Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van erwinz. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026
Fiona Apple - When the Pawn Hits the Conflicts He Thinks Like a King What He Knows Throws the Blows When He Goes to the Fight and He'll Win the Whole Thing 'fore He Enters the Ring There's No Body to Batter When Your Mind Is Your Might So When You Go Solo, You Hold You (1999) 5,0
Alternatieve titel: When the Pawn..., 31 mei, 20:59 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren
» details
Camille Camille - Enchanted Sea (2026) 4,0
31 mei, 16:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Camille Camille - Enchanted Sea - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Camille Camille - Enchanted Sea
De Belgische muzikante Camille Camille maakte bijna vijf jaar geleden met Could You Lend Me Your Eyes een indringend pandemie-album en overtreft dit album deze week met het nog mooiere Enchanted Sea
‘Less is more’ zou zomaar het motto van de Belgische muzikante Camille Willemart kunnen zijn. Ook op haar tweede album heeft ze de muziek immers teruggebracht tot de essentie en zingt ze fluisterzacht. Het maakt van Enchanted Sea een sober folkalbum, maar het is ook een intiem en buitengewoon sfeervol album. In de sobere klanken valt dankzij fraaie accenten van alles te ontdekken en ook de zang van Camille Willemart weet je steeds weer te verrassen. Er verschijnen de laatste tijd heel veel mooie folkalbums, maar het zijn over het algemeen albums die netjes binnen de lijntjes van het genre kleuren. Camille Camille doet dit ook op haar tweede album niet en betovert je van de eerste tot en met de laatste noot.
Enchanted Sea is het tweede album van Camille Camille, dat het alter ego is van de Belgische muzikante Camille Willemart. Camille Camille debuteerde een kleine vijf jaar geleden met het album Could You Lend Me Your Eyes en dat vind ik nog altijd een betoverend mooi album. Het debuutalbum van Camille Camille haalde in 2021 niet mijn jaarlijstje, maar het groeide een jaar later alsnog uit tot een album dat ik echt heel hoog heb zitten.
Het is een album dat er niet zonder slag of stoot kwam, want toen Camille Willemart voor het opnemen van haar debuutalbum was uitgeweken naar Zweden en een paar tracks op de band had staan, sloeg de coronapandemie toe en maakte ze haar debuutalbum af op een piepklein kamertje in het Duitse Leipzig. Het waren zeker geen ideale omstandigheden, maar het resultaat mocht er zijn en misschien hielpen de omstandigheden Camille Camille zelfs wel wat.
Could You Lend Me Your Eyes is een uiterst intiem album met indringende folksongs, die vaak een wat melancholische ondertoon hebben. Het zijn songs die behoorlijk sober zijn ingekleurd, maar de subtiele details op het album zorgen ervoor dat de muziek echt wonderschoon is. De stem van Camille Willemart is nog wat mooier. Ze zingt op haar debuutalbum vooral fluisterzacht, maar iedere noot is raak en komt binnen.
De Belgische muzikante heeft de tijd genomen voor haar tweede album, dat vooral bij haar thuis werd opgenomen. Dat is een verstandige keuze, want de huiselijke setting zorgt ook op Enchanted Sea voor een bijzondere en intieme sfeer. Zeker als je het album met net wat meer volume of met de koptelefoon beluistert is het bijna alsof Camille Willemart en haar medemuzikanten naast je staan.
Ook op Enchanted Sea valt direct op hoe mooi de muziek is. Camille Camille heeft in de basis genoeg aan een akoestische gitaar, maar haar medemuzikanten voegen spaarzaam subtiele, maar zeer trefzekere, klanken van andere instrumenten toe, waaronder fraaie blazers, piano en een zingende zaag. Ook als alleen wordt gekozen voor de akoestische gitaar is de muziek van de Belgische muzikante zeer sfeervol.
Het is een mooie basis voor de stem van Camille Willemart, die nog wat mooier zingt dan op haar debuutalbum. Ze zingt zacht, maar ook met veel precisie en veel gevoel, waardoor ook de zang op Enchanted Sea weer meedogenloos verleidt, zeker ook wanneer ze wat expressiever zingt en lagen van haar stem opstapelt.
De folksongs van Camille Camille zijn op Enchanted Sea stuk voor stuk prachtig en wat mij betreft nog net wat mooier als ze in het Frans zingt. Het zijn folksongs die raken aan de Britse en Amerikaanse folk van weleer, maar het zijn ook folksongs met een duidelijk eigen karakter, waardoor Enchanted Sea zich duidelijk onderscheidt van andere folkalbums. Het is een album dat soms afkomstig lijkt uit een ver verleden, wat de bijzondere sfeer op het album nog wat verder versterkt.
Het debuutalbum van Camille Camille groeide zoals gezegd een jaar na de release uit tot een album dat mij zeer dierbaar is. Enchanted Sea was me al zeer dierbaar bij de eerste beluistering. Het album bevat een aantal betoverend mooie songs, met wat mij betreft een hoofdrol voor de Franstalige songs, maar ook als Camille Willemart vooral lijkt te experimenteren, zoals in het 7 minuten durende Piano Song of het zes minuten durende Humming Song, weet Camille Camille me te betoveren met fraaie klanken en een wonderschone stem. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Hyd - Clearing (2022) 5,0
31 mei, 16:14 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren
» details
Hyd - Hold Onto Me Infinity (2026) 4,0
31 mei, 16:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Hyd - Hold Onto Me Infinity - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Hyd - Hold Onto Me Infinity
De Amerikaanse muzikant Hyd leverde met het eind 2022 verschenen CLEARING een zwaar onderschat meesterwerk af en laat op het deze week verschenen album Hold Onto Me Infinity horen dat dit geen toevalstreffer was
Het debuutalbum van Hyd durf ik best een miskend meesterwerk te noemen, want het album kreeg niet de aandacht die het verdiende, maar is wel heel mooi en bijzonder. Tijd voor revanche dus en die komt deze week met het tweede album van Hyd. Hold Onto Me Infinity is niet zo’n sensationele verrassing als CLEARING in 2022, maar Hyd heeft nog steeds een eigen sound en levert wederom een fascinerend album af. Het is een album dat liefhebbers van avontuurlijke elektronische popmuziek zeker zal bevallen, maar ook als je hier niet van houdt is het nieuwe album van Hyd zeker de moeite waard, net als het nog altijd prachtige en fascinerende CLEARING uit 2022.
Aan het eind van 2022 verscheen CLEARING, het debuutalbum van Hyd. Ik ontdekte het album zelf pas toen ik het in een vrij obscuur jaarlijstje tegenkwam en ik was meteen diep onder de indruk van het album. Dat is op zich best bijzonder, want Hyd maakt op het album een soort muziek waar ik niet veel naar luister en waar ik over het algemeen ook niet snel gecharmeerd van ben.
Op CLEARING domineert zwaar aangezette elektronica en het is elektronica die vaak nogal donker getint is. Het wordt gecombineerd met een mooie maar vaak ook vervormde stem, zeer persoonlijke teksten en songs die net zo makkelijk hitgevoelig als diepgravend zijn.
Ik had met CLEARING van Hyd precies hetzelfde als in 2020 met Cult Survivor van Sofie (inmiddels Sofie Royer). Ook dat is een album dat zich buiten mijn muzikale comfort zone beweegt, maar ik vind het nog altijd een wonderschoon album en een album dat de sfeer van de coronapandemie misschien wel het best vangt van alle in 2020, 2021 en 2022 verschenen albums.
Ook CLEARING van Hyd, dat de pech had dat het album pas vele maanden na de release in de platenwinkel lag, is een album dat me nog steeds zeer dierbaar is. Ik heb het vorige week, nadat ik de aankondiging van een nieuw album zag, weer eens beluisterd en was direct weer onder de indruk van de bijzondere klanken op en de weergaloze productie van het debuut van Hyd.
Alle reden om uit te kijken naar het nieuwe album van het alter ego van de Amerikaanse muzikant Hayden Dunham, die zichzelf identificeert als non-binair persoon. Hyd werkte in het verleden met topkrachten als A.G. Cook en de veel te jong overleden SOPHIE, maar heeft voor de productie van het nieuwe album een beroep gedaan op de Schotse producer Hudson Mohawke, die nauw is verbonden met het eigenzinnige Warp label.
Ik weet nog dat ik bij eerste beluistering van CLEARING begin 2023 niet wist wat ik hoorde en hopeloos geïntrigeerd was door de bijzondere klanken van Hyd. Dat is bij beluistering van het deze week verschenen Hold Onto Me Infinity anders. Hold Onto Me Infinity klinkt voor een deel als een logisch vervolg op het debuutalbum van Hyd en is daarnaast wat opgeschoven richting de succesvolle elektronische popmuziek van het moment.
Ik geef eerlijk toe dat ik het tweede album van Hyd hierdoor bij eerste beluistering wat tegen vond vallen. Nu ik het album vaker heb gehoord ben ik echter een stuk positiever over het album. Imponeren met een echt nieuw geluid kun je maar één keer doen en ondanks wat flirts met gangbare elektronische popmuziek vind ik Hold Onto Me Infinity toch vooral een logisch vervolg op het zo bijzondere CLEARING.
Ook op het nieuwe album maakt Hyd popmuziek vol tegenstrijdigheden. Ook het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant balanceert op het snijvlak van hitgevoelige popmuziek en avontuurlijke muziek die de grenzen opzoekt, laat zowel mooie als zwaar vervormde zang horen en strooit met wonderschone maar ook aardedonkere klanken.
Hold Onto Me Infinity is in productioneel opzicht een fantastisch album, maar ik word ook dit keer geraakt door de intieme songs die Hyd heeft verstopt onder de dikke laag elektronica. Met CLEARING leverde Hyd een van de meest bijzondere albums van de afgelopen jaren af, maar ook het nieuwe album mag er zeker zijn. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Radhika - Cine-Pop (2026) 4,0
31 mei, 16:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Radhika - Cine-Pop - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Radhika - Cine-Pop
De Schotse muzikante Radhika (Meera Dade) heeft met Cine-Pop een album gemaakt dat overal het stempel dreampop krijgt opgeplakt, maar het is wel dreampop die anders klinkt dan gebruikelijk is in het genre
Luister naar Cine-Pop van Radhika en je hoort heel veel echo’s uit het verleden. Het debuutalbum van de Schotse muzikante bevat overduidelijk invloeden uit de dreampop, maar deze worden verrijkt met zeer uiteenlopende andere invloeden, variërend van Indiase muziek tot 60s psychedelica. De stem van Radhika Meera Dade betovert gemakkelijk en hetzelfde geldt voor de zonnige en dromerige muziek op het album, maar het is ook een album dat vol staat met songs die niet alleen aanzetten tot wegdromen, maar die ook de fantasie prikkelen. In Nederland is er vooralsnog geen aandacht voor het debuutalbum van Radhika, maar die aandacht verdient ze absoluut.
Cine-Pop, het deze week verschenen debuutalbum van Radhika, begint met een kort eerbetoon aan David Lynch. De andere helden van de Schotse muzikante Radhika Meera Dade worden niet met hun naam genoemd in de titels van de songs, maar zijn ook duidelijk hoorbaar. Zeker als de muziek van Radhika wat zweveriger klinkt hoor ik duidelijk de invloed van een band als Cocteau Twins. Dat ligt niet alleen aan de muziek, want ook de stem van Radhika Meera Dade herinnert aan dromerige popmuziek uit een ver verleden.
Het debuutalbum van Radhika wordt door de associaties met de muziek van Cocteau Twins makkelijk in het hokje dreampop geduwd, maar ik vind het zeker geen standaard dreampop album. Invloeden uit de dreampop spelen wel een rol op Cine-Pop, maar worden gecombineerd met uiteenlopende andere invloeden. Radhika Meera Dade laat hier en daar iets van haar Indiase wortels horen en ik hoor ook vleugjes postpunk en psychedelica in de muziek van Radhika.
De muziek van de Schotse muzikante heeft verder vaak een beeldend karakter en is ook zeker schatplichtig aan de Schotse muziekscene. Op Cine-Pop duiken meerdere muzikanten uit de alternatieve muziekscene van Glasgow op, onder wie leden van Camera Obscura, The Soup Dragons, The Pastels en Teenage Fanclub.
Ik heb nog altijd een enorm zwak voor dreampop uit het verleden en kan ook de meeste albums die voortborduren op de hoogtijdagen van het genre zeer waarderen, maar de net wat eigenzinnigere interpretatie van de dreampop die Radhika laat horen vind ik net wat spannender en voegt iets toe aan alles dat er al is. Ook bij de muziek van Radhika is het heerlijk wegdromen, maar waar ik bij het gemiddelde dreampop album wel ongeveer weet wat er gaat komen, blijft Cine-Pop van Radhika me verrassen.
Vergeleken met de meeste zangeressen uit de dreampop beschikt Radhika Meera Dade over een wat minder ijle en warmere stem. Het is een stem die hier en daar gezelschap krijgt van de stem van haar moeder, die ook gezegend is met vocaal talent. Cine-Pop verruilt de dreampop hier en daar bijna volledig, maar toch houdt het album de sfeer van een dreampop album vast.
Radhika heeft twee opvallende covers op haar debuutalbum gezet, want zowel Since Yesterday van Strawberry Switchblade als Nowhere Near van Yo La Tengo kom je niet vaak tegen, maar beide songs passen prima tussen de songs van Radhika. Dreampop kan soms wat donker en melancholisch klinken, maar Cine-Pop is een album waarop de zonnestralen domineren. Het album doet het dan ook uitstekend bij de zomerse temperaturen van het moment, maar ik kan me goed voorstellen dat het ook in de andere seizoenen zorgt voor een aangename soundtrack.
Dreampop en shoegaze doen het momenteel minder goed bij de critici en de pers, waardoor er nog niet heel veel aandacht is voor het debuutalbum van Radhika, maar het is wat mij betreft een mooi en interessant album, dat beter wordt wanneer je het meerdere keren hoort en dat geldt zowel voor de stem van de Schotse muzikante als voor de muziek op haar album en voor de songs, waarbij het heerlijk dagdromen is, maar die het ook verdienen om met volledige aandacht te worden beluisterd. Ik zou er op zijn minst eens naar luisteren. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Paul McCartney - The Boys of Dungeon Lane (2026) 4,0
30 mei, 18:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Paul McCartney - The Boys of Dungeon Lane - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Paul McCartney - The Boys of Dungeon Lane
De laatste paar albums van Paul McCartney waren allemaal goed en ook het behoorlijk nostalgische The Boys of Dungeon Lane is weer een prima album, dat laat horen dat de Britse muzikant nog altijd een groot songwriter is
Een nieuw album van Paul McCartney is altijd iets om naar uit te kijken, al is het sinds zijn creatieve pieken in de jaren 60 en 70 altijd afwachten waar hij mee komt. Het deze week verschenen The Boys of Dungeon Lane beviel me eigenlijk direct, maar het album begon me pas te raken toen ik het wat vaker had gehoord. Het is een album waarop Paul McCartney terugkijkt op een bijzonder leven en met name op de eerste 20 jaar van dit leven. In tekstueel opzicht spat de nostalgie ervan af, maar ook in muzikaal opzicht is The Boys of Dungeon Lane vaak een trip door de muzikale geschiedenis van Paul McCartney, die ook als tachtiger nog altijd zeer aansprekende en dit keer ook emotionele songs schrijft.
In het enorme oeuvre van Paul McCartney, die volgende maand 84 jaar oud hoopt te worden, zijn naast flink wat klassiekers ook wel wat mindere albums te vinden, maar de albums die de Britse muzikant in dit millennium heeft afgeleverd vind ik eigenlijk allemaal verrassend goed. Het zijn albums die niet te vergelijken zijn met de albums die hij op de toppen van zijn kunnen maakte, maar het zijn stuk voor stuk albums die laten horen dat Paul McCartney een uitzonderlijk goede songwriter is.
Aan het eind van 2020 verscheen McCartney III, tot voor kort het laatste wapenfeit van de Britse muzikant, die de afgelopen jaren wel met enige regelmaat op het podium stond. Vrij snel na de release van McCartney III begon Paul McCartney samen met de Amerikaanse producer Andrew Watt aan het opnemen van nieuwe songs, waarvan er uiteindelijk een aantal op het deze week verschenen The Boys of Dungeon Lane zijn terechtgekomen.
De samenwerking met Andrew Watt beviel Paul McCartney zo goed dat hij The Rolling Stones tipte, wat in 2023 Hackney Diamonds, het beste Rolling Stones albums in tijden, opleverde. Ook de samenwerking tussen Paul McCartney en Andrew Watt levert een uitstekend album op.
The Boys of Dungeon Lane is een behoorlijk nostalgisch klinkend album geworden, wat gezien de leeftijd van Paul McCartney ook niet zo gek is. Op The Boys of Dungeon Lane kijkt de Britse muzikant terug op zijn jeugd in Liverpool, op oude liefdes en op de ontmoeting met een aantal andere muzikanten uit Liverpool, die met zijn vieren de popmuziek zouden veranderen.
In tekstueel opzicht is The Boys of Dungeon Lane een album dat overloopt van nostalgie en ook wel wat melancholie en dat is het ook in muzikaal opzicht. Veel songs op het album herinneren aan de muziek die Paul McCartney vele decennia geleden maakte, zonder direct te citeren uit zijn rijke oeuvre.
Dat Paul McCartney inmiddels op leeftijd is hoor je in zijn stem, die minder krachtig is dan in het verleden en ook een minder bereik heeft dan vroeger, maar de zang op The Boys of Dungeon Lane is nog altijd prima. De kwetsbaarheid in de stem van de Britse muzikant, in met name de wat hogere regionen, heeft ook wel wat en voorziet zijn songs van een emotionele lading.
Zeker wanneer de muziek op The Boys of Dungeon Lane net wat ruwer klinkt of wanneer de arrangementen wat rijker zijn hoor je echo’s van de muziek van The Beatles op het album, maar het nieuwe album van Paul McCartney klinkt ook als een dwarsdoorsnede van zijn imposante oeuvre als solomuzikant.
Zeker in de late jaren 80 en vroege jaren 90 leek Paul McCartney zijn talent als songwriter wel eens kwijt te zijn, maar The Boys of Dungeon Lane staat weer vol met songs die zijn unieke stempel bevatten. In Home to Us duikt Ringo Starr op voor een duet, maar de meeste songs op het album doen het zonder gasten van naam en faam, wat de intimiteit van het album ten goede komt.
Samen met Andrew Watt is jarenlang gewerkt aan het nieuwe album van Paul McCartney en dat hoor je in de diversiteit en de kwaliteit van de songs. The Boys of Dungeon Lane overtuigt drie kwartier lang met songs zoals alleen Paul McCartney die kan schrijven. Bij een muzikant met zijn leeftijd moet je er altijd rekening mee houden dat een nieuw album het laatste album kan zijn. Ik hoop natuurlijk dat The Boys of Dungeon Lane niet het laatste Paul McCartney is, maar als het zo is, is het een hele mooie. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Maisie Peters - Florescence (2026) 4,0
29 mei, 15:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Maisie Peters - Florescence - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Maisie Peters - Florescence
De Britse popzangeres Maisie Peters gaat al even mee en ik had eerlijk gezegd geen goed album van haar verwacht, maar het met Ian Fitchuk in Nashville opgenomen Florescence is wel degelijk een goed album
Ik denk dat ik tot deze week nog nooit een noot van de muziek van de Britse Maisie Peters had gehoord. Haar naam kwam me wel enigszins bekend voor, maar het is een naam die ik vooral associeerde met in artistiek opzicht niet heel interessante popmuziek. Misschien maakte de Britse muzikante die in het verleden ook wel, maar op haar nieuwe album tikt ze een veel hoger niveau aan. Het in Nashville opgenomen Florescence doet niet onder voor de betere countrypop (met meer pop dan country) die momenteel in Music City wordt gemaakt. De geweldige productie van de van Kacey Musgraves bekende Ian Fitchuk is de kers op deze verrassend smakelijke taart.
Ik geef eerlijk toe dat ik bij de naam Maisie Peters dacht aan een weinig inspirerende popzangeres met een nogal mainstream repertoire. Ik had haar deze week verschenen nieuwe album dan ook vol overtuiging niet toegevoegd aan mijn eerste grove selectie voor De Krenten uit de Pop.
Spotify bracht hier verandering in door een track van het album toe te voegen aan de playlist met nieuwe muziek die ik wel eens zou kunnen waarderen. Dat biedt niet altijd een garantie op succes, maar de track van Maisie Peters beviel me wel, waardoor ik toch ben gaan luisteren naar haar nieuwe album.
Maisie Peters is gisteren 26 jaar oud geworden, maar gaat al even mee. Ze debuteerde op haar zeventiende en had op haar achttiende al een aantal succesvolle singles op haar naam staan (die ik overigens geen van allen ooit eerder had gehoord). De afgelopen jaren bracht ze twee albums uit (die ik ook niet ken) en stond ze hier en daar in het voorprogramma van Taylor Swift tijdens haar Eras Tour. En deze week verscheen dus haar nieuwe album Florescence.
Maisie Peters is Brits, maar ik hoor toch ook een duidelijk randje Amerikaanse country(pop) in haar songs. Dat is ook niet zo gek, want voor haar nieuwe album verliet ze haar thuisbasis Brighton And Hove en vertrok ze naar de hoofdstad van de countrypop, Nashville, Tennessee.
Bij eerste beluistering van Florescence moest ik erg wennen aan de stem van Maisie Peters, die erg jong klinkt, maar het is een stem die me uiteindelijk wel aanspreekt. Het is een stem die me heel af en toe ook wel wat aan Kacey Musgraves doet denken en dat is de stem waarvoor ik het makkelijkst smelt. Dat Florescence me aan Kacey Musgraves doet denken is ook niet zo gek, want de producer van haar laatste paar albums, Ian Fitchuk, produceerde ook het nieuwe album van Maisie Peters.
Een andere naam die opkomt bij beluistering van het derde album van de Britse muzikante is de naam van Taylor Swift, die Maisie Peters niet voor niets uitnodigde voor haar Eras Tour. Florescence heeft hier en daar wel iets van de countrypop die Taylor Swift in haar jongere jaren maakte.
Dat Maisie Peters naar Nashville is afgereisd voor haar nieuwe album getuigt ook zeker van moed, want als de concurrentie ergens moordend is, is het wel in Nashville. Kansloos is Maisie Peters echter zeker niet, want Florescence is niet alleen een bijzonder lekker klinkend album, maar ook een knap album.
Ian Fitchuk levert zoals gewoonlijk vakwerk met een gloedvol geluid en eenmaal gewend aan de stem van Maisie Peters is er ook vocaal gezien niets aan te merken op het album. Florescence staat ook nog eens vol met zeer aansprekende songs, die de ene keer wat meer tegen de pop aanleunen, maar ook vol kunnen gaan voor een mix van country en folk.
Nadat ik het nieuwe album van Maisie Peters had geselecteerd voor een plekje op De Krenten uit de Pop zag ik het album nog wel als een ‘guilty pleasure’, maar inmiddels durf ik wel toe te geven dat ik Florescence van Maisie Peters echt een goed album vind. Dat is het overigens ook in tekstueel opzicht, want de Britse muzikante heeft een interessant ‘coming of age’ album gemaakt. Ik ben vast niet de enige die Maisie Peters in eerste instantie tegemoet treed met een hoop vooroordelen, maar ze kan absoluut wat. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Sungaze - I'm No Longer Afraid of Heights (2026) 4,5
27 mei, 15:30 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sungaze - I'm No Longer Afraid of Heights - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sungaze - I'm No Longer Afraid of Heights
De Amerikaanse band Sungaze heeft zich stevig laten beïnvloeden door de shoegaze en dreampop uit het verleden, maar I'm No Longer Afraid of Heights overtuigt in het nu echt bijzonder makkelijk
Er is deze week wel wat aandacht voor het nieuwe album van de Amerikaanse band Sungaze, maar het houdt niet over. Dat is best bijzonder, want het vierde album van de band uit Cincinnati is een knap album. Het is een album met enigszins ijle zang en afwisselend melodieuze en gruizige gitaarakkoorden. I'm No Longer Afraid of Heights is zeker niet het eerste album waarop deze combinatie te horen is, maar het gitaarwerk is prachtig en de band beschikt met Ivory Snow over een geweldige zangeres. I'm No Longer Afraid of Heights is bovendien een album met sterke songs, die makkelijk overtuigen maar ook nog wel even aan kracht winnen. Echt een album dat de aandacht verdient.
