Hier kun je zien welke berichten Marco van Lochem als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Santana - Abraxas (1970)

4,5
3
geplaatst: 12 augustus 2021, 17:43 uur
Het tweede album van Santana verscheen op 23 september 1970, ruim 13 maanden na hun legendarische optreden op het Woodstock festival. De band rond de op 20 juli 1947 in Mexico geboren gitaarheld Carlos Santana bracht in 1969 het selftitled debuutalbum uit, een album dat veel indruk maakte. Nog voordat het album uitgebracht was, trad Santana op in Woodstock. Dat vond plaats op zaterdag 16 augustus, ’s middags om 2 uur. De band was toen nog relatief onbekend, maar met vooral liedjes van het nog te verschijnen debuutalbum, wisten ze de vele toeschouwers te raken met hun latin rock.
“ABRAXAS” was dus de opvolger van dat eerste album en met dit album bevestigde de band zijn status. In iets meer dan 37 minuten komt het beste wat ze op dat moment hadden voorbij en dat is veel. De band bestond op dat moment uit de maestro zelf, Carlos Santana op gitaar, Gregg Rolie op toetsen en lead vocalen, bassist David Brown, drummer Michael Shrieve en de percussionisten Michael Carabello en José “Chepito” Areas en ze klinken als een ingespeeld geheel.
De opener “SINGING WINDS, CRYING BEASTS” is een rustige, dreigende song met briljant subtiel gitaarwerk en percussie bijdrage. Het nummer komt nooit tot een hoogtepunt en dat maakt deze track zo ongelofelijk goed. Het gaat over in “BLACK MAGIC WOMAN/GYPSY QUEEN”, deel één is geschreven door Peter Green en werd in de uitvoering van zijn band Fleetwood Mac een hit. De latin swing die Santana toevoegde maakt het nummer onweerstaanbaar en je kunt er niet bij zitten of staan. Het tweede deel werd geschreven door Gábor Szabó en is een mooie afsluiting van deze klassieker. Track #3 is weer een Santana klassieker, “OYE CÓMO VA”, ook weer een onweerstaanbare latin rocker met heerlijk gitaarwerk, dat in Nederland de vierde Top 40 hit opleverde. In het 5 minuten durende instrumentale “INCIDENT AT NESHABUR” gaat het tempo flink omhoog, zijn stevige riffs de basis van deze rocker. Solo’s op orgel en gitaar, pakkend ritme, heerlijke track. “SE A CABO” begint met pakkende percussie, daarna orgel en gitaar, een Santana song zoals er veel meer gemaakt zijn en waar ze beroemd mee zijn geworden.
Het begin van “MOTHER’S DAUGHTER” is een rustpuntje, daarna ontwikkelt het nummer zich als een heerlijke rocker. In dit door Rolie geschreven nummer heeft hij zelf een prominente rol als zanger, zijn stem vind ik geweldig! Misschien kun je “SAMBA PA TI” wel als het ultieme Santana nummer bestempelen. Vele “wanna-be” gitaristen hebben dit nummer geprobeerd na te spelen, maar er is uiteindelijk maar één echte uitvoering en dat is deze op “ABRAXAS”. Wat klink dit nummer toch ongelofelijk goed, herkenbaar gitaarspel, daarna de orgel die invalt waarna het tempo ook omhoog gaat. Pas in 1973 bereikte dit nummer de Nederlandse Top 40 en bleef steken op de 11e plaats. Toch is dit nummer terecht uitgegroeid tot een rockklassieker. “HOPE YOU’RE FEELING BETTER” is een meer poppy track, stevig, uptempo, subtiele tempowisselingen, briljant gemusiceerd, top nummer. Het slotakkoord is het anderhalf minuut durende “EL NICOYA”. Zang, percussie, akoestische gitaar en een langzame fade-out. Daarmee komt een einde aan een geweldig album.
De opvolger, “SANTANA III” verscheen een jaar later en op dat album maakt Neal Schon zijn opwachting als extra gitarist. Ook dat album is van hoog niveau en is een absolute klassieker. Later formeerden Rolie en Schon Journey en in 2016 maakte een deel van die Santana bezetting “SANTANA IV”, ook een mooi album, maar het niveau van “ABRAXAS” en “SANTANA III” werd, wat mij betreft niet gehaald. Dit is en blijft een klassieker, tot in lengte van dagen, want Santana wist op briljante wijze de latin muziek te implementeren in de westerse pop/rock en daarmee heeft hij een onuitwisbaar aandeel gehad in de muziekgeschiedenis.
“ABRAXAS” was dus de opvolger van dat eerste album en met dit album bevestigde de band zijn status. In iets meer dan 37 minuten komt het beste wat ze op dat moment hadden voorbij en dat is veel. De band bestond op dat moment uit de maestro zelf, Carlos Santana op gitaar, Gregg Rolie op toetsen en lead vocalen, bassist David Brown, drummer Michael Shrieve en de percussionisten Michael Carabello en José “Chepito” Areas en ze klinken als een ingespeeld geheel.
De opener “SINGING WINDS, CRYING BEASTS” is een rustige, dreigende song met briljant subtiel gitaarwerk en percussie bijdrage. Het nummer komt nooit tot een hoogtepunt en dat maakt deze track zo ongelofelijk goed. Het gaat over in “BLACK MAGIC WOMAN/GYPSY QUEEN”, deel één is geschreven door Peter Green en werd in de uitvoering van zijn band Fleetwood Mac een hit. De latin swing die Santana toevoegde maakt het nummer onweerstaanbaar en je kunt er niet bij zitten of staan. Het tweede deel werd geschreven door Gábor Szabó en is een mooie afsluiting van deze klassieker. Track #3 is weer een Santana klassieker, “OYE CÓMO VA”, ook weer een onweerstaanbare latin rocker met heerlijk gitaarwerk, dat in Nederland de vierde Top 40 hit opleverde. In het 5 minuten durende instrumentale “INCIDENT AT NESHABUR” gaat het tempo flink omhoog, zijn stevige riffs de basis van deze rocker. Solo’s op orgel en gitaar, pakkend ritme, heerlijke track. “SE A CABO” begint met pakkende percussie, daarna orgel en gitaar, een Santana song zoals er veel meer gemaakt zijn en waar ze beroemd mee zijn geworden.
Het begin van “MOTHER’S DAUGHTER” is een rustpuntje, daarna ontwikkelt het nummer zich als een heerlijke rocker. In dit door Rolie geschreven nummer heeft hij zelf een prominente rol als zanger, zijn stem vind ik geweldig! Misschien kun je “SAMBA PA TI” wel als het ultieme Santana nummer bestempelen. Vele “wanna-be” gitaristen hebben dit nummer geprobeerd na te spelen, maar er is uiteindelijk maar één echte uitvoering en dat is deze op “ABRAXAS”. Wat klink dit nummer toch ongelofelijk goed, herkenbaar gitaarspel, daarna de orgel die invalt waarna het tempo ook omhoog gaat. Pas in 1973 bereikte dit nummer de Nederlandse Top 40 en bleef steken op de 11e plaats. Toch is dit nummer terecht uitgegroeid tot een rockklassieker. “HOPE YOU’RE FEELING BETTER” is een meer poppy track, stevig, uptempo, subtiele tempowisselingen, briljant gemusiceerd, top nummer. Het slotakkoord is het anderhalf minuut durende “EL NICOYA”. Zang, percussie, akoestische gitaar en een langzame fade-out. Daarmee komt een einde aan een geweldig album.
De opvolger, “SANTANA III” verscheen een jaar later en op dat album maakt Neal Schon zijn opwachting als extra gitarist. Ook dat album is van hoog niveau en is een absolute klassieker. Later formeerden Rolie en Schon Journey en in 2016 maakte een deel van die Santana bezetting “SANTANA IV”, ook een mooi album, maar het niveau van “ABRAXAS” en “SANTANA III” werd, wat mij betreft niet gehaald. Dit is en blijft een klassieker, tot in lengte van dagen, want Santana wist op briljante wijze de latin muziek te implementeren in de westerse pop/rock en daarmee heeft hij een onuitwisbaar aandeel gehad in de muziekgeschiedenis.
Santana - Blessings and Miracles (2021)

3,0
1
geplaatst: 21 oktober 2021, 12:48 uur
Al 55 jaar bestaat Santana, want in 1966 werd de band opgericht in San Francisco. In 1969 verscheen met self-titled debuutalbum, waarna “ABRAXAS” en “SANTANA III” de status van de band alleen maar vergrootte. Bij dit rijtje zou je ook “CARAVANSERAI” nog kunnen zetten, dat in 1972 verscheen. Hit succes had Carlos Santana, oprichter en absolute leider, met zijn band ook. In Nederland scoorden ze hits met onder andere “JIN-GO-LO-BA” in 1970, “SAMBA PA TI” in 1973 en “SHE’S NOT THERE” in 1978. De jaren zeventig waren succesvol voor de band, waar talloze muzikanten deel van heeft uitgemaakt.
In de jaren tachtig werd het geluid steeds meer op de Amerikaanse radio toegepast, poppy dus. De percussie, dat erg bepalend is voor het Santana geluid, kwam steeds meer op de achtergrond en ‘simpele’ rockliedjes werden door de band opgenomen en als single uitgebracht. Enkele van deze nummers bereikte de Nederlandse Top 40, “HOLD ON” in 1982 en “SAY IT AGAIN” in 1985. Overigens bracht Carlos in 1983 het prachtige solo album “HAVANA MOON” uit, met daarop de hit “THEY ALL WENT TO MEXICO”, gezongen door de legendarische Willie Nelson.
Tegen het einde van de jaren negentig was de stralende ster van Santana nagenoeg uitgedoofd, als je het afzet tegen naamsbekendheid, album en single succes. Onder leiding van Clive Davis, grote man van het Arista label, werd het album “SUPERNATURAL” opgenomen met tal van op dat moment populaire artiesten, zoals Dave Matthews, Everlast, Rob Thomas, Lauryn Hill en Eagle-Eye Cherry. Het succes was er dan ook naar, wereldwijd gingen er meer dan 30 miljoen exemplaren over de toonbank, in veel landen bereikte het album de platina status en de single “SMOOTH” stond in Amerika 12 weken op de eerste plaats van de Biillboard Hot 100. Opvolger “SHAMAN” verscheen in 2002 en was volgens hetzelfde concept gemaakt, scoorde wel minder, maar was toch erg succesvol. Het in 2005 uitgebrachte “ALL THAT I AM” was opnieuw een poging het succes van “SUPERNATURAL” te evenaren, maar slaagde daar niet in. Na dat album bracht Santana de afgelopen 15 jaar nog een handvol albums uit, waarvan ik persoonlijk “SHAPE SHIFTER” uit 2012 en “SANTANA IV” uit 2016 mooi vind.
Carlos Santana werd geboren in Autlán Jalisco Mexico op 20 juli 1947 en is dus afgelopen zomer 74 jaar geworden. Zijn gitaarspel is karakteristiek, af en toe virtuoos en bepalend voor de sound van zijn band. Vermeng dat gitaargeluid met latinrock en gooi daar een poppy sausje overheen en je hebt het geluid van Santana, althans zo denk ik erover.
Dat is ook weer de basis voor het zesentwintigste Santana album, “BLESSINGS AND MIRACLES”, voeg daarbij toe dat ze gebruik maken van gastmuzikanten en je zou kunnen zeggen dat het een hernieuwde poging is om de tijden van “SUPERNATURAL” te doen herleven. Met het korte “GHOST OF FUTURE PULL/NEW LIGHT” gaat het bijna 57 minuten durende schijfje van start. Subtiel gitaarwerk op een tapijtje van toetsen, niets meer en niets minder. Het tempo gaat omhoog bij één van mijn hoogtepunten van het album, “SANTANA CELEBRATION”. Heerlijk swingende latinrock, rauw gitaar geluid, geweldig orgelspel door David K. Mathews, percussie, alle ingrediënten voor een goed Santana liedje. “RUMBALERO” is een meer typisch Santana popnummer, samen met zijn zoon Salvador en Asdru Sierra die de zang verzorgt. Een vrolijk en leuk nummer. Met Chris Stapleton nam Santana “JOY” op, waarbij ik het gevoel heb dat dit ook door bijvoorbeeld Joss Stone gezongen kon worden. In dit nummer komt voor het eerst een soort van irritatie bij mij op. Waarom moet Carlos na elke gezongen zin een gitaarlick laten horen? Dat is voor mij overdaad en dat schaadt. Verder wel een aardig nummer, maar het met een reggae ritme voorzien poppy liedje is geen topper. Voor “MOVE” trok Santana Matchbox 20 zanger Rob Thomas aan, de man die “SMOOTH” in 1999/2000 naar de top van de hitparades zong. Een niet meer dan aardig liedje, waarbij opnieuw de overdaad aan gitaarlicks opspeelt.
Dan wat mij betreft het dieptepunt, want er zijn liedjes die je niet moet proberen te coveren, zelfs niet voor een legendarische artiest van Santana. “A WHITER SHADE OF PALE” met zang van Steve Winwood komt niet in de buurt van het origineel van Procol Harum, en opnieuw die lickjes, zo jammer. Op “GUITAR HEAVEN” nam de Mexicaanse Amerikaan ook al een reeks rockklassiekers onder handen, niet allemaal even geslaagd, daar past deze dan ook tussen. Om bij de jeugd bekendheid te krijgen is Santana een samenwerking aangegaan met de voormalig Fifth Harmony zangeres Ally Brooke, in het door Diane Warren geschreven “BREAK”. Rustig, aardig gezongen, maar de gitaar overheerst weer en maakt van dit nummer geen blijvertje. Poging twee om de jeugd bij de Santana muziek te betrekken wordt gedaan met G-Eazy, de Amerikaanse rapper. Ook “SHE’S FIRE” is door de Amerikaanse songwriter Diane Warren geschreven en ook dit nummer komt wat mij betreft niet boven de middelmaat uit, aardig, maar daar blijft het bij.
Santana pakt het met “PEACE POWER” wat steviger aan. Heavy gitaarlicks, powerful drum en percussiewerk in deze door Living Colour zanger Cory Glover gezongen rocksong. Eindelijk weer een hoogtepuntje na een aantal niemendalletjes. Dat het nog harder en steviger kan wordt duidelijk in, “AMERICA FOR SALE”, een liedje dat tegen de heavy metal aan schuurt. Zanger van dienst is Marc Osegueda, leadzanger van de Amerikaanse trashmetal band Death Angel. Samen met Metallica gitarist Kirk Hammett wordt er een gitaarmuur geproduceerd die ik niet echt passend vindt bij Santana. Het door dochter Stella gezongen “BREATHING UNDERWATER” is weer een rustpuntje, ingetogen gezongen en opgeluisterd met gitaar en minimale instrumentatie. “MOTHER YES” is weer een uptempo latinrock nummer met geweldig orgelwerk, stevig drum en percussie werk en lekker rauw gezongen door Tommy Anthony, prachtig nummer.
Met Narada Michael Walden schreef “SONG FOR CINDY”, een ode aan zijn sinds 2010 tweede vrouw, Cindy Blackman. Cindy is tevens de drummer in de band van haar man en speelt op dit album ook mee. Deze instrumental is één van de vele liedjes die Santana opgenomen heeft, gitaar gebruiken voor de zanglijn en daarom heen krachtige drums en percussie. Gaaf nummer. “ANGEL CHOIR/ALL TOGETHER” met Chick Corea op toetsen begint als een rustig, gospelachtig nummer, waarna het in het tweede deel weer genieten is van latinrock in optima forma.
Met “GHOST OF FUTURE PULL II” komt er een einde aan een album dat alle kanten op vliegt. Een ratjetoe aan stijlen, of te wel het stuitert alle kanten op. Er staan een aantal uitschieters op, voor mij zo’n 6 die ik een ruime voldoende geef, de rest scoort dat net niet, of in het geval van “A WHITER SHADE OF PALE” helemaal niet. Een score die niet echt bij Santana past, maar dat zal de man zelf niet deren. Hij gaat vrolijk door en dat moet hij ook beslist doen. En staat je dit album niet aan, er is genoeg te genieten in het geweldige oeuvre van de gitarist.
In de jaren tachtig werd het geluid steeds meer op de Amerikaanse radio toegepast, poppy dus. De percussie, dat erg bepalend is voor het Santana geluid, kwam steeds meer op de achtergrond en ‘simpele’ rockliedjes werden door de band opgenomen en als single uitgebracht. Enkele van deze nummers bereikte de Nederlandse Top 40, “HOLD ON” in 1982 en “SAY IT AGAIN” in 1985. Overigens bracht Carlos in 1983 het prachtige solo album “HAVANA MOON” uit, met daarop de hit “THEY ALL WENT TO MEXICO”, gezongen door de legendarische Willie Nelson.
Tegen het einde van de jaren negentig was de stralende ster van Santana nagenoeg uitgedoofd, als je het afzet tegen naamsbekendheid, album en single succes. Onder leiding van Clive Davis, grote man van het Arista label, werd het album “SUPERNATURAL” opgenomen met tal van op dat moment populaire artiesten, zoals Dave Matthews, Everlast, Rob Thomas, Lauryn Hill en Eagle-Eye Cherry. Het succes was er dan ook naar, wereldwijd gingen er meer dan 30 miljoen exemplaren over de toonbank, in veel landen bereikte het album de platina status en de single “SMOOTH” stond in Amerika 12 weken op de eerste plaats van de Biillboard Hot 100. Opvolger “SHAMAN” verscheen in 2002 en was volgens hetzelfde concept gemaakt, scoorde wel minder, maar was toch erg succesvol. Het in 2005 uitgebrachte “ALL THAT I AM” was opnieuw een poging het succes van “SUPERNATURAL” te evenaren, maar slaagde daar niet in. Na dat album bracht Santana de afgelopen 15 jaar nog een handvol albums uit, waarvan ik persoonlijk “SHAPE SHIFTER” uit 2012 en “SANTANA IV” uit 2016 mooi vind.
Carlos Santana werd geboren in Autlán Jalisco Mexico op 20 juli 1947 en is dus afgelopen zomer 74 jaar geworden. Zijn gitaarspel is karakteristiek, af en toe virtuoos en bepalend voor de sound van zijn band. Vermeng dat gitaargeluid met latinrock en gooi daar een poppy sausje overheen en je hebt het geluid van Santana, althans zo denk ik erover.
Dat is ook weer de basis voor het zesentwintigste Santana album, “BLESSINGS AND MIRACLES”, voeg daarbij toe dat ze gebruik maken van gastmuzikanten en je zou kunnen zeggen dat het een hernieuwde poging is om de tijden van “SUPERNATURAL” te doen herleven. Met het korte “GHOST OF FUTURE PULL/NEW LIGHT” gaat het bijna 57 minuten durende schijfje van start. Subtiel gitaarwerk op een tapijtje van toetsen, niets meer en niets minder. Het tempo gaat omhoog bij één van mijn hoogtepunten van het album, “SANTANA CELEBRATION”. Heerlijk swingende latinrock, rauw gitaar geluid, geweldig orgelspel door David K. Mathews, percussie, alle ingrediënten voor een goed Santana liedje. “RUMBALERO” is een meer typisch Santana popnummer, samen met zijn zoon Salvador en Asdru Sierra die de zang verzorgt. Een vrolijk en leuk nummer. Met Chris Stapleton nam Santana “JOY” op, waarbij ik het gevoel heb dat dit ook door bijvoorbeeld Joss Stone gezongen kon worden. In dit nummer komt voor het eerst een soort van irritatie bij mij op. Waarom moet Carlos na elke gezongen zin een gitaarlick laten horen? Dat is voor mij overdaad en dat schaadt. Verder wel een aardig nummer, maar het met een reggae ritme voorzien poppy liedje is geen topper. Voor “MOVE” trok Santana Matchbox 20 zanger Rob Thomas aan, de man die “SMOOTH” in 1999/2000 naar de top van de hitparades zong. Een niet meer dan aardig liedje, waarbij opnieuw de overdaad aan gitaarlicks opspeelt.
Dan wat mij betreft het dieptepunt, want er zijn liedjes die je niet moet proberen te coveren, zelfs niet voor een legendarische artiest van Santana. “A WHITER SHADE OF PALE” met zang van Steve Winwood komt niet in de buurt van het origineel van Procol Harum, en opnieuw die lickjes, zo jammer. Op “GUITAR HEAVEN” nam de Mexicaanse Amerikaan ook al een reeks rockklassiekers onder handen, niet allemaal even geslaagd, daar past deze dan ook tussen. Om bij de jeugd bekendheid te krijgen is Santana een samenwerking aangegaan met de voormalig Fifth Harmony zangeres Ally Brooke, in het door Diane Warren geschreven “BREAK”. Rustig, aardig gezongen, maar de gitaar overheerst weer en maakt van dit nummer geen blijvertje. Poging twee om de jeugd bij de Santana muziek te betrekken wordt gedaan met G-Eazy, de Amerikaanse rapper. Ook “SHE’S FIRE” is door de Amerikaanse songwriter Diane Warren geschreven en ook dit nummer komt wat mij betreft niet boven de middelmaat uit, aardig, maar daar blijft het bij.
Santana pakt het met “PEACE POWER” wat steviger aan. Heavy gitaarlicks, powerful drum en percussiewerk in deze door Living Colour zanger Cory Glover gezongen rocksong. Eindelijk weer een hoogtepuntje na een aantal niemendalletjes. Dat het nog harder en steviger kan wordt duidelijk in, “AMERICA FOR SALE”, een liedje dat tegen de heavy metal aan schuurt. Zanger van dienst is Marc Osegueda, leadzanger van de Amerikaanse trashmetal band Death Angel. Samen met Metallica gitarist Kirk Hammett wordt er een gitaarmuur geproduceerd die ik niet echt passend vindt bij Santana. Het door dochter Stella gezongen “BREATHING UNDERWATER” is weer een rustpuntje, ingetogen gezongen en opgeluisterd met gitaar en minimale instrumentatie. “MOTHER YES” is weer een uptempo latinrock nummer met geweldig orgelwerk, stevig drum en percussie werk en lekker rauw gezongen door Tommy Anthony, prachtig nummer.
Met Narada Michael Walden schreef “SONG FOR CINDY”, een ode aan zijn sinds 2010 tweede vrouw, Cindy Blackman. Cindy is tevens de drummer in de band van haar man en speelt op dit album ook mee. Deze instrumental is één van de vele liedjes die Santana opgenomen heeft, gitaar gebruiken voor de zanglijn en daarom heen krachtige drums en percussie. Gaaf nummer. “ANGEL CHOIR/ALL TOGETHER” met Chick Corea op toetsen begint als een rustig, gospelachtig nummer, waarna het in het tweede deel weer genieten is van latinrock in optima forma.
Met “GHOST OF FUTURE PULL II” komt er een einde aan een album dat alle kanten op vliegt. Een ratjetoe aan stijlen, of te wel het stuitert alle kanten op. Er staan een aantal uitschieters op, voor mij zo’n 6 die ik een ruime voldoende geef, de rest scoort dat net niet, of in het geval van “A WHITER SHADE OF PALE” helemaal niet. Een score die niet echt bij Santana past, maar dat zal de man zelf niet deren. Hij gaat vrolijk door en dat moet hij ook beslist doen. En staat je dit album niet aan, er is genoeg te genieten in het geweldige oeuvre van de gitarist.
Santana - Santana III (1971)
Alternatieve titel: The Third Album

