Hier kun je zien welke berichten Gajarigon als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Radiohead - Kid A (2000)

1,5
0
geplaatst: 14 juni 2010, 15:27 uur
Sommige albums herbeluister je beter niet. Het heeft me lang geduurd om Kid A te leren waarderen, maar nood om hem te beluisteren had ik eigenlijk nooit. En als ik hem nu dan toch opnieuw beluister, besef ik al snel waarom.
Het begint allemaal nochtans aardig. Everything In It's Right Place is een leuk nummer, net zoals Kid A. Rustige, door elektronica gedomineerde klanken en mooie melodieën die als een tapijt uitgespreid worden. Dit soort muziek is niet mijn persoonlijk favoriet genre, maar ik kan het wel appreciëren. Het is wel saai, maar het klinkt nog wel mooi.
Maar dan... . Dat einde van The National Anthem, zo lelijk
. Beetje blazers zijn altijd welkom, maar hier klinkt het toch echt nergens naar. Ik lees hier veel bewondering voor dit nummer, maar het is net dit soort gefrummel dat me tegenvalt op Kid A.
How to Disappear Completely is gelukkig meer in de lijn van de openers (maar dan een paar minuten te lang). Het overgangsnummer Treefingers is vier (4!) minuten filler, beetje sfeerschepping dat de weinige flow die nog in het album zat helemaal laat verdampen.
Optimistic trapt het tweede albumgedeelte af. Weer een erg rustig nummer, dat gelukkig een leuke finale in petto heeft, en zelfs nog een tagje de laatste 30 seconden.
Het is maar een korte opflakkering, want In Limbo is weer een saai nummer. Tempo weer helemaal uit de plaat.
Idiotique is mijn favoriet nummer van het album, en dat zegt heel wat. De percussie klinkt weliswaar lelijk, maar dit nummer heeft wel een leuke spanning rond zich hangen. Zo'n nummer dat echt overal heen zou kunnen gaan, maar helaas blijft steken op steeds dezelfde drum riff.
De teneur zal wel al duidelijk zijn, maar Morning Bell is dus meer van hetzelfde. De versie op Amnesiac vind ik beter (en dat album vind ik ook in zijn geheel veel beter dan dit).
De afsluiter is weer extreem rustig. Mooi gezongen, en met een verrassend einde. Een vrij leuke afsluiter.
Alles bij elkaar dus een plaat die me echt niet kan boeien. Te traag, te weinig spanning, te veel geneuzel. Ik stop met proberen en te doen alsof, en leg me er bij neer dat ik Kid A maar niets vind.
Het begint allemaal nochtans aardig. Everything In It's Right Place is een leuk nummer, net zoals Kid A. Rustige, door elektronica gedomineerde klanken en mooie melodieën die als een tapijt uitgespreid worden. Dit soort muziek is niet mijn persoonlijk favoriet genre, maar ik kan het wel appreciëren. Het is wel saai, maar het klinkt nog wel mooi.
Maar dan... . Dat einde van The National Anthem, zo lelijk
. Beetje blazers zijn altijd welkom, maar hier klinkt het toch echt nergens naar. Ik lees hier veel bewondering voor dit nummer, maar het is net dit soort gefrummel dat me tegenvalt op Kid A. How to Disappear Completely is gelukkig meer in de lijn van de openers (maar dan een paar minuten te lang). Het overgangsnummer Treefingers is vier (4!) minuten filler, beetje sfeerschepping dat de weinige flow die nog in het album zat helemaal laat verdampen.
Optimistic trapt het tweede albumgedeelte af. Weer een erg rustig nummer, dat gelukkig een leuke finale in petto heeft, en zelfs nog een tagje de laatste 30 seconden.
Het is maar een korte opflakkering, want In Limbo is weer een saai nummer. Tempo weer helemaal uit de plaat.
Idiotique is mijn favoriet nummer van het album, en dat zegt heel wat. De percussie klinkt weliswaar lelijk, maar dit nummer heeft wel een leuke spanning rond zich hangen. Zo'n nummer dat echt overal heen zou kunnen gaan, maar helaas blijft steken op steeds dezelfde drum riff.
De teneur zal wel al duidelijk zijn, maar Morning Bell is dus meer van hetzelfde. De versie op Amnesiac vind ik beter (en dat album vind ik ook in zijn geheel veel beter dan dit).
De afsluiter is weer extreem rustig. Mooi gezongen, en met een verrassend einde. Een vrij leuke afsluiter.
Alles bij elkaar dus een plaat die me echt niet kan boeien. Te traag, te weinig spanning, te veel geneuzel. Ik stop met proberen en te doen alsof, en leg me er bij neer dat ik Kid A maar niets vind.
Radiohead - OK Computer (1997)

