MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Flasher - Love Is Yours (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Flasher - Love Is Yours - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Flasher - Love Is Yours
Flasher verruilt het wat donkere postpunk geluid van haar vorige album voor een zonnige mix van pop, rock en powerpop, wat even wennen is, tot de geweldige popsongs elkaar in razend tempo opvolgen

Constant Image van Flasher kon vier jaar geleden rekenen op zeer positieve recensies, maar zelf hoorde ik het album pas deze week. Het is een week waarin het nieuwe album van Flasher is verschenen. De band is inmiddels gereduceerd tot een duo en heeft niet alleen haar bassist verloren maar heeft bovendien afstand gedaan van de meeste invloeden uit de postpunk. De wat gruizige postpunk is verruild voor zonnige en melodieuze powerpop, die direct makkelijk in het gehoor ligt, maar ook verrassend knap in elkaar blijkt te steken, al hoor je dat pas wanneer je het album vaker hebt gehoord. Love Is Yours begon als een twijfelgevalletje, maar inmiddels is het voor mij een onbetwiste krent uit de pop.

Love Is Yours is het tweede album van de Amerikaanse band Flasher, maar mijn eerste kennismaking met de muziek van de band uit Washington D.C., die een paar jaar geleden begon als trio, maar inmiddels is gereduceerd tot een duo. Gitarist Taylor Mulitz en drummer Emma Baker raakten onderweg bassist Daniel Saperstein kwijt, wat niet alleen gevolgen heeft gehad voor de samenstelling van Flasher, maar ook voor de muziek die de band uit Washington D.C. maakt.

Ik heb uit nieuwsgierigheid voorganger Constant Image ook even beluisterd en dit album laat een wat donker en gruizig geluid horen met vooral invloeden uit de postpunk. Het is muziek die mij waarschijnlijk niet zou opvallen binnen het enorme aanbod van het moment, maar opvolger Love Is Your klinkt een stuk interessanter.

Flasher moet het na het vertrek van haar bassist doen zonder de aan postpunk herinnerende basloopjes en heeft vervolgens direct de meeste andere invloeden uit het genre ook maar overboord gegooid. Love Is Yours klinkt direct vanaf de eerste noten helderder dan zijn voorganger en is bovendien meer opgeschoven richting pop en rock. Het betekent overigens niet dat invloeden uit de postpunk helemaal zijn verdwenen uit de muziek van het Amerikaanse duo, want af en toe hoor ik er nog wel wat, maar ze zijn zeker niet dominant genoeg om Love Is Yours een postpunk album te noemen.

Flasher heeft een album afgeleverd dat makkelijk in het gehoor ligt en dat me aan van alles en nog wat doet denken, zonder dat ik goed kan benoemen waar het nu precies op lijkt. Het is een album dat direct bij eerste beluistering aangenaam klinkt, maar ik ging er eerlijk gezegd van uit dat de popliedjes van Flasher hun smaak snel zouden verliezen. Dat valt gelukkig erg mee.

Zeker de wat naar powerpop neigende songs op het album blijven aangenaam hangen en bovendien bevat Love Is Yours ook een aantal songs die wat dieper graven. Samen met producer Owen Wuerker hebben Taylor Mulitz en Emma Baker een album gemaakt waarop gitaren, bas en drums zorgen voor een solide basis en waarop de over het algemeen subtiele bijdragen van keyboards voor de versiersels zorgen.

Emma Baker tekent wat vaker dan in het verleden voor de leadzang en dat is wat mij betreft een wijs besluit. Ook Taylor Mulitz zingt overigens prima met de koortjes van de twee Amerikaanse muzikanten als de kers op de taart. Love Is Yours jaagt er in 36 minuten dertien songs doorheen en het zijn songs, die zeker wanneer je het album wat vaker hoort, gevarieerder zijn dan bij eerste beluistering het geval lijkt. Het zijn ook lekker melodieuze songs, al is een bijzondere twist nooit heel ver weg.

In Nederland lees ik helemaal niets over het nieuwe album van Flasher en ook in de Verenigde Staten loopt het nog niet echt storm, maar door de recensies van Pitchfork en Paste werd ik toch nieuwsgierig naar dit album en het heeft me zeker niet teleurgesteld. Love Is Yours was zeker na eerste beluistering een twijfelgeval, maar langzaam maar zeker ben ik steeds meer onder de indruk geraakt van de bijzonder lekkere popliedjes van Taylor Mulitz en Emma Baker, die zich verrassend soepel bewegen tussen genres, maar uiteindelijk toch ook een consistent klinkend album hebben afgeleverd. Groeiplaatje. Erwin Zijleman

Fleet Foxes - Crack-Up (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fleet Foxes - Crack-Up - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

In 2008 verscheen vrijwel uit het niets het debuut van Fleet Foxes. Het debuut van de band uit Seattle, Washington, verraste met betoverend mooie folksongs en flink wat echo’s uit het verleden.

Door de meerstemmige zang lag de vergelijking met Crosby, Stills & Nash het meest voor de hand, maar de titelloze eerste plaat van Fleet Foxes herinnerde ook aan roemruchte platen van onder andere Fairport Convention, The Beach Boys en Simon & Garfunkel.

De band uit Seattle verwerkte deze invloeden in songs die je na één keer horen dierbaar waren en het was dan ook niet verrassend dat de plaat in flinke aantallen over de toonbank ging en aan het eind van 2008 in flink wat jaarlijstjes in de hogere regionen opdook.

Op het na een pauze van drie jaar verschenen Helplessness Blues ging Fleet Foxes in 2011 verder waar het debuut drie jaar eerder was opgehouden en maakte het opnieuw indruk met prachtige folksongs, die hier en daar voorzichtig het experiment opzochten.

Sinds Helplessness Blues is het precies zes jaar stil gebleven. Lang leek het er op dat de band rond voorman Robin Pecknold er het bijltje bij neer zou gooien, maar de laatste maanden waren er toch weer flink wat geruchten over een nieuwe plaat van Fleet Foxes. Volgens deze geruchten zou Fleet Foxes volledig hebben gebroken met de indie-folk van de eerste twee platen en zou de band de progrock hebben omarmd.

Nu Crack-Up eindelijk is verschenen blijkt het allemaal wel mee te vallen. Een ieder die op zoek gaat naar invloeden uit de progrock, zal op Crack-Up hier en daar wat invloeden van de vroege platen van Yes ontwaren, maar op hoofdlijnen heeft Fleet Foxes een plaat gemaakt die een logisch vervolg is op het zes jaar oude Helplessness Blues.

Ook op Crack-Up maakt Fleet Foxes muziek die in het hokje indie-folk past en zijn er flarden te horen van de grote platen van Crosby, Stills & Nash en Fairport Convention. In vocaal opzicht doet het me wat meer denken aan Simon & Garfunkel, terwijl in muzikaal opzicht meer invloeden van The Beach Boys hoorbaar zijn.

Fleet Foxes verrast ook op Crack-Up weer met hele mooie songs, maar het zijn songs die weer net wat dieper graven dan op de vorige plaat van de band. Fleet Foxes zoekt op Crack-Up nog veel nadrukkelijker dan op de vorige plaat het experiment. De songs op de plaat zitten vol dynamiek en verrassing, Ingetogen passages worden afgewisseld met eclectische passages en met name in de passages waarin de vocalen ontbreken verkent Fleet Foxes nieuwe wegen.

Hier en daar is zoals gezegd een vleugje progrock te horen, maar invloeden uit de psychedelica zijn veel duidelijker aanwezig. In 55 minuten komen 11 tracks voorbij en met name de wat langere tracks op de plaat moet je meerdere keren horen voor je ze op de juiste waarde kunt schatten.

De experimenteerdrift van Fleet Foxes moet ook direct wat gerelativeerd worden. Hier en daar wordt de plaat al vergeleken met platen waarop het roer volledig werd omgegooid als Radiohead’s Kid A of Wilco’s Yankee Hotel Foxtrot, maar dat vind ik wat overdreven. Fleet Foxes zoekt zeker het experiment, maar heeft haar vertrouwde geluid behouden.

Het is een geluid dat dankzij de vernieuwende impulsen de afgelopen 9 jaar alleen maar mooier en interessanter is geworden, zodat de niet meer verwachte comeback van Fleet Foxes er een is om heel blij van te worden. Erwin Zijleman

Fleet Foxes - Shore (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fleet Foxes - Shore - dekrentenuitdepop.blogspot.com

De herfst is begonnen en Fleet Foxes levert de soundtrack, die weer wat dichter tegen het vroege werk van de band kruipt, maar het avontuur van het vorige album niet is vergeten

Precies op het moment dat de herfst begon dook Fleet Foxes, vrijwel uit het niets, op met een nieuw album. Het is een album dat wat minder het experiment opzoekt dan het vorige album van de band en weer wat meer klinkt als de eerste twee albums. Fleet Foxes is het avontuur echter niet helemaal vergeten en kleurt de songs op haar nieuwe album prachtig in. Het zijn songs die hier en daar herinneren aan folkrock uit een verleden, maar Fleet Foxes heeft ook eigentijdse accenten verstopt in haar muziek. De instrumentatie is, net als de koortjes, prachtig, de zang is karakteristiek en de songs zijn niet alleen aangenaam, maar ook bijzonder mooi. En ze worden alleen maar mooier.

Bijna uit het niets is vorige week, precies bij de start van de herfst, een nieuw album van de Amerikaanse band Fleet Foxes verschenen. Shore is de opvolger van het ruim drie jaar geleden verschenen Crack-Up, dat experimenteerde met wat nieuwe invloeden, waaronder invloeden uit de jazz en de progrock. Het is een lijn die niet wordt doorgetrokken op Shore, want het nieuwe album van Fleet Foxes lijkt weer wat meer op de eerste twee albums van de band.

Het terecht bejubelde debuut van de band uit Seattle, Washington, is inmiddels twaalf jaar oud en Fleet Foxes is met Shore toe aan haar vierde album. Heel productief is de band misschien niet, maar met de kwaliteit zit het tot dusver wel goed. Shore gaat daar niets aan veranderen, want ook het nieuwe album van Fleet Foxes is weer een uitstekend album.

Het ongebreidelde experiment van het vorige album wordt dit keer grotendeels achterwege gelaten, maar het is zeker niet zo dat Fleet Foxes fantasieloos voortborduurt op het geluid van haar eerste twee albums. Shore combineert de schoonheid en nostalgie van de eerste twee albums van de band wel degelijk met het nodige avontuur, al staan de aangenaam in het gehoor liggende songs dit keer centraal.

De release van Shore viel samen met de start van de herfst en dat is niet voor niets. Fleet Foxes heeft met haar nieuwe album immers een perfecte soundtrack voor het net begonnen seizoen afgeleverd. Het is een soundtrack die, net als de eerste twee albums van Fleet Foxes, met veel gevoel invloeden uit het verleden verwerkt. Folkrock en Westcoast pop hebben hun sporen nagelaten in de songs op Shore, maar Fleet Foxes is zeker geen band die in het verleden is blijven steken.

Zeker wanneer de koortjes herinneren aan Crosby, Stills & Nash en The Beach Boys doet Shore wat nostalgisch aan, maar Fleet Foxes klinkt minstens net zo vaak eigenzinnig en eigentijds en roept bij mij ook met grote regelmaat associaties op met de muziek van de Britse band Elbow. Het heeft alles te maken met de instrumentatie die de invloeden van lang geleden voorziet van een bijzonder eigentijds klankentapijt.

Shore dook deze week op uit het niets, maar het is een album dat zeker niet in een vloek en een zucht is gemaakt. Er is hoorbaar heel veel aandacht besteed aan de arrangementen en instrumentatie, waarin van alles opduikt, variërend van een prachtige vrouwenstem en een kinderkoor tot steeds weer andere fraaie accenten van uiteenlopende instrumenten, met vaak een hoofdrol voor de ritmes.

Waar voorganger Crack-Up het je nog wel eens lastig maakte, streelt Shore continu het oor. Hier en daar drijft een donkere wolk voorbij, maar de herfst van Fleet Foxes is ook een Indian summer, waarin de zon nog bijzonder aangenaam kan schijnen. Het kabbelt allemaal zo aangenaam voort dat ik me bij eerste beluistering nog afvroeg of het nieuwe album van de Amerikaanse band nog wel onderscheidend genoeg is, maar hoe vaker ik naar Shore luister hoe mooier en veelzijdiger het album wordt. Vooral de tweede helft van het album is van een enorm hoog niveau..

De instrumentatie en arrangementen zijn werkelijk prachtig en leggen steeds meer avontuur bloot, maar ook de bijzondere stem van voorman Robin Pecknold, die overigens ook de meeste instrumenten bespeelde, draagt nadrukkelijk bij aan de schoonheid van het volgende prachtalbum in het oeuvre van Fleet Foxes. Erwin Zijleman

Fleetwood Mac - Fleetwood Mac (1975)

poster
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fleetwood Mac - Fleetwood Mac, reissue - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De afgelopen jaren zijn Rumours, Tusk, Mirage en Tango In The Night uitgebracht in luxe en uitgebreide edities. Het zijn de bekendste platen van het Fleetwood Mac dat halverwege de jaren 70 een nieuwe impuls kreeg door de komst van Stevie Nicks en Lindsey Buckingham, waardoor de wat ingekakte Britse bluesband kon uitgroeien tot één van de meest succesvolle bands uit de geschiedenis van de popmuziek.

Nu worden er de afgelopen jaren wel heel reissues op de markt gezet, waarbij de prijzen flink oplopen en met name het bonusmateriaal vaak wat tegenvalt. De reissues van het werk van Fleetwood Mac uit de periode waarin de band floreerde behoorden tot de positieve uitzonderingen, al was het jammer dat het in 1975 verschenen titelloze album van de band vooralsnog buiten de boot leek te vallen.

Dat is gelukkig niet gebeurd, want na de eerder genoemde platen is nu ook Fleetwood Mac uit 1975 verschenen in een aantal nieuwe uitvoeringen. De plaat uit 1975 is de eerste plaat waarop Stevie Nicks en Lindsey Buckingham deel uit maakten van de band en uiteraard zijn ook Christine McVie, John McVie en Mick Fleetwood van de partij.

Christine McVie heeft op de plaat uit 1975 nog een flinke vinger in de pap, maar de machtsgreep van Stevie Nicks en Lindsey Buckingham, die op het in 1973 verschenen Buckingham Nicks al hadden laten horen waartoe ze in staat waren, is overduidelijk.

Fleetwood Mac uit 1975 heeft niet dezelfde status als Rumours en Tusk, maar er gingen uiteindelijk een slordige 8 miljoen exemplaren over de toonbank, waarmee de plaat het niet slecht doet in de lijst met best verkochte platen. Belangrijker is dat de eerste plaat met Stevie Nicks en Lindsey Buckingham niet onder doet voor de platen die zouden volgen (en beter is dan bijvoorbeeld Mirage en Tango In The Night).

