MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Sir Spamalot als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Rush - Retrospective, Vol. 1 (1974-1980) (1997)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Opmerking vooraf: letterlijk luidt de titel hiervan Retrospective I 1974-1980. Hiervoor verwijs ik naar Discogs: https://www.discogs.com/release/1359888-Rush-Retrospective-I-1974-1980. Albumtitel staat niet op de hoes maar aan de zijkant van het doosje. Ik laat het voor wat het is (of niet). Het is “maar” een verzamelaar, maar enen die ik in mijn bezit heb van mijn favoriete groep.

In het tijdperk 1974-1980 verschenen in chronologische volgorde de studioalbums Rush, Fly by Night, Caress of Steel, 2112, A Farewell to Kings, Hemispheres en Permanent Waves. Het gaat om zeven albums dus juist vóór het Moving Pictures album uit 1981, dus bijna volledig de eerste twee periodes, vermits na iedere vier studioalbums een livealbum uitkwam, toen toch.

Groot verschil met deze verzamelaar is dat de gekozen nummers niet in chronologische volgorde staan, geen verschil is er volgens mij qua geluid van de originele opnames. Veertien nummers op de tracklist voor zeven studioalbums, dus je zou denken...

Toch niet, de albums Rush en Caress of Steel krijgen ééntje cadeau, Fly by Night en 2112 krijgen drie vertegenwoordigers. Veel ga ik hierover niet zeggen. In de loop der jaren en vooral de voorbije maanden heb ik me intensiever bezig gehouden met Rush en er heel veel van genoten. Mijn gedachtespinsels en die van de MuMe colllega's over de individuele albums staan daar, dus allen daarheen, zou ik zeggen.

Dergelijke formats, de verzamelaars zijn heden ten dagen overbodiger dan ooit, dat besef ik, maar soms laat zelfs ik me hierin overhalen door een lage prijs of door het gedacht “ach, waarom niet”. Geld moet rollen, het liefst mijn richting uit, en er staan hier een paar ferme krakers op, The Spirit of Radio, The Trees, Xanadu, de twee delen uit 2112 en het geschifte instrumentale La Villa Strangiato, maar mijn favoriete periode moet nog komen op de opvolger hiervan Retrospective II 1981-1987, ook uit 1997, het begin van een vreselijke periode voor drummer Neil Peart en haast het einde van Rush.

Rush - Retrospective, Vol. 2 (1981-1987) (1997)

poster
4,5
Sir Spamalot (crew)
Mijn gedachten over deze tweede Retrospective zullen veel gelijkenissen bevatten met mijn commentaar bij de voorganger hiervan. Opnieuw maak ik een opmerking vooraf over de titel van deze verzamelaar. Volgens Discogs is het “Retrospective II 1981-1987” dat niet op de hoes staat maar aan de zijkant van het doosje. Verdere info: Rush – Retrospective II 1981-1987. Ook deze vereert mijn cd-kast.

In de periode 1981-1987 worden wij verblijd met vijf studioalbums, in chronologische volgorde Moving Pictures (5,00), Signals (4,50), Grace Under Pressure (5,00), Power Windows (4,50) en Hold Your Fire (4,50). Mijn scores staan tussen ronde haakjes, deze periode is op zijn zachtst gezegd mijn favoriete periode, het laat tevens de enorme evolutie zien van weinig of geen keyboards naar het andere soms bombastische uiterste, maar wel met een moddervette pak fantastische, bondigere songs gespeeld door drie topmuzikanten, ja, slechts drie maar.

De nummers staan niet in een chronologische volgorde, maar elk van de vijf albums mag wel drie nummers afvaardigen in een setting waarbij er volgens mij niet aan het geluid van de originele opnames werd “gefoefeld” (West-Vlaams voor “geprutst”). Dat zou zinloos zijn: album één en twee met Terry Brown als producer, album drie met Peter Henderson, album vier en vijf met Peter Collins. Remasters zijn voor mij maar al te vaak onnodig of ongewenst.

Na een voor mij stillere periode, ik noem het geen writer's block, heb ik me de voorbije maanden en weken intensiever bezig gehouden met Rush. Een aantal reviews / meningen zijn het resultaat en ik hoop dat jullie deze met heel veel plezier lezen, samen met de reviews / meningen van collega Rush liefhebbers. Wij weten het allemaal: ze zijn tijdrovend om te typen maar een wondermooie tijdsbesteding om te lezen.

