MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Folly & the Hunter - Tragic Care (2013)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Folly & The Hunter - Tragic Care - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Tragic Care van het uit het Canadese Montreal afkomstige Folly & The Hunter verscheen oorspronkelijk een jaar geleden, maar heeft tot dusver flink te klagen over aandacht. In Nederland kreeg de plaat tot dusver nog helemaal geen release, maar daar is vorige week gelukkig verandering in gekomen.

Als ik luister naar Tragic Care van Folly & The Hunter begrijp ik eerlijk gezegd niet dat de plaat het afgelopen jaar niet door heel veel mensen is omarmd. Het trio uit Montreal maakt immers prachtig klinkende popliedjes waarvoor een band als Coldplay zich niet zou schamen, maar heeft ook het eigenzinnige dat de meeste bands uit Montreal hebben. Hier blijft het niet bij, want Tragic Care van Folly & The Hunter roept ook associaties op met de zweverige muziek van Sigur Ros, heeft ook zeker verbindingslijntjes met succesvolle bands die folk hoog in het vaandel hebben staan (van Fleet Foxes tot The Lumineers) en doet ook nog wel wat denken aan de bijzondere muziek van Bon Iver.

Tragic Care heeft al met al veel om van te houden. Misschien wel wat teveel. Voor de liefhebbers van de deuntjes van Coldplay is de muziek van Folly & The Hunter waarschijnlijk net wat te ongrijpbaar en zweverig, terwijl de liefhebbers van de eigenzinnigere bands uit Montreal het waarschijnlijk net wat teveel pop vinden en de echte folkies teveel moeten worstelen met andere invloeden.

Tragic Care van Folly & The Hunter is daarom geen plaat voor een ieder die zijn of haar muziekdieet bij voorkeur eenzijdig houdt, maar muziekliefhebbers die niet vies zijn van een beetje fusion in de keuken, hebben met Tragic Care een prachtplaat in handen.

Ik was persoonlijk direct om. Folly & The Hunter maakt mooi verzorgde popliedjes die vaak wat stemmig klinken en opvallen door een mooie maar ook veelzijdige instrumentatie, waarin altijd wel iets gebeurt dat je niet had verwacht. Het is een instrumentatie waarin in de folk veelgebruikte snareninstrumenten als de banjo en de gitaar worden gecombineerd met sfeervolle pianoklanken, stemmige strijkers en bijzonder fraai klinkende elektronica. Het geluid van Folly & The Hunter is op zich vol, maar zo klinkt het zeker niet, wat voor een belangrijk deel de verdienste is van producer Jace Lacek, die we ook kennen als voorman van de heftige gitaarband The Besnard Lakes.

Op basis van de bijzondere instrumentatie en de fraaie popliedjes was ik al om, maar toen Folly & The Hunter ook nog eens op de proppen kwam met prachtige harmonieën was ik verkocht.

Vervolgens is de plaat eigenlijk alleen maar mooier en indrukwekkender geworden. Folly & The Hunter is de ontbrekende schakel tussen The Arcade Fire en Sigur Ros, maar slaat hierbij talloze verrassende wegen in. De weg van de folk is al meerdere malen genoemd in deze recensie, maar soms hoor ik ook wel wat prog-rock of wat chamber pop en het is eigenlijk allemaal even mooi. Des te wonderlijker dat er het afgelopen jaar vrijwel niets is geschreven over de plaat. Wat zou het mooi zijn als Tragic Care voor het eerst in Nederland op de juiste waarde wordt geschat. Mijn stem hebben ze. Erwin Zijleman

Fontaines D.C. - A Hero's Death (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fontaines D.C. - A Hero's Death - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fontaines D.C. - A Hero's Death
Fontaines D.C. maakte vorig jaar een onbetwiste jaarlijstjesplaat en doet dat nu nog eens met het donkere en dreigende maar ook spannende en bezwerende A Hero’s Death

Dublin werd vorig jaar weer stevig op de muziekkaart gezet door Dogrel, waarmee de Ierse band Fontaines D.C. op indrukwekkende wijze debuteerde. Na zo’n debuut volgt meestal een moeilijk tweede album, maar A Hero’s Death heeft geen last van de erfenis van zijn zo bewierookte voorganger. De band uit Dublin heeft vooral het donkere deel van Dogrel verder uitgewerkt en kiest wat meer dan op het debuut voor de postpunk. Het is postpunk die zich genadeloos opdringt door de fraaie instrumentatie, de bijna gesproken zang en de onderhuidse spanning die is verwerkt in bijna alles songs. Ik schrijf ook deze alvast op voor het jaarlijstje.

Postpunk associeer ik eerder met de herfst en de winter dan met de lente en de zomer, maar dit jaar is alles anders. De afgelopen weken verschenen met Ultimate Success Today van de Amerikaanse band Protomartyr en Fad van de Ierse band Silverbacks al twee geweldige albums die niet misstaan in het hokje postpunk en deze albums krijgen deze week gezelschap van een volgend geweldig postpunk album.

Dat album komt zeker niet als een verrassing, want A Hero’s Death van Fontaines D.C. werd een paar maanden geleden al aangekondigd en kan zomaar een van de grote albums van 2020 worden.

De uit het Ierse Dublin afkomstige band imponeerde vorig jaar met haar prachtige debuut Dogrel, dat terecht opdook in menig jaarlijstje. Op haar debuut verwerkte de Ierse band flink wat invloeden uit de archieven van de postpunk, maar Dogrel schoot ook allerlei andere kanten op, wat een imposant lijstje vergelijkingsmateriaal opleverde. Het was een lijstje dat varieerde van Joy Division tot The Clash en van The Smiths tot The Cure, maar met het noemen van namen deed je de veelzijdigheid van het debuut van Fontaines D.C. vooral tekort.

A Hero’s Death is het altijd moeilijke tweede album na een in brede kring bejubeld debuut, maar de band uit Dublin lijkt geen last te hebben van het syndroom na een droomdebuut. A Hero’s Death is ook wel een wat ander album dan Dogrel. Het tweede album van Fontaines D.C. is eenvormiger dan zijn voorganger en het is ook een wat donkerder en indringender album. Het is bovendien een album met wat complexere songs, al geldt dat niet voor alle songs op het album.

De openingstrack I Don’t Belong laat direct horen welke kant het op gaat op A Hero’s Death. De bassen zijn diep, de drums straks en monotoon, de gitaarlijnen fraai maar donker en de bijna gesproken zang van voorman Grian Chatten is wederom sfeerbepalend. Er zitten veel repeterende elementen in zowel de zang als de muziek, wat het bezwerende karakter van de openingstrack van A Hero’s Death versterkt.

Fontaines D.C. overschreed de grenzen van de postpunk op haar debuut met grote regelmaat, maar het tweede album van de band is meer een postpunk album. De ingrediënten van de fraaie openingstrack keren keer op keer terug, maar omdat de Ierse band varieert met de ritmes en met het gitaarwerk en ook een aantal keren flink gas terug neemt met ingetogen songs, is A Hero’s Death zeker geen monotoon album.

Waar Dogrel een deel van zijn kracht ontleende aan de diversiteit, ontleent het tweede album van Fontaines D.C. zijn kracht juist aan de eenvormigheid, of beter gezegd consistentie. Het levert een album op dat de zonnestralen verdrijft met gitzwarte wolken en het is een album dat zich genadeloos opdringt.

Fontaines D.C. heeft niet geprobeerd om Dogrel 2 te maken, maar is dieper de postpunk ingedoken en levert een album af dat in het genre met de allerbeste albums mee kan. Het blijft muziek die zich lastig gaat combineren met een mooie zomerdag, maar ook op de mooiste zomerdag ligt een stevige onweersbui altijd op de loer.

Naarmate het album vordert, duikt er toch nog wat variatie op. De net wat meer ingetogen songs zijn ook net wat lichtvoetiger en verruilen de postpunk iconen eenmaal zelfs voor een vleugje Oasis (You Said), maar het is toch postpunk die domineert op A Hero’s Death, tot de band aan het eind nog een keer gas terug neemt. Het tweede album van Fontaines D.C. moet en zal nog wel even groeien, maar wat mij betreft is de missie nu al geslaagd. Erwin Zijleman

Fontaines D.C. - Dogrel (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fontaines D.C. - Dogrel - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fontaines D.C. - Dogrel
Dogrel van Fontaines D.C. wordt al op meerdere plekken het debuut van het jaar genoemd en heel overdreven is dat niet

Jonge honden die een memorabele gitaarplaat maken zijn op het moment helaas schaars, maar ze zijn er gelukkig nog wel. Fontaines D.C. uit het Ierse Dublin heeft een gitaaralbum afgeleverd dat met één been in de postpunk van de late jaren 70 staat, maar er met het andere been van alles en nog wat bijharkt. Het debuut van de jonge honden uit Ierland strooit driftig met memorabele gitaarsongs. Het zijn songs die aan van alles en nog wat doen denken, maar die uiteindelijk anders klinken dan alles wat er al is. Dogrel is een debuut dat onmiddellijk overtuigt, maar het is ook een debuut dat steeds weer nieuwe dingen laat horen en dat beter en beter wordt. Waar het eindigt durf ik niet te voorspellen, maar dat hier sprake is van een droomdebuut is voor mij al lang zeker.

Ik zal niet ontkennen dat ik een groot zwak heb voor singer-songwriters in het algemeen en (jonge) vrouwelijke singer-songwriters in het bijzonder, maar ik besteed op deze BLOG ook graag aandacht aan jonge honden en dan bij voorkeur jonge honden die het bestaansrecht van gitaarbandjes nieuw leven inblazen.

Nu is de spoeling in dit genre helaas dun. Ondanks de vele goede voorbeelden uit het verleden, kiezen veel van de hedendaagse jonge honden voor andere genres en bij voorkeur voor veel elektronica en lijkt het klassieke gitaarbandje zo af en toe zelfs een zeldzaamheid te worden. Gelukkig zijn er nog bands als Fontaines D.C., dat met Dogrel een fantastisch debuut heeft afgeleverd.

Fontaines D.C. is een band uit het Ierse Dublin (D.C. staat voor Dublin City) dat geen geheim maakt van haar helden uit het verleden. Invloeden van Joy Division, The Fall en The Jam, om maar eens drie namen te noemen, zijn duidelijk hoorbaar op Dogrel, maar ook invloeden van uiteenlopende bands als The Pogues, The La’s, The Smiths, The Cure en The Clash zijn hoorbaar, terwijl ik ook raakvlakken hoor met bands van het moment als Shame en IDLES.

Het is vergelijkingsmateriaal waar je als debuterende band mee thuis kunt komen, maar het knappe van Fontaines D.C. is dat het ook nadrukkelijk en misschien zelfs wel vooral haar eigen ding doet. Aan het bovenstaande lijstje namen kan ik overigens nog flink wat namen toevoegen en dat zegt wat over de veelzijdigheid van het debuut van Fontaines D.C., dat zich niet makkelijk in een hokje laat duwen.

Dogrel citeert meer dan eens uit de archieven van de postpunk, zeker wanneer de basloopjes aansluiten bij die van de hoogtijdagen van het genre, maar het debuut van de band uit Dublin schiet ook allerlei andere kanten op. Dogrel gaat aan de haal met invloeden uit de noiserock, de punk, de Krautrock, new wave en garagerock, maar biedt hier en daar ook ruimte aan folky invloeden. Het levert een album op dat in de late jaren 70 ongetwijfeld zou zijn uitgegroeid tot klassieker, maar ook in 2019 klinkt het debuut van Fontaines D.C. verrassend fris en urgent.

De Ierse band kiest vooral voor rauwe songs met vocalen die je mee terugnemen naar de hoogtijdagen van de punk, maar in muzikaal opzicht steekt het allemaal verrassend knap in elkaar. Veel van de songs op Dogrel volgen hetzelfde stramien, maar Fontaines D.C. legt steeds weer net iets andere accenten.

Zeker de postpunk bassen maken de songs van de band uit Dublin vrijwel onweerstaanbaar, maar ook het gitaarwerk op het debuut van de Ieren is ijzersterk en verrassend veelkleurig. Dogrel is absoluut een geweldige gitaarplaat van een stel jonge honden, maar het is ook een gitaarplaat die hopeloos intrigeert en die steeds weer nieuwe dingen laat horen en dingen doet die je niet verwacht.

Het debuut van Fontaines D.C. is inmiddels op meerdere plekken uitgeroepen tot het debuut van het jaar. Dat zijn grote woorden, maar heel overdreven is het wat mij betreft niet. Dogrel is goed voor 11 songs en 39 minuten pure opwinding en dat kan ik nog niet over heel veel debuutalbums zeggen dit jaar. Wat een prachtig en nu al memorabel album. Erwin Zijleman

Fontaines D.C. - Romance (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fontaines D.C. - Romance - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fontaines D.C. - Romance
Fontaines D.C. kiest op haar vierde album Romance voor een andere weg en levert een groots en meeslepend en bij vlagen zelfs wat bombastisch klinkend indierock album af, dat uiteindelijk toch weer klinkt als Fontaines D.C.

De Ierse band Fontaines D.C. citeerde met name op haar eerste twee albums stevig uit de archieven van de postpunk, maar liet op album nummer drie horen dat het ook met andere invloeden uit de voeten kon. Op Romance tapt de Ierse band weer uit een ander vaatje. Het album doet me persoonlijk heel vaak denken aan The Smashing Pumpkins in hun beste dagen, maar er komen ook flink wat invloeden uit een aantal decennia Britse rockmuziek voorbij en ook het soloalbum van Grian Chatten heeft invloed gehad op Romance. Het is na de vorige drie albums wel even wennen, maar als alles op zijn plek is gevallen is ook het vierde album van Fontaines D.C. weer een fantastisch album.

Na Dogrel uit 2019, A Hero's Death uit 2020 en Skinty Fia uit 2022 is de Ierse band Fontaines D.C. alweer toe aan haar vierde album. Het is een ware zegetocht die de band uit Dublin de afgelopen vijf jaar heeft afgelegd. Het is een zegetocht die begon met waarschijnlijk het meest indrukwekkende debuutalbum van 2019, maar ook de andere twee albums doken op in heel veel jaarlijstjes.

Fontaines D.C. liet zich op Dogrel vooral invloeden door de postpunk zoals die aan het eind van de jaren 70 werd gemaakt, maar bleef hier niet in steken. De band was destijds zeker niet de enige band die zich liet inspireren door de pioniers van de postpunk, maar Fontaines D.C. was voor mij wel de meest interessante van het stel. Fontaines D.C. liet zich op Dogrel niet alleen breder beïnvloeden, maar kwam ook op de proppen met een serie geweldige songs en beschikte met Grian Chatten bovendien over een zanger die niet alleen maar vertrouwde op de wat mij betreft vaak irritante praatzang.

Op A Hero’s Death omarmde Fontaines D.C. de postpunk net wat steviger, maar tegenvallen deed het tweede album van de Ierse band zeker niet. Op het inmiddels ruim twee jaar oude Skinty Fia viel vervolgens alles op zijn plek. De band die inmiddels was uitgeweken naar Londen liet op haar derde album horen dat het binnen meerdere genres uit de voeten kan en bleef dit keer ver verwijderd van de gebaande paden van de postpunk met praatzang. Het leverde een razend knap album op, dat ik persoonlijk een stuk beter vond dan zijn twee voorgangers.

Vorig jaar stond in het teken van het soloalbum van Grian Chatten, dat af en toe klonk als een singer-songwriter album, maar 2024 staat weer in het teken van Fontaines D.C., dat deze week terugkeert met Romance. De Ierse band, die nog altijd Londen als thuisbasis heeft, zette met Skinty Fia een reuzenstap, maar de stap die de band zet op Romance is nog een stuk groter. Het album lijkt in bijna niets meer op de eerste twee albums van de band en hoewel invloeden uit de postpunk zeker niet helemaal zijn verdwenen, spelen andere invloeden een grotere rol op het vierde album van de band.