Op Fleetwood Mac is de blauwdruk te horen voor de twee legendarische opvolgers, terwijl de plaat met Rhiannon en Landslide twee van de betere popsongs van Fleetwood Mac bevat (Rhiannon vind ik persoonlijk zelfs het allerbeste popliedje van de band).

Het mooie van de eerste plaat van het nieuwe Fleetwood Mac is dat het geluid van de band nog net wat ruwer is. Er wordt overduidelijk gesleuteld aan een blinkend Westcoast pop geluid, maar het is nog werk in uitvoering, wat absoluut zijn charme heeft.

Ik geef eerlijk toe dat ik zelf ook meestal Rumours of Tusk op de platenspeler leg of in de cd speler stop, maar ook de eerste plaat van het vernieuwde Fleetwood Mac verdient alle aandacht.

En net zoals bij de vorige Fleetwood Mac reissues is ook bij de reissue van deze plaat het bonusmateriaal op orde. De vele outtakes laten mooi horen hoe Stevie Nicks en Lindsey Buckingham het geluid van Fleetwood Mac transformeerden. Het vele live materiaal op de luxe editie is misschien nog wel interessanter, al is het maar omdat Lindsey Buckingham laat horen dat hij ook met het oude bluesy materiaal van de band uit de voeten kan en de band laat horen dat het de songs van de plaat lekker rauw kan spelen.

Genoeg redenen om ook deze Fleetwood Mac reissue toe te voegen aan het fraaie stapeltje van de afgelopen jaren. Erwin Zijleman

Fleetwood Mac - Mirage (1982)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fleetwood Mac - Mirage, Expanded Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Fleetwood Mac was in de late jaren 60 en vroege jaren 70 een psychedelische bluesrock band, maar onderging halverwege de jaren 70 een ware metamorfose.

Bij Fleetwood Mac denk ik nog altijd vooral aan de briljante reeks Fleetwood Mac (1975), Rumours (1977) en Tusk (1979).
Het zijn platen die ik alle drie koester als klassiekers.

Van de platen die na deze geweldige reeks zijn verschenen, heb ik alleen het hooguit redelijke live-album Fleetwood Mac Live uit 1980 en het bij vlagen goede Tango In The Night uit 1987 in huis.

Mirage uit 1982 had ik nog nooit gehoord, tot een paar dagen geleden de luxe reissue van deze plaat op de mat viel. Informatie op het Internet leert me dat de plaat vooral door Lindsey Buckingham wordt verafschuwd, maar ik ben zelf zeer aangenaam verrast door de plaat.

Wanneer ik Mirage vergelijk met de hierboven genoemde klassiekers uit het oeuvre van Fleetwood Mac, kan ik concluderen dat Mirage waarschijnlijk het dichtst bij Fleetwood Mac uit 1975 ligt.

Mirage moet het doen zonder de experimenteerdrift van Tusk en mist ook de emotionele lading van Rumours, maar het is een prima plaat vol nagenoeg perfecte popliedjes. Omdat de band niet heel erg nadrukkelijk buiten de lijntjes kleurt en de onderlinge spanningen van Rumours hebben plaatsgemaakt voor een professionele relatie, klinkt Mirage wat lichtvoetiger dan de erkende meesterwerken van Fleetwood Mac, maar met de kwaliteit van de songs is echt niet mis.

Lindsey Buckingham, Stevie Nicks en Christine McVie dragen alle drie songs met een inmiddels uit duizenden herkenbaar eigen stempel aan, John McVie en Mick Fleetwood vormen nog altijd de oerdegelijke basis, terwijl Richard Dashut en Ken Caillat de plaat hebben voorzien van een wat gepolijste maar ook gloedvolle productie.

De band verbleef maanden in Le Château in Hérouville, Frankrijk, en bracht hiernaast nog de nodige tijd door in twee studio’s in Los Angeles. Het is te horen, want Mirage klinkt zeer verzorgd en meer dan eens vrijwel onweerstaanbaar.

Het album had ik zoals gezegd nog nooit gehoord, maar desondanks is Mirage een feest van herkenning. De singles Hold Me, Gypsy, Love In Store en Oh Diane, kent immers iedereen die in de vroege jaren 80 naar de radio luisterde.

Ik word niet heel vaak meer verrast door een reissue van een plaat uit het verleden, maar van deze kan ik voorlopig geen genoeg krijgen. Ook het bonusmateriaal is overigens dik in orde. Erwin Zijleman

Fleetwood Mac - Tango in the Night (1987)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fleetwood Mac - Tango In The Night (1987) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fleetwood Mac - Tango In The Night (1987)
Fleetwood Mac leverde na een bestaan als bluesband in de tweede helft van de jaren 70 een nagenoeg perfecte poptrilogie af, maar ook het uitstekende Tango In The Night uit 1987 mag best een klassieker worden genoemd

Ik was in 1987 niet zo onder de indruk van Tango In The Night van Fleetwood Mac, maar na de fraaie reissue uit 2017 ben ik het album anders gaan zien en horen en ben ik steeds meer onder de indruk geraakt van het album. Op Tango In The Night neemt Lindsey Buckingham de regie en sleept hij het succesvolle jaren 70 geluid van de band op knappe wijze de jaren 80 in. Lindsey Buckingham heeft het geluid van de band op Tango In The Night grondig gemoderniseerd, maar het klinkt nog altijd onmiskenbaar als Fleetwood Mac. De band leverde met Fleetwood Mac, Rumours en Tusk drie onbetwiste klassiekers af, maar Tango In The Night uit 1987 is er wat mij betreft ook een.

Fleetwood Mac heeft tussen 1968 en 2003 een fraai en buitengewoon fascinerend oeuvre opgebouwd. Het is een oeuvre dat in twee delen uiteenvalt, want de albums van de Britse bluesband (1967-1974) en de albums van de Brits-Amerikaanse popband (1975-heden) zijn niet met elkaar te vergelijken. De bluesband Fleetwood Mac kwam volgens de critici tot een ruime handvol vijfsterrenalbums, terwijl de popband Fleetwood Mac volgens dezelfde critici blijft steken op drie klassiekers.

Fleetwood Mac uit 1975, Rumours uit 1977 en Tusk uit 1979 zijn inderdaad drie geweldige albums, die decennia later nog niets van hun kracht hebben verloren, maar aan dit drietal voeg ik persoonlijk het in 1987 verschenen Tango In The Night toe. Daar dacht ik in 1987 overigens nog heel anders over, want toen de band in dat jaar eindelijk de opvolger van het in 1982 verschenen Mirage uitbracht, vond ik Tango In The Night, net als Mirage, een album met een paar aardige tracks, maar ook echt niet veel meer dan dat. Ik leerde Tango In The Night eigenlijk pas waarderen in 2017 toen de 40th Anniversary Edition van het album verscheen en sindsdien is de liefde voor het laatste echt goede album van de roemruchte band alleen maar gegroeid.

Tango In The Night is gemaakt met de bezetting die in de tweede helft van de jaren 70 met zoveel succes aan de weg timmerde en het is een album waarop Lindsey Buckingham, die in eerste instantie werkte aan een soloalbum, maar uiteindelijk besloot om er een bandalbum van te maken, de touwtjes stevig in handen heeft. Hij zou de band na het album (tijdelijk) verlaten, maar op Tango In The Night is hij bepalend als songwriter, zanger, gitarist en producer.

De Amerikaanse muzikant zou in zijn huisstudio zo’n anderhalf jaar sleutelen aan het album en hierbij gebruik maken van de opnametechnieken en apparatuur die sinds de tweede helft van de jaren 70 een reuzensprong hadden gemaakt. Lindsey Buckingham slaagt er op Tango In The Night in om het zo succesvolle en in artistiek opzicht zeer geslaagde jaren 70 geluid van Fleetwood Mac de jaren 80 in te trekken. Dat hoor je vooral in de nadrukkelijke aanwezigheid van synthesizers op het album, maar ook de productie van het album en het geweldige gitaarwerk verschillen flink van die van de albums uit de jaren 70.

Tango In The Night leverde met Big Love, Everywhere, Seven Wonders en Little Lies een fraaie serie hitsingles op, maar het album is, net als de albums uit de jaren 70, veel meer dan een serie singles. Het is een album dat eigenlijk geen zwakke momenten kent, al vind ik de singles wel de sterkste tracks.

Op Tango In The Night springen de bijdragen van Lindsey Buckingham en Christine McVie het meest in het oor. Stevie Nicks kon slechts in beperkte mate meewerken aan het album vanwege haar worsteling met een cocaïneverslaving, maar gelukkig is haar zo karakteristieke stem wel te horen.

Ik was in 1987 zoals gezegd maar matig te spreken over de songs op Tango In The Night, maar zeker bij beluistering met de koptelefoon (die in 1987 ook nog lang niet zo goed waren als nu) hoor je goed hoe knap het allemaal in elkaar steekt, hoe mooi het geluid op het album is en hoe goed de songs zijn.

Fleetwood Mac zou na Tango In The Night nog drie studioalbums maken. Behind The Mask (1990) en Time (1995) werden gemaakt zonder Lindsey Buckingham (de laatste ook zonder Stevie Nicks) en zijn de zwakke broeders in het oeuvre van de popband Fleetwood Max. De wel weer met Lindsey Buckingham en Stevie Nicks gemaakte zwanenzang Say You Will (2003) was een stuk beter, maar het hoge niveau van Tango In The Night en de drie albums uit de jaren 70 werd niet meer gehaald. Erwin Zijleman

Fleetwood Mac - Tusk (1979)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fleetwood Mac - Tusk Expanded Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

December is traditiegetrouw de maand van de reissues en ook dit jaar verschijnen er weer heel wat. Een van de meest waardevolle is voor mij de Expanded Edition van Fleetwood Mac’s Tusk.

Tusk verscheen in 1979 en was de opvolger van het in 1977 verschenen Rumours, dat in onwaarschijnlijke aantallen over de toonbank ging en direct na de release uitgroeide tot een onbetwiste klassieker.

Over Tusk waren de meningen 36 jaar geleden echter behoorlijk verdeeld. Tusk werd in eerste instantie gezien als een complete mislukking en als een plaat waarop de waanzin definitief had toegeslagen binnen Fleetwood Mac.

Nu verkeerde de band in 1979 in een deplorabele toestand. Waar de band op Rumours inspiratie haalde uit alle persoonlijke ellende, probeerde Fleetwood Mac op Tusk de boel bij elkaar te rapen op alle puinhopen van de jaren ervoor en dat lukte maar ten dele.

Door alle liefdesbreuken was Tusk een plaat van eenlingen. Van deze eenlingen leken de twee vrouwen in de band er het best aan toe. De songs die Christine McVie en Stevie Nicks aandroegen liggen nog redelijk in het verlengde van de songs op Rumours, al ontbrak in de meeste gevallen de hitpotentie (een van de weinige uitzonderingen is het door Stevie Nicks geschreven Sara). Lindsey Buckingham experimenteerde er op Tusk echter vrolijk op los in songs die in 1979 niet werden begrepen.

Tusk kwam mede hierdoor niet in de buurt van het succes van Rumours, maar wat is het achteraf bezien een mooie en bijzondere plaat. Tusk wordt tegenwoordig vaak vergeleken met The White Album van The Beatles en dat is geen compleet onzinnige vergelijking. Fleetwood Mac deed op Tusk geen zinloze poging om de eerdere successen te benaderen of zelfs te overtreffen, maar ging op zoek naar iets nieuws.

Dit nieuws werd gevonden in songs die misschien niet zo bekend zijn als de hits van Rumours, maar de tand des tijd misschien wel beter hebben doorstaan. Het zorgt ervoor dat de critici Tusk inmiddels beter vinden dan het onaantastbaar geachte Rumours en ik ben het hier mee eens.

De bonte collectie songs op Tusk zit vol ruwe diamanten en wilde parels en is in de afgelopen 36 jaar geëvolueerd van los zand tot een zeer coherente serie wereldsongs. De Expanded Edition komt met twee extra cd’s boordevol bonusmateriaal, waaronder live materiaal (de Deluxe Edition voegt nog twee schijven met live-opnames toe) en nog veel interessantere outtakes die goed laten horen hoe zeer Fleetwood Mac zoekende was tijdens de opnames van Tusk. Het maakt de inmiddels tot een onbetwiste klassieker uitgegroeide plaat nog wat waardevoller. Erwin Zijleman

Fleur - Bouquet Champ​ê​tre (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fleur - Bouquet Champêtre - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fleur - Bouquet Champêtre
Fleur heeft het geluid van haar geweldige debuutalbum nog wat verder geperfectioneerd en is op haar tweede album Bouquet Champêtre de Yé-yé girl waarvoor Serge Gainsbourg als een blok zou zijn gevallen

In de herfst van 2020 dook Fleur op met haar debuutalbum, dat klonk als een vergeten popalbum uit het Parijs van de jaren 60. Fleur bleek echter gewoon uit Brabant te komen en maakte met twee leden van The Kik een album dat in Frankrijk helaas al lang niet meer gemaakt wordt. Fleur herhaalt dit kunstje op Bouquet Champêtre, dat ze wederom maakte met twee leden van The Kik. Het tweede album van de Brabantse muzikante is nog veel beter dan haar debuutalbum en bovendien een stuk veelzijdiger. Bouquet Champêtre is een album vol betoverend mooie Franse popliedjes en het is ook nog eens een album dat je humeur een enorme boost geeft. Heerlijk album!

Ik liet me net iets meer dan twee jaar geleden bijzonder makkelijk verleiden door het titelloze debuutalbum van Fleur. Het was een album dat je in één keer het Parijs van de jaren 60 in sleepte en het was bovendien een album waarvan je alleen maar heel erg vrolijk of zelfs zielsgelukkig kon worden.

Fleur klonk op haar debuutalbum als een onvervalste ‘Yé-yé girl’ uit de jaren 60 en had zomaar een vergeten protegee van Serge Gainsbourg kunnen zijn. Fleur kwam echter niet uit het Parijs van de jaren 60, maar uit ons eigen Brabant van nu. Haar debuutalbum was dan ook niet geproduceerd door Serge Gainsbourg, maar door Arjan Spies en Dave Von Raven, die we kennen van de Rotterdamse band The Kik.

Een enkeling maakte zich druk om de niet helemaal perfecte uitspraak van het Frans, maar ik sloot Fleur (Henkelman) onmiddellijk in het hart. Dat deed ook het Excelsior label, want op dit label verscheen deze week het tweede album van Fleur. Bouquet Champêtre laat direct vanaf de eerste noten horen dat de Brabantse zangeres een nog wat perfectere ‘Yé-yé girl’ is geworden.

De Brabantse muzikante heeft het genre dat aan het begin van de jaren 60 ontstond en dat het Franse chanson vermengde met Amerikaanse en Britse rock ’n roll, op haar tweede album nog wat beter in de vingers en hoewel mijn Frans niet goed genoeg is om de uitspraak te beoordelen, klinken de songs op Bouquet Champêtre wat mij betreft heerlijk authentiek.

