MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Gajarigon als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Té - If That Is What Is Being Thought, Liberated Sound Talks the Depth of [Musical] World. (2005)

poster
4,0
Té is een Japanse, vierkoppige mathrock / post-rock band die uitsluitend instrumentale nummers brengen. De nummers (die allemaal tussen de 2 en 6 minuten duren) zijn steevast opgebouwd rond een ratelende drumriff. Drummer Tachibana is een echt beest; hij speelt ongelooflijk energiek en opzwepend (feitelijk een soort drum'n bass) maar hij weet ook goed wanneer hij het even wat rustiger aan moet doen om de muziek te laten ademen. Echt het soort muziek waarvan je zin krijgt om zelf de stokjes in handen te nemen en lekker mee te spelen. Liefhebbers van Don Caballero en Battles (feitelijk de enige referenties die ik kan voorleggen) zullen dit dus zeker wel kunnen smaken.

Ook het gitaarspel is erg goed. Veel arpeggio's, erg sprankelende melodieën en gewoon steengoede gitaarriffs die ze combineren met veelgelaagde composities. Dit is dus geen epische post-rock genre EitS, maar meer een indie-invalshoek op het genre. Af en toe laten ze het hoge tempo dan een beetje zakken, en dan schemert er wat emo in de muziek door. Track 4 bijvoorbeeld, dat vervolgens ontploft in een Borisiaanse vunzige geluidsapotheose. Het is één van de weinige keren dat ze het standaard luid/stil trucje toepassen.

Een originele en verfrissende interpretatie van het post-rock genre dus, en de enige puntjes van kritiek zijn de productie op enkele nummers (Track 11 wordt daardoor een beetje verpest) en het ontbreken van een echte stand-out track, al komt Track 7 wel aardig in de buurt. Ja, hier geef ik graag 4* aan.

Television - Marquee Moon (1977)

poster
2,5
Naar aanleiding van het 'Ga dat album eens reviewen' topic ben ik terecht gekomen bij deze plaat. Ik kende het wel van naam, maar kon me geen beeld vormen van de muziek. De noemer punk leidde me wat in de verkeerde richting, aangezien dit niet is wat ik doorgaans als punk bestempel, maar enfin, zo verruimt een mens al eens zijn hokjes.

Post-punk dus, niet echt mijn favoriet genre en ook dit album is me wat te zoutloos. Gewone nummers, zonder noemenswaardige spanningsopbouw, die niet irriteren en soms wel een beetje blijven hangen, maar nooit echt meeslepen. Het titelnummer is hierop misschien een uitzondering, maar dat is me dan weer enkele minuten te lang. Het belangrijkste breekpunt is echter de zanger. Zoals wel vaker bij post-punk zijn de vocalen nogal zeurderig, wat mij echt niet ligt.
Gelukkig zijn er ook goeie kanten aan de muziek. Het gitaarspel, zeker in combinatie met de baslijnen, is een mooie verweving van verschillende laagjes. Het drumwerk klinkt zoals bijna alles van drum uit die tijd volledig ruk, maar is op zich niet slecht, alleen ook helemaal niet opwindend. Neem nu die intro fill van Marquee Moon, kan het nog saaier?

Geen slecht album, maar ik kan moeilijk begrijpen dat dit zo'n klassieke status heeft verworven.

Temple of the Dog - Temple of the Dog (1991)

poster
3,0
Eerste albumhelft is top, maar de tweede helft is niets speciaals. Zoals al zo vaak gezegd is de zang erg sterk op dit album, met als bekendste voorbeeld 'Hunger Strike' waar Eddie Vedder en Chris Cornell hun krachten op magistrale wijze bundelen. Maar geef mij toch maar Pearl Jam of Soundgarden!

Tenacious D - Tenacious D (2001)

poster
3,5
Ik sluit me aan bij de menigte. Erg leuke liedjes doorspekt met enkele geslaagde en veel niet-zo-geslaagde humoristische fillertracks. Die fillertracks geven het album een soort filmisch gevoel mee - leuk om één keer te horen, maar meerdere keren luisteren is niet zo bevorderlijk. Nu zijn de gewone nummers, mede dankzij het drumwerk van Dave Grohl wel uitstekend. Tribute, Kielbasa, Fuck Her Gently, ... alles samen krijgt de eerste helft van het album nog makkelijk een dikke 4*. De tweede helft is echter pakken minder, met eigenlijk enkel Rock Your Socks als noemswaardige track. Daarom een nipte 3,5*.

