MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Gajarigon als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Cap 'n Jazz - Burritos, Inspiration Point, Fork Balloon Sports, Cards in the Spokes, Automatic Biographies, Kites, Kung Fu, Trophies, Banana Peels We've Slipped on and Egg Shells We've Tippy Toed Over (1994)

poster
2,5
Shmap 'n Shmazz! Bij deze heb ik een gampend gat in mijn emo cultuur opgevuld door Burritos, Inspiration Point, Fork Balloon Sports, Cards in the Spokes, Automatic Biographies, Kites, Kung Fu, Trophies, Banana Peels We've Slipped on and Egg Shells We've Tippy Toed Over te beluisteren. Halfweg de jaren negentig brachten ze één album uit, en later nog één verzamelcd (Analphabetapolothology) met al hun nummers op. Onder leiding van de broers Tim en Mike Kinsella zouden ze een enorme invloed uitoefenen op latere bands als We Are Scientists en Scary Kids Scaring Kids die hun namen rechtstreeks van songtitles van Cap'n Jazz namen. De groepsleden zouden later zelf nog deel uitmaken van andere invloedrijke groepen zoals American Football.

Zoals Norbert al correct opmerkte maken ze een mix van de midwest emo en de meer schreeuwerige proto-emo van dit Embrace. Aangezien ik met die tweede invloed echt niets heb, had ik wat angst voor wat dit album zou bieden. En inderdaad, het is niet echt mijn ding gebleken.

Als ze de zachte mathrock geïnspireerde intro's brengen vind ik het allemaal best te pruimen, ook al is de zanger (mede door zijn jeugdige leeftijd) slecht. Maar eens het hard gaat wordt chaotisch, voornamelijk door het rommelige gitaarspel. Lekkere noise voor de ene, moeilijk door te komen lawaai voor de ander. De drummer doet nog een redelijke job met wat lijn te brengen, maar moet af en toe toch zijn meerdere erkennen in het gitaargeweld.

Gelukkig is er best wat variatie qua nummers. Zo is het rustige Precious een uitschieter, net omdat ze meer focussen op het mooie dan op het harde. Mede door de absurde teksten, de korte lengte en het hoge tempo heeft de muziek ook wat Pixies meegekregen, al is het muzikaal verder niet te vergelijken.

Niet voor de fans van American Football (tenzij ze ook wat van screamo houden). Wie van de combinatie van schreeuwen en melodieuze mathrock houdt, kan volgens mij beter terecht bij een band als Snowing.

Carlton Banks - Carlton Banks (2008)

poster
2,5
Van een briljante groepsnaam gesproken...
Muziek is niet speciaal, generische screamo met hier en daar wat rustige instrumentale passages tussen.

Castevet - Summer Fences (2009)

poster
3,5
Via Stay Ahead of the Weather ben ik bij Castavet terechtgekomen, al had ik de naam al vaak horen vallen. Nu gaan ze onder CSTVT, om verwarring met een black metal band te voorkomen overigens. Zoals al gezegd is de muziek te omschrijven als fijne post-rock die zwaar leentje-buur speelt bij de midwest emo. Daarop staat dan de zang die helemaal uit de toon lijkt te vallen. Veel te diep, te zwaar, een welhaast blaffend geluid. Bizar - zeker op het eerste gehoor - maar vreemd genoeg valt het al snel in de plooi. Voorlopig grijpt het me wel nog niet echt bij de lurven, dus ik zet in op 3,5*.

Cave In - Jupiter (2000)

poster
4,0
Cave In is een Amerikaanse rockgroep die begon als een extreme hardcore band in de trend van Dillinger Escape Plan, om later weg te evolueren naar spacerock. Dit album bevindt zich bijna volledig in het tweede deel van hun carrière, al zitten er dus hier en daar nog enkele spaarzame harde klanken verborgen op de eerste helft van de cd. Het is net deze combinatie van gespierde progrock - denk Kingston Wall - met korte hardcore stukjes die deze plaat toch net dat tikkeltje extra geeft. Op de tweede helft is het uitsluitend rock wat de trom slaat, en zakt het niveau een beetje naar mijn mening.

Het album opent met Jupiter dat vooral dankzij het hoge tempo van de ritmesectie een positieve uitschieter vormt. In the Stream of Commerce begint als een echte showcase van de zang van Stephen Brodsky, die bij momenten best wel als Jeff Buckley klinkt. Hij heeft een indrukwekkend bereik en erg mooie melodielijnen, en hoewel zijn teksten niet echt spectaculair zijn gaan ze nergens storen. Af en toe voegt hij de hardcore accenten toe door wat harder te gaan met zijn zang. Ook de drummer John Robert-Connors drukt zijn stempel op de muziek. Hij speelt niet zozeer technisch als wel erg krachtig. Beide komen goed tot uiting op Innuendo and the Other, waar indrukwekkend flams op de toms het nummer voortstuwen. Het zwaarste nummer is zonder twijfel Big Riff, dat ferme vocale uitspattingen combineert met de sawtooth-synth van bijvoorbeeld Tom Sawyer. Zo'n nummer waar je spontaan je wenkbrauwen van fronst, maar dan toch maar besluit te accepteren omdat het allemaal zo lekker luistert.

