MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Fenne Lily - On Hold (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fenne Lily - On Hold - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Op de stapel met nog te beluisteren platen lag inmiddels al een maand of drie On Hold, het debuut van de Britse singer-songwriter Fenne Lily.

Fenne Lily is een jonge muzikante uit het Britse Dorset. Op haar 16e bereikte ze een miljoenenpubliek met een video op YouTube (de clip bij Top To Toe werd naar verluidt 22 miljoen keer bekeken) en trok ze onder andere de aandacht van topproducer van John Parish (PJ Harvey).

Fenne Lily is inmiddels 20 en heeft een debuut afgeleverd dat bij mij weliswaar lang op de stapel heeft gelegen, maar bij eerste beluistering direct een onuitwisbare indruk heeft gemaakt.

De tegenwoordig vanuit Bristol opererende singer-songwriter is misschien pas twintig, maar heeft een plaat vol verdriet en frustratie gemaakt. Een op de klippen gelopen relatie vormde de belangrijkste inspiratiebron voor de meeste songs op de plaat, waardoor On Hold een ware breakup-plaat genoemd mag worden.

Nu gun ik iedereen zijn of haar liefdesgeluk, maar muzikanten die met de keerzijde van de liefde worden geconfronteerd leveren wel bovengemiddeld veel hele goede platen op. On Hold van Fenne Lily is zeker geen uitzondering. De jonge Britse muzikante heeft een aardedonkere plaat, maar ook een plaat van grote schoonheid en een bijzondere intimiteit gemaakt.

Het deels door Jon Parish geproduceerde On Hold valt op door een sobere maar ook beklemmende instrumentatie. Het is een instrumentatie die wordt gedragen door wonderschone en atmosferische gitaarlijnen, die prachtig combineren met de heldere en emotievolle stem van Fenne Lily.

De stem van de jonge Britse singer-songwriter ligt lekker in het gehoor, maar maakt ook geen geheim van het verdriet dat Fenne Lily moest doorstaan, wat vaak zorgt voor een lichte trilling in haar stem.

De combinatie van weemoedige gitaarlijnen, atmosferische klanken en fluisterzachte vocalen vol melancholie doet wel wat denken aan de muziek van onder andere Julien Baker en Phoebe Bridgers, voor mij de smaakmakers van 2017, maar On Hold van Fenne Lily roept ook zeker associaties op met de muziek van Sharon Van Etten, Laura Marling en Beth Orton en de platen van bands als Daughter en London Grammar.

Fenne Lily moet met On Hold concurreren met een heel legioen aan jonge vrouwelijke singer-songwriters met een wat sombere kijk op de wereld en een levenswandel met de nodige obstakels, maar wat mij betreft kan de singer-songwriter uit Bristol de concurrentie aan.

Fenne Lily raakt in een aantal tracks aan de bovengenoemde voorbeelden, maar kan ook uit de voeten in een ingetogen folksong, vol echo’s naar de rijke tradities van de Britse folk. Bovendien schrijft ze verrassend sterke songs; een prestatie die nog wat extra glans krijgt als je weet dat ze een aantal songs schreef toen ze pas 15 jaar oud was.

On Hold is een plaat waarvan ik direct ben gaan houden, maar de liefde voor de muziek van Fenne Lily is sindsdien alleen maar gegroeid. In Nederland heeft de plaat nauwelijks aandacht gekregen, maar voor mij is dit toch een van de ruwe diamanten van 2018 tot dusver; diamanten die overigens steeds feller fonkelen. Erwin Zijleman

Feu! Chatterton - Labyrinthe (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Feu! Chatterton - Labyrinthe - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Feu! Chatterton - Labyrinthe
De Franse band Feu! Chatterton imponeerde ruim drie jaar geleden met het fantastische Palais D’argile en maakt ook weer indruk met het wat toegankelijkere maar nog altijd fascinerende en wonderschone Labyrinthe

Ik maakte drie jaar geleden bij toeval kennis met de muziek van de Franse band Feu! Chatterton, maar was diep onder de indruk van hun derde album Palais D’argile, dat in de jaren die volgden alleen maar beter werd. De band uit Parijs keert deze week terug met Labyrinthe dat deels in het verlengde ligt van zijn voorganger, maar ook nieuwe wegen in slaat. Het nieuwe album klinkt net wat toegankelijker dan zijn voorganger, maar beluister het album met de koptelefoon en je wordt wederom getrakteerd op fascinerende muziek, die fraai samensmelt met de uitstekende zang op het album. Feu! Chatterton is in Nederland nog niet heel bekend, maar levert wederom een geweldig album af.

Ondanks mijn beperkte kennis van het Frans gaat mijn liefde voor de Franse popmuziek inmiddels al heel wat jaren of eigenlijk decennia mee. Het is een liefde die zich vrijwel uitsluitend richt op zangeressen, waarbij het me niet zoveel uitmaakt of het gaat om zwoele Franse zuchtmeisjes met een zwak voor lichtvoetige pop of om wat serieuzere en melancholischere zangeressen met een voorliefde voor het traditionele Franse chanson.

De mannelijke Franse eer werd tot een paar jaar geleden vooral gered door Serge Gainsbourg, die natuurlijk ook niet vies was van zangeressen op zijn albums. In het voorjaar van 2021 maakte ik echter kennis met de muziek van de Franse band Feu! Chatterton, De band uit Parijs leverde met Palais D'argile een fascinerend album af. Het is een album waar ik in 2021 al behoorlijk enthousiast over was, maar dat ik pas een jaar later echt op de juiste waarde begon te schatten.

Het is een album dat ik op deze site als volgt omschreef: “Invloeden uit het Franse chanson vermengen met elektronische popmuziek, jazz, synthpop, psychedelische rock en de indierock van een band als Radiohead. Je moet het maar durven en je moet het maar kunnen. De Franse band Feu! Chatterton durft en kan het en levert met Palais D'argile een album af dat 70 minuten lang hopeloos intrigeert en indruk maakt. De muziek van de band uit Parijs verschiet makkelijker van kleur dan een kameleon, maar op een of andere manier klinkt alles logisch en doordacht. Palais D'argile is mijn eerste kennismaking met de muziek van Feu! Chatterton, maar het smaakt naar veel en veel meer.”

Palais D'argile bleek het derde album van de Franse band en de voorgangers bleken al even intrigerend. Sinds de release van het album in het voorjaar van 2021 verschenen een live-album en een filmsoundtrack, maar met Labyrinthe verscheen deze week de echte opvolger van Palais D'argile, dat terecht ook ver buiten de Franse landsgrenzen werd opgepikt.

In mijn liefde voor de Franse muziek draaide het afgelopen anderhalf jaar eigenlijk alles om Zaho de Sagazan, maar ze krijgt de komende tijd weer wat concurrentie met albums van Zaz, Keren Ann en natuurlijk Feu! Chatterton. Ook met Labyrinthe heeft de band uit Parijs weer een fraai album opgeleverd.

Het is een album dat deels voortborduurt op het fenomenale Palais D’argile, maar dat toch ook weer net wat anders klinkt. Ook op haar nieuwe album verwerkt de band uit Parijs uiteenlopende invloeden, maar het doet het wel wat subtieler dan op het vorige album, dat je als luisteraar alle kanten op slingerde.

Vergeleken met Palais D’Argile klinkt Labyrinthe een stuk toegankelijker. Een aantal songs neigt wat naar synthpop (met een vleugje Kraftwerk en Zaho) en een aantal tracks klinkt als Franse pop met een vleugje prog, maar stiekem heeft Feu! Chatterton veel meer invloeden verwerkt in haar muziek. Het experiment wordt misschien wat minder vaak en wat minder intens gezocht op Labyrinthe, maar Feu! Chatterton maakt zeker geen dertien in een dozijn popsongs.

Er gebeurt weer van alles in de songs van de band uit Parijs en er is echt heel veel moois te horen in de muziek op het album, zeker wanneer de elektronica wat meer ruimte krijgt, maar luister ook zeker naar de geweldig spelende ritmesectie en vergeet ook het gitaarwerk en de saxofoon niet. In muzikaal opzicht is het wat minder eclectisch dan op het vorige album, maar dit biedt wat meer ruimte aan de stem van Arthur Teboul, die het geluid van Feu! Chatterton vervolmaakt. Prachtig album weer. Erwin Zijleman

Feu! Chatterton - Palais D'argile (2021)

poster
4,5
volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Feu! Chatterton - Palais D'argile - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Feu! Chatterton - Palais D'argile
Ik had nog nooit van de Franse band Feu! Chatterton gehoord, maar met Palais D'argile heeft de band uit Parijs een album gemaakt dat behoort tot de meest opvallende van 2021 tot dusver

Invloeden uit het Franse chanson vermengen met elektronische popmuziek, jazz, synthpop, psychedelische rock en de indierock van een band als Radiohead. Je moet het maar durven en je moet het maar kunnen. De Franse band Feu! Chatterton durft en kan het en levert met Palais D'argile een album af dat 70 minuten lang hopeloos intrigeert en indruk maakt. De muziek van de band uit Parijs verschiet makkelijker van kleur dan een kameleon, maar op een of andere manier klinkt alles logisch en doordacht. Palais D'argile is mijn eerste kennismaking met de muziek van Feu! Chatterton, maar het smaakt naar veel en veel meer.

Few Bits - Brick Houses (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Few Bits - Brick Houses - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Few Bits - Brick Houses
De Belgische band Few Bits keert na een stilte van negen jaar terug met haar derde album Brick Houses en het is een album dat in alle opzichten indruk maakt en ook nog eens opvalt door een bijzonder eigen geluid

De muziek van de Belgische band Few Bits is me een jaar of tien geleden niet opgevallen, maar ik ben echt zeer aangenaam verrast door het deze week verschenen Brick Houses. De band was door het moederschap van frontvrouw Karolien Van Ransbeeck een tijdje uit de running, maar keert terug met een album dat anders klinkt dan zijn twee voorgangers. Brick Houses is bij vlagen een melancholisch album, maar de songs van de band klinken ook warm en zonnig. In muzikaal opzicht staat het als een huis, de songs zijn gevarieerd en aansprekend en dan is er ook nog de prachtige stem van Karolien Van Ransbeeck, die de songs van haar band nog wat verder optilt. Prachtig album.

Een week geleden kwam ik een hele positieve recensie tegen van Brick Houses van de Belgische band Few Bits. Niet alleen het album werd zeer positief besproken, maar ook het verleden van de band werd geroemd. Volgens de recensie werd Few Bits in het verleden ‘de Belgische Mazzy Star’ genoemd en waren ook de eerste twee albums van de band van hoge kwaliteit.

De recensie maakte me, alleen vanwege de Mazzy Star verwijzing, heel nieuwsgierig naar het nieuwe en de twee oude albums van Few Bits. Omdat het nieuwe album vorige week nog niet was verschenen, ben ik begonnen bij het titelloze debuutalbum van Few Bits uit 2013. Het is een album dat zowel door de zang als door de muziek inderdaad wel wat doet denken aan Mazzy Star, al klinkt de muziek van Few Bits wel wat zonniger.

Ik begrijp er geen snars van dat ik het album twaalf jaar geleden niet heb ontdekt, want het is een album dat perfect in mijn straatje past. Dat geldt overigens ook en misschien nog wel in sterkere mate voor het in 2016 uitgebrachte Big Sparks, dat wat minder aan Mazzy Star doet denken, maar dat ik desondanks nog een stuk beter vind dan het debuutalbum van de band uit Antwerpen.

Op haar tweede album combineert Few Bits de fluisterzachte zang van frontvrouw Karolien Van Ransbeeck en een vleugje psychedelica met een meer pop georiënteerd geluid met een randje Fleetwood Mac en dat klinkt echt bijzonder aangenaam. Ik heb er door de recensie van het nieuwe album van Few Bits opeens drie geweldige albums bij, want ook het na een stilte van negen jaar verschenen Brick Houses is een album naar mijn hart.

Karolien Van Ransbeeck koos na de doorbraak van de band met Big Sparks voor het moederschap, maar begon twee jaar geleden weer met het schrijven van songs. De band had er voor kunnen kiezen om verder te gaan waar Few Bits negen jaar geleden was gestopt, maar dat is niet gebeurd. Brick Houses klinkt anders dan de twee vorige albums van de band en wat mij betreft heeft de band definitief afscheid genomen van de bijnaam ‘de Belgische Mazzy Star’.

Op het vorige album van Few Bits hoorde ik al een randje Fleetwood Mac en dat is nog veel duidelijker te horen op Brick Houses. De band uit Antwerpen schuift op haar derde album wat verder op richting pop, maar heeft ook gewerkt aan een fraai nieuw eigen geluid, waarin ook ruimte is voor melancholie.

Ik hoor er van alles in, want Brick Houses heeft zich niet alleen laten beïnvloeden door de perfecte pop van onder andere Fleetwood Mac. Door de combinatie van het rijke en veelkleurige gitaarspel op het album en de zang van Karolien Van Ransbeeck hoor ik ook wel wat invloeden uit de dreampop, variërend van de muziek van Lush tot The Sundays om maar eens twee namen te noemen, maar ik hoor soms ook een duidelijke jaren 80 vibe.

Ik was na een paar tracks al verslaafd aan de stem van Karolien Van Ransbeeck, maar ook in muzikaal opzicht is Brick Houses een mooi en interessant album. In de muziek op het album trekt het soms zelfs wat proggy gitaarspel direct de aandacht, maar ook de baslijnen vind ik mooi en hetzelfde geldt voor de bijzonder klinkende synths.

Few Bits heeft een album gemaakt dat soms wat ouderwets klinkt, maar minstens net zo vaak fris en het is een album vol met songs die ik steeds leuker en interessanter ga vinden. Echt een zeer aangename ontdekking dit album van Few Bits. Goed dat de band terug is. Erwin Zijleman

FFS - FFS (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: FFS - FFS - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

FFS is de, zeker op papier, zeer interessante samenwerking tussen de bands Franz Ferdinand en Sparks.

De eerste band stond al weer meer dan 10 jaar geleden aan de basis van de postpunk revival, terwijl de tweede band al sinds de vroege jaren 70 garant staat voor een uniek en bijzonder eigenzinnig eigen geluid.

Het is een geluid dat ik overigens vaak aan me voorbij heb laten gaan, want van de meer dan 20 platen die Sparks inmiddels heeft gemaakt heb ik er maar drie of vier in huis en heb ik alleen Kimono My House (1974) en Lil’ Beethoven (2002) met enige regelmaat beluisterd. Ook van Franz Ferdinand ben ik overigens geen overdreven groot fan, mede omdat ik de postpunk klassiekers uit de late jaren 70 en vroege jaren 80 veel beter ken dan de platen van de Schotse band.

Nu is er dus FFS en op basis van de eerste recensies van het titelloze debuut van de gelegenheidsband kon ik me geen hele goede voorstelling maken van de muziek van de band. Toen ik de plaat eenmaal had beluisterd vond ik het echter niet zo heel moeilijk om de muziek van FFS te omschrijven, want de samenwerking tussen Franz Ferdinand en Sparks klinkt over het algemeen als een flinke hoeveelheid Sparks aangevuld met een vleugje Franz Ferdinand.

