MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten wizard als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Ulcerate - Shrines of Paralysis (2016)

poster
2,5
Ik had me erg verheugd op de release van Shrines of Paralysis. The Destroyers of All is een van de beste en meest overdonderende albums die ik de afgelopen jaren h​​eb ontdekt, en Vermis was een goed vervolg daarop. Daarbij waren de recensies voor dit album erg positief. Kortom, de zaden voor een daverende teleurstelling waren gezaaid.

En wat een teleurstelling is Shrines of Paralysis geworden! Ulcerate gaat hier door in de lijn van de vorige albums, neem ik aan: de band biedt bijna een uur lang technische death metal met een akelig, apocalyptisch aandoende sfeer met de even kenmerkende als virtuoze drums van Jamie Saint Merat. Om de stijl te beschrijven zal ik ook nog even het woord dissonant droppen. Zo.

Probleem is alleen dat dit album me, in tegenstelling tot z'n twee voorgangers, nergens weet te grijpen. Ik ben nu bij luisterbeurt acht of negen, en nog steeds ben ik rond een half uur wel verzadigd/voldoende murw gebeukt om de rest van het album te kunnen overslaan. Wat mij betreft gaat Ulcerate meteen bij de eerste minuut van het album de fout in: in plaats van heel kort (Destroyers), of langer (Vermis) even wat tijd te gebruiken om de luisteraar in de sfeer van het album te komen, klinken de eerste seconden van Abrogation alsof ik midden in het nummer val. Daarna wordt het niet beter. Nu blonken Ulceratealbums al nooit uit in herkenbare nummers met kop en staart, of dynamiek, maar dat maakt niet uit als ik voor dit soort muziek in de stemming ben. Op Shrines of Paralysis krijg ik echter niet de kans om in de stemming te komen, en daardoor worden zaken waar ik eerder geen probleem mee had, direct nadelen die het album tot een ondoordringbaar moeras van riffs en gebonk op drums maken.

Ik had me voorgesteld dat Shrines of Paralysis met Vektors Terminal Redux zou strijden om mijn favoriete album van het jaar. In plaats daarvan is dit album mijn tegenvaller van het jaar geworden.

Ulcerate - The Destroyers of All (2011)

poster
4,5
The Destroyers of All is een van de meest imposante metalalbums die ik het afgelopen jaar heb ontdekt. De plaat zelf is uiteraard al een paar jaar oud, maar in 2011 heb ik niks van deze release meegekregen. Ik kwam dit album pas op het spoor toen ik, na een vakantie in Nieuw Zeeland, me afvroeg of er eigenlijk goede metal werd gemaakt in dat land. Ja dus.

Dit album is een klein technisch deathmetalmeesterwerkje. Het eerste wat me opviel toen ik het ging luisteren, was het drumwerk. Dat laat zich het best omschrijven met de titel van het album. In positieve zin. Erg strak, en alsof alles wat dichtbij de drums komt inderdaad wordt vernietigd. Toch is het niet alleen voor de drums dat ik dit album beluister: Ulcerate schept een beklemmende sfeer. De sfeer van worden meegesleurd door een golf, alle controle over jezelf verliezend. Soms kom je even boven water. Snel adem halen voordat je weer onder het wateroppervlak verdwijnt.

Het album moet het niet hebben van de individuele nummers, maar van het geheel dat de nummers samen vormen. Dat is ook meteen het zwakke punt van The Destroyers of All: zodra je aandacht ook maar een beetje verslapt, wordt het geheel meteen een homogene brij van beukende drums en riffs. Met de koptelefoon op luisteren dus.

Voor nu een hele dikke vier sterren. Wellicht dat ik er later nog een halfje bij doe.

4.0*

Ulcerate - Vermis (2013)

poster
4,0
The Destroyers of All opende mijn ogen voor technische death metal. Uiteraard was dat geen nieuwe term voor me, maar ik associeerde het vooral met zielloze muziek die vooral voor andere muzikanten interessant is. The Destroyers of All was anders: hoewel het een uitdagend album was om naar te luisteren, slaagde Ulcerate er toch ook bijzonder goed in om een hopeloos, overdonderd gevoel op mij als luisteraar over te brengen. Dat bracht me verder bij bands als Gorguts en Pyrrhon, waar ik me nu wat in het verdiepen ben.

Toen ik zag dat Ulcerate een concert in de buurt gaf, was het besluit een kaartje te kopen snel genomen. Die snelheid was uiteindelijk niet nodig, omdat de band voor een halfvolle zaal (een man of 60) stond te spelen. Ik had me voorgenomen om na het concert The Destroyers of All te kopen, maar de band had alleen hun laatste worp, Vermis, meegenomen.

Ook goed, dat album meegenomen.

