MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Sir Spamalot als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Rory Gallagher - All Around Man (2023)

Alternatieve titel: Live in London

poster
4,5
Sir Spamalot (crew)
Opgenomen tijdens twee optredens op 28 en 29 december 1990 in The Town and Country Club in Londen is dit livealbum het verslag van beide optredens in de bezetting Rory Gallagher (zang en gitaar), Gerry McAvoy (bass), Brendan O'Neil (drums), Mark Feltham (harmonica) en Geraint Watkins (piano, orgel en accordeon). Ik heb dit op een uitmuntend klinkende dubbel cd.

Naast de verzamelaar Blues is dit mijn zevende livealbum van deze schitterende Blues Rock gitarist die daarboven zijn plaats heeft verdiend tussen andere overleden grootheden zoals Jimi Hendrix, Stevie Ray Vaughan of Jeff Beck. Met Jimi of Jeff heb ik nooit de klik gehad als met Stevie Ray of Rory, van deze laatsten kan ik zo genieten van hun speelplezier, hun speelsheid ook, verweven met de nodige muzikale uitspattingen in het comfortabel zittend harnas van de goede song.

De goede song, de term is gevallen. Ik heb dit al vaak gezegd, je mag nog zo uitblinken op je instrument, maar als je de songs niet hebt met de bijhorende melodielijnen en hooks, ga je mij nooit kunnen overtuigen. Laat ik zeggen dat een zekere warmte en gevoel van geluk mij overvalt bij het beluisteren, telkens opnieuw.

Hierop tel ik een zestal nummers van het album Fresh Evidence waarvoor toen getoerd werd:
Heaven's Gate, Kid Gloves, The King of Zydeco, Empire State Express, Middle Name en Ghost Blues. Ze hebben hun plaats tussen de klassiekers op dit album en toch: zonder Laundromat, A Million Miles Away of Wayward Child of... en zo gemakkelijk een prima setlist kunnen bouwen. Ik mis die nummers niet echt, ik heb ze op de vinyllekes van Live! In Europe, Irish Tour en Stage Struck. Halverwege wordt even gas teruggenomen door middel van een viertal akoestische nummers: Out on the Western Plains, Ride On Red Ride On, Walkin' Blues en Empire State Express. Zijn studioalbums heb ik niet, keuzes, keuzes, keuzes, ik zou teveel die geweldige sfeer en dat aanstekelijk speelplezier van de livealbums missen: hét voorbeeld hiervan is het geweldige Bullfrog Blues, maar er zijn er nog vele.

En waarom niet een anekdote? In mijn jonge jaren in mijn Oostende ging je indertijd naar de ondertussen ook al verdwenen Frituur Cannibal in de Hertstraat voor de beste hamburger van het stad en omstreken, de uitbater Jean-Paul en zijn partner Inge zorgden niet alleen voor verse frieten en verse hamburgers maar ook voor werkelijk stomende Blues Rock muziek dat het wachten altijd aangenaam maakte. Inderdaad, nostalgie, wat wil je? Dank u, Rory.

Meer info:
https://www.discogs.com/master/3160659-Rory-Gallagher-All-Around-Man-Live-In-London
https://www.rorygallagher.com/rory-gallagher-all-around-man-live-in-london/

Rose Tattoo - 25 to Life (2000)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Datum en plaats van opnames? Diverse bronnen spreken elkaar tegen, dan neem ik het zekere voor het onzekere en kijk bij de website van het Australische Rose Tattoo zelf: 2007052385 | 25 To Life | Albums - rosetattoo.com.au. De opnames komen van Wacken Open Air in 2000 en zo lijkt ook Setflist.fm te bevestigen: Rose Tattoo Concert Setlist at Wacken Open Air 2000 on August 5, 2000 | setlist.fm.

Volgende zaak is mij wel 100% duidelijk: dit is een heerlijk livealbum met een inderdaad iets te tam publiek én met allemaal nummers van de eerste drie albums: acht van Rose Tattoo (1978), vijf van Assault & Battery (1981) en vier van Scarred for Life (1982). Albums vier en vijf worden hierop niet vertegenwoordigd. Veel live opnames bestaan er niet van hen. In 2006 sterft Pete Wells, de slide gitarist van deze geweldige Rock 'n' Roll groep, ondertussen zijn er meerdere leden van de originele line-up overleden. De tijd vliegt veel te snel.

Deze muziek vraagt om een zweterig publiek in een zweterige zaal en volop sfeer, want Rose Tattoo met charismatische brulboei Angry Anderson speelt zich de ziel uit het lijf. Overigens kan ik Rose Tattoo fans nog het album Something to Say (1974) van Buster Brown aanraden, ook met Angry Anderson op zang. 25 to Life vervoegt mijn verlanglijst.

Rose Tattoo - Assault & Battery (1981)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
“Produced by Vanda & Young for Albert Productions." Afgelopen zaterdag werd deze op vinyl de mijne voor och arme 6 euro. Ik ben heel te spreken over hun debuut uit 1978, deze opvolger uit 1981 is daarmee vergeleken weinig verrassend maar opnieuw oerdegelijk en betrouwbaar. Ik houd van dit album en krijg er een goed gevoel bij.

Dezelfde sappige Rock ‘n’ Roll lijn wordt verder gezet met de charismatische zang van karakterkop Angry Anderson omgeven door muzikanten die harde muziek spelen zonder nonsens: what you see is what you get. Opnieuw veel raakvlakken met AC/DC maar met een groot verschil, de slide gitaar van wijlen Peter Wells. Het titelnummer is zo’n heerlijk zaligmakende stamper dat uitnodigt om de volume de hoogte in te jagen. Chinese Dunkirk heeft een trager tempo maar geladen teksten over incest.

Een charismatische frontman is zijn gewicht in goud waard, AC/DC had Bon Scott (RIP), Rose Tattoo heeft Angry Anderson. Het zijn twee zangers met veel rauwheid in hun stemtimbre maar ook met heel veel gevoel, durf ik haast zeggen “soulvol”. Rock ‘n’ Roll for the working class, the blue collar workers. Een heel tof album en een heel opgewekte Sir is het resultaat. Haast ideale plaat om het hoofd leeg te maken.

Rose Tattoo - Beats from a Single Drum (1986)

poster
3,0
Sir Spamalot (crew)
Laat ik even de nieuwe producer noemen, Kevin Beamish, die de plaats inneemt van het producersduo Vanda & Young. Laat ik even van hen een referentie noemen, bij Kevin Beamish is dat REO Speedwagon, bij Vanda & Young is dat AC/DC. Dit is het vijfde album van Rose Tattoo en onderweg een kleine beproeving geweest. Zelfopoffering.

Deze plaat wordt met een volledig nieuwe bezetting opgenomen, want door de korte filmcarrière (Mad Max) van zanger Angry Anderson schiet hij alleen over. Bereid je voor op de radiovriendelijkste en softste plaat van Rose Tattoo tot nu toe. Suddenly en Falling zijn de beste powerballads ooit die groepen als Bon Jovi en Europe nooit hebben geschreven! Met zijn teksten scheelt er niets want hij is altijd een sociaal en politiek bewogen mens geweest, met zijn nummers scheelt er wel iets want het kleurt netjes binnen de lijntjes waartegen hij pretendeert te schoppen. Ik vind het zelfs pijnlijk voor de naam Rose Tattoo. Hier en daar steekt de oude klasse nog de (kale) kop op, waarschijnlijk omdat Beamish te moe is van al de andere maatregelen ter commerciële bevordering van dit album: de koortjes, de galm op de stem, de keyboards, de korte gitaarbruggetjes en het vermijden van alle risico's en scherpe kantjes. Lafaard.

Iemand die na dit album de eerste drie albums voor de eerste keer beluistert, zal zich een ongeluk verschieten. Laat hiervan een nummer los tijdens een Pop Quiz en/of Rock Quiz en niemand raadt dat dit Rose Tattoo is. Laat ik niet gezegd hebben dat dit slecht is, maar de plaat heeft niets unieks meer over zich, het is – heiligschennis voor mijn doen – zo typisch eighties. Na dit album gaat Anderson solo en brengt in 1990 het album Blood from Stone uit. Even bekomen.

Rose Tattoo - Pain (2002)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Bandleden komen en gaan, al dan niet gewild maar... zanger Angry Anderson en slidegitarist Pete Wells blijven de bekendste bandleden. Na een toer door Duitsland in 2000 besluit men toch maar een nieuw album te maken met grosso modo dezelfde bezetting van het livealbum 25 to Life en dat vind ik een verstandige beslissing.

Het blijft heerlijk stampende en vunzige rock 'n' roll met die hoofdrol voor de bekendste koppen van Rose Tattoo, misschien was drie kwartier genoeg geweest maar je kunt niet alles hebben. Toch staat hier weer een aardige verzameling zalige krakers op, waarbij de klemtoon op speelplezier ligt en waarbij je moeilijk kunt stilzitten. Voorbeelden genoeg: Kisses and Hugs, 17 Stitches, Union Man, … Nog steeds blijft die slidegitaar zo heerlijk mee het totaalgeluid bepalen.

Op Discogs lees ik dat engineer van dienst ex-Accept gitarist Herman Frank was. In 2006 verliest Pete Wells zijn strijd tegen kanker, in 2007 komt nog één album uit met Blood Brothers en dan lijkt het over en uit met een best markante groep met een heel markante en charismatische frontman.

Rose Tattoo - Southern Stars (1984)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Ik ga akkoord met collega Dibbel: ander totaalgeluid (lees: opgepoetst) en ander totaalconcept dat mij iets te rustig overeenkomt. Ik mis die zompige rampestampers van de vorige albums, iets wat ze heel goed beheersten. Het is iets te mainstream en opmerkelijk is dat (slide-)gitarist én medecomponist Pete Wells niet meer meespeelt op dit album. Kleine ontgoocheling is dit wel spijts de aanwezigheid van producers Vanda & Young die wel een moddervet geluid neerzetten op de vorige albums. Was dit een wens van de groep zelf of van externen zoals manager of platenmaatschappij? Of wilde men met alle middelen een herhalingsoefening vermijden? Nog een geluk dat kant twee Death or Glory en Radio Said Rock 'n' Roll Is Dead bevat want inderdaad is deze van een pover allooi.

Rose Tattoo - Tatts: Live in Brunswick (2017)

Alternatieve titel: Live at the Bombay Bicycle Club 1982

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
De ondertitel van dit livealbum zegt het al: het gaat om opnames uit 1982 in de Australische Bombay Bicycle Club in Brunswick, Melbourne. Het is de toer voor het derde album Scarred for Life, waarvan deze setlist 6 nummers bevat aangevuld door 5 nummers van het debuutalbum Rose Tatttoo uit 1971 en 3 nummers van het tweede album Assault & Battery uit 1981.

