MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten potjandosie als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Dan Fogelberg - Souvenirs (1974)

poster
4,5
in de seventies negeerde ik de muziek van wijlen singer/songwriter Dan Fogelberg vanwege "te zoet en te braaf" en is het qua aanschaf altijd bij dit ene album gebleven, maar nu vele jaren later blijkt dat onterecht, want wat een fijn album is dit met stuk voor stuk fraaie songs.

fijne afwisseling tussen ballads als "Souvenirs", "The Long Way" en "Song From Half Mountain" met meer up-tempo songs als "Part of the Plan", "As The Raven Flies" en "(Someone's Been) Telling You Stories", waarvan de laatste 2 niet hadden misstaan op een Eagles album uit die tijd en die samen met de afsluitende ballad "There's a Place in the World for a Gambler" 1 van de vele hoogtepunten zijn.

beluisterde deze na vele jaren weer eens n.a.v. de post van Tonio en een kleine 50 jaar later is het kwartje alsnog gevallen. inmiddels 5 andere albums uit de serie "Original Classic Albums" in bestelling. deze bestaat uit de albums "Home Free", "Captured Angel", "Netherlands", de dubbelaar "The Innocent Age" en zijn voor een heel schappelijke prijs aan te schaffen.

Album werd geproduceerd door Joe Walsh
Recorded at Record Plant Studios & Elektra Studio, Los Angeles, California

Dan Fogelberg: acoustic & electric guitars, rhythm guitar, piano, organ, percussion, Moog, zither, vocals
Joe Walsh: acoustic & electric 12-string guitars, electric guitar, Arp bass, slide guitar, background vocals
Russ Kunkel: drums, congas, percussion
Kenny Passarelli: bass, saxophone
Graham Nash: harmony
Al Perkins: pedal steel
Don Henley: drums, harmony & background vocals
Glenn Frey: background vocals
Joe Lala: tambourines
Jimmy Haskell: accordion
Paul Harris: piano
Gerry Beckley: acoustic guitar
Brian Garofolo: bass
String Quartet (track 5)

Dan Penn - Do Right Man (1994)

poster
4,5
het 2e reguliere album van de inmiddels 82-jarige Dan Penn. de man heeft een legendarische status als songwriter en producer. op dit album staan vele klassiekers van de man (veelal co-written), waarvan tracks 1, 5 en 9 wellicht de bekendste zijn. het is hier al vaker gememoreerd, Dan Penn schreef o.a. hits voor Aretha Franklin, Percy Sledge, Wilson Pickett en vele anderen.

dit album klinkt als een soort "Best of", want alle 10 tracks hadden net zo goed als single kunnen worden uitgebracht, zo sterk is het songmateriaal. de man is hier nog prima bij stem, hetgeen 26 jaar later op zijn derde reguliere album "Living on Mercy" (2020) een stuk minder het geval is, de muzikale backing van de fameuze Muscle Shoals Sound ritme sectie (David Hood (bass), Jimmy Johnson (rhythm guitar) en Roger Hawkins (drums) staat als een huis, aangevuld met een heerlijke blazerssectie en geweldige backing vocals. wat verder helpt is, dat dit album kraakhelder werd geproduceerd

de songs worden bluesy, soulvol met af en toe een vleugje gospel in de vorm van ballads en een enkele keer ook wel opzwepend gebracht in een dynamische, energieke productie, wat mij betreft zeker niet klinisch. de man zet een ijzersterke versie neer van de gospel-ballad "Dark End of the Street", gecoverd door o.a. James Carr, Ry Cooder, Percy Sledge en Dolly Parton. dit nummer staat overigens ook op het klassieke debuutalbum van The Flying Burrito Brothers (incl. Gram Parsons), evenals "Do Right Woman Do Right Man".

prachtige ballads als "Cry Like a Man", het breekbare "Do Right Woman", en het troostrijke "He'll Take Care of You" worden afgewisseld met meer ritmische "groovy" tracks als "You Left the Water Running", "Memphis Women and Chicken", en "Where There's a Will". een ander hoogtepunt is de ballad "Zero Willpower", een relatief nieuw nummer, dat hij net als "Cry Like a Man" schreef, na 20 jaar geen songs te hebben geschreven.

het album "Blue Nite Lounge" (2000) dat hierna verscheen, is geen regulier album, maar deel 1 van een verzameling demo's, die werd opgevolgd door deel 2 "Junkyard Junky" (2007), deel 3 "I Need a Holiday" (2013), deel 4 "Something About the Night" (2016) en deel 5 "Prodigal Son" (2020). deze 5 albums verschenen op Dandy Records en de laatste 4 staan hier niet op MuMe.

"Living legend" Dan Penn kan goed leven van de royalties van zijn vele hits, heeft een thuis studio en schrijft nog steeds nieuwe songs. in een interview zei de man hierover "If they aren't what people now listen to, so be it".

Album werd geproduceerd door Dan Penn & George Drakoulias
Recorded at Muscle Shoals Sound Studios, Sheffield, Alabama

de muzikanten op dit album:

Reggie Young: lead guitar, acoustic guitars
Jimmy Johnson: electric guitar
David Hood: bass
Florence Flash: drums, finger cymbals, maracas, block triangle
Bobby Emmons: grand piano
David Briggs, Bobby Emmons, Carson Whitsett: Wurlitzer electric piano
Spooner Oldham: B3 organ, glockenspiel, grand piano, farfisa organ, mellotron
Dan Penn: acoustic guitar, 12-string guitar
Roger Hawkins: drums, bongos, tambourine
Gary Nicholson: national resophonic guitar
Delbert McClinton: harmonica (track 6)
Doug Moffet: flute (track

Horns (all cuts):
Wayne Jackson: trumpet
Harvey Thompson: tenor sax
Doug Moffet: baritone sax
Charles Rose: trombone

Background Vocals (all cuts):
Ava Aldridge, Cindy Richards-Walker, Lenny LeBlanc, Buzz Cason, George Soule

Dan Penn - Living On Mercy (2020)

poster
3,5
het vierde reguliere album van de levende legende Dan Penn, los van de verzamelaars en het geweldige duo album met Spooner Oldham "Moments from This Theatre". de man vergaarde een enorme status als songwriter en producer, maar is ook een verdienstelijk zanger. het aantal nummers geschreven door de man zelf ofwel co-written met anderen, die in versies van andere artiesten "hits" werden of bekendheid kregen, is vrijwel oneindig.

"Living On Mercy" is een heerlijk ontspannen, lekker luisteralbum zonder hoogtepunten. iets te braaf geproduceerd, er had wat meer pit in mogen zitten. qua zang haalt de inmiddels 82-jarige Dan Penn de hoge noten niet meer zo makkelijk, wat ook z'n charme heeft. de muziek is "laid back", maar een aantal nummers o.a. "I Didn't Hear That Coming", "Blue Motel" en "Things Happen" zitten tegen het randje van zoetsappige mainstream aan. iets wat ik bij 1 van zijn vorige albums "Do Right Man" niet zo ervoer. dat album bevatte beter songmateriaal, telde wel meerdere hoogtepunten en klinkt een stuk dynamischer en helderder dan dit album. ga nu op zoek naar zijn debuutalbum "Nobody's Fool" uit 1973, volgens velen zijn beste.

favoriete tracks "Down on Music Row", "Edge of Love" en "Soul Connection".

Album werd geproduceerd door Dan Penn

Recorded at Creative Workshop, Nashville, Tennessee & The Nuthouse, Sheffield, Alabama
Additional sessions: Dandy Studio, Nashville, Tennessee

The Players:
Clayton Ivey - keyboard, B3 (Leader)
Will McFarlane: guitars
Milton Sledge: drums
Michael Rhodes: bass

The Background Singers:
Buzz Cason
Cindy Walker
Marie Lewey
Dan Penn

The Horn Players:
Charles Rose: trombone, arrangements
Doug Moffet: tenor & baritone sax
Drew White: trumpet

wellicht een leuk weetje voor de soulliefhebber New Orleans zangeres Irma Thomas "The Soul Queen from New Orleans" nam een heel album op met songs van de man "My Heart's In Memhis: The Songs of Dan Penn".

