Hier kun je zien welke berichten Marco van Lochem als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Boston - Life, Love & Hope (2013)

2,0
0
geplaatst: 29 mei 2017, 19:12 uur
In 1976 verscheen het debuut album van de band Boston. Grote man in Boston is gitarist/componist en multi instrumentalist Tom Scholz. De andere man die verantwoordelijk is voor het typische Boston geluid is zanger Brad Delp. Hij is te horen op de eerste 3 albums, daarna sporadisch nog. Boston scoorde met songs als “MORE THAN A FEELING”, “DON’T LOOK BACK” en “AMANDA”. In totaal maakte de band, inclusief deze in 2013 verschenen plaat, 6 albums….en dat in 36 jaar. Dat is niet veel en is dan ook 11 jaar geleden dat het vorige album verscheen. Door daar meerdere zangers te gebruiken en zelfs een zangeres, klinkt het was anders dan de voorgaande en dat principe gebruikt Scholz bij de nieuwste Boston ook. Op “LIFE, LOVE & HOPE” staan 11 songs, waarvan er 3 eerder verschenen zijn. Ze zijn opnieuw opgenomen, mede ook als eer betoon voor de in 2007 overleden zanger Brad Delp. Hoe is de kwaliteit van deze plaat, waar de fans zo lang op hebben moeten wachten? De sound is typisch Boston, maar de opnames zijn wat vlak, de drums komen uit een doosje en klinken beroerd en het songmateriaal is ook niet top. Een zeer matig album van Boston waar 11 jaar over is gedaan...dan valt het allemaal toch behoorlijk tegen. De kwaliteit van het gebodene had beter moeten zijn.
Boz Scaggs - Silk Degrees (1976)

4,0
1
geplaatst: 6 oktober 2018, 11:35 uur
William Royce “Boz” Scaggs werd geboren op 8 juni 1944 in Canton Ohio, USA. Dit jaar bracht de muziekveteraan nog een nieuw album uit, “OUT OF THE BLUES”, zijn 19e. In maart 1976 bracht hij zijn zevende album uit, “SILK DEGREES”, dat uitgroeide tot zijn meest succesvolle plaat, 5 keer platina in Amerika. Voordat hij solo albums op ging nemen, werkte hij samen met onder andere Steve Miller. In 1965 bracht hij zijn eerste album uit, getiteld “BOZ”. Met “SILK DEGREES” bracht Scaggs zijn meest poppy album uit, waarop 1 cover staat, het door Allen Toussaint geschreven “WHAT DO YOU WANT THE GIRL TO DO”. De rest van de songs schreef hij alleen of met (latere) Toto toetsenist David Paich, die ook verantwoordelijk is door het door hem alleen geschreven “LOVE ME TOMMOROW”. Het werken met Boz Scaggs zorgde ervoor dat de toen 22 jarige Paich meer werk kreeg en daardoor een paar jaar later de band Toto kon oprichten. Onder de muzikanten die meespelen op “SILK DEGREES” zijn ook drummer Jeff Porcaro en bassist David Hungate te vinden, die in de eerste Toto bezetting zaten. “SILK DEGREES” is een album met pop, rock en funk invloeden. Het gaat van start met de hit “WHAT CAN I SAY”, een lekker popsong met mooie achtergrond vocalen. De funky bass/drum sound die te horen is, is één van de ingrediënten die later in Toto veelvuldig te horen waren. Het uptempo “GEORGIA” is een lekker poprocker, waarbij Scaggs zijn karakteristieke stemgeluid optimaal kan etaleren. “JUMP STREET” is een typische Amerikaanse rock song en “WHAT DO YOU WANT THE GIRL TO DO” een heerlijke funky midtempo track. “HARBOR LIGHTS” is met 6 minuten het langste nummer op deze klassieker en is een prachtige ballad. “LOWDOWN” is één van de 3 Top 40 hits in Nederland van “SILK DEGREES”, een midtempo funk/pop song met schitterend basgitaar werk van Hungate. “IT’S OVER” een uptempo popsong met mooie achtergrond vocalen. “LOVE ME TOMMOROW” heeft een reggaefeel en past toch prima tussen de andere 9 songs. Het heerlijke uptempo “LIDO SHUFFLE” staat als een huis en werd terecht een hit. “WE’RE ALL ALONE” werd in 1977 een internationale hit in de uitvoering van Rita Coolidge en is op dit album het prachtige slotakkoord. Met de opvolger “DOWN TWO THEN LEFT” probeerde Scaggs het succes van “SILK DEGREES” te evenaren en dat lukte niet. Tegenwoordig brengt hij af en toe nieuw werk uit, meestal blues georiënteerd en ligt het mega succes van dit album ver achter hem. Bijna 41 en een halve minuut Amerikaanse pop/rock muziek, kwalitatief erg hoog en daarom terecht een klassieker.
