MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten potjandosie als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

S.E. Rogie - Dead Men Don't Smoke Marijuana (1994)

poster
4,0
wjlen S.E. Rogie (echte naam: Sooliman Ernest Rogers) afkomstig uit Sierra Leone was wellicht 1 van de best bewaarde, muzikale geheimen van dat land. hoewel zijn muziekgenre wordt omschreven als een combinatie van Afrikaanse maringa (palm wine music populair in landen als Liberia en Sierra Leone) en highlife zijn op dit album eveneens blues, country en gospel invloeden hoorbaar aanwezig en horen we zelfs Hawaiaanse gitaar klanken op de fraaie opener "Kpindigbee", dat meteen de toon zet voor dit heerlijke "laid back" album, waarvan meerdere nummers (2,5 en 6) reeds eerder op zijn oudere "Afrikaanse" albums verschenen, maar hier in een nieuw jasje worden gestoken.

dit werd bij mijn weten zijn vijfde en tevens laatste reguliere album uitgebracht op het Real World label van Peter Gabriel. veelal akoestisch gebrachte nummers die alle prettig in het gehoor liggen, gezongen met de wat omfloerste soms fluisterende, maar bovenal rustgevende stem van de man. de liedjes worden deels in het Engels en deels in West-Afrikaanse dialecten gezongen.

de onweerstaanbare "catchy" melodieen van "Kpindigbee", "Nor Weigh Me Lek Dat", het loom wiegende "Jojo Yalah Yo" en met name het aanstekelijke "African Gospel" zijn een lust voor het oor. enige minpuntje is het iets te gladgestreken in het Engels gezongen "A Time In My Life".

S.E. Rogie die lange tijd in Engeland woonachtig was kreeg op dit album hulp van de vermaarde Ghanese gitarist Alfred "Kari" Bannerman bekend van zijn prominente bijdragen aan de Ghanese "highlife" muziek, Danny Thompson (double bass) bekend van zijn werk met Pentangle en Richard Thompson en toetsenist Simon Clarke die o.a. met Peter Gabriel en Peter Hammill werkte.

Album werd geproduceerd door Tchad Blake
Recorded at Real World Studios, England
All songs written by S.E. Rogie (vocals, guitar, backing vocals)

plus:
Emile Ogoo (lead guitar, backing vocals)
Zozo Shuaibu (percussion, electric bass, backing vocals)

Salif Keita - Ko-Yan (1989)

poster
3,5
een lichte tegenvaller dit tweede album van de Malinese grootmeester Salif Keita, dat hier op MuMe vreemd genoeg een hogere waardering krijgt dan zijn sterke debuut album "Soro".

de man verhuisde in 1984 vanuit Mali naar Parijs om een groter publiek te bereiken en dat lijkt zich te vertalen op "Ko-Yan", dat in Parijs werd opgenomen met de Franse producer Francois Breant die op dit album meedeed op "programmed keyboards". de westerse invloeden met o.a. dominante synths en harde, blikkerig klinkende drums zijn toegenomen en dat pakt niet overal even goed uit.

de muzikanten zijn afkomstig uit o.a. Mali, Guinee en Kameroen met verder opvallend veel Franse musici, zoals de complete blazerssectie.

een merkwaardig soort funky disco geluid op "Nou Pas Bouger" of funky jazz-rock op het titelnummer "Ko-Yan" gaan op dit album ten koste van de authenticiteit van zijn muziek. helaas ontbreken er ook prachtige ballads als "Cono" en "Sanni Kegniba", zoals die op "Soro" staan.

blijft de geweldige stem van Salif Keita en de fraaie vraag-en antwoord zang van de koortjes.

All songs written by Salif Keita

Salif Keïta - Soro (1987)

poster
4,5
wat mij betreft een klassieker dit debuut album van de destijds 38-jarige Salif Keita met 6 ijzersterke composities. qua productie inderdaad wellicht iets teveel synthesizers en iets te hard opgenomen drums, maar vreemd genoeg stoort mij dit minder dan op de opvolger "Ko-Yan", waarbij ook de kwaliteit van de nummers een rol zal spelen. hoe dan ook "Soro" klinkt authentieker en minder gepolijst dan "Ko-Yan".

"Wamba" en "Sina (Soumbouya)" zijn aanstekelijke up-tempo nummers en het lang uitgesponnen "Soro" verveelt geen seconde, maar de meer ingetogen nummers als "Souareba" en "Sanni Kegniba" en met name de ballad "Cono" spreken het meeste aan. nummers die wat minder vol geproduceerd zijn en waarbij de geweldige stem van Salif Keita en de meerstemmige zang van de zangeressen alle ruimte krijgt.

"Soro" werd zijn doorbraak naar de Engels sprekende wereld. de inmiddels 75-jarige Salif Keita is kennelijk ook bij de liefhebber in de vergetelheid geraakt. 38 jaar later verscheen zijn nieuwe album "So Kono" (2025), waarop hier op MuMe nog niemand heeft gestemd.

Album werd geproduceerd door Ibrahima Sylla
Recorded at Studio "Harry Son", Paris, France

deelcitaat uit de liner notes:

"Salif Keita's music is a powerful, seamless, and highly sensitive melting pot of influences; transplanting the traditional music of the griots into the present. He has blended in other West African influences from Guinea and Senegal and influences from Cuba, Spain and Portugal, fusing his traditional vocal themes with modern instruments and style. On "Soro", with the use of the latest "state of the art" technology, this development has reached an unprecedented peak of perfection, both musically and technically".

Sam Amidon - Bright Sunny South (2013)

poster
4,0
een fraai, indrukwekkend album van de Amerikaanse singer/songwriter en multi-instrumentalist Sam Amidon. het enige album dat ik de van de man ken, maar wat een aangename verrassing. alle nummers zijn traditionals, bewerkt en gearrangeerd door de man zelf. de 1e 4 nummers vormen een bijna gouden kwartet, waarbij "My Old Friend" mede vanwege de banjo doet denken aan de muziek van Mumford & Sons. 2 wat mindere tracks "He's Taken My Feet" en "Shake It Off". gelukkig staat hier genoeg moois tegenover. het prachtige "Pharaoh", het fijne, instrumentale "Groundhog" en de prijsnummers "As I Roved Out" en het stemmige slotnummer "Weeping Mary". al met al een fijn album voor de folkliefhebber.
album werd geproduceerd door Sam Amidon, Jerry Boys & Thomas Bartlett, opgenomen in London, U.K.

de basis van de muzikanten:
Sam Amidon: vocal, banjo, fiddle, acoustic guitar, piano
Thomas Bartlett: piano, Hammond organ, Wurlitzer, Moog synthesizer, percussion, electric guitar
Shahzad Ismaily: electric & acoustic guitars, electric bass, Moog bass, drums, shaker egg
Chris Vatalaro: drums, percussion & flute
met
Kenny Wheeler: trumpet on "I Wish I Wish" en "He's Taken My Feet"
Doug Wieselman: clarinets on "Weeping Mary"
Tyler Gibbons: electric bass on "Streets of Derry"

Sam Baker - Cotton (2009)

poster
5,0
wederom een prachtige songcollectie van Sam Baker. het derde deel van de trilogie waar de eveneens prachtige albums "Mercy" en "Pretty World" aan voorafgingen. er verscheen in 2014 een in eigen beheer uitgebrachte reissue van dit "Cotton", waarvan het thema "Talk about forgiveness" is.
heb reeds eerder het e.e.a. gepost bij de 2 eerste albums van deze trilogie, in de hoop wat meer aandacht voor 's mans muziek te genereren.

i.p.v. dit album zelf te recenseren, citeer ik van zijn website bij de uitgave van dit album in 2009:

quote
5 Stars - "Cotton" stands alone as an album and "Angel Hair" stands as one of the finest love songs in any genre released this year, but viewed as part of the trilogy it is even stronger and if you discover Sam Baker through this album you will probably go back to the others. Simple but magnificent.
Andy Snipper, Music-News
unquote

"Dixie" met engelachtige dameszang is 1 van de mooiste openingsnummers ooit. andere favoriete tracks, maar dat is persoonlijk "Moon", "Signs", "Angel Hair", beide "Palestine" en "Snow" zijn om te janken zo mooi.
het meerstemmige, iets meer up-tempo "Who's Gonna Be Your Man" vind ik juist verfrissend te midden van alle melancholische pracht.

volgens de site sambakermusic.com gaat hij in januari 2024 op tournee in Engeland, Ierland en Noord-Ierland (tour details to follow). het is mij niet duidelijk of hij ook de Lage Landen zal aandoen. volgens dezelfde site staat er een release gepland in maart van zijn nieuwe album "Win, Win". iets voor de liefhebber van roots/americana of beter gezegd Sam Baker muziek om naar uit te kijken.

