Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van RonaldjK. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026
Simple Minds - Sons and Fascination (1981) 3,5
vandaag om 00:20 uur
Op reis door new wave kom ik na de vorige Simple Minds Empires and Dance bij het vierde album Sons and Fascination. Het verscheen gelijktijdig met Sister Feelings Call.
Twee albums tegelijkertijd uitbrengen? Heel bijzonder en de albums daarvoor volgden elkaar ook al in hoog tempo op. Deze Simpele Zielen bleken creatieve én productieve Schotten die bovendien volop in ontwikkeling waren wat betreft hun geluid.
Sons and Fascination had ik eigenlijk beter ná tweelingzus Sisters Feelings Call kunnen bespreken, want die laatste leverde hun tweede Britse hit op, te weten The American in mei '81. Van Sons and Fascination werd Love Song in augustus dat jaar een hit. Maar goed, ik houd me maar even aan de planning...
Mijn kennis van de Simple Minds beperkte zich tot enkele hitsingles, mede daarom het foutje dat ik zojuist benoemde. Toch ben ik verbaasd dat menigeen deze Simple Minds zo superieur acht ten opzichte van de latere jaren. Ik ben namelijk over Sons and Fascination niet zo wild enthousiast, waarover dadelijk meer.
De eerste twee albums vond ik zeer prettig met alle zijsporen, op Empires and Dance werd voorzichtig het begin van een eigen geluid gerealiseerd. Op Sons and Fascination hoor ik wel degelijk voorbodes van wat door sommigen neerbuigend als stadionrock wordt omschreven.
De nummers in vogelvlucht: als een milde Joy Division klinkt lichte postpunk in de 6/4-maat van In Trance as Mission, de riff van Sweat in Bullet klinkt als een voorbode van wat U2 en INXS later zouden doen (stadion!) wat in november '81 een bescheiden #52 opleverde. Ietwat monotoner is 70 Cities as Love Brings the Fall, maar dat heeft wél een uitbundig refrein (stadion!). Kant 1 sluit af met een drumgroove die me aan XTC's Makin' Plans for Nigel doet denken, dit in het lekkere Boys from Brazil.
Love Song opent niet alleen kant 2, het haalde als single in augustus 1981 #47 in het Verenigd Koninkrijk. Voor het eerst hoor ik daar de synths van het vorige album, waar de invloed van Giorgio Moroder zo doorklonk. Ingetogener synths in This Earth That You Walk Upon en ook in titellied Sons and Fascination, alsof ik iets van Depeche Mode of Yazoo hoor. Funkbas en synthesizers in slotnummer Seeing Out the Angel.
Daarbij zijn de composities langer dan voorheen met ruimte voor uitbouwen en herhalen: slechts acht nummers, de kortste 4'30". Op kant 1 meer ruimte voor gitarist Charlie Burchill, op kant 2 is het toetsenist Mick MacNeil die dominanter is. Derek Forbes en Brian McGhee vormen daarbij een lenige ritmesectie die van postpunk naar funk en terug kan laveren en Jim Kerr heeft zijn diepe stem gevonden die aardig kan galmen (stadion!).
Hierboven las ik enthousiaste, vaak mooie verhalen van liefhebbers van dit album. Ik vind de composities echter niet spannend genoeg in verhouding tot de lengte ervan en kom uit op een wat saaie 7 als schoolcijfer. In Oor dacht Bert van de Kamp er het zijne van (even scrollen).
Ondertussen beluister ik Sister Feelings Call, tezamen haalden de elpees in september 1981 #14, hun hoogstgenoteerde tot dan toe. Spoedig kom ik uit bij The American, de eerste hitsingle van dit dubbele album.
Tussendoor ga ik kort naar een andere hit uit mei '81: The Sound of the Crowd van The Human League, te vinden op Dare.
» details » naar bericht » reageer
Status Quo - Two (1976) 4,0
gisteren om 13:57 uur
O, wat leuk dat deze is toegevoegd! Ik had deze verzamelaar ooit en heb 'm later waarschijnlijk aan mijn broer gegeven toen ik de oorspronkelijke albums had, al dan niet op cd.
Toen ik 'm kocht, ergens in de jaren '90 op een vrijmarkt, was vinyl uit de mode. Op dat moment kende ik nog niet Railroad, Daughter en April, Spring, Summer and Wednesday. Lekkere nummers uit de fase dat Status Quo nog maar kort was overgeschakeld op boogierock. Typische albumtracks met de groep in topvorm. Heavy, slepend, tempowisselingen: zo hoor ik het graag.
In Daughter bovendien een orgelsolo van Roy Lynes, wat sommige Quofans wellicht niks vinden maar ik vind 'm in de stevige context heerlijk. Zeker in dat productiesausje van jaren '60 psychedelica. Op z'n Quo's hè en opgenomen in 1970, dus geen zweefkezerij.
Voor wie het Quo van 1970-'71 niet kent is deze verzamelaar van harte aanbevolen!
» details » naar bericht » reageer
Simple Minds - Empires and Dance (1980) 3,5
afgelopen dinsdag om 22:47 uur
Empires and Dance. Eén van de Simple Minds waar ik wel over las en in de platenzaak tegenkwam, maar nooit hoorde. Wat valt dan op?
Ten eerste dat ik nu Jim Kerr herken als Jim Kerr. Dat klinkt wellicht vreemd, maar hier (september 1980) herken ik zijn stem als dezelfde van de latere doorbraakhits. Op de eerste twee platen vroeg ik me namelijk dankzij productie (?) en de zoektocht van de groep naar een eigen stijl - en Kerr dus naar een eigen zangstijl - of dit werkelijk dezelfde Jim Kerr was.
Het tweede wat opvalt is dat de Simple Minds hier een eigen geluid hebben, minder divers en van-de-hak-op-de-tak dan op de voorgangers. Die vond ik juist daarom wél erg leuk.
Ten derde klinken de echo's van Europa hier door, zoals de Franse en Duitse taal in teksten en liedtitel Kant-Kino. De groep was op tournee geweest en had het continent opgesnoven.
Mogelijk wijk ik af van de standaardopinie, maar niet alles pakt me hier. Opener I Travel is lekker, verderop zijn de muzikale thema's soms eenvoudig en repetitief: waar anderen heel blij worden van This Fear of Gods, vind ik de zeven minuten daarvan wel érg lang.
Aangenaam is dat het soms indirect een injectie van de synths Giorgio Moroder heeft gekregen, vergelijkbaar met wat deze in 1979 bij Sparks (No. 1 in Heaven) en Japan (te vinden op hun verzamelaar Assemblage uit '81) knutselde. In een nummer als Celebrate hoor ik tegelijkertijd overeenkomsten met Depeche Mode en Thirty Frames a Second brengt dankzij het gitaarwerk de associatie met Ultravox.
Het experiment van Twist/Run/Repulsion en de korte afsluiters Kant-Kino en Room gaan dan weer andere kanten op. Een eigen geluid is te midden van deze variatie hoorbaar in de maak.
Ik ben op reis door new wave en nadat mijn vorige halte 1981-album Talk Talk Talk van The Psychedelic Furs was, keer ik terug naar mei 1981 en de dubbele opvolger van Empires and Dance: eerst Sons and Fascination, dan Sister Feelings Call. De Simple Minds waren uiterst productief in deze jaren, ondanks dat dit album en de singles ervan flopten, waarna Arista/Zoom de groep liet vallen.
» details » naar bericht » reageer
The Psychedelic Furs - Talk Talk Talk (1981) 4,0
afgelopen maandag om 19:59 uur
Op reis door de new wave ben ik bezig aan mei 1980, als onder meer deze tweede van The Psychedelic Furs verschijnt. Moest lachen om de anekdote van deric raven:(reactie op ander bericht)
Ach ja, ik snap het misverstand.
Richard Butler zingt weer alsof hij op de wc zit en enige obstipatie heeft. Een ietwat persende zangstijl, uit duizenden herkenbaar. En aangenaam. Talk Talk Talk is simpelweg het sterke vervolg van het toch al aangename debuut. Ergens halverwege Joy Division en Echo & The Bunnymen, maar toch vooral zichzelf.
Soms zijn de zanglijnen monotoon (opener Dumb Waiters, It Goes On), dan weer is het melodieuzer (Pretty in Pink, Mr. Jones, slotlied She Is Mine), soms is het gejaagd (I Wanna Sleep with You, Into You Like a Train, ), soms stevig (Mr. Jones, So Run Down), dan weer ontspannen (No Tears, It Goes On, All of This and Nothing). De saxofoon van Duncan Kilburn brengt bij dit alles regelmatig extra sfeer plus melodie.
Veel variatie dus. Het leverde hen hun eerste hitjes op in het Verenigd Koninkrijk: Dumb Waiters kwam in mei '81 tot #59, Pretty in Pink tikte in juli #43 aan. Het laatste nummer krijgt in 1986 als heropname een tweede leven dankzij de gelijknamige film, Talk Talk Talk haalt in de week van binnenkomst, eveneens in mei '81, meteen zijn hoogste notering op #30.
Er klonk zóveel fraais in mei '81. Red Skies over Paradise van Fischer-Z is één daarvan, maar die favoriet, in mei '81 in de Nederlandse album top 10, besprak ik al eerder. En dan kom ik chronologisch gezien bij de Simple Minds. Logischerwijs zijn hun Sons and Fascination en het tegelijkertijd verschenen Sisters Feelings Call uit die meimaand aan de beurt, maar omdat ik de voorganger daarvan abusievelijk oversloeg, keer ik eerst terug naar september 1980 en Empires and Dance.
» details » naar bericht » reageer
Toyah - Anthem (1981) 3,5
14 januari, 18:37 uur
Mei 1981 haalt voor de tweede maal dat jaar een single van Toyah de Britse hitlijst, nadat EP Four from Toyah in februari voorging. Daarop stond It's a Mystery en het staat als enige nummer ervan ook op Anthem.
Ik beluister de albums achter mijn afspeellijsten met new wave. Dit op chronologische volgorde. Zo kom ik van Concrete van poppunks 999 bij single I Want to Be Free van Toyah. Die kwam op 10 mei '81 de Britse hitsinglelijst binnen, om op de laatste van die maand op #8 te pieken.
Bij het afspelen van dit album kreeg ik een raar plaatje: alsof Pipi Langkous op volwassen leeftijd was gaan zingen bij Marillion. De punkachtige kleuren zijn namelijk symfonischer geworden met gitaarspel dat me aan dat van Steve Rothery doet denken. Toch is het nog altijd dezelfde Joel Bogen die gitaar speelt. Het gevoel overkomt me bij Pop Star en vooral Marionette.
De hoes toont de zangeres als elf met piramides in het landschap, de achterzijde en binnenhoes zijn in antiek-Egyptische stijl. Een bonte combinatie van stijlen.
Toyah Wilcox' stem is helder, soms heel hoog. Ze kan piepen, schreeuwen, spreken en grommen; de emoties gaan alle kanten op, wat in contrast staat met de harmonieuze symfowave (om een indruk te geven) van Anthem. Nog ongewoner wordt het als ik me realiseer dat op de drumkruk ene Nigel Glockler zit, die nog datzelfde jaar zou overstappen naar metalgroep Saxon.
Afwisseling genoeg, naast dat Wilcox' stem alle kanten opgaat. Rustig is Pop Star waarin de groep als geheel klinkt, Masai Boy leunt volledig op zang met de synthesizers van Adrian Lee. Diens Roland Jupiter 8, Roland Sh7 en Roland CSQ 600 Sequencer domineren eveneens in Marionette. Zit het 'm in diens geluiden dat ik de, overigens aangename associatie met Marillion krijg? Het afsluitende, uptempo We Are is een volgend favorietje van me.
Volgende halte in newwaveland is album Talk Talk Talk van The Psychedelic Furs.
» details » naar bericht » reageer
The Psychedelic Furs - The Psychedelic Furs (1980) 3,5
13 januari, 23:12 uur
Op reis door new wave vergeet ik weleens een album. Ik bevond me in november 1980, maar de vorige halte, het vinnige debuut van Maanam, bleek niet uit die maand te stammen. Plus dat ik door het boek Surrender van U2's Bono erachter dat ik het titelloze debuut van The Psychedelic Furs heb overgeslagen.
Bono vertelt bij hun debuut Boy dat de vorige klus van producer Steve Lillywhite dit The Psychedelic Furs was, verschenen in maart 1980. En ja, dat is te horen: India begint met een fade-in en versnelt na het verstilde intro tot groovende wavegalm met volop ruimte voor de toms van drummer Vince Ely. Zanger Richard Butler gaat met zijn stem in de richting van Bruce Springsteen, alsof die new wave doet. Apart én prachtig!
Invloeden van David Bowie en Roxy Music (Roxy6, ken je deze van de Furs?) domineren in het midtempo Sister Europe, ook in Butlers zang. Niet voor niets de favoriet van menigeen, zo begrijp ik met de bijdragen hierboven. Ook voor mij, mede dankzij de bijna mystieke sfeer in deze liefdesverklaring aan Europa, 'sister of mine'. In het huidige tijdsgewricht bijna een politieke uitspraak. Én er is de tenorsaxofoon van Duncan Kilburn.
Dan melancholie en kritiek op de politieke macht van de kerk, poëtisch verpakt in Imitation of Christ, waar de sax terugkeert. De liedtitel verwijst naar het boek De imitatio Christi (1424) van Thomas a Kempis.
Met Fall wordt het verrassenderwijs vrolijker, inclusief blazers die de boel richting Dexys Midnight Runners blazen, Butler doet weer wat schuurpapier in zijn stem. Pulse heeft een aangename, felle groove met dominante baspartij van Tim Butler, echter niet geproduceerd door Lillywhite maar door de groep met twee anderen.
Met We Love You wordt alles waarvan wordt gehouden toegezongen in de stijl van 1973 van Bowie en Roxy Music, een bijna melig begin van kant 2 met weer eens aangenaam saxspel. Donkerder is Wedding Song, sferisch en indringend.
In de daaropvolgende nummers blijft het in deze sferen, zij het dat de nummers me minder pakken. Een sterke kant 1 en een iets mindere kant 2. Bij binnenkomst in de Britse albumlijst piekte het debuut meteen op #18.
De bonustracks die in 2002 op cd verschenen, versterken het nachtkaarseffect. Dat producer Martin Hannet ook nog eens aanschoof, kan dat niet verhelpen.
De reis door new wave vervolgt. Terug naar november 1980 en Tom Robinson, die solo Sector 27 uitbracht.
» details » naar bericht » reageer
David Bowie - 'Hours...' (1999) 3,5
13 januari, 19:23 uur
'hours...', ja, verrassend! Na de intense muziek van 1.Outside en Earthling komen gitarist Reeves Gabrels en zanger/multi-instrumentalist David Bowie met een ingetogen album. Even wennen, maar menige melodie trekt me over de verbazing heen. Verdwenen zijn de drukke beats en sterk vervormde gitaren. Hoe dat kwam en wat de relatie met computerspel Omikron: a Nomad Soul is, legde Gabrels in 2024 uit.
Verbazing dus. Onmiddellijk. Thursday's Child met z'n warme toetsentapijt en blij-verbaasde tekst: "Everything's falling into place". Is Bowie simpelweg gelukkig? Ik denk het, mede door de warme tweede stem van Holly Palmer. Ieeets meer gitaar (lange lijnen) in Something in the Air en een twaalfsnarige akoestische gitaar trapt Survive af; terug naar de jaren '70, Gabrels in een heel andere rol dan ik hem ken.
Voor het eerst een scheurende gitaar dankzij If I'm Dreaming My Life, zij het heel bescheiden. Het begint namelijk ronduit kalm, om halverwege te versnellen. Pakt me minder, maar nog altijd ruim voldoende. Met Seven dat akoestisch begint sluit de eerste helft kalm af en dankzij de bongo bekruipt me een kampvuursfeertje. Met een autobiografische tekst? Komen we hier dicht bij de mens David Robert Jones?
Lichte uptempo rock via What's Really Happening? waar Gabrels zijn gitaar beschaafd laat scheuren en zingen. Steviger is The Pretty Things Are Going to Hell dat op dit album wat dissoneert.
Dit alles aangenaam, maar wordt het nog spannend, vroeg ik me na enkele draaibeurten af. New Angels of Promise is eveneens stevig maar langzamer; Bowie bewijst weer eens hoe mooi zijn stem is.
Digitale soundscape Brilliant Adventure vormt de opmaat naar naar de sterke finale The Dreamers, dat net als de opener profiteert van het toetsentapijtje, waar Gabrels' gitaarlijnen wonderwel bij passen.
De twee gingen hierna huns weegs. Achteraf zou je kunnen zeggen dat 'hours...' de brug is tussen Gabrels' eerdere werk met Bowie en zijn latere met The Cure. De dromerigheid is de overeenkomst tussen die twee. Maar ik ken zijn solowerk niet, dus dit is een speculatie. En toch.
» details » naar bericht » reageer
999 - Concrete (1981) 3,5
13 januari, 18:22 uur
Mei 1981. Nadat Adam and the Ants met Stand and Deliver de week ervoor meteen op #1 landden, betreedt 999 de Britse hitlijst voor een schamele éénweekse notering op #71.
Op hun vierde album Concrete is de groep een kwartet geworden, nadat men op The Biggest Prize in Sport nog met z'n vijven was - min of meer noodgedwongen met twee drummers, omdat Pablo LaBrittain na een ongeval tijdelijk was vervangen.
De vier beginnen met de vinnige rock 'n' roll van So Greedy, gevolgd door het midtempo en nonchalant gezongen Little Red Riding Hood (#59 in juli), dat bovendien lekkere 'owwwwws' kent. Meer van die nonchalance in Break It Up. Poppunk of powerpop? U zegt het maar.
Ieder nummer is net wat kalmer dan de vorige, zo ook met Taboo, maar dan gaat het tempo omhoog met Mercy Mercy, dat weliswaar weg heeft van The Clash en Rock the Casbah van het jaar erna, maar tegelijkertijd klinkt zoals 999 altijd al deed: licht verteerbare gitaartjes, melodieën, koortjes en een punkattitude. Kant 1 sluit af met het swingende Fortune Teller inclusief oh-ho-ho-koortjes.
Obsessed trapt kant 2 af met zijn roepzang en westernsferen; ik hoor warempel enige overeenkomst met één van de nummers op het album van Adam and the Ants. De vrolijke poppunk van 999 heeft inderdaad enkele overeenkomsten daarmee. Ook aangenaam is Silent Anger met lekkere gitaarlijnen van zanger Nick Cash en Guy Days, inclusief reggae in de brug. Een bescheiden orgeltje in That's the Way It Goes en opnieuw denk ik dat fans van The Clash hier blij van worden.
Bongos on the Nile is een midtempo instrumentaal tussendoortje; de ruimtelijke productie van Vic Maile klinkt op zijn rijkst in Don't You Know I Need You, een nummer als een kruising tussen The Clash en The Romantics en met Public Enemy No. 1 is het alsof we naar het titelnummer van een thrillerfilm luisteren, waarbij enige invloed van de jaren '60 en The Kinks.
Concrete kende net als de voorganger bescheiden succes in de VS: kwam die tot #177, deze haalde er #192. Het staat niet in zijn geheel op mijn streamingdienst, al vond ik enkele nummers ervan op verzameld werk. Wél kwam ik het tegen op YouTube.
