MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten stoepkrijt als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Daughter - Not to Disappear (2016)

poster
4,5
Ten tijde van het ingetogen en kale If You Leave dachten veel mensen waarschijnlijk nog dat Daughter de artiestennaam was van Elena Tonra. Op Not to Disappear is duidelijk te merken dat we hier te maken hebben met een band. Een band die herkenbaar is gebleven, maar desondanks hun eigen geluid wel heeft ontwikkeld.

New Ways klinkt meteen groots. Deze meeslepende post-rock laat direct een vol bandgeluid horen wat behoorlijk afsteekt bij de relatief ingetogen en kale muziek van het debuut.

Numbers laat vervolgens horen dat er ook elektronica te voorschijn zijn gehaald en maakt definitief duidelijk dat dit geen If You Leave 2.0 wordt. Dit is het meest atypische Daughter-liedje van het hele album.

Doing the Right Thing is een veel gevoeliger liedje en grijpt nog wel terug op hun eerdere werk. In mijn naaste omgeving heb ik nog nooit met Alzheimer of dementie te maken gehad en toch weet dit nummer me ontzettend te raken. Ik krijg er een brok in mijn keel van, zó confronterende is deze tekst.

How en Mothers zijn twee melancholische en vrij lome liedjes en weten de sound van dit gehele album eigenlijk goed samen te vatten. Dit is hoe Daughter tegenwoordig klinkt. Hierna wordt het tempo wat opgevoerd en volgen twee vlottere liedjes.

Alone / With You valt vooral op door de boeiende tekst. De tegenstellingen tussen het eerste en tweede deel van de songtekst komen allemaal tot stand door grotendeels dezelfde woorden en zinsdelen te gebruiken, maar dan nét wat anders geformuleerd. Origineel en bovendien knap gedaan.

No Care is voor Not to Disappear wat Human was voor If You Leave. Het vlotte, uptempo liedje dat de luisteraar fris en bij de les houdt. Verschil met Human is dat No Care somber is en de sfeer van het album daarom niet verstoort.

To Belong sluit goed aan op How en Mothers. Geen van allen zijn het zeer uitgesproken of opvallende liedjes, maar ze weten wel het beste de sfeer en sound van dit album samen te vatten.

Fossa had zo een nummer van Ben Howard kunnen zijn. De combinatie van het lome en kille folkgeluid en de verfrissende versnellingen pakt goed uit. De climax waar naartoe wordt gewerkt past niet echt bij Daughter, maar misstaat zeker niet.

Made of Stone is met haar sombere tekst en summiere muzikale begeleiding misschien wat aan de saaie kant. Het is echter wel een typische albumafsluiter om bij weg te dromen.

Not to Disappear klinkt niet zoals ik van tevoren had gehoopt en verwacht, maar achteraf ben ik blij dat de band zich heeft durven te ontwikkelen. Zolang de muziek van dit hoge niveau is en zolang Daughter onmiskenbaar Daughter blijft zal ik niet klagen. 4,5*

Daughter - The Wild Youth EP (2011)

poster
4,5
Folky indiepop, zo zou ik deze muziek willen omschrijven. Je kent het wel: folk, pop en rock door elkaar gegooid, een beetje geschud, zangeresje erbij en klaar is Kees. Dit zijn meestal simpele, vrolijke deuntjes en vaak nog mierzoet ook. Maar Daughter is anders. De muziek van dit Londense drietal is van een veel hoger niveau en lang niet zo toegankelijk als je zou denken.

Het is vooral de zang van Elena Tonra die me aanspreekt. Ze heeft een fluweelzacht en lieflijk stemgeluid. Ondanks dat komt ze wel wat kil over (je kunt over haar stem zeggen wat je wilt, maar niet dat die vol en warm klinkt), maar dat vind ik eigenlijk wel mooi. De muziek sluit hier ook goed bij aan. Bovendien zorgt het ervoor dat haar stem nooit (te) zoet zal klinken.