Aangezien Vermis niet het eerste album van Ulcerate is dat ik luister, had ik een idee wat ik kon verwachten toen ik het voor de eerste keer opzette. Na de eerste luisterbeurt was ik derhalve niet zo beduusd als toen ik me voor het eerst door Destroyers heen had gewerkt.

Dat wil niet zeggen dat de muziek op Vermis niet wederom verschroeiend en intens is, met hoofdrollen voor de drums van Jamie Saint Merat en gitarist Michael Hoggard, die regelmatig tegen z’n eigen gitaarlijnen inspeelt en daarmee zorgt dat Ulcerate een veel dikker geluid heeft dan je van een drietal zou verwachten.

Qua opbouw is er met Fall to Opprobrium even een rustpuntje ingebouwd, wat mij niet slecht uitkomt. Vijftig minuten onafgebroken geweld is op het randje van wat ik aankan. Los daarvan vind ik de meeste nummers lastig om uit elkaar te houden. Dat is niet echt een probleem: Vermis gaat voor mij vooral om de sfeer.

Zoals Don Cappuccino al opmerkt, is het geluid wat smeriger geworden in vergelijking met The Destroyers of All. Het album klinkt hier en daar wel erg als een sonisch bombardement. Het past bij de sfeer van het album, maar ik ben eigenlijk ook wel benieuwd hoe het had geklonken met een wat dynamischer geluid.

Met Vermis heeft Ulcerate nogmaals een uitstekend technische death metalplaat afgeleverd. De nummers zijn van hoog niveau, het geluid is wat smeriger dan z’n voorganger, maar de verrassing van dat album was Vermis voor mij niet.

Vier dikke sterren.

4.0*

Ulver - Bergtatt (1995)

poster
5,0
Bergtatt verhaalt (in vijf nummers, zoals de albumtitel al duidelijk maakt) van een meisje dat verdwaalt in het bos, weg van een ondergesneeuwd pad, op de grond moet overnachten en ’s nachts door trollen wordt meegelokt naar hun onderaardse woonplaats – van waaruit ze nooit meer terugkeert. Het verhaal is volgens Garm’s linernotes in mijn uitgave (eerste persing, maar misschien staat dezelfde commentaren ook op latere versies) van de cd gebaseerd op Noorse volksverhalen/mythologie, vandaar ook de oud-Noors/Deense zang. In die mythologie doen verschillende versies van dit ‘Bergtatt’-verhaal de ronde. Het uitgangspunt van het verhaal is echter altijd dat mensen die verdwijnen, de bergen ingelokt zijn en daar met een trol getrouwd zijn.

Muzikaal brengt Ulver hier een prachtig en gebalanceerd mengsel van folk en black metal. Op hun twee volgende albums, Kveldssanger en Nattens Madrigal, zouden die twee ingredienten in zuivere vorm verschijnen. Bergtatt laat wat mij betreft horen dat de combinatie meer is dan de som der delen. Garm’s serene cleane zang (‘monnikenzang’) staat in contrast met zijn schrille scream waardoor zowel de stilte van het bos als de angst en paniek van het verdwaalde meisje bijzonder goed uit de verf komen. De cleane zang vond ik meteen al erg goed, de scream was aanvankelijk even wennen.
Er lijkt veel aandacht aan de details op dit album te zijn besteed: de drumroll die Capitel I opent en je meteen het album inzuigt, een fluit hier, een stukje piano daar, het geluid van het door de sneeuw rennende meisje, de donderslag in Capitel III die me soms nog steeds laat schrikken (‘Torden rullerrrrr’).

Ulvers doel met Bergtatt was het ‘scheppen van een overweldigend melancholisch en verdrietig verhaal’. Daar zijn ze wat mij betreft in geslaagd. Met vlag en wimpel. Bergtatt is een geweldig album, dat ik eigenlijk niet vaak genoeg kan horen. Tijd om mijn top-10 weer eens overhoop te halen, want tot vandaag stond dit album er nog niet in.

Ik dacht aanvankelijk aan 4.5 ster, maar eigenlijk kan ik geen zwakke punten vinden. Vandaar toch vijf sterren.

5.0*

Ulver - Kveldssanger (1995)

