MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van RonaldjK. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026, juli 2026, augustus 2026, september 2026

Wipers - Youth of America (1981) 4,0

vandaag om 19:58 uur

stem geplaatst

» details  

Orange Juice - You Can't Hide Your Love Forever (1982) 3,5

vandaag om 19:38 uur

Er waren in de jaren 1979 tot '82 nogal wat groepen in de new wave die het na twee, drie albums voor gezien hielden, al dan niet gedwongen. Fischer-Z is de bekendste, mijn vorige halte Secret Affair is er ook zo één. Hier echter een debutant, eentje die het echter eveneens slechts drie albums volhield.
Een groep die enkele overeenkomsten heeft met labelgenoten Josef K, dat al na één album sneuvelde. Laat onverlet dat hun eerste single op het label verscheen van de drummer van Orange Juice en dat gitarist/violist Malcolm Ross later bij de Sinaasappeltjes belandde.

Terzake. Hierboven lovende verhalen over het relatief onbekende Orange Juice uit Glasgow. Op 1 november 1981 betrad L.O.V.E. Love de Britse hitlijst, om de week erna op #65 te blijven steken, oorspronkelijk een hit voor Al Green uit 1975. Het was de eerste voorsmaak van elpee You Can't Hide Your Love Forever uit het jaar erna. Soms eigenzinnige zanglijnen van Edwyn Collins, waarbij ik vaak het gevoel heb dat hij uit de bocht gaat vliegen - maar hij doet dat niet.
In Untitled Melody een vleugje blues, echter volledig ondergedompeld in het alternatieve gitaarliedjesstijl van de Schotten, waarbij bassist David McClymont zijn instrument bespeelt als was het een gitaar: nogal wat solonoten in de hoge registers en in bijvoorbeeld afsluiter In a Nutshell ook akkoorden, al dan niet gebroken.

De aftrap was met Falling and Laughing frivool in z'n funkpopsaus, swingend en vrolijk. Een andere kleur is bijna vaudeville, zoals in Intuition Told Me (Part 1) gebeurt, Satellite City als een kruising tussen Amerikaanse funk (blazers) en Afrikaanse pop (gitaar), blues in Consolation Prize. In de Angelsaksische wereld heet dit jangle pop, een andere benaming die de lading niet geheel dekt. Dat ze daarbij steeds met verrassend sterke liedjes op de proppen komen, laat horen welk een potentie deze groep had. Als één der sterkste voorbeelden zou Dying Day kunnen gelden.

Felicity kwam eind januari '82 tot #63 en eind februari 1982 belandde het album in het VK in z'n eerste week meteen op #21. Daarmee was Orange Juice in deze fase meer een album- dan een singlegroep.

De reis vervolgt bij de tweede van de Amerikaanse Wipers, waar het er aanmerkelijk steviger en grimmiger aan toegaat.

» details   » naar bericht  » reageer  

Secret Affair - Business as Usual (1982) 4,5

gisteren om 19:09 uur

Samen met The Jam en The Chords hoorde Secret Affair bij de modrevival die eind jaren '70 een bescheiden trend werd in Londen. De invloeden stevig in de jaren '60, wat bij Secret Affair betekende dat men evenmin doof was voor jaren '60 soul. Vooral op het debuut Glory Boys klinkt die, waarna een modernere aanpak op opvolger Behind Closed Doors de overhand had.
Drummer Sheb Shelton vertrekt dan naar Dexys Midnight Runners en wordt vervangen door Paul Bultitude, neef van bassist Dennis Smith. In '81 tourt men een maand door de VS en Canada.

Derde album Business as Usual blijft qua productie (de ervaren producer Nick Tauber) dichtbij dat tweede album, waarbij de invloed van soul weer bijna net zo groot is als op het debuut. De trompet van zanger Ian Page en saxofoon van Dave Winthrop zorgen daarvoor. Tel daarbij een dozijn sterke gitaarliedjes op vlot tempo (de geluidsbanden werden opzettelijk versneld in de groef geperst!) en je hebt een plaat die ik met een 9 waardeer.
Invloeden uit de beat hoor ik in melodiebuigingen en koortjes, waarvan Hide and Seek een duidelijk voorbeeld is. Het ene na het andere pakkende nummer komt langs, waarbij de enige Britse hit van dit album: al in oktober 1981 kwam Do You Know tot een te bescheiden #51.
Het bleef de enige hit, waar de vorige albums er ieder twee hadden. Ook een albumnotering wilde niet lukken, terwijl de liedjes zo sterk zijn. Het zou hun laatste album blijven tot een eenmalige terugkeer in 2012 met Soho Dreams.
Ik ben verbaasd. Wat ging er mis met dit Londense bandje, ergens in '81, '82? De bronnen houden het op te weinig steun van label I-Spy, een dochter van Arista. Zo had de groep dit Business as Usual al in oktober willen uitbrengen, de platenbazen besloten dat eind januari '82 beter was. Secret Affair viel uit elkaar.

Gitarist David Cairns keert in 1989 terug met de groep Walk On Fire en album Blind Faith en gaat dan in de VS bij gitaarfabrikant Gibson werken. Vanaf 2002 treedt Secret Affair weer incidenteel op, tien jaar later resulterend in het eenmalige comebackalbum. Op hun website zie ik dat ze in november '26 in Liverpool optreden in The Cavern, waarmee de connectie van deze modgroep met jaren '60-beat nog eens wordt onderstreept.

Alweer zo'n lekker wavegroepje. Ik kwam van het enige album van Medium Medium en vervolg in november 1981 bij de eerste hit van het Schotse Orange Juice, te vinden op hun in '82 verschenen debuutalbum You Can't Hide Your Love Forever.

Post Scriptum: wat is de tekst van Follow the Leader toch actueel, check maar eens: ik moet denken aan een land dat tot voor enkele jaren een betrouwbare bondgenoot was.

» details   » naar bericht  » reageer  

Medium Medium - The Glitterhouse (1981) 3,5

Alternatieve titel: The Glitterhouse & Plus, afgelopen maandag om 19:44 uur

Op reis door new wave zit ik in oktober 1981 opeens in een fase dat ik dansbare varianten tegenkom, zoals hiervoor bij Liaisons Dangereuses. Hierboven vallen veelvuldig de termen 'funk' en 'wave', inderdaad het terrein vol kruisbestuiving waarop Medium Medium uit Nottingham zich op The Glitterhouse bewoog. Net als de genoemde Duitse collega's bleef het bij één album, al vertelt Discogs dat er later nog wat live en gerecycled materiaal verscheen.

Vinnig en bijtend is opener Hungry, So Angry met funklicks (Andy Ryder) en dikke bas (Alan Turton). Daarna wordt The Glitterhouse lomer, meer ontspannen, zij het met een gerafeld randje.
Op Serbian Village meteen een tenorsax in het intro (zanger John Rees Lewis). Muziek die enige gelijkenis heeft met bijvoorbeeld Spandau Ballet, maar Medium Medium houdt niet zo van hapklare popliedjes. Het duurt even voor er wordt gezongen en de praat- en roepzang is ongeschikt voor de hitlijsten.
Het dromerige The Glitterhouse klinkt als een liedje dat The Cure ten tijde van Seventeen Seconds was vergeten op te nemen, hier echter op z'n Nottinghams. Een vleugje reggae in het lange Guru Marahaj Ji, waarna ik vermoed dat David Byrne wilde dat hij Further than Funk Dream had geschreven. Al had hij ongetwijfeld minder grommend gezongen dan Rees Lewis doet.
Mice Or Monsters heeft een whee-oooo-achtergrondkoortje dat doet denken aan wat The Police deed, het nummer draait op een aangenaam lome groove. Slotlied That Haiku is een instrumentaal avontuur, niet gericht op het grote publiek.

Dat werd wél enigszins bereikt met opener Hungry, So Angry, waarover ik lees dat het nota bene de Amerikaanse Billboard Disco Chart haalde. Ook in de UK Independent Album Chart was enig succes. Omdat de groep korte tijd later uit elkaar viel, eindigde dit interessante verhaal abrupt. Wel dook Rees Lewis samen met oorspronkelijke drummer Nigel Lewis (vertrokken kort voordat Hungry, So Angry verscheen) op in C Cat Trance.

Meer danspasjes bij het volgende wavestation? Jazeker, maar dan zonder funk. Op naar de derde van Secret Affair, nog altijd in oktober '81.

» details   » naar bericht  » reageer  

Liaisons Dangereuses - Liaisons Dangereuses (1981) 3,5

afgelopen maandag om 17:59 uur

Van de synthesizerwave van Thomas Dolby naar een minder toegankelijke variant uit West-Duitsland. New wave/Neue Deutsche Welle wilde nogal eens iets kunstzinnigs hebben. In dit geval begint dat met de groepsnaam Liaisons Dangereuses, een verwijzing naar de gelijknamige briefroman (1782) van Pierre Choderlos de Laclos, in het Nederlands vertaald als Riskante relaties.

De groep werd in 1981 in Düsseldorf opgericht door Chris Haas (daarvoor bij Deutsch-Amerikanische Freundschaft en Beate Bartel (ex-lid van het onbekende Mania D. Ze haalden zanger Krishna Goineau erbij, zoon van een Franse vader en Duitse moeder en opgegroeid in Barcelona, waarmee hun enige album meteen Europese allure heeft. Liaisons Dangereuses verscheen in oktober 1981.
Het verklaart waarom we zowel Frans- als Spaanstalige teksten tegenkomen. Hierboven wordt de dansbaarheid van de muziek terecht geroemd, toch geldt dat niet voor alle muziek. Mystère dans le Brouillard en Aperitif de la Mort zijn experimenteler en op beluistering gericht, soms herinnerend aan wat op de eerste twee albums van The Human League gebeurde.
Tegelijkertijd is er inderdaad genoeg muziek voor de vleermuizendansvloer, waarbij bijvoorbeeld Los Niños del Parque, Etre Assis ou Danser en Peut être Pas wel een blauwdruk voor latere dansgenres als EBM en de eerste House lijken. Dat de Belgische groep Vive la Fête hier enige mosterd vandaan haalde, is ook een mogelijkheid. Tegelijkertijd blijft de kunstzinnige inslag: met Dupont en Liaisons Dangereuses domineert een minder dansbare aanpak.

Meer kruisbestuiving bij het eveneens in oktober 1981 verschenen The Glitterhouse van Medium Medium, mijn volgende halte.

» details   » naar bericht  » reageer  

Fairport Convention - Liege & Lief (1969) 4,5

afgelopen zondag om 21:55 uur

Laatst lag ik een uurtje wakker, precies die nacht dat potjandosie bovenstaand bericht plaatste over deze Fairport Convention. Later die dag ging ik naar Den Bosch, waar ik in een platenzaak een tweedehands exenplaar van Liege & Lief uit de bak viste, geïnspireerd door het genoemde bericht.
Ik leerde Fairport Convention vooral kennen doordat deze fan van Thin Lizzy las dat Phil Lynott een groot liefhebber van de groep was, in het bijzonder van Sandy Denny. Hij nam zelfs een liedje met Clann Eadair voor/over haar op, te zien in een tv-uitzending uit 1984, zes jaar na haar overlijden en een kleine twee jaar voor zijn sterfdatum.

Een sterk en gevarieerd album is Liege & Lief inderdaad. Je hoort overeenkomsten met de eerste drie albums ('71-'73) van Thin Lizzy, toen Eric Bell nog in de groep speelde. Dit bijvoorbeeld qua opbouw en gitaarspel, zoals Fairport Convention doet op Reynardine. Waar Lizzy vervolgens een scheurende gitaar inzette, blijft het bij Fairport Convention ingetogener en dichter bij folk, zij het soms in de rockkledij van die dagen zoals het stevige Matty Groves.
Anders dan in het vorige bericht geniet ik juist extra van de instrumentale Medley met daarin The Lark in the Morning / Rakish Paddy / Foxhunter's Jigs / Toss the Feathers. Sterker nog, wie Thin Lizzy's Roisin Dubh (Black Rose): A Rock Legend kent, het titelnummer van hun album Black Rose uit 1979, zal op twee momenten grote overeenkomsten met de medley van Fairport Convention horen. Dit bij Rakish Paddy en Toss the Feathers. Te opvallend om toevallig te kunnen zijn.

Verpakt in een fraaie klaphoes met binnenin een tiental afbeeldingen met uitleg rond de historie van folk en haar tradities. De binnenhoes is er zo eentje met informatie over andere albums van het label, van Ivan Rebroff (waren mijn ouders liefhebbers van) via Blood, Sweat & Tears en Redbone tot Barbra Streisand. De sfeer van 1969 en hoe ik 57 jaar later alsnog word gegrepen...

» details   » naar bericht  » reageer  

Fischer-Z - X-Ray Serenade (2026) 3,5

afgelopen zondag om 19:25 uur

Fischer-Z, eigenlijk sinds 1987 het soloproject van John Watts, klinkt hier verrassend ontspannen en ingetogen. Vriendelijker en kalmer, al druipt de gemoedelijkheid steevast van zijn/hun concerten af, zoals afgelopen april in Vredenburg.
In de nieuwe Oor een vermakelijk interview met Watts, onder andere over een verloren voetbalwedstrijd in 1980 tussen Fischer-Z en Oor, dat klaarblijkelijk hulptroepen liet aanrukken en zo met 9-1 won. Een uitslag die in het interview door Watts scherp wordt betwist: "Leugens! Leeft Alfred nog?" vraagt hij met de nodige ironie naar journalist Alfred Bos, die zich warempel even later bij het interview voegt, nadat Watts vertelde ook tegen Bob Marley en Iron Maiden te hebben gevoetbald.

Op X-Ray Serenade (de titel verwijst naar het onder de loep leggen van zijn carrière) eerst nieuwe liedjes en dan oude in nieuwe jasjes, een octaaf lager gezongen dan toen - mij te kalm. So Long in wiegende 6/8-maat bijvoorbeeld. Doen denken aan de solotour die hij in 2023 deed met alleen zijn gitaar Parrot en de geluidsman.
Live werkt het wél, mede door de anekdotes die hij vertelde, bijvoorbeeld hoe hij tijdens albumopnamen getuige was van een kortstondige romance tussen Sinéad O'Connor en Peter Gabriel. In het interview gaat het daar niet over, wél over het hoe en waarom die gitaar zo bizarblauw is geworden. Iets met Pinkpop.

Een vriendelijk zondagochtend- of laatavondalbum. Niet urgent, niet omverblazend en desondanks zal ik dit ongetwijfeld binnen niet al te lange tijd aanschaffen. Want geleidelijk pakt Watts me met zijn Fischer-Z toch weer in.

» details   » naar bericht  » reageer  

Supertramp - The Very Best Of (1990) 4,0

afgelopen zondag om 18:54 uur

In 2011 postte kaztor al het bericht dat deze The Very Best of en Die Andere met dezelfde titel maar met een donkere hoes eigenlijk dezelfde zijn. Ik schreef daar waarom ik Die Andere de deur ga uitdoen, want deze met de hoes geïnspireerd door die van Breakfast in America, bevat wél informatie in het boekje: bij de titels staat vermeld van welk album de track komt, wie het schreef en de bezetting van de groep is ook te vinden. Bovendien is er een korte bandbio per album. Geen foto's helaas maar desondanks stukken beter verzorgd dan het bijna-tweelingbroertje.

Daarom waardeer ik deze met vier en die andere met drie-komma-vijf sterren.

Verder koester ik hier en daar vage maar leuke herinneringen, zoals bij Give a Little Bit. Klonk september 1977 op de radio tijdens een vrijdagse les handvaardigheid, met daarna nog Frans en dan snel naar huis om naar de Nationale Hitparade te luisteren.
Of Breakfast in America, dat in 2000 in een Frans wegrestaurant werd gedraaid en verrassend goed bij de omgeving paste. Tijdloze liedjes vol kwaliteit, net als de andere zes die ik bij Die Andere noteerde.

» details   » naar bericht  » reageer  

Supertramp - The Very Best Of (1989) 3,5

afgelopen zondag om 18:47 uur

The Very Best Of. Begin van de zomer gekocht voor in de auto, maar in gezelschap luisteren niet alle nummers even aangenaam. Daar waar de gitaar gaat scheuren, terwijl ik daar op zich bepaald niet vies van ben. Bovendien heb ik, net als in het vorige bericht wordt verteld, meer met de composities van Roger Hodgson.

In gezelschap vallen daardoor af Rudy met z'n "wilde" delen, Ain't Nobody but Me en Crime of the Century. En waar ik - ook op een verzamelaar vaak - voor de 'deep cuts' ga, hoor ik hier het liefst de bekende nummers: School, The Logical Song, Breakfast in America, It's Raining Again, Give a Little Bit, Dreamer, Take the Long Way Home en Goodbye Stranger.
De cd is zojuist verhuisd van auto naar cd-kast en pas toen ontdekte ik dat daar al het gelijknamige The Very Best Of stond, een jaar later verschenen en eveneens in een kringloop opgeduikeld. Een gevalletje 'zoek de x verschillen' en die zitten 'm in de hoes, de volgorde van de nummers en een boekje dat wél informatie geeft. Dus... eigenlijk heb ik 'm dubbel? Dan kan de versie met de donkere hoes net zo goed terug naar de kringloop!

» details   » naar bericht  » reageer  

Thomas Dolby - The Golden Age of Wireless (1982) 4,0

afgelopen zondag om 17:58 uur

De reis van het Kopenhaagse Ballet M.Ecanique naar Londenaar Thomas Dolby is behalve over lands- ook over muzikale grenzen. De synthesizers en popliedjes van de Engelsman zijn namelijk een stuk toegankelijker.

Hij was druk in 1981, zo ontdek ik. Voor en met Lene Lovich maakte hij het nummer New Toy, onder meer verschenen op single, EP (12"), in '82 op verzamelaar Hotel Blue (niet op MuMe). Datzelfde jaar zorgde hij voor de synthesizers op Foreigners 4 nadat men daar de toetsenist had ontslagen. Luister maar eens wat hij verzon voor het intro van Juke Box Hero.

Eerste teken van album The Golden Age of Wireless is er eind september, als zijn solosingle Europa and the Pirate Twins de Britse hitlijst betreedt, om in oktober bescheiden tot #48 te komen. Pas in augustus '82 is daar volgende single Windpower, die het de maand erop tot #31 schopt.
De elpee zit tussen die twee singles in: in mei-juni '82 is het hoogst haalbare een 84e plek om tot tweemaal toe uit de albumlijst te verdwijnen, waarna in september toch nog een #65 wordt aangetikt. Stapje voor stapje vestigt hij zijn naam.

Hierboven enthousiaste verhalen bij deze digitale pop, die enigszins vergelijkbaar is met hetgeen Ultravox in die periode deed. Wat dat betreft is het misschien vreemd dat de noteringen niet hoger waren, maar dat zou nog komen. Hij experimenteert met geluiden en weet daar een eigen geluid van te maken, wat erop duidt wat een creatieve duizendpoot Thomas Dolby is.
Andere hoogtepunten op dit album zonder zwakke momenten zijn voor mij opener Flying North, het licht-nerveuze The Wreck of the Fairchild met z'n Spaanse teksten en Cloudburst at Shingle Street, waar ik door de melodielijn en (achtergrond)zang van Thomas Morgan Dolby Robertson - zoals hij zich hier voluit noemt - warempel aan The Human League moet denken. Knap is ook dat alhoewel de geluiden van 45 jaar geleden verouderd zijn, de nummers desondanks fris klinken.

Volgende halte in het land van new wave: het Duitse Liaisons Dangereuses.

» details   » naar bericht  » reageer  

Ballet M.Ecanique - The Icecold Waters of the Egocentric Calculation (1981) 3,5

2 september, 19:52 uur

Ballet M.Ecanique was een groep uit Kopenhagen, de eerste Deense groep die ik tijdens mijn reis door new wave tegenkom. Vernoemd naar het Ballet Méchanique (1925) van de Amerikaanse componist George Antheil, "halverwege de jaren twintig de enige componist die lid was van De Stijl. Hij leverde een paar tekstuele bijdragen aan het tijdschrift van Theo van Doesburgh, waaronder een over ‘de diagonaal’ in muziek," zo vertelt VPRO's Vrije Geluiden. Diens stuk valt hier te beluisteren. Industrial avant la lettre.

Wie vervolgens naar album The Icecold Waters of the Egocentric Calculation luistert, begrijpt waar
Michael Karshøj (bas, drums en andere percussie), Martin Hall (zang en diverse instrumenten zoals gitaar, cello en marimba) en Morten Versner (bas en viool) de mosterd vandaan haalden. Het is weliswaar geen industrial, toch ademt het de sfeer van fabrieken maar dan met invloeden van grensverleggende klassieke muziek.

Anders dan Antheils stuk zoekt Ballet M.Ecanique in de negen nummers soms naar stiltes en baadt hun muziek in het jasje van postpunk. Een beetje Abwärts of Einstürzende Neubauten, groepen die niet al te ver van Kopenhagen hun habitat hadden. Voeg daarbij de dramatische stem van Hall en je hebt een eigenzinnige cocktail. Zelf luisteren is het devies met de woorden in bovenstaand bericht van reptile71 als kompas.
Sweetened en Theory hebben het sterkst de sfeer van Engelse postpunk, in Lied weet de groep dankzij de vioolpartij weer een andere sfeer te raken en elders kan het experiment het winnen, hetgeen bepaald niet hapklaar wegluistert.