Het is en blijft een verzamelaar maar bekijk eens die tracklist en denk er een podium met publiek bij. Maar er is nog zoveel meer, dit had een tracklist vóór de pauze kunnen zijn. Met gesloten ogen stel ik me dit live voor, laat me even dromen. Ik ga het nog eens zeggen: 1997 was de start van een hartverscheurende periode voor Neil Peart, bijna het einde van Rush maar toch zorgen Retrospective I en II voor een minder ongemakkelijk gevoel. Het jaar daarop verschijnt het livealbum Different Stages, ook ik dacht toen dat het dan over en uit was, gelukkig kregen wij later allemaal ongelijk in 2002.

Rush - Retrospective, Vol. 3 (2009)

Alternatieve titel: Retrospective III (1989–2008)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
“Waarom eigenlijk als je alles al hebt?” Euh, omdat ik de eerste twee Retrospectives ook heb en omdat Wowhd weer zo vriendelijk was om dit voor een eerlijke prijs aan te bieden tijdens één van hun kortingsweekends. Niet meer, niet minder.

Retrospective III omvat de periode 1989 tot en met 2008 en bevat een selectie nummers uit de albums Presto, Roll the Bones, Counterparts, Test for Echo, Vapor Trails en Snakes & Arrows. De volledige uitleg kun je ook hierop vinden: Retrospective III: 1989?2008 - Wikipedia, the free encyclopedia - en.wikipedia.org.

Het is niet hun productiefste periode noch een sprankelende periode. Tot op vandaag blijf ik Test for Echo hun minste album vinden, sterkste album in die periode blijft voor mij Counterparts maar in die periode kwamen ook enkele van mijn favoriete nummers uit, waaronder het rockende Animate en het geweldige The Pass.

Drie zaken zijn dus nieuw, de remixes van One Little Victory en Eartshine (welke geleid hebben tot de remix van het volledige album Vapor Trails in 2013) en de liveversie van Ghost of a Chance. Aan ieder voor zich om te beslissen of dit de aankoop rechtvaardigt.

Rush - Roll the Bones (1991)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Soms legt het geheugen mij in de luren en ik leg uit door mezelf te citeren bij het vorige album Presto: “Album met een prachtige hoes die me nog altijd doet glimlachen maar die ook me doet beseffen dat die voorbije glorieuze tijden buiten een paar ferme oprispingen (Counterparts en Clockwork Angels) nooit meer terugkomen in mijn leefwereld.” Wel, mijn citaat dien ik toch te nuanceren, want Roll the Bones heeft best wel vele leuke momenten en heeft een hoes die me aanstaat. Dit album heeft een flink aantal draaibeurten gehad de voorbije dagen.

Echte dieptepunten kan ik hierop niet ontdekken hoewel de laatste twee nummers mij minder bevallen, Neurotica vind ik spijts de ongetwijfeld goede bedoelingen best wel een mager beestje. De eerste acht nummers vind ik bij elkaar passen, niet vergeten, de volgorde van presentatie van de songs is toch ook een belangrijk onderdeel van een album. Het ontbreekt echter aan echte uitschieters, zoals The Pass op voorganger Presto of Animate op navolger Counterparts.

Veel kan me het gebrek aan echte uitschieters niet deren, want er zit best een lekkere flow in dit album, dat ietske meer spierballen bevat dan het nogal dunne Presto, met nochtans dezelfde producer, Ruper Hine. Een beetje meer punch was inderdaad wel welkom. Wat onthoud ik nog meer van dit album? Een aantal merkwaardigheden, lijkt me. Natuurlijk hebben wij het rap middenstuk in het titelnummer, een klein experiment en misschien een voorbeeld van Rush humor.

Je hebt echter ook na al die jaren opnieuw een instrumentaaltje met Where's My Thing, een best opzwepend nummer. Ook vallen overal de korte doch krachtige solo's van Alex op en zeker die in Ghost of a Chance. The Professor doet zijn ding, alles krachtig en precies toemeppen zoals alleen hij dat kan. Natuurlijk is het niet de Rush van de eerste drie periodes, opnieuw, hun blik richtte zich altijd verder, naar wat achter de horizon lag, die eeuwige drang om zichzelf niet te herhalen.

Ter ondersteuning van dit album ging Rush navolgend op toer tot zelfs in Europa. In die tijden had ik me via via (ik weet niet meer hoe) geabonneerd op een Rush nieuwsbrief dat van over de Noordzee of de Atlantische Oceaan kwam (ook dat weet ik niet meer en ik vind ze niet meer terug) maar ik weet hoe wel dat daar een contactadres in stond voor het kopen van bootlegs, ook op VHS videocassette.

Niet vergeten: dat wonderlijke wereldwijde web zoals we nu kennen bestond toen nog niet (met zijn voor- en nadelen). Ik heb er twee van Rush op VHS: Lawlor Events Center in Reno, Nevada (01-06-1992) van de Roll the Bones toer én CoreStates Center in Philadelphia, Pennsylvania (06-11-1996) van de Test for Echo toer. Mijn geheugen is nog zo slecht niet én ik heb nog altijd mijn eerste Panasonic videorecorder. Binnenkort weer eens testen of dat ding nog marcheert.

