MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten wizard als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

D.A.D. - Draws a Circle (1987)

poster
3,5
Aardige Deense 'cowpunk'. Hoewel, dat label dat op D.A.D. geplakt wordt, klopt mijn inziens niet. Dit is gewoon rockmuziek met lichte, vermakelijke teksten. De zanger beperkt zich niet tot zingen op 1 toon, maar doet regelmatig een hoge uithaal, een stukje laag, een schreeuw of produceert rare geluiden. Daarbij komt er bijna elk nummer wel een aardige solo voorbij.
De eerste 4 nummers zijn wat mij betreft de beste, waarbij I Won't Cut My Hair (in ieder geval in Denemarken) een hit is geweest. De volgende 6 nummers zijn iets minder, Ride My Train uitgezonderd.
There's a Ship deed me een beetje denken aan het liedje van Annie M.G. Schmidt over drenkelingen ("Daar is een stip aan de horizon, schip aan de horizon/Zwaaien met je onderbroek, zwaaien met je hemd"...etc). God's Favourite begint goed, maar begint me na een tijdje te vervelen en de afsluiter is een overdreven sentimentele ballade.

Een aardig album, maar de opvolger is beter.

3.5*

Dark Star - Dark Star (1981)

poster
3,5
Dit is een plaat met 2 gezichten. Aan de ene kant staan er een paar hele goede hardrocknummers op, zoals Backstreet Killer, Crazy Circles, Kaptain Amerika, en natuurlijk Lady Of Mars. Aan de andere kant staat hier een aantal flinke misperen op, zoals het zoetsappige The Musician. Voor de rest zijn de meeste nummers degelijke hardrock/metalwerkjes.
De cd is best de moeite waard, maar heel speciaal is het allemaal niet.

3.5*.

Dark Star - Real to Reel (1987)

poster
2,0
Dark Star's debuutalbum was wellicht het meest bekend vanwege 'Lady of Mars'. Behalve wat stevigere nummers stonden er op dat album ook een aantal meer rustigere nummers en wat al te zoetsappige werkjes.
Helaas is de band op dit album vooral verder gegaan op de rock/balladkoers. De eerste 50 seconden in Voice of America stelt een radiouitzending voor, waarin de thema's van sommige verdere nummers worden aangekondigd. Het openingsnummer dat erop volgt, is ook aardig.
Bij Only Time Will Tell gaat het voor het eerst mis. Een (power-)ballad met blikken drums zonder enige diepgang. Ook Spyzone opent met een gesproken stukje, dat nogal cheesy is. Helaas is dit niet de eerste keer dat er van dit soort intermezzos ingebouwd zijn. Het nummer Spyzone zelf onderscheidt zich vooral door een gedateerd synthesizerdeuntje en hoekige drums. Sad Day in London Town is een hele cheesy ballade en afsluiter Two Songs Don't Make a Right past ook niet geweldig bij rest van het album qua opzet en toon.

Welbeschouwd heeft dit album 2 goede nummers: Voice of America en Homicide on First and Last. Daarnaast een aantal nummers die er net mee door kunnen. Maar over het algemeen klinkt Real to Reel heel erg gedateerd en is mij veel te AOR-georienteerd om te kunnen boeien.

2.0*

Dark Tranquillity - The Gallery (1995)

poster
4,0
Dark Tranquillity is een band waarvan ik al langer graag iets wilde horen, aangezien ze vaak in een adem genoemd worden met In Flames en At the Gates als vaandeldragers van de Gothenburgmetal. Een paar jaar geleden had ik me al eens aan We are the Void gewaagd, maar dat album beviel me maar matig.

The Gallery is gelukkig een heel ander verhaal dan We are the Void. Intens, strak, melodieus. Eigenlijk alles wat ik zoek bij dit soort melodische death metal. Waar de albums van In Flames en At the Gates nog wel eens in monotonie vervallen, weet Dark Tranquillity die valkuil te omzeilen. Moeiteloos, wat mij betreft. Door onverwachte tempowisselingen en de toevoeging van Eva-Maria Larsson, die met haar zang op het titelnummer, Lethe en ...Of Melancholy Burning een extra laag toevoegt aan de muziek. Daarnaast, en het is al eerder genoemd bij dit album door andere MuMe’ers, zit het gitaarwerk gewoon heel erg goed in elkaar.

Hoogtepunten van dit album zijn voor mij Punish My Heaven, The Dividing Line, het titelnummer, Lethe, en het laatste nummer, ...Of Melancholy Burning. Dat zijn inderdaad een hele hoop hoogtepunten. Dat zegt veel over dit album, want hoewel ik normaal niet zo goed ben in kiezen, kan ik me meestal wel tot een nummer of drie beperken als ik de beste nummers uit moet zoeken.

The Gallery is de afgelopen weken nauwelijks weggeweest uit mijn afspeellijst. Een erg mooie ontdekking dus. Voor nu houd ik het bij vier sterren, maar daar kan over een tijdje best nog een halfje bijkomen.

4.0*

Das Ich - Die Propheten (1991)

poster
3,0
Dit album was aanvankelijk even wennen. Het klinkt kaal en angstaanjagend. Dat laatste komt wellicht door de Duitse teksten, maar zeker door het repetitieve in de nummers. Na een flink aantal keren luisteren vrees ik niet dat dit een album wordt dat ik helemaal geweldig ga vinden, maar op z'n tijd vind ik dit best de moeite waard om te luisteren.
Mijn favoriete nummers zijn voor mij het titelnummer en Des Satans neue Kleider, Gottes Tod vind ik wat minder. Lügen und das Ich bevalt me soms goed, andere keren vind ik er juist weinig aan. Teveel herhaling van de titel.

