MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van RonaldjK. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026, juli 2026

The Haunted Youth - Boys Cry Too (2026) 3,5

afgelopen dinsdag om 17:26 uur

Via een vriendengroep kaartjes gescoord voor het concert van volgend jaar in Utrecht. Lekker album is Boys Cry Too van The Haunted Youth dankzij dromerige zang en soms stevige gitaren.
Liedjes schrijven kunnen ze en dat is het belangrijkste. Sferisch, afwisselend en energiek. Nu nog een tourneetje met The Cure omdat die van Boys Don't Cry zijn (waren?).

» details   » naar bericht  » reageer  

Def Leppard - When the Walls Came Tumbling Down (2021)

Alternatieve titel: New Theatre, Oxford, 26 April 1980, afgelopen dinsdag om 16:02 uur

Wat Def Leppard betreft behoor ik tot de uitzonderingen: degenen die hun debuutelpee uit 1980 verreweg de beste vinden. Afgelopen oktober tipte iggy mij via een persoonlijk bericht over dit When the Walls Came Tumbling Down: New Theatre, Oxford, 26 April 1980, 41 jaar later los verschenen.

De setlist omvat meer dan alleen On Through the Night, het album ruim vijf weken eerder verschenen: Medicine Man, When the Rain Falls, Good Morning Freedom, het op opvolger High 'n' Dry te vinden Lady Strange en Ride into the Sun.
Sterke composities, grotendeels uptempo, riffs om de lippen bij af te likken, hier en daar heerlijke twingitaren op de wijze van Thin Lizzy, drummer Rick Allen nog een conventionele drummer en wat is-ie goed en Joe Elliot die nog voor een lager deel van zijn register kiest, in plaats van de snerpende stem die hij het jaar erop zou inzetten. New wave of British heavy metal op z'n best.

Allemaal redenen die voor mij een meerwaarde vormen, waarschijnlijk in tegenstelling tot de meeste andere liefhebbers. Vorige week gaf ik Judas Priests Priest... Live! tweeëneenhalve ster, gisteren Maidens Live after Death vier sterren en When the Walls Came Tumbling Down krijgt er vijf. Dank voor de tip, iggy, is het toch weer een lang stuk geworden...

» details   » naar bericht  » reageer  

Iron Maiden - Live After Death (1985) 4,0

afgelopen maandag om 21:43 uur

Herfst 1985. Bij verschijnen van Live after Death klonk terechte kritiek op Iron Maiden: de groep van de tempowisselingen bleek niet zo tempovast. Ze verloren toen een stukje status bij mij en opnieuw vroeg ik me af waarom Clive Burr toch was vertrokken. Nicko McBrain legde het simpelweg tegen hem af.

Op de originele dubbelaar staat nauwelijks werk van de eerste twee albums, wat ik enerzijds jammer vond en anderzijds okay, want liever hoorde ik daar de stem van de vorige zanger Paul DiAnno. Maar toch: een dynamische liveplaat met boeiende composities is het zeker, ondanks de minpunten waarbij Bruce Dickinson zoals anderen memoreerden inderdaad niet een (bijna) perfecte prestatie neerzet.

Vergelijk dit geheel echter eens met Priest... Live! van twee jaar later, dat niet in de buurt komt van wat Maiden neerzet. Live after Death heeft veel meer energie.
Daarbij was het in 1985 ook interessant om te volgen in welke staat mascotte Eddie zich nu bevond: de hoes was weer prachtig, als een stripverhaal met steeds een nieuwe aflevering.

vielips tip om Beast over Hammersmith te beluisteren staat genoteerd.
In oktober tipte iggy mij over een vrij "obscure" RSD-livedubbelaar van Def Leppard, nog zo'n reus uit de New wave of British heavy metal. Spoiler: een beest van een album. Wordt vervolgd bij When the Walls Came Tumbling Down.

» details   » naar bericht  » reageer  

California Metal (1987) 4,0

afgelopen maandag om 08:44 uur

Verzamelaar California Metal stamt uit de begindagen van white metal: groepen die in het spoor van Stryper opkwamen. Barren Cross trapt af met Deadlock, ook te vinden op hun Atomic Arena. Sterke zang met een stijl halverwege Iron Maiden en Dio.
Veel groepen zijn met twee nummers vertegenwoordigd. Bijvoorbeeld Gardian, die het jaar erop hun eerste elpee uitbracht als Guardian. Marching On en Spiritual Warfare bevatten melodieuze hardrock in de richting van Dokken, met vingervlug gitaarspel van Tony Palacios.
Neon Cross brengt een robuustere vorm van metal met I Need Your Love en Son of God als sterke visitekaartjes, waarbij de zanger soms hoog uithaalt. De groep zou het jaar erop hun eerste en enige langspeler uitbrengen. Hero doet iets soortgelijks met Surrender en Sing It Out, waarbij het snelle soleerwerk eruitspringt.

Destijds was voor mij Deliverance dé ontdekking van deze plaat: speedmetal zoals ik die graag hoorde. In de voetsporen van Metallica en Anthrax, niet voor niets een groep die in de Bay Area scene optrad. Ze leverden A Space Called You waar melodie en snelheid pakkend samengaan, inclusief een akoestisch intro; op kant 2 het beukende Attack. Beide nummers ontbreken op latere albums van de groep, te beginnen met het debuut van twee jaar later. "Mosh it up, baby!"
Nieuw was Mastedon, toen nog een beginnend project van de gebroeders/producers Dino en John Elefante, de laatste zanger van Kansas op albums Vinyl Confessions en Drastic Measures. Nadat ze in 1985 debuteerden op de soundtrack van St. Elmo's Fire onder de naam Elefante, heetten ze inmiddels Mastedon. Onder die vlag is Wasn't It Love hun eerste proeve van kunnen. Volle, smeuïge aor is het resultaat, afwijkend van de metal van de andere namen.

Alles bij elkaar een prima verzamelaar met groepen op niveau. Destijds op vinyl gekocht en toen ook op cd verkrijgbaar, werd California Metal nooit opnieuw uitgebracht.

» details   » naar bericht  » reageer  

Moby - Destroyed (2011) 1,5

afgelopen maandag om 05:50 uur

Bij voorganger Wait for Me schreef ik dat ik daar was gestopt met het aanschaffen van werk van Moby, om vervolgens te ontdekken dat ik twee jaar later ook dit Destroyed had aangeschaft. Totaal vergeten stond het in mijn kast te verstoffen. Ongetwijfeld gekocht in de hoop dat de man was teruggekeerd naar de combinatie van enerzijds uitgelaten dance met zangeressen met groot bereik en anderzijds prachtige, ingetogen ambient.

In het boekje schrijft hij: "i don't sleep very well when i travel (...) and that's where this album comes from. it was primarly written late at night (...)". In mijn oren, ook het voorbije weekend, vlees noch vis. Nachtmuziek waarbij hij nogal eens zijn eigen beperkte vocale capaciteiten inzet. Liedjes, ideeën en geluiden die me niet kunnen raken, ontroeren of enthousiasmeren.
Uitzonderingen op de regel: het instrumentale, uptempo en naar de Krimstad genoemde Sevastopol, het treurig gestemde Lie Down in Darkness (zang van Joy Malcolm), The Right Thing (zang van Inyang Bassey) en de bijna zeven instrumentale en filmische minuten van The Violent Bear It Away.

Het bericht hierboven is positief en dat is het mooie van dit forum: dat je tegengeluiden ontmoet. Wat voor de één niet werkt, bevalt een ander juist goed.
Om met een positieve noot te eindigen: bij de cd zit een fotoboekje met werk van Moby dat hij tijdens een tournee schoot; onder andere foto's van publiek bij optredens, uitzichten vanuit hotelkamers en de aanblikken van gangen en wachtruimtes op luchthavens. Hij geeft er een korte toelichting bij.

» details   » naar bericht  » reageer  

Jefferson Airplane - Surrealistic Pillow (1967) 4,5

afgelopen zondag om 14:48 uur

Het leuke van muziek cadeau krijgen is dat je iets kunt ontvangen dat je nooit zelf zou hebben uitgezocht. Dat overkwam me toen ik deze elpee van mijn oudste zoon kreeg. Jefferson Airplane, echt iets van vóór mijn tijd en bovendien nooit met terugwerkende kracht ingehaald. Wél ken ik hen van twaalf jaar later met Freedom at Point Zero en dan vooral de single Jane, maar dan heten ze inmiddels Jefferson Starship en is sprake van een andere tijd met een ander genre. En natuurlijk zijn er de jaren '80 als Starship en hits als We Built This City. Bijzonder (leuk) hoe iemand van de generatie ná mij voor deze elpee uit 1967 kiest!

Van dit Surrealistic Pillow kende ik de hits, te weten Somebody to Love en White Rabbit. Toen ik vanaf 1976 intensief naar de radio ging luisteren, klonken die daar regelmatig. Begin jaren '80 leerde ik uit Oor's Popencyclopedie de geschiedenis van de groep. Dit alles te weinig om - gelukkig maar! - te verhinderen dat ik aangenaam werd verrast.
Behalve dat de composities sterk zijn, is dit de periode dat popmuziek evolueerde van beat en protestfolk naar rock. Dat hoor je hier terug. Het blijkt hun tweede album te zijn. De aanpak verschilt per nummer en daardoor is de variatie groot. Gitarist Paul (de hoes vermeldt echter geen achternamen, we hebben het over meneer Kanter) ken ik van zijn melodieuze hardrock / aor van eind jaren '70; dat ene Jorma (Kaukonen) hier leadgitarist is, ontdek ik pas nu. Verder verrassend veel folk dankzij akoestisch werk en de blokfluit van Grace (Slick).

Ook verrassend is dat Grace de leadzang deelt met één van de mannelijke leden: Paul, Jorma of Marty (Balin). De hoes vermeldt niet wie van hen waar zingt, het is dus gissen wie de uptempo opener She Has Funny Cars voor de rekening nam. Somebody to Love blijft een ijzersterke rockklassieker in hippiesferen waar Grace haar visitekaartje afgeeft, waarna het traditionelere My Best Friend wegheeft van westcoastrocknamen als The Mama's and Papa's en Love.
Today is een elektrische ballade met bescheiden percussie van Spencer (Dryden) en met de regels "I'm So Full of Love" is de Woodstocksfeer compleet. Dat Jerry Garcia van The Grateful Dead pontificaal achterop staat vermeld als "musical and Spiritual adviser" is veelzeggend. Kant 1 sluit af met het eveneens kalme Comin' Back to Me. Akoestische gitaren en Graces blokfluit maken het tot een prachtige, ietwat dromerige folkballade.

Kant 2 vind ik nog beter. 3/5 of a Mile in 10 Seconds wordt meerstemmig gezongen, Grace met de heren in een pakkend en uptempo nummer en een gitaarsolo van Jorma die een liedje in een lied is. Elektrisch gitaargetokkel in de stijl van The Byrds in D.C.B.A. -25 met wederom mannelijke én vrouwelijke leadzang, westcoastpop en blokfluit in het lieflijke How Do You Feel. Het korte en prachtige Embryonic Journey (horen we Jorma?) blijkt zéér effectief als akoestisch intro van White Rabbit, het nummer met z'n dreigende sfeer dat daardoor nog veel beter landt. Prachtige overgang en altijd heb ik weer de associatie met de eerste film uit de reeks The Matrix: "Follow the white rabbit." Met Plastic Fantastic Lover komen de diverse invloeden nog eenmaal samen en krijg ik alweer zin in kant 1.

'Wi'j doet 't samen' en daarom zijn Garcia, technicus Dave Hassinger en producer Rick Jarrard ook op de achterzijde te zien. Hartstikke 1967 en tegelijkertijd een trendsettend album met grote invloed op de ontwikkeling van een kersvers genre.

» details   » naar bericht  » reageer  

Deliverance - Weapons of Our Warfare (1990) 4,5

afgelopen zaterdag om 19:19 uur

Nee toch? Sterker nog, afgelopen december meldde mijn streamingplatform dat dit mijn meest afgespeelde album van 2025 was. De tweede van Deliverance uit Los Angeles en waar het debuut zovele jaren onverminderd sterk bleek, kende ik deze opvolger nauwelijks. Dat werd gedurende voorjaar, zomer én najaar '25 ingehaald en daarom schafte ik Weapons of Our Warfare onlangs alsnog aan, zeker nu het eindelijk voor een normale prijs in Nederland verkrijgbaar is.

Drie wijzigingen ten opzichte van het debuut: George Ochoa vervangt niet alleen leadgitarist Glenn Rogers maar ook - op bekwame wijze - producer Bill Metoyer en frontman Jimmy Brown racet inmiddels eveneens over de snaren. Het levert regelmatig vurige gitaarduels op.
Qua stijl veranderde er niets: hakkende, snelle en dansende thrashmetal met de relatief hoge zang van Brown. De ritmesectie van bassist Brian Khairullah en drummer Chris Hyde manoeuvreert behendig door de talloze tempowisselingen en breaks.
Uit een podcast leerde ik dat Brown in de gaten kreeg dat Deliverance, omdat ze op een christelijk label zaten, in tegenstelling tot voorheen vooral gelijkgestemden in het publiek had. Zijn teksten richten zich daarom op die doelgroep, wat zich op Weapons of Our Warfare uit in quotes uit Bijbelboek Efeziërs over geestelijke strijd. Wat dat betreft is het gesproken intronummer Supplication veelzeggend, vergelijkbaar met wat Manowar deed op het verhalende Defender.

Het gas gaat er alleen af bij 23 (de psalm), dat gelukkig tegen het einde versnelt. Verder is het moshen en beuken en alles wat daarbij hoort. Van de demo waarvan de groep er duizenden verkocht horen we titelnummer Greetings of Death terug.
In het cd-boekje naast de teksten foto's uit de oude doos, waar de jongens in de voor die tijd kenmerkende strakke jeans met hoge sneakers zijn gekleed. Het genre was nog in z'n hoogtijdagen, toch droomde Brown van een soloalbum als zijstapje van Deliverance, met muziek door David Bowie geïnspireerd. De platenbazen weigerden, What a Joke was het gevolg.

» details   » naar bericht  » reageer  

Moby - Everything Is Wrong (1995) 4,0

afgelopen zaterdag om 18:15 uur

Van de Moby-albums die ik ken, is Everything Is Wrong nog altijd mijn favoriete. Grote variatie met zowel dance/house/rave (het is 1995), ambient/minimal music én punk/hardcore. Die laatste categorie met gitaren.

Waarom dit album ook zo goed is, is vanwege de vocalistes met een bereik en kracht om ú tegen te zeggen. Hymn laat het album rustig beginnen, waarna Feeling So Real met zang van Myim Rose, Kochie Bantem en Nicole Zaray knallend vervolgt.
Dan digitale punk met All I Want Is to Be Loved, zang van Moby. Gelukkig duurt het urban Let's Go Free nog geen minuut, waarna Everytime You Touch Me (zang van Kochie Banton) en Bring Back My Happiness (Saundra Williams) knallend vervolgen.

What Love begint en eindigt met blues met gitaar, daartussen klinkt hardcore punk. Dan ontspannen dance in First Cool Hive, waar een ongenoemde zangeres zwoel bij zingt. Dan is het de beurt aan Mimi Goese die, met een stem halverwege Annie Lennox en Sinéad O'Connor, het eveneens kalme Into the Blue zingt.
Anthem is weer een sterke en uptempo pseudo-instrumentale track, gevolgd door de melancholie van piano en kalme synthesizers in titelnummer Everything is Wrong. Instrumentaal maar in het boekje legt Moby vier pagina's lang uit wát er mis is. Veel.

Dan prachtige minimal music met God Moving over the Face of the Waters, mogelijk geïnspireerd door het aloude scheppingsverhaal. Voor de melancholie van slotlied When It's Cold I'd Like to Die staat Mimi Goese weer bij de microfoon.
Op de hoes zien we Moby Underwater en precies dat klinkt op de bonus-cd in het in vijf delen verdeelde nummer met die titel. Als een fascinerende reis door de dieptes van de oceanen, vertraagd en filmisch.

Van Hymn moet ik op zoek naar de EP/maxisingle die hiervan verscheen en andere sterke versies van het nummer bevat. En dan ontdek ik zojuist dat ik nóg een cd van Moby in de kast heb staan: het door mij totaal vergeten Destroyed. Eens horen of die vergeetachtigheid terecht is.

» details   » naar bericht  » reageer  

Gary Moore - Close as You Get (2007) 4,5

afgelopen vrijdag om 21:10 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren

» details  

Judas Priest - Priest... Live! (1987) 2,5

afgelopen vrijdag om 18:13 uur

Alsof je met een Porsche op de snelweg rijdt, maar de chauffeur houdt 'm in z'n 3, ca. 50 km/u. De eerste zes nummers heb ik dat gevoel bij Priest... Live! Dat uitroepteken suggereert ten onrechte opwinding.

In de tweede helft van de jaren '80 werd metal in de VS erg groot, qua verkoopcijfers vergelijkbaar met country. Judas Priest tourde in 1986 uitgebreid door de VS en Canada, deed tussendoor Europa aan en vergat ook Japan niet. Overgeslagen werd hun eigen Verenigd Koninkrijk, zo zie ik onderaan deze pagina van setlist.fm. Vreemd en onverdiend.
Immers, vanaf '79, '80 sloot de groep steeds meer aan bij de hardere New wave of British heavy metal die meehielp om de groep in de VS groot te maken, samen met Def Leppard en Iron Maiden. Daarbij wisselden de heren steevast sterke albums af met matig tot zwak werk en zelfs op de sterkere jaren '80-elpees staat vaak het nodige zwakke spul. Meezingers bijvoorbeeld. Geef mij maar hun snelle kant: Rapid Fire, Steeler, Screaming for Vengeance, Freewheel Burning...

Tijdens die 1986-Fuel for Life Tour hielden ze zowel in Europa als Amerika en Japan ongeveer dezelfde setlist aan; dit is die van Zwolle. Diezelfde setlist horen we zo ongeveer op Priest... Live!
Pas met The Sentinel komt er vaart in, die prompt met het zwakke Private Property teniet wordt gedaan en dat Rock You All Around the World weliswaar uptempo maar ook zo'n nare meezinger is, helpt niet. Pas met het blokje Electric Eye, Turbo Lover (veel liever deze versie dan die in de studio) en Freewheel Burning komt de Porsche op gang, om al snel weer terug te schakelen naar de 4e en 3e versnelling. Ik krijg het gevoel in een Lada te zitten.

Enfin, u begrijpt mijn 2,5 ster en geloof me, ik ben in een goede bui...

» details   » naar bericht  » reageer  

Sammy Hagar & The Best of All Worlds Band - The Residency (2025) 5,0

16 juli, 22:39 uur

Dank voor je bericht, Von Helsing! Je kreeg je paspoort kennelijk op tijd binnen, was al bang dat dat niet was gelukt. Ja, een dikke aanrader is dit album. Daarom 100% on topic:

In 1978 kregen mijn oortjes een voorkeur voor hardrock. Naast Status Quo, AC/DC (dan nog met Bon Scott), Van Halen en The Godz (Under the Table, óéf!) draaide Alfred Lagarde op de VARA-dinsdagmiddag in zijn Betonuur werk van onder anderen Montrose met daarin Sammy Hagar, die inmiddels solo aan de weg timmerde.
Transam (Highway Wonderland) van de elpee Street Machine (1979) hoort bij mijn eerste hardrockende herinneringen, het jaar erop gevolgd door het sterke Love or Money van Danger Zone.
Op de radio hoorde ik in '84 van het project HSAS hun versie van A Whiter Shade of Pale. Mijn muziekmaatje van school kocht datzelfde jaar van de red rocker VOA en de clip van I Can't Drive 55 kwam op tv langs. Kortom, als Sammy Hagar in 1985 toetreedt tot Van Halen, is de verrassing net zo groot als aangenaam. Én spannend: wat zou het opleveren?

Lang verhaal kort: veel moois, helaas eindigend in een naar afscheid van de groep, waar hij min of meer werd weggepest, net als bassist Michael Anthony. Waarom dat gebeurde, daar kan ik slechts naar gissen. Feit is dat Hagar met diezelfde Anthony plus gitarist Joe Satriani, de Australische gitarist/toetsenist Rai Thistlethwayte en drummer Kenny Aronoff een méér dan sterke live-dubbelelpee heeft gemaakt, waarmee hij het zure beantwoordt met zoet.
Een mix van werk van soloalbums, éénmaal Montrose en vooral Van Halen. Geen wonder dat je er euforische gevoelens van krijgt, zoals hierboven fraai wordt beschreven. Geen wonder dat je twee concerten bezoekt, zoals het andere bericht vertelt.

Satriani speelt met groot respect voor Eddie Van Halen, zonder diens stijl exact te (willen) kopiëren, zo is mijn indruk. Een sterke samenvatting van Hagars carrière, gespeeld door een hechte en gedreven band, mannen met passie voor muziek. Ouderwetse hardrock op z'n best. En wat is die Hagar nog goed bij stem... De jaren '70 brachten de nodige liveklassiekers, deze kan daar zó bij.

» details   » naar bericht  » reageer  

Moby - Wait for Me (2009) 2,0

16 juli, 11:28 uur

Bij verschijnen in 2009 vond ik Wait for Me zo tegenvallen dat ie als miskoop in de kast ging. Ik miste de gastzangeressen met een bereik van vier octaven plus de knallende dancetracks, of juist pakkende ambient. Het zit ertussenin, een vlees-noch-vis-geval. In 2011 zag ik hem op een openluchtfestival in Tilburg, waar die benadering (setlist) er juist wél was: digitale beats in combinatie met livedrums, het was ijzersterk.
Naar ik ooit las, is dit muziek die hij 's nachts na een optreden in zijn hotel componeert, als hij toe is aan ingetogener sferen. Tsja, dan hoor ik hem liever vóór middernacht...

Mijn eerste kennismaking was trouwens met Everything Is Wrong (1995) en single Hymn, ik ken dus wel de ambientkant van hem en die heeft op Wait for Me de overhand. Maar lang niet zo pakkend als toen en bovendien beleef ik de sfeer als somber en mistroostig. Wat in het bovenstaande bericht als positief wordt beleefd, bevalt mij juist niet.
Vanmorgen vielen opnieuw slechts vier nummers positief op: Study War met een gesproken sample en relaxte beat eronder, op de wijze zoals hij veelvuldig op Play deed; Mistake, ondanks de depritekst (had Moby een relatiebreuk beleefd?); aardig is het instrumentale Scream Pilots; en slotnummer Isolate als stemmige muziek bij een ernstige documentaire.

Ondanks de leuke hoestekeningen - van de meester zelf - stopte ik met het aanschaffen van muziek van Moby, al volg ik hem nog altijd via streaming. Wél heb ik Everything Is Wrong gekocht (ooit "verloren"), die me wederom goed beviel. Zal dat cd'tje ook weer eens in de speler gooien.

» details   » naar bericht  » reageer  

Franz Ferdinand - Franz Ferdinand (2004) 3,5

16 juli, 08:59 uur

Ik houd van uiteenlopende stijlen en gelukkig was er ook in 2004 nog altijd radio om nieuwe liedjes en nieuwe namen te ontdekken. Eén van de bandjes die er destijds uitsprongen was het Schotse Franz Ferdinand. Aantrekkelijk omdat ik er iets van gitaarwave in nieuw jasje ontwaarde.
Enkele jaren geleden viste ik Franz Ferdinand uit een kringloopbak en herkende wat deric raven in 2012 schreef: "Combineer het stuwende basgeluid van Gang of Four met de zang van The Strokes en zorg ervoor dat het allemaal binnen de lijntjes blijft. Gooi er vervolgens een flinke dosis Blur doorheen."

Uitschieters voor mij zijn steevast uptempo. In Nederland 3FM-radioliedje en #72-hitje en Tipparade, in het VK #3) Take Me Out, The Dark of the Matinée dankzij de gitaarlijn van... Nee, de bezetting staat niet in het boekje en ook niet waar dit album is opgenomen! Jammer. Wikipedia vertelt dat het zanger-gitarist Alex Kapranos en gitarist-toetsenist Nick McCarthy zijn geweest die de partijen speelden, de plaat werd opgenomen in Malmö met de wel genoemde Tore Johansson.
Ook aangenaam-vinnig is Cheating on You, het drumspel van Paul Thomson is daarbij een applausje waard; het uptempo Darts of Pleasure mag er ook zijn en dan heb ik de hoogtepunten wel genoemd. Al staat er geen zwak werk op, als album met elf liedjes houd ik de aandacht er niet bij.

» details   » naar bericht  » reageer  

Deliverance - Deliverance (1989) 4,5

16 juli, 07:39 uur

Destijds op cassette gekocht omdat ie op vinyl niet verkrijgbaar was. Met Vengeance Rising vormde het eveneens Californische Deliverance de eerste generatie christelijke thrashgroepen. Gezien de vrij hoge zang van Jimmy P. Brown rekende ik dit destijds tot speedmetal, zoals ik ook Anthrax daartoe rekende. Het is melodieuzer dan wat groepen als Metallica en Slayer deden, al zitten de riffs zeker wel in die categorie. De groep trad in die dagen in hetzelfde circuit op als de Californische thrashpioniers deden.

Deliverance bestond ten tijde van het debuut al enkele jaren en tekende een contract bij een christelijke platenmaatschappij. Men eiste en kreeg producer Bill Metoyer, die voor een verrassend strak en transparant geluid zorgde. Met dan al op zijn cv namen als Abattoir, Trouble, Cirith Ungol, D.R.I, Sacred Reich en Flotsam and Jetsam wist hij de hakkende, wervelende riffs minutieus vast te leggen. Omdat de groep de nummers vaak reeds jaren speelde met de nodige concerten achter de rug in het circuit van Californië, stond het resultaat snel op band. Zijn productie vormt geen massieve geluidsmuur, maar laat de snelle slagpartijen zowel scheuren als knisperen.

Een cassettespeler heb ik al jaren niet meer en toen ik onlangs ontdekte dat je Deliverance via het Alkmaarse filiaal van het Franse Sugar and Spice kon bestellen, heb ik dat gedaan.
Het was een feest van herkenning, waarbij ook het kerklied Jehovah Jireh uit 1974 van de Canadese Merla Watson (heeft niets te maken met het kerkgenootschap), een nummer waarvan ik me afvraag wat de componiste van deze enorm opgevoerde versie vindt. Kenmerkend zijn de vele breaks en tempowisselingen, waar deze jonge maar geroutineerde honden soepel doorheen knallen. Favorieten kiezen is lastig, opener Victory, If You Will, Blood of the Covenant en dubbelslag Temporary Insanity / Awake steken voor mij boven de rest uit; menig fan zal ook No Time noemen.
Mijn cd is de 'gold edition' van Retroactive Records uit 2020 met daarin naast de teksten en foto's terugblikken op die periode door Brown, leadgitarist Glenn Rogers en bassist Brian Khairullah, die ook de in 2015 overleden drummer Chris Hyde eren.