Fleur is op de cover van haar nieuwe album omgeven door bont gekleurde bloemen en die symboliseren wat mij betreft de songs op het album. Bouquet Champêtre is een veelzijdiger album dan het debuut van Fleur en kan zowel uit de voeten met vintage Yé-yé als met wat lieflijkere of juist melancholischere Franse popsongs.

Haar platenlabel geeft aan dat het album is geïnspireerd door albums als Pet Sounds van The Beach Boys, Odessey And Oracle van The Zombies en 1968 van France Gall en door de Motown soul. Mijn fantasie rijkt niet ver genoeg om dat allemaal te horen op Bouquet Champêtre, al hoor ik het vleugje Motown wel, maar dat het tweede album van Fleur een verrassend veelkleurig karakter is, is zeker.

Dave Von Raven was deze keer kennelijk niet beschikbaar, maar Arjan Spies tekent wederom voor de productie, dit keer bijgestaan door The Kik collega Paul Zoontjens (a.k.a. Simon Keats). Het is, net als op het debuut van Fleur, een productie die de sfeer van de jaren 60 perfect weet te vangen. De Nederlandse muzikanten tekenen overigens ook voor de geweldige instrumentatie vol nostalgie en een beetje weemoed.

Bouquet Champêtre klinkt nog wat mooier en authentieker dan zijn voorganger en is bovendien een album waarvan je, ondanks alle melancholie, ontzettend vrolijk wordt. Vergeleken met haar debuutalbum is Fleur beter gaan zingen en ook de songs van de Brabantse muzikante zijn alleen maar beter geworden.

Bouquet Champêtre is het soort album dat in Frankrijk nauwelijks meer gemaakt wordt, maar onze eigen Fleur laat horen dat het genre waarin ze zich beweegt nog springlevend is en een stuk interessanter dan de wat eendimensionale Franse dance-pop, die momenteel domineert. Ik hoop dat Serge Gainsbourg hierboven wat meekrijgt van het tweede album van Fleur en weet bijna zeker dat hij tevreden zal glimlachen wanneer Bouquet Champêtre door de hemelse speakers klinkt. Erwin Zijleman

Fleur - Fille Sauvage (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fleur - Fille Sauvage - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fleur - Fille Sauvage
De Brabantse Yé-Yé girl Fleur leverde de afgelopen jaren twee uitstekende albums af met de muziek zoals die in het Parijs van de jaren 60 werd gemaakt en voegt nu een garagerock injectie toe die het nog wat leuker maakt

Binnen de Franse popmuziek van het moment hoor ik helaas nog maar weinig invloeden uit het Parijs van de jaren 60, maar gelukkig is Fleur er ook nog. De Nederlandse muzikante maakte al indruk op haar vorige twee albums, maar heeft haar geluid nog wat verder geperfectioneerd. De invloeden uit het Parijs van de jaren 60 van het debuutalbum kregen op het vorige album van Fleur al gezelschap van invloeden uit de psychedelica en op Fille Sauvage voegt ze er nog invloeden uit de garagerock aan toe. Verwacht geen scheurende gitaren, maar wel een net wat ruwer geluid dat uitstekend past bij de stem van Fleur, die inmiddels drie uitstekende albums met tijdloze Franse popmuziek op haar naam heeft staan.

Met Fleur (Henkelman) kreeg Nederland in de herfst van 2020 haar eigen Yé-Yé girl. Op haar titelloze debuutalbum sleurde de Brabantse muzikante je het Parijs van de jaren 60 in. De mix van Franse pop, rock ’n roll, filmmuziek en een snufje bossa nova klonk heerlijk authentiek maar slaagde er ook in om van de eerste tot en met de laatste noot meedogenloos te verleiden.

Het debuutalbum van Fleur werd geproduceerd door Arjan Spies en Dave Von Raven van The Kik, die ook tekenden voor de muziek en de songs, maar Serge Gainsbourg moet van hierboven goedkeurend hebben geluisterd en toegekeken. Wat mij betreft maakte Fleur een van de allerleukste Franstalige popalbums uit 2020, wat een groot compliment was en is voor de Brabantse muzikante.

Het debuutalbum van Fleur kreeg in het najaar van 2022 een vervolg met het nog betere Bouquet Champêtre. Op haar tweede album koos Fleur voor deels dezelfde producers (Arjan Spies deed het dit keer samen met Paul Zoontjens) en deels dezelfde invloeden, maar ze sleepte er ook nog flink wat andere invloeden uit de jaren 60 bij, waaronder flink wat psychedelica. Serge Gainsbourg keek in mijn recensie dit keer niet alleen goedkeurend toe, maar viel bovendien als een blok voor de muzikale charmes van Fleur.

We kunnen de klok er inmiddels op gelijk zetten, want twee jaar na Bouquet Champêtre en vier jaar na het debuutalbum is deze week met Fille Sauvage een nieuw album van Fleur verschenen. “If it ain't broke, don't fix it” is een wijsheid die in de ICT op gaat, maar wat mij betreft ook van toepassing is in de muziek. Fleur houdt zich er ook dit keer minimaals deels aan, want Arjan Spies tekende wederom voor de productie en invloeden uit het Parijs van de jaren 60 spelen ook op Fille Sauvage een voorname rol.

Toch klinkt het derde album van Fleur duidelijk anders dan zijn twee voorgangers. Voor de songs vertrouwde de Brabantse muzikante dit keer op Mark ten Hoor. Het is een naam die bij mij geen belletje deed rinkelen, maar de Nederlandse muzikant wordt op het Internet een cultheld genoemd en is bovendien de voorman van het garage rock trio The Kryng uit Meppel. Mark Ten Hoor schreef niet alleen de songs op het nieuwe album van Fleur, maar nam ook zijn medebandleden mee voor de muziek.

Het zorgt er voor dat Fille Sauvage een stuk ruwer klinkt dan zijn twee voorgangers. Invloeden uit de garagerock hebben op subtiele wijze hun weg gevonden naar de songs van Fleur en blenden verrassend goed met de invloeden die we kennen van haar vorige twee albums. De Brabantse muzikante maakt nog altijd totaal andere muziek dan de meeste Franse muzikanten van het moment, maar wat klinkt het weer lekker.

Garage meets Yé-yé pop of een mix van The Troggs en The Kinks met de elegantie van Françoise Hardy noemt Fleur het zelf en dat zijn mooie omschrijvingen. De combinatie van twee verschillende werelden werkt uitstekend, want het wat ruwere geluid met heerlijk gruizig gitaarwerk past uitstekend bij de stem van Fleur, die in vocaal opzicht steeds beter wordt. Fleur heeft op Fille Sauvage een nieuw geluid gevonden. Het bevalt mij uitstekend, maar ik ga er van uit dat Serge Gainsbourg ook dit keer weer onder de indruk is van de bijzondere charmes van Fleur uit Nederland. Erwin Zijleman

Fleur - Fleur (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fleur - Fleur - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fleur - Fleur
Fleur sleurt je met haar sprankelende en verleidelijke debuut zo het Parijs van de jaren 60 in, waar niemand minder dan Serge Gainsbourg goedkeurend toekijkt

Laat het debuut van Fleur uit de speakers komen en je waant je op een andere plek en in een andere tijd. Het zou zomaar een reissue van een obscuur album van een protegé van Serge Gainsbourg kunnen zijn, maar Fleur komt gewoon uit ons eigen Brabant en heeft voor de productie van haar debuut vertrouwd op de kunsten van Arjan Spies en Dave Von Raven, die we natuurlijk kennen van The Kik. Het klinkt allemaal heerlijk nostalgisch, maar de zon gaat ook direct weer schijnen als de muziek van Fleur uit de speakers komt en wat is Parijs opeens dichtbij. Het is allemaal heel knap gemaakt, maar wat klinkt het ook lekker.

Of het aan de corona pandemie ligt weet ik niet, maar feit is wel dat ik dit jaar veel minder leuke en/of interessante Franstalige albums voorbij heb zien komen dan in de afgelopen jaren. Afgelopen week vond ik er gelukkig eindelijk weer eens een en het titelloze debuut van Fleur is echt een hele aangename.

Laat het debuut van Fleur uit de speakers komen en je wordt direct het Parijs van de jaren 60 ingesleurd. Fleur vermaakt en verleidt met een zwoele mix van Franse pop, rock ’n roll, filmmuziek en een snufje bossa nova. Het is muziek die ongetwijfeld het goedkeuringsstempel zou hebben gekregen van Serge Gainsbourg, die een album als dit graag zou hebben geproduceerd. Een beter compliment kun je natuurlijk niet krijgen met een album met Franstalige muziek.

Bij eerste beluistering heb ik overigens wel drie keer gekeken of het geen re-release van een album van flink wat decennia geleden en een productie van de grote Serge Gainsbourg betrof, want alles op het debuut van Fleur ademt het Frankrijk en met name Parijs van de jaren 60. Maar nee, het debuut van Fleur is echt uit 2020.

Volgende vraag is wie Fleur nu eigenlijk is. Haar bandcamp pagina biedt niet op het eerste gezicht niet heel veel informatie: “Here's Fleur! Yé-Yé girl avant la lettre. She's has the looks, the moves and a voice that sounds like a cool breeze on a hot summer day. Yé-Yé!!! Go-Go!!!” Allemaal waar overigens, maar waarom staat er Netherlands onder haar naam en waarom heeft ze Arjan Spies en Dave Von Raven, die we kennen van The Kik, ingehuurd als producers.

Het zal duidelijk zijn welke kant dit op gaat. Fleur, of Fleur Elman zoals ze zich volledig noemt, komt niet uit Frankrijk, maar uit ons eigen Brabant en heet eigenlijk Floor Henkelman. Deze Floor Henkelman speelde de afgelopen jaren in een aantal andere bands, maar kan zich nu volledig gaan richten op haar carrière als zuchtmeisje.

Het debuut van Fleur is minstens net zo verleidelijk als de albums van de zuchtmeisjes van de afgelopen twee decennia, maar gaat zoals gezegd veel verder terug in de tijd. Het debuut van de Brabantse muzikante klinkt vaak nostalgisch en dat kunnen we best gebruiken in deze bijzondere tijd. Aan de andere kant klinken de popliedjes op het album absoluut fris en zijn het popliedjes die de donkere herfstwolken nog even buiten de deur houden.

Fleur beschikt over een aangenaam stemgeluid dat perfect past bij de muziek die ze maakt en ze vertolkt haar songs bovendien met de nodige flair. Minstens even interessant is de instrumentatie op het album, die het geluid van heel wat decennia geleden nauwkeurig weet te reproduceren. Het is allemaal knap geproduceerd door Arjan Spies en Dave Von Raven, die de afgelopen jaren wel hebben bewezen dat ze precies weten hoe goede retro moet klinken.

In plaats van het debuut van Fleur kun je ook een album van een willekeurige protegé van Serge Gainsbourg uit de jaren 60 opzetten, maar het album van de Brabantse zangeres klinkt minstens net zo lekker en waarschijnlijk zelfs een stuk lekkerder. De Franse zangeressen laten het de laatste tijd wat afweten, maar na Tess Et Les Moutons laat ook Fleur horen dat het Franse muzikale erfgoed bij ons in goede handen is. Heerlijk album dit. Erwin Zijleman

Flo Morrissey - Tomorrow Will Be Beautiful (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit op de pop:
De krenten uit de pop: Flo Morrissey - Tomorrow Will Be Beautiful - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Flo Morrissey ziet er op de cover van haar debuut Tomorrow Will Be Beautiful wat jonger uit dan de 20 lentes die ze inmiddels telt, maar in muzikaal opzicht is de Britse singer-songwriter met Ierse wortels aanzienlijk ouder dan deze twintig lentes.

Bij beluistering van het debuut van Flo Morrissey moest ik afwisselend denken aan verschillende folkies uit vervlogen tijden. Tomorrow Will Be Beautiful heeft iets van de platen die folkies als Vashti Bunyan en Karen Dalton decennia geleden maakten, maar sluit ook aan bij de muziek uit de hoogtijdagen van de Laurel Canyon scene.

Het debuut van Flo Morrissey valt op door een wonderschone en vaak atmosferisch klinkende instrumentatie (die overigens voor een belangrijk deel door Flo Morrissey zelf werd ingespeeld), maar de meeste aandacht wordt getrokken door de bijzondere stem van de singer-songwriter uit Londen.

Het is een stem die makkelijk tegen de haren instrijkt en zeker niet bij iedereen in de smaak zal vallen, zeker niet wanneer je er voor het eerst mee wordt geconfronteerd. Zeker wanneer Flo Morrissey haar songs voorziet van vrij expressieve vocalen, klinkt haar stem afwisselend pastoraal en wat onvast, maar Flo Morrissey kan op haar debuut ook net zo zwoel en verleidelijk klinken als Lana Del Rey.

Persoonlijk hou ik wel van de vocalen van Flo Morrissey. Tomorrow Will Be Beautiful is een plaat vol emotie, die iets doet met de luisteraar die er voor open staat. Het is bovendien een stem die het uitstekend doet in de authentiek klinkende folksongs op Tomorrow Will Be Beautiful.

Toch beperkt Flo Morissey zich niet uitsluitend tot de folk. Producers Noah Georgeson en Philippe Zdar hebben de plaat voorzien van een bijzonder geluid vol invloeden. De songs van Flo Morrissey klinken vaak als oude folksongs, maar zeker wanneer de instrumentatie wat rijker is of is voorzien van Oosterse invloeden leunen ze ook tegen de psychedelica uit de jaren 60 aan, terwijl de songs vol strijkers opschuiven richting de singer-songwriter muziek uit de jaren 70.

Zeker wanneer je de plaat met de koptelefoon beluistert hoor je goed hoe mooi de plaat geproduceerd is en neemt ook de waardering voor de vocalen van Flo Morrissey toe. Dankzij de bijzondere instrumentatie en de opvallende vocalen wordt het debuut van Flo Morrissey inmiddels met van alles en nog wat vergeleken.

Het gekke is dat ik in eerste instantie weinig terug hoorde van vaak genoemde invloeden als Kate Bush, PJ Harvey, Jeff Buckley of zelfs Radiohead en eigenlijk alleen de invloeden van de genoemde folkies en zeker ook Nick Drake herkende, maar na verloop van tijd begon ik ook wel wat te horen van de andere namen.

Flo Morrissey heeft een debuut gemaakt vol verrassende wendingen en vol songs die nog heel lang aan kracht en diepte winnen. De instrumentatie van de plaat wordt hierdoor steeds mooier en bijzonderder, maar ook de stem van Flo Morrissey blijkt er een die steeds meer indruk maakt.

Ik heb het debuut van Flo Morrissey inmiddels even in huis en vind het na enige gewenning een even mooie als bijzondere plaat. Met name in Engeland wordt heel veel verwacht van deze pas 20 jarige muzikante. Afgaande op de torenhoge kwaliteit van Tomorrow Will Be Beautiful denk ik dat het wel goed gaat komen met Flo Morrissey. Ik ben in ieder geval fan. Erwin Zijleman

Flo Morrissey & Matthew E. White - Gentlewoman, Ruby Man (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Flo Morrissey & Matthew E. White - Gentlewoman, Ruby Man - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik hou absoluut van de soloplaten van Matthew E. White en ook de platen die hij tot dusver produceerde voor onder andere Natalie Prass en Cocoon vielen mij in zeer positieve zin op.