3.5*

Dawn - Slaughtersun (Crown of the Triarchy) (1998)

poster
3,5
Van de albums die ik tot nu toe beluisterd heb uit de vijfde ronde van het Metal Album van de Week, is dit een van de beste.
Dat dit album een beetje monotoon is, zoals hierboven al meerdere malen opgemerkt, daar ben ik het wel mee eens. Ik vind het echter geen nadeel. Door de constant doorratelende drums en herhalende riffs voelt het alsof het hele album een goed samenpassend geheel is. Ik word er als het ware ingezogen, raak het gevoel voor tijd kwijt totdat het laatste nummer voorbij is.
De zang heeft een dezelfde hysterie over zich als die van At the Gates, en in mindere mate herken ik Sacrilege er ook wel een beetje in. Bij die beide bands kan ik de zang goed waarderen. Geen wonder dus dat dat bij dit album ook het geval is.

Een goede ontdekking. Ik hoop dat deze ronde van het MAvdW nog een verrassing zoals deze in petto heeft.

4.0*

Dawnbringer - Night of the Hammer (2014)

poster
3,0
Dit album kwam ik tegen op een aantal jaarlijstjes van 2014, en dat maakte me nieuwsgierig. Dawnbringer timmert kennelijk als sinds 1995 aan de weg, maar eerlijk gezegd had ik tot Night of the Hammer nooit van ze gehoord.

De muziek op dit album is traditionele heavy metal. In diverse recensies wordt een vergelijking met Manilla Road gemaakt, zelf hoor ik Black Sabbath (de eerste riffs van openingsnummer Alien lijken mij bijna weggelopen van Symptom of the Universe) en Mercyful Fate (op Funeral Child). Op Not Your Night wordt een soort protogrunt uitgeprobeerd. Dit album ademt heel erg de sfeer van de jaren ’70 en ’80.
Probleem is alleen dat we in 2015 leven. Dit soort retromuziek kan daarom onmogelijk veel nieuws toevoegen aan het metalgenre, nieuwe grenzen zoeken of echte klassiekers afleveren. Toch kan het, mits goed uitgevoerd, wel degelijk vermakelijk zijn: Ghost slaagde daarin glansrijk toen het met Opus Eponymous kwam.
Helaas weet Dawnbringer me met dit album slechts deels te vermaken. Doordat de invloeden van andere bands er hier zo dik bovenop liggen, kom ik nooit helemaal los van het idee dat de band eigen ideeën of een eigen identiteit heeft. Het is meer alsof er een trucje wordt opgevoerd: “Kijk, nu doen we alsof we Sabbath/Mercyful Fate/Blue Oyster Cult zijn!”

Dit album is zeker geen straf om te luisteren, maar het mist wat mij betreft overtuigingskracht.

3.5*

De Jeugd van Tegenwoordig - "Ja, Natúúrlijk!" (2013)

poster
4,0
Volgens last.fm heb ik dit album nu zo’n veertig keer beluisterd. Dat is ongetwijfeld een onderschatting, want niet alle keren dat ik de cd gehoord heb, heb ik het gescrobbled. Daarmee is “Ja, natúúrlijk!" een van de albums die ik het meest gehoord heb het afgelopen jaar.

Na De Lachende Derde, die me verrassend goed beviel, was ik benieuwd naar dit album. “Ja, natúúrlijk!" heeft die verwachting meer dan waargemaakt. Het album heeft een ontzettend retrogeluid, alsof Bas Bron per ongeluk in de jaren ’80 is beland en nooit weer teruggekomen is. Bas Bron krijgt regelmatig veel ruimte om z’n ding te doen. De Formule eindigt op een of andere sirene. Ik kan me voorstellen dat dat irritant kan zijn, zo is het ongetwijfeld ook bedoeld, ik vind het erg mooi gevonden. Ook Dromen van Karton wordt erg mooi afgesloten door Bron.
Maar goed, ik had vooral veel van dit album verwacht vanwege de tekstuele vondsten. Ben niet teleurgesteld. Veel mooi geformuleerd geouwehoer, maar hier en daar wordt de Jeugd ook wat serieuzer. Als dat eindigt in nummers als Dromen van Karton, dan klaag ik niet.

Eigenlijk staan er maar twee mindere nummers op dit album: Psychantisch en Issook. Daartussen staat dan weer een van de beste nummers: De Toneelacademie. Prachtige snobbenschets. Herkenbaar, hoewel ik uiteraard geen toneelspeler ben. Maar goed, de goede nummers zijn sowieso niet dun gezaaid hier: De Formule, Bewuste Sabotage, Een Barkie, Er Zijn Weer Dingen, en dan uiteraard nog De Toneelacademie en Dromen van Karton. Dat laatste nummer is meteen het hoogtepunt van het album.

Uitstekend album dus. “Ja, natúúrlijk!" staat al zo’n beetje sinds ik het album kreeg (het moest eerst nog uit Nederland komen) op mijn mp3-speler, dus het zal ongetwijfeld nog erg vaak voorbijkomen de komende jaren.

