MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten RonaldjK als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Nasmak - Nasmak Plus Instruments / Instruments Plus Nasmak (1980)

poster
4,0
Nasmak kende ik slechts van naam, maar op reis door new wave belandde een (toen nog willekeurige) track op een afspeellijst en de afgelopen dagen bereikte via het streaming het hele Nasmak Plus Instruments / Instruments Plus Nasmak mijn oren.
In het kort: in eerste instantie niet makkelijk. Maar vooral: hoe verder het album vordert, hoe toegankelijker de muziek wordt. En bij vaker draaien wennen ook de moeilijker toegankelijke composities.
Eerst nog een waarschuwing: de oernederlandse namen van de groepsleden zouden tot negatieve vooroordelen kunnen leiden. Wie daar last van heeft, zou ze in het Engels moeten vertalen: dit album staat vér boven spruitjesnostalgie.

Kant 1 heet Nasmak Plus Instruments. Opener (Song to a) Dummy leunt op een midtempo repetitieve riff die niet spannend is; in combinatie met de dwarrelende roepzang van Truus de Groot is het doorbijten; als het lied op 2'46" plotseling versnelt met bovendien een effect op de drums als stuiterballen, is daar toch avontuur. Ook Notions bevat zo'n riff die met hetzelfde gemak uit de vroege rockjaren '70 had kunnen komen (King Crimson, Black Sabbath), maar dan in een wavejasje met een vervreemdende synthsolo.
Met het neurotische Food for Thought landt het wél meteen. Gewone leadzang bovendien van naast De Groot ook Joop van Brakel.
Stratego is aangenaam vanwege de vervlechtende gitaren van Van Brakel en Henk Janssen, wat nog sterker wordt gedaan in het soms groovende, soms tegendraadse Neckermann, mijn eerste kroonjuweel van deze plaat. Slotlied van de eerste kant is Pig Problems, dat de vervormde stem van De Groot bevat en de nodige tempowisselingen en breaks; het creatieve drumwerk van Toon Bressers waar bassist Theo van Eenbergen naadloos bij aansluit, valt steeds meer op.

Kant 2 Instruments Plus Nasmak begint met een lang gitaarakkoord, alsof het pauze is geweest en (hier leadzanger) Van Brakel ons weer naar het podium roept. In dit Eyes blijkt een hupsend - suggestief woord, sorry, maar luister en oordeel zelf - ritme. Het groeit uit naar een scheurende climax. Dan volgt mijn tweede kroonjuweel: het heet kortweg So en doet me aan Oh La La La van TC Matic denken - maar die verscheen een jaar later. Heerlijke neurotische groove en riff.
Uptempo is Big Man (The Soundtrack), met fijne gestoorde synthsgeluiden en De Groot die vocaal fel uithaalt op z'n Siouxsies of Toyahs. Wát een verschil met haar stijl op de eerste twee nummers! In Spy en Special Agreement meer grote uithalen in de zang, in de gitaarlijnen een gejaagde monotonie.
Dan is Heartbeat kalmer en toch zet De Groot haar krachtige longen in; mooie stem, opnieuw denk ik aan de Engelse zangeressen die ik eerder noemde; opnieuw halverwege een andere gitaarriff en versnelling. De Iron Maiden van de new wave? Niet schieten! Met het abstractere, door Van Brakel gezongen Eleven sluit het album af.

Qua nervositeit zou je vergelijkingen met de New Yorkers van Talking Heads en Television kunnen maken. Met de tegendraadse gitaarlijnen en percussieve ritmes moet ik bovendien denken aan hetgeen twee heren van het Londense The Stranglers deden op hun soloalbums, te weten Nosferatu uit 1979 en Euroman Cometh. Plus op hun gezamenlijke wurgerplaat The Meninblack uit '81. Nasmak Plus Instruments / Instruments Plus Nasmak is echter vooral aangenaam eigenwijs en van internationale klasse.

De plaat verscheen in september 1980 en wordt dus binnenkort 45. Tijd voor hernieuwde aandacht voor dit zwarte vinylpareltje. Met graag een applaus voor de hoes, kijk maar eens goed.
Noot: de tracktijden op streaming wijken bij ieder nummer af van wat MuMe vermeldt. Ik ben niet in het bezit van het originele album en zal daarom geen correctie indienen, maar denk dat MuMe ernaast zit: Stratego bijvoorbeeld duurt geen 60 maar 191 seconden...

Mijn reis door new wave kwam van de tweede van Martha and the Muffins, ook al een album dat me destijds ontging maar van klasse is. De volgende halte is bekender en niet minder aangenaam: Black Sea, de vierde van het Engelse XTC.

Natalie Merchant - Keep Your Courage (2023)

poster
4,5
10,000 Maniacs leerde ik kennen als één van de groepen uit de Verenigde Staten, waar folk en new wave in de jaren '80 een aangename combinatie vormden.
Dat deze Nathalie Merchant dezelfde is als in die groep, was ik allang kwijt, al had ik wel Motherland (2001) gehoord toen ik door het werk van producer T-Bone Burnett struinde. Dankzij enthousiaste verhalen op MuMe kwam ik kort voor Kerstmis '23 Keep Your Courage tegen.

Inderdaad een heerlijk album. Warm en dromerig en alhoewel geen folk, heeft het wel die transparantheid. De combinatie met de lagere stem van Abena Koomson-David op de eerste twee nummers is prachtig, het strijkersarrangement in Sister Tilly is dat ook en de blazers die een enkele keer opduiken gaan daarin mee. En zo was ik met drie nummers definitief om.

Het is vooral warm en ingetogen, geschikt bij conversatie als je bezoek hebt, eveneens lekker tijdens lange autoritten: daarvoor is het uptempo genoeg. Bovendien kom ik steevast in de stemming voor de muziek van Nick Drake, vooral diens tweede album Bryter Layter en dat is altijd een goed teken.
Zwakke nummers kom ik niet tegen, al is Tower of Babel wel een buitenbeentje; hier zijn het de blazers die het uptempo nummer extra varatie aan dit album helpen geven, alweer gegeven door die stem en een prachtige melodie.

