Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Frazey Ford - Indian Ocean (2014)

4,5
0
geplaatst: 13 januari 2015, 15:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Frazey Ford - Indian Ocean - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Indian Ocean van Frazey Ford dook eind vorig jaar al op in menig jaarlijstje, maar was tot dusver nog niet terug te vinden op deze BLOG. Dat heeft alles te maken met de Nederlandse releasedatum van de plaat (12-1-2015), want van de torenhoge kwaliteit van de plaat ben ook ik inmiddels al enkele maanden overtuigd.
Laat ik het geheugen eerst eens opfrissen. Frazey Ford stond in 1999 aan de basis van The Be Good Tanyas. De band begon als kwartet, maar toen Blue Horse, het geweldige debuut van The Be Good Tanyas, in 2001 verscheen, was Jolie Holland al begonnen aan een solocarrière; een carrière waarvan we inmiddels overigens al heel wat jaren heel veel plezier hebben.
The Be Good Tanyas zouden uiteindelijk helaas niet erg productief blijken. Hoewel de band nooit formeel werd opgedoekt is de teller sinds het in 2006 verschenen Hello Love blijven steken op slechts drie albums (de beste van het stel, Chinatown, verscheen overigens in 2003).
Lid van het eerste uur Trish Klein dook de afgelopen jaren ook op in Po’ Girl, terwijl Frazey Ford in 2010 haar solodebuut Obadiah uitbracht. De plaat werd ruim vier jaar geleden zeer warm onthaald op deze BLOG. En terecht. Op Obadiah verraste Frazey Ford met muziek die mijlenver was verwijderd van de muziek van The Be Good Tanyas. Obadiah bood niet de verwachte mix van stokoude folk, country en bluegrass, maar liet een authentiek soulgeluid horen dat naar veel meer smaakte.
Dat meer verscheen afgelopen herfst al in het grootste deel van de wereld, maar ligt nu gelukkig dan ook eindelijk officieel in Nederland in de winkel. Indian Ocean blijkt nog vele malen beter dan Obadiah, al is de plaat natuurlijk minder verrassend dan de niet verwachte soulplaat die in 2010 zomaar uit de lucht kwam vallen.
Frazey Ford heeft voor Indian Ocean een aantal zeer gelouterde soulmuzikanten om zich geen verzameld, onder wie de broers Charles, Leroy en Teenie Hodges (van wie de laatste overleed tijdens de opname van de plaat), die als de legendarische Hi Rhythm Section het geluid van veel platen op het roemruchte Stax label bepaalden en onder andere waren te horen op de beste platen van Al Green.
Het zorgt ervoor dat Indian Ocean nog gelouterder en nog authentieker klinkt dan het al zo verrassend goede Obadiah. Frazey Ford draagt hier zelf ook aan bij door nog beter te zingen. Dit doet ze door de soul in haar stem meer te doseren en bovendien meer emotie in haar stem te leggen.
Het zorgt ervoor dat Indian Ocean aan de ene kant klinkt als een vergeten soulklassieker, terwijl de plaat aan de andere kant ook anders klinkt dan deze soulklassiekers, vooral omdat Frazey Ford ook haar eigen roots verwerkt op deze bijzondere plaat en natuurlijk geen typische soulzangeres is.
Het levert een plaat op die vorig jaar terecht opdook in menig jaarlijstje en nu best alvast mag worden opgeschreven voor de jaarlijstjes over 2015, hoe ver weg die momenteel ook zijn. Indian Ocean is een plaat vol met prachtsongs en het zijn ook nog eens prachtsongs die je zowel in muzikaal als in vocaal opzicht bij de strot grijpen. Indian Ocean is om te janken zo mooi. Ik weet inmiddels uit ervaring dat talloze luisterbeurten daar niets aan veranderen. Integendeel zelfs. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Frazey Ford - Indian Ocean - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Indian Ocean van Frazey Ford dook eind vorig jaar al op in menig jaarlijstje, maar was tot dusver nog niet terug te vinden op deze BLOG. Dat heeft alles te maken met de Nederlandse releasedatum van de plaat (12-1-2015), want van de torenhoge kwaliteit van de plaat ben ook ik inmiddels al enkele maanden overtuigd.
Laat ik het geheugen eerst eens opfrissen. Frazey Ford stond in 1999 aan de basis van The Be Good Tanyas. De band begon als kwartet, maar toen Blue Horse, het geweldige debuut van The Be Good Tanyas, in 2001 verscheen, was Jolie Holland al begonnen aan een solocarrière; een carrière waarvan we inmiddels overigens al heel wat jaren heel veel plezier hebben.
The Be Good Tanyas zouden uiteindelijk helaas niet erg productief blijken. Hoewel de band nooit formeel werd opgedoekt is de teller sinds het in 2006 verschenen Hello Love blijven steken op slechts drie albums (de beste van het stel, Chinatown, verscheen overigens in 2003).
Lid van het eerste uur Trish Klein dook de afgelopen jaren ook op in Po’ Girl, terwijl Frazey Ford in 2010 haar solodebuut Obadiah uitbracht. De plaat werd ruim vier jaar geleden zeer warm onthaald op deze BLOG. En terecht. Op Obadiah verraste Frazey Ford met muziek die mijlenver was verwijderd van de muziek van The Be Good Tanyas. Obadiah bood niet de verwachte mix van stokoude folk, country en bluegrass, maar liet een authentiek soulgeluid horen dat naar veel meer smaakte.
Dat meer verscheen afgelopen herfst al in het grootste deel van de wereld, maar ligt nu gelukkig dan ook eindelijk officieel in Nederland in de winkel. Indian Ocean blijkt nog vele malen beter dan Obadiah, al is de plaat natuurlijk minder verrassend dan de niet verwachte soulplaat die in 2010 zomaar uit de lucht kwam vallen.
Frazey Ford heeft voor Indian Ocean een aantal zeer gelouterde soulmuzikanten om zich geen verzameld, onder wie de broers Charles, Leroy en Teenie Hodges (van wie de laatste overleed tijdens de opname van de plaat), die als de legendarische Hi Rhythm Section het geluid van veel platen op het roemruchte Stax label bepaalden en onder andere waren te horen op de beste platen van Al Green.
Het zorgt ervoor dat Indian Ocean nog gelouterder en nog authentieker klinkt dan het al zo verrassend goede Obadiah. Frazey Ford draagt hier zelf ook aan bij door nog beter te zingen. Dit doet ze door de soul in haar stem meer te doseren en bovendien meer emotie in haar stem te leggen.
Het zorgt ervoor dat Indian Ocean aan de ene kant klinkt als een vergeten soulklassieker, terwijl de plaat aan de andere kant ook anders klinkt dan deze soulklassiekers, vooral omdat Frazey Ford ook haar eigen roots verwerkt op deze bijzondere plaat en natuurlijk geen typische soulzangeres is.
Het levert een plaat op die vorig jaar terecht opdook in menig jaarlijstje en nu best alvast mag worden opgeschreven voor de jaarlijstjes over 2015, hoe ver weg die momenteel ook zijn. Indian Ocean is een plaat vol met prachtsongs en het zijn ook nog eens prachtsongs die je zowel in muzikaal als in vocaal opzicht bij de strot grijpen. Indian Ocean is om te janken zo mooi. Ik weet inmiddels uit ervaring dat talloze luisterbeurten daar niets aan veranderen. Integendeel zelfs. Erwin Zijleman
Frazey Ford - U Kin B the Sun (2020)

4,5
1
geplaatst: 8 februari 2020, 09:12 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Frazey Ford - U Kin B The Sun - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Frazey Ford - U Kin B The Sun
Frazey Ford levert met U Kin B The Sun haar derde soloalbum af en het is er wederom een die klinkt als een authentiek soulalbum van enkele decennia geleden
Het duurde even voordat Frazey Ford ontdekte dat er leven was na Be Good Tanyas, maar sinds haar debuut Obadiah uit 2010 kennen we haar als een geweldig soulzangeres. Het geweldige Obadiah werd ruim drie jaar geleden overtroffen door het geweldige Indian Ocean, dat nu gezelschap krijgt van U Kin B The Sun. Ook het derde album van Frazey Ford is weer een geweldige soulplaat. Het album is wat meer ingetogen dan zijn voorganger, maar de lome en broeierige soul is gebleven. U Kin B The Sun verleidt vanaf de eerste noten meedogenloos, maar is net als Indian Ocean een album dat alleen maar beter wordt.
De Canadese singer-songwriter Frazey Ford dook voor het eerst op in 1999, toen ze samen met Jolie Holland, Samantha Parton en Trish Klein de band Be Good Tanyas vormde. Zonder Jolie Holland maakte de band uit Vancouver drie zeer invloedrijke albums. Het zijn albums waarop de Canadese band een breed palet binnen de Amerikaanse rootsmuziek bestrijkt met een voorliefde voor de op dat moment zeer populaire stokoude folk.
Toen er in 2010 echt geen leven meer zat in Be Good Tanyas dook Frazey Ford op met haar eerste soloalbum, Obadiah. Waar Jolie Holland op haar soloalbums en Trish Klein met de band Po’ Girl nadrukkelijk voortborduurden op het geluid van Be Good Tanyas, koos Frazey Ford op Obadiah voor een duidelijk ander geluid. Het debuut van Frazey Ford was een echte soulplaat, waarop de Canadese muzikante klonk als de dochter van Al Green.
Obadiah werd in 2014 op alle fronten overtroffen door het geweldige Indian Ocean. Op het tweede soloalbum van Frazey Ford werd de link met Al Green nog wat verder versterkt door het opduiken van de legendarische Hi Rhythm Section, die de oude soulheld decennia eerder bijstond in de hoogtijdagen van het Stax label.
Bijna drieënhalf jaar na Indian Ocean keert Frazey Ford deze week terug met een nieuw album. U Kin B The Sun moet proberen te voldoen aan torenhoge verwachtingen, want na het geweldige Indian Ocean ligt de lat voor Frazey Ford wel erg hoog. De Canadese muzikante lijkt er weinig last van te hebben, want ze gaat op U Kin B The Sun gewoon verder waar Indian Ocean drieënhalf jaar geleden ophield.
Het betekent dat ook het derde soloalbum van Frazey Ford zich laat beluisteren als een authentiek soulalbum, maar het betekent niet dat dat U Kin B The Sun hetzelfde klinkt als zijn voorganger. Frazey Ford doet het dit keer, mede door het overlijden van gitarist Teenie Hodges, zonder de fameuze Hi Rhythm Section, waardoor haar nieuwe album ingetogener klinkt dan zijn voorgangers. Blazers ontbreken dit keer volledig, maar ook de andere instrumenten hebben een stapje terug gedaan. Het levert een fraai broeierig geluid op, waarin de soulvolle strot van Frazey Ford uitstekend gedijt.
Net als op haar vorige twee albums is de Canadese muzikante niet heel streng in de leer. Authentiek klinkende soul domineert op U Kin B The Sun, maar Frazey Ford maakt ook dit keer uitstapjes richting de singer-songwriter muziek van Carole King, richting rhythm & blues en flirt bovendien voorzichtig met de soul van nu.
Ook U Kin B The Sun wordt weer gedragen door de geweldige stem van Frazey Ford, maar ook de muzikanten op het album verdienen alle lof. Het warme orgelspel, de subtiel spelende ritmesectie en de fraaie gitaarlijnen zijn bijna net zo verleidelijk als de soulvolle zang. Frazey Ford komt misschien uit het koude Canada, maar creëert op haar nieuwe album een sfeer die je meesleept naar een veranda ergens aan de zuidelijke oevers van de Mississippi. Het tempo ligt laag, de muziek is loom, de zang broeierig; precies zoals de groten dit een aantal decennia geleden deden.
Frazey Ford is echter ook een kind van deze tijd en schuwt het aan de kaak stellen van de misstanden in onze huidige samenleving zeker niet en blijft strijden voor een betere wereld. De lat lag zoals gezegd idioot hoog na haar vorige album, maar Frazey Ford gaat er toch weer overheen. Indrukwekkend. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Frazey Ford - U Kin B The Sun - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Frazey Ford - U Kin B The Sun
Frazey Ford levert met U Kin B The Sun haar derde soloalbum af en het is er wederom een die klinkt als een authentiek soulalbum van enkele decennia geleden
Het duurde even voordat Frazey Ford ontdekte dat er leven was na Be Good Tanyas, maar sinds haar debuut Obadiah uit 2010 kennen we haar als een geweldig soulzangeres. Het geweldige Obadiah werd ruim drie jaar geleden overtroffen door het geweldige Indian Ocean, dat nu gezelschap krijgt van U Kin B The Sun. Ook het derde album van Frazey Ford is weer een geweldige soulplaat. Het album is wat meer ingetogen dan zijn voorganger, maar de lome en broeierige soul is gebleven. U Kin B The Sun verleidt vanaf de eerste noten meedogenloos, maar is net als Indian Ocean een album dat alleen maar beter wordt.
De Canadese singer-songwriter Frazey Ford dook voor het eerst op in 1999, toen ze samen met Jolie Holland, Samantha Parton en Trish Klein de band Be Good Tanyas vormde. Zonder Jolie Holland maakte de band uit Vancouver drie zeer invloedrijke albums. Het zijn albums waarop de Canadese band een breed palet binnen de Amerikaanse rootsmuziek bestrijkt met een voorliefde voor de op dat moment zeer populaire stokoude folk.
Toen er in 2010 echt geen leven meer zat in Be Good Tanyas dook Frazey Ford op met haar eerste soloalbum, Obadiah. Waar Jolie Holland op haar soloalbums en Trish Klein met de band Po’ Girl nadrukkelijk voortborduurden op het geluid van Be Good Tanyas, koos Frazey Ford op Obadiah voor een duidelijk ander geluid. Het debuut van Frazey Ford was een echte soulplaat, waarop de Canadese muzikante klonk als de dochter van Al Green.
Obadiah werd in 2014 op alle fronten overtroffen door het geweldige Indian Ocean. Op het tweede soloalbum van Frazey Ford werd de link met Al Green nog wat verder versterkt door het opduiken van de legendarische Hi Rhythm Section, die de oude soulheld decennia eerder bijstond in de hoogtijdagen van het Stax label.
Bijna drieënhalf jaar na Indian Ocean keert Frazey Ford deze week terug met een nieuw album. U Kin B The Sun moet proberen te voldoen aan torenhoge verwachtingen, want na het geweldige Indian Ocean ligt de lat voor Frazey Ford wel erg hoog. De Canadese muzikante lijkt er weinig last van te hebben, want ze gaat op U Kin B The Sun gewoon verder waar Indian Ocean drieënhalf jaar geleden ophield.
Het betekent dat ook het derde soloalbum van Frazey Ford zich laat beluisteren als een authentiek soulalbum, maar het betekent niet dat dat U Kin B The Sun hetzelfde klinkt als zijn voorganger. Frazey Ford doet het dit keer, mede door het overlijden van gitarist Teenie Hodges, zonder de fameuze Hi Rhythm Section, waardoor haar nieuwe album ingetogener klinkt dan zijn voorgangers. Blazers ontbreken dit keer volledig, maar ook de andere instrumenten hebben een stapje terug gedaan. Het levert een fraai broeierig geluid op, waarin de soulvolle strot van Frazey Ford uitstekend gedijt.
Net als op haar vorige twee albums is de Canadese muzikante niet heel streng in de leer. Authentiek klinkende soul domineert op U Kin B The Sun, maar Frazey Ford maakt ook dit keer uitstapjes richting de singer-songwriter muziek van Carole King, richting rhythm & blues en flirt bovendien voorzichtig met de soul van nu.
Ook U Kin B The Sun wordt weer gedragen door de geweldige stem van Frazey Ford, maar ook de muzikanten op het album verdienen alle lof. Het warme orgelspel, de subtiel spelende ritmesectie en de fraaie gitaarlijnen zijn bijna net zo verleidelijk als de soulvolle zang. Frazey Ford komt misschien uit het koude Canada, maar creëert op haar nieuwe album een sfeer die je meesleept naar een veranda ergens aan de zuidelijke oevers van de Mississippi. Het tempo ligt laag, de muziek is loom, de zang broeierig; precies zoals de groten dit een aantal decennia geleden deden.
Frazey Ford is echter ook een kind van deze tijd en schuwt het aan de kaak stellen van de misstanden in onze huidige samenleving zeker niet en blijft strijden voor een betere wereld. De lat lag zoals gezegd idioot hoog na haar vorige album, maar Frazey Ford gaat er toch weer overheen. Indrukwekkend. Erwin Zijleman
Freakwater - Scheherazade (2016)

4,5
0
geplaatst: 28 februari 2016, 10:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Freakwater - Scheherazade - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Freakwater behoorde aan het eind van de jaren 80 tot de pioniers van de alt-country, maar was op hetzelfde moment aanjager van de beweging die de zeer traditionele country- en folkmuziek weer op de kaart wilde zetten.
Het leverde in de jaren 90 een vijftal uitstekende en ook zeer invloedrijke platen op, maar aan het eind van de jaren 90 werd het helaas stil rond de band rond Catherine Irwin en Janet Beveridge Bean.
In 2005 volgde nog een eveneens uitstekende comeback plaat, maar hierna leek het doek definitief gevallen voor het invloedrijke maar slechts in kleine kring op de juiste waarde geschatte Freakwater. Elf jaar na Thinking Of You zijn Catherine Irwin en Janet Beveridge Bean echter terug met een nieuwe plaat, Scheherazade.
Ook op Scheherazade laat Freakwater weer horen dat het voortborduurt op muzikale tradities die een eeuw of zelfs eeuwen oud zijn, maar dat het aan de andere kant ook kan vernieuwen. Zo kan een song (Down Will Come Baby) die begint in de voetsporen van de roemruchte Carter Family ontsporen in gitaargeweld en vervolgens via een paar banjo akkoorden weer terugkeren in het verre verleden.
Samen met gastmuzikanten als Warren Ellis (Nick Cave's Bad Seeds, The Dirty Three), James Elkington (Eleventh Dream Day, Tweedy), Evan Patterson (Young Widows) en min of meer vaste bassist David Wayne Gay, zetten Catherine Irwin en Janet Beveridge Bean een geluid neer dat je meesleept naar andere werelden. Het is een geluid dat is geworteld in tradities, maar het is ook een geluid dat durft te experimenteren en tegen de haren in durft te strijken.
Voor Freakwater liefhebbers van het eerste uur is het weer intens genieten van songs die verleiden en betoveren en je de Verenigde Staten van het heden maar vooral het verleden inslepen. Het ene moment waan je je in de kille Appalachen, het volgende moment is het toch weer vooral het broeierige Zuiden van de Verenigde Staten.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal geweldig (met een hoofdrol voor het geweldige gitaarwerk en het tegendraadse vioolspel van Warren Ellis), maar ook dit keer zijn het vooral de van vuur en emotie voorziene stemmen van de twee frontvrouwen die de muziek van Freakwater een unieke klank geven.
Verplichte kost voor een ieder die de vorige platen van de band in de kast heeft staan, maar ook een mooi startpunt voor het ontdekken van het oeuvre van een unieke band. Hier komt hij voorlopig niet uit de cd speler. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Freakwater - Scheherazade - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Freakwater behoorde aan het eind van de jaren 80 tot de pioniers van de alt-country, maar was op hetzelfde moment aanjager van de beweging die de zeer traditionele country- en folkmuziek weer op de kaart wilde zetten.
Het leverde in de jaren 90 een vijftal uitstekende en ook zeer invloedrijke platen op, maar aan het eind van de jaren 90 werd het helaas stil rond de band rond Catherine Irwin en Janet Beveridge Bean.
In 2005 volgde nog een eveneens uitstekende comeback plaat, maar hierna leek het doek definitief gevallen voor het invloedrijke maar slechts in kleine kring op de juiste waarde geschatte Freakwater. Elf jaar na Thinking Of You zijn Catherine Irwin en Janet Beveridge Bean echter terug met een nieuwe plaat, Scheherazade.
Ook op Scheherazade laat Freakwater weer horen dat het voortborduurt op muzikale tradities die een eeuw of zelfs eeuwen oud zijn, maar dat het aan de andere kant ook kan vernieuwen. Zo kan een song (Down Will Come Baby) die begint in de voetsporen van de roemruchte Carter Family ontsporen in gitaargeweld en vervolgens via een paar banjo akkoorden weer terugkeren in het verre verleden.
Samen met gastmuzikanten als Warren Ellis (Nick Cave's Bad Seeds, The Dirty Three), James Elkington (Eleventh Dream Day, Tweedy), Evan Patterson (Young Widows) en min of meer vaste bassist David Wayne Gay, zetten Catherine Irwin en Janet Beveridge Bean een geluid neer dat je meesleept naar andere werelden. Het is een geluid dat is geworteld in tradities, maar het is ook een geluid dat durft te experimenteren en tegen de haren in durft te strijken.
Voor Freakwater liefhebbers van het eerste uur is het weer intens genieten van songs die verleiden en betoveren en je de Verenigde Staten van het heden maar vooral het verleden inslepen. Het ene moment waan je je in de kille Appalachen, het volgende moment is het toch weer vooral het broeierige Zuiden van de Verenigde Staten.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal geweldig (met een hoofdrol voor het geweldige gitaarwerk en het tegendraadse vioolspel van Warren Ellis), maar ook dit keer zijn het vooral de van vuur en emotie voorziene stemmen van de twee frontvrouwen die de muziek van Freakwater een unieke klank geven.
Verplichte kost voor een ieder die de vorige platen van de band in de kast heeft staan, maar ook een mooi startpunt voor het ontdekken van het oeuvre van een unieke band. Hier komt hij voorlopig niet uit de cd speler. Erwin Zijleman
Free Range - Lost & Found (2025)

