Hier kun je zien welke berichten potjandosie als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
T Bone Burnett - The Other Side (2024)

4,5
4
geplaatst: 25 januari 2025, 02:04 uur
een verrassend sterk, overwegend akoestisch album van de inmiddels 77-jarige singer/songwriter/producer T Bone Burnett, afkomstig uit Fort Worth, Texas. de man heeft als producer zijn sporen verdiend met o.a. de productie van "Raising Sand" van Robert Plant & Alison Krauss, waarmee hij een Grammy Award won en de soundtrack van de film "O Brother Where Art Thou?".
van de 12 song pareltjes op dit album schreef hij 2 songs (tracks 4 en 7) samen met de Canadese muzikant Colin Linden, 1 "Hawaiian Blue Song" met wijlen Bob Neuwirth en Steven Soles en 1 "Everything and Nothing" met Gary Nicholson, een Amerikaanse songwriter/producer die o.a. 6 songs mede schreef op het John Prine album "Lost Dogs & Mixed Blessings" en meer dan 600 albums produceerde, o.a. van Waylon Jennings, Willie Nelson en Ringo Starr.
op de merendeels in Nashville opgenomen nummers vallen de fraaie harmonie vocalen van het indie-pop gezelschap Lucius op en het geweldige gitaarspel van de man zelf. de muzikale omlijsting is verder bescheiden gehouden met o.a. dobro, claviola en mandoline
naar mijn mening het beste roots/americana album dat in 2024 verscheen met 12 recht-toe recht-aan sterke, memorabele liedjes, zonder opsmuk uitgevoerd, geworteld in folk, country en blues of een mix daarvan.
T-Bone Burnett maakte hiervoor een 2-tal albums "The Invisible Light: Acoustic Space" (2019) en "The Invisible Light: Spells" (2022) met Keefus Cancia en Jay Bellerose, die mij vanwege de complexe, experimentele (o.a. elektronica) muziek niet konden bekoren, maar de meer avontuurlijk ingestelde muziekliefhebber wellicht wel aanspreken.
Album werd geproduceerd door Colin Linden, Michael Piersante en T Bone Burnett
van de 12 song pareltjes op dit album schreef hij 2 songs (tracks 4 en 7) samen met de Canadese muzikant Colin Linden, 1 "Hawaiian Blue Song" met wijlen Bob Neuwirth en Steven Soles en 1 "Everything and Nothing" met Gary Nicholson, een Amerikaanse songwriter/producer die o.a. 6 songs mede schreef op het John Prine album "Lost Dogs & Mixed Blessings" en meer dan 600 albums produceerde, o.a. van Waylon Jennings, Willie Nelson en Ringo Starr.
op de merendeels in Nashville opgenomen nummers vallen de fraaie harmonie vocalen van het indie-pop gezelschap Lucius op en het geweldige gitaarspel van de man zelf. de muzikale omlijsting is verder bescheiden gehouden met o.a. dobro, claviola en mandoline
naar mijn mening het beste roots/americana album dat in 2024 verscheen met 12 recht-toe recht-aan sterke, memorabele liedjes, zonder opsmuk uitgevoerd, geworteld in folk, country en blues of een mix daarvan.
T-Bone Burnett maakte hiervoor een 2-tal albums "The Invisible Light: Acoustic Space" (2019) en "The Invisible Light: Spells" (2022) met Keefus Cancia en Jay Bellerose, die mij vanwege de complexe, experimentele (o.a. elektronica) muziek niet konden bekoren, maar de meer avontuurlijk ingestelde muziekliefhebber wellicht wel aanspreken.
Album werd geproduceerd door Colin Linden, Michael Piersante en T Bone Burnett
T-Bone Burnett - T-Bone Burnett (1986)

4,5
2
geplaatst: 7 november 2023, 20:07 uur
zoals hierboven reeds eerder door userblaauwtje opgemerkt is dit gelijknamige album van de man een prachtig, akoestisch album. de geluidskwaliteit op cd is glashelder en komt de zeer fraaie muziek ten goede. de inmiddels 75 jarige legendarische singer/songwriter, gitarist en producer T Bone Burnett (geboren in St. Louis, Missouri opgegroeid in Fort Worth, Texas) trakteert ons hier op 13 wonderschoon uitgevoerde, prachtige songs. de sound van dit album heeft weinig met klassieke country of rock te maken. folk/country met hier en daar blue grass invloeden (o.a. op "Oh No Darling" met Byron Berline op fiddle) zou ik het noemen, maar je kunt het even zo goed "roots/americana" noemen.
een feestje voor de oren dit album, dat ik de liefhebber van dit genre zeer kan aanbevelen.
er staan 7 "originals" van de man zelf op. 4) "No Love at All" is co-written met David Mansfield (bekend van zijn werk met Bob Dylan en degene die ooit de prachtige "rootsy" soundtrack schreef voor de film "Heaven's Gate") en Billy Swan, het aloude, veel gecoverde 2) "Poison Love" is van Elmer Laird (ook bekend van de versie op Doug Sahm's album "Doug Sahm and Band" (1973), 5) Annabelle Lee is van Bob Neuwirth, 10) Time is van Tom Waits, 12) co-written met Larry Poons en 13) co-written met Bob Neuwirth en Billy Swan.
album werd geproduceerd door David Miner (recorded live to two track digital)
de volgende klasbakken van muzikanten speelden mee op dit album:
David Hidalgo: eight string, guitar, accordion, vocals
Jerry Douglas: dobro, lap steel
Jerry Scheff: bass
Byron Berline: fiddle
Steve Duncan: snare drum
Billy Swan: vocals
een feestje voor de oren dit album, dat ik de liefhebber van dit genre zeer kan aanbevelen.
er staan 7 "originals" van de man zelf op. 4) "No Love at All" is co-written met David Mansfield (bekend van zijn werk met Bob Dylan en degene die ooit de prachtige "rootsy" soundtrack schreef voor de film "Heaven's Gate") en Billy Swan, het aloude, veel gecoverde 2) "Poison Love" is van Elmer Laird (ook bekend van de versie op Doug Sahm's album "Doug Sahm and Band" (1973), 5) Annabelle Lee is van Bob Neuwirth, 10) Time is van Tom Waits, 12) co-written met Larry Poons en 13) co-written met Bob Neuwirth en Billy Swan.
album werd geproduceerd door David Miner (recorded live to two track digital)
de volgende klasbakken van muzikanten speelden mee op dit album:
David Hidalgo: eight string, guitar, accordion, vocals
Jerry Douglas: dobro, lap steel
Jerry Scheff: bass
Byron Berline: fiddle
Steve Duncan: snare drum
Billy Swan: vocals
T-Bone Burnett - The Criminal Under My Own Hat (1992)

4,0
3
geplaatst: 6 februari, 21:39 uur
de befaamde singer/songwriter/gitarist/producer T-Bone Burnett maakte met "The Other Side" naar mijn mening 1 van de beste americana albums van 2024. de rootsy muziek lag in het verlengde van zijn gelijknamige klassieker "T-Bone Burnett" (1986) met voornamelijk prachtige, akoestisch gespeelde country/folk nummers.
op dit album tapt hij op meerdere nummers uit een ander muzikaal vaatje, zoals de eigenzinnige, rammelende roots rock van "Tear This Building Down", "Humans from Earth", Criminals" met o.a. Marc Ribot op gitaar en het vervelend dreinende "I Can Explain Everything" (10) een re-make van het matige, bluesy (8) dat deels met "spoken words" is voorzien en deels gezongen.
onder de overige nummers waarvan hij een 3-tal nummers (3,7 en 11) samen schreef met Bob Neuwirth bevinden zich heel wat pareltjes, zoals de opener "Over You", "Primitives" en "Every Little Thing" beide met schitterend dobro spel van Jerry Douglas, die op het eveneens klein gehouden "Any Time at All" schittert op slide gitaar. ook de afsluiter "Kill Switch" met dobro en mandoline accenten behoort bij de sterkhouders. nummers die aansluiten op de akoestische folk/country van de eerder 2 voornoemde albums.
onder de sessiemuzikanten bevinden zich vele klasbakken o.a. Jerry Douglas (dobro, slide), Marc Ribot (guitar), Van Dyke Parks (accordion), Mark O'Connor (mandolin, violin), Dean Parks (slide guitar), Jim Keltner (drums) en de bassisten Roy Huskey Jr. en Jerry Scheff.
waar anderen de roots rock getinte nummers wellicht als een welkome variatie zullen ervaren, komen die mijn luisterplezier niet ten goede op dit wat wisselvallige album. toch wel goed voor 4 sterren.
Album werd geproduceerd door Bob Neuwirth & T-Bone Burnett
Recorded at Kiva West, Los Angeles, CA & Ocean Way, Hollywood, CA & Sunset Sound Factory, Hollywood, CA & Sound Emporium, Nashville, Tennessee
op dit album tapt hij op meerdere nummers uit een ander muzikaal vaatje, zoals de eigenzinnige, rammelende roots rock van "Tear This Building Down", "Humans from Earth", Criminals" met o.a. Marc Ribot op gitaar en het vervelend dreinende "I Can Explain Everything" (10) een re-make van het matige, bluesy (8) dat deels met "spoken words" is voorzien en deels gezongen.
onder de overige nummers waarvan hij een 3-tal nummers (3,7 en 11) samen schreef met Bob Neuwirth bevinden zich heel wat pareltjes, zoals de opener "Over You", "Primitives" en "Every Little Thing" beide met schitterend dobro spel van Jerry Douglas, die op het eveneens klein gehouden "Any Time at All" schittert op slide gitaar. ook de afsluiter "Kill Switch" met dobro en mandoline accenten behoort bij de sterkhouders. nummers die aansluiten op de akoestische folk/country van de eerder 2 voornoemde albums.
onder de sessiemuzikanten bevinden zich vele klasbakken o.a. Jerry Douglas (dobro, slide), Marc Ribot (guitar), Van Dyke Parks (accordion), Mark O'Connor (mandolin, violin), Dean Parks (slide guitar), Jim Keltner (drums) en de bassisten Roy Huskey Jr. en Jerry Scheff.
waar anderen de roots rock getinte nummers wellicht als een welkome variatie zullen ervaren, komen die mijn luisterplezier niet ten goede op dit wat wisselvallige album. toch wel goed voor 4 sterren.
Album werd geproduceerd door Bob Neuwirth & T-Bone Burnett
Recorded at Kiva West, Los Angeles, CA & Ocean Way, Hollywood, CA & Sunset Sound Factory, Hollywood, CA & Sound Emporium, Nashville, Tennessee
Tabu Ley Seigneur Rochereau and Afrisa International Orchestra - Babeti Soukous (1989)

4,0
2
geplaatst: 14 augustus 2025, 17:50 uur
(wijlen) Tabu Ley Rochereau wordt samen met zijn muzikale collega Franco als 1 van de 2 absolute grootheden gezien van de muziek uit Zaïre (tegenwoordig Democratische Republiek Congo). hij staat bekend als "the father of soukous" Afrikaanse rumba muziek, schreef rond de 2.000 liedjes en er verschenen circa 250 albums/cassettes van de man. waar Franco (en Le T.P.O.K. Jazz) zich meer aan de traditionele Congolese rumba wijdde, zag Tabu Ley Rochereau zich meer als een internationale entertainer en verwerkte hij meer buitenlandse invloeden in zijn muziek. hoewel zijn muzikale carrière reeds in de jaren zestig begon, boekte hij zijn grootste successen in de 70's en 80's.
op dit live album met zijn toenmalige band Afrisa International staat een mix van soukous met o.a. Cubaanse en Latijns-Amerikaanse invloeden. een rijk pallet aan muzikale kleuren met percussie, sprankelende gitaren, een blazerssectie en fraaie, meerstemmige Afrikaanse zang.
aanstekelijke, swingende muziek die het goed doet bij deze zomerse temperaturen en die doet denken aan de muziek van de Malinese Super Rail Band, het Senegalese gezelschap Orchestra Baobab of die van de andere Congolese grootmeester Franco.
de toevoeging "Seigneur" (op zijn Engels Lord) aan zijn naam is vanwege "as his junior musicians call him respectfully".
Recorded live at Real World Studios, England on January 30, 1989
All songs by Tabu Ley except "Linga Ngai" (Munoko Dodo)
citaat uit de liner notes (Philip Sweeney)
"This recording of Tabu Ley was made one cold night in January, with an audience of friends and invitees dancing and clapping in the minstrel gallery of Real World's main studio in a converted Wiltshire water-mill.
The tracks he has selected for this album comprise a broad retrospective of Zairean pop over the last 20 years. The latest guitar-and-snare drum numbers, with their racing skipping rhythms and "kwassa-kwassa", "madiaba" or "tshuka" dance-step calls, rub shoulders with older soukous and rhumbas featuring the delicious Latin-infected horn choruses and jazzy saxophone solos. Snatches of rock, R&B, French variete and Zairan traditional rhythms season the mix.
Vintage Congolese pop, brewed in Kinshasa, bottled in Wiltshire"
op dit live album met zijn toenmalige band Afrisa International staat een mix van soukous met o.a. Cubaanse en Latijns-Amerikaanse invloeden. een rijk pallet aan muzikale kleuren met percussie, sprankelende gitaren, een blazerssectie en fraaie, meerstemmige Afrikaanse zang.
aanstekelijke, swingende muziek die het goed doet bij deze zomerse temperaturen en die doet denken aan de muziek van de Malinese Super Rail Band, het Senegalese gezelschap Orchestra Baobab of die van de andere Congolese grootmeester Franco.
de toevoeging "Seigneur" (op zijn Engels Lord) aan zijn naam is vanwege "as his junior musicians call him respectfully".
Recorded live at Real World Studios, England on January 30, 1989
All songs by Tabu Ley except "Linga Ngai" (Munoko Dodo)
citaat uit de liner notes (Philip Sweeney)
"This recording of Tabu Ley was made one cold night in January, with an audience of friends and invitees dancing and clapping in the minstrel gallery of Real World's main studio in a converted Wiltshire water-mill.
The tracks he has selected for this album comprise a broad retrospective of Zairean pop over the last 20 years. The latest guitar-and-snare drum numbers, with their racing skipping rhythms and "kwassa-kwassa", "madiaba" or "tshuka" dance-step calls, rub shoulders with older soukous and rhumbas featuring the delicious Latin-infected horn choruses and jazzy saxophone solos. Snatches of rock, R&B, French variete and Zairan traditional rhythms season the mix.
Vintage Congolese pop, brewed in Kinshasa, bottled in Wiltshire"
Taj Mahal - An Evening of Acoustic Music (1996)