Broers + Klazinga - Burdens of the Mind (2021)

4,5
1
geplaatst: 1 april 2021, 19:49 uur
Ik leerde het Nederlandse Knight Area n.a.v. hun tweede album, “UNDER A NEW SIGN” in 2007 kennen. Prachtige, authentieke progressieve rock met veel melodie. Hoogtepunt uit de carrière vind ik nog steeds hun uit 2011 stammende album “NINE PATHS”, waarin ze een perfecte combinatie van iets stevige rock en de van hun bekende progressieve rock combineerden.
Daarna werd het, wat mij betreft, steeds minder interessant. De rock werd ingewisseld voor metal invloeden en de toegankelijkheid kwam steeds meer op de achtergrond. Ik heb wel eens gekscherend gezegd, dat Knight Area overgestapt is van IO Pages (een blad gespecialiseerd in prog) naar Aardschok (voor hardrock en metal liefhebbers). Zeker met de komst van de geweldige zanger Jan Willem Ketelaers, die voor het eerst te horen was op het vorige jaar verschenen “D-DAY” en gitarist Mark Bogert (sinds “HYPERDRIVE 2014 in de band) is het geluid drastisch verandert. Stevige metalriffs en minder toetsen georiënteerd.
Laat dat laatste nu het geluid van Knight Area zijn, want oprichter Gerben Klazinga, toetsenist en componist, bepaalde voor een groot deel dat geluid. Zanger Mark Smit moest na het in 2017 verschenen album “HEAVEN AND BEYOND” het veld ruimen en daarmee verdween het laatste echte Knight Area geluid.
Jacob Broers ontmoette Gerben Klazinga in 2014 en langzaam ontstond het idee om samen symfonische muziek te gaan maken en dat heeft geresulteerd in het prachtige album “BURDENS OF THE MIND”. Een album dat op alle fronten aan het oude Knight Area doet denken, omdat de toetsen weer een groot aandeel in de muziek hebben, Mark Smit als leadzanger te horen is en de melodie op alle fronten weer terug is.
Met het prachtige “FOREVER ALONE” en de het rustige, maar zeer melodische “NOW THAT YOU’RE GONE” weet je na 2 nummers al exact wat je van dit schijfje kunt verwachten. De meeste songs klokken tussen de 5 en 7 minuten, maar het imposante titelnummer “BURDENS OF THE MIND” duurt bijna 11 minuten. Na een rustige opbouw komen alle facetten van Broers + Klazinga voorbij. Prachtige zanglijn, mooie solo’s op toetsen en gitaar, wat wil je als progressieve rock liefhebber nog meer.
“WHO DO WE THINK WE ARE” heeft een zeer aanstekelijke melodie, in “YEAR WITHOUT SUMMER” heeft gitarist Jeremy van Haastert een prominente rol, prachtig gitaarwerk en het midtempo “FLY INTO THE WALL” heeft een mooie zanglijn. Met “KARAKAS” hebben de beide toetsenisten een tribute gemaakt voor Johann Sebastian Bach en Keith Emerson. In deze instrumentale topper is het bijna 6 minuten genieten van de ene solo na de andere...wauw!
Wat mij betreft mogen de beide heren dit als een begin van een reeks albums gaan zien en dan mag Knight Area doorgaan op de ingeslagen weg, want dan is er voor elk wat wils. Echter zal ik dan voor 100% kiezen voor dit duo, dat mij volledig heeft ingepakt!
Daarna werd het, wat mij betreft, steeds minder interessant. De rock werd ingewisseld voor metal invloeden en de toegankelijkheid kwam steeds meer op de achtergrond. Ik heb wel eens gekscherend gezegd, dat Knight Area overgestapt is van IO Pages (een blad gespecialiseerd in prog) naar Aardschok (voor hardrock en metal liefhebbers). Zeker met de komst van de geweldige zanger Jan Willem Ketelaers, die voor het eerst te horen was op het vorige jaar verschenen “D-DAY” en gitarist Mark Bogert (sinds “HYPERDRIVE 2014 in de band) is het geluid drastisch verandert. Stevige metalriffs en minder toetsen georiënteerd.
Laat dat laatste nu het geluid van Knight Area zijn, want oprichter Gerben Klazinga, toetsenist en componist, bepaalde voor een groot deel dat geluid. Zanger Mark Smit moest na het in 2017 verschenen album “HEAVEN AND BEYOND” het veld ruimen en daarmee verdween het laatste echte Knight Area geluid.
