Hier kun je zien welke berichten RonaldjK als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Buzzcocks - Flat-Pack Philosophy (2006)

4,5
1
geplaatst: 18 december 2024, 16:15 uur
Buzzcocks uit Manchester hoorden bij de eerste Engelse punkgolf en namen met hun pakkende melodieën en naïef-melancholische scheurpoppunk een geheel eigen plek in. Deze cd kwam ik in oktober tegen bij No Dust in Wezep toen ik op de hurken een bakje met punk-cd's doorbladerde. Heb Flat-Pack Philosophy indertijd gemist maar bij Buzzcocks kun je je geen buil vallen.
De groep was in 1981 uit elkaar gevallen om in '89 weer bij elkaar te komen, mede als gevolg van de vele lofzangen die men kreeg in de inactieve jaren. In 2006 bestaat de groep naast oudgedienden en zangers/gitaristen Pete Shelley en Steve Diggle uit bassist Tony Barber en drummer Philip Barker.
Het recept is hetzelfde als in de jaren '70 en de nieuwe liedjes van Shelley en Diggle blijken net zo lekker als toen. Hoe knap om weer met nieuwe melodietjes, naïviteit en melancholie te komen én overtuigend te klinken, zonder dat er sleet op dit recept vol ronkende gitaren zit.
Is er dan niets veranderd? Jawel, de stem van Shelley is anno 2006 wat lager dan toen en de productie is modern - modderlekkervet. Maar dat is het dan ook wel. En ja, ga dan maar eens favorieten kiezen... Ik mag er drie aanvinken, de keuze is echter eigenlijk onmogelijk. Shelley is hoofdcomponist met negen van de veertien nummers, Diggle schreef er vijf; hun muziekjes doen niet voor elkaar onder.
Genieten, genieten, genieten. Onderweg en in de huiskamer. Zwakke liedjes zijn niet te vinden en mijn score wordt als schoolcijfer een dikke 9. Shelley overleed in 2018, nadat de groep in 2014 nog The Way uitbracht. Die moet ik ook maar eens in fysieke vorm tegenkomen. Alhoewel ik de groep voor het eerst in 1977 hoorde (radio, Orgasm Addict), is de vonk pas afgelopen jaar echt op mij overgeslagen. Steevast word ik er zó vrolijk van!
Bijna 20 jaar na het schrijven van c-moon ben ik bovendien benieuwd wat hij van Flat-Back Philosophy vindt! Ik weet wel welke groepen ik in 2024 innig heb omarmd, veel te laat maar toch: Buzzcocks en Magazine, de groep van hun oorspronkelijke frontman Howard Devoto.
De groep was in 1981 uit elkaar gevallen om in '89 weer bij elkaar te komen, mede als gevolg van de vele lofzangen die men kreeg in de inactieve jaren. In 2006 bestaat de groep naast oudgedienden en zangers/gitaristen Pete Shelley en Steve Diggle uit bassist Tony Barber en drummer Philip Barker.
Het recept is hetzelfde als in de jaren '70 en de nieuwe liedjes van Shelley en Diggle blijken net zo lekker als toen. Hoe knap om weer met nieuwe melodietjes, naïviteit en melancholie te komen én overtuigend te klinken, zonder dat er sleet op dit recept vol ronkende gitaren zit.
Is er dan niets veranderd? Jawel, de stem van Shelley is anno 2006 wat lager dan toen en de productie is modern - modderlekkervet. Maar dat is het dan ook wel. En ja, ga dan maar eens favorieten kiezen... Ik mag er drie aanvinken, de keuze is echter eigenlijk onmogelijk. Shelley is hoofdcomponist met negen van de veertien nummers, Diggle schreef er vijf; hun muziekjes doen niet voor elkaar onder.
Genieten, genieten, genieten. Onderweg en in de huiskamer. Zwakke liedjes zijn niet te vinden en mijn score wordt als schoolcijfer een dikke 9. Shelley overleed in 2018, nadat de groep in 2014 nog The Way uitbracht. Die moet ik ook maar eens in fysieke vorm tegenkomen. Alhoewel ik de groep voor het eerst in 1977 hoorde (radio, Orgasm Addict), is de vonk pas afgelopen jaar echt op mij overgeslagen. Steevast word ik er zó vrolijk van!
Bijna 20 jaar na het schrijven van c-moon ben ik bovendien benieuwd wat hij van Flat-Back Philosophy vindt! Ik weet wel welke groepen ik in 2024 innig heb omarmd, veel te laat maar toch: Buzzcocks en Magazine, de groep van hun oorspronkelijke frontman Howard Devoto.
