Hier kun je zien welke berichten potjandosie als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
T Bone Burnett - The Other Side (2024)

4,5
4
geplaatst: 25 januari 2025, 02:04 uur
een verrassend sterk, overwegend akoestisch album van de inmiddels 77-jarige singer/songwriter/producer T Bone Burnett, afkomstig uit Fort Worth, Texas. de man heeft als producer zijn sporen verdiend met o.a. de productie van "Raising Sand" van Robert Plant & Alison Krauss, waarmee hij een Grammy Award won en de soundtrack van de film "O Brother Where Art Thou?".
van de 12 song pareltjes op dit album schreef hij 2 songs (tracks 4 en 7) samen met de Canadese muzikant Colin Linden, 1 "Hawaiian Blue Song" met wijlen Bob Neuwirth en Steven Soles en 1 "Everything and Nothing" met Gary Nicholson, een Amerikaanse songwriter/producer die o.a. 6 songs mede schreef op het John Prine album "Lost Dogs & Mixed Blessings" en meer dan 600 albums produceerde, o.a. van Waylon Jennings, Willie Nelson en Ringo Starr.
op de merendeels in Nashville opgenomen nummers vallen de fraaie harmonie vocalen van het indie-pop gezelschap Lucius op en het geweldige gitaarspel van de man zelf. de muzikale omlijsting is verder bescheiden gehouden met o.a. dobro, claviola en mandoline
naar mijn mening het beste roots/americana album dat in 2024 verscheen met 12 recht-toe recht-aan sterke, memorabele liedjes, zonder opsmuk uitgevoerd, geworteld in folk, country en blues of een mix daarvan.
T-Bone Burnett maakte hiervoor een 2-tal albums "The Invisible Light: Acoustic Space" (2019) en "The Invisible Light: Spells" (2022) met Keefus Cancia en Jay Bellerose, die mij vanwege de complexe, experimentele (o.a. elektronica) muziek niet konden bekoren, maar de meer avontuurlijk ingestelde muziekliefhebber wellicht wel aanspreken.
Album werd geproduceerd door Colin Linden, Michael Piersante en T Bone Burnett
van de 12 song pareltjes op dit album schreef hij 2 songs (tracks 4 en 7) samen met de Canadese muzikant Colin Linden, 1 "Hawaiian Blue Song" met wijlen Bob Neuwirth en Steven Soles en 1 "Everything and Nothing" met Gary Nicholson, een Amerikaanse songwriter/producer die o.a. 6 songs mede schreef op het John Prine album "Lost Dogs & Mixed Blessings" en meer dan 600 albums produceerde, o.a. van Waylon Jennings, Willie Nelson en Ringo Starr.
op de merendeels in Nashville opgenomen nummers vallen de fraaie harmonie vocalen van het indie-pop gezelschap Lucius op en het geweldige gitaarspel van de man zelf. de muzikale omlijsting is verder bescheiden gehouden met o.a. dobro, claviola en mandoline
naar mijn mening het beste roots/americana album dat in 2024 verscheen met 12 recht-toe recht-aan sterke, memorabele liedjes, zonder opsmuk uitgevoerd, geworteld in folk, country en blues of een mix daarvan.
T-Bone Burnett maakte hiervoor een 2-tal albums "The Invisible Light: Acoustic Space" (2019) en "The Invisible Light: Spells" (2022) met Keefus Cancia en Jay Bellerose, die mij vanwege de complexe, experimentele (o.a. elektronica) muziek niet konden bekoren, maar de meer avontuurlijk ingestelde muziekliefhebber wellicht wel aanspreken.
Album werd geproduceerd door Colin Linden, Michael Piersante en T Bone Burnett
T-Bone Burnett - T-Bone Burnett (1986)

4,5
2
geplaatst: 7 november 2023, 20:07 uur
zoals hierboven reeds eerder door userblaauwtje opgemerkt is dit gelijknamige album van de man een prachtig, akoestisch album. de geluidskwaliteit op cd is glashelder en komt de zeer fraaie muziek ten goede. de inmiddels 75 jarige legendarische singer/songwriter, gitarist en producer T Bone Burnett (geboren in St. Louis, Missouri opgegroeid in Fort Worth, Texas) trakteert ons hier op 13 wonderschoon uitgevoerde, prachtige songs. de sound van dit album heeft weinig met klassieke country of rock te maken. folk/country met hier en daar blue grass invloeden (o.a. op "Oh No Darling" met Byron Berline op fiddle) zou ik het noemen, maar je kunt het even zo goed "roots/americana" noemen.
een feestje voor de oren dit album, dat ik de liefhebber van dit genre zeer kan aanbevelen.
er staan 7 "originals" van de man zelf op. 4) "No Love at All" is co-written met David Mansfield (bekend van zijn werk met Bob Dylan en degene die ooit de prachtige "rootsy" soundtrack schreef voor de film "Heaven's Gate") en Billy Swan, het aloude, veel gecoverde 2) "Poison Love" is van Elmer Laird (ook bekend van de versie op Doug Sahm's album "Doug Sahm and Band" (1973), 5) Annabelle Lee is van Bob Neuwirth, 10) Time is van Tom Waits, 12) co-written met Larry Poons en 13) co-written met Bob Neuwirth en Billy Swan.
album werd geproduceerd door David Miner (recorded live to two track digital)
de volgende klasbakken van muzikanten speelden mee op dit album:
David Hidalgo: eight string, guitar, accordion, vocals
Jerry Douglas: dobro, lap steel
Jerry Scheff: bass
Byron Berline: fiddle
Steve Duncan: snare drum
Billy Swan: vocals
een feestje voor de oren dit album, dat ik de liefhebber van dit genre zeer kan aanbevelen.
er staan 7 "originals" van de man zelf op. 4) "No Love at All" is co-written met David Mansfield (bekend van zijn werk met Bob Dylan en degene die ooit de prachtige "rootsy" soundtrack schreef voor de film "Heaven's Gate") en Billy Swan, het aloude, veel gecoverde 2) "Poison Love" is van Elmer Laird (ook bekend van de versie op Doug Sahm's album "Doug Sahm and Band" (1973), 5) Annabelle Lee is van Bob Neuwirth, 10) Time is van Tom Waits, 12) co-written met Larry Poons en 13) co-written met Bob Neuwirth en Billy Swan.
album werd geproduceerd door David Miner (recorded live to two track digital)
de volgende klasbakken van muzikanten speelden mee op dit album:
David Hidalgo: eight string, guitar, accordion, vocals
Jerry Douglas: dobro, lap steel
Jerry Scheff: bass
Byron Berline: fiddle
Steve Duncan: snare drum
Billy Swan: vocals
Tabu Ley Seigneur Rochereau and Afrisa International Orchestra - Babeti Soukous (1989)

4,0
2
geplaatst: 14 augustus 2025, 17:50 uur
(wijlen) Tabu Ley Rochereau wordt samen met zijn muzikale collega Franco als 1 van de 2 absolute grootheden gezien van de muziek uit Zaïre (tegenwoordig Democratische Republiek Congo). hij staat bekend als "the father of soukous" Afrikaanse rumba muziek, schreef rond de 2.000 liedjes en er verschenen circa 250 albums/cassettes van de man. waar Franco (en Le T.P.O.K. Jazz) zich meer aan de traditionele Congolese rumba wijdde, zag Tabu Ley Rochereau zich meer als een internationale entertainer en verwerkte hij meer buitenlandse invloeden in zijn muziek. hoewel zijn muzikale carrière reeds in de jaren zestig begon, boekte hij zijn grootste successen in de 70's en 80's.
op dit live album met zijn toenmalige band Afrisa International staat een mix van soukous met o.a. Cubaanse en Latijns-Amerikaanse invloeden. een rijk pallet aan muzikale kleuren met percussie, sprankelende gitaren, een blazerssectie en fraaie, meerstemmige Afrikaanse zang.
aanstekelijke, swingende muziek die het goed doet bij deze zomerse temperaturen en die doet denken aan de muziek van de Malinese Super Rail Band, het Senegalese gezelschap Orchestra Baobab of die van de andere Congolese grootmeester Franco.
de toevoeging "Seigneur" (op zijn Engels Lord) aan zijn naam is vanwege "as his junior musicians call him respectfully".
Recorded live at Real World Studios, England on January 30, 1989
All songs by Tabu Ley except "Linga Ngai" (Munoko Dodo)
citaat uit de liner notes (Philip Sweeney)
"This recording of Tabu Ley was made one cold night in January, with an audience of friends and invitees dancing and clapping in the minstrel gallery of Real World's main studio in a converted Wiltshire water-mill.
The tracks he has selected for this album comprise a broad retrospective of Zairean pop over the last 20 years. The latest guitar-and-snare drum numbers, with their racing skipping rhythms and "kwassa-kwassa", "madiaba" or "tshuka" dance-step calls, rub shoulders with older soukous and rhumbas featuring the delicious Latin-infected horn choruses and jazzy saxophone solos. Snatches of rock, R&B, French variete and Zairan traditional rhythms season the mix.
Vintage Congolese pop, brewed in Kinshasa, bottled in Wiltshire"
op dit live album met zijn toenmalige band Afrisa International staat een mix van soukous met o.a. Cubaanse en Latijns-Amerikaanse invloeden. een rijk pallet aan muzikale kleuren met percussie, sprankelende gitaren, een blazerssectie en fraaie, meerstemmige Afrikaanse zang.
aanstekelijke, swingende muziek die het goed doet bij deze zomerse temperaturen en die doet denken aan de muziek van de Malinese Super Rail Band, het Senegalese gezelschap Orchestra Baobab of die van de andere Congolese grootmeester Franco.
de toevoeging "Seigneur" (op zijn Engels Lord) aan zijn naam is vanwege "as his junior musicians call him respectfully".
Recorded live at Real World Studios, England on January 30, 1989
All songs by Tabu Ley except "Linga Ngai" (Munoko Dodo)
citaat uit de liner notes (Philip Sweeney)
"This recording of Tabu Ley was made one cold night in January, with an audience of friends and invitees dancing and clapping in the minstrel gallery of Real World's main studio in a converted Wiltshire water-mill.
The tracks he has selected for this album comprise a broad retrospective of Zairean pop over the last 20 years. The latest guitar-and-snare drum numbers, with their racing skipping rhythms and "kwassa-kwassa", "madiaba" or "tshuka" dance-step calls, rub shoulders with older soukous and rhumbas featuring the delicious Latin-infected horn choruses and jazzy saxophone solos. Snatches of rock, R&B, French variete and Zairan traditional rhythms season the mix.
Vintage Congolese pop, brewed in Kinshasa, bottled in Wiltshire"
Taj Mahal - An Evening of Acoustic Music (1996)

4,0
2
geplaatst: 18 augustus 2025, 02:42 uur
een intiem, akoestisch live album van blues/folk legende Taj Mahal. hij was 22 jaar oud toen hij in 1964 samen met o.a. Ry Cooder de band The Rising Sons formeerde en van wie het gelijknamige album (1966) alsnog in 1992 werd uitgebracht.
de destijds 61-jarige Taj Mahal is hier prima op dreef, goed bij stem en excelleert met zijn virtuoze gitaarspel op liefst 15 nummers, waaronder 2 traditionals, het veel gecoverde "Stagger Lee" en "Take This Hammer", een 6-tal eigen nummers uit zijn vroege periode en 7 covers van oude blueshelden, "Dust My Broom" en Come on in My Kitchen" van Robert Johnson, "Blues with a Feeling" (Walter Jacobs aka Little Walter), "Crossing" (Langston Hughes), het bekende "Candy Man" (Reverend Gary Davis), "Satisfied 'N' Tickled Too" (Mississippi John Hurt) en "Sittin' on Top of the World" (Chester Burnett aka Howlin' Wolf).
op een aantal nummers krijgt hij begeleiding op tuba van wijlen Howard Johnson wat die nummers iets extra's geeft. tracks 12,13 en 15 verschenen eerder op het onvolprezen live album "The Real Thing" (1971), dat vanwege de dynamiek met een bandgeluid meer "schwung" heeft dan dit live album.
hoogtepunten zijn o.a. "Stagger Lee", de ingetogen uitvoering van "Satisfied 'N' Tickled Too" met geweldig fingerpicking gitaarspel, het energieke, gedreven "Sittin' on Top of the World" en de folky met banjo gespeelde afsluiter "Tom & Sally Drake".
de inmiddels 83-jarige Taj Mahal heeft net als zijn muzikale collega Ry Cooder een hele reeks solo albums gemaakt, heel wat gastbijdragen aan albums van anderen geleverd en vele samenwerkingen met muzikanten uit andere genres op zijn naam staan. een legendarisch artiest, van wie zijn laatste studio album "Savoy" in 2023 verscheen dat hier op MuMe slechts 4 stemmen mocht ontvangen.
Recorded at Modernes, 6/10/1993 by Radio Bremen
Taj Mahal: voice & guitar, except titles 4 & 5: electric piano, title 15: banjo
Howard Johnson: tuba (titles 11,13,14,15); penny whistle (title 12)
uit de liner notes (Sep. 08, 1994 Taj Mahal)
"Over the years of touring and recording, special gems and magic nights happen! These recordings capture one such night. I am always flattered by the fact that the European audience is so much aware of what it is that I do and are such enthusiastic fans! I can't thank you (fans) enough for your longstanding support (soon to be 30 years!)"
de destijds 61-jarige Taj Mahal is hier prima op dreef, goed bij stem en excelleert met zijn virtuoze gitaarspel op liefst 15 nummers, waaronder 2 traditionals, het veel gecoverde "Stagger Lee" en "Take This Hammer", een 6-tal eigen nummers uit zijn vroege periode en 7 covers van oude blueshelden, "Dust My Broom" en Come on in My Kitchen" van Robert Johnson, "Blues with a Feeling" (Walter Jacobs aka Little Walter), "Crossing" (Langston Hughes), het bekende "Candy Man" (Reverend Gary Davis), "Satisfied 'N' Tickled Too" (Mississippi John Hurt) en "Sittin' on Top of the World" (Chester Burnett aka Howlin' Wolf).
op een aantal nummers krijgt hij begeleiding op tuba van wijlen Howard Johnson wat die nummers iets extra's geeft. tracks 12,13 en 15 verschenen eerder op het onvolprezen live album "The Real Thing" (1971), dat vanwege de dynamiek met een bandgeluid meer "schwung" heeft dan dit live album.
hoogtepunten zijn o.a. "Stagger Lee", de ingetogen uitvoering van "Satisfied 'N' Tickled Too" met geweldig fingerpicking gitaarspel, het energieke, gedreven "Sittin' on Top of the World" en de folky met banjo gespeelde afsluiter "Tom & Sally Drake".
de inmiddels 83-jarige Taj Mahal heeft net als zijn muzikale collega Ry Cooder een hele reeks solo albums gemaakt, heel wat gastbijdragen aan albums van anderen geleverd en vele samenwerkingen met muzikanten uit andere genres op zijn naam staan. een legendarisch artiest, van wie zijn laatste studio album "Savoy" in 2023 verscheen dat hier op MuMe slechts 4 stemmen mocht ontvangen.
Recorded at Modernes, 6/10/1993 by Radio Bremen
Taj Mahal: voice & guitar, except titles 4 & 5: electric piano, title 15: banjo
Howard Johnson: tuba (titles 11,13,14,15); penny whistle (title 12)
uit de liner notes (Sep. 08, 1994 Taj Mahal)
"Over the years of touring and recording, special gems and magic nights happen! These recordings capture one such night. I am always flattered by the fact that the European audience is so much aware of what it is that I do and are such enthusiastic fans! I can't thank you (fans) enough for your longstanding support (soon to be 30 years!)"
Taj Mahal - Evolution (The Most Recent) (1977)

