MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Marco van Lochem als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Paul McCartney - Egypt Station (2018)

poster
4,5
De inmiddels 76 jarige Paul McCartney flikt het opnieuw, zijn nieuwste solo album is een geweldige plaat geworden. “EGYPT STATION” laat het bekende McCartney geluid horen, maar heeft ook modernere elementen. In 2013 verscheen “NEW”, een album dat redelijk positief ontvangen werd en waar een aantal prachtige liedjes op staan. Dat is op “EGYPT STATION” niet anders. De 16 tracks laten Paul McCartney horen op een manier zoals we van hem gewend zijn, gevarieerd en niet blijven hangen bij 1 stijl. Twee korte tracks en 14 mooie popliedjes, van ballads ( “I DON’T KNOW”) tot lekker uptempo (“COME ON TO ME”), vanaf het begin weet je wat je van “EGYPT STATION” kunt verwachten. Het Beatleske “HAPPY WITH YOU” zal ongetwijfeld bestemd zijn voor de nieuwe liefde in zijn leven Nancy Shevell. Je zou er ook uit op kunnen maken dat hij gewoon goed in zijn vel zit, het heeft in ieder geval gezorgd voor een mooi liedje. “WHO CARES” is een typische McCartney rocker, “FUH YOU” (als enige geproduceerd door Ryan Tedder van OneRepublic) is erg modern en heeft Coldplay invloeden, maar past wel in het geheel. “CONFIDANTE” is weer een klein gehouden liedje, mooi en sferisch. “PEOPLE WANT PEACE” laat de politiek geëngageerde McCartney horen, “HAND IN HAND” is weer een Beatleske klein liedje, met prachtige strijkers arrangementen en een fluitachtige solo, “DOMINOES” is een uptempo track met een psychedelisch einde, waarin je ook The Beatles kunt herkennen. “BACK IN BRAZIL” is net zoals “FUH YOU” een buitenbeentje, een vrolijk dansbare song, “DO IT NOW” is een ballad en “CEASAR ROCK” laat de rockende McCartney horen, waarin hij ook op de toppen van zijn kunnen zingt. “DESPITE REPEAT WARNINGS” is met bijna 7 minuten het langste nummer op “EGYPT STATION” en kent meerdere stijlen en tempos. Een heerlijke track, wat ook geldt voor de afsluiter, “HUNT YOU DOWN/NAKED/C-LINK” dat ook ruim 6 minuten klokt en uit 3 delen bestaat. Met producer Greg Kurstin (All Saints, Lily Allen, Kylie Minogue, Britney Spears, Kesha, Sia, Foster The People, Pink en Billy Idol heeft Macca een prachtig album gemaakt, waarmee hij jaren vooruit kan. Mocht het zijn laatste album zijn, dan doet hij dat met opgeheven hoofd, maar ik hoop dat we nog weer nieuwe muziek van hem te horen krijgen….

Paul McCartney - Flowers in the Dirt (1989)

poster
4,5
“TUG OF WAR” uit 1982 was het laatste goede album dat ex Beatle Paul McCartney uit had gebracht. Het werd gevolgd door een reeks albums die een matig tot (soms) redelijk niveau haalden, maar ook niet meer dan dat. “FLOWERS IN THE DIRT” verscheen op 5 juni 1989, werd vooruitgegaan door de single “MY BRAVE FACE” en liet een herboren McCartney horen. Twaalf nieuwe songs, waarvan hij 4 samen met Elvis Costello schreef, waaronder het bijtende “YOU WANT HER TOO” en de genoemde hitsingle “MY BRAVE FACE”. McCartney had een prima band bij elkaar gezocht die voor een bandgeluid zorgen en mede daardoor is het een prachtig album geworden. “ROUGH RIDE” heeft een lekkere reggae feel, “DISTRACTIONS” is een ballad zoals alleen McCartney ze kan maken, mooi lief en klein. Het naar The Beatles teruggrijpende “PUT IT THERE” is het kortste nummer van het album en had in de jaren ’60 gemaakt kunnen worden. “FIGURE OF EIGHT” en werkelijk prachtige “THIS ONE” werden ook op single uitgebracht en zijn mooie radiosongs. “DON’T BE CARELESS LOVE” en “THAT DAY IS DONE” zijn songs die ook uit de schrijfsessies met Costello voortgekomen zijn en zijn topsongs. “HOW MANY PEOPLE” is opnieuw een reggae-achtig liedje, misschien het minste nummer op het album. “MOTOR OF LOVE” is de afsluitende ballad met prachtige vocale arrangementen. De bonustrack is het wat vreemde “OU EST LE SOLEIL”, een dansbaar, voor 1989 modern klinkende track. “FLOWERS IN THE DIRT” een uitgebalanceerd album met bijna alleen maar toppers. Met vrouw Linda McCartney aan zijn zijde, een reeks prima muzikanten en speciale gastmuzikanten revancheerde hij zich voor zijn minder jaren ’80 periode. Hoogtepunt voor mij is het progressievere “WE GOT MARRIED”, dat door Pink Floyd gitarist David Gilmour naar grote hoogte wordt gebracht…weergaloos!!

Paul McCartney - McCartney III (2020)

poster
3,5
Wat doe je als 78 jarige veteraan en muzieklegende als je je verveelt, je gaat werken aan een nieuw album. En wat doe je als je je verveelt in coronatijd en dat contact met anderen afgeraden wordt? Dan ga je alleen aan de slag. Zo zou het gegaan kunnen zijn in huize McCartney in 2020.
Na het fantastische “EGYPT STATION” uit 2018 is de ex Beatle erg vlot met het uitbrengen van een nieuw album, dat in navolging van “MCCARTNEY” uit 1970 en “MCCARTNEY II” uit 1980 geheel door hem zelf is ingespeeld en gezongen.
Kleine nuance: op die eerste 2 zong zijn toenmalige vrouw Linda McCartney mee in het achtergrondkoortje en op deze “MCCARTNEY III” spelen Rusty Anderson (gitaar) en drummer Abe Laborial Jr. mee op “SLIDIN’”, de rest doet de levende legende zelf.
Gedurende het jaar dat we met z’n allen waarschijnlijk nooit meer zullen vergeten, nam McCartney 11 nieuwe liedjes op in zijn studio in de Hogg Hill Mill in Sussex Engeland.
Opener en slotakkoord “LONG TAILED WINTER BIRD” en “WINTER BIRD/WHEN WINTER COMES” hebben hetzelfde akoestische gitaarriffje, waarop de eerste track verder borduurt en er een ruim 5 minuten, bijna instrumentaal nummer overblijft. “FIND MY WAY” heeft een sixties feel, McCartney zijn stem is voor het eerst goed te horen en je hoort de lichte slijtage in zijn stem, maar wat wil je als dikke zeventiger. Het is een vrolijk uptempo liedje. “PRETTY BOYS” is het eerste klein gehouden popliedje en dat geldt ook voor “WOMEN AND WIVES”. Prachtige liedjes, allebei! “LAVATORY LIL” is een rocky uptempo track en met ruim 8 minuten is “DEEP DEEP FEELING” het langste nummer van “MCCARTNEY III” en wat mij betreft ook het hoogtepunt. Verschillende sferen en gebruik van instrumentarium wisselen elkaar op ingenieuze manier af en hiermee bewijst hij dat hij nog steeds in staat is tot het schrijven van een klassieker.
Het reeds genoemde “SLIDIN’” is een rocker met zware riffs en een dreigend ritme. “THE KISS OF VENUS” is weer zo’n, typisch Paul McCartney klein gehouden popliedje, briljant. “SEIZE THE DAY” is een midtempo popsong, “DOWN DOWN” is met bijna 6 minuten een zichzelf repeterend nummer, niet echt hoogstaand wat mij betreft. Het reeds genoemde “WINTER BIRD/WHEN WINTER COMES” sluit “MCCARTNEY III” is stijl af, in iets meer dan 3 minuten een mooi liedje en prachtig gezongen door de maestro.
Al met al ben ik niet zo enthousiast als toen ik “EGYPT STATION” in mijn cd-speler schoof, maar dit 18e solo album van Paul McCartney scoort absoluut een ruime voldoende, omdat er meer dan genoeg te genieten is.
De vraag die bij wel meteen boven komt, is of we ooit nog zullen genieten van het 19e album. Zo niet, dan heeft hij met deze een prachtig slotakkoord van zijn carrière afgeleverd.

Paul McCartney - Tug of War (1982)

poster
4,0
Het eerste album dat Paul McCartney uitbracht na de moord op John Lennon, door Mark David Chapman op 8 december 1980, was er één waarop hij terug greep naar een deel van de magie van de band waar hij de absolute top mee bereikte, The Beatles. Hij vroeg George Martin om als producer op te treden bij het maken van het album.

Vlak na de moord op zijn voormalige mede bandlid uitte hij zijn schok en verdriet over die daad volgens velen te koeltjes en zonder al te veel gevoel. Dat deed hij op wel het album "TUG OF WAR", dat op 26 april 1982 verscheen, en ook nog op een indrukwekkende wijze in het prachtige "HERE TODAY". McCartney was wel degelijk enorm geraakt en gaf later toe dat hij bang was voor een aanslag op zijn eigen leven. Nadat McCartney begin 1980 tijdens de start van de tournee ter gelegenheid van het Wings album "BACK TO THE EGG", in Japan was gearresteerd en gevangen gezet was wegens het in bezit hebben van drugs, begon hij na zijn vrijlating aan een solo album. Wings werd in de ijskast gezet, uiteindelijk opgeheven en McCartney bracht op 16 mei van het eerste jaar van de jaren tachtig "MCCARTNEY II" uit, met daarop de hitsingle "COMING UP". Hij nam het album in zijn eentje op, met alleen enkele vocale bijdragen van zijn vrouw Linda.