Jacob Broers ontmoette Gerben Klazinga in 2014 en langzaam ontstond het idee om samen symfonische muziek te gaan maken en dat heeft geresulteerd in het prachtige album “BURDENS OF THE MIND”. Een album dat op alle fronten aan het oude Knight Area doet denken, omdat de toetsen weer een groot aandeel in de muziek hebben, Mark Smit als leadzanger te horen is en de melodie op alle fronten weer terug is.
Met het prachtige “FOREVER ALONE” en de het rustige, maar zeer melodische “NOW THAT YOU’RE GONE” weet je na 2 nummers al exact wat je van dit schijfje kunt verwachten. De meeste songs klokken tussen de 5 en 7 minuten, maar het imposante titelnummer “BURDENS OF THE MIND” duurt bijna 11 minuten. Na een rustige opbouw komen alle facetten van Broers + Klazinga voorbij. Prachtige zanglijn, mooie solo’s op toetsen en gitaar, wat wil je als progressieve rock liefhebber nog meer.
“WHO DO WE THINK WE ARE” heeft een zeer aanstekelijke melodie, in “YEAR WITHOUT SUMMER” heeft gitarist Jeremy van Haastert een prominente rol, prachtig gitaarwerk en het midtempo “FLY INTO THE WALL” heeft een mooie zanglijn. Met “KARAKAS” hebben de beide toetsenisten een tribute gemaakt voor Johann Sebastian Bach en Keith Emerson. In deze instrumentale topper is het bijna 6 minuten genieten van de ene solo na de andere...wauw!
Wat mij betreft mogen de beide heren dit als een begin van een reeks albums gaan zien en dan mag Knight Area doorgaan op de ingeslagen weg, want dan is er voor elk wat wils. Echter zal ik dan voor 100% kiezen voor dit duo, dat mij volledig heeft ingepakt!
Bruce Springsteen - Born in the U.S.A. (1984)

5,0
0
geplaatst: 3 februari 2018, 15:56 uur
Bruce Frederick Joseph Springsteen werd op 23 september 1949 geboren in Long Branch New Jersey, USA en bracht op 4 juni 1984 zijn meest commerciële en succesvolle album uit, “BORN IN THE U.S.A.”. Het was de opvolger van het akoestische en sobere “NEBRASKA”, waarmee Springsteen liet zien dat hij doet waar hij zin in heeft. Het zevende album van Springsteen had wel een aanloop nodig. “DANCING IN THE DARK”, de eerste single, verscheen op 3 mei 1984, bereikte in de Nederland de Top 40, maar reikte niet hoger dan de 31e plaats. In mei 1985 werd de single opnieuw uitgebracht en mede door de videoclip werd het een nummer 1 hit. In Amerika was het overigens meteen een succes met een 2e plaats in de Billboard Hot 100. Daar werd “COVER ME”, een aanstekelijke uptempo track als opvolger uitgebracht, dit in tegenstelling tot ons land. Daar werden “I’M ON FIRE”(nummer 1 in de Top 40), ‘BORN IN THE U.S.A.” (nummer 10), “GLORY DAYS” en “MY HOMETOWN” op single uitgebracht. Het album gaat met het titelnummer rauw van start, met een tekst die vraagtekens zet bij de rol van de Amerikanen in de Vietnam oorlog. Daarna “COVER ME” en het vrolijke “DARLINGTON COUNTY”, met een prachtrol voor Little Steven, die de 2e stem verzorgt. Het uptempo “WORKING ON THE HIGHWAY’ wordt gevolgd door door de midtempo song “DOWNBOUND TRAIN”, dat een prachtige melodie heeft. Na de ballade “I’M ON FIRE” volgen 3 aanstekelijke uptempo songs, “NO SURRENDER”, “BODDY JEAN” en het met prachtige orgelpartijen versierde “I’M GOIN’ DOWN”. De laatste 3 tracks zijn de hits “GLORY DAYS” (waarin Springsteen mijmert over het verleden), het zeer dansbare “DANCING IN THE DARK” en “MY HOMETOWN” waarin een rol voor zijn vader is weggelegd, maar waarin hij ook refereert aan de rassenrellen in zijn woonplaats Freehold Borough New Jersey, eind jaren ’60. De mix van Bob Clearmountain zorgde voor de sound die het goed zou doen op de radio en dat er hits gescoord zou worden. Het is een klassieker in alle vormen, kwaliteit van de songs tot en met de verkoopcijfers, want tot op heden zijn er wereldwijd meer dan 30 miljoen exemplaren van verkocht.