Onder de naam Ballet M verscheen opvolger For het jaar erop, maar die kan ik qua streaming nergens vinden.

Ja, mijn reis door new wave voert me door de meest uiteenlopende geluiden... Die kwam van het Engelse The Passage en vervolgt in datzelfde september 1981 bij de debuutplaat van de veel bekendere Thomas Dolby.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Passage - For All and None (1981) 3,0

1 september, 19:48 uur

Mijn queeste door new wave van 1981 brengt de nodige variatie. Zo reis ik nu van het ongewone geluid van Japanners Sandii and the Sunsetz naar de nogal minimalistische postpunk van The Passage, een groep uit Manchester sinds 1978 actief.

For All and None is de opvolger van debuut Pindrop en klinkt alsof de muziek van Joy Division is gestript tot een geraamte, waarbij het kwartet een oude synthesizer uit hun jaar van oprichting als basis gebruikt. Als ik dit hoor, herken ik helemaal de sfeer van radio: krakende middengolf met daarop het geluid van John Peel. Of de experimentele avonden van de VPRO, waar ik niet altijd het geduld voor had of juist héél enthousiast van werd; de volgende dag op het schoolplein waren dan meewarige blikken de reactie op een enkele beschrijving van mij.

De sfeer is uitgesproken die van een industriestad in verval, met lege fabrieken, grauwe kleuren en rijen voor het werkloosheidsloket waar men het UB40 moest invullen. Centraal staat de desolate zang van Andy Wilson, in opener Dark Times horen we bovendien Teresa Show, een dame met (verrassend!) een klassieke achtergrond. Regelmatig keert een rollende en licht-valse piano terug, vermoedelijk door oprichter Dick (Richard) Witts bespeeld; intuïtieve drumpartijen worden geleverd door Joe McKechnie.

Dit is materiaal voor de fanatiekere postpunkliefhebber, mij is het te kaal. Vermoedelijk is dat voor menigeen een aanbeveling, hopelijk is er iemand die dit album eens in de schijnwerpers wil zetten! Dan vervolg ik mijn reis naar september 1981 en het Deense Ballet M.Ecanique, dat een album met een lange titel uitbracht.

» details   » naar bericht  » reageer  

Sandii & The Sunsetz - Heat Scale (1981) 4,0

1 september, 19:27 uur

Aparte new wave of J-pop of hoe je dit wilt noemen. Ergens in 1981 verscheen debuut Heat Scale van de Japanse groep Sandii and the Sunsetz, allesbehalve een nieuwe groep. Al in 1973 debuteerde Makoto Kubota and The Sunset Gang, twee jaar later brengt zangeres Sandii Ai, op dat moment bekend als radio-dj, enkele singles uit. Zij heet eigenlijk Sandy O'Neale en heeft een Amerikaanse vader en Japanse moeder. Het Amerikaanse Hawaii is waar ze opgroeide.
Zanger-gitarist Kubota en O'Neale raken bevriend, wat er in 1981 toe leidt dat de groep verdergaat als Sandii and the Sunsetz en dit Heat Scale verschijnt.

In opener Heat Scale - Words and Dances is de leadzang voor Kubota, waarna The Great Wall en Bongazuna voor Sandii zijn. Omdat er sprake is van een zangeres en de muziek onder new wave valt, kun je vergelijkingen maken met bijvoorbeeld Lene Lovich of Siouxsie and the Banshees, maar de Japanners hebben vooral een eigen geluid. Daarbij is de groove belangrijk, zoals Tohmei Ningen en El Puzzlo laten horen, inclusief soms venijnige gitaarpartijen.
Dat de muziek dansbaar is, is dan ook een understatement. Anders dan je wellicht met de groepsnaam zou denken, is dit een collectief met verder tweede gitarist Kenichi Inoue, bassist 'King Champ' Onzo en drummer Hideo Inoura.
In The Eve of Adam trekt Sandii de aandacht met uiterst hoge zanglijnen, het semi-instrumentale An Antenna kent dankzij Onzo's slappende basstijl een hoog funkgehalte met daarbij ijle toetsen en achtergrondzang plus enige raps van de dame; Gongloop blijkt een sferische soundscape. Na deze (voor westerse oren vreemde?) experimenten is het lome Kingdoms Without Corners toegankelijk met opnieuw Sandii's ijle zang, waarna het experiment het weer wint door op Dhyana Pura traditioneel Japanse muziek te koppelen in de richting van wat Brian Eno op diens ambientwerk deed.

De groep krijgt belangstelling van onder meer de groep Japan (zie deze site met bovendien de nodige achtergrondinformatie) en David Bowie, die in zijn platinablonde fase gemoedelijk een sigaretje rookte in bijzijn van de groep. Ook kan ik me voorstellen dat liefhebbers van Talking Heads dit zullen waarderen, mits men bereid is om de Japanse inslag te omarmen.
Met enig zoeken en scrollen (de titels worden ook in het Japans genoteerd) is Heat Scale op streaming te vinden, op mijn platform als onderdeel van een afspeellijst met voorafgaand een liveplaat en hun tweede album.

Roxy6, naar ik lees had jij opvolger Immigrants in bezit? Kun je je nog iets herinneren van de reputatie van Sandii and the Sunsetz in die tijd?

Mijn reis door new wave bevindt zich in 1981, kwam van de aardsere gitaarwave van Urban Heroes uit Den Haag en vervolgt met postpunk bij The Passage uit Manchester.

» details   » naar bericht  » reageer  

Urban Heroes - The Age of Urban Heroes (1981) 3,0

31 augustus, 22:59 uur

New wave in 1981 kende onder andere Urban Heroes uit Den Haag. Ze klonken frequent op Hilversum 3, vooral bij de VARA maar ook bij de omroepen met een commerciëlere smaak, dankzij de hits van het debuut. Bovendien werd opgetreden met namen als Joe Jackson en The Stranglers.
Wel had ik een afkeer van het overvrolijke Habadabariwikidi, de enige hit van dit tweede album en bovendien de laatste die ze zouden scoren: #23 in juni 1981. Ik heb er 45 jaar later nog steeds niets mee.

The Age of verscheen het jaar na de eersteling en alhoewel lekker geproduceerd, lijdt het enigszins aan iets wat vaker voorkomt: de betere nummers waren al gebruikt op het debuut. Toch word ik vrolijk van opener In the Age of Me, van Chips met aangenaam kille toetsen, van de nodige percussie in Weekend Beat. Het overige is steevast aardig, maar blijft niet hangen: daarvoor zijn de refreinen niet pakkend genoeg, zoals die van het op zich aardige Pay-off.

Grappig is dat de groep ook in '81 een split-single met radio-dj Alfred Lagarde uitbracht: de Heroes op de B-kant met We Are Urban Heroes van het debuut, op de A-kant Lagarde met Gesprekken over verzekeringen. Inderdaad, een reclame-singletje. In hetzelfde jaar verscheen Live, maar in 1983 of kort daarna stopte de groep.
Wel zou volgens Mume in 1983 nog Lost & Found zijn verschenen, volgens Wikipedia echter pas in 2004, waarbij ik vermoed dat het om opnamen uit 1983 gaat. Vermoedelijk heeft MuMe het hier fout.

Zanger Evert Nieuwstede deed vervolgens onder meer achtergrondzang bij stadsgenoten Golden Earring en maakte in 1985 met drie Urban Heroesleden een doorstart als Boom Boom Mancini. In '89 keerden de Heroes terug met Hot Piece of Merchandise.
Ik echter bevind me in de wondere wereld van new wave van 1981. Vorige halte was het tweede en laatste album van de Amerikanen van The A's, voor de volgende reis ik naar Japan, waar Sandii & The Sunsetz zich melden.

» details   » naar bericht  » reageer  

The A's - A Woman's Got the Power (1981) 4,0

31 augustus, 21:33 uur

New wave in 1981, twee Amerikaanse groepen in de categorie powerpop met desondanks een heel ander geluid: ik reis van Shoes naar deze tweede van The A's. Die laatste was één van de groepen zoals ik er rond 1980 wel meer tegenkom, namelijk na twee of drie albums geldt 'einde platencontract' en een groep die de handdoek in de ring gooit.

Toch is A Woman's Got the Power bepaald geen slecht album. Een beetje alsof de heren onder invloed waren van Bruce Springsteen ten tijde van diens Born to Run: passievolle rock, door The A's in stevige eigen aanpak gegoten. De gitaarlick van opener A Woman's Got the Power valt op met z'n funk, het tragere Electricity kent de kenmerkende dramatische zang van Richard Bush, op mijn eerste favoriet Heart of America klinkt een saxofoon op de wijze van de E Street Band en bovendien een banjosolo (jawel!), grootste favo is het passionele When the Rebel Comes Home en iets dergelijks flikt de groep opnieuw op Little Mistakes en Working Man, die laatste zowaar met een vleugje punk erin.
Soms klinkt de koelere aanpak van new wave, getuige Johnny Silent en de laatste twee nummers I Pretend She's You en Insomnia, waar toetsen een grotere rol spelen.

Muziek halverwege Bruce Springsteen en wave? Dat kan kennelijk. Hun debuut vond ik een 8 waard en deze krijgt dezelfde waardering. Te vinden op streaming, via Discogs eenvoudig en betaalbaar verkrijgbaar.

Van Philadelphia naar Den Haag: volgende station is de tweede van Urban Heroes.

» details   » naar bericht  » reageer  

Shoes - Tongue Twister (1981) 3,0

30 augustus, 16:32 uur

Tongue Twister , derde "officiële" en eigenlijk vierde album van Shoes uit Zion, Illinois. Liedjes met lieve zang en mild scheurende fuzzgitaar. Teksten veelal over meisjes die jongensharten breken, in het verlengde van voorganger Present Tense.
De zang kan klaaglijk zijn, koortjes bevatten en jaren '70 sfeer pop echoën, dit alles op z'n sterkst samengebald in Only in My Sleep. Een enkele keer moet ik dankzij de zang denken aan Cheap Tricks Robin Zander, zoals het refrein in She Satisfies.

Gebleven zijn de robuuste en tevens wat (te?) vierkante drumpartijen van Skip Meyer. Tongue Twister is vriendelijk maar gaat met een zeker minimalisme ook wel vervelen. Tegelijkertijd is er steeds de knipoog die ook dát weet te relativeren. Verrassend is het zwoele Found a Girl, bijna drumloos maar wel met toetsen, gevolgd door powerpop met lekkere gitaarlick in slotnummer Hate to Run.

Mijn reis door new wave kwam van het Nederlandse The Tapes en blijft nog even in juni 1981, The A's en A Woman's Got the Power.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Tapes - On a Clear Day (1981)

29 augustus, 13:43 uur

De eerste van The Tapes staat niet op streaming, net als deze derde. Dan is het lastig als je onderweg bent door new wave in 1981 en On a Clear Day wilt bespreken.
Op YouTube vond ik wel Hot Line en livebeelden plus audio van Night After Night, die bevestigen wat de niet meer op MuMe actieve zaaf en Tomio noteerden, namelijk dat we kwaliteit horen en muziek in het straatje van Talking Heads. Zó jammer dat de rechtenhebbende (destijds platenmaatschappij WEA) dit op de plank laat liggen, want The Tapes' Party mag er zijn en maakt nieuwsgierig naar méér.

Enfin, de rit vervolgt en we hopen op alsnog een heruitgave. Ik kwam van Britse punk van The Adicts en vervolg in juni 1981 bij de Amerikanen van Shoes en hun Tongue Twister.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Adicts - Songs of Praise (1981) 4,0

29 augustus, 12:23 uur

Op reis door new wave in 1981, voert de reis van de tweede van The Reds naar het elpeedebuut van The Adicts uit het Engelse Ipswich. Ongetwijfeld is de groepsnaam opzettelijk fout gespeld: de groep speelde al samen in 1975 en behoort in feite tot de eerste Britse punkgolf. De tweede kwam in '79 boven water, The Adicts deden bescheiden mee met een single met daarop vier nummers, Lunch with the Adicts, maar het duurde dus nog twee jaar tot elpee Songs of Praise.

Ik kende de groep niet, het is dat Die Toten Hosen op Laune der Natur (2017) op de bonus-cd van hen Viva la Revolution coveren. In het cd-boekje schrijft gitarist Kuddel (Andreas von Horst) van de Hosen dat ze de groep in 1982 live in Londen zagen optreden en in '84 gezamenlijk in Düsseldorf op een podium stonden, optredens uitmondend in vechtpartij met hooligans.
Het nummer blijkt inderdaad één van de hoogtepunten op het debuut. Ouderwetse en luide punk, pre-hardcore, vrolijk en melodieus waarbij de als clown verklede frontman Monkey (Keith Warren) opvalt met zijn uiterlijk, waarbij ik lees dat de andere heren zich ook aan verkleedpartijtjes waagden.
De muziek is echter recht voor z'n raap, met als verdere favorieten opener England met daarin een valse piano, Distortion, Numbers en titelnummer Songs of Praise, een knipoog naar het zondagse BBC-programma met gewijde muziek. Hurt heeft met een fijn-drammerige riff en groove wel iets weg van het stevige werk van Siouxsie and the Banshees. Een eerlijk en puur album, als de eerste punkgolf.

De trein rijdt verder. Volgende station is de derde van het Amsterdamse The Tapes.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Reds - Stronger Silence (1981) 4,0

29 augustus, 11:52 uur

Stevige gitaarwave met ruige zang, dat was het recept op debuut The Reds. De Amerikanen zaten toen nog bij het grote A&M. Opvolger Stronger Silence verscheen bij een kleine, Canadese platenmaatschappij. De muzikale koers wordt gelukkig gecontinueerd. Bij dit alles jankende gitaarsolo's en vooral passievolle muziek op de rand van rock 'n' róóóll en wave.

Bij Do You Play the Game klinkt in de coupletten gitaarwerk waarbij ik nota bene aan AC/DC moet denken, waarna het refrein door een gejaagde wavelick wordt aangejaagd. Rick Shaffer die zijn teksten kan uitspugen, het vergroot het venijn. Killing You is, op de zang na, dan weer kalmer en No More is in alle bombast eigenlijk best gevoelig. Ook leuk zijn de special effects die toetsenist Bruce Cohen ertussendoor gooit.
Diens synths brengen sowieso variatie, zoals in Driving Me Crazy in contrast met de drillende punkriff op gitaar, of de kalmere en postpunkige slotnummers Just a Second en The Signal, die laatste instrumentaal en ontzettend Brits klinkend. Buiten zingt een vogeltje, het past helemaal bij dit verstilde, sferische slot.

Een lekker album uit 1981, waarbij ik de verschijningsmaand niet kon vinden. Het jaar erop was daar opvolger Fatal Slide, terwijl ik vooralsnog mijn reis door new wave in 1981 vervolg. Die kwam van de tweede Secret Affair en vervolgt met Britse punk: de debuutelpee van The Adicts, ook al zo eentje zonder vindbare maand van verschijning.

» details   » naar bericht  » reageer  

Secret Affair - Behind Closed Doors (1980) 3,5

28 augustus, 11:49 uur

Overdreven gesteld: ik moest mijzelf even in de arm knijpen. Is dit werkelijk dezelfde Secret Affair als die van het debuut? Die modgroep met jaren '60-invloeden van The Who tot Smokey Robinson, inclusief een productie met enige echo, als was dit 1965?
Opnieuw produceerde zanger-trompettist Ian Page zelf de plaat, maar op Behind Closed Doors koos hij voor een heel andere benadering, waarbij de instrumenten juist vóórin de speakers lijken te zitten, hier en daar vergezeld door enige effecten als was Page een professionele routinier aan de mengtafel. Bij dit alles wel degelijk sterke composities die dus goed zijn geproduceerd, zoals het vlotte Sound of Confusion.

Het is even wennen, met een muzikale richting die vergelijkbaar is met... uhm ja... Wat Feargal Sharkey solo zou gaan doen? Of wat te denken van ballade Life's a Movie Too, waar het geluid klinkt van new romantics als ABC en Spandau Ballet? Page zingt er zelfs met een snik in zijn stem en ik knijp nog maar eens in de arm.
Daarna keren de puntige gitaarliedjes terug met Looking Through My Eyes en Live for Today. En er is de malle afsluiter Streetlife Parade, dat start als een kalme ballade, om na 2'30" te transformeren in een vlot liedje met zelfs een bijtende gitaarsolo.

Hits voor afzonderlijke singles was er net als bij het debuut tweemaal. My World werd in het VK in april 1980 #16 en Sound of Confusion in augustus #45. De elpee haalde in september 1980 #48.
Bij de twee bonusnummers (het album kreeg in 2001 een heruitgave die ook op streaming staat) zit Take It or Leave It, waarop men terugkeert naar het geluid van het debuut: dankzij de blazers klinkt de nodige soul, waarmee je tevens de associatie met Dexys Midnight Runners opduikt.
Het is qua muzikale aanpak dus hinken op twee gedachten. Of dat een plus- of minpunt is, hangt van mijn stemming af. Secret Affair beheerst beide richtingen.

In oktober 1981 was er een hitsingle van hun derde album, het jaar erop verschenen. Daar ben ik echter nog niet: mijn muzikale reis door new wave kwam van Secret Affairs debuut en vervolgt in '81 met het Amerikaanse The Reds en Stronger Silence, waar de muziek onstuimiger is.

» details   » naar bericht  » reageer  

Secret Affair - Glory Boys (1979) 3,5

27 augustus, 18:35 uur

Bezig met het beluisteren van de albums achter mijn afspeellijsten met new wave, een stroming waarbinnen de nodige stijlen vallen, kom ik onverwacht van de tweede van het Amerikaanse Urban Verbs bij dit album. In de stapels recensies en artikelen die ik van Roxy6 kreeg, zat een knipsel uit een Oor van januari 1980, geschreven door Jan Libbenga over Secret Affair en Glory Boys. Een album dat hier met drie stemmen en nul berichten weinig bekendheid geniet, een groep die mij geheel onbekend was.

Libbenga noteerde: "Ian Page van de Britse modgroep Secret Affair gelooft heilig in de stroming die teruggrijpt naar de modmythe rond The Who en The Jam. 'Punk hield op te bestaan toen de tweede Clashelpee verscheen,' aldus Page. 'De modstroming groeit en groeit en dat zal voorlopig wel zo blijven. Mod lijkt een reactie op het uitstervende punkgebeuren. 'We hate the punk elite,' zingt Page in Time for Action".

Dat nummer had het in september '79 tot een Britse #13 geschopt, waarna het eveneens op Glory Boys te vinden Let Your Heart Dance in november #32 haalde en de elpee eind die maand meteen in z'n eerste week notering tot #41 kwam.

Shake and Shout heeft een baslijn die sterk lijkt op Gimme Some Lovin' van The Spencer Davis Group en als cover is er Going to a Go-Go, oorspronkelijk (1965) van Smokey Robinson and the Miracles. Waar bij de modbazen van The Jam de energie van punk klinkt, grijpt Secret Affair veel nadrukkelijker terug op de jaren '60.
Leuker vind ik de eigen nummers, zoals het vrij uitgesponnen New Dance waar sterker de herinnering aan The Who is. Liedjes waar een onbezorgde sfeer vanaf straalt, zoals het optimisme in Days of Change.
Vaak klinken blazers oftewel soulinvloeden. Extra benadrukt op bijvoorbeeld Don't Look Down en One Way World, dat warempel bij vlagen de kant van Dexys Midnight Runners opgaat. Geen wonder, zanger Ian Page speelt trompet en Dave Winthrop is de saxofonist van de groep. Anders dan The Jam of die andere modrockers The Chords.

Volgende halte in newwaveland is wederom van Secret Affair, te weten opvolger Behind Closed Doors van het jaar erna.

» details   » naar bericht  » reageer  

Urban Verbs - Early Damage (1981) 3,0

27 augustus, 15:39 uur

Het jaar na het debuut verscheen Urban Verbs' opvolger en tevens zwanenzang Early Damage. Zanger Roddy Frantz met zijn zangstijl á la die van de Engelse Toyah Wilcox, schreef de nummers opnieuw met gitarist Robert Goldstein. Toetsenist Robin Rose levert de nodige bliepjes en bassiste Linda France en drummer Danny Frankel vormen de lenige ritmesectie om al deze invallen aaneen te smeden.

Na het korte en sferische introlied When the Dance Is Over begint het echt met Jar My Blood, dat drijft op een semi-Afrikaanse beat. De rol van percussie en groove is groter dan op het debuut, iets waar liefhebbers van Talking Heads blij van zouden kunnen worden, waarbij Frantz - broer van Talking Headsdrummer Chris - iets rechtlijniger zingt dan op het debuut. Bijkomend gevolg is dat de nummers gemiddeld wat langer duren dan voorheen, vaak een dikke vier of zelfs ruim vijf minuten.