3,5
0
geplaatst: 19 augustus 2025, 15:30 uur
de opvolger van het sterke "Music Fuh Ya" is een wisselvallig wat tweeslachtig album. het lijkt erop alsof Taj Mahal met dit album een groter publiek heeft willen bereiken en wie wil dat niet, maar op een aantal nummers wordt wel erg nadrukkelijk naar de gunsten van de luisteraar gelonkt. met name de 3 door pianist/sessie soulmuzikant Leon Pendarvis geschreven en geproduceerde songs "Sing a Happy Song", "Lowdown Showdown" en "Why You Do Me This Way" klinken als MOR Taj Mahal en gooien roet in het eten.
de 2 fraaie instrumentale nummers "The Most Recent Evolution" en "Salsa de Laventille" met sprankelende steel drums compenseren dit, net als de 2 door hemzelf geschreven "vintage" Taj Mahal klinkende nummers "Queen Bee" en "The Big Blues" gezongen met zijn krachtige, soulvolle stem.
de vrolijk swingende meezinger "Highnite" (Kwasi Dzidzornu) met koortje en het iets te vol geproduceerde "Southbound with the Hammer Down" (Taj Mahal) dat in een meer ingetogen blues versie beter had gepast, blijven nog aan de goede kant van de MOR streep.
naast zijn eigen vaste bandleden speelden er diverse top sessiemuzikanten mee, o.a. Mark Isham (trumpet), Leon Pendarvis (keyboards), Steve Jordan (drums) en John Tropea (guitar).
verwacht geen country/folk blues op dit album, waarop een mix van blues met jazz/soul, Latin en Caribische invloeden valt te horen.
Album werd geproduceerd door Taj Mahal
Recorded at House of Music, West Orange, New Jersey & Bear West Studio, San Francisco
de 2 fraaie instrumentale nummers "The Most Recent Evolution" en "Salsa de Laventille" met sprankelende steel drums compenseren dit, net als de 2 door hemzelf geschreven "vintage" Taj Mahal klinkende nummers "Queen Bee" en "The Big Blues" gezongen met zijn krachtige, soulvolle stem.
de vrolijk swingende meezinger "Highnite" (Kwasi Dzidzornu) met koortje en het iets te vol geproduceerde "Southbound with the Hammer Down" (Taj Mahal) dat in een meer ingetogen blues versie beter had gepast, blijven nog aan de goede kant van de MOR streep.
naast zijn eigen vaste bandleden speelden er diverse top sessiemuzikanten mee, o.a. Mark Isham (trumpet), Leon Pendarvis (keyboards), Steve Jordan (drums) en John Tropea (guitar).
verwacht geen country/folk blues op dit album, waarop een mix van blues met jazz/soul, Latin en Caribische invloeden valt te horen.
Album werd geproduceerd door Taj Mahal
Recorded at House of Music, West Orange, New Jersey & Bear West Studio, San Francisco
Taj Mahal - In Progress & in Motion (1998)

4,5
1
geplaatst: 20 augustus 2025, 02:43 uur
geweldige 3-cd verzamelaar van Taj Mahal dat zijn albums vanaf 1965 t/m 1998 bestrijkt en waarbij alle genres voorbijkomen, elektrische blues, akoestische country/folk blues, cajun, calypso, reggae, soul, jazz, caribbean etc.
voor wie het weten/lezen wil deze compilatie met 54 nummers met 15 niet eerder voornamelijk live uitgebrachte opnames is als volgt samengesteld:
cd 1 (nummers 1 t/m 16)
track 1 van album "The Real Thing" (1971)
2,3,4 unreleased van The Rolling Stones album "Rock And Roll Circus" (1996)
5,10,12 van "Ooh So Good 'N Blues" (1973)
6,7 van "The Natch'l Blues" (1968)
8 van "Giant Step" (1969)
9,16 van "De Ole Folks At Home" (1969)
11 unreleased from the Giant Step sessions
13 van "Recycling The Blues & Other Related Stuff" (1972)
14 unreleased (1971)
15 van "Taj Mahal" (1967)
cd-2 (nummers 17 t/m 35)
17 van "Happy Just To Be Like I Am" (1971)
18 van "Recycling The Blues & Other Related Stuff" (1972)
19,20,22,23,24 unreleased live with The Pointer Sisters (1971,1973)
21 van "The Real Thing" (1971)
25 van "Ooh So Good 'N Blues" (1973)
26 unreleased (1971)
27,28 van "Rising Sons" (recorded 1965/1966)
29 van "Giant Step" (1969)
30 live at the Fillmore West van "Fillmore The Last Days" (1972)
31 unreleased from the Giant Step sessions (1969)
32 van "The Real Thing" (1971)
33,34,35 unreleased live from "Austin City Limits" (1993)
cd-3 (nummers 36 t/m 54)
36 van "Music Keeps Me Together" (1975)
37,38 van "Happy Just To Be Like I Am" (1971)
39,40,41 van "Mo' Roots" (1974)
42,43 van "Taj" (1980)
44,45 van "Mule Bone" (1991)
46 van de soundtrack "Brothers" (1977)
47 van "Evolution (The Most Recent) (1977)
48 van "Music Fuh Ya" (1975)
49 van "Shakin' A Tailfeather" (various artists) (1997)
50,51 van "Music For Little People" (recorded 1972)
52 van "Senor Blues" (1997)
53 van "The Natch'l Blues (1968)
54 van "Giant Step" (1969)
met name cd's 1 en 2 zijn de moeite van het beluisteren waard vanwege de 15 "unreleased" opnames, waaronder 5 nummers met live opnames met The Pointer Sisters, t.w. "Fishin' Blues", "Nobody's Business but My Own", "Little Red Hen Blues", de traditional Mary Don't You Weep" ook bekend van de Bruce Springsteen cover (album "We Shall Overcome (The Seeger Sessions)" en het aloude "Sweet Home Chicago".
voor wie het weten/lezen wil deze compilatie met 54 nummers met 15 niet eerder voornamelijk live uitgebrachte opnames is als volgt samengesteld:
cd 1 (nummers 1 t/m 16)
track 1 van album "The Real Thing" (1971)
2,3,4 unreleased van The Rolling Stones album "Rock And Roll Circus" (1996)
5,10,12 van "Ooh So Good 'N Blues" (1973)
6,7 van "The Natch'l Blues" (1968)
8 van "Giant Step" (1969)
9,16 van "De Ole Folks At Home" (1969)
11 unreleased from the Giant Step sessions
13 van "Recycling The Blues & Other Related Stuff" (1972)
14 unreleased (1971)
15 van "Taj Mahal" (1967)
cd-2 (nummers 17 t/m 35)
17 van "Happy Just To Be Like I Am" (1971)
18 van "Recycling The Blues & Other Related Stuff" (1972)
19,20,22,23,24 unreleased live with The Pointer Sisters (1971,1973)
21 van "The Real Thing" (1971)
25 van "Ooh So Good 'N Blues" (1973)
26 unreleased (1971)
27,28 van "Rising Sons" (recorded 1965/1966)
29 van "Giant Step" (1969)
30 live at the Fillmore West van "Fillmore The Last Days" (1972)
31 unreleased from the Giant Step sessions (1969)
32 van "The Real Thing" (1971)
33,34,35 unreleased live from "Austin City Limits" (1993)
cd-3 (nummers 36 t/m 54)
36 van "Music Keeps Me Together" (1975)
37,38 van "Happy Just To Be Like I Am" (1971)
39,40,41 van "Mo' Roots" (1974)
42,43 van "Taj" (1980)
44,45 van "Mule Bone" (1991)
46 van de soundtrack "Brothers" (1977)
47 van "Evolution (The Most Recent) (1977)
48 van "Music Fuh Ya" (1975)
49 van "Shakin' A Tailfeather" (various artists) (1997)
50,51 van "Music For Little People" (recorded 1972)
52 van "Senor Blues" (1997)
53 van "The Natch'l Blues (1968)
54 van "Giant Step" (1969)
met name cd's 1 en 2 zijn de moeite van het beluisteren waard vanwege de 15 "unreleased" opnames, waaronder 5 nummers met live opnames met The Pointer Sisters, t.w. "Fishin' Blues", "Nobody's Business but My Own", "Little Red Hen Blues", de traditional Mary Don't You Weep" ook bekend van de Bruce Springsteen cover (album "We Shall Overcome (The Seeger Sessions)" en het aloude "Sweet Home Chicago".
Taj Mahal - Live & Direct (1987)

2,5
0
geplaatst: 22 augustus 2025, 02:39 uur
dit live album verscheen oorspronkelijk in 1979 als LP met 6 nummers in een beperkte oplage. de uitgave op cd (1991 label Thunderbolt) met een andere hoes als hierboven bevat 9 nummers.
een merkwaardig allegaartje aan stijlen o.a. calypso, disco, funk, reggae & r&b komt voorbij dus voor de liefhebber van zijn country/folk blues albums valt hier weinig te genieten. ook de prominente rol van de steel drums partijen van Robert Greenidge en de slechte productie spelen dit album parten.
"Jorge Ben" is een eerbetoon aan de gelijknamige Braziliaanse zanger/componist, zoals "Reggae No. 1" als een eerbetoon aan Bob Marley is. de versies van 2 nummers "You're Gonna Need Somebody" (Trad/Blind Willie Johnson) en "Take a Giant Step" (Gerry Goffin/Carole King) zouden je bijna doen vergeten hoe goed de originele versies zijn op het album "Giant Step".
in combinatie met de overige matige songs en de uitvoeringen daarvan niet meer dan 3 sterren.
Album werd geproduceerd door Ed Wodenjak & Taj Mahal
Recorded live (direct cut) May 10th, 1979 at Crystal Clear Studios
een merkwaardig allegaartje aan stijlen o.a. calypso, disco, funk, reggae & r&b komt voorbij dus voor de liefhebber van zijn country/folk blues albums valt hier weinig te genieten. ook de prominente rol van de steel drums partijen van Robert Greenidge en de slechte productie spelen dit album parten.
"Jorge Ben" is een eerbetoon aan de gelijknamige Braziliaanse zanger/componist, zoals "Reggae No. 1" als een eerbetoon aan Bob Marley is. de versies van 2 nummers "You're Gonna Need Somebody" (Trad/Blind Willie Johnson) en "Take a Giant Step" (Gerry Goffin/Carole King) zouden je bijna doen vergeten hoe goed de originele versies zijn op het album "Giant Step".
in combinatie met de overige matige songs en de uitvoeringen daarvan niet meer dan 3 sterren.
Album werd geproduceerd door Ed Wodenjak & Taj Mahal
Recorded live (direct cut) May 10th, 1979 at Crystal Clear Studios
Taj Mahal - Mkutano (2005)
Alternatieve titel: Mkutano Meets the Culture Musical Club of Zanzibar

4,0
1
geplaatst: 16 augustus 2025, 02:11 uur
Mkutano is Swahili voor bijeenkomst. in dit geval betreft het een muzikale samenwerking van het Amerikaanse Taj Mahal trio, Taj Mahal (banjo, guitar, vocals), Bill Rich (electric bass) en Kester Smith (drums) met het multi-culturele gezelschap "The Culture Musical Club of Zanzibar" opgericht in 1958 in Zanzibar, een instituut in eigen land die zich hebben bekwaamd op Europese instrumenten als accordeon en viool en traditionele instrumenten zoals de oud (een soort van luit), qanun (zither) en de nai-fluit, aangevuld met percussie (bongos, doumbek) en vocalisten.
op dit album staan 6 Taj Mahal composities waarvan 2 co-written en 3 nummers (2,5 en 9) van musici uit Zanzibar, waarop hun "Taarab" muziek met Arabische, Indiase en Afrikaanse invloeden wordt vermengd met Amerikaanse country/folk blues, waarbij te denken valt aan de sound van mensen als Mississippi John Hurt en Sleepy John Estes aan wie Taj Mahal zich schatplichtig voelt.
waar "Dhow Countries" en "Catfish Blues" vrij traditionele blues laten horen in de typische Taj Mahal stijl, zijn een aantal nummers voorzien van de "Taarab" klanken, waarbij nummers als "Naahidi Kulienzi" met zang van Makame Faki en een vrouwenkoor en "Mpunga" met zang van Rukia Ramadhani en het spel van 3 lokale violisten bij mij beelden oproepen van de Efteling attractie Fata Morgana, maar dat terzijde.
de 3 instrumentale nummers "Zanzibar", "Mkutano" met Caribbean invloeden en "M'Banjo" met fraai banjo spel van Taj Mahal luisteren lekker weg, evenals het aanstekelijke, melodieuze "Muhoga Wa Jang'ombe" met zang van zangeres Bikidude (een legende in eigen land) en de blues van "Done Changed My Way of Living" waarop Taj Mahal de lead vocalen deelt met eveneens Bikidude.
Album werd geproduceerd door Petra Hanisch
Recorded September 13 - 17, 2003 at Culture Musical Club of Zanzibar, Stonetown, Zanzibar
deelcitaat uit de liner notes (Adrian Wolfen):
"For many years Zanzibar has been the focal point of a particular economical and cultural transfer. Merchants, seafarers, slave-traders and refugees from the Arabian peninsula, people from Africa, from the Persian Gulf and from India have met here, have mingled with one another in pursuit of their interests and left their traces. Could an Afro-American world-blues musician like Taj Mahal be able to resist the magnetism exuding from this confrontation between Africa and The Orient, India and Europe?"
"Taarab" was the music once played at the court of the Sultan's palace; with noble strains it lulled the listener into deep contemplation. Now it is mixed with street rhyhms to which people can dance and their bodies sway. Movement and encounter, that is an apt description of Culture Musical Club's music"
op dit album staan 6 Taj Mahal composities waarvan 2 co-written en 3 nummers (2,5 en 9) van musici uit Zanzibar, waarop hun "Taarab" muziek met Arabische, Indiase en Afrikaanse invloeden wordt vermengd met Amerikaanse country/folk blues, waarbij te denken valt aan de sound van mensen als Mississippi John Hurt en Sleepy John Estes aan wie Taj Mahal zich schatplichtig voelt.
waar "Dhow Countries" en "Catfish Blues" vrij traditionele blues laten horen in de typische Taj Mahal stijl, zijn een aantal nummers voorzien van de "Taarab" klanken, waarbij nummers als "Naahidi Kulienzi" met zang van Makame Faki en een vrouwenkoor en "Mpunga" met zang van Rukia Ramadhani en het spel van 3 lokale violisten bij mij beelden oproepen van de Efteling attractie Fata Morgana, maar dat terzijde.
de 3 instrumentale nummers "Zanzibar", "Mkutano" met Caribbean invloeden en "M'Banjo" met fraai banjo spel van Taj Mahal luisteren lekker weg, evenals het aanstekelijke, melodieuze "Muhoga Wa Jang'ombe" met zang van zangeres Bikidude (een legende in eigen land) en de blues van "Done Changed My Way of Living" waarop Taj Mahal de lead vocalen deelt met eveneens Bikidude.
Album werd geproduceerd door Petra Hanisch
Recorded September 13 - 17, 2003 at Culture Musical Club of Zanzibar, Stonetown, Zanzibar
deelcitaat uit de liner notes (Adrian Wolfen):
"For many years Zanzibar has been the focal point of a particular economical and cultural transfer. Merchants, seafarers, slave-traders and refugees from the Arabian peninsula, people from Africa, from the Persian Gulf and from India have met here, have mingled with one another in pursuit of their interests and left their traces. Could an Afro-American world-blues musician like Taj Mahal be able to resist the magnetism exuding from this confrontation between Africa and The Orient, India and Europe?"
"Taarab" was the music once played at the court of the Sultan's palace; with noble strains it lulled the listener into deep contemplation. Now it is mixed with street rhyhms to which people can dance and their bodies sway. Movement and encounter, that is an apt description of Culture Musical Club's music"
Taj Mahal - Mo' Roots (1974)