4,0
0
geplaatst: 1 mei 2010, 14:44 uur
Moet dit album nog geïntroduceerd worden? Voor die enkele coma-patiënt die na 13 jaar plots wakker wordt en besluit te checken wat dat 'internet' nu juist is en al doende op MuMe stuit: OK Computer is zowat het meest gerenommeerde album sinds The Beatles ermee kapten, en komt steevast bovenaan lijstjes terecht. Favoriet van velen, en door zowat al de rest valt het ook best te pruimen.
Radiohead perfectioneert hier de alternatieve rock door het geniale gitaarspel (Johnny Greenwood is een held), de adequate ritmesectie en de herkenbaar-uit-de-duizend vocalen van Thom Yorke samen te smelten en er een sausje leuke electronica overheen te gieten. Het album is doorspekt met van die kleine geluidseffectjes die na twintig keer luisteren kunnen blijven ontdekt worden, erg leuk. De productie is goed, maar niet uitstekend. De drums klinken soms wat benauwd, en ik vind de zang er soms ook iets te veel bovenuit komen. Het artwork is naar Radiohead-normen erg goed, maar dat zegt natuurlijk niet veel.
Het thema van het album is de teloorgang van de moderne maatschappij, en de akelig sterke invloed die technologie op het mens-zijn heeft. De muziek slaagt er uitstekend in dit gevoel te versterken, en op enkele uitzonderingen na slaagt het album er goed in de sfeer vast te houden. Die uitzonderingen zijn niet toevallig de nummers die vooraf opgenomen werden - The Tourist, Electioneering en No Suprises zijn respectievelijk iets te zeurderig, rommelig en melig in vergelijking met het andere materiaal. Subterranean Homesick Alien, het andere nummer dat in een eerste sessie werd opgenomen is dan weer wel top. Andere prijsbeesten zijn Paranoid Android, met een geweldige gitaarsolo en mijn persoonlijke favoriet Lucky. Er staat ook een fillertje op, Fitter Happier, dat ik wel kan apprecieren. Beetje cynische humor moet kunnen, zeker als tegengewicht van alle vrolijkheid in de deuntjes van Let Down en No Surprises.
Alles bij elkaar een zeer aangenaam album, niet het beste dat ik ooit heb gehoord, maar ik kan er zeker mee leven dat dit op #1 staat in de toplijst.
Radiohead perfectioneert hier de alternatieve rock door het geniale gitaarspel (Johnny Greenwood is een held), de adequate ritmesectie en de herkenbaar-uit-de-duizend vocalen van Thom Yorke samen te smelten en er een sausje leuke electronica overheen te gieten. Het album is doorspekt met van die kleine geluidseffectjes die na twintig keer luisteren kunnen blijven ontdekt worden, erg leuk. De productie is goed, maar niet uitstekend. De drums klinken soms wat benauwd, en ik vind de zang er soms ook iets te veel bovenuit komen. Het artwork is naar Radiohead-normen erg goed, maar dat zegt natuurlijk niet veel.
Het thema van het album is de teloorgang van de moderne maatschappij, en de akelig sterke invloed die technologie op het mens-zijn heeft. De muziek slaagt er uitstekend in dit gevoel te versterken, en op enkele uitzonderingen na slaagt het album er goed in de sfeer vast te houden. Die uitzonderingen zijn niet toevallig de nummers die vooraf opgenomen werden - The Tourist, Electioneering en No Suprises zijn respectievelijk iets te zeurderig, rommelig en melig in vergelijking met het andere materiaal. Subterranean Homesick Alien, het andere nummer dat in een eerste sessie werd opgenomen is dan weer wel top. Andere prijsbeesten zijn Paranoid Android, met een geweldige gitaarsolo en mijn persoonlijke favoriet Lucky. Er staat ook een fillertje op, Fitter Happier, dat ik wel kan apprecieren. Beetje cynische humor moet kunnen, zeker als tegengewicht van alle vrolijkheid in de deuntjes van Let Down en No Surprises.
Alles bij elkaar een zeer aangenaam album, niet het beste dat ik ooit heb gehoord, maar ik kan er zeker mee leven dat dit op #1 staat in de toplijst.
Radiohead - The Bends (1995)

3,0
0
geplaatst: 24 april 2010, 12:38 uur
Eerst dit even zeggen: Wat een aarslelijk artwork... een onscherpe foto van het hoofd van een dummypop op de hoes, en voor de rest een college van meer onherkenbare, lelijke foto's en wat vage tekeningen die nergens op slaan.

Dan de rest. Als tussenstap tussen het nogal rotslechte Pablo Honey en de klassieker OK Computer wordt The Bends hier op MuMe toch wel erg hoog gewaardeerd. Er staan een erg sterk nummer op, het ondertussen al doodgedraaide Street Spirit, maar middelmaat is dus troef voor de rest. Fake Plastic Trees, dat andere liedje dat steeds wordt genoemd, haalt het niveau van pakweg In Rainbows niet naar mijn mening. Waar Radiohead er later in zou slagen om het uiterste uit hun nummers te halen, blijven veel nummers hier gewoon steken in een standaard schema, nergens echt verrassend of aangrijpend. Leuk cdtje met een enkele grote uitschieter dus, maar zeker niets speciaals.

Dan de rest. Als tussenstap tussen het nogal rotslechte Pablo Honey en de klassieker OK Computer wordt The Bends hier op MuMe toch wel erg hoog gewaardeerd. Er staan een erg sterk nummer op, het ondertussen al doodgedraaide Street Spirit, maar middelmaat is dus troef voor de rest. Fake Plastic Trees, dat andere liedje dat steeds wordt genoemd, haalt het niveau van pakweg In Rainbows niet naar mijn mening. Waar Radiohead er later in zou slagen om het uiterste uit hun nummers te halen, blijven veel nummers hier gewoon steken in een standaard schema, nergens echt verrassend of aangrijpend. Leuk cdtje met een enkele grote uitschieter dus, maar zeker niets speciaals.
Radiohead - The King of Limbs (2011)