I'm No Longer Afraid of Heights van Sungaze is een album dat ik zou verwachten in de lijstjes met de wekelijkse tips van de Amerikaanse muziekwebsites Paste en Pitchfork. In die lijstjes schittert het album echter helaas door afwezigheid. Ik schreef het album zelf alleen op vanwege een enthousiaste reactie op het Nederlandse muziekplatform MusicMeter en daar kon ik me bij vluchtige beluistering van het album direct in vinden.
I'm No Longer Afraid of Heights blijkt al het vierde album van de Amerikaanse band en ook over de vorige drie albums lees ik op MusicMeter enthousiaste reacties, al zijn het er ook voor de vorige albums van de band niet veel. Het nieuwe album van de band uit Cincinnati, Ohio, is niet opgepikt door Paste en Pitchfork, maar ik ben wel een aantal positieve recensies van het album tegengekomen.
In een aantal van deze recensies wordt de muziek van Sungaze vergeleken met de muziek die Mazzy Star met name in de jaren 90 maakte. Vergelijkingen met Mazzy Star vind ik altijd lastig. Met She Hangs Brightly (1990), So Tonight That I Might See (1993), Among My Swan (1996) en Seasons of Your Day (2013) schaarde de band zich onder mijn favoriete bands aller tijden en de zangeres van de band, Hope Sandoval, doet het goed in de lijstjes met mijn favoriete zangeressen aller tijden.
“Big Shoes to Fill” voor Sungaze derhalve, maar ik ben wel degelijk onder de indruk van het nieuwe album van de band. Ik verbaas me ook niet over het feit dat Mazzy Star wordt aangedragen als relevant vergelijkingsmateriaal, want ook Sungaze vertrouwt op lome en dromerige vocalen en op wolken gitaren.
Zangeres Ivory Snow heeft qua stem wel wat van Hope Sandoval, maar gooit het wat minder op de verleiding dan de zangeres van Mazzy Star en klinkt ook wat minder meisjesachtig. Ook in muzikaal opzicht zijn er wel wat raakvlakken tussen beide bands, maar het gitaarwerk op I'm No Longer Afraid of Heights is steviger dan we van Mazzy Star gewend zijn en sluit vooral aan bij de shoegaze uit de jaren 90.
Het gitaarwerk van Ian Hilvert, die samen met Ivory Snow de spil van de band vormt, is echt bijzonder mooi en zorgt voor breed uitwaaiende wolken, waarop de stem van Ivory Snow uitstekend gedijt. De combinatie van benevelende wolken gitaarakkoorden en een mooie vrouwenstem is een beproefde combinatie, maar ik heb het de afgelopen jaren niet vaak zo mooi gehoord als op het vierde album van Sungaze.
De muziek van de band is behoorlijk bombastisch, maar door het atmosferische karakter van de muziek klinkt I'm No Longer Afraid of Heights ook aangenaam licht. Ivory Snow is wat mij betreft de ster op het album, maar ook Ian Hilvert beschikt over een mooie stem, die goed past bij de bezwerende klankentapijten van de band en die fraai kleurt bij die van de zangeres van de band.
De band verwerkte in het verleden naar verluidt meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in haar muziek, maar I'm No Longer Afraid of Heights is toch vooral een shoegaze album. Het is een genre dat een aantal zeer memorabele albums heeft opgeleverd, maar als ik luister naar het nieuwe album van Sungaze vind ik dat zeker niet minder. Het is niet echt muziek voor een warme zomerdag, maar als de zon onder is wint dit album razendsnel aan kracht. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
My Precious Bunny - A Moment in My Eyes (2026) 4,0
27 mei, 12:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: My Precious Bunny - A Moment In My Eyes - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: My Precious Bunny - A Moment In My Eyes
Lily Wolter maakte twee uitstekende albums als lid van het Britse duo Penelope Isles, maar ook haar onder de naam My Precious Bunny uitgebrachte solodebuut A Moment In My Eyes mag er zeker zijn
De Britse muzikante Lily Wolter heeft zich bijzonder uitgedost voor de cover van haar eerste soloalbum A Moment In My Eyes, dat ze onder de naam My Precious Bunny heeft uitgebracht. Haar muziek klinkt al even bijzonder, want net als op de albums die ze met haar broer Jack maakte onder de naam Penelope Isles, is Lily Wolter op haar solodebuut van vele markten thuis. A Moment In My Eyes is een gevarieerd klinkend album, maar het is ook een album waarop steeds weer dingen gebeuren die je niet had verwacht. Het eerste album van My Precious Bunny is daarom een waardige opvolger van de albums van Penelope Isles, dat de afgelopen jaren helaas niets meer van zich heeft laten horen.
My Precious Bunny is een project van Lily Wolter, die ik vooral ken van het Britse duo Penelope Isles, dat ze samen met haar broer Jack vormde (of vormt, ik weet het niet). Met Until the Tide Creeps In uit 2019 en Which Way to Happy uit 2021 leverde Penelope Isles twee bijzonder aangename maar ook interessante albums af. Het zijn albums met muziek die makkelijk werd omschreven als dreampop, maar de muziek van het duo uit Brighton zit vol invloeden en schuwt een verrassende wending niet.
Vorig jaar doken Lily en Jack Wolter nog op als producers van het debuutalbum van Nell Smith, die helaas overleed voor haar absoluut memorabele debuutalbum verscheen. En nu is er dus A Moment In My Eyes van My Precious Bunny. De cover van het album verdient wat mij betreft niet de schoonheidsprijs, maar in muzikaal opzicht doet Lily Wolter het met haar soloproject een stuk beter.
Op haar bandcamp pagina is niet veel informatie te vinden over het album, maar de Britse muzikante heeft wel een mooie volzin bedacht om haar muziek te omschrijven: “Lily Wolter crafts music that feels like a memory: sun-faded, sprawling, and deeply alive. It’s intimate and cinematic all at once: music for late-night heart-to-hearts and long drives to nowhere in particular, every note heavy with nostalgia and motion.”
Er zal vast iets in zitten, maar bij beluistering van het album ben ik vooral onder de indruk van de creativiteit van de Britse muzikante. De muziek van My Precious Bunny klinkt anders dan die van Penelope Isles, maar ook zonder broer Jack verwerkt Lily Wolter uiteenlopende invloeden in haar muziek. A Moment In My Eyes klinkt in iedere track weer anders en is hierdoor een album dat de aandacht makkelijk vasthoudt.
De Britse muzikante vindt haar nieuwe muziek zelf kennelijk vooral geschikt voor late avonden en momenten die worden gevuld met nostalgie, maar dat hoor ik er niet in. A Moment In My Eyes bevat weliswaar flarden uit het verleden, maar de muziek van My Precious Bunny is een stuk opwindender en eigentijdser dan Lily Wolter zelf inschat.
Vanaf de eerste noten is er de verrassing wanneer een vrouwenkoor opduikt. Het is een van de vele ingrediënten die van het debuutalbum van My Precious Bunny een bijzonder album maken. Het is een album vol dynamiek, want de Britse muzikante schakelt moeiteloos tussen ingetogen en meer uitbundig klinkende songs, tussen sobere klanken en gruizige gitaren en tussen lekker in het gehoor liggende popsongs en songs die wat meer geduld vragen van de luisteraar.
Ook met haar stem kan Lily Wolter alle kanten op, wat van A Moment In My Eyes een nog wat veelzijdiger album maakt. Het zorgt ervoor dat je song na song enthousiast opveert voor wat de muzikante uit Brighton nu weer heeft verzonnen.
Nu ik het album vaker en ook met wat meer aandacht heb beluisterd, hoor ik dat het album ook bol staat van de invloeden en kriskras door de tijd springt. Het maakt van het debuutalbum van My Precious Bunny een leuk zoekplaatje, maar het is ook een album om heel vrolijk van te worden en zeker ook in de volle zon. Ik was al een tijdje aan het wachten op een nieuw album van Penelope Isles, maar het eerste soloalbum van Lily Wolter is wat mij betreft een prima alternatief. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Alela Diane - Who's Keeping Time? (2026) 4,5
26 mei, 21:53 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Alela Diane - Who's Keeping Time? - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Alela Diane - Who's Keeping Time?
Alela Diane maakt inmiddels al heel wat jaren tijdloze rootsalbums van zeer hoge kwaliteit en dat is niet anders op het deze week verschenen album Who’s Keeping Time?, waarop met name haar stem weer fantastisch klinkt
De Amerikaanse muzikante Alela Diane maakt albums die makkelijk een aantal decennia oud kunnen zijn, maar die ook zeker niet misstaan in deze tijd. Ook haar nieuwe album Who’s Keeping Time? is weer zo’n album. De muzikante uit Portland heeft een aantal geweldige muzikanten naar haar huis gehaald. Het zorgt voor een ontspannen en tijdloos, maar ook zeer smaakvol geluid. Ook de zang van Alela Diane klinkt zoals gewoonlijk heerlijk ontspannen, maar wat zingt ze ook weer mooi en met veel gevoel. Het is niet eens zo makkelijk om te beschrijven wat zo bijzonder is aan haar albums, maar ook Who’s Keeping Time? is weer een prachtig album dat je al snel wilt koesteren, net als haar vorige albums.
De carrière van de Amerikaanse singer-songwriter Alela Diane kwam wat moeizaam op gang, maar inmiddels is ze al vele jaren een vaste waarde binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Ze dook in 2003 voor het eerst op vanuit Nevada City, California, met haar debuutalbum Forest Parade, dat stevig werd gepromoot door stadgenoot Joanna Newsom, maar desondanks helaas niet veel deed.
Haar tweede album A Pirate’s Gospel had meerdere pogingen nodig, maar zette Alela Diane uiteindelijk wel op de kaart als groot talent. Vanuit Portland, Oregon, bouwde de Amerikaanse muzikante vervolgens aan een fraai oeuvre, dat inmiddels bestaat uit een stapeltje uitstekende albums.
Het deze week verschenen Who’s Keeping Time? is de opvolger van het in 2022 uitgebrachte Looking Glass, dat de afgelopen jaren is uitgegroeid tot mijn favoriete Alela Diane album. Het door topproducer Tucker Martine geproduceerde album klinkt prachtig, bevat een serie sterke en zeer persoonlijke songs over de pieken en dalen in het leven en imponeert met de mooie en gevoelige stem van de Amerikaanse muzikante.
Alela Diane heeft in haar hele carrière de tijd genomen voor haar albums en dat heeft ze ook dit keer gedaan, al bracht ze na Looking Glass ook nog een kerstalbum uit. Het deze week verschenen Who’s Keeping Time? is wat mij betreft de echte opvolger van het uitstekende Looking Glass en het is wederom een album van hoge kwaliteit.
Alela Diane maakte het album samen met muzikant en co-producer Sam Weber, die ik ken van een album van Anna Tivel, en het is een intiem album geworden. De Amerikaanse muzikante bleef dit keer dicht bij huis en nam haar nieuwe album op de zolder van haar huis in Portland, Oregon, op.
Een aantal songs op Who’s Keeping Time? is voorzien van betrekkelijk sobere klanken, maar er kwamen uiteindelijk flink wat muzikanten naar de zolder van het huis van Alela Diane. Er is volgens mij niet heel veel gesleuteld aan het geluid op Who’s Keeping Time?, dat warm en puur klinkt. Door de inzet van flink wat instrumenten is het een gevarieerd klinkend album geworden, maar alle songs op het album klinken warm en sfeervol.
Who’s Keeping Time? is een behoorlijk laidback album, maar als je wat beter luistert naar de muziek, hoor je hoe knap en hoe mooi er wordt gemusiceerd op het album. Alle instrumenten die op het album zijn te horen dragen bij aan het smaakvolle geluid, dat volledig in dienst staat van de stem van Alela Diane.
Ook op haar nieuwe album zingt de Amerikaanse muzikante weer prachtig. Haar stem klinkt altijd ontspannen, maar ze zingt ook met veel gevoel en met veel precisie, waardoor iedere noot raak is. Alela Diane heeft de afgelopen jaren veel tijd besteed aan het moederschap, maar de dood van vriend en muzikant Michael Hurley inspireerde haar tot een aantal persoonlijke songs, die ook terugkijken op haar eigen leven.
Alela Diane heeft ook dit keer een aantal mooie en indringende teksten geschreven en deze zijn verpakt in aansprekende songs. Ook Who’s Keeping Time? is weer een typisch Alela Diane album. Het is een album dat niet direct opvalt en zich ook niet direct opdringt, tot je wordt gegrepen door de prachtige stem van de muzikante uit Portland en door alle muzikale pracht op het wonderschone Who’s Keeping Time?. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Camille Yembe - Jeune & Laide (2026) 4,5
26 mei, 18:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Camille Yembe - Jeune & Laide - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Camille Yembe - Jeune & Laide
De Nederlandse popmuziek bloeit momenteel volop, maar ook bij onze zuiderburen gebeurt van alles en België heeft met Jeune & Laide, het debuutalbum van de Brusselse Camille Yembe, echt een hele bijzondere troef in handen
Het debuutalbum van Camille Yembe pikte ik met enig geluk uit de releaselijsten van deze week, maar vervolgens had het album niet veel tijd nodig om me te overtuigen. De in Brussel geboren en getogen Camille Yembe trok in eigen land de afgelopen jaren al de aandacht, maar gaat met haar deze week verschenen debuutalbum ook buiten de landsgrenzen de aandacht trekken. Jeune & Laide is immers een album dat er binnen de Franstalige popmuziek van het moment niet alleen wat betreft de kwaliteit uitspringt, maar het is ook een album dat grenzen verlegt. Het is een album met de moderne Franstalige popmuziek van het moment, maar het is ook een album vol echo’s uit het verleden en een album dat steeds interessanter wordt.
Ik heb met enige regelmaat een enorm zwak voor Franstalige popmuziek, waarbij ik ook de hitgevoelige Franse popmuziek niet uit de weg ga. Het interessantst zijn natuurlijk de Franstalige albums die wel buiten de lijntjes kleuren en dat bij voorkeur flink doen. Wat dat betreft steekt La Symphonie des Éclairs van Zaho de Sagazan er voor mij de afgelopen jaren flink bovenuit.
Ook Zaz behoort wat mij betreft al vele jaren tot de smaakmakers van de Franse popmuziek, al vind ik haar vroege albums interessanter dan haar recentere albums. Deze week is een Franstalig album verschenen dat wel eens in de voetsporen kan treden van de sensationeel goede albums van onder andere Zaz en Zaho de Sagazan. Jeune & Laide van Camille Yembe, want dat is het album waar het om gaat, kwam ik deze week tegen in een aantal lijstjes met nieuwe albums.
Bij vluchtige beluistering van het album was mijn interesse direct gewekt, maar toen ik het hele album had gehoord was ik compleet in de ban van het debuutalbum van Camille Yembe. Sindsdien is Jeune & Laide alleen maar interessanter en indrukwekkender geworden.
Camille Yembe werd geboren in België en heeft een Congolese vader en een Belgische moeder. Ze groeide op in het Brusselse Molenbeek, waar het gezin het niet breed had. Camille Yembe had een lastige jeugd en stond al vroeg op eigen benen, zonder een bron van inkomen. Ze kwam uiteindelijk terecht in de muziek en trok vorig jaar in België al de aandacht met haar EP, die onder andere werd aangeprezen door Stromae.
Deze week is haar debuutalbum verschenen en dat is een album dat ook buiten België de aandacht gaat trekken. Jeune & Laide is een persoonlijk album over opgroeien in armoede, volwassen worden, overleven op straat en het ontdekken van de eigen (Afrikaanse) identiteit.
Dat het een persoonlijk album is, lees je in de teksten van de Belgische muzikante, maar je hoort het ook in haar stem, die alle songs van veel emotionele lading voorziet. Camille Yembe beschikt over een hele mooie stem, maar het is ook een stem die je keer op keer bij de strot grijpt.
De persoonlijke songs van Camille Yembe en haar indrukwekkende stem dragen stevig bij aan de hoge kwaliteit van haar debuutalbum, maar ook in muzikaal opzicht is het een fascinerend album. Het is knap hoe de Brusselse muzikante binnen een paar noten kan schakelen van muziek die geen geheim maakt van bewondering voor het traditionele Franse chanson naar de elektronische popmuziek van het moment.
Jeune & Laide verschiet hierdoor continu van kleur en zit af en toe ook flink buiten mijn muzikale comfort zone, maar ook als Camille Yembe kiest voor rap en hiphop houdt ze mijn aandacht makkelijk vast. Als je vaker naar het debuutalbum van de Belgische muzikante luistert, hoor je steeds meer bijzonders.
Jeune & Laide schakelt makkelijk tussen genres, maar springt ook door de tijd met het ene moment de sfeer van Franse chansons uit de jaren 70 of pop uit de jaren 80 en het andere moment de popmuziek van deze tijd. Camille Yembe wordt in eigen land vergeleken met Stromae en zelfs met Rosalía. Dat hoor ik persoonlijk niet, maar ik hoor wel een eigenzinnige muzikante die de Franstalige popmuziek met haar debuutalbum in een net wat andere en bijzonder interessante richting duwt. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Mia Kelly - Big Time Roller Coasting Feeling (2026) 4,0
26 mei, 13:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mia Kelly - Big Time Roller Coaster Feeling - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Mia Kelly - Big Time Roller Coaster Feeling
De Canadese muzikante Mia Kelly is buiten haar moederland helaas nog niet heel bekend, maar heeft met het uitstekende Big Time Roller Coaster Feeling een rootsalbum gemaakt dat een groot publiek moet kunnen aanspreken
Dat Canada beschikt over een hele interessante muziekscene waarin ook geweldige rootsmuziek wordt gemaakt is bekend, maar toch trekken Canadese muzikanten in Nederland helaas minder aandacht dan hun Amerikaanse collega’s. Ook Big Time Roller Coaster Feeling van Mia Kelly krijgt nog niet heel veel aandacht, maar het is in alle opzichten een geweldig album. De songs zijn aansprekend, de muziek op het album klinkt bijzonder mooi, de productie is fraai en dan is er ook nog eens de prachtige stem van de Canadese muzikante, die je elf songs lang ontroert en betovert. Mia Kelly leverde twee jaar geleden een prachtig debuutalbum af en ook haar nieuwe album is ijzersterk.
In de week voorafgaand aan “Release Friday” maak ik een eerste selectie op basis van een flink aantal releaselijsten uit binnen- en buitenlands, die ik wekelijks bestudeer. In een van deze lijsten kwam ik de afgelopen week de naam van Mia Kelly tegen, die ik voor de zekerheid toch maar even heb opgezocht.
Op Spotify vond ik een aantal interessante recente singles van de mij tot voor kort onbekende Canadese singer-songwriter, maar ik was eigenlijk vooral onder de indruk van het mini-album Garden Through the War dat ze in 2022 uitbracht en nog wat meer van haar debuutalbum To Be Clear dat in 2024 verscheen.
Het door Jim Bryson (Kathleen Edwards) geproduceerde To Be Clear is een album dat twee jaar geleden zomaar uit had kunnen groeien tot een van mijn favoriete albums van het jaar, wat voor mij nog maar eens duidelijk maakt dat ik de Canadese muziekscene veel beter in de gaten moet houden.
Ook met het deze week verschenen Big Time Roller Coaster Feeling heeft Mia Kelly een uitstekend album gemaakt. De Canadese muzikante heeft in eigen land inmiddels een aantal muziekprijzen binnengesleept en dat begrijp ik, want Mia Kelly beschikt over meerdere talenten, die op haar nieuwe album optimaal uit de verf komen.
Haar nieuwe album krijgt nog niet heel veel aandacht, maar de Britse muziekwebsite Americana UK heeft het album inmiddels wel gerecenseerd. Het is een website die ik hoog heb zitten, maar in de recensie van Big Time Roller Coaster Feeling kan ik me niet vinden. Americana UK heeft veel minder met pop dan ik heb, maar de flirts met pop die de Britse muziekwebsite hoort en waar het zich kennelijk aan stoort, hoor ik eerlijk gezegd echt niet op het nieuwe album van Mia Kelly.
Vergeleken met To Be Clear klinkt Big Time Roller Coaster Feeling soms wat voller en verder zijn de songs misschien net wat lichter dan op het vorige album, maar ik vind het echt een 100% rootsalbum. De songs van de muzikante uit Gatineau, Québec, klinken in een aantal gevallen voor mij zelfs als redelijk traditionele aandoende rootssongs, zeker als ze wat minder uitbundig zijn ingekleurd en wanneer de instrumenten die domineren in de Amerikaanse rootsmuziek het voortouw nemen, wat in de meeste songs het geval is.
Ik vind het nieuwe album van Mia Kelly persoonlijk juist prachtig klinken. Het album is voorzien van een warm geluid en ook wanneer de muziek net wat voller klinkt, blijven de songs van Mia Kelly intiem klinken. De mij onbekende producer Connor Seidel heeft niet de status van Jim Bryson, die het vorige album produceerde, maar ik heb wel wat met de productie van Big Time Roller Coaster Feeling.
Ik heb nog meer met de stem van Mia Kelly, die mij met de eerste noten te pakken had en sindsdien alleen maar meer indruk maakt met haar prachtige stem. De Canadese muzikante zingt redelijk ingehouden, maar met veel gevoel, waardoor haar songs mij direct wisten te raken. Het zijn stuk voor stuk aansprekende songs en het zijn songs die gevarieerder klinken dan op de meeste andere rootsalbums.
Ik vond Big Time Roller Coaster Feeling nog wat mooier toen ik het album met de koptelefoon beluisterde, want toen raakte ik nog wat meer onder de indruk van de zeer smaakvolle muziek op het album, van de prachtige productie en vooral van de imponerende stem van Mia Kelly. De flirts met pop hoor ik nog steeds niet op dit album, dat ik zelf schaar onder de beste rootsalbums van het moment. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
I'm Kingfisher - Give Up Together (2026) 4,0
25 mei, 19:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: I'm Kingfisher - Give Up Together - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: I'm Kingfisher - Give Up Together
De Zweedse muzikant Thomas Denver Jonsson gaat verder met zijn project I’m Kingfisher en levert met het fraaie Give Up Together wederom een album af dat prachtige klanken combineert met de melancholische stem van de Zweedse muzikant
Als ik de muziek van I’m Kingfisher moet koppelen aan beelden, kom ik waarschijnlijk uit bij beelden van donkere Zweedse winterlandschappen. Give Up Together is een album vol stemmige en ook bijzonder mooie klanken en die passen perfect bij de emotievolle stem van de Zweedse muzikant. De muziek van I’m Kingfisher bevat invloeden uit de folk en de Americana, maar het klinkt anders dan de muziek die in de Verenigde Staten in het genre wordt gemaakt. Het wederom met uitstekende muzikanten gemaakte album laat nog maar eens horen dat Thomas Denver Jonsson met I’m Kingfisher uitstekende en zeer sfeervolle albums maakt, die een veel groter publiek verdienen.