Als bonussen zijn er drie demo-opnamen opgenomen, die de groep in 1985 en '88 laten horen. Leuk om die vroege ideeën en aanpak te horen, qua audio geschikt voor hardcore tapetraders: vooral duidelijk is wat een goede producer vermag.
Opvolger Weapons of Our Warfare verscheen het jaar erop. Ook die schafte ik laatst aan en misschien is het leuk om deze zomer eens hun hele discografie door te gaan; Deliverance wijzigde nogal eens van stijl. Dan moet ik nog wel enkele albums van de groep aan MuMe toevoegen, maar dat kan.

» details   » naar bericht  » reageer  

Moby - Hotel (2005) 3,5

15 juli, 23:25 uur

Ooit op vakantie in het buitenland gekocht, beviel Hotel best goed. Ik ben niet degene die heel enthousiast is over Moby's bekendste album Play. Op 18 en Hotel staan enkele tracks die ik simpelweg veel liever hoor.
Dat zit 'm na de instrumentale opener Hotel Intro in achtereenvolgens Raining Again, gitaarliedje Beautiful en mijn überfavo's Lift Me Up en Where You End.
Verderop hoor ik graag Very met een synthlijn á la Giorgio Moroder en mede door de zang van Laura Dawn ontstaat de associatie met Donna Summers I Feel Love.
De albumversie van Slipping Away is aardig, maar wie Moby's samenwerkingen bij hetzelfde liedje kent, te weten Escapar (Slipping Away) met de groep Amaral en vooral Slipping Away (Crier la vie) met Mylène Farmer, weet dat de versie op Hotel als een flauwe demo klinkt.

Het zit 'm in de vocalen. Moby is een beperkte zanger en alhoewel hij met gastzangeres Laura Dawn wederom een goede heeft binnengehaald, laat hij daar de muziek niet optimaal van profiteren. Zo blijkt helaas in Dream about Me, dat te kalm is, waardoor het album gaat sukkelen. 35 Minutes vormt het instrumentale ambientslot van Hotel, leuk mits je in de stemming bent.

Prachtige hoesfoto's met begeleidende uitleg van de man, een album met een sterke start en een korte opleving bij Very.

» details   » naar bericht  » reageer  

At the Gates - The Nightmare of Being (2021) 5,0

15 juli, 21:28 uur

Het eerste album van At the Gates dat ik aanschafte was opvolger The Ghost of a Future Dead en toen ik las wat james_cameron en Von Helsing schreven over de voorganger was mijn interesse gewekt. Laat maar komen, die saxofoon! Dit soort melodic deathmetal probeer ik graag.
Een klein akoestisch begin met Spectre of Extinction, waarna de kenmerkende hoge tempo's losbarsten; piano in het intro van The Paradox om spoedig het gaspedaal diep in te trappen. The Nightmare of Being doet dat eveneens maar dan anders, waarna via Garden of Cyrus, gitaren, toetsen en saxofoon voor een andere sfeer zorgen; zó mooi! Dwarsfluit en strijkers in Touched by the White Hands of Death doen iets soortgelijks, nu echter als dreigende filmmuziek, waarna At the Gates alsnog losbarst.

Orkest en koor maken deel uit van The Fall Into Time, ze vallen fraai samen met de grunts van Tomas Lindberg Redant en de razende riffs van Martin Larsson en Jonas Stålhammar, die bovendien een prachtige, subtiele gitaarsolo neerzet waarbinnen het nummer fraai versnelt.
Cult of Salvation heeft halverwege een prachtig deel op vleugel, met The Abstract Enthroned zijn de hoge tempo's terug en opnieuw vallen in het muzikale kabaal de melodische kwaliteiten van de groep op; plus alweer zo'n prachtig deel met orkest.
En wát een heerlijke riff heeft Cosmic Pessimism, de teksten geleend van het gelijknamige boek van Eugene Thacker, meldt het fraai vormgegeven cd-boekje. Cd1 sluit robuust af met Eternal Winter of Reason met daarin enige Iommiaanse doominvloeden.

Ik kocht de 2cd-versie met liveopnamen en tot mijn vreugde hoor ik nog meer grensverleggend werk, zoals het progressieve en instrumentale Red van Robert Fripp en Philip Glass' Koyaanisqatsi. Anna von Hauswolff speelt hier orgel, krijg weer meteen zin in de gelijknamige film. Heb een correctie ingediend om die twee plus de overige zeven bonustracks aan de tracklist hier op MuMe toe te voegen; ook de tweede cd blijkt er eentje die ik steeds weer opzet.

» details   » naar bericht  » reageer  

Orchestral Manoeuvres in the Dark - The Best of OMD (1988) 4,0

Alternatieve titel: In the Dark, 15 juli, 20:42 uur

Een aangename opsomming van singles, dat is wat het Orchestral Manoeuvres in the Dark met The Best of OMD opdient. Synthesizerpoppioniers, vernieuwers binnen new wave én makers van keurige popsingles.

Niets is veranderlijker dan een mens, zoals mijn moeder placht te zeggen: waar ik vroeger mijn neus ophaalde voor dit soort verzamelaars, zit ik er nu anders in.
Met z'n 18 tracks is de cd misschien een beetje te veel van het goede, maar die eerste singles waren toch echt hartstikke lekker met bovendien invloeden van Kraftwerk. Toch is ook het latere werk verre van onaardig, bij dit alles klaagt en jammert de stem van Andy McCluskey aangenaam en tegelijkertijd is het helemaal niet droevig. Dat is toch knap.

Aan cd's ben ik pas relatief laat begonnen, ik vond het kleine formaat helemaal niks. Zonde van de hoezen. Wist niet meer dat ze destijds zo duur waren, maar inderdaad... Vier tientjes, herinner ik me dat goed? Terwijl een LP zo'n 23 guldens kostte.
Voordeel van het medium is dat er in dit geval twee 12"es op passen, te weten We Love You en La Femme Accident, beide aan het slot gezet. En wat was nou ook alweer het verschil tussen Joan of Arc (bij ons geen hit) en Maid of Orleans (bij ons een grote hit), vroeg ik me af. Ik weet het weer!
Gaandeweg valt op dat OMD geleidelijk steeds meer pop inpaste, tot zwoele saxofoon toe en dan werd het gedurende de jaren '80 toch wat minder opwindend. Al met al een aangename verzamelaar.

» details   » naar bericht  » reageer  

Mouth Ulcers - Silent Pictures (2026) 4,0

15 juli, 16:21 uur

Aangetrokken door bovenstaande berichten ben ik eens gaan luisteren. Extra aanlokkelijk is dat ik met dit warme weer wel zin heb in een grijze lucht met liefst ook wat motregen.

Gedurende zeven nummers, ze duren vrij kort, trekken inderdaad grauwe wolken over en dat bedoel ik positief. De muziek is niet vernieuwend, je zou op zure toon kunnen beweren dat alle clichés langskomen. Maar zang- en gitaarlijnen zitten goed in elkaar, de nummers zijn allemaal uptempo, de kenmerkende drumpatronen meppen aangenaam door en, zoals een collega goedkeurend opmerkte, "het is niet te zwaar." Vier sterren, een bandje om te gaan volgen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Foreigner - The Very Best Of (1992) 3,5

14 juli, 21:23 uur

Wie van adult oriented rock houdt, kan niet om Foreigner heen. Kwam dit The Very Best of onlangs goedkoop tegen en met nummers als Cold as Ice heb je een klassieker te pakken. Jammer dat die andere klassieker Love on the Telephone ontbreekt, het zijn nummers die mij als prille tiener de oren openden voor scheurende gitaren en tegelijkertijd biedt het hapklare radiomuziek uit die dagen.
Naast de hits kon de groep in de begintijd nog volop als een vrij doorsnee jaren '70-rockgroep klinken, getuige Starrider, desondanks een zeer aangenaam nummer. De stem van Lou Gramm weet de muziek steeds weer naar een extra hoog niveau te tillen.

De puberachtige machoteksten die soms opduiken, doen inmiddels wel iets af aan de pret, getuige Hot Blooded, Dirty White Boy (maar wát een lekkere riff!) en Women. Als puber had ik daar overigens geen enkel probleem mee, ik vond het juist stoer.
Als in de jaren '80 de groep is teruggebracht tot een kwartet en groepsbaas Mick Jones de toetsen ontdekt, gaat dat ten koste van de gitaar. Met nummers als ballade I Want to Know What Love Is en That Was Yesterday heb ik daarom minder, al blijven het natuurlijk kneiters van hits. Say You Will bevalt daarentegen nog erg goed, al krijg ik nooit de vlinders die ik met Cold as Ice en het ontbrekende Love on the Telephone wél heb. Hoor ik die, dan gaat de muziek als vanzelf harder.

Goed, maar eens opletten of ik eveneens voor een prikkie een verzamelaar van de groep tegenkom met dat laatste nummer er óók op.
Nog maar afgelopen maart verscheen een nieuwe videoclip van I Want to Know What Love Is met daarin ex- en huidige leden (inmiddels speelt geen origineel groepslid meer in Foreigner!), leuk om te zien. En er is natuurlijk het prima soloalbum Released van Gramm dat enkele maanden geleden verscheen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Guten Morgen, Deutschland (1989) 4,0

13 juli, 19:23 uur

9 november 1989 was in Nederland een grijze motregendag, maar in Duitsland scheen voor menigeen de figuurlijke zomerzon. Het was de dag dat de (Berlijnse) Muur viel en daarmee het IJzeren Gordijn, die scheiding bracht tussen het kapitalistische westen en het communistische oosten.
Onlangs kwam ik in een platenzaak dit Guten Morgen, Deutschland tegen, uitgebracht naar aanleiding van die gebeurtenissen en nog datzelfde jaar uitgebracht via compilatielabel Polystar. Aan het logo op de voorzijde te zien met steun van boulevardkrant Bild, dat daarmee "Soforthilfe für die Kinder aus der DDR" wilde bieden. Het lijkt me sterk dat DDR-kinderen die nodig hadden, er was immers geen hongersnood of iets van dien aard. Stemmingmakerij of doorgeslagen euforie om de onverwachte hereniging van beide Duitslanden?
Toch is dit een opvallende plaat, al is het maar omdat hij zo snel na de val in de winkels lag. Eveneens opvallend is dat op iedere plaatkant maar liefst acht nummers zijn geperst. Het exemplaar dat ik aanschafte, werd blijkens een sticker gekocht bij postorderwinkel Bücherbund voor slechts DM 9,90.

Qua muziek klinken namen uit zowel de BRD als de DDR. Geopend wordt door de West-Duitse rockcoryfee Udo Lindenberg met Sonderzug nach Pankow, over de wijk in Oost-Berlijn. Daarna de Oost-Berlijnse groep Karat met Der blaue Planet, gevolgd door Nena's overbekende 99 Luftballons en de ballade Über sieben Brücken mußt du geh'n van die andere West-Duitse coryfee Peter Maffay. Het werd geschreven door twee leden van Karat, dezelfden van het tweede nummer op deze verzamelaar.
Dan Berlin, Berlin van John F. und die Gropiuslerchen: drumcomputer en samples uit toespraken van politici maakten destijds een hit, die met Kerst '89 de (West-)Duitse hitlijst betrad en in januari '90 twee weken #29 zou staan. Het wordt gevolgd door het vinnige Neue Männer braucht das Land van de Ina Deter Band, in 1982 of '83 in Nederland een radiohitje én een favoriet van mij.
Dan poprock van DDR-groep Puhdys met Ich will nicht vergessen en het iets snellere Wunderkinder van BRD-burger Heinz Rudolf Kunze.

Kant 2 opent met Deutschland ist, waarin West-Duitser Günter Gabriel menig regio van Duitsland kort beschrijft; schlagerpop voor een breed publiek. Daarna pittige rock van zanger-acteur en BRD-ingezetene Rio Reiser met König von Deutschland, een nummer dat in 2003 en '05, hij is dan inmiddels overleden, een hit zou worden voor andere namen.
Pakkend is Schatten an der Wand van de Jule Neigel Band; de zangeres werd in de Sovjet-Unie geboren en emigreerde op driejarige leeftijd met haar ouders naar West-Duitsland. Ze brengt met haar groep stevige poprock. Dan de rockballade Wir wollen doch einfach nur zusammen sein (Mädchen aus Ost-Berlin), de tweede maal dat Udo Lindenberg een plek krijgt op deze compilatie, deze keer met een oud nummer uit 1973.
Rock-met-viool van City uit Oost-Berlijn. Hun Am Fenster uit 1977 duurt bijna zeven minuten en bevat een lang instrumentaal deel. Het is met meer dan 10 miljoen verkopen het grootste DDR-succes in West-Duitsland geweest, reden om de groep een plek te geven in het DDR-Museum in Berlijn. Bij Frühling in Berlin van Oostenrijker Rainhard Fendrich klinkt weer de productie van de jaren '80, oftewel rock met de nodige toetsen en drums met enig effect op z'n Phil Collins'.

Het slot is voor twee namen van DDR-origine. Eerst Silly met het sterke en slepende Mont Klamott (mooi gitaarspel!) uit 1983 en ten slotte Nina Hagen met Michail, Michail (Gorbachev Rap) waarop ze in het Russisch begint en al rappend de Russische roerganger bezingt met de vrolijke gekte haar eigen.
Op YouTube vond ik deze korte docu over de val van de muur; perfect om de sfeer waarin deze elpee/cd verscheen te plaatsen. Een compilatie waarvan de som der delen méér is dan alleen de liedjes: een tijdcapsule.

» details   » naar bericht  » reageer  

Foo Fighters - Concrete and Gold (2017) 3,5

10 juli, 10:34 uur

Gemopper van mijn kant bij Foo Fighters' The Colour and the Shape, waarna vielip mij Sonic Highways en deze aanraadde. Die eerste beviel goed en ook dit Concrete and Gold blijkt beter. Ik luister via streaming en qua de productie van Greg Kurstin valt mij niets negatiefs op: transparant en heavy, helemaal goed.

Ik zal niet de eerste zijn die Run het allerbeste nummer vind met die aparte groove in het harde deel en Dave Grohls snerpende zang in de uithalen. Bij fietstochten naar en van de zaak vielen meer muziekjes op. Ten eerste het slepende The Sky Is a Neighborhood. Dan het van digitale componenten voorziene La Dee Da, verrassend genoeg prima passend bij deze gitaarband; opnieuw een nummer met een heftige climax.
Het akoestische en uptempo Dirty Water heeft een bepaalde jaren '60 - '70-sfeer, lekker tussen alle decibellen. Arrows werkt degelijk naar de climax toe en gaat na herhaald afspelen alsnog spetteren; een nummer dat kennelijk tijd nodig heeft. Twee nummers verder blijkt The Line een popliedje in rockjasje: sterke melodie en aangename variatie.

Met de overige nummers heb ik dus minder; daarbij het akoestische en ontspannen Happy Ever After (Zero Hour) en het psychedelische rock ademende titellied Concrete and Gold. Het modern-klassieke pianospel in het slot van Sunday Rain is overigens héérlijk als contrast op deze gitaarplaat. Juist door de productie vind ik echter ook de mindere nummers aangenamer dan het meeste op The Colour and the Shape. Al met al een 7,5 voor Beton en Goud.

» details   » naar bericht  » reageer  

Europe - 1982-1992 (1993) 4,0

7 juli, 22:08 uur

Na zestien jaar weer eens een berichtje bij verzamelalbum 1982 - 1992 van Europe. Een compilatie als deze heeft twee voordelen. Ten eerste de bonustracks, in dit geval I'll Cry for You in een akoestische versie, het tot dan nimmer verschenen Sweet Love Child met fraaie gelaagde zang, en Yesterday's News, in '91 B-kant van single Prisoners in Paradise. Dat laatste nummer staat hier overigens ook op en valt op met z'n invloeden van Queen in zowel koortjes als gitaargeluid.
Tweede voordeel is dat de mix van de diverse tracks aan elkaar werd aangepast, waardoor de contrasten tussen de diverse albums niet al te groot zijn. Althans, dat vermoeden heb ik met de muziek van vóór The Final Countdown, tracks 1 tot en met 6.

Het boekje geeft de nodige informatie met aantekeningen bij ieder nummer van zanger Joey Tempest, drie pagina's met de bandgeschiedenis in een notendop, een overzicht van de diverse bezettingen en natuurlijk de nodige foto's. Daarbij een mij onbekende livefoto van oorspronkelijke drummer Tony Reno, die in 1984 door de manager werd ontslagen buiten medeweten van de andere leden, vervolgens opdook bij Geisha en nadien in de ICT zou zijn gaan werken.

Vanaf track 1 valt me op hoe goed John Norum al soleert, dan nog helemaal in de voetsporen van Ritchie Blackmore en Michael Schenker. Diens vervanger Kee Marcello brengt vanaf track 12 Superstitious zijn eigen geluid en stijl, meer richting shredding maar nog altijd passend bij Europe, dat inmiddels zijn NwoBhm-wortels was ontgroeid. Sterker nog, zijn invulling past eigenlijk beter bij de hardrock die Europe dan inmiddels speelt.
Een plezierige verzamelaar, waarop begrijpelijkerwijs ook de ballades staan, waar ik minder mee heb. Liever het vroege werk of het explosieve Ready or Not of het groovende Yesterday's News! Het zou het laatste album van Europe blijven tot de donkere terugkeer in 2004 met Start from the Dark, met Norum weer aan boord.

Eind september dit jaar verschijnt een nieuwe Europe, tegelijkertijd leuk dat ik onlangs dit 1982 - 1992 tegenkwam. Veel leuker dan ik voorheen aannam.

» details   » naar bericht  » reageer  

Die Toten Hosen - All die Ganzen Jahre: Ihre Besten Lieder (2011) 3,0

7 juli, 20:19 uur

Toen ik in 2017 single Wannsee van Die Toten Hosen ontdekte, schafte ik album Laune der Natur aan mét dit All die Ganzen Jahre: Ihre Besten Lieder, om zo hun muziek van voordien te ontdekken. Die laatste viel toen wat tegen.

De voorbije dagen heb ik het album zowel op de gewone volgorde afgespeeld als op chronologische, dus van 1983 naar 2011. Op die laatste manier hoopte ik hun ontwikkeling te volgen. Voor zover ik kan nagaan, heeft de punkgroep na debuut Opel-Gang (track 9), waar muziek in het voetspoor van de eerste Britse punklichting klinkt, het geluid al snel verbreed. Al weet ik dat niet zeker: op deze compilatie zijn niet alle albums vertegenwoordigd en van andere klinken juist meer tracks.
Wat er dan als favorieten komt bovendrijven: track 1 Auswärtsspiel, 3 Wünsch dir was met een verrassende hoop-op-een-betere-wereld-tekst, 4 Hier kommt Alex, mede dankzij de feelgoodtekst 5 Steh Auf, Wenn du Am Boden Bist, het steviger 8 Bonnie & Clyde, het felle 11 Strom, het kalmere 16 Freunde en het Engelstalige 18 Pushed Again. Acht van de tweeëntwintig tracks, een magere score.

Vanaf track 19 klinken grappig bedoelde nummers, maar ik kan kan niks met die meligheid. Daarbij blijken Die Toten Hosen getuige Bayern tegen die voetbalclub, al is onduidelijk waarom.
In het boekje veel foto's van door de jaren heen, met op de achterzijde in trefwoorden de historie van de groep. Daarvan leer ik dat de Düsseldorfers ook in de DDR optraden. Illegaal uiteraard, want de communistische overheid had het niet op kapitalistische herriepunk. Toch leuk, zo'n stukje geschiedenis.

» details   » naar bericht  » reageer  

Nancy Wilson - Baby Guitars (2009) 3,5

7 juli, 13:42 uur

Nancy Wilson is bekend als gitariste en tweede zangeres van de Amerikaanse (Seattle) rockgroep Heart. Op dit instrumentale en akoestische album beperkt ze zich tot de snaren, vergezeld door gitarist Craig Bartock en harpiste Debbie Shair.
Het idee voor Baby Guitars ontstond toen een vriendin moeder werd. Ondertitel Acoustic Instrumentals for babies to fall asleep to benadrukt met de hoestekening dat het hier gaat om slaapliedjes voor de allerkleinsten, wat me echter bij beluistering niet was opgevallen. Wél was spoedig duidelijk dat de sfeer rustig blijft en daarmee rustgevend. In mijn geval niet om in slaap te vallen, maar om enkele administratieve taken op de zaak te vervullen. Soms moest ik denken aan de akoestische delen op die fameuze eerste elpees van Heart, waar gespeeld werd met muzikale contrasten. Hier echter géén scheurende gitaren.

De bijdragen van Debbie Shair op harp verfraaien één en ander. Op die momenten zijn er overeenkomsten met de harpfolk van Française Cécile Corbel. Een verrassende aanpak, geschikt voor bij concentratieklusjes en tevens leuk om cadeau te geven aan iemand met kleine kinderen. Tegelijkertijd aantrekkelijk voor hen die van klassieke gitaarmuziek en/of folk houden.

» details   » naar bericht  » reageer  

Ann Wilson & Tripsitter - Another Door (2023) 3,5

7 juli, 11:43 uur

Ann Wilson is sinds 1976 een begrip als zangeres van Heart, de groep met haar zus Nancy. De weg die de groep aflegde kende hoogte- en dieptepunten, wat echter altijd tot minimaal redelijke albums leidde en vaker tot sterk werk. Nu Heart het de laatste jaren rustiger aandoet, is er tijd voor solowerk. Another Door is haar vierde soloalbum, de tweede met eigen werk én de eerste met haar eigen groep.
Naast muziek is er een documentaire over haar gemaakt, zie hier een interview met regisseuse Barbara Hall en daar de trailer.

Bijkomend voordeel van deze levensfase is dat de druk van de muziekindustrie nagenoeg ontbreekt. Gewoon muziek maken waar je je goed bij voelt. In dit geval met de groep Tripsitter met daarin gitaristen Paul Moak (tevens toetsen) en Ryan Wariner, bassist Tony Lucido en drummer Sean Lane. Bovendien leverde gitarist/pianist Tom Bukovac de nodige bijdragen. Anders dan bij Heart ontbreekt Nancy en bovendien is de inbreng van Ann groter, waarbij ze de muziek schreef met de groep, overigens niet te verwarren met Tripsitter uit Tirol.
Kortom, Ann Wilson met Tripsitter is een geheel nieuw hoofdstuk. Ontkomen aan de vergelijking met Heart lukt mij echter niet: in de bijna vijftig jaar dat Magic Man en Crazy on You mij bekend zijn, zijn die nummers mét haar stem bijna in mijn genen geïmplanteerd...

De laatste albums van Heart pakten me niet zo. Dat is hier beter, al waren er enkele draaibeurten voor nodig. Zo is de kalme opener Tripsitter niet mijn gedroomde aftrap, ook niet na vaker draaien. Boeiender is track 2 This Is Now, al vond ik ook dat nummer aanvankelijk te kabbelend. De melodielijnen overtuigen gaandeweg en de dromerige rock heeft een zekere jaren '70-sfeer.
In Rain of Hell wordt robuuste rock afgewisseld met ingetogen coupletten, waarin Wilsons stem floreert. Het rauwe randje is fraai én ze kan nog steeds de hoogte in.

Mijn favoriet is het vlotte én ontspannen Stranger in a Strange Land, met veel toetsen en lange gitaarlijnen. Alsof de aor-Heart alsnog een doorstart krijgt. Steviger is het eveneens uptempo Waiting for Magic, één van de nummers die over groeicapaciteiten beschikt.
In Ruler of the Night echo's van Hearts rockende jaren '70, mede dankzij haar - verrassing! - dwarsfluitspel. Het wordt gevolgd door de akoestische gitaarballade Still met daarin een cello, fraai opbouwend naar een climax. Met Rusty Robots trappen Wilson en de gitaristen zowel gas- als effectpedaal in.
What If is overtuigender dankzij een sterkere melodie, het midtempo Little Things bevat de nodige piano plus een fraai huilende gitaarsolo, slotlied Miss One and Only sluit kalmpjes maar niet pakkend af.

Enerzijds is Another Door tijdloos, anderzijds als een meer ontspannen vervolg op Hearts grunge-/Seattle-invloeden van de laatste albums. Dat geldt ook voor de productie, waarbij soms iets terugklinkt van Wilsons jaren '70 en '80.
In 2024 maakte Wilson bekend dat ze met goed resultaat een kankerbehandeling had ondergaan. Onlangs werd ze alweer 76, maar de geraniums lokken niet. In augustus volgen nieuw werk én een tournee met Tripsitter. Laat ik in de tussentijd de twee soloalbums van zus Nancy eens afspelen, om te beginnen Baby Guitars uit 2009.

» details   » naar bericht  » reageer  

Ann Wilson - Immortal (2018) 3,0

2 juli, 23:42 uur

Elf jaar na haar solodebuut Hope & Glory bracht Ann Wilson Immortal uit, opnieuw een coveralbum. Zij brak in 1976 wereldwijd door als zangeres van Heart, de groep met haar zus Nancy. In de jaren '80 beleefden ze opnieuw hoogtijdagen, dan met aor-achtige (hard)rock. Misschien nog belangrijker is dat ik geen rockvocaliste ken die beter zingt dan zij.
Haar soloalbums had ik gemist, het was Hans Brouwer die me vorige week tipte. Tot dusver slechts vier sterren en geen berichten voor Immortal? Dit verdient méér!

Anders dan op Hope & Glory gaat het hier niet de kant van folk, country en/of Americana op. Dit is een elektrisch album en als producer keert Mike Flick terug, degene die van 1976 tot en met 1981 bij de knoppen zat voor de elpees van Heart.
Opnieuw zijn de covers een kwestie van 'lekker' tot 'mwah'. Dat ik opener You Don't Own Me ken, oorspronkelijk van Leslie Gore maar bij ons bekend als André Hazes' Zeg maar niets meer, is een handicap. Dat ligt aan mij, want met gastgitarist Warren Haynes van The Allman Brothers en Gov't Mule klinkt bijna doommetal, alsof Tony Iommi meedeed.
Akoestische rock op het ontspannen I Am the Highway van Audioslave, waarna Haynes terugkeert voor de blues van Tom Petty's Luna. Verrassend is de keuze van Wilson voor David Bowies I'm Afraid of Americans, de eerste keer dat ik echt wordt gepakt; ze zingt het verbeten, een donker scheurend nummer.
Dan vierkante rock in Politician (Cream) en een heel andere muzikale richting met Leonard Cohens A Thousand Kisses Deep, waar Ben Mink assisteert en ontspannen jazz met de nadruk op piano klinkt. Van de Eagles is Life in the Fast Lane; Wilsons versie pakt niet.

