Hier kun je zien welke berichten RonaldjK als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Lalu - Paint the Sky (2022)

4,5
0
geplaatst: 25 mei 2023, 20:12 uur
Een vriend tipte mij: 'Er is nieuw werk van Steve Walsh verschenen. Iets voor jou? Op een nieuw album van Lalu.'
Ik: 'Wie?'
'Lalu.'
'O? Klinkt als een Indonesische zangeres.'
Lalu is het project van de Franse toetsenist Vivien Lalu, die progrock maakt en voor zijn derde album Paint the Sky de gepensioneerde zanger van Kansas vroeg. Die laatste hoorde ik kort voor zijn vertrek uit die band in een concertfilmpje op YouTube worstelen met zijn stem. De rust heeft hem hoorbaar goed gedaan: op het titelnummer schittert hij als vanouds.
Er valt veel meer te genieten. Hier klinkt gecompliceerde progrock, alsof voormalige leden van Yes een doorstart hebben gemaakt. Niet helemaal mijn ding, maar dat de mannen (naast Walsh onder meer zanger Damian Wilson, toetsenist Jens Johansson, de mij onbekende maar uiterst virtuoze gitarist (hier tevens bassist) Joop Wolters en de fabuleuze drummer Jelly Cardarelli) de sterren van het firmanent spelen is zonneklaar. Het leidt tot een gecompliceerd en sterk gemusiceerd album, dat tussen hard (zoals Reset to Preset) en rustig (zoals Witness to the World) pingpongt.
Zeer geschikt voor liefhebbers van dit soort virtuositeit en daarom verbaast het mij dat ondergetekende hier pas als tweede uitgebreid verslag van doet. Eigenlijk niet mijn kopje thee, ben namelijk niet zo van deze hogeschool progrock.
Ik snap er desondanks genoeg van om te melden dat fijnproevers van dit genre, inclusief degenen die van Dream Theater en aanverwante projecten houden, deze Lalu maar eens op streaming moeten proeven. En dan vervolgens snel naar de winkel om hem aan te schaffen.
Ik: 'Wie?'
'Lalu.'
'O? Klinkt als een Indonesische zangeres.'
Lalu is het project van de Franse toetsenist Vivien Lalu, die progrock maakt en voor zijn derde album Paint the Sky de gepensioneerde zanger van Kansas vroeg. Die laatste hoorde ik kort voor zijn vertrek uit die band in een concertfilmpje op YouTube worstelen met zijn stem. De rust heeft hem hoorbaar goed gedaan: op het titelnummer schittert hij als vanouds.
Er valt veel meer te genieten. Hier klinkt gecompliceerde progrock, alsof voormalige leden van Yes een doorstart hebben gemaakt. Niet helemaal mijn ding, maar dat de mannen (naast Walsh onder meer zanger Damian Wilson, toetsenist Jens Johansson, de mij onbekende maar uiterst virtuoze gitarist (hier tevens bassist) Joop Wolters en de fabuleuze drummer Jelly Cardarelli) de sterren van het firmanent spelen is zonneklaar. Het leidt tot een gecompliceerd en sterk gemusiceerd album, dat tussen hard (zoals Reset to Preset) en rustig (zoals Witness to the World) pingpongt.
Zeer geschikt voor liefhebbers van dit soort virtuositeit en daarom verbaast het mij dat ondergetekende hier pas als tweede uitgebreid verslag van doet. Eigenlijk niet mijn kopje thee, ben namelijk niet zo van deze hogeschool progrock.
Ik snap er desondanks genoeg van om te melden dat fijnproevers van dit genre, inclusief degenen die van Dream Theater en aanverwante projecten houden, deze Lalu maar eens op streaming moeten proeven. En dan vervolgens snel naar de winkel om hem aan te schaffen.
Lankum - False Lankum (2023)

3,5
2
geplaatst: 27 november 2023, 20:44 uur
De berichten hierboven trokken mijn interesse naar de mij onbekende groep Lankum en hun False Lankum. De beschrijvingen kloppen: een amalgaam van enerzijds traditionele folk en anderzijds uitwaaierend naar soms onheilspellende soundscapes.
Associaties die bij mij opkwamen zijn die met de latere albums van 16 Horsepower en WovenHand, niet toevallig de groepen van David Eugene Edwards die americana koppelt aan bezwerende sferen. Ook moet ik soms denken aan filmmuziek, te weten Vikings (muziek van Fever Ray) en The Last Kingdom (Eivør Pálsdóttir en John Lunn). Netta Perseus is zo'n nummer.
Tegelijkertijd doen vergelijkingen als de mijne Lankum tekort. De groep creëert namelijk hun eigen geluid en sfeer vol variatie, passend bij deze gure najaarsavond, met morgen veel zon maar later deze week sneeuw en vorst in mijn regio. Lankum schildert net als het weer met felle contrasten: is de lucht strak-blauw, kijk dan niet gek op als het weer plotseling omslaat, zoals in Master Crowley's. Het eindresultaat past perfect bij een herfst en winter. Bovendien prachtig gezongen door Radie Peat en de drie heren.
Ja, ik mag dan niet zo wild-enthousiast zijn als sommigen hierboven, ik heb er wel degelijk een favorietje bij.
Associaties die bij mij opkwamen zijn die met de latere albums van 16 Horsepower en WovenHand, niet toevallig de groepen van David Eugene Edwards die americana koppelt aan bezwerende sferen. Ook moet ik soms denken aan filmmuziek, te weten Vikings (muziek van Fever Ray) en The Last Kingdom (Eivør Pálsdóttir en John Lunn). Netta Perseus is zo'n nummer.
Tegelijkertijd doen vergelijkingen als de mijne Lankum tekort. De groep creëert namelijk hun eigen geluid en sfeer vol variatie, passend bij deze gure najaarsavond, met morgen veel zon maar later deze week sneeuw en vorst in mijn regio. Lankum schildert net als het weer met felle contrasten: is de lucht strak-blauw, kijk dan niet gek op als het weer plotseling omslaat, zoals in Master Crowley's. Het eindresultaat past perfect bij een herfst en winter. Bovendien prachtig gezongen door Radie Peat en de drie heren.
Ja, ik mag dan niet zo wild-enthousiast zijn als sommigen hierboven, ik heb er wel degelijk een favorietje bij.
Leaves' Eyes - Black Butterfly (2019)

3,0
0
geplaatst: 16 april 2024, 23:10 uur
In juni 2020 verscheen de ‘special edition’ van deze EP, waarop track 4 Stille Nacht was ingeruild door de pianoversie van Dark Love Empress. We hadden enkele maanden van lockdown achter de rug, als maatregel tegen het virus Covid-19. Het concertleven was ingestort en Leaves’ Eyes wilde de fans wat extra’s geven nu er weer voorzichtig mocht worden opgetreden. Tevens bedoeld als extra promotie in aanloop naar hun in oktober te verschijnen The Last Viking.
Ik schafte hem aan, met de concerten van de groep in Leiden (oktober 2016) en Nijmegen (april 2018) in het geheugen, waarbij nieuwe zangeres Elina Siirala bij die laatste show zichtbaar in haar rol als frontvrouw was gegroeid.
Lichtjes uptempo opent Black Butterfly met het titelnummer. Dan Serkland, dat iets steviger is en nét iets sneller, waarna Night of the Ravens opnieuw een haarlengte versnelt. Nieuw is gitarist Micki Richter, die onopvallend aansluit: het geluid is ten opzichte van voorheen 0,0 veranderd met de lijn van vrouwenzang versus mannengrunts, deze keer met koorzang van het Full Moon Choir.
Tenslotte is daar het verstilde Dark Love Empress. Geen gitaren en geen grunts maar de sopraan die centraal staat; ze doet het met verve.
Bandbaas Alexander Krull verdeelt zijn tijd, studio en management tussen Leaves’ Eyes en Atrocity. Met die laatste groep speelt hij veel heftiger metal. Op Black Butterfly breekt dat op: de drie eerste nummers zijn veel te eenvormig. Weliswaar goed geschreven, geproduceerd, gearrangeerd en georkestreerd als altijd, maar drie maal bijna hetzelfde nummer achter elkaar en alweer niet/nauwelijks ruimte voor een gitaarsolo? Waar is de beuker, de knallende riff? Dan is warempel de pianoballade nog mijn favoriet ook.
Misschien het gevolg als een groep te veel door één persoon wordt bepaald: Siirila musiceert met haar eigen Angel Nation namelijk een stuk dynamischer. Qua concept is Leaves’ Eyes met zijn combinatie van folk en symfonische metal interessant genoeg, maar dan moet je meer variëren.
Ik schafte hem aan, met de concerten van de groep in Leiden (oktober 2016) en Nijmegen (april 2018) in het geheugen, waarbij nieuwe zangeres Elina Siirala bij die laatste show zichtbaar in haar rol als frontvrouw was gegroeid.
Lichtjes uptempo opent Black Butterfly met het titelnummer. Dan Serkland, dat iets steviger is en nét iets sneller, waarna Night of the Ravens opnieuw een haarlengte versnelt. Nieuw is gitarist Micki Richter, die onopvallend aansluit: het geluid is ten opzichte van voorheen 0,0 veranderd met de lijn van vrouwenzang versus mannengrunts, deze keer met koorzang van het Full Moon Choir.
Tenslotte is daar het verstilde Dark Love Empress. Geen gitaren en geen grunts maar de sopraan die centraal staat; ze doet het met verve.
Bandbaas Alexander Krull verdeelt zijn tijd, studio en management tussen Leaves’ Eyes en Atrocity. Met die laatste groep speelt hij veel heftiger metal. Op Black Butterfly breekt dat op: de drie eerste nummers zijn veel te eenvormig. Weliswaar goed geschreven, geproduceerd, gearrangeerd en georkestreerd als altijd, maar drie maal bijna hetzelfde nummer achter elkaar en alweer niet/nauwelijks ruimte voor een gitaarsolo? Waar is de beuker, de knallende riff? Dan is warempel de pianoballade nog mijn favoriet ook.
Misschien het gevolg als een groep te veel door één persoon wordt bepaald: Siirila musiceert met haar eigen Angel Nation namelijk een stuk dynamischer. Qua concept is Leaves’ Eyes met zijn combinatie van folk en symfonische metal interessant genoeg, maar dan moet je meer variëren.
Leaves' Eyes - Fires in the North (2016)

3,0
0
geplaatst: 12 april 2024, 16:52 uur
En toen was zangeres Liv Kristine vertrokken. Leaves' Eyes wilde opvolgster Elina Siirala voorstellen bij een nieuwe tour en daar hoorde een geluidsdrager bij.
Het resultaat was EP Fires in the North, met eerst een elektrische en daarna een akoestische versie van het titellied, een nieuw nummer. Daarna drie nummers van voorganger King of Kings maar nu met de vocalen van Siirala.
Het midtempo Fires in the North is wat saai, liever hoor ik de drie "oude" nummers in een nieuw jasje. Met het verschijnen van Sign of the Dragonhead in 2018 werd deze kennismaking met Siirala dus definitief de overgangsplaat tussen die twee albums. Leuk als hebbedingetje, want wederom fraai vormgegeven!
Het resultaat was EP Fires in the North, met eerst een elektrische en daarna een akoestische versie van het titellied, een nieuw nummer. Daarna drie nummers van voorganger King of Kings maar nu met de vocalen van Siirala.
Het midtempo Fires in the North is wat saai, liever hoor ik de drie "oude" nummers in een nieuw jasje. Met het verschijnen van Sign of the Dragonhead in 2018 werd deze kennismaking met Siirala dus definitief de overgangsplaat tussen die twee albums. Leuk als hebbedingetje, want wederom fraai vormgegeven!
Leaves' Eyes - King of Kings (2015)