Tenmon - Byôsoku 5 Senchimêtoru (2007)

poster
4,5
Het zal zonder twijfel te maken hebben met het feit dat dit zowat mijn favoriete film is, maar ik vind deze score echt geweldig. Kort maar wondermooi, met lieflijke piano en prachtige melodieën. Het is allemaal erg rustig, maar extreem sfeervol (net zoals de film). Het terugkerende motiefje (van One More Time, One More Chance) klinkt prachtig, en het origineel kan ik ook aardig pruimen. Gaandeweg opteert Tenmon voor wat rijkere arrangementen, wat wonderwel werkt (Shousou, Kanae No Kimochi), al had dat harpje op Yuki No Eki nu ook weer niet gehoeven. Dikke 4,5*

The Antlers - Burst Apart (2011)

poster
4,0
Het moet geen pretje zijn geweest om een opvolger voor Hospice te maken, want die plaat werd ongelooflijke gehyped - in geen tijd groeiden The Antlers van een onooglijk niemendalletje uit tot een boegbeeld van de pitchforkcore. Met recht en rede, want het was een steengoede cd, maar velen zullen wel beamen dat het geen prettig uurtje was om te beluisteren. Meer nog, Hospice is waarschijnlijk één van de zwartgalligste conceptplaten die er zijn.

Ondertussen zijn we twee jaar verder, en kan je Hospice gewoon in de free record shop vinden. Hoe ga je om met èn commercieel succes èn artistieke erkenning? Ik denk dat Burst Apart een goed voorbeeld is: meer van hetzelfde, maar toch ook iets helemaal anders.

Qua thematiek is Burst Apart melancholie, omgaan met verdriet en het uiteenbarsten van relaties. Nog altijd geen happy-time muziek dus, maar toch eenvoudiger te verteren dan Hospice. Muzikaal zijn ze wat meer richting de gitaarmuziek gegaan, wat zeker in combinatie met de erg atmosferische productie nogal Radioheadesque aandoet. En zoals ik al in een eerder bericht zei: feitelijk is dit het soort muziek waar ik stiekem op had gehoopt toen King of Limbs uitkwam.

De helft van de nummers op Burst Apart zijn ijzersterk, zeker 5* materiaal. Alles klopt, prachtige melodiën van zowel zang (Jeff Buckley zou er van opkijken) alsook muziek (No Widows ). Helaas is niet alles van dat niveau, met name Tiptoe, Hounds, Rolled Together en in mindere mate ook Corsicana vallen te licht uit. Leuk hoe de favoriete tracks op MuMe mijn mening helemaal bevestigen trouwens. Niet dat het stinkers zijn (hoewel, Tiptoe...), de tracks ademen gewoon 'filler' uit. En op zo'n kort album zou dat niet mogen.

Volgende keer dus liever all killer, no filler; dan krijgen ze van mij de topscore. Desnoods nemen ze er maar wat jaartjes extra voor, want ik denk dat de relatief korte periode tussen de twee cd's misschien wel aan de oorzaak hiervan ligt. Voor nu hou ik het op 4*, even goed maar veel luisterbaarder dan Hospice.

The Antlers - Hospice (2009)

poster
4,0
davido1986 schreef:
Godallemachtig, wat is Sylvia een geweldig nummer!!


Echt he... leuke plaat, met een origineel geluid dat als ik het dan toch moet beschrijven als een mengeling van My Bloody Valentine met Neutral Milk Hotel klinkt. Zweverige indierock met prachtige eigenzinnige vocalen die soms wat aan Jeff Buckley doen denken (wat dus een serieus compliment is), heerlijke lyrics en een melancholisch sfeertje. De songs lijken qua structuur wel wat op elkaar, maar dat mag de pret niet al te veel drukken. Echt een album dat ietwat ongrijpbaar is en dat net daarom keer op keer weer wilt opzetten.

The Beatles - Abbey Road (1969)

poster
4,0
Abbey Road is de enige Beatles plaat die ik nog geregeld draai. Misschien moet ik mijn mening maar bijstellen, en dit toch dopen als mijn favoriete plaat van de fab four. De productie is er duidelijk op vooruit gegaan. De drums klinken weliswaar nog altijd wat dof, maar de gitaren klinken helder wat de melodieën zeker ten goede komt. Alleen spijtig dat ze zoveel synthetische geluidseffecten hebben gebruikt, dat hadden ze echt achterwege mogen laten. Beetje te veel drang om te experimenteren waarschijnlijk... .

Op de opener Come Together is al meteen een enorme progressie te horen met hun eerder werk. Meer rock, minder pop. Samen met Something vormen deze twee nummers echt een erg sterk begin.
Dan zakt de plaat toch even in. Maxwell's Silver Hammer vooreerst. Wat een ongelooflijk kutnummer! Het gaat over een Bart Simpson figuur (Maxwell) die het bord moet volschrijven, en dan maar de kop van zijn leerkracht in slaat met de zilveren hamer uit de titel van het nummer. Doe daar nog een spuuglelijke synth bij, en je hebt m'n minst geliefde post-Rubber Soul nummer van the Beatles. Het tweede McCartney nummer Oh Darling! is helaas niet veel beter. De ruige zang is wel een plezante afwisseling, maar het nummer sleept toch wel serieus aan. Yellow Submarine II: Octopus Garden is niet veel beter dan het origineel, al is het gitaarspel aan het einde wel een kleine pleister op de wonde.
De sfeer keert dan gelukkig helemaal om met I Want You. Lekker baslijntje, leuk orgeltje, bluesy solo halfweg en dan die epische outro die alsmaar meer ontaard om dan abrupt te stoppen.
Tweede helft van de LP dan, met het leuke popliedje Here Comes the Sun als ideale opener en het door mooie harmonieën gedragen Because. Vervolgens is er You Never Give Me Your Money, mijn favoriet Beatles nummer dat een soort culminatie is van alle goeie dingen die ze ooit hebben gemaakt. Veel tempowisselingen, geen overmatige herhaling, schitterend gewoon.
Over de rest van de medley was ik lange tijd kritisch, maar uiteindelijk is dit toch uitgegroeid tot mijn favoriet deel van het album. Beetje bombastisch, maar stiekem vinden we dat allemaal wel leuk.

