een sterke vertegenwoordiging, al staan natuurlijk niet alle groepen uit het genre erop.
Mijn reis door new wave kwam van de tweede Rheingold en vervolgt bij het Belgische Jo Lemaire + Flouze en die grote hit van hun derde album Pigmy World.
» details » naar bericht » reageer
Rheingold - R. (1982) 3,0
14 september, 06:53 uur
De eerste van Rheingold leverde prompt hun doorbraak op, maar het trio wenste niet de aanpak simpelweg te herhalen. De tweede van Rheingold staat namelijk niet te boek als een regulier studioalbum maar als soundtrack (score). Terecht, al zal men dat destijds anders hebben beleefd: het album stond gewoon in de bakken en bovendien waren er twee hitsingles in Duitsland. Dat gold niet voor Nederland of België, al zou dat gedurende voorjaar en vroege zomer van 1982 met het oudere Dreiklangsdimensionen alsnog het geval worden.
11 januari 1982 betrad single FanFanFanatisch de Duitse hitparade, hield het daar 22 weken vol met een #24-notering in maart als hoogtepunt. Het was het voorproefje van de film Der Fan (inmiddels hier in zijn geheel op YouTube te zien met Engelse ondertiteling) én het album annex soundtrack R. oftewel de persoon op wie het meisje in de film obsessief verliefd is.
Het album begint met die single en dan de opvolger Das steht dir gut, in augustus '82 een Duitse #44-hit. Twee uptempo nummers.
Daarna wordt het kalmer met Augenblick en F.A.N, waar de invloed van Kraftwerk zich duidelijk laat ontwaren. Vanaf kant 2 is het instrumentaal, passend als filmmuziek. In Duitsland klom R. in april tot #19. Best hoog, want dit dit nou spannende muziek is... Nee, al heeft het een bepaalde sfeer en ik kan me goed voorstellen dat je je daar heerlijk in kunt onderdompelen.
Verder met de reis door new wave, momenteel in januari 1982. In het VK scoren The Specials met Rhoda Dakar een hit met non-albumsingle The Boiler, het jaar erop verschenen op verzamelaar This Are Two Tone.
» details » naar bericht » reageer
Rheingold - Rheingold (1980) 3,5
13 september, 18:23 uur
De benaming new wave is erg ruim, zo merk ik maar weer als ik vanaf het Amerikaanse The Waitresses naar West-Duitsland ga. Heel andere muziek.
Düsseldorf was aanvankelijk met Hamburg het grootste centrum van de Neue Deutsche Welle en één van de groepen uit die stad was Rheingold. Opgericht in 1980, brak men al vanaf eind augustus 1981 door, als Dreiklangdimensionen de Duitse hitlijst betreedt. Net als ik laatst bij Extrabreit tegenkwam, was de hoogste notering redelijk bescheiden (#17), maar indrukwekkend is dat het liedje pas eind mei 1982 de hitlijst verliet. 38 weken...
Ingetogen zang van gitarist Bodo Staiger, een simplistische drumcomputer en knusse toetsen van Brigitte Kunze, gekoppeld aan lieve gitaarliedjes; het zijn ingrediënten die niet per se tot opwinding leiden. Toch maakt Rheingold indruk. Opvallend is dat derde groepslid Lothar Manteuffel alleen de teksten leverde.
Daarbij staan er instrumentale nummers op het debuut: de korte ouverture 'Rein, Himmelgeist en Pirata. Die klinken als muziek bij een documentaire over nieuwe technologie van de nog kersverse jaren '80. Een geluid met de oren van toen hartstikke modern, herinner ik mij. Dat producer van dienst de grote naam Conny Plank was, hielp daar ongetwijfeld bij.
Soms wordt het überknus, te kneuterig. Maar hoor eens hoe de korte en eveneens instrumentale uitsmijter 'Raus een sci-fi-sfeer uitstraalt. Toch knap van Kunze. De elpee had eveneens een lange looptijd van 38 weken notering, in februari '82 kwam het er tot #18.
Dreiklangdimensionen haalde volgens de Vlaamse Ultratop in maart 1982 #14, Nederland volgde pas in juni met een piek op #19. De elpee bereikte in de lage landen diezelfde maand #42.
Het album kreeg in 2005 een editie met bonussen, waarbij Engelstalige versies van Fluß (River) en Dreiklangsdimensionen (Triad Dimensions). In 1982 was daar de opvolger (mijn volgende station), R. genaamd.
» details » naar bericht » reageer
The Waitresses - Wasn't Tomorrow Wonderful? (1982) 4,0
13 september, 17:36 uur
Net als het bekendere Devo waren The Waitresses afkomstig uit Akron, Ohio. Anders dan de groepsnaam doet vermoeden (althans, ik was op het verkeerde been gezet) is dit geen all-female groep. De liedjes werden geschreven door gitarist Chris Butler, aanvankelijk nog lid van Tin Huey. Sterker nog, zijn nieuwe bandje was eigenlijk een zijproject met als zangeres Patty Donahue, achtergrondzangeres Ariel Wagner, toetsenist Dan Klayman, saxofonist Mars Williams, bassist (met Friese wortels?) David Hofstra en drummer Billy Ficca.
