Hier kun je zien welke berichten potjandosie als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Garland Jeffreys - American Boy & Girl (1979)

3,5
1
geplaatst: 6 juni 2023, 21:11 uur
na Ghost Writer en One-Eyed Jack werd dit het 3e en laatste album dat verscheen op het A & M label ( de A van Herp Albert 1 van de oprichters van dit label en de M staat voor Jerry Moss). dit album beviel mij een stuk beter dan zijn voorganger One-Eyed Jack. hierbij wat achtergrondinfo uit de liner notes "Jeffreys fashioned a semi-concept piece featuring several songs focusing on two teenage urban runaways, Chino and Lori. City Kids, American Boy & Girl, Bring Back the Love en Shoot the Moonlight Out followed in the footsteps of "Wild in the Streets". Jeffreys was keen to point out, however, that these American boys and girls weren't necessarily minority people. They're not just black or Puerto Rican or poor, they come from all walks of life so the themes he explored were universal". Other outstanding tracks on the album included the joyous, samba-flavoured "Matador" and the rather mysterious "If Mao Could See Me Now" of which even Jeffreys has mentioned he doesn't know what the song is about. je kunt dit album dus als een soort van concept plaat beschouwen. De boodschap van GJ aan Chino en Lori (American Boy & Girl) was "Please don't you let me down". een veelzeggend statement van deze geëngageerde artiest.
Garland Jeffreys - Don't Call Me Buckwheat (1991)

4,5
4
geplaatst: 27 november 2025, 02:01 uur
de opvolger van het zwakke "Guts For Love" (1983) is een sterk come-back album van de maatschappelijk en politiek geëngageerde "street wise" Garland Jeffreys die opgroeide in Brooklyn, New York. een volledige "return to form" met 13 door hemzelf gepende stuk voor stuk sterke liedjes, veelal handelend over discriminatie, sociaal onrecht en racisme.
de titel "Don't Call Me Buckwheat" verwijst naar het feit dat hij ooit zo werd aangesproken. "buckwheat" is een scheldnaam voor halfbloed. Garland Jeffreys is namelijk van Afro-Amerikaanse en Puerto Ricaanse afkomst.
de muziek omvat diverse genres o.a. blues, funk, gospel, rock en reggae gezongen met de krachtige, soulvolle stem van Garland Jeffreys. ondanks dat klinkt dit album als een coherent geheel en boeit dit album van begin tot eind, waar geen enkel minder nummer op te bekennen valt. sleutelwoorden: authentiek, doorleefd, puur, rauw met oprechte, diepgaande teksten recht vanuit zijn hart gezongen.
de gospel van "Moonshine in the Cornfield" is een prachtige opener dat overgaat in de reggae rock van "Welcome to the World". het geweldige intro van "Don't Call Me Buckwheat" is 1 van de beste intro's ooit.
los van de hits "Hail Hail Rock 'N Roll" en het geweldig catchy "The Answer" is het genieten van de reggae rock klanken van "Color Line", "Bottle of Love" en "Murder Jubilee". de ballad "Lonelyville" en de doo-wop van de afsluiter "I'm Not a Know It All" fungeren als rustpunten op dit bruisende, energieke album.
onder de muzikanten bevinden zich o.a. Steve Jordan (drummer Rolling Stones), de befaamde reggae ritmesectie Sly Dunbar (drums) en Robbie Shakespeare (bass), Michael Brecker (sax), meestergitarist Hugh McCracken, Earl "Chinna" Smith (guitar) bekend van zijn werk met Bob Marley & The Wailers en Sidney Mills (keyboards) van de Engelse reggae band Steel Pulse. Vernon Reid oprichter van de rockband Living Colour speelde de lead gitaar solo op "Hail Hail Rock 'N Roll" en alle gitaren op "I Was Afraid of Malcolm".
mocht Garland Jeffreys ooit in 1980 horen/zien in zaal Hal 4 in Rotterdam. een verpletterend optreden waarbij zijn band de zaal plat speelde. een charismatisch performer en een verbindend persoon.
de man debuteerde in 1973 met het sfeervolle, ingetogen gelijknamige album en bracht in 1977 zijn magnum opus "Ghost Writer" uit. hij bleef door de jaren heen goede albums uitbrengen. de inmiddels 82-jarige Garland Jeffreys kondigde in 2019 aan te stoppen met optredens.
Album werd geproduceerd door Garland Jeffreys
Recorded at Power Station, New York City, New York
de titel "Don't Call Me Buckwheat" verwijst naar het feit dat hij ooit zo werd aangesproken. "buckwheat" is een scheldnaam voor halfbloed. Garland Jeffreys is namelijk van Afro-Amerikaanse en Puerto Ricaanse afkomst.
de muziek omvat diverse genres o.a. blues, funk, gospel, rock en reggae gezongen met de krachtige, soulvolle stem van Garland Jeffreys. ondanks dat klinkt dit album als een coherent geheel en boeit dit album van begin tot eind, waar geen enkel minder nummer op te bekennen valt. sleutelwoorden: authentiek, doorleefd, puur, rauw met oprechte, diepgaande teksten recht vanuit zijn hart gezongen.
de gospel van "Moonshine in the Cornfield" is een prachtige opener dat overgaat in de reggae rock van "Welcome to the World". het geweldige intro van "Don't Call Me Buckwheat" is 1 van de beste intro's ooit.
los van de hits "Hail Hail Rock 'N Roll" en het geweldig catchy "The Answer" is het genieten van de reggae rock klanken van "Color Line", "Bottle of Love" en "Murder Jubilee". de ballad "Lonelyville" en de doo-wop van de afsluiter "I'm Not a Know It All" fungeren als rustpunten op dit bruisende, energieke album.
onder de muzikanten bevinden zich o.a. Steve Jordan (drummer Rolling Stones), de befaamde reggae ritmesectie Sly Dunbar (drums) en Robbie Shakespeare (bass), Michael Brecker (sax), meestergitarist Hugh McCracken, Earl "Chinna" Smith (guitar) bekend van zijn werk met Bob Marley & The Wailers en Sidney Mills (keyboards) van de Engelse reggae band Steel Pulse. Vernon Reid oprichter van de rockband Living Colour speelde de lead gitaar solo op "Hail Hail Rock 'N Roll" en alle gitaren op "I Was Afraid of Malcolm".
mocht Garland Jeffreys ooit in 1980 horen/zien in zaal Hal 4 in Rotterdam. een verpletterend optreden waarbij zijn band de zaal plat speelde. een charismatisch performer en een verbindend persoon.
de man debuteerde in 1973 met het sfeervolle, ingetogen gelijknamige album en bracht in 1977 zijn magnum opus "Ghost Writer" uit. hij bleef door de jaren heen goede albums uitbrengen. de inmiddels 82-jarige Garland Jeffreys kondigde in 2019 aan te stoppen met optredens.
Album werd geproduceerd door Garland Jeffreys
Recorded at Power Station, New York City, New York
Garland Jeffreys - Garland Jeffreys (1973)

4,0
0
geplaatst: 6 juni 2023, 19:08 uur
eens met hetgeen E-Clect-Eddy hierboven vermeld over dit solo debuut album van Garland Jeffreys. komt over als een echt singer/songwriter album. een mooi, divers album met verschillende stijlen maar m.i. desondanks een coherente plaat. meer ingetogen dan zijn latere werk. rockers als Christine, Hail Hail Rock'n Roll, Wild In The Streets ontbreken hier, maar hij geeft hier al een goede staalkaart af van zijn kunnen. Lon Chaney vind ik wel een hoogtepunt maar zo staan er vele op dit album. ik vermoed dat het album bij verschijnen in 1973 niet veel aandacht heeft gekregen. nummer 6 van dit album She Didn't Lie verscheen later in een nieuwe versie op het album One-Eyed Jack. 1 van zijn mindere albums door een wat te gladde productie.
Garland Jeffreys - Ghost Writer (1977)

5,0
0
geplaatst: 5 juni 2023, 19:34 uur
nog even wat aanvullende informatie over dit album. de man heeft een rijk oeuvre maar dit is wellicht zijn meest consistente werk. de songs zijn alle autobiografisch "encompassing bittersweet tales about coming of age in the big city, of racial separatism, of overcoming conflict. 9 nummers zijn door GJ in 1976/77 geschreven en verschenen op dit A&M Records album. WITS stamt uit 1973 en werd als single uitgebracht op Atlantic Records en later aan dit album toegevoegd. de befaamde Dr. John speelt clavinet op dit nummer en hielp met het arrangement. het is een muzikaal divers album met soulvolle rock 'n roll (Rough and Ready, WITS, Lift Me Up, 35 Millimeter Dreams), cool-down reggae (I May Not Be Your Kind, Why-O, Ghost Writer) up-tempo reggae (Cool Down Boy) en het in jazzy mood gearrangeerde New York Skyline voorzien van prachtige blazers (o.a. Michael Brecker). De combinatie van rock en reggae was destijds uniek. Track 10 Spanish Town is een epische, gloedvolle ballad. GJ deelt hier herinneringen aan zijn grootmoeder Rafaella, zijn vader Ray, vriend Juan en zijn lief Margarita met vermelding van "revolution in the streets". een prachtig, broeierig nummer dat onder de huid kruipt met een relevante tekst. de Japanse cd versie van dit album kwam ik ooit tegen bij HMV in Schotland, echter gezien de prijs van 25 engelse ponden liet ik deze links liggen. gelukkig verscheen later in 2011 een compilatie 2-cd met de albums One-Eyed Jack en American Boy & Girl incl. dit Ghost Writer album op Raven Records (Made In Australia). GW werd geproduceerd door David Spinozza en GJ.
Garland Jeffreys - I'm Alive (2006)

4,0
0
geplaatst: 6 juni 2023, 18:41 uur
voor degenen die 's mans werk niet kennen is deze verzamelaar een prima instapper. geeft een goede bloemlezing weer van zijn rijke oeuvre. liefst 6 nummers van zijn meesterwerk Ghost Writer (uit 1976) staan hier op en dat is mooi meegenomen. alle 18 nummers zijn door GJ zelf geschreven met uitzondering van het nummer 96 Tears dat geschreven is door Rudy Martinez lid van de groep Question Mark & the Mysterians een Amerikaans/Mexicaanse garage rockband uit Michigan actief tussen 1962 en 1969. hij maakt van deze rocker een heerlijk dampende versie. halverwege de jaren 70 woonde ik een live concert van Garland Jeffreys bij in Hal 4 in Rotterdam. een gedenkwaardig concert. een bijzonder aardige, charismatische man met een hele strakke band achter zich. de dynamiek spatte ervan af. hij staat bekend om zijn engagement. een man met een boodschap.
Garland Jeffreys - Matador and More... (1992)

4,0
1
geplaatst: 10 oktober 2025, 16:08 uur
prima verzamelaar van de inmiddels 82-jarige, geëngageerde Garland Jeffreys. de man is van half Afro-Amerikaanse en half Puerto Ricaanse afkomst en werd daar in zijn jeugd regelmatig mee gepest en schreef daar verschillende songs over die over raciale ongelijkheid gingen.
hij was bevriend met o.a. Lou Reed en 1 van zijn inspiratiebronnen was de Amerikaanse R&B en rock 'n roll zanger Gary U.S. Bonds, die ook als inspiratie diende voor Bruce Springsteen en begin jaren 80 met zijn E Street Band meespeelde op zijn "come back" albums "Dedication" en "On the Line".
deze verzamelaar met rock, reggae, blues en soul invloeden is als volgt samengesteld:
5 nummers (2,6,8,11 en 12) van zijn meesterwerk "Ghost Writer" (1977)
3 nummers (3,4 en 9) van het mindere, glad geproduceerde "One Eyed Jack" (1978)
4 nummers (1,5,7 en 10) van het iets betere "American Boy & Girl" (1979)
de hit het catchy "Matador" staat ook op deze compilatie, maar is feitelijk niet erg representatief voor 's mans werk. aangezien met name "Ghost Writer" moeilijk verkrijgbaar is kan dit album prima als instapper dienen.
hij was bevriend met o.a. Lou Reed en 1 van zijn inspiratiebronnen was de Amerikaanse R&B en rock 'n roll zanger Gary U.S. Bonds, die ook als inspiratie diende voor Bruce Springsteen en begin jaren 80 met zijn E Street Band meespeelde op zijn "come back" albums "Dedication" en "On the Line".
deze verzamelaar met rock, reggae, blues en soul invloeden is als volgt samengesteld:
5 nummers (2,6,8,11 en 12) van zijn meesterwerk "Ghost Writer" (1977)
3 nummers (3,4 en 9) van het mindere, glad geproduceerde "One Eyed Jack" (1978)
4 nummers (1,5,7 en 10) van het iets betere "American Boy & Girl" (1979)
de hit het catchy "Matador" staat ook op deze compilatie, maar is feitelijk niet erg representatief voor 's mans werk. aangezien met name "Ghost Writer" moeilijk verkrijgbaar is kan dit album prima als instapper dienen.
Garland Jeffreys - One-Eyed Jack (1978)