Een valse noot hier en daar kan mijn pret niet bederven, hoewel, hoe is het toch weer mogelijk dat hier geen liveversie opstaat van het magistrale nummer Astral Wally? Kwaliteit van de opnames is zoals ik verlang van Rose Tattoo: rauw, zompig en zweterig in een broeierige club waar de charismatische brulboei Angry Anderson en compagnie een thuismatch afwerken met een vaak rumoerig publiek.

Belang van dit album? Tot voor kort was dit het enige livealbum met opnames uit de jaren tachtig, tot voor kort, want dit jaar kwam er de box Scarred for Live uit met vijf cd's, vijf optredens, uit dezelfde jaren: Rose Tattoo - Scarred for Live (2018).

Royal Hunt - Paradox II (2008)

Alternatieve titel: Collision Course

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Mijn god, wat is dit bombastisch! Dat was mijn reactie na de eerste luisterbeurt enkele weken geleden al en sindsdien is dit album een tiental keer gepasseerd ten huize Spamalot en ten kantore Spamalot. Mijn uiteindelijke reactie is nu, dit is bombastisch maar het heeft zeker zijn momenten, hoewel ik nooit een liefhebber ben geweest van die achtergrondkoortjes maar zo heb je altijd iets om over te “èrtefreten”.

Een blij wederhoren was het ook met zanger Marc Boals, die ik maar al te goed ken als zanger op het album Trilogy van Yngwie “kijk, mijn ego is nog altijd groter dan mijn buik” Malmsteen. Een zekere heesheid hoor ik in zijn stem, een welgekomen verandering met die zangers die hoger willen zingen dan een castraat op Mount Everest. Hier en daar kan hij wel nog het uiterste uit zijn stembanden persen. Hij doet het weeral goed. Muzikaal vind ik dit ok, de ervaren heren beheersen hun instrumenten, laten horen dat ze het kunnen maar de song blijft het belangrijkste. De nummers lopen naadloos in elkaar over en daar ligt een klein gevaar: het loopt soms te naadloos in elkaar over.

De plezierigste songs voor de Spamalot oren zijn Exit Wound, The Clan en Tears of the Sun. Soms denk ik aan Kamelot of Tiles. Ik vond dit een verrassende keuze van andnino gezien zijn vorige bijdragen in onze topic HMAvdW en deze had ik niet zien aankomen. Ik vind het wel dit ok.

Rush - 2112 (1976)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
In 1976 bracht Rush hun vierde plaat in nauwelijks drie jaar uit: deze 2112 is een mijlpaal in hun geschiedenis. Deze keer werd in tegenstelling tot voorganger Caress of Steel meer tijd uitgetrokken om alles beter uit te werken, op te nemen en af te werken.
Het titelnummer 2112 beslaat de volledige A-kant, hoewel ik het jammer genoeg moet doen met de vroege cd-versie van dit album, dus de teksten moet ik op het internet opzoeken. Eigenlijk nog geen slechte uitvinding dat internet... 2112 is inderdaad gebaseerd op Anthem van Ayn Rand, een auteur waar Neil Peart indertijd mee wegliep, en heeft als thema: de individuele persoon tegen het collectivisme, in politieke, religieuze of andere zin. Eigenlijk zijn er zeven stukken: Ouverture, The Temples of Syrinx, Discovery, Presentation, Oracle: The Dream, Soliloquy en Grand Finale.
De B-kant bevat de overige nummers en kan een anticlimax lijken na het overweldigende titelnummer maar schijn bedriegt: A Passage to Bangkok en Something for Nothing zijn zovele jaren na datum nog steeds fijne nummers. Tussen ons gezegd en gezwegen, A Passage to Bangkok gaat over het roken van allerlei al dan niet medicinale kruiden .
Ik blijf het zovele jaren later een bijzonder fijn album vinden, niettegenstaande Geddy Lee me soms koppijn bezorgt met zijn hoge uithalen, zijn zachtere en lagere stem tijdens bijvoorbeeld Twilight Zone bevallen me veel beter. Daartegenover staan bijzonder fijne stukken muziek van een topgroep in wording.

Rush - A Farewell to Kings (1977)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Het stuk zelf ga ik hier niet plaatsen in verband met de copyright regels, maar op pagina 266 van de derde editie van de Hard Rock en Heavy Metal Encyclopedie (met James Hetfield op de omslag) lees ik dat Rush na het livealbum All the World's a Stage iets meer tijd neemt / krijgt om hun eigen Anthem Records op te richten en een nieuwe, artistiek licht gewijzigde richting in te slaan. Het was niet de eerste keer, het zou ook niet de laatste keer zijn.

Ook lees ik dat A Farewell to Kings afwisselend romantische melodieën biedt samen met overdonderende stukken, waarbij synthesizers hun intrede doen. Dat vat volgens mijn bescheiden mening aardig dit album samen, maar er is zoveel meer.

Dit wordt de start van de tweede periode van Rush met opnieuw vier albums, afgesloten met het livealbum Exit... Stage Left in 1981. Voordien was het vier studioalbums in drie jaren tijd, nu volgen vier studioalbums in vijf jaren tijd. Nog altijd een aardig tempo, me dunkt, volgehouden in tijden waarin er ook volop en langdurig werd getoerd. Dat zal jaren later zijn gevolgen hebben.

Naast het uitbreiden van het instrumentarium, vooral het drumstel van Neil Peart, voel ik ook meer dan ooit en definitief voor de toekomst zijn alsmaar toenemende tekstuele invloed met afwisseling tussen fictie en realiteit, tussen zijn belezenheid en zijn observaties. Meer dan ooit krijgt hij carte blanche qua teksten. Waartoe leidt dit allemaal?

Dit leidt tot een album met een aantal fantastische stukken muziek (A Farewell to Kings, een fenomenaal Xanadu, de klassieker Closer to the Heart), maar ook met stukken muziek waarmee ik meer moeite heb, i.e. de rest. Cinderella Man is mooi rustig met een stomend middenstuk, Madrigal overtuigt mij nog altijd niet en Cygnus X-1 voel ik nog altijd als krampachtig aan, een relikwie uit hun eerste periode, waarin dergelijke lange nummers niet altijd slaagden in hun opzet. De zucht naar vooruitgang zal hen echter nooit afschrikken om het toch te proberen.

Maar je hebt ook Xanadu, voor mij het hoogtepunt op een album dat samen met de twee opvolgers langzaam opbouwt naar de albumkraker van jewelste, Moving Pictures. Maar je hebt ook het prachtig open geluid waarbij de muziek en de muzikanten volop tot hun recht komen. Rush blijft Rush met het vizier op de toekomst, met het verlangen om zich open te stellen voor de wereld rondom hen, met een muzikale “prowess” / vaardigheid om U tegen te zeggen. Het wordt een hele mooie tweede era, niet mijn favoriete want dat is de periode daarna. Artistiek tonen ze hun talenten, spreiden ze hun vleugels en zetten ze het pad uit voor talrijke navolgers.

Rush - A Show of Hands (1989)

poster
4,5
Sir Spamalot (crew)
Dat geheugen ook alweer. Een meer dan aanzienlijke portie van mijn muziekverzameling bevat livealbums, ik hou van livealbums, ook van groepen waarvan ik niet zo veel (ver)ken, want het is voor mij de verzamelaar maar dan in een “live” omgeving en dan hoop ik altijd dat de groep zichzelf overstijgt. En ik wil kunnen achterover leunen en genieten. Dat is hier geen probleem. Open deur staalhard ingetrapt met een blijvend goed gevoel nadien is dit, daarvoor dient mijn schoenmaat 47.

Aftrappende op mijn cd met het themanummer van The Three Stooges laat dit livealbum van vijf kwartier (anderhalf huur op video en dvd met natuurlijk een aantal verschillen in de setlist) een – “knarsetandende Sir” – selectie nummers horen waarvan het merendeel werd opgenomen tijdens de Hold Your Fire tour in een drietal Amerikaanse en één Britse stad. Voor meer details zijn de bekende Wiki / Discogs kanalen geschikt of ook mijn slotwoord hieronder.

Ons dynamisch drietal heeft dus gekozen voor een selectie nummers uit hun derde én mijn favoriete periode met toevoeging van het oudje Closer to the Heart. Aan de ene kant blijf ik het jammer vinden dat niet werd gekozen voor een volledig optreden (te wijten aan de speelduur van vinyl en cd?), aan de andere kant is er nauwelijks overlap met de vorige twee livealbums. Het is kiezen of delen en dan richt je je focus op de selectie zelf en de kwaliteit van uitvoering.

Met drie dergelijke onderlegde muzikanten en toen al ervaren rotten in het vak blijft het een prestatie van jewelste om live die nummers uit hun derde periode te kunnen spelen. Met vergete niet de toevoeging van keyboards en technologie, maar ze blijven nog altijd maar zijn drieën om dit in te spelen. Je moet het maar doen, het telt als uitdaging maar het toont ook hun honger aan, hun honger naar meer mogelijkheden in het formaat van een goede song. Dit laat een groep horen nog altijd op het toppunt van hun kunnen en dat jaren lang.

Bij Hold Your Fire deed ik een uitspraak over het mogelijks “poppy” karakter van een aantal nummers maar ze duwen zodanig variatie en tegendraadsheid in hun nummers dat de modale popliefhebber zijn neus optrekt en verder loopt. Alles mag, alles kan maar dan weet je niet wat je mist.

Een grote grijns op mijn tronie is het gevolg met die overvloed aan fantastisch uitgevoerde nummers met een drummer die manisch maniakaal de vellen geselt, met een gitarist die laat horen hoe goed hij is en met een alleskunner die zingt, bast en de toetsen beroert. Geddy Lee, dames en heren, hoe goed moest zijn geheugen toen zijn? Hoogtepunten aanduiden is een ongelijke strijd, favorieten aanduiden wel, het trio Sudivisions, Marathon en Turn the Page, maar morgen kan dat weer veranderen. Vergeef mij mijn wispelturigheid.

Dat geheugen ook alweer. Al dik dertig jaar werk ik voor mijn eerste en enige baas en vaak vraagt men mij nog naar zaken uit het verleden. Jobhoppers moeten quasi niets onthouden, de anciens mogen niets vergeten. Dat geheugen ook alweer, een term die ik al vaak heb gebruikt ook hier weer, ik heb deze A Show of Hands maar liefst drie keren in bezit, terwijl ik dacht dat ik hem maar twee keer had. Dit zijn mijn versies, even tijd maken...:
https://www.discogs.com/release/523364-Rush-A-Show-Of-Hands
https://www.discogs.com/release/3358063-Rush-A-Show-Of-Hands
https://www.discogs.com/master/530873-Rush-Replay-X3

Rush - All the World's a Stage (1976)

Alternatieve titel: Recorded Live

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
“All the world's a stage and all the men and women merely players...” is een uitspraak afkomstig van William Shakespeare en werd later door Rush nog eens gebruikt in het nummer Limelight maar omgevormd tot “All the world's indeed a stage and we are merely players”. Het is ook de titel van het eerste livealbum, dat een verslag is van drie optredens in 1976 in de Massey Hall in thuisstad Toronto.