4,5
1
geplaatst: 19 augustus 2025, 02:00 uur
je zou "Mo Roots" inderdaad een ideaal hangmat plaatje kunnen noemen. als je de Taj Mahal verzamelaar "World Music" in huis zou halen heb je de 6 beste nummers van dit album te pakken en sla je met de beste nummers van het album "Music Keeps Me Together" (1975) 2 vliegen in 1 klap.
"Johnny Too Bad" en "Blackjack Davey" zijn fraaie swingende up-tempo nummers, het heerlijk loom wiegende "Cajun Waltz" en de cover van "Slave Driver" (Bob Marley) doet het origineel eer aan, maar het echte prijsnummer is het prachtig, ingetogen akoestisch gespeelde "Clara (St. Kitts Woman)" een eerbetoon aan zijn West-Indische grootmoeder die afkomstig was van het eiland Saint Kitts.
de 2 iets mindere nummers "Big Mama" en "Why Did You Have to Desert Me" ontbreken op de verzamelaar "World Music".
"Johnny Too Bad" en "Blackjack Davey" zijn fraaie swingende up-tempo nummers, het heerlijk loom wiegende "Cajun Waltz" en de cover van "Slave Driver" (Bob Marley) doet het origineel eer aan, maar het echte prijsnummer is het prachtig, ingetogen akoestisch gespeelde "Clara (St. Kitts Woman)" een eerbetoon aan zijn West-Indische grootmoeder die afkomstig was van het eiland Saint Kitts.
de 2 iets mindere nummers "Big Mama" en "Why Did You Have to Desert Me" ontbreken op de verzamelaar "World Music".
Taj Mahal - Music Fuh Ya' (Music Para Tu) (1977)

4,5
3
geplaatst: 19 augustus 2025, 01:43 uur
van de 5 albums die Taj Mahal in de seventies maakte met muziek in het genre calypso, reggae en Caribische (West-Indische) invloeden is dit samen met "Mo' Roots" (1974) naar mijn mening de beste en meest toegankelijke.
8 stuk voor stuk goed in het gehoor liggende liedjes met 5 originals van Taj Mahal plus 2 covers "Freight Train", oorspronkelijk een skiffle nummer van de Schot Paul James en Engelsman Fred Williams, "The Four Mills Brothers" van Drurrie Parks, de echtgenote van Van Dyke Parks, dat eerder verscheen op de klassieker "Discover America" en een nummer "Curry" van bandlid Ray Fitzpatrick.
een sfeervol, zonnig album zonder zwakke nummers met als hoogtepunten "Freight Train" en het aanstekelijke "Sailin' into Walker's Cay" met fraaie steel drums.
de albums "Music Keeps Me Together", "Satisfied 'N Tickled Too" en "Evolution (The Most Reccent)" in dezelfde sfeer bevatten alle een aantal memorabele liedjes, maar halen niet het niveau van "Music Fuh Ya" of "Mo' Roots".
Album werd geproduceerd door Taj Mahal
Recorded at Blue Bear Studios, San Francisco
Taj Mahal: acoustic guitars, mandolin, harmonica, banjo
Rudy Costa: alto, tenor & saxophone sax, alto clarinet, flute, kalimba, saxello, piano
Kester Smith: trap drums, percussion
Larry McDonald: congas, percussion, piano (track 4)
Kwasi (Rocki) Dzidzornu: congas, percussion
Robert Greenidge: steel drums
Ray Fitzpatrick: bass, acoustic guitar, organ (track
8 stuk voor stuk goed in het gehoor liggende liedjes met 5 originals van Taj Mahal plus 2 covers "Freight Train", oorspronkelijk een skiffle nummer van de Schot Paul James en Engelsman Fred Williams, "The Four Mills Brothers" van Drurrie Parks, de echtgenote van Van Dyke Parks, dat eerder verscheen op de klassieker "Discover America" en een nummer "Curry" van bandlid Ray Fitzpatrick.
een sfeervol, zonnig album zonder zwakke nummers met als hoogtepunten "Freight Train" en het aanstekelijke "Sailin' into Walker's Cay" met fraaie steel drums.
de albums "Music Keeps Me Together", "Satisfied 'N Tickled Too" en "Evolution (The Most Reccent)" in dezelfde sfeer bevatten alle een aantal memorabele liedjes, maar halen niet het niveau van "Music Fuh Ya" of "Mo' Roots".
Album werd geproduceerd door Taj Mahal
Recorded at Blue Bear Studios, San Francisco
Taj Mahal: acoustic guitars, mandolin, harmonica, banjo
Rudy Costa: alto, tenor & saxophone sax, alto clarinet, flute, kalimba, saxello, piano
Kester Smith: trap drums, percussion
Larry McDonald: congas, percussion, piano (track 4)
Kwasi (Rocki) Dzidzornu: congas, percussion
Robert Greenidge: steel drums
Ray Fitzpatrick: bass, acoustic guitar, organ (track

Taj Mahal - Music Keeps Me Together (1975)

3,5
1
geplaatst: 19 augustus 2025, 16:16 uur
wederom niet de van Taj Mahal vertrouwde country/folk blues klanken uit zijn vroege periode, maar een mix van calypso, reggae en Caribische muziek met een vleugje jazz en soul.
6 nummers van dit album (1,2,6,7,8 en 9) verschenen op de voorbeeldige verzamelaar "World Music" en dat zijn wat mij betreft de beste nummers, o.a. de covers "Brown-Eyed Handsome Man" (Chuck Berry), "Roll, Turn, Spin" (Joseph Spence) en het door Taj Mahal zelf geschreven "When I Feel the Sea Beneath My Soul".
ook zijn versie van de oude blues klassieker "Further on Down the Road" vooral bekend van de versie van Eric Clapton wil beklijven.
de zwakke melodie van "Dear Ladies", "Aristocracy" met spoken words van Inshirah Mahal en het jazzy "Why...and We Repeat Why? doen dat een stuk minder.
dit album haalt niet het niveau van zijn albums "Mo' Roots" of "Music Fuh Ya" waar heel wat beter songmateriaal op staat.
Album werd geproduceerd door Taj Mahal
Recorded at CBS Studios, San Francisco
6 nummers van dit album (1,2,6,7,8 en 9) verschenen op de voorbeeldige verzamelaar "World Music" en dat zijn wat mij betreft de beste nummers, o.a. de covers "Brown-Eyed Handsome Man" (Chuck Berry), "Roll, Turn, Spin" (Joseph Spence) en het door Taj Mahal zelf geschreven "When I Feel the Sea Beneath My Soul".
ook zijn versie van de oude blues klassieker "Further on Down the Road" vooral bekend van de versie van Eric Clapton wil beklijven.
de zwakke melodie van "Dear Ladies", "Aristocracy" met spoken words van Inshirah Mahal en het jazzy "Why...and We Repeat Why? doen dat een stuk minder.
dit album haalt niet het niveau van zijn albums "Mo' Roots" of "Music Fuh Ya" waar heel wat beter songmateriaal op staat.
Album werd geproduceerd door Taj Mahal
Recorded at CBS Studios, San Francisco
Taj Mahal - Recycling the Blues & Other Related Stuff (1972)

4,0
1
geplaatst: 19 augustus 2025, 02:51 uur
op de hoes staat de nog jonge, inmiddels 83-jarige Taj Mahal afgebeeld met 1 van zijn inspiratiebronnen, de country blues legende Mississippi John Hurt. een foto die in 1964 genomen werd tijdens het Newport Folk Festival. de muziek op "Recycling the Blues" ligt in dezelfde lijn ofwel country blues met wat folk invloeden.
op dit album staan 7 akoestische live gespeelde, sfeervolle solo opnames, met 5 instrumentale nummers "Conch" en "Conch Close" door Taj Mahal gespeeld op het wind instrument schelphoorn, "Kalimba" een Afrikaans muziekinstrument ook wel duimpiano genoemd en "M'Banjo". de overige 4 nummers (8 t/m 11) werden in de studio opgenomen. op "Bound to Love Me Some", "M'Banjo" en met name "Ricochet" excelleert Taj Mahal met zijn weergaloze spel op steel-bodied gitaar en banjo.
alle eigen nummers waarvan 1 "Corinna" co-written met Jesse Ed Davis plus de traditionals "Bound to Love Me Some"en het aloude "Sweet Home Chicago", dat ooit voor het eerst werd opgenomen door een andere blueslegende Robert Johnson en hier een swingende versie krijgt met fraaie backing vocals van The Pointer Sisters. ook op "Texas Woman Blues" zijn The Pointer Sisters te horen.
het album sluit af met het eveneens instrumentale "Gitano Negro".
Album werd geproduceerd door Taj Mahal
Recorded live at the Fillmore West and at Columbia's San Francisco Studios
Taj Mahal: steel-bodied guitar, kalimba, banjo, conch, hand claps, upright bass
Howard Johnson: hand claps, tuba (Cakewalk into Town)
op dit album staan 7 akoestische live gespeelde, sfeervolle solo opnames, met 5 instrumentale nummers "Conch" en "Conch Close" door Taj Mahal gespeeld op het wind instrument schelphoorn, "Kalimba" een Afrikaans muziekinstrument ook wel duimpiano genoemd en "M'Banjo". de overige 4 nummers (8 t/m 11) werden in de studio opgenomen. op "Bound to Love Me Some", "M'Banjo" en met name "Ricochet" excelleert Taj Mahal met zijn weergaloze spel op steel-bodied gitaar en banjo.
alle eigen nummers waarvan 1 "Corinna" co-written met Jesse Ed Davis plus de traditionals "Bound to Love Me Some"en het aloude "Sweet Home Chicago", dat ooit voor het eerst werd opgenomen door een andere blueslegende Robert Johnson en hier een swingende versie krijgt met fraaie backing vocals van The Pointer Sisters. ook op "Texas Woman Blues" zijn The Pointer Sisters te horen.
het album sluit af met het eveneens instrumentale "Gitano Negro".
Album werd geproduceerd door Taj Mahal
Recorded live at the Fillmore West and at Columbia's San Francisco Studios
Taj Mahal: steel-bodied guitar, kalimba, banjo, conch, hand claps, upright bass
Howard Johnson: hand claps, tuba (Cakewalk into Town)
Taj Mahal - The Hidden Treasures 1969-1973 (2012)

