Hier kun je zien welke berichten Justinx als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Thalía - El Sexto Sentido (2005)

3,5
0
geplaatst: 12 september 2006, 18:17 uur
Colombiaanse artiesten zijn hot op het moment. Neem bijvoorbeeld Juanes en Shakira die de hitlijsten niet zijn af te slaan. Thalia mag dan wel niet Colombiaans zijn, Spaanse nummers maken kan ze als de beste. Met haar
nieuwe album El Sexto Sentido probeert ze boven de net genoemde artiesten uit te komen. Uiteraard is hier heel wat voor nodig om deze meesterartiesten te overtreffen. Het is haar dan ook helaas niet gelukt; El Sexto Sentido is leuk, maar is niets meer dan een recht-toe-recht-aan Spaans album waar typische Spaanse beats en vrijwel gladde pop centraal staan. Het album bevat zeker hoogtepunten waaronder de erg lekkere Amar Sin
Ser Amada, maar ook veel dieptepunten zoals de erg saaie No, No, No. Thalia is leuk voor even, maar is toch niet te vergelijken met grote artiesten als de eerder genoemde Shakira of Juanes. Wel jammer...
nieuwe album El Sexto Sentido probeert ze boven de net genoemde artiesten uit te komen. Uiteraard is hier heel wat voor nodig om deze meesterartiesten te overtreffen. Het is haar dan ook helaas niet gelukt; El Sexto Sentido is leuk, maar is niets meer dan een recht-toe-recht-aan Spaans album waar typische Spaanse beats en vrijwel gladde pop centraal staan. Het album bevat zeker hoogtepunten waaronder de erg lekkere Amar Sin
Ser Amada, maar ook veel dieptepunten zoals de erg saaie No, No, No. Thalia is leuk voor even, maar is toch niet te vergelijken met grote artiesten als de eerder genoemde Shakira of Juanes. Wel jammer...
The Books - Thought for Food (2002)

3,0
0
geplaatst: 24 mei 2007, 15:25 uur
Wat vind je van mijn enkels? You have beautiful ankles. Wat vind je van mijn hoofd? I think your head is beautiful too. Het zijn maar een paar fragmenten uit de geweldige teksten voorkomend in de nummers van The Books. The Books bestaat uit de Amerikaan Nick Zammuto en de Nederlandse Paul de Jong. Het in 2000 opgerichte duo maakt muziek die je waarschijnlijk nog nooit eerder hebt gehoord. De muziek valt te plaatsen onder veel genres als Aleatorische muziek (muziek waarbij gebruik wordt gemaakt van toeval en onberekenbare factoren), electronica, folk en pop. Dit alles gaat gepaard met een hoop knip- en plakwerk (dat waarschijnlijk de verklarende factor is van het succes van The Books). Het zorgt voor vreemde situaties waar je soms liever niet in wilt zitten. Zo wil ik het volgende pijnlijke (maar hilarische) dialoog uit het nummer
Motherless Bastard, afkomstig van het in 2002 verschenen debuutalbum Thought For Food, je niet onthouden. Een meisje roept opgelaten: Mommy, daddy?... Mom, dad? Waarna een mannelijke stem zegt: You have no mother and father. They left, they went somewhere else. Waarna het kind roept: No they're not, you are my father! De man antwoord vooralsnog heel nuchter met: I... Don't Know You. - But dad... En de man eindigt het dialoog met: Don't touch me, don't call me that publicly. O zo pijnlijk, maar het bracht mij zeker een grote glimlach op mijn gezicht. Het album bevat nog meer van deze vreemde wendingen, maar het zou niet leuk zijn als ik die allemaal al ging vertellen. Thought For Food is een avontuur waar je je in moet storten. Je komt langs de vreemdste monumenten en maakt de meest interessante gesprekken mee. Wat te denken van de scène in All Our Base Belong Are Belong To Them waar een clubje vrouwen wild en hysterisch zitten te lachen. Leuk en herkenbaar zijn de twee begrippen die deze cd erg vermakelijk maken. En dat is waarschijnlijk ook waarom dit album in zijn geheel goed werd binnengehaald door vele critici. Het plaatje is zo divers dat elke track weer een verbijstering en een avontuur is. Lekker raar en zeker niet toegankelijk voor iedereen. Maar het blijft vermakelijk en het is het proberen waard. Waar ik laatst nog meldde Patrick Wolf niet te kunnen waarderen om zijn electronische kijk op muziek, kan ik dat bij The Books zeker wel waarderen. Het moet me alleen nog iets meer aanwennen voordat ik hier hoge cijfers voor ga uitdelen. Voor nu dus even een misschien schamele 3*.
Motherless Bastard, afkomstig van het in 2002 verschenen debuutalbum Thought For Food, je niet onthouden. Een meisje roept opgelaten: Mommy, daddy?... Mom, dad? Waarna een mannelijke stem zegt: You have no mother and father. They left, they went somewhere else. Waarna het kind roept: No they're not, you are my father! De man antwoord vooralsnog heel nuchter met: I... Don't Know You. - But dad... En de man eindigt het dialoog met: Don't touch me, don't call me that publicly. O zo pijnlijk, maar het bracht mij zeker een grote glimlach op mijn gezicht. Het album bevat nog meer van deze vreemde wendingen, maar het zou niet leuk zijn als ik die allemaal al ging vertellen. Thought For Food is een avontuur waar je je in moet storten. Je komt langs de vreemdste monumenten en maakt de meest interessante gesprekken mee. Wat te denken van de scène in All Our Base Belong Are Belong To Them waar een clubje vrouwen wild en hysterisch zitten te lachen. Leuk en herkenbaar zijn de twee begrippen die deze cd erg vermakelijk maken. En dat is waarschijnlijk ook waarom dit album in zijn geheel goed werd binnengehaald door vele critici. Het plaatje is zo divers dat elke track weer een verbijstering en een avontuur is. Lekker raar en zeker niet toegankelijk voor iedereen. Maar het blijft vermakelijk en het is het proberen waard. Waar ik laatst nog meldde Patrick Wolf niet te kunnen waarderen om zijn electronische kijk op muziek, kan ik dat bij The Books zeker wel waarderen. Het moet me alleen nog iets meer aanwennen voordat ik hier hoge cijfers voor ga uitdelen. Voor nu dus even een misschien schamele 3*.
The Brand New Heavies - Get Used to It (2006)