Het was het startschot van het uitbrengen van albums onder zijn eigen naam, dat hij voor het eerst deed in april 1970, dat was “MCCARTNEY”. Daarna verscheen een album met Linda, een reeks prachtige schijfjes met Wings, waaronder de klassieker "BAND ON THE RUN" in 1973 en een aantal nummer 1 hitsingles. Zowel in Engeland, Amerika als ook Nederland, want "MULL OF KINTYRE" stond bovenaan de Top 40 eind 1977, begin 1978. Er werd n.a.v. het drugs incident in Japan wel gezegd en gedacht dat McCartney dat opzettelijk gedaan zou hebben, zodat hij van Wings af kon komen en zonder druk van een band zijn carrière voort kon zetten. Of dat waar is, blijft gissen, feit is wel dat hij met het tweede album in het nieuwe decennium de zaken anders aanpakte.

Met de producer van de meeste Beatles songs en albums George Martin begon hij aan het opnameproces voor "TUG OF WAR". Op zoek naar het goede gevoel, naar vertrouwen en naar een goed album schreef hij de 12 liedjes op één na zelf, en spelen onder andere Denny Laine (zijn voormalig Wings bandlid), drummer Steve Gadd, Eric Stewart (ex 10cc), Carl Perkins en Ringo Starr mee. De eerste single die van dit album verscheen was "EBONY AND IVORY", een duet met Stevie Wonder. Het nummer werd met gemengde gevoelens ontvangen. Zeven weken stond het op de eerste plaats van de Amerikaanse Billboard Hot 100 en was het de vierde best verkochte single in 1982 in dat land. Ook in Engeland, Canada en Duitsland bereikte het de top van de hitlijsten. Het nummer is voor de McCartney fans waarschijnlijk te zoetsappig, misschien te soft, waardoor het vaak als het slechtste nummer van "TUG OF WAR" gezien wordt.

Het titelnummer opent het album dat iets meer dan 41 minuten duurt. Een prachtig McCartney nummer, met een soort koorachtige sfeer in het eerste deel, waarna het zich ontwikkelt tot een midtempo popliedje. Heerlijk drumwerk van Gadd en Starr in “TAKE IT AWAY”, een uptempo track met een aanstekelijke melodie en ritme. ‘SOMEBODY WHO CARES” is een ballad met een mooi refrein en prachtig panfluitspel en akoestische gitaarsolo. Samen met Stevie Wonder schreef en nam McCartney “WHAT’S THAT YOU’RE DOING” op en het heeft ook de stijl van composities die de Amerikaan schrijft. Pakkend ritme en synthesizer spel, maar persoonlijk duurt dit langste nummer van “TUG OF WAR” mij iets te lang. De ode aan zijn vroegere maatje in The Beatles krijgt gestalte in het klein gehouden “HERE TODAY”. Prachtige tekst, zoals "What About The Time We Met?, Well, I Suppose That You Could Say That We Were Playing Hard To Get” en I Really Loved You, And Was Glad You Came Along”, liefde en respect, dat zit in dit nummer.

Het tempo gaat omhoog en de sfeer wordt vrolijk in “BALLROOM DANCING”, een heerlijk popliedje. “THE POUND IS SINKING” is poppy met lekker gitaarwerk en vocale arrangementen, “WANDERLUST” is weer midtempo met mooie blazers bijdragen, “GET IT” heeft een rock and roll sfeertje en de bijdrage op gitaar en zang van Carl Perkins is zeer passend! “BE WHAT YOU SEE (link)” is kort en niet indrukwekkend. Het intro van “DRESS ME UP AS A ROBBER” werd in Nederland gebruikt bij de uitzendingen van Henk Spaan en Harry Vermeegen en is een heerlijke track, met een pakkend ritme, mooie gitaarwerk en veel kopstem vocalen van de maestro. Het reeds genoemde “EBONY AND IVORY” sluit het album af. McCartney en Wonder spelen en zingen alles in dit nummer, wat maar weer eens aangeeft wat voor een gigantische genieën deze twee zijn.

Het album klinkt als een klok, de variatie is goed en er staan een aantal toppers op. Dit was voor Paul McCartney zijn derde solo album, eind 2020 verscheen zijn achttiende, waarmee ook maar weer eens wordt duidelijk gemaakt dat hij nog immer bruist van de ambitie en van de inspiratie. Persoonlijk vind ik “TUG OF WAR” één van zijn beste solo albums, zeker gezien de periode waarin het verscheen, want dat was geen gemakkelijke periode voor de geboren Scouser. In juni hoopt hij 80 jaar te worden, zijn muzikale nalatenschap is immens en dit album hoort daar zonder twijfel bij.

Paul McCartney & Wings - Band on the Run (1973)

poster
4,5
Paul McCartney was 31 jaar ten tijde van de release van “BAND ON THE RUN”. Hij had met The Beatles al een heel leven achter zich en had in 1970 met zijn eerste solo album uitgebracht. Op 5 december 1973 verscheen dus “BAND ON THE RUN”, zijn 5e solo album en de eerste waarover iedereen het eens was, het was een top album geworden. Het was tevens de 2e plaat die hij onder de naam Paul McCartney & Wings heeft uitgebracht, als opvolger van het eerder dan jaar verschenen “RED ROSE SPEEDWAY”. Wat “BAND ON THE RUN” zo goed maakt is de diversiteit van de 10 songs, die varieert van rustige ballads zoals “BLUEBIRD”, naar popliedjes als “MRS. VANDERBILT”, “JET” en “HELEN WHEELS” tot gevarieerde songs als het titelnummer en “NINETEEN HUNDRED AND EIGHTY FIVE”. Het album werd grotendeels opgenomen in Nigeria en de basis van de groep bestond uit McCartney, zijn vrouw Linda en gitarist Denny Laine. Nadat hij met The Fab Four al legendarische songs en albums had uitgebracht en veel mensen eraan twijfelden of hij zonder John Lennon wel topsongs zou kunnen schrijven, werden die criticasters met “BAND ON THE RUN” gelogenstraft…Paul McCartney kon het wel degelijk…en hij kan het nog steeds!

Paul Simon - Paul Simon (1972)

poster
4,0
“PAUL SIMON”, het solo album van singer-songwriter Paul Simon verscheen op 24 januari 1972 en is niet het eerste solo album van de helft van Simon & Garfunkel. Paul Simon, geboren op 13 oktober 1941 in Newark New Jersey USA, bracht in 1965 het album “THE PAUL SIMON SONGBOOK” uit, maar een groot succes werd dat niet. Dat werd zijn samenwerking met Art Garfunkel wel, want als duo scoorden ze in de periode 1965 tot en met 1970 hits met onder andere “SOUND OF SILENCE”, “HOMEWARD BOUND”, “MRS. ROBINSON”, “THE BOXER” en “CECILIA”. Het laatste album “BRIDGE OVER TROUBLED WATER” groeide uit tot een klassieker en is van grote schoonheid. Dat album was tevens de zwanenzang van het duo, want al tijdens het maken van dat album waren de twee uit elkaar gegroeid en was het niet vreemd dat ze hun eigen weg gingen. Dat betekende dus voor Simon dat hij verder kon gaan met het ontwikkelen van een geheel eigen stijl, waarin vooral veel muziekstijlen in te vinden zijn. Het album gaat van start met het aanstekelijke “MOTHER AND CHILD REUNION”, heerlijk ritme en een mooie melodie voor deze hit, want in Nederland bereikte het de top 10 van de Top 40. “DUNCAN” heeft dezelfde sfeer als de Simon & Garfunkel klassieker “EL CONDOR PASA”, want Los Incas, de groep die de genoemde song ingespeeld hebben, zijn ook op deze track te horen. “EVERYTHING PUT TOGETHER FALLS APART” is een klein liedje met minimale instrumentarium, “RUN THAT BODY DOWN” is een licht jazzy song met op drums de legendarische Hal Blaine, “ARMISTICE DAY” kent een rustig begin, maar halverwege komt het nummer tot leven, waarna het een rustig outro heeft. “ME AND JULIO DOWN BY THE SCHOOLYARD” werd ook in Nederland een hit en is een licht swingend nummer, “PEACE LIKE A RIVER” vind ik een typische Paul Simon track, mooie achtergrond zang, aparte drumpartijen en een mooie melodie. “PAPA HOBO” is opnieuw een rustig liedje met op harmonium (een soort orgel) de van Bread bekende Larry Knechtel, tevens een bekende studio muzikant. “HOBO’S BLUES” is een kort instrumentaal liedje met de viool in de hoofdrol, “PARANOIA BLUES” is weer een uptempo song met onder andere een prachtige bottleneck gitaar in de hoofdrol en het album sluit af met ‘CONGRATULATIONS”, opnieuw een rustige song met een prachtige melodie. Dit album liet zien dat Paul Simon ook zonder zijn vaste maatje Garfunkel kon, want het wordt nog steeds gezien als een klassieker in het oeuvre van Simon.

Pearl Jam - Gigaton (2020)

poster
Een nieuw album van Pearl Jam is altijd iets om naar uit te kijken. Als de enige overlevende van de grote grunge bands uit het begin van de jaren ’90 weten zij nog steeds een grote groep fans aan zich te binden, die hondstrouw naar nieuw materiaal van de in 1990 in Seattle opgerichte band uitkijken. “GIGATON” is het 11e album en de opvolger van het in 2013 verschenen “LIGHTNING BOLT”, dat het geweldige nummer “SIRENS” bevat, maar verder geen hits voort wist te brengen. Daar moet vijftal het overigens niet van hebben, al was het debuutalbum “TEN” uit 1991en “VS.” met in totaal 5 Top 40 hits op single gebied wel erg succesvol. De laatste hit die Pearl Jam in Nederland wist te scoren was de van “BACKSPACER” afkomstige ballad “JUST BREATHE”. De band rond de charismatische zanger Eddie Vedder is er niet één die braaf achter de wensen van een platenmaatschappij aan loopt, nee, ze gaan hun eigen weg en dat maakt ze zo goed, en legendarisch! “GIGATON” laat 57 minuten nieuwe muziek horen, verdeelt over 12 tracks. De eerste single liet een Red Hot Chili Peppers achtig geluid horen, maar dat heeft er niet voor gezorgd dat “DANCE OF THE CLAIRVOYANTS” een hitnotering wist te behalen. De stijl van de Peppers komt ook wel een beetje terug in “QUICK ESCAPE”, waarin Vedder zijn stem tot het uiterste belast. “ALRIGHT” en “COMES THEN GOES” zijn de ballads van het album, veel akoestische gitaar en mooie zang van Vedder. “BUCKLE UP” is een midtempo song, met een mooie melodie. “TAKE THE LONG WAY” is een ouderwetse lekkere rocker, met prachtige gitaarwerk, strakke riffs en een smaakvolle rauwe solo. Het album wordt afgesloten met “RIVER CROSS”, orgel, subtiel gitaar en bas, opbouwende drums, maar het komt niet tot een eruptie aan geluid. Op het bijna hoogtepunt, zwakt het weer af en komt de song met fade out tot een einde. Prachtig nummer op een album dat verder vol staat met lekkere rockers, daar waar we Pearl Jam van kennen, maar de band heeft ook op dit album andere stijlen opgezocht en met succes ingepast in hun eigen stijl. Top band!!!