3,0
0
geplaatst: 6 juni 2023, 20:42 uur
ter info als weetje Jack Roosevelt "Jackie" Robinson (1919-1972) was een Amerikaanse honkballer. Hij was de eerste Afro-Amerikaanse honkbalspeler in de Major League Baseball
Gary & Randy Scruggs - All the Way Home (1970)

3,0
0
geplaatst: 27 maart 2024, 17:50 uur
Gary en Randy Scruggs waren beide zonen van de legendarische bluegrass muzikant Earl Scruggs en moeder Louise. Gary was de oudste van 3 zonen en speelde al op jonge leeftijd samen met zijn broers Randy en Steve mee tijdens tournees van "The Earl Scruggs Revue". vader Earl Scruggs stond bekend om zijn samenwerking met de andere bluegrass legende Lester Flatt. zij vormden samen het duo Flatt & Scruggs. beiden droegen al dan niet fysiek bij aan de "Will The Circle Be Unbroken" trilogie van the Nitty Gritty Dirt Band.
Randy Scruggs werkte o.a. samen met met Waylon Jennings, George Strait en Emmylou Harris en maakte 2 albums met zijn oudere broer Gary, waarvan dit de eerste is. in 1972 volgde nog een tweede album genaamd "The Scruggs Brothers". de broers waren veelzijdige muzikanten en ook actief als producer, songwriters en sessiemuzikant en beiden hebben heel wat "Grammy Awards" op hun naam staan.
Gary Scruggs zong ooit samen met Roger McGuinn de lead vocals van de Byrds klassieker "You Ain't Goin' Nowhere".
de country rock met bluegrass invloeden op dit album met vele covers klinkt behoorlijk gedateerd en de covers zijn niet allemaal even geslaagd. "If I Were a Carpenter" van Tim Hardin en "Sweet Sir Galahad" van Joan Baez steken er gunstig boven uit. daar staan veel mindere versies tegenover van "I'll Be Your Baby Tonight (Bob Dylan), "Woodstock" (Joni Mitchell), "Who'll Stop the Rain" (John Fogerty) en "Let It Be" (Lennon & McCartney).
ook hun uitvoering van de Doug Kershaw klassieker "Louisiana Man" kan niet tippen aan het origineel.
de traditionals "Black Mountain Rag", "Shady Grove" en de instrumentale Earl Scruggs track "Earl's Breakdown" maken dit enigszins goed.
de drummer op dit album Karl Himmel speelde mee op meerdere albums van Neil Young.
Randy Scruggs overleed in 2018 (64 jaar) en Gary Scruggs overleed in 2021 (72 jaar) en lieten net als hun vader Earl, maar in iets mindere mate, een grote muzikale nalatenschap achter.
Album werd geproduceerd door Charlie Daniels en Neil Wilburn
Gary Scruggs: lead and back vocals, bass, piano & organ
Randy Scruggs: lead guitar, rhythm guitar, 5-string banjo & back vocals
Other musicians and singers: Charlie Daniels, Karl Himmel, Lea Jane Berinati, Laverne Moore, Richard Law
Randy Scruggs werkte o.a. samen met met Waylon Jennings, George Strait en Emmylou Harris en maakte 2 albums met zijn oudere broer Gary, waarvan dit de eerste is. in 1972 volgde nog een tweede album genaamd "The Scruggs Brothers". de broers waren veelzijdige muzikanten en ook actief als producer, songwriters en sessiemuzikant en beiden hebben heel wat "Grammy Awards" op hun naam staan.
Gary Scruggs zong ooit samen met Roger McGuinn de lead vocals van de Byrds klassieker "You Ain't Goin' Nowhere".
de country rock met bluegrass invloeden op dit album met vele covers klinkt behoorlijk gedateerd en de covers zijn niet allemaal even geslaagd. "If I Were a Carpenter" van Tim Hardin en "Sweet Sir Galahad" van Joan Baez steken er gunstig boven uit. daar staan veel mindere versies tegenover van "I'll Be Your Baby Tonight (Bob Dylan), "Woodstock" (Joni Mitchell), "Who'll Stop the Rain" (John Fogerty) en "Let It Be" (Lennon & McCartney).
ook hun uitvoering van de Doug Kershaw klassieker "Louisiana Man" kan niet tippen aan het origineel.
de traditionals "Black Mountain Rag", "Shady Grove" en de instrumentale Earl Scruggs track "Earl's Breakdown" maken dit enigszins goed.
de drummer op dit album Karl Himmel speelde mee op meerdere albums van Neil Young.
Randy Scruggs overleed in 2018 (64 jaar) en Gary Scruggs overleed in 2021 (72 jaar) en lieten net als hun vader Earl, maar in iets mindere mate, een grote muzikale nalatenschap achter.
Album werd geproduceerd door Charlie Daniels en Neil Wilburn
Gary Scruggs: lead and back vocals, bass, piano & organ
Randy Scruggs: lead guitar, rhythm guitar, 5-string banjo & back vocals
Other musicians and singers: Charlie Daniels, Karl Himmel, Lea Jane Berinati, Laverne Moore, Richard Law
Gay & Terry Woods - Tender Hooks (1978)

4,0
1
geplaatst: 20 februari 2024, 00:15 uur
het vierde album van dit befaamde Ierse folk duo. singer/songwriter/multi-instrumentalist Terry Woods schijnt ooit in een grijs verleden samen met Phil Lynott van Thin Lizzy in de uit Dublin afkomstige band Orphanage te hebben gespeeld. later begon hij naam te maken als lid van het Ierse folktrio Sweeney's Men (met Andy Irvine en Johnny Moynihan), de Engelse folkband Steeleye Span, weliswaar kortstondig samen met zijn vrouw Gay ten tijde van het album "Hark! The Village Wait" (een klassieker van deze band) en uiteraard de Iers/Engelse folk/punk band The Pogues. voor de laatste band schreef hij samen met Shane MacGowan o.a. het nummer "Streets of Sorrow/Birmingham Six" van hun album "If I Should Fall from Grace with God". na hun vertrek uit Steeleye Span maakten Gay & Terry Woods in 1971 het geweldige "The Woods Band" album, waarna 4 albums onder hun eigen namen volgden. Gay Woods werd jaren later opnieuw de zangeres van Steeleye Span, toen lead zangeres Maddy Prior de groep verliet.
op dit album staan 10 eigen composities van het duo.
heb een zwak voor de melancholieke ietwat klagerige, sombere stem van Terry Woods die in combinatie met de heldere, zijdezachte prachtstem van Gay Woods in een aantal tracks prachtige harmoniezang oplevert. het aanstekelijke up-tempo openingsnummer "We Can Work This One Out" verscheen destijds als single van dit album, met als b-side de fraaie piano ballad "Piece of Summer". beide sterke, melodieuze songs.
andere hoogtepunten zijn de door Gay Woods gezongen ballad "The Reward" en het aanstekelijke, stemmige "Dream Come True" met een lead vocal van Terry Woods. "Friends of Mine" is een lekkere folkrock track met een saxofoon partij van Keith Donald. de weemoedige afsluiter "Heart of Stone" is wederom een ballad van niveau met een fraaie gitaarsolo van Phil Palmer.
helaas zijn niet alle nummers even memorabel. "I've A Lady" en "Lonesome Blue" ontberen een goede melodie en zijn een 2-tal mindere tracks. wijlen Kate McGarrigle speelde piano en verzorgde mede de "harmony vocals" op tracks 6 en 10.
Album werd geproduceerd door Sandy Roberton
Recorded and mixed at Lombard Studios, Dublin, 1978
de muzikanten op dit album:
Gay Woods: dulcimer, autoharp, vocals & harmony vocals
Terry Woods: acoustic, electric & 12 string guitars, banjos, vocals & harmony vocals
Phil Palmer: lead guitar & 12 string guitar
Jim Russell: drums
Kate McGarrigle: piano & harmony vocals ( tracks 6 & 10)
Pat Donaldson: bass, harmony vocals (track 10)
Keith Donald: alto saxophone
Martin O'Connor: accordion
Neil Toner: mandolin
Fran Breen: percussion
Jolyon Jackson: organ & cello
op dit album staan 10 eigen composities van het duo.
heb een zwak voor de melancholieke ietwat klagerige, sombere stem van Terry Woods die in combinatie met de heldere, zijdezachte prachtstem van Gay Woods in een aantal tracks prachtige harmoniezang oplevert. het aanstekelijke up-tempo openingsnummer "We Can Work This One Out" verscheen destijds als single van dit album, met als b-side de fraaie piano ballad "Piece of Summer". beide sterke, melodieuze songs.
andere hoogtepunten zijn de door Gay Woods gezongen ballad "The Reward" en het aanstekelijke, stemmige "Dream Come True" met een lead vocal van Terry Woods. "Friends of Mine" is een lekkere folkrock track met een saxofoon partij van Keith Donald. de weemoedige afsluiter "Heart of Stone" is wederom een ballad van niveau met een fraaie gitaarsolo van Phil Palmer.
helaas zijn niet alle nummers even memorabel. "I've A Lady" en "Lonesome Blue" ontberen een goede melodie en zijn een 2-tal mindere tracks. wijlen Kate McGarrigle speelde piano en verzorgde mede de "harmony vocals" op tracks 6 en 10.
Album werd geproduceerd door Sandy Roberton
Recorded and mixed at Lombard Studios, Dublin, 1978
de muzikanten op dit album:
Gay Woods: dulcimer, autoharp, vocals & harmony vocals
Terry Woods: acoustic, electric & 12 string guitars, banjos, vocals & harmony vocals
Phil Palmer: lead guitar & 12 string guitar
Jim Russell: drums
Kate McGarrigle: piano & harmony vocals ( tracks 6 & 10)
Pat Donaldson: bass, harmony vocals (track 10)
Keith Donald: alto saxophone
Martin O'Connor: accordion
Neil Toner: mandolin
Fran Breen: percussion
Jolyon Jackson: organ & cello
Gene Clark - White Light (1971)
Alternatieve titel: Gene Clark

4,5
3
geplaatst: 18 juli 2023, 00:09 uur
alles is hierboven al gezegd. zo'n album waar je vroeger mee naar bed ging en mee opstond. de LP thuis op cassette opnemen en dan meenemen op een kampweek met jongeren. deed het goed rond het kampvuur. dat is nu wel anders, maar het blijft ruim 50 jaar later een tijdloos album dat een leven meegaat, iets wat je bij het uitkomen van het album in 1971 niet kon bevroeden. melancholie en muzikale schoonheid ten top. later als dure Japanner op cd in huis gehaald. 7 originals van de man zelf, 1 "With Tomorrow" co-written met de onvolprezen meestergitarist uit die tijd Jesse "Ed" Davis en het bekende "Tears Of Rage" van Richard Manuel/Bob Dylan. hoorde op de cd meer dan ik ooit eerder op LP had gehoord. dat is wel een voordeel van zo'n Japanse persing. zoals altijd prima verzorgd met een tekstvel (gelukkig in het Engels, want ik ken geen Japans). vreemd genoeg ontbreekt de informatie over de muzikanten die op dit album meespelen. hoe dan ook nooit eerder hoorde ik het outro van One In A Hundred zo helder "Into the sun, into the sun, Sun....
Gene Clark with the Gosdin Brothers - Gene Clark with the Gosdin Brothers (1967)