De samenwerking tussen de veelgevraagde en succesvolle muzikant/producer uit Richmond, Virginia, en de Britse singer-songwriter Flo Morrissey bekijk ik echter al sinds de eerste aankondiging met de nodige scepsis.

Flo Morrissey maakte in de zomer van 2015 een bescheiden meesterwerk in de vorm van het prachtige Tomorrow Will Be Beautiful. Op deze plaat vermengde de Britse folkie op geheel eigen wijze invloeden uit de Laurel Canyon scene uit de jaren 60 met invloeden uit de meer freaky folk uit dezelfde periode.

Dat is flink ver verwijderd van de muziek die Matthew E. White normaal gesproken maakt of produceert, waardoor ik geen hoge verwachtingen had van het deze week verschenen Gentlewoman, Ruby Man.

Het gekke is dat mijn bedenkingen tegen de samenwerking van de twee grotendeels terecht zijn gebleken, maar vreemd genoeg heeft de samenwerking tussen Matthew E. White en Flo Morrissey ook een goede of in ieder geval zeer aangename plaat opgeleverd.

Gentlewoman, Ruby Man moeten we maar niet vergelijken met het debuut van Flo Morrissey en als je die vergelijking eenmaal hebt losgelaten valt er op de eerste gezamenlijke plaat van Matthew E. White en Flo Morrissey best veel te genieten.

Op Gentlewoman, Ruby Man vertolken de twee uitsluitend covers en het is een opvallende serie songs die wordt vertolkt. Aan de ene kant heeft het gelegenheidsduo gekozen voor betrekkelijk onbekende songs uit het heden, maar hiernaast gaan Flo Morrissey en Matthew E. White ook aan de haal met klassiekers als Leonard Cohen’s Suzanne, de titeltrack van de Grease soundtrack, George Harrison’s Govindam en I Can’t Stand The Rain van Ann Peebles.

Alle songs worden gegoten in het geluid waarmee Matthew E. White en zijn Spacebomb label de afgelopen jaren zo opvallend en succesvol zijn geweest en het is een geluid dat stevig is beïnvloed door blue-eyed soul uit de jaren 70. Het is bovendien een geluid dat wordt ingekleurd met bijna overdadige en over het algemeen honingzoete arrangementen.

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker en bij vlagen zelfs onweerstaanbaar, maar ook in vocaal opzicht pakt de combinatie van Flo Morrissey en Matthew E. White verrassend goed uit. De stemmen van de twee vloeien mooi in elkaar over en kiezen niet altijd voor de gebaande paden, waardoor Gentlewoman, Ruby Man, ondanks de soms stokoude covers, een frisse en eigentijdse plaat is.

Nu gaan coverplaten over het algemeen snel vervelen, maar deze wint alleen maar aan kracht, zodat de tevreden glimlach van de eerste beluistering langzaam maar zeker plaats maakt voor bewondering voor de eigenzinnige en gewaagde samenwerking tussen twee bijzondere muzikanten.

Ik kijk vol verwachting uit naar de echte tweede plaat van Flo Morrissey, maar dit tussendoortje mag er absoluut zijn en smaakt ook stiekem naar meer. Erwin Zijleman

Flock of Dimes - Head of Roses (2021)

poster
4,0
volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Flock Of Dimes - Head Of Roses - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Flock Of Dimes - Head Of Roses
Jenn Wasner kennen we natuurlijk van het duo Wye Oak, maar de muziek die ze maakt met haar soloproject Flock Of Dimes bevalt me eerlijk gezegd een stuk beter en wordt steeds mooier

Head Of Roses is mijn eerste kennismaking met de muziek van Flock Of Dimes en het is er een die uitstekend bevalt. Ik was tot dusver niet zo gek op de muziek van Wye Oak, waar Jenn Wasner ook deel van uitmaakt, maar het tweede album van Flock Of Dimes is heel erg goed. Ik heb absoluut een voorkeur voor de meer organisch klinkende songs die zijn ingekleurd met gitaren of piano, maar zonder de songs vol bijzondere elektronica was Head of Roses waarschijnlijk niet zo’n bijzonder album geweest. Het is een album dat lak heeft aan genres en het is een album dat het je niet altijd makkelijk maakt, maar minstens net zo vaak imponeert met betoverend mooie songs.

Flock of Dimes - Head of Roses: Phantom Limb (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Flock Of Dimes - Head Of Roses: Phantom Limb - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Flock Of Dimes - Head Of Roses: Phantom Limb
Head Of Roses: Phantom Limb van Flock Of Dimes wordt mogelijk eenvoudig terzijde geschoven als tussendoortje, maar de aanvulling op het album van vorig jaar is echt een fantastisch album, dat de voorganger zelfs overtreft

Ik had nooit zoveel met de muziek die de Amerikaanse muzikante Jenn Wasner maakte met Wye Oak, maar mijn eerste kennismaking met haar project Flock Of Dimes was vorig jaar een zeer aangename. Het precies een jaar geleden verschenen Head Of Roses krijgt nu gezelschap van Head Of Roses: Phantom Limb, dat de boeken in zal gaan als tussendoortje. Met dit etiket doe je het album echter flink tekort. De verzameling nieuwe songs, demo’s en live-songs is namelijk van een ontzettend hoog niveau en onderstreept, nog meer dan zijn voorganger, wat een uitstekende zangeres Jenn Wasner is. Ik heb het meestal niet zo op dit soort tussendoortjes, maar dit is er een om eindeloos te koesteren.

Flock Of Dimes is een soloproject van de Amerikaanse muzikante Jenn Wasner, die we vooral kennen van het duo Wye Oak. Het laatste wapenfeit van Wye Oak, het goed ontvangen The Louder I Call, The Faster It Runs, is inmiddels alweer vier jaar oud, maar vorig jaar was er wel het uitstekende Head Of Roses van Flock Of Dimes. De muziek van het soloproject van Jenn Wasner beviel me eerlijk gezegd een stuk beter dan de muziek van Wye Oak. Het tweede album van Flock Of Dimes liet, vergeleken met de muziek van Wye Oak, een wat toegankelijker geluid horen, dat af en toe opschoof richting Amerikaanse rootsmuziek, maar waarin ook de elektronica ruim baan kreeg.

Ik was dan ook aangenaam verrast toen deze week alweer een nieuw album van Flock Of Dimes opdook in de releaselijsten. Die verrassing leek in eerste instantie van korte duur toen bleek dat het deze week verschenen Head Of Roses: Phantom Limb niet meer dan een aanvulling op of een tussendoortje na het album van vorig jaar is. Head Of Roses: Phantom Limb bleek echter al snel veel te mooi om als tussendoortje te worden bestempeld. Op het nieuwe album van Flock Of Dimes staan een aantal songs die in dezelfde periode werden geschreven als de songs die vorig jaar op Head Of Roses terecht kwamen, maar het nieuwe album bevat ook een aantal demo’s en live-opnamen.

Head Of Roses: Phantom Limb opent prachtig met een serie bijzonder fraai ingekleurde songs, die zowel ruimte bieden aan gitaren als aan elektronica. Het zijn songs die worden gedragen door de mooie stem van Jenn Wasner, die, meer dan bij Wye Oak, indruk maakt als zangeres. De eerste twee tracks op het nieuwe album hadden absoluut niet misstaan op het vorig jaar verschenen album en laten nog maar eens horen hoe mooi de muziek van Flock Of Dimes is.

Ik ben meestal niet zo gek op demo’s en outtakes, maar de alternatieve en uiterst ingetogen en rootsy versie van Price Of Blue, dat we al kennen van Head Of Roses, laat weer een andere kant van Jenn Wasner horen en is wat mij betreft raak. De twee nieuwe tracks die volgen zijn weer van het hoge niveau dat Flock Of Dimes vorig jaar aantikte en klinken heerlijk loom en dromerig. Het zijn songs die laten horen dat Jenn Wasner ook een kwalitatief hoogstaand gloednieuw Flock Of Dimes had kunnen maken, want met de songs die er al liggen is ze op zijn minst halfweg.

Head Of Roses: Phantom Limb vervolgt met twee live-tracks, die laten horen dat Flock Of Dimes ook op het podium de moeite waard is en die bovendien iets toevoegen aan de studioversies van het album van vorig jaar. Zeker in de wat soberder ingekleurde songs, is de stem van Jenn Wasner nog wat mooier dan we van haar gewend zijn en is kippenvel, in ieder geval bij mij, een zekerheid.

Head Of Roses: Phantom Limb bevat veertien songs en bijna een uur muziek en mindere momenten schitteren wat mij betreft door afwezigheid. Omdat de overlap met het vorig jaar verschenen album beperkt is en de nieuwe versies van bestaande songs flink afwijken van de originelen, vind ik Head Of Roses: Phantom Limb geen tussendoortje, maar een waardig opvolger van het vorig jaar verschenen album. Het is bovendien een opvolger die nog net wat meer indruk maakt en die doet uitzien naar veel meer muziek van dit bijzondere project. Erwin Zijleman

Flock of Dimes - The Life You Save (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Flock Of Dimes - The life You Save - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Flock Of Dimes - The life You Save
De Amerikaanse muzikante Jenn Wasner maakt inmiddels al heel wat jaren interessante muziek met Wye Oak en haar eigen project Flock Of Dimes, maar met het nieuwe album van het laatstgenoemde project zet ze een reuzenstap

Ik heb het in het verleden vaak geprobeerd met de muziek van het Amerikaanse duo Wye Oak, maar nadat ik het in eerste instantie meestal interessant vind, haak ik uiteindelijk iedere keer af. De muziek van Flock Of Dimes, een soloproject van Jenn Wasner, de helft van Flock Of Dimes, vond ik al een stuk beter, maar een album van het niveau van het deze week verschenen The Life You Save had ik niet verwacht. De songs op het album zijn allemaal even aangenaam, in muzikaal opzicht is het vijftig minuten smullen en dan is er ook nog eens de prachtige stem van Jenn Wasner, die nog niet eerder zo mooi klonk. Een daverende verrassing wat mij betreft dit nieuwe album van Flock Of Dimes.

Jenn Wasner maakte de afgelopen 15 jaar een aantal albums als lid van het duo Wye Oak, maar begon een kleine tien jaar geleden ook met haar soloproject Flock Of Dimes. Met de muziek van Wye Oak heb ik nooit zoveel gehad, al maakt het duo dat naast Jenn Wasner bestaat uit Andy Stack zeker interessante muziek. De muziek van Flock Of Dimes bevalt me vooralsnog een stuk beter, al vond ik het in 2016 verschenen debuutalbum van het project nog niet heel overtuigend.

De twee albums die volgden, Head Of Roses uit 2021 en de een jaar later verschenen aanvulling Head Of Roses: Phantom Limb, vond ik een stuk beter en zeker goed genoeg voor een plekje op de krenten uit de pop. Head Of Roses en de follow-up zijn albums met meerdere en minstens twee gezichten. In een aantal tracks op deze albums pakt Jenn Wasner uit met flink wat elektronica en is ze niet eens zo heel ver verwijderd van de muziek van Wye Oak, maar in een aantal andere tracks schuift de muzikante uit Baltimore, Maryland, op richting Amerikaanse rootsmuziek en maakt ze indruk met ingetogen en folky tracks.

Op het deze week verschenen The Life You Save voegt Jenn Wasner nog een derde gezicht toe aan de muziek van Flock Of Dimes of combineert ze alle invloeden juist tot één gezicht. De Amerikaanse muzikante kiest dit keer voor een lekker dromerig geluid en het is een geluid dat zich vrijwel onmiddellijk als de spreekwoordelijke warme deken om je heen slaat. Het klinkt flink anders dan de muziek op de vorige albums van Flock Of Dimes en totaal anders dan de muziek van Wye Oak, maar wat klinkt het aangenaam.

De warme klanken van Flock Of Dimes gaan zeker muzikale troost bieden tijdens de vele donkere dagen die er aan komen, maar het is ook absoluut een interessant album. Jenn Wasner maakte het nieuwe album van haar project met een aantal gastmuzikanten, die een heel arsenaal aan instrumenten toevoegen aan het geluid van Flock Of Dimes. Het is een mooi en interessant geluid dat de ene keer wordt voorzien van bijzonder sfeervolle bijdragen van de pedal steel, de volgende keer met wolken elektronica en incidenteel met wat stekeligere bijdragen van onder andere elektrische gitaren.

Gemene deler is dat de muziek op The Life You Save altijd warm, sfeervol en buitengewoon verzorgd klinkt. Het is muziek om lekker bij te luieren, al is het zonde om alle bijzondere details in de muziek van Flock Of Dimes te missen. De zeer sfeervolle klanken passen uitstekend bij de stem van Jenn Wasner, die wat mij betreft nog niet eerder zo mooi zong. Ook de zang op The Life You Save heeft overigens het warme karakter dat ook de muziek op het album typeert. Het wordt allemaal geperfectioneerd in de productie, waarvoor Jenn Wasner ook zelf tekent.

Er is de afgelopen jaren niet veel meer vernomen van Wye Oak en gezien het hoge niveau dat Jenn Wasner haalt op het nieuwe album van haar project Flock Of Dimes hoeven we daar wat mij betreft ook niet om te treuren. Ik was best gecharmeerd van de vorige twee albums van het project van de Amerikaanse muzikante, maar Flock Of Dimes zet op The Life You Save echt een reuzenstap en heeft een album afgeleverd dat wat mij betreft niet gaat misstaan in de jaarlijstjes en dat had ik op voorhand echt niet verwacht. Erwin Zijleman

Flora Sophi - If / When (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Flora Sophi - If/When - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Flora Sophi - If/When
De Amsterdamse muzikante Flora Sophi levert met If/When een prachtig debuutalbum af, dat elf songs lang intrigeert met bijzondere elektronische klanken en betovert met wonderschone vocalen en eigenzinnige songs

Het was de afgelopen weken dringen wanneer het ging om nieuwe releases, waardoor het debuutalbum van Flora Sophi nog niet de aandacht heeft gekregen die het verdient. Als je If/When deze aandacht geeft word je al snel ondergedompeld in een even mooi als fascinerend klankentapijt, waarin fraaie pianoklanken worden gecombineerd met spannende elektronica. Flora Sophi zoekt op haar debuutalbum nadrukkelijk het experiment, maar haar songs betoveren door de mooie zang makkelijk. Het levert een fascinerend album op, waarop je steeds nieuwe dingen blijft horen en waarop de Amsterdamse muzikante meer en meer indruk maakt met haar bijzondere songs.

If/When van Flora Sophi verscheen twee weken geleden op een dag met heel veel interessante nieuwe releases, waardoor het album helaas wat ondersneeuwde. Hopelijk wordt het album gered door de slappe weken van het moment, want If/When is een bijzonder klinkend album en wat mij betreft een album van een bijzondere of zelfs unieke schoonheid.