2,5
0
geplaatst: 18 februari 2011, 23:13 uur
"Waar komen we vandaan? Wie zijn we? Waar gaan we heen?" Paul Gauguin vroeg het zich al af, en Radiohead heeft het er nu ook eindelijk over nagedacht. Met OK Computer hadden ze al het hoogste bereikt qua waardering van de fans én critici, en in hetzelfde genre verder gaan zou noodgedwongen zijn geëindigd in zoutloze herhaling. De keuze om verder te evolueren en nieuwe muzikale wegen te betreden was er dus een die ze noodgedwongen moesten maken, maar helaas was hun drang naar experiment op zijn minst gezegd nogal wisselvallig qua resultaat. Hoewel er op al hun albums sinds OK Computer wel een paar leuke nummers stonden (op In Rainbows zelfs heel wat) stonden er ook tal van matige tussen, en zelfs enkele regelrechte draken. Het leek wel alsof ze twijfelden of ze nu wel of niet voluit de kaart moesten trekken van de elektronica. Dat hebben ze nu uiteindelijk dan toch gedaan, en los van het feit of ik het een goede keuze vind of niet, heb ik respect voor hun keuze. Dit is niet de populaire beslissing; al heeft Radiohead natuurlijk wel een erg trouwe en uitgebreide hoop fans.
De hype rond The King of Limbs was dan ook ronduit indrukwekkend; alsof alle speculatie en opgeklopte verwachtingen die normaal gezien gespreid worden over een paar maanden nu in een enkele week moesten worden gepropt. Het is natuurlijk Radiohead, en dan zijn de meningen al snel gepolariseerd, dan worden de discussies verhit, de theorieën rond geheime albums duiken als paddenstoelen uit de grond en zodoende wordt je tegen wil en dank meegesleurd in de hetse. Nu was In Rainbows voor mij dus een erg aangename verrassing, want Kid A en Hail to the Thief vond ik ondermaats - zeker voor een band met zoveel potentieel als Radiohead. Bijgevolg had ik dus wel hoge verwachtingen voor deze plaat, want in 4 jaar moeten ze toch met iets leuks op de proppen zijn kunnen komen?
Het antwoord op die vraag is tweezijdig. Enerzijds is dit wel 'leuk'; Radiohead experimenteert duidelijk weer wat meer met elektronica - drums uit Fruity Loops, drone-achtige synths die voor een verfijnd weefpatroon zorgen met de vaak rijkelijk gemaskeerde gitaren - maar doet dat deze keer wel coherenter dan voorheen. Het album voelt als een geheel aan en de nummers gaan ook vlot in elkaar over, iets waar bijvoorbeeld Hail to the Thief erg onder leed. Instrumentaal is er ook wel wat lekkers te horen, vooral de baslijnen zijn helemaal out there. Bijvoorbeeld de opener Bloom, dat opgebouwd is uit een ogenschijnlijk tegendraads drumritme, hypnotische klanken uit synths en gitaren, en de typische feeërieke zang van Thom Yorke. Die laatste zuigt nog meer dan anders alle aandacht naar zich toe, al kan dit ook het effect zijn van het meer ingetogen gebruik van de andere instrumenten. Het spijtige is dat die drumtrack echt nergens naar klinkt, en dat Yorke op zijn zeurderigst bezig is. Het geluidsmuurtje dat de andere instrumenten creëren is wel best aardig, maar als nummer op zich valt dit toch wel magertjes uit.
Morning Mr Magpie gaat verder op eenzelfde elan, met een nerveus drumriffje dat nogal goedkoop klinkt. Waarom toch die elektronische drumbeat? Als het toch zo'n simpele riffs zijn kan je toch evengoed de drummer het laten inspelen. Het gitaarspel van de Greenwoods is ook hier wel weer erg fijn.Little By Little doet van bij de eerste noot al meteen een belletje rinkelen - een Morning Bell - want dit doet sterk denken aan Amnesiac en Kid A. Wederom is het een drukke geluidscollage, met een overvloed aan achterwaarts afgespeelde gitaarlicks, een combinatie van traditionele en elektronische percussie en nog een hele zooi samples. Een bevreemdend nummer, maar nogal langdradig en richtingloos.
Misschien dat Feral wel het meest bediscussieerde nummer is - een drukke beat die wordt opgeluisterd met korte onsamenhangende fragmenten van vocalen. Hier en daar nog wat extra instrumentatie in de vorm van een brommend baslijntje of een sample; ook dit is een nummer zonder enige houvast. Dit lijkt ook zo van een cd van Burial te komen trouwens, al staan daar wel boeiendere tracks op. Feral voelt vooral aan als een filler, en op een kort album als dit is dat wel spijtig.
Het tweede deel van het album is toegankelijker. Lotus Flower (met een grappige clip waar Thom Yorke laat zien dat hij best wel gevoel voor ritme in zijn heupen heeft zitten) is een vrij standaard radioheadnummer, dat sterk in het verlengde van In Rainbows ligt. Daar had het niet misstaan, maar het had er ook zeker niet uitgesprongen. Idem voor Codex eigenlijk, een rustig pianonummer dat niet echt blijft plakken.
Give Up the Ghost is een rustig, intiem nummer met iets te veel herhaling. Ook hier trekt Thom Yorke weer alle aandacht naar zich toe, met meerdere zanglijnen door elkaar heen. Wel een mooi nummer, maar wat naar de saaie kant. De afsluiter Separator vind ik het beste nummer van het album. Een hoger tempo, een kaler geluid en weer een lekker baslijntje om de boel wat leven in te blazen. Samen met Lotus Flower ook het meest toegankelijke nummer.
Een voorlopig eindoordeel dan: Ik vind The Kings of Limbs duidelijk minder dan In Rainbows; voornamelijk door de sterkere invloed van de elektronica die ikzelf niet zo leuk vind klinken. Verders modderen veel nummers maar wat aan, zonder enige richting - het lijkt wel alsof Radiohead het vertikt om nog nummers met climaxen te maken (à la Exit Music). Het geheel is nog wel te pruimen, maar afzonderlijk zijn de nummers te licht, ik hoor hierop geen enkele track die ik apart liever zou opzetten dan pakweg Nude van In Rainbows.
De hype rond The King of Limbs was dan ook ronduit indrukwekkend; alsof alle speculatie en opgeklopte verwachtingen die normaal gezien gespreid worden over een paar maanden nu in een enkele week moesten worden gepropt. Het is natuurlijk Radiohead, en dan zijn de meningen al snel gepolariseerd, dan worden de discussies verhit, de theorieën rond geheime albums duiken als paddenstoelen uit de grond en zodoende wordt je tegen wil en dank meegesleurd in de hetse. Nu was In Rainbows voor mij dus een erg aangename verrassing, want Kid A en Hail to the Thief vond ik ondermaats - zeker voor een band met zoveel potentieel als Radiohead. Bijgevolg had ik dus wel hoge verwachtingen voor deze plaat, want in 4 jaar moeten ze toch met iets leuks op de proppen zijn kunnen komen?
Het antwoord op die vraag is tweezijdig. Enerzijds is dit wel 'leuk'; Radiohead experimenteert duidelijk weer wat meer met elektronica - drums uit Fruity Loops, drone-achtige synths die voor een verfijnd weefpatroon zorgen met de vaak rijkelijk gemaskeerde gitaren - maar doet dat deze keer wel coherenter dan voorheen. Het album voelt als een geheel aan en de nummers gaan ook vlot in elkaar over, iets waar bijvoorbeeld Hail to the Thief erg onder leed. Instrumentaal is er ook wel wat lekkers te horen, vooral de baslijnen zijn helemaal out there. Bijvoorbeeld de opener Bloom, dat opgebouwd is uit een ogenschijnlijk tegendraads drumritme, hypnotische klanken uit synths en gitaren, en de typische feeërieke zang van Thom Yorke. Die laatste zuigt nog meer dan anders alle aandacht naar zich toe, al kan dit ook het effect zijn van het meer ingetogen gebruik van de andere instrumenten. Het spijtige is dat die drumtrack echt nergens naar klinkt, en dat Yorke op zijn zeurderigst bezig is. Het geluidsmuurtje dat de andere instrumenten creëren is wel best aardig, maar als nummer op zich valt dit toch wel magertjes uit.
Morning Mr Magpie gaat verder op eenzelfde elan, met een nerveus drumriffje dat nogal goedkoop klinkt. Waarom toch die elektronische drumbeat? Als het toch zo'n simpele riffs zijn kan je toch evengoed de drummer het laten inspelen. Het gitaarspel van de Greenwoods is ook hier wel weer erg fijn.Little By Little doet van bij de eerste noot al meteen een belletje rinkelen - een Morning Bell - want dit doet sterk denken aan Amnesiac en Kid A. Wederom is het een drukke geluidscollage, met een overvloed aan achterwaarts afgespeelde gitaarlicks, een combinatie van traditionele en elektronische percussie en nog een hele zooi samples. Een bevreemdend nummer, maar nogal langdradig en richtingloos.
Misschien dat Feral wel het meest bediscussieerde nummer is - een drukke beat die wordt opgeluisterd met korte onsamenhangende fragmenten van vocalen. Hier en daar nog wat extra instrumentatie in de vorm van een brommend baslijntje of een sample; ook dit is een nummer zonder enige houvast. Dit lijkt ook zo van een cd van Burial te komen trouwens, al staan daar wel boeiendere tracks op. Feral voelt vooral aan als een filler, en op een kort album als dit is dat wel spijtig.
Het tweede deel van het album is toegankelijker. Lotus Flower (met een grappige clip waar Thom Yorke laat zien dat hij best wel gevoel voor ritme in zijn heupen heeft zitten) is een vrij standaard radioheadnummer, dat sterk in het verlengde van In Rainbows ligt. Daar had het niet misstaan, maar het had er ook zeker niet uitgesprongen. Idem voor Codex eigenlijk, een rustig pianonummer dat niet echt blijft plakken.
Give Up the Ghost is een rustig, intiem nummer met iets te veel herhaling. Ook hier trekt Thom Yorke weer alle aandacht naar zich toe, met meerdere zanglijnen door elkaar heen. Wel een mooi nummer, maar wat naar de saaie kant. De afsluiter Separator vind ik het beste nummer van het album. Een hoger tempo, een kaler geluid en weer een lekker baslijntje om de boel wat leven in te blazen. Samen met Lotus Flower ook het meest toegankelijke nummer.
Een voorlopig eindoordeel dan: Ik vind The Kings of Limbs duidelijk minder dan In Rainbows; voornamelijk door de sterkere invloed van de elektronica die ikzelf niet zo leuk vind klinken. Verders modderen veel nummers maar wat aan, zonder enige richting - het lijkt wel alsof Radiohead het vertikt om nog nummers met climaxen te maken (à la Exit Music). Het geheel is nog wel te pruimen, maar afzonderlijk zijn de nummers te licht, ik hoor hierop geen enkele track die ik apart liever zou opzetten dan pakweg Nude van In Rainbows.
Rage Against the Machine - Rage Against the Machine (1992)

