Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van RonaldjK. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026
Jethro Tull - Bursting Out (1978) 5,0
Alternatieve titel: Jethro Tull Live, vandaag om 22:04 uur
Tien kaarsjes blies Jethro Tull in 1978 uit en dus was het tijd voor een liveplaat. Elf studioalbums bracht de groep uit in de periode 1968 - 1978, ieder jaar één, de laatste was Heavy Horses in april dat jaar. Die platen werden steevast gevolgd door een Engelse, Europese en Amerikaanse tour - in de VS waren ze nog populairder dan in eigen land.
Bovendien kwam in '72 de meer-dan-verzamelaar Living in the Past uit en in het toch al drukke 1978 ondersteunt de groep Maddy Prior op Woman in the Wings. Je zou je kunnen voorstellen dat de groep in 1979 een jaartje rust zou nemen en ter overbrugging deze livedubbelaar uitbracht. Maar nee, al in september '78 lag Bursting Out in de winkels en sterker nog, zelfs dit livealbum werd gevolgd door een tournee.
Opgenomen "somewhere in Europe", maar de introductie van Claude Nobs van het Montreux Jazz Festival verwijst naar Zwitserland, waarbij opnamen van andere concerten zijn gebruikt, onder meer in Duitsland. In de praatjes tussen de nummers door klinkt Anderson als een enigszins strenge en toch vriendelijke schoolmeester met ironie, onder andere een Amerikaanse groep concertgangers bedankend dat ze - net als Jethro Tull - zo ver van huis zijn.
Bursting Out biedt een fraaie dwarsdoorsnede van het oeuvre van de groep. Nooit eerder hoorde ik gitarist Martin Barre zó stevig soleren: hij kan zich in heavy opzicht meten met Tony Iommi. Maar ook in akoestisch opzicht laat hij zich gelden, net als frontman Ian Anderson op zang, fluit, saxofoon en wat hij nog meer heeft liggen. Op toetsen laten Dave Evans en voor de extra's David Palmer zich horen, bassist John Glaslock is de betrouwbare brug tussen drums en de andere muzikanten, waarbij Barrie Barlow weer eens een meer dan fantastisch drummer blijkt, diens tijd vooruit met snelle partijen op dubbele basdrum nog vóór Phil Taylor bij Motörhead hiervan zijn handelsmerk zou maken.
Muziek op het kruispunt van progrock, hardrock, folk en daarbij elementen uit jazz en klassieke muziek. Het is een enerverend geheel, waarbij de arrangementen nogal eens afwijken van wat op de studioplaten staat.
De uitgebreide heruitgave uit 2024 waarover Mssr Renard schreef, is ook op streaming te vinden en doet de verbazing over het vakmanschap, spelplezier en veelzijdigheid alleen nog maar groeien. Dit alles in een opnamekwaliteit om bij de likkebaarden.
In de jaren van voorheen waren er enkele bezettingswijzigingen geweest: al sinds het vertrek van drummer Clive Bunker in 1971 (die ging trouwen en minder van huis wilde zijn) was Ian Anderson het enige groepslid dat er vanaf het begin bij was. Noodgedwongen diende de volgende verandering zich aan voor de tournee bij Bursting Out: bassist John Glaslock was door hartproblemen verhinderd om mee te gaan en werd tijdelijk vervangen door Tony Williams.
Die kreeg de baspartijen aangeleerd van zijn maatje, Barrie Barlow. Deze neemt in zijn cottage nabij Blackpool alle partijen met Williams door, geholpen door een remix van Martin Barre waarbij de baspartijen naar voren waren gehaald, zo vertelt Scott Allen Nollen in zijn bandbio 'Jethro Tull: A history of the band, 1968-2001'.
Hierna wordt de set nog eens twee maanden lang grondig doorgenomen. Dat laatste is niet vreemd als je weet dat Barre zeer kritisch was op zijn eigen spel: al ten tijde van Thick as a Brick maakte hij bij ieder optreden fouten, zo vertelt hij in het boek; omdat de muziek zo ingewikkeld in elkaar zat...
» details » naar bericht » reageer
Telex - "Sex" (1981) 3,0
Alternatieve titel: Birds and Bees, vandaag om 18:30 uur
Op reis door new wave, bevind ik me in 1981. In welke maand de derde van Telex genaamd "Sex" verscheen, kon ik niet vinden. Wél is duidelijk dat de gebroeders Mael van Sparks meewerkten aan het album door het schrijven van teksten. Ze werden aan elkaar gekoppeld door een wederzijdse vriendin, synthpopzangeres Lio. De minimalistische aanpak van Telex wordt daardoor gecombineerd met rijkere teksten dan voorheen: voor Sparks is immers Engels de moedertaal.
Waar de Belgen meesters waren in het uitkleden van muziek (zoals de covers op de twee voorgangers bewezen, net als hun bijdrage aan het Eurovisie Songfestival Euro-Vision), hadden de Maeltjes zich in de jaren ervoor op dansbare synthpop gericht.
Ze vinden elkaar op een album vol ironie. Covers ontbreken deze mael, waarbij alle muziek werd geschreven door Michel Moers. Per album werd de "lulligheid" van de muziek minder en groeide de kwaliteit. Die betere muzikale aanpak maakt echter dat, ondanks de teksten, die plezante banaliteit wordt gemist.
De meeste muziek is kalmpjes uptempo, waarbij met Long Holiday schlagerachtige synthpop klinkt. Hoogtepunten zijn The Man with the Answer en Excercise Is Good for You. Met tapdans-showmuziek van slotnummer Sigmund Freud's Party weet de groep ouderwets aangenaam kitscherig te klinken.
In 1982 verscheen "Sex" op zowel de Britse als de Amerikaanse markt met de verhullende titel Birds and Bees. Nieuw is daarop Mata Hari, dat ik slechts via JijBuis kan vinden. Een prima nummer, in 1993 meegenomen op hun verzamelaar Belgium... One Point. De titel van die compilatie verwijst vol zelfspot naar hun gewenst-desastreuze deelname aan het Eurovisie Songfestival van 1980. Ook nieuw op Birds and Bees zijn L'Amour Toujours en het dansbare Dummy.
Roxy6, als fan van Sparks: heb je deze plaat (de Europese of UK/US-versie) in de kast? Mijn reis door new wave kwam vanaf de tweede X en vervolgt bij de gitaarwave van het Britse Josef K.
» details » naar bericht » reageer
X - Wild Gift (1981) 3,0
vandaag om 17:31 uur
De tweede van de Californische punkpioniers van X heet Wild Gift. Alhoewel (of doordat?) de opvolger van het prettige debuut eveneens door Ray Manzarek van The Doors is geproduceerd, maakt de muziek op Wild Gift een iets kalmere indruk. Alsof er meer tijd was om na te denken en minder werd gemikt op sec het punkpubliek.
In de twee berichten hierboven kan ik me goed vinden. "Lichtgewicht punkmuziek" en de vergelijking met de B-52's? Ja, ik hoor het, net als de mogelijke invloed op de dan nog niet bestaande Pixies. Exene Cervenka deelt weer de leadzang met bassist John Doe, waarbij in een dik half uur dertien nummers langskomen.
Dan sluit ik me ook aan bij de twee eerdere bijdragen wat betreft de kwaliteit van Wild Gift: het is niet zo spannend... De liedjes, riffs en melodieën, ze willen niet beklijven. Drie nummers springen er desondanks uit: het Ramonesaanse I'm Coming Over, Some Other Time en Back 2 the Base. Wellicht dat een ander meer kan met bijvoorbeeld de rockabillypunk van Beyond and Back?
Mijn reis door new wave kwam van de tweede van het Londense Landscape en van Los Angeles vlieg ik naar Brussel waar we het Belgische Telex tegenkomen in gezelschap van de twee Californische broers van Sparks.
» details » naar bericht » reageer
Landscape - From the Tea-Rooms of Mars... to the Hell-Holes of Uranus (1981) 3,5
vandaag om 17:10 uur
Het Londense Landscape begon in 1975 en, experimenterend met synthesizers, debuteerde men in 1979 met Landscape. Omdat ik op reis ben door het land van new wave, sla ik dat album in die context over: pop met jazzelementen, dit alles in de digitale wereld van toen. Met de opvolger werd new wave omarmd, waarbij de popelementen bleven.
Op From the Tea-Rooms of Mars .... to the Hell-Holes of Uranus (de titel ná de puntjes is te vinden op de achterzijde van de hoes klinkt een groep die liefhebbers van Visage, Ultravox en de debuutplaten van Depeche Mode, Duran Duran, Spandau Ballet en Yazoo zal kunnen smaken. Landscape legt echter de nadruk op instrumentale muziek, al klinkt hier en daar zang of andersoortige vocalen.
Niet dat alles even spannend is, zoals het ietwat tuttebollige Computer Person met z'n vocoder en bijna schlagerachtige melodie. Maar opener European Man en Shake the West Awake trappen het album fris af.
Vreemde eend in de bijt is Alpine Tragedy Sisters, waarvan het eerste deel als goedkope muziek bij een tv-serie uit 1981 klinkt, om vervolgens te versnellen en z'n eigen ding te doen.
Landscape heeft een wat conservatievere aanpak dan de namen die ik zojuist noemde, maar weet toch te verrassen. Dat gebeurt eveneens in Face of the 80's, waar een ietwat kitscherige eerste helft door het gezongen tweede deel toch indruk maakt. Via Einstein a Go-Go sluit Landscape weer aansluit bij andere namen uit die tijd (en inderdaad, #5 in de Britse hitlijst in april 1981). Net als in Norman Bates (als verkorte single #40 in juni dat jaar).
Zoals genoemd zijn er soms overeenkomsten met film- of tv-muziek, nadrukkelijk in de sfeer van die tijd. De heren durven zelfs langdurig met absurdisme te eindigen; het titelnummer duurt een dikke zeven minuten.
In mijn reis door new wave bevind ik me momenteel in 1981. Vorige halte was het verrassende The Pop Theory van Klang, het vervolg is bij de tweede van de punks uit Los Angeles genaamd X.
» details » naar bericht » reageer
Klang - The Pop Theory (1981) 4,0
vandaag om 16:08 uur
(Nog?) niet op mijn streamingplatform te vinden, wel op YouTube is het debuut van het Brusselse Klang, de groep rond Klaus Klang. Deze Claude Ongena begon in het slechts enkele maanden actieve X-Pulsion, een punkgroep uit zijn woonplaats (1977-1978) en koos met Klang voor een veel melodieuzer koers. Daarvan getuigt The Pop Theory, verschenen bij het Nederlandse label Back Door en grotendeels opgenomen in de Hilversumse Wisseloord Studios.
Daarop klinkt energieke, popachtige new wave met de nodige echo's van David Bowie en Steve Harley & Cockney Rebel. Overwegend een uptempo album, is ballade Angry Young Men een uitzondering. Het heeft weg van een All the Young Dudes van Mott the Hoople, geschreven door Bowie. In Beat It past Klang ska in de muziek.
Sterke melodieën dito composities doen me alweer verbaasd afvragen waarom ik deze groep alleen van naam kende. Zo is er de sterke opener van kant 2 Virgins and I, in de sfeer van Steve Harley, oftewel de kwaliteitspop die aan new wave vooraf ging. Er zit iets klaaglijks in de uitbundige zang van Klaus Klang, die ook slaggitaar en enige toetsen speelde én verantwoordelijk was voor de hoes, met Robert Frankson als gitarist, broer Kurt als bassist en Denis Rufin op de drumkruk.
Een vleugje punk op de wijze van The Adverts in het pakkende I Wish You'd Call Me a Red, een nummer dat drie jaar eerder geknipt was geweest voor de Britse hitlijst. Met de reggae van Wailing in the Moonlight is er de associatie met Ian Dury & The Blockheads. Music for the East is het tweede buitenbeentje op de plaat met vooral ingetogen piano en zang.
En is het Engels hier tenenkrommend? Ach, Britten uit Wales zingen ook anders dan zij die in plat Londens zingen of over een sterk Schotse tongval beschikken. Nee hoor, de afwisseling, energie en composities maken dat ik oprecht enthousiast ben over The Pop Theory.
Ik beluister de albums achter mijn afspeellijsten met losse nummers uit de new wave. Helaas moet afwachten of dit album op streaming komt. Mijn reis door wave kwam van het donderende EP-debuut van Red Zebra, ik vervolg bij het Britse Landscape dat net als Klang in februari 1981 debuteerde, in hun geval met From the Tea-Rooms of Mars... to the Hell-Holes of Uranus.
» details » naar bericht » reageer
Red Zebra - Bastogne (1981) 4,0
vandaag om 15:44 uur
Donderende drums met dito baslijnen, fladderende gitaarpartijen als spreeuwenzwermen, holle zang... Deze kaaskop van boven de grote rivieren kende Red Zebra slechts van naam, door deze EP Bastogne betreur ik dat het 45 jaar - vijf-en-veertig! - daarbij bleef.
Zoals hierboven werd genoteerd, "in een vlijmscherpe productie van TC Matic-gitarist Jean-Marie Aerts." Alsof niet hij maar Martin Hannett in Londen met de Bruggenaren in een opnamekot bivakkeerde. Associaties met zowel Joy Division (de wilde nummers) en Echo and the Bunnymen (de kalmere delen). Vijf sterke liedjes met The Art of Conversation als mijn favoriet.
Na de start met het felle, instrumentale titelnummer volgt The Ultimate Stranger dat evenzo voortdendert. Hierbij valt de jongensachtige zang van Peter Slabbynck op, inclusief een kleine rafel in zijn stem. In slotlied Man Comes from Ape imiteert hij bovendien blaffende apen.
Is er iemand die weet hoe het komt dat Bastogne 43 jaar later alsnog in de Vlaamse albumlijst kwam, zomaar tussen tussen Lana del Rey en Zwangere Guy? In ieder geval omdat het toen opnieuw verscheen, zij het deze keer als volledig album met elf nummers, waarvan kant B "live at Jeugdhuis LODEJO, 1994".
Ik ben op reis door new wave, mijn vorige halte was in juni 1981 toen You van Scooter een hit werd. Volgende halte is The Pop Theory van het Brusselse Klang.
» details » naar bericht » reageer
Scooter - One by One (1981) 4,0
afgelopen zaterdag om 14:20 uur
Op reis door new wave wilde ik juli 1981 afronden, toen ik op het forum BELPOP (the fradzler files) stuitte. Daarbij ook de nodige wave en dus kon ik niet anders doen dan een inhaalslagje maken. Zie hier wat in 2009 in het genoemde forum over dit album werd geschreven.
Met One by One van Scooter ben ik terug in '81. Dit is dus een andere Scooter dan die happy hardcore-act. Deze Scooter kwam uit Antwerpen en biedt new wave op de rand van pop.
Blijkens website Ultratop betrad single You in juni dat jaar de Vlaamse hitlijsten om in juli op #18 te pieken. Een echte zomerhit dus.
Maar eigenlijk zijn alle nummers wel gemaakt voor radio dankzij pakkende melodieën en koortjes. In Easy gaat het richting powerpop, inclusief een orgel op z'n Stranglers'. Slechts éénmaal heb ik een 'mwah-beleving' en wel bij Beatlescover Eight Days a Week; hun eigen liedjes zijn spannender. Zo grijpt Beggars Can't Be Choosers de luisteraar meteen bij de oren dankzij gitaarwerk en toetsen.
New wave is een containerbegrip. In All You Gotta Do hoor ik echo's van Steely Dan, een heel ander muzikaal vat. En toch, in de korte en puntige aanpak van Scooter past het wonderwel. Perfect popliedje, waarna met felle drumslagen in Peppermint Girl energiek wordt afgesloten.
Mijn reis door new wave kwam van de tweede van Jo Lemaire + Flouze en vervolgt bij de debuut-EP van Red Zebra uit Brugge.
» details » naar bericht » reageer
Maddy Prior - Woman in the Wings (1978) 4,0
afgelopen zaterdag om 13:30 uur
Het solodebuut van Maddy Prior, sinds 1970 te horen bij Steeleye Span. Daarbij valt op de grote bemoeienis van de groep Jethro Tull bij deze elpee. De productie werd gedaan door hun frontman Ian Anderson die ook dwarsfluit speelt op Gutter Geese en een enkele keer (Rollercoaster) op achtergrondzang is te horen, Martin Barre speelde de gitaarsolo op Cold Flame, toetsenist David Palmer is te horen op Woman in the Wings en Mother and Child, bassist John Glascock begeleidt op vier nummers en drummer Barrie Barlow op zeven.
Tegelijkertijd geldt dat ook zonder het spelletje 'Wie is te horen op welk nummer?' dit simpelweg een zeer aangenaam album is . Minder folk dan bij Steeleye Span, in plaats daarvan meer pop. Het is echter altijd de stem van Prior die de sfeer bepaalt.
En zo volgt nummer na nummer met aangename muziek in zeer warme sfeer. Zoals een vriend van me zou zeggen: 'Ik ruik meteen het brood dat mijn moeder bakte en dat we nog warm met basterdsuiker bestrooiden en opaten.' Knusse huiselijkheid als versgebakken brood.
Uiteraard schemert folk wél door, het blijft de herkenbare stem van Steeleye Span. Op Woman in the Wings grijpt ze echter geleidelijk steeds meer de kans om buiten die kaders te zingen. De strijkers in Rollercoaster maken bijvoorbeeld dat een "Amerikaans" orkestgeluid ontstaat, geschikt voor de FM-radio van die tijd met kwaliteitspop en -rock.
Op kant 2 wordt het qua muzikale kleuren breder. Mooi zijn de subtiele blazers in Long Shadows, buitenbeentje is de swingjazz van I Told you So, halverwege kant 2. De wiegende 6/8 maat van Rosettes nodigt uit tot dansen, een vleugje reggae (!) in Catseyes (op Jethro Tulls Heavy Horses uit datzelfde 1978 speelde dat dier ook al een rol) en zowaar nóg eens jazzswing in afsluiter Baggy Pants, waar Shona Anderson, echtgenote van Ian, achtergrondzang doet. In het nummer een brassgroep voor extra swing; inspireerde de titel de groep Madness niet veel later voor een bijna gelijknamig nummer? Vast niet, maar kennelijk was er iets met drollenvangerbroeken die terugkeerden in liedjes.
Mag ik potjandosie eens vragen om hier bij gelegenheid zijn tanden in te zetten? Net als in het oeuvre van Steeleye Span?
» details » naar bericht » reageer
Jo Lemaire + Flouze - Precious Time (1980) 3,5
afgelopen donderdag om 18:45 uur
New wave in 1980. Op mijn afspeellijst staat onder meer mijn vorige halte Machiavel met hun vierde album genaamd New Lines dat wordt vertegenwoordigd met Fly, waarna Computerstaat van Abwärts komt en dan titelnummer Precious Time van deze tweede van Jo Lemaire + Flouze.
Die klinkt anders dan hun debuut. Gitaren zijn minder prominent, net als de saxofoon. In plaats daarvan een wat koelere sfeer, minder uitbundig, wat wordt benadrukt door een grotere invloed voor toetsen en synthesizers plus de vaak slappende bas van Ferdinand Philippot. Maar nog altijd hartstikke new wave.
Dat werkt goed in opener Precious Time, alsof we hier al dat fijne bandje Altered Images horen. Maar die debuteerden het jaar erna. The Happy Song is meer van de funk, het felle The Code drijft op een bijtende gitaar. Het kalmere Hands and Words pakt minder, Till the Fall sluit echter sterk én onderkoeld af dankzij toetsen en cleane gitaar.
Bij de zang van Jo Lemaire en de muziek van Flouze in Freudian Slips denk ik aan het vroege werk van The Pretenders, Far Cry heeft weer een aangename koele sfeer om wat heftiger in Siouxsiesfeer te eindigen. Twee vergelijkingen in één zin, tegelijkertijd benadruk ik de eigen plek van Lemaire en haar Flouzemannen.
Punkachtig gitaarwerk en een stuiterende saxofoon in Family Cell, pop in No Tears Allowed met scheurende gitaar in het refrein. Dankzij het midtempo Wake Up keert ten slotte funk terug met veel slappende basgitaar.
Alles bij elkaar is dit een album dat nog altijd fris en gevarieerd klinkt. Volgende halte in het land van new wave is van het eveneens Belgische Scooter. Nee, níet de Duitse happy hardcore-act!
» details » naar bericht » reageer
Jethro Tull - Heavy Horses (1978) 4,0
afgelopen donderdag om 17:27 uur
In 1978 was deze jonge puber inmiddels heel erg van de radio en ontstond langzamerhand een voorkeur voor snelle liedjes, liefst met scheurende gitaar. Van een groep als Jethro Tull had ik geen benul. Wellicht dat ik de hoes van Heavy Horses wel eens voorbij heb zien komen; mijn ouders hadden de driemaandelijkse catalogus van Boek en Plaat, mogelijk stond hij daarin. Áls dat zo was, was de foto van een bebaarde man met in bruin pak, mal hoedje op het hoofd en twee paarden aan de handen me niet aantrekkelijk voorgekomen.
Toen ik in 2014 door de discografie van de groep heenging, ontdekte ik echter dat er met Acres Wild, Moths en Rover drie appetijtelijke liedjes op staan. De bijzondere combinatie van progrock en folk, de ingewikkelde maatsoorten, akkoordenreeksen en overgangen in combinatie met folkelementen als mandoline en viool (de laatste van gastmuzikant Darryl Way) maakt dat Jethro Tull een unieke plek inneemt.
Inmiddels blijkt opener ...And the Mouse Police Never Sleeps een groeidiamantje, zeker met die extatische climax. Geldt tevens voor One Brown Mouse, titellied Heavy Horses met z'n strijkers en de progfolk van Weathercock: lekker tot onweerstaanbaar. Muziek die bij het klimmen van de jaren steeds beter bevalt.
Heeft Scott Allen Nollen in zijn groepsbio uit 2002 nog leuke details? Uiteraard. Zo lees ik dat frontman Ian Anderson in aanloop naar Heavy Horses in zuid-Londen studio Maison Rouge bouwde en dat de groep zangeres Maddy Prior van Steeleye Span begeleidde op haar soloplaat Woman in the Wings.
In een interview vertelde Anderson: "I don't listen to music", "My whole record collection consists of twenty or thirty albums" en "Beethoven is my only idol".
Hij beschreef destijds de elpee als "Songs from the Wood, Part II, plus a little more Jethro Tull." In 1993 was hij minder positief: "Songs from the wood had the fun, the humor. (...) Heavy Horses is missing that warmth." Is dát wat me opvalt aan de zang? Hij klinkt af en toe onnodig venijnig, met een ietwat geforceerd rauw randje in de stem. Al is dat in contrast met de akoestische gitaren van Martin Barre en hemzelf nog altijd okay.
Bassist John Glaslock voelde zich steeds vaker onwel. Diens vriendin sleurde hem, terug van tournee in Groot-Brittannië, met grote haast naar het ziekenhuis. Het bleek dat een verwaarloosde tandontsteking voor problemen bij een toch al zwakke hartklep had gezorgd, een erfelijke aandoening. Hij onderging onmiddellijk een openhartoperatie.
Verscheen Heavy Horses in april 1978, al in september volgde Bursting Out: Live.
» details » naar bericht » reageer
Machiavel - New Lines (1980) 4,0
afgelopen woensdag om 18:31 uur
New Lines, new wave uit Brussel. Vorig jaar zomer kwam ik in het Belgische Doornik/Tournai, Franstalig nabij de Westhoek en het Franse Lille, in de lokale platenzaak enkele elpees van Machiavel tegen. Ik kende ze niet maar nam op goed geluk de opvolger van dit New Lines uit 1980 mee. Daarop klinkt onder meer adult oriented rock en toen ik in de geschiedenis van de groep dook, bleek men een avontuurlijke koers te hebben gevaren.
Machiavel debuteert in 1976 met Machiavel en net als op de twee albums die volgden, klinkt daar symfonische rock. In 1979 wordt met Urban Games echter voor compactere nummers gekozen en als twee groepsleden plaatsmaken voor anderen, volgt in 1980 via New Lines stevige new wave. Geproduceerd door Dany Lademacher van Herman Brood & His Wild Romance. Het album kon ik niet in zijn geheel op streaming vinden, maar enkele nummers belandden op Anthology, dat daar wel staat.
Radiohit Fly is lekker stevig en uptempo, Lying World is eveneens uptempo en heeft tegelijkertijd weg van de kalmere zijde van The Police, in Relax reggaepop en slapt de basgitaar, Playboy is midtempo, stevig met hoge uithalen in de zang van Mario Guccio.
Voor de overige nummers brengt YouTube uitkomst. Stevige gitaren in Champagne in Amsterdam, Memories is eveneens vlot maar met uitwaaierend gitaarspel, Turn Off rockt stevig alsof we de Groningse New Adventures horen, eveneens een groep op de rand van rock en wave.
Echo's van The Police in A Life, niet online en dus vooralsnog onbekend blijft So Clear, slotlied Fade Away bouwt kalm op naar een stevig slot. Van Fly vond ik op JijBuis de videoclip.
Een groep met diverse invloeden die de luisteraar die al te zeer in muzikale hokjes denkt in verwarring zouden kunnen brengen. Want wat voor stijl is dit nou? Ach, wave in diverse smaakjes, denk ik dan. Stond deze ook in de platenzaak in Tournai? Zo ja, dan had ik 'm moeten meenemen. De opvolger is eveneens prima maar weer anders in stijl. David Bowie was een kameleon en deze Walen konden er ook wat van.
Machiavel bestaat overigens nog steeds en bracht tot dusver 13 albums uit, verzamelaars en liveplaten niet meegerekend. De laatste verscheen in 2022 en heet Phoenix.
Ik ben op reis door new wave en maak een inhaalslag met gemiste albums van Belgische origine. De vorige halte was het debuut van Jo Lemaire + Flouze en de volgende halte is eveneens van die groep: op naar hun tweede album genaamd Precious Time.
» details » naar bericht » reageer
Jethro Tull - Songs from the Wood (1977) 4,5
Alternatieve titel: Jethro Tull with Kitchen Prose, Gutter Rhymes and Divers Songs from the Wood, afgelopen woensdag om 16:58 uur
Na een uitgebreide rustpauze keerde Jethro Tull in 1977 terug. De haren korter dan voorheen poseert Ian Anderson op de hoes van Songs from the Wood. Als laatste Tullenaar was hij verhuisd van Londen naar het platteland. Maar dan niet naar een dorp, nee, meteen naar een boerderij ten westen van Londen, zo vertelt de bandbiografie van Scott Allen Nollen uit 2002.
Anders dan voorheen liet hij compositorische inbreng van anderen toe: "I deliberately would leave the studio and let them come up with some arrangements and ideas." Iets wat eigenlijk alleen eerder het geval was op Thick as a Brick.
Samen met de landelijke omgeving waar hij nu woonde, leidde dat tot een album waar de folkinvloed groter is dan ooit tevoren.
Bij het woord 'folk' keken de heren overigens vaak vies. Dit vanwege de associatie met de "1960s American coffeehouse style of bad singing and even worse musicianship." Op Songs from the Wood wordt echter op eigenzinnige wijze geput uit de Britse folkhistorie, ook wat betreft thematiek. Hunting Girl en de latere bonustrack Beltane bijvoorbeeld hebben seksuele connotaties, verwijzend naar het Keltische zomerfeest waarbij meisjes zich in het open veld aan een man mochten aanbieden - zo vertelt althans de overlevering. De oude bronnen werden gegoten in groot muzikaal vakmanschap: opnieuw klinkt vaak gecompliceerd werk.
Toen ik in 2014 de discografie van Jethro Tull langsging, belandde menig nummer op mijn afspeellijst: naast het titelnummer Cup of Wonder (dat het tot single schopte aan beide zijden van de oceaan, aldus Nollen), kerstlied Ring Out, Solstice Bells met daarin buisklokken, het aan Renaissancemuziek herinnerende Velvet Green en het eveneens op single verschenen The Whistler, een kruising tussen oude folk en marsmuziek, dat op de B-kant de non-albumtrack Strip Cartoon kreeg.
Inmiddels landen ook goed de stevige progrock met barokke toetsenpartijen van Hunting Girl en Pibroch (Cap in Hand), ongetwijfeld de inbreng van toetsenist John Evans, die ondanks zijn verminderde belangstelling voor rock nog altijd bij de groep bleef. En anders is die invloed het werk van David Palmer, die deze keer een portatief, een draagbaar pijporgel meenam.
Het album en bijbehorende uitgebreide tour door het VK, het Europese continent en de VS brachten Jethro Tull terug naar de absolute top, waar de vorige albums en tournees soms tekort schoten. In de setlist keerde folkgeoriënteerd materiaal van voorheen terug in de setlist: Skating Away, To Cry You a Song, Minstrel in the Gallery, Cross-Eyed Mary en Backdoor Angels.
Eenmaal terug thuis, koopt Anderson de 15.300 hectare van Strathaird Estate op Isle of Skye. Zijn nieuwe buren protesteerden aanvankelijk, want wat moet zo'n rockster hier? Maar hij begint er een zalmboerderij en bouwt geleidelijk een goede band met hen op, geholpen door het feit dat zijn boerderij banen voor de regio brengt.
» details » naar bericht » reageer
Jo Lemaire + Flouze - Jo Lemaire + Flouze (1979) 3,5
afgelopen woensdag om 00:13 uur
Jo Lemaire, dat bleek de dame achter het mysterieus klinkende Je suis venue te dire que je m’en vais, een hit in 1981. Een liedje dat ik vergat, in de jaren '90 herontdekte en als ik het dan hoorde, kreeg ik prompt zin in zomervakantie. Ik wist alleen niet meer wie dat was, laat staan hoe het nummer heette. In het pre-internettijdperk moest je het hebben van laten horen aan anderen en navraag doen. Pas via internet, zo rond 1999 (Windows 98 weet u nog, mijn eerste pc), kwam ik erachter.
