Hier kun je zien welke berichten RonaldjK als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Kamelot - I Am the Empire (2020)
Alternatieve titel: Live from the 013

4,5
0
geplaatst: 22 januari 2023, 13:53 uur
Alhoewel niet de grootste liefhebber van powermetal was ik aanwezig bij dit concert; een vriend van me is namelijk fan van de band.
Het was op vrijdag 14 september 2018 filerijden naar Tilburg. We waren helaas te laat binnen voor de voorprogramma's Maiden United en mijn favorietje Leaves' Eyes (Vikingen, houd ik van, maar dat raadde u reeds), al heb ik in de hal van 013 nog wel even vriendelijk geknikt naar zangeres Elina Siirala, die waarschijnlijk op weg was naar de bandstand.
Ik wist niet dat er dvd-opnamen zouden worden gemaakt. Tjonge, dit was veel meer dan een regulier concert! En zo voltrok zich in een uitverkocht 013 een supergevarieerde show. Tot onze blijde verrassing werden we getrakteerd op veel gastzangeressen plus gitarist Sascha Paeth. Voor hem heb ik een zwak. Hij is er namelijk voor verantwoordelijk dat ik metal "herontdekte". Dit dankzij het concert van zijn Avantasia in 2013 in Amsterdam, waar ik met diezelfde vriend heenging.
Wij stonden in 013 vlak voor het mengpaneel, halverwege de zaal. Met een biertje genoten we van een spetterend concert. Niks aan de hand, tot op twee derde van de show. Op dat moment draaide iedereen vóór ons zich om en keek in onze richting. 'Huh? Heb ik wat van je aan?' dacht ik nog, maar toen ik hun voorbeeld volgde, stond ik ineens derde rij van voren: zanger Tommy Karevik was tijdens de toetsen- en drumsolo naar de licht- en geluidsmannen vertrokken en torende daar boven ons uit. Erg leuk!
Op weg naar huis spraken we af dat we de live-dvd zouden gaan bekijken met onze concertvrienden. Wij móesten wel in beeld komen met die Karevik zo dichtbij ons. Eindelijk onze minuut van roem...
De registratie I Am the Empire verscheen pas in augustus 2020, het jaar van de covid-lockdowns en de zomer van 'dansen met Jansen'. De afspraak om 'm met z'n vieren te bekijken werd telkens uitgesteld, omdat we voorzichtig waren en niet kwetsbare familieleden wilden besmetten. De box bleef in het folie.
Afgelopen vrijdagavond was het dan eindelijk zover. Na patat en hamburgers heb ik de beamer aangezet, blu-ray in de speler, versterker luid en kijken. In tegenstelling tot mijn maat was ik véél vergeten. Weinig actieve herinneringen vond ik in mijn beperkte brein, waarbij zelfs sterke zwarte koffie en speciaalbieren van de Gooische Brouwerij niet hielpen.
Voordeel is dat ik wederom fris werd verrast door het goede spel en alle gastbijdragen. Het geluid is uitstekend, uiteraard veel beter dan wanneer je in de zaal staat. Sterk gemixt, alles in perfecte (?) balans. Veel camera's registreerden de show, zowel vanuit de zaal als op het podium. Close-ups worden afgewisseld met beelden in vogelvlucht vanuit de nok van de zaal. Voeg daarbij een sterke lichtshow en het is ook qua beeld zwaar genieten. Daarbij wachtten we gespannen op onze verschijning in beeld.
Gelukkig ontbrak "ons blokje" niet, als Karevik middenin de zaal de ballade Here's to the Fall komt zingen. Mijn maatje was inderdaad in beeld, maar ik? Ik heb de speler diverse malen stilgezet, een screenfoto gemaakt van het beeld, alles nog eens bestudeerd... Niks. Hilariteit bij de drie vrienden: 'Ja Ronald, JD is in beeld maar jij... In een zwart gat! Story of your life!'
Maar het gaat om de muziek, nietwaar? Dankzij de grunts van Alissa White-Gluz is er een tegenwicht voor de melodieuze muziek van Kamelot, die me soms te gepolijst is. Maar het kinderkoortje kon ik zeker waarderen, vertederend mooi zelfs.
Vrijdag was een gezellige avond met een sterk concert, zelfs voor iemand die powermetal soms te gladjes vindt. De band speelt namelijk gevarieerd, er zijn tempowisselingen in de nummers en de heren zijn meesters op hun instrumenten.
In de aftiteling zag ik dat Joris Nijenhuis verantwoordelijk was voor het licht op de dvd of iets dergelijks; dat is vast dezelfde als de drummer van Leaves' Eyes. Leuk om te weten.
De box (blu-ray, dvd en 2 cd's) is met mijn maat mee, te zijner tijd komt die terug en dan ga ik nog eens goed kijken en luisteren en wie weet post ik dan een diepzinniger analyse van dit concert.
Het was op vrijdag 14 september 2018 filerijden naar Tilburg. We waren helaas te laat binnen voor de voorprogramma's Maiden United en mijn favorietje Leaves' Eyes (Vikingen, houd ik van, maar dat raadde u reeds), al heb ik in de hal van 013 nog wel even vriendelijk geknikt naar zangeres Elina Siirala, die waarschijnlijk op weg was naar de bandstand.
Ik wist niet dat er dvd-opnamen zouden worden gemaakt. Tjonge, dit was veel meer dan een regulier concert! En zo voltrok zich in een uitverkocht 013 een supergevarieerde show. Tot onze blijde verrassing werden we getrakteerd op veel gastzangeressen plus gitarist Sascha Paeth. Voor hem heb ik een zwak. Hij is er namelijk voor verantwoordelijk dat ik metal "herontdekte". Dit dankzij het concert van zijn Avantasia in 2013 in Amsterdam, waar ik met diezelfde vriend heenging.
Wij stonden in 013 vlak voor het mengpaneel, halverwege de zaal. Met een biertje genoten we van een spetterend concert. Niks aan de hand, tot op twee derde van de show. Op dat moment draaide iedereen vóór ons zich om en keek in onze richting. 'Huh? Heb ik wat van je aan?' dacht ik nog, maar toen ik hun voorbeeld volgde, stond ik ineens derde rij van voren: zanger Tommy Karevik was tijdens de toetsen- en drumsolo naar de licht- en geluidsmannen vertrokken en torende daar boven ons uit. Erg leuk!
Op weg naar huis spraken we af dat we de live-dvd zouden gaan bekijken met onze concertvrienden. Wij móesten wel in beeld komen met die Karevik zo dichtbij ons. Eindelijk onze minuut van roem...
De registratie I Am the Empire verscheen pas in augustus 2020, het jaar van de covid-lockdowns en de zomer van 'dansen met Jansen'. De afspraak om 'm met z'n vieren te bekijken werd telkens uitgesteld, omdat we voorzichtig waren en niet kwetsbare familieleden wilden besmetten. De box bleef in het folie.
Afgelopen vrijdagavond was het dan eindelijk zover. Na patat en hamburgers heb ik de beamer aangezet, blu-ray in de speler, versterker luid en kijken. In tegenstelling tot mijn maat was ik véél vergeten. Weinig actieve herinneringen vond ik in mijn beperkte brein, waarbij zelfs sterke zwarte koffie en speciaalbieren van de Gooische Brouwerij niet hielpen.
Voordeel is dat ik wederom fris werd verrast door het goede spel en alle gastbijdragen. Het geluid is uitstekend, uiteraard veel beter dan wanneer je in de zaal staat. Sterk gemixt, alles in perfecte (?) balans. Veel camera's registreerden de show, zowel vanuit de zaal als op het podium. Close-ups worden afgewisseld met beelden in vogelvlucht vanuit de nok van de zaal. Voeg daarbij een sterke lichtshow en het is ook qua beeld zwaar genieten. Daarbij wachtten we gespannen op onze verschijning in beeld.
Gelukkig ontbrak "ons blokje" niet, als Karevik middenin de zaal de ballade Here's to the Fall komt zingen. Mijn maatje was inderdaad in beeld, maar ik? Ik heb de speler diverse malen stilgezet, een screenfoto gemaakt van het beeld, alles nog eens bestudeerd... Niks. Hilariteit bij de drie vrienden: 'Ja Ronald, JD is in beeld maar jij... In een zwart gat! Story of your life!'
Maar het gaat om de muziek, nietwaar? Dankzij de grunts van Alissa White-Gluz is er een tegenwicht voor de melodieuze muziek van Kamelot, die me soms te gepolijst is. Maar het kinderkoortje kon ik zeker waarderen, vertederend mooi zelfs.
Vrijdag was een gezellige avond met een sterk concert, zelfs voor iemand die powermetal soms te gladjes vindt. De band speelt namelijk gevarieerd, er zijn tempowisselingen in de nummers en de heren zijn meesters op hun instrumenten.
In de aftiteling zag ik dat Joris Nijenhuis verantwoordelijk was voor het licht op de dvd of iets dergelijks; dat is vast dezelfde als de drummer van Leaves' Eyes. Leuk om te weten.
De box (blu-ray, dvd en 2 cd's) is met mijn maat mee, te zijner tijd komt die terug en dan ga ik nog eens goed kijken en luisteren en wie weet post ik dan een diepzinniger analyse van dit concert.
Kansas - Always Never the Same (1998)

4,5
0
geplaatst: 17 september 2023, 11:32 uur
Kwam in 1998 tot mijn verrassing deze pasverschenen cd tegen in de bakken van een platenwinkel, maar zat toen te krap bij kas en zag 'm in de jaren erna nooit meer ergens staan. Uiteindelijk online gekocht. Geproduceerd door Trammell Starks met drummer Phil Ehart en gitarist Rich Williams, gemixt door oudgediende Jeff Glixman.
Kansas werkte twee jaar aan Always Never the Same, met daarop de bebaarde man van vorige hoezen op de voorzijde. "Cover model: Dennis Burch", aldus de kleine lettertjes.
Vertrokken zijn toetsenist Greg Robert en violist/gitarist David Ragsdale, op voorganger Freaks of Nature nog van de partij. Van Ragsdale verscheen in 1997 een soloalbum. Terug is violist/zanger Robby Steinhardt.
Waar ik me zo op had verheugd viel aanvankelijk wat tegen, terwijl er goed wordt gemusiceerd. Hoe kwam dat toch? Het bleek 'm in de trackvolgorde te zitten. Wie begint er nu met een cover, gevolgd door de Grote Hitballade en komt dan pas met de ouverture (hier Preamble geheten)?
Kortom, begin de cd met track 3, zet track 1 en 2 als twee- en één-na-laatste en laat slotnummer Nobody's Home zoals nu het album afsluiten.
Verder niks te mopperen: de symfonische composities van Kerry Livgren lijken gemaakt voor de orkestrale invullingen door het London Symphony Orchestra, die de oorspronkelijke uitvoeringen verrijken. Larry Baird arrangeerde en dirigeerde, met de overgang van Preamble naar Song for America als sterk voorbeeld.
Drie nieuwe composities, allen geschreven door zanger/toetsenist Steve Walsh, waarvan ik het midtempo In Your Eyes en het knallende The Sky Is Falling sterk vind en Need to Know aardig.
Opgenomen in de Abbey Road Studio's zal het bijzonder zijn geweest om Eleonar Rigby van Lennon/McCartney 32 jaar later in diezelfde studio op te nemen.
Opvallend in de liner notes is dat Robby Steinhardt niet verhult dat hij moeilijke jaren achter de rug had, als hij expliciet zowel Rick Moon als de manager uit de periode Steinhardt-Moon (1990-1996) bedankt: "You guys brought me back to life, I owe you everything".
In 2019 verscheen op vinyl The Symphonic Adventure. Het is een samenvatting van Always Never the Same met daarvan negen nummers, gestoken in fraaie hoes en op bijzonder gekleurde langspeelplaat.
Maar toch het liefst het complete album!
Kansas werkte twee jaar aan Always Never the Same, met daarop de bebaarde man van vorige hoezen op de voorzijde. "Cover model: Dennis Burch", aldus de kleine lettertjes.
Vertrokken zijn toetsenist Greg Robert en violist/gitarist David Ragsdale, op voorganger Freaks of Nature nog van de partij. Van Ragsdale verscheen in 1997 een soloalbum. Terug is violist/zanger Robby Steinhardt.
Waar ik me zo op had verheugd viel aanvankelijk wat tegen, terwijl er goed wordt gemusiceerd. Hoe kwam dat toch? Het bleek 'm in de trackvolgorde te zitten. Wie begint er nu met een cover, gevolgd door de Grote Hitballade en komt dan pas met de ouverture (hier Preamble geheten)?
Kortom, begin de cd met track 3, zet track 1 en 2 als twee- en één-na-laatste en laat slotnummer Nobody's Home zoals nu het album afsluiten.
Verder niks te mopperen: de symfonische composities van Kerry Livgren lijken gemaakt voor de orkestrale invullingen door het London Symphony Orchestra, die de oorspronkelijke uitvoeringen verrijken. Larry Baird arrangeerde en dirigeerde, met de overgang van Preamble naar Song for America als sterk voorbeeld.
Drie nieuwe composities, allen geschreven door zanger/toetsenist Steve Walsh, waarvan ik het midtempo In Your Eyes en het knallende The Sky Is Falling sterk vind en Need to Know aardig.
Opgenomen in de Abbey Road Studio's zal het bijzonder zijn geweest om Eleonar Rigby van Lennon/McCartney 32 jaar later in diezelfde studio op te nemen.
Opvallend in de liner notes is dat Robby Steinhardt niet verhult dat hij moeilijke jaren achter de rug had, als hij expliciet zowel Rick Moon als de manager uit de periode Steinhardt-Moon (1990-1996) bedankt: "You guys brought me back to life, I owe you everything".
In 2019 verscheen op vinyl The Symphonic Adventure. Het is een samenvatting van Always Never the Same met daarvan negen nummers, gestoken in fraaie hoes en op bijzonder gekleurde langspeelplaat.
Maar toch het liefst het complete album!
Kansas - Audio-Visions (1980)

4,5
2
geplaatst: 22 december 2022, 23:17 uur
Vreemd toch. Rond 1980 hadden makers van progressieve/symfonische rock geen keus dan hun muziek te vereenvoudigen en hun nummers korter te laten duren. Was het de invloed van new wave? Van dalende verkoopcijfers? Van veranderende smaak? Van muziekformules die uitgeput raakten? Van muziekmanagers die dit opmerkten en vervolgens eenvoudiger muziek wensten te horen? Van de musici zelf die een nieuwe koers ambieerden, nadat ze hun kunstje te vaak hadden herhaald?
Audio-Visions is anders dan ik ‘m tussen mijn oren had zitten en ik hierboven lees. Nadat ik een tijdje veel adult oriented rock had gehoord, heb ik de voorbije drie weken dit album (op cd) vaak gedraaid. Dan valt op dat Kansas’ eerste album uit de jaren tachtig geen aor-plaat is en al helemaal niet van mindere kwaliteit.
De critici hebben desondanks een punt: geen lange composities en meer recht-door-zee. Wat gebeurde hier?
Het was de tweede Kansasplaat die ik begin jaren ’80 hoorde, na via Point of Know Return te zijn ingewijd in deze unieke muziek. Maar deze puber hoorde nog liever Saxon, Black Sabbath, Iron Maiden, Tygers of Pan Tang en het steeds hardere Thin Lizzy: muziek met gitaarmuren, het liefst op hoge snelheid met dubbele basdrums.
Toch zette ik drie nummers van Audio-Visions op cassette: Relentless van gitarist Kerry Livgren, plus twee nummers van zanger/toetsenist Steve Walsh: Got to Rock On en Loner lagen dicht genoeg bij mijn voorkeur voor Britse heavy metal. Loner is tot op de dag van vandaag met zijn stuwende dubbele basdrum het meest "metalen" lied dat de groep opnam. Twee jaar later zou ik ballade Hold On herontdekken via deze verzamelaar.
Wat viel me de voorbije weken op? Vooral dat het drumspel van Phil Ehart veel te complex en onrustig is voor aor. Wat dat betreft is hij wellicht zelfs een grondlegger voor het werk van progressieve (metal)drummers als Mike Portnoy. Rock en jazz worden door Ehart ingenieus verweven tot complexe patronen, veelal op hoge tempo’s met veel, héél veel noten. Enthousiast en briljant timmert hij om zich heen in de progressieve nummers Curtain of Iron (van Livgren), Don’t Open Your Eyes (geschreven door de band minus Steinhardt) en No One Together (Livgren).
Dan zijn er twee nummers die weliswaar rustiger zijn, maar waarin ingewikkelder passages zitten: Relentless en No Room for a Stranger, de laatste met een titel en intro als uit een detectiveserie, geschreven door gitarist Rich Williams met Walsh.
Als puber kon ik in tegenstelling tot nu niets met de twee popachtige songs: Anything for You van Walsh, dat in eerste instantie als een lied van pianoman Billy Joel klinkt en afsluiter Back Door, eveneens van Walsh. Een sterke ballade die ik vandaag continu heb lopen neuriën.
De veronderstelling dat de muziek minder complex werd omdat Livgren christen was geworden, is onlogisch. Het zijn immers niet zijn composities die “radiovriendelijk” zijn, maar die van Walsh.
Nee, de reden dat Kansas het eenvoudiger hield, is omdat gecompliceerde (symfo)rock oubollig was geworden. Alle andere grote namen (Genesis, Yes en Jethro Tull bijvoorbeeld) verruilden die stijl voor toegankelijker pop/rock met veelal meer ruimte voor de nieuwste generatie synthesizers. Daarbij zouden nieuwe prognamen als Saga, Marillion en IQ hun muziek compacter houden dan in de jaren ’70 de trend was.
Over de hoes deelt Phil Ehart op goldminemag.com een interessante observatie (even scrollen).
Op streaming vind ik het nooit fysiek verschenen livealbum Beyond the Illusion (The 1980 New York Broadcast), waarop naast ouder werk ook zeven nummers van Audio-Visions en solowerk van zowel Livgren als Walsh klinken: Mask of the Great Deceiver, waar Walsh de oorspronkelijke zangpartij van Ronnie James Dio overneemt en You Think You’ve Got It Made. Heerlijk concert!
Walsh verliet de groep in oktober 1981 vanwege Livgrens teksten voor het volgende album. Zijn nieuwe band Streets zou onvervalste aor spelen, waarbij “aardse” teksten klonken. Hapklare muziek, maar van niveau. De oorspronkelijke bezetting van Kansas zou nog één keer bij elkaar komen: in 2000 op Somewhere to Elsewhere.
Audio-Visions verdient mijns inziens herwaardering, ook bij de band zelf. In hun docu Miracles Out of Nowhere (2015) wordt het net als voorganger Monolith zelfs niet genoemd.
De plaat is wellicht verwarrend: van rechttoe rock via meezingbare pianonummers naar complexe progrock. Het label aor komt dan weliswaar het dichtst bij, maar is misleidend: zowel variatie als complexiteit zijn hier (nog) te groot. De nummers mogen gemiddeld korter zijn, ze getuigen van veel creativiteit. En je hebt zo meer composities op één album: heerlijk!
Het enige wat ik vandaag betreur, is de kleinere rol voor de viool van Robbie Steinhardt. Die had ik vaker willen horen, al zijn de dwarsfluit (?) in Anything for You en de digitale doedelzak in Back Door wel leuk als variatie!
Audio-Visions is anders dan ik ‘m tussen mijn oren had zitten en ik hierboven lees. Nadat ik een tijdje veel adult oriented rock had gehoord, heb ik de voorbije drie weken dit album (op cd) vaak gedraaid. Dan valt op dat Kansas’ eerste album uit de jaren tachtig geen aor-plaat is en al helemaal niet van mindere kwaliteit.
De critici hebben desondanks een punt: geen lange composities en meer recht-door-zee. Wat gebeurde hier?
Het was de tweede Kansasplaat die ik begin jaren ’80 hoorde, na via Point of Know Return te zijn ingewijd in deze unieke muziek. Maar deze puber hoorde nog liever Saxon, Black Sabbath, Iron Maiden, Tygers of Pan Tang en het steeds hardere Thin Lizzy: muziek met gitaarmuren, het liefst op hoge snelheid met dubbele basdrums.
Toch zette ik drie nummers van Audio-Visions op cassette: Relentless van gitarist Kerry Livgren, plus twee nummers van zanger/toetsenist Steve Walsh: Got to Rock On en Loner lagen dicht genoeg bij mijn voorkeur voor Britse heavy metal. Loner is tot op de dag van vandaag met zijn stuwende dubbele basdrum het meest "metalen" lied dat de groep opnam. Twee jaar later zou ik ballade Hold On herontdekken via deze verzamelaar.
Wat viel me de voorbije weken op? Vooral dat het drumspel van Phil Ehart veel te complex en onrustig is voor aor. Wat dat betreft is hij wellicht zelfs een grondlegger voor het werk van progressieve (metal)drummers als Mike Portnoy. Rock en jazz worden door Ehart ingenieus verweven tot complexe patronen, veelal op hoge tempo’s met veel, héél veel noten. Enthousiast en briljant timmert hij om zich heen in de progressieve nummers Curtain of Iron (van Livgren), Don’t Open Your Eyes (geschreven door de band minus Steinhardt) en No One Together (Livgren).
Dan zijn er twee nummers die weliswaar rustiger zijn, maar waarin ingewikkelder passages zitten: Relentless en No Room for a Stranger, de laatste met een titel en intro als uit een detectiveserie, geschreven door gitarist Rich Williams met Walsh.
Als puber kon ik in tegenstelling tot nu niets met de twee popachtige songs: Anything for You van Walsh, dat in eerste instantie als een lied van pianoman Billy Joel klinkt en afsluiter Back Door, eveneens van Walsh. Een sterke ballade die ik vandaag continu heb lopen neuriën.
De veronderstelling dat de muziek minder complex werd omdat Livgren christen was geworden, is onlogisch. Het zijn immers niet zijn composities die “radiovriendelijk” zijn, maar die van Walsh.
Nee, de reden dat Kansas het eenvoudiger hield, is omdat gecompliceerde (symfo)rock oubollig was geworden. Alle andere grote namen (Genesis, Yes en Jethro Tull bijvoorbeeld) verruilden die stijl voor toegankelijker pop/rock met veelal meer ruimte voor de nieuwste generatie synthesizers. Daarbij zouden nieuwe prognamen als Saga, Marillion en IQ hun muziek compacter houden dan in de jaren ’70 de trend was.
Over de hoes deelt Phil Ehart op goldminemag.com een interessante observatie (even scrollen).
Op streaming vind ik het nooit fysiek verschenen livealbum Beyond the Illusion (The 1980 New York Broadcast), waarop naast ouder werk ook zeven nummers van Audio-Visions en solowerk van zowel Livgren als Walsh klinken: Mask of the Great Deceiver, waar Walsh de oorspronkelijke zangpartij van Ronnie James Dio overneemt en You Think You’ve Got It Made. Heerlijk concert!
Walsh verliet de groep in oktober 1981 vanwege Livgrens teksten voor het volgende album. Zijn nieuwe band Streets zou onvervalste aor spelen, waarbij “aardse” teksten klonken. Hapklare muziek, maar van niveau. De oorspronkelijke bezetting van Kansas zou nog één keer bij elkaar komen: in 2000 op Somewhere to Elsewhere.
Audio-Visions verdient mijns inziens herwaardering, ook bij de band zelf. In hun docu Miracles Out of Nowhere (2015) wordt het net als voorganger Monolith zelfs niet genoemd.
De plaat is wellicht verwarrend: van rechttoe rock via meezingbare pianonummers naar complexe progrock. Het label aor komt dan weliswaar het dichtst bij, maar is misleidend: zowel variatie als complexiteit zijn hier (nog) te groot. De nummers mogen gemiddeld korter zijn, ze getuigen van veel creativiteit. En je hebt zo meer composities op één album: heerlijk!
Het enige wat ik vandaag betreur, is de kleinere rol voor de viool van Robbie Steinhardt. Die had ik vaker willen horen, al zijn de dwarsfluit (?) in Anything for You en de digitale doedelzak in Back Door wel leuk als variatie!
Kansas - Definitive Collection (1997)
Alternatieve titel: Best of the Best

