MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van RonaldjK. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026

Future Islands - From a Hole in the Floor to a Fountain of Youth (2026) 4,0

gisteren om 21:03 uur

Future Islands ontdekte ik in 2015 toen zanger Samuel Herring over een afzetting sprong op een Nederlands festival, beelden die viraal (?) gingen en mij bereikten.
Een triviale kennismaking wellicht, maar daarachter bleek een fijne synthpopgroep te opereren.
Het eerste nummer dat ik van hen hoorde was Seasons, dat echter op From a Hole in the Floor to a Fountain of Youth ontbreekt.

Toch is met deze verzamelaar een fraai overzicht gemaakt. Future Islands heeft een herkenbaar geluid en de band schrijft bovendien pakkende liedjes. Wie beweert dat het retromuziek is, heeft gelijk. Popstructuren met coupletten en refreinen, niks bijzonders. Alsof Human League of Ultravox of Depeche Mode of Soft Cell er een bondgenoot bij kregen. Tegelijkertijd neemt Future Islands een eigen plek in met warme liedjes vol rijke melodieën en sfeervolle geluiden.

Ten opzichte van die namen zijn we inmiddels veertig jaar verder en is Future Islands alweer twintig jaren onderweg. Laat onverlet dat slechts één ding telt: mooie liedjes zijn mooie liedjes.

» details   » naar bericht  » reageer  

Alan Vega - Collision Drive (1981) 2,5

afgelopen vrijdag om 08:59 uur

Amerikaanse new wave in 1981. Ik zit even in een konijnenhol kennelijk, want na The Wigs die stevig uit de beat van vroege jaren '60 putten, is hier Alan Vega die veel inspiratie vindt in de rock 'n' roll van de jaren '50.
Anders dan zijn vorige album met Suicide is dat de electronika is verdwenen, de drums zijn fysiek. Ook foetsie zijn de experimenten met geluidseffecten. Daarvoor in de plaats klinkt doenkende rock 'n' roll, monotoon gezongen in een wolkje echo en bij elkaar een bijna hypnotiserend effect hebbend. Hierbij een nieuwe versie van Ghost Rider, oorspronkelijk op Suicides debuut.
Een dame met de naam Magdalena krijgt maar liefst twee liedjes met haar naam in de titel, te weten opener Magdalena 82 en Magdalena 83. In Rebel klinkt een mondharmonica.

Uitzonderingen op de hoge tempo's zijn het kalme I Believe en de dikke twaalf minuten van slotnummer Viet Vet, waar opnieuw monotonie en rauwe zang domineren.

Is dit leuke muziek? Dát is zoals altijd uiteindelijk een kwestie van smaak. Het eerste bericht bij dit album vertelt kort en krachtig hoe iemand erdoor werd gegrepen, mooi verteld! De melding van deric raven dat dit mogelijk van invloed was op het latere Sigue Sigue Sputnik snijdt hout. Maar geniet ik ervan? Er is weliswaar de eigenwijsheid van de muziek, maar deze monotone gerecyclede rockabilly is niet mijn kopje thee. Misschien is dat voor anderen juist een aanbeveling.
Mijn reis door new wave vervolgt. Ik ben in de laatste maanden van 1981. Op mijn afspeellijsten staan volgende singles van albums die ik eerder besprak, te weten Colours Fly Away van Wilder van The Teardrop Explodes en Good Year for the Roses van Almost Blue van Elvis Costello & The Attractions. De volgende halte wordt daarom de elpee Joy van de Schotse Skids.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Wigs - File Under: Pop Vocal (1981)

afgelopen vrijdag om 08:45 uur

Van Minneapolis en punk van The Replacements naar Milwaukee en The Wigs. Nooit van gehoord, totdat onlangs maatje Edo mij tipte. In 1981 brachten ze hun enige album uit, File Under: Pop Vocal genaamd.
Hier klinkt powerpop: uiterst melodieuze, energieke gitaarliedjes met de nodige meerstemmige zang. De wortels stevig in vroege jaren '60 beat en rock 'n' roll. Op sommige nummers schemert rock 'n' roll stevig door, te weten First Time en Tijuana, waar echo's van bijvoorbeeld I Saw Her Standing There van The Beatles klinken.
Popular Girl is - toch wel verrassend voor powerpop - een ballade te zijn met akoestische gitaar, het sluit kant 1 af.
Kant 2 opent met de rollende toms van Mony, Mony en ook What I Got houdt het uptempo, waarbij kort een blazerssectie meespeelt. Iets kalmer is pareltje It's Over, waarna het weer steviger wordt. Van de laatste nummers is You Say Ono mijn favoriet dankzij vinnig drumwerk en pakkende koortjes.

Koeklen leert dat de plaat in hun regio een succes was, maar omdat The Wigs reeds kort na verschijnen van de plaat uit elkaar vielen, was de naam spoedig met stof bedekt. Een doorstart in 1984 zakte spoedig door de hoeven, wel proberen enkele leden het nog in Los Angeles en duikt hun muziek op in de film My Chauffeur uit 1986, waarvan hier de trailer. Ook dat baatte niet. In 2009 verschijnt File Under: Pop Vocal op cd met twee bonusnummers.

NB Mijn streamingdienst geeft aan dat er nóg een The Wigs is/was. Uit Vlaanderen, hun albums heten Beste Vrienden, Wakker Geschud en Dance with Me. De kans op verwarring lijkt me echter niet zo groot... Wie meer wil weten over de Amerikaanse groep, kan terecht bij Shepherd Express.

Ik beluister de albums uit de wondere wereld van new wave en ben momenteel in 1981. Opnieuw een Amerikaanse naam, door naar de tegendraadse rock 'n' roll van Alan Vega, voorheen bij de groep Suicide.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Replacements - Sorry Ma, Forgot to Take Out the Trash (1981) 3,5

afgelopen donderdag om 20:08 uur

The Replacements is een naam die ik vaak las maar waarvan ik nooit muziek hoorde. Het beeld dat ik had is dat van een wat intellectuele groep uit Minneapolis. Op reis door de new wave van 1981 - de vorige halte was Movement van New Order - is daar de eerste kennismaking en die valt anders uit. Een luide plaat waarvan ik vermoed dat ie live - in takes - in de studio is opgenomen.
Op Sorry Ma, Forgot to Take Out the Trash maakt de groep punk met enkele opvallende melodieuze elementen. Zo zitten in opener Takin' a Ride en het daarop Careless zingende gitaarlicks die doen vermoeden dat dit meer was dan een poging om in de stijl van Ramones te spelen. Customer ruikt dan weer naar de dan opkomende intensere hardcorepunk en heeft een vrij lange gitaarsolo. Het felle Otto eindigt onverwacht met blues, I Bought a Headache met publieksgeluiden.

Met de grommende bas van I Hate Music opent kant 2, waarna Johnny's Gonna Die aanzienlijk ingetogener is. De stem van zanger-gitarist Paul Westerberg was al charmant en wint nog meer aan sympathie, terwijl leadgitarist Bob Stinson her en der fraai soleert. Een vleugje rock 'n' roll op de wijze van Ramones in I'm in Trouble, waarna met een trits rauwe punk wordt geëindigd.

Bij mijn volgende halte, eveneens Amerikaans, klinkt powerpop. Op naar het onbekende The Wigs.

» details   » naar bericht  » reageer  

Status Quo - The Singles Collection 1966-73 (1998) 4,5

afgelopen donderdag om 19:32 uur

Al een tijdje was ik op zoek naar een album met ouder werk van Quo, dat zowel de allereerste werk uit de dagen vanpre-Quo bevat als de geleidelijke groei naar boogierock. Die vond ik begin mei: The Singles Collection 1966-73 met daarop werk uitgebracht bij PYE. en opgenomen met producer John Schroeder. Daarmee heb ik niet de albumnummers van debuutelpee Picturesque Matchstickable Messages from The Status Quo (1968) en Spare Parts (1969) en tegelijkertijd heb ik veel meer dan die platen. Dit mede dankzij het informatieve boekje met beschrijvingen van elke A -en B-kant plus de nodige informatie over de outtakes.

Cd1 bevat de reguliere singles van (The) Status Quo, steeds eerst de A- en dan de B-kant. Aanvankelijk klinkt psychedelische pop, toegankelijk voor een groot publiek. De groep had mazzel dat de eerste single als The Status Quo meteen een hit was: Pictures of Matchstick Men stond in het Verenigd Koninkrijk drie weken #7, maar Black Veils of Melancholy flopt er; het is te opzichtig een kopie van Pictures.
Dan brengen ze het door popzanger Marty Wilde (de vader van Kim!) geschreven Ice in the Sun uit, het haalt in oktober '68 #8. Nadat Technicolour Dreams en Make Me Stay a Little Bit Longer (de gitaren worden iets steviger, vooral het tweede nummer is aangenaam) zijn geflopt, wordt ballade Are You Growing Tired of My Love in juni 1969 flauwtjes #46. Daarin een hoofdrol voor Roy Lynes met zijn piano en moogsynthesizer.
De zang op de singles en hun B-kanten is afwisselend voor oerleden Alan Lancaster en Francis Rossi mét de kort daarvoor toegetreden Rick Parfitt. Steviger is het van The Everly Brothers (!) gecoverde The Price of Love met bovendien een mondharmonicasolo. De single flopt, maar je voorvoelt de naderende boogierock.

Dan wordt de naam ingekort tot Status Quo. Maart 1970 verschijnt Down the Dustpipe en voor het eerst is daar de befaamde shufflerock. Maar liefst zeventien weken in de Britse hitlijst, piekend op #17. Op de B-kant staat Face without a Soul, waar nog steeds psychedelische poprock het motto is, ondersteund door blazers.

Lynes verruilt de groep voor zijn lief in Nieuw-Zeeland, Status Quo wordt weer een kwartet, net als in de dagen voordat Parfitt erbij kwam, zij het nu met twee gitaristen. In My Chair haalt in november '70 #21, maar Tune to the Music flopt in juni 1971. De B-kant was een primeur, namelijk een instrumentaal nummer genaamd Good Thinking (Batman). In 1972 brengt de groep geen singles uit.
Deze verzamelaar bevat niet Paper Plane, de eerste single bij Vertigo. Die blauwdrukversie van Down Down haalde in februari 1973 #8. PYE brengt dan het al eerder opgenomen Mean Girl uit. Ze zien het in mei '73 #20 worden. PYE poogt dat kunstje te herhalen met de folk van Gerdundula en de luide shuffle (op de B-kant het langzame tweede bluesdeel) van Railroad, die echter de hitlijst missen.

Cd 2 bevat op de eerste helft het werk van pre-Quo, toen men singles uitbracht onder de namen The Spectres. De zang wordt hier gedeeld door Alan Lancaster en Francis Rossi.
Daarvan is I (Who Have Nothing) een aanrader, oorspronkelijk uitgebracht door Shirley Bassey, bekend van titelnummers uit de reeks James Bond. Hier is nog geen sprake van psychedelische rock, maar klinkt veeleer beat/pop. (We Ain't Got) Nothing Yet lijkt echter dankzij Lynes' toetsenspel op het vroege Deep Purple.

Uit de fase dat de groep Traffic Jam heette stamt single Almost But Not Quite There, door de BBC geboycot omdat het precies bezingt wat de titel suggereert. Dan nog eens drie eerdere opnamen onder Spectresvlag, waarbij Spics and Specs, bekend van The Beegees.
Op de tweede helft van de cd (track 38 en verder) volgen alternatieve versies uit de jaren '68 - '71. Daarvan is track 45 Laughing Machine de "enge lach" die ik ken van het outro van Spinning Wheel Blues op Ma Kelly's Greasy Spoon. Bij de instrumentale versies is het extra genieten van de grooves van drummer John Coghlan.

Overigens ook meteen succes in de Nederlandse Top 40: Pictures haalde in maart '68 #4, Black Veils wordt in Nederland wél een hit in mei '68 met twee weken #18, Ice in the Sun in oktober #8 en in Vlaanderen diezelfde maand #19. Technicolour Dreams haalt in december de Tipparade.
Gedurende vier jaren lukt het Status Quo niet om hier de hitlijsten te halen. De eerste boogierockhit die men in Nederland scoort is Mean Girl, ooit mijn eerste single, zeven jaar later cadeau gekregen; #19 in juli '73.

» details   » naar bericht  » reageer  

Magnus - Where Neon Goes to Die (2014) 4,0

afgelopen donderdag om 07:36 uur

De podcast van platenzaak De Groeverij heeft een rubriek met daarin "de winkeldochter": een plaat die in de bakken staat en maar niet verkocht wordt. Ze draaiden daar in Mixcloud van Where Neon Goes to Die van het mij onbekende Magnus het nummer Singing Man, een nummer dat onmiddellijk bleef hangen. Het gevolg laat zich raden: de elpee draait nu in mijn huiskamer rondjes.
Vooraf dacht ik dat dit van Zweedse afkomst was, maar het blijkt een project te zijn van Tom Barman van Deus met dj CJ Bolland, zo las ik hierboven. Belgisch dus. Dank vooral aERodynamIC, Kaaasgaaf en pet voor jullie bijdragen met achtergronden!

De podcast en de achterzijde van de hoes maken duidelijk dat de nodige gastmusici werden binnengevlogen en bovendien hebben Barman & Bolland voor diverse muzikale stijlen gekozen. Ze werden bijgestaan door onder meer toetsenist Joris Caluwaerts. In het verlengde daarvan staat Barman soms zingend, dan weer rappend bij de microfoon. Hierdoor gaat het uiteenlopende kanten op.
Mijn voorkeur ligt bij waar het de kant van synthpop opgaat: op kant 1 opener Puppy met Tim Vanhamel én tubular bells plus Trouble on a Par met Mina Tindle.
Na enkele draaibeurten echter begon Future Postponed te groeien. Barman rapt hier en langzamerhand vallen de warme beats en hetzelfde overkomt me bij Catlike dat kant 1 afsluit, mede dankzij de gitaarpartij van Vanhamel.

Kant 2 opent met Regulate, dat met z'n dancegroove wel iets van Stef Kamil Carlens heeft en wie diens naam noemt, zou ook Prince kunnen noemen. Normaliter niet mijn comfortzone, maar omdat zangeres Billie Kawende in de achtergrond knallende vocalen neerzet, wenden mijn oren geleidelijk.
De herkenbare stem van Selah Sue duikt op in Everybody Loves Repetition en met de synthpop was ik meteen om.
Banjo in het intro van Getting Ready? Ah, dat moet David Eugene Edwards van Sixteen Horsepower en Wovenhand zijn. Een ingetogener nummer met zang van Barman en Edwards, strijkers en zelfs een klarinet, bespeeld door Peter Vermeersch. Volgens de binnenhoes speelde Barman hier zelf ook banjo. Mijn laatste favoriet is de kennismaking Singing Man, een uptempo track met gastzanger Thomas Smith van Editors. Is een blijver gebleken.

Het album uit 2014 kreeg het jaar erop een online bonusversie waarop de hoes in kleur is afgebeeld. Twaalf jaar na verschijning probeer ik de bijgesloten 'digital download card' met "unique code" uit. Helaas pindakaas, de site bestaat niet meer... Hij staat wél zonder bonussen op streaming en vooral: lang leve vinyl!

» details   » naar bericht  » reageer  

Hawkwind - Quark Strangeness and Charm (1977) 4,5

afgelopen woensdag om 23:44 uur

Er verschijnt zo veel nieuwe muziek die interessant is, maar ik ontdek ook steeds meer antiek werk dat me pakt. Zoals deze elpee! Inmiddels heb ik Quark Strangeness and Charm een paar keer beluisterd, onder andere zojuist op een natte snelweg. Heerlijke muziek voor onderweg, want Hawkwind knalt door.

Ik ken de groep op een enkel nummer na niet. Bij die uitzonderingen hoort de eerste versie van Motörhead (1975), toen Lemmy Kilmister nog lid van Hawkwind was. Toen ik vorige week Spirit of the Age hoorde, leek het wel of de Buzzcocks of Magazine hoorde. Of beter: de oudere broer van die pionier-punkgroepen. De vocalen, het uptempo werk, het heeft de nodige overeenkomsten.

De zanglijnen - is dat Dave Brock? - hebben met hun "gezwabber" wel iets weg van David Bowie en Bryan Ferry ten tijde van de glamrockdagen. Denk Jean Genie en Virginia Plane. Maar Hawkwind houdt de voet op het gaspedaal en tegelijkertijd is het nét wat zweveriger dankzij orgel, Moog, andere toetsen en viool. Vergelijk ook eens I Believe van de Buzzcocks met bijvoorbeeld Damnation Alley; de gelijkenissen zijn duidelijk. Slechts in Fable of a Failed Race wordt in een lagere versnelling gereden.

Enigszins een buitenbeentje op dit album is het titelnummer, dat op de pubrock van Dr. Feelgood en Graham Parker & The Rumour lijkt. Hassan I Sabbah is het bekendste nummer van de elpee, eentje dat ik weleens eerder hoorde. Maar niet mijn favoriet.
Dan trok ook de hoes mijn aandacht: ik herken de stijl van UFO's Lights Out uit hetzelfde 1977. Dat blijkt geen toeval, ze komen beide uit de studio van Hipgnosis.