Het gitaarspel is veelal weinig technisch, en steunt vooral op veel effecten en catchy riffs. Het rauwe baswerk helpt hier ook een handje, bijvoorbeeld op het korte, rockende Brain Candle. Epische track van dienst is Requiem, dat goede met minder goede momenten afwisselt. Vooral aan het eind van het nummer gaat het allemaal wat de sentimentele toer op. Er zijn zo nog enkele rotte plekjes verspreid doorheen het album, waar ofwel de zang er net over gaat qua pathos of waar de synthesizer met de waarachtigheid van de muziek op de loop gaat. Geen enkel nummer wordt er echter door verpest, wat mijn waardering toch nog weet te redden.

Met Jupiter balanceert Cave In op de grenzen van het toelaatbare, maar ze doen het grotendeels met verve. Prachtige zang, uitstekende drums, en veel diversiteit tussen de nummers onderling maken van dit album een aanrader. Wie dit wel kan smaken zou ik graag doorverwijzen naar Kingston Wall's tweede, die toch nog wat beter is.

Cave In - White Silence (2011)

poster
3,0
Het was de eerste keer toch wel even doorbijten om dit uit te luisteren, aangezien ik op een nieuwe Jupiter had gerekend. Enfin, dit is dus helemaal iets anders dan de muziek die ze enkele albums geleden maakten. Het titelnummer (en de opener) doen serieus denken aan I van Meshuggah, en voor de rest is de invloed van Mastodon en in mindere mate Neurosis duidelijk hoorbaar. Het kostte me dan ook wat tijd om dit album te appreciëren, maar nu begint het kwartje toch te vallen. Bijvoorbeeld sterkhouder 'Sing My Loves' is een prachtig nummer, waar cleane zang en grunts vrij geniaal samenkomen.

Ze mixen echter zowat alle eerdere escapades in hun muziek: post-hardcore, spacerock, sludge, het passeert allemaal de revue, vooral op de tweede helft van het album. Zo doet 'Summer Fever' me denken aan Wolfmother. Op zich niets mis mee, maar het album voelt er wel nogal fragmentarisch door aan. Het is ook erg spijtig dat er zoveel effecten gebruikt zijn: zowel gitaren als zang zijn meestal door één of andere effectenbox gegaan, wat gaat vermoeien voor een volledig album. Geen topscore dus, maar wel een goed album.

Cheval de Frise - Cheval de Frise (2000)

poster
2,0
Ik zou hier feitelijk gewoon een review kunnen kopieren van op een van die andere talloze instrumentale, zoutloze mathrock albums die maar voortkabbelen zonder ergens enige opmerkelijke climax te bereiken. De kale sound ligt mij niet zo, wat ook niet echt helpt. Lelijke hoes ook. Nipte 2*.

Christie Front Drive - Anthology (1999)

poster
3,5
Dit is een verzamelcd van Christie Front Drive waar enkele vroegere EP's gebundeld worden. Christie Front Drive is midwest emo genre Mineral, Braid en Boys Life, maar die naar mijn mening ook nog heel wat grunge invloeden met zich meedraait, vooral van Pearl Jam dan vanwege het bij momenten melodieuze gitaarspel ('Dyed on 8' doet me bijvoorbeeld wat denken aan het geweldige 'In Hiding' van op Yield).

Muzikaal is dit dus de andere tak van de midwest emo: niet de sprankelende klanken van de Kinsella bands, wel meer een slepend geluid en naar achter gemixte zang. De vocalen bevallen me hier wel, beheerst maar dwingend op hun eigen manier. Als geheel blijft de muziek me wel wat te veel op de oppervlakte, voor mij mag het gerust wat epischer. Maar 3,5* heb ik hiervoor wel veil.

Christie Front Drive - Christie Front Drive (1997)

poster
3,5
De LP van Christie Front Drive is een aanrader voor wie wil kennis maken met de slepende emo die door vele bands werd gebracht in de tweede helft van de '90s. De nummers die hierop staan zijn bijna allemaal voltreffers, een beetje spijtig van de compleet overbodige interludes die ze er tussenin hebben gesmeten. Hun geluid is sterk gecondenseerd, het zit tsjokvol met brommende gitaarlijnen en welhaast slenterende drums, maar onder de afstandelijke benadering waarin ze de nummers brengen zitten er onmiskenbare pareltjes verborgen. Beter dan Anthology, en een aanrader voor fans van Braid en vroege Sunny Day Real Estate.