4,0
0
geplaatst: 11 april 2024, 20:28 uur
Mijn instapplaat met Leaves' Eyes. Ontdekte de band dankzij de videoclips van The Waking Eye uit augustus 2015 en die bij titelnummer King of Kings van een maand later. Niet alleen prachtige plaatjes, maar de combinatie van enerzijds folk met daarin Keltische invloeden en anderzijds symfonische metal smaakte goed. Gevarieerde nummers zowel qua tempo’s als arrangementen.
Verschillende sferen bereiken mijn oren met centraal het contrast tussen de klassiek-geschoolde stem van de Noorse Liv Kristine en de grunts van Duitser Alexander Krull. De naam van drummer Joris Nijenhuis leek me Nederlands en dat bleek correct. Een internationaal gezelschap dus, met verder de Duitse gitarist/bassist Thorsten Bauer en gitarist Pete Streit. Dankzij het koor London Voices en het Wit-Russisch Orkest wordt het soms extra bombastisch, met ingetogener werk als tegenhanger. Alsof de componist Richard Wagner terugkeerde uit zijn graf en metal ontdekte, om met collega Edvard Grieg folkloristische elementen in te passen.
Gezien mijn profielfoto zult u niet verbaasd zijn dat het thema van dit conceptalbum mij aansprak. Het vertelt het verhaal van koning Harald Schoonhaar, rond wie veel mythen zijn geweven. Zeker is dat hij Noorwegen verenigde rond het jaar 900. Wie het album opzet en meeleest in het boekje wordt vanaf de zee-met-roeispaangeluiden in opener Sweven meegezogen in een fascinerend verhaal.
Van nature houd ik van het snellere werk en dat vinden we hier in Halvdan the Black, Sacred Vow en Swords in Rock. Drie nummers, op het totaal te weinig. Ander minpuntje: ik mis flitsende gitaarsolo's, al zijn het gitaargeluid en de aanwezige solo’s met hun lange noten dik in orde.
King of Kings haalde in september ’15 in de Nederlandse albumlijst #83, in de Vlaamse #90. Ter vergelijking: in Duitsland #15.
Enkele berichten hierboven gaan over het vertrek van Kristine in 2016. Ik verbaas me over de teneur: niemand buiten de directe kring rond haar en Krull weet het fijne ervan, ook ik niet. Blijf er dan af, al mag je natuurlijk teleurgesteld zijn dat de naamgeefster er niet meer bij is.
Er zijn meer bands waar de oorspronkelijke zanger vertrok, oude fans klagend achterlatend: snap ik.
Maar dit is geen juicekanaal en laten we geen partij kiezen. De grote verliezer van hun scheiding was waarschijnlijk, zoals meestal bij echtscheidingen, het kind, in dit geval hun toen circa dertienjarige zoon en zeker niet wij, de fans. Daarbij bleek haar opvolgster bepaald geen pannenkoek en bovendien vond Kristine een nieuw bestaan.
Met King of Kings maakte Leaves' Eyes indruk op mij. Had het album lange tijd niet gedraaid, maar geïnspireerd door hun nieuwste ben ik weer enthousiast, met het rustige Haraldskvæði en het lange Blazing Waters (waarin zowaar een kort klaterende gitaarsolo) als nieuwe favorieten.
Verschillende sferen bereiken mijn oren met centraal het contrast tussen de klassiek-geschoolde stem van de Noorse Liv Kristine en de grunts van Duitser Alexander Krull. De naam van drummer Joris Nijenhuis leek me Nederlands en dat bleek correct. Een internationaal gezelschap dus, met verder de Duitse gitarist/bassist Thorsten Bauer en gitarist Pete Streit. Dankzij het koor London Voices en het Wit-Russisch Orkest wordt het soms extra bombastisch, met ingetogener werk als tegenhanger. Alsof de componist Richard Wagner terugkeerde uit zijn graf en metal ontdekte, om met collega Edvard Grieg folkloristische elementen in te passen.
Gezien mijn profielfoto zult u niet verbaasd zijn dat het thema van dit conceptalbum mij aansprak. Het vertelt het verhaal van koning Harald Schoonhaar, rond wie veel mythen zijn geweven. Zeker is dat hij Noorwegen verenigde rond het jaar 900. Wie het album opzet en meeleest in het boekje wordt vanaf de zee-met-roeispaangeluiden in opener Sweven meegezogen in een fascinerend verhaal.
Van nature houd ik van het snellere werk en dat vinden we hier in Halvdan the Black, Sacred Vow en Swords in Rock. Drie nummers, op het totaal te weinig. Ander minpuntje: ik mis flitsende gitaarsolo's, al zijn het gitaargeluid en de aanwezige solo’s met hun lange noten dik in orde.
King of Kings haalde in september ’15 in de Nederlandse albumlijst #83, in de Vlaamse #90. Ter vergelijking: in Duitsland #15.
Enkele berichten hierboven gaan over het vertrek van Kristine in 2016. Ik verbaas me over de teneur: niemand buiten de directe kring rond haar en Krull weet het fijne ervan, ook ik niet. Blijf er dan af, al mag je natuurlijk teleurgesteld zijn dat de naamgeefster er niet meer bij is.
Er zijn meer bands waar de oorspronkelijke zanger vertrok, oude fans klagend achterlatend: snap ik.
Maar dit is geen juicekanaal en laten we geen partij kiezen. De grote verliezer van hun scheiding was waarschijnlijk, zoals meestal bij echtscheidingen, het kind, in dit geval hun toen circa dertienjarige zoon en zeker niet wij, de fans. Daarbij bleek haar opvolgster bepaald geen pannenkoek en bovendien vond Kristine een nieuw bestaan.
Met King of Kings maakte Leaves' Eyes indruk op mij. Had het album lange tijd niet gedraaid, maar geïnspireerd door hun nieuwste ben ik weer enthousiast, met het rustige Haraldskvæði en het lange Blazing Waters (waarin zowaar een kort klaterende gitaarsolo) als nieuwe favorieten.
Leaves' Eyes - Myths of Fate (2024)

4,0
1
geplaatst: 2 mei 2024, 07:55 uur
Na vier jaar een nieuwe Leaves’ Eyes. Ingestapt ten tijde van King of Kings (2015), was het daarna nogal eens te voorspelbaar en midtempo, waardoor de boel in eenvormigheid kon verzanden. Gelukkig kende voorganger The Last Viking meer variatie in tempo's.
Personele wijzigingen zijn er op Myths of Fate: verdwenen is gitarist/bassist Thorsten Bauer, nieuw zijn bassist André Nasso en gitarist Luc Gebhardt. Daarmee is drummer Joris Nijenhuis na frontman Alexander Krull het langstzittende groepslid van de Duits-Fins-Nederlandse groep: sinds 2013. Ook nieuw is dat deze keer de muziek werd geschreven door de Amerikaanse toetsenist Jonah Weingarten, geen bandlid overigens. Daarmee werd de muzikale rol van Krull kleiner: voorheen schreef hij met Bauer de muziek.
De nieuwe componist brengt een muzikale koerswijziging. Op Myths of Fate is namelijk het folkaandeel in de muziek verminderd. Doei draailier, doedelzakken en andere oude, akoestische instrumenten. Dat werkte voorheen wel degelijk als contrast met de symfonische metal; tegelijkertijd was de verrassing er na enkele jaren wel vanaf. Daarom is deze koerswijziging niet verkeerd, waarbij de riffs en de bijbehorende drumpartijen zwaarder zijn geworden.
Oftewel, Leaves’ Eyes vaart een iets steviger (Viking)koers, waarbij evenwel minder grunts klinken ten faveure van de zang van Elina Siirala. Zij zet wederom sterke partijen neer met soms andersoortige melodieën dan voorheen. In Fear the Serpent zingt ze sommige delen lager dan normaliter, wat ze vaker zou mogen doen: leve de variatie!
Wat ik nog altijd mis: ruimte voor een lange gitaarsolo: vocalen nemen verreweg de meeste ruimte in. In het folkachtige Goddess of the Night is een aangename gastrol voor violiste Lea-Sophie Fischer; het nummer begint klein en wordt geleidelijk stevig.
Ook qua teksten is er wat veranderd. Deze keer niet zozeer verhalen over de reizen en veldslagen van een krijgsheer, maar aandacht voor de Noordse mythologie. De videoclips werden geregisseerd door Krull en geschoten in IJs- en Duitsland en Polen (Wikingów/Jomsborg).
Ze verschenen bij Realm of Dark Waves waarin Krull zichzelf niet in beeld brengt maar gitarist Micki Richter lekker soleert (moraal: laat je nooit kussen door een dame die uit het water loopt); de bekende symfonische metal in Who Wants to Live Forever, opnieuw zonder Krull of grunts; minder heb ik met who-ho-ho-publieksmeezinger In Eternity en in de vierde clip Hammer of the Gods gaat Krull gruntend een zwaardgevecht aan.
Resumé: op Myths of Fate ten koste van folk meer orkestrale metal die vaak heftiger klinkt, zoals het openingsnummer Forged by Fire meteen duidelijk maakt. De invloed van Weingarten is hoorbaar: Leaves' Eyes klinkt licht anders.
Personele wijzigingen zijn er op Myths of Fate: verdwenen is gitarist/bassist Thorsten Bauer, nieuw zijn bassist André Nasso en gitarist Luc Gebhardt. Daarmee is drummer Joris Nijenhuis na frontman Alexander Krull het langstzittende groepslid van de Duits-Fins-Nederlandse groep: sinds 2013. Ook nieuw is dat deze keer de muziek werd geschreven door de Amerikaanse toetsenist Jonah Weingarten, geen bandlid overigens. Daarmee werd de muzikale rol van Krull kleiner: voorheen schreef hij met Bauer de muziek.
De nieuwe componist brengt een muzikale koerswijziging. Op Myths of Fate is namelijk het folkaandeel in de muziek verminderd. Doei draailier, doedelzakken en andere oude, akoestische instrumenten. Dat werkte voorheen wel degelijk als contrast met de symfonische metal; tegelijkertijd was de verrassing er na enkele jaren wel vanaf. Daarom is deze koerswijziging niet verkeerd, waarbij de riffs en de bijbehorende drumpartijen zwaarder zijn geworden.
Oftewel, Leaves’ Eyes vaart een iets steviger (Viking)koers, waarbij evenwel minder grunts klinken ten faveure van de zang van Elina Siirala. Zij zet wederom sterke partijen neer met soms andersoortige melodieën dan voorheen. In Fear the Serpent zingt ze sommige delen lager dan normaliter, wat ze vaker zou mogen doen: leve de variatie!
Wat ik nog altijd mis: ruimte voor een lange gitaarsolo: vocalen nemen verreweg de meeste ruimte in. In het folkachtige Goddess of the Night is een aangename gastrol voor violiste Lea-Sophie Fischer; het nummer begint klein en wordt geleidelijk stevig.
Ook qua teksten is er wat veranderd. Deze keer niet zozeer verhalen over de reizen en veldslagen van een krijgsheer, maar aandacht voor de Noordse mythologie. De videoclips werden geregisseerd door Krull en geschoten in IJs- en Duitsland en Polen (Wikingów/Jomsborg).
Ze verschenen bij Realm of Dark Waves waarin Krull zichzelf niet in beeld brengt maar gitarist Micki Richter lekker soleert (moraal: laat je nooit kussen door een dame die uit het water loopt); de bekende symfonische metal in Who Wants to Live Forever, opnieuw zonder Krull of grunts; minder heb ik met who-ho-ho-publieksmeezinger In Eternity en in de vierde clip Hammer of the Gods gaat Krull gruntend een zwaardgevecht aan.
Resumé: op Myths of Fate ten koste van folk meer orkestrale metal die vaak heftiger klinkt, zoals het openingsnummer Forged by Fire meteen duidelijk maakt. De invloed van Weingarten is hoorbaar: Leaves' Eyes klinkt licht anders.
Leaves' Eyes - Sign of the Dragonhead (2018)

4,0
2
geplaatst: 15 april 2024, 18:33 uur
Voorganger King of Kings was een conceptalbum, de volgende van Leaves' Eyes niet. Maar wél rond één thema gecentreerd: strijdliederen van de Vikingen. Nieuwe zangeres Elina Siirala heeft een iets lagere stem dan die van haar voorgangster, zodat haar bijdragen minder ijl klinken. Gebleven is het contrast met de grunts van Alexander Krull en de mix van folk- en symfonische metal.
Indertijd zag ik de band op tournee voor de tussen-EP Fires in the North, waarbij Siirala wat onwennig op het podium stond. De fans gunden haar echter tijd en qua zang maakte ze volledig waar hetgeen ik op die EP had gehoord. Mijn positieve indruk werd met dit Sign of the Dragonhead alleen nog maar bevestigd.
Ik ben het voorbije weekend eens uitgebreider in het cd-boekje van de prachtige luxe uitgave gedoken. De schilderijen, foto's en lettering versterken de sfeer van heldhaftige noorderlingen die onze kusten kwamen plunderen. Hier werkten zelfs twee re-enactmentgroepen aan mee, zodat de diverse afbeeldingen je het idee geven naar filmposters te kijken. Je zou bijna vergeten dat degenen die indertijd bezoek kregen van zulke groepen dit nogal eens met minder bewondering ondergingen...
De productie, gedaan door Krull in zijn eigen Mastersound Studio in het Duitse Steinheim, is tiptop in orde. Daarbij werd opnieuw de nodige hulp ingeroepen: wederom die van koor London Voices, opgenomen in die stad; het Almanac Symphony Orchestra, opgenomen Minsk, Wit-Rusland; draailier en viool in 's Graveland bij Hilversum; aanvullende percussie in Keulen; en de harppartijen in Hinwil, Zwitserland. Het resultaat is bombastische opera vol melodieuze metal, koorzang en grunts.
Het enige wat ik mis zijn flitsende gitaarsolo's: pas in het snelle bonuslied Beowulf klinkt er eentje die van mij veel langer had mogen duren. Dansende gitaarlijnen doen soms terugdenken aan Thin Lizzy, maar de klassiek-geschoolde stem van Siirala brengt een hele andere invulling. Af en toe maakt metal plaats voor pure Keltische folk, waarmee de gitaarmuren nog hoger lijken.
Buitenbeentje is het swingende Riders on the Wind waarin de gitaren als doedelzakken zingen, vergelijkbaar met de Schotse newwavegroep Big Country. Ondersteund door echte blaaszakken groeit het uit tot een heerlijk nummer. Andere favoriet van me is het snelle Shadows in the Night, dat wordt gevolgd door het akoestische en instrumentale Rulers of Wind and Waves. Of wat te denken van de tweede bonus Winter Nights met z'n vioolpartij en opnieuw swingende riff? Aangenaam!
Indertijd zag ik de band op tournee voor de tussen-EP Fires in the North, waarbij Siirala wat onwennig op het podium stond. De fans gunden haar echter tijd en qua zang maakte ze volledig waar hetgeen ik op die EP had gehoord. Mijn positieve indruk werd met dit Sign of the Dragonhead alleen nog maar bevestigd.
Ik ben het voorbije weekend eens uitgebreider in het cd-boekje van de prachtige luxe uitgave gedoken. De schilderijen, foto's en lettering versterken de sfeer van heldhaftige noorderlingen die onze kusten kwamen plunderen. Hier werkten zelfs twee re-enactmentgroepen aan mee, zodat de diverse afbeeldingen je het idee geven naar filmposters te kijken. Je zou bijna vergeten dat degenen die indertijd bezoek kregen van zulke groepen dit nogal eens met minder bewondering ondergingen...
De productie, gedaan door Krull in zijn eigen Mastersound Studio in het Duitse Steinheim, is tiptop in orde. Daarbij werd opnieuw de nodige hulp ingeroepen: wederom die van koor London Voices, opgenomen in die stad; het Almanac Symphony Orchestra, opgenomen Minsk, Wit-Rusland; draailier en viool in 's Graveland bij Hilversum; aanvullende percussie in Keulen; en de harppartijen in Hinwil, Zwitserland. Het resultaat is bombastische opera vol melodieuze metal, koorzang en grunts.
Het enige wat ik mis zijn flitsende gitaarsolo's: pas in het snelle bonuslied Beowulf klinkt er eentje die van mij veel langer had mogen duren. Dansende gitaarlijnen doen soms terugdenken aan Thin Lizzy, maar de klassiek-geschoolde stem van Siirala brengt een hele andere invulling. Af en toe maakt metal plaats voor pure Keltische folk, waarmee de gitaarmuren nog hoger lijken.
Buitenbeentje is het swingende Riders on the Wind waarin de gitaren als doedelzakken zingen, vergelijkbaar met de Schotse newwavegroep Big Country. Ondersteund door echte blaaszakken groeit het uit tot een heerlijk nummer. Andere favoriet van me is het snelle Shadows in the Night, dat wordt gevolgd door het akoestische en instrumentale Rulers of Wind and Waves. Of wat te denken van de tweede bonus Winter Nights met z'n vioolpartij en opnieuw swingende riff? Aangenaam!
Leaves' Eyes - The Last Viking (2020)