Naast de zang valt er nog meer te genieten. De muziek sluit zoals gezegd goed aan bij Elena's zang en vertolkt daardoor een belangrijke rol, al staat het duidelijk in dienst van de zang en de teksten. De intimiteit en ingetogenheid overheerst en zorgt voor een ontspannen en dromerig sfeertje. Waar het nodig is, is de muziek echter een heel stuk krachtiger. Dat is vooral te merken in het nummer Youth, het prijsnummer van deze ep.

Youth is het luchtigste nummer van dit viertal (ik betwijfel of dit een goede woordkeus is) en ligt het makkelijkst in het gehoor. Dat wil lang niet altijd zeggen dat het ook het beste of mooiste nummer is, maar dat is hier duidelijk wel het geval. Dat zit hem deels in de bij vlagen krachtige muziek, deels in de prachtige zangstem van Elena die hier soms wat meer uit volle borst zingt en soms juist breekbaarder klinkt dan ooit, en deels in de tekst. Eigenlijk zijn alle teksten op The Wild Youth erg mooi, maar de lyrics van Youth zijn nog het meest poëtisch. Er wordt hier mooie beeldspraak gebruikt. De volgende frase vind ik het mooiste stukje tekst van de hele ep:
And if you're still breathing, you're the lucky ones
'Cause most of us are heaving through corrupted lungs
Setting fire to our insides for fun
Collecting names of the lovers that went wrong
Het is zeker aan te raden de volledige tekst van dit nummer eens te bekijken, want daar wordt deze frase alleen maar mooier van.
De andere drie nummers zijn (op Home na) veel ingetogener, maar daardoor niet minder sterk.

Het eerste album van Daughter is op komst en Youth zal daar ook op verschijnen. Als het niveau van dat album aan The Wild Youth kan tippen, kan deze band het nog ver gaan schoppen. In het alternatieve circuit dan, want Daughter bewijst dat indiepop lang niet altijd catchy, oppervlakkig en toegankelijk hoeft te zijn. Al moeten we deze muziek ook weer niet groter maken dan die is. Het blijft gewoon ongelofelijk prettige muziek. Voor met de ogen dicht.

Dead Can Dance - Dead Can Dance (1984)

poster
4,0
Het is 1984. Cocteau Twins heeft al twee post-punkalbums uitgebracht, Siouxsie and the Banshees timmeren al een tijdje aan de weg met hun gothic-punk en The Cure heeft net hun trilogie darkwave-albums afgesloten. Post-punk is in. Op dat moment komt Dead Can Dance uit. Een album dat perfect in het tijdsbeeld past.

Als je dit debuutalbum in een hokje zou moeten plaatsen zou dat zonder twijfel het hokje ‘post-punk’ zijn. Toch is dit album helemaal niet zo standaard. Het is donker, zwaarmoedig en mysterieus, maar lang niet alle nummers passen in hetzelfde hokje. Dat komt doordat dit duo twee zangers in huis heeft. Ik kan me geen andere band voorstellen die twee zulk uiteenlopende zangers heeft, met zulke uiteenlopende zangstijlen. Natuurlijk, aan de muzikale begeleiding kun je horen dat je met dezelfde band van doen hebt, maar de nummers van Perry en Gerrard vormen een wereld van verschil. Het zorgt voor een vreemde tweedeling binnen het album.

Brendan Perry heeft een donkere, zware stem die bij vlagen aan Ian Curtis doet denken, al spande die natuurlijk de kroon qua zwartgallig stemgeluid. Perry’s zang leent zich uitstekend voor post-punk, voor sombere songs met neerslachtige teksten. Nummers die gedomineerd worden door diepe bassen en stuwende drums. Zulke nummers zijn dan ook volop te vinden op dit album. Toch ben ik niet helemaal tevreden.
Voor mij mist deze post-punk iets. Het is me niet donker genoeg. Althans, de donkerte weet me niet te pakken. De ingrediënten voor post-punk zijn allemaal aanwezig, maar de band maakt er doelbewust een dansbare, lichter verteerbare versie van. Ik krijg hier geen akelig gevoel bij of zelfmoordpogingen van. En dat hoort post-punk of darkwave tot op zekere hoogte juist wél te doen.