I’m Kingfisher is een project van de Zweedse muzikant Thomas Denver Jonsson, die tussen 2003 en 2005 drie uitstekende soloalbums uitbracht. Vanaf 2010 brengt hij albums uit onder de naam I’m Kingfisher en dat zijn albums die ik niet direct op het netvlies had. Het vierde en het vijfde album van I’m Kingfisher, The Past Has Begun uit 2020 en Glue uit 2023, ken ik gelukkig wel.
Ik omschreef de muziek van I’m Kingfisher tweemaal als muziek met invloeden uit de folk uit het verleden en het heden en als muziek met een flinke dosis Zweedse melancholie. The Past Has Begun verscheen in de herfst, terwijl Glue in de winter verscheen. Het zijn twee seizoenen die uitstekend passen bij de muziek van Thomas Denver Jonsson, waardoor beide albums goed waren voor beelden van donkere en koude Zweedse winterlandschappen.
Het was de laatste tijd nog behoorlijk fris, maar mijn recensie van het nieuwe album van I’m Kingfisher verschijnt op de eerste zomerse dag van het jaar. Wanneer Give Up Together uit de speakers komt lijkt de zomer echter nog even ver weg. Ook op het zesde album van I’m Kingfisher maakt Thomas Denver Jonsson muziek met vooral invloeden uit de folk en het is ook dit keer behoorlijk donkere muziek vol melancholie.
De Zweedse muzikant omringde zich op zijn vorige album met jazzmuzikanten, waardoor Glue naast folky ook jazzy klonk. Give Up Together schuift weer wat op richting folk, al hoor ik ook flink wat invloeden uit de Americana. Centraal op Give Up Together staat de stem van Thomas Denver Jonsson. Het is een mooie, maar ook bijzonder klinkende stem en het is een stem die de songs op het album voorziet van weemoed en melancholie.
Het is een stem die niet bij iedereen in de smaak zal vallen, maar de zang op het nieuwe album van I’m Kingfisher weet mij zeker te raken. De muzikant uit het Zweedse Lund heeft ook dit keer een aantal uitstekende muzikanten om zich heen verzameld en zij hebben het nieuwe album voorzien van een relatief sober, maar ook stemmig geluid. Het is een geluid dat zoals gezegd goed past bij kille herfstavonden en ijskoude winteravonden, maar ook op de eerste zomerse dag van 2026 komen de fraaie klanken op Give Up Together goed tot zijn recht.
Thomas Denver Jonsson heeft op zich genoeg aan de akoestische gitaar en zijn emotievolle stem, maar Give Up Together valt op en wordt, wat mij betreft, opgetild door alle fraaie accenten van onder andere strijkers en blazers die zijn toegevoegd aan de muziek op het album.
De Zweedse muzikant omringde zich in het verleden vaak met vrouwenstemmen, maar dat doet hij op het nieuwe album van I’m Kingfisher alleen op het prachtige Winter of '85/'86, waarin Alina Björkén van Tiny Oceans opduikt. Het is voor mij de meest memorabele song op het album, maar de andere songs op Give Up Together doen er nauwelijks voor onder.
Folk met een randje Americana wordt natuurlijk vooral in de Verenigde Staten gemaakt, maar de muziek van I’m Kingfisher doet er qua niveau echt niet voor onder. Het is dan ook jammer dat de muziek van Thomas Denver Jonsson vooralsnog slechts in kleine kring wordt opgemerkt, want ik weet zeker dat heel veel liefhebbers van dit genre zullen smullen van dit nieuwe album van I’m Kingfisher. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Suzanne Jarvie - Mother's Day (2026) 4,5
25 mei, 17:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Suzanne Jarvie - mother's day - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Suzanne Jarvie - mother's day
Suzanne Jarvie heeft ons lang laten wachten op haar nieuwe album, maar ook mother’s day is weer een indrukwekkende serie songs van de Canadese muzikante die gelukkig nog altijd nadrukkelijk haar eigen weg kiest
Toen ik de naam van Suzanne Jarvie zag opduiken in de releaselijsten van deze week, moest ik direct weer denken aan haar album Spiral Road, dat aan het eind van 2014 zo wist te verrassen. Het tweede album van de Canadese muzikante was misschien wat minder verrassend, maar wederom erg goed en nu is er mother’s day. Ik vind het nieuwe album van Suzanne Jarvie weer wat eigenzinniger. De door de piano gedreven instrumentatie is redelijk sober, terwijl de stem van de Canadese muzikante nog wat ruwer en doorleefder klinkt. mother’s day is een tijdloos klinkend album vol geweldige songs en het zijn songs die vooralsnog alleen maar aan kracht winnen en mother’s day steeds wat indrukwekkender maken.
De Canadese singer-songwriter Suzanne Jarvie neemt de tijd voor haar albums. Aan het eind van 2014 maakte ze wat mij betreft een verpletterende indruk met haar debuutalbum Spiral Road. Het is niet het enige album op De Krenten uit de pop dat ik tweemaal recenseerde, eerst bij de officiële release eind 2014 en opnieuw bij de Nederlandse release aan het begin van 2015, maar het is wel het enige album dat twee opeenvolgende jaren mijn jaarlijstje haalde.
Aan het begin van 2019 verscheen het tweede album van de vrouw, die een paar jaar voor de release van haar debuutalbum als advocaat werkte en nog nooit een song had geschreven. Ook In the Clear was een prachtig album, waarop Suzanne Jarvie wederom liet horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek met de besten mee kon. Op beide albums hoorde ik een geweldige zangeres en een getalenteerde songwriter en tekstschrijver en ook in muzikaal opzicht waren zowel Spiral Road als In the Clear zeer aansprekende albums.
Deze week is, na een stilte van meer dan zeven jaar, het derde album van Suzanne Jarvie verschenen. mother’s day verschijnt een week te laat om samen te vallen met onze Moederdag, maar in de Verenigde Staten verscheen het album al een paar maanden geleden.
Ik ben altijd blij als een muzikant een bandcamp pagina heeft, want deze biedt vaak veel informatie over de achtergrond van een album, het opnameproces, de productie en de muzikanten die op het album te horen zijn. Suzanne Jarvie heeft een bandcamp pagina, maar de informatie over mother’s day is zeer beperkt.
“mother’s day, out February 20, 2026 in North America, conjures something atypical, bold, life-affirming and rich in symbolism. Going beyond folk and Americana, Jarvie delves into the mystical and subconscious dream-like terrain that often strikes fear and hesitation in most. Her voice captivates in the dark, mesmerizing uncharted areas of the listener’s awareness”.
Op haar Facebook pagina vertelt de muzikante uit Toronto wel uitgebreid over het artwork, waar lang aan gewerkt is, maar zie ik verder ook niet veel informatie over het album. Gelukkig spreekt de muziek voor zich en die is ook op het derde album van Suzanne Jarvie (ze noemt het zelf overigens haar vierde album) weer prachtig.
Het album opent met Honeycomb, dat direct goed laat horen wat de Canadese muzikante te bieden heeft. De song imponeert met de karakteristieke en emotievolle stem van Suzanne Jarvie, maar ook de fraaie achtergrondvocalen en de tijdloze klanken trekken de aandacht, zeker wanneer er een melodieuze gitaarsolo uit wordt gegooid.
Veel songs op mother’s day hebben pianospel en de stem van Suzanne Jarvie als basis en dat is in principe genoeg om indruk te maken. De zang op het album is echt prachtig en hetzelfde geldt voor de teksten die deels persoonlijk van aard zijn, maar ook de maatschappelijke thema’s niet schuwen, zoals in het indringende en bijzondere Polonium.
Het klinkt allemaal wat soberder dan de vorige twee albums, maar ook mother’s day klinkt prachtig en laat wat mij betreft nog beter horen hoe krachtig en trefzeker de stem en de voordracht van Suzanne Jarvie zijn.
mother’s day is een singer-songwriter album dat geen moment zijn best doet om aan te sluiten bij de trends van het moment en herinnert aan klassieke singer-songwriter albums uit de tijd dat alles draaide om een stem, muziek en een song. Ik moest even wennen aan het sobere karakter van mother’s day in een groot deel van de songs, maar inmiddels vind ik ook het nieuwe album van Suzanne Jarvie weer indrukwekkend mooi. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Warren Zevon - Warren Zevon (1976) 4,5
24 mei, 19:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Warren Zevon - Warren Zevon (1976) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Warren Zevon - Warren Zevon (1976)
De Amerikaanse singer-songwriter Warren Zevon brak door met het in 1978 verschenen Excitable Boy, maar ik vind persoonlijk zijn in 1976 uitgebrachte titelloze album nog een stuk indrukwekkender
Warren Zevon maakte zijn zwanenzang in 2003 met flink wat muzikale vrienden. Veel van deze vrienden waren ook al te horen op het in 1976 verschenen titelloze album. Het album wordt inmiddels het debuutalbum van Warren Zevon genoemd, maar het was feitelijk zijn tweede album. Het album deed in 1976 niet heel veel en dat is opmerkelijk, zeker als je ziet wie er allemaal meespelen op het album. De donkere songs van Warren Zevon vielen minder in de smaak bij het grote publiek, maar het album uit 1976 is echt in alle opzichten een geweldig album. De carrière van Warren Zevon ging met ups en downs en hij werd slechts 53 jaar oud, maar het oeuvre van de Amerikaanse muzikant is het ontdekken zeker waard.
Tot voor kort had ik maar naar één album van de Amerikaanse singer-songwriter Warren Zevon geluisterd. Het is het album The Wind, dat een paar weken voor het overlijden van de Amerikaanse muzikant verscheen. Warren Zevon had een jaar eerder gehoord dat hij niet lang meer te leven had en zette alles op alles om zijn laatste album te maken.
The Wind, dat hem postuum twee Grammy Awards zou opleveren, werd gemaakt met een flink aantal muzikale vrienden, onder wie grootheden als Bruce Springsteen, Jackson Browne, Tom Petty, Dwight Yoakam, Ry Cooder en Don Henley. The Wind is een uitstekend album, maar het album inspireerde me in 2003 kennelijk niet om dieper in het oeuvre van Warren Zevon te duiken.
Het is een oeuvre dat bestaat uit een dozijn studioalbums, waaronder een handvol echt hele goede albums. Naast The Wind ben ik inmiddels vooral gecharmeerd van Bad Luck Streak in Dancing School uit 1980, Sentimental Hygiene uit 1987 en Life'll Kill Ya uit 2000, maar ik vind het titelloze album dat Warren Zevon in 1976 uitbracht nog net wat beter.
Het is niet het debuutalbum van Warren Zevon, want in 1969 maakte hij met de eigenzinnige producer Kim Fowley het album Wanted Dead or Alive, dat echter hopeloos flopte (en dat was niet helemaal onterecht). Warren Zevon ging vervolgens als pianist aan de slag bij The Everly Brothers, woonde een tijdje in een huis met twee andere talentvolle popmuzikanten die ook maar niet aan de bak kwamen (maar dat zou snel veranderen voor Stevie Nicks en Lindsey Buckingham) en raakte bevriend met Jackson Browne, die hem uiteindelijk aan een platencontract hielp.
Jackson Browne produceerde ook het in 1976 verschenen titelloze en officiële debuutalbum van Warren Zevon, dat de Amerikaanse muzikant wel op de kaart zette als een talentvolle singer-songwriter. Het album werd gemaakt met een cast waarvan je nu alleen maar kunt kwijlen. Bonnie Raitt, Carl Wilson, David Lindley, Don Henley, Glenn Frey, Jackson Browne, Lindsey Buckingham, Phil Everly en Stevie Nicks zijn allemaal te horen op het album en het zijn niet eens alle grote namen die in de credits zijn terug te vinden.
Het zorgt ervoor dat het album van Warren Zevon fantastisch klinkt, maar de Amerikaanse muzikant draagt ook zelf stevig bij aan de kwaliteit van het album. Het is een album dat deels klinkt als de albums die in de tweede helft van de jaren 70 werden gemaakt in en rond Los Angeles, maar de songs van Warren Zevon zijn eigenzinniger dan die van de meeste van zijn collega’s.
Je hoort het in de soms venijnige of donkere teksten en je hoort het ook in de stem van de Amerikaanse muzikant, die wat rauwer klinkt. Het doet af en toe wel wat denken aan de cynische songs van Randy Newman, maar in muzikaal opzicht zit Warren Zevon dichter aan tegen de muziek van zijn muzikale vrienden.
In commercieel opzicht was het titelloze album van Warren Zevon geen succes. Dat is aan de ene kant best wonderlijk gezien de hoge kwaliteit van de songs en de sterrencast op het album, maar aan de andere kant was de concurrentie in het genre moordend en lag de muziek van deze concurrentie vaak net wat makkelijk in het gehoor. De critici waren wel extreem lovend over het album van Warren Zevon uit 1976 en dat begrijp ik inmiddels volledig. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Thomas Dollbaum - Birds of Paradise (2026) 4,5
24 mei, 14:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Thomas Dollbaum - Birds of Paradise - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Thomas Dollbaum - Birds of Paradise
De Amerikaanse muzikant Thomas Dollbaum heeft, samen met onder andere MJ Lenderman, een geweldige gitaarplaat gemaakt die op prachtige wijze een brug slaat tussen met name Americana en indierock
De naam Thomas Dollbaum zal niet iedereen iets zeggen, maar ik verwacht dat dit de komende maanden absoluut gaat veranderen. Met zijn tweede album Birds of Paradise heeft de muzikant uit New Orleans immers een album gemaakt dat met een beetje geluk hoge ogen gaat gooien dit jaar. Het in een paar dagen opgenomen album klinkt lekker ruw, maar de mix van wat gruizige indierock en gloedvolle Amerikaanse rootsmuziek is ook van hoog niveau en dat geldt zeker voor de stem van Thomas Dollbaum. Dat MJ Lenderman een handje heeft geholpen, geeft het album waarschijnlijk een handig zetje in de rug, maar er valt echt niets af te dingen op de talenten van Thomas Dollbaum.
Het Britse muziektijdschrift Uncut koos deze maand het album Birds of Paradise van Thomas Dollbaum als het album van de maand. Het is het tweede album van de Amerikaanse muzikant, van wie ik eerlijk gezegd nog niet eerder had gehoord. Ik begrijp wel dat Uncut zo enthousiast is over het nieuwe album van de muzikant uit New Orleans, Louisiana, want Birds of Paradise is een album dat veel te bieden heeft.
Bij mijn eerste kennismaking met de muziek van Thomas Dollbaum vond ik eigenlijk direct alles goed aan Birds of Paradise, maar de stem van de Amerikaanse muzikant viel me het meest op. Thomas Dollbaum beschikt over een bijzondere stem, maar de zang op het album is ook gewoon erg goed, zeker als er wat steviger wordt uitgehaald of de hogere regionen worden opgezocht.
De stem van Thomas Dollbaum wist me direct te verrassen en te overtuigen, maar nu ik het album wat vaker heb gehoord, vind ik de zang op Birds of Paradise nog een stuk indrukwekkender. Ook in muzikaal opzicht is het tweede album van de Amerikaanse muzikant een zeer aansprekend album.
Thomas Dollbaum formeerde voor het opnemen van zijn tweede album een compacte band met onder andere topgitarist MJ Lenderman. De voormalige gitarist van Wednesday hield zijn gitaar overigens het grootste deel van de tijd in de koffer, want op Birds of Paradise is hij vooral als drummer te horen. In Dozen Roses pakt MJ Lenderman de gitaar er wel even bij en dat hoor je direct, al is ook op het gitaarwerk van Thomas Dollbaum niets aan te merken.
Thomas Dollbaum en zijn medemuzikanten namen het tweede album van de Amerikaanse muzikant in slechts een paar dagen op en dat zorgt voor een lekker ruw en gruizig geluid. Het is een geluid met flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar ook hokjes als alt-country en indierock zijn van toepassing op de muziek op Birds of Paradise.
Het album werd opgenomen in de studio van Drive-By Truckers bassist Matt Patton in Mississippi, waar producer Clay Jones achter de knoppen zat. Er is volgens mij niet al teveel gesleuteld aan het geluid op het album, waardoor Birds of Paradise ruw en energiek klinkt.
Door het ruwe karakter van het gitaarwerk is het tweede album van Thomas Dollbaum een album dat in de smaak zal vallen bij liefhebbers van echte gitaarplaten. Het is een gitaarplaat die zich beweegt tussen genres en die ook door de tijd wandelt. Het tweede album van de muzikant uit New Orleans heeft soms een duidelijke jaren 90 vibe, maar past ook prima in deze tijd.
MJ Lenderman speelt volgens mij een redelijk bescheiden rol op het album, maar het bevat in muzikaal opzicht ook zijn stempel, waardoor liefhebbers van zijn muziek ook het album van Thomas Dollbaum zullen kunnen waarderen. Birds of Paradise klinkt als een album dat met veel passie op de band is geslingerd in de paar dagen dat het album werd opgenomen, maar intussen klopt ook alles in de muziek en in de zang van Thomas Dollbaum.
Het levert een album op dat zomaar kan ondersneeuwen, maar Birds of Paradise kan ook zomaar uitgroeien tot een van de grote verrassingen in de jaarlijstjes aan het einde van het jaar. Uncut maakt meestal behoorlijk veilige keuzes wanneer het gaat om de keuze voor het album van de maand, maar Birds of Paradise van Thomas Dollbaum is een verrassende keuze, die absoluut navolging verdient. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Éléonore Dessureault - Le Sentier des Fougères (2026) 4,0
23 mei, 11:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Éléonore Dessureault - Le sentier des fougères - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Éléonore Dessureault - Le sentier des fougères
De Canadese muzikante Éléonore Dessureault heeft met Le sentier des fougères een indrukwekkend debuutalbum afgeleverd dat verrast met bijzondere arrangementen en opvalt door haar geweldige zang
Mede door mijn beperkte kennis van het Frans houd ik de Franstalige popmuziek minder goed bij dan de Engelstalige variant, maar gelukkig dwing ik mezelf af en toe om me te verdiepen in Franstalige albums. De tip die ik kreeg om eens te luisteren naar het debuutalbum van de Canadese muzikante Éléonore Dessureault pakte vervolgens uitstekend uit, want wat heeft ze een mooi album gemaakt. Het debuutalbum van de muzikante uit Québec klinkt als een tijdloos singer-songwriter album, maar is ook veel meer dan dat. In muzikaal opzicht gebeurt er van alles op het werkelijk prachtige ingekleurde album en ook de songs en de stem van Éléonore Dessureault zijn van een bijzonder hoog niveau. Prachtig album.
Ik heb af en toe een bijna onweerstaanbare behoefte aan Franstalige popmuziek. Het is een behoefte die meestal bevredigd kan worden door een bezoek te brengen aan de website Filles Sourires (https://fillessourires.com) van muziekjournalist Guuz Hoogaerts, ook bekend als Guuzbourg. Ik kwam er vorige week weer eens langs en mijn aandacht werd getrokken door een bericht over de Canadese muzikante Éléonore Dessureault.
Toen ik haar naam eenmaal goed had overgetypt in Spotify, kwam ik haar debuutalbum Le sentier des fougères tegen, dat op de eerste dag van deze maand is verschenen. Het is een album met acht songs en bijna 28 minuten muziek, wat ik persoonlijk wat aan de korte kant vind, maar in die kleine 28 minuten maakt de muzikante uit het Canadese Saint Gédéon in Québec wat mij betreft wel veel indruk.
Veel van de Franstalige albums die momenteel in Frankrijk worden gemaakt leunen sterk tegen de (dansbare) elektronische popmuziek van het moment aan, maar daar moet Éléonore Dessureault op haar debuutalbum niet veel van hebben. Op Le sentier des fougères maakt ze vooral organisch klinkende singer-songwriter muziek met een hoofdrol voor haar piano.
Bij eerste beluistering van het album had ik vooral associaties met de muziek die Kate Bush op haar eerste twee albums maakte. Deels door de hoge en bijzondere stem van Éléonore Dessureault, maar ook zeker vanwege de sfeer. De Canadese muzikante gaat ook nog wat verder terug in de tijd met wat jazzy singer-songwriter muziek zoals die ook in de jaren 70 werd gemaakt.
Het debuutalbum van de singer-songwriter uit Québec maakt, zeker op het eerste gehoor, een wat nostalgische indruk en daar ben ik persoonlijk niet vies van. Ik vond Le sentier des fougères direct een bijzonder aangenaam album, maar toen ik wat vaker naar de songs van de Canadese muzikante luisterde, raakte ik steeds meer onder de indruk van haar muzikaliteit.
Éléonore Dessureault neemt zelf een deel van het prachtige pianospel op het album voor haar rekening, maar laat zich ook begeleiden door een flink aantal muzikanten, die de rijke arrangementen van de songs prachtig inkleuren met onder andere synths, een pedal steel en flink wat strijkers.
Het debuutalbum van Éléonore Dessureault heeft een groot deel van de tijd een duidelijke jaren 70 vibe, waarbij invloeden uit de singer-songwriter muziek uit het decennium een belangrijke rol spelen, maar Le sentier des fougères heeft ook het beeldende van de Franse filmmuziek uit deze periode.
Ik vind het in muzikaal opzicht een bijzonder album, maar de stem van Éléonore Dessureault maakt haar debuutalbum nog wat specialer. De website van Guuz Hoogaerts richtte zich oorspronkelijk op de Franse zuchtmeisjes en daar behoort Éléonore Dessureault zeker niet toe. Ze klinkt als een klassiek geschoolde zangeres, die met veel precisie zingt. Haar stem past echt prachtig bij de sfeervolle klanken op het album en bij haar avontuurlijke en diepgravende songs.
Toen ik de website Filles Sourires bezocht, was ik eerlijk gezegd op zoek naar veel lichtvoetiger Franstalig vermaak dan wordt geboden op Le sentier des fougères, maar het is echt een prachtig album, dat iets toevoegt aan de andere Franstalige albums van de afgelopen jaren die ik koester. Le sentier des fougères is op zijn minst een veelbelovend debuut, maar is de belofte wat mij betreft ook al voorbij. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Towa Bird - Gentleman (2026) 4,0
22 mei, 16:37 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Towa Bird - Gentleman - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Towa Bird - Gentleman
Towa Bird is al een aantal jaren groot op TikTok, maar met haar deze week verschenen tweede album Gentleman moet de Britse muzikante ook buiten het Chinese social media platform hoge ogen kunnen gaan gooien
Bij beluistering van Gentleman, het nieuwe album van Towa Bird, hoor je direct veel bekends. Ik hoor flarden uit de jaren 80, heel veel uit de jaren 90, maar ook heel veel uit het nu. De Britse muzikante is niet vies van rockmuziek, waaronder de indierock uit de jaren 90, maar ze heeft ook een heel goed gevoel voor de (indie) popmuziek van het moment. Het knap geproduceerde Gentleman staat vol met songs die zich genadeloos opdringen en die vervolgens ook blijven hangen. Het zijn songs waarvoor de grote popzangeressen van het moment zich niet zouden schamen en dat zegt iets over het talent van Towa Bird. Het is dringen in het genre, maar dit album zou ik als liefhebber van pop niet laten liggen.
Het debuutalbum van de Britse muzikante Towa Bird verscheen in de zomer van 2024, maar ik ontdekte het album pas aan het begin van 2025, toen de op TikTok populaire muzikante ook werd aangeprezen door supersterren als Olivia Rodrigo en Billie Eilish, die ik in tegenstelling tot TikTok wel volg.
Ik besprak American Hero, het debuutalbum van Towa Bird, alsnog en noemde het in mijn recensie een prima album met een mix van de indiepop en indierock van het moment en nog wat echo’s uit de indierock van de jaren 90. Towa Bird viel hiernaast op met expliciete teksten waarin ze haar queer identiteit benadrukte, iets wat inmiddels overigens gemeengoed is in de popscene.