4,0
0
geplaatst: 13 mei 2017, 14:20 uur
Het derde album van de band die geformeerd is rond de op 20 juli 1947 in Mexico geboren gitarist Carlos Santana, verscheen in september 1971 en groeide uit tot één van de klassiekers in het oeuvre van Santana. De ritmische rock met latin invloeden was inmiddels een bekende stijl die op de eerste 2 albums van de band tot uiting was gekomen. Met de klassiekers “EVIL WAYS” en “JINGO” van het titelloze debuutalbum, “OYO COMO VA” en ‘BLACK MAGIC WOMAN” van “ABRAXAS” uit 1970 en het legendarische optreden op Woodstock was Santana in een paar jaar uitgegroeid tot een gevestigde naam in de muziekwereld en met “III” zou die roem alleen nog maar vergroot worden. In Nederland werd de single “EVERYBODY’S EVERYTHING” een hit, hun 5e in bijna 2 jaar tijd. Op dit album zijn onder andere toetsenist en zanger Gregg Rolie te horen en ook de toen 17 jarige Neal Schon. Schon zou later met Rolie aan de wieg staan van Journey. In april 2016 verscheen “SANTANA IV”, feitelijke opvolger van deze klassieker, met onder andere weer Rolie en Schon in de gelederen. Met “III” voegde Santana een album toe waarop duidelijk wordt gemaakt hoe je latinrock moet maken, veel gebruik van percussie en lyrische gitaarsolo’s…een briljantje met toppers als “NO ONE TO DEPEND ON”, “TABOO” en het swingende “JUNGLE STRUT”…al doe ik hiermee de andere songs op dit ruim 41 minuten durende album te kort.
Santana - Santana IV (2016)

4,5
0
geplaatst: 30 juni 2016, 10:07 uur
Het 23e studio album van de in de jaren ‘60 in San Francisco opgerichte latin-rock band Santana, is feitelijk gezien de opvolger van het legendarische “SANTANA III” uit 1971. De muzikanten die op dat album mee speelden zijn weer bij elkaar gekomen en vormen de basis van “SANTANA IV”. Niet van de partij zijn David Brown, die overleden is en Chepito Areas, die vanwege zijn criminele verleden niet is uitgenodigd voor de reünie. Belangrijkste leden zijn, naast naamgever en legende gitarist Carlos Santana, toetsenist, zanger en ex Journey lid Gregg Rolie en Journey gitarist Neal Schon. Na “SANTANA III” verlieten deze laatste twee de band om Journey op te richten en daar hebben ze veel succes mee gehad. Santana muziek bestaat uit spetterend gitaarwerk, prachtige toetsenbijdragen, vooral orgel, en geweldige percussie. Dat is op “SANTANA IV” voor een groot deel aanwezig. De 16 tracks geven een mooi beeld wat de band in het verleden heeft gepresteerd, maar haalt het niveau van het begin van hun carrière eigenlijk nergens. Er staan wel enkele juweeltjes op dit album, maar ook een paar fillers. Misschien hadden ze iets strenger moeten zijn wat betreft de selectie, maar ondanks dat blijft het wel 75 minuten lang genieten van kwaliteitsmuziek, gespeeld door, door de wol geverfde muzikanten.
Santana - Supernatural (1999)

4,5
3
geplaatst: 12 december 2020, 08:15 uur
Wat een comeback maakten de Latinrockers Santana in 1999 met “SUPERNATURAL”. Het album groeide uit tot het grootste commerciële succes van de groep die in 1969 zijn debuutalbum uitbracht.
Het succes van Carlos Santana, geboren op 20 juli 1947 in Mexico, de leider van de band, was de jaren voorafgaand aan “SUPERNATURAL” tanende en onder leiding van Arista president Clive Davis werd een plan gesmeed waarmee Santana weer terug moest komen in de top van de internationale muziekwereld. Samenwerkingen met populaire acts van dat moment was daarvoor belangrijk, en die werden dan ook gezocht...en gevonden.
Op 15 juni 1999 verscheen met album en de opener, die ik toen voor het eerst hoorde bij het 3FM radioprogramma “Denk Aan Henk” , gaf aan wat je verwachten kon en die song is mijn favoriete track van “SUPERNATURAL”. “(da leo) YALEO”, die opener, is een heerlijke latinrocker, met briljant gitaarwerk en krachtige percussie! “LOVE OF MY LIFE” is een swingende poprocker met Dave Matthews, “PUT YOUR LIGHTS ON” een midtempo track gezongen door Everlast en “AFRICA BAMBA” een latin midtempo song met heerlijk gitaarwerk. “SMOOTH” gezongen door de zanger van Matchbox 20, Rob Thomas, groeide uit tot de grootste hit in de carrière van Santana, het stond weken op de eerste plaats van de Amerikaanse Billboard Hot 100. Geweldig nummer trouwens!!
“DO YOU LIKE THE WAY” met Lauryn Hill en CeeLo Green is een zeer eigentijdse popsong met rap, “MARIA MARIA” bereikte in Nederland net niet nummer 1 en dat had dit sfeervol ritmische nummer wel verdiend. “MIGRA” grijpt net zoals “(da leo) YALEO” en “AFRICA BAMBA” terug op het oude, vertrouwde Santana geluid, Spaanstalige zang, ritmisch en dat geweldige gitaarwerk! Het met de Mexicaanse band Maná opgenomen “CORAZÓN ESPINADO” heeft ook diezelfde insteek, en met “WISHING IT WAS” wordt er weer een beroep gedaan op een toentertijd moderne act, Eagle-Eye Cherry. Hij zingt dit lome liedje precies zoals het zou moeten, “EL FAROL” is een heerlijke instrumentale gitaar ballad, “PRIMAVERA” hoort bij de reeds genoemde songs die je bij de “oude” Santana zou kunnen plaatsen en met het langste nummer van “SUPERNATURAL”, “THE CALLING” komt het album na bijna 71 minuten tot stilstand.
Na een stilte van 13 seconden begint de zogenaamde “Hidden Track”, getiteld “DAY OF CELEBRATION”. Ouderwetse supersong van een band is topvorm is.
Daarmee komt een perfect einde aan een geweldig album, dat ik nog steeds met veel liefde en plezier draai. Dit trucje haalden ze een paar jaar later opnieuw uit met “SHAZAM” en opnieuw met veel succes. Santana treedt nog steeds op en voor een deel is het huidige succes mede te danken aan “SUPERNATURAL”...heerlijk!!
Het succes van Carlos Santana, geboren op 20 juli 1947 in Mexico, de leider van de band, was de jaren voorafgaand aan “SUPERNATURAL” tanende en onder leiding van Arista president Clive Davis werd een plan gesmeed waarmee Santana weer terug moest komen in de top van de internationale muziekwereld. Samenwerkingen met populaire acts van dat moment was daarvoor belangrijk, en die werden dan ook gezocht...en gevonden.
Op 15 juni 1999 verscheen met album en de opener, die ik toen voor het eerst hoorde bij het 3FM radioprogramma “Denk Aan Henk” , gaf aan wat je verwachten kon en die song is mijn favoriete track van “SUPERNATURAL”. “(da leo) YALEO”, die opener, is een heerlijke latinrocker, met briljant gitaarwerk en krachtige percussie! “LOVE OF MY LIFE” is een swingende poprocker met Dave Matthews, “PUT YOUR LIGHTS ON” een midtempo track gezongen door Everlast en “AFRICA BAMBA” een latin midtempo song met heerlijk gitaarwerk. “SMOOTH” gezongen door de zanger van Matchbox 20, Rob Thomas, groeide uit tot de grootste hit in de carrière van Santana, het stond weken op de eerste plaats van de Amerikaanse Billboard Hot 100. Geweldig nummer trouwens!!
“DO YOU LIKE THE WAY” met Lauryn Hill en CeeLo Green is een zeer eigentijdse popsong met rap, “MARIA MARIA” bereikte in Nederland net niet nummer 1 en dat had dit sfeervol ritmische nummer wel verdiend. “MIGRA” grijpt net zoals “(da leo) YALEO” en “AFRICA BAMBA” terug op het oude, vertrouwde Santana geluid, Spaanstalige zang, ritmisch en dat geweldige gitaarwerk! Het met de Mexicaanse band Maná opgenomen “CORAZÓN ESPINADO” heeft ook diezelfde insteek, en met “WISHING IT WAS” wordt er weer een beroep gedaan op een toentertijd moderne act, Eagle-Eye Cherry. Hij zingt dit lome liedje precies zoals het zou moeten, “EL FAROL” is een heerlijke instrumentale gitaar ballad, “PRIMAVERA” hoort bij de reeds genoemde songs die je bij de “oude” Santana zou kunnen plaatsen en met het langste nummer van “SUPERNATURAL”, “THE CALLING” komt het album na bijna 71 minuten tot stilstand.
Na een stilte van 13 seconden begint de zogenaamde “Hidden Track”, getiteld “DAY OF CELEBRATION”. Ouderwetse supersong van een band is topvorm is.
Daarmee komt een perfect einde aan een geweldig album, dat ik nog steeds met veel liefde en plezier draai. Dit trucje haalden ze een paar jaar later opnieuw uit met “SHAZAM” en opnieuw met veel succes. Santana treedt nog steeds op en voor een deel is het huidige succes mede te danken aan “SUPERNATURAL”...heerlijk!!
Schwertmann - Theater of Grief (2021)

4,0
1
geplaatst: 18 november 2021, 13:06 uur
De in 1970 in het Groningse Finsterwolde geboren zanger Bart Schwertmann maakt sinds een aantal jaren deel uit van de legendarische Nederlandse band Kayak, met wie hij 2 albums maakte. Dit jaar verscheen het achttiende album van deze band, een plaat waarop Schwertmann zich als een vis in het water lijkt te voelen.
Zijn carrière begon bij de band Galaxy en in 2000 won hij met het Jesus Christ Superstar nummer "GHETSEMANE" de Soundmixshow van Henny Huisman. Toen Kayak kapitein Ton Scherpenzeel in 2015 zijn band tijdelijk op non-actief zette en in de haven aanmeerde, ging hij een paar jaar later op zoek naar een nieuwe vocal boegbeeld en kwam hij uit bij Bart Schwertmann. Op het in 2018 verschenen schijfje "SEVENTEEN" liet hij horen over een prachtig stemgeluid te beschikken, waarover ik destijds in een recensie aangaf dat die stem tussen de originele Kayak zanger Max Werner en één van de andere Kayak vocalisten Bert Heerink zat. Schwertmann gaf er toen ook al een eigen sound aan en dat is op het laatste Kayak album "OUT OF THIS WORLD" alleen maar meer en beter geworden.
Kayak collega's en gitarist Marcel Singor bracht vorig jaar een solo album uit, bassist Kristoffer Gildenlöw afgelopen september en van Ton Scherpenzeel verscheen in oktober een nieuw album. De zanger kon dus niet achterblijven en met "THEATER OF GRIEF" brengt hij een prachtig album uit. In iets meer dan 41 minuten hoor je 9 nummers die van rock, naar pop, prog en folk gaan, maar dat door de stem en de productie wel één geheel is. “PANIC MODE” opent het feest met een hartslag en gezucht, waarna Bart begint met de zanglijn en die is meteen pakkend. Stevige melodieuze rock met een korte, maar fijne gitaarsolo van Robert Hanenberg. Tempo blijft hoog in het door synthesizers smaakvol aangeklede “ANTELOPE”, een krachtige rocker met een mooie melodie. Na dat stevige en uptempo begin gaat het tempo naar beneden in het toepasselijke “SO TIRED”. Tijdens de coupletten is het ingetogen, bij het refrein vliegen de gitaarriffs je weer om de oren, waardoor het een erg afwisselend liedje is geworden. “BURNING DOWN” is ook weer een stevige rocksong en ook weer een nummer die iets onder de 4 minuten klokt. Kayak maatje en gitarist Singor speelt mee op dit nummer en een speciale vermeldingen voor drummer Peter ten Wolde die geweldig speelt en Bart zelf, die het uiterste van zijn stem vergt. Toetsensolo van Ard Offers en een gitaarsolo en je hebt alle ingrediënten van een goede rocksong.
Het drum begin van “THERE’S A PLACE” heeft veel weg van “SOWING THE SEEDS OF LOVE” van Tears For Fears, maar als de rest van de instrumenten mee gaan doen, is die vergelijking voorbij. Een midtempo rocker met opnieuw een mooie melodielijn. “SUPERNATURAL FORCES” is het langste nummer van “THEATER OF GRIEF”, bijna 6 en een halve minuut. Op drums Dirk Bruinenberg, een veelgevraagd rockdrummer, gitarist van dienst is Marcel Singor, bassist Kristoffer Gildenlöw en toetsenist Ton Scherpenzeel, oftewel is dit bijna de complete line-up van Kayak. Het nummer neigt naar de progmetal, zonder dat het “over the top” gaat. Het blijft melodisch, er zijn geweldige solo’s te horen en enkele goed geplaatste tempowisselingen. Een prachtig nummer! “RAINBOW” is het rustpuntje op het album, waarop opnieuw Scherpenzeel op toetsen te horen is. Hieruit blijkt hoe goed Schwertmann zijn stem gebruikt, ingetogen en daar waar nodig, gaat het volume omhoog. Het één na langste nummer, net iets boven de 6 minuten, begint met akoestische gitaar en daarna ontwikkelt “CAN YOU SAVE ME” als een stevige progrocker, met smaakvolle toetsen bijdrage, lekkere gitaarriffs en een fijne melodie. “NO ONE ELSE CAN” is een iets afwijkend nummer, omdat het folk invloeden heeft. Een uiterst melodieus en pakkend nummer dat in je “kop” gaat zitten als een zogenaamd “muzikaal oorwurmpje”.
Bart Schwertmann bewijst met dit album dat hij ook op eigen benen kan staan, hij schreef nagenoeg alle liedjes zelf en met zijn stem drukt hij een onuitwisbare stempel op het album. Rock uit Nederland met kwalitatief geweldige muzikanten, erg goede liedjes en, ik zeg het nogmaals, een fantastische zanger. Luister en geniet!
Zijn carrière begon bij de band Galaxy en in 2000 won hij met het Jesus Christ Superstar nummer "GHETSEMANE" de Soundmixshow van Henny Huisman. Toen Kayak kapitein Ton Scherpenzeel in 2015 zijn band tijdelijk op non-actief zette en in de haven aanmeerde, ging hij een paar jaar later op zoek naar een nieuwe vocal boegbeeld en kwam hij uit bij Bart Schwertmann. Op het in 2018 verschenen schijfje "SEVENTEEN" liet hij horen over een prachtig stemgeluid te beschikken, waarover ik destijds in een recensie aangaf dat die stem tussen de originele Kayak zanger Max Werner en één van de andere Kayak vocalisten Bert Heerink zat. Schwertmann gaf er toen ook al een eigen sound aan en dat is op het laatste Kayak album "OUT OF THIS WORLD" alleen maar meer en beter geworden.
Kayak collega's en gitarist Marcel Singor bracht vorig jaar een solo album uit, bassist Kristoffer Gildenlöw afgelopen september en van Ton Scherpenzeel verscheen in oktober een nieuw album. De zanger kon dus niet achterblijven en met "THEATER OF GRIEF" brengt hij een prachtig album uit. In iets meer dan 41 minuten hoor je 9 nummers die van rock, naar pop, prog en folk gaan, maar dat door de stem en de productie wel één geheel is. “PANIC MODE” opent het feest met een hartslag en gezucht, waarna Bart begint met de zanglijn en die is meteen pakkend. Stevige melodieuze rock met een korte, maar fijne gitaarsolo van Robert Hanenberg. Tempo blijft hoog in het door synthesizers smaakvol aangeklede “ANTELOPE”, een krachtige rocker met een mooie melodie. Na dat stevige en uptempo begin gaat het tempo naar beneden in het toepasselijke “SO TIRED”. Tijdens de coupletten is het ingetogen, bij het refrein vliegen de gitaarriffs je weer om de oren, waardoor het een erg afwisselend liedje is geworden. “BURNING DOWN” is ook weer een stevige rocksong en ook weer een nummer die iets onder de 4 minuten klokt. Kayak maatje en gitarist Singor speelt mee op dit nummer en een speciale vermeldingen voor drummer Peter ten Wolde die geweldig speelt en Bart zelf, die het uiterste van zijn stem vergt. Toetsensolo van Ard Offers en een gitaarsolo en je hebt alle ingrediënten van een goede rocksong.
Het drum begin van “THERE’S A PLACE” heeft veel weg van “SOWING THE SEEDS OF LOVE” van Tears For Fears, maar als de rest van de instrumenten mee gaan doen, is die vergelijking voorbij. Een midtempo rocker met opnieuw een mooie melodielijn. “SUPERNATURAL FORCES” is het langste nummer van “THEATER OF GRIEF”, bijna 6 en een halve minuut. Op drums Dirk Bruinenberg, een veelgevraagd rockdrummer, gitarist van dienst is Marcel Singor, bassist Kristoffer Gildenlöw en toetsenist Ton Scherpenzeel, oftewel is dit bijna de complete line-up van Kayak. Het nummer neigt naar de progmetal, zonder dat het “over the top” gaat. Het blijft melodisch, er zijn geweldige solo’s te horen en enkele goed geplaatste tempowisselingen. Een prachtig nummer! “RAINBOW” is het rustpuntje op het album, waarop opnieuw Scherpenzeel op toetsen te horen is. Hieruit blijkt hoe goed Schwertmann zijn stem gebruikt, ingetogen en daar waar nodig, gaat het volume omhoog. Het één na langste nummer, net iets boven de 6 minuten, begint met akoestische gitaar en daarna ontwikkelt “CAN YOU SAVE ME” als een stevige progrocker, met smaakvolle toetsen bijdrage, lekkere gitaarriffs en een fijne melodie. “NO ONE ELSE CAN” is een iets afwijkend nummer, omdat het folk invloeden heeft. Een uiterst melodieus en pakkend nummer dat in je “kop” gaat zitten als een zogenaamd “muzikaal oorwurmpje”.
Bart Schwertmann bewijst met dit album dat hij ook op eigen benen kan staan, hij schreef nagenoeg alle liedjes zelf en met zijn stem drukt hij een onuitwisbare stempel op het album. Rock uit Nederland met kwalitatief geweldige muzikanten, erg goede liedjes en, ik zeg het nogmaals, een fantastische zanger. Luister en geniet!
Shania Twain - Queen of Me (2023)

3,0
2
geplaatst: 9 februari 2023, 16:54 uur
Het leven van Shania Twain stond de afgelopen jaren in het teken van een zogenaamde wederopstanding. Na haar enorme successen in de tweede helft van de jaren negentig en de eerste jaren van dit nieuwe millennium, volgde er een zware en zwarte periode. De scheiding van haar man en muzikale steun en toeverlaat, Robert John "Mutt" Lange en de ziekte van Lyme trokken een zware wissel op haar leven, maar ze heeft zich er weer bovenop geknokt.
Shania werd geboren op 28 augustus 1965 als Eileen Regina Twain, groeide op in Timmens, Ontario, Canada en werd op haar 22 wees, toen haar ouders, moeder en stiefvader, bij een verkeersongeval om het leven kwamen. Haar moeder was op dat moment al van de biologische vader van Shania gescheiden en hertrouwd met Jerry Twain. Al op jonge leeftijd begon ze te zingen en nam ze Shania aan als artiestennaam, ze vond dat Shania Twain beter klonk dan Eileen Twain. In de periode tot aan het verschijnen van haar eerste album, "SHANIA TWAIN" in 1993, trad ze veel op, wat haar een platencontract opleverde. Nadat ze in contact kwam met "Mutt" Lange, kwam haar carrière én haar privéleven in een stijgende lijn. Met een wereldwijde verkoop van meer dan 20 miljoen exemplaren werd "THE WOMAN IN ME" een groot succes, dat ruim werd overtroffen door het in 1997 verschenen "COME ON OVER". Dat album bleek ook de sleutel tot het succes in Nederland. Vier Top 40 hits, waarvan "YOU'RE STILL THE ONE", "THAT DON’T IMPRESS ME MUCH" en "MAN! I FEEL LIKE A WOMAN" de top 10 wisten te bereiken. In 2002 verscheen "UP" dat beduidend minder tot de verbeelding sprak. Heel veel nummers, liefst 19 en een speelduur van bijna 73 minuten, waarschijnlijk te veel van het goede.
Van "Up" ging het naar "Down". Twain kreeg de ziekte van Lyme, na een huwelijk van 17 jaar met "Mutt" Lange kwam daar in 2010 een einde aan en haar ziekte had ook een negatief effect op haar vocale capaciteiten. Pas in 2017 verscheen er weer een nieuw album van de Canadese zangeres, "NOW" werd redelijk ontvangen, maar wist bij lange na niet het succes van weleer te benaderen. Dertig jaar na de release van haar debuutalbum, brengt de inmiddels 57 jarige zangeres haar zesde album uit, dat de titel "QUEEN OF ME" heeft meegekregen. Vorig jaar kregen we al een klein voorproefje van het album in de Netflix documentaire "NOT JUST A GIRL" en sinds vorige week is het album dan ook een feit.
Twaalf tracks, een speeltijd van iets meer dan 36 minuten en liedjes die qua lengte variëren van twee en halve minuut tot maximaal 3.39. Het vrolijke en country-achtige "GIDDY UP" trapt het schijfje af, "BRAND NEW" is rustiger en klinkt moderner, in het leuke "WAKING UP DREAMING" gaat het tempo weer omhoog, waarna "BEST FRIEND" volgt, minimale begeleiding en met prettige vocale arrangementen. In "PRETTY LIAR" klinkt ze voor het eerst scherp, waarbij de tekst aansluit bij dat gevoel. Ze zingt "I Can See Your Pants Are On Fire (...) You're Such A Fucking Liar", waarbij ik mij afvraag voor wie het bestemd is, haar ontrouwe ex-man? "INHALE/EXHALE AIR" is een lekker popliedje, "LAST DAY OF SUMMER" een midtempo ballad, "QUEEN OF ME" een modern klinkend popliedje met summiere country invloeden, waarna we aan belanden bij één van de beste liedjes van het album, het met een fijne melodie opgeluisterd "GOT IT GOOD". "NUMBER ONE" is een weer poppy uptempo liedje, "NOT JUST A GIRL" een leuk liedje met een fijne melodie, waarna "THE HARDEST STONE", een nummer met R&B invloeden het album afsluit.
Op "QUEEN OF ME" heeft Shania Twain de countrypop voorgoed (?) achter zich gelaten en heeft de moderne popmuziek omarmd en volledig geïntegreerd in haar muziek. De overgang van Amerika naar Europa zal daar aan hebben bijgedragen, ze heeft het album in Londen opgenomen. "QUEEN OF ME" is geen geweldige plaat, geen bijzonder album, maar het is goed te horen dat Twain de ellende van de afgelopen jaren achter zich heeft gelaten. Onderhoudend, meer niet.
Shania werd geboren op 28 augustus 1965 als Eileen Regina Twain, groeide op in Timmens, Ontario, Canada en werd op haar 22 wees, toen haar ouders, moeder en stiefvader, bij een verkeersongeval om het leven kwamen. Haar moeder was op dat moment al van de biologische vader van Shania gescheiden en hertrouwd met Jerry Twain. Al op jonge leeftijd begon ze te zingen en nam ze Shania aan als artiestennaam, ze vond dat Shania Twain beter klonk dan Eileen Twain. In de periode tot aan het verschijnen van haar eerste album, "SHANIA TWAIN" in 1993, trad ze veel op, wat haar een platencontract opleverde. Nadat ze in contact kwam met "Mutt" Lange, kwam haar carrière én haar privéleven in een stijgende lijn. Met een wereldwijde verkoop van meer dan 20 miljoen exemplaren werd "THE WOMAN IN ME" een groot succes, dat ruim werd overtroffen door het in 1997 verschenen "COME ON OVER". Dat album bleek ook de sleutel tot het succes in Nederland. Vier Top 40 hits, waarvan "YOU'RE STILL THE ONE", "THAT DON’T IMPRESS ME MUCH" en "MAN! I FEEL LIKE A WOMAN" de top 10 wisten te bereiken. In 2002 verscheen "UP" dat beduidend minder tot de verbeelding sprak. Heel veel nummers, liefst 19 en een speelduur van bijna 73 minuten, waarschijnlijk te veel van het goede.
Van "Up" ging het naar "Down". Twain kreeg de ziekte van Lyme, na een huwelijk van 17 jaar met "Mutt" Lange kwam daar in 2010 een einde aan en haar ziekte had ook een negatief effect op haar vocale capaciteiten. Pas in 2017 verscheen er weer een nieuw album van de Canadese zangeres, "NOW" werd redelijk ontvangen, maar wist bij lange na niet het succes van weleer te benaderen. Dertig jaar na de release van haar debuutalbum, brengt de inmiddels 57 jarige zangeres haar zesde album uit, dat de titel "QUEEN OF ME" heeft meegekregen. Vorig jaar kregen we al een klein voorproefje van het album in de Netflix documentaire "NOT JUST A GIRL" en sinds vorige week is het album dan ook een feit.
Twaalf tracks, een speeltijd van iets meer dan 36 minuten en liedjes die qua lengte variëren van twee en halve minuut tot maximaal 3.39. Het vrolijke en country-achtige "GIDDY UP" trapt het schijfje af, "BRAND NEW" is rustiger en klinkt moderner, in het leuke "WAKING UP DREAMING" gaat het tempo weer omhoog, waarna "BEST FRIEND" volgt, minimale begeleiding en met prettige vocale arrangementen. In "PRETTY LIAR" klinkt ze voor het eerst scherp, waarbij de tekst aansluit bij dat gevoel. Ze zingt "I Can See Your Pants Are On Fire (...) You're Such A Fucking Liar", waarbij ik mij afvraag voor wie het bestemd is, haar ontrouwe ex-man? "INHALE/EXHALE AIR" is een lekker popliedje, "LAST DAY OF SUMMER" een midtempo ballad, "QUEEN OF ME" een modern klinkend popliedje met summiere country invloeden, waarna we aan belanden bij één van de beste liedjes van het album, het met een fijne melodie opgeluisterd "GOT IT GOOD". "NUMBER ONE" is een weer poppy uptempo liedje, "NOT JUST A GIRL" een leuk liedje met een fijne melodie, waarna "THE HARDEST STONE", een nummer met R&B invloeden het album afsluit.
Op "QUEEN OF ME" heeft Shania Twain de countrypop voorgoed (?) achter zich gelaten en heeft de moderne popmuziek omarmd en volledig geïntegreerd in haar muziek. De overgang van Amerika naar Europa zal daar aan hebben bijgedragen, ze heeft het album in Londen opgenomen. "QUEEN OF ME" is geen geweldige plaat, geen bijzonder album, maar het is goed te horen dat Twain de ellende van de afgelopen jaren achter zich heeft gelaten. Onderhoudend, meer niet.
Sideways - Test of Time (2023)