4,0
2
geplaatst: 18 augustus 2025, 02:42 uur
een intiem, akoestisch live album van blues/folk legende Taj Mahal. hij was 22 jaar oud toen hij in 1964 samen met o.a. Ry Cooder de band The Rising Sons formeerde en van wie het gelijknamige album (1966) alsnog in 1992 werd uitgebracht.
de destijds 61-jarige Taj Mahal is hier prima op dreef, goed bij stem en excelleert met zijn virtuoze gitaarspel op liefst 15 nummers, waaronder 2 traditionals, het veel gecoverde "Stagger Lee" en "Take This Hammer", een 6-tal eigen nummers uit zijn vroege periode en 7 covers van oude blueshelden, "Dust My Broom" en Come on in My Kitchen" van Robert Johnson, "Blues with a Feeling" (Walter Jacobs aka Little Walter), "Crossing" (Langston Hughes), het bekende "Candy Man" (Reverend Gary Davis), "Satisfied 'N' Tickled Too" (Mississippi John Hurt) en "Sittin' on Top of the World" (Chester Burnett aka Howlin' Wolf).
op een aantal nummers krijgt hij begeleiding op tuba van wijlen Howard Johnson wat die nummers iets extra's geeft. tracks 12,13 en 15 verschenen eerder op het onvolprezen live album "The Real Thing" (1971), dat vanwege de dynamiek met een bandgeluid meer "schwung" heeft dan dit live album.
hoogtepunten zijn o.a. "Stagger Lee", de ingetogen uitvoering van "Satisfied 'N' Tickled Too" met geweldig fingerpicking gitaarspel, het energieke, gedreven "Sittin' on Top of the World" en de folky met banjo gespeelde afsluiter "Tom & Sally Drake".
de inmiddels 83-jarige Taj Mahal heeft net als zijn muzikale collega Ry Cooder een hele reeks solo albums gemaakt, heel wat gastbijdragen aan albums van anderen geleverd en vele samenwerkingen met muzikanten uit andere genres op zijn naam staan. een legendarisch artiest, van wie zijn laatste studio album "Savoy" in 2023 verscheen dat hier op MuMe slechts 4 stemmen mocht ontvangen.
Recorded at Modernes, 6/10/1993 by Radio Bremen
Taj Mahal: voice & guitar, except titles 4 & 5: electric piano, title 15: banjo
Howard Johnson: tuba (titles 11,13,14,15); penny whistle (title 12)
uit de liner notes (Sep. 08, 1994 Taj Mahal)
"Over the years of touring and recording, special gems and magic nights happen! These recordings capture one such night. I am always flattered by the fact that the European audience is so much aware of what it is that I do and are such enthusiastic fans! I can't thank you (fans) enough for your longstanding support (soon to be 30 years!)"
de destijds 61-jarige Taj Mahal is hier prima op dreef, goed bij stem en excelleert met zijn virtuoze gitaarspel op liefst 15 nummers, waaronder 2 traditionals, het veel gecoverde "Stagger Lee" en "Take This Hammer", een 6-tal eigen nummers uit zijn vroege periode en 7 covers van oude blueshelden, "Dust My Broom" en Come on in My Kitchen" van Robert Johnson, "Blues with a Feeling" (Walter Jacobs aka Little Walter), "Crossing" (Langston Hughes), het bekende "Candy Man" (Reverend Gary Davis), "Satisfied 'N' Tickled Too" (Mississippi John Hurt) en "Sittin' on Top of the World" (Chester Burnett aka Howlin' Wolf).
op een aantal nummers krijgt hij begeleiding op tuba van wijlen Howard Johnson wat die nummers iets extra's geeft. tracks 12,13 en 15 verschenen eerder op het onvolprezen live album "The Real Thing" (1971), dat vanwege de dynamiek met een bandgeluid meer "schwung" heeft dan dit live album.
hoogtepunten zijn o.a. "Stagger Lee", de ingetogen uitvoering van "Satisfied 'N' Tickled Too" met geweldig fingerpicking gitaarspel, het energieke, gedreven "Sittin' on Top of the World" en de folky met banjo gespeelde afsluiter "Tom & Sally Drake".
de inmiddels 83-jarige Taj Mahal heeft net als zijn muzikale collega Ry Cooder een hele reeks solo albums gemaakt, heel wat gastbijdragen aan albums van anderen geleverd en vele samenwerkingen met muzikanten uit andere genres op zijn naam staan. een legendarisch artiest, van wie zijn laatste studio album "Savoy" in 2023 verscheen dat hier op MuMe slechts 4 stemmen mocht ontvangen.
Recorded at Modernes, 6/10/1993 by Radio Bremen
Taj Mahal: voice & guitar, except titles 4 & 5: electric piano, title 15: banjo
Howard Johnson: tuba (titles 11,13,14,15); penny whistle (title 12)
uit de liner notes (Sep. 08, 1994 Taj Mahal)
"Over the years of touring and recording, special gems and magic nights happen! These recordings capture one such night. I am always flattered by the fact that the European audience is so much aware of what it is that I do and are such enthusiastic fans! I can't thank you (fans) enough for your longstanding support (soon to be 30 years!)"
Taj Mahal - Dancing the Blues (1993)

3,5
5
geplaatst: 6 april, 02:34 uur
na 2 zwakke gladde, gepolijste albums "Taj" en "Never Like Before" is dit album een soort van verademing. na een 4-tal albums uit de 70's dat begon met "Mo' Roots" en eindigde met "Music Fuh Ya" met Caribische invloeden (calypso, West-Indische steel band muziek en reggae) keert hij op dit album terug naar een veelzijdig blues album dat diverse blues genres combineert met invloeden van r&b, soul en rock.
2 eigen nummers (1 en 3) van Taj Mahal waarvan met name de elektrische Chicago blues van het in de Muddy Waters stijl gespeelde "Blues Ain't Nothin" met een scheurende harmonica partij indruk maakt. "Strut" is een zogenaamde "scat and stutter blues".
voor het overige covers van o.a "Hard Way" (T-Bone Walker), de blues ballad "Stranger In My Own Home Town" (Percy Mayfield), 2 nummers mede geschreven door Fats Domino "Going to the River" en het uitbundig swingende "I'm Ready" met onvervalste New Orleans r&b, "Mockingbird" met vraag en antwoord zang een duet met (wijlen) soul zangeres Etta James, het rockende "The Hoochi Coochi Co" met de bekende piano riedels is een nummer van 1 van de eerste Afro-Amerikaanse rock 'n rollers Hank Ballard (John Henry), die het nummer "The Twist" schreef, dat o.a. in Nederland een grote hit werd voor Chubby Checker.
de soul blues van de Otis Redding klassieker "That's How Strong My Love Is" en de Motown klassieker "I Can't Help Myself" bekend in de versie van The Four Tops worden fraai soulvol gecoverd door de nog prima bij stem zijnde Taj Mahal.
onder de muzikanten bevinden zich o.a. Bill Payne (piano), (wijlen) Richie Hayward (drums) beide van de band Little Feat, Bob Glaub (bass), (wijlen) Ian McLagan (organ), Tony Braunagel (drums) en Johnny Lee Schell (guitar).
de opvolgers "Phantom Blues" en "Senor Blues" liggen qua sound en songmateriaal in het verlengde van dit album. de inmiddels 83-jarige Taj Mahal heeft dit jaar nog steeds een vol tourschema met optredens in de VS en Canada. zijn nieuwe album "Time" met zijn Phantom Blues Band staat gepland voor release 1 mei 2026.
als liefhebber van het eerste uur blijf ik een zwak houden voor de meer authentieke folk blues albums uit zijn beginperiode met o.a. meestergitarist Jesse Ed Davis.
Album werd geproduceerd door John Porter
de hoes laat een schilderij van een "jitterbug" zien, een snelle swingdans uit de jaren '30 en '40 en wordt als volgt toegelicht:
"Capturing the artistic, political and cultural accomplishments of African-Americans, William H. Johnson (1901-1970) depicted everyday life, social issues and world concerns in a direct style that has been described as folk inspired. "Jitterbugs" is one of the 1600 diverse and dynamic works by African-American artists in the permanent collection of the National Museum of American Art, Smithsonian institution"
2 eigen nummers (1 en 3) van Taj Mahal waarvan met name de elektrische Chicago blues van het in de Muddy Waters stijl gespeelde "Blues Ain't Nothin" met een scheurende harmonica partij indruk maakt. "Strut" is een zogenaamde "scat and stutter blues".
voor het overige covers van o.a "Hard Way" (T-Bone Walker), de blues ballad "Stranger In My Own Home Town" (Percy Mayfield), 2 nummers mede geschreven door Fats Domino "Going to the River" en het uitbundig swingende "I'm Ready" met onvervalste New Orleans r&b, "Mockingbird" met vraag en antwoord zang een duet met (wijlen) soul zangeres Etta James, het rockende "The Hoochi Coochi Co" met de bekende piano riedels is een nummer van 1 van de eerste Afro-Amerikaanse rock 'n rollers Hank Ballard (John Henry), die het nummer "The Twist" schreef, dat o.a. in Nederland een grote hit werd voor Chubby Checker.
de soul blues van de Otis Redding klassieker "That's How Strong My Love Is" en de Motown klassieker "I Can't Help Myself" bekend in de versie van The Four Tops worden fraai soulvol gecoverd door de nog prima bij stem zijnde Taj Mahal.
onder de muzikanten bevinden zich o.a. Bill Payne (piano), (wijlen) Richie Hayward (drums) beide van de band Little Feat, Bob Glaub (bass), (wijlen) Ian McLagan (organ), Tony Braunagel (drums) en Johnny Lee Schell (guitar).
de opvolgers "Phantom Blues" en "Senor Blues" liggen qua sound en songmateriaal in het verlengde van dit album. de inmiddels 83-jarige Taj Mahal heeft dit jaar nog steeds een vol tourschema met optredens in de VS en Canada. zijn nieuwe album "Time" met zijn Phantom Blues Band staat gepland voor release 1 mei 2026.
als liefhebber van het eerste uur blijf ik een zwak houden voor de meer authentieke folk blues albums uit zijn beginperiode met o.a. meestergitarist Jesse Ed Davis.
Album werd geproduceerd door John Porter
de hoes laat een schilderij van een "jitterbug" zien, een snelle swingdans uit de jaren '30 en '40 en wordt als volgt toegelicht:
"Capturing the artistic, political and cultural accomplishments of African-Americans, William H. Johnson (1901-1970) depicted everyday life, social issues and world concerns in a direct style that has been described as folk inspired. "Jitterbugs" is one of the 1600 diverse and dynamic works by African-American artists in the permanent collection of the National Museum of American Art, Smithsonian institution"
Taj Mahal - De Ole Folks at Home (1969)

4,0
2
geplaatst: 20 maart, 17:40 uur
"De Ole Folks at Home" is het akoestische deel van het dubbel album uit 1969, waarvan het elektrische deel verscheen onder de titel "Giant Step".
merendeels door Taj Mahal gearrangeerde traditionals in het genre country/folk blues. een aantal covers "Linin Track" (Huddie Ledbetter aka Leadbelly), "Candy Man" (Reverend Gary Davis), het aloude, bekende "Stagger Lee" (Lloyd Price), "Fishin' Blues" (Henry Thomas) en een enkel eigen nummer, zoals het sterke "Light Rain Blues" waarop hij zichzelf zoals op meerdere nummers o.a. "Cluck Old Hen" op banjo begeleidt.
"Linin' Track" en "A Little Soulful Tune" zijn a-capella gezongen liedjes met "handclaps" die worden afgewisseld met een 4-tal instrumentale nummers "Country Blues #1" dat laat horen wat de titel zegt, "Coloured Aristocracy", "Blind Boy Rag" en "Cajun Tune".
heb een voorkeur voor de nummers met zang, zoals "Wild Ox Moan", "Candy Man", "Stagger Lee", het heerlijke "Fishin' Blues" en "Annie's Lover". stuk voor stuk sterke nummers.
wellicht iets minder dan het bandalbum "Giant Step" dat wat meer variatie biedt, maar goed genoeg voor 4 sterren.
Album werd geproduceerd door David Rubinson
Taj Mahal: vocals, harmonica, guitar, banjo, jive
merendeels door Taj Mahal gearrangeerde traditionals in het genre country/folk blues. een aantal covers "Linin Track" (Huddie Ledbetter aka Leadbelly), "Candy Man" (Reverend Gary Davis), het aloude, bekende "Stagger Lee" (Lloyd Price), "Fishin' Blues" (Henry Thomas) en een enkel eigen nummer, zoals het sterke "Light Rain Blues" waarop hij zichzelf zoals op meerdere nummers o.a. "Cluck Old Hen" op banjo begeleidt.
"Linin' Track" en "A Little Soulful Tune" zijn a-capella gezongen liedjes met "handclaps" die worden afgewisseld met een 4-tal instrumentale nummers "Country Blues #1" dat laat horen wat de titel zegt, "Coloured Aristocracy", "Blind Boy Rag" en "Cajun Tune".
heb een voorkeur voor de nummers met zang, zoals "Wild Ox Moan", "Candy Man", "Stagger Lee", het heerlijke "Fishin' Blues" en "Annie's Lover". stuk voor stuk sterke nummers.
wellicht iets minder dan het bandalbum "Giant Step" dat wat meer variatie biedt, maar goed genoeg voor 4 sterren.
Album werd geproduceerd door David Rubinson
Taj Mahal: vocals, harmonica, guitar, banjo, jive
Taj Mahal - Evolution (The Most Recent) (1977)