Towa Bird, die overigens naast Brits ook Filipijns bloed heeft, klonk op haar debuutalbum overigens meer Amerikaans dan Engels, waardoor ze makkelijk aansluiting vond bij de grote Amerikaanse popsterren van het moment. De Britse muzikante duikt deze week op met haar tweede album en Gentleman is, nog meer dan American Hero, een album waarmee Towa Bird zich weet te onderscheiden.
Het is een album dat deels nog wat zwaarder leunt op de rockmuziek en zeker ook de indierock uit de jaren 90, al omarmt de Britse muzikante ook zeker de popmuziek van het moment en schuwt ze ook de dansvloer niet in een aantal met meer elektronica ingekleurde songs.
Het album is geproduceerd door Patrick Wimberly, die ooit samen met Caroline Polachek het zwaar onderschatte en ondergewaardeerde duo Chairlift vormde. Sinds de solocarrière van Caroline Polachek timmert Patrick Wimberly aan de weg als producer en zat hij achter de knoppen voor de albums van onder andere Soko, Beyoncé, Solange, MGMT en nu dus Towa Bird.
Opvallendste gast op Gentleman is Kathleen Hanna, het boegbeeld van de band Bikini Kill, die in de jaren 90 het genre Riot grrrl op de kaart zette. Vergeleken met de muziek van Bikini Kill klinkt de muziek van Towa Bird behoorlijk braaf en de Britse muzikante maakt bovendien nog altijd muziek met heel veel pop. In tekstueel opzicht is Gentleman in een aantal tracks wel wat venijniger en ook de persoonlijke thema’s schuwt Towa Bird niet.
Towa Bird wist met haar debuutalbum al de aandacht te trekken, maar dat doet ze wat mij betreft nog veel nadrukkelijker met haar tweede album. Gentleman is een heel goed popalbum geworden, dat mee kan met de albums van de groten, van wie er overigens heel veel een album uitbrengen dit jaar.
Towa Bird combineert op haar tweede album met veel smaak invloeden uit de pop en de rock en verpakt deze in aanstekelijke songs, die zich eigenlijk direct genadeloos opdringen. In een aantal meer rock georiënteerde songs is de Britse muzikante niet vies van lekker ouderwets klinkende gitaarsolo’s, maar ik vind Gentleman misschien nog wel beter als ze vol voor de pop gaat.
Het is allemaal bijzonder lekker geproduceerd door Patrick Wimberly, die Towa Bird op haar nieuwe album een eigen geluid geeft, maar de Britse muzikante is ook een prima zangeres, met een herkenbaar stemgeluid en voldoende eigenzinnigheid.
Ik ben door het grote aanbod behoorlijk kritisch wanneer het gaat om nieuwe popalbums, maar Towa Bird heeft er een gemaakt die makkelijk opvalt binnen dit aanbod. Ik vond American Hero ruim een jaar geleden boven de middelmaat uitsteken, maar met Gentleman schaart Towa Bird zich onder de smaakmakers binnen de indiepop en indierock van het moment. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Kevin Morby - Little Wide Open (2026) 4,0
20 mei, 21:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Kevin Morby - Little Wide Open - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Kevin Morby - Little Wide Open
Voor zijn nieuwe album Little Wide Open wist de Amerikaanse singer-songwriter Kevin Morby niemand minder dan Aaron Dessner als producer te strikken en dat geeft zijn songs nog net wat meer glans
Ik omarm albums van vrouwelijke singer-songwriters net wat makkelijker dan albums van hun mannelijke collega’s, maar ik ben zeer gecharmeerd van het nieuwe album van Kevin Morby, die in het verleden natuurlijk ook al een aantal prima albums afleverde. De Amerikaanse muzikant maakt songs die op het eerste gehoor niet heel opvallend zijn en dat is dit keer niet anders. Zijn stem is oké maar niet geweldig en de muziek lijkt betrekkelijk eenvoudig, maar er valt steeds meer op zijn plek in de songs van de Amerikaanse muzikant, waardoor Little Wide Open een steeds aangenamer album wordt. Het is een album dat nog wat verder wordt opgetild door de fraaie productie van een van de meest gewilde producers van het moment.
Het deze week uitgebrachte Little Wide Open is het negende studioalbum van de Amerikaanse muzikant Kevin Morby. Van de vorige acht besprak ik er slechts drie, hetgeen op zijn minst iets zegt over mijn liefde voor zijn muziek. Het zegt niet alles, want vanwege mijn duidelijke voorkeur voor vrouwenstemmen vallen albums van mannelijke muzikanten makkelijker buiten de boot. Verder was ik wel zeer gecharmeerd van de albums van Kevin Morby die ik wel besprak, waarvan ik Singing Saw uit 2016 zelfs opnam in mijn jaarlijstje.
Kevin Morby verruilde het mondaine Los Angeles een paar jaar geleden voor Kansas City, Missouri, maar brengt tegenwoordig ook weer veel tijd door in Californië, waar hij samenleeft met Katie Crutchfield, beter bekend als Waxahatchee. Little Wide Open werd niet opgenomen in Missouri of Californië, maar in Stuyvesant, New York.
Kevin Morby nam het album gedurende het grootste deel van 2025 op en kreeg in de studio gezelschap van flink wat muzikanten van naam en faam, onder wie Lucinda Williams, Meg Duffy (aka Hand Habits) en Justin Vernon (aka Bon Iver). De grootste verrassing is echter de naam van de producer, want niemand minder dan Aaron Dessner produceerde het album.
Aaron Dessner werkte de afgelopen jaren met een aantal grote popsterren, maar werkt gelukkig ook nog met muzikanten als Kevin Morby. Aaron Dessner heeft Little Wide Open van Kevin Morby betrekkelijk sober geproduceerd, maar zeker als je het album met de koptelefoon beluistert hoor je wel het vakwerk van de Amerikaanse topproducer.
Bij beluistering van de vorige albums van Kevin Morby kwam ik snel tot de conclusie dat zijn songs op het eerste gehoor misschien niet heel opzienbarend klinken, maar zich uiteindelijk verrassend makkelijk opdringen. Het is niet anders bij beluistering van Little Wide Open, dat me steeds beter bevalt.
Kevin Morby heeft zijn songs betrekkelijk sober ingekleurd met vooral snareninstrumenten. Het grotendeels akoestische geluid klinkt redelijk eenvoudig, maar ook zeer aangenaam. Het geldt ook voor de zang van de Amerikaanse muzikant. Kevin Morby beschikt op het eerste gehoor niet over een hele mooie of bijzondere stem. Het is een stem met een randje Bob Dylan en een redelijk beperkt bereik, maar net als de muziek klinkt ook de zang op Little Wide Open steeds aangenamer als je het album vaker hoort.
Kevin Morby bezingt ook op zijn nieuwe album het leven op het Amerikaanse platteland in het voor buitenstaanders dodelijk saaie midden van de Verenigde Staten. Het is inmiddels een bekend thema, maar het past uitstekend bij zijn songs, die in het hokje Amerikaanse rootsmuziek passen en vrij zijn van opsmuk. De productie van Aaron Dessner is subtiel, maar het doet veel voor de songs van Kevin Morby.
Het zijn van die songs die je snel overtuigen en je vervolgens alleen maar dierbaarder worden. Dat ligt deels aan de productionele vaardigheden van Aaron Dessner en zeker ook aan de kwaliteit van de muzikanten die hebben bijgedragen aan het album, maar het ligt toch vooral aan de songwriting skills van Kevin Morby, die een groot deel van de bijna 60 minuten die Little Wide Open duurt weet te overtuigen. Ik heb de laatste jaren niet zo veel meer naar zijn muziek geluisterd, maar na beluistering van zijn nieuwe album sla ik Kevin Morby toch weer wat hoger aan. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Lucy Clearwater - People ≠ Possessions (2026) 4,0
19 mei, 17:56 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lucy Clearwater - People ≠ Possessions - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lucy Clearwater - People ≠ Possessions
People ≠ Possessions is het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Lucy Clearwater, maar wat tikt ze in muzikaal en vocaal opzicht een hoog niveau aan en wat schrijft ze goede songs vol invloeden uit verleden en heden
Bij beluistering van People ≠ Possessions van Lucy Clearwater had ik af en toe associaties met de Laurel Canyon folk van vele decennia geleden, maar het is ook een eigentijds klinkend folkalbum. Het is eigenlijk meer dan een folkalbum, want Lucy Clearwater verwerkt ook andere invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en af en toe hoor ik ook een subtiel vleugje pop. Samen met flink wat geweldige muzikanten zet Lucy Clearwater een mooi en sfeervol geluid neer en het is een geluid dat uitstekend past bij de mooie, heldere en warme stem van de Amerikaanse muzikante. Alles op People ≠ Possessions ademt kwaliteit en het is kwaliteit van een soort die je niet vaak hoort op een debuutalbum.
De Amerikaanse muzikante Lucy Clearwater is geboren in North Carolina, maar werkt momenteel vanuit het Californische Los Angeles. Zowel de geboortegrond als de huidige woonplaats van Lucy Clearwater hoor je terug in haar muziek. Haar deze week verschenen debuutalbum People ≠ Possessions sluit deels aan bij de folk en andere Amerikaanse rootsmuziek die momenteel onder andere in North Carolina wordt gemaakt, maar je hoort ook invloeden uit de folkmuziek die lang geleden in de heuvels rond Los Angeles werd gemaakt.
People ≠ Possessions is het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante, maar ze wist voor het album een aantal aansprekende namen aan zich te verbinden. Een snelle blik op de bandcamp pagina van de muzikante uit Los Angeles laat de namen zien van onder andere Sean Watkins, Will Graefe, Madison Cunningham, Dodie en Rob Moose en dat zijn namen die je niet tegenkomt op het gemiddelde debuutalbum.
Naast de bekende namen zie ik ook nog een hele waslijst andere muzikanten, waardoor het geen verbazing wekt dat het debuutalbum van Lucy Clearwater werkelijk prachtig is ingekleurd. People ≠ Possessions klinkt daarom anders dan het gemiddelde folkalbum, al gaat Lucy Clearwater de sober klinkende folk zeker niet uit de weg.
Ik had de naam van de Amerikaanse muzikante nog niet eerder gehoord, maar ik weet inmiddels dat ze al een aantal jaren actief is. Op haar bandcamp pagina staat alles wat ze sinds 2020 heeft uitgebracht en dat is best veel. Naast flink wat losse tracks bracht Lucy Clearwater ook twee EP’s uit, maar voor haar debuutalbum heeft ze de tijd genomen. Dat is goed te horen, want People ≠ Possessions klinkt geen moment als een debuutalbum.
Het album imponeert niet alleen met prachtige klanken, met een hoofdrol voor gitaren, maar straalt ook een enorme rust uit. Lucy Clearwater heeft niet alleen de tijd genomen om haar songs op te nemen, maar neemt ook in deze songs de tijd. Haar songs zitten vol fraaie accenten en ze zijn allemaal functioneel.
Het is knap hoe het album met enige regelmaat terug kan keren naar de hoogtijdagen van de Laurel Canyon folk uit de jaren 60 en 70 om vervolgens moeiteloos over te schakelen naar de Amerikaanse rootsmuziek van het moment. In muzikaal opzicht valt er echt heel veel te genieten in het rijke geluid op People ≠ Possessions, dat niet alleen moeiteloos door de tijd stapt, maar ook makkelijk schakelt tussen genres en met name tussen country en folk en één keer een wat ruw uitstapje.
De mooie klanken zijn verpakt in songs die zich makkelijk opdringen, maar die ook memorabel blijken. Het zijn songs met mooie en over het algemeen persoonlijke teksten, maar wat het meest opvalt bij beluistering van People ≠ Possessions is de stem van Lucy Clearwater. Ook de zang op het album klinkt geen moment als de zang op het gemiddelde debuutalbum, want wat zingt de muzikante uit Los Angeles met veel gevoel en precisie en wat klinkt haar stem mooi en warm.
Flink wat muzikanten van naam en faam zijn inmiddels kennelijk overtuigd van het talent van Lucy Clearwater, wat het onbegrijpelijk maakt dat er tot dusver nog niet heel veel of zelfs bijna niets is geschreven over dit in kwalitatief opzicht hoogstaande album. Ik kwam People ≠ Possessions zelf ook bij toeval tegen, maar wat is dit een goed album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Dua Saleh - Of Earth & Wires (2026) 3,5
18 mei, 15:58 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Dua Saleh - Of Earth & Wires - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Dua Saleh - Of Earth & Wires
Dua Saleh heeft met Of Earth & Wires een album gemaakt dat zich makkelijk beweegt tussen genres, dat soms wat tegen de haren instrijkt, maar dat ook intrigeert en vermaakt met even bijzondere als aangename songs
Ik heb een zwak voor R&B die de grenzen van het genre opzoekt. Ik ben er nog niet helemaal uit of Of Earth & Wires van Dua Saleh zo’n album is, want een echt R&B album is het niet. De muzikant uit Los Angeles verwerkt wel invloeden uit de R&B in de songs op het album, maar het zijn songs die zich in diverse richtingen bewegen. Ik moest wel even wennen aan de stem van de Soedanees-Amerikaanse muzikant, maar het is een stem die de songs een eigen geluid geeft. Of Earth & Wires is een spannend album dat wat tijd vraagt van de luisteraar, zeker als deze niet vaak naar dit soort muziek luistert, maar het is absoluut een album dat veel te bieden heeft.
De muziek van de Soedanees-Amerikaanse muzikant Dua Saleh werd tot dusver vooral in hokjes als hiphop en rap geduwd en dat zijn hokjes die zich te ver buiten mijn muzikale comfort zone bevinden. Op het deze week verschenen nieuwe album werkt de muzikant uit Los Angeles, die zichzelf ziet als non-binair persoon, in een aantal tracks samen met de Amerikaanse singer-songwriter Bon Iver en wordt wat mij betreft hele andere muziek gemaakt.
Nu ben ik op zich geen groot fan van Bon Iver, dus zijn naam was voor mij nog niet direct een aanbeveling, maar bij snelle beluistering van het tweede album van Dua Saleh was ik op zijn minst geïntrigeerd door de muziek op het album. Ik heb Of Earth & Wires vervolgens nog wel een paar keer moeten beluisteren voor er iets op zijn plek viel, maar inmiddels vind ik het een bijzonder album.
Ik heb intussen ook nog even naar de eerdere muziek van Dua Saleh geluisterd en hoewel ik die muziek zelf niet snel als hiphop of rap zal bestempelen, kan ik met de vorige albums niet goed uit de voeten. Het grootste verschil tussen deze albums en het deze week verschenen Of Earth & Wires is de inzet van elektronica en de dichtheid van de productie.
Elektronica werd behoorlijk zwaar ingezet in de eerdere muziek van de muzikant uit Los Angeles, waarbij ook de zang werd vervormd in de wat mij betreft wel erg volle productie. Op het nieuwe album vertrouwt Dua Saleh in eerste instantie op uiterst sober akoestisch getokkel en lijkt een folkalbum in de maak. Het is getokkel dat wordt gecombineerd met mooie ingehouden zang, maar de muziek op Of Earth & Wires verschiet sneller van kleur dan de gemiddelde kameleon.
De openingstrack 5 Days begint als een uiterst sobere folksong, maar in de tweede helft van de track duikt alsnog de elektronica op en schreeuwt de Soedanees-Amerikaanse muzikant het uit. B r e a t h e (met spaties) klinkt opeens weer als een redelijk rechttoe rechtaan popliedje, maar als in Flood Bon Iver voor het eerst opduikt, gaat het tempo weer flink omlaag, al bevat de track ook lome beats.
De stem van Bon Iver kleurt prachtig bij de bijzondere stem van Dua Saleh, die ook in de derde track dicht tegen de pop aan schuurt. Ertegenaan schuren is het juiste woord, want de popsongs van Dua Saleh klinken op zich toegankelijk, maar schuren ook altijd wat, met name door het bijzondere stemgebruik.
Ook op Of Earth & Wires is er uiteindelijk weer een voorname rol voor elektronica, maar de muziek op het album is over het algemeen genomen redelijk ingetogen. Zeker in de met lome beats ingekleurde songs schuift Dua Saleh wat op richting met R&B invloeden verrijkte pop, maar het blijft eigenzinnig.
Dat geldt ook voor de hoge stem van de muzikant uit Los Angeles, die af en toe de grenzen van het aangename opzoekt met de zang, maar altijd aan de goede kant van de streep blijft. Ik vind persoonlijk de combinatie van akoestische klanken en de soulvolle stem van Dua Saleh het mooist, maar ook als het experiment wordt opgezocht en het album zich verder buiten mijn muzikale comfort zone begeeft vind ik Of Earth & Wires een interessant album.
Zeker de sterkste songs op het album laten horen dat Dua Saleh veel te bieden heeft en een bijzonder eigen geluid creëert. Dat komt nog niet altijd uit de verf, waardoor ik de muzikant uit Los Angeles vooralsnog vooral zie als een belofte voor de toekomst en nieuwsgierig ben naar het volgende album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Yazoo - Upstairs at Eric's (1982) 4,5
17 mei, 20:42 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Yazoo - Upstairs at Eric's (1982) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Yazoo - Upstairs at Eric's (1982)
De combinatie van kille elektronica en een warme en soulvolle stem was aan het begin van de jaren 80 niet gangbaar, wat van het debuutalbum van het Britse duo Yazoo een bijzonder en ook invloedrijk album maakt
Vince Clarke zocht, nadat hij uit Depeche Mode was gestapt, de samenwerking met de Britse zangeres Alison Moyet. Het was een wonderlijke combinatie, maar de mix van vooral door Kraftwerk geïnspireerde elektronica van Vince Clarke en de rauwe soulstem van Alison Moyet werkte verrassend goed. Upstairs at Eric’s is bijna 45 jaar na de release een wat vergeten album, maar het is een album dat verrassend goed houdbaar blijkt en dat meer invloed heeft gehad dan we in 1982 konden vermoeden. De samenwerking tussen Alison Moyet en Vince Clarke hield niet lang stand, maar Upstairs at Eric’s is een uitstekend album dat nog altijd de aandacht verdient.
De elektronische popmuziek die in de jaren 70 ontstond was in eerste instantie niet erg gericht op popsongs met een kop en een staart. De grotendeels instrumentale elektronische popmuziek uit het decennium had wel grote invloed op de synthpop die aan het begin van de jaren 80 vorm kreeg en die wel was gericht op het maken van echte popsongs.
De menselijke stem speelde in de synthpop uit de jaren 80 in eerste instantie een bescheiden rol en werd bij voorkeur elektronisch vervormd. Dat veranderde vooral met één album, dat opzichtig brak met alles dat in de elektronische popmuziek gewoon was. Ik had in de jaren 70 en 80 heel weinig met puur elektronische popmuziek, maar ik viel in 1982 wel direct voor de charmes van Upstairs at Eric’s van Yazoo.
De Britse muzikant Vince Clarke maakte deel uit van de originele bezetting van Depeche Mode en schreef bijna alle songs die zijn terug te vinden op het debuutalbum van de band. Hij was echter niet tevreden met de koers die Depeche Mode insloeg en ging zijn eigen weg. Voor deze eigen weg zocht hij de samenwerking met de Britse zangeres Alison Moyet, die tot dat moment met niet heel veel succes aan de weg timmerde als blues- en soulzangeres.
De combinatie van de kille elektronica van Vince Clarke en de warme en soulvolle strot van Alison Moyet was in 1982 een wonderlijke, al had Soft Cell vergelijkbare ingrediënten, maar het werkte verrassend goed. Yazoo scoorde direct een hit met de track Don’t Go, die het ook goed deed op de dansvloer. Situation, dat overigens niet is terug te vinden op Upstairs at Eric’s, deed het daar nog beter, maar het debuutalbum van Yazoo bevatte ook een aantal meer ingetogen songs, waaronder de hitsingle Only You.
In muzikaal opzicht is het debuutalbum van Yazoo zwaar schatplichtig aan de muziek van Kraftwerk, die in alle songs op het album doorklinkt. Mede door de invloeden van Kraftwerk klinkt Upstairs at Eric’s, waar ik al vele jaren niet meer naar had geluisterd, na al die jaren nog verrassend fris en dat kan ik niet van alle synthpop uit de jaren 80 zeggen.
Niet alleen in muzikaal opzicht is het debuutalbum van Yazoo een knap album, want ook de krachtige en soulvolle strot van Alison Moyet maakt van Upstairs at Eric’s een bijzonder album. De Britse zangeres zou later kiezen voor een mix van soul, jazz en pop en dat is een mix die je verwacht bij haar stem, maar de zang van Alison Moyet past ook verrassend goed bij de batterij elektronica van Vince Clarke.
Het debuutalbum van Yazoo was zeer succesvol en werd enthousiast binnengehaald door de critici, maar de formule werkte helaas niet lang. Het in 1983 verschenen You and Me Both deed het veel minder goed dan het debuutalbum en ondanks het feit dat het album niet veel verschilde van het debuut had ik een jaar later ook weinig met het album. Yazoo werd toen de spanningen tussen Alison Moyet en Vince Clarke ook nog eens opliepen helaas snel opgedoekt, waarna Vince Clarke samen met Andy Bell de band Erasure formeerde, die deels hetzelfde deed als Yazoo, en Alison Moyet begon aan een in eerste instantie zeer succesvolle solocarrière.
Yazoo is inmiddels grotendeels vergeten, al duikt Situation nog wel eens op als muziek bij beelden uit de jaren 80, maar Upstairs at Eric’s is absoluut een interessant en achteraf bezien invloedrijk album, dat de tand des tijds verrassend goed heeft doorstaan. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Silver Lake - Flowers Grow in the Saddest Parts (2026) 4,5
17 mei, 20:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Silver Lake - Flowers Grow In The Saddest Parts - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Silver Lake - Flowers Grow In The Saddest Parts
Min of meer door toeval ontdekte ik Flowers Grow In The Saddest Parts, het tweede album van de band Silver Lake, maar inmiddels ben ik totaal in de ban van dit in alle opzichten adembenemend mooie album
Het debuutalbum van de Haagse band Silver Lake is me drie jaar geleden niet opgevallen, maar wat ben ik blij met het deze week verschenen tweede album van de band. Als ik het voor mij perfecte album zou moeten beschrijven, zou ik heel dicht in de buurt komen van Flowers Grow In The Saddest Parts van Silver Lake. Marleen Hoebe beschikt over een stem die je eindeloos wilt koesteren, de muziek van Silver Lake klinkt warm en tijdloos, de songs van de band weten je onmiddellijk te verleiden en te betoveren maar zijn ook razendknap en dan zijn er ook nog eens de teksten die de zonnige klanken op het album van een behoorlijk melancholische schaduwzijde voorzien. Silver Lake doet op Flowers Grow In The Saddest Parts echt alles goed en heeft een prachtalbum afgeleverd.
Ik laat me meestal niet beïnvloeden door posts op de verschillende sociale media, maar het bericht dat de band Silver Lake op haar Facebook pagina plaatste intrigeerde me op een of andere manier. In de posts komen een aantal video’s voorbij die kennelijk gaan over het productieproces van het vinyl van het nieuwe album van de band. Het meest bijzondere van deze video’s is dat ze geen geluid bevatten, waardoor de muziek van Silver Lake een mysterie blijft.
Het is een mysterie dat me enorm nieuwsgierig maakte naar de muziek van de mij onbekende band en dat werd versterkt door de titel van het nieuwe album van Silver Lake, Flowers Grow In The Saddest Parts. Ik heb geen idee of er een gedachte zit achter de Facebook posts van Silver Lake, maar ik ben blij dat ze het nieuwe album van de band onder mijn aandacht hebben gebracht. Flowers Grow In The Saddest Parts is immers een erg mooi album en een album dat nagenoeg perfect in mijn muzikale straatje past.