Het resultaat klinkt verrassend Brits: door de blaaspartijen en Wilsons gitaarpartijen sluit de muziek aan op die van Engelse skagroepen in diezelfde periode. Bovendien zijn er dankzij de zang van Donahue overeenkomsten met namen uit andere streken als Altered Images (Schotland), Girls At Our Best! (Engeland), Martha and The Muffins (Canada), Blondie en The Shirts (New York) en The Go-Go's (Californië).
De elf nummers op debuut Wasn't Tomorrow Wonderful? zijn vaak vrolijk. Butler brengt soms nummers met krasserig gitaarwerk, zoals Pussy Strut, waarmee de invloed van punk doorschemert en dankzij het blaasarrangement en de breaks ook wat jazz en funk. Opnieuw zijn het de zang van Donahue en de saxofoon van Williams die ervoor zorgen dat The Waitresses aanzienlijk luchtiger klinken.
Sterkste nummers zijn Wise Up met in het refrein een jaren '60-gevoel, de funk van Quit, mijn favoriet is het titelnummer, single I Know What Boys Like (al in 1978 door Butler geschreven voor Tin Huey, eind mei '82 piekend op #62 in de Billboard Hot 100) en het bijtende Heat Night. En dan is er dus ska in opener No Guilt, It's My Car, Redland en de vernuftige variant Jimmy Tomorrow.
Mijn reis door albums achter mijn afspeellijsten met new wave kwam van het West-Duitse Extrabreit en ik vervolg met meer Neue Deutsche Welle uit datzelfde land met het debuut van Rheingold uit 1980, om dan snel te vervolgen met opvolger R. uit '82.
» details » naar bericht » reageer
Extrabreit - Welch ein Land! - Was Für Männer: (1981) 4,0
11 september, 18:14 uur
Op maandag 11 januari '82 kwam Polizisten van Extrabreit uit Hagen de Duitse hitlijst binnen. Heel hoog reikte het niet en toch was het een groot succes: het duurde zeven weken om te pieken (#27) en pas op 8 juni viel het uit de lijst. Knappe prestatie, zoals de grafiek op Offizielle Charts verduidelijkt.
Welch ein Land! - Was Für Männer: was de tweede van Extrabreit en verscheen in oktober '81, dertien maanden na het debuut. Door het succes van Polizisten werden beide albums (alsnog) een succes. Sterker nog, van die eersteling groeide Hurra, Hurra, die Schule brennt! later in '82 uit tot een nog grotere hit.
Weg van de feitjes. Een album méér dan punk, een label dat de groep nogal eens opgeplakt krijgt. Opener 3D kun je zo noemen, daarna volgt gitaarwave. Die is soms vrolijk, soms gejaagd en traag-somber op z'n postpunks. De groep zet een gevarieerd menu voor.
Zo is Der Präsident ist tot ernstig, Tanz mit mir juist swingend en hartstochtelijk, Der Führer schenkt den Klonen eine Stadt (op het label in het midden van de langspeelplaat kortweg Der Führer genoemd) gejaagd, Salomé een lief liedjesliedje en Allegro Für Annemarie leunt op een strijkkwartet met dameskoor in compleet andere stijl.
De tekst van dat laatste nummer had het vast goed gedaan als ik die destijds bij het vak Duits had moeten aanleren: "Annemarie, du bist blond wie Bier - Annemarie, bitte fick mit mir". Voer voor pubers.
Met die uitersten een afwisselend album, eentje die ik nog eens in een platenbak hoop tegen te komen!
De reis door new wave vervolgt. Ik kwam van Colin Newman en blijf nogmaals steken op 11 januari 1982, deze keer omdat Wasn't Tomorrow Wonderful? van de Amerikaanse dames en heren van The Waitresses verscheen.
» details » naar bericht » reageer
Colin Newman - Not To (1982) 2,5
10 september, 18:44 uur
Op reis door new wave kan ik me na alle inhaalslagen ein-de-lijk op 1982 richten, al besprak ik waar zich dat voordeed, soms naar aanleiding van een single uit 1981 alvast het bijbehorende album uit '82.
11 januari 1982. Nadat Colin Newman, voormalig frontman van Wire, zijn debuut A-Z vulde met nummers die hij eigenlijk voor de nieuwe Wire had bedoeld en opvolger Provisionally Entitled the Singing Fish gebruikte om te experimenteren, keert hij op Not To terug naar liedjes met kop en staart.
Het gaat uiterst sterk van start met Lorries, maar daarna wil het me niet meer pakken. En dat terwijl het wel in de stijl en aanpak steekt die vergelijkbaar is met Buzzcocks en Magazine, mijn favorieten in de wereld van de prille new wave en (post)punk; alleen pakken de composities me steeds níet, melodietjes die niet willen beklijven, hoe heerlijk ze ook worden gemusiceerd.