4,0
1
geplaatst: 24 februari 2023, 16:23 uur
Sideways is een Nederlandse symfonische rockband die sinds 2003 bestaat en sindsdien in dezelfde samenstelling speelt. De vijfmans formatie bestaat uit Gerwin Gabry op sologitaar en zang, Corne Gietman op basgitaar, drummer Berry Hoogeveen, Alex Visser op leadzang en slaggitaar en Jurriaan Visser bespeelt de toetsen. In 2017 verscheen hun laatste album, "INTO BALANCE". De drie albums die daarvoor verschenen waren "...AND THERE IS LIGHT" in 2006, "FATE" in 2009 en "FEAR OF LIVING" in 2013. Sideways maakt dus symfonische rock, dat wel enkele progressieve momenten heeft, maar toch vooral muziek maakt die geworteld is in de jaren zeventig. Ze hebben wel enkele overeenkomsten met bands als Yes en Genesis, maar hebben bovenal in de afgelopen 20 jaar een eigen stijl ontwikkeld...en daar gedijen ze prima op.
Op het vijfde album "TEST OF TIME" staan zeven tracks en bij elkaar klokt het schijfje ruim één uur prima muziek. Alles wat symfonische of progressieve muziek zou moeten bevatten, zit in de liedjes die door Gabry, en de tweelingbroers Visser gecomponeerd zijn. "FOR MORE" gaat rustig van start met een hoofdrol voor de stem van Alex. Nadat de drums ook deelnemen volgt er een mooi instrumentaal deel, melodisch en boeiend. Het refrein is pakkend met fijn drumwerk, het laatste deel is weer een mooi instrumentaal deel, met een thema dat ook in het eerste deel zat. De gitaarsolo die erg gaaf is en opnieuw dat pakkende refrein brengen het openingsnummer richting het einde. Mooi begin. Het zeven minuten durende "GREY DAY" heeft de meest poppy melodie van het album. Pakkend ritme, lekker gezongen en halverwege veranderd het tempo en volgt een gave toetsensolo gevolgd door een gecombineerde toetsen- en gitaarsolo. Na dit deel gaat het tempo weer omhoog en volgt dat pakkende poppy deel weer.
Sideways neemt de tijd om het ruim twaalf minuten durende "GAMBLING SPECIES" in te leiden. Na een mooi instrumentaal deel volgt een vocaal deel, met mooie arrangementen, tempowisselingen, gitaarsolo en de zang van Alex Visser heeft een prominente rol in dit epos. Hij heeft een bijzonder stemgeluid, warm en een eigen klank. Het vijf minuten durende "G" heeft een afwijkende stijl, iets meer country dan symfo. Het heeft een akoestische aanpak en een lekkere melodie en de samenzang is goed gedaan. "ENTROPY" begint dreigend en met stevige riffs, dan volgt een lichtvoetig vocaal deel waarna het nummer zich ontwikkelt als een afwisselende track met mooie arrangementen en geweldige solo’s op gitaar en toetsen.
"SILENCE" begint rustig met mooie zanglijnen. Verderop begeleid Gabry de zang met melodisch gitaarspel, wat erg goed klinkt. Ook dit nummer heeft een opbouw die gevarieerd is, tempowisselingen, solo’s, het zit er allemaal in. Het tien minuten durende "OVER THE FENCE" begint met subtiel gitaarspel, waarna ze langzaam naar een tempo verhoging toewerken. Fijne riffs, heerlijk toetsenspel, ook in deze track zit weer alles wat deze band zo goed maakt. Alex zingt scherp, dan weer zacht, passend bij het tempo en de sfeer van het nummer. In het instrumentale tussenstuk weten ze spanningsboog vast te houden, waarna Alex het vocaal weer overneemt. Een zeer smaakvolle gitaarsolo neemt je mee naar het einde van het album, waarna je kunt zeggen dat het schijfje de "tand des tijds" makkelijk heeft doorstaan.
Sideways heeft met "TEST OF TIME" een prachtig album afgeleverd. Wat mij tijdens het luisteren opviel, was dat de nummers, ondanks de soms lange speelduur, geen moment vervelen en dat ze blijven boeien. Dat is de verdienste van de componisten, maar zeker ook de wijze waarop ze het geheel hebben opgenomen en hebben uitgevoerd. In het Nederlandse progressieve rock landschap is deze band een vaste waarde geworden en één die een grotere bekendheid verdiend, want de kwaliteit is daarvoor ruimschoots aanwezig. Top album!
Op het vijfde album "TEST OF TIME" staan zeven tracks en bij elkaar klokt het schijfje ruim één uur prima muziek. Alles wat symfonische of progressieve muziek zou moeten bevatten, zit in de liedjes die door Gabry, en de tweelingbroers Visser gecomponeerd zijn. "FOR MORE" gaat rustig van start met een hoofdrol voor de stem van Alex. Nadat de drums ook deelnemen volgt er een mooi instrumentaal deel, melodisch en boeiend. Het refrein is pakkend met fijn drumwerk, het laatste deel is weer een mooi instrumentaal deel, met een thema dat ook in het eerste deel zat. De gitaarsolo die erg gaaf is en opnieuw dat pakkende refrein brengen het openingsnummer richting het einde. Mooi begin. Het zeven minuten durende "GREY DAY" heeft de meest poppy melodie van het album. Pakkend ritme, lekker gezongen en halverwege veranderd het tempo en volgt een gave toetsensolo gevolgd door een gecombineerde toetsen- en gitaarsolo. Na dit deel gaat het tempo weer omhoog en volgt dat pakkende poppy deel weer.
Sideways neemt de tijd om het ruim twaalf minuten durende "GAMBLING SPECIES" in te leiden. Na een mooi instrumentaal deel volgt een vocaal deel, met mooie arrangementen, tempowisselingen, gitaarsolo en de zang van Alex Visser heeft een prominente rol in dit epos. Hij heeft een bijzonder stemgeluid, warm en een eigen klank. Het vijf minuten durende "G" heeft een afwijkende stijl, iets meer country dan symfo. Het heeft een akoestische aanpak en een lekkere melodie en de samenzang is goed gedaan. "ENTROPY" begint dreigend en met stevige riffs, dan volgt een lichtvoetig vocaal deel waarna het nummer zich ontwikkelt als een afwisselende track met mooie arrangementen en geweldige solo’s op gitaar en toetsen.
"SILENCE" begint rustig met mooie zanglijnen. Verderop begeleid Gabry de zang met melodisch gitaarspel, wat erg goed klinkt. Ook dit nummer heeft een opbouw die gevarieerd is, tempowisselingen, solo’s, het zit er allemaal in. Het tien minuten durende "OVER THE FENCE" begint met subtiel gitaarspel, waarna ze langzaam naar een tempo verhoging toewerken. Fijne riffs, heerlijk toetsenspel, ook in deze track zit weer alles wat deze band zo goed maakt. Alex zingt scherp, dan weer zacht, passend bij het tempo en de sfeer van het nummer. In het instrumentale tussenstuk weten ze spanningsboog vast te houden, waarna Alex het vocaal weer overneemt. Een zeer smaakvolle gitaarsolo neemt je mee naar het einde van het album, waarna je kunt zeggen dat het schijfje de "tand des tijds" makkelijk heeft doorstaan.
Sideways heeft met "TEST OF TIME" een prachtig album afgeleverd. Wat mij tijdens het luisteren opviel, was dat de nummers, ondanks de soms lange speelduur, geen moment vervelen en dat ze blijven boeien. Dat is de verdienste van de componisten, maar zeker ook de wijze waarop ze het geheel hebben opgenomen en hebben uitgevoerd. In het Nederlandse progressieve rock landschap is deze band een vaste waarde geworden en één die een grotere bekendheid verdiend, want de kwaliteit is daarvoor ruimschoots aanwezig. Top album!
Simon Collins - Becoming Human (2020)

4,0
0
geplaatst: 12 september 2020, 10:54 uur
Simon Collins heeft een bekende achternaam en dat komt omdat hij de zoon is van een hele bekende Collins, inderdaad, de zanger/drummer/componist/producer Phil Collins. De Genesis zanger/drummer heeft meer kinderen, waarvan Nicolas ook in de muziek is beland. Hij drumde bij de laatste tour van zijn vader en zal ook bij de reünie tour van Genesis achter zijn vader de drums bespelen. Simon Collins is de zoon uit Phil zijn eerste huwelijk en werd als Simon Philip Nando Collins geboren op 14 september 1976, in het jaar dat er van Genesis 2 albums verschenen, waarop zijn vader voor het eerst als vaste lead zanger te horen was. Er veranderde toen veel voor het gezin, aangezien Phil steeds vaker afwezig was om met muziek bezig te zijn en zijn geld te verdienen, dat het huwelijk uiteindelijk in een scheiding eindigde. Simon groeide dus op met muziek als een prominent onderdeel van zijn leven. In 1999 verscheen zijn eerste album, ‘ALL OF WHO YOU ARE”. Hij bleef in de schaduw van zijn vader, maakte poppy elektronische muziek, maar maakte wel indruk op mede muzikanten. Dave Kerzner vroeg Collins voor een nieuwe band en van deze band, Sound Of Contact, verscheen in 2013 het prachtige “DIMENSIONAUT”. Het album viel erg goed bij liefhebbers van progressieve muziek en aan het drumspel, maar zeker ook de stem van Simon is te horen dat de genen van zijn vader hun werk goed gedaan hebben. Helaas bleef het bij één Sound Of Contact album, maar 7 later ligt er een album in mijn cd-speler die dat gemis opvangen. Het vierde solo album van Simon Collins is getiteld “BECOMING HUMAN” en is een indrukwekkende trip door het muzikale brein van Collins. Pop, prog, electro, rock, het is een hoeveelheid aan stijlen en sferen, maar er zit wel degelijk een lijn in het album. De hooks en aanstekelijke melodieën worden afgewisseld met experimentele delen. Voorbeeld hiervan is “THE UNIVERSE INSIDE OF ME”, waar het tweede deel van het nummer regelrechte electro is. “THIS IS THE TIME” is een voorbeeld van een meer poppy song met een heerlijk refrein. “I WILL BE WAITING” kent een geweldige opbouw, met de kenmerkende Collins drums in het tweede deel. Niet dat het een kopie is van zijn vader, maar de drums zijn goed te horen. “NO LOVE” is een song dat ook door bands als White Lies of Hurts gemaakt had kunnen worden en “SO REAL” is een midtempo song met een prachtige melodie. Een album waar je vaker naar moet luisteren voordat die zijn geheimen prijsgeeft, er is erg veel te genieten, maar ook te ontdekken. “BECOMING HUMAN” is een prachtig album geworden, maar of Simon Collins hiermee uit de schaduw van zijn vader zal treden, waag ik te betwijfelen. Als hij echter zo blijft musiceren, dan heb ik daar geen enkel probleem mee.
Simple Minds - Walk Between Worlds (2018)

3,5
0
geplaatst: 17 februari 2018, 16:54 uur
De Schotse band Simple Minds werd in 1977 in Glasgow opgericht en bracht in 1979 zijn eerste album uit, “LIFE IN A DAY”. De albums die volgden zorgden voor weinig groot succes, maar album nummer 5 veranderde dat. “NEW GOLD DREAM (81/82/83/84)” bracht het grote succes en groeide uit tot een klassieker. Het in 1982 uitgebrachte album bevatte ook de eerste Top 40 hit voor Simple Minds, “PROMISED YOU A MIRACLE”. In 1985 werd wereldsucces behaald met “DON’T YOU (forget about me)” uit de filn “THE BREAKFAST CLUB”. Dankzij de hits “ALIVE & KICKING”. “SANCTIFY YOURSELF”, “BELFAST CHILD” en “LET THERE BE LOVE” bleven de Schotten succesvol tot medio de jaren ’90. Op dat moment bestond de basis uit zanger Jim Kerr en gitarist Charlie Burchill, die vanaf 1977 deel uitmaakten van de band. Ondanks teruglopend succes, bleven de heren albums uitbrengen. Die werden niet allemaal even enthousiast begroet, maar sinds het album “BLACK & WHITE” uit 2005 lijken ze het juiste spoor weer gevonden hebben. Dat is zeker ook het geval op het prachtige, 18e studio album “WALK BETWEEN WORLDS”. Simple Minds oud en nieuw ontmoeten elkaar in de 8 songs die op dit ruim 41 minuten durende schijfje staan. Moderne invloeden, zoals synthbeats en elektronische dansbeats, worden smaakvol afgewisseld met typische Simple Minds melodieën en de stem van Jim Kerr zorgt voor het verbindende element. Minder prominent is de gitaar op dit album, maar als Churchill de spotlight krijgt, maakt hij daar goed gebruik van. Persoonlijk vind ik “WALK BETWEEN WORLDS” een prachtig album van deze band die inmiddels 41 jaar bestaat, maar versleten zijn ze nog lang niet.
Six by Six - Six by Six (2022)

4,0
2
geplaatst: 25 augustus 2022, 11:43 uur
Superband of gelegenheidsformatie, je kunt beiden wel op het trio Six By Six plakken. Al gaat superband voor mij net iets te ver, maar dat de drie leden hun sporen ruimschoots verdiend hebben, is een feit.
Six By Six bestaat uit één van de oprichters van de Canadese progrock band Saga, gitarist Ian Crichton, "longtime" drummer van Saxon Nigel Glockler en zanger en multi-instrumentalist Robert Berry, onder andere van 3 en Alliance. Daarnaast heeft Berry ook een paar solo albums gemaakt, waarvan "PILGRIMAGE TO A POINT" uit 1992 een geweldig voorbeeld van is. Tegenwoordig brengt bij ook muziek uit onder de naam 3.2, een voortzetting van 3, dat in 1988 een album uitgebracht. In 3 zaten toen naast Berry ook Keith Emerson en Carl Palmer. De status van Saga is er één die weleens wisselt. De band zou stoppen, maar is wel weer op tournee. Glockner bracht met Saxon dit jaar nog weer een nieuw album uit en is dus ook op meerdere fronten actief.
Six By Six heeft een album gemaakt met tien nummers en ruim 47 minuten krachtige rockmuziek. “YEARNING TO FLY” geeft je meteen een duidelijk beeld van wat je kunt verwachten. Uiterst melodieus, een overstuurde gitaarsolo, zoals je die bij Saga ook vaak hoort en een degelijke basis. Het iets meer dan drie minuten durende “CHINA” is een power uptempo rocker met een prettig refrein. Het langste nummer van “SIX BY SIX” is “REASON TO FEEL CALM AGAIN” dat rustig van start gaat met heerlijk gitaarspel van Crichton, Berry die op de toppen van zijn kunnen zingt en als na ruim twee minuten het nummer los gaat, krijg je een pakkende rocker voorgeschoteld. Het drumritme is heerlijk, het gitaarspel smaakvol en de “whoo-oo, yeah yeah” maken het nummer toegankelijk. Rond de vijf minuten verandert het tempo, wat ervoor zorgt dat het een echte progressieve track wordt, waarvan het laatste deel echt fantastisch is. De drie maken even duidelijk dat ze geweldige muzikanten zijn. In “THE UPSIDE OF DOWN” wordt in het begin iets gas terug genomen, maar ontwikkeld zich als een melodieus progrocker met een pakkend refrein. Het begin van “CASINO” zorgt ervoor dat je meteen in het nummer zit. De zang van Berry is afwisselend af en toe vervormd, de toetsenpartijen zijn dienend, subtiel gitaarspel en een ritme dat ingenieus is.
In het nog een twee minuten durende “LIVE FOREVER” zingt Berry emotioneel, begeleid door een akoestische gitaar. Orgelspel opent “THE LAST WORDS ON EARTH” alvorens de rest invalt. Power chords, pakkend ritme, goede zang en gitaarsolo maken het geheel af. Dreigende toetsen en stevige riffs geven “SKYFALL” een eigen sfeertje. De samenzang in het refrein maken het wel weer melodisch, de gitaarsolo van Crichton is weer genieten. “THE BATTLE OF A LIFETIME” gaat rustig van start met toetsen en gitaar, als drums en basgitaar invallen en Berry begint met zingen is het weer een pakkende track. De arrangementen met gitaar, de tempowisselingen en een overstuurde gitaarsolo maken van dit nummer één van de toppers van het album. “SAVE THE NIGHT” begint als een power Saga nummer en ook dit nummer heeft het signatuur dat je bij de voorgaande tracks ook al kon herkennen. Six By Six heeft met dit eerste album al een eigen stijl ontwikkeld. Het gitaarspel in dit laatste nummer is de zogenaamde kers op de taart, een fantastisch slotakkoord.
Berry, Crichton en Glockner hebben mij zeer positief verrast met een stevig album, waarbij de melodie nooit uit het oog en oor wordt verloren. Dit zou weleens de opmaat kunnen zijn naar meer albums en dan is Six By Six een welkome toevoeging aan het progressieve rock landschap. Top album!
Six By Six bestaat uit één van de oprichters van de Canadese progrock band Saga, gitarist Ian Crichton, "longtime" drummer van Saxon Nigel Glockler en zanger en multi-instrumentalist Robert Berry, onder andere van 3 en Alliance. Daarnaast heeft Berry ook een paar solo albums gemaakt, waarvan "PILGRIMAGE TO A POINT" uit 1992 een geweldig voorbeeld van is. Tegenwoordig brengt bij ook muziek uit onder de naam 3.2, een voortzetting van 3, dat in 1988 een album uitgebracht. In 3 zaten toen naast Berry ook Keith Emerson en Carl Palmer. De status van Saga is er één die weleens wisselt. De band zou stoppen, maar is wel weer op tournee. Glockner bracht met Saxon dit jaar nog weer een nieuw album uit en is dus ook op meerdere fronten actief.
Six By Six heeft een album gemaakt met tien nummers en ruim 47 minuten krachtige rockmuziek. “YEARNING TO FLY” geeft je meteen een duidelijk beeld van wat je kunt verwachten. Uiterst melodieus, een overstuurde gitaarsolo, zoals je die bij Saga ook vaak hoort en een degelijke basis. Het iets meer dan drie minuten durende “CHINA” is een power uptempo rocker met een prettig refrein. Het langste nummer van “SIX BY SIX” is “REASON TO FEEL CALM AGAIN” dat rustig van start gaat met heerlijk gitaarspel van Crichton, Berry die op de toppen van zijn kunnen zingt en als na ruim twee minuten het nummer los gaat, krijg je een pakkende rocker voorgeschoteld. Het drumritme is heerlijk, het gitaarspel smaakvol en de “whoo-oo, yeah yeah” maken het nummer toegankelijk. Rond de vijf minuten verandert het tempo, wat ervoor zorgt dat het een echte progressieve track wordt, waarvan het laatste deel echt fantastisch is. De drie maken even duidelijk dat ze geweldige muzikanten zijn. In “THE UPSIDE OF DOWN” wordt in het begin iets gas terug genomen, maar ontwikkeld zich als een melodieus progrocker met een pakkend refrein. Het begin van “CASINO” zorgt ervoor dat je meteen in het nummer zit. De zang van Berry is afwisselend af en toe vervormd, de toetsenpartijen zijn dienend, subtiel gitaarspel en een ritme dat ingenieus is.
In het nog een twee minuten durende “LIVE FOREVER” zingt Berry emotioneel, begeleid door een akoestische gitaar. Orgelspel opent “THE LAST WORDS ON EARTH” alvorens de rest invalt. Power chords, pakkend ritme, goede zang en gitaarsolo maken het geheel af. Dreigende toetsen en stevige riffs geven “SKYFALL” een eigen sfeertje. De samenzang in het refrein maken het wel weer melodisch, de gitaarsolo van Crichton is weer genieten. “THE BATTLE OF A LIFETIME” gaat rustig van start met toetsen en gitaar, als drums en basgitaar invallen en Berry begint met zingen is het weer een pakkende track. De arrangementen met gitaar, de tempowisselingen en een overstuurde gitaarsolo maken van dit nummer één van de toppers van het album. “SAVE THE NIGHT” begint als een power Saga nummer en ook dit nummer heeft het signatuur dat je bij de voorgaande tracks ook al kon herkennen. Six By Six heeft met dit eerste album al een eigen stijl ontwikkeld. Het gitaarspel in dit laatste nummer is de zogenaamde kers op de taart, een fantastisch slotakkoord.
Berry, Crichton en Glockner hebben mij zeer positief verrast met een stevig album, waarbij de melodie nooit uit het oog en oor wordt verloren. Dit zou weleens de opmaat kunnen zijn naar meer albums en dan is Six By Six een welkome toevoeging aan het progressieve rock landschap. Top album!
Small Faces - Ogdens' Nut Gone Flake (1968)