Romance is een album dat hier en daar flirt met stadionrock, maar veel vaker met de betere indierock uit de jaren 90. Het is een album dat, mede door het gebruik van synths en strijkers, minder donker klinkt dan zijn voorgangers, al zijn de donkere wolken niet helemaal verdwenen. Romance laat zich breed beïnvloeden door uiteenlopende soorten indierock, maar een aantal tracks had ook niet misstaan op het soloalbum van Grian Chatten, die zich ook op Romance manifesteert als een prima zanger.

Ik heb bij beluistering van Romance echt veel meer dan eens associaties met de muziek van The Smashing Pumpkins uit de jaren 90. Een aantal tracks op Romance had absoluut niet misstaan op de grote albums van de Amerikaanse band. Hier blijft het niet bij, want Romance schiet zoveel kanten op dat ook de associatie met de omgevallen platenkast met zo ongeveer alles dat de Britse rockmuziek de afgelopen decennia interessant maakte nauwelijks te onderdrukken is. Van Echo & The Bunnymen tot Depeche Mode en van The Smiths tot Blur, alles komt voorbij.

Zeker de wat zwaarder aangezette en groots klinkende tracks op het album zijn mijlenver verwijderd van de muziek die de Ierse band op haar eerste twee albums maakte. Liefhebbers van donkere postpunk zullen daarom waarschijnlijk flink moeten wennen aan het nieuwe geluid van Fontaines D.C., maar na een paar keer horen ben ik behoorlijk onder de indruk van Romance, dat echt aan van alles en nog wat doet denken, maar dat wat mij betreft ook een typisch Fontaines D.C. album is, dat ook nog eens weergaloos is geproduceerd door topproducer James Ford. Prachtalbum al met al. Erwin Zijleman

Fontaines D.C. - Skinty Fia (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fontaines D.C. - Skinty Fia - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fontaines D.C. - Skinty Fia
De eerste twee albums van de Ierse band Fontaines D.C. waren geweldig en ook het wat toegankelijkere en deels andere wegen inslaande Skinty Fia komt weer aan als de spreekwoordelijke mokerslag

Het is misschien even wennen aan het wat melodieuzere en ook toegankelijkere geluid van Fontaines D.C., maar Skinty Fia bevat ook genoeg overeenkomsten met de zo indrukwekkende eerste twee albums van de Ierse band. Ook Skinty Fia is een donker of zelfs aardedonker album met invloeden uit de postpunk, maar deze krijgen gezelschap van alles dat in de vroege jaren 90 binnen de indierock gangbaar was. In muzikaal opzicht klinkt de band hechter en vooral ook beter en ook in vocaal opzicht heeft Fontaines D.C. stappen gezet. Skinty Fia is het derde album van Fontaines D.C. en het is het derde geweldige album van de band. Behoorlijk indrukwekkend als je het mij vraagt.

Van alle bands die zich de afgelopen jaren vergrepen aan onvervalste 70s postpunk met de zo karakteristieke praatzang, vind ik de Ierse band Fontaines D.C. met afstand de beste. De band uit Dublin sleepte er niet alleen meer invloeden bij dan de concurrentie, maar tekende ook voor veel betere songs.

Met Dogrel uit 2019 en A Hero’s Death uit 2020 heeft Fontaines D.C. inmiddels twee geweldige albums of misschien zelfs wel potentiële klassiekers op haar naam staan. Het zijn twee aardedonkere albums die je van de eerste tot en met de laatste noot in een wurggreep houden. Vorig jaar moesten we het doen zonder nieuwe muziek van de inmiddels naar Londen verkaste band, maar met Skinty Fia keert Fontaines D.C. terug.

Vergeleken met het debuut van de band, leunde het tweede album van de Ieren net wat meer tegen de postpunk aan. Op Skinty Fia slaat Fontaines D.C. juist weer wat meer de vleugels uit. Waar A Hero’s Death bijna een puur postpunk album kon worden genoemd, is Skinty Fia een verrassend veelzijdig rockalbum vol invloeden.

Je hoort het direct in de indrukwekkende openingstrack In ár gCroíthe Go Deo, die laat horen dat de leden van de band hun Ierse roots niet zijn vergeten, maar de 70s postpunk inmiddels hebben verruild voor een diverser geluid, vol invloeden uit de indierock zoals die aan het begin van de jaren 90 werd gemaakt. Stuwende ritmes uit de Madchester scene en de industrial worden in de openingstrack gecombineerd met een donker en gruizig geluid, waarin overigens nog altijd elementen uit de postpunk opduiken.

Zanger Grian Chatten is, zeker vergeleken met het debuutalbum van Fontaines D.C. veel meer gaan zingen in plaats van praten en dat vind ik persoonlijk een goede zaak. Veel songs op Skinty Fia klinken sowieso wat toegankelijker en melodieuzer dan we van de band gewend zijn, maar aan de kleuren in de muziek van Fontaines D.C. is niets veranderd. Ook op het derde album van de band domineren de donkere tinten in zowel de instrumentatie als in de vocalen wat ook dit keer een dreigende of zelfs onheilspellende sfeer creëert.

Fontaines D.C. wist twee albums op rij diepe indruk te maken en wat mij betreft doet de band dat ook weer op Skinty Fia. De band combineert de vertrouwde invloeden uit de postpunk, met uiteraard heerlijk diepe baslijnen, zoals gezegd met uiteenlopende invloeden uit de 90s indierock, waarbij de band zich breed laat inspireren, zonder haar eigen gezicht te verliezen, want ook Skinty Fia klinkt onmiskenbaar als Fontaines D.C..

In muzikaal opzicht laat de band op haar derde album flinke groei horen. Het gitaarwerk is prachtig, maar ook de drummer van de band maakt meer indruk dan op de vorige albums. Fontaines D.C. heeft zich absoluut laten inspireren door een band als Primal Scream, maar Skinty Fia had zich in de jaren 90 ook zomaar kunnen scharen onder het beste van de wat ruwere Britpop (af en toe hoor ik stiekem een opvallend geslaagde combinatie van Oasis en Underworld).

Vergeleken met de vorige twee albums zijn de songs van Fontaines D.C. wat minder ruw en stekelig, maar ook Skinty Fia is weer een heftig album. De eerste twee albums van de band vraten energie en dat doet ook album nummer drie dat als een stoomtrein over je heen walst en nauwelijks rustpunten biedt (en als ze er zijn vind ik ze persoonlijk minder dan de intensere songs).

Ik moest eerlijk gezegd wel even wennen aan het wat toegankelijkere en melodieuzere geluid van de band, maar inmiddels sla ik Skinty Fia zelfs nog hoger aan dan de prachtige voorgangers Dogrel en A Hero’s Death. Fontaines D.C. blijft al met al doorbouwen aan een bijzonder fascinerend oeuvre en blijft de concurrentie ook dit keer flink voor. Erwin Zijleman

Forenzics - Shades and Echoes (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Forenzics - Shades And Echoes - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Forenzics - Shades And Echoes
Het debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse band Forenzics krijgt hier nog niet veel aandacht, maar de ouwe rotten achter deze band verdienen echt alle aandacht met hun volstrekt tijdloze songs

Tim Finn en Eddie Rayner maakten in de jaren 70 en 80 deel uit van de Nieuw-Zeelandse band Split Enz en pakken de draad na een aantal decennia weer op. Veel songs op het debuutalbum van hun nieuwe band Forenzics zijn gebaseerd op songs of flarden van songs van Split Enz, die vervolgens zijn verrijkt met invloeden uit een aantal decennia popmuziek. Shades And Echoes klinkt vol en warm, maar ook zeer trefzeker, de songs zijn zowel tijdloos als eigentijds, de zang is mooi doorleefd en je hoort dat hier een aantal zeer gelouterde muzikanten en getalenteerde songwriters aan het werk zijn geweest. Het gezegde “wat van ver komt is lekkerder” gaat weer eens op.

Aan het eind van de jaren 70 kocht ik in de uitverkoop eens twee LP’s van de Nieuw-Zeelandse band Split Enz. Het waren LP’s met grappige hoezen en vooral Beatlesque songs, die wat curieus klonken en daarom verrassend vaak op de platenspeler terecht kwamen. De band zou in de jaren 80 een drietal hits scoren, maar voorman Tim Finn werd uiteindelijk voorbij gestreefd door zijn oudere broer Neil, die overigens ook een tijdje deel uit maakte van Split Enz, maar vervolgens met zijn band Crowded House veel meer en veel grotere hits scoorde.

Tim Finn kennen we sindsdien van een aantal prima soloalbums en van een aantal albums die hij samen met zijn broer maakte, maar de afgelopen jaren was het behoorlijk stil rond de Nieuw-Zeelandse muzikant, al weet ik nu dat hij nog niet zo heel lang geleden een album maakte met Phil Manzanera.

Tim Finn duikt deze week, samen met voormalig Split Enz collega Eddie Rayner op als Forenzics. Het is een release die aan deze kant van de wereld nog nauwelijks aandacht heeft gekregen, maar die uiteraard wel werd uitgelicht in de nieuwsbrief van het Nieuw-Zeelandse Flying Out Music. Het is een album dat ook hier alle aandacht verdient, want het debuut van Forenzics is prachtig.

Het is bijna vijftig jaar geleden dat Tim Finn en Eddie Rayner voor het eerst samen muziek maakten in Split Enz en voor het debuut van Forenzics keren de twee terug naar deze periode. Veel songs op Shades And Echoes zijn gebaseerd op vroege songs van Split Enz, maar vervolgens op knappe wijze vijftig jaar verder in de tijd geslingerd.

Bij beluistering van het debuut van Forenzics stuit je met enige regelmaat op echo’s van de muziek van Split Enz, maar het album klinkt verrassend fris. Openingstrack Walking is een tijdloze popsongs zoals Split Enz die aan de lopende band produceerde, maar door de volle en bijzondere instrumentatie en de emotievolle zang van Tim Finn, zou het ook maar een song van David Bowie kunnen zijn.

Het is ook een song die mij direct nieuwsgierig maakte naar de rest van het debuutalbum van Forenzics en Shades And Echoes heeft me vervolgens niet teleurgesteld. Het eerste album van de Nieuw-Zeelandse band staat vol met popsongs die zich hebben laten beïnvloeden door de vijf decennia die zijn verstreken sinds de oprichting van Split Enz.

Het zijn popsongs die opvallen door de warme, volle, maar ook zeer smaakvolle inkleuring, die al even tijdloos is als de songs. Voor deze inkleuring werden ook voormalig Split Enz lid Noel Crombie en de zonen van Tim Finn ingeschakeld, maar ook Roxy Music gitarist Phil Manzanera speelde een aantal partijen in voor het album. Ook in vocaal opzicht is het smullen. Tim Finn is prima bij stem en laat zich hier en daar fraai bijstaan door Megan Washington.

In muzikaal opzicht herinnert Shades And Echoes vooral aan de jaren 80 met de muziek van Rupert Hine, Peter Gabriel en natuurlijk Split Enz als ijkpunten. In het boekje bij de cd lees je overigens ook dat niemand minder dan Brian Eno zo’n 45 jaar geleden met het idee kwam om fragmenten uit songs van Split Enz uit te werken tot nieuwe songs. Het heeft even geduurd, maar het is er toch nog van gekomen. En het resultaat mag er zijn, zeker als je weet dat de rijke en veelkleurige songs op het album nog wel even doorgroeien. "Forenzics Embrace the Past to Discover the Future" aldus de Australische editie van Rolling Stone. Zo is het maar net. Erwin Zijleman

Forth Wanderers - The Longer This Goes On (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Forth Wanderers - The Longer This Goes On - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Forth Wanderers - The Longer This Goes On
Forth Wanderers is een band uit New Jersey, die in het voorjaar van 2018 een geweldige gitaarplaat afleverde en dat kunstje nu, ruim zeven jaar later, herhaalt met het uitstekende The Longer This Goes On

The Longer This Goes On van Forth Wanderers werd me voor de afwisseling eens niet getipt door Pitchfork of Paste, maar door OOR. Het Nederlandse muziektijdschrift noemt het nieuwe album van de Amerikaanse band een van de fijnste gitaarplaten die je dit jaar gaat horen en daar valt wat mij betreft niets op af te dingen. Het is zo’n leuke gitaarplaat omdat de band uit New Jersey zich breed laat beïnvloeden en hierdoor steeds weer net wat anders klinkt. Het gitaarwerk sprankelt en overtuigt tien tracks lang en dat doet ook de stem van frontvrouw Ava Trilling die nog wat extra bonuspunten binnen haalt voor haar band. Het levert een bijzonder lekker album op, dat vooralsnog alleen maar beter wordt.

De Amerikaanse band Forth Wanderers bracht in 2018 haar officiële debuutalbum uit op het aansprekende Sub Pop label. De band uit Montclair, New Jersey, maakte op haar titelloze debuutalbum flink wat indruk en haalde meerdere zeer positieve recensies binnen, maar tot een echte doorbraak kwam het helaas niet.

Dat had alles te maken met de mentale gezondheidsproblemen waar zangeres en frontvrouw Ava Trilling mee te maken kreeg. Deze zouden er uiteindelijk voor zorgen dat de carrière van Forth Wanderers tot stilstand kwam voor hij goed en wel begonnen was. Ik heb het debuutalbum van Forth Wanderers er vorige week, nadat de eerste recensies van het nieuwe album van de Amerikaanse band opdoken, nog eens bij gepakt en ik kan alleen maar concluderen dat het een heerlijke gitaarplaat is.

Dat is ook precies hetgeen dat tot dusver wordt opgeschreven over het deze week verschenen The Longer This Goes On. Na een stilte van drie jaar besloot Ava Trilling in 2021 dat ze weer muziek wilde gaan maken en dat heeft vier jaar later geleid tot een gloednieuw album van de band uit New Jersey. Met The Longer This Goes On herhaalt de geschiedenis zich in ieder geval voor een deel, want ook het nieuwe album van Forth Wanderers is inderdaad een geweldige gitaarplaat.

Het is een gitaarplaat die past in het hokje indierock, maar de band laat horen dat het binnen dit genre meerdere kanten op kan. Zo opent The Longer This Goes On met een zwaar aangezette rocksong, maar is de track die volgt juist verrassend lichtvoetig, met hier en daar een uitbarsting, waarna de band zich juist weer richting dreampop beweegt. En zo kan het op het nieuwe album van Forth Wanderers meerdere kanten op. In een aantal songs grijpt de band terug op indierock uit het verleden, maar ook de indierock van het moment heeft een plekje gevonden op The Longer This Goes On.

Wanneer ik het nieuwe album van Forth Wanderers probeer te ontleden, kom ik tot drie constanten op het nieuwe album. In alle songs op het album is het gitaarwerk bijzonder lekker. Het is gitaarwerk dat varieert van zeer melodieus, tot rammelend, tot gruizig of zelfs stevig, en het is bovendien gitaarwerk dat ook binnen de songs makkelijk van kleur kan verschieten. Het maakt van The Longer This Goes On een 100% gitaarplaat, maar het is ook een gitaarplaat met een serie hele goede songs.

Verder komt de ene na de andere memorabele popsong voorbij op een album dat zich af en toe laat beluisteren als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast en het is een platenkast die zich zeker niet beperkt tot indierock, want ook invloeden uit andere genres hebben hun weg gevonden naar het zeer veelzijdige album.