4.0*

Dead to This World - First Strike for Spiritual Renewance (2007)

poster
3,5
Ten tijde van deze release (er is kortgeleden een EP uitgekomen die nog niet aan MuMe is toegevoegd) bestond Dead to this World uit Iscariah van Immortal (gitaar, bas, zang) en drummer Kvitrafn (Gorgoroth, Sahg).
De band speelt een mix van black en thrash metal met teksten over oorlog, dood en verderf die door Iscariah met een goed verstaanbare soort-van-scream met regelmatig wat echo, worden gebracht. Op bijvoorbeeld Into the Light en Hammer of the Gods wordt er gas terug genomen, maar voor de rest speelt Dead to this World in de hoogste versnelling. Hoogste versnelling of een beetje langzamer: de muziek klinkt steeds bijzonder venijnig en bovenal ongemeen groovend. Dat laatste is wat mij betreft voor een groot deel op het conto van de heer Kvitrafn te schrijven.
Het is vast niet de bedoeling geweest van de heren, maar ik word heel erg vrolijk als ik dit hoor. Dit album rockt gewoon heerlijk weg.

Gaat dit horen!

4.0*

Deep Purple - In Rock (1970)

Alternatieve titel: Deep Purple in Rock

poster
3,5
Dankzij de hoes, de DP-versie van Mount Rushmore, is dit In Rock een album dat me al intrigeerde toen ik een van de eerste keren een platenzaak binnenstapte. Het duurde daarna nog een paar jaar voordat ik het album ook echt hoorde. Ik verwachtte dat het veel te hard zou zijn voor mij. Maar dat was toen. Intussen ben ik wel meer muzikaal geweld gewend, en In Rock bleek een hard rockend album dat best goed te verteren was.
Toch is het niet een album dat ik heel vaak luister. Dat ligt niet aan de productie van het album, hoewel die niet erg goed is. Een beetje stoffig. Het ligt wel aan een aantal nummers die ik niet erg vind: Bloodsucker, Into the Fire en Living Wreck. Daarnaast heb ik een beetje een gemengde houding tegenover Child in Time. Aan de ene kant vind ik het een sterk en mooi opgebouwd nummer, aan de andere kant zijn de vocalen net iets teveel voor me en heb ik het nummer misschien een paar keer te vaak gehoord. De echte topper van dit album is voor mij dan ook Speed King. Tot slot vind ik Flight of the Rat en Hard Lovin' Man erg lekker rockende nummers met een aanstekelijk ritme. Van zo'n nummer had ik er nog wel eentje gewild, in de plaats van Bloodsucker bijvoorbeeld.

Een bij vlagen erg goed album, maar er staan toch ook drie missers op die mijn waardering voor dit album wat omlaag halen.

3,5*

Deep Purple - Made in Japan (1972)

poster
3,0
Zelfs na een flink aantal keren luisteren is dit niet het briljante album dat ik verwacht had. Het album begint erg sterk. Highway Star en Child in Time zijn overtuigend. Met name dat laatste nummer vind ik hier de studioversie overtreffen.
Bij The Mule wordt het allemaal wat minder. Zo'n drumsolo van 9 minuten is voor mij teveel van het goede. Ik weet dat het erbij hoorde in de jaren '70, maar op een live-album vind ik er heel weinig aan. In het echt overigens ook. Heb het altijd gezien als tijdvulling en om de zanger wat tijd te geven naar lucht te happen. Maar goed, dat zal wel aan mij liggen.
Strange Kind of Woman vind ik niet een goed nummer. De melodie vind ik gewoon niet mooi, en daar helpt een live-uitvoering ook niks aan. Space Truckin', tot slot, is naar mijn mening te ver opgerekt. Het weet niet gedurende 20 minuten mijn aandacht vast te houden.

Hoewel een bepalend deel van de muziek van Deep Purple vind ik de hoge uithalen van Ian Gillan vaak een beetje over de top, dus dat kost dit album ook nog een halve ster.

Wellicht had ik gewoon niet al te veel verwachtingen van Made in Japan moeten hebben. Nu is het wat een tegenvaller.

3,0*

Deep Purple - Perfect Strangers (1984)

poster
4,0
Van het handjevol Deep Purple-albums dat ik ken, is Perfect Strangers zonder meer de beste. Er is hier geen zwak nummer te bekennen. Zelfs de rockballad Wasted Sunsets bevalt me prima, hoewel het nummer me op de een of andere manier altijd op het verkeerde been zet: bijna altijd als ik Perfect Strangers luister, heb ik bij dit nummer het gevoel bij de afsluiter te zijn aanbeland. Hoewel alle nummers sterk zijn, stijgen voor mij Knocking at your Back Door en het titelnummer boven de rest van het album uit.
De toetsen van Jon Lord zijn bijna constant aanwezig. Vaak wat op de achtergrond, maar ook daar vormen ze een mooie basis waarover Ritchie Blackmore kan soleren. Gillan klinkt wat ingetogener als op In Rock of Black Sabbath's Born Again. Wat mij betreft klinkt dit beter.

4.0*

Demon - Night of the Demon (1981)

poster
3,5
Demon werd in 1979 in Trent (Engeland) opgericht. Dit album kwam een paar jaar later uit. Niet gek dat de band gezien plaats en tijd al gauw in het hokje NWOBHM werd gestopt. Of dat muzikaal ook terecht is, is de vraag.