3,0
1
geplaatst: 6 augustus 2024, 17:56 uur
dat muzikale smaak en beleving persoonlijk is, blijkt wel als ik de positieve reacties hierboven lees bij dit solo debuut album van de door mij bewonderde Gene Clark.
helaas kan ik de euforie rond dit album niet delen. een gedateerde productie, niet verwonderlijk gezien het feit dat de opnames in 1966 plaats vonden, maar niet alleen dat, de productie is ook bombastisch en gekunsteld te noemen, waardoor de songs van Gene Clark ontsierd worden. de strijkpartijen en de la la la refreintjes/koortjes op meerdere nummers doen zijn songs geen goed. los daarvan staan er weinig memorabele liedjes op dit album.
van "Tried So Hard" verscheen later een mooie versie op het gelijknamige Flying Burrito Brothers album uit 1971.
een krappe 3 voor dit album, dat naar mijn mening in de verste verte niet kan tippen aan zijn albums "White Light" en "No Other" en de 2 albums die hij maakte als Dillard & Clark ("The Fantastic Expedition of" en "Through the Morning, Through the Night").
Album werd geproduceerd door Larry Marks en Gary Usher (tracks 3,4,7 & 11)
All songs written by Gene Clark, except
co-written Joel Larson & Bill Rinehart
Gene Clark, Bill Rinehart, Clarence White, Glen Campbell, Jerry Kole: guitars
Chris Hillman: bass
Mike Clarke: drums
Leon Russell: piano, harpsichord
Douglas Dillard: electric banjo (track 5)
helaas kan ik de euforie rond dit album niet delen. een gedateerde productie, niet verwonderlijk gezien het feit dat de opnames in 1966 plaats vonden, maar niet alleen dat, de productie is ook bombastisch en gekunsteld te noemen, waardoor de songs van Gene Clark ontsierd worden. de strijkpartijen en de la la la refreintjes/koortjes op meerdere nummers doen zijn songs geen goed. los daarvan staan er weinig memorabele liedjes op dit album.
van "Tried So Hard" verscheen later een mooie versie op het gelijknamige Flying Burrito Brothers album uit 1971.
een krappe 3 voor dit album, dat naar mijn mening in de verste verte niet kan tippen aan zijn albums "White Light" en "No Other" en de 2 albums die hij maakte als Dillard & Clark ("The Fantastic Expedition of" en "Through the Morning, Through the Night").
Album werd geproduceerd door Larry Marks en Gary Usher (tracks 3,4,7 & 11)
All songs written by Gene Clark, except
co-written Joel Larson & Bill RinehartGene Clark, Bill Rinehart, Clarence White, Glen Campbell, Jerry Kole: guitars
Chris Hillman: bass
Mike Clarke: drums
Leon Russell: piano, harpsichord
Douglas Dillard: electric banjo (track 5)
Gene Parsons - Kindling (1973)

4,0
1
geplaatst: 27 juni 2023, 18:10 uur
fijne recensie en goede achtergrondinfo van user koho. hierbij 15 jaar later nog een reactie. Gene Parsons was behalve drummer van The Byrds (1968-1972) ook singer/songwriter. daarnaast speelde hij diverse snaarintrumenten o.a. banjo en gitaar en is hij een verdienstelijk zanger. het gaat te ver om "Kindling" een vergeten meesterwerkje te noemen, maar het is een alleszins genietbaar album. het is geen album van het kaliber "White Light" van Gene Clark, maar persoonlijk vind ik dat zijn collega Byrd Roger McGuinn wel mindere solo albums heeft gemaakt dan deze "Kindling". dit album doet mij qua sfeer aan het album "Petaluma" van Norman Greenbaum denken die een vergelijkbare tijdsduur (32 min) heeft, maar dat terzijde. het speelplezier spat er vanaf. het album trapt heerlijk af met het door banjo gedomineerde openingsnummer "Monument", "Willin" van Lowell George is een fijne cover en prima gezongen door Gene Parsons, "On the Spot" en "Banjo Dog" zijn fijne instrumentals. op de in "cajun" stijl uitgevoerde nummers "Take A City Bride" en "Sonic Bummer" drukt fiddler Gib Guilbeau met wie hij in een latere line-up van The Flying Burrito Brothers speelde, zijn stempel. "Drunkard's Dream" klinkt als een klassiek country nummer en is 1 van de hoogtepunten. "Back Again" sluit het album melancholiek af. er staan een paar mindere nummers op o.a. I Must Be A Tree. heb deze als The KIndling Collection kunnen aanschaffen. de 7 bonus tracks (The Byrds Era) en 4 bonus tracks (The Flying Burrito Bros. Era) met door Gene Parsons geschreven tracks voegen weinig toe.
Geoff Muldaur - Beautiful Isle of Nowhere (1999)

4,5
2
geplaatst: 5 april 2025, 17:47 uur
het eerste live album van de destijds 56-jarige Geoff Muldaur werd mede georganiseerd door de Duitse regionale Sparkasse Bank en opgenomen in zaal Moments in Bremen.
16 fraaie solo uitvoeringen met Geoff Muldaur op zang en zijn virtuoze"fingerpicking" gitaarspel met nummers afkomstig van zijn eerdere solo albums, hoewel 3 nummers (10,11 en 15) pas een jaar later zouden verschijnen op zijn album "Password" (2000). 2 "nieuwe" nummers "The Common Cold" een door hem op muziek gezet gedicht van Tennessee Williams en de traditional "Wild About My Lovin" (Jim Jackson).
"Downtown Blues" eveneens van bluesman Jim Jackson verscheen eerder op het album van de Jim Kweskin Jug Band (1966) waar Geoff Muldaur ooit lid van was.
de muziek op dit "less is more" album in het blues/folk genre voelt als een intiem huiskamerconcert, waarbij de sprankelende nummers van begin tot eind de aandacht weten vast te houden. ook liefhebbers van de vroege Ry Cooder of een vergelijkbare muzikant als Chris Smither zal deze muziek aanspreken lijkt mij.
citaat uit de liner notes van Geoff Muldaur:
"My Bremen concert took place quite early on as part of my re-emergence as a stage performer in the late 1990's. After dropping out of the scene in the early 1980's, I had not sauntered upon the stage with any regularity until the Fall of 1997 when my friend Bob Neuwirth invited me to come to Italy to see if I still had the spark in me.
But back to the Bremen show, my first appearance in Germany, and now my first "live" album. I remember fondly that I flew in from England a bit early. My show that night was easy enough, but with some apprehension on my part. The audience was respectful to a fault..calm applause, quiet..and it caught me off guard...not accustomed to this. The payoff came after the show, however, when I began to realize from conversations with the audience that they had really loved the show"
16 fraaie solo uitvoeringen met Geoff Muldaur op zang en zijn virtuoze"fingerpicking" gitaarspel met nummers afkomstig van zijn eerdere solo albums, hoewel 3 nummers (10,11 en 15) pas een jaar later zouden verschijnen op zijn album "Password" (2000). 2 "nieuwe" nummers "The Common Cold" een door hem op muziek gezet gedicht van Tennessee Williams en de traditional "Wild About My Lovin" (Jim Jackson).
"Downtown Blues" eveneens van bluesman Jim Jackson verscheen eerder op het album van de Jim Kweskin Jug Band (1966) waar Geoff Muldaur ooit lid van was.
de muziek op dit "less is more" album in het blues/folk genre voelt als een intiem huiskamerconcert, waarbij de sprankelende nummers van begin tot eind de aandacht weten vast te houden. ook liefhebbers van de vroege Ry Cooder of een vergelijkbare muzikant als Chris Smither zal deze muziek aanspreken lijkt mij.
citaat uit de liner notes van Geoff Muldaur:
"My Bremen concert took place quite early on as part of my re-emergence as a stage performer in the late 1990's. After dropping out of the scene in the early 1980's, I had not sauntered upon the stage with any regularity until the Fall of 1997 when my friend Bob Neuwirth invited me to come to Italy to see if I still had the spark in me.
But back to the Bremen show, my first appearance in Germany, and now my first "live" album. I remember fondly that I flew in from England a bit early. My show that night was easy enough, but with some apprehension on my part. The audience was respectful to a fault..calm applause, quiet..and it caught me off guard...not accustomed to this. The payoff came after the show, however, when I began to realize from conversations with the audience that they had really loved the show"
Geoff Muldaur - Blues Boy (1979)

4,0
2
geplaatst: 5 april 2025, 01:15 uur
de re-issue uit 2001 van dit album op Bulleseye (Rounder) bevat 8 nummers van het originele album uit 1979 en 4 nummers (5,6,11,12) van het duo-album "Flying Fish" (1978) dat hij samen met gitarist Amos Garrett maakte.
Geoff Muldaur die in zijn jeugd een fascinatie had voor de akoestische country blues van mensen als Son House, Ramblin' Thomas, Bukka White en Lonnie Johnson en zich later ook ging verdiepen in de elektrische blues van o.a. Muddy Waters, Howlin' Wolf, Elmore James, JImmy Reed en B.B. King, geeft op dit album zijn eigen unieke interpretaties weer van een aantal blues "classics", een 4-tal traditionals en een 2-tal eigen nummers, waaronder het prachtige instrumentale miniatuurtje "Dance of the Coloured Elves".
veel up-tempo bandversies met de prachtstem van Geoff Muldaur met de ene na de andere fraaie gitaarriff van o.a. Amos Garrett en Stephen Bruton veelal aangevuld met een blazerssectie, waaronder het soulvolle "Bad Feet" (Joe Tex), de funky gespeelde traditional "Meanest Woman" en een andere traditional "Old Train" dat klinkt als een spontane blues sessie.
verder fraaie covers van de klassieker "Walking to New Orleans" (Bobby Charles), "Sloppy Drunk Blues" ( Sleepy John Estes) van wie Ry Cooder ook meerdere nummers coverde, de blues stamper "Forty Four" (Chester Burnett aka Howlin' Wolf) ook bekend van de versie op het gelijknamige debuut album van Little Feat (1971) en het aloude "That's All Right" (Arthur Crudup) dat iedereen zal kennen van de Elvis Presley versie.
voller en rijker geïnstrumenteerd dan de meer ingetogen prachtalbums die hij vele jaren later zou maken "The Secret Handshake" (1998) en "Password" (2000), is ook dit album het beluisteren waard.
Original recordings and re-issue produced by Michael Melford
Recorded at Chico's Organic, Malibu, California & The Mixing Lab, Newton, Massachusetts
citaat uit de liner notes:
"There are only three white blues singers; Geoff Muldaur is at least two of them" - Richard Thompson
Geoff Muldaur die in zijn jeugd een fascinatie had voor de akoestische country blues van mensen als Son House, Ramblin' Thomas, Bukka White en Lonnie Johnson en zich later ook ging verdiepen in de elektrische blues van o.a. Muddy Waters, Howlin' Wolf, Elmore James, JImmy Reed en B.B. King, geeft op dit album zijn eigen unieke interpretaties weer van een aantal blues "classics", een 4-tal traditionals en een 2-tal eigen nummers, waaronder het prachtige instrumentale miniatuurtje "Dance of the Coloured Elves".
veel up-tempo bandversies met de prachtstem van Geoff Muldaur met de ene na de andere fraaie gitaarriff van o.a. Amos Garrett en Stephen Bruton veelal aangevuld met een blazerssectie, waaronder het soulvolle "Bad Feet" (Joe Tex), de funky gespeelde traditional "Meanest Woman" en een andere traditional "Old Train" dat klinkt als een spontane blues sessie.
verder fraaie covers van de klassieker "Walking to New Orleans" (Bobby Charles), "Sloppy Drunk Blues" ( Sleepy John Estes) van wie Ry Cooder ook meerdere nummers coverde, de blues stamper "Forty Four" (Chester Burnett aka Howlin' Wolf) ook bekend van de versie op het gelijknamige debuut album van Little Feat (1971) en het aloude "That's All Right" (Arthur Crudup) dat iedereen zal kennen van de Elvis Presley versie.
voller en rijker geïnstrumenteerd dan de meer ingetogen prachtalbums die hij vele jaren later zou maken "The Secret Handshake" (1998) en "Password" (2000), is ook dit album het beluisteren waard.
Original recordings and re-issue produced by Michael Melford
Recorded at Chico's Organic, Malibu, California & The Mixing Lab, Newton, Massachusetts
citaat uit de liner notes:
"There are only three white blues singers; Geoff Muldaur is at least two of them" - Richard Thompson
Geoff Muldaur - Is Having a Wonderful Time (1975)