4,0
1
geplaatst: 31 maart 2025, 17:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Free Range - Lost & Found - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Free Range - Lost & Found
Free Range, een project van de Amerikaanse muzikant Sofia Jensen, debuteerde twee jaar geleden heel knap met het fraaie Practice, maar laat op Lost & Found een voller, mooier en ook interessanter geluid horen
Het duurde even voor ik twee jaar geleden onder de indruk raakte van Practice van Free Range, maar vervolgens was mijn liefde voor het debuutalbum van het project van de Amerikaanse muzikant Sofia Jensen ook onvoorwaardelijk. Vergeleken met het behoorlijk ruw klinkende Practice klinkt het deze week verschenen Lost & Found een stuk mooier, maar gepolijst klinken de songs van Sofia Jensen zeker niet. Het zijn songs met invloeden uit meerdere genres en het zijn songs die met veel gevoel worden vertolkt, waarbij opvalt dat de stem van Sofia Jensen alleen maar mooier is geworden. Free Range is in Nederland volslagen onbekend, maar check dit uitstekende album zeker eens.
De Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork zette me net iets meer dan twee jaar geleden op het spoor van Practice, het debuutalbum van Free Range. Het is een album dat ik bij eerste beluistering absoluut mooi maar niet heel erg bijzonder vond, maar langzaam maar zeker ben ik enorm gaan houden van het album.
Free Range is een project van Sofia Jensen uit Chicago, Illinois, die zichzelf ziet als een non-binair persoon, wat in het huidige en bizarre politieke klimaat in de Verenigde Staten vast niet eenvoudig is. Sofia Jensen was tijdens het opnemen van Practice pas 18 jaar oud, maar het debuutalbum van Free Range bleek een opvallend volwassen album.
Sofia Jensen balanceerde op het debuutalbum van Free Range op het snijvlak van folk, Americana en indierock en maakte indruk met songs die op het eerste gehoor misschien niet heel bijzonder klonken, maar steeds mooier en indringender werden. De Amerikaanse muzikant maakte bovendien indruk met een mooie stem, die ouder klonk dan de achttien jaar die Sofia Jensen tijdens het opnemen van het album oud was.
Pitchfork heeft het deze week verschenen tweede album van Free Range helaas niet opgenomen in de lijst met nieuwe albums die je zeker moet beluisteren, maar gelukkig kwam ik Lost & Found zelf tegen in een lijstje met nieuwe releases en bovendien was dit keer de Amerikaanse muziekwebsite Paste bij de les.
Free Range leek twee jaar geleden nog een soloproject van Sofia Jensen, maar wordt inmiddels gepresenteerd als een band. Dat hoor je ook wel op het tweede album van Free Range dat voller klinkt dan het debuutalbum. Er zijn wat extra instrumenten toegevoegd aan het geluid, wat in ieder geval zorgt voor iets warmere klanken. Met name de rol van de piano is flink toegenomen, wat zorgt voor een sfeervoller geluid.
De muziek van Free Range is nog altijd redelijk sober, maar Lost & Found klinkt rijker dan zijn wat Spartaanse voorganger en dat vind ik persoonlijk een verbetering. Sofia Jensen, inmiddels 21, heeft dit keer ook meer oog gehad voor de productie, want het tweede album van Free Range klinkt veel mooier dan het debuutalbum. Nu voorzag het ruwe en Spartaanse karakter van Practice het album wel van een bepaalde charme, maar ik heb toch een duidelijke voorkeur voor het geluid op Lost & Found.
Ook de zang komt veel mooier uit de speakers, wat deels de verdienste zal zijn van de fraaie productie, maar Sofia Jensen is ook beter gaan zingen. Net als op Practice zit de zang van de muzikant uit Chicago, Illinois, vol emotie, waardoor de songs op Lost & Found makkelijk indruk maken.
Ik twijfelde bij eerste beluistering van het debuutalbum van Free Range nog wel wat over het onderscheidend vermogen van de muziek van Free Range, maar bij eerste beluistering van Lost & Found maakte ik me hier geen zorgen over. De songs van Sofia Jensen klinken teder en intiem, maar kunnen ook een aangenaam ruw randje hebben.
Bovendien slaagt Free Range er ook dit keer in om op het snijvlak van meerdere genres te opereren, met dit keer indiefolk, Americana en een subtiel vleugje indierock als belangrijkste ingrediënten. Elliott Smith is de muzikale held van Sofia Jensen en ook dat hoor je op het album, dat hier en daar wel wat heeft van de muziek die Elliott Smith maakte voor hij, deels tegen wil en dank, doorbrak naar een groter publiek. Lost & Found van Free Range is geen album dat veel aandacht trekt, maar verdient deze aandacht absoluut. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Free Range - Lost & Found - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Free Range - Lost & Found
Free Range, een project van de Amerikaanse muzikant Sofia Jensen, debuteerde twee jaar geleden heel knap met het fraaie Practice, maar laat op Lost & Found een voller, mooier en ook interessanter geluid horen
Het duurde even voor ik twee jaar geleden onder de indruk raakte van Practice van Free Range, maar vervolgens was mijn liefde voor het debuutalbum van het project van de Amerikaanse muzikant Sofia Jensen ook onvoorwaardelijk. Vergeleken met het behoorlijk ruw klinkende Practice klinkt het deze week verschenen Lost & Found een stuk mooier, maar gepolijst klinken de songs van Sofia Jensen zeker niet. Het zijn songs met invloeden uit meerdere genres en het zijn songs die met veel gevoel worden vertolkt, waarbij opvalt dat de stem van Sofia Jensen alleen maar mooier is geworden. Free Range is in Nederland volslagen onbekend, maar check dit uitstekende album zeker eens.
De Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork zette me net iets meer dan twee jaar geleden op het spoor van Practice, het debuutalbum van Free Range. Het is een album dat ik bij eerste beluistering absoluut mooi maar niet heel erg bijzonder vond, maar langzaam maar zeker ben ik enorm gaan houden van het album.
Free Range is een project van Sofia Jensen uit Chicago, Illinois, die zichzelf ziet als een non-binair persoon, wat in het huidige en bizarre politieke klimaat in de Verenigde Staten vast niet eenvoudig is. Sofia Jensen was tijdens het opnemen van Practice pas 18 jaar oud, maar het debuutalbum van Free Range bleek een opvallend volwassen album.
Sofia Jensen balanceerde op het debuutalbum van Free Range op het snijvlak van folk, Americana en indierock en maakte indruk met songs die op het eerste gehoor misschien niet heel bijzonder klonken, maar steeds mooier en indringender werden. De Amerikaanse muzikant maakte bovendien indruk met een mooie stem, die ouder klonk dan de achttien jaar die Sofia Jensen tijdens het opnemen van het album oud was.
Pitchfork heeft het deze week verschenen tweede album van Free Range helaas niet opgenomen in de lijst met nieuwe albums die je zeker moet beluisteren, maar gelukkig kwam ik Lost & Found zelf tegen in een lijstje met nieuwe releases en bovendien was dit keer de Amerikaanse muziekwebsite Paste bij de les.
Free Range leek twee jaar geleden nog een soloproject van Sofia Jensen, maar wordt inmiddels gepresenteerd als een band. Dat hoor je ook wel op het tweede album van Free Range dat voller klinkt dan het debuutalbum. Er zijn wat extra instrumenten toegevoegd aan het geluid, wat in ieder geval zorgt voor iets warmere klanken. Met name de rol van de piano is flink toegenomen, wat zorgt voor een sfeervoller geluid.
De muziek van Free Range is nog altijd redelijk sober, maar Lost & Found klinkt rijker dan zijn wat Spartaanse voorganger en dat vind ik persoonlijk een verbetering. Sofia Jensen, inmiddels 21, heeft dit keer ook meer oog gehad voor de productie, want het tweede album van Free Range klinkt veel mooier dan het debuutalbum. Nu voorzag het ruwe en Spartaanse karakter van Practice het album wel van een bepaalde charme, maar ik heb toch een duidelijke voorkeur voor het geluid op Lost & Found.
Ook de zang komt veel mooier uit de speakers, wat deels de verdienste zal zijn van de fraaie productie, maar Sofia Jensen is ook beter gaan zingen. Net als op Practice zit de zang van de muzikant uit Chicago, Illinois, vol emotie, waardoor de songs op Lost & Found makkelijk indruk maken.
Ik twijfelde bij eerste beluistering van het debuutalbum van Free Range nog wel wat over het onderscheidend vermogen van de muziek van Free Range, maar bij eerste beluistering van Lost & Found maakte ik me hier geen zorgen over. De songs van Sofia Jensen klinken teder en intiem, maar kunnen ook een aangenaam ruw randje hebben.
Bovendien slaagt Free Range er ook dit keer in om op het snijvlak van meerdere genres te opereren, met dit keer indiefolk, Americana en een subtiel vleugje indierock als belangrijkste ingrediënten. Elliott Smith is de muzikale held van Sofia Jensen en ook dat hoor je op het album, dat hier en daar wel wat heeft van de muziek die Elliott Smith maakte voor hij, deels tegen wil en dank, doorbrak naar een groter publiek. Lost & Found van Free Range is geen album dat veel aandacht trekt, maar verdient deze aandacht absoluut. Erwin Zijleman
Free Range - Practice (2023)

4,0
0
geplaatst: 24 maart 2023, 15:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Free Range - Practice - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Free Range - Practice
Free Range, het alter ego van de Amerikaanse muzikant Sofia Jensen, heeft met Practice een op het eerste gehoor weinig onderscheidend, maar uiteindelijk toch opvallend mooi debuutalbum afgeleverd
Practice van Free Range verscheen een paar weken geleden, maar heeft in Nederland helaas weinig aandacht gekregen. In de VS was er meer aandacht, met onder andere een zeer positieve recensie van Pitchfork, en dat is volkomen terecht. Het alter ego van Sofia Jensen uit Chicago opereert in een overvol genre, maar wanneer je Practice wat vaker hoort, merk je dat haar songs iets bijzonders hebben. Hoe vaker ik naar dit fraaie ‘coming of age’ album luister, hoe meer ik het idee krijg dat Free Range zich met Practice schaart onder de grote beloften van de indiefolk, indierock en indiepop, want Sofia Jensen kan in alle drie de genres uit de voeten. Absoluut een album dus dat ook in Nederland alle aandacht verdient.
Het is momenteel zo druk in de vijver met jonge en vooral vrouwelijke singer-songwriters die indiepop, indierock of indiefolk maken dat ik noodgedwongen ook albums die boven het maaiveld uit steken moet laten liggen. Het gebeurde vorige maand met Practice, het debuutalbum van Free Range.
Free Range is het alter ego van Sofia Jensen uit Chicago, Illinois, en Practice is het debuutalbum van de muzikant die zichzelf ziet als een non-binair persoon. Sofia Jensen is pas achttien jaar oud, maar heeft een volwassen klinkend album afgeleverd. Het is een album dat vooral in het hokje indiefolk zal worden geduwd, maar Practice verwerkt ook zeker invloeden uit de indierock en de indiepop.
De muzikant uit Chicago nam het debuutalbum op uiteenlopende plekken op en deed dit met bescheiden middelen. Desondanks is Practice een mooi en verzorgd klinkend album, dat zich misschien niet kan meten met de albums van de groten in het genre, maar wat mij betreft wel flink wat belofte laat horen.
Sofia Jensen tekende voor alle songs op het album, bespeelde naast akoestische en elektrische gitaren ook nog het orgel, de piano en keyboards en was uiteraard verantwoordelijk voor de leadvocalen. Bevriende muzikanten tekenden voor bas, drums, pedal steel en achtergrondvocalen, waardoor Practice zeker geen heel sober indiefolk album is geworden. Sofia Jensen maakte in het verleden overigens veel stevigere muziek en dat hoor je op Practice.
Bij eerste beluistering vond ik het debuutalbum van Free Range een aardig album, maar vond ik de muziek van de singer-songwriter uit Chicago niet heel onderscheidend. Er zijn de afgelopen jaren heel veel albums verschenen in dit genre, dus het valt ook niet mee om je nog te onderscheiden. Ik selecteerde Practice daarom in eerste instantie niet voor een plekje op de krenten uit de pop, maar merkte de afgelopen weken dat mijn aandacht toch steeds weer naar het debuut van Sofia Jensen werd getrokken en dat de songs op het album steeds beter werden.
De jonge Amerikaanse muzikant beschikt over een hele aangename maar ook karakteristieke stem, die rijper klinkt dan je zou verwachten van iemand van 18 jaar oud. Ook de net wat afwijkende inkleuring van de songs op Practice maakt het album wat mij betreft net wat interessanter dan de meeste albums van de tijd- en leeftijdgenoten van Sofia Jensen.
Hetzelfde geldt voor de songs, die misschien niet zo heel veel afwijken van de songs die in dit genre de afgelopen jaren gebruikelijk zijn, maar wel bijzonder lekker blijven hangen en een flinke dosis muzikaal talent verraden. Ondanks de melancholie in de zang, die me af en toe wel wat doet denken aan Phoebe Bridgers, is Practice ook nog eens een zonnig klinkend album, dat het steeds beter doet nu de winter langzaam maar zeker uit het land wordt verdreven.
Practice van Free Range is zoals gezegd een album dat wat mij betreft in het genre boven het maaiveld uitsteekt, maar het album bevat ook een aantal songs die niet onder doen voor die van de smaakmakers in het genre, zeker wanneer de teksten, die met name gaan over alle strubbelingen rond het volwassen worden, nog net iets persoonlijker zijn.
En omdat ik Practice de afgelopen weken alleen maar leuker en interessanter ben gaan vinden is het volgens mij niet overdreven om de piepjonge Sofia Jensen te scharen onder de beloften in het genre. Wat dat betreft is het jammer dat het debuutalbum van Free Range flink is ondergesneeuwd vorige maand, maar hopelijk komen nog flink wat muziekliefhebbers, net als ik, tot inkeer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Free Range - Practice - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Free Range - Practice
Free Range, het alter ego van de Amerikaanse muzikant Sofia Jensen, heeft met Practice een op het eerste gehoor weinig onderscheidend, maar uiteindelijk toch opvallend mooi debuutalbum afgeleverd
Practice van Free Range verscheen een paar weken geleden, maar heeft in Nederland helaas weinig aandacht gekregen. In de VS was er meer aandacht, met onder andere een zeer positieve recensie van Pitchfork, en dat is volkomen terecht. Het alter ego van Sofia Jensen uit Chicago opereert in een overvol genre, maar wanneer je Practice wat vaker hoort, merk je dat haar songs iets bijzonders hebben. Hoe vaker ik naar dit fraaie ‘coming of age’ album luister, hoe meer ik het idee krijg dat Free Range zich met Practice schaart onder de grote beloften van de indiefolk, indierock en indiepop, want Sofia Jensen kan in alle drie de genres uit de voeten. Absoluut een album dus dat ook in Nederland alle aandacht verdient.
Het is momenteel zo druk in de vijver met jonge en vooral vrouwelijke singer-songwriters die indiepop, indierock of indiefolk maken dat ik noodgedwongen ook albums die boven het maaiveld uit steken moet laten liggen. Het gebeurde vorige maand met Practice, het debuutalbum van Free Range.
Free Range is het alter ego van Sofia Jensen uit Chicago, Illinois, en Practice is het debuutalbum van de muzikant die zichzelf ziet als een non-binair persoon. Sofia Jensen is pas achttien jaar oud, maar heeft een volwassen klinkend album afgeleverd. Het is een album dat vooral in het hokje indiefolk zal worden geduwd, maar Practice verwerkt ook zeker invloeden uit de indierock en de indiepop.
De muzikant uit Chicago nam het debuutalbum op uiteenlopende plekken op en deed dit met bescheiden middelen. Desondanks is Practice een mooi en verzorgd klinkend album, dat zich misschien niet kan meten met de albums van de groten in het genre, maar wat mij betreft wel flink wat belofte laat horen.
Sofia Jensen tekende voor alle songs op het album, bespeelde naast akoestische en elektrische gitaren ook nog het orgel, de piano en keyboards en was uiteraard verantwoordelijk voor de leadvocalen. Bevriende muzikanten tekenden voor bas, drums, pedal steel en achtergrondvocalen, waardoor Practice zeker geen heel sober indiefolk album is geworden. Sofia Jensen maakte in het verleden overigens veel stevigere muziek en dat hoor je op Practice.
Bij eerste beluistering vond ik het debuutalbum van Free Range een aardig album, maar vond ik de muziek van de singer-songwriter uit Chicago niet heel onderscheidend. Er zijn de afgelopen jaren heel veel albums verschenen in dit genre, dus het valt ook niet mee om je nog te onderscheiden. Ik selecteerde Practice daarom in eerste instantie niet voor een plekje op de krenten uit de pop, maar merkte de afgelopen weken dat mijn aandacht toch steeds weer naar het debuut van Sofia Jensen werd getrokken en dat de songs op het album steeds beter werden.
De jonge Amerikaanse muzikant beschikt over een hele aangename maar ook karakteristieke stem, die rijper klinkt dan je zou verwachten van iemand van 18 jaar oud. Ook de net wat afwijkende inkleuring van de songs op Practice maakt het album wat mij betreft net wat interessanter dan de meeste albums van de tijd- en leeftijdgenoten van Sofia Jensen.
Hetzelfde geldt voor de songs, die misschien niet zo heel veel afwijken van de songs die in dit genre de afgelopen jaren gebruikelijk zijn, maar wel bijzonder lekker blijven hangen en een flinke dosis muzikaal talent verraden. Ondanks de melancholie in de zang, die me af en toe wel wat doet denken aan Phoebe Bridgers, is Practice ook nog eens een zonnig klinkend album, dat het steeds beter doet nu de winter langzaam maar zeker uit het land wordt verdreven.
Practice van Free Range is zoals gezegd een album dat wat mij betreft in het genre boven het maaiveld uitsteekt, maar het album bevat ook een aantal songs die niet onder doen voor die van de smaakmakers in het genre, zeker wanneer de teksten, die met name gaan over alle strubbelingen rond het volwassen worden, nog net iets persoonlijker zijn.
En omdat ik Practice de afgelopen weken alleen maar leuker en interessanter ben gaan vinden is het volgens mij niet overdreven om de piepjonge Sofia Jensen te scharen onder de beloften in het genre. Wat dat betreft is het jammer dat het debuutalbum van Free Range flink is ondergesneeuwd vorige maand, maar hopelijk komen nog flink wat muziekliefhebbers, net als ik, tot inkeer. Erwin Zijleman
French for Rabbits - The Overflow (2021)