De Jo Lemaire van debuut Jo Lemaire + Flouze maakt echter muziek in andere sferen. Ik kan ter vergelijking allerlei namen van tijdgenotes noemen, het vaakst denk ik aan Nina Hagen. Pittige gitaren, veel ruimte voor saxofoon en verder piano, felle Engelstalige zang en meestal uptempo. Jaaaaa, lekker!
Ze was jong gehuwd en haar toenmalige echtgenote Philippe Depireux is de drummer. Flouze telde nóg eens vier muzikanten: gitarist en tevens klarinettist Attilio Bortolin, gitarist Daniel François, saxofonist en pianist is Giovanni Bortolin, de bassist heet Marc Santkin.
Met de diverse instrumenten en vrolijke new wave creëerde het zestal een fris debuut. Zoals vaker word ik vooral enthousiast van het uptempo werk: Running Time en Big Buick Boogie op kant 1 en het aangenaam nerveuze Keep Step op kant 2.
Afwijkend zijn het Italiaanstalige en zomerse popliedje Tintarella di Luna met het meep-meep van cartoonfiguur Roadrunner erin, plus het kalmere Something's Gonna Change. De saxofoon geeft de muziek af en toe de sfeer van het wilde Roxy Music van enkele jaren eerder.
De groep uit de regio Namen in Wallonië kwam in 1980 met een non-albumnummer op de wijdverspreide verzamelaar Get Sprouts.
Mijn reis door new wave kwam van de tweede van Telex uit 1980. In datzelfde jaar schakelde de groep Machiavel op hun vierde langspeler over op wave, getuige album New Lines.
» details » naar bericht » reageer
Status Quo - Greatest Hits and More (1999) 3,5
afgelopen dinsdag om 23:14 uur
Status Quo heeft bij mij tweemaal een renaissance doorgemaakt. Dat besef ik pas nu ik jullie epistels over deze Greatest Hits lees.
Aanvankelijk (vanaf 1977) één van mijn favoriete groepen, werd ik later door het metalvirus gegrepen en kwam Quo steeds meer op de achtergrond, mede omdat de groep steeds meer de popkant opging.
Renaissance 1 kwam door deze verzamelaar. In aanloop daarnaartoe hoorde ik in '94 I Didn't Mean It op de radio, maart '99 haalde The Way It Goes zelfs de hitparade en dat vond ik warempel wel geinig. Rond diezelfde tijd verscheen Greatest Hits, waar dat laatste nummer trouwens niet op is meegenomen: te nieuw. De compilatie stond voor een vrij lage prijs in de bakken van de Free Record Shop en al zat ik in die dagen financieel krap, ik heb 'm toch gekocht.
Het was hier en daar een feest van herkenning, andere momenten wist ik weer waarom ik was afgehaakt. Maar Slow Train kende ik nog niet, dat werd onmiddellijk een favoriet. Hm, moest ik toch eens in hun oudere werk duiken van vóór '77, zoals ook Softer Ride op cd 2 bewees. Zo kocht ik in diezelfde tijd op een vrijmarkt Blue for You met de poster er nog in.
Renaissance 2 kwam toen internet en YouTube gemeengoed waren geworden, terwijl kinderen en andere besognes minder aandacht vroegen. Via MusicMeter las ik over de albums die ik nog niet kende en bepaalde wat mogelijk mijn favoriete nummers waren om op cd te branden - "pindakazen" heette dat proces hier op MuMe. Dat vond ik een handige site, waarbij ik ontdekte dat vielips smaak ontzettend met de mijne overeenkwam: op zijn mening kon ik bouwen.
Langzamerhand herleefde mijn liefde voor Quo en nu we zo'n zestien jaar verder zijn, heb ik het meeste werk van de groep in huis staan. Komende april hoop ik Francis Rossi solo te zien en mijn favoriete Nederlandse band is Status Quotes. Er zijn talloze liedjes en namen en groepen en stijlen die ik óók leuk vind, maar Quo hoort bij mijn eerste favorieten - nadat ik de fase Boney M en Smokie achter me had gelaten!
» details » naar bericht » reageer
Jethro Tull - Too Old to Rock 'N' Roll: Too Young to Die! (1976) 3,5
afgelopen dinsdag om 21:44 uur
Alhoewel het geluid van Jethro Tull herkenbaar is, dwingt Ian Anderson zichzelf en zijn groepsleden om de muziek per album te doen evolueren. Niet omdat het moet: ideeën komen simpelweg boven en brengen vanzelf nieuwe dingen.
Zoals op Too Old to Rock 'N' Roll: Too Young to Die! nadat hij rond Kerstmis 1975 tijdens een vakantie in Zwitserland het titelnummer schrijft. Hij laat dit aan dirigent en arrangeur David Palmer horen, met wie hij op de twee laatste Tulls samenwerkte. Zo ontstaat het idee voor een volgende conceptplaat, in dit geval over een ouder wordende popster.
Bij verschijnen wordt onmiddellijk aangenomen dat het verhaal over Ray Lomas autobiografisch is. Geen wonder met Andersons persoon op de felgele hoes. Maar nee, dit is fictie, zoals het fraaie stripverhaal aan de binnenzijde van de klaphoes toont. In een tekenstijl die me doet denken aan die van Nederlander Hans Kresse, bekend van Eric de Noorman.
Het zal schrikken zijn geweest voor menig fan van Jethro Tull. Nooit tevoren klonken zoveel pop- en bluesinvloeden. Nu ja, op het debuut zat ook veel blues, zij het anders dan hier. Al is het nog niet zo ver op opener Quizz Kid en het sterkere Crazed Institution. En Salamander blijkt een prachtig akoestisch juweeltje.
Maar dan. Vertelde Anderson bij voorganger Minstrel in the Gallery dat hij inmiddels de blues verre van Jethro Tull houdt, bij het luide Taxi Grab klinkt juist die muziek sterk door. De bijdragen op mondharmonica zijn nota bene van hemzelf!
In het kalme From a Deadbeat to an Old Greaser klinken strijkers en saxofoon op een wijze die liefhebbers van Al Stewart zal bevallen; mij zeker. Vervolgens akoestische blues in Bad-Eyed and Loveless, kant 1 afsluitend.
Big Dipper brengt het bekende geluid van de groep maar pakt me niet, Too Old to Rock 'N' Roll: Too Young to Die! heeft een showorkestachtig arrangement - op z'n Tulls hè... Toch liever het hypnotiserende Pied Piper, dat groeit bij vaker afspelen. The Chequered Flag (Dead or Alive) sluit de plaat grotendeels dromerig af.
Vertelt bandbio 'Jethro Tull' van Scott Allen Nollen nog leuke details? Zeker wel, ik houd het echter kort: nieuwe bassist was John Glascock, Maddy Prior van Steeleye Span is op achtergrondzang te horen en in de categorie shownieuws, passend bij het thema van dit album: onderweg in de VS ontwaarde gitarist Martin Barre een schone dame op het vliegveld van Jackson, Mississippi. Hij geeft haar een kaartje met backstagepas voor het concert die avond, "an unsual move for the reserved and gentlemanly Martin". Het jaar erop trouwt hij met deze Julie Weems!
» details » naar bericht » reageer
Telex - Neurovision (1980) 3,5
afgelopen dinsdag om 21:09 uur
De tweede Telex. De drie heren lijken iets serieuzer in de wedstrijd te zitten, want halfslachtige covers zoals die op mijn vorige station in newwaveland, het debuut van Telex, ontbreken. Wél een geslaagde cover, waarover dadelijk meer.
Eveneens in 1980 verscheen compilatie Get Sprouts, waar het nodige uit de borrelende nieuwe golf uit België is te horen. Daarbij enkele namen die later daadwerkelijk doorbraken. In het MuMe-forum Belpop (the fradzler files) vond ik daarvan deze recensie. Aanbevolen, al is het maar omdat ik zo op het spoor van Telex kwam.
Telex is dan al toe aan z'n tweede langspeler. Op Neurovision klinkt meestal eigen werk, in sfeer en tempo's afwisselend. De verrassing van het debuut mag er af zijn, het klonk in die tijd absoluut vernieuwend. Dan Lacksman, Michel Moers en Marc Moulin slagen er goed in om digitale geluiden om te zetten in toegankelijke popliedjes. De teksten mogen er ook zijn: is het gemeend of ironie? In ieder geval zijn het minibeschouwingen op de wereld inclusief het persoonlijke leven. Alsof je in de spiegel van het dagelijkse bestaan van 1980 kijkt, want de synthesizers van toen zijn immers allang hartstikke vintage. Maar laat vintage in deze tijd van duurzaamheid en een circulaire samenleving juist helemaal trendy zijn!
Ironie kreeg de bovenhand toen omroep RTBF het trio afvaardigde naar het Eurovisie Songfestival 1980. In maart dat jaar verscheen single Euro-Vision op single. Of het in België een hit werd, kon ik niet vinden, wél deze volstrekt droogkloterige tv-beelden van het optreden. En dat in een tijd dat het liedjesfestival nog vooral voor serieuze liedjesmakers was. Temidden van deze sfeer is hetgeen Telex brengt een absurdistische tegenstoot, ondersteund door een simplistische "choreografie". Naar verluidt hadden de heren als doel om als laatste te eindigen, waar liedje en optreden echter te goed voor bleken. Telex werd daarmee een grappige voetnoot in de geschiedenis van het festival.
En verder resteert een aangenaam album. Favorieten zijn We Are All Getting Old dat lekker uptempo aftrapt, de ode aan de tijd in My Time is bedachtzamer maar "the best there's ever been", Tour de France is níet dezelfde als die van Kraftwerk maar wel vrolijk.
Kant 2 start met de geslaagde cover Dance to the Music van Sly & The Family Stone wat in Brussel een gortdroog jasje kreeg aangemeten, Réalité bevat een warme groove, in slotlied En Route vers de Nouvelles Avontures zit een vleugje soul verstopt en keert de vocoder terug.
Ook opvallend is de fraaie hoes van Eddy Flippo en Ever Meulen; grafische kunstwerkjes in de stijl van Hergé's klare lijn - net als de muziek geüpdatet naar 1980. In 1993 verscheen een uitgebreide cd-versie, de versie die ik op streaming aantrof heeft de volgorde van het album omgegooid. Helaas.
Ik ben op reis door new wave en beluister de albums achter de losse nummers op mijn afspeellijsten. Regelmatig ontdek ik een album en artiest te hebben gemist, zoals met Telex gebeurde. Opnieuw ga ik terug naar 1979, naar het nog altijd frisse debuut van Jo Lemaire + Flouze.
» details » naar bericht » reageer
Telex - Looking for Saint Tropez (1979) 3,5
afgelopen dinsdag om 18:51 uur
Goedenavond, welkom bij 'Tussen kunst en kitsch'. Ook vanavond ontvangen wij mensen die mogelijk een waardevol kunstvoorwerp in huis hebben. Onze deskundigen zullen beoordelen of het kunst dan wel kitsch betreft.
Mevrouw De Bruyckere, wat heeft u meegenomen?
'Een elpee uit 1979 van de groep Telex met de titel Looking for Saint Tropez. Deze heb ik geërfd van mijn vader, die er destijds op menig feestje zijn beste dansbewegingen heeft getoond. Ik vind het aparte muziek en wilde weleens weten of het wat waard is.'
Aha, duidelijk! Aan mijn andere zijde staat Roger De Vlaeminck, kenner van de betere new wave uit die tijd. Kunt u uw licht hierover doen schijnen?
'Maar natuurlijk... Op de hoes zien we een testbeeld, zoals dat toentertijd op tv werd getoond als er geen uitzending was. Handig om te controleren of uw televisie het goed deed. Het geeft aan dat Telex een groep van zijn tijd was. De groep bestond uit Brusselaren Dan Lacksman, Michel Moers en Marc Moulin. Misschien ook leuk om te vertellen is dat ze een jaar later België zouden vertegenwoordigen op het Eurovisie Songfestival.
Nu moet u weten dat ze zichzelf niet al te serieus namen en tegelijkertijd een logische volgende stap waren op de veel ernstiger heren van het Duitse Kraftwerk. Dat betekent dat er werd geëxperimenteerd met synthesizers.
'Is dit kunst?' vroeg u mij. 'Wat is kunst?' stel ik als wedervraag, om een liedje van Noordkaap te citeren. De groep zoekt én vindt een bepaald soort lulligheid die echter wonderwel werkt. Behalve op de twee covers, te weten Ça Plane Pour Moi van Plastic Bertrand en Rock Around the Clock van Bill Haley, al blijft het grappig om eens te horen hoe deze twee liedjes compleet zijn verbouwd in het primitieve synthesizerjasje van 1979 plus een vocoder.
De eigen nummers mogen er echter zijn. Men zingt zowel Frans- als Engelstalig en er is de nodige variatie in de sfeer van de nummers. Vaak dansbaar, Moskow Diskow was een ware culthit. Soms lounge zoals het korte Café de la Jungle en het snelle Something to Say lijkt warempel wel een voorproefje van de latere house. Om uw vraag te beantwoorden: ja, dit is kunst.
Dát is fijn, óók voor mevrouw De Bruyckere! Dan willen zij en onze kijkers uiteraard ook weten wat deze plaat waard is?!
'Wel, momenteel moet u op platenmarkten, al dan niet online, rekenen op een prijs tussen de 13 en 75 euro. De muziek heeft namelijk een cultstatus verkregen en geldt als een mijlpaal in de Belpop.'
Tot zover deze uitzending. Bedankt voor het kijken!
(Ik ben op reis door new wave. Mijn vorige halte was een qua wavegehalte mislukt bezoek aan het debuut van de Franse groep Téléphone. De reis wordt vervolgd bij de opvolger van Looking for Saint Tropez, genaamd Neurovision. Meer Telex dus.)
» details » naar bericht » reageer
Boston - Greatest Hits (1997) 3,5
afgelopen dinsdag om 17:42 uur
Soms pluk ik een verstofte cd uit de kast om in de auto te draaien - ja, de mijne heeft er nog één, wat ik zeer prettig vind! Schijfje in de speler en onderweg eens luisteren naar een half vergeten album.
Bostons Greatest Hits viste ik ooit uit een kringloopbak. De compilatie werd samengesteld door bandleider Tom Scholz, die op de nieuwe tracks bijna alle instrumenten speelt, en tweede gitarist Gary Pihl, die ooit bij Sammy Hagar speelde.
Wat vandaag opviel was dat de nadruk sterk ligt op de eerste twee albums, die ieder afzonderlijk spannender zijn dan deze compilatie. Het (toen nieuwe) Tell Me dat de cd opent is een powerballad. Die vind ik meestal niet zo boeiend en dan eentje als opener? Werkt niet.
Zanger op het nummer is bassist David Sikes, die tevens co-componist is van track 2 én 16 Higher Power. Het eveneens nieuwe nummer staat er namelijk in twee mixen op en was beter geweest als opener met een prima riff en dat bekende, breed uitwaaierende gitaargeluid.
Dan gaan we terug naar de dagen van toen en klinkt werk van de eerste drie albums en slechts éénmaal van Walk On, namelijk Livin' for You. Dat album ken ik niet en het nummer blijkt een prima aanvulling op deze Greatest Hits, waarbij opvalt dat de nadruk op de eerste twee albums wel érg groot is. Maar goed, dat zijn dan ook klassiekers!
Net als de opener had het instrumentale The Star-Spangled Banner/4th of July weggelaten mogen worden; ze werken op de geeuwspieren.
In 2008 ging Boston op tournee met als tijdelijke zangers Michael Sweet van Stryper en de onbekende Tommy DeCarlo, die samen de overleden Brad Delp vervingen. Die tour werd ondersteund door een nieuwe versie van Greatest Hits waarop Tell Me terecht is vervangen door I Had a Good Time van Corporate America. De trackvolgorde van deze versie is pakkender.
In Duitstalige landen kun je de 1997-versie tegenkomen met een gele hoes onder de titel All Time Best. Al met al een leuke verzamelaar, waarvan versie 1 ook op streaming is te vinden.
» details » naar bericht » reageer
Téléphone - Téléphone (1977) 3,5
Alternatieve titel: Anna, 9 maart, 23:29 uur
New wave is een containerbegrip, zoals het vorige station in mijn queeste weer eens aantoonde: bij het debuut van Debbie Harry zaten we in New York waar wave en funk in elkaar overlopen.
In mijn geheugen zat Téléphone opgeslagen als het Franse antwoord op de Britse punk en new wave. Zát. Want nu ik het album hoor, constateer ik dat áls dat al zo was, de drie heren en ene dame vooral goed hebben geluisterd naar de Rolling Stones en The Faces. Vuige rock 'n' roll met Hygiaphone als eerbetoon aan Chuck Berry.
Mijn oude beeld van de groep was snel bijgesteld, al kun je zeggen dat ze wél de energie van de nieuwe golf bezitten. Wellicht plaatste men het destijds in de traditie van pubrock, maar ook dan is duidelijk dat dit kinderen van de Britse r&b zijn. Of in Nederlandse termen: de felle evenknieën van Herman Brood & His Wild Romance.
Want ze kunnen spélen, in Londen met producer Mike Thorne in een messcherpe productie gestoken vol bijtende gitaren. Sur la Route bijvoorbeeld, dat kalmpjes begint om dan te versnellen. In Téléphomme doet Téléphone iets soortgelijks maar dan in een nog groter contrast. Emotionele zang van gitarist Jean-Louis Albert, die zijn zes snaren kruist met die van Louis Bertignac. Met de ritmesectie van bassiste Corine Marienneau en drummer Richard Kolinka spat de energie uit de boxen. Een favoriet kiezen is lastig, de keuze is te groot. Wellicht Métro (C'est Trop)?
Overigens noemt Oor's Popencyclopedie (editie 1990) wel degelijk dat de muziek geënt is op die van de Stones; in mijn brein kennelijk opgeslagen in het verkeerde vakje. Lekker album, zij het niet passend in mijn afspeellijsten met new wave. Na deze omissie moet ik terug naar echte wave. Van Parijs naar Brussel, van Téléphone naar Telex.
NB Hier op MuMe heet dit album (nog?) 'Anna', het nummer dat de plaat opent, maar de hoes en alle andere bronnen houden het op een titelloos album - of anders gezegd, Téléphone van Téléphone.
» details » naar bericht » reageer
Jethro Tull - Minstrel in the Gallery (1975) 3,5
9 maart, 23:25 uur
Opgenomen in de mobiele studio die Jethro Tull kort daarvoor had aangeschaft. En zo kon de groep april 1975 het nog frisse Engeland verruilen voor het warmere Monte Carlo. De 24-sporenstudio was te vinden in een truck die bij het plaatselijke radiostation werd geparkeerd. De opnames vonden plaats in een galerie, te zien op de achterzijde van de hoes, zo vertelt Scott Allen Nollen in zijn groepsbiografie. Titel Minstrel in the Gallery kunnen we dus letterlijk nemen.
Muzikaal valt op dat het enigszins teruggrijpt op Aqualung, wat betreft het contrast tussen ingetogen akoestische en luide elektrische delen. Anders dan de vorige drie albums. Zo horen we in Black Satin Dancer rock en dwarsfluit fraai samengaan, al dan niet luid.
Dirigent en arrangeur David Palmer werd net als op de voorganger uitgenodigd, deze keer met een strijkkwintet onder diens hoede. Het duidelijkst is dat op het dikke kwartier van Baker St. Muse, dat uit vier delen bestaat. Miniatuur Grace laat Anderson solo de oorspronkelijke plaat afsluiten.
Nollen deelt weer interessante achtergronden. Hoorbaar is dat Anderson in die fase geen zin meer had in jazz. Folk en klassieke muziek behoren tot de kern van zijn muzikale ziel, zo vertelde deze in een interview. En ook al houdt hij enorm van Amerikaanse blues als Muddy Waters en Howlin' Wolf, Anderson deed geen pogingen die te integreren in zijn muziek met Jethro Tull.
Minstrel in the Gallery was het vijfde album in de bezetting Anderson - Barre - Evans - Hammond - Barlowe en inmiddels sluipt er slijtage in de onderlinge verhoudingen. Anderson vertelde later: "Evans was really going off the boil. He had lost interest in rock music (...). Barrie Barlow is a bit of a dissident type who was always picking fights and arguments."
Barlow echter legde uit: "I became a sort of spokesman for the group whenever we were unhappy about something. (...) I always ended up having to confront Ian."
Na weer een maandenlange tour is bassist Jeffrey Hammond toe aan wat nieuws. Om niet door Anderson te worden overgehaald tóch bij Jethro Tull te blijven, doet hij dat ruw. "I wanted to express myself, (...) I had to make the decision, and it was an awful business because I had to do it in a rather blunt way".
» details » naar bericht » reageer
Sweet - Off the Record (1977) 4,0
9 maart, 13:58 uur
Off the Record vond ik begin dit jaar in puntgave klaphoes. Opvallend is dat de buitenhoes niet vermeldt welke nummers erop staan. Het is 1977 en Sweet is getransformeerd naar een serieuze, hardrockende groep die de glitters in de prullenbak had gesmeten.
Sweets vijfde "serieuze" album, opvolger van Give Us a Wink, die ik vroeg of laat in het wild op vinyl hoop tegen te komen. Tevens opvolger van compilatie-plus-liveplaat Strung Up. Geen singlehits in Nederland, maar de stampende opener Fever of Love haalde in Duitsland de top 10 met de kenmerkende koortjes en rauwe stem van Brian Connolloy.
Lost Angels heeft lekker gitaarwerk, synthesizers van de hand van gitarist Andy Scott, halverwege een versnelling en tegen het einde buisklokken. Het gitaargeluid doet soms aan Queen denken en de gestapelde groepszang ontbreekt evenmin. Midnight to Daylight drijft op een swingende shuffle en Scott speelt bovendien mondharmonica.
Hierboven en elders valt te lezen over de connectie tussen Deep Purples Woman from Tokyo en Sweets Windy City. Qua gitaargeluid moet ik echter aan Black Sabbaths Never Say Die! van het jaar erop denken en de loepzuivere refreinen hebben weg van Uriah Heep. Nooit eerder hoorde ik die drie samengevoegd en tegelijkertijd is dit hártstikke Sweet.
Kant 2 start uptempo met Live for Today en de gil van Connolly in het intro herinnert aan Deep Purples Highway Star. Drummer Mick Tucker gaat met dubbele basdrum los in het intro van She Gimme Lovin', waar valt te horen waarom de groep invloedrijk was op de New wave of British heavy metal die vanaf 1980 bovengronds kwam.
Het grotendeels akoestische Laura Lee is vervolgens een onverwachte stap. Een sterk nummer waar Connolly ijl zingt en dat pas tegen het einde steviger wordt. Je zou er Led Zeppelin in kunnen horen.
Midtempo stoempt Hard Times inclusief een snelle gitaarsolo en Funk It Up is wat de titel suggereert: funkrock. Wat is Tucker toch goed! Hij zet een strakke groove neer met fraaie fills en andere details. Een onverwacht slot, zeker met het handgeklap; een geslaagd zijweggetje naar de discotheek, zij het ongeschikt voor hardrockpuristen.
De elpee kreeg later nog uiteenlopende cd-versies met bonussen, wellicht dat ik er daar ook nog wel eentje van aanschaf. Zo zie ik een editie uit 2017 met daarop de Amerikaanse mix van Fever of Love, die een licht afwijkend intro kreeg.
Je kunt horen dat "links en rechts het nodige wordt gespiekt", zoals vielip in het vorige bericht terecht opmerkt, toch ben ik net als hij content met het resultaat. Sterker nog, de groep heeft ondanks alle overeenkomsten met collega's een eigen geluid. Een dikke 8 van mij.
» details » naar bericht » reageer
Angel - On Earth as It Is in Heaven (1977) 4,0
8 maart, 08:41 uur
Angel nummer 3 en in zekere zin zijn tijd vooruit: het grote drumgeluid van Barry Brandt werd in de jaren '80 populair. Het eist met de eerste galmende geluiden meteen de aandacht op. Een knallend begin met Can You Feel It met een dito gitaarsolo van Punky Meadows en de op-de-top-van-zijn-longen-zang van Frank DiMino.
Meer naar de popkant gaat She's a Mover, met de melodie en piano een stevige versie van wat destijds vaak op de radio klonk en Big Boy (Let's Do It Again) heeft een vleugje boogierock, voor mij het zwakste nummer van de plaat.
Dankzij Telephone Exchange volgt adult oriented rock die met de akoestische gitaar halverwege ook wel aan de hardrock van Boston doet denken.
Dat met de gitaarlick van White Lightning funk klinkt, is verrassend, in de refreinen scheurt Meadows' gitaar. Daarmee loopt het vooruit op de funkrock en -metal zoals die vanaf eind jaren '80 opdook met namen als 24/7 Spyz en Living Colour.
Kant 2 opent met het uptempo On the Rocks, DiMino zingt uiteraard voluit maar de bijdragen van de nadien bekend geworden toetsenist Gregg Giuffra (o.a. House of Lords) blijven net als op kant 1 sober voor diens doen sober. Zelfs in de solo die hij hier heeft. You're Not Fooling Me is een powerballad en zou fans van Queen kunnen aanspreken.
Is het gek dat ik met de piano en de ingetogener zang van That Magic Touch aan de kwaliteitspop van Engelsman Gilbert O' Sullivan moet denken? Na zo'n ingetogener nummer volgt uiteraard een rocker, te weten Cast the First Stone met warempel iets meer toetsen in brug en solo's. Dan is het hopen dat de groep in het slotnummer dan eindelijk ouderwets los zal gaan en het intro van Just a Dream laat inderdaad die bombastische, symfonische kant horen, verwachtingen die de rest van het midtempo nummer worden waargemaakt. Aor zoals ik die graag hoor.
De hoes is net als het logo ondersteboven te lezen, zaken waaraan is te zien dat de groep en label Casablanca de nodige zorg aan het imago besteedden. Dat is herkenbaar in combinatie met de witte kleding waarin de groepsleden zich presenteerden.
Waar ik overal lees dat het echte vuur na twee albums was gedoofd, vind ik On Earth as It Is in Heaven warempel beter dan de voorganger. Partyrockers ontbreken namelijk en op de momenten dat poprock klinkt, doet Angel dat goed. Gek dat deze band nooit groot is geworden in hun eigen VS, al is een albumnotering van #76 bij de Billboard Album 200 natuurlijk niet slecht. Mogelijk omdat ze tien jaar te vroeg waren?
» details » naar bericht » reageer
Jethro Tull - War Child (1974) 3,5
7 maart, 12:39 uur
War Child, opvolger van A Passion Play. De verkopen van die laatste waren goed en desondanks een stuk minder dan die van Thick as a Brick. Het opnameproces van de voorganger was moeizaam verlopen en als blijkt dat twee conceptelpees na elkaar te veel van het goede is... Met bovendien een manager die de opmerking maakt dat Jethro Tull met "retirement" gaat wat betreft optreden...
Dan maak je vervolgens een "gewoon" album met tien losse nummers én je kondigt een tournee aan. De plaat niet in Zwitserland voorbereid en evenmin in Frankrijk opgenomen, maar gewoon in de Londense Morgan Studios tot stand gekomen. Alle muziek werd door Ian Anderson geschreven.
Tegelijkertijd zit de muziek nog altijd vol vernuftige ingrediënten. Onvervalste symfonische rock, zoals we dat toen noemden. Bepaald géén drie akkoordenmuziek. Noviteiten zijn dat dirigent David Palmer en de Philomusica of London meedoen, dat doedelzakken in The Third Hoorah klinken, het midden houdend tussen folk- en marsmuziek én dat John Evans aan zijn klavieren een accordeon toevoegt. Menig fan zal opgelucht hebben gezucht toen bleek dat Ian Anderson vaker zijn dwarsfluit gebruikt, waar hij op A Passion Play veel sopraan- en sopraninosaxofoon speelde.
Het zit dus knap in elkaar, toch word ik slechts bij het kalme Skating Away on the Thin Ice of the New Day echt enthousiast, het gevolg van de prachtige melodie. Ik vind de zes voorgangers spannender...
Met David Allen Nollens bandbio 'Jethro Tull' uit 2002 in de hand ga ik op zoek naar interessante achtergronden. Zo lees ik dat Anderson de voorbereidingen van War Child combineerde met het produceren van Now We Are Six van Steeleye Span.
De tekst van Queen and Empire is een veroordeling van het Britse imperialisme: "They build schools and they build factories - with the spoils of battles won".
Eerdere berichten gingen over de tekst van Sea Lion, waarbij Nollen Andersons uitleg aanhaalt: "Slightly ecological in content, probably influenced through being brought up in Blackpool, where the sea was dirty gray, largely because of the dumping of all the town's sewage a very short distance off the shore. (...) We used to dodge the waves coming over the promenade there. Little did we know then that what we were dodging was every kind of variation of E. coli bacteria known to man...". Nollen voegt daaraan toe dat in de bredere betekenis "the tale of the circus Sea Lion is a metaphor for the uncertainty, chaos and often utter helpnessness of humanity (...)"
De Amerikaan noteert ook dat Bungle in the Jungle een a-typische FM-radiofavoriet werd in zijn land. Skating Away on the Thin Ice of the New Day stamt nog van de opnames voor A Passion Play in Chateau d'Herouville en kreeg een nieuwe mix voor War Child. Hetzelfde geldt voor Only Solitaire.
Op 25 juli 1974 eindigt na tien maanden de "livepensionering" met een Australische tournee en de nodige landen volgen, tot Japan toe. Op 1 april '75 verzwikt Anderson zijn enkel tijdens een concert in in het Duitse Kiel en doet de navolgende concerten zittend in een rolstoel.