3,0
0
geplaatst: 11 juli 2006, 16:07 uur
Review: The Brand New Heavi...
Wanhopig op zoek naar een lekkere zomerse plaat voor in de auto als je op weg bent naar het strand? Wel, zoek niet verder en lees hier de recensie over één van de zomerste platen van dit jaar.
De Britse R&B/ Jazzfunky-band The Brand New Heavies is na meer dan 10 jaar weer bij elkaar gekomen om een nieuw album in elkaar te zetten. De band had in 1992 zijn hoogtepunt met de single Never Stop die het erg goed deed, vooral in Amerika. The Brand New Heavies bestaat nog steeds uit vrijwel dezelfde samenstelling als een aantal jaren terug, maar telt nu ook een nieuwe vocalist, N'dea Davenport. Hoewel de band jarenlang als instrumentale band door het leven ging is er nu bewust gekozen voor een leadzangeres. Persoonlijk vind ik dat een band als deze zeker wel een lekkere soul en funky-stem kan gebruiken. Haar stem doet dan ook zeker niet onder aan het geheel van de muziek en alleen zij kan de band tot het hoogste niveau brengen met haar heerlijke stem. Get Used To It is een heerlijk album geworden met vrij rustige, maar erg funky, nummers. Er wordt veelvuldig gebruik gemaakt van verschillende thema's en genres
waaronder soul, jazz en gospel, wat samen moet smelten tot de últieme zomerplaat van 2006.
Meer >>
Wanhopig op zoek naar een lekkere zomerse plaat voor in de auto als je op weg bent naar het strand? Wel, zoek niet verder en lees hier de recensie over één van de zomerste platen van dit jaar.
De Britse R&B/ Jazzfunky-band The Brand New Heavies is na meer dan 10 jaar weer bij elkaar gekomen om een nieuw album in elkaar te zetten. De band had in 1992 zijn hoogtepunt met de single Never Stop die het erg goed deed, vooral in Amerika. The Brand New Heavies bestaat nog steeds uit vrijwel dezelfde samenstelling als een aantal jaren terug, maar telt nu ook een nieuwe vocalist, N'dea Davenport. Hoewel de band jarenlang als instrumentale band door het leven ging is er nu bewust gekozen voor een leadzangeres. Persoonlijk vind ik dat een band als deze zeker wel een lekkere soul en funky-stem kan gebruiken. Haar stem doet dan ook zeker niet onder aan het geheel van de muziek en alleen zij kan de band tot het hoogste niveau brengen met haar heerlijke stem. Get Used To It is een heerlijk album geworden met vrij rustige, maar erg funky, nummers. Er wordt veelvuldig gebruik gemaakt van verschillende thema's en genres
waaronder soul, jazz en gospel, wat samen moet smelten tot de últieme zomerplaat van 2006.
Meer >>
The Cinematic Orchestra - Ma Fleur (2007)