Tot en met Different Stages in 1998 hanteerde Rush het principe om na vier studioalbums telkens een livealbum uit te brengen, dat natuurlijk nummers bevatte van die voorafgaande periode, maar die voorafgaande periode ook als het ware afsloot want een lichte verandering in stijl kwam er aan.

Twee keren heb ik dit album in mijn bezit, de cd versie uit 1990, de vinyl versie uit 1976 heb ik later nog tweedehands bijgekocht, want hadden ze wel niet op mijn cd het laatste nummer What You're Doing weggelaten om alles om één cd te doen passen? De remaster van 1997 heeft dit nummer dan wel weer.

Ik houd van livealbums en zeker de dubbelaars, alleen is dit een verslag van drie optredens, wat mijn beleving van dit album tempert. Het geeft hen natuurlijk ook de kans om de beste uitvoeringen te presenteren aan hun platen kopend publiek en een blik op setlist.fm leert dat er wel degelijk niet meer nummers werden gespeeld, maar goed, wie weet is dat morgen weer anders op het wondere internet.

Met verve en bravoure presenteren ze hier dus een selectie uit hun eerste vier albums, waarin de focus logischerwijze op het verse en vierde album 2112 ligt en waarin ook opvalt hoe vol energiek Rush speelt, deels uit trots natuurlijk op die mijlpaal in hun carrière maar ook deels omdat ze in hun thuisstad spelen en dan steek je nog een tandje bij.

Met de nummers is weinig mis natuurlijk, met hun uitvoeringen ook niet hoewel het een muur van geluid is met een tamelijk aanwezige en hyperkinetische Neil Peart die de jaren nadien koos voor minder maar nog raker en mede daardoor in mijn visie een absolute drumlegende werd. Nadeel is wellicht voor velen de hoge maar zuivere stem van Geddy Lee maar na tachtig minuten is ook mijn bobijntje af. Intussen zijn wij 2018 en hebben deze drie wonderlijke muzikanten een enorme loopbaan opgebouwd met talrijke hoogtepunten.

Rush - Caress of Steel (1975)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Nummer drie in hun “eerste periode” en eentje met een tweeslachtige identiteit. Prima nummers (Bastille Day, Lakeside Park) en een minder nummer (I Think I’m Going Bald!). Opnieuw zit huisproducer Terry Brown achter de knoppen, maar het was haast- en vliegwerk: slechts 12 dagen om alles op te nemen en te mixen. Het meeste materiaal was echter al op voorhand geschreven tussen het hectische toerleven door. Hierop verschijnen ook de eerste twee lange conceptnummers, epistels, The Necromancer en The Fountain of Lamneth.
Mijn favoriet Bastille Day handelt over de Franse Revolutie en één van Neil Peart’s favoriete onderwerpen: zijn afkeer voor het kuddegedrag van mensen, hoe ze handelen als een meute. Het is een furieuze rocker zoals ik ze graag hoor. I Think I’m Going Bald beschrijft hoe je op een ochtend wakker wordt, in de spiegel kijkt en schijnbaar geconfronteerd wordt met een dunnere haarbos. Het is en blijft toch een vreemde eend in de bijt, misschien zelfs een lelijk eendje of mogen we Rush geen gevoel voor humor toedichten? Lakeside Park is een prachtig rustig nummer, refereert dit naar een dieper verlangen omwille van het drukke leven? The Necromancer bestaat uit drie stukken (Into Darkness / Under the Shadow / Return of the Prince – correctie aangevraagd) en is het vervolg op By-Tor and the Snowdog (album Fly by Night). De gesproken stukken werden gedaan door Neil Peart met een aantal effecten erop. Ambitieus van opzet, niet geheel geslaagd hoewel het laatste stuk Return of the Prince heerlijk blijft om naar te luisteren. Toch een veelbelovende nieuwe richting in hun carrière, meerdere lange nummers zouden er komen op hun volgende albums.
The Fountain of Lamneth bestaat uit zes stukken: In the Valley / Didacts and Narpets / No One at the Bridge / Panacea / Bacchus Plateau / The Fountain - correctie aangevraagd). Het is het eerste nummer dat een volledige albumzijde beslaat (je weet wel, de vinylplaten…) en de inspiratie voor de albumhoes, ontwerper is Hugh Syme die nog veel voor hen zou werken. Als geheel vind ik het ook niet zo geslaagd hoewel het zijn topmomenten heeft (het eindstuk van No One at the Bridge en Panacea).
Caress of Steel laat al mooie dingen zien, hun talent en hun gezamenlijke wil om vooruit te kijken en te gaan. Dat zouden ze met glans bewijzen op hun vierde, 2112.

Rush - Clockwork Angels (2012)

poster
5,0
Sir Spamalot (crew)
“I have now arrived at that point in my own story. There is a metaphorical garden in the acts and attitudes of a person’s life, and the treasures of that garden are love and respect. I have come to realize that the gathering of love and respect – from others and for myself – has been the real quest of my life.”

Verbazend, 12 lange jaren zijn al voorbij. Op 8 juni 2012 verschijnt Clockwork Angels, volgens mij (en vele anderen) is dit hun negentiende studioalbum, op hun website noemt men dit hun twintigste album (allicht onder invloed van de EP / minialbum Feedback uit 2004). Hoe dan ook is het hun laatste studioalbum, nadien verschijnen nog twee live pakketten, Clockwork Angels Tour (2013) en R40 Live (2015). Samen met Vapor Trails en Snakes & Arrows is dit opnieuw een album dat de speelduur van één uur overschrijdt en wat voor een uur...

Verrassend toch, sinds hun oprichting in 1968, sinds hun eerste album in 1974, sinds de eerste teksten van Neil Peart (RIP) in 1974... is dit hun eerste conceptalbum en dat voor een trio muzikanten dat altijd tot de progressieve kant van Rock / Hard Rock werd ingedeeld, ondanks de verscheidenheid aan stijlen in hun voorgaande albums in voorgaande periodes.

Eén van mijn leraren geschiedenis zorgde ooit voor een uitspraak die ik niet gauw zal vergeten: “Geschiedenis is een cyclische beweging, alles komt ooit terug.” Jammer genoeg volgt de dagelijkse realiteit vaak die uitspraak, de wereld draait soms door. Natuurlijk staan er voor hun doen nieuwigheden op (het idee alleen al om toen nog een conceptalbum te maken), maar vaak wordt aan zaken uit hun rijk verleden herinnerd en dat zorgt voor een gevoel van geborgenheid, een warm dekentje dat je doet genieten. Is die albumhoes alleen al niet een mooi gevonden verwijzing naar 2112?

Laat ik na deze mijmeringen maar met de deur in huis vallen, het is één van mijn favoriete Rush albums geworden, het is voor mijn gevoel één van hun compleetste albums waar ik werkelijk alles blijf herontdekken wat ik zo waardeer aan Rush: hun muzikale krachttoeren zonder te vervallen in krachtpatserij, hun lyrisch verhaalkunst zonder te vervallen in een wirwar van woorden, de kunst om meerwaarde toe te voegen mét de durf om te schrappen waar nodig. Het is het gevoel dat de drie heren meer dan ooit een hechte eenheid vormden.

Als favorieten op deze hoorn des overvloed heb ik The Anarchist, The Wreckers (ondanks die fade-out) en The Garden aangeduid, maar er zijn een aantal momenten die me aangrijpen en vooral in de chorussen en in kleine details die bij mij pas goed hoorbaar worden bij het beluisteren met een hoofdtelefoon: die minimale toetsen tijdens de break op BUB2, de strijkermomenten tijdens The Anarchist en Halo Effect (met folky gitaarsolo), de prechorus van Seven Cities of Gold maar vooral dat soms krankzinnig samenspel tijdens Headlong Flight. Na Headlong Flight is het even adem happen, er volgen twee rustigere momenten / nummers maar dan, amai, maar dan...

Een speciale vermelding is natuurlijk weggelegd voor de slotakkoorden, het slotnummer The Garden: een voor mij bijzonder emotioneel nummer met die geweldige teksten én met die geweldige gitaarsolo van Alex Lifeson. Soms is het zelfs zo emotioneel dat een zekere vochtigheid zich meester maakt van mijn ogen. Het klinkt meer morbide dan bedoeld, maar bij mijn verlaten van dit aardse tranendal, hopelijk nog ver in de toekomst, mag men The Garden spelen op mijn afscheid. Tot dan blijf ik het motto van Neil Peart indachtig: “What is the best thing I can do today?”

Rush - Counterparts (1993)

poster
4,5
Sir Spamalot (crew)
“Animate me!”

Counterparts is het vijftiende album van mijn favoriete groep, waarbij ik vaak heb geaarzeld (maar nu niet meer) tussen een vier en en vier komma vijf. Het is een album dat ik pas de voorbije dagen / weken weer heel veel afspeel. Mijn redenen hiervoor zijn bekend, die jaren negentig laten bij mij op muzikaal vlak geen grote indruk na, ik heb het meer voor dat decennium daarvoor en de jaren negentig waren toen voor mij een tijd waarin mijn interesse in muziek wat naar de achtergrond verdween, maar nooit voor Rush.

Ik bleef ze trouw volgen want ze waren “mijn” groep in die vriendenkring die juist meeging in heel die jaren negentig. Koppigheid is mijn kenmerk, mijn baas kan ervan meespreken maar na dertig jaren trouwe dienst is hij al het een en het ander gewoon van mij. A propos, dit is een album met opnieuw producer Peter Collins achter de talrijke knoppen. Ik herinner aan zijn andere samenwerkingen met Rush: Power Windows, Hold Your Fire en Test for Echo. Hij was ook de producer voor het eveneens sprankelende Operation: Mindcrime van Queensrÿche.

De onverslijtbare opener dan maar: Animate? Wat een geweldige albumopener is dit, wat een “djoef van de week” is dit op je bakkes, wat een adrenaline opwekkend nummer is dit, waarbij het koppeke op en neer gaat op de haast hypnotische drums en ride cimbaal van Neil Peart. Door die van energie overlopende prachtsong met een aftellende Neil Peart, een wervelende Alex Lifeson en die schreeuw op het einde van een trouwens geweldig zingende Geddy Lee is dit één van mijn favoriete Rush albumopeners, samen met Tom Sawyer, Subdivisions (!!!) en Distant Early Warning op voorgaande albums.

De toon is gezet, heel veel gitaar dus heel veel ruimte én geweldige gitaarsolo's voor Alex Lifeson, betrekkelijk weinig keyboards voor hun doen in vergelijking met – juist, ja – die jaren tachtig, een voor Rush maatstaven snoeihard album mét een goed geluid dat je omarmt en je pas helemaal op het einde weer loslaat, om je even te laten bekomen, om weer te ademen, om te beseffen dat dit een spetterend album is. Dank u, Mr. Peter Collins.