4,0
0
geplaatst: 10 september 2023, 00:45 uur
In 1994 verscheen 2cd-verzamelaar The Kansas Boxed Set, het jaar erop gevolgd door Freaks of Nature, Kansas' eerste studioalbum in zeven jaar. In 1997 was daar alweer de volgende verzamelaar, nu eentje die wél oog/oor had voor de albums met zanger John Elefante en later gitarist Steve Morse (de jaren '82 - '88). Definitive Collection verscheen op één cd en nooit op vinyl.
Bovendien verscheen een kleine oplage als 2cd, met op de tweede schijf Wheels, de demoversie van Can I Tell You en de liveversie van Incomudro (gedrieën op de eerstgenoemde verzamelaar geïntroduceerd), Perfect Lover (geïntroduceerd op verzamelaar The Best of uit 1984) en de singleversie van Portrait (He Knew).
Vanaf het najaar van 1991 had grunge alle oudere rockbands naar de marges gedrongen, zoals de cd het vinyl wegblies. Verzamel-cd's als deze bewerkten dat de muziek werd (her)ontdekt, mede omdat liefhebbers met inmiddels hun elpees op zolder de muziek opnieuw aanschaften.
Geleidelijk werden de oudjes met de term "classic rock" aangeduid en gaven magazines hen meer aandacht in positieve zin, in plaats van ze als passé aan te duiden. Het leidde er tevens toe dat een groep als Kansas weer de mogelijkheid kreeg om de studio in te gaan.
En toen was daar in 1998 een nieuwe Kansas, althans gedeeltelijk nieuw: Always Never the Same.
Bovendien verscheen een kleine oplage als 2cd, met op de tweede schijf Wheels, de demoversie van Can I Tell You en de liveversie van Incomudro (gedrieën op de eerstgenoemde verzamelaar geïntroduceerd), Perfect Lover (geïntroduceerd op verzamelaar The Best of uit 1984) en de singleversie van Portrait (He Knew).
Vanaf het najaar van 1991 had grunge alle oudere rockbands naar de marges gedrongen, zoals de cd het vinyl wegblies. Verzamel-cd's als deze bewerkten dat de muziek werd (her)ontdekt, mede omdat liefhebbers met inmiddels hun elpees op zolder de muziek opnieuw aanschaften.
Geleidelijk werden de oudjes met de term "classic rock" aangeduid en gaven magazines hen meer aandacht in positieve zin, in plaats van ze als passé aan te duiden. Het leidde er tevens toe dat een groep als Kansas weer de mogelijkheid kreeg om de studio in te gaan.
En toen was daar in 1998 een nieuwe Kansas, althans gedeeltelijk nieuw: Always Never the Same.
Kansas - Device, Voice, Drum (2004)

4,0
0
geplaatst: 22 oktober 2023, 19:46 uur
Indertijd bij een vriend op dvd gezien en was onder de indruk. Die schijf ga ik kopen als ik 'm tegenkom in een fysieke winkel, nu houd ik het bij mijn cd. In het boekje staat als track 7 van cd2 Distant Vision als "Enhanced CD Bonus Track" vermeld, maar kennelijk heb ik de "gewone" cd en helaas mis ik dat nummer.
Opgenomen in de bezetting Steve Walsh - leadzang en toetsen, Robbie Steinhardt - viool en leadzang, Rich Williams - gitaren, Billy Greer - bas en zang, Phil Ehart - drums, met als gastmusici een koor en een strijkkwartet. De nadruk ligt op het jaren '70-werk. Stuk voor stuk hele goede nummers, maar liever had ik meer recent werk gehoord. Hoogtepunten zijn voor mij dan ook de "jonkies" Icarus II, The Preacher, Fight Fire with Fire met als extra op de oorspronkelijke versie een vioolpartij en gewijzigde toetsenpartij en Play the Game Tonight, waarin het publiek een verrassende en prominente rol neemt.
Nou lijkt het wellicht alsof ik het oudere werk niet goed vind, maar schijn bedriegt. Stuk voor stuk klassiekers. Journey from Mariabronn of Cheyenne Anthem bijvoorbeeld zijn van bijna bovennatuurlijke kwaliteit en Howlin' at the Moon, het enige deel uit Magnum Opus (van Leftoverture uit '76) is heerlijk.
De kritiek op de stem van zanger Steve Walsh snap ik niet; in dezelfde periode zong hij zelfs de sterren van de hemel op het debuut van Khymera. Zijn stem is weliswaar iets lager geworden en kreeg een rauw randje, maar de hoge noten haalt hij nog even krachtig en zuiver als dertig jaar eerder en dat randje voegt alleen maar emotie toe.
Ook hier is hij voor mij een top 3-zanger, die met het ouder worden het hoge niveau hield. En dat voor een vocalist van inmiddels 51 jaar; het album werd namelijk opgenomen op zijn verjaardag, 15 juni 2002.
Tot 2016 zou er geen studioalbum van de groep verschijnen. Ondertussen was ex-lid Kerry Livgren druk doende met het debuut van Proto-Kaw, Billy Greer met de tweede Seventh Key en Steve Walsh had zijn derde soloalbum in de steigers staan. Kansas' volgende album was wederom live en zelfs met een orkest: There's Know Place Like Home.
Opgenomen in de bezetting Steve Walsh - leadzang en toetsen, Robbie Steinhardt - viool en leadzang, Rich Williams - gitaren, Billy Greer - bas en zang, Phil Ehart - drums, met als gastmusici een koor en een strijkkwartet. De nadruk ligt op het jaren '70-werk. Stuk voor stuk hele goede nummers, maar liever had ik meer recent werk gehoord. Hoogtepunten zijn voor mij dan ook de "jonkies" Icarus II, The Preacher, Fight Fire with Fire met als extra op de oorspronkelijke versie een vioolpartij en gewijzigde toetsenpartij en Play the Game Tonight, waarin het publiek een verrassende en prominente rol neemt.
Nou lijkt het wellicht alsof ik het oudere werk niet goed vind, maar schijn bedriegt. Stuk voor stuk klassiekers. Journey from Mariabronn of Cheyenne Anthem bijvoorbeeld zijn van bijna bovennatuurlijke kwaliteit en Howlin' at the Moon, het enige deel uit Magnum Opus (van Leftoverture uit '76) is heerlijk.
De kritiek op de stem van zanger Steve Walsh snap ik niet; in dezelfde periode zong hij zelfs de sterren van de hemel op het debuut van Khymera. Zijn stem is weliswaar iets lager geworden en kreeg een rauw randje, maar de hoge noten haalt hij nog even krachtig en zuiver als dertig jaar eerder en dat randje voegt alleen maar emotie toe.
Ook hier is hij voor mij een top 3-zanger, die met het ouder worden het hoge niveau hield. En dat voor een vocalist van inmiddels 51 jaar; het album werd namelijk opgenomen op zijn verjaardag, 15 juni 2002.
Tot 2016 zou er geen studioalbum van de groep verschijnen. Ondertussen was ex-lid Kerry Livgren druk doende met het debuut van Proto-Kaw, Billy Greer met de tweede Seventh Key en Steve Walsh had zijn derde soloalbum in de steigers staan. Kansas' volgende album was wederom live en zelfs met een orkest: There's Know Place Like Home.
Kansas - Drastic Measures (1983)

4,5
3
geplaatst: 15 januari 2023, 13:37 uur
Er ging het nodige mis bij deze Kansas, hun laatste voordat de band uiteen viel; en toch vind ik dit een sterk album. Het was de tweede met zanger John Elefante, nadat Steve Walsh de groep eind 1981 had verlaten.
Drastic Measures landde na verschijning in juli 1983 in de bak van mijn dorpsfonotheek, in een periode dat ik als een spons alle nieuwe muziek opzoog. De titel en de tot een vijfkoppige groep uitgedunde band (op de hoes is een klassiek blaascombo te zien) maakten duidelijk dat er veel was gebeurd. Ik kreeg het idee dat violist / zanger Robby Steinhardt de band was uitgezet. Waren de raketten aan de voeten van de musici een verwijzing naar een bandoorlog? Dat bleek niet zo te zijn, maar Kansas zonder viool? Niet slim.
Er valt meer op qua vernieuwing: Het was 1983 en computertechnologie leek nieuw en spannend, wat aan de lettering is te zien. Ik zag dat eerder bij newwavegroepen. Niet alleen de hoesfoto was niet in de stijl van Kansas, qua huisstijl ging er meer mis, zoals het ontbrekende bandlogo. Creative director van de band, drummer Phil Ehart hierover op goldminemag.com: “Let’s shoot ourselves in foot and not use our very identifiable logo. Let’s just not use it.” You could say that everyone was out of gas by then.” De band bewoog mee met de tijdgeest, maar verloor voor menig fan herkenning. Alhoewel de concerten goed bezocht bleven, zakten de verkoopcijfers in.
Net als de voorganger is het album heerlijk vol geproduceerd. De vorige keer nog met de Britse producer Ken Scott, nu met diens landgenoot Neil Kernon, die eveneens naar Amerika was geëmigreerd en de jaren ervoor onder meer met Hall & Oates en Jon Anderson had gewerkt. De gitaren klinken vet als goede friet en tegelijkertijd is het geluid transparant.
Kerry Livgren maakt nog deel uit van de groep, maar schreef slechts drie nummers. Wie wil weten hoe hij zich voelde binnen de band, moet de titels van die drie eens bekijken. Alsof je een interview leest over hun nieuwe muzikale koers (Mainstream), zijn plek in de groep (End of the Age) en het groene gras aan de overkant (Incident on a Bridge). In werkelijkheid beschrijven de teksten ervan een groter plaatje, maar toch...
De overige nummers werden door zanger John Elefante geschreven met diens broer Dino. We horen mainstream aor van hoog niveau. Naast de muziek van Livgren hoor ik verrassenderwijs opnieuw een verzameling sterke liedjes.
Hun beste nummers: het machtige Fight Fire with Fire dat mij indertijd omver blies en in de nazomer in de Billboard Hot 100 #58 haalde, het gevoeliger Everybody’s my’s Friend over de prijs van roem, het slepende Going through the Motions en het prachtige Don’t Take Your Love Away.
Het is een beetje als toen Ronnie James Dio toetrad tot Black Sabbath; iemand op MusicMeter vroeg zich daarbij af waarom die band zich vanaf 1980 niet Heaven & Hell noemde, zó anders en tegelijkertijd kwaliteitsvol klonken ze in 1980 en '81; net als Kansas 2.0 op de twee met Elefante, bij de Amerikanen nog meer verschillend dan bij de Sabs het geval was. Helaas in 1983 dus zonder hun kenmerkende viool; de marimba in Mainstream kan die niet doen vergeten.
Er was vervolgens voor fans veel om bij te houden. De band zou op afscheidscompilatie The Best of Kansas (1984) met een nieuw nummer komen. Vervolgens ging Kansas (met daarin naast Ehart slechts gitarist Rich Williams) in winterslaap, om in 1986 terug te keren.
Drie maanden na Drastic Measures debuteerde voormalig Kansaszanger Steve Walsh met de groep Streets. Livgren begon de groep AD en nam bassist Dave Hope mee.
John Elefante kwam ik eerst tegen onder zijn achternaam op de soundtrack van de destijds populaire film St. Elmo's Fire (1985), vervolgens onder de naam Mastedon op verzamelaars California Metal en Volume II en in 1989 op het debuutalbum It's a Jungle Out There!
Steinhardt was lang "zoek". Pas in 1995 ontwaarde ik zijn naam bij het project Steinhardt-Moon, in '96 solo op een tributealbum met muziek van Jethro Tull.
Drastic Measures wordt dit jaar 40 jaar. Ik zoog het op als een spons, in tegenstelling tot oude fans en recensenten die het konden weten. Of mensen een album goed vinden, hangt immers vaak af van hun verwachtingen.
Degenen die predik(t)en dat alleen Kansas' symforock van de jaren '70 goed was, hadden waarschijnlijk gemopperd als de groep die stijl was blijven spelen. Kwalificaties als 'herhaling van zetten' en 'ouderwets' zouden dan hebben geklonken. Uriah Heep bijvoorbeeld volhardde lang in hun oude stijl en kreeg kritiek op 'alweer dat hammondorgel en die wahwahgitaar', totdat ze in 1982 met een vernieuwd geluid terugkeerden.
De teleurstelling van de progfans van Kansas is heel begrijpelijk, maar ik houd ook van aor en die is hier van hoog niveau, met sterke composities in een heerlijke productie. Derhalve 4,5 ster.
Drastic Measures landde na verschijning in juli 1983 in de bak van mijn dorpsfonotheek, in een periode dat ik als een spons alle nieuwe muziek opzoog. De titel en de tot een vijfkoppige groep uitgedunde band (op de hoes is een klassiek blaascombo te zien) maakten duidelijk dat er veel was gebeurd. Ik kreeg het idee dat violist / zanger Robby Steinhardt de band was uitgezet. Waren de raketten aan de voeten van de musici een verwijzing naar een bandoorlog? Dat bleek niet zo te zijn, maar Kansas zonder viool? Niet slim.
Er valt meer op qua vernieuwing: Het was 1983 en computertechnologie leek nieuw en spannend, wat aan de lettering is te zien. Ik zag dat eerder bij newwavegroepen. Niet alleen de hoesfoto was niet in de stijl van Kansas, qua huisstijl ging er meer mis, zoals het ontbrekende bandlogo. Creative director van de band, drummer Phil Ehart hierover op goldminemag.com: “Let’s shoot ourselves in foot and not use our very identifiable logo. Let’s just not use it.” You could say that everyone was out of gas by then.” De band bewoog mee met de tijdgeest, maar verloor voor menig fan herkenning. Alhoewel de concerten goed bezocht bleven, zakten de verkoopcijfers in.
Net als de voorganger is het album heerlijk vol geproduceerd. De vorige keer nog met de Britse producer Ken Scott, nu met diens landgenoot Neil Kernon, die eveneens naar Amerika was geëmigreerd en de jaren ervoor onder meer met Hall & Oates en Jon Anderson had gewerkt. De gitaren klinken vet als goede friet en tegelijkertijd is het geluid transparant.
Kerry Livgren maakt nog deel uit van de groep, maar schreef slechts drie nummers. Wie wil weten hoe hij zich voelde binnen de band, moet de titels van die drie eens bekijken. Alsof je een interview leest over hun nieuwe muzikale koers (Mainstream), zijn plek in de groep (End of the Age) en het groene gras aan de overkant (Incident on a Bridge). In werkelijkheid beschrijven de teksten ervan een groter plaatje, maar toch...
De overige nummers werden door zanger John Elefante geschreven met diens broer Dino. We horen mainstream aor van hoog niveau. Naast de muziek van Livgren hoor ik verrassenderwijs opnieuw een verzameling sterke liedjes.
Hun beste nummers: het machtige Fight Fire with Fire dat mij indertijd omver blies en in de nazomer in de Billboard Hot 100 #58 haalde, het gevoeliger Everybody’s my’s Friend over de prijs van roem, het slepende Going through the Motions en het prachtige Don’t Take Your Love Away.
Het is een beetje als toen Ronnie James Dio toetrad tot Black Sabbath; iemand op MusicMeter vroeg zich daarbij af waarom die band zich vanaf 1980 niet Heaven & Hell noemde, zó anders en tegelijkertijd kwaliteitsvol klonken ze in 1980 en '81; net als Kansas 2.0 op de twee met Elefante, bij de Amerikanen nog meer verschillend dan bij de Sabs het geval was. Helaas in 1983 dus zonder hun kenmerkende viool; de marimba in Mainstream kan die niet doen vergeten.
Er was vervolgens voor fans veel om bij te houden. De band zou op afscheidscompilatie The Best of Kansas (1984) met een nieuw nummer komen. Vervolgens ging Kansas (met daarin naast Ehart slechts gitarist Rich Williams) in winterslaap, om in 1986 terug te keren.
Drie maanden na Drastic Measures debuteerde voormalig Kansaszanger Steve Walsh met de groep Streets. Livgren begon de groep AD en nam bassist Dave Hope mee.
John Elefante kwam ik eerst tegen onder zijn achternaam op de soundtrack van de destijds populaire film St. Elmo's Fire (1985), vervolgens onder de naam Mastedon op verzamelaars California Metal en Volume II en in 1989 op het debuutalbum It's a Jungle Out There!
Steinhardt was lang "zoek". Pas in 1995 ontwaarde ik zijn naam bij het project Steinhardt-Moon, in '96 solo op een tributealbum met muziek van Jethro Tull.
Drastic Measures wordt dit jaar 40 jaar. Ik zoog het op als een spons, in tegenstelling tot oude fans en recensenten die het konden weten. Of mensen een album goed vinden, hangt immers vaak af van hun verwachtingen.
Degenen die predik(t)en dat alleen Kansas' symforock van de jaren '70 goed was, hadden waarschijnlijk gemopperd als de groep die stijl was blijven spelen. Kwalificaties als 'herhaling van zetten' en 'ouderwets' zouden dan hebben geklonken. Uriah Heep bijvoorbeeld volhardde lang in hun oude stijl en kreeg kritiek op 'alweer dat hammondorgel en die wahwahgitaar', totdat ze in 1982 met een vernieuwd geluid terugkeerden.
De teleurstelling van de progfans van Kansas is heel begrijpelijk, maar ik houd ook van aor en die is hier van hoog niveau, met sterke composities in een heerlijke productie. Derhalve 4,5 ster.
Kansas - Freaks of Nature (1995)

4,5
2
geplaatst: 17 augustus 2023, 08:09 uur
Kansas was eind jaren '80 hun platencontract kwijtgeraakt en niemand die de groep nog wilde tekenen. Als in '91 grunge doorbreekt, behoren ze dubbel tot de categorie "ouwelullen moeten weg", zeker in hun thuisland. Live at the Whisky (1992) slaagt er niet in deze patstelling te veranderen. Winst is echter dat het onafhankelijke label Intersound, dat dat album uitbracht, vertrouwen heeft in de groep.
Amerikaanse media zaten twee jaar later nog niet te wachten op nieuw werk van de groep, Intersound bleef vertrouwen houden in Kansas. Met oudgediende producer Jeff Glixman werd de band naar een compound in Trinidad gestuurd. In die afgesloten studio, aldus drummer Ehart, was er alle focus om het nieuwe materiaal op te nemen. Qua productie gingen groep en producer voor een rauwer geluid, geheel in de tijdgeest met minder prominente toetsen in de mix.
Opvallendste kenmerk is de terugkeer van de viool, nu ook bij nieuw materiaal. Deze klonk voor het laatst in 1982 op een studioplaat en als David Ragsdale na enkele seconden in het intro van I Can Fly zijn kunnen laat horen, is het de fan van vroeger duidelijk dat "Kansas weer klinkt als Kansas". Bovendien klinkt halverwege het nummer een compleet orkest, waarover de beknopte cd-hoes niets meldt. [edit: simpelweg door de groep zelf gedaan met veel toetsen en het dubbelen van instrumenten].
Met de jaren '90-mix is minder opvallend dat de bezetting ook een nieuwe toetsenist bevat: Greg Robert. Geen aor-bombasme met volle toetsenpartijen meer, maar scheurende progrock met bescheiden ruimte voor Roberts klavieren.
Hierboven en elders las ik consequent veel kritiek op de stem van Steve Walsh, die versleten zou zijn, naar verluidt door consumptie van genotstroep. In de openingstrack is het inderdaad even wennen, maar wellicht is die gruizigheid in dat harde, soms pseudo-chaotische nummer wel zo bedoeld. Twee nummers verder bijvoorbeeld, in powerballad Hope Once Again (met tegenstem van de mij onbekende gastzangeres Renée Castle) is het weer als voorheen, inclusief het rauwe randje dat ten tijde van zijn albums met de groep Streets klonk.
De nummers werden geschreven door Walsh (vier maal), Walsh met Ragsdale (drie maal) en éénmaal door Walsh, Ragsdale en Ehart. Hun schrijfstijl is anders dan die van voorheen Livgren, Elefante en Morse, maar Walsh liet zijn voorkeur voor eenvoudiger, aor-materiaal zoals hij in de jaren '80 zoveel schreef, voor wat het was. Hier is het aanzienlijk steviger en ingewikkelder. Progrock zoals het inmiddels werd genoemd. Black Fathom 4 is met de opener het meest knallende voorbeeld hiervan. Maar ook melodieus sterk, neem bijvoorbeeld het instrumentale slot van Peaceful and Warm.
.
Eénmaal hoor je echter de oude stijl helemáál terug: Cold Grey Morning is dan ook door ex-bandlid Kerry Livgren geschreven. In tegenstelling tot wat sommigen denken, hebben alle oud-leden een goede relatie onderhouden met de huidige. De zakelijke touwtjes die hen nog steeds verbinden, staan dit niet in de weg, zo blijkt uit interviews door de decennia heen, die ik de voorbije maanden tegenkwam. Zoals met Phil Ehart in 2002 en ook deze uit 2022.
Het album haalde net als Whisky niet de Billboard (album) 200, maar had toch positief effect. De boekings- en platenbazen gingen beseffen dat er meer groepen waren die grote aantallen fans hadden gehad in de jaren '70 en '80, maar waren uitgesloten van mainstream. In het geval van Kansas betekende dit dat er tournees gingen ontstaan met andere "vergeten" namen, zoals Foreigner.
Terugblikkend vraag ik me af waarom een nieuwe stroming als grunge zo absoluut werd omarmd, dat kwaliteitsrock van daarvoor compleet werd genegeerd. Deze groepen en genres kunnen immers prima naast elkaar bestaan. Alsof de oude fans plotseling waren gestopt met muziek luisteren en concerten bezoeken. Het laat ook iets zien van de invloed van MTV in die dagen, zeker in de Verenigde Staten.
Tegenwoordig speel ik de drukke opener als laatste af. Met Desperate Times als opener komen zowel album als climaxlied I Can Fly nog beter binnen: sterke voorbeelden van een onderschat album zonder enig matig/minder/zwak nummer.
Amerikaanse media zaten twee jaar later nog niet te wachten op nieuw werk van de groep, Intersound bleef vertrouwen houden in Kansas. Met oudgediende producer Jeff Glixman werd de band naar een compound in Trinidad gestuurd. In die afgesloten studio, aldus drummer Ehart, was er alle focus om het nieuwe materiaal op te nemen. Qua productie gingen groep en producer voor een rauwer geluid, geheel in de tijdgeest met minder prominente toetsen in de mix.
Opvallendste kenmerk is de terugkeer van de viool, nu ook bij nieuw materiaal. Deze klonk voor het laatst in 1982 op een studioplaat en als David Ragsdale na enkele seconden in het intro van I Can Fly zijn kunnen laat horen, is het de fan van vroeger duidelijk dat "Kansas weer klinkt als Kansas". Bovendien klinkt halverwege het nummer een compleet orkest, waarover de beknopte cd-hoes niets meldt. [edit: simpelweg door de groep zelf gedaan met veel toetsen en het dubbelen van instrumenten].
Met de jaren '90-mix is minder opvallend dat de bezetting ook een nieuwe toetsenist bevat: Greg Robert. Geen aor-bombasme met volle toetsenpartijen meer, maar scheurende progrock met bescheiden ruimte voor Roberts klavieren.
Hierboven en elders las ik consequent veel kritiek op de stem van Steve Walsh, die versleten zou zijn, naar verluidt door consumptie van genotstroep. In de openingstrack is het inderdaad even wennen, maar wellicht is die gruizigheid in dat harde, soms pseudo-chaotische nummer wel zo bedoeld. Twee nummers verder bijvoorbeeld, in powerballad Hope Once Again (met tegenstem van de mij onbekende gastzangeres Renée Castle) is het weer als voorheen, inclusief het rauwe randje dat ten tijde van zijn albums met de groep Streets klonk.
De nummers werden geschreven door Walsh (vier maal), Walsh met Ragsdale (drie maal) en éénmaal door Walsh, Ragsdale en Ehart. Hun schrijfstijl is anders dan die van voorheen Livgren, Elefante en Morse, maar Walsh liet zijn voorkeur voor eenvoudiger, aor-materiaal zoals hij in de jaren '80 zoveel schreef, voor wat het was. Hier is het aanzienlijk steviger en ingewikkelder. Progrock zoals het inmiddels werd genoemd. Black Fathom 4 is met de opener het meest knallende voorbeeld hiervan. Maar ook melodieus sterk, neem bijvoorbeeld het instrumentale slot van Peaceful and Warm.
.
Eénmaal hoor je echter de oude stijl helemáál terug: Cold Grey Morning is dan ook door ex-bandlid Kerry Livgren geschreven. In tegenstelling tot wat sommigen denken, hebben alle oud-leden een goede relatie onderhouden met de huidige. De zakelijke touwtjes die hen nog steeds verbinden, staan dit niet in de weg, zo blijkt uit interviews door de decennia heen, die ik de voorbije maanden tegenkwam. Zoals met Phil Ehart in 2002 en ook deze uit 2022.
Het album haalde net als Whisky niet de Billboard (album) 200, maar had toch positief effect. De boekings- en platenbazen gingen beseffen dat er meer groepen waren die grote aantallen fans hadden gehad in de jaren '70 en '80, maar waren uitgesloten van mainstream. In het geval van Kansas betekende dit dat er tournees gingen ontstaan met andere "vergeten" namen, zoals Foreigner.
Terugblikkend vraag ik me af waarom een nieuwe stroming als grunge zo absoluut werd omarmd, dat kwaliteitsrock van daarvoor compleet werd genegeerd. Deze groepen en genres kunnen immers prima naast elkaar bestaan. Alsof de oude fans plotseling waren gestopt met muziek luisteren en concerten bezoeken. Het laat ook iets zien van de invloed van MTV in die dagen, zeker in de Verenigde Staten.
Tegenwoordig speel ik de drukke opener als laatste af. Met Desperate Times als opener komen zowel album als climaxlied I Can Fly nog beter binnen: sterke voorbeelden van een onderschat album zonder enig matig/minder/zwak nummer.
Kansas - In the Spirit of Things (1988)