Achter Flora Sophi gaat de Amsterdamse muzikante Flora Dekkers schuil. De Nederlandse muzikante verhuisde na haar studie aan het Amsterdamse conservatorium een paar jaar geleden naar Berlijn, waar ze haar geluk zocht in de muziek. In Berlijn werkte ze samen met de Duitse multi-instrumentalist Benjamin Geyer en de Britse geluidstechnicus Jethro Cooke, wat een eerste EP opleverde.

If/When, het debuutalbum van Flora Sophi, kon worden gerealiseerd na een geslaagde crowdfunding campagne en ook op haar eerste album werkt de Nederlandse muzikante samen met Benjamin Geyer en Jethro Cooke. Op If/When neemt Flora Dekkers haar in Berlijn gevormde geluid mee terug naar Amsterdam.

Het is zoals gezegd een bijzonder geluid en het is wat mij betreft ook een geluid dat je even op je in moet laten werken. Het debuutalbum van Flora Sophi is aan de ene kant een bijna minimalistisch ingekleurd album, maar aan de andere kant gebeurt er zoveel in de songs op het album dat je oren tekort komt.

De songs op If/When bestaan deels uit mooie en betrekkelijk sobere pianoklanken, die fraai combineren met de geschoolde stem van de Amsterdamse muzikante, die al even spaarzaam wordt ingezet. Alleen de combinatie van piano en de stem van Flora Dekkers zou al een mooi album hebben opgeleverd, maar If/When wordt een razend spannend album door de toevoegingen van flink wat elektronica.

Deze elektronica wordt al even subtiel ingezet als de piano en de zang, maar door het avontuurlijke en hier en daar behoorlijk experimentele karakter van de toegevoegde elektronica ontstaat uiteindelijk een ruimtelijk klankentapijt vol fraaie details. If/When is een complex album, maar ontoegankelijk is de muziek van Flora Sophi zeker niet. De Amsterdamse muzikante zingt geen noot teveel, maar iedere zing die ze zingt is raak.

If/When is het mooist als je er met volledige aandacht naar luistert. Dan immers valt op hoe mooi de pianoklanken de ruimte vullen, hoe betoverend mooi de stem van Flora Dekkers is en hoe fascinerend de steeds weer opduikende impulsen van elektronica zijn. Deze elektronica bevat hier en daar flarden van de Duitse elektronica pioniers uit de jaren 70, maar klinkt op hetzelfde moment eigentijds. Flora Sophi kiest in alle songs op If/When voor een net wat andere invalshoek, waardoor het album de hele speelduur fascineert.

Flora Dekkers heeft zich naar verluidt laten inspireren door de muziek van Björk (ik hoor zelf meer Lauri Anderson overigens), maar waar het laatste album van de IJslandse muzikante ten onder ging aan een overdosis moeilijkdoenerij en ik er echt doodmoe van werd, is If/When van Flora Sophi een album dat laat horen dat ongeremd experimenteren en lak hebben aan conventies absoluut een wonderschoon album op kan leveren, dat bovendien een brede groep muziekliefhebbers aan moet kunnen spreken. Flora Sophi maakt het je op haar debuutalbum geen moment makkelijk, maar als If/When er op zit wil je alleen maar meer. Erwin Zijleman

Florence + the Machine - Dance Fever (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Florence + The Machine - Dance Fever - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Florence + The Machine - Dance Fever
Florence + The Machine levert met Dance Fever een album vol uitersten op, dat vermaakt en intrigeert, maar dat ook imponeert met razend knappe songs, heel veel invloeden en indrukwekkende vocalen

Het is vier jaar stil geweest rond Florence + The Machine, maar de Britse band keert deze week terug met Dance Fever. Op basis van de titel verwacht je misschien een dance album, maar dat is het zeker niet. De band rond Florence Welch heeft een bij vlagen behoorlijk ingetogen album gemaakt, al is een grootse en meeslepende uitbarsting nooit ver weg. De muziek van Florence + The Machine heeft zich nooit in een hokje laten duwen en dat lukt ook dit keer niet. Ondanks het opentrekken van een blik producers van naam en faam heeft Florence Welch haar eigenzinnigheid behouden en neemt ze je met haar geweldige stem mee op een wederom zeer fascinerende luistertrip.

Het is bijna vier jaar stil geweest rond Florence + The Machine, maar deze week is dan eindelijk de opvolger van High As Hope uit de zomer van 2018 verschenen. High As Hope werd vier jaar geleden nogal wisselend ontvangen, maar ik vond het zelf een prima album, vooral omdat er weer wat meer ruimte was voor de wat meer ingetogen songs van de band rond Florence Welch, die op de albums die aan High As Hope vooraf gingen wel erg doorsloegen richting bombastische elektropop.

Het nieuwe album Dance Fever heeft zich naar verluidt laten inspireren door de Middeleeuwse danswoede (in de medische wereld bekend als de Sint-Jansziekte), die in de Middeleeuwen hordes mensen aanzette tot net zo lang dansen tot ze er uitgeput of zelfs dood bij neervielen. Het zijn de dansfeesten waar, buiten de dramatische afloop, tijdens de coronapandemie reikhalzend naar werd uitgekeken en die inmiddels weer binnen ons bereik liggen.

Vanwege de titel van het album was ik op voorhand bang dat het tijdens de coronapandemie gemaakte album vooral gevuld zou zijn met bombastische elektropop voor de dansvloer. Die angst werd versterkt door het aantrekken van een blik producers voor Dance Fever, onder wie Jack Antonoff, Dave Bayley (Glass Animals) en Kid Harpoon. Die angst blijkt gelukkig ongegrond, want de coronapandemie inspireerde Florence Welch tot het maken van een uiterst veelzijdig album met het inmiddels van haar bekende kwaliteitsstempel.

Het is een persoonlijk album waarop Florence Welch afrekent met flink wat persoonlijke demonen en waarop de Britse muzikante, net als op haar vorige albums, vooral haar eigen ding doet. Dat eigen ding kan ook op Dance Fever weer alle kanten op. Het album bevat een aantal ingetogen en meer introspectieve songs, maar Florence + The Machine zijn ook dit keer niet vies van grootse en meeslepende klanken met hier en daar een uitstapje richting de dansvloer.

Toen Florence Welch dertien jaar geleden opdook met het briljante Lungs werd ze meer dan eens vergeleken met Kate Bush. Het is vergelijkingsmateriaal dat nog steeds relevant is. Niet omdat de muziek van Florence Welch lijkt op die van Kate Bush, want dat is maar heel af en toe het geval (Choreomania zou Kate Bush ook gemaakt kunnen hebben), maar wel omdat de Britse muzikante net als haar roemruchte landgenoot continu dingen doet die je niet verwacht.

Het levert inmiddels een uniek oeuvre op en binnen dit oeuvre sla ik Dance Fever hoger aan dan de meeste voorgangers, het debuutalbum Lungs uitgezonder. Ik heb persoonlijk niet zoveel met de bombastische en uptempo songs op het album, maar alle songs die buiten de lijntjes van de grootse elektropop kleuren zijn echt prachtig, waarna af en toe een elektronische uitbarsting niet zo heel erg is. Ook in de wat meer naar mainstream neigende songs doet de Britse band overigens weer van alles dat je niet verwacht, want Florence + The Machine blijft een indieband.

Zeker de wat overweldigendere songs op Dance Fever moet ik nog een tijdje op me in laten werken, maar alles bij elkaar genomen vind ik het nieuwe album van Florence + The Machine een uitstekend album, dat mijn verwachtingen heeft overtroffen en bovendien nog lang niet is gestopt met groeien. Erwin Zijleman

Florence + the Machine - Everybody Scream (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Florence + The Machine - Everybody Scream - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Florence + The Machine - Everybody Scream
Ook op Everybody Scream zijn de muziek en de zang weer behoorlijk bombastisch en intens, maar Florence Welch neemt ook een enkele keer fraai gas terug op dit uitermate persoonlijke en behoorlijk donkere album

Het kan aardig stormen op de albums van de Britse band Florence + The Machine en daar moet je tegen kunnen. Ik was er vlak na de release van Everybody Scream niet voor in de stemming, maar langzaam maar zeker wist Florence Welch me toch weer te overtuigen. Veel tracks op het album komen aan als de spreekwoordelijke mokerslag, maar de Britse muzikante verrast dit keer ook met meer ingetogen songs, die vooral op het tweede deel van het album zijn te vinden. Ik vind de net wat meer ingetogen tracks persoonlijk aangenamer dan de meest bombastische tracks op Everybody Screams, al heeft het ook wel wat als Florence + The Machine vol op het orgel gaat.

Ik heb tot dusver bijna alle albums van Florence + The Machine positief besproken, maar met het twee maanden geleden verschenen Everybody Scream wilde het in eerste instantie niet echt lukken. Op een of andere manier vond ik zowel de muziek als de zang op het nieuwe album van de Britse muzikante te intens en te zwaar aangezet.

Dat is op zich bijzonder, want Florence Welch doet op Everybody Scream geen hele andere dingen op haar vorige albums en in muzikaal opzicht is het album zelfs minder bombastisch dan zijn voorgangers. Ik hou het er maar op dat het de afgelopen twee maanden niet het juiste moment was voor muziek van Florence + The Machine.

Dat is het inmiddels wel, want de afgelopen week ben ik toch gaan houden van het nieuwe album van de band van Florence Welch. Dat lukte in eerste instantie door het beluisteren van de Chamber Version van Everybody Scream, waarop vier songs op het album een chamber pop arrangement hebben gekregen.

Het is wat mij betreft in muzikaal opzicht een interessant experiment, dat laat horen dat de stem van Florence Welch ook in een veel minder bombastische muzikale setting makkelijk overeind blijft. De reguliere versies van de songs op het album zijn niet vies van het nodige bombast, maar het komt een stuk minder zwaar over dan bij mijn eerste kennismaking met het album.

Dat geldt ook voor de zang van de Britse muzikante, die nog altijd kan uithalen als een misthoorn, maar in tegenstelling tot twee maanden geleden vind ik de zang op Everybody Scream inmiddels mooi. De meeste songs op het nieuwe album van Florence + The Machine zijn behoorlijk bombastisch en theatraal, maar het zijn ook songs met een hele bijzondere sfeer.

De songs op Everybody Scream klinken voor het overgrote deel donker, duister of zelfs spookachtig. Het heeft wat van de psychedelica uit de late jaren 60 van bijvoorbeeld Jefferson Airplane, maar ik hoor ook nog steeds raakvlakken met de muziek van Siouxsie And The Banshees. Florence Welch en haar band hebben de invloeden uit het verre verleden het heden in gesleept en doen er wat betreft bombast en theater nog een schepje bovenop.

De donkere klanken en de wat duistere sfeer op het album passen perfect bij de stem van Florence Welch, die flink kan uithalen, maar ook best vaak meer ingetogen zingt, zoals bijvoorbeeld in het prachtige en verrassend subtiel ingekleurde Buckle. Het is nog altijd heftige muziek en een stem om soms bang van te worden, maar eenmaal gewend aan Everybody Scream vind ik het een indrukwekkend album.

Het is ook een zeer persoonlijk album, want Florence Welch ging door een aantal diepe dalen, wat flink wat melancholie heeft toegevoegd aan haar toch al niet erg zonnige geluid. Ook in productioneel opzicht is Everybody Scream een indrukwekkend album, wat ook haast niet anders kan met producers als Mark Bowen, Aaron Dessner, James Ford en Mitski in de credits.

Het zorgt voor een gevarieerd geluid dat bijzonder zwaar kan zijn aangezet, maar ook bijna klassiek kan klinken of juist verrassend ingetogen. Er komt een hoop op je af bij beluistering van Everybody Scream en bij eerste beluistering vond ik het te overweldigend, maar eenmaal gewend aan het bombast van Florence + The Machine valt er veel op zijn plek. Erwin Zijleman

Florence + the Machine - High as Hope (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Florence + The Machine - High As Hope - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Het is al weer bijna tien jaar geleden dat Florence + The Machine door de Britse muziekpers werd uitgeroepen tot de meest veelbelovende band voor de komende jaren.

Florence Welch en haar band maakten de belofte meer dan waar met het imponerende debuut Lungs, maar sindsdien ben ik lang niet altijd onder de indruk van de muziek van de Britse band, die wel erg opschoof in de richting van de grootse en meeslepende elektronische popmuziek. Ik was dan ook niet overdreven nieuwsgierig naar de vierde plaat van de Britse band, maar High As Hope is een verrassend sterke plaat.

Direct in de openingstrack June verrast Florence + The Machine met verrassend ingetogen klanken, waardoor alle nadruk ligt op de stem van Florence Welch. Dat is een wijs besluit. De stem van de Florence Welch roept tot dusver gemengde reacties op, maar ik vind het zelf een geweldige zangeres, zeker wanneer emotie het wint van onderkoeling. De openingstrack van de vierde plaat van de band uit Londen overtuigt direct met vocalen vol gevoel, ook wanneer de instrumentatie aan het eind van de song toch weer wat opschuift richting groots en meeslepend.

High As Hope sluit deels aan op zijn soms wat bombastische voorgangers, maar over het algemeen genomen neemt Florence & The Machine op haar nieuwe plaat vaker dan voorheen voorzichtig gas terug. High As Hope is een persoonlijke plaat waarop Florence Welch de strijd aanbindt met de demonen uit haar jeugd. Eetstoornissen, verslavingen, eenzaamheid, mislukte liefdes, familieruzies; het komt allemaal voorbij en alles wordt met evenveel passie en emotie bezongen.

Florence Welch werd de afgelopen jaren steeds nadrukkelijker geschaard onder de electropop prinsessen, maar daarvoor vind ik de muzikante uit Londen toch net te interessant. Het debuut van Florence + The Machine werd niet voor niets vergeleken met platen van buitengewoon interessante collega’s als PJ Harvey, Patti Smith en Björk.

Patti Smith wordt geëerd in Patricia, maar de naam die bij beluistering van High As Hope met afstand het meest bij me op komt is die van Kate Bush. Je hoort de invloed van Kate Bush terug in de instrumentatie, in alle toegevoegde geluidjes en in de zang. High As Hope klinkt hierdoor vaak als de plaat die Kate Bush had kunnen maken wanneer ze halverwege de jaren 80 de beschikking had gehad over alle techniek waarover Florence + The Machine kan beschikken.