4,0
0
geplaatst: 18 september 2025, 02:02 uur
heb een zwak voor de Afro-Amerikaanse bluesman Taj Mahal wiens muziek ik al ruim 50 jaar volg.
een muzikant met een enorme staat van dienst die op zijn latere albums ook experimenteerde met genres als calypso, caribbean, reggae en zelfs muziek uit Hawaï.
op deze "Hidden Treasures" staat onvervalste blues, zowel akoestisch als elektrisch gespeeld, zoals die op zijn vroege albums uit de eind 60's, begin 70's werd uitgebracht.
cd 1 (nummers 1 t/m 12) bevat alternatieve versies van oude nummers die de originele albums niet haalden en dus niet eerder in deze versies verschenen en een enkel "nieuw" nummer als de Dylan cover "I Pity the Poor Immigrant"
tracks 1 t/m 4 opnames uit 1970 met o.a. The Dixie Flyers, Jesse Ed Davis (electric guitar), Jim Dickinson (piano) en Michael Utley (organ)
tracks 5 en 6 opnames uit 1969 met o.a. Jesse Ed Davis (electric guitar & piano), Gary Gilmore (bass) en Chuck "Brother" Blackwell (drums)
tracks 7 t/m 9 opnames uit 1971 met o.a. Howard Johnson (tuba), John Hall (electric guitar), Bill Rich (bass) en John Simon (piano)
alle 9 nummers geproduceerd door David Rubinson
tracks 10 t/m 12 opnames uit 1973 met Taj Mahal (vocals, guitar, banjo & harmonica, Hoshal Wright (electric guitar) en Eric Ajaye (bass) geproduceerd door de New Orleans r&b legende Allen Toussaint
leuk om erbij te hebben maar geen essentiële uitgave, aangezien de meeste nummers reeds eerder op zijn reguliere albums verschenen.
cd 2 (nummers 13 t/m 22) bevat live opnames uit 1970 van een concert in de Royal Albert Hall, Londen waar Taj Mahal destijds opende voor zijn label maatjes Johnny Winter en Santana.
de opener "Runnin By the Riverside" (Trad) is een a-capella nummer gevolgd door het akoestische "John, Ain't It Hard" (Taj Mahal) waarna het na de band introductie losbarst met stevige, elektrische stadsblues en alle nummers daarna als een bruisende, spontane jam sessie over het voetlicht worden gebracht met 4 eigen nummers van Taj Mahal waarvan "Big Fat" co-written met Jesse Ed Davis, de traditional "Oh Susannah" plus een aantal covers "Diving Duck Blues" (Sleepy John Estes), "Checkin' Up on My Baby" (Sonny Boy Williamson) en een cover (track 21) van "Bacon Fat" (Robbie Robertson/Garth Hudson).
het is met name cd 2 met de live opnames die deze dubbelaar de moeite waard maken. alhoewel w.m.b. de ultieme live versies op zijn live klassieker "The Real Thing" staan, waar de muziek is uitgebreid met een brass band. 3 nummers van cd 2 "John, Ain't It Hard", "Sweet Mama Janisse" en "Diving Duck Blues" staan eveneens op die klassieker.
de muzikanten op "Live At the Royal Albert Hall" (April 18, 1970)
Taj Mahal: vocals, national steel-bodied guitar, harmonica
Jesse Ed Davis: electric guitar
John Simon: piano
Bill Rich: bass
James Karstein: drums
een muzikant met een enorme staat van dienst die op zijn latere albums ook experimenteerde met genres als calypso, caribbean, reggae en zelfs muziek uit Hawaï.
op deze "Hidden Treasures" staat onvervalste blues, zowel akoestisch als elektrisch gespeeld, zoals die op zijn vroege albums uit de eind 60's, begin 70's werd uitgebracht.
cd 1 (nummers 1 t/m 12) bevat alternatieve versies van oude nummers die de originele albums niet haalden en dus niet eerder in deze versies verschenen en een enkel "nieuw" nummer als de Dylan cover "I Pity the Poor Immigrant"
tracks 1 t/m 4 opnames uit 1970 met o.a. The Dixie Flyers, Jesse Ed Davis (electric guitar), Jim Dickinson (piano) en Michael Utley (organ)
tracks 5 en 6 opnames uit 1969 met o.a. Jesse Ed Davis (electric guitar & piano), Gary Gilmore (bass) en Chuck "Brother" Blackwell (drums)
tracks 7 t/m 9 opnames uit 1971 met o.a. Howard Johnson (tuba), John Hall (electric guitar), Bill Rich (bass) en John Simon (piano)
alle 9 nummers geproduceerd door David Rubinson
tracks 10 t/m 12 opnames uit 1973 met Taj Mahal (vocals, guitar, banjo & harmonica, Hoshal Wright (electric guitar) en Eric Ajaye (bass) geproduceerd door de New Orleans r&b legende Allen Toussaint
leuk om erbij te hebben maar geen essentiële uitgave, aangezien de meeste nummers reeds eerder op zijn reguliere albums verschenen.
cd 2 (nummers 13 t/m 22) bevat live opnames uit 1970 van een concert in de Royal Albert Hall, Londen waar Taj Mahal destijds opende voor zijn label maatjes Johnny Winter en Santana.
de opener "Runnin By the Riverside" (Trad) is een a-capella nummer gevolgd door het akoestische "John, Ain't It Hard" (Taj Mahal) waarna het na de band introductie losbarst met stevige, elektrische stadsblues en alle nummers daarna als een bruisende, spontane jam sessie over het voetlicht worden gebracht met 4 eigen nummers van Taj Mahal waarvan "Big Fat" co-written met Jesse Ed Davis, de traditional "Oh Susannah" plus een aantal covers "Diving Duck Blues" (Sleepy John Estes), "Checkin' Up on My Baby" (Sonny Boy Williamson) en een cover (track 21) van "Bacon Fat" (Robbie Robertson/Garth Hudson).
het is met name cd 2 met de live opnames die deze dubbelaar de moeite waard maken. alhoewel w.m.b. de ultieme live versies op zijn live klassieker "The Real Thing" staan, waar de muziek is uitgebreid met een brass band. 3 nummers van cd 2 "John, Ain't It Hard", "Sweet Mama Janisse" en "Diving Duck Blues" staan eveneens op die klassieker.
de muzikanten op "Live At the Royal Albert Hall" (April 18, 1970)
Taj Mahal: vocals, national steel-bodied guitar, harmonica
Jesse Ed Davis: electric guitar
John Simon: piano
Bill Rich: bass
James Karstein: drums
Taj Mahal - The Real Thing (1971)

4,5
1
geplaatst: 25 augustus 2025, 16:11 uur
het toepasselijk getitelde "The Real Thing" is en blijft wat mij betreft het ultieme live album van de inmiddels 83-jarige Taj Mahal. de muziek staat ruim 50 jaar later nog steeds als een huis.
inderdaad geen exotische muzikale invloeden of reggae op deze dubbelaar, maar country-folk/blues en door de toevoeging van een brass band big city blues vermengd met vleugjes ragtime, soul en jazz.
8 Taj Mahal originals waarvan een aantal co-written plus covers, de akoestische opener "Fishin' Blues", een nummer van countryblues legende Henry Thomas, het groovy stuwende "You're Going to Need Somebody on Your Bond" van Blind Willie Johnson en "Diving Duck Blues" van een andere blueslegende Sleepy John Estes, van wie ook Ry Cooder meerdere nummers coverde.
het eveneens akoestische "Tom and Sally Drake" laat een merkwaardige mix horen van banjo en tuba die wonderwel goed uitpakt. op "John Ain' It Hard wordt wat gas terug genomen, waarna het los gaat met de 2 uitbundig swingende slotnummers (10 en 11).
user kistenkuif heeft het hierboven al eerder goed omschreven "dat maakt van deze levendige concertregistratie een waar feest".
Recorded February 13, 1971 at the Fillmore East, New York
deelcitaat uit de liner notes (Stanley Crouch)
"What this particular artist wanted was the sound of the entire sweep of blues at his command. In a certain way, he wasn't thinking about playing a particular kind of blues. He was concerned with doing the very best blues he could do, country and city. He had hit upon the approach of singing something with no more than the air itself to accompany him, or with the guitar, or with an ensemble that rubbed up against what had happened in Chicago, when some of the soul of Mississippi went North. Or, in yet another surprise direction, he might stretch back to things that reminded one of the ragtime area, then reach for something that reminded one of the great Percy Mayfield. There was nothing to stop him from calling upon the sound that was making Otis Redding such a favorite of the time. By the time he got to this recording, Taj Mahal had established himself as an artist from whom one should be willing to expect the well-grounded, foot-patting, stomping, shuffling, rocking, but at the same time, the unconventional"
inderdaad geen exotische muzikale invloeden of reggae op deze dubbelaar, maar country-folk/blues en door de toevoeging van een brass band big city blues vermengd met vleugjes ragtime, soul en jazz.
8 Taj Mahal originals waarvan een aantal co-written plus covers, de akoestische opener "Fishin' Blues", een nummer van countryblues legende Henry Thomas, het groovy stuwende "You're Going to Need Somebody on Your Bond" van Blind Willie Johnson en "Diving Duck Blues" van een andere blueslegende Sleepy John Estes, van wie ook Ry Cooder meerdere nummers coverde.
het eveneens akoestische "Tom and Sally Drake" laat een merkwaardige mix horen van banjo en tuba die wonderwel goed uitpakt. op "John Ain' It Hard wordt wat gas terug genomen, waarna het los gaat met de 2 uitbundig swingende slotnummers (10 en 11).
user kistenkuif heeft het hierboven al eerder goed omschreven "dat maakt van deze levendige concertregistratie een waar feest".
Recorded February 13, 1971 at the Fillmore East, New York
deelcitaat uit de liner notes (Stanley Crouch)
"What this particular artist wanted was the sound of the entire sweep of blues at his command. In a certain way, he wasn't thinking about playing a particular kind of blues. He was concerned with doing the very best blues he could do, country and city. He had hit upon the approach of singing something with no more than the air itself to accompany him, or with the guitar, or with an ensemble that rubbed up against what had happened in Chicago, when some of the soul of Mississippi went North. Or, in yet another surprise direction, he might stretch back to things that reminded one of the ragtime area, then reach for something that reminded one of the great Percy Mayfield. There was nothing to stop him from calling upon the sound that was making Otis Redding such a favorite of the time. By the time he got to this recording, Taj Mahal had established himself as an artist from whom one should be willing to expect the well-grounded, foot-patting, stomping, shuffling, rocking, but at the same time, the unconventional"
Taj Mahal - World Music (1993)

4,0
0
geplaatst: 18 augustus 2025, 17:25 uur
bluesman Taj Mahal, wiens grootmoeder afkomstig was van het West-Indische eiland Saint Kitts, maakte in de 70's een 4-tal albums met calypso, reggae en Caribische (West-Indie) invloeden die hij uitvoerde met Afro-Amerikaanse, Jamaicaanse en West-Indische muzikanten.
"World Music" is een beetje merkwaardige verzamelaar en is wat eenzijdig als volgt samengesteld:
1 nummer (5) "Kalimba" van "Recycling the Blues & Other Related Stuff" (1972)
6 nummers (3,6,7,8,10,12) van "Mo' Roots" (1974)
plus nummers van "Music Keeps Me Together" (1975)
alle eigen nummers van Taj Mahal, uitgezonderd "My Ancestors" (Bob Tubert), "Desperate Lover" (Keith Anderson aka Bob Andy), "Slave Driver" (Bob Marley), "Johnny Too Bad" (origineel van de Jamaicaanse reggae/rocksteady band The Slickers) en "Music Keeps Me Together" een nummer van Earl "Wire" Lindo die vele jaren toetsenist was van Bob Marley & The Wailers, waarbij van de covers de uitbundige versie van de Chuck Berry klassieker "Brown Eyed Handsome Man" tot de hoogtepunten behoort.
hoewel er wel lichte blues en folk invloeden aanwezig zijn, zijn het de aanstekelijke, zomerse klanken die op deze verzamelaar overheersen en dat bevalt prima.
"World Music" is een beetje merkwaardige verzamelaar en is wat eenzijdig als volgt samengesteld:
1 nummer (5) "Kalimba" van "Recycling the Blues & Other Related Stuff" (1972)
6 nummers (3,6,7,8,10,12) van "Mo' Roots" (1974)
plus nummers van "Music Keeps Me Together" (1975)
alle eigen nummers van Taj Mahal, uitgezonderd "My Ancestors" (Bob Tubert), "Desperate Lover" (Keith Anderson aka Bob Andy), "Slave Driver" (Bob Marley), "Johnny Too Bad" (origineel van de Jamaicaanse reggae/rocksteady band The Slickers) en "Music Keeps Me Together" een nummer van Earl "Wire" Lindo die vele jaren toetsenist was van Bob Marley & The Wailers, waarbij van de covers de uitbundige versie van de Chuck Berry klassieker "Brown Eyed Handsome Man" tot de hoogtepunten behoort.
hoewel er wel lichte blues en folk invloeden aanwezig zijn, zijn het de aanstekelijke, zomerse klanken die op deze verzamelaar overheersen en dat bevalt prima.
Taj Mahal & Keb Mo - TajMo (2017)

3,0
1
geplaatst: 27 juli 2025, 22:46 uur
het eerste samenwerkingsalbum van 2 blues grootheden, de inmiddels 83-jarige Taj Mahal en de 73-jarige Keb Mo (Kevin Moore) van wie de sinds 1968 in de muziek actieve Taj Mahal de meest indrukwekkende staat van dienst heeft.
het zijn met name de akoestische klein gehouden country/blues nummers die indruk maken en niet toevalligerwijs zijn dat covers, zoals "She Knows How to Rock Me" (William Lee Perryman), "Diving Duck Blues" (John Estes) en de John Mayer cover "Waiting on the World to Change" met backing vocals van Bonnie Raitt. ook "Shake Me in Your Arms" (Billy Nichols) dat als een spontane blues boogie klinkt en de aanstekelijke Who cover "Squeeze Box" (Pete Townshend) willen enigszins beklijven.
helaas geldt dat niet voor de 6 veelal co-written nummers van Keb Mo die weinig memorabele melodieen bevatten, mainstream up-tempo blues/pop laten horen en lijden aan overproductie (teveel blazers en achtergrondzang) met het "catchy" "Soul" met Afrikaanse en reggae klanken als dieptepunt. zijn "Ain't Nobody Talkin" is 1 van de weinige, goede zelfgeschreven liedjes.
hoewel het spelplezier er vanaf spat een lichte tegenvaller. had deze grootmeesters graag gehoord in een minder vol gepropte en minder gepolijste productie. beiden hebben solo een stuk betere albums gemaakt.
dit jaar (2025) verscheen het resultaat van hun tweede samenwerking "Room on the Porch".
Album werd geproduceerd door Keb' Mo' & Taj Mahal
Recorded at Stu Stu Studio, Nashville, Tennessee
het zijn met name de akoestische klein gehouden country/blues nummers die indruk maken en niet toevalligerwijs zijn dat covers, zoals "She Knows How to Rock Me" (William Lee Perryman), "Diving Duck Blues" (John Estes) en de John Mayer cover "Waiting on the World to Change" met backing vocals van Bonnie Raitt. ook "Shake Me in Your Arms" (Billy Nichols) dat als een spontane blues boogie klinkt en de aanstekelijke Who cover "Squeeze Box" (Pete Townshend) willen enigszins beklijven.
helaas geldt dat niet voor de 6 veelal co-written nummers van Keb Mo die weinig memorabele melodieen bevatten, mainstream up-tempo blues/pop laten horen en lijden aan overproductie (teveel blazers en achtergrondzang) met het "catchy" "Soul" met Afrikaanse en reggae klanken als dieptepunt. zijn "Ain't Nobody Talkin" is 1 van de weinige, goede zelfgeschreven liedjes.
hoewel het spelplezier er vanaf spat een lichte tegenvaller. had deze grootmeesters graag gehoord in een minder vol gepropte en minder gepolijste productie. beiden hebben solo een stuk betere albums gemaakt.
dit jaar (2025) verscheen het resultaat van hun tweede samenwerking "Room on the Porch".
Album werd geproduceerd door Keb' Mo' & Taj Mahal
Recorded at Stu Stu Studio, Nashville, Tennessee
Taj Mahal & Langston Hughes - Mule Bone (1991)