Het album begint in ieder geval spookachtig, met Full Moon. Aanzwellende stemmen, die "Rise%u2026rise%u2026rise" herhalen en herhalen. Als het intro eindigt, verwachtte ik de eerste keer luisteren een heel snel, aggressief nummer voorgeschoteld te krijgen. Gierende gitaren en hoge, snelle zang. Helaas, dat is niet het geval. Full Moon is een mid-tempo rocknummer.
En met dat soort nummers staat het album vol. Hier en daar een ballad (zoals Father of Time) voor de broodnodige afwisseling, maar veel nummers hebben ongeveer hetzelfde tempo. Verder is het simpel hier het toverwoord. De meeste nummers zijn couplet-refrein-couplet-etc.-einde met ergens tussenin een solo. De drummer haalt geen ingewikkelde trucjes uit, en de gitaristen spelen zonder veel fratsen. De zang doet me bij vlagen denken aan Bon Scott, en Big Love deed mij denken aan 'Hell Aint A Bad Place to Be' van AC/DC. Maar daarbij moet ik opmerken dat het al tijden geleden is sinds ik Let There Be Rock voor het laatst draaide.

Al met al is Night of the Demon een plaat vol degelijke blue collar hardrock. De eerste nummers vind ik dat nog prima, maar na een tijdje mis ik iets echt verrassends. Het wordt allemaal nogal voorspelbaar. Desalniettemin een werkje dat leuk is om eens in de paar weken voorbij te laten komen.

3.5*

Demons & Wizards - Demons & Wizards (1999)

poster
3,0
Van Blind Guardian ken ik slechts hun 3 albums uit de periode 1990-1995 echt goed, met Iced Earth ben ik helemaal niet bekend.
Vergeleken met Blind Guardian is dit album wat steviger en meer riff-georienteerd. De eerste paar nummers van dit album vind ik behoorlijk goed, maar na Path of Glory wordt het allemaal wat minder. Met name Gallow's Pole en My Last Sunrise vind ik vergetenswaardig. De afsluitende Chant is ook wat saai, zeker vergeleken met de Rites of Passage-intro, maar dat past eigenlijk ook wel in de lijn van het album.
Hoogtepunt van dit album is voor mij toch 'Heaven Denies'.

Helaas een plaat die begint met de beste nummers en daarna steeds minder wordt. Echt slecht wordt het nergens, en ik heb nergens de behoefte tot skippen of een andere plaat opzetten, maar meer dan degelijk is het over de gehele linie niet.

3,0*

Depressive Age - First Depression (1992)

poster
3,5
Voor een thrashmetalband is 1992 een slecht jaar om te debuteren: het genre is dan al over z’n hoogtepunt heen. Bovendien had de doorbraak van grunge metal in het algemeen naar de achtergrond verdrongen. Deprimerende tijden dus, als je wat wil met je muziek. Wellicht dat dit First Depression daarom nog op 0 stemmen staat, net als alle andere albums van Depressive Age die hier op Musicmeter staan.
Deze zomer heb ik veel naar dit album geluisterd, en de afgelopen twee weken heb ik geprobeerd dit album tenminste een keer dagelijks te beluisteren. Helaas kan ik zelfs na meer dan twintig keer luisteren niet echt veel zinnigs over First Depression zeggen. Verder dan ‘melodieuze/progressive thrashmetal, die een beetje ontsierd wordt door het Duitse accent van zanger Jan Lubitzki’ kom ik eigenlijk niet. Sommige nummers, zoals Beyond Illusions of Autumn Times, steken boven de rest uit. Het album als geheel bevalt me wel, maar echt enthousiast word ik er dan ook weer niet van. Een degelijk album dus. Laat ik het daar maar bij laten.

3.5*

Der Kaiser - La Griffe de L'Empire (1985)

poster
3,5
Aardig heavy metal album. NWOBHM uit Frankrijk, zeg maar, hoewel dat uiteraard per definitie niet kan. In vergelijking met z'n voorganger is dit album wat minder sterk, hoewel het niveau overal acceptabel blijft.
De eerste drie nummers rocken lekker door, bij Vision de Cendres wordt in het begin wat gas teruggenomen. Het begin van L'Arène is een beetje knullig, maar naderhand ontwikkelt zich tot een lekker metalnummer. Le Fou de l'Empereur is een instrumentaal nummer, dat duidelijk geinspireerd is door Iron Maiden.
De productie van dit album is niet erg sterk en in de zang zijn de woorden nauwelijks te onderscheiden, maar dat komt ook omdat mijn Frans niet zo goed is.

3.5*

Der Kaiser - Vautours (1984)

poster
3,5
Der Kaiser is een Franse heavy metal band, opgericht in 1981 in Parijs. Hun output bestaat uit 2 LPs uit het midden van de jaren '80, hoewel ze momenteel (nog/weer?) actief zijn.

Toen hun debuuralbum, dit Vautours, uitkwam, was de band een vijfmansorkest: een zanger (Paskal), twee gitaristen (Béno en P'tit Tchong), een bassist (Thierry) en een drummer (Phillipe). Ongetwijfeld hebben deze heren ook een achternaam.
De eerste kant van Vautours (de eerste 4 nummers) zijn allemaal redelijk snelle nummers, behalve Non-retour en Der Kaiser. Het eerste nummers is nog sneller dan de rest, en er zit een grappige zanglijn in; Der Kaiser begint rustig. Maar ook daar komt al redelijk gauw meer snelheid in.
In Cité Feroce zit, net als in Paris By Night, een paar zinnen Engels. En het heeft een lange drumbreak in het intro. Deze tweede kant van de LP doet nauwelijks onder voor de eerste. Enkel de afsluiter, Bourreau des Cours, begint met een nare riff die voor mij absoluut niet werkt. Maar later komt het allemaal goed met dit nummer en eindigt het meer uptempo en met een gierende solo. Al met al toch nog een vette afsluiter.