4,5
0
geplaatst: 2 juli 2023, 11:27 uur
Was Power een succesvol comebackalbum met zelfs een top 20 hit, In the Spirit of Things verkocht veel minder. Een vriend van me kocht 'm indertijd op elpee en opnieuw was ik zwaar onder de indruk: de composities staan bol van de variatie en het rauwe randje in de stem van Steve Walsh is werkelijk een práchtig extraatje in die toch al magnifieke stem.
Vijf jaar geleden kocht ik 'm na lang zoeken op cd, het exemplaar dat in een tweedehandsplatenzaak in Freiburg-im-Bresgau werd gedraaid. In de kamer van mijn vakantiewoning was het weer eens ouderwets door het boekje bladeren.
Uit dit boekje, op vinyl is dit op de binnenhoes te vinden, werd duidelijk dat dit een themaplaat is, met teksten losjes gegroepeerd rond een overstroming in Neosho Falls, Kansas, in 1951. De plaat start om die reden enigszins eigenaardig met een ballade, die in het tweede deel stevig wordt. Het blijkt de ouverture op een heel sterk album te zijn, waarbij mij keer op keer opvalt dat de nummers minder snel zijn dan op Power. In the Spirit of Things is dus wat ingetogener, maar daardoor niet minder intens. Meer ruimte voor toetsen en wat minder voor gitaren, die desondanks hun ruimte pakken en excelleren.
De credits laten zien hoeveel zorg aan het album werd besteed, waarbij producer Bob Ezrin uitstekend werd heeft verricht om alle nuances te laten klinken. Grotendeels opgenomen in de Soundscape Studio in Atlanta, Georgia, klinken de stemmen van rev. Cleveland en zijn Southern California Community Choir magistraal. Ze werden later in een studio in Los Angeles toegevoegd.
Ik blijf me verbazen over alle mooie melodieën, overgangen en de instrumentale kwaliteiten van de vijf muzikanten. Na de stevige adult oriented rock van de voorganger is het hier subtieler maar niet minder intens.
Kansas zonder viool, werkt dat? Jazeker, het laatste album met gitarist Kerry Livgren Drastic Measures en deze twee met Steve Morse bewijzen het. Hoe deden ze dat live met ouder werk, waar de viool zo essentieel is? Uit deze fase verscheen nooit een livealbum, wel vond ik op YouTube dit concert (alleen audio).
In 1989 verliet Morse de groep, werkte enkele maanden als piloot op lijnvluchten, om hierna zowel solo als met zijn Steve Morse Band actief te zijn; hierna keerde hij in 1991 terug bij Kansas om wederom Livgren te vervangen tijdens het laatste deel van een tournee, werkte daarna weer voor zichzelf alvorens zich in 1994 bij Deep Purple aan te sluiten.
Kansas kwam opnieuw in een moeilijke fase terecht. Na de teleurstellende verkopen van In the Spirit of Things beëindigde MCA het platencontract. In 1990 bood een Duitse concertpromotor Kansas een tournee van twaalf concerten aan, mits de groep in de originele bezetting zou spelen. Dat lukte gedeeltelijk: Livgren en bassist Dave Hope stemden in, violist Robby Steinhardt was niet beschikbaar; zijn bijdragen werden ingevuld door toetsenist Greg Robert. Bassist Billy Greer bleef van de partij.
Verrassend is dat ook werk van het vorige en dit album werd gespeeld: Power en House on Fire. Sterker nog, uit de periode met zanger John Elefante werd Play the Game Tonight gedaan, zoals ze overigens ook in 1987 deden. Hier de Duitse setlist.
Na de tournee vertrok Hope, Livgren bleef. In maart 1991 trad violist David Ragsdale toe tot Kansas, waarna in de zomer van 1991 Livgren vertrok, om tijdens die tournee tijdelijk te worden vervangen door Morse. Met Ragsdale neemt Kansas in 1992 Live at the Whisky op, pas in 1995 gevolgd door Kansas' eerste studioalbum in acht jaar, Freaks of Nature genaamd. Het waren hobbelige wegen in die periode, met drummer Phil Ehart als onbetwiste stuurman aan het roer, ook in zakelijk opzicht. Zonder hem was de groep waarschijnlijk een stille dood gestorven met alle perikelen die de groep teisterden, versterkt doordat hun muziek uit de mode was.
In 2023 blijft In the Spirit of Things ondanks de aarzelende opener fier overeind staan met One Big Sky, House on Fire (Walsh' stem!), Stand Beside Me, I Counted on Love, The Preacher, Rainmaker en Bells of Saint James als persoonlijke favorieten. Bij dit alles is het genieten van het soms knallende samenspel tussen gitaristen Morse en Rich Williams, met de explosieve loopjes van de eerste als summum.
Vijf jaar geleden kocht ik 'm na lang zoeken op cd, het exemplaar dat in een tweedehandsplatenzaak in Freiburg-im-Bresgau werd gedraaid. In de kamer van mijn vakantiewoning was het weer eens ouderwets door het boekje bladeren.
Uit dit boekje, op vinyl is dit op de binnenhoes te vinden, werd duidelijk dat dit een themaplaat is, met teksten losjes gegroepeerd rond een overstroming in Neosho Falls, Kansas, in 1951. De plaat start om die reden enigszins eigenaardig met een ballade, die in het tweede deel stevig wordt. Het blijkt de ouverture op een heel sterk album te zijn, waarbij mij keer op keer opvalt dat de nummers minder snel zijn dan op Power. In the Spirit of Things is dus wat ingetogener, maar daardoor niet minder intens. Meer ruimte voor toetsen en wat minder voor gitaren, die desondanks hun ruimte pakken en excelleren.
De credits laten zien hoeveel zorg aan het album werd besteed, waarbij producer Bob Ezrin uitstekend werd heeft verricht om alle nuances te laten klinken. Grotendeels opgenomen in de Soundscape Studio in Atlanta, Georgia, klinken de stemmen van rev. Cleveland en zijn Southern California Community Choir magistraal. Ze werden later in een studio in Los Angeles toegevoegd.
Ik blijf me verbazen over alle mooie melodieën, overgangen en de instrumentale kwaliteiten van de vijf muzikanten. Na de stevige adult oriented rock van de voorganger is het hier subtieler maar niet minder intens.
Kansas zonder viool, werkt dat? Jazeker, het laatste album met gitarist Kerry Livgren Drastic Measures en deze twee met Steve Morse bewijzen het. Hoe deden ze dat live met ouder werk, waar de viool zo essentieel is? Uit deze fase verscheen nooit een livealbum, wel vond ik op YouTube dit concert (alleen audio).
In 1989 verliet Morse de groep, werkte enkele maanden als piloot op lijnvluchten, om hierna zowel solo als met zijn Steve Morse Band actief te zijn; hierna keerde hij in 1991 terug bij Kansas om wederom Livgren te vervangen tijdens het laatste deel van een tournee, werkte daarna weer voor zichzelf alvorens zich in 1994 bij Deep Purple aan te sluiten.
Kansas kwam opnieuw in een moeilijke fase terecht. Na de teleurstellende verkopen van In the Spirit of Things beëindigde MCA het platencontract. In 1990 bood een Duitse concertpromotor Kansas een tournee van twaalf concerten aan, mits de groep in de originele bezetting zou spelen. Dat lukte gedeeltelijk: Livgren en bassist Dave Hope stemden in, violist Robby Steinhardt was niet beschikbaar; zijn bijdragen werden ingevuld door toetsenist Greg Robert. Bassist Billy Greer bleef van de partij.
Verrassend is dat ook werk van het vorige en dit album werd gespeeld: Power en House on Fire. Sterker nog, uit de periode met zanger John Elefante werd Play the Game Tonight gedaan, zoals ze overigens ook in 1987 deden. Hier de Duitse setlist.
Na de tournee vertrok Hope, Livgren bleef. In maart 1991 trad violist David Ragsdale toe tot Kansas, waarna in de zomer van 1991 Livgren vertrok, om tijdens die tournee tijdelijk te worden vervangen door Morse. Met Ragsdale neemt Kansas in 1992 Live at the Whisky op, pas in 1995 gevolgd door Kansas' eerste studioalbum in acht jaar, Freaks of Nature genaamd. Het waren hobbelige wegen in die periode, met drummer Phil Ehart als onbetwiste stuurman aan het roer, ook in zakelijk opzicht. Zonder hem was de groep waarschijnlijk een stille dood gestorven met alle perikelen die de groep teisterden, versterkt doordat hun muziek uit de mode was.
In 2023 blijft In the Spirit of Things ondanks de aarzelende opener fier overeind staan met One Big Sky, House on Fire (Walsh' stem!), Stand Beside Me, I Counted on Love, The Preacher, Rainmaker en Bells of Saint James als persoonlijke favorieten. Bij dit alles is het genieten van het soms knallende samenspel tussen gitaristen Morse en Rich Williams, met de explosieve loopjes van de eerste als summum.
Kansas - Kansas (1974)

4,0
2
geplaatst: 18 februari 2022, 17:04 uur
Ergens in de jaren '90 leende ik van een vriend de biografie Seeds of Change van gitarist Kerry Livgren, vernoemd naar zijn solodebuut. Daar herinner ik me twee leuke anekdotes uit, die plaatsvonden in de aanloop naar Kansas' debuut. Hopelijk heb ik het goed onthouden...
De band was naarstig op zoek naar een platencontract, toen Don Kirshner toezegde te komen kijken. Inderhaast werd een zaal gehuurd in één of ander stadje in de Midwest en op stel en sprong moest daar publiek bij zijn. Dat regelde de band door flyers uit te delen waarop gratis bier werd beloofd. Wel, dat werkte! Volle zaal, een tevreden biertapper en een geslaagd concert.
Missie geslaagd, Kirshner ging overstag. Ze tekenden het contract en wachtten af wanneer ze naar de studio konden komen. Maar het bleef stil. En stil. En nog langer stil.' Wanneer begint het grote werk?', vroegen ze zich steeds ongeruster af. Pas een klein jaar later kwam het verlossende bericht en toog de band naar New York.
Het resultaat is dus dit album. Op de achterzijde van de hoes stelt de band zich beleefd voor, waarbij ze op "ongeveer 50 jaar ervaring" wijzen. Dat zou bij menig band opschepperig klinken, maar wie de magnifieke opener Can I Tell You heeft gehoord, weet dat dit eerlijk realisme was. Een knallende song met de ingrediënten die hun sound zo uniek ma(a)k(t)e: complex en toch toegankelijk, superenergiek, de heldere powerstem van Steve Walsh en de viool van Robbie Steinhardt.
Producer Wally Gold en de band zetten deze relatief korte song vooraan, gevolgd door twee toegankelijker songs. Eerst een cover, iets waar de band was volgens Livgren nooit goed in was; JJ Cales Bringing it Back onderging een intensieve make-over. Handig om zo een debuut te starten, zeker als de Steve Walshballade Lonely Wind volgt. Bij een eerste kennismaking moet je de ander niet meteen met veel complexe zaken om de oren slaan.
Hierna gaat het echter écht los. De afsluiter van kant A en de opener van B groeiden uit tot tijdloze favorieten: Belexes en Journey from Mariabronn. Gecompliceerde songs met soms furieus drumwerk, onvergelijkbaar goed.
De andere tracks van de B-kant houden de hoge moeilijkheidsgraad vast, zij het dat ik de melodieën iets minder pakkend vind. In Death of Mother Nature Suite, met helaas een nog altijd actuele tekst, doet de zang van Steinhardt mij rillen van de pijn die de aarde doormaakt. Zó doorleefd, zó indringend: oprecht onvergelijkbaar.
De band maakte in deze fase platen die je zeker niet met slechts één draaibeurt kon doorgronden. Bij iedere volgende beluistering vallen nieuwe details op of komt een melodie pas echt binnen. Vooral Livgren toont zich een buitencategorie componist, gezegend met meer dan bekwame muzikanten om zich heen.
De band wordt in het hoekje van symfonische rock / progrock gecategoriseerd, maar het snelle en gevarieerde drumwerk van Phil Ehart doet mij soms denken aan hetgeen in zowel fusion als extreme (metal)genres wordt gedaan. Deze plaat verscheen dus al in 1974. Technisch van een zeer hoog niveau, kunst en topsport tegelijk.
Livgrens teksten behandelen hier al de reis door het leven: een jong iemand staat aan het begin, kijkt om zich heen, moet keuzes maken en vervolgens vertrekken, waarbij hij/zij soms bijna overweldigd wordt door de omstandigheden. Herkenbaar en zó fraai verwoord. Oef. Op de volgende albums ging die reis verder.
De band was naarstig op zoek naar een platencontract, toen Don Kirshner toezegde te komen kijken. Inderhaast werd een zaal gehuurd in één of ander stadje in de Midwest en op stel en sprong moest daar publiek bij zijn. Dat regelde de band door flyers uit te delen waarop gratis bier werd beloofd. Wel, dat werkte! Volle zaal, een tevreden biertapper en een geslaagd concert.
Missie geslaagd, Kirshner ging overstag. Ze tekenden het contract en wachtten af wanneer ze naar de studio konden komen. Maar het bleef stil. En stil. En nog langer stil.' Wanneer begint het grote werk?', vroegen ze zich steeds ongeruster af. Pas een klein jaar later kwam het verlossende bericht en toog de band naar New York.
Het resultaat is dus dit album. Op de achterzijde van de hoes stelt de band zich beleefd voor, waarbij ze op "ongeveer 50 jaar ervaring" wijzen. Dat zou bij menig band opschepperig klinken, maar wie de magnifieke opener Can I Tell You heeft gehoord, weet dat dit eerlijk realisme was. Een knallende song met de ingrediënten die hun sound zo uniek ma(a)k(t)e: complex en toch toegankelijk, superenergiek, de heldere powerstem van Steve Walsh en de viool van Robbie Steinhardt.
Producer Wally Gold en de band zetten deze relatief korte song vooraan, gevolgd door twee toegankelijker songs. Eerst een cover, iets waar de band was volgens Livgren nooit goed in was; JJ Cales Bringing it Back onderging een intensieve make-over. Handig om zo een debuut te starten, zeker als de Steve Walshballade Lonely Wind volgt. Bij een eerste kennismaking moet je de ander niet meteen met veel complexe zaken om de oren slaan.
Hierna gaat het echter écht los. De afsluiter van kant A en de opener van B groeiden uit tot tijdloze favorieten: Belexes en Journey from Mariabronn. Gecompliceerde songs met soms furieus drumwerk, onvergelijkbaar goed.
De andere tracks van de B-kant houden de hoge moeilijkheidsgraad vast, zij het dat ik de melodieën iets minder pakkend vind. In Death of Mother Nature Suite, met helaas een nog altijd actuele tekst, doet de zang van Steinhardt mij rillen van de pijn die de aarde doormaakt. Zó doorleefd, zó indringend: oprecht onvergelijkbaar.
De band maakte in deze fase platen die je zeker niet met slechts één draaibeurt kon doorgronden. Bij iedere volgende beluistering vallen nieuwe details op of komt een melodie pas echt binnen. Vooral Livgren toont zich een buitencategorie componist, gezegend met meer dan bekwame muzikanten om zich heen.
De band wordt in het hoekje van symfonische rock / progrock gecategoriseerd, maar het snelle en gevarieerde drumwerk van Phil Ehart doet mij soms denken aan hetgeen in zowel fusion als extreme (metal)genres wordt gedaan. Deze plaat verscheen dus al in 1974. Technisch van een zeer hoog niveau, kunst en topsport tegelijk.
Livgrens teksten behandelen hier al de reis door het leven: een jong iemand staat aan het begin, kijkt om zich heen, moet keuzes maken en vervolgens vertrekken, waarbij hij/zij soms bijna overweldigd wordt door de omstandigheden. Herkenbaar en zó fraai verwoord. Oef. Op de volgende albums ging die reis verder.
Kansas - King Biscuit Flower Hour Presents Kansas (1998)

0
geplaatst: 9 juli 2023, 08:43 uur
Enkele jaren geleden kocht ik van Kansas de spotgoedkope verzamelaar Dust in the Wind: Quality Live Concert Performance, met violist Robbie Steinhardt prominent op de hoes. Het bleek een livealbum zonder hem te zijn, maar wél van de periode met gitarist Steve Morse.
Uit de reeks ‘King Biscuit Flower Hour Presents’. Deze radioshow zond van 1973 tot 1993 een indrukwekkende reeks concerten uit met honderden artiesten, deels op geluidsdrager verschenen.
Kansas had nog geen twee weken eerder In the Spirit of Things uitgebracht, toen platenlabel MCA besloot de promotie van oude namen als Elton John, Glenn Frey (van The Eagles) en Kansas af te kappen ten gunste van nieuwelingen als tienerster Tiffany.
Kansas’ reactie was om het album extra te benadrukken door tijdens hun uitgebreide tournee de nodige nummers van hun laatsteling in de set op te nemen. Hierboven vertelt B.Robertson al de nodige interessante details, waarop ik kan aanvullen dat toetsenist Greg Robert eveneens deel uitmaakte van de tourband.
Centrum van de groep in deze fase is gitarist Steve Morse, die werkelijk excelleert. Het boekje bij de originele cd vertelt dat hij enkele jaren eerder open solliciteerde bij de band, toen hij Phil Ehart ontmoette bij een concert van Robert Plant. Verbazingwekkend hoe Morse erin slaagt je bijna te doen vergeten dat Kansas “die groep met een viool” was. Sterke composities en fenomenaal snel gitaarwerk mét gevoel vloeien samen tot één geheel. Ook is er ruimte voor stillere, intiemere gitaarmomenten, wat de afwisseling vergroot. Alsof dat niet genoeg is: hoe mooi is het dubbele gitaarspel met Rich Williams in House on Fire.
De band is in vorm en van zanger Steve Walsh kan ik altijd genieten: wát een heldere en krachtige stem heeft deze geweldenaar toch… Maar ook de rest van de groep klinkt gedreven. Hecht spelend ontvouwt zich een ijzersterk concert voor een fanatiek publiek in Philadelphia op Valentijnsdag 1989.
Ik speel de cd af in de oorspronkelijke volgorde, waarbij de overgangen soms hinderlijk zijn. Waarom moest Disky dit toch verknippen? Geprogrammeerd als 12-3-2-7-11-10-4-5-1-6-8-9 krijg je de oorspronkelijke volgorde.
Op YouTube vond ik meer livemateriaal uit Kansas’ periode met Steve Morse: een concert uit Milwaukee (1987, alleen audio) en in het Verenigd Koninkrijk voor Amerikaanse militairen (1988). Walsh laat zien hoe je tegelijk kunt dansen en toetsen spelen; op 12’45” start Dust in the Wind waar Williams en bassist Billy Greer akoestische gitaar spelen en Steve Morse viool; Robert is wederom aanwezig om toetsen te spelen.
Geen viool bij het concert voor King Biscuit Flower Hour, wél een ijzersterke set in goede kwaliteit van de groep die weer eens in zesmansbezetting optrad. Een onderschatte periode in de historie van Kansas. Fans van de groep die zweren bij de jaren '70, zouden de twee studioalbums uit de periode Morse (Power en In the Spirit of Things) en/of deze live-cd eens moeten uitproberen. De progrock heeft weliswaar plaatsgemaakt voor adult oriented rock, maar hoe creatief en energiek klinkt die toch keer op keer!
Uit de reeks ‘King Biscuit Flower Hour Presents’. Deze radioshow zond van 1973 tot 1993 een indrukwekkende reeks concerten uit met honderden artiesten, deels op geluidsdrager verschenen.
Kansas had nog geen twee weken eerder In the Spirit of Things uitgebracht, toen platenlabel MCA besloot de promotie van oude namen als Elton John, Glenn Frey (van The Eagles) en Kansas af te kappen ten gunste van nieuwelingen als tienerster Tiffany.
Kansas’ reactie was om het album extra te benadrukken door tijdens hun uitgebreide tournee de nodige nummers van hun laatsteling in de set op te nemen. Hierboven vertelt B.Robertson al de nodige interessante details, waarop ik kan aanvullen dat toetsenist Greg Robert eveneens deel uitmaakte van de tourband.
Centrum van de groep in deze fase is gitarist Steve Morse, die werkelijk excelleert. Het boekje bij de originele cd vertelt dat hij enkele jaren eerder open solliciteerde bij de band, toen hij Phil Ehart ontmoette bij een concert van Robert Plant. Verbazingwekkend hoe Morse erin slaagt je bijna te doen vergeten dat Kansas “die groep met een viool” was. Sterke composities en fenomenaal snel gitaarwerk mét gevoel vloeien samen tot één geheel. Ook is er ruimte voor stillere, intiemere gitaarmomenten, wat de afwisseling vergroot. Alsof dat niet genoeg is: hoe mooi is het dubbele gitaarspel met Rich Williams in House on Fire.
De band is in vorm en van zanger Steve Walsh kan ik altijd genieten: wát een heldere en krachtige stem heeft deze geweldenaar toch… Maar ook de rest van de groep klinkt gedreven. Hecht spelend ontvouwt zich een ijzersterk concert voor een fanatiek publiek in Philadelphia op Valentijnsdag 1989.
Ik speel de cd af in de oorspronkelijke volgorde, waarbij de overgangen soms hinderlijk zijn. Waarom moest Disky dit toch verknippen? Geprogrammeerd als 12-3-2-7-11-10-4-5-1-6-8-9 krijg je de oorspronkelijke volgorde.
Op YouTube vond ik meer livemateriaal uit Kansas’ periode met Steve Morse: een concert uit Milwaukee (1987, alleen audio) en in het Verenigd Koninkrijk voor Amerikaanse militairen (1988). Walsh laat zien hoe je tegelijk kunt dansen en toetsen spelen; op 12’45” start Dust in the Wind waar Williams en bassist Billy Greer akoestische gitaar spelen en Steve Morse viool; Robert is wederom aanwezig om toetsen te spelen.
Geen viool bij het concert voor King Biscuit Flower Hour, wél een ijzersterke set in goede kwaliteit van de groep die weer eens in zesmansbezetting optrad. Een onderschatte periode in de historie van Kansas. Fans van de groep die zweren bij de jaren '70, zouden de twee studioalbums uit de periode Morse (Power en In the Spirit of Things) en/of deze live-cd eens moeten uitproberen. De progrock heeft weliswaar plaatsgemaakt voor adult oriented rock, maar hoe creatief en energiek klinkt die toch keer op keer!
Kansas - Leftoverture (1976)