Circle Takes the Square - As the Roots Undo (2004)

poster
5,0
Toen de Amerikaanse screamo band Circle Takes the Square hun eerste en vooralsnog enige album 'As the Roots Undo' uitbrachten, werd al gauw over een klassieker gesproken. Nochtans heeft de muziek weinig gemeen met het screamo genre. Akkoord, er zijn de typische vocalen, maar de klaarblijkelijke chaos en dissonantie eigen aan het genre zijn op dit album in een strak keurslijf gegoten. De nummers schijnen wel op het eerste zicht mengelmoezen zonder structuur te zijn, alles is duidelijk in functie van het geheel. Muzikaal gezien is dit album zonder enige twijfel een indrukwekkende prestatie. Vooral het drumwerk van Jay Wynne is bij momenten buitenaards, en de rijkheid aan gitaarriffs is verbazingwekkend. De productie - die trouwens uitstekend is - klinkt vrij ruw wat de gitaar betreft, de bas en de drums klinken dan weer dik en de vele lagen zang zijn helder en dynamisch. Het geeft Circle Takes the Square een eigenzinnige sound, die wonderwel werkt.

Het artwork is origineel en zéér mooi, maar niet zo duurzaam. Het is een soort uitklapbaar kartonnen doosje met blinkende opdruk (niet te vergelijken met de doffe afbeelding van op de site) waar aan de binnenkant het boekje is geplakt, met alle lyrics erin aanwezig.

'As the Roots Undo' is een los conceptalbum. Er valt niet meteen een duidelijk verhaal te onderscheiden, maar alle nummers horen samen onder een overkoepelende thema van zelfontplooiing en zelfrealisatie. Zoals ik in een eerder bericht al gezegd heb, staat in het boekje het volgende te lezen:
"In a nutshell the concept behind the songs was to document the different points on a path to self-realization. In our interpretation of this journey, the wanderer ends up essentially in the same place that he or she began, if not humbled and even more overwhelmed. In a sense the ending is somewhat tragic, but without experiencing all of the lows how can anyone ever appreciate the amazing subtleties that this world has to offer? And so, if the search for beauty and understanding is cyclical and unending, then at least we'll never stop experiencing the thrill of the hunt..."
De bevreemdende, literair/poetische teksten met wilde, beeldrijke metaforen worden aan een hoog tempo afgevuurd op de luisteraar, en smeken om meegeschreeuwd te worden.

De muziek zelf dan. De intro is een fluitend wijsje, met op de achtergrond een stortregen en een verre echo van zang. Het melodietje dat wordt gefloten komt later op het album nog enkele malen kort terug, als een easter egg verstopt tussen de honderden andere riffs die razendsnel de revue zullen passeren.

De betovering van de intro wordt dan abrupt doorbroken wanneer 'Same Shade As Concrete' begint. Rejoice! Rejoice a noble birth! waarna een hemelse hel losbarst. Geschift gitaargeweld ondersteund door energiek en eigenzinnig drumwerk, met daaroverheen dubbele vocalen, mannelijk en vrouwelijk. Een chorus/verse structuur is in de verste verte niet te bekennen, enkel een odyssee van pseudo-filosofische gedachten. En hoewel de teksten quasi onnavolgbaar snel op de luisteraar afkomen, is het meezingkarakter ontzettend hoog. Verder kent de muziek net genoeg rustpunten om de aandacht vast te houden. De dynamiek is extreem, vooral het contrast tussen het engelenstemmetje van de bassiste Kathy Coppola en de uitbarstingen van gitarist Drew Speziale is een waar genot om te aanhoren. Op het einde komt er een doffe sirene opzetten, waarna in canon de finale wordt inzet. There's so much hope buried underneath tragedy / it's the same shade as concrete.

Het stevige 'Crowquill' is het kortste nummer van het album - de intro buiten beschouwing gelaten - en is een showcase voor de drummer. Blastbeats, linear drumming, ... het passeert allemaal de revue. Eén van de meeste memorabele momenten van het album is zonder twijfel het moment waarop Drew zijn stem tot het uiterste drijft. Gravity doesn't grant me the privilege of failure. Aan het eind zijn echo's te horen van het begin van het volgend nummer. Simpel trucje, maar ondergetekende vindt zoiets helemaal geweldig. 'In the Nervous Light of Sunday' stond op de EP uit 2002, en begint overweldigend hard, om dan halfweg voor de eerste lange kalme passage te zorgen op het album. Uitstekende samenzang van de twee vocalisten weer en dit gecombineerd met expressief tribal drumwerk zorgen voor een eerste climax, waarna er nog een melodieuze instrumentale outro wordt aangebreid. Op zo'n moment is 'As the Roots Undo' mijlenver verwijderd van alles wat met screamo te maken heeft, en in de goede richting.