Nadat kant 2 met het licht-experimentele 5/10 aftrapte, wordt het met 1, 2, 3, Beep Beep (de titel ongetwijfeld geïnspireerd door de debuutopener van onze eigen Gruppo Sportivo) enigszins aardig, net als op Remove for Improvement. Verder valt Indians! op omdat het instrumentaal is. Maar helaas, opnieuw niet niet mijn kopje thee, wat in totaal geldt voor negen van de twaalf nummers.
Volgende halte? Ik blijf op 11 januari '82 en reis snel naar West-Duitsland. Die dag betreedt namelijk Polizisten van Extrabreit de Deutsche Charts.
» details » naar bericht » reageer
Minutemen - The Punch Line (1981) 3,5
9 september, 21:05 uur
New wave eind 1981, ik kom opeens weer punk of daaraan verwant tegen, nu uit de VS. Wipers was zo'n eigenwijs Amerikaans bandje dat stoeide met punk en dat geldt eveneens voor mijn laatste halte in 1981 Minutemen. Met z'n kwartier speeltijd wordt dit als een album beschouwd, want ja, maar liefst achttien nummers.
Hoe omschrijf je dit? Wel, zoals Paalhaas twintig jaar geleden treffend deed: "Reeds hier is hun typerende avontuurlijke jazz-funk-rock-geluid hoorbaar. De nummers vliegen voorbij, om de minuut wordt je weer bestookt met een nieuw, zeer energiek, maar vaak ook bijzonder excentriek en rommelig liedje. Het is het unieke geluid van één van de creatiefste bands die de hardcorescene ooit heeft opgeleverd." Helemaal waar.
Als favoriet voor mijn afspeellijst met new wave kies ik Straight Jacket, dat met knap basspel, rollende drums en tegendraadse gitaarpartijen een kleine minuut klinkt. Nóg iets wat zo knap is: hoe speel je dit live, hoe onthoud je alle korte nummers?
Dag 1981, hallo 1982. Single Mrs. Hutchinson van Madness was een Nederlandse hit vanaf 2 januari maar besprak ik al eerder. En dus beland ik op 11 januari 1982 als de derde van Colin Newman verschijnt, de man voorheen bij Wire.
» details » naar bericht » reageer
Wipers - Youth of America (1981) 4,0
9 september, 19:58 uur
Och och, wat klinken de gitaren hier soms donker. Het debuut bevatte al de nodige grensoverschrijdende (post)punk, ook hier wordt buiten de hokjes gespeeld. Zo ergens halverwege punk en wat we later indie gingen noemen, bij elkaar dertig minuten durend.
Meest opvallende nummers zijn het titelnummer met z'n primitieve drumcomputer op de wijze van de groep Suicide, gekoppeld aan stevige gitaren én het instrumentale, stevige maar tegelijkertijd gevoelige When It's Over, met z'n dikke zes minuten ook een stuk langer dan de rigide punkregels voorschreven. Eigenlijk niet geheel instrumentaal, we horen de spreekstem van Greg Sage. Plus een sobere pianolijn met lage tonen.
Ook zo fijn zijn No Fair en This Can Be met overstuurde gitaren als op het debuut van The Saints. Je zou er ook de echo's van protometal- en punkgroep MC5 in kunnen herkennen.
Jammer is dat op streaming de volgorde van de nummers is gewijzigd. Liever de oorspronkelijke, zoals hier op MuMe vermeld.
Mijn reis door de albums achter mijn afspeellijsten met new wave vervolgt met - voorlopig? - de laatste keer 1981. Ik kwam uit Schotland dankzij het debuut van Orange Juice en blijf in november: meer fijne herrie bij de tweede van Minutemen, een album de helft korter dan deze Wipers.
» details » naar bericht » reageer
Orange Juice - You Can't Hide Your Love Forever (1982) 3,5
9 september, 19:38 uur
Er waren in de jaren 1979 tot '82 nogal wat groepen in de new wave die het na twee, drie albums voor gezien hielden, al dan niet gedwongen. Fischer-Z is de bekendste, mijn vorige halte Secret Affair is er ook zo één. Hier echter een debutant, eentje die het echter eveneens slechts drie albums volhield.
Een groep die enkele overeenkomsten heeft met labelgenoten Josef K, dat al na één album sneuvelde. Laat onverlet dat hun eerste single op het label verscheen van de drummer van Orange Juice en dat gitarist/violist Malcolm Ross later bij de Sinaasappeltjes belandde.
Terzake. Hierboven lovende verhalen over het relatief onbekende Orange Juice uit Glasgow. Op 1 november 1981 betrad L.O.V.E. Love de Britse hitlijst, om de week erna op #65 te blijven steken, oorspronkelijk een hit voor Al Green uit 1975. Het was de eerste voorsmaak van elpee You Can't Hide Your Love Forever uit het jaar erna. Soms eigenzinnige zanglijnen van Edwyn Collins, waarbij ik vaak het gevoel heb dat hij uit de bocht gaat vliegen - maar hij doet dat niet.
In Untitled Melody een vleugje blues, echter volledig ondergedompeld in het alternatieve gitaarliedjesstijl van de Schotten, waarbij bassist David McClymont zijn instrument bespeelt als was het een gitaar: nogal wat solonoten in de hoge registers en in bijvoorbeeld afsluiter In a Nutshell ook akkoorden, al dan niet gebroken.