Een week geleden las ik ergens dat 10,000 Maniacs nog altijd actief is, inmiddels met de voormalige zangeres van Six Pence None The Richer. Wellicht ook leuk om daar eens in te duiken. Maar nu eerst nog een paar weken regelmatig dit album opzetten én iemand cadeau doen.

Nation of Language - Strange Disciple (2023)

poster
3,5
He-le-maal retro. Synthpop 1981 - 1984, zoiets. Vul de groepen in dat genre uit die tijd in en je hoort het Amerikaanse Nation of Language. Ontdekt via MusicMeter, dank aan iedereen hierboven.

De vergelijkingen die Chameleon Day noemde op 7 oktober zijn allemaal raak. Dan kun je vervolgens klagen dat het niet origineel is, echter ik beleef dit als simpelweg aangenaam. Qua melodieën zijn de composities niet van een kaliber dat je omver wordt geblazen, maar de geluiden (moet soms ook aan Future Islands denken, bijvoorbeeld in Swimming in the Shallow Sea) en de zang in dat wolkje echo... Ja, ik ben om.

De melodieën beklijven het beste bij Surely I Can't Wait, het ietwat springerige Too Much, Enough, het sfeervolle Spare Me the Decision, de postpunk van Stumbling Still en het groeilied I Will Never Learn dat het album afsluit.
Het is niet dat Nation of Language muziekgeschiedenis schrijft, maar in de marges vind je soms smakelijke albums. Eén van de betere die ik dit jaar hoorde.

Native Window - Native Window (2009)

poster
3,5
Native Window was een eenmalige gelegenheidsgroep waarvan alle vier de leden tegelijkertijd actief waren in progrockband Kansas. De invloed van producer Steve Rawls was groot: hij arrangeerde de muziek, speelde gitaar en schreef met de groepsleden mee aan de meeste composities.
Het resultaat is een album met lichte kwaliteitspoprock, radiovriendelijk voor een publiek dat het niet te wild of gecompliceerd wil hebben. De zang wordt gedaan door bassist Billy Greer, die weliswaar prima stembanden heeft maar niet zodanig dat ik het een heel album volhoud. Het wordt me dan te flets.
Zo te zien aan de foto op de inlay waren het mooie dagen in de studio, waarbij Williams' kermisgebitje tot ongedwongen jongenspret leidde.

Opener Money en vervolgens Still zijn prima nummers, maar de pop van Surrender is me ondanks de mandoline niet pakkend genoeg.
Het is vooral de viool van David Ragsdale die aan Kansas doet denken en lichte symfonische rockinvloeden klinken hier en daar, zoals in The Way You Haunt Me. The Light of Day is de ballade waar ik sowieso niet van ben, zodat de eerste helft enigszins mat eindigt.

Meer heb ik met de tweede helft van Native Window, al is de stem van Greer te netjes voor de pompende rock van Blood in the Water. De sterkste liedjes zitten opvallend genoeg tegen het einde, om te beginnen met het uptempo An Ocean Away, waarvan de aparte, dansende riff werd geschreven door Mike Slamer, Greers maatje bij diens groepen Seventh Key en Streets. Het wordt gevolgd door de wat onheilspellende sfeer van Miss Me.
Mijn favorieten zijn de twee laatste nummers; Got to Get out of This Town heeft een bijna Afrikaanse slaggitaarpartij van Rich Williams, waarover Ragdales viool danst. Het vrolijke mandolinespel in The Moment sluit het album in feeststemming af.

Het drumspel van Phil Ehart is weliswaar eenvoudiger dan bij Kansas, maar in de beperking toont zich de meester: strak en dienstbaar slaat hij zich door de muziek heen, die dankzij viool en mandoline soms enkele folkaccentjes meekrijgt.
Uiterst geschikt voor (Amerikaanse/Nashville) radiostations die kwaliteitspop voor een oudere doelgroep brengen. Al denk ik dat deze muziek eigenlijk tijdloos is. Voor de heren was dit vooral een aangenaam intermezzo van hun broodbaas, waar ze het toch al naar hun zin hadden; voor de luisteraar licht verteerbaar als een cracker met jam.

New Order - Movement (1981)

poster
4,0
Het zou goed kunnen dat ik dit debuut van New Order nog vóór de twee “voorgangers” hoorde, het tweetal albums van Joy Division. Movement kwam ik waarschijnlijk als eerste in de dorpsfonotheek tegen, realiseer ik me nu.
Deze puber worstelde met puistjes, onzekerheid en verlegenheid, maar maakte een begin met het vinden van zijn weg naar volwassenheid. Muziek was daarbij mijn therapie en uitlaatklep, met teksten waarin ik mij regelmatig herkende en waarmee ik gelijktijdig mijn matige begrip van de Engelse taal verbeterde. Qua genres hield ik het vooral bij metal en new wave; in de ogen van velen waren dat tegenpolen, maar ze raakten mijn persoon.

Met Movement kon ik echter niet veel. Weinig gitaarwave en al helemaal niet scheurend; veel synthesizers en bovendien drumcomputers. Ik vond de zware gitaren van voorheen mooier. De hoes vond ik ronduit lelijk, al was het dan wel bijzonder dat het in dik karton was geperst, de muziek in dik vinyl geklonken. Met non-figuratieve kunst had ik echter niks.
New Order was qua sfeer weliswaar duidelijk een voortzetting van Joy Division, zo merkte ik, maar met de digitale geluiden en de stem van Bernard Sumner hoorde ik vooral een lichte versie van hetgeen ze voorheen deden. Geen enkel nummer zette ik op cassette.
Jammer dat ik niet via een tijdreis naar mijn zolderkamer kan reizen. Ik zou mij eerst uitleggen hoe hij kan genieten van de melodieuze baspartijen van Peter Hook en dat ik daarin gelijkenissen met het werk van Jean-Jacques Burnel bij The Stranglers hoorde. Daarna zou ik hem op de overeenkomsten met andere synthesizerbands wijzen, om vervolgens te benadrukken dat New Order daar zijn eigen ding mee deed. ‘Draai die plaat vaker, hij wordt beter bij elke draaibeurt!’ zou ik Puistenronald voorhouden.