De productie van het album is niet goed, maar ook niet slecht. Als de zanger aan het woord is, is de gitaar soms nauwelijks te horen. De drums, met name de hogere tonen, lijken uit een andere kamer te komen. Daar staat tegenover dat de basgitaar erg goed te horen is (à la Iron Maiden).
De zang is voor mij onbegrijpelijk, omdat ik geen Frans spreek of versta. De melodielijnen klinken echter wel goed, en de stem van zanger Paskal ligt me ook goed. Wel heb ik zo nu en dan, met name tijdens de langrekte uithalen, weleens het idee dat hij een noot mist. Maar dat is hem vergeven.

Al met al is dit een hele degelijke heavy metal plaat. Het tempo ligt vrij hoog, en de nummers vervelen nergens. De instrumentale passages doen me bij vlagen denken aan Iron Maiden, maar verder heeft deze band een herkenbaar geluid.
Franstalige heavy metal dus, met een enkele Engelse zin ertussen door van een band met Duitse naam. Een merkwaardige combinatie.
Gaat dat luisteren!

4.0*

Desultor - Masters of Hate (2012)

poster
3,0
Een kort plaatje, dat door 2 korte instrumentale stukken wordt opgedeeld in 2 hoofdstukken, en ook wordt afgesloten door een instrumentaal nummer.
Daartussen zijn vooral redelijk snelle, heavy/thrashmetal-nummers te vinden. De zanger doet een beetje denken aan Warrel Dane (Nevermore). Het hysterische broertje van Warrel, zeg maar, die nog niet weet wanneer hij zich in moet houden. Dat laatste geldt een beetje voor de hele band. Alle nummers komen op hoge snelheid voorbij, zonder veel afwisseling maar met veel herhaling. Als gevolg daarvan gaat de muziek, ondanks de 34 minuten die dit album telt, toch snel vervelen.

Een krappe voldoende heb ik er nog net voor over.

3.0*

Devourment - Butcher the Weak (2005)

poster
2,0
Na 4 albums in de derde ronde van het Metal Album van de Week is dit Butcher the Weak met afstand het minste album.

Dat komt waarschijnlijk doordat dat Devourment vooral zo extreem mogelijk probeert te zijn. Alles sneller en bruter dan andere bands. Daardoor hoor ik 30 minuten monotoon gehak en gebeuk. Alleen de gesproken stukjes (filmfragmenten of zo? hoorspelen?) vind ik nog wel grappig, maar dat komt omdat ik dan de grunt niet hoef aan te horen. Nou ja, grunt is misschien te veel eer voor het monotone gebrom dat deze zanger ten beste geeft.
Wellicht zou mijn 2.0* een beetje hoger uit kunnen vallen als ik heel veel brutal death metal zou luisteren en iets de geluidsbrei een beetje zou gaan doorgronden. Maar er is zoveel muziek voor me te ontdekken die me wel grijpt, of waarin ik wel emoties hoor, of iets van een structuur die ik kan waarderen, dat ik mijn tijd niet ga besteden aan het martelen van mijn oren.

Wel hele stoere titels trouwens. Als je 15 jaar oud bent.

2.0*

Diablo Swing Orchestra - The Butcher's Ballroom (2006)

poster
3,0
Het heeft even geduurd, maar ik heb dit Metal Album van de Week eindelijk goed kunnen beluisteren.
Deze mix van metal met van alles en nog wat was helemaal nieuw voor mij, en ook het gebruik van instrumenten die je niet vaak in metal tegenkomt maakte het de moeite waard om deze cd te beluisteren. Nieuwe dingen ontdekken is vaak leuk tenslotte.
Daar staat dan weer tegenover dat ik de hoge vocalen niet heel goed kon waarderen, en dat ik moeite had de nummers van elkaar te onderscheiden.
Ik denk dan ook niet dat dit een album is dat ik nog heel vaak ga beluisteren. Maar omdat het zo anders en vernieuwend voor mij is, geef ik toch 3.5*

Dio - At Donington UK: Live 1983 & 1987 (2010)

poster
4,0
De recensie van Sir Spamalot is wat mij betreft uitstekend. Veel heb ik daar niet aan toe te voegen, dus ik zal het proberen kort te houden.
Om maar met de conclusie te beginnen: een mooi eerbetoon aan Ronnie James Dio en een album dat Diofans toch wel in huis moeten hebben.
Hoewel ik aanvankelijk de geluidskwaliteit van dit album niet altijd even goed vond, is dat een klein bezwaar gebleken. De spelkwaliteit en de energie en enthousiasme die dit album uitstraalt, compenseert het geluid ruimschoots.
Twee concerten van Donington dus. De eerste is van na de release van het eerste solo-album van Dio. Vandaar dat het concert voor een groot deel bestaat uit Rainbow- en Sabbathklassiekers. Ten tijde van het andere concert waren er een paar meer albums uitgekomen en is het Rainbow- en Sabbathgehalte wat kleiner geworden. Ook omdat ik niet heel erg goed bekend ben met The Last in Line, Sacred Heart en Dream Evil vind ik dit tweede concert het interessants: er staan wat meer nummers op die ik nog niet van voor tot achter ken. Daarnaast vind ik deze set ook wat mooier opgebouwd.
Al met al zijn dit twee goede concerten. Een uitstekende band en uiteraard zingt Dio de sterren van de hemel.