Pendragon - Love Over Fear (2020)

poster
4,5
Eind jaren ’70 werd Pendragon opgericht door zanger/gitarist/componist Nick Barrett en het eerste album verscheen in 1985, “THE JEWEL”. Pendragon wordt vaak in één adem genoemd met Marillion, IQ, It Bites en Pallas, de symphonische, progressieve rockbands uit Engeland uit de eerste helft van de jaren ’80. Bij de muziek van Pendragon is de gitaar het belangrijkste instrument en Barrett heeft zich weten te ontwikkelen tot een geweldige gitarist met een geluid dat in de buurt komt van David Gilmour van Pink Floyd. Zijn stem is daarentegen minder toegankelijk, hij heeft een wat bijtende stem met een Engelse tongval, het is een stem waarvan je moet houden. De muziek van Pendragon is door de jaren heen wel verandert. Het eerste album is een jaren ’80 product, magere productie, maar wel goede songs. Album #2, “KOWTOW” laat een meer poppy sound horen en is daarom minder geliefd. Vanaf het in 1991 verschenen “THE WORLD” vindt Pendragon zijn vaste stijl. Langere, zeer melodieuze songs, met veel solo’s, zijn hetgeen de band je voorschotelt en de albums die daarna verschijnen zijn stuk voor stuk succesvol binnen het genre. Vanaf “BELIEVE”, dat in 2005 verschijnt, voegt Nick Barrett steeds meer heavier stukken toe aan zijn songs, zonder dat het metal-achtig wordt. De albums die daarna verschijnen hebben dezelfde opzet, melodieus, maar iets minder toegankelijk. “LOVE OVER FEAR” is album #11 en betekent een terugkeer naar de sound die de band in de jaren ’90 geen windeieren heeft gelegd. Meer aandacht voor de melodie en de gitaar produceert geen heavy riffs, maar wordt puur en alleen gebruikt voor de begeleidende rol en briljante gitaarsolo’s. Toetsenist vanaf het tweede album Clive Nolan mag zich ook af en toe in de spotlight plaatsen met mooie toetsenbijdragen en de ritmesectie, bassist van het eerste uur Peter Gee en de nieuwe drummer (sinds 2015 en dit is zijn eerste album met de band) Jan-Vincent Velazco zorgen voor een heerlijke degelijke basis waarop de 10 songs prima tot hun recht komen. Op voorgaande albums was er minimaal 1 song te vinden die meer dan 10 minuten duurde, dat is op ‘LOVE OVER FEAR” niet aan de orde. “TRUTH AND LIES” met een rustige opbouw die uitmondt in een prachtige gitaar solo, “ETERNAL LIGHT” waarin het tempo tegen het einde omhoog gaat en “WHO REALLY ARE WE” met een heerlijk opzwepend tempo zijn de songs die tussen de 8 en 9 minuten duren en daarmee tot de langste van het album behoren. “LOVE OVER FEAR” kon wel eens het eerste Pendragon album sinds 2001 “NOT OF THIS WORLD”, dat in de top 3 van mijn jaarlijstje over 2020 komt te staan. Alle ingrediënten zijn daarvoor aanwezig. Hou je van mooie melodieuze, avontuurlijke muziek, ga dit album luisteren!

Peter Gabriel - Peter Gabriel (1980)

Alternatieve titel: 3

poster
4,5
In de periode 1967 tot 1975 was hij de zanger, bespeelde de fluit, hobo en percussie en was het gezicht én frontman van Genesis. De band die hij had opgericht, samen met onder andere toetsenist Tony Banks en gitarist/bassist Michael Rutherford.

Peter Gabriel werd geboren in Chobham Engeland op 13 februari 1950. Hij bereikt dus binnenkort de mooie leeftijd van 73 en in 1973 verscheen het voor mij mooiste album van Genesis uit de Gabriel periode, "SELLING ENGLAND BY THE POUND". Een jaar later verscheen het mede op initiatief van Gabriel gecomponeerde "THE LAMB LIES DOWN ON BROADWAY". Een conceptalbum rondom een verhaal dat door hem bedacht was. Na de tournee n.a.v. het album, vertrok hij als frontman van de Engelse band en nam uiteindelijk Phil Collins zijn plaats. Collins was tot dan toe drummer bij het vijftal en zong af en toe een deuntje mee.

Peter Gabriel startte een succesvolle solo carrière, waarvan "PETER GABRIEL" de eerste was. Nadat hij vier albums had uitgebracht, allemaal zonder titel, werd voor het gemak een cijfer toegevoegd én een kenmerk n.a.v. de albumhoes. Album #1 werd bekend onder "CAR", nummer twee uit 1978 "SCRATCH", de derde kreeg "MELT" en de vierde "SECURITY" als subtitel mee. In die periode scoorde hij één Nederlandse Top 40 hit, "SOLSBURY HILL" in 1977. De albums die Gabriel maakt in de periode tot aan zijn millionseller "SO" uit 1986, zijn uiterst creatief, af en toe poppy, dan weer ontoegankelijk, hij vliegt soms alle kanten op.

Op 30 mei 1980 verscheen "PETER GABRIEL 3 - MELT", dat vooral in zijn thuisland commercieel erg succesvol was. In ruim 45 minuten komen tien uiteenlopende songs voorbij en zorgt de fantastische productie en wijze van musiceren ervoor dat je geboeid blijft luisteren. Gabriel kreeg ondersteuning van een keur aan muzikanten, zoals David Rhodes (gitaar), Robert Fripp (gitaar), Paul Weller (gitaar), John Giblin (basgitaar), Tony Levin (Chapman stick), Phil Collins (drums) en Kate Bush (achtergrond zang). Het dreigende, creepy klinkende “INTRUDER” opent het schijfje. Krakende vloer, emotionele uithalen van Gabriel, power drums door Collins en een indrukwekkende opbouw, geweldig begin. “NO SELF CONTROL” begint met een nerveus riedeltje en krachtige zang, waarna je een ontoegankelijke track voorgeschoteld krijgt, waar je vaker naar moet luisteren, voordat je alle geheimen van het nummer ontdekt hebt. “START” is het kortste nummer van het album, een instrumental met een prominente rol voor de saxofoon, bespeeld door Dick Morrissey. Het gaat over in “I DON’T REMEMBER”, een track met een heerlijk ritme en waarin de karakteristieke zangstem van Gabriel de juiste sfeer aan het nummer geeft. “FAMILY SNAPSHOT” begint rustig, het bas spel van Giblin is fantastisch, de opbouw is indrukwekkend, de tempowisselingen perfect geplaatst, één van de hoogtepunten wat mij betreft van "PETER GABRIEL 3 - MELT".

In “AND THROUGH THE WIRE” zingt Gabriel op de toppen van zijn kunnen. Het is een uptempo track met een soms wat haperend ritme, kundig gedaan door Collins. Ook in dit nummer zijn tempowisselingen toegepast, waardoor het een boeiend nummer blijft. Het gitaarspel van Paul Weller is voor in de mix gezet, waardoor het een belangrijk onderdeel van het nummer is geworden. “GAMES WITHOUT FRONTIERS” heeft een commerciëler geluid, wist in Engeland een grote hit te worden en waarin Kate Bush te horen in het achtergrondkoortje. Het intro van “NOT ONE OF US” vind ik indrukwekkend, prima gitaarspel van Robert Fripp en het heeft een heerlijk, uptempo ritme. “LEAD A NORMAL LIFE” is een beklemmende, prachtig gezongen ballad, minimale instrumentarium en een fijne melodie. Het langste nummer van het album is het indrukwekkende, tot een klassieker uitgegroeide “BIKO”. Het eerbetoon van Peter Gabriel aan Steve Biko, de Zuid-Afrikaanse anti-apartheidsactivist, die in 12 september 1977 kwam te overlijden, als gevolg van constante mishandelingen door politieagenten, na zijn arrestatie. Biko werd het symbool van het politiegeweld tijdens de apartheid en inspireerde meer muzikanten en kunstenaars tot het maken en schrijven over hem en zijn strijd. Gabriel maakte er een beklemmende track van, waarin de drums leidend zijn, de zang pakkend en waarbij vooral de samenzang in je hoofd gaat zitten.

Een perfect einde van een geweldig album, dat gevarieerd is, dat je elke keer weer weet te verrassen en wat niet te vergelijken is met bijvoorbeeld “SO”, dat zes jaar later verscheen en waarmee Peter Gabriel tot een wereldster uitgroeide. Je moet ervoor gaan zitten om de nummers in je op te nemen, de teksten tot je te laten doordringen en pas dan zul je de geheimen van dit album ontdekken…en dat zijn er veel!

Phil Collins - ...But Seriously (1989)

poster
4,5
Philip David Charles Collins is met zijn 71 jaar al echt een oude man. Lichamelijk zit het hem allemaal niet mee en ook zijn stem is niet meer wat het geweest is. Momenteel is hij weer met zijn band Genesis op tournee, maar het drummen lukt hem niet meer en zittend op een stoel zingt hij zich door de optredens heen. Hoe anders was dat in zijn gloriejaren, voornamelijk de jaren tachtig en begin jaren negentig, toen hij niet uit de media en hitparades te slaan was. Met Genesis, maar zeker solo boekte hij toen heel veel succes.