Het gitaarwerk en de songs maken van The Longer This Goes On al een heel goed album, maar ook zangeres Ava Trilling levert een geweldige prestatie en draagt nog wat verder bij aan de veelzijdigheid van het nieuwe album van Forth Wanderers. Ze beschikt over een zeer aangenaam stemgeluid, maar het is ook een stem die makkelijk overeind blijft tussen het gitaargeweld of de in ieder geval dominante gitaarakkoorden.

Net als in 2018 heeft Forth Wanderers een album afgeleverd waarmee het zomaar hoge ogen kan gaan gooien. Laten we hopen dat de band dit keer overeind blijft, al is dit volgens de band zelf helaas hoogst onzeker. Erwin Zijleman

Foxes in Fiction - Trillium Killer (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Foxes In Fiction - Trillium Killer - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Foxes In Fiction - Trillium Killer
Foxes In Fiction betovert op Trillium Killer met dromerige en breed uitwaaiende popsongs vol verleiding en avontuur

Ik had tot eerder deze week nog nooit van Foxes In Fiction gehoord, maar de New Yorkse band rond de Canadese muzikant Warren Hildebrand maakt op Trillium Killer flink wat indruk met dromerige popsongs vol mysterie. Invloeden uit de 80s pop en 90s dreampop worden gecombineerd met weidse en atmosferische soundscapes en dromerige en vaak wat vervormde vocalen. Het levert een groots geluid op dat makkelijk bedwelmt, maar onder de atmosferische soundscapes zijn intieme en wonderschone songs verstopt. Op Trillium Killer gebeurt zoveel dat het je soms duizelt, maar het is ook een album met honingzoete en verleidelijke popsongs. Voor mij een van de grote verrassingen in een week waarin de grote namen het even rustig aan doen.

Foxes In Fiction is een project van de Canadese muzikant en platenbaas Warren Hildebrand. De muzikant uit Toronto maakt zijn eerste muziek onder deze naam een kleine 15 jaar geleden, toen hij net op de middelbare school zat.

Foxes In Fiction maakte lange tijd vooral soundscapes en muziek die in het hokje ambient past, maar op het deze week verschenen Trillium Killer laat Warren Hildebrand horen dat hij veel meer kan.

Trillium Killer opent met een instrumentale track waarin elektronica steeds meer wordt verdrongen door atmosferische klanken. Het is een track die met een beetje fantasie nog wel in het hokje ambient past, maar het is ook een track die makkelijk kan worden uitgebouwd richting dreampop.

Dat is precies wat Warren Hildebrand doet in de track die volgt. De wat tegendraadse elektronica waar de openingstrack mee begon is vervangen door dromerige gitaarlijnen, die vervolgens gezelschap krijgen van nog dromerigere zang. Het sluit opeens aan bij de dreampop uit een tijd waarin de Canadese muzikant nog niet eens geboren was, maar Warren Hildebrand doet nadrukkelijk zijn eigen ding met de invloeden uit de dreampop.

Foxes In Fiction maakt opeens popsongs met een kop en een staart, maar het zijn popsongs waarin de ambient achtige soundscapes naadloos worden opgenomen, wat het dromerige en zweverige effect van de muziek van Foxes In Fiction verder versterkt.

Het is niet alleen maar wegdromen bij de muziek op Trillium Killer, want in iedere track schiet de instrumentatie ook wel een keer een kant op die je niet verwacht, bijvoorbeeld door bijzonder klinkende elektronica toe te voegen of door de strijkers flink te laten aanzwellen. Trillium Killer is over het algemeen genomen echter een behoorlijk toegankelijk album met popsongs die invloeden uit de 90s dreampop en de 80s elektronische pop combineren met invloeden uit de ambient en invloeden uit de ongrijpbare popmuziek van een band als Sigur Rós of de onderkoelde songs van Grouper.

Het is knap hoe Warren Hildebrand eenvoudige en intieme momenten om kan laten slaan in een kakafonie van geluid of hoe aardse klanken binnen een paar noten kunnen wegdrijven richting weidse en surrealistische landschappen. In instrumentaal opzicht gebeurt er van alles op het album dat moeiteloos schakelt tussen lome en bedwelmende klanken en een enorme experimenteerdrift, maar ook in vocaal opzicht is Trillium Killer een spannende plaat.

Zeker in de wat zoetere songs op het album treedt Warren Hildebrand zo in de voetsporen van Prefab Sprout, maar veel van de vocalen op het album zijn flink elektronisch bewerkt, wat de muziek van de Canadese muzikant een futuristisch karakter geeft.

Foxes In Fiction moest het tot dusver vooral hebben van de bijzondere soundscapes, maar op Trillium Killer toont de inmiddels vanuit New York opererende Warren Hildebrand zich een begenadigd songwriter, die een aantal volstrekt tijdloze popliedjes uit de hoge hoed tovert. Het waren deze popliedjes die als eerste indruk op me maakten, maar inmiddels hebben ook de wat minder toegankelijke songs op het album me te pakken.

Ik had een paar dagen geleden nog nooit van Foxes In Fiction gehoord, maar ben het oeuvre van de band nu aan het uitpluizen. Vooralsnog steekt Trillium Killer er wat mij betreft met kop en schouders bovenuit. Erwin Zijleman

Foxwarren - Foxwarren (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Foxwarren - Foxwarren - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tien jaar geleden al geformeerd, maar nu had Foxwarren pas tijd voor haar debuut en wat is het een prachtdebuut

Vier Canadese studievrienden formeerden tien jaar geleden de band Foxwarren, waarna een van de vier (Andy Shauf) doorbraak als solomuzikant. Het debuut van Foxwarren is er na tien jaar gelukkig alsnog gekomen en wat is het een mooie en bijzondere plaat. Het is een plaat die zich niet makkelijk in een hokje laat duwen, want ik hoor steeds weer nieuwe invloeden in de fascinerende muziek van de Canadezen. Het is muziek die niet bang is voor experiment of uitstapjes buiten de gebaande paden, maar ondertussen staat het debuut van Foxwarren ook vol onweerstaanbare en wonderschone popliedjes.

Foxwarren werd een jaar of tien geleden opgericht in het Canadese Regina, in de provincie Saskatchewan, door studievrienden Dallas Bryson, de broers Darryl en Avery Kissick en ene Andy Shauf. De vier ontdekten een gezamenlijke liefde voor de band Pedro The Lion en besloten samen muziek te maken.

Het had tien jaar geleden zomaar de basis kunnen vormen voor een leuk debuut, maar Andy Shauf timmerde sindsdien vooral als solomuzikant aan de weg en had weinig tijd voor Foxwarren. Tien jaar nadat Foxwarren werd opgericht is er nu echter toch een titelloos debuut en wat is het een mooie plaat geworden.

Foxwarren, vernoemd naar de plaats in de provincie Manitoba waarin de broers Kissick zijn opgegroeid, zal absoluut in de smaak vallen bij de liefhebbers van de muziek die Andy Shauf de afgelopen jaren heeft gemaakt op zijn soloplaten, maar persoonlijk doet de muziek van de band me meer.

Het debuut van Foxwarren staat vol met buitengewoon stemmige muziek en het is muziek met zowel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek als uit de psychedelica. Wanneer de band kiest voor harmonieën roept de muziek van Foxwarren onmiddellijk associaties op met de muziek van Crosby, Stills, Nash & Young, maar de plaat herinnert ook aan de countryrock uit de jaren 70, aan de muziek van The Band en aan de muziek waarmee bijvoorbeeld The Jayhawks de alt-country op poten wisten te zetten aan het begin van de jaren 90. Foxwarren maakt hiernaast muziek die loom en zweverig klinkt, wat de muziek een psychedelisch tintje geeft, dat wel iets heeft van Wilco of Mercury Rev.

Hiermee zijn we er nog lang niet, want het debuut van Foxwarren sluit ook nadrukkelijk aan bij de softrock uit de jaren 70 en bij de grote singer-songwriters uit deze tijd. Hier en daar duiken flarden van The Beatles op, maar iedere invloed die je benoemt bij beluistering van het debuut van de Canadese band ebt net zo snel weer weg als hij gekomen was.

Het heeft tien jaar geduurd voordat Foxwarren toe kwam aan haar debuut en dat hoor je. Alle songs op de plaat steken verrassend knap in elkaar en laten nog lang nieuwe dingen horen. Het is knap hoe Foxwarren geen geheim maakt van haar belangrijkste inspiratiebronnen, maar ook een herkenbaar en duidelijk eigen geluid laat horen. Het is een geluid waarin de vier Canadezen het experiment zeker niet schuwen, maar waarin ze ook verrassen met heerlijk melodieuze songs vol prachtige harmonieën. Het is muziek om heel vrolijk van te worden, maar Foxwarren is ook niet vies van de nodige melancholie.

Het is natuurlijk onverstandig om in de laatste weken van het jaar nog een plaat uit te brengen, want de kans dat deze plaat ondersneeuwt is levensgroot. Laat het niet gebeuren, want je mist in dat geval een plaat van een bijzondere schoonheid. En het debuut van Foxwarren wordt echt alleen maar mooier en beter. Erwin Zijleman

Foxygen - ...And Star Power (2014)

poster
4,5
pet schreef:
Ik vraag me toch af of ik wel hetzelfde album heb geluisterd als Erwin boven mij. Ik ben het namelijk bijzonder vaak met hem eens, maar bij dit album hadden we volgens mij niet verder uit elkaar kunnen zitten. Met (grote) afstand het slechtste album uit 2014 voor mij. De recensie:

Foxygen deed het 2 jaar geleden ineens bijzonder leuk met hun tweede album "We Are The 21st Century Ambassadors Of Peace & Magic". Een toffe mix tussen jaren '60 en jaren '70, maar zonder ouderwets of retro te klinken. Ook live deden de nodige verhalen in de rondte, maar dan vooral negatief. De band speelt slordig, frontman Sam Francis zou vooral erg irritant zijn en als geheel zou het lang niet zo goed zijn als op het album. Maar soms kwam de pure schoonheid wel naar boven. En nu is er dan de opvolger. En tot mijn grote schrik is het een dubbel-album met maar liefst 24 nummers en 80 volle minuten.

En dat is een onmogelijk lange zit. Het doet me wat denken aan de live-reputatie die ik in de introductie schetste. Soms hoor je werkelijk bijzonder mooie dingen. How Can You Really is een heerlijk zomers nummer, waarop de invloeden uit de jaren '60 en '70 overduidelijk aanwezig zijn. Mooie ondersteuning van de muziek met de piano, goed gezongen en een toffe gitaar solo. Ook volgend nummer Coulda Been My Love is erg (heel erg) mooi. Ingetogen met piano en zowaar een kinderkoor. Bijzonder rustig (in tegenstelling tot de rest van het album) en het mooiste nummer van het hele album.
Tegenover dit moois staan echter ook nummers zoals de Star Power serie. Hiervan is eigenlijk alleen deel 3 nog enigszins luisterbaar. De rest zit barstensvol tempo- en stemming wisselingen en de zang is meer gesproken dan echt zingen. Maar wat hier vooral opvalt is hoe vol het geluid zit met achtergrond-dingen. Mensen die nog door de muziek heen praten, andere wazige geluiden op de achtergrond en uiterst willekeurige instrumenten die een compleet andere melodie lijken te spelen.. Allemaal dingen die eigenlijk alleen maar afleiden. En dat is in veel meer nummers te horen. Hierdoor heeft het hele album het idee van een demo. Er zijn wat ideeën voor nummers, die in een spontane bui worden opgenomen (terwijl er nog mensen lekker zit te kletsen) en dat wordt zo op het album gezet. Hierdoor gebeurt het ook dat de zang soms net niet helemaal lekker zuiver is en het album eigenlijk alle kanten op stuitert zonder structuur. Een ander voorbeeld is Flowers, waarbij het lijkt alsof de band in een dronken bui de tekst aan het oplallen is, en deze soms nog vergeten wordt ook. Op Wally's Farm lijken de synthesizers vooral elkaar in de weg te zitten met dissonante geluiden en pijn in mijn oren tot gevolg.
De ideeën die te horen zijn, zijn overigens niet alleen maar slecht; er zitten zeker leuke stukjes tussen de enorme geluidsbrij. Helaas is dat vaak aan het begin van het nummer, waarbij het lijkt alsof de jongens de concentratie niet vol kunnen houden tot het einde van het liedje. Vaak ontaardt het dan in een raar afgeraffeld einde vol onhoorbare ellende.

Voor mij is dit een van de slechtste albums van het jaar. Het heeft zeker geen gebrek aan ideeën, maar vooral aan liedjes. Daarnaast duurt het album ruim 40 minuten te lang. Als alle schetsen waren uitgewerkt tot liedjes, had dit een heel bijzonder album kunnen worden. Nu is dat het ook, maar dan in negatieve zin.

Pat-sounds: Foxygen - ... And Star Power (2014) - pat-sounds.blogspot.nl


Altijd leuk dit soort verschillen. Zo ver zitten we meestal niet uit elkaar.

Foxygen - Hang (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Foxygen - Hang - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De platen van de uit Los Angeles afkomstige band Foxygen roepen tot dusver zeer uiteenlopende reacties op, waarbij vooral de uitersten goed scoren. Persoonlijk was ik zeer gecharmeerd van de vorige twee platen van de band.

We Are The 21st Century Ambassadors Of Peace & Magic uit 2013 en ...And Star Power uit 2014 staan immers vol met memorabele popliedjes vol invloeden uit het verleden en klinken als een omgevallen platenkast.

Aan de andere kant begrijp ik ook best wat de critici van de band zo stoort op de platen van Foxygen.

Hang, de vierde plaat van zanger Sam France en multi-instrumentalist Jonathan Rado, gaat hier echt helemaal niets aan veranderen. Integendeel zelfs.

Hang klinkt immers, nog meer dan zijn voorgangers, als een omgevallen platenkast waarin ook de guilty pleasures goed zijn vertegenwoordigd en ook Hang is weer behoorlijk over the top (en ook dit nog meer dan zijn voorgangers). Het zal weer flink wat allergische reacties oplopen, maar mij heeft de band uit California wederom te pakken.

Ook Hang laat zich beluisteren als een groot eerbetoon aan de popmuziek uit de jaren 70, maar vergeleken met zijn voorgangers is de vierde plaat van Foxygen nog diverser. Invloeden van Lou Reed, Roxy Music en met name David Bowie, die al zeer prominent aanwezig waren op zowel We Are The 21st Century Ambassadors Of Peace & Magic als ...And Star Power, zijn ook op Hang van groot belang en krijgen gezelschap van een flinke dosis Elton John. Hier blijft het niet bij, want ik hoor ook ABBA, Steely Dan, Queen, Sparks en wat eigenlijk niet?

Vervolgens doet Foxygen zijn eigen ding met alle invloeden uit het verleden en krijgen deze invloeden een flinke theatrale injectie. Foxygen zoekt hierbij de grens tussen kunst en kitsch nadrukkelijk op en is niet bang om zich af en toe aan de verkeerde kant van de grens te begeven, maar verrast aan de andere kant ook met een knap staaltje jazzrock.

Het knappe is dat het bij Foxygen echt alle kanten op kan schieten. Het ene moment waan je je in een zwaar overgeproduceerde musical of rockopera, maar Hang kan ook zomaar raken aan de muziek van Prince of aan de meest bijzondere creaties van David Bowie. Er zijn absoluut passages die ook mij wat tegen de borst stuiten vanwege de hoeveelheid aan bombast, maar net als het je wat teveel dreigt te worden, duiken er honingzoete popliedjes op die genadeloos verleiden of hoor je prachtige citaten uit de muziekgeschiedenis die je wel dierbaar zijn.

Hang komt het best tot zijn recht wanneer je de plaat als één geheel beluisterd. Dan pas immers hoor je hoe veelzijdig Foxygen is op haar nieuwe plaat en hoe knap het vaak in elkaar steekt.