4,0
0
geplaatst: 20 december 2021, 22:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: French For Rabbits - The Overflow - dekrentenuitdepop.blogspot.com
French For Rabbits - The Overflow
Wat van je van ver haalt is echt niet altijd lekkerder, maar voor de zoete en dromerige verleiding van de Nieuw-Zeelandse band French For Rabbits op The Overflow gaat het oude gezegde zeker op
The Overflow is mijn derde kennismaking met de muziek van de Nieuw-Zeelandse band French For Rabbits, maar waar de vorige twee albums van de band uit Wellington me pas na een tijd wisten te veroveren, had het derde album van de band me vrij snel te pakken. French For Rabbits staat voor heel veel zoete verleiding, maar de dromerige muziek van de band zit knap in elkaar en ook op de zang van boegbeeld Brooke Singer heb ik echt niets aan te merken. Naarmate ik dit album vaker hoor, wordt het echt alleen maar beter. French For Rabbits staat garant voor zoete en dromerige klanken, maar prikkelt ook continu de fantasie. Bijzonder album van een bijzondere band.
Ik ging er eerlijk gezegd van uit dat ik de vorige twee albums van de Nieuw-Zeelandse band French For Rabbits had besproken op deze BLOG, maar ik vind zowel Spirits uit 2014 als The Weight Of Melted Snow uit 2019 niet terug, terwijl ik beide albums wel met enige regelmaat heb beluisterd de afgelopen jaren en er uiteindelijk van onder de indruk was.
The Overflow, het derde album van de band uit Wellington, staat er nu in ieder geval wel op en daar valt wat mij betreft niet veel op af te dingen. Net als op haar vorige twee albums maakt French For Rabbits op album nummer drie bijzonder lekker in het gehoor liggende muziek. Het is muziek die kan worden omschreven als honingzoet, maar ook het predicaat verwarmend of het predicaat gloedvol is zeker van toepassing op The Overflow.
Het geluid van French For Rabbits wordt voor een belangrijk deel bepaald door de dromerige en zoete vocalen van zangeres Brooke Singer. De Nieuw-Zeelandse zangeres beschikt over een stem die je verafschuwt of waar je als een blok voor valt en ik behoor ook dit keer zonder enige twijfel weer tot de tweede categorie. De stem van Brooke Singer is zoet en verleidelijk, maar ondertussen mist ze geen noot en slaagt ze er bovendien in om de songs van haar band steeds net wat anders in te kleuren.
Die steeds net wat andere inkleuring komt terug in de instrumentatie, die altijd warm en sfeervol is, maar die ook buiten de lijntjes van de zwoele verleiding durft te kleuren. Het is een instrumentatie waarin organische en elektronische klanken fraai worden gecombineerd en waarin steeds net wat andere klanken en invloeden de overhand hebben.
De muziek van French For Rabbits klinkt in de meeste gevallen sfeervol en gepolijst, maar ik hoor in iedere track ook verrassende wendingen, waardoor de muziek van French For Rabbits veel interessanter is dan je bij vluchtige beluistering zult vermoeden. Het is muziek die zich lastig in een hokje laat duwen. French For Rabbits kom je vaak tegen in de hokjes dreampop en folkpop, maar dat is het allebei toch niet. Ik hou het maar op smaakvolle pop, al is dat ook geen optimaal hokje.
Ik begrijp inmiddels wel waarom de vorige twee albums van de Nieuw-Zeelandse band uiteindelijk niet op deze BLOG zijn terecht gekomen. The Overflow klinkt, net als zijn twee voorgangers, bij eerste beluistering vooral aangenaam en misschien nog niet heel bijzonder, maar het is een album dat tijd nodig heeft.
Zeker nadat ik The Overflow met de koptelefoon had beluisterd, raakte ik steeds meer onder de indruk van het album. Dan pas hoor je immers hoe mooi de zang op het album is en bovendien hoor je hoeveel moois er zit verstopt in de tien songs. Zowel in muzikaal als in vocaal opzicht is The Overflow van hoog niveau en ook de songs van de band zijn zeker niet alledaags. Hetzelfde geldt voor de vele invloeden die de band uit Wellington weet te incorporeren in haar muziek, met dit keer ook flink wat inspiratie uit de jaren 80.
French For Rabbits heeft een album gemaakt dat de Nieuw-Zeelandse zomer vast prachtig in gaat kleuren, maar ook in de Nederlandse winter doet dit album het echt uitstekend. The Overflow verwarmt direct vanaf de eerste noten, maar de verleiding van de Nieuw-Zeelandse band wordt alleen maar sterker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: French For Rabbits - The Overflow - dekrentenuitdepop.blogspot.com
French For Rabbits - The Overflow
Wat van je van ver haalt is echt niet altijd lekkerder, maar voor de zoete en dromerige verleiding van de Nieuw-Zeelandse band French For Rabbits op The Overflow gaat het oude gezegde zeker op
The Overflow is mijn derde kennismaking met de muziek van de Nieuw-Zeelandse band French For Rabbits, maar waar de vorige twee albums van de band uit Wellington me pas na een tijd wisten te veroveren, had het derde album van de band me vrij snel te pakken. French For Rabbits staat voor heel veel zoete verleiding, maar de dromerige muziek van de band zit knap in elkaar en ook op de zang van boegbeeld Brooke Singer heb ik echt niets aan te merken. Naarmate ik dit album vaker hoor, wordt het echt alleen maar beter. French For Rabbits staat garant voor zoete en dromerige klanken, maar prikkelt ook continu de fantasie. Bijzonder album van een bijzondere band.
Ik ging er eerlijk gezegd van uit dat ik de vorige twee albums van de Nieuw-Zeelandse band French For Rabbits had besproken op deze BLOG, maar ik vind zowel Spirits uit 2014 als The Weight Of Melted Snow uit 2019 niet terug, terwijl ik beide albums wel met enige regelmaat heb beluisterd de afgelopen jaren en er uiteindelijk van onder de indruk was.
The Overflow, het derde album van de band uit Wellington, staat er nu in ieder geval wel op en daar valt wat mij betreft niet veel op af te dingen. Net als op haar vorige twee albums maakt French For Rabbits op album nummer drie bijzonder lekker in het gehoor liggende muziek. Het is muziek die kan worden omschreven als honingzoet, maar ook het predicaat verwarmend of het predicaat gloedvol is zeker van toepassing op The Overflow.
Het geluid van French For Rabbits wordt voor een belangrijk deel bepaald door de dromerige en zoete vocalen van zangeres Brooke Singer. De Nieuw-Zeelandse zangeres beschikt over een stem die je verafschuwt of waar je als een blok voor valt en ik behoor ook dit keer zonder enige twijfel weer tot de tweede categorie. De stem van Brooke Singer is zoet en verleidelijk, maar ondertussen mist ze geen noot en slaagt ze er bovendien in om de songs van haar band steeds net wat anders in te kleuren.
Die steeds net wat andere inkleuring komt terug in de instrumentatie, die altijd warm en sfeervol is, maar die ook buiten de lijntjes van de zwoele verleiding durft te kleuren. Het is een instrumentatie waarin organische en elektronische klanken fraai worden gecombineerd en waarin steeds net wat andere klanken en invloeden de overhand hebben.
De muziek van French For Rabbits klinkt in de meeste gevallen sfeervol en gepolijst, maar ik hoor in iedere track ook verrassende wendingen, waardoor de muziek van French For Rabbits veel interessanter is dan je bij vluchtige beluistering zult vermoeden. Het is muziek die zich lastig in een hokje laat duwen. French For Rabbits kom je vaak tegen in de hokjes dreampop en folkpop, maar dat is het allebei toch niet. Ik hou het maar op smaakvolle pop, al is dat ook geen optimaal hokje.
Ik begrijp inmiddels wel waarom de vorige twee albums van de Nieuw-Zeelandse band uiteindelijk niet op deze BLOG zijn terecht gekomen. The Overflow klinkt, net als zijn twee voorgangers, bij eerste beluistering vooral aangenaam en misschien nog niet heel bijzonder, maar het is een album dat tijd nodig heeft.
Zeker nadat ik The Overflow met de koptelefoon had beluisterd, raakte ik steeds meer onder de indruk van het album. Dan pas hoor je immers hoe mooi de zang op het album is en bovendien hoor je hoeveel moois er zit verstopt in de tien songs. Zowel in muzikaal als in vocaal opzicht is The Overflow van hoog niveau en ook de songs van de band zijn zeker niet alledaags. Hetzelfde geldt voor de vele invloeden die de band uit Wellington weet te incorporeren in haar muziek, met dit keer ook flink wat inspiratie uit de jaren 80.
French For Rabbits heeft een album gemaakt dat de Nieuw-Zeelandse zomer vast prachtig in gaat kleuren, maar ook in de Nederlandse winter doet dit album het echt uitstekend. The Overflow verwarmt direct vanaf de eerste noten, maar de verleiding van de Nieuw-Zeelandse band wordt alleen maar sterker. Erwin Zijleman
Fretland - Could Have Loved You (2021)

4,5
0
geplaatst: 27 maart 2021, 09:34 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fretland - Could Have Loved You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Fretland - Could Have Loved You
Fretland overweldigde vorig jaar met een werkelijk fantastisch debuut, maar kiest nu voor een meer ingetogen geluid, dat misschien niet direct imponeert, maar als snel van een bijzondere schoonheid blijkt
Het titelloze debuut van de Amerikaanse band Fretland hoort wat mij betreft bij de beste albums van 2020. Nog geen jaar later is de band terug met een nieuw album. Vergeleken met het uitbundige geluid op het debuut klinkt Could Have Loved You introspectief en meer ingetogen, maar de uithalen die het debuut zoveel glans gaven zijn zeker niet verdwenen uit de muziek van Fretland. Bovendien is ook het meer ingetogen geluid van een bijzondere schoonheid en klinkt de zang van Hillary Grace Fretland nog net wat mooier dan op het debuut. Fretland schaarde zich een jaar geleden in één klap onder mijn favoriete bands en bevestigt deze status met het prachtige Could Have Loved You.
De Amerikaanse band Fretland debuteerde nog geen jaar geleden met een titelloos album dat aan het eind van het jaar hoog opdook in mijn jaarlijstje. De band uit Snohomish, Washington, maakte op haar debuut indruk met een fraai Americana geluid met een hoofdrol voor gitaren, met songs die zich genadeloos opdrongen en met de even mooie als gloedvolle vocalen van zangeres Hillary Grace Fretland.
De band kon sinds de release van haar debuut in de lente van 2020 niet veel meer dan het opnemen van nieuwe muziek, waardoor we deze week al kunnen genieten van het tweede album van Fretland. Could Have Loved You ligt voor een deel in het verlengde van het terecht zo goed ontvangen debuut, maar klinkt toch ook duidelijk anders dan dit debuut.
Vorig jaar mocht het gitaarwerk zo af en toe nog flink ontsporen in de muziek van Fretland en kwam de zang vaak uit de tenen, maar op haar tweede album kiest de Amerikaanse band voor een meer ingetogen geluid. Het is een geluid dat op het eerste gehoor wat minder onderscheidend is dan het geluid op het debuut, maar nu ik het album flink wat keren heb gehoord kan ik ook alleen maar concluderen dat de muziek van Fretland aan schoonheid heeft gewonnen en niet aan kracht heeft ingeboet.
Zowel de instrumentatie als de zang op Could Have Loved You zijn minder uitbundig dan op het debuut van de band. Je hoort het direct in de openingstrack waarin akoestische gitaren domineren en Hillary Grace Fretland zacht en ingetogen zingt.
Could Have Loved You klinkt niet alleen meer ingetogen maar ook minder geproduceerd dan het titelloze debuut van Fretland. Het is de muziek zoals die noodgedwongen wordt gemaakt tijdens de coronapandemie, maar ook met een meer ingetogen geluid overtuigt Fretland makkelijk.
De verschillen met het debuut van de band moeten ook niet overdreven worden. Ook op Could Have Loved You duiken de elektrische gitaren met enige regelmaat op en ook de gloedvolle vocalen die het debuut zo imponerend maakte zijn zeker niet helemaal verdwenen, waardoor de muziek van Fretland aan dynamiek heeft gewonnen.
De Amerikaanse band valt ook op haar nieuwe album op met een mooi klinkende instrumentatie. Het is er een zonder al teveel opsmuk en het is er een waarin de gitaren domineren, maar hier en daar zijn fraaie accenten te horen, onder andere van de in het genre onmisbare pedal steel.
Persoonlijk bevalt het meer ingetogen geluid me wel. Het is een geluid dat doet verlangen naar lome zomerdagen en naar tijden waarin de pandemie van het afgelopen jaar slechts een boze droom is.
Nu de gitaren nog maar heel af en toe fel uithalen kan Hillary Grace Fretland wat zachter zingen en dat klinkt echt prachtig, al is het maar omdat de enkele wat stevigere uithaal nu veel meer opvalt. Could Have Loved You laat ook nog eens groei horen in de songs, die van een wat consistenter niveau zijn, wat meer de variatie zoeken en ook wat persoonlijker zijn, met verloren liefdes als centraal thema.
Het tweede album van Fretland laat zich, net als zijn voorganger, beluisteren als een tijdloos Americana album en waar het debuut van de band uit Washington State bol stond van de belofte, maakt Fretland deze belofte op Could Have Loved You meer dan waar. Het was in het begin even wennen aan het meer in getogen geluid, maar nu ik Could Have Loved You vaker heb gehoord vind ik het album misschien nog wel mooier dan de zo imponerende voorganger. Wat een geweldige band. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Fretland - Could Have Loved You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Fretland - Could Have Loved You
Fretland overweldigde vorig jaar met een werkelijk fantastisch debuut, maar kiest nu voor een meer ingetogen geluid, dat misschien niet direct imponeert, maar als snel van een bijzondere schoonheid blijkt
Het titelloze debuut van de Amerikaanse band Fretland hoort wat mij betreft bij de beste albums van 2020. Nog geen jaar later is de band terug met een nieuw album. Vergeleken met het uitbundige geluid op het debuut klinkt Could Have Loved You introspectief en meer ingetogen, maar de uithalen die het debuut zoveel glans gaven zijn zeker niet verdwenen uit de muziek van Fretland. Bovendien is ook het meer ingetogen geluid van een bijzondere schoonheid en klinkt de zang van Hillary Grace Fretland nog net wat mooier dan op het debuut. Fretland schaarde zich een jaar geleden in één klap onder mijn favoriete bands en bevestigt deze status met het prachtige Could Have Loved You.
De Amerikaanse band Fretland debuteerde nog geen jaar geleden met een titelloos album dat aan het eind van het jaar hoog opdook in mijn jaarlijstje. De band uit Snohomish, Washington, maakte op haar debuut indruk met een fraai Americana geluid met een hoofdrol voor gitaren, met songs die zich genadeloos opdrongen en met de even mooie als gloedvolle vocalen van zangeres Hillary Grace Fretland.
De band kon sinds de release van haar debuut in de lente van 2020 niet veel meer dan het opnemen van nieuwe muziek, waardoor we deze week al kunnen genieten van het tweede album van Fretland. Could Have Loved You ligt voor een deel in het verlengde van het terecht zo goed ontvangen debuut, maar klinkt toch ook duidelijk anders dan dit debuut.
Vorig jaar mocht het gitaarwerk zo af en toe nog flink ontsporen in de muziek van Fretland en kwam de zang vaak uit de tenen, maar op haar tweede album kiest de Amerikaanse band voor een meer ingetogen geluid. Het is een geluid dat op het eerste gehoor wat minder onderscheidend is dan het geluid op het debuut, maar nu ik het album flink wat keren heb gehoord kan ik ook alleen maar concluderen dat de muziek van Fretland aan schoonheid heeft gewonnen en niet aan kracht heeft ingeboet.
Zowel de instrumentatie als de zang op Could Have Loved You zijn minder uitbundig dan op het debuut van de band. Je hoort het direct in de openingstrack waarin akoestische gitaren domineren en Hillary Grace Fretland zacht en ingetogen zingt.
Could Have Loved You klinkt niet alleen meer ingetogen maar ook minder geproduceerd dan het titelloze debuut van Fretland. Het is de muziek zoals die noodgedwongen wordt gemaakt tijdens de coronapandemie, maar ook met een meer ingetogen geluid overtuigt Fretland makkelijk.
De verschillen met het debuut van de band moeten ook niet overdreven worden. Ook op Could Have Loved You duiken de elektrische gitaren met enige regelmaat op en ook de gloedvolle vocalen die het debuut zo imponerend maakte zijn zeker niet helemaal verdwenen, waardoor de muziek van Fretland aan dynamiek heeft gewonnen.
De Amerikaanse band valt ook op haar nieuwe album op met een mooi klinkende instrumentatie. Het is er een zonder al teveel opsmuk en het is er een waarin de gitaren domineren, maar hier en daar zijn fraaie accenten te horen, onder andere van de in het genre onmisbare pedal steel.
Persoonlijk bevalt het meer ingetogen geluid me wel. Het is een geluid dat doet verlangen naar lome zomerdagen en naar tijden waarin de pandemie van het afgelopen jaar slechts een boze droom is.
Nu de gitaren nog maar heel af en toe fel uithalen kan Hillary Grace Fretland wat zachter zingen en dat klinkt echt prachtig, al is het maar omdat de enkele wat stevigere uithaal nu veel meer opvalt. Could Have Loved You laat ook nog eens groei horen in de songs, die van een wat consistenter niveau zijn, wat meer de variatie zoeken en ook wat persoonlijker zijn, met verloren liefdes als centraal thema.
Het tweede album van Fretland laat zich, net als zijn voorganger, beluisteren als een tijdloos Americana album en waar het debuut van de band uit Washington State bol stond van de belofte, maakt Fretland deze belofte op Could Have Loved You meer dan waar. Het was in het begin even wennen aan het meer in getogen geluid, maar nu ik Could Have Loved You vaker heb gehoord vind ik het album misschien nog wel mooier dan de zo imponerende voorganger. Wat een geweldige band. Erwin Zijleman
Fretland - Fretland (2020)

