MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten wizard als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

G//Z/R - Plastic Planet (1995)

poster
4,0
Hoewel hij in 1985 al bezig was met een band en probeerde een platencontract te krijgen, duurde het tot 1995 voordat de eerste soloplaat van Geezer Butler uitkwam. Bijgestaan door Pedro Howse op gitaar en Deen Castronovo op drums, en Burton C. Bell van Fear Factory zingt – brult vooral – het album vol.

Plastic Planet begint met een zeurderig toontje dat overgaat in het slepende Catatonic Eclipse. Voor Drive By, Shooting schakelt de band een tandje bij. Iets wat het album als geheel kenmerkt: afwisseling qua tempo. En gelukkig maar, want anders ben ik bang dat Plastic Planet redelijk saai zou zijn geweest. Maar goed, dat is een if…then-gevalletje.
Giving Up The Ghost is een goed uitgevoerde aanval op Tony Iommi, die wellicht tegen beter weten in, blijft doormodderen met Black Sabbath. Plastic Planet werd tegelijkertijd uitgebracht met Sabbath’s Forbidden, en vergeleken met de werkjes uit de jaren ’70 klinkt dat inderdaad als vergane glorie.

Black magic has
Turned to dust
It's time to put
The thing to rest
You can't admit that you're wrong
The spirit is dead and gone


Het titelnummer is weer sneller, alleen doen de drums me een beetje Death Magneticachtig aan: monotoon gebeuk op 1 trommel. De rest van de nummers is niet overal even sterk, maar als geheel blijft de plaat moeiteloos overeind. De nummers zijn goed opgebouwd, en binnen de nummers gebeurt genoeg om nergens te gaan vervelen. En dan, voordat je het weer, ben je alweer aanbeland bij Cycle of Sixty. Een mooie, ingetogen afsluiter. Heel rustig, alsof de luisteraar even de gelegenheid wordt gegeven om weer op adem te komen.

En dat is wel nodig. Als je denkt: ‘ah, leuk, soloplaatje van Black Sabbathlid’ en je verwacht een plaat in de stijl van Sabbath of überhaupt een traditioneel metalplaatje, dan krijg je het deksel op de neus. Deze plaat is namelijk harder. Veel harder. Je kan Dehumanizer de hardste Sabbathplaat noemen, maar vergeleken met Plastic Planet is dat een beschaafde collectie liefdesliedjes.

Hard en afwisselend dus, dit Plastic Planet. Daar kan ik wel 4 **** aan kwijt.

Geezer - Black Science (1997)

poster
3,5
Black Science is de tweede cd van de band Geezer (of G//Z/R), en kwam 2 jaar na het debuut van deze band van Black Sabbath-bassist Geezer Butler.
Op dit album spelen behalve Geezer zelf, Pedro Howse (Geezers neef oid, gitaar), Deen Castronovo (drums) en Clark Brown zingt de plaat vol.

Het eerste nummer, Man in a Suitcase is een harde opener, een aggressief nummer, die wat mij betreft de toon had mogen zetten voor de rest van de plaat.
Box of Six gaat door op dezelfde toon, hard en schreeuwerig.
Op Mysterons wordt een beetje gas teruggenomen. Helaas duurt het nummer wat te lang om tot het eind te kunnen boeien.
Justified was ik alweer vergeten toen het geindigd was, niet een erg spannend nummer dus.
Department S begint met wat hippe electronicageluidjes, maar ontwikkelt zich daarna tot een snel, dreunend nummer. Lekker na de 2 voorgaande nummers.
Area Code 51 is veel herhaling van hetzelfde stukje. Niet heel spannend dus.
Has to Be is ook niet de meest indrukwekkende compositie van Black Science. Eigenlijk is het een beetje een zeurderig nummer.
Number 5 is muzikaal echt bijzonder, maar daardoor ga je wel meer op de tekst te letten. Ditmaal niet een tekst over Aliens of ander buitenaards gespuis, maar voor mijn gevoel gaat dit nummer over Geezer's jeugd in Aston, en dat wat aan die tijd herinnert inmiddels verdwenen is. Mede door deze insteek wordt het nummer de moeite waard.
Among the Cybermen is een traag en dreigend nummer, ik vond het een van de betere nummers van de cd.
Unspeakable Elvis is muzikaal afwisselend, met een tekst waarin Elvis op de hak wordt genomen als zijnde 'evil' en overal aanwezig. Grappig.
Xodiak is weer een hard nummer, met wat electronica erdoorheen gemixt. Al met al klinkt ook dit nummer best goed.
Northern Wisdom is een rustig nummer, in die zin dat er weinig harde gitaren aanwezig zijn. Maar in de zin van instrumentatie en keyboardpingeltjes is het wel weer heel druk. Hierdoor ging het nummer me op de zenuwen werken na een tijdje. Omdat het een wat rustiger nummer was, dacht ik dat het het afsluitende nummer van de cd zou zijn.
Maar dat is het niet, want Trinity Road sluit Black Science af. Jammer, want dit is een nogal monotoon dreunend nummer. Niet heel memorabel.