Geholpen door een uit de kluiten gewassen symfonieorkest, Steven Drozd van The Flaming Lips, Lemon Twigs en Matthew E. White walst Foxygen in maar net een half uur (vorige keer had de band nog 80 minuten nodig) met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek uit de jaren 70. Overweldigend is het absoluut, maar ook heel vaak volkomen briljant. Geweldige plaat, maar je moet er wel tegen kunnen. Erwin Zijleman

Fran - Leaving (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fran - Leaving - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fran - Leaving
De Amerikaanse band Fran leverde helemaal aan het begin van 2023 met Leaving een werkelijk prachtig album af, dat nog wat verder wordt opgetild door de bijzonder mooie zang van frontvrouw Maria Jacobson

Dankzij een van de genre jaarlijstjes van AllMusic.com kwam ik aan het eind van 2023 toch nog op het spoor van het op dat moment al bijna een jaar oude Leaving van Fran. De Amerikaanse band rond Maria Jacobson maakt op dit album in meerdere opzichten indruk. Zo schakelt de band makkelijk tussen ingetogen folksongs en wat uitbundigere en naar indierock neigende songs en voorziet het beide uitersten van een zeer smaakvol geluid. Ster van de band is Maria Jacobson die niet alleen uitstekende songs en aansprekende teksten schrijft, maar bovendien indruk maakt met haar bijzonder mooie stem. Het doet me denken aan een aantal persoonlijke favorieten en dat zegt wat over het niveau van Leaving van Fran.

Bijna precies een jaar geleden bracht de Amerikaanse band Fran haar tweede album uit. Leaving heeft volgens mij niet heel veel aandacht gekregen en zeker niet in Nederland, maar de Amerikaanse muziekwebsite AllMusic.com vond het album goed genoeg voor haar jaarlijstje met de beste singer-songwriter albums van 2023.

Dat is op zich een opvallende keuze, want Fran is een band en Leaving is zeker geen typisch singer-songwriter album. Binnen de band draait wel veel om frontvrouw Maria Jacobson, die niet alleen tekende voor de songs, de teksten, een deel van het gitaar- en keyboardwerk en de zang, maar het tweede album van Fran bovendien produceerde, al deed ze het laatste samen met Brian Sulpizio, die ook gitaar- en keyboardpartijen toevoegde aan het album.

Gastmuzikanten voegden vervolgens blazers en strijkers toe aan het zeer sfeervolle geluid van Fran. Het is een geluid dat in de meer ingetogen en vooral akoestisch ingekleurde songs op het album voornamelijk folky klinkt, maar de muziek van Fran kan ook flink tegen indierock aan schuren of opschuiven richting chamber pop.

De muziek van de band doet me af en toe wel wat denken van de muziek van 10,000 Maniacs en vooral 10,000 Maniacs in het post Natalie Merchant tijdperk, met name omdat de stem van Maria Jacobson eerder op die van Mary Ramsey dan op die van Natalie Merchant lijkt. Door het warm klinkende akoestische gitaarwerk en de smaakvolle bijdragen van strijkers en blazers, die overigens niet in alle tracks worden ingezet, klinkt de muziek van Fran zeer sfeervol en wat mij betreft voldoende onderscheidend.

Het onderscheidende vermogen van Leaving wordt vervolgens flink vergroot door de prachtige stem van Maria Jacobson, die me af en toe ook wel wat aan Margo Timmins van Cowboy Junkies doet denken. Ook in muzikaal opzicht hoor ik af en toe wel wat van Cowboy Junkies, maar zowel de stem van Maria Jacobson als het geluid van haar band hebben ook een duidelijk eigen karakter. De muziek van Fran doet me overigens ook met grote regelmaat denken aan die van Aimee Mann en ook dat is wat mij betreft een groot compliment.

Leaving van Fran is me een jaar geleden, in een toch niet heel erg drukke releaseweek, niet opgevallen, maar sinds ik het album op het spoor kwam via AllMusic.com ben ik steeds meer in de ban geraakt van dit mooie en bijzondere album. Het is prachtig hoe Fran kan schakelen tussen uiterst ingetogen en bijna lieflijk klinkende folksongs en behoorlijk uitbundige en zelfs wat gruizige indierock en het is nog mooier hoe Maria Jacobson in beide uitersten de sterren van de hemel zingt.

De muzikante uit Chicago, Illinois, is niet alleen een uitstekend zangeres, maar ook een getalenteerd songwriter, want de songs op Leaving zijn niet alleen verrassend veelzijdig, maar ook van een bijzonder constante en hoge kwaliteit. Het zijn heerlijk melodieuze songs, maar het zijn ook songs die makkelijk blijven hangen, maar zeker niet kiezen voor de platgetreden paden. Dat doet Maria Jacobson ook niet in de teksten, die soms wat spiritueel van aard zijn, maar ook uitvoerig stil staan bij de helaas niet door iedereen erkende klimaatcrisis. Het levert een album op dat er in 2023 wel degelijk uitsprong, al hebben helaas veel te weinig mensen dit opgemerkt. Erwin Zijleman

Frances Cone - Late Riser (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Frances Cone - Late Riser - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Frances Cone maakt ongrijpbare en bijzondere elektronische muziek die varieert van groots en meeslepend tot rauw en meedogenloos tot zwoele slaapkamerpop

Frances Cone verruilde Brooklyn, New York, vorig jaar voor Nashville, Tennessee, maar het heeft zich niet laten beïnvloeden door de hoofdstad van de Amerikaanse countrymuziek. De muziek van Frances Come is loom en dromerig, soms zelf broeierig en valt op door een veelzijdig elektronisch klankentapijt en al even bijzondere vocalen van met name Christina Cone. Het gekke is dat het duo muziek maakt die ik normaal gesproken graag laat liggen, maar Late Riser van Frances Cone heeft iets intrigerends en iets moois en bedwelmends. Bovendien kan het zomaar inslaan richting een rauwe track of een fris popliedje. Een vat vol tegenstrijdigheden, maar ook een plaat om heerlijk bij weg te dromen.

Na een paar weken met weinig tot geen interessante nieuwe releases, was het vorige week weer ouderwets raak met een stapel nieuwe albums om bang van te worden. Een paar platen sprongen er voor mij direct uit, een paar platen vielen me tegen, maar er zaten ook platen tussen die ik nog een paar keer wilde beluisteren. Late Riser van Frances Cone was een van deze platen.

Nu zijn de platen die in drukke weken niet direct iets met me doen meestal platen die op de stapel verdwijnen, maar Late Riser van Frances Cone liet me maar niet los en doet dat nog steeds niet.

Ik heb niet heel veel informatie over de plaat of over de band. Ik weet dat Frances Cone een duo is dat bestaat uit Christina Cone en Andrew Doherty. De twee werden geboren in South Carolina, formeerden het duo in Brooklyn, New York, en debuteerden een paar jaar geleden met een plaat die ik in ieder geval niet in handen heb gekregen. Voor hun tweede plaat verruilden Christina Cone en Andrew Doherty het mondaine Brooklyn voor Nashville, Tennessee, waar Late Riser het levenslicht zag.

Wat verder nog het vermelden waard is, is dat Christina Cone klassiek geschoold is en een voorliefde heeft voor opera. Tot zover het verhaal van Frances Cone, dat een stuk minder ingewikkeld is dan de muziek van het Amerikaanse tweetal.

Gezien de verhuizing naar Nashville, de hoofdstad van de Amerikaanse countrymuziek, had ik in ieder geval iets van Amerikaanse rootsmuziek verwacht op Late Riser, maar dat is een genre waarmee Frances Cone niet aan de haal gaat.

De tweede plaat van Frances Cone bevat wel rijk georkestreerde elektronische klanken met hier en daar wat breed uitwaaiende gitaren. Het zijn warme, volle en zich langzaam voortslepende klanken, die zowel dromerig als zweverig, maar op een of andere manier ook soulvol klinken.

Het klinkt hier en daar zoals de vele zwoele en elektronische platen die op een slaapkamer in elkaar zijn geknutseld tijdens de nachtelijke uurtjes, maar hiervoor klinkt Late Riser ook weer te uitbundig, zeker wanneer Christina Cone in vocaal opzicht uithaalt.

En zo is de tweede plaat van Late Riser een vat vol tegenstrijdigheden. De instrumentatie is vaak mooi en zweverig, maar kan ook veel ruwer en directer zijn. Hetzelfde geldt voor de zang van Christina Cone en de begeleidende vocalen van Andrew Doherty. Christina Cone kan prachtig zweverig zingen en zeker wanneer ze haar stem in meerdere lagen uit de speakers laat komen is het behoorlijk imponerend wat ze laat horen.

Het doet af en toe wel wat denken aan de muziek van Lucius, maar net als je daar uit bent, gaat het toch weer een hele andere kant op. Frances Cone klinkt vaak als de Eurythmics mogelijk zouden hebben geklonken wanneer Annie Lennox en Dave Stewart nu jong waren geweest, zeker wanneer het tweetal frisse en avontuurlijke popliedjes maakt, maar het duo uit Nashville schuift ook op van zwoele slaapkamerpop naar R&B en pakt zo nu en dan ook met bijna pompeuze klanken of met muziek die die van The Cocteau Twins evenaart qua zweverigheid en ruimtelijkheid, wat zo weer kan worden gevolgd door een hitgevoelige popsong.

Frances Cone maakt muziek die ik qua genre lang niet altijd tot mijn favoriete muziek reken, maar het Amerikaanse duo heeft wat bijzonders en het is iets bijzonders dat me intrigeert en uiteindelijk ook heeft overtuigd. Apart tweetal dat Frances Cone, bijzondere plaat dit Late Riser. Erwin Zijleman

Frances Quinlan - Likewise (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Frances Quinlan - Likewise - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Frances Quinlan - Likewise
Frances Quinlan maakte diepe indruk met haar band Hop Along, maar sprankelt evenzeer op haar eerste soloalbum, dat vol staat met avontuurlijke en melodieuze popliedjes

De Amerikaanse band Hop Along is ondanks drie geweldige albums nog altijd onbekend, waardoor ook het eerste soloalbum van zangeres Frances Quinlan niet heel veel aandacht zal trekken. Het zou zonde zijn, want Likewise is een buitengewoon fascinerend album. Het is op het eerste gehoor een wat chaotisch album, waarop zowel de instrumentatie als de zang alle kanten op schieten, maar de puzzelstukjes vallen een voor een op hun plek. Frances Quinlan betovert op haar debuut met intieme popliedjes die vervolgens vol zijn ingekleurd en nog wat meer kleur krijgen door haar bijzondere zang. Even wennen misschien, maar dit album groeit en groeit.

Frances Quinlan kennen we als frontvrouw van de Amerikaanse band Hop Along. De band uit Philadelphia is helaas niet heel bekend, maar heeft inmiddels wel drie uitstekende albums op haar naam staan, waarvan de laatste twee, Painted Shut uit 2016 en Bark Your Head Off, Dog uit 2018 wat mij betreft jaarlijstjeswaardig waren en daar stond ik zeker niet alleen in.

Hop Along sloeg op haar albums een brug tussen de indierock van een band als Throwing Muses en de indiepop van bijvoorbeeld Rilo Kiley en het eindresultaat mocht er zijn.

In het geluid van Hop Along speelt de stem van Frances Quinlan een belangrijke rol. Het is een stem die zeker bij eerste beluistering alle kanten op lijkt te gaan en dat kan niet iedereen waarderen. Bij mij thuis krijg ik iedereen, inclusief de kat, de gordijnen in met het eerste soloalbum van Frances Quinlan, net als me dit vorig jaar keer op keer lukte met de albums van Big Thief. Zelf heb ik wel wat met de zang van Frances Quinlan. De op het eerste gehoor misschien wat onvaste vocalen brengen de songs op Likewise tot leven en hoe vaker ik naar het album luister, hoe beter ik de zang vind.

Wat voor de albums van Hop Along geldt, is ook van toepassing op het soloalbum van Frances Quinlan. Likewise put uit de archieven van de indierock, maar heeft, misschien nog wel meer dan de albums van Hop Along, een zwak voor indiepop. Het is indiepop die nog steeds wat weg heeft van Rilo Kiley, maar ook The Cardigans en The Sundays zijn nooit heel ver weg.

Frances Quinlan heeft haar solodebuut voorzien van een lekker vol geluid. Veel songs op het album hebben akoestische gitaarakkoorden als basis, maar er komt al snel van alles bij. Gitaren, keyboards, orgels, harp, strijkers en percussie staan vooraan in de mix en krijgen daar gezelschap van de uitbundige zang van de singer-songwriter uit Philadelphia. Het klinkt allemaal behoorlijk overweldigend, maar het sprankelt ook.

Vergeleken met de muziek van Hop Along is het solodebuut van Frances Quinlan wat meer pop georiënteerd en het is pop die alle kanten op schiet. Iedere song op het album klinkt weer net wat anders. Het geluid op het album is altijd behoorlijk vol, maar het is ook een geluid vol avontuurlijke uitstapjes en tempowisselingen. Die avontuurlijke uitstapjes en tempowisselingen komen ook terug in de zang van Frances Quinlan, die op het eerste gehoor misschien wat onvast klinkt, maar die bij aandachtige beluistering maar weinig noten blijkt te missen en binnen een paar noten kan schakelen tussen fluisterzacht en hysterisch.

Likewise is een sfeervol en sprankelend album, maar het is ook een album dat je steeds weer weet te verrassen. De ene keer met een intiem popliedje, de volgende keer met een wall of sound waarvoor Phil Spector zich niet geschaamd zou hebben. Likewise van Frances Quinlan is een album dat bij eerste beluistering nog klinkt als 34 minuten complete chaos, maar als je eenmaal gewend bent aan de bijzondere songstructuren op het album en de al even bijzondere zang van de Amerikaanse muzikante, valt al snel alles op zijn plek. Frances Quinlan speelt in een band die veel meer aandacht verdient dan de band uit Philadelphia tot dusver heeft gekregen en ook haar eerste soloalbum is een album dat alle aandacht verdient. Erwin Zijleman

Francesca Blanchard - Make It Better (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Francesca Blanchard - Make It Better - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Francesca Blanchard - Make It Better
Francesca Blanchard maakte tot dusver nog geen onuitwisbare indruk, maar zet met haar nieuwe wat meer pop-georiënteerde album een reuzenstap in de goede richting

Bij de naam Francesca Blanchard moest ik flink graven, maar uiteindelijk herinnerde ik me het tweetalige en wat schuchtere folkalbum van vier jaar geleden. Op Make It Better klinkt Francesca Blanchard een stuk volwassener en interessanter. Invloeden uit de folk hebben flink aan terrein verloren en hebben plaatsgemaakt voor invloeden uit de pop, maar 13 in een dozijn pop wordt het nergens. De Amerikaanse singer-songwriter met Franse roots overtuigt op een album vol fraai ingekleurde en mooi gezongen luisterliedjes, die de aandacht makkelijk trekken en ook vasthouden. Het is een wat obscuur album helaas, maar de aandacht van een breed publiek zou zeker niet misplaatst zijn.

Francesca Blanchard werd geboren in Frankrijk, verhuisde op haar 11e naar Burlington, Vermont, en bracht als tiener al haar eerste mini-album uit. Een jaar of vier geleden trok ze de aandacht met Deux Visions, een gedeeltelijk Franstalig en gedeeltelijk Engelstalig album, dat vooral in het hokje folk paste.

Het was een bij vlagen mooi en veelbelovend album, maar ook een album dat me net wat teveel op twee gedachten hinkte, waardoor het officiële debuut van Francesca Blanchard me nooit echt greep.