Kortom, deze hippierockband heeft me afgelopen week, 49 jaar nadat de plaat verscheen, ontzettend verrast met alle energie en sterke nummers. Zijn er MuMensen die net als ik de overeenkomsten met pubrock en de genoemde punkpioniers horen? Roxy6, is Hawkwind ooit op jouw radar verschenen?

» details   » naar bericht  » reageer  

Ed O'Brien - Blue Morpho (2026) 4,0

afgelopen woensdag om 12:14 uur

Er is iets met zogenaamde supergroepen én met het omgekeerde, mensen uit een gerenommeerde groep die solowerk uitbrengen. De eerste categorie vind ik vaak tegenvallen: de som der delen is minder dan de namen van de losse leden suggereren.

Bij de tweede categorie is het onvoorspelbaarder. Zo kan het zijn dat de desbetreffende artiest werk uitbrengt omdat er simpelweg tijd over is; een andere reden kan zijn dat de geschreven liedjes niet zo passend zijn voor het moederschip. Ik vermoed dat in het geval van Ed O'Brien beide redenen geldig zijn, al zijn er natuurlijk méér redenen te verzinnen voor een project als Blue Morpho.
Via een tip van maatje Edo ("orkestratie is Nick Drake-achtig, zeer fraai") haakte ik aan. Zijn indruk deel ik. In combinatie met de vogelgeluiden die hier en daar opduiken, is dit een kalm album dat inderdaad wel ergens in de eerste helft van de jaren '70 had kunnen zijn opgenomen.

Rijke strijkers, akoestische gitaar en ingetogen, kalme vocalen voeren aanvankelijk de boventoon. Het totaal klinkt vol en rijk, precies goed voor de bijna 40 minuten die het album duurt, ouderwets op één elpee.
Niet alles luistert even makkelijk; ik denk althans dat het slot van Sweet Spot met zijn wat onrustige soloviool niet iedereen kan bekoren. Het wordt gevolgd door Teachers. Daarin meteen een drumcomputer, waarmee dan toch duidelijk wordt dat Blue Morpho niet uit 1971 stamt, mede door O'Briens ietwat vervormde zang. Ongeschikt voor de liefhebbers van pure singer-songwriter-met-gitaar.

Twee nummers zijn kort en instrumentaal: Solfeggio én Thin Places zijn gebouwd op lange klanken. Ritme en zang keren terug op het lange slotlied Obrigado, dat met de vrouwenzang Latininvloeden krijgt, verrassend én aangenaam, zweverige gitaar- en toetsenklanken in echo's gehuld. Halverwege wordt het roer omgegooid, is de drumcomputer stil en zingen toetsen traag. Sluw bouwt het op naar een climax, waarna de muziek geleidelijk wegsterft. Prachtig einde en die kwaliteit geldt ook voor het totale album, dankzij alle - meestal - rustieke variatie.

» details   » naar bericht  » reageer  

Mo Foster - Bel Assis (1988) 3,5

afgelopen maandag om 14:18 uur

De eerste keer dat ik de naam Mo Foster tegenkwam, was bij het debuut van de Michael Schenker Group, maar zijn naam viel mij pas echt op in 1983 via Victims of the Future van Gary Moore, waar hij op twee nummers bassist van dienst is.
Ik wist toen niet dat ik hem voor het eerst hoorde op Don't Cry for Me Argentina van Julie Covington, een nummer dat vanaf december 1977 niet van Hilversum 3 af te branden was en dat ik toen zo váák heb gehoord dat het me de oren uitkwam. Het biedt weer een geheel andere muziekstijl. Rondkoeklen leert dat de lijst aan albums en singles waarop hij te horen is, zeer lang is en de variatie aan genres en stijlen groot: Mo Foster was een alleskunner (hij overleed in 2023).

Wat ik niet wist is dat Moore op zijn beurt bij Foster te gast is geweest. Zoals het vorige bericht meldt is Bel Assis een instrumentaal album, dat rustige fusion brengt met veel lange noten. Na Moores gitaarwerk op opener The Light in Your Eyes, blijkt de hoofdrol in A Walk in the Country gereserveerd voor Fosters fretloze bas en op Gaia is die plek voor de sopraansax van Stan Sulzman.
Fusion is sterk aanwezig in Crete Revisited, het kalme So Far Away klinkt als de tune van tv-serie A Touch of Frost, met wederom Sulzmans sax plus gitaar van Ray Russell, eveneens subtiel maar elke noot raak spelend.
Dat de sessiemuzikant enkele collega's vroeg hem te assisteren, is bepaald niet vreemd. Simon Phillips is drummer, toetsen worden behalve door Foster zelf ook gedaan door Rod Argent, bekend van The Zombies en bij mijn generatie nog meer van zijn eigen Argent.

Op de tweede plaatkant is Pump II het stevige nummer, het wordt gevolgd door het ingetogen en akoestische Jaco, ongetwijfeld opgedragen aan de het jaar ervoor overleden meesterbassist Jaco Pastorius.
1988 was het jaar dat de verkoopcijfers van vinyl steeds lager werden ten gunste van die van cd. Ik hoorde bij de eerste groep, maar Bel Assis is zo'n album dat dankzij een extra nummer (track 11 Nomad) hielp om óók over te stappen op het kleine formaat. Toch is dit album nog analoog opgenomen, getuige de hoestekst "This music was recorded on 24-track analogue at 30 IPS without noise reduction, and mixed to 2-track analogue using Dolby SR. Subsequent mastering to the 1610 format and PQ editing at EMI Abbey Road."

Laatavondmuziek of voor de zondagochtend, maar binnen die grenzen wel degelijk afwisselend met daarbij enkele volume-erupties. En mocht Don't Cry for Me Argentina weer eens op radio langskomen, dan zal ik met extra aandacht luisteren...

» details   » naar bericht  » reageer  

Fischer-Z - Red Skies over Paradise (1981) 5,0

31 mei, 22:59 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren

» details  

Fischer-Z - Red Skies Over Paradise - The Berlin Sessions (2022) 4,0

31 mei, 22:54 uur

Waarom zou je de liedjes van Red Skies over Paradise na een dikke veertig jaar opnieuw opnemen in de studio, solo met alleen je elektrische gitaar?
Omdat de muziek en teksten zeggingskracht hebben, denk ik. Zo beleefde ik dat in ieder geval in 2023 bij een concert van hem en gitaar Parrot, waarbij alleen zitplaatsen waren.

De anekdotes en teksten komen dan bovendien beter binnen. In de Berlijnse studio Wong nam hij de dertien liedjes in dertien uren op, inclusief (na)productie en mix. Met het tekstboekje erbij luistert Red Skies Over Paradise - The Berlin Sessions als een lichte versie van het klassieke album, wat wonderwel goed werkt.

Nu ik 31 maanden later het album nog eens afspeel, weet ik onmiddellijk hoe leuk het concert was en waarom de teksten extra goed binnenkomen. Ze vertellen in alle gevallen een kort verhaal, eentje dat steeds weer boeit. Wonderlijk genoeg blijven de liedjes zonder toetsen, bas en drums simpel overeind. Watts' stem is rafeliger en lager geworden, maar wint daardoor aan zeggingskracht.

Vanavond een dikke vier sterren voor een album dat eigenlijk een tussendoortje is. Maar die kunnen ook smaken; kies maar eens drie favorieten, de keuze is te groot...

» details   » naar bericht  » reageer  

Vive la Fête - Jour de Chance (2007) 4,0

31 mei, 20:40 uur

Destijds uit de bieb geleend en enkele nummers op cd gebrand. Maar inmiddels staat het volledige Jour de Chance hier in de kast, of beter, draait in de speler.

Zojuist luisterde ik naar Gold und Liebe uit 1981 van D.A.F. en dan valt op dat Vive La Fête mogelijk van de Duitsers heeft geleend. Maar misschien ook niet, want wie dansbare muziek met oude synthesizers maakt, zit al snel in deze muzikale contreien.
Bij mijn eerste kennismaking met Vive la Fête (single Je Suis Là) had ik bijna de illusie dat in 1981 Jo Lemaire bij The Cure was gaan zingen, als u snapt wat ik bedoel. Zeven jaar later is de groep zeven jaar volwassen en homogeen gaan klinken.

Het gaat fel uit de startblokken met Avontures Fictives, pakkend gevolgd door Maisen het chansonesque La Route en de uitwaaierende gitaar in pareltje Tout Va Continuer. Gebleven zijn humor (het Duitstalige Quatsch) en sensualiteit, maar kwaliteit en variatie zijn gegroeid. Dat het me destijds niet opviel! De gitaarpartijen van Danny Mommens zijn afwisselend, de warme en diepere synths passen daar goed bij.
Zangeres Els Pynoo brengt eveneens meer variatie, inclusief soms een rafelrandje in haar stem, zoals in Bêtises. Je Suis Fachee avec Toi klinkt dan inderdaad als een popsingle uit '81, boosheid in Stupid Femme, diepe synths in Il Pleut, waar Mommens op gegeven moment zijn roepende stem aan toevoegt.

Na het scheurende Télé sluit het album verrassend af met de piano-plus-zang van Love Me, Please Love Me. Een klassiek (maar zelfgeschreven) popliedje in 6/8-maat, koortjes en strijkers. Na 4'39" is het nummer voorbij en wordt het stil. Ik had echter niet door dat de track doorliep, om op 15'07" terug te keren met een synthesizer.

De tekeningen op de fraaie hoes zijn van Pynoo, een cd die méér klasse bevat dan ik destijds doorhad.

» details   » naar bericht  » reageer  

Deutsch Amerikanische Freundschaft - Gold und Liebe (1981)

31 mei, 20:12 uur

Gold und Liebe leunt zwaar de op sequencers en diepe stem. De eerste van Robert Görl, de vocalen van Gabi Delgado-López.

Alweer het vierde album van de groep, hoor je hier inderdaad een soort blauwdruk voor hetgeen Rammstein later zou doen. Maar ook het Belgische Vive la Fête heeft hier mogelijk geleend. De combinatie van synths en stem wordt regelmatig versterkt door de percussie van Görl, wat groove dieper en steviger maakt.

Met opener Liebe auf den ersten Blick wordt meteen de toon gezet, zij het nog wat kalm met spreekzang, dankzij El Que gaat het tempo omhoog en klinkt voor het eerst rollende percussie. Sex unter Wasser is me te plat en monotoon, dan liever het snelle Was Ziehst du an Heute Nacht.
Met de synths van Goldenes Spielzeug moet ik zowaar aan Japan denken, maar spoedig krijgt het een typisch Duitse aanpak, inclusief spreekzang.

Kant 2 blijft net als het begin van de plaat lange tijd instrumentaal, pas op het einde van Ich Will horen we Delgado-López. Snel marcherende drums rammen monotoon in het aangename Muskel. Aan de armen van Görl te zien, zat hij inderdaad regelmatig in de sportschool.
Iets soortgelijks suggereert het instrumentale sequencergeluid van Absolute Körperkontrolle, waarna het dankzij Verschwende Deine Jugend luid lósgaat. Het is veelzeggend dat het nummer als inspiratie diende voor boek, film en compilatiebox Verschwende Deine Jugend.
Kalmer en enigszins herinnerend aan Depeche Mode, sluit Gold und Liebe af met Greif nach den Sternen. De percussie legt er aangename accenten. In Duitsland kwam de elpee tot een bescheiden #35, zij het met een respectabele 21 weken lange notering. In Oostenrijk werd hij in februari 1982 #10.

MIjn reis door new wave vervolgt. Afkomstig van de tweede van Tenpole Tudor keer ik anders dan gepland tóch terug bij New Order. Dit om twee non-albumsingles uit 1981 te bespreken, te vinden op een uitgebreide versie van hun Movement.

» details   » naar bericht  » reageer  

Tenpole Tudor - Let the Four Winds Blow (1981) 3,5

31 mei, 16:44 uur

Op reis door new wave in november 1981 beland ik vanaf de woeste punk van The Exploited bij de tweede van Tenpole Tudor. Gekleed in ridderpakken, na de Middeleeuwse kleding van Wünderbar, eerder dat jaar een hit en in een andere versie op het debuut te vinden.

Destijds gepresenteerd als punk, kan ik me voorstellen dat als een fan van The Exploited deze plaat van een goedbedoelende tante cadeau kreeg, teleurgesteld zal hebben geluisterd. Let the Four Winds Blow is het tweede album dat Tenpole Tudor in 1981 uitbracht en net als bij het debuut is hier eigenlijk geen sprake van punk. Dat zanger Eddie Tudor-Pole min of meer de opvolger was van Johnny Rotten bij de Sex Pistols (zie album The Great Rock 'n' Roll Swindle), doet daar niets vanaf.
Zo zit in het meerstemmig gezongen Throwing My Baby Out with the Bathwater de nodige invloed van jaren '50 rock 'n' roll. Het was hun laatste Britse hit, een uiterst bescheiden #49 in november '81. Trumpeters is met zijn akoestische gitaar, koortjes, trompetten en castagnetten een liedje in de sfeer van eind jaren '60-pop, bijna alsof het een vergeten songfestivalliedje is. Wél geinig!
Vervolgens een scheurende bluesshuffle in It's Easy to See en met de stevige gitaar van What You Doing in Bombay? sluit kant 1 swingend af.

Kant 2 heeft stevig rockende nummers, gezongen door Eddie Tudorpole zoals de achterzijde van de hoes hem nu noemt - op het debuut was het nog Eddie Pole. Local Animal en Her Fruit Is Forbidden, de doowopkoortjes van het debuut keren terug in Tonight Is the Night waar het voluit powerpop wordt; alle vijf de groepsleden zingen.
Unpaid Debt blijkt een ballade met de saxofoon van Tudorpole en swingend sluit Tenpole Tudor af met King of Siam.

De plaat miste de Britse albumlijst en in 1982 stopt Tenpole Tudor ermee. In 1985 volgt een min of meer mislukte comeback met als enig oorspronkelijk groepslid Eddie Tudor-Pole, zoals hij eigenlijk heet. In 2009 is er in opnieuw een andere bezetting album Made It This Far, in 2016 gevolgd door een livereünie, waar oorspronkelijk bassist Dick Crippes terugkeert.

Over deze voorlopige zwanenzang: punk neen, leuk ja. Volgende halte in mijn reis door new wave wordt - omdat ik Tin Drum van Japan en Movement van New Order al besprak - Gold und Liebe van Deutsch Amerikanische Freundschaft.

» details   » naar bericht  » reageer  

Mayte - Himel Iepen (2026) 4,5

31 mei, 13:59 uur

Ik kwam dit album tegen omdat ik aansloeg op titel Himel Iepen. De debuut-EP van Mayte is via mijn streamingdienst de voorbije week regelmatig langsgekomen, nadat ik bij eerste beluistering meer dan prettig verrast werd.

Zes sterke liedjes die samen de nodige variatie brengen, elektronische indiepop in sterke composities gegoten. Als je denkt dat je een sterk nummer hebt gehad, volgt naadloos de volgende, zoals mij meteen gebeurde met opener Nimmen (Sûnder Dy) en vervolgens Lêste Simmerdei. Soms met elektrische gitaar, die met lange noten extra sfeer én stevigheid aan de muziek geeft. Slotlied Skurte brengt echter een kalm slot.

Aan de vergelijkingen die anderen maken, wil ik die van Goldfrapp toevoegen: dromerige triphop in mooie liedjes en melodieën verpakt. Voeg daaraan toe haar krachtige stem die zowel kan fluisteren als fors klinken en je hebt jaarlijstmateriaal! Ik begin voorzichtig met een 9,5 die ik in 4,5 ster uitdruk.

PS Ineens vraag ik me af wat Lura van dit debuut van Mayte vindt...

» details   » naar bericht  » reageer  

Wovenhand - Refractory Obdurate (2014) 4,5

30 mei, 19:17 uur

In 2011 speelde Wovenhand op Roadburn, het festival voor extremere metalstijlen. Een verrassende keuze van de organisatie, aangezien David Eugene Edwards met zijn groep en voordien met Sixteen Horsepower in de hoek van folk en country zat, zij het steevast met een zeer eigenzinnige invulling. Daarbij was de invloed van stevige postpunk opvallend.
Met het debuut van Wovenhand keerde Edwards terug naar akoestische instrumenten, om net als bij Sixteen Horsepower op de navolgende albums geleidelijk luider en elektrischer te worden. Stijlbenamingen als Gothic Americana en Southern gothic duiken op.
In 2014 zag ik de groep in het Paard in Den Haag. De muziek was overhard, een geluidsmuur zoals ik niet eerder bij Edwards meemaakte. Alhoewel ik gewend ben aan harde gitaren, verdwenen de liedjes in de geluidsbrij.