Dan Penn - Nobody's Fool (1973)

poster
4,0
een lichte tegenvaller dit debuutalbum van de levende legende Dan Penn. voor mij niet de country soul klassieker waar die door velen voor wordt gehouden. alhoewel de productie behoorlijk gedateerd klinkt, geeft dit juist ook wel charme aan dit "Nobody's Fool".

Dan Penn schreef mee aan 9 van de 10 nummers, alleen de aanstekelijke CCR klassieker "Lodi" is een nummer van John Fogerty, waar hij op dit album in de vorm van een ballad een prachtige versie van heeft gemaakt.

uitschieters op dit album vind ik de soulvolle ballads "Time", "Lodi" en "I Hate You. ook de iets meer up-tempo nummers "Nobody's Fool", "Raining In Memphis" en "Ain't No Love" bevallen mij zeer.
jammer dat hij dit niveau niet weet vast te houden op de laatste 3 tracks die een goede melodie ontberen. met name "Prayer for Peace" een protestsong tegen de destijds in Vietnam woedende oorlog en "Skin" zijn songs die niet beklijven. "If Love Was Money" op zich een sterke song, wordt naar mijn mening ontsierd door schelle blazers en strijkers.

Dan Penn heeft feitelijk slechts 3 reguliere, solo albums gemaakt. prefereer zijn 2e solo album "Do Right Man" dat pas 21 jaar later verscheen. een veel helderder productie met betere songs, die fris en energiek klinken. zijn derde soloalbum "Living On Mercy" (2020) dat wel erg laid-back is en tegen de mainstream aanzit, beschouw ik als de minste van de 3.

"Blue Nite Lounge" (2007) dat hier op MuMe als zijn derde album staat vermeld, is onderdeel van een demo serie van 5 albums uitgebracht op het label Dandy Records. de overige 4 zijn "Junkyard Junky" (2007), "I Need a Holiday" (2013), "Something About the Night" (2016) en "Prodigal Son" (2022).

Album werd geproduceerd door Dan Penn
Recorded at Beautiful Sounds, Memphis, Tennessee (and some other nice places)

Dan Penn and Spooner Oldham - Moments from This Theatre (1999)

poster
4,5
prachtig, sfeervol, ingetogen album van de "living legends" Dan Penn en Spooner Oldham, iconen van het "Southern Soul" genre.

dit album ademt de sfeer van een intiem huiskamerconcert. met uitsluitend de stem en het akoestische gitaarspel van Dan Penn en het geweldige spel van Spooner Oldham op piano vertolken zij live versies van de vele klassiekers die zij veelal samen schreven.

dat er geen band meespeelt ervaar ik niet als een gemis, want de kwaliteit van de songs blijft ook in deze setting overeind. de stem van Dan Penn klinkt hier nog krachtig, soulvol, af en toe wat breekbaar met een (country) snik in zijn stem, zoals in "It Tears Me Up" of "Out of Left Field". ook hun versie van de klassieker "The Dark End of the Street" doet niet onder voor die van bij voorbeeld James Carr of Percy Sledge.

een heerlijk album voor in de late uurtjes waarop het prettig "onthaasten" is, dat aanvoelt als een warme deken.

Album werd geproduceerd door Neil Brockbank & Bobby Irwin
Recorded in November 1998 on location in Belfast, Dublin, London & South Petherton, Somerset

deelcitaat uit de liner notes van Alan Robinson:

"The music on this cd is taken from various shows recorded in the UK and Ireland during November 1998.
Dan and Spooner were touring as special guests of Nick Lowe, and the packed houses to which they played were enthralled. An unusually apt billing saw Dan and Spooner's classic Soul and Country songs ably complimented by Nick's unique take on the same, and the results were some splendid shows that linger long in the memory. Timeless music of resonance and true emotive power makes this album proof positive that the simplest sentiments can be truly most profound. Dan Penn's fine emery vocals, coupled with his own simple acoustic guitar accompaniment, and Spooner's magisterial presence on the Wurlizer piano, conjure an awesome sonic picture with plenty of room for the listeners imagination to roam in. There's a fresh raw beauty to this music that deserves the widest audience and your fullest attention. Take it to heart and it'll always love you"

Dani Molino - Trails (2016)

poster
3,0
dit album van de mij onbekende Spaanse singer/songwriter Dani Molino, die zijn albums in eigen beheer uitbrengt, kwam ik min of meer bij toeval tegen. de hoes en de titel "Trails" spraken mij aan. tot nu toe is de enige Spaanse muziek in mijn platenkast afkomstig van wijlen het Spaanse zangfenomeen/icoon Maria Dolores Pradera.

Dani Molino verliet zijn thuisbasis Londen voor een rondreis van 3 maanden door de U.S.A.
zijn ervaringen/reisverhaal kwamen via 12 zelf geschreven songs op dit album terecht. het is een soort van Americana album gemaakt door een Spanjaard. helaas is de kwaliteit van een groot aantal van zijn songs middelmaat. toch bewijst hij met het mooie "Blue Ridge Highway" wel degelijk een goede song te kunnen schrijven. een mid-tempo nummer met een fraaie pedal steel van Steve Hinson en een fijne harmonica partij.

ook de opener "America", het intieme "In the Woods" met fraaie harmoniezang en wederom een pedal steel, "Shelter from the Storm" en "Trails Into the Canyons" zijn het beluisteren waard. het niveau van deze 5 songs weet hij helaas niet vast te houden. alle overige songs op dit wisselvallige album willen niet echt beklijven.

Album werd geproduceerd door Dany Richter en Dani Molino
Recorded at Studio El Lado Izquierdo, Madrid

de muzikanten op dit album:

Dani Molino: acoustic guitar, bowed guitar, harmonica, Rhodes & vocals
Damien Thill: drums, percussion
Sergio Fernandez: bass, double bass
Juan Zelada: piano, hammond
Amable Rodriguez: electric guitar
Elena Jaurequi: violin
Cristina Diaz: viola
Pilar Navarro: cello
Martin Garcia: saxophone
Josue Garcia: trumpet
David Carrasco: baritone sax
Ana Franco: backing vocals
Andy Leftwich: mandolin
Steve Hinson: banjo, pedal steel

Daniel Lanois - Acadie (1989)

poster
4,5
sluit me aan bij de vele lof uitingen voor dit prachtige, sfeervolle debuut album van Daniel Lanois.
zomaar wat trefwoorden die mij te binnen schieten bij het beluisteren van de nummers:

1. Still Water - broeierig
2. The Maker - meeslepend
3. O Marie - lieflijk
4. Jolie Louise - melancholisch
5. Fisherman's Daughter - intens
6. White Mustang - magisch
7. Under a Stormy Sky - aanstekelijk
8. Where the Hawkwind Kills - dreigend, onheilspellend
9. Silium's Hill - ontroerend
10. Ice - mysterieus
11. St. Ann's Gold - verstild
12. Amazing Grace - atmosferisch

besef dat de trefwoorden voor deze 12 nummers inwisselbaar kunnen zijn.
"Acadie" biedt Muziekbeleving met de grote letter M met muziek die onder je huid kruipt.
luisteren is ondergaan.