4,0
0
geplaatst: 22 augustus 2025, 01:43 uur
Mule Bone ( "A Comedy of Negro Life") is gebaseerd op een toneelstuk uit 1930 van de Afro-Amerikanen Zora Neale Hurston en Langston Hughes ("probably the best known black poet in America"). beiden waren onderdeel van de stroming Harlem Renaissance, kregen destijds ruzie en uiteindelijk duurde het 60 jaar voordat het toneelstuk werd gered door o.a. George Houston Bass, de executeur-testamentair van de nalatenschap van Langston Hughes, waarna het alsnog in 1991 in N.Y.C. in première ging.
alle composities op dit album zijn afkomstig van Taj Mahal met teksten van Langston Hughes, uitgezonderd "Graveyard Mule" met tekst van GHB en een prima cover van een blues standard uit 1925 "Shake That Thing" ("Poppa" Charlie Jackson).
"Jubilee" (Opening Theme) is een fraaie, akoestische instrumentale opener en de instrumentale "Finale" klinkt ook echt als een finale van een toneelstuk en tussendoor valt er veel te genieten van slow-blues nummers als "Me and the Mule", "Hey Hey Blues" en "Crossing", die worden afgewisseld met de stevige blues-rock van "Graveyard Mule", het eerder genoemde swingende "Shake That Thing" en sterke up-tempo nummers als "Song for a Banjo Dance", "But I Rode Some" en "The Intermission Blues".
"Mule Bone" is een beetje een stiefkind binnen het omvangrijke oeuvre van Taj Mahal. mijns inziens niet terecht, want dit album biedt in grote lijnen dezelfde country/folk (deels elektrische) blues als die van zijn eind 60's albums.
Album werd geproduceerd door Taj Mahal
Recorded at Mantrasound Studios, Kapaa, Kauai, Hawaï
Taj Mahal: keyboards, bass, guitars, harmonica, banjo
Mike Sena, Mark Singer: drums
Kim Jordan: additional keyboards, synthesizers, percussion
Abdul Wali: additional guitars
Calvin "Fuzzy" Samuels: electric & acoustic bass
Kester Smith: additional drums & percussion
deelcitaat uit de liner notes (Al Pryor)
"Mule Bone was created during the Harlem Renaissance (roughly from 1917 to 1935), a period when there was an outpouring of literature, poetry, drama, performance and visual art from the African-American community. Hughes, Hurston, and their peers, people like poet Countee Cullen, political activist Marcus Garvey and composer Eubie Blake had, of course, always been there, struggling against the restrictions of a segregated society. But during the Renaissance, those creative efforts were recognized by white patrons amongst the arts cognoscenti. Plays like Mule Bone helped to present an image of Black Americans which flew in the face of the Jim Crow image most white Americans had of their black neighbors".
alle composities op dit album zijn afkomstig van Taj Mahal met teksten van Langston Hughes, uitgezonderd "Graveyard Mule" met tekst van GHB en een prima cover van een blues standard uit 1925 "Shake That Thing" ("Poppa" Charlie Jackson).
"Jubilee" (Opening Theme) is een fraaie, akoestische instrumentale opener en de instrumentale "Finale" klinkt ook echt als een finale van een toneelstuk en tussendoor valt er veel te genieten van slow-blues nummers als "Me and the Mule", "Hey Hey Blues" en "Crossing", die worden afgewisseld met de stevige blues-rock van "Graveyard Mule", het eerder genoemde swingende "Shake That Thing" en sterke up-tempo nummers als "Song for a Banjo Dance", "But I Rode Some" en "The Intermission Blues".
"Mule Bone" is een beetje een stiefkind binnen het omvangrijke oeuvre van Taj Mahal. mijns inziens niet terecht, want dit album biedt in grote lijnen dezelfde country/folk (deels elektrische) blues als die van zijn eind 60's albums.
Album werd geproduceerd door Taj Mahal
Recorded at Mantrasound Studios, Kapaa, Kauai, Hawaï
Taj Mahal: keyboards, bass, guitars, harmonica, banjo
Mike Sena, Mark Singer: drums
Kim Jordan: additional keyboards, synthesizers, percussion
Abdul Wali: additional guitars
Calvin "Fuzzy" Samuels: electric & acoustic bass
Kester Smith: additional drums & percussion
deelcitaat uit de liner notes (Al Pryor)
"Mule Bone was created during the Harlem Renaissance (roughly from 1917 to 1935), a period when there was an outpouring of literature, poetry, drama, performance and visual art from the African-American community. Hughes, Hurston, and their peers, people like poet Countee Cullen, political activist Marcus Garvey and composer Eubie Blake had, of course, always been there, struggling against the restrictions of a segregated society. But during the Renaissance, those creative efforts were recognized by white patrons amongst the arts cognoscenti. Plays like Mule Bone helped to present an image of Black Americans which flew in the face of the Jim Crow image most white Americans had of their black neighbors".
Taj Mahal & the Hula Blues Band - Hanapepe Dream (2001)

3,5
0
geplaatst: 21 augustus 2025, 12:06 uur
de opvolger van het gelijknamige "Taj Mahal and the Hula Blues", ook wel "Sacred Island" genoemd, verscheen 4 jaar later. het is van hetzelfde laken een pak, qua genre een mengeling van Taj Mahal's blues met een prominente rol voor de muziek uit Hawaï met vleugjes caribbean, reggae en Latin, opgenomen met hetzelfde muzikale vriendenclubje, waaronder oudgedienden Kester Smith (drums) en Rudy Costa (fluit, klarinet, saxofoon) en diverse muzikanten uit Hawaï o.a. Carlos Andrade, Pancho Graham, Pat Cockett en Fred Lunt, alle 4 van de groep "Napali".
3 Taj Mahal originals (1,4,6) waaronder een re-make van zijn eigen "Baby You're My Destiny", 4 traditionals (2,7,8,11) met eveneens nieuwe opnames van eerder door hem opgenomen songs als "Blackjack Davey" en "Stagger Lee" plus 1 nummer "Moonlight Lady" van bandleden Carlos Andrade & Pat Cockett en 3 covers "African Herbman" (Richie Havens), "My Creole Belle" (Mississippi John Hurt) en "All Along the Watchtower" (Bob Dylan).
wederom een fraai album met heerlijk ontspannende muziek een enkele keer wat belegen klinkend ("Moonlight Lady", "King Edward's Throne), maar het spelplezier dat versterkt wordt door de klanken van diverse ukuleles en Hawaiian steel gitaar spat er vanaf.
net als de voorganger bijzonder aangename muziek. naar mijn bescheiden mening halen beide albums niet het niveau van zijn "roots" albus "Mo' Roots" en "Music Fuh Ya", maar wellicht moet je ze daar vanwege de Hawaiaanse insteek niet mee vergelijken.
er werd in 2015 nog een live album "Live from Kauai" uitgebracht, waarna het stil werd rond het gezelschap van de Hula Blues Band.
Album werd geproduceerd door Petra Hanisch (eigenaresse van het Duitse label Tradition & Moderne)
Recorded at Moments, Bremen, Germany & Messenger Studio, Kauai, Hawaï
3 Taj Mahal originals (1,4,6) waaronder een re-make van zijn eigen "Baby You're My Destiny", 4 traditionals (2,7,8,11) met eveneens nieuwe opnames van eerder door hem opgenomen songs als "Blackjack Davey" en "Stagger Lee" plus 1 nummer "Moonlight Lady" van bandleden Carlos Andrade & Pat Cockett en 3 covers "African Herbman" (Richie Havens), "My Creole Belle" (Mississippi John Hurt) en "All Along the Watchtower" (Bob Dylan).
wederom een fraai album met heerlijk ontspannende muziek een enkele keer wat belegen klinkend ("Moonlight Lady", "King Edward's Throne), maar het spelplezier dat versterkt wordt door de klanken van diverse ukuleles en Hawaiian steel gitaar spat er vanaf.
net als de voorganger bijzonder aangename muziek. naar mijn bescheiden mening halen beide albums niet het niveau van zijn "roots" albus "Mo' Roots" en "Music Fuh Ya", maar wellicht moet je ze daar vanwege de Hawaiaanse insteek niet mee vergelijken.
er werd in 2015 nog een live album "Live from Kauai" uitgebracht, waarna het stil werd rond het gezelschap van de Hula Blues Band.
Album werd geproduceerd door Petra Hanisch (eigenaresse van het Duitse label Tradition & Moderne)
Recorded at Moments, Bremen, Germany & Messenger Studio, Kauai, Hawaï
Taj Mahal & The Phantom Blues Band - Shoutin' in Key (2000)

4,0
0
geplaatst: 25 augustus 2025, 02:26 uur
fraaie live set van Taj Mahal met de Phantom Blues Band, een gezelschap van gerenommeerde Hollywood sessie/studio muzikanten waarvan leden o.a. samen werkten met Joe Cocker, Bonnie Raitt, de Rolling Stones en Stevie Ray Vaughan. 3 albums van de band staan hier op MuMe.
voornamelijk blues gelardeerd met r&b, rock en soul, waarop de Caribische en "wereld" invloeden ver te zoeken zijn, uitgezonderd de reggae vibe van "Rain from the Sky", een nummer van de Jamaicaanse reggae/ska zanger Delroy Wilson en de latin jazz klanken van de instrumentale afsluiter "Sentidos Dulce" (Sweet Feelings) afkomstig van de soundtrack "Brothers".
album opent sterk met de eveneens instrumentale blues/jazz van "Honky Tonk". op alle overige nummers neemt de goed bij stem zijnde Taj Mahal de leadzang voor zijn rekening, zoals op het soulvolle "Ev'ry Wind (In the River)" en de Percy Mayfield song "Stranger in My Own Home Town".
het stevige, funky "Ain't That a Lot of Love" doet aan "Everybody Needs Somebody to Love" van The Blues Brothers denken. verder bezielde, gedreven versies van zijn eigen "Mail Box Blues", het aloude "Corrina" (co-written Jesse Ed Davis) in een folk/blues versie dat 1 van de weinige rustpunten is en de klassieker "Leavin' Trunk" (Sleepy John Estes).
"The Hoochi Coochi Coo" laat onvervalste rock n' roll horen, een nummer van de blues/rock 'n roll artiest Hank Ballard, die o.a. "The Twist" schreef dat ooit een grote hit werd voor Chubby Checker.
"Cruisin" en het eerder genoemde "Sentidos Dulce" zijn wat zwakkere broeders op dit live album, dat mede vanwege de blazerssectie een lekker "having a party" sfeertje heeft.
Album werd geproduceerd door Tony Braunagel
Recorded at the Mint in Los Angeles, November 9, 10, and 11, 1998
Taj Mahal: guitar, harmonica, dobro, percussion
Mick Weaver: Hammond B-3 organ, piano
Denny Freeman: guitar
Larry Fulcher: bass, background vocals
Tony Braunagel: drums, background vocals
Joe Sublett: tenor and soprano saxophones
Darrell Leonard: trumpet, trombone, flugelhorn
voornamelijk blues gelardeerd met r&b, rock en soul, waarop de Caribische en "wereld" invloeden ver te zoeken zijn, uitgezonderd de reggae vibe van "Rain from the Sky", een nummer van de Jamaicaanse reggae/ska zanger Delroy Wilson en de latin jazz klanken van de instrumentale afsluiter "Sentidos Dulce" (Sweet Feelings) afkomstig van de soundtrack "Brothers".
album opent sterk met de eveneens instrumentale blues/jazz van "Honky Tonk". op alle overige nummers neemt de goed bij stem zijnde Taj Mahal de leadzang voor zijn rekening, zoals op het soulvolle "Ev'ry Wind (In the River)" en de Percy Mayfield song "Stranger in My Own Home Town".
het stevige, funky "Ain't That a Lot of Love" doet aan "Everybody Needs Somebody to Love" van The Blues Brothers denken. verder bezielde, gedreven versies van zijn eigen "Mail Box Blues", het aloude "Corrina" (co-written Jesse Ed Davis) in een folk/blues versie dat 1 van de weinige rustpunten is en de klassieker "Leavin' Trunk" (Sleepy John Estes).
"The Hoochi Coochi Coo" laat onvervalste rock n' roll horen, een nummer van de blues/rock 'n roll artiest Hank Ballard, die o.a. "The Twist" schreef dat ooit een grote hit werd voor Chubby Checker.
"Cruisin" en het eerder genoemde "Sentidos Dulce" zijn wat zwakkere broeders op dit live album, dat mede vanwege de blazerssectie een lekker "having a party" sfeertje heeft.
Album werd geproduceerd door Tony Braunagel
Recorded at the Mint in Los Angeles, November 9, 10, and 11, 1998
Taj Mahal: guitar, harmonica, dobro, percussion
Mick Weaver: Hammond B-3 organ, piano
Denny Freeman: guitar
Larry Fulcher: bass, background vocals
Tony Braunagel: drums, background vocals
Joe Sublett: tenor and soprano saxophones
Darrell Leonard: trumpet, trombone, flugelhorn
Taj Mahal & Toumani Diabaté - Kulanjan (1999)

4,5
2
geplaatst: 29 augustus 2025, 02:15 uur
een samenwerking tussen de Afro-Amerikaanse bluesman Taj Mahal en de Malinese kora grootmeester wijlen Toumani Diabate (R.I.P. 19.07.2024). de mannen hadden elkaar al eerder ontmoet en Toumani Diabate werd met 6 andere virtuoze Malinese muzikanten, waaronder de in Guinee geboren Lasana Diabate, overgevlogen naar Georgia om "Kulanjan" op te nemen. "Kulanjan" is vernoemd naar een oud Malinees lied dat Taj Mahal voor het eerst hoorde op een album met kora muziek "Ancient Strings" van de vaders van Toumani Diabate en Ballake Sissoko. dit album stond aan de basis van dit project.
op dit album staan van beiden nieuwe versies van eerder door hen opgenomen songs. Taj Mahal schreef nummers 1,3,7,9 en 12, Toumani Diabate 4,6,8,10 en 11 en 2 nummers 2) "Tunkaranke" (The Adventurer) en 5) "Fanta" schreven zij samen.
de fusie tussen de country/folk blues en de Malinese traditionele muziek van de Mande griots en "wassoulou" ( "the ancient music of the hunters"), waar een lange zoektocht van Taj Mah al naar zijn Afrikaanse roots aan vooraf ging, pakt wonderwel goed uit.
de lead vocalen worden gedeeld door Taj Mahal, Kassemady Diabate en zangeres Ramatou Diakite.
merendeels akoestische muziek prachtig ingekleurd met instrumenten als de kora en n'goni en fraaie Afrikaanse zang. een album met intieme, oprechte muziek waar je de liefde voor de muziek vanaf kunt horen.
Favoriete nummers: Queen Bee, Kulanjan, K'An Ben (Let's Get Together), Atlanta Kaira en het enige, instrumentale nummer Mississippi Mali Blues.
Henri St. Claire Fredericks aka Taj Mahal werd tijdens de sessies voor dit album door de Malinese muzikanten omgedoopt in "Dadi Kouyate".
Album werd geproduceerd door Joe Boyd & Lucy Duran
Recorded at John Keane Studios, Athens, Georgia
Taj Mahal: guitar, vocals
Toumani Diabate: kora
Ramatou Diakite: vocals
Kassemady Diabate: vocals, guitar
Bassekou Kouyate: bass ngoni, small ngoni
Lasana Diabate: balafon
Dougouye Koulibaly: bolon, kamalengoni, karinyan
Ballake Sissoko: kora
Lucy Duran: bolon, 2nd kora, karinyan
op dit album staan van beiden nieuwe versies van eerder door hen opgenomen songs. Taj Mahal schreef nummers 1,3,7,9 en 12, Toumani Diabate 4,6,8,10 en 11 en 2 nummers 2) "Tunkaranke" (The Adventurer) en 5) "Fanta" schreven zij samen.
de fusie tussen de country/folk blues en de Malinese traditionele muziek van de Mande griots en "wassoulou" ( "the ancient music of the hunters"), waar een lange zoektocht van Taj Mah al naar zijn Afrikaanse roots aan vooraf ging, pakt wonderwel goed uit.
de lead vocalen worden gedeeld door Taj Mahal, Kassemady Diabate en zangeres Ramatou Diakite.
merendeels akoestische muziek prachtig ingekleurd met instrumenten als de kora en n'goni en fraaie Afrikaanse zang. een album met intieme, oprechte muziek waar je de liefde voor de muziek vanaf kunt horen.
Favoriete nummers: Queen Bee, Kulanjan, K'An Ben (Let's Get Together), Atlanta Kaira en het enige, instrumentale nummer Mississippi Mali Blues.
Henri St. Claire Fredericks aka Taj Mahal werd tijdens de sessies voor dit album door de Malinese muzikanten omgedoopt in "Dadi Kouyate".
Album werd geproduceerd door Joe Boyd & Lucy Duran
Recorded at John Keane Studios, Athens, Georgia
Taj Mahal: guitar, vocals
Toumani Diabate: kora
Ramatou Diakite: vocals
Kassemady Diabate: vocals, guitar
Bassekou Kouyate: bass ngoni, small ngoni
Lasana Diabate: balafon
Dougouye Koulibaly: bolon, kamalengoni, karinyan
Ballake Sissoko: kora
Lucy Duran: bolon, 2nd kora, karinyan
Taj Mahal and the Hula Blues Band - Taj Mahal and the Hula Blues Band (1997)
Alternatieve titel: Sacred Island