Buzzcocks - Love Bites (1978)

4,0
0
geplaatst: 16 juni 2024, 14:52 uur
Rond 2008 was ik in Lille, waar ik toevallig tegen een platenwinkel aanliep. Daar draaide men enkele nummers van een cd. Ik kende ze van compleet andere versies, maar zoekend in de krochten van mijn geest kon ik me niet herinneren welke nummers dit waren. Een zwart gat. Op de toonbank stond de hoes van een mij onbekende groep, jammer echter dat ik die dag met een groep in de stad was, die alweer verder ging. Internet in het buitenland was toen nog ingewikkeld qua roaming, áls ik al een smartphone had - opzoeken kon niet ter plekke. De groepsnaam memoriseerde ik snel. Lopend door de stad, schoot één van de twee liedjes me dan eindelijk te binnen: natúúrlijk, Blue Monday van New Order!
Pas thuis kwam ik erachter welk album het was geweest: Bande à Part van Nouvelle Vague. Het andere liedje dat ik in jazzachtige sfeer had gehoord: Ever Fallen in Love. O, natuurlijk de Buzzcocks! Een liedje en een groep die ver waren weggezakt... Eind oktober 1978 haalde het in het VK #12.
In september 1978 is punk nog gevaarlijk en wild, maar wie oor heeft voor melodie wordt weer vele malen verrast met een elftal fijne popliedjes. De vier van Buzzcocks schreven geen teksten over politieke zaken, wel over kleinmenselijk leed en daarom o zo herkenbaar. In combinatie met de lichte, lenige stem van Pete Shelley onweerstaanbaar lief en pittig tegelijk.
Op die manier vervolgt kant 1 van Love Bites het debuut. Dit met drie überkrakers. Naast Ever Fallin in Love zijn dat Operators Manual met heerlijk gitaarwerk en deels een nadrukkelijke driekwartsmaat en Nostalgia, dat er vanaf de eerste toon vól inknalt.
Ik verwachtte meer hiervan op kant 2, maar word verrast: de vrolijke toon verandert geleidelijk in die van melancholie. Dat wel op zeer prettige wijze! Eerst het instrumentale en vlotte Walking Distance met sterk drumwerk van John Maher, vervolgens de akoestische basis van Love Is Lies met zang van gitarist Steve Diggle; alsof je Steve Harley hoort. Dan weer sneller en stevig met deze keer een langer intro en hakkende gitaartjes in Nothing Left, waar ik weerom zo vrolijk word van de breaks van Maher, daarin naadloos gevolgd door bassist Steve Garvey.
Dan weer zwaarder met melancholie is E.S.P.; alsof ik een vooruitwijzing hoor naar Joy Division en andere postpunk, wat wij indertijd doomwave noemden. De climax hiervan is haarscherp vastgelegd het tweede instrumentaal: Late for the Train biedt extra ruimte voor de transparante productie van Martin Rushent, die hier met het drumgeluid kan spelen. Een repetitief drumpatroon, hakkende akkoorden, vervreemdende koortjes, stuwende bas en een slot dat bepaald geen slot is… Wat een finale!
Een plaattitel met dubbele betekenis. Een eerste vrolijke en een tweede melancholieke plaatkant van een groep in ontwikkeling. In oktober '78 haalde het #13. In 2008 volgde een sterk uitgebreide 2cd-versie, waarop ook non-albumsingles. Van MuMe mag ik slechts drie nummers als favoriet aanwijzen, hier onmogelijk weinig…
Op reis door new wave kwam ik van een XTC-verzamelaar en vervolg bij de tweede van The Boomtown Rats.
Pas thuis kwam ik erachter welk album het was geweest: Bande à Part van Nouvelle Vague. Het andere liedje dat ik in jazzachtige sfeer had gehoord: Ever Fallen in Love. O, natuurlijk de Buzzcocks! Een liedje en een groep die ver waren weggezakt... Eind oktober 1978 haalde het in het VK #12.
In september 1978 is punk nog gevaarlijk en wild, maar wie oor heeft voor melodie wordt weer vele malen verrast met een elftal fijne popliedjes. De vier van Buzzcocks schreven geen teksten over politieke zaken, wel over kleinmenselijk leed en daarom o zo herkenbaar. In combinatie met de lichte, lenige stem van Pete Shelley onweerstaanbaar lief en pittig tegelijk.
Op die manier vervolgt kant 1 van Love Bites het debuut. Dit met drie überkrakers. Naast Ever Fallin in Love zijn dat Operators Manual met heerlijk gitaarwerk en deels een nadrukkelijke driekwartsmaat en Nostalgia, dat er vanaf de eerste toon vól inknalt.