In het slot een drietal verrassende keuzes. Eerst een ingetogen, orkestrale aanpak van Back to Black van Amy Winehouse. Een gedurfde aanpak en geknipt voor Wilsons stem, die wederom wordt gesteund door Ben Mink. Dan A Different Corner van George Michael, dat een bijna zwevend slot krijgt, een ingetogen versie geschikt voor bij een glas wijn met kaas. Diezelfde durf is er dankzij een synthesizeraanpak met stevige gitaren bij Baker Street van Gerry Rafferty. Twijfelde ik bij de vorige twee nummers, hierbij weet ik zeker dat Wilsons versie me niet zal pakken.

Lef om te verbouwen heeft Wilson zeker, maar lang niet alles pakt me en ik mis de akoestische benadering. Is tegelijkertijd een kwestie van smaak, mede afhankelijk van hoeveel je met de originelen hebt.
Vier jaar later volgde Fierce Bliss, deze keer met eigen werk. Ik zie nu pas dat ik die toen al beschreef en dat ik kennelijk opnieuw enige reserves had. Laat echter vooral de eigen oren oordelen: een stem als die van Ann Wilson, daar is er maar één van! Daarom door naar Another Door uit 2023, dat ze opnam met Tripsitter.

» details   » naar bericht  » reageer  

Foo Fighters - Sonic Highways (2014) 3,5

2 juli, 23:06 uur

Naar aanleiding van vielips tip bij het tegenvallende The Colour and the Shape heb ik dit Sonic Highways eens uitgeprobeerd. Ik kende hiervan Something from Nothing, die ik na forum rond Greatest Hits of Foo Fighters in een afspeellijst zette. En het schoot me te binnen dat ik de cd destijds als verjaardagscadeau heb gegeven aan een zoon van vrienden.
In 2014 heb ik 'm niet beluisterd, wel viel de hoes me op. Deze dagen leerde ik dat hierop gebouwen zijn te zien in de diverse steden waar dit album met de nodige gastmusici werd opgenomen. Dit naar aanleiding van een serie docu's. Levert die aparte aanpak inderdaad een beter album op? Kortweg: ja.

Wat me deze dagen opviel, is dat het album het beter onderweg doet dan in de huiskamer. Something from Nothing is een goed voorbeeld daarvan, zeker met de versnelling op 2/3. Opgenomen met Rick Nielsen van Cheap Trick. Ook het felle The Feast and the Famine kan me bekoren en nog beter is Congregation, dat ik aan mijn afspeellijst zal toevoegen. Het heeft gitaarlijnen in jaren '70-sfeer, erg fraai. Iets dergelijks gebeurt bij tweeluik What Did I Do? / God as My Witness, waar de heren net als bij het vorige nummer opnieuw enkele religiositeit tentoonspreiden. Een kant van ze die ik niet kende.
Dan de lekkere riff van Outside met oudgediende Joe Walsh; ik ken hem van solowerk en de Eagles. Opnieuw enkele jaren '70-rock in het gitaarspel; met die kleine echo erin lijkt het warempel wel op Blue Öyster Cult.
Met de drie laatste nummers heb ik minder. Het orkest in het slot van I Am a River, mogelijk mede vanwege de samenwerking met producer Tony Visconti (David Bowie, Thin Lizzy en zijn CV is véél langer) is op zich aangenaam.

Twee echte uitschieters te weten Something from Nothing en Congregation en drie, vier nummers die er ook mogen zijn. Dat is een pak beter dan de FF-cd die ik in de kast heb staan. Tweede tip van vielip: Concrete and Gold.

» details   » naar bericht  » reageer  

Brazen Abbot - Eye of the Storm (1996) 4,0

2 juli, 07:08 uur

Hans van den Heuvel schreef in '97 niks verkeerd in zijn recensie van Eye of the Storm van Brazen Abbot, zie mijn bericht van 25 juni. De overeenkomsten met Deep Purple en Rainbow zijn duidelijk, vooral het Rainbow van de jaren '80. Uit die periode wist bandleider en gitarist Nikolo Kotzev zanger Joe Lynn Turner binnen te hengelen. Die zingt vooral op de eerste helft: Eye of the Storm, Twist of Fate, Line of Fire en The Road to Hell. De riff van Twist of Fate lijkt sterk op die van Rainbows The Spotlight Kid en dat bedoel ik als een compliment, want gaandeweg gaat shredder Kotzev in zowel compositie als solo zijn eigen kant op.

Göran Edman staat bij de microfoon in nummers die meer de kant van aor opgaan. Nét iets kalmer en melodieuzer: Fool in Love dat langzaam en fraai bombastischer wordt, Everything's Gonna Be Alright met toetsensolo voor Mic Michaeli, Common People en (het naar de film vernoemde?) Restless in Seattle met een akoestische gitaarsolo en I'll Be There for You. Soms moet ik qua stem aan Glenn Hughes denken, zoals in Restless in Seattle.

Thomas Vikström is zanger op het stoempende Wake Up Everybody en mijn derde favoriet van dit album Highway Cindy. De zangers worden weggestuurd voor een glas thee of havermelk tijdens Devil's Allegro, waar Kotzev zijn snelheid op de zes snaren etaleert. De man speelt trouwens ook viool, wat hij laat horen op het snelle The Road to Hell, waar hij zowel op viool als gitaar soleert.

Toen het IJzeren Gordijn afbrokkelde bleek er daarachter een grote groep hardrockende liefhebbers rond te lopen, waarbij het nodige talent. De Bulgaar Kotzev is daarvan een duidelijk voorbeeld. Dat hij maar liefst drie leden van het toen nog gesneuvelde Europe aan zich wist te binden, is veelzeggend.

» details   » naar bericht  » reageer  

Editors - An End Has a Start (2007) 4,5

1 juli, 23:17 uur

Vorige week beschreef ik bij debuut The Back Room hoe ik Editors ontdekte. Het nummer waarmee dat gebeurde is tevens het titelnummer van An End Has a Start.
Pas toen ik de beste nummers van beide cd's op één cd'tje brandde voor een compilatie-voor-onderweg viel me op dat de productie van dit tweede album voller is ten opzichte de eersteling. En was die al goed, deze overtrof 'm, waar veel groepen op hun tweede album nogal eens tegenvallen.

Alleen al opener Smokers Outside the Hospital Doors... De voorbije twaalf jaar ben ik - helaas - veel op bezoek in ziekenhuizen geweest en altijd weer stonden ze daar. Driemaal raden welk liedje ik op weg naar huis in het hoofd had? Als ik vanavond An End Has a Start draai, lang niet gedaan, komt het onmiddellijk weer enorm binnen: de urgentie in alleen al die sobere toetsen in in- en uittro, de Joy Divisionaanse doomwave, de melancholie, de tekst die in 2007 een stukje van mijn leven verwoordde...

Teder is The Weight of the World, waar de gitaarlijnen van Chris Urbanowicz zo fraai zingen, waarna hij hetzelfde kunstje flikt in het uptempo Bones, opnieuw in combinatie met de denderende ritmesectie Russel Leetch - Ed Lay en de melancholieke zang van Tom Smith.
When Anger Shows is midtempo met toetsen en drukke percussie plus alweer zo'n sterke melodie en een tekst uit het leven gegrepen, gevolgd door de volgende klassieker, deze keer The Racing Rats.

De vier laatste nummers zitten minder in mijn brein gebeiteld, maakten kennelijk minder indruk. En nu? Push Your Head towards the Air is kalm-fraai, Smiths stem past ook daar goed bij. Midtempo en stevig is Escape the Nest, melancholie domineert in het fraaie Spiders, waarna piano Well Worn Hand opent, een nummer dat het album in kalmte afsluit.

Eén ding vond ik minder aan dit album: het boekje erbij had wel wat rijker gemogen en tegelijkertijd paste het wel bij deze terugkeer van een genre dat wel uitgestorven leek. Vervolgens ontdekte ik stijlgenoten als Interpol en The National, maar de impact van de Editors op mij, dáár konden zij nooit aan tippen.

Vanavond stond Tom Smith niet ver bij mij vandaan solo te zingen. Ik fietste vanmorgen en vanavond langs de de zaal op weg naar en vanuit de zaak, druk met een jaarlijkse werkpiek: ik ben één van The Racing Rats. Hopelijk kom ik morgen een concertrecensie tegen, ben benieuwd. Ondertussen weet ik wél weer waarom dit An End Has a Start 19 jaar geleden (zo lang geleden alweer?!) zo binnenkwam.

» details   » naar bericht  » reageer  

Ann Wilson - Hope & Glory (2007) 3,5

30 juni, 23:54 uur

Afgelopen zaterdag vroeg Hans Brouwer mij bij de Sex Pistols: "Is er nou ook een band of artiest te noemen waar je je neus voor optrekt?" en elders tipte hij mij over de soloalbums van Ann Wilson van Heart.
Wel, het blijkt dat ik bij haar eerste solowerk tegen muziek aanloop waarmee ik zijn vraag helder kan beantwoorden.
Hope & Glory is een coveralbum waar de dame met de gouden strot enkele van haar favorietjes voor eigen plezier opnam. Hartstikke leuk, het geeft ons een indruk van haar platenkast en invloeden. Ik hoor een wijde muziekhorizon met namen waar ik meer of juist minder mee heb. Zo beantwoord ik meteen Hans' vraag.

In de categorie 'minder' (waarschuwing, ik ga op tenen staan!): Goodbye Blue Sky, oorspronkelijk van Pink Floyd, hier met Nancy Wilson; Where to Now St. Peter? van én met Elton John; Immigrant Song van Led Zeppelin (fantastisch nummer, maar niet in dit nieuwe jasje en ik mis de drijvende drums van John Bonham); Isolation van John Lennon; en Hard Rains a Gonna Fall van Bob Dylan. Dat Rufus Wainwright en Shawn Colvin aan die laatste meedoen, helpt geen mallemoer.

In de categorie 'smakelijk' klinkt meestal Americana/country: Jackson van Lucinda Williams met k.d. lang; steviger is We Gotta Get Out of This Place van The Animals met met Wynonna Judd van The Judds; Darkness Darkness van The Youngbloods met wederom zus Nancy; Bad Moon Rising van Creedence Clearwater Revival/John Fogerty, hier met met countryzangeres Gretchen Wilson.
War of Man van Neil Young krijgt in deze aanpak iets van Fleetwood Mac; met Alison Krauss, heerlijk! Het tweede nummer van The Youngbloods dat Wilson covert is countryrockballade Get Together met behalve Nancy en Judd ook Deana Carter. Stuk voor stuk nummers waarvan ik denk dat potjandosie hier ook wel enthousiast van wordt.

Hope & Glory sluit af met eigen compositie Little Problems, Little Lies, een kalm liedje geschreven met Ben Mink; een twijfelgevalletje.

Zie daar, vijf nummers van grote namen waar ik - op Zeppelin na - niet van houd en zes die ik goed tot uiterst sterk vind, plus eenmaal eigen werk dat ertussenin zit. Een kwestie van persoonlijke smaak. Tegelijkertijd is het hartstikke fijn dat de veterane een album maakte voor zichzelf. Wilsons volgende soloplaat was Immortal van elf jaar later.

» details   » naar bericht  » reageer  

Die Toten Hosen - Laune der Natur (2017) 4,5

Alternatieve titel: Learning English Lesson 2, 29 juni, 19:37 uur

Op zomervakantie in Duitsland in 2017 klonk op SWR 3 muziek van Die Toten Hosen, een groep die ik alleen van naam kende. Singles Wannsee en Unter den Wolken bevielen me heel goed en terug in Nederland besloot ik cd Laune der Natur plus een verzamelaar met ouder werk te kopen.
Urknall doet als opener wat het belooft en laat de punkwortels van de groep horen, wortels die van tijd tot tijd terugkeren. Iets kalmer maar nog altijd scheurend is Alles mit nach Hause. Dan de midtempo rockreggae van Wannsee met z'n ijzersterke refrein en het pompende Unter den Wolken, waar de stem van Campino (ze doen niet aan voor- én achternaam) excelleert. Met zijn geluid en de heldere productie was ik definitief onder de indruk van dit album.

Pop & Politik is een ironische aanklacht tegen teksten met inhoud: "Wir spielen unsere Lieder - wir gehen nicht aus dem Weg - Mit unseren Kommentaren - Zu pop & Politik - Die keiner hören will." In Laune der Natur opnieuw scheurende rockreggae en een meezingrefrein.
Waar ik normaal niet van dit soort popinvloeden in rock/punk houd, werkt dat hier goed, zo bewijst ook het charmante papapapaaaa-papapa in Energie. Dan wordt het voor eenmaal te meezingstadionrock in Alles Passiert, al is het orkest hierin niet verkeerd.

Die Toten Hosen blijken een geoliede machine met de nodige variatie, waarbij hun eigen stevige geluid bewaard blijft. De tweede helft start met 'n vleugje country in het uptempo Die Schöne und das Biest. Het gevoelige Eine Handvoll Erde bezingt overleden manager Jochen Hülder, zo vertelt het cd-boekje, gevolgd door het ijzerksterke en stevige Wie Viele Jahre (Hasta la Muerte).
De dood zit ze op de hielen in ICE nach Düsseldorf. Ingetogen met mandoline en ijle toetsen is het weemoedige Geisterhaus, een heerlijke riff in Lass Los, om ten slotte hun overleden drummer Wölli te gedenken in Kein Grund zur Traurigkeit. Het nummer staat ook op diens soloalbum uit 2011 en is akoestisch in de sfeer van Johnny Cash' sessies met Rick Rubin.

Een album met een lach en een traan en vooral veel energie en sterke, luide (punk)rock. Inmiddels heb ik de recent verschenen opvolger in bestelling staan (mét de nieuwe Deep Purple) en in de tussentijd gaat de genoemde verzamelaar in de speler, eentje die me destijds minder beviel. Hoe is dat negen jaar later?

» details   » naar bericht  » reageer  

Compulsion - Comforter (1994) 4,0

29 juni, 18:37 uur

Compulsion en Comforter, een album dat ik beluisterde omdat ik van Roxy6 een recensie uit Oor (Pieter van Adrichem) kreeg, die nieuwsgierig maakte. Deze noteerde al bij verschijnen de namen Therapy?, The Pixies en Nirvana als referenties van het Ierse Compulsion (met Nederlandse drummer Jan-Willem Alkema), "een debuut zoals er per jaar één, misschien twee langskomen" én "een flink arsenaal aan frisse energie, sterke songideeën en dito melodieën" plus "in de persoon van ene Josephmary ook nog eens een lekkere schreeuwlelijk". En dus zat Comforter in de oortjes op de fiets uit het werk.
Wat mij opviel was dat de riffs zo lekker zijn. Al helemaal als ik het vergelijk met The Colour and the Shape van Foo Fighters, dat ik gisteren weer eens in de speler stopte. Zoals Compulsion hier deed, zó kan het ook!

Tussen stevige en extra ruige (Yancy Dangerfield's Delusions) muziek zitten bovendien twee instrumentale nummers. Late Again en Dick, Dale, Rick and Ricky helpen niet alleen om ter variatie even de voet van het gaspedaal af te halen, op zichzelf zijn ze ook zeer aangenaam. Zeker de tweede met z'n verrassende koortjes en de referenties van gitarist Garret Lee naar vakgenoot Dick Dale. Alleen slotnummer Jean Could Be Wrong is met z'n herhaling te lang voor de bijna zes minuten die het krijgt.

Compulsion opereerde inmiddels vanuit Londen en de Britse pers deelde ze in bij de New wave of British new wave. Ik houd het op post-grunge, zoals we ook de term post-punk hanteren. Fijn, zo'n oude recensie als tijdcapsule!

» details   » naar bericht  » reageer  

Moby - 18 (2002) 4,0

28 juni, 22:51 uur

Deze avonden pluk ik wat verstofte cd's uit de kas. Veel muziek uit de jaren '90 en '00 ontdekte ik pas veel later in een periode dat ik minder zin had in luide gitaren. Zo ook Moby, al had ik in 1995 een vriend die voor mij het kwartje liet vallen met album Everything Is Wrong en de cd/EP Hymn. Pas vanaf 2009 ging ik in Moby's latere werk duiken, nadat ik medio 2000 wel zijn succesalbum Play had aangeschaft.

Van zijn albums vind ik 18 één van de betere, ik sla 'm hoger aan dan Play. Veel nummers belandden op een lange, lange afspeellijst (mp3 op cd voor onderweg op vakantie, deels ook met remixen die niet op dit album staan). De conclusie die vigil in bovenstaand bericht trekt, is echter terecht. Een tweede strafpunt is er voor de microscopische lettering in het boekje.

Ik verdeel 18 in drie blokken. Eerste blok: verrassenderwijs zitten in We Are All Made of Stars gitaarlijnen alsof we Carlos Alomar bij David Bowie horen, waarbij Moby zelf zingt; In This World met emotionele zang van Jennifer Price, waardoor gospel in kalm dancejasje ontstaat via smeekgebed "Lordy, don't leave me - All by myself"; een pakkende pianoloop in In My Heart, uptempo met een solist van The Shining Light Gospel Choir, al is niet te vinden wie precies; verstild met digitale cello en de stem van zangeres Azure Ray is Great Escape.

In het tweede blok, te beginnen met track 5, meer melancholie. Van Signs of Love zette ik een instrumentale ambientremix op mijn compilatie, te weten Love of Strings van 18: B Sides. Op 18 de vocale versie met Moby die minder pakt, al heeft het een meditatief, newwaveachtig sfeertje als bij artiesten van het label 4AD.
Via One of These Mornings fraaie tristesse met Hammondorgel en zang van Patti LaBelle. Triphop in Another Woman met z'n omgedraaide drumsamples en zangeres Barbara Lynn; Fireworks klinkt als muzak bij een koikarpervijver; Extreme Ways werkt, ondanks Moby's aarzelende stem; toch liever de versies die hij voor de Bournefilms maakte. R&b in Jam for the Ladies, niet mijn kopje thee met MC Lyte en Angie Stone.
Liever de ambient van Sunday (The Day Before My Birthday) met gesampelde zang uit 1973 van soulzangeres Sylvia Robinson. Titelnummer 18 is instrumentaal op elektrische piano, kalm en introspectief, belandde ook op mijn zelfgemaakte compilatie.

Het derde blok begint in mijn beleving met track 13. Hier kakt de boel in. Sleep Alone heeft dankzij de gesampelde drums een jazzgevoel, maar niet van het soort dat ik waardeer, zeker niet als Moby weer mompelzingt; Freedom Bremner zingt popballade At Least We Tried, alweer over een relatiebreuk; in Harbour is niemand minder dan Sinéad O'Connor te gast, maar ondanks haar prachtige stem is dit het vierde kalme nummer op rij en de derde mindere achter elkaar.
Look Back In is wat plichtmatige chillhouse inclusief Moby's voorliefde voor strijkers; dankzij een ouderwetse housepiano wordt het dan toch uptempo in Rafters, niet spectaculair, wel okay - zang van Lorraine en Shauna Phillips, ongetwijfeld uit een koor geplukt. Hoor ik hen "Auf wiedersehn" zingen? Ingetogen black gospel en samples in het sterke slotlied I'm Not Worried at All met opnieuw The Shining Light Gospel Choir.

18 associeer ik met zon, zomervakanties en lange autoritten. Vanavond thuis paste het goed bij de eerste van die drie.

» details   » naar bericht  » reageer  

Foo Fighters - The Colour and the Shape (1997) 2,5

28 juni, 07:42 uur

Vorig jaar augustus-september speelden we op MuMe bij forum Greatest Hits de beste nummers van Foo Fighters. Ik volgde dit topic om te zien of ik me werkelijk zo vergiste. Waarin? Nou, dat ik hun muziek meestal zo matig vind.
Eens zien wat de tips van andere MuMensen zouden opleveren en wat spelleider Bonk mij zou leren. Van dit album belandden zo op een afspeellijst Monkey Wrench, My Hero en Everlong. Vanmorgen vroeg trok ik The Colour and the Shape uit de kast en vielen ook My Poor Brain, het Nirvana-esque Up in Arms en See You op, de laatste omdat het even niet is dichtgesmeerd met scheurgitaar.

Tegelijkertijd, het is nog steeds ofwel categorie 'aardig' ofwel 'ene oor in, andere uit'. De ronduit saaie opener Doll bijvoorbeeld: volstrekt overbodig, waarom niet meteen erin knallen met Monkey Wrench?
Foo Fighters heeft drie problemen. Ten eerste scheuren de gitaren weliswaar aangenaam, maar zijn pakkende riffs schaars. Ten tweede geldt die schaarste eveneens voor pakkende melodieën, wat onder meer bij het andere rustige nummer Walking after You blijkt. Te vaak zijn composities middelmaat. Ten derde is daar de stem van Grohl: als hij ingetogener zingt, pakt deze me niet.

Everlong eindigde bij het forum op #1. Dat snap ik dan weer wel, al had ik daar The Pretender neergezet. Wat ik geinig vind: de groepsfoto's in het boekje: geïnspireerd door Kraftwerk?
Voor mij zijn de Foo Fighters vooral voor een afspeellijst. Een compleet album als dit werkt te vaak op de gaapspieren, ook al is het een fantastische liveband, hebben ze vermakelijke videoclips, klinkt het studiowerk productioneel goed, kan Grohl lekker rauw uithalen en is zijn bio 'The Storyteller' sympathiek.

» details   » naar bericht  » reageer  

Editors - The Back Room (2005) 4,0

27 juni, 21:29 uur

2007. Vanaf de jaren '90 was er vooral veel nieuwe muziek langsgekomen waar ik minder mee had. Eigenlijk iets wat zich in de tweede helft van de jaren '80 al begon af te tekenen. En het leven ging door. Soms gewenst en dan weer ongewenst vroegen andere zaken dan muziek hun aandacht.
Muziek raakte enigszins op de achtergrond, al was dat mogelijk ook doordat mijn puberteit lang en breed voorbij was. Een zekere verzadiging wellicht? Hoe dan ook, mijn fanatisme om nieuwe muziek te ontdekken was behoorlijk getemperd, al ging het langzamerhand weer kriebelen.

Zo bekeek ik die zomer een reportage van Lowlands, waarbij in de aftiteling muziek klonk die mij omvér blies. Lang geleden dat ik dat zó beleefde, ik denk negen jaar eerder bij Sixteen Horsepower. Het bleek te gaan om An End Has a Start van de mij onbekende Editors. Mijn eerste associatie was met Joy Division en de vroege New Order: een soortgelijke tristesse met prachtige huilende gitaarlijnen en een diepe stem, zonder dat die er te dik op lag.
Op naar de Grote Stad, waar ik dat album en deze voorganger aanschafte. The Back Room dus. Cd's die ik veel draaide en er vervolgens een compilatie-cd van maakte. Hun muziek begeleidde mij menig kilometer in de auto in dezelfde tijd dat ik met terugwerkende kracht triphop ontdekte.

De honger naar muziek keerde inderdaad terug, wat meteen de paradoxale reden is dat Editors na enkele jaren weer op de achtergrond raakten; er was zoveel meer te ontdekken... Bovendien vond ik ze vanaf hun derde album In This Light and on This Evening minder pakkend.

Vanavond plukte ik The Back Room uit de kast en het was geníeten. Meer dan dat, terug komt hoe ik mij voelde in 2007. Favorieten zijn nog altijd instant-favoriet Munich met zingende gitaren van Chris Urbanowicz en opstuwende baslijnen van Russell Leetch; All Sparks met een tekst die als Tom Smith zingt "All sparks will burn out in the end" enkele droevige constateringen bovenbracht; Camera met z'n sobere toetsentapijt en dezelfde smart in mijn ziel blijkens de herhaalde regel "I just close my eyes as you walk out" ; Someone Says met gejaagd drumspel van Ed Lay en tegen het einde de fraaie wijze waarop Open Your Arms overgaat in de eenvoudige drumcomputer van Distance.

Echo's van mijn puberjaren in een nieuw jasje. De terminologie mocht zijn veranderd, er mochten sindsdien vele levenservaringen zijn bijgekomen, ik hoorde gitaarwave met een melancholie die lang uit de muziek leek te zijn verdwenen. Maar niet uit mijn hart. De herkenning was er onmiddellijk, mijn hart sprong op.

» details   » naar bericht  » reageer  

Morgenrot - Morgenrot (1979) 3,5

27 juni, 14:22 uur

Er bestonden twee groepen met de naam Morgenrot. Dit is de oudste van de twee; de andere uit Thüringen debuteerde in 2001 en staat niet eens op MuMe.
Afkomstig uit West-Berlijn, het eilandje van westerse democratie middenin de communistische DDR, maakte de rockgroep drie elpees bij CBS. Onlangs bij De Groeverij in Houten stond Morgenrot uit september 1979 in de bak. Op de gok meegenomen. Op de hoes vijf vuige kerels van het type waarvoor moeders vroeger waarschuwden.

Gelukkig was het de soort muziek die ik inschatte, we noemen het tegenwoordig 'classic rock', Discogs noemt het Deutschrock. Zo halverwege pop en hardrock. Kant 1 begint stevig met Johnny's Traum, destijds ook op single verschenen. Endrick Gerber zingt rauw-hees en heeft precies dát wat nodig is. Daarna mijn favoriet, het stevige Zeig Mir den Weg nach Haus. Mede dankzij het Hammondorgel van Hans-Jürgen Straub denk ik aan het Deep Purple van begin jaren '70.
Ook Ich Hab Mal Wieder Lust rockt er lustig op los: wie van The Wild Romance houdt, zal dit waarderen. In het nummer lekkere drumfills van Ronald Bosien, die het intro van He Schwester eveneens vet speelt, waarna het eerste midtempo nummer zich ontvouwt. In het basspel van Lutz Woite enig geslap en gitarist Christian Günther-Schaller schakelt over van rock naar funkrock.
Lady Rock'n'Roll swingt met piano en bevat een saxofoonsolo van een onbekende gastmuzikant. Kant 1 eindigt met rockballade Als Ich Siebzehn War.