Gelukkig doet Lisa Gerrard ook mee. Haar stem is als die van een heks. Ze probeert je te bezweren, mee te trekken in een diepe, diepe afgrond. Ze behekst je, zoals Elizabeth Frazer dat ook zo goed kan. Dít maakt wel indruk. Bij haar nummers ga ik me ongemakkelijk voelen en daar zat ik net op te wachten. Haar onverstaanbare prietpraat en de vibratie in haar stem maken het geheel alleen nog maar intrigerender.
De muziek is in deze nummers over het algemeen ook trager en mysterieuzer. Dansbaar is het al helemaal niet meer. De sfeervolle nummers van Lisa Gerrard passen eigenlijk totaal niet bij de dansbare post-punk van Perry. Op Dead Can Dance lijken twee muzikale werelden samen te komen. Dat heeft voor- en nadelen.

Laat ik vooropstellen dat alle nummers door dezelfde band van muziek worden voorzien. Dat hoor je er ook wel aan af. Zowel de mysterieuze klaagliederen van Gerrard als de dansbare wavesongs van Perry klinken als Dead Can Dance. Toch voelt het als een vreemde tweedeling en dat komt de samenhang niet echt ten goede. De band is nog duidelijk zoekende. Beide muzikanten lijken een muzikale voorkeur te hebben en samen zijn ze er nog niet uit welke kant ze op zullen gaan.
Van de andere kant: Er zijn een paar nummers (Threshold en Wild in the Woods) waar de muzikale voorkeuren van Perry en Gerrard elkaar lijken te vinden en tot een mooie synthese komen. Bovendien heeft Dead Can Dance hier al duidelijk een eigen stijl te pakken. De donkerte en het mysterie zijn vrij nadrukkelijk aanwezig en de wereldse invloeden zoals tribal drums zijn een erg interessante toevoeging. Het geeft de muziek een bijzonder karakter.

Het is 1984 en de post-punkscene is in volle bloei. Met Dead Can Dance heeft zich een nieuwe band aan het front gemeld. Het hart van de post-punkliefhebber is sneller gaan kloppen, maar er moet nog heel wat gebeuren wil men deze verhoogde hartslag behouden. Hoe gaat deze band zich ontwikkelen? Kiezen ze de kant van Perry en blijven ze pure post-punk maken? Schuiven ze wat op richting darkwave? Of kiezen ze voor de sfeervolle weg van Gerrard? Wordt hun muziek mysterieuzer en beangstigender? Een gulden middenweg is misschien nog wel de beste optie. Een verfijnde versie van Dead Can Dance, maar dan met minder grote contrasten.
Nog geen half jaar later geeft Dead Can Dance met het uitbrengen van Garden of the Arcane Delights zelf de eerste antwoorden. Musica Eternal blijkt veel meer dan een gek experimentje te zijn geweest.

Death Cab for Cutie - Kintsugi (2015)

poster
3,0
Laat ik maar meteen mijn gal spuwen, dan hebben we dat maar gehad: Qua zang vind ik dit album erg vlak. De zanger heeft weinig variatie in zijn stem, om nog maar te zwijgen van emotie. Daarnaast vind ik de songteksten nogal wisselvallig. Prachtige tekstuele vondsten (zoals in Hold No Guns) worden afgewisseld met simplistische rijmelarijtjes (El Dorado). Het is de muziek die dat album boeiend moet maken en dat lukt bij vlagen.

Over die muziek gesproken: daarmee wordt gelukkig het nodige gecompenseerd. De composities van No Room in Frame en Black Sun zijn ijzersterk en steken duidelijk boven de rest van het album uit. Dit tweeluik is een fantastische manier om dit album mee te openen. De gitaaruitbarsting in Black Sun is heerlijk, ondanks dat het een beetje ongepast voelt op een verder vrij kalm indiealbum. Het vervolg met The Ghosts of Beverly Drive is prima – al merk je wel dat er een stapje teruggedaan moet worden na de twee paradepaardjes – maar het zoetsappige Little Wanderer had voor mij net zo goed weggelaten mogen worden.