Niet alleen die opener is van een allerhoogst niveau, Stick It Out en Cut to the Chase zetten de gekozen weg verder om dan even een rustpunt in te bouwen bij het met zijn teksten bijzonder gevoelige Nobody's Hero. Dan volgt opnieuw een geweldige drive in Between Sun and Moon met geweldige tussenpartijen van Neil op de toms en afwisselend op ride en china cimbaal, het is tevens een hernieuwde tekstuele samenwerking tussen Neil Peart en Pye Dubois.

Alleen heb ik een puntje om over te “melken” / te “neuten” (West-Vlaams voor kniezen) namelijk de aanwezigheid van een aantal fade-outs die vaak de uitbundige euforie afknijpen bij nummers die, tja, best nog een flink eind hadden mogen doorgaan. Je kunt niet alles hebben, durven maken is ook durven schrappen en de luisteraar op het einde verlangend naar meer achterlaten is toch ook een kunst op zich.

Blij ben ik opnieuw met een instrumentaal nummer, Leave That Thing Alone, Rush humor verwijzende naar het instrumentale Where's My Thing? (album Roll The Bones). Double Agent is een specialleke met gesproken teksten maar met een pracht refrein. Minder opgezet ben ik met de nummers The Speed of Love en Double Angent. Cold Fire en heel zeker afsluiter Everyday Glory herstellen het goede gevoel dat ik bij Counterparts heb en blijf hebben.

Ah, de jaren negentig. Natuurlijk liet ik mijn vriendenkring in zijn waarde en knikte ik beleefd van ja telkens ze die nieuwe groep voorstelden die het ging maken. Ik glimlachte minzaam ondanks mijn bekende koppigheid en dacht bij mezelf: “Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is.” Ik deed lekker mijn ding en hield “mijn” Rush lekker dicht bij mij, ver van hoe Grunge en andere muziekstijlen de (ook Metal) muziekwereld haast op zijn kop zetten. Dit is een fel album, een fel door mij gewaardeerd album met mijn drie persoonlijke favorieten, natuurlijk Animate, maar ook Between Sun & Moon en Everyday Glory. Dit is een goeie, een hele goeie.

Rush - Different Stages (1998)

Alternatieve titel: Live

poster
4,5
Sir Spamalot (crew)
"suddenly...you were gone...from all the lives you left your mark upon"

In loving memory of Jackie and Selena


Vreugde bij een livealbum van Rush heb ik natuurlijk, maar de bovenstaande woorden op de verpakking hebben natuurlijk ook hun betekenis. Drie datums zijn hier van belang. 18 november 1998 als verschijningsdatum van dit mooie hebbeding, maar ook 10 augustus 1997 en 20 juni 1998, respectievelijk het overlijden van dochter Selena en echtgenote Jacky in nauwelijks één jaar tijd. Het zijn mokerslagen van jewelste voor The Professor.

Laat zwart de kleur zijn van deze vreselijke periode voor Neil Peart, dan is wit de hoofdkleur van dit album, de kleur van de hoop? Zijn boek, Ghost Rider: Travels on the Healing Road, vertelt hierover meer, geschreven door een belezen man die heel voorzichtig omging met zijn faam en nog liever als een doodgewoon persoon werd behandeld. Het lezen van dit boek was een bijzondere ervaring, met verhalen geschreven door mijn favoriete drummer. Je kind ten grave moeten dragen is verschrikkelijk, mijn oudste oom Walter, de pater familias langs de kant van wijlen mijn vader, heeft zo twee kinderen op jonge leeftijd moeten afgeven, na al die tientallen jaren hoor je nog altijd zijn hart breken wanneer hij erover spreekt met mij. Onlangs hebben wij afscheid genomen van zijn echtgenote, na meer dan zestig jaar huwelijk, ik kan me niet voorstellen hoe hij zich nu voelt, binnenkort eens een bezoek brengen.

Waarover spreken we meestal als het over livealbums gaat? Plaats en datum, het geluid, de prestaties en de setlist aangevuld met een anekdote. Net als zijn drie voorgangers sluit deze Different Stages een periode van vier studioalbums af en net als zijn drie voorgangers is dit weeral niet het verslag van één optreden, mijn favoriete soort. De internetkanalen bezorgen u de details, ik bezorg u mijn gedacht: mooi geluid, goede prestaties en een setlist waarover altijd iemand zal vallen, ook ik. Starten doen we met de intro, Also sprach Zarathustra (de andere Strauss, Richard).

Cd 1 en 2 bevatten achtentwintig nummers, eentje van Presto, drie van Roll the Bones, vier van Counterparts en drie van Test for Echo, aangevuld met een aantal klassiekers, natuurlijk is die splitsing van 2112 hier numeriek medeverantwoordelijk. En ik mis er een paar: The Pass, Available Light, The Big Wheel, Between Sun & Moon, Everyday Glory. Maar... daartegenover staan werkelijk meesterlijke uitvoeringen van een Animate of The Trees of nog meer Natural Science, dat een geweldig nummer blijft en ik veer op en vlucht even mijn alternatieve realiteit in, laat die wereld even zonder mij draaien.

Het is geweten, bij dit pakket zit een derde cd met een selectie nummers van een wervelend optreden op 20 februari 1978 in de legendarische Hammersmith Odeon te Londen. Hier zijn er elf nummers, op Musicmeter aangeduid als de nummers 29 tot en met 39. Op de “40th Anniversary” enzovoort van het album A Farewell to Kings staat het volledige optreden met vier nummers meer en het zijn Lakeside Park, Closer to the Heart, 2112 en de Drum Solo, ongeveer een extra 34 minuten bovenop de 63 minuten hierop. 1978 duidt aan dat het om nummers gaat uit de albums tot en met Hemispheres.

Geluid is fel, de groep speelt fel, het zijn wel nummers die ik heel goed op hun waarde kan schatten maar het is niet mijn favoriete Rush periode, mijn gedachten daarover kunt u als aandachtige lezer raadplegen bij mijn berichten hierover bij de desbetreffende albums. Toch blijft het een ongelooflijk plezier bijvoorbeeld Xanadu live te horen, maar ik had graag ook een aantal andere krakers uit die periode gehoord, het is wat het is. Het zijn keuzes.

Twee puntjes om over te mekkeren, waarom staat het volledige optreden niet op de "40th Anniversary” enzovoort van Hemispheres, dat lijkt me beter te passen, maar het blijft gemekker van mijn kant, een kanttekening zonder verder belang. Puntje twee vind ik toch jammer en het gaat over de verpakking. Different Stages is volgens mij het eerste livealbum / album tout cours in zo'n vermaledijde kartonnen schepsel. Mocht het nog een digipack zijn waarin de cd's geklemd worden, ok, maar het is een “trifold slip case” (de woorden van Discogs) waarin cd 3 in zijn hoesje los in het pakketje zit.

Iedere keer blijft het toch opletten wanneer mijn grijpgrage hand deze Different Stages vastneemt, het staat zelfs op opmerking “goed opletten” in mijn lijst van lp's, cd's, video's en dvd's. Dit had misschien beter gekund, die verpakking wel te verstaan, met de muziek is absoluut niets mis. Bijna drie en een half uur Rush live, als fan komt het haar op mijn armen recht van opwinding, bij u toch ook. Fantastisch hebbeding ondanks enkele minieme nadelen.

Ik verwijs nog even naar die drie datums. 1997 was het jaar van de twee Retrospective verzamelaars, 1998 was het jaar van deze Different Stages. Ik spreek voor mezelf. Ook ik wachtte bang af wat er zou gebeuren. Was dit het einde van Rush? Zeker ben ik niet meer maar ik kan me voorstellen dat ik rond 2002 een gat in de lucht sprong toen er werd bekend gemaakt dat een nieuw album van Rush ging uitkomen, Vapor Trails. Lang is deze lap tekst alweer maar er hangen voor mij speciale gevoelens vast aan deze Different Stages. Kunst als de allerindividueelste uitdrukking van de allerindividueelste emotie, zo leerde mijn leraar Esthetica mij destijds, die zin ga ik nooit vergeten.

Rush - Exit... Stage Left (1981)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Rush hoeven ze mij niet voor te stellen: als rabiate fan bezit ik alle officiële studio- en livealbums, van bootlegs trek ik me niet veel aan. Rush heeft lang de traditie gehad van na iedere vier studioalbum een livealbum uit te brengen om zo “een periode” in hun loopbaan af te sluiten. Dit tweede livealbum bevat dan ook overwegend nummers van de albums A Farewell to Kings, Hemispheres, Permanent Waves en Moving Pictures. Enige uitzonderingen zijn het “oudje” Beneath, Between & Behind en Broon’s Bane wat een kort akoestisch instrumentaaltje is.
Ik heb de één cd originele versie, want latere versies bevatten ook A Passage to Bangkok.
Over de individuele nummers kunnen we een lang verhaal vertellen, maar dat zal ik iedereen besparen. Wel kan ik zeggen dat er hier geen enkel zwak nummer op staat en dat kan ook niet. Die “tweede” periode in de loopbaan van Rush is een zeer creatieve periode geweest en bevat vele publiekslievelingen en nummers die ik zelf ook koester: Red Barchetta, YYZ, Jacob’s Ladder, The Trees, Xanadu, Tom Sawyer. Speciale aandacht voor de instrumentale stukken en klassiekers van het zuiverste genre op dit album: het altijd geweldige YYZ (met drumsolo van Mr. Neil Peart, mijn favoriete drummer) en La Villa Strangiato.
Toch heb ik enkele negatieve noten betreffende mijn (niet-geremasterd) exemplaar: het zeer doffe geluid want ik ontdek hier weinig dynamiek in. Wellicht kan ik ergens de remaster op de kop tikken en hiermee vergelijken.
Wat ik ook niet kan appreciëren, is het publiek (als je het al hoort) dat na elk nummer wordt weggedraaid en dat is het gevolg van volgend feit: alle nummers werden in Canada opgenomen behalve Closer to the Heart, Beneath, Between & Behind en Jacob’s Ladder, welke werden opgenomen in Groot-Brittannië.
Dit album is dus een samenraapsel van verscheidene concerten en dat is jammer: ik heb een voorkeur voor één optreden op band, of er nu foutjes opstaan of niet. Het blijven klassemuzikanten en het blijven klassenummers, maar dit is geen livealbum volgens mijn persoonlijke definitie. Dit is natuurlijk ook een livealbum uit 1981 alweer, dus ik mag niet te streng hierover oordelen: toch verlaag ik van 4,50 naar 4. Een smakelijk gerecht met een lekkere saus, maar er mocht peper en andere kruiden in…

Rush - Feedback (2004)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
En dan breng je na zeventien studio- en vijf live-albums een EP ooit uit met covers van songs door artiesten die je in je jonge jaren hebben beïnvloed. EP's ervaar ik meestal als de eerste stappen van een groep, je weet wel, stel jonge honden aast op een platencontract en wil de wereld veroveren.