Dreams Never End ontstond kort na de dood van frontman Ian Curtis, het was het enige nummer dat ik kon waarderen. Nu geniet ik van veel meer. In Truth ontmoeten een scheurende gitaar en drumcomputer elkaar, in Senses en Chosen Time horen we in de drumcomputers voorbodes van house in combinatie met de nodige gitaar- en digitale effecten.
Op de B-zijde is in ICB een fijne hoofdrol voor de bas van Hook. Na het ingetogen The Him en het sferische Doubts Even Here waarop naast Sumner de stem van nieuw bandlid Gilian GIlbert klinkt, sluit het uptempo en van een rammelgitaar voorziene Denial de plaat af.

Het zou hun laatste album zijn met producer Martin Hannet, die uiteindelijk tijdens de opnamen van non-albumsingle Everything’s Gone Green vertrok. Sumner in de biografie Confusion (2007) van David Nolan: “Fact he walked out halfway through the mix because Hooky and me asked him to turn the drums up." Sinds 2008 ook verkrijgbaar in een speciale 2cd-versie met nuttige extra tracks.

Wat een details miste ik in de winter van ‘81/’82… En ook al houd ik nog steeds niet van abstracte kunst, de balken en stippen op de hoes passen naadloos bij de sfeer, waar nog altijd recessie en uitzichtloosheid klinken, mét de constatering dat kunst een uitweg biedt.
Sumners stem verveelt mij sneller dan die van Curtis, maar smelt hier wonderwel samen met de muziek; eigenlijk zou ik de twee zangers niet moeten vergelijken, maar als tijdgenoot ontkom ik daar niet aan…

Muziek was ook hun therapie en de ontwikkeling die de groep hier doormaakte, bewees dat de resterende bandleden niet in verdriet waren gestold. Wellicht mede doordat een dame hen nu vergezelde, van wie een andere uitstraling moet zijn uitgegaan dan van Curtis.

New Order - Power, Corruption & Lies (1983)

poster
3,0
Mei 1983 was de maand waarin ik eindexamen deed. Diezelfde maand bracht New Order zijn tweede album Power, Corruption & Lies uit, dat de nodige lofzangen kreeg, zoals dit fragment uit de recensie in Oor laat zien. Op de radio hoorde ik de pakkende melancholie van single Blue Monday, die in maart in het Verenigd Koninkrijk de singlelijst betrad en pas in oktober #9 haalde, maar liefst 38 weken in de top 100 verblijvend. En in 1984 nog eens 27 weken. Zie hier voor de details.
In Nederland deed de single… bijna niks. Geen Nationale Hitparade, geen Top 40, geen tipparades. Vara’s Verrukkelijke 15 zou pas in oktober dat jaar starten, daarvoor was de single te vroeg. Nou ja, een radiohitje bij de VARA, KRO en VPRO was het wel...

Nieuwsgierig leende ik de plaat uit de bieb, maar dit bleek om twee redenen niet mijn kopje thee. Ten eerste omdat de meeste nummers mij simpelweg niet pakten, ten tweede omdat Blue Monday bleek te ontbreken. Dat had ik kunnen weten, maar ik had niet opgelet.
Als liefhebber van new wave kon ik wel uit de voeten met de twee nummers waarin de basgitaar van Peter Hook voor de riff wordt ingezet, te weten opener Age of Consent met z’n heerlijke drumwerk en afsluiter Leave Me Alone.
Niet dat alles daartussen mij niet beviel. We All Stand lijkt wel een dromerig nummer van The Police, maar duurt met z'n dikke 5 minuten te lang. Daarna nemen de beats het over. De lichte stem van Bernard Sumner pakt me niet of irriteert zelfs als hij de hoogte ingaat en de synthesizers klonken vooral kil.
Uitzondering is Your Silent Face dat dan ook onmiddelijk beter beviel met de warme synths, afgezien van dat lelijke blaasgeluidje dat soms het thema speelt.

Tegenwoordig weten we dat de invloed van de plaat groot is als een opmaat naar house. Maar dat is een genre dat ik liever aan me voorbij laat gaan, uitzonderingen daargelaten. Als liefhebber van gitaren en melancholie kan ik nog altijd niet veel met dit album, ondanks dat die emotie in synthesizersferen klinkt. Dit mede door de lichte stem van Sumner.
Had Blue Monday hier wel opgestaan dan had ik er een dikke ster bijgedaan, want daarin komen de werelden van new wave en beats perfect samen. Met bovendien de sterke B-kant The Beach erbij, een soort extended version van de hitsingle. Blijft gek dat het pas in 1988 in een nieuwe versie de vaderlandse hitlijsten haalde.

New York Dolls - New York Dolls (1973)

poster
3,5
Ben bezig de albums achter de liedjes op deel 01 van mijn afspeellijst 'New wave & co' te beluisteren. In 1973 flopte in het Verenigd Koninkrijk de single Coast to Coast van Ducks Deluxe, mijn vorige plaat in deze reeks. Meer succes was er voor New York Dolls, sowieso al meer opvallend qua uiterlijk.

In 1973 was glamrock op z'n hoogtepunt in Nederland. Menig tiener kocht singles van Slade, Sweet, David Bowie of Gary Glitter, terwijl The Osmonds en zelfs onze eigen Bonnie St. Claire ook uit dit vaatje vol stampende rock ('n' roll) tapten. In datzelfde jaar debuteerden New York Dolls, die bovendien invloedrijk zouden blijken. In het bericht hierboven legt LucM kortweg uit hoe dat gebeurde.

De Amerikanen maakten vuige rock, scheurend vanaf de eerste toon met die heerlijk laag-rauwe stem van Johnny Thunders. Niet dat het continu gitaren op de knieën is: met Lonely Planet Boy wordt even gas teruggenomen en een sax toegevoegd.
Favorieten voor mij zijn aan het begin Personality Crisis en Looking for a Kiss, van kant 2 Trash. De eerste helft bevalt me sowieso beter, op de tweede helft is de verrassing er alweer iets af.
Dit debuut werd ook in mijn kikkerlandje geperst, wat aangeeft dat er in Europa aandacht voor deze androgyne mannen was. Al leidde het niet tot een hitsingle, laat staan een albumnotering. In de onlangs verschenen Recensiebijbel van Oor ontbreekt ie eveneens.