4,0
1
geplaatst: 1 september 2022, 11:52 uur
In de hausse van Engelse bandjes in de jaren zestig, behoorden een groot aantal van die bands tot het beste dat het land heeft voortgebracht. De in Londen geformeerde Small Faces hoort daar zeker bij.
Zanger en gitarist Steve Marriott, bassist Ronnie Lane, drummer Kenney Jones en toetsenist Jimmy Winston begonnen de band in het midden van die "roaring sixties". In 1966 werd Winston vervangen door Ian McLagan en tot dat moment had de band al materiaal uitgebracht, waarvan de single "SHA-LA-LA-LA-LEE" het tot de top 3 in Engeland geschopt had. In de Nederlandse Top 40 was het een kleine hit. "ALL OR NOTHING" was in 1966 de eerste nummer één hit in Engeland, waarna in 1967 klassiekers als "ITCHYCOO PARK" (nummer 3 in de Nederlandse Top 40), "TIN SOLDIER" en de Nederlandse nummer één hit "LAZY SUNDAY" volgden. Op 24 mei 1968 verscheen het derde album "OGDENS' NUT GONE FLAKE" van het viertal. In Amerika kwam in 1967 het album "THERE ARE BUT FOUR SMALL FACES" uit, maar dat was een louter Amerikaanse release. "OGDENS' NUT GONE FLAKE" verscheen dus in 1968, twaalf tracks, ruim 38 minuten prachtige muziek, waarvan één kant gebaseerd is op een sprookje. De albumtitel en hoes waren ontleend aan het tabaksmerk Ogden's Nut-brown Flake, dat eind 19e eeuw in Liverpool werd gefabriceerd.
“OGDENS’NUT GONE FLAKE” gaat van start met het instrumentale titelnummer, dat een soort variant is op de geflopte single “I’VE GOT MINE” uit 1965. Heerlijke melodielijn, lekker gitaarriffs en power drums, een geweldige opener. Het psychedelische “AFTERGLOW (of your love)” was in 1969 in Nederland de laatste hit die de band scoorde. Het orgelspel en de zang zijn de hoogtepunten in deze rocker. Aanstekelijk, dat vind ik van “LONG AGOS AND WORLDS APART”, zonder dat de drums daarvoor zorgt. Die vallen pas na zo’n anderhalve minuut in en dan is het nummer al over de helft. Mooi gitaarspel en de zang zorgen ervoor dat dit nummer mij pakt. Toetsenist McLagan neemt de leadvocalen voor zijn rekening in dit nummer. “RENE” is het langste nummer van het album, wordt gezongen in het cockney-Engels en dat zorgt voor een mooie aanvulling aan deze spannende rocker. Het middenstuk wordt gevuld met pakkende riffs, subtiele mondharmonica bijdragen en mooi orgel- en pianospel. “SONG OF A BAKER” begint met een Cream-achtig begin. Een bluesy rocker met goede melodielijn, gitaarriffs en samenzang, topnummer! In “LAZY SUNDAY” zingt Marriott ook weer in het cockey-Engels en de het drumwerk van Jones vind ik in dit nummer erg gaaf.
“Kant twee” van "OGDENS' NUT GONE FLAKE" is getiteld “HAPPINESS STAN” is heeft een concept. We volgen Stan die op zoek gaat naar de andere helft van de maan, nadat hij een nacht een halve maan had gezien en niet inzag wat daar de reden van is. “HAPPINESS STAN” is het eerste nummer daarvan en begint met een verteller, die voor de samenhang moet zorgen. Het nummer is een geweldige track, tempowisseling, prachtige instrumentatie en melodielijn. Ook “ROLLIN’ OVER” begint met de verteller, Stanley Unwin heeft dat voor zijn rekening genomen. Als de muziek eenmaal begint krijg je een echte Small Faces track te horen, toetsen, drums en zang zijn perfect in balans in deze pakkende rocker. “THE HUNGRY INTRUDER” begint als een ballad, maar is een lekkere sixties song waarin Marriott en Lane de leadzang delen. “THE JOURNEY” begint met aanstekelijk drumwerk, orgelspel en nummer blijft wat mij betreft een beetje hangen in goede bedoelingen. Goed gespeeld en gezongen, zonder dat het ergens echt spannend wordt. In “MAD JOHN” wordt het mindere vorige nummer weer goed gemaakt. Prachtig gitaarspel begeleid Marriott die fantastisch zingt. Opnieuw cockney zang in “HAPPY DAYS TOY TOWN", gedeelde leadzang door Marriott en Lane en een mooi slotakkoord van een prachtig album.
Kritische noot is dat de gesproken delen soms te lang zijn, waardoor mijn aandacht wat verslapt. Als ik puur naar de muziek kijk, dan is dit een terechte klassieker en is het ook terecht dat dit album de eerste plaats in de Engelse albumlijst wist te behalen. Niet lang hierna ging de band uit elkaar. Marriott ging naar Humble Pie, de rest richtten samen met Rod Stewart The Faces op en in 1975 kwamen de heren weer even samen, overigens maar kort met Ronnie Lane, die al snel na de reünie het kwartet verliet. Small Faces horen wat mij betreft bij die grote groep van sixties bandjes, die het muzikale landschap voorgoed deden veranderen en dit album is daar een ultiem voorbeeld van.
Zanger en gitarist Steve Marriott, bassist Ronnie Lane, drummer Kenney Jones en toetsenist Jimmy Winston begonnen de band in het midden van die "roaring sixties". In 1966 werd Winston vervangen door Ian McLagan en tot dat moment had de band al materiaal uitgebracht, waarvan de single "SHA-LA-LA-LA-LEE" het tot de top 3 in Engeland geschopt had. In de Nederlandse Top 40 was het een kleine hit. "ALL OR NOTHING" was in 1966 de eerste nummer één hit in Engeland, waarna in 1967 klassiekers als "ITCHYCOO PARK" (nummer 3 in de Nederlandse Top 40), "TIN SOLDIER" en de Nederlandse nummer één hit "LAZY SUNDAY" volgden. Op 24 mei 1968 verscheen het derde album "OGDENS' NUT GONE FLAKE" van het viertal. In Amerika kwam in 1967 het album "THERE ARE BUT FOUR SMALL FACES" uit, maar dat was een louter Amerikaanse release. "OGDENS' NUT GONE FLAKE" verscheen dus in 1968, twaalf tracks, ruim 38 minuten prachtige muziek, waarvan één kant gebaseerd is op een sprookje. De albumtitel en hoes waren ontleend aan het tabaksmerk Ogden's Nut-brown Flake, dat eind 19e eeuw in Liverpool werd gefabriceerd.
“OGDENS’NUT GONE FLAKE” gaat van start met het instrumentale titelnummer, dat een soort variant is op de geflopte single “I’VE GOT MINE” uit 1965. Heerlijke melodielijn, lekker gitaarriffs en power drums, een geweldige opener. Het psychedelische “AFTERGLOW (of your love)” was in 1969 in Nederland de laatste hit die de band scoorde. Het orgelspel en de zang zijn de hoogtepunten in deze rocker. Aanstekelijk, dat vind ik van “LONG AGOS AND WORLDS APART”, zonder dat de drums daarvoor zorgt. Die vallen pas na zo’n anderhalve minuut in en dan is het nummer al over de helft. Mooi gitaarspel en de zang zorgen ervoor dat dit nummer mij pakt. Toetsenist McLagan neemt de leadvocalen voor zijn rekening in dit nummer. “RENE” is het langste nummer van het album, wordt gezongen in het cockney-Engels en dat zorgt voor een mooie aanvulling aan deze spannende rocker. Het middenstuk wordt gevuld met pakkende riffs, subtiele mondharmonica bijdragen en mooi orgel- en pianospel. “SONG OF A BAKER” begint met een Cream-achtig begin. Een bluesy rocker met goede melodielijn, gitaarriffs en samenzang, topnummer! In “LAZY SUNDAY” zingt Marriott ook weer in het cockey-Engels en de het drumwerk van Jones vind ik in dit nummer erg gaaf.
“Kant twee” van "OGDENS' NUT GONE FLAKE" is getiteld “HAPPINESS STAN” is heeft een concept. We volgen Stan die op zoek gaat naar de andere helft van de maan, nadat hij een nacht een halve maan had gezien en niet inzag wat daar de reden van is. “HAPPINESS STAN” is het eerste nummer daarvan en begint met een verteller, die voor de samenhang moet zorgen. Het nummer is een geweldige track, tempowisseling, prachtige instrumentatie en melodielijn. Ook “ROLLIN’ OVER” begint met de verteller, Stanley Unwin heeft dat voor zijn rekening genomen. Als de muziek eenmaal begint krijg je een echte Small Faces track te horen, toetsen, drums en zang zijn perfect in balans in deze pakkende rocker. “THE HUNGRY INTRUDER” begint als een ballad, maar is een lekkere sixties song waarin Marriott en Lane de leadzang delen. “THE JOURNEY” begint met aanstekelijk drumwerk, orgelspel en nummer blijft wat mij betreft een beetje hangen in goede bedoelingen. Goed gespeeld en gezongen, zonder dat het ergens echt spannend wordt. In “MAD JOHN” wordt het mindere vorige nummer weer goed gemaakt. Prachtig gitaarspel begeleid Marriott die fantastisch zingt. Opnieuw cockney zang in “HAPPY DAYS TOY TOWN", gedeelde leadzang door Marriott en Lane en een mooi slotakkoord van een prachtig album.
Kritische noot is dat de gesproken delen soms te lang zijn, waardoor mijn aandacht wat verslapt. Als ik puur naar de muziek kijk, dan is dit een terechte klassieker en is het ook terecht dat dit album de eerste plaats in de Engelse albumlijst wist te behalen. Niet lang hierna ging de band uit elkaar. Marriott ging naar Humble Pie, de rest richtten samen met Rod Stewart The Faces op en in 1975 kwamen de heren weer even samen, overigens maar kort met Ronnie Lane, die al snel na de reünie het kwartet verliet. Small Faces horen wat mij betreft bij die grote groep van sixties bandjes, die het muzikale landschap voorgoed deden veranderen en dit album is daar een ultiem voorbeeld van.
Smith & Burrows - Only Smith & Burrows Is Good Enough (2021)

4,0
0
geplaatst: 27 februari 2021, 09:07 uur
Vrienden die samen muziek maken, wat moet dat een heerlijk gevoel zijn. Tom Smith is de zanger van Editors en Andy Burrows zou je kunnen kennen als drummer van Razorlight (van dit hit "AMERICA"), maar zeker ook van zijn solo albums "COMPANY" en "FALL TOGETHER AGAIN".
De inmiddels 41 jarige Burrows en de 39 jarige Smith brachten als Smith & Burrows in 2011 het sfeervolle album "FUNNY LOOKING ANGELS" uit, met daarop één van de mooiste kerstsongs ooit, zonder dat het een echte kerstsong is, "WHEN THE THAMES FROZE". In de afgelopen ruim 9 jaar bleven de twee vrienden en zong Smith prominent mee op het reeds genoemde album van Burrows "FALL TOGETHER AGAIN", op de single "WATCH ME FALL AGAIN", een werkelijk schitterend nummer.
Nu ligt er dan na ruim 9 jaar weer een nieuwe samenwerking in de winkels, "ONLY SMITH & BURROWS IS GOOD ENOUGH". Het is een schitterend album geworden, pop met veel andere invloeden uit de Britse popmuziek. De stemmen van de beide Britten geven het album nog meer variatie, ze klinken erg goed samen en geeft de liedjes dat extra waardoor ze mooier worden. In de opener “ALL THE BEST MOVES” klinkt als eerste die geweldige karakteristieke stem van Smith gevolgd door de zachtere stem van Burrows. Deze ritmische en vrolijke opener geeft perfect aan wat je kunt verwachten. “BUCCANEER RUM JUM” heeft een mooie melodielijn, “SPAGHETTI” is uptempo en heeft een aanstekelijke melodie, “OLD TV SHOWS” is rustiger en Burrows heeft hier een hoofdrol in de coupletten, waarna Smith in de refreinen geweldig uithaalt. Het tempo blijft rustig in “PARLIAMENT HILL”, met een akoestische aanpak is het één van de toppers van het album.
Met “BOTTLE TOPS” gaat het tempo weer wat omhoog, “I WANT YOU BACK IN MY LIFE” heeft weer een prachtige melodie en zanglijn, “AIMEE MOVE ON” is een echte albumtrack, niet een track die meteen blijft hangen, vaker luisteren dus. “TOO LATE” is weer uptempo en heeft een aanstekelijk ritme en met “STRAIGHT UP LIKE A MOHICAN” wordt het album op passende wijze afgesloten.
Het heeft lang geduurd alvorens de beide heren de tijd vonden om album #2 te maken, maar het is dan ook op alle fronten zeer geslaagd. Topplaat!
De inmiddels 41 jarige Burrows en de 39 jarige Smith brachten als Smith & Burrows in 2011 het sfeervolle album "FUNNY LOOKING ANGELS" uit, met daarop één van de mooiste kerstsongs ooit, zonder dat het een echte kerstsong is, "WHEN THE THAMES FROZE". In de afgelopen ruim 9 jaar bleven de twee vrienden en zong Smith prominent mee op het reeds genoemde album van Burrows "FALL TOGETHER AGAIN", op de single "WATCH ME FALL AGAIN", een werkelijk schitterend nummer.
Nu ligt er dan na ruim 9 jaar weer een nieuwe samenwerking in de winkels, "ONLY SMITH & BURROWS IS GOOD ENOUGH". Het is een schitterend album geworden, pop met veel andere invloeden uit de Britse popmuziek. De stemmen van de beide Britten geven het album nog meer variatie, ze klinken erg goed samen en geeft de liedjes dat extra waardoor ze mooier worden. In de opener “ALL THE BEST MOVES” klinkt als eerste die geweldige karakteristieke stem van Smith gevolgd door de zachtere stem van Burrows. Deze ritmische en vrolijke opener geeft perfect aan wat je kunt verwachten. “BUCCANEER RUM JUM” heeft een mooie melodielijn, “SPAGHETTI” is uptempo en heeft een aanstekelijke melodie, “OLD TV SHOWS” is rustiger en Burrows heeft hier een hoofdrol in de coupletten, waarna Smith in de refreinen geweldig uithaalt. Het tempo blijft rustig in “PARLIAMENT HILL”, met een akoestische aanpak is het één van de toppers van het album.
Met “BOTTLE TOPS” gaat het tempo weer wat omhoog, “I WANT YOU BACK IN MY LIFE” heeft weer een prachtige melodie en zanglijn, “AIMEE MOVE ON” is een echte albumtrack, niet een track die meteen blijft hangen, vaker luisteren dus. “TOO LATE” is weer uptempo en heeft een aanstekelijk ritme en met “STRAIGHT UP LIKE A MOHICAN” wordt het album op passende wijze afgesloten.
Het heeft lang geduurd alvorens de beide heren de tijd vonden om album #2 te maken, maar het is dan ook op alle fronten zeer geslaagd. Topplaat!
Snow Coats - Take the Weight Off Your Shoulders (2018)

4,0
0
geplaatst: 13 september 2022, 16:39 uur
De Doetinchemse folk/pop/rock formatie Snow Coats heeft in augustus 2018 zijn eerste album uitgebracht, “TAKE THE WEIGHT OF YOUR SHOULDERS”. Een prachtig album met mooie liedjes, goed gespeeld en schitterend gezongen.
Snow Coats bestaat uit Anouk van der Kemp (zang/gitaar), Daan Ebbers (gitaar/zang), Frank Peters (basgitaar) en Joost Ebbers (drums). In februari 2017 verscheen de eerste single “BACKYARD” en meteen werd ik gepakt door de sfeer in het liedje en de wijze waarop de band het nummer speelt.
Het is één van de 10 (11 als je de bonustrack “TAKE YOU HOME” mee telt) songs op het schijfje dat mij meteen pakt, samen met de pakkende opener “HIGH TIDE”. Prachtig spel op de banjo zorgt voor het folky karakter en de samenzang van Anouk en Daan geven het nummer dat extra waardoor het een topper op dit album is. “SO SINCERE” is ook zo’n topper, met airplay op de landelijke radiozenders, had het een hit kunnen worden. De rest van het album heeft dezelfde kwaliteit en ook diversiteit. Het verveelt geen moment, waardoor na het laatste nummer de “play” knop weer ingedrukt wordt.
De band kon na de release van dit album veel optreden, ze deden mee aan de Popronde 2018 en gaven aan dat er al aan nieuw materiaal gewerkt werd. Inmiddels is er een tweede album, een contract bij een Engels label, maar het begon allemaal met dit in eigen beheer uitgebracht prachtig schijfje.
Snow Coats bestaat uit Anouk van der Kemp (zang/gitaar), Daan Ebbers (gitaar/zang), Frank Peters (basgitaar) en Joost Ebbers (drums). In februari 2017 verscheen de eerste single “BACKYARD” en meteen werd ik gepakt door de sfeer in het liedje en de wijze waarop de band het nummer speelt.
Het is één van de 10 (11 als je de bonustrack “TAKE YOU HOME” mee telt) songs op het schijfje dat mij meteen pakt, samen met de pakkende opener “HIGH TIDE”. Prachtig spel op de banjo zorgt voor het folky karakter en de samenzang van Anouk en Daan geven het nummer dat extra waardoor het een topper op dit album is. “SO SINCERE” is ook zo’n topper, met airplay op de landelijke radiozenders, had het een hit kunnen worden. De rest van het album heeft dezelfde kwaliteit en ook diversiteit. Het verveelt geen moment, waardoor na het laatste nummer de “play” knop weer ingedrukt wordt.
De band kon na de release van dit album veel optreden, ze deden mee aan de Popronde 2018 en gaven aan dat er al aan nieuw materiaal gewerkt werd. Inmiddels is er een tweede album, een contract bij een Engels label, maar het begon allemaal met dit in eigen beheer uitgebracht prachtig schijfje.
Snow Patrol - Wildness (2018)

3,5
0
geplaatst: 4 juni 2018, 07:59 uur
Het zevende album van de Noord-Ierse/Schotse band Snow Patrol kwam 25 mei 2018 uit en laat een geïnspireerde en gedreven band horen. De band rond zanger en componist Gary Lightbody heeft 7 jaar nodig gehad om de inspiratie te vinden voor een nieuw album. In 1998 verscheen het debuutalbum “SONGS FOR POLARBEARS” dat de gouden status in Engeland wist te bereiken. Het briljante “RUN” van het derde album “FINAL STRAW” was de eerste single die internationaal meer succes had dan de voorgaande singles, maar de echte doorbraak kwam met in 2006 met “CHASING CARS”, dat meerdere platina onderscheidingen kreeg. In 2009 scoorden ze in Nederland hun, tot dusver, enige nummer 1 hit met “JUST SAY YES”, afkomstig van de compilatie “UP TO NOW”. “WILDNESS” laat het bekende Snow Patrol geluid horen, mede door de stem van Lightbody, die een herkenbaar en karakteristiek klank heeft. DE 10 tracks klokken ruim 44 minuten en zijn sferisch, af en toe dansbaar, dan weer breekbaar en klein, maar ze vliegen nergens uit de bocht. Met veel gevoel en vakmanschap hebben de 5 heren onder leiding van producer Jacknife Lee een prachtig album geboetseerd dat zich kan meten met voorgaande platen, maar of het grote succes van de tweede helft van de zero’s terug zal keren is de vraag. Misschien is het te lang stil gebleven en zijn de mensen Snow Patrol vergeten, maar de kwaliteit van de songs vragen om een groot luisterpubliek, want het is weer een topper geworden.
Status Quo - Backbone (2019)

3,0
0
geplaatst: 21 september 2019, 15:17 uur
Status Quo is sinds de tweede helft van de jaren ’70 één van mijn favoriete bands. Een zeer matige periode in de jaren ’90 met slechte albums en overbodige cover versies zorgde voor een minder positief gevoel richting de boogie rockers uit Engeland. Sinds het album “IN SEARCH OF THE FOURTH CHORD” uit 2007 lijkt het erop alsof ze het heilige vuur weer gevonden hebben. Vooral “QUIT PRO QUO” uit 2011 vind ik een geweldig album. Status Quo bracht zijn eerste album “PICTURESQUE MATCHSTICKABLE MESSAGES FROM STATUS QUO” in 1968 uit en scoorde zijn eerste grote hit met ‘PICTURES OF MATCHSTICK MEN”. De eerste periode maakte de band psychedelische pop/rock, maar vanaf rond 1970, toen de “Frantic Four” bezetting definitief werd, werd het geluid steeds meer rock ’n roll met boogie-woogie invloeden. Klassieke albums als “HELLO”, “QUO” en ‘WHATEVER YOU WANT” volgden en het viertal scoorde hits met “ROLL OVER LAY DOWN”, “DOWN DOWN”, “ROCKIN’ ALL OVER THE WORLD”, “AGAIN AND AGAIN” en “WHAT YOU’RE PROPOSING”. Vanaf 1982 kwam de klad erin toen drummer John Coghlan de band verliet, gevolgd door bassist Alan Lancaster in 1985. Die laatste was erg belangrijk voor Quo, door zijn composities en lead vocalen op enkele legendarische songs. De gitaristen en zangers Francis Rossi en Rick Parfitt bleven achter en gingen stug door met het maken van albums en het geven van live concerten. Op 24 december 2016 overleed Parfitt, die al een slechte gezondheid had en daarmee leek de “backbone” van de band verdwenen. Parfitt stond bekend om zijn krachtige en karakteristieke ritmegitaar bijdragen en de vraag was of ze dat konden opvangen. Het antwoord daarop is “ja”! Na meer dan 30 studioalbums is “BACKBONE” een typische Status Quo plaat geworden met een aantal geweldige songs, zoals het aan de jaren ’70 herinnerende “CUT ME SOME SLACK” en het titelnummer, dat een heerlijke melodie heeft. “BETTER TAKE CARE” heeft ook die herkenbare Quo vibe met mooie zangpartijen en staan er tussen de 11 tracks en een gezamenlijke speelduur van iets meer dan 40 minuten meer mooie songs. Richie Malone heeft de plaats van Rick Parfitt ingenomen en dat doet hij met verve. Ook zijn zang past perfect in het geluid van de groep. Verwacht geen album dat zich kan meten met de toppers uit de seventies, maar een degelijke plaat waarop Status Quo laat horen er nog steeds te zijn. In november 2020 zal de band een optreden in AFAS in Amsterdam en songs van “BACKBONE” zullen in de setlist ongetwijfeld opgenomen zijn en die passen goed tussen de classics uit het verleden.
Status Quo - Hello! (1973)