Hoewel de plaat toch duidelijk een minder moment kent (halfweg de eerste helft) een dikke 4*, vooral vanwege de uitstekende medley.

The Beatles - Revolver (1966)

poster
4,0
Toen ik net op de site kwam heeft Revolver mijn top 10 aangevoerd tot ik Lateralus leerde kennen. Ondertussen zijn we 5 jaar verder, en op mijn nummer 1 na blijft er van mijn oude top 10 niets meer over. Zelfs de liefde voor deze is bekoeld, al blijft Revolver nog steeds mijn favoriete Beatlesplaat.

Het is een kort album, zelfs met de drie bonustracks meegerekend. Die zijn trouwens niet echt essentieel, ze behoren bij de mindere tracks. Niet zo slecht als Yellow Submarine, maar toch ook niet van het niveau van For No One. Nu zijn de nummers nooit echt slecht, vooral dankzij de melodieuze zanglijnen. De productie is natuurlijk erg gedateerd. Vooral de gitaar klinken veelal te scherp. Maar voor de rest is het instrumentaal best in orde, vooral de baslijnen zijn erg geslaagd.

En daarmee ben ik eigenlijk uitgebabbeld. Revolver is een kort tripje met vele leuke liedjes, maar het beklijft me allang niet meer. Maar wie weet, misschien komt de liefde ooit weer terug. Tot dan zal ik hem jaarlijks wel eens draaien, maar meer hoeft echt niet.

The Cure - Disintegration (1989)

poster
4,5
Disintegration... toen ik deze luisterde had ik niet echt verwacht dat het zo zou klikken. De andere albums van The Cure klikken voorlopig nog niet echt, waardoor ik steeds weer teruggrijp naar deze als ik nood heb aan wat introspectieve muziek (bij gebrek aan een beter woord) - maar oorzaak en gevolg vloeien hier misschien wat in elkaar over. De nummers zijn veelal lang uitgesponnen, met een uitgebreide instrumentale intro en hier en daar wat instrumentale passages waarin ze bewijzen als een van de weinige groepen bewijzen dat echo's niet per se irritant hoeven te zijn. Hoewel de muziek erg goed is, is het toch vooral Smith die het album naar voren stuwt, met zijn kenmerkend stemgeluid en rake lyrics. Een nummer als 'Pictures of You' klinkt op het eerste zicht wat gewoontjes, maar dan die tekst erbij.. fantastisch

The Dillinger Escape Plan - Calculating Infinity (1999)

poster
4,0
Ik las eens hoe Calculating Infinity werd omschreven als spontane zelfontbranding, en daar moet ik telkens aan terugdenken bij het luisteren. Explosief, agressief, verre van vrolijk maar wel oppeppend en natuurlijk bikkelhard. De vocalen werden op dit album nog geleverd door de oorspronkelijke zanger, Dimitri Minakakis, en voor de liefhebbers van het latere werk kan dat best een struikelblok zijn. Zijn prestatie is harder, ruwer en eentoniger dan wat Puciato zou brengen, en dat drijft de muziek meer naar de hardcore kant. De muziek is extreem (technisch van opbouw), en hoewel de muzikanten destijds nog erg jong waren (22 ongeveer) van een ontzagwekkend hoog niveau. Gelukkig niet ten koste van goede smaak, want een riff zoals op 43% Burnt sloopt met gemak de geluidsmuur. (Fysische onzin maar het klonk wel goed, nvdr.)

Naast de ultra-agressieve splinterbommen staan er enkele hoogst aangename melodieuze passages, die dicht aansluiten bij het genre van de jazz-fusion. Weekend Sex Change bijvoorbeeld, een persoonlijke favoriet, waar drummer Chris Pennie aspirant percussionisten even alle hoop ontneemt. Het titelnummer is dan weer het muzikale equivalent van een moordzuchtige clown.

Waarom dan de bescheiden waardering? De productie is te ruw, de muziek gaat soms wat verloren achter de chaos en vocalen zijn me wat te agressief.

The Dillinger Escape Plan - Ire Works (2007)

poster
4,0
Ik ga toch mijn mening wat bijstellen. Hoewel ik nummers 4 t.e.m. 8 nog steeds skip, is het elders een album dat makkelijk naast Miss Machine kan staan. Favorieten blijven Fix Your Face, Lurch en Milk Lizard. Verder is het drumwerk van Gil Sharone zeker het vermelden waard, een waardige vervanger voor Chris Pennie. Benieuwd hoe de nieuwe Bill Rymer het er vanaf zal brengen op hun volgende wapenfeit (Option Paralysis).