De outro gaat met een aanzwellend dissonant pianoakkoord over in 'Interview in the Ruins'. Het nummer begint met licht gitaarspel, zwevende piano - die een variatie op het wijsje uit de intro speelt - en het geluid van glasscherven die opgeveegd worden. De drums vallen in met een pulserende beat, waarna de gitaar en zang kortstondig uitbarsten vooraleer alles terug vervalt in een broeierig sfeerstuk van een op de achtergrond afgespeeld interview en desolaat aandoend gitaarspel. De zang is fluisterend, en terwijl de instrumenten één na één het zwijgen opleggen, wordt het mantra "a murmur from the ruins echoes softly as the roots undo, and the branch becomes" in harmonie gezongen, tot en met het a-capella slot, adembenemend mooi.

De rustigste momenten op het album zijn die waar Circle Takes the Square inspiratie put uit de post-rock. Zo bijvoorbeeld ook de intro van 'Non-Objective Portrait of Karma', vier minuten sfeerschepping en subtiele opbouw die de vloer aanvegen met alles wat die andere screamo legende City of Caterpillar uit heeft uitgebracht. De aanzwellende bas en zang leiden naar twee chaotische minuten waarin de zang geleidelijk aan in de wanhoop verzinkt, om dan door een soort hemels engelenkoor ondersteund te worden voor de finale.

Deze review begint al danig uit de hand te lopen qua lengte, maar toch kan er nog zoveel gezegd worden. Over 'Kill the Switch' bijvoorbeeld, het langste en zwaarste nummer op 'As the Roots Undo' en min of meer het ultieme toonbeeld van het vakmanschap van Circle Takes the Square. De eerste minuut is wervelende screamcore, waarna zonder waarschuwing de ommekeer wordt gemaakt naar ambient, om een minuut later weer te ontploffen met een van de beste gitaarriffs van het album. Dan weer een kalme passage, waarbij de cleane zang wordt opgejaagd door het ratelende drumwerk... En toch is 'Kill the Switch' in al zijn chaoticiteit het enige nummer dat structuur vertoond. Riffs worden zowaar herhaald (!), er is zelfs een vage strofe/refrein structuur herkenbaar. Plotsklaps gaat een van die strofes over in een oorverdovend stuk: I know it's all been done before, I want to do it again. De kernboodschap van het album, overgebracht met zulk een emotie dat weerstand bieden geen optie is. De laatste twee minuten zijn epiek ten top, met het ene meeschreeuwstuk na het andere. This night our journey's through the dark. en natuurlijk de ultieme oplawaai: As in sorrow, so shall ye weep, as in reason, so shall ye sleep.

Als 'Kill the Switch' de synthese van het album vormt, dan is 'A Crater to Cough In' the catharsis. De gitaar speelt opnieuw het openingswijsje dat zo'n 36 minuten eerder het album opende, waarna geleidelijk een instrumentale opbouw wordt bewerkstelligd die na dik vier minuten uitmondt in het laatste screamcore gedeelte (Rejoice!). Na het uitputtende 'Kill the Switch' was die kalme intro welgekomen, maar eindigen doet het album dan toch op oorverdovende wijze, waarna in een fade-out de gitaar uitgeleide doet.

Hoewel het album als instrumentale versie zeker zou boeien, zit de sterkte van het album in de zang, die erg euh, ... emotioneel is. De passie en creativiteit druipt eraf, en de intense dynamiek - van fluisterend praten naar over-the-top schreeuwen - zorgt voor een vrij fenomenaal 'episch vermogen', zonder dat de zanger en zangeres hun eigenheid verliezen. Alle facetten van het album - de thematiek, het geniale drumwerk, de chaotische riffs - passen in elkaar als een soort muzikale mozaïek. Desondanks is dit album niet voor iedereen weggelegd. Er wordt heel wat afgeschreeuwd, de muziek is abrupt en lijkt soms alle richtingen tegelijkertijd uit te willen gaan. Voor zij die niet schrikken van het geschreeuw is 'As the Roots Undo' een uniek album dat ongetwijfeld in de smaak zal vallen. Een terechte klassieker.

Circle Takes the Square - Circle Takes the Square (2002)

poster
3,0
Deze EP is een logische overgang tussen de met punk doordrenkte screamo van de split en de schizofrene prog-emo van As the Roots Undo. Bij momenten rauw en noisy met hard geschreeuw, maar soms ook bevreemdend origineel en gevuld met onverwachte wendingen. De bipolaire vocalen zijn nog niet zo verfijnd, en ook muzikaal is deze EP wat minder uitgewerkt. Gelukkig hebben ze de spoken word laten vallen hierna, want hoe "Our Need To Bleed" opent... . Deze wat knullige experimenten buiten beschouwing gelaten is er wel erg veel lekkers te horen. Voor de liefhebbers van hun later werk, want als je dat niets vindt is de kans klein dat je dit wel goed vindt.