Het volgende nummer op mijn afspeellijsten met new wave is Careless Memories van Duran Duran, maar omdat ik hun titelloze debuut al eerder besprak, vervolg ik bij Toyah en Anthem: single I Want to Be Free kwam op 10 mei 1981 mét de genoemde singles van 999 en Duran Duran de Britse hitlijst binnen.
» details » naar bericht » reageer
Al Stewart - Orange (1972) 4,0
12 januari, 22:22 uur
Ja AdrieMeijer, dat neem ik onmiddellijk van je aan, dank voor je mooie beschrijvingen! Ik kocht Orange op elpee in Den Haag bij 3345, aanrader voor wie in de Hofstad een platenzaak zoekt - er zijn er meer, verzekerde Von Helsing mij, maar die bleken dicht op de dinsdag dat ik er was.
De afspraak met mijzelf is, dat als ik een plaat van Al Stewart tegenkom die ik nog niet heb, ik deze aanschaf, mits de prijs redelijk is. Wel, voor de slechts 10 euro's die werden gevraagd kon ik deze Engelse persing van Orange niet laten staan, de originele uit 1972, bovendien in goede staat.
Anders dan Adrie doe ik het met de originele nummers in de originele mix. En weer bleek eens dat een plaat van de Schot nooit teleurstelt. De kalme pop, de serene stem, de combinatie van folk en pop...
Dit alles in een heerlijk warme productie, de kenmerkende stijl van de jaren '70, hier van John Anthony. Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik zijn naam niet kende, maar op zijn cv staan uit diezelfde periode onder meer de namen van Ace, Genesis, Lindisfarne, Queen, Roxy Music en Van Der Graaf Generator. Mea culpa. 
Drie namen van gastmusici ken ik uit de pubrock, die van 1976-1979 op z'n hoogtepunt zou zijn: Brinsley Schwarz speelt twaalfsnarige akoestische gitaar, Bob Andrews speelt piano op Night of the 4th of May; één van de twee bassisten op Orange is Bruce Thomas, die later opdook bij Elvis Costello & The Attractions.
Nu zou je kunnen stellen dat Stewarts platen wel erg op elkaar lijken. Is een beetje waar, maar waar hij vanaf Year of the Cat ('76) een saxofoon inzette, is dat hier nog niet het geval. En er is meer. Acht mooie liedjes, waarvan er twee uitspringen ten opzichte van werk van zijn andere platen - en dit is alweer diens negende in mijn platenbak. De eerste is het slotlied van kant 1, The News from Spain, waarin gastmuzikant Rick Wakeman alle ruimte krijgt om uit te weiden op piano. Prachtig!
Nog meer treedt een nummer op kant 2 voor het voetlicht. Het is het tweede nummer op die kant, het instrumentale Once an Orange, Always an Orange met een hoofdrol voor akoestische gitaar. Aangezien nergens staat vermeld dat één van de gastmusici dit speelde, neem ik aan dat Stewart dat zelf deed, mogelijk met Schwarz; nooit eerder viel me op dat Stewart zo'n vaardig gitarist is.
Dan is er ook nog een cover van Bob Dylan: I Don't Believe You (Dylan) vermeldt de achterzijde van de hoes, alsof diens naam bij de titel van het liedje hoort. Mooie versie.
Gekleed in Afghaanse jas kijkt Stewart, volle bos zwart haar, naar de camera, staande voor het smeedijzeren hek van een park, landgoed of begraafplaats. Die jas paste bij het pak sneeuw van de voorbije anderhalve week, zo beleefde ik.
Hij oogt ernstig, de muziek is aanzienlijk luchtiger. Een dikke 8 zoals ik meestal doe, niet anders kunnend bij deze rasverteller.
» details » naar bericht » reageer
Adam and the Ants - Prince Charming (1981) 2,5
12 januari, 17:33 uur
Op reis door new wave in 1981, momenteel in mei dat jaar, kom ik van alles tegen. Na een inhaalslagje bij de Nederlandse punkgroep Panic in 1978 zit ik opeens bij Adam and the Ants. Die braken vanaf november 1980 groots door in hun eigen Verenigd Koninkrijk met tweede album Kings of the Wild Frontier , dat ik omschreef als "kauwgompunk op z'n charmantst, dansbaar en energiek". Van de weeromstuit werden zowel debuutelpee Dirk Wears White Søx als non-albumsingles alsnog hitlijstmateriaal.
Met deze derde langspeler Prince Charming gaat voor mij geleidelijk de smaak van de kauwgom verloren. Als album onsamenhangend, al heeft het z'n momenten, vooral op de eerste kant. Opzichtig mengt postpunk zich met poppulp, jeanmaurice, kom na de leuke discussie bij The Hurting van Tears for Fears eens hier mopperen!
Bij de blazers in het intro van opener Scorpio dacht ik even dat het verkeerde album opstond, een smakelijk liedje in Spaanse/Mexicaanse sferen. Bij Picasso Vista el Planeta de los Simios is het herkenbare Antgeluid van de hits terug, inclusief enige Burundidrums, net als bij de hit Prince Charming dat als derde nummer op de elpee staat (vanaf half september '81 vier weken #1 in het VK, in Nederland #8, in Vlaanderen in december #8).
De wenkbrauwen gaan verbaasd omhoog bij Five Guns West, als een aangename echo van western-tv-serie Rawhide: gitarist Marc Pirroni blijkt wederom onmisbaar voor Adam. Het ontspannen That Voodoo! werkt minder met z'n "ow-weeh-ma-wéh", geleend van evergreen The Lion Sleeps Tonight. Toch redt het nummer het op het nippertje, dankzij de Mexicaanse Mariachitrompetjes halverwege.
Kant 2 opent hitgevoelig met Stand and Deliver (mei '81 vijf weken #1 in het VK, in juli in Nederland #4 en in Vlaanderen #7), helemaal op z'n Ants', waarna het echter volkomen misgaat.
Zouden de posters van de zanger van de tienerkamermuren zijn afgevallen bij wat er dan gebeurt? Eerst het saaie Mile High Club, dan de mislukte Ant Rap met nare drumcomputer (maar wel in januari '82 #3 in het VK, ik begrijp er weer niks van), waarna de rustige slotnummers Mowhok en S.E.X. elke charme missen.
De plaat bevat een geintje: na dat laatste nummer volgt op 3'45" een korte stilte en dan een ongenoemd spooknummer, dat The Lost Hawaiians zou heten. Met opnieuw ge-ow-weeh-ma-wéh.
De elpee kwam in november '81 in het Verenigd Koninkrijk tot #2 en in Nederland diezelfde maand tot #5. Hun laatste langspeler die de albumlijsten haalde: alhoewel nog enkele hits volgden, begon het succes op te drogen. In 2004 was er deze uitgebreide heruitgave.
Gaandeweg krijg ik een vieze smaak in de mond, waarbij ik me afvraag of de heren Ant en Pirroni vooral hits probeerden te schrijven en daarbij een coherent album uit het oog verloren. Als een verzameling hitsingles met nog snel wat afdankertjes erbij. Kennelijk had ook de (jonge) fan dat door: alhoewel succesvol, waren er niet dezelfde noteringen als bij de voorganger.
De volgende halte is mij liever: poppunk van het in Nederland onbekend gebleven 999, dat in mei 1981 met single Obsessed van album Concrete de Britse hitlijst betrad.
» details » naar bericht » reageer
David Bowie - Earthling (1997) 4,0
Alternatieve titel: EART HL I NG, 9 januari, 16:46 uur
Een vage herinnering: ik loop door V&D Utrecht, destijds de winkel met het grootste vloeroppervlak van Nederland. Alhoewel ik liever een "gewone' platenzaak had, was het altijd leuk om daar rond te lopen, zeker toen op de muziekafdeling in 1997 een lichtgevende tegelvloer was én Little Wonder van David Bowie klonk.
Met single Hallo Spaceboy met Pet Shop Boys (#33 in de TROS-Mega Top 50) keerde Bowie in '96 in mijn oren fris terug aan het hitlijstenfront; ik proefde er iets van Sound and Vision, maar dan bijna twintig jaar verder. Little Wonder (een schamele #50) gaf mij in januari-februari '97 hetzelfde gevoel. Hitparadenoteringen waren twintig jaar later niet meer zo belangrijk voor me als in mijn tienerjaren. Dat Bowie weer relevant was, dát stemde me vrolijk.
Earthling / EART HL I NG werkt het beste als je onderweg bent of een niet te ingewikkeld klusje doet. De muziek knalt niet-bescheiden uit de boxen. In het verlengde van voorganger 1.Outside, al is die heftiger dan deze; Earthling is makkelijker te behappen.
De invloed van drum-'n-bass was meteen te horen en Nine Inch Nails bleek een andere inspiratiebron. Tegelijkertijd is het de stem van Bowie die het helemaal... des Bowies maakt. Het mooie Engels in de single bijvoorbeeld.
De kunstenaar zorgde altijd voor sterke muzikanten om zich heen en koos opnieuw voor innovatie. Op Earthling zijn dat onder meer producer en digikunstjesman Mark Plati, gitarist Reeves Gabrels, een vrije rol voor pianist Mike Garson die weer meanderende pianopartijen speelt met soms een vleugje jazz. Dit in pakkend contrast met alle hogesnelheidsmuziek. En dan zijn daar bassiste/zangeres Gail Dorsey en drummer Zack Alford, die doet wat ik later bij Moby tegenkwam: zowel digitale drumloops als akoestische drums, een combinatie die erg goed werkt.
Voor Bowies stem heb ik een zwak, zeker in dit soort alternatieve sferen. Naast Little Wonder zijn er favorieten Dead Man Walking, dat na een fraaie pianosolo opvallend genoeg met bijna 50 seconden stilte eindigt, plus I'm Afraid of Americans; met alle actuele politieke ontwikkelingen komt dit geheel anders binnen dan in '97. Het kreeg hiernaast een single-/radiomix van Trent Reznor van Nine Inch Nails.
In het kort: Earthling is voor mij het toegankelijker broertje van 1.Outsider. Beide albums smaken goed.
» details » naar bericht » reageer
David Bowie - 1.Outside (1995) 4,0
Alternatieve titel: Outside, 8 januari, 15:03 uur
In de week voor Kerst kwam ik in een Bowiefase, doordat ik zijn dubbelelpee Stage had gedraaid. Pas eergisteren viel me op dat het alweer bijna tien jaar geleden is dat hij overleed. Morgen is er een nieuwe docu over hem te zien op NPO 3, The Final Act genaamd.
Eén van de cd's die ik onlangs aanschafte was dit 1.Outside; volgens andere bronnen is de titel slechts 'Outside' maar op de hoes staat toch echt wat anders. In 1995 was hij nog lang niet toe aan zijn final act, maar wel had hij - weer eens! - behoefte aan een nieuwe start. Dit na soloalbums Black Tie White Noise en The Buddha of Suburbia.
Ik zette de muziek op en probeerde het dagboek te lezen dat Bowie aan de cd toevoegde. Het is geschreven door het fictiekarakter prof. Nathan Adler, "art-crime detective". Inclusief een flashback naar Berlijn in 1977 ontvouwt zich een mysterie achter een lugubere reeks moorden. Tegelijkertijd vroeg de muziek veel aandacht: dit album doorgrond je niet snel.
Bowie vroeg enkele van zijn meest stimulerende muzikale vrienden uit verschillende fases van zijn carrière om met hem nieuwe muziek te schrijven: daarbij pianist Mike Garson (Aladdin Sane, 1973), multi-instrumentalist Brian Eno en gitarist Carlos Alomar (de Berlijntrilogie, 1977-1979) en gitarist Reeves Gabrels (Tin Machine, 1989-1991).
Het resulteert ruwweg in vier categorieën tracks. Ten eerste soundscapes met minihoorspelen in ambient sfeer. Ze scheiden 1.Outside in zes delen, te weten track 1 t/m 4, 5-9, 10-11, 12-14, 15-17 en 18-19.
Eerst is daar de bij het dagboek passende track 1 Leon Takes Us Outside en verderop de tracks die beginnen met het woord 'Segue': 5 Baby Grace (A Horrid Cassette), een stem als in een roman van Dickens in 10 Algeria Touchshriek, 12 Ramona A. Stone: I Am with Name groeit uit tot een onheilspellend miniatuur, en 15 en 18, beide Nathan Adler genaamd.
Ten tweede relatief ingetogen muziek met de melodie voorop: track 2 Outside, 7 The Motel waarin pianospel als een klaterend beekje, 8 en 9 I Have Not Been to Oxford Town en No Control, 13 is het monotone Wishful Beginnings dat contrasteert met 14, het uptempo, door een beat gedragen We Prick You, invloed van drum-‘n-bass in I'm Deranged met opnieuw waaierend pianospel en slottrack 19 Strangers When We Meet.
Ten derde steviger werk. Dit ofwel door luide en vervormde gitaar, ofwel door een felle beat. Track 3 The Heart's Filthy Lesson reken ik tot die categorie, net als 6, de albumversie van Hallo Spaceboy met een veel hardere beat dan de latere singlemix van Pet Shop Boys.
Ten slotte muziek waarin de bovenstaande drie categorieën min of meer samenkomen: de bijna zeven minuten durende track 4 A Small Plot of Land drijft op een beat, druk pianospel en gitaarlijnen, deels ingetogen, deels luid; het uptempo 11 The Voyeur of Utter Destruction (As Beauty) en het midtempo 17 Thru' These Architects Eyes.
Je zou makkelijk een kunst- en/of literatuurcollege dan wel -serie aan dit album kunnen wijden, zeker als je de videoclips erbij neemt. Dat is niet mijn wereld, maar graag zou ik plaatsnemen in de zaal om te luisteren naar wat een echte kenner heeft te doceren over de diepere lagen en thema's op dit album, zoals Bowies visie op dood en hiernamaals. En welke andere kunstenaars/werken of misschien wel filosofen dan wel theologen inspireerden Bowie?
Voor een eenvoudige ziel als ik is dit een album dat slechts zeer geleidelijk iets van zijn schatten prijsgeeft. Misschien moet ik over enkele jaren, als dat dan nog mogelijk is, opnieuw eens noteren wat me opvalt bij 1.Outside?
» details » naar bericht » reageer
Fortress - Hands in the Till (1981) 4,0
7 januari, 15:08 uur
Eind jaren '80 kwam Hands in the Till tweedehands van de bieb met stickers er nog op geplakt in mijn collectie. Niet mooi natuurlijk, maar ik was nieuwsgierig. In diezelfde periode volgde ik vooral de heftiger metalsoorten van dat moment, dus thrash- en deathmetal, grindcore en aanverwanten. Eigenlijk was ik niet meer zo in de stemming voor de oudeschool-hardrock van Fortress. Ook al vond ik het aardig, later heb ik 'm weggegeven. Toen ik 'm echter vorige week bij Wim's Muziekkelder in Doetinchem tegenkwam, schoten me bij het zien van de songtitels onmiddellijk de melodieën van enkele nummers te binnen. En ja, als een album je roept...
Hands in the Till verscheen in 1981 maar was toen al wat ouderwets. Stevige jaren '70 hardrock in Amerikaanse stijl; de groep hanteerde een contactadres in Sun Valley, Californië en twee van de leden werkten eerder samen in Tampa, Florida.
Als een kruising tussen de eerste platen van Y&T/Yesterday & Today en het Uriah Heep met zanger John Lawton. Met de redelijk rauwe stem van Jim West en koortjes van de getalenteerde gitarist Eric Turner met bassist Charlie Souza. Drummer Donny Vosburgh zet af en toe zijn dubbele basdrum in (How Do I Exist), waarbij gastmusici voor spaarzame toetsen en akoestische gitaar zorgden.
De hoes vermeldt de nummers op een andere volgorde dan ze op plaat staan. Geen probleem. Albumtitel en tekening op de achterzijde verraden al dat het in de teksten iets dieper kan gaan dan bij tijdgenoten. Een nummer als Requiem (for a rock 'n' roll star) bijvoorbeeld is kritisch op roem. Er staat slechts één ballade op: Kisses sluit kant 1 af en zelfs die kan ik goed hebben, Turner strooit wederom kwistig met lekkere licks, solo's en loopjes. Helemaal volgens het boekje en tegelijkertijd zó lekker getimed en gespeeld.
Bovendien koester ik Hands in the Till vanwege het groen-oranje-zwarte label van Atlantic in het midden van de elpee én de bruine binnenhoes met het labellogo erop. Classic!
Aanbevolen voor hen die - behalve de genoemde groepen - houden van het stevige werk van tijdgenoten April Wine, Blackfoot, The Godz, Kiss, Frank Marino & The Mahogany Rush, Molly Hatchet, Mother's Finest, Ted Nugent, Ram Jam, Styx en Triumph.
Hoe komt het dat dit album zo onbekend bleef? Wel, ik vermoed dat een opvolger werd verhinderd omwille van zakelijke/praktische redenen en/of de verschuiving van hardrock naar metal in die periode. In 2008 en 2014 verschenen heruitgaven, de laatste bij Rock Candy met een informatief cd-boekje.
Laat de waan van die dagen weg en je hebt gewoon een heerlijk hardrockend album waar alles goed samenvalt. Niet spectaculair maar meer dan aangenaam, hoorbaar met liefde en vakmanschap gemaakt en met oor voor detail. Waar ik er in 1989 een zes(je) voor gaf, ga ik nu voor de volle 8.
» details » naar bericht » reageer
Tin Machine - Tin Machine (1989) 3,0
7 januari, 10:46 uur
Kort voor Kerst kreeg ik zin in David Bowie. Schafte her en der werk van hem aan dat ik nog niet had, waarbij dit debuut van Tin Machine.
Daarvan herinner ik me de verbazing in de pers: Bowie in een band? We kenden hem immers alleen maar solo, op het enigszins obscure werk van vóór zijn debuut in 1967 na.
Bovendien hadden we enkele jaren van popgerichte, minder vernieuwende Bowies achter ons: Let's Dance, Tonight en Never Let Me Down. Verder was hij druk met de nodige filmrollen en succesvolle tournees. In de ogen en oren van velen was hij veranderd van trendsetter in een trendvolger; plotseling klonk hij... ruig?!
Bovendien met teksten waarin hij "fel van leer trekt tegen crackdealers en oprukkend fascisme", zo noteerde Oor's Popencyclopedie later.
Gitarist Reeves Gabrels was in '89 voor mij een nieuwe naam en dat de ritmesectie van Iggy Pops loonlijst kwam, was bij voorbaat interessant. Bovendien assisteert ene Kevin Armstrong op slaggitaar en Hammondorgel.
De eerste indruk is dat ik het album lang vond duren maar ik ben dan ook niet zo van garage rock 'n' roll, compleet met galmend drumgeluid; 14 tracks op cd is wat veel.
Bij vaker draaien valt uiteraard meer op. Zovele jaren later wordt gesteld dat Bowie toch weer trendsetter was geworden, omdat hij vooruitliep op grunge. Al denk ik niet dat de namen uit die stroming daadwerkelijk Tin Machine als invloed noemen, er zit met deze garage rock 'n' roll een kern van waarheid in.
Decibellen gaan de strijd aan met melodie. Dit met wisselend resultaat. Verbazingwekkend is dat met een bluesshuffle wordt gestart via Heaven's in Here en met Tin Machine wordt de boel eens extra opgejaagd. Stevig is het zeker, pakkend nog niet.
De melodie wint het voor het eerst in Prisoner of Love en twee nummers verder in I Can't Read. Melodie en vuige gitaren komen raak samen in het rockende Under the God, waar Gabrels' bijzondere gitaarlijnen klinken.