Hier viert men, ja, wat? In 1974 brengt Rush zijn gelijknamig debuutalbum uit met wijlen John Rutsey (1952-2008), in het hetzelfde jaar neemt nadien wijlen Neil Peart (1952-2020) zijn drumstokken over in een bezetting die meer dan veertig jaren lang lief en leed deelt.

Een aantal titels van deze selectie van acht songs ken ik wel, het merendeel is wel degelijk nieuw voor mij, de jaren zestig zijn mijn tijdvak niet, door leeftijd en door andere interesses. Natuurlijk is het dan voor mij interessant om eens de Rush versies hiervan te horen (en later te vergelijken met de originele of andere cover versies).

Acht songs, zevenentwintig minuten ingespeeld door drie doorwinterde muzikanten met een ongekend speelplezier, het is een losser spelend Rush, verwachten wij niet vaak te veel de absolute perfectie van hen? Buitengewoon opvallend (en dat zou niet mogen) is het sprankelend geluid, na eerdere kleine en grote ontgoochelingen op voorgangers Test for Echo en Vapor Trails (beide versies toch wel).

Speelduur is voor mij perfect, een artiest mag alles van mij maar ik heb vaak een slechte nasmaak bij uitgebreide coveralbums, ik geef een tweetal voorbeelden: Under Cover (Ozzy Osbourne en Take Cover (Queensrÿche). Er zijn gelukkig ook genoeg uitzonderingen, de American Recordings van Johnny Cash natuurlijk en deze Feedback.

Deze EP was ook het startschot van een nieuwe toer met zowaar 14 optredens in Europa, waarbij ook in het Ahoy in Rotterdam, Nederland op 1 oktober 2004. Het daaropvolgend livealbum R30 bevat echter een optreden op 24 september 2004 in de Festhalle in Frankfurt, Duitsland. Daarop verschijnen liveversies van The Seeker, Heart Full of Soul, Summertime Blues en Crossroads, het zijn ook hun eerste voor velen liefdevol omarmde Europese optredens sinds 1992...

Rush - Fly by Night (1975)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Eerste album van de Heilige Drievuldigheid (Lee Lifeson Peart) en mij valt het enorm frappant op hoe strak ze samen spelen. Peart bewijst hier al dat hij aan een steile klim naar de top bezig is.
Een vraagje voor de trotse bezitters op vinyl: zitten bij jullie de teksten erbij? Ik heb deze op cd (PolyGram 822 542-2 M-1) en het tekstboekje is buitengewoon Spartaans: de albumhoes en de achterkant van die hoes op één simpel blaadje...
Ik heb het meer voor de eerste helft van dit album dat meer ballen bevat. Ik heb de indruk dat meer muzikale ruimte aan Peart wordt gelaten op de tweede helft om zijn tekstueel ei kwijt te kunnen. Vanaf dit album waren de teksten van Rush songs quasi exclusief zijn bevoegdheid: op dit album heeft hij aan alles meegeschreven behalve het laatste nummer In The End.
Ik verschiet er eigenlijk van dat dit album ook al 35 lentes oud is en hoe fris en best hard dit nog klinkt. Rivendell vind ik de misser op dit album, maar de rest is genieten. Ook uw aandacht voor de buitengewone mooie hoes natuurlijk.

Rush - Grace Under Pressure (1984)

poster
5,0
Sir Spamalot (crew)
“We can go from boom to bust, from dreams to a bowl of dust.”

Iedereen weet ondertussen wat op 7 januari 2020 is gebeurd, het overlijden van mijn favoriete drummer, Neil Peart, The Professor, in normaal voor mij een feestmaand door de verjaardagen van veel vrienden, familieleden én uw trouwe dienaar. Maar dit is een voor Rush maatstaven pikdonker album en een uitdaging.

Hoe weet en voel ik dat? Door te lezen, een aantal boeken over Rush maar vooral alle boeken van Neil Elwood Peart, het waren geen happy tijden voor het Canadese trio en dat laat zich anno 1984 gevoelen, in hun muziek en natuurlijk in hun teksten van dezelfde Professor.

Er kwamen een aantal veranderingen, in de persoon van nieuwe producer Peter Henderson die Terry Brown verving, in de vorm van meer synthesizers én de toevoeging van elektronische drums aan de reeds aanzienlijke drumset van Neil Peart. Maar in navolging van het albumtitel Gratie onder Druk valt het voor zijn doen furieuze gitaarwerk van Alex Lifeson op, furieus in vergelijking met voorganger Signals.

Het zijn de teksten die mij nog meer opvallen: comptemplatief over de toestand van de wereld toen (Distant Early Warning), rouwend over persoonljk verlies (Afterimage als eerbetoon aan Robbie Whelan, een vriend en medewerker), de voor Geddy Lee gevoelig liggende holocaust (Red Sector A) en de oudste vijand van de mensheid, angst (The Enemy Within). Net als bij bijvoorbeeld Defenders of the Faith van Judas Priest of het gelijknamige debuutalbum van Metal Church is die eerste helft van het album voor mij af.

De tweede helft is iets minder druk maar bevat herkenningspunten: science fiction in The Body Electric, de vaak harde realiteit in Kid Gloves met een geweldige gitaarsolo, het rytmische zeer afwijkende Red Lenses met volgens mij opnieuw een kijk op de realiteit maar ook met het fantastische Between the Wheels dat het opnieuw over niet afhoudende druk heeft. Between the Wheels is voor mij één van hun absolute krakers.

Red Lenses is nog altijd de door mij minder begrepen song op een album dat ik nog heel vaak met evenveel plezier opleg. Voor de meeste groepen kan ik daarvoor allicht iets in mindering brengen maar zoals iedereen ook wel weet en doet, voor je favoriete groepen is de goede wil aanwezig om een oogje dicht te knijpen of het oortje minder scherp af te stellen en ja, niet ieder experiment lukt maar hun wil is aanwezig om het te blijven doen.

Ik geef toch de maximale score omdat het overgrote deel van dit album voor mij nog altijd dat speciale gevoel geeft van een bijzonder geslaagd Rush album, zelfs in de door meerdere mensen achteraf verguisde jaren tachtig. Grace Under Pressure was trouwens in een ver verleden mijn kennismaking met deze drie magische muzikanten uit Maple Leaf Country.

Rush - Grace Under Pressure 1984 Tour (2009)

poster
4,5
Sir Spamalot (crew)
Ik verlaat even mijn chronologisch pad op mijn reis door het Rush universum van studio- en livealbums. Normaal gezien komt R30 aan de beurt, maar ik had er even geen zin in (en nog minder tijd momenteel, potverdikke). Maar we hebben iets te vieren vandaag: een verjaardag.

Sociale media zoals Facebook of Twitter zijn een vloek en een zegen, soms, vaak, maar al te vaak. Het eerste gebruik ik niet zo vaak meer, eerder om in contact te blijven met familie en vrienden in het verre buitenland. Twitter daarentegen bekijk ik vaker, eerder passief want soms is het ook een kolkende rioolput van tegengestelde meningen (dat mag) die dan lompe reacties uitlokken (dat liever niet). Houd het leuk. Soms denk ik: “Het mensdom, het gaat het nooit leren”.

Vandaag verscheen op mijn tijdlijn dat het het album Grace Under Pressure op deze dag, 12 april, in 1984 uitkwam, het is één van mijn favoriete Rush albums en mijn kennismaking met dit hemelse triumviraat. Laat dan in 2006 de box “Replay X3” uitkomen, die ik toen natuurlijk heb gekocht, de details hiervan staan hier: https://www.discogs.com/master/530873-Rush-Replay-X3. Blijkbaar verscheen het album Grace Under Pressure 1984 Tour in 2009 afzonderlijk. Het mensdom alweer, ik ga het nooit begrijpen.

Replay X-3 bevat de dvd's Exit Stage Left (heb ik ook op VHS) en A Show of Hands (heb ik ook op VHS), maar echter ook de dvd en cd van de Grace Under Pressure Tour en dat is bijzonder welkom, want het is een vintage Rush met een hemels, direct en furieus geluid. Bijzonder extra bij deze box is de aanwezigheid van drie herdrukken van de desbetreffende toerprogramma's in tegenstelling tot de kale VHS video's. Duidelijke meerwaarde? Natuurlijk.

Raar vind ik het wel dat na het intro (Three Blind Mice van de Three Stoges) opeens The Spirit of Radio begint, het past mij niet zo goed, klein gezeur in de marge. De rest tovert weer een glimlach op mijn gezicht, bijzonder strakke prestaties van de drie heren, dat mooie gitaargeluid van Alex Lifeson, het uitstekende zangwerk van Geddy Lee en... die ontketendheid van Neil Peart. Vanavond vliegt die dvd in de speler, want ik wil nog eens zien (en mij blijven verbazen) hoe hij dat doet. Ok, nog één opmerking en ik verwijs naar mijn bericht op 21/11/2112, bizar bijna “2112”: de live uitvoering van de Fear Trilogy, waarbij later een vierde deel bijkwam, een unieke ervaring toch. Een uurke, veel te kort natuurlijk, maar een welgekomen uurke in een Replay X-3 box die heel verzorgd is.

Vintage Rush? Inderdaad, ik neem het ze zelfs niet kwalijk dat niet de volledige opnames zijn uitgekomen, Grace Under Pressure was namelijk het tweede album in hun derde periode, jullie weten wel waarover ik het heb. Vintage Rush? Inderdaad, net zoals mijn videospeler en mijn dvd-speler, al tientallen jaren oud, maar nog zo fluks als bij de aankoop.

Rush - Hemispheres (1978)

poster
4,5
Sir Spamalot (crew)
Album nummer zes tot dan toe is ook album nummer twee in hun tweede fase, het is maar hoe je het bekijkt maar de drang vooruit manifesteert zich feller en feller. Hemispheres is een prachtig klinkend album dat ik op een moddervette vier heb staan, maar voortdurend mij wil duwen naar een halve ster meer, want dit is goed, dit is heel goed. Opmerkelijk zijn de speelduur van dit album, hun tweede kortste met 36 minuten, en hun eerste instrumentaal nummer ooit.

Samen met opvolger Permanent Waves culmineert hun lichtjes veranderde muzikale richting in een absoluut topalbum dat Moving Pictures tot op de dag van vandaag blijft. Toch is er nog lichte verankering in het verleden, de opener. Cygnus X-1 Book II heeft een thema dat mij zo aanspreekt: de eeuwige strijd tussen rede en gevoel, de zoektocht naar evenwicht tussen beide, Cygnus Bringer of Balance. Ik vind het ook veel beter uitgewerkt en vloeiender klinken dan Cygnus X-1 op het vorige album A Farewell to Kings. Perfect evenwicht tussen teksten en muziek, het doet mijn gedachten vaak afdwalen naar het latere nummer Natural Science.