Net als de muziek van Sparks klinkt de muziek van FFS theatraal en soms over the top, maar net als Sparks is ook FFS in staat om te verrassen met behoorlijk onweerstaanbare popliedjes. Franz Ferdinand heeft deze popliedjes vervolgens wat gestroomlijnd en voorzien van een meer eigentijds geluid.

In de meeste songs domineren wat mij betreft de invloeden van Sparks en moet Franz Ferdinand genoegen nemen met een bescheiden rol. Zowel de bijzondere vocalen als het zeer aanwezige pianospel doen onmiddellijk denken aan de muziek die Ron en Russell Mael in de jaren 70 maakten, waarbij velen waarschijnlijk direct zullen denken aan hitsingle This Town Ain’t Big Enough For The Both Of Us. Zo groots of pompeus klinkt FFS niet, maar dat Ron en Russell Mael hun stempel drukken op de muziek van de gelegenheidsformatie is zeker.

Naar de bijdrage van Franz Ferdinand moest ik zeker in het begin wel wat zoeken, maar zeker wanneer je de plaat wat aandachtiger beluisterd, hoor je dat de rol van de Schotse band een belangrijke rol is geweest.

Waar Sparks de grens tussen kunst en kitsch of de grens tussen groots en pompeus niet altijd even goed in het zicht had, houdt Franz Ferdinand de broers Mael zo goed als dat kan met beide benen op de grond en zorgt het op deze grond voor een solide basis. Waar FFS op het eerste gehoor klinkt als 99% Sparks, neemt het aandeel Franz Ferdinand bij herhaalde beluistering toe en draagt dit aandeel substantieel bij aan de kwaliteit van het debuut van FFS.

Het is een debuut dat mij inmiddels uitstekend bevalt. De songs van de gelegenheidsband liggen erg lekker in het gehoor en dringen zichzelf na enige gewenning steeds nadrukkelijker op, maar het zijn ook songs die overlopen van avontuur. Franz Ferdinand en met name Sparks draaien al heel lang mee, maar op deze gezamenlijke plaat klinkt alles even fris en urgent. Dat ik deze plaat nog vaak ga beluisteren is zeker. Erwin Zijleman

Field Music - Commontime (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Field Music - Commontime - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De uit het Britse Sunderland afkomstige band Field Music maakt inmiddels al meer dan 10 jaar bijzondere muziek.

Het is muziek die zich laat omschrijven als een mix van de muziek van The Beatles, Split Enz, 10CC, XTC, Roxy Music en Talking Heads; stuk voor stuk smaakmakers en trendsetters binnen de geschiedenis van de popmuziek.

Het is een omschrijving die ook weer op gaat voor het onlangs verschenen Commontime, al moeten voor deze plaat nog wat namen worden toegevoegd.

Zo doen de meer jazzy stukken denken aan de bijzondere platen van Steely Dan, roepen de funky en psychedelische passages herinneringen op aan de platen van Prince en duiken verder meer dan eens invloeden op van David Bowie (opvallend omdat deze plaat ruim voor zijn dood werd opgenomen). Met name Lodger en Scary Monsters lijken invloed te hebben gehad op de nieuwe plaat van Field Music en dat zijn invloeden waar je mee thuis kunt komen.

De muziek van Field Music blijft verder een vat vol tegenstrijdigheden. De muziek van de band rond de broers David en Peter Brewis is aan de ene kant genadeloos aanstekelijk, maar steekt aan de andere kant razend knap in elkaar; iets wat eigenlijk ook geldt voor de muziek van de meeste voorbeelden die hierboven zijn aangedragen.

Het zorgt er voor dat de muziek van Field Music ook op Commontime weer buitengewoon lekker in het gehoor ligt, maar Field Music maakt ook muziek die de fantasie genadeloos prikkelt. Commontime neemt je gedurende een groot deel van de speeltijd mee terug naar de jaren 70 en 80, maar Field Music maakt ook muziek die alleen maar uit het heden kan stammen.

Het valt nog steeds niet mee om goed uit te leggen wat nu goed of bijzonder is aan de muziek van Field Music, maar voor liefhebbers van de platen van de Britse band is het onmiddellijk weer genieten. Ik geniet zelf ook weer van alle invloeden, maar ook van het unieke Field Music geluid dat de broers Brewis inmiddels aan elkaar hebben gesmeed.

Vrijwel alle bovenstaande bands werden in het verleden omarmd door de critici en door een breed publiek. Field Music moet het vooralsnog vooral doen met mooie worden van de critici, maar de band maakt inmiddels toch ook de ene na de andere plaat die niet misstaat in een goedgevulde platenkast. Commontime is buiten de Bowie-invloeden misschien niet heel anders dan zijn voorgangers, maar het is wederom een buitengewoon knappe plaat vol onweerstaanbare maar ook prikkelende popmuziek. Zeer warm aanbevolen derhalve. Erwin Zijleman

Field Music - Flat White Moon (2021)

poster
3,5
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Field Music - Flat White Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Field Music staat inmiddels al flink wat jaren garant voor albums die rijkelijk citeren uit de geschiedenis van de popmuziek maar ook eigenzinnig klinken, net als op het nieuwe album

Laat Flat White Moon van Field Music uit de speakers komen en je wordt geconfronteerd met een omgevallen platenkast, waarin vooral een aantal grote bands uit de jaren 60 en 70 goed vertegenwoordigd zijn. Field Music voegt er dit keer ook nog wat invloeden uit de jaren 80 aan toe en kiest bovendien voor een op het eerste gehoor flink wat toegankelijker geluid. Dat laatste is schijn, want de knap gemaakte popliedjes op het achtste album van de band klinken misschien bekend, maar zetten je ook met grote regelmaat op het verkeerde been. Van The Beatles tot en met Prince en steeds weer met de zo herkenbare Field Music twist.

Field Music - Open Here (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Field Music - Open Here - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Sinds het titelloze debuut van de band uit 2005 heb ik een ongelooflijk zwak voor de muziek van Field Music.

De band uit het Britse Sunderland is inmiddels al weer toe aan haar zesde plaat en ook Open Here is weer een waar kunststukje geworden.

Net als op haar vorige platen schudt de band rond de broers Peter en David Brewis de geniale popliedjes bijna achteloos uit de mouw. Het zijn popliedjes die bij mij herinneringen oproepen aan bands als 10cc, Split Enz, XTC, Steely Dan en Talking Heads en dat zijn allemaal bands die ik hoog heb zitten.

Net als op voorganger Commontime uit 2016 heeft Field Music ook dit keer flink wat invloeden uit de jaren 80 verwerkt in haar muziek en moeten wederom de namen van Peter Gabriel en David Bowie worden toegevoegd aan het al zo imposante rijtje namen hierboven. Door een voorzichtige funky impuls kan tenslotte Prince nog worden toegevoegd aan het lijstje namen dat de muziek van Field Music probeert te beschrijven, al moet het genie uit Minneapolis genoegen nemen met een bijrol.

Open Here borduurt nadrukkelijk voort op de vorige platen van de band, wat betekent dat flink wat instrumenten uit de kast worden getrokken, dat de songs zijn voorzien van geweldige arrangementen, dat Field Music meer dan eens van de hak op de tak springt, maar dat de Britse band ook continu verleidt met popliedjes die je na één keer horen niet meer wilt vergeten.

Ook Open Here laat zich wat mij betreft weer beluisteren als een 10cc verzamelaar en dat is helaas lang niet voor iedereen een aanbeveling. Zelf vind ik de Britse band nog altijd één van de grootste bands uit de jaren 70 en waarschijnlijk vinden Peter en David Brewis dat ook (en nemen ze natuurlijk de Beatles invloeden die bij 10cc zo dominant aanwezig waren mee in hun muziek).

Net als 10cc beheerst Field Music de kunst van het maken van schaamteloos toegankelijke en aanstekelijke popliedjes, maar maakt de band op precies hetzelfde moment popmuziek die vol verrassing en avontuur zit. Ook Open Here laat zich hierdoor weer beluisteren als een vat vol tegenstrijdigheden of een schatkist vol muzikale hoogstandjes, waaronder de nodige hoogstandjes uit de chamber pop, maar Open Here is ook een plaat vol popliedjes waarvan je alleen maar zielsveel kunt houden.

Waarom dat zo is, is niet eens zo makkelijk te beschrijven, maar als ik een plaat van Field Music in de cd-speler stop, op de platenspeler leg of op andere wijze uit de speakers laat komen, kan ik pas stoppen wanneer de laatste noten wegebben. Dat duurt bij Open Here 11 songs en ruim 39 minuten en wat gebeurt er veel in deze 39 minuten en wat zijn de popliedjes van de Britten weer goed. En ze gaan nog ergens over ook, want de Britten fileren feilloos de Brexit waarvoor veel van hun landgenoten zo naïef gekozen hebben.

Of Field Music er nog nieuwe zieltjes mee gaat winnen durf ik te betwijfelen, maar voor de fans van de band is ook Open Here weer smullen. Heerlijke plaat. En wat een knappe plaat weer. Erwin Zijleman

Filthy Friends - Emerald Valley (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Filthy Friends - Emerald Valley - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Filthy Friends - Emerald Valley
Tweede album van de gelegenheidsband Filthy Friends met onder andere Corin Tucker (Sleater-Kinney) en Peter Buck (R.E.M.) en deze stelt zeker niet teleur

Uit een ver verleden weet ik nog dat de verwachtingen rond ‘supergroepen’ meestal torenhoog waren, maar dat het uiteindelijke album altijd wat tegenviel. Het gold ook een beetje voor het debuut van Filthy Friends, maar het tweede album van de band is ijzersterk. De drie topgitaristen van de band vechten prachtige duels uit, waarna de gedreven zang van Corin Tucker het tweede album van Filthy Friends nog een extra schop onder de kont geeft. Waar de songs me vorige keer niet pakten, is op Emerald Valley iedere track raak, zeker wanneer Corin Tucker aan het eind nog even stevig gas geeft en de laatste twijfelaars over de streep trekt.

Filthy Friends werd twee jaar geleden gepresenteerd als een ware ‘supergroep’. Een ‘supergroep’ is wat mij betreft een relikwie uit de jaren 70, maar de samenwerking tussen Sleater-Kinney frontvrouw Corin Tucker en R.E.M. gitarist Peter Buck was absoluut bijzonder te noemen.

De gelegenheidsband werd gecomplementeerd door Kurt Bloch (The Fastbacks), Scott McCaughey (The Minus 5) en Bill Rieflin (King Crimson); stuk voor stuk ook geen kleine jongens. Desondanks viel het debuut van Filthy Friends me wat tegen, al was het zeker geen slecht album.

Opvolger Emerald Valley bevalt me beter. Op het tweede album van Filthy Friends heeft Bill Rieflin plaats gemaakt voor Linda Pitmon, die eerder drumde in Steve Wynn’s band The Miracle 3, maar Corin Tucker, Peter Buck en Scott McCaughey nemen nog altijd het voortouw.

Met drie uitstekende gitaristen aan boord, verwacht je flink wat spetterend gitaarwerk en Emerald Valley stelt wat dat betreft niet teleur. Van Corin Tucker verwacht je bovendien gedreven vocalen en teksten waarin de grote thema’s niet worden geschuwd en ook wat dit betreft voldoet het tweede album van Filthy Friends volledig aan de verwachtingen.

Emerald Valley staat vol met politieke pamfletten die aandacht vragen voor het klimaat, ongelijkheid en de positie van kansarmen in de samenleving. Corin Tucker spuwt haar teksten gedreven uit, wat het tweede album van Filthy Friends voorziet van energie en dynamiek. Het is de energie en dynamiek die we kennen van Sleater-Kinney, al ligt het tempo bij de gelegenheidsband van Corin Tucker en Peter Buck een stuk lager en klinkt de zang wat minder fel.

Het debuut van Filthy Friends overtuigde me twee jaar geleden in muzikaal opzicht, maar de songs bleven op een of andere manier niet hangen. Op Emerald Valley heeft de band dit beter voor elkaar. Songs waarin de drie gitaristen stevige gitaar duels uitvechten overtuigen makkelijk, maar ook wanneer de band wat dieper graaft en het tempo wat terugschroeft dringt het tweede album van Filthy Friends zich makkelijk op.

De muziek van Filthy Friends heeft natuurlijk wat van de bands waaruit de verschillende muzikanten zijn gerekruteerd. Zo herinneren de gitaarlijnen van Peter Buck onmiddellijk aan R.E.M., terwijl Corin Tucker de band steeds weer wat de kant van haar roemruchte band op trekt. Op een of andere manier doet de muziek van de gelegenheidsband me misschien nog wel het meest denken aan ons eigen Bettie Serveert, dat in Nederland het patent heeft op dit soort puntige en vlijmscherpe popsongs.

Vergeleken met het vorige album hoor ik ook wat meer invloeden uit de rockmuziek uit de jaren 70, waarbij flink wat hardrock, maar incidenteel ook een vleugje progrock opduikt. Het combineert allemaal prachtig met de hedendaagse rockmuziek die Filthy Friends maakt. Uit het verre verleden weet ik nog dat ‘supergroepen’ bijna altijd teleurstelden, maar het tweede album van Filthy Friends vermaakt en betovert 10 songs en bijna 35 minuten lang met speels gemak. Erwin Zijleman

Fink - Beauty in Your Wake (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fink - Beauty In Your Wake - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fink - Beauty In Your Wake
De Britse muzikant Fink keerde voor zijn nieuwe album terug naar zijn geboortegrond op het Engelse platteland en levert een intiem, maar ook bijzonder intens album af, dat steeds mooier en indringender wordt

Het was een paar jaar stil rond Fink, maar met Beauty In Your Wake laat Fin Greenall weer van zich horen. Samen met zijn vaste muzikale partners heeft de Britse muzikant een album gemaakt dat terugkeert naar zijn basis. Letterlijk omdat het album werd opgenomen in het Britse Cornwall, maar ook figuurlijk omdat het album in muzikaal opzicht terugkeert naar de Britse folk van weleer. Beauty In Your Wake is een relatief sober album, al kunnen de organische klanken op het album ook flink aanzwellen. De stem van Fin Greenall is mooi en ook in muzikaal en productioneel opzicht klinkt het album prachtig, maar het zijn vooral de songs die het album flink optillen. Ik ben geen groot Fink fan, maar Beauty In Your Wake is prachtig.

Het bespreken van een nieuw album van Fink is voor mij zeker niet vanzelfsprekend. Ik luister altijd naar de muziek van de Britse muzikant, maar het is tien jaar geleden dat ik voor het laatst een album besprak van het alter ego van Fin Greenall. In 2014 was ik behoorlijk enthousiast over Hard Believer, nadat ik in 2011 ook zeer te spreken was over voorganger Perfect Darkness. Alle albums die verschenen na Hard Believer heb ik laten liggen, nadat ik ze bij eerste beluistering zeker interessant vond.