Flowers Grow In The Saddest Parts is volgens mij het tweede album van Silver Lake, dat de stad waar ik ben geboren en al heel lang werk als thuisbasis heeft. Den Haag is immers de thuisbasis van de band, die bestaat uit Marleen Hoebe en Jesse Koch. Het zijn namen die ik nog niet eerder ben tegengekomen, maar met het tweede album van Silver Lake leveren ze vakwerk af.
Als ik hun namen en de naam van hun band google, lees ik hele positieve berichten over het in 2023 verschenen titelloze debuutalbum van de band, dat vooral de aandacht trok met de mooie en prachtig bij elkaar kleurende stemmen van de twee, al werden ook het geluid en de songs van Silver Lake in 2023 al geprezen. Ik heb het debuutalbum van Silver Lake inmiddels beluisterd en het is inderdaad een album dat niet had misstaan op De Krenten uit de Pop.
Met Flowers Grow In The Saddest Parts zet het tweetal uit Den Haag nog een volgende stap en ik vind het persoonlijk een reuzenstap. Ook bij beluistering van het tweede album van Silver Lake trekt de zang onmiddellijk de aandacht. Marleen Hoebe neemt op Flowers Grow In The Saddest Parts in vocaal opzicht het voortouw en dat begrijp ik volledig. De Nederlandse muzikante beschikt over een stem waar je alleen maar onmiddellijk verliefd op kunt worden en die je vervolgens ook nog eens weet te raken.
Het is een stem die soms in meerdere lagen uit de speakers komt en af en toe fraai wordt ondersteund door die van Jesse Koch, die op het debuutalbum in vocaal opzicht een nog wat grotere rol had. Liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters zullen smullen van de stem van Marleen Hoebe, die met haar stem niet onderdoet voor zangeressen van naam en faam die ik al jaren koester en af en toe een randje Aimee Mann laat horen.
Silver Lake omschrijft haar muziek op de bandcamp pagina van de band als art-pop. Dat is een label waar ik meestal niet zo veel mee kan, maar ik vind het ook niet van toepassing op de muziek van Silver Lake op Flowers Grow In The Saddest Parts. Het is wat mij betreft een album met tijdloze singer-songwriter muziek en nagenoeg perfecte pop.
De zang op het album is van een bijzondere schoonheid, maar ook in muzikaal opzicht heeft Silver Lake een prachtig album gemaakt. De songs van de twee hebben in de basis genoeg aan piano, maar zijn vervolgens rijkelijk versierd met allerlei andere instrumenten en soms prachtige orkestraties.
Flowers Grow In The Saddest Parts slaat je song na song als een warme deken om je heen met songs die je onmiddellijk een goed gevoel geven, maar die in alle opzichten over veel diepgang beschikken en behoorlijk melancholisch van aard blijken. Ik vind Flowers Grow In The Saddest Parts van Silver Lake echt een enorme ontdekking en de songs op het album worden me alleen maar dierbaarder. Wat een fantastisch album en vast nog mooier op vinyl. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Broken Social Scene - Remember the Humans (2026) 4,0
15 mei, 15:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Broken Social Scene - Remember The Humans - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Broken Social Scene - Remember The Humans
Het nieuwe album van het Canadese muzikantencollectief Broken Social Scene heeft heel lang op zich laten wachten, maar het wederom fantasierijke Remember The Humans was het wachten weer zeker waard
Bij Broken Social Scene denkt menigeen aan hele experimentele en moeilijke muziek en dat is niet terecht. Ook op Remember The Humans maakt de Canadese band weer muziek die razend knap in elkaar zit en waarin steeds dingen gebeuren die je niet verwacht, maar de songs op het album klinken ook zeker aangenaam. Uiteraard zijn er ook dit keer mooie vrouwenstemmen, maar de fraaie blazersarrangementen vallen misschien nog wel meer op. Remember The Humans is een spannend album vol bijzondere wendingen, maar het is ook een bijzonder aansprekend album, dat een fraaie aanvulling biedt op het bijzondere oeuvre van de band uit het Canadese Toronto.
Het Canadese muzikantencollectief Broken Social Scene werd in 1999 opgericht in Toronto. De lijst met muzikanten die de afgelopen vijfentwintig jaar hebben bijgedragen aan de albums van het collectief bevat grote namen, waaronder die van Leslie Feist (Feist), Emily Haines (Metric) en Amy Millan (Stars).
Broken Social Scene maakte tussen 2001 en 2010 met Feel Good Lost, You Forgot It in People, Broken Social Scene en Forgiveness Rock Record vier uitstekende albums, maar vervolgens werd het stil rond de band en ging de aandacht uit naar de andere projecten van de leden van het collectief. De stilte werd in 2017 doorbroken met het uitstekende album Hug of Thunder, maar de afgelopen negen jaar was het helaasn weer stil rond Broken Social Scene.
Tot deze week dan, want met Remember The Humans is toch nog een zesde album van de Canadese band verschenen. Op de bandcamp pagina van Broken Social Scene is helaas maar weinig informatie te vinden over het nieuwe album, maar duidelijk is wel dat de band wederom samenwerkt met producer David Newfeld, die ook het tweede en het derde album van Broken Social Scene produceerde.
De oprichters van de band, Kevin Drew en Brendan Canning, zijn nog altijd van de partij en omringen zich ook dit keer met flink wat andere muzikanten en een drietal gastzangeressen. Van de gastzangeressen is Leslie Feist een oude bekende, maar ook Hannah Georgas en Lisa Lobsinger kunnen worden toegevoegd aan de lange lijst met muzikanten die hebben bijgedragen aan de albums van de Canadese band.
Het zijn albums die in het verleden vaak het etiket postrock opgeplakt hebben gekregen. Ook op Remember The Humans zijn wel wat ingrediënten uit de postrock te horen, maar net als in het verleden is de muziek van Broken Social Scene te veelzijdig om in een enkel hokje te passen.
Dat het Canadese collectief nog altijd werkt met flink wat muzikanten is direct te horen in de openingstrack, waarin het geluid weer lekker vol is. Broken Social Scene zet op Remember The Humans flink wat blazers in en dat zorgt voor een bijzonder klinkend geluid. Het is een geluid dat bij vlagen behoorlijk complex kan klinken, maar ik vind de nieuwe songs van Broken Social Scene zeker niet ontoegankelijk.
Dat is ook deels de verdienste van de mooie stemmen die op het album zijn te horen, waarbij naast de genoemde gastzangeressen ook de stem van Ariel Engle in positieve zin opvalt. Ik heb de afgelopen negen jaar volgens mij helemaal niet meer geluisterd naar de muziek van de band uit Toronto, maar dankzij Remember The Humans ben ik weer helemaal bij de les.
De songs van Broken Social Scene klinken stuk voor stuk lekker, maar het zijn ook songs die overlopen van avontuur en muzikaliteit. Bij een muzikantencollectief kan het meestal alle kanten op en dat is op Remember The Humans niet anders, al zijn er ook een aantal constanten.
Ik veer met name op wanneer de vrouwenstemmen de hoofdrol opeisen, maar Broken Social Scene weet me ook in de songs zonder vrouwenstemmen te overtuigen met songs die de fantasie prikkelen. Wat mij betreft mag het volgende album van de band wat minder lang op zich laten wachten, want er is volgens mij geen andere band die albums als Remember The Humans maakt. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
India Ramey - Villain Era (2026) 4,0
15 mei, 12:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: India Ramey - Villain Era - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: India Ramey - Villain Era
De Amerikaanse muzikante India Ramey draait inmiddels al heel wat jaren mee, maar schakelt nog een tandje bij op haar zesde album Villain Era, dat zowel muzikaal als vocaal van bijzonder hoge kwaliteit is
Villain Era klinkt als een album dat ook 50 jaar geleden gemaakt had kunnen zijn. Het is een album dat klinkt als countryalbums uit vervlogen tijden en beelden van klassieke spaghetti westerns op het netvlies tovert. Het is ook een album dat is gemaakt met een topproducer en een aantal geweldige muzikanten en dat hoor je. Ster van het album is India Ramey zelf, want de muzikante uit Nashville beschikt over een geweldige stem en creëert op haar nieuwe album een geluid dat deels nostalgisch klinkt, maar ook in het hier en nu zeer tot de verbeelding spreekt. Villain Era is al het zesde album van India Ramey, maar dit album mag zo langzamerhand wel eens zorgen voor haar grote doorbraak.
Het is eigenlijk best bijzonder dat ik tot vandaag nog nooit een album van India Ramey heb besproken op De Krenten uit de Pop. De oorspronkelijk uit Birmingham, Alabama, afkomstige muzikante maakt al sinds 2010 albums en het zijn albums die in rootskringen allemaal warm zijn onthaald en ook bij de critici zeer in de smaak vielen.
Ik heb niet alle voorgaande albums van India Ramey beluisterd, maar Shallow Graves uit 2020 en Baptized by the Blaze uit 2024 zijn zeker voorbij gekomen, maar kwamen op een of andere manier niet door mijn selectie. Het heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de tegenwoordig vanuit Nashville, Tennessee, opererende muzikante behoorlijk traditionele Amerikaanse rootsmuziek maakt en die pik ik over het algemeen net wat minder makkelijk op dan moderner klinkende varianten.
Ik bespreek echter ook wel degelijk traditioneler klinkende albums en India Ramey heeft heel veel te bieden, zoals ze ook weer laat horen op het deze week verschenen Villain Era. Voor het opnemen van haar zesde album bleef de Amerikaanse muzikante eens niet in Nashville, maar trok ze naar Los Angeles. Ze werkte daar met de gelouterde en succesvolle producer Eric Corne.
Het is een naam die ik niet vaak tegenkom, maar het CV van de Amerikaanse producer is zeer indrukwekkend. Eric Corne is niet de enige grote naam die opdook in de studio in Los Angeles, want met Ted Russell Kamp, Eugene Edwards, Chris Masterson, Eleanor Whitmore, Kevin Brown en Boo Bernstein kreeg India Ramey de beschikking over een fantastische band.
Ze had van tevoren goed nagedacht over het geluid van haar nieuwe album en gaf Eric Corne de opdracht om een geluid te creëren dat klonk alsof “Johnny Cash and Loretta Lynn had risen from the grave to score a Quentin Tarantino film”. Na beluistering van Villain Era kan ik alleen maar concluderen dat de ervaren producer de opdracht met succes heeft uitgevoerd. Villain Era van India Ramey klinkt aan de ene kant als een countryalbum uit een ver verleden, maar zou ook dienst kunnen doen als soundtrack bij een klassieke of moderne spaghetti western.
Met de topmuzikanten die de muzikante uit Nashville wist te rekruteren voor haar nieuwe album kan Villain Era alleen maar fantastisch klinken en dat doet het album dan ook. Met name de gitaristen op het album stelen voortdurend de show, maar ook de bijdragen van de pedal steel, de blazers en de viool zijn prachtig, terwijl de ritmesectie zorgt voor een solide basis.
De mix van met name country en honky tonk klinkt absoluut traditioneel, maar het zit me geen moment in de weg. Integendeel zelfs, want ik vind Villain Era veel beter dan een aantal wat moderner klinkende countryalbums van het moment. Dat heeft ook alles te maken met de stem van India Ramey, die zich kan meten met alle muzikale kwaliteit op het album.
Het is een stem die gemaakt is voor traditioneel klinkende countrymuziek, maar het is ook een stem vol kracht, souplesse en gevoel. Ik twijfelde in het verleden kennelijk over de kwaliteiten van India Ramey, maar op het uitstekende Villain Era valt echt alles op zijn plek. India Ramey kreeg in het verleden al fraaie bijnamen als “The Woman in Black” en “The Wednesday Addams of country music”, maar ze hoort vanaf nu ook bij de smaakmakers in het genre. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
The Haunted Youth - Boys Cry Too (2026) 4,0
14 mei, 19:58 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Haunted Youth - Boys Cry Too - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Haunted Youth - Boys Cry Too
De Belgische band The Haunted Youth maakte in 2022 met Dawn of the Freak een debuutalbum dat nauwelijks te overtreffen is, maar de band komt met het deze week verschenen album Boys Cry Too op zijn minst in de buurt
Ik luister niet eens zo heel vaak naar het soort muziek dat The Haunted Youth maakt, maar hun aan het eind van 2022 verschenen debuutalbum vond ik verpletterend mooi. De inspiratiebronnen van de Belgische band lieten zich redelijk makkelijk raden, maar ik vond het geluid van The Haunted Youth ook absoluut eigenzinnig en eigentijds. Het is een geluid dat op het deze week verschenen Boys Cry Too grotendeels in stand is gehouden, maar op het tweede album klinkt de muziek van de band wel wat steviger, totdat een aantal fraaie rustpunten opduiken. Gebleven is de hoge kwaliteit van de songs, waardoor ook Boys Cry Too weer een geweldig album is.
Dawn of the Freak van The Haunted Youth noemde ik aan het eind van 2022 een van de meest indrukwekkende debuutalbums van het betreffende jaar en bovendien een album dat zich liet beluisteren als een verzamelalbum met alleen maar hits. We zijn inmiddels een paar jaar verder en ik neem niets terug van deze woorden. Integendeel zelfs, want het debuutalbum van de Belgische band behoort wat mij betreft tot de beste debuutalbums van de afgelopen jaren.
The Haunted Youth laat zich op Dawn of the Freak stevig beïnvloeden door muziek uit de jaren 80, maar de muziek van de band uit het Belgische Hasselt klinkt veel eigentijdser dan die van andere bands die de inspiratie vooral vinden in de jaren 80. Na een briljant debuutalbum, want zo durf ik Dawn of the Freak wel te noemen, komt meestal een lastig tweede album en dat album is deze week verschenen.
The Haunted Youth heeft de tijd genomen voor haar tweede album en dat is verstandig. Na een debuutalbum dat niet zomaar is te overtreffen kun je als band drie dingen doen. Je kunt de succesformule van het debuutalbum nog een keer herhalen, wat bijna altijd teleurstellende albums oplevert. Je kunt een totaal andere weg inslaan, wat risicovol is. Of je kunt het geluid van het zo geprezen debuutalbum verrijken en verder perfectioneren. The Haunted Youth heeft op Boys Cry Too voor het laatste gekozen.
Het album opent met het meer dan acht minuten durende in my head, dat aan de ene kant veel bekends laat horen, maar ook nieuwe wegen in slaat. Gebleven zijn de bedwelmende synths en het fraaie gitaarwerk en ook de zo karakteristieke stem van Joachim Liebens duikt direct weer op. Ook op haar tweede album laat de Belgische band zich flink beïnvloeden door muziek uit de jaren 80, zeker wanneer flarden postpunk opduiken in het geluid van de band.
De nieuwe wegen hoor je wanneer de songs van The Haunted Youth net wat steviger, ruwer en expressiever klinken. Het dromerige karakter was een van de meest aansprekende aspecten van Dawn of the Freak, maar ook als Joachim Liebens het uitschreeuwt en de gitaren ontsporen weet The Haunted Youth mij zeer te overtuigen.
Vergeleken met het debuutalbum klinkt Boys Cry Too nog wat beter. Het geluid op het album is echt moddervet en knalt uit de speakers. Zeker in de wat stevigere songs laat The Haunted Youth de jaren 80 even achter zich en omarmt de band de indierock en de grunge uit de jaren 90, maar het album bevat ook absoluut een aantal wat dromerige en meer ingetogen songs vol echo’s uit de jaren 80.
Ook dit keer slaagt de band uit Hasselt er echter in om invloeden uit het verleden te verwerken in een geluid dat absoluut eigentijds klinkt. De mix van bekende en nieuwe invloeden maakt ook van het beluisteren van Boys Cry Too weer een heerlijke ervaring. Boys Cry Too klinkt niet alleen fantastisch, maar is net als het debuutalbum van The Haunted Youth een album dat volstaat met geweldige songs.
Het zijn van die songs waar ik in de jaren 80 en 90 direct als een blok voor zou zijn gevallen, maar ook een paar decennia later zijn het songs die zich direct opdringen. Het debuutalbum van The Haunted Youth was bijna drieënhalf jaar geleden een volkomen uniek album. Boys Cry Too klinkt misschien deels bekend, maar toch doet het album wat mij betreft niet heel veel of zelfs helemaal niet onder voor zijn voorganger. Wat is The Haunted Youth een geweldige band. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
The Lemon Twigs - Look for Your Mind! (2026) 4,0
13 mei, 20:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Lemon Twigs - Look For Your Mind - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Lemon Twigs - Look For Your Mind
Ook op hun nieuwe album nemen de broers Brian en Michael D'Addario, oftewel The Lemon Twigs, je weer mee terug naar de jaren 60 en 70, met wederom The Beatles en The Beach Boys als de belangrijkste ijkpunten
Bands die teruggrijpen op muziek uit de jaren 60 en 70 zijn er volop, maar er zijn er niet veel zo goed als het New Yorkse duo The Lemon Twigs. Het duurde bij mij een aantal albums voor het kwartje viel, maar sindsdien kan ik de muziek van de broers D'Addario niet of nauwelijks weerstaan. Ook Look For Your Mind klinkt weer als The Beatles met Brian Wilson achter de knoppen of als The Beach Boys bijgestaan door Lennon en McCartney. De ene na de andere perfecte popsong komt voorbij en het zijn allemaal popsongs die de zon uitbundig laten schijnen. En ondertussen wordt het geluid van The Lemon Twigs steeds verder geperfectioneerd.
Mijn eerste kennismaking met de muziek van The Lemon Twigs stamt uit 2020, toen het album Songs for the General Public verscheen. Het was het derde album van het duo dat bestaat uit de Amerikaanse broers Brian en Michael D'Addario. Het zijn de zonen van songwriter Ronnie D'Addario, die vooral in de jaren 70 en 80 aan de weg timmerde.
The Lemon Twigs zochten de inspiratie voor Songs for the General Public in een nog wat verder verleden, want het album klonk als een omgevallen platenkast met vooral klassiekers uit de jaren 60 en 70 en ook de cover van het album kon eigenlijk alleen maar uit deze periode komen. Songs for the General Public kreeg in 2020 fantastische recensies, maar bij mij wilde het niet direct lukken met het album. Het enige dat The Lemon Twigs voor elkaar kregen was dat ik een jaren 70 playlist ging opzoeken en de muziek van Brian en Michael D'Addario snel vergat.
Wat niet lukte met Songs for the General Public, lukte in 2023 wel met Everything Harmony. Het was wederom een album dat zich stevig liet inspireren door popmuziek uit de jaren 60 en 70, maar met name de harmonieën op het album bleken onweerstaanbaar mooi en dat gold ook voor de weergaloze productie, die meer dan eens herinnerde aan de 'wall of sound' van Phil Spector.
Het in 2024 uitgebrachte A Dream Is All We Know beviel me op het eerste gehoor weer minder goed, maar uiteindelijk viel ik toch als een blok voor de vooral door The Beach Boys en The Beatles beïnvloede songs. Toen het album aan het einde van het betreffende jaar flink wat jaarlijstjes haalde begreep ik dat dan ook volledig.
Omdat ik inmiddels ook met Songs for the General Public goed uit de voeten kon, begon ik eind vorige week met hoge verwachtingen aan alweer een volgend album van het duo uit New York. Ik kon al vrij snel concluderen dat The Lemon Twigs ook met Look For Your Mind weer een heerlijk album hebben gemaakt en het is een album dat wederom met minstens één been in de jaren 60 en 70 staat.
Brian en Michael D'Addario deden op hun vorige albums heel veel zelf, maar voor Look For Your Mind werd een band samengesteld. Het geeft de muziek van The Lemon Twigs net wat extra energie, waardoor Look For Your Mind zich nog wat makkelijker opdringt dan de vorige albums van het Amerikaanse duo.
Ook het nieuwe album van The Lemon Twigs klinkt als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast en het is een platenkast met een enorme stapel klassiekers uit de jaren 60 en 70. Ik kan de rest van deze recensie vullen met een enorme waslijst namen die zijn terug te horen op het album, maar ook dit keer beperk ik me tot The Beach Boys en The Beatles.
De openingstrack van Look For Your Mind zou met een beetje fantasie op een van de albums van de Fab Four kunnen staan, maar in de tweede track zorgt vooral Brian Wilson voor de inspiratie. Zowel de productie als de geweldige koortjes bevatten het DNA van The Beach Boys en dat klinkt fantastisch.
Ik heb de afgelopen dagen de winterjas weer uit de kast moeten halen, maar wanneer Look For Your Mind uit de speakers komt is het zomer. Er zijn veel meer bands die zich laten inspireren door de groten uit de jaren 60 en 70, maar The Lemon Twigs beheersen dit kunstje tot in de perfectie en komen op de proppen met songs waarvoor deze groten zich niet zouden hebben geschaamd. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Neil Diamond - Wild at Heart (2026) 3,5
12 mei, 17:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Neil Diamond - Wild at Heart - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Neil Diamond - Wild at Heart
Neil Diamond maakte in 2005 en 2008 twee uitstekende albums met topproducer Rick Rubin en maakt er nu met de release van het feitelijk ook uit 2008 stammende en eveneens uitstekende Wild At Heart een trilogie van
De stem van de Amerikaanse muzikant Neil Diamond is er een die je uit duizenden herkent. De Amerikaanse muzikant scoorde een flinke serie wereldhits en maakte stapels albums, maar zijn beste albums zijn wat mij betreft de twee albums die hij maakte met de legendarische producer Rick Rubin. Die twee albums krijgen deze week een vervolg met het album Wild At Heart. Het is een album met restmateriaal van Home Before Dark uit 2008, maar het zijn zeker geen smakeloze kliekjes die Neil Diamond ons serveert. Wild At Heart werd gemaakt met een aantal geweldige muzikanten en een topproducer, maar Neil Diamond steekt op het album zelf ook in een uitstekende vorm als songwriter en vooral als zanger.
Ik heb nooit veel met de muziek van de Amerikaanse muzikant Neil Diamond gehad. Mijn ouders waren er toen ik jong was gek op, maar ik hoorde er zelf niets in. Het heeft vast alles te maken met het feit dat de Amerikaanse muzikant, toen hij in mijn leven opdook, vooral nogal zoetsappige muziek maakte.
Later kwam ik erachter dat Neil Diamond in de jaren 70 een aantal heel behoorlijke albums had gemaakt en vooral een aantal prima singles. Hij werd destijds ook zeker serieus genomen, want niemand minder dan Robbie Robertson produceerde het album Beautiful Noise uit 1976.
Toen de Amerikaanse muzikant ouder werd verloor hij al snel zijn wilde haren en was er weinig rock ’n roll meer over in zijn muziek. Die rock ’n roll hoor je misschien nog wel het best op het live-album Hot August Night uit 1972, dat door velen wordt gezien als zijn beste album.
Vanaf de tweede helft van de jaren 80 verschenen er verrassend veel kerstalbums van Neil Diamond, maar verder weinig bijzonders. De redding kwam aan het begin van dit millennium van producer Rick Rubin, die zich eerder over Johnny Cash had ontfermd en "the man in black" inspireerde tot een serie geweldige albums.
Aan de hand van diezelfde Rick Rubin maakte Neil Diamond in 2005 het album 12 Songs. Het is een vlag die de lading dekt, want het album bevat inderdaad 12 songs, al staan er op de luxe versie die op de streamingplatforms is te vinden veel meer. Rick Rubin koos voor het album van Neil Diamond voor een uiterst sober geluid, waardoor de nadruk lag op de uit duizenden herkenbare, maar ook uitstekende stem van de Amerikaanse muzikant.
12 Songs werd verrassend warm onthaald door de critici en daar viel wat mij betreft niets op af te dingen. Het album bevatte niet alleen geweldige songs, maar wist zich ook in vocaal opzicht moeiteloos te onderscheiden. In 2008 verscheen vervolgens het wederom met Rick Rubin gemaakte Home Before Dark, dat minstens net zo wist te overtuigen als het album da er aan voorafging.