Vergeleken met platen van Black Sabbath, en met soloprojecten van andere Sabbathleden, zijn de albums van Geezer zonder meer de hardste. Op Black Science wordt afwisselend gezongen en geschreeuwd, en ook het gitaarwerk is veel harder. Persoonlijk bevalt me dat wel, maar als je iets als Paranoid of sabbath Bloody Sabbath gewend bent kunnen de oortjes wel even gaan klapperen als Black Science uit de speakers komt loeien.
Vergeleken met Plastic Planet, Geezer's eerste plaat, is deze cd over de hele linie minder: minder goede nummers, mede daarom is de plaat te lang. Ik vind Chad Smith een mindere zanger dan Burton C. Bell. Hier en daar mist de agressie, en qua instrumentatie vliegt dit album hier en daar uit de bocht.
Maar al met al is mijn oordeel toch positief, omdat er genoeg goede nummers op staan ter compensatie van de wat mindere broeders.

3.5* daarom.

George Harrison - All Things Must Pass (1970)

poster
4,5
Mijn waardering voor dit album is beinvloed door jeugdsentiment. Niet dat ik erbij was toen All Things Must Pass uitkwam, maar zo’n 30 jaar later heb ik menig avond doorgebracht met dit album op de draaitafel. Het was een indrukwekkend album, alleen al vanwege de grootte van de hoes. Eerder een doos dan een hoes, eigenlijk, en dan die mooie foto voorop van George in z’n eentje als een reus tussen de tuinkabouters. Hij deed me soms denken aan een kluizenaar met die hoed en lange baard, soms alsof hij de tuinman was in die laarzen. Binnenin de box waren er uiteraard de drie LPs, waarvan de derde zijn weg naar de platenspeler slechts sporadisch wist te vinden, een donkere poster van George Harrison voor een raam. Daarnaast gebruikte mijn vader de hoes als bewaarplaats van een viertal foto’s van de leden van The Beatles. Later was John Lennon verdwenen, om daarna ingelijst aan de muur te verschijnen.

Muzikaal is er veel te beleven op dit album, net als dat er veel te beluisteren is. Geen wonder, gezien de hoeveelheid muzikanten die hier als begeleiding meespelen en de aanwezigheid van Phil Spector als producer. Het grootste geluid past daarentegen wel bij dit album, dat in zijn hele opzet groots is. Toch is vind ik het hier en daar een beetje teveel van het goede worden: in bijvoorbeeld Awaiting on You All verdrinkt George’s stem bijna in alle instrumentatie.
Tekstueel is dit album een mengsel van aardse zaken als het uit elkaar vallen van The Beatles, George’s nieuwe huis, Apple Scruffs en seks (I Dig Love is voor mij overigens een van de minste nummers op dit album) met een meer dan flinke scheut spiritualiteit. Dat laatste pakt in de meeste gevallen goed uit, met als hoogtepunten What is Life, Art of Dying en uiteraard het nummer waarnaar dit album is vernoemd. Aan de andere kant is een nummer als My Sweet Lord voor mij teveel van het goede.
Aangezien ik ook Wah Wah niet tot de hoogtepunten van All Things Must Pass reken, begint dit album niet met de sterkste nummers die George Harrison geschreven had. Naarmate ik verder luister wordt het album steeds beter om met een van de sterkste nummers die hier te vinden zijn, af te sluiten.
De jam zie ik maar als bonusnummers die aardig zijn om zo nu en dan eens te horen. Ik reken ze ook niet mee bij de beoordeling van All Things Must Pass. Ik had 4 sterren staan bij dit album, maar nu ik het de afgelopen week/weken veel heb beluisterd, doe ik daar toch nog maar een halve ster bij.