Bruce Springsteen - Darkness on the Edge of Town (1978)

4,5
1
geplaatst: 6 april 2019, 15:17 uur
Bruce Frederick Joseph Springsteen van 23 september 1949 werd geboren in Long Branch New Jersey en die streek komt veel voor in de teksten van de zanger/gitarist/componist. Op 5 januari 1973 verscheen het debuutalbum van Springsteen, “GREETINGS FROM ASBURY PARK N.J.” en dankzij “BORN TO RUN” uit 1975 werd hij een ster. Pas 3 jaar na dat doorbraakalbum verscheen op 2 juni 1978 “DARKNESS ON THE EDGE OF TOWN”. Een juridische strijd met voormalig manager Mike Appel was de oorzaak van die stilte, maar Springsteen bleef natuurlijk wel songs schrijven en opnemen. De 10 songs laten een volwassen zanger horen, die prachtige “rock and roll” songs heeft geschreven en opgenomen. Met een hechte begeleidingsband, The E-Street Band, heeft Springsteen de back-up die hem een extra plus geeft. Geweldige muzikanten die gezamenlijk nog beter zijn dan individueel. Drummer Max Weinberg vormt een degelijke basis met bassist Garry Tallent, het melodieuze piano spel van Roy Bittan is een handelsmerk van de muziek van The Boss (zoals hij genoemd wordt), de hammond orgel van Danny Federici mag niet ontbreken en geeft de nummers iets extra’s en saxofonist Clarence Clemons is samen met Springsteen zelf het boegbeeld op albums, maar vooral tijdens live concerten. Het album gaat voortvarend van start met “BADLANDS” en “ADAM RAISED A CAIN”, die uitgroeien tot klassiekers in zijn oeuvre. Het langste nummer is “RACING IN THE STREET” dat ook een klassieker is en waarin Springsteen met weemoed zingt over vervlogen dromen en ambities. Een song waarin Bittan en Federici een hoofdrol hebben en er samen voor zorgen dat het nummer hét hoogtepunt is van “DARKNESS ON THE EDGE OF TOWN”. Het album eindigt met het titelnummer, waarin Springsteen vanuit zijn tenen zingt en waarbij de emoties uit de speakers knallen…wat een geweldige song. Gelukkig dat Bruce Springsteen in 1978 verlost was van de rechtbank perikelen en zich weer kon richten op het uitbrengen van albums en dit album hoort bij dé toppers die hij in zijn carrière heeft gemaakt.
Bruce Springsteen - Only the Strong Survive (2022)
Alternatieve titel: Covers, Vol. 1

2,5
0
geplaatst: 1 december 2022, 13:18 uur
Over Bruce Springsteen is inmiddels alles wel gezegd en geschreven. Vanaf zijn debuutalbum "GREETINGS FROM ASBURY PARK, N.J." uit 1973 is de zanger, gitarist en componist niet meer weg te denken uit de muziekwereld. In het jaar voorafgaand aan zijn 50 jarig jubileum brengt The Boss een album uit met favoriete liedjes uit het soul genre. De op 23 september 1949 in New Jersey Amerika geboren legende "wilde een album maken waar (hij) gewoon zong" en probeerde "recht te doen" aan "het grote Amerikaanse liedboek van de jaren '60 en '70", aldus het persbericht waarmee het album werd aangekondigd. Dat schijfje kreeg de titel "ONLY THE STRONG SURVIVE – COVERS VOL. 1", dat min of meer aangeeft dat we nog meer van dit soort projecten mogen verwachten. De vraag is of het iets is waar de fans op zitten te wachten en of het een waardevolle toevoeging is op zijn immense oeuvre.
Het 21e album van Springsteen is de opvolger van het, voor mij, fenomenale "LETTER TO YOU", dat twee jaar geleden verscheen. Een album dat voor mij tot de beste behoorde van dat jaar, gedreven en met een aantal songs die voor mij nog steeds een lust voor het oor zijn. Met spanning, maar ook met een soort van gereserveerdheid onderwierp ik het nieuwe album aan een eerste luisterbeurt, en daar werd ik niet echt vrolijk van. Aangezien ik niet na één keer luisteren een mening kan geven, heb ik het album de afgelopen weken een aantal keer afgespeeld, maar mijn enthousiasme steeg slechts een klein beetje.