Opvallende zaken in de tweede helft. John Lennons Working Class Hero is ongewoon in het jasje van Tin Machine, ik heb er opnieuw weinig mee. Bus Stop een aangenaam miniatuurtje met zijn 102 seconden, in Video Crimes zijn rock 'n' roll en melodie aardig in evenwicht; in de periode Let's Dance had dit een funkstamper kunnen zijn geweest en hetzelfde geldt voor bonus Run, op cd track 12.
De nummers die ik niet noem zijn me te garage: melodie of gitaarwerk willen niet beklijven, zoals die andere bonus Sacrifice Yourself op 13. Hetzelfde geldt voor het melodieuzere slotnummer Baby Can Dance, ondanks de tempowisselingen. Kan me voorstellen dat dat destijds live (onder andere in Paradiso, hier beelden) werkte.
Ik ben wel even klaar met holle drumklanken en scheurgitaartjes... Kennelijk ben ik meer van melodie dan van garage, wat mij betreft lukt dat zesmaal.
» details » naar bericht » reageer
UFO - Making Contact (1983) 4,0
6 januari, 21:20 uur
Kwam 'm vorige week tegen op tweedehands vinyl bij WWRecords in Wageningen. Meegenomen. Zoals vaker doe ik er na enkele draaibeurten een halfje bij vanwege de beleving van de elpee en de hoes. Vier sterren dus.
Wel snap ik de teleurstelling die menigeen begin jaren '80 had bij UFO, omdat "we" een luid, hard, gemeen en passioneel vervolg van livealbum Strangers in the Night wilden.
Frontman Phil Mogg echter ging voor een melodieuzere aanpak, die weliswaar stevig kan zijn maar er is ook een koers richting adult oriented rock. Inclusief de typisch jaren '80-toetsen. Grote inbreng hierin had Neil Carter.
Het sterkst merk ik dat bij de ballade You and Me. Daarin een sfeer die aan het Marillion in diezelfde tijd doet denken. Maar via When It's Time to Rock dat daarna komt, is echter een stevig UFO te horen, zij het met een groot stadionrefrein. En toch, hoor de gitaarsolo van Paul Chapman in het slot: die mag er zijn.
Het landt dus beter nu ik een paar decennia ouder ben. Daarbij vind ik het zó leuk dat Carter en Mogg in 2024 de samenwerking hebben hervat bij Moggs Motel!
» details » naar bericht » reageer
UFO - Headstone (1983) 3,5
Alternatieve titel: The Best Of, 6 januari, 20:49 uur
Pas nu valt me op dat ik hier nog Sir Spamalot een antwoord verschuldigd ben. Het ging over de stamboom van UFO en Bernie Marsden, welke je op 5 januari '23 noemde.
Volgens bio 'High Stakes and Dangerous Men' van Neil Daniels ging het zo, te vinden vanaf p. 12: Larry Wallis, bij de groep sinds februari 1972, had na ruzie met Mogg UFO moeten verlaten. In november 1972 wordt Bernie Marsden (21) zijn vervanger.
"Sometime in 1973" nemen ze "a batch of demos" op, lees ik op p. 15, met producer Dave Edmunds in de Rockfield Studio's in Monmouthshire: "As well as 'Oh My', the demos captured the bare bones of what would become 'Doctor Doctor', 'Sixteen' and 'Rock 'n' Roll' and also a cover of 'Move Over' (Janis Joplin)."
Als Marsden in juni 1973 niet op tijd is voor een Duitse tournee, leent UFO de gitarist van voorprogramma Scorpions, Michael Schenker. Deze bevalt zo goed dat, alhoewel Marsden later alsnog opdaagt en Schenker vervangt, hij na de tour de definitieve gitarist van UFO wordt.
De demo-opnamen met Marsden verschenen in 1993 op UFO-compilatie The Decca Years, lees ik tenslotte op p. 16.
Iets uitgebreider noteerde ik dit ook bij UFO - Live (1972) zie ik nu, maar misschien handig dat het ook bij dit Headstone staat vermeld?
» details » naar bericht » reageer
David Bowie - The Singles Collection (1993) 3,5
5 januari, 21:17 uur
Met een dubbel-cd als deze blijkt maar weer eens hoe verrassend en onvoorspelbaar de carrière van David Bowie verstreek. Soms op het grillige af. Afgaande op zijn discografie biedt de 2cd een weliswaar incompleet maar relevant overzicht van zijn singles van 1969 tot en met 1987. En meer dan dat, er staan ook niet-singles op zoals Ziggy Stardust.
Ik weet niet of er fans van Bowie zijn die álles goed vinden. Ik in ieder geval niet: puur een kwestie van smaak. Met menig nummer heb ik weinig tot niets, met andere kan ik meer. Mijn voorkeur ligt bij het werk met Brian Eno, maar er zijn uitzonderingen.
Op cd 1: het vertellende Space Oddity, het bijna spirituele Starman, de glamrock van Suffragette City en Jean Genie. De laatste ontdekte ik eind 1979 als beginnend popliefhebber toen Frits Spits in het programma Poplijnen dagelijks terugblikte op de jaren '70, met iedere aflevering een ander jaar. Als een radiocursus; ik vond het prachtig en zat aan mijn transistorradio gekluisterd.
Het nummer lijkt trouwens sterk op Block Buster! van The Sweet, zo las of hoorde ik kort daarna. Die van Bowie verscheen in november '72 en die van The Sweet in januari '73: áls er al sprake is geweest van leentjebuur, dan was Bowie dus níet de schuldige.
Cd 1 sluit af met Sound and Vision, mijn eerste kennismaking met zowel Bowie als Eno. Alleen al vanwege de opbouw met dat lange intro een opvallend nummer. Over het drumgeluid kan ik enthousiast blijven schrijven...
Kant 2 gaat verder met Bowies Berlijnperiode, waarvan ik Heroes en Boys Keep Swinging waardeer. Volgende nummers die ik graag hoor zijn Ashes to Ashes, groeien moest Wild is the Wind (nooit geweten dat het een cover van Johnny Mathis/Nina Simone is), China Girl vond ik destijds aardig vanwege Bowies stemgebruik én omdat het door Iggy Pop werd geschreven, ook Blue Jean vond ik aardig (die stem!), dankzij de saxofoon in Absolute Beginners kan ik het nummer waarderen, het doet me aan Bruce Springsteens werk denken met Clarence Clemmons; dat Rick Wakeman en Steve Nieve (de laatste befaamd van Elvis Costello) meedoen was mij onbekend.
Roxy6, als Bowieliefhebber én -kenner die het bovendien allemaal bewust heeft meegemaakt, heb jij voorkeur voor bepaalde periodes? En kun je op een verzamelaar als deze van alles genieten, of haak je ook af en toe af?
» details » naar bericht » reageer
Roosbeef - Omdat Ik Dat Wil (2011) 4,0
5 januari, 20:11 uur
Maatje JeKo stuurde me daarstraks een berichtje met daarin de link naar Sneeuw van deze Roosbeef. Wie zich later afvraagt waarom: dit zijn de dagen dat Nederland voor het eerst in jaren weer eens volop kennismaakte met dit weerfenomeen.
Ook ik kroop vanochtend lange tijd over de snelweg en in het stadje waar ik werk, stond ik gedurende lange tijd stil, naar later bleek vanwege een vrachtwagen die op een rotonde niet meer verder kon door de gladheid. Huiswaarts ging het enigszins vlotter, tenminste nadat ik mijn auto had uitgegraven. En zojuist kon ik niet weg van mijn parkeerplaats bij mijn woning, omdat de auto wegslipt. Heb de handrem losgemaakt - tegen bevriezing - en ben teruggekeerd. Dan maar thuis muziekjes draaien! 
Het appberichtje was reden om Omdat ik dat wil, dat ik jarenlang in de kast liet staan, weer eens in de speler te doen. Ik kocht 'm in 2011, onder de indruk van Roos Rebergens creatieve eigenwijsheid. Qua teksten was het bovendien nogal eens poëtisch genieten. De voorbeelden die Liz1978 in 2017 aanhaalde zijn goede voorbeelden daarvan.
Het is niet vreemd dat Rebergen aansluiting vond bij de Vlaamse popscene en dat Wannes Cappelle (van Het Zesde Metaal) en Tom Pintens in haar band speelden. De muziek op het album met zijn observerende of juist openhartige teksten doet me bovendien aan het werk van Gorki denken.
Qua muziek kan ik het meest genieten van opener Twijfelaar, het groovende Niet uitmaken, Als je me zoekt heeft in het lange uittro herkenbaar de stem van Pintens, het lied over vriend Pulpo en het aanvankelijk statige pianolied In het bos met wederom Pintens' stem in het decor.
Over Sneeuw nog het volgende. Rebergen benoemt zaken die vandaag plotseling weer zó herkenbaar zijn. Ik ga met grote stappen door de tekst: "Geen schoolplein (...), Geen parkeerplek (...), Geen voetbalvelden (...), Geen zwerfvuil (...), Geen grenzen (...), Geen bewijzen (...), Geen uitleg".
Alleen met de tekst van het refrein kan ik minder, tenminste, als ik die letterlijk opvat: "Niet strooien". Maar ze vervolgt met "niet schreien meneer, het zout bijt, het doet zoveel zeer", waarmee ze een diepere laag aanboort over wat sneeuw met haar doet. Mooi gedaan met die soms ijle stem van haar. Fijn dat JeKo dit door mij vergeten album weer eens voor het voetlicht bracht!
» details » naar bericht » reageer
Bloodgood - Dangerously Close (2013) 3,5
5 januari, 17:17 uur
Na twaalf jaar inactiviteit kwam Bloodgood in 2006 weer bij elkaar. Nieuw was gitarist Oz Fox, dit combinerend met zijn werk in Stryper. Gitarist Paul Jackson bleef, waarmee voor het eerst twee gitaristen aan boord zaten. De groep nam de tijd voor het schrijven van nieuw werk, want pas in 2013 verscheen Dangerously Close, gemasterd door hun eerste gitarist David Zaffiro.
Bloodgood keert hiermee terug naar stevige metal, anders dan de laatste albums voordat de groep uiteen viel. Opvallend is dat de bas van Michael Bloodgood veel vetter in de mix zit dan ooit tevoren. Verder is drummer Kevin Whisler terug op drums en zanger Les Carlsen blijkt niets van zijn kracht te hebben verloren. Het boekje geeft per solo aan of deze door Jackson dan wel Fox wordt gespeeld.
Het resultaat is een aangenaam, heavy album. Nogal wat ritmes zijn slepend zoals bij Child on Earth en Pray, op Bread Alone mag de dubbele basdrum rollen, wat ik wel vaker had willen horen. Meer variatie is er op I Will dankzij een sitar en Crush Me is akoestisch.
De oorspronkelijke uitgave verscheen ook bij een Scandinavisch label en is daarom als geluidsdrager makkelijker verkrijgbaar in Europa. In 2021 verscheen het album opnieuw, deze keer met andere hoes en bovendien voor het eerst op vinyl in diverse varianten.
In 2022 verscheen documentaire Trenches of Rock, waarin de leden van Bloodgood terugblikken op hun roerige eerste jaren, zoals de trailer duidelijk maakt. Ongepland was echter dat Michael Bloodgood in juli dat jaar overleed, waarmee zijn groep tot een einde kwam.
Les Carlsen bracht december '22 het album He's Coming uit, eind '25 gevolgd door Free Will, waarvan het titelnummer in augustus 2025 vooruit ging via streaming. Rondzoeken op internet levert op dat hij het komende februari in Duitsland komt promoten, in maart in Zweden. Samenhangende informatie hierover kon ik echter niet vinden.
» details » naar bericht » reageer
David Bowie - Stage (1978) 3,5
4 januari, 18:02 uur
David Bowie leerde ik als jonge puber in 1977 kennen via de single Sound and Vision. Sindsdien heb ik altijd een zwak gehouden voor diens albums met Brian Eno. Er zit een sfeer en vaak ook geluid in, dat ik bij ander werk van de man mis. David Bowie was immers een kameleon, die niet alleen radicaal van uiterlijk en imago maar ook van muziekstijl kon veranderen. In mijn oren is de som van zijn samenwerking met Eno meer dan 1 + 1 = 2. Ik hoop ze binnenkort langs te lopen, voor zover nog niet gedaan.
Afgelopen najaar kwam ik bij De Groeverij in Houten Stage tegen op geel vinyl. Eind jaren '70, ik had nog niet eens een platenspeler, zag ik iemand daarmee en het maakte indruk: de eerste keer dat ik vinyl anders dan zwart zag. Die lade in mijn geheugen ging open, ik nam de dubbelaar mee.
Anders dan lennon die kennelijk niets met kant 3 kan, heb ik minder met kant 1 en 2. Te rock en niet zo spannend. Juist met kant 3 heb ik meer: de mystiek van Warszawa, hier met de viool van Simon House, dan het uptempo Speed of Life waarbij de grommende studiosynth helaas is veranderd in een geluidseffect uit Star Wars, soit, het sferische en kalme Art Decade, de sci-fi-soundscape Sense of Doubt, de new wave van Breaking Glass; ze klinken weliswaar ronder en minder intens dan op studioplaat, maar qua composities vind ik ze veel spannender dan hetgeen op kant 1 en 2 klinkt. Meer experiment, eigenwijzer en véél meer sfeer.
Op kant 4 is meer ruimte voor uptempo muziek inclusief de gitaarcapriolen van Adrian Belew en Carlos Alomar. En al klinkt "Heroes" minder intens dan de studioversie en wordt What in the World aanvankelijk wel erg traag ingezet, het blijft bijzondere muziek. Alleen Beauty and the Beast, oorspronkelijk op "Heroes", vind ik minder, maar dat is dan ook conservatiever in aanpak.
Ach ja, met alle vormen die David Bowie aannam heeft een ieder zijn voorkeur. Binnenkort ga ik aan de slag met zijn jaren '90 werk met Eno.
» details » naar bericht » reageer
AC/DC - Power Up (2020) 3,5
4 januari, 17:01 uur
November 2020. Nederland bereidt zich voor op een onvermijdelijke tweede covid-19-lockdown, maar tegen alle verwachtingen is daar ineens AC/DC met Power Up. Dit in de bezetting van Rock or Bust (2014) en wederom met producer Brendan O'Brien. Cliff Williams keerde terug van pensioen, Phil Rudd van huisarrest, Brian Johnson van door autoracen veroorzaakte doofheid. AOVV beschreef het meteen die maand treffend, lees hier terug op MuMe.
Destijds volgde ik het nieuws rond AC/DC op de voet: het eerste nieuws in augustus '20 van een ooggetuige dat de groep weer in Vancouver in de studio zou zijn (wel uit het Noors vertalen, sorry) , het tweede nieuws volgde in dezelfde maand: een foto van Rudd en Johnson op een balkon bij de studio, hetgeen het eerste gerucht leek te bevestigen.
AC/DC houdt altijd zijn kaarten voor zich, bij de Schotse Australiërs geen openheid over privézaken zoals Ozzy Osbourne deed in realityshow The Osbournes. Maar deze keer bleken geruchten een keertje waar te zijn en in november was daar PWR/UP, dat ik las als Power Up. Als "Een vuist naar de hemel", zoals Robert van Gijssel bij de Volkskrant neerpende. Hoezo sterfelijk? Wij gaan door. Zoiets.
Voor mij is deze AC/DC als een ouder geworden oom, die je na enkele jaren weer eens ziet. Je kent volop de verhalen over zijn wilde jonge jaren, de tegenslagen en hoe hij tegen-de-klippen-op kwam, zag en overwon. Maar nu is hij op leeftijd. Toch zie je in zijn ogen en in sommige van zijn onaangepaste opmerkingen iets van het oude vuur.
Op Power Up zijn opnieuw de credits voor de in 2017 overleden slaggitarist Malcolm Young en diens springlevende broer Angus. De laatste dook net als voor Rock or Bust in de archieven met ruwe ideeën voor nieuwe nummers, Malcolms vervanger/neef Stevie Young assisteerde bij het arrangeren ervan.
Explosieve, snelle uitspattingen als Whole Lotta Rosie of Riff Raff of Shoot to Kill of Thunderstruck zitten daar niet bij. Het is net wat kalmer, de blues schemert in soms mindere, soms meerdere mate door.
Het vuurtje brandt dus wel degelijk, zij het minder fel. Daarmee is de rol van de groove belangrijker geworden, neergelegd door Williams en Rudd met Stevie. Sterkste voorbeelden zijn opener Realize, de (blues)beat van Through the Mists of Time met z'n bijzondere drumgroove in het intro en een verrassend aaa-hahaa-koortje, het iets snellere Demon Fire en het sluw-swingende Money Shot. Iets van de voorbije tegenslagen lijkt door te klinken in de tekst van Kick You When You're Down, opvallend genoeg een nummer zonder intro.
Touren was kort na de covid-pandemie hoogst onzeker. Vijf jaar later is Williams definitief met pensioen en Rudd verkoos thuis te blijven om zijn eega bij te staan. Met bassist Chris Chaney, drummer Matt Laug en de grijs geworden scholier Angus tourde de groep in 2025 door Europa en Australië, een tour door Zuid- en Noord-Amerika van februari tot en met september 2026 staat gepland.
Zou er nog een nieuw album komen? Hoe leuk zou het zijn als iemand van Angus' Aaltense buren meer weet en het mag laten uitlekken. Maar liever nog heb ik dat iedereen zijn kaken op elkaar houdt en een volgende verrassing zich aandient. Misschien wel een optreden in Lochem of op Zwarte Cross.
» details » naar bericht » reageer
Bloodgood - To Germany, with Love! (1993) 3,0
4 januari, 15:03 uur
Een eigenbeheeruitgave van de groep in samenwerking met Stephan's Buchhandlung, van oorsprong een boekhandel die allengs meer was gaan doen. To Germany, with Love is het resultaat een drietal concerten in maart 1993 in Duitsland gegeven. Verrassend genoeg net als hun reguliere werk op streaming te vinden.
Meer dan de twee officiële live-cd's voelt dit als een realistische weergave van hoe Bloodgood in die dagen klonk. Bloodgood was een christelijke groep en dat valt behalve via de teksten te merken aan hetgeen zanger Les Carlsen tussen de nummers in deelt met het publiek. Gitarist is de getalenteerde Paul Jackson, drummer is Paul Rorabeck en tourtoetsenist was David McKay. De geluidskwaliteit is redelijk, als een goede bootleg. Alsof je bij het mengpaneel in de zaal staat, al klinkt de bas van Michael Bloodgood te zacht.
Aan de setlist is te merken dat de groep in die fase voor een melodieuzere aanpak koos. De nadruk ligt daarbij op hun laatste album All Stand Together, nieuw is Holy Spirit Jam, een spontane samenwerking tussen band en publiek. Qua missie is de gedrevenheid onverminderd en het publiek geniet hoorbaar. Grappig is de introductie van de gastheer, die als een filmtypetje met zwaar Duits accent inclusief dunne 'l' het publiek toeroept: "Do you want rock 'n' roooll?"
Het jaar na verschijning viel Bloodgood uit elkaar, waarmee dit lange tijd hun laatstverschenen album zou blijven. In 2000 verscheen een Amerikaanse heruitgave met andere hoes. In 2013 keerde de groep terug met Dangerously Close.
Dat Bloodgood nog altijd geliefd is in Duitsland, blijkt uit het feit dat zanger Les Carlsen er in februari 2026 solo hoopt op te treden, zo vertelde de inmiddels 76-jarige in Christian Geeks Rockcast.