De aftrap was met Falling and Laughing frivool in z'n funkpopsaus, swingend en vrolijk. Een andere kleur is bijna vaudeville, zoals in Intuition Told Me (Part 1) gebeurt, Satellite City als een kruising tussen Amerikaanse funk (blazers) en Afrikaanse pop (gitaar), blues in Consolation Prize. In de Angelsaksische wereld heet dit jangle pop, een andere benaming die de lading niet geheel dekt. Dat ze daarbij steeds met verrassend sterke liedjes op de proppen komen, laat horen welk een potentie deze groep had. Als één der sterkste voorbeelden zou Dying Day kunnen gelden.
Felicity kwam eind januari '82 tot #63 en eind februari 1982 belandde het album in het VK in z'n eerste week meteen op #21. Daarmee was Orange Juice in deze fase meer een album- dan een singlegroep.
De reis vervolgt bij de tweede van de Amerikaanse Wipers, waar het er aanmerkelijk steviger en grimmiger aan toegaat.
» details » naar bericht » reageer
Secret Affair - Business as Usual (1982) 4,5
8 september, 19:09 uur
Samen met The Jam en The Chords hoorde Secret Affair bij de modrevival die eind jaren '70 een bescheiden trend werd in Londen. De invloeden stevig in de jaren '60, wat bij Secret Affair betekende dat men evenmin doof was voor jaren '60 soul. Vooral op het debuut Glory Boys klinkt die, waarna een modernere aanpak op opvolger Behind Closed Doors de overhand had.
Drummer Sheb Shelton vertrekt dan naar Dexys Midnight Runners en wordt vervangen door Paul Bultitude, neef van bassist Dennis Smith. In '81 tourt men een maand door de VS en Canada.
Derde album Business as Usual blijft qua productie (de ervaren producer Nick Tauber) dichtbij dat tweede album, waarbij de invloed van soul weer bijna net zo groot is als op het debuut. De trompet van zanger Ian Page en saxofoon van Dave Winthrop zorgen daarvoor. Tel daarbij een dozijn sterke gitaarliedjes op vlot tempo (de geluidsbanden werden opzettelijk versneld in de groef geperst!) en je hebt een plaat die ik met een 9 waardeer.
Invloeden uit de beat hoor ik in melodiebuigingen en koortjes, waarvan Hide and Seek een duidelijk voorbeeld is. Het ene na het andere pakkende nummer komt langs, waarbij de enige Britse hit van dit album: al in oktober 1981 kwam Do You Know tot een te bescheiden #51.
Het bleef de enige hit, waar de vorige albums er ieder twee hadden. Ook een albumnotering wilde niet lukken, terwijl de liedjes zo sterk zijn. Het zou hun laatste album blijven tot een eenmalige terugkeer in 2012 met Soho Dreams.
Ik ben verbaasd. Wat ging er mis met dit Londense bandje, ergens in '81, '82? De bronnen houden het op te weinig steun van label I-Spy, een dochter van Arista. Zo had de groep dit Business as Usual al in oktober willen uitbrengen, de platenbazen besloten dat eind januari '82 beter was. Secret Affair viel uit elkaar.
Gitarist David Cairns keert in 1989 terug met de groep Walk On Fire en album Blind Faith en gaat dan in de VS bij gitaarfabrikant Gibson werken. Vanaf 2002 treedt Secret Affair weer incidenteel op, tien jaar later resulterend in het eenmalige comebackalbum. Op hun website zie ik dat ze in november '26 in Liverpool optreden in The Cavern, waarmee de connectie van deze modgroep met jaren '60-beat nog eens wordt onderstreept.
Alweer zo'n lekker wavegroepje. Ik kwam van het enige album van Medium Medium en vervolg in november 1981 bij de eerste hit van het Schotse Orange Juice, te vinden op hun in '82 verschenen debuutalbum You Can't Hide Your Love Forever.
Post Scriptum: wat is de tekst van Follow the Leader toch actueel, check maar eens: ik moet denken aan een land dat tot voor enkele jaren een betrouwbare bondgenoot was.
» details » naar bericht » reageer
Medium Medium - The Glitterhouse (1981) 3,5
Alternatieve titel: The Glitterhouse & Plus, 7 september, 19:44 uur
Op reis door new wave zit ik in oktober 1981 opeens in een fase dat ik dansbare varianten tegenkom, zoals hiervoor bij Liaisons Dangereuses. Hierboven vallen veelvuldig de termen 'funk' en 'wave', inderdaad het terrein vol kruisbestuiving waarop Medium Medium uit Nottingham zich op The Glitterhouse bewoog. Net als de genoemde Duitse collega's bleef het bij één album, al vertelt Discogs dat er later nog wat live en gerecycled materiaal verscheen.
Vinnig en bijtend is opener Hungry, So Angry met funklicks (Andy Ryder) en dikke bas (Alan Turton). Daarna wordt The Glitterhouse lomer, meer ontspannen, zij het met een gerafeld randje.