poster
3,0
Ulver’s Bergtatt was een prachtige mix van black metal en folk. Op Kveldssanger heeft Ulver die black metal uit de mix gehaald, en daarna de folk nog wat ingetogener gemaakt. Dat resulteert in een album dat ik graag wil kunnen waarderen, maar veel minder geslaagd vind dan Bergtatt en deels daardoor slechts zelden draai. Mijn andere reden om dit album weinig te draaien is dat ik niet vaak in de omstandigheid en stemming ben om het rustig en ongestoord te kunnen luisteren, en als ik het kan, dan leg ik toch vaak liever een of ander metalalbum in de cd-speler.
De folk van Kveldssanger ligt zo ver weg van de muziek die ik normaal luister, dat ik bijna moet wennen om ernaar te luisteren. Ik luister naar metal vanwege de intensiteit en aggressiviteit, omdat ik me er goed bij voel ernaar te luisteren dus, misschien ook wel vanwege de middelvinger-naar-iedereenhouding die je er gratis bijkrijgt, en wellicht ook deels omdat ik er langzaam ingegroeid ben, een kwestie van gewenning dus. Kveldssanger ligt mijlenver weg van dat alles, zodat ik eraan moet wennen, niet kan horen wat ik normaal hoor en graag hoor. Was het een andere band dan Ulver die dit album gemaakt had, had ik het waarschijnlijk nooit geluisterd. Had ik dat wel gedaan, dan was ik ongetwijfeld nauwelijks geinteresseerd geweest.
Mijn grootste probleem met Kveldssanger is de zang. Teveel ‘aah-aah-aaahs’ en soortgelijke geluiden. Daarnaast, en belangrijker, krijg ik vaak het gevoel dat de zang een soort trucje is. Een trucje om ouder of doorleefder te klinken, om iemand anders te zijn dan Garm van zo’n 20 jaar. De eerste paar seconden zang op Østenfor Sol Og Vestenfor Maane is daar een voorbeeld van, maar ook op latere nummers bekruipt dat gevoel me weer.
Daar staat tegenover dat andere nummers erg mooi zijn, en dat het album een voor mij passende lengte heeft. Met zo’n 35 minuten kan ik Kveldssanger makkelijk uitluisteren zonder ongeduldig te worden (of te zitten wachten op een uitbarsting van elektrische gitaren).

Voor nu geef ik drie en een halve ster, maar daar kan best nog eens iets bijkomen, of afgaan.

Ulver - Nattens Madrigal (1997)

poster
3,5
Nu ik Nattens Madrigal de afgelopen weken wat intensiever heb beluisterd, ben ik het album beter gaan waarderen. Het zal ongetwijfeld de bedoeling van Ulver zijn geweest om dit album zo rauw en ijzig mogelijk te laten klinken, maar ik knoei toch een beetje met mijn equalizer voor ik dit album opzet. Op die manier snijdt de gitaar iets minder door mijn trommelvliezen en is er ook nog wat plaats voor andere instrumenten.
Dit album klinkt zoals ik me voorstel hoe traditionele black metal zou moeten klinken: snel, intimiderend, ijzig, en met een niet al te denderende productie. En tegelijkertijd ook monotoon. Na een nummer of zes heb ik het meestal wel gehad met Nattens Madrigal en begin ik uit te kijken naar een ander album. Misschien omdat ik niet gewend ben aan dit soort black metal, misschien omdat de stijl me misschien niet helemaal aanspreekt. Ik denk vooral het tweede. Iets meer afwisseling was voor mij een welkome afleiding geweest. Maar goed, voor afwisseling luister ik dan maar naar Bergtatt.

Ik blijf de voorkeur geven aan Bergtatt, maar Nattens Madrigal is toch ook een degelijk album gebleken. Iets te lang, en de stijl spreekt me niet heel erg aan.

3.5*

Uncle Acid & the Deadbeats - Blood Lust (2011)

poster
3,5
De eerste keer dat ik dit album beluisterde, werd ik enthousiast en heb het meteen daarna nog een keer gedraaid. Dat gebeurt niet zo vaak bij mij. Maar dit album klonk enorm retro, als een soort stoner, of primitieve doom uit de jaren '70 met bijpassende occulte teksten. Aan alle goede dingen komt een eind, en eerder deze week, ergens tussen de zesde en tiende keer luisteren (ik heb het niet precies bijgehouden), merkte ik dat mijn aanvankelijke enthousiasme voor een deel was verdwenen.

Met name de snellere nummers bevallen me goed. Die hebben een lekkere groove, met constant doordreunende drums, en de zang staat wat naar achteren in de mix, zodat de nadruk op het ritme ligt. Ook past de lijzige zang hier goed. Nummers als Cut You Down, Over and Over Again en 13 Candles zijn voor mij dan ook de beste stukken van deze plaat. Zodra het tempo omlaag gaat richting een soort van proto-doom, bevalt het me wat minder. Niet dat het dan echt gaat tegenstaan, maar de sfeer van de snellere nummers mist hier. De zang gaat zeurderig klinken, en de bonkende drums worden teveel van het goede.

Toch denk ik dat dit een album is dat nog regelmatig voorbij gaat komen. Al was het alleen maar voor 13 Candles.