3,5
0
geplaatst: 19 augustus 2025, 15:30 uur
de opvolger van het sterke "Music Fuh Ya" is een wisselvallig wat tweeslachtig album. het lijkt erop alsof Taj Mahal met dit album een groter publiek heeft willen bereiken en wie wil dat niet, maar op een aantal nummers wordt wel erg nadrukkelijk naar de gunsten van de luisteraar gelonkt. met name de 3 door pianist/sessie soulmuzikant Leon Pendarvis geschreven en geproduceerde songs "Sing a Happy Song", "Lowdown Showdown" en "Why You Do Me This Way" klinken als MOR Taj Mahal en gooien roet in het eten.
de 2 fraaie instrumentale nummers "The Most Recent Evolution" en "Salsa de Laventille" met sprankelende steel drums compenseren dit, net als de 2 door hemzelf geschreven "vintage" Taj Mahal klinkende nummers "Queen Bee" en "The Big Blues" gezongen met zijn krachtige, soulvolle stem.
de vrolijk swingende meezinger "Highnite" (Kwasi Dzidzornu) met koortje en het iets te vol geproduceerde "Southbound with the Hammer Down" (Taj Mahal) dat in een meer ingetogen blues versie beter had gepast, blijven nog aan de goede kant van de MOR streep.
naast zijn eigen vaste bandleden speelden er diverse top sessiemuzikanten mee, o.a. Mark Isham (trumpet), Leon Pendarvis (keyboards), Steve Jordan (drums) en John Tropea (guitar).
verwacht geen country/folk blues op dit album, waarop een mix van blues met jazz/soul, Latin en Caribische invloeden valt te horen.
Album werd geproduceerd door Taj Mahal
Recorded at House of Music, West Orange, New Jersey & Bear West Studio, San Francisco
de 2 fraaie instrumentale nummers "The Most Recent Evolution" en "Salsa de Laventille" met sprankelende steel drums compenseren dit, net als de 2 door hemzelf geschreven "vintage" Taj Mahal klinkende nummers "Queen Bee" en "The Big Blues" gezongen met zijn krachtige, soulvolle stem.
de vrolijk swingende meezinger "Highnite" (Kwasi Dzidzornu) met koortje en het iets te vol geproduceerde "Southbound with the Hammer Down" (Taj Mahal) dat in een meer ingetogen blues versie beter had gepast, blijven nog aan de goede kant van de MOR streep.
naast zijn eigen vaste bandleden speelden er diverse top sessiemuzikanten mee, o.a. Mark Isham (trumpet), Leon Pendarvis (keyboards), Steve Jordan (drums) en John Tropea (guitar).
verwacht geen country/folk blues op dit album, waarop een mix van blues met jazz/soul, Latin en Caribische invloeden valt te horen.
Album werd geproduceerd door Taj Mahal
Recorded at House of Music, West Orange, New Jersey & Bear West Studio, San Francisco
Taj Mahal - Giant Step (1969)

4,0
2
geplaatst: 20 maart, 02:44 uur
zoals Droombolus al aangaf verschenen deze 2 albums oorspronkelijk in 1969 als dubbel LP. de re-issue op 1 cd label Columbia verscheen in 1989 en klinkt als een klok.
"Giant Step" is het elektrische gedeelte met band en "De Ole Folks at Home" het akoestische gedeelte door Taj Mahal solo ingespeeld. beide voorzien van de bluesy, ietwat gruizige, soulvolle stem van Taj Mahal.
mijn voorkeur gaat naar het bandalbum met gedreven, stevige blues rock op zijn eigen "Give Your Woman What She Wants", de klassieker "Six Days on the Road" (ooit prima gecoverd door de Flying Burrito Brothers op het live album "The Last of the Red Hot Burritos" (1972) en "You're Gonna Need Somebody" (Blind Willie Johnson).
"Take a Giant Step" (Gerry Goffin/Carole King) en de veel gecoverde blues standard "Good Morning Little School Girl" en het met de band geschreven "Further on Down the Road" worden iets rustiger in een folk blues stijl uitgevoerd.
"Keep Your Hands Off Her" (Huddie Ledbetter aka Leadbelly) en de slow blues "Bacon Fat" van de R&B muzikant Andre Wiliams met een op gitaar solerende Jesse Ed Davis (door Taj Mahal vooraf aangekondigd met Mr. Davis) zijn 2 sterke afsluiters. "Bacon Fat" zou later ook door Willy DeVille worden gecoverd op zijn album "Horse of a Different Color".
van de korte opener "Ain't Gwine Whistle Dixie" verscheen n.m.m. de ultieme uitvoering in een lange versie op het magistrale live album "The Real Thing" (1971).
Album werd geproduceerd door David Rubinson
Taj Mahal: vocals, harmonica, banjo, National steel-bodied acoustic guitar
Jesse Edwin Davis: electric guitar, acoustic guitar, piano, organ
Gary Gilmore: electric bass
Chuck "Brother" Blackwell: drums
"Giant Step" is het elektrische gedeelte met band en "De Ole Folks at Home" het akoestische gedeelte door Taj Mahal solo ingespeeld. beide voorzien van de bluesy, ietwat gruizige, soulvolle stem van Taj Mahal.
mijn voorkeur gaat naar het bandalbum met gedreven, stevige blues rock op zijn eigen "Give Your Woman What She Wants", de klassieker "Six Days on the Road" (ooit prima gecoverd door de Flying Burrito Brothers op het live album "The Last of the Red Hot Burritos" (1972) en "You're Gonna Need Somebody" (Blind Willie Johnson).
"Take a Giant Step" (Gerry Goffin/Carole King) en de veel gecoverde blues standard "Good Morning Little School Girl" en het met de band geschreven "Further on Down the Road" worden iets rustiger in een folk blues stijl uitgevoerd.
"Keep Your Hands Off Her" (Huddie Ledbetter aka Leadbelly) en de slow blues "Bacon Fat" van de R&B muzikant Andre Wiliams met een op gitaar solerende Jesse Ed Davis (door Taj Mahal vooraf aangekondigd met Mr. Davis) zijn 2 sterke afsluiters. "Bacon Fat" zou later ook door Willy DeVille worden gecoverd op zijn album "Horse of a Different Color".
van de korte opener "Ain't Gwine Whistle Dixie" verscheen n.m.m. de ultieme uitvoering in een lange versie op het magistrale live album "The Real Thing" (1971).
Album werd geproduceerd door David Rubinson
Taj Mahal: vocals, harmonica, banjo, National steel-bodied acoustic guitar
Jesse Edwin Davis: electric guitar, acoustic guitar, piano, organ
Gary Gilmore: electric bass
Chuck "Brother" Blackwell: drums
Taj Mahal - In Progress & in Motion (1998)

4,5
1
geplaatst: 20 augustus 2025, 02:43 uur
geweldige 3-cd verzamelaar van Taj Mahal dat zijn albums vanaf 1965 t/m 1998 bestrijkt en waarbij alle genres voorbijkomen, elektrische blues, akoestische country/folk blues, cajun, calypso, reggae, soul, jazz, caribbean etc.
voor wie het weten/lezen wil deze compilatie met 54 nummers met 15 niet eerder voornamelijk live uitgebrachte opnames is als volgt samengesteld:
cd 1 (nummers 1 t/m 16)
track 1 van album "The Real Thing" (1971)
2,3,4 unreleased van The Rolling Stones album "Rock And Roll Circus" (1996)
5,10,12 van "Ooh So Good 'N Blues" (1973)
6,7 van "The Natch'l Blues" (1968)
8 van "Giant Step" (1969)
9,16 van "De Ole Folks At Home" (1969)
11 unreleased from the Giant Step sessions
13 van "Recycling The Blues & Other Related Stuff" (1972)
14 unreleased (1971)
15 van "Taj Mahal" (1967)
cd-2 (nummers 17 t/m 35)
17 van "Happy Just To Be Like I Am" (1971)
18 van "Recycling The Blues & Other Related Stuff" (1972)
19,20,22,23,24 unreleased live with The Pointer Sisters (1971,1973)
21 van "The Real Thing" (1971)
25 van "Ooh So Good 'N Blues" (1973)
26 unreleased (1971)
27,28 van "Rising Sons" (recorded 1965/1966)
29 van "Giant Step" (1969)
30 live at the Fillmore West van "Fillmore The Last Days" (1972)
31 unreleased from the Giant Step sessions (1969)
32 van "The Real Thing" (1971)
33,34,35 unreleased live from "Austin City Limits" (1993)
cd-3 (nummers 36 t/m 54)
36 van "Music Keeps Me Together" (1975)
37,38 van "Happy Just To Be Like I Am" (1971)
39,40,41 van "Mo' Roots" (1974)
42,43 van "Taj" (1980)
44,45 van "Mule Bone" (1991)
46 van de soundtrack "Brothers" (1977)
47 van "Evolution (The Most Recent) (1977)
48 van "Music Fuh Ya" (1975)
49 van "Shakin' A Tailfeather" (various artists) (1997)
50,51 van "Music For Little People" (recorded 1972)
52 van "Senor Blues" (1997)
53 van "The Natch'l Blues (1968)
54 van "Giant Step" (1969)
met name cd's 1 en 2 zijn de moeite van het beluisteren waard vanwege de 15 "unreleased" opnames, waaronder 5 nummers met live opnames met The Pointer Sisters, t.w. "Fishin' Blues", "Nobody's Business but My Own", "Little Red Hen Blues", de traditional Mary Don't You Weep" ook bekend van de Bruce Springsteen cover (album "We Shall Overcome (The Seeger Sessions)" en het aloude "Sweet Home Chicago".
voor wie het weten/lezen wil deze compilatie met 54 nummers met 15 niet eerder voornamelijk live uitgebrachte opnames is als volgt samengesteld:
cd 1 (nummers 1 t/m 16)
track 1 van album "The Real Thing" (1971)
2,3,4 unreleased van The Rolling Stones album "Rock And Roll Circus" (1996)
5,10,12 van "Ooh So Good 'N Blues" (1973)
6,7 van "The Natch'l Blues" (1968)
8 van "Giant Step" (1969)
9,16 van "De Ole Folks At Home" (1969)
11 unreleased from the Giant Step sessions
13 van "Recycling The Blues & Other Related Stuff" (1972)
14 unreleased (1971)
15 van "Taj Mahal" (1967)
cd-2 (nummers 17 t/m 35)
17 van "Happy Just To Be Like I Am" (1971)
18 van "Recycling The Blues & Other Related Stuff" (1972)
19,20,22,23,24 unreleased live with The Pointer Sisters (1971,1973)
21 van "The Real Thing" (1971)
25 van "Ooh So Good 'N Blues" (1973)
26 unreleased (1971)
27,28 van "Rising Sons" (recorded 1965/1966)
29 van "Giant Step" (1969)
30 live at the Fillmore West van "Fillmore The Last Days" (1972)
31 unreleased from the Giant Step sessions (1969)
32 van "The Real Thing" (1971)
33,34,35 unreleased live from "Austin City Limits" (1993)
cd-3 (nummers 36 t/m 54)
36 van "Music Keeps Me Together" (1975)
37,38 van "Happy Just To Be Like I Am" (1971)
39,40,41 van "Mo' Roots" (1974)
42,43 van "Taj" (1980)
44,45 van "Mule Bone" (1991)
46 van de soundtrack "Brothers" (1977)
47 van "Evolution (The Most Recent) (1977)
48 van "Music Fuh Ya" (1975)
49 van "Shakin' A Tailfeather" (various artists) (1997)
50,51 van "Music For Little People" (recorded 1972)
52 van "Senor Blues" (1997)
53 van "The Natch'l Blues (1968)
54 van "Giant Step" (1969)
met name cd's 1 en 2 zijn de moeite van het beluisteren waard vanwege de 15 "unreleased" opnames, waaronder 5 nummers met live opnames met The Pointer Sisters, t.w. "Fishin' Blues", "Nobody's Business but My Own", "Little Red Hen Blues", de traditional Mary Don't You Weep" ook bekend van de Bruce Springsteen cover (album "We Shall Overcome (The Seeger Sessions)" en het aloude "Sweet Home Chicago".
Taj Mahal - Like Never Before (1991)

3,0
2
geplaatst: 28 maart, 15:04 uur
net als de voorganger "Taj" (1987) een wat overgeproduceerd album met iets teveel easy listening/mainstream blues vermengd met pop en andere invloeden. de 1e twee nummers geproduceerd door Daryl Hall zijn inderdaad tenenkrommend, maar ook daarna vliegt het een beetje alle kanten op, zoals op de gepolijste reggae sound van "Scattered" en het rammelende "Squat That Rabbit" met "programming" van Joe Nicolo en d.j. Jazzy Jeff. ook het gladde "Take All the Time You Need" (Jerry Williams) is een flinke mispeer.
de verrassende John Martyn cover "Love Up" met zang van The Pointer Sisters en David Lindley (lap steel) en Paul Barrere (guitar) krijgt hier een stevig rockende versie maar doet slechts verlangen naar het origineel.
het melodieuze "Every Wind (In the River)" en de blues klassieker "Blues with a Feeling" (Walter Jacobs aka Little Walter) in een klein gehouden uitvoering met een heerlijke lap steel partij van Sonny Rhodes zijn een 2-tal betere nummers, maar de echte sterkhouders zijn het trio nummers die dit album afsluiten.
het album wordt min of meer gered door deze 3 nieuw opgenomen klassiekers, waarvan 2 van eigen hand, de up-tempo r&b van "Cakewalk Into Town" met blazerssectie inclusief tuba, het als een r&b piano ballad gespeelde "Big Legged Mamas" en het met vrolijke Caribische klanken ingekleurde "Take a Giant Step" een nummer van het legendarische songwriter's duo Gerry Goffin & Carole King.
dit album had in een meer klein gehouden productie, zoals te horen op nummers als "Blues with a Feeling" en "Take a Giant Step" zoveel beter kunnen uitpakken. beetje zonde.
onder het legertje sessiemuzikanten bevinden zich o.a. Mark Jordan (toetsen), Dr. John (piano), Rudy Costa (soprano sax), Hiram Bullock (guitar) en oudgediende Howard Johnson (baritone sax, cornet, tuba).
de verrassende John Martyn cover "Love Up" met zang van The Pointer Sisters en David Lindley (lap steel) en Paul Barrere (guitar) krijgt hier een stevig rockende versie maar doet slechts verlangen naar het origineel.
het melodieuze "Every Wind (In the River)" en de blues klassieker "Blues with a Feeling" (Walter Jacobs aka Little Walter) in een klein gehouden uitvoering met een heerlijke lap steel partij van Sonny Rhodes zijn een 2-tal betere nummers, maar de echte sterkhouders zijn het trio nummers die dit album afsluiten.
het album wordt min of meer gered door deze 3 nieuw opgenomen klassiekers, waarvan 2 van eigen hand, de up-tempo r&b van "Cakewalk Into Town" met blazerssectie inclusief tuba, het als een r&b piano ballad gespeelde "Big Legged Mamas" en het met vrolijke Caribische klanken ingekleurde "Take a Giant Step" een nummer van het legendarische songwriter's duo Gerry Goffin & Carole King.
dit album had in een meer klein gehouden productie, zoals te horen op nummers als "Blues with a Feeling" en "Take a Giant Step" zoveel beter kunnen uitpakken. beetje zonde.
onder het legertje sessiemuzikanten bevinden zich o.a. Mark Jordan (toetsen), Dr. John (piano), Rudy Costa (soprano sax), Hiram Bullock (guitar) en oudgediende Howard Johnson (baritone sax, cornet, tuba).
Taj Mahal - Live & Direct (1987)