Helaas is dit album toch vooral geschikt voor Diofans of -liefhebber, ben ik bang. Er staan maar liefst 5 nummers 'dubbel' op dit album. Op zich logisch voor 2 concerten waar 'slechts' 4 jaar tussen ligt, maar als ik niet goed bekend was met Dio zou ik niet zo snel een album kopen waar zoveel werk twee keer op staat. Dit album was geschikter geweest voor een groter publiek als er een later concert zou zijn meegenomen.
Persoonlijk zou ik een live-album van Dio ook wat interessanter vinden als er wat meer onbekender werk op had gestaan, maar ik snap goed dat Dio voor dit soort festivalconcerten teruggrijpt op nummers die de meeste mensen wel zullen kennen, ook omdat de speeltijd beperkt is.

Gelukkig ben ik Dioliefhebber, dus deze bezwaren wegen voor mij niet zo zwaar. Twee erg goede concerten dus, die ik het liefst niet achter elkaar luister.

4,0*

Dio - Holy Diver (1983)

poster
3,5
Dit album had ik tot gisteren een hele tijd niet gedraaid, omdat ik het herinnerde als een redelijke cd, maar niet echt goed genoeg om weer eens te beluisteren. Voor mijn gevoel klonk HD een beetje iel. Maar goed, gister kwam ik er achter dat het allemaal wel meeviel, en dat deze plaat erg goed te beluisteren is. En Dio is natuurlijk een van de beste metalzangers die op deze wereld rondwandelen.

Stand up and Shout is een snelle, aggressieve opener. Qua tekst wel erg jaren ’80, maar ja, dat krijg je met een nummer uit 1983.
Holy Diver doet me een beetje denken aan Gates of Babylon van Rainbow. Een vrij traag nummer, waarin toch vooral de stem van Dio alle ruimte krijgt.
Gypsy is een tamelijk hard nummer, met een hoofdrol voor Vivian Campbell.
Caught in the Middle vind ik niet echt een nummer dat eruit springt. Het is niet slecht, niet fantastisch, maar het past goed op het album. Ook hier valt weer op wat voor een goede zanger Dio is.
Don’t Talk to Strangers doet qua opbouw een beetje denken aan Sabbath’s Children of the Sea. Een rustig, akoestisch begin, waarna het nummer omslaat in een hard rockend nummer. Voor mij is dit een van de hoogtepunten van Holy Diver.
Voor Straight Through the Heart geldt hetzelfde verhaal als voor Caught in the Middle: leuk nummer, leuk solootje, goede zang, maar niet een nummer dat me bijblijft als een hoogtepunt van de cd.
Invisible begint rustig, en gaat dan via een tamelijk knullig synthesizertoontje over in een harder deel.
Rainbow in the Dark is een leuk nummer. Het enige minpuntje is dat Dio meende een synthesizer nodig te hebben in het refrein. Op zich is dat niet erg natuurlijk, maar de uitwerking is wel een beetje jammer.
Shame on the Night begint met het geluid van huilende wolven. Het nummer heeft een vrij laag tempo en de bas speelt een hoofdrol in de coupletten, terwijl de gitaar vooral tijdens de refreinen dominant is. Een van de betere nummers van Holy Diver.

Al met al vind ik Holy Diver een heel degelijke plaat, maar een om het een meesterwerk te noemen vind ik toch een stap te ver gaan. Er staat een aantal fantastische nummers op (Holy Diver, Don’t Talk to Strangers, Shame on the Night), maar veel andere nummers verdienen in mijn ogen niet dezelfde kwalificatie. Hoewel ze wel goed zijn.
Maar goed, ieder z'n eigen mening natuurlijk. Ik was er niet bij in 1983 toen deze plaat uitkwam, dus ik kan me moeilijk voorstellen wat HD toen teweegbracht.

Dio - Killing the Dragon (2002)

poster
3,0
Dit album heb ik min of meer blind gekocht na het lezen van een positieve recensie. Dat was meteen een goede les voor mij: geloof nooit een recensent en ga eerst zelf luisteren.

Na Magica is dit album voor mij namelijk een flinke stap terug. Weliswaar doet het geluid van Killing the Dragon denken aan het vorige album, het songmateriaal is veel zwakker. Er spreekt weinig kracht of overtuiging uit de nummers, en tot overmaat van ramp komt er na een van Led Zeppelin gejatte riff in Rock & Roll (en nog wel zo’n beetje Zeppelin’s bekendste riff) ook nog een kinderkoor voorbij in Throw Away Children.
Is er dan niks positiefs te melden? Jawel: het titelnummer is erg sterk, en zou niet mogen ontbreken op welke Dioverzamelaar dan ook. Helaas begint het album met dit nummer, en zakt daarna als een plumppudding in elkaar. De laatste 2 nummers, Before the Fall en Cold Feet zijn Dio-onwaardig.

Qua geluid luistert dit album wel lekker weg, en er zit een mooie hoes om de cd, maar qua inhoud stelt het allemaal niet zo heel veel voor. Als de cd is afgelopen, kan ik me meestal niet goed meer herinneren wat ik nou eigenlijk geluisterd heb.