Circle Takes the Square - Decompositions - Vol I. Chapter 1. Rites of Initiation (2011)

poster
5,0
Het beloofde een rustige dag te worden, ik moest nergens zijn en een suf ochtendzonnetje piekte door de gordijnen. Ik ontbeet op het terras, dronk een theetje en nam de krant door. Naties die op hun kop staan, rebellieën, crisissen: allemaal ver van hier, en hier was het een mooie ochtend. Het was wel wat broeierig, dus ik besloot het raam open te zetten toen ik terug binnen ging om mijn mails te lezen. Mijn gsm lichtte op, en ik las een bericht van mijn vriendin dat ze goed was aangekomen op haar werk, "nog net voor de storm". Ze had wel vermeld dat het een drukke dag ging zijn, dus ik dacht er verder niets van.

De laptop startte op, maar de internetverbinding was nogal wankel. Vreemd, maar dat soort dingen gebeuren nu eenmaal. En wat was het weer toch al drukkend warm zo vroeg, het beloofde ongetwijfeld zo'n typisch zwoele augustusdag te worden. Dan nog een sms, van het thuisfront: 'Zo eng hier! Alles in orde daar?' Ik wou terugsturen met de vraag wat er aan de hand was toen ik een zacht, diep gerommel hoorde in de achtergrond. Onweer? Zo vroeg al? Opeens werkte het internet, en ik zag dat ik tientallen mails had. Facebookspam, van Circle Takes the Square die hun EP al online hebben geplaatst. Nou, daar ging ik meteen naar luisteren.

Enter by the Narrow Gates begint met een amper hoorbare intro en ik zet de speakers nog wat luider. Dan de intrede van plechtige zang. Ondertussen besef ik dat ik de gordijnen nog moet opendoen. Of wacht, neen die zijn al open. Het is gewoon helemaal donker geworden buiten, het lijkt wel 5 uur 's ochtends in plaats van 8 uur. Logge, monsterlijke riffs als de rommelende donderslagen op de achtergrond, en de muziek komt op gang, traag naar CTTS' doen maar de spanning zit er al meteen in. Ze zetten een akelige sfeer neer, net zoals op As the Roots Undo maar toch gaan ze nog verder; nog harder, trager en dan weer sneller en scherper. Buiten beginnen de eerste regendruppels te vallen, bliksemschichten verlichten de kamer sporadisch in een onnatuurlijke hel licht. De muziek is ondertussen rustiger geworden, met spoken word; Drew en Kathy als predikers van de apocalyps. In combinatie met het bizarre weer buiten dat ik binnen onmogelijk kan negeren is het één en al kippenvel.

En dan plots, samen met de overgang naar Spirit of Narrative een oorverdovende donderklap. Een enorme storm breekt los, zowel uit de hemel als uit de geluidsboxen. Haastig uitgespuwde screams als een stortvloed van hagelstenen, kolkende gitaarriffs en scheurende solo's. Apocalyptische muziek voor apocalyptisch weer. Dit is het soort nummer dat enkel Circle Takes the Square kan maken, toch? Ook Way of Ever-Branching Paths klopt nu, want waar het als alleenstaand nummer wat verloren leek te gaan aan totale chaos zijn de riffs en teksten nu treiterende verwijzingen naar een nachtmerrieachtige verdwaling in het conceptalbum dat Decompositions is; een enorm muzikaal project waarvan dit maar een 23 minuten durende inleiding is. Want alles hoort samen, vormt één geheel en loopt in elkaar over. Een ongetwijfeld overweldigend labyrint waar de band zelf in verloren leek te zijn gegaan de afgelopen zeven jaar.

Was Way of Ever-Branching Paths de neergang van de rede en orde, dan is The Ancestral Other Side het terugvechten: "Unbroken circle/ Grant us the crisis needed to heal". Muzikaal zonder twijfel het zwaarste wat ze al ooit gedaan hebben (bijna black metal bij momenten) met verschroeiende blastbeats en weer het hun zo typerende samenwerken van openrijtende screams en helende zachte zang. Heerlijk brutaal, een storm die je met plezier toelaat om je te overstelpen met impressies.

En met het wegsterven van de muziek klaart dan ook de hemel op. De storm is gaan liggen, buiten de regenplassen buiten, enkel afgewaaide takken en de ozongeur in de lucht is er niet veel overgebleven van het akelige weer. Zo'n noodweer mag er gerust in november opnieuw zijn...