2,5
0
geplaatst: 22 augustus 2025, 02:39 uur
dit live album verscheen oorspronkelijk in 1979 als LP met 6 nummers in een beperkte oplage. de uitgave op cd (1991 label Thunderbolt) met een andere hoes als hierboven bevat 9 nummers.
een merkwaardig allegaartje aan stijlen o.a. calypso, disco, funk, reggae & r&b komt voorbij dus voor de liefhebber van zijn country/folk blues albums valt hier weinig te genieten. ook de prominente rol van de steel drums partijen van Robert Greenidge en de slechte productie spelen dit album parten.
"Jorge Ben" is een eerbetoon aan de gelijknamige Braziliaanse zanger/componist, zoals "Reggae No. 1" als een eerbetoon aan Bob Marley is. de versies van 2 nummers "You're Gonna Need Somebody" (Trad/Blind Willie Johnson) en "Take a Giant Step" (Gerry Goffin/Carole King) zouden je bijna doen vergeten hoe goed de originele versies zijn op het album "Giant Step".
in combinatie met de overige matige songs en de uitvoeringen daarvan niet meer dan 3 sterren.
Album werd geproduceerd door Ed Wodenjak & Taj Mahal
Recorded live (direct cut) May 10th, 1979 at Crystal Clear Studios
een merkwaardig allegaartje aan stijlen o.a. calypso, disco, funk, reggae & r&b komt voorbij dus voor de liefhebber van zijn country/folk blues albums valt hier weinig te genieten. ook de prominente rol van de steel drums partijen van Robert Greenidge en de slechte productie spelen dit album parten.
"Jorge Ben" is een eerbetoon aan de gelijknamige Braziliaanse zanger/componist, zoals "Reggae No. 1" als een eerbetoon aan Bob Marley is. de versies van 2 nummers "You're Gonna Need Somebody" (Trad/Blind Willie Johnson) en "Take a Giant Step" (Gerry Goffin/Carole King) zouden je bijna doen vergeten hoe goed de originele versies zijn op het album "Giant Step".
in combinatie met de overige matige songs en de uitvoeringen daarvan niet meer dan 3 sterren.
Album werd geproduceerd door Ed Wodenjak & Taj Mahal
Recorded live (direct cut) May 10th, 1979 at Crystal Clear Studios
Taj Mahal - Mkutano (2005)
Alternatieve titel: Mkutano Meets the Culture Musical Club of Zanzibar

4,0
1
geplaatst: 16 augustus 2025, 02:11 uur
Mkutano is Swahili voor bijeenkomst. in dit geval betreft het een muzikale samenwerking van het Amerikaanse Taj Mahal trio, Taj Mahal (banjo, guitar, vocals), Bill Rich (electric bass) en Kester Smith (drums) met het multi-culturele gezelschap "The Culture Musical Club of Zanzibar" opgericht in 1958 in Zanzibar, een instituut in eigen land die zich hebben bekwaamd op Europese instrumenten als accordeon en viool en traditionele instrumenten zoals de oud (een soort van luit), qanun (zither) en de nai-fluit, aangevuld met percussie (bongos, doumbek) en vocalisten.
op dit album staan 6 Taj Mahal composities waarvan 2 co-written en 3 nummers (2,5 en 9) van musici uit Zanzibar, waarop hun "Taarab" muziek met Arabische, Indiase en Afrikaanse invloeden wordt vermengd met Amerikaanse country/folk blues, waarbij te denken valt aan de sound van mensen als Mississippi John Hurt en Sleepy John Estes aan wie Taj Mahal zich schatplichtig voelt.
waar "Dhow Countries" en "Catfish Blues" vrij traditionele blues laten horen in de typische Taj Mahal stijl, zijn een aantal nummers voorzien van de "Taarab" klanken, waarbij nummers als "Naahidi Kulienzi" met zang van Makame Faki en een vrouwenkoor en "Mpunga" met zang van Rukia Ramadhani en het spel van 3 lokale violisten bij mij beelden oproepen van de Efteling attractie Fata Morgana, maar dat terzijde.
de 3 instrumentale nummers "Zanzibar", "Mkutano" met Caribbean invloeden en "M'Banjo" met fraai banjo spel van Taj Mahal luisteren lekker weg, evenals het aanstekelijke, melodieuze "Muhoga Wa Jang'ombe" met zang van zangeres Bikidude (een legende in eigen land) en de blues van "Done Changed My Way of Living" waarop Taj Mahal de lead vocalen deelt met eveneens Bikidude.
Album werd geproduceerd door Petra Hanisch
Recorded September 13 - 17, 2003 at Culture Musical Club of Zanzibar, Stonetown, Zanzibar
deelcitaat uit de liner notes (Adrian Wolfen):
"For many years Zanzibar has been the focal point of a particular economical and cultural transfer. Merchants, seafarers, slave-traders and refugees from the Arabian peninsula, people from Africa, from the Persian Gulf and from India have met here, have mingled with one another in pursuit of their interests and left their traces. Could an Afro-American world-blues musician like Taj Mahal be able to resist the magnetism exuding from this confrontation between Africa and The Orient, India and Europe?"
"Taarab" was the music once played at the court of the Sultan's palace; with noble strains it lulled the listener into deep contemplation. Now it is mixed with street rhyhms to which people can dance and their bodies sway. Movement and encounter, that is an apt description of Culture Musical Club's music"
op dit album staan 6 Taj Mahal composities waarvan 2 co-written en 3 nummers (2,5 en 9) van musici uit Zanzibar, waarop hun "Taarab" muziek met Arabische, Indiase en Afrikaanse invloeden wordt vermengd met Amerikaanse country/folk blues, waarbij te denken valt aan de sound van mensen als Mississippi John Hurt en Sleepy John Estes aan wie Taj Mahal zich schatplichtig voelt.
waar "Dhow Countries" en "Catfish Blues" vrij traditionele blues laten horen in de typische Taj Mahal stijl, zijn een aantal nummers voorzien van de "Taarab" klanken, waarbij nummers als "Naahidi Kulienzi" met zang van Makame Faki en een vrouwenkoor en "Mpunga" met zang van Rukia Ramadhani en het spel van 3 lokale violisten bij mij beelden oproepen van de Efteling attractie Fata Morgana, maar dat terzijde.
de 3 instrumentale nummers "Zanzibar", "Mkutano" met Caribbean invloeden en "M'Banjo" met fraai banjo spel van Taj Mahal luisteren lekker weg, evenals het aanstekelijke, melodieuze "Muhoga Wa Jang'ombe" met zang van zangeres Bikidude (een legende in eigen land) en de blues van "Done Changed My Way of Living" waarop Taj Mahal de lead vocalen deelt met eveneens Bikidude.
Album werd geproduceerd door Petra Hanisch
Recorded September 13 - 17, 2003 at Culture Musical Club of Zanzibar, Stonetown, Zanzibar
deelcitaat uit de liner notes (Adrian Wolfen):
"For many years Zanzibar has been the focal point of a particular economical and cultural transfer. Merchants, seafarers, slave-traders and refugees from the Arabian peninsula, people from Africa, from the Persian Gulf and from India have met here, have mingled with one another in pursuit of their interests and left their traces. Could an Afro-American world-blues musician like Taj Mahal be able to resist the magnetism exuding from this confrontation between Africa and The Orient, India and Europe?"
"Taarab" was the music once played at the court of the Sultan's palace; with noble strains it lulled the listener into deep contemplation. Now it is mixed with street rhyhms to which people can dance and their bodies sway. Movement and encounter, that is an apt description of Culture Musical Club's music"
Taj Mahal - Mo' Roots (1974)

4,5
1
geplaatst: 19 augustus 2025, 02:00 uur
je zou "Mo Roots" inderdaad een ideaal hangmat plaatje kunnen noemen. als je de Taj Mahal verzamelaar "World Music" in huis zou halen heb je de 6 beste nummers van dit album te pakken en sla je met de beste nummers van het album "Music Keeps Me Together" (1975) 2 vliegen in 1 klap.
"Johnny Too Bad" en "Blackjack Davey" zijn fraaie swingende up-tempo nummers, het heerlijk loom wiegende "Cajun Waltz" en de cover van "Slave Driver" (Bob Marley) doet het origineel eer aan, maar het echte prijsnummer is het prachtig, ingetogen akoestisch gespeelde "Clara (St. Kitts Woman)" een eerbetoon aan zijn West-Indische grootmoeder die afkomstig was van het eiland Saint Kitts.
de 2 iets mindere nummers "Big Mama" en "Why Did You Have to Desert Me" ontbreken op de verzamelaar "World Music".
"Johnny Too Bad" en "Blackjack Davey" zijn fraaie swingende up-tempo nummers, het heerlijk loom wiegende "Cajun Waltz" en de cover van "Slave Driver" (Bob Marley) doet het origineel eer aan, maar het echte prijsnummer is het prachtig, ingetogen akoestisch gespeelde "Clara (St. Kitts Woman)" een eerbetoon aan zijn West-Indische grootmoeder die afkomstig was van het eiland Saint Kitts.
de 2 iets mindere nummers "Big Mama" en "Why Did You Have to Desert Me" ontbreken op de verzamelaar "World Music".
Taj Mahal - Music Fuh Ya' (Music Para Tu) (1977)

4,5
3
geplaatst: 19 augustus 2025, 01:43 uur
van de 5 albums die Taj Mahal in de seventies maakte met muziek in het genre calypso, reggae en Caribische (West-Indische) invloeden is dit samen met "Mo' Roots" (1974) naar mijn mening de beste en meest toegankelijke.
8 stuk voor stuk goed in het gehoor liggende liedjes met 5 originals van Taj Mahal plus 2 covers "Freight Train", oorspronkelijk een skiffle nummer van de Schot Paul James en Engelsman Fred Williams, "The Four Mills Brothers" van Drurrie Parks, de echtgenote van Van Dyke Parks, dat eerder verscheen op de klassieker "Discover America" en een nummer "Curry" van bandlid Ray Fitzpatrick.
een sfeervol, zonnig album zonder zwakke nummers met als hoogtepunten "Freight Train" en het aanstekelijke "Sailin' into Walker's Cay" met fraaie steel drums.
de albums "Music Keeps Me Together", "Satisfied 'N Tickled Too" en "Evolution (The Most Reccent)" in dezelfde sfeer bevatten alle een aantal memorabele liedjes, maar halen niet het niveau van "Music Fuh Ya" of "Mo' Roots".
Album werd geproduceerd door Taj Mahal
Recorded at Blue Bear Studios, San Francisco
Taj Mahal: acoustic guitars, mandolin, harmonica, banjo
Rudy Costa: alto, tenor & saxophone sax, alto clarinet, flute, kalimba, saxello, piano
Kester Smith: trap drums, percussion
Larry McDonald: congas, percussion, piano (track 4)
Kwasi (Rocki) Dzidzornu: congas, percussion
Robert Greenidge: steel drums
Ray Fitzpatrick: bass, acoustic guitar, organ (track
8 stuk voor stuk goed in het gehoor liggende liedjes met 5 originals van Taj Mahal plus 2 covers "Freight Train", oorspronkelijk een skiffle nummer van de Schot Paul James en Engelsman Fred Williams, "The Four Mills Brothers" van Drurrie Parks, de echtgenote van Van Dyke Parks, dat eerder verscheen op de klassieker "Discover America" en een nummer "Curry" van bandlid Ray Fitzpatrick.
een sfeervol, zonnig album zonder zwakke nummers met als hoogtepunten "Freight Train" en het aanstekelijke "Sailin' into Walker's Cay" met fraaie steel drums.
de albums "Music Keeps Me Together", "Satisfied 'N Tickled Too" en "Evolution (The Most Reccent)" in dezelfde sfeer bevatten alle een aantal memorabele liedjes, maar halen niet het niveau van "Music Fuh Ya" of "Mo' Roots".
Album werd geproduceerd door Taj Mahal
Recorded at Blue Bear Studios, San Francisco
Taj Mahal: acoustic guitars, mandolin, harmonica, banjo
Rudy Costa: alto, tenor & saxophone sax, alto clarinet, flute, kalimba, saxello, piano
Kester Smith: trap drums, percussion
Larry McDonald: congas, percussion, piano (track 4)
Kwasi (Rocki) Dzidzornu: congas, percussion
Robert Greenidge: steel drums
Ray Fitzpatrick: bass, acoustic guitar, organ (track

Taj Mahal - Music Keeps Me Together (1975)