4.5*

Ghost - Infestissumam (2013)

poster
3,0
Teleurstellend. Veel meer kan ik van deze opvolger van Opus Eponymous niet zeggen. Op dat debuutalbum mixte Ghost de charme van makkelijk meezingbare deuntjes met teksten die satanistisch met een hele vette knipoog waren. Dat mengsel werkte erg aanstekelijk.
Op dit album komt de band echter aan met een aantal wat langere nummers die wat complexer opgebouwd zijn, en die helaas ook onderstrepen dat de zang Ghost’s zwakke punt is. Tegelijkertijd kunnen veel nummers, lang of kort, niet overtuigen: Secular Haze, dat veel te lang voortborduurt op een vervelend kermisdeuntje, of Year Zero, dat na het intro inzakt, of Body and Blood, waarin teveel herhaling zit. Daarnaast zijn er nummers als Jigolo har Megiddo en Depth of Satan’s Eyes, die beide niet blijven hangen. Ook de teksten, die op het eerste album nog grappig waren, beginnen hier een beetje op een trucje te lijken.
Is het dan alleen maar ellende op dit album? Nee. Per Aspera Ad Inferi is, zeker in combinatie met het intro Infestissumam een geslaagd geheel, en met Idolatrine wordt het niveau van Opus Eponymous gehaald.

Na het debuutalbum vind ik Infestissumam erg tegenvallen. Ghost lijkt een grap die zichzelf serieus is gaan nemen.

3.0*

Gilby Clarke - '99 Live (2000)

poster
2,5
Deze liveplaat is opgenomen met Tracii Guns op gitaar en Eric Singer achter de drumkit. Niet de minste muzikanten dus.
De muziek doet me denken aan Guns 'n Roses ten tijde van Appetite For Destruction en Lies, en in mindere mate aan Slash's Snakepit (voor zover ik me die muziek nog kan herinneren, want de cd die ik van die band had, heb ik alweer een tijd geleden verkocht).
Tot zover klinkt het allemaal goed, maar in de praktijk is het resultaat een beetje tegenvallend. Ik vind Gilby Clarke geen erg goede vocalist, en de kwaliteit van de opname is ook wat tegenvallend. En het klinkt alsof er ongeveer 20 mensen op het concert zijn afgekomen.

2.5*

Glenn Hughes - Addiction (1996)

poster
3,0
Waar ik From Now On... een sterke plaat vind, wil Addiction me maar niet overtuigen. Weliswaar zingt Glenn erg goed, maar voor mijn gevoel blijft het niveau van de nummers wat achter. Neem bijvoorbeeld het begin van het album: Death of Me en Down zijn aardig, maar pas bij het titelnummer komt er echt vuurwerk. Daarnaast vind ik het album tegen het einde wat teveel leunen op ballads. Zowel Blue Jade en I Don't Want to Live That Way Again zijn redelijk, maar ik vind ze te lang. Doordat ze redelijk dicht bij elkaar staan op de plaat, vind ik het allemaal wat teveel van het goede.
From Now On... is het enige andere album van Glenn Hughes dat ik ken. Nu ik Addiction een tijdje redelijk intensief beluisterd heb, denk ik dat ik het in het vanaf nu toch maar weer bij From Now On... laat.

Slecht is dit album zeker niet, maar Addiction doet me ook niet opveren.

3.0*

Glenn Hughes - From Now On... (1994)

poster
3,5
Glenn Hughes ken ik vooral van z’n samenwerking met Tony Iommi op Fused, en eerder al op Black Sabbath’s album Seventh Star. De zware riffs van Iommi mis ik hier en daar op From Now On, ook al omdat ze als contragewicht fungeren voor Hughes’ krachtige stem en daarmee resulteren in een gebalanceerde plaat. Ook al speelt een deel van Europe mee op dit album, het is vooral heel veel Glenn Hughes (en Jezus, maar die staat vooral vaak in de hoes, en niet in de muziek gelukkig). Soms lijkt de zang belangrijker dan de nummers waar Glenn Hughes zich doorheen zingt.
Dat wil niet zeggen dat ik dit album niks vind. Als ik voor From Now On in de stemming ben, en dat ben ik regelmatig, dan vind ik dit best een leuk album. De nummers liggen veelal goed in het gehoor. Hughes heeft uiteraard een fenomenale stem en de meeste nummers zijn ook de moeite waard, met Pickin’ Up the Pieces, Why Don’t You Stay en Devil in You als hoogtepunten. Het nogal cheesy intro van Into the Void verpest dat nummer enigszins helaas.