Ik verwachtte meer hiervan op kant 2, maar word verrast: de vrolijke toon verandert geleidelijk in die van melancholie. Dat wel op zeer prettige wijze! Eerst het instrumentale en vlotte Walking Distance met sterk drumwerk van John Maher, vervolgens de akoestische basis van Love Is Lies met zang van gitarist Steve Diggle; alsof je Steve Harley hoort. Dan weer sneller en stevig met deze keer een langer intro en hakkende gitaartjes in Nothing Left, waar ik weerom zo vrolijk word van de breaks van Maher, daarin naadloos gevolgd door bassist Steve Garvey.
Dan weer zwaarder met melancholie is E.S.P.; alsof ik een vooruitwijzing hoor naar Joy Division en andere postpunk, wat wij indertijd doomwave noemden. De climax hiervan is haarscherp vastgelegd het tweede instrumentaal: Late for the Train biedt extra ruimte voor de transparante productie van Martin Rushent, die hier met het drumgeluid kan spelen. Een repetitief drumpatroon, hakkende akkoorden, vervreemdende koortjes, stuwende bas en een slot dat bepaald geen slot is… Wat een finale!
Een plaattitel met dubbele betekenis. Een eerste vrolijke en een tweede melancholieke plaatkant van een groep in ontwikkeling. In oktober '78 haalde het #13. In 2008 volgde een sterk uitgebreide 2cd-versie, waarop ook non-albumsingles. Van MuMe mag ik slechts drie nummers als favoriet aanwijzen, hier onmogelijk weinig…
Op reis door new wave kwam ik van een XTC-verzamelaar en vervolg bij de tweede van The Boomtown Rats.
Buzzcocks - Singles Going Steady (1979)

4,5
1
geplaatst: 6 mei 2024, 06:50 uur
Ben op reis door new wave en punk en inmiddels aanbeland bij november 1977. Na de in eigen beheer uitgebrachte EP Spiral Scratch uit januari volgde het vertrek van frontman Howard Devoto die weer ging studeren en na een jaar de groep Magazine begon. Pete Shelley nam de microfoon over.
De groep tekent bij United Artists en single Orgasm Addict verschijnt. Geschreven door Devoto, geproduceerd door Martin Rushent die binnen dit genre The Stranglers had gedaan plus vele namen in andere genres.
Ik hoorde de single op Hilversum 3 en was verkocht; helaas te laat om op te nemen maar gelukkig beklijfde de melodie in mijn hoofd.
De BBC boycotte de single, iets met de titel en de tekst... Vandaar dat ie niet is te vinden in de hitlijst van British Charts. In februari '78 haalt tweede single What Do I Get #37. Meer hits volgden, hier het overzicht van de resultaten van alle singles van de groep in het Verenigd Koninkrijk.
En verder: lees de bijdrage hierboven van BoyOnHeavenHill en je weet wat je moet weten. Ook ik vind de groep meesters van prachtige, met lichte stem gezongen melodieën en kleine poëzie in punkjasje gestoken. Grootste verrassing voor mij was Are Everything, waar de groep iets kalmer klinkt, afwijkend van de snelle nummers.
Over compilaties kun je altijd twisten omdat je nummers mist of overbodig vindt, maar met dit consequente singleoverzicht krijg je een realistisch beeld van de Buzzcocks in de eerste jaren.
Ik reisde vanaf de debuutelpee van de Tom Robinson Band en vervolg bij de Ramones die, ook in november '77, alweer toe waren aan hun derde langspeler.
De groep tekent bij United Artists en single Orgasm Addict verschijnt. Geschreven door Devoto, geproduceerd door Martin Rushent die binnen dit genre The Stranglers had gedaan plus vele namen in andere genres.
Ik hoorde de single op Hilversum 3 en was verkocht; helaas te laat om op te nemen maar gelukkig beklijfde de melodie in mijn hoofd.
De BBC boycotte de single, iets met de titel en de tekst... Vandaar dat ie niet is te vinden in de hitlijst van British Charts. In februari '78 haalt tweede single What Do I Get #37. Meer hits volgden, hier het overzicht van de resultaten van alle singles van de groep in het Verenigd Koninkrijk.
En verder: lees de bijdrage hierboven van BoyOnHeavenHill en je weet wat je moet weten. Ook ik vind de groep meesters van prachtige, met lichte stem gezongen melodieën en kleine poëzie in punkjasje gestoken. Grootste verrassing voor mij was Are Everything, waar de groep iets kalmer klinkt, afwijkend van de snelle nummers.
Over compilaties kun je altijd twisten omdat je nummers mist of overbodig vindt, maar met dit consequente singleoverzicht krijg je een realistisch beeld van de Buzzcocks in de eerste jaren.
Ik reisde vanaf de debuutelpee van de Tom Robinson Band en vervolg bij de Ramones die, ook in november '77, alweer toe waren aan hun derde langspeler.