4,0
0
geplaatst: 23 april 2024, 22:56 uur
Waar de EP Black Butterfly mij in juni 2020 nogal tegenviel, revancheerde Leaves' Eyes zich met The Last Viking. Mijn kritiek betrof dat de nummers op het mini-album wel erg op elkaar leken, iets wat op de langspeler veel minder een rol speelt. Al moet ik nog steeds toegeven dat de muziek van de groep minder avontuurlijk is dan de Vikingen die ze bezingen.
Op dit conceptalbum sneuvelt koning Harald II Godwinson in het eerste nummer in Engeland: de slag bij Stamford Bridge in 1066. Hij blikt terug op zijn leven, waarin hij zoveel meemaakte dat het "stranger than fiction" is. Een mooi verhaal dus voor Leaves' Eyes.
Jammer alleen dat er geen uitleg in het toch omvangrijke boekje zit. Pas door te googlen kom ik erachter wat de ogenschijnlijk losse verhalen over Engeland, Bulgarije, Byzantium en Rusland met elkaar te maken hebben. De groep postte weliswaar op YouTube een documentaire van 1u36m uur onder de titel 'Viking Spirit' (hier deel 1), maar die gaat over de re-enactmengroep waarin frontman Alexander Krull actief is en in deel 3 over de relatie hiertussen en Leaves' Eyes. Desondanks leuk om te zien; ik kwam er zelfs achter dat als ik deze zomer in Polen arriveer voor een korte vakantie, ik meteen in een Vikingfestival kan rollen. Eens kijken of de reisgenoten dat ook zien zitten...
Maar ik ben hier voor de muziek! Wat opvalt is dat nieuwe gitarist Micki Richter af en toe een snelle gitaarsolo brengt, een element dat ik tot dusver node bij de groep miste. Wel zou hij hiervoor méér ruimte mogen krijgen. Die gaat nu nog altijd vooral naar de vocale formule van sopraanzang versus grunts versus koorzang, dit alles op een bed van niet al te wilde metal met enkele folkelementen.
Bij herhaald draaien springen er twee nummers uit: Two Kings One Realm is mysterieus en licht-Keltisch en het lange titelnummer is met zijn tien minuten uit verschillende delen opgebouwd, waarin de groep nieuw terrein verkent: doom metal. Het gaat ze zeer goed af. Het magnus opus van dit album, behorend bij het beste wat ik van Leaves Eyes ken.
Hier en daar is het wat lichter, los van de instrumentale delen met folk: melodieuze folkrock bijvoorbeeld in Varangians waarin Krull desondanks grunt en Night of the Ravens is zowel stevig als meezingbaar.
Eveneens opvallend is dat er meer uptempo nummers klinken, waar het op de vorige twee albums weleens teveel midtempo bleef.
Videoclips verschenen bij (de scheurende gitarenversie van) Dark Love Empress en War of Kings. Nu ik de docu's heb gezien herken ik daarin leden van de re-enactmengroepen, die bovendien soms bij concerten van de groep op het podium komen.
Waar ik vooraf vreesde dat ik meer van hetzelfde zou gaan horen, zit er warempel enige muzikale ontwikkeling in Leaves' Eyes. Dat was nodig, waarbij het verhalende aspect ijzersterk blijft.
Op dit conceptalbum sneuvelt koning Harald II Godwinson in het eerste nummer in Engeland: de slag bij Stamford Bridge in 1066. Hij blikt terug op zijn leven, waarin hij zoveel meemaakte dat het "stranger than fiction" is. Een mooi verhaal dus voor Leaves' Eyes.
Jammer alleen dat er geen uitleg in het toch omvangrijke boekje zit. Pas door te googlen kom ik erachter wat de ogenschijnlijk losse verhalen over Engeland, Bulgarije, Byzantium en Rusland met elkaar te maken hebben. De groep postte weliswaar op YouTube een documentaire van 1u36m uur onder de titel 'Viking Spirit' (hier deel 1), maar die gaat over de re-enactmengroep waarin frontman Alexander Krull actief is en in deel 3 over de relatie hiertussen en Leaves' Eyes. Desondanks leuk om te zien; ik kwam er zelfs achter dat als ik deze zomer in Polen arriveer voor een korte vakantie, ik meteen in een Vikingfestival kan rollen. Eens kijken of de reisgenoten dat ook zien zitten...
Maar ik ben hier voor de muziek! Wat opvalt is dat nieuwe gitarist Micki Richter af en toe een snelle gitaarsolo brengt, een element dat ik tot dusver node bij de groep miste. Wel zou hij hiervoor méér ruimte mogen krijgen. Die gaat nu nog altijd vooral naar de vocale formule van sopraanzang versus grunts versus koorzang, dit alles op een bed van niet al te wilde metal met enkele folkelementen.
Bij herhaald draaien springen er twee nummers uit: Two Kings One Realm is mysterieus en licht-Keltisch en het lange titelnummer is met zijn tien minuten uit verschillende delen opgebouwd, waarin de groep nieuw terrein verkent: doom metal. Het gaat ze zeer goed af. Het magnus opus van dit album, behorend bij het beste wat ik van Leaves Eyes ken.
Hier en daar is het wat lichter, los van de instrumentale delen met folk: melodieuze folkrock bijvoorbeeld in Varangians waarin Krull desondanks grunt en Night of the Ravens is zowel stevig als meezingbaar.
Eveneens opvallend is dat er meer uptempo nummers klinken, waar het op de vorige twee albums weleens teveel midtempo bleef.
Videoclips verschenen bij (de scheurende gitarenversie van) Dark Love Empress en War of Kings. Nu ik de docu's heb gezien herken ik daarin leden van de re-enactmengroepen, die bovendien soms bij concerten van de groep op het podium komen.
Waar ik vooraf vreesde dat ik meer van hetzelfde zou gaan horen, zit er warempel enige muzikale ontwikkeling in Leaves' Eyes. Dat was nodig, waarbij het verhalende aspect ijzersterk blijft.
Lene Lovich - Flex (1979)

4,5
2
geplaatst: 10 augustus 2023, 17:10 uur
Je kunt bijna alle muziek online streamen of kopen, maar niets is zo leuk als platenbakken doorspeuren op zoek naar albums van je lijstje. Zo kwam ik vorige week in Rotterdam dan eindelijk dit Flex tegen.
Een natte, grijze herfst 1979 herinner ik me, een week in een bungalow van Sporthuis Centrum. In die dagen betrad mijn favoriete nummer van de excentrieke dame de hitlijsten kwam, ik vond Bird Song nog beter dan haar vorige hit Lucky Number. In de jaren '90 kocht ik het singletje tweedehands. Hierop is ze in grotesk zwart gekleed, op de hoes van de elpee echter in een witte (trouw?)jurk met sluier.
BIrd Song was in Nederland in november '79 #30 in de Top 40, in de Nationale Hitparade dezelfde plek halend. Album Flex miste echter de albumlijst, vandaar dat ik 'm tot dusver niet tegenkwam. Met haar kopstem (schit-te-rend) en het kozakkenkoor nog altijd een aparte vogel in de muziekbijt.
Bovendien blijkt dit een gevarieerd en sterk album, passend bij stemmig herfstweer. Op het moment dat ik dit typ is het echter zonnig en aangenaam, toch landt de vogel enorm goed.
Hoogtepunten te over: What Will I Do Without You? met weer zo'n koor (in het VK #58 in april 1980), Angels flopte als single, ook in haar eigen land maar hoe heerlijk, The Night klinkt met zijn digitale xylofoon als het intro van jaren '90 drum 'n' bass, wederom veel sfeer en in You Can't Kill Me klinkt reggae met sferische toetsen, waarmee ik me een festival met daarbij ook The Police en Fischer-Z voorstel. Kant 1 telt dus alleen maar pareltjes.
Wordt het kant 2 minder? Absoluut niet, al mist een kraker als Bird Song. Ook op het iets luchtiger Egghead weer die gekke kopstem, Wonderful One is een sterk popliedje, Op Monkey Talk klinkt een pompend ritme geheel in newwavesfeer, reggae in Joan en een sferisch koor in het afsluitende Freeze.
Op streaming bovendien enkele bonussen, te beginnen met de bescheiden Britse hit New Toy, #53 in januari 1981, waarna enkele synthpopnummers volgen. Ze komen van de cd-versie (1993), wederom uitgebracht door het roemruchte Stiff-label. Alleen al leuk om op vinyl te hebben met dat label in het midden!
En het mag dan augustus zijn, zojuist ontdekte ik dat ze in 1976 debuteerde met kerstsingle I Saw Mommy Kissing Santa Claus en die moest ik natuurlijk horen; op JijBuis te vinden. Een geluid dat ver staat van de latere gekte van deze Britse, die de eerste 12 jaar van haar leven in Detroit woonde als kind van Servische ouders. Ah, vandaar al die kozakkenkoortjes in haar muziek!
Een natte, grijze herfst 1979 herinner ik me, een week in een bungalow van Sporthuis Centrum. In die dagen betrad mijn favoriete nummer van de excentrieke dame de hitlijsten kwam, ik vond Bird Song nog beter dan haar vorige hit Lucky Number. In de jaren '90 kocht ik het singletje tweedehands. Hierop is ze in grotesk zwart gekleed, op de hoes van de elpee echter in een witte (trouw?)jurk met sluier.
BIrd Song was in Nederland in november '79 #30 in de Top 40, in de Nationale Hitparade dezelfde plek halend. Album Flex miste echter de albumlijst, vandaar dat ik 'm tot dusver niet tegenkwam. Met haar kopstem (schit-te-rend) en het kozakkenkoor nog altijd een aparte vogel in de muziekbijt.
Bovendien blijkt dit een gevarieerd en sterk album, passend bij stemmig herfstweer. Op het moment dat ik dit typ is het echter zonnig en aangenaam, toch landt de vogel enorm goed.
Hoogtepunten te over: What Will I Do Without You? met weer zo'n koor (in het VK #58 in april 1980), Angels flopte als single, ook in haar eigen land maar hoe heerlijk, The Night klinkt met zijn digitale xylofoon als het intro van jaren '90 drum 'n' bass, wederom veel sfeer en in You Can't Kill Me klinkt reggae met sferische toetsen, waarmee ik me een festival met daarbij ook The Police en Fischer-Z voorstel. Kant 1 telt dus alleen maar pareltjes.
Wordt het kant 2 minder? Absoluut niet, al mist een kraker als Bird Song. Ook op het iets luchtiger Egghead weer die gekke kopstem, Wonderful One is een sterk popliedje, Op Monkey Talk klinkt een pompend ritme geheel in newwavesfeer, reggae in Joan en een sferisch koor in het afsluitende Freeze.
Op streaming bovendien enkele bonussen, te beginnen met de bescheiden Britse hit New Toy, #53 in januari 1981, waarna enkele synthpopnummers volgen. Ze komen van de cd-versie (1993), wederom uitgebracht door het roemruchte Stiff-label. Alleen al leuk om op vinyl te hebben met dat label in het midden!
En het mag dan augustus zijn, zojuist ontdekte ik dat ze in 1976 debuteerde met kerstsingle I Saw Mommy Kissing Santa Claus en die moest ik natuurlijk horen; op JijBuis te vinden. Een geluid dat ver staat van de latere gekte van deze Britse, die de eerste 12 jaar van haar leven in Detroit woonde als kind van Servische ouders. Ah, vandaar al die kozakkenkoortjes in haar muziek!
Lene Lovich - No Man's Land (1982)