Album werd geproduceerd door Daniel Lanois
Recorded in New Orleans, Louisiana
(additional recording: Brian Eno's Wilderness Studio, England & STS Studio, Ireland & Grant Avenue Studio, Canada)

All songs written by Daniel Lanois, except "St. Ann's Gold" (music DL, lyrics DL & Malcolm Burn), "White Mustang" (DL & Brian Eno), "Amazing Grace" (traditional)

Daniel Lanois - For the Beauty of Wynona (1993)

poster
3,5
deze opvolger van het sterke "Acadie" album liet 4 jaar op zich wachten. 13 eigen liedjes van Daniel Lanois waarvan 1 de sterke ballad "Still Learning How to Crawl" co-written met Daryl Johson plus 1 cover de funky chant "Indian Red" van New Orleans legende George Landry.

waar "Acadie" heel consistent was vliegt het op dit album wat meer alle kanten op. de heerlijke melodieën van "Unbreakable Chain", het in het Frans gezongen "The Collection of Marie Claire" en "Sleeping in the Devil's Bed" zijn n.m.m. de prijsnummers en hadden inderdaad niet misstaan op "Acadie" zoals hierboven reeds eerder opgemerkt.

de atmosferische bluesy opener "The Messenger", het naar een climax toewerkende "For the Beauty of Wynona" en de ingetogen afsluiter "Rocky World" horen eveneens bij de sterkhouders.

helaas staan daar wel een aantal mindere nummers tegenover, zoals de wat stuurloze, chaotisch klinkende nummers "Brother L.A." en "Waiting", het sterk ritmische "Beatrice" en de wat mindere ballad "Death of a Train". de "soundscapes" op die nummers maskeren een beetje het gebrek aan een goede melodie.
ook het rockende "Lotta Love to Give" wil niet beklijven.

behalve Daniel Lanois (guitar) speelden mee Daryl Johnson (bass, percussion, vocals, drums), Malcolm Burn (keyboards, guitar), Bill Dillon (guitar, guitorgan, mandolin) en Ronald Jones (drums).

3,5 sterren voor dit na het prachtige"Acadie" toch wel teleurstellende wisselvallige album.

Album werd geproduceerd door Daniel Lanois
Recorded at Real World Bath, TakLab Paris, Dog Town Dublin, Grant Ave Canada, Kingsway New Orleans

Daniel Young - Television Static (2020)

poster
3,5
het 2e album van deze nog jonge als ik het goed heb 35-jarige Amerikaanse singer/songwriter afkomstig uit Salt Lake City, Utah. de man was vorige week voor het eerst in Europa en gaf een 4-tal concerten in Nederland. woonde zijn concert van afgelopen zondag 9 juni in Mezz/Breda bij met slechts een twintigtal mensen, maar dat mocht de pret niet drukken. het was een fraai akoestisch concert. vanwege de kosten had hij geen band bij zich, maar trad hij op met 1 muzikale begeleider uit zijn band die mandoline speelde en met wie hij meerstemmig zong. Daniel Young die over een fraaie "rootsy" stem beschikt en al op zijn veertiende diverse instrumenten leerde te bespelen, kent zijn klassiekers en noemde als inspiratiebronnen o.a. John Prine en Townes Van Zandt.

dit album wat volgens eigen zeggen van de man zijn "most quiet" album is, na het optreden aangeschaft en inmiddels meermalen beluisterd en dit album biedt toch meer kwaliteit dan ik bij eerste beluistering dacht.

los van de bombastische, galmende "rootsrock" opener "The Dust Settled" staan er op "Television Static" inderdaad merendeels rustige nummers en liefhebbers van de pedal steel en dobro komen volop aan hun trekken. de melancholische alt.country in tracks als "Your Side of the Bed Is Still Made" en "Pretty Soon Ain't Soon Enough" dat een vreemd psychedelisch einde heeft en veel te lang duurt, kunnen minder bekoren. beide nummers zijn net als "Moments Like These" songs van mindere kwaliteit.

gelukkig staan er wel een aantal fraaie ballads op dit album, o.a. "Clean Cut", "Bright Lights & Neon Signs", "Dead & Done" en "Swim Now" waarvan met name het laatste nummer indruk maakt.

de man maakt muziek in de Americana traditie en het is moeilijk om daarin onderscheidend te zijn.
al met al een veelbelovend 2e album, waarbij zijn beste werk wellicht nog moet komen.

Album werd geproduceerd door Daniel Young & Ryan Tanner
Recorded at Orchard Studio, North Salt Lake, Utah
All songs written by Daniel Young

Daniel Young: 6 & 12 string acoustic guitars, electric guitar, lap steel, synth, percussion, harmonica, vocals
Ryan Tanner: piano, organ, synth, vocals
Dylan Schorer: pedal steel guitar, dobro, acoustic guitar
Brian Thurber: drums
Tyler Lambourne: upright bass
M. Horton Smith: electric guitar, cello, mandolin
Carl Carbonell: B3 organ
Marcus Bently, Corinne Gentry, Bridget Galanis: vocals

Dave Alvin - Out in California (2002)

poster
4,0
een fraai live album van de inmiddels 70-jarige roots rocker Dave Alvin. een man met een respectabele staat van dienst die vele prima americana (blues, country, folk, rock) albums op zijn naam heeft staan.

op dit album staan o.a. 2 "Out In California" en "Haley's Comet" co-written nummers met de onvolprezen singer/songwriterTom Russell, een aantal blues klassiekers "Who Do You Love" (Elias McDaniels aka Bo Diddley) en "Everything's Gonna Be Alright" (Little Walter) en een enkel "public domain " liedje, het aloude bekende "Don't Let Your Deal Go Down" bekend gemaakt door o.a. Doc Watson en Lester Flatt & Earl Scruggs.

hoogtepunten en rustpunten te midden van de "roots rock" nummers zijn o.a. zijn eigen "civil war" ballad "Andersonville" en de blues/folk van "All 'Round Man" (Bo Carter) beide prachtig akoestisch, intiem uitgevoerd, waarna het weer los gaat met de rock-a-billy van "Blue Boulevard".

de fraaie bijdragen op accordeon zijn van Chris Gaffney bekend van het illustere alt.country gezelschap The Hacienda Brothers. ook de befaamde gitaarvirtuoos Greg Leisz speelde op een aantal nummers mee.

Album werd geproduceerd door Dave Alvin & Mark Linett
Recorded live at the Blue Cafe, Long Beach & The Lobero Theatre, Santa Barbara & The Neighborhood Church, Pasadena

Dave Alvin: vocals, electric, acoustic & national steel bodied guitar
Bobby Lloyd Hicks: drums, harmony vocals
Gregory Boaz: drums
Joe Terry: keyboards, h.v.
Chris Gaffney: accordion, h.v.
Rick Shea: electric, pedal & lap steel guitars, mandolin, h.v.
Brantley Kearns: fiddle, h.v.
John "Juke"Logan: harmonica
Greg Leisz: dobro (8), electric guitar (7,9)

Dave Mason - It's Like You Never Left (1973)

poster
4,5
een klassieker uit 1973. album werd destijds zeer goed ontvangen door de serieuze NL muziekpers en terecht. Dave Mason is een niet te onderschatten vakman, een meestergitarist en een goede songschrijver.
op dit album is het alle 10 goed. niet te verwarren met de "Alle dertien goed" LP's uit die tijd (verzamelaars met Top 40 hits). dit is zijn meest coherente album en zou hij nooit meer overtreffen. een fijne mix van ballads en meer rockend songmateriaal. de man excelleert op dit album met zijn spel op zowel akoestische als elektrische gitaar. zijn stem kan ik goed hebben, weliswaar minder dan die van zijn Traffic maatje Steve Winwood maar een stuk beter dan die van zijn andere Traffic maatje Jim Capaldi.

ooit de heruitgave "digitally re-mastered" van dit album uit 1973 op cd (2014, BGO) aangeschaft en die klinkt als een klok. de man geeft gelijk zijn visitekaartje af met fantastisch gitaarwerk op de opener, het funky rockende "Baby Please". "Every Woman" is een klasse ballad akoestisch gebracht met background vocalen van Graham Nash. de prachtmelodie van de andere ballad "Maybe" doet er niet voor onder. "Headkeeper" dat eerder verscheen op het gelijknamige, voorgaande album, krijgt hier de definitieve versie. op het up-tempo "If You've Got Love" speelt George Harrison gitaar, vanwege contractuele redenen onder het pseudonym "Son of Harry". het energieke"Misty Morning Stranger" spat uit de speakers, opgepimpt met een blazerssectie. het in "jazz rock" stijl gespeelde instrumentale nummer "Side Tracked" is een fijn rustpunt. "The Lonely One" met een mondharmonicapartij van Stevie Wonder is 1 van de vele hoogtepunten op dit fraaie, afwisselende album.