Op Serbian Village meteen een tenorsax in het intro (zanger John Rees Lewis). Muziek die enige gelijkenis heeft met bijvoorbeeld Spandau Ballet, maar Medium Medium houdt niet zo van hapklare popliedjes. Het duurt even voor er wordt gezongen en de praat- en roepzang is ongeschikt voor de hitlijsten.
Het dromerige The Glitterhouse klinkt als een liedje dat The Cure ten tijde van Seventeen Seconds was vergeten op te nemen, hier echter op z'n Nottinghams. Een vleugje reggae in het lange Guru Marahaj Ji, waarna ik vermoed dat David Byrne wilde dat hij Further than Funk Dream had geschreven. Al had hij ongetwijfeld minder grommend gezongen dan Rees Lewis doet.
Mice Or Monsters heeft een whee-oooo-achtergrondkoortje dat doet denken aan wat The Police deed, het nummer draait op een aangenaam lome groove. Slotlied That Haiku is een instrumentaal avontuur, niet gericht op het grote publiek.
Dat werd wél enigszins bereikt met opener Hungry, So Angry, waarover ik lees dat het nota bene de Amerikaanse Billboard Disco Chart haalde. Ook in de UK Independent Album Chart was enig succes. Omdat de groep korte tijd later uit elkaar viel, eindigde dit interessante verhaal abrupt. Wel dook Rees Lewis samen met oorspronkelijke drummer Nigel Lewis (vertrokken kort voordat Hungry, So Angry verscheen) op in C Cat Trance.
Meer danspasjes bij het volgende wavestation? Jazeker, maar dan zonder funk. Op naar de derde van Secret Affair, nog altijd in oktober '81.
» details » naar bericht » reageer
Liaisons Dangereuses - Liaisons Dangereuses (1981) 3,5
7 september, 17:59 uur
Van de synthesizerwave van Thomas Dolby naar een minder toegankelijke variant uit West-Duitsland. New wave/Neue Deutsche Welle wilde nogal eens iets kunstzinnigs hebben. In dit geval begint dat met de groepsnaam Liaisons Dangereuses, een verwijzing naar de gelijknamige briefroman (1782) van Pierre Choderlos de Laclos, in het Nederlands vertaald als Riskante relaties.
De groep werd in 1981 in Düsseldorf opgericht door Chris Haas (daarvoor bij Deutsch-Amerikanische Freundschaft en Beate Bartel (ex-lid van het onbekende Mania D. Ze haalden zanger Krishna Goineau erbij, zoon van een Franse vader en Duitse moeder en opgegroeid in Barcelona, waarmee hun enige album meteen Europese allure heeft. Liaisons Dangereuses verscheen in oktober 1981.
Het verklaart waarom we zowel Frans- als Spaanstalige teksten tegenkomen. Hierboven wordt de dansbaarheid van de muziek terecht geroemd, toch geldt dat niet voor alle muziek. Mystère dans le Brouillard en Aperitif de la Mort zijn experimenteler en op beluistering gericht, soms herinnerend aan wat op de eerste twee albums van The Human League gebeurde.
Tegelijkertijd is er inderdaad genoeg muziek voor de vleermuizendansvloer, waarbij bijvoorbeeld Los Niños del Parque, Etre Assis ou Danser en Peut être Pas wel een blauwdruk voor latere dansgenres als EBM en de eerste House lijken. Dat de Belgische groep Vive la Fête hier enige mosterd vandaan haalde, is ook een mogelijkheid. Tegelijkertijd blijft de kunstzinnige inslag: met Dupont en Liaisons Dangereuses domineert een minder dansbare aanpak.
Meer kruisbestuiving bij het eveneens in oktober 1981 verschenen The Glitterhouse van Medium Medium, mijn volgende halte.
» details » naar bericht » reageer
Fairport Convention - Liege & Lief (1969) 4,5
6 september, 21:55 uur
Laatst lag ik een uurtje wakker, precies die nacht dat potjandosie bovenstaand bericht plaatste over deze Fairport Convention. Later die dag ging ik naar Den Bosch, waar ik in een platenzaak een tweedehands exenplaar van Liege & Lief uit de bak viste, geïnspireerd door het genoemde bericht.
Ik leerde Fairport Convention vooral kennen doordat deze fan van Thin Lizzy las dat Phil Lynott een groot liefhebber van de groep was, in het bijzonder van Sandy Denny. Hij nam zelfs een liedje met Clann Eadair voor/over haar op, te zien in een tv-uitzending uit 1984, zes jaar na haar overlijden en een kleine twee jaar voor zijn sterfdatum.
Een sterk en gevarieerd album is Liege & Lief inderdaad. Je hoort overeenkomsten met de eerste drie albums ('71-'73) van Thin Lizzy, toen Eric Bell nog in de groep speelde. Dit bijvoorbeeld qua opbouw en gitaarspel, zoals Fairport Convention doet op Reynardine. Waar Lizzy vervolgens een scheurende gitaar inzette, blijft het bij Fairport Convention ingetogener en dichter bij folk, zij het soms in de rockkledij van die dagen zoals het stevige Matty Groves.