Een hele magere voldoende: 3.0*

Dio - Lock Up the Wolves (1990)

poster
3,5
Zo, sinds mijn vorige bericht heb ik deze plaat een flink aantal keren beluisterd.
Ik geloof dat mijn eerste indruk wel aardig overeenkwam met hoe ik er nu over denk: een album dat stukken intenser klinkt dan al Dio's voorgaande albums. Niet alleen qua productie, maar ook wat betreft songmateriaal. Ik vind deze plaat vergelijkbaar met Strange Highways en Dehumanizer, dat Dio tussen deze en SH in opnam met Black Sabbath. Al deze platen zijn erg hard, en de nummers zijn iets minder gepolijst dan op bijvoorbeeld Holy Diver. Wellicht minder geschikt om voor een groot publiek in een stadion te spelen, maar het maakt Lock Up the Wolves een stuk spannender en voor mij leuker om naar te luisteren.

Eerdere albums van Dio vond ik altijd een beetje iel klinken, met de gitaar en drum vrij zacht in de mix, maar hier knallen de drums, en ook de gitaarpartijen zijn dominant aanwezig. Overigens vind ik gitaarspel van Rowan Robertson erg plezierig om naar te luisteren. De man speelt altijd net wat anders dan ik denk dat er gaat komen. Mede daardoor vervelen de soms lange nummers me geen moment.
De beste nummers zijn voor mij Born On the Sun, Night Music, het titelnummer en Evil On Queen Street. De laatste nummers van deze plaat vind ik niet allemaal even sterk, maar dat heb ik bij de meeste Dio-albums. Al met al zijn er geen echt slechte nummers op deze plaat te vinden.
En dat Ronnie James Dio weer de sterren van de hemel zingt, lijkt me niet nodig om te vermelden.

4*

Dio - Magica (2000)

poster
3,5
Magica was het eerste Dio-album dat ik kocht, op een zonnige nazomerdag in Groningen, als ik het me goed herinner. Totdat ik Lock up the Wolves en Strange Highways leerde kennen, was dit album mijn favoriete Dioplaat.

Na zich in de jaren ’90 bezig te hebben gehouden met het maken van snoeiharde platen (zowel onder de Diovlag als met Black Sabbath), keert Ronnie James Dio op Magica terug naar de stijl die hem in de jaren ’80 grote successen bracht. Makkelijk luisterbare hardrocksongs dus. Dit keer echter in de vorm van een conceptalbum, waarvan het gespoken verhaal achteraan de cd staat. Ik zet de cd meestal uit als dat nummer begint, maar het de plot van het verhaal is iets met goed en kwaad en volgens mij overwint het goede uiteindelijk.
Na 2 intronummers begint het album na ongeveer 2 minuten dan echt met Lord of the Last day, mijn inziens een van de 2 toppers op het album. Turn to Stone is de eerste misser. Over het algemeen zijn de eerste nummers van het album goed, maar tot de ballade As Long As It’s Not About Love begint het album steeds meer langs me heen te glijden. Normaal ben ik niet zo van de ballades, maar mede dankzij Dio’s vocalen kan ik dit nummer wel waarderen. Met Losing My Insanity staat er nog een knaller op dit album, en daarna vind ik het eigenlijk wel welletjes. Otherworld is aardig, en tot slot volgen nog 2 outro’s. Leuk om duidelijk te maken dat het album een concept is, en muzikaal wel ok, maar ik had liever nog een goed volledig nummer gehad.

Al met al weet Dio hier de scherpte van Holy Diver noch de intensiteit van Lock Up The Wolves te benaderen. Magica biedt een paar hele goede nummers, maar helaas net wat teveel onopvallende nummers om echt hoge ogen te gooien.

3.5*

Dio - Strange Highways (1993)

poster
4,0
Na zijn 2e vertrek bij Black Sabbath komt Dio met het hardste album uit zijn catalogus, daarmee voortbordurend op Lock Up the Wolves en Dehumanizer.
De band bestaat ten tijde van dit album, naast Dio zelf, uit oudgediende Vinnie Appice (drums), Jeff Pilson (bas) en Traci G. (gitaar). Waar Dio deze gitarist vandaan heeft getoverd weet ik niet, maar in ieder geval blinkt de man uit in het spelen van riffs die onder uit een moeras lijken te zijn getrokken: zompig en zuigend. Gecombineerd met de vrij donkere teksten geeft dit een duister en intens album. Niet iets was je typisch van Dio verwacht, maar ik vind het een van de hoogtepunten uit zijn werk.
Met name het eerste deel van het album is erg sterk. Het openingsnummer (dat klinkt alsof er een reus met zevenmijlslaarzen door je kamer banjert), het titelnummer, Hollywood Black en Pain zijn de beste nummers van dit album. Na Pain is de verrassing er een beetje af en wordt de kwaliteit van de nummers wat minder. Bring Down the Rain is nog wel een prima afsluiter.

4.5* voor het eerste deel van het album 3.5 voor het tweede deel: 4.0* overall dus.

Dio - The Last in Line (1984)

poster
3,0
Ik had niet gedacht om het ooit bij een plaat van Dio neer te zetten, maar ik heb me tijdens het luisteren naar The Last in Line flink lopen ergeren. Niet omdat ik bezig was met iets wat niet lukte, maar vanwege het muzikale gebodene.
Laat ik positief beginnen: Dio is een van de beste zangers die ik ken, en Vivian Campbell kan wel een aardig potje gitaar spelen (understatement).
Op zich begint het album wel goed, met We Rock en het titelnummer, en ook I Speed At Night is goed te genieten, maar na die nummers heb ik het album ook wel gehoord. Kijk, dat de productie van de plaat me niet aanstaat, daar kan ik nog overheen komen. En die gedateerde keyboardgeluidjes, daar luister ik wel omheen als het moet. Maar het verschrikkelijk saaie drumwerk van Vinnie Appice 40 minuten moeten doorstaan wordt al lastig. Tel daarbij op dat de hele plaat klinkt als een zoekplaatje: “noem bij dit stukje muziek op welk nummer van Holy Diver dit lijkt”. Egypt is misschien een uitzondering, maar daarvan zat ik de eerste 20 seconden te twijfelen of Dio misschien Gates Of Babylon opnieuw had opgenomen. Ziehier mijn frustratie groeien. Maar de emmer liep bij mij echt over toen het me ergens halverwege kant 2 op begon te vallen dat de teksten op dit album vooral bestaan uit het veelvuldig herhalen van de titel met nog 2 of 3 zinnen of zo. Brr. Inspiratie op?
Al met al was ik erg blij dat deze plaat weer afgelopen was. Ik was al niet zo’n hele grote fan van Holy Diver, maar dit is nog minder. Doet u mij maar Lock Up The Wolves of Strange Highways.