4,5
0
geplaatst: 23 mei 2020, 10:11 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fretland - Fretland - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Fretland - Fretland
De Amerikaanse band Fretland imponeert met een rijk en veelkleurig debuut dat wordt gedragen door de mooie instrumentatie en de gepassioneerde zang van de frontvrouw van de band
Ik had tot voor kort nog nooit van Fretland gehoord, maar wat heeft de band een overweldigend debuut afgeleverd. Het titelloze debuut van de band grossiert in geweldige songs vol verrassingen, klinkt in muzikaal opzicht prachtig en veelkleurig en imponeert met de gloedvolle vocalen van de frontvrouw van de band. Fretland past in het hokje Americana, maar zoekt continu de grenzen van het genre op, wat een gevarieerd maar ook consistent klinkend album oplevert. Het is momenteel overleven voor beginnende muzikanten, maar met dit prachtdebuut kan Fretland wel even vooruit.
De Amerikaanse band Fretland begon 16 maanden geleden een crowdfunding campagne voor het opnemen van een debuutalbum, dat afgelopen herfst het daglicht zou moeten zien. Toen het benodigde geld eenmaal bij elkaar was gesprokkeld bleek het opnemen en uitbrengen van een album toch wat complexer dan eerder verwacht, maar deze week verscheen dan eindelijk het titelloze debuut van de band uit Snohomish, een klein plaatsje te midden van de vele nationale parken in Washington State, op zo’n drieënhalf uur rijden van Seattle.
Muzikanten zijn op het moment niet te benijden en voor een debuterende band als Fretland, die momenteel eigenlijk in Europa had moeten touren, moet het nog een stuk zwaarder zijn. De band heeft gelukkig wel een album opgeleverd waarmee het vooruit kan en het is een album dat echt alle aandacht verdient.
Boegbeeld van de band is zangeres Hillary Grace Fretland, die met haar krachtige stem het geluid van de band voor een belangrijk deel bepaalt. Het is een mooie en karakteristieke stem die fraai uit kan halen, maar die ook warm en ingetogen kan klinken. De stem van de frontvrouw is het sterkste wapen van Fretland, maar zeker niet het enige wapen waarmee de Amerikaanse band opzien baart.
De drie overige muzikanten van de band kiezen op het debuut van een band voor een lekker vol geluid, waarin de gitaren wat steviger mogen klinken dan gebruikelijk binnen de Americana, want dat is uiteindelijk het hokje waar het eerste album van Fretland het vaakst in geduwd zal worden, maar het is ook een veelkleurig geluid, waarin steeds het prachtige gitaarwerk opvalt. In de openingstrack mogen de gitaren nog voorzichtig ontsporen, maar in de track die volgt overheersen zonnige en rootsy gitaarlijnen. Ik heb helaas maar weinig informatie over het debuut van de Amerikaanse band, maar hoor in ieder geval dat naast het heerlijke gitaarwerk van de band ook nog fraaie bijdragen van onder andere pedal steel, piano en orgel zijn toegevoegd in de soms behoorlijk lange tracks.
Het levert een bijzonder aangenaam album op dat ook nog eens bijzonder vakkundig is opgenomen en geproduceerd door engineer Nich Wilbur, werkte met Angel Olsen en de gelouterde producer Trevor Spencer, die achter de knoppen zat voor onder andere Father John Misty, Fleet Foxes en Chastity Belt. Het levert ook een album op dat zich makkelijk weet te onderscheiden van de meeste andere albums in het genre.
Fretland doet dit enerzijds door met enige regelmaat op te schuiven richting rock of juist richting meer ingetogen folk en country en anderzijds door de bijzonder gepassioneerde en gloedvolle vocalen van Hillary Grace Fretland, die er voor zorgen dat het debuut van Fretland energieker en urgenter klinkt dan het gemiddelde debuut in het genre. Het zijn vocalen die hier en daar prachtig worden ondersteund door die van zus Kara Belle Fretland, die oorspronkelijk ook deel uit maakte van de band, maar haar eigen weg koos.
Met vocaal, instrumentaal en productioneel vuurwerk zijn we er nog niet, want de band uit het prachtige Snohomish slaagt er ook nog eens in om songs te schrijven die zich makkelijk opdringen, niet vies zijn van een vleugje pop en die bij herhaalde beluistering alleen maar aantrekkelijker worden. Het levert een debuut op dat bol staat van de belofte, maar Fretland is de belofte ook al voorbij met een album dat je na een paar keer horen niet meer kwijt wilt. Erwin Zijleman
De muziek van Fretland is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: Fretland | Fretland - fretlandtheband.bandcamp.com.
De krenten uit de pop: Fretland - Fretland - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Fretland - Fretland
De Amerikaanse band Fretland imponeert met een rijk en veelkleurig debuut dat wordt gedragen door de mooie instrumentatie en de gepassioneerde zang van de frontvrouw van de band
Ik had tot voor kort nog nooit van Fretland gehoord, maar wat heeft de band een overweldigend debuut afgeleverd. Het titelloze debuut van de band grossiert in geweldige songs vol verrassingen, klinkt in muzikaal opzicht prachtig en veelkleurig en imponeert met de gloedvolle vocalen van de frontvrouw van de band. Fretland past in het hokje Americana, maar zoekt continu de grenzen van het genre op, wat een gevarieerd maar ook consistent klinkend album oplevert. Het is momenteel overleven voor beginnende muzikanten, maar met dit prachtdebuut kan Fretland wel even vooruit.
De Amerikaanse band Fretland begon 16 maanden geleden een crowdfunding campagne voor het opnemen van een debuutalbum, dat afgelopen herfst het daglicht zou moeten zien. Toen het benodigde geld eenmaal bij elkaar was gesprokkeld bleek het opnemen en uitbrengen van een album toch wat complexer dan eerder verwacht, maar deze week verscheen dan eindelijk het titelloze debuut van de band uit Snohomish, een klein plaatsje te midden van de vele nationale parken in Washington State, op zo’n drieënhalf uur rijden van Seattle.
Muzikanten zijn op het moment niet te benijden en voor een debuterende band als Fretland, die momenteel eigenlijk in Europa had moeten touren, moet het nog een stuk zwaarder zijn. De band heeft gelukkig wel een album opgeleverd waarmee het vooruit kan en het is een album dat echt alle aandacht verdient.
Boegbeeld van de band is zangeres Hillary Grace Fretland, die met haar krachtige stem het geluid van de band voor een belangrijk deel bepaalt. Het is een mooie en karakteristieke stem die fraai uit kan halen, maar die ook warm en ingetogen kan klinken. De stem van de frontvrouw is het sterkste wapen van Fretland, maar zeker niet het enige wapen waarmee de Amerikaanse band opzien baart.
De drie overige muzikanten van de band kiezen op het debuut van een band voor een lekker vol geluid, waarin de gitaren wat steviger mogen klinken dan gebruikelijk binnen de Americana, want dat is uiteindelijk het hokje waar het eerste album van Fretland het vaakst in geduwd zal worden, maar het is ook een veelkleurig geluid, waarin steeds het prachtige gitaarwerk opvalt. In de openingstrack mogen de gitaren nog voorzichtig ontsporen, maar in de track die volgt overheersen zonnige en rootsy gitaarlijnen. Ik heb helaas maar weinig informatie over het debuut van de Amerikaanse band, maar hoor in ieder geval dat naast het heerlijke gitaarwerk van de band ook nog fraaie bijdragen van onder andere pedal steel, piano en orgel zijn toegevoegd in de soms behoorlijk lange tracks.
Het levert een bijzonder aangenaam album op dat ook nog eens bijzonder vakkundig is opgenomen en geproduceerd door engineer Nich Wilbur, werkte met Angel Olsen en de gelouterde producer Trevor Spencer, die achter de knoppen zat voor onder andere Father John Misty, Fleet Foxes en Chastity Belt. Het levert ook een album op dat zich makkelijk weet te onderscheiden van de meeste andere albums in het genre.
Fretland doet dit enerzijds door met enige regelmaat op te schuiven richting rock of juist richting meer ingetogen folk en country en anderzijds door de bijzonder gepassioneerde en gloedvolle vocalen van Hillary Grace Fretland, die er voor zorgen dat het debuut van Fretland energieker en urgenter klinkt dan het gemiddelde debuut in het genre. Het zijn vocalen die hier en daar prachtig worden ondersteund door die van zus Kara Belle Fretland, die oorspronkelijk ook deel uit maakte van de band, maar haar eigen weg koos.
Met vocaal, instrumentaal en productioneel vuurwerk zijn we er nog niet, want de band uit het prachtige Snohomish slaagt er ook nog eens in om songs te schrijven die zich makkelijk opdringen, niet vies zijn van een vleugje pop en die bij herhaalde beluistering alleen maar aantrekkelijker worden. Het levert een debuut op dat bol staat van de belofte, maar Fretland is de belofte ook al voorbij met een album dat je na een paar keer horen niet meer kwijt wilt. Erwin Zijleman
De muziek van Fretland is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: Fretland | Fretland - fretlandtheband.bandcamp.com.
Fridolijn - Catching Currents (2015)

4,5
0
geplaatst: 8 november 2015, 09:26 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fridolijn - Catching Currents - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De naam Fridolijn (van Poll) zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar ik ken haar nog van de band Finn Silver. Finn Silver debuteerde een jaar of vier geleden met het fraaie Crossing The Rubicon, dat met name in Nederland en Japan warm werd onthaald.
De aangename jazzy klanken van Finn Silver deden het bij mij goed op de zondagochtend, maar de plaat bleef uiteindelijk vooral aan de oppervlakte hangen.
Fridolijn deed het na Finn Silver even rustig aan, maar keert nu terug met haar eerste soloplaat. Catching Currents doet het, net als de muziek van Finn Silver, uitstekend op de zondagochtend, maar Fridolijn maakt op mij solo toch meer indruk dan met haar voormalige band.
Op Catching Currents vermengt Fridolijn op fraaie wijze invloeden uit de jazz, singer-songwriter muziek en folk. Samen met een aantal prima Britse muzikanten smeedt Fridolijn deze invloeden aan elkaar in een eigen geluid, waarin met name de af en toe opduikende en bijzondere ritmes van Richard Spaven (Jose James, Flying Lotus) en het schitterende toetsenwerk van Grant Windsor (Jose James, Gregory Porter) van grote waarde zijn.
Waar Finn Silver vooral vertrouwde op de jazz, zet Fridolijn solo een veelkleurig geluid neer waarin steeds andere accenten worden gelegd, waardoor de plaat je op het puntje van de stoel houdt. De instrumentatie is warm en veelzijdig, legt bijzonder fraaie accenten en is over het algemeen vrij ingetogen.
De prachtige stem van Fridolijn krijgt hierdoor alle ruimte en dat is een wijs besluit. Op de plaat van Finn Silver was al te horen dat Fridolijn een uitzonderlijk zangeres is, maar op Catching Currents zet ze een flinke volgende stap en blijft ze maar verrassen met nieuwe kleuren in haar bijzondere geluid.
Fridolijn kan ontroeren met ingetogen folk, verleiden met zwoele jazzy songs met een zweem van triphop of een vleugje Twin Peaks en imponeren met tijdloze popsongs vol ingehouden vocaal vuurwerk. Waar haar stem vier jaar geleden aan de oppervlakte bleef hangen, weet Fridolijn me dit keer vol te raken met haar mooie en intieme songs. Het levert een prachtige plaat op, die zeker niet alleen geschikt is voor de zondagochtend. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Fridolijn - Catching Currents - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De naam Fridolijn (van Poll) zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar ik ken haar nog van de band Finn Silver. Finn Silver debuteerde een jaar of vier geleden met het fraaie Crossing The Rubicon, dat met name in Nederland en Japan warm werd onthaald.
De aangename jazzy klanken van Finn Silver deden het bij mij goed op de zondagochtend, maar de plaat bleef uiteindelijk vooral aan de oppervlakte hangen.
Fridolijn deed het na Finn Silver even rustig aan, maar keert nu terug met haar eerste soloplaat. Catching Currents doet het, net als de muziek van Finn Silver, uitstekend op de zondagochtend, maar Fridolijn maakt op mij solo toch meer indruk dan met haar voormalige band.
Op Catching Currents vermengt Fridolijn op fraaie wijze invloeden uit de jazz, singer-songwriter muziek en folk. Samen met een aantal prima Britse muzikanten smeedt Fridolijn deze invloeden aan elkaar in een eigen geluid, waarin met name de af en toe opduikende en bijzondere ritmes van Richard Spaven (Jose James, Flying Lotus) en het schitterende toetsenwerk van Grant Windsor (Jose James, Gregory Porter) van grote waarde zijn.
Waar Finn Silver vooral vertrouwde op de jazz, zet Fridolijn solo een veelkleurig geluid neer waarin steeds andere accenten worden gelegd, waardoor de plaat je op het puntje van de stoel houdt. De instrumentatie is warm en veelzijdig, legt bijzonder fraaie accenten en is over het algemeen vrij ingetogen.
De prachtige stem van Fridolijn krijgt hierdoor alle ruimte en dat is een wijs besluit. Op de plaat van Finn Silver was al te horen dat Fridolijn een uitzonderlijk zangeres is, maar op Catching Currents zet ze een flinke volgende stap en blijft ze maar verrassen met nieuwe kleuren in haar bijzondere geluid.
Fridolijn kan ontroeren met ingetogen folk, verleiden met zwoele jazzy songs met een zweem van triphop of een vleugje Twin Peaks en imponeren met tijdloze popsongs vol ingehouden vocaal vuurwerk. Waar haar stem vier jaar geleden aan de oppervlakte bleef hangen, weet Fridolijn me dit keer vol te raken met haar mooie en intieme songs. Het levert een prachtige plaat op, die zeker niet alleen geschikt is voor de zondagochtend. Erwin Zijleman
Friedberg - Hardcore Workout Queen (2024)

3,5
0
geplaatst: 29 november 2024, 12:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Friedberg - Hardcore Workout Queen - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Friedberg - Hardcore Workout Queen
De Britse band Friedberg doet op haar debuutalbum Hardcore Workout Queen vooral haar eigen ding en klinkt een stuk eigenzinniger en hierdoor ook leuker dan de mainstream indierock van het moment
Hardcore Workout Queen van Friedberg is een album dat ik zomaar gemist zou kunnen hebben. Ook nadat het album me getipt werd had het nog verkeerd kunnen aflopen, want de band uit Londen klinkt in ieder track weer anders en raakt wat mij betreft niet altijd de juiste snaar. Als die wel geraakt wordt maakt de band rond Anna Friedberg makkelijk indruk met een eigenzinnig geluid met meer dan eens een aangenaam jaren 80 sfeertje. Het klinkt duidelijk anders dan de meeste Amerikaanse indierock met een vrouwelijk boegbeeld van het moment en dat maakt het leuk. Vooral de meer ingetogen songs zijn fantastisch en doen uitzien naar veel meer.
Het zijn vooral wat minder prominente of in ieder geval minder bekende muziekwebsites die de afgelopen weken aandacht hebben besteed aan Hardcore Workout Queen, het debuutalbum van Friedberg. Friedberg is een Britse band die bestaat uit vier vrouwen, waaronder de van oorsprong Oostenrijkse Anna Friedberg, die haar naam gaf aan de band uit Londen. Het album werd mij getipt door een lezer van deze BLOG, die aangaf dat het album perfect in mijn straatje past.
Daar was ik het direct bij beluistering van de openingstrack van Hardcore Workout Queen roerend mee eens. In deze openingstrack verrast de band zes minuten lang met bijzondere klanken, die het lastig maken om de muziek van Friedberg in een hokje te duwen. In die zes minuten schakelt Friedberg continu tussen gitaren en synths en beiden leveren een bijzonder sfeervol geluid op. Het is een geluid dat wordt gecombineerd met postpunk achtige bassen en de zeer aangename en wat onderkoelde stem van Anna Friedberg.
Tien van deze tracks en Friedberg had een wereldalbum en in ieder geval een droomdebuut gemaakt, maar de tweede track beviel me minder goed. Tijdens deze uptempo track met een jaren 80 en jaren 90 sfeertje en associaties met een hitje van de band Republica had ik Hardcore Workout Queen bijna weer terzijde geschoven, maar de band uit Londen herpakt zich in de derde track, die weer het karakteristieke geluid en de bijzondere sfeer van de openingstrack heeft. In deze track spelen de gitaren een wat dominantere rol en dat combineert mooi met de stem van Anna Friedberg, die ook in deze track zeer aansprekend is.
Friedberg is ook de rest van het album wat wisselvallig, maar de dalen op Hardcore Workout Queen zijn niet heel diep en de pieken verrassend hoog, waardoor ik het album er toch weer bij bleef pakken en het in een net wat slappere week mijn selectie haalde. Daar ben ik blij om, want het debuutalbum van Friedberg is wat mij betreft een groeialbum, dat in muzikaal opzicht interessanter is dan je bij eerste beluistering hoort.
Het is misschien een album met een paar dipjes, maar gemiddeld genomen is Hardcore Workout Queen een prima debuutalbum. Het siert de band dat het zich niet in het strakke korset van de indierock laat persen, maar in iedere track op het album weer een andere weg kiest. Het zorgt ervoor dat de band het ene moment klinkt als een indierock band van dit moment, maar niet veel later kan klinken als Mazzy Star in haar meest psychedelische dagen. Hierna kan Friedberg je ook zomaar de dansvloer op slepen of juist weer kiezen voor een meer ingetogen song.
Het maakt van Hardcore Workout Queen een wat wispelturig album, maar dat wispelturige maakt het album ook leuk. De Britse producer Dan Carey, die de afgelopen jaren werkte met alles en iedereen heeft de veelzijdigheid van Friedberg vastgelegd in een geluid dat avontuurlijk maar ook verzorgd klinkt en dat met name door de wisselwerking tussen keyboards en gitaren ook fris klinkt. Het is een album dat zich met grote regelmaat buiten mijn comfort zone beweegt, maar het is ook een album dat meer dan eens precies laat horen wat ik leuk vind. Door het wat wisselende niveau hoor ik op Hardcore Workout Queen vooral belofte. Ik ben benieuwd welke kant dit op gaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Friedberg - Hardcore Workout Queen - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Friedberg - Hardcore Workout Queen
De Britse band Friedberg doet op haar debuutalbum Hardcore Workout Queen vooral haar eigen ding en klinkt een stuk eigenzinniger en hierdoor ook leuker dan de mainstream indierock van het moment
Hardcore Workout Queen van Friedberg is een album dat ik zomaar gemist zou kunnen hebben. Ook nadat het album me getipt werd had het nog verkeerd kunnen aflopen, want de band uit Londen klinkt in ieder track weer anders en raakt wat mij betreft niet altijd de juiste snaar. Als die wel geraakt wordt maakt de band rond Anna Friedberg makkelijk indruk met een eigenzinnig geluid met meer dan eens een aangenaam jaren 80 sfeertje. Het klinkt duidelijk anders dan de meeste Amerikaanse indierock met een vrouwelijk boegbeeld van het moment en dat maakt het leuk. Vooral de meer ingetogen songs zijn fantastisch en doen uitzien naar veel meer.
Het zijn vooral wat minder prominente of in ieder geval minder bekende muziekwebsites die de afgelopen weken aandacht hebben besteed aan Hardcore Workout Queen, het debuutalbum van Friedberg. Friedberg is een Britse band die bestaat uit vier vrouwen, waaronder de van oorsprong Oostenrijkse Anna Friedberg, die haar naam gaf aan de band uit Londen. Het album werd mij getipt door een lezer van deze BLOG, die aangaf dat het album perfect in mijn straatje past.
Daar was ik het direct bij beluistering van de openingstrack van Hardcore Workout Queen roerend mee eens. In deze openingstrack verrast de band zes minuten lang met bijzondere klanken, die het lastig maken om de muziek van Friedberg in een hokje te duwen. In die zes minuten schakelt Friedberg continu tussen gitaren en synths en beiden leveren een bijzonder sfeervol geluid op. Het is een geluid dat wordt gecombineerd met postpunk achtige bassen en de zeer aangename en wat onderkoelde stem van Anna Friedberg.
Tien van deze tracks en Friedberg had een wereldalbum en in ieder geval een droomdebuut gemaakt, maar de tweede track beviel me minder goed. Tijdens deze uptempo track met een jaren 80 en jaren 90 sfeertje en associaties met een hitje van de band Republica had ik Hardcore Workout Queen bijna weer terzijde geschoven, maar de band uit Londen herpakt zich in de derde track, die weer het karakteristieke geluid en de bijzondere sfeer van de openingstrack heeft. In deze track spelen de gitaren een wat dominantere rol en dat combineert mooi met de stem van Anna Friedberg, die ook in deze track zeer aansprekend is.
Friedberg is ook de rest van het album wat wisselvallig, maar de dalen op Hardcore Workout Queen zijn niet heel diep en de pieken verrassend hoog, waardoor ik het album er toch weer bij bleef pakken en het in een net wat slappere week mijn selectie haalde. Daar ben ik blij om, want het debuutalbum van Friedberg is wat mij betreft een groeialbum, dat in muzikaal opzicht interessanter is dan je bij eerste beluistering hoort.
Het is misschien een album met een paar dipjes, maar gemiddeld genomen is Hardcore Workout Queen een prima debuutalbum. Het siert de band dat het zich niet in het strakke korset van de indierock laat persen, maar in iedere track op het album weer een andere weg kiest. Het zorgt ervoor dat de band het ene moment klinkt als een indierock band van dit moment, maar niet veel later kan klinken als Mazzy Star in haar meest psychedelische dagen. Hierna kan Friedberg je ook zomaar de dansvloer op slepen of juist weer kiezen voor een meer ingetogen song.
Het maakt van Hardcore Workout Queen een wat wispelturig album, maar dat wispelturige maakt het album ook leuk. De Britse producer Dan Carey, die de afgelopen jaren werkte met alles en iedereen heeft de veelzijdigheid van Friedberg vastgelegd in een geluid dat avontuurlijk maar ook verzorgd klinkt en dat met name door de wisselwerking tussen keyboards en gitaren ook fris klinkt. Het is een album dat zich met grote regelmaat buiten mijn comfort zone beweegt, maar het is ook een album dat meer dan eens precies laat horen wat ik leuk vind. Door het wat wisselende niveau hoor ik op Hardcore Workout Queen vooral belofte. Ik ben benieuwd welke kant dit op gaat. Erwin Zijleman
Friko - Where We've Been, Where We Go from Here (2024)