Opeens vraag ik me af: vielip, ken jij dit? En ongeacht je antwoord: wat vind je hiervan?

Mijn reis door de wortels van new wave gaat naar Oost-Duitsland, waar Nina Hagen al muziek maakte voordat wij haar als punkdiva leerden kennen.

Nick Lowe - Jesus of Cool (1978)

Alternatieve titel: Pure Pop for Now People

poster
3,0
Nick Lowe had al de nodige sporen verdiend als bassist in Brinsley Schwarz, producer (Graham Parker, The Damned, Dr. Feelgood, Elvis Costello) én hij is degene die de eerste single voor het kersverse label Stiff uitbracht.
Opgericht door twee managers uit de pubrockscene, actief voor de groepen Brinsley Schwarz en Dr. Feelgood, leent zanger Lee Brilleaux van de laatste band hen geld om het label te starten. En zo staan ze aan de wieg van dit kleine maar invloedrijke platenbedrijf, zo belangrijk voor Britse punk en new wave. Eerste single is Nick Lowes So It Goes, dat twee jaar later op dit Jesus of Cool landt onder de vlag van het eveneens nieuwe Radarlabel. Het is de opener van de B-kant en blijkt één van de sterkere nummers met een melodielijn en dictie die lijken geleend van Thin Lizzy's Philip Lynott.

Verder is dit is een enigszins vreemd plaatje: het lijkt wel een verzamelaar met zijn diverse stijlen en productiesferen. Mogelijk het gevolg van soms jarenlang opgespaarde composities.
De plaat begint met vierkante rock in Music for Money, dat de industrie achter de glitter en glamour beschrijft. Daarna mijn eerste kennismaking met Lowe: single I Love the Sound of Breaking Glass haalde in april 1978 #17 in de Nationale Hitparade maar stond veel hoger in mijn persoonlijke lijst met favoliedjes, wekelijks in een oude agenda genoteerd.
Belangrijk hier is de ritmesectie, bestaande uit de twee van Graham Parkers begeleidingsgroep The Rumour. Bassist Andrew Bodnar en drummer Steve Goulding zijn co-componisten. Bij Little Hitler is het alsof je middle of the road (het genre) hoort met zijn grootse koortjes. Shake and Pop bevat stevige pubrock en Tonight is weer zo'n liedje met koortjes en bovendien een fraaie akoestische gitaarsolo.

Na So It Goes vervolgt kant 2 met No Reason, waarop het is alsof ik Elvis Costello & The Attractions luister. Geen wonder, want hier doet weer die ritmesectie van eerder mee. Hetzelfde geluid klinkt op 36 Inches High, waarna Marie Provost de sfeer van de jaren '60 ademt.
De variatie was al groot en met Nutted by Reality wordt dat groter met de funkinvloeden in dit strakke popliedje met een opvallende thema- en tempowisseling op 1'12". Lekker raar. Slotnummer is het live opgenomen Heart of the City. Het combineert de energie van punk met Lowes kalme stem.
De muzikanten verschillen dus per nummer en dat hoor je. Andere bekende namen uit de pubrockscene zijn die van gitarist Martin Belmont (Ducks Deluxe) en toetsenist Bob Andrews (The Rumour), gitaristen Larry Wallis (The Pink Fairies, Motörhead) en Dave Edmunds. Ook Steve Naive/Nieve van Elvis Costello & The Attractions duikt op.

Gelijktijdig in de Verenigde Staten verschenen als Pure Pop for Now People met iets andere tracklist en volgorde, in 2008 weer als Jesus of Cool in uitgebreide versie met veel bonussen en voor Record Store Day 2022 als Wireless World. Iedere keer weer met andere nummervolgorde en afwijkende liedjes.

Ik kom hier omdat ik op streaming lijstjes maakte met new wave en punk, inclusief de voorlopers en randgevallen van deze genres/stromingen. Ben bezig de albums achter de liedjes te (her)ontdekken. Hiervoor luisterde ik naar The 101'ers met Joe Strummer, op naar de derde single op Stiff: New Rose van The Damned uit oktober 1976. Punk barst los.

Nick Lowe - Labour of Lust (1979)

poster
3,5
Op reis door de new wave van 1979 is Nick Lowe een vermakelijk buitenbeentje. Vooral in het livecircuit vanaf 1970 succesvol met de groep Brinsley Schwarz, in 1975 lid van Rockpile én dan tevens solo actief.

In maart 1979 werd hij dertig jaar. Qua leeftijd én aanpak (puntige liedjes, fris en energiek) de ideale brug tussen een oude en nieuwe generatie muzikanten. Na het succes in 1978 met het afwisselende Jesus of Cool bevat Labour of Lust van een jaar later eenzelfde variatie van oudere stijlen in een eigentijds, licht alternatief jasje. Geheel in de traditie van pubrock komen invloeden uit rock 'n' roll, rhythm & blues, country en inmiddels ook new wave voorbij.
De eerste Britse hit was Cracking up, in het VK in juni #34. Een nummer met aangename, zeurderige zang in wavestijl. Op het album komen we dit als tweede nummer tegen, vooraf gegaan door de grote hit Cruel to be Kind dat hij schreef met Ian Gomm, zijn maatje uit de dagen met Brinsley Schwarz. In het VK #12 in oktober, in de VS diezelfde positie in september. In Nederland niet meer dan een radiohitje, gedraaid bij VARA en KRO, zo herinner ik me.