3,0
0
geplaatst: 20 mei 2007, 20:54 uur
Muziek waar je op een zondagochtend mee wakker wil worden. Helaas is de zondagmorgen al voorbij, maar dat neemt niet weg dat ik je kennis wil laten maken met deze geweldige muziek. Muziek in haar reinste vorm - dat als je je ogen sluit de mooiste dingen ziet. Zelfs in de cover van dit geweldige album kun je eindeloos verdwalen! The Cinematic Orchestra is zeker niet vies is van mooie muziek maken. Alle aandacht is gevestigd op het nieuwste plaatje van The Cinematic Orchestra, Ma Fleur. Het album is alweer het vierde van de groep en is nog steeds uitgegeven onder de onafhankelijke platenmaatschappij Ninja Tune. Nog steeds geen Major dus voor de heren, wat de nodige positieve effecten tot gevolg heeft. Geen grote druk bij het schrijven van het album en de sfeer is hetzelfde gebleven. Zo schotelt het album elf nummers voor, de een nog prachtiger dan de andere. Het begint al bij de opener To Build A Home, die overigens al een tijdje rondzwierf over het internet. Samen met de wonderschone stem van Patrick Watson doet het nummer vermoeden alsof je naar een nieuwe plaat van Antony & the Jonhsons luistert. Meer hoef ik waarschijnlijk niet te zeggen. Ook het titelnummer Ma Fleur weet mij iedere luisterbeurt te verwonderen. De jazzy-feel wordt versterkt door niet alleen een piano meer, want The Cinematic Orchestra heeft ook een groep blazers weten te strikken. Een mooi geheel tot gevolg. De muziek is over het algemeen erg melancholische en in een zeker opzicht gewoon droevig te noemen. De prachtige strijkers in de prelude versterkt dit gevoel alleen maar. Nee, duidelijk geen muziek als je vrolijk bent. Gelukkig dat de heren van The Cinematic Orchestra op zijn tijd ook maar wat al te graag mogen experimenteren met triphop en electronic. Dit zorgt voor onder andere As The Stars Fall, waarschijnlijk het eerste ''up-tempo'' en daarmee het vrolijkste nummer van de plaat. De strijkers middenin As The Stars Fall geven het nummer dan weer een ander perspectief mee.
De veelal downtempo nummers op Ma Fleur zorgen dus voor een melancholisch geheel, waar je soms best droevig van kan worden - als je in zo'n bui bent. Want Ma Fleur is zo mooi geworden dat iedereen wel even moet slikken. Ik ga het album nu 3,5* geven, maar tijd zal waarschijnlijk laten zien dat dit bloempje zal uitgroeien tot een schone der natuur.
De veelal downtempo nummers op Ma Fleur zorgen dus voor een melancholisch geheel, waar je soms best droevig van kan worden - als je in zo'n bui bent. Want Ma Fleur is zo mooi geworden dat iedereen wel even moet slikken. Ik ga het album nu 3,5* geven, maar tijd zal waarschijnlijk laten zien dat dit bloempje zal uitgroeien tot een schone der natuur.
The Decemberists - The King Is Dead (2011)

4,0
0
geplaatst: 9 februari 2012, 13:12 uur
Ik vind dit ook een zeer aangename plaat. Lekker terug naar de basis en niet dat pretentieuze gedoe van The Hazards of Love. Instrumentaal gezien zit die laatste plaat prima in elkaar, maar Colins stem past veel minder bij dat soort epische stukken. Bij de country / folkkant pakt dit veel beter uit naar mijn mening. The Crane Wife is in dat opzicht eigenlijk de perfecte plaat, met een mix tussen The Hazards of Love en The King Is Dead.
Op The King Is Dead kom ik nog te vaak wat niemendalletjes tegen, nummers met een sloom tempo en weinig instrumentatie waardoor de stem van Colin net teveel de bovenhand voert. De wat hippere nummers als Rox in the Box en Down by the Water zijn wat mij betreft dan ook de hoogtepunten. Prima plaat verder, voor nu 3.5*.
Op The King Is Dead kom ik nog te vaak wat niemendalletjes tegen, nummers met een sloom tempo en weinig instrumentatie waardoor de stem van Colin net teveel de bovenhand voert. De wat hippere nummers als Rox in the Box en Down by the Water zijn wat mij betreft dan ook de hoogtepunten. Prima plaat verder, voor nu 3.5*.
The Fray - How to Save a Life (2005)

3,5
0
geplaatst: 26 april 2007, 19:22 uur
Hoewel ik deze band '' als eerste'' heb mogen ontdekken op MusicMeter heb ik nog nooit uitgebreid mijn mening gegeven over How To Save A Life van The Fray. Raar eigenlijk gezien dit album toch wel een van mijn beste albums is geworden de afgelopen tijd. Het begon iets voor juni toen ik kennis maakte met The Fray via mijn favo Spaanse blog die kennelijk op de zaken voorliep gezien nog nooit iemand had gehoord van The Fray. En ik dus ook niet. Maar ik was aangenaam verrast toen ik de ijzersterke openers van dit album beluisterde. She Is, Over My Head (Cable Car) en How To Save A Life (en later Little House) - ze behoorde allemaal tot mijn favoriete nummers van dit album. Al snel ging ik dus meer van dit album opzoeken wat alleen maar mooiere nummers opleverde. Mooie ingetogen pop/rock nummers begeleid door prachtig pianospel. Zoals ik al eerder zei wordt de Fray vergelijkt met Coldplay en hoewel ik het daar deels mee eens ben creeert The Fray ook een eigen sound. Lekkere herkenbare pop nummers vliegen je om het hoofd wat mij nu nog doet denken aan die geweldige zomer van vorig jaar toen ik dit album ontdekte. Nostalgische gevoelens plus natuurlijk een ijzersterk debuut brengt mij dan ook op een dikke 4,5*. Van mij mag The Fray aan de media voorbij gaan zodat het geen overcommercieel bandje wordt. Niet dat ik daar nu mee zal zitten want het is uiteindelijk de muziek dat telt. En dat zit zoals je hebt kunnen lezen helemaal goed met How To Save A Life. Wel kijk ik uit naar een nieuw album van The Fray. Geweldige band, maar ik moet me nog steeds inhouden wat betreft een volle score 5*. Maar het gaat die kant op! 