Deze week keert de Amerikaanse singer-songwriter met Franse wortels, na een aantal jaren reizen en afstand tot de muziek, terug met een nieuw album en het is een album dat de voorzichtige belofte van haar vorige album meer dan waar maakt. Francesca Blanchard klonk op haar vorige album nog wat schuchter en kon bovendien maar niet kiezen tussen het Frans en het Engels. Op Make It Better heeft de singer-songwriter uit Vermont gekozen voor het Engels en klinkt ze zelfverzekerd.

Het debuut van Francesca Blanchard opent folky, maar het is direct duidelijk dat ze dit keer geen puur folkalbum heeft gemaakt. De akoestische gitaar en haar stem worden dit keer omgeven door een mooi klankentapijt van strijkers en elektronica, wat haar songs een stuk spannender maakt dan die op de uiteindelijk toch wat saaie voorganger.

Francesca Blanchard beperkt zich in de openingstrack al niet tot de folk, maar laat de invloeden uit de folk verder los in de meeste songs die volgen. Ze schuurt hierbij aan de ene kant tegen leeftijdsgenoten in het indie-segment aan, maar flirt ook nadrukkelijk met pop. Allmusic.com noemt Laura Marling, Phoebe Bridgers, Caroline Rose en Charlotte Gainsbourg als vergelijkingsmateriaal, maar ik vind geen van allen heel treffend vergelijkingsmateriaal, al komt Caroline Rose en dan met name Caroline Rose voor haar transformatie naar een echte popprinses nog het meest in de buurt, terwijl de rest het moet doen met hier en daar een vleug van herkenning.

Francesca Blanchard is er in geslaagd om een mooi eigen geluid neer te zetten dat gelijke delen folk en pop met elkaar vermengt en hier en daar een vleugje R&B toevoegt. Het klinkt interessanter en zelfverzekerder dan het geluid op haar vorige album en die zelfverzekerdheid hoor je ook in de zang op het album. De jonge Amerikaanse singer-songwriter is voorzien van een aangenaam stemgeluid, dat fraai wordt opgetild door de verzorgde instrumentatie op en productie van het album.

De combinatie van aangename zang, een mooi verzorgde instrumentatie en een gloedvolle productie pakt keer op keer uitstekend uit. Make It Better wordt nog wat beter door de prima songs die Francesca Blanchard heeft geschreven. Het zijn songs die lekker in het gehoor liggen en die nadrukkelijk invloeden uit de pop verwerken, maar het zijn ook songs die nooit kiezen voor de makkelijkste weg en die uitstapjes buiten de gebaande paden niet schuwen. Het zijn bovendien songs die aandacht besteden aan persoonlijke thema's als hartzeer en pijn. In de wat rijker ingekleurde songs klinkt de zang soms wat vlak, maar zeker in de wat meer ingetogen songs hoor je dat Francesca Blanchard een uitstekend zangeres is.

Er is tot dusver nog niet heel veel te vinden over dit album, wat de kans op succes er niet groter op maakt, maar de terugkeer van Francesca Blanchard is er absoluut een die aandacht verdient. Erwin Zijleman

Francis of Delirium - Lighthouse (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Francis Of Delirium - Lighthouse - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Francis Of Delirium - Lighthouse
De Luxemburgse muzikante Jana Bahrich levert als Francis Of Delirium een ijzersterk debuutalbum af vol invloeden uit de indierock uit heden en verleden, prachtig gitaarwerk en nog mooiere zang

Francis Of Delirium leverde de afgelopen jaren een aantal goed ontvangen EP’s af, maar Lighthouse is het eerste volwaardige album van de muzikante uit Luxemburg. Het is een album dat in het hokje indierock past, maar denk hierbij eerder aan de indierock uit de jaren 90 dan aan de indierock van het moment. De persoonlijke songs van Jana Bahrich klinken op hetzelfde moment eigentijds en vallen op door hoge spanningsbogen die zowel met strijkers al met gitaargeweld kunnen worden opgebouwd. Het wordt gecombineerd met de bijzonder mooie stem van Jana Bahrich, die de sterke songs op Lighthouse voorziet van nog net wat meer schoonheid en elan.

Ik had mijn selectie voor deze week net zo ongeveer rond toen mijn oog viel op het debuutalbum van Francis Of Delirium. Het is een naam die de aandacht trekt, maar Lighthouse is ook een opvallend album. Het is een album dat ik selecteerde op basis van de achteraf bezien wat atypische openingstrack, waarin Francis Of Delirium zachte klanken en engelachtige zang afwisselt met behoorlijk hoge en gruizige gitaarmuren. Deze gitaarmuren zijn op de rest van het album nergens meer zo hoog als in de openingstrack, maar ook met de zachte klanken en engelachtige zang van Francis Of Delirium is helemaal niets mis.

Het debuutalbum van Francis Of Delirium, dat volgt op een aantal EP’s, wordt vooral in de Verenigde Staten warm onthaald, waardoor ik er van uit ging dat er een Amerikaanse muzikante schuil gaat achter de bijzondere naam. Dat blijkt niet het geval want Jana Bahrich, de vrouw achter Francis Of Delirium, opereert vanuit Luxemburg. Ik kan me niet herinneren dat ik eerder naar popmuziek uit het overigens opvallend mooie Groothertogdom heb geluisterd, maar met Francis Of Delirium heeft Luxemburg een sterke troef in handen.

De pas 22 jaar oude Jana Bahrich was de afgelopen jaren vooral te zien als support act van met name Amerikaanse muzikanten, maar met Lighthouse dwingt ze haar eigen plek in de spotlights af. Dat doet de Luxemburgse muzikante met een geluid dat eigenlijk direct vertrouwd klinkt. Het is een geluid met invloeden uit de indierock en indiepop, maar Francis Of Delirium klinkt anders dan de meeste andere vrouwelijke singer-songwriters van het moment.

Lighthouse leunt vergeleken met deze andere vrouwelijke singer-songwriters wat sterker op de indierock uit de jaren 90 en voegt er wat emo en hier en daar wat gothrock aan toe. Dat laatste hoor je vooral wanneer de gitaren wat steviger klinken en dat is maar incidenteel het geval. Wanneer de muziek van Francis Of Delirium niet gruizig klinkt verleidt de Luxemburgse muzikante makkelijk met meer ingetogen klanken of melodieuze gitaarklanken en met mooi en aangenaam klinkende zang. Het klinkt zoals gezegd direct vertrouwd, maar toch klinkt Lighthouse niet direct als andere albums die ik koester.

Het debuutalbum van Francis Of Delirium koester ik inmiddels hevig en het album spreekt me steeds meer aan. Ik ben onder de indruk van de sfeervolle instrumentatie, met hier en daar gitaarmuren maar ook stemmige strijkers, en heb een enorm zwak voor de stem van Jana Bahrich, die met veel gevoel zingt, maar Lighthouse is ook een album vol uitstekende songs, waarin de growing pains van de Gen Z centraal staan. Het zijn songs die meerdere kanten op kunnen, maar alle richtingen die Jana Bahrich kiest leveren aansprekende songs op.

De Luxemburgse muzikante is zoals gezegd pas 22 jaar oud, maar het hoge niveau dat ze weet vast te houden op haar debuutalbum is echt indrukwekkend. Ook Lighthouse van Francis Of Delirium is een album dat makkelijk ondersneeuwt in het releasegeweld van de afgelopen week, maar het is een album dat echt veel te goed is om over het hoofd te zien. De kleine muziekscene van Luxemburg trok tot dusver nooit echt de aandacht, maar met Francis Of Delirium levert het land een uitstekende bijdrage aan de indierock van het moment. Erwin Zijleman

Françoise Hardy - Personne D'autre (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Françoise Hardy - Personne d'Autre - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Françoise Hardy was pas net 18 toen ze in 1962 debuteerde met Tous Les Garçons Et Les Filles. Met de plaat maakte de zangeres uit Parijs een blauwdruk voor de toekomstige Franse popmuziek, terwijl ze met haar uiterlijk en persoonlijkheid de harten stal van een aantal beroemde muzikanten (van Bob Dylan tot Mick Jagger) en een hele generatie mannen zonder naam en faam.

Françoise Hardy is inmiddels 74 en tobt al enige tijd met een zwakke gezondheid. De afgelopen jaren bracht ze dan ook geen platen meer uit, maar met Personne d'Autre is de Française terug en hopelijk is het niet de laatste keer dat ze ons verblijdt met een nieuw album.

Françoise Hardy maakte op Tous Les Garçons Et Les Filles zonnige en onbevangen pop, maar op Personne d'Autre tellen de jaren en domineert een stemmig en nogal melancholisch aandoend geluid. Het is een geluid dat bijzonder fraai is ingekleurd door producer Erick Benzi, die de plaat heeft voorzien van subtiele maar wonderschone arrangementen met onder andere prachtige bijdragen van strijkers en blazers.

De warme en stemmige klanken passen prachtig bij de stem van Françoise Hardy, die natuurlijk al lang niet meer zo jeugdig en onbevangen klinkt als op haar debuut, maar nog altijd beschikt over een stem die iets kan doen met een song en met de luisteraar.

Franse zangeressen moeten zich wat mij betreft niet wagen aan Engelstalige songs en daar had Françoise Hardy in het verleden wel eens een handje van. Personne d'Autre bevat gelukkig maar één Engelstalige track en het is bij mij de enige track die, ondanks prachtig gitaarspel, niet aankomt. De 11 Franstalige tracks op de plaat komen wel aan. En hoe. Mijn Frans is niet van dien aard dat ik zonder tekstvel begrijp wat Françoise Hardy wil zeggen op haar nieuwe plaat, maar ze lijkt de balans op te maken van een fascinerend leven.

Ik heb de afgelopen jaren een enorm zwak ontwikkeld voor zwoele Franstalige pop, maar ook de wat meer ingetogen en melancholische klanken van Françoise Hardy hebben me met speels gemak verleid.

Personne d'Autre heeft in veel tracks genoeg aan een piano, wat subtiele versiersels en uiteraard de machtige stem van een van de iconen uit de geschiedenis van de Franse popmuziek. Françoise Hardy verleidt op haar nieuwe plaat met warme klanken en een stem waarvan je alleen maar kunt houden, maar kruipt vervolgens diep onder de huid met songs die veel dieper graven van die van de jonge Franse zuchtmeisjes die niet hadden bestaan zonder Françoise Hardy’s Tous Les Garçons Et Les Filles en met zang die lading geeft aan ieder woord dat ze uitspreekt (wat haar in het Frans aanzienlijk beter af gaat dan in het Engels).

Personne d'Autre wordt hier en daar gepresenteerd als een afscheidsplaat, maar gezien de vorm waarin Françoise Hardy verkeert op haar nieuwe plaat hoop ik op nog veel meer. Tot die tijd verdient het fraaie Personne d'Autre alle aandacht. Ook in Nederland. Erwin Zijleman

Françoiz Breut - Vif! (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Françoiz Breut - Vif! - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Françoiz Breut - Vif!
Françoiz Breut draait inmiddels al zo’n 25 jaar mee en weet ook op haar nieuwe album Vif! weer te verrassen met een bonte mix van invloeden, die zowel van binnen als buiten de Franse landsgrenzen komen

Het was lang geleden dat ik naar de muziek van Françoiz Breut had geluisterd. Ik had de Franse muzikante hoog zitten toen ze rond het begin van dit millennium een aantal mooie en interessante albums uitbracht, maar uiteindelijk verloor ik haar uit het oog. Met Vif! laat de Franse muzikante horen dat ze nog steeds interessante muziek maakt. Vif! neemt je mee terug naar het Parijs van de jaren 60 en 70, maar ook de psychedelica van de Amerikaanse westkust uit deze periode heeft een plekje gekregen op het album dat continu bezweert, maar ook continu de fantasie prikkelt met verrassende wendingen en invloeden. Vif! krijgt niet veel aandacht, maar ik zou dit album zeker niet laten liggen.

Guuz Hoogaerts, ook bekend als Guuzbourg, van de website Filles Sourires adviseerde me een paar dagen geleden om eens te luisteren naar het nieuwe album van Françoiz Breut. Het is een naam die bij mij direct herinneringen opriep, al moest ik er wel een stuk voor terug in de tijd. De Franse muzikante debuteerde in 1998 met een titelloos en buitengewoon stemmig album, waarop invloeden uit het Franse chanson werden gecombineerd met invloeden uit de Britse en Amerikaanse folk en wat exotische invloeden.

Op het prachtige Vingt A Trente Mille Jours uit 2001, voor mij destijds een jaarlijstjesalbum, verwerkte de Franse muzikante nog veel meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en vermengde ze spaghetti westerns met Franse cultfilms. Une Saison Volée klonk in 2005 als een album dat Serge Gainsbourg graag zou hebben geproduceerd en dat gold ook voor het prachtige À l'Aveuglette uit 2008, dat ook goed scoorde in mijn jaarlijstje. Françoiz Breut behoorde destijds absoluut bij het beste dat de Franse popmuziek te bieden had, maar haar albums waren wat te eigenzinnig om mee te kunnen liften op het succes van de Franse zuchtmeisjes.

Françoiz Breut kreeg helaas steeds minder aandacht, waardoor ik het in 2012 uitgebrachte La Chirurgie Des Sentiments, het in 2016 verschenen Zoo, het uit 2021 stammende Flux Flou De La Foule, het in 2022 uitgebrachte Grand Déménagement en het vorig jaar samen met Don Niño gemaakte covers album Cover Songs In Inferno helemaal heb gemist. Dat was zonder de tip van Guuz Hoogaerts ook zeker gebeurd met het vorige week verschenen Vif!, want ook het tiende album van Françoiz Breut kwam ik vorige week in geen enkele releaselijst tegen.

Ik ga de schade van de afgelopen vijftien jaar nog inhalen, maar voorlopig concentreer ik me op Vif! dat niet alleen een typisch Françoiz Breut album is, maar bovendien een album dat echt meer aandacht verdient dan het album tot dusver krijgt. Het is een typisch Françoiz Breut album omdat de Franse muzikante ook dit keer uiteenlopende invloeden verwerkt in haar muziek.

Het is ook dit keer muziek waarvoor Serge Gainsbourg zich niet zou hebben geschaamd. Vif! heeft meer dan eens de sfeer van de Franse alternatieve popmuziek en filmmuziek uit de jaren 60 en 70, maar Françoiz Breut vindt haar inspiratie ook buiten de Franse landsgrenzen. Zeker de tracks waarin orgels en synths het geluid bepalen storten een flinke dosis Amerikaanse Westcoast psychedelica over je uit. Het zijn tracks met wat monotone baslijnen, fraai drumwerk en flink wat elektronica, wat wordt gecombineerd met de bezwerende zang van Françoiz Breut.

Wanneer de analoge synths de overhand hebben hoor ik zelfs een vleugje prog op het album, waarna er ook nog een subtiel snufje dub voorbij komt. Het combineert allemaal fraai met de invloeden uit het Franse chanson, want ook die invloeden eert Françoiz Breut op fraaie wijze in haar songs die in niets lijken op de songs van andere Franse singer-songwriters van het moment.