Andere hoogtepunten op Labour of Lust zijn op kant 1 het optimistische American Squirm, het Stonesachtige Born Fighter dat tegelijkertijd de rootsstijl van Nick Lowe heeft, het verstilde You Make Me klinkt als de inspiratiebron voor Elvis Costello's I Want You uit 1986 en in Skin Deep weer de nodige levenslust. Opvallend is dat Lowe zijn stem verschillend gebruikt: soms warm en diep, soms aangenaam zeurend en steeds weer tweestemmige refreintjes.
Mickey Jupp schreef de ijzersterke opener van kant 2 Switchboard Susan, nergens is de invloed van country sterker als in Without Love en in Love So Fine een aangename shuffle. Het zijn mijn favorieten, maar eigenlijk doen de andere nummers daar niet voor onder.

Opvallend is dat dezelfde muzikanten spelen als op Repeat When Necessary van Dave Edmunds, ongeveer gelijktijdig opgenomen en uitgebracht. Ze speelden samen in Rockpile. Labour of Lust haalde in juli het VK slechts #43, maar dankzij de Amerikaanse verkopen werd het zijn bestverkochte: in september en oktober '79 drie weken #31.

De reis door new wave vervolgt. Ik kwam vanaf het debuut van de punks van Angelic Upstarts en omdat ik eerder platen van The Police (Outlandos d'Amour), The Radiators ((Ghostown) én Gary Numan (The Pleasure Principle) besprak is de volgende halte uit dat jaar bij de debuutsingle van Madness, te vinden op One Step Beyond...

Nick Lowe & Los Straitjackets - Indoor Safari (2024)

poster
4,0
Alsof ik op een feest in een Amerikaanse townhall in de midwest anno 1962 ben. In een ruime blouse en met vet in de kuif betreed ik de zaal, waar meisjes in fleurige jurken dansen op de muziek van de band, die in zwarte smokings op het podium staat. Volgende maand speelt Roy Orbison hier, maar nu zijn het Los Straightjackets die de oude, wat hese stem van Nick Lowe met warme en vriendelijke rock 'n' roll begeleiden.

Met Went to a Party kom ik spoedig in de sfeer en tegen de tijd dat Different Kind of Blue aan de beurt is, durf ik mijn droommeisje om een dans te vragen, waarna ze zo nabij danst dat haar parfum me bijkans bedwelmt.
Het is er knus en romantisch en de muziek hartstikke creatief. De man op het podium weet met alle kalmte een optimale sfeer te bereiken. Hij kan het nog.

Nina Hagen - Personal Jesus (2010)

poster
4,0
In 2010 werd Nina Hagen christen, mede door haar contacten in een Duitse kerkgemeenschap, net over de grens nabij Enschede. Ze vertelt erover in haar biografie, die niet lang nadien verscheen.
Het resultaat is hoorbaar in de teksten, waarbij Hagens stem twee (?) octaven is gezakt ten opzichte van haar jonge jaren en een gebarsten randje heeft opgedaan. Wennen wellicht, maar met haar onverminderde expressiviteit is dat geen probleem.
Mijn streamingplatform meldt dat er een 15th Anniversary Edtion is. Ik beluister 'm - hoe toepasselijk - op Goede Vrijdag.

Een hele lading covers en stijlen uit de geschiedenis van de "lichte" muziek vormt de rode draad van een aangenaam album.
In God's Radar klinkt vrolijke zydeco, gospel in I'll Live Again. Rockende gospel in Personal Jesus, blues in Nobody's Fault But Mine. Terug dus naar de wortels van popmuziek, symbolisch voor haar persoonlijke queeste. Later ook folkachtig dankzij mandoline en dan country met steelguitar.

Halverwege (track 7) duikt nieuwe track I Am Born to Preach the Gospel op, eveneens een cover. De sfeer blijft onverminderd opgewekt. Tot met de snelle fiddlecountry van slotlied All You Fascists Bound to Lose een ernstige waarschuwing volgt, zij het alweer in vrolijk jasje... De laatste twee nummers zijn op streaming overigens verwisseld.

Ik weet niet of deze editie in fysieke vorm een uitgebreidere verpakking kent, wél dat ik van de weeromstuit zin krijg in het latere werk van stijlgenoot Johnny Cash. T.z.t. kunnen hij en frau Hagen in Hemelrijk een mooi affiche vormen...

Nina Hagen - Was Denn...? (2020)

Alternatieve titel: The Amiga Recordings

poster
4,0
Tot 2020 was ik onbekend met het werk dat Nina Hagen vóór haar illustere West-Duitse debuut met de Nina Hagen Band (1978) uitbracht, al had ik er wel over gelezen in haar biografie Bekentnisse (2010), die ik in Nederlandse vertaling heb staan. Met Was Denn...? The Amiga Recordings kwam daar verandering in.

Ben de albums achter de liedjes op mijn afspeellijsten 'New Wave & co' aan het ontdekken. Op dit moment de voorlopers van het genre, dat in najaar 1976 losbarstte. Na de New York Dolls beland ik n de periode dat de toen nog Oost-Duitse Catharina Hagen voor het label AMIGA opnam, nog met hoofdletters genoteerd. De platenmaatschappij had het alleenrecht op alle DDR-artiesten en was uiteraard één van de overheidsbedrijven in de communistische vazalstaat van de USSR.
Tegelijkertijd was er een alternatieve beweging van jonge muzikanten die in rock hun uitlaatklep vonden. Hagen beschrijft dit levendig in haar biografie, waarin ze ook verhaalt over een soortgelijke scene in Polen, waarnaar ze korte tijd stiekem uitweek.
Omdat haar moeder operettezangeres was, groeide ze op in een vrijgevochten kunstenaarsmilieu, waarin auteur Wolf Biermann uitgroeide tot haar peetvader. Hierbij werd altijd over de schouders meegekeken door de Stasi, de geheime politie van deze "democratische" republiek. Enerzijds was er in dit kunstenaars- en artiestenmilieu meer vrijheid dan voor een gewone burger, anderzijds kreeg ook Nina Hagen te maken met de controlezucht van de politici en hun controle-apparaat, de mannen in "grijze pakken met leren stropdassen".

Met deze kennis in het achterhoofd is Was Denn...? niet alleen extra gelaagd, maar af en toe verrassend fris en stevig in zowel muziek als teksten, bovendien goed uitgevoerd door klasbakmusici. Overigens verscheen al in 1992 het eerste eerste verzamelalbum met haar werk voor Amiga, dat inmiddels was overgenomen en sindsdien met kleine letters wordt genoteerd. De 2020-editie kent een andere trackvolgorde en is uitgebreid met één remix. Beide uitgaven verschenen op vinyl.