Een heel degelijk rockalbum.

3.5*

God Dethroned - Passiondale (2009)

poster
4,0
God Dethroned kende ik eigenlijk alleen omdat een vriend op de middelbare school een album van hen had. Geen idee meer welke, ik heb hem nooit geluisterd. Volgens mij hijzelf ook niet, maar het stond wel stoer, een cd van een band die God Dethroned heet.

Dit Metal Album van de Week was dus mijn eerste echte kennismaking met God Dethroned. Voordat ik begon te luisteren, had ik niet echt een idee wat ik me bij een conceptalbum over de Slag van Passchendale voor moest stellen.
Maar zowel de kennismaking met deze band als de uitwerking van het thema is me goed bevallen.
Eigenlijk kent deze plaat weinig zwakke punten. De nummers zijn goed: het tempo zit er heel lekker in. De grunt is behoorlijk indrukwekkend, en niet, zoals bij andere recente metal albums van de week, compleet onverstaanbaar omdat het zo extreem mogelijk over moet komen. Daarnaast vind ik de cleane zang een briljante toevoeging. Bovendien is het spaarzaam toegepast, waardoor het veel beter tot z'n recht komt.
Daarnaast, toen ik dit album op mijn mp3 speler met oordopjes in luisterde, vielen me de drumpartijen op. Heel veel variatie, en het klinkt bij vlagen alsof de kogels je echt om de oren vliegen terwijl in de verte de artillerie zwaardere granaten aan het afvuren is.
Door de intro en de outro is het album echt een geheel geworden. Met name het outro is erg mooi na 35 minuten keiharde metal.

Zijn er geen nadelen? Eentje dan: ik had best nog 1 of 2 extra nummers op dit album willen hebben. Normaal is 40 minuten wel een optimale lengte voor me, maar van deze muziek had ik best 3 kwartier op een album willen hebben.

Tot dusverre is Passiondale het beste album tijdens deze 3e ronde van het Metal Album van de Week.

Cijfer: 4.0*.

God Dethroned - Under the Sign of the Iron Cross (2010)

poster
4,0
Op Under the Sign of the Iron Cross hameren en ratelen geweren en kanonnen even grimmig als op voorganger Passiondale. Ook het (hopelijk voorlopig) laatste album van God Dethroned gaat over de Eerste Wereldoorlog.
Muzikaal is er niet veel verschil tussen de twee bovengenoemde albums: intense Death Metal (inderdaad alsof je in een loopgraaf zit) met de intense maar goed verstaanbare grunt van Henri Sattler. In de uitwerking van de nummers zit wel een klein verschil: voor mijn gevoel klinkt Passiondale iets frisser, en contrasteren op dat album de wat meer melodieuze stukken beter met de harde Death Metalstukken.
Ook tekstueel hoor ik een verschil. Waar Passiondale voor mij de indruk wekt een soort van conceptalbum te zijn waarop alle nummers samenhangen (van begin van de oorlog naar de patstelling in de loopgraven met modder en ellende, tot de uiteindelijke doorbraak door het vijandelijke front), is Under the Sign of the Iron Cross meer een verzameling verhalen over de oorlog. Over het Schlieffenplan (het titelnummer), over de oorlog in de lucht (The Red Baron), over het Kaukasische (vermoed ik) front (Through Byzantine Hemispheres), en verder vooral over de verschrikkingen van de oorlog. Voor mij werkte het conceptidee achter Passiondale iets beter.

Vergeleken met de voorganger is dit album dus iets minder, maar niet veel. Het album klinkt als een klok en het songmateriaal is over de gehele linie sterk.