4,0
0
geplaatst: 23 april 2010, 21:29 uur
Plezante plaat. Het heeft nogal lang geduurd, maar onderhand heb ik hem ook in huis gehaald. Stevige, vette riffage, beetje simplistisch drumwerk en daarbovenop de mantra's van Zack de la Rocha; dat is Rage Against the Machine in een notendop. Veel diepgang is er niet te zoeken, de zogenaamde maatschappijkritiek in de teksten is niet meer dan een half geslaagde poging om interessant over te komen - ik heb er echt niets mee. Maar hij brengt het gepassioneerd, en dat is dan weer wel naar m'n smaak. Verder klinkt de muziek loepzuiver, dankzij een uitstekende productie. Sommige nummers slepen wel te lang aan, en het gebrek aan melodie in de zang versterkt het gevoel van repetitiviteit nog. Dankzij het uitstekende gitaarwerk ga ik toch voor een gulle beoordeling, Rage Against the Machine is een aanrader voor wie houdt van stevige funkrock en niet vies is van wat geschreeuw.
Refused - Songs to Fan the Flames of Discontent (1996)

3,0
0
geplaatst: 13 juni 2010, 11:48 uur
Ik krijg maar geen deftige review bij elkaar geschreven over The Shape of Punk to Come, dus probeer ik het maar eens bij Songs to Fan the Flames of Discontent (weer een leuke albumtitel trouwens, en weer een lelijke hoes). Het is natuurlijk wat oneerlijk om het met de zwanenzang van de groep te vergelijken, want dit album is duidelijk met minder middelen gemaakt. Er is een veel ruwere klank, en daardoor klinken de gitaren wat dofjes. Muzikaal is dit ook eentoniger - logisch natuurlijk gezien alle franjes van op The Shape of Punk to Come. Het tempo ligt hier ook hoger, een beetje neigend naar thrash metal soms (The Slayer is duidelijk een eerbetoon aan die thrashgigant) met korte agressieve nummers.
Als songschrijvers zijn ze wel duidelijk vooruit gegaan ten opzichte van hun debuut. Er zit veel dynamiek in de nummers, Hook, Line and Sinker, om er een te noemen, bevat dezelfde dynamiek van Worm of the Senses. De harde gitaarriffs over de staccato drums, hoekig en halsstarrig weigerend om toe te geven aan de drang om gewoon mee te gaan in de vloeiende stroom van het standaard rockritme. Leuke cd dus, maar niet van het niveau van wat nog moest komen.
Leuke detail is trouwens dat de titel van dit album afkomstig is van de tekst van het nummer Beauty.
Als songschrijvers zijn ze wel duidelijk vooruit gegaan ten opzichte van hun debuut. Er zit veel dynamiek in de nummers, Hook, Line and Sinker, om er een te noemen, bevat dezelfde dynamiek van Worm of the Senses. De harde gitaarriffs over de staccato drums, hoekig en halsstarrig weigerend om toe te geven aan de drang om gewoon mee te gaan in de vloeiende stroom van het standaard rockritme. Leuke cd dus, maar niet van het niveau van wat nog moest komen.
Leuke detail is trouwens dat de titel van dit album afkomstig is van de tekst van het nummer Beauty.
Refused - The Shape of Punk to Come (1998)
Alternatieve titel: Chimerical Bombination in 12 Bursts