For Your Eyes Only lijkt zeker níet op het Bondnummer van Sheena Easton en trapt kant 2 af, opnieuw klinkt dansbare gitaarwave. Soms eist France dankzij een flangereffect de nodige ruimte op met haar stuwende baspartijen, getuige bijvoorbeeld Business & the Rational Mind, waar ook de eigenzinnige gitaarpartijen van Goldstein opvallen.
In the Heat kent halverwege en tegen het einde aangename versnellingen met Frantz' roepzang, waarna de zeven minuten van Terminal Bar traag als een brede rivier stromen, ruimte biedend aan Goldsteins lange noten.

Waar ik onder de indruk was van het debuut, heb ik minder met de opvolger. Kwestie van smaak want Early Damage zit goed en origineel in elkaar.

Een Amerikaanse tour met Joy Division verviel door de dood van Ian Curtis. Dan maar zonder hen touren, maar omdat er geen zicht is op een nieuw platencontract verlaten Rose en France de groep; alleen France wordt vervangen en na een volgende tour die hen ook naar Italië brengt, stopt de groep. In 1995 en 2008 wordt nog eens opgetreden, tot nieuw werk komt het niet.
Roddy Frantz zou in 1983 opduiken bij Tom Tom Club, album Close to the Bone, waarmee een nieuw lijntje met de Talking Heads ontstond. Volgens Discogs bleef het daarna stil rond hem. Over Goldsteins muziekbestaan na Urban Verbs is evenmin veel te vinden, wél dat hij actief was als fotograaf.

Mijn reis door new wave kwam van het debuut van de Haagse Urban Heroes, ik vervolg met Engelse mod van Secret Affair.

» details   » naar bericht  » reageer  

Deliverance - Greeting of Death (2019) 4,0

27 augustus, 07:26 uur

Thrashband uit de San Francisco Bay Area rond zanger-gitarist Jimmy P. Brown II, die zich gedurende de eerste jaren van de groep omringde met gitarist Glenn Rogers, bassist Brian Khairullah en drummer Chris Hyde. Demo Greeting of Death verscheen in 1987 op cassette, Brown zou in totaal 5000 stuks kopiëren. Het kostte hem drie cassettedecks, vertelt hij in het boekje. De demo leidde tot een platencontract bij het christelijke label Intense en in '89 was daar debuutalbum Deliverance.
Intense werd overgenomen door een grotere vis en alhoewel de labelnaam bleef, werd de bemoeienis van de platenbazen zodanig dat Brown en zijn maten spoedig het beginnersplezier verloren. Hij bleef aan het roer, maar de anderen waren bij het derde album vertrokken, mede omdat het tourmanagement niet op orde was. Steeds wisselende bezettingen waren het gevolg. Na Camelot-in-Smithereens (1995) viel Deliverance uit elkaar, om in de jaren erna incidenteel weer actief te worden voor een album en enkele concerten, steeds met Brown als kern.

De belangstelling voor die beginperiode bleef, in 2001 leidend tot een cd-heruitgave bij Magdalene Records waarbij de groeten meervoudig werden: Greetings of Death.
In 2019 verscheen alsnog Greeting of Death op cd met de oorspronkelijke titel en hoes, zoals Browns echtgenote die destijds tekende: "I asked my girlfriend Helen to draw up a cover of a grim reaper waving, 'Hi!'"
De opnamen zijn uiteraard rauwer ten opzichte van het debuut of andere albums, maar knallen als een malle. Daarbij de punk-hardcore van J.I.G. en kerklied Speckled Bird, dat kort en melig voorafgaat aan het snelle Awake. Toegevoegd zijn de twee nummers die Deliverance opnam voor verzamelaar California Metal, te weten A Space Called You en Attack.

Dit alles beluisterend is het jammer dat Deliverance qua platenmaatschappij in de christelijke wereld terechtkwam. Dit had op een gewoon label gemoeten met een band die helemaal paste in de Bay Area thrashscene van die periode en bovendien spelend in dezelfde clubs als de grote namen.
Tegenwoordig is Brown solo actief. Die albums staan nog niet op MuMe maar wel op streaming. Greeting of Death is in Nederland (Alkmaar) verkrijgbaar bij sugarandspice.fr, samen met andere albums van Deliverance én diens soloalbum Eraserhead.

Hier nog heerlijk ouderwetse thrash, compleet gemaakt met een informatief boekje over de historie met foto's en liedteksten.

» details   » naar bericht  » reageer  

Urban Heroes - Who Said... (1980) 3,5

26 augustus, 19:04 uur

Mijn reis door new wave is vooral via streaming, al heb ik een enkele keer een plaat / cd fysiek in huis. Soms bevalt zo'n album zó goed, dat ik 'm alsnog aanschaf. Dat gebeurde vandaag in de Bossche platenzaak The Record Hustler, waar mijn vorige station Urban Verbs in de bak stond, met daarachter deze van Urban Heroes. De eerste schafte ik wél aan, deze Who Said... níet.

Ik kon me namelijk uit 1980 herinneren dat ik in Muziek Expres las over de Haagse groep, die bovendien nogal eens was te horen bij de VARA en wellicht ook KRO, de omroepen die dit soort licht alternatieve pop/wave van eigen bodem promootten.
Vergeten was ik inmiddels dat twee singles van de elpee het tot de hitlijsten schopten. Get It kwam bij de Nationale Hitparade in maart 1980 tot #19 en Not Another World War (actuele tekst, helaas) in mei tot #41. Ik was destijds geen liefhebber van hun muziek, maar bij het afspelen was er onmiddellijk de herkenning; opvallend hoe liedjes zich kennelijk in mijn geheugen kunnen hechten...

Maar er zijn er meer die ik herken, waarschijnlijk door de radiosteun die de Urban Heroes kregen: We Are Urban Heroes en Saturday Nights in Peking. Vijfde liedje dat ik herken is de in een skajasje gestoken cover Baby Come Back. Het origineel hoorde ik vroeger regelmatig op de radio, koeklen leert dat het in Nederland in 1968 een hit was voor The Equals met daarin Eddy Grant.

Wat betreft de rest van This Is... geldt dat het een toegankelijk album is op de grens van pop en wave met krachtige zang van Evert Nieuwstede en sober toetsenspel van Jeroen Ernst, dat de muziek desondanks nét wat extra's geeft.
Overigens staat er een tweede cover op: Headline was in 1979 de B-kant van een single van de Amerikaan (Richard) Bone, in het jasje van de Urban Heroes in een dansbaar rockjasje. Daarvoor staat Dada, pop met een vleugje reggae. Op Dancin' Okay wordt nog nadrukkelijker geflirt met disco.

Kant 2 begint met de stevige gitaren van Joop de Jonckheere in We Are Urban Heroes, waarna Ernst de solospot krijgt in het instrumentale Intro, overgaand in de popwave van 1980 (Has Just Begun). Een vleugje funk in Lovin' You, Lovin' Me en slotnummer Saturday Nights in Peking biedt reggae.

De elpee kwam in mei '80 tot #40. Al met al leuker dan ik vermoedde. Als schoolcijfer een keurige 7,5 in 3,5 ster uitgedrukt. Volgende halte is in april 1981, waarbij ik naar het tweede album van Urban Verbs ga, getiteld Early Damage.

» details   » naar bericht  » reageer  

Urban Verbs - Urban Verbs (1980) 4,0

26 augustus, 08:45 uur

Hoe kun je de new wave van Urban Verbs uit Washington D.C. omschrijven? Misschien nog wel het beste alsof Echo & The Bunnymen als zanger de tot man getransformeerde Toyah Wilcox kreeg. Melancholieke gitaarwave in combinatie met zanglijnen die "alle" kanten opgaan. Het levert negen sterke nummers op met voornamelijk uptempo muziek.
Zanger Roddy Frantz blijkt de broer van Talking Heads' drummer Chris en wellicht dat liefhebbers van die groep iets met Urban Verbs kunnen. Samen met gitarist Robert Goldstein schrijft hij de muziek op debuut Urban Verbs, die ik verrassend Brits vind klinken, al is het moeilijk uit te leggen waar dat hem in zit. Het is in ieder geval anders dan landgenoten als Devo, Oingo Boingo en Wall of Voodoo.

Opener Subways bijvoorbeeld met dat open gitaarspel: prachtig! Frantz zingt, roept, fluistert en schreeuwt... Toch is het melodieus, zij het zanglijnen die voor een ander moeilijk zijn te reproduceren. In het dampende Angry Young Men klinken bovendien computerbliepjes van de hand van toetsenist Robin Rose, terwijl bassiste Linda France en drummer Danny Frankel onvervaard doorstoempen.
Soms kalmer zoals Next Question, of woester zoals Frenzy dat van producer Mike Thorne extra galm meekreeg, soms met nét wat meer melodie getuige Ring-Ring (My Telephone's Talking).

Kant 2 opent met Only One of You dat het beste van de diverse sferen verenigt, waarna Luca Brasi het langzaamste nummer van de plaat blijkt - tot het halverwege onverwacht versnelt. Vanaf het midtempo Tina Grey wordt de zang minder fladderend, melancholie de ruimte gunnend, om in Good Life de nodige ruimte aan gitaar- en synthstrapatsen te geven.

Fris gebleven album, vermakelijk en afwisselend. Mijn reis door new wave kwam vanaf het Noord-Ierse The Outcasts en vervolgt bij andere stadsmensen, het Nederlandse Urban Heroes.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Outcasts - Self Conscious Over You (1979) 3,5

25 augustus, 18:37 uur

Een punkband uit Ulster, door mij over het hoofd gezien maar niet door de heren van Die Toten Hosen, die op hun afscheidsalbum op de bonus-cd van The Outcasts het titelnummer van hun debuut Self Conscious Over You coveren.

Over deze groep schrijven ze in het bijbehorende boekje dat een punkgroep als Stiff Little Fingers in die gewelddadige situatie van die dagen (IRA-bomaanslagen) de politiek bezong, terwijl genregenoten The Undertones en The Outcasts zich juist richtten op het kleine tienerleed.
Net als The Undertones maken The Outcasts geen wilde punk. Eigenlijk is het vaker bijna tienerpop, zij het met een scheurende gitaar. Bovendien kun je soms een ander instrument dan de gebruikelijke bandbezetting horen; op Love Is for Sops klinkt bijvoorbeeld een saxofoon.
Bij de steviger tracks horen het titelnummer, Love You for Never, Cyborg, Spiteful Sue, The Cops Are Coming (over wat er gebeurt als je iemand neersteekt) en Just Another Teenage Rebel.

Dat het niet zo luid is, komt mede door de productie, een album ongetwijfeld niet in een goede studio met een bekwame producer opgenomen. Maar eerlijkheid, passie en naïviteit spatten eraf, al denk ik dat dit viertal een stuk (straat)wijzer was dan ik.
De elpee kreeg in 2020 een heruitgave die ook op streaming is te vinden, namelijk in box The Outcasts 1978 - 1985. Daarin ook opvolger Blood and Thunder uit 1982.

Op reis door new wave, kwam ik van de tweede soloplaat van Colin Newman en ik ga naar 1980 en het debuut van Urban Verbs.

» details   » naar bericht  » reageer  

Colin Newman - Provisionally Entitled the Singing Fish (1981) 3,5

25 augustus, 18:02 uur

Colin Newman was zanger en gitarist van Wire, de eigenzinnige punkgroep die na drie sterke albums in onmin raakte met de platenmaatschappij. De groep stopte, waarbij twee leden hun carrière voortzetten als Dome, waar muzikale abstractie hoogtij vierde. Newman echter gebruikte voor zijn solodebuut veel muziek die eigenlijk voor de vierde Wire was bedoeld.
Met Provisionally Entitled the Singing Fish neemt ook Newman afstand van Wire en vindt zichzelf opnieuw uit. Het kan natuurlijk ook zijn dat hij ruimte wilde voor zijn eigen zijwegen en dat lukte. Waar Dome mij te buitenissig is, landt dit instrumentale album wél.

Wat we horen zijn twaalf tracks, soms klinkend als een groep, soms als een soundscape. Veel synthesizers, soms stevig, soms ingetogen. Variatie te over, het gaat de nodige kanten op in een stukken die allen Fish in de titel hebben en vervolgens zijn genummerd.
Je kunt proberen dit in woorden te vatten, maar eigenlijk is dat onbegonnen werk. De beste remedie is opzetten en gedurende een kleine veertig minuten luisteren naar het gebodene. Genieten of verbazen of wellicht verveeld raken, het kan allemaal; voor ieder wat wils en wellicht ook voor ieder wat ongeschikts.

Toch een poging wagen? 4 is zo'n geluidslandschap, 3 en 5 zijn als verloren tracks van Joy Division of New Order, in 7 en 9 onverstaanbare zang als van native Amerikanen, 8 heeft wel weg van een nummer van Japan of David Sanborn, waar de zich als een multi-instrumentalist ontpoppende musicus ook een onduidelijk blaasinstrument speelt, in 10 (bijna) minimal pianospel...
Newman speelt naar hartenlust met geluiden. Het was zijn eerste voor het nieuwe label 4AD, ook al zo'n teken dat een nieuw hoofdstuk was begonnen.

Mijn reis door new wave en aanverwanten kwam van de tweede van The Lambrettas en ik moet warempel toch terug in de tijd, nota bene tijdens alweer een inhaalslag. Naar 1979 en The Outcasts uit Noord-Ierland.

» details   » naar bericht  » reageer  

Blue Water White Death - Blue Water White Death (2010) 3,0

25 augustus, 15:12 uur

Als dessert na het werk van Shearwater en Loma beluister ik op Bandcamp dit Blue Water White Death, zoals hierboven gemeld een project van Jonathan Meiburg uit 2010.

Een album van uitersten. Hoofdzakelijk verstild, op het serene af. Maar regelmatig zijn daar woeste, disharmonische verstoringen van de sfeer, zoals al meteen uit opener This Is the Scrunchyface of My Dreams blijkt. Iets dergelijks gebeurt eveneens in Song for the Greater Jihad.
Geen gegrunt in Grunt Tube, wel muziek als bij een tentoonstelling van beeldende kunst. Nerd Future klinkt alsof Meiburg wajangtheater op Java zag en daar muzikaal op reageerde met een muziekstuk vol lange tonen, percussie en diens herkenbare stem.
The End of Sex begint met plechtige tonen, gevolgd door ijle zang en akoestische gitaar, in Death for Christmas klinkt op de achtergrond zang waardoor ik zojuist dacht dat iemand buiten stond te zingen of dat één der buren muziek afspeelde; hier luide percussie in het tweede deel.
Mooiste nummer is voor mij Gall, gedragen door een beat die ver op de achtergrond zit en in de instrumentatie enerzijds harmonie (elektronica) en anderzijds piepende, krakende geluiden ter verstoring. Slotlied Rendering the Juggalos begint met pakkend gitaarspel, waarna een boeiend muzikaal verhaal volgt waarbij van alles gebeurt.

Dit is herkenbaar Jonathan Meiburg; net zo duidelijk is dat dit géén Shearwater is en evenmin diens latere project Loma. Meiburg in een andere muzikale gedaante. Blue Water White Death is slechts te vinden Bandcamp. Een apart dessert van dit muzikale reisje, te leuk om links te laten liggen maar daarom niet per se pakkend. Kunstzinnig en eigenwijs is het zéker.

» details   » naar bericht  » reageer  

Shearwater - The New World (2026) 3,5

25 augustus, 14:31 uur

Op 25 juli begon ik aan het oeuvre van Shearwater met debuut The Dissolving Room uit 2001, om de 25e augustus met hun nieuwste album te eindigen. Ik hoorde hoe het accent verschoof van respectievelijk folk via indiepop naar indiepop-met-elektronica. Van tevoren was ik benieuwd naar The New World, zeker omdat ik minder heb met voorganger The Great Awakening.

Terugblikkend zie ik dat iedere Shearwater tenminste enkele nummers bevat die boven het gewone uitstijgen. Op The New World wordt milde elektronica ingepast in een akoestisch instrumentarium. Muziek die je tevergeefs in de hier nietszeggende term 'indie' kunt trachten te vangen. Shearwater maakt muziek die genrebenamingen overstijgt, vandaar ook de terechte vergelijkingen met het latere werk van Talk Talk, waar iets dergelijks gebeurde.
Een andere extra kwaliteit voor mij is de stem van Meiburg. Waar ik bij anderen lees dat zij nerveus kunnen worden van diens falsetto, is het voor mij genieten. Smaken verschillen, ook als we één en dezelfde kunstenaar of zelfs één en hetzelfde album appreciëren...

Shearwater is hier opnieuw een trio (naast Meiburg diens maatje uit dat andere project Loma, Dan Duszynski én Emily Lee) plus de nodige gastmusici. Daarbij oudgediende Thor Harris, die op The Only Sound I'm Afraid of op percussie assisteert.
Qua album mis ik op The New World enige uitbundigheid, zoals ten tijde van bijvoorbeeld Rooks. Alle ingetogenheid, door menigeen bejubeld, wordt voor mij een lange zit.

Ik maakte al jaren geleden een afspeellijst, eerst op gebrande cd, op streaming geactualiseerd met de recente ervaringen. Daarop zette ik van dit album de ingetogen opener Even Song, het steviger Daydream Unbeliever, het door piano en contrabas (Peter Lettre) gedragen The High Ranges, al duurt dat me met z'n dikke zes minuten te lang en het uptempo Slugs in the Marigolds.
Ook fraai is gesproken slotlied You and Your Dog. Wel heeft de gesproken voordracht van Laurie Anderson bij mij als effect dat ik zin krijg om mijn beamer aan te zetten en weer eens van een goede (filmhuis)film te genieten. Even géén muziek. Twijfelgevalletje voor mijn afspeellijst; toch maar gedaan, waarmee het voorlopig de 57e track is.

Dan had ik me bovendien voorgenomen om een eenmalig zijproject van Meiburg eens te beluisteren, te weten Blue Water White Death uit 2010. Slechts op Bandcamp te beluisteren en gezien de beperkte mogelijkheden daar, ga ik eens zien of dat daadwerkelijk lukt.
Vervolgens hoop ik Shearwater live te zien tijdens hun Europese tour die op 31 oktober in Maastricht begint, samen met Jonathan Meiburgs andere project Loma.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Lambrettas - Ambience (1981) 4,0

25 augustus, 11:55 uur

De tweede van The Lambrettas heet Ambience, verscheen in 1981 en was hun zwanenzang. Net als bij mijn vorige station op reis door new wave The Jags was bij The Lambrettas op het debuut sprake van powerpop met steevast sterke liedjes en desondanks bleef het bij twee elpees. Een groep die daardoor ten onrechte onbekend bleef: sterke liedjes zijn nu eenmaal sterke liedjes en dát is hier het geval. Wel klinkt hier een muzikale koerswijziging.

Iets droger en kaler geproduceerd (Steve Jones) dan het debuut (Peter Collins). De associaties die ik op het debuut had met powerpop zijn hier minder: hier klinkt gitaarwave, waarbij de sterke liedjes zijn gebleven, maar van koortjes en hooks is minder sprake.
Sterke voorbeelden te over, maar laat ik Total Strangers en Concrete and Steel noemen met een stijl en sfeer die doen denken aan halverwege The Police en Big Country. Soms een grommend basje of dansende toetsen, zoals in Decent Town. Titelnummer Ambience is instrumentaal, met een dansende shuffle sluit Someone Talking af. Wie de box afspeelt, krijgt nog enkele fraaie bonussen te horen.

De kans dat je het Engelse album op vinyl tegenkomt is klein, vermoed ik, zeker op het continent. Wel verscheen het in 2002 als onderdeel van boxje Da-a-a-ance, met Ambience op de tweede schijf. Het album is op YouTube hier te beluisteren.

Mijn reis door de wondere wereld van new wave vervolgt: op naar het tweede soloalbum van ex-Wirefrontman Colin Newman, eentje met een gekke titel.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Lambrettas - Da-a-a-ance (2002) 4,0

25 augustus, 11:21 uur

2cd uit 2002 met daarop de twee albums van powerpopgroep The Lambrettas uit Lewes bij Brighton, een band die in het kielzog van The Jam tot de modrevival wordt gerekend. Op cd 1 (track 1 tot en met 17) debuut Beat Boys in the Jet Age uit 1980, op cd 2 opvolger Ambience van het jaar erna, met bovendien een achttal bonusnummers. Niet op mijn streamingplatform, wel op YouTube: cd 1 hier en cd2 daar.

Zeer aanbevolen voor hen die houden van pubrockers als Graham Parker, new wavers als Elvis Costello (hun debuut), of The Police en Big Country (de opvolger) en alles daaromheen en ertussen. Sterke liedjes met kop en staart, stoer en toch kwetsbaar.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Jags - No Tie Like a Present (1981) 3,5

25 augustus, 11:04 uur

Tweede en laatste album van The Jags, een naam die ik op het spoor kwam dankzij een tip van Germ. Hoe is het toch mogelijk dat No Tie Like a Present destijds aan mij voorbij ging, terwijl The Knack en The Romantics wél via de radio waren binnengerold?

Het antwoord is vermoedelijk al in mijn vraag besloten: ze waren niet of zelden op de (Nederlandse) radio te horen, waarbij het aanbod van nieuwe namen toen ook al groot was, getuige de talrijke recensies van nieuw werk in bijvoorbeeld Oor.
Ook in hun eigen Engeland wilde het niet lukken, terwijl hun debuut zo sterk was: nadat Back of My Hand in 1979 tot #17 kwam en Woman's World in februari '80 tot een schamele #75, lukte het met de singles van deze elpee helegans níet. En toch zijn de liedjes zo fraai. Niet op streaming te vinden en op YouTube niet als complete playlist beschikbaar, moet ik het doen met een voorzichtige indruk. Die losse nummers overtuigen echter zonder uitzondering.