The Kamikaze Hearts - Oneida Road (2006)

4,0
0
geplaatst: 29 september 2007, 16:53 uur
The Kamikaze Hearts draai ik nu al een tijdje. Het begon bij het uiterst aanstekelijke nummer No One Called You A Failure, een gezonde mix van folk en pop die naar het einde toe verrassende bluegrass elementen vertoont. Dat betekent veel gepingel van met name banjo's en mandolines. Daar ligt overigens het echte ''hart'' van de band, bij bluegrass. Het blijft allemaal lekker akoestisch met herkenbare bluegrass-deuntjes, die werkelijk nooit gaan vervelen. De band, die haar roots kent in New York, heeft in september van vorig jaar haar vijfde album, Oneida Road, uitgebracht. Dit album is nóg krachtiger dan haar voorgangers en bevat heel wat potentiële hits. Na No One Called You A Failure kunnen ook Defender, Half Of Me en Top Of Your Head makkelijk worden gezien als de beste nummers die de band ooit heeft geschreven. The Kamikaze Hearts kent vijf leden te weten Bob Buckley, Nate Giordano, Matthew Loiacono, Troy Pohl en Gaven Richard, die ieder een eigen invulling geven aan dit nieuwe plaatje. De harmonie tussen de vijf heren is overigens ongekend. Ze weten elkaar geweldig aan te vullen op zowel vocaal als instrumentaal gebied. De mannen vormen geregeld een achtergrondkoortje als de typerende klaagstem (die erg herkenbaar is voor countrymuziek) van frontman Bob Buckley neigt te gaan irriteren. Niet iedereen zal namelijk het aparte stemgeluid van Buckley kunnen appreciëren. Het is er soms net iets te dik bovenop gegooid en zijn stem komt dan zeurderig en ''boerig'' over. Het klinkt zoals de band het beschrijft: Less Beatles, more Eagles. Oneida Road blijft een geweldige vernieuwing door haar frisse kijk op bluegrass. The Kamikaze Hearts maakt deze muziekstijl voor iedereen toegankelijk door er een folkpop sfeer bij te voegen en er een nieuwe draai aan te geven. Weg uit de saaie sleur van het daterende bluegrass: Tijd voor ''bluefolk/grasspop''!
Ik moet het ze nageven dat de heren van The Kamikaze Hearts hard hebben gewerkt om een vernieuwend plaatje op de markt te brengen. Dat is ze deels gelukt, gezien de uitwerking soms wat te kort schiet. In ieder geval horen we op Oneida Road een gezonde mix van pop, folk en natuurlijk bluegrass. Ze weten het allemaal leuk te combineren en maken zoals gezegd het bluegrass genre weer een beetje populair. Bescheiden knallers No One Called You A Failure en Defender zijn daarbij niet over het hoofd te zien. 3,5* voor dit groeiplaatje.
Ik moet het ze nageven dat de heren van The Kamikaze Hearts hard hebben gewerkt om een vernieuwend plaatje op de markt te brengen. Dat is ze deels gelukt, gezien de uitwerking soms wat te kort schiet. In ieder geval horen we op Oneida Road een gezonde mix van pop, folk en natuurlijk bluegrass. Ze weten het allemaal leuk te combineren en maken zoals gezegd het bluegrass genre weer een beetje populair. Bescheiden knallers No One Called You A Failure en Defender zijn daarbij niet over het hoofd te zien. 3,5* voor dit groeiplaatje.
The Ponys - Turn the Lights Out (2007)