De start, "ONLY THE STRONG SURVIVE", origineel uitgevoerd door Jerry Butler, tevens één van de componisten, brengt het 50 minuten durend schijfje redelijk goed op gang. Daarna volgen nog 14 nummers, waaronder een aantal grote internationale hits. "NIGHTSHIFT" van de Commodores, "THE SUN AIN’T GONNA SHINE ANYMORE" van de Walker Brothers, "WHAT BECOMES OF THE BROKEN HEARTED" van Jimmy Ruffin en de Supremes hit "SOMEDAY WE'LL BE TOGETHER" voegen wat mij betreft niets toe aan de definitieve versies van genoemde acts. "NIGHTSHIFT" vind ik zelfs erg flauw gedaan, Bruce onwaardig.
Van de overige nummers bevallen mij "DO I LOVE YOU (indeed i do)"(Frank Wilson), "HEY WESTERN UNION MAN" (Jerry Butler) en "ANY OTHER WAY" (William Bell) erg goed. Gedreven gespeeld door Springsteen zelf en producer en multi-instrumentalist Ron Aniello, aangevuld met de E-Street Horns. Springsteen zingt dan weer voluit, dan weer ingetogen, maar alles wel met de bekende The Boss emotie. De namen van de originele uitvoerenden is indrukwekkend, er zitten groten tussen, zoals de Four Tops (“WHEN SHE WAS MY GIRL” en “7 ROOMS OF GLOOM”), The Temptations (“I WISH IT WOULD RAIN”) en Ben E. King (“DON’T PLAY THAT SONG”).
Vijftien prettige liedjes, goed gespeeld en gezongen en het album klinkt ook goed, zoals je mag verwachten van Bruce Springsteen. "ONLY THE STRONG SURVIVE – COVERS VOL. 1" is wat mij betreft een aardige plaat, niet hoogstaand, maar een tussendoortje dat op zijn tijd lekker smaakt.
Het 21e album van Springsteen is de opvolger van het, voor mij, fenomenale "LETTER TO YOU", dat twee jaar geleden verscheen. Een album dat voor mij tot de beste behoorde van dat jaar, gedreven en met een aantal songs die voor mij nog steeds een lust voor het oor zijn. Met spanning, maar ook met een soort van gereserveerdheid onderwierp ik het nieuwe album aan een eerste luisterbeurt, en daar werd ik niet echt vrolijk van. Aangezien ik niet na één keer luisteren een mening kan geven, heb ik het album de afgelopen weken een aantal keer afgespeeld, maar mijn enthousiasme steeg slechts een klein beetje.
De start, "ONLY THE STRONG SURVIVE", origineel uitgevoerd door Jerry Butler, tevens één van de componisten, brengt het 50 minuten durend schijfje redelijk goed op gang. Daarna volgen nog 14 nummers, waaronder een aantal grote internationale hits. "NIGHTSHIFT" van de Commodores, "THE SUN AIN’T GONNA SHINE ANYMORE" van de Walker Brothers, "WHAT BECOMES OF THE BROKEN HEARTED" van Jimmy Ruffin en de Supremes hit "SOMEDAY WE'LL BE TOGETHER" voegen wat mij betreft niets toe aan de definitieve versies van genoemde acts. "NIGHTSHIFT" vind ik zelfs erg flauw gedaan, Bruce onwaardig.
Van de overige nummers bevallen mij "DO I LOVE YOU (indeed i do)"(Frank Wilson), "HEY WESTERN UNION MAN" (Jerry Butler) en "ANY OTHER WAY" (William Bell) erg goed. Gedreven gespeeld door Springsteen zelf en producer en multi-instrumentalist Ron Aniello, aangevuld met de E-Street Horns. Springsteen zingt dan weer voluit, dan weer ingetogen, maar alles wel met de bekende The Boss emotie. De namen van de originele uitvoerenden is indrukwekkend, er zitten groten tussen, zoals de Four Tops (“WHEN SHE WAS MY GIRL” en “7 ROOMS OF GLOOM”), The Temptations (“I WISH IT WOULD RAIN”) en Ben E. King (“DON’T PLAY THAT SONG”).
Vijftien prettige liedjes, goed gespeeld en gezongen en het album klinkt ook goed, zoals je mag verwachten van Bruce Springsteen. "ONLY THE STRONG SURVIVE – COVERS VOL. 1" is wat mij betreft een aardige plaat, niet hoogstaand, maar een tussendoortje dat op zijn tijd lekker smaakt.