Album werd geproduceerd door Tim Lorsch en Sam Baker

de muzikanten op dit album:
Sam Baker: vocals, acoustic guitar
George Bradflute: acoustic & electric guitar
Steve Conn: piano
Mike Daly: steel & slide guitar
Ron de la Vega: contra bass, bass guitar, cello
Mickey Grimm: drums, percussion
Tim Lorsch: violin, mandolin
Stephen Baker, Roxie Dean, Britt Savage, Travis Stinson: vocals

Go in Peace - A Message for our Times

Sam Baker - Land of Doubt (2017)

poster
5,0
heb dit vijfde en laatste, reguliere album van de inmiddels 69-jarige Texaanse singer/songwriter Sam Baker al weer een tijdje in huis. bewust dit "Land of Doubt" de tijd gegeven om zeg maar in te laten dalen. heb er inmiddels vele luisterbeurten opzitten.

na het in 2007 verschenen "Pretty World", dat eerder een verpletterende indruk op mij maakte, werd dit 16 jaar later mijn 2e kennismaking met 's mans muziek. woorden die mij te binnen schieten bij dit album: authentiek, breekbaar, donker, doorleefd, integer, kwetsbaar, oprecht, persoonlijk, puur, warm. dat alles voorzien van prachtige melodieën met geweldige, beeldende teksten.

geen hapklare brokken of lichte kost die de man serveert, maar deze muziek laat zich, zeker na meerdere luisterbeurten en als je er je voor open stel, althans door mij goed consumeren. het is wel muziek die iets van de luisteraar vraagt en waar je voor moet gaan zitten. het lijkt wel of de man zijn pareltjes en miniatuurtjes van songs als schilderwerken inkleurt en zo klinkt de muzikale omlijsting ook.
met vrij minimale begeleiding en prachtige accenten van gitaar, piano, trompet, komt de muziek echt "binnen". de aanwezigheid van "ambient sounds", "distorted" gitaarpartijen en strijkers overheersen niet in het totale geluidsbeeld en ook de prachtige, instrumentale "Interludes" voegen iets toe aan de zeggingskracht van dit album.

een zeer fraai "Grand Cru" album met muziek en teksten die raken en die mits je er de tijd voor neemt, een zalvend effect hebben op de ziel van de luisteraar. een luister trip van de 1e orde deze "Land of Doubt".

dit in eigen beheer uitgebrachte album werd geproduceerd door Neilson Hubbard en opgenomen in Nashville, Tennessee

All songs written by Sam Baker except 10) Moses in the Reeds co-written by Mary Gauthier

The band:
Sam Baker
Neilson Hubbard
Will Kimbrough
Dan Mitchell

Strings:
David Henry
Camon McLoughlin

Sam Baker - Mercy (2004)

poster
5,0
het 1e album van de trilogie "Mercy" genade, "Pretty World" (begrip) en "Cotton" (leven). schafte onlangs van dit album een re-issue uit 2014 aan. op het witte hoesje van de cd staat een kleine foto van een landschap in West Texas.

noem het gerust een gouden trilogie, want dit album is kwalitatief gelijkwaardig aan de andere 2 albums.
het betreft alle 3 indrukwekkende albums met prachtige, "klein" gehouden liedjes, voorzien van schitterende melodieën en geweldige, verhalende teksten. bezielde muziek met zeggingskracht die recht uit het hart lijkt te komen en keer op keer blijft ontroeren. de instrumentatie is veelal spaarzaam, hetgeen zijn intense deels voorgedragen en deels gezongen songs nog meer onder huid doet kruipen. Sam Baker die ook schildert, lijkt zijn songs in te kleuren als een schilderij en dat doet hij met prachtige resultaten. zoals gezegd is het thema van dit 1e album "Everyone is at the mercy of another one's dream".

het verhaal van de bomaanslag op de trein waarmee hij als toerist door Peru reisde op weg naar Machu Picchu en dat hij ternauwernood overleefde, zal bij de liefhebber bekend zijn en wordt hier bezongen in track 10) "Steel". de engelachtige damesvocalen op tracks als "Waves", "Truale" en "Baseball" die zijn zang ondersteunen, voegen absoluut iets toe aan de muziek op dit ontroerende album. zangeres Jessi Colter ex vrouw/weduwe van country legende Waylon Jennings, draagt bij aan de track "Iron".

Album werd geproduceerd door Walt Wilkins & Tim Lorsch

The Band:
Sam Baker: vocals, guitar, harmonica
Mike Daly: pedal steel guitar, resonator guitar
Ron DeLaVega: electric upright bass, cello
Mickey Grimm: drums, percussion
Tim Lorsch: violin, mandolin
Walt Wilkins: guitar, vocals

Guest artists:
Tim Carter, Jessi Colter, Chris Baker-Davies, Stephanie Urbina Jones, Michael Kelsh, Rick Plant, Britt Savage, Randy Wayne Sitzler, Kevin Welch, Joy Lynn White, Tina Mitchell Wilkins

Sam Baker die vorig jaar Sep/Oct een korte tournee deed in het NL clubcircuit bedankt in de liner notes:

Thanks to the artists, writers, strangers, travelers, boatmen, lovers, carpenters, soldiers, drunks, housewives, fighters, social workers, builders, kids, cops, firefighters, drifters, nurses, ministers & teachers.

Thanks to everyone who tries to do something good.

Sam Baker - Pretty World (2007)

poster
5,0
het 2e deel van zijn trilogie die begon met "Mercy" (2005) en eindigde met "Cotton" (2009). volgens Sam Baker de inmiddels 69 jarige uit Itasca, afkomstige Texaan, zou de volgorde 1) Mercy (genade), 2) Cotton (leven) en 3) "Pretty World" (begrip) moeten zijn. in die volgorde vormen de 3 albums een logisch verhaal. de ondertitel van dit album is "How beautiful are these days". de man beschouwt zichzelf meer als een schrijver van liedjes dan een vertolker. een geweldige songwriter is hij zeker, die zijn liedjes met een soms fluisterende, doorleefde, rauwe stem aan de man brengt. hij is inderdaad geen geweldig zanger, maar wat schrijft hij prachtige songs. de muziek laveert tussen folk en country. intens, schitterend in zijn eenvoud en vol emotie die je "raakt" als je er tenminste voor open sta.
op dit album staan vele juweeltjes, perfect muzikaal omlijst.

het wonderschone "Orphan" gearrangeerd op de melodie van de traditional "Swing Low Sweet Chariot" met een prachtige duet vocal van Maria Ramirez, de kippenvel ballad "Slots" waarbij de traditional "Jacob's Ladder" voorbij komt met het heerlijke pedal steel geluid van de Texaanse muli-instrumentalist/producer Lloyd Maines, ook goed hoorbaar op "Odessa", waarin de derde traditional "Hard Times Come Again No More" van Stephen Forster is geïntegreerd. alle overige songs schreef Sam Baker zelf.

de opener "Juarez" zet direct de toon met een prachtig accent van de accordeon bespeeld door Fats Kaplin (bekend van zijn werk met Tom Russell) waarbij de regel "waiting around to die" verwijst naar die andere, legendarische songwriter Townes Van Zandt. of het nu het breekbare, intieme "Pretty World" met wederom accenten van de accordeon en zang van Maria Ramirez, het kale, ingetogen "Sweetly Undone" voorzien van accordeon, viool en cello accenten met de slotregel "One red rose is lovely in the sun", het up-tempo "Psychic" met een heerlijke slide gitaar partij van Mike Daly of de spaarzaam met gitaar ingevulde ballad "Boxes" is, over een vrouw die van alles in dozen bewaart met o.a. "Valentine cards, I love you is written inside" alles raakt op dit album met emotie met een grote E. 10) de prachtmelodie van "Broken Fingers" over een door hem op zijn leven overleefde aanslag, die door merg en been gaat met cello en harmonica spel van de man zelf. het in het Mexicaans gesproken/gezongen "Days" met wederom een heerlijke pedal steel partij van Lloyd Maines en het grotendeels instrumentale "Pretty World Revisited" sluiten dit album af met de door Sam gesproken tekst "Pretty World".

dit album werd destijds flink aangeprezen door de serieuze Nederlandse muziekpers en terecht. een tijdloos album ofwel klassieker in het genre. Sam Baker's magnum opus. een vergeten meesterwerkje.
in het licht van de vele releases in dit genre een album dat ik wel eens vergeet te beluisteren, maar dat keer op keer bij mij "binnen" komt. dit soort albums hoor je niet vaak voorbij komen.