3,5
2
geplaatst: 3 april 2025, 01:34 uur
nadat hij vanaf 1973 t/m 1975 lid was geweest van Paul Butterfield's Better Days bluesband met ook gitarist Amos Garrett in de gelederen, verliet hij die band en bracht Geoff Muldaur in korte tijd 2 solo albums uit, waarvan "Is Having a Wonderful Time" de 1e is.
een nogal wisselvallig album met veelal oude Amerikaanse classics gespeeld in verschillende stijlen, waardoor het geheel wat onsamenhangend overkomt.
ragtime/vaudeville op "Livin'in the Sunlight" en "I Want to Be a Sailor", swingende soul & r&b op "99 1/2" met een koortje van Paul Owens & the Capitol City Stars, de veel gecoverde klassieker "Gee Baby Ain't I Good to You" (Redman/Rasaf) dat voor het eerst in 1943 een hit werd voor Nat King Cole's King Cole Trio.
slechts 1 eigen nummer op dit album, het matige "Why Should I Love You".
de 3 sterkhouders op dit album zijn de soulvolle versie van "Higher & Higher" (ooit een hit voor soul en r&b zanger Jackie Wilson), de country/folk blues van "Jailbird Love Song" (Vinson) ingevuld met o.a. banjo, fiddle en harmonica. het absolute prijsnummer is de ontroerende, melancholische versie van "Tennessee Blues" met zang van Geoff Muldaur, zijn echtgenote van destijds Maria en Jenny Muldaur en met Richard Thompson op lead gitaar. een prachtig nummer van Bobby Charles dat eerder op het gelijknamige album "Bobby Charles" (1972) verscheen.
onder de sessiemuzikanten bevinden zich o.a. Stephen Bruton, Amos Garrett, Cornell Dupree (guitar), Bill Keith (pedal steel), Seldon Powell (baritone sax), Ron Carter (bass) en James Booker (piano).
John Cale (Velvet Underground) speelde viola op "Higher & Higher".
Album werd geproduceerd door de Engelsman Joe Boyd, bekend van zijn folk/rock producties uit die tijd
Recorded at A & R Studios, New York
deelcitaat uit de liner notes van John O'Regan (August 2016)
"a mixture of laid-back folk blues and soul styles peppered with a touch of vaudeville and made with the commercial market in mind. The arrangements mix brass and rhythm sections , and lace funky blues-based folk-rock with some vintage R&B in a manner not dissimilar to J.J. Cale and Little Feat"
een nogal wisselvallig album met veelal oude Amerikaanse classics gespeeld in verschillende stijlen, waardoor het geheel wat onsamenhangend overkomt.
ragtime/vaudeville op "Livin'in the Sunlight" en "I Want to Be a Sailor", swingende soul & r&b op "99 1/2" met een koortje van Paul Owens & the Capitol City Stars, de veel gecoverde klassieker "Gee Baby Ain't I Good to You" (Redman/Rasaf) dat voor het eerst in 1943 een hit werd voor Nat King Cole's King Cole Trio.
slechts 1 eigen nummer op dit album, het matige "Why Should I Love You".
de 3 sterkhouders op dit album zijn de soulvolle versie van "Higher & Higher" (ooit een hit voor soul en r&b zanger Jackie Wilson), de country/folk blues van "Jailbird Love Song" (Vinson) ingevuld met o.a. banjo, fiddle en harmonica. het absolute prijsnummer is de ontroerende, melancholische versie van "Tennessee Blues" met zang van Geoff Muldaur, zijn echtgenote van destijds Maria en Jenny Muldaur en met Richard Thompson op lead gitaar. een prachtig nummer van Bobby Charles dat eerder op het gelijknamige album "Bobby Charles" (1972) verscheen.
onder de sessiemuzikanten bevinden zich o.a. Stephen Bruton, Amos Garrett, Cornell Dupree (guitar), Bill Keith (pedal steel), Seldon Powell (baritone sax), Ron Carter (bass) en James Booker (piano).
John Cale (Velvet Underground) speelde viola op "Higher & Higher".
Album werd geproduceerd door de Engelsman Joe Boyd, bekend van zijn folk/rock producties uit die tijd
Recorded at A & R Studios, New York
deelcitaat uit de liner notes van John O'Regan (August 2016)
"a mixture of laid-back folk blues and soul styles peppered with a touch of vaudeville and made with the commercial market in mind. The arrangements mix brass and rhythm sections , and lace funky blues-based folk-rock with some vintage R&B in a manner not dissimilar to J.J. Cale and Little Feat"
Geoff Muldaur - Motion (1976)

3,5
1
geplaatst: 5 april 2025, 15:38 uur
een beetje vreemde eend in de bijt dit derde album van Geoff Muldaur. "whilst the music fitted perfectly into the radio rock catalogue of music issued that summer, it failed to find an audience and wasn't a commercial success" staat in de liner notes te lezen.
het allegaartje aan stijlen o.a. blues, funk, soul en r&b speelt dit album parten en de toevoeging van strijkers en synthesizers doen de liedjes op dit album geen goed, zoals op "Let it Out" een nummer van Gary Wright, bekend van de band Spooky Tooth of de wat vreemde musical muziek van het uitbundige slotnummer "Hooray for Hollywood" (Mercer/Martin).
de sterkhouders op dit album zijn "Since I've Been With You Babe" een nummer van Ronnie Barron met wie hij eerder samenspeelde in de Better Days band van Paul Butterfield , "Motion" (Allen Toussaint) beide met gedeelde leadzang met Bonnie Raitt, "Southern Nights" het titelnummer van Allen Toussaint's geweldige solo album uit 1975 en het niet stuk te krijgen "I Don't Want to Talk About It" (Danny Whitten), waarvan de eerste versie verscheen op het debuut album van Crazy Horse (1971).
zijn uitvoering van een ander Allen Toussaint nummer "What Do You Want the Girl to Do" kan niet tippen aan de versie van Boz Scaggs op diens album "Silk Degrees" of de versie van Bonnie Raitt maar dan onder de titel "What Do You Want the Boy to Do" van haar album "Home Plate".
onder de sessiemuzikanten bevinden zich o.a. Klaus Vormann (bass), Jim Keltner (drums), Dr. John (keyboards), Dennis Coffey, Jay Graydon, Dean Parks, Jesse Ed Davis (guitars) en Bobby Keys en Jim Price (horns).
"Motion" is een toch wel teleurstellend nogal onsamenhangend album, dat geproduceerd werd door Trevor Lawrence. Geoff Muldaur maakte in de nineties een aantal, veel betere albums waaronder "The Secret Handshake" (1998) en "Password" (2000).
het allegaartje aan stijlen o.a. blues, funk, soul en r&b speelt dit album parten en de toevoeging van strijkers en synthesizers doen de liedjes op dit album geen goed, zoals op "Let it Out" een nummer van Gary Wright, bekend van de band Spooky Tooth of de wat vreemde musical muziek van het uitbundige slotnummer "Hooray for Hollywood" (Mercer/Martin).
de sterkhouders op dit album zijn "Since I've Been With You Babe" een nummer van Ronnie Barron met wie hij eerder samenspeelde in de Better Days band van Paul Butterfield , "Motion" (Allen Toussaint) beide met gedeelde leadzang met Bonnie Raitt, "Southern Nights" het titelnummer van Allen Toussaint's geweldige solo album uit 1975 en het niet stuk te krijgen "I Don't Want to Talk About It" (Danny Whitten), waarvan de eerste versie verscheen op het debuut album van Crazy Horse (1971).
zijn uitvoering van een ander Allen Toussaint nummer "What Do You Want the Girl to Do" kan niet tippen aan de versie van Boz Scaggs op diens album "Silk Degrees" of de versie van Bonnie Raitt maar dan onder de titel "What Do You Want the Boy to Do" van haar album "Home Plate".
onder de sessiemuzikanten bevinden zich o.a. Klaus Vormann (bass), Jim Keltner (drums), Dr. John (keyboards), Dennis Coffey, Jay Graydon, Dean Parks, Jesse Ed Davis (guitars) en Bobby Keys en Jim Price (horns).
"Motion" is een toch wel teleurstellend nogal onsamenhangend album, dat geproduceerd werd door Trevor Lawrence. Geoff Muldaur maakte in de nineties een aantal, veel betere albums waaronder "The Secret Handshake" (1998) en "Password" (2000).
Geoff Muldaur - Password (2000)

4,5
1
geplaatst: 4 april 2025, 01:53 uur
na 18 jaar stilte verscheen van Geoff Muldaur in 1998 het ijzersterke come-back album "The Secret Handshake". 2 jaar later verscheen de reguliere opvolger van dat album "Password", wederom een vergeten meesterwerkje in het folk/blues genre met o.a. gospel en jazz invloeden.
up-tempo nummers als het bluesy "Drop Down Mama" (Sleepy John Estes), de jugband versie van "At the Christmas Ball" ooit groot gemaakt in de versie van Bessie Smith met een lead vocal van Clare Muldaur, een dochter uit zijn 2e huwelijk, de gospel blues van het ritmische "Trouble Soon Be Over" (Blind Willie Johnson) of "K.C. Moan" (Tewee Blackman) met harmonie vocalen van wijlen Kate en Anna McGarrigle worden afgewisseld met folk/blues ballads als "Wait Til I Put on My Robe" (Clay/Scott) met eveneens harmoniezang van de McGarrigle zussen en "Some of These Days" (Charlie Patton).
de 2 public domain liedjes, de folky ballad "Mary of the Wild Moors" en de hymne "Beautiful Isle of Somewhere" schitteren in eenvoud. ook zijn laid-back versie van "Light Rain", een nummer van de door hem bewonderde sixties folkie Eric Von Schmidt, plus de 2 eigen nummers van Geoff Muldaur "Kitchen Door Blues" een door hem op muziek gezet gedicht van Tennessee Williams en zijn akoestische solo uitvoering van "Got to Find Blind Lemon, Pt. 2" een eerbetoon aan bluesman Blind Lemon Jefferson overtuigen.
naast het virtuoze "fingerpicking" gitaarspel en zijn geweldige zang, wordt de muziek op dit intiem klinkende album met prachtige accenten voorzien door o.a. David Lindley/Dave Alvin/Stephen Bruton (guitar), Greg Leisz (pedal steel), Richard Greene (fiddle), John Sebastian (harmonicas) en Van Dyke Parks (accordian, pump organ).
waar zijn albums uit de seventies soms wat onsamenhangend over kwamen, is dit "Password" een zeer coherent album dat van begin tot eind als een eenheid klinkt. een feestje voor de oren van de liefhebber van dit genre.
Album werd geproduceerd door Geoff Muldaur
Recorded at studios in California, Massachusetts & New York
up-tempo nummers als het bluesy "Drop Down Mama" (Sleepy John Estes), de jugband versie van "At the Christmas Ball" ooit groot gemaakt in de versie van Bessie Smith met een lead vocal van Clare Muldaur, een dochter uit zijn 2e huwelijk, de gospel blues van het ritmische "Trouble Soon Be Over" (Blind Willie Johnson) of "K.C. Moan" (Tewee Blackman) met harmonie vocalen van wijlen Kate en Anna McGarrigle worden afgewisseld met folk/blues ballads als "Wait Til I Put on My Robe" (Clay/Scott) met eveneens harmoniezang van de McGarrigle zussen en "Some of These Days" (Charlie Patton).
de 2 public domain liedjes, de folky ballad "Mary of the Wild Moors" en de hymne "Beautiful Isle of Somewhere" schitteren in eenvoud. ook zijn laid-back versie van "Light Rain", een nummer van de door hem bewonderde sixties folkie Eric Von Schmidt, plus de 2 eigen nummers van Geoff Muldaur "Kitchen Door Blues" een door hem op muziek gezet gedicht van Tennessee Williams en zijn akoestische solo uitvoering van "Got to Find Blind Lemon, Pt. 2" een eerbetoon aan bluesman Blind Lemon Jefferson overtuigen.
naast het virtuoze "fingerpicking" gitaarspel en zijn geweldige zang, wordt de muziek op dit intiem klinkende album met prachtige accenten voorzien door o.a. David Lindley/Dave Alvin/Stephen Bruton (guitar), Greg Leisz (pedal steel), Richard Greene (fiddle), John Sebastian (harmonicas) en Van Dyke Parks (accordian, pump organ).
waar zijn albums uit de seventies soms wat onsamenhangend over kwamen, is dit "Password" een zeer coherent album dat van begin tot eind als een eenheid klinkt. een feestje voor de oren van de liefhebber van dit genre.
Album werd geproduceerd door Geoff Muldaur
Recorded at studios in California, Massachusetts & New York
Geoff Muldaur - The Secret Handshake (1998)