Was denn... is een verzameling singles, aangevuld met materiaal dat in DDR-tijd op de plank bleef liggen. Hierop klinken diverse stijlen uit de periode 1974-1976, als ze 19-21 jaar is. Het titelnummer opent. Een fel rockertje met blazers met Nina als frontvrouw van de groep Automobil. Met diezelfde groep werden het iets tammere track 4 He, wir Fahren auf's Land en de funk van #6 Komm komm opgenomen.
Extra aandacht besteedt ze in haar biografie aan track 8, hun grootste DDR-hit, het tragikomische Du hast den Farbfilm vergessen. Daarin verholen kritiek op Oost-Duitsland én haar operettestem: één van mijn favorieten van dit album. Laatste nummer in de rij met Automobil is het vrij conventionele poplied Wenn ich an dich denk (track 11).

Daarnaast zijn er nóg twee groepen waarmee de jonge frau Hagen met instemming van de overheid mocht werken. Met Stern-Combo Meißen werd het pittig rockende Zieh die Schuhe auf (track 5) opgenomen, met Fritzens Dampferband klinken het eveneens uptempo Mama (#7), het cabaretske Hatschi-Waldera (#10) en Wir tanzen Tango (#13) doet met een vilein randje precies wat het zegt.
De overige nummers staan op naam van Nina Hagen solo. Ik werd omvergeblazen door track 2, Das kommt, weil ich so schön bin dat klinkt als één van de briljante artrocknummers van Roxy Musics debuut.
Rangehn bevat uptempo rock met wahwahgitaar, Honigmann is een schlagerballade (ze beschrijft dit genre in haar bio met grote afschuw maar vertelt dat ze in de DDR niet alles kon weigeren), op Ich bin so alt klinkt pop met blazers, Ich bin da gar nicht pingelig is swingende schlagerpop.
Vervelend is de slottrack: een 1992-remix van Du hast den Farbfilm vergessen met zielloze drumcomputer. Ongetwijfeld bedoeld om kort na de val van de muur (1989) aandacht te genereren voor het vroege werk van Nina Hagen en haar toenmalige platenlabel.

Al met al een album dat een vooroordeel bij mij wegblies over de muzikale vrijheid in de DDR: op vinyl kon meer dan ik dacht, ondanks alle repressie.

Hagen is kláár met de DDR en krijgt op 6 december 1976 toestemming het land voorgoed te verlaten. Op 10 december arriveert ze in het West-Duitse Hamburg bij haar peetvader, die na een optreden in Keulen in november de toegang tot de DDR werd ontzegd. Met hem verblijft ze enige tijd bij diens communistische vrienden in Italië, mede om de nieuwsgierige Duitse pers te ontlopen. Bovendien regelt Biermann in Berlijn een platencontract bij CBS, dat haar de tijd gunt om te wennen aan het westen.
Vervolgens vertrekt ze naar een eveneens ex-DDR'ster in Londen, waar ze spoedig bevriend raakt met Ariane Forster alias Ari-Up van punkgroep The Slits. Deze is de dochter van de Duitse Nora Maier, sinds kort de partner van Johnny Rotten. Op deze wijze zijn de twee vriendinnen getuige van enkele repetities van de Sex Pistols en bovendien brengt Forster haar naar reggaeconcerten.
Vol van alle indrukken keert ze terug naar Duitsland en omdat ze inmiddels weet wat ze wil, vormt ze met de leden van de West-Berlijnse groep Lokomotive Kreuzberg de Nina Hagen Band.

Mijn reis door de wortels van punk en new wave vervolgt echter in Londen met pubrockers Brinsley Schwarz.

Nina Hagen Band - Nina Hagen Band (1978)

poster
4,0
De term 'klassieker' valt steevast bij dit album, en terecht. De dochter van een een actrice en zangeres die tot de Oost-Duitse artistieke elite behoorde, klinkt op het West-Duitse debuut lentefris en stronteigenwijs.
In Nina's biografie 'Bekentenissen' (2010) komen er smakelijke anekdotes voorbij over haar jeugd en het leven nabij de politieke top van communistisch Duitsland. Drie jaar geleden verscheen muziek uit haar DDR-jaren onder de titel Was denn...? Het maakt dit titelloze debuut van de Nina Hagen Band alleen maar meer bizar.

Waarschijnlijk heeft juist haar DDR-opvoeding deze energieke dame geholpen om een ander geluid neer te zetten aan de westelijke kant van het IJzeren Gordijn. Indertijd werd ons voorgehouden dat dit 'punk' was, maar wat ik hoorde en op tv zag, klonk noch oogde als punk. Dit waren oude rockers die een punkachtige dame naar grote hoogten stuwden. New wave vond - en vind - ik een passender label, maar ook daarvoor is het spectrum qua stijlen eigenlijk te breed.
Gevarieerd gemusiceerd, veel wijdser dan de vaak bekrompen punks die onafhankelijkheid voorspiegelden maar tegelijkertijd stijf stonden van de regels. De eigenwijsheid van Hagen en haar band maakt dat de term 'punkfilosofie' geheel terecht is, muzikaal gezien valt alleen het laatste nummer Pank onder het punkgenre. Het lied is bovendien meer een parodie daarop, inclusief een vette rochel in het intro. Nee mensen, dit is new wave en bovendien daarbinnen een heel unieke positie innemend.

Een bereik van vijf (?) octaven, welbesproken, humoristisch, poëtisch én tegen heilige huisjes aan schoppend. Naast de binnenhoes met daarop twee fraaie foto's, zit bij de plaat een tekstboekje met cartoonachtige tekeningen.
Niet een plaat die ik vaak draai, maar altijd weer komt een spontane glimlach op mijn lippen als ik dat doe. Zoals bij de drie keren van gisteren en vandaag; de variatie zorgt er namelijk voor dat deze plaat niet snel verveelt. Muzikale en vocale tegenstellingen zitten bijvoorbeeld op de A-zijde met Unbeschreiblich ♀, waarna twee nummers verder haar klassieke wortels klinken in Naturträne. Daartussenin zit Auf'm Bahnhof Zoo, dat eigenlijk als classic 70's rock met een vleugje funk kan worden gekwalificeerd.