"Pretty World" werd geproduceerd door Walt Wilkins en Tim Lorsch en opgenomen in Nashville, Tennessee en Austin, Texas (June through December 2006)

naast verschillende gastartiesten (o.a. Joel Guzman, Lloyd Maines, Bill McDermott, Fats Kaplin en Gurf Morlix) bestond The Band op dit album uit:

Sam Baker: voice, acoustic guitar, harmonica
Mike Daly: pedal steel guitar, slide guitar
Ron de la Vega: upright bass, eclectric bass, cello
Mickey Grimm: drums, percussion
Tim Lorsch: octave violin, mandolin, octave mandolin
Rick Plant: electric guitar
Walt Wilkins: acoustic guitar, voice

Sam Baker - Say Grace (2013)

poster
5,0
het vierde album van Sam Baker ligt zowel muzikaal als tekstueel grotendeels in het verlengde van zijn geweldige "Mercy" trilogie. heb dit album een tijdje terug aan mijn Sam Baker collectie toegevoegd en raak er niet op uitgeluisterd.

heb weinig toe te voegen aan hetgeen user dicemeisje eerder over dit album postte. zijn liedjes zijn inderdaad geniale muzikale portretjes met perfecte omlijsting. de woorden "zijn liedjes grijpen je bij de keel en laten je niet meer los" is precies hetgeen ik als luisteraar onderga als ik dit in 1 woord prachtige album beluister.

sleutelwoorden: authentiek, doorleefd, puur, zeggingskracht. heb geen enkele twijfel over de artistieke integriteit van Sam Baker. dat het schrijven van goede songs lang niet iedereen is gegeven, bewijst Sam Baker wederom op dit album. de man is een songwriter van de buitencategorie.

ieder liedje "raakt" en het ene pareltje volgt na het andere. of het nu "Migrants" is met fraaie accenten van de accordeon, de prachtmelodie van "White Heat" met een heerlijke 2e stem van zangeres Carrie Elkin, of het korte "Ditch" een klein miniatuurtje dat klinkt als een paar penseelstelen op zijn muzikale canvas, het instrumentale "Interlude" met een prachtige piano en viool partij, de zoveelste pracht ballad "Isn't Love Great" met een bescheiden kippenvel bezorgende trompet of de huiveringwekkend mooie vrouwenzang op "Sweet Hour of Prayer". dit is muziek die "binnen" komt.

Album werd geproduceerd door Sam Baker
behalve "Feast" (Sam Baker & Tim Lorsch)
Recorded at Cedar Creek Studio, Austin, Texas
Crabapple Downs, Nanton, Alberta
Thirteen Degrees Studio, Nashville, Tennessee

All songs written by Sam Baker, except:

2) "The Tattooed Woman" (the melodic bridge and the musical interlude are to the tune of Picardy, a French medieval folk melody dating to the 17th century)
11) "Sweet Hour of Prayer" (William B. Bradbury 1816-1868)
14) "Go in Peace" (inspired by the hymn "Come Thy Fount of Every Blessing" words by Robert Robinson (1732-1790)

de muzikanten op dit album:
Sam Baker: voice & guitar
Billy Crockett: harmony voice
Rick Richards, Mickey Grimm: drums
Drew Pressman: bass
Chip Dolan, Steve Conn: piano
Anthony Da Costa: electric guitar
Tim Lorsch: cello, strings, violin
Joel Guzman: accordion, harmony voice
Raina Rose, Carrie Elkin: second voice
Britt Savage, Roxie Dean: harmony voice
Chris Baker-Davies: voice (track 11)
John Ross Silva: percussion
Lloyd Maines: guitar
Oliver Steck: trumpet
Gurf Morlix: electric guitar & bass
Radoslav Lorcovic: accordion
Stephen Scott Baker: pedal steel

Sam Baker - Win Win (2024)

poster
2,5
Oeps! had net als Tonio ook een meer conventioneel album verwacht met Rodney Crowell als producer. heb het album inmiddels beluisterd, maar helaas kom ik er niet doorheen en wil het kwartje niet vallen en ik vermoed dat dit met deze verzameling "story songs" niet gaat gebeuren. Sam Baker maakte eerder 5 sublieme albums met muzikale miniatuurtjes, prachtig muzikaal omlijst vol bezielde muziek vervat in herkenbare song pareltjes en sterke melodieën. hier naar is het tevergeefs zoeken op "Win Win".
de "spoken words" en de "songs" die kop noch staart lijken te hebben, brengen mij niet in vervoering en komen althans bij mij niet binnen.

lange tracks als "Bullet Speed" en de titeltrack zijn bijna een beproeving voor de luisteraar om "doorheen" te komen. veelzeggend is dat ik de korte tracks "Light" (1,07 min) en "Waiting" (1,01 min) het beste verdraag. in "A Flash of Silver" komt na 3.00 min. de hierin geïntegreerde traditional "I'll Fly Away" (o.a. bekend van de versie van Alison Krauss en Gillian Welch) met prachtige damesvocalen voorbij, maar daar blijft het dan ook bij en dat is veel te mager voor een artiest van het kaliber Sam Baker.

aangezien ik nooit stem bij genres waar ik niks mee heb zoals metal (zou erg flauw zijn als ik bij alle metal albums met een 2 zou stemmen), doe ik dat wel bij dit album, omdat deze wel in mijn genre (folk/roots) valt. zo zou ik bij voorbeeld een album als "A Letter Home" van Neil Young een 2,5 geven net als dit album van de uiterst sympathieke Sam Baker.

hopelijk volgende keer beter, want dat de man een geweldige songwriter is en in staat is prachtige muziek te maken staat buiten kijf.

Sam Lee - Ground of Its Own (2012)

poster
4,5
vanwege zijn prachtige vertolking van de klassieker "The Wild Rover" op de verzamelaar "Stick in the Wheel, English Folk Field Recordings (2017), werd mijn belangstelling gewekt voor de muziek van deze man en besloot ik ooit dit debuutalbum aan te schaffen. inderdaad OscarWilde echt een plaat die bol staat van de liefde voor muziek, in dit geval traditionele Engelse volksmuziek. Sam Lee is een muziek specialist "pur sang" die met liefde al die oude liedjes opspoort, bewerkt en nieuw leven inblaast. op dit album zijn het voornamelijk liedjes afkomstig van "Gypsy" en "Traveller" families. het album heeft wel een aantal luisterbeurten nodig, voordat de pracht van de liedjes zich openbaart. een prachtig, ingetogen album met een geweldige, muzikale omlijsting zonder zwakke plekken. hoogtepunten te over, zoals "On Yonders Hill" met accenten van een trompet, de prachtige melodie van "Goodbye My Darling" met fijne bijdragen van banjo en fiddle, de love song "The Tan Yard Side" of de ballad "Northlands". album werd opgedragen aan zijn mentor, onderwijzer/gids Stanley Robertson (1940-2009) over wie Sam Lee zegt "you are the kindest, wildest and wisest. I stand on your shoulders always". de tekst van het sinistere "The Jew's Garden (a song that has survived almost 900 years in the oral tradition) werd door Sam Lee herschreven. album werd geproduceerd door Gerry Driver en Sam Lee.

Sam Lee bedankt voor de inspiratie van dit album o.a. "I am indebted to all the wonderful Gypsy and Traveller families, who have let me through their doors and in their caravans, who have shared their stories, their songs and knowledge. This album is made with your spirit at its heart. Kushti Bokt! (ofwel Good Luck!)

Notes: "Laudamus veteres, sed nostris utimur annis" - We praise the good old times but live today

de muzikanten die op dit album meespeelden:
Sam Lee - vocals, shruti box
Saul Eisenberg - jew's harp, percussion, tuned tank drums
Ed Hicks - banjo
Jonny Bridgwood - bass
Gerry Driver - fiddle, fender rhodes, piano, auto harp
Steve Chadwick - trumpet
Francesca Ter-Berg - cello
Ewan Bleach - clarinet
Chris Coe - hammer dulcimer
Flora Curzon - fiddle
Danyal Dehondy - viola
Francisco Di Luisi - hang drum

Sam Lee - Old Wow (2020)

poster
4,5
het derde album van de eigenzinnige, veelzijdige Sam Lee geeft zijn geheimen niet direct prijs. typisch zo'n album dat tijd nodig heeft om op de luisteraar in te werken. met recht een groeiplaat. het album is van een pracht, dat zich uiteindelijk als een zich openende bloem laat ontvouwen. ik was eerder al flink onder de indruk geraakt van zijn debuutalbum "Ground of It's Own" uit 2012, waar ik dezelfde ervaring mee had.

deze muziek vraagt wat van de luisteraar. hoewel de liedjes, veelal stokoude traditionals ver uit het verleden stammen en deze mede door Sam Lee zelf in de rol van een eigentijdse Cecil Sharp, op wonderlijke wijze via overlevering bewaard zijn gebleven, klinkt de muziek niet zo traditioneel en geeft hij er zeer eigen draai aan.
traditionele folk of folky pop zou ik het dus niet noemen. de man heeft een zeer herkenbaar eigen geluid en klinkt vooral als Sam Lee.

de nummers worden prachtig ingekleurd, zoals op het stemmige "Jasper Sea" met accenten van piano en de Japanse shakuhachi fluit. hoogtepunten zijn er vele, waaronder de huiveringwekkend mooie afsluiter "Balnafanen" met schitterend spel op de French horn bespeeld door Letty Scott. het duet met Elizabeth Fraser "The Moon Shines Bright" is hier al eerder genoemd, hoewel haar stem wat mij betreft prominenter had mogen klinken. de melodie van de aloude klassieker "Spencer the Rover" bekend van versies van o.a. John Martyn, herkende ik overigens niet in het arrangement, maar ook dit nummer weet in zijn versie te overtuigen.

de maatschappelijk geëngageerde en zeer met de natuur betrokken Sam Lee, droeg "Lay This Body Down" op aan de beweging Extinction Rebellion "for laying your bodies down" en "Turtle Dove" aan "The Knepp Rewilding Estate, RSPB and all those who are working to save our disappearing species".

een aanrader voor de meer avontuurlijk ingestelde folkliefhebber. de man heeft tot nu toe slechts 3 albums gemaakt. benieuwd naar zijn 2e album "The Fade in Time" uit 2015 of dat er nieuw werk te verwachten valt.