Het is opvallend dat ik in mijn recensie van Hard Believer stel dat de muziek van Fink op ieder nieuw album weer anders klinkt, terwijl ik de muziek van de Britse muzikant de afgelopen tien jaar vooral hetzelfde vond klinken. Het is minstens even opvallend dat ik Hard Believer omschreef als een album dat de luisteraar diep raakt, terwijl de opvolgers dat in mijn geval niet deden.

Bij eerste beluistering vond ik zowel de muziek als de zang op alle sinds 2014 verschenen albums van Fink mooi, maar bij herhaalde beluistering kabbelde het me allemaal net wat teveel voort, waardoor geen van de recentere albums van de Britse muzikant bleef hangen. Het blijft bijzonder, want toen ik de afgelopen week, in voorbereiding op het verschijnen van het nieuwe album van Fink, weer eens luisterde naar Bloom Innocent uit 2019, begreep ik echt niet waarom ik dit album vijf jaar geleden niet heb besproken.

De Britse muzikant heeft deze week het geluk dat het aantal nieuwe albums zeer beperkt is, waardoor Beauty In Your Wake kon rekenen op mijn onverdeelde aandacht. Waar ik de vorige albums van Fink bij eerste beluistering mooi en interessant vond, maar bij meerdere keren horen de aandacht verloor, gebeurde dit keer precies het tegenovergestelde.

De eerste luisterbeurt van Beauty In Your Wake maakte op mij niet zoveel indruk. In muzikaal en vocaal opzicht had ik er niets op aan te merken en ook de kwaliteit van de songs vond ik direct in orde, maar het album deed verder niets met me. Door het beperkte aanbod van deze week heb ik het vaker geprobeerd met het album en na een paar keer horen veranderde er iets. Inmiddels vind ik Beauty In Your Wake echt prachtig.

Voor zijn nieuwe album verruilde Fin Greenall zijn vorige thuisbasis Berlijn voor zijn geboortegrond in het Britse Cornwall. Samen met zijn vaste medemuzikanten Tim Thornton en Guy Whittaker sloot de Britse muzikant zich op in een klein dorpje, waarna ook de gelouterde studiotechnicus Sam Okell, die in de fameuze Abbey Roads mocht sleutelen aan de opnames van The Beatles, aansloot als producer.

Het levert een intiem album op, dat behoorlijk sober, maar ook behoorlijk vol kan klinken. Het doet me meer dan eens denken aan de muziek waarmee Bon Iver, waarmee ik ongeveer dezelfde relatie heb als met de muziek van Fink, ooit doorbrak. Hoe vaker ik naar Beauty In Your Wake luister hoe mooier en intenser ik de vooral folky songs op het albums vind.

Het heeft zoals gezegd iets van Bon Iver, maar veel songs op het album doen me ook aan de songs van Nick Drake denken, die vaak beschikten over de onderhuidse kracht die ik ook op Beauty In Your Wake hoor en die bovendien makkelijk schakelden tussen intieme en bezwerende passages. Ik ga absoluut nog eens beter luisteren naar de vorige albums van Fink, die ik mogelijk niet op de juiste waarde heb geschat, maar voorlopig ga ik er van uit dat de Britse muzikant met Beauty In Your Wake een van zijn beste albums heeft gemaakt. Erwin Zijleman

Fink - Hard Believer (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fink - Hard Believer - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Precies drie jaren zijn verstreken sinds de release van Fink’s Perfect Darkness. Het bleek een plaat die direct bij eerste beluistering een diepe indruk maakt, maar vervolgens nog heel lang door groeit; wat mij betreft zelfs tot op de dag van vandaag.

Op Perfect Darkness koos Finian Greenhall wederom voor een intiem singer-songwriter geluid dat zijn gelijke niet kende en dat vooral naar heel veel meer smaakte.

Na de release van Perfect Darkness was Fink lange tijd op tournee, wat uiteindelijk ook nog resulteerde in de mooie live-plaat Wheels Turn Beneath My Feet. Die plaat deed nog meer uitzien naar het echte nieuwe werk en dat is nu dan eindelijk verschenen.

Hard Believer is een typische Fink plaat, maar dat betekent niet dat Fink op zijn nieuwe plaat verder gaat waar Perfect Darkness drie jaar geleden ophield. Hard Believer klinkt anders dan zijn voorganger, wat op zich wel weer typisch Fink is.

Vergeleken met Perfect Darkness is Hard Believer voorzien van een veel voller geluid en een wat uitbundigere productie. Waar Fink op zijn vorige plaat vooral vertrouwde op zijn stem en authentiek getokkel op zijn akoestische gitaar, worden er op Hard Believer nog flink wat instrumenten bij gesleept, waaronder de nodige elektronica, maar ook drums en gitaren. Ondanks alle toevoegingen klinkt de muziek van Fink echter bijna net zo sober, donker en indringend als we van de Brit gewend zijn.

Ook Hard Believer bevat ingetogen aandoende songs die zich over het algemeen in een laag tempo voortslepen en waarin de bijzondere stem van Fink voor een belangrijk deel de sfeer bepaalt. In een aantal songs voegt Fink slechts minimale accenten toe aan zijn door akoestische gitaar gedomineerde soms, maar een aantal andere songs zijn voorzien van stevig aangezette en bijzondere ritmes, van elementen uit de triphop en dub (waarmee Fink terugkeert naar zijn roots) of heel af en toe van bijna uit de bocht gierende gitaren.

Liefhebbers van het bijna verstilde werk van Fink zullen even moeten wennen aan het vollere geluid, maar persoonlijk vind ik het prachtig. Alle toegevoegde extra’s voorzien Hard Believer immers van heel veel dynamiek en diepgang, waardoor de songs van Fink nog makkelijker blijven verrassen en weten te betoveren.

Fink maakt inmiddels al bijna 15 jaar platen en in die 15 jaar is hij er in geslaagd om zich constant te vernieuwen en bovendien steeds weer een geluid neer te zetten dat afwijkt van het geluid van zijn soortgenoten, als die er al zijn.

Fink had altijd al het patent op bijna onnavolgbare songs, maar op Hard Believer overtreft hij zichzelf. De songs van Fink slaan keer op keer wegen in die je niet verwacht en het zijn soms ‘bumpy roads’. Op hetzelfde moment maakt Fink ook op zijn nieuwe plaat weer muziek die ik zeker niet als ontoegankelijk zou willen bestempelen.

Hard Believer staat vol met folky songs met wonderschone instrumenten, bijzondere teksten, zang die iets met je doet en songs die zowel nieuwsgierig maken als vermaken. Hard Believer is het volgende hoogtepunt in een oeuvre dat het volledig verdient om gekoesterd te worden en kan zomaar uitgroeien tot één van de hoogtepunten in dit oeuvre. Erwin Zijleman

Finn Andrews - One Piece at a Time (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Finn Andrews - One Piece At The Time - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Finn Andrews - One Piece At The Time
Voorman van The Veils maakt voor de afwisseling een soloplaat en het blijkt een heel mooi, intiem, persoonlijk en volstrekt tijdloos album

Ondanks een aantal prachtplaten wil de Britse band The Veils maar niet wereldberoemd worden. Of dat alsnog gaat lukken is van later zorg, want eerst is er het eerste soloalbum van voorman Finn Andrews. Het album, dat volgt op een liefdesbreuk en werd opgenomen in Nieuw-Zeeland, laat een opvallend rijk georkestreerd geluid horen. De strijkers knallen uit de speakers, maar Finn Andrews is er ook in geslaagd om zijn eerste soloalbum warm en intiem te laten klinken. Misschien even wennen voor de fans van The Veils, maar voor liefhebbers van tijdloze singer-songwriter muziek is het smullen.

Bij de naam Finn Andrews moest ik even goed nadenken, maar al snel wist ik het weer. Finn Andrews is de zoon van XTC en Shriekback toetsenist Barry Andrews en natuurlijk de voorman van de band The Veils.

De in Engeland geboren maar in Nieuw-Zeeland opgegroeide Finn Andrews, keerde aan het begin van het huidige millennium terug naar Engeland en maakte direct een onuitwisbare indruk met het debuut van The Veils.

The Veils is zo’n band waarvan je onmiddellijk weet dat ze het verdienen om wereldberoemd te worden, maar het is ook zo’n band waarvan je stiekem al weet dat ze misschien net wat te goed en eigenzinnig zijn om wereldberoemd te worden. De Britse band maakte tussen 2004 en 2016 vijf meer dan uitstekende platen, maar verder dan de cultstatus kwam de band helaas niet (met misschien Nederland als enige uitzondering).

Na het op de klippen lopen van zijn liefdesrelatie keerde Finn Andrews tijdelijk terug naar Nieuw-Zeeland om daar zijn eerste soloplaat op te nemen. Het is naar verluidt niet het einde van The Veils, maar het solo tussendoortje van Finn Andrews bevalt mij persoonlijk uitstekend.

Waar Finn Andrews zich met zijn band focust op rock met uitstapjes richting pop, is One Piece At A Time vooral een singer-songwriter plaat. Vanwege de grote rol voor de piano en de tijdloze popliedjes is het eerste soloalbum van Finn Andrews een plaat die refereert naar de grote singer-songwriters uit de jaren 70, maar ik heb ook flink wat associaties met het meer down-to-earth werk van Rufus Wainwright.

One Piece At A Time staat vol met persoonlijke en vaak ingetogen songs, die uiteraard meer dan eens stil staan bij de liefdesbreuk van Finn Andrews. One Piece At A Time werd opgenomen in Nieuw-Zeeland met producer Tom Healy, een aantal leden van de Nieuw-Zeelandse prachtband Tiny Ruins (check hun eerder dit jaar verschenen album) en een flink bataljon blazers en strijkers.

Door alle strijkers klinkt het eerste soloalbum van Finn Andrews bij vlagen groots of zelfs pompeus, maar ik vind het persoonlijk prachtig. Bovendien klinken de songs van Finn Andrews ondanks alle strijkers puur en eerlijk. Wanneer Finn Andrews wat dieper graaft, wat somberder en donkerder klinkt en kiest voor een wat soberdere instrumentatie hoor ik wat van Nick Cave, maar meestal klinkt One Piece At A Time grootser en uitbundiger.

Het levert een plaat op die zich bijzonder makkelijk opdringt, maar het zou ook zomaar een plaat kunnen zijn die zijn kruit na een paar luisterbeurten heeft verschoten. Ik heb de eerste soloplaat van Finn Andrews daarom wat langer laten liggen, maar ook na flink wat keren luisteren ben ik nog altijd aangenaam verrast door One Piece At A Time en worden de meeste songs alleen maar beter.

Dat Finn Andrews een enorm groot talent is weet ik al een jaar of vijftien, maar met deze soloplaat weet de Brit me toch weer te verrassen. Prima als hij over een tijdje weer opduikt met The Veils, maar ook zijn solowerk smaakt wat mij betreft naar veel en veel meer. Erwin Zijleman

Finom - Not God (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Finom - Not God - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Finom - Not God
Sima Cunningham en Macie Stewart maakten muziek als OHMME, maar duiken nu op als Finom, dat met het door Jeff Tweedy geproduceerde Not God een serie aantrekkelijke songs met een bijzondere twist aflevert

Finom uit Chicago laat zich op Not God vooral beïnvloeden door indierock, maar de muziek van Sima Cunningham en Macie Stewart kan ook folky klinken. De twee Amerikaanse muzikanten maakten al bijzondere muziek onder de naam OHMME en klinken ook op het debuutalbum van Finom zeker niet alledaags. Het door Wilco’s Jeff Tweedy geproduceerde album is een album zonder opsmuk, maar er gebeurt ook altijd iets bijzonders in de songs van Sima Cunningham en Macie Stewart. Dat bijzondere komt met enige regelmaat van het gitaarwerk op het album en nog vaker van de stemmen van de twee, die tekenen voor mooie maar ook bijzondere harmonieën. Het levert een album op dat zeker aandacht verdient.

Not God van Finom zette ik deze week in eerste instantie alleen op mijn lijstje omdat het album is geproduceerd door Wilco voorman Jeff Tweedy. Dat is nog zeker geen garantie op een goed album, maar het is op zijn minst een interessant gegeven. De naam Finom deed bij mij geen belletje rinkelen, maar de namen van de twee leden van het duo uit Chicago kwamen me wel bekend voor. Dat is ook niet zo gek, want Sima Cunningham en Macie Stewart maakten tot voor kort muziek onder de naam OHMME en haalden met het bijzondere Fantasize Your Ghost in 2020 zelfs mijn jaarlijstje.

Macie Stewart leverde aan het eind van 2022 ook nog eens een fraai soloalbum (Mouth Full Of Glass) af, maar continueerde de samenwerking met Sima Cunningham vervolgens onder de naam Finom. Met OHMME maakten de twee muzikanten uit Chicago behoorlijk experimentele muziek al tekenden ze ook voor fraaie melodieën en prachtige harmonieën. Het is een omschrijving die met een beetje fantasie ook op gaat voor het debuutalbum van Finom, dat wat mij betreft ook best onder de naam OHMME had kunnen worden uitgebracht.

Not God opent met een puntige popsong met een strak ritme, avontuurlijke percussie, de op bijzondere wijze samenvloeiende stemmen van Sima Cunningham en Macie Stewart en vooral door wat vervormd gitaarwerk, dat lijkt geïnspireerd door het gitaarwerk dat is te horen op de albums die David Bowie in de jaren 70 in Berlijn maakte. Het is een song van het soort waarop Sima Cunningham en Macie Stewart het patent hebben en dat zijn songs die kunnen worden omschreven als aanstekelijke popsongs met een bijzondere twist.

Door die bijzondere twist zijn het zeker geen alledaagse popsongs, maar ontoegankelijk zijn de popsongs van Finom zeker niet. Wanneer het vervormde gitaarwerk plaats maakt voor warm klinkend akoestisch gitaarwerk is de muziek van het duo uit Chicago zelfs zeer toegankelijk te noemen, zeker wanneer Sima Cunningham en Macie Stewart ook nog eens goed zijn voor mooie harmonieën, zoals in het prachtige Dirt.

Jeff Tweedy heeft de kracht van de stemmen van Sima Cunningham en Macie Stewart goed ingeschat, want ze staan vooraan in de mix. De klanken op de achtergrond zijn betrekkelijk elementair, maar veel meer hebben de songs van Finom ook niet nodig. Jeff Tweedy heeft het allemaal vakkundig geproduceerd en haalde zoon Spencer naar de studio voor het drumwerk. Dat drumwerk is fraai en inventief, maar wat mij betreft springt, naast de stemmen van Sima Cunningham en Macie Stewart, vooral het gitaarwerk in het oor.

Het is gitaarwerk dat de songs op Not God ruw en stekelig maakt, maar het is ook gitaarwerk dat het debuutalbum van het duo uit Chicago voorziet van een eigenzinnig eigen geluid. Veel songs op het album bevatten minstens een aantal bestanddelen uit de indierock, maar Sima Cunningham en Macie Stewart kunnen ook uit de voeten met een meer ingetogen folksong als de titeltrack van het album.