4,5
2
geplaatst: 2 april 2025, 16:00 uur
de inmiddels 81-jarige Geoff Muldaur was mede oprichter van de Jim Kweskin Jug Band en ooit lid van de band van Paul Butterfield. in 1963 verscheen zijn solo debuut album "Sleepy Man Blues" en met zijn ex vrouw Maria Muldaur maakte hij eind jaren 60/begin jaren 70 2 fraaie duo-albums.
hij staat bekend om zijn geweldige "fingerpicking" gitaarspel en beschikt over een warme, ietwat aparte stem bijzonder geschikt voor de "old time music" die hij over het voetlicht brengt.
na een stilte van 18 jaar verscheen dit sterke dor hemzelf geproduceerde come-back album met als ondertitel "American Music: blues & gospel". i.t.t. vergelijkbare collega's als Peter Case of Chris Smither bevat de muziek van Geoff Muldaur behalve folk/country-blues ook gospel, jug band en hillbilly invloeden.
Geoff Muldaur is behalve muzikant eveneens musicoloog en verdiept zich in de oude Amerikaanse muziek. zo ook op dit album met zijn arrangementen en versies van oude "classics" als de gospel "This World Is Not My Home" (Albert E. Brumley Jr.), de countryblues van "Alberta" (Huddie Ledbetter aka Leadbelly) met accenten van fiddle en accordeon, de blues van "Someday Blues" (Sleepy John Estes) of de folk/blues van de traditional "Mistreated Mama" met o.a. dobro en fiddle spel en een backing vocal van zijn dochter Jenni Muldaur.
op een aantal nummers doet een heerlijke blazerssectie mee en wijlen gitarist/producer Stephen Bruton zorgde voor fraaie bijdragen op mandola, lead & elektrische gitaar.
de ontstaansgeschiedenis van de liedjes wordt door Geoff Muldaur uitgebreid toegelicht in de liner notes. 1 van de hoogtepunten is het door hemzelf geschreven "Got To Find Blind Lemon - Part One", een liefdevol eerbetoon aan de blinde blues/gospel muzikant Blind Lemon Jefferson. fraai uitgevoerd met alleen zijn zang en akoestische gitaarspel summier begeleid door conga's.
de man maakte met "The Secret Handshake" een verbluffend goed album binnen dit genre.
hij staat bekend om zijn geweldige "fingerpicking" gitaarspel en beschikt over een warme, ietwat aparte stem bijzonder geschikt voor de "old time music" die hij over het voetlicht brengt.
na een stilte van 18 jaar verscheen dit sterke dor hemzelf geproduceerde come-back album met als ondertitel "American Music: blues & gospel". i.t.t. vergelijkbare collega's als Peter Case of Chris Smither bevat de muziek van Geoff Muldaur behalve folk/country-blues ook gospel, jug band en hillbilly invloeden.
Geoff Muldaur is behalve muzikant eveneens musicoloog en verdiept zich in de oude Amerikaanse muziek. zo ook op dit album met zijn arrangementen en versies van oude "classics" als de gospel "This World Is Not My Home" (Albert E. Brumley Jr.), de countryblues van "Alberta" (Huddie Ledbetter aka Leadbelly) met accenten van fiddle en accordeon, de blues van "Someday Blues" (Sleepy John Estes) of de folk/blues van de traditional "Mistreated Mama" met o.a. dobro en fiddle spel en een backing vocal van zijn dochter Jenni Muldaur.
op een aantal nummers doet een heerlijke blazerssectie mee en wijlen gitarist/producer Stephen Bruton zorgde voor fraaie bijdragen op mandola, lead & elektrische gitaar.
de ontstaansgeschiedenis van de liedjes wordt door Geoff Muldaur uitgebreid toegelicht in de liner notes. 1 van de hoogtepunten is het door hemzelf geschreven "Got To Find Blind Lemon - Part One", een liefdevol eerbetoon aan de blinde blues/gospel muzikant Blind Lemon Jefferson. fraai uitgevoerd met alleen zijn zang en akoestische gitaarspel summier begeleid door conga's.
de man maakte met "The Secret Handshake" een verbluffend goed album binnen dit genre.
Geoff Muldaur and The Texas Sheiks - Texas Sheiks (2009)

4,0
2
geplaatst: 6 april 2025, 02:50 uur
een project van Geoff Muldaur als geste aan zijn toen nog levende muzikale maatje Stephen Bruton, waarbij hij een aantal muzikanten om zich heen verzamelde onder de naam Texas Sheikhs inclusief Stephen Bruton. de naam Texas Sheikhs is een verwijzing naar het illustere country/blues gezelschap The Mississippi Sheikhs. het nummer "Please, Baby" (Bo Carter) werd in 1931 voor het eerst door hen opgenomen. een cover van dit nummer verscheen ook op het gelijknamige album van The Notting Hillblllies (met Mark Knopfler).
er staan 8 traditionals op dit album plus een 6-tal covers "All By Myself" (Big Bill Broonzy), "Hard Time Killin' Floor" (Skip James), "Travellin' Riverside" (Robert Johnson), "Yellow Dog Blues" (W.C. Handy), "Fan It" (van de vaudeville artiest Frankie Jaxon & Dan Howell) en het eerder genoemde "Please, Baby".
een mix van oude Amerikaanse muziek met folk, country, blues, jug band music, rag time, string band, swing ofwel "old time music". Geoff Muldaur deelt de lead vocalen met blues muzikant Johnny Nicholas die o.a. speelde met Big Walter Horton en de band Asleep At The Wheel, Jim Kweskin van de sixties band The Jim Kweskin Jug Band en Bruce Hughes die met Stephen Bruton samenspeelde in de Austin rootsrock band The Resentments. onder de muzikanten bevinden zich verder Cindy Cashdollar die met o.a. Rick Danko, Levon Helm en Paul Butterfield samen speelde en op tournee ging met Bob Dylan, Van Morrison en Rod Stewart. cajun fiddler Suzy Thompson is afkomstig uit de old time music scene van Californië.
ondanks het allegaartje aan stijlen klinkt dit smaakvolle "feel good" album toch als een eenheid. een jaar later verscheen het album "The Mississippi Sheikhs Tribute Concert" (2010) m.m.v. van o.a. Geoff Muldaur. Rory Gallagher vernoemde ooit een nummer naar dit gezelschap op zijn album "Photo-Finish" maar dat terzijde.
Album werd geproduceerd door Geoff Muldaur & Bruce Hughes
Recorded at Wire Recording, Austin, Texas
The Texas Sheikhs:
Geoff Muldaur: vocal, guitar, 6-string banjo, kazoo, backup vocal
Suzy Thompson: fiddle, accordion, backup vocal
Cindy Cashdollar: acoustic, slide & steel guitar, various
Stephen Bruton: guitar, mandolin, 6-string banjo
Johnny Nicholas: vocal, guitar, harmonica, mandolin, 6-string banjo, kick drum, backup vocal
Bruce Hughes: vocal, upright bass, guitar, backup vocal
Guest Sheiks: Jim Kweskin: vocal, guitar, 6-string banjo, Floyd Domino: piano, Damien Llanes: brush box
deelcitaat uit de liner notes (G.M. 2009)
"Turner S. Bruton passed away on May 9, 2009. This album is lovingly dedicated to his memory. Early in 2008, Roger Kasle and I decided to put together some recording sessions in Austin, Texas. Our friend, Stephen Bruton, was in a battle with cancer and we were looking to change the subject...let Stephen have a little fun picking some easy ones with his friends. We recorded in late April and again in October of 2008 and the results are right here on this album. My sincere thanks to Roger Kasle for making this project happen and for giving Stephen and the rest of us the opportunity to have one of the most enjoyable times we have ever had in the recording studio"
er staan 8 traditionals op dit album plus een 6-tal covers "All By Myself" (Big Bill Broonzy), "Hard Time Killin' Floor" (Skip James), "Travellin' Riverside" (Robert Johnson), "Yellow Dog Blues" (W.C. Handy), "Fan It" (van de vaudeville artiest Frankie Jaxon & Dan Howell) en het eerder genoemde "Please, Baby".
een mix van oude Amerikaanse muziek met folk, country, blues, jug band music, rag time, string band, swing ofwel "old time music". Geoff Muldaur deelt de lead vocalen met blues muzikant Johnny Nicholas die o.a. speelde met Big Walter Horton en de band Asleep At The Wheel, Jim Kweskin van de sixties band The Jim Kweskin Jug Band en Bruce Hughes die met Stephen Bruton samenspeelde in de Austin rootsrock band The Resentments. onder de muzikanten bevinden zich verder Cindy Cashdollar die met o.a. Rick Danko, Levon Helm en Paul Butterfield samen speelde en op tournee ging met Bob Dylan, Van Morrison en Rod Stewart. cajun fiddler Suzy Thompson is afkomstig uit de old time music scene van Californië.
ondanks het allegaartje aan stijlen klinkt dit smaakvolle "feel good" album toch als een eenheid. een jaar later verscheen het album "The Mississippi Sheikhs Tribute Concert" (2010) m.m.v. van o.a. Geoff Muldaur. Rory Gallagher vernoemde ooit een nummer naar dit gezelschap op zijn album "Photo-Finish" maar dat terzijde.
Album werd geproduceerd door Geoff Muldaur & Bruce Hughes
Recorded at Wire Recording, Austin, Texas
The Texas Sheikhs:
Geoff Muldaur: vocal, guitar, 6-string banjo, kazoo, backup vocal
Suzy Thompson: fiddle, accordion, backup vocal
Cindy Cashdollar: acoustic, slide & steel guitar, various
Stephen Bruton: guitar, mandolin, 6-string banjo
Johnny Nicholas: vocal, guitar, harmonica, mandolin, 6-string banjo, kick drum, backup vocal
Bruce Hughes: vocal, upright bass, guitar, backup vocal
Guest Sheiks: Jim Kweskin: vocal, guitar, 6-string banjo, Floyd Domino: piano, Damien Llanes: brush box
deelcitaat uit de liner notes (G.M. 2009)
"Turner S. Bruton passed away on May 9, 2009. This album is lovingly dedicated to his memory. Early in 2008, Roger Kasle and I decided to put together some recording sessions in Austin, Texas. Our friend, Stephen Bruton, was in a battle with cancer and we were looking to change the subject...let Stephen have a little fun picking some easy ones with his friends. We recorded in late April and again in October of 2008 and the results are right here on this album. My sincere thanks to Roger Kasle for making this project happen and for giving Stephen and the rest of us the opportunity to have one of the most enjoyable times we have ever had in the recording studio"
Geoffrey Gurrumul Yunupingu - Gurrumul (2008)

4,5
0
geplaatst: 14 november 2023, 18:00 uur
in de waan van de dag wereld van de popmuziek, is dit album van de reeds jong in 2017 op 46 jarige leeftijd overleden Aboriginal artiest Geoffrey Gurrumul Yunupingu een over het hoofd gezien vergeten pareltje. een singer/songwriter, multi-instrumentalist die op 18 jarige leeftijd lid werd van de gemengde groep Yothu Yindi (1989 t/m 1995) en daarna mede oprichter was van de inheemse groep Saltwater Band (1999 t/m 2009). dit prachtige, ingetogen album was zijn 1e solo album en is adembenemend mooi. zelden zo'n mooie mannenstem gehoord. Gurrumul was de stem van de inheemse Australiërs. de man werd genomineerd en won diverse "ARIA" (Australian Record Industry Association) Awards voor zijn albums, waaronder dit album. een bescheiden, verlegen man die zelden interviews gaf. de producer van dit album Michael Hohnen, met wie hij muzikaal samenwerkte, fungeerde meestal als zijn woordvoerder.
Gurrumul zei ooit in een interview:
"I don't have much to say to people when I talk. That is for other Yolngu. But I can play and sing, and tell people things through my songs. We have an encyclopedia of stories ready to tell people, if they want to listen"
dat luisteren gaat mij goed af, want de man maakte wonderschone muziek. verder weinig toe te voegen aan de lovende commentaren hierboven. zoals een andere user opmerkte: "soms zijn woorden overbodig, of in dit geval onverstaanbaar en toch zo prachtig". overigens zijn de veelal in inheemse talen gezongen nummers in het begeleidende tekst vel vertaald in het Engels. deze gaan veelal over de landschappen, de natuur elementen ("storm clouds", "thunder", etc.) , de voorouders, rituelen, etc.
All songs written by Geoffrey Gurrumul Yunupingu
Producer: Michael Hohnen
The songs are in Galpu, Gumatj, Djambarrpuygu and English
All instruments, voices and effects performed by Geoffrey Gurrumul
except:
double bass: Michael Hohnen
additional acoustic guitars: Craig Pilkington
harmonies on track 2): Nigel, Johnno, Makuma & Geoffrey Yunupingu
uit de liner notes van Michael Hohnen:
"Gurrumul has a sublime and natural talent. It is a privilege for me as a musician and friend to work with him. Blind since birth, Gurrumul plays right-handed string guitars left handed. He tells stories through his songs with his angelic and unique voice. He hopes Yolngu people enjoy and celebrate these songs forever, and Balanda (non-indigenous) people) not only enjoy but learn from them"
Geoffrey Gurrumul Yunupingu, or Gudjuk as he is also called, is from the Gumatj nation, his mother from the Galpu nation, both first nations peoples from North East Arnhemland
Gurrumul zei ooit in een interview:
"I don't have much to say to people when I talk. That is for other Yolngu. But I can play and sing, and tell people things through my songs. We have an encyclopedia of stories ready to tell people, if they want to listen"
dat luisteren gaat mij goed af, want de man maakte wonderschone muziek. verder weinig toe te voegen aan de lovende commentaren hierboven. zoals een andere user opmerkte: "soms zijn woorden overbodig, of in dit geval onverstaanbaar en toch zo prachtig". overigens zijn de veelal in inheemse talen gezongen nummers in het begeleidende tekst vel vertaald in het Engels. deze gaan veelal over de landschappen, de natuur elementen ("storm clouds", "thunder", etc.) , de voorouders, rituelen, etc.
All songs written by Geoffrey Gurrumul Yunupingu
Producer: Michael Hohnen
The songs are in Galpu, Gumatj, Djambarrpuygu and English
All instruments, voices and effects performed by Geoffrey Gurrumul
except:
double bass: Michael Hohnen
additional acoustic guitars: Craig Pilkington
harmonies on track 2): Nigel, Johnno, Makuma & Geoffrey Yunupingu
uit de liner notes van Michael Hohnen:
"Gurrumul has a sublime and natural talent. It is a privilege for me as a musician and friend to work with him. Blind since birth, Gurrumul plays right-handed string guitars left handed. He tells stories through his songs with his angelic and unique voice. He hopes Yolngu people enjoy and celebrate these songs forever, and Balanda (non-indigenous) people) not only enjoy but learn from them"
Geoffrey Gurrumul Yunupingu, or Gudjuk as he is also called, is from the Gumatj nation, his mother from the Galpu nation, both first nations peoples from North East Arnhemland
Geoffrey Oryema - Beat the Border (1993)