2,5
0
geplaatst: 5 november 2022, 14:40 uur
Afgelopen zomer kwam ik No Man’s Land van Lene Lovich in een bak met tweedehands vinyl tegen. Met haar gekke hit Lucky Number uit 1979 één van mijn eerste popfavorieten, die ik zovele jaren later nog altijd interessant vind. Muziek Expres vergeleek haar indertijd met de Deftige Dame, een typetje van Wieteke van Dort in kinderprogramma De Stratemakeropzeeshow, hier vanaf minuut 18 te zien. Zo beschouwd was de eerste gothic er al in 1972
.
Lene Lovich brak door met drie hits, waarin ze behalve met victoriaanse jurken ook opviel met haar kopstem, hetgeen tesamen een theatraal effect teweegbracht. Van No Man’s Land kwamen in Nederland geen hitsingles en haar derde album werd de eerste commerciële flop.
Dat is ook wel terecht, vrees ik. Afgezien van het openingsnummer It’s You, Only You kwam de muziek gedurende deze droge zomer maar moeilijk bij mij binnen. Het heeft te maken met de relatief karige ideeënpot waaruit werd geput en het feit dat de liedjes nogal eenvormig zijn. Aanvankelijk had ik zelfs het idee de hele tijd naar hetzelfde liedje te hebben geluisterd.
Dat klopt natuurlijk niet, maar diverse draaibeurten later weet ik meer. Na het bescheiden briljantje dat de plaat aftrapt volgt het aardige Blue Hotel en het eveneens uptempo Faces. Met Walking Love wordt tempo teruggenomen. Het doet denken aan filmmuziek van Ennio Morricone. Daarna volgt dansbare muziek, zoals de eerdere vlotte songs vooral leunend op synthesizers. De loops zijn vaak simplistisch en gaan vervelen, hoe hard Lovich ook kirt.
Sister Video is een ode aan de videoclip in de geest van M’s Pop Muzik en met een tegenovergestelde boodschap dan op de hit van Buggles, Video Killed the Radio Star, beiden uit hetzelfde 1979 als waarin de deftige gothicdame doorbrak. Op Rocky Road schijnt een skagitaartje door en Thomas Dolby kwam er ook helpen. Het pakt me echter niet: de gehele tweede plaatkant staat namelijk vrolijke, dansbare new wave op het menu met af en toe de leuk-gekke stembuigingen van La Lovich. Het lijkt wel een verzameling 12-inches.
Mogelijk gemaakt met het oog op de alternatieve dansvloer, minder geschikt voor mij. Met It’s You en Walking Low kan ik echter wél goed uit de voeten, een miskoop was het daarom niet. Wel bijna.
.Lene Lovich brak door met drie hits, waarin ze behalve met victoriaanse jurken ook opviel met haar kopstem, hetgeen tesamen een theatraal effect teweegbracht. Van No Man’s Land kwamen in Nederland geen hitsingles en haar derde album werd de eerste commerciële flop.
Dat is ook wel terecht, vrees ik. Afgezien van het openingsnummer It’s You, Only You kwam de muziek gedurende deze droge zomer maar moeilijk bij mij binnen. Het heeft te maken met de relatief karige ideeënpot waaruit werd geput en het feit dat de liedjes nogal eenvormig zijn. Aanvankelijk had ik zelfs het idee de hele tijd naar hetzelfde liedje te hebben geluisterd.
Dat klopt natuurlijk niet, maar diverse draaibeurten later weet ik meer. Na het bescheiden briljantje dat de plaat aftrapt volgt het aardige Blue Hotel en het eveneens uptempo Faces. Met Walking Love wordt tempo teruggenomen. Het doet denken aan filmmuziek van Ennio Morricone. Daarna volgt dansbare muziek, zoals de eerdere vlotte songs vooral leunend op synthesizers. De loops zijn vaak simplistisch en gaan vervelen, hoe hard Lovich ook kirt.
Sister Video is een ode aan de videoclip in de geest van M’s Pop Muzik en met een tegenovergestelde boodschap dan op de hit van Buggles, Video Killed the Radio Star, beiden uit hetzelfde 1979 als waarin de deftige gothicdame doorbrak. Op Rocky Road schijnt een skagitaartje door en Thomas Dolby kwam er ook helpen. Het pakt me echter niet: de gehele tweede plaatkant staat namelijk vrolijke, dansbare new wave op het menu met af en toe de leuk-gekke stembuigingen van La Lovich. Het lijkt wel een verzameling 12-inches.
Mogelijk gemaakt met het oog op de alternatieve dansvloer, minder geschikt voor mij. Met It’s You en Walking Low kan ik echter wél goed uit de voeten, een miskoop was het daarom niet. Wel bijna.
Lene Lovich - Stateless (1978)

3,5
1
geplaatst: 16 december 2021, 15:37 uur
Vanaf 1978 trokken de rookwolken van de punkrevolte aardig op. Wat overbleef was vooral new wave, een muzikaal lichtere en gevarieerdere vorm van de ‘do-it-yourself-filosofie’. Het jaar erop intensiveerde hun aandeel in de Nederlandse hitparades, wat van deze beginnende puber de volle belangstelling kreeg.
We hadden dat jaar drie grote Hilversumse hitlijsten: de Nationale Hitparade van de NOS, de Top 40 van Veronica en de TROS Top 50. De fakkeldragers van new wave daarin: Blondie, The Boomtown Rats, Elvis Costello, Ian Dury & The Blockheads, Fischer-Z, Japan, The Knack, Gary Numan/Tubeway Army, The Police, Patti Smith, Squeeze en XTC; ska van The Specials en Madness en uit eigen land humorwave van Gruppo Sportivo en rockwave van New Adventures.
Daarbuiten gebeurde ook veel: de namen van bijvoorbeeld Siouxie & The Banshees en The Cure gonsden rond, met die van vele, véle anderen. Onze eigen Muziek Expres rapporteerde over de naderende film Cha Cha, waarin naast rock ‘n’ roll junkie Herman Brood twee bijzondere zangeressen zouden acteren: de voormalige DDR-inwoonster Nina Hagen en de Londense Lene Lovich.
Die laatste haalde in ’79 maar liefst drie maal de hitparades, zonder hulp van de film. Zij had mijn interesse door haar krachtige stembanden en heldere stem, die regelmatig als een elastiek in de hoogste regionen schoot. In Muziek Expres las ik gefascineerd over Lovich en ontwaarde opvallende foto’s, waarop ze in extravagante zwarte jurken te zien was.
Vorig jaar kocht ik haar debuut-lp Stateless met daarop de eerste twee hitsingles, verschenen op het legendarische punk/wavelabel Stiff. Het haalde in april ’79 #14, acht maanden voordat Cha Cha uitkwam.
Kant A opent met haar eerste hit Lucky Number, dat representatief is voor La Lovich in topvorm: fris, energiek en een tikkeltje gek. Een waveklassiekertje. Sleeping Beauty en Home zijn iets rustiger, hier en daar klinken keyboards of piano. De creativiteit spat eraf. Too Tender (to Touch) is nog iets kalmer en doet me qua sfeer denken aan… Ja, aan wie eigenlijk? Het bevat een prachtige pianopartij, een glockenspiel tinkelt en klokken luiden. De eerste helft sluit af met haar tweede hit Say When, dat zich qua gekte kan meten met de opener.
Kant B start conservatiever met Tonight, waarop een sax blaast. Plotseling begrijp ik welke associatie ik op kant A had. Die track had qua sfeer wel iets weg van Patti Smith. En nu moet ik aan Springsteen denken. Niet slecht, maar ik mis de excentriekere zanglijnen die zo goed bij haar passen. Toch is Tonight een aardig liedje, al is het even schakelen.
De tracks hierna klinken dan weer wave, zij het iets ingetogener, waarna One in a 1,000,000 weer enige gekte uitstraalt. Tot mijn ontzetting sluit de plaat af met een liedje dat ik ken als die gedrochtelijke hit uit 1987; blijkt dat Lovich I Think We’re Alone Now als eerste opnam… Het lukt me helaas niet om hier objectief over te schrijven, dankjewel Tiffany!
Samenvattend: Kant A is top, kant B aardig. Op streaming vind je vier bonussen en voor de verandering zijn deze wél dik in orde, beter zelfs dan de B-kant. Be Stiff bijvoorbeeld, vast een bedankje aan haar platenlabel. De Japanstalige versie van het voornoemde gedrocht doet me zowaar glimlachen.
De originele plaat is een bescheiden monument, zeker als je bedenkt dat Lovich met haar victoriaanse jurken een grondlegger van gothic zou blijken.
We hadden dat jaar drie grote Hilversumse hitlijsten: de Nationale Hitparade van de NOS, de Top 40 van Veronica en de TROS Top 50. De fakkeldragers van new wave daarin: Blondie, The Boomtown Rats, Elvis Costello, Ian Dury & The Blockheads, Fischer-Z, Japan, The Knack, Gary Numan/Tubeway Army, The Police, Patti Smith, Squeeze en XTC; ska van The Specials en Madness en uit eigen land humorwave van Gruppo Sportivo en rockwave van New Adventures.
Daarbuiten gebeurde ook veel: de namen van bijvoorbeeld Siouxie & The Banshees en The Cure gonsden rond, met die van vele, véle anderen. Onze eigen Muziek Expres rapporteerde over de naderende film Cha Cha, waarin naast rock ‘n’ roll junkie Herman Brood twee bijzondere zangeressen zouden acteren: de voormalige DDR-inwoonster Nina Hagen en de Londense Lene Lovich.
Die laatste haalde in ’79 maar liefst drie maal de hitparades, zonder hulp van de film. Zij had mijn interesse door haar krachtige stembanden en heldere stem, die regelmatig als een elastiek in de hoogste regionen schoot. In Muziek Expres las ik gefascineerd over Lovich en ontwaarde opvallende foto’s, waarop ze in extravagante zwarte jurken te zien was.
Vorig jaar kocht ik haar debuut-lp Stateless met daarop de eerste twee hitsingles, verschenen op het legendarische punk/wavelabel Stiff. Het haalde in april ’79 #14, acht maanden voordat Cha Cha uitkwam.
Kant A opent met haar eerste hit Lucky Number, dat representatief is voor La Lovich in topvorm: fris, energiek en een tikkeltje gek. Een waveklassiekertje. Sleeping Beauty en Home zijn iets rustiger, hier en daar klinken keyboards of piano. De creativiteit spat eraf. Too Tender (to Touch) is nog iets kalmer en doet me qua sfeer denken aan… Ja, aan wie eigenlijk? Het bevat een prachtige pianopartij, een glockenspiel tinkelt en klokken luiden. De eerste helft sluit af met haar tweede hit Say When, dat zich qua gekte kan meten met de opener.
Kant B start conservatiever met Tonight, waarop een sax blaast. Plotseling begrijp ik welke associatie ik op kant A had. Die track had qua sfeer wel iets weg van Patti Smith. En nu moet ik aan Springsteen denken. Niet slecht, maar ik mis de excentriekere zanglijnen die zo goed bij haar passen. Toch is Tonight een aardig liedje, al is het even schakelen.
De tracks hierna klinken dan weer wave, zij het iets ingetogener, waarna One in a 1,000,000 weer enige gekte uitstraalt. Tot mijn ontzetting sluit de plaat af met een liedje dat ik ken als die gedrochtelijke hit uit 1987; blijkt dat Lovich I Think We’re Alone Now als eerste opnam… Het lukt me helaas niet om hier objectief over te schrijven, dankjewel Tiffany!
Samenvattend: Kant A is top, kant B aardig. Op streaming vind je vier bonussen en voor de verandering zijn deze wél dik in orde, beter zelfs dan de B-kant. Be Stiff bijvoorbeeld, vast een bedankje aan haar platenlabel. De Japanstalige versie van het voornoemde gedrocht doet me zowaar glimlachen.
De originele plaat is een bescheiden monument, zeker als je bedenkt dat Lovich met haar victoriaanse jurken een grondlegger van gothic zou blijken.
Light by the Sea - Only Death Makes Icons (2021)