3,5
0
geplaatst: 13 juni 2007, 18:59 uur
Naamsbekendheid hebben ze niet echt hier in Nederland. Wel staan ze bekend om hun fijne stevige indie rock. Ik heb het over de heren en dame van The Ponys. Deze in Illinois gevestigde indie rock band debuteerde in 2004 met hun album Laced With Romance, een uiteindelijke mix van indie en garagerock. Die combinatie maakt van The Ponys een heerlijk bandje die op het gebied van de genoemde rockgenres zeker wel vernieuwend is. Vooral het op de achtergrond geplaatste orgeltje wat je zo hier en
daar voorbij hoort komen is typerend voor The Ponys. De rest van de rollen zijn weggelegd voor gitarist en vocalist - en tevens oprichter van de band - Jered Gummere, bassist en vocalist Melissa Elias, gitarist Brian Case en tot slot percussionist Nathan Jerde. De band heeft onlangs haar derde album Turn The Lights Out uitgebracht - voor het eerst onder de nieuwe platenmaatschappij Matador Records. Dit heeft zeker wat veranderingen met zich mee gebracht. De postpunkinvloeden die nog zo duidelijk merkbaar waren op de vorige twee albums van The Pony's is nu naar een minimum gedreven en is bijna zelfs onherkenbaar. Gevolg is dat er nu minder geëxperimenteerd wordt en dat er nu doelgericht gerief wordt gezocht in de indie rock. Dit laat een heel andere kant zien van de band. Hoewel sommige dat als negatief verklaren kan ik wel met deze keuze leven. De leden van The Ponys rocken naar mijn mening nog steeds de pan uit met nummers als 1209 Seminary, Exile On My Steet en Poser Psychotic. De band identificeert zich niet meer zozeer meer met postpunkinvloeden en zet zich juist af van het oude imago. Turn The Lights On is er wat herkenbaarder door geworden en het zal dan ook zeker zo zijn dat de muziek van The Ponys nu meer mensen kunnen aanspreken. Of dat zo is moet nog blijken uit het mogelijke succes van deze nieuwe plaat. Het enige wat nog een beetje ontbreekt is het uiterlijk van dit muzikale gezelschap. Maar ach, het draait allemaal uiteindelijk om de muziek en die zit prima in elkaar.
Altans, aardig. Het blijft natuurlijk niet het beste album van The Ponys. Soms neigt het zelfs naar het vervelende toe als frontman Jered Gummere zijn mond opentrekt, maar dat went. Voor nu hou ik het op een solide 3*. Ik zie het niet zozeer nog omhoog gaan, maar wie weet. Het blijft een aardig vondst deze Turn The Lights Out.
daar voorbij hoort komen is typerend voor The Ponys. De rest van de rollen zijn weggelegd voor gitarist en vocalist - en tevens oprichter van de band - Jered Gummere, bassist en vocalist Melissa Elias, gitarist Brian Case en tot slot percussionist Nathan Jerde. De band heeft onlangs haar derde album Turn The Lights Out uitgebracht - voor het eerst onder de nieuwe platenmaatschappij Matador Records. Dit heeft zeker wat veranderingen met zich mee gebracht. De postpunkinvloeden die nog zo duidelijk merkbaar waren op de vorige twee albums van The Pony's is nu naar een minimum gedreven en is bijna zelfs onherkenbaar. Gevolg is dat er nu minder geëxperimenteerd wordt en dat er nu doelgericht gerief wordt gezocht in de indie rock. Dit laat een heel andere kant zien van de band. Hoewel sommige dat als negatief verklaren kan ik wel met deze keuze leven. De leden van The Ponys rocken naar mijn mening nog steeds de pan uit met nummers als 1209 Seminary, Exile On My Steet en Poser Psychotic. De band identificeert zich niet meer zozeer meer met postpunkinvloeden en zet zich juist af van het oude imago. Turn The Lights On is er wat herkenbaarder door geworden en het zal dan ook zeker zo zijn dat de muziek van The Ponys nu meer mensen kunnen aanspreken. Of dat zo is moet nog blijken uit het mogelijke succes van deze nieuwe plaat. Het enige wat nog een beetje ontbreekt is het uiterlijk van dit muzikale gezelschap. Maar ach, het draait allemaal uiteindelijk om de muziek en die zit prima in elkaar.
Altans, aardig. Het blijft natuurlijk niet het beste album van The Ponys. Soms neigt het zelfs naar het vervelende toe als frontman Jered Gummere zijn mond opentrekt, maar dat went. Voor nu hou ik het op een solide 3*. Ik zie het niet zozeer nog omhoog gaan, maar wie weet. Het blijft een aardig vondst deze Turn The Lights Out.
The Sunshine Underground - Raise the Alarm (2006)

0
geplaatst: 18 oktober 2006, 07:57 uur
The Sunshine Underground is een uit Engeland afkomstige band die, gebaseerd op hun debuutalbum Raise The Alarm, indierock en dance maakt. In augustus hebben ze hun debuutalbum uitgebracht die toch wel met open armen ontvangen is in Engeland. Deze band maakt zeker geen recht-toe-recht-aan rockmuziek, maar rock met vele invloeden. Zo klinkt het geheel funky met een dansbare ondertoon. Ik was in ieder geval meteen positief verwonderd over The Sunshine Underground, misschien wel omdat ik (gek of niet) kleine gelijkenissen hoor met Duran Duran. Zo vind ik het openingsnummer Wake Up in zekere zin erg lijken op Nice die op het album Astronaut van Duran Duran te horen is. Ook het stemgebruik vind ik soms hetzelfde. Dus omdat ik de muziek van Duran Duran erg goed vind, kan ik ook The Sunshine Underground waarderen.
The Waterboys - Book of Lightning (2007)