4,5
2
geplaatst: 21 februari 2024, 15:20 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Friko - Where We've Been, Where We Go From Here - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Friko - Where We've Been, Where We Go From Here
Het Amerikaanse duo Friko levert met Where We've Been, Where We Go From Here een album af dat alle kanten op gaat, maar iedere kant die het tweetal uit Chicago op gaat levert iets moois en bijzonders op
Friko uit Chicago kan in de Verenigde Staten rekenen op zeer lovende recensies voor haar debuutalbum Where We've Been, Where We Go From Here. Die recensies zijn geen moment overdreven, want Niko Kapetan en Bailey Minzenberger laten een fris en veelzijdig geluid horen, dat direct vanaf de eerste noten opzien baart. Het duo uit Chicago kan uit de voeten met ingetogen en folky songs, maar kan de gitaren ook compleet laten ontsporen. Het zijn de twee uitersten van een geluid dat je steeds weer weet te verrassen. Where We've Been, Where We Go From Here rammelt, maar zit ook knap in elkaar en verbaast steeds weer met geweldige songs. Een grote belofte voor de toekomst al met al.
Vrijwel alle Amerikaanse muziekwebsites, onder wie ook mijn vaste tipgevers Paste en Pitchfork, noemen Where We've Been, Where We Go From Here van Friko een van de beste nieuwe albums van deze week. Daar kon ik me heel snel in vinden, want het duo uit Chicago heeft een bijzonder album afgeleverd.
Friko (ik blijf associaties met het Nederlandse kaasmerk Frico houden helaas) bestaat uit zanger en gitarist Niko Kapetan en drummer Bailey Minzenberger en bracht in 2019 het album Burnout Beautiful uit. Omdat dit feitelijk een verzameling demo’s was, moet Where We've Been, Where We Go From Here worden gezien als het debuutalbum van Friko. Uit nieuwsgierigheid heb ik de demo’s van Friko inmiddels toch even beluisterd. Ze zijn zeker interessant en een enkele keer veelbelovend, maar ik kwalitatief opzicht is het niet te vergelijken met het deze week verschenen album, dat echt klassen beter is.
Where We've Been, Where We Go From Here opent direct fantastisch met een uiterst ingetogen song, waarin akoestisch gitaarspel wordt gecombineerd met de wat onvaste maar aansprekende stem van Niko Kapetan. Het deed me onmiddellijk aan Big Thief denken en die vergelijking blijft opgaan wanneer de track halverwege explodeert. Friko bouwt de spanning eerst langzaam op met steeds net wat gruiziger gitaarwerk, subtiel drumwerk en mooie achtergrondzang, maar uiteindelijk ontsporen zowel het gitaarwerk als de zang op indrukwekkende wijze. Where We’ve Been is de beste track die Big Thief nooit gemaakt heeft en is een fascinerende openingstrack, waarin Friko laat horen dat het uitersten kan verenigen.
De songs van de band uit Chicago kunnen ook op de rest van Where We've Been, Where We Go From Here alle kanten op. Niko Kapetan en Bailey Minzenberger kunnen uit de voeten met ingetogen en folky songs en zeer gruizige gitaarmuziek, maar ze draaien ook hun hand niet om voor behoorlijk toegankelijke indierock, voor gevoelige popsongs met piano en strijkers of voor aanstekelijke popsongs met echo’s uit het verleden, maar ook invloeden uit de postpunk of juist de chamber pop hebben een plekje gevonden in de fascinerende songs van Friko.
De songs van het Amerikaanse tweetal zijn behoorlijk verschillend, maar ook binnen de songs kan alles in één keer omslaan. Where We've Been, Where We Go From Here werd vrijwel live opgenomen in de studio en zo klinkt het album ook. De songs van Friko hebben vaak een lo-fi karakter, maar aan de andere kant hebben Niko Kapetan en Bailey Minzenberger, die ook Chopin noemen als inspiratiebron, hun songs veel te goed uitgewerkt om in het hokje lo-fi te passen.
Het debuutalbum van Friko is ongepolijst of zelfs ruw, maar op hetzelfde moment klinkt het allemaal bijzonder melodieus en flirten de twee muzikanten uit Chicago meer dan eens met de perfecte popsong. Het levert bijzondere contrasten en een aangename dynamiek op, maar zeker als je het album wat vaker hebt gehoord blijkt dat alle songs op het debuutalbum van Friko bol staan van de potentie. Ik was direct zeer gecharmeerd van de ruwe diamanten op Where We've Been, Where We Go From Here, maar het blijken al snel stuk voor stuk blinkende edelstenen. Of Friko heel groot gaat worden is de vraag, maar de belofte is er absoluut. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Friko - Where We've Been, Where We Go From Here - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Friko - Where We've Been, Where We Go From Here
Het Amerikaanse duo Friko levert met Where We've Been, Where We Go From Here een album af dat alle kanten op gaat, maar iedere kant die het tweetal uit Chicago op gaat levert iets moois en bijzonders op
Friko uit Chicago kan in de Verenigde Staten rekenen op zeer lovende recensies voor haar debuutalbum Where We've Been, Where We Go From Here. Die recensies zijn geen moment overdreven, want Niko Kapetan en Bailey Minzenberger laten een fris en veelzijdig geluid horen, dat direct vanaf de eerste noten opzien baart. Het duo uit Chicago kan uit de voeten met ingetogen en folky songs, maar kan de gitaren ook compleet laten ontsporen. Het zijn de twee uitersten van een geluid dat je steeds weer weet te verrassen. Where We've Been, Where We Go From Here rammelt, maar zit ook knap in elkaar en verbaast steeds weer met geweldige songs. Een grote belofte voor de toekomst al met al.
Vrijwel alle Amerikaanse muziekwebsites, onder wie ook mijn vaste tipgevers Paste en Pitchfork, noemen Where We've Been, Where We Go From Here van Friko een van de beste nieuwe albums van deze week. Daar kon ik me heel snel in vinden, want het duo uit Chicago heeft een bijzonder album afgeleverd.
Friko (ik blijf associaties met het Nederlandse kaasmerk Frico houden helaas) bestaat uit zanger en gitarist Niko Kapetan en drummer Bailey Minzenberger en bracht in 2019 het album Burnout Beautiful uit. Omdat dit feitelijk een verzameling demo’s was, moet Where We've Been, Where We Go From Here worden gezien als het debuutalbum van Friko. Uit nieuwsgierigheid heb ik de demo’s van Friko inmiddels toch even beluisterd. Ze zijn zeker interessant en een enkele keer veelbelovend, maar ik kwalitatief opzicht is het niet te vergelijken met het deze week verschenen album, dat echt klassen beter is.
Where We've Been, Where We Go From Here opent direct fantastisch met een uiterst ingetogen song, waarin akoestisch gitaarspel wordt gecombineerd met de wat onvaste maar aansprekende stem van Niko Kapetan. Het deed me onmiddellijk aan Big Thief denken en die vergelijking blijft opgaan wanneer de track halverwege explodeert. Friko bouwt de spanning eerst langzaam op met steeds net wat gruiziger gitaarwerk, subtiel drumwerk en mooie achtergrondzang, maar uiteindelijk ontsporen zowel het gitaarwerk als de zang op indrukwekkende wijze. Where We’ve Been is de beste track die Big Thief nooit gemaakt heeft en is een fascinerende openingstrack, waarin Friko laat horen dat het uitersten kan verenigen.
De songs van de band uit Chicago kunnen ook op de rest van Where We've Been, Where We Go From Here alle kanten op. Niko Kapetan en Bailey Minzenberger kunnen uit de voeten met ingetogen en folky songs en zeer gruizige gitaarmuziek, maar ze draaien ook hun hand niet om voor behoorlijk toegankelijke indierock, voor gevoelige popsongs met piano en strijkers of voor aanstekelijke popsongs met echo’s uit het verleden, maar ook invloeden uit de postpunk of juist de chamber pop hebben een plekje gevonden in de fascinerende songs van Friko.
De songs van het Amerikaanse tweetal zijn behoorlijk verschillend, maar ook binnen de songs kan alles in één keer omslaan. Where We've Been, Where We Go From Here werd vrijwel live opgenomen in de studio en zo klinkt het album ook. De songs van Friko hebben vaak een lo-fi karakter, maar aan de andere kant hebben Niko Kapetan en Bailey Minzenberger, die ook Chopin noemen als inspiratiebron, hun songs veel te goed uitgewerkt om in het hokje lo-fi te passen.
Het debuutalbum van Friko is ongepolijst of zelfs ruw, maar op hetzelfde moment klinkt het allemaal bijzonder melodieus en flirten de twee muzikanten uit Chicago meer dan eens met de perfecte popsong. Het levert bijzondere contrasten en een aangename dynamiek op, maar zeker als je het album wat vaker hebt gehoord blijkt dat alle songs op het debuutalbum van Friko bol staan van de potentie. Ik was direct zeer gecharmeerd van de ruwe diamanten op Where We've Been, Where We Go From Here, maar het blijken al snel stuk voor stuk blinkende edelstenen. Of Friko heel groot gaat worden is de vraag, maar de belofte is er absoluut. Erwin Zijleman
Frontier Ruckus - Enter the Kingdom (2017)

4,5
0
geplaatst: 21 februari 2017, 20:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Frontier Ruckus - Enter The Kingdom - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse band Frontier Ruckus imponeerde net iets meer dan twee jaar geleden met Sitcom Afterlife, overigens al de vierde plaat van de band uit East Lansing, Michigan.
Het was een plaat die niet alleen een brug sloeg tussen Amerikaanse alt-country en Britse indiepop, maar het was bovendien een plaat vol popsongs waarvan je alleen maar zielsveel kon houden.
Sitcom Afterlife haalde dan ook terecht mijn jaarlijstje over 2014, maar werd in de maanden die volgden alleen maar leuker en onmisbaarder.
Met Enter The Kingdom herhaalt Frontier Ruckus het kunstje van zijn voorganger, maar laat de band uit Michigan ook op alle terreinen groei horen.
Invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en met name de alt-country vormen nog altijd de basis van de muziek van Frontier Ruckus, maar de band sleept er vervolgens zoveel andere ingrediënten bij, dat ook Enter The Kingdom zich met geen mogelijkheid laat vergelijken met de gemiddelde Amerikaanse rootsplaat.
Ook bij beluistering van Enter The Kingdom haal ik het vergelijkingsmateriaal uiteindelijk vooral uit de Britse popmuziek. Invloeden van uiteenlopende bands als The Housemartins, Belle & Sebastian, Lloyd Cole & The Commotions, Aztec Camera en Prefab Sprout zijn nadrukkelijk hoorbaar in de songs van Frontier Ruckus, maar als je goed gaat luisteren hoor je toch ook de onderlaag die een breed palet van de Amerikaanse rootsmuziek bestrijkt.
Net als de genoemde Britse bands heeft Frontier Ruckus een voorkeur voor honingzoete popsongs en het zijn popsongs vol zonnestralen. De instrumentatie op de plaat is vaak uitbundig en past prachtig bij de bijzondere stem van Matthew Milia, die geregeld wordt ondersteund door een mooie vrouwenstem.
Het is overigens een instrumentatie die het verdient om volledig uitgeplozen te worden. Dan pas hoor je hoe mooi de banjo, de pedal steel en andere instrumenten die zo belangrijk zijn in de Amerikaanse rootsmuziek prachtig samensmelten met de soms uitbundig ingezette strijkers of met heerlijk klagende orgeltjes.
Frontier Ruckus klinkt op haar nieuwe plaat vaak uitbundig en zonnig, maar donkere wolken liggen altijd op de loer. Matthew Milia verschuilt zich overigens lang niet altijd achter een stevig aangezet instrumentarium, want de plaat bevat ook een aantal zeer ingetogen songs en ook hierin maakt de band indruk.
Net als Sitcom Afterlife is Enter The Kingdom een plaat die opvalt door een bijzondere combinatie van invloeden en een al even bijzonder instrumentarium, maar imponeert door fantastische songs. Ook de songs op Enter The Kingdom waren me na één horen dierbaar, maar worden alleen maar beter en onweerstaanbaarder.
Ook de nieuwe plaat van Frontier Ruckus is weer goed voor een brede glimlach die 11 songs en 36 minuten aanhoudt en hierna wil je alleen maar meer. Veel en veel meer. Wederom een jaarlijstjes plaat van deze unieke band. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Frontier Ruckus - Enter The Kingdom - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse band Frontier Ruckus imponeerde net iets meer dan twee jaar geleden met Sitcom Afterlife, overigens al de vierde plaat van de band uit East Lansing, Michigan.
Het was een plaat die niet alleen een brug sloeg tussen Amerikaanse alt-country en Britse indiepop, maar het was bovendien een plaat vol popsongs waarvan je alleen maar zielsveel kon houden.
Sitcom Afterlife haalde dan ook terecht mijn jaarlijstje over 2014, maar werd in de maanden die volgden alleen maar leuker en onmisbaarder.
Met Enter The Kingdom herhaalt Frontier Ruckus het kunstje van zijn voorganger, maar laat de band uit Michigan ook op alle terreinen groei horen.
Invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en met name de alt-country vormen nog altijd de basis van de muziek van Frontier Ruckus, maar de band sleept er vervolgens zoveel andere ingrediënten bij, dat ook Enter The Kingdom zich met geen mogelijkheid laat vergelijken met de gemiddelde Amerikaanse rootsplaat.
Ook bij beluistering van Enter The Kingdom haal ik het vergelijkingsmateriaal uiteindelijk vooral uit de Britse popmuziek. Invloeden van uiteenlopende bands als The Housemartins, Belle & Sebastian, Lloyd Cole & The Commotions, Aztec Camera en Prefab Sprout zijn nadrukkelijk hoorbaar in de songs van Frontier Ruckus, maar als je goed gaat luisteren hoor je toch ook de onderlaag die een breed palet van de Amerikaanse rootsmuziek bestrijkt.
Net als de genoemde Britse bands heeft Frontier Ruckus een voorkeur voor honingzoete popsongs en het zijn popsongs vol zonnestralen. De instrumentatie op de plaat is vaak uitbundig en past prachtig bij de bijzondere stem van Matthew Milia, die geregeld wordt ondersteund door een mooie vrouwenstem.
Het is overigens een instrumentatie die het verdient om volledig uitgeplozen te worden. Dan pas hoor je hoe mooi de banjo, de pedal steel en andere instrumenten die zo belangrijk zijn in de Amerikaanse rootsmuziek prachtig samensmelten met de soms uitbundig ingezette strijkers of met heerlijk klagende orgeltjes.
Frontier Ruckus klinkt op haar nieuwe plaat vaak uitbundig en zonnig, maar donkere wolken liggen altijd op de loer. Matthew Milia verschuilt zich overigens lang niet altijd achter een stevig aangezet instrumentarium, want de plaat bevat ook een aantal zeer ingetogen songs en ook hierin maakt de band indruk.
Net als Sitcom Afterlife is Enter The Kingdom een plaat die opvalt door een bijzondere combinatie van invloeden en een al even bijzonder instrumentarium, maar imponeert door fantastische songs. Ook de songs op Enter The Kingdom waren me na één horen dierbaar, maar worden alleen maar beter en onweerstaanbaarder.
Ook de nieuwe plaat van Frontier Ruckus is weer goed voor een brede glimlach die 11 songs en 36 minuten aanhoudt en hierna wil je alleen maar meer. Veel en veel meer. Wederom een jaarlijstjes plaat van deze unieke band. Erwin Zijleman
Frontier Ruckus - On the Northline (2024)

4,0
0
geplaatst: 18 februari 2024, 10:59 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Frontier Ruckus - On The Northline - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Frontier Ruckus - On The Northline
Het was zeven jaar stil rond de Amerikaanse band Frontier Ruckus, maar op On The Northline laat de band uit Detroit horen dat het ook op haar zesde album weer in een blakende vorm steekt
Frontier Ruckus maakte op haar vorige twee albums indruk met een mix van Amerikaanse rootsmuziek en Britse indiepop en gitaarpop. Het na een stilte van zeven jaar verschenen On The Northline klinkt een stuk Amerikaanser, maar Frontier Ruckus is het goede gevoel voor aansprekende en mooi ingekleurde popsongs niet verloren. Direct vanaf de eerste noten maakt de band uit Detroit indruk met een warm en rijk geluid en ook dit keer betovert Frontier Ruckus makkelijk met haar lekker in het gehoor liggende popsongs. De band is in Nederland helaas nog behoorlijk onbekend, maar met albums van het niveau van Sitcom Afterlife, Enter The Kingdom en On The Northline moet dat maar eens snel gaan veranderen.
De Amerikaanse band Frontier Ruckus ontdekte ik in 2014 toen Sitcom Afterlife, het vierde album van de band uit Detroit, Michigan, verscheen. Sitcom Afterlife werd destijds vooral aangeprezen als een alt-country album, maar ik hoorde veel meer invloeden op het album, dat uiteindelijk met overtuiging mijn jaarlijstje over 2014 haalde.
Naast invloeden uit de alt-country hoorde ik ook flink wat echo’s uit de Britse indiepop, waardoor ik Sitcom Afterlife uiteindelijk omschreef als “The La’s, The Housemartins, The Inspiral Carpets of Belle & Sebastian die zijn beland in Nashville”. Ook op het aan het begin van 2017 verschenen en minstens even sterke Enter The Kingdom hoorde ik naast invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek flink wat invloeden uit de Britse popmuziek, waarvan ik dit keer The Housemartins, Belle & Sebastian, Lloyd Cole & The Commotions, Aztec Camera en Prefab Sprout bij naam noemde.
Sinds 2017 was het helaas stil rond de Amerikaanse band, maar bijna uit het niets is deze week het zesde album van Frontier Ruckus verschenen. Ik moet toegeven dat ik de band inmiddels vergeten was, maar bij het zien van de naam van de band borrelden onmiddellijk mooie herinneringen op. Direct bij beluistering van de openingstrack van On The Northline bloeide mijn liefde voor Frontier Ruckus weer op en inmiddels heb ik er weer een album van de band bij dat ik koester.
Op On The Northline is Frontier Ruckus, door het vertrek van zangeres Anna Burch, gereduceerd tot een trio. Het heeft zeker gevolgen voor het geluid van de band uit Detroit, al klinkt On The Northline op een of andere manier wel vertrouwd. De Amerikaanse band moet het op haar zesde album niet alleen zonder zangeres doen, maar klinkt ook veel minder Brits dan op haar vorige twee albums. Het lijstje met namen van Britse band laat ik daarom dit keer achterwege, maar Frontier Ruckus is ook op On The Northline zeker geen dertien in een dozijn alt-country band.
Matthew Milia tekent ook dit keer voor de aansprekende leadzang en fraai snarenwerk (gitaar en mandoline), terwijl David W. Jones het geluid van Frontier Ruckus verrijkt met banjo en achtergrondzang. Multi-instrumentalist Zachary Nichols vult de lege ruimtes met fraaie bijdragen van onder andere trompet, melodica, orgel en zaag, waarna gastmuzikanten het geluid van Frontier Ruckus nog wat verder inkleuren met bas en drums en de pedal steel, die het geluid van de band, samen met de banjo, weer wat meer de kant van de Amerikaanse rootsmuziek op duwt.
Het nieuwe album van Frontier Ruckus klinkt in muzikaal opzicht nog wat rijker en warmer dan de vorige albums van de band en ook met de zang maakt de band uit Detroit makkelijk indruk. De verleidingskracht van de muziek van Frontier Ruckus wordt ook dit keer verder versterkt door de bijzonder lekker in het gehoor liggende songs van de Amerikaanse band. Het zijn songs die doen uitzien naar een warme en zorgeloze zomer en stiekem ook naar een betere wereld, maar ook als Frontier Ruckus alleen maar kan zorgen voor drie kwartier muzikaal vermaak verricht On The Northline makkelijk wonderen.
Ik was persoonlijk zeer gecharmeerd van de Britse touch op de vorige twee albums van de band en daarom verheugt over het vleugje van The Beatles dat hier en daar opduikt, maar ook zonder Britse touch is de muziek van Frontier Ruckus van hoog niveau. Het is veel te lang stil geweest rond Frontier Ruckus, maar gelukkig is de band terug en wederom met een geweldig album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Frontier Ruckus - On The Northline - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Frontier Ruckus - On The Northline
Het was zeven jaar stil rond de Amerikaanse band Frontier Ruckus, maar op On The Northline laat de band uit Detroit horen dat het ook op haar zesde album weer in een blakende vorm steekt
Frontier Ruckus maakte op haar vorige twee albums indruk met een mix van Amerikaanse rootsmuziek en Britse indiepop en gitaarpop. Het na een stilte van zeven jaar verschenen On The Northline klinkt een stuk Amerikaanser, maar Frontier Ruckus is het goede gevoel voor aansprekende en mooi ingekleurde popsongs niet verloren. Direct vanaf de eerste noten maakt de band uit Detroit indruk met een warm en rijk geluid en ook dit keer betovert Frontier Ruckus makkelijk met haar lekker in het gehoor liggende popsongs. De band is in Nederland helaas nog behoorlijk onbekend, maar met albums van het niveau van Sitcom Afterlife, Enter The Kingdom en On The Northline moet dat maar eens snel gaan veranderen.
De Amerikaanse band Frontier Ruckus ontdekte ik in 2014 toen Sitcom Afterlife, het vierde album van de band uit Detroit, Michigan, verscheen. Sitcom Afterlife werd destijds vooral aangeprezen als een alt-country album, maar ik hoorde veel meer invloeden op het album, dat uiteindelijk met overtuiging mijn jaarlijstje over 2014 haalde.
Naast invloeden uit de alt-country hoorde ik ook flink wat echo’s uit de Britse indiepop, waardoor ik Sitcom Afterlife uiteindelijk omschreef als “The La’s, The Housemartins, The Inspiral Carpets of Belle & Sebastian die zijn beland in Nashville”. Ook op het aan het begin van 2017 verschenen en minstens even sterke Enter The Kingdom hoorde ik naast invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek flink wat invloeden uit de Britse popmuziek, waarvan ik dit keer The Housemartins, Belle & Sebastian, Lloyd Cole & The Commotions, Aztec Camera en Prefab Sprout bij naam noemde.
Sinds 2017 was het helaas stil rond de Amerikaanse band, maar bijna uit het niets is deze week het zesde album van Frontier Ruckus verschenen. Ik moet toegeven dat ik de band inmiddels vergeten was, maar bij het zien van de naam van de band borrelden onmiddellijk mooie herinneringen op. Direct bij beluistering van de openingstrack van On The Northline bloeide mijn liefde voor Frontier Ruckus weer op en inmiddels heb ik er weer een album van de band bij dat ik koester.
Op On The Northline is Frontier Ruckus, door het vertrek van zangeres Anna Burch, gereduceerd tot een trio. Het heeft zeker gevolgen voor het geluid van de band uit Detroit, al klinkt On The Northline op een of andere manier wel vertrouwd. De Amerikaanse band moet het op haar zesde album niet alleen zonder zangeres doen, maar klinkt ook veel minder Brits dan op haar vorige twee albums. Het lijstje met namen van Britse band laat ik daarom dit keer achterwege, maar Frontier Ruckus is ook op On The Northline zeker geen dertien in een dozijn alt-country band.
Matthew Milia tekent ook dit keer voor de aansprekende leadzang en fraai snarenwerk (gitaar en mandoline), terwijl David W. Jones het geluid van Frontier Ruckus verrijkt met banjo en achtergrondzang. Multi-instrumentalist Zachary Nichols vult de lege ruimtes met fraaie bijdragen van onder andere trompet, melodica, orgel en zaag, waarna gastmuzikanten het geluid van Frontier Ruckus nog wat verder inkleuren met bas en drums en de pedal steel, die het geluid van de band, samen met de banjo, weer wat meer de kant van de Amerikaanse rootsmuziek op duwt.
Het nieuwe album van Frontier Ruckus klinkt in muzikaal opzicht nog wat rijker en warmer dan de vorige albums van de band en ook met de zang maakt de band uit Detroit makkelijk indruk. De verleidingskracht van de muziek van Frontier Ruckus wordt ook dit keer verder versterkt door de bijzonder lekker in het gehoor liggende songs van de Amerikaanse band. Het zijn songs die doen uitzien naar een warme en zorgeloze zomer en stiekem ook naar een betere wereld, maar ook als Frontier Ruckus alleen maar kan zorgen voor drie kwartier muzikaal vermaak verricht On The Northline makkelijk wonderen.
Ik was persoonlijk zeer gecharmeerd van de Britse touch op de vorige twee albums van de band en daarom verheugt over het vleugje van The Beatles dat hier en daar opduikt, maar ook zonder Britse touch is de muziek van Frontier Ruckus van hoog niveau. Het is veel te lang stil geweest rond Frontier Ruckus, maar gelukkig is de band terug en wederom met een geweldig album. Erwin Zijleman
Frontier Ruckus - Sitcom Afterlife (2014)