Rush - Rush (1974)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Grappig. Hoezo grappig? Dat was mijn eerste indruk na het beluisteren van dit album, ook al een groot aantal jaren geleden. Ik was begonnen met Grace Under Pressure en Hold Your Fire en ik kocht trouw iedere nieuwe plaat. Toen kreeg ik het in mijn kop om maar eens de voorgeschiedenis onder handen te nemen en ik vond alles vanaf dit begin aan schappelijke prijzen, je weet wel “midprice”, versies op cd zonder remastering of bonusnummers, hoewel je dat laatste bij Rush zelden of nooit zult tegenkomen. Een album van 36 jaar geleden zal exact dezelfde versie zijn als de huidige, met misschien een ietwat opgepoetst geluid.
Grappig. Hoezo grappig? Dat dacht ik na het beluisteren van dit album, omdat ik het vergeleek met mijn toenmalige ijkpunten, de twee bovengenoemde en latere albums. Dit is hun debuutalbum, hun opstap van het spelen van covers naar het opnemen van hun eigen materiaal, bloed, zweet en tranen. Misschien is dat de reden waarom ik van debuutalbums hou.
Grappig. Hoezo grappig? Die vergelijking met Led Zeppelin verstond ik niet. Ik kende – o schande – weinig van Led Zeppelin maar die schade is lang ingehaald. Wellicht komt die vergelijking door bepaalde gitaar- en zanglijnen. Geddy had, heeft en zal altijd een speciale “love-it-or-hate-it” stem hebben. Dat is Moeder Natuur voor je. O ja, dit is met drummer John Rutsey (RIP), vanaf album twee nam The Professor de drumstokken en de tekst-teugels in handen en steeg hun niveau zienderogen.
Grappig. Niet grappig meer maar ernstig. Dit is een aardig tijdsdocument, toen jonge kuikens die pas kwamen piepen, nu ervaren rotten die mijn grootste respect verdienen, ook door dit album. De bijna-perfectie kwam later maar hier hoor je al tekenen van hun later kunnen: Finding My Way en Working Man. Zesendertig jaar oud, is dit tijdloos? Neh, enkel de tijd zelf is tijdloos, de rest heeft af te rekenen met de constante dreiging van ouderdomsverschijnselen. Die piepkleine foto’s van de groepsleden daarentegen zijn nog altijd even grappig.

Rush - Signals (1982)

poster
4,5
Sir Spamalot (crew)
Mocht ik in reïncarnatie geloven, dan zou ik terug willen komen als een vlieg, geen eendagsvlieg maar een eeuwvlieg die toevallig terechtkomt in de teletijdmachine van Professor Barabas (stripverhalen Suske en Wiske natuurlijk) en jaren terugkeert in de tijd naar de jaren tachtig met een vol adresboekje (en een groter muziekbudget dan destijds).

Ik zou vanop de eerste rij, daar op mijn onopvallend plekje op die muur, dan meemaken hoe bepaalde songs tot stand komen, hoe bepaalde albums tot stand komen, hoe een toer wordt voorbereid en ik zou mijn vele ogen nog meer opentrekken. In verwondering, in bewondering en het nog steeds niet begrijpen hoe uit al dat bloed, zweet en tranen “iets moois” tot stand komt.

Ik weet wel, het is een tamelijk knettergek idee, maar dat gevoel heb ik nu al dagen aaneen over dit album, hun negende én ook de eerste in periode drie. Lang vond ik dit album haast ondergesneeuwd in vergelijking met de daarop volgende drie albums, Grace Under Pressure, Power Windows en Hold Your Fire. Wel, de drie heren uit Canada lappen me het weer.

Dit is toch weer iets speciaals en die talrijke luisterbeurten hebben mij nogmaals overtuigd dat een oorspronkelijk “minder” geluid totaal geen beleving van schitterende songs in de weg staat, een gevoel die ik vaak heb gehad bij het album “The Warning” van Queensrÿche. Kwaliteit blijft altijd bovendrijven en blijft een vaste waarde behouden.

Minder geluid? Ik kan me goed voorstellen dat na hun voor vele fans Magnum Opus, Moving Pictures, deze Signals toch wat meewarig werd bekeken en beluisterd, maar was het nummer Vital Signs op Moving Pictures al niet een voorbode? Vital Signs, Signals, toeval of niet?