Anders dan in het vorige bericht geniet ik juist extra van de instrumentale Medley met daarin The Lark in the Morning / Rakish Paddy / Foxhunter's Jigs / Toss the Feathers. Sterker nog, wie Thin Lizzy's Roisin Dubh (Black Rose): A Rock Legend kent, het titelnummer van hun album Black Rose uit 1979, zal op twee momenten grote overeenkomsten met de medley van Fairport Convention horen. Dit bij Rakish Paddy en Toss the Feathers. Te opvallend om toevallig te kunnen zijn.
Verpakt in een fraaie klaphoes met binnenin een tiental afbeeldingen met uitleg rond de historie van folk en haar tradities. De binnenhoes is er zo eentje met informatie over andere albums van het label, van Ivan Rebroff (waren mijn ouders liefhebbers van) via Blood, Sweat & Tears en Redbone tot Barbra Streisand. De sfeer van 1969 en hoe ik 57 jaar later alsnog word gegrepen...
» details » naar bericht » reageer
Fischer-Z - X-Ray Serenade (2026) 3,5
6 september, 19:25 uur
Fischer-Z, eigenlijk sinds 1987 het soloproject van John Watts, klinkt hier verrassend ontspannen en ingetogen. Vriendelijker en kalmer, al druipt de gemoedelijkheid steevast van zijn/hun concerten af, zoals afgelopen april in Vredenburg.
In de nieuwe Oor een vermakelijk interview met Watts, onder andere over een verloren voetbalwedstrijd in 1980 tussen Fischer-Z en Oor, dat klaarblijkelijk hulptroepen liet aanrukken en zo met 9-1 won. Een uitslag die in het interview door Watts scherp wordt betwist: "Leugens! Leeft Alfred nog?" vraagt hij met de nodige ironie naar journalist Alfred Bos, die zich warempel even later bij het interview voegt, nadat Watts vertelde ook tegen Bob Marley en Iron Maiden te hebben gevoetbald.
Op X-Ray Serenade (de titel verwijst naar het onder de loep leggen van zijn carrière) eerst nieuwe liedjes en dan oude in nieuwe jasjes, een octaaf lager gezongen dan toen - mij te kalm. So Long in wiegende 6/8-maat bijvoorbeeld. Doen denken aan de solotour die hij in 2023 deed met alleen zijn gitaar Parrot en de geluidsman.
Live werkt het wél, mede door de anekdotes die hij vertelde, bijvoorbeeld hoe hij tijdens albumopnamen getuige was van een kortstondige romance tussen Sinéad O'Connor en Peter Gabriel. In het interview gaat het daar niet over, wél over het hoe en waarom die gitaar zo bizarblauw is geworden. Iets met Pinkpop.
Een vriendelijk zondagochtend- of laatavondalbum. Niet urgent, niet omverblazend en desondanks zal ik dit ongetwijfeld binnen niet al te lange tijd aanschaffen. Want geleidelijk pakt Watts me met zijn Fischer-Z toch weer in.
» details » naar bericht » reageer
Supertramp - The Very Best Of (1990) 4,0
6 september, 18:54 uur
In 2011 postte kaztor al het bericht dat deze The Very Best of en Die Andere met dezelfde titel maar met een donkere hoes eigenlijk dezelfde zijn. Ik schreef daar waarom ik Die Andere de deur ga uitdoen, want deze met de hoes geïnspireerd door die van Breakfast in America, bevat wél informatie in het boekje: bij de titels staat vermeld van welk album de track komt, wie het schreef en de bezetting van de groep is ook te vinden. Bovendien is er een korte bandbio per album. Geen foto's helaas maar desondanks stukken beter verzorgd dan het bijna-tweelingbroertje.
Daarom waardeer ik deze met vier en die andere met drie-komma-vijf sterren.
Verder koester ik hier en daar vage maar leuke herinneringen, zoals bij Give a Little Bit. Klonk september 1977 op de radio tijdens een vrijdagse les handvaardigheid, met daarna nog Frans en dan snel naar huis om naar de Nationale Hitparade te luisteren.
Of Breakfast in America, dat in 2000 in een Frans wegrestaurant werd gedraaid en verrassend goed bij de omgeving paste. Tijdloze liedjes vol kwaliteit, net als de andere zes die ik bij Die Andere noteerde.
» details » naar bericht » reageer
Supertramp - The Very Best Of (1989) 3,5
6 september, 18:47 uur
The Very Best Of. Begin van de zomer gekocht voor in de auto, maar in gezelschap luisteren niet alle nummers even aangenaam. Daar waar de gitaar gaat scheuren, terwijl ik daar op zich bepaald niet vies van ben. Bovendien heb ik, net als in het vorige bericht wordt verteld, meer met de composities van Roger Hodgson.
In gezelschap vallen daardoor af Rudy met z'n "wilde" delen, Ain't Nobody but Me en Crime of the Century. En waar ik - ook op een verzamelaar vaak - voor de 'deep cuts' ga, hoor ik hier het liefst de bekende nummers: School, The Logical Song, Breakfast in America, It's Raining Again, Give a Little Bit, Dreamer, Take the Long Way Home en Goodbye Stranger.