Waar Seite 1 overwegend stevig is, is kant 2 kalmer. Uptempo poprock met koortjes in Teeny Jeeni, dat de ideale single zou zijn geweest. Midtempo met scheurende gitaar is Hello Darling, Frühling in der Stadt begint ingetogen,om vlot te vervolgen inclusief een prachtige akoestische gitaarsolo. Een liedje over Berlijn. Met een titel als Rock'n'roll Freak krijg je precies wat je verwacht, de hoge koortjes doen aan Uriah Heep denken. Dankzij Knips Mich wordt met enige boogiepiano en vrolijke saxofoonsolo afgesloten op een wijze die ook bij Spliff had gekund.

Zowel elpee als single haalden de verkooplijsten niet, een patroon dat zich zou herhalen. Na drie albums gooide Morgenrot rond 1984 de handdoek in de ring. In 1996 volgen reünie-optredens, het jaar erop resulterend in cd Live in Berlin: 15 Jähre Später. Bij platenlabel Bear Records vond ik meer informatie.
Mijn exemplaar van Morgenrot is een later midprice-exemplaar en daarom zonder binnenhoes. Wél met een prijssticker van 'Schallplatten im Hauptbahnhoff Darmstadt'. Misschien eens gaan kijken of er daar nog steeds een platenzaak zit? Een 7,5 als cijfer, uitgedrukt in 3,5 ster.

» details   » naar bericht  » reageer  

Buggles - Adventures in Modern Recording (1981) 3,5

26 juni, 13:29 uur

Adventures in Modern Recording staat niet op mijn streamingplatform, dus luister ik 'm via JijBuis. Ik behandelde hun debuut in het kader van new wave. Was dat al een twijfelgeval, hier is dat nog meer het geval. De overeenkomsten met het Yes van de jaren '80 zijn groot, wat uiteraard allesbehalve verwonderlijk is: beide leden Trevor Horn en Geoff Downes combineerden dit met de voormalige symforockgroep.

Error in mijn hokjeshoofd, zéker in 1983. Je hebt new wave en dat is heel anders dan symforock. Buggles bestempelde ik als popwave, maar met de toetreding tot Yes en die klapperrrr Owner of a Lonely Heart (namelijk in 1983 niet van de radio af te slaan) vloeiden die twee in elkaar over.
matthijs en Man of Sorrows vergeleken het terecht met New Musik. Popmuziek met veel synths en liedjes met kop en staart. Althans, niet zo uitgesponnen als symforock. Is het dan adult oriented rock? Of synthesizerpop? Of mag ik er het zelfverzonnen etiket symfowave op plakken?

Het hokjeshoofd kwam er niet uit. Ik laat het maar uit mijn afspeellijsten met new wave, desondanks is het attractief en knap gemaakt. In november 1981 haalde I Am a Camera een schamele éénweekse notering in de Nationale Hitparade en wel op #46; Tipparade bij Veronica. Lenny kwam in april tot #17, bij Veronica #23 en klinkt helemaal als Yes of Jon Anderson solo.
Later dat decennium nog meer in verwarring door die dekselse Trevor Horn, die als producer kapitein aan boord was bij Art of Noise, ABC, Malcolm McLaren, Spandau Ballet, van überwaarde bij Frankie Goes To Hollywood en dan zijn er ook nog Grace Jones, Propaganda, Simple Minds, Paul McCartney en Rod Stewart. Dat alleen al in de jaren '80! Een lijst die ONvolledig is bovendien en nu al met zulke uiteenlopende namen en stijlen. Zie ook wat west daar vier jaar geleden over noteerde.

Muziekgenres kunnen helpen om duidelijkheid te scheppen in de stortvloed aan namen, albums en singles. Maar niet altijd. Desondanks zijn pakkende liedjes gewoon pakkende liedjes, zoals op deze Buggles.
Muziek die me ook doet denken aan de LP-show op Hilversum 3, later CD-show, van wijlen radio-dj Wim van Putten bij de TROS op donderdagavonden. En aan (toen nieuwe) progrockgroep IQ, één van de groepen die symfo een tweede leven brachten. Melodieuze, ietwat gladde maar ontzettend vernuftig in elkaar gezette muziek.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Church - Of Skins and Heart (1981) 4,0

Alternatieve titel: The Church, 25 juni, 20:30 uur

Met het debuut van The Church lijk ik toe te zijn aan mijn laatste album van 1981. Tenzij ik ontdek toch nog een album te hebben gemist, zoals dat voortdurend gebeurt tijdens mijn reis door new wave. Die doe ik zoveel mogelijk op chronologische volgorde, maar aangezien mijn vorige station Zounds uit november 1981 stamt, ben ik daar weer eens niet in geslaagd.

In 1981 nog een onbekend bandje uit Sydney, ontvouwt zich op Of Skins and Heart een negental fraaie liedjes. Verschenen op vrijdag de 13e april in Australië en elders op 22 januari 1982. De ietwat melancholische stem van Steve Kilbey doet het goed op deze gitaarliedjes. Nummers met kop en staart, één van de redenen dat ik zo van new wave houd. Een gitaar kan scheuren, zoals Peter Koppes in Chrome Injury laat horen, maar zijn melodielijnen zingen vervolgens bijna op de wijze van Big Country - een groep die dan nog moet debuteren. Wellicht omdat andere zessnarenman Marty Willson-Piper een akoestischer inslag heeft? Hoe dan ook, ze kleuren de liedjes die alle door Kilbey werden geschreven fraai in.

Tweemaal veer ik extra op: bij Memories in Future Tense dat qua gitaarwerk enige invloed uit de rockjaren '70 verraadt (de groep begon in 1975, men was dus al geruime tijd samen) en op het deels onheilspellende en daarna weer fraai zingende Fighter Pilot... Korean War. Bij Is This Where You Live dat 7'38" duurt, lukt het ook, mede door de versnelling halverwege. Zóóó lekker. The Unguarded Moment werd in mei 1982 in Nieuw-Zeeland #19, in hun eigen Australië was het slechts een radiohit. Dat het voor mij één van de minder spannende liedjes is, zegt veel over de kwaliteit van de elpee.
Een grotendeels uptempo album, maar afsluiter Don't Open the door to Strangers is een ballade. Omdat ie nog geen drieëneenhalve minuut duurt, goed te doen voor iemand die het niet zo op ballades heeft.

Weemoed en transparante gitaren gegoten in fijne liedjes. Mij héb je! Al in 1988 verscheen het op cd met daarbij een drietal bonussen.

Op naar 1982. Daarvoor zal ik eerst alle namen en nummers ordenen die daarvoor staan voorgesorteerd. Dit op volgorde van release en/of de datum dat de singles ervan in een hitlijst kwamen. Een klein monnikenwerk en dus duurt het nog wel eventjes voor ik toe ben aan Pinky Blue van Altered Images, waarvan I Could Be Happy op 6 december 1981 de Britse hitlijst betrad. Zit ik toch nog even in '81.

» details   » naar bericht  » reageer  

Zounds - The Curse of Zounds! (1981) 4,5

Alternatieve titel: The Curse of Zounds! + Singles, 25 juni, 16:50 uur

Van Zounds uit Reading, Engeland, had ik nog nooit gehoord. Laat staan van hun The Curse of Zounds! Toch moet dit in de categorie "ben ik vergeten" thuishoren, want dankzij Roxy6 kreeg ik stapels recensies, waarbij een knipsel uit Oor. Een recensie uit november 1981 van deze (toen import)elpee. Die móet ik hebben gelezen.

Daarin schrijft Swie Tio over de teksten van deze "drommelse punkband", aan welke hij een uitgebreid mini-epistel wijdt: Eigengereid, open, creatief, angry young men" en "soms op het randje van utopisch maar nooit irreëel: hippie zijn vraagt anno nu om struisvogelveren. (...) Het begrip dat ze tonen voor andere denkbeelden (My Mummy's Gone, Dirty Squatters) is bijna naïef maar blijkt bij nadere beschouwing niets dan een acceptatie van zowel goede als kwade elementen in elke mens en het streven naar een balans."
Na de aanbevelingen van deze punkkenner wil ik noteren dat dit weliswaar geen luid scheurende testosteronpunk is, maar wél van grote klasse met gevarieerde nummers. Soms vinnig, soms beschouwend.

Sterker nog, ik hoor een sfeer die later bij indiegroepen zou opduiken. Als een brug tussen de boze eerste punkgolf (vooral The Clash en The Ruts) en de indie die aan het einde van het decennium de kop opstak. Pixies bijvoorbeeld. In 1981 had ik dit niet als punk bestempeld, wél als stevige gitaarwave. Het label 'postpunk' dat tegenwoordig gangbaar is, kan ook worden opgeplakt.
Laat ik die labeltjes achter mij laten. De oorspronkelijke elpee bevat negen nummers. Vijf op kant 1, vier op 2, waarvan de laatste een drieluik, dus eigenlijk elf stuks in totaal. Naar de huidige normen klinken de drums nogal "dun", wat echter snel went. Blijkens de binnenhoes is er gastzang op Unfree Child door Gina Birch van The Raincoats. Het nummer staat niet op het label vermeld, maar volgt naadloos na Did He Jump?

De gepimpte cd-editie van 1993 zette vóór opener Fear de vier singleliedjes van vóór die tijd en ná slottrilogie Target / Mr. Disney / The War Goes On volgen er nog eens acht. MuMe gaat ten onrechte uit van die laatste editie, waardoor de tracks en bonussen niet goed staan aangegeven. Sommige nummers worden zelfs niet genoemd; ik zal een wijziging indienen.
Het album staat inclusief bonussen op streaming en gezien de unieke stijl en sterke composities ga ik na de nodige draaibeurten over tot het geven van een voorzichtige 4,5 ster.

Voor zover ik nu kan overzien heb ik op mijn reis door new wave in 1981 nog één album te gaan. Afkomstig van de EP This Is Radio Clash van inderdaad The Clash vervolg ik bij het debuut van The Church. Terug naar april dat jaar.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Clash - This Is Radio Clash (1981) 1,5

24 juni, 22:07 uur

Een EP die ik in zijn geheel niet op streaming aantref, wél met enig zoeken op YouTube. Op reis door new wave in het einde van 1981 is bij The Clash sprake van vier nummers op 45 toeren. Net als bij mijn vorige halte The Damned.
In Europa verschenen op 4 december, haalde het vinyl in hun eigen Verenigd Koninkrijk twee weken eerder de hitlijst. Eind november piekte het er op #47.

De muziek: kant A bevat This is Radio Clash en Radio Clash, sterk op elkaar lijkend met steeds dezelfde funklick van twee maten. Met op de drums echo-effecten zoals in dub/reggae. Dit in combinatie met de herkenbare Clashzang. De combinatie van die stromingen is leuk, maar de eindeloze herhalingen van dat thema was ik al na twee minuten zat.
Op kant B keert exact hetzelfde thema terug, nu heet het Outside Broadcast met een dameskoortje, een gastrapper en geluiden van claxonnerende auto's. Dat zeven minuten lang. Radio 5 herhaalt het kunstje nog eens.

Vier maal hetzelfde nummer dat draait om één thema van twee maten lang. Gaap. Aan het bericht en het stemgemiddelde hierboven valt echter te zien dat ik daarin alleen sta. Snel verder naar mijn volgende halte, namelijk de groep Zounds, waar ik warempel echo's van The Clash hoor vóórdat die funk maakten.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Damned - Friday 13th EP (1981) 4,0

24 juni, 06:19 uur

Friday 13th, EP uit november 1981, het jaar dat The Damned geen elpee uitbrengt, reden om dit tussendoortje in de winkels te leggen.

Disco Man is een vlot gitaarliedje met rollende drumroffels, Limit Club is iets minder stevig maar nog altijd vlot met orgeltje plus piano, een weerbarstige basgitaar plus orgel in Billy Bad Breaks en Citadel is geleend de Rolling Stones, oorspronkelijk op Their Satanic Majesties Request (1967). Eind november 1981 #50 in de Britse hitlijst.

De complete EP is inmiddels te vinden op streaming, te weten de uit 2014 stammende verzamelaar The Chiswick Singles ...And Another Thing.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Damned - The Light at the End of the Tunnel (1987) 4,0

24 juni, 06:09 uur

Op reis door de new wave van eind 1981 kom ik van de beschaafde variant van Scritti Politti's debuut bij dé ooit-debutanten van Engelse punk, The Damned. Met single New Rose (1976) en elpee Damned Damned Damned waren ze de eersten in het genre, in 1981 zijn ze na een korte stop terug en weer succesvol. Op hun laatste album The Black Album hebben ze hun geluid verbreed. Wij noemen het tegenwoordig 'gothic' maar dat woord werd toen nauwelijks (niet?) voor deze muziek toegepast. (Ik heb wat oude artikeltjes van ze liggen, kom ik later nog op terug.)

In 1981 verschijnt er geen album van de groep en een kolommetje in de (muziek)bladen niet verkeerd is, verschijnt de EP Friday 13th, die eind november magertjes tot #50 in de Britse hitlijst komt. Hierop vier nummers, te weten Disco Man (ook op deze Damnedcompilatie te vinden), Limit Club, Billy Bad Breaks en het van de Rolling Stones gecoverde Citadel.

Disco Man is het belangrijkste nummer volgens verzamelaar The Light at the End of the Tunnel, de eerste elpee waarop het nummer is te vinden. Pas in 2014 komen de nummers allemaal op album en wel op de niet op MuMe opgenomen 2LP The Chiswick Singles ...And Another Thing. Die staat wél op streaming en zo kan ik constateren dat van die vier nummers Limit Club mijn favoriet is met een lichtelijk Stranglersachtig geluid.
Wat The Light at the End of the Tunnel betreft: een adequate samenvatting van hun werk tot dan toe, waarmee zwakker werk wordt vermeden. Laat dat nou precies de bedoeling van zo'n plaat zijn. Ik kom 'm in Nederland nooit tegen in de bakken, wat dat betreft is The Damned een typisch Brits fenomeen.

De reis gaat door met andere punkpioniers die zich langzamerhand van dat genre verwijderden en eveneens in november 1981 een EP uitbrachten: The Clash met This Is Radio Clash.

» details   » naar bericht  » reageer  

Scritti Politti - Songs to Remember (1982) 3,5

23 juni, 06:28 uur

New wave in het einde van 1981. Soms gaat de reis door donkere sferen, maar nu is de sfeer zonnig als het weer dezer dagen. Na Haircut One Hundred en Kim Wilde nu Scritti Politti uit Leeds.
Wat dan ook opvalt: de oorspronkelijke new wave met melancholie of ander onvrolijke uitingen is hier vervangen door teksten over boy-meets-girl en zwoele zang van Green (Gartside, de man die in zijn paspoort Paul Strohmeyer heet). Dit geldt meteen voor debuutsingle Sweetest Girl, november '81 bescheiden #64 in de Britse hitlijst. Pas tien maanden later verschijnt elpee Songs to Remember. In de tussentijd zijn er singles en 12"es: Faithless (in mei #56, en de dubbele A-kant Asylums in Jerusalem/Jacques Derrida in augustus #46.
De elpee ten slotte komt in de eerste week van verschijnen, september 1982, meteen tot #12. Dit is meer een groep voor album- dan voor singlekopers, al hebben die singles uiteraard wel geholpen bij de naamsbekendheid. Van de laatste single staat Jacques Derrida hier overigens niet op.

Hierboven al genoemd: er is assistentie van muzikanten uit de kring van Robert Wyatt, de man die het jaar erop een album uitbracht met daarop een reeks singles met politieke boodschap. Voor dat soort teksten ben je bij Scritti Politti dus aan het verkeerde adres, maar men heeft wel degelijk links-politieke wortels, die hier echter niet meer worden gevent.
Op de achterzijde van de hoes is één groepslid te zien, maar er staan maar liefst tien leden vermeld, dit met alleen hun voornaam. De muziek zit goed in elkaar: pop, funk, vleugje jazz, dartelende saxofoon en dat in het jasje van new wave gegoten. Is het eigenlijk wel new wave, kun je je afvragen. Maar met muzikale geestverwanten als Duran Duran en vooral Spandau Ballet was er simpelweg een nieuwe loot aan deze tak met een gladdere, popgerichte aanpak.
Er zouden er meer volgen; op mijn middelbare school was het mede door het imago (lok opzij, nette spijkerbroek, mooie overhemdjes en merk-poloshirtjes) zeer geschikt voor "kakkers".

In Asylums in Jerusalem klinkt reggae; het is mijn favoriet van de plaat, zeker met het pakkende achtergrondkoortje. Het aandeel jazz wint met de lange contrabassolo in het slot van Rock-a-Boy Blue, wat nog eens onderstreept dat Scritti Politti méér was dan slechts een poging om pophits te scoren. Dat lukte in het Verenigd Koninkrijk dus redelijk, bij ons nog niet. Het grote succes kwam een kleine drie jaar later.

De volgende halte is minder zonnig: terug naar de wave met donkerder invulling. The Damned bracht in november '81 de EP Friday the 13th uit, waarvan ik werk tegenkom op hun verzamelaar The Light at the End of the Tunnel.

» details   » naar bericht  » reageer  

Kim Wilde - Select (1982) 3,0

22 juni, 21:37 uur

In november 1981 scoorde Kim Wilde haar eerste Britse hit van het nog te verschijnen Select. Dat met Cambodia (mooie hoes!), dat er half december naar #12 klom. In Nederland in februari 1982 #2 (Top 40) en #5 (Nationale Hitparade), de verzamellijst van het Vlaamse Ultratop noteert in diezelfde maand eveneens #2.
Andere hit van Select was View from a Bridge, in het VK #16 in mei, in de Nederlandstalige wereld diezelfde maand #5 (Top 40), #7 (Nationale Hitparade) en #4 (Ultratop). Dat zijn dus hogere singlenoteringen dan in haar eigen land. Tot op de dag van vandaag trekt ze bij ons volle zalen, in april '27 komt ze weer naar Nederland!

Als tiener vond ik de singles van haar debuut pakkender en nu ik Select voor het eerst hoor, valt op dat toetsen en synthesizers terrein hebben gewonnen ten opzichte van de gitaar. Neemt niet weg dat de nummers opnieuw werden geschreven door vader Marty en broer Ricky Wilde, die kennelijk voor een iets andere koers kozen.
Eentje die mij minder pakt, al geldt dat minder voor kant 2. Juist door de toetsen blijkt Take Me Tonight lekker, als een voorloper van Eurohouse in de jaren '90. En dankzij de sixtiesinvloeden en iets meer gitaar is Can You Come Over mijn andere favoriet; een beetje in de stijl van de eerste albums van Blondie; Wendy Sadd heeft een charmante melancholie.
De elpee kwam in het VK in tot #19, in Nederland diezelfde maand #1. Dat de oorspronkelijke zwarte schijf eindigt met een reprise van Cambodia, een dikke zeven minuten zelfs, versterkt mijn vermoeden dat er zo kort na het debuut sprake was van enige overhaast. De verkoopcijfers laten echter zien dat ik hártstikke ongelijk heb! Voor liefhebbers verscheen in 2020 een uitgebreide heruitgave.

De albums achter mijn afspeellijsten met new wave vormen de queeste. Vorige station was het meer gedistingeerde Waiata van Split Enz, de volgende is iets heel anders, zij het eveneens hitparadegevoelig: single Sweetest Girl van het debuut van Scritti Politti.

» details   » naar bericht  » reageer  

Split Enz - Waiata (1981) 3,5

Alternatieve titel: Corroboree, 22 juni, 07:08 uur

New wave 1981. Van de popfunkwave van Haircut One Hundred naar de popwave van Split Enz en Waiata. WoNa vertelde vier maanden geleden al het nodige, laat ik het kort houden. Ook ik herinner me Hard Act to Follow van de radio, maar volgens de website van De Verrukkelijke 15 stond die daar nooit in. Echter mijn favoriet van de plaat met I Don't Wanna Dance als goede tweede.
De rest van het album is kalmer, meer pop. De productie is strak en steriel, helemaal begin jaren '80 en dus nog zonder irritante galm. Dat betaalt zich uit in het stampende Wail, semi-instrumentaal met luid brommende basgitaar.
History Never Repeats had ook een hit mogen of zelfs moeten zijn, waar noch het Verenigd Koninkrijk, noch de lage landen voor vielen. Vreemd. Het hoge niveau blijft, met de instrumentale afsluiter Albert of India als buitenbeentje. Alsof je de muziek bij een film of documentaire hoort.

Op mijn volgende halte meer popmuziek in wavejas. Single Cambodia, de vooruitgeschoven single (november 1981) van Kim Wildes tweede album Select.

» details   » naar bericht  » reageer  

Haircut One Hundred - Pelican West (1982) 4,0

22 juni, 00:24 uur

Al in 1981 moesten we lachen om de naam Haircut One Hundred, vaak ook als Haircut 100 geschreven. Maar naar wat ik hoorde op de radio waren er overeenkomsten met bijvoorbeeld Spandau Ballet. Swingende wavepop met de nodige funk, blazers en percussie, waarbij conga's. Zoals single Favourite Shirts (Boy Meets Girl) die half oktober de Britse hitlijst betrad en eind november zomaar twee weken #4 haalde. Een liedje dat goed in elkaar zit en waarbij alles fris was, inclusief kapsels, koppies en kleding.
Britse tieners kochten hun singles graag: Love Plus One kwam in maart '82 tot #3, Fantastic Day eind april tot #9, non-albumsingle Nobody's Fool haalt eind augustus diezelfde notering. Elpee Pelican West (verdeeld in Cut One oftewel kant 1 en Cut Two) staat verspreid over maart en april drie weken #2. In 2016 herverscheen het album als 2cd.

Geen nummers 1 dus, maar zoals bart1989 een dikke vijftien jaar geleden reeds noteerde: "Ik vind dit album echt geweldig. Da's voor mij de perfecte pop of zo, zo goed fout gedaan dat het echt goed is. Je wordt er zo gelukkig van!" Voor mijn smaak is het iets teveel van hetzelfde, maar dat kun je natuurlijk ook van menig album beweren. Laat ik er daarom een dikke 8 aan geven: goede liedjes in vrolijke sferen en bovendien goed geproduceerd.
En is het iemand opgevallen dat de zang soms aan die bij Tears for Fears doet denken, zoals in het heerlijke Surprise Me Again? Ja, het is Nick Heyward, dezelfde die na dit album de groep verliet en solo zou scoren. In Milk Film valt hij ook op, een nummer met iets meer melancholie.
Wat me verbaast: ze scoorden in Nederland geen hits. Dat herinner ik me toch anders, op de radio waren ze zeker aanwezig.

Mijn reis door new wave vervolgt. Ik ben terug in 1981, kwam van de dubreggae van het Londense The New Age Steppers en ga naar maart dat jaar omdat ik de elpee Waiata van Nieuw-Zeelanders Split Enz vergat.

» details   » naar bericht  » reageer  

Hooverphonic - The Night Before (2010) 4,5

21 juni, 22:56 uur

Net als .:Quadran:. volg ik Hoover(phonic) vanaf het begin. Anders dan hij geniet ik wél van de stem van Noémie Wolfs, nadat ik in 2010 volgde wie de opvolger van Geike Arnaert zou worden. De reden dat ik snel om was, is hetgeen Premonition zestien jaar eerder schreef: "Anger Never Dies, klinkt als de nieuwe song voor de komende Bond-film. Danger Zone sluit hier mooi op aan." Een andere stemkleur dan Arnaerts, dát zeker, maar ook deze kleur beviel. En dus kort na verschijnen The Night Before gekocht.

De basis van Hooverphonic is niet degene bij de microfoon - al is die uiteraard wél belangrijk - maar het liedjesschrijversduo Raymond Geerts en Alex Callier. Wat een goede zangeres vervolgens doet, is de liedjes naar de sfeer van een Bondfilm brengen. Iets wat in 2016 werd onderstreept met het minder geslaagde In Wonderland, waar met alle gastvocalisten een eensluidende sfeer werd gemist.
Maar hier? O, wat zijn die liedjes mooi: The Night Before, Heartbroken, Norwegian Stars (het orgeltje, joechei!)... Laat ik stoppen met deze opsomming, uitgezonderd George's Café vanwege dat open gitaarakkoord dat naar de genoemde filmreeks knipoogt. De liedjes op hoog niveau, de stem van Wolfs passend, de arrangementen met vaak strijkers en soms toetsen fraai tot zeer fraai. Het is romantisch, het is spannend, ik waan mij in de bios. De film verzin je er zó bij.

Nu Arnaert opnieuw Hooverphonic heeft verlaten moet er, willen Geerts & Callier het avontuur vervolgen, een nieuwe vocalist(e) komen. Gaan we opnieuw klagen dat Arnaert beter is, of...? The Night Before bewijst dat er méér klasbakken rondlopen. Opnieuw een cd die in mijn kast verstofte, maar wat word ik vanavond aangenaam herverrast door dit album, toch al zestien jaar in mijn bezit.

» details   » naar bericht  » reageer  

The New Age Steppers - The New Age Steppers (1981) 3,5

21 juni, 19:59 uur

New wave in de winter van 1980 - 1981. Ik reis van de opgeruimde en ironische popwave van relatief "oude man" Joachim Witt naar de dubreggae van New Age Stappers, oftewel het muzikale breinkind van Adrian Sherwood met de dan nog piepjonge Ari-Up, bekend als zangeres van The Slits. Sherwood verzamelde meer muzikanten om zich heen, waarbij maar liefst zeven drummers/percussionisten. New Age Steppers verscheen in januari 1981.

Daarbij slaagt hij erin om de groep soms zeer Jamaicaans te laten klinken. Dit door bijvoorbeeld de dubeffecten en drumgeluiden. In ieder geval in mijn witte oren. Neem bijvoorbeeld opener Fade Away, waar hij na 3'35" in alle kalmte allerlei effecten laat losgaan. De zang van de Engels-Duitse Ari-Up maakt dat je hoort dat dit Brits-wit is; zo probeert ze aan het einde van het nummer hoe hoog ze kan zingen. Wel, hóóg! De speelsheid druipt er aangenaam van af.
Radial Drill is instrumentaal en uptempo, een speeltuin voor Sherwood. Dat geldt eveneens voor de nummers erna, waar er voor de échte liefhebbers van het genre volop valt te genieten.