» details » naar bericht » reageer
Vive la Fête - Les Sauvages (2025) 4,0
3 januari, 22:07 uur
Rond 2012 zag ik Vive La Fête tweemaal live. Eénmaal op een bevrijdingsfestival en eenmaal in Tivoli. Als een kruising tussen The Cure en jaren '80 synthwave en dat met een dikke sensuele saus met ironische knipoog. Om het nog vreemder te maken: Vlamingen die Franstalig zongen, oui oui.
Na enkele albums kwam de klad erin, het pakte niet meer zo. Dat vond het duo kennelijk zelf ook, want na Destination Amour (2018) bleef het stil, tot in maart '25 Les Sauvages verscheen.
Dat ontdekte ik pas in december, vandaar dit ietwat late bericht. Bij herhaald draaien groeit het mini-album. Vijf nummers met de bekende combinatie van invloeden en toch fris. Want: goede liedjes met pakkende melodieën, dikke synths met soms een bijtend gitaartje en uiterst dansbaar.
Zoals slotlied Extraordinaire met haakjes in mijn brein slaat: "Il m’a emporté par la musique kitch-pop.
Il m’a rendu heureux, je me sentais tip-top.
On faisait la fête partout, non-stop"
Het klinkt simpel, maar zit geraffineerd in elkaar...
» details » naar bericht » reageer
Bloodgood - All Stand Together (1991) 2,5
3 januari, 18:11 uur
Na vier studioplaten en een tweetal livealbums bracht Bloodgood in september 1991 hun vijfde studioalbum uit, waarvoor de groep overstapte naar het label Broken. All Stand Together bleek een radicale trendbreuk met voorheen, inclusief de toch al afgezwakte muzikale koers van Out of the Darkness. Zo goed als verdwenen zijn de riffs, metal maakt plaats voor melodieuze hardrock of zelfs adult oriented rock.
De groep is uitgebreid met toetsenist Tim Heintz, wiens bijdragen mij te klef zijn. Daarnaast is er nieuwe drummer David Huff. De hoes vermeldt dat beiden met "met toestemming" meedoen, hetgeen suggereert dat ze geen vaste groepsleden waren.
Als oude fan was ik al afgehaakt en had ik dit album destijds gehoord, dan had ik slechts met één nummer wat gekund. De verkopen toonden aan dat ik bepaald niet de enige was.
Daar zit ik nu milder in, maar de bevlogenheid van de eerste albums wordt node gemist. Vier keer lukt het iets neer te zetten dat blijft hangen: opener S.O.S. bevat aardige hardrock, uitschieter Escape from the Fire sterke aor, Fear No Evil doet met zijn hoge koortjes aan het betere werk van Uriah Heep denken en Lies in the Dark heeft een prima opbouw die profiteert van enkele tempowisselingen.
De rest werkt dus niet. Paul Jackson mag een prima gitarist zijn en de whiskeystem van Les Carlsen aangenaam, te vaak klinkt een halfzachte rockriff (zoals het langzame, stevige titelnummer) of een ballade (zoals slotlied I Want to Live in Your Heart, in de geest van Foreigners hit I Want to Know What Love Is geschreven).
In oktober 1991 wordt grunge plotseling groot als MTV Nirvana's Smells Like Teen Spirit op hoge rotatie zet. Melodieuze hardrock van een groep als Bloodgood is plotseling hopeloos uit de mode, al redden sommigen het door de rage rond unplugged muziek die ongeveer gelijktijdig opgang maakt.
En al zegt mode niets over kwaliteit van muziek, bik mij gaan teveel nummers het ene oor in en andere uit. Voor een ander kan dit juist een aanbeveling zijn, pakkumbeet degenen die de Knuffelrock-cd's waardeerden.
Voordat Bloodgood in 1994 de handdoek in de ring gooide, was er eerst nog een curieus liveschijfje genaamd To Germany, with Love. Plus het decennium erop een comeback.
» details » naar bericht » reageer
AC/DC - Rock or Bust (2014) 3,5
3 januari, 17:37 uur
Een AC/DC-album uit 2014. Ik werd nieuwsgierig hoe het zat met neef Stevie Young, de nieuwe slaggitarist van de groep en kwam uit bij de geschiedenis van de familie Young in Glasgow en de winter van 1963.
Dat was een hele strenge met een fameuze Elfstedentocht als Fries ijkpunt, verfilmd als 'De hel van '63'. Ook in Schotland was het bar koud en na het zien van tv-spotjes over emigratie naar Australië, besluit de familie Young te emigreren.
Oudste zoon Alexander blijft achter, verkast naar Londen en maakt onder de naam George Alexander twee albums met de groep Grapefruit, waar psychedelische rock klinkt.
Zijn broertjes George, Malcolm en Angus belanden in Sydney, net als neef Stevie Young. George maakt spoedig faam met de groep The Easybeats, bekend van Friday on My Mind en vervolgens als producer (AC/DC, Rose Tattoo, John Paul Young) én brein van newwavegroep Flash and the Pan. Malcolm en Angus beginnen in 1973 AC/DC.
Stevie keert in 1970 terug naar Schotland en krijgt begin jaren '80 enige bekendheid als gitarist van Starfighters uit Birmingham, dat twee elpees uitbrengt. In 1988 vervangt hij tijdens de tournee voor album Blow Up Your Video oom Malcolm, die afkickt van zijn alcoholverslaving. De twee lijken zó op elkaar dat het nauwelijks wordt opgemerkt.
De groep houdt zijn privéleven altijd strikt gescheiden van de showbusiness, maar in 2014 lukt dat niet meer. In september wordt bekend dat slaggitarist en riffkoning Malcolm, die van het iconische geluid van het merk Gretsch, de handdoek in de ring heeft moeten gooien wegens dementie. Logischerwijs is zijn definitieve vervanger Stevie.
Opnieuw opgenomen in The Warehouse in Vancouver met wederom Brendan O'Brien achter de knoppen, lijkt er voor het oor niets veranderd. De muziek is wederom geschreven door Malcolm en Angus. De laatste in tijdschrift Uncut van januari 2015: "It was stuff we had done in the past together. (...) We did go through a lot of tapes, ideas we'd had from the past, but I do that for every album."
Eigenlijk is ieder nummer raak: met bijna 35 minuten duurt het album niet te lang zoals de voorganger deed. Eerst de kalme groove van opener Rock or Bust, zoals neergezet door Phil Rudd en Cliff Williams: wat een ritmetandem, groots in eenvoud! Het tempo is iets hoger bij Play Ball, Rock the Blues Away en Miss Adventure. Dogs of War heeft iets slepends, maar altijd is daar De Groove. De eerste helft (op elpee met klaphoes) sluit af met Got Some Rock & Roll Thunder.
De tweede helft trapt kalm af met Hard Times en dan wordt het hoog tijd voor iets dat écht op tempo is. Dat is er met Baptism by Fire, waarna het swingende Rock the House plus het slepende Sweet Candy volgen en de bijna-funk van Emission Control de plaat afsluit. Ik mis een voluit snel nummer, maar lekker is Rock or Bust zeker.
Vervolgens struikelt het ogenschijnlijk altijd stabiele AC/DC van de ene naar de andere tegenslag. Phil Rudd, woonachtig in Nieuw Zeeland, haalt eveneens eind 2014 de media en kan niet mee op tournee. Iets met drugs en juridische besognes nadat hij iemand bedreigde. Rudd blikte later in Lust for Life openhartig terug: "Ik kreeg de kans mezelf te verbeteren. Je kunt helemaal ontsporen, zonder het zelf te beseffen, begrijp je?"
Een deel van zijn frustraties ontstond door de gebrekkige distributie van zijn soloproject Head Job dat eerder in 2014 verscheen. Chris Slade, op de drumkruk ten tijde van The Razors Edge, 1989-1994, mag hem vervangen. Angus daarover: "Hij is net zo oud en lelijk als wij."
En dan krijgt Brian Johnson problemen met zijn gehoor. Dat zou nadien op miraculeuze wijze worden gerepareerd, in de tussentijd is Axl Rose van Guns 'n' Roses zijn vervanger tijdens de tour. Ik vreesde voor het definitieve einde van de groep.
Slade over Rose, opnieuw in Lust for Life: “Ze vertelden me: ‘Oh, Axl Rose komt morgen langs. Ik was natuurlijk stomverbaasd, (…) maar toen Axl begon te zingen, besefte ik dat hij de juiste keuze was. Daarnaast bleek hij een heel grappige vent te zijn.”
Rock or Bust. Aangenaam maar zonder verrassingen, of het moet de nadruk op relatief kalme grooves zijn en de eigenlijk naadloze vervanging van Malcolm door Stevie. Een 7,5 als cijfer, uitgedrukt in 3,5 ster.
» details » naar bericht » reageer
Bloodgood - Shakin' the World (1990) 3,0
Alternatieve titel: Live Volume Two, 2 januari, 09:55 uur
Najaar 1990 bracht Bloodgood twee video’s en cd’s uit genaamd Live Volume 1 en 2, opgenomen in hun Seattle. De eerste heeft als hoofdtitel Alive in America, deze tweede Shakin’ the World. Deel 2 gaat verder waar deel 1 eindigde, ontbeert gelukkig een medley én er is een nieuw nummer, The Sixth Hour. Die laatste een digitale soundscape van zo'n twee minuten, passend bij de set en het verhaal dat wordt verteld.
Zanger Les Carlsen begon zijn professionele carrière begin jaren '70 in de rockmusical Hair en wilde het theateraspect eveneens inzetten bij Bloodgood. Met name het verhaal van de kruisiging en opstanding, te horen bij track 7 tot en met 11. Het vormt het sterkste blok van dit album, ondanks dat Accept the Lamb er slechts 21 seconden in zit, te weten het intro in aangepast arrangement.
Als een moderne versie van J.S. Bachs Mattheus Passion en hippiemusical Jesus Christ Superstar was dit in Seattle wellicht ook geschikt voor een publiek dat minder met metal heeft.
Ik kan me zeker voorstellen dat toeschouwers destijds enthousiast waren, hier in mijn huiskamer met “slechts” audio overkomt me dat niet. Hetgeen ik bij deel 1 schreef, geldt ook voor deel 2 en toch ben ik iets positiever. Een 6,5 als schoolcijfer, omdat Bloodgood een enkele keer wél iets verder gaat dan de studioversies. Wie onbekend is met het vorige werk, zal er frisser instappen.
» details » naar bericht » reageer
Bloodgood - Alive in America (1990) 3,0
Alternatieve titel: Live Volume I, 2 januari, 07:01 uur
In 1990 verschenen twee livealbums van Bloodgood, als ik me goed herinner tegelijkertijd naar aanleiding van de rocktheatershows die de groep had gedaan. Eveneens verkrijgbaar op video. Naast Alive in America kwam deel 2 Shakin' the World uit.
Ik liet ze destijds links liggen: dat gezwaai met de Amerikaanse vlag wat ik op de achterzijde zag maakte me niet enthousiast en de setlists nodigden niet uit. Alle muziek komt namelijk van de vorige vier albums en die kende ik al. Tezamen komen van hun eerdere vier albums 26 van de 38 nummers voorbij.
Anno 2026 gaan beide albums in de herkansing en wat betreft Alive in America blijkt mijn scepsis niet ten onrechte. De groep deed de productie zelf onder supervisie van ene Steve White. Die is degelijk, maar spetteren wil het niet. Een externe producer had hier meer mee gedaan.
Daarbij komt geen nieuw werk langs en bovendien blijft men dicht bij de studioversies. Alsof je een afspeellijst maakt in een livejasje, waarbij een enkele keer iets tegen het thuispubliek in Seattle wordt gezegd. Je moet bovendien tegen de medley kunnen die track 12 vormt, met daarin precies de drie nummers die ik tot mijn favorieten reken. Altijd zonde om die in een medley te vermalen.
Wie de vier studioalbums van hiervoor niet kent, kan wellicht meer met Alive in America. Klassieke metal en hardrock met sterk gitaarwerk van Paul Jackson en rauw gezongen door Les Carlsen. Het vakmanschap is duidelijk, maar ik mis de opwinding.
Het Britse tijdschrift Cross Rhythms publiceerde destijds deze recensie, waar ik me goed in kan vinden en plakte er desondanks een 8/10 op. Ik houd het bij drie sterren.
Is deel 2 méér dan een best of in livejasje? We gaan het beleven.
» details » naar bericht » reageer
AC/DC - Black Ice (2008) 4,0
1 januari, 22:55 uur
Acht jaar zat er tussen Stiff Upper Lip en Black Ice, al was in 2005 dvd-verzamelaar Family Jewels verschenen. Een vriend van me was zo ijsblij, dat hij me ongevraagd een zelfgebrand kopietje in handen drukte.
In 2008 vond ik het wat tegenvallen. Black Ice was namelijk met 55 minuten hun langste album ooit, iets te veel van het goede. De tijdspanne was de reden dat hij onmiddellijk ook op dubbelelpee verscheen.
Opener Rock N Roll Train was vooruit gegaan en startte mijn pc - eentje met pittige audioboxen inclusief subwoofer - al enkele weken luid op. Met dat nummer was ik dus vertrouwd en nog altijd gaan de mondhoeken omhoog als ik 'm hoor. Drie andere nummers bevatten eveneens het woord 'rock'.
Op deze eerste dag van 2026 landt het beter dan toen. Mijn voorkeur ligt meestal bij uptempo werk, ook bij AC/DC, al snap ik dat je moeilijk alleen maar vlugge nummers kunt opnemen. Aan de kortere tracklengte kan ik vaak zien voor welke nummers ik zal gaan. En zo kan ik goed uit de voeten met Big Jack; op-z'n-jaren-'70-swingend is Anything Goes, melodieuzer dan doorgaans; het bijtende War Machine is zo'n nummer dat meteen blijft hangen; Spoilin' for a Fight werkt goed met z'n staccato riff.
Plaat 2 start vlot met Decibel, waarna een verrassinkje zich aandient in de vorm van slidegitaar in het langzamere Stormy May Day; wie oren heeft om te horen, ontdekt op ieder album van de groep toch iets nieuws, in dit geval iets wat de land- en stijlgenoten van Rose Tattoo nog vetter doen.
Het vleugje blues in het langzamere Rock N Roll Dream smaak ik graag en omdat Rocking All the Way dan iets sneller is, werkt dat goed. Deze keer komt het titelnummer als laatste: Black Ice is niet het gedroomde slot. Dan tel ik negen favorieten, waarmee vier sterren me een redelijke score lijken.
Achteraf steeg de status van de plaat: toen Malcolm Young in 2014 AC/DC wegens dementie moest verlaten, bleek dit zijn laatste album met hen te zijn geweest. Wel verscheen al in 2009 de box Backtracks waarop ook menig ander vertrokken lid is te horen. In januari 2015 blikte Angus terug in tijdschrift Uncut (dank Roxy6 daarvoor!): “Malcolm’s had the illness for a while. He had the onset of it when we were doing the previous album [Black Ice] – he toured. (…) He said: I wanna do this as long as I can keep doing it.”
» details » naar bericht » reageer
Bloodgood - Out of the Darkness (1989) 3,5
1 januari, 14:45 uur
De vierde Bloodgood. Nieuw zijn gitarist Paul Jackson, op de vorige drie al te vinden bij de schrijfcredits van een enkel nummer, en drummer Paul Whisler, ex-Watchmen. Die kende ik van de verzamelaar Underground Metal waar ze met een Dio-achtig nummer vertegenwoordigd waren.
De hoes van Out of the Darkness is sober, niet alleen in vergelijking met Detonation van twee jaar daarvoor maar ook met voorganger Rock in a Hard Place. Niet eens een bandfoto, zodat je mocht raden hoe de nieuwe leden eruit zagen.
De groep zat al bij het label Frontline maar dit verscheen bij hun sublabel Intense, gespecialiseerd in stevige rock: de white metalscene was gegroeid. Opnieuw adequaat geproduceerd door Terry Shelton, bleek dat enkele scherpe randjes van de metal waren verwijderd. Ik herinnerde me hoe vóór hen menig groep uit de new wave of British heavy metal zijn geluid gladstreek, eveneens door mij betreurd.
Met Out of the Darkness gaat het fel uit de startblokken met dubbele basdrums, geknipt voor de rauwe stem van Les Carlsen. De melodielijnen van Jackson zorgen ondanks de standaardriff voor een sterk slot. Iets kalmer maar nog altijd op tempo zijn Let My People Go en America, de laatste met sterke melodielijnen. It's Alright moet het vooral van de twee gitaarsolo's hebben en waar Top of the Mountain me aanvankelijk te kalm was, bleek het dankzij melodie en opbouw te groeien bij vaker draaien. Een degelijke eerste helft.
Op kant 2 wordt het minder. Vierkante hardrock met Hey! You wordt gevolgd door het flauw rockende Mad Dog World. Muziek conform de degelijke maar fantasieloze hoes. Met Changing Me is daar de onvermijdelijke ballade, waar op voorganger Rock in a Hard Place mee was begonnen. Voor de stijl een aardig nummer, deels met akoestische gitaar en toetsen, geschikt voor Amerikaanse rockradio. Met afsluiter New Age Illusion is daar het eerste nummer van kant 2 dat een voldoende haalt, al vind ik het opnieuw teveel op automatische piloot.
Geen onaardig album, maar omdat ik mijn metal graag mét scherpe kantjes consumeer, is de 7 die ik geef een magere. Wie metal met ronde randjes prefereert, zal dit hoger waarderen.
In 2015 verscheen een heruitgave met nieuw artwork, in 2023 een volgende editie met weliswaar de oorspronkelijke voorzijde maar met een uitgebreid boekje, inclusief foto's van de groepsleden.
» details » naar bericht » reageer
UFO - Misdemeanor (1985) 4,0
31 december 2025, 13:03 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren
» details
AC/DC - Stiff Upper Lip (2000) 3,5
31 december 2025, 09:19 uur
Een nieuw millennium en al in februari 2000 een nieuwe AC/DC. Opvallend in de aanloop naar Stiff Upper Lip was de wisseling van producer: Bruce Fairbairn van The Razors Edge was de beoogde knoppenman, maar overleed onverwacht. Zo kwam de groep weer eens terecht bij George Young, de oudste broer van Malcolm en Angus. Deze keer zonder Harry Vanda, werd Canadees Mike Fraser van AC/DC's vorige album Ballbreaker, diens assistent.
De droge en toch warme productie van Young en Fraser is passend bij de muziek, sterker dan voorheen gedrenkt in de blues. In 2000 was de cd oppermachtig (jammer met deze hoes!), toch verscheen Stiff Upper Lip tegelijkertijd ook op vinyl. De cd kwam je overal tegen, tot benzinestations toe, wat iets zegt over de status die de groep had opgebouwd.
Ik leerde er meteen een nieuwe uitdrukking bij. Stiff Upper Lip oftewel het stug doorgaan ondanks tegenslag. Nooit was de start van een plaat van AC/DC slap en dat geldt ook voor het titellied dat aftrapt met z'n bluesintro, een ijzersterke riff en de sterke zang van Brian Johnson. De blues druipt verder door in Meltdown, net als in het minder pakkende House of Jazz.
Het vrolijke Hold Me Back is vlotter met zijn springende gitaarspel, van het soort dat vaak op For Those About to Rock (1981) klonk. Het stomende Safe in New York City was mijn onmiddellijke favoriet, maar de tekst smaakt anders sinds de aanslagen van 9/11, het jaar erop. Can't Stand Still sluit kant 1 midtempo maar stuwend af.