Toch dezelfde waardering als Passiondale, want minder zou te weinig zijn: 4.0*

Godflesh - Streetcleaner (1989)

poster
4,0
Waar mijn favoriete band Black Sabbath, net als Godflesh afkomstig uit Birmingham, beïnvloed werd door de grauwheid van hun stad, gaan Broadrick en co. hier een stap verder: ze komen met een soundtrack van Birmingham. Een ode is het niet geworden. Streetcleaner dreunt en rommelt als de stad met (destijds in ieder geval) zijn zware industrie. Drum en bas nemen niet alleen het tempo aan van machinerie die zware stukken staal perst en buigt, ze zijn ook even repetief en onvergeeflijk. Een foutje, en de machine perst je arm en niet het staal dat je in de machine moet schuiven. Ondertussen nemen de mensen de vorm aan van hun omgeving. Afgestompt, als de machines waarmee ze omringd zijn, marcheren ze door het leven. Geen hoop, geen idealen, slechts eigenbelang.

Godflesh maakt duidelijk dat muziek niet mooi hoeft te zijn om te overtuigen. Op Streetcleaner loop je zelf door Birmingham, wetend dat de nachtmerrie niet meer dan 3 kwartier zal duren. Toen ik dit album bijna anderhalf jaar geleden voor het eerst hoorde, maakte het grote indruk. Het was bijna teveel in al z’n intensiteit, maar zorgde er wel voor dat ik dit steeds weer wilde luisteren. Niet altijd. Ik moet er wel voor in een wat zwaarmoedige stemming zijn.

Een erg rauw en beklemmend album.

4.0*

Goethes Erben - Der Traum an Die Erinnerung (1992)

poster
4,0
Toen ik haar een nummer van dit album liet horen, dacht de vrouw des huizes dat ik van gedachten was veranderd en plotseling into musicals was. Mij deed dit album meer denken aan de Dresden Dolls, waar mijn broer in tegenstelling tot mij altijd enthousiast over was.
Geen musical en geen Dresden Dolls voor mij, maar deze muzikale theatervoorstelling van Oswald Henke en co. vind ik behoorlijk intrigerend. Omdat de teksten in het Duits zijn, is het voor mij soms even ontcijferen wat voor een verhaal verteld wordt, hoewel sommige nummers meteen (redelijk) duidelijk zijn: Keine Lösung, Das Ende, Die Tür in die Vergangenheit, Iphigenie. Sommige andere nummers moet ik nog steeds beter luisteren om het verhaal echt te kunnen volgen.
Dat wil niet zeggen dat je de nummers helemaal moet begrijpen om ervan te kunnen genieten. Vaak ligt de beklemming, de dreiging of het onheil, en in het geval van Die Tür... het halfmelancholische terugdenken aan het onbekende verleden, als een voldoende dikke deken over de muziek en de voordrachte om in de stemming van het album te worden gezogen.

Der Traum an die Erinnerung is een album dat ik bijna per toeval ontdekt heb. Volgens mij was ik op wikipedia een het lezen over gothic, en kwam via-via bij dit album terecht. Het album is een van de betere ontdekkingen van 2013 gebleken. Tot nu toe, in ieder geval. Het heeft me in ieder geval nieuwsgierig gemaakt naar andere albums van deze band.

Voor nu vier sterren, maar met kans op meer.

4.0*

Gojira - From Mars to Sirius (2005)

poster
4,0
Hoewel The Way of All Flesh de eerste Gojira-cd was die ik kocht, was het From Mars to Sirius dat me kennis liet maken met de muziek van deze Franse band. Dat was zo’n zes, zeven jaar geleden. Destijds hoorde ik dit album erg vaak. Volgens mij heeft het ook een tijd in mijn top-10 hier op MuMe gestaan.
Daar is het sinds lang uit verdwenen, en ik luister eigenlijk ook nog maar weinig naar Gojira. Dat wil echter niet zeggen dat ik dit album niet meer kan waarderen: nu ik het weer eens luister, bevalt het me nog steeds erg goed. Over het algemeen vind ik het zware, doordachte en groovende geluid dat Gojira hier laat horen, erg de moeite waard. Gojira klinkt uniek. Ik ken alleen Hacride als het gaat om vergelijkbare bands (maar die band haalt niet het niveau van Gojira). De drums van Mario Duplantier zijn bepalend voor dat geluid en hij is net zo dominant aanwezig op dit album als de gitaristen.
Met name de eerste twee nummers, en From Mars/To Sirius en Global Warming springen er voor mij bovenuit. Where Dragons Dwell doet me dan weer niet zoveel, World to Come is het dieptepunt van het album. Er gebeurt mij te weinig in dat nummer. De teksten zorgen hier en daar voor een paar pluspuntjes, hoewel het niet iets is waar ik veel aandacht aan besteed.