Ook van War Child verschenen nadien uitgebreide versies met de nodige bonussen en achtergrondinformatie. Hierdoor maakten we alsnog kennis met de klassieke War Child Waltz, die het originele album niet haalde.
Vanaf 1968 jaarlijks een album uitbrengen en het nodige materiaal dat die elpees in eerste instantie niet haalde: zeggen dat Jethro Tull productief was, is een understatement.
» details » naar bericht » reageer
Angel - Helluva Band (1976) 3,5
7 maart, 09:28 uur
Eigenlijk is hierboven alles al gezegd over Helluva Band, al kan het geen kwaad om te benadrukken dat Angel in 2019 verrassend goed terugkeerde met Risen.
In 1976 bracht de groep adult oriented rock (voor progressive rock/symfonische rock is het te rechttoe) zoals ik die graag hoor. Je kunt het ook omschrijven als hardrock met heul veul klavieren. Zoals het toetsen-versus-gitaarduel in opener Feelin' Right.
Het lange toetsenintro van The Fortune bevalt eveneens, in de sfeer van Tony Careys klavieren in het intro van Rainbows Tarot Woman. In tegenstelling tot dat nummer toomt Angel na de toetsenbombast in met akoestische gitaar. Dan pas wordt scheurend vervolgd en de pauken die na een dikke vijf minuten opduiken zijn goed getimed.
Dan twee eenvoudiger nummers in de sfeer van party-hardrock'n'roll, waarbij toetsen duidelijk maken dat dit nog altijd Angel is. Ze worden gevolgd door het robuuste Mirrors met een tekst zoals Ronnie James Dio die schreef en de ballade Feelings waar ik niet zo van ben, al past de uitgelaten zangstijl van Frank Dimino (hier als DiMino gespeld) er goed bij: als je iets doet, doe het dan vóluit! Wellicht kan dit fans van het Queen van de jaren '70 bekoren?
Gejaagde rock 'n' roll met de nadruk op gitaar volgt via Pressure Point, Kissachtige hardrock in Chicken Soup dat echter een interessante climax bevat, om met de terugkeer van het Angel Theme te besluiten. Hier in bandversie en langer dan op het debuut.
Voor mij wisselvalliger dan die plaat, nog altijd smakelijk.
» details » naar bericht » reageer
The Vapors - Wasp in a Jar (2025) 4,0
7 maart, 08:14 uur
Wie zoals ik van new wave houdt, kan zijn hart ophalen aan Wasp in a Jar van The Vapors. Hier klinkt wave in de categorie 'uptempo liedjes vol melodie en scheurende gitaren', Na twee sterke albums in 1980 en '81 inclusief de hit Turning Japanese, verdween de groep van het front om in 2016 weer bij elkaar te komen. Dat werd vier jaar later bezegeld met hun derde, waarop de groep vervolgde alsof we in 1982 waren aanbeland. Twaalf sterke liedjes en Wasp in a Jar van vijf jaar later moet dat nog eens dunnetjes overdoen. Lukt dat?
Ja, dat lúkt! En overtuigend bovendien! Gitaarwave met veel energie, af en toe moet ik denken aan Buzzcocks of The Jam en powerpop is nooit ver weg. De gitaren zijn bijtend, de ritmesectie jaagt de boel op en er zit vrolijkheid in de melodielijnen. Geen album uit 2025 klinkt zo overtuigend alsof het begin jaren '80 werd opgenomen, inclusief knisperende gitaarlijnen.
Over de arrangementen is goed nagedacht. Met de herkenbare, licht melancholische stem van frontman David Fenton, de stuwende baslijnen van Steven Smith en tegenwoordig zoon Danny Fenton als tweede gitarist en Michael Bowes als drummer, slagen de twee oorspronkelijke en twee nieuwe leden erin om het beste van toen om te zetten in een geluid dat prima bij 2025 past.
En bij 2026, waarbij het aanwijzen van favorieten lastig blijkt. Te veel keuze. Nou vooruit, Idiot Creature klinkt weliswaar vrolijk, maar is hartstikke Brits-bijtend over een bepaalde politicus: "God Bless America" klinkt het vol ironie. En ook al zit je niet in die situatie, bij het beluisteren van Miss You Girl ga je vanzelf een dame missen, alsof je het dán pas beseft.
Leuk feitje: oorspronkelijke drummer Howard Smith is tegenwoordig burgemeester van Guildford, de stad waar The Vapors eind jaren '70 begonnen.
» details » naar bericht » reageer
Jethro Tull - A Passion Play (1973) 4,0
6 maart, 21:58 uur
In reactie op de opmerking van Sikken Berend:"Bij A Passion Play zijn er twee mogelijkheden. Of je vindt het helemaal niks, of je vindt het geweldig", vermoed ik dat ik de uitzondering ben. Ik ben zeker positief, een krappe 8 zeg maar, maar niet wild enthousiast.
De muziek is klassieker van opzet dan voorganger Thick as a Brick, eveneens een conceptalbum dat eigenlijk uit één lang nummer bestaat. De bezetting van Jethro Tull bleef ongewijzigd, de muziek complex, de hoes bevatte weer een fictieverhaal over de plaat, waar onder andere een fabel klinkt over een haas en diens bril.
Pas aan het einde van kant 1, na twintig minuten, klinkt voor het eerst de dwarsfluit van Ian Anderson die echter wél het nodige op saxofoons doet. Toetsenist John Evans laat in datzelfde deel horen dat hij nieuwe synthesizers voor zijn verjaardag heeft gekregen. Kant 2 begint met de sfeer van een sketch van Monty Python met gesproken delen van Evans; bassist Jeffrey Hammond zingt een weinig.
Anders dan Thick as a Brick werd de muziek van A Passion Play later in losse tracks verdeeld; dit ten tijde van de cd-release van 1998.
De groep verdiende een goede boterham aan hun albums en tournees, wat vooral voor de belangrijkste songschrijver Ian Anderson gold. In de biografie 'Jethro Tull' van Scott Allen Nollen valt zelfs te lezen dat de zanger van de opbrengst van de meer-dan-een-compilatie Living in the Past een huis voor zijn ouders kocht, na enkele moeizame jaren tussen hen en hun zoon.
Tegelijkertijd met Jethro Tull veroverde ook Monty Python de VS, waardoor menig Amerikaan wel iets van de humor op A Passion Play begreep.
Desondanks kwam het album moeizaam tot stand, aldus Allen: Anderson was om de belastingdruk te ontvluchten (83% in het Verenigd Koninkrijk!) naar Zwitserland vertrokken (slechts 20%...) om daar het album in de steigers te zetten. Later werd hij door de groep vergezeld. De papieren om hen een officiële Zwitserse belastingstatus te geven vergden de nodige aandacht en die bureaucratische molen draaide inmiddels bijna een jaar.
De repetities vonden plaats nabij Montreux, de wekenlange opnamen in Chateau d'Herouville nabij Parijs. Dit alles verliep moeizaam, "recording an entire album's worth of material that eventually was abandoned". De studio werd door Anderson omgedoopt tot "Chateau d'Isaster".
Dan echter delen twee anoniem gebleven leden dat ze niet in Zwitserland willen wonen. Mocht dat definitief worden, dan zullen ze de groep verlaten: "The money isn't important, we just have to go home". Anderson wil geen breuk en stemt met hen in. Nog geen vierentwintig uur later komt een telefoontje dat de leden nu "ingezetenen van Zwitserland zijn".
Het eten was er ook niet lekker, vond gitarist Martin Barre, die vertelde dat hij "baked sparrows" kreeg voorgezet. Kennelijk was hij vergeten wat hen bij de opnames van de voorganger op culinair vlak was overkomen.
Menig fan is onder de indruk van het album, al is de verkoop minder. Bewondering is er voor de deels cinematografische concerten. Een documentaire volgt, tegenwoordig hier te zien.
In de omvangrijke tournee zijn slechts twee Britse concerten opgenomen, beide in het Wembley stadion. Het leidt tot de nodige kritiek van pers en fans, waarop manager Terry Ellis bekend maakt dat de groep hierna definitief stopt met optreden.
Dat klopt niet én beschadigt de reputatie van Jethro Tull. De groepsleden zijn boos. Zoals Hammond verwoordt: "That was the most catastrophic thing he could say, and I just did not understand it."
» details » naar bericht » reageer
Angel - Angel (1975) 4,5
6 maart, 17:33 uur
Afgelopen augustus organiseerde 50tracks in het topic Greatest Hits of een verkiezing van adult oriented rock. Eén van de nummers die langskwamen is Angel met Tower.
Dat nummer opent hun titelloze debuut uit 1975 en knalt als een malle. Misschien met de oren van nu over de top, maar ik kan het goed hebben. Na de recente berichten bij hun Sinful van vier jaar later is het leuk om deze er bij te pakken.
Was de muziek in '79 verwaterd - al ben ik positiever dan sommigen - duidelijk is dat Angel hier volop knalde. Toegankelijk en luid op heel andere wijze dan de Britse glamrock uit die dagen, al denk ik soms enigszins aan Sweet.
Verschillen zijn echter de cleane en vaak hoge, uitgelaten zang van Frank Dimino en de overdadige toetsenpartijen van Greg Giuffra, die fraai om voorrang vechten met de gitaren van Punky Meadows. Dit is zo Amerikaans als wat en afgezien van Mariner ramt de groep er nummer na nummer op los: drummer Barry Brandt heeft het druk.
Tower is met z'n bijna zeven minuten een aor-klassieker, de overige nummers volgen in het kielzog. Apart is het kleinood Angel (Theme) dat de plaat afsluit met dikke mellotron, waarmee ik aan de symfonische rock van toen moet denken. Bij Angel is het echter weliswaar goed doordacht, maar nooit complex met bijvoorbeeld aparte maatsoorten.
Voor mij is dit aor, de muziek is toegankelijk zoals het bombastische intro van Broken Dreams bewijst: dichtgesmeerd maar begrijpelijk. Of wat in Long Time gebeurt: klein beginnen met klavecimbelgeluiden om stapsgewijs steeds luider met stijgende energie te vervolgen inclusief een heerlijke gitaarsolo; ook dat ontvouwt zich in zeven boeiende minuten. Vanaf 3'59" een knipoogje naar Led Zeppelins Babe I'm Gonna Leave You, waarbij Giuffra's klavieren het Amerikaans houden.
Sterk debuut dat bij ons in Nederland relatief onbekend is. Aanrader!
» details » naar bericht » reageer
The Vapors - Together (2020) 4,5
5 maart, 20:48 uur
De Engelsen van The Vapors waren in 1980 en '81 één van de smaakmakers in de new wave, die zich op dat moment in diverse richtingen ontwikkelde. Bij hun tweede album beschreef ik waarom de groep in of kort na 1982 de handdoek in de ring gooide. In 2016 keerde de groep terug, resulterend in tot dusver twee albums.
De eerste is dit Together uit 2020 en ik ben meer dan aangenaam verrast. Melodieuze gitaarliedjes die klinken alsof het nog altijd 1982 is, de punkexplosie vers in het geheugen. Dankzij de naïviteit en onbezorgdheid die vaak van de liedjes druipt, doet het soms denken aan het vroege werk van The Undertones. Twaalf liedjes in een krappe 45 minuten. Niet één duurt te lang en gaandeweg sluipt er bovendien een zekere melancholie in liedjes, sfeer, teksten en melodieën.
Laat ik nu eens níet afzonderlijke nummers benoemen, maar volstaan met de mededeling dat alles minimaal midtempo is en meestal vlotter. Together op repeat zetten leidt steeds weer tot een aangename drie kwartier vol vriendelijk scheurende gitaren, waarbij ik niet anders kan dan geamuseerd meehummen.
Vorig jaar volgde Wasp in a Jar.
» details » naar bericht » reageer
Debbie Harry - KooKoo (1981) 3,5
5 maart, 20:23 uur
Ergens in Muziekstad ligt een plein tussen de wijken New Wave en Funk. Midden op dat plein onmoetten Deborah Harry en Chris Stein twee vertegenwoordigers van de andere kant, te weten Nile Rodgers en Bernard Edwards.
Dankzij maatje JeKo heb ik sinds kort Harry's biografie 'Face It' uit 2019. Stein en Harry ontmoetten elkaar in de groep Stilettoes en verlieten die om Blondie te beginnen. Daarmee werden ze trendsetters in de New Yorkse punk/wave rond zaal CBGB en slaagden er tevens in om uiterst succesvol te zijn in de internationale hitparades.
In 1980 brengt Blondie hun vijfde album Autoamerican uit. Een tournee blijft uit: Stein vindt het zonde van zijn tijd, vertelt Harry in haar bio vanaf pagina 226: "Chris en ik wilden een album maken waarop witte en zwarte muziek samenkwamen." In 1981 zetten de twee Blondie op pauze, om zich te richten op Harry's eerste soloplaat.
Destijds had ik geen belangstelling voor de plaat vanwege de samenwerking met de heren van Chic. Die vond ik weliswaar knappe, originele muziek maken, maar hun funk en disco waren niet mijn kop thee. Bezig met de new wave kan ik desondanks moeilijk om KooKoo heen, aangespoord door Roxy6.
Oor was negatief: toen het jaar erop Hunter van Blondie verscheen, luidde de boodschap: "Na KooKoo is de plaat een verademing." Waarschijnlijk had ik toen iets soortgelijks gevonden, echter met de oren van nu vind ik dat te streng. Niet alleen reikt Harry uit naar Chic, omgekeerd reiken de heren Chic uit naar de twee Blondieleden. Of het resultaat geslaagd is, hangt mede af van de smaak van de luisteraar.
Harry vertelt dat de hoes van Hans Giger, gevraagd door Stein, op boycots stuitte: te gewelddadig met die "reusachtige acupunctuurnaalden". Diverse platenzaken weigerden promotie en posters in de Londense metro mochten evenmin.
En de muziek in de zwarte schijf geperst? Soms ligt de nadruk op wave: dat gebeurt in Chrome met een scheurend gitaartje en zwoele zang, de reggaepop van Inner City Spillover en Under Arrest. Andere keren op funk/disco: in Surrender zijn we vol in Chicsferen, Backfired en ballade Now I Know You Know.
Toch slaagt het viertal er wel degelijk vaak in om een geheel te maken van de twee stromingen: Jump Jump doet dat slim, bij The Jam Was Moving moet ik steeds denken aan de hit Word Up van Cameo van vijf jaar later.
Military Rap valt extra op vanwege de actualiteit, dankzij de plotseling dichtbij komende regels "Ayatollah rock the house - Book them with Minnie Mouse" en "Free vacation in Iran - Stop and see the Middle East - Miles and miles of lovely beach". Gejaagde funk waar zowel David Byrne als The Feelies blij van worden. En er is danspop via het aangename Oasis met pseudo-Arabische invloeden in harmonieën en arrangement.
Met het ouder worden, is mijn smaak breder en milder. Destijds had ik dit zeer flauw gevonden, nu lijkt een 7,5 passender. Niet dat ik alles even pakkend vind, maar het is knap en ambachtelijk in elkaar gezet, waarbij Stein en Harry in hun opzet zijn geslaagd. En leuk feitje voor de liefhebbers van new wave: twee heren van Devo zingen in een achtergrondkoortje onder de namen Spud en Pud Devo.
Ik bespreek de albums achter mijn afspeellijsten met new wave. Vorige station was het bij vlagen pakkende Shanghaied van Mi-Sex. Het volgende nummer op mijn lijst is StojÄ™, StojÄ™, CzujÄ™ SiÄ™ Åšwietnie van het Poolse Maanam. Omdat ik hun verrassende debuut al besprak, ben ik klaar met de maand juli van 1981.
Daarmee ben ik toe aan een volgende inhaalslag. Alweer!
Steeds ontdek ik dat ik namen en albums miste. De komende retour brengt de nodige niet-Angelsaksische wave. Om te beginnen terug naar 1977 en het debuut van het Franse Téléphone, ook al is dat eigenlijk geen wave - té interessant om ongenoemd te laten. On y va!
» details » naar bericht » reageer
Jethro Tull - Thick as a Brick (1972) 3,5
5 maart, 17:11 uur
Maart '24 schreef Mssr Renard zijn prachtige epistel over dit album - zo jammer dat hij niet meer actief is op dit forum! De historie die hij met Thick as a Brick heeft, ontbeer ik. In 2014 ben ik eens behoorlijk in de discografie van Jethro Tull gedoken en zo dit album tegengekomen, maar nimmer zal ik de band met de plaat opbouwen zoals hij deed.
Auteur Scott Allen Nollen publiceerde in 2002 'Jethro Tull: A History of the band, 1968-2001'. Aan de hand van interviews met de betrokkenen door derden, persoonlijke gesprekken van hemzelf met groepsleden gaat hij door de historie van de groep; album na album, tournee na tournee.
Mij valt op dat Jethro Tull hier niet de riffgroep van voorganger Aqualung is, maar zich werpt op één lang muziekstuk, in 1972 door de fysieke beperkingen van vinyl noodgedwongen gescheiden in twee delen, waarbij de muziek naar onvervalste progrock is gegroeid.
Tijdens de tour voor Aqualung was Barrie Barlow toegetreden als drummer. Diens voorganger Clive Bunker was namelijk in toenemende mate ontevreden en besloot te vertrekken: "A drummer more interested in feel than technique". Het is mede daarom dat Jethro Tull dit complexe niveau aankan.
De muziek opent klein met indringende woorden die de '"boodschap" van het album bevatten, aldus Nollen:
"Really don't mind if you sit this one out - My word's but a whisper, your deafness a shout
I may make you feel, but I can't make you think - Your sperm's in the gutter, your love's in the sink.
So you ride yourselves over the fields - Then you make all your animal deals
And your wise men don't know how it feels - To be thick as a brick."
De term 'thick as a brick' komt uit Noord-Engelse slang uit die dagen, voegt hij toe. De regels sluiten het album ook af. Verder meldt hij: "Thick as a Brick truly is a musical smorgasbord comprising elements from the medieval, classical, folk, jazz, theatrical and rock 'n' roll genres."
Over de concerten meldde frontman Ian Anderson: "The difficulty (...) was trying to play the acoustic music we didn't have to play when we were doing the heavy rock music of the Aqualung album. (...) The audiences, particulary in America, were not sympathetic to the concert atmosphere (...)."
Gitarist Martin Barre herinnerde zich dat "...there is so much to remember, so many odd time signatures, 7/4s and 6/8s (...)" Over hoe de muziek ontstond, vertelt hij: "On a Friday we'd finish off with a sort of soft acoustic thing, and then Saturday morning Ian would turn up and say, 'Right, we'll go into guitar solo here, and a riff or whatever, or 'We'll change the key from E-flat to B-flat." In tegenstelling tot de voorgangers schreef niet Anderson alle muziek maar was iedereen betrokken bij de totstandkoming van de composities.
Opnieuw in de dagen richting Kerstmis opgenomen, waren de repetitie-omstandigheden verre van romantisch, zo vertelt de gitarist: "We went down to this disgusting,smelly, dark, dirty basement, (...) filthy." Het eten in de pub "served by this gross, huge woman (...) whose hygiene was definitely questionable."
Over de tournee wordt verteld dat de groep van hun voormalige bassist Glenn Cornick in het voorprogramma speelde, diens nieuwe groep Wild Turkey deelde namelijk het management. Andere openers waren Captain Beefheart, Gentle Giant en The Eagles.
Thick as a Brick werd live integraal gespeeld, maar "to give themselves a break between the two lengthy 'Brick' sides, the band incorporated an interval of comedy skits based on articles in the album's newspaper."
Over die hoes vertelt maker Roy Eldridge: "(...) which took longer to produce than the recording itself." Wie niet begrijpt wat daarvan de reden is, verwijs ik naar Mssr Renards epistel. 
Een album dat zich niet zo makkelijk laat doorgronden, vaker draaien doet de muziek groeien. Aangezien ik meer een riff- dan een progman ben, een iets lagere waardering van mij. Wie juist wél van symfonische rock houdt, mag dat als een warme aanbeveling zien dit hoger te waarderen.
» details » naar bericht » reageer
Angel - Sinful (1979) 3,0
4 maart, 21:49 uur
Soms is de waarheid vreemder dan fictie, stranger than fiction. Zo ook het bericht achter je link! Een grijns op het gezicht om een feitje waar ik weliswaar niks aan heb, maar wel lang om zal grinniken én dat ik bij gelegenheid zal doorvertellen. De albums van Giuffra, daar was Gerd Jan Vleugels in Aardschok altijd wel positief over, als mijn geheugen me niet bedriegt.
Wat Angel betreft: het hierboven genoemde The Winter Song vind ik werkelijk fantastisch, nog altijd - te vinden op voorganger White Hot. De groep keerde in 2019 terug met het bij vlagen prima Risen en bracht drie jaar geleden Once Upon a Time uit, maar die ken ik niet. Binnenkort eens online luisteren.
Van dit Sinful kan ik aanbevelen Don't Take Your Love (prima aor met heerlijke marsepeinen koortjes), Just Can't Take It (zelfde recept, geknipt voor de Amerikaanse FM-radio van toen) en You Can't Buy Love heeft weg van de Britse glamrock van 1973.
Kant 2 is de mindere helft, maar het langzame I'll Never Fall in Love Again is mede dankzij Giuffra's toetsentapijt aardig, opnieuw glamrock op Wild and Hot en de gitaarsolo van Lovers Live On is eenvoudig maar heeft een mooie melodie.
Wat betreft de rock-en-rollende nummers vermoed ik dat liefhebbers van Kiss wel wat kunnen met L.A. Lady en Bad Time. Hartstikke Amerikaans dit alles, de term 'poprock' die vaak valt is helemaal terecht.
Ik heb hun Live without a Net hier op vinyl staan, die moet ik binnenkort maar weer eens draaien; als ik me goed herinner is die steviger. En heb zojuist White Hot op elpee besteld: het winterlied blijft trekken, ook al is de lente in aantocht.
» details » naar bericht » reageer
Mi-Sex - Shanghaied (1981) 4,0
4 maart, 19:41 uur
De derde van Mi-Sex uit Nieuw Zeeland, dat in 1979 in Nederland een hitje scoorde met Computer Games van debuut Graffiti Crimes. Mijn vorige station in het land van new wave was de wat verwaterde punk van Ramones, die in 1981 naar wegen zochten naar een groter publiek. Dat laatste gebeurt hier overtuigender dankzij frisse new wave, waarbij je de invloed van de groep Sparks zou kunnen herkennen.
Aangename pop met pittige gitaarpartijen (Kevin Stanton), steeds geflankeerd door hippe synthesizers (Murray Burns) en verpakt in popliedjes. Daarbij de voor de muziek vrij robuuste stem van Steve Gilpin. Zoals de aftrap met Jungle en daarna Be Quiet. In Mystery enige invloed van ska.
Missing Person opent kant 2 sterk, Tears in Her Wine heeft iets van The Police, Caught in the Act bevat een pompende baslijn. Bijzonder fraai is de piano in Shanghaied, alsof we bij het beste werk van de new romantics zitten of de vroege Talk Talk.
Het hitsucces was vreemd genoeg uiterst bescheiden, zelfs in hun eigen land: Falling in and Out haalde er in juli '81 slechts één week #48 en het album miste de charts. Onbekend maakt onbemind, maar dit is echt lekkere, energieke wave, zeker voor hen die van de genoemde vergelijkingen houden. Een krappe 8 als schoolcijfer.
De volgende halte in juli 1981? Omdat ik singles Arabian Nights van Siouxsie and The Banshees en Tainted Love van Soft Cell eerder besprak, beland ik bij het solodebuut van de frontvrouw van Blondie, Debbie Harry.
» details » naar bericht » reageer
Jethro Tull - Benefit (1970) 4,0
4 maart, 19:22 uur
Reizend door de discografie van de groep met de biografie 'Jethro Tull' (2002) van David Scott Nollen erbij, kom ik bij het vaak cruciale derde album. Leukste anekdote is hetgeen frontman Ian Anderson in 1992 vertelde over het slotstuk van de plaat: "The title 'Sossity' was a pun on the word 'society', but Martin Barre didn't know that. He thought it was a girl's name. He actually had a boat which he called 'Sossity'. (...) I said: 'Martin, that was just a joke about society!' So he sold the boat!"
Opnieuw een bezettingswijziging, zij het dat het een toevoeging betreft. Student en toetsenist John Evan (eigenlijk Evans) is bij verschijnen van Benefit in april 1970 tweeëntwintig lentes en aanvankelijk nog geen vast lid. In de woorden van Nollen: [Anderson] asked old mate John Evans, who now was doing well at the Chelsea College of Science (...)".
Waren de nummers op voorganger Stand Up afgeronde composities ten tijde van de opnamen, dat was volgens bassist Glenn Cornick niet het geval op Benefit: "It tended to be just backing tracks".
Ian Andersons stem is niet per se mooi maar wel karakteristiek met een zekere dreiging in zich; of is het cynisme? Het is de tweede met gitarist Martin Barre en ondanks de soms sterke nadruk op gitaarriffs zijn alle composities van de hand van Anderson, die ondertussen ook aan zijn gitaarspel werkte. Sommige nummers op Benefit bevatten gitaarbijdragen van beiden.
Nothing to Say leunt op zo'n riff, waarna het eveneens sterke Alive and Well and Living in jazzpiano in het intro heeft. Met Evan groeit het muzikale kleurenpalet op een album dat de derde sterke op rij is.
Son heeft halverwege een afwijkend akoestisch deel en de tekst van een zoon die boos is op zijn vader. Dankzij For Michael Collins, Jeffrey and Me is daar voor het eerst op Benefit volop folkrock. Het bezingt de astronaut die weliswaar bij de eerste maanlanding en -wandeling was, maar achterbleef in de cabine.
Kant 2 opent met alweer zo'n pakkende gitaarriff in To Cry You a Song. Alsof die uit de hand van Tony Iommi komt, de ex-Jethro Tullgitarist die twee maanden eerder debuteerde met zijn maatjes van Black Sabbath. Nee, met "Flying so high" bezingt Anderson géén drugs; daar had men in Tull een hekel aan, vertelt Nollen, al was er niemand die hen geloofde.
In A Time for Everything is het alsof Anderson het Bijbelboek Prediker citeert, wellicht een echo van de Presbyteriaanse kerk uit zijn jeugd. Opvallend dat dit al het derde nummer is dat korter dan drie minuten duurt.
Typerend voor Tull groeit de muziek bij vaker draaien, zoals Inside lukt. Sossity; You're a Woman is een bijzondere afsluiter, kalm en folkachtig beginnend, leunend op de gitaarcompositie van Anderson die door gitarist Martin Barre knap wordt versterkt.
Het boek vertelt over de van elkaar verschillende VK- en VS-versies, de laatste met de nummers op andere volgorde en Alive and Well and Living In ingeruild voor Teacher, volgens Cornick "a throwaway song for us". De groep repeteert in Duitsland voor de naderende tour en belt Evans in Londen, die zich laat overhalen om zijn studie voorlopig op te geven en zich bij Tull te voegen.
Men tourt uitgebreid door Europa en de VS, waarna Cornick bij een kop koffie krijgt te horen dat hij niet met de band naar huis zal vliegen. Dit verhaal noteerde ik in december '23 bij diens volgende band Wild Turkey. Bij opvolger Aqualung is hij vervangen door Jeffrey Hammond.
Zoals al het oude werk van Tull verschenen later de nodige bonusversies, hartstikke interessant voor de liefhebber en - gelukkig - slechts deels op streaming te vinden. Muziek met een intrigerende sfeer, mijn derde vier sterren op rij.
» details » naar bericht » reageer
Ramones - Pleasant Dreams (1981) 3,0
2 maart, 21:59 uur
Ramones' album nummer zes is nogal gepolijst. Geproduceerd door Graham Gouldman van 10CC, die daarover in 2023 aan The Guardian vertelde: "When I was asked by their manager to do it, my first question was: “Why me?” De gitaren zitten wat zacht in de mix en op de één of andere manier willen ook de melodieën van deze popliedjes niet pakken. Ik mis spanning en opwinding en dat zit 'm dus niet alleen in de productie. Al is opener We Want the Airwaves aardig - maar indien dit een poging tot powerpop was, dan was die van een groep als 20/20 stukken opwindender. Zoals bijvoorbeeld op 7-11 een sober keyboardje wordt ingezet - nee, zó pakt dat niet.
Glimlachen is titel The KKK Took My Baby Away toen ik bij een docu (deze?) over de groep ontdekte dat dit frontman Joey's visie betrof op Johnny Ramone, die zijn vriendin had afgepakt. De heren zouden vanaf toen nauwelijks meer met elkaar communiceren...
Tegen het einde wordt het warempel wat pittiger. Met You Didn't Mean Anything to Me ligt het tempo dan eindelijk wat hoger en ook Come on Now werkt goed, inclusief het koortje. De toetsen in This Business Is Killing Me werken wél, zeker in combinatie met de opbouw en in Sitting in My Room klinkt het oude vuur.
Een uitgebreide cd-versie met de nodige bonussen verscheen in 2002, zie hier. Daarbij Chop Suey. Nee, niet dezelfde als van System of a Down. Aangenaam vanwege de herkenbare stemmen in het koortje van de beide B-52's-zangeressen plús Debbie Harry.
In 2023 verscheen met Record Store Day Pleasant Dreams (The New York Mixes), waarop je ruwe mixen van het album hoort. Zoals trackingangle.com het beschrijft: "The vocals tend to be less manipulated yet more dry sounding and the arrangements are straight-forward with no frills." Die versie heeft als bonussen Sleeping Troubles plus de op latere albums verschenen I Can’t Get You Off Of My Mind (in '89 op Brain Drain) en Touring (in '92 op Mondo Bizarro).