Album werd geproduceerd door Bernard Butler (van de band Suede)
Recorded at RAK Studios, St. Johns Wood, London & Studio 355, London

Dedicated to Oran Summer Cecilia Lee who appeared to us the day this album began. Dedicated also to the wonderful world that you chose to live upon, old wow indeed.
Likewise to all the folk singers before me and my teachers who tell tales of where the rivers of these songs meet the oceans of the world.

de muzikanten op dit album:
James Keay: piano
Misha Mulov-Abbado: double bass
Josh Green: drums & percussion
Bernard Butler: electric guitar
Letty Stott: french horn
Yusuf Narcin: trombone
Anthony Albrecht, Matthew Barley: cello
Alice Zawadzki: violin
Saul Eisenberg: additional percussion
Adrian Freedman: shakuhachi (track 6)
Caoimhin O' Raghallaigh: harlanger d'amore (track 7)
Elizabeth Fraser: vocals (track 3)
Mara Carlyle, Cosmo Sheldrake, Rowan Sawday: vocals (track 2)

Sam Neely - Son of the South (2000)

poster
3,5
kon mij de naam van deze uit Cuero, Texas afkomstige singer/songwriter vaag uit mijn jeugd herinneren van zijn album "Long Road to Texas" (1971) met daarop de bescheiden hitsingle "Loving You Just Crossed My Mind" die hij ooit in de States scoorde. Sam Neely heeft een prettig in het gehoor liggende stem.

een tijdje terug vond ik zijn "Son of the South" (2000) ergens in de ramsjbakken. geen typische Nashville country, maar country met pop en rock invloeden waar een aantal fijne nummers op staan. alle eigen nummers van Sam Neely co-written met wijlen Mike Gregory (keyboards) en een 4-tal met zijn zoon Jason.

"She Ain't Coming Back", "Danger Ahead" beide met accordeon accenten en "Midnight Train" honky-tonk met stevig gitaarwerk zijn fraaie up-tempo nummers. ook het mid-tempo "Love Carries On" met fraaie pedal steel klanken wil beklijven.

jammer dat de "over the top" sentimentele country ballads "Here I Am Again", "What Am i Supposed to Do" en "Call Me" waar helaas de gladheid van afdruipt, afbreuk doen aan dit album.

Sam Neely kwam in 2006 op 57-jarige leeftijd te overlijden, terwijl hij thuis in Corpus Christi zijn gras aan het maaien was en plotseling instortte.

Album werd geproduceerd door Sam Neely & Mike Gregory
Recorded at Hacienda Records, Corpus Christi, Texas

Sandy Denny and the Strawbs - Sandy Denny and the Strawbs (1985)

poster
3,0
ken alleen de versie met 13 nummers (Hannibal/Rykodisk, 1991) zonder de 4 bonus tracks. Sandy Denny was tijdens de opnames van dit album uit 1967 19 jaar oud en stond nog aan het begin van haar carrière. in 1968 verving zij Judy Dyble als leadzangeres van de groep "Fairport Convention".

op dit album staan 11 songs van Dave Cousins (frontman van The Strawbs), 1 nummer (track 12) van Tony Hooper (Strawbs lid) en een vroege versie van Sandy Denny's song "Who Knows Where The Time Goes", dat later een klassieker werd. eerder folk/pop dan folk/rock, is wat we horen op dit met een gedateerde productie kampende album. Dave Cousins is een goede songwriter en veel van zijn songs worden fraai, akoestisch vertolkt met zang van Sandy Denny en de close harmony zang van de Strawbs. bij het nummer "On My Way" moest ik denken aan de muziek van The Mama's & The Papa's, zoals een aantal andere nummers de muziek van het Ierse folktrio The Johnstons (met Paul Brady) in herinnering roept. overigens komen niet alle lead vocalen op dit album van Sandy Denny. favoriete tracks: Nothing Else Will Do, Sail Away to the Sea, All I Need Is You, Tell Me What You See In Me. het originele album werd geproduceerd door de Deense zanger Gustav Winckler

de muzikanten op dit album waren:
Sandy Denny: vocals, guitar
Dave Cousins: vocals, guitar
Tony Hooper: vocals, guitar
Ron Chesterman: bass
Ken Gudmand: drums, tablas (track
Cy Nicklin: sitar (8)
Svend Lundvig: string arrangements (2,5,7 & 13)

citaat over de ontstaansgeschiedenis van dit album uit de liner notes (Dave Cousins, February 1991)

"The Troubadour in Earls Court was the "in" place to be in the late sixties. I saw Ramblin' Jack Elliot, Martin Carthy, Fred Hellerman of the Weavers, Dylan dropped in - you never knew who you were going to meet.
I dropped in at the singers' night one Tuesday and suddenly, there was the best voice I'd ever heard. She was sitting on a stool playing an old Gibson guitar, about eighteen, wearing a white dress, a white straw hat, with long blond hair and singing like an angel. I don't know what came over me but I went up to her immediately afterwards, introduced myself and invited her to join the Strawbs. Much to my astonishment she said yes and I then had to phone Tony (Hooper) to tell him that we'd got a girl singer.

We rehearsed round at Sandy's flat and literally sang all night. The songs, the arrangements, happened as though by magic. We recorded some demo's and a friend took them to Denmark to play to the boss of a record company he knew. Karl Knudsen phoned up offering us a contract and there we were on the ferry to Denmark, rehearsing in the bar, to make the album. It was as easy as that.

The recording studio was on the stage of a cinema, so we could only work during the day. It was all finished in a week. Then I was given the job of finding an English label to release it. Needless to say this took ages, and in the meantime, Sandy met up with Fairport Convention and went off and joined them.

We ended up on A&M and this record remained unissued for years, which broke my heart. I loved it when we made it and I love it now. Sandy Denny to me was the finest woman singer we ever had in this country and she was a dear and close friend who I miss a lot"

Schooner Fare - Alive (1983)

poster
4,5
zeer fraai, onderhoudend live album van dit uit Portland, Maine afkomstige Amerikaanse folktrio. dit album heeft een hoog meezinggehalte en vanwege de live opname zie je hen bij wijze van spreken op het podium staan en het publiek vermaken. los van de muzikale virtuositeit, beschikken de mannen over de nodige dosis humor.

alle 3 de mannen, de broers Chuck en Steve Romanoff en wijlen Tom Rowe, zijn geweldige zangers en instrumentalisten en gespecialiseerd in het uitvoeren van "shanty songs", traditionele liederen en deels eigen nummers. dit derde live album verscheen na hun eerdere 2 albums, "Day of the Clipper"(1978) en "Closer to the Wind" (1981). slechts 1 nummer "Day of the Clipper" afkomstig van hun gelijknamige debuut album doubleert.

de traditional "Roll, Alabama, Roll" is 1 van de hoogtepunten, een kippenvel nummer dat met banjo wordt ingeleid en waar een andere traditional "Oh, Susannah" in is geïntegreerd. een heerlijke melodie met prachtige 3-stemmige samenzang.

dit nummer wordt gevolgd door de traditionele Schotse ballad "Red is the Rose" bewerkt door Tommy Makem (Clancy Brothers). een melancholisch lied vol met weemoed waarbij je het publiek hoor meezingen, wat deze uitvoering iets extra's geeft.

een ander hoogtepunt is de traditional "The Rattlin' Bog" dat wordt aangekondigd als "This is our answer to rock n' roll" waarna de banjo en akoestische gitaren invallen gevolgd door razendknap, steeds sneller repeterende zang die naar een heerlijke climax toewerken. gezien de mededeling op het eind van dit nummer "This is some pretty, heavy stuff" is de humor nooit ver weg.

"Gardner illinois" (van Stan Rogers) en "Wonderful Copenhagen" (van Frank Loesser) zijn fraaie ballads, waarna het weer beschaafd los gaat in de afsluiter "Red, Red, Robin" een nummer van Frank Woods.

wellicht dat deze muziek ook ouwekock zal bevallen. het is maar een suggestie.