Bruce Springsteen - The Rising (2002)

5,0
4
geplaatst: 30 mei 2020, 11:59 uur
Bruce Springsteen had lastige en zware jaren achter de rug op het moment dat de voorbereidingen voor een nieuw album zouden beginnen. Op 26 april 1998 overleed zijn vader, met wie hij een moeilijke verhouding had, zijn werk met de E-Street Band was op een laag pitje komen te staan en hij was een periode depressief geweest. Er kwam echter licht aan het eind van de tunnel. In het begin van 1998 kreeg hij te horen dat hij zou worden ingehuldigd in de Rock And Roll Hall Of Fame en voor hem was dat het signaal om zijn band weer in het leven te roepen. Ze traden gezamenlijk op bij die inhuldiging en aansluitend volgde een uitgebreide tour. Het nieuwe album stond al in de steigers en een afspraak met de, voor Springsteen nieuwe producer Brendan O’Brien, was gemaakt, tot dat memorabele moment op dinsdag 11 september 2001. In zijn autobiografie “BORN TO RUN” beschrijft hij hoe het nieuws die dag tot hem kwam. Bruce werd die dag wakker gemaakt door een huishoudhulp met de mededeling dat een vliegtuig in één van Twin Towers was gevlogen. Nog niet geheel beseffend wat er gebeurd was, zette hij, zoals miljoenen over de gehele wereld, de televisie aan en zag welke ramp zich aan het ontvouwen was. ’s Middags reed hij naar de Rumson-Sea Bright Bridge, ten zuiden van New York City, waar je vanaf het hoogste punt de Twin Towers bij helder weer normaal gesproken kon zien. Wat Springsteen toen zag, vind je terug op “THE RISING”, het 12e studioalbum van hem dat op 30 juli 2002 werd uitgebracht. Hij zag dat de Twin Towers er niet meer stonden (“EMPTY SKY”), rookpluimen stegen boven New York uit (“INTO THE FIRE”) en zijn stad lag in puin (“MY CITY IN RUINS”). Toen hij weer weg wilde rijden, riep een tegenligger die hem herkende vanuit zijn auto, “Bruce, We Need You”. Deze woorden vielen pas later op zijn plek, want een week na de ramp trad hij op bij een herdenkingsdienst waar hij “MY CITY IN RUINS” speelde, dat hij al geschreven had voor zijn geboorteplaats Asbury Park. Met de beelden van de ramp, kwam het nummer echter op een geheel andere wijze tot leven. Dit gaf hem genoeg inspiratie, om aan de slag te gaan. Met zijn E-Street Band, bestaande uit Roy Bittan (piano), Clarence Clemons (saxofoon), Danny Federici (hammond), Nils Lofgren (gitaar), Steven van Zandt (gitaar), Garry Tallent (basgitaar) en zijn vrouw Patti Scialfa (zang) ging hij de studio in en onder leiding van O’Brien werden 15 liedjes opgenomen die als de soundtrack van “09/11” klinken. Het werkelijk prachtige “YOU’RE MISSING”, met fenomenale hammond bijdragen, kan voor de ontelbare nabestaanden muzikaal uiting geven aan hun gemis. Niet alleen de verschrikkingen van de dag zelf, maar Bruce draagt ook suggesties en zijn perspectief aan voor de toekomst. Hoop op betere tijden (“WAITING ON A SUNNY DAY”), stoppen met oorlogen en ruziën (“LET’S BE FRIENDS”) en ook de verwachting dat terrorisme en oorlog ooit stopt (“COUTIN’ ON A MIRACLE”). De muziek is divers, beklemmend, emotioneel en ook optimistisch en wordt gedreven en met veel klasse gespeeld. In het titelnummer “THE RISING” roept Springsteen op tot zelfreflectie en dat we geen wraak moeten nemen, alleen dan kunnen we weer tot bloei komen. Met dit album voegde Bruce Springsteen, de toen 52 jarige zanger/gitarist, een pareltje toe aan zijn toch al imposante oeuvre. Een album dat door de muziekwereld, maar zeker door Amerika werd omarmd, omdat het troost bracht in donkere tijden en dat is toch waar muziek uiteindelijk voor bedoeld is.
Bryan Adams - So Happy It Hurts (2022)

3,0
0
geplaatst: 17 maart 2022, 12:20 uur
Bryan Adams is inmiddels 62 jaar en heeft recent zijn vijftiende studio-album uitgebracht. De op 5 november 1959 in Kingston, Ontario, Canada geboren zanger-gitarist in vanaf 1980 een vaste waarde in de muziekwereld en stond in het begin van de jaren negentig even “on the top of the world”, met een millionseller.