4,5
0
geplaatst: 10 december 2014, 14:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Frontier Ruckus - Sitcom Afterlife - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Frontier Ruckus is een 'alt-country' band uit East Lansing, Michigan, die in de Verenigde Staten al een tijdje op flink wat sympathie van de critici kan rekenen.
Sitcom Afterlife is al de vierde plaat van de band, maar het is mijn eerste kennismaking met de muziek van Frontier Ruckus. Het is een kennismaking die naar veel meer smaakt, want wat maakt deze Amerikaanse band frisse en leuke muziek.
Sitcom Afterlife bevat ontegenzeggelijk invloeden uit de alt-country, maar sluit hiernaast nadrukkelijk aan op de eigenzinnige Britse indiepop van de jaren 90. Sitcom Afterlife klinkt hierdoor als The La’s, The Housemartins, The Inspiral Carpets of Belle & Sebastian beland in Nashville.
Frontier Ruckus laat aanstekelijke rootspop horen, maar strooit hierbij ook nadrukkelijk met Brits aandoende gitaarloopjes of met zeurende orgeltjes zoals die in de jaren 90 zeer gewild waren. De mix van Amerikaanse traditionele invloeden en Britse eigenzinnige invloeden pakt perfect uit.
Stop Sitcom Afterlife in de cd speler en de zon gaat schijnen. Stop Sitcom Afterlife in de cd speler en je humeur krijgt een bijna ongekende boost. Stop Sitcom Afterlife in de cd speler en je wordt getrakteerd op een vat vol tegenstrijdigheden dat op hetzelfde moment toegankelijk en tegendraads klinkt.
Natuurlijk is Frontier Ruckus niet de eerste band die Amerikaanse rootsmuziek probeert te vernieuwen door het toevoegen van verrassende ingrediënten, maar ik ken geen andere band die dit op dezelfde wijze doet als de band uit Michigan. Heel soms doet het wat denken aan The Counting Crows, heel af en toe ook aan R.E.M., maar deze vergelijkingen slaan de plank een track later weer volledig mis.
Sitcom Afterlife heb ik hierboven al een vat vol tegenstrijdigheden genoemd. Dat hoor je terug in de verrassende combinatie van invloeden, maar ook in de sfeer en emotie die Frontier Ruckus oproept. Sitcom Afterlife is een plaat die de zon laat schijnen, maar het is ook een wat weemoedig klinkende plaat. Het is een plaat waarvoor ooit eens het predicaat bitterzoet lijkt bedacht.
Luister naar de fraaie wijze waarop mannen- en vrouwenstemmen worden gecombineerd. Luister naar de unieke wijze waarop instrumenten uit de traditionele rootsmuziek worden gecombineerd met spartaanse elektronica. Luister naar de unieke wijze waarop een verstild intro kan omslaan in een uptempo refrein waarvan de veters uit je schoenen springen. Sitcom Afterlife van Frontier Ruckus is een plaat vol aangename verrassingen.
Het is ook een plaat vol briljante popliedjes. Popliedjes die je na één keer horen mee kunt zingen, maar ook popliedjes die de fantasie afwisselend aangenaam kietelen of stekelig prikken. Sitcom Afterlife van Frontier Ruckus is een plaat die lak heeft aan hokjes en conventies, maar muziek maakt die uit het hart komt. De ene keer wordt de liefhebber van Amerikaanse rootsmuziek verrast, de volgende keer is de liefhebber van frisse indiepop aan de beurt.
De muziekliefhebber met een open mind en enig geduld is uiteindelijk de grote winnaar. Sitcom Afterlife van Frontier Ruckus behoort wat mij betreft nog net op de valreep tot de aangename verrassingen van het muziekjaar 2014. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Frontier Ruckus - Sitcom Afterlife - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Frontier Ruckus is een 'alt-country' band uit East Lansing, Michigan, die in de Verenigde Staten al een tijdje op flink wat sympathie van de critici kan rekenen.
Sitcom Afterlife is al de vierde plaat van de band, maar het is mijn eerste kennismaking met de muziek van Frontier Ruckus. Het is een kennismaking die naar veel meer smaakt, want wat maakt deze Amerikaanse band frisse en leuke muziek.
Sitcom Afterlife bevat ontegenzeggelijk invloeden uit de alt-country, maar sluit hiernaast nadrukkelijk aan op de eigenzinnige Britse indiepop van de jaren 90. Sitcom Afterlife klinkt hierdoor als The La’s, The Housemartins, The Inspiral Carpets of Belle & Sebastian beland in Nashville.
Frontier Ruckus laat aanstekelijke rootspop horen, maar strooit hierbij ook nadrukkelijk met Brits aandoende gitaarloopjes of met zeurende orgeltjes zoals die in de jaren 90 zeer gewild waren. De mix van Amerikaanse traditionele invloeden en Britse eigenzinnige invloeden pakt perfect uit.
Stop Sitcom Afterlife in de cd speler en de zon gaat schijnen. Stop Sitcom Afterlife in de cd speler en je humeur krijgt een bijna ongekende boost. Stop Sitcom Afterlife in de cd speler en je wordt getrakteerd op een vat vol tegenstrijdigheden dat op hetzelfde moment toegankelijk en tegendraads klinkt.
Natuurlijk is Frontier Ruckus niet de eerste band die Amerikaanse rootsmuziek probeert te vernieuwen door het toevoegen van verrassende ingrediënten, maar ik ken geen andere band die dit op dezelfde wijze doet als de band uit Michigan. Heel soms doet het wat denken aan The Counting Crows, heel af en toe ook aan R.E.M., maar deze vergelijkingen slaan de plank een track later weer volledig mis.
Sitcom Afterlife heb ik hierboven al een vat vol tegenstrijdigheden genoemd. Dat hoor je terug in de verrassende combinatie van invloeden, maar ook in de sfeer en emotie die Frontier Ruckus oproept. Sitcom Afterlife is een plaat die de zon laat schijnen, maar het is ook een wat weemoedig klinkende plaat. Het is een plaat waarvoor ooit eens het predicaat bitterzoet lijkt bedacht.
Luister naar de fraaie wijze waarop mannen- en vrouwenstemmen worden gecombineerd. Luister naar de unieke wijze waarop instrumenten uit de traditionele rootsmuziek worden gecombineerd met spartaanse elektronica. Luister naar de unieke wijze waarop een verstild intro kan omslaan in een uptempo refrein waarvan de veters uit je schoenen springen. Sitcom Afterlife van Frontier Ruckus is een plaat vol aangename verrassingen.
Het is ook een plaat vol briljante popliedjes. Popliedjes die je na één keer horen mee kunt zingen, maar ook popliedjes die de fantasie afwisselend aangenaam kietelen of stekelig prikken. Sitcom Afterlife van Frontier Ruckus is een plaat die lak heeft aan hokjes en conventies, maar muziek maakt die uit het hart komt. De ene keer wordt de liefhebber van Amerikaanse rootsmuziek verrast, de volgende keer is de liefhebber van frisse indiepop aan de beurt.
De muziekliefhebber met een open mind en enig geduld is uiteindelijk de grote winnaar. Sitcom Afterlife van Frontier Ruckus behoort wat mij betreft nog net op de valreep tot de aangename verrassingen van het muziekjaar 2014. Erwin Zijleman
Fruit Bats - Absolute Loser (2016)

4,0
1
geplaatst: 29 mei 2016, 10:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fruit Bats - Absolute Loser - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit Chicago afkomstige band Fruit Bats ken ik alleen van het in 2003 verschenen Mouthfuls, dat ik destijds vooral een hele aangename plaat vond.
Dat geldt ook weer voor het na een pauze van vijf jaar verschenen Absolute Loser. De band rond Eric D. Johnson doet op haar zesde plaat misschien geen hele opzienbarende dingen, maar wat klinkt deze plaat lekker en wat word je vrolijk van de bijzonder aangenaam voortkabbelende pop- en rock songs van de Amerikaanse band.
Fruit Bats laat zich op Absolute Loser inspireren door de folk(pop) uit de jaren 70, de singer-songwriter pop uit dezelfde periode, de alt-country uit de jaren 90 en de countryrock van een aantal decennia ervoor en verpakt al deze invloeden in songs waarvan je alleen maar een brede glimlach op je gezicht kunt krijgen.
De opgewekte popsongs van Fruit Bats strijken geen moment tegen de haren in, strooien driftig met zonnestralen, klinken volstrekt tijdloos en hebben ook allemaal direct iets memorabele.
Fruit Bats doet in muzikaal opzicht misschien geen hele verassende of vernieuwende dingen, maar de songs op de plaat zijn van hoog niveau en doen niet onder voor die van de vele voorbeelden van de band.
Die voorbeelden zijn er in overvloed. Fruit Bats heeft een zwak voor mooi verzorgde en licht psychedelische folkrock zoals Love die maakte, sluit aan bij de grote platen van alt-country pioniers als The Jayhawks maar ook bij countryrock bands als The Flying Burrito Brothers en komt zo nu en dan op de proppen met songs die McCartney gemaakt zou kunnen hebben gedurende de jaren 70. Hiermee zijn we er nog niet, want Absolute Loser klinkt 10 songs lang als een omgevallen platenkast, waarin ook ruimte is voor net wat stevigere en net wat zweverigere songs.
Wat voor de songs geldt, geldt ook voor de instrumentatie en de zang op de plaat. Alles klinkt even mooi verzorgd en alles is even trefzeker. Natuurlijk kan ik vol blijven houden dat Fruit Bats geen hele bijzondere dingen doet op haar zesde plaat, maar dat doet de band uit Chicago natuurlijk wel.
Absolute Loser is immers niet alleen een ijzersterke en onweerstaanbare feelgood plaat, maar het is ook nog eens een heel knap gemaakte plaat. Mouthfuls heb ik uiteindelijk heel vaak gedraaid. Dat zal voor Absolute Loser niet anders zijn. Heerlijk. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Fruit Bats - Absolute Loser - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit Chicago afkomstige band Fruit Bats ken ik alleen van het in 2003 verschenen Mouthfuls, dat ik destijds vooral een hele aangename plaat vond.
Dat geldt ook weer voor het na een pauze van vijf jaar verschenen Absolute Loser. De band rond Eric D. Johnson doet op haar zesde plaat misschien geen hele opzienbarende dingen, maar wat klinkt deze plaat lekker en wat word je vrolijk van de bijzonder aangenaam voortkabbelende pop- en rock songs van de Amerikaanse band.
Fruit Bats laat zich op Absolute Loser inspireren door de folk(pop) uit de jaren 70, de singer-songwriter pop uit dezelfde periode, de alt-country uit de jaren 90 en de countryrock van een aantal decennia ervoor en verpakt al deze invloeden in songs waarvan je alleen maar een brede glimlach op je gezicht kunt krijgen.
De opgewekte popsongs van Fruit Bats strijken geen moment tegen de haren in, strooien driftig met zonnestralen, klinken volstrekt tijdloos en hebben ook allemaal direct iets memorabele.
Fruit Bats doet in muzikaal opzicht misschien geen hele verassende of vernieuwende dingen, maar de songs op de plaat zijn van hoog niveau en doen niet onder voor die van de vele voorbeelden van de band.
Die voorbeelden zijn er in overvloed. Fruit Bats heeft een zwak voor mooi verzorgde en licht psychedelische folkrock zoals Love die maakte, sluit aan bij de grote platen van alt-country pioniers als The Jayhawks maar ook bij countryrock bands als The Flying Burrito Brothers en komt zo nu en dan op de proppen met songs die McCartney gemaakt zou kunnen hebben gedurende de jaren 70. Hiermee zijn we er nog niet, want Absolute Loser klinkt 10 songs lang als een omgevallen platenkast, waarin ook ruimte is voor net wat stevigere en net wat zweverigere songs.
Wat voor de songs geldt, geldt ook voor de instrumentatie en de zang op de plaat. Alles klinkt even mooi verzorgd en alles is even trefzeker. Natuurlijk kan ik vol blijven houden dat Fruit Bats geen hele bijzondere dingen doet op haar zesde plaat, maar dat doet de band uit Chicago natuurlijk wel.
Absolute Loser is immers niet alleen een ijzersterke en onweerstaanbare feelgood plaat, maar het is ook nog eens een heel knap gemaakte plaat. Mouthfuls heb ik uiteindelijk heel vaak gedraaid. Dat zal voor Absolute Loser niet anders zijn. Heerlijk. Erwin Zijleman
Fruit Bats - The Pet Parade (2021)