Album werd geproduceerd door Schooner Fare
Recorded live at the Performing Arts Centre, The Chocolate Church, Bath, Maine

Tom Rowe: bass, tin whistle, guitar
Chuck Romanoff: twelve-string guitar, four-string banjo, vocals
Steve Romanoff: six and twelve string guitars, five-string banjo, vocals

Schooner Fare - Closer to the Wind (1981)

poster
4,0
onbekend maakt onbemind, maar vergis je niet in de kwaliteit van de muziek van dit uit Portland, Maine afkomstige Amerikaanse folkgezelschap. een trio bestaand uit de broers Chuck en Steve Romanoff en wijlen Tom Rowe met als specialiteit het uitvoeren van "shanty songs" en andere traditionele liederen met veelal Angelsaksische wortels. bovendien schreven de heren ook eigen liedjes, op dit album zijn dat tracks 1,5,9,10,11 en 12, die overigens niet allemaal even sterk zijn. Schooner Fare bracht 11 reguliere albums uit, waarvan de laatste "Roots and Wings" uit 2010 dateert. het trio is zo goed als onbekend gebleven in Europa, maar traden in het verleden door geheel Amerika op met als uitvalsbasis hun thuisstaat Maine en in folkkringen genieten zij een grote status. op dit 2e album is het instrumentarium uitgebreid met o.a. mandola, fluit, tin whistles, mellotron en cornet, waardoor hun muziek wat voller klinkt dan op hun debuut "Day of the Clipper".

album opent sterk met een nummer van Steve Romanoff "The Ballad of Mad Jack" waarop de 3-stemmige samenzang schittert, waarna de fraaie melodie van "Sweet Thames Flow Softly" volgt, een nummer van de Brits/Schotse folkzanger/songwriter Ewan MacColl (de man heeft meer dan 100 albums op zijn naam staan!), die met name bekend werd als songwriter van de klassieker "Dirty Old Town" bekend van versies van The Dubliners en The Pogues.

andere hoogtepunten op dit album zijn "Fawn Grove" (van Jeff Rice) met fraaie a-capella zang, "Don't Stop to Rest" (van Steve Romanoff) dat mij deed denken aan de muziek van Dillard & Clark, "The Cobbler" een nummer van de Amerikaans Ierse folkmuzikant Tommy Makem, bekend van The Clancy Brothers en "Fiddler's Green" geen traditional, maar een nummer van de Engelse folkmuzikant John Connolly, ook bekend in de versie van The Dubliners. het enige (korte) instrumentale nummer "But Were I Born a Sailor" sluit naadloos aan bij de flow van dit album. de vrolijke, met humor gebrachte afsluiter "We're Here to Drink the Whiskey" is een fijn "feel good" nummer van Chuck Romanoff.

mindere tracks zijn het iets te zoetsappige "My Lady in Waiting" en "The Kingfisher", beide nummers van Steve Romanoff.

wat betreft de betekenis van het nummer "Fiddler's Green" citeer ik ter toelichting uit Wiki:

"Fiddler's Green" is an after-life where there is perpetual mirth, a fiddle that never stops playing, and dancers who never tire. In 19th century English maritime folklore, it was a kind of after-life for sailors who had served at least fifty years at sea"

er zullen ongetwijfeld mensen zijn die deze muziek saai of oubollig vinden, maar ik vermoed dat de liefhebber van folk en shanty songs (zeemansliederen) met dit album niet teleurgesteld zal worden. de broers Chuck en Steve Romanoff zijn inmiddels flink op leeftijd en treden nog steeds op, maar doen dat voornamelijk in hun thuisstaat Maine.

Album werd geproduceerd door Schooner Fare
Recorded at E.A.B. Studios, Lewiston, Maine

Schooner Fare is/was:
Chuck Romanoff: vocals, twelve-string guitar, mandola, snores & yawns
Steve Romanoff: vocals, six-string guitar, classical guitar, five-string banjo, cymbals
Tom Rowe: vocals, electric bass, mandola, tin whistles, bass clarinets, mellotron, cornet, drums, flute

Special guests:
Dennis Breau: lead guitar
Dick Demers: drums
Ric Edminston: lead classical guitar
Ray Mathieu: trombones

Schooner Fare - Day of the Clipper (1978)

poster
4,5
het debuutalbum van deze uit Portland, Maine afkomstige folkgroep. de staat Maine (hoofdstad Augusta), gelegen aan de Amerikaanse Oostkust grenzend aan Canada ook bekend als de "Pine Tree State", staat bekend om zijn natuur, kleine stadjes en eilanden aan kustgebieden. Hierdoor is Maine een geliefde vakantiebestemming voor Amerikanen uit New England en New York (uit Wiki). Portland ligt aan de Atlantische Oceaan en dat verklaart wellicht de ontstaansgeschiedenis van deze band. de groep specialiseerde zich in het spelen van shanty songs (zeemansliederen) en traditionele folksongs, maar schreef van begin af aan ook eigen materiaal. op dit album zijn dat tracks 4) (Tom Rowe) en tracks 5) en 9) van Steve Romanoff. al hun albums werden uitgebracht op hun eigen label "Outer Green Records". hun muziek werd in het begin wel vergeleken met die van het Chad Mitchell trio, een Amerikaans vocaal trio uit de sixties die traditionele folksongs vertolkten.

"Schooner Fare" bestond oorspronkelijk uit de broers Chuck en Steve Romanoff en de in 2004 op 53-jarige leeftijd overleden Tom Rowe. de band organiseert vanaf 2004 jaarlijks een "tribute concert for Tom Rowe".

de muziek wordt gedomineerd door fraaie veelal 3-stemmige samenzang ondersteund door akoestische gitaren, banjo en bass. op dit album staan fraaie versies van de aloude traditionals "Far Away in Australia" (perhaps to seek their fortune), "The Drunken Sailor" en "Twa Recruiting Sergeants". van dit laatste nummer staat een live versie als bonus track op het Waterboys album "Room to Roam". "Streets of London" van Ralph McTell wordt eveneens prachtig uitgevoerd, zo ook het Ewan MacColl nummer "Shoals of Herring". het a-capella gezongen "So Well I Know Who's Happy" is een bewerking van een Italiaanse madrigaal uit de 15e eeuw van Oracchio Vecchi. het album sluit fraai af met de traditionele ballad "Will Ye No Come Back Again".

Album werd geproduceerd door Schooner Fare
Recorded at Clockwerke Studios, Auburn, Maine

Schooner Fare is:
Steve Romanoff: vocals, classical and 12-string guitars, five-string banjo
Chuck Romanoff: vocals, 12-string guitar, four-string banjo
Tom Rowe: vocals, electric bass

Shane MacGowan and the Popes - The Rare Oul' Stuff (2002)

poster
4,5
heerlijke compilatie van de in Engeland uit Ierse ouders geboren wijlen Shane MacGowan (R.I.P. 30-11-2023). er is al veel gezegd en geschreven over 's mans levenswandel en drankgebruik, maar dat de man een muzikaal genie was staat voor mij buiten kijf. hij schreef vele klassiekers als o.a. "Fairytale of New York" en "A Rainy Night in Soho" en was de drijvende kracht van The Pogues.

op deze compilatie staan 5 traditionals "Nancy Whisky", "Danny Boy", "Minstrel Boy", "Spanish Lady" en "Come to the Bower", 1 cover "Cracklin Rosie" van Neil Diamond plus 15 "originals" van Shane MacGowan, waarvan 1 co-written met Michael Kamen, de ballad "You're the One" een prachtig duet met Maire Brennan (bekend van Clannad).

de liefst 21 songs zijn afkomstig van:

1 van de soundtrack van de film "Circle of Friends" van de Ierse regisseur Pat O'Connor
6 tracks 2,3,10,11,16 en 18 van "The Snake" (1994) met The Popes
8 tracks 5,12,13,14,15,19,20 en 21 van "The Crock of Gold" (1997) met The Popes
1 track 9) Rakes at the Gates of Hell" van de EP "The Church of the Holy Spook" (1994)
2 tracks 4 en 8 van de EP "That Woman's Got Me Drinking" (1994)
2 tracks 6 en 7 van de EP "Christmas Party" (1996)
1 track "Cracklin Rosie" verscheen als b-side van de single "The Song with No Name"

dat de man tijdens zijn leven al een legende was vanwege zijn geweldige songwriter's kwaliteiten, blijkt ook uit de liedjes op dit album. of het nu de prachtige melodie van "The Song with No Name", de aanstekelijke gekte van "Rock 'n' Roll Paddy" of het stevig rockende "Victoria" of de vrolijke polka klanken van "Paddy Rolling Stone" betreft.

met het prachtige "St. John of Gods" voegt hij een klassieker toe aan zijn rijke oeuvre.

verder hebben nummers als "Rakes at the Gates of Hell", "Donegal Express" en "Back in the County Hell" met tekstflarden van het nummer "Me and Bobby McGee" die typische energieke, vuige Pogues sound. ook de humor ontbreekt niet in de hilarische tekst van "Paddy Public Enemy No. 1".

de Pogues liefhebbers die twijfelen aan de kwaliteit van zijn werk met The Popes zal deze muziek ook moeten aanspreken lijkt mij. hoezeer Shane MacGowan geliefd was in Ierland, mocht ik ooit ervaren tijdens een uitje naar het uitgaansgebied The Temple Bar District in Dublin, waar menig liedje van hem in de pubs uit de speakers schalde.