5,0
5
geplaatst: 30 juli 2022, 16:47 uur
Toen Kansas bijeenkwam om zich voor te bereiden op hun vierde album, stelden de leden elkaar de standaardvraag: hoeveel nummers heb jij? In de documentaire Miracles Out of Nowhere (2015), vernoemd naar één van de nummers op Leftoverture, vertelt Kerry Livgren dat hij schrok. Steve Walsh had namelijk niets, hij zat op slot. Dat was niet leuk voor Livgren, die slechts twee nummers had: als hoofdcomponist lag er plotseling een enorme druk op hem. Zijn bandleden vertellen dat hij vervolgens met het ene na het andere lied op de proppen kwam. Waar hij de inspiratie vandaan haalde, weet Livgren nog steeds niet. “God came through”, luidt zijn verklaring.
Walsh leverde uiteindelijk co-schrijverschap aan The Wall en Questions of My Childhood, de gehele band schreef mee aan Magnum Opus.
Met Carry on Wayward Son kwam Livgren aanzetten toen de band na afloop van de opnames alweer aan het inpakken was. Het leverde de band prompt de eerste hitsingle op, waar de platenmaatschappij consequent om had gevraagd. In de Verenigde Staten werd ie #11, in Canada #5, bescheidener succes was er in het Verenigd Koninkrijk (#51) en Australië (#58). Voor even was de druk van de ketel.
Qua tekst is het lied het vervolg op de volgende track op het album: in The Wall vertelt Livgren hoe hij vastliep tijdens zijn zoektocht naar zingeving.
Eerder noemden diverse MuMensen al dat dit hun favoriete album van Kansas is. Dat ben ik met hen eens, met de toevoeging dat de band in mijn beleving nog nooit een slecht album heeft gemaakt. Dit maakt de prestatie dus extra groot.
Hierboven noteerde Marco van Lochem al een gedetailleerde beschrijving van Leftoverture, ik houd het verder kort. Kant A is de zijde met muziek die vrij toegankelijk is – maar nog altijd geen kattenpis.
Op de B-kant staan de meer gecompliceerde nummers, uitgezonderd Cheyenne Anthem dat tegenwoordig mijn überfavoriet van deze elpee is. Dit mede door de tekst, een ode aan de stam van native Americans. Vooral in het afsluitende Magnum Opus gaan alle remmen los wat betreft complexiteit.
De elpee en vooral de hitsingle zorgden ervoor dat de band in Noord-Amerika als headliner kon gaan touren en Carry on groeide uit tot een radioklassieker. Briljante muzikanten die briljante composities spelen. De twee bonustracks op cd en streaming laten bovendien horen dat ze dat live ook waarmaakten. Een diepe buiging voor Leftoverture.
Walsh leverde uiteindelijk co-schrijverschap aan The Wall en Questions of My Childhood, de gehele band schreef mee aan Magnum Opus.
Met Carry on Wayward Son kwam Livgren aanzetten toen de band na afloop van de opnames alweer aan het inpakken was. Het leverde de band prompt de eerste hitsingle op, waar de platenmaatschappij consequent om had gevraagd. In de Verenigde Staten werd ie #11, in Canada #5, bescheidener succes was er in het Verenigd Koninkrijk (#51) en Australië (#58). Voor even was de druk van de ketel.
Qua tekst is het lied het vervolg op de volgende track op het album: in The Wall vertelt Livgren hoe hij vastliep tijdens zijn zoektocht naar zingeving.
Eerder noemden diverse MuMensen al dat dit hun favoriete album van Kansas is. Dat ben ik met hen eens, met de toevoeging dat de band in mijn beleving nog nooit een slecht album heeft gemaakt. Dit maakt de prestatie dus extra groot.
Hierboven noteerde Marco van Lochem al een gedetailleerde beschrijving van Leftoverture, ik houd het verder kort. Kant A is de zijde met muziek die vrij toegankelijk is – maar nog altijd geen kattenpis.
Op de B-kant staan de meer gecompliceerde nummers, uitgezonderd Cheyenne Anthem dat tegenwoordig mijn überfavoriet van deze elpee is. Dit mede door de tekst, een ode aan de stam van native Americans. Vooral in het afsluitende Magnum Opus gaan alle remmen los wat betreft complexiteit.
De elpee en vooral de hitsingle zorgden ervoor dat de band in Noord-Amerika als headliner kon gaan touren en Carry on groeide uit tot een radioklassieker. Briljante muzikanten die briljante composities spelen. De twee bonustracks op cd en streaming laten bovendien horen dat ze dat live ook waarmaakten. Een diepe buiging voor Leftoverture.
Kansas - Leftoverture - Live & Beyond (2017)

4,0
1
geplaatst: 28 november 2023, 13:44 uur
Sluit mij helemaal aan bij Arjan Hut. De reden dat ik dit Leftoverture - Live & Beyond aanvankelijk niet kocht was een andere: ik was lange tijd als een kind zo boos omdat ze in 2017 niet naar Nederland kwamen. Okay, 013 retourneerde netjes het aankoopbedrag voor mijn vriendengroep, maar dat Kansas wegens veiligheidsredenen niet durfde te vliegen... Een willekeurige middelbare school in de V.S. is veel gevaarlijker met al die 'school shootings', redeneerde ik zwaar teleurgesteld.
Afgelopen zomer kocht ik het album alsnog en wat wérd ik blij verrast gedurende een viertal lange autoritten! Het is wel even wennen om Ronnie Lane de klassiekers te horen zingen, maar hóé fijn is het dat de groep in de nieuwe bezetting geen obstakel meer had om diamanten als Lamplight Symphony, What's on My Mind en de volledige Magnum Opus te spelen. Dat was láng (decennia?) niet meer gebeurd.
Bovendien verzekert de uitbreiding met toetsenist David Manion en gitarist Zak Rizvi een vol geluid, zoals dat in de jaren '70 klonk. Retrogressive rock op zijn allerbest en bovendien zijn de drie nummers die ze spelen van het nieuwe The Prelude Implicit (track 8 - 10) gelijkwaardig aan het beste uit hun jaren '70-hoogtijdagen.
De kritiek op de introtape waarmee cd2 aftrapt is meer dan flauw: de oude radioflarden, gevolgd door het originele a capella intro, doen wat ze beogen: je terugbrengen naar 1976.
Is de zang geautotuned? Ik mocht dit Kansas weliswaar niet live aanschouwen, maar dit noteerde een fan in september 2017 op rushforum.com: "I've seen the new lineup live four times, there is no way in HELL they use autotune during the show. Maybe there was a bit of pitch correction post-production but to say that Ronnie Platt uses autotune live is a 100% false accusation."
Nee, ik ben niet doof: op 4'35" van Carry on Wayward Son klinkt het koortje inderdaad gecorrigeerd; bij de leadzang kom ik dat echter niet tegen. Wel wordt live extra duidelijk dat de soms nasale stem van Platt verschilt van die van zijn voorganger. Tegelijkertijd zijn Platts stembanden lenig genoeg voor het gevraagde bereik. Dat hij een rauw randje ontbeert, mis ook ik en tegelijkertijd is dat het eerlijke geluid.
Kortom, al luisterend verbaas ik me weer eens over de ijzersterke muziek, met vanaf cd 2 / track 11 dat briljante album Leftoverture. Deze Live and Beyond is geen kopie daarvan, maar minimaal één van de twaalf Amerikaanse concerten waaruit de cd werd gedestilleerd had ik graag bijgewoond...
Afgelopen zomer kocht ik het album alsnog en wat wérd ik blij verrast gedurende een viertal lange autoritten! Het is wel even wennen om Ronnie Lane de klassiekers te horen zingen, maar hóé fijn is het dat de groep in de nieuwe bezetting geen obstakel meer had om diamanten als Lamplight Symphony, What's on My Mind en de volledige Magnum Opus te spelen. Dat was láng (decennia?) niet meer gebeurd.
Bovendien verzekert de uitbreiding met toetsenist David Manion en gitarist Zak Rizvi een vol geluid, zoals dat in de jaren '70 klonk. Retrogressive rock op zijn allerbest en bovendien zijn de drie nummers die ze spelen van het nieuwe The Prelude Implicit (track 8 - 10) gelijkwaardig aan het beste uit hun jaren '70-hoogtijdagen.
De kritiek op de introtape waarmee cd2 aftrapt is meer dan flauw: de oude radioflarden, gevolgd door het originele a capella intro, doen wat ze beogen: je terugbrengen naar 1976.
Is de zang geautotuned? Ik mocht dit Kansas weliswaar niet live aanschouwen, maar dit noteerde een fan in september 2017 op rushforum.com: "I've seen the new lineup live four times, there is no way in HELL they use autotune during the show. Maybe there was a bit of pitch correction post-production but to say that Ronnie Platt uses autotune live is a 100% false accusation."
Nee, ik ben niet doof: op 4'35" van Carry on Wayward Son klinkt het koortje inderdaad gecorrigeerd; bij de leadzang kom ik dat echter niet tegen. Wel wordt live extra duidelijk dat de soms nasale stem van Platt verschilt van die van zijn voorganger. Tegelijkertijd zijn Platts stembanden lenig genoeg voor het gevraagde bereik. Dat hij een rauw randje ontbeert, mis ook ik en tegelijkertijd is dat het eerlijke geluid.
Kortom, al luisterend verbaas ik me weer eens over de ijzersterke muziek, met vanaf cd 2 / track 11 dat briljante album Leftoverture. Deze Live and Beyond is geen kopie daarvan, maar minimaal één van de twaalf Amerikaanse concerten waaruit de cd werd gedestilleerd had ik graag bijgewoond...
Kansas - Live at the Whisky (1992)

3,5
0
geplaatst: 9 juli 2023, 21:06 uur
Kansas had sinds 1988 niets meer uitgebracht: geen platenmaatschappij die brood zag in deze oude progrockers uit de jaren ’70. Getourd werd er desondanks volop. Vandaar de zelfgefinancierde cd en video: om te laten horen en zien dat de groep nog bestond en alweer geruime tijd een violist in de gelederen had. Wie weet of het de belangstelling voor de groep zou doen herleven. Violist en gitarist David Ragsdale en toetsenist Greg Robert debuteren op Live at the Whisky bij Kansas op geluidsdrager, terwijl oudgediende Kerry Livgren een gastoptreden doet.
De recensenten waren niet vriendelijk. Ik kan me nog uit die zomer van 1992 herinneren hoe bij verschijnen kritische geluiden waren te lezen. Eerste kritiekpunt was de matige zang van Steve Walsh - al hoor ik hem zelfs dan veel liever dan menig collega-vocalist! Tweede punt van kritiek betrof de verrassingsloze setlist met slechts werk uit de jaren 1974 - 1977, Hold On van Audio-Visions (1980) uitgezonderd. Dus geen werk uit de periode met zanger John Elefante (Play the Game Tonight was ook na diens vertrek jarenlang een ijkpunt in de setlist) of gitarist Steve Morse.
Je kunt je afvragen waarom niet minimaal drie nieuwe nummers werden opgenomen, als teken dat Kansas méér was dan een groep uit het circuit van golden oldies. Wat dat betreft hielp dit album hen niet vooruit, ook al valt me nu op dat gitarist Rich Williams duidelijk soepeler soleert dan in de befaamde jaren ’70. De bandleden hadden niet stilgestaan, maar waren gerijpt, getuige de uitvoering van Mysteries and Mayhem, dat veel zwaarder klinkt dan voorheen.
Wikipedia vertelt meer over de totstandkoming, zoals de problemen rond de video-opnamen. Het relaas van een groep die toch al in de hoek zat waar de klappen vielen. Dat het desondanks goed kwam, mag een klein wonder heten.
De recensenten waren niet vriendelijk. Ik kan me nog uit die zomer van 1992 herinneren hoe bij verschijnen kritische geluiden waren te lezen. Eerste kritiekpunt was de matige zang van Steve Walsh - al hoor ik hem zelfs dan veel liever dan menig collega-vocalist! Tweede punt van kritiek betrof de verrassingsloze setlist met slechts werk uit de jaren 1974 - 1977, Hold On van Audio-Visions (1980) uitgezonderd. Dus geen werk uit de periode met zanger John Elefante (Play the Game Tonight was ook na diens vertrek jarenlang een ijkpunt in de setlist) of gitarist Steve Morse.
Je kunt je afvragen waarom niet minimaal drie nieuwe nummers werden opgenomen, als teken dat Kansas méér was dan een groep uit het circuit van golden oldies. Wat dat betreft hielp dit album hen niet vooruit, ook al valt me nu op dat gitarist Rich Williams duidelijk soepeler soleert dan in de befaamde jaren ’70. De bandleden hadden niet stilgestaan, maar waren gerijpt, getuige de uitvoering van Mysteries and Mayhem, dat veel zwaarder klinkt dan voorheen.
Wikipedia vertelt meer over de totstandkoming, zoals de problemen rond de video-opnamen. Het relaas van een groep die toch al in de hoek zat waar de klappen vielen. Dat het desondanks goed kwam, mag een klein wonder heten.
Kansas - Masque (1975)

5,0
3
geplaatst: 28 mei 2022, 11:39 uur
In 1981 ontdekte ik Kansas als albumband. Dit via Point of Know Return met daarop Dust in the Wind. Hierop ging ik op zoek naar andere elpees van de groep. Wat betreft hun platen vóór deze viel dat niet mee. Kennelijk stelde de band voordien weinig voor in dit polderlandje, want noch de fonotheek in mijn dorp, noch vrienden (of hun oudere broers en zussen) waren in het bezit daarvan.
Eén plaat uitgezonderd, al moest ik geduld hebben: rond 1985 kwam ik hun derde werpsel tegen. Masque stond in de platenkast van een nieuwe muziekvriend. Ja, ik mocht ‘m lenen. Het waren de jaren dat ik rondfietste met een linnen tasje, dat je om de schouder kon draperen. Bij regen gingen er twee plastic tassen omheen om te voorkomen dat de boel nat werd. Heel wat kilometers heb ik zo afgelegd, zoals met deze plaat: van zijn dorp verderop naar het mijne, slingerend langs een riviertje.
Op één van mijn cassettebandjes belandden slechts drie liedjes: It Takes a Woman’s Love (lekker snel, de blazers nam ik voor lief), Icarus-Borne on Wings of Steel en Child of Innocense. Ik vermoed dat het bandje bijna vol was en ik krap bij kas zat, want eigenlijk had ik meer willen opnemen.
Deze derde elpee van Kansas' was al hun tweede die in 1975 verscheen. Voorganger Song for America kwam in februari dat jaar uit en haalde in de Verenigde Staten #57, deze in september en haalde daar “slechts” #70. Gezien de storm aan releases die indertijd altijd ná de zomer verscheen, is dat nog altijd prima.
Hierboven noemden enkelen de tweedeling op Masque in gecompliceerde en toegankelijker (prog)rock. In zijn biografie vertelt Kerry Livgren dat vanuit de platenmaatschappij de druk toenam om een hitsingle te produceren. Dat probeerden de mannen enigszins geforceerd, een hit leverde het nog niet op. Het verklaart wellicht waarom er blazers klinken in de opener.
Mijn leven ging verder. Twintig jaar na mijn eerste kennismaking met Masque kwam YouTube en daar kwam ik vanzelf dit album weer tegen. Mijn oren vonden 'm nog beter dan indertijd.
In 2017 kocht ik in Freiburg een cd-box met daarop de eerste vijf albums van de groep. Niet vreemd dat een dikke dertig jaar later de muziek alweer beter smaakte. Hoe had ik bijvoorbeeld Mysteries and Mayhem en The Pinnacle níet op dat cassettebandje kunnen zetten?!
Wat me ook weer duidelijk wordt, is het verschil met de veelal Britse symfogroepen van die tijd: bij Kansas zit véél meer energie. Songs op hoog tempo, gedragen door de bril-jan-te drummer Phil Ehart. In combinatie met de ingenieuze en melodieuze composities van Livgren - maar onderschat Walsh en Steinhardt niet - levert dit wederom een achtbaan aan ideeën en variatie op.
Nadat ik laatst de plaat op vinyl kocht bij Velvet in Ede, bleek bovendien dat rustiger nummers als Two Cents Worth inmiddels veel meer binnenkomen. Kortom, mijn waardering groeit met de jaren, als die voor een vrouw die met het klimmen van de jaren steeds mooier wordt. Van de drie sterren die ik vermoedelijk in ’85 had gegeven, maakte ik er vandaag vijf.
Hierboven noemden anderen de kunstige hoes van deze plaat. De vriend van wie ik indertijd de plaat leende, zie ik nog altijd; gewapend met een Museumjaarkaart bekijken we regelmatig meer kunst. De hoes is de reden dat ik Masque alsnog op vinyl wilde hebben. De voorzijde blijkt een reproductie te zijn van een schilderij van Giuseppe Arcimboldo, genaamd Water (1566). Wat blijkt: het hangt in Brussel; ik wil ‘t weleens met eigen ogen zien!
Eén plaat uitgezonderd, al moest ik geduld hebben: rond 1985 kwam ik hun derde werpsel tegen. Masque stond in de platenkast van een nieuwe muziekvriend. Ja, ik mocht ‘m lenen. Het waren de jaren dat ik rondfietste met een linnen tasje, dat je om de schouder kon draperen. Bij regen gingen er twee plastic tassen omheen om te voorkomen dat de boel nat werd. Heel wat kilometers heb ik zo afgelegd, zoals met deze plaat: van zijn dorp verderop naar het mijne, slingerend langs een riviertje.
Op één van mijn cassettebandjes belandden slechts drie liedjes: It Takes a Woman’s Love (lekker snel, de blazers nam ik voor lief), Icarus-Borne on Wings of Steel en Child of Innocense. Ik vermoed dat het bandje bijna vol was en ik krap bij kas zat, want eigenlijk had ik meer willen opnemen.
Deze derde elpee van Kansas' was al hun tweede die in 1975 verscheen. Voorganger Song for America kwam in februari dat jaar uit en haalde in de Verenigde Staten #57, deze in september en haalde daar “slechts” #70. Gezien de storm aan releases die indertijd altijd ná de zomer verscheen, is dat nog altijd prima.
Hierboven noemden enkelen de tweedeling op Masque in gecompliceerde en toegankelijker (prog)rock. In zijn biografie vertelt Kerry Livgren dat vanuit de platenmaatschappij de druk toenam om een hitsingle te produceren. Dat probeerden de mannen enigszins geforceerd, een hit leverde het nog niet op. Het verklaart wellicht waarom er blazers klinken in de opener.
Mijn leven ging verder. Twintig jaar na mijn eerste kennismaking met Masque kwam YouTube en daar kwam ik vanzelf dit album weer tegen. Mijn oren vonden 'm nog beter dan indertijd.
In 2017 kocht ik in Freiburg een cd-box met daarop de eerste vijf albums van de groep. Niet vreemd dat een dikke dertig jaar later de muziek alweer beter smaakte. Hoe had ik bijvoorbeeld Mysteries and Mayhem en The Pinnacle níet op dat cassettebandje kunnen zetten?!
Wat me ook weer duidelijk wordt, is het verschil met de veelal Britse symfogroepen van die tijd: bij Kansas zit véél meer energie. Songs op hoog tempo, gedragen door de bril-jan-te drummer Phil Ehart. In combinatie met de ingenieuze en melodieuze composities van Livgren - maar onderschat Walsh en Steinhardt niet - levert dit wederom een achtbaan aan ideeën en variatie op.
Nadat ik laatst de plaat op vinyl kocht bij Velvet in Ede, bleek bovendien dat rustiger nummers als Two Cents Worth inmiddels veel meer binnenkomen. Kortom, mijn waardering groeit met de jaren, als die voor een vrouw die met het klimmen van de jaren steeds mooier wordt. Van de drie sterren die ik vermoedelijk in ’85 had gegeven, maakte ik er vandaag vijf.
Hierboven noemden anderen de kunstige hoes van deze plaat. De vriend van wie ik indertijd de plaat leende, zie ik nog altijd; gewapend met een Museumjaarkaart bekijken we regelmatig meer kunst. De hoes is de reden dat ik Masque alsnog op vinyl wilde hebben. De voorzijde blijkt een reproductie te zijn van een schilderij van Giuseppe Arcimboldo, genaamd Water (1566). Wat blijkt: het hangt in Brussel; ik wil ‘t weleens met eigen ogen zien!
Kansas - Miracles Out of Nowhere (2015)

4,5
0
geplaatst: 28 juli 2022, 00:29 uur
Heb deze als dvd met cd. Inderdaad, als cd werkt het niet met alle gesproken commentaren. Maar de dvd... wat een heerlijke documentaire! Van tijd tot tijd speel ik 'm af, vaak op beamer met grote audioboxen. Interessant om bijvoorbeeld te zien hoe drummer Phil Ehart degene was die de bandleden om zich heen verzamelde, al blijft in de docu onduidelijk hoe het zit met de periode pre-Kansas, terwijl wél duidelijk wordt dat Ehart de meeste heren en hun bands kende.
Het verhaal stopt helaas bij album Point of Know Return, wat minimaal één plaat te vroeg is. Waarschijnlijk de keuze van de producers, waaronder Ehart, sowieso degene die zich actief inzet voor de artistieke zijde van de band. Logischer was het geweest om het verhaal na Audio Visions te stoppen, het laatste album in de oorspronkelijke line-up. Mogelijk is dat gedaan om het verhaal over het uiteenvallen van die line-up te vermijden, maar bij het filmen van de docu waren die spanningen ver achter hen en de vriendschappen hersteld.
Ach, als dat het enige nadeel is: de documentaire wemelt werkelijk van de fascinerende anekdotes, verhalen over hoe albums, liedjes en tournees zijn ontstaan en daarbij vertelt het beeldmateriaal nog meer. Mooi ook om te zien hoe alle toenmalige bandleden hun herinneringen delen, tezamen het grote verhaal vormend. Grappig is de anekdote over de bijna-vechtpartij van bassist Dave Hope met een jaloerse Steven Tyler van Aerosmith, die de stroom wilde uitschakelen omdat hij niet kon hebben dat Kansas de zaal platspeelde.
Ook andere betrokkenen komen aan het woord. Al vroeg in hun carrière kwamen ze in contact met Queen, waarover Brian May vertelt. Daarnaast komt hun latere technicus (1988), producer Brendan O'Brien aan het woord. Plus David Wild van magazine Rolling Stone. Ook is superfan Garth Brooks te zien, ongetwijfeld zeer interessant voor het Amerikaanse publiek. Toch heeft zelfs de countryzanger wat zinnigs te melden.
Het meest fascinerend zijn logischerwijs de verhalen van de bandleden en andere nauwbetrokkenen, zoals producer Jeff Glixman, manager Budd Carr en platenbaas Ron Alexenburg. Als dvd zéér aanbevolen.
Het verhaal stopt helaas bij album Point of Know Return, wat minimaal één plaat te vroeg is. Waarschijnlijk de keuze van de producers, waaronder Ehart, sowieso degene die zich actief inzet voor de artistieke zijde van de band. Logischer was het geweest om het verhaal na Audio Visions te stoppen, het laatste album in de oorspronkelijke line-up. Mogelijk is dat gedaan om het verhaal over het uiteenvallen van die line-up te vermijden, maar bij het filmen van de docu waren die spanningen ver achter hen en de vriendschappen hersteld.
Ach, als dat het enige nadeel is: de documentaire wemelt werkelijk van de fascinerende anekdotes, verhalen over hoe albums, liedjes en tournees zijn ontstaan en daarbij vertelt het beeldmateriaal nog meer. Mooi ook om te zien hoe alle toenmalige bandleden hun herinneringen delen, tezamen het grote verhaal vormend. Grappig is de anekdote over de bijna-vechtpartij van bassist Dave Hope met een jaloerse Steven Tyler van Aerosmith, die de stroom wilde uitschakelen omdat hij niet kon hebben dat Kansas de zaal platspeelde.
Ook andere betrokkenen komen aan het woord. Al vroeg in hun carrière kwamen ze in contact met Queen, waarover Brian May vertelt. Daarnaast komt hun latere technicus (1988), producer Brendan O'Brien aan het woord. Plus David Wild van magazine Rolling Stone. Ook is superfan Garth Brooks te zien, ongetwijfeld zeer interessant voor het Amerikaanse publiek. Toch heeft zelfs de countryzanger wat zinnigs te melden.
Het meest fascinerend zijn logischerwijs de verhalen van de bandleden en andere nauwbetrokkenen, zoals producer Jeff Glixman, manager Budd Carr en platenbaas Ron Alexenburg. Als dvd zéér aanbevolen.
Kansas - Monolith (1979)