Opener Here Comes My Baby was de eerste single en laat meteen horen dat de groep staat voor uptempo liedjes met veel energie en pakkende refreinen. I Never Was a Beachboy klinkt als prille new wave in 1978, gemaakt door bekwame liedjessmeden. The Sound of G-O-O-D-B-Y-E was de tweede single, is net zo stevig als het melodieus is, een beetje op de wijze van Elvis Costello.
Mind Reader start bij uitzondering langzaam maar nog altijd intens en melodieus met kop én staart, de versnelling halverwege werkt bovendien goed. Little Lloyd Wright doet het powerpopkunstje gewoon nog eens over zonder te vervelen en Fearing a Tornado profiteert van een dartelende piano.

Met enig voorbehoud een 3,5 ster en opnieuw een album dat ik ergens in de platenbakken hoop tegen te komen. Mijn reis door new wave kwam van de vierde van de Nederlandse Spiderz en vervolgt met meer (?) powerpop bij de tweede van The Lambrettas, waar overeenkomsten met The Jags zijn.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Spiderz - Lines of Lust (1980) 3,5

25 augustus, 10:19 uur

Hierboven gaat het onder andere over de uitverkoopbakken waarin de plaat werd aangetroffen en kijk eens goed naar de hoesfoto's op MuMe en Discogs: een prijsstickertje rechtsboven. Het zegt iets over de status van Lines of Lust, dat echter herwaardering verdient.
De zwanenzang van The Spiderz, opvolger van het sterke Pressure. Qua stijl wordt de lijn daarvan voortgezet, nieuw was de Engelse bassist Walter Langdon, producer was de Amerikaan Ed Stasium. Anders dan de voorganger werd het album in Nederland opgenomen.

De composities vind ik aanvankelijk minder pakkend, al is opener en tevens geflopte single Tales About Males okay. Dat komt echter goed vanaf Afterwards, dat kant 1 afsluit.
Start It Over opent kant 2 sterk, mede dankzij de toetspartijen van Bart Brouwer. Met It's About Time is daar iets terug uit de pubrock- en punkdagen van weleer, toen nog als Flyin' Spiderz; verschil is dat er nu een hamerende piano meedoet.
Een sterk refrein en -alweer! - de piano maakt het midtempo Plastic Melts tot een stevig en licht melancholiek pareltje, waarna het vlotte titellied Lines of Lust opnieuw op niveau is, mede dankzij de klagende gitaarlijnen van Koos Cornelissen. Melancholie in het trage Willie met opnieuw fraai gitaarspel, waarna slotlied Party Lovers niet pakkend genoeg blijkt.

Het album was wederom geen verkoopsucces, al was er blijkens dit artikel wel enig succes in Frankrijk. Hierop viel de groep uit elkaar, maar nu ik hun vier albums ken, is duidelijk dat de Spiderz méér aandacht verdienen.
In 2020 besteedde het Eindhovens Dagblad aandacht aan de band vanwege de heruitgave van hun debuut, toen nog als The Flyin' Spiderz. Inmiddels zes jaar later zou er ook aandacht voor hun overige werk mogen komen...

Mijn reis door new wave kwam van de Beierse Spider Murphy Gang en vervolgt bij de Engelse The Jags.

» details   » naar bericht  » reageer  

Spider Murphy Gang - Rock 'n' Roll Schuah (1980) 3,5

25 augustus, 09:10 uur

De Spider Murphy Gang uit München, in Nederland een ééndagsvlieg maar in werkelijkheid veel meer dan dat. Begonnen als coverband Stummick speelde men aanvankelijk klassiekers uit de rock ‘n’ roll. Serieuzer wordt het als men zich in 1977 vernoemt naar een persoon uit Elvis Presleys Jailhouse Rock en eigen werk gaat spelen, waarna de groep vaste gast bij de Bayerische Rundfunk wordt, in 1978 resulterend in eigenbeheerdebuut Rock'n'Roll.

Ik ken de groep slechts van single Skandal im Sperrbezirk uit 1982, maar nu ik op reis ben door new wave en aanverwanten - en dat in brede zin - kan ik binnen de Neue Deutsche Welle niet om deze groep en hun tweede elpee Rock 'n' Roll Schuah heen. Of misschien toch wel, want de groep sluit eerder aan bij de revival van rock 'n' roll die in de tweede helft van de jaren '70 hitsuccessen opleverde die ik als radioluisteraar hoorde.
Namen als de uit Nederland afkomstige Hank the Knife (hits vanaf 1975), in 1977 Long Tall Ernie & The Shakers (Do You Remember), vanaf '78 het Engelse Matchbox (o.a. Buzz Buzz a Diddle It) en de Darts (Come Back My Love), de Amerikaanse Stray Cats braken in 1980 door met Runaway Boys en in 1981 leerde ik de muziek van Engelsman Shakin' Stevens kennen; wij hadden een docent met die achternaam, die we prompt zo noemden. En er waren natuurlijk rock ’n’ rollhits van pubrockers, vaak verbonden met de naam van Dave Edmunds, die ik even tevoren nog tegenkwam bij Rockpile.

In Duitsland was er de Neue Deutsche Welle, met aanvankelijk Hamburg en Düsseldorf als belangrijke centra van vaak ernstige en vernieuwende muziek. En dan is daar plots vrolijke muziek in Münchener dialect, waarbij de Spider Murphy Gang inmiddels onder contract was bij EMI. Met opener en titelnummer Rock 'n' Roll Schuah, gevolgd door Rock 'n' Roll Rendezvous, is daar meteen het signaal dat de leden houden van vroege rock 'n' roll en rockabilly.
Het album staat niet op mijn streamingplatform en zelfs op YouTube is het lastig zoeken. Een nummer als Der Champion von Obergriesing kan ik bijvoorbeeld niet vinden. Wel staan op diverse verzamelaars nummers van het album, zoals Autostop, dat ook al met een gitaarlick begint op de wijze van Chuck Berry. Op mijn afspeellijst zette ik het met blazers opgesierde Achterbahn, een liedje over de Oktoberfeste, waar je dankzij de slaggitaar enige ska in zou kunnen herkennen.
Het album haalt aanvankelijk niet de verkooplijsten, maar als dat opvolger Dolce Vita in juli 1981 wél lukt en single Skandal im Sperrbezirk vanaf december dat jaar tot een internationale hit uitgroeit, belandt Rock 'n' Roll Schuah (rock 'n' rollschoenen?) in april '82 alsnog in de Deutsche Albumcharts, in mei piekend op #20 en tot en met november dat jaar daarin aanwezig.

Die ene hit kom ik later tegen. Valt dit Rock 'n' Roll Schuah binnen new wave? Nee, dit is te conservatief daarvoor, al denk ik dat de Neue Deutsche Welle en de daarmee herlevende aandacht voor Duitstalige, niet-schlager-popmuziek, wel degelijk hielpen bij de doorbraak van de Spider Murphy Gang. Voor mij geldt: net als pubrock is dit te relevant om te negeren, met de puntige nummers en do-it-yourself-mentaliteit als verwante eigenschappen.
Mijn reis door new wave kwam van de Amerikaanse punkgroep Minutemen en vervolgt in 1981 bij een Nederlandse groep met een sterk Engels geluid: de vierde van The Spiderz en dus opnieuw een spin in de groepsnaam .

» details   » naar bericht  » reageer  

Minutemen - Paranoid Time (1980) 4,0

24 augustus, 11:10 uur

Heel anders dan Engelse of de nadien opgekomen Amerikaanse groepen, is de punkaanpak van Minutemen uit het Californische San Pedro. Invloedrijk in vooral de VS. Door mij over het hoofd gezien tijdens mijn reis door new wave en aanverwanten, maar ik werd erop geattendeerd toen ik in het werk van het eveneens Californische Deliverance dook.
Dat Minutemen nadien van invloed zou zijn voor thrashmetal uit Bay Area, waarbij bekendere namen als Slayer en Metallica, was in 1980 nog verscholen in de toekomst. Achteraf gezien echter logisch: thrash bevatte de techniek van metal, gekoppeld aan de intensiteit van punk.

In het geval van Minutemen en hun EP Paranoid Time: ultrakorte maar intense nummers, zeker live waar de reputatie van dit drietal enorm was. Dat in de studio vangen is geen sinecure, maar met de EP Paranoid Time - zoals frolunda terecht benoemd "zeven nummers, na ruim zes minuten is het alweer gedaan" - zijn dat wel degelijk minuten die ráák meppen.
Het melodieuze (lead)basspel van Mike Watt doet enigszins denken aan dat van Jean-Jacques Burnel bij The Stranglers, maar meer nog dan die Franse Engelsman staat Watts centraal in het geluid van dit trio. Tel daarbij op de krasserige gitaarpartijen van D. Boon, diens vrij cleane zang en drummer George Hurley die ervoor waakt dat hij zijn maatjes continu opjaagt, en je krijgt vrij melodieuze en toch tegen hardcore aanleunende punk. Een stuk heftiger dan die van de eerste Britse golf en daarmee passend bij landgenoten als Circle Jerks.

Terwijl ik dit typ, is de EP al driemaal langsgekomen. Steeds weer op repeat, voorbij voor je het weet. Ik koos Fascist uit voor mijn afspeellijsten met new wave. Daarvoor was ik bij Colin Newman (van Wire) en diens solodebuut en ik vervolg bij iets geheel anders: het debuut van de Münchener Spider Murphy Gang, eveneens uit december 1980.

» details   » naar bericht  » reageer  

Colin Newman - A-Z (1980) 4,0

24 augustus, 09:58 uur

Op reis door new wave vergeet ik weleens een album. Zo ontdekte ik, inmiddels in maart 1981 bij een verlate hit van Ultravox, dat ik de heren van Wire uit het oor was verloren. Hoe komt dat?
Wel, na drie albums viel Wire uit elkaar en de naam verdwijnt tot de terugkeer in 1987 van de releaseradar. Het meest toegankelijke werk op hun voorlopige zwanenzang 154 was afkomstig van frontman Colin Newman en juist die liedjes bevielen mij het best. Ze liggen in de sfeer van Buzzcocks en Magazine en tegelijkertijd zijn ze onmiskenbaar Wire.

Newman vervolgde met dit A-Z, in oktober 1980 uitgebracht, waarvan veel materiaal was bedoeld voor de vierde Wire. Omdat het nu 100% Newman is, verdwijnt iets - lang niet alles! - van het weerbarstige van diens vorige albums; de muziek destijds door Oor als "sfeertekeningen" benoemd. Meegekomen uit Wire is drummer Robert Gotobed (echte achternaam Grey) en ook producer en toetsenist Mike Thorne is wederom aan boord.

Vaak is het uptempo met de wat snijdende stem van Newman. Op Image echter overheerst een sferische aanpak met gefluisterde stem. Het groeit in een kleine vier minuten uit naar een modern-klassieke aanpak, pakkumbeet á la Schopenhauer, om rustiek te worden weggedraaid. Het contrast met het daarop volgende Life on Deck met zijn bijna-punkzang is groot en werkt goed.

Met Troisième dat kant 2 opent is daar het volgende contrast: zwaar, donkere synths en dito zang en de monotone baslijn en kopstem van S-S-S-Star Eyes zijn evenmin bedoeld voor de hitlijsten.
Seconds to Last biedt zeven minuten soms dromerige, soms onheilspellende muziek, enigszins in de sferen van albums uit diezelfde tijd: Seventeen Seconds en Faith van The Cure.
Pas bij Inventory is het weer uptempo, wat ook geldt voor But No waar Newmans stem weer de hoogte inschiet en diens gitaarspel en dat van Desmond Simmons unheimisch aanvoelen. Op slotlied B klinken digitale drums, in dat opzicht een buitenbeentje op de plaat. Hebben overige geluiden gediend als inspiratie voor The Cure ten tijde van EP The Walk in 1983?
Een gevarieerde aanpak van toegankelijk en minder makkelijk werk. Mijn voorkeur ligt bij de eerste categorie, de kortere nummers, waarvan & Jury op mijn afspeellijst met 'New wave & co' belandde. In 2016 verscheen een cd-editie met de nodige bonussen, zie hier.

Dan heb ik bovendien twee andere ex-Wires in het vizier: die van Dome, het duo met Bruce Gilbert en Graham Lewis. In 1980 brachten ze maar liefst twee albums uit. Mijn reis door wave vervolgt dus bij hun debuut Dome, dat in vergelijking met A-Z obscuur is gebleven.

» details   » naar bericht  » reageer  

After the Fire - 80-f (1980) 4,0

24 augustus, 09:23 uur

After The Fire begon als progrockgroep, debuterend in 1978 met Signs of Change. Met opvolger Laser Love omarmde de groep echter new wave, vond een producer in de bekende Rupert Hine en met One Rule for You werd een Britse hit gescoord.

Die koers wordt op 80-f naadloos voortgezet in een reeks pakkende liedjes. Enerzijds licht verteerbaar met veel ruimte voor de toetsen van Peter 'Memory' Banks en verder de klassieke bezetting van gitaar-bas-drums, anderzijds avontuurlijk dankzij de frisse composities.
Omdat een hitsingle deze keer ontbrak, raakte het album echter ondergeschoven en dat het niet op mijn streamingplatform staat, zal niet helpen om het anno 2026 nog eens onder de aandacht te brengen; wél op JijBuis te vinden. Sommige nummers staan overigens wél op streaming, namelijk de tracks van dit album die op verzamelaar Der Kommissar belandden.

Opener 1980-f is instrumentaal, waarna de muziek vervolgt met een radiovriendelijke stijl waar liefhebbers van Ultravox goed mee uit de voeten kunnen. Dat de wortels van de groep ouder zijn dan new wave, klinkt nog het duidelijkst in de koortjes van Wild West Show. Hitsingles hadden Can You Face It? en It's High Fashion kunnen (moeten?) zijn met dansende toetsenlijnen, pakkende koortjes (kaliber Sweet en Queen) plus sterke refreinen.
In Who's Gonna Love You (When You're Old and Fat and Ugly)? dankzij een licht reggaesausje en de versnelling bij het refrein overeenkomsten met The Police. En zo blijkt dit onbekende album toch minimaal een dikke 8 waard, dankzij tien liedjes die zonder uitzondering goed in elkaar zitten.

Ik ben op reis door new wave en aanverwanten, momenteel terug in 1980. Komend vanaf de pubrockers van Rockpile belandde ik hier, om te vervolgen bij Colin Newman, voorheen bij Wire.

» details   » naar bericht  » reageer  

Rockpile - Seconds of Pleasure (1980) 3,5

24 augustus, 08:22 uur

Dank aan de MuMensen hierboven voor de verhelderende inzichten in dit album! Met plezier gelezen! Ik kom Seconds of Pleasure tegen tijdens mijn reis door new wave, in dit geval vanaf de Neue Deutsche Welle van Extrabreit.
In het begin van mijn reis was er véél pubrock, inclusief de namen van Nick Lowe en Dave Edmunds. Pubrock stond, mede met z'n platenlabels en zalencircuit, aan de wieg van punk en new wave. Namen als Dr. Feelgood, Graham Parker & The Rumour en die van de heren Lowe en Edmunds klonken regelmatig op de (Nederlandse) radio en haalden de hitlijsten. Of denk aan Girls Talk, door Elvis Costello geschreven maar door Dave Edmunds bewerkt en tot een hit gemaakt, bovendien degene die de neo-billygroep Stray Cats produceerde en zo hielp door te breken. Als piepjonge luisteraar hoorde ik ze op Hilversum 3 en ze stonden ook frequent in Oor, waarvan ik enkele knipsels heb met dank aan Roxy6.

Pubrock kon in de tweede helft van de jaren '70 het venijn van punk hebben, denk aan Graham Parkers Hey Lord, Don't Ask Me Questions en Dr. Feelgoods Milk & Alcohol, of die van getemperde new wave, getuige Nick Lowes I Love the Sound of Breaking Glass.
Op het enige album dat Rockpile maakte, prevaleert echter het geluid van Dave Edmunds. Althans, ik neem aan dat de talrijke knipogen op Seconds of Pleasure naar vroege rock 'n' roll van zijn hand zijn. Luid en swingend in If Sugar Was as Sweet as You en tweestemmig in de stijl van de Everley Brothers in Heart.

Als kind van de generatie punk heb ik het meest met het pittiger werk en dus minder met de plekken waar het de kant van de Everly Brothers opgaat. Steviger zijn bijvoorbeeld Now and Always, Play That Fast Thing (One More Time) dat kant 1 afsluit en Wrong Again (Let's Face It), de opener van kant 2. In het gitaarspel van Oh What a Thrill klinkt nadrukkelijk de invloed van Chuck Berry.

Bij die krantenknipsels zit een interview in Oor van Geert Henderickx met Edmunds uit 1982, als hij D.E.7 uitbrengt. Daarin zegt hij: "Rockpile is nooit echt een groep geweest. Jarenlang hebben Nick en ik allerlei verplichtingen gehad. (...) Toen we eindelijk als groep een plaat konden opnemen, bleken we niet meer in staat tot een open samenwerking. We produceerden elk onze eigen stukken en bemoeiden ons nauwelijks met de bijdragen van anderen. Het album was een samenraapsel van liedjes, waarop het etiket Rockpile werd geplakt."
Over het einde van de groep: "(...) mij werd meegedeeld dat de groep was opgeheven. De werkelijke reden was een puur zakelijk meningsverschil tussen Jake Riviera, onze manager, en mij. Meer kan ik er niet over zeggen, anders manoeuvreer ik mezelf in een lastig parket."

De laatste keer dat er nieuws was over Edmunds was vorig jaar augustus, maar dat betrof helaas zijn slechte gezondheid.
Seconds of Pleasure staat niet op mijn streamingplatform, maar beluisterde ik via deze YouTube-afspeellijst. Wel op streaming staat Live in Montreux, daarvan zette ik Teacher Teacher op mijn afspeellijst.

Mijn reis door new wave vervolgt bij 80-f, de derde van After the Fire.

» details   » naar bericht  » reageer  

Extrabreit - Ihre Grössten Erfolge (1980) 3,5

21 augustus, 06:31 uur

Extrabreit, vernoemd naar een tekst op zo'n dikke viltstift; je debuut Ihre Grössten Erfolge noemen? Het getuigt van humor, zeker als je je plaat opent met Hurra, Hurra, die Schule brennt. De muziek is stevig, de zang van Kei Havei is relatief licht. Dit alles geeft in 1980 de indruk van een groep die de schoolbanken nog niet of nog maar net is ontgroeid.
Op kant 1 maar liefst acht nummers, op kant 2 vier. De groep kent met oprichter Stefan Kleinstadt en Carlo Karges twee gitaristen, die regelmatig een solo neerzetten.

De volgorde van de nummers op streaming wijkt af van die op de oorspronkelijke elpee. In welke dan ook, op Ihre Grössten Erfolge komt een vrolijkstemmende reeks liedjes voorbij. Sturzflug is scheurend en snel, net als de 104 seconden van Annemarie, ook te vinden op hun demo die de debuutelpee voorafging. Het meest eruit springen Hart wie Marmelade met daarin de regel "Ich möcht so gern mit Nina Hagen schlafen - has' 'ne Macke?", Lotto-König met z'n pakkende intro en de regels "Er ist ein Lottokönig, Sechs-Zahlen-Millionär, Bei den Bräuten hat er es gar nicht schwer".

Soms klinkt ouderwetse rock: Alptraumstadt valt op met z'n swingende shuffle, Flieger, Grüß mir die Sonne en Es tickt bevestigen de indruk van een school- of studentenband met de nodige knipogen in muziek en teksten. In ieder geval niet een pure punkgroep, daarvoor is het te licht. Tegelijkertijd is 110 serieus, bijna post-punk. De variatie is groot, mede als de plaat afsluit met een bewerking van Lou Reeds Walk on the Wild Side, bij Extrabreit Junge, wir können so heiss sein geworden. Een eigenwijze versie waarvan de liefhebbers van Reed wellicht gruwen.

Hitsingles leverde de plaat in eerste instantie niet op, maar als van de opvolger het nummer Polizisten de Duitse hitlijst bereikt, krijgt Hurra, Hurra, die Schule brennt een tweede kans en reikt in april 1982 tot #12, waarbij het maar liefst 23 weken in de lijst staat. De grootste hit in de carrière van een groep die nog altijd actief is.

Mijn reis door new wave een aanverwanten is in 1980. Ik kwam van de Engelse powerpop van The Lambrettas en vervolg bij de Britse pubrockveteranen van Rockpile met in de gelederen Dave Edmunds en Nick Lowe.

» details   » naar bericht  » reageer  

Motörhead - No Sleep 'Til Hammersmith (1981) 4,5

20 augustus, 11:27 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren

» details  

ZZ Top - Rio Grande Mud (1972) 3,5

19 augustus, 10:10 uur

Frank Beard is niet meer en daarom plukte ik vanochtend Rio Grande Mud uit de kast. De tweede van de groep, met opvolger Tres Hombres brak ZZ Top door in de VS.