12 songs en Home Before Dark hebben misschien niet dezelfde status als de albums die Johnny Cash maakte met Rick Rubin, maar laten wel horen dat Neil Diamond een geweldige zanger en een prima songwriter is. Ingeklemd tussen nog meer kerstalbums maakte Neil Diamond in 2014 nog een uitstekend album. Melody Road werd niet gemaakt met Rick Rubin, maar met topproducer Don Was, die Neil Diamond ook wist te inspireren tot een van zijn betere albums.
Neil Diamond is inmiddels 85 jaar oud en inmiddels echt met pensioen, maar deze week is toch nog een nieuw album van zijn hand verschenen. Echt nieuw is Wild At Heart niet, want het bevat restmateriaal van de sessies met Rick Rubin die in 2008 zouden leiden tot Home Before Dark.
De songs op Wild At Heart worden vooral ingekleurd met gitaren en af en toe de keyboards van Benmont Tench. De muziek op het album is redelijk sober, want alles draait op Wild At Heart om de stem van Neil Diamond. Die stem klonk in 2008 nog fantastisch, waardoor Wild At Heart, net als 12 Songs en Home Before Dark in vocaal opzicht een ijzersterk album is.
Neil Diamond koos vast de beste songs uit voor het album uit 2008, maar de kwaliteit van de songs op Wild At Heart valt zeker niet tegen. Sterker nog, ze drongen zich bij mij verrassend makkelijk op. Ik had in de late jaren 70 en vroege jaren 80 niet verwacht dat ik nog eens met plezier naar de stem van Neil Diamond zou luisteren, maar Wild At Heart is echt een zeer aangenaam album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Tacoma Radar - No One Waved Goodbye (Expanded) (2025) 4,5
11 mei, 20:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tacoma Radar - No One Waved Goodbye (2004) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Tacoma Radar - No One Waved Goodbye (2004)
De muziekscene van Glasgow bloeide als nooit tevoren in 2004, wat een aantal inmiddels erkende klassiekers opleverde, maar ook het wonderschone debuutalbum van Tacoma Radar, dat helaas tussen wal en schip viel
Als ik No One Waved Goodbye van de Schotse band Tacoma Radar in 2004 zou hebben ontdekt, zou het album waarschijnlijk zijn uitgegroeid tot een van mijn favoriete albums van dat jaar en tot een album dat ik tot op de dag van vandaag nog met enige regelmaat zou hebben beluisterd. Ik hoorde het debuutalbum en direct ook het slotakkoord van de band uit Glasgow de afgelopen week echter pas voor het eerst. Het is een prachtig album met invloeden uit de slowcore, sadcore, indierock, shoegaze en dreampop. Het is de muziek die mijn favoriete bands van destijds maakten, maar Tacoma Radar doet het op haar debuutalbum minstens even goed. Wat een ontdekking, maar helaas meer dan twintig jaar te laat.
Eind vorig jaar las ik op het internet een kort artikel over een reissue van een op dat moment ruim twintig jaar oud album van een mij totaal onbekende band. Afgaande op de omschrijving leek het me echter wel een interessant album en daarom noteerde ik de naam van de band in het notitieblokje dat ik bij de hand houd tijdens het lezen van tijdschriften, boeken en artikelen op het internet.
Ik bladerde het notitieblokje de afgelopen week weer eens door en kwam de een paar maanden geleden opgeschreven naam van de band tegen. Dit keer besloot ik om wel eens te luisteren naar de muziek achter deze naam. Zonder hoge verwachtingen begon ik aan de beluistering van het enige album van de band, maar ik werd binnen enkele minuten compleet verpletterd.
Ik weet niet meer welke albums in 2004 in mijn jaarlijstje stonden, al vermoed ik dat Funeral van The Arcade Fire of You Are the Quarry van Morrissey het lijstje aanvoerde, maar als ik het lijstje nu opnieuw zou mogen maken zou waarschijnlijk No One Waved Goodbye van Tacoma Radar bovenaan staan.
Ik kan me niet herinneren dat ik in 2004 de naam Tacoma Radar wel eens voorbij heb zien komen en ik ben zeker niet de enige die het debuutalbum van de Schotse band in 2004 heeft gemist. No One Waved Goodbye werd immers nauwelijks opgepikt, waardoor het debuutalbum van Tacoma Radar direct ook het slotakkoord werd van de band uit Glasgow.
Dat het album zo weinig aandacht kreeg is best opvallend, want er was aan het begin van dit millennium veel aandacht voor de op dat moment bloeiende muziekscene van Glasgow. 2004 is misschien zelfs wel het jaar waarin de muziekscene van Glasgow floreerde met jaarlijstjesalbums van Franz Ferdinand, Camera Obscura, The Blue Nile en The Delgados.
Het debuutalbum van Tacoma Radar had niet misstaan in dit lijstje, maar het liep helaas anders. De Schotse band deelde overigens een bandlid met het wel succesvolle Camera Obscura, maar maakte totaal andere muziek. Het is het soort muziek dat het in 2004 prima deed, dus ook dat is geen verklaring voor het uitblijven van succes voor Tacoma Radar.
Als ik No One Waved Goodbye in een hokje moet stoppen, kom ik uit bij hokjes als slowcore, shoegaze, dreampop, sadcore en indierock. Qua tempo doet de muziek van de Schotse band denken aan bands als Low, Codeine en Galaxie 500, maar ik hoor ook zeker wat van bands als The Sundays en Mazzy Star. De laatste band reken ik tot mijn favoriete bands aller tijden, waardoor ik zeker weet dat het debuutalbum van Tacoma Radar in 2004 bij mij zeer in de smaak zou zijn gevallen.
Het tempo op No One Waved Goodbye ligt laag, de gitaarakkoorden zijn even dromerig als bezwerend en de songs van de band zijn even gruizig als melodieus. No One Waved Goodbye is een album vol prachtige spanningsbogen en een album met bedwelmende muziek, die prachtig combineert met de wat zachte stem van Jennifer Cosgrove, die vaak doet denken aan Harriet Wheeler van The Sundays, maar ook wel iets heeft van Hope Sandoval van Mazzy Star.
No One Waved Goodbye is een album dat in 2004 een veel beter lot had verdiend en dat ik 22 jaar eerder had moesten koesteren dan nu het geval is. Een vorig jaar verschenen reissue laat ongeveer alles horen dat de band uit Glasgow tijdens zijn veel te korte bestaan heeft gemaakt. Het is wat mij betreft een schatkist die is opengegaan en die wat mij betreft een belangrijke voetnoot toevoegt aan de geschiedenis van de muziekscene van Glasgow aan het begin van dit millennium. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Abigail Lapell - Shadow Child (2026) 4,5
10 mei, 10:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Abigail Lapell - Shadow Child - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Abigail Lapell - Shadow Child
Abigail Lapell was zwanger toen ze haar album over het moederschap maakte en Shadow Child is een mooi en intiem folkalbum geworden, waarop de prachtige stem van de Canadese muzikante wederom de hoofdrol opeist
Ik was vier jaar geleden zeer gecharmeerd van de muziek van de Canadese singer-songwriter Abigail Lapell. Stolen Time had in muzikaal opzicht veel te bieden, maar de meeste indruk maakte de stem van Abigail Lapell. Die stem schittert ook weer op het deze week verschenen Shadow Child. De stem van de muzikante uit Toronto doet wel wat denken aan de zo karakteristieke stem van Natalie Merchant, maar Abigail Lapell heeft ook een eigen geluid. Shadow Child is een vrij ingetogen en grotendeels akoestisch album en dat past goed bij de zang. Het is ook een persoonlijk album, wat de songs van Abigail Lapell nog wat extra lading geeft. Prachtig album weer.
De Canadese singer-songwriter Abigail Lapell haalde in 2022 de top 20 van mijn jaarlijstje met het prachtige album Stolen Time. Het was mijn eerste kennismaking met haar muziek, maar het bleek al het vierde album van de muzikante uit Toronto, die in eigen land destijds al de nodige muziekprijzen in de wacht had gesleept.
Stolen Time is nog altijd een wonderschoon folkalbum, dat zowel indruk maakt met de afwisselend rijke of spaarzame maar altijd sfeervolle instrumentatie als met de prachtige stem van Abigail Lapell. Het is een stem die op Stolen Time meer dan eens aan die van Natalie Merchant doet denken en dat is een van mijn favoriete zangeressen aller tijden. Geen wonder dus dat ik Stolen Time in 2022 onmiddellijk omarmde en nog altijd koester.
Stolen Time werd in 2023 gevolgd door het mini-album Lullabies met acht slaapliedjes in verschillende talen, maar met het in 2024 uitgebrachte Anniversary verscheen de echte opvolger van Stolen Time. Op het in een oude kerk opgenomen Anniversary werkte Abigail Lapell samen met Tony Dekker van de Canadese band Great Lake Swimmers.
Vergeleken met Stolen Time klinkt Anniversary voller, maar ook wat ruwer. Op het album verwerkt de Canadese muzikante hier en daar invloeden uit de psychedelica, maar het album bevat ook een aantal folksongs die dichter bij de songs op Stolen Time liggen. Luister naar een track als Footsteps en je denkt ook dit keer bijna zeker te weten dat je met Natalie Merchant te maken te hebben.
Associaties met de stem van Natalie Merchant heb ik ook weer bij beluistering van het deze week verschenen Shadow Child. Abigail Lapell zal zelf waarschijnlijk wel eens moe worden van de voortdurende vergelijking met de voormalige 10,000 Maniacs zangeres, maar veel zangeressen zouden tekenen voor een stem als die van Abigail Lapell. Ik vind de zang op Shadow Child vanaf de eerste noten prachtig en ook dit keer houdt de Canadese muzikante mijn aandacht makkelijk een album lang vast met haar stem.
Shadow Child schuift in muzikaal opzicht weer wat meer op in de richting van Stolen Time. Ook op haar nieuwe album maakt de muzikante vooral folksongs en het zijn songs die afwisselend net wat voller of juist meer ingetogen zijn ingekleurd. Akoestische klanken domineren op het album en dat zijn wat mij betreft klanken waarbij de stem van de muzikante uit Toronto het best tot zijn recht komt.
Shadow Child is een emotioneel album over het moederschap, dat voor Abigail Lapell niet vanzelf kwam. Ze maakte het album tijdens haar zwangerschap en nodigde een aantal collega muzikanten en moeders uit in de studio op Vancouver Island, onder wie Frazey Ford, Pharis Romero en Jill Barber, terwijl de mij onbekende Colin Stewart tekende voor de productie.
Het levert een album op vol ruwe emotie, prachtige vocalen, warme akoestische klanken en persoonlijke songs. Anniversary vond ik uiteindelijk toch een stuk minder indrukwekkend dan Stolen Time, maar Shadow Child kan zich wat mij betreft meten met het album dat met zoveel overtuiging mijn jaarlijstje haalde. Het nieuwe album van Abigail Lapell kan zich niet alleen meten met haar vroegere werk, maar ook met de andere topalbums die de laatste tijd in dit genre zijn verschenen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Aldous Harding - Train on the Island (2026)
9 mei, 12:57 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Aldous Harding - Train on the Island - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Aldous Harding - Train on the Island
De Nieuw-Zeelandse muzikante Aldous Harding levert met Train on the Island een ingetogen en warm klinkend album af, maar het is ook een album vol muzikale diepgang, met de fascinerende stem van Aldous Harding als kers op de taart
Train on the Island is alweer het vijfde album van de Nieuw-Zeelandse maar tegenwoordig in Wales woonachtige muzikante Aldous Harding, die bouwt aan een fascinerend oeuvre. Ze begon ooit als folkie met een voorliefde voor psychedelische folk uit de jaren 60, maar is inmiddels uitgegroeid tot een veelzijdige muzikante die zich ook ver buiten de folk beweegt. Train on the Island is subtiel maar prachtig ingekleurd en zeer vakkundig geproduceerd, maar het zijn de bijzondere en veelzijdige stem van Aldous Harding en haar eigenzinnige songs die van Train on the Island zo’n knap album maken. De Nieuw-Zeelandse muzikante heeft een uniek eigen geluid, dat opnieuw is voorzien van nog wat extra glans.
Time flies. Het is alweer bijna twaalf jaar geleden dat de overigens geweldige nieuwsbrief van de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel Flying Out Records opvallend hoog opgaf over het titelloze debuutalbum van Aldous Harding. Het album was destijds niet op de streamingplatforms te vinden, maar toen ik het album eenmaal in handen had, was ik direct verkocht.
Als ik nu luister naar het debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse muzikante hoor ik vooral muziek die herinnert aan de psychedelische folkies uit de jaren 60, al kan de muziek van Aldous Harding ook zomaar een eigentijdse twist krijgen. We zijn inmiddels twaalf jaar verder en Aldous Harding is al lang niet meer de folkie die zich vooral liet inspireren door illustere voorgangers als Linda Perhacs, Karen Dalton en Judee Sill.
Met haar volgende albums, Party (2017), Designer (2019) en Warm Chris (2022) ontwikkelde ze zich tot een bijzonder eigenzinnige maar ook zeer interessante muzikante. Aldous Harding werkt sinds haar tweede album met de vooral van PJ Harvey bekende Britse producer John Parish en die nam ook de productie van het deze week verschenen Train on the Island voor zijn rekening.
Met name op Warm Chris uit 2022 schoot de muziek van Aldous Harding meerdere kanten op en begon het label folk, dat misschien wel terecht op haar eerdere albums was geplakt, wat te knellen. Train on the Island is wat mij betreft nog wat minder een folkalbum dan het vorige album.
Bij beluistering van het nieuwe album van Aldous Harding vallen meerdere dingen op. Het eerste dat opvalt is wat mij betreft de productie van John Parish. De Britse producer heeft het album voorzien van een zeer gevarieerd en eigenzinnig geluid. De meeste songs op Train on the Island zijn behoorlijk ingetogen, maar het ingehouden en relatief sobere geluid op het album zit vol fraaie details.
Er duiken, naast de piano die vaak centraal staat, steeds weer andere instrumenten op, waardoor het nieuwe album van Aldous Harding haar meest veelzijdige album tot dusver is. Het is misschien geen folkalbum, maar invloeden uit de folk spelen wel degelijk een rol op het album, dat ook in het hokje indie past.
Het veelzijdige karakter van Train on the Island wordt versterkt door de wijze waarop Aldous Harding haar stem gebruikt. De Nieuw-Zeelandse muzikante laat al vanaf haar debuutalbum horen dat ze over een bijzondere stem beschikt, maar op Train on the Island kan haar stem meerdere kanten op.
Ik hou er wel van als Aldous Harding ingetogen en wat introverte muziek maakt, maar ook de wat expressievere en extraverte zang maakt indruk. Ik kon me bij beluistering van haar debuutalbum nog wel voorstellen dat niet iedereen gecharmeerd zou zijn van de stem van Aldous Harding, maar op haar nieuwe album zingt ze echt prachtig.
Naast John Parish speelt ook multi-instrumentalist Huw Evans, beter bekend als de muzikant H Hawkline, een voorname rol, maar ook de muzikanten die verantwoordelijk zijn voor de pedal steel en de harp leveren vakwerk af en tekenen voor subtiele maar zeer trefzekere accenten.
Train on the Island is een album dat je op meerdere manieren kunt beluisteren. Het is, toch wel enigszins tot mijn verbazing, een album dat bijzonder aangenaam klinkt op de achtergrond, maar beluister het album met de koptelefoon en je hoort de gelaagdheid in de muziek van Aldous Harding en de rijkdom van zowel de muziek als de zang op het album. Het is een bijzondere reis die de Nieuw-Zeelandse muzikante de afgelopen twaalf jaar heeft afgelegd en het is een weg die maar blijft imponeren. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Maya Hawke - Maitreya Corso (2026) 4,0
8 mei, 17:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Maya Hawke - MAITREYA CORSO - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Maya Hawke - MAITREYA CORSO
Kinderen van beroemde ouders hebben het meestal niet makkelijk in de muziek en dat geldt ook voor Maya Hawke, maar met haar deze week verschenen album MAITREYA CORSO bewijst ze nogmaals dat ze een groot talent is
De Amerikaanse muzikante Maya Hawke wordt nog te vaak gezien als een enigszins doorsnee popzangeres, die vooral vanwege haar beroemde ouders en haar ervaring als model en actrice een platencontract heeft gekregen. Iedereen die haar eerste drie albums kent weet dat dit grote onzin is, want het zijn allemaal prima albums, die ruimschoots boven de middelmaat uit stijgen. Met haar vierde album legt de muzikante uit New York de lat nog wat hoger, want wat is MAITREYA CORSO een interessant en gevarieerd album. Folky pop domineert op het album maar het is folky pop die zowel nostalgisch als eigentijds kan klinken. De eerste drie albums van Maya Hawke vond ik goed, maar MAITREYA CORSO is nog een flink stuk beter en interessanter.
Dat de Amerikaanse muzikante Maya Hawke de dochter is van actrice Uma Thurman en acteur Ethan Hawke mag inmiddels als bekend worden verondersteld en dat geldt ook voor het feit dat ze in het verleden actief was als model (voor onder andere Vogue en Calvin Klein) en als actrice (in de populaire Netflix-serie Stranger Things).
Maya Hawke heeft als ‘nepo baby’ de schijn misschien wat tegen, maar iedereen die onbevooroordeeld luistert naar haar muziek kan wat mij betreft alleen maar concluderen dat het met haar muzikale talent wel goed zit en dat ze met dit talent bovendien haar eigen pad kiest.
Hoe dat op het podium klinkt had ik vorig jaar graag gehoord, maar een Europese tour die haar onder andere naar Paradiso had moeten brengen werd om onduidelijke redenen geannuleerd, wat voor het nodige chagrijn heeft gezorgd ten opzichte van de muzikante uit New York.
Deze week verscheen gelukkig wel een nieuw album van de Amerikaanse muzikante en dit album laat het chagrijn wat mij betreft verdwijnen. MAITREYA CORSO is al het vierde album van Maya Hawke in zes jaar tijd en het is de opvolger van Blush (2020), MOSS (2022) en Chaos Angel (2024).
Over haar vorige drie albums was ik behoorlijk positief. Op haar debuutalbum maakte Maya Hawke, bijgestaan door Norah Jones producer Jesse Harris, folky muziek vol invloeden uit het verleden. Die invloeden uit het verleden waren ook te horen op de twee albums die volgden, maar naast duidelijk hoorbare invloeden uit de Laurel Canyon folk gaf Maya Hawke haar songs ook een indiefolk en indiepop twist mee.
De afgelopen jaren verzamelde ze een aantal interessante samenwerkingspartners om zich heen en deze zijn ook weer van de partij op MAITREYA CORSO. Met krachten als (haar echtgenoot) Christian Lee Hudson, Benjamin Lazer Davis, Will Graefe en Jonathan Low heeft Maya Hawke zowel in productioneel als compositorisch opzicht veel topmuzikanten om zich heen verzameld en dat hoor je ook weer op MAITREYA CORSO.
Ook op haar nieuwe album maakt de muzikante uit New York geen geheim van haar liefde voor Laurel Canyon folk uit de late jaren 60 en vroege jaren 70, maar ook dit keer verwerkt ze net zo makkelijk invloeden uit het heden in haar songs. MAITREYA CORSO is nog een stuk veelzijdiger dan de vorige drie albums van Maya Hawke en wat mij betreft laat ze zowel in muzikaal als vocaal opzicht flinke groei horen.
De Amerikaanse muzikante wordt als ‘nepo baby’ niet door iedereen serieus genomen, maar op haar nieuwe album hoor ik absoluut haar talent. Het album bevat songs die zich stuk voor stuk onderscheiden van de standaard indiepop en indiefolk songs van het moment. Dat doen de songs van Maya Hawke met hun diepgang en door het verwerken van zeer uiteenlopende invloeden.
Ze heeft zich bovendien flink ontwikkeld als zangeres en laat op MAITREYA CORSO niet alleen een mooi, maar ook een eigen geluid horen. Het knappe van het nieuwe album is dat het van de hak op de tak springt, maar toch consistent klinkt en dat het een album is met spannende songs die ook toegankelijk en verleidelijk klinken.
Ik had na de eerste drie albums van Maya Hawke best hoge verwachtingen van MAITREYA CORSO, maar iedere keer als ik naar het album luister overtreft het mijn verwachtingen weer net een beetje meer. Nu alleen die Europese tour nog, want ook op het podium schijnt de New Yorkse muzikante e veel beter te zijn dan menigeen denkt. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Ana Roxanne - Poem 1 (2026) 3,5
8 mei, 17:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop
De krenten uit de pop: Review: Ana Roxanne - Poem 1 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ana Roxanne - Poem 1
Op basis van de omschrijvingen ging ik er van uit dat Poem 1 van Ana Roxanne geen album voor mij was, maar de uiterst sobere maar ook zeer sfeervolle songs op het album blijken van een bijzondere schoonheid te zijn
Poem 1 van Ana Roxanne is een album waar je de tijd voor moet nemen. De Amerikaanse muzikante neemt ook zelf de tijd voor haar songs. Het tempo op Poem 1 ligt uiterst laag en iedere noot die op het album wordt gespeeld is trefzeker. Ondanks alle etiketten die op het album worden geplakt is Poem 1 een album met redelijk toegankelijke songs, al zijn het wel bijzondere songs. Het duurde even voor ik de schoonheid van het album ontdekte, maar sindsdien ben ik onder de indruk van de fraaie en bijzondere klanken en zeker ook van de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante. Poem 1 van Ana Roxanne is een album voor speciale momenten en kleurt deze momenten prachtig in.
Ik kom op het internet meerdere dappere pogingen tegen om de muziek van Ana Roxanne in een hokje te duwen. Neoklassiek, ambient, electronic, avant-garde, folk, het komt allemaal voorbij en er is nog meer. Met geen van deze individuele hokjes doe je de muziek op haar nieuwe album Poem 1 volledig recht, maar met alle hokjes bij elkaar kom je een heel eind.
Poem 1 is een album dat ik op basis van het grootste deel van de bovengenoemde hokjes waarschijnlijk links zou hebben laten liggen en het is nog altijd een album waar ik niet direct mee uit de voeten kon. Het is een album dat zich bijzonder langzaam voortsleept, dat zeer subtiel is ingekleurd en dat is voorzien van minstens even subtiele en wat ijle zang. Het is een loom en ook behoorlijk melancholisch album, dat je langzaam in slaap kan sussen, maar ook kan betoveren met de bijzondere schoonheid van de klanken op het album.
Ana Roxanne debuteerde zes jaar geleden met het album Because of a Flower. Het is een album dat destijds kon rekenen op positieve recensies, maar zelf hoorde ik niet zo veel in de experimentele tracks van de Californische muzikante met Filipijnse wortels. Ana Roxanne gebruikte op haar debuutalbum veel elektronica, die onder andere werd ingezet voor atmosferische klankentapijten. Met de gelegenheidsband Natural Wonder Beauty Concept maakte de muzikante uit Los Angeles vervolgens muziek die zich door van alles en nog wat liet beïnvloeden. Dat was ook niet mijn ding, maar Ana Roxanne laat op Poem 1 horen dat ze zich in meerdere richtingen kan bewegen.
Wat mij aantrekt in Poem 1 is dat het op het nieuwe album van Ana Roxanne niet alleen draait om klanken en textuur, maar ook om de songs. Poem 1 bevat vooral songs met een kop en een staart, maar het zijn geen songs die klinken als die op het gemiddelde folk of singer-songwriter album. Ik noem bewust deze twee genres, want de raakvlakken zijn er zeker.
Ik begrijp goed dat Poem 1 hier en daar in het hokje neoklassiek wordt geduwd. Ana Roxanne kleurt haar songs sober of zelfs minimalistisch in met vooral piano. Hier en daar duiken een viool, percussie en wat synths op, maar er wordt echt geen noot te veel gespeeld op het album.