The Dillinger Escape Plan - Miss Machine (2004)

poster
5,0
Dillinger Escape Plan, dat is op het eerste gehoor één agressieve orgie van geluid, non-stop tempo en ritme wisselingen en met een broertje dood aan enige genre-indeling. Vanaf de eerste noten van het fenomenale 'Panasonic Youth' weet je als luisteraar al meteen dat het meer van hetzelfde zal worden. Muzikaal zijn ze wel wat geëvolueerd: minder disharmonische chaos en meer afwisseling en rustige segmentjes, met hier en daar zelfs een toegankelijk nummer ('Unretrofied'); maar easy-listening is het vooralsnog niet. Miss Machine is zowat het muzikale equivalent van een trap in de ballen, en dat is vooral te danken aan het intense vocale werk van Greg Puciato. Live bakt de lieve man er niet veel van, maar op dit album slaagt hij er wel als geen ander in om rauwe energie om te zetten in decibels. Leuk trouwens om de invloed van de tussenperiode met Mike Patton te horen, de elektronische geluidjes zijn een leuke toevoeging.
Er zijn ook enkele minpuntjes. De productie is nogal luid (val maar eens inslaap met je mp3-speler wanneer 'Perfect Design' plots begint te knallen) en hier en daar niet loepzuiver. Sommige breakdowns hadden er ook uitgemogen (het einde van 'Phone Home' neigt iets te hard naar kakafonie). Ook is het artwork onhandig en niet zo mooi.

The Dillinger Escape Plan - Option Paralysis (2010)

poster
5,0
Elf jaar en zeven bandleden nadat ze met Calculating Infinity het mathcore genre uit de grond stampten heeft The Dillinger Escape Plan met Option Paralysis een voorlopig hoogtepunt bereikt. Waar op Ire Works de experimentatiedrang de muziek te wisselvallig maakte, klopt het hele plaatje deze keer wel. Ze grijpen meer terug naar de dissonante mix van metal en hardcore van hun debuut, hier en daar zonder hapering de muziek opfrissend met escapades richting jazz en artrock. Het resultaat is een geslaagde sound die zowel Miss Machine en Ire Works laat lijken als probeersels in afwachting van the real stuff.

De single Farewell, Mona Lisa was een toonaangevende smaakmaker. Zoals ik al eerder schreef is het erg duidelijk dat Greg Puciato erop vooruit gegaan is sinds Miss Machine. Hij stelt uitstekende dynamiek tentoon, en weet de beslissende momenten echt naar een hoger niveau te tillen. Schijnbaar probleemloos schakelt hij van falsetto naar het ruigere vocale werk over op nummers als Room Full of Eyes. Verder helpt gitarist Jeff Tuttle hier en daar wat mee met de zang, zoals op de afsluiter Parasitic Twins, dat opgesierd is met smaakvolle electronica en zonder twijfel het rustigste en meest toegankelijke nummer is dat ze ooit maakten. Of de die hard liefhebbers van mathcore het kunnen smaken valt wel nog af te wachten.

Muzikaal grijpt The Dillinger Escape Plan dus meer terug naar het debuut. Good Neighbor, Endless Endings en Crystal Mornings zijn nummers die 's ochtends nogal zwaar op de maag zullen liggen. Mede dankzij het drumwerk van Billy Rymer hebben zelfs die nummers wel een duidelijke lijn, hoe wild de muziek ook heen en weer springt, het gaat allemaal duidelijk in een bepaalde richting. Option Paralysis is eigenlijk een rockalbum, alleen wat harder dan normaal het geval is. Technisch is de muziek - vanzelfsprekend - van extreem hoog niveau. Ook de productie is uitstekend, met speciale vermelding voor de basgitaar die niet alleen hoorbaar, maar zelfs goed klinkt. Een opmerkelijke prestatie binnen het genre.

Er staan ook enkele experimentelere nummers op het album. Waar die op Ire Works nog wat wankel waren, is het hier een schot in de roos. Vooral Widower heeft een ongekende progressie van piano naar rockballad naar hardcore. Ook I Wouldn't if You Didn't is een schizofrene compositie van piano en hardcore, en Gold Teeth on a Bum is wat moet gebeuren als The Dillinger Escape Plan een rocknummer covert, halfweg verveeld geraakt en de muziek enkele niveautjes hoger besluit te tillen. Chinese Whispers was ook al beschikbaar als voorsmaakje, en dat doet wat denken aan het schitterende Milk Lizard van op Ire Works.