3,0
0
geplaatst: 15 mei 2007, 14:54 uur
Dat The Waterboys hun bestaan kennen uit 1983 en nog steeds sterk staan vind ik al een pluim waard. Of deze Book Of Lightning echter alle voorgaande albums doet vergeten is nog maar de vraag, maar ze proberen het in ieder geval wel. Ikzelf ben niet bekend bij het repertoire van The Waterboys, dus ik begin dan ook nietwetend wat me te wachten staat en met een schone lei aan alweer dit elfde album van de band. Alleerst valt me op dat de heren een oude vibe uitstralen naar mijn mening. Om niet gedateerd te zeggen, klinkt het toch aardig. Althans, dan spreek ik over de opening The Crash of Angel Wings. Niet de beste opening, al helemaal niet met de andere hoogtepunten die Book Of Lightning bevat. Maarja, save the best for last gaat misschien het beste op. The Crash of Angel Wings is een aardig nummer maar nooit hooggrenzend. Het tweede nummer daarentegen, Love Will Shoot You Down, is alweer stukken beter. Misschien een klassieker te noemen en absoluut een van de betere nummers op dit album. Dit was eigenlijk het nummer die me er toe zette dit album eens volledig te beluisteren. Lekker herkenbare rock met een heerlijk ''mee-neuriebaar'' refrein. De jaren '80-rock voert de boventoon in dit nummer. Na dit nummer moeten de heren waarschijnlijk wat afkoelen met Nobody's Baby Anymore. Een beetje een gematigde rockballade waar niets speciaals over te zeggen valt. De ruwe stem van leadzanger Mike Scott valt voor het eerst op, wat niet per se ten goede komt van deze rockballade. Op de wat ruigere, up-tempo nummers kan ik zijn stem zeker waarderen, maar op Nobody's Baby Anymore vind ik zijn stem niet bij het nummer passen. Aardig, maar niet overdonderend. Veel beter is de andere ballade Strange Arrangement. In tegenstelling tot het vorige nummer kan ik hier wel erg van genieten. Misschien komt dat door de toevoeging van de heerlijk dweperige vioolpartijen en de minder schrijende stem van Scott. Een erg mooi geheel die eveneens tot een van de betere nummers van dit album behoort. Nogmaals vind ik de toevoeging van strijkers erg fenomenaal. Na dit nummer bereiken we weer een van de mindere liedjes op het album. She Tried To Hold Me is een vrij rustig pop/rockliedje met op de achtergrond zelfs een orgeltje die het geheel aan elkaar plakt. Het is wel aardig, was het niet de lange duur van het nummer die tot ergenis waant. Ruim 7 minuten jammert Scott over ''zij die hem probeert vast te houden''. Drama van de bovenste plank? Wellicht. Te lang en te langdradig. Gelukkig wordt het allemaal weer helemaal goed gemaakt met It's Gonna Rain. Zo kennen we de heren weer! Beetje herkenbaar, maar een o zo lekker popliedje. Heeft wat weg van het tweede nummer van Book Of Lightning en zijn zeker even lekker. Oef, dit maakt dan weer veel goed. Het absolute dieptepunt wordt bereikt met Sustain. Dit oersaaie en hielenlikkende nummer weet mij geen een minuut aan te spreken. Een saaie bezetting overigens met alleen een piano en wat bijhangend gejammer. Leuk is dan wel weer de trompetsolo ergens halverwege het nummer, maar voor de rest heb ik weinig positiefs te zeggen over Sustain. Zonlicht lijkt dan weer door te stralen met You In The Sky. Weer een rustig en dweperig nummer, maar zit wel weer zo in elkaar dat 'ie geen moment verveelt. Misschien komt dat door mijn zwak van strijkers - misschien ook niet. Het nummer heeft een licht vleugje van country en dat kan mij ook wel aanspreken. Vervolgens krijgen we weer zo'n lang nummer. Als dat maar goed gaat, want het vorige lange nummer viel bij mij verkeerd. Met Everybody Takes A Tumble kan ik nog wel leven, hoewel ik nog steeds van mening ben dat de lange duur van dit nummer alleen maar voor opvulling van het hele album dient. Ook bij dit nummer een stevige portie country en eveneens met strijkers. Aardig, maar geen hoogstandje. Tot slot dan The Man With The Wind At His Heels. Een lange titel voor een relatief kort nummer. Een vrij rustig nummer die wordt versterkt door electronische golven van experimentele computergeluiden en ver weg zelfs een doedelzak. Apart en zeker een leuke afsluiter te noemen.
Book Of Lightning is een gematigd album geworden. Een sterke afwisseling tussen erg goed en slecht is zeker het geval, maar ik kan al met al zeker genieten van dit plaatje. Een aantal onverwachte wendingen zorgen voor een leuk en een vrij verrassend plaatje. Hoewel je het gros van de nummers best herkenbaar in de oren zal klinken. Ik hou het voor nu maar even bij een 3,5* - we zien wel waar dat uiteindelijk naar toe gaat.
Book Of Lightning is een gematigd album geworden. Een sterke afwisseling tussen erg goed en slecht is zeker het geval, maar ik kan al met al zeker genieten van dit plaatje. Een aantal onverwachte wendingen zorgen voor een leuk en een vrij verrassend plaatje. Hoewel je het gros van de nummers best herkenbaar in de oren zal klinken. Ik hou het voor nu maar even bij een 3,5* - we zien wel waar dat uiteindelijk naar toe gaat.
The William Blakes - Music Wants to Be Free (2011)