4,5
3
geplaatst: 4 september 2022, 20:18 uur
Nadat ik de voorbije dagen en vanochtend de nieuwe Kerry Livgren had gedraaid, kreeg ik vanmiddag vanzelf zin om mijn oude vriend Monolith uit de hoes te halen.
Ik leerde dit album in 1985 kennen, toen ik een nieuwe muziekvriend ontmoette. Nog altijd kunnen wij eindeloos over muziek praten. Van de vorige Kansas werd Dust in the Wind in Nederland een grote hit, maar deze opvolger leverde in ons landje geen klapper op. En dus verkocht Monolith niet goed, zodat ik 'm vanzelf toen al nauwelijks tegenkwam. Geen hitsucces, geen elpeeverkoop; tenzij je Led Zeppelin heette...
Eerst moet ik dit noemen: voor mij komt de hoes van dit album (vinyl, klaphoes) waarschijnlijk op 1 wat betreft de mooiste platenhoezen ooit. #bestalbumcoverever in Twitteriaans.
Ik leende deze plaat van die vriend en nam de volgende nummers op: On The Other Side, een midtempo nummer dat met een fraaie, langzame gitaarsolo de plaat aftrapt; People of the South Wind, waarover dadelijk meer; How my Soul Cries Out for You waaruit een maniakale liefde voor een vrouw straalde (althans, zo ervaarde ik het zeer gepassioneerde refrein); en A Glimpse of Home, alweer een sterk lied van gitarist/toetsenist/edelliedsmid Kerry Livgren, dat met zijn malle-valse intro en zijn lange uittro verslavend mooi bleek.
Begin jaren ’90 leende ik van iemand anders de biografie Seeds of Change. In dit boek beschrijft Livgren niet alleen zijn muzikale carrière, maar ook zijn zoektocht naar zingeving. Met de oosterse religies en thema’s als reïncarnatie was de denker ten tijde van Monolith klaar; inmiddels was hij kortstondig beland bij de obscure science-fictionreligie van Urantia, hetgeen zijn weerslag vindt in de teksten. Vooral uit A Glimpse of Home blijkt dit, waarbij hij wél een deurtje openhield voor vervolgstappen.
Standaardteksten waren nooit zijn ding geweest: albumopener On the Other Side bijvoorbeeld beschrijft onder meer een dreigend writer’s block. Single People of the South Wind beschrijft het volk van de Kansa, de native Americans in Kansas, die zichzelf Mensen van de zuiderwind noemen.
Steve Walsh was zijn writer’s block van drie jaar eerder volledig te boven getuige de vier songs die hij leverde, deze keer zonder Livgrens bemoeienis zoals nog op de voorganger het geval was. Hierbij Stay Out of Trouble, geschreven met violist Robbie Steinhardt en gitarist Rich Williams. Qua teksten tapt de briljante zanger meer uit het clichévaatje van boy-meets-girl, maar zijn composities zijn dik in orde, met name Angels Have Fallen.
Hierboven noteren diverse MuMensen dat Kansas commerciëler werd. Mwah. De geest van punk / new wave liet zich in die periode in toenemende name gelden, herinner ik me nog. Kansas was “old hippie music”: lange haren en symfonische rock? Seen it, done that. Voor aanvang van de jaren ’80 stond een bordje: "Graag kort haar en korte liedjes zonder solo’s".
Maar lange haren maken nog geen hippies, iets wat deze mannen uit de midwest sowieso nooit waren geweest. Desalniettemin veranderde de popcultuur tegen de progkenmerken van Kansas in. De aanhoudende roep van de platenmaatschappij om een hitsingle zal dit niet hebben verbeterd. Integendeel. Die hit kwam er desalniettemin alweer! In de Billboard Hot 100 werd People… #23, in Canada #59, elders niets, als ik op Wikipedia afga.
Monolith is weliswaar minder complex dan de vorige albums van Kansas, maar veel complexer dan de tijdgeest voorschreef. En wat dan nog? In de meeste gevallen pakt het me stevig beet. Daarbij zitten diverse liedjes nu al ruim 35 jaar in de playlist van mijn hoofd, waarbij ik het nodige kan meezingen. Kortom: sterk en stevig, net te weinig voor de volle vijf sterren. Ik pak de hoes er nog eens bij, wát een schoonheid!
Ik leerde dit album in 1985 kennen, toen ik een nieuwe muziekvriend ontmoette. Nog altijd kunnen wij eindeloos over muziek praten. Van de vorige Kansas werd Dust in the Wind in Nederland een grote hit, maar deze opvolger leverde in ons landje geen klapper op. En dus verkocht Monolith niet goed, zodat ik 'm vanzelf toen al nauwelijks tegenkwam. Geen hitsucces, geen elpeeverkoop; tenzij je Led Zeppelin heette...
Eerst moet ik dit noemen: voor mij komt de hoes van dit album (vinyl, klaphoes) waarschijnlijk op 1 wat betreft de mooiste platenhoezen ooit. #bestalbumcoverever in Twitteriaans.
Ik leende deze plaat van die vriend en nam de volgende nummers op: On The Other Side, een midtempo nummer dat met een fraaie, langzame gitaarsolo de plaat aftrapt; People of the South Wind, waarover dadelijk meer; How my Soul Cries Out for You waaruit een maniakale liefde voor een vrouw straalde (althans, zo ervaarde ik het zeer gepassioneerde refrein); en A Glimpse of Home, alweer een sterk lied van gitarist/toetsenist/edelliedsmid Kerry Livgren, dat met zijn malle-valse intro en zijn lange uittro verslavend mooi bleek.
Begin jaren ’90 leende ik van iemand anders de biografie Seeds of Change. In dit boek beschrijft Livgren niet alleen zijn muzikale carrière, maar ook zijn zoektocht naar zingeving. Met de oosterse religies en thema’s als reïncarnatie was de denker ten tijde van Monolith klaar; inmiddels was hij kortstondig beland bij de obscure science-fictionreligie van Urantia, hetgeen zijn weerslag vindt in de teksten. Vooral uit A Glimpse of Home blijkt dit, waarbij hij wél een deurtje openhield voor vervolgstappen.
Standaardteksten waren nooit zijn ding geweest: albumopener On the Other Side bijvoorbeeld beschrijft onder meer een dreigend writer’s block. Single People of the South Wind beschrijft het volk van de Kansa, de native Americans in Kansas, die zichzelf Mensen van de zuiderwind noemen.
Steve Walsh was zijn writer’s block van drie jaar eerder volledig te boven getuige de vier songs die hij leverde, deze keer zonder Livgrens bemoeienis zoals nog op de voorganger het geval was. Hierbij Stay Out of Trouble, geschreven met violist Robbie Steinhardt en gitarist Rich Williams. Qua teksten tapt de briljante zanger meer uit het clichévaatje van boy-meets-girl, maar zijn composities zijn dik in orde, met name Angels Have Fallen.
Hierboven noteren diverse MuMensen dat Kansas commerciëler werd. Mwah. De geest van punk / new wave liet zich in die periode in toenemende name gelden, herinner ik me nog. Kansas was “old hippie music”: lange haren en symfonische rock? Seen it, done that. Voor aanvang van de jaren ’80 stond een bordje: "Graag kort haar en korte liedjes zonder solo’s".
Maar lange haren maken nog geen hippies, iets wat deze mannen uit de midwest sowieso nooit waren geweest. Desalniettemin veranderde de popcultuur tegen de progkenmerken van Kansas in. De aanhoudende roep van de platenmaatschappij om een hitsingle zal dit niet hebben verbeterd. Integendeel. Die hit kwam er desalniettemin alweer! In de Billboard Hot 100 werd People… #23, in Canada #59, elders niets, als ik op Wikipedia afga.
Monolith is weliswaar minder complex dan de vorige albums van Kansas, maar veel complexer dan de tijdgeest voorschreef. En wat dan nog? In de meeste gevallen pakt het me stevig beet. Daarbij zitten diverse liedjes nu al ruim 35 jaar in de playlist van mijn hoofd, waarbij ik het nodige kan meezingen. Kortom: sterk en stevig, net te weinig voor de volle vijf sterren. Ik pak de hoes er nog eens bij, wát een schoonheid!
Kansas - Point of Know Return (1977)

5,0
4
geplaatst: 23 december 2021, 14:47 uur
Zoals bij de meesten was mijn eerste kennismaking met Kansas via single Dust in the Wind, voorjaar 1978 een hit in Nederland. Toen ik drie jaar later de bijbehorende lp kon lenen, aarzelde ik niet.
Als dit streaming was geweest, was ik vermoedelijk weggezapt. De single was de enige ballade en verder stond er niet rechttoe hardrock/metal of sferische new wave op, mijn favoriete oormaaltijden in 1981. Maar het was vinyl. Ik had nauwelijks platen en voor het lenen uit de bieb was betaald met mijn fietsverslindende krantenwijk.
Dus zette ik ‘m nogmaals op. En nog een keer. Etcetera. Geleidelijk wende ik aan de nieuwe wereld die ik was ingestapt, om uiteindelijk tot de conclusie te komen dat dit ge-ni-aal was.
Ik zou meer symfonische rock gaan ontdekken, of progrock zoals het tegenwoordig wordt genoemd. Toch blijft dit mijn favo band in dit genre. Sterker nog, als ik naar een onbewoond eiland mét elektriciteit zou worden verbannen met als enige gunst het meenemen van één album, dan zou het er eentje van Kansas zijn. De redenen hiervoor klinken allemaal op Point of Know Return (mooie woordspeling vind ik dit nog altijd, een mini-levenswijsheid die je op kruispunten in je leven tegenkomt).
Ten eerste de geniale composities van vooral Kerry Livgren, waarin ingewikkelde muzikale hoogstandjes rijkelijk samengaan met pakkende melodieën. Dan de magnifieke stem van Steve Walsh, helder met soms een rauw randje, vól emotie. Vervolgens het briljante, soms furieuze drumwerk van Phil Ehart; ik kan een Kansasplaat opzetten om alleen maar daarop te letten. En ook de heerlijke toetsen- (Walsh en Livgren) en gitaarpartijen (Rich Williams en Livgren), die ingenieus en toch pakkend zijn, op Sparks of the Tempest zelfs funky. Minder opvallend is het basspel van Dave Hope, die knap de brug slaat van ingewikkelde drumpatronen naar de melodieën van de anderen. Daarbij de teksten van Livgren, die bezig was met een zoektocht naar de zin van zijn bestaan en dat fraai verwoordt, zonder zweverig te worden (zoals Hopelessly Human). Als uitsmijter noem ik het vioolspel van Robbie Steinhardt, de man die eveneens gezegend was met een prachtige stem; lager dan die van Walsh, waardoor er een heerlijk contrast ontstond.
De heldere productie van Jeff Glixman en de fraaie binnenhoes met enkele geintjes wat betreft de gebruikte instrumenten, maken dit alles af. Sommige keyboardgeluiden klinken met hedendaagse oren ouderwets, maar dat dachten we ooit ook van het hammondorgel of het wah-wahpedaal.
In Seeds of Change, de biografie van Kerry Livgren, vertelt hij dat Dust in the Wind ontstond als een tokkeloefening en dat zijn vrouw hem aanspoorde het voor Kansas te gebruiken. Het leverde pardoes de door platenmaatschappijen Kirshner/CBS fel begeerde hitsingle op.
Favoriete nummers kiezen valt mij zwaar. Vandaag zijn dat het gecompliceerde Closet Chronicles, Lightning’s Hand met dreigende zang van Steinhardt en het weemoedige Nobody’s Home met deels een oneven maatsoort.
Een album dat nooit verveelt en het begin werd van een verzameling van hun werk op vinyl, cd en dvd. Bovenaan mijn wenslijstje staan momenteel de moeilijk te verkrijgen biografie van Livgren én het onlangs verschenen soloalbum van de dit jaar overleden Robbie Steinhardt.
Als dit streaming was geweest, was ik vermoedelijk weggezapt. De single was de enige ballade en verder stond er niet rechttoe hardrock/metal of sferische new wave op, mijn favoriete oormaaltijden in 1981. Maar het was vinyl. Ik had nauwelijks platen en voor het lenen uit de bieb was betaald met mijn fietsverslindende krantenwijk.
Dus zette ik ‘m nogmaals op. En nog een keer. Etcetera. Geleidelijk wende ik aan de nieuwe wereld die ik was ingestapt, om uiteindelijk tot de conclusie te komen dat dit ge-ni-aal was.
Ik zou meer symfonische rock gaan ontdekken, of progrock zoals het tegenwoordig wordt genoemd. Toch blijft dit mijn favo band in dit genre. Sterker nog, als ik naar een onbewoond eiland mét elektriciteit zou worden verbannen met als enige gunst het meenemen van één album, dan zou het er eentje van Kansas zijn. De redenen hiervoor klinken allemaal op Point of Know Return (mooie woordspeling vind ik dit nog altijd, een mini-levenswijsheid die je op kruispunten in je leven tegenkomt).
Ten eerste de geniale composities van vooral Kerry Livgren, waarin ingewikkelde muzikale hoogstandjes rijkelijk samengaan met pakkende melodieën. Dan de magnifieke stem van Steve Walsh, helder met soms een rauw randje, vól emotie. Vervolgens het briljante, soms furieuze drumwerk van Phil Ehart; ik kan een Kansasplaat opzetten om alleen maar daarop te letten. En ook de heerlijke toetsen- (Walsh en Livgren) en gitaarpartijen (Rich Williams en Livgren), die ingenieus en toch pakkend zijn, op Sparks of the Tempest zelfs funky. Minder opvallend is het basspel van Dave Hope, die knap de brug slaat van ingewikkelde drumpatronen naar de melodieën van de anderen. Daarbij de teksten van Livgren, die bezig was met een zoektocht naar de zin van zijn bestaan en dat fraai verwoordt, zonder zweverig te worden (zoals Hopelessly Human). Als uitsmijter noem ik het vioolspel van Robbie Steinhardt, de man die eveneens gezegend was met een prachtige stem; lager dan die van Walsh, waardoor er een heerlijk contrast ontstond.
De heldere productie van Jeff Glixman en de fraaie binnenhoes met enkele geintjes wat betreft de gebruikte instrumenten, maken dit alles af. Sommige keyboardgeluiden klinken met hedendaagse oren ouderwets, maar dat dachten we ooit ook van het hammondorgel of het wah-wahpedaal.
In Seeds of Change, de biografie van Kerry Livgren, vertelt hij dat Dust in the Wind ontstond als een tokkeloefening en dat zijn vrouw hem aanspoorde het voor Kansas te gebruiken. Het leverde pardoes de door platenmaatschappijen Kirshner/CBS fel begeerde hitsingle op.
Favoriete nummers kiezen valt mij zwaar. Vandaag zijn dat het gecompliceerde Closet Chronicles, Lightning’s Hand met dreigende zang van Steinhardt en het weemoedige Nobody’s Home met deels een oneven maatsoort.
Een album dat nooit verveelt en het begin werd van een verzameling van hun werk op vinyl, cd en dvd. Bovenaan mijn wenslijstje staan momenteel de moeilijk te verkrijgen biografie van Livgren én het onlangs verschenen soloalbum van de dit jaar overleden Robbie Steinhardt.
Kansas - Point of Know Return: Live & Beyond (2021)

4,5
1
geplaatst: 9 december 2023, 12:46 uur
Wel Arjan Hut, de setlist is inderdaad fijn en dit is een heerlijk plaatje, bijvoorbeeld onder de kerstboom. Geproduceerd door Phil Ehart en Rich Williams en (leuk voor deze fan) gemasterd door Nederlander Peter van 't Riet. Heb enorm genoten van Kansas Point' of Know Return: Live & Beyond.
Prachtige hoestekeningen (de zeedraak van Point of Know Return in zijn onderzeese wereld) zijn het eerste wat opvalt. De opnames zijn afkomstig van twaalf Amerikaanse concerten in de periode april 2019 - maart 2020, waarbij het boekje per track aangeeft op welk oorspronkelijk studioalbum deze is te vinden.
Het "probleem voor grote namen" is altijd dat "de fans" slechts een select deel van het repertoire willen horen, waardoor je altijd dezelfde nummers krijgt voorgeschoteld. In deze bezetting echter worden ook onbekendere pareltjes gespeeld. Ik noem opener Cold Grey Morning, oorspronkelijk op Freaks of Nature, Two Cents Worth van Masque, nieuwe arrangementen met viool in Musicatto én Taking in the View van Power, The Spider van Point, een ingetogen versie van People of the South Wind van Monolith.
Daarbij blijven bekendere nummers als The Wall, Song for America, Closet Chronicles en Lightning's Hand zo lekker... Van The Prelude Implicit worden de heerlijke nummers Summer en Refugee gespeeld, werk van het laatste studioalbum The Absence of Presence ontbreekt.
In vergelijking met het oorspronkelijke Point of Know Return zaten alleen nog drummer Phil Ehart en gitarist Rich Williams in de groep, maar de "nieuwe leden" (Billy Greer is dan al zo'n 35 jaar bij de groep) kwijten zich geïnspireerd van hun zaak. Hierbij blijkt de laatste nieuweling, toetsenist/zanger Tom Brislin is sinds 2019 bij de groep, alweer een sterke speler in dit team.
Sindsdien is de bezetting weer gewijzigd, soms tijdelijk. Van 2016 - 2023 viel drumtechnicus Eric Holmquist af en toe in voor zijn baas, toen deze onder het mes moest en later een armblessure had; in 2021 verliet gitarist/componist/producer Zak Rizvi de groep en werd niet vervangen; in mei dit jaar ging violist/gitarist David Ragsdale met pensioen, zijn vervanger is Joe Deninzon van de groep Stratospheerius. En nog vorige maand viel Kyle Henderson van The Producers in voor Greer.
De mannen worden ouder maar hebben er hoorbaar plezier in, zoals in 2022 bleek rond de promotie voor het 50-jarig bestaan met verzamelaar Another Fork in the Road.
Mijn reis door hun discografie en die van de diverse nevenprojecten komt hiermee tot een einde. Ik hoop vurig op een volgend studioalbum - en natuurlijk een Europese tournee!
Prachtige hoestekeningen (de zeedraak van Point of Know Return in zijn onderzeese wereld) zijn het eerste wat opvalt. De opnames zijn afkomstig van twaalf Amerikaanse concerten in de periode april 2019 - maart 2020, waarbij het boekje per track aangeeft op welk oorspronkelijk studioalbum deze is te vinden.
Het "probleem voor grote namen" is altijd dat "de fans" slechts een select deel van het repertoire willen horen, waardoor je altijd dezelfde nummers krijgt voorgeschoteld. In deze bezetting echter worden ook onbekendere pareltjes gespeeld. Ik noem opener Cold Grey Morning, oorspronkelijk op Freaks of Nature, Two Cents Worth van Masque, nieuwe arrangementen met viool in Musicatto én Taking in the View van Power, The Spider van Point, een ingetogen versie van People of the South Wind van Monolith.
Daarbij blijven bekendere nummers als The Wall, Song for America, Closet Chronicles en Lightning's Hand zo lekker... Van The Prelude Implicit worden de heerlijke nummers Summer en Refugee gespeeld, werk van het laatste studioalbum The Absence of Presence ontbreekt.
In vergelijking met het oorspronkelijke Point of Know Return zaten alleen nog drummer Phil Ehart en gitarist Rich Williams in de groep, maar de "nieuwe leden" (Billy Greer is dan al zo'n 35 jaar bij de groep) kwijten zich geïnspireerd van hun zaak. Hierbij blijkt de laatste nieuweling, toetsenist/zanger Tom Brislin is sinds 2019 bij de groep, alweer een sterke speler in dit team.
Sindsdien is de bezetting weer gewijzigd, soms tijdelijk. Van 2016 - 2023 viel drumtechnicus Eric Holmquist af en toe in voor zijn baas, toen deze onder het mes moest en later een armblessure had; in 2021 verliet gitarist/componist/producer Zak Rizvi de groep en werd niet vervangen; in mei dit jaar ging violist/gitarist David Ragsdale met pensioen, zijn vervanger is Joe Deninzon van de groep Stratospheerius. En nog vorige maand viel Kyle Henderson van The Producers in voor Greer.
De mannen worden ouder maar hebben er hoorbaar plezier in, zoals in 2022 bleek rond de promotie voor het 50-jarig bestaan met verzamelaar Another Fork in the Road.
Mijn reis door hun discografie en die van de diverse nevenprojecten komt hiermee tot een einde. Ik hoop vurig op een volgend studioalbum - en natuurlijk een Europese tournee!
Kansas - Power (1986)