Het is natuurlijk altijd riskant om te snel hoog te beoordelen - Ire Works kostte me zowat veertig luisterbeurten om echt op waarde worden geschat - maar Option Paralysis is een verslavend album met alleen maar hoogtepunten dat alleen maar beter en beter wordt. 5*

The Dillinger Escape Plan with Mike Patton - Irony Is a Dead Scene (2002)

poster
3,0
En dan is er dit nog... of hoe één enkele persoon een geschifte groep helemaal naar zijn pijpen kan doen dansen. De invloed van Mike Patton is erg groot op dit album - hij verzorgt de vocalen, maar ook qua songs is dit met niets anders te vergelijken dat ze eerder uitbrachten of vooralsnog uitgebracht hebben. Of het al dan niet een aangenaam uitstapje is, hangt af van je mening over Mike Patton. Zelf loop ik niet zo warm van zijn zang, geef me dan maar de wat typischere, agressievere uithalen van Greg Puciato (de vocalen van Minakakis vond ik dan weer iets te grauw), maar de songs hebben instrumentaal zeker hun charme, druk en chaotisch gestructureerd, vanzelfsprekend extreem strak op elkaar afgestemd. Favoriet nummer is het speelde Hollywood Squares. Pig Latin vind ik niet zo geslaagd, en When Good Dogs Do Bad Things sleept af en toe wat aan. Een gewaagde cover op het einde had de plaat finaal nog naar de 3.5* kunnen krijgen, helaas ben ik er helemaal niet zo van onder de indruk, integendeel. Zelfs het drumwerk van de anders toch wel vrij geniale Chris Pennie laat me wat koud. Dus toch maar een nipte 3* voor deze wisselvallige, maar originele EP.

The Fall of Troy - Doppelgänger (2005)

poster
4,0
Beetje vreemd dat van alle Fall of Troy albums dit het laagste gemiddelde haalt. In het algemeen (zowel onder 'fans' als op sputnikmusic, rate your music, ...) wordt dit namelijk als hun beste album beschouwd. F.C.P.R.E.M.I.X. was dan ook een bescheiden hitje, wat er zeker iets mee te maken zal hebben, samen met de productie.

De productie is immers 'beter' dan op het debuut, wat de reden is waarom bepaalde nummers opnieuw ingespeeld werden en hierop terug voorkomen - zoals eerder gezegd betreft het hier #1, 3, 5 en 9.

De gitaarlijnen zouden minder foute nootjes bevatten of misschien zijn ze gewoon verborgen onder die lagen foute effecten?, zang beetje naar achter en de bas wat meer naar voren gemixed, en de drums zijn wat vetter gemaakt. Vooral dat laatste vind ik wat spijtig, het klinkt allemaal wat tè metaal bij momenten.

Het album opent met een goede uitvoering van "I Just Got This Symphony Goin' ". Een van hun beste nummers wat mij betreft. "Act One, Scene One" is volledig nieuw en nogal ontgoochelend - het duurt veel te lang eer het nummers ergens heen begint te gaan.

"F.C.P.R.E.M.I.X. " is dus zoals gezegd het 'hitje'. Hierop blijkt duidelijk hoezeer Thomas Erak's cleane zang erop vooruit is gegaan. Een ideaal instapnummer - ik zal de youtube video eens toevoegen.

"You Got a Death Wish, Johnny Truant?" is simpelweg een korte hoogenergetische springbom. "Mouths Like Sidewinder Missiles" komt ook van het debuut maar is minder goed dan het origineel. Exit 'gave solo', enter 'panfluiteffect' namelijk...

"The Hol[ ]y Tape..." is wat doelloos, maar die outro... heerlijk gewoon. "Laces Out, Dan!" is opgebouwd rond een heerlijke riff maar "We Better Learn to Hotwire A Uterus" is weer zo'n zwaar nummer dat eigenlijk nergens heen leidt. Van het debuut krijgen we dan "Whacko Jacko", ditmaal zonder drumintro. De essentie van het nummer - die heerlijke opbouw iets na halfweg - blijft echter behouden maar wederom doen de effecten wat afbreuk aan het speelse karakter van de oude versie.

Het nummer "Tom Waits" werd zo genoemd omdat 'old Tom Frost' op zijn toen recenste ep een nummer "Fall of Troy" had staan. Vocaal erg geladen nummer met wat effectjes op de stem en hoe kan het ook anders - shredding guitar solo!

Naar gewoonte is het laatste nummer een (lang) buitenbeentje. "Macaulay McCulkin" stond ook al op hun Ghostship EP (die binnenkort heruitgebracht zal worden trouwens!) en klinkt een beetje als At the Drive-In. Naar het einde toe halen wat onverwachte wendingen in het nummer de flow er uit, wat echt wel spijtig is, want het begin is heerlijk.

De toon van deze korte review is misschien wat te negatief - waarschijnlijk zou elk album dat ze hadden kunnen uitbrengen het hebben moeten afleggen tegen het debuut. Daar komt nog bij dat voor sommigen de glossy productie en de iets chaotischere songstructuren net een plus zullen zijn. Er staan voor mij geen slechte nummers op dit album maar wat meer afwisseling tussen zacht en hard (zoals op het debuut) zou welkom zijn geweest. Maar oordeel gerust zelf!