Het aanstekelijke Everything's a Ceiling en (hoera, eindelijk weer een song met pit!) Good Help schudden mij weer even wakker als mijn aandacht na You've Haunted Me All My Life en Hold No Guns (mooie tekst, maar doodsaai) even helemaal weg is. Ook Ingénue is zeker de moeite waard en is vooral compositioneel, maar ook tekstueel weer wat interessanter. Het contrast met El Dorado is pijnlijk groot. Slotnummer Binary Sea klinkt zoals slotnummers vaak klinken: Sfeervol en rustig. Saai wordt het gelukkig niet.

Kintsugi is een fijn album geworden met een aantal mooie hoogtepunten, maar helaas ook met de nodige dode punten waar ik mezelf overheen moet slepen. Als compleet album vind ik Kintsugi simpelweg niet boeiend genoeg, maar ik vraag me af of dit aan dit specifieke album ligt. Misschien is de indie van Death Cab for Cutie gewoon niet voor mij weggelegd.

Depeche Mode - A Broken Frame (1982)

poster
3,0
Met Leave in Silence, My Secret Garden en Nothing to Fear wordt de lat hier meteen erg hoog gelegd, zeker in vergelijking met het zwakke debuutalbum. Er zijn meteen levensgrote sprongen gemaakt: Depeche Mode klinkt volwassener, serieuzer en donkerder. Helaas wordt dat niveau niet vastgehouden en volgen er wat saaiere nummers en wat vlotte popsongs in de stijl van het debuut. Alleen The Sun and the Rainfall is nog van hoge kwaliteit. Het maakt van A Broken Frame een wisselvallig album met enkele hoogtepunten (de opener, de afsluiter en Nothing to Fear) die het album voldoende bestaansrecht geven en die de band naar mijn smaak een stuk beter op de kaart zetten dan Just Can't Get Enough deed.

Depeche Mode - Exciter (2001)

poster
3,5
Depeche Mode debuteert in de eenentwintigste eeuw met Exciter. Depeche Mode is niet meer de band die het in de jaren ’80 was en lijkt met dit album ook hun ‘90s-periode achter zich te willen laten. De band laat hier duidelijk een ander geluid horen dan we van ze gewend zijn: Elektronischer, maar ook puurder.

Op Exciter lijken de synthesizerloopjes plaats te hebben gemaakt voor ‘echte’ elektronica. Met de vele hakkelende beats en losse bliepjes doet dit album muzikaal zelfs een tikje experimenteel aan. Het jammere aan dit album is echter dat de heren die elektronica slecht weten te doseren. Sommige nummers lopen ervan over, terwijl de meeste nummers er maar heel summier gebruik van maken. Depeche Mode probeert een album vol zwoele liefdesliedjes op te leuken met een paar kille elektrostampers. Dat pakt niet al te best uit, want de rustige setting wordt regelmatig tot de grond toe afgebroken om daarna met horten en stoten weer aan de wederopbouw te beginnen. Het maakt Exciter een nogal onsamenhangend album.

Van de ene kant laat de band zich hier van hun gevoeligste kant zien en horen, door intieme liedjes te brengen met veel teksten over de liefde. De zang van Gahan is bovendien zwoeler dan ooit. Het zorgt voor een aangenaam broeierig sfeertje en kan de luisteraar gemakkelijk 50 tot 60 minuten boeien, mits die luisteraar zich daarvoor openstelt. De meeste nummers kruipen namelijk erg kalmpjes voort en kunnen zomaar verveling oproepen.
Van de andere kant giet Depeche Mode soms zoveel venijnige elektronica over hun gevoelige liedjes heen dat die liefdevolle sfeer regelmatig wordt verdrongen of zelfs volledig om zeep wordt geholpen. Dancetrack I Feel Loved is daar het beste voorbeeld van. Hoe lekker dit nummer ook klinkt, het zorgt voor een lelijke breuk op het album dat juist bezig was een intieme sfeer te creëren.