5,0
0
geplaatst: 1 juli 2010, 15:48 uur
Annihilatie: een deeltje komt in contact met zijn anti-deeltje, en er blijft alleen pure energie over. Het meest efficiënte mechanisme om aan energie te komen in de natuur.
Hardcore punk is in se een vrij saai genre vind ik - hardheid, snelheid en agressiviteit zijn er belangrijker dan originaliteit of finesse, waardoor de muziek snel afvlakt en gebanaliseerd wordt. Gelukkig is wat Refused doet op dit album net alle regels doorbreken, buiten alle lijntjes van de hardcore punk kleuren, en eigenlijk het hele genre slopen om dan op de oude fundamenten een nieuw hardcore monument op te richten.
Op het eerste gehoor staat er nogal wat filler op The Shape of Punk to Come, maar het is niet toevallig dat het meest vernoemde nummer in de discussie (tot dusver) de "Refused Party Program Techno Re-mix" is. Je kan het zien als leuk vertier in afwachting van de volgende mep in je gezicht of als een ironische aanklacht van de commercialisering van het genre, punt is dat het de plaat iets extra geeft. Een beetje zoals het fysisch proces van de annihilatie, want fuck me als het resultaat niet een energetische, intense moordplaat is. De muziek ademt passie en emotie, gevoed door het spanningsveld tussen rauwe hardcore en de treiterende tussenstukjes.
De productie is voor zover ik weet (niet dat dat veel wil zeggen, maar toch) van het beste in het genre. De drums klinken prachtig (die snare drum!), de zang zit goed in de mix, maar de gitaar gaat soms wat uit de bocht bij de hardere stukken. Alleszins klinkt het een pak beter dan hun vorig album. Instrumentaal zijn ze er ook op vooruit gegaan. De drums van David Sandström zijn uitstekend. Hij heeft zijn stijl duidelijk geperfectioneerd op dit album. Zo zijn er de cymbaaltikjes die als een soort alarm de harde hoekige ritmes aankondigen, de razende snaredrum die de spanning tot het uiterste weet te drijven en de drumfills die even de adem lijken in te houden vooraleer er weer een stuiterende riff (Protest Song '68!) op je afgevuurd wordt. Het gitaarspel is merkbaar uitgediept, en beperkt zich niet langer tot pure hardcore, al gaat het er bij momenten nog altijd verschroeiend hard aan toe. Maar als er al gestruikeld wordt over iets in dit album, dan zal het wel de zang zijn. Dennis Lyxzén, met zijn gekruid Engels, is soms op het onaangename af, ruw schreeuwend om aandacht bij nummers als Liberation Frequency en het titelnummer. Daarnaast is zijn kalme zang van bedenkelijke kwaliteit. Alhoewel hij geweldige uithalen heeft, is hij dus wel de zwakke schakel van het album.
Het algemene geluid is ook uitgebreid, met zelfs viool op Tannhäuser / Derivè. Er zitten erg veel zulke geinige dingen verborgen op het album, van het uitzinnige publiek en de technostukjes op New Noise tot de presentator die The Deadly Rhythm aankondigt. En wat dan gezegd van het catchy Summerholidays vs. Punkroutine, waarin Refused laten horen dat ze totaal meesterschap bereikt hebben wat betreft hardcore. Ze slagen er ontzettend goed in om de dynamiek te bespelen en alzo golven van energie in de nummers te pompen. Een perfect voorbeeld hiervan is New Noise, het beste nummer op de plaat, dat een intro heeft die de luisteraar plagerig van het kastje naar de muur stuurt, om dan plots te ontploffen met de toepasselijkste openingstekst denkbaar. "Can I scream?" Van de stevige opener Worms of the Senses / Faculties of the Skull tot het epische Tannhäuser / Derivè is echt elk nummer raak. Helaas is de afsluiter, The Apollo Programma Was a Hoax, een stinkertje - rustig, ingetogen en simpelweg saai.
Het is natuurlijk ondankbaar om het over The Shape of Punk to Come te hebben (en Refused in het algemeen) zonder de politieke boodschap van de band te vermelden. Her en der worden de nummers aaneengepast met wat linkse propaganda, en het booklet (wat een lelijk artwork trouwens) is gevuld met een tekstje waar ik eigenlijk niets van begrijp. Niet mijn ding dus, maar het stoort niet, en is erg leuk om lustig mee te schreeuwen.
Alles bij elkaar een uitermate indrukwekkend album, hard maar gericht, strak maar toch speels. De titel - een speling op een album van Ornette Coleman - is helaas maar gedeeltelijk waarheid geworden. Misschien is The Shape of Punk to Come wel gewoon het eerste album van de nieuwste post-hardcore generatie geweest?
Hardcore punk is in se een vrij saai genre vind ik - hardheid, snelheid en agressiviteit zijn er belangrijker dan originaliteit of finesse, waardoor de muziek snel afvlakt en gebanaliseerd wordt. Gelukkig is wat Refused doet op dit album net alle regels doorbreken, buiten alle lijntjes van de hardcore punk kleuren, en eigenlijk het hele genre slopen om dan op de oude fundamenten een nieuw hardcore monument op te richten.
Op het eerste gehoor staat er nogal wat filler op The Shape of Punk to Come, maar het is niet toevallig dat het meest vernoemde nummer in de discussie (tot dusver) de "Refused Party Program Techno Re-mix" is. Je kan het zien als leuk vertier in afwachting van de volgende mep in je gezicht of als een ironische aanklacht van de commercialisering van het genre, punt is dat het de plaat iets extra geeft. Een beetje zoals het fysisch proces van de annihilatie, want fuck me als het resultaat niet een energetische, intense moordplaat is. De muziek ademt passie en emotie, gevoed door het spanningsveld tussen rauwe hardcore en de treiterende tussenstukjes.
De productie is voor zover ik weet (niet dat dat veel wil zeggen, maar toch) van het beste in het genre. De drums klinken prachtig (die snare drum!), de zang zit goed in de mix, maar de gitaar gaat soms wat uit de bocht bij de hardere stukken. Alleszins klinkt het een pak beter dan hun vorig album. Instrumentaal zijn ze er ook op vooruit gegaan. De drums van David Sandström zijn uitstekend. Hij heeft zijn stijl duidelijk geperfectioneerd op dit album. Zo zijn er de cymbaaltikjes die als een soort alarm de harde hoekige ritmes aankondigen, de razende snaredrum die de spanning tot het uiterste weet te drijven en de drumfills die even de adem lijken in te houden vooraleer er weer een stuiterende riff (Protest Song '68!) op je afgevuurd wordt. Het gitaarspel is merkbaar uitgediept, en beperkt zich niet langer tot pure hardcore, al gaat het er bij momenten nog altijd verschroeiend hard aan toe. Maar als er al gestruikeld wordt over iets in dit album, dan zal het wel de zang zijn. Dennis Lyxzén, met zijn gekruid Engels, is soms op het onaangename af, ruw schreeuwend om aandacht bij nummers als Liberation Frequency en het titelnummer. Daarnaast is zijn kalme zang van bedenkelijke kwaliteit. Alhoewel hij geweldige uithalen heeft, is hij dus wel de zwakke schakel van het album.
Het algemene geluid is ook uitgebreid, met zelfs viool op Tannhäuser / Derivè. Er zitten erg veel zulke geinige dingen verborgen op het album, van het uitzinnige publiek en de technostukjes op New Noise tot de presentator die The Deadly Rhythm aankondigt. En wat dan gezegd van het catchy Summerholidays vs. Punkroutine, waarin Refused laten horen dat ze totaal meesterschap bereikt hebben wat betreft hardcore. Ze slagen er ontzettend goed in om de dynamiek te bespelen en alzo golven van energie in de nummers te pompen. Een perfect voorbeeld hiervan is New Noise, het beste nummer op de plaat, dat een intro heeft die de luisteraar plagerig van het kastje naar de muur stuurt, om dan plots te ontploffen met de toepasselijkste openingstekst denkbaar. "Can I scream?" Van de stevige opener Worms of the Senses / Faculties of the Skull tot het epische Tannhäuser / Derivè is echt elk nummer raak. Helaas is de afsluiter, The Apollo Programma Was a Hoax, een stinkertje - rustig, ingetogen en simpelweg saai.
Het is natuurlijk ondankbaar om het over The Shape of Punk to Come te hebben (en Refused in het algemeen) zonder de politieke boodschap van de band te vermelden. Her en der worden de nummers aaneengepast met wat linkse propaganda, en het booklet (wat een lelijk artwork trouwens) is gevuld met een tekstje waar ik eigenlijk niets van begrijp. Niet mijn ding dus, maar het stoort niet, en is erg leuk om lustig mee te schreeuwen.
Alles bij elkaar een uitermate indrukwekkend album, hard maar gericht, strak maar toch speels. De titel - een speling op een album van Ornette Coleman - is helaas maar gedeeltelijk waarheid geworden. Misschien is The Shape of Punk to Come wel gewoon het eerste album van de nieuwste post-hardcore generatie geweest?
Rick Astley - Whenever You Need Somebody (1987)