4,0
1
geplaatst: 25 april 2024, 18:20 uur
Gisteren was ik bij het concert van Fischer-Z in de grote zaal van Tivoli-Vredenburg. Daar speelde het mij onbekende Light by the Sea in het voorprogramma. Een groep die me regelmatig verraste met pakkende nummers en een stevig geluid. Ik zag de dame voor mij op haar mobieltje koeklen naar informatie over de groep, om na afloop, op weg naar huis in de trein, te concluderen dat er niet zoveel is te vinden. En dat voor een album dat alweer drie jaar oud is.
De muzikale basis op Only Death Makes Icons wordt gevormd door uitwaaierend gitaarspel van Davy Knobel, die live werd ondersteund door een tweetal toetsenisten. Eszter Anna Baumann zet daarbij krachtige of juist melancholische vocalen neer.
Het semi-instrumentale en sferische A Transition in Time opent, waarna via het als new wave rockende Mr. Wonderman wordt vervolgd met heerlijk melodieus gitaarwerk. In de alt.rock van de groep meen ik soms de invloed van triphop te herkennen, zoals het dromerige Little Jeane met z'n heerlijk-holle snaredrums. Of een Ennio Morricone-achtige filmsfeer, zoals in Willow Creek.
Als voorprogramma had de groep niet veel tijd en de interactie met het publiek kon beter - zo was het concert plotseling voorbij, zonder aankondiging. Groeipuntje, komt vast goed. Maar het was wel nieuwsgierigmakend en soms meeslepend. Vandaag dit album beluisterd... Genieten! We beginnen eens met een 8.
De muzikale basis op Only Death Makes Icons wordt gevormd door uitwaaierend gitaarspel van Davy Knobel, die live werd ondersteund door een tweetal toetsenisten. Eszter Anna Baumann zet daarbij krachtige of juist melancholische vocalen neer.
Het semi-instrumentale en sferische A Transition in Time opent, waarna via het als new wave rockende Mr. Wonderman wordt vervolgd met heerlijk melodieus gitaarwerk. In de alt.rock van de groep meen ik soms de invloed van triphop te herkennen, zoals het dromerige Little Jeane met z'n heerlijk-holle snaredrums. Of een Ennio Morricone-achtige filmsfeer, zoals in Willow Creek.
Als voorprogramma had de groep niet veel tijd en de interactie met het publiek kon beter - zo was het concert plotseling voorbij, zonder aankondiging. Groeipuntje, komt vast goed. Maar het was wel nieuwsgierigmakend en soms meeslepend. Vandaag dit album beluisterd... Genieten! We beginnen eens met een 8.
Lio - Lio (1980)
Alternatieve titel: Premier Album

3,5
1
geplaatst: 27 augustus 2024, 08:03 uur
Kauwgompop of new wave? Op reis door het genre in 1979 kom ik vanaf serieuze muziek als Wayne County, XTC en Squeeze bij een piepjonge Belgische. In dat jaar verschijnt haar eerste single: Le Banana Split wordt een grote hit in Frankrijk.
Hierboven in 2009-2010 enig gekibbel over haar achtergronden. Wat ik heb kunnen vinden, ook buiten Wikipedia: haar echte naam is voluit Vanda Maria Ribeiro Furtado Tavares de Vasconcelos, geboren in 1962 in Portugal, in 1968 met haar moeder in het Belgische Charleroi of Luik (de bronnen verschillen hieromtrent) komen wonen. Haar moeder vindt werk in een bibliotheek, waar Vanda de latere zanger en producer Jacques Duvall ontmoet.
In juni 1979 wordt ze 17 jaar. Studerend aan het Brusselse Athénée Royal Isabelle Gatti de Gamond, neemt ze de artiestennaam Lio aan, vernoemd naar een karakter uit de sci-fi-klassieker Barbarella. Onder de hoede van producer Marc Moulin en liedschrijvers Hagen Dierks (als zanger werkend onder de naam Jacques Duvall, echte naam Éric Verwilghen) en Fransman Jay Alanski (Patrick Arondel) krijgt ze de kans om single Le Banana Split op te nemen.
Die wordt in 1980 #1 in Frankrijk, al is hier online weinig over te vinden: ik kwam slechts deze karige lijst van nummers 1 tegen, zonder bronvermelding. De online hitlijst van Wallonië vermeldt niets over een hit aldaar, maar wellicht lopen de online archieven niet zo ver terug?
Hoe dan ook: de tekst is enigszins ondeugend en de videoclip is vrij suggestief. De achterzijde van de single vermeldt dat deze is opgedragen aan de Engelsman Kevin Ayers, bekend van Soft Machine en solowerk.
In 1980 volgt het titelloze albumdebuut, ook wel uitgebracht als Premier Album, waarvan Amoureux Solitaires een internationale hit wordt, zoals #4 in het Nederland van januari 1981. Het is een cover van Lonely Lovers (1977) van de Franse punkgroep Stinky Toys. Hier klinkt het origineel, dat in de handen van Lio en haar productieteam een metamorfose onderging.
In België werd het omgebouwd tot vrolijke synthesizerpop. Is dit new wave? Is dit kwaliteit? Te discussiëren valt er zeker. Maar in mijn afspeellijst met wave past het wonderwel tussen andere synthwavers van 1979 als Gary Numan, The Human League en vooral Orchestral Manoeuvres in the Dark.
Niet Brits-melancholiek en -ernstig, wél Waals-Frans-vrolijk en -levenslustig. De muziek op dit debuut, dat op YouTube staat, zit goed in elkaar. Probeer maar eens de funk van Comix Discomix, het swingende La Panthère Rose en het melancholieke You Go to My Head, een jazzklassieker uit 1938 waar Lio haar stem anders gebruikt. Desalniettemin ook voor mij iets te veel klapkauwgompop voor een heel album, vooral door het kinderlijke stemmetje dat meestentijds klinkt.
Op mijn streamingplatform vond ik weliswaar een EP met diverse versies van Le Banana Split, maar niet Lio's debuutalbum. De twee hits staan daar wel op verzamelaar Je Garde Quelques Images... pour Mes Vies Postérieures (2008), die tevens een beeld geeft van haar verdere muziekcarrière. Daarnaast ging ze ook acteren, tot dusver in bijna dertig speelfilms en vele tv-producties; in de Franstalige wereld is Lio ook buiten de muziek een bekende naam. In 2022 blikte ze terug op haar beginfase in de muziek in dit interview.
Mijn reis door de albums achter mijn afspeellijsten met new wave vervolgt bij het Amerikaanse The Beat, die ik leerde kennen als Paul Collins' Beat, zoals de groep zich in Europa noemde.
Hierboven in 2009-2010 enig gekibbel over haar achtergronden. Wat ik heb kunnen vinden, ook buiten Wikipedia: haar echte naam is voluit Vanda Maria Ribeiro Furtado Tavares de Vasconcelos, geboren in 1962 in Portugal, in 1968 met haar moeder in het Belgische Charleroi of Luik (de bronnen verschillen hieromtrent) komen wonen. Haar moeder vindt werk in een bibliotheek, waar Vanda de latere zanger en producer Jacques Duvall ontmoet.
In juni 1979 wordt ze 17 jaar. Studerend aan het Brusselse Athénée Royal Isabelle Gatti de Gamond, neemt ze de artiestennaam Lio aan, vernoemd naar een karakter uit de sci-fi-klassieker Barbarella. Onder de hoede van producer Marc Moulin en liedschrijvers Hagen Dierks (als zanger werkend onder de naam Jacques Duvall, echte naam Éric Verwilghen) en Fransman Jay Alanski (Patrick Arondel) krijgt ze de kans om single Le Banana Split op te nemen.
Die wordt in 1980 #1 in Frankrijk, al is hier online weinig over te vinden: ik kwam slechts deze karige lijst van nummers 1 tegen, zonder bronvermelding. De online hitlijst van Wallonië vermeldt niets over een hit aldaar, maar wellicht lopen de online archieven niet zo ver terug?
Hoe dan ook: de tekst is enigszins ondeugend en de videoclip is vrij suggestief. De achterzijde van de single vermeldt dat deze is opgedragen aan de Engelsman Kevin Ayers, bekend van Soft Machine en solowerk.
In 1980 volgt het titelloze albumdebuut, ook wel uitgebracht als Premier Album, waarvan Amoureux Solitaires een internationale hit wordt, zoals #4 in het Nederland van januari 1981. Het is een cover van Lonely Lovers (1977) van de Franse punkgroep Stinky Toys. Hier klinkt het origineel, dat in de handen van Lio en haar productieteam een metamorfose onderging.
In België werd het omgebouwd tot vrolijke synthesizerpop. Is dit new wave? Is dit kwaliteit? Te discussiëren valt er zeker. Maar in mijn afspeellijst met wave past het wonderwel tussen andere synthwavers van 1979 als Gary Numan, The Human League en vooral Orchestral Manoeuvres in the Dark.
Niet Brits-melancholiek en -ernstig, wél Waals-Frans-vrolijk en -levenslustig. De muziek op dit debuut, dat op YouTube staat, zit goed in elkaar. Probeer maar eens de funk van Comix Discomix, het swingende La Panthère Rose en het melancholieke You Go to My Head, een jazzklassieker uit 1938 waar Lio haar stem anders gebruikt. Desalniettemin ook voor mij iets te veel klapkauwgompop voor een heel album, vooral door het kinderlijke stemmetje dat meestentijds klinkt.
Op mijn streamingplatform vond ik weliswaar een EP met diverse versies van Le Banana Split, maar niet Lio's debuutalbum. De twee hits staan daar wel op verzamelaar Je Garde Quelques Images... pour Mes Vies Postérieures (2008), die tevens een beeld geeft van haar verdere muziekcarrière. Daarnaast ging ze ook acteren, tot dusver in bijna dertig speelfilms en vele tv-producties; in de Franstalige wereld is Lio ook buiten de muziek een bekende naam. In 2022 blikte ze terug op haar beginfase in de muziek in dit interview.
Mijn reis door de albums achter mijn afspeellijsten met new wave vervolgt bij het Amerikaanse The Beat, die ik leerde kennen als Paul Collins' Beat, zoals de groep zich in Europa noemde.
Little River Band - Diamantina Cocktail (1977)

3,5
0
geplaatst: 19 augustus 2023, 11:42 uur
Kreeg de plaat onlangs cadeau van maatje JeKo, maar dan in de hoes van de Britse editie (eveneens 1977) gestoken: hij ontdekte bij thuiskomst dat hij 'm al had, zij het in de Nederlandse versie die MuMe hierboven weergeeft. Kortom, nóg meer verwarring rond Diamantina Cocktail, nadat ik bij de oorspronkelijke Australische editie lees dat die qua tracklist afwijst. Ondertussen was ik een elpee rijker.
Ik zou deze nooit hebben gekocht, maar eerlijk is eerlijk: de Little River Band biedt aangename jaren '70 pop en dat kan ik sinds drie jaar volop waarderen. Fijne popliedjes, goed geproduceerd en hetzelfde geldt voor de arrangementen. Closeharmonyzang die in warme, aangename luistersfeer worden opgediend, af en toe blazers of strijkers.
De twee hits Help Is on its Way (# 21 in september '77 in de Nationale Hitparade van de NOS, #20 bij de Top 40 van aspirantomroep Veronica, dat daarvoor één uur per week uitzendtijd had!) en Home on Monday (#12 in november '77 en bij de Top 40 drie weken #13 in oktober-november) zijn mijn favorieten, maar nergens zakt het beneden peil. Happy Anniversy haalde in januari '78 overigens nog de Tipparade bij de NOS.
Lekkere niks-aan-de-hand-luisterpop. Op Discogs en Wikipedia lees ik dat het laatste lid van deze bezetting, te weten drummer Derek Pellicci, de groep in 1997 verliet. Toch bestaat Little River Band bestaat nog steeds, wat wellicht opmerkelijk is maar daarvoor weet ik veel te weinig van de groepshistorie. Wat er wél toe doet, is dat ik een knus album heb ontdekt, uitermate geschikt bij een wijntje en kaasje.
Ik zou deze nooit hebben gekocht, maar eerlijk is eerlijk: de Little River Band biedt aangename jaren '70 pop en dat kan ik sinds drie jaar volop waarderen. Fijne popliedjes, goed geproduceerd en hetzelfde geldt voor de arrangementen. Closeharmonyzang die in warme, aangename luistersfeer worden opgediend, af en toe blazers of strijkers.
De twee hits Help Is on its Way (# 21 in september '77 in de Nationale Hitparade van de NOS, #20 bij de Top 40 van aspirantomroep Veronica, dat daarvoor één uur per week uitzendtijd had!) en Home on Monday (#12 in november '77 en bij de Top 40 drie weken #13 in oktober-november) zijn mijn favorieten, maar nergens zakt het beneden peil. Happy Anniversy haalde in januari '78 overigens nog de Tipparade bij de NOS.
Lekkere niks-aan-de-hand-luisterpop. Op Discogs en Wikipedia lees ik dat het laatste lid van deze bezetting, te weten drummer Derek Pellicci, de groep in 1997 verliet. Toch bestaat Little River Band bestaat nog steeds, wat wellicht opmerkelijk is maar daarvoor weet ik veel te weinig van de groepshistorie. Wat er wél toe doet, is dat ik een knus album heb ontdekt, uitermate geschikt bij een wijntje en kaasje.
Live in Concert (1981)
Alternatieve titel: Original Live Recordings