Met Exciter lijkt Depeche Mode twee kanten op te willen: richting een puurder en emotioneler geluid, maar ook richting elektronica. In veel rustige nummers blijkt dit heel mooi samen te gaan, maar blijkbaar kan de band hun elektronische ei daarin niet voldoende kwijt. Bovendien zou een te rustig album zomaar fans kunnen afschrikken. Daarom hebben ze besloten om in sommige nummers wat meer pit te stoppen. Erg fijn om live te kunnen spelen, ideaal om als single uit te brengen (wat ze dan ook gedaan hebben), maar niet goed voor het gehele album. De rustige liedjes sneeuwen onder en de sfeer die deze liedjes proberen op te bouwen wordt door nummers als The Dead of Night en I Feel Loved vakkundig afgebroken. Eeuwig zonde.

Exciter is het geilste album dat Depeche Mode ooit gemaakt heeft. Dit album combineert verleidelijke, jazzy melodieën met spannende en kinky elektronica. Ook Dave Gahan, die hier zwoeler en verleidelijker klinkt dan ooit, draagt een belangrijk steentje bij. Door de stemmingswisselingen en de relatief zwakke laatste nummers wordt het een wat lange zit, maar op zichzelf blijven de meeste nummers prima overeind. Dit album is opwindend, prikkelend en spannend en draagt de naam Exciter met het volste recht.

Depeche Mode - Some Great Reward (1984)

poster
3,0
Van alle Depeche Mode-albums die ik op dit moment ken (Some Great Reward, Songs of Faith and Devotion en alles daartussenin) vind ik dit duidelijk de zwakste. Of beter gezegd: de minst aansprekende. Zwak is dit album namelijk zeker niet.

Het heeft aardig wat luisterbeurten gekost voor ik dit album op waarde kon schatten. In eerste instantie beviel dit me namelijk helemaal niet. Ik denk dat dat aan de algehele stijl van dit album ligt en (vooral) het contrast met de andere albums die ik van Depeche Mode ken. Some Great Reward bevat goede nummers, maar de aankleding daarvan klinkt vrij goedkoop. In vergelijking met hun (iets) nieuwere werk klinkt dit veel ouderwetser en meer tijdsgebonden. 'Gedateerd' lijkt me dan ook een goede kwalificering van dit album.
Het feit dat de houdbaarheidsdatum van dit album al een paar decennia verlopen is stoorde me aanvankelijk behoorlijk. Ook nu wekt het soms nog wat ergernis, maar uiteindelijk geeft het luisteren naar dit album me toch een voldaan gevoel. Daar is vooral het sterke songmateriaal debet aan. Blasphemous Rumours heeft daar (uiteraard) een flink aandeel in, maar ook de 'uitgeklede' en daardoor ingetogen nummers It Doesn't Matter en Somebody weten me goed te boeien.
Op de zang en de songteksten valt ook niks aan te merken. Oké, het is niet altijd even hoogdravend (negen Blasphemous Rumours' op één album gaat immers ook wat ver), maar dat is voor mij ook echt niet nodig. Songteksten van Depeche Mode voldoen altijd wel aan een bepaalde standaard. Flutteksten zul je dan ook niet snel tegenkomen, zo ook niet op dit album.

Mijn favoriete DM-album zal dit nooit worden, net zo min als dat de beste nummers tot mijn favoriete DM-songs gaan behoren, maar toch is het allemaal erg degelijk en luistervriendelijk. Daardoor levert het luisteren naar Some Great Reward tóch een soort beloning op, al is die niet zo groot als de titel impliceert.

Depeche Mode - Violator (1990)

poster
5,0
Wauw! Wat een album.