Circumstances laat een quasi contemplatief nummer horen waarin Neil Peart het in de eerste twee verzen heeft over zijn eerste (mindere) ervaringen in Engeland. Het is een klein maar fijn nummer, ook al welkom als rustpunt na de intense opener. The Trees is één van mijn favoriete Rush nummers, met opmerkelijke teksten over ogenschijnlijke gelijkheid. La Villa Strangiato dan maar? Wat was me dat de eerste keer, lang, lang geleden! Een instrumentaal nummer dat op meer dan 9 minuten afklokt, dat de raarste wendingen bevat en nog altijd een publiekslieveling is gebleven.

De teksten op Cygnus X-1 Book II én op de rest van dit album vind ik fenomenaal, Neil Peart verlaat meer en meer de Sci-fi teksten, observeert en geselt die drums als nooit tevoren. Boeken lezen begon als een tijdverdrijf in de vele dode tijd tussen de optredens door en werd een kleine obsessie. Het levert in zijn teksten pracht op, zonder de praal, en hij zou zich verder blijven ontwikkelen en overtreffen volgens zijn motto “What is the best thing I can do today?”.

Awel, ik verhoog. Terecht.

Rush - Hold Your Fire (1987)

poster
4,5
Sir Spamalot (crew)
Opnieuw is het al een hele eeuwigheid geleden dat ik dit album nog eens op mijn platendraaier heb mogen leggen, natuurlijk met een deftig volume en met hoofdtelefoon op, zo vallen de details op en val ik de buren niet lastig met dit prachtalbum. Ach, ze weten niet wat goed is, de heidenen. Dit is de tweede Rush plaat die ik ooit heb gekocht en samen met Grace Under Pressure (mijn persoonlijk juweeltje) de aanzet om de rest van de collectie ook maar binnen te doen en Rush te blijven volgen tot de dag van vandaag en hopelijk nog verder.
De aftrap wordt gegeven middels Force Ten, voor Rush maatstaven een tamelijk heavy nummer met weeral subtiel drumwerk van Neil Peart. Wat kan die mens drummen: alles altijd in functie van het nummer. Let ook op de subtiele basslijnen van Geddy Lee en het wervelende gitaarwerk van Alex Lifeson. Daarmee heb ik ook drie grote namen in ons geliefde rockuniversum vernoemd. Dan volgt de bescheiden hit Time Stand Still met een gastrol voor Aimee Mann, iets wat zo eens in de honderd jaar gebeurt bij Rush. De videoclip hiervan is heel “eighties”. Prachtig nummer natuurlijk met Neil Peart opnieuw in een glansrol: om gek van te worden. Open Secrets is opnieuw een prachtliedje met een prominente rol voor de bass: een muur van keyboards maar een genot met de hoofdtelefoon op. Second Nature is een verborgen juweeltje en zo’n nummer dat ik graag eens live zou horen, hoewel ik Rush nog nooit live heb gezien – schande natuurlijk, maar ze komen niet meer naar ons Belgenland. Dan de rocker Prime Mover: overweldigend intro met een tapijtbombardement aan keyboards, een subtiel gitaartje en tempowisselingen. Inderdaad, zoals Geddy Lee zingt in deze song: “Anything can happen” en “The point of a Journey is not to Arrive”. Na 4:30 volgt dan de ontlading van de song: prachtig kippenvelmoment tot aan de fade-out. Plaatje omdraaien want nu volgt kant B.
Lock and Key heb ik lange tijd een minder nummer gevonden, wellicht omdat de eerste helft voor mij zo overdonderend is, maar na een tijdje laten rijpen en proberen en nog eens proberen geeft dit nummer zijn geheimen prijs: weer Neil (ik ga het nog maar eens zeggen) die de pannen van het dak drumt. The Mission is een nummer waar ik een haat-liefde verhouding mee heb, want de ene keer luister ik er met tegenzin naar en de andere keer bevalt het me wel. Het zal wel afhangen van de gemoedstoestand van het moment, zullen we maar zeggen. Maar dan verschijnt Turn The Page op het toneel: “Nothing can survive in a vacuum, nobody can be all alone”. Prachtige openingszin en een voorbode op wat nog komen moet: een snelle rocker met symfonische stukken, één van mijn favoriete Rush songs. De tempoversnelling zo rond 4:30 is spectaculair en een geweldig air-drummoment, ik blijf hongerig achter… Tai Shan verwijst naar één of andere heilige berg in China waar atleet Neil Peart eens de zevenduizend trappen omhoog heeft gedaan: een traag nummer maar heel sfeervol. Afsluiter van dienst is High Water: een song met een dikke vette knipoog naar Mystic Rhythms, althans wat het drumwerk betreft: Neil die nog eens alles de kast haalt.
Mijn conclusies? Ster van dit album is Neil Peart, dat wil natuurlijk niet zeggen dat zijn collega’s “meelopen” op dit album. Op het eerste gezicht een zeer commercieel album door het gebruik van de keyboards – soms zelfs overweldigend – maar zeker geen commerciële nummers van uitvoering want daarvoor zijn ze niet rechtlijnig genoeg voor de “popliefhebber”: we hebben het hier nog altijd over Rush, hé, veel aandacht voor de songs maar met genoeg variatie. Het gitaarwerk en basswerk is zeer zeker om van te smullen.
Minpuntjes zullen er altijd zijn voor de aandachtige luisteraar en/of Rush fan, maar dit is een album en een album moet een goed gevoel geven van begin tot einde. Daarbij, een single van Rush heeft al altijd dezelfde bedoelingen gehad: platenmaatschappij tevreden stellen en naar de fans toe een teken geven dat er een nieuw album aankomt, niet meer niet minder.

Rush - In Rio (2003)

poster
4,5
Sir Spamalot (crew)
Ter promotie van het album Vapor Trails uit 2002 start Rush op 28/06/2002 een Noord-Amerikaanse toer om af te sluiten met drie optredens in Brazilië: Porto Alegre, Sao Paulo en Rio de Janeiro. Rush in Rio is het verslag van een volledig optreden op 23/11/2002 in het voor voetballiefhebbers legendarische Maracana stadion in Rio de Janeiro voor een veertigduizend heel enthousiaste Brazilianen en anderen. Zo dient die “tempel” nog voor iets nuttiger dan...

Hiervan heb ik de cd én de dvd in mijn bezit. Het zijn belangrijke tijdsdocumenten om een aantal redenen, maar eentje die omwille van het heel aanwezige publiek gemengde reacties oproept, dat blijft me na al die jaren toch een beetje verbazen, want, komaan, dit is toch een livealbum? Als muzikant / groep zou ik me eerder zorgen maken over een tam publiek, lusteloze toehoorders, de smartphone generatie die denkt dat het kan multitasken (zet dat ding af tijdens optredens). Tip: kijk vooraf naar de documentaire “The Boys in Brazil”, dankzij hun crew is het optreden toch kunnen doorgaan en hebben wij überhaupt Rush in Rio.

Belangrijk is echter om te weten dat deze Rush in Rio het eerste livealbum is dat het patroon doorbreekt om na iedere vier studioalbums een livealbum uit te brengen. Dat is logisch gezien de gebeurtenissen voordien met een jarenlange durende stilte. Nog belangrijker is echter dat dit het eerste livealbum is met een volledig verslag van één en hetzelfde optreden. Heb ik al een hevige voorliefde voor livealbums, dan kan een “echt” livealbum mij altijd plezieren.

Dat is hier niet anders. Verdeeld over drie cd schijven en/of twee dvd schijven speelt men hierop vier nummers van Vapor Trails (Earthshine, One Little Victory, Ghost Rider en Secret Touch) aangevuld met... Setlists zijn altijd een discussiepunt voor velen, een breekpunt voor sommigen maar de uiteindelijke beslissing ligt bij de artiest. In de documentaire verwijzen Alex en Geddy naar de eerste setlist met nummers die ze wel zagen zitten, die duurde een vierenhalve uren.

Vele parels, vele krakers, vele logische songs na toen al een loopbaan met zeventien studioalbums tijdens een optreden dat maar liefst twee uren en drie kwartier duurt (de laatste twee nummers komen van andere optredens). Het blijft een plezier om “ze” te horen: Distant Early Warning, The Pass, Natural Science, Red Sector A, de drumsolo.

Slotakkoord. Mijn mening is even veel waard als de mening van iemand anders. Ik respecteer dit natuurlijk maar ik hoef er niet mee akkoord te gaan. Ik vind weinig mis met het geluid, met het aanwezige publiek, zowel op cd als op dvd. Op dvd vind ik dat publiek wel een meerwaarde hebben, voor henzelf, voor Rush maar vooral voor de talrijke fans: ze zijn terug. Lichte voorkeur blijf ik behouden voor de dvd, die beelden blijven magisch omdat ze terug zijn.

De documentaire: https://www.youtube.com/watch?v=XaxfFZWPT8E.

Rush - Moving Pictures (1981)

poster
5,0
Sir Spamalot (crew)
Kijkende naar de stemgemiddelden van hun studioalbums op MusicMeter zie ik als favoriete album van velen deze achtste, Moving Pictures, op ultrakorte afstand gevolgd door de drie voorgaande albums uit hun “tweede era”. Ik citeer mezelf bij Permanent Waves: “Neem alle fantastische ingrediënten van A Farewell to Kings, Hemispheres en Permanent Waves. Roer goed met veel liefde en gevoel en je krijgt Moving Pictures.”

Waren een aantal voorgaande albums (vanaf 2112) een heel smakelijk gerecht in een gezellig restaurant, dan is Moving Pictures als aanschuiven aan de tafel van een sterrenrestaurant, vol anticipatie op wat komen zal, iedere keer opnieuw. Net zoals bij 2112 alles samenvalt in hun eerste periode, dan is Moving Pictures de culminatie van alles in hun tweede periode. In mijn West-Vlaanderen spreken we van een “draak van een …” wanneer het slecht is en van een “beest van een …” in het andere geval. Wij zijn rare vlegels, soms ook tamelijk normaal, als we zin hebben.

Zoals vele fans kan ik die tracklist vanuit het hoofd opzeggen zonder te spieken, kan ik iedere zanglijn mee neuriën, kan ik vol blijvende verwondering de muziek volgen én moet ik me zo lang mogelijk inhouden om te airdrummen. Perfecte wisselwerking tussen muziek en die waanzinnige teksten natuurlijk. Heet dit in het Engels “Powerhouse”? Dit heet Rush.

Dit album heeft twee nadelen maar ook één voordeel: het is onmogelijk om slechts 2 favoriete tracks aan te duiden en het is nog iets te kort maar met het voordeel dat je het gewoon nog een keer kunt afspelen op dezelfde dag. Vele euforische zaken zijn al gezegd over dit album, maar ik kies als dwarszak (West-Vlaams voor tegendraads persoon) de laatste twee nummers.