4,0
0
geplaatst: 1 juni 2025, 17:48 uur
Stammend uit 1981, heb ik Live In Concert niet al te lang daarna uit de fonotheek geleend. Laatst kwam ik 'm tegen in een bak met tweedehands platen; het sentiment won en zo ging ie mee. Destijds zette ik slechts Heroes op cassettebandje, hier in de coverversie van Blondie met gastgitarist Robert Fripp, plus Dead Man Tell No Tales van Motörhead.
Maar er staan nog twaalf andere nummers op, waarbij de bekende hitversies van Peter Gunn van Emerson, Lake & Palmer, Too Much Too Young van The Specials en Now That We Found Love van Third World. Opvallend op kant 1 is You Really Got Me van The Kinks, hier in de snelste versie die ik ken; het wordt bijna punk.
De plaat doet niet aan bronvermeldingen en daarom kom je niet te weten van welke opnames/albums werd geleend. Een vraagteken qua authenticiteit zet ik echter bij We Gotta Get Out of Here van Ian Hunter. Dit is namelijk gewoon de studio-/hitversie inclusief de stem van Ellen Foley, maar dan met livegeluiden erbij gemixt. Of ze playbackten het destijds, want het keurige applaus klinkt als dat in een tv-studio. Toch leuk om het bijna vergeten liedje weer eens te horen, destijds wel een favorietje.
Sommige nummers klinken alsof ik ze voor het eerst hoor: Rocky Mountain Way van Joe Walsh en Mighty Quinn in de versie van de Manfred Mann's Earth Band.
Al met al een aangenaam overzicht van wat een Nederlands label (Arrival, volgens Discogs onderdeel van K-Tel) destijds commercieel verantwoord achtte om op een verzamelplaat te zetten. Een bonte combinatie van popstijlen met bekend en onbekend werk, wat mij betreft zonder één zwakke plek. En daarmee is dit een lekker verzamelaartje.
Maar er staan nog twaalf andere nummers op, waarbij de bekende hitversies van Peter Gunn van Emerson, Lake & Palmer, Too Much Too Young van The Specials en Now That We Found Love van Third World. Opvallend op kant 1 is You Really Got Me van The Kinks, hier in de snelste versie die ik ken; het wordt bijna punk.
De plaat doet niet aan bronvermeldingen en daarom kom je niet te weten van welke opnames/albums werd geleend. Een vraagteken qua authenticiteit zet ik echter bij We Gotta Get Out of Here van Ian Hunter. Dit is namelijk gewoon de studio-/hitversie inclusief de stem van Ellen Foley, maar dan met livegeluiden erbij gemixt. Of ze playbackten het destijds, want het keurige applaus klinkt als dat in een tv-studio. Toch leuk om het bijna vergeten liedje weer eens te horen, destijds wel een favorietje.
Sommige nummers klinken alsof ik ze voor het eerst hoor: Rocky Mountain Way van Joe Walsh en Mighty Quinn in de versie van de Manfred Mann's Earth Band.
Al met al een aangenaam overzicht van wat een Nederlands label (Arrival, volgens Discogs onderdeel van K-Tel) destijds commercieel verantwoord achtte om op een verzamelplaat te zetten. Een bonte combinatie van popstijlen met bekend en onbekend werk, wat mij betreft zonder één zwakke plek. En daarmee is dit een lekker verzamelaartje.
Live Stiffs (1978)
Alternatieve titel: Stiff's Live

4,0
0
geplaatst: 11 augustus 2024, 12:19 uur
"Awright, awright... Good evening London, how are ya doing, are ya feeling awright? Are you ready for a good time? Are you ready for some Stiff music? Come on, it's time to leave the bar, everybody down the front, buy your drinks later on..."
Stiff staat vaak te boek als hét label van de eerste punkgolf, maar samen met het net iets eerder begonnen Chiswick had het de wortels stevig in pubrock. Het label bracht de nodige singles uit, die ze vervolgens verzamelden op elpee. Hier iets dergelijks, maar dan live: Live Stiffs.
Op de plaat horen we geen punk. Wél pubrock en daarbij de twee huisproducers Nick Lowe (zijn uitgelaten versie van I Knew the Bride opent sterk) en Larry Wallis. Zoals deedee noemde, was deze hiervoor de eerste gitarist van Motörhead. Zijn heerlijke poplied Police Car is lekker rauw gezongen.
De vriendelijk-zeurende droogkloterigheid van Wreckless Eric blijkt ook live charmant en zelfs hier een buitenbeentje.
Elvis Costello slaat daarna de brug tussen pubrock en new wave. Hij coverde hier al Burt Bacharach met I Just Don't Know What to Do With Myself en ik vraag mij af of dit werkelijk live is; zijn Miracle Man is dat wél.
Vervolgens bouwt Ian Dury met zijn groep een feestje met onder meer Wake Up and Make Love with Me, toen nog niet als single uitgebracht. Het voltallige koppel artiesten eindigt de plaat met Dury's Sex + Drugs + Rock & Roll + Chaos, zoals het label van de plaat het vermeldt.
Een slimme manier om geld te verdienen met nieuw materiaal, liveopnamen zijn immers relatief goedkoop. Ten opzichte van de singles en albumversies voegen deze versies bovendien wat extra's toe: de sfeer van Cockney-Londen in 1978.
Naast de hoes die MuMe toont, verscheen hij ook in deze druk. In maart 1978 haalde (Stiffs) Live Stiffs in het VK #28. Ik vond het album qua streaming op YouTube.
Stiff staat vaak te boek als hét label van de eerste punkgolf, maar samen met het net iets eerder begonnen Chiswick had het de wortels stevig in pubrock. Het label bracht de nodige singles uit, die ze vervolgens verzamelden op elpee. Hier iets dergelijks, maar dan live: Live Stiffs.
Op de plaat horen we geen punk. Wél pubrock en daarbij de twee huisproducers Nick Lowe (zijn uitgelaten versie van I Knew the Bride opent sterk) en Larry Wallis. Zoals deedee noemde, was deze hiervoor de eerste gitarist van Motörhead. Zijn heerlijke poplied Police Car is lekker rauw gezongen.
De vriendelijk-zeurende droogkloterigheid van Wreckless Eric blijkt ook live charmant en zelfs hier een buitenbeentje.
Elvis Costello slaat daarna de brug tussen pubrock en new wave. Hij coverde hier al Burt Bacharach met I Just Don't Know What to Do With Myself en ik vraag mij af of dit werkelijk live is; zijn Miracle Man is dat wél.
Vervolgens bouwt Ian Dury met zijn groep een feestje met onder meer Wake Up and Make Love with Me, toen nog niet als single uitgebracht. Het voltallige koppel artiesten eindigt de plaat met Dury's Sex + Drugs + Rock & Roll + Chaos, zoals het label van de plaat het vermeldt.
Een slimme manier om geld te verdienen met nieuw materiaal, liveopnamen zijn immers relatief goedkoop. Ten opzichte van de singles en albumversies voegen deze versies bovendien wat extra's toe: de sfeer van Cockney-Londen in 1978.
Naast de hoes die MuMe toont, verscheen hij ook in deze druk. In maart 1978 haalde (Stiffs) Live Stiffs in het VK #28. Ik vond het album qua streaming op YouTube.
Living Loud - Living Loud (2005)

4,0
0
geplaatst: 27 april 2025, 23:57 uur
De Australische bassist en liedschrijver Bob Daisley had een groot juridisch geschil met de firma Ozzy Osbourne, die zijn auteursrecht niet meer erkende. Dat terwijl hij als lid van Blizzard of Oz, zoals Ozzy's nieuwe groep zou gaan heten, voor de eerste twee albums met Randy Rhoads de meeste muziek schreef plus de teksten.
Daisley had een indrukwekkend cv opgebouwd met groepen als Widowmaker, in 1978 Rainbow, in 1982 het gerevitaliseerde Uriah Heep vanaf het jaar erop Gary Moore.
Met zijn maatje uit die dagen bij Ozzy, drummer Lee Kerslake (tevens ex-Uriah Heep), besloot hij zélf iets met muziek uit deze periode te doen. Hij vroeg landgenoot met whiskystrot Jimmy Barnes (Cold Chisel) en van Deep Purple toetsenist Don Airey (tevens ex-Rainbow, -Ozzy en -Moore) plus - grote verrassing - Steve Morse (ex-Dixie Dregs en nadien solo actief).
Morse is slechts twee jaar vóór Randy Rhoads geboren; ze waren dus generatiegenoten. Hij koos ervoor Rhoads' partijen niet klakkeloos te kopiëren, wat in combinatie met Barnes' zang een fris effect heeft.
De nummers uit de jaren Osbourne vormen de rode draad: I Don't Know, Crazy Train, Flying High Again, Mr. Crowley, Tonight en Over the Mountain.
De overige zes nummers waren nieuw voor mij. Favorieten zijn het bluesgetinte Every Moment a Lifetime, protestlied In the Name of God en slotlied Walk Away, dat klinkt alsof Daisley het schreef met Led Zeppelin in gedachten.
Daisley publiceerde in 2013 een biografie genaamd For Facts Sake, waarin hij over zijn rijke carrière vertelt en ongetwijfeld ook over dit album. In Nederland slechts te verkrijgen voor te veel geld, maar steeds opnieuw duikt de titel op...
Volgende album dat Morse opnam verscheen nog in datzelfde 2004 onder solovlag: Major Impacts 2.
Daisley had een indrukwekkend cv opgebouwd met groepen als Widowmaker, in 1978 Rainbow, in 1982 het gerevitaliseerde Uriah Heep vanaf het jaar erop Gary Moore.
Met zijn maatje uit die dagen bij Ozzy, drummer Lee Kerslake (tevens ex-Uriah Heep), besloot hij zélf iets met muziek uit deze periode te doen. Hij vroeg landgenoot met whiskystrot Jimmy Barnes (Cold Chisel) en van Deep Purple toetsenist Don Airey (tevens ex-Rainbow, -Ozzy en -Moore) plus - grote verrassing - Steve Morse (ex-Dixie Dregs en nadien solo actief).
Morse is slechts twee jaar vóór Randy Rhoads geboren; ze waren dus generatiegenoten. Hij koos ervoor Rhoads' partijen niet klakkeloos te kopiëren, wat in combinatie met Barnes' zang een fris effect heeft.
De nummers uit de jaren Osbourne vormen de rode draad: I Don't Know, Crazy Train, Flying High Again, Mr. Crowley, Tonight en Over the Mountain.
De overige zes nummers waren nieuw voor mij. Favorieten zijn het bluesgetinte Every Moment a Lifetime, protestlied In the Name of God en slotlied Walk Away, dat klinkt alsof Daisley het schreef met Led Zeppelin in gedachten.
Daisley publiceerde in 2013 een biografie genaamd For Facts Sake, waarin hij over zijn rijke carrière vertelt en ongetwijfeld ook over dit album. In Nederland slechts te verkrijgen voor te veel geld, maar steeds opnieuw duikt de titel op...
Volgende album dat Morse opnam verscheen nog in datzelfde 2004 onder solovlag: Major Impacts 2.
Lone Star - Lone Star (1976)

3,5
0
geplaatst: 15 december 2025, 18:22 uur
Laat ik deze plaat nou begin november in een platenbak zijn tegengekomen. Uiteraard meegenomen en de omschrijving van Arjan Hut klopt helemaal. Je hoort invloeden van Led Zeppelin en ook zou je aan Free of Bad Company kunnen denken: de wortels stevig in de blues, is dit ouderwetse hardrock volgens het boekje, sterk uitgevoerd.
Nou ben ik niet de grootste fan van die namen, maar de heren uit Cardiff, Wales doen niet voor hen onder. Omdat ik gitarist Paul Chapman van UFO ken, luisterde ik aanvankelijk met die oren en verrek, hier en daar kun je je voorstellen dat Phil Mogg een nummer had kunnen zingen. Maar al schemert ook bij die groep vaak de schaduw van de blues, toch ligt het resultaat veel dichter bij Zep. Sterkste bewijs daarvan is slotlied Illusions, dat tokkelend-sferisch begint met Driscolls herkenbare hees-rauwe stem centraal.
Chapman heeft in Tony Smith een capabele collega, de toetsen van Rick Worsnop (bijzondere naam, het lijkt wel Spinal Tap) zijn daarentegen meestal bescheiden. Alhoewel, in She Said krijgt hij een solo. Verder valt links en rechts op dat drummer Dixie Lee een dubbele basdrum inzet zoals in opener She Said, in 1976 nog vrij zeldzaam in de wereld van luide rock. Leuk om de elpee tegen te komen (Nederlandse persing) en om te horen waar Chapman en Driscoll voor stonden. Beste voorbeeld daarvan is A Million Stars, waar één en ander het meest spettert.
Wellicht interessant voor de fans van UFO en andere namen die ik noemde. Ook liefhebbers van het Thin Lizzy van midden jaren '70 zouden dit kunnen waarderen. Het album staat niet op mijn streamingplatform, wél op JijBuis.
Nou ben ik niet de grootste fan van die namen, maar de heren uit Cardiff, Wales doen niet voor hen onder. Omdat ik gitarist Paul Chapman van UFO ken, luisterde ik aanvankelijk met die oren en verrek, hier en daar kun je je voorstellen dat Phil Mogg een nummer had kunnen zingen. Maar al schemert ook bij die groep vaak de schaduw van de blues, toch ligt het resultaat veel dichter bij Zep. Sterkste bewijs daarvan is slotlied Illusions, dat tokkelend-sferisch begint met Driscolls herkenbare hees-rauwe stem centraal.
Chapman heeft in Tony Smith een capabele collega, de toetsen van Rick Worsnop (bijzondere naam, het lijkt wel Spinal Tap) zijn daarentegen meestal bescheiden. Alhoewel, in She Said krijgt hij een solo. Verder valt links en rechts op dat drummer Dixie Lee een dubbele basdrum inzet zoals in opener She Said, in 1976 nog vrij zeldzaam in de wereld van luide rock. Leuk om de elpee tegen te komen (Nederlandse persing) en om te horen waar Chapman en Driscoll voor stonden. Beste voorbeeld daarvan is A Million Stars, waar één en ander het meest spettert.
Wellicht interessant voor de fans van UFO en andere namen die ik noemde. Ook liefhebbers van het Thin Lizzy van midden jaren '70 zouden dit kunnen waarderen. Het album staat niet op mijn streamingplatform, wél op JijBuis.
Lou Gramm - Long Hard Look (1989)