Onlangs heb ik dan toch Refractory Obdurate aangeschaft, nadat de voorgangers goed smaakten. De woorden in de titel betekent respectievelijk iets als 'onmogelijk te beïnvloeden' en 'zeer koppig'. Woorden die hardheid uitstralen, met de hoes als contrast: te zien is een patchwork, waar oude lappen een tweede leven krijgen.
Enerzijds hard en anderzijds oog voor het kwetsbare. Om de hoes is een grijs karton geschoven, dat je eraf moet schuiven om het album open te kunnen klappen. Liedteksten staan aan de binnenzijde. In de linkerzijde van het klaphoesje een kaartje met op de ene kant kunst in de stijl van de oorspronkelijke Amerikanen en op de andere een Europees-Middeleeuwse afbeelding van de wederkomst van Christus, naar Wovenhand toe getrokken. In de rechterzijde zat de cd, die nu luid vanuit mijn speler klinkt.

Net als voorganger The Laughing Stalk live in de studio opgenomen, klinken hier - anders dan in het Paard - wel degelijk nuances. De hoes vermeldt niet welke instrumenten Edwards (op de hoes als dee aangeduid) speelt, maar regelmatig duikt een mandoline op. Live in de studio opgenomen met vaste drummer Ordy Garrison, bassist Neil Keener en gitarist Chuck French; de laatste stond overigens afgelopen op het podium in Paradiso bij Sixteen Horsepower.

Eigenlijk verschilt de muziek op Refractory Obdurate niet zoveel van die van het concert. Een akoestische basis wordt met een dikke laag postpunkgitaren overgoten, zoals in opener Corsicana Clip gebeurt met mandoline. Spoedig volgt Edwards' kenmerkende zang en op twee derde is daar een muzikale climax.
Als een profeet is Edwards overdonderd door hetgeen hij proeft van de Eeuwige: "High above the praises of the people, unapproachable light". Tegelijkertijd is het zoeken in zijn teksten die poëtisch zijn maar niet per se een duidelijk verhaal bevatten. Zoals in Masonitic Youth: "This darkness does not want me, it refuses to hold me". Kort voor het slot krijgt het een luide versnelling.

The Refractory en Obdurate Obscura zijn de twee titelnummers. In Good Shepherd, Salome en King David zijn de Bijbelse verwijzingen extra prominent, zoals de messiaanse verwijzing in de opening van de eerste van dit drietal: "From the house of bread and battle, come the raising of the dead".
Muziek om je in onder te dompelen. Soms met verrassende riffs, te weten in Good Shepherd en Field of Hedon, dat een grommend Lemmy-basintro heeft. Hiss biedt hoopvolle verwachting op het oordeel én tempowisselingen, met extra effect op Edwards' stem. Slotlied El-Bow is het enige nummer dat door de vier groepsleden gezamenlijk werd geschreven,

Alvorens ik doorga naar opvolger Star Treatment is daar een album waar David Eugene Edwards te gast was: het eveneens in 2014 verschenen Where Neon Goes to Die van Magnus, het muzikale kind van Tom Barman van Deus met CJ Bolland.

» details   » naar bericht  » reageer  

Fischer-Z - Going Deaf for a Living (1980) 4,5

30 mei, 09:01 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren

» details  

Fischer-Z - Word Salad (1979) 4,5

29 mei, 23:58 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren

» details  

The Stranglers - Rattus ReLIVEd (2017) 4,0

29 mei, 22:46 uur

In 2017 werden zowel het debuut van The Stranglers Rattus Norvegicus als opvolger No More Heroes veertig jaar. Dat werd gevierd door op 5 december via het eigen label CourseGood dubbelelpee Rattus ReLIVEd uit te geven in een oplage van 1000 stuks. Op die versie staan liveversies van de nummers van de studioplaten, hierboven te vinden als track 1 tot en met 21. Reeds twee dagen later meldde de website van The Stranglers dat het album was uitverkocht.

In 2018 verscheen het op cd met de hierboven getoonde hoes. Track 19 en 20 ontbreken, ter compensatie is track 22 toegevoegd. Ik kocht de cd bij een concert van de groep het jaar erop, toevalligerwijs eveneens op 5 december, twee jaar nadat de originele editie verscheen. Dat was een leuk avondje, waarover Oor positief berichtte.

In hoog tempo komen twintig livetracks voorbij, waarbij de praatjes tussen de nummers zijn weggelaten. Alle muziek is oorspronkelijk afkomstig van die eerste twee elpees, met als extraatje Go Buddy Go, weliswaar ook uit '77 maar toen slechts als B-kant van single Peaches verschenen. Het stamt nog uit hun prepunktijd, oftewel pubrockdagen. Het rock-en-rollertje verschilt in feite weinig van wat Status Quo in '77 deed.
De opnamen stammen uit november 2007, een concert in London Roundhouse, uitgezonderd Down in the Sewer dat in 2010 live werd vastgelegd in de Hammersmith Apollo én bonustrack English Towns, in 2007 in Brugge opgenomen tijdens de akoestische tour die destijds livealbum Laid Black opleverde. Op die registratie zong Paul Roberts, maar hier is het wel degelijk Baz Warne die bij de microfoon staat.

Omdat de opnamen uit 2007 en '10 stammen, zit op Rattus ReLIVEd nog Jet Black op de drumkruk. Bij het verschijnen van de cd was hij vanwege zijn gezondheid gestopt met touren, de liner notes zijn echter van zijn hand. Toetsenist is oudgediende Dave Greenfield, in 2020 overleden; redenen waarom dit livealbum extra sentiment brengt.

En verder: The Stranglers waren een onpunkiaanse groep met muziek die weliswaar rauw was, maar nogal eens gecompliceerder dan die van andere punkbands. Lekker om die eerste twee albums in livejasjes samengebald voorbij te horen komen. Volgend jaar blazen de platen vijftig kaarsjes uit. Zou er opnieuw aandacht aan worden besteed door de heren Wurgers?

» details   » naar bericht  » reageer  

Fischer-Z - Word Paradise (2026) 4,5

Alternatieve titel: The United Artists Records & Liberty Recordings, 28 mei, 23:25 uur

Sinds een kleine drie weken komt deze 3cd langs in mijn cd-speler. Dit met het fraaie boekje erbij; foto's en achtergrondinformatie, laat dan maar aan label Cherry Red over. Ik heb die eerste drie albums in de jaren '90 als elpee gekocht toen "iedereen" op cd overstapte, toch bevallen ze op cd mét bonussen ook goed.

Wat in mijn beleving nu opvalt, is dat je Fischer-Z per album hoort groeien. En het debuut was al zo lekker! De groep klinkt hier nog echt als een groep, ook al verliet medeoprichter en toetsenist Steve Skolnik Fischer-Z na het tweede album, waarmee Red Skies over Paradise door een trio werd opgenomen: John Watts speelde er naast gitaar ook toetsen.

Over de bonusnummers ben ik zéér tevreden:
- bij Word Salad vijf bonussen, waaronder het korte Angry Brigade, verrassend leuk. Hierboven gemopper over First Impressions (German 7"-single), dazzler en ik zijn het een keertje oneens : ik hoor niks verkeerds, waarom zo ontevreden met deze ingekorte versie (34 seconden eraf) van Pretty Paracetamol? Kitten Curry blijkt een instant aangename oorwurm. Of misschien wel een klassieker;
- bij Going Deaf for a Living eveneens vijf bonussen waarbij onder andere singleversies van albumtracks. Daarvan bevalt So Long mij juist goed met dat kortere intro. Het malle Limbo heeft er een eveneens malle gitaarsolo bij;
- bij Red Skies over Paradise slechts één bonus, te weten Right Hand Man, een lekker fel gitaarnummer.

Ik zal binnenkort de tracklengtes toevoegen, door die van de cd-display af te lezen. En zoals hierboven op 2 mei gemeld, staat er inderdaad geen singleversie van Crazy Girl op, waarmee er in totaal niet 47 maar 46 tracks zijn. Neem ik mee als ik de lengtes erbij vermeld, tenzij iemand mij voor is .

Inmiddels is Fischer-Z - Live in Hamburg aan de site toegevoegd, daar binnenkort een berichtje. Net als bij de originele drie albums, leuk om die op deze manier te herbeluisteren. Wat is dit toch een fijn bandje, toen én nu.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Exploited - On Stage (1981) 3,5

27 mei, 17:46 uur

New wave en consorten in november 1981. Van Blue Rondo à la Turk naar The Exploited; het contrast kan bijna niet groter zijn.
platedraaier heeft het hierboven zo goed samengevat, dat ik achttien jaar later weinig heb toe te voegen. Misschien is het goed om te vermelden dat net als hun punk net als die van het debuut een stuk rauwer en sneller is dan die van de vorige lichting. De elpee kwam in het VK in november 1981 tot #52.
En wie had gedacht dat de groep een stukje Chopin zou verwerken? Je hoort het in het intro van Ripper. Of Jingle Bells dat wordt vermalen in Mod Song?

Een bonte lijst aan newwavenamen is te zien in november '81: in dezelfde week als The Exploited betrad Spandau Ballet de hitlijst met Paint Me Down. Dat staat op Diamond dat ik al besprak, net als Let Me Introduce You to the Family van The Stranglers van La Folie. Door naar Tenpole Tudor en single Throwing My Baby Out with the Bathwater, afkomstig van Let the Four Winds Blow, waar een andere aanpak van punk klinkt.

» details   » naar bericht  » reageer  

Blue Rondo à la Turk - Chewing the Fat (1982)

26 mei, 18:38 uur

Omdat ik op chronologische wijze door new wave reis en die stroming in brede zin beluister, hoor ik uiteenlopende stijlen. Daarbij muziek waar ik van nature minder mee heb.

In het geval van het Londense Blue Rondo a la Turk ontmoet ik veel Latin, funk en salsa, dit alles in popjasjes. Maar ik hoor dat het goed in elkaar zit, ik hoor het plezier en de vleugjes jazz zijn smakelijk. De groepsnaam is niets voor niets geïnspireerd door een nummer (1959) van The Dave Brubeck Quartet.
Single Me and Mr. Sanchez haalde in november 1981 #40 in de Britse hitlijst, Klacto Vee Sedsrein (geproduceerd door ex-10CC-mannen Godley & Creme) kwam in maart 1982 tot #50.

Ten tijde van de eerste single bestaat de groep uit zes man, als elpee Chewing the Fat in november 1982 verschijnt en slechts #80 haalt, zijn ze met z'n tienen. Oprichter is zanger en componist Chris Sullivan, afkomstig uit Wales. Gitarist Mark Reilly, toetsenist Danny White en bassist Kito Poncioni maken later furore in Matt Bianco.

Bij Shapers of the 80s vond ik een uitgebreid verhaal over Blue Rondo a la Turk. Voor dit album een dikke 8 en ik hoop dat de MuMensen die meer met Latin-pop hebben berichten willen plaatsen bij dit album.

Mijn reis door new wave bevindt zich in november 1981. Ik kwam vanaf de powerpoppunk van 999 en omdat ik Non-Stop Erotic Cabaret van Soft Cell al eerder besprak, is het vervolg bij The Exploited en On Stage.

» details   » naar bericht  » reageer  

Eins und Zwei und Drei und Vier - Deutsche Experimentelle Pop​-​Musik 1980​-​86 (2021) 4,0

26 mei, 18:06 uur

Verzamelaar met overwegend vrolijke muziek van de Neue Deutsche Welle. Twintig nummers van bekende namen (zoals Der Plan, Palais Schaumburg, Die Doraus und Die Marinas en Die Radierer) en minder bekende. Al zijn ook de bekende niet van het kaliber dat eenieder ze zal kennen. Prille en primitieve synthesizers steken de liedjes in dadaïstische jasjes, waardoor de naïviteit ervan afdruipt.

Aan titels als Mein Walkman Ist Kaputt, Guten Abend, Leute, Eine Königin mit Rädern Untendran en Angriff Aufs Schlaraffenland is te zien dat menig artiest van een knipoog hield, wat dit tot een extra vrolijk album maakt. Passend bij het hete weer van vandaag, maar ik vermoed dat het op koudere dagen opnieuw tot glimlachjes zal leiden. Verschenen op zowel cd als vinyl en bovendien op streaming te vinden.

» details   » naar bericht  » reageer  

999 - Identity Parade (1984) 4,0

22 mei, 18:30 uur

999 was een Britse poppunkgroep die rond 1980 ook in de Verenigde Staten redelijk succesvol was. Ik kom hier omdat ik bij mijn reis door new wave (afkomstig van The Cars) een non-albumsingle van 999 in de Britse hitlijst aantref: Indian Reservation haalde in november 1981 #51. Het nummer klinkt als opgerock-en-rollde Ennio Morricone-filmmuziek en stond niet op het in datzelfde jaar verschenen album Concrete. Het zou tevens hun laatste hit zijn.

De eerste verzamelaar van de groep verscheen in 1984 en dit Identity Parade bevat ook Indian Reservation. De albumtitel suggereert dat de groep diverse identiteiten aannam, hetgeen klopt. Al is er onmiskenbaar een 999-geluid: ergens tussen pop en punk met invloeden van glamrock zoals bijvoorbeeld T-Rex/Marc Bolan die maakte. In Nederland is de groep onbekend gebleven en eigenlijk is dat raar. In de jaren '90 was er immers een hele golf poppunk die min of meer schatplichtig was aan 999.
Indian Reservation verscheen later op andere verzamelaars van de groep; wie een compilatie van hen zoekt, moet opletten of het nummer er wel opstaat. Zo nee, zoek dan verder!

Volgende halte in de wondere wereld van new wave is er eentje met een heel andere aanpak: de vooruitgeschoven single Me & Mr. Sanchez, in 1982 tevens te vinden op albumdebuut Chewing the Fat van Blue Rondo à la Turk.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Cars - Shake It Up (1981) 2,5

22 mei, 18:08 uur

Het is november 1981. New wave heeft zich uit de schaduw van punk ontwikkeld tot een veelkleurige lappendeken. Zó veelkleurig, dat men het tegenwoordig vaak op één hoop gooit met postpunk. Toch houd ik de term new wave aan: die suggereert niet dat het ná punk kwam, maar simpelweg dat een nieuwe golf bandjes de filosofie van korte liedjes met (ten opzichte van symfonische rock) een lagere complexiteit aanhing, vaak vergezeld van het slogan 'do it yourself'.
En zo kom ik van de debuutsingle van The Fun Boy Three uit het Engelse Coventry bij het succesvolle The Cars uit het Amerikaanse Boston. De groep was aan beide zijden van de Atlantische Oceaan succesvol, maar ook hun vierde album Shake It Up mist iets. Nadat ik de eerste twee 3,5 ster gaf, moet deze het met een 2,5 doen. frolunda schreef het al dertien jaar eerder: "Shake It Up, Cruiser en Maybe Baby zijn de enige nummers die een beetje blijven hangen, de rest gaat het ene oor in en het andere uit."

Zo heeft opener Since You're Gone mooie lange gitaarlijnen van de hand van Elliot Easton, die hetzelfde in Shake It Up doet, dat echter lijdt aan een saai refrein; in ieder geval niet genoeg voor alle herhaling die het krijgt. De sfeer is koeltjes en strak, enigszins vergelijkbaar met landgenoten Devo.
Ballade I'm Not the One draait op een drumcomputer (door drummer David Robinson gedaan?), maar de leadzang van Ric Ocasec is niet spannend, net als de compositie. Het snellere Victim of Love lijdt aan hetzelfde euvel, de toetsenpartij van Greg Hawkes is er grotendeels saai. Met de scheurende gitaar van Cruiser spits ik weer de oren - het zegt wellicht ook iets over mijn smaak, maar de riff blijkt niet sterk genoeg voor de bijna 5 minuten die het nummer duurt.

Ja, dat is het ook. Te weinig inspiratie, te veel herhaling in nummers die te lang doorzeuren. A Dream Away opent kant 2 en bevestigt die indruk. This Could Be Love gaat de kant van synthpop op, wat de Britse collega's spannender deden. Think It Over gooit het tempo omhoog en heeft een vinnige groove, wat goed smaakt. Slotnummer Maybe Baby laat de gitaren scheuren en de zang is klaaglijk-dramatisch.
Overigens wel een #9-notering in de Amerikaanse Billboard 200 voor dit album en in Nederland werd Shake It Up een hitje (#48 in januari 1982 en de elpee in diezelfde maand #40. Er waren zeker mensen enthousiaster dan ik nu ben.

In 2020 noteerde ZAP!: "maar een beetje The Cure en zulks hoor ik ook wel - die net iets eerder begonnen dan The Cars, maar het fijne weet ik niet van beider geschiedenissen. Kenners kunnen hier vast toelichting geven, over wie wie beïnvloed heeft." Naar wat ik weet beïnvloedde géén van beide groepen de ander. New wave bevatte simpelweg nogal eens de nodige melancholie en omarmde een nieuwe generatie synthesizers. Dat het hoorbaar tijdgenoten zijn, is daarom een ontzettende opendeurconclusie, maar wel waar...