1,0
1
geplaatst: 3 april 2008, 16:28 uur
Ik vind het vreemd dat deze plaat als genre 'pop' meekrijgt: de muziek is uitermate gevarieerd: de beats zijn complex en opzwepend, de strings zijn heerlijk warm en elk nummer is van een extreem funky baslijn voorzien... lijkt misschien wel wat op Discipline van King Crimson. Dit album onderscheid zich echter van die wat saaie progrock omwille van het concept achter de muziek.
Whenever You Need Somebody is immers het muzikale relaas van een tragische liefdesrelatie, waarbij de ik-persoon logischerwijs vertolkt wordt door de heer Rick Astley. Hij maakt hierbij op sublieme wijze gebruik van de instrumenterium dat tot zijner beschikking is, en gebruikt veelvuldig metaforen om zijn boodschap te kennen te geven. Ja, dit is duidelijk muziek met vele lagen, die je meerdere malen moet beluisteren vooraleer je alles kan begrijpen.
Het album opent met "Never Gonna Give You Up": drumbreak en weg zijn we - een atmosferische melodie en de zwoele stem van Rick Astley die zingtWe're no strangers to love/You know the rules and so do I/A full commitment's what I'm thinking of/You wouldn't get this from any other guy en meteen is de beginsituatie geschetst: Rick Astley wil zich binden aan zijn partner, maar of die daar zo blij mee is, is niet meteen duidelijk: Your heart's been aching but you're too shy to say it. Opmerkelijk is ook het gebruik van kruisstellingen in de tekst van het refrein: "Never gonna give you up, never gonna let you down", waarmee hij volgens mij duidelijk wilt maken dat hij zich echt wel vol wilt geven in zijn relatie. Een perfecte opener, want de luisteraar is al meteen nieuwsgierig: waarom wilt Rick Astley zo graag die ene vrouw? Waarom heeft zij zo haar twijfels? Wat is er allemaal aan de hand? Echt klasse!
Dan het titelnummer: drumbreak en weg zijn we! Rick Astley focust vanaf nu op de geschiedenis van de de relatie, en al gauw blijkt (tot de onsteltenis van de luisteraar) dat de aard van de relatie niet zo alledaags is: Whenever you need somebody/I'll bring my love to you/You don't have to say you love me/I just wanna be with you, waar hij dus duidelijk zijn love gebruikt als metafoor voor iets helemaal anders.Ook zegt hij expliciet dat zij niet van hem hoeft te houden - hij propageert dus zo maar eventjes de vrije liefde (Maar ja, eind jaren '80, dat was dan ook het hippie tijdperk bij uitstek). Wat later gaat het dan van You will never know just how good I feel/The joy inside of me makes me feel so real - de seksuele innuendo is sprekend. Rick Astley is gelukkig geen onmens: And you can have some fun that's ok with me.
Together forever is het derde nummer, en begint weer met zo'n heerlijke drumbreak waar je verstand van stil gaat staan. Het is een echt prijsnummer, waarbij Rick Astley verder tekst en uitleg geeft bij de relatie: You know you satisfy everything in me. Hij is echt ondersteboven van zijn partner! Daarna gaat hij misschien wat uit de bocht: There ain't no mistaking/It's true love we're making/Something to last for all time/It's never changing alsof hij de luisteraar even de loef af wil steken met zijn zelfverklaarde omnipotentie (later zou hij dit nog eens gladjes overdoen door een album 12 Inch Collection te noemen). Meteen wordt de titel van het nummer ook een pak duidelijker.
"Tsjakka-boem", een drumbreak die It would take a strong man in gang zet. Dit is het motorisch moment van het verhaal achter het concept: Every time I think of you/My heart starts aching/My hands keep shaking/And you know, you know, you know. Rick Astley's beruchte viriliteit heeft blijkbaar te lijden onder plankenkoorts! Natuurlijk is die trilogie van you know niet bedoeld, maar toen de platenbazen de eerste versie van het nummer hoorden vonden ze de oorspronkelijke tekst toch iets te expliciet om uit te brengen, en daarom heeft Rick Astley geopteerd om het en het ander aan de fantasie van de luisteraar over te laten.
Wat een verrassing: the love has gone begint niet met een drumbreak! Ah, maar dat is helemaal geen verrassing, want die drumbreak was gewoon een zoveelste metafoor voor zijn love: "the joy has turned to pain", een pijnlijk moment voor Rick Astley! Dat komt ervan als je gaat opscheppen. Aansluitend volgt dan Dont say goodbye waar hij zijn geliefde probeert te overtuigen toch maar niet te vertrekken, en Slipping Away waarin hij in geuren en kleuren vertelt wat er juist mis was met zijn love.
En dan - drumbreak en jawel hoor: No more looking for love - alles is weer keihard in orde met Rick Astley: As we lay beside the fire/Felt the heat of pure desire/There aint nothing I can do/Now that I'm in love with you is wederom een duidelijke uitleg van het hoe en waarom de relatie dan toch terug op het juiste spoor is geraakt.
De sprookjesachtige afsluiter van het album (When I fall in love) is eigenlijk de inleiding tot Never gonna give you up - zoals wel vaker bij conceptalbums (cfr. The Wall) is ook dit album bedoeld om gewoon lekker op repeat all te zetten en te genieten en gaan laatste nummer en eerste nummer dan ook perfect samen. Maar oordeel gerust zelf: Rick Astley zingt When i give my heart it will be completely/or i'll never give my heart en als we dit vergelijken met het openingsnummer: jawel "A full commitment's what I'm thinking of".
En dat is ook meteen het enige minpunt dat ik kan bedenken bij deze conceptplaat : het had er allemaal wat minder vingerdik mogen opliggen voor mij, het had wat subtieler gemogen. Voor de rest is echt alles in orde: zang is prachtig, muziek is uitmuntend, het album duurt niet te lang, is catchy en toch 'diep' genoeg. Voor sommigen zal dit album misschien iets te rechtoe rechtaan seksueel geladen zijn, maar het pleit voor Rick Astley dat hij zo open over zijn persoonlijke ervaringen durft te zingen. Hiermee zal hij zeker mensen uit een diepe persoonlijke crisis hebben gehaald (en naar de toekomst toe blijven halen).