3,0
1
geplaatst: 15 december 2023, 22:39 uur
Lou Gramm was inmiddels ex-Foreigner, maar zet op Long Hard Look naadloos de muzikale lijn van zowel de groep als zijn solodebuut door. Melodieuze en stevige (adult oriented) rock, gedragen door zijn herkenbare en emotionele stem. Wel zou je kunnen zeggen dat het ieeeets minder stevig is. En toch vind ik dit een pak minder, eenvoudigweg omdat de meeste composities niet blijven hangen.
Opener Angel with a Dirty Face is vrij stevig en best leuk, daarna Just Between You and Me wat me sterk aan John Waite doet denken, maar de melodie is niet sterk genoeg. Hij schreef het met de bekende liedschrijfster Holly Knight, aan wie de Top 2000 in 2022 aandacht besteedde en ook hier had ze een gouden pen: top 10 in de Verenigde Staten en Canada, in Vlaanderen in februari 1990 #40, in Nederland deed het niets. Vandaar dat dit album indertijd volkomen mijn radar miste?
Broken Dreams heeft een koor gekregen, herinnerend aan die grote hit I Want to Know What Love Is; ik hou daar niet van. Dan twee nummers die me wel overtuigen: zowel True Blue Love als I'll Come Running hebben een pakkend refrein, iets wat bij deze adult oriented rock megabelangrijk is.
Hangin' on My Hip is vierkant, uptempo en stevig maar Gramm zingt over zijn top en de melodie is weer eens niet memorabel. Bij Warmest Rising Sun keert dat gospelkoor terug. Day One is aardiger maar ook niet meer, net als I'll Know When It's Over.
Tin Soldier is op zich een goed idee als cover (oorspronkelijk van The Small Faces uit 1967 en die periode klinkt door in instrumentatie en melodielijn), maar in de brug hoor je aankomen wat het refrein doet: Gramm gaat nét te ver met zijn stem en het resultaat is bijna schel.
Dan kun je grote namen aan boord hebben als Dan Huff van Giant, Vivian Campbell van Dio en Nils Lofgren van Bruce Springsteen, het helpt de magere melodieën niet. De oorzaak? Waar Bruce Turgon op Gramms debuut naast gitarist ook een belangrijk liedschrijver was, is diens laatste rol deels overgenomen door toetsenist Peter Wolf en diens werk pakt mij niet. Wel schreef hij met Gramm het eerste uitschietertje van de plaat, True Blue Runnin en Turgon pende met Gramm I'll Come Running neer. Laat onverlet dat ook Turgon op de voorganger meer pakkends componeerde.
Voor Long Hard Look een mager zesje voor wat eigenlijk een 5 is; het is dat Gramms stem een matig liedje menigmaal tot aardig weet te verheffen.
Ik was Foreigner en Gramm na 1987 helemaal uit het oor verloren, tot ik vorig jaar een afspeellijst van hun discografieën maakte. Dit album bleek één van de mindere. Gramm ging verder met "supergroep" Shadow King, enkele maanden daarvoor keerde Foreigner sterk terug met Unusual Heat.
Opener Angel with a Dirty Face is vrij stevig en best leuk, daarna Just Between You and Me wat me sterk aan John Waite doet denken, maar de melodie is niet sterk genoeg. Hij schreef het met de bekende liedschrijfster Holly Knight, aan wie de Top 2000 in 2022 aandacht besteedde en ook hier had ze een gouden pen: top 10 in de Verenigde Staten en Canada, in Vlaanderen in februari 1990 #40, in Nederland deed het niets. Vandaar dat dit album indertijd volkomen mijn radar miste?
Broken Dreams heeft een koor gekregen, herinnerend aan die grote hit I Want to Know What Love Is; ik hou daar niet van. Dan twee nummers die me wel overtuigen: zowel True Blue Love als I'll Come Running hebben een pakkend refrein, iets wat bij deze adult oriented rock megabelangrijk is.
Hangin' on My Hip is vierkant, uptempo en stevig maar Gramm zingt over zijn top en de melodie is weer eens niet memorabel. Bij Warmest Rising Sun keert dat gospelkoor terug. Day One is aardiger maar ook niet meer, net als I'll Know When It's Over.
Tin Soldier is op zich een goed idee als cover (oorspronkelijk van The Small Faces uit 1967 en die periode klinkt door in instrumentatie en melodielijn), maar in de brug hoor je aankomen wat het refrein doet: Gramm gaat nét te ver met zijn stem en het resultaat is bijna schel.
Dan kun je grote namen aan boord hebben als Dan Huff van Giant, Vivian Campbell van Dio en Nils Lofgren van Bruce Springsteen, het helpt de magere melodieën niet. De oorzaak? Waar Bruce Turgon op Gramms debuut naast gitarist ook een belangrijk liedschrijver was, is diens laatste rol deels overgenomen door toetsenist Peter Wolf en diens werk pakt mij niet. Wel schreef hij met Gramm het eerste uitschietertje van de plaat, True Blue Runnin en Turgon pende met Gramm I'll Come Running neer. Laat onverlet dat ook Turgon op de voorganger meer pakkends componeerde.
Voor Long Hard Look een mager zesje voor wat eigenlijk een 5 is; het is dat Gramms stem een matig liedje menigmaal tot aardig weet te verheffen.
Ik was Foreigner en Gramm na 1987 helemaal uit het oor verloren, tot ik vorig jaar een afspeellijst van hun discografieën maakte. Dit album bleek één van de mindere. Gramm ging verder met "supergroep" Shadow King, enkele maanden daarvoor keerde Foreigner sterk terug met Unusual Heat.
Lou Gramm - Ready or Not (1987)

4,0
0
geplaatst: 7 december 2023, 20:49 uur
Toen Foreigner na het succes van Agent Provocateur en de navolgende tournee een pauze inlaste, gebruikte Lou Gramm deze voor zijn eerste soloplaat.
De muziek op Ready or Not lijkt sterk op die van Foreigner en Gramm slaagde erin om dezelfde kwaliteit te halen. Als er een verschil zou moeten zijn, is het wellicht dat het iets meer pop is dan bij Foreigner, maar daarover valt te twisten. De vriendelijk scheurende gitaar is immers ook hier volop aanwezig.
De rol van Foreigners Mick Jones als liedschrijver, toetsenist en gitarist is hier overgenomen door Bruce Turgon, die bovendien baste. Met Gramm pende hij toegankelijke adult oriented rock neer, geschikt voor die heerlijke stem van Gramm. Indien Jones ooit Foreigner had verlaten, had Turgon hem naadloos kunnen vervangen.
Meest popgericht is She's Got to Know waarin bescheiden blazers klinken, meest opvallende naam in de bezetting die van Nils Lofgren van de groep van Bruce Springsteen die de gitaarsolo's neerzet.
Het draait echter om de stem van Gramm en de pakkende liedjes. Wat mij betreft komt het album met track 3 echt op gang. Dit dankzij de swingende single Midnight Blue, mei 1987 #25 in Nederland.
Vervolgens is het vaak raak: het stevige Time, semiballade If I Don't Have You dat zo'n mooie melodie heeft, de lekkere uptempo pop van Until I Make You Mine en het iets steviger Chain of Love.
De plaat kakt tenslotte in met het op plastic synths drijvende Lover Come Back, waar de geliefde vast niet warm van werd.
Toegankelijk zijn ook de teksten over de liefde in alle fases, waarbij een obligate ballade ontbreekt: hoera!
Hierna keerde Gramm terug naar Foreigner voor het sterke Inside Information, om daar mot te krijgen met Jones en al 2,5 jaar na dit solodebuut met opvolger Long Hard Look te komen.
De muziek op Ready or Not lijkt sterk op die van Foreigner en Gramm slaagde erin om dezelfde kwaliteit te halen. Als er een verschil zou moeten zijn, is het wellicht dat het iets meer pop is dan bij Foreigner, maar daarover valt te twisten. De vriendelijk scheurende gitaar is immers ook hier volop aanwezig.
De rol van Foreigners Mick Jones als liedschrijver, toetsenist en gitarist is hier overgenomen door Bruce Turgon, die bovendien baste. Met Gramm pende hij toegankelijke adult oriented rock neer, geschikt voor die heerlijke stem van Gramm. Indien Jones ooit Foreigner had verlaten, had Turgon hem naadloos kunnen vervangen.
Meest popgericht is She's Got to Know waarin bescheiden blazers klinken, meest opvallende naam in de bezetting die van Nils Lofgren van de groep van Bruce Springsteen die de gitaarsolo's neerzet.
Het draait echter om de stem van Gramm en de pakkende liedjes. Wat mij betreft komt het album met track 3 echt op gang. Dit dankzij de swingende single Midnight Blue, mei 1987 #25 in Nederland.
Vervolgens is het vaak raak: het stevige Time, semiballade If I Don't Have You dat zo'n mooie melodie heeft, de lekkere uptempo pop van Until I Make You Mine en het iets steviger Chain of Love.
De plaat kakt tenslotte in met het op plastic synths drijvende Lover Come Back, waar de geliefde vast niet warm van werd.
Toegankelijk zijn ook de teksten over de liefde in alle fases, waarbij een obligate ballade ontbreekt: hoera!
Hierna keerde Gramm terug naar Foreigner voor het sterke Inside Information, om daar mot te krijgen met Jones en al 2,5 jaar na dit solodebuut met opvolger Long Hard Look te komen.
Lou Reed - Transformer (1972)

3,0
1
geplaatst: 19 februari 2024, 17:42 uur
Na Roxy Music ben ik toe aan het derde album in het kader van de vaders en moeders van new wave. Heb menig collega (gehad) die dweepte met Lou Reed en Velvet Underground, een enthousiasme dat ik tot op de dag van vandaag niet pak. Kwestie van smaak.
Van dit album was Walk on the Wild Side regelmatig te horen op het Hilversum 3 van rond 1980. Ook herinner ik me dat we op school bij muziek een recensie van het nummer moesten schrijven. Vond ik leuk om te doen en ik heb het helemaal afgekraakt. Dat laatste doe ik niet meer, maar nog steeds is dit niet mijn kopje thee - sorry JeKo!
Ook Vicious leerde ik via de radio kennen, maar net als Walk on the Wild Side pakken noch muziek, noch stem mij. Wel herken ik de dreinende zang die ik later bij new wave terughoor. Perfect Day leerde ik pas kennen in 1997 met de BBC-benefietsingle van diverse artiesten, inclusief Reed. Niemand die zó mooi "It's such fun..." kan zingen als Shane McGowan, zelfs Reed niet. En ja, dan steekt het origineel in mijn brein een beetje bleek af...
Dan liever Hangin' Round met lekker rammelgitaartje waar Reed vlotter zingt, beter passend bij zijn stem, net als I'm So Free. Make Up is een klein liedje met trombone, op Satellite of Love krijg ik een associatie met de sfeer van David Bowies muziek in die periode. En dan zijn er uitstapjes naar cabaret: New York Telephone Conversation en Goodnight Ladies. Leuk detail is dat bassist Trevor Bolder (o.a. David Bowie en Uriah Heep) hier op trompet is te horen.
Lou Reed zal nooit tot een favoriet uitgroeien, maar eigenwijs en gevarieerd is Transformer zeker. Op naar Raw Power van Iggy Pop & The Stooges van een jaar later.
Van dit album was Walk on the Wild Side regelmatig te horen op het Hilversum 3 van rond 1980. Ook herinner ik me dat we op school bij muziek een recensie van het nummer moesten schrijven. Vond ik leuk om te doen en ik heb het helemaal afgekraakt. Dat laatste doe ik niet meer, maar nog steeds is dit niet mijn kopje thee - sorry JeKo!
Ook Vicious leerde ik via de radio kennen, maar net als Walk on the Wild Side pakken noch muziek, noch stem mij. Wel herken ik de dreinende zang die ik later bij new wave terughoor. Perfect Day leerde ik pas kennen in 1997 met de BBC-benefietsingle van diverse artiesten, inclusief Reed. Niemand die zó mooi "It's such fun..." kan zingen als Shane McGowan, zelfs Reed niet. En ja, dan steekt het origineel in mijn brein een beetje bleek af...
Dan liever Hangin' Round met lekker rammelgitaartje waar Reed vlotter zingt, beter passend bij zijn stem, net als I'm So Free. Make Up is een klein liedje met trombone, op Satellite of Love krijg ik een associatie met de sfeer van David Bowies muziek in die periode. En dan zijn er uitstapjes naar cabaret: New York Telephone Conversation en Goodnight Ladies. Leuk detail is dat bassist Trevor Bolder (o.a. David Bowie en Uriah Heep) hier op trompet is te horen.
Lou Reed zal nooit tot een favoriet uitgroeien, maar eigenwijs en gevarieerd is Transformer zeker. Op naar Raw Power van Iggy Pop & The Stooges van een jaar later.
Lovemongers - Here Is Christmas (1998)
Alternatieve titel: Heart Presents a Lovemonger's Christmas