Mijn reis door new wave vervolgt bij het Britse 999 en hun non-albumsingle Indian Reservation, voor het eerst op album van de groep te vinden dankzij Identity Parade uit 1984.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Fun Boy Three - FB3 (1982) 3,0

Alternatieve titel: The Fun Boy Three, 22 mei, 07:00 uur

Als radioluisteraar wist ik dat The Specials zich soms The Special A.K.A. noemden, maar in 1982 ontdekte ik dat de drie zangers inmiddels zelfstandig als Fun Boy Three opereerden. Verwarring! Wat was er met dat fijne skabandje gebeurd?' vroeg ik me af. De hoogtijdagen van new wave-ska waren voorbij, want ook The Selecter haalde de Nederlandse hitlijst niet meer.

Een "ontdekking" die volgers van de Britse hitparade al in november 1981 deden, toen The Lunatics Have Taken over the Asylum de hitlijst betrad, om aan het einde van die maand drie weken op #20 te parkeren.
Tweede single It Ain't What You Do... (de single vermeldde in tegenstelling tot de elpee niet de volledige titel) haalde in het VK in maart 1982 #4 en werd mijn kennismaking; bij de Nationale Hitparade in april #3, in de Top 40 dezelfde positie en in de verzamellijst van het Vlaamse Ultratop klom het liedje in mei eveneens naar #3. Een vrolijk liedje, mede door de bijdragen van de drie dames van het nog onbekende Bananarama.

Geen ska meer. Muziek die vaak tot de essentie is teruggebracht. Percussie en zang staan centraal inclusief een enkele drumcomputer, voorzien van spaarzame instrumentatie. Zo kan er een trompet opduiken of - vaker - een piano. Voor een enkel liedje is dat prettig, maar een heel album soberheid is te veel. Mijn favoriete nummer is T'Ain't What You Do (It's the Way That You Do It) dankzij de piano en de stemmen van Bananarama, die het wat luchtiger maken en ook al bescheidener meededen op Funrama 2, het slotnummer van kant 1. Ook leuk is The Telephone Always Rings, mede door de boogiepiano en shuffle en wederom is de instrumentatie wat rijker.

Elpee FB3 (elders meestal Fun Boy Three genoemd) haalde bij de Britten in de eerste twee weken na verschijning (maart 1982) meteen de toppositie, te weten #7, in Nederland in april twee weken #10.
In 2009 verscheen bij Cherry Red een editie met zes bonusnummers, waarbij de nodige extended versions van singles.

Ik ben op reis door de albums achter mijn afspeellijsten met new wave. Momenteel bevind ik me in november 1981 en na de debuutsingle van Fun Boy Three volgt op de lijst Sweet in Bullet van Simple Minds. Omdat ik die plus het bijbehorende Sons and Fascination al besprak, reis ik naar de Verenigde Staten waar het vierde album van The Cars verschijnt.

» details   » naar bericht  » reageer  

Girls at Our Best! - Pleasure (1981) 4,0

21 mei, 16:34 uur

Op reis door new wave van 1981 op chronologische volgorde betreed ik de maand november van dat jaar. Afkomstig van de derde van The Knack keer ik terug bij Girls At Our Best! en - eerst - de oorspronkelijke versie van elpeedebuut Pleasure.
Dat begon met het titelnummer, waarop krasserig-scheurende gitaar klinkt met de charmante stem van Judy Evans. De sfeer is die van (post)punk, waarna via Too Big for Your Boots in het refrein warempel jaren '60-,'70-popinvloeden heeft. Eeeeh... vrolijk! Evans is weliswaar geen groots zangeres, als ze de hoogte ingaat wordt haar stem wat ijl, maar heeft wel degelijk overtuigingskracht.
Die suggereert naïviteit, zoals ook I'm Beautiful Now doet. Als in Fun-City Teenagers een klarinet meedoet (te gast is Alan Wakeman) zijn mede dankzij de zorgeloze melodie en de tweestemmige leadzang (Evans zong twee zanglijnen in) plus het koortje van gitarist James Alan en bassist Gerard Swift de jaren '60 opnieuw aanwezig.

En zo gaat het door: in totaal elf uptempo liedjes, scheurend gitaartje, melodieus en vrolijk. Alsof de ernstige Siouxsie Sioux een onbezorgd zusje had. Daar past ook een klavecimbel goed bij, blijkt uit She Flipped met zelfs een Bachiaanse solo. "Joh, dóen we gewoon!" en werd gastmuzikant Dave Fishel gevraagd. Ook zonder die gasten is dit een heerlijk album met vlotte liedjes en aangenaam-drammerige gitaren als tegenwicht voor de opgewektheid. Er zit geen overbodig liedje bij en het is glimlachen om de teksten, zoals bijvoorbeeld die van China Blue en Goodbye to That Jazz.
Op mijn afspeellijsten met new wave liet ik Pleasure vertegenwoordigen door Waterbed Babies, maar de keuze was moeilijk; eigenlijk is alles aangenaam.

De groep stopt al het jaar erop, maar Pleasure groeit geleidelijk met meer tracks: eerst in 1994 de cd-versie met hun eerste (independant) hit als opener en in totaal zes extra nummers (singles) en in 2022 zelfs via Cherry Red als 3cd. Het niet-albummateriaal staat deels op streaming en is net zo smakelijk als de oorspronkelijke elpee. Bovendien verschenen er heruitgaven op cassette en nog vorig jaar op vinyl.

Mijn reis door new wave vervolgt. Op de afspeellijst staat Ultravox' The Voice van Rage in Eden, maar omdat ik dat album al tweemaal eerder besprak, kom ik bij de eerste hit van Fun Boy Three, drie heren die The Specials hadden verlaten. Het gaat om The Lunatics (Have Taken over the Asylum), in 1982 tevens te vinden op debuutelpee FB3.

» details   » naar bericht  » reageer  

Partners in Crime - Organised Crime (1985) 4,0

20 mei, 22:25 uur

Eén man in de bezetting van Partners In Crime viel in 1985 extra op: dat was niet Noel McCalla, desondanks gezegend met een goede stem. Het waren ook niet gitarist Ray Majors of toetsenist Mark De Vanchque of bassist Mac McCaffrey, al zijn dat allemaal prima muzikanten. Nee, het is drummer John Coghlan, voorheen de stokkenman bij Status Quo.

Bij Partners In Crime blijkt hij de adult oriented rock die de groep maakt, gevarieerd en vakkundig te kunnen spelen. Geheel anders dan Status Quo, vergelijken heeft dus geen enkele zin. Helaas staat Organised Crime niet op mijn streamingkanaal en zelfs op YouTube is het slechts verspreid te vinden.
Allereerst opener Hollywood Dreams, een nummer dat in de Champion's League van de aor behoort, omdat álles klopt van melodie tot groove en van gitaar- en toetsenwerk tot compositie. Ik vond het hier. De toetsen zijn dominanter in Miracles, dat ik daar aantrof. Met typische jaren '80 digitale geluiden, wat je als 'Amerikaans' zou kunnen duiden.
Liefhebbers van ballades kunnen hun hart ophalen bij Miracles, eveneens helemaal in eightiessfeer, luister zelf. Midtempo met aangename groove is Hold On, geschreven door Chris Squire en Trevor Rabin en eerder verschenen op 90125 van Yes. Het sterke refrein stemt vanzelf vrolijk, net als de solo van Majors. Doet ook wel aan het debuut van Bon Jovi denken. Kant 1 sluit eveneens opgewekt af met Gypsy Tricks, een rocker in de stijl van Huey Lewis & The News.

Met Heat of the Night trapt kant 2 op aparte wijze af: waar je een robuust nummer verwacht, is het weliswaar uptempo maar gaat het meer de kant van poprock op. Dat werkt verrassend goed, mede door het arrangement en de stem van McCalla. Het Amerikaanse gevoel keert terug bij No Way out of Here, opnieuw uptempo en alwéér met een pakkend refrein.
Met I Can't Forget is daar de tweede ballade, waarna What Does It Take strak het tempo opvoert met gitaar en toetsen fraai in balans. Voor slotnummer She's Got Eyes wordt het tempo verder opgevoerd; heerlijke niks-aan-de-hand-aor en de breaks van Coghlan bewijzen dat hij meerdere stijlen beheerst dan de shuffle.

Eigenlijk had dit album veel meer verdiend, ondanks dat de groep aandacht kreeg met een BBC Radio 1 session. Ik hoop Organised Crime spoedig eens in het wild tegen te komen. De dikke 8 die ik geef, is de aanschaf namelijk zéker waard.
Volgens Discogs tot dusver slechts op vinyl verschenen, dat lijkt me iets voor een mooie heruitgave bij bijvoorbeeld Cherry Red met wellicht ook bonussen. Meer informatie over de groep vond ik bij mottarchive.

» details   » naar bericht  » reageer  

Wovenhand - The Laughing Stalk (2012) 4,0

19 mei, 20:48 uur

Live in de studio opgenomen, vermeldt de achterzijde van het cd-boekje. Vandaar misschien dat de indruk ontstaat, waarover ik in vorige berichten lees? Dat de mix "een beetje slecht" is? Met inderdaad veel gitaar- en zanggalm, enigszins overstuurd, ontstaat een geluidsmuur. Dat is opzettelijk, is mijn indruk. Na het akoestische The Treshingfloor volgde twee jaar later - inmiddels een vaste frequentie - deze opvolger. David Eugene Edwards werkt intuïtief en zo wijzigt de invulling van Wovenhand per album.

In het geval van The Laughing Stalk is de hoes van goud en de muzikale koers terug bij voluit elektrisch, enigszins herinnerend aan Ten Stones van vier jaar eerder. Het trio is uitgegroeid tot een kwintet met verder oudgediende drummer Ordy Garrison, nieuw is bassist Gregory Garci en toegevoegd zijn (tweede) gitarist Charles French en organist Jeffery Linsenmeier. Het jaar ervoor stond Wovenhand als vreemde eend in de bijt op het Tilburgse Roadburn, normaliter vooral voor extremere (metal)stijlen. Dat optreden beviel hem onverwacht goed en met nieuwe inspiratie werd dit album gemaakt. Optreden deed Edwards niet meer zittend, maar staand.

Gebleven zijn Edwards' bewondering voor en aanbidding van de Almachtige. Meteen in de swingende (!) opener Long Horn klinkt "It's in full swing what he has done, come on come on inner man", om in het navolgende titellied de blik omhoog te richten: "O holy prince, first... risen before us."
Zo gaat het door op dit album. Waar Edwards bij Sixteen Horsepower nogal eens - onterecht - werd gezien als een man met de duivel op de hielen, kijkt hij hier als een moderne profeet naar Boven, tegelijkertijd worstelend met zijn eigen zondige aard.

Na enkele draaibeurten zijn de muzikale nuances door alle luidheid heen te onderscheiden, als optrekkende mist. Via In the Temple is er met alle gitaarmuren en percussie donkere postpunk, inclusief een gevoelige gitaarriff en zanglijn. Pure aanbidding in diezelfde donkere sfeer is er in King o King, waar Edwards hunkert naar intimiteit: "Wear your servant as a ring". Daarbij wenen en janken de gitaren in een wolk van echo en bekkens.

Na het eveneens stevige Closer volgt piano in Maize, spoedig vergezeld door flarden gitaar en bijna tribale percussie. Van de tekst van Coup Stick vermeldt het boekje slechts een lijst van Oudtestamentische koningen en priesters, maar Edwards zingt iets geheel anders; die tekst staat wel op streaming.
Gejaagd is de muziek van As Wool en omdat de nummers wat langer zijn, staan er slechts negen op The Laughing Stalk, waarmee Glistening Black tegen de traditie van Wovenhand in niet met lange dronegeluiden eindigt: "Heaven hands high, freedom heaven hand's high, make straight the way", zo sluit Edwards af op dreunende 6/8 groove.

» details   » naar bericht  » reageer  

Unheilig - Grosse Freiheit (2010) 4,0

18 mei, 22:38 uur

Doorbraakalbum van Unheilig, de groep van zanger/synthman Der Graf. Als een kruising tussen Rammstein en Depeche Mode, oftewel Tanz Metall met scheurende gitaren en dampende synths. Momenteel ben ik zijn biografie 'Als Musik meine Sprache wurde' aan het lezen. Gehecht aan zijn privacy slaagt hij er knap in om weinig persoonlijke details te delen, behalve die van zijn hart. Boeiend is hoe hij regelmatig worstelde met persoonlijke demonen, waarbij zijn liefde voor muziek uiteindelijk zegeviert.

Na jarenlang bikkelen bracht single Geboren um zu leben de doorbraak, afkomstig van dit Grosse Freiheit. Normaliter houd ik niet van ballades, maar met deze powerballade pakte hij me - door de persoonlijke en hoopvolle tekst over het verliezen van een geliefde, vocaal ondersteund door een kinderkoor.
Thema van dit album: de zeereis, zoals de gotische hoes al verraadt. Traditiegetrouw begint het album met een ouverture (hier Das Meer) en het eindigt met finalelied Neuland.

Andere hoogtepunten zijn voor mij het steviger werk: het lomp hakkende Seenot, het snelle Für immer, het stampende Abwärts (de groep met die naam kan dit wellicht ook waarderen), Unter Feuer en Ich gehöre mich met een slimme combinatie van dancebeats en metalgitaren plus de klassieke koperblazers in Sternbild.
Behalve deze nummers staat er ook rustiger werk op Grosse Freiheit; weliswaar niet mijn favo's, maar nodig ter variatie op het steviger werk. De diepe stem van Der Graf past zich lenig aan aan de verschillende sferen.

Mijn onlangs aangeschafte exemplaar bevatte destijds (2010) links naar bonustracks op internet, maar "die Online Area is mindestens bis zum 31.03.2011 erreichbar." Te laat voor mij dus, jammer, want daarbij stonden onder meer Auf Kurs en Schenk mir ein Wunder en dat zijn eveneens knallers. Grosse Freiheit verscheen in diverse uitvoeringen met uiteenlopende bonussen; wie alles bezit kan er een boekenplankje mee vullen.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Knack - Round Trip (1981) 3,0

17 mei, 19:03 uur

Op reis door de new wave van 1981 ben ik toe aan het laatste oktoberalbum van dat jaar. Het is de derde van The Knack, Round Trip genaamd. Hun laatste tot de comeback van 1991.

Want het gaat hier mis. The Knack werd bekend dankzij Die Ene Hit, energieke gitaarrock met de wortels in de jaren '60. En hier? Futloos is het woord, al wil ik daarmee niet suggereren dat het alleen maar kommer en kwel is. Wel is het te vaak tam en de pogingen tot variatie in het geluid zijn niet voldoende overtuigend.
De eerste twee nummers behoren tot de categorie 'tam', al zit in opener Radiating Love een fijne riff, die overigens lijkt op die van AC/DC's Can I Sit Next to You Girl uit 1976.
Africa (nee, niet die van Toto) begint met vogelgeluiden die worden gevolgd door een jazz-funkachtige riff met prominent een elektrische piano. Een leuk buitenbeentje, dat echter door de trouwe fans niet zal zijn begrepen. Daarna smacht je naar vlotte powerpop zoals de groep voorheen deed, maar daarvoor moet je wachten tot Just Wait and See. Zesde nummer op kant 1 is We Are Waiting, dat met onder meer piano en strijkers alweer niet loskomt.

Kant 2 begint pittiger, met Boys Go Crazy klinkt voor de tweede maal energieke powerpop. Afwijkend qua stijl blijkt Lil' Cals Big Mistake een sluw aantrekkelijk gitaarrockertje, zij het niet van het kaliber dat fans wensten. Sweet Dreams is enigszins slepend met akoestische gitaar, opnieuw ontbreekt het optimistische Knackgevoel.
Dat keert warempel terug met Another Lousy Day in Paradise met jaren '60-beatgitaar én koortjes, Pay the Devil is te zwoel en was de geflopte single, met Art War sluit Round Trip alsnog pittig af. Alhoewel, er is een hidden track: vlak voordat de naald naar het middelpunt wil, keren enkele seconden van Pay the Devil terug.

De platenbazen zullen een tweede My Sharona hebben geëist. Dat lukte The Knack niet en hun pogingen het geluid te verbreden zijn niet meer dan aardig. De groep viel voor tien jaar uit elkaar, de grote praatjes ten tijde van het debuut - over de nieuwe Beatles willen zijn - bleken te hoog gegrepen.
In 2002 verscheen op cd een versie met bonussen, in 2024 verscheen Round Trip in een Nederlandse cd-versie met de oorspronkelijke tracklist.

Mijn vorige halte in het land van new wave was bij het Belgische Machiavel, ik keer terug naar de elpee Pleasure van het Engelse Girls at Our Best! dat op 1 november 1981 verscheen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Jonathan Jeremiah - Horsepower for the Streets (2022) 4,5

17 mei, 14:48 uur

Januari 2020 zag ik Jonathan Jeremiah live met Amsterdam Sinfonietta. Ergens moet ik nog het programmaboekje hebben - maar waar? Die bewaarde ik omdat ik nog altijd hoop op een liveregistratie van die tournee, mede vanwege de ongewone combinatie van zijn nummers met klassieke muziek. Dezelfde Sinfonietta begeleidt hem op Horsepower for the Streets, deze keer volledig toegewijd aan Jeremiahs liedjes.