Op kant 2 zijn het de twee uptempo nummers die pakkend zijn, Satellite Blues en Give It Up. De overige nummers zijn degelijk, langzamer en in een bluessausje gedrenkt. De spanningsboog blijft echter niet gespannen, anders dan AC/DC's werk van eind jaren '77-'79 waar de muziek met alle blues erin naar terugverwijst.
» details » naar bericht » reageer
Bloodgood - Rock in a Hard Place (1988) 4,0
31 december 2025, 07:55 uur
Albumtitel Rock in a Hard Place verwijst naar de felle kritiek die de christelijke groep Bloodgood in die tijd vanuit conservatieve christelijke hoek kreeg. Tegelijkertijd kwam je in de hardrockende metalen wereld de opinie tegen dat hun teksten niet samen zouden gaan met metal. Van beide kampen is de argumentatie erg zwak.
Voor mij geldt: laat de muziek het werk doen. Daarbij hoor ik inderdaad graag teksten met een positieve inslag, er is al teveel ellende in de wereld. Om die reden vind ik bijvoorbeeld War Pigs, Into the Void en After Forever van Black Sabbath zulke lekkere nummers. Of de conceptalbums van Queensrÿche, die me tot nadenken aanzetten.
Bloodgood slaat op hun derde album een iets melodieuzer pad in, voor mij nog pakkend genoeg. Ik hoorde de plaat voor het eerst in een winkel in de zomer van '88 in Engeland en bij thuiskomst heb ik 'm meteen gekocht. De productie van Terry Shelton is prima, Bloodgoods best geproduceerde album tot dan toe.
Op Shakin' It klinkt meer rock 'n' roll dan voorheen, zij het stevig. De schuurpapieren stem van Les Carlsen doet het daar goed op, terwijl David Zaffiro weer een solo met zowel snelheid als melodie neerzet. Spannender vind ik echter de akkoordenopbouw van Never Be the Same, geschreven door bassist Michael Bloodgood, waar Zaffiro opnieuw zo'n lekkere gitaarsolo neerzet; ik proef de echo van Randy Rhoads. Heel voorzichtig klinken toetsen.
The Presence is een ijzersterke compositie dankzij de sterke melodie, uptempo metal met opnieuw fraai gitaarwerk inclusief subtiele accenten. Altijd een favoriet geweest. Met het langzamere What Have I Done? heb ik minder, al is het meer dan degelijk. Gelukkig is het slot met Heaven on Earth stevig: opnieuw komen stevige metal en een pakkende melodie fraai samen, met alweer een pakkende solo. Zaffiro is een klasbak.
Kant 2 opent met de het stampende Do Or Die, maar met te simpele riffs. De weliswaar stevige ballade She's Gone maakt het niet beter, maar wellicht dat fans van Scorpions er meer mee kunnen waarbij Carlsens stem een tikkie rauwer is dan die van zijn Duitse collega.
Liever het uptempo en verrassend semi-akoestische The World (Keeps Movin' Around) met z'n heerlijke groove, bovendien lekker gedrumd door Mark Welling met open hi-hat.
Van Seven weet ik inmiddels dat de groep twijfelde of dit nummer wel voldoende niveau had. Wel, dat hééft het. Het is een aparte eend in de bijt: langzaam en beginnend met een toetsenintro, bijna statig in melodie en tegelijkertijd stevig, met een mystieke tekst die binnenkwam.
Hierna vertrok Zaffiro, naar ik destijds las omdat hij een melodieuzer koers zou willen. Die koers sloeg de groep echter hierna in: dát kon het probleem dus niet zijn. Recent hoorde ik in podcast Metal Geeks echter dat hij het touren niet meer kon combineren met de zorg voor zijn gezin. Een papa die thuis is in plaats van te vaak van huis? Als die twee niet langer zijn te combineren, geef ik hem groot gelijk. Zijn vervanger werd een oude vriend van de band, Paul Jackson.
» details » naar bericht » reageer
AC/DC - Ballbreaker (1995) 4,0
31 december 2025, 00:04 uur
Drummer Phil Rudd keerde terug bij AC/DC en producer Rick Rubin poogde de groep terug te brengen naar z'n oergevoel, zoals hij dat enkele jaren later met Black Sabbaths 13 zou proberen én natuurlijk met Johnny Cash en diens American Recordings.
De terugkeer van Rudd zal vast zijn goed geweest voor de sfeer van de goede oude tijd, uiteindelijk zijn het echter de muzikale ideeën die het moeten doen. Dat sommigen moeite hebben met Rubins productie, snap ik niet. Die is droog en helder, zonder onnodige drumgalm: terug naar de productie uit de periode Vanda & Young, met name de jaren '77-'78.
Op kant 1 zijn geslaagd Hard as a Rock met z'n rake riff, The Furor waar de gebroeders Young zich aan ongewoon melodieuze gitaargeluiden wagen en de blues van Boogie Man. Burnin' Alive combineert een sterke riff met een voor AC/DC ongewone, bijna dansende baslijn.
Kant 2 start met Hail Caesar dat overduidelijk mikt op een meebrullend publiek en profiteert van een versnelling halverwege; het refrein lijkt warempel op klassieker TNT. De andere hoogtepunten op die helft zijn Love Bomb dat dankzij een opnieuw melodieuze riff groeit bij vaker draaien, het vlotte Caught with Your Pants Down is mede vanwege de tekst aardig en Ballbreaker is weliswaar verre van verrassend maar vormt een degelijk slot. Dan heb ik zeven á acht nummers die goed bevallen met kant 1 als favoriete, kom ik op vier sterren.
Bij voorganger The Razors Edge mopperde ik over de fantasieloze hoes. Hier juist een compliment voor dat onderdeel, door de makers van Marvel gemaakt. Kijk die achterzijde!
» details » naar bericht » reageer
Orion the Hunter - Orion the Hunter (1984) 4,0
30 december 2025, 21:59 uur
Ik kwam gisteren de elpee tegen bij Wim's Muziekkelder in Doetinchem en zo komt het dat hij hier nu draait.
Heb ondertussen mijn eigen stukje van drie jaar geleden eens herlezen om tot de conclusie te komen dat ik er inmiddels meer van kan genieten. De stem van Fran Cosmo is vrij hoog, even wennen. Toch zit ik al spoedig in de muziek. Wat me vooral opvalt is dat het gitaargeluid niet zo groots en ruim is als bij Boston; maar juist op het einde met I Call It Love pakt het mij bij de lurven. Lekker!
Zoals vielip en gaucho al aangaven, als je het vergelijken nalaat is dit gewoon een prima album. Met aor zoals Amerikanen dat zo goed kunnen. Vanavond was ik kennelijk in de juiste stemming, of deed de muziek dat? Hoe dan ook, ik verhoog met een halve ster naar vier stuks.
» details » naar bericht » reageer
Bloodgood - Detonation (1987) 4,5
30 december 2025, 08:18 uur
Met hun titelloze debuut maakte Bloodgood in 1986 indruk op mij, met Detonation ging er nog schepje bovenop. Zoals Sir Spamalot schrijft, een "mix tussen traditionele heavy metal en speed(y) metal", waarbij de whiskeystem van Les Carlsen een extra rafelrandje geeft.
Wel was het destijds even wennen aan de eigen, rauwe productie, zoals ik vier jaar eerder moest wennen aan de productie van Dio's Holy Diver. Enkele draaibeurten later was ik definitief om: dit was simpelweg ijzersterk, zéker met die hoes (voor- en achterzijde) erbij, ook al herinnerend aan Dio.
Bij podcast Metal Geeks kwam ik een interview tegen met de zanger, inmiddels 76 jaar maar nog volop actief. Hij vertelt er dat ze van platenmaatschappij Frontline $20.000 kregen voor alles, opnames én "sandwiches", wat het ruwere geluid verklaart.
Bovendien ontstond het idee om er een theaterproductie van te maken, wat enkele jaren later werd gerealiseerd; Carlsen startte namelijk zijn professionele carrière begin jaren '70 in rockmusical Hair, mogelijk de kiem om iets dergelijks in de hardere vorm van hardrock/metal te realiseren.
Verder leer ik dat Carlsen met zijn vrouw begin jaren '80 nog pop maakten onder de vlaggen Carlsen-Macek en Sticker, bekende namen in de regio Seattle. Via hun zoon ontdekten ze heavy metal. Kijk, zó kan het ook gaan!
Die dingen waren mij in 1987 onbekend. Ik hoorde simpelweg metal zoals ik die graag hoorde: hard, snel en passievol. Nieuw is drummer Mark Welling die hard mag werken, belangrijkste troef blijft gitarist David Zaffiro die alle ruimte krijgt voor zijn snelle solo's en een groot gevoel voor melodie heeft.
Hoogtepunten zijn er te over, met de snelle nummers Battle of the Flesh, Crucify (een knallend hoorspel met familieleden in gastrollen) en Live Wire als favorieten; Eat the Flesh en het emotionele Alone in Suicide zijn andere toppers. Zwakke nummers ontbreken, al had/heb ik minder met het langzame The Messiah.
White metal groeide in omvang en kwaliteit, ondanks de kritiek vanuit vooral christelijke hoek. Anders dan Stryper kreeg Bloodgood geen release via seculiere kanalen, waardoor de groep buiten de VS minder bekend bleef, al is er in Duitsland wél een redelijke fanschare. Voor mij hun beste album.
» details » naar bericht » reageer
AC/DC - Live (1992) 4,0
30 december 2025, 08:12 uur
Hierboven is het meeste gezegd over de tweede liveplaat van AC/DC. Herkenbaar is wat wordt genoemd over het irritante van de fade-outs, net als de vergelijkingen tussen If You Want Blood You've Got It (1978) en veertien jaar later het simpelweg getitelde Live.
Van een hongerige, ambitieuze groep, al wel een geoliede machine, naar inmiddels een gevestigde en geroutineerd kwintet. Van zalen naar stadions en de stem van Brian Johnson als grootste en het groovy werk van drummer Chris Slade als kleinste verschil; hij speelt in de lijn van Phil Rudd. Anno 2025 kun je met nostalgie terugblikken: Malcolm Young nog in leven, Cliff Williams nog niet met pensioen...
Toen ook al op 2LP verschenen, in 2024 in een 50th Anniversary Edition (de groep was jarig, het album slechts 32 jaar) met twintig nummers, moet je natuurlijk de langst mogelijke versie van dit album hebben en die heeft drieëntwintig nummers - of zelfs eentje meer.
Wat je krijgt zijn hoogtepunten uit de jaren Johnson met af en toe een zijstapje naar het verleden toen Bon Scott bij de microfoon stond. Zo'n "best-of" werkt goed, de opnamen van diverse Engelse en Canadese optredens.
Bruce Fairbairn die ook The Razors Edge deed, zat achter de knoppen om er één geheel van te maken. Leuk is de uitgebreide terugkeer van Jailbreak in de set, het krijgt maar liefst 14 minuten. Of High Voltage met een dikke 10 minuten. Dat is nóg een verschil met de eerste liveplaat, waar géén uitgesponnen versies op staan.
Niet alle nummers uit de setlist staan op de 2cd. Hell Ain't No Bad Place to Be kwam in 2009 op verzamelaar Backtracks, waar meer livewerk op staat.
Slade nam - zeer tegen zijn zin - afscheid van de groep met een nummer dat voor een film werd opgenomen. Big Gun verscheen bij Last Action Hero en belandde eveneens op Backtracks. Voor album Ballbreaker keerde namelijk oudgediende Phil Rudd terug.
» details » naar bericht » reageer
AC/DC - The Razors Edge (1990) 3,5
29 december 2025, 22:55 uur
Bijna twee jaar geleden pauzeerde ik van mijn reis door AC/DC's discografie en plotseling heb ik er weer zin in. Toen bleek Blow up Your Video uit 1988 een onverwachte meevaller na wat kwakkelende jaren: wie denkt dat de groep zich steeds herhaalt, heeft het mis. Nieuw op The Razors Edge is drummer Chris Slade, die ik eerder vandaag bij Manfred Mann's Earth Band tegenkwam.
Twaalf nummers, waar men vroeger met tien volstond. Komt vast door de langere duur van de cd, waarvan het formaat wellicht ook z'n invloed had op de hoes. Op de fantasieloze achterzijde had ik graag de traditionele groepsfoto of afzonderlijke portretten gezien; wellicht dat de art director besloot dat dit op cd-grootte soberder moest.
Voor het eerst is Canadees Bruce Fairbairn hun producer, eerder furore makend met Bon Jovi en Aerosmith. Hij weet de sfeer van Vanda & Young neer te zetten.
Overbekend maar onverwoestbaar is Thunderstruck dat ik in 1990 als hun comeback omarmde, mede door het succes in de Nederlandse hitlijst: #3 bij de TROS en #6 bij Veronica's Top 40. Ooit las ik dat een Aaltense buurman van Angus Young hoorde hoe deze het nummer thuis op zijn piano speelde, maar of ik me dat goed herinner?
Zeker is dat de videoclip meehielp aan het succes en dat dit inmiddels het meestgecoverde nummer van de groep is, met de meest uiteenlopende versies; van banjo tot strijkkwartet. Ook op YouTube zijn diverse filmpjes via de zoekterm 'Thunderstruck drum cover' te vinden. Leuk om te zien: je beseft wat een drummachine Chris Slade is, net als zijn voorgangers Simon Wright en Phil Rudd.
Het snelle Fire Your Guns (Chuck Berry in AC/DC-jasje) en het vrolijke Moneytalks volgen, waarna de riff van The Razors Edge ongewoon ernstig lijkt. Dan wordt 't minder opwindend. Van Mistress for Christmas is de titel het spannendst, Rock Your Heart Out sluit de eerste helft swingend af met een voor AC/DC ongewoon springerige baslijn, alsof een vlo op de snaren van Cliff Williams zat.
Eveneens aardig is Are You Ready, toch hoor ik liever het aangenaam slepende Got You by the Balls. Het tempo gaat omhoog met Shot of Love, Let's Make It slaagt dankzij het koortje, waarna met Goodbye & Good Riddance to Bad Luck de middelmatigheid terugkeert. If You Dare begint apart maar wordt dan weer te standaard.
Met zes echt sterke nummers (de eerste vier, Got You by the Balls en Let's Make It) is twaalf nummers wat veel. Een groep als AC/DC is in mijn oren op z'n best op een album met tien nummers. En toch duurt The Razors Edge maar drie kwartier...
» details » naar bericht » reageer
Manfred Mann's Earth Band - The Roaring Silence (1976) 3,5
29 december 2025, 19:21 uur
Opgepikt op vinyl in Wageningen bij WWRecords, nieuwsgierig geworden door Somewhere in Afrika van dezelfde Manfred Mann's Earth Band. Daar schreef ik dat ik hen leerde kennen via de single Davy's on the Road Again. Ik vergiste me.
Van dit The Roaring Silence werd Blinded by the Light eerder een hit, namelijk oktober 1976. Ik herken vanaf die maand opeens veel muziek als ik door de oude hitlijsten struin. Het moet dus die maand zijn geweest dat ik van mijn ouders een klein radiootje te leen kreeg, waarmee ik naar Hilversum 3 luisterde. En dus moet dit mijn eerste kennismaking met de Earth Band zijn geweest. Het haalde in de singleversie drie weken notering in de Nationale Hitparade die op de vrijdagmiddag klonk, waar hij op #19 piekte.
Bijna vijftig jaar later (!) heb ik dus de elpee in huis. In deze bezetting twee leden die ik later elders zou tegenkomen: Dave Flett werd in 1979 tourgitarist van Thin Lizzy, waar Gary Moore de groep had verlaten en Midge Ure niet de ideale vervanger bleek; Flett had er willen blijven, maar Snowy White werd de definitieve opvolger. Wel keerde Flett live terug als gastgitarist tijdens de tour voor Renegade en hij staat afgebeeld op de hoes van afscheidsalbum Life Live. Een meer dan bekwaam gitarist, waarover dadelijk meer.
Bekender werd drummer Chris Slade, die bij de nodige grote namen speelde en daarbij het meest opviel als drummer van AC/DC ten tijde van The Razors Edge (1990).
Hierboven valt uitgebreid te lezen dat deze elpee de eerste was met zanger Chris Thompson en verder is Colin Pattenden bassist en groepsleider Manfred Mann toetsenist en tweede zanger.
Een enigszins moeizame start: de albumversie van Blinded by the Light duurt met z'n zeven minuten te lang, wat al helemaal geldt voor de dikke acht minuten van het kalme Singing the Dolphin Through. Met het instrumentale Waiter, There's a Yawn in My Ear spits ik voor het eerst de oren. Hier wordt het spannender, wat zich voortzet op kant 2.
Die begint met een klassiek koraal, als een twaalfhoofdig koor a capella het intro van The Road to Babylon inzet, waarna Fletts huilende uithalen opvallen. Hij soleert sterk, zowel stevig als subtiel. Later vallen blazers en strijkers bij: Manfred Mann is als toetsenist tevens een bekwaam arrangeur met hoorbaar een klassieke achtergrond. Toegankelijke, lenige symfonische rock is het gevolg.
Dit niveau wordt volgehouden met This Side of Paradise en Starbird, al wordt de laatste wel abrupt weggedraaid om plaats te maken voor de sterke finale met Questions, waar ik echter een slotclimax mis. Thompsons rauwe en emotionele zangpartijen passen uitstekend bij dit alles en Fletts bijdragen brengen de nodige fraaie details. Wat maakte toch dat het bij Lizzy niet werkte?
The Roaring Silence is, mede met die opvallende hoes, een prima album, ondanks dat het soms op details wat mist. Dat geldt dus zeker niet voor de bijdragen van Flett. Her en der moet ik denken aan War of the Worlds van Jeff Wayne, eerder door BoyOnHeavenHill aangehaald. Dank ook aan Teacher voor de achtergrondinformatie. En nu eens zien of ik de komende maanden vaker werk van de Earth Band met Chris Thompson tegenkom: zijn stem is de peper in de pot.
» details » naar bericht » reageer
Bloodgood - Bloodgood (1986) 4,0
29 december 2025, 11:26 uur
Bloodgood was in 1986 één van de Amerikaanse groepen die in de slipstream van Stryper opkwamen. De term 'white metal' was kort tevoren geïntroduceerd en zeker van toepassing op dit kwartet uit Seattle rond bassist Michael Bloodgood. Met verder zanger Les Carlsen, gitarist David Zaffiro en drummer JT Taylor.
Bloodgood start overtuigend met Accept the Lamb, dat verrassenderwijs a capella begint en vervolgens midtempo vervolgt. Carlsen heeft een aangenaam rauwe stem, wat Zaffiro aan solocapaciteiten in petto heeft, houdt deze nog even geheim. Waar je verwacht - en deze puber was daar destijds op gebrand - dat een snel nummer zou volgen, volgt het eveneens midtempo Stand in the Light.
Producer Darrell Mansfield - een zanger uit de (blues)rocktraditie - heeft de boel capabel vastgelegd, maar verzuimde bij sommige nummers een echt vette metalproductie te creëren. Dat blijkt bijvoorbeeld op het eindelijk snellere Demon on the Run, waar Zaffiro weliswaar voor het eerst zijn vingervlugheid bewijst, er had echter een hakkende slagpartij onder gemoeten.