De criticus zal beweren dat de intimiteit het op High As Hope flink verliest van de bombast, maar wat mij betreft zijn de twee op de vierde plaat van Florence + The Machine in evenwicht. High As Hope biedt Florence Welch volop ruimte voor reflectie, maar natuurlijk gaat ze ook met enige regelmaat los op een manier die alleen zij beheerst. Het voorziet de plaat van ongelooflijk veel dynamiek en power, maar biedt ook een inkijkje in het persoonlijke leven van Florence Welch, wat de plaat een bijzondere lading geeft. De vorige heb ik laten lopen, maar High As Hope onderstreept wat mij betreft het tien jaar geleden ontdekte talent van Florence + The Machine. Erwin Zijleman

Florence Clementine - One Mile Upstream (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Florence Clementine - One Mile Upstream - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Florence Clementine - One Mile Upstream
Tomorrow Will Be Beautiful van Flo Morrissey is een inmiddels bijna vergeten album, maar de Britse muzikante is terug als Florence Clementine en levert met One Mile Upstream een mooi en heel bijzonder folkalbum af

Het is dringen in de folkscene van het moment, waardoor het niet meevalt om op te vallen binnen het enorme aanbond in het genre. Florence Clementine had dit waarschijnlijk makkelijker gedaan wanneer ze haar nieuwe album onder de naam Flo Morrissey had uitgebracht, want onder die naam debuteerde ze alweer bijna tien jaar geleden knap. Het zou echter zonde zijn als haar nieuwe album zou ondersneeuwen, want het echt bijzonder mooie One Mile Upstream klinkt zowel in muzikaal als in vocaal opzicht flink anders dan de andere albums van het moment en laat horen dat het debuutalbum van Flo Morrissey in 2015 geen toevalstreffer was.

De Britse muzikante Flo Morrissey debuteerde in 2015 op haar twintigste met het uitstekende Tomorrow Will Be Beautiful. Het is een album dat afwisselend klonk als een vergeten folkalbum uit de jaren 60 met zowel invloeden uit de Laurel Canyon folk als de psychedelische folk, een tijdloos singer-songwriter uit de jaren 70 en een folkpop album van dat moment. De Britse muzikante trok vooral de aandacht met haar bijzondere stem, die zeker niet iedereen mooi vond, maar het was voor mij vooral de zang die van Tomorrow Will Be Beautiful zo’n mooi en onderscheidend album maakte.

Flo Morrissey dook twee jaar later weer op, ditmaal op een album dat ze maakte met de op dat moment veelgevraagde muzikant en producer Matthew E. White. De Amerikaanse producer voorzag Gentlewoman, Ruby Man van het voor hem zo kenmerkende blue-eyed soul geluid en dat bleek verrassend goed te passen bij de stem van Flo Morrissey, die ook weer fraai kleurde bij de stem van Matthew E. White. Toch vond ik Gentlewoman, Ruby Man een stuk minder indrukwekkend dan Tomorrow Will Be Beautiful.

Ik zag Gentlewoman, Ruby Man vooral als een tussendoortje, waarna het lange wachten op het echte tweede album van Flo Morrissey begon. De Britse singer-songwriter liep niet veel later de eigenzinnige Britse singer-songwriter Benjamin Clementine tegen het lijf en stichtte met hem een gezin. De muzikale carrière van Flo Morrissey stond hierdoor helaas vele jaren op een laag pitje, maar vorige maand keerde ze terug. Verwarrend genoeg niet als Flo Morrissey, maar als Florence Clementine. Het heeft er voor gezorgd dat haar nieuwe album nauwelijks is opgemerkt en dat is jammer of beter gezegd doodzonde.

Met One Mile Upstream maakt Florence Clementine de belofte van haar negenenhalf jaar oude debuutalbum wat mij betreft immers volledig waar. Op haar nieuwe album keert de Britse muzikante in eerste instantie terug naar de folk. Zeker de songs die het vooral moeten doen met een akoestische gitaar en de stem van Florence Clementine herinneren aan folk die met name in de Verenigde Staten werd gemaakt in de jaren 60.

Ook wanneer de akoestische gitaar lijkt te domineren in de muziek gebeurt er van alles in de songs op One Mile Upstream, dat steeds weer de aandacht trekt met fraaie klanken en arrangementen. In een aantal gevallen zet de Britse muzikante blazers en vooral strijkers in en wanneer deze strijkers flink uitpakken verruilt One Mile Upstream, dat werd geproduceerd en gearrangeerd door Benjamin Clementine, de folk tijdelijk voor de chamber pop.

Florence Clementine heeft in muzikaal opzicht een mooi en avontuurlijk album afgeleverd, maar ook dit keer draait alles om haar stem. Vergeleken met de stem van de piepjonge Flo Morrissey klinkt de stem van Florence Clementine wat warmer en rijper, maar ze beschikt nog steeds over een bijzonder stemgeluid, waarvan je moet houden. Zeker de wat scherpere uithalen kunnen wat tegen de haren in strijken, maar wat mij betreft voorziet de incidenteel wat steviger aangezette zang het album van karakter.

Ik vind het echt onbegrijpelijk dat het vorige maand verschenen comeback album van Florence Clementine zo tussen wal en schip dreigt te vallen. Het is echt puur toeval dat ik het album tegenkwam (op Instagram nota bene), maar ik vind het echt een prachtig album en een van de meest bijzondere folkalbums van dit moment. Ik was Flo Morrissey eerlijk gezegd vergeten, maar heb Florence Clementine omarmd. Erwin Zijleman

Florist - Emily Alone (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Florist - Emily Alone - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Florist - Emily Alone
Het nieuwe album van Florist is feitelijk een soloalbum van Emily Sprague en het is een wonderschoon album vol emotie

De New Yorkse band Florist maakte op mij nog geen onuitwisbare indruk, maar dat doet de band wel met haar nieuwe album Emily Alone. Het is feitelijk een soloalbum van frontvrouw Emily Sprague, die na een opeenstapeling van persoonlijk leed naar Los Angeles trok en daar in haar eigen huis dit album in elkaar sleutelde. Het is een album met mooie ingetogen folky songs, waarin een akoestische gitaar en de warme fluisterstem van Emily Sprague centraal staan. De sobere songs zijn op subtiele wijze versierd, wat de songs van Florist voorziet van nog wat extra schoonheid. Het zijn songs vol melancholie, want Emily Sprague heeft nog wel wat leed te verwerken. Het is ook in dit geval een voedingsbodem voor prachtige muziek.

Florist is een band uit Brooklyn, New York, die de afgelopen jaren bescheiden indruk maakte met twee slechts in kleine kring opgepikte albums. In de folksongs op deze albums stond de mooie en zachte stem van frontvrouw Emily Spraque centraal.

Deze Emily Spraque kreeg de afgelopen twee jaar te maken met een aantal tegenslagen. Haar moeder overleed en tot overmaat van ramp liep ook haar relatie nog op de klippen. Emily Spraque zag maar één uitweg en dat was haar thuisbasis in Brooklyn ontvluchten. Ze vestigde zich vervolgens in Los Angeles, maar omdat haar medebandleden in New York achterbleven was de toekomst van Florist opeens onzeker.

Onlangs verscheen echter toch een nieuw album van de band, Emily Alone. Het is een goed gekozen titel, want het nieuwe album van Florist is feitelijk een soloalbum van Emily Spraque, die geen mogelijkheid zag om er een bandalbum van te maken. De invloed hiervan op het geluid van Florist is niet eens zo groot en als ik heel eerlijk ben, vind ik het sologeluid van Emily Spraque indrukwekkender dan het bandgeluid van Florist.

Emily Alone bevat een dozijn zeer ingetogen songs. In de meeste van deze songs bestaat de instrumentatie uit een akoestische gitaar, terwijl hiernaast hier en daar een al even sober keyboard wordt ingezet. Het uiterst sobere geluid van de instrumentatie wordt vervolgens bijzonder fraai ingekleurd door de prachtige stem van Emily Spraque.

De vocalen op Emily Alone zijn fluisterzacht, maar klinken ook warm en ruimtelijk, waardoor het geluid van Florist niet zo kaal klinkt als je op basis van het bovenstaande zult verwachten. De songs die vooral worden ingekleurd met de akoestische gitaar doen wat folky aan, maar zeker wanneer Florist de akoestische klanken voorziet van subtiele accenten, doet de muziek van Emily Spraque ook wel wat denken aan die van leeftijdgenoten als Hand Habits, Frankie Cosmos, Caroline Says, Japanese Breakfast en Soccer Mommy.

Emily Spraque brengt nog wat meer variatie aan door een deel van haar teksten niet te zingen maar voor te dragen, wat haar teksten van een bijzondere lading voorziet. Het zijn teksten waarin het persoonlijk leed van de afgelopen twee jaar uiteraard niet onvermeld blijft.

Ondanks de melancholie in de teksten en in de ingetogen instrumentatie is Emily Alone een album waarbij het aangenaam wegdromen is en waarop steeds weer wat nieuws te ontdekken is.

Emily Spraque heeft het album thuis in Los Angeles opgenomen en tekende niet alleen voor alle instrumenten, maar ook voor de productie. Het is een knappe prestatie, want Emily Alone is een knap album. Het is bovendien een groeiplaat, want bij herhaalde beluistering zijn de intieme en indringende popsongs van de Amerikaanse singer-songwriter steeds indrukwekkender. Het levert een album op dat mee kan met de beste albums van het moment. Erwin Zijleman

Florist - Florist (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Florist - Florist - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Florist - Florist
Emily Sprague had op het vorige album van Florist de andere leden van de band niet nodig, maar op het met de hele band opgenomen titelloze vierde album, stijgt de band uit New York tot grote hoogten

Emily Alone was drie jaar geleden een prima album van de Amerikaanse band Florist, die op dat moment feitelijk alleen uit zangeres Emily Sprague bestond. Op het deze week verschenen titelloze album overtreft Florist, dat inmiddels weer een echte band is, zichzelf op alle fronten. Het bijna een uur durende album is deels gevuld met sfeervolle instrumentale tracks, die de folky songs met een hoofdrol voor Emily Sprague prachtig ondersteunen. De band creëert een bijzondere sfeer door het gebruik van samples en het opzoeken van experiment en het is een sfeer die wel wat doet denken aan het laatste album van Big Thief, dat er met Florist een serieuze concurrent bij heeft gekregen.

Ik was bijna drie jaar geleden erg onder de indruk van het derde album van de Amerikaanse band Florist, al bleek Emily Alone, zoals de titel van het album eigenlijk al deed vermoeden, feitelijk een soloalbum van zangeres Emily Sprague, die zich tijdelijk had gevestigd in Los Angeles, terwijl de rest van de band in New York was achtergebleven.

Emily Sprague keerde uiteindelijk terug naar New York en nam samen met de andere leden van de band het deze week verschenen vierde album van Florist op. Het in een huis in de Hudson Valley opgenomen titelloze album van de band is een bijzonder album. Florist heeft maar liefst negentien tracks opgenomen, wat bijna een uur muziek oplevert.

Het titelloze nieuwe album van de band uit New York bevat een aantal ingetogen folksongs met een hoofdrol voor de stem van Emily Sprague en een aantal instrumentale songs. In deze instrumentale songs creëert de Amerikaanse band een bijzondere sfeer, waar de folky songs met vocalen prachtig op aansluiten.

Ik was drie jaar geleden zeer gecharmeerd van de behoorlijk sobere songs van Emily Sprague, maar de rest van de band voegt absoluut wat toe op het nieuwe album van Florist en niet alleen in de instrumentale tracks. Ook de folky songs met een basis voor de akoestische gitaar en de stem van Emily Sprague zijn immers verrijkt met natuurgeluiden en bijzondere accenten van met name gitaren en synthesizers en hier en daar een saxofoon.

Florist zoekt op haar nieuwe album nadrukkelijk het experiment, maar betovert ook met wonderschone folksongs. Het zijn folksongs die worden gedragen door de mooie stem van de frontvrouw van de band, maar die iets unieks krijgen door de bijzondere instrumentatie en alle samples van natuurgeluiden die zijn toegevoegd.

Ik vergeleek Emily Alone in 2019 met de muziek van andere jonge vrouwelijke singer-songwriters als Hand Habits, Frankie Cosmos, Caroline Says, Japanese Breakfast en Soccer Mommy, maar bij beluistering van het vierde album van Florist komt eigenlijk maar één naam op: Big Thief.

Net als Big Thief op Dragon New Warm Mountain I Believe in You, wat mij betreft een van de belangrijkste kandidaten voor het aanvoeren van mijn jaarlijstje over 2022, slaagt Florist er in om muziek te maken die je onmiddellijk losweekt van je huidige omgeving en je ergens dumpt in een uitgestrekt natuurgebied in de Verenigde Staten.

Ook de wijze waarop Florist de bijzondere instrumentatie combineert met de zang van Emily Sprague doet me overigens wel wat denken aan Big Thief. Vergeleken met het laatste album van Big Thief zoekt Florist wel wat meer het experiment, onder andere door het gebruik van instrumentale intermezzo’s en als ik moet kiezen vind ik de stem van Emily Sprague net wat mooier dan die van Adrianne Lenker.

Drie jaar geleden schreef ik in mijn recensie van Emily Alone dat Emily Sprague beter af was zonder de andere leden van de band, maar het deze week verschenen titelloze album van de band bewijst het tegendeel. Zeker bij beluistering met de koptelefoon is het nieuwe album van de band uit New York een betoverend mooie en bezwerende luistertrip, die stijgt tot steeds grotere hoogten. Het is een luistertrip die is opgeknipt in negentien delen, maar deze vormen samen een bijzondere eenheid. Waanzinnig mooi album dit. Erwin Zijleman

Florist - Jellywish (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Florist - Jellywish - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Florist - Jellywish
De Amerikaanse band Florist heeft met Jellywish een behoorlijk sober en folky album afgeleverd, waarop zangeres Emily Sprague imponeert met haar persoonlijke songs en haar prachtige stem

De Amerikaanse band Florist is alweer toe aan haar vijfde album. De band uit Brooklyn, New York, trok mijn aandacht met haar derde album Emily Alone, maar maakte een onuitwisbare indruk met het in 2022 verschenen Florist. De band rond Emily Sprague keert deze week terug met Jellywish en ook dit is weer een prachtig album. Het is een behoorlijk ingetogen en folky klinkend album, waarop alles draait om de indringende songs van Emily Sprague, haar persoonlijke teksten en haar prachtige stem. Op het vorige album van Florist was er ruimte voor experiment, maar op Jellywish domineert de eenvoud. Het levert een werkelijk wonderschoon album op.

In de zomer van 2019 verscheen het album Emily Alone van de Amerikaanse band Florist. Het was mijn eerste kennismaking met de muziek van de band uit Brooklyn, New York, maar het derde album van de band was wel een wat atypisch album. Frontvrouw Emily Sprague had na een aantal zware persoonlijke tegenslagen New York achter zich gelaten en had zich gevestigd in Los Angeles, waar ze Emily Alone opnam.

Emily Alone was feitelijk een soloalbum van Emily Sprague, maar het was een bijzonder mooi album met vooral ingetogen en intieme folksongs en een hoofdrol voor de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante. De toekomst van Florist leek in 2019 uiterst onzeker, maar in de zomer van 2022 dook de band toch weer op met een uitstekend titelloos album, dat uiteindelijk de top 15 van mijn jaarlijstje haalde.

Op het in 2022 verschenen album maakte de stem van Emily Sprague weer flink wat indruk, maar de band uit New York verraste ook met een zeer sfeervol en folky geluid, waarin ook uitstapjes buiten de gebaande paden en het experiment niet werden geschuwd. Het deed af en toe wel wat denken aan de muziek die Big Thief maakte op Dragon New Warm Mountain I Believe in You, dat nog net wat hoger scoorde in mijn jaarlijstje over 2022, maar ook het album van Florist was van hoge kwaliteit.