De bijna Spartaanse maar ook smaakvolle instrumentatie wordt gecombineerd met de mooie stem van de Amerikaanse muzikante. Ana Roxanne zingt vooral zacht en ook geen noot te veel, maar haar stem is mooi en warm en het is een stem die songs maakt van de tracks op Poem 1. Het zijn songs die naast alle eerder genoemde invloeden ook wel wat jazzy klinken, maar iedereen die een vocaal jazzalbum verwacht komt bedrogen uit.
Ik moest zelf erg wennen aan Poem 1, want ik luister bij voorkeur naar wat voller ingekleurde albums en wat toegankelijkere songs, maar na een paar keer luisteren hoorde ik absoluut de unieke schoonheid van de muziek van Ana Roxanne, die een bijzonder album heeft afgeleverd.
Het is een album dat aan kracht wint wanneer de zon onder is en het is bovendien een album dat baat heeft bij beluistering met de koptelefoon. In het donker en met de koptelefoon op de oren hoor je immers pas goed hoe mooi de songs van de muzikante uit Los Angeles in elkaar zitten, hoe zuiver haar stem klinkt en hoe bijzonder de sfeer op Poem 1 is. Neem er wel even de tijd voor! Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Maisy Owen - Dark on a Sunny Day (2026) 4,0
7 mei, 21:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Maisy Owen - Dark on a Sunny Day - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Maisy Owen - Dark on a Sunny Day
De Amerikaanse muzikante Maisy Owen bracht de afgelopen twee jaar vier singles uit, die allemaal zijn terug te vinden op het debuutalbum Dark on a Sunny Day, dat haar schaart onder de grote singer-songwriter talenten van het moment
Luister naar Dark on a Sunny Day van Maisy Owen en je denkt dat je te maken hebt met een Britse folkie en misschien zelfs wel met een vergeten folky meesterwerk van een aantal decennia geleden. Maisy Owen is wel een folkie, maar haar wieg stond in Nashville, Tennessee, waar ze opgroeide in een muzikaal nest. Het levert op haar 23e een debuutalbum op dat bol staat van de belofte en dat zowel in muzikaal als in vocaal opzicht diepe indruk maakt met mooie klanken en prachtige zang. Tot een week geleden had ik nog nooit van Maisy Owen gehoord, maar Dark on a Sunny Day bevat alle ingrediënten van een folkalbum dat je na één keer horen echt eindeloos wilt koesteren.
Dark on a Sunny Day van Maisy Owen is met acht tracks en ruim 26 minuten muziek aan de korte kant, maar in het kleine half uur maakt de Amerikaanse singer-songwriter wat mij betreft wel een onuitwisbare indruk met haar debuutalbum. Maisy Owen is geboren en getogen in Nashville, waar haar vader Gwil aan de weg timmert als songwriter, maar Dark on a Sunny Day is zeker geen typisch Nashville album.
Als ik het album zonder voorkennis zou hebben beluisterd, zou ik Maisy Owen vrijwel zeker eerder als Britse folkie uit de jaren 70 hebben ingeschat dan als een hedendaagse rootsmuzikante uit Nashville, Tennessee. Dat ligt in eerste instantie vooral aan het fraaie akoestische ‘fingerpicking’ gitaarspel op Dark on a Sunny Day, dat herinnert aan Britse folkalbums uit het verleden.
Op de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante worden niet voor niets Bert Jansch en Nick Drake als vergelijkingsmateriaal genoemd (de vergelijking met Mazzy Star op diezelfde pagina vind ik overigens minder makkelijk te plaatsen). Niet alleen het gitaarspel op het debuutalbum van Maisy Owen doet denken aan Britse folkalbums van weleer, want ook het vioolspel (overigens van Maisy Owen zelf, die al op jonge leeftijd op het instrument uit de voeten kon) geeft de songs van de Amerikaanse muzikante een Britse folk vibe, die af en toe alleen wat naar de achtergrond wordt geduwd door bijdragen van de lap steel.
Het is zeker niet alleen de muziek op Dark on a Sunny Day die associaties oproept met Britse folkalbums uit een ver verleden, want ook de stem van Maisy Owen doet dit. De muzikante uit Nashville beschikt over een mooie en heldere stem, die intiem en breekbaar kan klinken, maar ook het pastorale heeft dat de stemmen van veel Britse folkies karakteriseert.
Het is een stem die is gemaakt voor sobere en vooral akoestisch uitgevoerde folksongs met af en toe wat elektrische accenten en dit zijn precies de songs die zijn te vinden op het debuutalbum van Maisy Owen. De songs op Dark on a Sunny Day zijn subtiel ingekleurd met vooral het akoestische gitaarspel van Maisy Owen, die op meerdere instrumenten uit de voeten kan en tekent voor een belangrijk deel van de instrumentatie, maar het album klinkt geen moment kaal.
Het album is ook nog eens fraai geproduceerd door Robin Eaton, die ik vooral ken van zijn werk voor Jill Sobule en Tim Easton, en die het album heeft voorzien van een warm en sfeervol geluid. Maisy Owen is pas 23 jaar oud, maar heeft met Dark on a Sunny Day een verrassend volwassen klinkend album gemaakt. Haar stem klinkt vaak zacht, maar laat ook veel gevoel horen, haar songs zijn stuk voor stuk bijzonder mooi en interessant en de Amerikaanse muzikante schrijft fraaie poëtische teksten, die haar songs nog wat verder optillen.
Het zorgt ervoor dat Dark on a Sunny Day makkelijk indruk maakt, maar het is ook een album vol groeipotentie, waardoor ik na een aantal keren luisteren echt zeer onder de indruk ben van het eerste album van Maisy Owen. Na de acht tracks op Dark on a Sunny Day ben ik nog lang niet verzadigd, waardoor het album naar veel meer smaakt. Op hetzelfde moment zet Maisy Owen zichzelf met haar bijzonder fraaie debuutalbum nadrukkelijk op de kaart als een grote belofte voor de toekomst. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Tamara van Esch - Gracie (2026) 4,0
7 mei, 15:03 uur
ik kan het niet vaak genoeg herhalen!
» details » naar bericht » reageer
Jesca Hoop - Long Wave Home (2026) 3,5
6 mei, 13:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jesca Hoop - Long Wave Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jesca Hoop - Long Wave Home
De albums van Jesca Hoop vragen altijd wat tijd van de luisteraar, want de songs van de Amerikaanse muzikante zijn rijk en complex, wat ook weer het geval is op het deze week verschenen Long Wave Home
Het nieuwe album van Jesca Hoop klinkt, meer dan haar vorige albums, als een folkalbum, maar het is wel een folkalbum met het unieke stempel van de Amerikaanse muzikante. Jesca Hoop heeft voor Long Wave Home een aantal persoonlijke en maatschappijkritische songs geschreven en het zijn songs die ze heeft volgestopt met bijzondere details en verrassende wendingen. Het voorziet het album van een wat mysterieuze sfeer, waardoor het even duurt voor de songs op Long Wave Home landen, wat wordt versterkt door de bijzondere zang van de Amerikaanse muzikante, die dit keer haar album zelf produceerde. Long Wave Home is zeker geen makkelijk album, maar wat heeft het uiteindelijk veel te bieden.
In al mijn recensies van albums van de Amerikaanse muzikante Jesca Hoop vertel ik hoe haar carrière in de muziek van de grond kwam. Het blijft een prachtig verhaal en daarom vertel ik nog maar een keer dat Jesca Hoop vijf jaar lang de oppas van de kinderen van Tom Waits was en via een optreden voor deze kinderen indruk wist te maken op vader Waits, die haar vervolgens aan een platencontract hielp.
Mijn eerste kennismaking met de muziek van Jesca Hoop kwam in 2007, toen haar geweldige debuutalbum Kismet verscheen. Sindsdien heeft de Amerikaanse muzikante een aantal hele bijzondere albums gemaakt. Bij Jesca Hoop weet je nooit precies waar je aan toe bent, want al haar albums klinken anders.
Het deze week verschenen Long Wave Home is de opvolger van het in 2022 verschenen Orders of Romance (het vorig jaar uitgebrachte tussendoortje Selective Memories met akoestische versies van songs van het uit 2017 stammende Memories Are Now tel ik even niet mee). Op Orders of Romance werkte Jesca Hoop samen met de met name van PJ Harvey bekende producer John Parish en deed ze verder een beroep op de Britse muzikant en arrangeur Jesse Vernon, die ook bekend is van de albums van This Is The Kit en op Orders of Romance verantwoordelijk was voor fraaie blazersarrangementen.
Jesse Vernon is ook weer van de partij op het nieuwe album van Jesca Hoop, maar dit keer nam ze zelf de productie voor haar rekening, wat een moedige stap is voor een muzikante die tot dusver altijd met topproducers heeft gewerkt. Ik moest ook in het verleden altijd even wennen aan de muziek van Jesca Hoop, maar het deze week verschenen Long Wave Home pakte me in eerste instantie helemaal niet.
Het album ligt deels in het verlengde van het vorige album, maar Jesca Hoop, die de Verenigde Staten achter zich heeft gelaten en zich in het Verenigd Koninkrijk heeft gevestigd, maakt het me met haar nieuwe album lastiger dan met Orders of Romance. Het is niet eens zo makkelijk om uit te leggen waar dat aan ligt.
Net als op haar vorige album zijn de blazersarrangementen van Jesse Vernon aansprekend en ook de rest van de muziek op Long Wave Home spreekt tot de verbeelding. De klanken op het album zijn sfeervol maar ook zeker fantasierijk, waardoor Long Wave Home anders klinkt dan de meeste andere albums.
Dat doet het album ook zeker door de zang van Jesca Hoop. De Amerikaanse muzikante beschikt over een mooie stem, maar ze gebruikt hem op geheel eigen wijze met hier en daar echo's van Joni Mitchell. Ook in de songs op haar nieuwe album kiest Jesca Hoop voor het avontuur, waardoor het album zeker bij eerste beluistering weinig houvast biedt en wat fragmentarisch klinkt.
Meer dan in het verleden hebben de songs van Jesca Hoop een folky inslag, maar Long Wave Home is zeker geen standaard folkalbum. Ik werd bij de eerste beluisteringen vooral onrustig van Long Wave Home, waarop echt ontzettend veel gebeurt, maar uiteindelijk viel er veel op zijn plek.
Ik vergeleek de muziek van Jesca Hoop in het verleden vaak met de muziek van Fiona Apple en ondanks het feit dat Long Wave Home muzikaal en vocaal ver is verwijderd van de albums van Fiona Apple, is het een vergelijking die nog steeds op gaat vanwege de complexiteit en het detailniveau van de songs op het nieuwe album van Jesca Hoop, dat ook wel wat weg heeft van de albums van This Is The Kit en Rozi Plain. Het levert een interessant album op dat misschien wat geduld vraagt, maar uiteindelijk toch indruk maakt. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Tori Amos - In Times of Dragons (2026) 4,5
5 mei, 16:33 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tori Amos - In Times Of Dragons - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Tori Amos - In Times Of Dragons
Het is niet realistisch om te verwachten dat Tori Amos na meer dan dertig jaar nog in de buurt komt van haar erkende meesterwerken, maar het deze week verschenen In Times Of Dragons komt verrassend dichtbij
Tori Amos debuteerde aan het eind van de jaren 80 weinig opzienbarend als Y Kant Tori Read, maar sinds haar debuutalbum onder haar eigen naam behoort ze tot de meest interessante en succesvolle vrouwelijke singer-songwriters van de laatste decennia. De Amerikaanse muzikante maakte tussen 1992 en 1998 vier geweldige albums en vervolgens een stapel heel behoorlijke albums. Op haar laatste twee albums lag het niveau wat mij betreft weer hoger en dit ligt nog wat hoger op het uitstekende In Times Of Dragons. Het is een album dat herinnert aan de beste albums van Tori Amos, die laat horen dat iedereen die haar al had afgeschreven wat te vroeg was.
Bij Tori Amos denk ik vooral aan albums als Little Earthquakes, Under the Pink, Boys for Pele en From the Choirgirl Hotel. Het zijn de eerste vier albums van de Amerikaanse muzikante en het zijn allemaal albums die ze in de jaren 90 uitbracht en gemiddeld inmiddels dertig jaar oud zijn. Het zijn albums waarmee Tori Amos niet alleen haar uit duizenden herkenbare eigen geluid op de kaart zette, maar ook een belangrijke inspiratiebron werd voor talloze jonge vrouwelijke singer-songwriters.
Ik heb Tori Amos nog lang na haar vierde album gevolgd, maar op een gegeven moment ben ik afgehaakt met de conclusie dat het beste er wel af was bij de Amerikaanse muzikante. Dat deed ik precies op het verkeerde moment, want het in 2017 verschenen Native Invader is een verrassend sterk album. Dat ontdekte ik zelf pas in 2021 toen de opvolger van dat album verscheen.
Ook op Ocean to Ocean haalde Tori Amos wat mij betreft niet het niveau van haar eerste albums, maar ze kwam wel in de buurt, wat knap is voor iemand die al sinds het eind van de jaren 80 actief is in de muziek. Op het deze week verschenen In Times Of Dragons doet Tori Amos er nog een schepje bovenop en voegt ze nog een geweldig album toe aan haar inmiddels omvangrijke oeuvre.
In de prachtige openingstrack Shush laat Tori Amos direct haar zo karakteristieke eigen geluid horen. Het pianospel is zwaar aangezet, de onderhuidse spanning wordt langzaam opgebouwd en natuurlijk is er de bijzondere stem van de Amerikaanse muzikante, die nog altijd met veel expressie zingt en wiens stem de tand des tijds verrassend goed heeft doorstaan.
De openingstrack van In Times Of Dragons zou niet hebben misstaan op Little Earthquakes en dat zegt alles over het niveau van de eerste kennismaking met het nieuwe album van Tori Amos. Tori Amos weet in de zestien tracks die volgen een hoog niveau vast te houden, al vind ik de openingstrack uiteindelijk de meest indrukwekkende track op het album.
In Times Of Dragons is een behoorlijk ambitieus album geworden met zeventien tracks en vijf kwartier muziek en teksten die kritisch kijken naar de wereld waarin we momenteel leven. In Times Of Dragons is volgens Tori Amos zelf “a metaphorical story about the fight for Democracy over Tyranny, reflecting the current abhorrent non accidental burning down of democracy in real time by the 'Dictator believing Lizard Demons' in their usurpation of America". Het is een verhaal dat is verpakt in zeer aansprekende songs.
Ik werd in het verleden na enige tijd ook wel eens moe van albums van de Amerikaanse muzikante, maar de vooral met piano ingekleurde songs op haar nieuwe album dringen zich makkelijk op en liggen niet al te zwaar op de maag. Tori Amos produceerde haar nieuwe album zelf en dat heeft ze knap gedaan. In Times Of Dragons is voorzien van een warm geluid en het is een geluid waarin het pianospel en de stem van de Amerikaanse muzikante fraai in balans zijn en synths zorgen voor extra glans.
Verder had Tori Amos niet al teveel nodig voor het maken van haar nieuwe album, al is de geweldige drummer Matt Chamberlain wel van de partij en zingt dochter Natashya ook in een aantal tracks mee. Vijf kwartier nieuwe muziek van Tori Amos leek me op voorhand een lange en niet erg gemakkelijke zit, maar ze heeft me nog wat meer verrast dan met haar vorige twee albums en heeft wat mij betreft haar beste album sinds From the Choirgirl Hotel uit 1998 gemaakt. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Billie Eilish - Hit Me Hard and Soft: The Tour (Live) (2026) 3,5
4 mei, 16:30 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Billie Eilish - Hit Me Hard and Soft: The Tour - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Billie Eilish - Hit Me Hard and Soft: The Tour
Een live-album heeft niet meer de bijna mythische status die het had in de jaren 70, toen een live-album de kroon op het werk was, maar Hit Me Hard and Soft: The Tour slaagt erin om de magie van een Billie Eilish concert te vangen
Het dak van de Ziggo Dome ging er vorig jaar bijna af tijdens de concerten van Billie Eilish. Het vaak uitzinnige publiek zorgde voor een bijzondere sfeer en de nodige energie, maar bij beluistering van het deze week verschenen live-album Hit Me Hard and Soft: The Tour hoor je eigenlijk pas goed hoe hoe mooi Billie Eilish zong en hoe knap haar band speelde. De complete setlist van de concerten die de Amerikaanse muzikante vorig jaar in Manchester gaf is op 3 LP’s geperst en biedt een mooie herinnering aan de memorabele concerten van de Amerikaanse popster. Een live-album is voor mij al lang niet meer de must-have die het vroeger was, maar Hit Me Hard and Soft: The Tour mag er zeker zijn.
De concerten die Billie Eilish alweer bijna een jaar geleden gaf in de Amsterdamse Ziggo Dome waren wat mij betreft met afstand de meest indrukwekkende concerten van 2025 en staan ook hoog op de ranglijst met alle concerten die ik heb bezocht. Op YouTube zijn talloze registraties van concerten uit de tour die ruim een jaar heeft geduurd te vinden, maar deze week komt daar ook een officiële registratie bij: Hit Me Hard and Soft: The Tour.
De bioscoopfilm laat ik normaal gesproken aan mij voorbij gaan, want kijken naar een concert in de bioscoop blijft wat mij betreft niet de meest inspirerende bezigheid. De deze week verschenen live-registratie op vinyl kon ik echter niet laten liggen, al is het maar omdat Hit Me Hard and Soft: The Tour voorlopig nog niet op de streamingplatforms is te vinden en het naar verluidt gaat om een eenmalige persing.
Hit Me Hard and Soft: The Tour bestaat uit 3 LP’s in verschillende kleuren en bevat opnamen die werden gemaakt tijdens de concerten die Billie Eilish vorig jaar juli in Manchester gaf. Ik heb vaak gekeken naar de vele registraties die beschikbaar zijn op YouTube, dus de set biedt voor mij geen verrassingen meer, maar een mooi opgenomen live-registratie klinkt toch duidelijk anders dan de vooral met smartphones gefilmde concerten op YouTube.
Door de beschikbaarheid van zoveel materiaal op YouTube heeft een live-album niet meer de status die het met name in de jaren 70 had. Ik vond een live-album in de jaren 70 vaak het beste album van een band en stond daar zeker niet alleen in. Live-albums waren sowieso altijd iets om naar uit te kijken, al is het maar als tastbare herinnering aan een concert.
Ik laat live-albums tegenwoordig meestal liggen, maar ik was op voorhand wel zeer nieuwsgierig naar Hit Me Hard and Soft: The Tour. Enerzijds vanwege de enorme indruk die Billie Eilish vorig jaar op het podium maakte en anderzijds omdat ik nieuwsgierig was of het zou lukken om de energie van een Billie Eilish concert te vangen op vinyl.
Wanneer ik Hit Me Hard and Soft: The Tour vergelijk met de vaak opvallend goede concertregistraties op YouTube, moet ik het uiteraard doen zonder al het visuele spektakel van de tour en wat verder opvalt is dat het geluid van het publiek flink naar de achtergrond is gemixt. Het bijzonder enthousiaste en lawaaiige Billie Eilish publiek is gelukkig nog wel hoorbaar, waardoor Hit Me Hard and Soft: The Tour absoluut klinkt als een live-album.
De geluidskwaliteit van de muziek en de zang is natuurlijk wel stukken beter en dat heeft meerwaarde. Billie Eilish moest tijdens haar tour wel eens moeite doen om boven haar fanatieke fans uit te komen, maar op de opnames uit Manchester klinken zowel de Amerikaanse muzikante als haar band geweldig. Met name de zang van de nog altijd pas 24 jaar oude muzikante is song na song prachtig, terwijl haar band het unieke geluid van de albums van Billie Eilish fraai reproduceert.
De setlist varieerde tijdens de Hit Me Hard and Soft tour slechts in zeer beperkte mate, waardoor de set die nu op vinyl is verschenen een feest van herkenning is. De bijzondere cover van Radiohead’s Creep die Billie Eilish in Amsterdam speelde had niet misstaan op het album, maar in Manchester maakte Billie Eilish tijdens het akoestische blokje net wat andere keuzes. Als ik terugdenk aan de Hit Me Hard and Soft tour heb ik vooral mooie herinneringen aan het concert in de Ziggo Dome, maar ook deze registratie op vinyl heeft wat mij betreft meerwaarde. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Natalie Prauser - Everything Is Fine (2026) 4,0
3 mei, 19:39 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Natalie Prauser - Everything Is Fine - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Natalie Prauser - Everything Is Fine
De Amerikaanse muzikante Natalie Prauser leverde een paar jaar geleden een veelbelovend debuutalbum af en maakt de belofte volledig waar op het eerder dit jaar verschenen en helaas wat ondergesneeuwde Everything Is Fine
Ik hou de ontwikkelingen binnen de Amerikaanse rootsmuziek volgens mij heel goed bij, maar het tweede album van Natalie Prauser heb ik begin dit jaar helaas helemaal gemist. Met een beetje geluk heb ik het album deze week toch nog ontdekt en Everything Is Fine is, net als het debuutalbum van de muzikante uit Kansas City, een uitstekend album. Vergeleken met haar debuutalbum is Natalie Prauser alleen maar gegroeid. Ze heeft baat bij de fraaie productie van en de prima muzikanten op haar tweede album, die ervoor zorgen dat haar stem nog wat beter uit de verf komt en haar songs nog wat meer vertrouwen uitstralen. Everything Is Fine verdient alsnog alle aandacht, want dit is een heel goed album.
Op zondagavond is er op De Krenten uit de Pop aandacht voor een album uit het verleden. Het kan een persoonlijke favoriet zijn, maar ook een vergeten album, of een album dat ik inmiddels anders waardeer dan op de dag van de release. Het kan een album zijn dat inmiddels vele decennia oud is, maar het kan ook een album van zeer recente datum zijn, zoals deze week.
De afgelopen week adviseerde iemand me het in januari verschenen album van Natalie Prauser. Het is een naam die me direct bekend voorkwam, maar dat was in januari kennelijk anders. Dat de naam Natalie Prauser me bekend voorkwam is niet zo gek, want ik was aan het eind van 2022 bijzonder enthousiast over haar debuutalbum ‘Til The Sun Comes Up, dat ik onder andere een verbluffend goed rootsalbum noemde.
Op ‘Til The Sun Comes Up doet de muzikante uit Kansas City echt alles goed. De muziek is mooi en sfeervol met af en toe een glansrol voor de pedal steel, de invloeden uit de country en de folk komen zowel uit het verleden als uit het heden, de songs zijn aansprekend en Natalie Prauser beschikt ook nog eens over een mooie en bijzondere stem.
‘Til The Sun Comes Up van Natalie Prauser haalde een paar weken na de release van het album dan ook met overtuiging mijn jaarlijstje, wat het extra spijtig maakt dat ik haar tweede soloalbum eerder dit jaar helemaal niet heb opgemerkt. Door toeval gebeurde dit eerder deze week alsnog en inmiddels kan ik concluderen dat de Amerikaanse muzikante met Everything Is Fine wederom een uitstekend album heeft afgeleverd en wat mij betreft een album dat nog een stuk beter is dan het debuutalbum.
Natalie Prauser maakte haar debuutalbum samen met Marty Bush, met wie ze eerder ook een duo-album maakte. Op Everything Is Fine tekent Duane Trower voor de productie. Het is een naam die ik volgens mij nog niet eerder ben tegengekomen, maar in productioneel opzicht is Everything Is Fine zijn voorganger duidelijk de baas. Met name de stem van Natalie Prauser klinkt op het nieuwe album veel mooier en de zang en de muziek zijn ook meer in balans.
Ook op haar tweede album laat Natalie Prauser zich vooral begeleiden door gitaren, maar ook dit keer speelt de pedal steel een voorname rol. Voor de bijdragen van de pedal steel tekent Nate Hofer, die net als gitarist Joseph Patrick Gaughan op fraaie wijze een stempel drukt op het tweede album van Natalie Prauser, dat zowel ingetogen als net wat meer uptempo songs bevat.