Geboren op 30 januari 1951 in Londen en vanaf begin jaren zeventig stapte hij in Genesis als drummer en nam vanaf 1975/1976 ook de leadzang voor zijn rekening. Genesis begon als symfonische rockband, maar het pop element kwam gedurende die jaren zeventig steeds meer in de muziek. In 1981 verscheen het eerste solo album van Collins, het geweldige en zeer gevarieerde “FACE VALUE”, waar ook zijn grootste en waarschijnlijk bekendste hit op staat, “IN THE AIR TONIGHT”. “FACE VALUE” was een soms beklemmend en somber album, met ook opgewekte momenten. Op de opvolger “HELLO, I MUST BE GOING” staan een paar van de beste nummers die hij ooit als solo artiest heeft uitgebracht, “I DON’T CARE ANYMORE” en “DO YOU KNOW, DO YOU CARE?”. Qua evenwicht vind ik dit album een fractie beter dan het debuut, geweldig dus. Op het in 1985 verschenen “NO JACKET REQUIRED” is het commerciële geluid overheersend. Blazers zorgen voor meer toegankelijke liedjes en dit zorgt ervoor dat het wat mij betreft net iets minder scoort dan zijn voorgangers.

Na de soundtrack én acteerprestatie in de film “BUSTER” was het voor Collins in 1989 weer tijd voor een nieuw, vierde solo album. Dat werd het op 20 november 1989 verschenen “…BUT SERIOUSLY”. Het album werd voorafgegaan door de prachtige single “ANOTHER DAY IN PARADISE” en uiteindelijk zou het tot één van zijn best verkochte album uitgroeien. Met een ingespeelde band, 12 prima liedjes en een fantastische productie, klinkt het album tot op de dag van vandaag fris en goed. De vinylversie verschilt qua tracklist van de cd-versie en van die laatste ga ik hier uit.

Opener “HANG IN LONG ENOUGH” laat meteen horen wat je van het album kunt verwachten, prominent aanwezige blazers, strak ritme en een heerlijke melodie, een prima begin. Het tempo gaat behoorlijk omlaag met de vierde single “THAT’S JUST THE WAY IT IS”, waarbij de stem van David Crosby een mooie en passende toevoeging is. De gitaarpartijen van Daryl Stuermer zijn ook erg mooi. Ballad nummer twee is “DO YOU REMEMBER?”, een goed liedje, waarin Stuermer opnieuw laat horen een eigen geluid te hebben en tevens een geweldige gitarist te zijn. Samen met Stuermer schreef Collins “SOMETHING HAPPENED ON THE WAY TO HEAVEN”, de derde hitsingle in Nederland van dit album. Strak ritme, drums die lekker voorin de mix zitten, blazers, koortjes en een aanstekelijke melodie. Het hoogtepunt van het album is het bijna negen minuten durende “COLOURS”. Hierin komen alle facetten van het solo werk van de zanger/drummer naar voren. Het eerste deel rustig, ballad, in deel twee gaat het tempo omhoog en zijn de blazers weer prominent aanwezig. Als wederdienst voor het producers werk van Collins op recente albums van Eric Clapton, laat de gitaargod in “I WISH IT WOULD RAIN DOWN” zijn gitaar heerlijk klinken. Deze midtempo track was de tweede single die in de Nederlandse Top 40 kwam, en na een tweede plaats van de eerste single, bereikte dit nummer de derde plek. Eén van de beste nummers van het album, wat mij betreft. Prachtige koortjes, geweldig drumwerk, Collins zingt fantastisch, maar de show wordt door Clapton gestolen.

Het reeds genoemde “ANOTHER DAY IN PARADISE” is het volgende nummer op "...BUT SERIOUSLY". Ballad, klinische drums, opnieuw backing vocals van David Crosby en een tekst die gaat over daklozen. Prima nummer! “HEAT ON THE STREET” was het één van de twee bonustracks op de cd-versie van het album. Een wat simpel, maar wel lekkere uptempo track. The Phenix Horns, bestaande uit saxofonist Don Myrick, Louis Satterfield op trombone en de trompettisten Harry Kim en Rhamlee Michael David zijn op veel tracks aanwezig, op “ALL OF MY LIFE” krijgt Myrick de spotlight. Een midtempo nummer, met mooi saxofoonspel, krachtige drums en een fijne melodie. Het korte en tevens cd-bonustrack “SATURDAY NIGHT AND SUNDAY MORNING” is een jazzy nummer met halverwege een mooie tempowisseling. Het rustige en mooie “FATHER TO SON” is inmiddels qua tekst wel erg toepasselijk geworden. “Remember What I Said, I'll Always Be With You Don’t Forget, Just Look Over Your Shoulder I'll Be There, If You Look Behind You, I Will Be There”. Kijk achterom en ik zal er zijn, dat geldt tegenwoordig voor zijn zoon Nic, die drummer is in Genesis en achter zijn vader zit. Als Collins omkijkt, ziet hij zijn zoon en zsl hij ongetwijfeld trots zijn. “FIND A WAY TO MY HEART” is het slotakkoord, ruim zes minuten een pur sang Collins nummer. Lekkere opbouw, prachtig en krachtig drumwerk en een heerlijke melodie en blazersbijdragen.

De populariteit van Phil Collins zat rond dit album op zijn hoogtepunt en ging daar met het nieuwe Genesis album, dat in 1991, misschien nog wel iets overheen. Daarna werd het langzaam minder. De solo albums die volgden, “BOTH SIDES”, “DANCE INTO THE LIGHT” en zeker “TESTIFY” waren duidelijk minder van kwaliteit, waarvan in de laatste gewoon zeer, zeer matig vind. In 2010 verscheen “GOING BACK”, een verzameling Motown en soul covers, aardig nagespeeld, maar het is jammer dat dit album het einde van zijn studio carrière is gebleken. Gelukkig kunnen we teruggrijpen op de eerste vier albums, die stuk voor stuk erg goed zijn en waarvan dit de laatste was. Top album!

Phil Collins - Face Value (1981)

poster
5,0
Het eerste solo album van Phil Collins verscheen in een moeilijke periode van de Genesis zanger/drummer. Een scheiding van zijn eerste vrouw drukte een stempel op zijn leven en dus ook op de teksten en sfeer van “FACE VALUE”. Op vrijdag 13 februari verscheen het album in Engeland, nadat de eerste single “IN THE AIR TONIGHT” een maandje eerder verscheen. Met 2 covers, het van Genesis afkomstige “BEHIND THE LINES” en de Beatles song “TOMORROW NEVER KNOWS”, en 10 eigen songs valt er in ruim 47 minuten veel te genieten. Niet de pure commerciële sound die vanaf “NO JACKET REQUIRED” op bijna elk album te horen was, maar Collins experimenteert ook. Zo is het bijna instrumentale “HAND IN HAND” een zweverige song, die op gezette tijden tot leven komt door de Earth, Wind & Fire blazers, “THE ROOF IS LEAKING” en “YOU KNOW WHAT I MEAN” zijn kleine emotionele liedje en bezingt hij zijn frustratie en verdriet in “IF LEAVING ME IS EASY”. De Phil Collins van de tweede helft van de jaren ’80 is te horen in “I MISSED AGAIN” en “THUNDER AND LIGHTNING”, die swingend en door blazers gedomineerd worden. Feitelijk gezien zijn de songs op “FACE VALUE” de eerste probeersels van Phil Collins om zelfstandig liedjes te schrijven en daarin is hij met vlag en wimpel geslaagd. De plaat is gevarieerd, soms beklemmend, dan weer opgewekt en Collins laat zich niet leiden door het schrijven van commerciële en hitgerelateerde songs. Dit niveau heeft hij niet meer gehaald.

Pink Floyd - The Dark Side of the Moon (1973)

poster
5,0
Wat kun je toevoegen aan alle reviews, verhalen en ervaringen rondom het dit jaar 45 jaar geleden verschenen meesterwerk “DARK SIDE OF THE MOON” van Pink Floyd. Het album verscheen op 1 maart 1973, stond meer dan 900 weken in de Amerikaanse Billboard albumlijst, ging meer dan 45 miljoen keer over de toonbanken en beïnvloedde vele muzikanten. In perfecte harmonie en met respect voor elkaar, schreven ze de 10 tracks en namen ze de songs in de tweede helft van 1972 op in de Abbey Road Studios in Londen. Bassist/zanger Roger Waters, gitarist/zanger David Gilmour, toetsenist/zanger Rick Wright en drummer Nick Mason kozen met deze werkwijze niet voor de makkelijkste weg. De heren maakten gebruik van veel geluidscollages. Doordat destijds de techniek in de studio’s anders was dan tegenwoordig, computers en diverse andere hulpinstrumenten waren toen nog geen gemeengoed, werd er veel van de creativiteit van de heren gevraagd. De lengte van het album is ruim 42 minuten, hierin bewijzen ze dat ook zonder geavanceerde apparatuur, niets onmogelijk is. Het album begint met “SPEAK TO ME” spannend, waarna “BREATHE (in the air)” het melodieus overneemt. “ON THE RUN” is een hypnotiserende instrumental waarbij je in een trance zou kunnen raken. De wekkers en de klokken die bij het begin van het geweldige “TIME” luiden, halen je wreed uit je “zweefmoment”. Dit nummer, dat zowel door Gilmour als Wright gezongen wordt, kent een prachtige opbouw. Na een ruim 2 minuten durend intro, komt een swingend rockstuk. Het nummer gaat afwisselend sfeervol en deels instrumentaal (waaronder een briljante gitaarsolo) naar een prachtig einde. Als in een oneindige trip gaat het verder met “GREAT GIG IN THE SKY”, waarin een hoofdrol is weggelegd voor Clare Torry. Wat een stem heeft deze uit Engeland afkomstige zangeres. Kant 2 begint met het overbekende “MONEY”. Het bekende “kassa-bon-geld”-geluid op dit nummer werd met een meters lange tape loop gerealiseerd. Dit nummer, in een bijzondere 7/4 maat en met herkenbaar basgeluid, ontwikkelt zich tot een klassieker, met Gilmour in een hoofdrol. “US AND THEM” neemt gas terug en in het bijna 8 minuten, door Gilmour gezongen song, is de saxofonist Dick Parry te horen. Parry geeft deze rockballad net dat juiste gevoel mee dat het misschien wel nodig heeft. In “ANY COLOUR YOU LIKE” mag Rick Wright zijn kunsten op de toetsen laten horen. Hierna gaat het nummer over in “BRAIN DAMAGE”, een door Waters gezongen popsong. De prachtige achtergrondzang geeft dit nummer een gospelachtige “feel”. Met “ECLIPSE” sluit het album in stijl af. Het bouwt laag voor laag op naar een hoogtepunt. Het album sluit af met het geluid van een hartslag. Het is deze hartslag waarmee het album ook begin. Pink Floyd staat bekend om dergelijke “symbolieken” in hun albums op te nemen. “DARK SIDE OF THE MOON” legde de lat hoog voor anderen, maar zeker ook voor de band zelf. “WISH YOU WERE HERE”, dat in 1975 verscheen is zeker een klassieker, maar de impact die dit album had, had dat album niet. “DARK SIDE OF THE MOON” is een klassieker van ongekende grootte.