Dave Mason ging hierna meer en meer mainstream albums maken en groeide met die albums uit tot een mega ster in de States en verkocht alle grote stadia (Madison Sqare Garden, Los Angeles Forum, etc.) uit. begin jaren 80 daalde zijn ster en hadden zijn albums steeds minder succes, echter
net als Tonio vind ik de muziek op dit album 50 jaar later nog altijd geweldig.

album werd geproduceerd door Dave Mason (co-produced by Malcolm Cecil)
Recording locations: Record Plant, LA - Sunset Sound Recorders, LA - CBS Studios, San Francisco

de muzikanten op dit album:
Dave Mason: guitars, vocals
Rick Jaeger: drums
Chuck Rainey: bass
Rocky: conga
Mark Jordan: piano
Jim Keltner: drums
Carl Radle, Greg Reeves, Lonnie Turner: bass
Graham Nash: vocals (tracks 1,2,5)
plus horn section & background vocals (o.a. Clydie King)

uit de liner notes (van John O'Regan, April 2014)

"Back in 1973, "It's Like You Never Left" signalled a return to the spotlight for Dave
Mason. It was like he never left, and neither did his creative abilities leave him. It marked a fitting return to centre stage for a talent deserving of his place in rock music history"

Dave McGraw & Mandy Fer - Maritime (2014)

poster
4,0
veelal onversneden roots/americana (folk) op het tweede album van dit duo. 6 liedjes van Dave McGraw, 3 van Mandy Fer en 3 die zij samen schreven. beide zijn prima songwriters, waarbij ik een lichte voorkeur heb voor de songs van Dave McGraw en zijn met een warme, aangename stem solo gezongen nummers.

zij wisselen de solo zang af met met fraaie harmoniezang. de instrumentatie is spaarzaam met een bescheiden ritmesectie die in dienst van de liedjes speelt en hun songs worden prachtig ingekleurd met o.a. akoestische gitaren, cello en pedal steel.

"Helicopter", "Carillon", "Morning Song" en "Rain on the Rosemary" van de hand van Dave McGraw zijn prachtige, klein gehouden miniatuurtjes die onmiddellijk blijven hangen.

"Silence" begint ingetogen en werkt langzaam naar een climax toe, een nummer waarop het elektrische gitaarspel van Mandy Fer net niet ontspoort. op het bluesy "How the Sea" en het mid-tempo "Dark Dark Woods" een ander prijsnummer van dit album, klinkt zij een stuk subtieler.

het akoestische "Victoria" is een waardige afsluiter van dit fraaie, rustgevende album.

de opvolger "Off-Grid-Lo-Fi" (2016) dat eveneens in eigen beheer werd uitgebracht en waarop Mandy Fer op een aantal nummers meer ruimte kreeg voor stevig elektrisch gitaarspel spreekt mij om die reden een stuk minder aan. daarna werd het stil rond dit duo.

Album werd geproduceerd door Zach Goheen

"This album was recorded in a beautiful home in a quiet forest on a patient island in northwest Washington over the course of 8 days in the spring of 2014"

Mandy Fer: vocals, electric & acoustic guitars, tambourine
Dave McGraw: vocals, acoustic guitars
Andrew Lauher: drums
Christopher Merrill: electric bass
Sasha Von Dassow: cello
Mike Gregoni: lap steel

Dave McGraw & Mandy Fer - Off-Grid Lo-Fi (2016)

poster
3,0
een tegenvaller na hun prachtige tweede album "Maritime", waarvoor Dave McGraw de meeste liedjes schreef. op dit album staan 9 door Mandy Fer geschreven nummers en slechts 3 van Dave McGraw, naar mijn mening de betere songwriter van dit duo. 2 daarvan zijn dan ook meteen de prijsnummers, de opener "Mantra" en "Creatures We Are", beide liedjes die prettig in het gehoor liggen.

een flinke koerswijziging t.o.v. "Maritime" met veel ruimte voor de "distorted" elektrische gitaar partijen van Mandy Fer. waar anderen dit wellicht als een progressie van hun muziek beschouwen ervaar ik dit eerder als storend. in combinatie met het feit dat de meeste van haar liedjes het aan goede melodielijnen ontbreekt, met als uitzondering de afsluiter "Stuck", leidt dit helaas tot een teleurstellend album.

waar op "Maritime" de folky sound ingetogen en klein werd gehouden, vliegt de muziek op dit album regelmatig uit de bocht. persoonlijk hoor ik op dit album weinig associaties met de muziek van Gillian Welch en David Rawlings en blijft de kwaliteit en uitvoering van de songs op dit album ver achter bij die van dat illustere duo.

Mandy Fer: vocals, electric & acoustic guitars, piano, banjo, cello
Dave McGraw: vocals, acoustic guitars, percussion

Dave Rawlings Machine - A Friend of a Friend (2009)

poster
3,5
Dave Rawlings is een prima gitarist en songwriter maar ben geen liefhebber van zijn ietwat geknepen, vlakke, weinig expressieve stem. iets dat zich lichtjes wreekt als hij op een heel album de lead vocalen voor zijn rekening neemt.

5 van de 9 liedjes schreef hij samen met Gillian Welch (1,5,6,7 en 9). van de overige 4 nummers bevallen mij de ingetogen ballad "I Hear Them All" co-written met Ketch Secor en het uitbundige, vrolijke "Monkey & The Engineer" van blues muzikant Jesse Fuller het beste. i.t.t. anderen hierboven ervaar ik het mat uitgevoerde, lang uitgesponnen "Method Actor" (Conor Oberst) met het daaraan gekoppelde "Cortez the Killer" (Neil Young) als 1 van de mindere nummers. ook het melige "How's About You" wil niet beklijven.

persoonlijke favorieten zijn de in blue grass stijl uitgevoerde nummers "To Be Young" co-written Ryan Adams en "It's Too Easy" en de country klanken van het melodieuze "Sweet Tooth", dat het dichtst in de buurt komt van een vertrouwd Gillian/Welch nummer.

jammer van de dominante strijkers op "Ruby" en "Bells of Harlem" die niet bij hun "roots/americana" passen.

onder de sessiemuzikanten bevinden zich o.a. Ketch Secor (guitar, harmonica, vocals), Willie Watson (guitar, vocals), Kevin Hayes (guitjo - banjo gitaar) en Morgan Jahnig (bass) alle 4 destijds lid van het old time music gezelschap Old Crow Medicine Show, Nate Walcott (organ, trumpet) afkomstig uit de entourage rond Bright Eyes (Conor Oberst) en de vermaarde Benmont Tench (piano, organ) mede oprichter van Tom Petty & the Heartbreakers.

zeker geen slecht album maar de opvolger "Nashville Obsolete" (2015) beland bij mij vaker in de speler.