Lees ook terug wat lebowski in 2009 hierover noteerde: leuk om te weten! Vreemd genoeg is dit monumentje niet op streaming te vinden, afgezien van YouTube. Ik koester mijn vinyl...

Nina Hagen Band - Unbehagen (1979)

poster
3,5
Ergens rond 1981 ging ik met mijn ouders op vakantie naar Slovenië. Eenmaal rijdend door zuidelijk Duitsland viel het op dat op de radio vooral jodelzenders zaten. Verschrikkelijk. Ik moest er begin 1984 aan terugdenken.

Toen liep ik ergens stage waar de elpee Unbehagen van Nina Hagen stond, die ik bovendien ter plekke ongestoord kon draaien. Eén nummer bleef mij sindsdien bij: Wau - Wau, vanwege het geblaf en de zin "Ich bin dein Hund".
In juli dit jaar kwam ik 'm dan eindelijk tegen in een bak met tweedehands platen, dankuwel De Groeverij. Zoals hierboven diverse malen opgemerkt niet zo goed of verrassend als haar (West-Duitse) debuut maar nog steeds meer dan aardig. Geleverd met een aan één zijde bedrukt tekstvel.

African Reggae is een bijna misleidende titel met het gejodel waar frau Hagen op een gegeven moment in losbarst. Een sterke start met een verhaal over de hash van Nederland die haar naar Afrika doet verlangen, maar ze gaat niet want ze castreren daar vrouwen en sta op voor de zwarte revolutie. Associatief en hyperactief, een tekst zoals alleen zij kon schrijven.
Alptraum begint met een synthesizer die aan Giorgio Moroder doet denken, waarna een stevig rocknummer begint. Er werd indertijd een videoclip bij gemaakt, waarin onder meer Herman Brood en een poster van Abba figureren. Beelden uit 'Cha Cha' denk ik, maar die film heb ik nooit gezien. Lekker nummer, dat muzikaal enigszins doet denken aan de Berlijnse albums die David Bowie in '77 - '79 maakte. Duurt me alleen iets te lang voor de bijna zes minuten die voorbijtrekken.
Hierna haar bewerking van Lucky Number van Lene Lovich. Met hertaalde tekst. Het origineel is beter, mede omdat het alweer te lang duurt en bovendien bij Hagen net wat minder pittig dan bij Lovich.
De A-kant sluit af met het enige vullertje, Wenn ich ein Junge wär, een liedje dat niet van haar hand was. Live opgenomen, alsof er nog snel een nummer bij moest en alhoewel het nog geen drie minuten duurt is dat toch teveel.

De B-kant is verreweg mijn favoriet. Hermann hieß er gaat over meneer Brood. Een bijzonder portret van de zanger met wie ze indertijd veel in het nieuws kwam, zo herinner ik me uit Muziek Expres. Na het sterke en rockende Auf'm Rummel dat een goed geplande, chaotische start kent, volgt het snelle, punkachtige Wau - Wau met het slotcommando "Hält's maul".
Fall in Love mit mir heet op het tekstvel slechts Fall in Love en bevat zowaar een doo-wopkoortje en is voor de verandering lief en romantisch.
Het korte, instrumentale, snelle en harde No Way, waar Hagen niet aan meeschreef, sluit de plaat af. Wederom moet ik aan zowel Bowie's Berlijn als aan Londense punk denken.

Een magere vier sterren, of zal ik een dikke 3,5 noteren?

Nirvana - Nevermind (1991)

poster
4,0
En nu ga ik iets melden wat superorigineel is op dit topic met z'n 2088 berichten. Grapje .

Trok de cd (die met de bonustrack Endless, Nameless, het enige nummer waar ik echt niks aan vind) uit de kast na het beluisteren van podcast De Platenclub op Spotify. Daarin wordt steeds een album uit de Recensiebijbel van Oor besproken, de laatste aflevering over Nevermind. Leuk om te horen hoe twee generaties naar de plaat luisteren: en passant leerde ik toch nog zaken die ik niet wist.

Destijds was Nirvana voor mij een volgende generatie punk, anders in kledingstijl maar qua muziek nauw verwant. Namen als Sonic Youth, Pixies en The Melvins gingen hen voor, toch was dit weer verschillend daarvan. Bovendien anders dan andere grungenamen als Soundgarden en Alice In Chains die meer aan metal hadden geroken en Pearl Jam waarbij ik classic rock meende te ontwaren.
Een pakkend voortdenderend album. In tegenstelling tot menig ander vind ik Polly best okay, een aardig rustpuntje waarna het geweld van Territorial Pissings extra heftig binnenkomt. Dave Grohls punkverleden komt in dat laatste nummer het beste tot uiting.

Kurt Cobain, Kris Novoselic, Dave Grohl; op Nevermind werkte het prima, ook al was ik als gevorderde twintiger inmiddels te oud om écht omver geblazen te worden. Hierboven kwam ik mooie persoonlijke verhalen tegen van aERodynamIC (zie zijn bijdrage uit 2007), Sandokan-veld (uit 2009) en AreYouThere (uit 2024) die er prachtige anekdotes bij weten te vertellen. Aanbevolen! Mij staat vooral de videoclip van Smells Like Teen Spirit op het netvlies, niet van MTV af te branden. Maar dat is allesbehalve een spannend verhaal.

Something in the Way is het ingetogen slot van een luid album dat er zowat in z'n eentje voor zorgde dat we najaar '91 in één klap van die nare glam metal waren verlost. Dag make-up, welkom terug rock 'n' roll. Daar kon ik met favorieten als The Stranglers, Black Sabbath, Trouble en (de eerste albums van) Saxon goed mee uit de voeten.

PS De mooiste cover van een nummer van Nirvana blijft die van Come As You Are in de versie van de Ierse postbode The King op Gravelands.