Herkenbaar is de warme productie in de stijl van de vroege jaren '70. In die retrosfeer komt muziek als die van jaren '60 soul en jaren '70 singers-songwriters. Dit mede beïnvloed door soundtracks van films uit die jaren. Zoals de manier waarop de violen in de eerste tonen van You Make Me Feel This Way erin komen, nadat we het prachtige titelnummer als entree meekregen.
Dit suggereert wellicht dat hij vooral over de liefde zingt, maar er worden wel degelijk andere onderwerpen aangesneden. Mooi is bijvoorbeeld Small Mercies, over het genieten van de kleine dingen in het leven. En het titelnummer bezingt net als Restless Heart en Youngblood hoe hij kan genieten van het leven, zozeer dat het soms lastig is.
In Ten-Storey Falling maakt Jeremiah zich echter zorgen ondanks alle serene muzieksferen: "Who are they speaking for us?" en "I can't understand how it's come to this" plus "Troubles stacking up now, where they gonna stop?"
Mooi is pianoballade Early Warning Sign, een rustpuntje tussen alle strijkers met een tekst over "Can you forgive me for never saying so, How beautiful you are". Klein, lief en persoonlijk. Het wordt gevolgd door het uptempo Lucky dat drijft op stuwende akoestische gitaar waar hij constateert "I'm a lucky one, I know I am".

Muzikale verrassingen ontbreken, net als teleurstellingen: ik vind het allemaal mooi, mede omdat de ontspannen zang van Jeremiah mij altijd weer goed bevalt.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Shirts - Live at Paradise 1979 (2026) 4,0

Alternatieve titel: Live in Boston, MA - August 27, 1979, 16 mei, 21:18 uur

Wat een heerlijk, puur en spontaan concert kreeg ik vrijdag uit het werk via streaming mee! The Shirts zijn op Live at Paradise 1979: Live in Boston, MA - August 27, 1979 in vorm. Zo te horen een kleine zaal met een enthousiast publiek en een groep die er zin in heeft.
Even wennen is dat Tell Me Your Plans ("an old song") zonder orgel wordt gespeeld, maar deze versie met twee gitaristen mag er ook zijn. Later blijkt één van hen wel beschikbaar te zijn voor toetsen, zoals ook de hoesfoto toont; het orgel duikt al meteen in het daarop volgende One Last Chance op, waar ook wel een hitje in had gezeten.
De energie waarmee Annie Golden Teenage [i]Crutch[/i] zingt is meer dan pakkend; het stevige en dreigende gitaarwerk heeft er weg van Blue Öyster Cult!

Ook anders is dat live de mannelijke vocalen prominenter naar voren komen, zoals al meteen aan het begin met Starts with a Handshake. Toch is het meestal Golden die de leadzang doet, in Can't Cry Anymore zelfs meer dan sterk.
In het nieuwe I Wanna Be a Rocker lijkt enige invloed van de Ramones te zijn gegijzeld, waarna - gelukkig nu wél met toetsen - Laugh and Walk Away losbarst inclusief spetterend drumwerk.

Die augustusavond moet aangenaam zijn geweest voor de aanwezigen met zeventien keer energieke gitaarwave. Je proeft het.

» details   » naar bericht  » reageer  

Wovenhand - The Threshingfloor (2010) 4,5

16 mei, 16:54 uur

The Threshingfloor, het zesde album van Wovenhand, het eerste album na het debuut dat ik kort na verschijnen kocht. Afgespeeld tijdens een autorit door de Flevopolders, herinner ik me nog. Bij vlagen heftig en altijd intens, beviel het goed. De hoes vermeldt nu wél de groepsleden: naast David E. Edwards voor "words and music" zijn daar bassist/gitarist Pascal Humbert en drummer/slagwerker Ordy Garrison. Anders dan voorheen ontbreekt een tekstboekje, al vermeldt mijn streamingkanaal ze wel.

Kalm en dankzij drones enigszins dreigend is Sinking Hands met een tekst alsof een introverte persoon zich voorneemt zich emotioneel te verbergen. Lós gaat het met The Threshingfloor. Furieus zelfs en de verwijzing naar het Bijbelboek Ezechiël doet vermoeden waar sfeer en inspiratie werden gehaald. Koeklen leert dat de woorden "Devlam bara istenem" zijn geïnspireerd door de Hongaarse groep Muzsikás; de tekst bevatten klaarblijkelijk woorden van aanbidding.
Dat geldt in "gewoon" Engels eveneens voor het kalmere A Holy Measure, waarna de muziek van inheemse Amerikanen echoot in Raise Her Hands. Volksmuziek van uiteenlopende windstreken maakt steeds meer deel uit van Wovenhand, wat hij in het laatste geval combineert met woorden uit Psalm 32.
His Rest is sferisch met een oproep tot intimiteit, de eerste helft sluit akoestisch af met Singing Grass; een tokkelende gitaar, ernstige klanken van cello; het werd geschreven door Humbert (muziek) met Edwards (tekst).

Meer ernst en bezinning volgen via Behind Your Breath en Truth, de laatste oorspronkelijk op Movement (1981) van New Order. Het doet wat een goede cover doet: een nieuwe jas aandoen.
Te gast op herdersfluit is Peter Eri van Muzsikás. Dat op Terre Haute met wederom de nodige Bijbelse verwijzingen in de tekst. Orchard Gate bezingt de zachtheid van hemelse liefde en na 52 seconden eerste generatie synthesizer via Wheatstraw sluit Denver City af met een elektrische gitaarriff die regelrecht van de Rolling Stones lijkt geleend.

Een onverwacht aards slot van een album waarin David Eugene Edwards vooral naar Boven kijkt en die sfeer deelt. Met alle folkelementen heel anders dan voorganger Ten Stones. Intens blijft het.

» details   » naar bericht  » reageer  

Wallenstein - Charline (1978) 4,0

16 mei, 15:08 uur

Laatst kwam ik Charline op elpee tegen bij De Groeverij in Houten. Het zei me helemaal niks, maar het logo van Wallenstein (heeft Metallica daar inspiratie gehaald?), de hoes in de stijl van Hipgnosis (maar gedaan door RCA) en de groepsfoto op de achterzijde maakten nieuwsgierig. Toen ik ontdekte dat ze uit Duitsland kwamen en dat de plaat in 1978 werd opgenomen in de studio van Dieter Derks, bekend van zijn werk met de Scorpions, besloot ik de gok te wagen. Het werd een aangename kennismaking.

Vanaf 1972 tot 1981 werden negen elpees uitgebracht, waarvan Charline de zesde is. Vermoedelijk bereikte Wallenstein alleen in West-Duitsland bekendheid, al is dat een grote markt, zeker met Zwitserland en Oostenrijk erbij.
Zanger Kim Merz heeft een aangename stem met veel schuurpapier daarin. Andere leden in deze groep uit Mönchengladbach zijn de gitaristen Pete Brought en Michael Dommers, toetsenist en hier tevens producer Jürgen Dollase, bassist Terry Park en drummer Charly Terstappen.

Qua muziek klinkt hardrock/aor op Amerikaanse wijze: stevig en scheurend, tegelijkertijd melodieus met harmonieuze koortjes. Soms gaat het de lichtere kant op wat vroeger ook wel FM-rock of L.A.-rock werd genoemd; zoals in Life Is True in London Town, vergelijkbaar met het Toto van die tijd. Kant 1 eindigt met All Good Children - Part 1 (Parent's Talks), dat een vervolg krijgt op kant 2 met het rockende All Good Children - Part 2 (Children's Reply).
Kant 2 opent met Midnight Blue, drijvend op een akoestische basis en een sterke melodie. Met die melodieën zit het het sowieso wel goed en dat de loepzuivere koortjes van het niveau Uriah Heep en Sweet zijn, is veelzeggend. Strong and Steady kreeg een sterke scheut funk, uitsmijter Oldtime Café krijgt met banjo en tuba (!) een komisch slot dat nog werkt ook.

Groepsleden doken later op bij namen als Dead Guitars (Brough) en Twelve Drummers Drumming (Terstappen). Wallenstein is echter een sterk voorbeeld van het niveau dat de West-Duitse rockwereld al in 1978 had behaald. Ben benieuwd of er MuMensen zijn die meer kunnen vertellen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Andy Bown - Good Advice (1978) 3,5

14 mei, 16:16 uur

Kwam Good Advice laatst tegen in Hilversum, achterin Velvet bij de tweedehands elpees. De vierde soloplaat van toetsenist en zanger Andy Bown, die in 1978 enige bekendheid had als het officieuze vijfde bandlid van Status Quo, opvolger van de in 1971 bij de groep vertrokken Roy Lynes.
Op zijn solowerk geen hardrockshuffles maar de betere popmuziek, pianopop-met-groep in de sferen van Gilbert O'Sullivan en Billy Joel.
Opvallend is echter dat piano's en synthesizers door Geoff Westley werden gespeeld; Bown beperkte zich tot akoestische gitaar. Als bassist duikt de bekende Mo Foster op, later bij onder meer Gary Moore. En er is orkest The English Chorale, waarvoor Westley de arrangementen schreef. De hoes is een humoristisch pareltje.

Bij voorganger Come Back Romance, All Is Forgiven schreef ik meer over de man, kan ik me hier op de muziek richten. Opener Another Shipwreck is een vlot popnummer. Het werd in 1988 door zijn Status Quo gecoverd op Ain't Complaining met zang van Francis Rossi, gestoken in het geluid van de jaren '80. Een prima uitvoering maar toch liever de versie van Bown met diens lenige stem en vooral het jaren '70-geluid inclusief een hoog koortje in de stijl van Beach Boys. Ik vertelde bij de voorganger dat "single Another Shipwreck in Nederland van april tot juni 1979 in de Tipparade stond, het leverde hem een bezoek aan TopPop op."
Bij ballade Good Advice wordt Bown geassisteerd door het orkest, kleinood Sophie wordt juist klein en akoestisch gehouden en Lifeline is een opgewekt popliedje met saxofoonsolo. Het gaat bijna non-stop over naar mandoline en folkpop in Crazy Girl over een meisje dat haar liefde neerschoot, waarna Kix met orkestraal arrangement kant 1 kalm afsluit.

De tweede helft opent met de pittige pop van One More Chance. De stem van Bown is lenig en expressief, wat deze elpee net als de voorganger aangenaam houdt. Lions & Eagles blijkt een pianoballade met in het refrein met koorzangte te zijn, steelguitar in het rustige Rock & Roll Baby Blues. Swingende rock met blazers in het ironische Money on My Mind, Another Night Without You sluit de plaat kalmpjes met strijkers af en later uptempo maar in klassieke sferen.

Blijkens Discogs verscheen Good Advice nooit op cd en ook op streaming ontbreekt het. De nu nog ontbrekende tracklengtes staan het label, die zal ik dadelijk toevoegen. Voor wie wel eens in platenbakken rondstruint: aanrader voor degene die van warme jaren '70-pop houdt, tevens aanbevolen voor wie juist NIET van Status Quo houden .

» details   » naar bericht  » reageer  

Machiavel - Break Out (1981) 3,5

13 mei, 18:01 uur

Juli 2025 was ik in Doornik, waar ik in een fijne platenzaak dit Break Out van het Brusselse Machiavel meenam, zoals ik bij voorganger New Lines vertelde. Er stonden daar de nodige elpees van de groep, waar ik net als in het vorige bericht toevallig tegenaan liep.
Anders was dat ik niet de verwachting of hoop had dat dit symfonische rock zou zijn: de hoezen vertoonden uiteenlopende stijlen en ik kreeg het idee dat deze groep ook qua muzikale koers door de jaren heen was veranderd. Hoe dat precies zit, beschreef ik bij dezelfde voorganger en zo kan ik me beperken tot deze elpee, die ik op de gok uit de winkel meenam.

Break Out werd opgenomen in Los Angeles met producer Derek Lawrence, die onder meer de eerste albums van Deep Purple en later Wishbone Ash op zijn palmares zette. Waar Machiavel in 1979 de overstap van symfonische rock naar puntiger gitaarrock maakte, begint hier het stilistische getwijfel. Of positiever verwoordt: Machiavel drinkt uit diverse bronnen.
Kant 1 begint en eindigt met classic rock, in het geval van Somebody Loves You Tonight met aor-achtig koortje en bij Draw the Line met gepassioneerde rockzang van Mario Guccio. Daartussen klinkt echter een vorm van powerpop via Tonight en Charlena en dankzij een slappende basgitaar van Roland De Greef funkpop in I Need It.

Op Nobody Knows gaat het qua geluid terug naar - vermoed ik - de symfonische dagen van Machiavel op een wijze waar liefhebbers van Pink Floyd wel raad mee weten; mooie gitaarsolo bovendien van Thierry Plas. Funkpop met hoge zang volgt via Running, waarna new wave terugkeert.
Town to Town is een pittig gitaarliedje dat ook op New Lines had kunnen staan, net als Rough City waar dankzij De Greef een bescheiden synthesizer de boel ondersteunt. Hier moet ik ook wel denken aan The Spiderz. Met Lay Down wordt loom maar stevig rockend afgesloten, alsof dit The Wild Romance is - of sterker nog, het vroege werk van AC/DC.

De hoesfoto die MuMe toont staat bij mijn Franse persing op de achterzijde; op de voorzijde zie ik dit plaatje.
Al met al een aangenaam album, dat door de diverse stijlen wel een verzamelaar van de groep lijkt met werk door de jaren heen. Schijn bedriegt. Voor mijn afspeellijsten met new wave laat ik Tonight dit album vertegenwoordigen.
Mocht Teacher nog op zoek zijn naar het eerdere werk van Machiavel: probeer eens Only D Vinyl Store in het Belgische Doornik/Tournai, niet ver van Lille. Bovendien een mooie stad waar het nodige is te zien.

Op reis door new wave kwam ik hier vanaf de debuutsingle en de hits die volgden van ABC. Volgende halte: The Knack en hun derde langspeler Round Trip.

» details   » naar bericht  » reageer  

Unheilig - Liebe Glaube Monster (2026) 4,0

12 mei, 23:02 uur

Na in 2016 te zijn gestopt, kwam in 2025 het bericht dat Unheilig terug zou keren. Het is de vlag van zanger en toetsenist en programmeur Der Graf, die de naam ten spijt steeds weer positiviteit communiceert.
Met zijn combinatie van enerzijds zware synths als bij Depeche Mode plus Tanzmetall á la Rammstein en anderzijds ingetogener werk, neemt hij een unieke plek in. Live was hij zowel te zien op metalfestival Wacken als bij schlagerachtige muziekfestijnen. Voor mij als Nederlander blijft dat een soort van raar, maar hey, herzlich wilkommen in Deutschland!

Hartproblemen bewerkstelligden dat hij terugkeerde: Der Graf besefte dat muziek hem ten diepste het meeste geluk brengt. Anders dan voorheen is hij opener over zichzelf. In zijn biografie 'Als Musik meine Sprache wurde' uit 2013 lees je bijvoorbeeld niet zijn echte naam of waar hij precies opgroeide. Al biedt de bio wel degelijk veel persoonlijke informatie, zoals ik deze dagen tegenkom bij het lezen.
Bij de talrijke interviews rond de comeback was Der Graf echter minder terughoudend, zodat we leren dat hij getrouwd is, dat hij zijn vrouw al op zijn vijfde jaar leerde kennen en dat hij opgroeide in Würselen nabij Aken.
De terugkeer begon in november 2025 met non-albumsingle Wieder zurück, vervolgens waren daar album Liebe Glaube Monster en meer singles. In Duitsland bleek men er nog altijd verzot op.
De openheid blijkt ook uit de credits: die geven veel meer informatie over wie er meewerkten: namen van gitaristen, bassisten, toetsenisten, strijkorkest en kinderkoor. Plus een anoniem volwassenenkoor.

Ten opzichte van de eerdere albums hoor ik hier geen koerswijziging, of het moet zijn dat hij iets minder met diepe bariton zingt. Dat betekent dat het me soms te schlagerpop kan zijn, maar zijn persoonlijke teksten maken zelfs die nummers sympathiek. Toch liever het steviger werk en ook daarin deelt hij over zijn persoonlijke wel en wee.
'Monster' in de titel staat voor de vijanden in zichzelf. Zoals hij in zijn bio vertelt, had hij als kind en puber grote problemen door stotteren, waarmee hij werd gepest; hij besloot zo min mogelijk te praten. Eenmaal jongvolwassen bleek hij gevoelig voor obesitas, een ander monster dat de van nature sportieve Graf moest bedwingen. Je proeft in zijn teksten de strijd: muziek is de taal waarmee hij het makkelijkst zijn hart opent én waarmee hij de luisteraar een hart onder de riem steekt.