4,5
0
geplaatst: 3 december 2017, 13:37 uur
In 1967 werd de Engelse band Status Quo een feit en vanaf 1968 brachten ze jaarlijks een nieuw album uit, waarbij de stijl per album veranderde. Was die op het debuut album “PICTURESQUE MATCHSTICKABLE MESSAGES FROM THE STATUS QUO” nog een typische jaren ’60 beat met psychedelische invloeden, op het zesde album, ‘HELLO!” omgevormd naar rock ’n roll met boogie invloeden. “HELLO!” verscheen op 28 september 1973 en van het album werd 2 jaar later “ROLL OVER LAY DOWN” een hit en die song groeide ook uit tot een regelrechte ‘Quo Classic‘. Het nummer is ook een voorbeeld van de Quo sound. Strakke rock riffs, stuwende bass, swingende melodie, pakkende refreinen en in elke song natuurlijk een gitaar solo. Status Quo bestond vanaf 1970 uit de zogenaamde klassieke bezetting, met solo-gitarist en zang Francis Rossi, rhythm-gitaar en zang Rick Parfitt, bass en zang Alan Lancaster en drummer John Coghlan. Gedurende deze tijd scoorden ze ook de meeste hits en waren de albums zeer succesvol. De kracht en klasse van “HELLO!” zit hem vooral in de grote kwaliteit van de 8 songs, met “ROLL OVER LAY DOWN” als startpunt en tevens Quo classic “FORTY FIVE HUNDRED TIMES” als slotakkoord. Daartussen staan 6 krachtige, swingende en goed in het gehoorliggende songs, zoals het zeer bekende “CAROLINE”, het wat tegendraadse “BLUE EYED LADY” en het gevarieerde “SOFTER RIDE”. De opvolgers “QUO” uit 1974, “ON THE LEVEL” met “DOWN DOWN” uit 1975 en “BLUE FOR YOU” uit 1976 behoren tot de beste albums die Status Quo in zijn langlopende carrière heeft uitgebracht en allemaal met de die klassieke bezetting. Daarvan kwam Parftitt eind 2016 te overlijden, waarmee tevens de motor van de band tot stil stand kwam. Maar ze hebben een prachtige discografie nagelaten, waarvan “HELLO!” het tot een klassieker heeft gered…en terecht!
Status Quo - On the Level (1975)

4,5
2
geplaatst: 20 januari 2022, 12:05 uur
Status Quo is nog steeds alive and kicking, zij het dat er in de huidige bezetting nog slechts één origineel lid zit, zanger en gitarist Francis Rossi.
Vanaf 1962 is een groepje muzikanten in de weer wat uiteindelijk Status Quo voort zal brengen. Achtereenvolgens noemden ze zich The Scorpions, The Spectres, Traffic Jam en The Status Quo, voordat de mannen rond Rossi en Alan Lancaster, de bassist die ook aan de wieg van de Engelse rockers heeft gestaan, voor zijn definitieve naam kozen. Naast Rossi en Lancaster zaten gitarist/zanger Rick Parffitt (overleden in 2016) en drummer John Coghlan in deze zeer succesvolle bezetting van The Quo. Overigens is Lancaster 26 september 2021 overleden aan de gevolgen van MS.
Vanaf 1968 maakt het dan vijftal een aantal albums waarop de band naar zijn definitieve vorm aan het zoeken was. Die echte Status Quo sound kregen we voor het eerst echt te horen op “DOG OF TWO HEAD” uit 1971 en “PILEDRIVER” uit 1972. In 1973 volgde de eerste Quo klassieker “HELLO!” met daarop de toppers “ROLL OVER LAY DOWN” en “CAROLINE”. Opvolger "QUO" uit 1974 is ook van grote klasse en met "ON THE LEVEL" uit 1975 weten ze naast succesvolle albums en live concerten, ook hitsuccessen te behalen. "DOWN DOWN" werd een grote hit en zorgde ervoor dat het album, dat op 21 februari 1975 uitgebracht werd, ook in grote getale over de toonbank ging.
Met het pakkende en lekker stevige “LITTLE LADY” gaat het album van start. Parfitt schreef het nummer en zorgt ook voor de lead vocalen. Het rustpuntje halverwege het nummer geeft het iets extra’s, goed gevonden! In “MOST OF THE TIME” gaat het tempo iets naar beneden, het nummer heeft een heerlijke swung. Rossi schreef het samen met Bob Young en zingt het ook. De gitaarpartijen zijn goed, de solo geweldig! Opnieuw geschreven door het duo Rossi & Young is “I SAW THE LIGHT”. Het tempo is weer hoog, de typische Quo rock ’n boogie met een lekkere melodie. Lancaster schreef “OVER AND DONE” en mocht hij op de voorganger “QUO” nog op meerdere songs de lead vocalen voor zijn rekening nemen, dat blijft op dit album tot 2 beperkt. Op dit nummer is het Rossi die zingt en ook hier is de pakkende melodielijn aanstekelijk. Rossi en Partfitt zingen “NIGHTRIDE” samen naar grote hoogte. Een geweldig nummer, net iets minder hoog tempo dan de voorgaande tracks, maar het ritme is pakkend en de melodie gaat je in de kop zitten.
“DOWN DOWN”, nummer 2 in de Nederlandse Top 40, is het langste nummer van “ON THE LEVEL”. Mooi intro, heerlijk tempo, pakkende melodie en één van de beste Quo tracks uit hun lange geschiedenis. De tempowisselingen, de opbouw naar het outro, gewoon een geweldig nummer! Het door Lancaster geschreven en gezongen “BROKEN MAN” is iets minder stevig, de gitaarriffs zijn minder prominent aanwezig. De bassist laat horen een herkenbaar stemgeluid te hebben en dat zorgt voor de nodige afwisseling. “WHAT TO DO” begint wat vreemd, maar al snel ontwikkelt dit door Rossi & Young geschreven nummer tot een typische Quo track, pakkend en met een fijn refrein. Parfitt schreef de ballad en het enige rustpuntje van het album, “WHERE AM I”. Mooi nummer, vooral door het subtiele gebruik van de instrumenten, iets wat normaliter niet op een Quo album te horen is. De Chuck Berry cover “BYE BYE JOHNNY”, gezongen door Lancaster, is het slotakkoord van het album. Nog één keer worden alle registers opengegooid en het nummer is op 4 seconden na bijna net zo lang als “DOWN DOWN”.
Met dit album bevestigde Status Quo zijn status als live band, maar liet opnieuw horen dat de vier ook geweldige albums konden maken. Met “BLUE FOR YOU” uit 1976 en het eveneens succesvolle “ROCKIN’ ALL OVER THE WORLD” in 1977 voegde The Frantic Four, zoals de klassieker bezetting van de band genoemd werd, nog 2 prachtige albums toe aan hun oeuvre. Daarna kwam de klad er een beetje in. Met “IF YOU CAN’T STAND THE HEAT” werd in 1978 een album uitgebracht waarop toetsen prominent aanwezig waren, waardoor het toch wel wat afweek van het bekende Quo geluid. De albums die volgden lieten afwisselende kwaliteiten horen, de ene keer was het goed, dan weer wat minder. Midden jaren tachtig was het gedaan met de klassieke bezetting, maar Rossi en Parfitt gingen vrolijk door.
De kwaliteit van de albums uit de jaren zeventig hebben ze nooit meer weten te evenaren, al vind ik de albums “IN SEARCH OF THE FOURTH CHORD” uit 2007 en “QUID PRO QUO” uit 2011 albums die zeer de moeite waard zijn en waar af en toe de geest van de jaren zeventig in te vinden is. Status Quo leeft nog steeds, de muziek zal dat altijd blijven doen.
Vanaf 1962 is een groepje muzikanten in de weer wat uiteindelijk Status Quo voort zal brengen. Achtereenvolgens noemden ze zich The Scorpions, The Spectres, Traffic Jam en The Status Quo, voordat de mannen rond Rossi en Alan Lancaster, de bassist die ook aan de wieg van de Engelse rockers heeft gestaan, voor zijn definitieve naam kozen. Naast Rossi en Lancaster zaten gitarist/zanger Rick Parffitt (overleden in 2016) en drummer John Coghlan in deze zeer succesvolle bezetting van The Quo. Overigens is Lancaster 26 september 2021 overleden aan de gevolgen van MS.
Vanaf 1968 maakt het dan vijftal een aantal albums waarop de band naar zijn definitieve vorm aan het zoeken was. Die echte Status Quo sound kregen we voor het eerst echt te horen op “DOG OF TWO HEAD” uit 1971 en “PILEDRIVER” uit 1972. In 1973 volgde de eerste Quo klassieker “HELLO!” met daarop de toppers “ROLL OVER LAY DOWN” en “CAROLINE”. Opvolger "QUO" uit 1974 is ook van grote klasse en met "ON THE LEVEL" uit 1975 weten ze naast succesvolle albums en live concerten, ook hitsuccessen te behalen. "DOWN DOWN" werd een grote hit en zorgde ervoor dat het album, dat op 21 februari 1975 uitgebracht werd, ook in grote getale over de toonbank ging.
Met het pakkende en lekker stevige “LITTLE LADY” gaat het album van start. Parfitt schreef het nummer en zorgt ook voor de lead vocalen. Het rustpuntje halverwege het nummer geeft het iets extra’s, goed gevonden! In “MOST OF THE TIME” gaat het tempo iets naar beneden, het nummer heeft een heerlijke swung. Rossi schreef het samen met Bob Young en zingt het ook. De gitaarpartijen zijn goed, de solo geweldig! Opnieuw geschreven door het duo Rossi & Young is “I SAW THE LIGHT”. Het tempo is weer hoog, de typische Quo rock ’n boogie met een lekkere melodie. Lancaster schreef “OVER AND DONE” en mocht hij op de voorganger “QUO” nog op meerdere songs de lead vocalen voor zijn rekening nemen, dat blijft op dit album tot 2 beperkt. Op dit nummer is het Rossi die zingt en ook hier is de pakkende melodielijn aanstekelijk. Rossi en Partfitt zingen “NIGHTRIDE” samen naar grote hoogte. Een geweldig nummer, net iets minder hoog tempo dan de voorgaande tracks, maar het ritme is pakkend en de melodie gaat je in de kop zitten.
“DOWN DOWN”, nummer 2 in de Nederlandse Top 40, is het langste nummer van “ON THE LEVEL”. Mooi intro, heerlijk tempo, pakkende melodie en één van de beste Quo tracks uit hun lange geschiedenis. De tempowisselingen, de opbouw naar het outro, gewoon een geweldig nummer! Het door Lancaster geschreven en gezongen “BROKEN MAN” is iets minder stevig, de gitaarriffs zijn minder prominent aanwezig. De bassist laat horen een herkenbaar stemgeluid te hebben en dat zorgt voor de nodige afwisseling. “WHAT TO DO” begint wat vreemd, maar al snel ontwikkelt dit door Rossi & Young geschreven nummer tot een typische Quo track, pakkend en met een fijn refrein. Parfitt schreef de ballad en het enige rustpuntje van het album, “WHERE AM I”. Mooi nummer, vooral door het subtiele gebruik van de instrumenten, iets wat normaliter niet op een Quo album te horen is. De Chuck Berry cover “BYE BYE JOHNNY”, gezongen door Lancaster, is het slotakkoord van het album. Nog één keer worden alle registers opengegooid en het nummer is op 4 seconden na bijna net zo lang als “DOWN DOWN”.
Met dit album bevestigde Status Quo zijn status als live band, maar liet opnieuw horen dat de vier ook geweldige albums konden maken. Met “BLUE FOR YOU” uit 1976 en het eveneens succesvolle “ROCKIN’ ALL OVER THE WORLD” in 1977 voegde The Frantic Four, zoals de klassieker bezetting van de band genoemd werd, nog 2 prachtige albums toe aan hun oeuvre. Daarna kwam de klad er een beetje in. Met “IF YOU CAN’T STAND THE HEAT” werd in 1978 een album uitgebracht waarop toetsen prominent aanwezig waren, waardoor het toch wel wat afweek van het bekende Quo geluid. De albums die volgden lieten afwisselende kwaliteiten horen, de ene keer was het goed, dan weer wat minder. Midden jaren tachtig was het gedaan met de klassieke bezetting, maar Rossi en Parfitt gingen vrolijk door.
De kwaliteit van de albums uit de jaren zeventig hebben ze nooit meer weten te evenaren, al vind ik de albums “IN SEARCH OF THE FOURTH CHORD” uit 2007 en “QUID PRO QUO” uit 2011 albums die zeer de moeite waard zijn en waar af en toe de geest van de jaren zeventig in te vinden is. Status Quo leeft nog steeds, de muziek zal dat altijd blijven doen.
Status Quo - Quo (1974)

4,5
3
geplaatst: 29 juli 2021, 23:25 uur
Volgend jaar zal Status Quo, bij leven en welzijn van zanger/gitarist Francis Rossi zijn 60e verjaardag vieren. Hij is het enig overgebleven originele lid en dus ook het enige overgebleven lid van de zogenaamde Frantic Four, de klassieker Status Quo bezetting die van 1970 tot 1981 de podia onveilig maakte en een reeks geweldige albums en singles uitbracht.
Naast Rossi waren gitarist/zanger Rick Parffitt (overleden in 2016), bassist/zanger Alan Lancaster en drummer John Coghlan in deze zeer succesvolle bezetting van The Quo. Na een aantal albums te hebben gemaakt waarop de band naar zijn definitieve vorm aan het zoeken was, kreeg dat wat mij betreft echt vorm op “DOG OF TWO HEAD” uit 1971 en “PILEDRIVER” uit 1972. “HELLO!” uit 1973 is één van de beste Quo albums met daarop de klassiekers “ROLL OVER LAY DOWN” en “CAROLINE”.
Opvolger was “QUO”, dat op 3 mei 1974 verscheen en het album verschilde wel degelijk in vergelijking met het voorafgaande album. Ik zou dit album willen bestempelen als een avontuurlijker, minder commerciëlere plaat, waarop vooral Lancaster in de schijnwerpers staat. Hij is de leadzanger op 4 van de acht tracks, terwijl bijvoorbeeld Rossi op “HELLO!” op 6 van de acht songs te horen is en op “QUO” op ‘slechts’ 3. Parfitt is op één nummer te horen, zodat het daarmee ook al duidelijk is dat Lancaster een dikke vinger in de pap had, wat ook blijkt uit het schrijven van de songs, want hij schreef aan 6 van de acht nummers mee.
“BACKWATER” en “JUST TAKE ME” zijn aan elkaar gemaakt en openen het 37 minuten durende album. Twee uptempo nummers, de eerste met de herkenbare Quo rockboogie, de tweede met een voor de band wat afwijkende sound. Ook de zang van Lancaster, die een iets iel stemgeluid heeft, zorgt ervoor dat de nummers niet direct een Quo stempel hebben. “BREAK THE RULES”, een heerlijke simpele rockboogie gezongen door Rossi heeft dat weer wel. Dit had wat mij betreft wel een hit in Nederland kunnen worden, maar ook van dit album kwam, net zoals van "HELLO!" geen single in de Nederlandse Top 40. “DRIFT AWAY” is weer een Lancaster song, een doordenderend ritme, heerlijke gitaarriffs en een pakkende melodie, geweldig! Het ook door Lancaster gezongen “DON’T THINK IT MATTERS” heeft een herkenbare Quo sound, iets rustiger dan zijn voorganger, maar ook hier zit een heerlijke melodielijn in. “FINE FINE FINE” is een wat simpelere song en met 2 en een halve minuut de kortste van “QUO”. Rick Parfitt zingt “LONELY MAN”, dat een ballad-achtige opzet heeft, mooie toetsenpartijen door Tom Parker en een pakkend refrein. De gitaarsolo halverwege het nummer is heerlijk! Laatste en langste nummer is de afsluiter “SLOW TRAIN”, swingend ritme, lekkere gitaar toevoegingen, tempowisselingen, een briljant tussenstuk na zo’n 4 minuten en het ontwikkelt zich als een geweldig nummer.
Met dit nummer komt een album, dat het zevende in de reeks van Status Quo tot dan toe gemaakt had ten einde. In 2019 verscheen #33, “BACKBONE” en hoewel dat een zeer vermakelijk album is, kun en mag je het met geen mogelijkheid vergelijken met de top tijd van de Engelse band in de jaren ’70. “QUO” is wat mij betreft één van de 4 klassiekers die ze achter elkaar gemaakt hebben, want na het reeds gememoreerde “HELLO!” en dit “QUO”, brachten ze in 1975 “ON THE LEVEL” en in 1976 “BLUE FOR YOU” uit, die tot het beste behoren dat ze gemaakt hebben. Van de eerste tot de laatste seconden is het een geweldig album, waar ik elke keer met veel plezier naar luister en daar gaat het toch om!
Naast Rossi waren gitarist/zanger Rick Parffitt (overleden in 2016), bassist/zanger Alan Lancaster en drummer John Coghlan in deze zeer succesvolle bezetting van The Quo. Na een aantal albums te hebben gemaakt waarop de band naar zijn definitieve vorm aan het zoeken was, kreeg dat wat mij betreft echt vorm op “DOG OF TWO HEAD” uit 1971 en “PILEDRIVER” uit 1972. “HELLO!” uit 1973 is één van de beste Quo albums met daarop de klassiekers “ROLL OVER LAY DOWN” en “CAROLINE”.
Opvolger was “QUO”, dat op 3 mei 1974 verscheen en het album verschilde wel degelijk in vergelijking met het voorafgaande album. Ik zou dit album willen bestempelen als een avontuurlijker, minder commerciëlere plaat, waarop vooral Lancaster in de schijnwerpers staat. Hij is de leadzanger op 4 van de acht tracks, terwijl bijvoorbeeld Rossi op “HELLO!” op 6 van de acht songs te horen is en op “QUO” op ‘slechts’ 3. Parfitt is op één nummer te horen, zodat het daarmee ook al duidelijk is dat Lancaster een dikke vinger in de pap had, wat ook blijkt uit het schrijven van de songs, want hij schreef aan 6 van de acht nummers mee.
“BACKWATER” en “JUST TAKE ME” zijn aan elkaar gemaakt en openen het 37 minuten durende album. Twee uptempo nummers, de eerste met de herkenbare Quo rockboogie, de tweede met een voor de band wat afwijkende sound. Ook de zang van Lancaster, die een iets iel stemgeluid heeft, zorgt ervoor dat de nummers niet direct een Quo stempel hebben. “BREAK THE RULES”, een heerlijke simpele rockboogie gezongen door Rossi heeft dat weer wel. Dit had wat mij betreft wel een hit in Nederland kunnen worden, maar ook van dit album kwam, net zoals van "HELLO!" geen single in de Nederlandse Top 40. “DRIFT AWAY” is weer een Lancaster song, een doordenderend ritme, heerlijke gitaarriffs en een pakkende melodie, geweldig! Het ook door Lancaster gezongen “DON’T THINK IT MATTERS” heeft een herkenbare Quo sound, iets rustiger dan zijn voorganger, maar ook hier zit een heerlijke melodielijn in. “FINE FINE FINE” is een wat simpelere song en met 2 en een halve minuut de kortste van “QUO”. Rick Parfitt zingt “LONELY MAN”, dat een ballad-achtige opzet heeft, mooie toetsenpartijen door Tom Parker en een pakkend refrein. De gitaarsolo halverwege het nummer is heerlijk! Laatste en langste nummer is de afsluiter “SLOW TRAIN”, swingend ritme, lekkere gitaar toevoegingen, tempowisselingen, een briljant tussenstuk na zo’n 4 minuten en het ontwikkelt zich als een geweldig nummer.
Met dit nummer komt een album, dat het zevende in de reeks van Status Quo tot dan toe gemaakt had ten einde. In 2019 verscheen #33, “BACKBONE” en hoewel dat een zeer vermakelijk album is, kun en mag je het met geen mogelijkheid vergelijken met de top tijd van de Engelse band in de jaren ’70. “QUO” is wat mij betreft één van de 4 klassiekers die ze achter elkaar gemaakt hebben, want na het reeds gememoreerde “HELLO!” en dit “QUO”, brachten ze in 1975 “ON THE LEVEL” en in 1976 “BLUE FOR YOU” uit, die tot het beste behoren dat ze gemaakt hebben. Van de eerste tot de laatste seconden is het een geweldig album, waar ik elke keer met veel plezier naar luister en daar gaat het toch om!
Steely Dan - Can't Buy a Thrill (1972)