Dan groeit het "Britse geluid" in de muziek. Het percentage experiment wordt namelijk opgevoerd in Crazy Dreams and High Ideals waar bovendien de stem van Mark Stewart van The Pop Group is te horen, om het experiment met alle effecten in Abderhamane's Demise nog eens te versterken.
In Animal Space klinkt de stem van journaliste Viv Goldman, waarna conventioneler wordt afgerond met Love Forever en Private Armies, geschreven door Goldman. Alhoewel, in dat laatste nummer klinkt een viool, bespeeld door Vicky Aspinall van The Raincoats.
Zou het kunnen dat Sherwoods noeste studiowerk later een inspiratie vormde voor triphop? Al luisterend kan ik me dat goed voorstellen.

Nog in datzelfde 1981 volgde opvolger Action Battlefield, een album dat ik vorige week besprak. Daarom vervolg ik mijn inhaalslag met een onbekend nummer met Gary Numan, waarbij ik dieper in 1981 kom. Om precies te zijn in juli dat jaar, als hij een hit scoort met Paul Gardiner. De single belandde in 1982 op Numans verzamelaar New Man Numan.
PS Herstel: bij die Numan was ik al geweest! En dus door naar een groep met een malle bandnaam: Haircut One Hundred en hun single uit oktober 1981, Favourite Shirts; afkomstig van het 1982-album Pelican West.

» details   » naar bericht  » reageer  

David Eugene Edwards - Mercurial Silence (2026) 3,0

20 juni, 21:29 uur

Onlangs zag ik David Eugene Edwards met Sixteen Horsepower optreden, waarmee we terug in de tijd reisden. Parallel daaraan reist hij solo vóóruit met een nieuwe aanpak. Vaker afspelen doet de muziek groeien, op één aspect na. Daarover dadelijk meer.

DEE, actief met de groepen Sixteen Horsepower en Wovenhand. Men plakte er stijlbenamingen op als 'gothic country', 'postpunk Americana' en 'apocalyptic art'. Als altijd is er een zekere vernieuwingsdrang in de muziek. Zeer zeker geldt dat voor Mercurial Silence, waar hij aan de slag ging met beats en synths die ik ken uit de wereld van triphop.
Daarbij zit er meestal minder effect op zijn stem, die daardoor iets - iets - meer naturel klinkt. In combinatie met bijvoorbeeld banjo maakt dat een volgende smeltkroes van stijlen ontstaat; wie in hokjes denkt, zal de wenkbrauwen fronsen.

Dit fenomeen van het plotseling integreren van elektronische muziek is niet nieuw: bluesman Gary Moore ging hem voor bijvoorbeeld en de alt. folkies van Shearwater eveneens. Bij hen leidde het tot werk dat na enige gewenning goed beviel. Het kan dus.

Hier was het extra hard "werken". Elektrische gitaren ontbreken, tussen de afzonderlijke nummers zijn er echter verschillende sferen. Edwards is hoorbaar in de studio aan het stoeien geweest met de diverse mogelijkheden die deze muzikale wereld biedt.

Na de nodige draairondjes komen een paar nummers bovendrijven: Ureaus, Geush Urvan, Doubting Zurvan, Perfumer en Ninefold. Het symfonische (!) instrumentale titelnummer dat afsluit heeft met z'n mystiek wel iets van de B-kant van David Bowies Low.

Mystiek? Wat wil dan niet groeien? Wel, mijn begrip van de lyrieken. Je kunt ze spiritueel noemen, voor mij is het een ratjetoe. Aan de titels te zien van Armeense, Egyptische, Griekse, Hebreeuwse, Hindoe- en Perzische mythologie annex symbolisme, waarbij de planeten een grote rol spelen. Snapt u het? Nou, ik totaal niet...

Boem. Terug op planeet aarde. Mijn lief vertelt me net dat "we" op het wk voetbal van Zweden hebben gewonnen en ik sluit af met een 6 als voorlopig schoolcijfer. Misschien moet ik straks eens The Planets van Holst luisteren, wellicht groei ik dan in inzicht.

» details   » naar bericht  » reageer  

Joachim Witt - Silberblick (1980) 4,0

20 juni, 15:53 uur

Joachim Witt werd in 1949 geboren, dus toen eind 1980 zijn solodebuut Silberblick verscheen, was hij 31. Niet piepjong meer en bovendien met enige ervaring: al in 1974 verscheen onder het alias Julian single Ich bin ein Mann, die flopte.

Met de Neue Deutsche Welle komt er meer aandacht voor Duitstalige pop, spekkie voor het bekkie van Witt. Hij slaagt erin om vrolijke muziek met soms malle teksten te schrijven en die in frisse liedjes te gieten. Dat realiseert ook platenmaatschappij WEA zich en zo ligt er kort voor Kerst 1980 met Silberblick een leuk schijfje in de winkels. Muziek die niet alleen tieners maar ook volwassenen kan aanspreken.

Het heeft dezelfde aangename frisheid als bij zijn Engelse collega's Wreckless Eric en de bij ons bekendere Jona Lewie, waar ironie en zelfspot nooit ver weg zijn. Single Goldener Reiter betreedt half december de Duitse hitlijst, om pas in maart '82 op #2 te pieken. In het begin valt het liedje eigenlijk niet zo op, maar vaker horen doet het groeien. Was dat de reden voor de lange aanloop? Het staat namelijk maar liefst 29 weken in de lijst. De elpee landt eind maart op #10.

Een heuse liedjessmid dus. Niet van de hogere kunst, maar ondertussen knap in elkaar gezet. En met een titel als Ich Hab so Lust auf Industrie krullen je mondhoeken toch vanzelf omhoog? De man maakte sindsdien de nodige albums en scoorde diverse hits: ik ga hem vaker tegenkomen tijdens mijn reis door new wave en aanverwanten.
Die kwam vanaf de tweede soloplaat van New-Yorker-met-Engels-hart Ian North en vervolgt in januari 1981 bij het debuut met Londense dub en reggae van The New Age Steppers, waarbij de zangeres van The Slits.

» details   » naar bericht  » reageer  

Ian North - My Girlfriend's Dead (1980) 4,0

20 juni, 07:59 uur

Bezig aan een inhaalslagje in de wondere wereld van new wave, ga ik van december 1979 oftewel Ian Norths debuut Neo, naar 1980 als opvolger My Girlfriend's Dead uitkomt. In welke maand vond ik niet, ik houd het er maar op dat deze twaalf maanden later in de bakken stond.
MuMe toont de hoes, maar op Discogs en Rate Your Music is dat niet het geval. Amerikanen hebben moeite met bloot en dat is jammer voor de dame die achter North op bed ligt, want zij is kennelijk het probleem. De hoes is een ontwerp van de Franse ontwerpster Hélène Guétary, die kennelijk geen problemen had met het vrouwelijk naakt.

North was teruggekeerd naar New York en is hoorbaar met synthesizers aan de slag gegaan. Al laat hij zijn gitaar niet in de koffer, de grotere invloed van toetsen is evident. We're Not Lonely draait zelfs helemaal op de nieuwe technologie en net als de nummers ervoor: dat doet hij goed! Het heeft weg van de eerste albums van zowel Ultravox! als The Human League; zijn voorkeur voor Engelse pop is overduidelijk.
Model's World laat zelfs horen dat Norths nieuwe speeltjes goed samengaan met een akoestische gitaar. Omdat hij ook liedjes kan schrijven, werkt het. Opvallend is dat hij bovendien zijn zangstijl enigszins aanpaste: minder snijdend, meer rond.
In het titelnummer keert de glamrock van zijn vroegere band Milk 'n' Cookies enigszins op, Son of G.I.'s Joe gaat juist weer de synthkant op en klinkt ontzettend Brits. Dit had daar een hit kunnen zijn. Hitpotentie die Interview with the Vampire ontbeert, maar dat hier overeenkomsten met de vroege Human League klinken, is duidelijk. De plaat sluit af met met de prettige synthtrack Youth in Asia, dat ook een Britse hit had mogen zijn: liedjes schrijven kán North.

Op streaming volgen enkele bonustracks, afkomstig van de cd-editie uit 2006 waarop EP Rape Of Orchids is toegevoegd. Deze nam hij op in 1982. Hier regeert de synth volop, wederom verpakt in aangename liedjes in Britse sferen. Omdat op Romance zangeres Deborah Pell North hem vergezelt, is de associatie met de tweede fase van The Human League daar. Ze assisteert hem al pratend ook op Sex Lust You en kijk eens naar de achterzijde van de oorspronkelijke EP: beiden staan er afgebeeld en met zijn lange pony heeft North warempel weg van Phil Oakley.

North bracht hierna geen solowerk meer uit, wel dook hij op als bassist bij het (mij) onbekende The Fast. In 2021 overlijdt hij. Wat dit album betreft: een dikke 8 en dat geldt ook voor de EP/bonustracks.

Mijn reis vervolgt in Hamburg, bij Joachim Witt en diens popwave op album Silberblick.

» details   » naar bericht  » reageer  

Dorléac - Dorléac (2010) 3,5

Alternatieve titel: Adem, 19 juni, 23:34 uur

Van Dorleac (op de hoes zonder accent geschreven) herinner ik me dat ik het in 2010 vond tegenvallen en eigenlijk als een miskoop beschouwde. En nu?
Alle berichten op MuMe bij dit album stammen uit datzelfde jaar, op het bovenstaande na. Na veertien jaar dus weer eens een berichtje, want soms pluk ik een cd uit de kast die daar heeft staan verstoffen. Eens kijken wat ik ervan vind.

Het valt alleszins mee. Startlied Dying in Silence is nog altijd niet spannend, maar met de livedrums die op drum 'n' bassachtige wijze worden volgemept, is Tiger Shark aangenaam. Daarna het wat mysterieuze Backwards en er wordt bevestigd, wat vigil destijds schreef: "Het ligt allemaal veel dichter tegen Hooverphonic aan dan tegen Spinvis." Tegelijkertijd is het ook weer anders dan bij Hooverphonic.
Droompop in het kleine Entourage en dan het uptempo Lemon Pie dat draait op een "Casiodrumbeat" uit een doosje. Daarna blijkt Tommy and the Whale net als toen hét prijsstuk van het album. Het lijkt in dit prijsnummer noch op Hooverphonic, noch op Spinvis: leuk dat deze twee componenten tot folkpop komen.

Soundscape Aerosol wordt gevolgd door de agressieve titel Kill You. Uiteraard klinkt geen woeste punk of metal; wél dromerige drum 'n' bass. Bij het kalme Disparu verdwijnt inderdaad mijn aandacht, liever de piano van Entourage II. Dorleac gaat daarmee wel als een nachtkaarsje uit. Beter dan ik het toen beleefde, voor het totaal een krap zeventje.

» details   » naar bericht  » reageer  

Ian North - Neo (1979) 3,5

19 juni, 19:51 uur

Ian North was zanger en gitarist in de New Yorkse groep Milk 'n' Cookies, optredend in club CBGB. Toetsenist Jimmy Destri was lid van de groep, maar viel uit de groep. Hij belandde vervolgens bij Blondie. Dat bleek een juiste transfer. In 1975 namen zijn oude bandmaatjes in Engeland hun enige plaat op. Die flopte echter - wél het beluisteren waard! - en zijn oude bandje viel uit elkaar.

North gaat solo en verhuist hiervoor naar Engeland. Met Martin Gordon, voorheen bassist bij Sparks, plus drie anderen begint hij de groep Radio. Die wordt omgedoopt tot Neo, maar Norths werkvisum eindigt en hij keert terug naar New York. Gordon heeft de groep dan alweer verlaten, wel verschijnt in december 1979 Neo onder zijn eigen naam.
Hierop pittige gitaarliedjes die vol vaart op de luisteraar worden afgevuurd. Hij is meteen ook naar leadzang bevorderd en blijkt over een prima stem te beschikken. Liefhebbers van The Knack en The Romantics zullen hier vrolijk van worden, net als liefhebbers van melodieuze punk zoals de Buzzcocks.

Jammer genoeg gaat de vaart er op kant 2 geleidelijk uit en de melodieën worden minder. Het zegt tevens iets over mijn voorkeur voor uptempo muziek als ik beweer dat vanaf Hollywood Babylon de ballon leegloopt. Van de nummers daarvoor word ik echter steeds weer enthousiast. Al met al een album met veel energieke en overwegend pakkende gitaarliedjes, ergens op de grens tussen powerpop en new wave.

Ik ben bezig aan een inhaalslag van gemiste newwavealbums, waarna ik vervolg met 1982. Mijn vorige halte was bij het Engelse The Outsiders, de groep met Adrian Borland, later bij The Sound. Volgende station is wederom bij Ian North, maar dan opvolger My Girlfriend's Dead waar hij opvallend genoeg een overstap naar synthesizerwave maakte. En een hoes die op internet enige censuur ondergaat...

» details   » naar bericht  » reageer  

Hooverphonic - Jackie Cane (2002) 4,0

Alternatieve titel: Hooverphonic Presents Jackie Cane, 19 juni, 19:30 uur

Najaar 1996 kreeg ik van maatje Edo een cassettebandje met daarop twee nummers van het pasverschenen debuut van Hoover. De groep vervolgde als Hooverphonic en ik ben ze blijven volgen via onder meer YouTube en streaming, waarbij ik ze tweemaal zag optreden. Altijd weer een bad van warme klanken en via streaming maakte ik een afspeellijst met daarop ook de nodige nummers van dit album.
Jackie Cane kwam ik onlangs in de kringloop tegen en ja, niet getwijfeld! Van dit album staan de nodige nummers op die afspeellijst. Nieuw in het palet aan muziekkleuren van heren Alex Callier en Raymond Geerts en dame Geike Arnaert zijn de blazers.

Hierboven lees ik bij MuMensen enige teleurstelling, die vast iets heeft te maken met de stijlverandering die optrad. Die is er door de blazers, welke meteen in opener Sometimes klinken. Er ontstaat een filmische sfeer als van een nooit gemaakte James Bond, oftewel de muziek van componist John Barry.
De nadruk op drum 'n' bass met z'n drukke digidrumpartijen keert al op track 3 Human Interest terug, één van de nummers die ik eerder op een afspeellijst met hun muziek zette. Weldadig zijn de rijke strijkers.
Ook Nirvana Blue en The World Is Mine staan op die afspeellijst en blijken onverslijtbaar, met in het laatste nummer enkele hints naar de jaren '60, dankzij koortjes en blazers .

Dan verlaten we het witte doek. Vergeten was ik Jackie's Delirium met z'n pseudo-Indiase invloeden, geinig maar ik snap nog altijd dat ie de afspeellijst niet haalde: de mannenstem met iaiaiai-aaaaa-tekst is niet mijn kopje thee. Ballade Sad Song haalde evenmin de afspeellijst, maar wat past de akoestische gitaar goed bij Arnaerts stem! Opvallend is de mondharmonica die de melancholie benadrukt, het heeft zo wel iets van Goldfrapp.

Met Day after Day keren de filmische elementen terug, deze keer in Mexicaanse sferen. Hooverphonic pakt me opnieuw in, alweer een nummer dat ik in de lijst zette. Wat volgt haalde die níet. Maar juist daarom kocht ik het album: ondervinden of ik pareltjes hoor die me voorheen niet opvielen.
De muziek is okay, maar spetterend zoals eerder op het album beleef ik het niet meer. Alhoewel, slotlied The Kiss pakt me wél; geen wonder, want opnieuw waan je je in een filmsoundtrack. En bij die orkestrale aanpak ligt mijn hart.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Wigs - File Under: Pop Vocal (1981) 3,5

19 juni, 18:37 uur

Van Minneapolis en punk van The Replacements naar Milwaukee en The Wigs. Nooit van gehoord, totdat onlangs maatje Edo mij tipte. In 1981 brachten ze hun enige album uit, File Under: Pop Vocal genaamd.
Hier klinkt powerpop: uiterst melodieuze, energieke gitaarliedjes met de nodige meerstemmige zang. De wortels stevig in vroege jaren '60 beat en rock 'n' roll. Op sommige nummers schemert rock 'n' roll stevig door, te weten First Time en Tijuana, waar echo's van bijvoorbeeld I Saw Her Standing There van The Beatles klinken.
Popular Girl is - toch wel verrassend voor powerpop - een ballade te zijn met akoestische gitaar, het sluit kant 1 af.
Kant 2 opent met de rollende toms van Mony, Mony en ook What I Got houdt het uptempo, waarbij kort een blazerssectie meespeelt. Iets kalmer is pareltje It's Over, waarna het weer steviger wordt. Van de laatste nummers is You Say Ono mijn favoriet dankzij vinnig drumwerk en pakkende koortjes.

Koeklen leert dat de plaat in hun regio een succes was, maar omdat The Wigs reeds kort na verschijnen van de plaat uit elkaar vielen, was de naam spoedig met stof bedekt. Een doorstart in 1984 zakte spoedig door de hoeven, wel proberen enkele leden het nog in Los Angeles en duikt hun muziek op in de film My Chauffeur uit 1986, waarvan hier de trailer. Ook dat baatte niet. In 2009 verschijnt File Under: Pop Vocal op cd met twee bonusnummers.

NB Mijn streamingdienst geeft aan dat er nóg een The Wigs is/was. Uit Vlaanderen, hun albums heten Beste Vrienden, Wakker Geschud en Dance with Me. De kans op verwarring lijkt me echter niet zo groot... Wie meer wil weten over de Amerikaanse groep, kan terecht bij Shepherd Express.

Ik beluister de albums uit de wondere wereld van new wave en ben momenteel in 1981. Opnieuw een Amerikaanse naam, door naar de tegendraadse rock 'n' roll van Alan Vega, voorheen bij de groep Suicide.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Outsiders - Close Up (1978) 3,5

18 juni, 21:50 uur

Een inhaalslagje op mijn reis door new wave, reden om terug te keren naar de jaren '70. Vorige halte was Mark Hollis in 1978, vóór Talk Talk; zie mijn bericht bij het debuut van Talk Talk. In datzelfde jaar verscheen de tweede van The Outsiders, de "prehistorie" van The Sound.

Wát een verschil met hun debuut! Hoorde ik daar de nodige invloeden van classic rock, ik noemde er als associaties Rory Gallagher en het prille Motörhead, op Close Up klinkt volwaardige punk/new wave. Zoals in diezelfde jaren Ultravox! zich met reuzenstappen ontwikkelde. De overgangsplaat tussen het debuut en The Sound.
Een pittig begin met Vital Hours wordt gevolgd door de melancholie van Observations en het gekruide Fixed Up. Dan volgt een tegendraads klinkend Touch and Go, anders dan The Outsiders tot dan toe deden en een voorafschaduwing van The Sound. Dat laatste is kennis achteraf natuurlijk, maar toch.
Opvallend is dat zanger-gitarist Adrian Borland nog niet zijn gitaarsolo heeft ingezet zoals op de voorganger en bovendien zijn de nummers korter. Dankzij White Debt is er meer melancholie, de eerste plaatkant sluit af met Count for Something, het derde nummer waarop je het stickertje 'punk' zou kunnen plakken.

We draaien de plaat om en laten de naald in de groef zakken, om in Out of Place opnieuw de nodige energie te horen. Ronduit droevig is de sfeer in Keep the Pain Inside en wat ís dat een mooi liedje, zeker als Borland zijn gitaar laat huilen. 96 seconden duurt Face to Face, uptempo en geleidelijk scheurend.
Semi-Detached Life gaat meer de postpunkkant op en Borland laat voor het eerst zijn gitaar virtuoos de solospot innemen. Ruim zeseneenhalve minuut duurt slotlied Conspiracy of War, perfect als finale van dit album. The Outsiders nemen de tijd om het liedje op te bouwen, waarbij de nodige variatie klinkt en héérlijk op gitaar wordt gesoleerd. Zwijmel...

Het succes bleef destijds uit, maar als Borland zijn jeugdmaatje binnenhaalt op basgitaar ontstaat mettertijd The Sound. Die debuteren in 1980 met Jeopardy.
Dat album besprak ik eerder en daarom ga ik door naar 1979 als de voormalige zanger van Milk 'n' Cookies een soloplaat uitbrengt. Op naar Ian North.

» details   » naar bericht  » reageer  

Talk Talk - The Party's Over (1982) 4,0

18 juni, 06:04 uur

Ik ben op reis door new wave; muziek zette ik op een afspeellijst, waarbij ik de albums achter die losse tracks beluister. Laatst tipte maatje Edo mij over een liedje dat hij op streaming tegenkwam van The Reaction: wie zingt hier op dit liedje uit 1978?
Het blijkt om single I Can't Resist met op de B-kant I Am a Case te gaan, hier op Discogs. Zanger: Mark Hollis. Eeeeeh já, lékkerrrrr!!! Die heb ik dus ingepast op mijn afspeellijst. Deze staat op chronologische volgorde en zo belandt The Reaction tussen Patti Smith en Sex Pistols. Voor zover ik kon vinden verscheen de single nooit op enig album, zelfs geen compilatie, vandaar dat ik er bij dit debuut van Talk Talk konde van doe.

Overigens verscheen in 1990 op cd-compilatie Punks from the Underground ander werk van Hollis, die toen in dezelfde groep maar dan onder de naam The Shits opereerde, zo vertelt Discogs. En ook dat album staat op streaming met daarop drie nummers van de heren. Dan valt op dat single-B-kant I Am a Case hetzelfde liedje zou zijn als I'm Flying van The Shits. Maar of dat klopt?

Hoe dan ook, wie wil weten wat Mark Hollis vóór Talk Talk deed, kan op streaming terecht. Glimlachen! Mijn reis door new wave kwam van The Outsiders, de groep van Adrian Borland voordat hij in The Sound speelde. Volgende station: het tweede en laatste album van The Outsiders, Close Up.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Outsiders - Calling on Youth (1977) 3,5

17 juni, 23:08 uur

The Outsiders, in dit geval níet de Nederlandse beatgroep, was de eerste band van Adrian Borland uit het Londense Wimbledon. Dezelfde die later bekend werd met The Sound. De groep is een trio met naast op zang en gitaar Borland, bassist Bob Lawrence en drummer Adrian Janes. Calling on Youth staat te boek als de eerste punk-LP met een 'Do it yourself'-release, oftewel in eigen beheer uitgegeven.

Zo punk is het echter niet. Zeker, stevige gitaren klinken, maar na de inderdaad punkachtige opener Calling on Youth volgt het breekbare Break Free. On the Edge heeft een riff en basgeluid die, als er meer distortion was gebruikt, zó van het vroege Motörhead had kunnen zijn, dat in diezelfde dagen met gelijksoortige muziek aan de weg timmerde. En hoor eens de gitaarsolo; net als die in Hit and Run kan menig hardrocker ervan uit z'n dak gaan. Kant 1 sluit af met het akoestische en gevoelige Start Over, een akoestisch pareltje, gevoelig gezongen en gespeeld.

Weird is kalm met stevige tussendelen en alweer een pakkende gitaarsolo; eigenlijk als classic rock! Klinkt hier inspiratie van Rory Gallagher? Ruw rockend met jankend gitaarwerk is I'm Screwed Up, met het ingetogen en gevoelige Walking Through a Storm als een volgend rocknummer. Mooi subtiel gitaarspel van Borland bovendien. Terminal Case scheurt venijnig, waarbij ik alweer niet de associatie met punk krijg.
In de teksten beklaagt Borland zich soms over een meisje, dat hem in de steek liet. Ook dat is niet zo punk wellicht, al hoeft dat subgenre niet per se maatschappijkritisch te zijn; The Stranglers hadden ook één en ander te mopperen over vrouwvolk.
Op mijn streamingplatform is het album te vinden samen met EP One to Infinity uit hetzelfde jaar. Daarvan is New Uniform mijn favoriet.

Mijn reis door new wave en aanverwanten kwam vanaf Trans Europa Express van Kraftwerk en vervolgt in juni 1978 als van The Reaction een single verschijnt. Zanger daar is dezelfde Mark Hollis die later naam maakte bij Talk Talk. Omwille van praktische redenen bij hun debuut een korte vermelding van The Reaction.

» details   » naar bericht  » reageer  

Kraftwerk - Trans Europa Express (1977) 3,5

17 juni, 22:18 uur

Op reis door new wave was ik inmiddels bij januari 1982 aanbeland. Alvorens dat jaar te bespreken ga ik eerst de gemiste albums van voordien langs. Zo komt het dat ik van Kraftwerks Computer World naar vier jaar eerder terugreis bij hun Trans-Europa Express. Van een Engelstalige editie in '81 naar deze Duitstalige uit '77.

Zoek de tien verschillen, is het een beetje. Ik kom eigenlijk maar tot twee: de synths zijn duidelijk van een eerdere generatie en de liedjes minder in standaardstructuur couplet-refrein-couplet-refrein-brug-refrein. Dat wil niet zeggen dat het album ontoegankelijk is, verre van dat. Maar de dikke negen minuten van Europa Endlos zijn te lang voor een single en Spiegelsaal is wel degelijk experimenteel, zeker voor 1977. Schaufensterpuppen hapt makkelijker weg en sluit kant 1 af.

Het repetitieve titelnummer opent kant 2 en gaat na ruim zeseneenhalve minuut dankzij een voorttikkende digibeat naadloos over in het korte Metall Auf Metall. Het lijkt wel een discotheek, want het kunstje wordt herhaald door door 'm nogmaals verder te laten tikken naar Abzug.
Deze treinreis van drie nummers is dan voorbij, tijd voor Franz Schubert en epiloog Endlos Endlos.

Experimenteler dan de groep in 1981 zou zijn en bovendien nog met een vorige generatie synthesizers, is de groep hier tegelijkertijd toegankelijk voor een breder publiek. Het Duitse deel daarvan beloonde het in maart 1977 met #32, waarbij de invloed van de groep veel groter zou blijken te zijn dan zo'n getalletje doet vermoeden. En kijk eens naar de andere namen in de lijst van die week: de verschillen in audio zijn gróót.

Volgende halte bij mijn inhaalslag van new wave is twee maanden later: het debuut van The Outsiders, de groep die later leven zou geven aan het veel vermaardere The Sound. Op naar de eerste in eigen beheer uitgebrachte punkelpee in de historie, Calling on Youth genaamd.

» details   » naar bericht  » reageer  

Kraftwerk - Computer World (1981) 3,5

17 juni, 16:44 uur

Van de springerige en swingende new wave van The Boomtown Rats naar de kille en statische digitale synthesizers van Kraftwerk. Op reis door new wave kom ik van alles tegen, al is ook op V Deep van The Rats de invloed van Kraftwerk te horen. Namelijk op elk nummer waar die de synthesizer inzetten, in het bijzonder op Talking in Code op dat album.