3,5
0
geplaatst: 21 augustus 2025, 02:47 uur
1 van de vele samenwerkingen van de veelzijdige Taj Mahal, in dit geval met een gezelschap muzikanten van Afro Caribbean, Afro Amerikaanse, Pacific Islander (Hawaï) en Portugese afkomst.
5 Taj Mahal originals "The Calypsonians", het instrumentale "Sacred Island", "The New Hula Blues" en "Mailbox Blues" een re-make van zijn klassieker "Going Up to the Country, Paint My Mailbox Blue" en het co-written "Kanikapila", plus de traditional "Betty 'N' Dupree", 1 nummer "No Na Mamo" van Carlos Andrade door hem en Pat Cockett gezongen plus een verrassende cover "Monkey Man" van Frederic "Toots" Hibbert van de ska/reggae band Toots & The Maytals hier omgetoverd in "Coconut Man".
een mix van Amerikaanse blues met o.a. calypso, reggae, Latin en muziek van Hawaï. de sfeer is lichtvoetig, relaxed en wellicht soms iets te veel "easy listening", maar er valt op het muzikale vakmanschap en hoorbare plezier weinig af te dingen.
onder de muzikanten bevinden zich oudgedienden uit zijn entourage als Kester Smith (drums, cowbell) en Rudy Costa (diverse blaasinstrumenten) en muzikanten van Hawaï o.a. Michael Barretto (baritone ukulele, Pat Cockett (liliu ukulele), Carlos Andrade (tenor ukulele, slack-key guitar) en Fred Lunt (Hawaiian steel guitar).
Album werd geproduceerd door Carey Williams (co-producer Petra Hanisch)
Recorded at Messenger Studio, Kauai, Hawaii
deelcitaat uit de liner notes van Taj Mahal:
"This "Hula Blues Project" is the beginning of a lifelong wish to learn the music of and interface with Hawaiian music and musicians. Having lived in Hawaii on the island of Kauai for twelve years I was fortunate to experience and enjoy the tranquil ease at which these musicians go about their daily life and play music. Hawaii has possibly the greatest density of musicians per square mile with the exception of perhaps the caribbean islands of Jamaica and Trinidad/Tobago and it's just wonderful. As a small child and as an adult music was and is my top of the list favorite and when I heard the sound of Hawaiian music I immediately wanted to see why I felt this music so deeply in my spirit. Well all that's past and here we are in 1997 with the "Hula Blues".
5 Taj Mahal originals "The Calypsonians", het instrumentale "Sacred Island", "The New Hula Blues" en "Mailbox Blues" een re-make van zijn klassieker "Going Up to the Country, Paint My Mailbox Blue" en het co-written "Kanikapila", plus de traditional "Betty 'N' Dupree", 1 nummer "No Na Mamo" van Carlos Andrade door hem en Pat Cockett gezongen plus een verrassende cover "Monkey Man" van Frederic "Toots" Hibbert van de ska/reggae band Toots & The Maytals hier omgetoverd in "Coconut Man".
een mix van Amerikaanse blues met o.a. calypso, reggae, Latin en muziek van Hawaï. de sfeer is lichtvoetig, relaxed en wellicht soms iets te veel "easy listening", maar er valt op het muzikale vakmanschap en hoorbare plezier weinig af te dingen.
onder de muzikanten bevinden zich oudgedienden uit zijn entourage als Kester Smith (drums, cowbell) en Rudy Costa (diverse blaasinstrumenten) en muzikanten van Hawaï o.a. Michael Barretto (baritone ukulele, Pat Cockett (liliu ukulele), Carlos Andrade (tenor ukulele, slack-key guitar) en Fred Lunt (Hawaiian steel guitar).
Album werd geproduceerd door Carey Williams (co-producer Petra Hanisch)
Recorded at Messenger Studio, Kauai, Hawaii
deelcitaat uit de liner notes van Taj Mahal:
"This "Hula Blues Project" is the beginning of a lifelong wish to learn the music of and interface with Hawaiian music and musicians. Having lived in Hawaii on the island of Kauai for twelve years I was fortunate to experience and enjoy the tranquil ease at which these musicians go about their daily life and play music. Hawaii has possibly the greatest density of musicians per square mile with the exception of perhaps the caribbean islands of Jamaica and Trinidad/Tobago and it's just wonderful. As a small child and as an adult music was and is my top of the list favorite and when I heard the sound of Hawaiian music I immediately wanted to see why I felt this music so deeply in my spirit. Well all that's past and here we are in 1997 with the "Hula Blues".
Taj Mahal Trio - Live Catch (2003)

3,5
0
geplaatst: 26 augustus 2025, 00:22 uur
een basic traditioneel live blues album dat Taj Mahal met een basis bezetting van de man op gitaar en zang en een uitstekende ritmesectie bestaand uit zijn trouwe muzikale kompanen Kester Smith (drums) en Bill Rich (bass).
2 traditionals "Black Jack Davey" en "Stagger Lee", 8 eigen nummers bekend van zijn oude en iets nieuwere studio albums, zo is "New Hula Blues" afkomstig van het album "Sacred Island" (1998) met de Hula Blues Band, plus 4 covers "Annie Mae" (Big Joe Williams), "Creole Belle" (Mississippi John Hurt), "Freight Train" (Elisabeth Cotten) en "Sittin' on Top of the World" (Chester Burnett aka Howlin' Wolf.
los van de sterke covers, hoor ik Taj Mahal het liefst met de uitvoeringen van zijn eigen oude klassiekers, zoals "Good Morning Miss Brown", "Fishin' Blues", "Going Up to the Country" of "Corrina", hoewel het stuwende, swingende "Blues Ain't Nothin" van het album "Dancing the Blues" (1993) met sfeervolle publiekszang er positief uitspringt. "Lovin' in My Baby's Eyes" van "Phantom Blues" (1996) doet dat minder.
geen opzienbarend live album zoals zijn live klassieker "The Real Thing", maar degelijke zoals gezegd "basic" blues uitvoeringen die lekker weg luisteren.
Album werd geproduceerd door Alan Abrahams
Recorded live at Yoshi's, Oakland, California on December 27, 2002)
2 traditionals "Black Jack Davey" en "Stagger Lee", 8 eigen nummers bekend van zijn oude en iets nieuwere studio albums, zo is "New Hula Blues" afkomstig van het album "Sacred Island" (1998) met de Hula Blues Band, plus 4 covers "Annie Mae" (Big Joe Williams), "Creole Belle" (Mississippi John Hurt), "Freight Train" (Elisabeth Cotten) en "Sittin' on Top of the World" (Chester Burnett aka Howlin' Wolf.
los van de sterke covers, hoor ik Taj Mahal het liefst met de uitvoeringen van zijn eigen oude klassiekers, zoals "Good Morning Miss Brown", "Fishin' Blues", "Going Up to the Country" of "Corrina", hoewel het stuwende, swingende "Blues Ain't Nothin" van het album "Dancing the Blues" (1993) met sfeervolle publiekszang er positief uitspringt. "Lovin' in My Baby's Eyes" van "Phantom Blues" (1996) doet dat minder.
geen opzienbarend live album zoals zijn live klassieker "The Real Thing", maar degelijke zoals gezegd "basic" blues uitvoeringen die lekker weg luisteren.
Album werd geproduceerd door Alan Abrahams
Recorded live at Yoshi's, Oakland, California on December 27, 2002)
Tangled Up in Blues - Songs of Bob Dylan (1999)
Alternatieve titel: All Blues'd Up! - Songs of Bob Dylan

4,0
3
geplaatst: 10 juni 2025, 02:16 uur
onderdeel van de met een kwinkslag genaamde serie "This Ain't No Tribute Album" met blues interpretaties van Dylan liedjes, waaronder vele klassiekers. 4 andere delen op het House of Blues label werden gewijd aan Eric Clapton, Janis Joplin, Led Zeppelin en de Rolling Stones. alle 5 cd-s verschenen eveneens op de compilatie box "This Ain't No Tribute Blues Cube" (1999).
de diversiteit aan blues stijlen komt uitgebreid aan bod op dit album met uitvoeringen van Mavis Staples (blues gospel), Isaac Hays ( blues/jazz), R.L. Burnside (Delta juke joint blues), Luther "Guitar Jr." Johnson (Chicago blues), John Hammond (folk blues), James Solberg (blues rock), etc.
hoogtepunten zijn "Everything Is Broken" (R.L. Burnside) met vlammend gitaarspel van Buddy Guy en Derek Trucks, het merendeels akoestische "I'll Be Your Baby Tonight" (John Hammond), de country/gospel wals "Wallflower" met prachtige zang van de Holmes Brothers en Clarence "Gatemouth" Brown op fiddle en Richard Ford op steel gitaar, en de afsluiter "One Too Many Mornings" van The Band met zang van Rick Danko (bass), Gart Hudson (B-3 organ), Levon Helm (drums, harmonica) en een fraaie slide gitaar partij van Derek Trucks.
blueszanger/gitarist Larry McCray zet weliswaar een vurige, soulvolle versie van "All Along the Watchtower" neer, maar de versie van Jimi Hendrix laat zich moeilijk overtreffen.
de bijdragen van Isaac Hays, Alvin "Youngbood" Hart en Leon Russell beklijven een stuk minder.
deelcitaat uit de liner notes van Paul Williams:
"Dylan started his blues education as a teenage music lover in Northern Minnesota. Listening to Bukka White, Son House and Jimmy Reed. In 1977 he told an interviewer "I still listen to the same old black-and-blue blues, Tommy McClennan, Lightnin' Hopkins, The Carter Family, the Early Carlisles. I listen to Big Maceo, Robert Johnson, Fred McDowell, Gary Stewart. I like Memphis Minnie a lot"
When Dylan was 20 he played harmonica behind Big Joe Williams at a recording session in New York City. He recorded songs by Blind Lemon Jefferson, Bukka White and Blind Willie Johnson on his own first album later the same year. In 1963, the 21-year-old Dylan compared his abilities to those of his idols, saying "I don't carry myself yet the way that Big Joe Williams, Woody Guthrie, Leadbelly and Lightnin' Hopkins have carried themselves. I hope to be able to someday, but they're older people"
de diversiteit aan blues stijlen komt uitgebreid aan bod op dit album met uitvoeringen van Mavis Staples (blues gospel), Isaac Hays ( blues/jazz), R.L. Burnside (Delta juke joint blues), Luther "Guitar Jr." Johnson (Chicago blues), John Hammond (folk blues), James Solberg (blues rock), etc.
hoogtepunten zijn "Everything Is Broken" (R.L. Burnside) met vlammend gitaarspel van Buddy Guy en Derek Trucks, het merendeels akoestische "I'll Be Your Baby Tonight" (John Hammond), de country/gospel wals "Wallflower" met prachtige zang van de Holmes Brothers en Clarence "Gatemouth" Brown op fiddle en Richard Ford op steel gitaar, en de afsluiter "One Too Many Mornings" van The Band met zang van Rick Danko (bass), Gart Hudson (B-3 organ), Levon Helm (drums, harmonica) en een fraaie slide gitaar partij van Derek Trucks.
blueszanger/gitarist Larry McCray zet weliswaar een vurige, soulvolle versie van "All Along the Watchtower" neer, maar de versie van Jimi Hendrix laat zich moeilijk overtreffen.
de bijdragen van Isaac Hays, Alvin "Youngbood" Hart en Leon Russell beklijven een stuk minder.
deelcitaat uit de liner notes van Paul Williams:
"Dylan started his blues education as a teenage music lover in Northern Minnesota. Listening to Bukka White, Son House and Jimmy Reed. In 1977 he told an interviewer "I still listen to the same old black-and-blue blues, Tommy McClennan, Lightnin' Hopkins, The Carter Family, the Early Carlisles. I listen to Big Maceo, Robert Johnson, Fred McDowell, Gary Stewart. I like Memphis Minnie a lot"
When Dylan was 20 he played harmonica behind Big Joe Williams at a recording session in New York City. He recorded songs by Blind Lemon Jefferson, Bukka White and Blind Willie Johnson on his own first album later the same year. In 1963, the 21-year-old Dylan compared his abilities to those of his idols, saying "I don't carry myself yet the way that Big Joe Williams, Woody Guthrie, Leadbelly and Lightnin' Hopkins have carried themselves. I hope to be able to someday, but they're older people"
Tannas - Rù-Rà (1995)