Het is knap hoe ze inmiddels ruim 25 jaar aan de weg timmert met albums die buiten de lijntjes van de Franse popmuziek kleuren en op de albums die ik ken is het niveau opvallend hoog. Ik ben dan ook heel blij met het prachtige Vif! dat de muziek van Françoiz Breut weer onder mijn aandacht heeft gebracht. Jammer dat ik haar de afgelopen vijftien jaar over het hoofd heb gezien, maar dat levert wel een stapeltje waarschijnlijk ook zeer interessante albums op. Erwin Zijleman

Frank Ocean - Blonde (2016)

Alternatieve titel: Blond

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Frank Ocean - Blonde (2016) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Frank Ocean - Blonde (2016)
Blonde van Frank Ocean uit 2016 is nog altijd het laatste album van de Amerikaanse muzikant en het is een album dat sinds de release zo’n negenenhalf jaar geleden alleen maar interessanter en baanbrekender is geworden

Toen Blonde van Frank Ocean eind 2016 in talloze jaarlijstjes opdook leek het album me op basis van de omschrijvingen in de recensies niet interessant. Dat heb ik volgehouden tot vorige week toen ik me wat meer ging verdiepen in de geschiedenis van de R&B. Blonde van Frank Ocean is niet alleen een totaal ander album dan ik had verwacht, maar het is ook een veel beter album dan ik had verwacht. Het is een album dat best een R&B album mag worden genoemd, maar Frank Ocean weet zich makkelijk te onderscheiden van het gemiddelde album in het genre. Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe knap het allemaal in elkaar zit en hoe bijzonder Blonde is.

Nu ik me de afgelopen dagen heb ondergedompeld in de R&B van 2025, lag het voor de hand om ook voor een greep uit het verleden te kiezen voor een album in het genre. Via een aantal lijstjes met de beste R&B albums aller tijden ben ik uitgekomen bij Blonde van Frank Ocean (als Blond geschreven op de cover van het album).

Het in 2016 verschenen album stond negen jaar geleden hoog in vrijwel alle jaarlijstjes, maar ik heb volgens mij nooit naar het album geluisterd. Dat heb ik inmiddels wel gedaan en ik begrijp nu waarom de critici eind 2016 zo enthousiast waren over het tweede album van de Amerikaanse muzikant.

Frank Ocean trok in 2012 voor het eerst in brede kring de aandacht met zijn officiële debuutalbum Channel Orange, maar met Blonde wist hij een nog veel groter publiek te bereiken. Het is overigens nog altijd het laatste wapenfeit van Frank Ocean, die sinds Blonde alleen nog een paar singles heeft uitgebracht.

Dat Blonde zo werd geprezen door de critici is ook wel bijzonder, want een makkelijk album is het zeker niet. Het is een album dat in 2016 en sindsdien vooral een R&B album is genoemd en daar is wat voor te zeggen. Blonde bevat absoluut invloeden uit de R&B, maar het is zeker geen standaard R&B album. Frank Ocean beperkt zich bovendien zeker niet tot de R&B, maar verwerkt ook invloeden uit de soul, gospel en hiphop. Het album bevat bovendien een aantal tracks die ook invloeden uit de folk en de blues bevatten.

In min of meer standaard R&B albums speelt de ritmesectie een cruciale rol, maar de rol van bas en drums is op Blonde vaak redelijk bescheiden en in meer dan de helft van de songs ontbreken drums helemaal. In veel songs op het album worden de songs van Frank Ocean zeer spaarzaam ingekleurd met gitaar of keyboards en is verder vooral zijn stem te horen. Wanneer er al sprake is van ritmes zijn deze vaak subtiel en niet zo loom en dominant als in de R&B gangbaar is.

Ook qua songs is Blonde van Frank Ocean zeker geen standaard R&B album. De songs op het album blijven ver verwijderd van de toegankelijke R&B song met een kop en een staart en zijn in veel gevallen behoorlijk onnavolgbaar. Toch vind ik Blonde geen heel ontoegankelijk album. Door de zanglijnen klinken de songs redelijk melodieus en door de ingrediënten uit de soul, R&B en gospel klinkt Blonde over het algemeen genomen best vertrouwd, al slaat het experiment ook wel een enkele keer toe.

Frank Ocean maakt muziek die slechts in zeer beperkte mate vergelijkbaar is met de muziek van Prince, maar toch heb ik bij beluistering van Blonde wel af en toe associaties met de muziek van de muzikant uit Minneapolis, die ook constant grenzen aan het verleggen was binnen de genres waarin hij opereerde.

Ik moet toegeven dat ik bij de eerste keer horen van Blonde veel minder positief was over het album en slechts een deel van de songs kon waarderen. Blonde van Frank Ocean is dan ook een album dat tijd en aandacht vraagt. Het is bovendien een album dat het best tot zijn recht komt bij beluistering met de koptelefoon. Dan immers hoor je pas goed hoeveel subtiele accenten de Amerikaanse muzikant in zijn songs heeft verstopt.

De Britse krant The Guardian noemde het in 2016 “a baffling and brilliant five-star triumph” en een album waarop textuur langzaam maar zeker verandert in songs. Het maakte me in 2016 niet nieuwsgierig naar het album, maar The Guardian had zoals zo vaak gelijk. Erwin Zijleman

Frankie Cosmos - Close It Quietly (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Frankie Cosmos - Close It Quietly - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Frankie Cosmos - Close It Quietly
Frankie Cosmos schudt de briljante popliedjes of flarden van popliedjes ook op haar nieuwe album weer uit de mouw en verleidt meedogenloos

Frankie Cosmos heeft over inspiratie kennelijk niet te klagen, want de New Yorkse singer-songwriter is alweer toe aan haar vierde album. Close It Quietly duurt bijna 40 minuten en in die 40 minuten komen maar liefst 21 songs voorbij. Het zijn songs die niet doen aan een zorgvuldige opbouw maar de essentie direct de wereld in slingeren. Een zwak voor lo-fi is daarom waarschijnlijk vereist om van dit album te kunnen houden, maar als dat zwak er is, is de liefde voor dit album al snel onvoorwaardelijk. Frankie Cosmos betovert ook dit keer met dromerige en fluisterzachte popliedjes met hier en daar een rauw randje. De 21 songs vliegen voorbij, maar je kunt er gelukkig bijna eindeloos naar blijven luisteren.

Ik heb al sinds de jaren 90 een haat-liefde verhouding met albums die in het hokje lo-fi worden geduwd. Aan de ene kant heb ik een enorm zwak voor charmante rammelpop of rammelrock en diepe bewondering voor songwriters die er in slagen om briljante popliedjes van twee minuten of nog minder te maken, maar aan de andere kant doet het ook altijd zeer om te moeten constateren dat flarden van een briljant popliedje met wat meer moeite hadden kunnen worden uitgewerkt tot een voor altijd memorabele popsong.

Beide gevoelens komen ook weer op bij beluistering van het nieuwe album van Frankie Cosmos. Het alter ego van de New Yorkse singer-songwriter Greta Kline (dochter van acteur Kevin Kline) debuteerde een jaar of vijf geleden en is met Close It Quietly alweer toe aan haar vierde album.

De albums van Frankie Cosmos duren steeds wat langer, maar bevatten ook steeds meer songs. Close It Quietly bevat 39 minuten muziek en in die 39 minuten komen maar liefst 21 songs voorbij, waarvan er slechts één boven de drie minuten klokt en zes songs de anderhalve minuut niet eens vol maken.

Ondanks mijn gemengde gevoelens over lo-fi albums had ik een enorm zwak voor de vorige albums van Frankie Cosmos en ook Close It Quietly vind ik weer geweldig. De singer-songwriter uit New York maakt ook op haar nieuwe album fluisterzachte popsongs en rocksongs of flarden van popsongs of rocksongs en het zijn stuk voor stuk songs om te koesteren.

Frankie Cosmos nam haar eerste twee albums in haar uppie op in haar New Yorkse slaapkamer, maar sinds het vorig jaar verschenen Vessel werkt ze met een band. Het zorgt voor een wat voller geluid, maar ondanks de bijdragen van haar band en de coproductie van de met name van Fleet Foxes en The War On Drugs bekende Gabe Wax, is Frankie Cosmos er ook op haar nieuwe album weer in geslaagd om de intimiteit die haar eerste albums zo bijzonder maakte te behouden.

Close It Quietly bevat zoals gezegd 21 songs en het zijn vrijwel zonder uitzondering songs die lak hebben aan de conventies van het perfecte popliedje. Frankie Cosmos strooit driftig met honingzoete melodieën en geweldige refreinen en vergeet de voorzichtige opbouw van een song. Het is aan de ene kant jammer, want ik ben er van overtuigd dat de New Yorkse muzikante ook 21 perfecte popliedjes van drie minuten of meer af had kunnen leveren, maar aan de andere kant hebben de korte popsongs of flarden van popsongs op Close It Quietly een charme die nauwelijks is te weerstaan.

Popsongs terugbrengen tot de essentie is een kunst en het is een kunst die Frankie Cosmos uitstekend beheerst. Frankie Cosmos heeft ook op haar vierde album weer een voorkeur voor dromerige popliedjes met fluisterzachte vocalen, maar ze kan ook uit de voeten met meer ingetogen folky songs en met redelijk ingetogen rocksongs vol verwijzingen naar de rockbands uit de jaren 90 als Throwing Muses of Belly.

Gabe Wax heeft het wat rommelige geluid op de eerste albums van Frankie Cosmos omgetoverd tot een mooi verzorgd geluid, dat voldoende variatie biedt om de aandacht 21 songs lang vast te houden. Het had van mij ook best drie keer zo lang mogen duren, maar zo is het ook goed. Heel goed zelfs. Erwin Zijleman

Frankie Cosmos - Different Talking (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Frankie Cosmos - Different Talking - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Frankie Cosmos - Different Talking
Frankie Cosmos begon ooit als soloproject van de New Yorkse muzikante Greta Kline, maar is inmiddels uitgegroeid tot een band, die met het uitstekende Different Talking een ware indiepop parel heeft afgeleverd

Het is een mooi stapeltje albums dat de Amerikaanse band Frankie Cosmos inmiddels op haar naam heeft staan en de groei is er nog lang niet uit. De band uit New York doet op het deze week verschenen Different Talking alles zelf en dat is niet ten koste gegaan van de kwaliteit. Integendeel zelfs, want de mix van 90s indierock en dreampop en indiepop van het moment klonk nog nooit zo mooi en overtuigend als op Different Talking, het vijfde album van de New Yorkse band. De critici weten al een aantal jaren dat Frankie Cosmos moet worden gerekend tot de smaakmakers van de indiepop en dat is nog veel beter te horen op het in alle opzichten uitstekende Different Talking.

De Amerikaanse muzikante Greta Kline kan al sinds haar in 2016 onder de naam Frankie Cosmos uitgebrachte debuutalbum Next Thing rekenen op zeer lovende woorden van de critici, maar desondanks wordt ze binnen de indiepop van het moment nog altijd gerekend tot de subtop. In tegenstelling tot een aantal collega’s in het genre heeft ze overstap naar de grote zalen nog niet gemaakt en ook het deze week verschenen Different Talking is zeker niet het album waar het drukst over wordt gedaan deze week.

Ik heb tot dusver alle albums van de New Yorkse muzikante zeer positief besproken, maar alleen Next Thing haalde mijn jaarlijstje, dus misschien onderschat ik Frankie Cosmos zelf ook wel wat. Frankie Cosmos begon ooit als een soloproject van Greta Kline, maar is inmiddels een echte band, die deze week met Different Talking alweer het vijfde album aflevert.

Greta Kline, overigens de dochter van de bekende acteurs Kevin Kline en Phoebe Cates, begon ooit met intieme ‘bedroom pop’, maar laat samen met de andere bandleden horen dat Frankie Cosmos zich de afgelopen jaren enorm heeft ontwikkeld. Different Talking is misschien niet het album dat deze week de meeste aandacht trekt, maar het is een album dat een nog wat hoger niveau aantikt dan de vorige albums van de New Yorkse band en dat zegt wat.

Frankie Cosmos bestaat naast zangeres en gitarist Greta Kline uit bassist Alex Bailey, drummer Hugo Stanley en de zeer getalenteerde toetsenist en zangeres Katie von Schleicher, die ook als solomuzikante prima albums maakte. Het viertal besloot om het nieuwe album zonder hulp van anderen te maken, wat heeft geresulteerd in een hecht bandgeluid, dat ook opvallend mooi geproduceerd is door de band.

Frankie Cosmos propt maar liefst zeventien songs in een kleine veertig minuten, maar Different Talking is zeker geen lo-fi album geworden. De songs op het album klinken allemaal even verzorgd en variëren van dromerige indiepop tot wat stekelige indierock. In de wat stevigere songs hoor ik flarden van de door vrouwen aangevoerde indierock uit de jaren 90 en zeker ook uit de dreampop uit deze periode, maar het nieuwe album van Frankie Cosmos sluit ook aan bij de lome indiepop van het moment, met de zwoele en dromerige 70s pop van Clairo als belangrijkste vergelijkingsmateriaal.

Het doet het echt fantastisch bij de tropische temperaturen van het moment, maar de nieuwe songs van Frankie Cosmos hebben meer te bieden dan zoete verleiding. Ondanks het hoge DIY-gehalte klinkt het album echt prachtig en dat geldt zowel voor de muziek als de zang op het album. Ik vond de stem van Greta Kline altijd al mooi, maar op Different Talking zingt ze nog net wat mooier.

Ik heb zoals gezegd altijd een zwak gehad voor de albums van Frankie Cosmos, maar Different Talking steekt er wat mij betreft bovenuit en dat is knap. De songs van Frankie Cosmos weten zich wat mij betreft ook te onderscheiden van de meeste andere indiepop en indierock die op het moment gemaakt wordt, want de New Yorkse band klinkt toch net wat eigenzinniger en ruwer dan de collega muzikanten, die vooral vanuit Los Angeles opereren. Net als Clairo, wat mij betreft goed voor een van de allerbeste concerten van 2025 tot dusver, moet Frankie Cosmos maar eens snel worden toegevoegd aan de erkende smaakmakers van de indiepop van het moment. Erwin Zijleman

Frankie Cosmos - Inner World Peace (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Frankie Cosmos - Inner World Peace - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Frankie Cosmos - Inner World Peace
Frankie Cosmos is inmiddels uitgegroeid tot een echte band, maar Greta Kline en haar medemuzikanten hebben nog altijd niet veel tijd nodig voor hun charmante en vaak ook wonderschone popliedjes

Na het fantastische Next Thing uit 2016 leek Frankie Cosmos het niveau van dit album hooguit te kunnen consolideren, maar op het deze week verschenen Inner World Peace zet de band uit New York toch weer een stap. Ook op het nieuwe album zijn de songs van Frankie Cosmos voornamelijk erg kort, maar door het verlagen van het tempo en het net wat beter uitwerken van de lo-fi getinte songs, klinkt Inner World Peace net wat mooier en evenwichtiger dan zijn voorgangers. In muzikaal opzicht klinkt het album een stuk volwassener, terwijl de mooie stem van frontvrouw Greta Kline nog wat aan kracht heeft gewonnen. Inner World Peace behoort hierdoor tot het beste werk van Frankie Cosmos.

Het is tot mijn verbazing alweer ruim zes jaar geleden dat ik voor het eerst kennis maakte met de muziek van Frankie Cosmos. In 2016 verscheen immers haar tweede album Next Thing, dat volgde op het nauwelijks opgemerkte maar in kleine kring terecht bejubelde mini-album Zentropy uit 2014. Op Next Thing joeg het alter ego van de New Yorkse muzikante Greta Kline, de dochter van de beroemde acteur Kevin Kline, er in een klein half uur maar liefst vijftien songs doorheen, waardoor Next Thing terecht in het hokje lo-fi werd geduwd.

Het officiële debuutalbum van Frankie Cosmos sloot voor een belangrijk deel aan op al die andere albums van jonge vrouwelijke muzikanten in de indierock en indiepop, maar de charmante popliedjes van de muzikante uit New York rammelden net wat meer dan die van haar soort- en generatiegenoten, waardoor Next Thing er wat mij betreft uit sprong in 2016, wat Frankie Cosmos een hoge notering in mijn jaarlijstje opleverde.