3,5
1
geplaatst: 19 augustus 2025, 16:16 uur
wederom niet de van Taj Mahal vertrouwde country/folk blues klanken uit zijn vroege periode, maar een mix van calypso, reggae en Caribische muziek met een vleugje jazz en soul.
6 nummers van dit album (1,2,6,7,8 en 9) verschenen op de voorbeeldige verzamelaar "World Music" en dat zijn wat mij betreft de beste nummers, o.a. de covers "Brown-Eyed Handsome Man" (Chuck Berry), "Roll, Turn, Spin" (Joseph Spence) en het door Taj Mahal zelf geschreven "When I Feel the Sea Beneath My Soul".
ook zijn versie van de oude blues klassieker "Further on Down the Road" vooral bekend van de versie van Eric Clapton wil beklijven.
de zwakke melodie van "Dear Ladies", "Aristocracy" met spoken words van Inshirah Mahal en het jazzy "Why...and We Repeat Why? doen dat een stuk minder.
dit album haalt niet het niveau van zijn albums "Mo' Roots" of "Music Fuh Ya" waar heel wat beter songmateriaal op staat.
Album werd geproduceerd door Taj Mahal
Recorded at CBS Studios, San Francisco
6 nummers van dit album (1,2,6,7,8 en 9) verschenen op de voorbeeldige verzamelaar "World Music" en dat zijn wat mij betreft de beste nummers, o.a. de covers "Brown-Eyed Handsome Man" (Chuck Berry), "Roll, Turn, Spin" (Joseph Spence) en het door Taj Mahal zelf geschreven "When I Feel the Sea Beneath My Soul".
ook zijn versie van de oude blues klassieker "Further on Down the Road" vooral bekend van de versie van Eric Clapton wil beklijven.
de zwakke melodie van "Dear Ladies", "Aristocracy" met spoken words van Inshirah Mahal en het jazzy "Why...and We Repeat Why? doen dat een stuk minder.
dit album haalt niet het niveau van zijn albums "Mo' Roots" of "Music Fuh Ya" waar heel wat beter songmateriaal op staat.
Album werd geproduceerd door Taj Mahal
Recorded at CBS Studios, San Francisco
Taj Mahal - Phantom Blues (1996)

4,0
2
geplaatst: 1 april, 02:18 uur
na de gladde, gepolijste producties van voorgangers als "Taj" en "Like Never Before" is dit album een soort van "return to form" van Taj Mahal.
slechts 1 eigen liedje, de sterke country blues opener "Lovin' in My Baby's Eyes" met een heerlijke harmonica partij en voor het overige allemaal covers van r&b grootheden uit het verleden en o.a. een 2-tal liedjes van de uit New Orleans afkomstige toetsenist/componist Jon Cleary, bekend van zijn samenwerking met Bonnie Raitt. veel songs van dit album gaan terug naar de r&b sound van New Orleans (Louisiana) en die invloed is op een flink aantal nummers prominent aanwezig.
"Here in the Dark" (Bernard Anders) is een nummer dat voor het eerst in 1953 werd opgenomen door T-Bone Walker met een geweldige lead gitaar partij van Eric Clapton. een kunstje dat hij herhaalt op de blues klassieker "Love Her with a Feeling" (Sonny Thompson/Freddie King).
Bonnie Raitt is met haar backing vocals te horen op het stevig swingende "I Need Your Loving". het veel gecoverde "Ooh Poo Pah Doo" (Jessie Hill) is een onvervalste r&b boogie.
andere veel gecoverde r&b/soul klassiekers zijn "Lonely Avenue" van de vermaarde songwriter Doc Pomus (o.a. gecoverd door The Animals, Ray Charles, Everly Brothers, Van Morrison) en "What Am I Living For" (o.a. Ray Charles, Chuck Willis, Percy Sledge en Everly Brothers) dat een lekkere, lome uitvoering krijgt. een rustpuntje samen met de ballad "Don't Tell Me" een nummer van de Nashville songwriter Pat McLaughlin, die samen met John Prine meerdere nummers schreef voor zijn laatste studio album "The Tree of Forgiveness".
het swingend, wiegende "Let the Four Winds Blow" (Dave Bartholomew/Antoine "Fats" Domino) is (h)eerlijke New Orleans r&b met lichte cajun invloeden met accordeon spel van David Hidalgo (Los Lobos). het album sluit af met de stevige bluesrock van "The Car of Your Dreams".
de liefhebber van zijn meer ingetogen albums uit de eind 60's/begin 70's met akoestische/elektrische country/folk blues zal deze muziek verrijkt met een blazerssectie en koortjes wellicht minder aanspreken.
Album werd geproduceerd door John Porter
Recorded at Sound City Studios, Van Nuys, California
slechts 1 eigen liedje, de sterke country blues opener "Lovin' in My Baby's Eyes" met een heerlijke harmonica partij en voor het overige allemaal covers van r&b grootheden uit het verleden en o.a. een 2-tal liedjes van de uit New Orleans afkomstige toetsenist/componist Jon Cleary, bekend van zijn samenwerking met Bonnie Raitt. veel songs van dit album gaan terug naar de r&b sound van New Orleans (Louisiana) en die invloed is op een flink aantal nummers prominent aanwezig.
"Here in the Dark" (Bernard Anders) is een nummer dat voor het eerst in 1953 werd opgenomen door T-Bone Walker met een geweldige lead gitaar partij van Eric Clapton. een kunstje dat hij herhaalt op de blues klassieker "Love Her with a Feeling" (Sonny Thompson/Freddie King).
Bonnie Raitt is met haar backing vocals te horen op het stevig swingende "I Need Your Loving". het veel gecoverde "Ooh Poo Pah Doo" (Jessie Hill) is een onvervalste r&b boogie.
andere veel gecoverde r&b/soul klassiekers zijn "Lonely Avenue" van de vermaarde songwriter Doc Pomus (o.a. gecoverd door The Animals, Ray Charles, Everly Brothers, Van Morrison) en "What Am I Living For" (o.a. Ray Charles, Chuck Willis, Percy Sledge en Everly Brothers) dat een lekkere, lome uitvoering krijgt. een rustpuntje samen met de ballad "Don't Tell Me" een nummer van de Nashville songwriter Pat McLaughlin, die samen met John Prine meerdere nummers schreef voor zijn laatste studio album "The Tree of Forgiveness".
het swingend, wiegende "Let the Four Winds Blow" (Dave Bartholomew/Antoine "Fats" Domino) is (h)eerlijke New Orleans r&b met lichte cajun invloeden met accordeon spel van David Hidalgo (Los Lobos). het album sluit af met de stevige bluesrock van "The Car of Your Dreams".
de liefhebber van zijn meer ingetogen albums uit de eind 60's/begin 70's met akoestische/elektrische country/folk blues zal deze muziek verrijkt met een blazerssectie en koortjes wellicht minder aanspreken.
Album werd geproduceerd door John Porter
Recorded at Sound City Studios, Van Nuys, California
Taj Mahal - Recycling the Blues & Other Related Stuff (1972)

4,0
1
geplaatst: 19 augustus 2025, 02:51 uur
op de hoes staat de nog jonge, inmiddels 83-jarige Taj Mahal afgebeeld met 1 van zijn inspiratiebronnen, de country blues legende Mississippi John Hurt. een foto die in 1964 genomen werd tijdens het Newport Folk Festival. de muziek op "Recycling the Blues" ligt in dezelfde lijn ofwel country blues met wat folk invloeden.
op dit album staan 7 akoestische live gespeelde, sfeervolle solo opnames, met 5 instrumentale nummers "Conch" en "Conch Close" door Taj Mahal gespeeld op het wind instrument schelphoorn, "Kalimba" een Afrikaans muziekinstrument ook wel duimpiano genoemd en "M'Banjo". de overige 4 nummers (8 t/m 11) werden in de studio opgenomen. op "Bound to Love Me Some", "M'Banjo" en met name "Ricochet" excelleert Taj Mahal met zijn weergaloze spel op steel-bodied gitaar en banjo.
alle eigen nummers waarvan 1 "Corinna" co-written met Jesse Ed Davis plus de traditionals "Bound to Love Me Some"en het aloude "Sweet Home Chicago", dat ooit voor het eerst werd opgenomen door een andere blueslegende Robert Johnson en hier een swingende versie krijgt met fraaie backing vocals van The Pointer Sisters. ook op "Texas Woman Blues" zijn The Pointer Sisters te horen.
het album sluit af met het eveneens instrumentale "Gitano Negro".
Album werd geproduceerd door Taj Mahal
Recorded live at the Fillmore West and at Columbia's San Francisco Studios
Taj Mahal: steel-bodied guitar, kalimba, banjo, conch, hand claps, upright bass
Howard Johnson: hand claps, tuba (Cakewalk into Town)
op dit album staan 7 akoestische live gespeelde, sfeervolle solo opnames, met 5 instrumentale nummers "Conch" en "Conch Close" door Taj Mahal gespeeld op het wind instrument schelphoorn, "Kalimba" een Afrikaans muziekinstrument ook wel duimpiano genoemd en "M'Banjo". de overige 4 nummers (8 t/m 11) werden in de studio opgenomen. op "Bound to Love Me Some", "M'Banjo" en met name "Ricochet" excelleert Taj Mahal met zijn weergaloze spel op steel-bodied gitaar en banjo.
alle eigen nummers waarvan 1 "Corinna" co-written met Jesse Ed Davis plus de traditionals "Bound to Love Me Some"en het aloude "Sweet Home Chicago", dat ooit voor het eerst werd opgenomen door een andere blueslegende Robert Johnson en hier een swingende versie krijgt met fraaie backing vocals van The Pointer Sisters. ook op "Texas Woman Blues" zijn The Pointer Sisters te horen.
het album sluit af met het eveneens instrumentale "Gitano Negro".
Album werd geproduceerd door Taj Mahal
Recorded live at the Fillmore West and at Columbia's San Francisco Studios
Taj Mahal: steel-bodied guitar, kalimba, banjo, conch, hand claps, upright bass
Howard Johnson: hand claps, tuba (Cakewalk into Town)
Taj Mahal - Señor Blues (1997)

3,5
3
geplaatst: 30 maart, 15:59 uur
"Senor Blues" van de onvolprezen Taj Mahal vliegt qua stijlen een beetje alle kanten op. slow blues nummers als "I Miss You Baby" en "21st Century etc" worden afgewisseld met de soul blues van 2 soul klassiekers "Think" bekend in de versie van James Brown en "Mr. Pitiful" (Steve Cropper/Otis Redding), de r&b boogie van "Having a Real Bad Day" (Delbert McClinton/John Jarvis) en "You Rascal You", de jazz/blues van "Senor Blues" (Horace Silver) en "Mind Your Own Business" een nummer van country legende Hank Williams en funky, swingende nummers als "Oh Lord etc" en "At Last" (een Marvin Gaye cover).
hoor de man het liefst in de meer klein gehouden country/folk blues getinte nummers, zoals zijn eigen sterke opener "Queen Bee" die helaas in de minderheid zijn op dit ietwat overgeproduceerde album met prominent aanwezige koortjes en de nadrukkelijk aanwezige "Texacali Horns".
de muzikanten op dit album:
Taj Mahal: vocals, harmonica, dobro, kazoo
Tony Braunagel: drums, percussion, tambourine
Larry Fulcher: bass
Jon Cleary: piano, Wurlitzer piano
Johnny Lee Schell: guitar
Mick Weaver: B-3 organ
Album werd geproduceerd door John Porter
Recorded at Cherokee Studios, Los Angeles, California
hoor de man het liefst in de meer klein gehouden country/folk blues getinte nummers, zoals zijn eigen sterke opener "Queen Bee" die helaas in de minderheid zijn op dit ietwat overgeproduceerde album met prominent aanwezige koortjes en de nadrukkelijk aanwezige "Texacali Horns".
de muzikanten op dit album:
Taj Mahal: vocals, harmonica, dobro, kazoo
Tony Braunagel: drums, percussion, tambourine
Larry Fulcher: bass
Jon Cleary: piano, Wurlitzer piano
Johnny Lee Schell: guitar
Mick Weaver: B-3 organ
Album werd geproduceerd door John Porter
Recorded at Cherokee Studios, Los Angeles, California
Taj Mahal - Taj (1987)

2,5
2
geplaatst: 7 februari, 16:10 uur
de opvolger van het sterke "Music Fuh Ya" en iets mindere "Evolution (The Most Recent)" verscheen 10 jaar na die albums waarop hij een fraaie mix van calypso, reggae, Latin en Caribische (West-Indische) muziek ten gehore bracht. het geweldige "Mo Roots" deed dat al eerder.
op "Taj" zet hij die lijn voort maar helaas verzand het in een veel te gladde productie met veel minder aansprekende songs. een soort van easy listening/mainstream muziek met dominante synthesizers en steel drums.
van de 5 eigen nummers (2,3,5, 8 en 9) ontstijgen "Do I Love Her" en het jazzy/funky "Deed I Do" nog enigszins de middelmaat. ook de opener "Everybody is Somebody" is het beluisteren waard, hetgeen helaas niet geldt voor de overige nummers met als dieptepunten "Light of the Pacific" en "French Letter" geschreven door ene Tony Lofoti.
de credits bij dit album vermelden o.a. zijn oude muzikale maatje Jesse Ed Davis (lead gitaar) maar diens spel is niet hoorbaar aanwezig.
ben een groot bewonderaar van 's mans werk, die ooit op jonge leeftijd in de band "Rising Sons" samen speelde met Ry Cooder. met name zijn folk/blues albums uit de eind 60's en 70's belanden nog regelmatig in de speler, maar "Taj" is helaas een serieuze mispeer binnen zijn indrukwekkende oeuvre.
Album werd geproduceerd door Taj Mahal
(basic tracks recorded at Mantra Sound Studios, Kauai, Hawaii Oct-Nov 1985), additional tracks recorded at Metro Sound Ltd., Los Angeles, California)
op "Taj" zet hij die lijn voort maar helaas verzand het in een veel te gladde productie met veel minder aansprekende songs. een soort van easy listening/mainstream muziek met dominante synthesizers en steel drums.
van de 5 eigen nummers (2,3,5, 8 en 9) ontstijgen "Do I Love Her" en het jazzy/funky "Deed I Do" nog enigszins de middelmaat. ook de opener "Everybody is Somebody" is het beluisteren waard, hetgeen helaas niet geldt voor de overige nummers met als dieptepunten "Light of the Pacific" en "French Letter" geschreven door ene Tony Lofoti.
de credits bij dit album vermelden o.a. zijn oude muzikale maatje Jesse Ed Davis (lead gitaar) maar diens spel is niet hoorbaar aanwezig.
ben een groot bewonderaar van 's mans werk, die ooit op jonge leeftijd in de band "Rising Sons" samen speelde met Ry Cooder. met name zijn folk/blues albums uit de eind 60's en 70's belanden nog regelmatig in de speler, maar "Taj" is helaas een serieuze mispeer binnen zijn indrukwekkende oeuvre.
Album werd geproduceerd door Taj Mahal
(basic tracks recorded at Mantra Sound Studios, Kauai, Hawaii Oct-Nov 1985), additional tracks recorded at Metro Sound Ltd., Los Angeles, California)
Taj Mahal - Taj Mahal (1968)