Dit is typisch zo’n plaat die ik heel soms ga luisteren, en dan meteen weer weet waarom ik hem zo lang niet had geluisterd. Dat soort platen krijgt van mij 2.5*.

Diocletian - Bellum Omnium Contra Omnes (2010)

Alternatieve titel: War of All Against All

poster
3,0
Alsof een formatie bommenwerpers met brommende motoren je hersenpan binnenvliegt en daar bijna 45 minuten rond blijft hangen, onderwijl bommen afgooiend en hun boordkanonnen leegschietend. Zo nu en dan stijgt een gitaarsolo op uit het oorlogsgeweld, huilend als de sirenes van een Stuka.

Zo klinkt dit album ongeveer in mijn oren.
Dioclethian maakt redelijk trage death metal. Zo nu en dan probeert een hamerende dubbele bas een beetje vaart in de nummers te rammen, maar met weinig effect. De muziek klinkt behoorlijk donker en zwaar, en aangezien de zang net zo laag (en bruut trouwens) is als de gitaren, zijn er op dit album nauwelijks hoge tonen te horen. Alleen een enkele verdwaalde solo dus.
Toch is dit niet een saai album. Voor mij zat het interessante hem vooral in de bruutheid, maar het grootste deel van het album was dusdanig intens dat ik me niet verveeld heb. Enkel het laatste nummer, van 16 minuten, vind ik behoorlijk langdradig. Een groot deel van het nummer bestaat uit geluiden die nogal onderaards klinken. Deed me qua sfeer een beetje denken aan de werkplaats in Lord of the Rings waar orks tussen vuren werken met grote hamers om wapens te fabriceren. Donker, metaal tegen metaal, maar lang niet goed genoeg uitgevoerd om te kunnen boeien.

Het laatste nummer kost deze Nieuw-Zeelanders een halve ster, waarop ik op een krappe voldoende uitkom:

3.0*

Dir en grey - Dum Spiro Spero (2011)

poster
4,5
Aanvankelijk was ik teleurgesteld in dit album, maar de afgelopen jaren ben ik Dum Spiro Spero steeds beter gaan waarderen. Intussen draai ik het vaker dan de andere albums van Dir en Grey die ik heb (Marrow of a Bone en Uroboros).
Wellicht was die eerdere teleurstelling te danken aan het feit dat het album op het eerste gezicht nogal chaotisch over kan komen: er zijn de nodige overgangen in de nummers en de zanger kan alle kanten opgaan, ook binnen een nummer. Intussen heb ik Dum Spiro Spero vaak genoeg gehoord om door die chaos heen te luisteren, en dan blijven er hele mooie en tegelijkertijd loodzware nummers over.

De hoogtepunten van dit album zijn voor mij opener Kyoukotsu No Nari in combinatie met The Blossoming Beelzebub, Different Sense en Lotus, en ook Akatsuki mag er zijn, maar eigenlijk luister ik het album het liefst als een geheel, in een keer. Dan maakt het de meeste indruk.

4,5*

Dir en grey - The Marrow of a Bone (2007)

poster
3,0
In mijn enthousiasme over Uroboros en Dum Spiro Spero heb ik dit album tweedehands blind gekocht. Het stickertje op de hoes zegt dat dit een ‘US import’ is. Ik heb hem in Nieuw Zeeland gekocht en daarvandaan meegenomen, dus mijn The Marrow of a Bone is een heuse globetrotter.
Het album begint, verrassend, met een ballad. Conceived Sorrow is wat mij betreft een van de meer onderscheidende en beste nummers op The Marrow of a Bone. Helaas verzandt het album daarna al snel in een orgie van laaggestemde gitaren, geschreeuw en gekrijs. Dat is aan mij niet besteed: ik kan al snel de nummers niet meer uit elkaar houden, en het voortdurende gebeuk begint me op de zenuwen te werken. Bij Ryoujoku No Ame is er even mogelijkheid om te ademen, wat mij niet slecht uitkomt. Zo halverwege het album wordt het iets beter. Zo nu en dan is er zowaar wat melodie te bespeuren en wordt de materie wat makkelijker te behappen. Helaas ben ik dan eigenlijk al afgehaakt, en komt mijn aandacht voor het album maar gedeeltelijk terug.

Als ik MDV mag geloven, is dit album het resultaat van een lang evolutieproces van Dir En Grey. Ik ben blij dat ze zich na The Marrow of a Bone verder hebben ontwikkeld. Dat resulteerde in twee albums waar ik erg blij mee ben. Vooralsnog is dit album vooral een vakantieherinnering die ik slechts sporadisch uit de kast haal.

3.0*