Reeds in 1981 was duidelijk dat de Düsseldorfse groep van grote invloed was op new wave (The Human League, Visage, Ultravox, Duran Duran en Soft Cell om maar heel onvolledig te blijven) én daarbuiten: digitale beats zouden ook in hiphop en house hun entree maken. Ondertussen bracht Kraftwerk van tijd tot tijd nieuw werk uit. Van protosynthesizers naar een volgende, geavanceerdere generatie apparatuur. Zo ook in 1981.
Van Computer World wordt Pocket Calculator de eerste Britse hit, #39 in mei 1981.
Single-met-dubbele-A-kant The Model/Computer Love bevatte een vertaling van Das Model van Die Mensch·Maschine uit 1978, dat in dat jaar ook in een Engelstalige editie verscheen. De Britten waren er verzot op.
Als opvolger Computer World in 1981 uitkomt, wordt van dat album Computer Love op de tweede A-kant gezet, nadat radio-dj's hun voorkeur voor het oudste nummer uitspraken. De single betreedt begin juli voor het eerst de Britse hitlijst om diezelfde maand op #36 te pieken en in augustus weer de chart te verlaten. Kort voor Kerst 1981 keert het plaatje warempel terug en op 31 januari '82 landt het zelfs op #1. Het kan verkeren.
Album Computer World kwam al in in de eerste week van verschijning, mei '81, tot #15 en The Man-Machine, dat er in 1978 niet hoger kwam dan #53, haalt in februari '82 nog eens #9!

Genoeg over cijfertjes. De muziek. Op Computer World verwerkt Kraftwerk hun digitale ontwikkeling meer dan tevoren in liedjes met kop en staart. Zozeer dat Coldplay Computer Love in 2005 ombouwde tot Talk, met toestemming van de Duitsers. Spannendste nummer van dit album vind ik Home Computer. Ja, in elk nummer zit het woord 'computer' in de titel, behalve in track 2 Pocket Calculator en in het laatste nummer het werkwoord 'compute'.
Met de antieke hoes op de computer zou je bijna nostalgisch worden, maar in 1981 was dit hypermodern. In mijn geval: mijn ouders ontvingen twee jaar eerder een (papieren) brief van mijn middelbare school met het verzoek om toestemming te geven voor de aanschaf van een elektronische rekenmachine. Dat vonden wij leerlingen heel wat! Kraftwerk gebruikte zelfs een Texas vertaalcomputer om sommige teksten te laten "zingen". Computers zouden de wereld doen veranderen, zo werd ons voorgehouden, zoals dat nu wordt verteld over kunstmatige intelligentie.

Ik ken weinig (geen?) groepen die zó invloedrijk zijn gebleken als Kraftwerk. Misschien The Beatles en de Rolling Stones? Nee, met hun invloed op meer dan één genre denk ik werkelijk dat Kraftwerk hen overstijgt, of je hun muziek nu waardeert of niet.
Met deze dubbele A-kant kom ik aan het einde van 1981. Alvorens te vervolgen met 1982, ga ik terug in de tijd om gemiste singles en/of albums uit de new wave te beluisteren. Eerste halte is in maart 1977 als datzelfde Kraftwerk Trans Europa Express uitbrengt.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Boomtown Rats - V Deep (1982) 4,0

17 juni, 06:38 uur

Voor Nederlanders zijn de Boomtown Rats de groep van één hit, pianoballade I Don't Like Mondays. In het Verenigd Koninkrijk scoorde de groep echter al vanaf 1977 een reeks hits en V Deep uit 1982 is alweer hun vijfde elpee.
Daarvan beklom Not in a Million Years al in december 1981 de hitlijst en kwam tot een schamele #62-notering. In april 1982 piekte House on Fire hoger en wel op #24. Elpee V Deep kwam eind die maand slechts tot #64; het succes taande.

Toch is dit een prima album.

De eerste single opent meteen het album. Kant 1 heet V Deep en Never in a Million Years opent midtempo met veel galm en dramatische (in de positieve zin van het woord!) van Bob Geldof, in het uptempo The Bitter End zijn de toetsen prominenter, waarna Talking in Code naar synthpop neigt. Verrassend voor de Boomtown Rats én geslaagd. He Watches It All is kalmer maar met de galm heeft het qua sfeer wel iets van David Bowie. Het met blazers en veel percussie opgeluisterde A Storm Breaks verraadt de invloeden van wereldmuziek; het duurt maar liefst zes minuten.

Kant 2 heet hier VI Shallow en opent met Charmed Lives met opnieuw veel percussie en de muziek in een funkjasje. Dan de tweede hit van dit album: House on Fire bevat reggae, dansbaar mét blazers. Up All Night heeft ook al veel galm, een sterk refrein én swingt ontzettend, Skin on Skin doet iets soortgelijks; opeens krijg ik het idee alsof ik naar popwave luister, zoals Duran Duran en Spandau Ballet die in 1981 maakten. Alle nummers zijn echter van de hand van Geldof.
Jazzgitaar opent The Little Death dat overgaat in House Burned Down, de eerste een aparte maar vrolijke track.

The Boomtown Rats doen meer pop in hun muziek en vertikken het een tweede pianoballade op te nemen. Een sympathieke eigenwijsheid van de Rats.
Op streaming staat de cd-uitgave van 2005 en let op: de volgorde van de tracks is helaas gewijzigd en House Burned Down is er weggelaten. Houd de oorspronkelijke volgorde aan het het wordt veel beter. Wél fijn zijn de bonussen.

Mijn reis door new wave kwam van de dub van New Age Steppers en vervolgt bij de single The Model / Computer World van Kraftwerk.

» details   » naar bericht  » reageer  

Frankie Miller - The Very Best Of (1993) 4,0

17 juni, 00:06 uur

Eén van de eerste hits die ik in mijn persoonlijke, wekelijkse Top 15 in een oude werkagenda van mijn vader neerpende, was Love Letters van Frankie Miller. Een echte zomerhit, bij de Nationale Hitparade stond het nummer in augustus 1977 twee weken #11. Een rauwe strot klonk in een rockend nummer met een prominente rol voor de piano. Sindsdien een favorietje van me.

Toen in de jaren '90 elpees voor een prikkie werden verkocht, kocht ik er enkele van hem - die in de troebelen van het leven weer zijn verdwenen. Als vervanging daarvan kocht ik enkele jaren geleden cd The Very Best of.
Dank aan de MuMensen hierboven voor de nodige achtergrondinformatie! Opener Darlin' ken ik inderdaad als Willem van Willem Duyn, solo een hit en hij speelde het ook live met Normaal toen hij daar tijdelijk Bennie Jolink verving. Het maakt alleen dat ik de versie van Miller niet meer objectief kan beluisteren...
Love Letters werd tien jaar later een hit voor Alison Moyet, die het in een langzamer arrangement stak.
Van de elpees die ik voorheen bezat herken ik de pareltjes When I'm Away from You, Have You Seen Me Lately Joan en Stubborn Kind of Fellow. Nummers die nieuw voor me waren, zijn onder andere het sterke The Devil Gun en Double Heart Trouble.

Een alleszins aangename verzamelaar van de rauwe strot die ik ongeveer tegelijkertijd ontdekte met die andere whiskeystem, ene Rod Stewart. Bij Miller is sprake van blue eyed r&b, soms wat ingetogener en soms wat steviger.
Is deze verzamelaar perfect? Ach, er zijn altijd wel nummers die je mist. In mijn geval had het intense Jealousy er wel op gemogen.

Toen ik in 1994 las dat hij een hersenbloeding had gehad en niet meer kon zingen, laat staan optreden, maakte dat indruk. Op YouTube vond ik een docu over Miller in het "nu" (1998) met o.a. Rod Stewart, hier te zien. Al is het verdrietig om te zien waarom Miller geen nieuw werk meer zal opnemen, fijn is dat hij er desondanks volop geniet. Hij mag in Nederland een voetnoot bij de hitparades zijn, in Schotland zal dat niet gebeuren. De man leeft - gelukkig! - nog altijd.

» details   » naar bericht  » reageer  

Mike Oldfield - Tubular Bells (1973) 4,0

15 juni, 22:54 uur

Mike Oldfield en Tubular Bells? Zoals Teacher ruim twee jaar geleden noteerde:(reactie op ander bericht)

om er vervolgens leuke herinneringen bij te noteren. In mijn geval was dit muziek van vóór mijn tijd, maar eind jaren '70 liet de muziekleraar op school ons naar het deel luisteren waar de instrumenten, na een dikke 18 minuten, door hem worden voorgesteld. Ik vond het best aardig en bovendien was dit een plaat die "iedereen" in huis had. Althans, onze oudere broers en zussen, zo was de praktijk voor mijn generatie. En inderdaad, zoals hierboven genoemd, later herkende ik de muziek bij Bassie en Adriaan. "Altijd die clown en die acrobaat!" met de trillende stem van de baron.

Ooit op cd uit de kringloop meegenomen. Die houdt keurig de twee plaatkanten aan als twee tracks, waarvan kant 1 met Part One mijn favoriet is met z'n als het ware modern-klassieke muziek. Als op kant 2 na bijna twaalf minuten enig gegrom klinkt, verderop gevolgd door wolvengehuil, moet ik glimlachen om die gekkigheid, zeker als aan het slot jolige folk klinkt.

In 2007 vertelde Oldfield bij de Top 2000 A Gogo over de plaat, zie hier. Een album dat mij terugbrengt naar prille tienerjaren en een bevlogen muziekdocent, een elpee van een uiterst creatieve en piepjonge muzikant; nog een tiener. Enige nostalgie is mij niet vreemd, wat de waardering vanavond doet groeien.

» details   » naar bericht  » reageer  

Dropkick Murphys - Sing Loud, Sing Proud (2001) 3,5

15 juni, 21:57 uur

Ooit uit de kringloop meegenomen, wilde Sing Loud, Sing Proud! aanvankelijk niet landen. En dat terwijl de Dropkick Murphys twee troeven hebben waarvoor ik steevast val, met hun kruising tussen punk en (Ierse) folk. En toch vond ik de zang niet altijd pakkend en de cd belandde in de kast.

Inmiddels is dat gevoel net zo makkelijk weer verdwenen. Lekker meebrullen met Which Side Are You On? bijvoorbeeld en genieten van doedelzak/ulleann pipes (For Boston) en fluit (The Rocky Road to Dublin). Of gewoon snel werk en scheurende gitaren, zoals in The New American Way en The Fortunes of War, of kalm en akoestisch in The Torch.

Toch blijk ik tegen het einde iets van de aanvankelijke twijfel te hebben gehouden: ik ben het album na track 11 een beetje zat. Verzadiging.

Gisteren zag ik beelden van een politieman in Boston, nabij de thuisstad van de Dropkick Murphys. Daar speelde het Schotse elftal en deze diender bleek goed in staat te zijn de bal hoog te houden. Wedden dat hij Ierse wortels heeft?

» details   » naar bericht  » reageer  

New Age Steppers - Action Battlefield (1981) 3,5

15 juni, 20:03 uur

Op reis door new wave in 1981 kom ik van punk bij Dead Kennedys bij deze tweede van New Age Steppers. Hun eerste verscheen in januari 1981, maar die heb ik gemist; hoop ik binnenkort in te halen.

De groep is, zo ontdek ik, een project rond producer Adrian Sherwood die zich omringde met gitarist Antonio Phillips, bassist George Oban, drummer Eskimo Fox en zangeres Ari. De laatste is bekend van The Slits, die eerder in '81 dit album uitbrachten.
Op Action Battlefield dat in december 1981 verscheen, is de stijl samenhangender dan op die plaat. Wat klinkt is sterke dub in combinatie met de "witte zang" van Ari, die daarbij haar expressiviteit etaleert en dit soms verpakt in nogal stupide rijmelarij. My Love bijvoorbeeld is wel érg cliché met regels als "My love is sweeter than a cherry tree, o baby won't you come to me". Sint en Piet. Bovendien is een kers weliswaar zoet, de boom smaakt minder.

Hier klinkt ook nog eens tweestemmige zang die vals is; het blijkt dat Neneh Cherry aanschoof; de twee dames zitten er met hun enthousiasme nét tegenaan. Tegelijkertijd krijgt de warme dubreggae hierdoor een apart randje en vind ik het desondanks charmant. De muziek zit namelijk wel degelijk góéd in elkaar. Daarbij geniet ik vooral van het drumspel: Fox varieert veel en legt rake accenten.
De teksten zijn dus braaf en kneuterig en willen nogal eens de romantiek bezingen. Het mag, toch had ik met deze muziek meer geëngageerde zinnen verwacht.

Kortom, gemengde gevoelens die ik uitdruk in een magere zeven. Mijn reis vervolgt in december 1981 als single Never in a Million Years van The Boomtown Rats de Britse hitlijst betreedt. Het nummer zou op elpee komen dankzij het in 1982 uitgekomen V Deep.

» details   » naar bericht  » reageer  

Bökkers - Bökkers (2011) 4,0

15 juni, 00:15 uur

In 2011 was er een Facebookpagina over boerenrock die ik volgde. Die site was rond 2013 van de ene op de andere dag verdwenen, maar bracht een prima kennismaking met namen die alleen in het Nedersaksische deel van Nederland bekend zijn; daarbuiten niet. Eén van die namen was Bökkers en vanwege Badstoffen Gedrocht kocht ik hun debuut-cd.

Die groep leerde ik kennen als Bökkers Dût Normaal (voorheen Normaal Coverband) met covers van... juist. Geleidelijk echter stak eigen werk de kop op. Bökkers ontwikkelde een eigen scheurende stijl, nog altijd geschoeid op r&b, rock 'n' roll, boogie en noem meer rockende stijlen. Weliswaar in de voetsporen van Jovink & The Voederbietels, de vorige groep van Hendrik Jan Bökkers, maar dan een Sallandse variatie - al hoor ik als westerling de taalverschillen niet. Nedersaksisch is een taal met z'n eigen dialecten.

Een sterke opener is het log rockende Ik Hoef Oe Bier Niet Klootzak waar je bovendien meteen weet dat het productioneel dík in orde is met knisperende gitaren, sterk gevolgd door het swingende Nooit Duurt Heel Lang. Naast Hendrik Jan Bökkers spelen Erik Neimeijer op slaggitaar, broer Bastiaan Bökkers op bas en Arjan Mulder op drums. De vier zetten een geluid neer dat dezelfde sfeer heeft als het AC/DC van de jaren '70, rauw, puur en spontaan. Met een grotere dosis blues echter wel degelijk anders dan de Australiërs.

Het midtempo Ik Goa Oe Kriegen bevat een ijzersterke riff, oorwurm van de buitencategorie. Bluesrock in Heel Mooi Deerntie, waarna mijn überfavoriet Badstoffen Gedrocht met z'n humoristische én spijkerharde tekst volgt: "Zie denkt dat ik alleen mar denk an drank - Mar wat wo'j anders met zo'n badstoffen gedrocht op de bank." Met heerlijke achtergrondzang van Josefien Terburg.

In scheldlied Ik Neuk Wel Ja krijgt opnieuw een dame (of is het dezelfde?) uit de pan, waarna de midtempo groove van Stukkie van de Film Kwiet onweerstaanbaar blijkt. Het van Johnny Cash gecoverde Cocaïne Blues krijgt een eigen verhaal met daarin het cachot van Zwolle en alweer glimlach ik om de directe teksten inclusief zelfspot.
Zolte Hering is minder spannend, Kluizenaar ademt blues net als finalenummer De Duuvel Heft Dost, waarbij de eerste elektrisch en het slotlied akoestisch is.

Dit was 2011. Nadien werd Bastiaan molenaar en ik kan verzekeren dat in zijn Mölle niet alleen heerlijke broden en zoetigheden en goede koffie zijn te vinden, maar ook véél streekbieren. Een beetje de sfeer van dit debuut van Bökkers.

» details   » naar bericht  » reageer  

Dead Kennedys - In God We Trust, Inc. (1981) 3,5

14 juni, 22:22 uur

De tweede plaat van Dead Kennedys na debuut Fresh Fruit for Rotting Vegetables van het jaar ervoor. Snelle punk, een hele overgang na mijn vorige station op reis door new wave, namelijk het dromerige LC van The Durutti Column. MuMe heeft In God We Trust, Inc. als een EP te boek staan, bijzonder is dat ie op 33 1/3 toeren draait. Desondanks met z'n 13 minuten op EP-lengte.

Titel en hoes van de EP maken meteen duidelijk dat de groep ten strijde trekt tegen de combinatie geloof en geld/kapitalisme en wie zich herinnert hoe Amerikaanse tv-dominees in de jaren '80 grote sommen geld binnenharkten met een welvaartsgeloof, zullen daar niet verbaasd over zijn. Een fenomeen wat inmiddels ook Nederlandse voorbeelden kent.
Qua muziek enigszins een tussendoortje dankzij de jazzachtige remake van hun eigen California über alles in We've Got a Bigger Problem Now en de verpunkte versie van tv-tune Rawhide (1959).

De opkomst van nazi-punks blijft eveneens onbenoemd; ik zag daarover op tv ooit een speelfilm, maar kan niet meer vinden welke dat was. Bij Nazi Punks Fuck Off is het in de introductie tevens lachen om hetgeen Jello Biafra daar zegt: "Overproduced by Martin Hannett, take 4!" Zo knallen vóór de twee slotnummers zes nieuwe nummers vol furie voorbij.
De EP staat niet op mijn streamingplatform, maar Nazi Punks is er wel te vinden dankzij verzamelaar Milking the Sacred Cow.

Mijn reis vervolgt bij New Age Steppers en hun aparte aanpak van reggae op Action Battlefield.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Durutti Column - LC (1981) 3,0

13 juni, 13:47 uur

Vanochtend werkte ik in de tuin met LC van The Durutti Column op de koptelefoon. Kalme muziek, passend bij een kalme klus.
Het debuut vond ik een vreemde eend in de bijt van new wave: verschenen bij het piepjonge Factory, had het qua muzikale stijl (instrumentale, dromerige elektrische gitaarmuziek) ook wel op een jazzrocklabel kunnen worden uitgebracht - waar het opnieuw een vreemde eend was geweest.

LC opent echter met een verrassing, en wel de zang. Sketch for Dawn (I) vormt met de dromerige stem van Vini Reilly een kalme start. Portrait for Frazier is instrumentaal met de kenmerkende chorus- en flangereffecten op Reilly's gitaar, net als in Jacqueline. Dat herhaalt zich op Messidor, maar hier slaat drummer Bruce Mitchell steviger.
Ook deel II van Sketch for Dawn is gezongen; door de baslijn en piano moet ik warempel denken aan Joy Division;

Kant 2 begint met Never Known met naast de herkenbare gitaargeluiden een dromerige synthesizer en dito zang. Ik moet bekennen dat ik gaandeweg The Act Committed een beetje klaar ben met alle pieuw-pieuw-pieuw-gitaargeluidjes. En omdat Detail for Paul dat eveneens doet, was het - net als bij het tuinklusje - even doorbijten. In mijn geval door ongewenste wildgroei te verwijderen.
Gelukkig is daar The Missing Boy met feller gitaarspel en drums en dromerige zang. Het derde nummer dat boven de vijf minuten aftikt, waarbij andere nummers juist onder de twee minuten blijven.
The Sweet Cheat Gone is het sterke slot, dankzij de piano die eveneens door de handen van Reilly wordt bespeeld. Ik moet warempel denken aan het latere werk van Talk Talk.

The Durutti Column kent een kleine maar hartstochtelijk liefhebbende groep fans. Daarvoor is mijn smaak niet geschikt, maar op z'n tijd een paar nummers: best lekker. Ik merk het bij de extra's, sinds 1996 bij de cd-versie verkrijgbaar en via streaming in mijn koptelefoon komend. Dan heb ik een 'Nu weet ik het wel!'

Luisterend naar de albums achter mijn afspeellijsten met new wave van 1981, kwam ik van The Sound. Daarmee is november van dat jaar afgerond. Omdat ik het album van Dramatis (de voormalige begeleiders van Gary Numan) al eerder besprak, net als Ghost in the Machine van The Police, is mijn volgende halte van een geheel ander kaliber dan de introspectieve klanken van Vini Reilly: In God We Trust, Inc. van de Dead Kennedys.

» details   » naar bericht  » reageer  

Wovenhand - Star Treatment (2016) 4,0

13 juni, 13:05 uur

Sinds David Eugene Edwards in 2011 met Wovenhand op Roadburn stond, vaart hij een muzikaal extra harde koers, al kon de groep voordien (Mosaic uit 2006 en The Threshingfloor (2010) ook hard uit de hoek komen. Het betekent altijd weer dat de nodige luisterbeurten nodig zijn om de muziek beter te doorgronden: zo'n album moet groeien.

Come Brave knalt fel uit diezelfde hoek, het bijna ritmeloze Swaying Reed is met zijn praatzang, drones en lange gitaargeluiden minder toegankelijk. The Hired Hand is als elektrisch overstuurde country of rockabilly met een hoopvolle tekst over de opstanding van de doden: "He command the grave and sea - Give up your dead" klinkt het verrassend melodieus, zij het gecamoufleerd in het kenmerkende effect op de microfoon. Dat Wovenhand met Charles Trench naast Edwards een tweede gitarist bevat, doet zich gelden.
Invloeden van gothic klinken eveneens op Crystal Palace dat met het rollende ritme van drummer Ordy Garrison en gitarist Neil Keener kalm doordendert. In Crook and Flail zijn melodie en gitaarlijnen mager. Subtiel klinkt een banjo terwijl Trench zijn gitaarmuur metselt.
De eerste helft eindigt kalmer met The Quiver, met echter een eruptie in het slot. Flarden van bijbelteksten herken ik, eindigend met "Let us speak at the gate". Wat wil Edwards hier zeggen?

Galmende drums in het semi-akoestische All Your Waves. In de tekst tilt Edwards ons op naar de hemel. Het nummer duurt bijna acht minuten en brengt met zijn relatieve kalmte een trance-achtige sfeer. Melodieuzer en muzikaal lichter is Golden Blossom over licht dat alle angst doet verdwijnen.
Een stuwend ritme ondersteunt Go Ye Light dat er bijna vrolijk van wordt, wat wordt onderdrukt door Edwards' bezwerende zang.
De donkere gitaren van Five by Five worden subtiel vergezeld door een piano. In de tekst is sprake van een bepaalde dreiging, waarvoor Edwards wil vluchten in de handen van de Almachtige. Garrison mept het nummer gedecideerd naar een climax.
Slotlied Low Twelve heeft een koninklijke gitaarlijn, waaromheen Edwards wederom bezwerend voorhoudt dat "They have stricken me and I was not hurt, They have beaten me and I have not known." Hoe dat kan? "In procession o heavenly body drawn out of many waters": hij is de dood voorbij.

Het is hier dat we op de hoes de nu nog aardse David Eugene Edwards herkennen aan zijn hoed-met-veer, die hij ook onlangs bij het Amsterdamse concert met Sixteen Horsepower droeg. De hoes is fel gekleurd in de stijl van oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika. Een kleurige hoes bij donkerder muziek. In de teksten echter schijnt licht door de gebarste werkelijkheid.

» details   » naar bericht  » reageer  

At the Gates - The Ghost of a Future Dead (2026) 5,0

12 juni, 21:18 uur

Is het mogelijk om At The Gates' The Ghost of a Future Dead te beschrijven zonder stil te staan bij de dood van frontman Tomas Lindberg? Nee, natuurlijk niet, mede omdat het postuum uitgegeven album qua thematiek zijn aangekondigde dood behandelt.

Voor mijn vijftigste had ik weinig met de dood te maken. Inmiddels is de realiteit anders, nog recent kwam in de nabije familie opnieuw zo'n vooraankondiging. Het nieuws is altijd een klap. Proberen te doorgronden hoe Lindberg met zijn naderende einde omging door in diens teksten te duiken, blijkt een hele opgave. Met zijn stijl van schrijven geeft hij weinig bloot. Ik denk te begrijpen dat hij ervan uitging dat het met de dood voorbij is: "There is no truth eternal but the unfathomable" grunt hij met zijn karakteristieke grunt in The Unfathomable.
Het thema 'eindigheid' komt in uiteenlopende bewoordingen voorbij, waarbij zijn teksten lezen als opzettelijk half afgemaakte zinnen. Dat maakt het moeilijk om écht te doorgronden wat hij met zijn lyrieken wilde zeggen, behalve dat hij vergankelijkheid en wellicht ook zinloosheid centraal stelt.

Juist toen At The Gates doorbrak in 1995, was ik even klaar met metal. Pas zes jaar geleden ontdekte ik Blinded by Fear van Slaughter of the Soul, maar The Ghost of a Future Dead is hun eerste album dat ik aanschafte. Sinds anderhalve maand draait hij bijna dagelijks wel een rondje, soms helemaal, soms begin ik halverwege met track 7 om zo de tweede helft beter te doorgronden. Een ijzersterke helft, net als de eerste.

Langzamerhand vielen in al het brute geweld meer en meer details op. De talrijke tempowisselingen, mij zo dierbaar. Hetzelfde geldt voor de vele gitaargeluiden die Anders Björler en Martin Larsson tevoorschijn toveren. Prachtig is ook het akoestische en instrumentale Förgänglichheten, dat slotnummer Black Hole Emission vooruitgaat.
Heel soms klinkt een sobere synthesizer, die sterk sfeerverhogend werken. Maar dit is voluit een gitaarplaat, heftig en emotioneel.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Sound - From the Lions Mouth (1981) 4,5

12 juni, 19:06 uur

Over de context van From the Lions Den is al veel gezegd, hierboven en elders. Laat ik daarom de kern benadrukken: sober gearrangeerde new wave met zeer persoonlijke teksten van Adrian Borland, waarin deze de strijd tegen zijn innerlijke vijanden beschrijft. Qua intensiteit vergelijkbaar met Nick Drake, uit een ander muzikaal universum.
Dat alles wordt liefdevol gedragen door de ritmesectie van bassist-en-jeugdmaatje-van-Adrian Graham Green en drummer Michael Dudley, terwijl toetsenist Max Mayers juist door zijn sobere, ondersteunende spel - de kunst van het weglaten! - subtiel de aandacht vraagt. En laat ik de efficiënte en heldere productie van Hugh Jones niet vergeten: de pauken in Judgement bijvoorbeeld...
Het groepsgeluid is soberder ten opzichte van debuutelpee Jeopardy, wat mij betreft een stap ten goede.

De heldere stem van Borland geeft diens teksten extra zeggingskracht, zoals: "Won't someone wake the dead in me, won't someone shake the dust off me, give me water, give me bread, but don't give me up for dead (uit Skeletons). Dit alles in combinatie met de hoes, het Bijbelverhaal van Daniël die door Goddelijke interventie meemaakte dat de leeuwen hem niet opvraten, geschilderd in 1872 door Briton Rivière.