4,0
3
geplaatst: 11 maart, 02:32 uur
het debuutalbum van de inmiddels 83-jarige Taj Mahal werd een kleine 60 jaar geleden in 1967 opgenomen toen de man 25 jaar oud was.
een heerlijk blues (rock) album dat de tand des tijds heeft weerstaan, waarover Taj Mahal in de liner notes destijds opmerkte "This is the music I feel at home with. Those older guys...they know. Now I really dig Dylan, but I don't play much of that. Dylan, though, he's one of the twentieth-century greats".
van "those older guys" covert hij o.a. 3 nummers (1,4 en 7) van country blues man Sleepy John Estes, van wie ook Ry Cooder meerdere nummers coverde, het funky swingende "Checkin' Up on My Baby" (Sonny Boy Williamson) en "Dust My Broom" van de Delta blues legende Robert Johnson.
het lekker stuwende "Statesboro Blues" (Willie McTell) met Jesse Ed Davis op slide gitaar dat later vooral bekend werd in de versie van The Allman Brothers Band, klinkt op dit debuut een stuk beter dan de versie op het in 1965/66 opgenomen album "Rising Sons" (met Ry Cooder).
de traditionals "E Z Rider" waarvan de 1e opname wordt toegeschreven aan Ma Rainey en "The Celebrated Walkin' Blues" (o.a. bekend van Son House) sluiten naadloos bij de overige nummers aan. de country blues van die afsluiter met Taj Mahal zelf op slide gitaar en harmonica en Ry Cooder op mandoline behoort tot de hoogtepunten.
(wijlen) Jesse Ed Davis zou nog op meerdere albums uit zijn beginperiode meespelen en Taj Mahal zou vele jaren later nog een fraai duo album "Get on Board" (2022) maken met zijn oude muzikale maatje Ry Cooder.
Album werd geproduceerd door David Rubinson
Jesse Ed Davis: lead guitar, slide guitar, piano
Ry Cooder: rhythm guitar, mandolin
Taj Mahal: vocals, slide guitar, harmonica
Gary Gilmore, James Thomas: bass
Charles "Chuck" Blackwell, Sanford Konikoff: drums
Bill Boatman: rhythm guitar
een heerlijk blues (rock) album dat de tand des tijds heeft weerstaan, waarover Taj Mahal in de liner notes destijds opmerkte "This is the music I feel at home with. Those older guys...they know. Now I really dig Dylan, but I don't play much of that. Dylan, though, he's one of the twentieth-century greats".
van "those older guys" covert hij o.a. 3 nummers (1,4 en 7) van country blues man Sleepy John Estes, van wie ook Ry Cooder meerdere nummers coverde, het funky swingende "Checkin' Up on My Baby" (Sonny Boy Williamson) en "Dust My Broom" van de Delta blues legende Robert Johnson.
het lekker stuwende "Statesboro Blues" (Willie McTell) met Jesse Ed Davis op slide gitaar dat later vooral bekend werd in de versie van The Allman Brothers Band, klinkt op dit debuut een stuk beter dan de versie op het in 1965/66 opgenomen album "Rising Sons" (met Ry Cooder).
de traditionals "E Z Rider" waarvan de 1e opname wordt toegeschreven aan Ma Rainey en "The Celebrated Walkin' Blues" (o.a. bekend van Son House) sluiten naadloos bij de overige nummers aan. de country blues van die afsluiter met Taj Mahal zelf op slide gitaar en harmonica en Ry Cooder op mandoline behoort tot de hoogtepunten.
(wijlen) Jesse Ed Davis zou nog op meerdere albums uit zijn beginperiode meespelen en Taj Mahal zou vele jaren later nog een fraai duo album "Get on Board" (2022) maken met zijn oude muzikale maatje Ry Cooder.
Album werd geproduceerd door David Rubinson
Jesse Ed Davis: lead guitar, slide guitar, piano
Ry Cooder: rhythm guitar, mandolin
Taj Mahal: vocals, slide guitar, harmonica
Gary Gilmore, James Thomas: bass
Charles "Chuck" Blackwell, Sanford Konikoff: drums
Bill Boatman: rhythm guitar
Taj Mahal - The Hidden Treasures 1969-1973 (2012)

4,0
0
geplaatst: 18 september 2025, 02:02 uur
heb een zwak voor de Afro-Amerikaanse bluesman Taj Mahal wiens muziek ik al ruim 50 jaar volg.
een muzikant met een enorme staat van dienst die op zijn latere albums ook experimenteerde met genres als calypso, caribbean, reggae en zelfs muziek uit Hawaï.
op deze "Hidden Treasures" staat onvervalste blues, zowel akoestisch als elektrisch gespeeld, zoals die op zijn vroege albums uit de eind 60's, begin 70's werd uitgebracht.
cd 1 (nummers 1 t/m 12) bevat alternatieve versies van oude nummers die de originele albums niet haalden en dus niet eerder in deze versies verschenen en een enkel "nieuw" nummer als de Dylan cover "I Pity the Poor Immigrant"
tracks 1 t/m 4 opnames uit 1970 met o.a. The Dixie Flyers, Jesse Ed Davis (electric guitar), Jim Dickinson (piano) en Michael Utley (organ)
tracks 5 en 6 opnames uit 1969 met o.a. Jesse Ed Davis (electric guitar & piano), Gary Gilmore (bass) en Chuck "Brother" Blackwell (drums)
tracks 7 t/m 9 opnames uit 1971 met o.a. Howard Johnson (tuba), John Hall (electric guitar), Bill Rich (bass) en John Simon (piano)
alle 9 nummers geproduceerd door David Rubinson
tracks 10 t/m 12 opnames uit 1973 met Taj Mahal (vocals, guitar, banjo & harmonica, Hoshal Wright (electric guitar) en Eric Ajaye (bass) geproduceerd door de New Orleans r&b legende Allen Toussaint
leuk om erbij te hebben maar geen essentiële uitgave, aangezien de meeste nummers reeds eerder op zijn reguliere albums verschenen.
cd 2 (nummers 13 t/m 22) bevat live opnames uit 1970 van een concert in de Royal Albert Hall, Londen waar Taj Mahal destijds opende voor zijn label maatjes Johnny Winter en Santana.
de opener "Runnin By the Riverside" (Trad) is een a-capella nummer gevolgd door het akoestische "John, Ain't It Hard" (Taj Mahal) waarna het na de band introductie losbarst met stevige, elektrische stadsblues en alle nummers daarna als een bruisende, spontane jam sessie over het voetlicht worden gebracht met 4 eigen nummers van Taj Mahal waarvan "Big Fat" co-written met Jesse Ed Davis, de traditional "Oh Susannah" plus een aantal covers "Diving Duck Blues" (Sleepy John Estes), "Checkin' Up on My Baby" (Sonny Boy Williamson) en een cover (track 21) van "Bacon Fat" (Robbie Robertson/Garth Hudson).
het is met name cd 2 met de live opnames die deze dubbelaar de moeite waard maken. alhoewel w.m.b. de ultieme live versies op zijn live klassieker "The Real Thing" staan, waar de muziek is uitgebreid met een brass band. 3 nummers van cd 2 "John, Ain't It Hard", "Sweet Mama Janisse" en "Diving Duck Blues" staan eveneens op die klassieker.
de muzikanten op "Live At the Royal Albert Hall" (April 18, 1970)
Taj Mahal: vocals, national steel-bodied guitar, harmonica
Jesse Ed Davis: electric guitar
John Simon: piano
Bill Rich: bass
James Karstein: drums
een muzikant met een enorme staat van dienst die op zijn latere albums ook experimenteerde met genres als calypso, caribbean, reggae en zelfs muziek uit Hawaï.
op deze "Hidden Treasures" staat onvervalste blues, zowel akoestisch als elektrisch gespeeld, zoals die op zijn vroege albums uit de eind 60's, begin 70's werd uitgebracht.
cd 1 (nummers 1 t/m 12) bevat alternatieve versies van oude nummers die de originele albums niet haalden en dus niet eerder in deze versies verschenen en een enkel "nieuw" nummer als de Dylan cover "I Pity the Poor Immigrant"
tracks 1 t/m 4 opnames uit 1970 met o.a. The Dixie Flyers, Jesse Ed Davis (electric guitar), Jim Dickinson (piano) en Michael Utley (organ)
tracks 5 en 6 opnames uit 1969 met o.a. Jesse Ed Davis (electric guitar & piano), Gary Gilmore (bass) en Chuck "Brother" Blackwell (drums)
tracks 7 t/m 9 opnames uit 1971 met o.a. Howard Johnson (tuba), John Hall (electric guitar), Bill Rich (bass) en John Simon (piano)
alle 9 nummers geproduceerd door David Rubinson
tracks 10 t/m 12 opnames uit 1973 met Taj Mahal (vocals, guitar, banjo & harmonica, Hoshal Wright (electric guitar) en Eric Ajaye (bass) geproduceerd door de New Orleans r&b legende Allen Toussaint
leuk om erbij te hebben maar geen essentiële uitgave, aangezien de meeste nummers reeds eerder op zijn reguliere albums verschenen.
cd 2 (nummers 13 t/m 22) bevat live opnames uit 1970 van een concert in de Royal Albert Hall, Londen waar Taj Mahal destijds opende voor zijn label maatjes Johnny Winter en Santana.
de opener "Runnin By the Riverside" (Trad) is een a-capella nummer gevolgd door het akoestische "John, Ain't It Hard" (Taj Mahal) waarna het na de band introductie losbarst met stevige, elektrische stadsblues en alle nummers daarna als een bruisende, spontane jam sessie over het voetlicht worden gebracht met 4 eigen nummers van Taj Mahal waarvan "Big Fat" co-written met Jesse Ed Davis, de traditional "Oh Susannah" plus een aantal covers "Diving Duck Blues" (Sleepy John Estes), "Checkin' Up on My Baby" (Sonny Boy Williamson) en een cover (track 21) van "Bacon Fat" (Robbie Robertson/Garth Hudson).
het is met name cd 2 met de live opnames die deze dubbelaar de moeite waard maken. alhoewel w.m.b. de ultieme live versies op zijn live klassieker "The Real Thing" staan, waar de muziek is uitgebreid met een brass band. 3 nummers van cd 2 "John, Ain't It Hard", "Sweet Mama Janisse" en "Diving Duck Blues" staan eveneens op die klassieker.
de muzikanten op "Live At the Royal Albert Hall" (April 18, 1970)
Taj Mahal: vocals, national steel-bodied guitar, harmonica
Jesse Ed Davis: electric guitar
John Simon: piano
Bill Rich: bass
James Karstein: drums
Taj Mahal - The Natch'l Blues (1968)

4,0
3
geplaatst: 17 maart, 02:52 uur
de opvolger van zijn gelijknamige debuut "Taj Mahal" verscheen een paar maanden later en ligt qua sound in het verlengde van dat debuut. niet verwonderlijk aangezien de bezetting van de band merendeels hetzelfde is als op de voorganger.
4 eigen nummers (1,3,4 en 5) van Taj Mahal die naadloos aansluiten bij de 2 traditionals "Corinna" en "The Cuckoo" plus een met country blues muzikant Yank Rachell co-written nummer "She Caught the Katy", een cover "You Don't Miss Your Water" van Stax soul zanger/componist William Bell, een eerbetoon aan Otis Redding en een cover van "Ain't That a Lot of Love" van Stax songwriter Homer Banks, een nummer waarmee de band Simpy Red in 1999 een hit scoorde.
nummers als "Good Morning Miss Brown" en "Corinna" blijven het dichtst bij akoestische country/folk blues. de overige nummers laten een steviger bandgeluid horen, zoals zijn eigen "Done Changed My Way of Living" en "She Caught the Katy" een nummer dat later verscheen op de soundtrack van/in de versie van The Blues Brothers. de heerlijk stuwende blues rock van "Going Up to the Country" zou hij later nog overtreffen met een versie op het klassieke live album "The Real Thing" (1971). 1 van de hoogtepunten samen met het spetterende, swingende "Ain't That a Lot of Love".
de re-issue op cd (Columbia/Legacy 2000) bevat 3 "previously unissued" nummers, een alternatieve versie van "The Cuckoo", de fraaie slow blues van "New Stranger Blues" (Taj Mahal) en het instrumentale "Things Are Gonna Work Out Fine". zoals op meer albums uit zijn beginperiode vervult gitarist Jesse Ed Davis op meerdere nummers een glansrol.
van de hierboven genoemde "exotische" klanken is op dit album overigens geen sprake. die invloeden (o.a. Caribisch, calypso en reggae) zouden pas later hun intrede in zijn muziek doen.
Album werd geproduceerd door David Rubinson
Recorded May & October 1968
Taj Mahal: harmonica, National steel-bodied guitar, vocals
Jesse Edwin Davis: guitar, piano & brass arrangements
Gary Gilmore: bass
Chuck Blackwell: drums
+
Al Kooper: piano
Earl Palmer: drums
4 eigen nummers (1,3,4 en 5) van Taj Mahal die naadloos aansluiten bij de 2 traditionals "Corinna" en "The Cuckoo" plus een met country blues muzikant Yank Rachell co-written nummer "She Caught the Katy", een cover "You Don't Miss Your Water" van Stax soul zanger/componist William Bell, een eerbetoon aan Otis Redding en een cover van "Ain't That a Lot of Love" van Stax songwriter Homer Banks, een nummer waarmee de band Simpy Red in 1999 een hit scoorde.
nummers als "Good Morning Miss Brown" en "Corinna" blijven het dichtst bij akoestische country/folk blues. de overige nummers laten een steviger bandgeluid horen, zoals zijn eigen "Done Changed My Way of Living" en "She Caught the Katy" een nummer dat later verscheen op de soundtrack van/in de versie van The Blues Brothers. de heerlijk stuwende blues rock van "Going Up to the Country" zou hij later nog overtreffen met een versie op het klassieke live album "The Real Thing" (1971). 1 van de hoogtepunten samen met het spetterende, swingende "Ain't That a Lot of Love".
de re-issue op cd (Columbia/Legacy 2000) bevat 3 "previously unissued" nummers, een alternatieve versie van "The Cuckoo", de fraaie slow blues van "New Stranger Blues" (Taj Mahal) en het instrumentale "Things Are Gonna Work Out Fine". zoals op meer albums uit zijn beginperiode vervult gitarist Jesse Ed Davis op meerdere nummers een glansrol.
van de hierboven genoemde "exotische" klanken is op dit album overigens geen sprake. die invloeden (o.a. Caribisch, calypso en reggae) zouden pas later hun intrede in zijn muziek doen.
Album werd geproduceerd door David Rubinson
Recorded May & October 1968
Taj Mahal: harmonica, National steel-bodied guitar, vocals
Jesse Edwin Davis: guitar, piano & brass arrangements
Gary Gilmore: bass
Chuck Blackwell: drums
+
Al Kooper: piano
Earl Palmer: drums
Taj Mahal - The Real Thing (1971)