De band uit New York keert deze week terug met een nieuw album, Jellywish. Na de 57 minuten muziek op het vorige album van de band valt een speelduur van maar net een half uur op het nieuwe album misschien wat tegen, maar het is wel een half uur bijzonder mooie muziek.

Op Jellywish maakt Florist vooral ingetogen en folky muziek en het is nog altijd muziek die associaties op zal roepen met de muziek van Big Thief. Dat doet ook de stem van Emily Sprague, al vind ik haar stem mooier, vaster en zuiverder dan die van Adrienne Lenker. Emily Sprague heeft de ellende van een paar jaar geleden nog niet van zich afgeschud, waardoor ook Jellywish weer een persoonlijk en wat melancholisch album is.

Vergeleken met het vorige album kiest Florist op haar vijfde album voor een nog wat soberder en folky geluid en wordt het experiment van het vorige album achterwege gelaten. Het is een zeer smaakvol en ook zeer toegankelijk geluid en het is een geluid waarin de stem van Emily Sprague alle aandacht opeist.

Het geluid op Jellywish is vaak zo sober dat het klinkt als een singer-songwriter album in plaats van een bandalbum, maar zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je dat er met enige regelmaat subtiele accenten zijn toegevoegd aan het geluid op het album en dat de muziek op het album vooral sfeervol, maar ook af en toe subtiel ruw kan klinken. Jellywish is een persoonlijk, emotioneel en melancholisch album, maar het is ook een warm en intiem klinkend album, dat met name wat later op de avond uitstekend tot zijn recht komt.

Ik was na het geweldige album uit 2022 heel nieuwsgierig naar de nieuwe muziek van Florist en begon met hoge verwachtingen aan het nieuwe album. Jellywish is weer een wat ander album dan zijn voorganger, maar de ingetogen en folky songs van de Amerikaanse band hebben me zeker niet teleur gesteld.

Emily Sprague heeft het op Jellywish nog steeds zwaar, maar ze laat ook op het vijfde album van Florist weer horen dat ze een exceptioneel songwriter en een geweldige zangeres is. Het zou me niet verbazen als ook dit album weer heel hoog gaat eindigen in mijn jaarlijstje. Erwin Zijleman

Florry - Sounds Like... (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Florry - Sounds LIke... - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Florry - Sounds LIke...
De Amerikaanse band Florry bleef in 2023 nog wat in de schaduw van landgenoten Big Thief, maar deelt met het deze week verschenen en opvallend ruwe en energieke Sounds Like… een mokerslag uit

Wat is het lekker als je een nieuw album kunt openen met een track als First It Was A Movie, Then It Was A Book. Florry doet het en maakt direct indruk met een mix van countryrock en indierock, met geweldig gitaarwerk en met de rauwe maar ook zeer karakteristieke stem van zangeres Francie Medosch. Florry werd twee jaar geleden vooral vergeleken met Big Thief en dat is een vergelijking die nog steeds relevant is, al moet Big Thief eerst nog maar even een album als Sounds Like… afleveren. Florry haalde met haar vorige album al flink wat jaarlijstjes, maar het nieuwe album van de Amerikaanse band is nog een stuk beter en groeit ook nog wel even door.

De Amerikaanse band Florry bracht in de zomer van 2023 haar tweede album The Holey Bible uit. Het is een album dat me bij snelle beluistering zo deed denken aan het ruim een jaar eerder verschenen Dragon New Warm Mountain I Believe In You van Big Thief dat ik het album liet liggen. Ik ging pas goed luisteren naar het album van Florry toen The Holey Bible aan het eind van 2023 opdook in een aantal jaarlijstjes en uiteindelijk wist het album me toch te overtuigen.

Vergeleken met Big Thief verwerkte Florry meer invloeden uit de alt-country in haar muziek en bovendien beschikte de band uit Philadelphia, Pennsylvania, in de persoon van Francie Medosch over een zangeres die met haar stem nog net wat meer tegen de haren in streek dan Big Thief’s Adrianne Lenker. De zangeres van Big Thief jaagt hier thuis al iedereen de gordijnen in met haar zang en over de zang van Francie Medosch had ik in eerste instantie ook zelf mijn twijfels, maar uiteindelijk gaf de bijzondere zang de muziek van Florry iets bijzonders.

Florry keert deze week terug met een nieuw album en kan de leegte vullen die Big Thief sinds het begin van 2022 heeft achtergelaten. Sounds Like… opent een stuk ruwer en steviger dan het vorige album van Florry en klinkt een beetje alsof de Rolling Stones in de jaren 70 Mick Jagger aan de kant hebben gezet en hebben vervangen door Francie Medosch, die direct wat countryinvloeden toevoegde aan de muziek van de band.

Natuurlijk zijn er ook dit keer raakvlakken met de muziek van Big Thief, dat af en toe ook stevig kan uitpakken en de zang van Francie Medosch zit nog steeds in de buurt van die van Adrianne Lenker. Florry opent Sounds Like… fantastisch met het bijna zeven minuten durende First It Was A Movie, Then It Was A Book, waarin de gitaren over elkaar heen buitelen, de pedal steel hier prachtig doorheen snijdt en Francie Medosch imponeert met haar rauwe strot.

Ik had in 2023 wat tijd nodig om overtuigd te raken van de kwaliteiten van Florry, maar de band die inmiddels is uitgeweken naar Vermont walst met de geweldige openingstrack direct als een stoomwals over je heen. In de tweede track schuift de band wat op richting de countryrock en wordt wat gas terug genomen, maar het klinkt nog altijd geweldig en dit geldt ook voor de rest van het album.

Sounds Like… lijkt af en toe zo uit de jaren 70 te komen, maar gedateerd klinkt het geen moment. Florry speelt op haar nieuwe album met zoveel passie dat de vergelijking met Big Thief snel naar de achtergrond worden gedrongen. De Amerikaanse band is zelfs zo goed in vorm dat ik niet teleurgesteld zou zijn als Big Thief met een album als Sounds Like… op de proppen zou komen later dit jaar (?).

Na de stevige start neemt Florry op het middelste deel van het album flink gas terug en schuift het nog wat verder op richting Amerikaanse rootsmuziek, maar af en toe keert de rock ’n roll nog terug. Het album opent met een lange track vol geweldige gitaarwerk en eindigt met een nog wat langere track waarin het gitaarwerk helemaal los mag gaan.

Sounds Like… is smullen voor de liefhebbers van trippy en wat ruwe countryrock, al moet je wel tegen de stem van Francie Medosch kunnen. Ik moest zelf wel weer even wennen aan de zang op het nieuwe album van Florry, maar als de zang je eenmaal te pakken heeft speelt Florry op Sounds Like… tien songs lang een gewonnen wedstrijd. Erwin Zijleman

Florry - The Holey Bible (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Florry - The Holey Bible - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Florry - The Holey Bible
Florry schuurt op haar tweede album The Holey Bible hier en daar dicht tegen de muziek van Big Thief aan, maar de Amerikaanse band heeft ook een duidelijk eigen geluid met meer invloeden uit de alt-country

Het was wederom de Amerikaanse website Paste die me op het spoor zette van een prima album, want Paste was zo ongeveer de enige die The Holey Bible van Florry in een jaarlijstje opnam. Ik vond het album zelf vorig jaar wel erg dicht tegen Big Thief aan leunen, maar inmiddels hoor ik naast overeenkomsten ook verschillen. De zang op The Holey Bible doet af en toe flink aan Adrianne Lenker denken, maar Florry zit veel dichter tegen de alt-country dan tegen de indierock aan. Ik moest even wennen aan de wat onvaste zang en het ruwe geluid, maar de songs van de band blijken al snel aansprekend en ook in muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker.

De Amerikaanse band Big Thief is in een paar jaar tijd uitgegroeid tot een behoorlijk grote band en het is dan ook niet zo gek dat de muziek van de band invloed begint uit te oefenen op andere bands. De overigens uitstekende albums van Tenci en Florist uit 2022 en de nog betere albums van Wednesday en Ratboys uit 2023 lieten flink wat invloeden van de albums van Big Thief horen en ook het vorig jaar verschenen The Holey Bible van Florry maakt geen geheim van de bewondering voor de muziek van Big Thief.

Ik vond de invloed van Big Thief op het album van Florry vorig jaar bij vluchtige beluistering zelfs zo groot dat het me in de weg zat, maar daar moest ik op terug komen toen Paste Magazine het album een paar weken geleden opnam in een lijst met de beste country, folk en Americana albums van 2023 en ik er wat beter naar luisterde. Sindsdien ben ik The Holey Bible van Florry veel meer gaan waarderen en is de vergelijking met Big Thief ook wel wat naar de achtergrond verdwenen.

Laat ik beginnen bij de overeenkomsten met de muziek van Big Thief. Net als Big Thief verwerkt ook Florry zowel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek als uit de indierock in haar muziek, die zowel oorspronkelijk als gruizig kan klinken. The Holey Bible is hierdoor in muzikaal opzicht niet zo heel ver verwijderd van Big Thief’s Dragon New Warm Mountain I Believe In You, nog altijd het meest recente Big Thief album.

Hiernaast beschikt ook Florry in de persoon van Francie Medosch over een zangeres met een stem waar je van moet houden. Ik krijg hier thuis iedereen in de gordijnen met de stem van Adrianna Lenker en dat lukt net zo makkelijk met de stem van Francie Medosch, die dicht tegen die van de Big Thief zangeres aan zit. Het is een wat schelle en soms wat onvast klinkende stem, die ik persoonlijk wel kan waarderen, al begrijp ik dat de zang op The Holey Bible ook wel wat tegen de haren in kan strijken.

The Holey Bible is echter zeker geen kopie van Big Thief’s Dragon New Warm Mountain I Believe In You. In een beperkt aantal tracks op het tweede album van Florry gaat het er wat steviger aan toe, maar over het algemeen genomen blijft Florry dichter bij de country, folk en Americana dan Big Thief. De muziek van de band uit Philadelphia, Pennsylvania, kan behoorlijk traditioneel klinken, maar omdat met name de zang ook wel wat schuurt, heeft The Holey Bible ook iets eigentijds.

Zeker de stem van Francie Medosch vraagt wel om enige gewenning, want zeker op het eerste gehoor lijkt ze er vrijwel continu flink naast te zitten, maar net als bij Adrianne Lenker went het snel. Ook het gitaarwerk op The Holey Bible is dik in orde en omdat ook de songs van Florry in de meeste gevallen aansprekend zijn, begrijp ik waarom Paste zo enthousiast is over het album.

Het is een album dat ik inmiddels toch vooral in het hokje alt-country zou duwen, al is het wel alt-country met een indierock twist. De songs waarin de band de grenzen met de indierock opzoekt zijn wat mij betreft de meest aansprekende songs op het album, al beginnen ook de wat meer traditionele countrysongs zich steeds nadrukkelijker op te dringen.

The Holey Bible Florry bleef qua aandacht en waardering wat achter bij het album van Ratboys en flink achter bij het album van Wednesday, dat vorig jaar zelfs flink wat jaarlijstjes aanvoerde, maar het album van Florry is zeker de moeite waard. Erwin Zijleman

Flower Face - Girl Prometheus (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Flower Face - Girl Prometheus (2024) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Flower Face - Girl Prometheus (2024)
Min of meer bij toeval ontdekte ik deze week het eind 2024 al verschenen Girl Prometheus van Flower Face en sindsdien ben ik compleet in de ban van dit in alle opzichten betoverend mooie album uit Canada

De Canadese muzikante Ruby McKinnon timmert vanuit Montreal inmiddels al heel wat jaren aan de weg met haar project Flower Face. Dat heeft haar nog niet wereldberoemd gemaakt, maar dat heeft niets te maken met de kwaliteit van haar muziek. Zo is het eind 2024 verschenen Girl Prometheus echt een prachtig album. De teksten zijn mooi, de songs zijn wonderschoon maar ook spannend, in muzikaal opzicht is het prachtig en Ruby McKinnon beschikt ook nog eens over een engelenstem, die echt met geen mogelijkheid is te weerstaan. Ik had tot een paar dagen geleden nog nooit van Flower Face gehoord, maar Girl Prometheus is een album dat ik vanaf nu intens koester.

Ik kijk vaak rond op het Nederlandse muziekplatform MusicMeter.nl, waar iedereen zijn of haar mening over albums kan geven. Het platform bevat mooie discussies over albums, maar het levert me ook met grote regelmaat interessante tips op. De tip die heeft geleid tot deze recensie kwam op hele bijzondere wijze tot stand, maar wat is het een mooie tip.

In een bericht over het album Deeper Well van Kacey Musgraves, met afstand mijn favoriete album van 2024, gaf de schrijver van het bericht aan dat het ook zijn favoriete album was tot in de een na laatste maand van het jaar het album Girl Prometheus van Flower Face verscheen. Ik kon vervolgens niet wachten om naar dit album te luisteren, waarna het album me echt binnen een paar minuten inpakte.

Girl Prometheus van Flower Face had het in 2024 voor mij waarschijnlijk niet gewonnen van het album van Kacey Musgraves, dat ik schaar onder mijn favoriete albums aller tijden, maar het was absoluut in de hoogste regionen van mijn jaarlijstje terecht gekomen.

Ik had echt nog nooit van Flower Face gehoord, maar het blijkt het alter ego van de Canadese muzikante Ruby McKinnon. Girl Prometheus, waarvan later ook nog een instrumentale versie is verschenen, is niet het eerste album van de muzikante uit Montreal. Op Spotify staan nog drie eerdere albums van Flower Face en op de bandcamp pagina van de Canadese muzikante zie ik er nog twee.

Ik hoopte op voorhand natuurlijk op muziek die verwant is aan de muziek van Kacey Musgraves en die hoop is uitgekomen. Girl Prometheus van Flower Face doet in meerdere opzichten denken aan het meest recente album van Kacey Musgraves. De muziek op beide albums is oorstrelend en verleidelijk mooi en net als Kacey Musgraves beschikt ook Ruby McKinnon over een engelenstem, die je onmiddellijk in katzwijm brengt.

De stem van Ruby McKinnon is wat breekbaarder en wat melancholischer dan die van Kacey Musgraves en het is een stem die Girl Prometheus van Flower Face tot angstige hoogten optilt. Net als Deeper Well is ook Girl Prometheus een album waarop invloeden uit de folk een belangrijke rol spelen, maar waar Kacey Musgraves vooral kiest voor de ultieme verleiding, is de muziek van Flower Face wat spannender en heel af en toe ook licht ontvlambaar.

Op beide albums zijn op de achtergrond atmosferische klankentapijten toegevoegd, maar die op Girl Prometheus van Flower Face zijn wat zwaarder aangezet en worden versterkt door prachtig pianospel. Het combineert allemaal bijzonder mooi met de onweerstaanbaar aangename stem van Ruby McKinnon en haar poëtische en persoonlijke teksten.