Hoewel wij toch enigszins voorbereid waren op de nieuwe(re) richting, was dit toch een album van, tja, haast uitersten. Het bevat een aantal nummers die zich onmiddellijk als een warm deken op je laten neervallen maar er staan ook nummers op die nog dat tijdselement bevatten, de tijd die nodig is om die nummers op hun waarde te schatten, dankzij dat schitterende samenspel natuurlijk. Het is ook het laatste album met Terry Brown als producer.

Liefdevol bedoelend hoor ik haast hapklare nummers als Subdivisions, The Analog Kid en New World Man. De andere nummers hebben meer tijd en inspanning nodig maar laten opnieuw een Rush grand cru horen, wij worden opnieuw verwend. Subdivisions krijgt van mij de eer om hun beste albumopener ooit te zijn volgens mijn altijd bescheiden mening, het heeft een nostalgische, zelfs melancholische ondertoon (én die wervelende drumpatronen).

Ik heb ook een boontje voor Losing It, met gastartiest Ben Mink en hun eerste “ballad”, de teksten hiervan zijn nogal beladen, het verliezen van je lichamelijke en/of geestelijke vermogens. Hartverscheurend vind ik de teksten, zeker gezien in het kader van het veel latere overlijden van Neil Peart ten gevolge van hersenkanker. Het zorgt soms voor een krop in de keel, samen met het veel latere The Garden, afkomstig van hun laatste album ooit, Clockwork Angels.

Bij het album “The Best Band You Never Heard in Your Life” van wijlen Frank Zappa heb ik volgende bondige zin gebruikt: “De ideale combinatie tussen de zucht naar perfectie en het onderhuids verlangen naar speelsheid.” Hier is dat ook zo, het is één van die vier albums in hun derde era die mijn favoriete periode vormt. Wat waren zij goed.

Rush - Snakes & Arrows (2007)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Album nummer achttien is dit natuurlijk in mijn nogal complete Rush verzameling. Het is een album dat ik heb moeten herontdekken want in vergelijking met mijn favoriete albums van hen heeft deze weinig beurten gedraaid in al die jaren. Voordien was het een album dat je natuurlijk koopt, een aantal keren beluistert maar verder in die cd kast ligt te sluimeren tot...

Tot je ergens in januari 2023 beslist om meer dan ooit te koesteren wat je hebt, om eens meer te grasduinen in wat je hebt en om jezelf vaak te verbazen waarom je dit of een ander album zo lang hebt laten liggen. Herkenbaar? Ongetwijfeld. Vergelijkbaar met andere albums is dit niet, er komen een aantal nieuwe zaken naar boven.

Het tempo ligt algemeen lager hoewel Rush nooit een “speedy” groep is geweest, ik hoor een nog iets lager zingende Geddy Lee wat hem goed afgaat (en mij bijzonder bevalt), ik hoor ook meer akoestische zelfs folky elementen waarin de klasse van gitarist Alex Lifeson nog meer naar boven komt en ik geniet van “hem”, Neil Peart (RIP), en hoe hij toch alles weer met bijzonder veel klasse inspeelt. Ook staan hier twee korte en één langere instrumentale nummers op, nog een première voor Rush.

Maar het volgende is mijn grootste voldoening: dat prachtig open geluid. Hoe definieer je dat? Ik omschrijf dat als een albumgeluid dat je nergens aanvalt, dat je nergens tegenvalt maar dat je overal bevalt. Ik vraag me dan af of dat de heilzame werking is van de EP Feedback. Zo wil ik ze (ook) horen. Wat een verschil is dit natuurlijk met versie 1 en 2 van voorganger Vapor Trails.

Tot en met nummer zeven... Wat bedoel ik? Tot en met nummer zeven is het weer bijzonder genieten vanaf de glorieuze prachtig klinkende opener en nummers met prachtige herkenningspunten en melodielijnen, nadien verslapt de aandacht alweer, spijts de soms prachtige stukken muziek nadien. Kan ik de voorgaande paar honderd nummers vanaf seconde één, twee, drie, vier, vijf met naam benoemen, dan ligt dat hier iets moeilijker. Je mag er maar drie aanduiden, je favoriete tracks, ik neem er vier: Far Cry, Workin' Them Angels (uitleg staat in zijn boeken), The Main Monkey Business en Malignant Narcissism. De teksten van Faithless zijn een schot in de roos. Meer en meer beschouw ik dit album als de voorbode van Clockwork Angels, deze Snakes & Arrows is een hardere noot om te kraken. Moeilijk te doorgronden.

Het zal nooit één van mijn favoriete Rush albums worden, daarvoor is de concurrentie in die decennia voordien toch van een heel ander kaliber, natuurlijk heeft elkeen haar / zijn favorieten maar het siert hen toch om iedere keer er voor te gaan. Het betekent ook dat ze weer gaan optreden met als resultaat “Snakes & Arrows Live”, opgenomen in Rotterdam, opgenomen op 16 en 17 oktober 2007. Nog altijd een gemiste kans, maar ik had in die donkere periode andere prioriteiten en zorgen, 2007 als annus horribilis met een geweldige afsluiter, net zoals zij een geweldige afsluiter zouden maken met Clockwork Angels.