Ik kreeg de cd van een vriend die er niet veel mee kon: dit is anders dan toen Europa hen leerde kennen. Misschien met Tush, eind jaren '70 regelmatig op Hilversum 3 door Alfred Lagarde in diens Betonuur gedraaid. En waarschijnlijker met de hitsingles plus videoclips van Eliminator, succesvol vanaf eind 1984.
Op Rio Grande Mud is ZZ Top nog aan het begin van hun muzikale ontwikkeling. De blues staat soms dicht bij de grote meesters van weleer, met als duidelijkste voorbeeld Mushmouth Shoutin'. Instant favoriet werd Bar-B-Q, dat al iets van de latere intensiteit laat horen.
Vaker draaien leert dat de lossere benadering van de heren wel degelijk mooie liedjes oplevert, wel valt inderdaad de tekst van opener Francene (op mijn cd als Francine gespeld) op. Vergeleken met het latere ZZ Top een tamme binnenkomer en de opmerkingen hierboven over de tekst zijn terecht.

Van Roxy6 kreeg ik eerder een lading knipsels, verzameld uit diverse muziekbladen. Frank Beard in Oor in 1996, als Rythmeen wordt gepromoot: "Wat is er nou verkeerd aan zingen over mooie vrouwen? Toen die bluesjongens in de jaren veertig vanuit het zuiden met de trein naar Chicago togen en iets als 'I feel good tonight, got two trains running...' zongen waar dacht je dan dat die andere trein voor stond?"

Billy Gibbons twee jaar eerder in hetzelfde tijdschrift: "We speelden in Engeland met Eric Clapton en Joe Cocker. Een speciale gelegenheid, drie avonden. Goed doel. Omdat we helemaal met onze hoofden bij [de opnamen van] Antenna zaten, misten we de repetities. Dus Clapton zegt: Wat nu? En ik zeg: Wel Eric, jij bent in een kleine club begonnen en ZZ Top is in een kleine club begonnen. Laten we wat kleine clubmuziek spelen."

Dat clubgevoel hoor je op Rio Grande Mud. Veel mondharmonica, slidegitaar en shuffles. Het trio slijpt zijn patronen erin, om die later in hun carrière te verbreden met nieuwe technologie. Met ballade (!) Sure Got Cold After the Rain Fell is er trouwens al zo'n probeersel.

In 2003 vertelt Billy Gibbons over Beard: "Hij was in de studio in de weer met een zakcalculator. Hij zat maar te grinniken en Dusty en ik werden daar op een gegeven moment helemaal gestoord van (...). 'Ik heb net uitgerekend dat wij langer ZZ Top zijn dan alles wat we in ons leven gedaan hebben. Langer dan we op school hebben gezeten, langer dan elk van ons ooit getrouwd is geweest, langer dan we in hetzelfde huis hebben gewoond en ga zo maar door.' Ja, daar hadden Dusty en ik nog nooit bij stilgestaan."

Nog eens 23 jaar verder hield het voor de baardloze drummer Beard op. Rio Grande Mud is zojuist gegroeid, met Just Got Paid en Ko Ko Blue als beste voorbeelden.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Lambrettas - Beat Boys in the Jet Age (1980) 4,5

18 augustus, 14:43 uur

Alweer een album dat mijn streamingplatform niet beschikbaar heeft. Wel (in andere trackvolgorde) op YouTube. Eén van de redenen dat ik van vinyl én cd houd! Het vorige bericht vertelt het nodige, alleen zit ik er veel positiever in dan Dibbel. Zoals ik soms somberder ben en door anderen wordt weersproken, die uiteenlopende meningen maken MuMe waardevol. Van zijn één na laatste zin zou ik maken "Lekker uptempo over het algemeen, waardoor het heel aangenaam blijft."

Ik ben op reis door new wave, momenteel in 1980 en komend vanaf het meestal rauwe Slaughter (and the Dogs) zit ik opeens naar allerlei dartelende liedjes vol melodie en energie te luisteren. Zozeer zelfs dat het kiezen van favorieten lastig blijkt, zo niet onmogelijk.
Misschien wel hun drie Britse hits: Poison Ivy kwam eind maart 1980 tot #7, Da-a-a-ance in juni tot #12 en Another Day (Another Girl) nog eens tot #49. Maar ook Runaround is één van die liedjes die onmiddellijk binnenkomen.

Lekker vol en warm geproduceerd ook en dat blijkt niemand anders te zijn dan Peter Collins, iemand met een uitgebreid en breed CV van Tracey Ullman tot Rush. Deze van The Lambrettas was zijn allereerste productie. De gitaarliedjes krijgen soms ondersteuning van blazers, zoals in Watch Out I'm Back, waar ska klinkt.
Met drie hitsingles kon een albumnotering niet uitblijven: in juli haalt Beat Boys in the Jet Age #28. Alwéér een plaat die ik maar eens op vinyl moet tegenkomen, misschien wel dadelijk bij de kringloop, hoop ik tegen beter weten in.

Een 9 als schoolcijfer, vervolg ik mijn muzikale reis bij één van de vele bewijzen dat Duitsers wel degelijk humor hebben. En véél ook, getuige het debuut van Extrabreit.

» details   » naar bericht  » reageer  

Slaughter - Bite Back (1980) 3,5

18 augustus, 14:40 uur

Nadat Slaughter and the Dogs uit Manchester in 1978 debuteerde met Do It Dog Style, volgde twee jaar later dit Bite Back. De groepsnaam werd ingekort tot Slaughter, niet te verwarren met de toen nog niet bestaande maar gelijknamige bands uit Canada (metal, ze debuteerden pas in 1985) en de VS (hardrock, debuterend in 1990). Vandaar dat Engelse groep zich later weer van hun lange groepsnaam bediende.

De muziek op het debuut vond ik een dikke 7 waard en de 3,5 sterren die ik deze opvolger geef, moet een 7,5 uitdrukken. Soms is het alsof de heren naar Motörhead hebben geluisterd. De riff van opener Now I Know heeft weg van Over the Top van die collega's en het basintro van All Over Now van Motörhead (het nummer). Kan toeval zijn, bij andere nummers heb ik dat namelijk niet.
Met What's Wrong Boy en Won't Let Go wordt echter wel degelijk luid gescheurd, gitarist Mick Rossi (familie van Status Quo's Francis Rossi?) blijkt een neusje voor lekkere licks te hebben. Dat geldt ook voor She Ain't Gonna Show, waar echter in het refrein een Hammondorgel klinkt, waarna Hell in New York een riff en gitaarsolo laat horen waar menig hardrocker vrolijk van wordt.

Kant 2 opent met het rock en rollende Crashing Out with Lucy, het lichtste nummer tot dan. Chasing Me zit wat dat betreft meer in de punkhoek, waarbij later een piano bijvalt. It's in the Mind is dan weer rock-en-rollender, om met het prachtige East Side of Town een liedje te presenteren dat wel van Bruce Springsteens vrachtwagen lijkt te zijn gevallen, compleet met akoestische gitaar, piano en orgel(solo).
Uiteraard wordt zoveel gevoeligheid weer gecompenseerd door een ruig nummer, te weten Don't Wanna Die, maar wél met saxofoonsolo. Duidelijk is dat de groep zich ontwikkelde, verder van hun debuut vandaan.

Geholpen door de aangename productie van Dale Griffin (Mott the Hoople, British Lions) leverde dit een verrassend gevarieerde plaat op. In 2018 kwam het album met genoeg bonussen voor een 2cd uit, maar mijn streamingplatform heeft ook dit album niet. Gelukkig is er JijBuis, al staat de plaat wel als Bite Back Live! op streaming.
Hierna viel de groep uit elkaar, maar na een geslaagd reünieoptreden in 2015 keert men het jaar erop terug met studioalbum Vicious, (nog) niet op MuMe te vinden.

Ben op reis door new wave, momenteel terug in 1980. Vorige station was het soloalbum van Policedrummer Stewart Copeland, vermomd als Klark Kent en de volgende wordt Beat Boys in the Jet Age, powerpop van het eveneens Engelse The Lambrettas.

» details   » naar bericht  » reageer  

Klark Kent - Klark Kent (1980) 4,0

Alternatieve titel: Music Madness from the Kinetic Kid, 18 augustus, 10:42 uur

1980 heb ik hartstikke bewust meegemaakt, een puber gefocust op Nederlands enige popzender en de Top 40, waarbij ik steeds meer in de ban van heavy metal kwam. Maar dat de drummer van The Police onder het pseudoniem Klark Kent een soloalbum uitbracht? Compleet gemist.
Pas laatst werd ik hierop geattendeerd, met de vraag: wie is Klark Kent? Het blijkt dus Stewart Copeland te zijn en die leverde een lekker plaatje af. Een kort album van 25 minuten, dat al in augustus 1978 een bescheiden hitsingle kende met Don't Care en op de B-kant Thrills en Office Girls, waarmee hij in de Britse hitlijst #48 haalde. Dat betekende tevens een optreden bij Top of the Pops, met de overige muzikanten gemaskerd om te verhullen dat die bij The Police zaten. Zie hier en vergeet niet de interessante informatie die eronder wordt gedeeld.
De elpee uit mei 1980 vervolgt met Away from Home met daarin een vleugje reggae, alsof 10CC samenwerkte met Wreckless Eric. Het is vrolijk, op het uitbundige af en hetzelfde geldt voor Ritch in a Ditch, dat die zomer flopte als single. Grandelinquent is instrumentaal en voor het eerst klinkt voluit het geluid van The Police met herkenbaar Copelands drumstijl.

Kant 2 start met het grotendeels instrumentale Guerilla met opnieuw die vrolijkheid. In Old School bezingt Copeland hoe hij graag terug naar school zou willen om daar één en ander recht te zetten: "If I could go back to my school, I'd show them how I broke the rules". Excesses heeft het herkenbare vleugje reggae en afsluiter Kinetic Ritual is weer instrumentaal.
Een album dat een beetje fan van The Police de mondhoeken omhoog zal doen krullen. In 2023 kende het een herpersing in het kader van Record Store Day, op streaming vond ik de Deluxe versie met de nodige extra's. Maar eigenlijk vind ik de oorspronkelijke acht nummers al helemaal prima, omdat er vaart in blijft.

Mijn reis door new wave is bezig aan een inhaalslag in 1980. De vorige stop was bij de powerpop van het Noord-Engelse The Jags, de volgende wordt bij de tweede van de Londense punks van Slaughter, voorheen Slaughter and The Dogs.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Jags - Evening Standards (1980) 4,0

17 augustus, 19:12 uur

Een album dat enige maanden geleden werd genoemd door Germ is dit elpeedebuut van The Jags, Evening Standards genaamd. Hierboven omschreven als "frisse Costellopoprock", wat ik vooral in Little Boy Lost herken, hoor ik er toch vooral powerpop in. Dit op de wijze van 20/20, 999, Any Trouble, The Boys, The Knack, The Paul Collins Beat, The Plimsouls, The Reds, The Romantics, Shoes (de Amerikaanse) en The Wigs, om maar enkele namen te noemen. Energieke gitaarliedjes met kop en staart plus veel melodie inclusief koortjes. Een favoriet kiezen is lastig, maar dat ligt ook aan iets anders, waarover dadelijk meer.

In het geval van The Jags en Evening Standards klinken ook blazers en steevast sterke composities. Ze kwamen uit Scarborough in North Yorkshire en debuteerden in 1979 met single Back of My Hand, gevolgd door I Never Was a Beach Boy (niet op deze elpee), Woman's World en Party Games.
Het album werd internationaal uitgegeven. Een cd-uitgave volgde echter nooit, waardoor dit album ook nog altijd op streaming ontbreekt. Wel kwam ik het tegen op YouTube, waar men echter de afspeellijst begint met kant 2, waarvan ook nog eens drie nummers ontbreken.
Ik heb het complete album dus niet kunnen horen, maar dít is er eentje voor als ik in een platenzaak beland... Misschien zit bij de onbekende nummers wel een favorietje? Het jaar erop verscheen de opvolger.

Wel op cd verscheen compilatie The Best of en in 2018 waren ze één van de namen op verzamelaar Harmony in My Head: UK Power Pop & New Wave 1977-81. Grappig is dat de groep in 1980 op een split-live-lp belandde met Def Leppard uit Sheffield, min of meer streekgenoten. Zie hier.

Mijn reis door new wave betreft weer eens een inhaalslag, momenteel in 1980... Ik kwam van Wreckless Eric en vervolg bij een bijzonder album. Mij was onbekend dat Stewart Copeland van The Police in '80 onder de naam Klark Kent een soloplaat had uitgebracht, maar dankzij een tip van maatje Edo kwam ik 'm tegen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Wreckless Eric - Big Smash! (1980) 3,5

17 augustus, 15:58 uur

Al bij het begin van de punkrevolte kom je de naam van Wreckless Eric tegen. Niet omdat hij punk was, nee, hij was net als Jona Lewie een vriendelijke eigenwijze muziekjesknutselaar, eentje die op het Stifflabel zat. Omdat Whole Wide World in 1977 een Britse culthit werd, werd hij één van de boegbeelden van die revolte, zij het uit een rariteitenkabinet.
De man met de wortels in de pubrock ziet in maart 1980 hoe zijn vierde elpee Big Smash! de tweede wordt die de Britse albumlijst haalt met een #30-positie, ondanks het wederom uitblijven van een hitsingle. Het album bevat een verzameling vriendelijke popliedjes met de nodige ironie, die eraf druipt bij A Pop Song en dankzij het orgel de associatie met het Klein Orkest kan hebben. Tenminste, dat overkomt mij bij Broken Doll en Can I Be Your Hero?. Eigenlijk is dit vooral knáp in elkaar gezet, met op Back in My Hometown een vleugje rock 'n' roll, één van de liedjes die zelfs de drie minuten niet halen. Wat dat betreft houdt Wreckless Eric zich keurig aan de punknormen.
Zit het leven je tegen? It'll Soon Be Weekend, houdt hij de luisteraar blijmoedig voor bij aanvang van kant 2, op Strange Towns klinkt de klarinet van John Earle die onder anderen bij Graham Parker speelde en Excuse Me klinkt als een vergeten zomerhitje uit de jaren '70. De sfeer van pubrock is terug in Break My Mind en dat geldt eveneens voor Good Conversation en Out of the Blue.

Zoals in het vorige bericht vermeld is Big Smash! tevens als 2LP verschenen, ook in zijn eigen land getuige deze uitgave. Op mijn streamingplatform staat hij niet, op YouTube vond ik deze afspeellijst. Wel zijn diverse nummers te vinden op zijn slechts online verschenen verzamelaar The Stiff Years en zo kon ik Too Busy toch op mijn afspeellijst zetten.

De reis door new wave kwam van het Amerikaanse van Wipers en vervolgt bij een EP van The Human League, die als één van bonussen verscheen bij hun Travelogue. Dat wordt warempel al mijn tweede terugkeer naar dat album!

» details   » naar bericht  » reageer  

Wipers - Is This Real? (1980) 4,0

17 augustus, 12:58 uur

Lovende verhalen hierboven over een bandje uit Portland, Oregon, dat een enkele keer in Oor belandde met steevast net zulk lovende vermeldingen. Wipers, de groep van zanger gitarist Greg Sage, hier met bassist Steve Koupal en drummer Sam Henry, een decennium later dankzij ene Kurt Cobain naar een volgende generatie doorgegeven.

Menigeen mag dit punk noemen, voor mij zit Is This Real? uit januari 1980 op de grens van dat genre. Of net daar voorbij. Anders dan de Engelse of Amerikaanse punk tot dan, zowel de eerste als tweede golf. Jazeker, regelmatig hebben de gitaren scherpe stekels. Op de pluskant (+) zijn er grommende geluiden in opener Return of the Rat, Upfront, echo's van de Ramones hoor ik in Tragedy en op de minkant (-) zijn er het stevige D-7 en I Don't Know What I Am.

Maar de Wipers zijn gevoeliger dan punk. Stevige gitaarwave en zang met teksten bevattend de reuk van pijn (Potential Suicide), verlangen (Is This Real? en Window Shop for Love) en vervreemding (Mystery). Wat er mis is in de wereld om Sage heen en wat dat met hem doet. In zijn zang zit een gevoeligheid waar bij andere punk boosheid regeert. Gitaarliedjes die soms venijnig zijn opgebouwd, getuige Alien Boy, Potential Suicide, of waar melodie regeert zoals het schone Wait a Minute.

Ik vervolg de reis langs mijn afspeellijsten met new wave en aanverwanten, door de albums achter die losse nummers te beluisteren. Van dit album zette ik het titelnummer in de lijst. Mijn vorige halte was een non-albumsingle van Dexys Midnight Runners, de volgende is van Engelsman Wreckless Eric en diens album Big Smash.

» details   » naar bericht  » reageer  

Dexys Midnight Runners - Geno (1983) 4,0

16 augustus, 08:37 uur

Op reis door new wave en bezig aan een inhaalslag met gemist werk, ga ik van het geflopte album van The Headboys naar een overgeslagen single van Dexys Midnight Runners uit Birmingham. Hun eerste Britse hit was Dance Stance, die half januari 1980 de hitlijst betrad om begin februari op #40 te komen.

Een non-albumsingle en daarom onbekender, kwam het voor het eerst op een elpee van de groep in 1983 op dit Geno. De soulinvloeden hier zijn groot, net als op het veel bekender gebleven titelnummer. Maar eigenlijk zijn het allemaal kleine briljantjes met de emotionele zang van Kevin Rowland die het de sfeer van new wave geven.
Nadien verschenen de nodige volgende compilatiealbums van de groep, waarop Dance Stance eveneens is te vinden. Eigenlijk zijn al die albums zoals deze: aangenaam. En zo geheel anders dan andere nieuwe muziek die destijds opdook en ook anders dan de zwarte soul die op dat moment in de mode was. Bij Dexys Midnight Runners ging je terug naar de roemrijke jaren '60. Grappig is overigens dat de B-kant het singlelabel een realistisch beeld van een volle asbak toont.

Mijn reis door new wave vervolgt: volgende halte is Is This Real? van het Amerikaanse Wipers.

» details   » naar bericht  » reageer  

Deliverance - The Subversive Kind (2018) 3,5

15 augustus, 12:22 uur

Vorige week las ik in Tijdgeest, de weekendbijlage van Trouw, een interview met kamerlid Lisa Westerveld. Ze is metalfan, maar afkomstig uit een conservatief-christelijk milieu was dat voor haar vroeger verboden muziek. Kop van het artikel is ‘Er zit een rebelsheid in metal die perfect past bij mijn drang om actie te voeren’. Snap ik. Ik denk niet dat haar ouders fan waren van Deliverance, al delen ze wel de geloofsovertuiging. Die groep debuteerde in 1989 en was in 2018 toe aan hun elfde album.

Was voorganger Hear What I Say! bedoeld als afscheid, vijf jaar later was daar opeens The Subversive Kind. Nog meer dan op het debuut klinkt hier oerthrash of moet ik zeggen crossover, halverwege hardcore punk en metal.

Daarom geen instrumentale opener, maar een akkoord en meteen op hoog tempo spelen en zingen, zoals Bring 'em Down doet. Concept of the Order beukt zowel snel als midtempo en zo gaat het acht nummers lang bruut door. Frontman Jimmy Brown zingt met een rauwer randje dan voorheen. In de bezetting herken ik van de eveneens christelijke crossoverband The Crucified drummer Jim Chaffin en gastgitarist Greg Minier, verder zijn daar gitarist Glenn Rogers (Vengeance Rising) en bassist Victor Macias, tevens bierbrouwer.
Het blijft in die richting knallen, slechts een kleine koerswijziging in The Black Hand met een "psychedelisch" intro - en spoedig hakkend en riffend.

In de teksten bekijkt Brown de wereld om zich heen en voorziet die van kritisch commentaar. Wat dat betreft geeft de hoes een voorproefje. In 2024 verscheen een nieuwe editie, opnieuw op cd en lp.
Op website forumotion blikte Brown terug op de discografie van Deliverance. Het meest tevreden kijkt hij terug op de beginperiode. Uit die tijd verscheen in 2001 de oorspronkelijke demo Greeting of Death (1986) op cd, in 2019 in nieuw jasje verschenen en onlangs door mij aangeschaft. Die staat nog niet op MuMe, wordt vervolgd.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Headboys - The Headboys (1979) 4,0

14 augustus, 13:16 uur

Stelletje bofferds hierboven! Want inderdaad, de powerpop van The Headboys uit Edinburgh is sterk met opener The Shape of Things to Come als extra sterke troef. Liedjes met scheurende gitaar, sterke melodieën en kop-en-staart, precies waarom dit subgenre zo leuk kan zijn.
Vaak met vrolijke toetsenlijnen en soms een extra vleugje rock 'n' roll zoals in Changing with the Times, of de sax in Something's Happening. Enige kanttekening is dat kant 1 toch wel een stukje sterker is dan 2.