Not God van Finom is een album dat zeker bij eerste beluistering wat elementair en mogelijk ook niet heel bijzonder klinkt, maar ik was eigenlijk direct gecharmeerd van het wat ruwe geluid van Sima Cunningham en Macie Stewart en vind het album beter worden naarmate ik het meerdere keren heb gehoord en de bijzondere twist van het duo aan de oppervlakte komt. OHMME is niet meer, leve Finom. Erwin Zijleman

Fiona Apple - Extraordinary Machine (2005)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fiona Apple - Extraordinary Machine (2005) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fiona Apple - Extraordinary Machine (2005)
Fiona Apple keert zes jaar na haar tweede album When The Pawn... terug met het fantastische Extraordinary Machine, waarop ze haar uit duizenden herkenbare geluid nog wat verder verrijkt en perfectioneert

Ik weet nog dat ik in 2005 compleet werd overrompeld door het prachtige Extraordinary Machine, het derde album van de Amerikaanse muzikante Fiona Apple. Het album bevat alle ingrediënten die de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikante zo mooi, bijzonder, verpletterend en herkenbaar maakten, maar Fiona Apple zette ook op haar derde album weer een aantal flinke stappen. Zo klinkt de instrumentatie nog wat voller en avontuurlijker, zingt de New Yorkse muzikante nog wat overtuigender en zijn haar songs nog wat indringender en spannender. Ik kan lastig kiezen tussen de eerste drie albums van Fiona Apple, maar qua songs vind ik Extraordinary Machine nog net wat indrukwekkender dan zijn twee voorgangers.

Ik blijf bij het bespreken van mijn favoriete albums aller tijden maar even hangen bij het oeuvre van Fiona Apple. Na Tidal uit 1996 en When The Pawn… uit 1999, keerde de Amerikaanse muzikante pas in 2005 weer terug met het uitstekende Extraordinary Machine, dat in het betreffende jaar met afstand mijn jaarlijstje aanvoerde.

Het is een album waarop Fiona Apple wederom koos voor de samenwerking met een aantal grote muzikanten, van wie een aantal ook te horen was op de eerste twee albums van de New Yorkse muzikante. Ook dit keer horen we de legendarische Jim Keltner, die dit keer gezelschap kreeg van Abe Laboriel en Questlove, op de drums, tekende Patrick Warren voor de fraaie orkestraties en was er bovendien wederom een belangrijke rol weggelegd voor multi-instrumentalisten Jon Brion en Mike Elizondo, van wie de laatste het album produceerde en wat mij betreft vakwerk afleverde (op het Internet circuleert overigens ook nog een versie van het album die door Jon Brion werd geproduceerd en wat directer en heftiger klinkt). Een handvol toetsenisten en een aantal blazers completeerden de imposante lijst muzikanten die op het album zijn te horen.

Ondanks een net wat andere inkleuring bevatten ook de songs op Extraordinary Machine het unieke stempel van Fiona Apple. De Amerikaanse muzikante heeft ook dit keer een sterke voorkeur voor de toetsen aan de linkerkant van het klavier van haar piano en heeft bovendien een uit duizenden herkenbaar stemgeluid, dat nog net wat donker klinkt dan op When The Pawn… en Tidal. De songs zijn verder voorzien van geweldig drumwerk en een flinke laag keyboards. Als extraatje krijgen we dit keer blazers en ook die passen uitstekend bij de lage stem van Fiona Apple.

Net als zijn twee voorgangers is Extraordinary Machine in muzikaal opzicht een fenomenaal album en als je vatbaar bent voor de bijzondere stem van Fiona Apple is het ook in vocaal opzicht weer smullen. Fiona Apple bleef op haar eerste twee albums nog redelijk dicht bij de tijdloze muziek van de vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 70, maar op Extraordinary Machine kiest ze nog wat nadrukkelijker voor het experiment. Het derde album van de Amerikaanse muzikante is bovendien haar meest veelzijdige album tot dat moment.

Extraordinary Machine schakelt makkelijk tussen relatief ingetogen en vooral door de piano ingekleurde songs en behoorlijk vol of zelfs eclectisch in gekleurde songs, waarin de toetsenisten bijna over elkaar struikelen. Over het algemeen genomen is Extraordinary Machine vooral mooi en fantasierijk ingekleurd. Fantasierijk is ook een mooie omschrijving op de songs op het album, die alle kanten op kunnen, maar stuk voor stuk het unieke stempel van Fiona Apple dragen.

Ik vind Extraordinary Machine qua songs het beste album van Fiona Apple, want het album bevat een ruime handvol van mijn favoriete Fiona Apple songs. Het album is toch wel enigszins tot mijn verbazing alweer achttien jaar oud, maar wat klinken de songs op Extraordinary Machine na al die jaren nog fris en avontuurlijk.

Extraordinary Machine is niet alleen een album vol topmuzikanten, een album vol verrassende wendingen en een album met een unieke stem, maar het is ook een emotioneel album, waarop Fiona Apple kwetsbaar kan klinken of het ruw kan uitschreeuwen. Het was toch weer even geleden dat ik het hele album meerdere keren volledig had beluisterd, maar wat komt het allemaal weer hard binnen. Fiona Apple is niet heel productief, maar al haar albums zijn van een exceptioneel hoog niveau, zo ook Extraordinary Machine uit 2005. Erwin Zijleman

Fiona Apple - Fetch the Bolt Cutters (2020)

poster
5,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fiona Apple - Fetch The Bolt Cutters - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fiona Apple - Fetch The Bolt Cutters
Fiona Apple keert na een afwezigheid van acht jaar terug met een album dat weinig houvast biedt en ruim 50 minuten lang experimenteert, verbaast, intrigeert en betovert

Ik koester de vier vorige albums van Fiona Apple en was daarom heel nieuwsgierig naar album nummer vijf. Het is een album dat hier en daar direct is onthaald met superlatieven, maar na een dag luisteren ben ik nog altijd druk bezig met het ontrafelen van alle geheimen van Fetch The Bolt Cutters. Fiona Apple maakt het je op haar nieuwe album vaak niet makkelijk, maar blijft je maar bij de strot grijpen met songs van een intensiteit om bang van te worden. Ik had geen makkelijk album verwacht van Fiona Apple, maar Fetch The Bolt Cutters blijft me maar verbazen ….. en betoveren. Een even krankzinnig als wonderschoon album.

Op 1 april verscheen op het Internet een halve minuut durende video met een filmpje van een op het strand rennende hond. In het filmpje was alleen wat vage percussie te horen, waarna het nieuwe Fiona Apple album Fetch The Bolt Cutters werd aangekondigd voor 17 april. Het had zomaar een 1 april grap kunnen zijn, want een nieuw album van Fiona Apple werd al vele malen eerder aangekondigd, maar verscheen steeds niet.

Ik heb Fiona Apple heel hoog zitten en keek daarom op de dag van de release vol verwachting op Spotify om daar inderdaad een gloednieuw album van de Amerikaanse singer-songwriter aan te treffen. Het eerste album van Fiona Apple in acht jaar tijd.

Een paar uur na de release kwam het altijd kritische Pitchfork al met een recensie op de proppen en werd het vijfde album van Fiona Apple niet alleen onthaald met het perfecte rapportcijfer 10, maar ook omschreven als “an unyielding masterpiece” en met de woorden “no music has ever sounded quite like it”. The Guardian deed er een paar uur later nog een schepje bovenop en omschreef het album als “a glorious eruption”. Het zijn wat mij betreft omschrijvingen die ook opgaan voor de vier vorige albums van Fiona Apple, want Tidal uit 1999, When The Pawn… uit 1999, Extraordinary Machine uit 2005 en The Idler Wheel… uit 2012 reken ik tot mijn favoriete albums aller tijden.

De muziek van Fiona Apple is sinds haar debuut steeds wat minder toegankelijk geworden en die lijn trekt de singer-songwriter uit New York stevig door op haar nieuwe album. Fetch The Bolt Cutters opent met de percussie uit de video waarmee het album werd aangekondigd, maar wanneer de piano opduikt klinkt het album direct als een Fiona Apple album. Het pianospel is donker en dreigend en heeft een voorkeur voor lage tonen, terwijl de stem van Fiona Apple uit duizenden herkenbaar is, al zingt ze wel wat rauwer en onvaster dan we van haar gewend zijn en klinkt har pianospel net wat frivoler.

Dat Fiona Apple het ons met haar nieuwe album niet makkelijk gaat maken hoor je wanneer de song aan het einde steeds verder ontspoort en uiteindelijk ontaardt in totale gekte. Pitchfork refereert in haar recensie aan het werk van Yoko Ono en hoewel ik het geen pre vind herken ik het wel. Gelukkig heeft Fetch The Bolt Cutters niet al teveel Yoko Ono momenten, wat niet betekent dat het makkelijk album is, integendeel. Fiona Apple zoekt op haar nieuwe album nog wat meer de grenzen op en wisselt de typische Fiona Apple passages op met veel wilder experiment, met vaak een hoofdrol voor eigenzinnige percussie.

Net als voorganger The Idler Wheel… is Fetch The Bolt Cutters een album dat flink wat luisterbeurten nodig zal hebben om alle geheimen prijs te geven en ook na een hele dag luisteren hoor ik nog nieuwe dingen op het album. Fiona Apple maakte in haar thuisstudio in Venice Beach muziek met potten en pannen, voegt dierengeluiden toe, draagt haar teksten af en toe bijna voor en probeert geen moment te voldoen aan de conventies van de toegankelijke popsong, want ook ruwe schetsen hebben hun weg gevonden naar het album. Aan de andere kant kan de Amerikaanse muzikante ook verrassend soulvol, bluesy of jazzy en opeens weer heel toegankelijk klinken.

Het experiment op het album zal bij menigeen stevig tegen de haren in strijken, maar als liefhebber van de album van Fiona Apple ben ik wel wat gewend. Fetch The Bolt Cutters is een album om in eerste instantie met open mond naar te luisteren, maar hoe vaker je naar het album luistert, hoe meer er op zijn plek valt. Makkelijk wordt het bijna nooit, maar Fiona Apple maakt langzaam maar zeker steeds meer indruk met muziek van een enorme intensiteit en een drang tot experimenteren, die naarmate het album vordert steeds verder verwijderd raakt van de muziek die we van Fiona Apple kennen.

Het is op een of andere manier nog altijd 100% Fiona Apple, maar wel een andere Fiona Apple dan op haar vorige vier albums, die overigens ook van elkaar verschillen. Bij vlagen is het wonderschoon, het volgende moment ben je alle houvast kwijt, maar je blijft luisteren tot de speelduur van 51 minuten er op zit. Vervolgens herinner je alleen al het moois op het album en er komt steeds meer moois bij.

De perfecte 10 durf ik er nog lang niet aan te geven. Muziek die in niets lijkt op andere muziek vind ik het ook niet. Fetch The Bolt Cutters is een adembenemende roller coaster ride zonder veiligheidsbeugel. Het is een album dat je heen en weer slingert zoals alleen Fiona Apple dat kan en stoppen met luisteren is geen optie. De balans maak ik aan het eind van het jaar wel op, maar dat de singer-songwriter uit New York een van de meest fascinerende albums van het moment heeft gemaakt lijkt me haast wel zeker. Erwin Zijleman

Fiona Apple - Tidal (1996)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fiona Apple - Tidal (1996) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fiona Apple - Tidal (1996)
De Amerikaanse muzikante Fiona Apple maakte haar debuutalbum toen ze pas 18 jaar oud was, wat het wonderschone Tidal, dat overigens nog niets van zijn kracht heeft verloren, nog wat mooier en bijzonderder maakt

Ik koester alle vijf albums die Fiona Apple tot dusver heeft gemaakt, maar ik krijg nog steeds het meest intense kippenvel van Tidal uit 1996. Op haar debuutalbum maakt een piepjonge Fiona Apple indruk met een stem en met songs die dwars door de ziel snijden. De stem van de Amerikaanse muzikante geeft Tidal een uniek eigen geluid, maar ook de instrumentatie op Tidal is van een bijzondere schoonheid, deels door het intense pianospel van Fiona Apple en deels door de topmuzikanten die het album inkleurden. Tidal is de start van een bijzonder fascinerend oeuvre en het is een start die ruim vijfentwintig jaar later nog altijd staat als een huis.

De Amerikaanse muzikante Fiona Apple laat helaas steeds langere pauzes vallen tussen haar albums, waardoor we waarschijnlijk nog wel even zullen moeten wachten op de opvolger van het over een paar dagen pas drie jaar oude Fetch The Bolt Cutters, al weet je het met Fiona Apple gelukkig nooit.

Fiona Apple (volledige naam: Fiona Apple McAfee Maggart) debuteerde in 1996 met Tidal, waarna When The Pawn Hits The Conflicts He Thinks Like A King What He Knows Throws The Blows When He Goes To The Fight And He'll Win The Whole Thing 'fore He Enters The Ring There's No Body To Batter When Your Mind Is Your Might So When You Go Solo, You Hold You (!) uit 1999, Extraordinary Machine uit 2005, The Idler Wheel Is Wiser Than The Driver Of The Screw, And Whipping Cords Will Serve You More Than Ropes Will Ever Do uit 2012 en Fetch The Bolt Cutters uit 2020 volgden.

Toen ze haar debuutalbum Tidal uitbracht in de zomer van 1996 was ze pas 18 jaar oud, maar Fiona klinkt op haar debuutalbum als een oude ziel. De Amerikaanse muzikante begon al op zeer jonge leeftijd met het schrijven van songs na een aantal traumatische ervaringen in haar jeugd, wat verklaart dat Tidal zo doorleefd klinkt. Ik ben sinds de release van haar debuutalbum een enorme fan van Fiona Apple en kan met geen mogelijkheid kiezen tussen haar albums. Er is wel een Fiona Apple dat ik het vaakst beluister en dat is Tidal.

Fiona Apple zou op de albums die ze na Tidal maakte steeds nadrukkelijker het experiment opzoeken, maar op Tidal is zijn haar songs nog vooral zeer toegankelijk, wat overigens niet betekent dat Tidal een gewoon album is. Fiona Apple dook in 1996 immers op met een bijzonder en zeer karakteristiek eigen geluid.

Dat geluid wordt voor een belangrijk deel bepaald door haar geweldige stem. Het is een stem die wat rauw en donker klinkt, maar de Amerikaanse muzikante raakt op haar debuutalbum alle noten. De stem van Fiona Apple is niet alleen mooi en bijzonder, maar is ook een stem vol emotie, waardoor vrijwel alle songs op Tidal zijn voorzien van een bijzondere lading. Tidal kwam bij mij direct aan als een mokerslag en dat doet het album nog steeds.

Ook in muzikaal opzicht is Tidal overigens een bijzonder album. Het is een debuutalbum waar hoorbaar flink wat geld in is gestoken, want het album klinkt echt fantastisch. Het is de verdienste van het bijzondere pianospel van Fiona Apple, die een duidelijke voorkeur heeft voor de lage noten op haar piano.