Rush - Snakes & Arrows Live (2008)

poster
4,5
Sir Spamalot (crew)
Dit is een livealbum opgenomen tijdens 2 concerten in de Ahoy in Rotterdam op 16 en 17 oktober 2007, een kijk op de website setlist.fm leert dat... Blijkbaar bevatten beide avonden dezelfde songs in dezelfde volgorde maar je gaat me zeker niet horen klagen: ze staan er allemaal op. Op de dvd's staan nog vier extra nummers én de diverse intro's en intermezzo's van het concert, laat wikipedia of andere bronnen uw gids zijn. De dvd ligt al klaar.

Ik ben een hevige fan van Rush en in het bijzonder drummer van Neil Peart (RIP), maar ik heb ze nooit live, in het echt, in concert meegemaakt en het was er toen bijna van gekomen. Familiale omstandigheden hebben er anders over beslist, later daarover meer. Soms is tijd een onrechtvaardig concept.

Op een totaal van 27 nummers is het album Snakes & Arrows met maar liefst 9 nummers vertegenwoordigd, het zorgt samen met een aantal minder gespeelde krakers (Circumstances!) toch voor een setlist die zijn best doet om niet te verzanden in de zoveelste Greatest Hits concert, hoewel het samenstellen van een setlist toch iedere keer een opdracht van jewelste moet geweest zijn. Zoveel goede albums, zoveel goede nummers, zoveel publieksfavorieten, zoveel klassiekers en dan van je hart een steen moeten maken in een setlist die toch dik 2,50 uren duurt. Zoveel kwaliteit ook.

Wat een geluid, ik herhaal, wat een geluid en onze Geddy is goed bij stem! Drie klassemuzikanten zijn hier aan het werk in een omgeving die, zo las ik toch hierboven, niet altijd uitnodigt tot dat goed geluid. Toch heb ik de indruk dat het algemeen tempo van dit concert toch iets lager ligt dan anders, een dingetje dat ik ook opmerkte op het album Snakes & Arrows. Je kunt dit ook positief bekijken in het kader van het vermijden van voorspelbaarheid en dat lukt hier bijzonder goed.

De nummers van Snakes & Arrows komen ook live goed uit de verf en dat is niet verwonderlijk maar het zijn weeral een aantal oudjes die me doen rechtveren: Mission, Between the Wheels, Natural Science, Subdivisions en Distant Early Warning. Ook vind ik de keuze om met een vijftal oudere nummers het optreden te openen opmerkelijk, ik had Far Cry meer vooraan in de setlist verwacht en gewenst. Opmerkelijk is ook dat de drie instrumentale nummers van Snakes & Arrows ook hier live worden gespeeld naast het overbekende afsluitende YYZ.

Nu we toch bezig zijn, Natural Science en De Slagwerker (O Baterista, Der Trommler, The Percussor, iemand?). Geweldig zijn de titels van de drumsolo's en natuurlijk het ding zelf. Het kan, het mag, waarom niet. Natural Science, daar lijkt men het voorlaatste couplet te zijn vergeten, bewust of onbewust?

Dit is 'em:
Art as expression,
Not as market campaigns
Will still capture our imaginations.
Given the same
State of integrity,
It will surely help us along.

Mijn favoriete livealbum van Rush? Moeilijk, echt moeilijk. Als adept van de jaren tachtig Hard Rock en Heavy Metal én Rush ligt mijn voorkeur toch elders, maar ik beschouw dit als een prima motivator om ook de latere Rush te blijven koesteren. Waar ik hun andere livealbums zonder enige moeite kan waarderen, moet ik hier iets meer inspanning doen en dat is het juist: ik vertik het nog altijd om mezelf als een kenner te beschouwen, er valt altijd iets nieuws te ontdekken en ook voor mezelf wil ik dat hongerig gevoel blijven houden, dat is het misschien. Deze Snakes & Arrows Live is een mooi document dat een minder “populaire” zijde van Rush laat horen en ik ben jaloers. Neen, jaloezie is een slechte eigenschap. Ik benijd de mensen die hierbij waren en het wreekt zich nog altijd bij mij, het is wat het is.

Aan 2007 hou ik slechte herinneringen over door, zoals eerder gezegd, familiale omstandigheden. Tot dan toe was ik “met mijn gat in de boter gevallen”, een West-Vlaamse uitdrukking om te zeggen dat alles in mijn leven voorspoedig verliep: al jaren een vaste job dicht bij huis, nog niet die zware rugproblemen van later en alles liep als een trein in mijn leven dat mij kamerbreed toelachte.