Zijn eerste twee albums zorgden nog niet voor het gewenste succes, dat kwam wel met nummer drie, “CUTS LIKE A KNIFE” uit 1983, waarvan ik vooral het titelnummer erg goed vind. In deze periode schreef hij zijn liedjes al met Jim Vallance, eveneens een Canadees. De grote doorbraak kwam met het op zijn verjaardag in 1984 verschenen album “RECKLESS”, waarop de toegankelijke melodieuze rock perfect uitgevoerd werd en de 10 tracks erg goed zijn. Persoonlijk vind ik “ONE NIGHT LOVE AFFAIR”, “SOMEBODY” en de single “RUN TO YOU” tijdloze toppers. Het album dat dit succes opvolgde vind ik nog beter, “INTO THE FIRE”. Het heeft een iets soberder karakter, waardoor het meer diepgang heeft. In 1990 werd “SUMMER OF 69” van “RECKLESS” een hit in Nederland en dat was de opstap naar het grote succes in 1991. Adams werd gevraagd het love-theme voor de film “ROBIN HOOD: PRINCE OF THIEVES” te maken. "(everything i do) I DO IT FOR YOU" werd een mega succes, nummer 1 in vele landen en een verkoop van meer dan 15 miljoen exemplaren.
In deze periode ging Adams een samenwerking aan met Robert John “Mutt” Lange, waardoor zijn sound veranderde. Toegankelijker met een duidelijke “Mutt” Lange stempel, die ook in zijn andere werk zit, zoals Def Leppard en Shania Twain, waarmee hij een aantal jaar getrouwd was. “WAKING UP THE NEIGHBOURS", dat in 1991 verscheen, was een kassucces, “18 TILL I DIE” uit 1996 scoorde al iets minder, waarna het succes stukje bij beetje minder werd. De laatste Nederlands top 10 hit stamt uit 1998, “WHEN YOU’RE GONE”, een duet met Melanie C van de Spice Girls. Dit zegt misschien al genoeg over de wijze waarop hij vanaf die tijd naar zijn muziek keek. Het werd steeds commerciëler, de gitaarriffs raakten steeds meer naar de achtergrond, maar daarmee verdween ook het succes.
Met zijn nieuwste album “SO HAPPY IT HURTS” zal dat succes niet terug keren. Het album hinkt op twee gedachten. Van de 12 tracks, bij elkaar iets meer dan 39 minuten muziek, zijn er vijf geproduceerd door “Mutt” Lange, de rest door Bryan Adams zelf. Het titelnummer is het eerste nummer en is een poppy liedje, akoestische gitaar als basis, lekkere melodie, maar niet geweldig. “NEVER GONNA RAIN” is ook weer pop, koortje, maar qua productie matig. “YOU LIFT ME UP” maakte hij samen met Lange, aardig midtempo nummer, “I’VE BEEN LOOKING FOR YOU” is een rock-a-billy liedje, pakkend en leuk, het midtempo “ALWAYS HAVE, ALWAYS WILL” is aardig, in “ON THE ROAD” gaat het tempo weer iets omhoog en zijn de gitaren redelijk goed te horen. Het begin van “KICK ASS”, met een proclamatie van John Cleese, is prima. Er wordt naar een hoogtepunt toegewerkt, maar als het nummer begint, zakt het geheel toch weer in. Het is een aardig nummer, maar ik krijg het gevoel dat er met een betere productie, meer in had gezeten. Pakkend ritme zorgt ervoor dat “I AIN’T WORTH SHIT WITHOUT YOU” één van de betere nummers van het album is, met het flauwe “LET’S DO THIS” zakt het niveau weer in, “JUST LIKE ME, JUST LIKE YOU” schreef Adams samen met zijn maatje van vroeger, Jim Vallance en dit iets meer dan twee minuten durende pakkend liedje, is ook weer één van de betere nummers van “SO HAPPY IT HURTS”. Het uptempo “JUST ABOUT GONE” doet je weer opveren, een liedje dat op zijn in 2015 verschenen “GET UP!” album had kunnen staan, het heeft een Jeff Lynne sound. Het mooie “THESE ARE THE MOMENTS THAT MAKE UP MY LIFE” sluit het album af, een liefdes liedje, waarvan hij er al meer van heeft gemaakt.
Ik beoordeel dit album met een voldoende, zij het een krappe voldoende. Misschien verwacht ik wel te veel van Bryan Adams, in de hoop dat er weer een keer een album verschijnt waarop de gitaar prominent te horen is en die dan ook goed geproduceerd is. “SO HAPPY IT HURTS” is een album dat voor de fans een verplichte aanschaf zal zijn, maar of hij hier nieuwe liefhebbers mee zal winnen, verwacht ik niet.