3,5
0
geplaatst: 22 december 2011, 13:18 uur
Wat een leuk bandje deze The William Blakes. Fijne zomerse pop dat werkelijk alle kanten opschiet, wat alleen maar de diversiteit van de plaat aantoont. Tegelijk kun je met een deze groep ook andere bekendere namen droppen, waardoor je een idee krijgt waar de muziek van The William Blakes om draait. In Music Wants to Be Free (Breathe) horen we overduidelijk Field Music terug, met name door het karakteristieke pianospel, terwijl Land of Illusion weer een hele andere kant laat zien. Het liedje heeft veel weg van The Killers. Dancepop ligt ook in het straatje van deze groep, zoals we horen in The Light (Plane to Spain), een spannende mix van dubstep, R&B en pop a la Crystal Fighters. Inclusief auto-tune!
Nog meer redenen nodig om de plaat te beluisteren? Wat te denken van het zoete popliedje Never Had a Love, wat zo een succesvolle Eurovisie Songfestival-deelname had kunnen zijn. Het is in ieder geval in lijn met wat Denemarken de laatste jaren instuurt. Er is zelfs aan de modulatie gedacht! Lekker fout. Tiny Faces heeft weer wat weg van TOTO in het begin, maar neigt naar Yeasayer naarmate het lied vordert. Powers leent veel van Prince.
Je hoort het; veel namedropping. Niet overal is dit een succes, maar over het algemeen weet The William Blakes er een eigen twist aan te geven. Zeer fijne groep, houd ze in de gaten zou ik zeggen.
Nog meer redenen nodig om de plaat te beluisteren? Wat te denken van het zoete popliedje Never Had a Love, wat zo een succesvolle Eurovisie Songfestival-deelname had kunnen zijn. Het is in ieder geval in lijn met wat Denemarken de laatste jaren instuurt. Er is zelfs aan de modulatie gedacht! Lekker fout. Tiny Faces heeft weer wat weg van TOTO in het begin, maar neigt naar Yeasayer naarmate het lied vordert. Powers leent veel van Prince.
Je hoort het; veel namedropping. Niet overal is dit een succes, maar over het algemeen weet The William Blakes er een eigen twist aan te geven. Zeer fijne groep, houd ze in de gaten zou ik zeggen.
Thomas Dybdahl - One Day You'll Dance for Me, New York City (2004)

4,0
0
geplaatst: 1 februari 2007, 13:49 uur
Een ander geweldig album van Thomas Dybdahl. Ik heb deze na de overweldigende Science, ook One Day You'll Dance For Me in huis gehaald. Ook dit is weer een pareltje geworden van de Noorse singer/songwriter. Voor mezelf vind ik dit album tegenover Science moeilijk te vergelijken. Momenteel ben ik al langer naar Science aan het luisteren, dan naar dit album dus misschien heb ik niet het volledige recht om te zeggen dat ik Science beter vind. Hoewel dit album heerlijke nummers bevat, vind ik de tijdsduur erg scharig. 38 minuten waar je ook nog ruim twee á drie minuten moet van af trekken in verband met het laatste nummer die een stilte van een aantal minuten bevat. Naar mijn mening is dus de tijdsduur van het album een flink minpunt. Daartegenover staat weer dat de overige nummers nóg beter klinken dan Science. Maar nogmaals, dit album heb ik minder gedraait dan haar opvolger. Voor nu geef ik ze allebei een gelijke stem.
Tori Amos - American Doll Posse (2007)