4,5
0
geplaatst: 22 februari 2020, 10:23 uur
Steely Dan werd in 1972 opgericht door Walter Becker (gitaar, bass, achtergrond vocalen) en Donald Fagen (zang, toetsen) en in de periode vanaf de oprichting tot en met 1980 bracht de band 7 albums uit, die allemaal geweldig zijn. Met producer Gary Katz dook het duo met een aantal briljante muzikanten in 1972 de studio in, waarna in november van dat jaar “CAN’T BUY A THRILL” als debuut verscheen. De 10 tracks zijn door Becker & Fagen geschreven en hebben een jazzy ondertoon, maar zijn ook bij pop, rock, fusion onder te brengen. Het vakmanschap druipt ervan af, want vanaf het eerste nummer, “DO IT AGAIN”, wordt duidelijk dat je met een klassieker te maken hebt…en dat voor een debuutalbum. Nadat de twee elkaar in 1967 hadden ontmoet op het Bard College in Annandale-On-Hudson, New York groeiden de 2 muzikaal steeds naar elkaar toe en wisten uiteindelijk een platencontract te krijgen, waarna ze begonnen de wereld te veroveren. Dat laatste is misschien qua hits niet echt gelukt, maar elk album dat ze uitbrachten wordt door een groot deel van de muziekwereld en liefhebbers omarmd. Dat komt door hoge kwaliteit van de composities, de geweldige wijze waarop er gemusiceerd wordt en hoe de albums stuk voor stuk klinken. Dat gold dus al vanaf het eerste nummer van “CAN’T BUY A THRILL”, de hit “DO IT AGAIN”, dat in de Nederlandse Top 40 de 15e plaats wist te bereiken. “DIRTY WORK” is het tweede nummer op dit album, wordt gezongen door David Palmer en is ook tot een klassieker uitgegroeid. “REELIN’ IN THE YEARS” bereikte in Nederland de tipparade en is ook een bekende Steely Dan song geworden. “MIDNITE CRUISER” is een heerlijke westcoast song met prachtige vocalen (gezongen door drummer Jim Hodder), het jazzy “ONLY A FOOL WOULD SAY THAT” heeft een aanstekelijk ritme en “CHANGE OF THE GUARD” neigt een beetje naar de countryrock van The Eagles en Poco. Met “CAN’T BUY A THRILL” bewezen Becker & Fagen dat ze tot de groten van de muziekwereld behoorden en met de volgende 6 albums wisten ze die positie vast te houden. In 1981 gingen ze hun eigen weg. Donald Fagen bracht in oktober 1982 de klassieker “THE NIGHTFLY” uit, het duurde uiteindelijk tot 2000 alvorens er weer een nieuwe Steely Dan plaat zou verschijnen. Dat was het succesvolle “TWO AGAINST NATURE”. Op 3 september 2017 overleed Walter Becker, waardoor het boek Steely Dan definitief dicht is. Mocht je de muziek van deze band nog niet kennen, dan is dit album een perfecte instap, want het laat alles horen waarin deze band groot is geworden.
Steernvanger - Steernvanger (2022)

4,0
1
geplaatst: 3 juni 2022, 08:19 uur
Wat is dit een ongelofelijk lekker bandje! En wat een afwijkende wijze om een recensie mee te beginnen, maar dat verdient dit Groningse vijftal genaamd Steernvanger. De naam is makkelijk te vertalen, het betekent namelijk Sterrenvanger. De band bestaat uit Dion Bouwes op zang en gitaar, Dennis Krottje gitaar, Marco Veldman op mondharmonica, zang en percussie, Bjorn Nuninga als bassist en op zang en tenslotte drummer Matthijs Vogt, die ook op zang en percussie te horen is.
Het zaadje van Steernvanger werd in 2017 gepland, toen duo Bouwes en Krottje het Grunneger Laidjesfestival won met "DUUSTER", één van de meest gedraaide Groninger singles van dat jaar. Bouwes deed een jaar later opnieuw mee aan dit festival en ging opnieuw met de winst aan de haal. Dit keer met band Manlu, waarin ook Veldman actief was. Bouwes en Krottje deden dat jaar ook mee aan de verkiezing Beste Groningstalige Song Van 2017 met het protestlied "DE MOAT IS VOL". Hiermee gaven ze duidelijk aan hoe ze dachten over de Groninger aardbevingen, waarmee ze een zeer verdienstelijke tweede plaats behaalden.
Door de toevoeging van bas, drums, mondharmonica en zang in 2018 werd het een echte band, die de naam Steernvanger kreeg. Verschillende optredens volgden, er werden nieuwe liedjes geschreven en opgenomen en dit jaar was het dan tijd om een album uit te brengen. Het album is simpelweg “STEERNVANGER” getiteld en is opgedragen aan Jelle Buning. Jelle was de een vriend van de band. Hij regisseerde de clip van de single “MOOIE DAG” en zou een, volgens zanger Dion Bouwes, “hele toffe clip” bij de single “LA LA LAIFDE” maken. Helaas werd hij werd ziek en is vorig jaar september overleden. Bouwes bestempeld hem als “een heel bijzonder mens” en dus lijkt het mij terecht dat dit album “Veur Jelle” is.
Of het toeval is of bewust, maar het is ook terecht dat het album van start gaat met “MOOIE DAG”, een pakkend liedje met een geweldig mooi oorwurmpje, want het refrein blijft in je kop rondzingen. Elf tracks en ruim 43 minuten muziek en dat gaat verder met “15 JOAR”, dat qua tempo is lager dan het openingsnummer en ook dit heeft weer een oorwurmpje. Na twee minuten volgt een mooie akoestische gitaarsolo gevolgd door zang en dan krijg je een “Oooohooohooo” gedeelte, erg pakkend! Misschien wel het meest pakkende liedje van de eerste drie is het geweldige “LA LA LAIFDE” met een tekst die mij wel wat doet denken aan “STIEKEM GEDANST” van Toontje Lager, van een afstandje genieten van een mooie vrouw. De titel gaat in je hoofd zitten, de melodie is fantastisch en Bouwes zingt het met volle overgave. Een mondharmonica leidt “ALLAIN” in, midtempo en een folky/bluesy liedje met een mooie tekst. “En In Mien Spaigel Heb Ik Mien Vriendin, Zodat Ik Nooit Allineg Bin”, een prachtige regel. Ook in “ALLE BERGEN AAN DE KANT” is de mondharmonica prominent te horen, het is uptempo, ook weer een soort bluesfolk en ook weer pakkend. In “VANDOAGE KOMT” gaat het tempo weer omlaag, ook dit wordt weer ingeleid door een emotionele mondharmonica.
Ik val in herhaling, want opnieuw dat mooie instrument aan het begin van “AL GROOT”, een fantastisch uptempo liedje. In de cd-hoesje staan de foto’s van de mannen van Steernvanger, toen ze nog heel jong waren. Goed gevonden en dat geldt ook voor de tekst van dit nummer, melancholisch en passend bij het ouder worden. Eén van de toppers is het prachtige “STEERNVANGER” met een werkelijk sublieme tekst. Ik interpreteer de tekst als iemand die een geliefde verloren is, die als een ster aan de hemel staat en ’s nachts probeert een sterretje te vangen in een potje. Het nummer bouwt prachtig op en het laatste deel is gewoonweg geweldig met een prachtige gitaarsolo. In december 2020, hoe toepasselijk, kwam de single “LOAT MOAR ZITTEN DEI SNEI” uit. Met bijbehorende belletjes en sfeertje, maar zonder dat het een kerstliedje is geworden. Dit vind ik een echte winterplaat, erg mooi en sferisch. De laatste twee nummers van het album zijn ingespeeld door Bouwes, Krottje en Niels Lingbeek. “DE MOAT IS VOL” gaat, zoals eerder aangegeven, over de aardgaswinning in Groningen en de verschrikkelijke gevolgen voor de Groningers die in die gebieden wonen. “DE WERELD IN MIEN KOP” is een heerlijk klein, akoestisch popliedje dat een perfecte afsluiter van dit album is.
Steernvanger heeft mijn hart gestolen met hun debuutalbum. Prachtige liedjes, gevarieerd, er wordt prima gemusiceerd en gezongen en het Gronings bevalt mij goed. Wat is er toch veel talent in Nederland en wat wordt er in het Nedersaksisch toch ook prachtige muziek gemaakt en daar is dit weer een geweldig voorbeeld van. Gaat het luisteren!
Het zaadje van Steernvanger werd in 2017 gepland, toen duo Bouwes en Krottje het Grunneger Laidjesfestival won met "DUUSTER", één van de meest gedraaide Groninger singles van dat jaar. Bouwes deed een jaar later opnieuw mee aan dit festival en ging opnieuw met de winst aan de haal. Dit keer met band Manlu, waarin ook Veldman actief was. Bouwes en Krottje deden dat jaar ook mee aan de verkiezing Beste Groningstalige Song Van 2017 met het protestlied "DE MOAT IS VOL". Hiermee gaven ze duidelijk aan hoe ze dachten over de Groninger aardbevingen, waarmee ze een zeer verdienstelijke tweede plaats behaalden.
Door de toevoeging van bas, drums, mondharmonica en zang in 2018 werd het een echte band, die de naam Steernvanger kreeg. Verschillende optredens volgden, er werden nieuwe liedjes geschreven en opgenomen en dit jaar was het dan tijd om een album uit te brengen. Het album is simpelweg “STEERNVANGER” getiteld en is opgedragen aan Jelle Buning. Jelle was de een vriend van de band. Hij regisseerde de clip van de single “MOOIE DAG” en zou een, volgens zanger Dion Bouwes, “hele toffe clip” bij de single “LA LA LAIFDE” maken. Helaas werd hij werd ziek en is vorig jaar september overleden. Bouwes bestempeld hem als “een heel bijzonder mens” en dus lijkt het mij terecht dat dit album “Veur Jelle” is.
Of het toeval is of bewust, maar het is ook terecht dat het album van start gaat met “MOOIE DAG”, een pakkend liedje met een geweldig mooi oorwurmpje, want het refrein blijft in je kop rondzingen. Elf tracks en ruim 43 minuten muziek en dat gaat verder met “15 JOAR”, dat qua tempo is lager dan het openingsnummer en ook dit heeft weer een oorwurmpje. Na twee minuten volgt een mooie akoestische gitaarsolo gevolgd door zang en dan krijg je een “Oooohooohooo” gedeelte, erg pakkend! Misschien wel het meest pakkende liedje van de eerste drie is het geweldige “LA LA LAIFDE” met een tekst die mij wel wat doet denken aan “STIEKEM GEDANST” van Toontje Lager, van een afstandje genieten van een mooie vrouw. De titel gaat in je hoofd zitten, de melodie is fantastisch en Bouwes zingt het met volle overgave. Een mondharmonica leidt “ALLAIN” in, midtempo en een folky/bluesy liedje met een mooie tekst. “En In Mien Spaigel Heb Ik Mien Vriendin, Zodat Ik Nooit Allineg Bin”, een prachtige regel. Ook in “ALLE BERGEN AAN DE KANT” is de mondharmonica prominent te horen, het is uptempo, ook weer een soort bluesfolk en ook weer pakkend. In “VANDOAGE KOMT” gaat het tempo weer omlaag, ook dit wordt weer ingeleid door een emotionele mondharmonica.
Ik val in herhaling, want opnieuw dat mooie instrument aan het begin van “AL GROOT”, een fantastisch uptempo liedje. In de cd-hoesje staan de foto’s van de mannen van Steernvanger, toen ze nog heel jong waren. Goed gevonden en dat geldt ook voor de tekst van dit nummer, melancholisch en passend bij het ouder worden. Eén van de toppers is het prachtige “STEERNVANGER” met een werkelijk sublieme tekst. Ik interpreteer de tekst als iemand die een geliefde verloren is, die als een ster aan de hemel staat en ’s nachts probeert een sterretje te vangen in een potje. Het nummer bouwt prachtig op en het laatste deel is gewoonweg geweldig met een prachtige gitaarsolo. In december 2020, hoe toepasselijk, kwam de single “LOAT MOAR ZITTEN DEI SNEI” uit. Met bijbehorende belletjes en sfeertje, maar zonder dat het een kerstliedje is geworden. Dit vind ik een echte winterplaat, erg mooi en sferisch. De laatste twee nummers van het album zijn ingespeeld door Bouwes, Krottje en Niels Lingbeek. “DE MOAT IS VOL” gaat, zoals eerder aangegeven, over de aardgaswinning in Groningen en de verschrikkelijke gevolgen voor de Groningers die in die gebieden wonen. “DE WERELD IN MIEN KOP” is een heerlijk klein, akoestisch popliedje dat een perfecte afsluiter van dit album is.
Steernvanger heeft mijn hart gestolen met hun debuutalbum. Prachtige liedjes, gevarieerd, er wordt prima gemusiceerd en gezongen en het Gronings bevalt mij goed. Wat is er toch veel talent in Nederland en wat wordt er in het Nedersaksisch toch ook prachtige muziek gemaakt en daar is dit weer een geweldig voorbeeld van. Gaat het luisteren!
Steve Augeri - Seven Ways 'Til Sunday (2022)

4,0
0
geplaatst: 12 januari 2023, 12:51 uur
Hij is 63 jaar, was leadzanger bij Tall Stories, Tyketto en Journey en werd geboren in Brooklyn New York USA. In 1991 verscheen het debuutalbum van Tall Stories, een album waarop de vocale kwaliteiten van Augeri eruit springen, naast de powerful rocksongs. De band kreeg niet het gewenste succes en ging uit elkaar. In 1995 bracht Tyketto zijn derde album uit, waarvan de eerste, "DON’T COME EASY" uit 1991, is uitgegroeid tot een klassieker in het melodic rock genre. Augeri nam op album 3, "SHINE" getiteld, het vocale stokje over van Danny Vaughn. Net zoals bij Tall Stories was het succes niet groot, zodat ook deze band het bijltje erbij neer legde na de release.
Dat Augeri zingen kon hadden de leiders van de top band Journey gehoord en toen Steve Perry, dé zanger van deze Amerikaanse band, definitief afscheid had genomen van zijn maten, vonden Neal Schon en Jonathan Cain in Steve Augeri een kwalitatieve sterke vervanger. Zijn stem heeft ook een geweldig bereik en ook hij heeft een hese klank in zijn stem zitten, waardoor hij de perfecte nieuwe vocalist van Journey moest zijn. Na twee studioalbums en een EP kreeg hij stem problemen, waardoor hij genoodzaakt was terug te treden. Sindsdien bracht hij af en toe nieuw materiaal uit, maar tot een volledig album kwam het nog niet, tot nu.
"SEVEN WAYS 'TIL SUNDAY" werd op 24 december jl. uitgebracht en Augeri laat op zijn eerste solo album op elke track horen, dat hij er nog steeds is, als zanger én als componist. Het album bevat elf tracks, heeft een speelduur van 53 en een halve minuut en gaat met het Journey-achtige "MAGIC" van start. Uptempo, lekkere melodie en fijn gitaarspel. Het tempo zakt beduidend in het mede door Journey toetsenist Jonathan Cain geschreven "NEVER FAR FROM HOME". De viool is prominent aanwezig, subtiel orgelspel maken van het ruim vijf minuten durende nummer één van de toppers van het album. "BATED BREATH" begint als een pianoballad, mooi gezongen en een prachtige melodie. Als de drums invallen krijg je een rockballad pur sang voorgeschoteld. "DRIVE" is een echte melodic rock track, "TALKING ABOUT" een bluesy rocker met heerlijk gitaarspel, het richting de zes minuten klokkende "UNANSWERED PRAYERS" is hoogtepunt nummer twee. Heerlijke opbouw, pakkende melodie en ritme en het laatste deel is fantastisch, een rustig instrumentaal einde, piano, strijkers, mooi.
"IF YOU WANT" is een rocker met saxofoonspel, "BEAUTIFUL" heeft een interessant begin, Augeri laat horen nog over een geweldige stem te beschikken. Ingetogen en voluit, hij laat het in deze rocker allemaal horen. Een heerlijke gitaarsolo maakt het helemaal af. Het titelnummer, "SEVEN WAYS 'TIL SUNDAY" is wat mij betreft hoogtepunt nummer drie. Opnieuw een heerlijke opbouw, prachtige melodielijnen en het drumwerk is leidend in dit midtempo nummer. Journey gitarist Neal Schon schreef mee aan "DESERT MOON", dat ook een Journey vibe heeft. Pakkend ritme, mooi gitaarspel en een meezing karakter. Het slotakkoord is tevens het langste nummer van het album, "FROM THE BEGINNING". In zeven en een halve minuut haalt Steve Augeri alles uit de kast. Tempowisselingen, boeiende opbouw, geweldig gespeeld en gezongen, waarmee het mijn vierde hoogtepunt is van "SEVEN WAYS 'TIL SUNDAY".
Het eerste eigen album van deze New Yorker is er één waar hij absoluut trots op kan zijn. De zanger die mij bij het eerste concert van Journey in ruim 25 jaar in 2006 wist te betoveren, doet dat op een aantal momenten op dit album ook. In vergelijking met het nieuwste album van zijn voormalige broodheren, Journey dus, bevalt mij deze op meerdere fronten veel beter. De sound is beter, het is meer een eenheid en de lengte is precies goed. Complimenten, Steve Augeri!
Dat Augeri zingen kon hadden de leiders van de top band Journey gehoord en toen Steve Perry, dé zanger van deze Amerikaanse band, definitief afscheid had genomen van zijn maten, vonden Neal Schon en Jonathan Cain in Steve Augeri een kwalitatieve sterke vervanger. Zijn stem heeft ook een geweldig bereik en ook hij heeft een hese klank in zijn stem zitten, waardoor hij de perfecte nieuwe vocalist van Journey moest zijn. Na twee studioalbums en een EP kreeg hij stem problemen, waardoor hij genoodzaakt was terug te treden. Sindsdien bracht hij af en toe nieuw materiaal uit, maar tot een volledig album kwam het nog niet, tot nu.
"SEVEN WAYS 'TIL SUNDAY" werd op 24 december jl. uitgebracht en Augeri laat op zijn eerste solo album op elke track horen, dat hij er nog steeds is, als zanger én als componist. Het album bevat elf tracks, heeft een speelduur van 53 en een halve minuut en gaat met het Journey-achtige "MAGIC" van start. Uptempo, lekkere melodie en fijn gitaarspel. Het tempo zakt beduidend in het mede door Journey toetsenist Jonathan Cain geschreven "NEVER FAR FROM HOME". De viool is prominent aanwezig, subtiel orgelspel maken van het ruim vijf minuten durende nummer één van de toppers van het album. "BATED BREATH" begint als een pianoballad, mooi gezongen en een prachtige melodie. Als de drums invallen krijg je een rockballad pur sang voorgeschoteld. "DRIVE" is een echte melodic rock track, "TALKING ABOUT" een bluesy rocker met heerlijk gitaarspel, het richting de zes minuten klokkende "UNANSWERED PRAYERS" is hoogtepunt nummer twee. Heerlijke opbouw, pakkende melodie en ritme en het laatste deel is fantastisch, een rustig instrumentaal einde, piano, strijkers, mooi.
"IF YOU WANT" is een rocker met saxofoonspel, "BEAUTIFUL" heeft een interessant begin, Augeri laat horen nog over een geweldige stem te beschikken. Ingetogen en voluit, hij laat het in deze rocker allemaal horen. Een heerlijke gitaarsolo maakt het helemaal af. Het titelnummer, "SEVEN WAYS 'TIL SUNDAY" is wat mij betreft hoogtepunt nummer drie. Opnieuw een heerlijke opbouw, prachtige melodielijnen en het drumwerk is leidend in dit midtempo nummer. Journey gitarist Neal Schon schreef mee aan "DESERT MOON", dat ook een Journey vibe heeft. Pakkend ritme, mooi gitaarspel en een meezing karakter. Het slotakkoord is tevens het langste nummer van het album, "FROM THE BEGINNING". In zeven en een halve minuut haalt Steve Augeri alles uit de kast. Tempowisselingen, boeiende opbouw, geweldig gespeeld en gezongen, waarmee het mijn vierde hoogtepunt is van "SEVEN WAYS 'TIL SUNDAY".
Het eerste eigen album van deze New Yorker is er één waar hij absoluut trots op kan zijn. De zanger die mij bij het eerste concert van Journey in ruim 25 jaar in 2006 wist te betoveren, doet dat op een aantal momenten op dit album ook. In vergelijking met het nieuwste album van zijn voormalige broodheren, Journey dus, bevalt mij deze op meerdere fronten veel beter. De sound is beter, het is meer een eenheid en de lengte is precies goed. Complimenten, Steve Augeri!
Steve Lukather - I Found the Sun Again (2021)