Ik laat de vergelijking met het album van Kacey Musgraves vanaf nu los, want het album van Flower Face is veel te mooi en bijzonder om te worden vergelijken met een ander album. Ik kan nauwelijks stoppen met luisteren naar het wonderschone Girl Prometheus en hoor steeds weer nieuwe dingen die het album van Flower Face nog wat mooier en unieker maken.

Ik heb inmiddels stapels tips gekregen op MusicMeter.nl, maar Girl Prometheus van Flower Face is met afstand de mooiste. Het is een tip die het muziekjaar 2024 voor mij heeft herschreven, want Ruby McKinnon heeft een album gemaakt dat thuis hoort tussen de allermooiste albums van het betreffende jaar. En ik heb zomaar het idee dat het album nog lang niet is uitgegroeid. Erwin Zijleman

Flying Horseman - Mothership (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Flying Horseman - Mothership - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Flying Horseman - Mothership
Flying Horseman slaat weer net wat andere wegen in, maakt het je zeker niet altijd makkelijk, maar overtuigt ook dit keer met avontuurlijke klanken vol invloeden

Na de fascinerende, ruim een uur durende, luistertrip van Room/Ruins lijkt Mothership in eerste instantie een album van een andere band, maar langzaam maar zeker duiken meer en meer Flying Horseman ingrediënten op. Mothership is deels een toegankelijk album met invloeden uit de funk en uit de jaren 80, maar zeker in de wat meer ingetogen tracks hoor je toch ook weer het geluid dat zoveel indruk maakte op het vorige album van de Belgische band. Ik moest zeker even wennen aan het compactere en toegankelijkere geluid op Mothership, maar hoe vaker ik het album hoor, hoe beter het wordt.

Iets meer dan twee jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van de Belgische band Flying Horseman. Rooms/Ruins, het vijfde album van de band uit Antwerpen, inspireerde mij vooral tot het noemen van heel veel namen. In mijn recensie van het album kwamen onder andere Tindersticks, Japan, Roxy Music, Peter Gabriel, Talking Heads, King Crimson, American Music en Brian Eno voorbij en dat is nogal wat. Flying Horseman wist al deze invloeden te verwerken in een eigen geluid dat op Rooms/Ruins ruim een uur lang intrigeerde en vermaakte.

Deze week verscheen met enige vertraging een nieuw album van de Belgische band. Mothership is vergeleken met zijn voorganger een betrekkelijk kort album. Met een speelduur van 38 minuten is Mothership bijna een half uur korter dan zijn terecht bewierookte voorganger. Niet alleen de speelduur is wat compacter dan we van Flying Horseman gewend zijn, maar ook de songs zelf zijn compacter. Het geluid van de Belgische band lijkt bovendien wat toegankelijker geworden.

In de openingstrack Citizen duiken vrijwel onmiddellijk funky bas en gitaarloopjes op, waardoor de naam van Talking Heads wat prominenter opduikt dan die van de meeste andere hierboven genoemde namen. Zwierige synths en de zang van voorman Bert Dockx, die een paar maanden geleden nog een album uitbracht met zijn andere band Ottla, completeren het geluid van de band. Het is voor Flying Horseman begrippen een betrekkelijk compacte en toegankelijke popsong, maar de Vlaamse band kiest zeker niet voor de makkelijkste weg.

Mothership vervolgt met Set Reset, dat nog wat toegankelijker klinkt en eveneens wordt gedomineerd door funky gitaarloopjes. Het herinnert nogal aan de jaren 80, maar Flying Horseman is haar eigenzinnigheid zeker niet uit het oog verloren.

Ik moet toegeven dat ik de eerste twee tracks op het album bij eerste beluistering niet zo indrukwekkend vond, maar bij tracks drie en vier, Flare en Where Do You Live was ik weer bij de les en was de betovering terug. In deze meer ingetogen tracks doet Flying Horseman weer wat meer denken aan de band die zoveel indruk maakte met Rooms/Ruins en zijn de invloeden uit de funk vervangen door dromerige klanken en fraai gitaarwerk met nog steeds een vleugje 80s.

Hotel combineert de invloeden uit de eerste vier tracks met afwisselend bombast en bezwering, wat wordt doorgetrokken in Secrets dat in eerste instantie toegankelijk klinkt, maar uiteindelijk toch dieper begint te graven. Met Summer Dance en A Song That Lasts keert Flying Horseman terug naar een wat broeieriger geluid en doet de band ook weer wat meer denken aan het geluid op het vorige album.

Waar ik Rooms/Ruins vrijwel onmiddellijk omarmde, heb ik flink geworsteld met Mothership. Met name de toegankelijkere songs op het album maakten in eerste instantie lang niet zoveel indruk als verwacht of gehoopt. Mothership heeft na enige gewenning echter veel te bieden. Alle tracks zijn knap opgebouwd en laten een duidelijk eigen geluid horen. Zeker in de wat stemmigere songs op het album hoor je dat Flying Horseman de magie van haar vorige album nog niet kwijt is en intrigeert het weer stevig.

Mothership is wat mij betreft niet zo indrukwekkend als Rooms/Ruins, zeker niet bij eerste beluistering, maar het is wel een album dat flink doorgroeit en zich zeker weet te onderscheiden binnen aanbod van het moment. Erwin Zijleman

Flying Horseman - Rooms / Ruins (2018)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Flying Horseman - Rooms / Ruins - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Belgische band Flying Horseman maakte de afgelopen jaren al een aantal zeer goed ontvangen of zelfs bejubelde platen, maar desondanks is het deze week verschenen Rooms / Ruins pas mijn eerste kennismaking met de muziek van de band uit Antwerpen.

Het is een kennismaking die ik niet snel zal vergeten, want wat is het eerder deze week verschenen Rooms / Ruins een indrukwekkende en bijzondere plaat.

De Belgische band neemt je op haar nieuwe plaat 65 minuten lang mee naar desolate en voornamelijk aardedonkere oorden.

Flying Horseman maakt muziek die het daglicht maar moeilijk kan verdragen en het is muziek die zich vaak langzaam voortsleept. In de stemmige openingstrack hoor ik flarden Tindersticks, Japan en het vroege Roxy Music en worden beeldende klanken gecombineerd met stemmige vocalen.

In de tweede track kiest Flying Horseman voor het eerst nadrukkelijk het experiment en smeedt het op knappe wijze invloeden uit de Afrikaanse muziek, de minimal music, de Krautrock en de ambient aan elkaar. Het levert muziek op die hier en daar raakt aan de invloedrijke platen van Peter Gabriel uit de jaren 80 of aan de platen van Talking Heads uit de late jaren 70, maar Flying Horseman laat ook een duidelijk eigen geluid horen, dat zich vanuit het niets ook kan laten beïnvloeden door Kraftwerk of King Crimson (Robert Fripp is sowieso een naam die genoemd moet worden).

Het is een eigen geluid dat het experiment zeker niet schuwt en dat razend knap in elkaar steekt, maar Flying Horseman slaagt er ook in om het experiment te combineren met stemmige popsongs die vrij makkelijk overtuigen en die zich steeds genadelozer opdringen.

Het zijn popsongs die heel veel kracht ontlenen aan de bijzondere sfeer die de band uit Antwerpen op Rooms / Ruins creëert. Het is een sfeer die refereert aan de nacht en aan vooral desolate oorden en het is een sfeer die een wat vervreemdende of zelfs beklemmende uitwerking heeft op de luisteraar.

Het maakt van beluistering van Rooms / Ruins een bijzondere en ook bijzonder intense luisterervaring. Zeker bij beluistering met volledige aandacht hoor je hoe verschrikkelijk veel er gebeurt in de bijzondere muziek van de band uit Antwerpen. De gitaarlijnen zijn van een enorme schoonheid, de synths zetten je steeds op het verkeerde spoor, terwijl de vrouwenstemmen op de achtergrond je er steeds weer bij slepen.

Flying Horseman put hierbij nadrukkelijk uit de archieven van de popmuziek, maar smeedt ook op fascinerende wijze tot dusver niet gecombineerde invloeden aan elkaar. Ik heb al een hoop namen genoemd in deze recensie, maar hoe vaker ik naar Rooms / Ruins luister hoe meer ik hoor. Flarden Portishead, American Music Club, Nick Cave, Brian Eno en zo kan ik lang doorgaan. Het knappe is dat Flying Horseman op hetzelfde moment muziek maakt die zijn gelijke niet kent.

Rooms/Ruins schiet van vol, experimenteel en eclectisch naar uiterst sober en stemmig en weer terug en blijft maar imponeren met songs van een wonderbaarlijke schoonheid en intimiteit. Ik heb nog steeds moeite om de muziek van de Belgische band volledig te duiden, maar dat de nieuwe plaat van de band er een van een uitzonderlijk hoog niveau is weet ik inmiddels zeker. Rooms/Ruins van Flying Horseman zal misschien niet iedereen bevallen, maar iedereen zou op zijn minst even moeten luisteren. Het heeft mij een plaat opgeleverd die me nu al dagen nieuwe dingen laat horen en die steeds meer indruk maakt. Erwin Zijleman

Flyte - This Is Really Going to Hurt (2021)

poster
4,0
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Flyte - This Is Really Going To Hurt - dekrentenuitdepop.blogspot.com

This Is Really Going To Hurt van Flyte is een wat weemoedig breakup album, maar het is ook een album vol geweldig gearrangeerde popsongs, die in veel gevallen herinneren aan de jaren 70

De naam Flyte zei me op voorhand niets, maar binnen een paar minuten was ik gegrepen door de muziek van de band uit Londen. Het is muziek die begint bij afwisselend The Beatles en The Byrds, maar die vervolgens opschuift in de tijd. Flyte verleidt meedogenloos met prachtige harmonieën, maar fascineert ook met fraai gearrangeerde songs vol avontuur. Het klinkt in eerste instantie als een omgevallen platenkast met grote namen als The Beatles, The Byrds, CSN, ELO en Crowded House, maar hoe vaker je naar dit bijzondere album luistert hoe meer er op zijn plek valt, waarna het album ook nog eens extra lading krijgt door de teksten waarin het stranden van een liefdesrelatie wordt verwerkt.

Folk Bitch Trio - Now Would Be a Good Time (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Folk Bitch Trio - Now Would Be A Good Time - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Folk Bitch Trio - Now Would Be A Good Time
Folk Bitch Trio is een drietal uit Australië dat op haar debuutalbum Now Would Be A Good Time verrast met fraai gitaarspel en mooie songs, maar imponeert met prachtige zang en werkelijk wonderschone harmonieën

Ik had tot deze week nog niet geluisterd naar de muziek van Folk Bitch Trio en was daarom niet voorbereid op de schoonheid van het debuutalbum van het Australische drietal. Heide Peverelle, Jeanie Pilkington en Gracie Sinclair verrassen met fraai en origineel ingekleurde folksongs, maar de betovering is compleet wanneer de drie beginnen te zingen. De solozang is al prachtig, maar wanneer de stemmen van de drie samenvloeien zijn de songs van Folk Bitch Trio van een unieke schoonheid. Folk Bitch Trio staat op Now Would Be A Good Time garant voor harmonieën van het allerhoogste niveau en wat komen ze keihard binnen. Wat een betoverend mooi album van down under.

Heide Peverelle, Jeanie Pilkington en Gracie Sinclair kennen elkaar van de middelbare school in het Australische Melbourne. Wanneer Heide Peverelle een zelfgeschreven song deelt, besluit het drietal om een “folk bitch trio” te beginnen. Het is de start van Folk Bitch Trio, dat deze week haar debuutalbum Now Would Be A Good Time heeft uitgebracht.

De naam van het Australische trio heeft mij wel enigszins op het verkeerde been gezet, want bij Folk Bitch Trio verwacht ik op een of andere manier toch wat ruwere muziek dan is te horen op het debuutalbum van de band. Heide Peverelle, Jeanie Pilkington en Gracie Sinclair verrassen op het eerste album van hun band echter met de mooiste koortjes en harmonieën die ik de afgelopen tijd heb gehoord en de lat lag hoog.

Heide Peverelle, Jeanie Pilkington en Gracie Sinclair namen hun debuutalbum op in het Nieuw-Zeelandse Auckland, waar ze de studio in doken met de Nieuw-Zeelandse producer Tom Healy, die onder andere albums van The Chills en The Veils en albums van zijn eigen band Tiny Ruins produceerde. Tom Healy koos ervoor om het eerste album van Folk Bitch Trio analoog op te nemen en dat pakt prachtig uit.

In de muziek van het Australische drietal staan gitaren centraal en deze zijn zowel akoestisch als elektrisch. De akoestische gitaren voorzien de songs van Folk Bitch Trio van een folky geluid, terwijl de elektrische gitaren de muziek van het drietal voorzien van wat gruizige accenten en een randje lo-fi.

De muziek op Now Would Be A Good Time is absoluut smaakvol, zeker wanneer fraaie elektrische gitaarakkoorden gecombineerd met atmosferische klanken in de ruimte zweven, maar op het debuutalbum van Folk Bitch Trio draait alles om de stemmen van Heide Peverelle, Jeanie Pilkington en Gracie Sinclair. Het zijn stemmen die individueel mooi en karakteristiek zijn, maar als de drie Australische muzikanten hun stemmen combineren gebeurt er iets bijzonders of zelfs magisch.

Het is in dat geval verleidelijk om de harmonieën elkaar in rap tempo te laten opvolgen, maar deze worden op Now Would Be A Good Time knap gedoseerd, wat de kracht van de gecombineerde stemmen alleen maar vergroot. Naast harmonieën tekenen Heide Peverelle, Jeanie Pilkington en Gracie Sinclair ook voor bijzonder mooie koortjes, die de op zich spaarzaam ingekleurde songs van Folk Bitch Trio op fraaie wijze versieren.

Now Would Be A Good Time is vanaf de eerste noten van het album betoverend mooi, maar het Australische drietal lijkt er in de harmonieën steeds weer een schepje bovenop te doen om in de slottrack een bijna onwaarschijnlijke schoonheid te bereiken. We zijn de afgelopen jaren absoluut verwend wanneer het gaat om folky songs met bijzonder mooie harmonieën, maar wat Folk Bitch Trio op haar debuutalbum laat horen is wat mij betreft next level.

Dat is deels de verdienste van de wat sobere gitaarklanken, die het effect van de stemmen van Heide Peverelle, Jeanie Pilkington en Gracie Sinclair nog wat versterken, maar de vocale prestaties van het drietal zijn ook ongekend. Op basis van de naam Folk Bitch Trio verwachte ik iets totaal anders dan de vocale pracht die is te horen op Now Would Be A Good Time en wat ben ik blij dat ik het album niet op basis van onjuiste veronderstellingen heb laten liggen.

In de zomer verschijnt er normaal gesproken niet zo heel veel bijzonders, maar het album van Folk Bitch Trio gaat over een maand of wat echt heel hoog eindigen in mijn jaarlijstje. Veel mooier dan Now Would Be A Good Time heb ik dit jaar immers nog niet gehoord. Erwin Zijleman