Buzzcocks - Spiral Scratch (1977)

3,5
0
geplaatst: 2 april 2024, 10:04 uur
Ik leerde de Buzzcocks eind 1977 kennen via single Orgasm Addict, waarschijnlijk op Hilversum 3 bij één van de alternatieve omroepen VARA, KRO of VPRO. Als piepjonge tiener was dat het enige kanaal, zelfs Muziekkrant Oor lag nog buiten mijn bereik. Hierboven zetten Emu en BoyOnHeavenHill de boel in nuttige context.
Inderdaad, na New Rose van The Damned (oktober '76) en Anarchy in the UK van Sex Pistols (november '76) was deze EP de eerste van Britse bodem die langer duurde dan een twee-liedjes-single. Al hadden de New Yorkse Ramones inmiddels al twee heuse langspelers uitgebracht, waarvan Leave Home ruim twee weken voor Spiral Scratch verscheen.
Terecht ook dat wordt benoemd dat dit alles in eigen beheer werd uitgebracht op het New Hormones label, geproduceerd door producer Martin Hannett, hier onder het alias Martin Zero vermeld.
1977 was het jaar dat de Britse punk- en newwaverevolte op gang kwam. Het bracht werk van veel nieuwe namen, door de Londense labels Chiswick en Stiff blijmoedig toegevoegd aan hun jonge catalogus met pubrocknamen.
Eind januari waren daar de Buzzcocks, niet verbonden aan het Londense centrum van de Britse indierock van die dagen. Ze brachten vier heerlijk scheurende nummers, waarbij tevens op de hoes staat aangegeven welke take is gebruikt en wat er is overgedubd: "All recorded 'live', Indigo Sound Studio Manchester". Die overdubs betreffen in drie nummers gitaarpartijen van de verder kale opnamen, waarbij Hannett in het laatste nummer Friends of Mine een wolkje echo aan de zang toevoegde. In retrospect kun je hier overeenkomsten horen met wat hij later bij Joy Division zou doen.
Meest opvallend zijn de snijdende stem van zanger Howard Devoto, de grommende gitaren van Pete Shelley en de melodieën, dat alles op tempo gehouden door bassist Steve Diggle en drummer John Maher. Het resultaat klinkt grimmiger dan de tweede Ramones, mijn vorige album op mijn reis door punk en wave. Maar juist daarom wel aangenaam! Volgende station: Marquee Moon van het New Yorkse Television.
PS De gitaarsolo van Boredom haalde mijn lijst met favoriete solo's. Heerlijk nihilistisch, wordt aan het einde nog eens herhaald ook! Die in Friends of Mine mag er ook zijn. Hoezo mogen gitaarsolo's niet in punk? 'No rules' was een andere punkwet!
Inderdaad, na New Rose van The Damned (oktober '76) en Anarchy in the UK van Sex Pistols (november '76) was deze EP de eerste van Britse bodem die langer duurde dan een twee-liedjes-single. Al hadden de New Yorkse Ramones inmiddels al twee heuse langspelers uitgebracht, waarvan Leave Home ruim twee weken voor Spiral Scratch verscheen.
Terecht ook dat wordt benoemd dat dit alles in eigen beheer werd uitgebracht op het New Hormones label, geproduceerd door producer Martin Hannett, hier onder het alias Martin Zero vermeld.
1977 was het jaar dat de Britse punk- en newwaverevolte op gang kwam. Het bracht werk van veel nieuwe namen, door de Londense labels Chiswick en Stiff blijmoedig toegevoegd aan hun jonge catalogus met pubrocknamen.
Eind januari waren daar de Buzzcocks, niet verbonden aan het Londense centrum van de Britse indierock van die dagen. Ze brachten vier heerlijk scheurende nummers, waarbij tevens op de hoes staat aangegeven welke take is gebruikt en wat er is overgedubd: "All recorded 'live', Indigo Sound Studio Manchester". Die overdubs betreffen in drie nummers gitaarpartijen van de verder kale opnamen, waarbij Hannett in het laatste nummer Friends of Mine een wolkje echo aan de zang toevoegde. In retrospect kun je hier overeenkomsten horen met wat hij later bij Joy Division zou doen.
Meest opvallend zijn de snijdende stem van zanger Howard Devoto, de grommende gitaren van Pete Shelley en de melodieën, dat alles op tempo gehouden door bassist Steve Diggle en drummer John Maher. Het resultaat klinkt grimmiger dan de tweede Ramones, mijn vorige album op mijn reis door punk en wave. Maar juist daarom wel aangenaam! Volgende station: Marquee Moon van het New Yorkse Television.
PS De gitaarsolo van Boredom haalde mijn lijst met favoriete solo's. Heerlijk nihilistisch, wordt aan het einde nog eens herhaald ook! Die in Friends of Mine mag er ook zijn. Hoezo mogen gitaarsolo's niet in punk? 'No rules' was een andere punkwet!