4,5
0
geplaatst: 22 juni 2023, 21:00 uur
De twee albums die Kansas met zanger John Elefante maakte, waren de eerste die ik bewust meemaakte. Kort daarvoor had frontman Steve Walsh de groep verlaten. Terwijl ik hun vorige werk ontdekte, desintegreerde de groep. Hoofdcomponist en gitarist/toetsenist Kerry Livgrens soloproject AD groeide uit tot een band, waartoe in 1984 ook Kansas' bassist Dave Hope toetrad. Elefante vertrok eveneens en keerde terug naar Californië. Kortom, Drastic Measures (1983) was Kansas' zwanenzang, de groep was opgeheven. Dacht ik.
Niet dus.
Toen ik Power in december 1986 in een platenzaak zag staan, was ik volkomen verrast. Zijn ze er weer? De groep bleek nooit te zijn gestopt, al was ze vleugellam. Drummer Phil Ehart en gitarist Rich Williams waren achtergebleven, likten hun wonden, keken terug, rustten uit en kwamen tot een conclusie: wij zijn Kansas en we gaan dóór.
Ondertussen was Steve Walsh’ band Streets ondanks de hoge kwaliteit van de twee gemaakte albums geen succes geworden. De zanger hapte maar al te graag toe toen Ehart hem belde om terug te keren bij het moederschip. Hij nam uit die groep Billy Greer mee als bassist. Einde Streets.
Waarom men geen violist aantrok, weet ik niet. Robby Steinhardt was al vóór Drastic Measures vertrokken en niet vervangen, waarmee één van de belangrijkste stijlkenmerken van de groep wederom ontbrak.
Voor Livgren werd een meer dan adequate vervanger gevonden. Steve Morse kende ik van Dixie Dregs, een voornamelijk instrumentale groep. vooral bekend van het nummer Take it off the Top, in gebruik als slottune in de Friday Rock Show van Tommy Vance op BBC Radio 1.
De hoes was ook het bekijken waard, een stijlbreuk met voorheen. Op de voorzijde niet meer de baardmans van eerdere albums maar een kortharige, gespierde smid. Op de achterzijde zien we gitarist Rich Williams met plotseling een ooglapje en Walsh lijkt een vetkuif te hebben.
Power verscheen in hetzelfde jaar als Reconstructions, de derde van Livgrens groep AD. Klinkt daar typische midden-jaren ’80 poprock, vergelijkbaar met Genesis in die dagen, bij Kansas knallen scheurende gitaren de speakers uit.
De plaat klonk voor mij als het logische vervolg op Crimes in Mind van Streets. Je zou het ook kunnen zien als de stap na Walsh' vorige Kansas, Audio-Visions. Hij is in dezelfde topvorm als op de tweede Streets, terwijl Kansas in de lijn van Streets stevige en geïnspireerde aor maakt. Dit in een sterke productie van Andrew Powell, geflankeerd door Ehart. Morse stelde zijn herkenbare shreddingstijl volledig in dienst van de sterke composities.
Dat het wat vlakke titelnummer reeds als tweede op het album staat, is jammer; iets verderop had het waarschijnlijk beter gepast. Dat meteen daarna ballade All I Wanted komt, is evenmin een voorbeeld van slimme timing. Ondanks de zwoele keyboardtonen een prachtig liedje. En daarna domineren de gitaren van Williams en Morse. Genieten, genieten, genieten.
Walsh’ rauwe randje klinkt regelmatig. Ook hierboven lees ik het nodige sentiment naar het Kansas van de eerste albums, maar niemand noemt dat Walsh hier nog beter zingt dan toen. Bovendien bevat menige tekst een “minispeelfilm”. Boeiend om te volgen, zoals de verhalen in Secret Service of Tomb 19.
De meeste nummers werden geschreven door beide Steves, soms met andere groepsleden. De flitsende gitaarstijl van Morse geeft de muziek een frisse bries, zoals in de eerste tonen van het album met Silhouettes in Disguise meteen duidelijk wordt. Geen violen, behalve in Secret Service met meteen het Londense Philharmonic Orchestra, inclusief felle koperblazers en prachtige breaks. Het snelle We're Not Alone Anymore sluit de A-zijde knallend af.
Opvallend is de opener van de B-kant. Het instrumentale Musicatto draagt duidelijk het stempel van Morse en heeft een folkachtige melodie, vergelijkbaar met wat Gary Moore in 1979 deed op Thin Lizzy’s Black Rose of in 1987 op soloalbum Wild Frontier.
Het dampende stuk wordt gevolgd door het kleine, akoestische kleinood Taking in the View met bovendien een charmant kinderkoortje. Het midtempo Pretenders blijft onveranderd mooi, mede door de fraaie gitaarsolo, net als het uptempo Tomb 19.
De afsluitende ballade Can’t Cry Anymore bewijst dat dit soort liedjes helemaal niet saai hoeven te zijn, alleen al omdat Walsh zingt. Het is een cover van The Producers, een Amerikaanse new wave band dat het in ’85 op hun album Run for Your Life zette. Maar de Kansasversie is krachtig, weet ik na het horen van het origineel op YouTube.
All I Wanted haalde in januari 1987 #17 in de Billboard Hot 100, Kansas' laatste hit tot de dag van vandaag.
Inmiddels is het een dikke 35 jaar dat ik dit album koester. Hij staat hier op vinyl én cd. Altijd pakken de muziek en verhalende teksten me weer. Bovendien is Morse met de rest van de groep ontzettend op dreef, Ehart bijvoorbeeld drumt weer eens de sterren van het firmanent. Daarbij spelen ze altijd in dienst van de liedjes, iets wat Morse later ook bij Deep Purple zou doen. Toch vind ik dit misschien wel zijn sterkste album, al heb ik ook voor zijn volgende album met Kansas een zwak. Op naar In the Spirit of Things.
Niet dus.
Toen ik Power in december 1986 in een platenzaak zag staan, was ik volkomen verrast. Zijn ze er weer? De groep bleek nooit te zijn gestopt, al was ze vleugellam. Drummer Phil Ehart en gitarist Rich Williams waren achtergebleven, likten hun wonden, keken terug, rustten uit en kwamen tot een conclusie: wij zijn Kansas en we gaan dóór.
Ondertussen was Steve Walsh’ band Streets ondanks de hoge kwaliteit van de twee gemaakte albums geen succes geworden. De zanger hapte maar al te graag toe toen Ehart hem belde om terug te keren bij het moederschip. Hij nam uit die groep Billy Greer mee als bassist. Einde Streets.
Waarom men geen violist aantrok, weet ik niet. Robby Steinhardt was al vóór Drastic Measures vertrokken en niet vervangen, waarmee één van de belangrijkste stijlkenmerken van de groep wederom ontbrak.
Voor Livgren werd een meer dan adequate vervanger gevonden. Steve Morse kende ik van Dixie Dregs, een voornamelijk instrumentale groep. vooral bekend van het nummer Take it off the Top, in gebruik als slottune in de Friday Rock Show van Tommy Vance op BBC Radio 1.
De hoes was ook het bekijken waard, een stijlbreuk met voorheen. Op de voorzijde niet meer de baardmans van eerdere albums maar een kortharige, gespierde smid. Op de achterzijde zien we gitarist Rich Williams met plotseling een ooglapje en Walsh lijkt een vetkuif te hebben.
Power verscheen in hetzelfde jaar als Reconstructions, de derde van Livgrens groep AD. Klinkt daar typische midden-jaren ’80 poprock, vergelijkbaar met Genesis in die dagen, bij Kansas knallen scheurende gitaren de speakers uit.
De plaat klonk voor mij als het logische vervolg op Crimes in Mind van Streets. Je zou het ook kunnen zien als de stap na Walsh' vorige Kansas, Audio-Visions. Hij is in dezelfde topvorm als op de tweede Streets, terwijl Kansas in de lijn van Streets stevige en geïnspireerde aor maakt. Dit in een sterke productie van Andrew Powell, geflankeerd door Ehart. Morse stelde zijn herkenbare shreddingstijl volledig in dienst van de sterke composities.
Dat het wat vlakke titelnummer reeds als tweede op het album staat, is jammer; iets verderop had het waarschijnlijk beter gepast. Dat meteen daarna ballade All I Wanted komt, is evenmin een voorbeeld van slimme timing. Ondanks de zwoele keyboardtonen een prachtig liedje. En daarna domineren de gitaren van Williams en Morse. Genieten, genieten, genieten.
Walsh’ rauwe randje klinkt regelmatig. Ook hierboven lees ik het nodige sentiment naar het Kansas van de eerste albums, maar niemand noemt dat Walsh hier nog beter zingt dan toen. Bovendien bevat menige tekst een “minispeelfilm”. Boeiend om te volgen, zoals de verhalen in Secret Service of Tomb 19.
De meeste nummers werden geschreven door beide Steves, soms met andere groepsleden. De flitsende gitaarstijl van Morse geeft de muziek een frisse bries, zoals in de eerste tonen van het album met Silhouettes in Disguise meteen duidelijk wordt. Geen violen, behalve in Secret Service met meteen het Londense Philharmonic Orchestra, inclusief felle koperblazers en prachtige breaks. Het snelle We're Not Alone Anymore sluit de A-zijde knallend af.
Opvallend is de opener van de B-kant. Het instrumentale Musicatto draagt duidelijk het stempel van Morse en heeft een folkachtige melodie, vergelijkbaar met wat Gary Moore in 1979 deed op Thin Lizzy’s Black Rose of in 1987 op soloalbum Wild Frontier.
Het dampende stuk wordt gevolgd door het kleine, akoestische kleinood Taking in the View met bovendien een charmant kinderkoortje. Het midtempo Pretenders blijft onveranderd mooi, mede door de fraaie gitaarsolo, net als het uptempo Tomb 19.
De afsluitende ballade Can’t Cry Anymore bewijst dat dit soort liedjes helemaal niet saai hoeven te zijn, alleen al omdat Walsh zingt. Het is een cover van The Producers, een Amerikaanse new wave band dat het in ’85 op hun album Run for Your Life zette. Maar de Kansasversie is krachtig, weet ik na het horen van het origineel op YouTube.
All I Wanted haalde in januari 1987 #17 in de Billboard Hot 100, Kansas' laatste hit tot de dag van vandaag.
Inmiddels is het een dikke 35 jaar dat ik dit album koester. Hij staat hier op vinyl én cd. Altijd pakken de muziek en verhalende teksten me weer. Bovendien is Morse met de rest van de groep ontzettend op dreef, Ehart bijvoorbeeld drumt weer eens de sterren van het firmanent. Daarbij spelen ze altijd in dienst van de liedjes, iets wat Morse later ook bij Deep Purple zou doen. Toch vind ik dit misschien wel zijn sterkste album, al heb ik ook voor zijn volgende album met Kansas een zwak. Op naar In the Spirit of Things.
Kansas - Somewhere to Elsewhere (2000)

4,5
0
geplaatst: 8 oktober 2023, 13:19 uur
Somewhere to Elsewhere kocht ik kort na verschijnen. Het bleek er net als de Kansasalbums uit de jaren '70 eentje te zijn die rijping nodig had. Een maandje draaien, wegleggen, later weer eens in de cd-lade. Door de jaren heen ontdekken dat de muziek bij herbeluistering aan diepte won.
Waar ik toen enthousiast over was: opgenomen in de originele bezetting, met zowel de teruggekeerde Kerry Livgren die in zijn eentje alle nummers had neergepend als bassist Dave Hope, de laatste alleen voor de opnamen. Deze vonden plaats in de thuisstudio van Livgren. Bassist Billy Greer bleef aan boord, onduidelijk blijft wie van de viersnarenplukkers welk nummer inspeelde.
Greer was tegelijkertijd bezig met de opnamen voor het soloalbum van zanger Steve Walsh. Die ontbrak op zijn beurt fysiek bij de opnamen van de nieuwe Kansas, druk zijnde in zijn eigen thuisstudio met de opnamen van Glossolalia en speelde op dit Somewhere to Elsewhere geen toetsen; hij nam zijn zangpartijen thuis op en stuurde die naar Boerderij Livgren.
De hoogtepunten in vogelvlucht: het gevarieerde Icarus II groeide uit tot het bekendste nummer, omdat het nog altijd in de liveset van de groep zit met zijn verhaal over piloten in de Tweede Wereldoorlog; het filmische The Coming Dawn (Thanatopsis) heeft naast de sferische muziek een tekst waarin Livgren zich in de ziel laat kijken; Myriad met zijn jazzingrediënten en prachtige opbouw.
Op de tweede helft: als er een single was geweest, had dat het midtempo Look at the Time moeten zijn, schijnbaar eenvoudig maar alweer knap via verslavende melodieën naar de climaxen opgebouwd, heerlijk vioolspel van Robby Steinhardt en prachtige details op de hi-hat van drummer Phil Ehart; Distant Vision is ma-je-stu-eus mooi en kan zich meten met het beste wat Kansas in de jaren '70 deed - een fascinerende combinatie van progrock en melodieën plus leadzang van zowel Walsh als Steinhardt; prachtig en rustig buitenbeentje is de oosterse gothiek van Byzantium.
De productie werd gedaan door Livgren, Williams en Ehart. Het gitaargeluid (Rich Williams en Livgren) is zwaarder dan voorheen; in Icarus II en Not Man Big hoor je zelfs metalen riffs. Wat ook opvalt is de geluids- én muzikantenkwaliteit: in datzelfde 2000 verscheen van Livgren het in dezelfde thuisstudio opgenomen Collector's Sedition, dat verre van onaardig is. Toch komt Kansas een stuk robuuster en gevarieerder uit de verf.
Of, zoals ik Rich Williams in een interview met vlog Rock History Music zag zeggen: "Kerry Livgren is at his best when he works with Kansas." De gitarist is overigens ook over andere zaken en personen heel open, getuige diverse uitspraken in deze playlist van 17 interviewfragmenten.
De dubbelzang van Walsh en Steinhardt kan zich meten met het beste uit de jaren '70. Klonk Walsh toen als een geel lentebier, nu hoor ik een bruine herfstbock, echter nog altijd bizar krachtig, getuige de hoge climax in Distant Vision; de stem van Steinhardt klinkt net als toen.
Na een kleine minuut stilte volgt een hidden track, een akoestisch bluesje. In het internettijdperk blijkt het Geodesic Dome te heten. In 2022 verscheen het album op cd en 2LP met andere hoesafbeelding.
Waar ik toen enthousiast over was: opgenomen in de originele bezetting, met zowel de teruggekeerde Kerry Livgren die in zijn eentje alle nummers had neergepend als bassist Dave Hope, de laatste alleen voor de opnamen. Deze vonden plaats in de thuisstudio van Livgren. Bassist Billy Greer bleef aan boord, onduidelijk blijft wie van de viersnarenplukkers welk nummer inspeelde.
Greer was tegelijkertijd bezig met de opnamen voor het soloalbum van zanger Steve Walsh. Die ontbrak op zijn beurt fysiek bij de opnamen van de nieuwe Kansas, druk zijnde in zijn eigen thuisstudio met de opnamen van Glossolalia en speelde op dit Somewhere to Elsewhere geen toetsen; hij nam zijn zangpartijen thuis op en stuurde die naar Boerderij Livgren.
De hoogtepunten in vogelvlucht: het gevarieerde Icarus II groeide uit tot het bekendste nummer, omdat het nog altijd in de liveset van de groep zit met zijn verhaal over piloten in de Tweede Wereldoorlog; het filmische The Coming Dawn (Thanatopsis) heeft naast de sferische muziek een tekst waarin Livgren zich in de ziel laat kijken; Myriad met zijn jazzingrediënten en prachtige opbouw.
Op de tweede helft: als er een single was geweest, had dat het midtempo Look at the Time moeten zijn, schijnbaar eenvoudig maar alweer knap via verslavende melodieën naar de climaxen opgebouwd, heerlijk vioolspel van Robby Steinhardt en prachtige details op de hi-hat van drummer Phil Ehart; Distant Vision is ma-je-stu-eus mooi en kan zich meten met het beste wat Kansas in de jaren '70 deed - een fascinerende combinatie van progrock en melodieën plus leadzang van zowel Walsh als Steinhardt; prachtig en rustig buitenbeentje is de oosterse gothiek van Byzantium.
De productie werd gedaan door Livgren, Williams en Ehart. Het gitaargeluid (Rich Williams en Livgren) is zwaarder dan voorheen; in Icarus II en Not Man Big hoor je zelfs metalen riffs. Wat ook opvalt is de geluids- én muzikantenkwaliteit: in datzelfde 2000 verscheen van Livgren het in dezelfde thuisstudio opgenomen Collector's Sedition, dat verre van onaardig is. Toch komt Kansas een stuk robuuster en gevarieerder uit de verf.
Of, zoals ik Rich Williams in een interview met vlog Rock History Music zag zeggen: "Kerry Livgren is at his best when he works with Kansas." De gitarist is overigens ook over andere zaken en personen heel open, getuige diverse uitspraken in deze playlist van 17 interviewfragmenten.
De dubbelzang van Walsh en Steinhardt kan zich meten met het beste uit de jaren '70. Klonk Walsh toen als een geel lentebier, nu hoor ik een bruine herfstbock, echter nog altijd bizar krachtig, getuige de hoge climax in Distant Vision; de stem van Steinhardt klinkt net als toen.
Na een kleine minuut stilte volgt een hidden track, een akoestisch bluesje. In het internettijdperk blijkt het Geodesic Dome te heten. In 2022 verscheen het album op cd en 2LP met andere hoesafbeelding.
Kansas - Song for America (1975)

4,0
1
geplaatst: 22 juni 2022, 21:03 uur
Dit is één van de laatste Kansasplaten die ik in het geheel hoorde, augustus 2017; ik was desondanks al een dikke vier decennia gewend aan de stijl van de band. Toch is het even wennen: de band zet hier extra fel aan.
De titelsong hoorde ik rond 1981 voor het eerst, dankzij hun liveplaat Two for the Show (1978) waar het de opener is. Bovendien werd het een vaste track op verzamelaars, zoals de drie die ik bezit. Terecht gebombardeerd tot prijsstuk van deze studioplaat, die in februari 1975 verscheen en in de Verenigde Staten maar liefst #57 haalde. Best hoog voor zo'n muzikaal stevig gekruid album.
Het waren de dagen dat je nog in tuinbroek en ruitjesblouse een "rockster" kon zijn; aan gelikte (glitter)kleding had de band geen behoefte, het was de muziek die telde. Bij Kansas was het niveau zo hoog, dat hun tweede album het debuut overtreft. Dit in tegenstelling tot wat ik bij veel andere bands heb gehoord, waar na een prima debuut de mindere songs voor de opvolger resteerden.
Geproduceerd door de piepjonge Jeff Glixman, door de band gevraagd om het geluid te doen tijdens hun tournees voor het debuut. Kansas speelde non-stop, in zowel clubs als stadions, onder meer in het voorprogramma van hun jeugdhelden The Kinks. 248 concerten deden ze, vertelt hoofdcomponist Kerry Livgren in de documentaire Miracles out of Nowhere.
De band was dus bijzonder goed ingespeeld toen Livgren onderweg naar de studio, in het vliegtuig naar Los Angeles, de poëtische tekst van Song for America schreef.
Behalve de titelsong staan er nóg twee lange composities op, eveneens geschreven door Livgren: Lamplight Symphony (in miniversie ook op de liveplaat te vinden) en Hymn to the Atman, met daarin onder meer een knappe drumsolo en vanaf 10'32" een heerlijke gitaarsolo. In dit ‘Gezang voor de ziel’ hoor je over de diepe levensvragen die Livgren zich in die dagen stelde.
Toen ik de plaat dan eindelijk in z’n geheel hoorde, sprong er echter een ander nummer uit. Lonely Street werd geschreven door zanger/toetsenist Steve Walsh, bassist Dave Hope, gitarist Rich Williams en drummer Phil Ehart. Op het eerste gehoor lijkt het een standaard bluesschema wat ze gebruiken, maar verrek, mijn voet kan niet gewoon meetikken door de oneven maatsoort. Zelfs de blues moest er kennelijk aan geloven… Het lijkt een (hele snelle) driekwartsmaat te zijn, waardoor je als luisteraar in eerste instantie denkt dat het een gewone vierkwarts is. Maar zelfs dan kom ik er vooralsnog niet uit wat hier precies gebeurt. Knap gedaan, lekker nummer bovendien.
Een ander hoogtepunt is de opener van de plaat, Down the Road, prachtig gezongen door Robbie Steinhardt, die bovendien op viool excelleert.
Duidelijk is ook dat Glixman erin slaagde de opnamekwaliteit van het toch al prima debuut te overtreffen: met name de zang komt beter tot zijn recht.
Platenbaas Don Kirshner begon om een hitsingle te vragen, vertelt Walsh in de genoemde docu. In zijn opdracht kortte Glixman (?) de titelsong in tot drie-minuut-één, voorwaar een knappe prestatie. Zelfs een radiohit wilde het desondanks niet worden, in tegenstelling tot de lange versie die zeven minuten méér aantikt en spoedig een succes werd op collegeradio in het hele land. Het groeide er uit tot een eigentijdse evergreen.
De single staat als bonus op de cd-versie (2005) die ik bezit en is ook op streaming te vinden. Dit samen met een liveversie van Down the Road, waarop te horen is dat deze band geen overdubs nodig had. Briljant.
De titelsong hoorde ik rond 1981 voor het eerst, dankzij hun liveplaat Two for the Show (1978) waar het de opener is. Bovendien werd het een vaste track op verzamelaars, zoals de drie die ik bezit. Terecht gebombardeerd tot prijsstuk van deze studioplaat, die in februari 1975 verscheen en in de Verenigde Staten maar liefst #57 haalde. Best hoog voor zo'n muzikaal stevig gekruid album.
Het waren de dagen dat je nog in tuinbroek en ruitjesblouse een "rockster" kon zijn; aan gelikte (glitter)kleding had de band geen behoefte, het was de muziek die telde. Bij Kansas was het niveau zo hoog, dat hun tweede album het debuut overtreft. Dit in tegenstelling tot wat ik bij veel andere bands heb gehoord, waar na een prima debuut de mindere songs voor de opvolger resteerden.
Geproduceerd door de piepjonge Jeff Glixman, door de band gevraagd om het geluid te doen tijdens hun tournees voor het debuut. Kansas speelde non-stop, in zowel clubs als stadions, onder meer in het voorprogramma van hun jeugdhelden The Kinks. 248 concerten deden ze, vertelt hoofdcomponist Kerry Livgren in de documentaire Miracles out of Nowhere.
De band was dus bijzonder goed ingespeeld toen Livgren onderweg naar de studio, in het vliegtuig naar Los Angeles, de poëtische tekst van Song for America schreef.
Behalve de titelsong staan er nóg twee lange composities op, eveneens geschreven door Livgren: Lamplight Symphony (in miniversie ook op de liveplaat te vinden) en Hymn to the Atman, met daarin onder meer een knappe drumsolo en vanaf 10'32" een heerlijke gitaarsolo. In dit ‘Gezang voor de ziel’ hoor je over de diepe levensvragen die Livgren zich in die dagen stelde.
Toen ik de plaat dan eindelijk in z’n geheel hoorde, sprong er echter een ander nummer uit. Lonely Street werd geschreven door zanger/toetsenist Steve Walsh, bassist Dave Hope, gitarist Rich Williams en drummer Phil Ehart. Op het eerste gehoor lijkt het een standaard bluesschema wat ze gebruiken, maar verrek, mijn voet kan niet gewoon meetikken door de oneven maatsoort. Zelfs de blues moest er kennelijk aan geloven… Het lijkt een (hele snelle) driekwartsmaat te zijn, waardoor je als luisteraar in eerste instantie denkt dat het een gewone vierkwarts is. Maar zelfs dan kom ik er vooralsnog niet uit wat hier precies gebeurt. Knap gedaan, lekker nummer bovendien.
Een ander hoogtepunt is de opener van de plaat, Down the Road, prachtig gezongen door Robbie Steinhardt, die bovendien op viool excelleert.
Duidelijk is ook dat Glixman erin slaagde de opnamekwaliteit van het toch al prima debuut te overtreffen: met name de zang komt beter tot zijn recht.
Platenbaas Don Kirshner begon om een hitsingle te vragen, vertelt Walsh in de genoemde docu. In zijn opdracht kortte Glixman (?) de titelsong in tot drie-minuut-één, voorwaar een knappe prestatie. Zelfs een radiohit wilde het desondanks niet worden, in tegenstelling tot de lange versie die zeven minuten méér aantikt en spoedig een succes werd op collegeradio in het hele land. Het groeide er uit tot een eigentijdse evergreen.
De single staat als bonus op de cd-versie (2005) die ik bezit en is ook op streaming te vinden. Dit samen met een liveversie van Down the Road, waarop te horen is dat deze band geen overdubs nodig had. Briljant.
Kansas - The Absence of Presence (2020)

4,5
0
geplaatst: 1 december 2023, 06:51 uur
Halverwege de tour voor voorganger The Prelude Implicit werd Tom Brislin de nieuwe toetsenist van Kansas. Voor The Absence of Presence schreef hij het nodige werk en bovendien zingt hij slotlied The Song the River Sang. Zijn naam kende ik niet, maar hij had vóór Kansas al een indrukwekkend cv opgebouwd door te werken met uiteenlopende namen als Yes en Deborah Harry. Andere veelschrijver voor de plaat was gitarist Zak Rizvi, terwijl drummer Phil Ehart een enkele bijdrage leverde.
Dan valt op dat Rizvi de boel moddervet produceerde, samen met co-producers Ehart en gitarist Rich Williams. Voor de mix zat oudgediende Jeff Glixman achter de knoppen. Het resultaat is een album met een dik drums- én basgeluid. Die laatste gromt zelfs!
De groep maakte niet de fout een ellenlang album te maken: na drie kwartier wordt het stil en blijf je blij verbaasd achter om zoveel geïnspireerde progrock, vergelijkbaar met hun beste materiaal uit de jaren '70. Vaker draaien levert de nodige prachtige details op, zoals de verhalende teksten. Verrassend vond ik het instrumentale Propulsion I, waar Eharts dubbele basdrum voortdendert als nooit tevoren.
Hoorbaar is dat de mannen met hun hart musiceren, de passie spat eraf. Dat geldt ook voor violist David Ragsdale, wiens instrument uiteraard een prominente rol speelt. De stem van Ronnie Platt heeft enigszins weg van die van voorganger John Elefante, wat het voornaamste verschil met die gloriejaren '70 vormt.
Tot dusver hun laatste studioalbum, maar omdat er vier jaar tussen deze en de voorganger zit, hoop ik dat ze dit kunstje herhalen en in 2024 met een opvolger komen. Wel verscheen nog livealbum Point of Know Return: Live & Beyond en die zou vandaag in mijn brievenbus moeten landen. Wordt vervolgd!
Dan valt op dat Rizvi de boel moddervet produceerde, samen met co-producers Ehart en gitarist Rich Williams. Voor de mix zat oudgediende Jeff Glixman achter de knoppen. Het resultaat is een album met een dik drums- én basgeluid. Die laatste gromt zelfs!
De groep maakte niet de fout een ellenlang album te maken: na drie kwartier wordt het stil en blijf je blij verbaasd achter om zoveel geïnspireerde progrock, vergelijkbaar met hun beste materiaal uit de jaren '70. Vaker draaien levert de nodige prachtige details op, zoals de verhalende teksten. Verrassend vond ik het instrumentale Propulsion I, waar Eharts dubbele basdrum voortdendert als nooit tevoren.
Hoorbaar is dat de mannen met hun hart musiceren, de passie spat eraf. Dat geldt ook voor violist David Ragsdale, wiens instrument uiteraard een prominente rol speelt. De stem van Ronnie Platt heeft enigszins weg van die van voorganger John Elefante, wat het voornaamste verschil met die gloriejaren '70 vormt.
Tot dusver hun laatste studioalbum, maar omdat er vier jaar tussen deze en de voorganger zit, hoop ik dat ze dit kunstje herhalen en in 2024 met een opvolger komen. Wel verscheen nog livealbum Point of Know Return: Live & Beyond en die zou vandaag in mijn brievenbus moeten landen. Wordt vervolgd!
Kansas - The Best Of (1984)