Rick, keep on rollin' ! (5*)
Whenever You Need Somebody is immers het muzikale relaas van een tragische liefdesrelatie, waarbij de ik-persoon logischerwijs vertolkt wordt door de heer Rick Astley. Hij maakt hierbij op sublieme wijze gebruik van de instrumenterium dat tot zijner beschikking is, en gebruikt veelvuldig metaforen om zijn boodschap te kennen te geven. Ja, dit is duidelijk muziek met vele lagen, die je meerdere malen moet beluisteren vooraleer je alles kan begrijpen.
Het album opent met "Never Gonna Give You Up": drumbreak en weg zijn we - een atmosferische melodie en de zwoele stem van Rick Astley die zingtWe're no strangers to love/You know the rules and so do I/A full commitment's what I'm thinking of/You wouldn't get this from any other guy en meteen is de beginsituatie geschetst: Rick Astley wil zich binden aan zijn partner, maar of die daar zo blij mee is, is niet meteen duidelijk: Your heart's been aching but you're too shy to say it. Opmerkelijk is ook het gebruik van kruisstellingen in de tekst van het refrein: "Never gonna give you up, never gonna let you down", waarmee hij volgens mij duidelijk wilt maken dat hij zich echt wel vol wilt geven in zijn relatie. Een perfecte opener, want de luisteraar is al meteen nieuwsgierig: waarom wilt Rick Astley zo graag die ene vrouw? Waarom heeft zij zo haar twijfels? Wat is er allemaal aan de hand? Echt klasse!
Dan het titelnummer: drumbreak en weg zijn we! Rick Astley focust vanaf nu op de geschiedenis van de de relatie, en al gauw blijkt (tot de onsteltenis van de luisteraar) dat de aard van de relatie niet zo alledaags is: Whenever you need somebody/I'll bring my love to you/You don't have to say you love me/I just wanna be with you, waar hij dus duidelijk zijn love gebruikt als metafoor voor iets helemaal anders.Ook zegt hij expliciet dat zij niet van hem hoeft te houden - hij propageert dus zo maar eventjes de vrije liefde (Maar ja, eind jaren '80, dat was dan ook het hippie tijdperk bij uitstek). Wat later gaat het dan van You will never know just how good I feel/The joy inside of me makes me feel so real - de seksuele innuendo is sprekend. Rick Astley is gelukkig geen onmens: And you can have some fun that's ok with me.
Together forever is het derde nummer, en begint weer met zo'n heerlijke drumbreak waar je verstand van stil gaat staan. Het is een echt prijsnummer, waarbij Rick Astley verder tekst en uitleg geeft bij de relatie: You know you satisfy everything in me. Hij is echt ondersteboven van zijn partner! Daarna gaat hij misschien wat uit de bocht: There ain't no mistaking/It's true love we're making/Something to last for all time/It's never changing alsof hij de luisteraar even de loef af wil steken met zijn zelfverklaarde omnipotentie (later zou hij dit nog eens gladjes overdoen door een album 12 Inch Collection te noemen). Meteen wordt de titel van het nummer ook een pak duidelijker.
"Tsjakka-boem", een drumbreak die It would take a strong man in gang zet. Dit is het motorisch moment van het verhaal achter het concept: Every time I think of you/My heart starts aching/My hands keep shaking/And you know, you know, you know. Rick Astley's beruchte viriliteit heeft blijkbaar te lijden onder plankenkoorts! Natuurlijk is die trilogie van you know niet bedoeld, maar toen de platenbazen de eerste versie van het nummer hoorden vonden ze de oorspronkelijke tekst toch iets te expliciet om uit te brengen, en daarom heeft Rick Astley geopteerd om het en het ander aan de fantasie van de luisteraar over te laten.
Wat een verrassing: the love has gone begint niet met een drumbreak! Ah, maar dat is helemaal geen verrassing, want die drumbreak was gewoon een zoveelste metafoor voor zijn love: "the joy has turned to pain", een pijnlijk moment voor Rick Astley! Dat komt ervan als je gaat opscheppen. Aansluitend volgt dan Dont say goodbye waar hij zijn geliefde probeert te overtuigen toch maar niet te vertrekken, en Slipping Away waarin hij in geuren en kleuren vertelt wat er juist mis was met zijn love.
En dan - drumbreak en jawel hoor: No more looking for love - alles is weer keihard in orde met Rick Astley: As we lay beside the fire/Felt the heat of pure desire/There aint nothing I can do/Now that I'm in love with you is wederom een duidelijke uitleg van het hoe en waarom de relatie dan toch terug op het juiste spoor is geraakt.
De sprookjesachtige afsluiter van het album (When I fall in love) is eigenlijk de inleiding tot Never gonna give you up - zoals wel vaker bij conceptalbums (cfr. The Wall) is ook dit album bedoeld om gewoon lekker op repeat all te zetten en te genieten en gaan laatste nummer en eerste nummer dan ook perfect samen. Maar oordeel gerust zelf: Rick Astley zingt When i give my heart it will be completely/or i'll never give my heart en als we dit vergelijken met het openingsnummer: jawel "A full commitment's what I'm thinking of".
En dat is ook meteen het enige minpunt dat ik kan bedenken bij deze conceptplaat : het had er allemaal wat minder vingerdik mogen opliggen voor mij, het had wat subtieler gemogen. Voor de rest is echt alles in orde: zang is prachtig, muziek is uitmuntend, het album duurt niet te lang, is catchy en toch 'diep' genoeg. Voor sommigen zal dit album misschien iets te rechtoe rechtaan seksueel geladen zijn, maar het pleit voor Rick Astley dat hij zo open over zijn persoonlijke ervaringen durft te zingen. Hiermee zal hij zeker mensen uit een diepe persoonlijke crisis hebben gehaald (en naar de toekomst toe blijven halen).
Rick, keep on rollin' ! (5*)
Ride - Going Blank Again (1992)