4,0
0
geplaatst: 2 maart 2024, 16:26 uur
soms scoor je bij toeval een mooi album. deze luisterde ik onlangs bij mijn platenboer en deze beviel mij direct. Tannas is een Schotse folkgroep die tot op heden 3 albums maakten, waarvan dit de tweede is.
de groep bestaat uit de zussen Sandra en Doreen MacKay die de zang verzorgen, aangevuld met Julia Legge (fiddle, backing vocals) en multi-instrumentalist Malcolm Stitt. op dit album verder aangevuld met een aantal gastmuzikanten.
de songs zijn veelal traditionals en worden gecompleteerd met een aantal songs van hedendaagse songwriters of eigen songs. de liederen worden in Schots Gaelic gezongen. prachtige, meerstemmige zang met een enkel instrumentaal nummer 9) "Mrs. Mary Stitt", dat werd opgedragen aan de moeder van Malcolm Stitt die dit nummer schreef, en af en toe een "jig" of "reel". deze overheersen niet en gaan min of meer geruisloos op in de fijne flow van dit voornamelijk akoestische album.
de muziek op dit album "ademt", klinkt open en transparant en is vooral dankzij de fraaie vocalen op tracks 1, 4, 6, 8 en 10 zeer toegankelijk en genietbaar.
Album werd geproduceerd door Donald Shaw
Recorded at Palladium Studio, Edinburgh
de groep Tannas ten tijde van dit album:
Sandra MacKay: vocals
Doreen MacKay: vocals
Julia Legge: fiddle, backing vocals
Malcolm Stitt: guitar, bouzouki, highland pipes, whistles
plus gastmuzikanten:
Steve Lawrence: percussion, bodhran, congas
Donald Shaw: piano, keyboards, sequencing
Jason Dove: keyboards, accordion
James MacIntosh: shakers, clave, bongos
Iain MacLeod: mandolin, backing vocal
Chris Stitt: bass
Fred Morrison: highand small pipes, whistle, backing vocal
de groep bestaat uit de zussen Sandra en Doreen MacKay die de zang verzorgen, aangevuld met Julia Legge (fiddle, backing vocals) en multi-instrumentalist Malcolm Stitt. op dit album verder aangevuld met een aantal gastmuzikanten.
de songs zijn veelal traditionals en worden gecompleteerd met een aantal songs van hedendaagse songwriters of eigen songs. de liederen worden in Schots Gaelic gezongen. prachtige, meerstemmige zang met een enkel instrumentaal nummer 9) "Mrs. Mary Stitt", dat werd opgedragen aan de moeder van Malcolm Stitt die dit nummer schreef, en af en toe een "jig" of "reel". deze overheersen niet en gaan min of meer geruisloos op in de fijne flow van dit voornamelijk akoestische album.
de muziek op dit album "ademt", klinkt open en transparant en is vooral dankzij de fraaie vocalen op tracks 1, 4, 6, 8 en 10 zeer toegankelijk en genietbaar.
Album werd geproduceerd door Donald Shaw
Recorded at Palladium Studio, Edinburgh
de groep Tannas ten tijde van dit album:
Sandra MacKay: vocals
Doreen MacKay: vocals
Julia Legge: fiddle, backing vocals
Malcolm Stitt: guitar, bouzouki, highland pipes, whistles
plus gastmuzikanten:
Steve Lawrence: percussion, bodhran, congas
Donald Shaw: piano, keyboards, sequencing
Jason Dove: keyboards, accordion
James MacIntosh: shakers, clave, bongos
Iain MacLeod: mandolin, backing vocal
Chris Stitt: bass
Fred Morrison: highand small pipes, whistle, backing vocal
Teddy Thompson - Teddy Thompson (2000)

3,0
1
geplaatst: 15 december 2024, 02:25 uur
het debuutalbum van Teddy Thompson, zoon van het legendarische folk duo Richard en Linda Thompson. 10 eigen liedjes, waarvan 1 "Missing Children" co-written met Rufus Wainwright.
met "rock" heeft dit album weinig van doen. zou het eerder pop/folk liedjes noemen. zijn stem is weinig onderscheidend, nogal anoniem en zoet, net als de songs op dit album. helaas laat de kwaliteit van zijn composities te wensen over. het prima gitaarwerk van vader Richard en sessiemuzikant Greg Leisz, die op een 6-tal nummers te horen zijn, kunnen dit niet verhelpen.
slechts een 4-tal nummers zijn enigszins memorabel, het melodieuze "Lover Her for That", het voornoemde "Missing Children" met prachtig gitaarspel van Greg Leisz en de ballads "All I See" en "Days in the Park". de overige nummers maken weinig indruk en beklijven niet.
de hidden track, een cover van het Don Everly nummer "I Wonder If I Care As Much", een duet met Emmylou Harris, is wat mij betreft het hoogtepunt.
wellicht heeft Teddy Thompson hierna betere albums gemaakt, maar dit debuut nodigt niet uit om mij verder in zijn oeuvre te verdiepen. zijn zus Kami Thompson maakte ook een album "Love Lies" (2011).
Album werd geproduceerd door Joe Henry
Recorded at Sonora Recorders, Los Angeles, California
met "rock" heeft dit album weinig van doen. zou het eerder pop/folk liedjes noemen. zijn stem is weinig onderscheidend, nogal anoniem en zoet, net als de songs op dit album. helaas laat de kwaliteit van zijn composities te wensen over. het prima gitaarwerk van vader Richard en sessiemuzikant Greg Leisz, die op een 6-tal nummers te horen zijn, kunnen dit niet verhelpen.
slechts een 4-tal nummers zijn enigszins memorabel, het melodieuze "Lover Her for That", het voornoemde "Missing Children" met prachtig gitaarspel van Greg Leisz en de ballads "All I See" en "Days in the Park". de overige nummers maken weinig indruk en beklijven niet.
de hidden track, een cover van het Don Everly nummer "I Wonder If I Care As Much", een duet met Emmylou Harris, is wat mij betreft het hoogtepunt.
wellicht heeft Teddy Thompson hierna betere albums gemaakt, maar dit debuut nodigt niet uit om mij verder in zijn oeuvre te verdiepen. zijn zus Kami Thompson maakte ook een album "Love Lies" (2011).
Album werd geproduceerd door Joe Henry
Recorded at Sonora Recorders, Los Angeles, California
Teddy Thompson - Upfront & Down Low (2007)

3,5
0
geplaatst: 30 juli 2024, 01:00 uur
mijn eerste kennismaking met de muziek van Teddy Thompson (zoon van Richard en Linda Thompson). verwachtte folk muziek, echter dit blijkt een country album te zijn, gelukkig geen typische Nashville country, hoewel het daar bij een aantal nummers, met name tracks 1 t/m 4, gevaarlijk dicht tegen aan zit en die "mainstream country" mij om die reden minder aanspreekt.
op dit album staan 11 covers van diverse country klassiekers en 1 eigen song van Teddy Thompson "Down Low", 1 van de betere tracks met duo-zang van Jenni Muldaur, dochter van de bekende zangeres Maria Muldaur.
vanaf track 5 komen er toch een aantal fraaie tracks voorbij, zoals het mid-tempo "I'm Left, You're Right, She's Gone" dat qua stijl aan Buddy Holly doet denken, de ballad "My Heart Echoes" met fraaie duo-zang van Iris Dement en een heerlijke dobro partij van multi-instrumentalist David Mansfield. ook "You Finally Said Something Good" met harmoniezang van Tift Merrit, de Dolly Parton cover "My Blue Tears" opgeluisterd met mooie viool klanken en de mid-tempo "feel good" afsluiter "Let's Think About Living" (Boudleaux Bryant) beklijven.
het mierzoete "The Worst is Yet to Come" en de obligate versie van de klassieker "She Thinks I Still Care" beklijven een stuk minder. laatstgenoemd nummer werd bekend in de versie van country zanger George Jones. persoonlijk prefereer ik de pittige versie van John Fogerty op zijn album The Blue Ridge Rangers.
mis wat bezieling en vuur in de "brave" uitvoeringen, zelfs de herkenbare gitaarpartijen van vader Richard (tracks 3,9,10) kunnen dit niet verhelpen. ik vermoed dat Teddy Thompson betere albums heeft gemaakt dan deze.
het zal ook niet meevallen om in de voetsporen van beroemde vaders of moeders te treden, zoals Rosanne Cash/John Carter (Johnny & June), Joachim Cooder (Ry), A.J. Croce (Jim), Adam Cohen (Leonard), wijlen Justin Townes Earle (Steve), Julian & Sean Lennon (John), Shana Morrison (Van), Chris Stills (Steve), Jack Trooper (Greg), Inara George (Lowell), John Townes Van Zandt (Townes) etc.
Album werd geproduceerd door Teddy Thompson
Recorded at Monkeyboy Studios, Brooklyn, New York
Teddy Thompson: vocals, guitars
Brad Albetta: bass, vocals
Jeff Hill: bass
Dan Reiser: drums, percussion, vocals
Greg Leisz: pedal steel, dobro (track 5)
Tony Scherr, Richard Thompson, Marc Ribot, Jim Campilongo: guitar
David Mansfield: dobro, mandolin, viola
Jason Crosby: piano
Glen Platscha: keyboards
Iris Dement: vocals, piano (track 6)
Jenni Muldaur: vocals (9), Tift Merrit vocals (10), Brian Fulk vocals (12)
Julia Kent, Anja Wood, Dinah Beamish: cello
Antoine Silverman, Lorenza Ponce, Julia Singleton, Sally Herbert: violin
Chris Cardona, Claire Orsler: viola
op dit album staan 11 covers van diverse country klassiekers en 1 eigen song van Teddy Thompson "Down Low", 1 van de betere tracks met duo-zang van Jenni Muldaur, dochter van de bekende zangeres Maria Muldaur.
vanaf track 5 komen er toch een aantal fraaie tracks voorbij, zoals het mid-tempo "I'm Left, You're Right, She's Gone" dat qua stijl aan Buddy Holly doet denken, de ballad "My Heart Echoes" met fraaie duo-zang van Iris Dement en een heerlijke dobro partij van multi-instrumentalist David Mansfield. ook "You Finally Said Something Good" met harmoniezang van Tift Merrit, de Dolly Parton cover "My Blue Tears" opgeluisterd met mooie viool klanken en de mid-tempo "feel good" afsluiter "Let's Think About Living" (Boudleaux Bryant) beklijven.
het mierzoete "The Worst is Yet to Come" en de obligate versie van de klassieker "She Thinks I Still Care" beklijven een stuk minder. laatstgenoemd nummer werd bekend in de versie van country zanger George Jones. persoonlijk prefereer ik de pittige versie van John Fogerty op zijn album The Blue Ridge Rangers.
mis wat bezieling en vuur in de "brave" uitvoeringen, zelfs de herkenbare gitaarpartijen van vader Richard (tracks 3,9,10) kunnen dit niet verhelpen. ik vermoed dat Teddy Thompson betere albums heeft gemaakt dan deze.
het zal ook niet meevallen om in de voetsporen van beroemde vaders of moeders te treden, zoals Rosanne Cash/John Carter (Johnny & June), Joachim Cooder (Ry), A.J. Croce (Jim), Adam Cohen (Leonard), wijlen Justin Townes Earle (Steve), Julian & Sean Lennon (John), Shana Morrison (Van), Chris Stills (Steve), Jack Trooper (Greg), Inara George (Lowell), John Townes Van Zandt (Townes) etc.
Album werd geproduceerd door Teddy Thompson
Recorded at Monkeyboy Studios, Brooklyn, New York
Teddy Thompson: vocals, guitars
Brad Albetta: bass, vocals
Jeff Hill: bass
Dan Reiser: drums, percussion, vocals
Greg Leisz: pedal steel, dobro (track 5)
Tony Scherr, Richard Thompson, Marc Ribot, Jim Campilongo: guitar
David Mansfield: dobro, mandolin, viola
Jason Crosby: piano
Glen Platscha: keyboards
Iris Dement: vocals, piano (track 6)
Jenni Muldaur: vocals (9), Tift Merrit vocals (10), Brian Fulk vocals (12)
Julia Kent, Anja Wood, Dinah Beamish: cello
Antoine Silverman, Lorenza Ponce, Julia Singleton, Sally Herbert: violin
Chris Cardona, Claire Orsler: viola
Terri Binion - Fool (2002)

4,0
0
geplaatst: 9 februari 2024, 22:09 uur
ik bezocht een tijdje geleden een concert van de Nederlandse versie van Matthews Southern Comfort, de band rond voormalig Fairport Convention/Plainsong lid Ian Matthews. een fijn concert waarbij de heren een eerbetoon brachten met meerdere songs van het Woodstock festival uit 1969. Ian Matthews grapte wie van het publiek daarbij aanwezig was geweest en speelde tijdens deze set ook een nummer van de mij onbekende uit Florida afkomstige Amerikaanse singer/songwriter Terri Binion, die hij als een goede songwriter aanprees. zij speelde mee op het album "Kind of New" (2010) van MSC, maar nam geen deel aan de daaropvolgende tour. zodoende kwam ik bij dit 2e album van haar uit, dat 7 jaar na haar debuut verscheen.
een zeer aangename kennismaking met haar folky "roots" muziek. Terri Binion schreef alle songs voor dit album en het zijn stuk voor stuk meeslepende, sterke verhalende songs voorzien van goede melodieën die beklijven. de instrumentatie met voornamelijk traditionele instrumenten, o.a. accordeon, fiddle, lap steel en mandoline is veelal spaarzaam, soms wat uitbundiger in "Dreams Worn Thin" en geven alle ruimte aan haar rustige, zalvende stem, die wel aan collega's als Mary Gauthier en Diana Jones doet denken, zoals ook de muziek op dit album deze dames in herinnering brengt.
het album opent heel sterk met "Gayle Anne" voorzien van een prachtige harmony vocal van Lucinda Williams. een nummer dat niet had misstaan op 1 van haar vroege albums. je denkt dan het beste te hebben gehad, maar Terri Binion slaagt er wonderwel in om de aandacht vast te houden en er volgen nog vele sterke tracks als "All She Ever Dreamed", "Come Another Hurricane" en "Dear Richard" die de kwaliteit van dit consistente album hoog houden.
Album werd geproduceerd door Terri Binion en David Schweizer
opgenomen "at Richter Records, Orlando, Florida, U.S.A.
de muzikanten op dit album:
Terri Binion: lead & backing vocals, acoustic guitar
Anthony Cole: drums, bass, keyboards
Doug Matthews: acoustic bass, bass
Alan Cowart: drums
Mitch Corbin: acoustic lead guitar, acoustic bass guitar, banjo, mandolin, rhythm guitar
John Iafrate: banjo, mandolin
Jason Thomas: fiddle, mandolin
Jim Horzen: accordian
David Schweizer: loop & electric guitars, upright piano
Bobby Koelble: electric guitars, nylon string guitar
Brian Snapp: saxophone (track 7)
Davy Jones: trumpet (track 7)
Pat Gollatta: trombone (track 7)
Terry Meyers: clarinet (track 7)
Larry Jacoby: bass
Tuck Tucker: dobro
Tony Manna: keyboards
Lucinda Williams: harmony vocal (track 1)
een zeer aangename kennismaking met haar folky "roots" muziek. Terri Binion schreef alle songs voor dit album en het zijn stuk voor stuk meeslepende, sterke verhalende songs voorzien van goede melodieën die beklijven. de instrumentatie met voornamelijk traditionele instrumenten, o.a. accordeon, fiddle, lap steel en mandoline is veelal spaarzaam, soms wat uitbundiger in "Dreams Worn Thin" en geven alle ruimte aan haar rustige, zalvende stem, die wel aan collega's als Mary Gauthier en Diana Jones doet denken, zoals ook de muziek op dit album deze dames in herinnering brengt.
het album opent heel sterk met "Gayle Anne" voorzien van een prachtige harmony vocal van Lucinda Williams. een nummer dat niet had misstaan op 1 van haar vroege albums. je denkt dan het beste te hebben gehad, maar Terri Binion slaagt er wonderwel in om de aandacht vast te houden en er volgen nog vele sterke tracks als "All She Ever Dreamed", "Come Another Hurricane" en "Dear Richard" die de kwaliteit van dit consistente album hoog houden.
Album werd geproduceerd door Terri Binion en David Schweizer
opgenomen "at Richter Records, Orlando, Florida, U.S.A.
de muzikanten op dit album:
Terri Binion: lead & backing vocals, acoustic guitar
Anthony Cole: drums, bass, keyboards
Doug Matthews: acoustic bass, bass
Alan Cowart: drums
Mitch Corbin: acoustic lead guitar, acoustic bass guitar, banjo, mandolin, rhythm guitar
John Iafrate: banjo, mandolin
Jason Thomas: fiddle, mandolin
Jim Horzen: accordian
David Schweizer: loop & electric guitars, upright piano
Bobby Koelble: electric guitars, nylon string guitar
Brian Snapp: saxophone (track 7)
Davy Jones: trumpet (track 7)
Pat Gollatta: trombone (track 7)
Terry Meyers: clarinet (track 7)
Larry Jacoby: bass
Tuck Tucker: dobro
Tony Manna: keyboards
Lucinda Williams: harmony vocal (track 1)
Terry Allen - Salivation (1999)