Album werd geproduceerd door Dave Rawlings

Dave Rawlings Machine - Nashville Obsolete (2015)

poster
4,0
heel fijn "roots" luisteralbum van Dave Rawlings en Gillian Welch, opgenomen in Nasville en geproduceerd door Dave Rawlings. de man heeft een wat vlakke stem ofwel geen uitgesproken mooie stem, maar in combinatie met de prachtige samenzang met Gillian Welch, is dit geen groot euvel. allemaal sterke tracks, uitgezonderd het wat oubollige "Bodysnatchers", wat ik geen sterke compositie vind. de strings op nummers 1,2 en 7 hadden wat mij betreft achterwege kunnen blijven en vind ik weinig toevoegen. het komt de authenticiteit van de muziek niet ten goede. "The Trip" is inderdaad een pareltje, een luister trip van ruim 10 minuten. dit album doet niet onder voor hun album "A Friend of a Friend" uit 2009. hun volgende duo album "All The Good Times" verscheen in 2020 (5 jaar later) en tussendoor maakte David Rawlings onder zijn eigen naam het album "Poor David's Almanack"(2017).

p.s. de sfeerfoto's in het begeleidende hoesje spreken erg tot de verbeelding met daarbij de tekst:
"This is the fun and excitement of a Saturday nite in Nashville, Tennessee. So, Y' All come and join in, hear?
dan waan je jezelf even aanwezig te zijn bij een club of bar optreden van dergelijke artiesten in Nashville

David Blue - Com'n Back for More (1975)

poster
4,0
een fijn album van deze onderschatte Amerikaanse singer/songwriter afkomstig uit Providence, Rhode Island. hierna volgde zijn laatste album "Cupid's Arrow" (1976), die niet onder doet voor de kwaliteit van dit Com'n Back for More. het album trapt stevig rockend af met het niet bijzondere titelnummer, waarna het teleurstellende 2) Ooh Mama volgt, dat m.i. ontsierd wordt door het gebruik van een Moog synthesizer, maar daarna volgen er toch aardig wat song pareltjes met als hoogtepunten 4) Who Love, 23 Days en 9) Any Love At All. alle 3 gevoelige, pracht ballads waar de melancholie van afdruipt. 5) Save Something For Me Tonight is een fijn laid-back nummer. op het van Leonard Cohen bekende 6) Lover, Lover, Lover zingt Joni Mitchell mee. het is mij een raadsel of dit nummer door David Blue (echte naam Stuart David Cohen) of door Leonard Cohen is geschreven. op de liner notes van dit album staat "All songs written by David Blue". 3) When the Rains Come en 7) Hollywood Babies zijn fijne, goed in het gehoor liggende, relaxte nummers. het slotnummer Where Did It Go een stevige rocker met weliswaar lekkere gitaarriffs, valt hier uit de toon van de rest van het album. dit album werd in 2007 op cd uitgebracht op het label Wounded Bird Records. er speelde weer een keur aan grote namen mee op dit album: o.a. Robben Ford, Larry Carlton, Don Felder, Danny Kootch, Ben Benay: guitar, Bob Dylan, Kreag Caffey: harmonica, Max Bennett: bass, Ben Keith: pedal steel guitar, John Guerin (tevens de producer): drums & percussion. nog even terzijde er staan hier 6 albums van David Blue op MuMe, echter in 1968 verscheen het album "These 23 Days in September". de man heeft dus totaal 7 reguliere albums gemaakt.

David Blue - Cupid's Arrow (1976)

poster
4,0
ook op dit album weer 9 "originals" van deze onderschatte singer/songwriter. niet vergelijkbaar met de klasse van zijn "Nice Baby and the Angel" album, maar toch een zeer genietbaar album. qua sound komt deze wel in de buurt van die klassieker. de plaat opent sterk met "Run, Run, Run", en het geweldige "The Ballad of Jennifer Lee" sluit hier goed op aan. dan is het even doorbijten bij de mindere goden op dit album "Tom"s Song" en "I Feel Bad". gelukkig volgt er daarna een trits sterkere composities met de lichtvoetige ballad "Cordelia", het met mandoline spel van David Lindley voorziene, vrolijke "Maria, Maria" en het prachtige, gospelachtige titelnummer "Cupid's Arrow" met fijne background vocals. het rockende "Primeval Tune" vind ik een skip moment maar de afsluiter "She's Got You" maakt dit weer goed. de muzikanten die meespelen liegen er weer niet om naast David Blue: guitar & vocals, Jesse Ed Davis (een meestergitarist uit die tijd van Indiaanse afkomst): lead guitar, David Lindley: mandolin, slide, violin, Barry Goldberg: piano, organ, Levon Helm, Mike Baird: drums, Duck Dunn: bass, Auburn Burrell Jr.: pedal steel & rhythm. dit album werd in 2006 op cd uitgebracht op Wounded Bird Records.

David Blue - Nice Baby and the Angel (1973)

poster
5,0
eens met de berichten hierboven. dit album waarvan hij alle nummers zelf schreef, kun je gerust een vergeten parel noemen. David Blue (echte naam David Cohen) was eind jaren 60 onderdeel van de Greenwich Village folkmusic scene, waar ook mensen als o.a. Bob Dylan, Phil Ochs, Tom Paxton en Eric Andersen onderdeel van waren. hij was de zoon van een Joodse vader en een Iers/Frans Canadese moeder. ook al zo'n talent die al jong (41 jaar) ging hemelen. hij schreef het nummer "Outlaw Man" voor de Eagles, bekend van hun Desperado album uit 1973. hij was in 1975 ook onderdeel van de Rolling Thunder Revue van Bob Dylan. hij was een "musician's musician" had dus een grote status bij collega muzikanten, maar was niet of nauwelijks bekend bij het grote publiek. dit album werd destijds (1973) ook in NL een beetje ondergesneeuwd door de vele releases in die tijd. sterke teksten en soms fabelachtige, melancholieke muziek (Lady O' Lady, Yesterday's Lady, het titelnr.) zoals user Indana hier omschrijft, afgewisseld met iets steviger werk (Outlaw Man, Train to Anaheim). de meespelende muzikanten zijn niet de minsten, naast David Blue: acoustic guitar, piano, vocals zijn dit Graham Nash: acoustic guitar, electric piano, Dave Mason: acoustic & electric guitar, David Lindley: acoustic & slide guitar, violin, viola, madolin, zither, Chris Ethridge: bass, Bob Rafkin: acoustic guitar, John Barbata: drums, Terry Adams: cello. de background vocals: Glenn Frey, Dave Mason, Graham Nash, Jennifer Warren. geweldig geproduceerd door Graham Nash, die later ook het prachtige "Seed Of Memory" van Terry Reid produceerde. "Nice Baby and the Angel" is een tijdloos album dat 50 jaar later nog steeds "staat". betere albums zou hij niet meer maken. had het geluk dat ik deze ooit ergens in de UK op cd tegen kwam (uitgegeven in 2006 op Wounded Bird Records). overigens is dit m.i. geen folk album, maar eerder country rock.

David Blue - Stories (1971)

poster
3,0
dit album uit 1971, wederom met 8 originals van de man zelf, ging vooraf aan het geweldige "Nice Baby and the Angel" (1973). naast singer/songwriter was de man ook acteur. dit album voornamelijk gevuld met ballads is wat onevenwichtig en mist de coherentie en eenheid van eerder genoemd album. toch staan hier ook de nodige pareltjes van songs op. mooie, ingetogen nummers met sterke teksten soms wat zwaar op de hand. hoogtepunt is het gevoelige, sfeervolle "Marianne" voorzien van prachtig accordeon spel. het openingsnummer Looking For A Friend had niet misstaan op een Randy Newman album. "Sister Rose" en "Fire In The Morning" geven ook blijk van de songwriter's kwaliteiten, die deze man zonder twijfel had, echter er staan helaas wel wat mindere nummers op dit album ( House Of Changing Faces, Come On John). blijven over 6 zeer genietbare nummers. muzikanten die meespelen zijn o.a. Bob Rafkin: bass & guitar, Russ Kunkel, John Barbata: drums, Ry Cooder: slide guitar, Ralph Shuckett: organ, Milton Holland: percussion, Chris Ethridge: bass en Rita Coolidge: background vocals. de reissue kwam in 1991 op cd uit (Linea, onderdeel van het Duitse Line Music label)

David Childers & The Modern Don Juans - Room#23 (2003)

poster
4,0
de naam David Childers kwam ik ooit tegen op een album van de Schotse singer/songwriter Jackie Leven. hij zong daarop zijn eigen nummer "Heart of a Soul" in een prachtig duet. het prijsnummer van dat album.

op Room#23 staan 13 eigen nummers van de uit North Carolina afkomstige, op leeftijd zijnde David Childers (tevens dichter en schilder) waarvan 4 co-written. de man schrijft prima songs en voert deze uit in een unieke mix van o.a. country/folk, blues rock, rockabilly en honky tonk.

de sterke country rock opener "I Was the One" zet meteen de toon. "Baby Baby" en "Doctor Sanchez" laten stevige roots (blues) rock horen, waar op nummers zoals "Hardwood Killing Floor" en "Her Side of the Story" de honky tonk klanken de boventoon voeren. de juke-joint/roadhouse blues van "Room 23" en "Think I'm Gonna Make It" met een schurende harmonica partij roept de muziek van Delbert McClinton in herinnering.