Met Anguish and Pain komt het album dan eindelijk echt op gang. Was het track 2 geweest, dan had de plaat eerder overtuigd met z'n basis van rollende basdrums op de manier van de New wave of British heavy metal. Het iets langzamere maar snel riffende Awake! sluit kant 1 sterk af, mede dankzij de sterke brug halverwege, die fraai in contrast staat met de Randy Rhoadsachtige riff.
Op kant 2 is de wisselvalligheid verdwenen. Soldier of Peace stoempt aangenaam, met You Lose gaat het gaspedaal dieper in: Zaffiro racet een enkele keer zijn gitaarhals af en halverwege opnieuw een pakkende brug. What's Following the Grave sleept aangenaam met een sterke melodie en Killing the Beast doet wat het belooft. Met afsluiter Black Snake werd destijds het snelheidsrecord binnen de white metal gehaald.
Weinig stemmen op MuMe bij dit debuut, maar verkijk je niet op het lage gemiddelde: een grapjas gaf een halve ster en gezien zijn overige stemmen vermoed ik dat dit niet geheel serieus was of wellicht met minder nobele intenties gedaan. Tja, white metal hè, dat vinden sommigen wat moeilijk...
De productie is bij sommige nummers wat te ingetogen, maar de meeste composities overtuigen. Zaffiro combineert fraai snelheid en melodie én heeft een neusje voor riffs, waarbij hij de Brits klinkende metal van begin jaren '80 een Amerikaans (shredder)snufje geeft. Daarbij gaat de gepassioneerde whiskeystem van Carlsen nooit vervelen. Een krappe 4 sterren geven een realistischer beeld.
Net als de eveneens in 1986 verschenen debuutelpees van Barren Cross (Rock for the King), Saint (Time's End) en Bride (Show No Mercy) ging Bloodgood muzikaal nét wat verder dan Stryper. Met opvolger Detonation werd het opnieuw een stapje steviger, zeer naar mijn zin.
» details » naar bericht » reageer
Metalmania (1980) 4,5
Alternatieve titel: Metal Mania, 27 december 2025, 12:48 uur
Heb laatst deze elpee gekocht op glanzend zwart vinyl, bijna drie jaar nadat ik erover schreef. Een uitgave van EMI/Harvest.
Wat valt op? Onder meer de binnenhoes met interessante bio's, want hoe keek men in 1980 tegen deze namen aan en de albums/singles waarvan de nummers werden gehaald? Een tijdcapsule, die indertijd niet meer bij mijn leenexemplaar uit de fonotheek zat.
Ik leer bijvoorbeeld dat de ster van Whitesnake rijzende was (voor het eerst een top 10 notering dankzij Ready an' Willing), Speed King van Deep Purple blijkt afkomstig van een BBC-liveopname en een lang epistel over Scorpions vertelt dat ze in 1975 door België en Duitsland tourden als voorprogramma van Sweet (o ja?) en dat ze met nieuwe album Animal Magnetism in 1981 door de VS en Europa de weg op zullen gaan.
Opvallendste muzikale zaken: Criminal Tendencies van Wild Horses met in de groep Neil Carter, later bij UFO en tegenwoordig Mogg's Motel, is een lekker aor-nummer; Atomic Rooster klinkt op hun comeback via Do You Know Who's Looking for You? als het prettig gestoorde neefje van Purple met dat orgel en de malle zang; de singlemix van Iron Maidens Sanctuary is net effe anders dan die ik in mijn brein heb opgeslagen - maar net zo smakelijk met DiAnno's stem in een wolkje echo.
De nummers van Sammy Hagar, April Wine en Riot zijn daarbij té lekker om ongenoemd te laten. 'Smullen' is hierbij de ouderwetse term voor ouderwets knallende hardrock!
Alle twaalf goed, mijn waardering groeit naar een 9.
» details » naar bericht » reageer
The Sick Man Of Europe - The Sick Man of Europe (2025) 3,0
26 december 2025, 10:29 uur
jeanmaurice, dank voor de tip! Al ben ik met mijn drie sterren niet overenthousiast, het is oprecht leuk dat je aan me dacht!
'The sick man of Europe' is een uitdrukking die ik ken uit de economie, hier is het kennelijk een eenmansproject. Qua sfeer ga ik terug naar begin jaren '80 als wapenwedloop en economische recessie de sfeer bepalen en ik word opgeleid om na het voltooien van de studie werkloos te worden. Althans, dat was de sfeer, ik had gelukkig al na twee weken werk en de man van de Sociale Dienst meldde mij na enkele maanden dat hij mij uit zijn papierbak ging verwijderen.
Enfin, The Sick Man of Europe brengt onmiddellijk die herinneringen terug. Als een groep die inspiratie vond in Joy Division, zoals indertijd Modern English dat pad volgde als groep, doet deze "zieke man" dat solo. De nadruk ligt op een basis van sequencers die worden omgeven door ijle synthesizers, een basgitaar die gitaarachtige partijen brengt zoals in Sanguine, plus lekkere gitaarlicks.
Ik vind dit vooral lekker als het voluit uptempo is, wat drie keer gebeurt: in Obsolete, Transactional en Movement. De bijna spraakzang brengt een monotonie die aanvankelijk lekker is, maar bij track 3 begin ik toch naar meer melodie te verlangen, hoe lekker de instrumenten ook klinken, ik houd namelijk van die warme productie.
Is vooral een kwestie van smaak: soms vind ik muziek te melodieus, wat dan binnenkomt als "te lief". Dat effect benoemde ik eerder vandaag bij de laatste van H.E.A.T. Heel ander genre en toch. Maar teveel monotonie trek ik kennelijk ook niet. Zeurkous...
In een enigszins gelijksoortig muzikaal universum als The Sick Man Of Europe bevindt zich Vive La Fête, dat eerder dit jaar, na jaren zonder nieuw werk, de EP Les Sauvages uitbracht. Die ga ik nu eens opzetten.
» details » naar bericht » reageer
H.e.a.t - Welcome to the Future (2025) 3,0
26 december 2025, 09:27 uur
Ultimate Classic Rock publiceerde een lijst van de tien beste hardrockalbums van 2025. Niet alles is mijn glas bier, maar nieuwsgierig werd ik wel. Op 10 staat H.E.A.T. met Welcome to the Future.
Eind augustus was hier op MuMe een verkiezing van de beste Adult Oriented Rock en deze Zweden hadden daar makkelijk met één of meerdere nummers tussen gepast. Muzikaal is het net iets steviger dan dat genre, maar als ze de voet van het gaspedaal halen zoals bij In Disguise...
Stevige hardrock op de rand van pop, zoals die midden jaren '80 in zwang kwam: melodieus met herkenbare refreinen, flitsende gitaarsolo's, krachtige zang en dat alles met de nodige toetsentapijten. Vijf topmusici die alles geven in een optimistische sfeer, waarbij soms ohoho-koortjes langskomen.
Die laatste dingetjes zijn echter precies die reden dat het mij snel te zoet wordt. Twee á drie nummers is nog okay, maar dan ben ik ook verzadigd. Retro-hardrock met veel glucose.
Favorieten die ik aanvinkte: opener Disaster, Running to You en In the End.
» details » naar bericht » reageer
UFO - Mechanix (1982) 4,0
23 december 2025, 11:55 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren
» details
Panic - 13 (1978) 3,5
23 december 2025, 09:05 uur
Op reis door new wave en punk, kwam ik door het overlijdensbericht in Oor van zanger Peter ten Seldam bij dit enige album van zijn groep Panic. 13 had ik gemist, toen (te jong) en later (slechts in 1978 en 2011 verschenen heruitgaves en die laatste alleen in de VS).
Wel kan ik me vaag herinneren destijds over de groep te hebben gelezen. Iets met chaotische concerten en een geduchte livereputatie. 13 is echter compleet nieuw voor me. Geproduceerd door de groep met (KRO-dj en journalist) Peter van Bruggen, die in Oor een vroege chroniqueur van punk was. Rondkoeklend ontdek ik dat Panic ook belangrijk was voor Paradiso, dat in die jaren veranderde van een wat ingedut hippie-etablissement naar een eigentijdse concertzaal.
De hoes is veelzeggend 1978: de kleurige inrichting van de ruimte, veel oranje; de kleding van de dames met onder andere een lange bruine rok en caramelkleurige legging (ik moet denken aan de foto's in Libelle die mijn moeder destijds las). Aan de muur echter de zwart-witposter van de groep. Diezelfde foto staat op de achterkant, waar als bezetting wordt genoemd Peter Penthouse op zang, Mike Decourt (Michiel van 't Hof) op gitaar, Pete Passion (Piet van Dijk) op bas en Rheinhard Roffel (Rein de Graaf) op drums. De eerste persing was meteen op rood vinyl.
Met de oren van toen klonk 13 ongetwijfeld ontzettend rauw en rudimentair, al vermoed ik dat degenen die erbij waren zullen beamen dat ze live pas echt tot hun recht kwamen. Een directe productie zonder toeters en bellen, zes nummers op kant 1 en zeven op 2. Tot op het bot uitgeklede rock 'n' roll zoals punk beoogde te zijn, met Baby Please als duidelijkst voorbeeld dankzij een rockabillyriff.
En verder begint de plaat met het geluid van een rochel, is schuttingtaal niet uitgesloten, waarbij het titellied uitlegt wat een dertienjarige allemaal nog niet mag, verlangend naar het moment dat hij zestien wordt.
Hierboven wordt als grootste favoriet Requiem for Martin Heidegger genoemd, inderdaad de knallende afsluiter van dit album over de Duitse filosoof, tevens NSDAP-lid. Hierna eindigt de elpee met de vervormde en versnelde klanken van de diverse zangsporen, op streaming helaas tot een aparte track gebombardeerd.
Op mijn afspeellijst met wave uit dat jaar, de muziek op chronologische volgorde van verschijnen gezet, staat het titelnummer tussen Wayne County and the Electric Chairs (28 Model T) en Elvis Costello (I Don't Want to Go to) Chelsea. Toen punk en new wave nieuw en vaak onvoorspelbaar waren.
Mijn reis kwam van de live-elpee Hanx! van het Noord-Ierse Stiff Little Fingers uit 1980. Ik keer terug naar waar ik was gebleven: mei 1981 waar qua mode en beleving één en ander is veranderd, single Stand and Deliver van Adam and the Ants.
» details » naar bericht » reageer
Stiff Little Fingers - Hanx! (1980) 3,5
18 december 2025, 22:38 uur
Ik heb best een pittig jaar achter de rug met enkele grote veranderingen in de privésfeer. Toch kan ik me nog steeds boos maken om onbenulligheden. Zoals over iets wat ik las in het platenwinkelblad Mania, het novembernummer (#422) van dit jaar bij een stukje over 154 van Wire. Alinea 2 begint met de woorden: "Tussen 1977 en 1979, het jaar waarin punk overleed..."
'Punk overleed'? Ik ben geen punk (geweest) maar kan in 1979 diverse albums aanwijzen van (vaak nieuwe) punkgroepen die met fris elan musiceerden: het Noord-Ierse Stiff Little Fingers met muziek uit de oorlogszone aldaar (album Inflammable Material), The Members (At the Chelsea Night Club), arbeiderspunk van Sham 69 (het malle The Adventures of the Hersham Boys), The Ruts die punk met reggae combineerden (The Crack) en natuurlijk was daar het titelloze debuut van The Undertones, ook uit Ulster.
Hanx! (oftewel 'thanks') was in 1980 het liveresultaat van de eerste twee albums van Stiff Little Fingers, mede bedoeld om de groep in de VS te introduceren, zo vertelt zanger Jake Burns in het interview op de bonusversie-cd. Wat we horen is - met de oren van nu - weliswaar muzikaal niet vernieuwende punk, maar wie in de achtergronden van de groep duikt en van Burns' inzet weet om reggae te integreren in deze rechttoe-rechtaan rauwe rock, proeft dat er méér is dan het eerste gehoor doet vermoeden. Met als persoonlijke favoriet Alternative Ulster.
Het verpunkte White Christmas (een bonustrack op de cd-editie van 2001) mag met de oren van nu cliché lijken, ook bij mij; toen echter was het oppunken van traditionals hartstikke fris; vergelijk dit met Sid Vicious' My Way.
Nee, punk stierf niet in 1979. De eerste golf was weliswaar (soms tijdelijk) uitgeblust of overgestapt naar andersoortige muziek, een tweede golf nam echter het stokje over. Die haalde inderdaad niet meer de megasuccessen van hun voorgangers (alhoewel: Hanx! kwam in het VK in september '80 tot #9), buiten de hitlijsten bleef de lava wel degelijk bubbelen.
Mijn reis door new wave kwam van de powerpop van The Atlantics en vervolgt bij een opnieuw door mij gemist album: het Nederlandse Panic en hun enige album 13; punk uit 1978.
» details » naar bericht » reageer
Glenn Hughes - Resonate (2016) 4,0
18 december 2025, 22:11 uur
Ik schreef laatst iets bij de nieuwe van Glenn Hughes, Chosen uit 2025. De reactie van milesdavisjr prikkelde mij om de voorganger te gaan beluisteren.
Dit Resonate is dus van negen jaar eerder en warempel, het is langzamerhand gegroeid en gegroeid. Qua funkinvloeden vind ik het nogal meevallen, het is een voluit rockend album met op Landmines een vleugje funk. Echter, waar die stijl er vroeger toe leidde dat Hughes ad libs en gilletjes zong - die werken op mijn humeur als dezelfde dingetjes van bijvoorbeeld Mariah Carey, kwestie van smaak - laat hij die hier achterwege. Het nummer hoort zelfs bij mijn favorieten.
Hughes zingt robuust en anders dan op Chosen duikt af en toe het geluid van het Hammond op. Dat orgel past goed bij zowel de historie als de composities van de voormalige Deep Purpleaan.
Andere favorieten: bij Let It Shine word ik voor het eerst vol geraakt. Wat een bizar korte, maar effectieve en heavy riff. In combinatie met het lichtere refrein werkt dat érg goed.
In Steady duikt Jon Lord, excuseer Lachy Doley op met zijn orgel: een heerlijk intro gevolgd door een dansende riff. Het ingetogener When I Fall draagt een fraaie melancholie met zich mee en Stumble & Go heeft een pakkende riff en aparte bruggen. Long Time Gone tenslotte begint akoestisch en wordt dan stevig met - toch nog - enige scheurende funkgitaar. Lekkerrr.
Anders dan bij Chosen heb ik in de tweede helft dus totaal geen last van verzadiging, integendeel, de sterke nummers bevinden zich vooral aan die kant. Miles, bedankt voor je aanzet!
» details » naar bericht » reageer
Cheap Trick - All Washed Up (2025) 4,0
16 december 2025, 15:52 uur
Eergisteren stond ik stil in 1979: Dream Police van Cheap Trick. In het interview in Muziek Expres uit dat jaar vertelde gitarist Rick Nielsen 26 jaar te zijn en als dat klopte is hij inmiddels 72. En toch komt de groep, waar zanger-gitarist Robin Zander en bassist Tom Petterson de andere oudgedienden zijn, met studioplaat numero 21. Een hele prestatie. Drummer is opnieuw hun "touring drummer" Daxx Nielsen, zoon van Rick.
Zanders stem is - verrassend met de 46 jaren die zijn verstreken - iets minder diep dan toen, heeft een aangenaam hees randje en nog altijd volop bereik. De heren brengen traditiegetrouw liedjes met kop en staart in een meestal stevig (hard)rockend jasje. In retrospect worden ze een powerpopband genoemd, waar Cheap Trick ooit voor hardrock doorging. Ach ja, plak er het labeltje op dat u wenst, feit is dat de heren liedjes kunnen schrijven en dat de gitaren meestal scheuren.
Uiteraard doet het ene nummer meer dan de ander. In de auto was ik het meest gecharmeerd van de uptempo opener All Washed Up, de melancholie van het kalmere All Wrong Long Gone en iets dergelijks met Twelve Gates, het swingende en rockende Dancing with the Band met pakkend hoog hoo-hoo-koortje en vooral A Long Way to Worcester, dat een persoonlijke tekst heeft; in mijn geval helaas enigszins actueel, waardoor hij extra binnenkomt.
Tevens uw aandacht voor de knotsgekke gitaarsolo's die Nielsen kan spelen: hoor ze maar eens in A Long Way to Worcester en vooral The Riff that Won't Quit.
Contrasten zijn er ook: Bet It All heeft een doomriff alsof Black Sabbaths Tony Iommi die schreef, The Best Thing is een midtempo rockballade met rijke koortjes en met slotlied Wham Boom Bang klinkt jazzswing in popjasje. Toch horen die zijstapjes niet bij mijn favorieten: het liefst hoor ik nummers waar de groep zowel rockt als een sterke melodie heeft.
» details » naar bericht » reageer
Lone Star - Lone Star (1976) 3,5
15 december 2025, 18:12 uur
Laat ik deze plaat nou begin november in een platenbak zijn tegengekomen. Uiteraard meegenomen en de omschrijving van Arjan Hut klopt helemaal. Je hoort invloeden van Led Zeppelin en ook zou je aan Free of Bad Company kunnen denken: de wortels stevig in de blues, is dit ouderwetse hardrock volgens het boekje, sterk uitgevoerd.
Nou ben ik niet de grootste fan van die namen, maar de heren uit Cardiff, Wales doen niet voor hen onder. Omdat ik gitarist Paul Chapman van UFO ken, luisterde ik aanvankelijk met die oren en verrek, hier en daar kun je je voorstellen dat Phil Mogg een nummer had kunnen zingen. Maar al schemert ook bij die groep vaak de schaduw van de blues, toch ligt het resultaat veel dichter bij Zep. Sterkste bewijs daarvan is slotlied Illusions, dat tokkelend-sferisch begint met Driscolls herkenbare hees-rauwe stem centraal.
Chapman heeft in Tony Smith een capabele collega, de toetsen van Rick Worsnop (bijzondere naam, het lijkt wel Spinal Tap) zijn daarentegen meestal bescheiden. Alhoewel, in She Said krijgt hij een solo. Verder valt links en rechts op dat drummer Dixie Lee een dubbele basdrum inzet zoals in opener She Said, in 1976 nog vrij zeldzaam in de wereld van luide rock. Leuk om de elpee tegen te komen (Nederlandse persing) en om te horen waar Chapman en Driscoll voor stonden. Beste voorbeeld daarvan is A Million Stars, waar één en ander het meest spettert.
Wellicht interessant voor de fans van UFO en andere namen die ik noemde. Ook liefhebbers van het Thin Lizzy van midden jaren '70 zouden dit kunnen waarderen. Het album staat niet op mijn streamingplatform, wél op JijBuis.
» details » naar bericht » reageer
Arkona - Slovo (2011) 4,0
15 december 2025, 17:40 uur
Een lofzang op de Russische historie van lang geleden, uitgebracht in 2011, toen het wereldtoneel anders was: ik schijn me inmiddels te moeten voorbereiden op een wereldoorlog, volgens ome Mark. Arkona bracht tot dusver negen studioalbums uit, de laatste in 2023 en volgens Facebook was men onlangs nog in Bogotá, Colombia. Hopelijk kan deze groep eraan meewerken dat de spanningen tussen de machtsblokken niet verder oplopen, denk ik in een naïeve bui.
Vorige maand totaal op de gok gekocht, toen ik de cd tweedehands zag staan: vond het schilderij op de voorzijde van Slovo zo mooi. De vorige eigenaar was de muziekbieb van de NPO, ik moest wat stickertjes verwijderen waarbij het boekje iets beschadigde. Pas thuis kon ik de groepsnaam ontcijferen: Arkona. Het is een kwintet dat met een batterij anderen, waarbij het Kamerorkest van het Kazan Staats Conservatorium en het Studentenkoor van de Moskou Staats Conservatorium.