New wave in 1981. Het is een behoorlijk allegaartje aan stijlen binnen dat containerbegrip. Ik kwam van Fransman Charlélie Couture en vervolg bij de derde van het Nieuw-Zeelandse Mi-Sex; onbekend maar smakelijk.
» details » naar bericht » reageer
Charlélie Couture - Pochette Surprise (1981) 3,5
2 maart, 19:50 uur
Op reis door de new wave van 1981 kom ik van de eerste hits van Duran Duran bij een onbekend album, dat ik onlangs op de gok uit de kringloop viste. Er stond geen prijs op en na lange onderhandelingen mocht ik 'm voor twee euro meenemen.
De hoes oogde new wave, vandaar de gok: dat kapsel, de speldjes. En uitgebracht bij het befaamde Island. MuMe vermeldde slechts twee albums van hem uit 1987 en '88. Discogs liet weten dat Pochette Surprise het derde album is van Bertrand Charles Élie Couture, nadat hij in 1956 in het Franse Nancy werd geboren en in 1978 debuteerde.
Titellied Pochette Surprise opent met aangename reggaepop en de vrij rauwe stem van Couture, inderdaad in de sfeer van new wave. Karaté (Do) Rock is meer richting pop, terwijl het stevige Le Jour de la Dernière Heure naar rock neigt. Met T'Inquiète Pas pour Moi volgt meer relaxte reggae, om blues te introduceren op M'Enfermer avec Toi. Veel meer dan de Engelse tijdgenoten (hipper) of die uit Duitsland (experimenteler) slaat Couture een brug tussen eigentijdse pop en traditionelere vormen daarvan. Als een jongere broer van Serge Gainsbourg; verwacht echter géén chanson.
Dat wordt versterkt op Les Pianistes d'Ambiance, waar hij vooral praat en de geluiden ons naar een restaurant of club brengen. Het gaat hier bijna naar kleinkunst. Ondertussen bekeek hij nauwkeurig de gedragingen van hen aan de overkant van het Kanaal, getuige Les Anglais en Vacances, pop met opnieuw een bluessaus in gitaar- en pianospel.
Funkpop op het swingende Je Suis Dans Mes Poches, licht dromerig swingt La Ballade du Mois d'Août 75 waarmee hij terugblikt op zes jaar terug. Rien a l'Horizon (2e) doet denken aan de muziek van Robert Palmer, die er eveneens in slaagde om new wave in een hem passend popjasje te krijgen. Na de opener is het slotlied mijn tweede favoriet op een consistent aangenaam album, dat met pittig drumwerk eindigt.
Een randgevalletje new wave wellicht, maar in de Franse context is dit duidelijk veel Angelsaksischer dan de muziek in het land doorgaans leverde. Veel van zijn werk staat op streaming, Pochette Surprise echter niet; wél op JijBuis. Aangenaam album.
Volgende album in newwaveland is de zesde van één van de grote ontstekers van new wave: Ramones en Pleasant Dreams.
» details » naar bericht » reageer
Jethro Tull - Stand Up (1969) 4,0
2 maart, 18:50 uur
Van dit album kende ik vroeger slechts Bourée: het kwam in de tweede helft van de jaren '70 regelmatig voorbij in Arbeidsvitaminen. Ik hoorde dat het leek op klassieke muziek en leerde pas veel later dat frontman Ian Anderson leende van Johann Sebastian Bachs BWV 996, Suite in E minor für Lautenclavier. Bach liet speciaal hiervoor een door hem ontworpen luitklavier bouwen, Jethro Tull ontwikkelt de compositie dóór voor dwarsfluit én weet er jazz aan te verbinden.
In zijn biografie over de groep vertelt auteur David Scott Nollen dat hetgeen we horen qua dwarsfluit het resultaat was van het nodige knip- en plakwerk, samengesteld uit diverse takes.
De tweede Jethro Tull. Mick Abrahams is vertrokken en nadat Tony Iommi korte tijd diens vervanger was, wordt Martin Barre de definitieve.
Op opener A New Day Yesterday klinkt de groep steviger dan voorheen met de muziek in blues gemarineerd. Het debuut was op vier sporen opgenomen en Stand Up op acht: zo ontstond de mogelijkheid om bijvoorbeeld de gitaar te dubbelen, vertelt Nollen.
Hij houdt de lezer eveneens voor dat op met Jeffrey Goes to Leicester Square de invloed van folk zich voor het eerst sterk doet gelden én er klinkt een vervormde, driesnarige balalaika, resultaat van het zoeken naar nieuwe geluiden.
Is We Used to Know de inspiratiebron geweest voor Hotel California van The Eagles? Don Felder van de laatste groep ontkent het. Toch hebben de groepen elkaar ontmoet tijdens het touren, zoals Anderson bij Far Out Magazine vertelde, onmogelijk is het niet.
Opnieuw valt op hoe goed de ritmesectie Glenn Cornick - Clive Bunker is en dat Martin Barre prima invoegde, ook al was het meeste materiaal al geschreven voor zijn komst. Het stevige slot For a Thousand Mothers heeft weer de sfeer van een jamsessie, zoals vaker op deze plaat.
Single Living in the Past stond niet op de elpee maar haalde met zijn aparte groove wel in juni '69 de derde plek in de Britse hitlijst, nadat de eveneens non-albumsingle Love Story, afkomstig van de sessies voor het debuut, vier maanden eerder #29 haalde. Gek genoeg werd Bourée daar geen hit, waar het in Nederland bij De Daverende 30 in december '69 naar #5 klom.
Een groep in ontwikkeling. Iets meer folk en verder blues en jazz, op z'n Tulls tot een sterk geheel geroerd en Martin Barre die zijn plek snel aan het vinden is. Had ik dit destijds meegemaakt, dan had ik dit één van de meest veelbelovende groepen genoemd met nu al twee sterke langspeelplaten op rij, plus sterk non-album singlemateriaal.
» details » naar bericht » reageer
Jethro Tull - This Was (1968) 4,0
1 maart, 20:51 uur
Zo'n twee jaar geleden was ik aan het lezen in de bandbiografie 'Jethro Tull: A History of the band, 1968-2001 van de Amerikaan Scott Allen Nollen. Door allerlei drukte belandde het boek van het nachtkastje op de boekenplank, maar vandaag heb ik hem eraf gehaald om een oud plannetje te gaan doen: met behulp van dit boek de albums van Jethro Tull bespreken, voor zover ik dat nog niet deed.
Na een introductie begint hij op p. 33 de albums met de bijbehorende tournees te beschrijven. Bassist Glenn Cornick vertelt een bladzijde verder hoe het platencontract tot stand kwam: "We'd go to Nice gigs whenever they'd be playing, and they'd come and see us. We were all good friends with Spooky Tooth.
And Spooky Tooth (...) went to Island Records, their record company, and told them that they should sign us. There really was a closeness between all the bands."
Hierboven en in het boek worden de nummers één voor één beschreven. Laat ik dat een keer niet doen. Wel kan ik melden dat op deze zondagavond opener My Sunday Feeling extra lekker binnenkomt. Daarin meteen enige jazz- en bluesinvloeden, waarover Nollen noteert: "[they] give the album an improvisational edge that later, more polished efforts often lack."
Droge humor druipt door in de titel Serenade to a Cuckoo, waar inderdaad jazz en blues de sfeer van een jamsessie sfeer creëren. Oorspronkelijk van jazzmusicus Roland Kirk, combineert Anderson hier reeds zijn fluitspel met uitroepen tussendoor.
Verschillende tinten blues klinken over het gehele album dankzij gitarist Mick Abrahams, door drummer Clive Bunker swingend bijeengehouden. In zijn slagen weerklinkt véél jazz, zoals generatiegenoot Bill Ward dat bij Black Sabbath deed.
Voor mij is het debuut extra interessant omdat de gitarist van Black Sabbath, Tony Iommi, kort na verschijnen deel uitmaakte van Jethro Tull als vervanger van Abrahams, die was vertrokken mede omdat hij niet kon opschieten met Cornick.
Ik hoor duidelijke overeenkomsten tussen This Was en debuutplaat Black Sabbath. Het zit 'm - alweer - in de jazz en blues die doorschemeren, bij Tull sterker dan bij Sabbath. Neem bijvoorbeeld de lange gitaarsolo die Cat's Squirrel is; doet sterk denken aan Black Sabbaths Warning van het debuut, de laatste overigens een cover van Aynsley Dunbar's Retaliation. Op zijn beurt is Cat's Squirrel een volksliedje, al in 1966 door Cream onder handen genomen op hun Fresh Cream.
Er is meer: hoor Bunkers drumsolo in Dharma for One eens! Drumsolo's saai? Hier níet! Mijn favoriet van het album blijft A Song for Jeffrey, waar de diverse invloeden sterk worden aaneengesmeed tot het herkenbare geluid van Jethro Tull. En als je denkt dat het album voorbij is, volgt nog het korte instrumentaaltje Round, dat wel langer had mogen duren.
Dat de luisteraar wellicht méér wil, werd later gehonoreerd met diverse edities waarop extra werk is te horen: in 2008 en 2018 verschenen respectievelijk 40- en 50-jarige jubileumversies. Al met al een album dat enerzijds herkenbaar is voor de periode waarin het verscheen, anderzijds beleef ik dit steeds weer als fris, spannend en creatief.
» details » naar bericht » reageer
The Specials - Stereo-Typical (2000) 4,0
Alternatieve titel: A's, B's & Rarities, 1 maart, 20:08 uur
Juni 1981 betreedt Ghost Town, over het verval van een stad, de Britse hitlijst. In de Grote Stad waar ik kwam voor mijn elpeeaankopen was tegen het centrum ook zo'n wijkje met dichtgespijkerde ramen en veel hondenpoep.
Het nummer staat in juli drie weken #1. Ook in Nederland succesvol, zij het bescheidener: bij de Nationale Hitparade #12 in augustus, in de Top 40 in augustus-september twee weken #8. De sfeervolle videoclip van een versteende stad maakte enige indruk.
Ghost Town was één van de nodige non-albumsingles en dan blijkt deze 3cd-compilatie Stereo-Typical zeer volledig. Ook handig omdat The Specials tijdens hun carrière regelmatig heen en weer pingpongden van die groepsnaam naar The Special A.K.A, zoals de tracklist op Discogs duidelijk laat zien. Zelf heb ik de bescheidener cd Singles staan die op zich helemaal okay is. Én ik heb Ghost Town zowaar op origineel vinyl! Eén van de weinige singles in mijn bezit.
Mijn reis door new wave bevindt zich in juni 1981, kwam van de film-noir van Modern Eon en vervolgt bij de malle muziek van het Amerikaanse Oingo Boingo.
» details » naar bericht » reageer
Stereophonics - Just Enough Education to Perform (2001) 3,5
28 februari, 16:22 uur
Stereophonics, lekker radiobandje voor een los liedje. Toen ik dus Just Enough Education to Perform (de reguliere versie) in een kringloopbak ontwaarde, was er geen twijfel. Vijf nummers stonden weliswaar op Decade in the Sun dat ik al kende, daarmee resteerden zeven onbekende nummers.
Het album opent met het Led Zeppelinaanse Vegas Two Times, ook op de compilatie te vinden en niet mijn favoriet; al denk ik dat liefhebbers van die groep of van het album van Coverdale • Page er goed mee uit de voeten kunnen. Ik heb echter meer met het relaxtere werk van de groep, mits sterke melodieën de overhand hebben.
Daarmee bevallen de volgende nummers me goed: Lying in the Sun (niet op Decade), Step on My Old Size Nines (wel), Have a Nice Day (wel), Nice to Be Out (niet), cover Handbags and Gladrags (wel) en Maybe (niet, overigens niet hetzelfde nummer als Maybe Tomorrow, één van hun hits op Decade).
De ongenoemde tracks zijn aardig, al gaat het mis bij Mr. Writer. Dat viel alsnog door de mand. Op zich aardig maar had het op drie minuten gehouden in plaats van de dikke vijf die tot ongewenste herhaling leidt. Ook kan ik niks met het afsluitende Rooftop: ik hou van scheurende gitaren, maar bij Stereophonics staan die me juist tegen.
» details » naar bericht » reageer
Bad Manners - Gosh It's... Bad Manners (1981) 3,5
28 februari, 16:07 uur
Een album dat ik nooit in Nederlandse platenbakken tegenkom, terwijl hier wel hun enige hit in de lage landen is te vinden: op 1 augustus 1981 piekte Can Can in Nederland op #14 (Nationale Hitparade) en een week later bij de Top 40 #11, in Vlaanderen #13. Dat was echter niet genoeg om elpee Gosh It's... Bad Manners een albumnotering te laten veroveren.
Het was de derde langspeler van de groep en in hun Engeland was het succes van de skagroep veel groter. Het was er hun zesde hit alweer, die vanaf eind juni vier weken #3 stond. In oktober piekte Walking in the Sunshine op #10 en EP Special 'R 'n' B' Party Four E.P. - Featuring Buona Sera in december nog eens drie weken #34.
Wat wellicht ook hielp was een film die in '81 verscheen over het 2-Tonelabel. Daar zat Bad Manners weliswaar niet meer bij, maar in Dance Craze (hier volledig op YouTube) is de groep wel te zien met hun werk uit '79-'80.
Een voorbeeld van de feestsfeer van de groep, frontman Buster Bloodvessel voorop, werd ook gegeven bij een tv-optreden bij de Ierse The Late Late Show, daar de beelden. Let ook op het publiek en het commentaar van de gastheer direct ná het korte tv-optreden!
De eerste nummers van de plaat bevatten de bekende ska, lekker swingend volgens het inmiddels bekende recept. Daarbij Can Can, bekend uit de wereld van vaudeville met zwaaiende rokken waarbij het publiek een blik op de benen van de danseressen werd gegund. Ik ontdek dat de oorsprong van het nummer ligt bij de komische opera Orphée aux Enfers uit 1874 van de Duits-Franse componist Jacques Offenbach. Daaruit werd Galop Infernal aan het eind van de negentiende eeuw door cabarettheaters Moulin Rouge en Folies Bergères geadopteerd voor de dans van de can-can. In de decennia erna groeide het uit tot een bekend straatliedje; een evergreen, door Bad Manners slim in ska gegoten. Kant 1 sluit af met de swing van Don't Be Angry, dat blaast in de beste jaren '50 r&b-stijl, oorspronkelijk uit 1955 van zanger-pianist Nappy Brown.
Op kant 2 louter eigen werk, waarvan Never Will Change extra swingend is en ook Only Funkin' is nét een tikkie afwijkend. Afsluiter Gherkin is met z'n orgelintro en langzamere reggaebeat eveneens anders dan hetgeen deze skagroep meestal serveert.
Sinds 2011 is er de cd met aangename extra's. Daarbij Night Bus To Dalston, de titel vermoedelijk een knipoog naar Madness' Night Boat to Cairo. Ook de EP is hierop meegenomen.
Al met al: lekker en aangenaam, al vond ik de twee voorgangers verrassender. Het werd echter mooi hun hoogst genoteerde album in het VK: oktober '81 #18.
Ik ben op reis door new wave, momenteel bij de singles en achterliggende albums van juli 1981. Daarbij kwam ik van het debuut van de Californische vrouwengroep Go-Go's en omdat ik single Julie Ocean van de derde van The Undertones al besprak, vervolg ik bij het debuut van Duran Duran. Dat besprak ik drie jaar geleden, maar de singles die op mijn afspeellijsten staan, verdienen kortweg enige aandacht.
» details » naar bericht » reageer
Go-Go's - Beauty and the Beat (1981) 3,5
27 februari, 17:53 uur
Vanochtend was bij het spel 'De intro rally' op NPO Radio 2 een kandidaat die koos voor jaren '80 new wave. Ik luisterde extra belangstellend, waarbij me opviel dat de redactie van het programma zich vooral richtte op de synthpop. Maar new wave is zoveel meer. Mijn vorige station Diamond van Spandau Ballet valt daar net zo min onder als dit Beauty and the Beat (mooie titel!) van de Go-Go's.
Klinken bij de Engelsen nog wel eens een toetsen, de Go-Go's zijn voluit een gitaargroep van het lichte soort. Vrolijk, energiek en vaak tweestemmig gezongen. Vreemd dat de groep in Europa nooit zoveel populariteit beleefde, want de liedjes zijn prima, net als de productie van Richard Gottehrer en de opvallende hoes.
Alhoewel... Hoe aardig de nummers ook zijn, er is maar weinig waarvan ik overeind veer. Tegelijkertijd is het nergens matig, laat staan slecht. Liedjes, zanglijnen en productie zitten bij de Californische dames goed in elkaar en energie zit er volop in. Als een punkbandje dat clean is gaan spelen en inderdaad, het eerste begin was door punk geïnspireerd.
Misschien daarom dat mijn favorieten de nét iets pittiger nummers zijn: Tonite, Lust to Love, We Got the Beat, Skidmarks on My Heart en Can't Stop the World. Opvallend hierbij is dat Gina Schock hierbij extra fel haar drumstel geselt.
Voor mij is bijna onbegrijpelijk is dat dit dezelfde Belinda Carlisle is als later van haar solohits; in deze context klinkt ze echt anders, mede door de tweede stemmen van gitariste Charlotte Caffey en slaggitariste Jane Wiedlin. Gezamenlijk maken ze dat de gitaarwave de nodige raakvlakken met powerpop heeft.
In het Verenigd Koninkrijk haalde Our Lips Are Sealed een jaar na verschijning wel in juni 1982 #47. De groep is dan inmiddels op een Britse tournee geweest met Madness.
In de VS echter #20, We Got the Beat (in een eerdere mix, opgenomen voor label Stiff) haalde er #2. Het album werd er een dikke #1, zij het na enige tijd: verschenen in juli '81, belandde het pas in maart 1982 op de eerste plaats van de Billboard Album 200, maar dan wel zes weken lang.
Ik beluister de albums achter mijn afspeellijsten met new wave. Volgende nummer op de lijst is Can Can van skagroep Bad Manners, een liedje dat echter veel ouder is.
» details » naar bericht » reageer
Bruce Springsteen - Greatest Hits (1995) 3,5
26 februari, 20:43 uur
In de laatste twee weken van 1979 had Frits Spits een radioprogramma waar hij terugblikte op de jaren '70. Het was dáár (Poplijnen heette de tijdelijke show) dat ik voor het eerst Born to Run hoorde. Fan-tas-tisch! Met het verstrijken van de jaren hoorde ik het op steeds betere installaties, waarbij me de bijzonder fraaie productie opviel. En weer later drong de tekst tot me door. Überromantisch over samen weglopen van je rottige leven.
Later volgde via radio het akoestische The River dat enige indruk op Nederland - en mij - maakte. Toch brak hij pas door met Dancing in the Dark en het jaar erop definitief met Born in the U.S.A., single en album. Dat succes had hij mede afgedwongen door zijn bijdrage aan goededoelensingle We Are the World met zijn rauwe stem in de climax. Hè hè, Nederland begreep iets van zijn kunnen...
In de jaren daarna heb ik Springsteen vanzelfsprekend gevolgd. Ik ben geen megafan, maar waardeer hem zeker. Van een vriend kreeg ik rond 1997 een zelfgebrande cd van dit Greatest Hits waar de muziek op chronologische volgorde staat. Ik heb die later weggedaan en onlangs legaal gekocht in een platenzaak.
Eindelijk klinkt Born to Run hier nu op een grote installatie, één van de allerbeste rocknummers die ik ken, mede dankzij die fantastische saxofoonsolo, in een bijna over-de-top-productie. Thunder Road en Badlands werden eind jaren '90 favorieten dankzij die geripte cd.
Brilliant Disguise vond ik meteen mooi toen het in 1987 een hitje was: bijzondere en breekbare tekst, bijzondere clip in één shot. Murder Incorporated ontdekte ik eveneens via die gekregen cd, net als afsluiter This Hard Land.
Met de andere nummers heb ik minder tot niets, al is het fascinerend te horen hoe hij verschillende muzikale jasjes aandoet. Eén hitpareltje ontbreekt: I'm on Fire, maar die staat dan wel op mijn vinyl exemplaar van Born in the U.S.A. Acht favorieten op Greatest Hits met z'n mooie hoesfoto.
» details » naar bericht » reageer
Spandau Ballet - Diamond (1982) 4,0
26 februari, 18:23 uur
Ik ben op mijn reis door new wave in juli 1981 als Chant. No. 1 namens Spandau Ballet in de Britse hitlijst komt. De reden dat ik dan toch dit Diamond uit maart 1982 bespreek, is dat het dít album is waar het nummer op zou staan. Daar zaten dus zo'n acht maanden tussen.
Waarom zo snel een nieuwe, op dat moment nog non-albumsingle uitbrengen? Ongetwijfeld om de hitreeks die was ontstaan rond debuutplaat Journeys to Glory te laten voortduren. Spandau Ballet was een groep uit de Londense clubscene van Soho, sterk verbonden met de new romantics; dat was enerzijds een voordeel, anderzijds bracht het op termijn ook beperkingen. Meesterbrein Gary Kemp, schrijver van alle liedjes en muzikant op gitaar, bas, toetsen en mondharp (!), dacht al na over de toekomst en andere producers, waarmee de groep meer artistieke vrijheid zou hebben, los van de scene. Eerst over de hitfeiten, dan de achtergronden.
Het hitsucces bleef: om te beginnen met het als single van een subtitel voorziene Chant No. 1 (I Don't Need This Pressure On), dat eind juli '81 tot #3 kwam. Er verschenen nóg twee singles van de elpee, lang voordat deze verscheen: Paint Me Down (in november #30) en She Loved Like Diamond (eind januari '82 #49).
In maart verschijnt dus album Diamond, dat diezelfde maand "slechts" tot #15 komt (het debuut kwam tot 5) maar het wel tot begin juli in de albumlijst volhield.
In april betreedt single Instinction de lijst om in mei pas op #10 te stoppen. Al eind september verschijnt Lifeline als voorproefje van album nummertje 3 True, dat eveneens in maart zou uitkomen.
Feitjes en noteringen van toen. Maar de muziek? Wel, het verrassende is wellicht dat Diamond níet een verzameling losse singles blijkt te zijn. Met slechts vier nummers per plaatkant duren de tracks langer, een volwaardig album met een qua stijl afwijkende kant 2.
Dansbare funkwave op kant 1, waar Instinction opvalt met een synthgeluid dat later véél in disco en andere muziekstijlen zou opduiken en bovendien met apart drumwerk van John Keeble. Eveneens opvallend is dat er een bijna Strangleriaanse grom in Kemps bas zit.
Kant 2 begint met het korte She Loved Like Diamond dat de popkant opgaat; Pharaoh bevat onderkoelde funk en dan volgt een dubbel verrassend slot. Op het introverte Innocense and Science is het alsof een Japanse shamisen (een soort luit) wordt gespeeld in de sfeer van het latere solowerk van David Sylvian en in de aparte afsluiter Missionary meen ik een sitar en tabla te horen en de tekst is eveneens niet licht over zonde en verlossing. Hadley zingt onder meer "We are alone against our sins". Niet per se muziek die geschikt is voor een tienerpubliek.
Producer is opnieuw Richard James Burgess, zelf in de weer met synthesizers in zijn groep Landscape. De spanningen tijdens de opnamen groeien, met name tussen zanger Tony Hadley en de producer, die bovendien druk is met de nodige 12"-versies en single-B-kanten. Ze zijn te vinden op de cd-editie van 2010.
De singles deden het niet per se heel goed, wat de reden is dat single Instinction op pakkende wijze werd geremixt door Trevor Horn, die zoals genoemd prompt de top 10 haalde. Zie daar een reden dat Spandau Ballet, Gary Kemp voorop, meer vrijheid zocht.
Een dansbare kant 1, een overwegend introverte kant 2. Een groep die meer was dan de modebewuste new romantics. In Nederland was er succes met Chant No. 1: in augustus '81 bij de Top 40 #29 en met enige moeite in september bij de Nationale Hitparade #32. Lekker blijven de blazers daarin: complete vrolijkheid, geschikt voor uw dansfeesten.
Ik behandel dit in het kader van new wave, waarbinnen ik véél uiteenlopende stijlen ontmoet. Zojuist noemde ik de groep Landscape; stuitte puur door de producer op de groep en via streaming ontdek ik dat ze wel degelijk relevant zijn voor mijn queeste. Ik ga hen later behandelen.
De vorige stop was bij de ernstige Londenaren Department S, op naar de Amerikaanse dames van de Go-Go's en hun Beauty and the Beat.
» details » naar bericht » reageer
Department S - Sub-Stance (2003) 4,0
25 februari, 23:22 uur
Tijdens mijn reis door new wave kwam ik al eerder Department S tegen en wel met single Is Vic There? dat eind maart 1981 de Britse hitlijst betrad en is te vinden op verzamelaar Is Vic There? uit 1993. Tien jaar later verscheen de compilatie Sub-Stance. Ook daarop staan de twee hits die de groep scoorde. De laatste daarvan was namelijk Going Left Right, dat in juli '81 op #55 piekte.
Net als die eerste compilatie laat Sub-Stance horen dat Department S later hun geluid zou verbreden. In 1981 klinkt echter nog de enigszins gejaagde post-punk, of doomwave zoals mijn vriendenkring muziek in de sfeer van Joy Division destijds omschreef. De single verscheen net als de eerste hit bij het vermaarde Stiff.
De groep was in die tijd "slechts" een singleband, die het vooralsnog niet tot een volwaardig album schopte. Tot 2011, toen Mr. Nutley's Strange Delusionarium uitkwam, in 2016 gevolgd door When All Is Said and All Is Done en in 2024 het nog niet op MuMe opgenomen Burn Down Tomorrow.
Mijn reis door new wave bevindt zich in juli 1981. Ik kwam van het debuut van T.C. Matic en omdat ik single It Ain't What You Dance, It's the Way You Dance It van het Nieuw-Zeelandse Swingers al besprak, net als single Visage van Visage, ga ik kort stilstaan bij hitsingle A Promise, te vinden op Heaven Up Here van Echo & The Bunnymen. Dat album besprak ik weliswaar eerder, als single verdient het nummer kort enige aandacht.
» details » naar bericht » reageer
Stereophonics - Decade in the Sun (2008) 4,0
Alternatieve titel: Best Of, 25 februari, 18:25 uur
Gekregen van mijn broer toen we een keer samen een platenzaak binnenliepen en ik opeens een cd mocht uitkiezen! Dat zal rond Kerstmis 2008, 2009 zijn geweest. Ik was de jaren daarvoor steevast aan het genieten van de hits die op 3FM langskwamen en toen mijn oog op deze verzamelaar viel, wist ik wat ik wilde.
Gisterochtend werd Dakota op NPO Radio 2 tegen half 8 uitverkoren om te worden gedraaid via de rubriek 'De Dobbelsteen'. Prompt kreeg ik zin om Decade in the Sun uit de kast te trekken.
Toen ik ze in 2001 via de radio leerde kennen, beleefde ik Stereophonics als een merkwaardige kruising tussen Rod Stewart en Nirvana. Als het mengen van water met olie, alsof de Schot hun nieuwe zanger was. De melodieën overtuigden me uiteindelijk: kennelijk kunnen ze prima liedjes schrijven, was de logische conclusie.
Klopte die indruk toen de cd mijn speler ingleed? Best wel. Favorieten zijn vooral de even nummers, mogelijk omdat die op de eerste helft van de cd vaak een akoestische basis hebben. Al is het steeds de melodie die 't 'm doet.
Stevig is desondanks The Bartender and the Thief, verder hoor ik graag de kalmere hits Have a Nice Day en Maybe Tomorrow, Pick a Part That's New, de swing van I Wouldn't Believe Your Radio, Mr. Writer met z'n elektrische piano, aardig is A Thousand Trees en de eerste keer dat ik Handbags and Gladrags hoorde (op de radio uiteraard) was in de versie van Stereophonics en niet Rod Stewart.
De cover ontstond op initiatief van Jools Holland, die zanger Kelly Jones uitnodigde in diens muziekprogramma. Hier de beelden. Op cd horen we een studioversie met de andere heren Stereophonic en Jools' Rhythm & Blues Orchestra.
Van de oneven nummers bevallen naast de al genoemde opener Dakota ook het luide My Own Worst Enemy, het weemoedige, lichtelijk U2-achtige You're My Star en het eveneens rustiger It Means Nothing.
Met mijn voorkeuren moet ik dus programmeren 1, 2, 4, 6, 8 - 12, 15, 16 en 20. Twaalf van de twintig, een goede score.
» details » naar bericht » reageer
T.C. Matic - T.C. Matic (1981) 4,5
25 februari, 07:15 uur
Dit debuut van het Brusselse T.C. Matic veroorzaakte in 1981 de nodige opwinding. O La La La (C'est Magnifique was in juli 1981 #20 volgens Ultratop en een radiohit in Nederland. Mijn kennismaking met de groep, heb ik destijds de videoclip gezien?
De roep- en schreeuwzang van Arno Hintjes herkende ik enigszins uit de punk, maar hij deed het wél op zijn eigen manier. Engels- én Franstalig, apart voor een kaaskop van boven de grote rivieren. De gitaarpartijen van Jean-Marie Aerts waren onvergelijkbaar en dan die strakke ritmesectie waar funk en four-to-the-floor domineerden, zonder dat het de gangbare funk of disco was. Ferry Baelen en Rudy Cloet als onmisbaar stuwende basis.
Bye Bye Till the Next Time schuurt en is dansbaar, L'Union Fait La Force evenzo op iets kalmere wijze, waarna toetsen van de hand van Serge Feys de basis vormen van het onderkoelde With You. Postpunkerig met opnieuw die aparte zangpartijen van Hintjes.