Pink Floyd - The Division Bell (1994)

poster
4,5
Met een verwachtingspatroon dat ongekend hoog was, keek ik in het voorjaar van 1994 uit naar het nieuwe Pink Floyd album. Op 28 maart zag "THE DIVISION BELL" het levenslicht en was destijds, na zeven jaar wachten, de opvolger van "A MOMENTARY LAPSE OF REASON". Waar dat album door een typische jaren tachtig aanpak, misschien wat afweek van de verwachte Pink Floyd sound, was de afwezigheid van oerlid Roger Waters daar misschien wel voor het grootste deel verantwoordelijk voor. Het vertrek van Waters, na het in 1983 verschenen "THE FINAL CUT", was het David Gilmour die de touwtjes stevig in handen nam. Met een beetje fantasie zou je "A MOMENTARY LAPSE OF REASON" als de opvolger van zijn solo album "ABOUT FACE" uit 1984 kunnen zien. Een meer songmatige aanpak, iets toegankelijker en Gilmour die met zijn gitaarspel de hoofdrol opeiste.

De geschiedenis van de Engelse band zal bij de meeste muziekliefhebbers bekend zijn. In de jaren zestig opgericht en geleid door Syd Barrett. Na zijn gedwongen vertrek verving Gilmour hem, was het even zoeken naar de juiste stijl en vanaf "MEDDLE" had het viertal die gevonden. Er volgden klassiekers, millionsellers en langzaam maar zeker nam Roger Waters de leiding over de band op zich. Dat leidde tot meer afstand tussen de leden, en uiteindelijk tot zijn vertrek. Met Gilmour, drummer Nick Mason en toetsenist Rick Wright, die tijdens het opnameproces van "THE WALL" door Waters uit de band was gezet, weer terug op het oude nest, maakten ze een onvoorstelbare succesvolle comeback in 1987. Album, wereldtournee en een veel nieuwe fans.

Zeven jaar zat er dus tussen de twee post-Waters albums en je kunt gerust zeggen dat er ook een groot verschil zit tussen die beide schijfjes. Die jaren tachtig sound is op "THE DIVISION BELL" verdwenen, de bombast is weg, waardoor de liedjes meer open zijn. Elf tracks, 65 minuten kwalitatief hoogstaande muziek, met twee instrumentale liedjes, waarvan de eerste, “CLUSTER ONE” het begin van het album is. Een rustige start, waarna Wright, medecomponist, met subtiele toetsenspel het nummer zijn karakter geeft. Gilmour doet de rest, ook weer met subtiel spel, maar dan op de gitaar. Het kabbelt als het ware voort, waarbij Mason met ingetogen spel het tempo laag houdt. Heerlijk toetsenspel, degelijk ritme en fenomenaal gitaarspel is de inleiding van één van mijn persoonlijke hoogtepunten van het album, ‘WHAT DO YOU WANT FROM ME”. Een geweldig nummer met fantastische achtergrondzang van de zangeressen Durga McBroom, Sam Brown, Carlo Kenyon, Jackie Sheridan en Rebecca Leigh-White. De soort “vraag-antwoord” wijze van zingen maakt dit nummer tot een topper. Hoogtepunt nummer twee is het symphonische “POLES APART”, waarin ik het veranderende tempo briljant vind. Het begint rustig met zang van Gilmour, er volgt een toetsensolo van Wright, een dreigend middenstuk, waarna het tempo flink omhoog gaat en er uiteindelijk een gitaarsolo volgt, genieten! “MAROONED”, geschreven door Wright en Gilmour is de tweede instrumentale track van ”THE DIVISION BELL”. Prachtig nummer met geweldig gitaarwerk.

“A GREAT DAY FOR FREEDOM” gaat over de val van de Muur, de tekst schreef Gilmour met zijn vrouw Polly Samson. Een rustig, sferisch eerste deel, als de drums invallen krijg je weer een heerlijke Gilmour solo te horen, wat een klasbak! Wright krijgt terecht de spotlight op hem gericht in “WEARING THE INSIDE OUT”, door hem geschreven en de tekst is van Anthony Moore. Saxofoonspel van Dick Parry, die ook al op “THE DARK SIDE OF THE MOON” met Pink Floyd te horen was, leidt het nummer in. Tempo blijft midtempo, mooie achtergrondzang van de genoemde zangeressen, toetsensolo en natuurlijk mag een gitaarsolo niet ontbreken. Het is een spannend nummer dat blijft boeien. “TAKE IT BACK” is zelfs een Top 40 hit geweest in Nederland en is het meest commerciële nummer van het album. Pakkend tempo, aanstekelijk gitaarspel en een mooie melodie. “COMING BACK TO LIFE” begint met fijn gitaarspel en zang, waarna na zo’n twee en een halve minuut de drums invallen. Er gebeurt voor mijn gevoel net iets te weinig in dit nummer.

Hoogtepunt #3 is “KEEP TALKING”, suspense begin, fenomenaal gitaarwerk, zangeressen die het nummer exact datgene meegeven waardoor het een topper is, pakkend ritme, alles klopt aan dit nummer. De vocale sample in dit nummer is van Stephen Hawking, briljant gevonden. “LOST FOR WORDS” is een nummer dat mij iets minder pakt. Aardige melodie, wel weer fantastisch gitaarspel, maar het is allemaal net niet spannend genoeg. Dat wordt in het laatste nummer allemaal goed gemaakt…wat een onvoorstelbaar goed liedje is “HIGH HOPES”. Hier zit die spanning wel weer in, repeterende pianospel, de bel die maar blijft luiden, de opbouw is van grote klasse. Het is een emotionele track, beklemmend en de tekst en zang dragen daar aan bij. De gitaarsolo die het nummer uitgeleide doet, zorgt voor mij elke keer weer voor tranen in mijn ogen.

Officieel is “THE ENDLESS RIVER” uit 2014 het laatste echte Pink Floyd album, maar voor mij stopte het Floyd verhaal met dit album en de tournee die erop volgde. Ik heb de band drie keer live gezien, 1988, 1989 en in 1994 en het was elke keer weer een belevenis. Dat is het luisteren naar de albums ook en dit album is daarin geen uitzondering. “THE DIVISION BELL” letterlijk door in “HIGH HOPES” en blijft wat mij betreft voor altijd luiden…zodat wij ze niet vergeten!

Pink Floyd - The Wall (1979)

poster
4,5
Het 11e album één van de grondleggers van de symfonische en psychedelische rock kwam uit 30 november 1979. De tweede helft van de seventies was zwaar voor de “oudere” rockbands, die door punkers onder vuur werden genomen. Pink Floyd had daar qua succes niet zoveel last van en ging onder de bezielende leiding van zanger en bassist Roger Waters aan de slag met een concept album dat nog altijd een monument is in de popgeschiedenis. Het album gaat over het personage Pink, die worstelt met het leven, het verlies van zijn vader in de oorlog, misbruik van leraren, een overbezorgde moeder en een scheiding. Deze ingrediënten komen allemaal uit de koker van Waters en hij is dan ook degene geweest die de anderen heeft gezegd wat ze moesten doen. Dat heeft tot ruzies en uiteindelijk ook tot het vertrek van toetsenist Rick Wright geleid. Maar Waters had voor ogen hoe het zou moeten klinken en had daar alles voor over. “THE WALL” klinkt dan ook als een emotionele achtbaan die je van de ene naar de andere emotie brengt. De rol van de andere Pink Floyd leden is kleiner dan op de voorgaande albums, maar gitarist David Gilmour laat zijn gitaar een aantal keren heerlijk klinken. Monumentale songs als “ANOTHER BRICK IN THE WALL PART 2” en “COMFORTABLY NUMB” klinken nog regelmatig op de radio en hebben hoge noteringen in de Top 2000. Live hebben ze het een aantal keren opgevoerd, maar Roger Waters startte op 15 september 2010 met de integrale opvoering van “THE WALL”, met zijn eigen band. Dat het album ook in het nieuwe millennium er nog steeds toe doet, blijkt wel uit de zeer succesvolle en jarenlange toer die volgt. Op 21 september 2013 vindt het laatste optreden plaats in Parijs en hebben ruim 4,1 miljoen mensen de show gezien. “THE WALL” is een klassieker met hoofdletter “K”!

Pink Floyd - Wish You Were Here (1975)

poster
5,0
In 1983 was ik op bezoek bij een muzikale oom en daar hoorde ik prachtige muziek. Het bleek Pink Floyds “WISH YOU WERE HERE” te zijn en bij thuiskomst ga ik naar de platenafdeling in onze winkel en pluk daar dat album uit de bakken. Op de pick-up al zoekend naar dat bekende deuntje, die 4 akkoorden die de gitarist laat horen. In mijn ongeduld zet in de naald op precies de verkeerde plekken neer en ik vind het niet. Weer drie jaar later nam ik op een cassettebandje “DARK SIDE OF THE MOON” en “WISH YOU WERE HERE” op en hoorde ik die overbekende gitaartonen weer...gevonden!! Het was het begin van een liefde die tot op de dag van vandaag bloeit en "WISH YOU WERE HERE" is uitgegroeid tot mijn favoriete album van Pink Floyd. 