David Childers is gezegend met een doorleefde, expressieve stem en schittert vooral op de ballads "The Prettiest Thing", "Price I Had to Pay" en "Lucky Stranger".

Album werd geproduceerd door muzikant/producer Don Dixon, bekend van zijn eigen klassieker uit 1973 "Hobos, Heroes & Street Corner Clowns"

Recorded at Reflection Sound Studios, Charlotte, North Carolina

David Childers: vocals, guitar, melodica
Robert Childers; drums, percussion
Mark Lynch/Penn Dameron: bass
Eric Lovell: guitar, mandolin, dobro, rebab, pedal steel, back up vocals
Don Dixon: keyboards, back up vocals

David Crosby - Croz (2014)

poster
4,0
"Croz" doet inderdaad aan de wat gelikte sound met jazzy accenten van CPR denken, niet verwonderlijk gezien de grote inbreng en bijdragen van zijn zoon James Raymond, die 2 van de betere mid-tempo nummers "What's Broke" met Mark Knopfler op gitaar en "The Clearing" schreef en meeschreef aan 5 andere nummers. van de 2 door Crosby zelf gepende nummers "Time I Have" en "If She Called" valt de eerste mee, maar de tweede ontbreekt het aan een (goede) melodie en is "skip" waardig.

de overige 2 nummers "Holding On to Nothing" (Crosby/Sterling Price) met de trompet klanken van Wynton Marsalis is 1 van de sterkhouders en het iets meer pittige "Set That Baggage Down" (Crosby/Shane Fontayne) ervaar ik samen met het zwakke "If She Called" als missers. het mid-tempo "Radio" en de piano ballad "Slice of Time" luisteren lekker weg,

2 andere sterkhouders zijn het dromerige, ingetogen "Morning Falling" en de jazzy afsluiter "Find a Heart" met een saxofoon partij van Steve Tavaglione.

mis op dit album waar de "synths" en "drum programming" gelukkig bescheiden zijn gehouden wel de fraaie harmoniezang die slechts op een beperkt aantal nummers te horen is en de vocale bijdragen van Jackson Browne/Bonnie Raitt/James Taylor zoals op zijn album "Oh Yes I Can". een album dat niet onder doet voor "Croz", dat ik overigens een klasse beter vind dan de opvolger "Lighthouse".

Album werd geproduceerd door James Raymond, Daniel Garcia & David Crosby

David Crosby - For Free (2021)

poster
3,5
dit laatste solo album meermalen beluisterd maar helaas wil het kwartje niet bij mij vallen. zijn zoon James Raymond die het album produceerde en meerdere nummers schreef of mede schreef drukt zwaar zijn stempel op "For Free". het klinkt allemaal wat gezapig, waarbij de gladde productie en het gebrek aan memorabele liedjes niet behulpzaam is. ben verder niet zo gecharmeerd van de West Coast pop/soft rock met jazzy accenten die aan bands als Steely Dan doet denken. een prima band waar ik graag naar mag luisteren, maar die sound vind ik minder goed bij David Crosby passen. waar anderen "Rodriguez" co-written met Donald Fagen met o.a. een gepolijste blazerssectie wellicht als een hoogtepunt ervaren, ervaar ik dat anders. ook de opener "River Rise" een duet met Michael McDonald is "not my cup of tea".

van de James Raymond nummers bevallen het mid-tempo "The Other Side" en de melancholische afsluitende ballad "I Won't Stay For Long" het beste. een des te meer toepasselijk liedje gezien het feit dat de man niet veel later (begin 2023) ging hemelen. "For Free" is een Joni Mitchell cover vorm gegeven middels een fraai duet met singer/songwriter Sarah Jarosz. zijn eigen "Ships In the Night" ondanks het Steely Dan sausje en de melodie van "I Think I" ontstijgen eveneens de middelmaat van liedjes zoals "Boxes" en "Shot At Me".

hoor David Crosby liever in een meer folky setting en mis de fraaie harmoniezang in de stijl van CSN of de duo zang met Graham Nash op dit album. mis ook emotionele zeggingskracht in de liedjes die niet willen raken, uitgezonderd het eerder genoemde "I Won't Stay For Long".

om die reden prefereer ik zijn albums "Oh Yes I Can", "Thousand Roads" en "Croz" boven deze. een fractie beter dan "Lighthouse". vandaar 3,5 sterren.

David Crosby - If I Could Only Remember My Name (1971)

poster
4,5
nostalgie speelt zeker een rol bij mijn beoordeling van dit solo debuut album van David Crosby. kan mij goed voorstellen dat je er op een andere manier naar luister als je niet in de 70's ben opgegroeid, die overigens voor mij als Rotterdamse stadsjongen lang niet altijd in het teken van "peace and love" stonden, maar dat terzijde.

het waren tamelijk vage tijden. beter langharig dan kortzichtig was het motto. het Kralingen popfestival in 1970 zeg maar het Nederlandse Woodstock had net plaats gevonden. onze muziekkamer in de ouderlijke woning was behangen met visnetten aan het plafond, gevuld met 2e hands stoelen en bankstellen en een elektrisch kacheltje tegen de winterse kou. met brandende kaarsen en de zoete lucht van wierookstokjes en een enkele keer onder invloed van licht verdovende middelen werd dit "trippy" letterlijk en figuurlijk bewierookte album met psychedelische folk (rock) regelmatig in de avonduren afgespeeld.

het mantra-achtige "Music Is Love" trapt deze klassieker fraai af. de heerlijke folk rock van "Cowboy Movie" doet ook mij denken aan "Down By the River" van Neil Young. mijn favoriet samen met de prachtige harmoniezang van "Laughing" en de bloedmooie solo door David Crosby gezongen nummers "Orleans" en "I'd Swear There Was Somebody Here", beide nummers met zang alsof de engelen je van boven toezingen. net als het psychedelische "What Are Their Names" alle 5 sterren nummers

de neurie zang van "Tamalpais High" en "Song with No Words" bevatten eveneens prachtige melodieën.
"Traction in the Rain" weerhoudt mij er van om dit album dat al een heel leven meegaat 5 sterren toe te kennen. vandaar 4,5.

zoals hier op MuMe al eerder aangehaald speelden er veel van zijn muzikale vrienden mee uit die tijd, behalve Graham Nash, Joni Mitchell en Neil Young o.a. bandleden van Grateful Dead, Jefferson Airplane en Santana.

wat mij betreft is dit album gelijkwaardig aan "Songs for Beginners" (1971) van Graham Nash en beter dan de gelijknamige debuut albums van Neil Young (1968) en Stephen Stills (1970). wellicht zijn magnum opus. een album dat David Crosby nooit meer zou overtreffen, maar de man bleef goede albums uitbrengen.

Album werd geproduceerd door David Crosby
Recorded at Wally Heiders, San Francisco, California

David Crosby - Lighthouse (2016)

poster
3,0
ben geen jazz liefhebber. vandaar dat de overwegend jazzy en in mindere mate folk klanken van dit album mij weinig bekoren.