4,5
3
geplaatst: 4 maart 2021, 17:44 uur
Steven Lee Lukather werd op 21 oktober 1957 geboren in de San Fernando Valley, Californië in de Verenigde Staten en maakte furore als gitarist/zanger van Toto. Bij die band was hij sinds de tweede helft van de jaren zeventig actief en maakte onder andere de millionseller "IV", dat in 1982 verscheen. De band ontving liefst 6 Grammy's in 1983 voor dat album. Het succes werd daarna minder, gedoe met zangers en de platenmaatschappij zorgden voor onrust rondom de band, maar ze gingen min of meer onverstoorbaar door met het uitbrengen van nieuwe muziek.
Steve Lukather was net zoals zijn bandmaatjes een veelgevraagde sessie muzikant en in die hoedanigheid is hij op honderden albums te horen. Bekendste is natuurlijk zijn gitaarwerk op "THRILLER" van Michael Jackson en dan vooral de stevige riffs in "BEAT IT". Persoonlijk kan ik elke keer weer genieten van de geweldige gitaarsolo in "RUNNING WITH THE NIGHT" van het Lionel Richie album "CAN'T SLOW DOWN" uit 1983, briljant. In 1989 bracht hij zijn eerste solo album uit, het prachtige "LUKATHER". Op de eerste reeks Toto albums zingt Lukather op een aantal nummers de lead vocalen en luisterend naar zijn solo debuut maakt het duidelijk, dat hij dat ook op een compleet album kan. Vanaf 1992 is hij op twee Toto albums de leadzanger en solo brengt hij na "LUKATHER" op gezette tijden een nieuw album uit. De laatste stamt alweer uit 2013, het prachtige en krachtige "TRANSITION".
Nu ligt eindelijk een kakelvers album in de winkels en dat is er één met een hobbelige aanloop. Allereerst het einde van Toto in 2019. Gedoe met de weduwe van de in 1992 overleden drummer en oprichter van Toto Jeff Porcaro om royalty's en de rechten van de bandnaam, zorgden ervoor dat Lukather met zijn highschool vriend én broer van Jeff Porcaro, Steve, gebrouilleerd raakte en als klap op de vuurpijl kwam daar corona. "I FOUND THE SUN AGAIN" werd net voor de wereldwijde lockdown opgenomen en alle songs stonden er in een paar takes op, nagenoeg live dus. Daarna volgden nog enkele overdubs en toen was het klaar. Via het Nederlandse label Mascott werd vorige week het album uitgebracht samen met een solo album van een ander Toto lid, namelijk zanger Joseph Williams. Op zijn achtste solo album (dan reken ik het kerstalbum "SANTAMENTAL" uit 2003 er voor het gemak bij) krijgt Lukather hulp van een geweldige groep muzikanten, wat zich vertaalt in een geweldige plaat. Opener laat een typisch Lukather solo geluid horen en "ALONG FOR THE RIDE" is uptempo en pakkend. In het zeer ritmische "SERPENT SOUL" laat hij horen hoe hij denkt over de rechtszaak met de weduwe van zijn vroegere "brother from another mother". Hij is helder in zijn commentaar: "Check Yourself For A Serpent Soul"! Hoogtepunt nummer één is een cover van Traffic, de band van Steve Winwood. "LOW SPARK OF HIGH HEELED BOYS" is een ruim 10 minuten geweldige trip, afwisselend en met indrukwekkende solo's van David Paich (ook Toto) op orgel en Lukather zelf op gitaar. Met het instrumentale "JOURNEY THROUGH" laat hij opnieuw horen dat hij, wat mij betreft, nog steeds tot de top van het gitaargilde behoort.
De Joe Walsh cover "WELCOME TO THE CLUB" is een ode aan de Eagles gitarist, de bewondering van Lukather voor zijn collega is groot. Deze versie wijkt overigens niet veel af van het origineel. In "I FOUND THE SUN AGAIN" laat hij horen hoe goed en positief hij er op dit moment bij zit, zeker privé, Lukather heeft de liefde weer in zijn leven. Een mooie ballad met dito gitaarsolo. De single "RUN TO ME" deed velen vrezen voor de rest van het album, maar de zeer aanstekelijke Beatleske song past perfect op het album. Met een vocale hoofdrol voor Joseph Williams en op drums Ringo Starr. De Robin Trower cover "BRIDGE OF SIGHTS" is een track die perfect bij Lukather en zijn muzikale vrienden past. Bluesy, goed gezongen, een briljante gitaarsolo en heerlijke gemusiceerd, een fantastische afsluiter.
Ik ben zeer positief over "I FOUND THE SUN AGAIN", vind het een afwisselend album waarop geweldige wordt gespeeld, onder meer door drummer Greg Bissonette, en waarop Lukather gewoon goed zingt. Absoluut een kandidaat voor het eindejaarslijstje voor 2021.
Steve Lukather was net zoals zijn bandmaatjes een veelgevraagde sessie muzikant en in die hoedanigheid is hij op honderden albums te horen. Bekendste is natuurlijk zijn gitaarwerk op "THRILLER" van Michael Jackson en dan vooral de stevige riffs in "BEAT IT". Persoonlijk kan ik elke keer weer genieten van de geweldige gitaarsolo in "RUNNING WITH THE NIGHT" van het Lionel Richie album "CAN'T SLOW DOWN" uit 1983, briljant. In 1989 bracht hij zijn eerste solo album uit, het prachtige "LUKATHER". Op de eerste reeks Toto albums zingt Lukather op een aantal nummers de lead vocalen en luisterend naar zijn solo debuut maakt het duidelijk, dat hij dat ook op een compleet album kan. Vanaf 1992 is hij op twee Toto albums de leadzanger en solo brengt hij na "LUKATHER" op gezette tijden een nieuw album uit. De laatste stamt alweer uit 2013, het prachtige en krachtige "TRANSITION".
Nu ligt eindelijk een kakelvers album in de winkels en dat is er één met een hobbelige aanloop. Allereerst het einde van Toto in 2019. Gedoe met de weduwe van de in 1992 overleden drummer en oprichter van Toto Jeff Porcaro om royalty's en de rechten van de bandnaam, zorgden ervoor dat Lukather met zijn highschool vriend én broer van Jeff Porcaro, Steve, gebrouilleerd raakte en als klap op de vuurpijl kwam daar corona. "I FOUND THE SUN AGAIN" werd net voor de wereldwijde lockdown opgenomen en alle songs stonden er in een paar takes op, nagenoeg live dus. Daarna volgden nog enkele overdubs en toen was het klaar. Via het Nederlandse label Mascott werd vorige week het album uitgebracht samen met een solo album van een ander Toto lid, namelijk zanger Joseph Williams. Op zijn achtste solo album (dan reken ik het kerstalbum "SANTAMENTAL" uit 2003 er voor het gemak bij) krijgt Lukather hulp van een geweldige groep muzikanten, wat zich vertaalt in een geweldige plaat. Opener laat een typisch Lukather solo geluid horen en "ALONG FOR THE RIDE" is uptempo en pakkend. In het zeer ritmische "SERPENT SOUL" laat hij horen hoe hij denkt over de rechtszaak met de weduwe van zijn vroegere "brother from another mother". Hij is helder in zijn commentaar: "Check Yourself For A Serpent Soul"! Hoogtepunt nummer één is een cover van Traffic, de band van Steve Winwood. "LOW SPARK OF HIGH HEELED BOYS" is een ruim 10 minuten geweldige trip, afwisselend en met indrukwekkende solo's van David Paich (ook Toto) op orgel en Lukather zelf op gitaar. Met het instrumentale "JOURNEY THROUGH" laat hij opnieuw horen dat hij, wat mij betreft, nog steeds tot de top van het gitaargilde behoort.
De Joe Walsh cover "WELCOME TO THE CLUB" is een ode aan de Eagles gitarist, de bewondering van Lukather voor zijn collega is groot. Deze versie wijkt overigens niet veel af van het origineel. In "I FOUND THE SUN AGAIN" laat hij horen hoe goed en positief hij er op dit moment bij zit, zeker privé, Lukather heeft de liefde weer in zijn leven. Een mooie ballad met dito gitaarsolo. De single "RUN TO ME" deed velen vrezen voor de rest van het album, maar de zeer aanstekelijke Beatleske song past perfect op het album. Met een vocale hoofdrol voor Joseph Williams en op drums Ringo Starr. De Robin Trower cover "BRIDGE OF SIGHTS" is een track die perfect bij Lukather en zijn muzikale vrienden past. Bluesy, goed gezongen, een briljante gitaarsolo en heerlijke gemusiceerd, een fantastische afsluiter.
Ik ben zeer positief over "I FOUND THE SUN AGAIN", vind het een afwisselend album waarop geweldige wordt gespeeld, onder meer door drummer Greg Bissonette, en waarop Lukather gewoon goed zingt. Absoluut een kandidaat voor het eindejaarslijstje voor 2021.
Steve Porcaro - Someday / Somehow (2016)

3,5
0
geplaatst: 20 juni 2016, 13:04 uur
De op 2 september 1957 geboren Steven Maxwell Porcaro groeide op in een zeer muzikaal gezin, wat resulteerde in het feit dat hij met zijn drummende broer Jeff en bassende broer Mike jarenlang in Toto gemusiceerd heeft. In de tweede helft van de jaren ’80 maakte hij niet meer officieel deel uit van Toto, bleef wel met ze samenwerken en besloot zo’n 6 jaar geleden om weer vast deel uit te maken van de Amerikaanse band. Porcaro werkte in zijn bandloze periode veel aan soundtracks, maar schreef en speelde ook mee op platen van diverse muzikanten. Zijn bekendste song die door een ander is opgenomen, is ongetwijfeld “HUMAN NATURE”, dat op de millionseller “THRILLER” van Michael Jackson te vinden is. Dat nummer geeft weer welke stijl en sound over het algemeen te beluisteren is op zijn allereerste solo album, “SOMEDAY SOMEHOW”. Sfeervolle liedjes waarbij hij vocale ondersteuning krijgt van onder andere Michael McDonald en ook Toto gitarist Steve Lukather op te horen is. Een bijzondere track op het album is “BACK TO YOU”, dat al in 1983 door Toto werd opgenomen, maar nooit is afgemaakt en uitgebracht. Op die track zijn ook de beide reeds overleden broers van Steve te horen, Jeff en Mike. Een prachtige plaat van een begaafde toetsenist, die ook in staat is meer liedjes op een album vocaal te kunnen dragen.
Steve Thorne - Emotional Creatures Part 3 (2020)
Alternatieve titel: Levelled

4,0
0
geplaatst: 14 maart 2020, 11:27 uur
Steve Thorne is een Engelse multi instrumentalist die met “EMOTIONAL CREATURES PART 3: LEVELLED” zijn zesde album heeft uitgebracht. In Southampton heeft hij met zijn band Colony Earth een aantal jaren muziek gemaakt in uiteenlopende stijlen. In 2005 verscheen zijn debuutalbum “EMOTIONAL CREATURES PART 1”, waarop Thorne, zoals op elk album, veel instrumenten bespeeld en alle lead vocalen zingt. Echter wist hij voor dat album bekende namen als Martin Orford (toetsenist IQ), bassist Tony Levin, gitarist Gary Chandler (Jadis), de weergaloze drummer Nick D’Virigilio (o.a. Genesis, Big Big Train en Spocks Beard) en Asia/Yes toetsenist Geoff Downes te strikken voor enkele partijen.”PART TWO: EMOTIONAL CREATURES” verscheen in 2007en ook daarop zijn toppers uit de rock/progressieve rock muziek te horen, zoals opnieuw D’Virigilio, Chandler en Levin, maar ook John Mitchell, gitarist van Arena en zijn eigen Lonely Robot en Marillion bassist Pete Trewavas. Daarna volgden “INTO THE EITHER” (2009), “CRIMES & REASONS” (2012) en “ISLAND OF IMBECILES” uit 2016. Veel muzikanten die op zijn eerste 2 platen te horen waren, zijn ook op de opvolgers te horen, maar ook deze keer weer andere namen. Onder andere zijn dat John Beck (toetsenist van It Bites), John Giblin (bassist van Simple Minds) en drummer Gavin Harrison van onder andere Porcupine Tree en The Pineapple Thief. Met zoveel bevriende muzikanten in je adressenboek, zou je weer een keur aan namen verwachten bij album #6, “EMOTIONAL CREATURES PART 3: LEVELLED”, maar niets is minder waar. Thorne bespeelt zelf weer veel instrumenten en voor het drumwerk heeft hij Kyle Fenton gevraagd en voor het gitaarwerk Geoff Lea. Met zijn drieën, uitgezonderd een kleine fluitbijdrage in het eerste en laatste nummer van Gina Briant, heeft dit voor een prima gemusiceerde en gecomponeerde plaat gezorgd. De muziek van Steve Thorne zou je onder progressieve rock kunnen scharen, maar er zitten ook singer-songwriter elementen in. Het in 2 delen opgesplitste “LITTLE BOAT” zou je zelfs als een zeemanslied kunnen bestempelen. Erg mooi, een beetje folky zelfs! De negen nummers daartussen zijn weer van grote kwaliteit, want dat heeft Thorne de afgelopen jaren al wel bewezen. Hij weet wat een song nodig heeft. Bij “HE WHO PAYS THE PIPER” gaat de klok richting de 10 minuten, de rest van de songs komen niet boven de 6 minuten en dan kun je concluderen dat hij de songs compact heeft weten te houden. Toegankelijk, mooie instrumentale stukken, melodisch en kwalitatief er goed. Met dit derde deel in de “EMOTIONAL CREATURES” serie heeft Steve Thorne opnieuw een mooi album afgeleverd, dat voor een breder publiek bestemd is dan alleen de liefhebbers van progressieve muziek.
Steve Thorne - Malice in Plunderland (2023)

4,0
0
geplaatst: 13 april 2023, 12:33 uur
Steve Thorne is redelijk bekend in het wereldje van de progressieve rock muziek. De uit Southampton in het Verenigd Koninkrijk afkomstige multi-instrumentalist, singer-songwriter en zanger heeft tot nu toe zes albums uitgebracht, waarvan de eerste, "EMOTIONAL CREATURES: PART ONE" in 2005 verscheen. Daarna volgde vanzelfsprekend "EMOTIONAL CREATURES: PART TWO" in 2007, "INTO THE ETHER" in 2009, "CRIMES & REASONS" (2012), "ISLAND OF IMBECILES" (2016) en het derde deel de "emotionele wezens", "EMOTIONAL CREATURES: PART THREE" uit 2020.
De muziek van Thorne is een mengeling van progressieve rock met poppy elementen. Hij werkt op elk album samen met top muzikanten. Onder andere Martin Orford (voormalig toetsenist IQ), bassist Tony Levin, gitarist Gary Chandler (Jadis), de weergaloze drummer Nick D’Virigilio (o.a. Genesis, Big Big Train en Spocks Beard), Geoff Downes (Asia en Yes), John Mitchell, gitarist van Arena en zijn eigen Lonely Robot, Marillion bassist Pete Trewavas, John Beck (toetsenist van It Bites), John Giblin (bassist van onder andere Simple Minds) en drummer Gavin Harrison, bekend van onder andere Porcupine Tree en Pineapple Thief.
Op zijn zevende album, "MALICE IN PLUNDERLAND" zijn naast Thorne ook Nick D’Virigilio, Kyle Fenton (drummer) en Geoff Lea als lead gitarist te bewonderen. Steve Thorne heeft #7 "MALICE IN PLUNDERLAND" genoemd. Op de hoes is een staatsman-achtige persoon afgebeeld, met de Big Ben en Westminster Abbey op de achtergrond. Een gier, rat en ekster op de stoel en het hoofd van de staatsman, die met een persconferentie bezig lijkt te zijn. Als je dan leest aan wie het album is opgedragen, wordt duidelijk dat Thorne een kritische noot kraakt richting de Engelse overheid, maar ook wel aan andere overheden. "Dit Album Is Opgedragen Aan Het Onvervreemdbare Recht Op Vrije Meningsuiting En Het Einde Van De Wereldwijde Misleiding En Tirannie Van De Regering". Je hoeft echter niet een sombere sfeer te verwachten, wel teksten die duidelijk zijn.
Tien tracks, ruim 42 minuten muziek en dat gaat van start met "RUBBLE AND DUST". In vier minuten wordt meteen duidelijk wat je van de Engelsman kunt verwachten, pakkend ritme, strak gespeeld en een fijne melodielijn. Ook het titelnummer, "MALICE IN PLUNDERLAND", is pakkend. Het gitaarspel heerlijk, scherp gezongen en een fantastische solo. Het tempo gaat naar beneden in “TALL AND STRONG”, een mars-achtig ritme, slepende melodie en weer mooi gezongen door Thorne, die een aangenaam, en soms krachtig stemgeluid heeft. De gitaarsolo is hemels! “CATHERINE WHEEL” heeft smaakvolle vocale arrangementen en een melodielijn die je pakt. “CUP OF TRUTH” heeft een iets trager tempo, het refrein is aanstekelijk, verder is het mooi nummer, maar niet echt bijzonder.
Steve Thorne is niet van epics, de lange progressieve rocknummers. Op zijn voorgaande albums staat één nummer van ruim negen, een paar van acht minuten en de rest klokt lager, meestal rond de vier á vijf minuten. De langste track van “MALICE IN PLUNDERLAND”, "WHO OR WHERE YOU ARE" duurt precies zeven minuten en heeft een lekker ritme, prominent gitaarspel dat af en toe iets overstuurd klinkt. Een paar wijzigingen in het tempo geven het nummer iets extra’s en tegen het einde hoor je de voormalige president van de Verenigde Staten Donald Trump. Hiermee maakt Thorne duidelijk dat hij verder kijkt dan een kritische blik naar zijn eigen land. En wie zal hij bedoelen met “THESE CLOWNS”? Luister maar eens naar deze heerlijke track, fantastische melodie, mooi gezongen en gitaarspel van hoog niveau maken het tot één van de beste tracks van het album. Je zou “GOOD TIMES TO COME” tot de ballad van het album kunnen bestempelen. Het fretless bas spel is leidend en van grote schoonheid, de fijne melodie doet de rest. “TO MOCK A KILLINGBIRD” is een gesproken erg kort nummer en van deze gaat het over naar het laatste nummer, “DOWNSTREAM”. Ook in dit nummer hoor je gesproken delen, maar die zitten meer achterin de mix, het pakkende en aparte drumspel valt in positieve zin op. Een lekker nummer dat met een tempowisseling en een heerlijke gitaarsolo ervoor zorgt dat het album op een hoog niveau afgesloten wordt.
Met deze zevende is Steve Thorne er opnieuw in geslaagd een plaat te maken dat op een bepaald kwaliteitsniveau van start gaat en dat het hele album weet vast te houden. Hij is en blijft een begenadigde songsmid, zanger, muzikant en weet dat in nog geen drie kwartier opnieuw duidelijk te maken. Klasse plaat!
De muziek van Thorne is een mengeling van progressieve rock met poppy elementen. Hij werkt op elk album samen met top muzikanten. Onder andere Martin Orford (voormalig toetsenist IQ), bassist Tony Levin, gitarist Gary Chandler (Jadis), de weergaloze drummer Nick D’Virigilio (o.a. Genesis, Big Big Train en Spocks Beard), Geoff Downes (Asia en Yes), John Mitchell, gitarist van Arena en zijn eigen Lonely Robot, Marillion bassist Pete Trewavas, John Beck (toetsenist van It Bites), John Giblin (bassist van onder andere Simple Minds) en drummer Gavin Harrison, bekend van onder andere Porcupine Tree en Pineapple Thief.
Op zijn zevende album, "MALICE IN PLUNDERLAND" zijn naast Thorne ook Nick D’Virigilio, Kyle Fenton (drummer) en Geoff Lea als lead gitarist te bewonderen. Steve Thorne heeft #7 "MALICE IN PLUNDERLAND" genoemd. Op de hoes is een staatsman-achtige persoon afgebeeld, met de Big Ben en Westminster Abbey op de achtergrond. Een gier, rat en ekster op de stoel en het hoofd van de staatsman, die met een persconferentie bezig lijkt te zijn. Als je dan leest aan wie het album is opgedragen, wordt duidelijk dat Thorne een kritische noot kraakt richting de Engelse overheid, maar ook wel aan andere overheden. "Dit Album Is Opgedragen Aan Het Onvervreemdbare Recht Op Vrije Meningsuiting En Het Einde Van De Wereldwijde Misleiding En Tirannie Van De Regering". Je hoeft echter niet een sombere sfeer te verwachten, wel teksten die duidelijk zijn.
Tien tracks, ruim 42 minuten muziek en dat gaat van start met "RUBBLE AND DUST". In vier minuten wordt meteen duidelijk wat je van de Engelsman kunt verwachten, pakkend ritme, strak gespeeld en een fijne melodielijn. Ook het titelnummer, "MALICE IN PLUNDERLAND", is pakkend. Het gitaarspel heerlijk, scherp gezongen en een fantastische solo. Het tempo gaat naar beneden in “TALL AND STRONG”, een mars-achtig ritme, slepende melodie en weer mooi gezongen door Thorne, die een aangenaam, en soms krachtig stemgeluid heeft. De gitaarsolo is hemels! “CATHERINE WHEEL” heeft smaakvolle vocale arrangementen en een melodielijn die je pakt. “CUP OF TRUTH” heeft een iets trager tempo, het refrein is aanstekelijk, verder is het mooi nummer, maar niet echt bijzonder.
Steve Thorne is niet van epics, de lange progressieve rocknummers. Op zijn voorgaande albums staat één nummer van ruim negen, een paar van acht minuten en de rest klokt lager, meestal rond de vier á vijf minuten. De langste track van “MALICE IN PLUNDERLAND”, "WHO OR WHERE YOU ARE" duurt precies zeven minuten en heeft een lekker ritme, prominent gitaarspel dat af en toe iets overstuurd klinkt. Een paar wijzigingen in het tempo geven het nummer iets extra’s en tegen het einde hoor je de voormalige president van de Verenigde Staten Donald Trump. Hiermee maakt Thorne duidelijk dat hij verder kijkt dan een kritische blik naar zijn eigen land. En wie zal hij bedoelen met “THESE CLOWNS”? Luister maar eens naar deze heerlijke track, fantastische melodie, mooi gezongen en gitaarspel van hoog niveau maken het tot één van de beste tracks van het album. Je zou “GOOD TIMES TO COME” tot de ballad van het album kunnen bestempelen. Het fretless bas spel is leidend en van grote schoonheid, de fijne melodie doet de rest. “TO MOCK A KILLINGBIRD” is een gesproken erg kort nummer en van deze gaat het over naar het laatste nummer, “DOWNSTREAM”. Ook in dit nummer hoor je gesproken delen, maar die zitten meer achterin de mix, het pakkende en aparte drumspel valt in positieve zin op. Een lekker nummer dat met een tempowisseling en een heerlijke gitaarsolo ervoor zorgt dat het album op een hoog niveau afgesloten wordt.
Met deze zevende is Steve Thorne er opnieuw in geslaagd een plaat te maken dat op een bepaald kwaliteitsniveau van start gaat en dat het hele album weet vast te houden. Hij is en blijft een begenadigde songsmid, zanger, muzikant en weet dat in nog geen drie kwartier opnieuw duidelijk te maken. Klasse plaat!
Steve Walsh - Black Butterfly (2017)

4,0
1
geplaatst: 26 november 2017, 11:22 uur
Op 15 juni 1951 werd Steve Walsh geboren in St. Louis Missouri USA en met zijn band Kansas bracht hij in maart 1974 het eerste album uit. De zanger en toetsenist drukte met zijn hoge heldere en karakteristieke stem een duidelijke stempel op het geluid van de progressieve rock band. In 1978 scoorde hij met Kansas een Top 40 hit in Nederland met de ballad “DUST IN THE WIND”. Kansas was verder een echte albumband en hitsucces hadden ze na 1978 in Nederland niet meer. In 1980 maakte hij met Kansas zijn voorlopig laatste album, “AUDIO VISIONS” om in 1986 weer terug te keren op het oude nest met het pure rock album “POWER”. In 2014 maakte hij bekend definitief (?) te stoppen als zanger van Kansas. Deze band keerde vorig jaar terug met een nieuwe zanger en een nieuw, erg goed album “THE PRELUDE INPLICIT”. Walsh bracht sinds 1980 af en toe een solo album uit. In dat jaar verscheen het Kansas achtige “SCHEMER DREAMER”, in 2000 het erg stevige “GLOSSOLALIA” en dat gold ook voor “SHADOWMAN”, dat in 2005 verscheen. Zijn 4e solo studio-album is een meer melodieus rock album en is getiteld “BLACK BUTTERFLY”. De Zweedse gitarist en componist Tommy Denander werkte mee aan het schrijven van de songs en speelt op elk nummer gitaar. Denander is een bekende in het AOR en melodic rock genre, dus dat het album dat geluid heeft, is niet vreemd. Relatief korte, compacte rock songs, geweldig gezongen door de inmiddels 66 jarige Steve Walsh, waarbij hij af en toe vocale ondersteuning krijgt van Jerome Mazza. Twaalf prachtige tracks die af zijn en een absolute aanrader voor liefhebbers van dit soort muziek, maar ook voor de fans van Kansas, de voormalige band van Steve Walsh. Topper!
Steven Wilson - Hand. Cannot. Erase. (2015)