3,0
0
geplaatst: 6 juli 2010, 14:51 uur
Ik blijf bij m'n eerder standpunt. Going Blank Again is van een totaal ander niveau dan Nowhere. Hier is niet veel te merken van de wat sombere sfeer van hun debuut, dit is meer een reeks alledaagse popliedjes. Nu is de opener Leave Them All Behind nog een ferme uitschieter, maar daarna verzandt het allemaal in degelijke dikgelaagde poprock. Niet slecht, maar ook niet bijzonder goed.
Ride - Nowhere (1990)

4,5
0
geplaatst: 5 juli 2010, 22:29 uur
Mooie hoes inderdaad, en mooie muziek ook! Samen (maar na) Loveless is dit een klassieke shoegaze plaat, al is het niet echt te vergelijken met My Bloody Valentine. Als Loveless een warme, sensuele plaat is, dan is deze ijzig koud en quasi afstandelijk - als een zeemeeuw die van op grote hoogte neerkijkt op de oceaan. Twee gitaren die constant met elkaar in gevecht lijken, bergen feedback, energetisch baslijnen en levendig drumwerk zorgen voor de instrumentale begeleiding, waarboven dan de vocalen (met sterk Brits accent) een soort 'ik-tegen-al-de-rest' thema bezingen.
Natuurlijk staat of valt de muziek met de nummers, en daar is het waar Ride toch wel uitblinkt. Nowhere bestaat uit allemaal steengoede poprock liedjes, met als uitschieters Polar Bear en Vapour Trail. Ik heb als bonusnummers Taste, Here and Now en Nowhere, en alledrie zijn ze een leuk toevoeging, zij het van iets minder niveau dan de originele nummers.
Dit is één van de weinige platen waar de gebrekkige productie me niet echt stoort, al kan ik op een verloren zondagnamiddag wel eens fantaseren hoe goed Nowhere wel niet zou hebben geklonken met een beter geluid.
Natuurlijk staat of valt de muziek met de nummers, en daar is het waar Ride toch wel uitblinkt. Nowhere bestaat uit allemaal steengoede poprock liedjes, met als uitschieters Polar Bear en Vapour Trail. Ik heb als bonusnummers Taste, Here and Now en Nowhere, en alledrie zijn ze een leuk toevoeging, zij het van iets minder niveau dan de originele nummers.
Dit is één van de weinige platen waar de gebrekkige productie me niet echt stoort, al kan ik op een verloren zondagnamiddag wel eens fantaseren hoe goed Nowhere wel niet zou hebben geklonken met een beter geluid.
Roadside Monument - Beside This Brief Hexagonal (1997)

3,0
0
geplaatst: 27 oktober 2009, 23:35 uur
Beside This Brief Hexagonal is het debuut van Roadside Monument. De muziek valt kortweg te beschrijven als een soort rustige mathrock, instrumentaal te vergelijken met June of '44 en soms ook wat Sonic Youth. De zang is echter veelal rustig, nogal fletsjes feitelijk. Het geeft de muziek een wat slome sfeer mee, wat ervoor zorgt dat het album bij momenten wat langdradig lijkt te zijn. Zéér af en toe wordt er wat geschreeuwd, maar zeker niet genoeg om iemand voor het hoofd te stoten. Al bij al een leuk album, maar niet echt beklijvend.
Robert Miles - Dreamland (1995)

3,5
0
geplaatst: 9 oktober 2009, 21:23 uur
Dreamland was een van de allereerste cd's die ik ooit kocht, na Children gehoord te hebben was ik meteen verkocht. Zelfs nu, zoveel jaren later, kan ik nog alle liedjes probleemloos meeneuriën. De nummers zijn allemaal erg simplistisch, een enkel pianomelodietje waar dan wat mee gespeeld wordt, en het blijft allemaal luchtig. Als achtergrondmuziek echter heerlijk, alles luistert lekker weg en de melodieën zijn geslaagd tot zeer geslaagd. Vreemde eend in de bijt is de (vrij geniale) single 'One & One'dat ook geschreven is door iemand anders dan Robert Miles (meer bepaald ene B. Steinberg volgens het booklet). Het album zakt wat in na de helft, met de herhaling van Fable en Children, maar als eindbeoordeling kan ik toch moeilijk minder dan 3,5* geven, al zal daar wel een sterretje nostalgie tussen zitten.
Rush - Moving Pictures (1981)

4,0
0
geplaatst: 10 september 2009, 22:49 uur
Dit is ook mijn favoriet Rush album. De zang is wat een struikelblok in het begin, maar eens daar voorbij is het toch echt genieten. De technisch hoogstaande muziek is wel klinisch proper gespeeld, iets wat misschien niet iedereen zal liggen. Er zitten geen zwakke nummers tussen, en er is onderling genoeg afwisseling.
Russian Circles - Station (2008)

4,0
0
geplaatst: 3 januari 2010, 00:14 uur
De nogal flauwe bandnaam en de ronduit lelijke hoes hadden ervoor gezorgd dat ik een eerste luisterbeurt maar bleef uitstellen, maar enkee dagen geleden kwam het er dan toch van. En het werd een aangename verrassing. Instrumentale post-rock/math-rock waar in elk nummer wel enkele smakelijke riffs zitten weggemoffeld, en met een geweldige drive erachter die wat doet denken aan Mastodon bij de harde momenten. Leuke plaat!
RVIVR - RVIVR (2010)

3,0
0
geplaatst: 26 januari 2011, 10:30 uur
RVIVR is een Amerikaanse punkrock/pop band, met enkele leden van Latterman. Kenmerkend zijn de dubbele vocalen - lage mannenstem en lichtjes geforceerde vrouwelijke vocalen. De mannelijke vocalen vind ik niet zo geweldig, die van het meisje zijn dan weer best leuk. Muzikaal trekken ze voluit de kaart van catchy riffs en meebrul zang. Qua concept ligt RVIVR dus wel in de lijn van The Pixies, al is dit wel minder goed. De instrumentatie is niet gevarieerd genoeg, de zang wat te vrijblijvend, de geniale gekte ontbreekt m.a.w. . Kortom, de hele hype die er rond deze cd is geweest (nu ja, "orgcore" weet-je-wel) gaat er wat over, maar het is wel een aanrader voor fans van The Pixies. Uitschieters zijn Edge of Living, Change on Me en Breathe Out.