"WISH YOU WERE HERE" van Pink Floyd werd op 12 september 1975 uitgebracht en was de opvolger van een andere klassieker in hun oeuvre, "DARK SIDE OF THE MOON". Met dat album uit 1973 slaagden gitarist en zanger David Gilmour, bassist en zang Roger Waters, toetsenist en zang Richard Wright en drummer Nick Mason erin hun eigen geluid te perfectioneren. Het geluid dat op "MEDDLE" uit 1971, en dan met name op "ECHOES", door het viertal werd gevonden en eigen gemaakt. Overigens nam dat nummer de gehele kant 2 van de originele vinyl release in beslag.

Pink Floyd werd in 1964 in Londen UK geformeerd en zanger/gitarist Syd Barrett was in de eerste jaren de belangrijkste schakel binnen de groep. Na het debuutalbum "THE PIPER AT THE GATES OF DAWN" uit 1967 verdween Barrett uit 'zijn' Pink Floyd, omdat drugsgebruik hem onbetrouwbaar maakte. Zijn plek werd door David Gilmour ingenomen en de jaren die volgden werden door de band gebruikt om het definitieve Pink Floyd geluid uit te kristalliseren. Daar was dus op het reeds genoemde "MEDDLE" voor het eerst echt sprake van, "DARK SIDE OF THE MOON" overtrof dat op alle fronten. Artistiek was het perfect, maar commercieel was het een ongekende klapper. Pink Floyd was van relatief kleine sporthallen gegroeid naar grote stadions, ze waren "top of the bill". Met dat gegeven gingen ze begin 1975 de studio in, de beroemde Abbey Road studio's in Londen, voor de opnames van een nieuw album. Een bekend gegeven is dat voormalig bandlid Barrett tijdens het opnameproces in de studio kwam en dat de bandleden hem in eerste instantie niet herkenden. Barrett was dik, kaal en oogde verward, maar het is bijzonder dat hij juist bij dit album zijn voormalige band bezocht, omdat enkele nummers op hem van toepassing zijn. Het album is dan ook aan hem opgedragen.

"WISH YOU WERE HERE" begint met misschien wel het mooiste Floyd nummer allertijden, althans naar mijn bescheiden mening, "SHINE ON YOU CRAZY DIAMOND", part 1 tot en met 5. Het ruim 13 minuten durende epos met een legendarisch intro, die prachtige en zo herkenbare gitaarakkoorden en mooie zangpartijen, gitaar- en toetsen solo's. Tegen het einde krijg je ook nog een saxofoonsolo cadeau. Dick Parry bespeelt zowel de tenor als een  bariton saxofoon en doet dat fantastisch! Het weergaloze nummer gaat ingenieus over in het zeven en een halve minuut durende "WELCOME TO THE MACHINE". Een song waarin de toetsen van Wright prominent te horen zijn, de leadzang van Gilmour emotioneel en soms ijzig is en de gitaar geweldig bespeeld wordt. De opbouw in dit nummer is prachtig en je zou de stijl voor een deel onder elektronische muziek kunnen scharen, wat een fantastisch nummer. 

"HAVE A CIGAR" begint met een fenomenale gitaarriff, dan volgt een lekker, voor Pink Floyd redelijk uptempo rocksong. Roy Harper was tijdens de opnames ook bezig met zijn achtste album "HQ" en nam als een vorm van wederdienst voor de hulp van Gilmour aan dat album, de lead vocalen voor zijn rekening. Zowel Waters als Gilmour waren ontevreden over hun eigen bijdrage, vandaar het verzoek aan de Engelse folk/rockzanger. In 5 minuten hoor je geweldig gitaarwerk, subliem toegevoegde toetsen bijdragen en de melodie is pakkend. Het titelnummer is uitgegroeid tot één van de bekendste nummers van de Engelsen. Rustig begin, mooie zanglijn en een pedalsteel gitaar solo die deze ballad afmaakt. Deel 2 van "SHINE ON YOU CRAZY DIAMOND" bestaat uit part 6 tot en met 9 en is een prachtige voortzetting van het eerste deel. In 12 en een halve minuut komt alles wat Pink Floyd maakt tot wat het is aan je voorbij. Wright excelleert op de toetsen, Gilmour laat zijn gitaar fenomenaal zingen, Waters zingt mooi en hij zorgt samen met Mason voor een heerlijke basis.

In ruim 44 minuten komt het album over je heen als een heerlijke warme muzikale waterval, waarbij je bij elke luisterbeurt weer verrast en geraakt wordt. Met "WISH YOU WERE HERE" heeft Pink Floyd zijn derde klassieker op een rij uitgebracht en met "ANIMALS" (1977) en "THE WALL" (1979) voegden ze daar nog 'gewoon' 2 aan toe. Dit album markeert volgens mij ook het einde aan de vriendschap tussen de 4, omdat hierna Roger Waters steeds meer de macht binnen de groep overnam. Hij werd de creatieve leider, de rest volgde zijn aanwijzingen en uiteindelijk kwam het na "THE FINAL CUT" in 1983 tot een einde. In 1987 brachten Gilmour en Mason de band weer tot leven, brachten een nieuw album uit en gingen op wereldtournee. Tijdens de optredens in 1988 openden ze in de Rotterdamse Kuip met de opener van deze klassieker, waarmee voor mij het concert toen al geslaagd was…en de cirkel rond was.

Pinnacle Point - Symphony of Mind (2020)

poster
4,5
Er zijn genoeg bands op te noemen die hun inspiratie bij de groten der (muzikale) aarde vandaan halen. De ene keer is dat ontluisterend slecht, een andere keer bijzonder goed. Het is helemaal knap als je er een persoonlijke, of eigen twist aan weet te geven. Dat is de Kansas-kloon Pinnacle Point gelukt. Pinnacle Point is een collaboratie tussen de Amerikaanse zanger Jerome Mazza en de Deense gitarist Torben Enevoldsen en de heren brachten met hulp van een aantal bevriende muzikanten in 2017 het debuutalbum “WINDS OF CHANGE” uit. In dat jaar maakte ik kennis met zanger Mazza, toen hij bij ex-Kansas zanger Steve Walsh op diens voorlopig laatste solo album “BLACK BUTTERFLY” op een drietal nummers mocht meezingen. De stem van Mazza heeft veel gelijkenissen met die van de originele Kansas zanger Walsh. Hoog, ietwat schel en zuiver. In 2018 bracht Mazza een solo album uit, getiteld “OUTLAW SON”, waar hij samenwerkt met Steve Overland (o.a. van het Engelse F.M.) en Tommy Denander, een veelgevraagde Zweedse gitarist en componist. “SYMPHONY OF MIND” is recent verschenen, in hetzelfde weekend als het nieuwe Kansas album. Het eerste album was meer melodic rock, met wat meer puntige rockers. Op deze nieuwe komen in ruim 66 minuten 12 geweldige tracks aan je voorbij met veel ruimte voor viool, toetsensolo’s, heerlijk gitaarwerk en erg goede vocalen. Voor de vioolbijdragen hebben de heren een geweldige keuze gemaakt, om de uit Wit Rusland afkomstige brunette Valeria Pozharitskaya te vragen. Ze drukt een zeer positieve stempel op de tracks waarin zij haar kunnen mag laten horen. Voor de ritmesectie vonden ze drummer Mark Prator en bassist Takeaki Itoh en die zorgen voor een strakkke basis, waarop Enevoldsen samen met Rich Ayala met smaakvolle gitaarpartijen en de toetsenisten John F. Rogers en Howard Helm heerlijk los kunnen gaan. Daarnaast zorgt Mazza naast de stem ook nog voor bijdragen op de toetsen en dat allemaal levert een geweldig album op. De songs hebben allemaal een wat ingewikkelder structuur dan op het debuut en dat kun je aan de lengte van de songs al aflezen. Het langste nummer op het vorige album klokte 5.42 en op dit album is de helft van de tracks langer met als uitschieter het titelnummer “SYMPHONY OF MIND”, net iets meer dan 7 minuten. De songs hebben veelal enkele tempowisselingen, heerlijke instrumentale breaks en vaak ook een spannende opbouw. “I’M ALIVE” is een bijna 7 minuten durende rocker met toetsen en een heerlijke gitaarsolo, “HERO” kent meerdere tempowisselingen (mooie drumbreak na zo’n 5 minuten) en smaakvolle viool bijdragen, “IN THE WAKE OF HOPE” kent een heerlijk symfonisch begin, met tegendraadse drumpartijen en een prominente viool, waarna het overgaat is een strakke rocker. In “SHADOWS OF PEACE” krijgt violiste Pozharitskaya een de spotlight op haar gericht in een lange viool solo, “BEYOND” is een heerlijke slepende rocksong met Mazza die op de toppen van zijn kunnen zingt en het titelnummer kent een lange aanloop met een midtempo melodieus stuk, waarna een prachtige gitaarsolo volgt, waarna het tempo rustiger wordt en er een lekker proggy stuk het nummer naar het einde toe begeleid...geweldig! Pinnacle Point heeft met z’n tweede album een enorme groei doorgemaakt, want het album vind ik geweldig en hoort wat mij betreft nu al bij de beste albums van 2020!

Pinnacle Point - Winds of Change (2017)

poster
4,0
Pinnacle Point is een samenwerking tussen de Amerikaanse zanger Jerome Mazza en de Deense gitarist Torben Enevoldsen. Liefhebbers van Kansas kunnen hun hart ophalen bij dit debuutalbum "WINDS OF CHANGE", dat vol staat met melodieuze rock met een progressief randje. Dat randje is de link naar Kansas, want ook bij Pinnacle Point is de viool in een aantal tracks te horen. Er wordt goed gemusiceerd, heerlijke samenzang (ook Kansas) en de songs zijn gewoon erg goed. De lead zang van Mazza heeft ook dat hoge, soms schelle geluid dat Steve Walsh van Kansas heeft, maar toch heeft hij een eigen geluid. Mazza is trouwens te horen op het laatst verschenen solo album van Walsh, "BLACK BUTTERFLY", dat ook in 2017 verscheen. Een absolute aanrader voor liefhebbers van Kansas en voor liefhebbers van aanstekelijke melodieuze rock.