5,0
5
geplaatst: 11 augustus 2019, 00:38 uur
De Engelse multi-instrumentalist en multi-talent Steven John Wilson werd bekend als leider, componist, zanger en gitarist van Porcupine Tree. Na de tour van wat later blijkt het laatste album van die band, “THE INCIDENT”, was het Wilson duidelijk geworden dat hij iets ander wil dan de andere leden en dus besluit hij solo te gaan en Porcupine Tree “on hold” te zetten. “INSURGENTES” had hem wat dat betreft al het goede gevoel gegeven. Dat album verscheen in februari 2009 onder zijn eigen naam en liet een andere sound horen dat die door Porcupine Tree gemaakt werd. Na “GRACE FOR DROWNING” in 2011, het met jazzrock beïnvloede “THE RAVEN THAT REFUSED TO SING” uit 2013, verscheen in februari 2015 het tot een klassieker uitgegroeide “HAND.CANNOT.ERASE”. De in 1967 (“The Year Of Sgt. Pepper”) geboren Engelsman maakt met dit album zijn misschien wel meest autobiografische werkje. De thema’s die gebruikt worden zijn duidelijk herkenbaar. Het ouder worden, de onzekerheid die dat met zich meebrengt en ook nog verlatingsangst. Het verhaal van “HAND.CANNOT.ERASE” wordt verteld vanuit het oogpunt van een jonge vrouw in een grote stad die een goed sociaal leven heeft, maar niemand heeft in de gaten dat zij er op een gegeven moment niet meer is. Dit verhaal, dat door velen geïdentificeerd zou kunnen worden, wordt in 11 tracks en in ruim 65 minuten verteld aan de hand van verschillende emoties. Rustig, ballad-achtig tot rauw en hard, zonder dat het metal wordt. De melodie is in elke song leidend en de prachtige herkenbare stem van Wilson zingt het naar grote hoogte. Hij krijgt daarbij in enkele songs ondersteuning van de Israëlische zangeres Ninet Tayeb en de band die hij heeft samengesteld is van wereldklasse. Drummer Marco Minneman zorgt ervoor dat elke track de juiste basis krijgt en met bassist Nick Beggs is het de perfecte ritmesectie. Toetsenist Adam Holzman weet prachtige sounds uit zijn keyboards te halen en treedt af en toe in de schijnwerpers met een prachtige solo, zoals in één van de hoogtepunten, “REGRET #9”. De gitaarpartijen zijn naast Wilson zelf van Gowan Guthrie die ook in “REGRET #9” los mag gaan, net zoals in het 9 minuten durende “ROUTINE”. Met het titelnummer en “PERFECT LIFE” staan er ook meer radiocredible songs op het album en het ruim 13 minuten durende “ANCESTRAL” zal het hart van de pure progressieve rock fan sneller doen kloppen. Met het schitterend melodieuze “HAPPY RETURNS” en “ASCENDANT HERE ON…” wordt het album in stijl en met een positieve vibe afgesloten. “HAND.CANNOT.ERASE” is een werkelijk subliem album waarin Wilson zich wist te overtreffen. Het in 2017 “TO THE BONE” was een meer song gerichte plaat en naar verluidt werkt hij momenteel aan een nieuw album. Het zou bij Steven Wilson passen als hij met iets compleet nieuws zou komen, want dat is wat progressieve muziek is. Jezelf elke keer weer uitdagen en zoeken naar andere muziekstijlen en dat maakt van hem de “Koning, Keizer en Admiraal” van de progressieve rock!
Steven Wilson - THE FUTURE BITES (2021)

5,0
9
geplaatst: 28 januari 2021, 19:47 uur
Niet alleen de "future bites", teleurgestelde fans doen dat ook. Als mijnheer Wilson niet binnen de door de fans aangegeven progressieve paden blijft, vallen ze over elkaar heen om bijtende en soms valse kritiek te leveren. En laat dat nu net datgene zijn wat de progressieve rock/pop zo aantrekkelijk maakt, in ieder geval voor mij.
Progressief is toch een ander woord voor toename, vooruitstrevend en dat is precies waar de inmiddels 53 jarige Brit Steven Wilson zich mee bezighoudt. Ontwikkelen en onderzoeken waar zijn eigen muzikale wortels liggen en welke stijlen hij kan implementeren in zijn muziek. En dat doet hij al sinds hij zijn band Porcupine Tree oprichtte en hij daarmee een reeks zeer boeiende en variërende albums uitbracht. Dat de multi instrumentalist een brede muzikale interesse heeft bewees hij zeker, wat mij betreft, met het project No-Man, dat hij samen met Tim Bowness in leven heeft geroepen. Met deze band maakte hij meer dan eens albums die je in de ambient hoek kunt plaatsen en het laatste album van No-Man, "LOVE YOU TO BITS" uit 2019 was zelfs zeer dansbaar en zou je onder de noemer electropop kunnen plaatsen.
Als solo artiest heeft Wilson zich er ook nooit makkelijk van af gemaakt en bracht tot nu toe 5 uiteenlopende albums uit en wat dat betreft past album # 6 "THE FUTURE BITES" prima in dat rijtje. In 42 minuten komen 9 nieuwe songs aan je voorbij, waarvan in maart 2020 het geweldige “PERSONAL SHOPPER” al uitgebracht werd, met het idee dat het album de oorspronkelijke release datum van 12 juni 2020 zou kunnen halen. Echter werd Wilson door de realiteit ingehaald en vanwege de coronacrises werd de release van het album uitgesteld.
Vrijdag 29 januari 2021, is het dan een feit. De opvolger van het in 2017 verschenen “TO THE BONE” is getiteld “THE FUTURE BITES” en laat een ander geluid horen dan op welke voorganger dan ook. De eerste 4 minuten zijn voor het erg korte “UNSELF” dat wordt gevolgd door “SELF”, dat in net geen 3 minuten laat horen wat je kunt verwachten op “THE FUTURE BITES”, dansbare electropop met een progressief sausje. “KING GHOST” begint met een apart ritme, dreigende zang, waarna Wilson met kopstem een prachtige melodie zingt, dat je als het refrein kunt bestempelen. Het tempo blijft rustig en na een gesproken deel komt weer het refrein dat wel in kop blijft zitten, een lekker oorwurmpje!
“12 THINGS I FORGOT” is misschien wel de meest toegankelijke en ‘normale’ song op dit album. Een typische Steven Wilson track, mooie melodielijn, drums, akoestische gitaar, bas en toetsen, prachtige vocale arrangementen en samenzang zorgen voor een aanstekelijke popsong, dat op een Blackfield album (een ander project van deze bezige bij) had kunnen staan, maar zeker ook op het laatste album van Wilson, het reeds gememoreerde “TO THE BONE”. “EMINENT SLEAZE” is een electro song, met veel gebruik van toetsen, geluiden en een koortje dat voor het juiste contrast zorgt. Het ritme is opnieuw aanstekelijk en de zang van Wilson is veelzijdig, waardoor het nummer meerdere sferen oproept, geweldig! In “MAN OF THE PEOPLE” hoor je een prominente drumcomputer en de stijl doet mij denken aan bands uit de jaren ’80 zoals Tears For Fears en Talk Talk. Het tempo blijft laag, opnieuw mooie zanglijnen en het gekozen instrumentarium is precies genoeg. “Less is more” moet Wilson gedacht hebben.
Het reeds genoemde “PERSONAL SHOPPER” zette veel fans op het verkeerde been, want met dit electro nummer gaf Steven Wilson een signaal af die, wat mij betreft, slecht gedeeltelijk waarheid is geworden. Na anderhalve minuut valt de drums in en wordt het een progressief popsong met louter hoogtepunten. Krachtige koortjes, geweldig aanstekelijk ritme, mooi gezongen gedeelten, Elton John die een boodschappenlijstje voordraagt in een rustig tussenstuk waarna het nummer weer in stijl en uptempo naar het einde gaat en na bijna 10 minuten tot stilstand komt. De bas van Nick Beggs heeft een prominente rol in “FOLLOWER”, waarin opnieuw pop/rock vermengd wordt met electro en waarin de gitaar ook zeer aanwezig is.
Met het rustieke en zeer sfeervolle “COUNT OF UNEASE” wordt het album in stijl afgesloten. De trip door de muzikale geest van Wilson is er weer één van uitersten waarbij de thema’s als hebzucht en egoïsme de juiste ingrediënten.
De opbouw van de plaat, de plaats waarop de songs zijn neergezet zorgen er wat mij betreft voor dat ook dit album weer tot de toppers van Steven Wilson behoort. Je wordt van elke keer weer aangenaam verrast door de complexiteit van de songs en wat dat betreft kunnen we weer even vooruit met deze schijf...held!!
Progressief is toch een ander woord voor toename, vooruitstrevend en dat is precies waar de inmiddels 53 jarige Brit Steven Wilson zich mee bezighoudt. Ontwikkelen en onderzoeken waar zijn eigen muzikale wortels liggen en welke stijlen hij kan implementeren in zijn muziek. En dat doet hij al sinds hij zijn band Porcupine Tree oprichtte en hij daarmee een reeks zeer boeiende en variërende albums uitbracht. Dat de multi instrumentalist een brede muzikale interesse heeft bewees hij zeker, wat mij betreft, met het project No-Man, dat hij samen met Tim Bowness in leven heeft geroepen. Met deze band maakte hij meer dan eens albums die je in de ambient hoek kunt plaatsen en het laatste album van No-Man, "LOVE YOU TO BITS" uit 2019 was zelfs zeer dansbaar en zou je onder de noemer electropop kunnen plaatsen.
Als solo artiest heeft Wilson zich er ook nooit makkelijk van af gemaakt en bracht tot nu toe 5 uiteenlopende albums uit en wat dat betreft past album # 6 "THE FUTURE BITES" prima in dat rijtje. In 42 minuten komen 9 nieuwe songs aan je voorbij, waarvan in maart 2020 het geweldige “PERSONAL SHOPPER” al uitgebracht werd, met het idee dat het album de oorspronkelijke release datum van 12 juni 2020 zou kunnen halen. Echter werd Wilson door de realiteit ingehaald en vanwege de coronacrises werd de release van het album uitgesteld.
Vrijdag 29 januari 2021, is het dan een feit. De opvolger van het in 2017 verschenen “TO THE BONE” is getiteld “THE FUTURE BITES” en laat een ander geluid horen dan op welke voorganger dan ook. De eerste 4 minuten zijn voor het erg korte “UNSELF” dat wordt gevolgd door “SELF”, dat in net geen 3 minuten laat horen wat je kunt verwachten op “THE FUTURE BITES”, dansbare electropop met een progressief sausje. “KING GHOST” begint met een apart ritme, dreigende zang, waarna Wilson met kopstem een prachtige melodie zingt, dat je als het refrein kunt bestempelen. Het tempo blijft rustig en na een gesproken deel komt weer het refrein dat wel in kop blijft zitten, een lekker oorwurmpje!
“12 THINGS I FORGOT” is misschien wel de meest toegankelijke en ‘normale’ song op dit album. Een typische Steven Wilson track, mooie melodielijn, drums, akoestische gitaar, bas en toetsen, prachtige vocale arrangementen en samenzang zorgen voor een aanstekelijke popsong, dat op een Blackfield album (een ander project van deze bezige bij) had kunnen staan, maar zeker ook op het laatste album van Wilson, het reeds gememoreerde “TO THE BONE”. “EMINENT SLEAZE” is een electro song, met veel gebruik van toetsen, geluiden en een koortje dat voor het juiste contrast zorgt. Het ritme is opnieuw aanstekelijk en de zang van Wilson is veelzijdig, waardoor het nummer meerdere sferen oproept, geweldig! In “MAN OF THE PEOPLE” hoor je een prominente drumcomputer en de stijl doet mij denken aan bands uit de jaren ’80 zoals Tears For Fears en Talk Talk. Het tempo blijft laag, opnieuw mooie zanglijnen en het gekozen instrumentarium is precies genoeg. “Less is more” moet Wilson gedacht hebben.
Het reeds genoemde “PERSONAL SHOPPER” zette veel fans op het verkeerde been, want met dit electro nummer gaf Steven Wilson een signaal af die, wat mij betreft, slecht gedeeltelijk waarheid is geworden. Na anderhalve minuut valt de drums in en wordt het een progressief popsong met louter hoogtepunten. Krachtige koortjes, geweldig aanstekelijk ritme, mooi gezongen gedeelten, Elton John die een boodschappenlijstje voordraagt in een rustig tussenstuk waarna het nummer weer in stijl en uptempo naar het einde gaat en na bijna 10 minuten tot stilstand komt. De bas van Nick Beggs heeft een prominente rol in “FOLLOWER”, waarin opnieuw pop/rock vermengd wordt met electro en waarin de gitaar ook zeer aanwezig is.
Met het rustieke en zeer sfeervolle “COUNT OF UNEASE” wordt het album in stijl afgesloten. De trip door de muzikale geest van Wilson is er weer één van uitersten waarbij de thema’s als hebzucht en egoïsme de juiste ingrediënten.
De opbouw van de plaat, de plaats waarop de songs zijn neergezet zorgen er wat mij betreft voor dat ook dit album weer tot de toppers van Steven Wilson behoort. Je wordt van elke keer weer aangenaam verrast door de complexiteit van de songs en wat dat betreft kunnen we weer even vooruit met deze schijf...held!!
Steven Wilson - The Raven That Refused to Sing (and Other Stories) (2013)

4,5
5
geplaatst: 2 maart 2023, 12:13 uur
Steven Wilson heeft de laatste jaren hard gewerkt aan een grotere bekendheid en bewust of onbewust is zijn muziek voor een breder publiek interessanter geworden. Met name zijn laatste twee solo albums zijn daar goede voorbeelden van. "TO THE BONE" uit 2017 is erg gevarieerd met een aantal erg goede, meer pop gerichte tracks. "THE FUTURE BITES" uit 2021 laat de meer electro-pop kant van Wilson horen, iets waar bepaalde groeperingen die-hard fans niet van gecharmeerd waren en dat ook middels bijtende kritiek lieten horen.
De in Hemel Hempstead Hertfordshire in Engeland op 3 november 1967 geboren Steven John Wilson had daar in 2013 nog geen last van, toen zijn derde solo album "THE RAVEN THAT REFUSED TO SING (And Other Stories)" op 25 februari verscheen. Hij had indruk gemaakt met de eerste twee solo schijfjes, "INSURGENTES" en "GRACE FOR DROWNING". De frontman van Porcupine Tree vond het na "THE INCIDENT" uit 2009 tijd om die band op non-actief te zetten en het alleen te proberen. Dat beviel hem goed, en hij vond in die periode ook nog tijd om met het side project Blackfield albums te maken, enkele No-Man platen te maken met Tim Bowness en om zich te wijden aan het remixen van klassieke prog-rock albums van onder andere Yes, Jethro Tull, King Crimson, Marillion, Tears For Fears en Rush. In een relatieve korte periode werd zijn derde soloalbum opgenomen met een bandje waar je u tegen zegt. Gitarist Guthrie Govan, bassist Nick Beggs, toetsenist Adam Holzman, Marco Minneman als drummer en Theo Travis op blaasinstrumenten. Alan Parsons werkt mee als extra producer en opname technicus. Dit alles maakt van "THE RAVEN THAT REFUSED TO SING (And Other Stories)" een genot om te beluisteren, bijna 55 minuten en zes tracks. Vorige week vierde het album trouwens zijn tinnen jubileum en daarmee is het een erg jonge, maar terechte klassieker.
"LUMINOL" opent het feest, lekker drumwerk, pakkende bass riff en iets verderop is ook Travis voor het eerst te horen op fluit. Het tempo is hoog en in twaalf minuten krijg je exact dat te horen wat Wilson zo interessant maakt. Het grotendeels instrumentale nummer zit ingenieus in elkaar, met veel passages die niet heel toegankelijk zijn. Pas na zo'n vijf minuten begint het vocale deel, met mooie achtergrondzang. Hierna wordt langzaam maar zeker toegewerkt naar het einde, een prachtig afwisselend deel met een geweldige gitaarsolo. Eén van de beste nummers van Wilson solo vind ik "DRIVE HOME". De onvoorstelbare beklemmende sfeer die gedurende het eerste, vocale deel vastgehouden wordt, vind ik briljant. Een prachtige melodie, geweldig gezongen en er wordt naar de gitaarsolo van Guthrie toegewerkt...en die is top! Het tien minuten plus jazzrock-achtige "THE HOLY DRINKER" staat bol van de tegendraadse ritmes, freaky saxofoonsolo's en bombastische instrumentale delen. Ook in dit nummer weet Wilson de aandacht van de luisteraar vast te houden door goed geplaatste tempowisselingen en veranderingen van sfeer. Na een rustig deel volgt het laatste stuk waarin het thema dat eerder in het nummer te horen was, terugkeert.
Het kortste nummer van "THE RAVEN THAT REFUSED TO SING (And Other Stories)" is "THE PIN DROP". Lekker ritme, heerlijke melodie en een hoofdrol voor de saxofoon van Travis. Ook in deze track zijn de tempowisselingen goed geplaatst, maar wat voor mij het nummer maakt zijn de mooie vocale arrangementen. Als kers op de taart mag Guthrie nog even heerlijk soleren. "THE WATCHMAKER" gaat rustig van start, ingetogen zang, gitaar, fluit en een prachtige melodie. Na vier minuten komt het ruim elf minuten durende epos tot leven. Solo’s op fluit en gitaar en die opnieuw superstrakke en uiterst creatieve ritmesectie, Beggs en Minneman zijn in absolute topvorm. Het tempo zakt weer in, Wilson zingt pakkend en er volgt een vocaal harmonie deel. Het laatste deel is fantastisch, geweldige drumpatronen, vocale arrangementen die bijna in de instrumenten verzuipt, maar dat past perfect bij dit experimentele einde van dit geweldige nummer. Het album wordt afgesloten met het titelnummer...en wat voor een titelnummer! "THE RAVEN THAT REFUSED TO SING" is een monumentaal Steven Wilson nummer, beklemmend, sober, somber, zwaarmoedig, maar muzikaal zo onvoorstelbaar mooi. Het wordt klein gehouden en toegewerkt naar een geweldig einde. Dat einde heeft voor mij ook wel iets hoopvol in zich zitten, doordat de melodie mij positief stemt. Het is in een fantastisch slotakkoord van een dito album!
Ik werd door dit album pas echt door Wilson solo gepakt. Wat bij de voorgaande album niet lukte, en nog steeds het geval is, gebeurt wel bij "THE RAVEN THAT REFUSED TO SING (And Other Stories)". Elk nummer weet mij te pakken, te raken en elk nummer heeft zijn eigen karakter én geheimen. Door vaker naar het schijfje te luisteren, ontdek je die geheimen vanzelf en zul je met elke luisterbeurt weer verrast worden. Na dit album verscheen het eveneens sublieme "HAND.CANNOT.ERASE", dat misschien wel de beste Steven Wilson plaat is, naar mijn bescheiden mening. Voor mij is en blijft hij een held, een genie en ik kan niet wachten op nieuw werk van hem. Of dat nu solo is of misschien ooit nog weer een nieuw Porcupine Tree album, het maakt mij niet uit, het zal ontegenzeggelijk kwaliteiten hebben.
De in Hemel Hempstead Hertfordshire in Engeland op 3 november 1967 geboren Steven John Wilson had daar in 2013 nog geen last van, toen zijn derde solo album "THE RAVEN THAT REFUSED TO SING (And Other Stories)" op 25 februari verscheen. Hij had indruk gemaakt met de eerste twee solo schijfjes, "INSURGENTES" en "GRACE FOR DROWNING". De frontman van Porcupine Tree vond het na "THE INCIDENT" uit 2009 tijd om die band op non-actief te zetten en het alleen te proberen. Dat beviel hem goed, en hij vond in die periode ook nog tijd om met het side project Blackfield albums te maken, enkele No-Man platen te maken met Tim Bowness en om zich te wijden aan het remixen van klassieke prog-rock albums van onder andere Yes, Jethro Tull, King Crimson, Marillion, Tears For Fears en Rush. In een relatieve korte periode werd zijn derde soloalbum opgenomen met een bandje waar je u tegen zegt. Gitarist Guthrie Govan, bassist Nick Beggs, toetsenist Adam Holzman, Marco Minneman als drummer en Theo Travis op blaasinstrumenten. Alan Parsons werkt mee als extra producer en opname technicus. Dit alles maakt van "THE RAVEN THAT REFUSED TO SING (And Other Stories)" een genot om te beluisteren, bijna 55 minuten en zes tracks. Vorige week vierde het album trouwens zijn tinnen jubileum en daarmee is het een erg jonge, maar terechte klassieker.
"LUMINOL" opent het feest, lekker drumwerk, pakkende bass riff en iets verderop is ook Travis voor het eerst te horen op fluit. Het tempo is hoog en in twaalf minuten krijg je exact dat te horen wat Wilson zo interessant maakt. Het grotendeels instrumentale nummer zit ingenieus in elkaar, met veel passages die niet heel toegankelijk zijn. Pas na zo'n vijf minuten begint het vocale deel, met mooie achtergrondzang. Hierna wordt langzaam maar zeker toegewerkt naar het einde, een prachtig afwisselend deel met een geweldige gitaarsolo. Eén van de beste nummers van Wilson solo vind ik "DRIVE HOME". De onvoorstelbare beklemmende sfeer die gedurende het eerste, vocale deel vastgehouden wordt, vind ik briljant. Een prachtige melodie, geweldig gezongen en er wordt naar de gitaarsolo van Guthrie toegewerkt...en die is top! Het tien minuten plus jazzrock-achtige "THE HOLY DRINKER" staat bol van de tegendraadse ritmes, freaky saxofoonsolo's en bombastische instrumentale delen. Ook in dit nummer weet Wilson de aandacht van de luisteraar vast te houden door goed geplaatste tempowisselingen en veranderingen van sfeer. Na een rustig deel volgt het laatste stuk waarin het thema dat eerder in het nummer te horen was, terugkeert.
Het kortste nummer van "THE RAVEN THAT REFUSED TO SING (And Other Stories)" is "THE PIN DROP". Lekker ritme, heerlijke melodie en een hoofdrol voor de saxofoon van Travis. Ook in deze track zijn de tempowisselingen goed geplaatst, maar wat voor mij het nummer maakt zijn de mooie vocale arrangementen. Als kers op de taart mag Guthrie nog even heerlijk soleren. "THE WATCHMAKER" gaat rustig van start, ingetogen zang, gitaar, fluit en een prachtige melodie. Na vier minuten komt het ruim elf minuten durende epos tot leven. Solo’s op fluit en gitaar en die opnieuw superstrakke en uiterst creatieve ritmesectie, Beggs en Minneman zijn in absolute topvorm. Het tempo zakt weer in, Wilson zingt pakkend en er volgt een vocaal harmonie deel. Het laatste deel is fantastisch, geweldige drumpatronen, vocale arrangementen die bijna in de instrumenten verzuipt, maar dat past perfect bij dit experimentele einde van dit geweldige nummer. Het album wordt afgesloten met het titelnummer...en wat voor een titelnummer! "THE RAVEN THAT REFUSED TO SING" is een monumentaal Steven Wilson nummer, beklemmend, sober, somber, zwaarmoedig, maar muzikaal zo onvoorstelbaar mooi. Het wordt klein gehouden en toegewerkt naar een geweldig einde. Dat einde heeft voor mij ook wel iets hoopvol in zich zitten, doordat de melodie mij positief stemt. Het is in een fantastisch slotakkoord van een dito album!
Ik werd door dit album pas echt door Wilson solo gepakt. Wat bij de voorgaande album niet lukte, en nog steeds het geval is, gebeurt wel bij "THE RAVEN THAT REFUSED TO SING (And Other Stories)". Elk nummer weet mij te pakken, te raken en elk nummer heeft zijn eigen karakter én geheimen. Door vaker naar het schijfje te luisteren, ontdek je die geheimen vanzelf en zul je met elke luisterbeurt weer verrast worden. Na dit album verscheen het eveneens sublieme "HAND.CANNOT.ERASE", dat misschien wel de beste Steven Wilson plaat is, naar mijn bescheiden mening. Voor mij is en blijft hij een held, een genie en ik kan niet wachten op nieuw werk van hem. Of dat nu solo is of misschien ooit nog weer een nieuw Porcupine Tree album, het maakt mij niet uit, het zal ontegenzeggelijk kwaliteiten hebben.