3,5
2
geplaatst: 6 juli 2025, 23:19 uur
Bloedheet was het afgelopen week en in de instelling waarin ik verblijf, speelde ik LUID dit Here Is Christmas af, het tweede album van Lovemongers. Ben namelijk door de discografie van Heart aan het ploegen en had voor dit project van de dames Wilson geen zin om te wachten tot december. Het is de opvolger van Whirlygig.
Een verpleegster kwam binnen en ik groette haar vriendelijk, maar over de muziek heen riep ze met nijdig gezicht: "Of het wat zachter kan!" Toen hoorde ze dat ik kerstmuziek draaide. Ze draaide zich subiet om, keerde terug met twee sterke broeders die mij in een dwangbuis rolden en me volspoten met één of ander kalmerend middel. Luid legde ik uit waarom ik in de hitte kerstmuziek afspeelde, het mocht echter niet baten: in de isolatiecel. Na 72 uur kon ik terug naar mijn kamer en nu kan ik dan eindelijk dit stukje schrijven.
Afgezien van de thematiek is de muziek sterk genoeg om buiten het kerstseizoen af te spelen. Dit omdat het hoofdzakelijk eigen composities zijn van Ann en Nancy Wilson, hun vaste gastschrijfster Sue Ennis en vierde groepslid Frank Cox. Dit kerstalbum is de derde van Lovemongers. Van Cox' hand is The Last Noel dat hij zelf zingt, ondersteund door mandoline, een instrument dat vaker opduikt op dit sfeervolle album.
In Christmas Waits klinkt lichte jazz door in zijn gitaarspel, maar over het geheel overheerst kwaliteitspop.
Driemaal wordt er geleend: track 5 is het klassieke Ave Maria (1825) van Franz Schubert en het is bijzonder om Ann Wilson eens in die stijl te horen zingen, begeleid door harp. Geraakt tot in de tenen word ik door Bulalow, waarvan het origineel (1535) teruggaat tot de Duitse reformator Maarten Luther.
Het album verscheen oorspronkelijk in oktober ’98 onder de vlag van Lovemongers, maar in 2001 volgde een heruitgave met nieuwe hoes plus als titel Heart Presents A Lovemongers Christmas ; een volgende versie uit 2004 voegde twee nummers toe en in 2006 volgde de versie die ook op streaming staat. Hierbij is ook de trackvolgorde gewijzigd. Van die twee extra nummers domineert folk in Mary en kalme jazz in Let's Stay In, compleet met trompetsolo.
Een aangenaam, rustig plaatje dat afwijkt van hetgeen Heart doet. Dit zijn dan ook de Lovemongers. Bovendien één van de betere kerstalbums met innemend eigen werk, kerstclichés vermijdend.
De zussen Wilson legden hierna weer de nadruk op Heart. In 2004 verscheen Jupiters Darling.
Een verpleegster kwam binnen en ik groette haar vriendelijk, maar over de muziek heen riep ze met nijdig gezicht: "Of het wat zachter kan!" Toen hoorde ze dat ik kerstmuziek draaide. Ze draaide zich subiet om, keerde terug met twee sterke broeders die mij in een dwangbuis rolden en me volspoten met één of ander kalmerend middel. Luid legde ik uit waarom ik in de hitte kerstmuziek afspeelde, het mocht echter niet baten: in de isolatiecel. Na 72 uur kon ik terug naar mijn kamer en nu kan ik dan eindelijk dit stukje schrijven.
Afgezien van de thematiek is de muziek sterk genoeg om buiten het kerstseizoen af te spelen. Dit omdat het hoofdzakelijk eigen composities zijn van Ann en Nancy Wilson, hun vaste gastschrijfster Sue Ennis en vierde groepslid Frank Cox. Dit kerstalbum is de derde van Lovemongers. Van Cox' hand is The Last Noel dat hij zelf zingt, ondersteund door mandoline, een instrument dat vaker opduikt op dit sfeervolle album.
In Christmas Waits klinkt lichte jazz door in zijn gitaarspel, maar over het geheel overheerst kwaliteitspop.
Driemaal wordt er geleend: track 5 is het klassieke Ave Maria (1825) van Franz Schubert en het is bijzonder om Ann Wilson eens in die stijl te horen zingen, begeleid door harp. Geraakt tot in de tenen word ik door Bulalow, waarvan het origineel (1535) teruggaat tot de Duitse reformator Maarten Luther.
Het album verscheen oorspronkelijk in oktober ’98 onder de vlag van Lovemongers, maar in 2001 volgde een heruitgave met nieuwe hoes plus als titel Heart Presents A Lovemongers Christmas ; een volgende versie uit 2004 voegde twee nummers toe en in 2006 volgde de versie die ook op streaming staat. Hierbij is ook de trackvolgorde gewijzigd. Van die twee extra nummers domineert folk in Mary en kalme jazz in Let's Stay In, compleet met trompetsolo.
Een aangenaam, rustig plaatje dat afwijkt van hetgeen Heart doet. Dit zijn dan ook de Lovemongers. Bovendien één van de betere kerstalbums met innemend eigen werk, kerstclichés vermijdend.
De zussen Wilson legden hierna weer de nadruk op Heart. In 2004 verscheen Jupiters Darling.
Lovemongers - Whirlygig (1997)

4,0
0
geplaatst: 3 juli 2025, 18:39 uur
Vanaf Dog & Butterfly (1978) is Sue Ennis een vaste leverancier voor Heart, door menig liedje te schrijven. En wanneer je met je groep toe bent aan een rustpauze, maar wél zin hebt om verplichtingenvrij muziek te maken, groeit daar spoedig het plan om zijproject The Lovemongers iets serieuzer aan te pakken. Dit echter zonder grootse plannen: lekker ontspannen een album opnemen en wat knusse concertjes erbij.
Blijkens dit interview begon de groep toen de gezusters Ann en Nancy Wilson in januari 1991 werden gevraagd voor een akoestisch optreden. Ennis doet mee, net als gitarist Frank Cox, wiens vrouw als makelaar in de kennissenkring van de familie Wilson was beland.
Al in 1993 is daar een eerste geluidsdrager van The Lovemongers met vier livecovers op Battle of Evermore. Vanaf 1995 belandt Heart in de koelkast, uitgezonderd incidentele optredens, waarbij Cox de nieuwe gitarist is. Maar Nancy wil meer tijd voor haar gezin en dus worden (The) Lovemongers ineens wat belangrijker. In '97 is daar Whirlygig.
Natuurlijk gaat de fan vergelijken met Heart, maar men zij gewaarschuwd: dit is een hobbygroep die eens zónder de verwachtingen en verplichtingen van het moederschip vliegt. Whirlygig klinkt verrassend ontspannen en regelmatig proef ik de spontaniteit en relatieve eenvoud van de eerste albums van Heart. Oeps, trap ik meteen in de val door tóch te vergelijken...
Muzikaal klinken invloeden door van namen die Cox in het interview noemt: onder meer Joni Mitchell, Patti Smith en Dead Can Dance. Veel nummers hebben een akoestisch gevoel en een gelukzalige loomheid. Zoals opener City on a Hill, Miracle Girl bevat een vleugje countryrock en het stemmige Two Black Lambs fraaie koortjes en orgel.
In het middendeel worden zijpaadjes verkend middels buitenbeentjes. Eerst het (te?) vrolijke No School Today en The Vegas Gene, dat na een bluesstart een drumcomputertje krijgt met daarbij cafégeluiden; hier is het Cox die zingt. Meer blues in Kiss, waar Ann weer bij de microfoon staat.
Dan keren de akoestische gitaren terug om niet meer te vertrekken. Eerst het kroonjuweel van dit album, te weten Runaway. Daarin ook dwarsfluit, harp en klavecimbel. Een juweeltje. Elysian is uptempo, op het trage Heavy Sedation zingt Cox weer en Sand is een fraaie ballade tot besluit. En dat zegt iemand die niet zo van ballades is.
Tot vandaag had dit album één stem en nul berichten. Snap ik niet. Whirlygig staat op streaming: oordeel zelf of ik gelijk heb, als ik beweer dat dit een klein pareltje is. Ingetogener dan Heart, wat meer akoestisch en popgericht en vooral heerlijk ontspannen.
Blijkens dit interview begon de groep toen de gezusters Ann en Nancy Wilson in januari 1991 werden gevraagd voor een akoestisch optreden. Ennis doet mee, net als gitarist Frank Cox, wiens vrouw als makelaar in de kennissenkring van de familie Wilson was beland.
Al in 1993 is daar een eerste geluidsdrager van The Lovemongers met vier livecovers op Battle of Evermore. Vanaf 1995 belandt Heart in de koelkast, uitgezonderd incidentele optredens, waarbij Cox de nieuwe gitarist is. Maar Nancy wil meer tijd voor haar gezin en dus worden (The) Lovemongers ineens wat belangrijker. In '97 is daar Whirlygig.
Natuurlijk gaat de fan vergelijken met Heart, maar men zij gewaarschuwd: dit is een hobbygroep die eens zónder de verwachtingen en verplichtingen van het moederschip vliegt. Whirlygig klinkt verrassend ontspannen en regelmatig proef ik de spontaniteit en relatieve eenvoud van de eerste albums van Heart. Oeps, trap ik meteen in de val door tóch te vergelijken...
Muzikaal klinken invloeden door van namen die Cox in het interview noemt: onder meer Joni Mitchell, Patti Smith en Dead Can Dance. Veel nummers hebben een akoestisch gevoel en een gelukzalige loomheid. Zoals opener City on a Hill, Miracle Girl bevat een vleugje countryrock en het stemmige Two Black Lambs fraaie koortjes en orgel.
In het middendeel worden zijpaadjes verkend middels buitenbeentjes. Eerst het (te?) vrolijke No School Today en The Vegas Gene, dat na een bluesstart een drumcomputertje krijgt met daarbij cafégeluiden; hier is het Cox die zingt. Meer blues in Kiss, waar Ann weer bij de microfoon staat.
Dan keren de akoestische gitaren terug om niet meer te vertrekken. Eerst het kroonjuweel van dit album, te weten Runaway. Daarin ook dwarsfluit, harp en klavecimbel. Een juweeltje. Elysian is uptempo, op het trage Heavy Sedation zingt Cox weer en Sand is een fraaie ballade tot besluit. En dat zegt iemand die niet zo van ballades is.
Tot vandaag had dit album één stem en nul berichten. Snap ik niet. Whirlygig staat op streaming: oordeel zelf of ik gelijk heb, als ik beweer dat dit een klein pareltje is. Ingetogener dan Heart, wat meer akoestisch en popgericht en vooral heerlijk ontspannen.
Lynyrd Skynyrd - (Pronounced 'Lĕh-'nérd 'Skin-'nérd) (1973)

4,0
3
geplaatst: 6 maart 2023, 23:29 uur
Vandaag kwam het bericht dat Lynyrd Skynyrds laatste originele bandlid, gitarist Gary Rossington is overleden. Onmiddelijk denk ik terug aan dit debuut, waarvan ik als jonge puber de titel niet begreep en de muziek me te kalm was. Indertijd (rond 1982) de plaat uit de bieb geleend en zonder één nummer op cassette te zetten weer ingeleverd. Was er nog niet rijp voor.
Inmiddels is het juist genieten van deze blauwdruk van southern rock. Troeven zijn de uitgesponnen melodieën van de gitaristen en de stem van Ronnie Van Zant. Naast de hits van het album bevallen de opener I Ain't the One, het slepende Tuesday's Gone en het drums- en basloze Mississippi Kid mij het best. Dit op dezelfde wijze waarop het enthousiasme in het spel van Rory Gallagher mij zo kan pakken.
Ook de hoes vind ik erg mooi: de kleding van de heren, het verkeer dat door de straat raast... Main Street in Jonesboro, Georgia vertelt Wikipedia. Hier de virtuele vakantieroute door die stad. Dan moet ik meteen aan Mainstreet van Bob Seger denken, waar ook dit soort lome, warme rock klinkt.
Maar niet zo southern als Lynyrd Skynyrd doet. Hier nog een bende jonge honden, die bovendien de kunst verstond om blues in rock om te zetten en lange nummers prachtig op te bouwen. Check bijvoorbeeld eens in Simple Man hoe goed de ritmesectie de boel neerzet en doe hetzelfde in Free Bird: je zult nieuwe details horen in nummers die je inmiddels goed kent...
Inmiddels is het juist genieten van deze blauwdruk van southern rock. Troeven zijn de uitgesponnen melodieën van de gitaristen en de stem van Ronnie Van Zant. Naast de hits van het album bevallen de opener I Ain't the One, het slepende Tuesday's Gone en het drums- en basloze Mississippi Kid mij het best. Dit op dezelfde wijze waarop het enthousiasme in het spel van Rory Gallagher mij zo kan pakken.
Ook de hoes vind ik erg mooi: de kleding van de heren, het verkeer dat door de straat raast... Main Street in Jonesboro, Georgia vertelt Wikipedia. Hier de virtuele vakantieroute door die stad. Dan moet ik meteen aan Mainstreet van Bob Seger denken, waar ook dit soort lome, warme rock klinkt.
Maar niet zo southern als Lynyrd Skynyrd doet. Hier nog een bende jonge honden, die bovendien de kunst verstond om blues in rock om te zetten en lange nummers prachtig op te bouwen. Check bijvoorbeeld eens in Simple Man hoe goed de ritmesectie de boel neerzet en doe hetzelfde in Free Bird: je zult nieuwe details horen in nummers die je inmiddels goed kent...