4,0
1
geplaatst: 12 maart 2021, 16:09 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fruit Bats - The Pet Parade - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Fruit Bats - The Pet Parade
Fruit Bats draait inmiddels ruim twintig jaar mee, maar is nog altijd vrij onbekend, wat maar eens moet gaan veranderen met het prachtig klinkende en volstrekt tijdloze The Pet Parade
Eric D. Johnson heeft inmiddels heel wat mooie albums op zijn naam staan met zijn bands Fruit Bats, maar het deze week verschenen The Pet Parade vind ik de mooiste van het stel. Het is deels de verdienste van producer Josh Kaufman en de prima gastmuzikanten op het album, maar het is toch vooral de verdienste van Eric D. Johnson zelf, die voor het nieuwe album van Fruit Bats een aantal geweldige songs heeft gepend. Het is een album dat herinnert aan vervlogen tijden, maar het is ook een eigentijds album dat doet uitzien naar een mooie en lange zomer waarin ons leven hopelijk weer iets meer lijkt op het leven dat we gewend waren voor de corona pandemie.
De Amerikaanse band Fruit Bats bracht precies twintig jaar geleden haar debuutalbum Echolocation uit en heeft inmiddels acht albums uitgebracht. De band rond muzikant Eric D. Johnson kan altijd rekenen op behoorlijk positieve recensies en heeft een aantal uitstekende albums gemaakt, die zowel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek als invloeden uit de pop en de rock verwerken.
Wereldberoemd is de band uit Chicago er tot dusver helaas nog niet mee geworden, maar als dat nog eens moet veranderen, moet dat maar gebeuren met het deze week verschenen The Pet Parade. Op haar achtste album doet Fruit Bats er immers een schepje bovenop, wat absoluut gevolgen heeft gehad voor de kwaliteit van het album.
Eric D. Johnson maakt deel uit van de gelegenheidsband Bonny Light Horseman en wist mede-bandlid Josh Kaufman te strikken voor de productie van het album. Josh Kaufman liet de afgelopen weken op de prachtige nieuwe albums van Cassandra Jenkins en The Hold Steady al horen dat je hem dit kunstje wel kunt toevertrouwen en ook The Pet Parade van Fruit Bats klinkt weer geweldig.
Dat is natuurlijk niet alleen de verdienste van de producer van het album, want Eric D. Johnson wist dit keer ook een aantal interessante gastmuzikanten naar de studio te halen. Zo duikt naast drummer Matt Barrick (The Walkmen, Muzz) en violist Jim Becker (Iron & Wine, Califone) ook pianist Thomas Bartlett (ook bekend als Doveman) op en zijn er als bonus nog de bijzonder fraaie vocalen van Johanna Samuels, die over een maand of twee wel eens hoge ogen kan gaan gooien met haar debuutalbum.
De bijdragen van alle muzikanten zorgen voor een lekker vol geluid vol invloeden. The Pet Parade past in het hokje Amerikaanse roots, met een voorliefde voor countryrock uit de jaren 70, maar het album misstaat ook niet in het hokje pop/rock en kan met enige fantasie ook nog wel in het hokje neo-psychedelica worden gepropt.
Het is een geluid dat prachtig past bij de bijzondere zang van Eric D. Johnson, die soms wat nasaal kan klinken, maar ook de hoge noten kan halen. Het is zang waarvan niet iedereen gecharmeerd zal zijn, maar wat mij betreft versterkt de zang het tijdloze karakter van de songs van Fruit Bats.
Het zijn songs die in het verleden vaak een Beatlesque karakter hadden en dat hoor ik nog steeds in de songs van de band uit Chicago. In het verleden was de muziek van Fruit Bats misschien niet altijd even onderscheidend, maar The Pet Parade is van de eerste tot en met de laatste noot genieten. Het geluid is prachtig, de instrumentatie rijk en veelzijdig, de zang trefzeker en de songs zijn stuk voor stuk van een hoog niveau.
Ondanks het feit dat de muzikanten vanwege de corona pandemie niet bij elkaar konden komen in de studio, klinkt het nieuwe album van Fruit Bats ook nog eens hecht, wat de songs nog wat extra energie geeft. En in een tijd waarin toch vooral redelijk donker klinkende albums worden gemaakt, klinkt de muziek van Fruit Bats in ieder geval zonnig in de oren. The Pet Parade is daarom niet alleen een album om heel vrolijk van te worden, maar het is ook nog eens een album waar de kwaliteit van af spat. Voor mij het beste album van Fruit Bats tot dusver en dat zegt wel wat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Fruit Bats - The Pet Parade - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Fruit Bats - The Pet Parade
Fruit Bats draait inmiddels ruim twintig jaar mee, maar is nog altijd vrij onbekend, wat maar eens moet gaan veranderen met het prachtig klinkende en volstrekt tijdloze The Pet Parade
Eric D. Johnson heeft inmiddels heel wat mooie albums op zijn naam staan met zijn bands Fruit Bats, maar het deze week verschenen The Pet Parade vind ik de mooiste van het stel. Het is deels de verdienste van producer Josh Kaufman en de prima gastmuzikanten op het album, maar het is toch vooral de verdienste van Eric D. Johnson zelf, die voor het nieuwe album van Fruit Bats een aantal geweldige songs heeft gepend. Het is een album dat herinnert aan vervlogen tijden, maar het is ook een eigentijds album dat doet uitzien naar een mooie en lange zomer waarin ons leven hopelijk weer iets meer lijkt op het leven dat we gewend waren voor de corona pandemie.
De Amerikaanse band Fruit Bats bracht precies twintig jaar geleden haar debuutalbum Echolocation uit en heeft inmiddels acht albums uitgebracht. De band rond muzikant Eric D. Johnson kan altijd rekenen op behoorlijk positieve recensies en heeft een aantal uitstekende albums gemaakt, die zowel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek als invloeden uit de pop en de rock verwerken.
Wereldberoemd is de band uit Chicago er tot dusver helaas nog niet mee geworden, maar als dat nog eens moet veranderen, moet dat maar gebeuren met het deze week verschenen The Pet Parade. Op haar achtste album doet Fruit Bats er immers een schepje bovenop, wat absoluut gevolgen heeft gehad voor de kwaliteit van het album.
Eric D. Johnson maakt deel uit van de gelegenheidsband Bonny Light Horseman en wist mede-bandlid Josh Kaufman te strikken voor de productie van het album. Josh Kaufman liet de afgelopen weken op de prachtige nieuwe albums van Cassandra Jenkins en The Hold Steady al horen dat je hem dit kunstje wel kunt toevertrouwen en ook The Pet Parade van Fruit Bats klinkt weer geweldig.
Dat is natuurlijk niet alleen de verdienste van de producer van het album, want Eric D. Johnson wist dit keer ook een aantal interessante gastmuzikanten naar de studio te halen. Zo duikt naast drummer Matt Barrick (The Walkmen, Muzz) en violist Jim Becker (Iron & Wine, Califone) ook pianist Thomas Bartlett (ook bekend als Doveman) op en zijn er als bonus nog de bijzonder fraaie vocalen van Johanna Samuels, die over een maand of twee wel eens hoge ogen kan gaan gooien met haar debuutalbum.
De bijdragen van alle muzikanten zorgen voor een lekker vol geluid vol invloeden. The Pet Parade past in het hokje Amerikaanse roots, met een voorliefde voor countryrock uit de jaren 70, maar het album misstaat ook niet in het hokje pop/rock en kan met enige fantasie ook nog wel in het hokje neo-psychedelica worden gepropt.
Het is een geluid dat prachtig past bij de bijzondere zang van Eric D. Johnson, die soms wat nasaal kan klinken, maar ook de hoge noten kan halen. Het is zang waarvan niet iedereen gecharmeerd zal zijn, maar wat mij betreft versterkt de zang het tijdloze karakter van de songs van Fruit Bats.
Het zijn songs die in het verleden vaak een Beatlesque karakter hadden en dat hoor ik nog steeds in de songs van de band uit Chicago. In het verleden was de muziek van Fruit Bats misschien niet altijd even onderscheidend, maar The Pet Parade is van de eerste tot en met de laatste noot genieten. Het geluid is prachtig, de instrumentatie rijk en veelzijdig, de zang trefzeker en de songs zijn stuk voor stuk van een hoog niveau.
Ondanks het feit dat de muzikanten vanwege de corona pandemie niet bij elkaar konden komen in de studio, klinkt het nieuwe album van Fruit Bats ook nog eens hecht, wat de songs nog wat extra energie geeft. En in een tijd waarin toch vooral redelijk donker klinkende albums worden gemaakt, klinkt de muziek van Fruit Bats in ieder geval zonnig in de oren. The Pet Parade is daarom niet alleen een album om heel vrolijk van te worden, maar het is ook nog eens een album waar de kwaliteit van af spat. Voor mij het beste album van Fruit Bats tot dusver en dat zegt wel wat. Erwin Zijleman
fuis - Here's to Asking for Help (2024)

4,5
0
geplaatst: 6 juni 2024, 18:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: fuis - Here's To Asking For Help - dekrentenuitdepop.blogspot.com
fuis - Here's To Asking For Help
De Nederlandse band fuis debuteert met het werkelijk prachtige Here’s To Asking For Help, waarop avontuurlijke maar ook betoverend mooie klanken worden gecombineerd met al even bijzondere zang
Het debuutalbum van fuis is zeker niet het meest besproken album van deze week, maar de Nederlandse band heeft wel een van de meest bijzondere en wat mij betreft ook beste albums afgeleverd deze week. De band experimenteert er in muzikaal opzicht flink op los en weet al haar songs op unieke maar ook bijzonder fraaie wijze in te kleuren. Ook de expressieve zang van Sophia Keck is niet alledaags, maar tilt de prachtige songs van fuis nog een stukje verder op. Here’s To Asking For Help staat vol met inventieve en wonderschone popsongs die je eindeloos wilt koesteren, maar het debuutalbum van fuis prikkelt ook de fantasie op een manier waarop maar weinig andere albums dit doen. Wat een droomdebuut.
De grootste verrassing deze week is voor mij zonder enige twijfel het album Here’s To Asking For Help van fuis. De naam van de band zei me op voorhand echt helemaal niets, maar op een of andere manier maakte het fraaie artwork van het album me nieuwsgierig naar de muziek. De muziek van fuis is niet alleen bijzonder, maar ook heel mooi, waardoor Here’s To Asking For Help me vrijwel onmiddellijk wist te overtuigen en uiteindelijk uitgroeide tot een van de grootste verrassingen van het muziekjaar 2024.
Dat ik de naam fuis niet eerder tegen ben gekomen is niet zo gek, want de band is op het Internet niet heel scheutig met informatie. Ik weet inmiddels wel dat fuis in het verleden de bandnaam Find Us In Slumberland gebruikte en dat de vier leden van de band elkaar kennen van hun studie aan de Herman Brood Academie. Find Us In Slumberland timmerde een aantal jaren geleden voorzichtig aan de weg, deed mee aan de Popronde en leverde met Dusk een goed ontvangen EP af, maar vervolgens werd het, in ieder geval op het Internet stil.
Onder de naam fuis kan de band het echter wel eens heel ver gaan schoppen, want het debuutalbum van de band is zeer aansprekend en absoluut van internationale allure. Ik heb zoals gezegd maar heel weinig informatie over fuis en dus zal de muziek moeten spreken. Dat doet de muziek van de Nederlandse band gelukkig ook, al is het zeker niet de makkelijkste muzikale taal die fuis spreekt.
Here’s To Asking For Help is voor een belangrijk deel een spaarzaam ingekleurd album, maar alle klanken zijn functioneel en dragen bij aan het unieke karakter van de muziek van fuis. Het geluid van de band bestaat aan de ene kant uit hele mooie gitaarlijnen en aan de andere kant uit wat vervreemdende elektronica. Een subtiel maar trefzeker spelende ritmesectie maakt de muziek van fuis compleet.
De Nederlandse band schakelt makkelijk tussen uiterst spaarzame of zelfs bijna minimalistische klanken en een veel voller geluid en doet hierbij constant dingen die je niet verwacht. Here’s To Asking For Help is soms betoverend mooi, maar in muzikaal opzicht kan de muziek van fuis ook flink schuren. Het knappe is dat de band continu het experiment zoekt en dingen doet die je niet verwacht, maar op hetzelfde moment de goede popsong nergens uit het oog verliest, waardoor je blijft luisteren naar het album.
Ik vond het bijzondere geluid van de band vanaf de eerste keer horen intrigerend en dat vind ik het nog steeds, maar waar ik de muziek van fuis in eerste instantie vervreemdend of zelfs wat unheimisch vond klinken, vind ik de instrumentatie op Here’s To Asking For Help inmiddels alleen maar heel mooi en uitermate interessant.
Wat voor de muziek geldt, geldt ook voor de zang op het album. De Nederlandse band beschikt met Sophia Keck over een bijzondere zangeres, die zingt met veel expressie en die net als de muziek van de band steeds weet te verrassen. Ook de zang op het debuutalbum van fuis vond ik niet direct mooi, maar inmiddels vind ik de zang op het debuutalbum van fuis net zo mooi en fascinerend als de muziek.
Here’s To Asking For Help bevat tien songs en ze klinken allemaal net wat anders, maar op een of andere manier ook consistent. Het zijn songs die hoorbaar met veel zorg zijn gemaakt, waardoor fuis keer op keer de perfectie benadert, wat een uitzonderlijke prestatie is voor een debuterende band.
Ik kan nog altijd niet bedenken waar de muziek van fuis op lijkt. Het heeft af en toe wat van de albums van LUWTEN, maar Here’s To Asking For Help heeft ook een duidelijk eigen gezicht. Het is een eigen gezicht dat nog niet direct is overladen met aandacht deze week, maar dat moet gaan veranderen met een album waarmee fuis zich wat mij betreft schaart onder de smaakmakers van de Nederlandse popmuziek van het moment. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: fuis - Here's To Asking For Help - dekrentenuitdepop.blogspot.com
fuis - Here's To Asking For Help
De Nederlandse band fuis debuteert met het werkelijk prachtige Here’s To Asking For Help, waarop avontuurlijke maar ook betoverend mooie klanken worden gecombineerd met al even bijzondere zang
Het debuutalbum van fuis is zeker niet het meest besproken album van deze week, maar de Nederlandse band heeft wel een van de meest bijzondere en wat mij betreft ook beste albums afgeleverd deze week. De band experimenteert er in muzikaal opzicht flink op los en weet al haar songs op unieke maar ook bijzonder fraaie wijze in te kleuren. Ook de expressieve zang van Sophia Keck is niet alledaags, maar tilt de prachtige songs van fuis nog een stukje verder op. Here’s To Asking For Help staat vol met inventieve en wonderschone popsongs die je eindeloos wilt koesteren, maar het debuutalbum van fuis prikkelt ook de fantasie op een manier waarop maar weinig andere albums dit doen. Wat een droomdebuut.
De grootste verrassing deze week is voor mij zonder enige twijfel het album Here’s To Asking For Help van fuis. De naam van de band zei me op voorhand echt helemaal niets, maar op een of andere manier maakte het fraaie artwork van het album me nieuwsgierig naar de muziek. De muziek van fuis is niet alleen bijzonder, maar ook heel mooi, waardoor Here’s To Asking For Help me vrijwel onmiddellijk wist te overtuigen en uiteindelijk uitgroeide tot een van de grootste verrassingen van het muziekjaar 2024.
Dat ik de naam fuis niet eerder tegen ben gekomen is niet zo gek, want de band is op het Internet niet heel scheutig met informatie. Ik weet inmiddels wel dat fuis in het verleden de bandnaam Find Us In Slumberland gebruikte en dat de vier leden van de band elkaar kennen van hun studie aan de Herman Brood Academie. Find Us In Slumberland timmerde een aantal jaren geleden voorzichtig aan de weg, deed mee aan de Popronde en leverde met Dusk een goed ontvangen EP af, maar vervolgens werd het, in ieder geval op het Internet stil.
Onder de naam fuis kan de band het echter wel eens heel ver gaan schoppen, want het debuutalbum van de band is zeer aansprekend en absoluut van internationale allure. Ik heb zoals gezegd maar heel weinig informatie over fuis en dus zal de muziek moeten spreken. Dat doet de muziek van de Nederlandse band gelukkig ook, al is het zeker niet de makkelijkste muzikale taal die fuis spreekt.
Here’s To Asking For Help is voor een belangrijk deel een spaarzaam ingekleurd album, maar alle klanken zijn functioneel en dragen bij aan het unieke karakter van de muziek van fuis. Het geluid van de band bestaat aan de ene kant uit hele mooie gitaarlijnen en aan de andere kant uit wat vervreemdende elektronica. Een subtiel maar trefzeker spelende ritmesectie maakt de muziek van fuis compleet.
De Nederlandse band schakelt makkelijk tussen uiterst spaarzame of zelfs bijna minimalistische klanken en een veel voller geluid en doet hierbij constant dingen die je niet verwacht. Here’s To Asking For Help is soms betoverend mooi, maar in muzikaal opzicht kan de muziek van fuis ook flink schuren. Het knappe is dat de band continu het experiment zoekt en dingen doet die je niet verwacht, maar op hetzelfde moment de goede popsong nergens uit het oog verliest, waardoor je blijft luisteren naar het album.
Ik vond het bijzondere geluid van de band vanaf de eerste keer horen intrigerend en dat vind ik het nog steeds, maar waar ik de muziek van fuis in eerste instantie vervreemdend of zelfs wat unheimisch vond klinken, vind ik de instrumentatie op Here’s To Asking For Help inmiddels alleen maar heel mooi en uitermate interessant.
Wat voor de muziek geldt, geldt ook voor de zang op het album. De Nederlandse band beschikt met Sophia Keck over een bijzondere zangeres, die zingt met veel expressie en die net als de muziek van de band steeds weet te verrassen. Ook de zang op het debuutalbum van fuis vond ik niet direct mooi, maar inmiddels vind ik de zang op het debuutalbum van fuis net zo mooi en fascinerend als de muziek.
Here’s To Asking For Help bevat tien songs en ze klinken allemaal net wat anders, maar op een of andere manier ook consistent. Het zijn songs die hoorbaar met veel zorg zijn gemaakt, waardoor fuis keer op keer de perfectie benadert, wat een uitzonderlijke prestatie is voor een debuterende band.
Ik kan nog altijd niet bedenken waar de muziek van fuis op lijkt. Het heeft af en toe wat van de albums van LUWTEN, maar Here’s To Asking For Help heeft ook een duidelijk eigen gezicht. Het is een eigen gezicht dat nog niet direct is overladen met aandacht deze week, maar dat moet gaan veranderen met een album waarmee fuis zich wat mij betreft schaart onder de smaakmakers van de Nederlandse popmuziek van het moment. Erwin Zijleman
Fust - Big Ugly (2025)

4,0
0
geplaatst: 14 maart 2025, 13:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Fust - Big Ugly - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Fust - Big Ugly
Fust uit North Caroline liet al eerder horen dat het alt-country horen kan maken die zowel authentiek als eigentijds klinkt en dat doet de band ook weer op het uitstekende Big Ugly, dat ook andere genres verkent
Als ik naar alt-country wil luisteren kies ik meestal voor de klassiekers uit de vroege jaren 90 en meestal voor de beste albums van The Jayhawks, maar ook in 2025 wordt er gelukkig nog prima alt-country gemaakt. Bijvoorbeeld door het uit North Carolina afkomstige Fust, dat een paar jaar geleden met Genevieve ook al een prima album afleverde. De band beperkt zich overigens zeker niet tot de alt-country, want Fust weet ook het moet rocken of hoe het zich kan ontworstelen aan genres. De band bestaat uit een flink aantal prima muzikanten, wist een uitstekende producer te rekruteren, maar heeft vooral het patent op uitstekende songs die met veel passie en kunde worden vertolkt.
Genevieve, het tweede album van de Amerikaanse band Fust, wist me in de zomer van 2023 makkelijk te overtuigen met een alt-country geluid dat zowel herinnerde aan het geluid van de bands die in de jaren 70 de countryrock omarmden als aan dat van de pioniers in het genre uit de jaren 90. Op hetzelfde moment hoorde ik op het album ook de alt-country van dat moment, waardoor het album zich wist te onderscheiden van de meeste andere alt-country albums uit deze periode.
Genevieve werd vorig jaar gevolgd door een hele ruime selectie vroeg materiaal van de plank en dat sprak me net wat minder aan dan de meer afgewogen selectie songs op Genevieve. Dat album krijgt deze week met Big Ugly een echte opvolger en het is een opvolger die me minstens net zo goed bevalt als Genevieve bijna twee jaar geleden.
De band uit Durham, North Carolina, werkt op haar nieuwe album wederom samen met producer Alex Farrar (Wednesday, MJ Lenderman), die in een aantal songs ook gitaar speelt. Het maakt het geluid van Fust, dat op Big Ugly een uit de kluiten gewassen band is, nog wat rijker.
Ook op haar nieuwe album maakt de band uit North Carolina weer muziek die herinnert aan de pioniersdagen van de alt-country uit het begin van de jaren 90, met The Jayhawks en Uncle Tupelo als relevant vergelijkingsmateriaal. Het is ook dit keer zeker geen vintage 90s alt-country, want Fust kan ook terug grijpen op de countryrock van vroegere datum. Als de gitaren wat steviger worden aangezet past Big Ugly echter ook in het hokje indierock en het album bevat ook een aantal tracks die minder makkelijk in een hokje zijn te duwen.
Met name op de vorig jaar verschenen verzamelaar met restmateriaal vond ik de muziek van Fust nog behoorlijk rammelen, maar op Big Ugly wordt echt prachtig gespeeld. De band bestaat volgens de bandcamp pagina van Fust inmiddels uit zes personen, waarvan er drie gitaarspelen en ook de pedal steel er af en toe bij pakken.
Naast een subtiel en smaakvol spelende ritmesectie staat ook Libby Rodenbough vermeld tussen de bandleden. Deze Libby Rodenbough maakte in het verleden deel uit van de ook uit North Caroline afkomstige band Mipso, maar ze maakte ook twee fantastische soloalbums. Op Big Ugly is ze te horen als violiste en zangeres.
Voorman Aaron Dowdy tekent over het algemeen voor de leadzang en hij schreef bovendien alle songs. Het is een prima zanger, maar als songwriter schat ik hem nog net wat hoger in. De songs op Big Ugly zijn nog wat overtuigender dan op Genevieve en tillen het niveau van het album flink op. Het zijn songs die prachtig stemmig kunnen klinken met een pedal steel, een piano, een pedal steel en de prachtige stem van Libby Rodenbough op de achtergrond, maar de gitaren mogen af en toe ook lekker ontsporen en laten de muziek van Fust dan ruw en gruizig klinken.
Het zorgt er voor dat ik Big Ugly uiteindelijk nog een stukje beter vind dan het vorige album van de band uit North Carolina en ik vind het album bovendien steeds beter worden. Zeker in muzikaal opzicht valt er veel te ontdekken op het album, dat baat heeft bij beluistering met de koptelefoon, maar ook alle andere ingrediënten op Big Ugly zijn dik in orde. In mijn beleving wordt er momenteel niet heel veel memorabele alt-country gemaakt, maar Fust laat op haar nieuwe album horen dat het met de besten mee kan. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Fust - Big Ugly - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Fust - Big Ugly
Fust uit North Caroline liet al eerder horen dat het alt-country horen kan maken die zowel authentiek als eigentijds klinkt en dat doet de band ook weer op het uitstekende Big Ugly, dat ook andere genres verkent
Als ik naar alt-country wil luisteren kies ik meestal voor de klassiekers uit de vroege jaren 90 en meestal voor de beste albums van The Jayhawks, maar ook in 2025 wordt er gelukkig nog prima alt-country gemaakt. Bijvoorbeeld door het uit North Carolina afkomstige Fust, dat een paar jaar geleden met Genevieve ook al een prima album afleverde. De band beperkt zich overigens zeker niet tot de alt-country, want Fust weet ook het moet rocken of hoe het zich kan ontworstelen aan genres. De band bestaat uit een flink aantal prima muzikanten, wist een uitstekende producer te rekruteren, maar heeft vooral het patent op uitstekende songs die met veel passie en kunde worden vertolkt.
Genevieve, het tweede album van de Amerikaanse band Fust, wist me in de zomer van 2023 makkelijk te overtuigen met een alt-country geluid dat zowel herinnerde aan het geluid van de bands die in de jaren 70 de countryrock omarmden als aan dat van de pioniers in het genre uit de jaren 90. Op hetzelfde moment hoorde ik op het album ook de alt-country van dat moment, waardoor het album zich wist te onderscheiden van de meeste andere alt-country albums uit deze periode.
Genevieve werd vorig jaar gevolgd door een hele ruime selectie vroeg materiaal van de plank en dat sprak me net wat minder aan dan de meer afgewogen selectie songs op Genevieve. Dat album krijgt deze week met Big Ugly een echte opvolger en het is een opvolger die me minstens net zo goed bevalt als Genevieve bijna twee jaar geleden.
De band uit Durham, North Carolina, werkt op haar nieuwe album wederom samen met producer Alex Farrar (Wednesday, MJ Lenderman), die in een aantal songs ook gitaar speelt. Het maakt het geluid van Fust, dat op Big Ugly een uit de kluiten gewassen band is, nog wat rijker.
Ook op haar nieuwe album maakt de band uit North Carolina weer muziek die herinnert aan de pioniersdagen van de alt-country uit het begin van de jaren 90, met The Jayhawks en Uncle Tupelo als relevant vergelijkingsmateriaal. Het is ook dit keer zeker geen vintage 90s alt-country, want Fust kan ook terug grijpen op de countryrock van vroegere datum. Als de gitaren wat steviger worden aangezet past Big Ugly echter ook in het hokje indierock en het album bevat ook een aantal tracks die minder makkelijk in een hokje zijn te duwen.
Met name op de vorig jaar verschenen verzamelaar met restmateriaal vond ik de muziek van Fust nog behoorlijk rammelen, maar op Big Ugly wordt echt prachtig gespeeld. De band bestaat volgens de bandcamp pagina van Fust inmiddels uit zes personen, waarvan er drie gitaarspelen en ook de pedal steel er af en toe bij pakken.
Naast een subtiel en smaakvol spelende ritmesectie staat ook Libby Rodenbough vermeld tussen de bandleden. Deze Libby Rodenbough maakte in het verleden deel uit van de ook uit North Caroline afkomstige band Mipso, maar ze maakte ook twee fantastische soloalbums. Op Big Ugly is ze te horen als violiste en zangeres.
Voorman Aaron Dowdy tekent over het algemeen voor de leadzang en hij schreef bovendien alle songs. Het is een prima zanger, maar als songwriter schat ik hem nog net wat hoger in. De songs op Big Ugly zijn nog wat overtuigender dan op Genevieve en tillen het niveau van het album flink op. Het zijn songs die prachtig stemmig kunnen klinken met een pedal steel, een piano, een pedal steel en de prachtige stem van Libby Rodenbough op de achtergrond, maar de gitaren mogen af en toe ook lekker ontsporen en laten de muziek van Fust dan ruw en gruizig klinken.
Het zorgt er voor dat ik Big Ugly uiteindelijk nog een stukje beter vind dan het vorige album van de band uit North Carolina en ik vind het album bovendien steeds beter worden. Zeker in muzikaal opzicht valt er veel te ontdekken op het album, dat baat heeft bij beluistering met de koptelefoon, maar ook alle andere ingrediënten op Big Ugly zijn dik in orde. In mijn beleving wordt er momenteel niet heel veel memorabele alt-country gemaakt, maar Fust laat op haar nieuwe album horen dat het met de besten mee kan. Erwin Zijleman
Fust - Genevieve (2023)