De cd is zojuist verhuisd van auto naar cd-kast en pas toen ontdekte ik dat daar al het gelijknamige The Very Best Of stond, een jaar later verschenen en eveneens in een kringloop opgeduikeld. Een gevalletje 'zoek de x verschillen'
en die zitten 'm in de hoes, de volgorde van de nummers en een boekje dat wél informatie geeft. Dus... eigenlijk heb ik 'm dubbel? Dan kan de versie met de donkere hoes net zo goed terug naar de kringloop!
» details » naar bericht » reageer
Thomas Dolby - The Golden Age of Wireless (1982) 4,0
6 september, 17:58 uur
De reis van het Kopenhaagse Ballet M.Ecanique naar Londenaar Thomas Dolby is behalve over lands- ook over muzikale grenzen. De synthesizers en popliedjes van de Engelsman zijn namelijk een stuk toegankelijker.
Hij was druk in 1981, zo ontdek ik. Voor en met Lene Lovich maakte hij het nummer New Toy, onder meer verschenen op single, EP (12"), in '82 op verzamelaar Hotel Blue (niet op MuMe). Datzelfde jaar zorgde hij voor de synthesizers op Foreigners 4 nadat men daar de toetsenist had ontslagen. Luister maar eens wat hij verzon voor het intro van Juke Box Hero.
Eerste teken van album The Golden Age of Wireless is er eind september, als zijn solosingle Europa and the Pirate Twins de Britse hitlijst betreedt, om in oktober bescheiden tot #48 te komen. Pas in augustus '82 is daar volgende single Windpower, die het de maand erop tot #31 schopt.
De elpee zit tussen die twee singles in: in mei-juni '82 is het hoogst haalbare een 84e plek om tot tweemaal toe uit de albumlijst te verdwijnen, waarna in september toch nog een #65 wordt aangetikt. Stapje voor stapje vestigt hij zijn naam.
Hierboven enthousiaste verhalen bij deze digitale pop, die enigszins vergelijkbaar is met hetgeen Ultravox in die periode deed. Wat dat betreft is het misschien vreemd dat de noteringen niet hoger waren, maar dat zou nog komen. Hij experimenteert met geluiden en weet daar een eigen geluid van te maken, wat erop duidt wat een creatieve duizendpoot Thomas Dolby is.
Andere hoogtepunten op dit album zonder zwakke momenten zijn voor mij opener Flying North, het licht-nerveuze The Wreck of the Fairchild met z'n Spaanse teksten en Cloudburst at Shingle Street, waar ik door de melodielijn en (achtergrond)zang van Thomas Morgan Dolby Robertson - zoals hij zich hier voluit noemt - warempel aan The Human League moet denken. Knap is ook dat alhoewel de geluiden van 45 jaar geleden verouderd zijn, de nummers desondanks fris klinken.
Volgende halte in het land van new wave: het Duitse Liaisons Dangereuses.
» details » naar bericht » reageer
Ballet M.Ecanique - The Icecold Waters of the Egocentric Calculation (1981) 3,5
2 september, 19:52 uur
Ballet M.Ecanique was een groep uit Kopenhagen, de eerste Deense groep die ik tijdens mijn reis door new wave tegenkom. Vernoemd naar het Ballet Méchanique (1925) van de Amerikaanse componist George Antheil, "halverwege de jaren twintig de enige componist die lid was van De Stijl. Hij leverde een paar tekstuele bijdragen aan het tijdschrift van Theo van Doesburgh, waaronder een over ‘de diagonaal’ in muziek," zo vertelt VPRO's Vrije Geluiden. Diens stuk valt hier te beluisteren. Industrial avant la lettre.
Wie vervolgens naar album The Icecold Waters of the Egocentric Calculation luistert, begrijpt waar
Michael Karshøj (bas, drums en andere percussie), Martin Hall (zang en diverse instrumenten zoals gitaar, cello en marimba) en Morten Versner (bas en viool) de mosterd vandaan haalden. Het is weliswaar geen industrial, toch ademt het de sfeer van fabrieken maar dan met invloeden van grensverleggende klassieke muziek.
Anders dan Antheils stuk zoekt Ballet M.Ecanique in de negen nummers soms naar stiltes en baadt hun muziek in het jasje van postpunk. Een beetje Abwärts of Einstürzende Neubauten, groepen die niet al te ver van Kopenhagen hun habitat hadden. Voeg daarbij de dramatische stem van Hall en je hebt een eigenzinnige cocktail. Zelf luisteren is het devies met de woorden in bovenstaand bericht van reptile71 als kompas.
Sweetened en Theory hebben het sterkst de sfeer van Engelse postpunk, in Lied weet de groep dankzij de vioolpartij weer een andere sfeer te raken en elders kan het experiment het winnen, hetgeen bepaald niet hapklaar wegluistert.
Onder de naam Ballet M verscheen opvolger For het jaar erop, maar die kan ik qua streaming nergens vinden.
Ja, mijn reis door new wave voert me door de meest uiteenlopende geluiden... Die kwam van het Engelse The Passage en vervolgt in datzelfde september 1981 bij de debuutplaat van de veel bekendere Thomas Dolby.