Frankie Cosmos, dat langzaam maar zeker uitgroeide van een project van Greta Kline tot een heuse band, herhaalde het kunstje van The Next Thing op het in 2018 verschenen Vessel, dat zeker niet onder deed voor zijn voorganger, maar wel wat minder verrassend was. Het is een constatering die ook op ging voor het in 2019 verschenen Close It Quietly, dat een inmiddels bekend geluid liet horen, maar wel zeer aangenaam vermaakte.

Frankie Cosmos heeft, mede door de coronapandemie, wat meer tijd kunnen nemen voor de opvolger van Close It Quietly en dat is een wijs besluit. De vorige twee albums van de band uit New York waren net wat langer maar er stonden ook meer songs op, waardoor Frankie Cosmos op Inner World Peace voor het eerst tot een gemiddelde songlengte van net iets meer dan twee minuten komt.

Het is een gemiddelde dat wat omhoog wordt geduwd door een song van meer dan vijf minuten, waardoor er per saldo niet zo heel veel is veranderd op het nieuwe album van Frankie Cosmos. Ook op Inner World Peace heeft de Amerikaanse band meestal genoeg aan minder dan twee minuten voor een song met een kop en een staart, maar omdat het tempo in veel songs net wat lager ligt, heb je niet het idee dat de songs er in sneltreinvaart doorheen worden gejaagd.

De muziek van Franke Cosmos klinkt op Inner World Peace wat meer ingetogen, maar ook wat verzorgder en melodieuzer dan op de vorige albums, zonder dat dit ten koste is gegaan van de ruwe charme van de songs van Greta Kline en haar band. Inner World Peace klinkt bovendien wat gevarieerder dan de vorige albums van Frankie Cosmos, waardoor ik voor het eerst weer serieuze groei hoor.

In muzikaal opzicht vind ik Inner World Peace net wat interessanter en veelzijdiger dan zijn voorgangers, maar ook de zang van Greta Kline vind ik weer wat mooier, terwijl haar songs weer zijn gevuld met persoonlijke beslommeringen, wat het intieme karakter van haar songs versterkt.

Frankie Cosmos vist ook met dit album weer in een momenteel overvolle vijver, maar ik heb persoonlijk nog altijd een enorm zwak voor de rammelpop van de band uit New York, die het gat met een groot deel van de concurrentie weer een stukje heeft vergroot met het werkelijk uitstekende Inner World Peace, dat het oor ruim 35 minuten bijzonder aangenaam streelt. Erwin Zijleman

Frankie Cosmos - Next Thing (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Frankie Cosmos - Next Thing - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

In nagenoeg alle halfjaarlijstjes waarin de Amerikaanse muziektijdschriften en muzieksites de balans opmaken over de eerste helft van 2016, duikt Next Thing van ene Frankie Cosmos op.

De naam Frankie Cosmos zei me echt helemaal niets, maar sinds ik Next Thing voor het eerst beluisterde begrijp ik heel goed waarom de critici zo gek zijn op de plaat van de Amerikaanse singer-songwriter.

Frankie Cosmos is het alter ego van de 22 jaar oude en uit New York afkomstige Greta Kline, die in acteur Kevin Kline een wereldberoemde vader heeft, maar veel meer wil zijn dan de dochter van. The Next Thing is de tweede plaat van Frankie Cosmos en de opvolger van het in de Verenigde Staten zeer goed ontvangen Zentropy uit 2014.

Het slechts 17 minuten durende debuut krijgt nu een 28 minuten durend vervolg en in die 28 minuten komen maar liefst 15 popliedjes voorbij. Het zijn heerlijk rammelende popliedjes die de grens van 3 minuten nooit halen en meestal rond de twee minuten blijven steken.

The Next Thing heeft zeker raakvlakken met de charmante rammelpop die The Moldy Peaches al weer 15 jaar geleden vanuit hetzelfde New York maakten, maar waar dit tweetal meestal bleef steken in goede ideeën, levert Frankie Cosmos op The Next Thing het ene na het andere briljante popliedje af.

Flarden van briljante popliedjes zijn het eigenlijk, want veel van de songs op The Next Thing eindigen net zo abrupt als ze begonnen waren en lijken soms ter plekke worden verzonnen. Bij beluistering van de plaat heb je constant het idee dat de songs moeiteloos zijn uit te breiden tot perfecte popsongs, maar op hetzelfde moment besef je je dat het in de huidige vorm ook goed is, misschien wel beter zelfs.

De instrumentatie op The Next Thing wordt gedomineerd door een eenvoudige maar doeltreffende ritmesectie, lekker rammelende gitaarloopjes en een wat goedkoop aandoend keyboard geluid. Het klinkt allemaal erg lo-fi, maar op hetzelfde moment ook aanstekelijk.

Het past bovendien uitstekend bij de prettige stem van Frankie Cosmos, die uitstekend uit de voeten zou kunnen in een dreampop band, maar ook verleidt en vertedert met haar kleine en lieve popliedjes.

The Next Thing blijft dankzij het hoge DIY gehalte, de rammelende instrumentatie en de korte songs ver verwijderd van de gemiddelde singer-songwriter plaat, maar het is wel een plaat die zich genadeloos opdringt en die alleen maar leuker en onweerstaanbaarder wordt.

Goed gezien dus door de Amerikaanse critici, al geef ik Frankie Cosmos uiteindelijk in Europa een veel grotere kans op succes. Ik ben zelf inmiddels hopeloos verknocht aan de charmante popmuziek van Frankie Cosmos en koester alle 15 popliedjes op deze fascinerende plaat. Erwin Zijleman

Frankie Cosmos - Vessel (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Frankie Cosmos - Vessel - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Frankie Cosmos was het alter ego en is inmiddels de band van de muzikante uit New York die 24 jaar geleden werd geboren als Greta Kline.

Greta Kline is de dochter van Oscar winnend acteur Kevin Kline en actrice Phoebe Cates (die overigens vooral bekend is vanwege de fameuze bikini-scene in de puberkomedie Fast Times at Ridgemont High) maar kiest nadrukkelijk haar eigen weg.

Met The Next Thing maakte ze in de zomer van 2016 één van de leukste platen van het betreffende jaar, waarmee de belofte van haar in 2014 verschenen debuut Zentropy en alle bandcamp releases die hier aan vooraf gingen meer dan waar werd gemaakt.

Op The Next Thing herinnerde Frankie Cosmos veelvuldig aan de lo-fi rammelpop zoals die aan het begin van het nieuwe millennium werd gemaakt door de eveneens uit New York afkomstige band The Moldy Peaches, maar waar die band het perfecte popliedje wel eens vergat, maakte Frankie Cosmos er op The Next Thing maar liefst 15 in nog geen half uur.

Frankie Cosmos is inmiddels officieel een band en de opvolger van The Next Thing is uitgebracht op het roemruchte Sub Pop label. Vessel duurt met 33 minuten net wat langer dan zijn voorganger en in die 33 minuten tovert Frankie Cosmos maar liefst 18 popliedjes uit de hoge hoed.

Het zijn nog altijd popliedjes met flink wat invloeden uit de lo-fi, waar popliedjes van maar net een minuut nog altijd redelijk gangbaar zijn, maar Vessel klinkt toch net wat anders dan de zo goed ontvangen voorganger. De popliedjes van Frankie Cosmos rammelen nog altijd heerlijk, maar klinken op de nieuwe plaat ook net wat gepolijster, wat in het geval van Frankie Cosmos natuurlijk en gelukkig een relatief begrip is.

Ik was zelf zeer onder de indruk van The Next Thing, dat de hoogste regionen van mijn jaarlijstje haalde, maar Vessel bevalt me minstens even goed. Greta Kline beschikt over een bijzonder aangename stem en heeft een uitstekend gevoel voor tijdloze maar ook eigenzinnige popliedjes. Ik had vooraf wel enige angst dat er op het terrein van eigenzinnigheid veel zou worden ingeleverd na het succes van de vorige plaat, maar ook Vessel is gelukkig en ondanks het dromerige laagje polijst een lekker eigenwijze plaat.

Ook Vessel herinnert weer aan de muziek van The Moldy Peaches, maar de plaat doet me ook denken aan 90s platen van Belly, The Breeders en Throwing Muses. Veel songs op de plaat klinken bovendien honingzoet en roepen associaties op met de dreampop uit de jaren 90 (en vooral met de muziek van Lush), maar Frankie Cosmos heeft op haar nieuwe plaat ook een bijzonder eigen geluid ontwikkeld, dat af en toe mag ontsporen en verder veel minder tijd nodig heeft voor een popliedje dan gebruikelijk (van de 18 tracks op Vessel duren er slechts vier langer dan tweeënhalve minuut en hebben er elf nog geen twee minuten nodig). Het is een eigen geluid dat niet alleen teruggrijpt op het verleden, maar ook aansluit bij dat van hedendaagse smaakmakers als Waxahatchee, Girlpool en Angels Olsen, om er maar een paar te noemen.

Ik hou niet zo van flarden van songs, maar de songs van Frankie Cosmos voelen absoluut niet zo aan. Frankie Cosmos vermaakt op Vessel 33 minuten lang met popliedjes die even aangenaam als eigenzinnig zijn en die zich ook dit keer heerlijk opdringen. Dat Vessel een waardig opvolger is van het uitstekende The Next Thing zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman

Frankie Davies - Wherever I Go (2018)

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Frankie Davies - Wherever I Go - dekrentenuitdepop.blogspot.com

De vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters met een zwak voor Nashville countrypop zit overvol, maar deze Britse muzikante springt er voor mij net wat uit
Wherever I Go van Frankie Davies klinkt op het eerste gehoor als een typische exponent van de Nashville countrypop, maar het klinkt uiteindelijk toch net wat minder braaf, wat traditioneler en tegelijkertijd wat lichtvoetiger. Frankie Davies komt dan ook niet uit Nashville, maar van het Britse eiland Jersey, waar de liefde voor de traditionele Amerikaanse countrymuziek kennelijk ook intens kan zijn. Frankie Davies kleurt veel binnen de lijntjes, maar als ze er buiten kleurt hoor ik de belofte (en een vleugje Jewel in haar jonge jaren).




Als ik had kunnen wedden op de thuisbasis van Frankie Davies, had ik waarschijnlijk flink wat geld op Nashville gezet. Op Wherever I Go, het debuut van deze Frankie Davies, hoor je immers precies wat momenteel hot is in de Amerikaanse hoofdstad van de country.

Wherever I Go staat vol met lekker in het gehoor liggende en over het algemeen lichtvoetige countrypopliedjes, maar Frankie Davies heeft ook respect voor de tradities van de traditionele countrymuziek en durft hier en daar buiten de lijntjes te kleuren, bijvoorbeeld door te kiezen voor een net wat stevigere song of juist een meer ingetogen song of een song met net meer dan een randje pop. Verder is de jonge zangeres natuurlijk voorzien van een stem die gemaakt lijkt voor dit genre en beschikt ze over de looks om ook in commercieel opzicht interessant te zijn.

Het is overigens maar goed dat ik niet kon wedden op de thuisbasis van Frankie Davies, want de jonge singer-songwriter is afkomstig van het Britse eiland Jersey, op een Britse website fraai omschreven als “think Hawaii with clotted cream and delicious potatoes”. Het is een thuisbasis die we direct weer kunnen vergeten, want de muziek van Frankie Davies ademt Amerikaanse countrymuziek.

De Britse singer-songwriter sluit hiermee zowel aan op de Nashville countrypop van het moment als op de country uit vervlogen tijden. Als ik zoek naar vergelijkingsmateriaal hoor ik wat van Jewel, wat van Ashley Monroe en in de stevigere tracks iets van Miranda Lambert, maar Frankie Davies heeft ook een herkenbaar eigen geluid.

Het is een geluid dat fraai is ingekleurd door een stel prima muzikanten, die precies weten hoe Amerikaanse countrymuziek in 2018 moet klinken. Ze voegen vervolgens wel wat eigen accenten toe aan het geluid van Frankie Davies, bijvoorbeeld door gitaarlijnen te stapelen of de pedal steel net wat eenzamer te laten huilen.

Het kleurt allemaal bijzonder fraai bij de stem van Frankie Davies, die net als haar muziek is geworteld in de Amerikaanse countrymuziek. Je kunt goed horen dat Frankie Davies in haar jeugd vooral luisterde naar Amerikaanse countrymuziek en niet naar Britse pop, want Wherever I Go klinkt geen moment Brits.

Frankie Davies heeft natuurlijk de pech dat jonge vrouwelijke singer-songwriters momenteel niet aan te slepen zijn in de Nashville countrypop, waardoor de concurrentie moordend is, maar op een of andere manier bevalt Wherever I Go me net wat beter dan de platen van de meeste soortgenoten van Frankie Davis. Ze zingt net wat beter, klinkt in muzikaal opzicht wat minder braaf, durft gas terug te nemen of gas te geven en de songs liggen erg lekker in het gehoor. Kortom, ik hoor wel flink wat belofte op deze plaat. Ik benieuwd of Frankie Davies deze belofte waar gaat maken. Erwin Zijleman

Frankie Lee - American Dreamer (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Frankie Lee - American Dreamer - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Je hebt van die platen die je talloze keren moet horen voordat het kwartje valt, maar er zijn ook platen die al na een paar akkoorden een onuitwisbare indruk hebben gemaakt. American Dreamer van ene Frankie Lee valt in deze laatste categorie.

Openingstrack High And Dry was pas een paar seconden onderweg toen ik het al voor de eeuwigheid had opgeslagen. En wat voor de openingstrack geldt, geldt voor heel veel songs op American Dreamer.

Frankie Lee werd geboren aan de oevers van de Mississippi, maar groeide op in Minneapolis. Na een aantal jaren in Austin gewerkt te hebbe, keerde Frankie Lee voor het maken van zijn debuut terug naar Minnesota. Het had wat voeten in de aarde voordat het debuut er ook echt was, maar wat is het een prachtplaat geworden.

Frankie Lee serveert op American Dreamer een rootsy cocktail die bestaat uit twee delen Bob Dylan, een deel Bruce Springsteen, een deel Ryan Adams en een deel Frankie Lee. Door de invloeden uit de muziek van groten als Bob Dylan, Bruce Springsteen en Ryan Adams klinkt American Dreamer bekend en aangenaam in de oren, maar het zijn de eigen invloeden van Frankie Lee die het debuut van de Amerikaan memorabel maken.

Frankie Lee heeft een stem die zijn gelijke niet kent en het is een stem om zielsveel van te houden. Het vormt de basis voor subtiel geïnstrumenteerde en stuk voor stuk direct memorabele songs.

Frankie Lee slaagt er in om vrijwel onmiddellijk te verleiden met zijn songs, maar het zijn ook songs die over meer diepte beschikken dan je op het eerste gehoor zult vermoeden. Frankie Lee kiest maar zelden voor het grote gebaar, maar bouwt zijn songs op subtiele wijze op, wat zorgt voor meeslepende songs die een steeds diepere indruk maken.

Het is een week of drie geleden dat ik het debuut van Frankie Lee in handen kreeg en ik ben inmiddels compleet verslingerd aan dit debuut. Wanneer we aan het eind van 2015 de balans opmaken zou dit wel eens een van de meest memorabele debuten van het jaar kunnen zijn. Alle reden dus om deze Frankie Lee en zijn prachtdebuut met zijn allen te omarmen. Erwin Zijleman

Frankie Lee - Stillwater (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Frankie Lee - Stillwater - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Frankie Lee - Stillwater
Frankie debuteerde eind 2015 met een heuse jaarlijstjesplaat en maakt er nu nog een met het nog mooiere Stillwater dat van de eerste tot de laatste noot betovert en imponeert

Wat raakte ik alweer drieënhalf jaar geleden verslingerd aan American Dreamer, het debuut van de Amerikaanse muzikant Frankie Lee. Opvolger Stillwater is misschien nog wel mooier. Het nieuwe album van Frankie Lee valt op door een gloedvol en bijzonder fraai geluid, door songs die je na één keer horen niet meer wilt vergeten en wordt vervolgens naar grote hoogten getild door de prachtige stem van de Amerikaanse muzikant. Stillwater is een album om hopeloos verliefd op te worden en het is ook nog eens een zwaar verslavend album, dat bij iedere nieuwe beluistering weer net wat mooier en indrukwekkender is.