4,0
2
geplaatst: 15 april 2025, 20:37 uur
fraai alt.country/roots album met folk en rock invloeden van de inmiddels 81-jarige Terry Allen. kwam zijn naam ooit op het spoor vanwege zijn nummer "New Delhi Freight Train" dat verscheen op het Little Feat album "Time Loves a Hero".
Terry Allen een belezen, literair geschoolde man is een storyteller pur sang en kun je gerust een cult held noemen, een veelzijdig artiest die eveneens actief is als beeldhouwer en schilder en bevriend is/was met verwante geesten als Joe Ely en wijlen Guy Clark.
een fraai gevarieerd "roots" album met een aantal pracht ballads als "Billy the Boy" over de lotgevallen van ene Billy, een medley van 8.50 minuten dat van begin tot eind boeit, "Cortez Sail" en "Give Me the Flowers", het enige niet door hemzelf geschreven nummer, dat vooral bekend werd in een versie van het bluegrass duo Lester Flatt & Earl Scruggs.
de overige 10 nummers werden door Terry Allen zelf gepend, waarvan het met Guy Clark co-written polka achtige "Xmas On the Isthmus" 1 van de weinige mindere tracks is en "The Doll" (c/w Lloyd Maines).
voor de rest is het genieten van de stevige country rocker "Salivation", het hilarische "Southern Comfort" waarbij hij het geloof op de hak neemt, de heerlijke Tex Mex klanken van "Rio Ticino", de aanstekelijke meezinger "Red Leg Boy", of het vrolijke, up-tempo "Ain't No Top 40 Song" met fraaie trompet accenten van Richard Bowden. op veel nummers is eveneens het prachtige geluid van de accordeon aanwezig.
Terry Allen met zijn doorleefde, ietwat gruizige stem speelde piano en clavinova (digitale piano) op dit album en wordt begeleid door een flink aantal klasbakken van muzikanten, waaronder Charlie Sexton (bouzouki, guitar) bekend van zijn werk met de band van Bob Dylan, de vermaarde multi-instrumentalist Lloyd Maines (acoustic & electric guitar, slide guitar, pedal steel, dobro), Glen Fukunaga (bass), Richard Bowden (cello, fiddle, mandolin, trumpet), Ian Moore (electric guitars) en Bukka Allen (accordion, B-3 organ, harmonium, tuba).
de man maakte eerder in de 70's de klassiekers "Juarez" en Lubbock (On Everything), albums die door de liefhebber worden gekoesterd. zijn humoristische, spitsvondige teksten zijn een verhaal apart en zitten vol met kwinkslagen, waar ook iemand als John Prine patent op had.
de titel van dit album "Salivation" met een glimlachende Jezus op de cover is een woordspeling van het woord "salvation" (verlossing).
Album werd geproduceerd door Terry Allen & Lloyd Maines
Recorded at Cedar Creek Studios, Austin, Texas
Terry Allen een belezen, literair geschoolde man is een storyteller pur sang en kun je gerust een cult held noemen, een veelzijdig artiest die eveneens actief is als beeldhouwer en schilder en bevriend is/was met verwante geesten als Joe Ely en wijlen Guy Clark.
een fraai gevarieerd "roots" album met een aantal pracht ballads als "Billy the Boy" over de lotgevallen van ene Billy, een medley van 8.50 minuten dat van begin tot eind boeit, "Cortez Sail" en "Give Me the Flowers", het enige niet door hemzelf geschreven nummer, dat vooral bekend werd in een versie van het bluegrass duo Lester Flatt & Earl Scruggs.
de overige 10 nummers werden door Terry Allen zelf gepend, waarvan het met Guy Clark co-written polka achtige "Xmas On the Isthmus" 1 van de weinige mindere tracks is en "The Doll" (c/w Lloyd Maines).
voor de rest is het genieten van de stevige country rocker "Salivation", het hilarische "Southern Comfort" waarbij hij het geloof op de hak neemt, de heerlijke Tex Mex klanken van "Rio Ticino", de aanstekelijke meezinger "Red Leg Boy", of het vrolijke, up-tempo "Ain't No Top 40 Song" met fraaie trompet accenten van Richard Bowden. op veel nummers is eveneens het prachtige geluid van de accordeon aanwezig.
Terry Allen met zijn doorleefde, ietwat gruizige stem speelde piano en clavinova (digitale piano) op dit album en wordt begeleid door een flink aantal klasbakken van muzikanten, waaronder Charlie Sexton (bouzouki, guitar) bekend van zijn werk met de band van Bob Dylan, de vermaarde multi-instrumentalist Lloyd Maines (acoustic & electric guitar, slide guitar, pedal steel, dobro), Glen Fukunaga (bass), Richard Bowden (cello, fiddle, mandolin, trumpet), Ian Moore (electric guitars) en Bukka Allen (accordion, B-3 organ, harmonium, tuba).
de man maakte eerder in de 70's de klassiekers "Juarez" en Lubbock (On Everything), albums die door de liefhebber worden gekoesterd. zijn humoristische, spitsvondige teksten zijn een verhaal apart en zitten vol met kwinkslagen, waar ook iemand als John Prine patent op had.
de titel van dit album "Salivation" met een glimlachende Jezus op de cover is een woordspeling van het woord "salvation" (verlossing).
Album werd geproduceerd door Terry Allen & Lloyd Maines
Recorded at Cedar Creek Studios, Austin, Texas
Terry Lee Hale - Oh What a World (1991)

3,5
0
geplaatst: 18 april 2025, 19:17 uur
heb een zwak voor singer/songwriters die in de marge opereren en proberen van hun muziek te leven, zoals Richard Buckner, Peter Bruntnell, Richard Shindell, etc.
zo ook voor de uit Texas afkomstige Terry Lee Hale die met 18 albums incl. live albums een indrukwekkende staat van dienst heeft opgebouwd. hij belandde na vele omzwervingen in de U.S.A en Engeland uiteindelijk in Marseille, Frankrijk, was altijd "on the road" om zijn muziek aan de man te brengen en opende o.a. shows van The Walkabouts en raakte bevriend met hun bandleider Chris Eckmann.
op dit derde album met een mix van blues, country en folk zet TLH een aantal goede songs neer, zoals de aanstekelijke opener "Just Ask Me" met handclaps en zang van Chris Eckmann en Carla Torgerson (eveneens van The Walkabouts), "Beautiful Lie" met een fraaie pedal steel, "Random Kiss" met cello spel van Carla Torgerson en het instrumentale "Digging Up Crud" met vrolijke mariachi klanken, echter het is met name de folk ballad "The Boys Are Waiting" dat met zijn melodie en prachtige viool klanken indruk maakt.
de overige 5 nummers beklijven een stuk minder, waarbij het jammer is dat een op zich goed liedje als het titelnummer "Oh What a World" al dan niet vakkundig met "distorted" gitaren om zeep wordt geholpen.
gebruik het woord tweede garnituur niet graag, maar TLH is n.m.m. geen singer/songwriter van de buitencategorie zoals bij voorbeeld wijlen David Olney, wijlen John Prine of Tom Russell, dus volsta ik met 3,5 sterren voor dit album van de sympathieke, hardwerkende Terry Lee Hale. heb overigens geen idee of de man betere albums heeft gemaakt dan deze.
Album werd geproduceerd door TLH, John Rubato en Chris Eckmann
Recorded at Rubato Sound, Seattle, Washington
Terry Lee Hale: guitars, vocals and songwriting
zo ook voor de uit Texas afkomstige Terry Lee Hale die met 18 albums incl. live albums een indrukwekkende staat van dienst heeft opgebouwd. hij belandde na vele omzwervingen in de U.S.A en Engeland uiteindelijk in Marseille, Frankrijk, was altijd "on the road" om zijn muziek aan de man te brengen en opende o.a. shows van The Walkabouts en raakte bevriend met hun bandleider Chris Eckmann.
op dit derde album met een mix van blues, country en folk zet TLH een aantal goede songs neer, zoals de aanstekelijke opener "Just Ask Me" met handclaps en zang van Chris Eckmann en Carla Torgerson (eveneens van The Walkabouts), "Beautiful Lie" met een fraaie pedal steel, "Random Kiss" met cello spel van Carla Torgerson en het instrumentale "Digging Up Crud" met vrolijke mariachi klanken, echter het is met name de folk ballad "The Boys Are Waiting" dat met zijn melodie en prachtige viool klanken indruk maakt.
de overige 5 nummers beklijven een stuk minder, waarbij het jammer is dat een op zich goed liedje als het titelnummer "Oh What a World" al dan niet vakkundig met "distorted" gitaren om zeep wordt geholpen.
gebruik het woord tweede garnituur niet graag, maar TLH is n.m.m. geen singer/songwriter van de buitencategorie zoals bij voorbeeld wijlen David Olney, wijlen John Prine of Tom Russell, dus volsta ik met 3,5 sterren voor dit album van de sympathieke, hardwerkende Terry Lee Hale. heb overigens geen idee of de man betere albums heeft gemaakt dan deze.
Album werd geproduceerd door TLH, John Rubato en Chris Eckmann
Recorded at Rubato Sound, Seattle, Washington
Terry Lee Hale: guitars, vocals and songwriting
Terry Reid - River (1973)

4,0
0
geplaatst: 29 april 2024, 01:48 uur
voor velen een klassieker dit derde album van "living legend" en "musician's musician" Terry Reid.
na zijn eerdere 2 solo albums bracht ook dit album hem niet het verwachte commerciële succes.
een voor die tijd gewaagd en avontuurlijk album met een mix van folk, blues, country-rock en zelfs Braziliaanse bossa nova op de akoestische titeltrack "River" met subtiele percussie.
i.t.t. Tonio gaat mijn voorkeur naar het sterke kwartet songs op kant A. het ijzersterke intro van opener "Dean", vernoemd naar Jenny Dean een toenmalige vriendin uit die tijd, vind ik nog steeds geweldig. funky gitaarspel gevolgd door de invallende drums en een geweldige slide gitaar van wijlen snarenwonder David Lindley, waarna de stem van Terry Reid dit nummer tot nog grotere hoogte stuwt. op "Avenue" en "Live Life" horen we country blues of country rock? met wederom geweldig slide gitaarspel van David Lindley. het groovy "Things to Try" met een strakke, stevige ritmesectie en de ongeëvenaarde zang van Terry Reid, is eveneens een hoogtepunt op dit album.
na de opener "River" van kant B volgen nog 2 akoestische nummers "Dream" en "Milestones" met prachtige vocalen van de man, die herinneringen oproepen aan het werk van artiesten als Tim Buckley en John Martyn.
de 74-jarige Terry Reid treed nog steeds op. volgens zijn homepage is de man nu op tournee in de States en volgt er later in de herfst een tournee in de U.K. in 2016 verscheen "The Other Side of the River" met een aantal alternatieve versies van nummers van dit album en eerder niet uitgebrachte nummers van de "River" sessies
Album werd geproduceerd door Tom Dowd
except tracks 6 & 7 (Eddie Offord)
de muzikanten op dit album:
Terry Reid: vocals, guitar
David Lindley: steel guitar, slide guitar and electric guitar (except tracks 5,6 & 7)
Lee Miles: bass
Conrad Isidore: drums (tracks 1,2,3 & 4)
Willie Bobo: percussion parts on track 5
na zijn eerdere 2 solo albums bracht ook dit album hem niet het verwachte commerciële succes.
een voor die tijd gewaagd en avontuurlijk album met een mix van folk, blues, country-rock en zelfs Braziliaanse bossa nova op de akoestische titeltrack "River" met subtiele percussie.
i.t.t. Tonio gaat mijn voorkeur naar het sterke kwartet songs op kant A. het ijzersterke intro van opener "Dean", vernoemd naar Jenny Dean een toenmalige vriendin uit die tijd, vind ik nog steeds geweldig. funky gitaarspel gevolgd door de invallende drums en een geweldige slide gitaar van wijlen snarenwonder David Lindley, waarna de stem van Terry Reid dit nummer tot nog grotere hoogte stuwt. op "Avenue" en "Live Life" horen we country blues of country rock? met wederom geweldig slide gitaarspel van David Lindley. het groovy "Things to Try" met een strakke, stevige ritmesectie en de ongeëvenaarde zang van Terry Reid, is eveneens een hoogtepunt op dit album.
na de opener "River" van kant B volgen nog 2 akoestische nummers "Dream" en "Milestones" met prachtige vocalen van de man, die herinneringen oproepen aan het werk van artiesten als Tim Buckley en John Martyn.
de 74-jarige Terry Reid treed nog steeds op. volgens zijn homepage is de man nu op tournee in de States en volgt er later in de herfst een tournee in de U.K. in 2016 verscheen "The Other Side of the River" met een aantal alternatieve versies van nummers van dit album en eerder niet uitgebrachte nummers van de "River" sessies
Album werd geproduceerd door Tom Dowd
except tracks 6 & 7 (Eddie Offord)
de muzikanten op dit album:
Terry Reid: vocals, guitar
David Lindley: steel guitar, slide guitar and electric guitar (except tracks 5,6 & 7)
Lee Miles: bass
Conrad Isidore: drums (tracks 1,2,3 & 4)
Willie Bobo: percussion parts on track 5