7 eigen liedjes van David Crosby merendeels co-written met Michael League plus 1 nummer "The City" van laatstgenoemde (een dieptepunt) en een nummer "By the Light of Common Day" met muziek van Becca Stevens, dat ik als 1 van de schaarse hoogtepunten ervaar, samen met "Things We Do for Love", "Look in Their Eyes" en "What Makes It So".

verder weinig memorabele liedjes op dit album waarop sterke melodieën ofwel liedjes met een kop en een staart nagenoeg ontbreken en de fraaie harmoniezang met iemand als Graham Nash node gemist wordt.

gastrollen zijn weggelegd voor 3 leden van het jazz collectief Snarky Puppy (multi-instrumentalist Michael League die het album produceerde, Bill Laurance (piano) en Cory Henry (organ). Becca Stevens en Michelle Willis verzorgen de backing vocals op "By the Light of Common Day".

"Lighthouse" kan mij ondanks de mooie productie en de fraaie zang van David Crosby niet imponeren. een album met teveel middelmaat waarop de harmonieuze folk/rock klanken uit zijn hoogtijdagen niet of nauwelijks aanwezig te zijn. fijn als anderen er wel plezier aan mogen beleven.

David Crosby - Oh Yes I Can (1989)

poster
4,0
op dit tweede solo album van David Crosby staan 9 eigen nummers waarvan 4 co-written met Craig Doerge, 1 nummer "In the Wide Ruin" van Craig Doerge/Judy Henske plus de traditional "My Country".

de stevige rock van "Drive My Car" met een slide gitaar partij van David Lindley, de West Coast soft pop van "Melody" dat iets weg heeft van de Toto sound en het funky "Monkey and the Dog" bekoren niet. zijn zoetgevooisde stem past niet bij die nummers, hoewel de juke joint blues van het pittige "Drop Down Mama" wel lekker weg luistert.

onder de overige 7 stemmige, ingetogen nummers met alle ruimte voor zijn geweldige zang, bevinden zich flink wat pareltjes, o.a. het eerder genoemde "In the Wide Ruin" met extra zang van Jackson Browne, "Tracks in the Dust" met harmoniezang van Graham Nash en Michael Hedges, "Lady of the Harbor" met extra zang van Bonnie Raitt en ΅Flying Man" een nummer met neurie zang zonder tekst en meestergitarist Larry Carlton op gitaar.

de fraaie piano ballad "Oh Yes I Can" met extra zang van James Taylor en de traditional "My Country 'Tis of Thee" met zang van David Crosby, Graham Nash en John David Souther sluiten dit album op wonderschone wijze af.

onder de sessiemuzikanten bevinden zich Jim Keltner/Russ Kunkel/Joe Vitale(drums), Tim Drummond/George Perry/Leland Sklar (bass), Danny Kortchmar/Steve Lukather (guitar), Joe Lala (percussion) en Craig Doerge (keyboards, piano).

wellicht een beetje wisselvallig album maar vanaf 4) is het (althans voor mij) genieten geblazen met uitsluitend prachtige nummers. vandaar 4 sterren. kan de lage waardering op MuMe voor dit album niet goed plaatsen.

Album werd geproduceerd door David Crosby, Craig Doerge & Stanley Johnston

David Crosby - Thousand Roads (1993)

poster
4,0
het derde solo album van David Crosby, waarna het 21 jaar wachten was op zijn "come back" album "Croz" (2014).

7 covers, 2 co-written nummers het klein gehouden "Yvette in English" met Joni Mitchell dat duidelijk haar signatuur heeft, het misplaatste "Hero" met Phil Collins met de dreinerige 80's/ drums sound en zijn eigen rocker "Thousand Roads" dat ik eveneens als een misser ervaar. David Crosby was geen rock 'n roll zanger. anderen doen dat vele malen beter.

de andere rocker "Coverage" een nummer van new wave/rock muzikante Bonnie Hayes pakt iets beter uit. de liefhebber van het meer ingetogen singer/songwriter werk komt aan zijn of haar trekken met de overige 7 nummers, stuk voor stuk voor prachtig gearrangeerd en uitgevoerd. Graham Nash en Jackson Browne verzorgen de harmoniezang op het Jimmy Webb nummer "Too Young to Die" met een fraaie gitaarpartij van Bernie Leadon , Graham Nash is wederom met zang en harmonica te horen op de piano ballad "Old Soldier" (Marc Cohn) en de ballad "Natalie" (Stephen Bishop) met op het eind stevig gitaarwerk van Dean Parks laat eveneens fraaie harmoniezang horen van Stephen Bishop en Kipp Lennon, de laatste is bekend van de in Nederland populaire band Venice en zingt op een 4-tal nummers mee.

verrassend is de keuze voor covers van 2 Ierse folk singer/songwriters. "Columbus" van Noel Brazil, bekend van de Mary Black versie en "Helpless Heart" (Paul Brady), waarvan de laatste met strijkers aan de wel erg zoete kant is. ook de John Hiatt cover ΅Through Your Hands" behoort tot de hoogtepunten.

"Thousand Roads" ervaar ik als een sterk album waarbij de CPR en jazzy klanken van zijn latere albums nog niet aanwezig zijn. iets dat prima past bij de nummers van dit album.

een waslijst aan gerenommeerde sessiemuzikanten speelde mee, o.a. Leland Sklar (bass), Jim Keltner/Russ Kunkel/Jeff Porcaro (drums), Craig Doerge/Benmont Tench (keyboards), Marc Cohn (acoustic piano), Andy Fairweather Low/Bernie Leadon/Dean Parks (acoustic & electric guitar).

David Johansen and The Harry Smiths - David Johansen and The Harry Smiths (2000)

poster
4,5
David Johansen, zoon van een Iers/Amerikaanse moeder en Noors/Amerikaanse vader, was ooit de charismatische zanger van de glam punkrock band New York Dolls, voor welke groep hij samen met gitarist Johnny Thunders de meeste nummers schreef, maakte diverse solo albums onder zijn eigen naam en albums onder het alter ego Buster Poindexter, waarmee hij met de single "Hot, Hot, Hot" een wereldwijde hit scoorde. daarnaast is hij ook acteur en schreef songs voor diverse soundtracks.

de band "The Harry Smiths" werd vernoemd naar de onderzoeker/verzamelaar Harry Everett Smith die o.a. verantwoordelijk was voor de samenstelling van het driedelige album "Anthology of American Folk Music".

op dit fraaie blues/roots album, een liefdevol eerbetoon aan zijn liefde voor de blues, staan deels akoestisch uitgevoerde Delta blues, country blues en folk liedjes. alle covers waarvan een 5-tal nummers onbekend zijn qua herkomst, met grote zeggingskracht gezongen met de gruizige, rauwe stem van David Johansen die prima bij dit genre past en uitgevoerd met een geweldige backing band.

soms wat meer ingetogen folky in de schitterende Dylan cover "Delia", "Oh Death" (Unknown) of "Richland Woman" (Mississippi John Hurt), een enkele keer wat meer up-tempo, zoals in "Well I've Been to Memphis" (Unknown) of "Don't Start Me Talking" (Sonny Boy Williamson), of slow country blues zoals in de met fraaie gitaarriffs uitgevoerde cover van "Little Geneva" (Muddy Waters), "Katie Mae" (LIghtnin Hopkins) of "Poor Boy Blues" (Unknown).

een verrassend goed authentiek klinkend blues album, dat de liefhebber wellicht zal aansporen om naar de originelen op zoek te gaan. er volgde in 2002 nog een tweede album "Shaker".