Toen kwamen mijn ouders in mei 2007 terug van hun zoveelste reis naar Zwitserland en mijn moeder vroeg me “om vader in het oog te houden, er scheelt iets met hem”. Hij was niet meer zo zeker van zijn reisweg in de auto. De laatste hersenbloeding kraakte hem op donderdag 31/08/2007, exact een week later op een donderdag overleed hij, exact nog een week later weeral op een donderdag namen wij afscheid van hem. Die datums verfoei ik.

2007 had op de valreep één geweldig lichtpunt voor mij. De geboortedatum van mijn vader was 25/12/1935, juist op Kerstmis. Op 24/12/2007 kwam mijn nicht op bezoek die wist dat ik het nog altijd moeilijk had, ze vertelde me dat ze opnieuw zwanger was en vroeg me om de “peter” te worden van haar derde kind, Wout, mijn kleine god én lang mijn avatar op MusicMeter. Zo kon ik dat ellendig jaar 2007 toch op een positieve noot afsluiten. Carpe diem en nogmaals, dank u, Rush.

Rush - Test for Echo (1996)

poster
3,0
Sir Spamalot (crew)
Album nummer zestien is dit natuurlijk, de opvolger van het volgens mijn bescheiden mening heel goede Counterparts, maar mijn verwachtingen worden hier totaal niet ingelost, in die zin dat dit mijn minst favoriete Rush plaat is. Echt, ik was niet zinnens om hier veel tijd (en woorden) aan te besteden want veel goede dingen heb ik hierover niet te zeggen, zelfs na een zoektocht met een kanjer van een vergrootglas en met veel vergevingsgezindheid voor de occasionele mistap(pen) van mijn favoriete groep(en).

Drie voorgaande opmerkingen betreffende Alex en Neil, het zijn zaken die ik nog al te goed weet. Tussen Counterparts en deze Test for Echo brengt gitarist Alex Lifeson onder de artiestennaam Victor een gelijknamig soloalbum uit. Hij staat op MusicMeter, ik heb hem in mijn muziekcollectie en daarmee is zowat alles gezegd. Positief is dat hij iets heel anders probeert dan met Rush, in mijn ogen toont het vooral aan dat Rush als collectief sterker is dan de som der delen en of we dat allemaal beseffen. Hun jarenlange samenwerking is af.

Ook drummer Neil Peart zoekt en vindt iets heel anders, als producer is hij in 1994 verantwoordelijk voor een eerbetoon aan drummer Buddy Rich, “Burning for Buddy”. In 1997 komt dan “Burning for Buddy II” uit. Links hierbij bij deze aanraders: The Buddy Rich Big Band - Burning for Buddy (1994) - MusicMeter.nl & The Buddy Rich Big Band - Burning for Buddy Volume II (1997) - MusicMeter.nl. Hiermee kon ik trouwens destijds als crewlid (2016-2020) zijn artiestenpagina tamelijk compleet aanvullen en zorgen voor een mooie foto van hem. Graag gedaan en wat mis ik hem nog altijd.

Maar er is meer, een kanjer van een drummer als Neil Peart besluit opeens om drumlessen te volgen bij Freddie Gruber, zoek hem maar zelf op om bij te leren. Neil Peart verandert zijn speelstijl én drumopstelling wat mijn respect oplevert: na al die jaren als virtuoos beslissen dat zelfs hij kan bijleren. Het levert een bijzonder speciaal item op in mijn collectie: https://www.discogs.com/release/15630706-Neil-Peart-A-Work-In-Progress. De poster hierin hangt trouwens in mijn muziekkamer. Ik hoef maar even rechts van mij te kijken, dichtbij.

Zeg, Sir, Luc, wanneer ga je over dit album beginnen? Nu. Kort en bondig. Half the World, The Color of Right, Totem en het schuimbekkende Dog Years, deze nummers ga ik onthouden voor dit album, niet voor hun hele discografie. Zoals een aantal collega's vóór mij voel ik me ook zelden geroepen om dit album op te leggen, mijn gedachten blijven maar afdwalen naar albums die ik op dat moment liever zou afspelen. Na al die jaren heb ik nog altijd een gebrek aan interesse in dit album, dat is mijn samenvatting van dit album. Het kan verkeren.