4,0
0
geplaatst: 23 juni 2023, 13:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fust - Genevieve - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Fust - Genevieve
De Amerikaanse band Fust begint op haar tweede album Genevieve bij de pioniersdagen van de alt-country, maar slaagt er ook in om het geluid uit het verleden op aansprekende wijze het heden in te tillen
De Amerikaanse band Fust dook vorige week, toch wel enigszins verrassend, op in de aanbevelingen van Pitchfork en Paste. Er valt niet veel op af te dingen, want de band uit Durham, North Carolina, heeft een zeer aansprekend alt-country album afgeleverd. Het door gitaren gedomineerde geluid van de band klinkt prachtig, de zang is prima, de productie is fraai en Fust komt ook nog eens op de proppen met een serie zeer aansprekende songs. Het zijn songs die hier en daar voorzichtig ontsporen, maar de Amerikaanse band kan ook prachtig ingetogen klinken. Ik hoor helaas niet vaak meer van dit soort alt-country albums en Genevieve is echt een hele goede.
De Amerikaanse band Uncle Tupelo debuteerde in 1990 met het album No Depression. Het album wordt gezien als een van de eerste alt-country albums, al verschenen er in de jaren 80 ook al wel een aantal albums die nadrukkelijk afstand namen van het traditionelere countrygeluid en een geluid lieten horen dat niet zo gek veel afwijkt van het geluid op No Depression (denk aan Green On Red, Jason & The Scorchers en Lone Justice om eens drie namen te noemen).
Uncle Tupelo ging uiteindelijk maar een paar jaar mee, maar stond wel aan de basis van zowel Wilco als Son Volt. In de beginjaren van de alt-country had ik overigens net wat meer met de albums van The Jayhawks, die een wat melodieuzer geluid lieten horen dan het rauwe geluid van Uncle Tupelo. Bij beluistering van Genevieve van de Amerikaanse band Fust moest ik direct denken aan de vroege albums van The Jayhawks en dat is nog altijd een aangename associatie.
Fust is een band uit Durham, North Carolina, en bracht twee jaar geleden haar debuutalbum uit. Dat album kreeg destijds niet heel veel aandacht, maar Genevieve dook afgelopen week op in de aanbevelingen van zowel Paste als Pitchfork en dat zijn twee tipgevers die ik zeer serieus neem. Dat Genevieve zo enthousiast werd onthaald verbaasde me overigens wel, want meestal is er op beide platforms niet heel veel ruimte voor dit soort albums. Ik ben zelf wel heel blij met de tip, want zonder het duwtje in de rug van Paste en Pitchfork had ik het nieuwe album van Fust nooit opgepikt.
Fust sluit op Genevieve aan bij de pioniersdagen van de alt-country en doet dit op geweldige wijze. Er zijn tijden geweest waarin we werden overspoeld met dit soort albums, maar de laatste jaren zie ik ze helaas steeds minder. Genevieve is een album dat het etiket alt-country absoluut verdient. De band uit Durham begint bij de countryrock uit de jaren 70, maar is niet blijven steken in dit decennium. Het geluid van Fust klinkt soms lekker vol, zeker wanneer de pedal steel wordt ingezet, maar Genevieve bevat ook een aantal meer ingetogen songs.
De Amerikaanse band had een wereldalbum gemaakt wanneer het er ook nog eens flink wat harmonieën tegenaan had gegooid, maar ook zonder dit wapen is Genevieve een sterk album geworden. Wanneer hier en daar een vrouwenstem opduikt hoor je overigens wel hoeveel meerwaarde harmonieën zouden kunnen hebben in het geluid van de band. Fust staat op haar tweede album garant voor songs die lekker blijven hangen, maar die ook interessant genoeg zijn om te blijven vermaken.
De band beschikt over een uitstekende zanger en staat bovendien garant voor veel muzikaal vuurwerk. Dat komt vooral van de gitaren, die prominent in de mix staan, maar ook de bijdragen van keyboards en de pedal steel zijn prachtig. Zeker wanneer de gitaren soleren hoor ik flink wat raakvlakken met de muziek van The Jayhawks, maar Fust heeft, met name door de zang en door het volle geluid, ook een eigen stijl.
Het is knap hoe Fust er in slaagt om het geluid uit de jonge jaren van de alt-country te reproduceren. De band laat het hier niet bij, want de band klinkt op haar tweede album ook absoluut eigentijds. Dat Fust klinkt als een tijdloos alt-country album is overigens ook de verdienste van producer Alex Farrar, een van de opkomende talenten in North Carolina, die wederom vakwerk aflevert. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Fust - Genevieve - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Fust - Genevieve
De Amerikaanse band Fust begint op haar tweede album Genevieve bij de pioniersdagen van de alt-country, maar slaagt er ook in om het geluid uit het verleden op aansprekende wijze het heden in te tillen
De Amerikaanse band Fust dook vorige week, toch wel enigszins verrassend, op in de aanbevelingen van Pitchfork en Paste. Er valt niet veel op af te dingen, want de band uit Durham, North Carolina, heeft een zeer aansprekend alt-country album afgeleverd. Het door gitaren gedomineerde geluid van de band klinkt prachtig, de zang is prima, de productie is fraai en Fust komt ook nog eens op de proppen met een serie zeer aansprekende songs. Het zijn songs die hier en daar voorzichtig ontsporen, maar de Amerikaanse band kan ook prachtig ingetogen klinken. Ik hoor helaas niet vaak meer van dit soort alt-country albums en Genevieve is echt een hele goede.
De Amerikaanse band Uncle Tupelo debuteerde in 1990 met het album No Depression. Het album wordt gezien als een van de eerste alt-country albums, al verschenen er in de jaren 80 ook al wel een aantal albums die nadrukkelijk afstand namen van het traditionelere countrygeluid en een geluid lieten horen dat niet zo gek veel afwijkt van het geluid op No Depression (denk aan Green On Red, Jason & The Scorchers en Lone Justice om eens drie namen te noemen).
Uncle Tupelo ging uiteindelijk maar een paar jaar mee, maar stond wel aan de basis van zowel Wilco als Son Volt. In de beginjaren van de alt-country had ik overigens net wat meer met de albums van The Jayhawks, die een wat melodieuzer geluid lieten horen dan het rauwe geluid van Uncle Tupelo. Bij beluistering van Genevieve van de Amerikaanse band Fust moest ik direct denken aan de vroege albums van The Jayhawks en dat is nog altijd een aangename associatie.
Fust is een band uit Durham, North Carolina, en bracht twee jaar geleden haar debuutalbum uit. Dat album kreeg destijds niet heel veel aandacht, maar Genevieve dook afgelopen week op in de aanbevelingen van zowel Paste als Pitchfork en dat zijn twee tipgevers die ik zeer serieus neem. Dat Genevieve zo enthousiast werd onthaald verbaasde me overigens wel, want meestal is er op beide platforms niet heel veel ruimte voor dit soort albums. Ik ben zelf wel heel blij met de tip, want zonder het duwtje in de rug van Paste en Pitchfork had ik het nieuwe album van Fust nooit opgepikt.
Fust sluit op Genevieve aan bij de pioniersdagen van de alt-country en doet dit op geweldige wijze. Er zijn tijden geweest waarin we werden overspoeld met dit soort albums, maar de laatste jaren zie ik ze helaas steeds minder. Genevieve is een album dat het etiket alt-country absoluut verdient. De band uit Durham begint bij de countryrock uit de jaren 70, maar is niet blijven steken in dit decennium. Het geluid van Fust klinkt soms lekker vol, zeker wanneer de pedal steel wordt ingezet, maar Genevieve bevat ook een aantal meer ingetogen songs.
De Amerikaanse band had een wereldalbum gemaakt wanneer het er ook nog eens flink wat harmonieën tegenaan had gegooid, maar ook zonder dit wapen is Genevieve een sterk album geworden. Wanneer hier en daar een vrouwenstem opduikt hoor je overigens wel hoeveel meerwaarde harmonieën zouden kunnen hebben in het geluid van de band. Fust staat op haar tweede album garant voor songs die lekker blijven hangen, maar die ook interessant genoeg zijn om te blijven vermaken.
De band beschikt over een uitstekende zanger en staat bovendien garant voor veel muzikaal vuurwerk. Dat komt vooral van de gitaren, die prominent in de mix staan, maar ook de bijdragen van keyboards en de pedal steel zijn prachtig. Zeker wanneer de gitaren soleren hoor ik flink wat raakvlakken met de muziek van The Jayhawks, maar Fust heeft, met name door de zang en door het volle geluid, ook een eigen stijl.
Het is knap hoe Fust er in slaagt om het geluid uit de jonge jaren van de alt-country te reproduceren. De band laat het hier niet bij, want de band klinkt op haar tweede album ook absoluut eigentijds. Dat Fust klinkt als een tijdloos alt-country album is overigens ook de verdienste van producer Alex Farrar, een van de opkomende talenten in North Carolina, die wederom vakwerk aflevert. Erwin Zijleman
Futurebirds - Easy Company (2024)

4,0
0
geplaatst: 11 augustus 2024, 10:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Futurebirds - Easy Company - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Futurebirds - Easy Company
Futurebirds is een band uit Georgia die al een tijdje mee draait, maar nu samen met producer Brad Cook een album heeft gemaakt dat de band op de kaart kan zetten bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek
Alles dat producer Brad Cook de afgelopen jaren aanraakt verandert in goud en dat is niet anders op het deze week verschenen Easy Company van Futurebirds. De band uit Athens, Georgia, maakte tot dusver nog geen onuitwisbare indruk, maar doet dit wel op het nieuwe album. De band beschikt over drie uitstekende singer-songwriters, wat garant staat voor een veelzijdig album. Futurebirds blijft in een aantal tracks dicht bij de countryrock en alt-country uit het verleden, maar kan ook verrassend eigentijds klinken. Easy Company laat ruim veertig minuten lang op zeer aangename wijze de zon schijnen, maar het album staat ook vol uitstekende songs die je nog heel vaak wilt beluisteren.
De Amerikaanse band Futurebirds bestaat al ruim vijftien jaar en heeft inmiddels meerdere albums op haar naam staan. De muziek van de band wordt al sinds het debuutalbum uit 2010 omschreven als countryrock met een psychedelische twist en dat is een omschrijving die mij normaal gesproken zeker aanspreekt. Desondanks had ik nog niet eerder geluisterd naar de muziek van de band uit Athens, Georgia, die deze week het album Easy Company uitbracht.
Dat ik deze week voor het eerst kennis heb gemaakt met de muziek van Futurebirds heeft alles te maken met het feit dat de band in een van de tracks wordt vergezeld door Waxahatchee, die hiervan melding heeft gemaakt op haar socials. Futurebirds heeft me vervolgens zeker niet teleurgesteld, want Easy Company is in kwalitatief opzicht een prima album en het is bovendien een album dat bijzonder aangenaam klinkt.
Je hoort het bijvoorbeeld in de aanstekelijke openingstrack Movin’ On, waarin de band uit Georgia invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek combineert met een trefzeker laagje pop. Door de zang, die is voorzien van een laagje gruis, deed het me wel wat denken aan de muziek van The Lumineers en dat is een band die ik heel hoog heb zitten.
Futurebirds varieert op Easy Company wat met de verhouding tussen roots en pop. De band kan uit de voeten met oorspronkelijk klinkende countryrock, maar weet ook hoe het deze invloeden kan verwerken in wat eigentijdser klinkende songs, die ook nog eens makkelijk verleiden. Met name bij beluistering van deze songs heb ik continu associaties met de muziek van The Lumineers, maar Futurebirds zal het waarschijnlijk beter doen bij liefhebbers van pure Amerikaanse rootsmuziek.
Persoonlijk vind ik de muziek van de band uit Athens juist wat minder onderscheidend wanneer het wat dichter tegen de countryrock uit de jaren 70 of de alt-country uit de jaren 90 aan leunt en veer ik op wanneer de zang wat expressiever wordt en de songs invloeden uit het verleden combineren met invloeden uit het heden, maar ook in de wat traditioneler klinkende songs is het niveau hoog. Zeker de wat zonniger klinkende songs doen het uitstekend op de warme zomerdagen van het moment en er zitten er flink wat tussen die wat mij betreft bovengemiddeld goed zijn.
Ik heb natuurlijk ook naar de vorige albums van Futurebirds geluisterd, maar ik vind zowel het geluid als de songs op Easy Company een stuk aansprekender dan op het oudere werk van de Amerikaanse band. Voor het knappe en opvallend warme geluid is producer Brad Cook verantwoordelijk. De muzikant en producer uit North Carolina produceerde eerder dit jaar al prachtalbums van Hurray For The Riff Raff en natuurlijk Waxahatchee, die aanschuift voor een fraai duet met een zeer aangename The Jayhawks vibe.
Waxahatchee is niet de enige gastmuzikant van naam en faam op Easy Company, want ook Patterson Hood van Drive-By Truckers levert een bijdrage aan het album. Easy Company is een mooi en overtuigend, maar ook een verrassend veelzijdig album. Het heeft alles te maken met het feit dat de band beschikt over drie getalenteerde zangers en songwriters, die alle drie een eigen stempel willen duwen op het nieuwe album van Futurebirds en daar wat mij betreft glansrijk in slagen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Futurebirds - Easy Company - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Futurebirds - Easy Company
Futurebirds is een band uit Georgia die al een tijdje mee draait, maar nu samen met producer Brad Cook een album heeft gemaakt dat de band op de kaart kan zetten bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek
Alles dat producer Brad Cook de afgelopen jaren aanraakt verandert in goud en dat is niet anders op het deze week verschenen Easy Company van Futurebirds. De band uit Athens, Georgia, maakte tot dusver nog geen onuitwisbare indruk, maar doet dit wel op het nieuwe album. De band beschikt over drie uitstekende singer-songwriters, wat garant staat voor een veelzijdig album. Futurebirds blijft in een aantal tracks dicht bij de countryrock en alt-country uit het verleden, maar kan ook verrassend eigentijds klinken. Easy Company laat ruim veertig minuten lang op zeer aangename wijze de zon schijnen, maar het album staat ook vol uitstekende songs die je nog heel vaak wilt beluisteren.
De Amerikaanse band Futurebirds bestaat al ruim vijftien jaar en heeft inmiddels meerdere albums op haar naam staan. De muziek van de band wordt al sinds het debuutalbum uit 2010 omschreven als countryrock met een psychedelische twist en dat is een omschrijving die mij normaal gesproken zeker aanspreekt. Desondanks had ik nog niet eerder geluisterd naar de muziek van de band uit Athens, Georgia, die deze week het album Easy Company uitbracht.
Dat ik deze week voor het eerst kennis heb gemaakt met de muziek van Futurebirds heeft alles te maken met het feit dat de band in een van de tracks wordt vergezeld door Waxahatchee, die hiervan melding heeft gemaakt op haar socials. Futurebirds heeft me vervolgens zeker niet teleurgesteld, want Easy Company is in kwalitatief opzicht een prima album en het is bovendien een album dat bijzonder aangenaam klinkt.
Je hoort het bijvoorbeeld in de aanstekelijke openingstrack Movin’ On, waarin de band uit Georgia invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek combineert met een trefzeker laagje pop. Door de zang, die is voorzien van een laagje gruis, deed het me wel wat denken aan de muziek van The Lumineers en dat is een band die ik heel hoog heb zitten.
Futurebirds varieert op Easy Company wat met de verhouding tussen roots en pop. De band kan uit de voeten met oorspronkelijk klinkende countryrock, maar weet ook hoe het deze invloeden kan verwerken in wat eigentijdser klinkende songs, die ook nog eens makkelijk verleiden. Met name bij beluistering van deze songs heb ik continu associaties met de muziek van The Lumineers, maar Futurebirds zal het waarschijnlijk beter doen bij liefhebbers van pure Amerikaanse rootsmuziek.
Persoonlijk vind ik de muziek van de band uit Athens juist wat minder onderscheidend wanneer het wat dichter tegen de countryrock uit de jaren 70 of de alt-country uit de jaren 90 aan leunt en veer ik op wanneer de zang wat expressiever wordt en de songs invloeden uit het verleden combineren met invloeden uit het heden, maar ook in de wat traditioneler klinkende songs is het niveau hoog. Zeker de wat zonniger klinkende songs doen het uitstekend op de warme zomerdagen van het moment en er zitten er flink wat tussen die wat mij betreft bovengemiddeld goed zijn.
Ik heb natuurlijk ook naar de vorige albums van Futurebirds geluisterd, maar ik vind zowel het geluid als de songs op Easy Company een stuk aansprekender dan op het oudere werk van de Amerikaanse band. Voor het knappe en opvallend warme geluid is producer Brad Cook verantwoordelijk. De muzikant en producer uit North Carolina produceerde eerder dit jaar al prachtalbums van Hurray For The Riff Raff en natuurlijk Waxahatchee, die aanschuift voor een fraai duet met een zeer aangename The Jayhawks vibe.
Waxahatchee is niet de enige gastmuzikant van naam en faam op Easy Company, want ook Patterson Hood van Drive-By Truckers levert een bijdrage aan het album. Easy Company is een mooi en overtuigend, maar ook een verrassend veelzijdig album. Het heeft alles te maken met het feit dat de band beschikt over drie getalenteerde zangers en songwriters, die alle drie een eigen stempel willen duwen op het nieuwe album van Futurebirds en daar wat mij betreft glansrijk in slagen. Erwin Zijleman