4,0
0
geplaatst: 22 mei 2025, 16:40 uur
na zijn overweldigende debuut album "Exile" verscheen dit 2e album van de Oegandese banneling Geoffrey Oryema op het onvolprezen Real World label van Peter Gabriel.
deze is weliswaar iets minder, maar ook op dit album schittert de man met een groot aantal prachtige liedjes, waarvan hij er een 3-tal zelf schreef (2,9,10) en de andere co-written met de Franse muzikant Jean-Pierre Alarcen en producer David Bottrill.
een fraaie mix van akoestische Afrikaanse muziek en "ambient" Westerse geluiden, zoals op het melancholische "Payira Wind" met o.a. Brian Eno op keyboards. 1 van de hoogtepunten op dit album samen met de ingetogen nummers "Market Day", "Hard Labour" met de Keltische invloeden van Richard Evans (penny whistle) en de kippenvel bezorgende afsluiter "Nomad". 4 nummers waar de magie vanaf spat, gezongen met zijn melancholische, zoete stem.
de meer up-tempo van fraaie ritmes voorziene nummers "Kel Kweyo", "Umoja" en "Lajok" zorgen voor een fijne afwisseling. het eveneens sterk ritmisch pulserende "Lapwony" werd belangeloos gedoneerd aan het concept album "Carnival!" (The Rainforest Foundation) een initiatief van Sting en zijn vrouw Trudie Styler.
op "Beat the Border" werkten verder o.a. Bob Ezrin (keyboards), Manu Katche (drums) en de Keniase muzikant wijlen Ayub Ogada mee met prachtige backing vocals op "The River", "Hard Labour" en "Lajok".
Geoffrey Oryema overleed op 65-jarige leeftijd in Parijs aan de gevolgen van kanker. zijn as werd overgebracht naar het dorp Anaka in het noorden van Oeganda, waar hij prachtig over zong op het nummer "Land of Anaka" van zijn debuutalbum "Exile", dat geproduceerd werd door Brian Eno.
Album werd geproduceerd door David Bottrill
Recorded at Real World Studios
deze is weliswaar iets minder, maar ook op dit album schittert de man met een groot aantal prachtige liedjes, waarvan hij er een 3-tal zelf schreef (2,9,10) en de andere co-written met de Franse muzikant Jean-Pierre Alarcen en producer David Bottrill.
een fraaie mix van akoestische Afrikaanse muziek en "ambient" Westerse geluiden, zoals op het melancholische "Payira Wind" met o.a. Brian Eno op keyboards. 1 van de hoogtepunten op dit album samen met de ingetogen nummers "Market Day", "Hard Labour" met de Keltische invloeden van Richard Evans (penny whistle) en de kippenvel bezorgende afsluiter "Nomad". 4 nummers waar de magie vanaf spat, gezongen met zijn melancholische, zoete stem.
de meer up-tempo van fraaie ritmes voorziene nummers "Kel Kweyo", "Umoja" en "Lajok" zorgen voor een fijne afwisseling. het eveneens sterk ritmisch pulserende "Lapwony" werd belangeloos gedoneerd aan het concept album "Carnival!" (The Rainforest Foundation) een initiatief van Sting en zijn vrouw Trudie Styler.
op "Beat the Border" werkten verder o.a. Bob Ezrin (keyboards), Manu Katche (drums) en de Keniase muzikant wijlen Ayub Ogada mee met prachtige backing vocals op "The River", "Hard Labour" en "Lajok".
Geoffrey Oryema overleed op 65-jarige leeftijd in Parijs aan de gevolgen van kanker. zijn as werd overgebracht naar het dorp Anaka in het noorden van Oeganda, waar hij prachtig over zong op het nummer "Land of Anaka" van zijn debuutalbum "Exile", dat geproduceerd werd door Brian Eno.
Album werd geproduceerd door David Bottrill
Recorded at Real World Studios
Geoffrey Oryema - Exile (1991)

4,5
1
geplaatst: 10 juni 2023, 20:26 uur
inderdaad Magie met de hoofdletter M maar kennelijk maakt onbekend onbemind en dat is in het geval van Geoffrey Oryema erg jammer, want deze muziek verdient het om gehoord te worden. geboren op 16 april 1953 in Soroti in Oeganda, groeide de man op in de hoofdstad Kampala. Hij leerde van huis uit verschillende instrumenten te bespelen, zoals gitaar, fluit, kora, lukeme (duimpiano) en nanga harp, maar persoonlijk vind ik zijn grootste wapen wel zijn stem. wat een prachtstem heeft deze man. In 1977 op 24-jarige leeftijd zocht hij zijn toevlucht in Parijs om de dictatuur van Idi Amin te ontvluchten, na de politieke moord op zijn vader, minister Wilson Oryema. hij stak de grens met Kenia over, verborgen in de kofferbak van een auto. een banneling dus en daar gaat dit album dan ook over. "The songs in which Geoffrey explores his feelings since leaving Uganda return continually to that lost country - the "clear green land" in which all they invested of their lives and dreams are shattered". dit album, geproduceerd door Brian Eno en uitgegeven op het onvolprezen Real World label (destijds mede opgericht door Peter Gabriel), is "a true gem" (een waar pareltje). alle nummers zijn van de hand van Geoffrey Oryema, behalve "Land of Anaka", dat hij samen met Brian Eno schreef. op dit nummer zingt Peter Gabriel een prachtige 2e stem. er staan meerdere kippenvel nummers op dit album, zoals Land of Anaka, Makambo, Solitude en het titelnummer Exile, maar het is over de hele linie een sterk album. beter zou het niet meer worden, hoewel zijn 2e album op het Real World label genaamd Beat the Border ook zeer genietbaar is en van nagenoeg dezelfde kwaliteit is. het is bij deze 2 goede albums gebleven. ik vermoed dat er daarna verkeerde commerciële keuzes zijn gemaakt die veel mindere albums tot gevolg hadden. Geoffrey Oryema overleed aan kanker op 22 juni 2018 in Lorient (Frankrijk). Zijn as werd verstrooid in Anaka, het land van zijn voorouders in het noorden van Oeganda, dat hij noemt in zijn lied Land of Anaka.
Geoffrey Oryema - Night to Night (1996)

2,5
1
geplaatst: 28 augustus 2025, 01:28 uur
het derde en laatste album van de Oegandese banneling (wijlen) Geoffrey Oryema, dat werd uitgebracht op het Real World label van Peter Gabriel, waarna hij verhuisde naar het Sony label.
de man bracht eerder 2 geweldige albums uit "Exile" (1991) en "Beat the Border" (1993), waarvan met name "Exile" een pareltje is met prachtige Afrikaanse veelal akoestische muziek en veel sterke eigen liedjes.
"Night to Night" is helaas een flinke koerswijziging met overwegend Europese ambient music, soundscapes en atmosferische muziek. op dit album staan veel songs met muziek van de Franse muzikanten Jean- Pierre Alarcen (5,8,9) en Nicolas Fiszman (13) plus een aantal met hen co-written nummers.
waar hij op de 1e twee albums merendeels in Afrikaanse talen zong, worden de meeste nummers op "Night to Night" in het Engels gezongen wat hem minder goed past en een enkele keer zowel in het Engels als Frans, zoals op de mierzoete ballad "Bye Bye Lady Dame". op de vele "soundscapes" zijn slechts fluisterende vocalen te horen, zoals op "LPJ Christine" een nummer van Daniel Lanois met atmosferisch gitaarspel van de laatste.
bescheiden hoogtepunten zijn de eigen melodieuze liedjes "Sardinia Memories" (After Hours) met fraai accordeon spel, "Sardinia Memories" (Early Evening) en het ritmische up-tempo "Gari Moshi" (Steam Engine) waar de prachtige stem van Geoffrey Oryema wel de ruimte krijgt om te schitteren.
een ronduit teleurstellend album waarbij meerdere nummers nergens naar toe lijken te gaan en het geheel nogal onsamenhangend en stuurloos overkomt.
de man bracht eerder 2 geweldige albums uit "Exile" (1991) en "Beat the Border" (1993), waarvan met name "Exile" een pareltje is met prachtige Afrikaanse veelal akoestische muziek en veel sterke eigen liedjes.
"Night to Night" is helaas een flinke koerswijziging met overwegend Europese ambient music, soundscapes en atmosferische muziek. op dit album staan veel songs met muziek van de Franse muzikanten Jean- Pierre Alarcen (5,8,9) en Nicolas Fiszman (13) plus een aantal met hen co-written nummers.
waar hij op de 1e twee albums merendeels in Afrikaanse talen zong, worden de meeste nummers op "Night to Night" in het Engels gezongen wat hem minder goed past en een enkele keer zowel in het Engels als Frans, zoals op de mierzoete ballad "Bye Bye Lady Dame". op de vele "soundscapes" zijn slechts fluisterende vocalen te horen, zoals op "LPJ Christine" een nummer van Daniel Lanois met atmosferisch gitaarspel van de laatste.
bescheiden hoogtepunten zijn de eigen melodieuze liedjes "Sardinia Memories" (After Hours) met fraai accordeon spel, "Sardinia Memories" (Early Evening) en het ritmische up-tempo "Gari Moshi" (Steam Engine) waar de prachtige stem van Geoffrey Oryema wel de ruimte krijgt om te schitteren.
een ronduit teleurstellend album waarbij meerdere nummers nergens naar toe lijken te gaan en het geheel nogal onsamenhangend en stuurloos overkomt.
Geraldine MacGowan & Friends - Timeless (1999)