Momenteel niet op mijn streamingplatform aanwezig. Label RSO van Robert Stigwood werd in 1984 overgenomen door Polygram, dat tot dusver niet de moeite nam het album op cd uit te brengen. En geen cd betekent vaak ook géén streaming. Wel op YouTube.
Dit album verdient zeker een heruitgave. Ik vermoed dat Cherry Red het al eens heeft geprobeerd, een label gespecialiseerd in dit soort heruitgaves. Sterker nog, op de 5cd-verzamelaar Big Gold Dreams - A Story Of Scottish Independent Music 1977-1989 staat The Shape of Things to Come. Nu ja, wie weet een keer, sowieso eens opletten als ik in een platenzaak door de bakken blader...

Ik beluister de albums achter mijn afspeellijsten met losse nummers uit de new wave. Volgende halte is een non-albumsingle uit januari 1980 die ik had gemist, te vinden op compilatie Geno van Dexys Midnight Runners.

» details   » naar bericht  » reageer  

Cuddly Toys - Guillotine Theatre (1979) 4,5

14 augustus, 10:59 uur

Een Londense groep, die (glam)rock op de wijze van David Bowie, Roxy Music en Sparks combineerde met een punk-/waveachtige benadering. Het viel in 1979 kennelijk zo raar, dat hun debuut dat jaar aanvankelijk slechts in Japan verscheen. Pas twee jaar later volgde de Europese release.

Behalve met allerlei andere glamrocknamen - ik noem de cover Madman, geschreven door Bowie en Marc Bolan - zou je ook overeenkomsten kunnen zien en/of horen met Gary Numan, de groep Japan én met de kort hierna opduikende new romantics; namen als Visage, Duran Duran en Spandau Ballet. En nog het allersterkst met Hollywood Brats en 999.
Vreemd toch dat dit album zo onbekend is gebleven, mag ik Roxy6 bijvoorbeeld vragen of hij bekend is met Cuddly Toys? Een nummer als Alien bijvoorbeeld, helemaal in die sfeer geschreven, als ware het 1971.

Begonnen met punk als The Raped, grijpt Cuddly Toys nadrukkelijk terug op de muziek uit eerder dat decennium. Met de onheilspellende pianoklanken van Introvenus opent de elpee, om met het dampende Brain Saviour te vervolgen, inclusief een saxofoonsolo.
Met de zang van Join the Girls is er opnieuw een de associatie met Gary Numan, er klinkt ook een synth. Een Stranglersiaans grommende basgitaar vormt met toetsen de basis van Wolf en zo hecht de new wave van '79 zich aan de glamrock van enkele jaren eerder.

Sterke nummers te over, ik zette My Commando op mijn afspeellijst met new wave. De reis door die stroming kwam eveneens uit Londen, te weten de punks van Chelsea en vervolgt bij een album dat ik aanvankelijk oversloeg, omdat het album niet op mijn streamingplatform staat: het debuut van het Schotse The Headboys uit datzelfde 1979.

» details   » naar bericht  » reageer  

Chelsea - Chelsea (1979) 3,0

14 augustus, 10:10 uur

Punkgroep van de allereerste Britse lichting, opgericht in 1976 met dan nog gitarist William Broad in de gelederen. Hij zou zich het pseudoniem Billy Idol aanmeten, maar als in 1977 debuutsingle Right to Work wordt uitgebracht is hij alweer vertrokken.

Van de bezetting op die debuutsingle resteren op debuutelpee Chelsea zanger Gene October en gitarist James Stevenson, waarbij Chelsea is uitgegroeid van een kwartet naar een kwintet. Het album verscheen eind juni '79, het jaar dat meer Engelse punkgroepen van de eerste lichting alsnog hun eerste langspeler konden uitbrengen, in het geval van Chelsea bij het kleine label Step Forward. De aanvankelijk succesvollere andere namen zijn dan vaak al uit elkaar of kozen voor een minder harde stijl. .

Op Chelsea klinkt nog altijd rudimentaire punk en eerlijk gezegd maakt die geen indruk op me. Daarvoor zijn de gitaarlicks en melodieën niet spannend genoeg en de productie is wat pover. Op mijn afspeellijst met new wave zette ik Twelve Men, dat wél positief opvalt dankzij de melodie en iets van de sfeer van The Jam. Ook opvallend is de rockende cover van Many Rivers van reggaezanger Jimmy Cliff, een rustpuntje voor de prima uitsmijter Trouble Is the Day. Is Chelsea een album dat eigenlijk maar moeilijk op gang komt?

Ik mag mijn reserves hebben, de groep kent een langdurige carrière: Chelsea bestaat nog altijd en bracht nadien het nodige werk uit, met als laatste wapenfeit een in 2022 een opnieuw opgenomen versie van Evacuate uit 1982. In 1980 verscheen een US-only compilatie-elpee van de groep getiteld No Escape, met daarop de eerste singles.
Mijn reis door new wave vervolgt bij de Londense glamwavers Cuddly Toys, in 1979 debuterend bij een aanvankelijk slechts in Japan verschenen album. Op naar Guillotine Theatre.

» details   » naar bericht  » reageer  

Male - Zensur & Zensur (1979) 3,5

14 augustus, 09:17 uur

Ik kende de groep Male niet, maar ze kwamen op de radar dankzij Die Toten Hosen. Dit via hun cover van Ampelstadt op coveralbum Alles Muss Raus! Die verscheen als bonus bij Trink Aus, Wir Müssen Gehen! (2026).
Male was één van de eerste Duitse punkgroepen en deelde later de oefenruimte in Düsseldorf met ZK, waaruit Die Toten Hosen zouden voortkomen. Daarmee één van de eerste groepen in de Neue Deutsche Welle. In maart 1979 verscheen hun enige album Zensur & Zensur, dat ook op streaming is te vinden.

Een kale, recht voor z'n raap productie waarbij de instrumenten goed in balans zijn. Anders dan veel andere stijlgenoten is de punk van Male niet zo boos. Wél springerig-energiek en wie zou claimen dat er soms postpunk in doorklinkt heeft een punt. Dat is bijvoorbeeld het geval in mijn favoriet 1 Tag Düsseldorf, waarna in Vaterland ouderwetsche rock 'n' roll in de akkoorden opduikt. Zeven nummers per plaatkant vol levenslust en kom-maar-op-gevoel, soms op het vrolijke af getuige Kontrollabschnitt.

Op kant 2 proberen de vier heren soms andere wegen uit. Zo is Ampelstadt in de eerste helft een lieflijk gitaarliedje en bevat Zensur-Dub inderdaad reggae met de nodige dubeffecten. In het instrumentale Erinnerungen speelt de groep een keertje kalmer, om in slotlied Planspiel nog eens halverwege punk en postpunk te flonkeren.
Charmante plaat, die geleidelijk aan status won. In 1990 was er de eerste heruitgave, in 2020 de volgende met op de cd-versie de nodige bonussen, ook op streaming te vinden.

Op reis door new wave ben was ik aanbeland bij 1982. Daar bleek dat ik zo'n 33 albums had gemist en zo ben ik - alweer - bezig aan een inhaalslag. Ik kwam van het debuut uit 1978 van Slaughter and the Dogs uit het Engelse Manchester en vervolg met meer punk in juni '79 bij het Londense Chelsea.

» details   » naar bericht  » reageer  

Slaughter and the Dogs - Do It Dog Style (1978) 3,5

12 augustus, 20:50 uur

Op reis door new wave reis ik terug van eind 1981 bij Altered Images naar Slaughter and the Dogs. Ik kende ze niet en tot dusver stonden hier slechts zes stemmen met een warme 3,67-waardering. Dat ik hier nu toch beland, is te danken aan Die Toten Hosen die op de bonus-cd Learning English Lesson 2 bij Laune der Natur het nummer Where Have All the Bootboys Gone coveren, oorspronkelijk de opener van dit Do It Dog Style, verschenen in mei 1978.

Ze kwamen uit de regio Manchester en zanger Wayne Barrett deed in 2017 mee op de cover van de Hosen. Op het originele album klinkt vroege punk zoals die hoort te klinken: eigenlijk gewoon rauwe rock 'n' roll.
Wat verder opvalt is dat Mick Ronson van Bowiefaam meedoet op zowel Quick Joey Small (een cover van een popliedje uit 1968 van Kasenetz-Katz Singing Orchestral Circus) als het sterke Who Are the Mystery Girls van The New York Dolls. Derde cover is van The Velvet Underground en wel I'm Waiting for the Man dat aan het einde een versnelling krijgt.
Verreweg het beste nummer is inderdaad Where Have All the Bootboys Gone dat op mijn streamingplatform slechts in een liveversie is te vinden; goede tweede is We Don't Care en Since You Went Away blijkt een aangenaam en gevoelig (!) liefdesliedje. Het album vond ik op YouTube.

Volgende halte op reis door new wave en aanverwanten is van het Duitse Male uit het jaar erop.

» details   » naar bericht  » reageer  

Die Toten Hosen - Trink Aus, Wir Müssen Gehen! (2026) 3,5

Alternatieve titel: Alles Muss Raus!, 12 augustus, 18:28 uur

Afscheidsalbum van Die Toten Hosen, in 1983 met punk debuterend via Opel-Gang en daarna hun geluid verbredend, zonder hun wortels inclusief maatschappijkritische teksten te verloochenen. De hoesfoto van Trink Aus, Wir Müssen Gehen! is een verwijzing naar die eersteling: de cirkel is rond.

Ongetwijfeld als parodie op zo'n afscheid opent het album met Intro. Aanvankelijk met piano en dramatische zang, groeit het van pastiche uit naar een luid scheurend stadionlied, om met snelle punk te vervolgen op Wir Waren Nie Weg, Die Show Muss Weitergehen en Schlechte Nachbarn.
Opvallend genoeg klinkt Lass Mal Nicht Machen als een 1972-glamrockertje van T-Rex. Zo volgt een mengeling van snel en langzamer werk, waarbij mijn voorkeur bij het uptempo gebeuren ligt: verderop zijn dat Keine Macht den Proben en Ich Will. Wat dat betreft was voorganger Laune der Natur opwindender.

Dan is er ook nog een uiterst sterke verzameling covers op de bonus-cd, nummers die ik zojuist bij MuMe heb ingediend. Daarop doet steevast iemand van de originele uitvoerenden mee, van Jean-Jacques Burnel van The Stranglers tot Vicky Leandros; wordt vervolgd.

Die Toten Hosen touren ten afscheid tot en met 10 juli 2027, zelfs Argentinië staat op de planning. Het allerlaatste concert moet vanzelfsprekend in thuisstad Düsseldorf plaatsvinden. Dan volgen vast nog een livealbum, een singleverzameling én een compilatie met onuitgebracht werk, allemaal voor de oudedagsvoorziening van deze punks.

» details   » naar bericht  » reageer  

Deliverance - Hear What I Say! (2013) 4,0

12 augustus, 12:37 uur

Waar ik bij Deliverance niet warm werd van de weliswaar knap gespeelde voorganger As Above - So Below, hoor ik op Hear What I Say! wél muziek die mij raakt. Sterker nog, ik heb 'm na eenmaal streamen aangeschaft, gewoon bij de distributeur in Alkmaar. Hij staat niet op mijn streamingplatform, wel op YouTube.

Deliverance is dan niet meer een continu actieve groep, maar een project dat eens in de zoveel jaar een nieuw album aflevert. Centraal staat Jimmy P. Brown II zoals hij zich meestal noemt: zanger, gitarist en studiobezitter.
Wat valt op ten opzichte van zes jaar eerder? Gebleven is gitarist Mike Phillips, bassist Manny Morales keert voor de derde keer terug in de gelederen, nieuw is Australiër Jayson Sherlock. Die ken ik onder meer van het ijzersterke Scrolls of the Megilloth van Mortification.

De productie is prima, stevig maar niet dichtgesmeerd, waarbij deze nóg eens werd verbeterd bij de heruitgave uit 2019 die ik heb staan. Gitaren luider in de mix en fatsoenlijke (snare)drums...
Geopend wordt met tweemaal snelle thrash in de stijl van de eerste twee albums van de groep, toen die in de scene van Bay Area in Los Angeles speelde. Angst heeft in het tweede deel een heerlijk logge moshriff.
De invloed van latere albums, te weten David Bowie en progressive metal, duikt op vanaf Hope Lies Beyond, een nummer met sterke riffs en zanglijnen plus Morales' fraaie baspartijen.
Detox staat er tweemaal op: aan het einde keert het terug in Duitstalig jasje als Entgiftung. Jimmy Brown is niet alleen Engelstalig, maar spreekt ook Duits én Spaans, voor een Amerikaan toch wel ongewoon. De gitaarsolo's van Phillips klateren en racen als een malle.

Met het uptempo Nude vallen weer eens Sherlocks capaciteiten op, de beste drummer die Deliverance in de gelederen heeft gehad. Nadat ook Passing uptempo voortdenderde, sluit A Perfect Sky akoestisch af, zonder bas of drums. Een onverwacht pareltje door zang en soms flamenco-achtig gitaarspel en dan zijn we er nog niet.
Kun je Maidens Where Eagles Dare overtuigend coveren? Ik vreesde van niet, maar met Browns sterke zang en de verder dicht bij het origineel gebleven cover slaagt men wonderwel.

De trackvolgorde kan verschillen per geluidsdrager (cd of vinyl) en editie (2013 of '19). Die laatste kent als bonustrack het eveneens Duitstalige Spieluhr, midtempo doet het niet onder voor de eerdere nummers en Browns 'r' rrrrrolt lekker.
Was Hear What I Say! in 2013 bedoeld als hun zwanenzang, bleek dat niet het geval: in 2018 was daar The Subversive Kind.

» details   » naar bericht  » reageer  

Altered Images - Pinky Blue (1982) 3,5

Alternatieve titel: Pinky Blue... Plus, 12 augustus, 11:55 uur

Mijn reis door new wave vervolgt, nadat ik ruim een maand geleden moest gaan inventariseren wanneer welke albums in deze stroming in 1982 verschenen.

Afkomstig van Of Skins and Heart van The Church kom ik in december 1981 bij de eerste hit die Altered Images uit Glasgow van het in '82 verschenen Pinky Blue scoorde. Hun debuut heb ik in huis op vinyl, met de opvolger wordt de vrolijke, springerige new wave met de Calimerozang van Clare Crogan naadloos voortgezet.
Op 6 december '81 betreedt I Could Be Happy met z'n licht-sarcastische tekst de Britse hitlijst, om in januari '82 op #7 te pieken. In april komt See Those Eyes tot #11 en Pinky Blue wordt in juni nog eens #35, nadat de elpee met die titel half mei tot #12 was gekomen. Een album dat na het verrassende debuut enigszins tegenvalt en er tegelijkertijd niet voor onderdoet.

Wat verder opvalt: de kleurige binnenhoes en poster die bij de eerste persing werden meegeleverd, dat de gerenommeerde BBC Radio 1-dj John Peel verantwoordelijk is voor achtergrondzang en fluiten (!) en dat Martin Rushent de producer was. Plus dat de cover van Neil Diamonds Song Sung Blue enigszins dissoneert en tegelijkertijd helemaal passend is. Vrolijke new wave met bubbels, zoals ook deze tweede blijkt te zijn.

Ik beluister de albums achter mijn afspeellijsten met new wave. De nummers op de lijsten zet ik op chronologische volgorde, te weten datum van verschijnen en/of het betreden van een hitlijst. Alvorens ik écht aan 1982 kan beginnen, bleek ik -uiteraard - weer het nodige te hebben gemist. Maar liefst 33 albums...

Dát is inmiddels verwerkt en daarom om te beginnen terug naar 1978, punkgroep Slaughter and the Dogs en hun elpee Do It Dog Style. Met dank aan Die Toten Hosen!

» details   » naar bericht  » reageer  

Loma - How Will I Live Without a Body? (2024) 3,0

12 augustus, 10:05 uur

De derde van Loma. De rij liedjes associeer ik alsof ik op een blad wordt meegevoerd door een beekje, zojuist in de heuvels ontsprongen. Gedurende de eerste twee nummers stroomt het vlotjes tussen bossen door, vogelgeluiden aan het slot van Arrhythmia, blijkens het boekje de Maracatú Nation Stern Der Elbe. Vanaf Unbraiding geraakt het in vlakker land, kalmpjes tussen akkers en weilanden doorstromend.
De ingetogen zang van Emily Cross is mooi voor even, vermag echter niet de muziek spannend te maken. Dat lukt het pianospel aan het einde van I Swallowed a Stone wél.
Met A Steady Mind stroomt het water opeens sneller en kennelijk zijn we in een dorp of stad, want ik hoor flarden van telefoongesprekken. Via Pink Sky is het kalmer, in de muziek een vleugje jazz: dankzij de swing bevalt Cross' stem beter. Het is hier dat de andere Emily, te weten Emily Lee van Shearwater, meedoet.

Ter hoogte van Broken Doorbell dreigt blijkens de akkoorden onweer, terwijl we ons opnieuw in open landschap bevinden. Aan het einde hoor ik golven: het beekje is in zee beland. Die is kalm en het blaadje waarop ik me bevind, drijft op de klanken van Affinity verder, omringd door het grote water. En zo drijf ik op volle zee, terwijl Cross me in het slotlied toezingt "Don't turn around".

Met drie albums op zak en een Europese tournee in het voorprogramma van Shearwater nabij, is Loma niet meer een zijproject van Jonathan Meiburg van Shearwater, ook al omdat Dan Duszynski eveneens van Shearwater is. De constatering is dat waar bij Shearwater de zang van Meiburg leidend is, dat bij Loma het geval is voor die van Emily Cross. Daarbij biedt een soms triphopachtige benadering op de wijze van Goldfrapp een andere muzikale wereld. Meer sereen dan die van Shearwater maar ook minder spannend.

Van die groep ben ik dan toe aan hun onlangs verschenen The New World en kijk daar eens waar het blaadje heen dreef: Antarctica!

» details   » naar bericht  » reageer  

Shearwater - The Great Awakening (2022) 3,0

11 augustus, 09:36 uur

Op reis door de discografie van Shearwater, mede vanwege de komende najaarstour, kwam ik bij 2018 en 2020 albums van Loma tegen, het "zijproject" (?) van Jonathan Meiburg. Daar verstildere muziek dan bij Shearwater en diezelfde lijn trekt hij door op The Great Awakening. Misschien ook wel omdat Dan Duszynski van Loma meedoet; derde groepslid is Emily Lee en er zijn traditiegetrouw gastmusici.

Alleen om de hoes al had ik dit in 2022 eigenlijk willen kopen, maar het album stond niet in de winkel en vervolgens vergat ik het. Eigenlijk was dat maar goed ook, want met de overwegend dromerige sferen houd ik de aandacht er niet bij. De vele digitale, soundscaperige geluiden helpen daarbij niet.

Op vorig werk werd ik gegrepen door melodieën en dynamiekverschillen, met name op Palo Santo, Rook, Animal Joy en Jet Plane and Oxbow. Kwaliteiten die op The Great Awakening nagenoeg ontbreken. De composities verdrinken in kalmte, waarbij de folksferen van voorheen helaas nagenoeg zijn verdwenen.
Driemaal sla ik wél aan: de akoestische gitaar en harp in Everyone You Touch met een bijna apocalyptische toetsenmuur halverwege werkt goed, net als het uptempo Empty Orchestra. Het ingetogen Aqaba heeft zo'n mooie melodie met Meiburgs falsettozang.

Twee jaar later volgde de derde Loma en daarna ben ik dan eindelijk toe aan de nieuwe Shearwater. Plus dat ik hierboven lees dat Meiburg in 2010 een eenmalig project had met Blue Water White Death, wat ik slechts op Bandcamp vind. Doe ik die als dessert, indien afspelen mogelijk is.

» details   » naar bericht  » reageer  

Seventh Wave - Things to Come (1974) 4,0

10 augustus, 17:33 uur

Onlangs puur vanwege de hoes uit de platenbak bij De Groeverij geplukt. Voor de prijs was ie wel een gokje waard; bovendien is het leuk om jezelf te laten verrassen. De achterzijde van Things to Come heb ik niet bekeken, het ging me puur om de voorzijde die op elpeeformaat indruk maakt; zelfs het genre durfde ik niet te raden, want groepsnaam Seventh Wave zei me helemaal niets.

Pas thuis draaide ik de hoes om. Dit blijkt een tweemansband te zijn van Ken Elliot (zang en allerlei toetsinstrumenten) en Kieran O'Connor (slaginstrumenten). Het album stamt uit 1974.

Eerst afgespeeld, toen de verhalen hierboven gelezen - Teacher had dus dezelfde ervaring met de hoes! En bobbee (niet meer op MuMe) noteerde: "Volgens mij kwam deze plaat in de zomer van 1974 uit. Ik zou met een paar vrienden met de zeilboot naar Friesland en op een cassettebandje hadden we o.a. deze muziek bij ons. Opgepikt bij het fabuleuze programma "superclean dreammachine" van Ad Visser op de radio. Hoewel synthesizermuziek al een tijdje bestond was dit de eerste keer dat het prachtig versmolten werd met popmuziek." Herinneringen die extra context en kleur geven. Via Wikipedia ontdekt dat het tweetal voorheen actief was in de mij eveneens onbekende groepen Second Hand en Chillum.