Meer achtergrondinformatie dan werkelijke informatie over dit album is dit epistel, ingegeven natuurlijk door mijn gevoel over dit album: er zit voor mij niet genoeg leven in dit album, het geluid bevalt mij ook minder ondanks de aanwezigheid van topproducer Peter Collins, het is tammer, het is zo kil, ja, kil vind ik het. Het lijkt alsof die drie voorafgaande opmerkingen van mij een beter album in de weg stonden. Dis is wel mijn favoriete groep, hé, maar toch, deze zal weer voor een hele tijd in mijn alsmaar voller gerakende cd-kast vliegen. Zes lange jaren later komt hun volgend album uit, Vapor Trails, een mijlpaal maar dan om vreselijke redenen...

Rush - Time Machine (2011)

Alternatieve titel: Live in Cleveland 2011

poster
4,5
Sir Spamalot (crew)
Op 8 november 2011 brengt Rush het “zoveelste” livealbum uit met deze Time Machine, welke ik heb op cd én op dvd. Het “zoveelste” livealbum? Dat lijkt een gevolgtrekking met een onbedoeld negatieve bijklank, maar sinds de persoonlijke rampspoed van drummer Neil Peart brengt Rush meer livealbums uit dan studioalbums (3 stuks). Mij zul je hierover niet horen klagen, als de kwaliteit er maar is en hier zelfs in overvloed.

Het is tevens tot dan het derde livealbum, samen met Rush in Rio en R30, waarop een volledig optreden staat van één avond, deze keer zijn datum en plaats 15 april 2011 in een met zijn 15.000 toeschouwers uitverkochte Quicken Loans Arena in Cleveland, Ohio. De dvd bevat natuurlijk een aantal extra's, Wikipedia licht u verder in.

In zijn recent verschenen en uitstekende biografie My Effin' Life meldt Geddy Lee verder, zoals u ook uit de setlist kunt opmaken, dat deze bestaat uit een aantal nummers uit het verleden, het album Moving Pictures (1981) in zijn geheel én in volgorde alsook twee nieuwe nummers: Caravan en BU2B (Brought Up to Believe) welke in 2012 zullen verschijnen op hun laatste studioalbum Clockwork Angels.

Eén iets werd achteraf bijgewerkt of zoals Geddy Lee in het boekje vermeldt: “During the guitar solo of the song Presto there was an unscheduled 'brain fart' on my part, and so for the sake of continuity (and to save my own face) rather than leave the song out of the show we chose to repair it with a few seconds of my live performance of that song from another show.”

Zoals steeds bij dergelijke albums blijft een setlist voer voor discussie en je gaat altijd iets missen, maar deze kan mij wel bekoren: het volledige topalbum Moving Pictures, twee nieuwe nummers (ook een eerste keer dat ze zoiets doen) maar ook de eerste keer Presto en de terugkeer van Time Stand Still in een optreden dat maar liefst tweeënhalf uur duurt. Het is een wervelend spektakel van drie topmuzikanten spijts hun kwaaltjes tijdens die toer: de maagzweer en hartproblemen van gitarist Alex Lifeson waarbij hij even in het ziekenhuis belandt, de oorinfecties van drummer Neil Peart, maar vooral Geddy Lee die soms iets harder moet werken om die hoge noten te halen en vaak de lagere regionen opzoekt.

Het is een bijzonder mooi optreden met een aantal opmerkelijke zaken: het geweldige basswerk van Geddy Lee tijdens Leave That Thing Alone, de totaal nieuwe drumsolo van Neil Peart tijdens Moto Perpetuo (Eeuwige Beweging) met een stukje Love for Sale van Cole Porter, Closer to the Heart met een afwijkend intro en midden maar zonder gitaarsolo, de jam tijdens Working Man. Het geluid is werkelijk subliem, de lichtshow op de dvd doet daar niet voor onder. In mei 2011 komen ze voor een twaalftal optredens naar Europa, waarbij ook op 27 mei 2011 in de Ahoy in Rotterdam. Het zou de voorlaatste keer zijn.

Rush - Vapor Trails (2002)

Alternatieve titel: Vapor Trails Remixed

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Brought to you by the letter “3”.

“There is notable controversy regarding the loud mastering of this album.” (Discogs)


Dubbel is mijn kernwoord bij dit album, de terugkeer van Rush na de persoonlijke rampspoed die mijn favoriete drummer Neil Peart als een voorhamer op zijn gezin slaat. Daarover heb ik genoeg gezegd bij het livealbum Different Stages, ook voor mij aanvankelijk het album waarvan ik dacht dat het het einde was. Zes lange jaren na Test for Echo komen ze terug, tot mijn immense vreugde natuurlijk, niet alleen de mijne. Die vreugde is niet compleet.

Dubbel is mijn bezit van dit album, ja natuurlijk want ook ik ging toen mee in de controverse rondom het povere geluid van de originele mix uit 2002, laat de remix uit 2013 toch genuanceerder zijn, beter beluisterbaar, beter verteerbaar. Dit zijn mijn versies: https://www.discogs.com/release/524671-Rush-Vapor-Trails en https://www.discogs.com/release/4945901-Rush-Vapor-Trails-Remixed.