Stop Rock is geschoeid op een snelle baslijn, net als bij The Parrot Brigade, waar Baelen bovendien veel slapt en Aerts zijn tegendraads scheurende gitaarspel op afvuurt. Wat gebeurt hier toch?
Kant 2 start voortvarend met I'm Not Like That, om met Give Them a Leader een aanklacht tegen te volgzame meelopers te presenteren; helaas weer hartstikke actueel. Meer wavefunkrock in Viva Boema, waarna die instant-favoriet O La La La de boel nog eens opstuwt, om slappend met Pitié pour Lui te eindigen.
Niet alleen in de lage landen viel dit op; in het Verenigd Koninkrijk verscheen de plaat ongeveer tegelijkertijd zelfs met een bonus-EP. In tegenstelling tot wat ik hierboven tegenkwam, vind ik het debuut onverminderd fris. Op volstrekt eigen wijze worden uiteenlopende invloeden samengebald tot een ijzersterk geheel.
Hierboven las ik dat er op MuMe korte tijd een forum draaide over Belgische wave, mij deels onbekend. Te vinden op BELPOP (the fradzler files), ongetwijfeld reden om later een inhaalslag te maken voor mijn afspeellijsten met new wave.
Mijn vorige halte was ook al om een gemist album te bespreken: de tweede van The Shirts. De volgende komt net als deze T.C. Matic uit 1981: het Engelse Department S en single Going Left Right, te vinden op verzamelaar Sub-Stance.
» details » naar bericht » reageer
IST IST - DAGGER (2026) 3,5
24 februari, 22:18 uur
Dit is het eerste album ooit dat ik van de groep hoorde. De post-punk is lekker tot zéér aangenaam, maar ik heb nogal eens het idee dat de zanglijn er nét naast zit. Onzuiver. Alsof Adam Houghton te laag zingt voor wat zijn stembanden aankunnen. Iemand die dit herkent? Laat ik beginnen met een voorzichtige 7.
» details » naar bericht » reageer
U2 - Days of Ash EP (2026) 3,5
24 februari, 21:30 uur
Over de muziek van Days of Ash EP is de gemiddelde MuMens het tot dusver wel eens. Vijf dagen na verschijnen een 3,55 met negentig stemmen. Dat is vrij positief.
Discussie is er wel over Bono’s expliciete teksten over mensenrechten. Neem het refrein "The power of the people is so much - Stronger than the people in power" in opener American Obituary. Je kunt dit doortrekken naar de protesten in Iran, waarvan ik eergisteravond las dat men daar opnieuw de straat opgaat.
Hoe zou een ieder van ons reageren als onze overheid de rechten van zijn burgers op grove wijze overschrijdt? Ik kan me voorstellen dat de tekst me na aan het hart zou zijn. In ieder geval proef ik heilige woede in Bono’s teksten als een overheid zijn macht misbruikt.
Monsieur' houdt niet van het poëtische niveau van het eerste nummer, blijkens zijn bericht:(reactie op ander bericht)
Ik snap wat je bedoelt, maar vermoed dat Bono vooral een statement wilde maken. Literaire teksten worden maar al te snel vaag en dat laatste wilde hij hier zeker níet: de barricaden op! Dit mag niet gebeuren, beste overheid!
The Tears of Things beleef ik als poëtischer waarbij hij zich in zijn hart laat kijken én de luisteraar aan historische misstappen herinnert, zoals het zinnetje "Six millions silenced in just four years". En zo ontvouwt zich nummer na nummer een verhaal over recht en onrecht, zoals het miniatuur Wildpeace.
Qua muziek is naast The Tears of Things slotlied Yours Eternally een favoriet. Ik mis al sinds Rattle and Hum een bepaalde onstuimigheid in U2's muziek en dat heb ik hier met de overige nummers. Kwestie van smaak. De groep evolueerde en dat was goed, ze waren er niet om gestolde muziek te maken.
Dat op deze EP de woede terugkeert in de teksten, doet me denken aan die eerste jaren van U2. Heilig vuur. Compassie. Bewogenheid. Ja hoor, uit maar iets van die (punk)woede, net als toen. U2 zwijgt niet, kijkt niet de andere kant op. De mensheid maakt er soms een puinhoop van, daar mag je als muzikant best tegen protesteren.
» details » naar bericht » reageer
The Shirts - Street Light Shine (1979) 4,0
24 februari, 21:12 uur
Met al het sleutelen aan mijn afspeellijsten met new wave en aanverwanten heb ik Laugh and Walk Away kennelijk per ongeluk verwijderd. Terwijl dit juist één van de eerste liedjes is die mij warm lieten lopen voor new wave. Het haalde in november 1979 #10 in de Nationale Hitparade en de Vlaamse lijst van Ultratop dicht hem in december dat jaar een #17 toe. De enige landen op onze mooie planeet waar The Shirts hitsuccessen hadden, nadat Tell Me Your Plans van hun debuut het jaar ervoor onze hitlijsten haalde. We kregen een videoclip van het liedje erbij.
Ten onrechte noemt het eerste MuMe-bericht bij dit Street Light Shine de groep "een soort imitatie Blondie": de plaat draait hier nu de nodige rondjes op mijn draaitafel en die benaming is echt onjuist. Natuurlijk zijn er overeenkomsten: newwavegroep met een zangeres, gitarist en toetsenist en deels puttend uit de jaren '60. Maar The Shirts hadden wel degelijk een eigen smoel, die makkelijk is aan te wijzen.
Na de sterke start van de elpee met Laugh and Walk Away (alleen al de hi-hat en de hamerende toetsen van het intro en dan die licht-bronzen stem van Annie Golden!) volgt kalmer werk via Love Is a Fiction en het gevoelige Don't You Hesitate.
Dan wordt het roer omgegooid: blazers, swingjazz en tweestemmige leadzang in Milton at Savoy. Wát een verrassend zijstapje... Mijn exemplaar ontbeert de binnenhoes met daarop meer informatie, maar het kan niet anders of naast Golden zingt bassist Robert Baccioco hier.
In Ground Zero is hij de enige bij de microfoon; het nummer heeft een aparte drumpartij van de hand van John Criscione. Kant 1 sluit af met het dromerige Triangulum met Golden in de vocale hoofdrol: ik wist niet dat haar stem zó hoog reikte, zoals in het slot gebeurt.
Kant 2 opent vrij lieflijk met het fraaie Out on the Ropes, mede dankzij dwarsfluit en viool, waarna het pittige Starts with a Handshake en Can't Cry Anymore volgen. Op het midtempo I Feel So Nervous is de microfoon voor Baccioco, waarna de wenkbrauwen opnieuw in blijde verbazing omhoog gaan.
Outside the Cathedral Door heeft namelijk iets van psychedelische rock. Een heel andere muzikale benadering, waarbij beide vocalisten gedurende 5'30" hun krachten bundelen. Niet te psychedelisch, niet te rock, maar wel die sfeer; halverwege wordt het zelfs progrockachtig. En het wérkt! Een beetje raar maar wel lekker, zoals een frisdrankreclame ooit verkondigde. Luister en oordeel zelf.
Die progressieve sfeer blijft in Kensington Gardens. Het is eigenlijk een koorstuk, alsof we een Engelse kathedraal betreden. Een prachtig slot van Street Light Shine. Is dit nog wel new wave? Ach, wat maakt het uit: het is aangenaam, het is muzikaal, het gaat verwachtingen voorbij... het wérkt!
De reis door new wave kwam van juni 1981 en wel de tweede langspeler van punkgroep Plasmatics. Naar dat jaar keer ik terug. Begin juli verscheen toen namelijk het debuut van T.C. Matic.
» details » naar bericht » reageer
Plasmatics - Beyond the Valley of 1984 (1981) 4,0
23 februari, 23:40 uur
Over het debuut van de Plasmatics had ik in 1981 slechts gelezen, maar opvolger Beyond the Valley of 1984 (de titel een verwijzing naar de roman van George Orwell dat tegelijkertijd op school werd behandeld) stond in de dorpsfonotheek. Die leende ik dus, maar thuis hield ik de elpee uit het zicht van mijn moeder. Ze mocht eens gaan mopperen over de dame op de hoes... Verschenen bij Stiff America, het Britse punklabel was inmiddels de grote plas overgestoken.
Deze puber nam de meeste nummers op cassettebandje op en nu ik dit terughoor, weet ik weer welke dat waren: de snellere nummers plus de malle start met kerkklok, orgel en hymne Incantation. Vervolgens gaat de voet op het gaspedaal met Masterplan, dan Headbanger ("huh, deden ze dat in punk ook?" zo vroeg ik me af) en ik riep mee met het "oooh yeah!" in Fast Food Service. Dat is qua onderwerp inmiddels overtroffen door de Australische punks van The Chats met Pub Feed, maar deze mag er ook zijn.
Kant 2 opent met Hitman (Live Milan) (hier leerde ik het Engelse woord voor huurmoordenaar kennen), rock 'n' roll op hoge snelheid en een bassolo (!) in Living Dead. Een titel die mijn moeder niet mocht zien was Sex Junkie, maar: "You're the lowest of the low". Ten slotte mijn favoriet Pig Is a Pig, waarbij ik moest lachen om het begin in countrystijl en de varkens in het slot. Over de mensen aan wie zangeres Wendy O'Williams een bloedhekel had.
Niet op dat bandje zette ik het makke Summer Nite, het wat monotone Nothing en de dikke acht minuten van het instrumentale Plasma Jam (Live Milan). Jammer vond ik dat hier geen nummer met cirkelzaag op stond.
Met de oren van nu: waar ik het debuut vond tegenvallen, spelen de Plasmatics inmiddels sneller en zijn de nummers puntiger. Hier en daar hoor je dat ze melodieuzer denken en in de traditie van rock 'n' roll spelen. Zeker in vergelijking met sommige punk-tijdgenoten, zoals mijn vorige halte in de reis door new wave & co, de hardcore van Minor Threat. Daarmee waren de Plasmatics in muzikaal opzicht conservatiever, maar er kwamen destijds berichten dat Lemmy van Motörhead daar geen problemen mee had...
Zo rond ik de new wave en aanverwanten van juni 1981 af. Alvorens te vervolgen met juli, moet ik een foutje herstellen. Ik heb namelijk Street Light Shine van The Shirts overgeslagen. Eerst terug naar dat pareltje uit 1979 en daarna naar juli en het bijzondere debuut van het Belgische T.C. Matic.
» details » naar bericht » reageer
Minor Threat - Minor Threat (1981) 4,0
23 februari, 22:58 uur
Juni 1981. Dezelfde maand dat punkvader Iggy Pop met Party een album uitbrengt, is daar de debuut-EP van Minor Threat uit de Amerikaanse regeringsstad.
Hierboven lees ik berichten van jongere liefhebbers van hardcorepunk die enigszins verbaasd zijn over de zangstijl van Ian McKaye. Maar écht, zó begon hardcore. Wij vonden dit heftig en ik als metalfan moest het genre ondanks de eenvoud ervan één ding nageven: het was snél. Muziek die in de avond bij de VPRO klonk, als je geluk had. Zelfs Raven kon hier niet tegenop en dat was dé groep die binnen metal voorop liep met versnellen, zoals datzelfde jaar op Rock Until You Drop.
Daarmee was Minor Threat één van de groepen die thrashmetal verwekten, zoals Slayer in '96 aanduidde op coveralbum Undisputed Attitude waar ze twee nummers van deze EP coverden: Filler / I Don't Want to Hear It.
Met Straight Edge legde Minor Threat bovendien de basis voor een nieuw hardcore-subgenre met daarin muzikanten die clean leefden: álle energie in de muziek!
Acht nummers in een dikke negen minuten. Lekker. Nog datzelfde jaar verscheen van hen EP In My Eyes met vier nummers in zeven-en-een-halve minuut. In 1984 werden de EP's bijeengesmeed op - nog steeds een EP - Minor Threat, twaalf nummers in bijna zeventien minuten.
Mijn reis door new wave en aanverwanten heeft als volgende halte een andere vorm van punk: de tweede langspeler van het eveneens Amerikaanse Plasmatics.
» details » naar bericht » reageer
Iggy Pop - Party (1981) 3,0
23 februari, 21:40 uur
Na het succes van Lust for Life en de connectie met David Bowie, volgde begin jaren '80 een magere periode voor Iggy Pop. Ik herinner me uit die periode vooral een veelzeggende (pers)stilte rond hem, ondanks dat hij druk was met opnemen en touren. Party hoort bij die verguisde fase, maar valt mij na alle negatieve verhalen (deels hierboven) alleszins mee.
Strenger was ik over voorganger Soldier, waar nochtans twee nummers met Bowie en diverse andere met ex-Sex Pistol Glen Metlock waren geschreven. Van de bezetting van die plaat is op Party alleen bassist Ivan Kral van de Patti Smith Group over. Hij schreef samen met Pop de nummers, op de twee covers aan het einde van de plaat na.
Met dank aan Roxy6 heb ik de nodige tijdschriftknipsels over de punkpionier gekregen. Die heb ik zojuist doorgespit om te zien of ik informatie over deze plaat kon vinden. Een overzichtsartikel in Mojo van zijn beste werk slaat met opzet Party over, een soortgelijk artikel in Lust For Life van Robert Haagsma moppert over de keuze voor de producer en vervolgt: "De radiovriendelijke mix van de beoogde single Bang Bang bewijst hoe slecht het resultaat was."
In Q iets soortgelijks: "Arista were demanding a genuine hit and, as the drugs took hold once more, they were able to bully their artist into all sorts of indescretions, such as letting Monkees producer Tommy Boyce remix Bang Bang (...)".
Ik ben dus positiever. Party Man blijkt een aangename entree met z'n blazers al bevat het teveel herhaling, Rock and Roll Party doet met scheurende gitaren wat het belooft, met Eggs on Plate kan ik niet veel mede door de zwabberende zang, op Sincerity rock 'n' roll met opnieuw blazers en Houston Is Hot Tonight scheurt met een te magere riff.
Kant 2 start met één van twee geflopte singles: Pumpin' for Jill rockt kalmpjes. Happy Man is 'laten we 143 seconden gek doen' waarna de andere single Bang Bang volgt. Mij onbekend is of dit tevens de singlemix is waarover Q schreef; een ingetogen en toch stevig nummer.
Cover Sea of Love zou in de versie van Robert Plant en zijn Honeydrippers vier jaar later een hit worden, ik wist niet dat Pop zich eraan had gewaagd. Oorspronkelijk uit 1959 van Phil Phillips, leert koeklen. Dankzij de blazers en een orgeltje houdt het een souljasje met Pops herkenbare stem. Time Won't Let Me is oorspronkelijk uit 1965 van de Amerikaanse garagerockers The Outsiders. Een licht verteerbaar wavejasje krijgt het hier. Twee covers aan het einde, het voelt enigszins als creatieve armoede dan wel tijdnood; aardig zijn ze wél.
In 2000 verscheen Party op cd met bonusnummers Speak to Me (aangenaam vrolijk, drijvend op akoestische gitaar en ingetogen zang) en de blues van cover One for My Baby, oorspronkelijk in 1943 gezongen door Fred Astaire.
Een ruime 6 met krul van de juf. Mijn reis door new wave bevindt zich in juni 1981; vorige album was de EP Stahlwerksinfonie van Die Krupps uit Düsseldorf, ik vervolg met enkele heren die de punkfakkel van Iggy Pop overnamen: Minor Threat uit Washington DC en hun gelijknamige EP.
» details » naar bericht » reageer
Status Quo - If You Can't Stand the Heat... (1978) 3,5
22 februari, 20:04 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 2,5 sterren
» details
20/20 - Back to California (2025) 4,0
22 februari, 09:17 uur
Al vanaf het tweede album Look Out! uit 1981 bestaat 20/20 in feite uit de twee frontmannen Steve Allen en Chris Silagyi, waarbij bassist en drummer al na album 1 plaatsmaakten voor anderen, iets wat zich herhaalde. In 2025 keerde 20/20 na 27 jaar (!) terug met nieuw werk. Terug is oorspronkelijke bassist, tevens jeugdvriend van Allen, Ron Flynt. Hij zorgt ook voor enkele toetsenpartijen. Diens zoon (?) Ray speelt drums.
Op de oude albums staat powerpop, scheurende gitaren met rijke melodieën. Geen verrassingen in dat opzicht gelukkig. Titelnummer Back to California trapt pakkend af en met Why Do I Hurt Myself volgt weemoed in optima forma; hoor de gitaarlijn in het solodeel! Je hoort waar menig gitaarbandje (denk aan het Nederlandse Johan bijvoorbeeld) mosterd vandaan haalde. Of niet, want er zijn véél namen die dit soort gitaarrock ma(a)k(t)en, mogelijke invloeden te over. 20/20 maakt daarbij indruk. Opnieuw. Waarom toch zo onbekend gebleven?
Zoals met hun eerdere albums liggen mijn favorieten bij het uptempo werk, dat gelukkig voor mij prominent aanwezig is. Enkele sixtiesinvloeden in The End of the Summer, optimisme in Springtime Love Song, vrolijkheid in Lucky Heart.
Extra aangenaam op de tweede helft zijn mijn grootste favoriet Laurel Canyon (prachtig gitaarspel), Spark waarbij ik qua geluid en sfeer aan The Byrds moet denken, ter afwisseling een mondharmonica in King of the Whole Wide World en afscheidsliedje Farewell is hopelijk niet bedoeld als 'dit was ons laatste album'. Ten opzichte van de albums uit de beginperiode is het minder powerpop, meer gitaarpop. Nog altijd pakkend.
» details » naar bericht » reageer
Die Krupps - Stahlwerksinfonie (1981) 3,5
22 februari, 08:30 uur
Op reis door new wave in 1981 kom ik uitersten tegen, zoals nu van de derde van punks-in-beweging Angelic Upstarts naar het debuut van Die Krupps uit Düsseldorf, West-Duitsland.
Een EP, dus op 45 toeren, bevattend Stahlwerksinfonie A op kant A en Stahlwerksinfonie B op de andere helft. Vernoemd naar de staalfamilie Krupp, berucht voor de wapenproductie voor de Duitse overheden tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Op de hoes zien we een klassiek orkest staan op een roestende golfplatenvloer, terwijl een elektrische boor en twee elektrische zagen boven hen zweven.
De achterzijde van de hoes vermeldt de groepsleden en wat ze doen: Jürgen Engler - Gitarre, Stahl, Stimme; Bernward Malaka - Baß, Stahl, Böhrer, Stimme; Frank Köllges - Schlagzeug, Stahl, Böhrer, Stimme; Ralph Dörper - Syncussion, Stahl, Stimme; Eva Gößling - Saxofon, Stahl.
Naast reguliere instrumenten en zang dus staal en boren als instrumenten. Hoe klinkt dat? Wel, gebouwd op een repetitieve baslijn van één noot die zich gedurende het hele nummer herhaalt - een lage F, pomp-pompom - wordt geleidelijk meer en meer uit de kast getrokken aan geluiden, percussie en stemmen. Enerzijds vrij overzichtelijk, anderzijds soms de grens van kakofonie naderend. In het B-deel zitten echo-effecten die aan dub doen denken.
Ik kwam eerder werk tegen in de industrial van onder meer Throbbing Gristle; dan klinkt bij Die Krupps toch weer een heel andere aanpak, eentje die op zich goed is te volgen. Of je ervan geniet, is een kwestie van smaak. Wellicht leuk om live bij te zijn en de vijf in actie te zien, maar zo in de huiskamer?
In 2010 herverschenen als 2cd met als bonusmateriaal een in Krefeld opgenomen concert uit '81. Omdat de twee nummers op de reguliere versie zo lang duren, zet ik deze keer géén track van een album op mijn afspeellijst. Desondanks te belangrijk om te negeren en bij hun volgende album Volle Kraft Voraus! van het jaar erna moet een los nummer op een afspeellijst zetten wél lukken.
Ik blijf evenwel nog in 1981, volle kracht vooruit naar het in juni dat jaar verschenen Party van Iggy Pop.
» details » naar bericht » reageer
Angelic Upstarts - 2.000.000 Voices (1981) 4,5
21 februari, 17:11 uur
Hun debuut uit 1979 waardeerde ik met 3 sterren, de opvolger van het jaar erna met 3,5 en bij 2,000,000 Voices kom ik zelfs op 4,5. Angelic Upstarts krijgen een volle 9 van mij en dat had ik met het voorspelbare debuut niet verwacht voor een later album. Immers behorend tot de eerste generatie punkgroepen, verwachtte ik dat men zou blijven hangen bij die aanpak. Per album beleef ik dat de kwaliteit van de liedjes toeneemt, terwijl het muzikale spectrum zich verbreedt.
Afkomstig uit het Engelse noordoosten, South Tyneside, is de bezetting dezelfde gebleven: zanger/trompettist/cellist is Thomas 'Mensi' Mensforth, gitarist Raymond 'Mond' Cowie, Glyn Warren speelt bas en wasbord, op de drumdruk zit Decca Wade. Het viertal neemt muzikale risico's, mede dankzij enkele gastmusici.
Afgetrapt wordt met het bijna Motörheadachtige titelnummer, nu in letters geschreven, dat de plaat inclusief een meebrulrefrein aftrapt. In Ghost Town (een heel ander nummer dat het gelijknamige van The Specials) duikt voor het eerst de saxofoon van de onbekende gastmuzikant Simon Wilson en op 2/3 klinkt reggae. You're Nicked is snelle punk met opnieuw de sax; die combinatie had ik in 1981 niks gevonden, inmiddels vind ik het lekker.
Bijna van mijn stoel viel ik bij England. Akoestische gitaar en bevlogen zang op z'n folkies? Hierna wordt het steviger, alsof ik The Pogues hoor. En Heath's Lament blijkt spoken word, een gedicht; opnieuw denk ik aan Shane McGowan van The Pogues, maar dan een noord-Engelse variant. Tweemaal op een onverwachte wijze ráák.
De gitaren ronken vervolgens bij Guns for the Afghan Rebels, niet alleen de titel maar ook de openingszin, die vervolgt met: "And the rest they've got to label - The hammer and the sickle seems so fickle - When the tanks are rolling in - They fight with muskets - But never surrender". Met pure reggae wordt kant 1 afgesloten, het aangename I Understand. Nu al weet de luisteraar dat Angelic Upstarts gevarieerder dan ooit is geworden. Degene die pure punk wilde, zal wellicht teleurgesteld zijn geweest, ik hoor echter het ene na het andere frisse liedje.
Kant 2 begint met alweer het achtste nummer en opnieuw luister ik verbaasd: in Mensi's Marauders wordt snelle punk gecombineerd met de fiddle van John Van Derrick, op dat moment alweer 55 jaar oud en dus uit een andere muzikale wereld komend. Het midtempo Mr. Politician spreekt politici aan op hun verantwoordelijkheid, waarbij het gitaarspel wat folkinvloeden lijkt te hebben: "Mr. Position sitting on your perch - Looking at the numbers - thinking what we're worth - Your price is your conscience - when though is allowed - So put your finger infidel - We're only good when we're down". En sommigen vinden U2 al te uitgesproken op hun pasverschenen as-EP...
Kids on the Street knalt stevig (al in februari als single #57 in het VK), Jimmy is hard en melodieus, alsof de Buzzcocks een liedje hebben nagelaten aan Angelic Upstarts. We're Gonna Take the World is ook stevig en doet qua gitaarspel denken aan hetgeen John McGeoch deed bij Magazine en Siouxsie. Fraaaaai!
Van het kaliber 'snel, hard en mee te brullen' is Last Night Another Soldier, waarna ik met slotlied I Wish alweer blij-verbaasd luister: piano (Mickey Smailes), viool, de stemmen van Mensi en een onbekend meisje; met als thema vrijheid eindigt 2,000,000 Voices verstild en prachtig. De elpee werd in juni '81 een Britse #32.
Al sinds 1993 is er een cd-versie met de nodige bonussen, ook op streaming te vinden. Opnieuw genieten, waarbij reggae klinkt in Never Comeback en kort in Good Boy, de demoversie van Jimmy op de reguliere plaat.
Tja, hoe kies ik dan slechts één favoriet van dit album voor mijn lijstjes met new wave? Moeilijk, moeilijk...
Ik denk nog even na in de wetenschap dat mijn vorige halte de tweede van de Californische powerpopgroep 20/20 was en voor de volgende moet ik naar West-Duitsland: Die Krupps en de Stahlwerksinfonie.
» details » naar bericht » reageer
Gavin Friday - Ecce Homo (2024)
21 februari, 10:51 uur
Ik ken iemand die niet zozeer van stevige muziek is, maar zich door collega's heeft laten overhalen om komende dinsdag mee te gaan naar het concert dat Gavin Friday geeft in Carré, Amsterdam. Ik schoot in de lach: Gavin Friday, het maatje van de heren van U2 en tegelijkertijd veel weerbarstiger muziek makend, eerst met Virgin Prunes en later solo? Wat leuk!
Heb dit album anderhalf jaar geleden wel voorbij horen komen, maar nooit echt aandacht aan besteed. Dat is inmiddels ingehaald, want ondertussen was ik nieuwsgierig geworden. De reguliere versie telt acht tracks waarop Friday soms donker als Leonard Cohen zijn teksten brengt, dat combinerend met donkere synthesizers die me aan het latere werk van Depeche Mode doen denken.
Een ernstig en ingetogen begin met klarinet en piano in Lovesubzero en zijn stem in hogere regionen, gevolgd door een dancebeat, zijn diepste stem én een vocaliste voor de lichtheid.
Tussen die twee polen bevindt zich de rest van het album, waarbij tempo, sfeer en invulling per nummer verschillen. Je hoort Fridays pijn, verdriet en boosheid, te veel om hier uitgebreid over te schrijven maar de teksten zijn afgedrukt bij het album en vertellen het nodige. En er zijn altijd interviews, zoals een vrij kort gesprek bij Lust For Life.
Vrij licht is When the World Was Young en daar ben ik dan wel aan toe met alle donkere luchten in de voorbije nummers. Dat het door nóg een klein nummer wordt gevolgd, The Best Boys of Dublin bestaat uit slechts zang en een kamerstrijkgezelschap, is verrassend. Het miniatuur is met z'n dikke twee minuten ook in lengte bescheiden.
Afsluiter Lamento begint klein en bouwt - niet verrassend - op naar een climax. Maar wel een prachtige, met hoge zang van wederom Lydia Des Dolles, te belangrijk voor dit album om ongenoemd te blijven. Hopelijk voor het publiek staat ze dinsdag op het podium.
Z'n maatjes bij U2 brachten afgelopen aswoensdag de veelzeggend getitelde EP Days of Ash uit. Friday was ze veertien maanden voor met dit Ecce Homo, eveneens verontrust over de staat van de wereld. Muzikaal en tekstueel wederom verschillend van elkaar, wat al zo was ten tijde van de Virgin Prunes.
Bij Friday is het bij vlagen beklemmend wat terugkeert op de bonustracks, door hem tezamen liefdevol Encora getiteld. En nou maar hopen dat de bekende deze muziek live kan verstouwen.
» details » naar bericht » reageer
Maria Muldaur - Sweet Harmony (1976) 4,0
21 februari, 09:45 uur
De derde van Maria Muldaur. Ik leerde haar in 1982 kennen, toen een vriendin haar vrij obscuur gebleven album There Is a Love uit dat jaar voor mij op een cassettebandje zette. Dat bandje heb ik allang niet meer en ook de vriendin is helaas niet meer aan deze zijde van het leven, maar de muziek is mij bijgebleven; een paar jaar geleden eens via streaming opgezocht en dat beviel nog steeds goed. Hopelijk kom ik 'm nog eens tegen...
Wat je wél in het wild kunt ontwaren is Sweet Harmony. Begin vorige maand stond ie bijvoorbeeld in de kringloop in een elpeebak met de "betere" albums en kort daarna kwam ik 'm tegen bij De Groeverij in Houten. Hoe klonk la Muldaur in 1976?
Wel, eigenlijk is het verschil ten opzichte van zes jaar later niet groot. Een mengeling van jazz, blues, bluegrass en wat ten tijde van radio-iconen als Willem Duys en Skip Voogd als "lichte muziek" werd bestempeld, zoals het orkestrale Back by Fall. Geen eigen composities maar met zorg bijeen verzameld, begeleid door een uitgebreide groep sessiemusici, die soms in kleine, dan weer in grote bezetting hun partijen spelen. Alleen lastig dat de nummers zoals die op de achterzijde op de hoes vermeld staan, in een andere volgorde in de groef zijn geperst.
Een vrij ingetogen album, zij het nooit easy-listening. Blues en jazz worden naadloos aaneen geweven. Steviger wordt het pas aan het einde van kant 1 met I Can't Stand It van Smokey McAllister, waar uitgelatener gospel klinkt.
Halverwege kant 2 gaat het helemaal los in het vooral door blazers stevig klinkende Jon the Generator, geschreven door John Herald. Het nummer klonk me bekend in de oren. Na enkele minuten hummen wist ik het: het heeft de nodige overeenkomsten met John the Revelator dat ik ooit hoorde in de versie van gitarist Phil Keaggy. Hier een liveversie voor wie zelf wil vergelijken; voor het eerst verschenen in 1993 op diens EP Revelator. Is diens versie een bewerking van het origineel van John Herald, die het op zijn beurt weer van Blind Willie Johnson zou hebben geleend, zoals de tekst onder de clip schrijft?