Things to Come blijkt maar liefst veertien nummers te bevatten, die dus niet al te lang duren. Deels instrumentaal, zeer melodieus en symfonisch, als klassieke muziek in het corduroy jasje-met-spijkerbroek van de jaren '70. Elliot heeft een heldere stem, enigszins herinnerend aan die van Jon Anderson maar soms klinkt hij rauwer, zoals in Fail to See.
Ondertussen ontdekte ik dat de groep het jaar erop Psi-Fi uitbracht en daarna stopte. O'Connor overleed in 1991, Elliot schreef in de jaren '90 de tunes voor BBC-programma's. Wat dat laatste betreft, krijgen we hier al een soort voorproefje op kant 2: Premonition klinkt als muziek bij een thriller om over te gaan in het vrolijke Festival. Anders dan kant 1 is de tweede helft grotendeels instrumentaal, alleen Ever So Lightly is gezongen.

Opgroeiend met de opkomst van punk en new wave gaf een deel van mijn generatie af op symfonische rock: "muziek voor dino's". Toch is deze Seventh Wave hartstikke avontuurlijk. Synthesizerrock voordat namen als Gary Numan, The Human League of Orchestral Manoeuvres er later dat decennium mee aan de slag gingen. Seventh Wave was bovendien tijdgenoot van het veel bekendere en eveneens vernieuwende Kraftwerk, terwijl hier ook grensverleggend wordt gewerkt. Goed om dit album eens in het volglicht te zetten, een onverwacht leuke toevoeging aan mijn collectie.

» details   » naar bericht  » reageer  

Johnny Cash - The Great Country Love Songs Collection (1987) 3,5

10 augustus, 16:35 uur

Laatst kreeg ik van een vriend deze cd cadeau, gewoon omdat hij 'm toevallig tegenkwam in de kringloop. Hartstikke leuk! Op het oog een simpele verzamelaar zoals er zovele zijn, met een discografie als die van Johnny Cash kun je immers eindeloos verzamelaars samenstellen. Uit 1987, toen de cd in opkomst was.
Tijdens het afspelen lees ik de korte toelichting in het boekje. Een anonieme schrijver legt uit dat voor The Great Country Love Songs Collection een achttiental liedjes uit de periode 1955 - 1961 is verzameld, waarvan de grootste hit Train of Love zou zijn geweest, een #2 in 1956. Die komt niet voor in de Billboard Database, maar de notering zou uiteraard kunnen verwijzen naar een andere (country)verkooplijst.

Ach, zeventig jaar later doet het er natuurlijk niet zozeer toe. Het gaat om de muziek en wat de cd biedt is de bekende tsjikke-boem country met Cash' gebruinde stem. Veel hartezeer in de liedjes maar ook onvoorwaardelijke trouwverklaringen, getuige So Doggone Lonely. Meestal in triobezetting gitaar-contrabas-drums, soms vergezeld door piano zoals in Story of a Broken Heart.
Opvallend is ook de korte duur van de nummers, de langste duurt 2'37". Geen poespas, het gaat om de melodie en het verhaal in het liedje.

De eenvoudige muzikale structuur is me steeds halverwege genoeg. Ik speel dus ofwel de eerste helft, ofwel de tweede af. Tegelijkertijd is het ontspannen en pure muziek van de nog jonge Cash. Zulke onverwachte cadeautjes zijn leuk om te ontvangen!

» details   » naar bericht  » reageer  

Loma - Don't Shy Away (2020) 3,5

9 augustus, 21:33 uur

Loma. Ik vind het lastig.

Ik zie enkele hoge scores van MuMensen, die ik helemaal begrijp. Zeker met koptelefoon op valt het rijke geluidsspectrum op. Waar ik net als bij het debuut minder mee heb, is de traagheid van veel liedjes en de stem van Emily Cross. Beide hebben echter te maken met mijn smaak en dus moet u zich niks van mij aantrekken. Want: dromerige popmuziek die prima wordt gezongen.
Van te lang naar dreampop luisteren word ik echter kriebelig en de stem van Cross vind ik niet spannend genoeg voor een heel album. Wat voor mij echter minpunten zijn, kan voor de ander juist tot dikke plussen leiden. Bij die 'ander' bevindt zich bovendien ene Brian Eno.

Zoals Shearwater ooit bedoeld was voor de ingetogen liedjes die niet bij Okkervil River pasten, zo schrijft Jonathan Meiburg nu dromerige liedjes voor Loma, met Cross en Dan Duszynski. En ook hier groeit het aantal deelnemende muzikanten, waarbij op dit album diezelfde Eno, die op Homing meedoet.
Daarbij is Don't Shy Away ten opzichte van het debuut meer liedgeoriënteerd. Tussen al het kalme werk staan drie nummers die vlotter zijn en dáár word ik wel gepakt: Half Silences, Breaking Waves Like a Stone en Jenny.
Qua instrumentatie valt er veel te genieten, zoals de harp in het intro van het titelnummer, of de warme synthesizers die in Ocotillo zijn te horen, mijn vierde favorietje, mede dankzij de baritonsax van Colin Houlihan. Zo snap ik wel dat Eno gráág meedeed! De combinatie met niet-geijkte popinstrumenten brengt namelijk de nodige variatie en rijkdom in het geluidenspectrum.

Al met al voldoende om me nieuwsgierig te maken naar hun concert dat ik dit najaar hoop bij te wonen. Nu eerst door met oeuvre van Meiburg, zijn volgende album was het met Shearwater opgenomen The Great Awakening.

» details   » naar bericht  » reageer  

Leviticus - I Shall Conquer (1984) 3,5

9 augustus, 19:19 uur

Een elpee die ik ooit in bezit had en jaren later heb weggegeven aan een zeer geïnteresseerde vriend, omdat ik 'm nooit meer draaide. Gisteren zag ik het bericht dat gitarist Björn Stigsson is overleden, wat reden was om I Shall Conquer via streaming op te zoeken. Hoe bevalt zo'n plaat, in 1985 aangeschaft bij een concert?

Ik weet nog dat ik 'm toen goed vond, al was het jammer dat de sologitaren nogal verzopen in een wolk van delay. Mijn muziekinstallatie van toen had bovendien de neiging om de de gitaren te laten overstemmen door dubbele basdrums.
Met de oren van nu (via koptelefoon) blijkt dat het gevolg te zijn geweest van de demokwaliteit. In die dagen was het voor menige studio/producer nog moeilijk om hardrock/metal op te nemen en dat valt ook hier op, waarbij de gitaren harder in de mix hadden gemogen. Na enkele minuten is echter de gewenning daar. Zeker op kant 2, waar de composities op z'n sterkst zijn, valt de muziek goed.

Op dit debuut zit Leviticus ergens op de drempel van hardrock naar metal. Dan nog een trio met naast Stigsson, Håkan Andersson (zang, bas, toetsen en de toen modieuze Taurus baspedalen) en drummer Kjell Andersson. Waar deze zijn dubbele basdrums inzet, wordt de hardrock al snel metal. Het duidelijkst is dat in He's My Life op kant 1.
Sterkste nummer vind ik nog altijd Ps 23 (de psalm), dat midtempo begint en via een gitaarsolo naar een climax opbouwt. Wat daar en elders opvalt is dat het drietal hun geluid voller maakte met sober tapijtje toetsen onder de gitaren. Toen een soort van taboe in deze stroming, anno 2026 beleef ik ze als aangenaam.

Het album uit 1984 verscheen een jaar eerder in Zweedstalige versie, getiteld Jag Skall Segra! en kreeg al in 1985 dankzij Amerikaanse distributie een nieuwe hoes. In 2021 verscheen via Girder de tot dusver laatste heruitgave.
Een in memoriam vond ik ook bij Eternal Flames. Binnenkort eens opvolger The Strongest Power beluisteren, waarop de productie was verbeterd en nadrukkelijker heavy metal klonk.

» details   » naar bericht  » reageer  

Earth and Fire - Song of the Marching Children (1971) 4,0

9 augustus, 18:28 uur

Waar bij dementie sprake is van aantasting van het kortetermijngeheugen, was er afgelopen vrijdagochtend op NPO Radio 1 bij Spraakmakers sprake van een omgekeerde versie daarvan: het langetermijngeheugen ontbrak bij het in memoriam over Jerney Kaagman. Haar carrière werd besproken als o.a. zangeres van Earth & Fire en jurylid bij Idols. En dan betweterig: "Ik hoorde net: 'rockband'. Een zwaar woord, ja, haha" klinkt het vanaf 39 m 26 s. De (symfonische) rock van de groep was de aanwezigen in de studio kennelijk onbekend.
Zucht... Veel nieuwsberichten gingen vooral over haar werk bij Idols én over het blauwe pakje ten tijde van hitsingle Weekend (zie berichten bij bijvoorbeeld NOS en AD). De jaren daarvoor vind ik muzikaal gezien veel indrukwekkender.

Ook voor mij was het muziek van voor mijn tijd, maar een beetje muziekliefhebber zou moeten weten dat Earth & Fire zoveel meer was. Via de radio hoorde deze scholier in de tweede helft van de jaren '70 en ook in de jaren '80 regelmatig hun rockhits voorbij komen via programma's als Arbeidsvitaminen. Storm and Thunder (#6 in oktober '71) en mijn favorieten Memories (#1 in mei '72) en Maybe Tomorrow, Maybe Tonight, (vier weken #3 in maart-april '73). Singles die je terugblikkend onder adult oriented rock zou kunnen scharen, een genre dat toen echter nog niet bestond.
Zie daar de diepgang van de categorie 'shownieuws'. Op MuMe graven we gelukkig dieper en is het muzikale geheugen beter, mag ik hopen.

Van Earth & Fire viste ik ooit een nogal vervuild exemplaar van Song of the Marching Children uit een kringloopbak. Vandaag weer eens opgezet.
Progressieve rock, enigszins in dezelfde stijl als die van het Engelse Curved Air, of de eerste albums van het Amerikaanse Styx. De gebroeders Koerts die met inventief toetsen- (Gerard) en gitaarwerk (Chris) de grenzen van rock oprekten. Op dit album geldt dat vooral voor de dikke 18 minuten van het titelnummer, opgebouwd uit zeven delen. De achterzijde van de hoes vermeldt hoe ze heten én hoe lang ze afzonderlijk duren. De lenige ritmesectie van bassist Hans Ziech en drummer Ton van de Kleij, beiden schreven mee aan de meeste nummers, als solide basis.

Vier nummers op kant 1 met een vrij toegankelijke aanpak van symfonische rock, zoals dat toen nog heette. De onderkoelde, heldere stem van Kaagman; de Koertsen die spelen met de diverse geluiden die hun instrumenten kunnen bieden, van ingetogen tot luid, ze maken dit tot een gevarieerd album.
Toegankelijke symforock van een groep die al begin jaren '70 internationaal scoorde. Mijn vinyl (met klaphoes, persing 1971) moet ik één dezer dagen eens schoonmaken, eens kijken of de tikken verdwijnen.

Ja, Weekend was hun grootste hit en kijkend op mijn streamingkanaal nog altijd hun populairste nummer. Laat onverlet dat dit een voluit rockband is geweest, zoveel méér dan dat ene liedje. Elpee Song of the Marching Children is daarvan een sterk voorbeeld.

» details   » naar bericht  » reageer  

Loma - Loma (2018) 3,5

7 augustus, 13:22 uur

Dit najaar staat Loma op diverse Europese podia, samen met Shearwater, de groep waar Jonathan Meiburg vandaan kwam toen hij ging muziek en teksten ging schrijven voor Emily Cross en Dan Duszynski. Waar ik Shearwaters Jet Plane and Oxbow in vergelijking met het eerdere werk al elektronisch vond, is dat vergeleken met dit Loma zeer bescheiden.
Want digitaal is Loma zeker. Hierboven werden al de nodige vergelijkingen gemaakt, mede door de stem van Emily Cross wil ik daaraan de naam van Goldfrapp toevoegen: dit dankzij de dromerige drum 'n' bass van die groep.

De muziek in de eerste helft pakt me niet zo. Het is warm en zit goed in elkaar, en toch. 'Dreampop' is één van de omschrijvingen die ik hierboven terecht tegenkwam en dat is simpelweg niet helemaal mijn ding.
Dankzij Sundogs keert folk terug via een banjo, meer in de sfeer van Shearwater. Pas daar en bij Shadow Relief haak ik wél aan, maar de stem van Cross gaat na een tijdje vervelen. Voorlopig een veilige 7 als schoolcijfer, eens kijken of het me live meer zal grijpen. Opvolger Don't Shy Away dateert van twee jaar later.

» details   » naar bericht  » reageer  

Manfred Mann's Earth Band - Watch (1978) 4,0

7 augustus, 12:51 uur

Eind jaren '70 ontwikkelde ik als prille luisteraar van Hilversum 3 een voorliefde voor rauwere muziek en één van de voorbodes hiervan was Davy's on the Road Again van Manfred Mann's Earth Band. Half augustus 1978 betrad het de Nationale Hitparade, om in september slechts op #18 te pieken. Toch zou het liedje het acht weken in die lijst uithouden.
Het is tot op de dag van vandaag een favoriet gebleven. Vandaar dat ik Watch begin juli meenam, toen ik die bij De Groeverij in Houten ontdekte. Op Watch klinkt rock die soms tegen symfonische rock aanleunt, zonder te vervallen in moeilijkdoenerij. Avontuurlijk is het zeker.

Gitarist Dave Flett speelt her en der prachtige solo's, zoals in Drowning on Dry Land / Fish Soup en California, waar hij (met zanger Chris Thompson?) een prachtig gitaarduet neerzet. Het is niet voor niets dat hij in 1979 bij Thin Lizzy terecht kwam, tot zijn spijt slechts voor enkele optredens. Zijn timing is prachtig.
Kant 2 opent met de lange (5'25") versie van Davy's on the Road Again en die is nieuw voor me: genieten bijvoorbeeld van Manns toetsensolo. En het slot blijkt ineens live te zijn?! Heel anders dan de singleversie, die ik bij de radio vaak meezing vanwege het prachtige verhaal over een muzikant op tournee.
Vaak wordt genoemd dat de groep zo sterk andermans werk naar hun hand kon zetten. Dat bewijst Watch eens te meer met Mighty Quinn, het nummer van Bob Dylan waarmee Mann in 1968 een solohit scoorde. Veel liever hoor ik de sterk verbouwde versie op Watch, ook weer gemixt met liveopnamen en zelfs een meezingend publiek.

Het derde vinyl van Manfred Mann's Earth Band in mijn huis, lijkt dit meer op The Roaring Silence dan op Somewhere in Afrika, waar Mann zijn geboorteland bezocht. Watch is een voluit rockplaat, melodieus en ik weet weer waarom ik veel andere muziek in de hitlijsten van toen verafschuwde. Veel liever deze gepassioneerde rock!

» details   » naar bericht  » reageer  

Ian Gillan & Tony Iommi - Who Cares (2012) 3,5

7 augustus, 09:36 uur

Echtgenote Bron van Ian Gillan had Georgische wortels. Misschien was dat indirect de reden dat de zanger betrokken raakte bij een muziekschool in Armenië, die nog altijd de naweeën ervaarde van een aardbeving in 1988 en financiële ondersteuning kon gebruiken. Hij vroeg Tony Iommi, met wie hij in 1983 Black Sabbaths Born Again maakte.
Het begon in 2011 onder de naam WhoCares en single Out Of My Mind / Holy Water. Daarop worden de twee geassisteerd door bekende namen Jon Lord (één van diens laatste projecten, hij zou het jaar erop overlijden), Mikko "Linde" Linström van HIM, Jason Newsted en Nicko McBrain.

In 2012 verscheen WhoCares, nu was het de titel van het album met als uitvoerenden plus gezichten die van Gillan en Iommi. Een foto uit '83, denk ik. De uitgave ging gepaard met dit persbericht met daarbij een recente foto van de twee.
Eigenlijk een verzamelalbum van eerder uitgebracht werk (vooral Ian Gillan solo) én onuitgebrachte opnamen uit de carrières van het duo, plus de twee nummers van de single. Uit de archieven werd ook materiaal opgeduikeld met Ronnie James Dio (Smoke on the Water) en Dr. John, beiden inmiddels eveneens overleden.
Let It Down Easy is een weggelaten nummer van Iommi's Fused, dat pas in 2024 op de bonusversie van dat album verscheen en hier dus voor het eerst was te horen. Op Holy Water doen Armeniërs Ara Gevorgyan en Arshak Sahakyan mee op de duduk, een blaasinstrument dat het een typisch Oriëntaalse sfeer meegeeft.

Van de 2cd staat niet alles op streaming, vier nummers ontbreken, ongetwijfeld een rechtenkwestie. Het geldt bijvoorbeeld voor Anno Mundi van Black Sabbath, afkomstig van Tyr met Tony Martin als zanger. Wie alles wil horen, is op de geluidsdrager aangewezen.
Al met al een leuke dubbelaar, waarbij de twee nummers van de single zeer aangenaam blijken. Andere opvallende nummers zijn Gillans akoestische uitvoering van Purples When a Blind Man Cries en de ruim tien minuten van het gejamde Dick Pimple, door Deep Purple met Steve Morse in de gelederen.

Alles bij elkaar niet spectaculair, wel sympathiek en leuk voor zo af en toe.

» details   » naar bericht  » reageer  

Shearwater - Jet Plane and Oxbow (2016) 4,5

7 augustus, 01:48 uur

In eerste instantie was het wennen aan deze Shearwater, waarvan de voorzijde van de hoes afwijkt van de natuurgerichte hoezen van voorheen. Net als menig andere liefhebber ging ik geleidelijk alsnog overstag, ondanks het gebruik van digitale geluiden. Niet alleen omdat het eigenlijk wel meevalt op dat vlak, vooral omdat de hand en stem van liedjessmid Meiburg opnieuw de rode draad bleken.
Bovendien is de elektronica passend ingelijfd, zoals de overige hoesfoto's opnieuw in de natuur zijn geschoten. Shearwater bleek wederom zijn geesteskind en Jet Plane and Oxbow een groeialbum, wat gisteren nog eens werd bevestigd bij een tweetal autoritten.

Voor mijn afspeellijst voegde ik toe: opener Prime met meteen in het intro synthesizer hetgeen mij op het verkeerde been zette - inmiddels dus gewend, A Long Time Away met z'n voortdenderende drumlijn, Pale Kings waar de folk (van voorheen?) is ingebed in een elektrisch geluid en drukke percussie, het dromeriger Wildlife in America en het ietwat postpunkige Radio Silence met z'n gejaagde groove.

Niet op mijn afspeellijst maar zeker waard om te noemen: het vlotte Filaments met z'n volle geluid, Only Child is lekkere indierock (maar niet zo passend bij de rest op de lijst) net als Glass Bones en de trage postpunk van Stray Light at Clouds Hill. Als een kruising tussen Joy Division en (de latere) Talk Talk. Ze bewijzen dat deze Shearwater als geheel een sterk album is, heel anders dan ik aanvankelijk veronderstelde.

Mijn chronologische queeste door het werk van Shearwater vervolgt nog niet met The Great Awakening, dat in 2022 verscheen. Eerst het in 2018 verschenen debuut van Loma, een project met Meiburg in de gelederen.
Die twee zijn dit najaar gezamenlijk op tournee door Europa. Samen met Shearwaters nieuwste album de reden dat ik aan deze muzikale reis begon.

» details   » naar bericht  » reageer  

Iommi - Fused (2005) 4,0

5 augustus, 13:08 uur

De berichten bij Fused beginnen met tweemaal de vraag of er een single bij dit album is. 21 jaar later alsnog een antwoord: jazeker, Dopamine !

Fused is nummer 3 na de eerdere Iommi-Hughesalbums Seventh Star en The 1996 Dep Sessions. Glenn Hughes zingt weer als de beste en opvallend is dat producer - toetsenist - bassist Bob Marlette aan alle nummers meeschreef. Sessiedrummer Kenny Aronoff is dezelfde als ik laatst bij Sammy Hagar & The Best of All Worlds Band tegenkwam, één van zijn vele, vele deelnames.

Mijn favoriete Iommi's zijn vaak die met tempowisselingen en bovendien heeft de man een neusje voor het opbouwen van meer dan fraaie gitaarsolo's. Wat springt er dan uit op Fused?
Opener Dopamine mag toegankelijker zijn, toch hoor ik liever de synthese tussen doom en melodie. Dan kom ik bij Wasted Again, Grace met een versnelling op twee derde en een tekst waarin Hughes zijn gelovige kant laat doorschemeren en het beukende What You're Living For.
Opus magnus is het negen minuten durende I Go Insane. Het begint als ballade, verderop doom en een versnelling. Excellent slotlied in de categorie van de slotnummers van Iommi bij Black Sabbath: Lonely Is the Word (1980), Over and Over (1981) en Keep It Warm (1983).

Wat betreft de gitaarsolo's: de toppers zijn die in Saviour of the Real met dat typisch-heerlijke Iommigeluid, Deep Inside a Shell (de timing van de noten, daar zit wellicht de invloed van Iommi's jeugdheld Django Reinhardt in, oef!), meteen in het intro van I Go Insane soleert hij subtiel, verderop eentje van intens kaliber.