Dat ik From Mars to Sirius niet zo vaak meer luister, heeft ermee te maken dat mijn smaak met de jaren verandert. Ook speelt mee dat ik dit album net wat te lang vind, en hier en daar heb ik moeite de nummers uit elkaar te houden.
Vandaar dat ik toch maar een half sterretje van mijn waardering afhaal. Dan kom ik uit op vier sterren.

4.0*

Gojira - The Link (2003)

poster
3,5
Na zijn twee opvolgers, From Mars to Sirius en The Way of All Flesh, waarbij die eerste mijn kennismaking met Gojira was, is The Link toch even doorbijten. De kwaliteit die From Mars to Sirius zo goed zou maken, is hier weliswaar hoorbaar, maar vooral sporadisch.
Laat me beginnen met een positieve noot: dit album bevat een aantal hele sterke nummers. Bijvoorbeeld openingstrack The Link, het door Meshuggah geïnspireerde Remembrance (sowieso zijn de Meshuggahinvloeden duidelijk hoorbaar op deze cd), Inward Movement en de lange afsluiter Dawn.
Helaas wordt de flow van het album verstoord door een paar instrumentale niemendalletjes (Connected en Torii). Ook Over the Flows weet geen enkel moment te boeien, vooral doordat het tempo nauwelijks boven slakkengang uitkomt, waarna Wisdom Comes slechts een kleine verbetering is.
Tot slot: ik vind de zang in sommige stukken van Death of Me echt slecht klinken.

Kortom, een album met twee gezichten. Soms erg sterk, soms een beproeving om te luisteren. De zwakke stukken duren gelukkig niet lang, dus vandaar toch nog drie en een halve ster. Niet een album dat ik veel zal gaan draaien.

3.5*

Gojira - The Way of All Flesh (2008)

poster
4,0
Vorig jaar gekocht, deze cd. Bij uitzondering niet een cd die ik eerst gedownload had, en daarna pas gekocht. De gok om deze cd te kopen was een goede, ik vind The Way of All Flesh een prima cd. Waarbij prima wel een soort understatement is.

Oroborus knalt er meteen lekker in. Goede opener.
Toxic Garbage Island gaat volgens mij over een groot 'eiland' van vooral plastic afval dat in de Grote Oceaan ronddrijft, maar dat kan ook een hersenkronkel van mij zijn. In ieder geval een goed nummer.
A Sight to Behold begint een beetje raar met een vervormde stem, maar dat hindert bepaald niet. Daarna wordt het nummer harder, meer gitaar, beukende drums.
Het volgende nummer, Yama's Messengers, vind ik dan weer wat minder. Een beetje een nummer zonder kop en staart.
The Silver Chord is een instrumentaal nummer, dat aanmerkelijk rustiger is dan alle voorgaande nummers. Als het niet op de cd had gestaan, had ik het niet gemist, maar het werkt wel als rustpuntje.
All the Tears gaat dan weer verder waar de band gebleven was voor The Silver Chord: met het maken van hele goede metal waarin veel te beleven is.
Adoration for None begint furieus, maar na een tijdje begint dit nummer me wat tegen te staan. Het is alsof de band geprobeerd heeft er teveel in te stoppen qua tempowisselingen, overelkaar heenbuitelende drumpartijen, verschillende zangpartijen, etc. Daardoor wordt het een wat rommelig nummer.
Maar daardoor lijkt The Art of Dying nog beter! Het nummer begint al briljant met ongeveer een minuut lang steeds sneller wordende drum die klinkt alsof er een leger komt aanmarcheren. En daarna dendert het nummer nog 8 minuten op hoge snelheid door. Zonder meer het beste nummer van de plaat.
In de schaduw van The Art of Dying is Esoteric Surgery eigenlijk ook een heel behoorlijk nummer. Ook hier weer prominent aanwezig drumwerk, snelle gitaarpartijen, breaks en tempowisselingen. Eigenlijk zijn alle Gojira-ingredienten aanwezig. In het tweede deel van het nummer wordt de snelheid verwisseld voor wat meer melodie. Ik had dit nummer nog nooit echt goed beluisterd, maar ik geloof wel dat het een van de betere van dit album is.
Vacuity is een van de mindere nummers van de cd. Ik heb het idee dat het nummert nooit echt op gang komt en vooral bestaat uit wat losse ideetjes die bij elkaar gezet zijn.
Wolf Down the Earth daarentegen vind ik wel weer de moeite waard. Leuk riffje en de zang klinkt bruter dan op de meeste andere nummers van deze cd.
Het laatste nummer, The Way of All Flesh, is weer een beetje een tegenvaller. Het klinkt nogal gewoontjes, en het einde is ook nog eens zwak. Het houdt gewoon op. Daarna is het nog een aantal minuten stil voor de bonustrack of zo, maar daar wacht ik meestal niet op.