4,5
1
geplaatst: 25 augustus 2025, 16:11 uur
het toepasselijk getitelde "The Real Thing" is en blijft wat mij betreft het ultieme live album van de inmiddels 83-jarige Taj Mahal. de muziek staat ruim 50 jaar later nog steeds als een huis.
inderdaad geen exotische muzikale invloeden of reggae op deze dubbelaar, maar country-folk/blues en door de toevoeging van een brass band big city blues vermengd met vleugjes ragtime, soul en jazz.
8 Taj Mahal originals waarvan een aantal co-written plus covers, de akoestische opener "Fishin' Blues", een nummer van countryblues legende Henry Thomas, het groovy stuwende "You're Going to Need Somebody on Your Bond" van Blind Willie Johnson en "Diving Duck Blues" van een andere blueslegende Sleepy John Estes, van wie ook Ry Cooder meerdere nummers coverde.
het eveneens akoestische "Tom and Sally Drake" laat een merkwaardige mix horen van banjo en tuba die wonderwel goed uitpakt. op "John Ain' It Hard wordt wat gas terug genomen, waarna het los gaat met de 2 uitbundig swingende slotnummers (10 en 11).
user kistenkuif heeft het hierboven al eerder goed omschreven "dat maakt van deze levendige concertregistratie een waar feest".
Recorded February 13, 1971 at the Fillmore East, New York
deelcitaat uit de liner notes (Stanley Crouch)
"What this particular artist wanted was the sound of the entire sweep of blues at his command. In a certain way, he wasn't thinking about playing a particular kind of blues. He was concerned with doing the very best blues he could do, country and city. He had hit upon the approach of singing something with no more than the air itself to accompany him, or with the guitar, or with an ensemble that rubbed up against what had happened in Chicago, when some of the soul of Mississippi went North. Or, in yet another surprise direction, he might stretch back to things that reminded one of the ragtime area, then reach for something that reminded one of the great Percy Mayfield. There was nothing to stop him from calling upon the sound that was making Otis Redding such a favorite of the time. By the time he got to this recording, Taj Mahal had established himself as an artist from whom one should be willing to expect the well-grounded, foot-patting, stomping, shuffling, rocking, but at the same time, the unconventional"
inderdaad geen exotische muzikale invloeden of reggae op deze dubbelaar, maar country-folk/blues en door de toevoeging van een brass band big city blues vermengd met vleugjes ragtime, soul en jazz.
8 Taj Mahal originals waarvan een aantal co-written plus covers, de akoestische opener "Fishin' Blues", een nummer van countryblues legende Henry Thomas, het groovy stuwende "You're Going to Need Somebody on Your Bond" van Blind Willie Johnson en "Diving Duck Blues" van een andere blueslegende Sleepy John Estes, van wie ook Ry Cooder meerdere nummers coverde.
het eveneens akoestische "Tom and Sally Drake" laat een merkwaardige mix horen van banjo en tuba die wonderwel goed uitpakt. op "John Ain' It Hard wordt wat gas terug genomen, waarna het los gaat met de 2 uitbundig swingende slotnummers (10 en 11).
user kistenkuif heeft het hierboven al eerder goed omschreven "dat maakt van deze levendige concertregistratie een waar feest".
Recorded February 13, 1971 at the Fillmore East, New York
deelcitaat uit de liner notes (Stanley Crouch)
"What this particular artist wanted was the sound of the entire sweep of blues at his command. In a certain way, he wasn't thinking about playing a particular kind of blues. He was concerned with doing the very best blues he could do, country and city. He had hit upon the approach of singing something with no more than the air itself to accompany him, or with the guitar, or with an ensemble that rubbed up against what had happened in Chicago, when some of the soul of Mississippi went North. Or, in yet another surprise direction, he might stretch back to things that reminded one of the ragtime area, then reach for something that reminded one of the great Percy Mayfield. There was nothing to stop him from calling upon the sound that was making Otis Redding such a favorite of the time. By the time he got to this recording, Taj Mahal had established himself as an artist from whom one should be willing to expect the well-grounded, foot-patting, stomping, shuffling, rocking, but at the same time, the unconventional"
Taj Mahal - World Music (1993)

4,0
0
geplaatst: 18 augustus 2025, 17:25 uur
bluesman Taj Mahal, wiens grootmoeder afkomstig was van het West-Indische eiland Saint Kitts, maakte in de 70's een 4-tal albums met calypso, reggae en Caribische (West-Indie) invloeden die hij uitvoerde met Afro-Amerikaanse, Jamaicaanse en West-Indische muzikanten.
"World Music" is een beetje merkwaardige verzamelaar en is wat eenzijdig als volgt samengesteld:
1 nummer (5) "Kalimba" van "Recycling the Blues & Other Related Stuff" (1972)
6 nummers (3,6,7,8,10,12) van "Mo' Roots" (1974)
plus nummers van "Music Keeps Me Together" (1975)
alle eigen nummers van Taj Mahal, uitgezonderd "My Ancestors" (Bob Tubert), "Desperate Lover" (Keith Anderson aka Bob Andy), "Slave Driver" (Bob Marley), "Johnny Too Bad" (origineel van de Jamaicaanse reggae/rocksteady band The Slickers) en "Music Keeps Me Together" een nummer van Earl "Wire" Lindo die vele jaren toetsenist was van Bob Marley & The Wailers, waarbij van de covers de uitbundige versie van de Chuck Berry klassieker "Brown Eyed Handsome Man" tot de hoogtepunten behoort.
hoewel er wel lichte blues en folk invloeden aanwezig zijn, zijn het de aanstekelijke, zomerse klanken die op deze verzamelaar overheersen en dat bevalt prima.
"World Music" is een beetje merkwaardige verzamelaar en is wat eenzijdig als volgt samengesteld:
1 nummer (5) "Kalimba" van "Recycling the Blues & Other Related Stuff" (1972)
6 nummers (3,6,7,8,10,12) van "Mo' Roots" (1974)
plus nummers van "Music Keeps Me Together" (1975)
alle eigen nummers van Taj Mahal, uitgezonderd "My Ancestors" (Bob Tubert), "Desperate Lover" (Keith Anderson aka Bob Andy), "Slave Driver" (Bob Marley), "Johnny Too Bad" (origineel van de Jamaicaanse reggae/rocksteady band The Slickers) en "Music Keeps Me Together" een nummer van Earl "Wire" Lindo die vele jaren toetsenist was van Bob Marley & The Wailers, waarbij van de covers de uitbundige versie van de Chuck Berry klassieker "Brown Eyed Handsome Man" tot de hoogtepunten behoort.
hoewel er wel lichte blues en folk invloeden aanwezig zijn, zijn het de aanstekelijke, zomerse klanken die op deze verzamelaar overheersen en dat bevalt prima.
Taj Mahal & Keb Mo - TajMo (2017)

3,0
1
geplaatst: 27 juli 2025, 22:46 uur
het eerste samenwerkingsalbum van 2 blues grootheden, de inmiddels 83-jarige Taj Mahal en de 73-jarige Keb Mo (Kevin Moore) van wie de sinds 1968 in de muziek actieve Taj Mahal de meest indrukwekkende staat van dienst heeft.
het zijn met name de akoestische klein gehouden country/blues nummers die indruk maken en niet toevalligerwijs zijn dat covers, zoals "She Knows How to Rock Me" (William Lee Perryman), "Diving Duck Blues" (John Estes) en de John Mayer cover "Waiting on the World to Change" met backing vocals van Bonnie Raitt. ook "Shake Me in Your Arms" (Billy Nichols) dat als een spontane blues boogie klinkt en de aanstekelijke Who cover "Squeeze Box" (Pete Townshend) willen enigszins beklijven.
helaas geldt dat niet voor de 6 veelal co-written nummers van Keb Mo die weinig memorabele melodieen bevatten, mainstream up-tempo blues/pop laten horen en lijden aan overproductie (teveel blazers en achtergrondzang) met het "catchy" "Soul" met Afrikaanse en reggae klanken als dieptepunt. zijn "Ain't Nobody Talkin" is 1 van de weinige, goede zelfgeschreven liedjes.
hoewel het spelplezier er vanaf spat een lichte tegenvaller. had deze grootmeesters graag gehoord in een minder vol gepropte en minder gepolijste productie. beiden hebben solo een stuk betere albums gemaakt.
dit jaar (2025) verscheen het resultaat van hun tweede samenwerking "Room on the Porch".
Album werd geproduceerd door Keb' Mo' & Taj Mahal
Recorded at Stu Stu Studio, Nashville, Tennessee
het zijn met name de akoestische klein gehouden country/blues nummers die indruk maken en niet toevalligerwijs zijn dat covers, zoals "She Knows How to Rock Me" (William Lee Perryman), "Diving Duck Blues" (John Estes) en de John Mayer cover "Waiting on the World to Change" met backing vocals van Bonnie Raitt. ook "Shake Me in Your Arms" (Billy Nichols) dat als een spontane blues boogie klinkt en de aanstekelijke Who cover "Squeeze Box" (Pete Townshend) willen enigszins beklijven.
helaas geldt dat niet voor de 6 veelal co-written nummers van Keb Mo die weinig memorabele melodieen bevatten, mainstream up-tempo blues/pop laten horen en lijden aan overproductie (teveel blazers en achtergrondzang) met het "catchy" "Soul" met Afrikaanse en reggae klanken als dieptepunt. zijn "Ain't Nobody Talkin" is 1 van de weinige, goede zelfgeschreven liedjes.
hoewel het spelplezier er vanaf spat een lichte tegenvaller. had deze grootmeesters graag gehoord in een minder vol gepropte en minder gepolijste productie. beiden hebben solo een stuk betere albums gemaakt.
dit jaar (2025) verscheen het resultaat van hun tweede samenwerking "Room on the Porch".
Album werd geproduceerd door Keb' Mo' & Taj Mahal
Recorded at Stu Stu Studio, Nashville, Tennessee
Taj Mahal & Langston Hughes - Mule Bone (1991)

4,0
0
geplaatst: 22 augustus 2025, 01:43 uur
Mule Bone ( "A Comedy of Negro Life") is gebaseerd op een toneelstuk uit 1930 van de Afro-Amerikanen Zora Neale Hurston en Langston Hughes ("probably the best known black poet in America"). beiden waren onderdeel van de stroming Harlem Renaissance, kregen destijds ruzie en uiteindelijk duurde het 60 jaar voordat het toneelstuk werd gered door o.a. George Houston Bass, de executeur-testamentair van de nalatenschap van Langston Hughes, waarna het alsnog in 1991 in N.Y.C. in première ging.
alle composities op dit album zijn afkomstig van Taj Mahal met teksten van Langston Hughes, uitgezonderd "Graveyard Mule" met tekst van GHB en een prima cover van een blues standard uit 1925 "Shake That Thing" ("Poppa" Charlie Jackson).
"Jubilee" (Opening Theme) is een fraaie, akoestische instrumentale opener en de instrumentale "Finale" klinkt ook echt als een finale van een toneelstuk en tussendoor valt er veel te genieten van slow-blues nummers als "Me and the Mule", "Hey Hey Blues" en "Crossing", die worden afgewisseld met de stevige blues-rock van "Graveyard Mule", het eerder genoemde swingende "Shake That Thing" en sterke up-tempo nummers als "Song for a Banjo Dance", "But I Rode Some" en "The Intermission Blues".
"Mule Bone" is een beetje een stiefkind binnen het omvangrijke oeuvre van Taj Mahal. mijns inziens niet terecht, want dit album biedt in grote lijnen dezelfde country/folk (deels elektrische) blues als die van zijn eind 60's albums.
Album werd geproduceerd door Taj Mahal
Recorded at Mantrasound Studios, Kapaa, Kauai, Hawaï
Taj Mahal: keyboards, bass, guitars, harmonica, banjo
Mike Sena, Mark Singer: drums
Kim Jordan: additional keyboards, synthesizers, percussion
Abdul Wali: additional guitars
Calvin "Fuzzy" Samuels: electric & acoustic bass
Kester Smith: additional drums & percussion
deelcitaat uit de liner notes (Al Pryor)
"Mule Bone was created during the Harlem Renaissance (roughly from 1917 to 1935), a period when there was an outpouring of literature, poetry, drama, performance and visual art from the African-American community. Hughes, Hurston, and their peers, people like poet Countee Cullen, political activist Marcus Garvey and composer Eubie Blake had, of course, always been there, struggling against the restrictions of a segregated society. But during the Renaissance, those creative efforts were recognized by white patrons amongst the arts cognoscenti. Plays like Mule Bone helped to present an image of Black Americans which flew in the face of the Jim Crow image most white Americans had of their black neighbors".
alle composities op dit album zijn afkomstig van Taj Mahal met teksten van Langston Hughes, uitgezonderd "Graveyard Mule" met tekst van GHB en een prima cover van een blues standard uit 1925 "Shake That Thing" ("Poppa" Charlie Jackson).
"Jubilee" (Opening Theme) is een fraaie, akoestische instrumentale opener en de instrumentale "Finale" klinkt ook echt als een finale van een toneelstuk en tussendoor valt er veel te genieten van slow-blues nummers als "Me and the Mule", "Hey Hey Blues" en "Crossing", die worden afgewisseld met de stevige blues-rock van "Graveyard Mule", het eerder genoemde swingende "Shake That Thing" en sterke up-tempo nummers als "Song for a Banjo Dance", "But I Rode Some" en "The Intermission Blues".
"Mule Bone" is een beetje een stiefkind binnen het omvangrijke oeuvre van Taj Mahal. mijns inziens niet terecht, want dit album biedt in grote lijnen dezelfde country/folk (deels elektrische) blues als die van zijn eind 60's albums.
Album werd geproduceerd door Taj Mahal
Recorded at Mantrasound Studios, Kapaa, Kauai, Hawaï
Taj Mahal: keyboards, bass, guitars, harmonica, banjo
Mike Sena, Mark Singer: drums
Kim Jordan: additional keyboards, synthesizers, percussion
Abdul Wali: additional guitars
Calvin "Fuzzy" Samuels: electric & acoustic bass
Kester Smith: additional drums & percussion
deelcitaat uit de liner notes (Al Pryor)
"Mule Bone was created during the Harlem Renaissance (roughly from 1917 to 1935), a period when there was an outpouring of literature, poetry, drama, performance and visual art from the African-American community. Hughes, Hurston, and their peers, people like poet Countee Cullen, political activist Marcus Garvey and composer Eubie Blake had, of course, always been there, struggling against the restrictions of a segregated society. But during the Renaissance, those creative efforts were recognized by white patrons amongst the arts cognoscenti. Plays like Mule Bone helped to present an image of Black Americans which flew in the face of the Jim Crow image most white Americans had of their black neighbors".
Taj Mahal & the Hula Blues Band - Hanapepe Dream (2001)