Witch Hunt verhaalt over een onderwerp dat mij nauw aan de tedere tikker ligt: angst en wat de gevolgen daarvan kunnen zijn, vooral in een wereld zoals de onze, waar angst regeert en het slechte in de mens voortbrengt. Het is een onderdeel van die Fear trilogie, samen met The Weapon (album Signals) en The Enemy Within (album Grace Under Pressure).

Vital Signs is het haast typische experimenteel, gedurfd of afwijkend nummer op dit album, hevig beïnvloed door reggae, electronica en The Police (Rush als een hongerig kind in de grootste snoepwinkel in de muziekwereld, kies maar uit). Het is ook een indicatie naar de toekomst: het album Signals. Dat drumwerk blijft om duimen en vingers af te likken.

Ik werd hier al eens vriendschappelijk op de vingers getikt dat dit hun “beste” periode is. Puur cijfermatig kan dit wel kloppen, maar gevoelsmatig ligt het toch anders. Ik heb Rush leren kennen dankzij de albums Grace Under Pressure en Hold Your Fire, bedankt Juan ook uit Oostende om me die tip te geven, dik dertig jaar geleden. Na mijn mini-marathon van deze vier albums uit hun tweede periode steekt toch de twijfel het hoofd aan het raam.

Ach, deze drie topmuzikanten uit Maple Leaf Country hebben samen een plaatsje in mijn leven verdiend, dankzij hun muziek, dankzij hun kunnen, dankzij hun invloed op mij als mens van vlees en bloed. Ik mis hem, de Professor, Neil Peart. Toen hij overleed, heb ik een bericht geplaatst op hun artiestenpagina hier. Woorden van dank overheersen, ook voor dit album. Ik heb hun muziek, hun video's en dvd's en zijn boeken. En na al die jaren krijgen ze “die lap”.

Rush - Permanent Waves (1980)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Op pagina 46 van het boek “Rush Visions” (1988 – auteur Bill Banasiewicz) staat als verschijningsdatum van dit zevende album 1 januari 1980. Wie brengt er nu een album uit op Nieuwjaar, hoewel het voor de fans een mooi Nieuwjaarsgeschenk is?

Wat zijn de opvallendste kenmerken van deze plaat? Hierop staan een absolute publiekslieveling, The Spirit of Radio, en een wervelende topper, Natural Science. Tussen deze opener en afsluiter staat echter nog veel meer om van te genieten.

Als derde betekenis van het woord “icoon” zegt Van Dale hierover: “persoon die, voorwerp dat een bepaalde periode, partij, club enz. als het ware belichaamt.” Ik zeg dat The Spirit of Radio de muziek van Rush belichaamt. Het is een nummer dat voor mij een speciale betekenis heeft. Met het verloop der jaren en met het waardig ouder worden is mijn slaappatroon meer en meer ontregeld geraakt. Stress? Welke stress?

Ik slaap wel maar te kort en te krachtig. Als ik slaap, mag je een bom naast mij doen ontploffen, je gaat mij niet wakker krijgen maar na al te vaak vijf à zes uren nachtrust is het gedaan. Nu weten jullie ook waarom ik vaak zo vroeg (stipt om 6u00) een album opleg. Tegen dan ben ik al gewassen, gekleed en gevoed met een stel boterhammen en een paar koppen sterke koffie. Maar al te vaak staan mijn oogjes maar halfopen en die werkdag moet dan nog beginnen...

Soms heeft het een negatieve invloed op mijn humeur, maar dan leg ik bijvoorbeeld The Spirit of Radio op, met dat heerlijk herkenbaar intro, de wervelende gedreven drumpatronen van Mr. Peart, dat glorieuze middenstuk. Het is een heerlijk opzwepend nummer. Het blaast iedere dreigende, donkere donderwolk weg. The Spirit of Radio is fantastisch. Muziek redt (de kwaliteit van) vele levens.

De titel Freewill zegt het al, het is een favoriet onderwerp van Neil Peart én ook van mij. Wat je doet in het leven, bepaal je zelf. Hoe je mensen en de wereld behandelt, bepaal je zelf maar behandel dan alles en iedereen zoals je zelf wilt behandeld worden. Opnieuw is dit een lied met een sterk thema uitgewerkt in een sterke song.

Jacobs Ladder is een aardig lang nummer met betrekkelijk weinig teksten die echter wel “staan als een huis”, zo luidt het cliché. Muzikaal is dit opnieuw bijzonder sterk: hoe Rush hier de song opbouwt en uitwerkt is magistraal. De volgende twee nummers Entre Nous en Different Strings (dat laatste met hoesontwerper Hugh Syme op piano en met een rot fade-out) vind ik minder, te lieflijk. Mijn excuses.

Natural Science is Natural Science, in drie delen: Tide Pools, Hyperspace en Permanent Waves. Het is tevens adembenemend, de live-versies hiervan zijn zo mogelijk nog beter, nog krachtiger, nog sprankelender. Dan mag de volumeknop iets hoger. Dit is Rush, dames en heren, waag het om dit te vergeten.

Op ieder album zul je hoogtepunten vinden, zul je zaken vinden die je in hogere sferen brengen (zonder het zware hoofd de dag nadien) maar ook zaken die je iets minder doen. Neem alle fantastische ingrediënten van A Farewell to Kings, Hemispheres en Permanent Waves. Roer goed met veel liefde en gevoel en je krijgt Moving Pictures. Later daarover meer, hoop ik, want hoe moet ik een icoon als Moving Pictures aanpakken?

Rush - Power Windows (1985)

poster
4,5
Sir Spamalot (crew)
Albumperiode nummer drie is dit natuurlijk met album nummer drie van de vier: Power Windows. Ik heb eens de berekening gedaan en dit zijn mijn gemiddeldes: 3,625 sterren voor de eerste periode, 4,375 sterren voor de tweede periode en maar liefst 4,625 sterren voor de derde periode (Signals, Grace Under Pressure, Power Windows en Hold Your Fire).

“Waarom schat je deze periode hoger in dan de vorige, want die bevat toch ook niets anders dan een reeks geweldige albums?” Die vraag is mij hier (en elders) al vaak gesteld, het heeft te maken met mijn beleving want Grace Under Pressure was lang geleden mijn kennismaking met Rush en een aanzet om Rush te beleven. Waar beleving de kop opsteekt, verdwijnt objectiviteit naar de achtergrond. Het kan, het mag. Wie gaat mij tegenhouden? Niemand.

De jaren tachtig waren ook mijn quasi definitief afscheid van popmuziek en een beginnende voorzichtige verkenning in de wereld van Hard Rock en Heavy Metal en heel zeker de NWoBHM stroming. Dat waren mooie tijden want, zoals Neil Peart vermeldt in Grand Designs: “Like a rare and precious metal beneath a ton of rock, it takes some time and trouble to separate from the stock.” In dat opzicht heb ik nooit meer achterom gekeken, maar vele jaren later kweekte ik ook een genegenheid voor Jazz en Klassieke Muziek, nooit mijn “roots” vergetende.

Die jaren tachtig zijn nog altijd mooie tijden want het heeft een groot deel van mijn muziekbeleving gevormd. Geboren in 1969 waren het ook de schooltijden met zijn ups en downs in de Latijn-Griekse afdeling van het Onze-Lieve-Vrouwecollege in mijn Oostende maar het was ook mijn gelukkige, onbekommerde jeugd waarvoor ik nog altijd Pa (RIP) en Ma Spamalot (niet te stoppen op tram 89, even hout vasthouden) bedank om dat geborgen thuisgevoel en de occasionele sponsoring om een album te kopen. Dankbaarheid!

We verwelkomen nieuwe producer, de Brit Peter Collins, en wat zet hij een mooi, zuiver en messcherp geluid neer. Op de ons bekende sites kun je zijn loopbaan overlopen maar één album moeten jullie toch ook kennen: Operation: Mindcrime van nog zo'n gekoesterde groep van mij, Queensrÿche, althans tot en met Promised Land. Allicht is hij ook medeverantwoordelijk voor de vaak orkestrale invulling van een aantal nummers. Marathon, iemand?

Muzikale invulling: dik in orde. De teksten: wat denk je? Lees nog nog eens aandachtig de teksten van The Big Money, Grand Designs en Territories, om er maar drie te noemen. De onderwerpen blijven bijna veertig jaar na datum zo actueel, zo herkenbaar. Was Neil Peart zo visionair of is het mensdom zo voorspelbaar? Voer voor de filosofen (of voor de andere stamgasten en uw dienaar in mijn stamcafé). Afsluiter Mystic Rhythms heb ik ook vele malen gehoord, het zit mooi in elkaar maar toch houdt iets daarin mij af van de volle lap, vaak het laatste nummer als experiment of als voorbode. Nog altijd geen idee, na al die jaren. Vergeving.

Sinds “zijn” heengaan beleef ik in januari telkens een verlangen om heel veel Rush te draaien. Komt dat vanuit mijn onderbewuste? Geen idee, ik ken iets van psychologie (twee jaar Rechten in de universiteit van Gent destijds met Professor Ghijsbrecht). Bewust ben en blijf ik van het belang van Rush in mijn teder, kwetsbaar rondlopen op deze aardkloot. Dit is opnieuw een geweldig album van een groep die altijd maar vooruit bleef kijken, zich onderdompelde in toenmalige muzikale stromingen en er waanzinnig veel mee deed. They did it again.

Rush - Presto (1989)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Laat ik vooreerst of voor de zoveelste maal afwijken vanaf het begin. Op diverse plaatsen op MusicMeter heb ik het al gehad over mijn persoonlijke indrukken van de muziek van de jaren negentig. Allicht is het juiste woord hierover “weerstand”. Waarom en ook hier een beetje?

Vooraf tracht ik niet te veel te kijken naar andere meningen / reviews over een album, ik probeer om alles met een frisse blik te bekijken, om met een eerste indruk te beluisteren. Presto is namelijk zo'n album dat ik niet zo vaak opleg want dat heeft zijn redenen. Altijd zijn er minimaal twee criteria om een album te koesteren of, euh, minder te koesteren, de muziek en het geluid. Hier zit ik met een probleem: het is wel Rush, maar er zit toch meer kaf tussen het koren dan gewoonlijk, dan je zou mogen verwachten. We zijn verwend geweest.

Dat kan aan twee (persoonlijke) redenen liggen, de groep lost de verwachtingen niet in of je eigen verwachtingen liggen te hoog. Bij dit album geldt de tweede reden, na een kwartet zelfs octet voor mij geweldige studioalbums was en is dit nog altijd iets minder. Nieuwe periode, nieuwe richting na de reeks van vier studioalbums en één livealbum natuurlijk laat deze Presto een Rush horen in een iets uitgekledere verie, minder keyboards en minder bombast, zeker na Hold Your Fire. “Overwelmed by technology” destijds, niet “saved”?