Zijn eerste twee albums zorgden nog niet voor het gewenste succes, dat kwam wel met nummer drie, “CUTS LIKE A KNIFE” uit 1983, waarvan ik vooral het titelnummer erg goed vind. In deze periode schreef hij zijn liedjes al met Jim Vallance, eveneens een Canadees. De grote doorbraak kwam met het op zijn verjaardag in 1984 verschenen album “RECKLESS”, waarop de toegankelijke melodieuze rock perfect uitgevoerd werd en de 10 tracks erg goed zijn. Persoonlijk vind ik “ONE NIGHT LOVE AFFAIR”, “SOMEBODY” en de single “RUN TO YOU” tijdloze toppers. Het album dat dit succes opvolgde vind ik nog beter, “INTO THE FIRE”. Het heeft een iets soberder karakter, waardoor het meer diepgang heeft. In 1990 werd “SUMMER OF 69” van “RECKLESS” een hit in Nederland en dat was de opstap naar het grote succes in 1991. Adams werd gevraagd het love-theme voor de film “ROBIN HOOD: PRINCE OF THIEVES” te maken. "(everything i do) I DO IT FOR YOU" werd een mega succes, nummer 1 in vele landen en een verkoop van meer dan 15 miljoen exemplaren.
In deze periode ging Adams een samenwerking aan met Robert John “Mutt” Lange, waardoor zijn sound veranderde. Toegankelijker met een duidelijke “Mutt” Lange stempel, die ook in zijn andere werk zit, zoals Def Leppard en Shania Twain, waarmee hij een aantal jaar getrouwd was. “WAKING UP THE NEIGHBOURS", dat in 1991 verscheen, was een kassucces, “18 TILL I DIE” uit 1996 scoorde al iets minder, waarna het succes stukje bij beetje minder werd. De laatste Nederlands top 10 hit stamt uit 1998, “WHEN YOU’RE GONE”, een duet met Melanie C van de Spice Girls. Dit zegt misschien al genoeg over de wijze waarop hij vanaf die tijd naar zijn muziek keek. Het werd steeds commerciëler, de gitaarriffs raakten steeds meer naar de achtergrond, maar daarmee verdween ook het succes.
Met zijn nieuwste album “SO HAPPY IT HURTS” zal dat succes niet terug keren. Het album hinkt op twee gedachten. Van de 12 tracks, bij elkaar iets meer dan 39 minuten muziek, zijn er vijf geproduceerd door “Mutt” Lange, de rest door Bryan Adams zelf. Het titelnummer is het eerste nummer en is een poppy liedje, akoestische gitaar als basis, lekkere melodie, maar niet geweldig. “NEVER GONNA RAIN” is ook weer pop, koortje, maar qua productie matig. “YOU LIFT ME UP” maakte hij samen met Lange, aardig midtempo nummer, “I’VE BEEN LOOKING FOR YOU” is een rock-a-billy liedje, pakkend en leuk, het midtempo “ALWAYS HAVE, ALWAYS WILL” is aardig, in “ON THE ROAD” gaat het tempo weer iets omhoog en zijn de gitaren redelijk goed te horen. Het begin van “KICK ASS”, met een proclamatie van John Cleese, is prima. Er wordt naar een hoogtepunt toegewerkt, maar als het nummer begint, zakt het geheel toch weer in. Het is een aardig nummer, maar ik krijg het gevoel dat er met een betere productie, meer in had gezeten. Pakkend ritme zorgt ervoor dat “I AIN’T WORTH SHIT WITHOUT YOU” één van de betere nummers van het album is, met het flauwe “LET’S DO THIS” zakt het niveau weer in, “JUST LIKE ME, JUST LIKE YOU” schreef Adams samen met zijn maatje van vroeger, Jim Vallance en dit iets meer dan twee minuten durende pakkend liedje, is ook weer één van de betere nummers van “SO HAPPY IT HURTS”. Het uptempo “JUST ABOUT GONE” doet je weer opveren, een liedje dat op zijn in 2015 verschenen “GET UP!” album had kunnen staan, het heeft een Jeff Lynne sound. Het mooie “THESE ARE THE MOMENTS THAT MAKE UP MY LIFE” sluit het album af, een liefdes liedje, waarvan hij er al meer van heeft gemaakt.
Ik beoordeel dit album met een voldoende, zij het een krappe voldoende. Misschien verwacht ik wel te veel van Bryan Adams, in de hoop dat er weer een keer een album verschijnt waarop de gitaar prominent te horen is en die dan ook goed geproduceerd is. “SO HAPPY IT HURTS” is een album dat voor de fans een verplichte aanschaf zal zijn, maar of hij hier nieuwe liefhebbers mee zal winnen, verwacht ik niet.