The Fall of Troy - Ghostship (2004)

poster
4,5
Het Ghostship project van the Fall of Troy was een project waaraan ze werkten tussen hun debuut en "Doppelganger". Het kwam dan in de vriezer terecht, om uiteindelijk in 2008 dan toch uitgegeven te worden - inclusief overdadige productie - als "Phantom on the Horizon". In 2004 brachten ze deze demo uit, met slechts vier nummers waarvan het laatste eigenlijk niet echt in het concept past, maar later zou verschijnen op "Doppelganger".

Muzikaal is Ghostship een beetje een vreemde eend in de bijt van hun materiaal, met langer uitgesponnen passages en veel aandacht aan de opbouw van spanningsbogen, zoals in Part I. De muziek blijft echter erg druk en lijken opgebouwd uit verschillende mini-songs. De afsluiter kwam dus later uit op "Doppelganger", maar in een iets andere vorm. De versie op Ghostship is verschillende in de zang, die hier wat meer geschreeuw bevat en, natuurlijke de ruwere productie.

Zeker een aanrader voor de fans van het debuut, en "Phantom on the Horizon".

The Fall of Troy - In the Unlikely Event (2009)

poster
3,0
Over 'Manipulator' waren de meningen zwaar verdeeld. The Fall of Troy hadden een nieuwe richting proberen te geven aan hun muziek, maar vele fans konden niet overweg met de veredelde popmuziek die dat album typeerde. Na wat interne strubbelingen kwam er dan 'Phantom on the Horizon', de langverwachte uitwerking van de 'Ghostship' demos. Door het onverhoopte resultaat leefde de hoop weer op dat Fall of Troy zich zou herpakken, en de anticipatie voor 'In the Unlikely Event' was dan ook erg groot.

Muzikaal staat alles wederom op een extreem hoog niveau. Het gitaarspel van frontman Thomas Erak op 'A Classic Case of Transference' is ronduit indrukwekkend. Ook de drums zijn er nog verder op vooruit gegaan ('Walk of Fame') en zijn op dit album echt top. De zang blijft een wankel punt, en het blijft me een raadsel wie Erak influisterde om echt constant te gaan zeiken, doorheen solo's en kalme passages heen. Het veelbelovende 'Webs' gaat zo ietwat de dieperik in. De nieuwe bassist, Franke Ene, speelt zeker mee op niveau, maar zijn screams zijn wel wat eentonig.

Over hun songschrijftalent kan gediscussieerd worden. Zowat alle nummers die ze de laatste 5 jaar hebben geschreven zijn van een beduidend trager tempo, en missen de rauwe energie van hun debuut, een tendens die ik persoonlijk wat betreur. Echte climaxen zijn er ook zelden, het lijkt allemaal knip-en-plakwerk met riffs, maar er zitten nog steeds schitterende parels tussen (de tweede minuut van 'Nobody's Perfect' moet zowat hun beste groove tot dusver zijn). Maar het grootste punt van kritiek op dit album is hun klaarblijkelijke bloedarmoe. Ze lijken lyrics te hergebruiken ('People and their Lives' leent het een en het ander uit 'Chapter I' van Phantom on the Horizon) en 'Dirty Pillow Talk' lijkt een soort collage van die EP, wat de luisteraar een soort déjà-entendu kan geven.

Zoals zo vaak is dit nieuwe album weer een zoektocht naar extremen geweest. Ze spelen zwaarder dan ooit tevoor ('Straight-Jacket Keelhauled', met een wansmakelijke eerste twee minuten maar een omverblazend slot) en poppiger dan ooit '(Empty the Clip, the King Has Been Slain, Long Live the Queen!' - oh ow! oh ow!), spoken word ('Nature vs. Nurture'),... een tendens die de cohesie natuurlijk geen goed doet. Gelukkig zijn er de positieve uitschieters, die zich vooral op de rustigere tweede helft van het album bevinden.

Een eindoordeel geven voor dit album is erg lastig. Het is alleszins een verrassend album van een groep die duidelijk is weggeevolueerd van de muziek die me een fan maakte. Ik acht de kans klein dat ik ooit nog laaiend enthousiast zal kunnen zijn over the Fall of Troy. Het is een beetje zoals een meisje terugzien waarop je lang geleden verliefd was. De jeugdige vrolijkheid en prille aantrekkingskracht zijn door de jaren afgebot, maar bij momenten kan je nog flarden zien van wat je destijds zo kon betoveren.

The Fall of Troy - Manipulator (2007)

poster
3,5
Manipulator is een verrassend album. Na de erg hectische albums 'Fall of Troy' en 'Doppelgänger' valt bij 'Manipulator' op hoezeer de muziek plots afgezwakt is. Bij vlagen zijn er nog steeds de hyperkinetische riffs van weleer, maar vaker komen er gewone rocknummers, zelfs poppunk (Oh, the Casino lijkt wel Blink182) tevoorschijn.

The Fall of Troy - Phantom on the Horizon (2008)

poster
4,5
Op alle eerdere albums was het traditie om te eindigen met een lange mothafucker van een nummer. Wel, dit album is één grote mothafucker van 37 minuten. Ongelooflijk heerlijk!