Vergeleken met From Mars to Sirius is deze cd over de gehele linie iets minder, maar de kwaliteit van The Way of All Flesh is wel constanter. Waar op FMTS 2 missers achter elkaar stonden (In the Wilderness en World to Come), kent deze cd geen grote misperen, enkel een of 2 zwakkere nummers.

Al met al een topper, 4.5*.

Graveyard - Graveyard (2008)

poster
3,0
Er is weinig nieuws onder de zon op dit debuutalbum van Graveyard. Retro(hard)rock die nadrukkelijk teruggrijpt op de jaren '70. Van de bands die op het stickertje van Kronos genoemd worden, hoor ik hier zelf nog het meest Cream in.
Ondanks de energie die de muziek uitademt, moet ik sinds mijn vorige berichtje hier (van december 2010) toch constateren dat ik dit album nauwelijks nog gedraaid heb. Het klinkt een paar nummers leuk, maar dat is het dan ook wel weer. Over de gehele lengte weet het mijn aandacht niet vast te houden. Deels komt dat door de vocalen: de zanger heeft gewoon niet een geluid dat me aanspreekt, deels komt dat ook doordat de muziekstijl van Graveyard nét niet van het soort is dat ik interessant vind. Ik vind het allemaal net een beetje te tam. Als er dan toch teruggegrepen moet worden op de jaren '70 heb ik liever The Sword, hoewel die band iets minder retro is dan Graveyard.
Hoogtepunten op dit album zijn voor mij de eerste 2 nummers, alsmede Blue Soul.

3.0*

Grim Reaper - See You in Hell (1983)

poster
2,5
Heb dit album een paar keer beluisterd, maar het weet me toch niet te boeien. De gitaar staat me net te zacht in de mix,de drums hier en daar wat te hard. Belangrijker: er is weinig variatie tussen de nummers onderling, en binnen de nummers zelf wordt ook redelijk veel herhaald. De zang is ok, maar niet heel denderend. De hoge uithalen vind ik niet erg geslaagd, en sowieso heeft de zanger een stem die me niet erg lang bijblijft.

See You in Hell is wat mij betreft het beste nummer, The Show Must Go On een soort van powerballad. Het minste nummer dus.

2,5*

Grip Inc. - Power of Inner Strength (1995)

poster
4,0
Bij nader inzien toch een erg sterk thrash-/groovemetalalbum. Het heeft alle kenmerken die op Nemesis nog iets beter gecombineerd zouden worden, maar ook dit debuutalbum mag er zijn.
Het album begint met een intro, Toque de Muerto, waarin voornamelijk de drums van Dave Lombardo de aandacht opeisen. Het intro gaat over in Savage Seas, een van de sterkste nummers op het album. Het echte prijsnummer komt daarna echter pas: Hostage to Heaven. Hierop laat Grip Inc. alles horen wat ze in huis hebben: agressieve, rauwe zang van Gus Chambers, strakke riffs en dito drumwerk.
Hoewel er met een zanger als Chambers sowieso weinig mis kan gaan, ik vind 's mans stem echt geweldig, wordt het album na de eerste nummers toch iets minder. Het tempo gaat wat omlaag en dan slaagt de band er toch niet in om het even boeiend te houden.

Toch een welverdiende 4*. Gelukkig dat ik dit album goed ben gaan waarderen, het was een van mijn laatste blinde aankopen (nadat ik Nemesis al kende overigens).

4.0*