Aangezien het label Napalm is, schatte ik in dat dit heftig zou zijn en de liedtitels verraden Oost-Europese oorsprong. Dat klopt. Folk- en paganmetal, een klassiek orkest, accordeon, snelle blackmetalriffs en blastbeats, fluit, diepe grunts, massieve koor- en pakkende vrouwenzang, powermetal, viool; het komt op Slovo allemaal samen. De teksten zijn in het Russisch en verhalen over de Russische oorsprong en tradities, zoals de Aryanen en de stad Arkaim.
Het lukt me meestal niet om het uur muziek in één keer te behappen. Vaak heb ik na een half uur genoeg gehoord, ook al omdat ik het gitaargeluid (direct in mengpaneel ingeplugd) niet helemaal lekker vind. Maar speel ik een dag later de tweede helft af, dan luister ik weer aandachtig. Dit zijn de jaren van pro-tooltechnologie en de combinatie van folk en de afwisselende composities biedt een fraaie metalsymfonie.
De Engelstalige teksten in het boekje leggen kort uit waar de afzonderlijke nummers over gaan. Zo gaat het van het rustige Predor (voorouder) naar het beukende koorlied Nikogda, waarna het afwisselend ingetogen en heavy Tam Za Tumanami volgt.
Aanbevolen voor fans van bijvoorbeeld Eluveitie en andere zwaargewichten, de namen die de combinatie van loodzware riffs met Slavische folk niet schuwen. De kunstwerken in het boekje - van de Belg Kris Verwimp - zijn een mooie bonus bij dit audioverhaal. Slovo is een krachtig album voor wie veel uiteenlopende stijlen aankan.
» details » naar bericht » reageer
Status Quo - Driving to Glory (2024) 3,5
14 december 2025, 21:26 uur
Eigenlijk was ik niet van plan Driving to Glory aan te schaffen, maar de woorden van vielip bleven hangen: "Dit is best een leuke release! Veel b-kantjes en non albumtracks. En daar zitten een aantal gave nummers tussen zoals de eerste vier nummers." En dus een jaar later alsnog gekocht; op cd, zodat ik alle veertien onbekendere nummers kon toevoegen aan mijn verzameling.
De verpakking is dik in orde met daarbij een begeleidend schrijven van producer Mike Paxman, die ieder nummer kort toelicht. Leuk is dat hij ook twee vertrokken oerleden noemt, namelijk Alan Lancaster en John Coghlan, belangrijk voor de grondlegging van het typische Quogeluid. Hierboven gemopper over de hoes; wat is er mis met een hot rod?
De muziek begint in 1999 (het titelnummer en Fighting with the Pack komen van de Duitse tv-serie / soundtrack Benzin in Blut) en eindigt in 2004 met een B-kant. Het was de periode dat Status Quo na enkele kleffe jaren de rug rechtte en weer redelijk in vorm kwam. Tussendoor onder meer werk dat als bonustrack alleen in Australië of het Verenigd Koninkrijk verscheen.
Enkele opvallende details. In Fighting with the Pack op twee derde een tempowisseling zoals Quo ten tijde van album Whatever You Want deed, helemaal op z'n Rick Parfitts. In Obstruction Day scheurende mondharmonica van toetsenist Andy Bown. Ballade You Let Me Down is vrij saai, maar aan het einde duikt een nieuwe riff op en het nummer versnelt; waarom wordt dat weggedraaid??? Zo leuk!
Dan het rockende The Madness met een strak koortje, de folkachtige gitaarriff van Thinking of You mag er ook zijn. De tekst van Lucinda (muzikaal een vervolg van Rockers Rollin' uit 1977) lijkt pijnlijk autobiografisch, Parfitt zingt er: "Lucinda, you made me a sinner. (...) You drive me wild, gotta meet my wife and child".
Driemaal komt muziek langs die overbodig is. Het zijn alle drie covers, waarvan twee van zichzelf. Dat zijn op deze cd bonustracks, 1998-heropnames van de Duitse single Whatever You Want / Don't Waste My Time, die afgezien van de productie niks nieuws brengen. De plichtmatige cover van ELO's Don't Bring Me Down, een Britse bonustrack op Quoalbum Riffs, voegt eveneens niets toe aan het origineel.
Favorieten: Fighting with the Pack, het door Parfitt gezongen The Madness en het felle Lucinda. Is dit album een must? Nee. Toch heb ik ervan genoten, een album dat een verrassend goede aanvulling op mijn Quoverzameling bleek.
In april hoop ik Francis Rossi solo in Utrecht te zien optreden. Hoogstwaarschijnlijk geen muziek van dit album, maar aangezien de verhalen achter de liedjes dan ook belangrijk zijn, is het evenmin onmogelijk.
» details » naar bericht » reageer
Cheap Trick - Dream Police (1979) 4,0
14 december 2025, 20:51 uur
November 1979. De NOS was zo dom geweest om hun Hilversum 3-vrijdagmiddag aan aspirantomroep Veronica te geven, waarmee de Nationale Hitparade plaatsmaakte voor de Top 40. Annet van Trigt, later bij Studio Sport, las halverwege het programma het Popjournaal en halverwege die maand kwam single Dream Police binnen op #38, een week later steeg ie één plek en was dan alweer foetsie.
Bij de Nationale Hitparade iets succesvoller: in het eerste weekend van november bij binnenkomst op #28 piekend.
Cheap Trick. Ik associeerde die groep dankzij single I Want You to Want Me en elpee At Budokan met de zomer en echt waar, het was even schakelen: Dream Police klonk tijdens snel korter wordende dagen. Diezelfde novembermaand kocht ik Muziek Expres, een nummer dat ik begin dit jaar via Marktplaats heraanschafte.
Daarin een interview met gitarist Rick Nielsen. De anonieme journalist beschrijft onder meer het uiterlijk: zanger/gitarist Robin Zander een "sexobject", bassist Tom Petterson "redelijk goedogend", gitarist Rick Nielsen "stelt zich op het podium constant aan", drummer Bun E. Carlos "niet te onderschatten, (...) vormt met Nielsen het maffe stel" én citeert de 14-jarige fan Jackie uit Driebergen: "Ik heb helemaal niets gehoord joh, maar hij heeft drie keer naar me gekeken". Dat laatste over Zander.
Nielsen vertelt ook over de videoclip en scriptschrijver David Numan van Superman en Bonnie and Clyde: "Hij schrijft een verhaal over de groep speciaal over ons. En we maken natuurlijk muziek voor andere films." De clip zag ik pas gisteren voor het eerst en inderdaad, die mag er zijn.
Album Dream Police heeft een fraaie klaphoes en bovendien een tekstvel, dat leert dat Nielsen de hoofdcomponist is. Het begint met het titelnummer, dat altijd een favorietje bleef en halverwege dat Beatlesiaanse deel heeft, gevolgd door het swingende Way of the World en The House Is Rockin' (with Domestic Problems).
Misschien omdat ik vorige week Nirvana's Nevermind draaide, maar bij Gonna Raise Hell moet ik qua refrein en rauwe zangstijl nogal aan die groep denken; Zander is een onderschatte zanger, die verschillende sferen uit zijn stembanden kan toveren; hier met overslaande stem. Is hij van invloed geweest op Kurt Cobain? Het gekke is alleen dat drummer Carlos er een discobeat onderzet en aan het einde van het vrij monotone nummer wordt een blik violen opengetrokken, een primeur voor de groep; een nummer dat weliswaar niet mijn favoriet is, maar wel groeit bij vaker draaien.
Op kant 2 wordt afgetrapt met het vrolijke en vlotte I'll Be with You Tonight, dan het midtempo Voices waar Zander zoet zingt, een verrassend fraai liedje. Met het rockende Writing on the Wall is de swing daar en het door Petterson gezongen I Know What I Want heeft qua riffs weg van het AC/DC in diezelfde periode. Na de liveversie van At Budokan staat op Dream Police de studioversie van Need Your Love. Misschien wat makkelijk, maar ook in de studio beklijft dit sterk opgebouwde nummer met de in dit geval zweverige zang van Zander en opnieuw iets van de riffs van AC/DC.
Muziek Expres was in recensierubriek 'Longplaylook' bij de pen van Jaap Bubenik (tevens scenarist van de stripreeks over voetballer Roel Dijkstra) kritisch op het album en gaf 3,5 sterren: "De composities zijn allemaal eender opgebouwd". Ik doe er een halve meer bij, want de groep overtuigt met hun hard rock 'n' roll wel degelijk, de mafheid van Nielsen en Carlos ten spijt.
» details » naar bericht » reageer
Gillan - Future Shock (1981) 4,5
14 december 2025, 17:51 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren
» details
Al Stewart - Modern Times (1975) 4,0
14 december 2025, 16:58 uur
Ik kwam weer eens in de bakken met tweedehands elpees een Al Stewart tegen, in dit geval Modern Times. De afspraak met mijzelf is dat ik als ik er één van hem tegenkom die nog niet in mijn bezit is, ik die blind koop en tot dusver heb ik daar nooit spijt van gekregen.
Het is de plaat die het jaar vóór zijn doorbraakalbum Year of the Cat verscheen, met een hoes passend bij deze grijze dagen voor Kerst. De arrangementen zijn iets minder uitbundig dan bij de opvolger, maar de herkenbare vriendelijkheid en kalmte van Stewarts stem en composities brengen onmiddellijk weer de tijdloze kwaliteit die hem eigen is.
De Schot staat volop in de Britse folktraditie en tegelijkertijd is het tijdloze pop. Hij wordt begeleid door zestien musici, waarbij de dobro en gitaar van Stuart Cowell, de gitaar van Tim Renwick, drummers Barry de Souza en Gerry Conway en de percussie van Tony Carr.
Kies maar eens favorieten. Moeilijk, moeilijk, alles is aangenaam... De productie van Alan Parsons is warm en soms zijn er muzikale zijweggetjes: Spaanse invloeden inclusief castagnetten in Sirens of Titan; op Next Time dat kant 1 afsluit, klinkt kalme blues; slotnummer Modern Times is voorzien van een bak strijkers en een heerlijke gitaarsolo in een wolkje echo.
Perfect passend bij de duisternis die ik tijdens het typen de grauwe hemel zie vervangen, maar de vrolijke akoestische gitaarsolo in What's Goin' On? en de jazzinvloeden op de elektrische piano in Not the One, plus het vlotte Apple Cider Re-Constitution suggereren dat de plaat ook op een zomeravond op zijn plek zou vallen.
Heerlijke plaat met kant 2 als mijn favoriete, ondanks dat daar slechts drie - uiteraard langere - nummers op staan. Wat is die Al Stewart toch een vaste waarde...
» details » naar bericht » reageer
Jefferson Starship - Freedom at Point Zero (1979) 4,0
13 december 2025, 14:18 uur
In 1979 begon het KRO-hardrockprogramma Stampij met Hanneke Kappen. Ik herinner me nog haar afkondiging van een bepaald plaatje, omdat ik die in de kerstvakantie van dat jaar van de radio had opgenomen en vervolgens in mijn geheugen opsloeg dankzij het vele draaien: "Dat was Jefferson Starship en het mooie liedje Jane".
Je hoort dit nummer in Nederland nooit meer op de radio en afgelopen augustus in forum 'Greatest hits of' bleek bij de verkiezing van de beste aor, georganiseerd door 50tracks, dat dit liedje geen enkele kans maakte, al droeg gigage het wel aan. Voor liefhebbers van aor en melodieuze hardrock in klassiek-Amerikaanse stijl is er met Freedom at Point Zero een meer dan aardig pareltje dat kennelijk in de vergetelheid is geraakt.
Ik kocht de elpee in de week vóórdat die verkiezing startte, maar had toen nog problemen met de versterker, die niet matchte met mijn nieuwe platenspeler. De kennismaking kwam pas in november.
Een hiaat in mijn kennis was dat ik dacht dat Grace Slick Jane zong. Maar neen. Sterker nog, ten tijde van Freedom at Point Zero maakte ze geen deel uit van de groep. De hoge stem is van Mickey Thomas, die ik pas in 1985 bij We Built This City van Starship bewust zou ontwaren.
Tweede ontdekking was dat ik destijds ook het slotlied van kant 1 moet hebben gehoord, want Awakening herkende ik vaag; nooit geweten dat het van hetzelfde sterrenschip is.
Opvallend is het drumwerk van Aynsley Dunbar. Zijn naam kende ik vooral als componist, te vinden op het debuut van Black Sabbath dat in 1970 diens Warning coverde. Een drummer in de bluestraditie, van dezelfde generatie als Mick Fleetwood, die net als hij bij John Mayall speelde. Die ging met Fleetwood Mac de popkant op, Dunbar werd een rockdrummer, onder meer als de Aynsley Dunbar Retaliation en vanaf 1970 bij Frank Zappa. Verder speelde hij bij vele andere namen, zoals in '76 bij Sammy Hagar en in 1987 bij Whitesnake.
Zijn werk op Freedom at Point Zero is práchtig! Het zit 'm niet in grootse drumsolo's maar in de fraaie breaks en fills, die in de productie van Ron Nevison heerlijk vol klinken.
De andere twee nummers van kant 1 Lightning Rose en Things to Come bevatten stevige poprock in de richting van Toto en bovendien klinkt een saxofoon. Met Awakening keert weer de aor/hardrock (waar ligt de grens?) terug, vergelijkbaar met werk van Boston of Styx. Hierbij een hoofdrol voor de lange gitaarlijnen van Paul Kanter. Het nummer belandde in mijn playlist met honderd favoriete gitaarsolo's.
Op kant 2 meer van dit fraais, met daarbij een aanstekelijk popachtig refrein in Rock Music (vreemd genoeg geen klassieker in rockland geworden) en als minpunt de ballade Fading Lady Light. Gelukkig is het slot ijzersterk dankzij het stevige titellied met een korte drumsolo als intro.
Jammer dat mijn exemplaar geen binnenhoes meer heeft; daardoor mis ik de nodige informatie. Van Billboard leer ik dat Jane in de VS januari 1980 op #14 piekte, de elpee kwam er een maand later tot #10. Een album dat groeit bij vaker draaien dankzij de talrijke sterke details. Zo heb ik ze graag.
» details » naar bericht » reageer
Nirvana - Nevermind (1991) 4,0
11 december 2025, 22:41 uur
En nu ga ik iets melden wat superorigineel is op dit topic met z'n 2088 berichten. Grapje
.
Trok de cd (die met de bonustrack Endless, Nameless, het enige nummer waar ik echt niks aan vind) uit de kast na het beluisteren van podcast De Platenclub op Spotify. Daarin wordt steeds een album uit de Recensiebijbel van Oor besproken, de laatste aflevering over Nevermind. Leuk om te horen hoe twee generaties naar de plaat luisteren: en passant leerde ik toch nog zaken die ik niet wist.
Destijds was Nirvana voor mij een volgende generatie punk, anders in kledingstijl maar qua muziek nauw verwant. Namen als Sonic Youth, Pixies en The Melvins gingen hen voor, toch was dit weer verschillend daarvan. Bovendien anders dan andere grungenamen als Soundgarden en Alice In Chains die meer aan metal hadden geroken en Pearl Jam waarbij ik classic rock meende te ontwaren.
Een pakkend voortdenderend album. In tegenstelling tot menig ander vind ik Polly best okay, een aardig rustpuntje waarna het geweld van Territorial Pissings extra heftig binnenkomt. Dave Grohls punkverleden komt in dat laatste nummer het beste tot uiting.
Kurt Cobain, Kris Novoselic, Dave Grohl; op Nevermind werkte het prima, ook al was ik als gevorderde twintiger inmiddels te oud om écht omver geblazen te worden. Hierboven kwam ik mooie persoonlijke verhalen tegen van aERodynamIC (zie zijn bijdrage uit 2007), Sandokan-veld (uit 2009) en AreYouThere (uit 2024) die er prachtige anekdotes bij weten te vertellen. Aanbevolen! Mij staat vooral de videoclip van Smells Like Teen Spirit op het netvlies, niet van MTV af te branden. Maar dat is allesbehalve een spannend verhaal.
Something in the Way is het ingetogen slot van een luid album dat er zowat in z'n eentje voor zorgde dat we najaar '91 in één klap van die nare glam metal waren verlost. Dag make-up, welkom terug rock 'n' roll. Daar kon ik met favorieten als The Stranglers, Black Sabbath, Trouble en (de eerste albums van) Saxon goed mee uit de voeten.
PS De mooiste cover van een nummer van Nirvana blijft die van Come As You Are in de versie van de Ierse postbode The King op Gravelands.
» details » naar bericht » reageer
The Atlantics - Big City Rock (1979) 3,5
10 december 2025, 15:15 uur
Er zijn meer groepen die als naam The Atlantics kregen, de bekendste een Australische surfrockgroep uit de jaren '60. The Atlantics van dit Big City Rock zijn echter afkomstig uit de VS, om precies te zijn de Tufts University in Medford, Massachusetts, nabij Boston; opgericht in maart 1976.
Al twee maamden later openden ze voor de Ramones en ook werd gespeeld in de New Yorkse club CBGB én Max's Kansas City. De groep nam enkele singles op, ging door bezettingswijzigingen heen, opende opnieuw voor de Ramones en bovendien voor Boston, The Cars, Cheap Trick en Graham Parker.
In '79 verschijnt Big City Rock, waar opvalt dat de groep hier en daar nadrukkelijk inspiratie vindt in jaren '50 rock 'n' roll, inclusief de zoetgevooisdere jaren '60-versies vóór de beatgolf. Het brengt een aparte vorm van powerpop, een genre dat normaliter uit jaren '60 beat put. In When You're Young wordt die rock 'n' roll gekoppeld aan een denderend ritme á la Ramones. Bij dit alles zijn gitaarsolo's bepaald géén taboe. Sterker nog, die klinken dan weer in de stijl van jaren '70-rock.
Bij Modern Times Girl is mijn verbazing over al deze invloeden helemaal groot, als de groep in het tweede deel onvervalste aor in de stijl van Styx maakt, om in Teenage Flu nadrukkelijk te lenen van Eddie Cochrans klassieker Summertime Blues.
Alhoewel de elpee geen doorslaand succes werd, behield de groep in hun eigen New England een goede livereputatie. In 1980 waren ze op tv met single Lonelyheart, helaas niet op deze elpee te vinden; hier te zien.
In 1983 viel de groep uit elkaar, maar in 2006 verscheen een heruitgave van enkele singles uit de periode '79 - '82 op een album dat simpelweg Atlantics was genoemd. Die werd in '07 gevolgd door de cd Live, opgenomen in de periode dat de groep Big City Rock promootte. In 2009 tenslotte verscheen verzamelaar Powerpop, met werk opgenomen in de jaren '77-'83.
Mijn reis door new wave kwam vanaf 1981 en album Positive Touch van de Noord-Ieren van The Undertones. Ik vervolg bij een livealbum uit 1980 uit diezelfde regio, namelijk Stiff Little Fingers en Hanx!
» details » naar bericht » reageer
Donna Summer - The Best Of (1990) 3,5
8 december 2025, 21:41 uur
Titel The Best of mag dan wel eens vaker zijn gegeven aan een album waarop desondanks een enkel hoogtepunt ontbrak, deze van Donna Summer komt een heel eind. Als piepjong pubertje was I Feel Love het nummer waardoor ik niet alleen voor haar stem, maar ook voor de sequencer viel, al is deze in dit geval eerste generatie. Maar wel wárm, een kwaliteit die Giorgio Moroder zeer wel toepaste.