Het begint met Revolution bombastisch als was dit filmmuziek, gevolgd door het stevige titelnummer. Hierin legt hij uit waarom hij terug is. Via het met kinderkoor opgeluisterde Wunderschön is er schlagerpop, in de dikke synths van Monster kijkt hij zijn tegenstanders recht in de muil: "Ich hab' oft Angst nicht zu funktionieren, der Erwartung an mich nicht gerecht zu werden." Het wordt gevolgd door de ingetogen ode aan zijn vrouw Du Bist Meine Heimat.
Dan liever de stampende gitaren en beats van Brot und Spiele waarin Der Graf kritisch naar de wereld kijkt, die qua vermaak niet verschilt van Romeinse tijden, zo laat hij via het filmische intro merken. Andere favorieten zijn de lichte en uptempo beats van Zwischen den Welten, die doen terugdenken aan jaren '90-Eurohouse. Net zo uptempo maar nu met scheurende gitaren is KI – 01001011 01001001 met een pakkend refrein; een aanklacht tegen kunstmatige intelligentie.

Je kunt er donder op zeggen dat dan een kalm nummer moet komen. Dat klopt met Sonnenallee, niet het eerste nummer van Unheilig over de hemel en in herinnering aan een overleden vriend; het heeft een swingende loungesfeer. In Böse Geister weer de strijd met de innerlijke demonen, verpakt in dampende rockbeats en pompeuze synths en gitaren. Ingetogener maar vlot is het vriendelijke Spiegel.
Het kinderkoor duikt weer op in het midtempo Nur ein kleiner Schritt: "Wenn du dich verirrst, ich halt dich fest und werde für dich sehen - Ein kleiner Schritt reicht aus und etwas großes wird entstehen."
In Photobuch blikt hij terug op zijn leven met een oho-refrein waar ik minder mee heb. Met ingetogen piano en een gastzanger met kopstem start Liebe, in alle synthgalm toch gevoelig.

Sterk album, dat er ondanks alle bombast toch in slaagt te overtuigen door variatie en persoonlijke teksten.

» details   » naar bericht  » reageer  

Cherry Vanilla - Venus d'Vinyl (1979) 3,5

12 mei, 16:03 uur

Slechts één jaar zat er tussen Cherry Vanilla's debuut en opvolger Venus d'Vinyl, toch is de aanpak anders. Ze was een bekende in punkclub CBGB in New York, maar net als het debuut is dit album in Engeland opgenomen.

De honkytonkpiano van Bad Girl is verdwenen, in plaats daarvan klinkt een modernere stijl. Dat blijkt meteen in de uptempo new wave van opener Amanda (Paradise) , een nummer dat zo op het debuut van Blondie had gekund, inclusief de vrij lage en zwoele zang van la Vanilla. The Young Boys doet iets soortgelijks maar dan rustiger met een scherpe beschrijving van de jongemannen van 1979.
Verrassenderwijs is Lover Like You een duet met gitarist en - anders dan het debuut - nu ook toetsenist Louie Lapore, die bovendien eigentijdse synthesizers meenam naar de studio. Lekker uptempo en vooral leunend op zijn klavieren. In het langzame Wayni's Sweet keert de piano terug, halverwege gaat het swingen en dan toch weer zo'n rock 'n' rollend arrangement als op het debuut. Kant 1 sluit af met het stevige Mr. Spider, waarin Lapore zijn gitaar hard laat werken.

You Belong to Me klinkt alsof mevrouw Vanilla het cadeau kreeg van Bruce Springsteen; een pakkend poplied in rocksaus en romantiek gemarineerd. Het midtempo California klinkt zonnig, passend bij het onderwerp.
De popwave van het optimistische Tear Myself Away blijkt het tweede duet tussen Vanilla en Lapore, met The Round Dance klinkt warempel iets sacraals of Kerstmisachtigs. Afsluiter is het uptempo Moonlight, tevens op single verschenen.

Het bleek het laatste soloalbum van Vanilla. Het jaar erop zette ze haar spreekstem in de commercials op het nummer Not A Bit - All Of It van Vangelis' See You Later, van wie ze later de Amerikaanse agent zou worden. Vier jaar later vertolkte ze twee rollen op The Pros and Cons of Hitchhiking van Roger Waters. In 1993 brengt ze met producer Man Parrish het album Blue Roses uit.

Mijn reis door new wave vervolgt. Na de twee elpees van Cherry Vanilla keer ik terug naar het Duitse Hannover voor de tweede van Hans-A-Plast.

» details   » naar bericht  » reageer  

Jonathan Jeremiah - Good Day (2018) 4,0

11 mei, 21:03 uur

Zo'n drie jaar geleden kocht ik bij een vintagewinkel een tweedehands vinylreiniger en pas vanavond heb ik die eens gebruikt: er staan twaalf elpees te drogen. Het ding is knaloranje in jaren '70-stijl en 'Made in West-Germany', oftewel van vóór 1990. Good Day van Jonathan Jeremiah speelde bij de schoonmaak als passende soundtrack.

Nu ik zijn oeuvre in chronologische volgorde draai, valt op dat dit de eerste is met dat vroege jaren '70-basgeluid (David Page) en met de dames in het achtergrondkoortje in ruimtelijke galm. Nostalgisch en warm zoals ik het graag hoor.
Op Good Day (het titelnummer een heerlijke opener) staat het enige nummer van hem waar ik niks aan vind: het gefluit in Mountain... Ik sla track 2 dus over, op cd geen enkele moeite, en laaf me aan de overige tien nummers. Hiervan bevalt Deadweight extra goed vanwege de tempowisseling halverwege, die het lange nummer helemaal áf maakt. Ook valt pianoballade No-One op, een prachtige ode aan zijn vrouw.

Jeremiah is wederom wars van vernieuwing, maar liedjes schrijven kán hij en zijn stem is prachtig, mede omdat hij steevast zo ontspannen zingt. Daarbij vaak een (ditmaal naamloos) orkest onder leiding van Ben Trigg met de grootste rol voor de strijkers. Soms drumt Shawn Lee strak en sober als een drummachine zoals in het gebroken-hart-lied The Stars Are Out en het prachtig naar een climax toegroeiende Shimmerlove.
In slotlied Yes in a Heartbeat excelleert Jeremiah met snel tokkelen op zijn akoestische gitaar, waarmee de echo van Nick Drake klinkt. Anders dan bij die veel te jong overleden troubadour voegt Jeremiah er wederom een romantische tekst aan toe en al spoedig zijn daar weer de strijkers.

Ongetwijfeld voor sommigen te volgestopt, maar door Jeremiah ben ik juist voor dat typische geluid van de vroege jaren '70 gevallen. Soms is retro erg lekker, net als mijn Schallplatten-Waschgerät.

» details   » naar bericht  » reageer  

ABC - The Lexicon of Love (1982) 5,0

10 mei, 21:38 uur

Hierboven worden veel kwaliteiten van dit verbluffend sterke debuut van ABC uit Sheffield al genoemd. Samenvattend: productie van Trevor Horn die tevens een orkest invloog, de stem van Martin Fry (veel expressie, groot bereik), de synths (onder meer de toen gloednieuwe Fairlight) van gastmuzikante Anne Dudley en voor mij persoonlijk ook de partijen van Mark Lickley, die echter op advies van Horn plaatsmaakte voor de betere Brad Lang. Hun baspartijen zorgen voor veel funk. En de hoes verwijzend naar James Bond? Ja, perfecte combinatie van allerlei elementen die ogen- en orenschijnlijk ver uit elkaar liggen.

De plaat verscheen in juni 1982, maar ik ben hier in het kader van mijn queeste door new wave, waarbij ik mij in oktober 1981 bevind. Hoe zit dat? Wel, op 25 oktober '81 betrad de eerste single van ABC meteen de Britse hitlijst: Tears Are Not Enough zou eind november - begin december twee weken #19 halen. Het was een ver vooruitgeschoven voorproefje van deze elpee. In 2013 legde Fry bij The Guardian uit dat ze disco/funk met postpunk wilden combineren.
Of je dat erin terughoort mag u zelf bepalen, maar toen ik in 1982 kennismaakte dankzij hun eerste hit in Nederland (Poison Arrow haalde in maart #18) vond ik simpelweg de zang erg goed. Voor mij een groep vergelijkbaar met Spandau Ballet, waar ook zo'n krachtpatser bij de microfoon stond en waar de muziek relatief glad en dansbaar was. Het nummer haalde in Vlaanderen in april volgens Ultratop #19 en werd gevolgd door The Look of Love (in Nederland in juni twee weken #11, in Vlaanderen in juli #17) en All of My Heart (in Nederland in september #20 en in oktober een Vlaamse #10). De elpee kwam in Nederland in oktober tot #16.

Ik vond dit alles aangename hitparadepop en op een middelbare school met veel kakkers was dit muziek waarover we het eens waren: "gewoon goed". Inmiddels valt me op dat de basriff van Date Stamp erg veel lijkt op die van Two Tribes van Frankie Goes to Hollywood. Opnieuw met producer Trevor Horn. De vrouwelijke zang van Tessa Webb werkt hier eveneens goed, het wordt bijna een duet als Don't You Want Me van The Human League.
Terug naar het Verenigd Koninkrijk. Daar was Poison Arrow de tweede hitsingle van de groep, maart '82 twee weken #6, The Look of Love in juni twee weken #4, All of My Heart in september #5, en elpee The Lexicon of Love vanaf entree in juni meteen vier weken #1 en uiteindelijk maar liefst 51 weken in die lijst.

Ik kende van The Lexicon of Love slechts de hitsingles, maar ben de afgelopen dagen méér dan aangenaam verbaasd over de overige nummers, de details bij dit alles en hoe goed digitale synthesizers met orkest samensmelten. Dat alles gegoten in pakkende arrangementen en sterke composities. Vijf sterren.

Mijn reis door new wave kwam van het Canadese Martha and the Muffins en vervolgt in 1981 bij het Brusselse Machiavel en een elpee die ik hier heb staan: Break Out.

» details   » naar bericht  » reageer  

Martha and the Muffins - This Is the Ice Age (1981) 3,5

9 mei, 17:01 uur

De derde van Martha and the Muffins met nieuwe bassiste Jocelyn Lanois, plus haar broer Daniel als producer. This Is the Ice Age staat niet op mijn streamingplatform, maar gevonden op YouTube. Wel staan twee nummers ervan op verzamelaar Far Away in Time en daardoor alsnog op streaming.

Deze keer niet in Engeland maar gewoon in het eigen Canada opgenomen, klinkt de new wave van de groep wat gelaagder. De meeste leadzang op opener Swimming is van gitarist Mark Gane, al eisen de beide Martha's (Johnson en Ladly) de hoofdrollen op in het refrein. Single was Women Around the World at Work, dat in Canada #24 haalde en ook op de genoemde compilatie staat.
Casualties of Glass is één van de nummers die voor verdieping van de stijl zorgen; zorgvuldig opgebouwd, heeft het trekjes van jaren '70-artrock; ik moet warempel denken aan wat het Nederlandse Mo deed. Dat komt mede door de elektrische piano, ook te horen op Boy Without Filters, met een wat unheimische sfeer. Het gitaargeluid herinnert aan Subway Song op het debuut van The Cure. Kant 1 sluit kalm via Jets Seem Slower in London's Skies, als een combinatie van minimal music en jaren '70 artrock.

Kant 2 opent met het meer dan zeven minuten durende This Is the Ice Age, dat eveneens op de verzamelaar staat en waar een directer geluid klinkt met veel percussie. Introspectief is One Day in Paris, liever hoor ik het uptempo You Sold the Cottage met dansende pianolijn en stampende synthesizer. Dubbelslag Three Hundred Years / Chemistry is weer introvert en daarmee minder mijn kop thee.
Het is ontegenzeglijk waar dat Martha and the Muffins hun geluid verdiepten; als liefhebber van vinnige new wave heb ik daar echter minder mee. In 2005 verschenen op cd met twee aangename bonusnummers.

New wave in oktober 1981? Variatie genoeg. Mijn reis door new wave kwam vanaf Düsseldorf en de tweede Fehlfarben en vervolgt in Londen bij single Tears Are Not Enough van ABC, het jaar erop te vinden op The Lexicon of Love.

» details   » naar bericht  » reageer  

Wovenhand - Ten Stones (2008) 4,0

8 mei, 18:59 uur

December 2020 gekocht bij Velvet Ede tijdens mijn inhaalslag van het werk van Wovenhand. In 2008 werd duidelijk dat men inmiddels om het jaar een nieuw album uitbracht en nu ik het werk op chronologische wijze beluister, valt de grote verandering ten opzichte van de voorgangers op.

David Eugene Edwards ruilde namelijk zijn akoestische gitaar en banjo in voor vooral elektrische gitaar, gespeeld op een semi-akoestisch exemplaar, zo zag ik op dit filmpje. Mét distortioneffect. De hoes vermeldt dat de muziek wordt gespeeld door Wovenhand en de oren vertellen dat dit niet langer David Eugene Edwards solo betreft met af en toe een gastmuzikant. Onvermeld blijft echter wie er in de groep zitten, dus moest ik via internet ontdekken dat bassist Pascal Humbert van Sixteen Horsepower terug is. Verder zijn daar de Belgische gitarist en (filmmuziek)componist Peter van Laerhoven en drummer is waarschijnlijk Ordy Garrison, met wie Edwards sowieso de laatste jaren samenwerkte.

41 minuten muziek, waarvan het overgrote deel goed bevalt. Stevig is opener The Beautiful Axe, net als het korte Horse Tail dat kalm begint om spoedig luider te worden. Meer scheurende gitaar in mijn eerste favoriet Not One Stone, waar in de climax een lofzang klinkt: "Behold the lamb given for us."

Na die drievoudige stevige aanpak lijkt het kalmere Cohawkin Road nog fraaier in z'n melancholie dan het al is, voor het eerst een piano en wel via Iron Feather met daarbij veel reverb op gitaar. Verrassenderwijs een groffe shuffle in White Knuckle Grip met te gast de Noor Emil Nikolaisen op 'beehive". Bijenkorf? Wordt daar de accordeon mee bedoeld die ik hoor?
Her en der gemopper over de jazz en croonzang van Edwards in Quiet Nights of Quiet Stars, oorspronkelijk Corcovado (1960) van Braziliaan Antônio Carlos Jobim. Een vreemde maar knappe eend in deze bijt.
Met een pittig drumintro en iets wat op een draailier lijkt huilt, weent én spettert Kicking Bird, compleet met "native American Plains chant", mijn tweede favoriet van Ten Stones. Meer weemoed komt via Kingdom of Ice, alweer een nummer dat relatief kort duurt.

Wovenhands albums eindigen steevast met lange droneklanken, maar waar ik die bij His Loyal Love verwachtte blijkt er een combi van akoestische gitaar met krakende elektrische gitaar te volgen. Dan zijn die drones er alsnog met een titelloos slotlied, de verborgen track 11. Ik heb er nooit zoveel mee, maar met 41 minuten duurt dit album lang genoeg om spoedig opnieuw te willen draaien.

» details   » naar bericht  » reageer  

Unheilig - Von Mensch zu Mensch (2016) 3,5

7 mei, 22:06 uur

Met voorganger Gipfelstürmer kwam ook het bericht dat Der Graf een einde wilde maken aan het hoofdstuk Unheilig. Ik had hem niet veel eerder ontdekt en er was enige verbazing. Niet alleen bij trouwe fans, maar ook bij mij: pas in 2010 was hij doorgebroken en dan nu al stoppen? Maar na zeventien jaar Unheilig vond hij het welletjes, al bleef Der Graf - altijd wakend over zijn privacy - geheimzinnig over de exacte redenen.
Kritiek was er in de voorbije jaren ook op hem geweest, hoofdzakelijk van de fans die hem van uitverkoop beschuldigden, omdat hij minder gothic zou zijn. Hij lakte zelfs zijn nagels niet meer zwart!

Tijdens de afscheidstournee ontstonden echter ideeën voor nieuwe nummers, waarbij de liefde voor de mens / fans centraal staat. Vandaar Von Mensch zu Mensch als titel voor een album dat najaar 2016 verscheen na een brief aan de fans in augustus.
De darkwave of Düsterpop wordt hier lichter. Minder scheurende gitaren, iets kalmer, soms geschikt voor de (alternatieve) club/dansvloer en met de ballades ook voor in de huiskamer met de kat op schoot. Traditiegetrouw zijn er weer een metaforisch thema (in dit geval ballonvaren), een ouverture en een finale.

Na die ouverture volgt het stevige en pakkende Egoist over de vijand die Der Graf in zichzelf ontwaart, om in het kalme Von Mensch zu Mensch de fans in de ogen proberen te kijken. Spannender vind ik de muziek van Einer von Millionen waar hij sterk tussen gothic en pop laveert, met het ooh-whee-oohkoor Mein Leben Ist die Freiheit krijgt mijn tandglazuur spontaan scheuren.