Circle Takes the Square - Decompositions: Volume Number 1 (2012)

poster
5,0
Na acht jaar wachten is hier dan eindelijk de opvolger van het majestueuze As the Roots Undo, een van mijn favoriete albums allertijdens zoals ik hier al schreef. Een dik jaar geleden kregen we al een stuk van dit album te horen via de EP Rites of Initiation waarover ik ook een lap tekst schreef hier. Nu krijgen we dan eindelijk het volledige album, dat de vier nummers van Rites of Initiation bevat, en vijf nieuwe nummers.

Ondanks de al bekende nummers was dit toch een grote verrassing. Chapter II: Totem Polaris is veel diverser dan Rites of Initiation, extremer qua dynamiek en gewoon muzikaal rijker. Prefaced by the Signal Fires bevat bijvoorbeeld black metal-invloeden (denk Dissection) en een overvloed aan snelle riffs - zo mogelijk nog chaotischer dan Kill the Switch. Echt zo'n typisch CTTS nummer dat overweldigt bij de eerste luisterbeurten, en dat waarschijnlijk pas binnen een paar weken echt helemaal openbloeit.

A Closing Chapter (Scarlet Rising) en Singing Vengeance Into Being sluiten dichter aan bij het geluid van As the Roots Undo, al blijven de vocalen trager gebracht. Net die snauwende vocalen maakten ATRU zo speciaal, maar de zachte stukken zijn wel veel beter dan vroeger. Ook maken ze vaker de keuze voor spanningsbogen tegenover de abrupte uitspattingen van vroeger. Soms gaan de nummers wel wat lang aanslepen, alsof ze bepaalde ideeën wat te veel uitmelken. Bij de hyperkinetische chaos van As the Roots Undo was er geen ruimte voor adem - of verveling - maar hier sluimert er toch wat sloomheid.

Arrowhead as Epilogue was al eerder vrijgegeven als zoethoudertje. Het nummer steunt meer op melodie dan op ritme, maar ze komen er verbazingwekkend goed mee weg. Al kan het komen omdat ze fijntjes verwijzen naar het leidmotief van ATRU.

De topper van Chapter II is echter de afsluiter North Star, Inverted, een tien minuten lange akoestische ballade. Fragmenten hiervan waren al te horen op een van de studio-blogs die ze postten op youtube, maar dat dit een heel nummer ging worden had ik niet durven hopen. Het is een, voor CTTS, verrassend intiem en grijpbaar nummer waarin Drew bewijst dat hij ook met cleane zang goed uit de voeten kan. Zo valt natuurlijk ook meer op dat zijn teksten pretentieus modernistisch geneuzel zijn, maar als je daar voorbij luistert is dit een hoogtepunt in hun repertoire. Samen met het verschroeiende Spirit Narative van Rites of Initiation is dit het enige nummer dat op hetzelfde niveau is als de toppers op As the Roots Undo.

Een eindoordeel volgt (veel) later nog, maar zelfs al is dit misschien wat minder dan hun vorig album, het blijft unieke muziek die op zowat alle vlakken de concurrentie mijlenver achter zich laat. Wie weet groeien sommige nummers nog, en dan plaats ik hem toch naast As the Roots Undo. Sowieso 5* natuurlijk.

Circle Takes the Square / Pageninetynine - Document #13: Pyramids in Cloth (2002)

poster
1,5
Neen, dit is het toch echt niet. Ik had al niet veel met het vroege werk van CTTS, getuige daarvan hun EP die me niet echt aansprak, en hier net hetzelfde. Af en toe een hint van de latere genialiteit (1:50 in Patchwork Neurology), maar toch vooral nodeloze drukdoenerij en subpar vocals.

De bijdrage van pg 99. is al niet veel beter. Goodbye Face heeft weinig opbouw maar wel veel herhaling (getuige daarvan de laatste 2 minuten). Er is niet veel merkbaar van onderhuidse spanning die hun elders zo typeert. Calm Song is zoals te verwachten valt een energetische brok, niet speciaals.

City of Caterpillar - City of Caterpillar (2002)

poster
3,0
Het zoveelste voorbeeld van een screamo band die één volwaardig album uitbrengt en het dan voor bekeken houdt, waarna het album uitgroeit tot een klassieker (binnen het genre). City of Caterpillar wisselt energieke screamo af met rustig opbouwende instrumentale passages. De zang vind ik maar flets, en de matige productie helpt ook niet. Verder is het ook niet erg strak ingespeeld, hier en daar rommelt het toch wel wat.

Het is net door de tussenstukjes dat ik het album kan waarderen. In tegenstelling tot de meeste post-rock is de sfeer hier immers geslaagd grimmig - de intro van het openingsnummer 'And You Are Wondering How a Top Floor Could Replace Heaven' is hier een ideaal voorbeeld van. Misschien wel wat te vergelijken met Tweez van Slint? Alleszins, een redelijk album met enkele zwakke kantjes, 3*.