De oranje hoes kreeg inmiddels oranje vinyl. Die draaide hier nu menig rondje, de sfeer is verslavend. Toch gaat de reis door new wave door, ik beluister de albums achter mijn afspeellijsten. Vorige station was de tweede van Geisterfahrer, de volgende wordt de tweede van de bijzondere eend in de wavebijt The Durutti Column.

» details   » naar bericht  » reageer  

Nick Drake - A Treasury (2004) 5,0

11 juni, 22:50 uur

Toen Jonathan Jeremiah in 2011 doorbrak en ik diens muziek mooi vond, las ik vergelijkingen met Nick Drake. Die kende ik slechts van naam. Voordien was zijn muziek niet van het soort dat mij interesseerde, al weet ik dat maatje JeKo al zo'n dertig jaar eerder muziek van hem in de kast had staan.

A Treasury kocht ik in Dordrecht bij Get Back Music op cd. Want verzamelaars zijn goed ter introductie. In het fraai opgemaakte boekje een boeiend overzichtsartikel en vervolgens wordt per nummer aangegeven van welk album de afzonderlijke nummers komen.
Zo leerde ik over zijn leven en dat hij bij leven slechts drie studioplaten maakte. Op YouTube ontdekte ik de prachtige documentaire A Skin Too Few en zo leerde ik de nodige details. Over zijn leven, maar ook wordt met een producer ingezoomd op het gitaarspel van de man.

Het hielp allemaal om A Treasury beter te doorgronden en verder was het genieten van het gitaarspel en de dromerige zang, plus van de beschouwende, poëtische teksten en fraaie arrangementen. Och, die strijkers!
Dit is veel meer dan een doorsnee singer-songwriter in de folk. Het album komt regelmatig langs op de latere avond of op de (zondag)ochtend. Ja, ik werd een fan.

» details   » naar bericht  » reageer  

Fischer-Z - Live in Hamburg (2024) 4,5

11 juni, 20:46 uur

Onlangs bij het Utrechtse concert van Fischer-Z aangeschaft, blijkt Live in Hamburg een levendig album. Oerlid John Watts was goed geluimd, te horen aan de praatjes met het publiek. Of het nu de coronamaatregelen betreft (de opname stamt uit 2021) of het aanvragen van Limbo door iemand in het publiek. "Sod off!" luidt Watts' reactie, om later in de set alsnog een langere versie dan de beloofde van slechts twee seconden te spelen.

De bezetting van Fischer-Z wijzigt frequent. Ten tijde van deze tour bestond de groep verder uit toetsenist Adrian Rodes, gitarist Marian Menge, bassist David Purdye en drummer Sin Banovic. Het kwintet speelt lenig de frequent opduikende reggaeritmes: veel werk is afkomstig van de eerste drie albums. Dat geldt niet voor bijvoorbeeld Same Boat, dat de coronalockdown behandelt.

Dat Fischer-Z een graag geziene naam is in Duitsland, druipt van de opnames af. Hetzelfde geldt voor het plezier waarmee de muziek wordt gespeeld, net als het goede humeur van Watts. En zo proef ik iets van de verwante sfeer die in Utrecht hing.

» details   » naar bericht  » reageer  

Hawkwind - P.X.R.5 (1979) 3,5

11 juni, 00:27 uur

Laatste album van Hawkwind met zanger Robert Calvert en daarmee ook de laatste waar het geluid invloeden van new wave heeft, zij het niet zo sterk als op Quark Strangeness and Charm (1977) maar sterker dan op voorganger 25 Years On van het jaar erna.

Met mijn voorkeur voor deze fase wijk ik af van de doorsnee liefhebber van Hawkwind. De eerste twee nummers Death Trap en Jack of Shadows zijn in mijn straatje, waarna Uncle Sams on Mars het "oude" Hawkwind brengt. Spacerock. De "zwabberzang" van Calvert doet hier aan die van Steve Harley denken. De sfeer van artrock, eerder in de jaren '70.
Datzelfde geldt voor Infinity en het instrumentale Life Form, als een soundtrack bij een nooit gemaakte film.

New wave (of is het artrock?) keert terug bij Robot dat kant 2 gedurende een dikke acht minuten aftrapt, zonder te vervelen. High Rise brengt me terug naar de beginjaren van de groep, dankzij het ronkende P.X.R.5 wordt afgesloten met spacerock. Inclusief een lekkere gitaarsolo!

In augustus 1980 verschijnt livealbum Live Seventy Nine met opnamen van de wintertournee. Calvert is dan vertrokken, één van de talloze bezettingswijzigingen die Hawkwind meemaakte.
Dankzij Radio Caroline ontdekte ik onlangs een mij onbekende kant van Hawkwind, met als conclusie dat Quark Strangeness and Charm mijn favoriete album is. Als ik weer eens in de platenbakken naar tweedehands vinyl speur, zal ik eens bij de 'H' kijken voor die elpee.

» details   » naar bericht  » reageer  

Hawklords - 25 Years On (1978) 3,5

Alternatieve titel: Hawklords, 10 juni, 23:43 uur

Sikken Berend schreef:(reactie op ander bericht)

Dat was omdat er juridische problemen met het management waren, leerde ik deze week. Het jaar erop konden ze weer onder hun oorspronkelijke naam continueren.

Onlangs ontdekte ik dat deze hippie-psychedelicarockers in de tweede helft van de jaren '70 een fase hadden waarin de muziek richting new wave schoof. Mijn favoriete Hawkwind is met Robert Calvert bij de microfoon, de periode '77 - '79. Puntige nummers met zijn aangename stem.
Minder heb ik met hun eerdere en latere jaren, al is het robuust en charmant. Niet voor niets de groep waar ene Lemmy Kilmister van 1971 - 1975 voor het eerst naam maakte.

Op 25 Years On klinken zowel wave als (vooral) spacerock. Met mijn voorkeur zijn er twee favorieten: opener PSI Power en het punkachtige Flying Doctor. Het "oude" Hawkwind klinkt op de overige nummers, waarbij spacesynths in het instrumentale Automotion en een rustpuntje dankzij het akoestische The Only Ones. Degenen met een voorkeur voor de hippiekant kunnen dus meer genieten dan ik, al beleef ik die nummers als 'best aardig'. Kwestie van smaak.

Dan resteert mij nog één album van de groep met Calvert: P.X.R.5 van het jaar erna.

» details   » naar bericht  » reageer  

Status Quo - Live at Hammersmith '79 (2026) 5,0

Alternatieve titel: 26th June 1979, 10 juni, 22:12 uur

Mijn twijfels waren weer eens onterecht: dit is 'n heerlijke dubbelaar. Eerste zaken die opvallen: Status Quo speelt het werk op hoog tempo. Stond de opnameapparatuur een fractie te snel afgesteld of stonden de vier stijf van het witte poeder? En het publiek klinkt alsof je tussen de voorste rijen staat, luister maar eens wat er tussen Roll over Lay Down en Backwater gebeurt.

Blij ben ik met de nummers die na Live uit '77 op studioalbums verschenen en hier knallend van het podium komen: Rockers Rollin', mijn favoriet Hold You Back, een versie van Rockin' All over the World die róckt met bovendien zuivere koortjes, O! What a Night en Dirty Water. Plus dat daar eindelijk Down Down klinkt, die miste deze puber op Live. Vijftig jaar later alsnog rechtgezet!

Wat valt verder op? Ik ben blij dat de rol van toetsenist Andy Bown nog uiterst bescheiden is, waardoor Quo gitaren-heavy rockt; Francis Rossi soleert als een malle inclusief charmante foutjes (Hold You Back bijvoorbeeld); als een stoomtrein draait de ritmesectie Alan Lancaster, John Coghlan plus Rick Parfitts slaggitaar; en wat mept die Coghlan om zich heen, minder sober dan in de studio en opzwépend!

» details   » naar bericht  » reageer  

Hawkwind - Levitation (1980) 3,5

10 juni, 07:07 uur

Het was Arjan Hut die mij bij Quark Strangeness and Charm uit 1977 van Hawkwind tipte om dit Levitation eens te beluisteren. Het kwam gisteren langs tijdens het werk en 's avonds na een bezoek tijdens de autorit, nadat ik op de heenweg en thuis X in Search of Space uit 1971 liet langskomen.

Waar ik bij Quark Strangeness and Charm overeenkomsten met new wave hoorde - de toekomst - is het alsof de groep drie jaar later weer teruggrijpt op de eerdere psychedelische spacerock. Terug in de tijd. Nog altijd zijn de nummers overwegend uptempo, waarbij nieuwe slagwerker en drumlegende Ginger Baker hard om zich heen moest meppen. Ik wist niet dat hij een tijdje in Hawkwind heeft gespeeld, alleen daarom al leuk om dit album te horen.
Ook lekker zijn de spacegeluiden die Tim Blake uit zijn toetsen tovert, waarbij ook oudgediende Dave Brock zich van die taak kwijtte. Het instrumentale Psychosis bestaat zelfs geheel daaruit en dient mede als aanloop naar het eveneens instrumentale World of Tiers, waar Baker volop aan de bak moet.

Kant 2 opent met het een volgende instrumentaal, Prelude genaamd, waarna in Who's Gonna Win the War dan toch weer wordt gezongen. Grappig is het vlotte Space Chase, alweer zonder zang en net als op de plaat uit '71 is er dan ruimte voor akoestische gitaar via The 5th Second of Forever (From the Film). Mijn favoriet van dit album is slotnummer Dust of Time, waar ik dankzij het toetsenthema overeenkomsten hoor met zowel de Doors als met latere wavegroepen The Damned en The Stranglers.

Bonustrack Valium 10, afkomstig van de 3cd-bonuseditie van 2009, is leuk om eens te luisteren vanwege het tandartsintro. Humor heeft Hawkwind zeker! Alsof we al typetje Mr. Bean horen.

Aardig album, maar de overeenkomsten met new wave? Nee, die hoorde ik niet, op dat slotlied na. Juist die overeenkomsten zijn waar ik naar zoek. Oor's Popencyclopedie (editie 1982) schreef over Levitation: "In '80 maakt Hawkwind, dankzij de psychedelica-revival, een onverwachte comeback", maar laat de albums uit '77 - '79 zo goed als onbesproken. Dan zal ik zélf horen hoe de groep in die fase klinkt, om te beginnen met 25 Years On, als de groep tijdelijk als Hawklords opereert.

» details   » naar bericht  » reageer  

Geisterfahrer - Fest der Vielen Sinne (1981) 3,0

10 juni, 00:08 uur

Zo'n zestien jaar voordat Nederland zijn Spookrijders had, had West-Duitsland al Geisterfährer. Een tegendraadse postpunkgroep uit Hamburg.

Na debuut Schatten Voraus, mijn vorige halte op reis door new wave, ontwikkelde Geisterfährer zich verder. Op Fest der Vielen Sinne is de sombere postpunk gebleven. Soms krasserig gitaarwerk van Matthias Schuster en met inmiddels naast een drumcomputer ook livedrums. Wel is de stem van Michael Ruff te eentonig, mede omdat teveel melodieën niet zo willen beklijven.
Vier nummers springen eruit: Mein Kind, dankzij piano en rammelgitaar Zeit der Chancen, het vlotte Himmel auf Erden dat op enkele compilaties belandde en de grommende bas van Blumen. Op veel andere nummers is de bas van Jürgen Weiss in een flangereffect gedoopt; het ronde geluid staat in contrast met de knersende gitaar. Ook fraai is het drumspel van dezelfde Weiss (!); de groep is hier tijdelijk een trio nadat Hans Keller was vertrokken.

Ik blijf nog even in de new wave van november 1981 en wel met een heuse klassieker: From the Lions Mouth van The Sound.

» details   » naar bericht  » reageer  

Geisterfahrer - Schatten Voraus (1980) 3,5

9 juni, 23:47 uur

Op reis door new wave en afkomstig van het debuut van de Californische punkgroep Black Flag, blijk ik soms een album te hebben gemist. Zoals het in 1980 verschenen Schatten Voraus van de Hamburgse groep Geisterfahrer. In 1979 opgericht, volgde het jaar erop EP Geisterfahrer, de eerste uitgave van ZickZack, het label dat belangrijk zou blijken voor de Neue Deutsche Welle.

In '80 is daar hun eerste elpee, verschenen bij Konkurrenz. Een album dat niet geheel op mijn streamingplatform staat, maar wél op YouTube. Het album opent met wat het sterkste nummer van de plaat blijkt te zijn, Das Ufer. Je zou er iets van de sfeer van Joy Division in kunnen herkennen, maar al spoedig blijkt dat de groep wel degelijk een eigen geluid heeft. Overeenkomsten met hen of namen als Cabaret Voltaire zijn er echter wel degelijk; postpunk of darkwave zijn namen die toen of later op de muziek werden geplakt.
De sombere zang van Michael Ruff, de weerbarstige gitaren van Matthias Schuster en de kale synthesizer en drumcomputer van Hans Keller, eveneens verantwoordelijk voor krasserig vioolspel.

Tweede hoogtepunt is Das Haus, met digitale "monnikenzang" in het intro, een brommende synth en een rollende, monotone drumgroove. Het album sluit af met Vertrauen, dat een dikke acht minuten duurt.
In 2005 herverscheen Schatten Voraus op cd met bovendien diverse bonussen. De groep zou invloedrijk blijken op latere vleermuizenwave van West-Duitse origine.

In november 1981 verscheen opvolger Fest der Vielen Sinne, mijn volgende halte op queeste door de wereld van new wave.

» details   » naar bericht  » reageer  

Hawkwind - X in Search of Space (1971) 3,5

9 juni, 22:18 uur

Nadat ik laatst op de radio de opener van Quark Strangeness and Charm (1977) van Hawkwind hoorde, kreeg ik daar van Waverick de tip om dit X in Search of Space te beluisteren en wel de oorspronkelijke zes nummers. Vanavond had ik een autorit die net zo lang duurde als de elpee.

Ik besefte zeer wel dat het verschil met 1977 zou zijn dat in '77 de invloed van punk/wave zou klinken, wat uiteraard in 1971 nog niet het geval kon zijn. Waar zes jaar later de nummers relatief kort zijn, wordt hier meteen begonnen met het een dik kwartier durende You Shouldn't Do That. Het knalt maar door, waarbij het vuile geluid van de elektrische gitaar opvalt.
Na enige tijd moest ik ook wel denken aan een black gospelkoor dat de kerkdienst opzweept, door maar op hoog tempo te blijven zingen en klappen. Bij Hawkwind wordt iets soortgelijks gedaan met een repetitief en eenvoudig thema.
Die hoge tempo's keren terug, waarbij relatief weinig zang zit maar wel dankzij Nik Turner regelmatig een saxofoon of dwarsfluit en wat te denken van de spacegeluiden van toetsenist Dell Detmar!? "Op naar de sterren en daar voorbij," om Buzz Lightyear te citeren.
Als rustpuntje akoestische gitaren van Dave Brock en Dave Anderson in We Took the Wrong Step Years Ago, muzikale soundscapes in Adjust Me en Children of the Sun sluit wat hoekig af.

Dit is het hippie- en druggie Hawkwind. Je hoort enige overeenkomsten met het Black Sabbath of Jethro Tull van die dagen en ook moet ik denken aan UFO, dat toentertijd eveneens spacerock praktiseerde. Leuk om eens te horen, maar dan toch liever die elpee uit '77.

» details   » naar bericht  » reageer  

Black Flag - Damaged (1981) 2,5

9 juni, 17:16 uur

Van countertenor Klaus Nomi naar het debuut Damaged van Black Flag? De overgang kan bijna niet groter zijn. Ik herinner me een legendarische naam en dat de muziek af en toe op Hilversum 3 in de avond bij de VPRO klonk. In november 1981 hadden die zendtijd op de vrijdagavond met kans op experimentele of grensverleggende popmuziek.
Welbeschouwd is de muziek van Nomi grensverleggender dan die van Black Flag. Wel is het zo dat de Californische groep het een stukje heftiger aanpakt dan de generatie Britse punks vóór hen, al hadden die dankzij Discharge inmiddels ook de versnelling ingezet.

Zanger Henry Rollins bouwde met Black Flag een respectabel oeuvre en geldt als een chroniqueur van de punkgeschiedenis, die menig groep aan de vergetelheid heeft ontrukt. Dat neemt niet weg dat deze klassieker - want dat is het - mij weinig doet. De liedjes pakken me niet en hetzelfde geldt voor de zang, al heb ik dat niet zo sterk als in het vorige bericht.
Persoonlijke hoogtepunten op Damaged zijn voor mij de meebruller T.V. Party, dankzij tempowisselingen plus een Ramonesiaanse aanpak van drummer Robo krijgt Gimmie Gimmie Gimmie het voordeel van de twijfel en bij Padded Cell hoor ik voor het eerst en laatst een gitaarriff die écht smaakt.
Dat op afsluiter Damaged I na alle nummers snel zijn, helpt ook niet en dat nummer maakt extra duidelijk dat ik riffs mis. Het is hard, het is snel, het is meestal ene oor in, andere uit.

Volgende halte in de wereld van new wave en aanverwanten van november 1981: het Hamburgse Geisterfahrer, waarvoor ik terugkeer naar hun debuut uit 1980 om daarna de opvolger van het jaar erop te bespreken.

» details   » naar bericht  » reageer  

Klaus Nomi - Klaus Nomi (1981) 4,0

9 juni, 07:15 uur

Een grote overgang bij mijn reis door new wave: eind november 1981 verschijnt zowel werk van de Engelse skagroep The Beat als van de Duitser Klaus Nomi. Ik hoorde hem destijds op de radio en vond hem qua zowel muziek als verschijning... raar of zelfs eng.

Als debuutalbum Klaus Nomi verschijnt, is hij al 37 jaar. Klaus Sperber wordt in 1944 het Beierse Immenstadt im Allgäu geboren. Zijn carrière begint met allerlei baantjes in Berlijn, de countertenor zingt bovendien in een discotheek. In 1973 vertrekt hij naar New York, neemt er zanglessen, adopteert de naam Nomi en treedt er op in clubs. Daar wordt hij ontdekt door David Bowie, die hem als achtergrondzanger meeneemt naar diens optreden bij Saturday Night Live.
Geïnspireerd door de kleding van Bowie kiest hij voor eenzelfde soort pak. Bovendien komt hij in contact met onder anderen Andy Warhol en musici uit de New Yorkse new wave (onder meer Debby Harrie en Chris Stein van Blondie), van wie Kristian Hoffman met hem aan muziek gaat werken. Kortom, hij is al enigszins bekend als in 1980 zijn eerste single Keys of Life verschijnt, het jaar erop de opener van Klaus Nomi.

Het album is een vreemde mix van eigen werk: Keys of Life en Wasting My Time van hemzelf, Nomi Song en Total Eclipse voor hem geschreven door Hoffman. En er is een bonte mengeling aan covers met soms kitschachtig effect.
In die laatste categorie vallen Lightning Strikes (1965) van Lou Christie, The Twist (1960) van Chubby Checker, You Don't Own Me (1963) van Lesley Gore en The Cold Song (1691) uit opera King Arthur van Henry Purcell. Na het voor hem geschreven instrumentale Nomi Chant sluit de plaat af met de live met symfonieorkest opgenomen aria Samson and Delilah (1877) van Camille Saint-Saëns, waar Nomi zich ontdoet van alle glitter en hoorbaar uit het hart musiceert. Het eindigt in echo's van straatgeluiden, waarbij de zanger terugkeert in de coulissen.

Beweren dat dit apart is, is een understatement. Anders dan toen kan ik het wel waarderen, al blijft het evenwicht tussen kunst en kitsch wankel met You Don't Own Me als minst pakkende voorbeeld. Toch slaat de weegschaal in Nomi's voordeel uit.

Volgende halte in het land van new wave is van geheel ander kaliber, zij het eveneens in de VS vervaardigd: Damaged van punkgroep Black Flag.

» details   » naar bericht  » reageer  

The English Beat - The Complete Beat (2012) 4,5

8 juni, 23:27 uur

Van de EP Four More from van Toyah naar een liedje dat niet op de reguliere elpee stond.

Non-albumsingles. Dat je een single leuk vond en dat die níet op de elpee stond. Het gebeurde vaak in de goede (?) oude tijd en misschien dat een fan van The Beat (de Engelse met die naam) dat overkwam met Hit It. Dat uptempo, vrolijke liedje met een verhullende tekst over "autoerotic" haalde in december 1981 bescheiden #70, maar stond niet op het eerder dat jaar verschenen Wha'ppen?
Sterker nog, het duurde lang voordat het nummer op een verzamelaar verscheen, uitgezonderd de Amerikaanse editie van compilatieplaat What Is Beat? uit 1983. Maar op de Europese versie stond ie niet.

Alleen al daarom is verzamelbox The Complete Beat van - hier met de Amerikaanse naam genoemde - The English Beat een fijn overzicht. Het nummer is overigens in hetzelfde 2012 eveneens verschenen als bonus bij cd + dvd Wha'ppen?
The Complete Beat biedt een zeer compleet overzicht van het reguliere werk, aangevuld met sessies opgenomen bij BBC-dj John Peel en ten slotte liveopnamen. Je proeft er iets van de sociale onrust in het Verenigd Koninkrijk van begin jaren '80 en de rol die muziek daarbij kon innemen als spiegel of zelfs katalysator hiervan.

Het volgende nummer op mijn lijst met new wave landde in diezelfde week in de Britse hitlijst als Hit It, maar Don't You Want Me van The Human League en het bijbehorende album Dare besprak ik al eerder. Hetzelfde geldt voor album Grauzone van Grauzone, ook in november 1981 verschenen. En dus kom ik bij muziek met een heel ander karakter: het theatrale debuut van Klaus Nomi.

» details   » naar bericht  » reageer  

Toyah - Four More from Toyah (1981) 4,0

8 juni, 21:44 uur

Pas de tweede maal dat Toyah de Britse hitlijst haalde was via Four More from Toyah. Begin december 1981 kwam het tot een dubbele week op #14.
De EP (inderdaad 7" maar wel 33 rpm) begint met het vrolijke Good Morning Universe en wordt gevolgd door Urban Tribesman. Toyah Willcox speelt volop met haar stem, ietwat theatraal wellicht maar zeker pakkend.

Ondertussen zie ik dat de groep inmiddels met sessiedrummer Simon Phillips werkte, belangrijker is echter dat gitarist Joel Bogen samen met Willcox nog altijd de betrouwbare man van de composities is, soms met hulp van bassist Phil Spalding. Toetsenist Adrian Lee speelt een belangrijke rol in het geluid van de groep. Dat producer Nick Tauber de groep robuust én transparant laat klinken, maakt het helemaal af.

Kant B bevat het ingetogener In the Fairground dat in driekwartsmaat eindigt en The Furious Futures waar weer volop met die bijzondere stem wordt geacteerd. De vier nummers belandden in 2005 op verzamelaar The Safari Records Singles Collection Part 2: 1981-83.

Mijn reis door new wave bevindt zich aan het einde van 1981. Na van Rio van Duran Duran te zijn gekomen, is daar als volgende halte single Hit It van de Engelse skagroep The Beat, te vinden op compilatie The Complete Beat.

» details   » naar bericht  » reageer  

Duran Duran - Rio (1982) 4,5

8 juni, 21:17 uur

In 1981 was ik helemaal van metal en de sombere kant van new wave, maar ook Duran Duran vond ik lekker - wat niet iedere hardrocker begreep. Maar tijdens kaartavondjes met vrienden stond hun muziek op en in combinatie met pilsjes en pinda's genoot ik oprecht van de muziek. Net als wanneer Duran Duran op de radio klonk; héél langzaam viel Nederland voor hun charmes. Bij mij op school zag ik al diverse fans.
Tegenwoordig heb ik Rio zelf en als ik een jonger iemand een elpee cadeau geef, is het steevast één van de kandidaten om te schenken. Hoort een beetje bij de muzikale opvoeding.

Eerst wat cijfers om te benadrukken hoe groot het succes was. Single My Own Way verscheen in november 1981 en haalde in de Britse hitlijst de maand erop #14. Hungry Like the Wolf haalde er in juni '82 #5, Save a Prayer in september #2 en titelnummer Rio in december nog eens #9.
In Nederland werd aanvankelijk slechts Hungry Like the Wolf een hitje: bij de Nationale Hitparade #50 in juli '82. Save a Prayer werd pas in maart '85 dankzij een remix #17.

Over de muziek: die is ten opzichte van het synthpopdebuut geëvolueerd naar pakkende popliedjes door een gróép. Stuk voor stuk sterke nummers, waarvan Lonely in Your Nightmare mijn favoriet is dankzij de melancholie en de fraaie regels "Because you're lonely in your nightmare - Let me in - And there's heat beneath your winter - Let me in". Goede tweede "deep cut" is slotnummer The Chauffeur met z'n eigenaardige sfeer.
De herkenbare stem van Simon Le Bon als anker, de composities onverwoestbaar, de productie robuust en radiovriendelijk tegelijk. Voor new wave was dit misschien glad, zeker met de modeïnvloeden van de new romantics. Tegelijkertijd was dit van het kaliber "Je bent jong en je wilt wat," zoals de stem van Alfred Lagarde de luisteraar in Veronicaspotjes voorhield.
De elpee haalde bij ons in mei '82 #40 en hoort zo ook bij de herinneringen aan een werkweek met de klas. In het Verenigd Koninkrijk piekte Rio diezelfde maand op #2.

Ik beluister de albums achter mijn afspeellijsten met new wave. Die term in de breedste zin van het woord. Mijn vorige station was de voorlopige zwanenzang van de Schotse Skids en ik vervolg bij de EP Four More from Toyah.

» details   » naar bericht  » reageer  

Erwin van Oostenbrugge - Parkinson's Law (2026) 4,5

8 juni, 20:21 uur

Een vriend attendeerde mij op Parkinson's Law, gemaakt door een bekende van hem, gitarist Erwin van Oostenbrugge. Sinds februari op streaming te vinden. Tijdens een wandeling in mijn nieuwe woonplaats, later in de avond, speelde ik het af via mijn koptelefoon. En verdwaalde in een naastgelegen wijk...