Hoe dan ook, het nummer was wél de reden dat mijn lief aangaf dat ze er niet tegen kon; ze werd er onrustig van... Jammer, want zo miste ze het prachtige, ingetogen Wild Bird met dwarsfluit als extra versiering. Via As an Eagle Stirreth Her Nest volgt black gospel, die op There Is a Love vaker zou gaan klinken. Ik had wat dat betreft beter kant 1 kunnen opzetten.
Op de binnenhoes staan op de ene kant de nodige albums van collega's vermeld onder de noemer 'The Warner/Reprise loss leaders', op de andere een prachtige foto, geschoten op zaterdag 11 september 1911 in Burbank, Californië. Een oude foto, passend bij muziek die ook in 1976 teruggreep op veel oudere bronnen. Het zijn de details die zo'n elpee extra sfeer geven.
» details » naar bericht » reageer
20/20 - Look Out! (1981) 3,5
21 februari, 08:52 uur
20/20 maakt opgewekte powerpop: lekkere melodieën, tweestemmige refreinen met scheurende gitaren. Zanger-gitarist Steve Allen en bassist Ron Flynt begonnen ooit in Tulsa, Oklahoma en verkasten naar Los Angeles om hun geluk te beproeven. Met opener Nuclear Boy ("I'm a nuclear boy in a nuclear world") wordt desondanks voelbaar dat de zonnige muziek ontstond onder de dreiging van een atoomoorlog. Bijzonder lekker liedje, waarop het verdergaat op de koers van hun vorige elpee, debuut 20/20.
Je vraagt je af waarom de Californiërs nooit een hit scoorden, of beter: een reeks hits. Ieder liedje is appetijtelijk. Van hun debuut werd Yellow Pills een "radio hit on college stations", het zou hun bekendste nummer blijven.
Vreemd! Alhoewel ik geen mindere liedjes tegenkom - er klinkt altijd een smakelijk refrein - heb ik wel degelijk favootjes. Die zijn zonder uitzondering uptempo: Alien (aan het einde met de uithalen lijkt het wel of ik Robin Zander van Cheap Trick hoor, fijn!), het wat droevige en subtiele A Girl Like You is ook zo'n oorwurm, Beat City rolt heerlijk stevig, Mobile Unit 245 vervolgt iets ingetogener maar nog altijd vlot en slotlied American Dream leunt voor de verandering op toetsen, nog altijd aangenaam.
Discogs vermeldt deze dubbel-cd met daarop zowel 20/20 als Look Out! Bij de laatste zijn als bonussen twee liedjes toegevoegd, destijds te vinden op de B-kant van promo-EP Strange Side of Love: Childs Play en People in Your Life.
Zonnige gitaarpoprock, altijd goed. Heel anders dan de grimmigheid van mijn vorige album in juni 1981, Killing Jokes What's THIS For...!. Ik blijf nog even in die maand, op naar de punks van Angelic Upstarts en hun derde album.
» details » naar bericht » reageer
Colosseum II - War Dance (1977) 4,0
20 februari, 16:42 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren
» details
Colosseum II - Electric Savage (1977) 4,0
20 februari, 14:44 uur
Het debuut van Colosseum II had ondanks al het muzikale vakmanschap geen notering in de albumlijst gehaald. Wat begin jaren '70 nog wel mogelijk was met groepen als Mahavishnu Orchestra of Gary Moores eigen Skid Row, was in 1976 een brug te ver. Bandleider en drummer Jon Hiseman had een visie, maar zelfs het albumkopende publiek zat daar niet meer op te wachten.
Platenmaatschappij Bronze had eerst geëist dat de zanger zou verdwijnen, waarmee de groep zo goed als instrumentaal werd. Vervolgens werd Colosseum II door de platenbaas op straat gezet. Intern lag het spel van bassist Neil Murray niet goed: zowel Moore als Hiseman vonden het te druk. Murray eruit, John Mole erin, zo lees ik in 'Gary Moore: The Official Biography' (2022) van Harry Shapiro.
Murray treedt vervolgens toe tot jazzrockgroep National Health waarmee hij het debuut (1978) opneemt en tourt, om vervolgens toe te treden tot Whitesnake, waarmee hij de EP Snakebite (eveneens in 1978 verschenen) opneemt.
Het is platenproducer Monty Babson die de groep redt door heen te leiden naar een platencontract met MCA. Eentje met nare clausules, zoals ze later zouden merken. Met de opvallende hoes van Electric Savage doet Colosseum II in 1977 een tweede poging om het albumkopende publiek te verleiden. Het is niet geheel instrumentaal: Moore zingt op Rivers een ode aan vriendin Donna.
De muziek ontstaat tijdens repetities, wordt uitgewerkt tijdens optredens en dan pas opgenomen. Sterkste nummers voor mij: Put It This Way waar Moore excelleert, The Scorch dat begint met een lang toetsenintro van Don Airey, het nerveuze riffje van Desperado en tenslotte Intergalactic Strut dat vrij grimmig klinkt.
Maar ook All Skin and Bone valt op met z'n invloeden uit world music, net als Lament dat met zijn lange gitaarlijnen en klokken klinkt als een een poging tot een instrumentale kersthit, terwijl ook Am I langzaam is. Juist bij dit nummer had een zangstem goed gepast.
Moeilijke instrumentale muziek, ongeschikt voor hitsingles en bovendien was net de punkrevolte begonnen, agerend tegen alle moeilijkdoenerij. Het kon niet anders of ook Electric Savage flopte. De groep heeft het niet druk en Moore krijgt zelfs toestemming om korte tijd bij Thin Lizzy in te vallen als vervanger van de geblesseerde Brian Robertson. Dit tijdens een Amerikaanse tournee in het voorprogramma van Queen, dat menigmaal wordt weggespeeld.
Net als in 1974 probeert Phil Lynott Moore over te halen om te blijven, maar deze bedankt en keert terug naar Colosseum II.
Financiële redding komt uit compleet onverwachte hoek als componist Andrew Lloyd Webber het album Variations wil gaan maken. Dit naar aanleiding van een verloren weddenschap. Het is Colosseum II dat hiervoor wordt ingehuurd.
Electric Savage vormt een sterke muzikale eenheid, meer dan het debuut. Wat dat betreft was het ontslag van de zanger een goede zet, diens goede stem ten spijt. Tegelijkertijd is dit wel heel erg muziek voor muzikanten, waarbij de muzikale trend in het Verenigd Koninkrijk in 1977 het adagio "minder is meer" omhelsde. De groep bleek echter in Duitsland en Scandinavië genoeg aanhang te hebben voor optredens, zodat de schoorsteen kon blijven roken.
» details » naar bericht » reageer
Killing Joke - What's THIS For...! (1981) 3,5
20 februari, 10:56 uur
Als er in een muziekstad een driesprong is waar punk, metal en new wave samenkomen, dan moet dat punt worden aangeduid als een Killing Joke. What's THIS For...! dendert door waarbij drummer Paul Ferguson bovenaan in de mix zit, nog boven de scheurende, dreinende gitaren van Kevin Walker, de in echo's gehulde, klaaglijke zang van Jaz Coleman en de licht-grommende baspartijen van Martin Glover. Soms klinken donkere synths van de hand van Coleman, zoals in Butcher. Met slechts vier nummers per plaatkant staat het verder van punk en wave dan tijdgenoten deden: de nummers vragen al bulderend de nodige ruimte.
Neem bijvoorbeeld Tension: de drumgroove doet enigszins denken aan My Sharona van The Knack, maar Killing Joke zet dit heftiger aan via de gitaarpartij, zodat een massief blok muziek ontstaat. Single was Follow the Leaders (hun eerste hit, #55 in mei '81). Voor de single met 90 seconden ingekort, dankzij een synthloop geschikt voor de hitparade.
Het nummer is op de cd-heruitgave van 2005 bovendien te vinden in een als Dub aangeduide mix; verwacht echter geen reggae maar een pulserende beat, geschikt voor de dansvloer. Had goed in de latere filmserie The Matrix gepast. In juli 1981 haalde What's THIS For...! #42 in de Britse albumlijst.
Ik houd van metal, ik houd van punk, ik houd van wave. En toch word ik op deze driesprong niet enthousiast met als simpele reden dat het met de relatief lange duur van de nummers niet wil pakken; te vaak gaat het te lang door, inclusief menige track die beter bevalt. 'Nu weet ik het wel,' denk ik dan. De boel kakt zelfs in op kant 2 met Madness en Who Told You How? Te log en langzaam. Gelukkig is er een vlotter slot met Exit.
Gemengde gevoelens dus in mijn geval, waarbij ik wel degelijk het enthousiasme uit het vorige bericht begrijp. Don Cappuccino, is het nog van uitpluizen gekomen, al dan niet in de oefenruimte?
De reis door new wave vervolgt. Vorige halte was liveplaat Play. van Magazine, de volgende wordt (alweer een album met een uitroepteken) Look Out!, de tweede van de Amerikaanse powerpopgroep 20/20.
» details » naar bericht » reageer
Kate & Anna McGarrigle - Dancer with Bruised Knees (1977) 4,0
20 februari, 10:18 uur
Wat potjandosie aanprijst, kom ik een enkele keer tegen in de lokale kringloop. Daar staan bakken met "nieuw" werk, waar ze de "betere" muziek van een iets hogere prijs voorzien. Zo ook Dancer with Bruised Knees (mooie titel, mooie hoes!) van Kate & Anne McGarrigle. De elpee die ik heb is een Nederlandse persing. Eigenlijk bijzonder dat er voor de Canadese zussen, die muziek dicht bij hun hart en huid maken, zoveel interesse was aan de andere kant van de oceaan.
De volgorde van de nummers zoals op de achterzijde van de hoes vermeld, wijkt af van de volgorde op plaat. Zo opent Be my Baby kant 2, in plaats van halverwege kant 1 in de zwarte groef te zijn geperst. Naufragée du Tendre staat eveneens niet op kant 1, wel op 2 en The Biscuit Song blijkt zich dan weer op kant 1 te bevinden. Meer verwarring: The Biscuit Song heet op streaming No Biscuit Blues.
Eigenlijk maakt het me hier niet zo uit. Een lekker zaterdag-/zondagochtend- of laatavondplaatje waarbij de muziek steeds warm blijft - mijn geliefde kan weleens klagen als het haar teveel wordt...
Om de één of andere reden heb ik een voorkeur voor hun Franstalige werk en dus veer ik aan het einde van kant 1 extra op met Blanche comme la Neige en Perrine Etait Servante. Toch is het ook in het Engels fraai met als rode draad die soms opvallend rollende 'r'.
Folk en andere rootsstijlen wisselen elkaar af, eigen (singer-songwriter) werk met volksliedjes, die steevast de herkenbare Kate & Anna-aanpak krijgen, al dan niet met muzikale gasten in de kring. Soms verstild, zo is Walking Song een langzame zes-achtstemaat, wiegend en charmant. Mede dankzij de mondharmonica komt hier en daar milde blues doorschijnen. Kitty Come Home is een fraaie ballade op piano en orgel en - het werkt! - kort blokfluit, die ook al op kant 1 bij de Franstalige nummers was te horen. Come a Long Way sluit vrolijk in folksfeer af, mede dankzij banjo.
» details » naar bericht » reageer
Magazine - Play. (1980) 4,5
Alternatieve titel: Play.+, 20 februari, 08:51 uur
De groep van vooral Howard Devoto en John McGeoch ging op tournee ter promotie van The Correct Use of Soap. Alleen jammer dat McGeoch was vertrokken naar Siouxsie and the Banshees; Visage deed hij er ook nog eens bij. Hij werd voor de tournee vervangen door gitarist Robin Simon, dezelfde die hierna opdook bij Ultravox.
Niet onbelangrijk voor het geluid zijn de bas met flangereffect (?) van Barry Adamson en de toetsenpartijen van Dave Formula, waarbij drummer John Doyle een onopvallende maar wel degelijk betrouwbare, stuwende rol heeft.
Play. had oorspronkelijk tien tracks en destijds werd na drie studioplaten wel één en ander gemist. Dat werd in 2009 goedgemaakt met 2cd Play.+, waar we eenentwintig nummers vinden. Niet toevallig ook het jaar dat Magazine na ontbinding in 1982 terugkeerde aan het front.
Zo staat mijn persoonlijke favoriet Shot by Both Sides er nu wel op en er valt uiteraard veel meer te genieten. Simon volgt de gitaarpartijen van McGeoch en wat dat betreft is het gemis hier niet groot. Gewoon een ijzersterke set - of eigenlijk twee, als je uitgaat van de 2cd-editie. De trackvolgorde is ten opzichte van het originele vinyl aangepast, Magazine een herkenbaar en prettig-eigenwijs bandje in de grote vijver van new wave.
De enkelaar Play. stond begin december 1980 één schamele week in de Britse albumlijst en dan slechts #69. Misschien was een dubbelelpee een beter idee geweest. Tegelijkertijd had dat format het imago van mastodontenrock en dát was Magazine bepaald níet. Kan me voorstellen dat dat een brug te ver was.
En toch: de uitgesponnen versie van Parade is met z'n dikke zes minuten prachtig in opbouw en sfeer, de sfeer van artrock uit de jaren '70 ademend. David Bowie, Steve Harley (hoor eens hoe Devoto bonustrack Touch and Go zingt!), dat werk. Because You're Frightened heeft dan weer de sfeer van punk en Devoto's vorige bandje Buzzcocks. Een dubbelelpee was ook in 1980 bepaald níet te veel van het goede geweest.
Dit was een stapje terug in de tijd in mijn reis door new wave, de albums achter mijn afspeellijsten. Ik bevond me in juni 1981 bij Magazines Magic, Murder and the Weather en keer terug naar die maand en de tweede van Killing Joke.
» details » naar bericht » reageer
Magazine - Magic, Murder and the Weather (1981) 3,0
20 februari, 08:25 uur
Magic, Murder and the Weather zoals de typografie op de voorzijde dit album weergeeft. De vierde studioplaat van Magazine en tevens het debuut van gitarist Ben Mendelson. Het verkocht niet best en wellicht was dat omdat frontman Howard Devoto al bij verschijnen wist dat hij de groep zou gaan verlaten.
Iets van de verbetenheid van de drie vorige platen is verdwenen, zo bevat de sterke opener About the Weather (tevens de enige en helaas geflopte single van de elpee) in zowel het muzikale thema als de beat Motowninvloed. Apart maar aangenaam.
Op de volgende nummers is prominent het ronde basgeluid van Barry Adamson aanwezig: So Lucky is vrij fel, The Honeymoon Killers kalmer met bovendien een grote rol voor het pianospel van Dave Formula. De stem van groepsleider Howard Devoto past hier goed bij.
Via Vigilance wordt het nóg iets kalmer met uitwaaierende toetsen, "I'm in love with everything" zingt Devoto als openingszin in een nummer waarin ik de echo van David Bowies in de eerste helft van de jaren '70 meen te herkennen. Ongetwijfeld een artiest van wie het vinyl destijds op de draaitafels van de groepsleden heeft gelegen. Het tempo gaat omhoog met Come Alive, waar synthesizers het intro domineren en de scherpte van de vorige Magazines terugklinkt.
Kant 2 opent midtempo en zelfs dansbaar met The Great Man's Secrets, zwoel swingend met een weinig reggae is This Poison. Naked Eye is als een minifilmscore vol spanning, overwegend instrumentaal met in de tweede helft gesproken vocalen. Vergeleken daarmee klinkt Suburban Rhonda dankzij de toetsenpartij wel erg braaf en kaal, The Garden vormt een bijna uitgelaten slot.
Geen hitsingle, wél een albumnotering in Groot-Brittannië. Bij verschijnen komt het meteen op z'n hoogste plek, op 21 juni 1981 #39. Vanaf 2007 verschenen heruitgaven van Magic, Murder and the Weather op cd met een tweetal bonustracks. Het langzame, dreigende In the Dark was B-kant van de single en 12" van About the Weather en het prettig eigenwijze The Operative stond op de 12". Mooie hoes had die trouwens.
Devoto ging dus solo en Magazine viel uit elkaar om in 2009 terug te keren, in 2011 verzilverd met No Thyself. Maar ik ben in juni 1981 en reisde van de new wave van Oingo Boingo. Sta mij toe kortweg terug te keren naar december 1980, als liveplaat Play. (de titel mét punt) van Magazine de Britse albumlijst aantikt; die had ik over het hoofd gezien. Daarna terug naar juni '81, iets met een Dodelijke Grap...
» details » naar bericht » reageer
Oingo Boingo - Only a Lad (1981) 3,5
19 februari, 18:34 uur
Ik kende de naam Oingo Boingo niet, maar toen ik systematisch ging zoeken naar new wave uit de diverse jaren dook de naam van deze Californische groep op. Begonnen in 1972 met experimenteel theater als The Mystic Knights of the Oingo Boingo, onder meer beïnvloed door Monty Python en Frank Zappa. Eind jaren '70 hoort groepsleider Danny Elfman Britse ska en meer Engelse muziek als XTC; hij besluit het roer om te gooien in de geest van punk. Welkom Oingo Boingo, zo vertelt internet. Genoeg inleiding, wat vertellen mijn oren en ogen?
De hoes van Only a Lad doet denken aan de oude, typisch Amerikaanse posterreclames, de muziek aan tijdgenoten Split Enz en Devo, of iets later Steve Taylor. Absurditeit, satire en ironie, het is opgewekt en op het gekke af met teksten die ergens over gáán. In de muziek veel toetsen inclusief allerlei effecten, een bescheiden scheurende gitaar, dit alles dansbaar.
In Perfect System is het nadenken over wat er wordt beschreven. Was roman '1984' een bron van inspiratie?
"I'm in love with you I know - And I know that you love me too
I'm in love with you I know - I'm in love with everyone too
We're all comrades now you know - We're all brothers under the skin
With a few adjustments now - Living in the perfect system
The adjustment's simple there is really no pain
You'll hardly notice anything has changed
Living in a programmed life never really has ups and downs
There's no need for fighting now - There's no reason to wear a frown"
Muzikale invloeden van XTC en Devo vermoed ik in Capitalism, de tekst vol ironie. Al zullen er misschien zijn die dit letterlijk nemen:
"There's nothing wrong with making some profit - If you ask, I'll say it's just fine
There's nothing wrong with wanting to live nice - So tired of hearing you whine
About the revolution, bringing down the rich - When was the last time you dug a ditch, baby"
You Really Got Me van The Kinks - of Van Halen - is verbouwd zoals Devo deed met (I cån't gèt mé nö) Såtisfactiön van de Rolling Stones. De muziek is uptempo, op het gejaagde af, dankzij de teksten zijn een knipoog of een prik in de zij nooit ver weg.
In Only a Lad klinkt een soortgelijk verhaal als in XTC's Making Plans for Nigel: "His parents gave up, they couldn't change his attitude." In Controller een mengsel van punk en ska, energieke rock in Imposter (over "a couple of assholes of the LA Times", zo vertelden ze in filmdocu Urgh! A Music War (zeven minuten muziek en interview) na een introductie door Engelsman Jools Holland. Ten slotte theatermuziek via Nasty Habits.
Tja, omschrijf dit maar eens... Gejaagde theaterwave, verheldert dat mijn indrukken? Ach, wie nieuwsgierig is, kan het album zó via streaming vinden en zelf oordelen.
Ondertussen vervolgt mijn reis door de new wave van juni 1981. De vorige stop was bij The Specials en Ghost Town en omdat ik album Jumpin' Jive van Joe Jackson al eerder besprak, wordt de volgende er eentje van Magazine. Om precies te zijn hun derde, Magic, Murder and the Weather.
» details » naar bericht » reageer
Hot Chocolate - 20 Hottest Hits (1979) 4,0
Alternatieve titel: 20 Greatest Hits, 19 februari, 17:33 uur
Zoals de meesten op deze Nederlandstalige site heb ik 'm als 20 Greatest Hits staan, onlangs bij de kringloop uit de bak gevist, het prijsstickertje van V&D er nog op. Hierboven gaat het over de lange speelduur, maar daar lette ik bij aanschaf niet op. Verrek, tien nummers op iedere kant... Ik draaide 'm op een zondagmiddag terwijl ik klusjes deed, me op een gegeven moment afvragend wanneer kant 1 afgelopen zou zijn. het gíng maar door. Maar ik klaag niet!
Voordeel is immers dat naast menig hit ook deep cuts klinken, al dan niet horend bij mijn eerste radio- en hitparadeherinneringen. Put Your Love in Me uit 1978 is zo'n vergeten hit, ik hoor het nooit op de radio - ben dan ook geen luisteraar van nostalgische radioprogramma's, al is er een avondprogramma op de regionale zender dat ik in de auto opzoek.
Toen ik drie jaar geleden in de discografie van de groep dook, kwam ik tegen dat Bernie Marsden - later of misschien wel tegelijkertijd gitarist bij Whitesnake - nogal eens sessiewerk voor Hot Chocolate deed. Sterker nog, ik las dit in zijn bio, reden om in het werk van Hot Chocolate te duiken.
Een budgetelpee als deze vermeldt uiteraard nauwelijks credits, dus kan ik lekker dagdromen waar hij speelde. Misschien wel de wah-wahgitaar in Rumours? Of dat scheurende gitaartje in A Child's Prayer? Het stevige intro van Every 1's a Winner of het door Russ Ballard geschreven So You Win Again?
Nummers waar vaak een smakelijke saus van violen is aangebracht door producer Mickie Most, een naam die je op talloze platen tegenkwam. Soms ook blazers. A Child's Prayer met een tekst die verder gaat dan de gebruikelijke liefdeslyrieken.
Zit ik me opeens af te vragen: zanger Errol Brown, leeft hij nog? Nee dus, met pensioen gegaan in 2009, overleden in 2015. Mooie kop, mooie stem. Plus eigenaar van winnende renpaarden, de man had een bijzondere carrière. Een hit-en-meer-elpee als 20 Greatest Hits is weliswaar geen topplaat in mijn collectie, maar leuk voor regenachtige middagen. En meer.
» details » naar bericht » reageer
Francis Rossi - The Accidental (2026) 2,5
19 februari, 13:36 uur
Uit het interview in Classic Rock leer ik dat Rossi bijna per ongeluk aan The Accidental begon nadat ene Hiran Ilangantilike, een gitarist en tevens bevriend van één van zijn zonen, hem benaderde om muziek te schrijven. Journalist Dave Ling schrijft er dolenthousiast over, na de voorbije decennia minder positief te zijn geweest over Rossi's werk.
Voor de fans is het wellicht leuk om te weten dat twee ex-Quomannen meededen: bassist John Edwards en drummer Leon Cave. Nee, géén Andy Bown, de toetsen die klinken zijn van anderen, waarbij Rossi ook de klavieren beroerde.
Quoloog vielip vermoedde het al. En terecht. Nee Dave Ling, hier is níét sprake van een terugkeer naar de jaren '70-boogiehardrock van Status Quo. Maar het is evenmin een terugkeer naar de popjaren '80 en '90 of de pop van Rossi's eerdere solowerk. Hier klinkt een mix van pop en de mildere boogierock die Quo in 1982-'83 (albums 1+9+8+2 en Back to Back) en vanaf 1999 bracht, het zwakke Famous in the Last Century (2000) uitgezonderd.
Vooral vergelijkbaar met de rock zoals Quo in de jaren 1999 - 2019 schreef. Toen Rossi weer sologitaar ging spelen en het plezier terugkeerde. Toen incidenteel de heavy Vonk terugkeerde op Under the Influence, Heavy Traffic, (coveralbum) Riffs, The Party Ain't Over Yet..., In Search of the Fourth Chord, Quid Pro Quo en Backbone. Zij het dat ik de laatste twee in dit rijtje wat slapper vond en met slechts drie sterren waardeerde. Juist op die twee borduurt The Accidental voort.
Tegelijkertijd waren Rossi's soloalbums altijd popgeoriënteerd. Nu Status Quo ter ziele is, blijkt hij toch nog zin te hebben in een scheurend gitaartje. Dat het minder hard is, komt mede door zijn stem: hij zingt ingetogener dan in de wilde jaren en dat mag als 76-jarige. Toch mis ik het testosteron dat soms op latere nummers als Blues & Rhythm (2002), Gotta Get Up and Go (2005) en Gravy Train (2007) wél klonk.
Dus speel ik 'm herhaald af en dan blijken de volgende nummers te komen bovendrijven: Het tweede nummer Go Man Go draait op een shuffle en was een betere opener geweest met bovendien een fraaie brug halverwege. Aardig zijn ook het stoempende Something in the Air (Stormy Weather), Picture Perfect heeft een filmisch intro en snelle shuffle, dreunend is Things Will Get Better (hoe had de jonge Rossi dit gezongen?) en dankzij de opbouw van het dikke zes minuten durende Beautiful World keren we opeens terug naar 1979 en kant 2 van elpee Whatever You Want, zij het wat milder. Mijn favoriet van het album.
De overige nummers zijn richting poprock, al dan niet ondersteund door digitale blazers plus koortjes met daarin naast Amy Newhouse-Smith, klein(?)zonen Fursey en Dominic Rossi. De midtempo opener Much Better is te braaf, liever het vrolijk-pompende Push Comes to Shove met z'n jaren '60-gevoel. Bij Back on Our Home Ground, Dead of Night, de boogiepiano en akoestische gitaar van Going Home en Bye My Love denk ik terug aan het gladdere geluid van de jaren '82-'83. Akoestisch en swingend is November Again, van het vriendelijke Oh So Good word ik niet warm en al helemaal niet van de afsluitende pianoballade Time to Remember.
Ik geef een 5 als schoolcijfer en toch mopper ik niet op deze oude rocker. Niemand verplichtte mij dit te kopen, ik wil hem simpelweg blijven volgen.
Voor hen met heimwee naar de dagen dat Quo nog een jongehondenband was: kwam van de week nog deze livebeelden uit 1977 tegen. Onbekender is het nieuwe werk dat John Coghlan's Quo in 2020 (Lockdown) en 2021 (No Return) postte, waar de oude felheid wél klinkt.
Op livegebied hebben we in Nederland onze eigen Status Quotes (website) en in april hoop ik Francis Rossi te zien bij één van zijn Nederlandse optredens. Nee, geen gemopper ondanks mijn kritische noten: juist mooi om te zien en horen dat Rossi waardig ouder wordt en creatief blijft.
» details » naar bericht » reageer
Modern Eon - Fiction Tales (1981) 4,0
Alternatieve titel: Fiction Tales Plus, 19 februari, 07:54 uur
Mijn vorige twee haltes in de new wave van juni 1981 bevatten Afrikaanse invloeden, zoals het debuut van Thompson Twins. Bij het Liverpoolse Modern Eon is de sfeer Brits, of in ieder geval ernstig.
Ze debuteerden in 1979 op verzamelaar Street To Street: A Liverpool Album samen met onder meer Echo & The Bunnymen en brachten vanaf dat jaar tot de uitgave van Fiction Tales enkele singles uit, welke deels op de elpee zijn te vinden. Eén single was een split met Orchestral Manoeuvres in the Dark.
Bij Modern Eon klinkt muziek die liefhebbers van Department S, Joy Division, Modern English, The Monochrome Set en Scars kan aanspreken. Postpunk, of zoals ik het destijds noemde: doompunk. Verschil is echter de ijle, breekbare zang van Alix Johnson. In eerdere berichten op MuMe werd al genoemd dat die enige gewenning vraagt, net als het feit dat vaker afspelen wordt beloond dankzij de afwisselende muziek - binnen de kaders van het genre.
Destijds verkocht het niet zo goed: verschenen in april 1981, was er begin juni slechts een magere #65-notering in de Britse albumlijst. Naar verluidt omdat eerdere singles op de plaat waren te vinden, wat in mijn oren juist een aanwinst is.
Ook als album is het namelijk goed opgebouwd met onderlinge variatie tussen de nummers, als de soundtrack bij verschillende scenes in een zwart-wit thriller. Een verstilde start met Second Still, dat als een trein langzaam op gang komt. Met het daarop volgende The Grass Still Grows valt voor het eerst op hoe druk drummer Cliff Hewitt is met zijn invulling: lekker, net als de spaarzame syntheffecten van Bob Wakelin. Playwrite is dan kalmer, waarna met alle percussie op Watching the Dancers het volume weer omhoog gaat, mede door de mild grommende baslijnen van Danny Hampson. Real Hymn is ingetogener, in Waiting for the Cavalry moet Hewitt weer aan de bak. Dan hebben we nog maar één plaatkant gehad.
Kant 2 biedt meer variatie, waarbij mijn favorieten steevast de drukkere nummers zijn: het uptempo High Noon, Choreography en Euthenics. Buitenbeentje In a Strange Way werkt goed als verstilde opmaat naar slotnummer Mechanic, dat begint met geluiden van de golfslag op een strand. In totaal twaalf nummers, een album dat destijds ten onrechte snel kopje onder ging in de branding, de groep met zich meesleurend. De recensie in Oor van Swie Tio is deels terug te vinden in het MuMe-topic OORdelen; even scrollen.
In 1985 dook Lever op bij Dead or Alive, Hewitt het decennium erop als tourdrummer bij Apollo 440 / Apollo Four Fourty, waar hij nog altijd actief is. In 2023 verscheen bij Cherry Red deze heruitgave van Fiction Tales met de nodige extra's ten opzichte van het originele vinyl.
Het volgende nummer op mijn afspeellijsten met new wave uit juni '81 is van The Beat, maar omdat ik single Doors of Your Heart en album Wha'ppen? al besprak, beland ik bij non-albumsingle Ghost Town van The Specials, onder meer te vinden op hun compilatie Stereo-Typical.
» details » naar bericht » reageer
Thompson Twins - A Product Of... Participation (1981) 3,5
18 februari, 19:53 uur
...en dat heeft vigil goed samengevat. Al met al een aardig album en de potentie van de groep hoor je, zij het dat je A Product of.... .... Participation (de titel loopt door op de achterzijde en bevat maar liefst acht puntjes) vaker moet afspelen om dat te horen. Van snelle hitpotentie (één keer horen en het is raak) is hier nog weinig sprake, tegelijkertijd staat er geen enkele miskleun op.