Echt, ik kijk naar de releasedatum, 21 november 1989, terwijl ik mijn hele leven altijd heb gedacht dat deze van begin die jaren negentig afstamde. Het is allemaal wat lichtvoetiger en soms te lichtvoetig met minder keyboards maar met piano en alweer schitterend drumwerk van Neil Peart. Te lichtvoetig vind ik nog altijd Scars en Hand over Fist. Modaal goed zijn dan weer opener Show Don't Tell (mooie break), Chain Lightning en Superconductor met die versnelling. De rest doet mij nog altijd veel minder.

Daarentegen staan drie favorieten van mij: het qua teksten gevoelige The Pass, een voor hun maatstaven furieuze Red Tide, maar ook die rustige afsluiter Available Light met dat buitengewoon middenstuk (dat voor mij nog langer had mogen doorgaan maar je kunt niet alles hebben in het leven).

“Someone set a bad example, Made surrender seem all right, The act of a noble warrior, Who lost the will to fight”. Koude rillingen, kippenvel, een ongemakkelijk gevoel krijg ik nog altijd bij die bovenstaande tekstflard uit The Pass. Het gaat over een moeilijk, delicaat onderwerp: zelfdoding. Het is een onderwerp dat voor velen (ook in mijn familie jammer genoeg) een taboe blijft, maar hoe Neil Peart hier tekstueel mee omgaat, is in mijn ogen niets minder dan meesterlijk.

Laat ik dan maar als slotwoord het nog eens over die periode, die jaren negentig, hebben. Net zoals bij dit album heb ik er een haat-liefdeverhouding mee, nou ja “haat” is een tikkeltje overdreven natuurlijk. Wat lost haat op? De jaren van onbezorgdheid eindigden, mijn interesse in muziek in het algemeen nam af. Daarover heb ik al ballonnetjes opgelaten, onder andere bij Empire en Promised Land van Queensrÿche, When the Storm Comes Down van Flotsam and Jetsam en alle (flut)albums van Iron Maiden in diezelfde jaren negentig.

Album met een prachtige hoes die me nog altijd doet glimlachen maar die ook me doet beseffen dat die voorbije glorieuze tijden buiten een paar ferme oprispingen (Counterparts en Clockwork Angels) nooit meer terugkomen in mijn leefwereld. Het is wat het is en die vorige zin verbaast me, echt waar. De nummers die hiervan live werden gespeeld, komen veel krachtiger over, The Pass is zelfs een hoogtepunt. Neem het maar van me aan.

Rush - R30 (2005)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
R30 is een mooi verslag van een optreden op 24 september 2004 in de Festhalle, Frankfurt (Duitsland). Hiervan heb ik de uitgebreide deluxe versie met de reguliere dvd's maar ook met de dubbele cd van het optreden. Het pakket bevat verder het obligate boekwerk met heel veel foto's, een backstage pass en twee plectrums. Verdere info kan men hier vinden: https://www.discogs.com/release/2224492-Rush-R30-30th-Anniversary-World-Tour.

Er is één grote maar. Noch de dvd's noch de cd's bevatten het volledige optreden van drie uren, een aantal nummers werd weggelaten en niet de minste: Bravado, YYZ, The Trees, One Little Victory, Secret Touch, Red Sector A, La Villa Strangiato en By-Tor & The Snow Dog. Op de Blu-Ray van 2009 staat dan wel alles, althans volgens Discogs. Iemand?

Wikpedia vermeldt als reden: “To reduce overlap with the band's 2003 release Rush in Rio”. Daar valt natuurlijk wel iets voor te zeggen, in 2004 kwam wel nog de EP Feedback uit, waarvan vier nummers ook hier worden gespeeld. Zoals altijd gun ik de artiest zijn volledige vrijheid, maar ik vind het een gemiste kans, het voelt onvolledig aan, ook al omdat de R30 toer (ter gelegenheid van, juist ja) de eerste Europese toer is sinds... 1992. Dan verdienen vooral de Europese fans een wondermooi souvenir als beloning voor hun geduld.

Ik ga er geen halszaak van maken maar tot 2011 met “Time Machine” blijft “In Rio” het enige livealbum met een volledig verslag van één en hetzelfde optreden. Natuurlijk is het weinig verbazend om deze drie muzikanten op een hoog niveau te horen en zien spelen, wel zitten er paar ferme verrassingen in de set die echt de moeite zijn.

Vanaf het begin al met R30 Ouverture, dat is een medley met fragmenten uit nummers van de eerste zes albums: Finding My Way, Anthem, Bastille Day, A Passage To Bangkok, Cygnus X-1 en Hemispheres. Het is een originele invalshoek en heel mooi gedaan, nochtans hebben ze keuze genoeg qua ijzersterkte openers, waarvan er nog een aantal op de eerste helft van R30 staan, nu ik er op let. Welkom is ook de terugkeer van Force Ten waarop je ook de eerste tekenen van slijtage op de stem van Geddy Lee hoort, hij moet iets meer moeite doen bij de hogere uithalen, hier en daar krijgt ook wat hulp. Ik ben geen kenner maar het lijkt dat hij te veel kracht op zijn stem wil zetten, waardoor hij in de grijze zone van haast roepen komt.

Schijf twee trapt af met een volgens mij eerste live versie ooit van Between the Wheels, nog een favoriet nummer van mij, heerlijke tempo's met die fantastische gitaarsolo. Ook heet ik Mystic Rhythms opnieuw welkom dat de aandachtige toehoorder op scherp zet, voor die drumsolo van Neil Peart. Die drumsolo... van negen minuten... met dat typische nauwkeurige spel van The Professor, zowel akoestisch als elektronisch. Die drumsolo waarvoor ik iedereen eens uitnodig om een aantal reaction video's te bekijken op Youtube, zowel kenners als leken schatten die solo op zijn waarde. Na zo'n inspanning verdient hij wel een adempauze die er komt met akoestische versies van Resist en Heart Full of Soul met Geddy en Alex op gitaar.

2112 (verkort), Xanadu en Working Man blijven klassiekers maar dan verlies ik mijn concentratie in een concert dat in de verkorte vorm een beetje als een kaarslicht uitdooft. Dat verklaart ook mijn slechts vier sterren, op het einde ontbreekt de punch meer en meer.

Wat is mijn eindoordeel hierover? Rush blijft op een hoog niveau musiceren, Geddy Lee wordt een dagje ouder in al dat multitasken waardoor zijn zang wel eens minder klinkt, setlists zijn altijd voer voor discussie en na ieder studioalbum wordt het natuurlijk niet gemakkelijker. Ik ga gewoon mijn gedacht zeggen, dankzij de EP Feedback komen ze naar Europa maar vier nummers in een set van twee uren is jammer, het hadden er drie moeten zijn, drie uren welteverstaan. Dan ging deze R30 dicht bij de volle lap aanschurken.

Rush - R40 Live (2015)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Een dure eed werd gezworen toen ik jaren geleden besliste om nooit nog op de verschijningsdatum of daaromtrent de nieuwe cd en/of dvd van één of andere groep te kopen omwille van het boerenbedrog van latere extra's en/of speciale versies en/of latere spotprijzen. Ik wacht liever een jaartje. Voor één groep maak ik een uitzondering, Rush en niemand anders, omdat ze mij in al die jaren nooit bedrogen hebben met die zogezegd waardevolle extra's. Dat verdient mijn vertrouwen en mijn eeuwige trouw.

Sinds 1968 bestaan ze en sinds 1974 hebben ze een indrukwekkende catalogus opgebouwd in een ongewijzigde line-up vanaf 29 juli 1974, de datum waarop Neil Peart op de drumvellen John Rutsey vervangt vanaf het tweede album Fly by Night. Dat is een reden om te vieren, dat is iets om trots op te zijn. Dus film je de twee concerten van 17 en 19 juni 2015 voor jouw thuispubliek. Dus maak je als progressieve groep een setlist die teruggaat in de tijd vanaf het album Clockwork Angels van 2012 naar het prille debuutalbum Rush van 1974, waarbij de crew ook een flinke visuele duit in het zakje doet bij die reis terug in de tijd.

Het pakket met drie cd's en één dvd heb ik gekocht, als trouwe fan én verzamelaar. Twee weken geleden heb ik de cd's beluisterd, vandaag kwam de dvd aan de beurt en ik heb een aantal bedenkingen. Een eerste kleine bedenking heb ik bij de verpakking, waarbij ik er weeral in slaagde om de schijfjes op een verkeerde manier los te wrikken: niet meer in het midden duwen maar aan de zijkant op een soort hendeltje, de schade is heel beperkt. Een tweede bedenking heb ik bij de zangprestaties van Geddy Lee.

Geddy Lee heeft nooit zuiver als een nachtegaal gezongen, dus als Rush-fan ben je al wat gewoon en vergevingsgezind. In het openingsnummer zingt hij ronduit vals, nadien herpakt hij zich maar toch zijn er vele uitschuivers bij het inzetten van zijn zanglijnen. Maar ook zijn er nummers waarop hij werkelijk goed klinkt. Muzikaal gezien is dit genieten, want hoewel de drie heren muzikanten hun rijpe leeftijd en hun ouderdomskwaaltjes tegen zich hebben, is dit werkelijk een perfect op elkaar ingespeelde groep die weer met een haast achteloos gemak de meest waanzinnige stukken muziek laat horen. Het blijven meesters in hun vak, alleen jammer van sommige zangpartijen.

Een aantal hoogtepunten wil ik toch eruit pikken. Dat is vooreerst de prachtige versie van het eerder nooit live gespeelde nummer Losing It, met Ben Mink op elektrische viool. Dat zijn vervolgens een aantal nummers die ik als bijzonder “warm” ervoer, waaronder Between the Wheels, Natural Science en Xanadu. Set twee begint met Tom Sawyer én met het oude klassieke drumstel van The Professor, het blijft toch genieten om hem zo tekeer te zien én horen gaan. Natuurlijk zul je dingen missen, je kunt maar zoveel kwijt in dik twee uren en dertig minuten. Toch mis ik een nummer van Hold Your Fire uit 1987, misschien had men Aimee Mann kunnen uitnodigen voor het duet op Time Stand Still? Dat is kniezen. Het concert eindigt met What You're Doing/Working Man, de volgende nummers (7 op de cd, drie op de dvd) zijn van dezelfde toer afkomstig en zijn gewoon aanwezig als variatie in de setlist, waarvoor vriend Wikipedia ook al een link heeft: R40 Live Tour - Wikipedia, the free encyclopedia - en.wikipedia.org.

Sinds Rock in Rio in 2003 komt er met de regelmaat van een klok om de twee à drie jaar een nieuwe dvd van Rush uit en denk ik kortstondig: “Zou ik?” Het antwoord blijft volmondig “ja”, want – ik herhaal – zij hebben mijn vertrouwen en eeuwige trouw verdiend. Komt het einde nu echt in zicht voor Rush? Geruchten zijn geruchten, zij zullen dit beslissen en tijdig iedereen op de hoogte brengen. Ondertussen is het opnieuw genieten van een nieuwe dvd van een groep die met de jaren nog beter lijkt te worden en nog populairder. Wie had dat laatste ooit gedacht?