» details » naar bericht » reageer
The Passage - For All and None (1981) 3,0
1 september, 19:48 uur
Mijn queeste door new wave van 1981 brengt de nodige variatie. Zo reis ik nu van het ongewone geluid van Japanners Sandii and the Sunsetz naar de nogal minimalistische postpunk van The Passage, een groep uit Manchester sinds 1978 actief.
For All and None is de opvolger van debuut Pindrop en klinkt alsof de muziek van Joy Division is gestript tot een geraamte, waarbij het kwartet een oude synthesizer uit hun jaar van oprichting als basis gebruikt. Als ik dit hoor, herken ik helemaal de sfeer van radio: krakende middengolf met daarop het geluid van John Peel. Of de experimentele avonden van de VPRO, waar ik niet altijd het geduld voor had of juist héél enthousiast van werd; de volgende dag op het schoolplein waren dan meewarige blikken de reactie op een enkele beschrijving van mij.
De sfeer is uitgesproken die van een industriestad in verval, met lege fabrieken, grauwe kleuren en rijen voor het werkloosheidsloket waar men het UB40 moest invullen. Centraal staat de desolate zang van Andy Wilson, in opener Dark Times horen we bovendien Teresa Show, een dame met (verrassend!) een klassieke achtergrond. Regelmatig keert een rollende en licht-valse piano terug, vermoedelijk door oprichter Dick (Richard) Witts bespeeld; intuïtieve drumpartijen worden geleverd door Joe McKechnie.
Dit is materiaal voor de fanatiekere postpunkliefhebber, mij is het te kaal. Vermoedelijk is dat voor menigeen een aanbeveling, hopelijk is er iemand die dit album eens in de schijnwerpers wil zetten! Dan vervolg ik mijn reis naar september 1981 en het Deense Ballet M.Ecanique, dat een album met een lange titel uitbracht.
» details » naar bericht » reageer
Sandii & The Sunsetz - Heat Scale (1981) 4,0
1 september, 19:27 uur
Aparte new wave of J-pop of hoe je dit wilt noemen. Ergens in 1981 verscheen debuut Heat Scale van de Japanse groep Sandii and the Sunsetz, allesbehalve een nieuwe groep. Al in 1973 debuteerde Makoto Kubota and The Sunset Gang, twee jaar later brengt zangeres Sandii Ai, op dat moment bekend als radio-dj, enkele singles uit. Zij heet eigenlijk Sandy O'Neale en heeft een Amerikaanse vader en Japanse moeder. Het Amerikaanse Hawaii is waar ze opgroeide.
Zanger-gitarist Kubota en O'Neale raken bevriend, wat er in 1981 toe leidt dat de groep verdergaat als Sandii and the Sunsetz en dit Heat Scale verschijnt.
In opener Heat Scale - Words and Dances is de leadzang voor Kubota, waarna The Great Wall en Bongazuna voor Sandii zijn. Omdat er sprake is van een zangeres en de muziek onder new wave valt, kun je vergelijkingen maken met bijvoorbeeld Lene Lovich of Siouxsie and the Banshees, maar de Japanners hebben vooral een eigen geluid. Daarbij is de groove belangrijk, zoals Tohmei Ningen en El Puzzlo laten horen, inclusief soms venijnige gitaarpartijen.
Dat de muziek dansbaar is, is dan ook een understatement. Anders dan je wellicht met de groepsnaam zou denken, is dit een collectief met verder tweede gitarist Kenichi Inoue, bassist 'King Champ' Onzo en drummer Hideo Inoura.
In The Eve of Adam trekt Sandii de aandacht met uiterst hoge zanglijnen, het semi-instrumentale An Antenna kent dankzij Onzo's slappende basstijl een hoog funkgehalte met daarbij ijle toetsen en achtergrondzang plus enige raps van de dame; Gongloop blijkt een sferische soundscape. Na deze (voor westerse oren vreemde?) experimenten is het lome Kingdoms Without Corners toegankelijk met opnieuw Sandii's ijle zang, waarna het experiment het weer wint door op Dhyana Pura traditioneel Japanse muziek te koppelen in de richting van wat Brian Eno op diens ambientwerk deed.
De groep krijgt belangstelling van onder meer de groep Japan (zie deze site met bovendien de nodige achtergrondinformatie) en David Bowie, die in zijn platinablonde fase gemoedelijk een sigaretje rookte in bijzijn van de groep. Ook kan ik me voorstellen dat liefhebbers van Talking Heads dit zullen waarderen, mits men bereid is om de Japanse inslag te omarmen.
Met enig zoeken en scrollen (de titels worden ook in het Japans genoteerd) is Heat Scale op streaming te vinden, op mijn platform als onderdeel van een afspeellijst met voorafgaand een liveplaat en hun tweede album.
Roxy6, naar ik lees had jij opvolger Immigrants in bezit? Kun je je nog iets herinneren van de reputatie van Sandii and the Sunsetz in die tijd?
Mijn reis door new wave bevindt zich in 1981, kwam van de aardsere gitaarwave van Urban Heroes uit Den Haag en vervolgt met postpunk bij The Passage uit Manchester.
» details » naar bericht » reageer