4,0
1
geplaatst: 1 augustus 2023, 13:13 uur
The best of van Kansas was indertijd een populaire verzamelaar van een groep die gedurende 1984-1985 ter ziele leek. Na het vertrek van oorspronkelijke zanger/toetsenist Steve Walsh in 1981 en violist Robby Steinhardt in 1982, hadden eind 1983 namelijk gitarist/toetsenist/hoofdcomponist Kerry Livgren en bassist Dave Hope de groep verlaten.
De achterblijvers, gitarist Rich Williams en drummer Phil Ehart, gooiden de handdoek nog niet in de ring. Met zanger John Elefante, sinds 1982 bij de groep, werd voor deze verzamelaar zelfs nog nieuw werk opgenomen: het door Elefante met diens broer Dino geschreven Perfect Lover bevatte de kenmerkende en sterke aor als op de laatste twee albums van Kansas. Met dit "'afscheid" voldeed de groep tevens aan de eisen voor platenmaatschappij CBS.
Het was mijn jongere zus die de cd kocht: mijn Kansasvirus was op haar overgeslagen. Daarop (de cd, niet het virus) staan steeds twee nummers uit de periode Walsh, gevolgd door één nummer met Elefante. Pas bij het beluisteren van haar cd drong tot mij door dat Hold on een ijzersterke ballade was. Het nieuwe Perfect Lover verrijkte de toch al degelijke verzamelaar. Mooie hoes ook trouwens, met verwijzingen naar Kansas’ discografie, een tekening die op vinylformaat beter uitkomt.
In 1999 verscheen een nieuwe editie met drie extra nummers uit het tijdperk Walsh, inclusief Closet Chronicles van livedubbelelpee Two for the Show (1978), dat de cd-versie van '89 niet had gehaald wegens ruimtegebrek.
In 2014 in Duitsland verschenen in een goedkope versie als All Time Best met andere hoes en de originele tien tracks.
In 1984 nam ik aan dat dit het afscheidsalbum van de groep was. Met Elefante in de groep slaagde de groep er immers niet in een nieuw platencontract te krijgen, waarop deze terugkeerde naar Californië en als producer, platenbaas en zanger van Mastedon en vervolgens solo een boeiend vervolg aan zijn carrière gaf.
In 1986 slaagden Williams en Ehart erin om zanger Steve Walsh terug te halen, nadat diens carrière met de groep Streets niet tot het beoogde succes had geleid. Hij nam bassist Billy Greer mee. Als bovendien gitarist Steve Morse toetreedt, volgt de voor mij onverwachte comeback met het sterke Power.
De achterblijvers, gitarist Rich Williams en drummer Phil Ehart, gooiden de handdoek nog niet in de ring. Met zanger John Elefante, sinds 1982 bij de groep, werd voor deze verzamelaar zelfs nog nieuw werk opgenomen: het door Elefante met diens broer Dino geschreven Perfect Lover bevatte de kenmerkende en sterke aor als op de laatste twee albums van Kansas. Met dit "'afscheid" voldeed de groep tevens aan de eisen voor platenmaatschappij CBS.
Het was mijn jongere zus die de cd kocht: mijn Kansasvirus was op haar overgeslagen. Daarop (de cd, niet het virus) staan steeds twee nummers uit de periode Walsh, gevolgd door één nummer met Elefante. Pas bij het beluisteren van haar cd drong tot mij door dat Hold on een ijzersterke ballade was. Het nieuwe Perfect Lover verrijkte de toch al degelijke verzamelaar. Mooie hoes ook trouwens, met verwijzingen naar Kansas’ discografie, een tekening die op vinylformaat beter uitkomt.
In 1999 verscheen een nieuwe editie met drie extra nummers uit het tijdperk Walsh, inclusief Closet Chronicles van livedubbelelpee Two for the Show (1978), dat de cd-versie van '89 niet had gehaald wegens ruimtegebrek.
In 2014 in Duitsland verschenen in een goedkope versie als All Time Best met andere hoes en de originele tien tracks.
In 1984 nam ik aan dat dit het afscheidsalbum van de groep was. Met Elefante in de groep slaagde de groep er immers niet in een nieuw platencontract te krijgen, waarop deze terugkeerde naar Californië en als producer, platenbaas en zanger van Mastedon en vervolgens solo een boeiend vervolg aan zijn carrière gaf.
In 1986 slaagden Williams en Ehart erin om zanger Steve Walsh terug te halen, nadat diens carrière met de groep Streets niet tot het beoogde succes had geleid. Hij nam bassist Billy Greer mee. Als bovendien gitarist Steve Morse toetreedt, volgt de voor mij onverwachte comeback met het sterke Power.
Kansas - The Kansas Boxed Set (1994)

4,0
1
geplaatst: 9 september 2023, 17:54 uur
In 1994 was mijn platenspeler kapot en bovendien was de elpee voorbij, de cd zijn definitieve opvolger - dachten wij. Dat kon betekenen dat je sommige van je platen verving door een cd-exemplaar. In mijn geval betekende dat aanschaf van deze 2cd-verzamelaar; op Discogs Kansas genoemd, elders met de overdreven titel Boxed Set aangeduid. Voor het eerst in jaren kon ik uitgebreid naar Kansas luisteren.
Omdat ik niet met al hun platen bekend was, zaten er enkele nummers bij die voor mij nieuw waren, zoals die van het debuut. En dan zijn er nooit eerder verschenen liveversies. Death of Mother Nature Suite werd in 1973 live opgenomen, Incomudro - Hymn to the Atman live in 1975, On the Other Side live in 1979.
Daarbij opent cd 1 met de niet eerder uitgebrachte demoversie (1973) van Can I Tell You. In mijn oren klonk het als een startpunt van de groep: niet zo complex als later, maar de progrock met de viool van Robbie Steinhardt stond al helemaal.
Ook opvallend: de albums met zanger John Elefante (1982 en '83) en gitarist Steve Morse (1986 en '88) worden overgeslagen. We horen dus het Kansas van hun hoogtijdagen, de periode 1974 - 1981. Dit klassieke gevoel wordt versterkt door de hoes met daarop de baardmans van eerdere Kansasalbums.
De groep was zo kien om één volledig nieuwe compositie in de tracklist op te nemen: op het midtempo Wheels speelt violist David Ragsdale. Waarschijnlijk was deze verzamelaar mede bedoeld om de aandacht voor de groep weer aan te wakkeren, nadat hun muziek met de komst van grunge tot irrelevant was bestempeld. Daarmee werd het als een heraut voor het jaar erna verschenen Freaks of Nature, waar Wheels echter niet op staat.
Verrassenderwijs geschreven door ex-bandlid Kerry Livgren voor één van diens soloalbums, hoorde drummer Phil Ehart het in '91 en vroeg of het mocht worden gebruikt voor Kansas met de zang van Steve Walsh. Overigens is Wheels zeker niet de sterkste van deze verzamelaar, het is mij niet spannend genoeg.
Het dikke cd-boekje past nauwelijks in de klassieke cd-doos en bevat onder meer een vrij uitgebreide bandbiografie en -discografie, inclusief vermelding van de eerste soloplaat van zowel Livgren als Walsh.
Een platenspeler keerde later in de jaren '90 terug in mijn huis, wel gebruik ik bovendien een cd-speler. Juist omdat albums als deze niet op vinyl zijn verschenen.
Omdat ik niet met al hun platen bekend was, zaten er enkele nummers bij die voor mij nieuw waren, zoals die van het debuut. En dan zijn er nooit eerder verschenen liveversies. Death of Mother Nature Suite werd in 1973 live opgenomen, Incomudro - Hymn to the Atman live in 1975, On the Other Side live in 1979.
Daarbij opent cd 1 met de niet eerder uitgebrachte demoversie (1973) van Can I Tell You. In mijn oren klonk het als een startpunt van de groep: niet zo complex als later, maar de progrock met de viool van Robbie Steinhardt stond al helemaal.
Ook opvallend: de albums met zanger John Elefante (1982 en '83) en gitarist Steve Morse (1986 en '88) worden overgeslagen. We horen dus het Kansas van hun hoogtijdagen, de periode 1974 - 1981. Dit klassieke gevoel wordt versterkt door de hoes met daarop de baardmans van eerdere Kansasalbums.
De groep was zo kien om één volledig nieuwe compositie in de tracklist op te nemen: op het midtempo Wheels speelt violist David Ragsdale. Waarschijnlijk was deze verzamelaar mede bedoeld om de aandacht voor de groep weer aan te wakkeren, nadat hun muziek met de komst van grunge tot irrelevant was bestempeld. Daarmee werd het als een heraut voor het jaar erna verschenen Freaks of Nature, waar Wheels echter niet op staat.
Verrassenderwijs geschreven door ex-bandlid Kerry Livgren voor één van diens soloalbums, hoorde drummer Phil Ehart het in '91 en vroeg of het mocht worden gebruikt voor Kansas met de zang van Steve Walsh. Overigens is Wheels zeker niet de sterkste van deze verzamelaar, het is mij niet spannend genoeg.
Het dikke cd-boekje past nauwelijks in de klassieke cd-doos en bevat onder meer een vrij uitgebreide bandbiografie en -discografie, inclusief vermelding van de eerste soloplaat van zowel Livgren als Walsh.
Een platenspeler keerde later in de jaren '90 terug in mijn huis, wel gebruik ik bovendien een cd-speler. Juist omdat albums als deze niet op vinyl zijn verschenen.
Kansas - The Prelude Implicit (2016)

5,0
1
geplaatst: 27 november 2023, 14:44 uur
In 2014 kwam het bericht dat Steve Walsh Kansas had verlaten. Later ontdekte ik beelden van het slot van zijn zijn laatste optreden als zanger bij de groep, waarbij niets erop wijst dat dit zijn laatste show met hen was geweest.
Het bleek echter een zegen in vermomming. In september 2016 vertelde gitarist Rich Williams in het Nederlandse webzine ProgWereld dat het Walsh was die geen nieuw materiaal meer wilde opnemen en bovendien vasthield aan een beperkte liveset, daarbij de nodige andere klassiekers uit de rijke historie van de groep uitsluitend.
In 2000 had de groep door toedoen van voormalig bandlid Kerry Livgren met Somewhere to Elsewhere voor het laatst een nieuw album uitgebracht, in 2001 gevolgd door het laatste nieuwe nummer: een kerstlied bij het project The December People.
Logisch dat de berichten van een nieuw Kansasalbum de nodige scepsis opriepen, maar met nieuwe zanger Ronnie Platt, toetsenist en ex-lichttechnicus-van-Kansas David Manion, plus gitarist Zak Rizvi maakte dit vernieuwde Kansas met The Prelude Implicit een ijzersterke indruk. Rizvi had als producer/engineer voor de groep al jaren eerder nieuw materiaal voor de groep geschreven, geheel in de progrockstijl van Kerry Livgren van de hoogtijjaren '70. Het album werd gemixt en gemasterd door oudgediende Jeff Glixman, hun geluidsman en producer gedurende de eerste bandjaren.
Met de 6/8-maat van opener With This Heart worden meteen nieuwe hoogten bereikt. Net als toen vechten rijke melodieën en creatieve energie om de aandacht, net als toen zitten elementen van klassieke muziek en jazz in de progrock verweven, net als toen vormt de viool (inmiddels al jarenlang in handen van David Ragsdale) het ijkpunt in de muziek. Visibility Zero is zo mogelijk nog sterker, waarna verrassend een buitenbeentje volgt: The Unsung Heroes klinkt alsof Kansas een nummer van The Eagles covert. Het werkt wonderwel. De ronde stem van Platt lijkt enigszins op jaren '80-voorganger John Elefante, zoveel wordt al snel duidelijk.
En zo gaan we van het ene naar het andere juweeltje. Zoals de hoes toont is de fenix uit de as herrezen en vliegt majestueus zijn muzikale vluchten, met als primeur dat bassist Billy Greer op Summer voor het eerst de leadzang bij een nieuwe track van de groep krijgt.
Favorieten kiezen is onmogelijk. Ik wil bijvoorbeeld ook Rhythm in the Spirit noemen waarin zware rock wordt afgewisseld met jazzbeïnvloede delen, of de symfokraker The Voyage of Flight Eighteen. Tegelijkertijd doe ik dan andere nummers tekort, zoals het akoestische Refugee en het instrumentale Section 60.
Enige nadeel is dat de stem van Platt een rauw randje mist, waardoor je soms een sterkere climax zou willen horen. En de twee bonusnummers zijn lekker maar niet spectaculair: het zijn Amerikaanse traditionals, waarvan Shendandoah de rustige variant is van de versie die Thin Lizzy in 1979 op hun album Black Rose zette. Toch blijkt The Prelude Implicit zeven jaar na verschijning te zijn gegroeid: ik geniet er nog meer van dan in de nazomer van 2016.
Steve Walsh bracht in 2017 zijn album Black Butterfly uit en zong in 2021 en '22 op nieuw solowerk van Kerry Livgren. Ondertussen bleef Kansas touren: op naar Leftoverture - Live & Beyond
Het bleek echter een zegen in vermomming. In september 2016 vertelde gitarist Rich Williams in het Nederlandse webzine ProgWereld dat het Walsh was die geen nieuw materiaal meer wilde opnemen en bovendien vasthield aan een beperkte liveset, daarbij de nodige andere klassiekers uit de rijke historie van de groep uitsluitend.
In 2000 had de groep door toedoen van voormalig bandlid Kerry Livgren met Somewhere to Elsewhere voor het laatst een nieuw album uitgebracht, in 2001 gevolgd door het laatste nieuwe nummer: een kerstlied bij het project The December People.
Logisch dat de berichten van een nieuw Kansasalbum de nodige scepsis opriepen, maar met nieuwe zanger Ronnie Platt, toetsenist en ex-lichttechnicus-van-Kansas David Manion, plus gitarist Zak Rizvi maakte dit vernieuwde Kansas met The Prelude Implicit een ijzersterke indruk. Rizvi had als producer/engineer voor de groep al jaren eerder nieuw materiaal voor de groep geschreven, geheel in de progrockstijl van Kerry Livgren van de hoogtijjaren '70. Het album werd gemixt en gemasterd door oudgediende Jeff Glixman, hun geluidsman en producer gedurende de eerste bandjaren.
Met de 6/8-maat van opener With This Heart worden meteen nieuwe hoogten bereikt. Net als toen vechten rijke melodieën en creatieve energie om de aandacht, net als toen zitten elementen van klassieke muziek en jazz in de progrock verweven, net als toen vormt de viool (inmiddels al jarenlang in handen van David Ragsdale) het ijkpunt in de muziek. Visibility Zero is zo mogelijk nog sterker, waarna verrassend een buitenbeentje volgt: The Unsung Heroes klinkt alsof Kansas een nummer van The Eagles covert. Het werkt wonderwel. De ronde stem van Platt lijkt enigszins op jaren '80-voorganger John Elefante, zoveel wordt al snel duidelijk.
En zo gaan we van het ene naar het andere juweeltje. Zoals de hoes toont is de fenix uit de as herrezen en vliegt majestueus zijn muzikale vluchten, met als primeur dat bassist Billy Greer op Summer voor het eerst de leadzang bij een nieuwe track van de groep krijgt.
Favorieten kiezen is onmogelijk. Ik wil bijvoorbeeld ook Rhythm in the Spirit noemen waarin zware rock wordt afgewisseld met jazzbeïnvloede delen, of de symfokraker The Voyage of Flight Eighteen. Tegelijkertijd doe ik dan andere nummers tekort, zoals het akoestische Refugee en het instrumentale Section 60.
Enige nadeel is dat de stem van Platt een rauw randje mist, waardoor je soms een sterkere climax zou willen horen. En de twee bonusnummers zijn lekker maar niet spectaculair: het zijn Amerikaanse traditionals, waarvan Shendandoah de rustige variant is van de versie die Thin Lizzy in 1979 op hun album Black Rose zette. Toch blijkt The Prelude Implicit zeven jaar na verschijning te zijn gegroeid: ik geniet er nog meer van dan in de nazomer van 2016.
Steve Walsh bracht in 2017 zijn album Black Butterfly uit en zong in 2021 en '22 op nieuw solowerk van Kerry Livgren. Ondertussen bleef Kansas touren: op naar Leftoverture - Live & Beyond
Kansas - There's Know Place Like Home (2009)

4,0
1
geplaatst: 20 november 2023, 21:05 uur
In 2000 bracht progrockgroep Kansas Somewhere to Elsewhere uit, dat tot 2016 hun laatste studioalbum zou blijven. Wel verscheen in 2001 een nieuw nummer op Sounds Like Christmas, verder moesten de fans het doen met livealbums. Nou was Device, Voice, Drum (2004) een prima album en dat geldt nog sterker voor dit There's Know Place Like Home.
De verschillen met de vorige liveplaat? Opgenomen in de geboorteplaats van de groep, Topeka in Kansas, werd deze dvd/2cd opgenomen met het plaatselijke Washburn Symphony Orchestra. Violist en zanger Robbie Steinhardt had in 2006 wederom de groep verlaten en net als in 1991 was David Ragsdale zijn vervanger; hij speelt bovendien elektrische gitaar.
Qua setlist zijn de overeenkomsten echter groot. Misschien wel te groot, daarin had meer verrassing kunnen zitten. Hoe leuk was het geweest om People of the Southwind naast On the Other Side van het ondergewaardeerde Monolith te horen? Al is het heerlijk dat dit laatste nummer wél in deze setlist werd opgenomen, bovendien met een nieuw acapella-intro.
Andere hoogtepunten zijn de gastbijdragen van Steve Morse, die niet alleen gitaar speelt maar in Dust in the Wind ook de tweede viool. Dat Kerry Livgren de andere gast was zal niemand verbazen, maar verrast ben ik als hij naast gitaar verderop in de set pijporgel speelt en zo de groep terugbrengt naar het illustere geluid van de jaren '70.
Zanger Steve Walsh is in grote vorm en haalt, staande achter zijn toetsenborden, net als vroeger de hoge noten. Wel is de constatering van Jester terecht dat hem dat de nodige moeite lijkt te kosten; wat dat betreft zijn de beelden onbarmhartig. Maar wát een stem...
Andere opvallende naam in het cd-boekje is die van Zak Rizvi. Hier als co-producer van StarCity Studios, in 2016 trad hij tot Kansas toe.
Wel mis ik de vrij zware stem van Steinhardt, die vroeger tegenwicht bood aan de heldere stem van Walsh; zijn rol is overgenomen door bassist Billy Greer, die tevens de praatjes tussen de muziek verzorgt. Diens zangkleur lijkt echter nogal op die van Walsh, waardoor ik in vergelijking met de originelen contrast mis. En hoe leuk zou het zijn geweest als John Elefante werk uit de jaren '82 en '83 was komen zingen...
Nou ja, laat mij maar dromen. Laat onverlet dat There's Know Place Like Home een solide samenvatting van hun carrière bevat, bovendien sterk in beeld gebracht met uiteraard het geluid dik in orde. Genieten is het om gitarist Rich Williams en drummer Phil Ehart aan het werk te zien met als eindresultaat een album dat weliswaar niet superverrassend is maar wél getuigend van groot vakmanschap, gegoten in majestueuze melodieën (The Wall, hóé mooi blijft dat toch...) en knappe uitvoeringen.
De verschillen met de vorige liveplaat? Opgenomen in de geboorteplaats van de groep, Topeka in Kansas, werd deze dvd/2cd opgenomen met het plaatselijke Washburn Symphony Orchestra. Violist en zanger Robbie Steinhardt had in 2006 wederom de groep verlaten en net als in 1991 was David Ragsdale zijn vervanger; hij speelt bovendien elektrische gitaar.
Qua setlist zijn de overeenkomsten echter groot. Misschien wel te groot, daarin had meer verrassing kunnen zitten. Hoe leuk was het geweest om People of the Southwind naast On the Other Side van het ondergewaardeerde Monolith te horen? Al is het heerlijk dat dit laatste nummer wél in deze setlist werd opgenomen, bovendien met een nieuw acapella-intro.
Andere hoogtepunten zijn de gastbijdragen van Steve Morse, die niet alleen gitaar speelt maar in Dust in the Wind ook de tweede viool. Dat Kerry Livgren de andere gast was zal niemand verbazen, maar verrast ben ik als hij naast gitaar verderop in de set pijporgel speelt en zo de groep terugbrengt naar het illustere geluid van de jaren '70.
Zanger Steve Walsh is in grote vorm en haalt, staande achter zijn toetsenborden, net als vroeger de hoge noten. Wel is de constatering van Jester terecht dat hem dat de nodige moeite lijkt te kosten; wat dat betreft zijn de beelden onbarmhartig. Maar wát een stem...
Andere opvallende naam in het cd-boekje is die van Zak Rizvi. Hier als co-producer van StarCity Studios, in 2016 trad hij tot Kansas toe.
Wel mis ik de vrij zware stem van Steinhardt, die vroeger tegenwicht bood aan de heldere stem van Walsh; zijn rol is overgenomen door bassist Billy Greer, die tevens de praatjes tussen de muziek verzorgt. Diens zangkleur lijkt echter nogal op die van Walsh, waardoor ik in vergelijking met de originelen contrast mis. En hoe leuk zou het zijn geweest als John Elefante werk uit de jaren '82 en '83 was komen zingen...
Nou ja, laat mij maar dromen. Laat onverlet dat There's Know Place Like Home een solide samenvatting van hun carrière bevat, bovendien sterk in beeld gebracht met uiteraard het geluid dik in orde. Genieten is het om gitarist Rich Williams en drummer Phil Ehart aan het werk te zien met als eindresultaat een album dat weliswaar niet superverrassend is maar wél getuigend van groot vakmanschap, gegoten in majestueuze melodieën (The Wall, hóé mooi blijft dat toch...) en knappe uitvoeringen.
Kansas - Two for the Show (1978)