CityCop - Seasons (2011)

poster
5,0
Innovatie is zeldzaam in een oververzadigd milieu zoals de muziekwereld. "Neem en herverdeel", dat is het devies - geen authenticiteit, wel ordinaire persiflages. Reden te over dus om O Fortuna ten gehore te brengen wanneer een wezenlijk ongekend geluid verschijnt op het toneel. CityCop. is hier een innemende illustratie van, met een sound die te omschrijven valt als akoestische screamo, een insteek die het genre helemaal onderuit haalt. Net als op hun debuut 'The Hope In Forgiving & Giving Up Hope' mixen ze woeste punkconstructies met sprankelend gitaargetokkel zoals in de twinkle emo, maar ze hebben hun formule op Seasons wel geperfectioneerd. De furieuze screams worden meesterlijk afgewisseld met doordachte cleane zang die enigzins verder appelleert aan het emogenre. Diversiteit is troef, de passages volgen elkaar op in een moordend tempo, en je wordt als luisteraar als het ware murw gemept met gezwinde opbouwen en vurige break-downs.

De EP opent met 'Bluebird', gebaseerd op een gedicht van Charles Bukowski. Een opwarmertje dat doet denken aan de akoestische split van La Dispute. Hierna komen de vier seizoenen aan bod, allevier geslaagde experimenten. Het virtuoze 'Spring' gaat over in de verschroeiende blastbeats van 'Summer'. Ronduit eclatant gitaarspel is ook in dat nummer troef, alsmaar muterend tot het overgaat in een welhaast dartel melodietje aan het begin van van het sierlijk en opzwepende 'Fall'. De afsluiter 'Winter' is het somberste nummer van de EP, gebaseerd op een weldadige muzikale compositie.

Enfin, een ronduit sensationele EP. Hier te streamen.

Clogs - The Creatures in the Garden of Lady Walton (2010)

poster
2,0
Niet mijn meug, om het zacht uit te drukken. Gelokt door Matt Berninger en de genre omschrijving als post-rock, valt deze cd toch wel tegen. De stempel post-rock dekt vele ladingen natuurlijk, en blijkbaar is kamermuziek daar een deel van. Opener Cocodrillo bijvoorbeeld is a-capella, en I Used to Do is richtingloos gepingel van... ja wat eigenlijk. Er zit een hele hoop muziek verstopt op dit album, en ik moet noodgedwongen spieken op wikipedia om er instrumenten op te plakken. De link met Sufjan Stevens (die ook heeft meegeholpen op dit album) is duidelijk op On the Edge, waar gastzangeres Shara Worden haar stem helemaal laat ontsporen. Zeker dat dit soort zang sommige mensen zal bekoren, maar mij niet. Daardoor dat alle nummers met haar voor mij skippertjes zijn, ook het suggestieve The Owl of Love. Geen slechte muziek, maar gewoon helemaal niet iets wat ik voor mijn plezier nog ga opzetten.

Converge - Jane Doe (2001)

poster
3,5
Hoe meer ik Jane Doe beluister, hoe beter ik het begin te vinden. Maar of dat iets goed is, daar ben ik nog niet uit.

Eerst even opmerken dat de lyrics leuk zijn om er eens op na te lezen, want ze vertellen een coherent verhaal dat culmineert in het episch titelnummer. Natuurlijk versta je er bij het luisteren niets van, want de zang is iel geschreeuw, (shriek heet dat in het Engels) en de muziek eist ook haar deel van de luisteraandacht op. Voor diegene die niet weten wat voor muziek te verwachten: Jane Doe is metalcore, en dat wil zeggen erg agressieve, retestrakke chaotische metal/hardcore punk. Op dit album wordt dat nog versterkt door de harde productie, die ik erg geslaagd vind. Het tempo ligt hoog, en de techniciteit van de nummers zo mogelijk nog hoger. Daarom dat de vergelijking met the Dillinger Escape Plan zich wat opdringt, al is de zang echt niet te vergelijken.

Maar is het nu goeie muziek? Moeilijk te zeggen, maar mooi is het alleszins niet, en dat is ook niet de bedoeling van de muziek. Nu is extreme zang (zij het nu grunten, screamen, of shrieken) altijd wat potsierlijk als je er even afstand van neemt, wat ook de reden is dat er zo op neergekeken wordt door buitenstaanders. Maar als je in de muziek zit, dan hoor je dat niet meer, en wordt de zang gewoon een deel van het geheel. Het helpt de algemene sfeer te bepalen, en in dit geval is dat een overweldigende ervaring (want dat is het, zeker weten) van agressiviteit en woede. De muziek slaagt dus in zijn doel, maar van zo'n negatief sfeertje wordt je dus niet vrolijk. En dan klink ik misschien (zeker) als een watje, maar hier trek ik toch wel de lijn, want naar dit soort muziek wil ik niet de hele dag luisteren. Dus zwier ik Jane Doe maar van de computer, alvorens ik er 5* aan moet geven. Want zo goed is 'ie wel.