3,5
2
geplaatst: 22 juni 2025, 02:44 uur
de uit Dublin afkomstige Geraldine MacGowan vergaarde eind jaren 70/begin jaren 80 enige beroemdheid als zangeres van de Ierse traditionele folkgroep Oisin. sindsdien maakte zij 6 solo albums, waarvan dit de vierde is uitgebracht op het Duitse Magnetic label. niet zonder reden, want in Duitsland heeft zij met haar band een trouwe schare aan fans opgebouwd.
op dit album staan 5 traditionals, waaronder 3 liedjes met zang in de vorm van ballads "Blackwater Side", "The Demon Lover" een mix van 2 stokoude traditionele ballads incl. "The House Carpenter" en het prijsnummer "January Snows" (the story of a young woman's anger at being cast out by an old-world moralistic society). liedjes over "love and betrayal" een regelmatig terugkerend thema in de Ierse volksmuziek. de 2 andere traditionals (nummers 5 en 9) zijn instrumentale jigs en reels en "not my cup of tea".
verder fraaie covers van 2 Sandy Denny nummers "Listen, Listen" en "One Way Donkey Ride", waarvan vooral de laatste indruk maakt met de harmoniezang van collega zangeres Annie Grace.
het prachtige "Galway" is een door Tony Small op muziek gezet gedicht van Oliver St. John Gogarty, dat de liefde voor de schoonheid van Galway bezingt. een nummer dat zij opdroeg aan Frankie Gavin en Alec Finn van de Ierse folkband De Danann. de 2 up-tempo nummers "Don't Come Looking" en "Mirror Town" van de Ierse singer/songwriter (wijlen) Kieran Halpin maken minder indruk.
met de weemoedige "flutes & whistles" klanken van de ballad "Dan Malone" (Sean McCarthy) heeft dit album een waardige afsluiter.
op "Timeless" schittert de Amerikaanse gitarist/zanger (wijlen) Chris Jones met zijn gitaarspel. hij maakte een aantal fraaie duo albums met Kieran Halpin. de 13 jaar geleden geplaatste post van user Broem bij zijn album "Roadhouses & Automobiles" wekt mijn nieuwsgierigheid.
Album werd geproduceerd door Chris Jones & Geraldine MacGowan
Recorded at Anderland Studios, Rauschenberg, Germany
Geraldine MacGowan: lead & backing vocals, bodhran
Chris Jones: guitars, keyboards & backing vocals
Brian O'Connor: flutes & whistles
plus guests: Steve Baker (harmonicas), Jo Eichenauer (keyboards), Frieder Gothwald (bass), Annie Grace (backing vocals) & Michael Witzel (percussion).
op dit album staan 5 traditionals, waaronder 3 liedjes met zang in de vorm van ballads "Blackwater Side", "The Demon Lover" een mix van 2 stokoude traditionele ballads incl. "The House Carpenter" en het prijsnummer "January Snows" (the story of a young woman's anger at being cast out by an old-world moralistic society). liedjes over "love and betrayal" een regelmatig terugkerend thema in de Ierse volksmuziek. de 2 andere traditionals (nummers 5 en 9) zijn instrumentale jigs en reels en "not my cup of tea".
verder fraaie covers van 2 Sandy Denny nummers "Listen, Listen" en "One Way Donkey Ride", waarvan vooral de laatste indruk maakt met de harmoniezang van collega zangeres Annie Grace.
het prachtige "Galway" is een door Tony Small op muziek gezet gedicht van Oliver St. John Gogarty, dat de liefde voor de schoonheid van Galway bezingt. een nummer dat zij opdroeg aan Frankie Gavin en Alec Finn van de Ierse folkband De Danann. de 2 up-tempo nummers "Don't Come Looking" en "Mirror Town" van de Ierse singer/songwriter (wijlen) Kieran Halpin maken minder indruk.
met de weemoedige "flutes & whistles" klanken van de ballad "Dan Malone" (Sean McCarthy) heeft dit album een waardige afsluiter.
op "Timeless" schittert de Amerikaanse gitarist/zanger (wijlen) Chris Jones met zijn gitaarspel. hij maakte een aantal fraaie duo albums met Kieran Halpin. de 13 jaar geleden geplaatste post van user Broem bij zijn album "Roadhouses & Automobiles" wekt mijn nieuwsgierigheid.
Album werd geproduceerd door Chris Jones & Geraldine MacGowan
Recorded at Anderland Studios, Rauschenberg, Germany
Geraldine MacGowan: lead & backing vocals, bodhran
Chris Jones: guitars, keyboards & backing vocals
Brian O'Connor: flutes & whistles
plus guests: Steve Baker (harmonicas), Jo Eichenauer (keyboards), Frieder Gothwald (bass), Annie Grace (backing vocals) & Michael Witzel (percussion).
Gert Vlok Nel - Beaufort-Wes Se Beautiful Woorde (2006)

4,5
3
geplaatst: 12 augustus 2025, 15:57 uur
prachtig, sfeervol album van de Zuid-Afrikaanse dichter Gert Vlok Nel. inderdaad meer een dichter die muziek maakt dan een muzikant. dankzij de documentaire "Beautiful in Beaufort-Wes" die in 2006 op de Nederlandse t.v. werd uitgezonden door de voormalige omroepzender NPS stond hij destijds, achteraf tijdelijk, in de schijnwerpers en kwam het tot verschillende tournees in Nederland. hierboven wordt het e.e.a. geweldig omschreven door columnist (wijlen) Martin Bril in de post van grand wazoo.
zijn poëtische teksten worden op dit "folky" album veelal akoestisch en vrij minimalistisch muzikaal ingekleurd met o.a. harmonica, piano/orgel en steel gitaar, waarbij de liedjes veel melancholie en weemoed oproepen. als luisteraar ervaar je regelmatig een soort van broeierige, desolate sfeer dat beelden oproept van de zinderende warmte en de oneindige, lege Zuid-Afrikaanse vlaktes.
heerlijk relaxte, rustige muziek die het zeker op deze zomerse dagen goed doet. de teksten van de in het Zuid-Afrikaans gezongen liedjes staan in het begeleidende boekwerkje allemaal vertaald in het Engels. het album werd Opgedra aan Vlokkie.
Album werd geproduceerd door Valiant Swart
Recorded at Sunset Recording Studios, Stellenbosch, Zuid-Afrika
All songs & poems by Gert Vlok Nel
Gert Vlok Nel: vocals, acoustic guitar, hatmonica
Schalk Joubert, Annette Moolman: bass
Andrew Beck: piano, organ
Eugene Trofimczyk: snare drums
Valiant Swart: steel guitar
Johann Kotze, Rick Stander: guitar, lead guitar
Anri Serfontein: violin (track 4)
Attie Nel, Pieter Du Toit, Nicole Holm: backing vocals
de toelichting bij de film documentaire "Beautiful in Beaufort-Wes" van Walter Stokman op de 2 disc set inclusief dvd zegt veel over dit album:
"De Zuid-Afrikaanse dichter en zanger Gert Vlok Nel woont in Beaufort-Wes, een dorp in de Groot Karoo, het lege land tussen Kaapstad en Johannesburg. Het leven in het dorp vormt de inspiratie voor Gert Vlok Nels werk. Beaufort-Wes heeft door zijn gedichten en liedjes een bijna mythische status gekregen; recensenten hebben het over het "echte" Zuid-Afrika, ver van de verwesterde grote steden. Met zijn gedichten en liedjes reizen we door het dorp en ontmoeten Gert, zijn vader, Beaufort-Wes en haar bewoners"
zijn poëtische teksten worden op dit "folky" album veelal akoestisch en vrij minimalistisch muzikaal ingekleurd met o.a. harmonica, piano/orgel en steel gitaar, waarbij de liedjes veel melancholie en weemoed oproepen. als luisteraar ervaar je regelmatig een soort van broeierige, desolate sfeer dat beelden oproept van de zinderende warmte en de oneindige, lege Zuid-Afrikaanse vlaktes.
heerlijk relaxte, rustige muziek die het zeker op deze zomerse dagen goed doet. de teksten van de in het Zuid-Afrikaans gezongen liedjes staan in het begeleidende boekwerkje allemaal vertaald in het Engels. het album werd Opgedra aan Vlokkie.
Album werd geproduceerd door Valiant Swart
Recorded at Sunset Recording Studios, Stellenbosch, Zuid-Afrika
All songs & poems by Gert Vlok Nel
Gert Vlok Nel: vocals, acoustic guitar, hatmonica
Schalk Joubert, Annette Moolman: bass
Andrew Beck: piano, organ
Eugene Trofimczyk: snare drums
Valiant Swart: steel guitar
Johann Kotze, Rick Stander: guitar, lead guitar
Anri Serfontein: violin (track 4)
Attie Nel, Pieter Du Toit, Nicole Holm: backing vocals
de toelichting bij de film documentaire "Beautiful in Beaufort-Wes" van Walter Stokman op de 2 disc set inclusief dvd zegt veel over dit album:
"De Zuid-Afrikaanse dichter en zanger Gert Vlok Nel woont in Beaufort-Wes, een dorp in de Groot Karoo, het lege land tussen Kaapstad en Johannesburg. Het leven in het dorp vormt de inspiratie voor Gert Vlok Nels werk. Beaufort-Wes heeft door zijn gedichten en liedjes een bijna mythische status gekregen; recensenten hebben het over het "echte" Zuid-Afrika, ver van de verwesterde grote steden. Met zijn gedichten en liedjes reizen we door het dorp en ontmoeten Gert, zijn vader, Beaufort-Wes en haar bewoners"
Gert Vlok Nel - Onherroeplik (2012)

2
geplaatst: 13 augustus 2025, 02:55 uur
de opvolger van het sterke debuut "Beaufort-Wes Se Beautiful Woorde" verscheen 6 jaar later in de vorm van "Onherroeplik"
8 eigen liedjes van Gert Vlok Nel waarvan 2 co-written met Schalk Joubert, 1 traditional "n Hand Vol Gruis" met tekst van de Zuid-Afrikaanse dichter Louis Leipoldt plus een verrassende cover "My Broken Souvenirs" van de groep Pussycat geschreven door Werner Theunissen, die ook hun wereldhit "Mississippi" schreef.
een beetje van hetzelfde laken een pak als zijn debuut met wederom prachtige, melancholische muziek met een iets vollere instrumentatie, maar ervaar de kwaliteit van de liedjes als minder dan die van het debuut en 2 nummers (3 en 10) met Zuid-Afrikaanse spoken words en 1 nummer "Jonk" met Engelse spoken words zijn iets teveel van het goede, waarbij het ook niet behulpzaam is dat er bij dit album geen teksten zijn bijgeleverd.
belangrijke rollen naast Gert Vlok Nel (vocals, nylon string guitar, harmonica) zijn weggelegd voor de Zuid-Afrikaanse muzikanten Schalk Joubert ( accordion, bass guitar, nylon string guitar, piano, double bass, steel string guitar) en de fraaie backing vocals van zangeres Nicole Holm.
hoogtepunten zijn "Soos 'n Trein Riding Into Train", "Nijmegen Deur My Trane", 'n Hand Vol Gruis" met fraaie koorzang met o.a. zang van een andere Zuid-Afrikaanse singer/songwriter Koos Kombuis en "Liefdesliedjie Vir die Strand".
Gert Vlok Nel bedankt in de liner notes o.a. Frank Tazelaar en Monique Warnier "vir die gelukkige tyd in Nijmegen, waar die album begin het. En bowenal vir al die goeie tye".
Album werd geproduceerd door Schalk Joubert
Recorded at Sunset Recording Studios, Stellenbosch, Zuid Afrika
(except parts of 3 & 8 recorded in the Netherlands and 1 & 2 recorded in Nijmegen)
Die album is opgedra aan Pa (1927-2008)
8 eigen liedjes van Gert Vlok Nel waarvan 2 co-written met Schalk Joubert, 1 traditional "n Hand Vol Gruis" met tekst van de Zuid-Afrikaanse dichter Louis Leipoldt plus een verrassende cover "My Broken Souvenirs" van de groep Pussycat geschreven door Werner Theunissen, die ook hun wereldhit "Mississippi" schreef.
een beetje van hetzelfde laken een pak als zijn debuut met wederom prachtige, melancholische muziek met een iets vollere instrumentatie, maar ervaar de kwaliteit van de liedjes als minder dan die van het debuut en 2 nummers (3 en 10) met Zuid-Afrikaanse spoken words en 1 nummer "Jonk" met Engelse spoken words zijn iets teveel van het goede, waarbij het ook niet behulpzaam is dat er bij dit album geen teksten zijn bijgeleverd.
belangrijke rollen naast Gert Vlok Nel (vocals, nylon string guitar, harmonica) zijn weggelegd voor de Zuid-Afrikaanse muzikanten Schalk Joubert ( accordion, bass guitar, nylon string guitar, piano, double bass, steel string guitar) en de fraaie backing vocals van zangeres Nicole Holm.
hoogtepunten zijn "Soos 'n Trein Riding Into Train", "Nijmegen Deur My Trane", 'n Hand Vol Gruis" met fraaie koorzang met o.a. zang van een andere Zuid-Afrikaanse singer/songwriter Koos Kombuis en "Liefdesliedjie Vir die Strand".
Gert Vlok Nel bedankt in de liner notes o.a. Frank Tazelaar en Monique Warnier "vir die gelukkige tyd in Nijmegen, waar die album begin het. En bowenal vir al die goeie tye".
Album werd geproduceerd door Schalk Joubert
Recorded at Sunset Recording Studios, Stellenbosch, Zuid Afrika
(except parts of 3 & 8 recorded in the Netherlands and 1 & 2 recorded in Nijmegen)
Die album is opgedra aan Pa (1927-2008)
Gillian Welch - Hell Among the Yearlings (1998)