Bij 1981 denk ik vaak aan sombere new wave in sombere economische tijden. Maar de new romantics maakten opgang en los daarvan waren er de Thompson Twins, oorspronkelijk uit Sheffield maar vertrokken naar Londen, waar ze dankzij het kraakcircuit een woning vonden. De groepsnaam verwijst naar bekende stripfiguren in Kuifje, de detectives Jansen en Janssen in het Nederlandse taalgebied. De kleding van de popgroep is anders dan bij de stripmannen kleurig, zoals ook de hoes bewijst.
In het kraakcircuit is het zestal van het debuut bepaald niet doof voor Afrikaanse muziek, net als mijn vorige halte in newwaveland The Raincoats. Met zanger, bassist, multi-instrumentalist Tom Bailey, gitaristen Peter Dodd (tevens sax) en John Roog, saxofoniste Jane Shorter (tevens percussie), percussionist Joe Leeway en drummer Chris Bell kan een breed instrumentarium worden bestreken.
Als A Product of... in juni 1981 verschijnt, heeft de groep drie geflopte singles uitgebracht, alle te vinden op de tot dusver nooit fysiek verschenen extended edition die ook op streaming staat.
Via When I See You gaat het vlot uit de startblokken, met dit refrein had dit een single moeten zijn. Dan volgt Politics, ook lekker en single nummer 6 die flopte. Veel percussie en een dwarrelende saxofoon in het midtempo Slave Trade en bij Could Be Her... Could Be You vraag ik me voor de tweede maal af waarom dit geen single werd, al dan niet in aangepaste mix met korter intro. Make Believe sluit kant 1 af en dat dit single nummertje 5 was die flopte, snap ik met de irritante falsettozang. Wel is de melodie herkenbaar, slapt de bas en zit er een aangename saxpartij in, vergezeld door een sitar.
Afrikaansachtige percussie in Don't Go Away, het kalme The Price doet dankzij het drumspel aan The Police denken; het derde nummer waarvan ik denk 'Waarom niet op single verschenen?'
Wel op single verscheen Oumma Aularesso (Animal Laugh), op de 7" met het Engelse deel van de titel vooraan dat echter veel te ver van de westerse hitparades af stond door sterke Afrikaanse invloeden.
Middelmatig is de melodie van Anything Is Good Enough maar het is genieten van het akoestische gitaarspel, A Product of had het als single of dance-12" wellicht goed gedaan - ik moet denken aan Talking Heads. Ontbrekend op de streaming editie is het prima Perfect Game, wél te vinden op verzamelaar Box (2009). En er is een mal slot met Vendredi Saint dat zou zijn gebaseerd op Gregoriaanse zang, maar klinkt als Tibetaanse monnikpop.
Bij vlagen experimenteel, bij vlagen met hitpotentie waarbij de groep een ongelukkige keuze van single-kiezen had. Een ruime 7 als schoolcijfer.
Tijdens mijn reis door de wondere wereld van new wave bevind ik me in juni 1981. De volgende halte is bij het enige album van Modern Eon, waar de sfeer een stuk stemmiger was.
» details » naar bericht » reageer
The Raincoats - Odyshape (1981) 3,0
16 februari, 13:31 uur
MuMe vermeldt als stijlen punk/rock. Dan zou je denken dat op Odyshape van The Raincoats scheurende gitaren klinken en/of boze muziek. Nee dus.
Het vrouwentrio kwam weliswaar voort uit de Londense punkscene, maar zoals hierboven diverse anderen al noemden overheersen experiment en akoestische instrumenten. Je zou een nietsvermoedende luisteraar kunnen wijsmaken dat dit psychedelische folk uit het hippie-San Francisco van 1968 is.
De reggae-invloeden van het debuut zijn zo goed als verdwenen. Dat laatste waarschijnlijk omdat drumster Palmolive was vertrokken, waarbij Ana di Silva een tweedehands-Indiase shruti box en Afrikaanse kalimba (duimpiano) opduikelde en Gina Birch een eveneens Afrikaanse balafon. In combinatie met de viool van Vicki Aspinall ontstaat zo een Britse vorm van wereldmuziek, een amalgaam van hetgeen de dames al improviserend in elkaar knutselden.
Dit met de nodige gastmusici, waarbij een overwegend kalme en introspectieve plaat werd gecreëerd. Uitzondering is slotlied Go Away, waar woede klinkt met felle percussie. De dames zingen gedrieën, soms bijna-aarzelend, soms bezwerend. Het levert een plaat op die nergens op lijkt - bedoeld als compliment! Origineel en intuïtief. Nu snap ik ook waar de kleurige hoes naar verwijst.
Ik reis verder door de albums achter mijn afspeellijsten met new wave en aanverwanten. De vorige halte was de testosteronpunk van The Exploited, de volgende stop is bij het debuut van de Thompson Twins, dat net als Odyshape begin juni 1981 verscheen.
» details » naar bericht » reageer
Joshua - Intense Defense (1988) 4,5
16 februari, 11:56 uur
Twee zaterdagen geleden was ik in de Ziggo Dome bij het triple-concert Charlotte Wessels - Amaranthe - Epica. Bij het spel van Amaranthegitarist Olof Mörck moest ik qua zowel geluid als stijl denken aan dat van Joshua Perahia. Aangezien Mörck van 1981 is, weet ik niet of Perahia werkelijk van invloed is, maar de wervelende solo's van beide mannen hebben in mijn oren de nodige overeenkomsten.
En dus gaat mijn hoofd terug naar een zomerdag in 1988, toen ik het vers verschenen Intense Defense uit de platenbak viste. Voorganger Surrender van drie jaar eerder had grote indruk gemaakt, mede vanwege de berichten over de Europese tournee die de groep per trein ondernam én dat spetterende Nederlandse radioconcert bij Countdown Café.
Zoals de sehr geehrter Herr Von Helsing hierboven schrijft opgenomen in de resturen van de studio van Dieter Derks, als de Scorpions waren vertrokken. Volgens mij waren die bezig Savage Amusement op te nemen, hetzelfde jaar verschenen. Hierdoor duurden de opnamen onnodig lang, waardoor menig bandlid moest afhaken. Althans, dat is hoe ik het me uit de Aardschok herinner. De bezetting is in ieder geval compleet anders dan op Surrender.
Op Intense Defense staat Rob Rock bij de microfoon; ik kende de man van Project: Driver van M.A.R.S. / MacAlpine-Aldridge-Rock-Sarzo en hij zingt ook al vanaf het debuut van Impellitteri. Wát een klasbak. Opnieuw een zanger met een groot bereik en rauw randje, moest enigszins aan Jon Deverill van Tygers of Pan Tang denken.
Toetsenist en bassist waren de mij onbekende Greg Shultz en Roemeen Emil Lech (LechinÈ›eanu Brando), maar de drummer kende ik wél. Tim Gehrt, voorheen bij Streets, de groep van (ex-Kansas)zanger Steve Walsh.
In vergelijking met Streets, waar pure adult oriented rock klinkt, is de muziek van Joshua meer hardrock. Melodieus maar nooit te kalm, uitgezonderd ballade Remembering You. Voor het overige uptempo klassiekertjes, zonder één zwak moment met steeds die ijzersterke combinatie van melodie en snelheid in Perahia's spel.
Look to the Sky werd al gespeeld in Countdown Café, de studioversie is iets gepolijster maar wat een heerlijk nummer blijft dit... Van oud-bandlid Ken Tamplin staan drie co-composities op de plaat: opener Reach Up, I've Been Waiting en Remembering You. Bij de overige nummers was meestal Rob Rock met Perahia co-schrijver. Mijn grootste favoriet werd slotnummer Stand Alone, mooie tekst, sterk arrangement.
De kleine lettertjes op de binnenhoes tonen dat in Duitsland de nodige vriendschappen werden gesloten. Daarbij Gaby Hauke, bekend uit de entourage van Accept. In Nederland was daar platenbaas Sjaak de Bruijn. De gitarist bedankt ook de apocalyptische non-fictieschrijver Hal Lindsey, een bekende auteur uit dat decennium. Inspiratie voor de tekst van Reach Up?
Onderwijl viel ook deze bezetting snel uit elkaar. Rob Rock was het jaar erop gastzanger bij Angelica en vervolgens zou hij onder meer opduiken bij opnieuw Impellitteri, deed solowerk en de nodige gastrollen, onder meer bij het Duitse Avantasia en twee jaar geleden nog bij Empires of Eden.
Van Greg Shultz kwam ik in '91 een instrumentaal soloalbum tegen, Tim Gehrt op cd-bonustracks 11 en 12 van Glenn Hughes' Play Me Out (oorspronkelijk uit 1977) en van Emil Lech leert koeklen dat hij bij Driver en andere namen speelde, in 2024 bij het Roemeense Guts & Grace.
Perahia's carrière werd niet de meest overzichtelijke, maar van zijn groep M-Pire heb ik een cd in de kast staan. Hij overleed najaar 2024. Een onvergetelijk toptalent met fabelachtige capaciteiten.
» details » naar bericht » reageer
Trouble - Revelations of the Insane (2022) 4,0
Alternatieve titel: Demos & Rarities, 15 februari, 17:30 uur
Verzamelaar uit 2022 die voor de fan van Trouble interessante zaken heeft te bieden, al ontstaat mogelijk enige overlap met opnames die deze al in huis heeft. Eigenlijk is Revelations of the Insane: Demos & Rarities de bundeling van de schaars verspreide verzamelaars Revelations (Life Or Death) Demos & Rarities Part 1 en Victim Of The Insane (Demos & Rarities Part 2). Die heb ik niet en zo is er dankzij het Nederlandse label Hammerheart met deze vijfentwintig tracks genoeg te ontdekken.
Dat begint al met de eerste drie tracks, afkomstig van hun eerste demo (1980), als de groep twee jaar bestaat en de leden nog op de middelbare school zitten. Een trio bestaande uit gitarist en zanger (!) Rick Wartell, bassist Mike DiPrima en drummer Mike Slopecki. Verrassend is dat hier onvervalste New wave of British heavy metal klinkt, maar dan uit Chicago, Illinois. Het doet ook denken aan het eerste werk van Metallica, dus ten tijde van demo No Life 'til Leather. Demon's Claw blijkt een voorloper van Assassin te zijn.
Dan volgen de vier nummers van de 1982-demo, als de oude bezetting op Wartell na (die zich nu op gitaar concentreert) is opgelost. Nieuw zijn gitarist Bruce Franklin, drummer Jeff Olson en zanger Eric Wagner. De groep combineert inmiddels hun bekende combi van doom- met Britse metal, alsof Black Sabbath en Judas Priest een kind kregen. Op de opnamen van '81-'82 is bassist ene Ian Brown.
Het wordt gevolgd door het monumentale, uit 1983 stammende The Last Judgment, destijds alleen verschenen op compilatie Metal Massacre IV; Sean McAllister is dat jaar de nieuwe basssist geworden. De tracklist staat niet helemaal op chronologische volgorde: het gaat terug naar 1981 en The Fall of Lucifer, van een tv-show uit 1982 komen Psalm 9 en Victim of the Insane langs.
Op cd 2 de jaren '93-'94, toen Trouble hun commerciële hoogtijdagen beleefde met een stonergeoriënteerde aanpak. Eerst (track 12-19) opnames uit 1994, deels eerder verschenen op de EP One for the Road. Daarbij Heart Full of Soul, oorspronkelijk van The Yardbirds (net zo mooi als de versie van Joshua overigens). Dan opnamen uit '93 met daarbij Mythic Hero wat een eerste versie van Hear the Earth blijkt te zijn, de fraaie semiballade Fly plus Get Back, oorspronkelijk van The Beatles. Afgesloten wordt met het live opgenomen Doom March.
Het fraaie boekje richt zich vooral op de jaren 1982 - 1994 en is daarmee niet compleet. Desondanks de nodige fraaie foto's, songteksten en achtergrondinformatie. Voor informatie die niet is te vinden, biedt de website van de groep uitkomst.
Een moet-je-hebben-boxje/2LP voor de liefhebbers van Trouble en iedereen met een voorliefde voor metal met veel doom daarin.
» details » naar bericht » reageer
The Exploited - Punks Not Dead (1981) 3,5
15 februari, 14:21 uur
Het gaat hierboven drie kanten op. Ofwel over Punks Not Dead van The Exploited, ofwel of die stelling klopt, ofwel we krijgen een showbizzachtig gesprek over welke punk het met de vriendin van welke andere punk deed. Gaap.
Misschien vindt u zo'n gesprek wél relevant, over de tweede stelling is een goede update te geven. De huidige politieke en economische situatie heeft tot een golf nieuwe punkbandjes geleid. Maatje JeKo is druk met het gaan bekijken van een deel van hen en van wat ik begrijp, zijn die lekker oprecht bóós. Zo blijkt maar weer eens: punk is nooit dood, punk gaat hoogstens een tijdje ondergronds om daarna in alle furie weer de kop op te steken.
Die discussie liep al eind jaren '70 toen de de eerste generatie punkgroepen uit elkaar was gevallen of zich op andere stijlen richtte. Zo kwam The Damned terug na te zijn gestopt en zou een kant opgaan die 'gothic' ging heten. Maar werkloosheid en andere zaken om je boos te maken waren onverminderd gebleven en dan krijg je onder meer een groep als The Exploited uit Edinburgh, Schotland. Hun muziek is harder en sneller dan die van de eerste generatie Britse, veelal Londense punks.
Eerder, 1980, waren daar eigen-beheer-EP's Army Life en Barmy Army met op ieder drie nummers. In april '81 halen ze met non-albumsingle Dogs of War bescheiden #63 in de Britse hitlijst.
Punks Not Dead (zonder apostrof) bevat zestien nummers in een kleine 38 minuten. Zoals c-moon in 2008 terecht noteerde, puttend uit zijn geheugen over wat Oor schreef: "Beton punk". Inderdaad, Motörhead en punk lagen niet ver van elkaar. Anders is de thematiek van The Exploited, die zich aan de liedtitels laat aflezen. Zoals mijn favorieten Cop Cars en Dole Q.
De eerste klanken zijn live, maar het titelnummer dat meteen volgt is "gewoon studio", een trucje dat wordt herhaald op Exploited Barmy Army en slotlied I Believe in Arnarchy. In het intro van Cop Cars klinkt een sirene om de sfeer te verhogen, in dat van Army Life horen we marcherende soldaten, in Ripper zit de klassieke Dodenmars van Chopin.
Bassist Gary (McCormack) volgt eenvoudigweg de gitaarlijnen van Big John (Duncan) - of is het omgekeerd - beiden opgejaagd door drummer Dru Stix (Glenn Campbell), zodat de charmante brulboei Wattie (Walter Buchan) alle dekking krijgt voor zijn mitrailleurteksten. Oprechte boosheid over het leven in het Groot-Brittannië van Margaret Thatcher. Alleen in Sex and Violence werkt het niet: die 5'10" hadden ook in zestig seconden hun punt gemaakt. Voor de rest knalt het als een malle. Geen wonder dat de groep in 1999 een eerbetoon kreeg via Punk's Not Dead - A Tribute to The Exploited.
Geen hitsingles van dit album, toch komt het in mei 1981 tot #20. Eind oktober haalt EP Dead Cities met opnieuw drie nummers #31 en al in november volgt de elpee On Stage.
Daarmee is mijn kleine inhaalslag tijdens de reis door new wave afgerond, die begon met The Passions en als vorige halte Tenpole Tudor had.
Ik vervolg met juni 1981 als Odyshape verschijnt, de tweede van vrouwengroep The Raincoats.
» details » naar bericht » reageer
New Musik - Anywhere (1981) 3,5
11 februari, 23:33 uur
Het debuut van New Musik, de groep rond Tony Mansfield die behalve zang, gitaar en toetsen/synths ook de productie deed, leverde in zijn eigen Verenigd Koninkrijk vier hits op. Frisse popwave en met mijn vorige halte in de new wave, The Plimsouls (1981), kreeg ik een Amerikaanse rockversie van popwave. De aanpak van kort geknipte koppies en kortere nummers was inmiddels de trend geworden.
De tweede van New Musik borduurt voort waar de vorige ophield. Anywhere bevat echter langere nummers en de balans slaat door naar kwaliteitspop, die in de meeste gevallen weinig meer met puntige new wave heeft te maken. Bij het debuut had ik allerlei associaties en hier opnieuw: Ph.D (I Won't Let You Down) uit hetzelfde jaar.
Velen hierboven houden ons voor dat deze nog beter is dan het debuut. Voor mij zijn ze gelijkwaardig, al heb ik liever de composities wat korter. Maar uiteraard zit de muziek goed in elkaar, al is een nummer als Peace mij echt te kazig - het heeft wel iets van Phil Collins weg. Dat zal echter voor menigeen als een compliment overkomen en dat mag natuurlijk.
Ach, al die vergelijkingen... Ze dienen slechts om aan te duiden dat behalve de boel, behalve het intro van They All Run After the Carving Knife, behoorlijk hapklaar het binnenoor inglijdt. En dat mág, waarbij ik nummers als Areas en Churches wel erg kalm en laat-avond vind.
Waarom noemt niemand het grapje? Op het debuut stond de hitsingle This World of Water en hier This World of Walter. Ze hebben niks met elkaar te maken en schelen toch maar een 'l'. Grappig toch? Favorieten naast de opener zijn While You Wait met een pulserende beat, het swingende Changing Minds en Design bevatten eveneens een aangename uptempo groove.
Ik reis van februari '81 naar april dat jaar, naar een album dat hier op elpee staat: ridderlijke punk van Tenpole Tudor op Eddie, Old Bob, Dick & Gary. Ik besprak 'm al eerder, maar toch nog eens draaien en een kort berichtje daarbij.
» details » naar bericht » reageer
The Plimsouls - The Plimsouls (1981) 3,5
11 februari, 18:41 uur
Hierboven werd uitgelegd hoe The Nerves uit elkaar vielen in The (Paul Collins) Beat en hier, The Plimsouls. Die laatste groep is het geesteskind van vooral Peter Case die in de Amerikaanse rock 'n' rolltraditie (Chuck Berry is nooit ver weg) pakkende gitaarliedjes brengt. Soms met blazers (opener Lost Time krijgt zo een klassiek r&b-jasje), soms een snufje toetsen (Zero Hour).
Het leidt tot puntige liedjes met kop en staart volgens het boekje: couplet-refrein-couplet-refrein-brug-solo. Hush, Hush heeft een pakkend gitaarintro, I Want What You Got heeft met een orgeltje een melancholieke inslag, in Mini-Skirt Minnie zit dankzij de blazers soul en slotlied Every Day Things is kort maar krachtig. In 2012 verscheen deze bonusversie met onder meer het instrumentale When You Find Out.
Al met al is er niks mis en tegelijkertijd word ik nergens omver geblazen. Het is wel erg veilig en eigenlijk weinig wave, al spat het ambachtelijk talent ervan af. Misschien omdat ik met de oren nog bij mijn vorige halte in newwaveland ben? Die was qua muzikaal avontuur een stuk spannender: Grauzone.
Met het volgende station klinkt opnieuw heel andere muziek: de tweede van New Musik is een randgevalletje qua new wave.
» details » naar bericht » reageer
Grauzone - Grauzone (1981) 4,0
11 februari, 18:20 uur
Bij mijn reis door new wave kom ik de meest uiteenlopende muziek tegen. Zoals nu in 1981, komend van het Engelse The Boys op de grens van punk en tienerpop naar het veel experimentelere Grauzone uit Bern, Zwitserland.
Grauzone bestaat hier uit de multi-instrumentale broers Martin en Stephan Eicher en drummer Marco Repetto. In het najaar van 1980 debuteren ze met twee nummers op verzamelelpee Swiss Wave The Album, waarbij Eisbär. In de zomer van 1981 wordt Grauzone opgenomen waar dit nummer niet op staat, maar als het nummer op single verschijnt, wordt het een onwaarschijnlijke hit: half oktober '81 #9 in Oostenrijk en in Duitsland #12.
Als de elpee Grauzone verschijnt, ontbreekt daarop dus de hit. Desalniettemin een gevarieerd en meestal pakkend album, zoals de instrumentale opener Film 2, waar elektronika domineert, net als op de hit. In die categorie staan meer nummers, namelijk Hinter den Bergen, het monotone maar dansbare Wütendes Glas en idem is Kälte Kriecht en het sferische en korte Kunstgewerbe. Hierboven wordt In der Nacht aangeprezen als juweel om in de donkere nacht af te spelen. Bij mij werkt dat experiment niet...
Er is ook muziek waar postpunk domineert en de gitaar meestal een hoofdrol speelt: Schlachtet!, het introverte en gitaarloze Maikäfer Flieg dat is gebaseerd op een kinderliedje, het romantische (!) Marmelade und Himbeereis en het pakkende en vlotte Der Weg zu Zweit.
In 1991 verscheen de cd-versie waarop Schlachtet! moest plaatsmaken voor Eisbär. Dit werd in 2021 rechtgezet met een dubbelelpee, waarop beide nummers zijn te vinden.
Al met al een album vol vernieuwing en waar ik dat nogal eens beleef als liedjes die niet pakken, is dat hier anders. Van een conservatievere aanpak is mijn volgende halte, het debuut van The Plimsouls.
PS - de cover van Eisbär door Nouvelle Vague uit 2006, die vind ik zó mooi!
» details » naar bericht » reageer
The Boys - Boys Only (1981) 3,5
10 februari, 17:56 uur
Het vijfde en voorlopig laatste album van de Londense punkpioniers The Boys. Alhoewel het met de oren van nu vooral als powerpop klinkt met de popkoortjes en -refreintjes, een hoog meezinggehalte bevattend.
Hun debuut deed in 1977 nauwelijks iets en de twee daarna nog minder, net als het kerstalbum als The Yobs uitgebracht. Daar bracht Boys Only geen verandering in. Weg uit de groep is toetsenist Casino Steel, resteren bassist Duncan (voorheen Kid) Reid, gitaristen Matt Dangerfield en (Honest) John Plain plus drummer Jack Black.
Wederom domineert het tienerleven de teksten, zoals de geneugten van het Weekend en om een titel als Wrong Arm of the Law valt te lachen. Neem dit vooral niet te serieus en toch ken ik het recept inmiddels wel; ik heb even genoeg kauwgom gekauwd, zeker als Wonderful World een zouteloze cover van Sam Cookes klassieker blijkt.
Afhankelijk van mijn stemming een 7 of een 6 als schoolcijfer, maar nog altijd aanbevolen voor wie dit de eerste kennismaking is met De Jongens, die overigens tien jaar later terugkeerden met Xmas II.
Mijn reis door new wave kwam van het zéér serieuze My Life in the Bush of Ghosts van de heren Byrne en Eno. Voor het eerst ga ik naar Zwitserland, om precies te zijn Bern. Eveneens in februari 1981 verscheen daar het debuut van synthpop- / postpunkgroep Grauzone, aanvankelijk nog niet met dat fijne liedje Eisbär.
» details » naar bericht » reageer
Brian Eno – David Byrne - My Life in the Bush of Ghosts (1981) 3,5
9 februari, 22:40 uur
Op reis door new wave kom ik van de warme muziek van de tweede van The Passions bij heel andere sferen.
Mijn maatje van school hield destijds wel van "rare fratsen". Zo had hij opeens On the Way to the Peak of Normal van Holger Czukay ontdekt, wat in mijn ogen een rare stap was voor iemand die zweerde bij Whitesnake en Joe Perry. Tegelijkertijd vond ik het interessant.
Kende hij My Life in the Bush of Ghosts van Brian Eno en David Byrne? Ik ben hier omdat ik door new wave reis en beide heren binnen die stroming hoofdrollen vervulden. Ofwel als bron van invloed (Eno onder meer als lid van Roxy Music en als producer van David Bowies Low) ofwel als één van de angry young man: David Byrne van Talking Heads. Vroeger had ik dit spoedig terzijde gelegd, nu hoor ik enige verwantschap met de elektronische kant van Bowie ten tijde van diens "Berlijnse" albums.
Sterker nog, in Mea Culpa klinken vervormde Duitstalige stemmen, nadat America Is Waiting als een voorloper van The Art of Noise voorging. Als vervolgens funk en een Arabische zanglijn volgen in Regiment, weet je dat zowel Eno als Byrne nieuwe wegen verkenden. Gejaagde funk in Help Me Somebody met een vleugje Afrikaanse gitaar en zo volgt een bonte stoet van elektronische kruisbestuivingen die per nummer anders is. De grooves van Byrne vormen daarbinnen de rode draad.
Muziek in de periferie van new wave, funk als echo's van het leven van New York, de invloeden van de wereld in zich opzuigend. Mountain of Needles is het relatief rustige slot van het oorspronkelijke album, vanaf 2006 in een uitgebreidere versie verkrijgbaar. In 1981 vond Bert van de Kamp in Oor er dit van (even scrollen).
Ik vervolg bij heel wat aardsere muziek: The Boys en hun Boys Only.
» details » naar bericht » reageer
The Passions - Thirty Thousand Feet over China (1981) 3,5
9 februari, 21:24 uur
In vergelijking met het debuut is dit veel ronder en warmer geproduceerd, wat de muziek ten goede komt. De sfeer werd dromeriger, weemoediger zo u belieft. Bassiste Claire Bidwell maakte plaats voor David Agar, producers Peter Wilson en Nigel Gray zorgen ervoor dat de muziek deze keer wél steeds op zijn plek valt, waar ook de stem van gitariste Barbara Gogan van profiteert.
Thirty Thousand Feet over China trapt af met hun enige singlehit: I'm in Love with a German Film Star kwam in februari 1981 tot een Britse #25. Droompop in Someone Special, iets steviger is The Swimmer dat na een kalm intro plots versneld. En zo bevat dit album diverse fraaie details, waar dankzij de productie nu wél aandacht voor was. Zoals de piano in het slot van Small Stones.
Uptempo met ijle zang in Runaway en opeens weet ik aan welke groep ik moet denken: Sixpence None The Richer, ook al was dat een dik decennium later. The Square vervolgt die koers, Alice's Song is een buitenbeentje waarna Bachelor Girls opvallend jolig lijkt, een beetje als later The Bangles zouden doen. Skin Deep is dansbaar met een dieper mannenkoortje dan elders op het album.
Eén schamele week albumlijst voor Thirty Thousand Feet over China in het Verenigd Koninkrijk, eind september 1981 #92. Dit had meer verdiend.
Mijn reis door new wave kwam van het "malle" solodebuut van voormalige punkzangeres Poly Styrene en vervolgt bij de samenwerking tussen Brian Eno en David Byrne, My Life in the Bush of Ghosts.
» details » naar bericht » reageer
Poly Styrene - Translucence (1981) 3,5
9 februari, 20:39 uur
Uhm... Is dit dezelfde zangeres als van punkgroep X-Ray Spex? Ja dus. Mede door de lieflijke dwarsfluit die diverse malen opduikt, is van punk geen sprake en zelfs new wave is ver weg. Dit is pure pop met uitstapjes naar... easy listening en folk. Dat neemt niet weg dat ik mooie liedjes tegenkom, ook al hoort dit eigenlijk niet thuis in mijn reis door new wave.
Ach, van punk naar pop? We zouden het vaker tegenkomen. Later zou bijvoorbeeld Feargal Sharkey van The Undertones eerst met die groep voor een popgerichte koers kiezen om vervolgens solo een vorm van kwalitatief hoogwaardige blue-eyed soul te gaan maken. Het is in Styrenes geval alleen onverwacht en bovendien als een veel radicalere overstap.
De nummers met dwarsfluit brengen zonder uitzondering een dromerige sfeer. Het instrument is bepalend in opener Dreaming, verderop in Shades. Het lijkt dan wel alsof we naar een album uit 1968 luisteren, de tijd dat Debbie Harry van Blondie nog een hippiemeisje was in de groep The Wind In The Willows.
In Talk in Toytown klinken synths zoals bij Yazoo, het blijkt het meest moderne nummer van de plaat te zijn, want popfunk volgt in Skydive en de dwarsfluit van Ted Bunting keert terug in The Day That Time Forgot. Essence doet hetzelfde met bovendien knusse conga's.
Kant 2 opent met de popreggae van Hip City Hip, compleet met saxofoon van opnieuw Bunting. Meer pop in Bicycle Song, dwarsfluit, conga en castagnetten in het zwoele Sub Tropical en dartelende piano in titellied Translucence - plus alweer dwarsfluit, een alleraardigst popliedje.
Iets steviger is Age dankzij saxofoons, via Goodbye is daar met akoestische gitaar een uiterst ontspannen slot.
MuMe noemt het hier bovenaan avant-garde. Dát is vér bezijden de realiteit. New wave dan? Geenszins, maar de loungepop is te leuk om onvermeld te laten.
Mijn queeste door new wave kwam van de New Yorkers van The Shirts en hun Inner Sleeve en vervolgt bij het tweede album van The Passions met daarop hun enige hitje; op naar Thirty Thousand Feet over China.
» details » naar bericht » reageer
The Shirts - Inner Sleeve (1980) 3,5
9 februari, 19:20 uur
De derde van The Shirts uit New York die slechts in het verre en obscure Nederland hitsucces hadden gekend. Een nieuw management deed de groep geen goed, waarbij een beperkte persing van 10.000 stuks niet hielp in eigen land. En dan kun je in de prille jaren in het befaamde CBGB hebben gespeeld, in 1980 was dat niet genoeg en in 1981 stopt de groep.