Crash of Rhinos - Distal (2011)

poster
4,0
Crash of Rhinos is een Britse band met twee gitaristen, twee basgitaristen en één ferm meppende drummer. Ze brengen op mathcore en Slintesque post-rock gebaseerde emo met een erg vol geluid, terwijl de zang veelal shouts zijn. Dus niet de neerslachtige emo maar meer de oppeppende punkvariant ervan, zodat nogal lange nummers als Stiltwalker (die basriff op 4 minuten ) niet aan momentum inboeten. De emo invloed van bijvoorbeeld American Football is dan weer duidelijk hoorbaar op het kortere nummer Wide Awake. Geweldig plezante cd dus, die echt klinkt alsof ze er heel wat plezier aan hebben gehad om de nummers in te spelen.

Dit album is gratis te verkrijgen op hun bandcamp, een voorsmaakje is bijvoorbeeld opener Big Sea.

Cursive - The Ugly Organ (2003)

poster
3,5
Boeiend indierockalbum met een originele instrumentatie. Mede door die cello hebben alle nummers een rijk arrangement, maar zelden of nooit gaat het te ver qua drukte. Je moet er misschien wat voor zijn, maar het zorgt wel voor een boeiende luisterervaring. Een ander pluspunt is de zanger. Hij heeft gevoel voor catchy melodieën en kan ook nog meer dan behoorlijke teksten schrijven, zoals op Sierra. Zowel zang als tekst hebben wel hun wortels in de emosound, dus haters gonna hate, u bent gewaarschuwd!

Qua muziek zit het ook allemaal wel vrij snor. De meeste nummers zijn kort, soms wat krachtig maar nergens echt hard. De eerste helft is vrij consistent met goede nummers, met vooral Some Red Handed Slight of Hand als rockende uitschieter. De tweede helft van het album is wat minder, al is de epische afsluiter Staying Alive gelukkig een tweede hoogtepunt. Voorlopig een dikke 3,5*.

Cynic - Re-Traced (2010)

poster
2,0
Nogal ontgoochelend, deze EP. Zoals de hoes al treffend voorstelt, is dit album een calquering van Traced in Air. Het feit dat ze zich bewust zijn dat ze gewoon een doorslagje afleveren is amper een pleister op de wonde, want deze versies doen stuk voor stuk onder voor het origineel. De elektronica voegt weinig toe, maar er wordt wel heel wat weggelaten. Op 'Space' is amper iets te herkennen van de originele gitaarlijnen, enkel de zang is bewaard gebleven. Dan is de folk-inslag van Integral Birth beter geslaagd. Zo zou een akoestisch optreden van Cynic wel eens kunnen klinken. Maar na ze live aan het werk gezien te hebben weet ik zeker dat ik ze tien keer liever het origineel hoor spelen.

Het probleem voor mij zit hem vooral in het gebrek aan dynamiek dat ontstaat door het weglaten van het zware gitaargeweld. Alles blijft ingetogen voortkabbelen, en de zang stijgt één of meerdere niveau's in belang. Was deze oorspronkelijk maar gewoon één van de vele instrumenten in een enorm gelaagd geheel, trekt deze hier alle aandacht naar zich toe, en daarvoor is de zang toch niet sterk genoeg.

Afsluiter Wheels Within Wheels dan...
"sup dawg I heard you like wheels so we put wheels in your wheels so you drive while you drive..."
Het is een nieuw nummer, dat een meer traditionele aanpak heeft met akoestische drums en elektrische gitaar. Het is eigenlijk een nummer dat niet op Traced in Air geraakte, en ze dan maar hebben herwerkt voor deze EP. Dat somt het eigenlijk goed op: op alle vlakken doet deze EP onder voor het album, en dat is spijtig. Leuk om eens te horen, maar niet meer dan dat.

Cynic - Traced in Air (2008)

poster
4,0
Toch een serieuze bom, deze Traced in Air. Beetje apart artwork, maar het past wel bij de muziek. Erg technische metal - laat er geen twijfel over bestaan: alle muzikanten hebben totaal meesterschap over hun instrument. De productie is helder maar af en toe wel wat te pompeus, net als de muziek. Dat doet echter weinig af aan de pret. Leuke nummers, met een hoofdrol voor de prachtige gitaarsolo's en geslaagde combo van de onder effecten bedolven cleane zang en de occasionele grunt. Het is lastig om een favoriet nummer aan te duiden, want de nummers gaan mooi in elkaar over en vormen een geheel, zonder ergens in te zakken, al is het afsluitend nummer misschien net een tikkeltje minder. Al bij al een indrukwekkende come-back met een hoge replay-value dat een ideaal instapalbum voor death metal kan zijn.