Ook de productie van Andrew Slater verdient alle lof en dat geldt ook voor de bijdragen van topmuzikanten als Jon Brion, Matt Chamberlain, Greg Leisz, Patrick Warren, die het debuutalbum van Fiona Apple samen met flink wat andere muzikanten hebben voorzien van een prachtig geluid, waarin vooral de drums, de pedal steel en de elektronica de hoofdrol opeisen. Het is een geluid dat verder is versierd met fraaie strijkers, wat de muziek van Fiona Apple ondanks alle donkere tinten toch kan voorzien van een sprookjesachtig karakter.

Fiona Apple was zoals gezegd pas 18 toen ze haar debuutalbum maakte, maar ze maakt desondanks diepe indruk. Dat doet ze niet alleen met haar bijzondere stem en haar fraaie pianospel, maar ook met een serie prachtige en ook nog eens zeer persoonlijke songs. Het zijn songs die aansluiten bij die van de grote singer-songwriters uit de jaren 70, maar Fiona Apple kan ook flink jazzy klinken op haar debuutalbum.

Tidal is deze zomer alweer 27 jaar oud, maar het album heeft na al die jaren nog niets van zijn kracht verloren. Integendeel zelfs, ik vind het album nu nog mooier en indrukwekkender dan bij eerste beluistering in 1996. Iedereen die het album niet kent zou er zeker eens naar moeten luisteren. Erwin Zijleman

Fiona Apple - When the Pawn Hits the Conflicts He Thinks Like a King What He Knows Throws the Blows When He Goes to the Fight and He'll Win the Whole Thing 'fore He Enters the Ring There's No Body to Batter When Your Mind Is Your Might So When You Go Solo, You Hold You (1999)

Alternatieve titel: When the Pawn...

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fiona Apple - When The Pawn... (1999) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fiona Apple - When The Pawn... (1999)
Na haar exceptioneel goede debuutalbum Tidal uit 1996 kwam Fiona Apple in 1999 op de proppen met When The Pawn…, dat minder succesvol, maar zeker niet minder goed was dan haar droomdebuut

Fiona Apple heeft misschien niet veel albums op haar naam staan, maar alle albums die ze heeft gemaakt zijn exceptioneel goed. Het geldt ook voor When The Pawn.., dat ik lange tijd het minste album van de Amerikaanse muzikante vond, maar daar kom ik steeds meer op terug. When The Pawn... ligt deels in het verlengde van Tidal, maar het is ook een album waarop Fiona Apple meer het experiment opzoekt en nadrukkelijker sleutelt aan een eigen geluid. Het is een geluid dat prachtig is ingekleurd door een fraaie selectie topmuzikanten, maar met name het donkere pianogeluid en het unieke stemgeluid van Fiona Apple zijn sfeerbepalend op een album dat absoluut een waardige opvolger van Tidal is.

Fiona Apple debuteerde in de zomer van 1996 met het prachtige en indringende Tidal, dat echt geen moment klonk als een debuutalbum van een jonge vrouw van slechts 18 jaar oud. Tidal werd aan het eind van 1999 gevolgd door When The Pawn Hits The Conflicts He Thinks Like A King What He Knows Throws The Blows When He Goes To The Fight And He'll Win The Whole Thing 'fore He Enters The Ring There's No Body To Batter When Your Mind Is Your Might So When You Go Solo, You Hold You, dat al snel When The Pawn… werd genoemd.

When The Pawn… was deels een logisch vervolg op het debuutalbum van Fiona Apple. Net als Tidal wordt het geluid op When The Pawn… voor een belangrijk deel bepaald door het zeer stemmige pianospel van de Amerikaanse muzikante, is er een opvallende rol voor keyboards en strijkers en is het drumwerk echt fantastisch. Ook op het tweede album van Fiona Album springt haar bijzondere stem echter het meest in het oor. De New Yorkse muzikante was bij de release van When The Pawn… inmiddels 22 jaar oud, maar de rauwe, intense en doorleefde zang klinkt ook op dit album weer vele jaren ouder.

When The Pawn… werd geproduceerd door Jon Brion, die ook bijdroeg aan Tidal, en net als op haar debuutalbum werd Fiona Apple op When The Pawn… bijgestaan door een aantal geweldige muzikanten, onder wie toetsenist Patrick Warren, bassist Mike Elizondo en de fantastische drummers Matt Chamberlain en Jim Keltner. Hiernaast werd het album verrijkt met een enorme batterij aan strijkers, waardoor When The Pawn… nog wat sfeervoller klinkt dan het debuutalbum van Fiona Apple.

De Amerikaanse muzikante begon op Tidal bij de muziek van de grote singer-songwriters uit de jaren 70, maar zocht ook de grenzen van het genre op. Dat doet ze nog wat nadrukkelijker op When The Pawn…, dat nog veel meer dan Tidal het experiment opzoekt. De muziek van Fiona Apple bleek hierdoor niet geschikt voor het brede publiek dat haar platenmaatschappij in gedachten had, maar iedereen die bestand was tegen de donkere muziek en de aardedonkere teksten van Fiona Apple, kreeg ook met When The Pawn… weer een prachtalbum in handen.

Het album staat vol met songs die makkelijk indruk maken met sfeervolle klanken, zeker wanneer de strijkers aanzwellen, en met bijzondere maar ook wonderschone vocalen. Het zijn echter ook songs die tegen de haren in durven te strijken en die vol lagen en verrassende wendingen zitten. Die komen op When The Pawn.. onder andere van de opvallende ritmes, want wat wordt er knap gedrumd op het album. Ook de invloeden uit de jazz vallen nog meer op dan op Tidal.

Op Tidal liet Fiona Apple, met name door haar bijzondere stem, al een eigenzinnig en behoorlijk uniek eigen geluid horen, maar When The Pawn.. klinkt onmiskenbaar en ook alleen als Fiona Apple. Het album was, mede door de release aan het eind van het jaar, wat minder succesvol dan Tidal en ik vond het tot voor kort ook het minste Fiona Apple album, maar ik ben When The Pawn.., dat ik echt veel minder vaak beluister dan de andere albums van de Amerikaanse muzikante, de afgelopen weken steeds meer gaan waarderen en vind het album inmiddels net zo mooi en indrukwekkend als de andere albums in het kleine maar o zo bijzondere oeuvre van Fiona Apple. Erwin Zijleman

Fiona Hare - Keep Me Wild (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fiona Hare - Keep Me Wild - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Keep Me Wild van Fiona Hare is absoluut één van de meest verrassende platen die ik de afgelopen weken tegen kwam in de jaarlijstjes over 2014.

Fiona Hare werd geboren op een boerderij in Hermanus in de Zuid-Afrikaanse Hemel en Aarde vallei, maar woont en werkt tegenwoordig in Kaapstad. Op haar website noemt Fiona Hare zichzelf reiziger, fotograaf en muzikant en in die laatste hoedanigheid biedt ze zichzelf aan voor bruiloften, feesten en partijen.

Dat klinkt niet direct als een muzikant van wie je een plaat verwacht die opduikt in jaarlijstjes, maar het is echt gebeurd.

Heel vreemd is dat overigens niet, want Keep Me Wild van Fiona Hare is een verrassend sterke plaat. Fiona Hare maakt op haar debuut folky popmuziek. Dat is een ruim begrip dat door Fiona Hare ook ruim wordt opgevat.

Keep Me Wild bevat stemmige folkpop, maar ook songs waarin elektronica een belangrijke rol speelt of juist meer ingetogen folky tracks. Constante factor is de mooie en overtuigende stem van de Zuid-Afrikaanse singer-songwriter, die me af en toe aan Beth Orton en/of Leslie Feist doet denken.

In de wat minder uitbundige songs sluit Fiona Hare met haar muziek aan bij de min of meer traditionele singer-songwriters, maar wanneer de elektronica zijn intrede doet wordt het verleden verruild voor het heden. De subtiele elektronica en avontuurlijke ritmes met een triphop twist voorzien de muziek van Fiona Hare van flink wat dynamiek en zorgen er bovendien voor dat Keep Me Wild een bijzonder afwisselende plaat is.

Er is op het Internet maar weinig over Fiona Hare te vinden, maar ik ga er van uit dat Keep Me Wild met beperkte middelen is gemaakt. Dat hoor je er echter geen moment aan af, want wat klinkt Keep Me Wild lekker vol en wat sluit de muziek op de plaat goed aan op de sterke vocalen van Fiona Hare. Dat is knap, want Keep Me Wild varieert van uiterst ingetogen tot behoorlijk stevig.

Het is een breed muzikaal palet dat Fiona Hare bestrijkt, maar ze kan het zeker aan. Keep Me Wild klinkt zeker niet als een debuut, maar meer als een plaat van een gearriveerd artiest die wat te besteden heeft voor een plaat. Het zorgt voor een plaat die van de eerste tot de laatste noot makkelijk overtuigt en met een beetje geluk in staat moet worden geacht om een zeer breed publiek aan te spreken, zoals dat in een verleden bijvoorbeeld Dido lukte. Fiona Hare doet dit met muziek die eenvoudig vermaakt, maar ook niet bang is om buiten de gebaande paden te treden.

Of Keep Me Wild bij eerdere ontdekking mijn jaarlijstje zou hebben gehaald durf ik niet te zeggen, maar ik sluit het zeker niet uit. Keep Me Wild is vooralsnog wel mijn meest gedraaide plaat van 2015 en dat zegt op zijn minst iets. Erwin Zijleman

Fiona Jane Pop - Fiona Jane Pop (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fiona Jane Pop - Fiona Jane Pop - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fiona Jane Pop - Fiona Jane Pop
De Amsterdams-Groningse band Fiona Jane Pop verrast op haar titelloze debuutalbum met een fris geluid vol invloeden uit het verleden, bijzonder lekker gitaarwerk, verleidelijk zang en aanstekelijke songs

De muziek van de Nederlandse band Fiona Jane Pop is muziek vol echo’s uit de jaren 60. Garagerock, surfrock, psychedelica, blues en soul hebben allemaal invloed gehad op de songs van de band, wat je vooral hoort in het veelkleurige gitaarwerk op het album. Fiona Jane Pop blijft echter zeker niet hangen in de jaren 60, maar tikt via de jaren 70 en 80 ook het heden aan. Het levert een album op waarvan de ingrediënten stuk voor stuk bekend zijn, maar Fiona Jane Pop heeft er een uniek eigen recept van gebrouwen. De songs van de band bieden alle ruimte aan jammende gitaren, maar de popsong met een kop en een staart wordt nooit uit het oog verloren. Dit debuut smaakt absoluut naar meer.

“Debut full length album by the newest hitmakers from the Lowlands. Groovy garagesoul with a bluesy flavour”. Deze ambitieuze tekst is te vinden op de sticker op de cover van het titelloze debuutalbum van de Amsterdams-Groningse band Fiona Jane Pop, dat deze week is verschenen. Het was genoeg om mij nieuwsgierig te maken naar de muziek van deze nieuwe Nederlandse band.

Fiona Jane Pop bestaat uit de Brits-Nederlandse gitariste en zangeres Fiona Jane van Gelder, die wordt bijgestaan door Teade Jagersma en Jaap Mostert die allebei overweg kunnen met gitaren en de bas en drummer Menno Stegeman. Het zijn namen die bij mij niet een belletje deden rinkelen, maar naar verluidt hebben met name de drie mannen in de band hun sporen in de muziek inmiddels ruimschoots verdiend, wat je ook wel hoort op het debuut van Fiona Jane Pop.

Ik had op voorhand geen flauw idee wat ik me moest voorstellen bij “groovy garagesoul with a bluesy flavour”, maar ik vind het eigenlijk best een aardige omschrijving van de muziek van Fiona Jane Pop, al is het geluid van de band nog wel wat veelzijdiger. Het is muziek met een duidelijke jaren 60 vibe, zeker wanneer het lijkt of de band aan het jammen slaat, maar de songs van de Nederlandse band klinken ook fris en toegankelijk.

Dat laatste is deels de verdienste van frontvrouw Fiona Jane van Gelder, die niet alleen haar naam gaf aan Fiona Jane Pop, maar met haar zang ook voor een flink deel het geluid van de band bepaalt. Hoewel er geen woord Frans wordt gesproken op het debuut van Fiona Jane Pop, heeft het album vaak een Frans en psychedelisch jaren 60 sfeertje, wat absoluut aangenaam klinkt.

Het geluid van de Nederlandse band wordt naast de prima zang vooral bepaald door gitaren, terwijl de ritmesectie een solide basis legt. In twee van de songs is een heerlijk orgeltje te horen, dat echt perfect past bij het geluid van Fiona Jane Pop en de jaren 60 tijdelijk verruild voor de new wave van de late jaren 70 en vroege jaren 80, maar ook de alleen met gitaren ingekleurde songs vallen op door een mooi en aangenaam, maar ook verrassend veelzijdig geluid, waarin meerdere lagen gitaren en veel verschillende klankkleuren en structuren zijn te horen.

Het gitaarspel klinkt soms bluesy en soulvol, maar het album bevat ook een aantal stevigere en gruizigere songs, die wat opschuiven richting garagerock, surfrock, psychedelische rock of zelfs voorzichtig richting punky songs. Het is muziek die makkelijk bezwerend klinkt, al is er altijd de zang van Fiona Jane van Gelderen, die de muziek van Fiona Jane Pop ook iets zwoels en zonnigs geeft.

Het debuutalbum van Fiona Jane Pop doet me af en toe wat denken aan de muziek die My Baby maakt in haar jonge jaren, maar dan zonder de hypnotiserende beats, waardoor Fiona Jane Pop ook een duidelijk eigen geluid heeft. Ik vind de songs op het album niet allemaal even sterk en soms wat inwisselbaar, maar over de hele linie heeft Fiona Jane Pop een sterk debuutalbum afgeleverd.

Het is een debuutalbum met een fris en origineel geluid, dat met anderhalf been in het verleden, maar met een half been in het heden staat. Het is ook een debuutalbum dat alle ingrediënten bevat voor een mooie toekomst voor de Amsterdams-Groningse band, maar ook in het hier en nu is het beluisteren van het debuutalbum van Fiona Jane Pop een zeer aangename ervaring. Een aanwinst voor de Nederlandse popmuziek. Erwin Zijleman

First Aid Kit - Palomino (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: First Aid Kit - Palomino - dekrentenuitdepop.blogspot.com

First Aid Kit - Palomino
Het was bijna vijf jaar stil rond First Aid Kit, maar Johanna en Klara Söderberg keren deze week terug met Palomino en imponeren als vanouds met hun fantastische stemmen en betoverend mooie harmonieën

Het recept is inmiddels bekend, maar de impact is nog altijd hetzelfde. Als Johanna en Klara Söderberg beginnen te zingen gebeurt er iets bijzonders. First Aid Kit vertrouwt inmiddels al vijftien jaar op de geweldige stemmen van de Zweedse zussen, die ook op hun nieuwe album tekenen voor harmonieën die garant staan voor veel kippenvel. In muzikaal opzicht vinden Johanna en Klara Söderberg nog altijd inspiratie in de Amerikaanse rootsmuziek, maar Palomino heeft zich ook laten beïnvloeden door de tijdloze popmuziek uit de jaren 70. Het klinkt allemaal bijzonder aangenaam, maar bij het vocale vuurwerk van de zussen uit Stockholm zit je steeds weer op het puntje van de stoel.