Op de 2024-versie drie bonussen: Slip Away en het uptempo Let It Down Easy stonden in 2012 al op Who Cares, het album van Iommi met Ian Gillan ten bate van een muziekschool in Armenië. Twee nummers met lekkere zessnarenraces. Helemaal nieuw is het midtempo The Innocence met opnieuw een pakkende solo. Ook wat dat betreft is Fused beter dan The 1996 Dep Sessions. Vermoedelijk omdat Marlette het beste in Iommi en Hughes naar boven bracht.

» details   » naar bericht  » reageer  

Deliverance - As Above - So Below (2007) 3,0

5 augustus, 10:58 uur

Opvolger van Assimilation van zes jaar eerder. Deliverance bestaat hier uit frontman Jimmy Brown, gitarist Mike Phillips (dezelfde als op Stay of Execution uit 1992), nieuw zijn bassist Tom Kronyak en drummer Mike Reed.
Bovendien keerde voormalige drummer Kevin Lee (te horen op What a Joke en Stay of Execution) voor drie nummers terug op de kruk. De hoes vermeldt verder dat ene Corin Jae Scott live assisteert met toetsen en achtergrondzang, vermoedelijk is hij het vijfde groepslid op de foto achterop.

Destijds gecomplimenteerd omdat, lees ik op internet, de groep het beste van toen (thrash) combineert met een eigentijdse aanpak. Die is vrij technisch en er is de invloed van nu metal met rapachtige zanglijnen. Kan ik minder mee.
Daarbij staat de snaredrum zo strak, dat ik 'm irritant vind. Kwestie van smaak, toch had ik graag in plaats daarvan de gitaren iets luider gehoord. De mix mag dan zo strak zijn als de tijgerprintlegging van menige dame, ik mis de gitaarmuren.

Opener Legum Servi Sumus Ut Liberi Esse Possimus (van de Romeinse schrijver Cicero: "We zijn slaven van de wet om vrij te kunnen zijn") is als gamemuziek of wat klinkt in de wachtrij bij een achtbaan: toetsen in een rocksausje. We gaan los met Cause & Effect, mijn aanvankelijke favoriet van het album maar zelfs daarvan word ik niet wild-enthousiast.
Return to Form heeft deels rapachtige zang en zo gaat het door, inclusief flitsende gitaarsolo's en niet-pakkende zanglijnen. Alhoewel alles goed in elkaar zit en er wordt gevarieerd met bijvoorbeeld de nodige breaks, doet het me weinig. Muziek voor mijn hoofd, niet voor mijn hart.

Tot op de tweede helft de ruim elf minuten van het instrumentale Thistles aanbreken. Sterk opgebouwd met verrassenderwijs een akoestisch tweede deel. Ja, dáár word ik vrolijk van!
Het wordt pakkend gevolgd door de thrashriff van My Love met Browns krachtige en herkenbare zang, maar als in datzelfde nummer "aparte" akkoordenreeksen volgen, haak ik weer af, al zit het slim in elkaar. Slotlied Enlightened is in diezelfde stijl.

Knap gespeeld, doet het me toch weinig. Drie sterren, maar iemand met voorliefde voor eigentijdsere metal zal dit vermoedelijk hoger waarderen. De opvolger verscheen zes jaar later: Hear What I Say!

» details   » naar bericht  » reageer  

Shearwater - Fellow Travelers (2013) 3,5

4 augustus, 16:48 uur

Een regulier album van Shearwater met een bijzonder tintje. Ja, een coveralbum met liedjes van groepen waarmee Shearwater in het verleden optrad. Ja, leden van die groepen zijn bovendien te gast. Ja, Shearwater verandert "oude" in nieuwe liedjes. In Shearwaterstijl. Wat dat betreft ga ik helemaal mee met wat anderen schrijven.
Maar is het niemand opgevallen dat met de andersoortige teksten, namelijk over een ik-persoon, wordt afgeweken van de gangbare teksten over de natuur en het dierenleven in het bijzonder en hoe wij als mensen met planeet aarde omgaan? In plaats daarvan teksten over persoonlijke pijn en vervreemding.

En vraagt niemand zich af wat de betekenis is van de twee personen op de hoes, onlosmakelijk met elkaar verbonden maar met de ruggen naar elkaar toe, gewikkeld in doeken als zijn ze mummies?
Heeft Fellow Travellers een therapeutische kant? Gaat het over het einde van de relatie tussen Jonathan Meiburg en Kimberly Burke? Zij was kernlid vanaf het begin in 2001, maar dit werd hun laatste album met haar erbij.
De regels van opener Our Only Sun geven meteen een aanzet: "There's a kink in the pattern, did you do the right thing? There's a hole in the fabric, did you do the right thing? Can you trust a human being to do the right thing, under our only sun?" Zo verbergt zich op Fellow Travellers achter andermans teksten een persoonlijk verhaal.

Nummers die op mijn afspeellijst van favoriete Shearwaters belandden: het kleine miniatuur Our Only Sun, Hurts Like Heaven met veel piano, het op harp (Elaine Barber) leunende en verstilde Ambiguity en slotlied Fucked Up Life, waar de pijn hard wordt gevoeld.
Niet op mijn lijst gekomen maar desondanks vermeldenswaardig: indierocknummer Cheerleader, een lekker gitaarliedje; en het kalme A Wake for the Minotaur, een folkduet met de Amerikaanse singer-songwriter Sharon van Etten, dat zó op één van de eerste twee albums van Shearwater had gepast.

Pas drie jaar later verscheen Jet Plane and Oxbow, zonder Burke en met een verrassend andere aanpak.

» details   » naar bericht  » reageer  

Iommi - The 1996 Dep Sessions (2004) 3,5

4 augustus, 15:55 uur

Glenn Hughes kende ik als de zanger met de hoge zanglijnen bij het Deep Purple van midden jaren '70, maar mijn eerste echte kennismaking met hem was in 1986, single No Stranger to Love. Afkomstig van Seventh Star dat op last van de platenbazen als een Black Sabbath werd uitgebracht. In werkelijkheid was het Iommi's eerste soloalbum, waar ik veel meer kan met de zangstijl van Hughes dan in diens jaren bij Purple.

Vanaf circa 1995 zong rond dat de twee aan een vervolg werkten. Drummer was Dave Holland, waarmee er naast Hughes nóg een ex-lid van Trapeze meedeed.
Het product landde echter niet in de winkels. Vanaf 1998 werd internet gemeengoed en lekten de gestrande opnames online, zodat de bootleg van Eighth Star toch te horen was; momenteel staat hij hier.
Acht jaar later kwam het alsnog in de bakken, nu onder de zakelijke titel The 1996 DEP Sessions. Dit met later ingespeelde partijen van Jim Copley, om die van de in ongenade gevallen slagwerker te vervangen.

Het is inderdaad een vervolg op Seventh Star, nu met een Hughes die zijn zaakjes fysiek en mentaal in orde heeft. Hij is in topvorm en laat gelukkig de ad libs van voorheen weg.
Anders dan op Iommi werkte de gitarist hier wél met contrasten, ruimte latend voor subtiliteit. De eerste keer dat dat opvalt is met het akoestische eerste deel van From Another World.
Voor mij is er wel een probleempje met de tempo's, die laag blijven. Door het subtielere gitaarspel is er echter toch variatie, getuige Don't Drag the River. De doomriff van Time Is the Healer mag er ook zijn, zeker in combinatie met Hughes' stem.
Pas bij het één na laatste nummer I'm Not the Same Man gaat het tempo omhoog, wat vaker had mogen gebeuren. Op de Eighth Star-bootleg is dit overigens de opener waarbij opvalt dat er prominentere toetsen klinken; die zijn op The Dep Sessions jammer-maar-helaas behoorlijk weggemixt.
Het tokkelende gitaarspel in afsluiter It Falls Through Me brengt dan weer kalmte, om vervolgens fraai op te bouwen naar een tweetal gitaarsolo's.

In die laatste categorie: staan er buitencategorie solo's op dit album, zoals Iommi zo goed kan? Eeeh... eigenlijk niet. Nergens laat hij zich écht gaan, waar hij dat op Seventh Star wél deed. Wat dat betreft had ik meer vuurwerk willen horen, waarbij ook niet helpt dat Hughes het vaak moeilijk vind om éventjes weg te blijven bij de microfoon. Dat de bijdragen van toetsenisten Don Airey en Mike Exeter naar de coulissen zijn verbannen, is voorkennis die wat extra gemopper brengt.

» details   » naar bericht  » reageer  

Deliverance - Assimilation (2001) 3,5

4 augustus, 10:09 uur

Camelot-in-Smithereens vormde een voorlopig slot van Deliverance, de groep van zanger-gitarist Jimmy P. Brown II. Hij werkte daarna zes jaar in Las Vegas maar liep daar vast, vertelt hij in podcast AsTheStoryGrows. Brown herpakte zich en Deliverance keerde terug op de planken met Live at Cornerstone 2001 waarop de groep vooral teruggrijpt op ouder werk én dit Assimilation met nieuw werk.
Hierop is Deliverance een trio: bassist Manny Morales is weer van de partij, drummer is Jim Calvert, waarbij de leadgitaren worden bespeeld door gastmuzikant Justin DeTie. Een enkele keer klinken bescheiden toetsen van David Gilbreath. De opnames vonden plaats in St. Louis, Missouri; Deliverance is niet meer een groep uit Californië.

Een droge productie kenmerkt het album, dat sterk uit de startblokken gaat met The Limitless Light, een combinatie van de thrash uit de vroege jaren met progressive metal. Daarna domineert dat laatste genre, waarbij mij vooral bevallen The Circle, het iets melodieuzere Sell Your Soul, het swingende The Learned Man en het stoempende slotnummer Save Me from... waarin hij de voorgaande sores bezingt.

Hierop verhuist Brown naar Alabama waar hij een opnamestudio onder zijn beheer krijgt. Na opnieuw zes jaar keert Deliverance terug met As Above - So Below. Assimilation verscheen na 2001 in nieuwe jasjes, waarbij in 2025 op vinyl.

» details   » naar bericht  » reageer  

Shearwater - Animal Joy (2012) 4,0

4 augustus, 08:24 uur

Met concerten van Shearwater in het najaar (Groningen, Amsterdam, Breda, Maastricht, Turnhout, Kortrijk, data zie hier) en hun nieuwe album sinds vorige week uit, reis ik opnieuw door hun discografie. De beste nummers zette ik ooit in een afspeellijst, die ik meteen bijwerk.
Voor album nummertje zeven stapte men over van label Matador naar Sub Pop. De samenstelling wisselt meestal per album: was de groep op de voorganger een kwintet, op Animal Joy bestaat Shearwater slechts uit de vaste kern van frontman Jonathan Meiburg, Kimberly Burke en Thor Harris, aangevuld met gastmusici.
Verder valt op dat de rol van drums en percussie (Harris) groter is dan ooit, ze zijn bovendien dik in de mix gezet. Daarmee krijgen de folkwortels van de groep nog meer een indiekarakter, mede omdat een elektrische gitaar soms luid meegaat. Gezien hoes en titel speelt het dierenrijk opnieuw een grote rol in de thematiek.

Ik lees het nooit, toch is Meiburg in mijn oren in technisch opzicht één van de beste zangers die ik ken in de popmuziek. Hij heeft een groot bereik, bezit zowel het vermogen tot luid zingen als een klein falsetto, plus vervolgens de gradaties daartussenin met de nodige expressie. In dat opzicht moet ik - verrassend vanwege het andere genre - denken aan wat Geoff Tate bij Queensrÿche deed. Het heeft iets van de zangstijl van klassieke muziek. Bovendien schrijft hij op ieder album wel enkele nummers met betoverende melodieën.

Wat ik de beste nummers van Animal Joy vind, verschilt per draaibeurt. De volgende nummers zette ik uiteindelijk op de afspeellijst: vanwege melodieën en opbouw zowel Animal Life als You As You Were, het snelle en luide Immaculate, het ingetogen Run the Banner Down en het midtempo, robuuste Star of the Age met fraaie details in instrumentatie, inclusief harp.
De overige nummers zijn daarbij bepaald géén afval, zoals het stevige Pushing the River, één van de nummers met veel ruimte voor drums. Toch zijn de genoemde nummers qua melodie nog mooier.

Waar Shearwater jarenlang een frequentie aanhield van om het jaar een nieuw studioalbum, verscheen al het jaar erop coveralbum (!) Fellow Travelers.

» details   » naar bericht  » reageer  

Iommi - Iommi (2000) 3,0

3 augustus, 12:01 uur

Met een nieuw soloalbum van Tony Iommi van Black Sabbath in aantocht, leek het me leuk diens twee solovoorgangers weer eens te beluisteren.
Bovenstaand MuMens is inmiddels van de site verdwenen, maar mochten hij of anderen geïnteresseerd zijn: voor de online aankopen beveel ik behalve Marktplaats en 2hands.be ook nog het Duitse MediMops aan, sites waar vaak het een kwestie van geduldig wachten is. Wie weet heb je geluk en dan zijn er altijd nog lokale platenzaken, waarbij misschien de in metal gespecialiseerde winkels de voorkeur hebben.
Check bijvoorbeeld eens bij No Dust in Wezep, eigenaar Henk doet altijd zijn best voor speciale verzoeken en zijn koffie is lekker, Sounds Venlo heeft sowieso een uniek inkoopbeleid en Sounds Tilburg in in metaal gespecialiseerd.
En natuurlijk is er altijd Discogs. Gezien de prijzen op die site moet je momenteel voor Iommi prijzen vanaf €15, neertellen, verzendkosten of - vanuit buiten de EU - invoerkosten niet meegerekend.

Voor mij is Iommi een lange zit en daarom geen reden voor aanschaf, ik houd het bij de afspeellijst op JijBuis. Knap is echter dat het album ondanks alle gastzangers een eenheid is geworden.
Toch mis ik de speelsheid en tempowisselingen die ik ken van zijn werk tot en met 1986. Het zit 'm erin dat Iommi zich vooral op logge ritmes richt, waar hij die voordien met andere stijlen, contrasten (waar blijft de akoestische gitaar?) en invallen afwisselde. Om diezelfde reden vond ik latere albums met zijn groepen tegenvallen: Black Sabbaths 13 en vooral Heaven & Hells The Devil You Know.

Kwestie van smaak? Zou best kunnen, in ieder geval hoor ik dat wél bij drie nummers. Eerst het door zangeres Skin van Skunk Anansie ijzersterk gezongen Meat. Die riff die halverwege wordt ingezet in samenwerking met de solo: terug naar de periode '72-78!
Black Oblivion met Billy Corgan van Smashing Pumpkins werkt ook goed, met op de helft een nieuwe riff die wat toevoegt: sterke opbouw.
En in tegenstelling tot menigeen vind ik het wél leuk om Iommi met Ozzy en drummer Bill Ward te horen op Who's Fooling Who, dat zó op 13 had gepast, mede door een versnelling. Jammer is de digitale klok aan het begin en slot, ongetwijfeld verwijzend naar het eerste nummer van hun debuut; had een echte klok gebruikt...
Eenzelfde opbouw wordt gedaan bij Into the Night, waarop Billy Idol weliswaar verrassend goed zingt maar de herhaling van zetten van het nummer ervoor doet het de das om.

Soms geniet ik van de meerwaarde van een gitaarsolo, er zijn er weinigen die een solo zo goed kunnen opbouwen als Tony Iommi. Ook wat dat betreft houd ik het bij mijn drie favorieten.
Naast de gastzangers is er een keur aan andere bekende muzikanten, van Brian May tot Laurence Cottle, bassist van Sabbath ten tijde van Headless Cross en hier door Iommi voor menig nummer ingehuurd. Maar de composities maken een plaat, niet de genodigden, hoe goed ze ook zijn. Iommi is niet slecht, maar spannend en opwindend?

» details   » naar bericht  » reageer  

Deliverance - Camelot-in-Smithereens (1995) 3,5

3 augustus, 09:31 uur

De zevende van Deliverance, het geesteskind van zanger-gitarist Jimmy P. Brown II, begonnen met thrashmetal om vervolgens de wereld van progressive metal in te stappen. Op ieder album een bepaalde ontwikkeling. Invloeden van namen als Queensrÿche, Crimson Glory en aanverwanten werden gestoken in logge, heavy composities en zanglijnen die Browns voorliefde voor David Bowie verraadden. Met alle logheid vond ik het echter nogal eens eentonig worden, te veel metal op z'n jaren '90, waarbij de melodieën niet beklijfden. Desondanks was er altijd wel iets te genieten: zo sprongen er op voorganger River Disturbance drie nummers uit.

Camelot-in-Smithereens was bedoeld als een conceptalbum dat veel rijker had moeten zijn dan gewoonweg negen nummers op een rij; daarover meer in het slot. Deliverance bestaat hier verder uit bassist Manny Morales, drummer Jeff Mason en gitarist Marcus Colon, al speelt de laatste op dit album slechts op Anymore. De mix werd gedaan door de bekende Bill Metoyer.
Een uptempo start met Somber Theme (Where Are You) en ik hoop op meer daarvan. Het tempo gaat echter omlaag met de twee volgende nummers, waarmee het logge geluid van de twee voorgangers terugkeert. Dan volgt het schone, bijna huilende Anymore met slechts gitaar, zang en schaarse, ijle toetsen. Prachtig hoe het album wordt stilgezet, waarna het trage Book Ends een sterk vervolg is, al duurt het met z'n bijna zeven minuten te lang.

De tweede helft opent met Beauty & the Beast, oorspronkelijk te vinden op "Heroes" van David Bowie. Daarop niet mijn favoriet en ook hier niet, al weet ik dat menig Bowiefan er anders in zit. Originele bassist Brian Khairullah doet hier achtergrondzang. Make My Bed in Hell beukt midtempo met een nu metalachtige riff, afgewisseld met melodieuze delen.
Dan liever The Red Roof, waar uptempo metal wordt gecombineerd met een sterke zanglijn in Bowiestijl. Als het na 3'58" is geëindigd, volgt zo'n 1'20" van donkere synthesizergeluiden, als bij een thriller. Ernstig is het gitaargetokkel dat slotlied In-U vervolgens brengt, progressive metal in een afwisselend nummer dat groeit bij vaker afspelen.

Diverse beperkingen, onder andere door onenigheid met de platenmaatschappij, maakten dat Brown niet tevreden was met het resultaat. Sterker nog, hij verliet de muziekwereld voor een reguliere baan - alhoewel, is de casinowereld van Las Vegas dat? - om pas zes jaar later terug te keren met opvolger Assimilation. Daarna blijft hij actief als muzikant en één van de projecten die hij aanpakt is het uitbrengen van dit Camelot-in-Smithereens in een versie zoals eigenlijk bedoeld.
Dat wordt Camelot in Smithereens Redux, ook wel Camelot MMXXI genoemd. Hierop is het album opnieuw ingespeeld met, op Brown na, andere musici. Tussen de nummers zijn audiodelen geplaatst, waarmee een conceptalbum/verhaal ontstaat in plaats van negen nummers die schijnbaar los van elkaar staan.

» details   » naar bericht  » reageer  

Shearwater - The Golden Archipelago (2010) 3,5

2 augustus, 22:10 uur

De vierde Shearwater op rij met een quasi-orkestrale aanpak, de vijfde als je EP The Snow Leopard meerekent. Dat betekent dat de instrumentatie per nummer kan verschillen. Uitvoerenden zijn naast oudgedienden Jonathan Meiburg, Kimberley Burke en Thor Harris nieuwelingen Jordan Geiger en Kevin Schneider, plus opnieuw de nodige gastmusici.
Voor inspiratie koos de frontman voor een bijzondere aanpak: "Shearwater’s singer Jonathan Meiburg spent several months camping around the world at various island communities to get first-hand inspiration for the album", lees ik bij USD Student Media. Dit wordt hoorbaar in de eerste tonen, die bij Meridian horen: daar klinkt "The Anthem of Bikini Atoll" uit 1946, een opname op het eiland Kili uit 1998.

Van dit album belandden op mijn afspeellijst het in 7/8-maat gestoken Black Eyes, het cinematische Hidden Lakes waar Meiburg weer fraai falsettozang gebruikt, God Made Me bouwt fraai op van klein naar groot om weer klein te eindigen, het uptempo en toch etherische Runners of the Sun, de qua melodie op een klassiek zangstuk lijkende Castaways en de melodie van An Insular Life is ook al zo mooi.

Overigens kent het luid gezongen Corridors eveneens zo'n fraaie melodie, maar met z'n grommende bas en scheurende gitaar is het me hier te afwijkend voor in de afspeellijst. Alsof er een postpunkgroep speelt, zij het wél pakkend. Opnieuw twee jaar verder verscheen Animal Joy.

Wat de opmerking van psmoor betreft: dan heb je waarschijnlijk deze persing?

» details   » naar bericht  » reageer  

Shearwater - The Snow Leopard (2008) 4,0

2 augustus, 22:07 uur

Kort na Rook verschenen, bevat EP The Snow Leopard twee nummers die helemaal nieuw zijn: de betoverende pianoballade So Bad en het op banjo leunende North Col, de tegenhanger van South Col op Rook, dat een heel andere muzikale aanpak kent. Nick Caves Henry Lee is natuurlijk bij voorbaat al mooi, zeker in de aanpak van Shearwater.

Als ik deze nog eens in het wild tegenkom...

» details   » naar bericht  » reageer