In welke maand van 1980 Inner Sleeve verscheen heb ik niet kunnen vinden, wél dat ze te gast waren op tv bij New York Dance Stand, een programma waarin blijkens bronnen ook Siouxsie and The Banshees acte de présence gaven.
Uptempo rock 'n' roll met soms (het kalmere Can't Get It Through My Head) een hoofdrol voor piano. In I've Had It staat toetsenist John Piccolo bij de microfoon, waarna Annie Golden weer de hoofdrol heeft in bijvoorbeeld het stevige I Don't Wanna Know.
Geraffineerder is As Long as the Laughter Lasts, een centrale rol voor toetsen in het uptempo Too Much Trouble. En zo heeft ieder nummer wel z'n charme, mede dankzij de heldere, uitgelaten stem van Golden. Dit album had destijds meer aandacht verdient, al is het geen klassieker. Gewoon eerlijke, frisse rock 'n' roll.
Annie Golden vervolgde vervolgens een toch al redelijk succesvolle acteercarrière. De groep keerde zonder haar terug in 2003 en bracht in '06 en '10 nieuw werk uit met een tweetal andere zangeressen.
Ik ben bezig enkele albums die ik binnen de new wave van 1980 en '81 abusievelijk had overgeslagen te beluisteren. Zo kwam ik van het debuut van het Engelse New Musik en voor de volgende ga ik naar het Londen van januari 1981 en het solodebuut van Poly Styrene, voorheen zangeres bij X-Ray Spex.
» details » naar bericht » reageer
New Musik - From A to B (1980) 3,5
9 februari, 18:18 uur
Nou, gedraaid héb ik From A to B. De vergelijkingen die hierboven worden gedaan snap ik echter niet. Voor mij zit New Musik in de hoek van M (Pop Muzik), The Buggles (Video Killed the Radiostar) en Korgis (Everybody's Got to Learn Sometime). Of iets later Yes' Owner of a Lonely Heart. Pop in het jasje van new wave met veel synths en toetsen. Niet alternatief, wél fris. Veel meer gericht op radio, hitparade en herkenbaarheid dan Talk Talk, Duran Duran en Depeche Mode deden. Nou ja, misschien hadden zij net zulke sterke intenties. Hoe dan ook, al hoor ik overeenkomsten in productie en instrumenten met die namen, New Musik is nadrukkelijk pop.
Na het pakkende Straight Lines volgt track 2 Sanctuary, een liedje geconstrueerd om de luisteraar snel bij de kladden te vatten met dat slim opgebouwde intro. Zolang het uptempo is (Science op kant 1), vind ik het aangenaam, al word ik nergens omvergeblazen. Dit is vakkundig geconstrueerde edelpop van de groep rond zanger, gitarist, toetsenist en producer Tony Mansfield.
This World of Water blijkt méér dan een radiohitje te zijn geweest: het kwam augustus 1980 in de Nationale Hitparade binnen, halverwege die maand #23 halend en bij de Top 40 #30. Soms klinkt een akoestisch gitaartje, zoals in Living by Numbers. Is het gek dat ik daar ook de associatie met Sniff 'n' The Tears en Driver's Seat krijg? Meer uptempo werk volgt, met als gekste momenten de modulaties in The Safe Side; een leuk producerstrucje en ik glimlach.
In hun eigen Engeland was het succes groter met vier hits: Straight Lines kwam al in oktober 1979 tot #53, Living in Numbers was daar de grote hit als #13 in februari '80, This World of Water in mei #31 en Sanctuary in juli-augustus diezelfde positie. Dat album From A to B "slechts" #35 haalde (augustus 1980, in Nederland geen notering), geeft wellicht aan dat New Musik vooral aanhang had bij een jonger, singlekopend publiek.
In 2000 herverscheen het album met bonussen als From A to B ...Plus. Die staat ook op streaming.
Mijn vorige station in de wondere wereld van new wave was het debuut van The Passions, de volgende is de derde van The Shirts, ook in 1980 verschenen.
» details » naar bericht » reageer
The Passions - Michael & Miranda (1980) 3,5
9 februari, 12:23 uur
Hierboven las ik over de connectie tussen The Cure en The Passions uit het Londense Shepherd's Bush. Een album en groep die ik destijds, april 1980, heb gemist. Of niet, maar dan zijn Michael & Miranda letterlijk in mijn vergetelheid verdwenen geraakt. Tot onlangs.
Een veelbelovende start van het album met respectievelijk het nerveuze Pedal Fury, het warmere Oh No It's You en meer postpunkachtige sferen in het snelle Snow. De gitaren zijn clean, de akkoorden worden fel gespeeld.
De zanglijnen van gitariste Barbara Gogan zijn echter te vaak niet zo spannend en daar kunnen gitarist-en-meer Claire Timperley, bassiste Claire Bidwell en drummer Richard Williams weinig aan doen. Instrumentaal staat het namelijk goed. Bij de baslijnen van Obsession moet ik trouwens aan Iron Butterfly's In-a-Gadda-da-Vida denken, maar dat is een kronkel. Zeker is dat ik gedurende kant 1 de aandacht ondanks de regelmatig lekkere gitaarpartijen (ik moet soms aan Johnny Marr denken!) niet vasthoud. Pas bij slotnummer Why Me constateer ik weer dat alles samenvalt.
Producer Chris Parry zorgde voor een droog, direct geluid, enigszins vergelijkbaar met het debuut van labelgenoten The Cure. Iets meer met de knoppen spelen had wellicht voor meer spanning kunnen zorgen, al kan dat natuurlijk ook een bewuste keuze van de groep zijn geweest. Als dit stukje niet 46 jaar te laat kwam, had ik The Passions geplaatst in de categorie 'beloftevol, in de gaten houden'.
Ik ben op reis door new wave, de albums achter de afspeellijsten. Vorige halte was de tweede van The Cramps, waarna ik aan enkele ten onrechte overgeslagen albums ben begonnen. Ik ga naar 2 augustus 1980 als New Musik de Nederlandse hitlijst betreedt met This World of Water.
» details » naar bericht » reageer
Trouble - The Distortion Field (2013) 4,0
8 februari, 09:21 uur
De eerste Trouble na Simple Mind Condition van zes jaar eerder. Die vond ik wat tegenvallen door productie en omdat Eric Wagners stem niet meer de hoge krijs bezat. Zijn opvolger Kyle Thomas is een prima zanger, maar heeft een andere klankkleur dan zijn voorganger en ontbeert die krijs. Daarom was het wennen, al vind ik Thomas' directe teksten na alle hippiejaren verfrissend.
Wat helpt is de vette productie door gitaristen Bruce Franklin en Rick Wartell, met hulp van oude vriend Brian Slagel, producer op de eerste twee albums. Hoera, Trouble keert hiermee terug naar metal en gitaarmuren!
Voormalig drummer Jeff Olson schuift weer aan voor gelegenheidstoetsen. Een bassist was niet aan boord, de meeste baspartijen werden door Franklin ingespeeld en Wartell deed de overige twee. Nieuw is drummer Marko Lira, op drie nummers is Michael Aukofer de man op de kruk.
Dertien nummers en een albumlengte van bijna 58 minuten. Met eerst langzame doom en dan fel-grommend op tempo is er de aftrap met When the Sky Comes Down, Paranoia Conspiracy is iets kalmer maar nog altijd fel - met een tekst die ik passend vond bij de covid-19-pandemie van zeven jaar later.
Midtempo is The Broken Have Spoken, met Sink or Swim en One Life volgen twee hoogtepunten met de nodige zwaarte en tempowisselingen, hardere en zachtere passages. Verrassend is Have I Told You, een nummer over diepe spijt met subtiel en ingetogen gitaarspel, om met Hunters of Doom weer los te gaan: Franklin en Wartell bewijzen opnieuw de meesters van de gitaartwins te zijn, doom wordt afgewisseld met Sabbathiaanse uptempo riffs, steeds weer pakkend.
Ik draai 'm vanaf cd en houdt bij track 8 het begin van de tweede helft aan. Sinds ie vanaf 2022 op 2LP uit is, is er een andere indeling, maar het mild-uptempo Glass of Life is hoe dan ook een prima nummer, zeker met dat langzame tweede deel. Butterflies is zowel vriendelijk als hárd, Sucker is uptempo en boos, spannender is The Greying Chill of Autumn dankzij opbouw en gitaargeluiden.
Met het instrumentale Bleeding Alone begint de opmaat naar slotlied Your Reflection, het klinkt als de openingsmuziek van een concert, mede dankzij de toetsen en de hartslag. Die afsluiter is relatief kalm.
Het album had wel iets korter mogen duren, anderzijds is er dus volop keuze qua favorieten en een zwak nummer ontbreekt.
En anno Domini 2026? Er schijnt een nieuw album in de maak te zijn, waarbij Rob Hultz tegenwoordig bassist en Garry Napler drummer is. In afwachting daarvan ga ik naar een verzamelaar van de groep die nog niet op MuMe staat. Heb dus een toevoeging te doen voor Revelations of the Insane: Demos & Rarities, verschenen in 2022.
» details » naar bericht » reageer
Trouble - Live in Stockholm (2022) 4,5
7 februari, 13:26 uur
Live in Stockholm staat inmiddels als bonus-cd bij Simple Mind Condition in mijn platenkast. Daar ontbreekt informatie over de bezetting en opname, die echter elders is te halen. Bassist is Chris Robinson en verder zijn oudgedienden Eric Wagner, Bruce Franklin, Rick Wartell en Jeff Olson aan boord. De groep is in topvorm, al heeft Wagner last van enige sleet in de hogere regionen.
De eerste helft van de set bevat recenter werk van de groep, op de tweede helft staat vooral het vroegere werk. Juist daarvoor heb ik een voorkeur: in die fase was de muziek hoekiger met vele tempowisselingen, meer metal dan de latere hippierock.
Hoogtepunten voor mij zijn onder meer Psalm 9, zeker omdat dat - onvermeld op de hoes - wordt gevolgd door het instrumentale Endtime. En als vervolgens Run to the Light (van dat album hadden ze van mij méér mogen spelen) eveneens ongenoemd in het intro een stukje Supernaut van Black Sabbath meekrijgt, zit ik wéér te glimlachen van oor tot oor. In de toegift The Skull én Revelation (Life or Death) én The Tempter... Zwijmel.
» details » naar bericht » reageer
The Cramps - Psychedelic Jungle (1981) 3,0
7 februari, 12:54 uur
Op reis door new wave in de breedste zin van het woord, kan ik niet om The Cramps heen. Tegelijkertijd kun je je met de enorme retrohang van de groep richting jaren '50 en '60 rockabilly afvragen of de "new" 'm eigenlijk niet vooral in de kleding en het imago zat. Ik krijg het gevoel van mijn vroege puberjaren, toen op de maandagavond op Hilversum 3 Jan Steeman bij de AVRO 'Het steenen tijdperk' presenteerde met daarin precies die periode. In muzikaal opzicht hoor ik The Cramps geen vernieuwende zaken in rockabilly injecteren, of het moet het Beautiful Gardens zijn dat op 2/3 "ontspoort".
Net als het eerste bericht bij dit album van dudehere constateer ik dat de groep voor "een iets langzamere aanpak" kiest. Verder is Psychedelic Jungle goed geproduceerd en de fraaie groepsfoto op de achterzijde is herkenbaar van Anton Corbijn. Van Discogs leer ik dat Don't Eat Stuff Off the Sidewalk een bewerking is van The Fourth Dimension (1964) van The Ventures.
Goed voor te stellen is dat muziek als deze werkt in een serie, zoals de berichten hierboven vertellen. Om als heel album te beluisteren echter, is dit voor mij een te lange retrozit.
In '81 was Herman van der Horst in Oor positief, zie daarvoor het fragment in het MuMe-forum OORdelen. Het jaar daarvoor stonden The Cramps op de coverfoto van het #8-nummer van Oor, daar had men dus wel wat met de groep.
Daarmee ben ik klaar met de de new wave uit mei 1981 (zeventien albums maar liefst, mijn vorige was Animal Now van Ruts DC) en alvorens ik vervolg bij juni, moet ik weer eens een veegronde doen met gemiste albums. Om te beginnen terug naar april 1980, het album Michael & Miranda van The Passions.
» details » naar bericht » reageer
Ruts DC - Animal Now (1981) 4,0
7 februari, 09:03 uur
Verschenen in mei 1981, kun je gaan discussiëren of dit de eerste of de derde van (The) Ruts (DC) was. The Ruts debuteerden in '79 met The Crack, waarna de frontman overlijdt en in '80 het album met restmateriaal Grin & Bear It verschijnt.
Ondertussen hebben de resterende groepsleden een doorstart in de planning en aangezien Animal Now géén herhaling van zetten is van het eerdere werk (punk met reggae) neig ik ertoe dit als een debuut te beluisteren.
Wat we horen is een energieke vorm van gitaarwave met soms dartelende saxofoonlijnen. Zanger, gitarist en toetsenist is Paul Fox, John Jennings op basgitaar en toetsen, Gary Barnacle op allerlei blaasinstrumenten en toetsen en Dave Ruffy op drums en ook hij beroert de toetsen. Het is gejaagd, op het nerveuze af én melodieus, soms meerstemmig gezongen. Soms als het drukke broertje van Ultravox (Dangerous Minds). Verschillende sferen komen langs, zo lijkt het alsof ik in het stevige en vlotte Slow Down iets van David Bowies Berlijntrilogie terughoor, mede dankzij het gitaarwerk.
No Time to Kill opent kant 2 alsof Ultravox en The Police samen een nummer schreven: voor het eerst klinkt een snufje reggae op de plaat, in combinatie met een parmantige toetsenlijn en een felle saxlijn. Op Fools keert reggae volop terug, rockabilly (!) in Walk or Run en donker sluit Parasites de plaat af, een beetje op z'n Killing Joke.
Destijds was de elpee goed verkrijgbaar in Nederland, als mijn geheugen mij niet bedriegt. Toch kom ik 'm nog maar zelden tegen als tweedehands. In hun eigen Verenigd Koninkrijk haalden singles noch album de verkooplijsten. Ten onrechte: eentje om in de gaten te houden als ik weer eens door platenbakken struin.
Een jaar later verscheen Present Rhythm Collision Vol. 1, die op MuMe ontbreekt. Binnenkort eens toevoegen, de groep ging daar voor onvervalste dub.
Mijn reis door new wave kwam van Die Radierer en de maand mei van 1981 sluit ik af met psychobilly via Psychedelic Jungle van The Cramps.
» details » naar bericht » reageer
Trouble - Simple Mind Condition (2007) 3,5
6 februari, 18:36 uur
De discografie van Trouble verdeel ik in periodes van steeds drie qua studioalbums. Met Simple Mind Condition begint de derde periode, tevens de minst overzichtelijke. Kort na Plastic Green Head (1996) vertrok zanger Eric Wagner. Hij werd vervangen door Kyle Thomas, studiowerk bleef uit. In 2000 keerde Wagner terug en pas zeven jaar later is daar Simple Mind Condition. Een gat van elf jaar, nieuw is bassist Chuck Robinson.
Ondertussen waren er zijprojecten: Wagner maakte een stoneralbum met Lid (1997) en was in 2003 één van de gasten op Dave Grohls Probot. In 2000 maakten gitarist Bruce Franklin en drummer Jeff Olson met Doug Pinnick van King's X een album onder de vlag van Supershine.
Kennelijk zat het Trouble niet mee om een platenmaatschappij te vinden, het in Cleveland gedurende vier jaar (!) opgenomen album verscheen aanvankelijk slechts in Europa en wel via Escapi. Pas twee jaar later volgde een Amerikaanse uitgave. Producer is opnieuw Vince Wojno, die de zang wolliger en de gitaren iets scheller doet klinken dan op Plastic Green Head. Helaas.
De eerste keer - enkele jaren later - dat ik iets van het album hoorde, was via internet. Ik meende enige slijtage op Wagners stem te horen, iets wat in diezelfde dagen ook met David Coverdale aan het gebeuren was. Het deed me oprecht pijn, want sinds mijn eerste kennismakingen had ik hen hoog zitten.
Nu draait Simple Mind Condition hier in de 2022-uitgave van Hammerheart met als bonus-cd Live in Stockholm. Al met al valt het me mee qua stem. Wel is opvallend dat Wagner de hogere regionen meestal mijdt en daarmee mis ik die hoge cirkelzaag. Uitzonderingen zijn er kort in de shufflerock van Pictures of Life en het titellied.
Met opener Goin' Home kiest Trouble voor groovende hippiemetal. Midtempo klinkt "Love is in the air, flowers in her hair, your most passionate desires". Dat is jammer voor mij, met mijn voorkeur voor de doommetal van de heren. Alhoewel het gitaargeluid van Franklin en Rick Wartell uit duizenden herkenbaar is, mis ik het écht scherpe randje. Peace man.
Mijn favorieten zitten in de tweede helft, uitgezonderd de stoempende Sabbathiaanse track 2 Mindbender dat een betere opener was geweest, mede dankzij een prachtige gitaarsolo. Simple Mind Condition is als track 8 pas de eerste echt uptempo kraker; cover Ride the Sky is oorspronkelijk van Lucifer's Friend (1970, de groep van de latere Uriah Heepzanger John Lawton) en bevat een riff die me aan Judas Priests Exciter doet denken - en blazers! Die toeteren als in een James Bond film, het werk verrassend goed. Vast mede het werk van drummer Jeff Olson, die een studie filmmuziek op zijn cv heeft staan.
Lekker slepend is de riff van If I Only Had a Reason en het met sobere piano opgeluisterde, trage The Beginning of Sorrows is het verrassende en fraaie slot.
Sympathiek is dat voormalige drummer Barry Stern in het boekje met een R.I.P. wordt herdacht, te midden van zwart-wit afbeeldingen van schilderijen van Hieronymus Bosch en Pieter Breughel de Oudere. Het zou tevens de laatste zijn met Wagner, die zijn weg zou vervolgen met Blackfinger én The Skull en in 2021 kwam te overlijden; Olson en Robinson ontbreken eveneens op opvolger The Distortion Field, de eerste dook op bij The Skull samen met Ron Holzner, een andere voormalige bassist van Trouble.
Zoals MetalMike al constateerde, klopt de huidige trackvolgorde van MuMe niet. Ik zal dadelijk een correctie indienen en ondertussen speel ik cd 2 Live in Stockholm af.
» details » naar bericht » reageer
Die Radierer - Eisbären & Zitronen (1981) 3,0
4 februari, 18:53 uur
Die Radierer oftewel De Uitgummers, wortels in punk en afkomstig uit Limburg an der Lahn. In 1980 debuteerden ze op cassette met Live '80 (Muzik für Hier unt Heute), met Eisbären & Zitronen debuteren ze bij Zickzack, bekend van meer Neue Deutsche Welle, de albumtitel verwijzend naar twee van de nummers op het album. De groep had de wortels in punk, wat echter niet zozeer terugklinkt: het gaat hier niet om hard en boos. Wél kun je het merken aan de nodige korte lengtes van de nummers en wellicht ook de (goede) demokwaliteit van de opnames.
Alhoewel in opener Das Gelobte Land der Mathematik een scheurende gitaar klinkt, houdt de zang van Christian Bodenstein het vriendelijk. Charakterschwein is vrolijk en dansbaar, de titel laat merken dat er wel degelijk enig venijn klinkt.
Autobahn is een monotoon gezongen popnummer, Eisbär-Disco blijkt radiovriendelijke poprock. Het fluisterend gezongen Versteck Dich Nicht Im Kühlschrank (grappige titels zijn één van de kenmerken van Die Radierer) drijft op een funklick en aangezien deze de volle 4'44" wordt herhaald, is het ondanks een xylofoon wat monotoon. Pubertät is een live opgenomen nummer, hoekig en stevig.
Meer popfunk in Probleme, de zang maakt echter dat het radio-onvriendelijk is; en charmant! Langzaam is Automaten met als boodschap "...machen uns das Leben leicht". Het vrolijke Filmjury is vervolgens een euforisch gezongen minifilmsoundtrack waarin Johnny Cash wordt genoemd.
Gib Mir Zitrone is nerveus en uptempo, ontspanning volgt via het bij uitzondering lange Drogentod dat een wat weemoedige sfeer heeft en de diverse populaire drugs van die dagen langsgaat, met in het refrein een waarschuwing. Vergis ik me, of hoor ik hier muzikale invloed van Bowies Berlijntrilogie? In veertig seconden maakt Ob Es So met praatzang een einde aan de plaat.
Dankzij verzamelbox Punk! Pest! Pop! Sammelband 1978-1984 verschenen in 2017 enkele bonussen bij het album waarbij Batman, dat verklaart waarom deze superheld op de hoes is te zien.
Al met al: leuk, grappig, glimlachjes. Niet spectaculair maar zeker charmant. Mijn reis door new wave kwam van het Belgische 1000 Ohm en vervolgt bij het Engelse Ruts DC en hun Animal Now.
» details » naar bericht » reageer
Megadeth - Megadeth (2026) 4,0
2 februari, 22:42 uur
Van de Grote Vier (Amerikaanse thrashbands) van de jaren '80 was Megadeth voor mij altijd duidelijk de nummer 4. Van kwaliteit, zeker wel, maar ik miste echt spetterend werk, al staan er op ieder album steevast twee á drie lekkere nummers. De zang van Dave Mustaine vind ik niet zo spannend en te vaak vond ik het te langzaam - al is A Tout le Monde van Youthanasia een voorbeeld van hoe ik onverwachts werd gepakt door de kwaliteit.
Hierboven veel gemopper op Megadeth, voor mij geldt dat ik dit helemaal niet onaardig vind. Tipping Point en I Don't Care trappen lekker fel af, met Hey God?! geeft Mustaine ons een kijkje in zijn hart, Let There Be Shred is snel en okay, het (drum)intro van Made to Kill is robuust en de rest van het nummer ook, dat van Obey the Call juist gevoelig en dankzij de versnelling op 2/3 van het nummer redt het nummer het, van I Am War kan ik me voorstellen dat iemand aan de frontlinie in bijvoorbeeld Oekraïne de tekst opzuigt, The Last Note is indrukwekkend als afscheidslied en bonus Ride the Lightning evenaart niet het origineel maar is okay.
Sommige nummers noem ik niet, dat zijn de skiptracks. Maar overal lekker snelle gitaarsolo's en af en toe fraai akoestisch werk. De mannen hebben er goed over nagedacht en de productie is níet dichtgesmeerd: fijn!
Een krappe 8, vertaald in vier sterren.
» details » naar bericht » reageer
1000 Ohm - Anthology (2025) 3,5
2 februari, 22:23 uur
Na een korte tussenstop bij twee onbekendere singles van Ultravox' album Vienna brengt de new wave van 1981 mij bij het Belgische 1000 Ohm en single A.G.N.E.S. Toen ik mijn afspeellijsten maakte, was Anthology nog niet uit, inmiddels is het eenvoudig om meer werk van de groep te horen.
Een trio, bestaande uit Frank Van Bogaert, Koen Van Assche en Erwin Vermeulen dat hoorbaar is geïnspireerd door Kraftwerk en tegelijkertijd lonkt naar de dansvloer. A.G.N.E.S. was volgens website Minimal Wave Records een "worldwide hit". Ik herinner me daar niets van, dus vermoed ik de nodige gefantaseerde overdrijving, maar wie het beter weet mag me uiteraard corrigeren. Het zou in mei '81 zijn verschenen.
Soms kan muziek zovele jaren later soms onverwacht fris klinken en dat had ik wél met opener A.G.N.E.S.. Voor mij een obscuur maar aangenaam nummer, waarna ik de rest van het album geleidelijk wat eentonig vind worden. Dan zijn tijdgenoten als Orchestral Manoeuvres in the Dark, Yazoo of New Order spannender.
Tegelijkertijd zegt dat iets over mijn smaak en liefhebbers van dansbare digitale new wave / dark wave met af en toe een gitaartje moeten dit maar eens verkennen. Look Around bijvoorbeeld is een stuk vrolijker, melodieuzer en nog steeds aangenaam. Berlin 33 is met z'n diepe synths ook niet mis. De sax in Don't You Know onderstreept dat de groep steeds meer richting pop opschoof.
Fans kunnen de cd overigens bij de groep bestellen, het lijkt een fraai vormgegeven kunstwerkje te zijn.
Nog meer dan anders zijn reacties op mijn schrijven hartstikke welkom: misschien zijn er met dierbare herinneringen aan 1000 Ohm die veel meer weten? Hoe leuk zou het zijn als de echte liefhebber en/of ervaringsdeskundige hierop zijn/haar/hun licht doet schijnen!
Voor mijn volgende halte in het land van new wave ga ik naar Duitsland en Die Radierer met album Eisbären und Zitronen.
» details » naar bericht » reageer
Trouble - Plastic Green Head (1996) 4,0
1 februari, 18:03 uur
Fan van Trouble sinds 1985 (The Skull) deel ik de discografie van de groep in fases van drie albums in. Fase 1 1984-1987, Trouble/Psalm 9 - The Skull - Run to the Light: Bijbels-geïnspireerde teksten vol hoop in contrast met zware riffs en melodieuze gitaartwins. Muzikaal als een combinatie van Black Sabbath en de heavy kant van Judas Priest.
Fase 2 omvat Trouble, Manic Frustration en ten slotte dit Plastic Greenhead, waarop de katholieke verbeelding van zanger Eric Wagner uit diens teksten is verdwenen. Deze maakte plaats voor psychedelica, waarbij de invloed van rock van de jaren 1968-1971 zijn invloed in teksten én muziek doet gelden. De muziek blijft heavy, maar verschuift van hoekige hardrock met veel tempowisselingen naar eenvoudiger geconstrueerde hardrock.
Terug op de drumkruk op de laatste van deze drieslag is de man van de eerste albums Jeff Olson, die mogelijk ook de sobere toetsenpartijen op dit album verzorgde. De periode Def Jam/Rick Rubin is passé, welkom CEN-Bullet Proof/Vince Wojno.
Als puber was Trouble spoedig mijn favoriete groep, toen Plastic Greenhead elf jaar later verscheen was ik inmiddels vader van twee kinderen. 'Bambi' was de film die ik die jaren het meeste heb gezien terwijl luier op luier werd verschoond en menig beschuit-met-muisjes gesmeerd. Dit album kwam toen op mij over als een vrij ongeïnspireerde herhaling van zetten, al had ik enkele favorieten. De cd draaide ik zelden meer en heb ik weggegeven.
Inmiddels zit ie toch weer in de cd-speler, standje net-niet-burenruzie. Dit dankzij de heruitgave van Hammerheart, waar ik afgelopen najaar ook de overige ontbrekende albums bestelde. Hoe bevalt het dertig jaar later?
De productie is dik in orde, het schelle geluid van de voorganger is door producer Vince Wojno teruggezet naar mijn geliefde warme, heavy geluid.
De groep had inmiddels een lijntje met Nederland opgebouwd. Dat had mogelijk iets te maken met de wijze waarop ons landje coffeeshops faciliteerde, passend bij de psychedelische, blowgeïnspireerde teksten die Wagner inmiddels schreef. Hare Majesteit koningin Beatrix verschijnt zelfs in het cd-doosje met weedbladeren op de achtergrond. Executive producer is André Verhuysen van Aardschok/Dynamo Open Air en fotograaf is Toon van Esch. Dat het huidige label Hammerheart in Nederland resideert, heeft mogelijk met die historie te maken.
Qua teksten borduurt Wagner voort op Manic Frustration: graag wereldvrede voor iedereen, politici zijn stom en de dood is nooit ver weg. Ik vond het toen wat makkelijk en dat heb ik nog steeds.
Het echter vooral om de muziek (toch?) en wat dat betreft hoor ik vooral de psychedelische hardrock van de voorganger, met twee metalen uitzonderingen: Long Shadows Falling Down en Below Me. De hoes vermeldt ze als track 10 en 9, maar zijn ze als 9 en 10 in de cd gebrand. Grimmige riffs met vooral de eerste in de sfeer van Tony Iommi dankzij de drietoon. Wel vreemd dat de twee snelle tracks bij elkaar staan, één op de eerste helft was beter geweest voor de variatie.
Dat betekent dat ik voor de overige nummers de tempowisselingen van de eerste vier albums mis. Niet dat de rest niet goed is. Ze grooven vaak op machtige wijze zoals de vijf nummers op de eerste helft; het langzame Requiem is het langzame, droevige en pakkende vervolg op Memory's Garden van de vorige plaat, Porpoise Song (in 1968 geschreven door Carly Simon en haar toenmalige echtgenoot Gerry Goffin voor beatgroep The Monkees) is voor mij hét juweel van het album. Jammer dat het intro zo lang zo zacht blijft, de toetsen daarin zijn zo zóóó mooi in contrast met de gitaarmuren die daarna opduiken!
Walmend als een dikke, stoffige kaars gaat het album uit met Tomorrow Never Knows, oorspronkelijk van Lennon-McCartney. Mij te psychedelisch ingekleurd en een melodie die echt niet zo goed is als menigeen met deze componisten wil doen geloven.
Dan liever bonus Till the End of The Night, een nummer van Wagner met gitaristen Bruce Franklin en Rick Wartell, dat kennelijk het oorspronkelijke album niet haalde. Midtempo en prima.
Al met al een Trouble die enigszins op de automatische piloot de koers van Manic Frustration voortzet. Wie dat album als favoriet heeft, vindt hier meer in een - gelukkig! - smeuïge productie. Ik mis echter de metalen kant van de groep plus de eigenwijze tekstuele invalshoek van de eerste vier albums. Porpoise Song en Long Shadows Falling Down maken veel goed, Requiem en Below Me vergroten de afwisseling: vier sterren voor het totaal, op naar fase 3.
» details » naar bericht » reageer