Porcupine Tree - Closure / Continuation (2022)

poster
5,0
In 2009 verscheen "THE INCIDENT", het tiende studioalbum van de progressieve rockband Porcupine Tree. Frontman en belangrijkste componist Steven Wilson heeft dan al een soloplaat uitgebracht, "INSURGENTES. De fans van de Engelse prog-rock band zien dan nog niet dat 't album de laatste zal zijn...althans voor een lange tijd. Het was dus geen incident, het solo gaan van Wilson, want hierna volgden nog een reeks albums, maar over een nieuwe Porcupine Tree werd niet gesproken, het leek definitief verleden tijd.

Porcupine Tree begon als een "slaapkamerproject" van Steven Wilson, de multi-instrumentalist uit het Engelse Hemel Hempstead, Hertfordshire. Na enkele singles en demo's verschijnt in 1992 "ON THE SUNDAY OF LIFE", feitelijk gezien een solo project van Wilson onder de vlag van Porcupine Tree. De wat fragmentarische plaat wordt opgevolgd door het meer in balans zijnde "UP THE DOWNSTAIRS". Ook op dit album worden nagenoeg alle instrumenten door Wilson bespeelt. Om de muziek live uit te kunnen voeren, wordt een echte band geformeerd. Op toetsen de van Japan bekende Richard Barbieri, bassist Colin Edwin en drummer Chris Maitland. In deze bezetting gaat de groep op diverse tournees en nemen ze albums op. In 1995 verschijnt het Floydiaanse "THE SKY MOVES SIDEWAYS", in 1996 "SIGNIFY", in 1999 het geweldige "STUPID DREAMS" gevolgd door het eveneens briljante "LIGHTBULB SUN" in 2000. Hierna besluit Maitland de band te verlaten en wordt vervangen door Gavin Harrison.

De albums die volgen zijn allemaal van grote kwaliteit, ieder ook weer met toppers uit hun oeuvre. Het eerste album met de nieuwe drummer is in 2003 "IN ABSENTIA", waarop het geweldige "TRAINS" te vinden is. Hoogtepunt op het in 2005 verschenen "DEADWING" is, voor mij zonder twijfel, "ARRIVING SOMEWHERE BUT NOT HERE". Een echt hoogtepunt op het in 2007 "FEAR OF A BLANK PLANET" eigenlijk niet aan te wijzen, de zes tracks zijn stuk voor stuk briljant. Misschien "SLEEP TOGETHER", al is "ANESTHETIZE" ook ruim een kwartier lang genieten. Het reeds genoemde "THE INCIDENT" is het meest ruige, harde Porcupine Tree album, met als absoluut hoogtepunt "TIME FLIES". Tussen al die albums verschenen live albums en schijfjes met rest materiaal.

Toen in het voorjaar van 2021 een website gelanceerd werd van en door Porcupine Tree, werden de fans al nieuwsgierig. Zou het er dan toch van komen, een reünie? En zo ja, hoe zou die er dan uitzien? Op 1 november kwam het verlossende bericht, Porcupine Tree was uit zijn winterslaap gekomen, een nieuw album was onderweg en een eerste proeve van bekwaamheid was "HARRIDAN", een ruim 8 minuten durende track. Meteen werd ook duidelijk dat drie kwart van de laatste bezetting ook deel uit maakt van Porcupine Tree 2022, bassist Colin Edwin is er niet bij. Wilson heeft recent verklaard op de website superdeluxeedition.com dat hij en Harrison aan de basis stonden van het nieuwe album. Samen hebben ze gejamd en een enkele songs geschreven. Harrison natuurlijk op drums, Wilson op de basgitaar. Daarna werd Barbieri erbij betrokken en zijn ze de liedjes verder gaan uitwerken. Na een aantal nummers klaar te hebben, hebben ze ervoor gekozen Wilson als de bassist op het album te laten fungeren. Daarnaast hadden Harrison, Barbieri en Wilson na 2010 nog regelmatig met elkaar contact, van Edwin hebben ze niets vernomen, aldus Wilson. 

Hoe dan ook, de zeven nummers en 48 minuten muziek op "CLOSURE/CONTINUATION" heeft wel een zeer herkenbare Porcupine Tree stijl, al zullen er mensen zijn die Edwin missen. Het album gaat juiste met zeer prominent bas-spel van start, het reeds gememoreerde “HARRDIDAN”. Een rocker met zeer complex drumwerk, in de pure Porcupine Tree traditie, geschreven door Harrison en Wilson. Rauw, uptempo met een goed getimede tempowisselingen. De riffs zijn dominant, het gitaarspel heerlijk en de melodie is pakkend. De tweede single die uitgebracht werd was “ON THE NEW DAY”, track #2 van het nieuwe album. Geschreven door Steven Wilson past dit nummer is de reeks songs die Porcupine Tree heeft uitgebracht die je “radio-credible” zou kunnen noemen, zoals bijvoorbeeld “WAITING PHASE ONE”, “PURE NARCOTIC”, “STRANGER BY THE MINUTE”, “LAZARUS” en “SENTIMENTEL”. Melodieus, mooi gezongen en een paar keer een kort steviger stuk. “RATS RETURN” is van een ander kaliber. Stevig, pakkend ritme met een heerlijke drive. Subtiel toetsenspel van Barbieri en de tempowisselingen zijn ook hier goed geplaatst en geven het nummer een extra lading. Het nummer is geschreven door Harrison en Wilson en ook hierin laat de drummer horen dat hij, wat mij betreft, tot de beste prog-drummers in de wereld behoort. Eén van de hoogtepunten van het zeven tracks tellende album vind ik “DIGNITY”. Het ruim acht minuten durende meesterwerkje laat alles horen wat Porcupine Tree zo interessant maakt. Het door Barbieri en Wilson geschreven nummer heeft een ongelofelijk lekker ritme, de melodie is mooi, samenzang is prachtig en de arrangementen zijn boeiend. Het bas-spel is vet, de instrumentale breaks zijn van een hoog niveau en tegen het einde gaat het drietal even helemaal los.

“HERD CULLING” is het nummer waarin de band het meest los gaat. De opbouw is mooi, maar je wordt wel op het verkeerde been gezet. Als het eenmaal op gang komt, krijg je een stevige rocker met soms over de top vocalen voorgeschoteld, waarbij de variatie ervoor zorgt dat de aandacht vastgehouden wordt en je in het laatste deel een heerlijke gitaarsolo te horen krijgt. Het nummer is geschreven door het drietal samen waarbij het woord “Liar” wel in je kop blijft zitten. Het kortste nummer is “WALK THE PLANK”, het resultaat van een schrijverssessie van Barbieri en Wilson. Elektronica, kopstem zang, complex drumwerk, geweldig bas-spel, een topnummer. Dit nummer neigt het meeste naar de laatste studioalbums van Wilson. Met ruim negen en een halve minuut is “CHIMERA’S WRECK” het langste nummer van "CLOSURE/CONTINUATION", ook weer een Harrison/Wilson compositie. Een rustige opbouw, subtiel gitaarspel, mooie samenzang gedeelten, na zo’n vier minuten komt het langzaam tot leven met heerlijk drumwerk, een prominente bas en tempowisselingen die ervoor zorgen dat het nummer boeiend blijft.

Als bonus is bij de, zeer dure, deluxe edition, een extra cd toegevoegd met instrumentale versies van het reguliere album, plus drie zeer interessante bonustracks. Het instrumentale en bijna zeven minuten durende “POPULATION 3” heeft een pakkend ritme, een fijne melodielijn en Wilson laat horen dat hij een zeer begenadigd gitarist is. Harrison schreef dit nummer samen met Wilson en die laatste is verantwoordelijk voor “NEVER HAVE”, een meer poppy nummer met een mooie melodie en een heerlijk instrumentaal middenstuk. “LOVE IN THE PAST TENSE” is weer een resultaat van de samenwerking tussen Harrison en Wilson. Ook dit is weer een voorbeeld van hoe progressieve rock vermengd kan worden met elementen uit de popmuziek. De complexiteit blijft in tak, de instrumentale intermezzo’s zijn van hoog niveau en wat mij betreft had dit nummer gepast op de reguliere uitgave.

Ik keek erg uit naar "CLOSURE/CONTINUATION" en ben in zijn geheel niet teleurgesteld. Het album moest groeien, want na een keer of vijf begonnen enkele songs echt in te dalen. Er zit genoeg in waarvan fans van de band kunnen genieten. Natuurlijk is het geen kopie van één van de oudere albums. Fans die dat hadden verwacht, kennen de band niet goed. Porcupine Tree heeft zich in het verleden toch ook niet herhaald! Het is de vraag of dit een herstart is, “Continuation” of het definitieve eind, “Closure”. Aan de wijze waarop de titel geschreven is, ga ik ervan uit dat Porcupine Tree 1.0 is afgesloten en dat dit een herstart is, Porcupine Tree 2.0. Ik vind het een top album, jaarlijstje waardig, zonder meer!