De muzikante uit Kansas City trekt echter zelf de meeste aandacht met haar songs en zeker ook met haar stem, die mooi maar ook karakteristiek is. Haar stem klinkt in de productie van haar tweede album niet alleen mooier maar ook krachtiger. Natalie Prauser zingt met meer overtuiging en die overtuiging hoor je ook in haar songs.
Het zijn songs die zich wederom vooral hebben laten beïnvloeden door country en folk, die zowel uit het verleden als het heden kan komen. Ik hoor op Everything Is Fine meer country dan folk en ben echt onder de indruk van de kwaliteit van het nieuwe album van Natalie Prauser. De songs op haar nieuwe album dringen zich bijzonder makkelijk op, waardoor ik al na één keer horen overtuigd was van de kwaliteit van het album.
Ik noemde het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante eerder in deze recensie een album waarop ze echt alles goed doet. Op Everything Is Fine doet Natalie Prauser alles nog veel beter. Doodzonde dus dat de nieuwe muziek van Natalie Prauser begin dit jaar, in ieder geval van mij, niet de aandacht heeft gekregen die het uitstekende album zo verdient. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Emily Nenni - Movin' Shoes (2026) 4,0
3 mei, 10:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Emily Nenni - Movin' Shoes - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Emily Nenni - Movin' Shoes
De Amerikaanse muzikante Emily Nenni nam haar nieuwe album op in Memphis, Tennessee, en speelde samen met een aantal gelouterde medemuzikanten de pannen van het dak in de songs op het geweldige Movin’ Shoes
Ik luister vaker naar moderne Amerikaanse rootsmuziek dan naar de wat traditioneler aandoende variant van het genre. De muziek van Emily Nenni hoort absoluut in de tweede categorie thuis, maar haar nieuwe album Movin’ Shoes is lastig te weerstaan. Het nieuwe album van Emily Nenni knalt uit de speakers dankzij gitaren, orgels en blazers en de stem van de Amerikaanse muzikante is misschien nog wel indrukwekkender. Het is een stem die is gemaakt voor de broeierige mix van country, honky tonk en soul. Emily Nenni was op haar vorige albums al heel goed, maar op het in alle opzichten uitstekende Movin’ Shoes is ze nog wat beter. Indrukwekkend album.
Emily Nenni leverde met On the Ranch uit 2022 en Drive & Cry uit 2024 twee uitstekende rootsalbums af. Het zijn albums waarop de muzikante uit Nashville, Tennessee, ver verwijderd blijft van de countrypop die in de hoofdstad van de Amerikaanse rootsmuziek momenteel in grote hoeveelheden wordt gemaakt. De muziek van Emily Nenni klinkt behoorlijk traditioneel en zou ook makkelijk een aantal decennia oud kunnen zijn, wat zeker niet betekent dat haar songs gezapig of achterhaald klinken.
De twee albums van Emily Nenni, overigens haar tweede en derde album, klinken niet alleen behoorlijk traditioneel, maar ook bijzonder lekker. De Amerikaanse muzikante omringt zich op On the Ranch en Drive & Cry met flink wat gitaren en andere snareninstrumenten, die goed zijn voor een lekker ruw geluid, en beschikt over een stem die gemaakt is voor haar vooral door traditionele rootsmuziek beïnvloede songs.
Op On the ranch zijn vooral invloeden uit de country en de honky tonk te horen, maar op Drive & Cry spelen ook invloeden uit de soul af en toe een belangrijke rol. Deze week is een nieuw album van Emily Nenni verschenen en ook Movin’ Shoes is weer een uitstekend album.
Het album werd, net als Drive & Cry, geproduceerd door de van The Deslondes bekende John James Tourville, die ook een flink aantal geweldige muzikanten verzamelde in de studio. Ook op Movin’ Shoes spelen de muzikanten die op het album zijn te horen weer de pannen van het dak. Het gitaarspel van Jack Quiggins staat centraal, maar ook de bijdragen van Al Gamble, die naast de piano een heel arsenaal aan orgels bespeelt, vallen in positieve zin op.
Movin’ Shoes werd opgenomen in Memphis, de bakermat van de Southern soul, en invloeden uit de soul spelen op het album een belangrijke rol, zeker als een blazerssectie opduikt. Emily Nenni beperkt zich echter zeker niet tot invloeden uit de soul, maar heeft ook op haar nieuwe album een belangrijke rol ingeruimd voor invloeden uit de country en de honky tonk.
In muzikaal opzicht staan de songs op Movin’ Shoes als een huis, maar ook de zang van Emily Nenni is weer groots. De stem van de Amerikaanse muzikante past perfect bij een door country en soul gedomineerd album, maar Emily Nenni zingt op haar nieuwe album ook met verrassend veel souplesse. Haar stem houdt zich makkelijk staande in het behoorlijk rijk ingekleurde geluid en varieert makkelijk tussen de verschillende genres die op het album zijn te horen.
Ik vind de stem van Emily Nenni nog wat mooier en overtuigender dan op haar vorige albums en vind het niet overdreven om haar te scharen onder de beste rootszangeressen van het moment. Ook in muzikaal opzicht is Movin’ Shoes nog wat sterker dan zijn voorgangers, waardoor ik iedere liefhebber van rootsmuziek kan adviseren naar dit album te luisteren.
Zeker de uptempo songs overtuigen door al het muzikale en vocale geweld makkelijk, maar ook als Emily Nenni kiest voor een ballad maakt haar stem flinke indruk. De wat traditioneel aandoende rootsmuziek van Emily Nenni doet het in commercieel opzicht wat minder goed dan de momenteel populaire countrypop, maar in kwalitatief opzicht veegt de muzikante uit Nashville de vloer aan met de meeste van haar concurrenten. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Pearla - Song Room (2026)
2 mei, 16:01 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Pearla - Song Room - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Pearla - Song Room
Ik was ruim drie jaar geleden zeer gecharmeerd van het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Pearla, die deze week terugkeert met een flink anders klinkend maar wederom ijzersterk nieuw album
Oh Glistening Onion, the Nighttime Is Coming van Pearla leek in 2023 misschien even een standaard rootsalbum, maar het bleek uiteindelijk veel meer dan dat. Hetzelfde geldt voor het deze week verschenen tweede album van Pearla. Nicole Rodriguez, de vrouw achter Pearla, kiest dit keer voor een wat meer ingetogen geluid met invloeden uit de folk en de country, maar een verrassing is nooit ver weg op Song Room. In de muziek op het album zijn veel mooie en bijzondere klanken opgenomen, die subtiel maar trefzeker worden ingezet en ook de stem van de muzikante uit New York raakt iedere keer de juiste snaar. Het levert het tweede uitstekende album van Pearla op.
Pearla is een project van de Amerikaanse singer-songwriter Nicole Rodriguez, die deze week haar tweede album Song Room heeft uitgebracht. Ik moest even diep graven in het geheugen, maar uiteindelijk herinnerde ik me haar drie jaar geleden verschenen debuutalbum Oh Glistening Onion, the Nighttime Is Coming weer. Het is een album waar de muzikante uit New York lang aan had gewerkt en dat was goed te horen.
Oh Glistening Onion, the Nighttime Is Coming maakt gemakkelijk indruk met aansprekende songs, waarin verschillende invloeden zijn te horen. Nicole Rodriguez verwerkt op haar debuutalbum invloeden uit de country en folk uit het heden, maar schuift ook op richting Appalachenfolk, Laurel Canyon folk en psychedelische folk uit het verleden en schuwt ook incidenteel het gebruik van synths niet.
Misschien nog wel meer indruk maken de bijzonder mooie arrangementen van blazers en strijkers, kenmerkend voor het Spacebomb label waarop het album is uitgebracht. Oh Glistening Onion, the Nighttime Is Coming is ook nog eens een album waarop de stem van de Amerikaanse muzikante steeds weer net wat anders maar altijd bijzonder mooi klinkt. Het album had Pearla op de kaart moeten zetten als aanstormend talent, maar volgens mij heeft het album niet zo heel veel gedaan.
Het nieuwe album van Pearla is in eigen beheer uitgebracht, maar ook Song Room is een album dat opvalt en dat echt veel meer aandacht verdient dan het album tot dusver heeft gekregen. Het is een album dat in veel van de songs anders klinkt dan het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante.
Nicole Rodriguez nam de eerste versies van de songs op Song Room op in haar appartement in Brooklyn, New York. Ze tekende zelf voor bijdragen van de autoharp, omnichord en akoestische gitaar, nam de zang voor haar rekening en tekende ook voor de productie. Voor een aantal songs deed Nicole Rodriguez echter ook weer een beroep op producer Tyler Postiglione, die haar debuutalbum zo fraai produceerde, en een aantal gastmuzikanten.
In muzikaal opzicht is Song Room wat minder divers dan Oh Glistening Onion, the Nighttime Is Coming. Op het nieuwe album van Pearla domineert de behoorlijk ingetogen Americana en is de instrumentatie over het algemeen sober. Ik had wel wat met de bijzondere arrangementen van blazers en strijkers op het vorige album, maar ook de relatief sobere en tegelijkertijd zeer smaakvolle klanken op Song Room spreken tot de verbeelding, al is het maar omdat de muziek van Pearla ook dit keer is verrijkt met subtiele maar keer op keer bijzonder mooie accenten.
Tot de verbeelding spreken doet ook zeker de stem van Nicole Rodriguez, die ook op het tweede album van Pearla indruk maakt als zangeres. De zang is vooral zacht, maar zit vol gevoel en ook dit keer kan de Amerikaanse muzikante variëren met haar stem in de vaak zeer persoonlijke teksten.
Het doet me af en toe wel wat denken aan de laatste albums van Courtney Marie Andrews en dat is absoluut een aanbeveling. Maar bij Pearla is het experiment ook nooit ver weg, waardoor Song Room af en toe een onverwachte afslag neemt, wat het album interessanter maakt dan het gemiddelde rootsalbum. Ik heb het drie jaar geleden gezegd en zeg het nog een keer: Pearla is een muzikante om in de gaten te houden. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Kacey Musgraves - Middle of Nowhere (2026) 5,0
2 mei, 10:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Kacey Musgraves - Middle of Nowhere - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Kacey Musgraves - Middle of Nowhere
Kacey Musgraves keert, relatief snel na het succesvolle Deeper Well, terug met Middle of Nowhere, waarop ze de countrymuziek weer wat steviger omarmt, maar ook het unieke Kacey Musgraves geluid niet is vergeten
Ik hou er wel van wanneer de honingzoete stem van Kacey Musgraves wordt omringd door melancholische klanken van de pedal steel en de lap steel en dat is een combinatie die vaak is te horen op Middle of Nowhere, waarop Kacey Musgraves zich weer wat meer laat beïnvloeden door countrymuziek. Invloeden uit de wat traditioneler klinkende Amerikaanse of Texaanse rootsmuziek spelen zeker een rol op het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante, maar Middle of Nowhere is ook nog altijd een popalbum zoals alleen Kacey Musgraves ze kan maken. Het album klinkt in muzikaal en productioneel opzicht prachtig, maar natuurlijk is er ook dit keer die unieke stem, die alles wat wordt aangeraakt in goud verandert.
Wanneer we de drie albums die ze maakte als tiener en het, overigens prima, kerstalbum uit 2016 niet meetellen, is het deze week verschenen Middle of Nowhere het zesde album van de Amerikaanse muzikante Kacey Musgraves. Van de vorige vijf koester ik er vier, want met het breakup-album star-crossed heb ik nog altijd een lastige relatie, al vind ik het album inmiddels wel beter dan bij de release in 2021.
Met name Pageant Material uit 2015, Golden Hour uit 2018 en Deeper Well uit 2024 reken ik tot mijn favoriete albums aller tijden. Niet zo gek dus dat ik sinds de aankondiging van Middle of Nowhere met torenhoge verwachtingen heb uitgekeken naar het nieuwe album van Kacey Musgraves. Gisteren is het album verschenen en sindsdien heb ik naar niets anders meer geluisterd.
Middle of Nowhere werd de afgelopen weken aangekondigd als het countryalbum van Kacey Musgraves. Die aankondigingen zaten er niet ver naast, want zeker vergeleken met Golden Hour, star-crossed en Deeper Well, hebben invloeden uit de country flink aan terrein gewonnen op Middle of Nowhere. Kacey Musgraves keert op haar nieuwe album deels terug naar het geluid van Same Trailer Different Park en Pageant Material, waarop invloeden uit de country overigens een net wat andere rol spelen dan op Middle of Nowhere.
Ook op haar nieuwe album is Kacey Musgraves weer trouw aan producers Daniel Tashian en Ian Fitchuk en ook een aantal vertrouwde songwriters keren terug op Middle of Nowhere. Wat verder opvalt bij het bestuderen van de credits is het grote aantal gastvocalisten, want Gregory Alan Isakov, Billy Strings, Miranda Lambert en Willie Nelson duiken op voor duetten of achtergrondzang.
Invloeden uit de country en met name de country uit het verleden hebben aan terrein gewonnen op het nieuwe album van Kacey Musgraves en dat geldt ook voor andere invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek waarmee ze opgroeide in het piepkleine Golden in Texas, waaronder zydeco, maar ook de pop is zeker niet vergeten op Middle of Nowhere, zonder dat Middle of Nowhere maar een moment klinkt als de countrypopalbums van het moment.
Vergeleken met haar vorige albums zijn de lap steel, de pedal steel en de banjo weer wat vaker te horen, wat de country-vibe in de muziek versterkt. Kacey Musgraves maakt deels countrypop die past in het heden, maar het album heeft ook met grote regelmaat een tijdloze en zorgeloze jaren 70 sfeer. Die komt ook terug in de teksten, waarin de country clichés zeker niet uit de weg worden gegaan, iets wat overigens niet nieuw is in de teksten van Kacey Musgraves.
Middle of Nowhere is in tekstueel opzicht een wat melancholisch album met veel songs over verloren liefdes, foute mannen en eenzaamheid, thema’s die ook niet nieuw zijn voor Kacey Musgraves. Het album staat vol met typische Kacey Musgraves songs, die deels ook op haar vorige albums hadden kunnen staan, en het zijn songs die makkelijk verleiden. Coyote en het breekbare Hell On Me vind ik vooralsnog de prijsnummers van het album, maar het aantal persoonlijke favorieten neemt heel snel toe.
Ik vind Middle of Nowhere in muzikaal en productioneel opzicht weer prachtig en wat diverser dan de vorige albums van de Amerikaanse muzikante, maar natuurlijk is er ook weer de engelenstem van Kacey Musgraves, die 13 songs lang betovert met haar uit duizenden herkenbare stem. De zang op Middle of Nowhere is ook dit keer weer onwaarschijnlijk mooi, waardoor ik vrijwel onmiddellijk in katzwijm lag. Over het album dat aan het eind van het jaar mijn jaarlijst gaat aanvoeren hoef ik vanaf nu niet meer na te denken. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Carla dal Forno - Confession (2026) 4,0
1 mei, 20:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Carla dal Forno - Confession - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Carla dal Forno - Confession
“Sunlit postpunk” noemt de Britse krant The Guardian de muziek op het nieuwe album van de Australische muzikante Carla dal Forno en een mooiere omschrijving kan ik niet bedenken voor haar bijzondere muziek
Ik was absoluut gecharmeerd van de vorige twee albums van Carla dal Forno, maar het deze week verschenen nieuwe album van de Australische muzikante vind ik nog wat beter. Gebleven zijn de diepe baslijnen die de muziek van Carla dal Forno een postpunk vibe geven. Gebleven zijn ook de mooie klankentapijten van synths en de karakteristieke stem van de Australische muzikante. Het klinkt misschien allemaal net wat toegankelijker, al is toegankelijk in dit geval een relatief begrip. Wereldberoemd gaat Carla dal Forno er vast niet mee worden, maar ik vind ook Confession weer een even interessant als aangenaam album en een album met een duidelijk eigen geluid.
Het debuutalbum van de Australische muzikante Carla dal Forno uit 2016 heb ik gemist, maar ik besprak wel Look Up Sharp uit 2019 en Come Around uit 2022 en over beide albums was ik enthousiast. Op Look Up Sharp laat Carla dal Forno een eigenzinnig geluid horen. Diepe bassen die zo lijken weggelopen uit de hoogtijdagen van de postpunk worden gecombineerd met avontuurlijk klinkende synths en de ijle vocalen van de Australische muzikante.
De muziek van Carla dal Forno heeft op haar tweede album een duidelijke jaren 80 vibe, maar ik ken geen album uit de jaren 80 dat klinkt als Look Up Sharp, al is het maar omdat Carla dal Forno invloeden uit zeer uiteenlopende genres verwerkt. Dat is ook het geval op haar derde album Come Around, dat qua sound en invloeden aansluit op zijn voorganger, maar ook nog een snufje dub toevoegt.
Ik vergeleek beide albums van Carla dal Forno met het onvolprezen debuutalbum van Young Marble Giants en noemde verder enkele albums van Nico en een willekeurige David Lynch soundtrack als relevant vergelijkingsmateriaal. Dat is allemaal vergelijkingsmateriaal dat ik niet heel vaak tegenkom, waardoor ik met veel nieuwsgierigheid begon aan het deze week verschenen vierde album van Carla dal Forno.
Bij veel muzikanten hoop je dat ze wat nieuws verzinnen, maar het geluid van Carla dal Forno is zo bijzonder dat ik op voorhand ook tevreden was met deels meer van hetzelfde. Het deze week verschenen Confession biedt deels meer van hetzelfde. Direct vanaf de eerste noten zijn er de zwaar aangezette baslijnen, de atmosferische synths en de soms wat ijle stem van de muzikante die via Londen en Berlijn weer in Australië is terecht gekomen.
Confession werd opgenomen in het Australische Castlemaine en als ik de informatie op de bandcamp-pagina van Carla dal Forno moet geloven deed ze alles zelf. Pitchfork noemt Confession dan ook het werk van een “one woman postpunk band”, maar met alleen het label postpunk doe je het album wel wat te kort.
De baslijnen komen misschien direct uit de postpunk, maar de muziek van Carla dal Forno heeft ook iets minimalistisch en verwerkt ook invloeden uit andere genres, al zijn ze niet zo makkelijk te benoemen. Net als het vorige album hoor ik ook op Confession een vleugje dub, maar op het nieuwe album van Carla dal Forno klinkt haar muziek ook anders.
De zang van de Australische muzikante is in de loop der jaren wat minder zweverig geworden, want waar het op haar tweede album vaak nog vooral ging om een bijzondere sfeer, bevat Confession ook een aantal songs die bijna klinken als een toegankelijke popsong. De muziek op Confession bevat zeker invloeden uit de jaren 80, maar het is ook een album van deze tijd.
Naast redelijk toegankelijke popsongs bevat het album ook (instrumentale) songs waarin ruimte is voor experiment en voor de neiging van Carla dal Forno om haar songs wat minimalistisch in te kleuren. Het is muziek die op hetzelfde moment de fantasie prikkelt en aangenaam voortkabbelt en dat is een knappe combinatie.
Na drie albums is het geluid van Carla dal Forno misschien enigszins bekend, maar ik vond het toch weer direct een fris en origineel klinkend album. Het is een album dat net wat minder zweverig klinkt dan zijn twee voorgangers, waardoor ik Confession het beste album van Carla dal Forno vind tot dusver. Warm aanbevolen wat mij betreft. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Friko - Something Worth Waiting For (2026) 4,0
1 mei, 16:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Friko - Something Worth Waiting For - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Friko - Something Worth Waiting For
Friko leverde ruim twee jaar geleden een fascinerend en met name in de Verenigde Staten goed ontvangen debuutalbum af en laat op het deze week verschenen Something Worth Waiting For horen dat het debuutalbum geen toevalstreffer was
Met Where We've Been, Where We Go from Here heeft de Amerikaanse band Friko een debuutalbum op haar naam staan dat niet zomaar te overtreffen is. Het is de band wel gelukt, want het deze week verschenen Something Worth Waiting For klinkt weliswaar iets consistenter, maar laat nog steeds het eigenzinnige Friko-geluid horen. Ondanks de inzet van topproducer John Congleton is Friko zichzelf gebleven en dat is knap. Something Worth Waiting For bevat deels indierock van het moment, maar ook een aantal songs met opvallende invloeden uit de jaren 70. Alle songs worden vertolkt met veel emotie of zelfs hysterie, wat het tweede album van Friko nog wat aantrekkelijker maakt.
De Amerikaanse band Friko leverde aan het begin van 2024 met Where We've Been, Where We Go from Here een bijzonder leuk debuutalbum af. Het is een album dat het met name in de Verenigde Staten heel goed deed, maar in Nederland was de aandacht voor het album helaas beperkt. Op het Nederlandse muziekplatform MusicMeter leverde het album slechts een ruime handvol reacties op en dat is niet veel voor een album dat door de alternatieve muziekwebsite Pitchfork werd beloond met een uitstekend rapportcijfer.
Zelf was ik wel zeer gecharmeerd van het album, dat echt alle kanten op schoot. Friko kan op haar debuutalbum uit de voeten met aanstekelijke indierock, maar ook met folky songs, songs die opschuiven richting chamber pop of songs die juist verrassend lo-fi klinken. Het is niet anders op het deze week verschenen Something Worth Waiting For, dat, net als het debuutalbum van de band uit Chicago, Illinois, veelzijdiger is dan het gemiddelde album.
Voor haar tweede album wist Friko een producer van naam en faam te strikken, want niemand minder dan John Congleton produceerde het tweede album van Friko. Het is een naam die ik niet direct zou hebben gekoppeld aan een band als Friko, maar het pakt goed uit. John Congleton staat normaal gesproken garant voor flink opgepoetste of zelfs blinkende producties, maar gelukkig heeft hij het bijzondere geluid van Friko in stand gehouden.
Ook op Something Worth Waiting For blijkt Friko weer van vele markten thuis. Opener Guess is een lekker in het gehoor liggende indierocksong met een flinke spanningsboog. De track eindigt licht hysterisch en dat hoor ik vaker op het album. Het roept bij mij associaties op met de muziek van The Arcade Fire in haar hele jonge jaren, maar ik hoor ook invloeden uit de stevigere indierock en noiserock uit de jaren 90.
Ook Still Around is een lekker ruwe indierocksong met stevige gitaren en een memorabel refrein en zo bevat Something Worth Waiting For meer songs die Friko wat de richting van de indierock duwen. Met het ingetogen en stemmige Alice slaat Friko in de vierde track toch weer een andere richting in en hoor ik voor het eerst ook wat Beatlesque ingrediënten in de muziek van de band uit Chicago.
Die hoor ik nog veel duidelijker in het met veel strijkers versierde Certainty, dat de muziek van Friko de jaren 70 in trekt. Friko is sinds haar debuutalbum van een duo uitgegroeid tot een vierkoppige band en dat voegt nog wat extra ambitie en bravoure toe aan het geluid van de band.
Friko blijft op de tweede helft van het album in de jaren 70 hangen, onder andere met het fraaie en weer Beatlesque Seven Degrees, maar ondanks de invloeden uit het verleden slaagt de band er ook in om haar unieke geluid te behouden. Het album sluit af met een mooie en ingehouden ode aan de fiets in wederom een lange track.
Net als het debuutalbum is ook het tweede album van Friko wat mij betreft een album vol tegenstellingen. Op Something Worth Waiting For hoor je een band die alles heeft om heel groot te worden, maar op hetzelfde moment ook alles heeft om voorgoed een cultband te blijven. Friko sleept je misschien wat minder heen en weer tussen genres dan op haar debuutalbum, maar het kan nog altijd veel kanten op bij deze bijzondere Amerikaanse band. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