Urfaust - Der Freiwillige Bettler (2010)

poster
4,0
Deze week (2011/02/06) het Metal Album van de Week

rfaust is een Nederlandse band, bestaand uit IX (zang, gitaar) en VRDRBR (drums). Naast de genoemde instrumenten wordt er veelvuldig gebruik gemaakt van keyboards. Qua stijl vind ik de muziek van Urfaust lastig in een hokje te proppen. Niet omdat ze verschillende genres combineren, maar omdat ze muziek maken die anders klinkt dan alle andere muziek die ik ken. Op Metal Archives wordt het atmospheric black metal genoemd, op Discogs valt het onder 'black metal, avantgarde'. Wellicht dat dat een idee geeft.
Hoe dan ook, dit album valt met name op door de zang. Die klinkt maniakaal/waanzinnig en wordt vooral als instrument ingezet. Tenminste, zo vat ik het op. Soms alsof je tussen een roedel wolven beland bent, soms meer alsof je naar een dood kerkkoor zit te luisteren. Voor zover er teksten zijn, heb ik ze niet kunnen ontcijferen.
Hoewel er een groot verschil in het tempo is tussen de verschillende nummers (het titelnummer, Der Mensch, die kleine Narrenwelt en Der hässlichste Mensch zijn (doomachtig) traag, terwijl Vom Gesicht und Rätsel en Ein leeres Zauberspiel weer redelijk snel zijn. En los daarvan wil ik nog even Das Kind mit dem Spiegel noemen, omdat het zo'n briljant nummers is (die hypnotiserende keyboards!).

Zelf heb ik nog geen sterren uitgedeeld aan dit album, omdat ik nog niet helemaal weet wat ik ermee aan moet. In ieder geval is Der freiwillige Bettler een album waar je even aan moet wennen. Ik denk dat luisteren in een donkere kamer met alleen een paar kaarsen aan wel aan te bevelen is.

Urfaust - Geist Ist Teufel (2004)

poster
2,0
Als ik het goed gelezen heb, is Urfaust begonnen als dark ambient band, en na korte tijd overgeschakeld op black metal. Met ambient ben ik eerlijk gezegd niet bekend, maar ik stel me zo voor dat het laatste nummer op Geist ist Teufel, een restant is van die periode van de band: langzaam voortkabbelende keyboardpartijen. Die eigenlijk nergens heengaan, en daarmee een nummer van een kwartier een ergerlijk lange zit maken. Bovendien past In den Weiten, öden Räumen totaal niet bij de rest van het album.
Dat is namelijk black metal met Urfaust’s kenmerkende galmende wolvenhuilzang. In tegenstelling tot Der Freiwillige Bettler uit 2010, waar ik nog steeds behoorlijk enthousiast over ben, en wat ook de reden is dat ik Geist ist Teufel graag wilde horen, is het niet best wat Urfaust op dit album laat horen. Ik vind de nummers te lang en daardoor saai. De zang wordt niet overtuigend gebracht, zodat het klinkt als last-minute improvisatie van een zanger die nog aan het experimenteren is met z’n zanglijnen en stemgeluid. Daarbij vind ik de nummers onvoldoende samenhangend om het album consistent te maken. Na een zwaar nummer als Drudenfuss komt er plotseling een vrolijk wijsje in Auszug Aller Tödlich Seinen Krafte (en wordt dat nummer op het einde wel erg abrupt weggedraaid).

Dit album weet onvoldoende duidelijk te maken of Urfaust serieus bedoeld is, of dat het een grote grap is (die hier ook nog eens slecht uitgevoerd is). Ik heb Der Freiwillige Bettler tien keer liever dan Geist ist Teufel.

2.0*

Uriah Heep - Wake the Sleeper (2008)

poster
3,0
Toen ik net hard rock en heavy metal begon te ontdekken, heb ik wel eens wat pogingen gedaan om een paar klassieke Uriah Heepalbums uit de jaren ’70 te luisteren en te waarderen, maar dat lukte eigenlijk nooit. Een paar jaar later was een vriend enthousiast over Wake the Sleeper, dus dat album ook maar eens geprobeerd. Verder dan een paar luisterbeurten ben ik nooit gekomen. Nu het album maar weer eens een paar keer gehoord, maar Wake the Sleeper weet me nog steeds niet echt te boeien, ondanks een sterk eerste nummer/intro.
Ten eerste spreekt de zang me niet aan. De stem van Bernie Shaw komt op mij een beetje saai over, zonder een ruw randje dat de vocalen interessant zou kunnen maken. Daarnaast heb ik na een tijdje genoeg van de keyboards, die overal en altijd aanwezig zijn en volgens mij behoorlijk essentieel zijn voor het geluid van Uriah Heep.
Nummers als Overload en Ghost of the Ocean vind ik nog wel lekker, maar 11 nummers achter elkaar is dan weer een overload voor mij, zeker als er zwakke nummers als Angels Walk with You tussenstaan.

Conclusie: Uriah Heep kan ik links laten liggen, niks voor mij.

3.0*