Johanna en Klara Söderberg waren nog tieners toen ze vijftien jaar geleden opdoken met hun prachtige versie van Tiger Mountain Peasant Song van Fleet Foxes. Niet veel later lag de wereld aan de voeten van de Zweedse zussen. Johanna en Klara Söderberg beschikken allebei over een geweldige stem, maar als de twee hun stemmen combineren gebeurt er iets bijzonders of zelfs iets magisch.

De afgelopen jaren moesten we het helaas doen zonder deze magie, eerst door het moederschap van Johanna en hierna door de coronapandemie. Vorig jaar verscheen nog wel Who By Fire: Live Tribute To Leonard Cohen, maar de First Aid Kit versies van flink wat klassiekers van de in 2016 overleden singer-songwriter kwamen uit 2017. Het deze week verschenen Palomino bevat daarom het eerste nieuwe werk van First Aid Kit sinds Ruins, dat helemaal aan het begin van 2018 verscheen en inmiddels dus bijna vijf jaar oud is.

Wanneer de eerste noten van Palomino uit de speakers komen lijkt de tijd echter te hebben stilgestaan, want de nieuwe muziek van First Aid Kit voelt direct vertrouwd. Ook op Palomino vertrouwen Johanna en Klara Söderberg op hun geweldige stemmen en neem ze dat eens kwalijk. Het zijn nog altijd stemmen die perfect bij elkaar kleuren, zoals alleen de stemmen van zussen dit kunnen.

In vocaal opzicht bevat Palomino geen verrassingen en dat had ik eerlijk gezegd ook niet anders gewild. Ook in muzikaal opzicht klinkt het nieuwe album van First Aid Kit vertrouwd, al verwerken de Zweedse zussen misschien iets meer invloeden uit de popmuziek uit de jaren 60 en 70 dan op hun vorige albums.

Palomino werd in de thuisbasis Stockholm opgenomen met de Zweedse producer Daniel Bengtson, die het album heeft voorzien van een warm en tijdloos geluid. Het is een geluid dat hier en daar raakt aan de tijdloze popmuziek van Fleetwood Mac of zelfs ABBA, maar Johanna en Klara Söderberg hebben hun hart toch vooral verpand aan de Amerikaanse rootsmuziek.

Zeker in de songs die tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan schuren zingen de Zweedse zussen weer de sterren van de hemel en zwepen ze elkaar op tot harmonieën die onmiddellijk goed zijn voor kippenvel. First Aid Kit draait inmiddels vijftien jaar mee, waardoor de verrassing er zo langzamerhand wel wat af is, maar na bijna vijf jaar stilte, smolt ik toch weer verrassend makkelijk voor de gouden keeltjes van Johanna en Klara Söderberg.

De Zweedse zussen zingen op Palomino met nog wat meer vertrouwen dan in het verleden en overtuigen ook nog eens met een serie aansprekende songs, die laten horen dat First Aid Kit ook in de pop uitstekend uit de voeten kan. In de sterkste songs zijn de harmonieën zelfs zo mooi en krachtig dat ze me herinneren aan die van The Everly Brothers. Een groter compliment kan ik echt niet bedenken voor Johanna en Klara Söderberg.

De Zweedse zussen waren piepjong toen ze in een Zweeds bos het YouTube filmpje voor hun versie van Tiger Mountain Peasant Song van Fleet Foxes opnamen. Johanna en Klara Söderberg zijn nog steeds niet oud, maar maken op Palomino indruk als gelouterde zangeressen van wereldklasse. Ik heb het album al een hele tijd in mijn bezit, maar het wordt echt alleen maar beter. We hebben First Aid Kit jaren moeten missen, maar gelukkig zijn de Zweedse zussen terug met wederom een prachtalbum. Erwin Zijleman

First Aid Kit - Ruins (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: First Aid Kit - Ruins - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het ging tien jaar geleden allemaal wel erg snel voor de piepjonge Zweedse zussen Johanna en Klara Söderberg, destijds nog tieners.

Een in de Zweedse bossen gefilmde vertolking van Tiger Mountain Peasant Song van de op dat moment razend populaire band Fleet Foxes werd een wereldwijde YouTube hit, wat de eerste EP van First Aid Kit (Drunken Trees) een enorme boost gaf.

Twee jaar later was er het wereldwijd geprezen debuut The Big Black & The Blue, waarna in 2012 het nog veel betere The Lion’s Roar volgde.

Het legde uiteindelijk teveel druk op de (te) jonge schouders van Johanna en Klara Söderberg. Op het in 2014 verschenen Stay Gold, overigens zeker geen slechte plaat, verzopen de wonderschone harmonieën van het Zweedse tweetal hier en daar in een net wat te zwaar aangezette productie en niet veel later bleek ook het plezier in het maken van muziek weggevloeid bij de Zweedse zussen.

First Aid Kit nam vier jaar geleden een break en keert nu herboren en met flink wat nieuwe levenservaring terug. Met name de wat donkerder getinte levenservaring in het algemeen en de gestrande relatie van Klara Söderberg in het bijzonder hebben hun sporen nagelaten op Ruins, dat donkerder en minder onbevangen klinkt dan de vorige platen van het Zweedse duo.

Op Ruins keert First Aid Kit bovendien terug naar de rootsmuziek en behoren de flirts met zoete popmuziek, die op Stay Gold nog een belangrijke rol speelden, grotendeels tot het verleden.

Ook Ruins wordt weer gedomineerd door de prachtige vocalen van de zussen Söderberg. Johanna en Klara zingen individueel nog altijd de sterren van de hemel, maar het meeste kippenvel ontstaat wanneer de twee samen tekenen voor harmonieën om van te watertanden. De stemmen van Johanna en Klara vullen elkaar in deze harmonieën perfect aan en geven de songs van First Aid Kit dat beetje extra dat nodig is om op te vallen in het enorme aanbod van het moment. Ruins roept hier en daar herinneren op aan de beter songs van de broers Everly, wat genoeg moet zeggen.

Ruins is in vocaal opzicht een fantastische plaat, maar ook in muzikaal opzicht is de nieuwe plaat van First Aid Kit een interessante plaat. Het tweetal dreef op haar vorige plaat wat af richting de pop, maar kiest op Ruins weer vol voor de Amerikaanse rootsmuziek. Het is deels de verdienste van topproducer Tucker Martine, die Ruins werkelijk prachtig heeft ingekleurd en een flinke dosis (alt-)country heeft toegevoegd aan de folky muziek van het Zweedse tweetal.

Muzikanten als R.E.M. gitarist Peter Buck en meesterdrummer Glen Kotche voegen nog wat extra glans toe aan de prachtige en verrassend veelzijdige klanken, maar de spotlights op Ruins zijn terecht volledig gericht op de gouden keeltjes van Johanna en Klara Söderberg.

De Zweedse zussen maken niet alleen in vocaal opzicht diepe indruk, maar tekenen ook voor songs waarin jeugdige onbevangenheid of naïviteit heeft plaats gemaakt voor diepgang en doorleving. Het maakt van het fraaie Ruins een plaat die behoort tot de beste releases van de prille start van het muziekjaar 2018 en die de lat hoog legt voor alles dat nog komen gaat. Ik ben in ieder geval diep onder de indruk van het vocale en muzikale vuurwerk op de wederopstanding van Johanna en Klara Söderberg. Erwin Zijleman

First Aid Kit - Stay Gold (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: First Aid Kit - Stay Gold - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De carrière van het Zweedse duo First Aid Kit begon zes jaar geleden als een sprookje. Zusjes Johanna en Klara Söderberg vertolkten in de Zweedse bossen hun versie van Tiger Mountain Peasant Song van Fleet Foxes en plaatsten het zelf gemaakte filmpje op Youtube. Het filmpje werd een wereldwijde hit en de net verschenen EP Drunken Trees kreeg, mede dankzij de steun van Fleet Foxes voorman Robin Pecknold, opeens de aandacht die de plaat tot op dat moment moest ontberen.

We zijn inmiddels zes jaar verder. De zusjes Söderberg zijn inmiddels twintigers en hebben na Drunken Trees nog twee uitstekende platen uitgebracht. Het volwaardige debuut van het duo, The Big Black & The Blue uit 2010, was op zijn minst veelbelovend en het in 2012 verschenen The Lion’s Roar maakte de belofte meer dan waar.

De verwachtingen met betrekking tot de nieuwe plaat van First Aid Kit waren dan ook hooggespannen, maar Stay Gold maakt ze met gemak waar. Stay Gold werd, net als zijn voorganger, door de van Bright Eyes bekende Mike Mogis geproduceerd.

Mogis heeft de songs van First Aid Kit dit keer voorzien van een wat voller geluid, waarin onder andere ruimte is voor een flink orkest. Het is een geluid dat als je het mij vraagt prachtig past bij de stemmen van Johanna en Klara Söderberg, die fraai kleuren bij weelderige strijkers. Het is ook een geluid dat net wat minder country georiënteerd is dan het geluid op The Lion’s Roar en hier en daar wat meer de pop kant op gaat.

Bij twee Zweedse zangeressen die popmuziek maken moest ik natuurlijk onmiddellijk aan ABBA denken, maar daarvan blijft First Aid Kit over het algemeen toch redelijk ver verwijderd, al is de associatie bij de het lekkerst in het gehoor liggende refreinen toch lastig te onderdrukken.

De tracks die wat meer invloeden uit de countrymuziek toelaten, liggen dichter bij de muziek die we van First Aid Kit gewend zijn, hooguit met het verschil dat de zusjes Söderberg inmiddels klinken als gelouterde muzikanten en de onschuld van het filmpje uit het bos van zes jaar geleden definitief achter zich hebben gelaten.

Een rondje Internet levert flink wat kritiek op Stay Gold op, maar van die kritiek begrijp ik eerlijk gezegd niet zoveel. Natuurlijk is het zo dat First Aid Kit op haar nieuwe plaat heeft gekozen voor een net wat toegankelijker en vooral voller geluid, maar is dit ten koste gegaan van de zang? Ik vind van niet. Integendeel zelfs. De stemmen van Johanna en Klara Söderberg weten mij, nog meer dan in het verleden, te betoveren en hetzelfde geldt voor hun popliedjes die uiteindelijk toch dichter bij Amerikaanse roots dan bij Zweedse perfecte popmuziek liggen.

Met een vergrootglas kan ook ik vast wel wat kritiekpuntjes op Stay Gold vinden, maar in de media worden deze tot dusver uitvergroot. First Aid Kit heeft met Stay Gold als je het mij vraagt een plaat gemaakt die in het verlengde ligt van het wereldwijd bejubelde The Lion’s Roar en hier ook zeker niet voor onder doet.

First Aid Kit combineert nog altijd volop Amerikaanse rootsmuziek met een vleugje Zweedse popmuziek en kleurt deze dit keer in met een wat vollere maar stemmige en bij vlagen zelfs wonderschone instrumentatie en twee stemmen waarvan je alleen maar kunt houden.

Bij het zien van de video van Tiger Mountain Peasant Song al weer acht jaar geleden kon ik, net als ieder ander met een muziekhart, alleen maar stiekem verliefd worden op de Zweedse zusjes. Acht jaar later kan ik concluderen dat deze liefde niet is verdwenen en eerder sterker is geworden. Stay Gold is voor mij een plaat om te koesteren. Keer op keer en iedere keer een beetje meer. Prachtplaat. Erwin Zijleman

Fischer-Z - Building Bridges (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fischer-Z - Building Bridges - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Britse band Fischer-Z leverde met Word Salad (1979), Going Deaf For A Living (1980) en Red Skies Over Paradise (1981) drie platen af die de popmuziek van de late jaren 70 en vroege jaren 80 kleur gaven.

Na Red Skies Over Paradise was het helaas net wat te lang stil rond de band en verdween Fischer-Z uit beeld.

De band rond zanger/gitarist John Watts, die vanaf dat moment in zijn eentje Fischer-Z vormde, maakte nog wel een aantal platen, maar trok weer voor het eerst mijn aandacht met het uitstekende This Is My Universe, dat een jaar geleden verscheen. Precies een jaar later is er al weer een nieuwe plaat van de band en ook op Building Bridges klinkt de band rond John Watts weer net zo urgent als in haar gloriejaren.

Fischer-Z is nooit bang geweest om de belangrijke maatschappelijke problemen aan de kaak te stellen en doet dat ook op Building Bridges. Direct in de openingstrack Damascus Disco spuwt John Watts als een ‘angry young man’ zijn gal over het bombarderen van woonwijken in het Midden-Oosten en in de tweede track wordt vervolgens op even scherpe wijze de uitbuiting van arbeiders in de wereldeconomie aan de kaak gesteld.

In de teksten is het nodige vuur en venijn te horen en dit vuur en venijn komen terug in de muziek. Fischer-Z klinkt op Building Bridges heerlijk rauw, maar net als in haar beste jaren verpakt de band haar muziek en boodschap vrijwel zonder uitzondering in aanstekelijke songs.

Ook op haar nieuwe plaat grijpt Fischer-Z weer met enige regelmaat terug op haar gloriejaren, maar Building Bridges klinkt, net als het vorig jaar verschenen This Is My Universe, toch anders dan Word Salad, Going Deaf For A Living en Red Skies Over Paradise.

Vooral in vocaal opzicht is er wel wat veranderd. De stem van John Watts is wat minder hoog dan in het verleden en laat een rauw randje horen. Ik moest daar vorig jaar nog wel wat aan wennen, maar op Building Bridges zingt John Watts wat mij betreft beter dan ooit.

Ook in muzikaal opzicht is de nieuwe plaat van Fischer-Z een verrassend sterke plaat. Building Bridges klinkt nog diverser dan de al zo gevarieerde platen uit de beginjaren van de band en combineert stevige gitaren met funky blazers in songs die stuk voor stuk anders klinken. Persoonlijk vind ik de songs waarin John Watts stevig om zich heen trapt over alle ellende in de wereld het sterkst, maar ook de net wat lichtvoetigere songs op de plaat blijven heerlijk hangen en stralen urgentie uit.

This Is My Universe vond ik vorig jaar een aangename verrassing en een veel betere plaat dan al het andere dat Fischer-Z na 1981 uitbracht, maar de plaat kwam nog niet in de buurt van de briljante trilogie die de band tussen 1979 en 1981 uitbracht.

John Watts, die overigens dit jaar het 40 jarig bestaan van zijn geesteskind Fischer-Z viert, komt wat mij betreft met Building Bridges wel in de buurt van de drie briljante platen van een aantal decennia geleden.