Shane MacGowan and the Popes - The Snake (1994)

poster
4,0
Shane MacGowan was het niet verleerd om goede songs te schrijven, zoals blijkt uit dit debuutalbum met The Popes met 10 "originals" van Shane plus 1 Gerry Rafferty cover "Her Father Didn't Like Me Anyway en de traditional "The Rising of the Moon".

met de folky ballad "The Song With No Name" dat qua melodie en sfeer wel iets weg heeft van "A Rainy Night in Soho", het up-tempo "Aisling" een nummer in de beste Pogues traditie en het folky "The Snake With Eyes of Garnet" voegde hij weer een aantal klassiekers toe aan zijn oeuvre.

de 2 openers van dit album en "Donegal Express" hebben die bruisende, "punky" energie en roepen de hoogtijdagen van de Pogues in herinnering. ook op de dampende rocker "Victoria" met gierende gitaar riffs gaat het ouderwets los, evenals op "A Mexican Funeral in Paris" dat rockt en swingt met een blazerssectie en sax solo.

niet alles is even sterk, zoals de recht toe recht aan rockers "I'll Be Your Handbag", de cover "Her Father Didn't Like Me Anyway en de instrumentale afsluiter "Bring Down the Lamp".

behalve de band The Popes speelden er ook sessiemuzikanten mee op dit album, waaronder de Dubliners leden wijlen Barney McKenna (tenor banjo), John Sheahan (fiddle, whistles), Brian Roberson (Thin Lizzy) op lead gitaar en ex Pogues leden Spider Stacy (whistles) en Jem Finer (five string banjo).

een alleszins genietbaar album, kwalitatief minder dan het trio klassiekers uit de begintijd van de Pogues, maar beter dan hun album "Peace and Love".

Album werd geproduceerd door Dave Jordan & Shane MacGowan
Recorded at Sarm East, Windmill Lane, Marcus, Raezor

Spiritual guidance: Luke Kelly, Jimi Hendrix, Bird (Charlie Parker), Trane (John Coltrane) & The Holy Spook (de heilige geest)

R.I.P. 30-11-2023

Shane Nicholson - Familiar Ghosts (2008)

poster
3,5
allesbehalve een slecht album van de uit Brisbane, Australië afkomstige singer/songwriter/multi-instrumentalist, producer Shane Nicholson. geen country pop zoals hierboven vermeld, maar meer een roots album, met folk en country invloeden.

de man heeft 11 albums op zijn naam staan en heeft in thuisland Australië een behoorlijke staat van dienst. zo won hij diverse ARIA (Australian Recording Industry Association) Awards voor zijn albums en werk als producer.

op dit album dat hij zelf produceerde en zelf volledig inspeelde staan 11 zelfgeschreven songs.
het zijn geen slechte songs en alle songs luisteren lekker weg, maar op de 1 of andere manier pakt het mij niet, wellicht uitgezonderd een ballad als "Summer Dress". het gemis aan authenticiteit, intensiteit of zeggingskracht bij veel van zijn songs overheerst, waardoor er weinig nummers zijn die zich in je muzikale geheugen nestelen en blijven "hangen".

het duo-album "Rattlin' Bones" uit 2008 dat hij maakte met de eveneens Australische zangeres Kasey Chambers, met wie hij in 2005 trouwde en van wie hij in 2013 scheidde, maakte wel indruk op mij en bevalt mij ook vanwege de samenzang met Kasey Chambers, een stuk beter. dat zorgde voor een meer gevarieerd album. er volgde in 2012 nog een tweede duo-album "Wreck and Ruin".

zoals gezegd geen slecht album, want de muziek wordt fraai en kundig uitgevoerd, maar voor mij persoonlijk is dit geen album dat tot meerdere luisterbeurten uitnodigt.

Album werd geproduceerd en opgenomen door Shane Nicholson
in zijn thuis studio "The Sound Hole, New South Wales, Australia"
(all instruments performed by Shane Nicholson)

Shaye Zadravec - Now and Then (2021)

poster
4,0
afgelopen donderdag 23 mei j.l. een concert bijgewoond van de voor mij tot dan volstrekt onbekende, pas 25-jarige Canadese zangeres Shaye Zadravec. zij werd begeleid door haar vaste gitarist Tim Leacock en de toetsenist Bart de Win. vanaf het moment dat zij begon te zingen, werd het duidelijk dat dit een indrukwekkend optreden ging worden. in combinatie met haar energieke en positieve uitstraling groeide haar optreden uit tot een klein feestje. op haar set list stonden o.a. nummers van collega Canadese singer/songwriters als Lynn Miles, Joni Mitchell (A Case for You) en wijlen Ian Tyson, die in december 2022 kwam te overlijden. op dit album deelde hij de vocalen met Shaye op zijn nummer "Silver Bell". de man was ook bekend van het folk duo "Ian and Sylvia". singer/songwriter Tom Russell wijdde een heel album aan hun songs.

Shaye Zadravec werd in 2021 ontdekt door Chip Taylor die haar in contact bracht met de Noorse multi-instrumentalist en producer Goran Grini, bekend van zijn bijdragen en producties van diens albums.
Zij stond eerder al in voorprogramma's van artiesten als William Prince en de eerder genoemde Chip Taylor.

dit album uit 2021 verscheen midden in de covid periode, waardoor er ter promotie van dit album geen optredens plaats konden vinden. de enthousiaste, toegankelijke Shaye liet nog weten dat er een nieuw album in de maak is.

heb verder niks toe te voegen aan de vlammende recensie van erwinz hierboven.

Sheila Chandra - Moonsung (1999)

Alternatieve titel: A Real World Retrospective

poster
4,0
de inmiddels 60-jarige Brits/Indiase zangeres schreef ooit geschiedenis door als 17 jarige in 1982 als eerste Zuid-Aziatische vrouw gekleed in sari te verschijnen in het Engelse t.v. programma "Top of the Pops", waar zij destijds met de band Monsoon de hit "Ever So Lonely" ten gehore bracht. het waren de tijden van Thatcher, de Falkland oorlog en het National Front. Sheila Chandra gaf daarmee een positief signaal af namens de gestigmatiseerde Indiase gemeenschap, die vele jaren door de Engelse regering als een "sociaal probleem" werden beschouwd, maar dat terzijde.

deze compilatie bevat nummers van de 3 albums die zij voor het Real World label maakte:

nummers 1,2,4,7 en 9 van het album "Weaving My Ancestors Voices" (1992)
3,5 en 8 van "The Zen Kiss" (1994)
6 en 10 van "ABoneCroneDrone" (1996)
plus 2 prachtige, nieuwe nummers "Lagan Love/Nada Brahma" en het folky "Blacksmith".
als bonustrack werd een remix van "Ever So Lonely/Eyes/Ocean" toegevoegd.

haar muziek is zeker geen new age kitsch, maar een mix van ambient, folk, soundscapes (drones), tabla ritmes en op raga (een melodisch raamwerk in de Indiase muziek) gebaseerde klanken, gezongen door "One of the most beautiful voices on earth".

met name op de subtiele klanken van "Dhyana and Donalogue" en "The Enchantment" zijn de Britse folk invloeden duidelijk hoorbaar. beide nummers die door haar wonderschone zang extra glans krijgen.

alle "drones" werden door Sheila Chandra en Steve Coe bespeeld, uitgezonderd de "bagpipe drones" van Paul James op het nummer "ABoneCroneDrone". los van de veelal prachtige melodieen worden de nummers gedragen door de magische, unieke stem van Sheila Chandra, die als gevolg van gezondheidsproblemen (zij verloor haar stem en spraak) sinds 2009 niet meer actief is in de muziek.

het enige minpuntje op deze verzamelaar is de zang op "Speaking in Tongues" een razend knappe zangtechniek die niet aan mij is besteed.