5,0
1
geplaatst: 4 september 2024, 18:33 uur
Als hele prille fan van Kansas leende ik dit album in '80, '81 uit de bieb vanwege Dust in the Wind, maar was teleurgesteld. Live werd tijdens de vioolsolo de tweede vioolpartij op toetsen uitgevoerd; ik haakte af. Met de overige nummers kon ik nog niet veel: te gecompliceerd.
Tijden veranderden, net als mijn smaak. Al enkele jaren stond Two for The Show op mijn lijstje als ik door platenzaken met tweedehands werk struinde. Eind juli gebeurde dat dan eindelijk in het Duitse Minden, waar zich in een centrum een kringloopwinkel bevindt met veel, véél vinyl. Uitstekend gecategoriseerd op genres en vervolgens gealfabetiseerd. Leve re-turn, zoals de zaak heet.
In 1978 waren het nog de hoogtijdagen van de livedubbelaar als summum voor een artiest, zéker in één van de rockgenres. Two for the Show is één van de toppers in die categorie. Duidelijk is dat de groep het eigen, gecompliceerde materiaal tot in de puntjes beheerste. Enig nadeel is wellicht dat de liveuitvoeringen meestal dicht bij de studieversies blijven. Geen lange jams of grote veranderingen.
Soms echter deden ze dat toch. Het arrangement van Icarus - Borne on Wings of Steel is afwijkend, tussen Dust in the Wind en Lonely Wind zit een prachtig instrumentaal gitaar- en vervolgens pianodeel en slotlied Magnum Opus kent een nieuw synthesizer-versus-viool-intro, gevolgd door een basgitaardeel en meer. Prachtig!
Wat speelde deze band bizar goed. Nog altijd trouwens, ze treden veel op in de V.S. met een sterke set al zijn slechts twee van de leden van dit album over: drummer Phil Ehart en gitarist Rich Williams. Jammer dat ze het buitenland mijden.
Dan maar de dubbelelpee opgezet, die prachtige binnenhoezen bevat. Een foto van Steve Walsh - wat zong de man óók live práchtig! - diende tevens als startpunt voor de hoes van diens solo-elpee uit 1980.
De voorzijde van de hoes verdient eveneens aandacht: gebaseerd op een schilderij van Norman Rockwell voor de Saturday Evening Post van 6 april 1946, zie hier. Zoek naar ander werk van deze illustrator en je vindt briljante tekeningen, vaak ontzettend humoristisch, zoals deze van een jongetje dat de waarheid over Santa Claus ontdekt.
Ter zake. Two for the Show is behalve een klassieker ook een sterke samenvatting van Kansas' eerste jaren. Het had eigenlijk wel een 4LP mogen zijn, op de studioalbums uit die jaren staat meer schitterend werk. Vijf sterren dus.
Tijden veranderden, net als mijn smaak. Al enkele jaren stond Two for The Show op mijn lijstje als ik door platenzaken met tweedehands werk struinde. Eind juli gebeurde dat dan eindelijk in het Duitse Minden, waar zich in een centrum een kringloopwinkel bevindt met veel, véél vinyl. Uitstekend gecategoriseerd op genres en vervolgens gealfabetiseerd. Leve re-turn, zoals de zaak heet.
In 1978 waren het nog de hoogtijdagen van de livedubbelaar als summum voor een artiest, zéker in één van de rockgenres. Two for the Show is één van de toppers in die categorie. Duidelijk is dat de groep het eigen, gecompliceerde materiaal tot in de puntjes beheerste. Enig nadeel is wellicht dat de liveuitvoeringen meestal dicht bij de studieversies blijven. Geen lange jams of grote veranderingen.
Soms echter deden ze dat toch. Het arrangement van Icarus - Borne on Wings of Steel is afwijkend, tussen Dust in the Wind en Lonely Wind zit een prachtig instrumentaal gitaar- en vervolgens pianodeel en slotlied Magnum Opus kent een nieuw synthesizer-versus-viool-intro, gevolgd door een basgitaardeel en meer. Prachtig!
Wat speelde deze band bizar goed. Nog altijd trouwens, ze treden veel op in de V.S. met een sterke set al zijn slechts twee van de leden van dit album over: drummer Phil Ehart en gitarist Rich Williams. Jammer dat ze het buitenland mijden.
Dan maar de dubbelelpee opgezet, die prachtige binnenhoezen bevat. Een foto van Steve Walsh - wat zong de man óók live práchtig! - diende tevens als startpunt voor de hoes van diens solo-elpee uit 1980.
De voorzijde van de hoes verdient eveneens aandacht: gebaseerd op een schilderij van Norman Rockwell voor de Saturday Evening Post van 6 april 1946, zie hier. Zoek naar ander werk van deze illustrator en je vindt briljante tekeningen, vaak ontzettend humoristisch, zoals deze van een jongetje dat de waarheid over Santa Claus ontdekt.
Ter zake. Two for the Show is behalve een klassieker ook een sterke samenvatting van Kansas' eerste jaren. Het had eigenlijk wel een 4LP mogen zijn, op de studioalbums uit die jaren staat meer schitterend werk. Vijf sterren dus.
Kansas - Vinyl Confessions (1982)

4,5
1
geplaatst: 7 januari 2023, 11:44 uur
Waarschijnlijk was Vinyl Confessions de tweede van Kansas die ik in zijn geheel hoorde, kort na zijn verschijnen in 1982. Leve de dorpsbieb! Even daarvoor had ik kennisgemaakt met hun grootste succes Point of Know Return, wat ik als liefhebber van rechttoe distortiongitaren aanvankelijk een hele kluif vond. Dan was de nieuwe Kansas makkelijker te behappen, al was het minder luid dan ik van Britse heavy metal en Amerikaanse hardrock kende.
De plaat begint met het ingetogen intro van Play the Game Tonight, dat echter spoedig robuust wordt. Hierna volgt soms hardrock (het zware intro van Fair Exchange bijvoorbeeld) en vaker adult oriented rock, zoals de opener deed. Dit met altijd pakkende melodieën en een enkele keer een spetterende gitaarsolo. Daarnaast was Chasing Shadows een mooie ballade met alweer een sterke melodie. Alle nummers nam ik op, behalve Diamonds and Pearls, dat te pop was met teveel blazers om mijn cassettebandje aan te verspillen.
Met een compliment voor de afbeelding op de binnenhoes die de buitencover nog eens verduidelijkte: qua teksten klonken bekentenissen als bij een politieverhoor in een film. Eigenlijk had dat de cover van het album moeten zijn, vond ik.
Op de achterzijde van de buitenhoes stond de babyface van nieuwe zanger John Elefante wat groentjes bij de snorren en baarden van de vier overigen, maar zijn kenmerkende stem met een eigen kleur, zonder rauw randje of vibrato, was best lekker; ook bij herhaaldelijk luisteren. De doorwrochte teksten gaan over de schijn van roem, de ijdelheid van bezit of het maken van de juiste keuzes op je levenspad, thema's die Livgren al sinds het debuut hadden beziggehouden en nu ook door Elefante worden beschreven.
Met het tekstvel viel meer op: voormalig zanger Steve Walsh werd bedankt “for the ten years”; drie nummers waren geschreven door Elefante met diens broer Dino en één door hoofdcomponist Kerry Livgren met Elefante, waarnaast de veteraan vijf nummers in zijn eentje neerpende.
Daarbij was frequent gebruik gemaakt van de diensten van meer niet-bandleden. Dit op diverse gebieden: meer externe liedschrijvers zag ik bij Play the Game Tonight, geschreven door de oudgedienden Livgren, Ehart en Williams met twee onbekende namen. Externe muzikanten klinken her en der met de blazers van de Heartattack Horns; ene Warren Ham (later bij post-Kansasband AD) speelde mondharmonica op Fair Exchange. Twee anderen deden achtergrondzang, waarbij David Pack die ik later op Livgrens soloplaat Seeds of Change (1980) als leadzanger zou tegenkomen.
De talrijke gastbijdragen waren ongebruikelijk voor Kansas, met al het talent in de groep dat normaliter alles zelf componeerde en inspeelde – al zou ik jaren later ontdekken dat er op Masque (1975) ook blazers hadden geklonken en dat er op het debuut zelfs een cover stond.
In de jaren '90 verdween mijn cassettedeck en zo ook deze muziek. Met de komst van internet volgde een herontdekking en inmiddels heb ik ‘m op cd en vinyl. De muziek bleek in mijn genen te zijn gekropen, tot en met details toe.
Sommige zaken blijken nog sterker te zijn dan ik toen vond: de composities, de melodieën en de beschouwende teksten, die soms verrassend actueel zijn zoals in Fair Exchange over de rol van computers en privacy. Diamonds and Pearls pakt me nu wel: een sterk poplied met in de piano- en en blazerspartijen invloeden van soul en jazz. Het had zomaar van Steely Dan kunnen zijn.
Toch blijft de B-kant mijn favoriete: Face It en nog meer de uptempo nummers Windows, Borderline, Play On en al helemaal Crossfire dansen op de grens van symfonische en hardrock. Ze bevatten diverse laagjes, waarbij het laatste lied het hoogtepunt van de plaat blijft.
Twee nadelen van dit vernieuwde Kansas zijn dat de rol van violist/zanger Robbie Steinhardt minder prominent is en dat de klankkleur van Elefante het contrast ontbeert met de stem van Steinhardt. Dat was met de heldere strot van Walsh anders.
Fans van het Kansas van de jaren ’70 mopperen hier graag en luid. Plaats het echter in de tijd: in vergelijking met wat genregenoten als Yes, Genesis en Jethro Tull deden, bleef Kansas een stevige band. Voeg daarbij composities en melodieën op hoog niveau, waarbij de eenvoudiger rock bedrieglijk goed de vele fraaie details verhult. Zoals de breaks die drummer Phil Ehart in Diamonds speelt en die je in de standaardpop/-rock niet hoort. Dan heb je me!
Het hoeft niet altijd progressief/episch te zijn met nummers van minimaal acht minuten. Eén van de beste aor-albums die ik ken.
De plaat begint met het ingetogen intro van Play the Game Tonight, dat echter spoedig robuust wordt. Hierna volgt soms hardrock (het zware intro van Fair Exchange bijvoorbeeld) en vaker adult oriented rock, zoals de opener deed. Dit met altijd pakkende melodieën en een enkele keer een spetterende gitaarsolo. Daarnaast was Chasing Shadows een mooie ballade met alweer een sterke melodie. Alle nummers nam ik op, behalve Diamonds and Pearls, dat te pop was met teveel blazers om mijn cassettebandje aan te verspillen.
Met een compliment voor de afbeelding op de binnenhoes die de buitencover nog eens verduidelijkte: qua teksten klonken bekentenissen als bij een politieverhoor in een film. Eigenlijk had dat de cover van het album moeten zijn, vond ik.
Op de achterzijde van de buitenhoes stond de babyface van nieuwe zanger John Elefante wat groentjes bij de snorren en baarden van de vier overigen, maar zijn kenmerkende stem met een eigen kleur, zonder rauw randje of vibrato, was best lekker; ook bij herhaaldelijk luisteren. De doorwrochte teksten gaan over de schijn van roem, de ijdelheid van bezit of het maken van de juiste keuzes op je levenspad, thema's die Livgren al sinds het debuut hadden beziggehouden en nu ook door Elefante worden beschreven.
Met het tekstvel viel meer op: voormalig zanger Steve Walsh werd bedankt “for the ten years”; drie nummers waren geschreven door Elefante met diens broer Dino en één door hoofdcomponist Kerry Livgren met Elefante, waarnaast de veteraan vijf nummers in zijn eentje neerpende.
Daarbij was frequent gebruik gemaakt van de diensten van meer niet-bandleden. Dit op diverse gebieden: meer externe liedschrijvers zag ik bij Play the Game Tonight, geschreven door de oudgedienden Livgren, Ehart en Williams met twee onbekende namen. Externe muzikanten klinken her en der met de blazers van de Heartattack Horns; ene Warren Ham (later bij post-Kansasband AD) speelde mondharmonica op Fair Exchange. Twee anderen deden achtergrondzang, waarbij David Pack die ik later op Livgrens soloplaat Seeds of Change (1980) als leadzanger zou tegenkomen.
De talrijke gastbijdragen waren ongebruikelijk voor Kansas, met al het talent in de groep dat normaliter alles zelf componeerde en inspeelde – al zou ik jaren later ontdekken dat er op Masque (1975) ook blazers hadden geklonken en dat er op het debuut zelfs een cover stond.
In de jaren '90 verdween mijn cassettedeck en zo ook deze muziek. Met de komst van internet volgde een herontdekking en inmiddels heb ik ‘m op cd en vinyl. De muziek bleek in mijn genen te zijn gekropen, tot en met details toe.
Sommige zaken blijken nog sterker te zijn dan ik toen vond: de composities, de melodieën en de beschouwende teksten, die soms verrassend actueel zijn zoals in Fair Exchange over de rol van computers en privacy. Diamonds and Pearls pakt me nu wel: een sterk poplied met in de piano- en en blazerspartijen invloeden van soul en jazz. Het had zomaar van Steely Dan kunnen zijn.
Toch blijft de B-kant mijn favoriete: Face It en nog meer de uptempo nummers Windows, Borderline, Play On en al helemaal Crossfire dansen op de grens van symfonische en hardrock. Ze bevatten diverse laagjes, waarbij het laatste lied het hoogtepunt van de plaat blijft.
Twee nadelen van dit vernieuwde Kansas zijn dat de rol van violist/zanger Robbie Steinhardt minder prominent is en dat de klankkleur van Elefante het contrast ontbeert met de stem van Steinhardt. Dat was met de heldere strot van Walsh anders.
Fans van het Kansas van de jaren ’70 mopperen hier graag en luid. Plaats het echter in de tijd: in vergelijking met wat genregenoten als Yes, Genesis en Jethro Tull deden, bleef Kansas een stevige band. Voeg daarbij composities en melodieën op hoog niveau, waarbij de eenvoudiger rock bedrieglijk goed de vele fraaie details verhult. Zoals de breaks die drummer Phil Ehart in Diamonds speelt en die je in de standaardpop/-rock niet hoort. Dan heb je me!
Het hoeft niet altijd progressief/episch te zijn met nummers van minimaal acht minuten. Eén van de beste aor-albums die ik ken.
Kate & Anna McGarrigle - La Vache Qui Pleure (2003)

4,0
1
geplaatst: 5 december 2024, 22:44 uur
Heerlijke cd die ik laatst tweedehands tegenkwam in de Grote Stad. Albumtitel La Vache qui Pleure is een woordspeling op de bekende kaasjes, geliefd bij mijn kinderen toen ze klein waren.
Dank voor de twee verhalen hierboven en ook fijn was dat de vorige eigenaar een krantenknipsel heeft toegevoegd: een artikel over het duo uit de NRC van 6 januari 2004. Uit het stuk van Frank Kuin: "De gezusters, Kate (57) en Anna (58), zijn onopgesmukte, muzikale huismoeders (...). Toch heeft hun authentieke, harmonieuze muziek (...) een trouwe, internationale aanhang," gevolgd door een concertverslag bij een intiem optreden. Die sfeer proef ik tevens op La Vache qui Pleure, extra aangenaam op deze regenachtige avond.
Met hun Canadese accent (herkenbare 'r') werken de gezusters zich door een elftal fraaie liedjes heen, op Hurle le Vent is het Philippe Tatartcheff die spreekt. Maar vooral zijn het de stemmen van Kate en Anna die om elkaar heen dansen, in het Frans op slotlied Sunflower na.
Mijn grootste favorieten zijn het openingsnummer Petite Annonce Amoureuse, het melancholieke titellied, het kalme, door piano gedragen Rose Blanche, en het als een traditional klinkende - maar dat is het niet - Petites boîtes.
Omdat het alweer zestien jaar geleden is dat naar de videoclip van Petite Annonce Amoureuse werd verwezen, doe ik het hier nogmaals.
Warm en oprecht album, jammer dat de carrière van dit bijzondere duo door het overlijden van Kate tot een einde kwam. Een in memoriam vond ik hier, nu alweer bijna vijftien jaar geleden geschreven.
Dank voor de twee verhalen hierboven en ook fijn was dat de vorige eigenaar een krantenknipsel heeft toegevoegd: een artikel over het duo uit de NRC van 6 januari 2004. Uit het stuk van Frank Kuin: "De gezusters, Kate (57) en Anna (58), zijn onopgesmukte, muzikale huismoeders (...). Toch heeft hun authentieke, harmonieuze muziek (...) een trouwe, internationale aanhang," gevolgd door een concertverslag bij een intiem optreden. Die sfeer proef ik tevens op La Vache qui Pleure, extra aangenaam op deze regenachtige avond.
Met hun Canadese accent (herkenbare 'r') werken de gezusters zich door een elftal fraaie liedjes heen, op Hurle le Vent is het Philippe Tatartcheff die spreekt. Maar vooral zijn het de stemmen van Kate en Anna die om elkaar heen dansen, in het Frans op slotlied Sunflower na.
Mijn grootste favorieten zijn het openingsnummer Petite Annonce Amoureuse, het melancholieke titellied, het kalme, door piano gedragen Rose Blanche, en het als een traditional klinkende - maar dat is het niet - Petites boîtes.
Omdat het alweer zestien jaar geleden is dat naar de videoclip van Petite Annonce Amoureuse werd verwezen, doe ik het hier nogmaals.
Warm en oprecht album, jammer dat de carrière van dit bijzondere duo door het overlijden van Kate tot een einde kwam. Een in memoriam vond ik hier, nu alweer bijna vijftien jaar geleden geschreven.
Kekal - The Painful Experience (2001)

4,0
0
geplaatst: 2 december 2024, 22:57 uur
In 2006 kocht ik een nieuwe pc met goede boxen. In diezelfde tijd ging mijn verloren gegane interesse in heavy muziek langzaam groeien, nadat die jaren op een laag pitje had gebrand. Zo kwam ik online de groep Kekal tegen. Een naam die klinkt als die van een kabouter in de verhalen van Olivier B. Bommel, maar de muziek was allesbehalve sprookjesachtig. Het nummer dat ik op een website tegenkwam was Mean Attraction.
Dit trio van Indonesische afkomst (ik wist niet dat daar ook metalfans rondliepen, de wereld was veranderd constateerde ik in het najaar van '08) maakt extreme metal met elementen uit black en progressive metal, die tot een eigenwijs geheel werden gesmolten. Het was even wennen aan het gecomprimeerde geluid van de gitaren en de toch wat eigenaardige zang.
Eind juni dit jaar kwam ik dan eindelijk in een Bossche platenbak het album tegen waar die track vandaan komt en sindsdien draait ie zo af en toe rondjes. The Painful Experience werd in 2001 uitgebracht door Fear Dark Records, dat indertijd ook Slechtvalk "deed".
Net als bij mijn kennismaking blijkt dat de groep de nodige invloeden integreert, waarbij toetsen niet ontbreken en cleane zang in diverse varianten (hoog en schreeuwen) wordt afgewisseld met screams, ultrasnelle riffs met melodieuze passages en ook nog eens vliegensvlugge gitaarsolo's. Nog altijd vind ik de gitaarpartijen soms wat gecomprimeerd klinken, tegelijkertijd past dat wel bij de periode rond 2000, zo leerde ik met terugwerkende kracht.
Wat onmiddellijk opvalt is dat enorm is gewerkt aan de composities, die ingenieus in elkaar zitten. Tegelijkertijd verzanden ze niet in moeilijkdoenerij: riff en melodie staan centraal. Gitarist Jeff (geen achternamen, die trend kende ik nog wel uit de jaren '90) draagt een shirt van Rush, wat hij vervolgens een geheel nieuwe draai geeft. Al klinkt in Behind Closed Doors een zanglijn die me enigszins aan die groep doet denken.
Naast Jeff (tevens zang, synthesizers en noises) horen we Azhar (bas, zang) en Leo (gitaar), niet-groepslid Sang Hitam speelde drums. De groep nam het album op in Jakarta en Bandung, waarna de mastering in Utrecht door Martijn Groeneveld werd gedaan.
Het hele album beluisteren is me vaak te intens, dus draai ik soms de eerste en dan weer de tweede helft. In ieder nummer valt de grote variatie op en de bijzonderheden zijn te veel om op te sommen. Ter illustratie: in het intro van After the Storm zit een gitaarsolo met aparte intervallen, kandidaat voor mijn top 100 met gitaarsolo's. Het is een intens nummer waarna de gitaarharmonieën in het intro van Given Words juist weer heel warm binnenwaaien, gevolgd door blastbeats met screamzang en verderop een punkachtige riff. Ja, het gaat alle kanten op maar wel degelijk als Kekal herkenbaar.
Bij de cd zit een tekstboekje, altijd handig in dit genre. Titels als Militia Christi en Via Dolorosa geven aan waar inspiratie werd gevonden, de laatste instrumentaal en sferisch.
Onverwachte bonus is track 11 Like There's No Other Way to Remix met drumcomputer, synthlijn, scheurende gitaar en screamzang. Geinig dessert!
Heb gekoekeld naar de actualiteit. Wel, de groep is nog altijd actief en bracht in 2022 voor het laatst muziek uit. Hun muziek heeft zich daarbij verder verbreed, extreem is het gebleven.
Mijn kennismaking met een compleet album van Kekal is goed bevallen en maatje JeKo zou dit met zijn voorliefde voor avant-garde wellicht ook kunnen waarderen; ook die kunstvorm klinkt hier door.
Dit trio van Indonesische afkomst (ik wist niet dat daar ook metalfans rondliepen, de wereld was veranderd constateerde ik in het najaar van '08) maakt extreme metal met elementen uit black en progressive metal, die tot een eigenwijs geheel werden gesmolten. Het was even wennen aan het gecomprimeerde geluid van de gitaren en de toch wat eigenaardige zang.
Eind juni dit jaar kwam ik dan eindelijk in een Bossche platenbak het album tegen waar die track vandaan komt en sindsdien draait ie zo af en toe rondjes. The Painful Experience werd in 2001 uitgebracht door Fear Dark Records, dat indertijd ook Slechtvalk "deed".
Net als bij mijn kennismaking blijkt dat de groep de nodige invloeden integreert, waarbij toetsen niet ontbreken en cleane zang in diverse varianten (hoog en schreeuwen) wordt afgewisseld met screams, ultrasnelle riffs met melodieuze passages en ook nog eens vliegensvlugge gitaarsolo's. Nog altijd vind ik de gitaarpartijen soms wat gecomprimeerd klinken, tegelijkertijd past dat wel bij de periode rond 2000, zo leerde ik met terugwerkende kracht.
Wat onmiddellijk opvalt is dat enorm is gewerkt aan de composities, die ingenieus in elkaar zitten. Tegelijkertijd verzanden ze niet in moeilijkdoenerij: riff en melodie staan centraal. Gitarist Jeff (geen achternamen, die trend kende ik nog wel uit de jaren '90) draagt een shirt van Rush, wat hij vervolgens een geheel nieuwe draai geeft. Al klinkt in Behind Closed Doors een zanglijn die me enigszins aan die groep doet denken.
Naast Jeff (tevens zang, synthesizers en noises) horen we Azhar (bas, zang) en Leo (gitaar), niet-groepslid Sang Hitam speelde drums. De groep nam het album op in Jakarta en Bandung, waarna de mastering in Utrecht door Martijn Groeneveld werd gedaan.
Het hele album beluisteren is me vaak te intens, dus draai ik soms de eerste en dan weer de tweede helft. In ieder nummer valt de grote variatie op en de bijzonderheden zijn te veel om op te sommen. Ter illustratie: in het intro van After the Storm zit een gitaarsolo met aparte intervallen, kandidaat voor mijn top 100 met gitaarsolo's. Het is een intens nummer waarna de gitaarharmonieën in het intro van Given Words juist weer heel warm binnenwaaien, gevolgd door blastbeats met screamzang en verderop een punkachtige riff. Ja, het gaat alle kanten op maar wel degelijk als Kekal herkenbaar.
Bij de cd zit een tekstboekje, altijd handig in dit genre. Titels als Militia Christi en Via Dolorosa geven aan waar inspiratie werd gevonden, de laatste instrumentaal en sferisch.
Onverwachte bonus is track 11 Like There's No Other Way to Remix met drumcomputer, synthlijn, scheurende gitaar en screamzang. Geinig dessert!
Heb gekoekeld naar de actualiteit. Wel, de groep is nog altijd actief en bracht in 2022 voor het laatst muziek uit. Hun muziek heeft zich daarbij verder verbreed, extreem is het gebleven.
Mijn kennismaking met een compleet album van Kekal is goed bevallen en maatje JeKo zou dit met zijn voorliefde voor avant-garde wellicht ook kunnen waarderen; ook die kunstvorm klinkt hier door.