Direct bij eerste beluistering was het genieten, maar inmiddels is de nieuwe van Fischer-Z nog veel beter en de rek is er nog lang niet uit. Een knappe prestatie van een muzikant die al zo lang mee gaat en zijn successen vierde toen de wereld er nog totaal anders uit zag. En nu volgend jaar ook deze trilogie vervolmaken. Erwin Zijleman

Fischer-Z - Going Deaf for a Living (1980)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fischer-Z - Going Deaf For A Living (1980) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fischer-Z - Going Deaf For A Living (1980)
Fischer-Z maakte tussen 1979 en 1981 drie geweldige albums en schoot zichzelf vervolgens in de voet, maar met name Going Deaf For A Living uit 1980 blijft toch een zeer memorabel album van de bijzondere Britse band

Het klinkt inmiddels misschien wat gedateerd, maar de Britse band Fischer-Z liet aan het einde van de jaren 70 en het begin van de jaren 80 een bijzonder geluid horen. Het is een geluid dat opviel door puntig gitaarwerk met hier en daar een vleugje reggae, wat cheesy keyboard partijen, een strak spelende ritmesectie en de bijzondere stem van John Watts. Ook de songs van de Britse band klonken anders dan die van de meeste andere bands van dat moment. Het zijn songs die onmiskenbaar horen bij de jaren 80, maar ze hebben nog steeds hun charme. Alle reden dus om Word Salad, Red Skies Over Paradise en met name Going Deaf For A Living weer eens uit de kast te trekken.

De carrière van de Britse band Fischer-Z is een hele bijzondere. De band rond voorman John Watts maakte tussen 1979 en 1981 drie geweldige albums en leek uit te groeien tot een van de grote bands van de jaren 80. John Watts doekte de band echter uit het niets op en ging solo verder om vervolgens twee albums af te leveren die niet onder deden voor die van Fischer-Z, maar veel minder aandacht trokken. Toen hij in de tweede helft van de jaren 80 Fischer-Z nieuw leven inblies ontbrak de magie van de eerste drie albums van de band, waardoor ze hopeloos flopten.

Die magie vond Fischer-Z gedurende de jaren 90 weer terug, maar toen was niemand meer geïnteresseerd in de Britse band, waardoor ook deze albums flopten. Tien jaar geleden gaf niemand een cent meer voor een comeback van Fischer-Z, maar tussen 2015 en 2021 leverde de band, met John Watts als enige constante factor, met This Is My Universe, Building Bridges, Swimming In Thunderstorms en Til The Oceans Overflow vier uitstekende albums af. Ook live is het werk van Fischer-Z weer met enige regelmaat te horen, wat fraai is vastgelegd op het solo live-album van John Watts, dat eerder dit jaar op Spotify verscheen.

De albums die de afgelopen acht jaar zijn verschenen herinnerden meer dan eens aan de eerste drie albums van de band, maar die albums blijven wat mij betreft toch ongeëvenaard. Ik vind het lastig kiezen tussen Word Salad uit 1979 met de eerste single The Worker, Going Deaf For A Living uit 1980 en Red Skies Over Paradise uit 1981 met de singles Berlin en Marliese, want ze bevatten alle drie Fischer-Z songs die me dierbaar zijn. Als ik echt moet kiezen, kies ik echter voor Going Deaf For A Living uit 1980.

Het is het album met de singles Room Service, So Long, Crazy Girl en Limbo en het is een album dat niet alleen in de tijd, maar ook in muzikaal opzicht tussen Word Salad en Red Skies Over Paradise in zit. Going Deaf For A Living heeft het gitaargeluid en de memorabele songs van het derde album van de band, maar heeft ook de keyboard partijen en het vleugje reggae van het debuutalbum. In muzikaal opzicht klonk Fischer-Z anders dan haar tijdgenoten en ook in vocaal opzicht had de band een bijzonder geluid dankzij de hoge en zeer karakteristieke stem van John Watts.

Ik heb Going Deaf For A Living destijds grijsgedraaid, zeker nadat de band in 1981, vlak voor het onverwachte einde, een geweldig optreden op Pinkpop had gegeven, maar tussen het einde van de band en de onverwachte comeback van 2015 was ik Fischer-Z echt compleet vergeten. Sinds de comeback luister ik weer veel vaker naar de eerste drie albums van de band. De muziek van Fischer-Z doet na al die jaren wel wat gedateerd aan, maar de songs van de band hebben ook nog altijd iets charmants en iets origineels.

Luisteren naar Going Deaf For A Living is voor mij vooral een album vol herinneringen en nostalgie, maar als ik net wat beter naar het album luister, ben ik toch ook weer onder de indruk van de puntige en humoristische popsongs en het zo herkenbare eigen geluid van de Britse band. Fischer-Z schaarde zich uiteindelijk niet onder de grootste bands van de jaren 80 en ontbrak in nagenoeg alle lijstjes waarin het decennium werd samengevat, maar de eerste drie albums van de band blijken na al die jaren absoluut memorabel, met Going Dead For A Living als voorzichtige uitschieter. Erwin Zijleman

Fischer-Z - Swimming in Thunderstorms (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fischer-Z - Swimming In Thunderstorms - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fischer-Z - Swimming In Thunderstorms
Fischer-Z maakte in een ver verleden drie prachtige albums op rij en herhaalt dat kunstje vele jaren later met de release van het geweldige Swimming in Thunderstorms

Na meerdere mislukte comebacks dook de Britse band Fischer-Z vier jaar geleden op met een ijzersterk album. Na een nog wat betere opvolger trekt de band rond John Watts de lijn nu door op het prachtige Swimming in Thunderstorms. Ook op het nieuwe album van de band hoor je weer flarden van het zo herkenbare Fischer-Z geluid uit de late jaren 70 en vroege jaren 80, maar de tijd heeft natuurlijk niet stil gestaan. De stem van John Watts klinkt iets kwetsbaarder, maar zijn pen is nog altijd vlijmscherps. Het nieuwe album bevat een serie geweldige songs, die allemaal net iets anders klinken, maar stuk voor stuk zijn voorzien van de zo bijzondere Fischer Z twist.

Met Word Salad (1979), Going Deaf For A Living (1980) en Red Skies Over Paradise (1981) maakte de Britse band Fischer-Z drie albums die ik schaar onder de betere albums van de late jaren 70 en vroege jaren 80. De band timmerde met name in Nederland stevig aan de weg, maar na drie uitstekende albums was de koek helaas op.

Voorman John Watts, die met zijn uit duizenden herkenbare stem het geluid van Fischer-Z voor een belangrijk deel bepaalde, begon aan een solocarrière, die in artistiek opzicht veelbelovend begon, maar in commercieel opzicht compleet mislukte.

Pogingen om Fischer-Z nieuw leven in te blazen mislukten keer op keer, tot de band in 2015 opdook met het uitstekende This Is My Universe, dat wel weer in de buurt kwam van de eerste drie albums van de Britse band. Het kunstje werd herhaald op het twee jaar geleden verschenen Building Bridges, dat nog net wat overtuigender was dan zijn voorganger. Met Swimming In Thunderstorms voltooit de band rond John Watts nu de tweede serie van drie uitstekende Fischer-Z albums.

Ook op Swimming In Thunderstorms horen we weer het typische Fischer-Z geluid en het is een geluid dat de tand des tijd uitstekend heeft doorstaan. Natuurlijk is er flink wat veranderd sinds de vroege jaren 80. John Watts haalt de hoogste noten niet meer zo makkelijk als een aantal decennia geleden en zingt hierdoor net wat lager dan in de jonge jaren van de band, overigens zonder zijn zo karakteristieke geluid te verliezen.

Wat verder is gebleven is de grote variëteit. Het knappe van Word Salad, Going Deaf For A Living en Red Skies Over Paradise was dat de band in iedere song weer anders klonk en dat geldt misschien nog wel in sterkere mate voor de laatste drie albums van de band. John Watts is altijd een groot songwriter geweest en is het kunstje nog niet verleerd. Swimming In Thunderstorms staat vol tijdloze popsongs en het zijn stuk voor stuk popsongs waarin John Watts zijn kunsten als songwriter etaleert. De Britse muzikant citeert veelvuldig uit de rijke historie van de popmuziek, maar voegt ook een bijzondere twist toe aan zijn songs. In zijn teksten is John Watts nog steeds vlijmscherp en worden niet alleen prachtige verhalen verteld, maar ook misstanden aan de kaak gesteld, wat de songs op Swimming In Thunderstorms voorziet van urgentie.

Op het nieuwe album werkt John Watts met een wat grotere band, waardoor een wat voller maar ook hechter geluid is te horen. Swimming In Thunderstorms bevalt me daarom nog net wat beter dan zijn twee voorgangers en behoort in het oeuvre van Fischer-Z tot de allerbeste albums. John Watts schreef maar liefst 14 songs voor zijn nieuwe album en zwakke songs zitten er niet tussen. Op Swimming In Thunderstorms is er relatief veel ruimte voor meer ingetogen songs, waarin de John Watts prachtig kwetsbaar klinkt, maar ook de flirts met pop en reggae die altijd deel hebben gemaakt van het geluid van Fischer-Z zijn op het nieuwe album te horen.

Fischer-Z was dankzij drie klassiekers lange tijd een mooie herinnering uit het verleden, maar met This Is My Universe, Building Bridges en Swimming in Thunderstorms staan er nu drie albums tegenover die er niet voor onderdoen en hopelijk zit er dit keer wel meer in het vat. Tot het zover is valt er genoeg te ontdekken op het werkelijk prachtige Swimming In Thunderstorms. Erwin Zijleman

Fischer-Z - This Is My Universe (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fischer-Z - This Is My Universe - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Tussen 1979 en 1981 was de Britse band Fischer-Z één van mijn favoriete bands. In een periode van drie jaar leverde de band rond voorman John Watts met Word Salad (1979), Going Deaf For A Living (1980) en Red Skies Over Paradise (1981) drie geweldige platen af en behoorde het bovendien tot de betere live-bands van dat moment.

Fischer-Z borduurde met haar muziek voort op de popmuziek uit de vroege jaren 70, maar voorzag haar muziek ook van accenten uit de punk en new wave en maakte het af met een beetje reggae.

Fischer-Z was met haar stekelige songs het Britse broertje van de Amerikaanse Talking Heads, maar helaas ging de band maar kort mee. Fischer-Z dook pas zes jaar na Red Skies Over Paradise weer op, maar op één of andere manier heb ik nooit meer een plaat van de band beluisterd en koester ik nog altijd de drie platen van 35 jaar geleden.

John Watts maakte de afgelopen decennia verder vooral soloplaten (waar ik er wel een aantal van heb), maar duikt nu weer op met een nieuwe Fischer-Z plaat, This Is My Universe.

Het is een plaat die net zo goed een soloplaat van John Watts had kunnen zijn, maar de naam Fischer-Z trekt vast meer aandacht. Het is gelukkig een plaat geworden die de naam Fischer-Z eer aan doet.

John Watts schrijft nog altijd lekker in het gehoor liggende, maar ook stekelige popliedjes. Deze klinken nog wat tijdlozer dan op de vroege platen van Fischer-Z en wat verder opvalt is dat John Watts minder hoog is gaan zingen.

Bij beluistering van This Is My Universe had ik dan ook niet direct associaties met de prachtplaten van weleer, al hoor ik wel steeds meer van het oude Fischer-Z op deze verrassend sterke comeback plaat.

John Watts klinkt op de nieuwe plaat van zijn band gedreven, komt op de proppen met het ene na het andere memorabele popliedjes en stelt in zijn teksten ook nog eens zaken van belang aan de orde.

This Is My Universe is absoluut een groeiplaat. Waar bij eerste beluistering vooral tijdloze popliedjes domineren, grijpt de plaat je bij herhaalde beluistering langzaam maar zeker bij de strot.

Inmiddels heb ik ook flink wat van de sinds 1987 verschenen Fischer-Z platen beluisterd, maar deze komen toch niet in de buurt bij het drietal van lang geleden. This Is My Universe doet dit ook nog niet (maar de plaat is ook nog lang niet uitgegroeid), maar heeft me desondanks vrij makkelijk veroverd. Als Fischer-Z fan van weleer ben ik er heel blij mee. Erwin Zijleman

Fischer-Z - Til the Oceans Overflow (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fischer-Z - Til The Oceans Overflow - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fischer-Z - Til The Oceans Overflow
De Britse band Fischer-Z bleef lang steken op drie geniale albums uit de periode 1979-1981, maar leverde de afgelopen jaren drie goede albums af, waaraan het prima Til The Oceans Overflow kan worden toegevoegd

John Watts probeerde het een paar jaar geleden nog maar eens met Fischer-Z en wat eerder niet lukte, lukte nu wel. De Britse muzikant verrijkte het oeuvre van zijn band de afgelopen jaren met drie albums die best in de schaduw van de drie klassiekers van lang geleden mochten staan en ook het deze week verschenen Til The Oceans Overflow mag daar wat mij betreft ook staan. John Watts heeft nog altijd het patent op het unieke Fischer-Z geluid, maar is zeker niet blijven steken in het verleden. Op zijn nieuwe album eert de Britse muzikant het veertig jaar oude Red Skies Over Paradise, maar trekt hij de muziek van Fischer-Z wederom op fraaie wijze het heden in.

De Britse band Fischer-Z maakte met Word Salad uit 1979, Going Deaf For A Living uit 1980 en Red Skies over Paradise uit 1981 drie van mijn favoriete albums uit de late jaren 70 en vroege jaren 80. Voorman John Watts begon vervolgens veelbelovend aan een solocarrière met het uitstekende One More Twist, maar wist het hoge niveau van dit album niet lang vast te houden. Fischer-Z keerde een paar jaar later terug, maar haalde tussen 1987 en 2002 nooit het niveau van de eerste drie albums en kwam alleen op Destination Paradise uit 1992 enigszins in de buurt.

De tweede, of eigenlijk derde jeugd van Fischer-Z begon in 2015 met This Is My Universe, dat wat mij betreft wel een geweldig album toevoegde aan het oeuvre van de Britse band. De band rond John Watts wist de goede vorm vast te houden met Building Bridges uit 2017 en Swimming In Thunderstorms uit 2019.

Waar het aan het begin van de jaren 80 stokte na drie uitstekende albums, slaagt Fischer-Z er dit keer wel in om er een vierde album aan vast te knopen. Het deze week verschenen Til The Oceans Overflow werd net als Red Skies Over Paradise uit 1981 opgenomen in de roemruchte Hansa Studios in Berlijn en viert de veertigste verjaardag van dit album met artwork en songs vol verwijzingen naar het album waarmee de band in 1981 ook in eigen land doorbrak.

Til The Oceans Overflow kijkt een enkele keer terug in de tijd, maar staat vooral stil bij de problemen van het moment, die nog een stukje groter zijn dan die uit de periode van de koude oorlog. In muzikaal opzicht sluit Til The Oceans Overflow aan op zijn drie voorgangers. Het zijn allemaal albums die een herkenbaar Fischer-Z geluid laten horen, maar ik wil ze toch niet vergelijken met de briljante trilogie uit de eerste jaren van de band.

Til The Oceans Overflow is natuurlijk niet zo goed of urgent als de drie klassiekers van heel lang geleden, maar ik word er wel weer blij van. John Watts zingt wat lager dan in zijn jonge jaren en kiest in vrijwel alle songs voor een wat lager tempo, maar toch klinkt het weer direct als Fischer-Z. Dat komt niet alleen door de zang, maar zeker ook door de songs, die het zo herkenbare stempel van John Watts dragen.