Noël - Is There More to Life Than Dancing? (1979)

poster
3,5
De groep Sparks, oftewel Ron en Russell Mael, kwam in 1978 in contact met de Italiaans-Duitse producer Giorgio Moroder, pionier van de disco-synthesizer en bekend van Donna Summers I Feel Love. Het leidde tot album No 1. in Heaven, waarvan in Nederland Beat the Clock een hit werd.

Gewapend met de vers opgedane kennis van synthesizers, besluiten de gebroeders Mael om zelf iets dergelijks zelf te maken. Ze komen in contact met zangeres Patricia Noël uit Los Angeles en gaan de studio in, waar een elektronisch discoalbum wordt opgenomen.
Singles volgen zonder hitsucces: in Duitsland in mei 1979 I Want a Man, in het VK in juni Dancing is Dangerous en in september single The Night They Invented Love, de laatste ook in Japan. In augustus is dan via Virgin de elpee Is There More to Life than Dancing? in de platenwinkels geland.

Wat klinkt is hapklare eurodisco van het soort dat ik destijds verafschuwde. Maar 45 jaar later heb ik daar minder last van en bovendien moet ik glimlachen om de ironie in de teksten. Sterker nog, soms klinken sombere reflecties van iemand die is vastgelopen in het leven, als heeft Ian Curtis ze geschreven. Luchtige electrodisco en toch meer dan platte dansmuziek.

Kant 1 bevat twee nummers van ruim 9 en 8 minuten, die in elkaar overgaan. Noel heeft een ietwat donkere stem, als crèmekoffie op een zonovergoten terras. In het refrein van het titelnummer klinkt de stem van Russell Mael. De beat gaat door en de overeenkomsten met Moroders werk zijn duidelijk.
Kant 2 bevat drie nummers. In de dikke 9 minuten van The Night They Invented Love klinken ook saxofoon, dameskoortje en bongo's. Kortste nummer is het prettige Au Revoir, dat met zijn 3'10" op singlelengte is, maar nooit daarop verscheen; synthesizer en bongo's versmelten hier tot een loop. Afsluiter I Want a Man heeft als tekst slechts de liedtitel en is de dansclimax van deze plaat.

Patricia Noël bracht drie jaar later als Noël and The Red Wedge het album Peer Pressure uit, waarop new wave / rock klinkt in de stijl van Pat Benatar.
En dan verscheen half mei 2024 via Sparks' eigen Lil Beethoven Records als 2cd de 45th Anniversary Edition van dit Is There More to Life than Dancing? met de nodige extra's. Ook te vinden op streaming.

Wie meer wil weten kan terecht bij de podcast van Amerikaan Christian Huey, getiteld All You Ever Listen to is Sparks. Zoek op je streamingplatform op 'Episode 27: Is There More to Life than Dancing? (1979)' óf klik op deze link. De eerste 8 minuten geven een geschiedenislesje over de vroege synthesizer, daarna komt hij ter zake door een kenner erbij te betrekken.

Uiteraard aanbevolen voor liefhebbers van Sparks én disco. En meer dan dat: zelfs ik vind het charmant...

Normaal - Oerend Hard (1977)

poster
4,0
Alfred Lagarde draaide Normaal in zijn hardrockprogramma Betonuur op Hilversum 3, in de krant las ik een stukje waarin dit met punk werd vergeleken en de TROS, niet vies van Nederlandstalige muziek blijkens de Polderpopparade van dj Adje Roland, zal de singles van deze en volgende lp's van de Achterhoekers wat lastig hebben gevonden in hun programmering.

Reuring dus en al ben ik niet de grootste fan, mijn interesse hebben ze. Zo heb ik het boek van Jos Palm over Jolink en de groep met veel plezier gelezen.
Er komt overigens op 28 december een nieuw boek aan en wie dat voor 1 oktober bestelt, komt er met naam in. Zie hier.

Maar ook zonder die verhalen is dit een lekker album dat bovendien bewijst dat de Nedersaksische streektaal zo ontzettend kleurrijk is. Heel geschikt voor poëtische (rock 'n' roll)teksten. De productie is met de oren van nu ouderwets of zelfs kneuterig, maar wát een sfeer!

Stronteigenwijze klassieker.

Northern Light Orchestra - Star of the East (2017)

poster
3,5
De behoefte aan Kerstmis is in Amerika zo groot dat in de meest uiteenlopende genres kerstplaten worden gemaakt. Star of the East van gelegenheidsproject Northern Light Orchestra is een melodieus hardrockend kerstplaatje waarop door grote namen lekker vet wordt gespeeld en de kerstklassiekers (zo goed als) ontbreken. Oftewel: nieuwe composities.

Op mijn streaming platform is een deel af te spelen, andere nummers zijn “grijs”. Van wat ik wel kan beluisteren valt op dat het uptempo en stevig is, waarbij klaterende gitaarsolo’s als lawines door de kamer vliegen. Afgezien van de teksten heb ik niet eens in de gaten dat het een kerstalbum betreft.
In de tracklist hierboven is makkelijk te zien wie de bekende en minder bekende namen zijn die hieraan deelnamen. Gitaristen Doug Aldrich en Bruce Kulick en zanger Robin McAuley bijvoorbeeld. Ik kwam hier terecht omdat ik de carrière van John Elefante, ex-Kansas aan het uitzoeken was. Gelukkig is zijn nummer wél af te spelen en dan valt me op dat ik hem zelden (nooit?) zo krachtig heb horen zingen als hier op Hearts of Fire.

Ik hang er een 3,5 aan op basis van de zes nummers die ik kon beluisteren, vanwege de consistent plezierige hardrock met dito melodieën en gitaarsolo’s. Dat is een beetje voorbarig, maar dan hangt er tenminste een eerste waardering aan.
Mocht ik ‘m ooit fysiek voor een redelijke prijs tegenkomen, dan heeft ie mijn belangstelling: ben nieuwsgierig naar de rest en het heeft niet een sfeer die alleen rond Kerstmis werkt. Denk echter dat de kans op tegenkomen klein is, zeker in Europa.