Alle nummers werden geproduceerd door Steve Coe en geschreven/gearrangeerd door Sheila Chandra en Steve Coe, uitgezonderd "Ever So Lonely" (S.Coe), "Eyes" (M.Smith/S.Coe) en "Nana" (Manuel de Falla)

Sheila Chandra - Roots and Wings (1989)

poster
3,5
een fraai solo album van de Brits/Indiase stemkunstenares Sheila Chandra, die eerder in 1982 met de band Monsoon met o.a. bandlid Steve Coe een hit scoorde met het bekende "Ever So Lonely".

lastig om haar muziek een mix van wereld muziek en new age te classificeren. een fusie van westerse pop, ambient en traditionele Indiase muziek vermengd met pop invloeden komt wellicht het dichtst in de buurt, want kitscherige, zweverige Indiase new age muziek is het naar mijn mening niet. haar zang wordt ondersteund door o.a. Indiase percussie instrumenten en atmosferische "drones".

het is vooral haar betoverend mooie zang die indruk maakt, zoals op "Shanti, Shanti, Shanti" dat wellicht bekend zal zijn onder meditatie liefhebbers, maar ook nummers als "Roots and Wings", het met Britse folk invloeden doorspekte "Lament of McCrimmon/Song of the Banshee" en "Mecca" zijn nummers die prettig weg luisteren.

dat geldt minder voor nummers als "The Struggle" weliswaar knap "speaking in tongues" gezongen die enige irritatie opwekken. ook songs als "Escher's Triangle" en "The Dream" beklijven een stuk minder.

een wisselvallig album met een aantal skip momenten, maar ook een aantal prachtige songs, waarvan de re-issue op cd klinkt als een klok. hierna tekende zij bij het Real World label van Peter Gabriel, waar zij 3 albums voor opnam. haar muzikale carrière eindigde in 2009 abrupt als gevolg van een "burning mouth syndrome", waardoor zij niet meer kon spreken of zingen en sindsdien met pensioen is.

Album werd geproduceerd door Steve Coe
Recorded at Strawberry Studios, Manchester & The Barge Studios, London & Bani Studios, Madras, India

deelcitaat uit de liner notes (Sheila Chandra, 1995)

"Roots and Wings" was written and recorded in two and a half months after a 4 1/2 year sabbatical which I began when I was twenty. I finally found the time to do some research. My writing partner, Steve Coe, had already constructed the distinctive multi-layered drones used on this album for his own relaxation. I found that the number of harmonics in them made them irresistible mediums over which to sing"

Sheila Chandra - Weaving My Ancestor's Voices (1992)

poster
4,0
het eerste van de 3 albums die de Brits/Indiase zangeres Sheila Chandra voor het Real World label van Peter Gabriel maakte. liefst 5 nummers (2,3,4,5 en 9) van dit album zouden later eveneens op de verzamelaar van die 3 albums "Moonsung" (1999) worden uitgebracht.

alle nummers schreef zij samen met de muzikant/producer Steve Coe, uitgezonderd "Nana" een slaapliedje van de Spaanse componist Manuel de Falla.

een mix van electronic (drones) bespeeld door Sheila Chandra en Steve Coe, folk en Indiase muziek met prachtige arrangementen, zoals het a-capella gezongen "Dhyana and Donalogue" dat gebaseerd is op een eeuwenoude Ierse ballad of "The Enchantment" een door hen bewerkt lied in de oude Britse folk traditie.

samen met het sfeervolle "Nana & The Dreaming", het eveneens dromerige "Bhajan" met gitaar drones van Stuart Bruce en de a-capella gezongen Indiase chant "Om Namaha Shiva" (one for all of you to join in with at home!) de hoogtepunten op dit (voor de liefhebber van deze muziek) sterke album.

de vocale percussie of populair gezegd "hakketak" zang van de 2 "Speaking in Tongues" nummers en het in "muezzin" stijl van de Islamse cultuur gezongen "The Call" beklijven een stuk minder en zijn te skippen.

Album werd geproduceerd door Steve Coe

Shelagh McDonald - Let No Man Steal Your Thyme (2005)

poster
4,0
over deze 2-cd compilatie:

"by disappearing in early 1972, shortly after the release of her second album, Shelagh McDonald guaranteed herself serious cult status. This special compilation collects all Shelagh's known recordings onto one package for the first time, featuring her two highly regarded B&C Lp's, "The Shelagh McDonald Album (1970) and "Stargazer" (1971), alongside various demos, studios outtakes and collector's rarities".

de Schotse uit Edinburgh afkomstige destijds 22/23 jarige Shelagh McDonald werd als een groot folk talent gezien en werd geacht in de voetsporen van Sandy Denny te treden. zij verdween begin 1972 op curieuze wijze van de radar, totdat zij n.a.v. een artikel over dit gebeuren in de krant Scottish Daily Mail zich meldde ten burele van de krant en daar haar verhaal deed. zij had in die periode een slechte LSD trip gehad die mede haar stem ruïneerde en was in alle anonimiteit vanuit Londen terug naar haar ouders in Edinburgh verhuisd.

1) "Hullo Stranger" (A.P. Carter) en 2) "Street Walkin' Blues" (traditional) in country/blues versies zijn afkomstig van een obscure folk verzamelaar "Dungeon Folk" (1969).

3) t/m 13) omvat alle songs van haar debuut "The Shelagh McDonald Album" en tracks 22) t/m 30) de songs van "Stargazer". de overige nummers zijn demo's en outtakes van die albums.

alle nummers werden geschreven door Shelagh McDonald uitgezonderd:

4) Look Over the Hills and Far Away (Gerry Rafferty) bekend in de versie van The Humblebums
6) Waiting for the Wind to Rise en 12) You Know You Can't Lose (Keith Christmas)
Richmond (Andy Roberts)
14) Jesus Is Just All Right van de Amerikaanse singer/songwriter, politiek activiste Malvina Reynolds, een nummer dat ook gecoverd werd door The Byrds en The Doobie Brothers
9) Let No Man Steal Your Thyme en 26) Dowie Dens of Yarrow zijn haar prachtige vertolkingen van traditionals

dat Shelagh McDonald een begenadigd songwriter is, bewijst zij met nummers als "Rod's Song" en "Liz's Song" die aan het werk van Joni Mitchell doen denken, waar zij een groot fan van was/is, maar ook met nummers als "Canadian Man", "Odyssey" en "Stargazer".

wat betreft het genre folk/rock overweegt de folk in haar muziek, hoewel het een enkele keer rockt op bij voorbeeld "Jesus Is Just All Right".

deze verzamelaar is een aanrader voor de folk liefhebber, waarbij de demo's niet veel toevoegen.

ondanks de vele bewonderaars van haar werk uit die tijd en aanprijzingen vanuit folk kringen, verkochten beide albums slecht en raakte Shelagh McDonald in de vergetelheid. verrassend genoeg maakte zij in 2013 een derde album genaamd "Parnassus Revisited".

de muzikanten op haar debuutalbum "Shelagh McDonald Album (1970):

Shelagh McDonald: vocals, guitar
Keith Christmas, Andy Roberts: guitar
Gerry Conway, Roger Powell: drums
Pat Donaldson, Mike Evans: bass
Tristan Fry: vibes
Gordon Huntley: pedal steel, dobro
Keith Tippett: piano
Ian Whiteman: keyboards

de muzikanten op "Stargazer" (1971) met een hoog Pentangle/Fairport Convention gehalte:

Shelagh McDonald: vocals, guitar, keyboards
Harvey Burns, Dave Mattacks: drums
Keith Christmas, Richard Thompson (tracks 27 & 30): guitars
Pat Donaldson: bass
John Ryan, Danny Thompson: string bass
Ray Warleigh: sax
Ian Whiteman: organ
Katy & Mac Kissoon, Mike London: backing vocals

beide albums werden geproduceerd door Sandy Roberton met sound & mix engineer John Wood en Robert Kirby (string & choral arrangements), bekend van hun werk met singer/songwriter wijlen Nick Drake

Shelby Lynne - Identity Crisis (2003)

poster
4,0
Shelby Lynne (Shelby Lynn Moorer) is de oudere zus van Allison Moorer, eveneens een singer/songwriter die net als haar zus een flink aantal albums op haar naam heeft staan en enkele jaren getrouwd was met singer/songwriter Steve Earle en moeder werd van zijn eerste zoon John Henry Earle.

de zussen delen een traumatisch verleden met een gewelddadige, alcoholistische vader die hun moeder vermoordde en daarna de hand aan zichzelf sloeg. een aantal liedjes op dit album, zoals "I'm Alive" en "Evil Man" zijn daar een reflectie van, dat qua teksten soms zware, diepgravende, persoonlijke teksten bevat.

Shelby Lynne schreef alle liedjes voor dit diverse album, produceerde het zelf en kreeg hulp van o.a. Bill Payne, bekend van de band Little Feat. geen country zoals hierboven vermeld, maar een mix van verschillende stijlen (blues, rock, roots met een een vleugje country, gospel en jazz).

"Lonesome" het enige country liedje, klinkt als old school country inclusief strijkers, echter alle overige nummers bestrijken een breed palet aan muziekstijlen, zo klinken "Evil Man" en "Buttons and Beaus" als blues rock, de iets meer up-tempo nummers "Gotta Be Better" en "I'm Alive" als rootsy rockers, heeft het rustige "Baby" jazz accenten en is op "10 Rocks" de gospel aanwezig met de extra zang van Maxine en Oren Waters.