3,0
0
geplaatst: 30 april 2007, 21:37 uur
American Doll Posse
Tori Amos
Genre: Pop, Rock | 27/04/06
Score: 4,0*
Tori Amos is terug met alweer haar negende plaat American Doll Posse. Verschillende persoonlijkheden, snoeiharde gitaren en melodische pianopartijen vormen de basis van dit gewaagde nieuwe album.
Dat de Amerikaanse singer & songwriter Tori Amos haar extremen probeert te zoeken wisten we al na het omstreden album Boys For Pele daterend uit 1996. Maar het nieuwe album American Doll Posse overtreft al die gekheid en gaat nog een stapje verder. Allereerst moeten we kennis maken met de vijf typetjes die voor het eerst hun entree maken op dit album: Pip, Santa, Clyde, Tori en Isabel. Voortgevloeid uit de fantasierijke hersenspinsels van Amos zijn deze typetjes neergezet met ieder een kenmerkende persoonlijkheid die grote rollen spelen ge-durende het hele album. Zo staat Pip garant voor de experimentele nummers, terwijl Isabel de historische zijde van dit album voor haar rekening neemt en Tori ''gewoon'' haar verhaal vertelt. Vertaalt naar het album betekent dat een hoop diversiteit. De verschillende persoonlijkheden bieden in muzikaal opzicht een ruim aanbod aan muziek. Zo horen we harde gitaarrock in Pip's Teenage Hustling en worden we meegenomen door Santa in haar bluesnummer You Can Bring Your Dog. Uiteraard is de Tori Amos van een tiental jaren terug ook aanwezig op American Doll Posse. Zo doen Father's Son en Girl Disappearing niets onder aan haar herkenbare piano nummers waar Amos in de eerste instantie bekend mee werd. Wel worden ze op ten duur een beetje naar de ach-tergrond geschoven door alle flamboyante rocknummers die een meerderheid vormen op American Doll Posse.
Conclusie:
Dat Tori Amos op American Doll Posse een heel andere weg in slaat dan normaal mag nu wel duidelijk zijn. Amos heeft haar eigen stijl voor een groot deel opzij geschoven, wat ervoor heeft gezorgd dat we nu een al-bum krijgen voorgeschoteld waar glamrock, gekheid en ruigheid een centrale rol spelen. Weinig materiaal voor de ''oude'' Amos-fan is het gevolg. Daar staat gelukkig een arsenaal aan nummers tegenover die zowel inhoudelijk als in een vernieuwend en divers opzicht prima in elkaar steken.
Meer >>
Tori Amos
Genre: Pop, Rock | 27/04/06
Score: 4,0*
Tori Amos is terug met alweer haar negende plaat American Doll Posse. Verschillende persoonlijkheden, snoeiharde gitaren en melodische pianopartijen vormen de basis van dit gewaagde nieuwe album.
Dat de Amerikaanse singer & songwriter Tori Amos haar extremen probeert te zoeken wisten we al na het omstreden album Boys For Pele daterend uit 1996. Maar het nieuwe album American Doll Posse overtreft al die gekheid en gaat nog een stapje verder. Allereerst moeten we kennis maken met de vijf typetjes die voor het eerst hun entree maken op dit album: Pip, Santa, Clyde, Tori en Isabel. Voortgevloeid uit de fantasierijke hersenspinsels van Amos zijn deze typetjes neergezet met ieder een kenmerkende persoonlijkheid die grote rollen spelen ge-durende het hele album. Zo staat Pip garant voor de experimentele nummers, terwijl Isabel de historische zijde van dit album voor haar rekening neemt en Tori ''gewoon'' haar verhaal vertelt. Vertaalt naar het album betekent dat een hoop diversiteit. De verschillende persoonlijkheden bieden in muzikaal opzicht een ruim aanbod aan muziek. Zo horen we harde gitaarrock in Pip's Teenage Hustling en worden we meegenomen door Santa in haar bluesnummer You Can Bring Your Dog. Uiteraard is de Tori Amos van een tiental jaren terug ook aanwezig op American Doll Posse. Zo doen Father's Son en Girl Disappearing niets onder aan haar herkenbare piano nummers waar Amos in de eerste instantie bekend mee werd. Wel worden ze op ten duur een beetje naar de ach-tergrond geschoven door alle flamboyante rocknummers die een meerderheid vormen op American Doll Posse.
Conclusie:
Dat Tori Amos op American Doll Posse een heel andere weg in slaat dan normaal mag nu wel duidelijk zijn. Amos heeft haar eigen stijl voor een groot deel opzij geschoven, wat ervoor heeft gezorgd dat we nu een al-bum krijgen voorgeschoteld waar glamrock, gekheid en ruigheid een centrale rol spelen. Weinig materiaal voor de ''oude'' Amos-fan is het gevolg. Daar staat gelukkig een arsenaal aan nummers tegenover die zowel inhoudelijk als in een vernieuwend en divers opzicht prima in elkaar steken.
Meer >>
Travis - The Boy with No Name (2007)

3,0
0
geplaatst: 22 april 2007, 20:32 uur
Ook ik ben maar eens begonnen aan deze The Boy With No Name. Ik ben zelf niet zo te spreken hoe Travis omgaat met pop. Het was meer dan te pruimen op The Invisible Band en The Man Who (en ook de single-collectie wist mij te bekoren), maar het werd al minder bij 12 Memories. Veel minder wel te verstaan. Misschien te verklaren door het feit dat Travis een hele andere wending inkeert - meer experimenteler is. Dit is naar mijn mening vluchten voor je eigen muziek, vluchten voor de aanstekelijke popmuziek van een kleine tien jaar terug. Ik vreeste dan ook ''het ergste'' met het nieuwe plaatje van Travis, maar tot mijn verrassing is Travis toch enigszins teruggekeert naar haar roots; wat wil zeggen aanstekelijke popnummers die lekker mee-neuriebaar zijn - pop zoals ik het graag wil zien. Alleen de zwakte ligt hem toch wel bij de diversiteit en vernieuwing. Veel mensen hier lijken er niet om te malen, maar ik wel degelijk. De pop van Travis een kleine tien jaar geleden was voor die tijd nog '' vernieuwend'' en het wist zeker wat toe te voegen aan de popcultuur van de jaren negentig. Nu echter weten we wel beter. Niets nieuws onder de zon. En zoals ik al eerder zei hakt dat er bij mij toch wel in. Zo kan ik minder genieten van het gort van de nummers. Natuurlijk zijn er nummers als Closer, My Eyes en Battleship die het album meer dan goed praten, maar niet alle nummers zijn zo makkelijk door de keel te krijgen. Ze vervelen naar mijn mening te veel of te snel. Het gaat dan ook veel te ver om The Boy With No Name hoger te geven dan een 4* - maar dan zit ik al op mijn maximum. Voor nu moet het album het toch echt doen met een 3,5*. Zeker geen slecht album, maar verre van geniaal.