Funkenschlag is een aanval op toetsenbordridders: "In deinem Herzen bist du einsam" en "Verdrehst mit Worten jede Realität, Schmeisst mit leeren Phrasen um dich". Een gitaar scheurt beschaafd. Dan volgt een duo kalme nummers, waar ik opwinding mis. Eerst ballade-met-digitale-strijkers Ich Würd' Dich Gern Besuchen over verloren dierbaren, een terugkerend thema in de muziek van Unheilig; Ein Wahres Glück is iets vlotter maar toch...

De tweede helft begint steviger, toch ontbeert ook Legenden echte pit. Der Graf wenst de luisteraar toe "Eine Freundschaft die Geschichte schreibt". Beter is het uptempo en radiovriendelijke Heimatlos, dat op de voorganger waarschijnlijk meer gitaar had gekregen.
Der Sturm stoempt midtempo, het eerste écht stevige nummer na Egoist met een meezingbaar refrein; het volle stadion dat in het cd-boekje is te zien, geeft een glimp van de velen die Der Graf met dit soort teksten en refreinen raakt; over stormen en overwinning.
Gevoelige pop met synthesizerbliepjes in Tausend Rosen, met Walfänger voor het eerst de Tanzmetall van vorige albums, bovendien van dansende synths voorzien. Onvermijdelijk is dat een gevoelig nummer volgt: Krieger heeft z'n charme. Door Ein Letztes Lied kijkt Der Graf de luisteraar nog eenmaal diep in de ogen, bemoedigende woorden als afscheid.

Een muzikaal lichtere versie van Unheilig met teksten die van liefde, hoop en moed spreken. Ik heb het muzikaal liever wat heftiger, maar nog altijd een keurige 7 als schoolcijfer.
In 2025 kwam het bericht dat Unheilig weer terug zou keren, in 2026 verscheen Liebe Glaube Monster, waarbij Der Graf een deel van de geheimzinnigheid rond zijn persoon losliet.

» details   » naar bericht  » reageer  

Fehlfarben - 33 Tage in Ketten (1981) 3,5

7 mei, 18:35 uur

33 Tage in Ketten lijdt lichtelijk aan het tweedealbumsyndroom: een jaar na het debuut opgenomen, kwam het mij voor alsof de beste liedjes van Fehlfarben op het debuut staan. Een jaar later volgt materiaal dat Monarchie und Alltag van het jaar ervoor niet haalde, ofwel inderhaast moest worden geschreven. Al moet ik bekennen dat die verklaringen aannames van mij zijn én dat de plaat geleidelijk alsnog naar een dikke 7 groeide.

Het duurde even voordat ik de opvolger een beetje in de vingers kreeg. De liedjes klinken wat hoekiger ten koste van de melodieën, die ik op het debuut zo aangenaam vond. Al kan dat ook een kwestie van smaak zijn. En toch, toen ik eerder vandaag Monarchie weer probeerde, wist ik spoedig wat ik mis: liedjes die me wat doen.
Tegelijkertijd groeien de vinnige en gejaagde sferen van Tanz mit dem Herzen, Ich nicht verstehen, Imitation of Life, Katze zu Maus en Stunde des Glücks, net als het postpunkige van Schlaflos nachts en Wunderbar. Misschien vreemd, maar geleidelijk beleef ik dit als een kruising tussen Talking Heads en The Fall. Ja, dat kan bij deze Düsseldorfers.

In 2003 verscheen op cd een versie met twee bonusnummers, waarvan Wie bitte was? mij goed bevalt. in 2025 bovendien als dubbelelpee met bij de bonussen liveopnamen. Nee, dit album is in Duitsland allesbehalve vergeten.

Ik beluister de albums achter mijn afspeellijsten met new wave en reis zo op chronologische volgorde door deze stroming. Nog altijd bevind ik me in oktober 1981 en komend van het Londense vrouwentrio The Slits ga ik naar de derde van het Canadese Martha and the Muffins, This Is the Ice Age.

Tot slot nog een vraagje aan Grootfaas, omdat ik je niet begrijp. Waarom zou Fehlfarben niet tot de Neue Deutsche Welle behoren? Die staat toch voor méér dan alleen het experimentele van de noordelijke collega's? Bovendien, in de fase Mittagspause zat die tegendraadsheid; dat Fehlfarben toegankelijker is, plaatst hen toch niet buiten de NDW?

» details   » naar bericht  » reageer  

Jonathan Jeremiah - Oh Desire (2015) 4,0

6 mei, 19:33 uur

Succes, vooral in Nederland, met zijn debuut Solitary Man, opvolger Gold Dust vond ik minder. Gelukkig nam Jonathan Jeremiah drie jaar de tijd voor opvolger Oh Desire en met de kwaliteit van de composities en arrangementen ben ik zéér tevreden.
Bij het verschijnen ervan telt Jeremiah 32 jaren. Hij doet wat hij het liefste doet: het geluid van vóór zijn tijd terugbrengen, de jaren '60 en '70. Dit met eigen liedjes in de traditie van Cat Stevens, Nick Drake, Gilbert O'Sullivan, Al Stewart, James Taylor, de James Gang en meer namen. Plus de bigbandsfeer van bijvoorbeeld John Barry en Burt Bacharach. Orkestrale pop met de wortels in folk en toegevoegde vleugjes soul en jazz, warm gezongen en gespeeld. Denk maar niet dat Jeremiah zich laat verleiden tot malle fratsen als digitale beats of een duet met een rapper. Nee, hij houdt het analoog en melodieus.

Juist de weigering tot vernieuwing vind ik heerlijk, mits de liedjes van kwaliteit zijn zoals hier. Deze keer een sobere zwart-wit hoes met dito foto en (cd-)boekje. Wél slaagt hij erin nog dichter bij het geluid van pakkumbeet 1972 te komen: de productie en mix, door hemzelf met Dougal Lott gedaan, zijn verfijnd. Van het debuut keert terug het Heritage Orchestra onder leiding van Jules Buckley; het opent (One), geeft aan dat we halverwege zijn (Seven) en sluit de plaat af (Thirteen) - mét Jeremiahs akoestische gitaar.

Favorieten te over: het vlotte Wild Fire, de melancholie van Arms waar Jeremiah in het refrein zo fraai zingt, het vleugje soul dankzij een Hammond in Smiling, jazz op z'n Dave Brubecks via Walking on Air, jaren '60-Motown op z'n kalme Brits met Rising Up en Jeremiah die fraai fraseert in Rosario dat bovendien zo mooi ruimtelijk klinkt.
Niet meteen dé favorieten maar te goed om over te slaan: het kleine The Birds (alleen stem en gitaar), het kalm swingende titelnummer, liefdesliedje Phoenix Ava dat weliswaar voorspelbaar maar wél effectief klein begint en fraai groter wordt dankzij het arrangement van Buckley; en de ballade over Ierland The Devil's Hillside in 6/8-maat.

Slechte nummers ontbreken en alhoewel ik dit album associeer met de winter (verschenen in een grijze februarimaand) past het eveneens prima bij de mooie lenteavond die ik vanavond beleefde. Vier seizoenen waardig.

» details   » naar bericht  » reageer  

Wovenhand - Mosaic (2006) 4,0

6 mei, 18:51 uur

In 2001 bleek Sixteen Horsepower gestopt en was er opeens Woven Hand. Die stop leek aanvankelijk tijdelijk, terwijl David Eugene Edwards het inmiddels als één woord geschreven Wovenhand voortzette, maar in 2005 kwam dan toch het bericht dat 16Hp definitief was gestopt, zo vertelt de bio van Wovenhand op mijn streamingkanaal.

Ik schafte Mosaic pas in 2022 aan, nadat ik in 2012 weer aanhaakte bij The Laughing Stalk. Nu ik mijn collectie Wovenhand voor het eerst van voor naar achter doorga, komt het in context te staan. Mosaic ligt in het verlengde van voorganger Consider the Birds zonder in herhaling te vallen.
Zo zijn de dronenummers gebleven, getuige onder andere de korte opener Breathing Bull en het afsluitende Little Raven / Shun, dat uit twee delen bestaat, gescheiden door een lange stilte. Liever dan die monotonie hoor ik Winter Shaker. Daarin zitten weliswaar ook drones, maar nu met percussie van Ordy Garrison, die net als de tekst verwijst naar native Americans.
In Swedish Purse zit een Middeleeuwse melodie verwerkt, door Edwards op een orgel gespeeld, fraai in combinatie met banjo is Twig als een Gregoriaans gezang, de tekst een bewerking van een gebed en lofzang van kerkvader Ambrosius (339 - 397). Dan is er het lichtere Whistling Girl, dankzij banjo en piano en de tekst "It falls to us from his holy hill by his perfect will". Met Elktooth wordt donker geëindigd, mede dankzij een waarschuwende tekst over "a double minded man", percussie en een monotone orgellijn.

De tweede helft begint verrassend licht met het instrumentale Bible and Bird - het is zowaar vrolijk en de country van Sixteen Horsepower keert terug! Voor even dan, want in Dirty Blue maken de viool van Elin Palmer, de drums van Garrison en de akoestische gitaar en zang van Edwards het ernstiger - en alweer sfeervol.
Verrassend is de overgang van het dronende Slota Prow naar de percussie van Full Armour, samen een kleine zes minuten durend: "In full armour he turns my cheek". Net als op vorige albums zijn de afsluitende nummers stemmig van aard. Eerst de elektrische gitaar en zang van Truly Golden, geschreven door filmcomponist Peter van Laerhoven, dan het sfeervolle Deerskin Doll, mede dankzij de viool.

Passend is stijlomschrijving 'gothic americana' die ik bij een bio van de groep tegenkwam. Muziek waarin je je met het tekstboekje in de hand moet onderdompelen.

» details   » naar bericht  » reageer  

John Coghlan's Diesel - Flexible Friends (2018) 3,5

5 mei, 20:13 uur

Al vanaf 1976 onderhield John Coghlan, drummer van Status Quo, een hobbyband omdat hij zich buiten de tournees verveelde. Om op te treden en spontane r&b te spelen met wisselende groepsleden; wie er maar beschikbaar was. Bekende namen als Quomanager Bob Young, Micky Moody en Bernie Marsden van Whitesnake, Lemmy van Motörhead, plus Quomannen Alan Lancaster en Rick Parfitt deden kort of juist langer mee. Een deel van hen klinkt op deze 3cd.

Op Flexible Friends eerst studio-opnamen, opgenomen in Gotheborg in 1991. Leadzanger is Phil May van de Pretty Things. Leuk is hoe ze Quo's Mean Girl en Living on an Island nieuwe jasjes gaven, de eerste zelfs in mineur wat verrassend goed werkt.

Op de volgende twee cd's staan live-opnamen uit 1985, opgenomen vier dagen voor Live Aid waar een reünie van Status Quo zou plaatsvinden. Jackie Lynton is zanger. Heerlijke sfeer, maar de kwaliteit is die van een livebootleg.

Ongecompliceerde en stevige rock en r&b op deze uitgave uit 2018, met in het boekje uitleg van journalist Malcolm Dome, inclusief een overzicht van degenen die daadwerkelijk zijn te horen. Ook op streaming te vinden.

» details   » naar bericht  » reageer  

Alan Lancaster's Bombers - Live! (2019) 4,0

5 mei, 17:11 uur

Alan Lancaster's Bombers, vernoemd naar de vliegende forten uit de Tweede Wereldoorlog. Met John Coghlan erbij is de ritmesectie ex-Status Quo, toch is dit anders. Geen doenkedoenkshuffles, wél rauwe hardrock 'n' roll. In 2019 op rood vinyl verschenen, ik luister via streaming.
Op streaming staat het prima klinkende Live! dat in 1989 werd opgenomen. Het rockt hartstikke Australisch op de wijze van AC/DC en Rose Tattoo. Dat brengt meteen de eerste verrassing: Coghlan mept meer dan prima van zich af in deze stijl en ook Lancaster laat een andere kant van zichzelf horen.

Het begint met een uitgesponnen versie van City Out of Control, waar Coghlan en Lancaster een Australische basis neerleggen, perfect voor de schuurpapieren stem van Tyrone Coates. Het wordt pakkend gevolgd door het door Lancaster geschreven Is This the Way to Say Goodbye, dat hij bij The Party Boys introduceerde. Hoe goed Coates bij stem is, blijkt bij het melodieuzere She’s a Mystery, het derde sterke nummer op rij; het gaat hier bijna de kant van adult oriented rock op.
De rockriff die volgt in Small Talk doet weliswaar aan AC/DC denken, de saxofoon van opnieuw Coates bewijst dat dit de Bombers zijn. De gitaarsolo van Steve Crofts is meer dan smakelijk, terwijl tweede gitarist John Brewster onverstoorbaar zijn riffs blijft hakken.

Kant B opent met het vlotte Running in the Shadows, de andere kant van Lancaster is te horen in de sterke baspartij van het langzame No Danger. Heel anders dan hoe ik hem ken, wat eens te meer bewijst dat energie en plezier weer volop terug waren. Met de drie laatste nummers gaat het rockend door, lekkere riffs en gitaarsolo's en soms de sax; bij dit alles spaarzame toetsen van Peter Quinn.

Qua stijl dus anders dan Quo en bovendien Australisch rauw. Qua intensiteit vergelijkbaar met het jaren '70-werk van AC/DC en Rose Tattoo, mede dankzij het oppoetsen van de opnames en de productie van John Eden, bekend in de kringen van Quo. Ober, doet u mij een steak en een grote pot bier!

» details   » naar bericht  » reageer  

Unheilig - Gipfelstürmer (2014) 4,0

4 mei, 18:33 uur

Unheilig is de groep van Der Graf met zijn zware stem. Hij combineert zijn gothische synthesizers regelmatig met scheurende gitaren en brengt steevast hart-onder-de-riemteksten. Ieder album heeft een thema, zo ook hier.

Traditiegetrouw wordt begonnen met een ouverture en geëindigd met een finale. Deze keer Der Berg en Der Gipfel, thema is nu namelijk bergbeklimmen. Dit als metafoor voor de wandeling door het leven met soms hoge bergen die moeten worden overwonnen. De themamuziek heeft wel weg van die bij een achtbaan: over de top en daarbij neigend naar kitsch. Maar goed, die top past bij dit thema...

Dan liever de nummers ertussen. Regelmatig is het heel stevig: na de ouverture volgt het snelle Hinunter bis auf eins en we gaan vliegen: "Ich strecke sie aus, meine Flügel - Und spring von höchsten Punkt der Welt". De andere heavy nummers zijn Wie in guten alten Zeiten dat stampt met diepe synths; Echo ("Du bist der Mensch der mir fehlt"), het onverwacht heavy Goldrausch en in Wir sind die Gipfelstürmer doet de muziek wat de titel belooft.

Vaker klinkt pop met daarin weinig of geen scheurende gitaren, maar met de koren blijft er een gothicsfeer: Zeit zu gehen over afscheid nemen en op reis gaan, de reeks spreekwoorden in Die Weisheiten des Lebens dienen daarbij als goede raad; Glück auf das Leben is een ode aan zijn eega; in Held für einen Tag het verlangen om moedig te zijn en in het swingende (!) Hand in Hand zijn we samen op reis.
En er zijn ballades, waar ik van nature minder mee heb, al komen de teksten van Der Graf altijd wel binnen: Zwischen Licht und Schatten heeft een mooie pianolijn, Alles hat seine Zeit, ook in powerballad Mein Berg pakkende piano, in Den Himmel so nah het gemis aan een dierbare.

Het boekje bij de cd is in sobere jugendstil, jaren '30-sfeer passend bij de gothic rock van Unheilig. Zoals vaker was het stapsgewijs wennen; een autorit hielp. Teksten en muziek komen onderweg nog beter binnen dan thuis. Laat dat nou het thema van Gipfelstürmer zijn.

» details   » naar bericht  » reageer  

Jonathan Jeremiah - Gold Dust (2012) 3,0

3 mei, 15:19 uur

Jonathan Jeremiah kreeg dankzij de samenwerking met het Metropole Orkest in 2011 en daarna de nodige extra publiciteit in Nederland. Hier spelen ze samen Lost van het debuut, uitgezonden bij de NTR. Die aandacht bleef toen ze samen musiceerden op zijn tweede album Gold Dust. Dat heeft in mijn geval geholpen: langzamerhand raakte ik geïnteresseerd in dit album en de voorganger. Ik ben hem sindsdien blijven volgen en meestal was ik enthousiast.

Zoals vaker met het tweede album van een artiest heb ik het idee dat tijdsdruk een negatieve rol speelde. Daardoor wordt te veel geleund op liedjes die het debuut niet haalden of die bij het schrijven te weinig aandacht kregen. Alhoewel Gold Dust qua stijl, sfeer en arrangementen naadloos aansluit bij Solitary Man, is het desondanks minder spannend.
Gelukkig kiest hij niet in alle nummers voor een orkestrale aanpak, soms houdt hij het bij zijn gitaar en stem. In alle gevallen zijn het uiteindelijk de melodieën die het moeten doen. Die doen het goed in de volgende nummers: Gold Dust met z'n ingetogen begin en groei naar een massief geluid; Fighting Since the Day We Are Born redt het dankzij de koperblazers die het nummer nét wat extra's geven; slim is het om vervolgens Shout ingetogen en lief te laten en dat te laten volgen door het opgewekte Lazin' in the Sunshine dat dankzij de cello's warempel wel iets van ELO wegheeft. Tot zover is alles dik in orde.