Niet dat dit erg was, want de soundtrack bij de verkenningstocht bleek verrassend aangenaam. Kalm en grotendeels instrumentaal, ergens op de grens tussen jazz en pop. Daarna speelde ik het af in de huiskamer, achter het stuur, op het werk bij concentratieklusjes én op de fiets; opvallend was dat Parkinson's Law het eigenlijk in iedere omgeving en bij elke activiteit goed doet.
Van Oostenbrugge is erin geslaagd om spannende liedjes te schrijven die nogal eens nét wat anders doen dan je zou verwachten - ook na vaker afspelen. Met de brushes van drummer Ruben Romijn meandert het titellied kalm tussen jazz en pop. In de akkoorden van het nummer klinkt opeens vocaliste Puck van Eijk met een pakkende, licht-hese stem. Unread (37) is elektrischer en gaat gaandeweg de kant van progrock op, waarna Van Eijck terugkeert op het nog geen minuut durende en akoestische Stay a While.

Die afwisseling zet Van Oostenbrugge moeiteloos voort met het dromerige Benjamin en het stemmige The Death of Åse, waar slechts elektrische gitaar klinkt maar met zoveel sfeer dat het niet gaat vervelen.
I Often Think of You is vrolijk en het nummer met de sterkste invloed van jazz, As If Nothing Ever Happened is van tokkelende schoonheid. Loving Memory is een reprise van het openingsnummer, nu echter met meer ruimte voor zang. Van MuMe mag ik slechts twee favorieten kiezen - de voorkeur verschilt per draaibeurt, want ook de ongenoemde nummers zijn klasse.

Een must voor liefhebbers van klein gitaarspel op de grens van fusion en pop, én voor hen met hart voor melodie. Vanaf juli verkrijgbaar op vinyl; eigen beheer dus in kleine oplage.

» details   » naar bericht  » reageer  

Skids - Joy (1981) 3,0

8 juni, 17:46 uur

De vierde elpee van de Skids uit Dunfermline. De bezetting was al niet stabiel geweest met vertrekkende én terugkerende leden, maar als vierde album Joy verschijnt is het helemaal mis. Stuart Adamson vertrok voor de tweede maal: tijdens de opnamen van het debuut had hij al zijn biezen gepakt, maar keerde terug voor de promotietour. Deze keer is zijn adieu definitief, hij is druk doende om Big Country te beginnen. Wél is hij te horen op Iona, dat kant 1 van Joy afsluit.
Bandleider Richard Jobson is met bassist Russell Webb overgebleven, want ten opzichte van voorganger The Absolute Game is drummer Mike Baillie ook weg. De twee nodigen de nodige gasten uit, zoals Mike Oldfield op het al genoemde Iona.

Het meest opvallend aan de muziek van Joy is dat er de nodige ingetogen folk klinkt. Na de te verwachten gitaarwave van opener Blood and Soil volgt traditionele Schotse muziek in Challenge, miniatuurballade Men of Mercy en A Memory, de laatste als de soundtrack bij een film klinkend. Ook Iona is kalm - mét doedelzakken.

Kant 2 opent met het filmische kleinood In Fear of Fire, dat overgaat naar een grommende basgitaar in Brothers, waar folk en rock worden gecombineerd. Daarna de grotendeels a capella uitgevoerde traditional And the Band Played Waltzing Matilda en The Men of the Fall, dat wederom klinkt als muziek bij een nooit gemaakte film. Het instrumentale The Sound of Retreat leunt op saxofoon en piano, om de plaat met het uptempo Fields af te sluiten; het heeft wel iets van Big Country met z'n folkwave.

Qua teksten is het album een ode aan Schotland; opvallend is echter dat net als Days in Europa van twee jaar eerder enkele verwijzingen naar de nazi-ideologie zitten. De man op de voorzijde als verwijzing naar de Arische kunst, titel Blood and Soil als echo van de ideologie van 'Blut und Boden'. In 1979 leidde het ertoe dat BBC-dj John Peel de groep niet meer wenste te steunen, maar of die beschuldigingen ook hier klonken? Ze zouden niet terecht zijn geweest, al wordt het onderwerp in een interview met Jobson door Classic Rock Magazine in 2022 slechts kort genoemd. Al zijn de verwijzingen minimaal, misschien zijn er MuMensen die meer weten?

Joy kreeg in 2009 een mp3-editie met bonussen die ook op streaming zijn te horen, zo meldt Discogs. Muzikaal gezien een vrij ingetogen afscheid van Skids, want hierna stopte de groep. Jobson ging solo en bracht in 1985 een elpee uit met The Armoury Show, om zich daarna vooral op tv-werk te richten. Vanaf 2007 spelen de Skids weer af en toe samen, in 2018 leidend tot album Burning Cities en in '21 tot Songs from a Haunted Ballroom. Anders dan dit Joy halen die wel (weer) de Britse albumlijst.

Mijn muzikale reis door new wave bevindt zich in 1981. Vorige halte was Collision Drive van Alan Vega, volgende halte wordt het bekende Rio van Duran Duran. Dat verscheen weliswaar in 1982, maar single My Own Way verscheen al in november '81 en staat op mijn afspeellijsten met new wave.

» details   » naar bericht  » reageer  

Lou Gramm - Released (2026) 4,0

7 juni, 23:21 uur

Veel scepsis bij menigeen over Lou Gramm en Released. Zojuist weer beluisterd, deze keer bij een kampvuurtje, koptelefoon op.

Vanavond tijdens Released heb ik het interview met Gramm in magazine Rock Candy gelezen. Dit is zijn laatste album, dan nog één tour en vervolgens met pensioen, vertelt hij. En ik snap nu beter waar de man muzikaal voor staat: gitaargericht werk met oor voor radio. Niet te veel toetsen.
Nu is de mode veranderd ten nadele van deze adult oriented rock, maar dit had makkelijk in 1985 kunnen zijn gemaakt en was dan een groot succes geweest.
Released groeit bij iedere beluistering: nadat opener Young Love al meteen grote indruk maakte, is inmiddels ook afsluiter Word Gets Around tot een grote favoriet uitgegroeid.

Pakkende melodieën door Lou Gramm emotioneel en vol passie gezongen en zelfs ballade True Blue Love, leunend op zang en piano, kan ik goed hebben. Gitarist Bruce Turgon, Gramms maatje al vóór Foreigner bij Black Sheep, zorgt voor adequaat gitaarwerk met soms heerlijke solo's.

Released is net zo vernieuwend als goede appeltaart; en die eet ik gráág.

» details   » naar bericht  » reageer  

Future Islands - From a Hole in the Floor to a Fountain of Youth (2026) 4,0

6 juni, 21:03 uur

Future Islands ontdekte ik in 2015 toen zanger Samuel Herring over een afzetting sprong op een Nederlands festival, beelden die viraal (?) gingen en mij bereikten.
Een triviale kennismaking wellicht, maar daarachter bleek een fijne synthpopgroep te opereren.
Het eerste nummer dat ik van hen hoorde was Seasons, dat echter op From a Hole in the Floor to a Fountain of Youth ontbreekt.

Toch is met deze verzamelaar een fraai overzicht gemaakt. Future Islands heeft een herkenbaar geluid en de band schrijft bovendien pakkende liedjes. Wie beweert dat het retromuziek is, heeft gelijk. Popstructuren met coupletten en refreinen, niks bijzonders. Alsof Human League of Ultravox of Depeche Mode of Soft Cell er een bondgenoot bij kregen. Tegelijkertijd neemt Future Islands een eigen plek in met warme liedjes vol rijke melodieën en sfeervolle geluiden.

Ten opzichte van die namen zijn we inmiddels veertig jaar verder en is Future Islands alweer twintig jaren onderweg. Laat onverlet dat slechts één ding telt: mooie liedjes zijn mooie liedjes.

» details   » naar bericht  » reageer  

Alan Vega - Collision Drive (1981) 2,5

5 juni, 08:59 uur

Amerikaanse new wave in 1981. Ik zit even in een konijnenhol kennelijk, want na The Wigs die stevig uit de beat van vroege jaren '60 putten, is hier Alan Vega die veel inspiratie vindt in de rock 'n' roll van de jaren '50.
Anders dan zijn vorige album met Suicide is dat de electronika is verdwenen, de drums zijn fysiek. Ook foetsie zijn de experimenten met geluidseffecten. Daarvoor in de plaats klinkt doenkende rock 'n' roll, monotoon gezongen in een wolkje echo en bij elkaar een bijna hypnotiserend effect hebbend. Hierbij een nieuwe versie van Ghost Rider, oorspronkelijk op Suicides debuut.
Een dame met de naam Magdalena krijgt maar liefst twee liedjes met haar naam in de titel, te weten opener Magdalena 82 en Magdalena 83. In Rebel klinkt een mondharmonica.

Uitzonderingen op de hoge tempo's zijn het kalme I Believe en de dikke twaalf minuten van slotnummer Viet Vet, waar opnieuw monotonie en rauwe zang domineren.

Is dit leuke muziek? Dát is zoals altijd uiteindelijk een kwestie van smaak. Het eerste bericht bij dit album vertelt kort en krachtig hoe iemand erdoor werd gegrepen, mooi verteld! De melding van deric raven dat dit mogelijk van invloed was op het latere Sigue Sigue Sputnik snijdt hout. Maar geniet ik ervan? Er is weliswaar de eigenwijsheid van de muziek, maar deze monotone gerecyclede rockabilly is niet mijn kopje thee. Misschien is dat voor anderen juist een aanbeveling.
Mijn reis door new wave vervolgt. Ik ben in de laatste maanden van 1981. Op mijn afspeellijsten staan volgende singles van albums die ik eerder besprak, te weten Colours Fly Away van Wilder van The Teardrop Explodes en Good Year for the Roses van Almost Blue van Elvis Costello & The Attractions. De volgende halte wordt daarom de elpee Joy van de Schotse Skids.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Replacements - Sorry Ma, Forgot to Take Out the Trash (1981) 3,5

4 juni, 20:08 uur

The Replacements is een naam die ik vaak las maar waarvan ik nooit muziek hoorde. Het beeld dat ik had is dat van een wat intellectuele groep uit Minneapolis. Op reis door de new wave van 1981 - de vorige halte was Movement van New Order - is daar de eerste kennismaking en die valt anders uit. Een luide plaat waarvan ik vermoed dat ie live - in takes - in de studio is opgenomen.
Op Sorry Ma, Forgot to Take Out the Trash maakt de groep punk met enkele opvallende melodieuze elementen. Zo zitten in opener Takin' a Ride en het daarop Careless zingende gitaarlicks die doen vermoeden dat dit meer was dan een poging om in de stijl van Ramones te spelen. Customer ruikt dan weer naar de dan opkomende intensere hardcorepunk en heeft een vrij lange gitaarsolo. Het felle Otto eindigt onverwacht met blues, I Bought a Headache met publieksgeluiden.

Met de grommende bas van I Hate Music opent kant 2, waarna Johnny's Gonna Die aanzienlijk ingetogener is. De stem van zanger-gitarist Paul Westerberg was al charmant en wint nog meer aan sympathie, terwijl leadgitarist Bob Stinson her en der fraai soleert. Een vleugje rock 'n' roll op de wijze van Ramones in I'm in Trouble, waarna met een trits rauwe punk wordt geëindigd.

Bij mijn volgende halte, eveneens Amerikaans, klinkt powerpop. Op naar het onbekende The Wigs.

» details   » naar bericht  » reageer  

Status Quo - The Singles Collection 1966-73 (1998) 4,5

4 juni, 19:32 uur

Al een tijdje was ik op zoek naar een album met ouder werk van Quo, dat zowel de allereerste werk uit de dagen vanpre-Quo bevat als de geleidelijke groei naar boogierock. Die vond ik begin mei: The Singles Collection 1966-73 met daarop werk uitgebracht bij PYE. en opgenomen met producer John Schroeder. Daarmee heb ik niet de albumnummers van debuutelpee Picturesque Matchstickable Messages from The Status Quo (1968) en Spare Parts (1969) en tegelijkertijd heb ik veel meer dan die platen. Dit mede dankzij het informatieve boekje met beschrijvingen van elke A -en B-kant plus de nodige informatie over de outtakes.

Cd1 bevat de reguliere singles van (The) Status Quo, steeds eerst de A- en dan de B-kant. Aanvankelijk klinkt psychedelische pop, toegankelijk voor een groot publiek. De groep had mazzel dat de eerste single als The Status Quo meteen een hit was: Pictures of Matchstick Men stond in het Verenigd Koninkrijk drie weken #7, maar Black Veils of Melancholy flopt er; het is te opzichtig een kopie van Pictures.
Dan brengen ze het door popzanger Marty Wilde (de vader van Kim!) geschreven Ice in the Sun uit, het haalt in oktober '68 #8. Nadat Technicolour Dreams en Make Me Stay a Little Bit Longer (de gitaren worden iets steviger, vooral het tweede nummer is aangenaam) zijn geflopt, wordt ballade Are You Growing Tired of My Love in juni 1969 flauwtjes #46. Daarin een hoofdrol voor Roy Lynes met zijn piano en moogsynthesizer.
De zang op de singles en hun B-kanten is afwisselend voor oerleden Alan Lancaster en Francis Rossi mét de kort daarvoor toegetreden Rick Parfitt. Steviger is het van The Everly Brothers (!) gecoverde The Price of Love met bovendien een mondharmonicasolo. De single flopt, maar je voorvoelt de naderende boogierock.

Dan wordt de naam ingekort tot Status Quo. Maart 1970 verschijnt Down the Dustpipe en voor het eerst is daar de befaamde shufflerock. Maar liefst zeventien weken in de Britse hitlijst, piekend op #17. Op de B-kant staat Face without a Soul, waar nog steeds psychedelische poprock het motto is, ondersteund door blazers.

Lynes verruilt de groep voor zijn lief in Nieuw-Zeeland, Status Quo wordt weer een kwartet, net als in de dagen voordat Parfitt erbij kwam, zij het nu met twee gitaristen. In My Chair haalt in november '70 #21, maar Tune to the Music flopt in juni 1971. De B-kant was een primeur, namelijk een instrumentaal nummer genaamd Good Thinking (Batman). In 1972 brengt de groep geen singles uit.
Deze verzamelaar bevat niet Paper Plane, de eerste single bij Vertigo. Die blauwdrukversie van Down Down haalde in februari 1973 #8. PYE brengt dan het al eerder opgenomen Mean Girl uit. Ze zien het in mei '73 #20 worden. PYE poogt dat kunstje te herhalen met de folk van Gerdundula en de luide shuffle (op de B-kant het langzame tweede bluesdeel) van Railroad, die echter de hitlijst missen.

Cd 2 bevat op de eerste helft het werk van pre-Quo, toen men singles uitbracht onder de namen The Spectres. De zang wordt hier gedeeld door Alan Lancaster en Francis Rossi.
Daarvan is I (Who Have Nothing) een aanrader, oorspronkelijk uitgebracht door Shirley Bassey, bekend van titelnummers uit de reeks James Bond. Hier is nog geen sprake van psychedelische rock, maar klinkt veeleer beat/pop. (We Ain't Got) Nothing Yet lijkt echter dankzij Lynes' toetsenspel op het vroege Deep Purple.

Uit de fase dat de groep Traffic Jam heette stamt single Almost But Not Quite There, door de BBC geboycot omdat het precies bezingt wat de titel suggereert. Dan nog eens drie eerdere opnamen onder Spectresvlag, waarbij Spics and Specs, bekend van The Beegees.
Op de tweede helft van de cd (track 38 en verder) volgen alternatieve versies uit de jaren '68 - '71. Daarvan is track 45 Laughing Machine de "enge lach" die ik ken van het outro van Spinning Wheel Blues op Ma Kelly's Greasy Spoon. Bij de instrumentale versies is het extra genieten van de grooves van drummer John Coghlan.

Overigens ook meteen succes in de Nederlandse Top 40: Pictures haalde in maart '68 #4, Black Veils wordt in Nederland wél een hit in mei '68 met twee weken #18, Ice in the Sun in oktober #8 en in Vlaanderen diezelfde maand #19. Technicolour Dreams haalt in december de Tipparade.
Gedurende vier jaren lukt het Status Quo niet om hier de hitlijsten te halen. De eerste boogierockhit die men in Nederland scoort is Mean Girl, ooit mijn eerste single, zeven jaar later cadeau gekregen; #19 in juli '73.

» details   » naar bericht  » reageer  

Magnus - Where Neon Goes to Die (2014) 4,0

4 juni, 07:36 uur

De podcast van platenzaak De Groeverij heeft een rubriek met daarin "de winkeldochter": een plaat die in de bakken staat en maar niet verkocht wordt. Ze draaiden daar in Mixcloud van Where Neon Goes to Die van het mij onbekende Magnus het nummer Singing Man, een nummer dat onmiddellijk bleef hangen. Het gevolg laat zich raden: de elpee draait nu in mijn huiskamer rondjes.
Vooraf dacht ik dat dit van Zweedse afkomst was, maar het blijkt een project te zijn van Tom Barman van Deus met dj CJ Bolland, zo las ik hierboven. Belgisch dus. Dank vooral aERodynamIC, Kaaasgaaf en pet voor jullie bijdragen met achtergronden!

De podcast en de achterzijde van de hoes maken duidelijk dat de nodige gastmusici werden binnengevlogen en bovendien hebben Barman & Bolland voor diverse muzikale stijlen gekozen. Ze werden bijgestaan door onder meer toetsenist Joris Caluwaerts. In het verlengde daarvan staat Barman soms zingend, dan weer rappend bij de microfoon. Hierdoor gaat het uiteenlopende kanten op.
Mijn voorkeur ligt bij waar het de kant van synthpop opgaat: op kant 1 opener Puppy met Tim Vanhamel én tubular bells plus Trouble on a Par met Mina Tindle.
Na enkele draaibeurten echter begon Future Postponed te groeien. Barman rapt hier en langzamerhand vallen de warme beats en hetzelfde overkomt me bij Catlike dat kant 1 afsluit, mede dankzij de gitaarpartij van Vanhamel.

Kant 2 opent met Regulate, dat met z'n dancegroove wel iets van Stef Kamil Carlens heeft en wie diens naam noemt, zou ook Prince kunnen noemen. Normaliter niet mijn comfortzone, maar omdat zangeres Billie Kawende in de achtergrond knallende vocalen neerzet, wenden mijn oren geleidelijk.
De herkenbare stem van Selah Sue duikt op in Everybody Loves Repetition en met de synthpop was ik meteen om.
Banjo in het intro van Getting Ready? Ah, dat moet David Eugene Edwards van Sixteen Horsepower en Wovenhand zijn. Een ingetogener nummer met zang van Barman en Edwards, strijkers en zelfs een klarinet, bespeeld door Peter Vermeersch. Volgens de binnenhoes speelde Barman hier zelf ook banjo. Mijn laatste favoriet is de kennismaking Singing Man, een uptempo track met gastzanger Thomas Smith van Editors. Is een blijver gebleken.

Het album uit 2014 kreeg het jaar erop een online bonusversie waarop de hoes in kleur is afgebeeld. Twaalf jaar na verschijning probeer ik de bijgesloten 'digital download card' met "unique code" uit. Helaas pindakaas, de site bestaat niet meer... Hij staat wél zonder bonussen op streaming en vooral: lang leve vinyl!

» details   » naar bericht  » reageer  

Hawkwind - Quark Strangeness and Charm (1977) 4,5

3 juni, 23:44 uur

Er verschijnt zo veel nieuwe muziek die interessant is, maar ik ontdek ook steeds meer antiek werk dat me pakt. Zoals deze elpee! Inmiddels heb ik Quark Strangeness and Charm een paar keer beluisterd, onder andere zojuist op een natte snelweg. Heerlijke muziek voor onderweg, want Hawkwind knalt door.

Ik ken de groep op een enkel nummer na niet. Bij die uitzonderingen hoort de eerste versie van Motörhead (1975), toen Lemmy Kilmister nog lid van Hawkwind was. Toen ik vorige week Spirit of the Age hoorde, leek het wel of de Buzzcocks of Magazine hoorde. Of beter: de oudere broer van die pionier-punkgroepen. De vocalen, het uptempo werk, het heeft de nodige overeenkomsten.

De zanglijnen - is dat Dave Brock? - hebben met hun "gezwabber" wel iets weg van David Bowie en Bryan Ferry ten tijde van de glamrockdagen. Denk Jean Genie en Virginia Plane. Maar Hawkwind houdt de voet op het gaspedaal en tegelijkertijd is het nét wat zweveriger dankzij orgel, Moog, andere toetsen en viool. Vergelijk ook eens I Believe van de Buzzcocks met bijvoorbeeld Damnation Alley; de gelijkenissen zijn duidelijk. Slechts in Fable of a Failed Race wordt in een lagere versnelling gereden.

Enigszins een buitenbeentje op dit album is het titelnummer, dat op de pubrock van Dr. Feelgood en Graham Parker & The Rumour lijkt. Hassan I Sabbah is het bekendste nummer van de elpee, eentje dat ik weleens eerder hoorde. Maar niet mijn favoriet.
Dan trok ook de hoes mijn aandacht: ik herken de stijl van UFO's Lights Out uit hetzelfde 1977. Dat blijkt geen toeval, ze komen beide uit de studio van Hipgnosis.

Kortom, deze hippierockband heeft me afgelopen week, 49 jaar nadat de plaat verscheen, ontzettend verrast met alle energie en sterke nummers. Zijn er MuMensen die net als ik de overeenkomsten met pubrock en de genoemde punkpioniers horen? Roxy6, is Hawkwind ooit op jouw radar verschenen?

» details   » naar bericht  » reageer  

Ed O'Brien - Blue Morpho (2026) 4,0

3 juni, 12:14 uur

Er is iets met zogenaamde supergroepen én met het omgekeerde, mensen uit een gerenommeerde groep die solowerk uitbrengen. De eerste categorie vind ik vaak tegenvallen: de som der delen is minder dan de namen van de losse leden suggereren.

Bij de tweede categorie is het onvoorspelbaarder. Zo kan het zijn dat de desbetreffende artiest werk uitbrengt omdat er simpelweg tijd over is; een andere reden kan zijn dat de geschreven liedjes niet zo passend zijn voor het moederschip. Ik vermoed dat in het geval van Ed O'Brien beide redenen geldig zijn, al zijn er natuurlijk méér redenen te verzinnen voor een project als Blue Morpho.
Via een tip van maatje Edo ("orkestratie is Nick Drake-achtig, zeer fraai") haakte ik aan. Zijn indruk deel ik. In combinatie met de vogelgeluiden die hier en daar opduiken, is dit een kalm album dat inderdaad wel ergens in de eerste helft van de jaren '70 had kunnen zijn opgenomen.

Rijke strijkers, akoestische gitaar en ingetogen, kalme vocalen voeren aanvankelijk de boventoon. Het totaal klinkt vol en rijk, precies goed voor de bijna 40 minuten die het album duurt, ouderwets op één elpee.
Niet alles luistert even makkelijk; ik denk althans dat het slot van Sweet Spot met zijn wat onrustige soloviool niet iedereen kan bekoren. Het wordt gevolgd door Teachers. Daarin meteen een drumcomputer, waarmee dan toch duidelijk wordt dat Blue Morpho niet uit 1971 stamt, mede door O'Briens ietwat vervormde zang. Ongeschikt voor de liefhebbers van pure singer-songwriter-met-gitaar.

Twee nummers zijn kort en instrumentaal: Solfeggio én Thin Places zijn gebouwd op lange klanken. Ritme en zang keren terug op het lange slotlied Obrigado, dat met de vrouwenzang Latininvloeden krijgt, verrassend én aangenaam, zweverige gitaar- en toetsenklanken in echo's gehuld. Halverwege wordt het roer omgegooid, is de drumcomputer stil en zingen toetsen traag. Sluw bouwt het op naar een climax, waarna de muziek geleidelijk wegsterft. Prachtig einde en die kwaliteit geldt ook voor het totale album, dankzij alle - meestal - rustieke variatie.

» details   » naar bericht  » reageer  

Mo Foster - Bel Assis (1988) 3,5

1 juni, 14:18 uur

De eerste keer dat ik de naam Mo Foster tegenkwam, was bij het debuut van de Michael Schenker Group, maar zijn naam viel mij pas echt op in 1983 via Victims of the Future van Gary Moore, waar hij op twee nummers bassist van dienst is.
Ik wist toen niet dat ik hem voor het eerst hoorde op Don't Cry for Me Argentina van Julie Covington, een nummer dat vanaf december 1977 niet van Hilversum 3 af te branden was en dat ik toen zo váák heb gehoord dat het me de oren uitkwam. Het biedt weer een geheel andere muziekstijl. Rondkoeklen leert dat de lijst aan albums en singles waarop hij te horen is, zeer lang is en de variatie aan genres en stijlen groot: Mo Foster was een alleskunner (hij overleed in 2023).

Wat ik niet wist is dat Moore op zijn beurt bij Foster te gast is geweest. Zoals het vorige bericht meldt is Bel Assis een instrumentaal album, dat rustige fusion brengt met veel lange noten. Na Moores gitaarwerk op opener The Light in Your Eyes, blijkt de hoofdrol in A Walk in the Country gereserveerd voor Fosters fretloze bas en op Gaia is die plek voor de sopraansax van Stan Sulzman.
Fusion is sterk aanwezig in Crete Revisited, het kalme So Far Away klinkt als de tune van tv-serie A Touch of Frost, met wederom Sulzmans sax plus gitaar van Ray Russell, eveneens subtiel maar elke noot raak spelend.
Dat de sessiemuzikant enkele collega's vroeg hem te assisteren, is bepaald niet vreemd. Simon Phillips is drummer, toetsen worden behalve door Foster zelf ook gedaan door Rod Argent, bekend van The Zombies en bij mijn generatie nog meer van zijn eigen Argent.

Op de tweede plaatkant is Pump II het stevige nummer, het wordt gevolgd door het ingetogen en akoestische Jaco, ongetwijfeld opgedragen aan de het jaar ervoor overleden meesterbassist Jaco Pastorius.
1988 was het jaar dat de verkoopcijfers van vinyl steeds lager werden ten gunste van die van cd. Ik hoorde bij de eerste groep, maar Bel Assis is zo'n album dat dankzij een extra nummer (track 11 Nomad) hielp om óók over te stappen op het kleine formaat. Toch is dit album nog analoog opgenomen, getuige de hoestekst "This music was recorded on 24-track analogue at 30 IPS without noise reduction, and mixed to 2-track analogue using Dolby SR. Subsequent mastering to the 1610 format and PQ editing at EMI Abbey Road."

Laatavondmuziek of voor de zondagochtend, maar binnen die grenzen wel degelijk afwisselend met daarbij enkele volume-erupties. En mocht Don't Cry for Me Argentina weer eens op radio langskomen, dan zal ik met extra aandacht luisteren...

» details   » naar bericht  » reageer