De Amerikaanse singer-songwriter Frankie Lee leverde aan het eind van 2015 vrijwel uit het niets een debuut af dat het uiteindelijk schopte tot de jaarlijstjes.

Na twaalf ambachten (waaronder een baan als timmerman voor het bedrijf van de zoon van Townes van Zandt) en dertien ongelukken, keerde Frankie Lee in 2015 terug naar zijn thuisstaat Minnesota, waar het geweldige American Dreamer werd opgenomen.

Ik beschreef het album destijds als een rootsy cocktail die bestaat uit twee delen Bob Dylan, een deel Bruce Springsteen, een deel Ryan Adams en een deel Frankie Lee. Op het deze week verschenen Stillwater wordt een vergelijkbare cocktail geserveerd, maar dit keer domineert het aandeel van Frankie Lee.

Ook Stillwater is opgenomen in Minnesota, waar Frankie Lee dit keer zijn ouderlijk huis ombouwde tot studio. Net als American Dreamer heeft ook Stillwater niet veel tijd nodig om te overtuigen. De bijna vijfenhalve minuut durende openingstrack Speakeasy is direct van een bijzondere schoonheid. Na een paar akoestische gitaarakkoorden vallen de pedal steel en de geweldige stem van Frankie Lee in en was ik verkocht.

Frankie Lee is een uitstekend zanger en beschikt over een karakteristiek stemgeluid vol gevoel. Ook in muzikaal opzicht weet de Amerikaanse muzikant zich verrassend makkelijk te onderscheiden. In de openingstrack laat hij een prachtig ruimtelijk geluid horen, waarin steeds fraaie accenten opduiken. In eerste instantie is dit de pedal steel, maar later eisen ook gitaren, piano en aan het eind een fluit de aandacht op. Het zorgt voor een warm bad en het is een warm bad waarin de mooie stem van Frankie Lee uitstekend gedijt.

Stillwater dringt zich door de mooie stem van de Amerikaan en het sfeervolle en gloedvolle geluid op het album makkelijk op, maar Frankie Lee is ook nog eens een zeer getalenteerd songwriter. De songs op Stillwater klinken volstrekt tijdloos, maar het zijn ook songs die je vanaf de eerste keer horen dierbaar zijn.

Frankie Lee citeert op Stillwater uit de archieven van met name de countryrock en de folk en dat gaat hem uitstekend af. In de meer folky tracks schuift de Amerikaanse muzikant voorzichtig op richting Bob Dylan, maar in de meer country getinte tracks horen we weer een ander geluid, wat van Stillwater een veelzijdig album maakt, ook omdat de instrumentatie steeds weer net wat andere accenten legt en zich steeds weer als een warme deken om je heen slaat.

American Dreamer drong zich aan het eind van 2015 uiteindelijk zo op dat de plaat mijn persoonlijke jaarlijstje haalde en ik weet nu al dat Stillwater niet zal misstaan in het jaarlijstje over 2019. Frankie Lee heeft een rootsalbum vol gevoel, met prachtige songs en met een bijzonder aangenaam geluid gemaakt, dat hier nog heel vaak uit de speakers gaat komen. Zomaar een van de mooiste rootsalbums van de eerste helft van 2019 en misschien wel de mooiste. Erwin Zijleman

Frankie Rose - Cage Tropical (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Frankie Rose - Cage Tropical - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Er komt momenteel zo verschrikkelijk veel uit dat iedere plaat die langer dan een week blijft liggen onmiddellijk in de vergetelheid dreigt te raken.

Het is gelukkig niet gebeurd met de nieuwe plaat van Frankie Rose, die ik eigenlijk alleen maar heb ontdekt omdat Spotify hem maar bleef promoten.

Frankie Rose kennen we natuurlijk van bands als Vivian Girls, Dum Dum Girls en in iets mindere mate Beverly. Het zijn bands die nog vaak uit mijn speakers komen, waardoor het niet zo gek is dat Spotify denkt te weten dat ik Cage Tropical van Frankie Rose best wel eens een goede plaat zou kunnen vinden.

Frankie Rose maakte het afgelopen decennium een drietal goed ontvangen soloplaten, maar leek de muziek een aantal jaren geleden vaarwel te hebben gezegd. Na een paar jaar in Los Angeles in een food truck te hebben gewerkt is Frankie Rose weer terug op het oude nest in Brooklyn, waar haar vierde soloplaat Cage Tropical werd opgenomen.

Het is een plaat die wat dieper graaft dan de bands waarmee Frankie Rose de afgelopen tien jaar zoveel onweerstaanbare platen heeft gemaakt. Cage Tropical heeft maar heel af en toe een zwak voor dreampop en shoegaze, maar verrast met een opvallend loom en rijk geluid, waarin ruimte is voor uiteenlopende invloeden.

Het zijn invloeden die vooral stammen uit de jaren 80 en afkomstig lijken van de goedgevulde platenkast van haar ouders. Frankie Rose citeert op haar nieuwe plaat flink uit de archieven van de 80s new wave, maar sluit ook aan bij de psychedelisch aandoende popmuziek waarmee The Bangles ooit opdoken. In de wat donkerdere tracks op de plaat duiken bovendien invloeden uit de postpunk op.

Zeker wanneer de muzikante uit New York zich laat beïnvloeden door new wave uit de late jaren 70 en vroege jaren 80, lijkt het wel of ze met de Simple Minds of Echo & The Bunnymen de studio in is gedoken, maar Frankie Rose kan op Cage Tropical ook met 1001 andere invloeden uit de voeten. Hier en daar keert de Amerikaanse muzikante terug naar de zweverige hoogtijdagen van Cocteau Twins of hoor ik opeens van Kate Bush, maar de nieuwe plaat van Frankie Rose kan ook opvallend lichtvoetig en poppy klinken (ik heb minstens een paar keer aan Bananarama moeten denken en dat overkomt me tegenwoordig nauwelijks meer).

Cage Tropical volgt op moeilijke tijden in het leven van Frankie Rose en dat hoor je. De plaat klinkt vaak donker en zeker wanneer de synths loom aanzwellen kil of zelfs onderkoeld. Het voorziet de plaat op een of andere manier van urgentie en van het vermogen om behoorlijk diep onder de huid te kruipen.

De platen van de bands waarin Frankie Rose heeft gespeeld slaagden er stuk voor stuk in om me onmiddellijk te verleiden met honingzoete popsongs. Cage Tropical doet dat zeker niet. Het is een plaat die je vaker moet horen en het is bovendien een plaat waarvoor je in de stemming moet komen. Het opvoeren van het volume helpt hierbij, want zeker bij oppervlakkige beluistering dringt de plaat zich niet erg op en klinkt de muziek van Frankie Rose ongrijpbaar of zelfs vervreemdend.

Ik had in het begin vooral aarzelingen, maar ben dankzij de volharding van Spotify van deze plaat gaan houden. Eerst nog voorzichtig, maar inmiddels toch behoorlijk intens. Erwin Zijleman

Frankie Rose - Love as Projection (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Frankie Rose - Love As Projection - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Frankie Rose - Love As Projection
Frankie Rose heeft, als lid van een aantal zeer aansprekende bands, een roemrucht verleden in de gruizige gitaarmuziek, maar op Love As Projection stelt ze haar nieuwe liefde, de synthpop, voor

Als liefhebber van bands als Dum Dum Girls en Vivian Girls kan Frankie Rose al sinds de start van haar solocarrière rekenen op mijn sympathie, maar tot dusver was ik nog niet heel erg onder de indruk van haar soloalbums. Het deze week verschenen Love As Projection vind ik een stuk beter en vooral omdat Frankie Rose kiest voor een weg die afwijkt van die van de bands waarvan ze in het verleden deel uitmaakte. Op haar nieuwe album maakt de Amerikaanse muzikante geen geheim meer van haar liefde voor de synthpop en heeft ze de gitaren grotendeels verruild voor synths. Het levert een avontuurlijk synthpop album vol groeipotentie op.

Frankie Rose heeft haar sporen in de muziek inmiddels ruimschoots verdiend en wordt door de Amerikaanse muziekwebsite AllMusic.com dan ook terecht een ‘indie icon’ genoemd. Ze maakte deel uit van bands als Fine Place, Beverly en Crystal Stilts, maar Frankie Rose is toch vooral bekend geworden als drummer van de bands Dum Dum Girls en Vivian Girls.

De meeste bands waarvan Frankie Rose deel uit heeft gemaakt heb ik hoog zitten, maar desondanks heb ik haar eerste drie soloalbums niet besproken. Het in 2017 verschenen Cage Tropical heb ik wel opgepikt en hier was ik best enthousiast over, al moet ik eerlijk toegeven dat ik het album na 2017 nooit meer heb beluisterd (tot eerder deze week dan).

Het deze week verschenen Love As Projection is de officiële opvolger van Cage Tropical, want de in 2019 verschenen remake van het album Seventeen Seconds van The Cure was wat mij betreft niet meer dan een tussendoortje, al vond ik het persoonlijk best een aardig tussendoortje.

Het is denk ik fair om te zeggen dat Frankie Rose het niveau van haar bands nog niet heeft weten te evenaren of te benaderen op haar soloalbums, maar met Love As Projection doet de Amerikaanse muzikante een serieuze en wat mij betreft ook geslaagde poging. Dat heeft alles te maken met de koers die de muzikante uit New York kiest op haar nieuwe album.

Zeker op haar vroege soloalbums bleef Frankie Rose over het algemeen dicht bij de muziek van het merendeel van haar bands en maakte ze licht gruizige gitaarmuziek, die naar mijn mening vaak net wat te weinig onderscheidend klonk. Op Cage Tropical schoof de muziek van Frankie Rose al wat op, maar op Love As Projection kiest de Amerikaanse muzikante vol voor haar nieuwe liefde, de synthpop.

Dat klinkt een stuk lichtvoetiger dan haar vroegere werk en ook zeker lichtvoetiger dan het tussendoortje uit 2019 waarop de postpunk nog domineerde. Bij eerste beluistering van het album vroeg ik me zelfs af of Frankie Rose niet wat te ver is doorgeslagen richting lichtvoetige popmuziek, maar hoe vaker ik naar Love As Projection luister, hoe leuker ik het album vind.

Frankie Rose laat zich op haar nieuwe soloalbum deels beïnvloeden door synthpop uit de jaren 80 en gooit er hier en daar een vleugje postpunk bij, maar de muzikante uit New York heeft ook een fris en eigentijds klinkend album gemaakt. Zeker wanneer het tempo laag wordt gehouden klinken de wolken synths die overdrijven bijzonder aangenaam en hetzelfde geldt voor de stem van Frankie Rose, die haar songs voorziet van een dromerige sfeer.

Wanneer het tempo wat omhoog gaat kiest Love As Projection vol voor de (synth)pop en flirt het hier en daar opzichtig met de dansvloer. Het is dan bijna niet te geloven dat we Frankie Rose aan het werk horen, maar ze is het echt. Ik heb zelf een duidelijke voorkeur voor de wat minder uitbundige songs op het album, die bestaan uit meerdere lagen, al vind ik ook de uptempo synthpop van Frankie Rose goed te verteren.

Liefhebbers van de gruizige gitaaralbums die de Amerikaanse muzikante in het verleden maakte met haar bands en in haar uppie hebben waarschijnlijk weinig met de nieuwe koers van Frankie Rose, maar zelf kan ik de opvallende koerswijziging van de inmiddels gelouterde Amerikaanse muzikante wel waarderen. Erwin Zijleman

Fraser A. Gorman - Slow Gum (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fraser A. Gorman - Slow Gum - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Luister naar Slow Gum van de Australische singer-songwriter Fraser A. Gorman en je waant je onmiddellijk in de jaren 70.

Fraser A. Gorman, die overigens uit dezelfde scene komt als Courtney Barnett, zoekt en vindt zijn inspiratie in de hoogtijdagen van de grote singer-songwriters uit dit decennium, maar bestrijkt hierbij een opvallend breed palet.

De muziek van de Australiër is het ene moment akoestisch en ingetogen, maar pakt net zo makkelijk uit met rijke arrangementen en een steviger rockend geluid.

Het is hierdoor niet eens zo makkelijk om namen te verbinden aan de muziek van Fraser A. Gorman of het wordt meteen een flinke waslijst. Voor de laatste optie kies ik voor de afwisseling eens niet. Bij eerste beluistering van Slow Gum hoorde ik wat van Bob Dylan, Townes van Zandt, Syd Barrett, Lou Reed en Paul McCartney, maar bij een volgende luisterbeurt doken weer hele andere namen op en dit gaat voorlopig nog wel even door.

Fraser A. Gorman maakt op Slow Gum muziek die soms Brits, maar uiteindelijk toch vooral Amerikaans klinkt. Op het debuut van de Australiër domineren invloeden uit de folkrock, maar door het gebruik van de pedal steel en de viool staat Slow Gum ook bol van de invloeden uit de countryrock. Invloeden uit de singer-songwriter pop en de psychedelica maken het authentiek aandoende geluid van Fraser A. Gorman compleet.

Nu is de Australiër zeker niet de eerste die aan de haal gaat met invloeden uit de jaren 70, maar op één of andere manier is Slow Gum meer dan de zoveelste 70s retro-plaat. Het is niet eens makkelijk om uit te leggen waarom dit zo is. Wanneer ik luister naar het debuut van Fraser A. Gorman associeer ik onmiddellijk met een flinke stapel klassiekers uit de platenkast, maar op hetzelfde moment klinkt Slow Gum ook als de klassieker die ik tot dusver heb gemist en als een plaat die ook in 2015 fris en urgent klinkt. Zo ligt Slow Gum vaak dicht bij de hedendaagse Americana, om je het volgende moment weer een aantal decennia terug te werpen in de tijd.

Uiteindelijk beoordeel ik een plaat niet op de invloeden die te horen zijn, maar op de muziek, de zang, de productie en de songs. Slow Gum van Frase A. Gorman scoort op al deze categorieën hoog. In muzikaal opzicht is Slow Gum een hele lekkere, maar ook voldoende veelzijdige plaat, die ook nog eens weet te verrassen door onverwachte accenten.

Fraser A. Gorman beschikt verder over een aangenaam stemgeluid, dat doet denken aan van alles en nog wat uit de jaren 70, maar uiteindelijk niet één op één is te vergelijken met dat van een zanger die ik al in de kast heb staan.

De productie van de plaat herinnert onmiddellijk aan de muziek uit de jaren 70, maar vindt ook vrij makkelijk aansluiting bij de Americana uit het heden, wat knap is, en Fraser A. Gorman schrijft ook nog eens songs die onmiddellijk blijven hangen en heel snel memorabel zijn. Het zijn bovendien songs die diepgang laten horen en meer dan eens buiten de lijntjes durven te kleuren.

Ik word wel eens moe van alle nieuwe muziek die zo nadrukkelijk terug grijpt op vervlogen tijden, maar van Slow Gum van Fraser A. Gorman krijg ik alleen maar energie. Fraaie plaat van een muzikant die het hopelijk net zo ver gaat schoppen als zijn muzikale maatje Courtney Barnett. Het zou zeer verdiend zijn. Erwin Zijleman