Shelby Lynne is op haar best in de ballads als "If I Were Smart", "I Don't Think So" en de prachtige, hoopvolle afsluiter "One with the Sun", dat zij schreef n.a.v. een gesprek dat zij voerde met country legende Willie Nelson.

ondanks de vele genres die voorbij komen klinkt dit knap gemaakte "Identity Crisis" wel degelijk als een eenheid.

Album werd geproduceerd door Shelby Lynne
Recorded at Cherokee Studios, Hollywood, California

Shelby Lynne: guitars, vocals
Larry Antonino: upright bass
John Button: upright bass (track 2)
Bill Payne: piano, Rhodes, Hammond organ, Wurlitzer
Kevin Ricard: percussion
Maxine Waters, Oren Waters: additional vocals (tracks 2 & 10)
George Del Barrio: string arrangements

Sheshwe: The Sound of the Mines (1988)

poster
3,5
aanstekelijke, ongeremde muziek van 4 bands afkomstig uit het koninkrijk Lesotho, zeg maar een binnenstaat van Zuid-Afrika, waarbij de basis bezetting wordt gevormd door zang en percussie/drums met een prominente rol voor de accordeon aangevuld door basgitaar.

wellicht dat 12 nummers iets teveel van het goede is, want de composities en de uitvoering daarvan lijken onderling sterk op elkaar en dat leidt tot wat eenvormigheid.

hierbij een (deel) citaat uit de liner notes van Robin Hogarth:

"These four bands are all traditional South Sotho or Sheshwe bands, based in the gold-mines of the Orange Free State of South Africa. Their members are migrant mineworkers with their home roots in the majestic mountain land of Lesotho. Their music strongly represents the culture of their people.

On any given weekend or holiday from the miners, one may find one of these bands playing in a dusty mining compound, to the obvious enjoyment of hundreds of their compatriots. Their audience is part of the social event itself, joining in, recalling the sounds and sentiments of home.

The song "The Boy In the Bubble" from Paul Simon's hit album Graceland utilizes South Sotho music and instrumentation. The music is interspersed with whistling, and is both sung and spoken by way of a fast energetic rap. The lyrics themselves are virtually ad-lib, with the singer making up ideas and anecdotes as he goes along, prodding the audience into response and action"

Album werd geproduceerd door Clive Risko

Simon & Garfunkel - Bookends (1968)

poster
3,5
het vierde album van dit duo met 11 liedjes van Paul Simon plus de geluidscollage "Voices of Old People" dat hij samen met Art Garfunkel samenstelde, maar dat je moeilijk een nummer kunt noemen.

de 2 meest bekende nummers "America" en "Mrs. Robinson" steken boven de rest uit. het titelnummer "Bookends", het ingetogen "Overs" met een halverwege prachtig invallende tweede stem van Art Garfunkel en het rustige, stemmige "Old Friends" (ondanks die "over the top" strijkers) zijn goede tweeden.

de melodieën van "Fakin' It" en "At the Zoo" beklijven enigszins, maar zijn bepaald geen toppers uit het Paul Simon Songbook.

de overige nummers zoals "Punky's Dilemma" en het rockende "A Hazy Shade of Winter" ontbreekt het aan een goede melodie. ook de "psych" folk rock van "Save the Life of My Child" met synthesizer geluiden wil niet bekoren op dit nogal onsamenhangende album.

de muzikanten op "Bookends", t.w. Hal Blaine (drums, percussion), Larry Knechtel (piano, keyboards) en Joe Osborn (bass guitar) waren destijds alle lid van het befaamde L.A. sessiemuzikanten collectief "Wrecking Crew".

wellicht in retrospectie een voor die tijd gewaagd en avontuurlijk album met oog voor experiment gemaakt, maar de akoestische folk van hun debuut album "Wednesday Morning, 3 A.M. bevalt mij een stuk beter.

Album werd geproduceerd door Simon and Garfunkel & Roy Halee

Simon & Garfunkel - Wednesday Morning, 3 A.M. (1964)

poster
4,0
prima debuutalbum van dit legendarische duo met merendeels prachtige akoestische folk liedjes waarop hun fraaie samenzang en harmonieën al volop te horen zijn.

5 originals van Paul Simon (3,4,6,7 en 12), 2 traditionals "Peggy-O" en "Go Tell It on the Mountain" aangevuld met covers van folkies uit die tijd, "You Can Tell the World" (Bob Camp/Don Gibson), "Last Night I Had the Strangest Dream" (Ed McCurdy), "The Sun Is Burning" van de Engelse folkie Ian Campbell, de vader van Ali, Robin en Duncan Campbell (UB40) en een cover van de man uit Minnesota.

niet toevalligerwijs steken de songs van Paul Simon zelf er bovenuit, wat best bijzonder te noemen is als je bedenkt dat Paul Simon rond de 21 jaar oud was toen hij deze songs schreef. de covers van Ed McCurdy en Ian Campbell spreken mij het meest aan.

"The Sound of Silence" en "He Was My Brother" zouden een jaar later eveneens verschijnen op zijn historisch gezien eerste solo album "The Paul Simon Songbook" (1965).

Album werd geproduceerd door Tom Wilson

om dit album in de tijdgeest van de eind jaren 50/begin jaren 60 te plaatsen, hierbij een (deel) citaat uit de liner notes (Bud Scoppa, February 2001)

"The notion that the Baby Boomers can stake the first claim on rock & roll is a fiction. We were propelled into puberty by Elvis, Little Richard, and Jerry Lee Lewis, whose lascivious invocations toyed with taboos as they enlivened seventh grade games of Spin the Bottle. American Bandstand required viewing when we got home from school every day, fed us seemingly endless supply of exotic new stuff - Jackie Wilson, the Chantels, Dion & the Belmonts, the Bristol Stomp, the Stroll.

When the Everly Brothers came along in '57, we had no choice but to harmonize along with "Cathy's Clown". With the sixties came JFK and the SAT's, as we pondered our futures in the onrushing real world. It was a more studied, restrained time at first, with the soundtrack provided by the Kingston Trio, Peter, Paul & Mary, the Brothers Four and the Highwaymen, we donned striped shirts, picked up acoustic guitars, and earnestly mimicked "If I Had A Hammer" and "Michael Row The Boat Ashore". Like so many other harmony-enthralled youngsters, they'd cut their teeth on the Everlys, with their compelling merger of cool-cat energy and Appalachian balladry. Remarkably, they'd broken into the Top 50 as 15-year olds in 1957 with their Everlys knockoff "Hey, Schoolgirl". Tom and Jerry, as they then called themselves, even lip-synched the song on Bandstand, but nothing more came of that inititial foray into the pop mainstream.

After a live audition, Simon & Garfunkel scored a record deal, courtesy of Columbia Records staff producer Tom Wilson, who'd previously been given the assignment of recording the upstart folkie Bob Dylan, with encouraging critical results. Wilson heard something in Simon's overtly poetic songs and Garfunkel's keening tenor that led him to believe this duo could serve as a New York intellectual complement to the mythopoetic ramblings of their fellow tribesman from Minnesota. As it turned out, Wilson was right, but acclaim was still a year, and an album, away"

de rest is geschiedenis

Simon and Garfunkel - The Concert in Central Park (1982)

poster
4,5
alweer 44 jaar geleden dat dit live concert van het legendarische duo Simon & Garfunkel in hun thuisstad New York werd opgenomen.

alle eigen nummers van maestro songwriter Paul Simon plus een 4-tal covers, de traditional "Scarborough Fair", het aloude "Wake Up Little Susie" (Boudleaux & Felice Bryant) een hommage aan 1 van hun inspiratiebronnen de Everly Brothers, "Maybellene" (Chuck Berry) en een verrassende cover "A Heart in New York" van het Schotse duo Gallagher & Lyle, een akoestisch gespeeld klein gehouden liedje prachtig gezongen door Art Garfunkel.

hoogtepunten te over waarbij de Paul Simon songs van zijn solo albums, zoals "Me and Julio Down by the Schoolyard", "Fifty Ways to Leave Your Lover" en "Late in the Evening", de laatste in een uitvoering die de studio versie overtreft, naadloos aansluiten bij de vele Simon & Garfunkel klassiekers.

na al die jaren is dit geweldige live album nog steeds een feestje voor de oren. het zal daar in Central Park, New York City op 19 september 1981 een gedenkwaardige avond zijn geweest.

Album werd geproduceerd door Paul Simon, Art Garfunkel, Phil Ramone & Roy Halee

All vocals by Paul Simon & Art Garfunkel
Steve Gadd/Grady Tate: drums
Paul Simon, David Brown, Pete Carr: guitars
Anthony Jackson: bass
Richard Tee: keyboards
Rob Mounsey: synthesizer
John Gatchell, John Eckert: trumpets
Dave Tofani, Gerry Niewood: saxophones