Dubbel is ook mijn gevoel bij beide versies van dit album, ik wil dit zo graag in mijn armen sluiten, ik doe zo mijn best, een fiks aantal luisterbeurten de laatste tijd, met én zonder hoofdtelefoon om ergens de verschillen te begrijpen, om te horen waar het misging, om te horen wat men had kunnen of moeten doen, om te horen wat men wel heeft goed gedaan, maar, ofschoon het niet zo'n best album is (bescheiden mening), schat ik hem toch hoger in dan Test for Echo. Dat zegt ook genoeg, zelfs zonder mijn gekende nostalgiefactor.

Dubbel wil ik echter niet mijn gedacht over dit album zeggen, daarvoor wil ik collega (ik heb een hekel aan het woord “user”) Marcmtp van harte bedanken voor zijn uitmuntend bericht bij dit album. Eerlijk is eerlijk, ik zou het in geen honderd jaar beter kunnen verwoorden, hoewel ik dit album niet zo hoog zal belonen, hierin verschillen wij van mening, het kan, het mag en ik heb niets liever. Je mag met elkaar van mening verschillen, op het einde van het gesprek drink je samen nog een laatste glas in alle jovialiteit en zeg je: “Tot weerziens.”

De betere nummers vind ik One Little Victory (dubbele bass drum intro), Ceiling Unlimited (geweldig middenstuk), Ghost Rider (fantastisch maar ook hartverscheurend), Vapor Trail en Earthshine. Het gitaargeluid vind ik vaak groezelig, de bass is soms bizar om te horen, ook lijkt Neil iets te veel op de voorgrond te staan, o heiligschennis. Iets te veel terughoudendheid vanwege Geddy Lee en Alex Lifeson ten opzichte van Neil? Nu weet ik waarom ik initieel de gitaarsolo's miste, Lifeson heeft een gitaargeluid uit de duizend, dat in de riffs niet lijkt uit te komen. Gitaristen als Steve Rothery (Marillion) of Ian Crichon (Saga) of Michael Schenker (UFO en solo in zijn diverse gedaantes) blijven dat herkenbaar gitaargeluid behouden. Hier herken ik Alex haast niet. Denk ik dan toch met zekere nostalgie terug aan zijn vroeger gitaargeluid?

Grootste voordeel van dit album? Rush gaat weer op toer, helaas enkel Noord- en Zuid-Amerika, maar beter dan niets want het kon in 1997 ook volledig gedaan geweest zijn (en hadden wij ook niet de nadien uitkomen livealbums en dvd's , alsook het meesterlijk slotakkoord, Clockwork Angels). Voor Rush had en heb ik altijd plaats. Fur Immer. Always.

Even verwijs ik naar Amazon Prime Video (België) met een aantal Rush concerten die helaas in België niet beschikbaar zijn maar misschien wel in Nederland:
Rush - Snakes & Arrows Live (2008)
Rush - Time Machine (2011)
Rush - Clockwork Angels Tour (2013)
Nadien volgt een live-document: Rush in Rio. Het is voor velen ook een album dat niet voor complete vreugde zorgt, hierover later meer, allicht tamelijk veel later, met zijn pakweg drie uren is dit voor de eerste maal het verslag van één optreden, mijn favoriete soort livealbums.

Russian Circles - Geneva (2009)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Als inzending nummer 62 van Lykathea had ik toch een aantal twijfels of ik dit goed zou vinden, gezien de discussie bij de topic HMAvdW en mijn eerdere niet zo positieve ervaringen met post-rock, post-metal, post-plakt-er-zelf-een-etiket-op. Mijn mooiste ervaring tot nu toe via deze site op het gebied van sfeervolle muziek ondanks het etiket was het album The Mantle van Agalloch waarvan ik nog veel van geniet.
Russian Circles was tot voor kort onbekend bij mij maar dit album heeft me fel gesmaakt. Gek genoeg mis ik hierop geen zang maar doet de muziek de rest, hoewel ik bijzonder weinig van de nummers kan onthouden, dat hoeft ook niet, het is een album om van begin tot einde in een ruk af te spelen. Toch vind ik het gitaargeluid bijzonder mooi en ontwaar ik hier en daar een bijzondere rol voor de bassist, denk ik toch, die bijzondere accenten legt in de nummers.
Mooiste nummer vind ik Malko (zeker de eerste helft!) en Russian Circles zal niet lang onbekend blijven bij mij, denk ik. De andere albums vliegen op mijn ontdekkingslijst. Jaja, wie had dat van mij gedacht, ik alleszins niet.