Enjoy the Silence kende ik al een tijd, maar ik wist niet dat dit een nummer van Depeche Mode was. Daar kwam ik tijdens de laatste MuMeLadder finale ineens achter. Ik werd verrast door het nummer, wat eigenlijk veel en veel mooier was dan ik me ooit had gerealiseerd. Uit nieuwsgierigheid ben ik meteen naar de rest van dit album gaan luisteren.

De singles vielen na één keer luisteren al in de smaak (vooral Personal Jesus: wat een heerlijk nummer!), maar de rest van het album beviel me niet direct. Als ik niet zo verrast was geweest door hun andere nummers had ik misschien nooit de moeite genomen de rest van het album beter te leren kennen. Bij Violator heb ik toch maar even doorgebeten. Vooral door Enjoy the Silence, Personal Jesus en de prachtige cover dwong ik mezelf de andere nummers beter te leren kennen. En met succes.

De songteksten erbij pakken hielp me al een heel eind op weg. De meeste teksten op Violator zijn echt prachtig. Neem nu de eerste regels van Halo: You wear guilt | Like shackles on your feet | Like a halo in reverse. En dan te bedenken dat je net Personal Jesus achter de rug hebt. Het sluit fantastisch aan.

Na de songteksten bestudeerd te hebben luisterde ik het album nog eens. Geconcentreerd en gefocusd op de mooie muziek die komen gaat en de teksten die erin verscholen zitten. liet ik de muziek diep tot me doordringen. Zo moet je naar een album als dit luisteren: Met volle overgave. En dan blijkt pas hoe mooi dit album eigenlijk is.

Ik geef Violator dan ook 4,5 sterren en ga dit album zo snel mogelijk aanschaffen!

Détroit - Horizons (2013)

poster
3,0
Pfoe, dit album is moeilijk te omschrijven. Ik zal toch maar een poging wagen, want als je een tip krijgt in het Super Tip-Topper-topic hoort daar nu eenmaal een recensie bij. Gelukkig zit er een beetje een rode draad in de muziekstijl. De melancholie overheerst en het tempo ligt over het algemeen niet al te hoog. Die rode draad schiet vervolgens wel alle kanten op. Je hoort zowel ingetogen als uitbundig, zowel intiem als hard, zowel subtiel als vuig en je hoort veel verschillende stijlen rock. En o ja, er is natuurlijk nóg een rode draad: de Franse taal. Op een paar uitzonderingen na is alles in het Frans gezongen, of beter gezegd: voorgedragen.

Laat ik de verwachtingen maar meteen temperen: de zangstem pakt me niet en de stijl van Détroit is me niet op het lijf geschreven. Veel van de liedjes doen me dan ook weinig, hoewel het te ver gaat om te zeggen dat het me volledig koud laat. De melancholie die overal doorheen sijpelt heeft ergens wel iets intrigerends, iets pakkends. Het gebrek aan melodieën en de eentonige, vaak gesproken of gemompelde zangpartijen staan me echter wat tegen.

De algehele toon van het album mag dan vrij consistent zijn, er is wel redelijk wat diversiteit tussen de liedjes. Die diversiteit schiet het album hier te hulp. Opener Ma Muse is melancholie á la Jason Molina en vind ik erg fraai. Glimmer In Your Eyes (in vervelend steenkolenengels gezongen) dat er meteen achteraan komt heeft een soort country/americana-sfeertje. Dan komt Terre Brûlante, rauw en met een spannende ondertoon. Ja, het gaat echt alle kanten op.
Hierna wordt de sound even wat stabieler, maar daarna volgen ook weer diverse buitenbeentjes zoals het licht poppy Droit Dans le Soleil (helaas een zeurliedje), de vuige rocksong Le Creux de Ta Main (ik zit ineens weer rechtop in mijn stoel, gaaf!), het zwoele en overigens redelijk stijlvaste Sa Majesté en dan mijn favoriet: Null and Void, catchy poprock waar R.E.M. jaloers op kan zijn.

Het is de diversiteit in de liedjes die hier de meubelen weet te redden. Zonder die afwisseling zou dit album onder een laag stof verdwijnen, maar zover hoeft het voor Horizons nu niet te komen.