The Fall of Troy - The Fall of Troy (2003)

poster
5,0
At the Drive-In, maar dan een pak spontaner. De groepsleden waren 17 toen ze dit opnamen (het gebeurde allemaal tijdens hun spring break), en dat is te horen: de muziek heeft een energieke, jonge vibe. Het tempo zakt zelden, en de nummers vervelen door de enorme afwisseling en beperkte herhaling zo goed als nooit. Kenmerkend is ook de afwisselende cleane zang en oerschreeuw van gitaarvirtuoos Thomas Erak. Het gitaarspel doet wat denken aan Joey Santiago, die schudde vaak ook van die bizarre dierengeluiden uit zijn gitaar.

The For Carnation - The For Carnation (2000)

poster
4,0
The For Carnation brengt slowcore, en erg goede. Slint op slaappillen durf ik beweren. Alle nummers zijn opgebouwd rond een brommend baslijn, waarboven dan spaarse melodietjes gespeeld worden zodat de hele muziek een soort mistige textuur krijgt. Het is allemaal erg subtiel gebracht, donkere muziek die veel aan de verbeelding over laat. Een beetje alsof je in een verduisterde kamer staat met alle mooiste schilderijen, maar je hebt enkel een lucifer om je van licht te voorzien.

Opener Emp. Man's Blues is een eerste hoogtepunt, een bluesy nummer waarbij de stem van Brian McMahan (Slint) een hoofdrol heeft. Hij fluistert de tekst, en trekt aldoende de luisteraar helemaal naar hem toe. A Tribute en Being Held maken gebruik van wat levendigere percussie en elektronische, aanzwellende geluidseffecten om het tempo wat op te voeren. Onderhoudend, maar niet echt aangrijpend - het zijn mijn twee minst favoriete nummers. De tweede helft van het album is weer in stijgend lijn. Snoother is typische laatavondmuziek, lichtjes pulserend en melodieuzer dan de eerdere nummers. Tales is een dwingend nummer, met een ingehouden spanning en een echte muzikale ontplooiing aan het eind. De muziek kabbelt misschien voort, maar aan het eind is het toch een serieuze stroomversnelling geworden.

De hele plaat staat echter in de schaduw van de afsluiter: Moonbeams. Alles draait rond één eenvoudige basmelodie. Eronder kale drums, erboven zacht gitaargetokkel, elektronische geluidseffecten en het meeste intense gefluister van McMahan.
Scatter the roots of our passage tonight
discard the memories we chose to survive

Het hele nummer staat in teken van de opbouw naar een erg korte climax, maar wat een ongelooflijk intens stukje muziek is dat! Strijkers die onverwachts aanzwellen, de percussie ontwaakt, de zang verstomt, de gitaarmelodie komt tot bloei, de muziek (en de luisteraar) houdt even zijn adem in en komt dan weer tot rust. IJzingwekkend mooi.

The God Machine - One Last Laugh in a Place of Dying... (1994)

poster
4,0
Dat ik The God Machine heb leren kennen heb ik volledig te danken aan MuMe. Nergens anders kom je deze groep tegen, tenzij heel marginaal. Buiten deze onbekendheid is er nog één constante; overal waar de groep dan toch eens ter sprake komen, wordt The God Machine de hemel in geprezen. En het moet gezegd zijn, ook deze One Last Laugh in a Place of Dying is een dijk van een plaat. Hoewel het iets minder evenwichtig is dan het debuut, zijn de uitschieters wel van het beste dat de groep ooit gecomponeerd heeft. Vooral In Bad Dreams springt eruit, een echt kippenvel inducerend nummer dat zo kaal en ontdaan is van alle franje dat het bijna onafgewerkt aanvoelt.

Dat onafgewerkt zou best kunnen kloppen trouwens. Dit album is uit '94, en in hetzelfde jaar stierf ook de bassist van de groep aan een hersentumor. Dat was nog toen ze bezig waren met dit album te maken, wat de albumtitel wel wat luguber maakt. Muzikaal ligt dit album volledig in het verlengde van het debuut. Alternatieve rock met een donker randje, veel tribal drumming en intense zang die je echt bij je nekvel grijpt en niet loslaat. Een aanrader voor wie van zwaarmoedige rockmuziek houdt.

The God Machine - Scenes from the Second Storey (1993)

poster
4,0
Toch een serieuze knaller, deze 'Scenes from the Second Storey'. Stevige rock die duidelijk beïnvloed werd door de grungemuziek maar er toch een originele wending aan kan geven. De ijzige zang van Robin Proper-Sheppard (die later in Sophia zijn carrière zou verderzetten) geeft de muziek een soort dwingende drive. Verder klinkt het album aardig vol, ondanks het feit dat het hier een driekoppige band betreft. De bassist, de betreurde Jimmy Fernandez, speelt vaak een prominente rol, zoals op het stomende 'She Said'. Hier en daar is de muziek misschien net wat te loom ('The Blind Man') of repetitief ('Temptation' ), maar er staan ook serieuze moordnummers op zoals het scheurende 'Home', een prachtig staaltje hardrock.