Jammer genoeg ontbreekt haar vroege hit The Hostage, maar enkele jaren geleden maakte ik aan de hand van dit album een uitgebreidere afspeellijst van la Summer, waarop dat nummer wél staat. Ander hoogtepunt is McArthur Parc, waarvan ik me herinner dat het nummer op de radio klonk toen ik op een bar koude winterochtend eigenlijk naar school moest, maar door de schoonheid ervan met gesloten ogen in bed bleef genieten. Of wat te denken van het pseudo-oriëntaalse Love's Unkind of de vreemde akkoordenreeks in de brug van Dinner with Gershwin?
Ook al is haar muziek buiten mijn comfortzone, het was altijd interessant om haar carrière te volgen. De zangeres werd ziek, naar zij aannam doordat ze vervuilde lucht had ingeademd van de ingestorte Twin Towers, waar zij kennelijk niet al te ver vandaan verbleef. Met haar voortijdige overlijden kwam aan een boeiende carrière een abrupt einde. Wat had ze in latere jaren nog kunnen opnemen?
» details » naar bericht » reageer
The Sweet - Starke Zeiten (1988) 4,0
8 december 2025, 20:42 uur
Eeeeh, weledele heer CHIEP, bedoelt u te zeggen dat hier ook een stukje bij moet? Ik weet dat ik ergens op MuMe heb genoemd dat de cd in mijn kast staat en na je bericht heb ik 'm er maar eens uitgehaald. Starke Zeiten uit 1988 richt zich op de singlesuccessen, zowel die in de beginjaren met pop als de daarop volgende glamrockperiode. Niet meegenomen is hun laatste singlehit in Nederland, Love Is Like Oxygene.
Eigenlijk ongelooflijk dat een groep na de calypsopop van Co-Co, hun tweede hit uit juni 1971 compleet met steeldrums, vanaf januari '73 met Block Buster een rockcarrière wist te creëren. Al is er een soortgelijk voorbeeld met The Status Quo, dat na twee popalbums in '68 en '69 in 1970 als Status Quo terugkeerde met luide boogierock.
Wat valt mij op? De Britse hitlijst Official Charts registreerde achttien hits, de laatste twee verrassenderwijs in 1985, lang na hun laatste Nederlandse hit; zie hier. De Duitse verzamelaar Starke Zeiten richt zich echter volledig op de jaren '70, van hun eerste hit Funny Funny (mei 1971) tot de laatste die deze compilatie haalde: Lies in Your Eyes (januari 1976).
Je hoort hoe in de eerste periode af en toe een vriendelijk scheurend gitaartje opduikt, om vanaf '73 definitief voor een steviger geluid te kiezen met Block Buster. Pas in 1974 verscheen hun eerste serieuze studioalbum, Sweet Fanny Adams; daarvoor was er Funny How Sweet Co-Co Can Be (1971).
Hoe zat het eigenlijk met het Amerikaanse succes van (The) Sweet? Tot voor kort wist ik niet eens dat ze daar ook bekend waren, maar kijk eens wat Billboard vertelt: zes hits, waarvan zowel Ballroom Blitz als Fox on the Run in 1975 #5 haalden.
En aangezien dit een Duitse verzamelaar is, heb ik ook maar eens bij de Offizielle Deutsche Charts gekeken hoe vaak de groep daar in de hitlijst belandde: 21 keer, te vinden onder het kopje Top Titel. Wie de groep live wil zien, kan daarvoor nog altijd buiten hun eigen Engeland prima terecht bij onze oosterburen. Althans, zolang gitarist Andy Scott het nog volhoudt: vorig jaar vertelde hij ziek te zijn, maar niet van plan te stoppen met optreden; lees zelf zijn relaas.
Ten slotte: Poppa Joe ken ik ook als cover van Brabants trots WC Experience, dan heet het Bossche bol. Starke Zeiten is een aangenaam schijfje met een goed beeld van de hitkant van de groep. Maar vergeet dus niet dat er ook een indrukwekkende heavy kant is met een geduchte livereputatie, zoals ik laatst bij Strung Up tegenkwam.
» details » naar bericht » reageer
Sweet - Strung Up (1975) 4,5
6 december 2025, 09:04 uur
Strung Up staat te boek als een compilatie, maar is eigenlijk meer dan dat. Zoals Dibbel en Larzz schreven is dit oorspronkelijk een dubbelelpee: kant 1 en 2 live, kant 3 en 4 de compilatie. Ik kwam 'm laatst op cd tegen, ook dan een dubbelaar. Het livedeel is opgenomen tijdens optredens in 1973, kort nadat de groep de transitie had gemaakt van tienerpop naar glamrock, maar nog vóórdat hun eerste heavy album Sweet Fanny Adams uitkwam
De oorspronkelijke dubbelelpee verscheen pas in november 1975 en gaat muzikaal veel verder dan de rockende singles: er is ruimte voor improvisatie en de groep staat bol van energie. Dit kan zich meten met het beste van tijdgenoten als Deep Purple en Black Sabbath, mede omdat gitarist Andy Scott gitaarmuren bouwt om u tegen te zeggen en verder gaat dan het spelen van de gebruikelijke akkoorden, zoals zijn lange gitaarsolo in Done Me Wrong All Right bevestigt.
Voor de cd-editie zijn drie livebonussen toegevoegd: The Ballroom Blitz, Teenage Rampage dat wordt geïntroduceerd als de binnenkort te verschijnen single, en Blockbuster. Alle drie hitsingles, maar wát een spetterend livegebeuren vormen zij met de andere nummers. Hoor bijvoorbeeld hoe drummer Mick Tucker losgaat in Burning / Someone Else Will, een nummer met expliciete tekst dat ik begin jaren '80 op de radio hoorde. Ik was 'm totaal vergeten, maar de herinnering was er onmiddellijk weer...
De meedogenloosheid waarmee Tucker in Ballroom Blitz om zich heen mept doet denken aan hetgeen de Ramones vanaf '76 de wereld in zouden slingeren, zanger Brian Connolly is daarbij in goede doen. Ook live was de groep in staat om de koortjes zuiver neer te zetten.
Akoestische uitzondering op het al rockgeweld is You're Not Wrong for Loving Me, waarbij Connolly met de anderen schittert op zang, het heeft warempel weg van Amerikaanse westcoastrock. Voor het overige domineren de decibellen, waarbij een intro- en slottape met klassieke muziek het concert omgeeft.
The Man with the Golden Gun duurt een dikke 8 minuten inclusief uitgebreide drumsolo, live nog robuuster dan de studioversie van Desolation Boulevard.
Kortom, een onbekend maar overwegend furieus livealbum. Wat een ontdekking, vijftig jaar na dato!
De tweede elpee bevat een studiocompilatie, met op cd de bonussen The Lies in Your Eyes, Fever of Love, Teenage Rampage en Hell Raiser. Miss Demeanour en I Wanna Be Committed gaan daarbij iets verder dan slechts singleduur; in Solid Gold Brass komt Scott warempel met jazzakkoorden op de proppen, knap gedaan in een nummer waarin de invloed van Jimi Hendrix en Mountain doorklinkt. Dit alles voorzien van een informatieve hoestekst van Tony Prince, is dit een méér dan aangename tijdcapsule. En hárd bovendien.
» details » naar bericht » reageer
Manfred Mann's Earth Band - Somewhere in Afrika (1982) 4,0
4 december 2025, 22:53 uur
Mijn eerste kennismaking met Manfred Mann's Earth Band was als prille tiener in augustus 1977 toen Davy's on the Road Again een hit werd. Sindsdien een favoriet van me. Nooit schafte ik een plaat van ze aan, tot ik afgelopen juli in Antwerpen toevallig tegen een platenzaak in het centrum aanliep. Daar kwam ik net zo toevallig dit Somewhere in Afrika tegen. Die elpee schafte ik aan, vooral uit nieuwsgierigheid.
De spelling van 'Afrika' laat al zien dat hiermee Zuid-Afrika wordt bedoeld, het land waar Mann oorspronkelijk vandaan komt. Al in 1961 vestigde hij zich, toen nog jazzpianist, in Londen. Daar begon hij een journalistieke carrière om spoedig muzikant in de ontluikende beatscene te worden.
Ik heb wel wat met Zuid-Afrika (als ik tijd heb bezoek ik zelfs het jaarlijkse optreden van Fokofpolisiekar in de Melkweg) en uit nieuwsgierigheid kocht ik deze van de Earth Band.
Net als op de kennismakingshit is Chris Thompson zanger, waarbij Steve Waller en Shona Laing regelmatig bij de microfoon aanschuiven. Zijn rauwe stem is passend op dit album dat vijf jaar later verscheen. Hoorbaar is dat de wereld van digitale toetsen in 1983 in beweging was, door Manfred Mann geïntegreerd in de klassieke rock die zijn groep speelt.
Qua teksten gaat het over zijn moederland en ik kan me voorstellen dat de rechtse regering aldaar niet vrolijk werd van zijn duidelijke afkeer van apartheid, zelfs al legt hij zijn kritiek er niet duimendik bovenop: het gaat om de muziek. Maar de teksten - en titels - van composities als Tribal Statistics of de cover van Bob Marleys Redemption Song, hier met de ondertitel No Kwazulu, spreken boekdelen. De hoestekst achterop (linksonder) is bovendien niets verhullend.
Ze vertellen een boodschap waarvoor menig witte criticaster destijds in een psychiatrische inrichting werd weggestopt. Ik kan me voorstellen dat het tot 1990 heeft geduurd - op 11 februari dat jaar werd Nelson Mandela vrijgelaten van Robbeneiland - voordat Mann weer terug kon naar Johannesburg.
Sommige zangpartijen werden in Zuid-Afrika opgenomen en later in de studio in Londen aan de muziek toegevoegd. Het resulteert in een kruisbestuiving tussen (Zuid-)Afrikaanse traditionele muziek en westerse rock. De ervaren muzikanten zijn lenig op hun instrumenten, wat resulteert in een album dat een soort voorloper lijkt van Paul Simons succesplaat Graceland van vier jaar later.
Bij Manfred Mann's Earth Band ligt echter de nadruk op rock, die soms op het randje van symfonische rock balanceert en dat bevalt mij prima. De muziek groeit bij vaker draaien, melodieën worden steeds sterker en dit alles is vernuftig in elkaar gezet.
Sterkste voorbeeld hiervan is de uit vier delen bestaande Africa Suite die kant 2 opent (track 6 - 9), maar ook de verafrikaanste Redemption Song is knap gedaan. Een plaat die steeds weer op de draaitafel landt.
» details » naar bericht » reageer
Sweet - Sweet Fanny Adams (1974) 4,0
2 december 2025, 19:07 uur
LucM noteerde:(reactie op ander bericht)
Klopt helemaal: in opener Set Me Free zit een break die één op één is gekopieerd door Saxon in hun livecombi van Machine Gun en Fire in the Sky, te vinden op Saxons The Eagle Has Landed (1982).
Ik heb mij voorgenomen om, als ik er één tegenkom, een ontbrekend album van Sweet aan mijn verzameling toe te voegen. Opvolger Desolation Boulevard gaf ik in mei een 9 en toen ik kort geleden Sweet Fanny Adams op vinyl oppikte, was snel duidelijk dat dit net zo verrassend is. Zelfs vaak veel steviger dan hun hardrockende hits zoals Ballroom Blitz.
Na het donderende Set Me Free volgt het bijna even stevige Heartbreak Today en ook No You Don't is heavy met een geinige celloriff als bonus. Is dit echt 1974? Glamrock in Rebel Rouser wordt gevolgd door de doo-wop rock 'n' roll van Peppermint Twist, waarmee je toch weer zeker weet dat het inderdaad '74 is.
Alhoewel: met Sweet F.A. dat kant 2 opent ga ik alweer twijfelen: de riffs (á la Still I'm Sad in de versie van Rainbow) en de wijze waarop Andy Scott tegen het einde zijn gitaar teistert... Dit op zo'n voortdenderende wijze, zijn tijd vooruit; bij Restless moet ik aan Uriah Heep denken of de Amerikaanse hardrock van de jaren '70. In to the Night is wat rauwer en slotlied AC / DC is een swingende glamrocker.
Extra interessant voor hen die de New Wave of British heavy metal waarderen. AOVV, B.Robertson, BlauweVla, Broem, Brutus, Dream Theater, EvilDrSmith, gigage, Hans Brouwer, iggy, Kronos, Larzz, Lau1986, Mr. Rock, Neal Peart, Queebus, Rinus, Rockfan, ricardo, Roxy6, Sir Spamalot, vielip, Wolfmother, ZAP! en anderen, kennen jullie deze of de opvolger, die ik nog nét iets beter vind? Mijn favoriete nummers: Set Me Free en en Sweet F.A.
» details » naar bericht » reageer
Wreckless Eric - England Screaming (2025) 4,0
2 december 2025, 06:45 uur
In de beginperiode van pub rock en new wave kom je in 1976, '77 onvermijdelijk de naam van Wreckless Eric tegen. Toen al een vreemde eend in de bijt: ouder dan zijn labelgenoten bij Stiff en bovendien puttend uit de rijke bron van de jaren '60, werd hij in het Verenigd Koninkrijk bekend met Whole Wide World, hier te beluisteren. Ter vergelijking: Jona Lewie was destijds ook zo'n originele eigenheimer in die kringen.
De voorzijde van de hoes van England Screaming vermeldt dat hij liedjes uit de periode '82-'84 opnieuw opnam omdat ze een nieuwe kans verdienden. We zijn 43 jaar verder, maar wat zijn stem betreft hoor ik geen verschil. Die is jong gebleven en met een juweeltje als Lady of the Manor hoor je de ambachtsman-liedjesschrijver die hij is. The Lucky Ones heeft met zijn onbezorgde gevoel iets weg van de jaren '60 van The Small Faces of net daarna namen als Humble Pie en Mott the Hoople. Iets dergelijks lukt eveneens met het rockende Our Neck of the Woods.
Op England Screaming geen zwakke liedjes, wel ambachtelijke edelpoprock.
» details » naar bericht » reageer
Spidergawd - From 8 to ∞ (2025) 3,5
Alternatieve titel: From Eight to Infinity, 1 december 2025, 22:37 uur
De hoes is er eentje waar David Coverdale vrolijk van wordt: een fraaie damesbips en een (in dit geval roze) slang kronkelend over de blote rug van deze vrouwe. From Eight to Infinity van Spidergawd. De groep uit Trondheim, Noorwegen maakt ook luide rock, maar dan wel wat moderner dan Whitesnake en tegelijkertijd met de poten stevig in de traditie. Hun achtste album alweer en de eerste die níet Spidergawd (gevolgd door een nummer in Romeinse cijfers) heet.
Het doet vooral door de stem en zangstijl van Per Borten soms aan Foo Fighters denken, getuige opener The Grand Slam, dat na een kalme start-met-sitar stevig doorknalt en het eveneens uptempo 200 Miles High. Maar dit is heftiger, zoals The Hunter dat dankzij tempo en gitaarsolo uitgroeit van pakweg harde aor naar gejaagde metal. Of The Ghost of Eirik Raude, dat met zijn twingitaren de muziek van Thin Lizzy een update geeft.
De gitaarsolo's kunnen snel zijn en altijd met gevoel voor melodie. Hetzelfde gevoel dat Amerikaanse hardrockgroepen uit de jaren '70 konden grijpen. Die in Revolution gaat voor langere noten en ik denk qua riff aan het debuut van Def Leppard. Melancholieke gitaarlijnen over een slepende riff in Winter Song, soms huilen beide zessnaren van Borten en Brynjar Takle Ohr.
Aangename kennismaking, al biedt Bortens zangstijl voor een heel album te weinig variatie in clean versus rauw, ingetogen versus uithalen. Waar ik aanvankelijk voor een dikke 8 ging, wordt het allengs een dikke 7.
» details » naar bericht » reageer
Glenn Hughes - Chosen (2025) 3,5
1 december 2025, 18:31 uur
Vorige maand meldden kort na elkaar twee zangers uit de historie van Deep Purple ermee te gaan stoppen. David Coverdale met onmiddellijke ingang wegens falende stembanden en Ian Gillan doet nog één tournee met Purple, waar diens toenemende gezichtsbeperking hem kennelijk zal dwingen daarna een punt achter zijn carrière te zetten.
Glenn Hughes was tweede zanger bij Purple in de dagen met Coverdale. Hij is ondanks diens voorbije drugsverslavingen echter nog altijd zeer actief én beschikt over lenige stembanden. Ik ben niet 's mans grootste fan, had altijd moeite met diens funkkant, die zich vocaal uitte in gilletjes en ad libs. Als ik dan lees dat dat aspect hier ontbreekt, raak ik echter geïnteresseerd.
Chosen biedt inderdaad robuuste hardrock, waar zijn stem, riffs en ander gitaarwerk plus een ronkend basgeluid samengaan. Daarbij geniet ik vooral van de melodieën in opener Voice in My Head, titellied Chosen dat ingetogen en stevige delen kent, Heal heeft een pakkende melodielijn en riff, In the Golden heeft een onverwacht fel start en slot, met tussendoor een slepende groove. Daarna treedt bij mij een verzadiging op en word ik nergens echt bij de lurven gepakt, terwijl het niveau nergens is gezakt. Ligt dat aan mij?
Producer en gitarist is de Deen Søren Andersen, die niet uit is op lange solo's maar wél in dienste van de composities speelt. Toch had ik wel iets meer spetterend gitaarwerk willen horen.
Chosen is minimaal degelijk met soms wat extra's; voor de pure rocker waarschijnlijk meer dan dat. De sfeer van feel-good maakt dat ik er uiteindelijk een 7 aan geef.
» details » naar bericht » reageer
Fischer-Z - Punkt! (2025) 2,5
1 december 2025, 17:17 uur
Punkt! Verschenen in september en deze fan van Fischer-Z is er zeker in geïnteresseerd. Tot dusver kwam ik hem niet in fysieke vorm tegen, tenzij ik online ging winkelen. Groepsbaas John Watts legt op de site van de groep uit hoe het zit: "PUNKT! is not just music; it includes a collection of 10 artworks and a short film. The music will initially be released as series of limited edition bespoke vinyl records."
Wel, voor de elpee moet je 55 euro neertellen. Ik frons de wenkbrauwen. Toch maar eens via streaming gaan luisteren. Punkt! klinkt vervolgens als solowerk van Watts met uiteenlopende stijlen en sferen. Soms scheurt het stevig, soms domineren etherische toetsentapijten.
Normaliter houd ik wel van die variatie, hier echter wil het te vaak niet beklijven. Drie keer lukt dat wel: Wonder, 100 Wised up Monkeys en Too Much zijn mijn favorietjes.
De overige hebben kennelijk nodig dat de kunstwerken erbij worden getoond, willen ze beter doordringen. De gebrekkige distributie en absurd hoge prijs helpen daarbij niet: met een fysiek exemplaar in handen zou ik wellicht positiever gestemd raken.
Hopelijk komt dit soort-van-tussendoortje later alsnog redelijk geprijsd uit en anders heb ik pech. Want meer dan vijf euro per liedje betalen voor een verzameling van 36 minuten die te vaak te mager is, dat is te veel. Dan veel liever een leuk concert van Fischer-Z, een groep (sinds 1987 eigenlijk het soloproject van Watts) die immers veel moois heeft gebracht.
» details » naar bericht » reageer