3,5
0
geplaatst: 21 augustus 2025, 12:06 uur
de opvolger van het gelijknamige "Taj Mahal and the Hula Blues", ook wel "Sacred Island" genoemd, verscheen 4 jaar later. het is van hetzelfde laken een pak, qua genre een mengeling van Taj Mahal's blues met een prominente rol voor de muziek uit Hawaï met vleugjes caribbean, reggae en Latin, opgenomen met hetzelfde muzikale vriendenclubje, waaronder oudgedienden Kester Smith (drums) en Rudy Costa (fluit, klarinet, saxofoon) en diverse muzikanten uit Hawaï o.a. Carlos Andrade, Pancho Graham, Pat Cockett en Fred Lunt, alle 4 van de groep "Napali".
3 Taj Mahal originals (1,4,6) waaronder een re-make van zijn eigen "Baby You're My Destiny", 4 traditionals (2,7,8,11) met eveneens nieuwe opnames van eerder door hem opgenomen songs als "Blackjack Davey" en "Stagger Lee" plus 1 nummer "Moonlight Lady" van bandleden Carlos Andrade & Pat Cockett en 3 covers "African Herbman" (Richie Havens), "My Creole Belle" (Mississippi John Hurt) en "All Along the Watchtower" (Bob Dylan).
wederom een fraai album met heerlijk ontspannende muziek een enkele keer wat belegen klinkend ("Moonlight Lady", "King Edward's Throne), maar het spelplezier dat versterkt wordt door de klanken van diverse ukuleles en Hawaiian steel gitaar spat er vanaf.
net als de voorganger bijzonder aangename muziek. naar mijn bescheiden mening halen beide albums niet het niveau van zijn "roots" albus "Mo' Roots" en "Music Fuh Ya", maar wellicht moet je ze daar vanwege de Hawaiaanse insteek niet mee vergelijken.
er werd in 2015 nog een live album "Live from Kauai" uitgebracht, waarna het stil werd rond het gezelschap van de Hula Blues Band.
Album werd geproduceerd door Petra Hanisch (eigenaresse van het Duitse label Tradition & Moderne)
Recorded at Moments, Bremen, Germany & Messenger Studio, Kauai, Hawaï
3 Taj Mahal originals (1,4,6) waaronder een re-make van zijn eigen "Baby You're My Destiny", 4 traditionals (2,7,8,11) met eveneens nieuwe opnames van eerder door hem opgenomen songs als "Blackjack Davey" en "Stagger Lee" plus 1 nummer "Moonlight Lady" van bandleden Carlos Andrade & Pat Cockett en 3 covers "African Herbman" (Richie Havens), "My Creole Belle" (Mississippi John Hurt) en "All Along the Watchtower" (Bob Dylan).
wederom een fraai album met heerlijk ontspannende muziek een enkele keer wat belegen klinkend ("Moonlight Lady", "King Edward's Throne), maar het spelplezier dat versterkt wordt door de klanken van diverse ukuleles en Hawaiian steel gitaar spat er vanaf.
net als de voorganger bijzonder aangename muziek. naar mijn bescheiden mening halen beide albums niet het niveau van zijn "roots" albus "Mo' Roots" en "Music Fuh Ya", maar wellicht moet je ze daar vanwege de Hawaiaanse insteek niet mee vergelijken.
er werd in 2015 nog een live album "Live from Kauai" uitgebracht, waarna het stil werd rond het gezelschap van de Hula Blues Band.
Album werd geproduceerd door Petra Hanisch (eigenaresse van het Duitse label Tradition & Moderne)
Recorded at Moments, Bremen, Germany & Messenger Studio, Kauai, Hawaï
Taj Mahal & The Phantom Blues Band - Shoutin' in Key (2000)

4,0
0
geplaatst: 25 augustus 2025, 02:26 uur
fraaie live set van Taj Mahal met de Phantom Blues Band, een gezelschap van gerenommeerde Hollywood sessie/studio muzikanten waarvan leden o.a. samen werkten met Joe Cocker, Bonnie Raitt, de Rolling Stones en Stevie Ray Vaughan. 3 albums van de band staan hier op MuMe.
voornamelijk blues gelardeerd met r&b, rock en soul, waarop de Caribische en "wereld" invloeden ver te zoeken zijn, uitgezonderd de reggae vibe van "Rain from the Sky", een nummer van de Jamaicaanse reggae/ska zanger Delroy Wilson en de latin jazz klanken van de instrumentale afsluiter "Sentidos Dulce" (Sweet Feelings) afkomstig van de soundtrack "Brothers".
album opent sterk met de eveneens instrumentale blues/jazz van "Honky Tonk". op alle overige nummers neemt de goed bij stem zijnde Taj Mahal de leadzang voor zijn rekening, zoals op het soulvolle "Ev'ry Wind (In the River)" en de Percy Mayfield song "Stranger in My Own Home Town".
het stevige, funky "Ain't That a Lot of Love" doet aan "Everybody Needs Somebody to Love" van The Blues Brothers denken. verder bezielde, gedreven versies van zijn eigen "Mail Box Blues", het aloude "Corrina" (co-written Jesse Ed Davis) in een folk/blues versie dat 1 van de weinige rustpunten is en de klassieker "Leavin' Trunk" (Sleepy John Estes).
"The Hoochi Coochi Coo" laat onvervalste rock n' roll horen, een nummer van de blues/rock 'n roll artiest Hank Ballard, die o.a. "The Twist" schreef dat ooit een grote hit werd voor Chubby Checker.
"Cruisin" en het eerder genoemde "Sentidos Dulce" zijn wat zwakkere broeders op dit live album, dat mede vanwege de blazerssectie een lekker "having a party" sfeertje heeft.
Album werd geproduceerd door Tony Braunagel
Recorded at the Mint in Los Angeles, November 9, 10, and 11, 1998
Taj Mahal: guitar, harmonica, dobro, percussion
Mick Weaver: Hammond B-3 organ, piano
Denny Freeman: guitar
Larry Fulcher: bass, background vocals
Tony Braunagel: drums, background vocals
Joe Sublett: tenor and soprano saxophones
Darrell Leonard: trumpet, trombone, flugelhorn
voornamelijk blues gelardeerd met r&b, rock en soul, waarop de Caribische en "wereld" invloeden ver te zoeken zijn, uitgezonderd de reggae vibe van "Rain from the Sky", een nummer van de Jamaicaanse reggae/ska zanger Delroy Wilson en de latin jazz klanken van de instrumentale afsluiter "Sentidos Dulce" (Sweet Feelings) afkomstig van de soundtrack "Brothers".
album opent sterk met de eveneens instrumentale blues/jazz van "Honky Tonk". op alle overige nummers neemt de goed bij stem zijnde Taj Mahal de leadzang voor zijn rekening, zoals op het soulvolle "Ev'ry Wind (In the River)" en de Percy Mayfield song "Stranger in My Own Home Town".
het stevige, funky "Ain't That a Lot of Love" doet aan "Everybody Needs Somebody to Love" van The Blues Brothers denken. verder bezielde, gedreven versies van zijn eigen "Mail Box Blues", het aloude "Corrina" (co-written Jesse Ed Davis) in een folk/blues versie dat 1 van de weinige rustpunten is en de klassieker "Leavin' Trunk" (Sleepy John Estes).
"The Hoochi Coochi Coo" laat onvervalste rock n' roll horen, een nummer van de blues/rock 'n roll artiest Hank Ballard, die o.a. "The Twist" schreef dat ooit een grote hit werd voor Chubby Checker.
"Cruisin" en het eerder genoemde "Sentidos Dulce" zijn wat zwakkere broeders op dit live album, dat mede vanwege de blazerssectie een lekker "having a party" sfeertje heeft.
Album werd geproduceerd door Tony Braunagel
Recorded at the Mint in Los Angeles, November 9, 10, and 11, 1998
Taj Mahal: guitar, harmonica, dobro, percussion
Mick Weaver: Hammond B-3 organ, piano
Denny Freeman: guitar
Larry Fulcher: bass, background vocals
Tony Braunagel: drums, background vocals
Joe Sublett: tenor and soprano saxophones
Darrell Leonard: trumpet, trombone, flugelhorn
Taj Mahal & Toumani Diabaté - Kulanjan (1999)

4,5
2
geplaatst: 29 augustus 2025, 02:15 uur
een samenwerking tussen de Afro-Amerikaanse bluesman Taj Mahal en de Malinese kora grootmeester wijlen Toumani Diabate (R.I.P. 19.07.2024). de mannen hadden elkaar al eerder ontmoet en Toumani Diabate werd met 6 andere virtuoze Malinese muzikanten, waaronder de in Guinee geboren Lasana Diabate, overgevlogen naar Georgia om "Kulanjan" op te nemen. "Kulanjan" is vernoemd naar een oud Malinees lied dat Taj Mahal voor het eerst hoorde op een album met kora muziek "Ancient Strings" van de vaders van Toumani Diabate en Ballake Sissoko. dit album stond aan de basis van dit project.
op dit album staan van beiden nieuwe versies van eerder door hen opgenomen songs. Taj Mahal schreef nummers 1,3,7,9 en 12, Toumani Diabate 4,6,8,10 en 11 en 2 nummers 2) "Tunkaranke" (The Adventurer) en 5) "Fanta" schreven zij samen.
de fusie tussen de country/folk blues en de Malinese traditionele muziek van de Mande griots en "wassoulou" ( "the ancient music of the hunters"), waar een lange zoektocht van Taj Mah al naar zijn Afrikaanse roots aan vooraf ging, pakt wonderwel goed uit.
de lead vocalen worden gedeeld door Taj Mahal, Kassemady Diabate en zangeres Ramatou Diakite.
merendeels akoestische muziek prachtig ingekleurd met instrumenten als de kora en n'goni en fraaie Afrikaanse zang. een album met intieme, oprechte muziek waar je de liefde voor de muziek vanaf kunt horen.
Favoriete nummers: Queen Bee, Kulanjan, K'An Ben (Let's Get Together), Atlanta Kaira en het enige, instrumentale nummer Mississippi Mali Blues.
Henri St. Claire Fredericks aka Taj Mahal werd tijdens de sessies voor dit album door de Malinese muzikanten omgedoopt in "Dadi Kouyate".
Album werd geproduceerd door Joe Boyd & Lucy Duran
Recorded at John Keane Studios, Athens, Georgia
Taj Mahal: guitar, vocals
Toumani Diabate: kora
Ramatou Diakite: vocals
Kassemady Diabate: vocals, guitar
Bassekou Kouyate: bass ngoni, small ngoni
Lasana Diabate: balafon
Dougouye Koulibaly: bolon, kamalengoni, karinyan
Ballake Sissoko: kora
Lucy Duran: bolon, 2nd kora, karinyan
op dit album staan van beiden nieuwe versies van eerder door hen opgenomen songs. Taj Mahal schreef nummers 1,3,7,9 en 12, Toumani Diabate 4,6,8,10 en 11 en 2 nummers 2) "Tunkaranke" (The Adventurer) en 5) "Fanta" schreven zij samen.
de fusie tussen de country/folk blues en de Malinese traditionele muziek van de Mande griots en "wassoulou" ( "the ancient music of the hunters"), waar een lange zoektocht van Taj Mah al naar zijn Afrikaanse roots aan vooraf ging, pakt wonderwel goed uit.
de lead vocalen worden gedeeld door Taj Mahal, Kassemady Diabate en zangeres Ramatou Diakite.
merendeels akoestische muziek prachtig ingekleurd met instrumenten als de kora en n'goni en fraaie Afrikaanse zang. een album met intieme, oprechte muziek waar je de liefde voor de muziek vanaf kunt horen.
Favoriete nummers: Queen Bee, Kulanjan, K'An Ben (Let's Get Together), Atlanta Kaira en het enige, instrumentale nummer Mississippi Mali Blues.
Henri St. Claire Fredericks aka Taj Mahal werd tijdens de sessies voor dit album door de Malinese muzikanten omgedoopt in "Dadi Kouyate".
Album werd geproduceerd door Joe Boyd & Lucy Duran
Recorded at John Keane Studios, Athens, Georgia
Taj Mahal: guitar, vocals
Toumani Diabate: kora
Ramatou Diakite: vocals
Kassemady Diabate: vocals, guitar
Bassekou Kouyate: bass ngoni, small ngoni
Lasana Diabate: balafon
Dougouye Koulibaly: bolon, kamalengoni, karinyan
Ballake Sissoko: kora
Lucy Duran: bolon, 2nd kora, karinyan