Album werd geproduceerd door David Chesky & Brian Coonin
Recorded at St. Peter's Episcopal Church, New York, NY

David Johansen: singing, guitar, harmonica
Brian Koonin: guitar, mandolin
Larry Saltzman: guitar, banjo
Kermit Driscoll: bass, didgeridoo
Joey Baron: percussion

David Lindley - El Rayo-X (1981)

poster
4,0
wijlen David Lindley (Mr. Dave) herinner ik me vooral van zijn geweldige bijdragen aan de albums van Jackson Browne en dan met name zijn klassiekers uit de 70's, zoals "Late for the Sky", "The Pretender" en "Running on Empty".

een multi-instrumentalist en snarenvirtuoos die als sessiemuzikant en "sideman" een enorme staat van dienst had. teveel om hier op te noemen. in 1981 formeerde hij zijn eigen band El Rayo-X, een band met wie hij diverse albums maakte en die tot eind 1989 actief was. daarna trad hij op als solo artiest.

zoals hierboven al eerder aangehaald, biedt dit debuutalbum heerlijke, ongecompliceerde "feel good" muziek in een diversiteit van stijlen, o.a. r&b, rock n' roll, reggae/ska, Tex-Mex, cajun/zydeco, etc, hoewel de rock en r&b met reggae invloeden op dit album overheersen. de nummers klinken alsof ze in een spontane sessie zijn opgenomen.

veel covers op dit album met o.a. 3 nummers (1,4 en 5) van Bob "Frizz" Fuller, de Everly Brothers klassieker "Bye Bye Love" een nummer van het legendarische songwriter's duo Felice & Boudleaux Bryant, een andere klassieker "Twist and Shout" (Bert Russell, Phil Medley) dat eerst in 1962 een hit werd van de Isley Brothers en een jaar later verscheen op het "Please Please Me" album van de Beatles, en "Don't Look Back" een nummer van William "Smokey" Robinson en Ronald White, beide oprichters van de fameuze soul en r&b band Smokey Robinson & The Miracles. een nummer dat eerder in 1978 een grote hit werd in de versie van Peter Tosh en Mick Jagger.

stuk voor stuk sprankelende covers, waar de energie en het speelplezier vanaf spat, aangevuld met 2 eigen tracks "El Rayo-X" (co-written met Jorge Calderon, een multi-instrumentalist uit Puerto Rico, die eveneens op vele albums van Jackson Browne meespeelde) en "Pay the Man" (co-written George "Baboo" Pierre) die naadloos aansluiten bij de ongedwongen, vrolijke sfeer van dit album.

mee eens dat het prijsnummer op dit album "Mercury Blues" is, een nummer van de Amerikaanse blueszanger/gitarist K.C. Douglas, een vuige rocker met geweldig slide gitaar spel van David Lindley, met als goede tweede het aanstekelijke cajun nummer "Petit Fleur" waar David Lindley op fiddle excelleert.

"Let the Good Times Roll" (David Lindley R.I.P. 03-03-2023)

Album werd geproduceerd door Jackson Browne & Greg Ladanyi
Recorded at Record One, Los Angeles, California

David Lindley: vocals, electric guitars, slide guitars, six string bass, fiddle, banduria, divan saz, whistle
Ras Baboo: percussion, timbales, vocals, accordion
Ian Wallace: drums
Bob Glaub, Reggie McBride: bass guitar
William "Smitty" Smith: vox organ, organ deluxe
Jackson Browne: vocals
Billy Payne: organ
Jorge Calderon: vocals
Garth Hudson: "The Horns" (track 7)
Curt Bouterse: hammer dulcimer

David Munyon - Acrylic Teepees (1996)

poster
4,0
liep onlangs op een beurs tegen dit album (cd) aan van de mij onbekende inmiddels 74-jarige Amerikaanse singer/songwriter/gitarist David Munyon, afkomstig uit Newport, Rhode Island. mijn interesse werd gewekt door de naam van multi-instrumentalist Al Perkins (ex Flying Burrito Brothers en de Manassas band van Stephen Stills) op het hoesje.

de man blijkt al meer dan 25 albums te hebben gemaakt (waarvan 9 hier op MuMe), die merendeels op Duitse labels (o.a. Glitterhouse) verschenen, blijkt een Duitse website te hebben en heeft in dat land kennelijk een aardige fanbase, maakte daar in 2023 nog een tournee langs het kleinere clubcircuit en geeft zelfs thuisconcerten.

ken zijn verdere werk niet, maar dit "Acrylic Teepees" met 12 eigen songs waarvan 11 co-written, heeft mij in positieve zin verrast. David Munyon maakt bijzonder fraaie roots/americana geworteld in folk, blues en rock, schrijft bovengemiddeld goede liedjes met sterke, verhalende teksten en beschikt over een voor dit genre zeer aangename stem.

prachtige, ingetogen nummers als de sterke opener "Super Blue", "Waves of Monterey" en "Desperate for a Friend" worden afgewisseld met een aantal mid-tempo nummers als o.a. "Be Bigger Than a Dream" en "Coffee in Duluth" met een fraaie pedal steel.

af en toe gaat het tempo wat omhoog zoals in het rockende "Ain't No Love in This Rock 'n Roll World", "Jumper's Tune", "Surfin" dat hij schreef als eerbetoon aan de jong overleden Amerikaanse acteur River Phoenix en het bluesy "Still Got a G.T.O." dat door Eric Burdon werd gecoverd op zijn album "Soul Of a Man".

respect voor mensen als David Munyon die in zijn thuisland U.S.A. nauwelijks albums verkoopt en als muzikant vermoedelijk een karig bestaan in de marge leidt en voor zijn passie blijft gaan.

Album werd geproduceerd door Greg Humphrey
Recorded at The Cowboy Arms Hotel & Recording Spa, Nashville, Tennessee

David Munyon: Martin guitar, singing
Dave Pomeroy: bass
Craig Krampf: drums
Al Perkins: guitars, lap steel, dobro

Greg Humphrey: special bass on "Coffee in Duluth"
John Scott Sherill, Don Devaney, Lena Verges: special guests on "Super Blue"

David Olney - Eye of the Storm (1986)

poster
4,5
bijzonder fraai debuut album van de destijds 38 jarige singer/songwriter David Olney. de man maakte hiervoor een 2-tal albums met de rockband X-Rays waarna hij de kans kreeg van Rounder om een solo carrière te beginnen.

americana (folk/country) in optima forma van deze geweldige woordkunstenaar wiens soms wat cryptische teksten wel wat van de luisteraar vragen. 12 bovengemiddeld goede liedjes van David Olney zelf, muzikaal omlijst door o.a. Roy Huskey Jr. (bass), Pat McLauglin (mandolin), Joe Fleming (electric guitar & E-bow) en Thomas Goldsmith (guitar).

Favoriete nummers "Saturday Night and Sunday Morning", "Theresa Maria" en "If It Wasn't For the Wind" die qua sound en melodie sterk aan het werk van Townes Van Zandt doen denken, afgewisseld met het bluesy "Steal My Thunder" met fraai slide gitaar werk, de fijne ballad "Who Knows Better Than I" en 2 meer country getinte nummers "Queen Anne's Love" en "My Baby's Gone". het a-capella gezongen "Ain't It That Way" sluit dit album fraai af.

David Olney stond bekend als een "songwriter's songwriter". zijn songs werden o.a. gecoverd door Emmylou Harris en Linda Ronstadt, die zijn "Women Cross the River" coverde op haar album "Feels Like Home".

muziekrecensent/popjournalist Jan Donkers is een groot fan en wijdde een artikel aan hem in zijn boek "Mijn muziek". David Olney stierf in het harnas toen hij in januari 2020 tijdens een optreden in Florida werd getroffen door een hartaanval. de man had een trouwe fan base in Nederland en bezocht ons land meermalen voor concerten in het kleinere clubcircuit.

Album werd geproduceerd door Thomas Goldsmith & Joe Fleming
Recorded at Northeastern Digital, Southborough, Massachusetts

quote uit de liner notes (Townes Van Zandt)
"Any time anyone asks me who my favorite music writers are, I say Mozart, Lightnin' Hopkins, Bob Dylan and David Olney"