4,0
3
geplaatst: 7 januari 2025, 01:41 uur
een prachtig tweede album van Gillian Welch, net als haar debuut geproduceerd door T-Bone Burnett.
had naar mijn idee ook als een duo-album met haar muzikale partner David Rawlings kunnen worden uitgebracht, want alle songs werden samen door hen geschreven en samen uitgevoerd, uitgezonderd "Whiskey Girl" waarop T-Bone Burnett meespeelde.
de "folky" sound met minder instrumentatie is hierdoor iets kaler en minder vol dan op haar debuut. de "Appalachian folk" van de opener "Caleb Meyer" doet sterk denken aan het werk van collega singer/songwriter Diana Jones, die meerdere prima albums in die stijl heeft gemaakt.
de nummers (3, 5 en 9) waarop Gillian Welch banjo speelt, doen eveneens sterk aan dat genre denken.
"Caleb Meyer" reken ik samen met "One Morning", "Miner's Refrain", "I'm Not Afraid to Die", "Rock of Ages" en de afsluiter "Winter's Come and Gone" tot de hoogtepunten.
het wat mindere "Good Til Now" wordt gered door haar mooie zang en de fraaie harmoniezang, zoals ook "My Morphine" minder wil beklijven. de rammelende "roots rock 'n roll" van "Honey Now" met kick en snare drums en elektrisch gitaarwerk van David Rawlings valt wat uit de toon. vandaar 4 sterren.
Gillian Welch: acoustic guitar, banjo, bass, kick drum (track 7), vocal
David Rawlings: acoustic guitar, electric guitar, snare drum (track 7), vocal
T-Bone Burnett: piano, Hammond B3 (track 10)
had naar mijn idee ook als een duo-album met haar muzikale partner David Rawlings kunnen worden uitgebracht, want alle songs werden samen door hen geschreven en samen uitgevoerd, uitgezonderd "Whiskey Girl" waarop T-Bone Burnett meespeelde.
de "folky" sound met minder instrumentatie is hierdoor iets kaler en minder vol dan op haar debuut. de "Appalachian folk" van de opener "Caleb Meyer" doet sterk denken aan het werk van collega singer/songwriter Diana Jones, die meerdere prima albums in die stijl heeft gemaakt.
de nummers (3, 5 en 9) waarop Gillian Welch banjo speelt, doen eveneens sterk aan dat genre denken.
"Caleb Meyer" reken ik samen met "One Morning", "Miner's Refrain", "I'm Not Afraid to Die", "Rock of Ages" en de afsluiter "Winter's Come and Gone" tot de hoogtepunten.
het wat mindere "Good Til Now" wordt gered door haar mooie zang en de fraaie harmoniezang, zoals ook "My Morphine" minder wil beklijven. de rammelende "roots rock 'n roll" van "Honey Now" met kick en snare drums en elektrisch gitaarwerk van David Rawlings valt wat uit de toon. vandaar 4 sterren.
Gillian Welch: acoustic guitar, banjo, bass, kick drum (track 7), vocal
David Rawlings: acoustic guitar, electric guitar, snare drum (track 7), vocal
T-Bone Burnett: piano, Hammond B3 (track 10)
Gillian Welch - Revival (1996)

4,5
1
geplaatst: 6 januari 2025, 19:40 uur
bijzonder fraai debuut album van de inmiddels 57-jarige Gillian Welch. "roots" muziek (bluegrass, country, Appalachian folk) in zijn puurste vorm. zij heeft weliswaar geen stem van het kaliber Emmylou Harris of Linda Ronstadt, maar klinkt dermate authentiek en zuiver dat dit mij geen moment stoort.
bovendien doet zij als songwriter niet onder voor collega's als wijlen Nanci Griffith en Lucinda Williams.
op dit album 3 eigen geschreven songs, waaronder 2 prijsnummers "Orphan Girl" dat later prachtig gecoverd werd door Emmylou Harris op haar "Wrecking Ball" album, "Annabelle", en het iets minder sterke "Tear My Stillhouse Down". de overige 7 nummers schreef zij samen met haar muzikale partner/gitarist/zanger David Rawlings, waar zich vele song pareltjes onder bevinden.
andere hoogtepunten zijn "Barroom Girls", het gospelachtige pareltje "By the Mark" over de overgang naar het hiernamaals, "One More Dollar", "Acony Bell" en de afsluiter "Only One and Only" met een heerlijke dobro partij van meestergitarist Greg Leisz.
net als Kronos heb ik zelf ook minder met de meer up-tempo nummers "Pass You By" en "Paper Wings", beide nummers die n.m.m. wat minder goed in de "flow" van dit album passen.
meer folk dan country klanken op dit debuut, niet verwonderlijk met inspiratiebronnen als Bob Dylan, Woody Guthrie en The Carter Family.
Album werd geproduceerd door T-Bone Burnett
Recorded at Sunset Sound, Oceanway & Sound Factory, Hollywood, California
Gillian Welch: acoustic guitar, electric guitar, vocal
David Rawlings: 6-string bass, optigan, acoustic guitar, electric guitar, vocal
T-Bone Burnett: optigan
Roy Huskey Jr. : upright bass
Armando Campean: bass, upright bass
Greg Leisz: Weissenborn guitar, dobro
James Burton: National guitar, electric guitar
Buddy Harman, Jim Keltner: drums
John R. Hughey: pedal steel
Jay J. Joyce: electric lead guitar, E-bow guitar
bovendien doet zij als songwriter niet onder voor collega's als wijlen Nanci Griffith en Lucinda Williams.
op dit album 3 eigen geschreven songs, waaronder 2 prijsnummers "Orphan Girl" dat later prachtig gecoverd werd door Emmylou Harris op haar "Wrecking Ball" album, "Annabelle", en het iets minder sterke "Tear My Stillhouse Down". de overige 7 nummers schreef zij samen met haar muzikale partner/gitarist/zanger David Rawlings, waar zich vele song pareltjes onder bevinden.
andere hoogtepunten zijn "Barroom Girls", het gospelachtige pareltje "By the Mark" over de overgang naar het hiernamaals, "One More Dollar", "Acony Bell" en de afsluiter "Only One and Only" met een heerlijke dobro partij van meestergitarist Greg Leisz.
net als Kronos heb ik zelf ook minder met de meer up-tempo nummers "Pass You By" en "Paper Wings", beide nummers die n.m.m. wat minder goed in de "flow" van dit album passen.
meer folk dan country klanken op dit debuut, niet verwonderlijk met inspiratiebronnen als Bob Dylan, Woody Guthrie en The Carter Family.
Album werd geproduceerd door T-Bone Burnett
Recorded at Sunset Sound, Oceanway & Sound Factory, Hollywood, California
Gillian Welch: acoustic guitar, electric guitar, vocal
David Rawlings: 6-string bass, optigan, acoustic guitar, electric guitar, vocal
T-Bone Burnett: optigan
Roy Huskey Jr. : upright bass
Armando Campean: bass, upright bass
Greg Leisz: Weissenborn guitar, dobro
James Burton: National guitar, electric guitar
Buddy Harman, Jim Keltner: drums
John R. Hughey: pedal steel
Jay J. Joyce: electric lead guitar, E-bow guitar
Gillian Welch - Soul Journey (2003)

4,5
4
geplaatst: 11 november 2025, 17:27 uur
Gillian Welch bewijst ook op dit album wederom haar meesterschap met 10 prima overwegend folky uitgevoerde liedjes met wat vleugjes bluegrass, country en lichte rock invloeden. 8 songs van haar eigen hand, waarvan 7 co-written met haar trouwe muzikale partner David Rawlings en sterke covers van 2 traditionals, het aloude "Make Me a Pallet On Your Floor" ooit eerder opgenomen in een oerversie van blues legende Mississippi John Hurt en later o.a. door Lucinda Williams gecoverd op haar debuut album "Ramblin" en het klein gehouden, spaarzaam geinstrumenteerde "I Had a Real Good Mother and Father".
op een 3-tal nummers "Wayside/Back In Time" met zijn Neil Young vibes, "Lowlands" en "Wrecking Ball" is het bandgeluid wat voller en pakt dat prima uit.
er valt op "Soul Journey" geen enkel zwak nummer te ontdekken, waarbij de heerlijke Appalachian folk van "No One Knows My Name" met de fraaie fiddle klanken van Ketcham Secor (van de Old Crow Medicine Show), de ingetogen opener "Look at Miss Ohio" en het licht rockende "Lowlands" persoonlijke favorieten zijn. "I Made a Lover's Prayer" is voorzien van prachtige dobro accenten van Greg Leisz en bescheiden harmonica klanken.
een "americana" album met authentieke, pure muziek met als kers op de taart de geweldige zang van Gillian Welch. herken overigens wat hierboven geschreven is over "alsof Welch en Rawlings niet op een catchy riff, een aansluitend refrein of een brug konden komen" totaal niet. "Soul Journey" doet niet onder voor haar voorgaande 3 albums.
Album werd geproduceerd door David Rawlings
Mark Ambrose: acoustic guitar
Ketchan Secor: fiddle
Greg Leisz: dobro
Jim Boquist: bass guitar
All else Gillian Welch & David Rawlings
op een 3-tal nummers "Wayside/Back In Time" met zijn Neil Young vibes, "Lowlands" en "Wrecking Ball" is het bandgeluid wat voller en pakt dat prima uit.
er valt op "Soul Journey" geen enkel zwak nummer te ontdekken, waarbij de heerlijke Appalachian folk van "No One Knows My Name" met de fraaie fiddle klanken van Ketcham Secor (van de Old Crow Medicine Show), de ingetogen opener "Look at Miss Ohio" en het licht rockende "Lowlands" persoonlijke favorieten zijn. "I Made a Lover's Prayer" is voorzien van prachtige dobro accenten van Greg Leisz en bescheiden harmonica klanken.
een "americana" album met authentieke, pure muziek met als kers op de taart de geweldige zang van Gillian Welch. herken overigens wat hierboven geschreven is over "alsof Welch en Rawlings niet op een catchy riff, een aansluitend refrein of een brug konden komen" totaal niet. "Soul Journey" doet niet onder voor haar voorgaande 3 albums.
Album werd geproduceerd door David Rawlings
Mark Ambrose: acoustic guitar
Ketchan Secor: fiddle
Greg Leisz: dobro
Jim Boquist: bass guitar
All else Gillian Welch & David Rawlings
Gillian Welch - The Harrow & The Harvest (2011)

4,5
3
geplaatst: 9 januari 2025, 01:48 uur
alweer 14 jaar geleden, dat dit laatste reguliere solo album van Gillian Welch uitkwam, met medewerking van haar muzikale partner/echtgenoot David Rawlings.
10 door henzelf geschreven wonderschone liedjes van dit bijzonder muzikale duo, spaarzaam geïnstrumenteerd en zonder enig (roots) rock nummer en dat bevalt prima.
Favoriete tracks "Scarlet Town", "The Way It Goes", het iets meer uitbundige "Six White Horses" en "Hard Times" waarop hun stemmen als vanouds prachtig harmoniëren.
hoewel de kwaliteit van hun nummers buiten kijf staat, had de muziek wellicht iets meer instrumentale invulling (bijv. dobro, fiddle of pedal steel) mogen hebben, zoals spinout hierboven opmerkte.
dit album maakt in ieder geval benieuwd naar het duo-album "Woodland" uit 2024, 1 van de weinige "roots" albums die vermeld worden in de MuMe eindejaarslijst van 2024.
Album werd geproduceerd door David Rawlings
Recorded at Woodland Sound Studios, Nashville, Tennessee
Gillian Welch: vocal, guitar, banjo, harmonica, hands & feet
David Rawlings: vocal, guitar, banjo, harmonica
10 door henzelf geschreven wonderschone liedjes van dit bijzonder muzikale duo, spaarzaam geïnstrumenteerd en zonder enig (roots) rock nummer en dat bevalt prima.
Favoriete tracks "Scarlet Town", "The Way It Goes", het iets meer uitbundige "Six White Horses" en "Hard Times" waarop hun stemmen als vanouds prachtig harmoniëren.
hoewel de kwaliteit van hun nummers buiten kijf staat, had de muziek wellicht iets meer instrumentale invulling (bijv. dobro, fiddle of pedal steel) mogen hebben, zoals spinout hierboven opmerkte.
dit album maakt in ieder geval benieuwd naar het duo-album "Woodland" uit 2024, 1 van de weinige "roots" albums die vermeld worden in de MuMe eindejaarslijst van 2024.
Album werd geproduceerd door David Rawlings
Recorded at Woodland Sound Studios, Nashville, Tennessee
Gillian Welch: vocal, guitar, banjo, harmonica, hands & feet
David Rawlings: vocal, guitar, banjo, harmonica