Het is een geluid dat op het eerste gehoor misschien wat gedateerd klinkt, waardoor de kans dat de band nieuwe zieltjes gaat winnen met dit album niet zo heel groot is, maar een ieder die ruim veertig jaar geleden viel voor Word Salad, Going Deaf For A Living en Red Skies over Paradise en de afgelopen jaren enthousiast was over This Is My Universe, Building Bridges en Swimming In Thunderstorms, hoort ook op het nieuwe album weer veel moois.

Fischer-Z heeft nog altijd een geluid waarin gitaren en elektronica in balans zijn, maar waaraan ook weer nieuwe ingrediënten zijn toegevoegd, waaronder wat meer eigentijdse elektronica. John Watts is misschien niet meer de ‘angry young man’ van veertig jaar geleden is, maar hij schrijft nog altijd puntige songs en scherpe teksten.

Het is leuk om te zoeken naar de talloze verwijzingen naar Red Skies Over Paradise, dat ik uiteraard ook weer eens uit de kast heb getrokken, maar binnen het aanbod van het moment mag Til The Oceans Overflow er ook zeker zijn en ik vind het niet minder dan zijn drie voorgangers. De derde jeugd van de Britse band duurt voort en mag van mij nog wel even duren. Erwin Zijleman

Fischer-Z - Triptych (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fischer-Z - Triptych - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fischer-Z - Triptych
Het debuutalbum van Fischer-Z viert deze maand de 45e verjaardag, maar met Triptych laat de band rond John Watts horen dat het nog altijd albums maakt die niet onder doen voor die uit de hoogtijdagen van de Britse band

Het is helaas behoorlijk stil gebleven rond de release van het nieuwe album van de Britse band Fischer-Z, maar de band die sinds haar wederopstanding in 2015 alleen maar hele goede albums heeft gemaakt, heeft ook met Triptych weer een uitstekend album afgeleverd. In Fischer-Z draaide en draait alles om John Watts die weer een aantal uitstekende songs heeft geschreven en met zijn uit duizenden herkenbare stem zorgt voor het zo karakteristieke Fischer-Z geluid. De vorige albums van de Britse band kregen uitstekende recensies en redelijk wat aandacht en dat is precies wat het uitstekende Triptych ook verdient. De gloriejaren van de band duurde maar een jaar of drie, maar de wederopstanding houdt inmiddels negen jaar stand.

Het is bijna bizar hoe weinig aandacht het nieuwe album van Fischer-Z vorige week heeft gekregen. De Britse band rond John Watts maakte met Word Salad uit 1979, Going Deaf For A Living uit 1980 en Red Skies Over Paradise uit 1981 niet alleen drie albums die de popmuziek van de late jaren 70 en vroege jaren 80 kleur gaven, maar steekt sinds haar comeback in 2015 bovendien in een blakende vorm.

This Is My Universe (2015), Building Bridges (2017), Swimming In Thunderstorms (2019) en Til The Oceans Overflow (2021) konden allemaal rekenen op positieve recensies en daar viel wat mij betreft niets op af te dingen. Het maakt de stilte rond het vorige week verschenen Triptych bijzonder. Met de kwaliteit van het album heeft het niets te maken, want ook Triptych bevat een serie songs die het unieke stempel van John Watts dragen.

Dat stempel van John Watts bestaat voor een deel uit de direct herkenbare stem van de Britse muzikant, maar ook de songs van John Watts hebben iets zeer karakteristieks. Fischer-Z kreeg in 1979 het etiket new wave opgeplakt, maar op haar eerste drie albums verwerkte de band zeer uiteenlopende invloeden. Dat doet John Watts, het enige overgebleven lid van het eerste uur, nog altijd, want ook Triptych is weer een veelzijdige popplaat met de puntige popsongs die we van de band gewend zijn.

Het album opent met zonnige en exotische klanken, maar door de stem van John Watts is het direct een Fischer-Z song, al hoorde ik de band nog niet zo vaak zo opgewekt. De zonnestralen verdwijnen overigens snel, want de meeste songs op het album hebben op zijn minst een donker randje, wat ook zo hoort bij de songs van Fischer-Z.

John Watts is inmiddels bijna zeventig jaar oud, maar zijn zang klinkt nog net zo scherp en urgent als in zijn jonge jaren. Dat geldt ook voor de teksten van de Britse muzikant, want de songs van Fischer-Z schuwen de maatschappelijke thema’s nog altijd niet en vinden in het Verenigd Koninkrijk van het moment voldoende inspiratie.

Bij veel bands die zo lang mee gaan als Fischer-Z verruil ik nieuw werk over het algemeen heel snel voor de klassiekers uit het verleden, maar ook Triptych is weer een album dat de aandacht makkelijk vast houdt. John Watts heeft ook voor het vijfde album sinds de wederopstanding in 2015 een aantal uitstekende songs geschreven en het zijn songs die nog wat tijdlozer zijn dan die op de vorige albums.

Dat geldt met name voor de meer ingetogen songs op het album, die laten horen dat John Watts niet alleen als voorman van een rockband uit de voeten kan, maar ook als singer-songwriter. Triptych werd opgenomen in Frankrijk en zo te horen gebeurde dat in een aangename setting, want het gejaagde dat de vroege albums van de Britse band kenmerkte, heeft plaats gemaakt voor plezierige ontspanning.

Ook na beluistering van Triptych ga ik ongetwijfeld die geweldige trilogie uit de late jaren 70 en vroege jaren 80 weer eens uit de kast trekken, maar in kwalitatief opzicht doet Triptych echt niet zo gek veel onder voor de albums die John Watts als jonge hond maakte. Dat is een knappe prestatie die de Britse muzikant inmiddels gedurende een langere periode en op meer albums vol weet te houden dan een aantal decennia geleden en Triptych laat wat mij betreft horen dat de rek er nog lang niet uit is bij John Watts. Erwin Zijleman

Fish in a Birdcage - Mentors (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Fish In A Birdcage - Mentors - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Fish In A Birdcage - Mentors
In de laatste twee weken van het jaar een nieuw album uitbrengen is meestal niet heel handig, maar een opvallend album als Mentors van Fish In A Birdcage moet altijd de aandacht kunnen trekken

De Canadese muzikant Dustan Townsend maakt inmiddels een jaar of tien muziek onder de naam Fish In A Birdcage. Dat heeft inmiddels bijna vijftig songs opgeleverd, waarvan het laatste dozijn is te vinden op Mentors. Het is een opvallend album, waarop invloeden uit de folk, chamber pop en indie op bijzondere wijze aan elkaar worden gesmeed. Mentors doet in muzikaal opzicht steeds dingen die je niet verwacht en ook de songs van de Canadese muzikant zijn eigenzinnig. Op hetzelfde moment is het nieuwe album van Fish In A Birdcage een album dat lekker in het gehoor ligt en hierdoor makkelijk overtuigt. Het is mijn eerste kennismaking, maar Mentors smaakt zeker naar meer.

Ik ging er min of meer van uit dat er deze week niets bijzonders meer zou verschijnen, maar tussen het zeer bescheiden stapeltje nieuwe albums van afgelopen vrijdag vond ik er toch nog een die me bij vluchtig beluisteren nieuwsgierig maakte. De naam Fish In A Birdcage deed bij mij geen belletje rinkelen, maar het deze week verschenen Mentors is al het vierde album van het project van de Canadese muzikant Dustan (Dusty) Townsend.

De muzikant uit Calgary, Alberta, debuteerde een jaar of tien geleden met een titelloze EP, waarop hij de titels van al zijn songs vooraf liet gaan door de tekst Rule # en een volgnummer. Dat heeft hij volgehouden op alle volgende releases, waardoor het deze week verschenen Mentors songs 35 tot en met 46 van Fish In A Birdcage bevat. De eerste 34 ga ik ook snel beluisteren, want de songs van Dustan Townsend zijn zeker interessant.

Het zijn songs die de Canadese muzikant op zijn website, die uit de jaren 90 lijkt te stammen, omschrijft als “Modern Renaissance, Electronica to folk strings”. Dat is geen omschrijving die mij direct een idee zou geven van het soort muziek dat Fish In A Birdcage maakt, maar het is ook niet heel makkelijk om de muziek van de Canadese muzikant in een hokje te duwen.

Mentors laat flink wat invloeden uit de chamber pop horen, zeker wanneer de cello een voorname rol speelt, maar de muziek van Fish In A Birdcage heeft ook vaak een folky karakter. Hier blijft het niet bij, want de songs van Dustan Townsend hebben ook een indie vibe, zeker wanneer subtiele elektronica wordt ingezet.

In muzikaal opzicht klinkt de muziek op Mentors, met name de door de ingezette strijkers, vooral stemmig, zeker wanneer ook nog eens pianoklanken worden ingezet. Het klinkt allemaal mooi verzorgd en hier en daar zelfs wel wat gepolijst, maar de songs op Mentors hebben ook altijd een eigenzinnig randje.

Dat randje komt deels van de stem van Dustan Townsend, die beschikt over een mooie stem, maar ook een stem die je niet direct verwacht in door folk en chamber pop gedomineerde songs. Door de zang en het indie tintje dat de muzikant uit Calgary geeft aan zijn songs, heb ik uiteenlopende associaties bij beluistering van het album, maar het is lastig om de vinger er goed op te leggen.

Mentors komt voor mij uit de lucht vallen en de kans is groot dat het album vervolgens direct tussen wal en schip valt, want de meeste muziekmedia zijn momenteel aan het terugkijken en gaan er van uit dat er in het heden niet veel meer gebeurt. Daar ging ik zelf ook van uit, maar Mentors van Fish In A Birdcage weet twaalf songs lang de fantasie te prikkelen met songs die zich op eigenzinnige wijze bewegen tussen genres. De songs van Dustan Townsend zijn niet alleen fantasierijk, maar vermaken dankzij de fraaie klanken, de aansprekende zang en de beeldende songs ook verrassend makkelijk.

Ook de vorige 34 songs van Fish In A Birdcage moesten het overigens doen met bescheiden aandacht en dat is jammer, want Dustan Townsend slaagt er wat mij betreft in om iets toe te voegen aan alles wat er al is op het snijvlak van folk, chamber pop en indie, wat misschien geen heel breed ontgonnen terrein is, maar waarop Fish In A Birdcage ook weer niet de eerste is. Het muziekjaar 2024 zat er een week of twee geleden voor bijna iedereen op, maar Mentors van Fish In A Birdcage is een slotakkoord dat het beluisteren zeker waard is. Erwin Zijleman

FKA twigs - Eusexua (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: FKA twigs - EUSEXUA - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: FKA twigs - EUSEXUA
De Britse muzikante FKA twigs levert vroeg in het nieuwe jaar een geweldige en fascinerende popplaat af, die invloeden uit het verleden fraai combineert met invloeden uit het heden en invloeden uit de toekomst

Ik kon niet zo heel veel met de vorige albums van FKA twigs en had het deze week verschenen EUSEXUA daarom ook geen prominente plek gegeven op het stapeltje nieuwe albums, maar het nieuwe album van de Britse muzikante is een hele aanstekelijke maar ook hele interessante popplaat. Het is een popplaat die een paar keer met veel enthousiasme en energie de dansvloer op gaat, maar FKA twigs maakt op EUSEXUA ook tijdloze popmuziek en schuwt bovendien het experiment niet. Een aantal songs op het album liggen bijzonder lekker in het gehoor, terwijl een aantal andere songs net wat meer aandacht vragen, maar hoe vaker je naar het nieuwe album van FKA twigs luistert, hoe beter het wordt.

Ik ben zeker niet vies van pure pop, maar ondanks vele pogingen wilde het vorig jaar zo uitvoerig geroemde brat van Charli XCX, dat uiteindelijk nogal wat aansprekende jaarlijstjes aanvoerde, mij maar niet overtuigen en dat doet het albums overigens nog steeds niet. Ik had in het verleden hetzelfde met de muziek van de eveneens Britse popster FKA twigs, maar het deze week verschenen EUSEXUA gaat er bij mij in als koek.

Het alter ego van Tahliah Debrett Barnett heeft met EUSEXUA een album afgeleverd dat aan de ene kant modern klinkt, maar aan de andere kant ook doet denken aan popalbums uit het verleden. Die popalbums uit het verleden werden met name gemaakt door Madonna en zeker het album Ray Of Light uit 1998 lijkt een belangrijke inspiratiebron te zijn geweest voor het nieuwe album van FKA twigs.

Dat ligt vooral aan de elektronica die op het album is te horen. Die elektronica, op Ray Of Light van de hand van producer William Orbit, klonk op Ray Of Light hypermodern, maar op EUSEXUA heeft de elektronica deels een wat nostalgische vibe. FKA twigs is zeker niet in het verleden blijven hangen, want de elektronica op EUSEXUA klinkt zeker niet een album lang nostalgisch, maar bij vlagen ook hypermodern of zelfs futuristisch.

De Britse popster kon voor haar nieuwe album een beroep doen op een blik bekende producers. Vooral producers in de dance scene overigens, waardoor de meeste namen mij niet zoveel zeggen. Persoonlijk heb ik een duidelijke voorkeur voor de keuze van slechts één producer, want de consistentie is op EUSEXUA wel eens afwezig door de duidelijke voorkeuren van de verschillende producers.

FKA twigs heeft een album gemaakt dat absoluut een puur popalbum mag worden genoemd, maar vergeleken met de andere grote popalbums van de afgelopen jaren beweegt EUSEXUA zich in een aantal gevallen wat nadrukkelijker richting de dansvloer. Dat sluit niet altijd aan op mijn smaak, maar gelukkig worden de uitstapjes richting de dansvloer afgewisseld met experimentelere en meer pop getinte tracks.

Hier en daar hoor je songs die Madonna 25 jaar geleden graag gemaakt zou hebben, maar EUSEXUA bevat ook een aantal meer ingetogen tracks met veel subtielere klanken en mooie of juist vervormde vocalen van de Britse muzikante. Waar ik me bij het laatste album van Charli XCX maar blijf afvragen wat er zo bijzonder is aan de songs op het album, is dat me bij de songs van FKA twigs direct duidelijk.

EUSEXUA is een moderne popplaat die een beetje nostalgie niet schuwt, maar het is ook een popplaat die de fantasie bijna oneindig prikkelt. Hele mooie en sfeervolle passages kunnen zo maar omslaan in passages met ruwe en vervormde klanken en een hopeloos aanstekelijk popliedje kan zomaar omslaan in flink wat experiment of in een track die je ruw de dansvloer op sleurt.

Het ene moment hoor je Madonna, het volgende moment Kate Bush, maar uiteindelijk hoor je vooral FKA twigs. EUSEXUA is niet zo’n popalbum waarop ik echt bijna alles goed vind, zoals op het album van Billie Eilish uit 2024 of Chapell Roan uit 2023, want daarvoor beweegt FKA twigs zich ook wel wat buiten mijn comfort zone, maar de meeste tracks op het album zijn erg goed en het aantal tracks dat ook bij mij de fantasie prikkelt groeit bij iedere keer dat ik het album hoor. EUSEXUA is de eerste grote popplaat van 2025. Erwin Zijleman