Nu is The God Machine vooral bekend als zijnde een nogal depressief bandje. En in zekere zin is dat terecht, de sfeer is donker, veel teksten zijn niet bepaald vrolijk te noemen ('It's all over') maar ze weten de balans met de rockers mooi in evenwicht te houden. Aan het eind van het album komt dan het lange 'Seven', dat de luisteraar ruim een kwartier lang meesleurt in een labyrint van artrock. Een aanrader!

The Goo Goo Dolls - Dizzy Up the Girl (1998)

poster
3,0
Middelmatig poprock album, met "Iris" als ferme uitschieter - een erg goed nummer, zoals al eerder gezegd. De rest is niet slecht, maar ook niet echt goed. Er is echter genoeg muzikaal vakmanschap aanwezig in de groep om verveling te voorkomen. Het bonus nummer "Name" (dat het meest op "Iris" lijkt) is een meerwaarde. Het album zweeft tussen 2,5* en 3*, maar vanwege het bonusnummer toch maar voordeel van de twijfel geven - 3*.

The Hold Steady - Separation Sunday (2005)

poster
3,0
Vreemd dat deze zo laag ingeschat wordt op MuMe, want elders op internet wordt deze steevast naar voor geschoven als uitschieter in hun discografie. Ik wist niet goed wat te verwachten bij de term 'pub rock'. Ondertussen weet ik dat het wat lijkt op het prachtige 'Avenida de La Revolución' van Brant Bjork, dat ik een erg fijn nummer vind. Aangename verrassing dus!

Hoe deze muziek te omschrijven: Centraal staat de stoere mannenzang die eigenlijk meer praat dan zingt, en met diepe stem verhaalt over sex drugs and rock & roll uitspattingen. Vandaar ook de term pub rock, want hij lijkt wat op die kerel op café die iets te veel gedronken heeft en iets veel over zichzelf aan het vertellen is. Origineel, en veel beter klinkend dan de omschrijving misschien laat uitschijnen.

Muzikaal is dit typische classic rock, mooi geproduceerd met af en toe een orgeltje of piano erbij. Niet echt mijn dada, maar goed genoeg gebracht om niet op de zenuwen te werken.

Uiteindelijk is dit niet echt iets dat ik vaak opzet - daarvoor is het niet uitdagend genoeg. Maar wel een leuke plaat. Uitschieter is het nummer Stevie Nix.

The Jimi Hendrix Experience - Electric Ladyland (1968)

poster
3,0
Dit was een van de eerste cd's die ik ooit kocht (maar dan één met de brave cover ), en ik was er destijds al niet helemaal weg van. Erg goeie momenten worden afgewisseld met geneuzel (Voodoo Chile ) en rommelige nummers (Burning of the Midnight Lamp). Er wordt natuurlijk wel erg goed gespeeld, maar er zit toch wel een te groot klasseverschil tussen All Along the Watchtower en Little Miss Strange om van een echte klassieker te kunnen spreken. 3*

The Kodan Armada - A Collection of Songs (2004)

poster
2,0
Agressieve, schreeuwerige emo, beetje screamo maar door de lengte van de nummers toch ook weer niet. Ze laten hier en daar wat rust toe in de nummers, maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld CTTS zit er weinig spanning in deze stukjes. Verder zijn sommige harde stukjes nogal rommelig, wat verder fijne nummers als 'Cops' voor mij wat verpest. Het omgekeerde gebeurt dan weer in One, waar het nummer plots omslaat naar een cover van een nummer van 70s rockgroep Kansas. Oh so random!

Ik heb ook wat positieve punten. Door de korte spoken word fragmenten tussendoor krijgt het een beetje een live-registratie gevoel, cfr. The Shape of Punk to Come. Verder zitten er in de meeste nummers wel leuke stukken, die wat aan rauwe Gospel of City of Caterpillar doen denken. Helaas is het geheel toch duidelijk minder goed dan die twee bands.

The Lonely Island - Incredibad (2009)

poster
1,0
Het filmpje van Jizz in my Pants vond ik erg geslaagd, maar I'm on a Boat vond ik al pijnlijk ongrappig. De onderbroekenlol wordt erg snel oud, en de meeste nummers zijn gewoon niet grappig. Een beproeving om uit te zitten. Ik hou het in het vervolg wel bij de youtube-filmpjes.

The Mahavishnu Orchestra with John McLaughlin - The Inner Mounting Flame (1971)

poster
3,0
Productie is toch wel wat slecht, maar dat kan aan mijn mp3 liggen. Spijtig, want sommige stukken deden mij wel aan King Crimson denken (wat positief is), Dawn zou niet erg misstaan hebben op Red (wat zeer positief is).

A Lotus on Irish Streams is dan weer iets tè experimenteel naar mijn mening. De flow van het album lijdt er ietwat onder (net als Providence ook Red wat vertraagt). Vital Transformation, dat hierop volgt, lijkt daardoor natuurlijk wel extra krachtig. Prachtig drumwerk wordt er in dat nummer geleverd. Samen met het vrij magistrale You Know You Know de sterkste compositie.