Dan begin ik echter af te haken: Everyday Life pakt me niet, ondanks de percussie die vanaf 3'06" meedoet. Dat houd ik bij de navolgende nummers. Akoestische gitaar en stem bepalen All We Need Is a Motorway, een uptempo popliedje is The Time of Our Lives, toch werkt het niet meer. De melodieën pakken me niet, zelfs de variatie tussen orkestrale en gitaarliedjes helpt niet; hetzelfde bij You Save Me, terwijl ik de pianolijnen en koperpartijen op zich mooi vind.
Ik mis spanning: de melodielijnen van Chatsworth Ave. en wiegeliedje Forever Shall Be Ours worden zelfs irritant bij vaker draaien. Al zou ik daar misschien anders in zitten als ik een kleintje naar bed moest brengen, maar voor vaderschap ben ik te oud en mijn kinderen hebben mij nog niet tot opa gemaakt.

Het kakt verder in met Caffeine & Saccharin. Wel kan ik me voorstellen dat mensen die The Beatles of het latere werk van de Beach Boys leuk vinden, of Van Dyke Parks (wie herinnert zich hem nog?), hier wél voluit enthousiast van worden. Het is een smaakdingetje, de tweede helft is me te bedaard. De instrumentale reprise van de opener verleidt ten slotte sluw om van voren af aan te beginnen.

Een kleine 7 of een dikke 6? U ziet aan mijn sterrenwaardering wat het is geworden. Dan hoop ik dat bommel nog levendige herinneringen heeft aan zijn JJ-concert op de voorste rij en daar dertien jaar later iets over kan delen!

» details   » naar bericht  » reageer  

The Slits - Return of the Giant Slits (1981) 3,0

3 mei, 13:43 uur

Op streaming trof ik nergens muziek van Teardrops' Final Vinyl aan en dus beland ik bij mijn reis door new wave alweer bij de volgende halte. In oktober 1981 verscheen The Slits' Return of the Giant Slits, twee jaar na het debuut. In het jaar ertussen verschenen een single met de drummer van het experimentele The Pop Group, plus een album met vroege demo's en livewerk onder de naam Untitled. MuMe sorteert dit bij het reguliere werk, andere bronnen houden het op een compilatie.

Bij Return of the Giant Slits is die twijfel er niet. Een nieuwe studioplaat waarop de drie dames zich verder hebben ontwikkeld. Niet meer de reggae van het debuut, maar instinctieve muziek die eigenwijs zijn eigen gang gaat. Vervreemdende gitaarpartijen kunnen het gevolg zijn, getuige Or What It Is? dat in een vroege versie op Untitled is te vinden, dan nog getiteld Or What Is It? Ook Face Place doet iets dergelijks, in Walkabout zit een vleugje funk en wah-wahgitaar op z'n Slits'.
Dan toch nog reggae als kant 2 begint met Difficult Fun, met nu een dwarsfluit als leuke vreemde eend in de bijt. Animal Space / Spacier is als een vreemd amalgaam van Afrikaanse pop en eigen invulling, dat laatste nog sterker op de twee afsluitende nummers. Ik kan het proberen in woorden te vangen, maar wie luistert herkent meteen: dit zijn The Slits!

Was het succes van het debuut al bescheiden, Return of the Giant Slits miste de album- of singlelijsten helemaal, al verscheen opener Earthbeat wel op single met non-albumnummer Begin Again Rhythm op de B-kant. Op zich begrijpelijk: bij The Slits draait het niet om melodie maar om individuele expressie.
Daar zat de doorsnee singlekoper niet op te wachten. Ik evenmin, al krijg ik de nodige glimlachjes bij de diverse invallen van het trio: de spontaniteit is aanstekelijk. Begin 1982 stopt de groep, om in 2005 weer actief te worden.

Ik reis door van Londen naar Düsseldorf voor de tweede van Fehlfarben.

» details   » naar bericht  » reageer  

Wovenhand - Consider the Birds (2004) 4,0

3 mei, 08:37 uur

Debuut Woven Hand was tevens de doorstart van David Eugene Edwards na Sixteen Horsepower. Opvolger Blush Music bevatte werk daarvan in andere jasjes, bedoeld voor een dansvoorstelling. In dat opzicht is Consider the Birds het "werkelijke" tweede album.
Kleine veranderingen duiken op. Behalve dat de groepsnaam nu als één woord wordt geschreven, klinkt op drie nummers een groep. Dit met toetsenist Daniel McMahon, bassist Shane Frost en drummer Orry Garrison, te horen op tracks 1, 2 en 7; op 6 assisteert slechts Garrison. Op de overige nummers werden alle instrumenten door Edwards bespeeld.

Na de folk van de voorganger klinkt dit vaker stemmig. Het doet denken aan de latere albums van Sixteen Horsepower. In opener Sparrow Falls ziet hij af van rancune: "I will you no grief, nor to see you fall - Once had a mind to, I'm done with that - I mean you no harm at all." Als een luide groep klinkt hij in zijn eentje via het indringende To Make a Ring, waarin hij de luisteraar voorhoudt dat "judgement is not avoided by your unbelief, your lack of fear" en hij looft de Schepper: "Power honor glory be unto my king."
De percussie in dit nummer is van zijn hand, net als op het stevige Off the Cuff, waarbij sommige drumslagen omgekeerd zijn ingemixt, als echo's van de postpunk waar hij ook van houdt. Ingetogen is vervolgens Chest of Drawers en beschouwend constateert Edwards dat "He delights not in the strength of horses, he takes no pleasure in the cleverness of men."

Die ingetogenheid wordt net als op Woven Hand sterker in de tweede helft. Lange, droneachtige klanken van een cello in Oil on Panel, als een hymne met mystieke tekst. Speaking Hands is daarentegen fijntjes: gebouwd op een pianothema klinkt een 6/4 maat en Edwards worstelt met zichzelf: "What is the end of my troubled mind."
Opgewekter lijkt de akoestische gitaar in het intro van Down in Yon Forest, in combinatie met 3/4 maat en handklappen wordt het bijna vrolijk: hét groeinummer van dit album. Traagheid keert dankzij een banjo volop terug in Tin Finger, ijl geproduceerde pianoklanken domineren het toepasselijke genoemde In the Piano.

Consider the Birds schafte ik pas jaren na verschijnen aan, toen ik via latere albums weer was aangehaakt en zin kreeg in meer van Edwards' intensiteit. Wie zich daaraan overgeeft, wordt meegezogen in intense en troostvolle muziek.

» details   » naar bericht  » reageer  

Pete Shelley - Homosapien (1981) 4,5

2 mei, 09:34 uur

New wave in oktober 1981, ik reis op chronologische volgorde door deze stroming. Daarbij beluister ik de albums achter mijn afspeellijsten met losse nummers. In dit geval: van de luide gitaarrock van de Amerikaanse Romantics en hun Strictly Personal naar Engelsman Pete Shelley, die inmiddels ex-Buzzcocks is en strikt persoonlijk zijn carrière vervolgt.

Het materiaal was deels bedoeld voor een volgende Buzzcocks, maar als die groep implodeert tijdens de opnamen voor een volgend album met producer Martin Shelley, besluiten Shelley en Rushent om er een soloplaat van te maken.
Het jaar ervoor had Shelley al een soloplaat uitgebracht, het experimentele Sky Yen. Homosapien is compleet anders. Eigenlijk klinkt dit als de Buzzcocks, maar dan met synthesizers. Liedjes met kop en staart, pakkende melodieën en de kenmerkende stem van Shelley. Single Homosapien kreeg een boycot van de BBC wegens een vermeende toespeling op homoseksualiteit en pakt als opener meteen de luisteraar in. Yesterday's Not Here en de nummers erna slagen daar eveneens in, waar bij I Generate a Feeling een zanglijn bevat die lijkt te zijn geïnspireerd op die van de oorspronkelijke Amerikanen. Qu'est-ce que c'est que ça is qua tekst een vervolg op I Believe van A Different Kind of Tension.
Op kant 1 een voluit synthplaat, komt de gitaar terug vanaf I Don't Know What It Is, de opener van kant 2. Soms zelfs stevig. In trage afsluiter It's Hard Enough Knowing domineren de synths en zit halverwege een heerlijke versnelling.

Een sterk album dat ook liefhebbers van bijvoorbeeld Ultravox, Visage, OMD, The Human League en Depeche Mode zal kunnen aanspreken. Het miste de albumlijsten, mogelijk vanwege die BBC-boycot.
bart1989 vroeg zestien jaar geleden: "Hoe komt het dat zo'n vet album wordt overkeken?" Tsja, misschien omdat promofilmpjes en shorts ontbreken? Je maakt ze inmiddels over de wereld van de negende kunst, zag ik op YouTube en Insta: informatief en vaak grappig! Valt iets dergelijks ook over Homosapien te maken?

Voor Homosapien een dikke 9. Na één keer via streaming heb ik 'm fysiek gekocht en de voorbije dagen frequent gedraaid. Leve tweedehands vinyl, in perfecte conditie bovendien!
Dankzij Oor's Pop Encyclopedie (editie 1990) ontdek ik dat er meer platen uit de stofwolken van Buzzcocks oprezen. Al in 1980 dook bassist Steve Garvey op in de groep Teardrops, samen met ex-Falldrummer Karl Burns. Gitarist Steve Diggle en drummer John Maher beginnen Flag of Convenience, waarvan MuMe geen albums opnam. Pete Shelley was eveneens actief met Tiller Boys, waarvan alleen de naam op MuMe is te vinden, echter zonder albums.
Eens kijken of ik iets met het ontbrekende werk kan en wil. Mijn volgende halte in de wereld van new wave wordt een korte flashback naar 1980, het zojuist genoemde Teardrops.

» details   » naar bericht  » reageer  

Spirit Adrift - Infinite Illumination (2026) 4,0

1 mei, 20:54 uur

Werd getipt door een vriend, want doommetal en op streaming, inclusief Bandcamp. Spirit Adrift en Infinite Illumination, het was heerlijk in de auto, net als op de fiets met koptelefoon. Qua gitaarspel word ik heel blij. Niet alleen door de riffs, maar ook door de twins die worden gespeeld: ze kunnen huilen of dartelen als vlinders in een dans.
Omdat dit in feite een éénmansproject is, is mij onduidelijk of frontman Nate Garrett in zijn eentje al die gitaarpartijen inspeelde, of dat de andere partijen door Tom Draper worden gespeeld. Op Discogs staat het album nog niet, daar kan ik dus niet spieken.

Iets minder heb ik met Garretts zang. Niet dat hij dat niet kan: zijn stem is rauw en heeft een prima bereik. Het zit 'm erin dat hij steeds met dezelfde intensiteit zingt, wat het op den duur eentonig maakt. Gelukkig zijn er de gitaarpartijen voor het tegenwicht, vet geproduceerd bovendien. Ook pakkend zijn de akoestische delen, fraai in contrast. De meeste tempo's liggen laag, maar White Death is uptempo.

Ging ik vanavond wat achtergronden uitzoeken, ontdek ik dat Infinite Illumination niet alleen hun zesde album is, maar ook hun laatste zal blijven. Jammer. Een album voor op mijn jaarlijstje.

» details   » naar bericht  » reageer  

Unheilig - Alles Hat Seine Zeit (2014) 4,0

Alternatieve titel: Best of Unheilig 1999-2014, 1 mei, 10:49 uur

Nadat ik Unheilig had ontdekt (zie Zelluloid) wilde ik zijn eerdere werk ontdekken. Dat deed ik eerst door via YouTube zijn muziek op te zoeken, daarna door deze verzamelaar Alles Hat Seine Zeit: Best of Unheilig 1999-2014 aan te schaffen. Anders dan ik me eerst herinnerde, denk ik inmiddels dat ik de muziek van Der Graf niet in 2010 maar zo'n vier jaar later ontdekte.

Doet er verder niet toe. Wat klinkt zijn single- en radioversies. Daarmee klinken rondere alternatieven van de albumtracks: minder grommende gitaren, geschikter voor een groot publiek. Nog steeds alsof Depeche Mode wordt gecombineerd met Rammstein. De elektrische gitaren in bijvoorbeeld Spiegelbild, Freiheit en Sage ja! maar productionele details maken het toch weer anders; Wir sind alle wie eins, duet met Andreas Bourani Wie wir waren en ballades als An deiner Seite en Astronaut trekken het naar popland. Halverwege die "uitersten" ligt een dansbaar en stevig nummer als Maschine, tanzmetall zoals dat wel heet.

Centraal staat de bariton van Der Graf, die anders dan in het boekje bij Zelluloid veel meer informatie geeft over wie wat deed. Unheilig is weliswaar zijn project, maar daarom deed hij nog niet alles zelf. Net als op dat album opent het met een ouverture (Zeitgeist) en een eindigt het met een finale (Rückblende), beide speciaal voor deze compilatie geschreven.

In het boekje wordt een overzicht gegeven van welke albums de afzonderlijke nummers komen, tegelijkertijd klinkt Alles hat seine Zeit coherent. De titel verwijst naar bijbelboek Prediker en daarmee naar vergankelijkheid: ook op deze compilatie beschouwt Der Graf het leven met zijn hoogte- en dieptepunten, waar de boom in het cd-doosje alle seizoenen verbeeldt.

Door het stukje hierboven ontdek ik dat Der Graf een autobiografie schreef. Inmiddels besteld.

» details   » naar bericht  » reageer  

Jonathan Jeremiah - A Solitary Man (2011) 4,0

1 mei, 09:14 uur

Dankzij de uiterst bescheiden hitsingles Lost in 2010 (#47) en Happiness in 2011 ((#38) werd de naam Jonathan Jeremiah er eentje die ik regelmatig op de radio hoorde. Al denk ik dat dit pas in 2013 tot mij doordrong.
De meeste berichten op MuMe bij dit album stammen uit het jaar dat dat A Solitary Man verscheen, waarbij wordt gekibbeld of dit nou wel of niet beïnvloed is door Nick Drake. Wat is hier aan de hand?

Wel, de eerste klanken van If You Only maken het meteen duidelijk: het intro wordt door strijkers gespeeld, waarna Jeremiah ditzelfde thema op akoestische gitaar overneemt om vervolgens te gaan zingen. Een groot orkest en een kleine gitaar: tussen die twee "uitersten" beweegt hij zich.

Hierdoor ontstaat het geluid van de jaren '70. Niet vernieuwend, wél warm. In het vrolijk gezongen Heart of Stone klinkt een harde tekst over een ex-geliefde, compleet met akoestische gitaarsolo. Ik associeer met de jaren '70, zoals Year of the Cat van Al Stewart en ook de sfeer van Nothing Rhymed van Gilbert O'Sullivan valt binnen. Er zijn talloze andere vergelijkingen te maken; feit is dat kleine liedjes orkestrale arrangementen krijgen. Wie niet van orkest houdt, haakt af. Het album is niet voor niets opgedragen aan Sir John Barry, bekend van de filmmuziek van James Bond.
In het uptempo Heart of Stone echoot jaren '60 Motownsoul, het filmische That Same Old Line herinnert aan de openingstunes van tv-series van toen, het kleine How Half-Heartedly We Behave is kwetsbaar en fraai met ook daar gaandeweg het orkest én er is mijn absolute favoriet See (It Doesn't Bother Me) met 5/4 maat en jazzinvloeden - die pianolijnen! In het kalme titelnummer beperkt hij zich echter tot zijn stem en gitaar, slim afgewisseld met het vlotte en groot aangepakte Never Gonna, waar mede door de blazers weer de associatie met tv-tunes opduikt.

Verwacht daarbij niet de introspectieve diepgang van Nick Drake, maar teksten over de romantische liefde. Bij dit alles klinkt muzikale liefde voor een tijd die Jeremiah (geboren in 1982) niet meemaakte: orkestrale pop en filmmuziek die vanaf eind jaren '50 tot en met de jaren '70 dominant was. De geconcentreerde gezichten in het cd-boekje van een deel van het orkest tonen de toewijding van Jules Buckley en diens The Heritage Orchestra plus de arrangeurs van de muziek.
Eind 2025 keerde Jeremiah met de camera van Top 2000 A Gogo terug naar de opnamestudio; ik leer dat A Solitary Man ouderwets analoog werd opgenomen op banden. Wie zijn muzikale held is, vertelt hij elders.

Mede door de berichten van vijftien jaar geleden ontdekte ik niet alleen Jonathan Jeremiah maar ook Nick Drake. In muzikaal opzicht zijn er vooral overeenkomsten met diens tweede album Bryter Layter. Dank dus voor jullie bijdragen, of je Jonathan Jeremiah nou wél of niet waardeert...

» details   » naar bericht  » reageer