Porcupine Tree - Stupid Dream (1999)

poster
5,0
Porcupine Tree is het geesteskindje van Steven Wilson. Deze multi-instrumentalist begon onder deze naam vanaf de tweede helft van de jaren ’80 muziek te maken en het eerste volledige studioalbum verscheen in 1992, getiteld “ON THE SUNDAY OF LIFE”. Engelsman Wilson werd op 3 november 1967 geboren en is al op jonge leeftijd bezig met muziek en wil na het uitbrengen van het eerste 2 Porcupine Tree albums de songs ook live ten gehore brengen en formeert een band rondom zijn persoon. Bassist Colin Edwin, toetsenist Richard Barbieri (bekend van Japan) en drummer Chris Maitland (Gavin Harrison vervangt hem in 2002) zijn de muzikanten die vanaf 1993 met Wilson de wereld rond toeren en geregeld albums uitbrengen. “STUDPID DREAMS” is het vijfde album en mag in het oeuvre van Porcupine Tree gezien worden als één van de klassiekers in hun oeuvre. Op dit album komen alle stijlen die de band in zijn carrière eigen gemaakt hebben op een perfecte manier samen. Het melodieuze van Pink Floyd, de heavier sound en ook de pop kant zijn op dit album terug te vinden. “STUPID DREAM” kwam 22 maart 1999 als eerste in Engeland uit en bevat 12 songs, waarvan Wilson er 11 schreef. Die andere track, “TINTO BRASS” werd door alle leden van de band samen geschreven. Het uur durende album gaat van start met één van de klassiekers uit de Steven Wilson catalogus, “EVEN LESS”. Een krachtige classic rock song met een power riff, melodieuze zang gedeelten en een progressief outro met prachtige gitaarsolo. “PIANO LESSON” is een poppy deutje met mooi gitaar bijdragen, via het ultra korte “STUPID DREAMS” gaat het schijfje verder met een prachtige melodieuze poprock song “PURE NARCOTIC”, met een mooie gitaarsolo halverwege.”SLAVE CALLED SHIVER” heeft een wat tegendraadse drumritme, onheilspellende wijze van zingen en is één van de minder toegankelijke tracks. “DON’T HATE ME” is één van mijn favoriete Porcupine Tree songs en dit achteneenhalve minuut durende meesterwerkje heeft een prachtig refrein, bouwt op naar een weergaloze saxofoonsolo door Theo Travis, waarna het refrein het weer overneemt en een werkelijk schitterende gitaarsolo je naar het einde toe begeleidt. “THIS IS NO REHEARSAL” is een gevarieerde song met een wat onsamenhangende gitaarsolo en een stevig refrein, “BABY DREAM IN CELLOPHANE” is het kortste liedje (op het ultra korte titelnummer na), akoestische gitaar en een vervormde zang zijn de kenmerken van dit liedje. Nog een topper op dit schijfje is “STRANGER BY THE MINUTE”. Zeer melodieus, prachtige samenzang, mooi gespeeld, zoals hij een aantal jaren later met Aviv Geffen op elk Blackfield zou gaan doen. “A SMART KID” is ook weer een hoogtepunt op “STUPID DREAM”. Ook hier zit weer een prachtige opbouw in, waarin de stem van Wilson mooi en klein klinkt, dan komen er meer instrumenten bij, enkele tempowisselingen waarna het tenslotte in de laatste anderhalve minuut op een schitterende wijze toewerkt naar het einde, met weer een prachtige gitaarsolo door Wilson. Het reeds genoemde “TINTO BRASS” is een experimenteel, heavy en ook wel jazzy stuk van ruim 6 minuten. Het slotakkoord is voor “STOP SWIMMING”, een bijna 7 minuten song met een Floydiaanse sfeer, heerlijke drumpartijen van Maitland en Wilson zingt op zijn bekende wijze, beklemmend, licht bedroefd, somber, vol emotie. “STUPID DREAM” is met een aantal andere albums uit de catalogus van Porcupine Tree een klassieker. Ik zou hierbij ook””LIGHTBULB SUN”, “IN ABSENTIA” en “FEAR OF A BLANK PLANET” ook nog wel kunnen noemen, maar dit album hoort daar, wat mij betreft, ontegenzeggelijk bij. Steven Wilson bewees met zijn bandleden dat je in prachtige liedjes, meerdere stijlen kunt verwerken en daar dan toch een geheel van kunt maken. Geniaal!

Portishead - Dummy (1994)

poster
4,0
Meteen scoren met je debuutalbum, het is niet elke band of artiest gegeven. Het ging wel op voor de in 1991 in het Engelse Bristol opgerichte Portishead. "DUMMY" kwam op 22 augustus 1994 uit en bereikte in hun thuisland drie keer platina.

Portishead bestond uit zangeres Beth Gibbons, toetsenist en drummer Geoff Barrow en Adrian Utley op gitaar, basgitaar en toetsen. De muziek die Portishead maakte was erg populair in de jaren negentig. Het is een soort mengeling van dance en jazz, dat het stempel trip-hop opgeplakt kreeg. De populariteit van het genre werd beroemd gemaakt door onder andere Massive Attack en Portishead deed met "DUMMY" een zeer geslaagde poging zich binnen het genre een plek te veroveren.

Op het album staan elf songs met een speelduur van bijna 50 minuten. Van die elf liedjes verschenen er een aantal op single, waarvan er twee in de Engelse hitparade kwamen en zelfs één in de Nederlandse Top 40, namelijk het prachtige “GLORY BOX”. Het album gaat mysterieus van start met “MYSTERONS”, sferisch, een pakkend drumpatroon, toetsen die voor een spooky sfeertje zorgen, een prima opmaat voor de rest van het album. Het is één van de hoogtepunten van het album, waartoe ook “SOUR TIMES” behoort. Het heeft een andere sfeer, waarbij de sample van Lalo Schifrins “DANUBE INCIDENT” uit 1967 een leidende rol heeft. “WARNING STAR” begint met een heerlijk repeterende baslijn, de ingetogen zang en minimale muzikale begeleiding geeft het geheel een boeiende troosteloosheid. “IT’S A FIRE” is wat meer opgetogen, zonder dat het een vrolijk liedje is. Mooie zanglijnen van Gibbons, opnieuw een pakkend drumpatroon en die subtiele instrumentale begeleiding. “ROADS” hoort ook bij de hoogtepunten op “DUMMY”. Gibbons zingt iets meer op de toppen van haar kunnen, waarbij ze een bepaalde vorm van breekbaarheid laat horen. De instrumentatie is briljant, passend bij de sfeer van het album. Drummer Clive Deamer, die later in de jazzband Get The Blessing te horen was, legt in dit nummer een heerlijke drumpartij neer, waarover de rest van de band zijn gang kan gaan. Het reeds gememoreerde “GLORY BOX” is de afsluiter van het album. Fade in, licht vervormde zang, drumpatroontje, het overstuurde gitaarspel voegt precies datgene toe, dat het nummer nog beter maakt. De melodielijn is en blijft elke keer weer boeiend.

“DUMMY” is een klassieker binnen het genre van de trip-hop, maar is zo goed dat het ongetwijfeld liefhebbers van andere genres zal aanspreken. Na “DUMMY” volgde het met platina bekroonde “PORTISHEAD” in 1997 en na elf jaar “THIRD”, in 2008. De interesse in de band was tegen die tijd duidelijk verminderd. Dat in combinatie met de veranderende muziekwereld en de toch wel tegenvallende verkoopcijfers, heeft er misschien aan bijgedragen dat het bij deze drie albums gebleven is. Met “DUMMY” heeft Portishead wel een topper op hun naam staan, dat staat voor mij als een paal boven water!

Praying Mantis - Katharsis (2022)

poster
4,0
Al in de jaren zeventig werd de fundering gelegd voor de Engelse rockers van Praying Mantis. De broers Tino (gitaar) en Chris (basgitaar) richtten de band op en vanaf 1979 maakten ze deel uit van de beweging NWOBHM, New Wave Of British Heavy Metal, waarin vooral de bands Iron Maiden, Def Leppard en Motörhead succesvol van waren.

In 1981 verscheen het debuutalbum "TIME TELLS NO LIES", een uiterst melodieus rockalbum, dat wat mij betreft niet veel met metal te maken heeft. Grappig en ook wel weer bijzonder is de cover van The Kinks klassieker, "ALL DAY AND ALL OF THE NIGHT". Dit bewijst voor mij weer eens, na die legendarische cover van Van Halen van "YOU REALLY GOT ME", dat The Kinks aan de wieg stonden van de hardrock, zonder het toen, in de mid sixties, te realiseren.

Ondanks enkele hiaten in hun bestaan, zijn ze nog steeds "alive and kicking". In 2013 vertrekken zanger Mike Freeland en drummer Gary Mackenzie en vinden de broers in het Nederlands duo John Jaycee Cuijpers een nieuwe zanger en Hans In 't Zand de drummer. Het vijfde bandlid is gitarist Andy Burgess, die ook alweer ruim 10 jaar een muzikale "bid sprinkhaan" is. Het eerste album dat in deze bezetting verscheen was in 2015 via het Italiaanse label Frontiers. Dat was het geweldige "LEGACY", met daarop de fenomenale ballad "BETTER MAN", waarop Cuijpers laat horen over een prachtige stem te beschikken. Die stem is krachtig, hij kan heerlijk galmen en heeft een eigen geluid, maar hij wordt ook weleens vergeleken met de legendarische Ronny James Dio. Die vergelijking vind ik wel terecht, want daar doet zijn stem mij ook op bepaalde momenten aan denken. In 2018 verscheen de opvolger "G.R.A.V.I.T.Y.", waarop het briljante nummer "MANTHIS ANTHEM" staat.

Voor het nieuwe album moest het vijftal werken met het coronavirus als tegenstander. Via de digitale snelweg werd het album samengesteld en ondanks de minder plezierige werkwijze, mag Praying Mantis trots zijn op "KATHARSIS", volgens mij het twaalfde studioalbum. Met het krachtige “CRY FOR THE NATIONS” gaat het 53 minuten durende schijfje van start. Power zang, heerlijk ritme en een pakkend refrein, wat een goed begin! Met het qua tempo iets rustiger “CLOSER TO HEAVEN” gaat het album verder zoals het begon, met puike melodic rock waarbij de zang uitblinkt. “AIN’T NO ROCK ‘N’ ROLL IN HEAVEN” heeft een AC/DC ritme en sfeertje en is één van de stevige nummers van het album, dat 11 tracks telt. Prachtige melodieus gitaarwerk leidt “NON OMNIS MORIAR” in, goed drumwerk van Van ’t Zand en dubbele lead-gitaarpartijen tussen de gezongen gedeelten. In “LONG TIME COMING” grijpt de band (lees de broers Troy) terug naar “Back In The Summer Of ‘74”, waar “Me And My Bro Formed The Band”, een aantrekkelijke rocker met een mooi refrein. Erg melodieus, emotionele zang en derhalve de ballad die je bij een rockband mag verwachten, dat gaat op voor het erg mooie “SACRIFICE”.

Het intro van “WHEELS IN MOTION” pakt je meteen, heerlijke riffs en een nummer dat niet onverdienstelijk gezongen wordt door Chris Troy. Bij “MASQUERADE” neemt Cuijpers de microfoon weer over en deze heerlijke stamper hoort wat mij betreft bij de beste liedjes van “KATHARSIS”. Ingetogen begint “FIND OUR WAY BACK HOME”, waarna het nummer zich ontwikkelt als een midtempo, pakkende rocker. In het laatste deel gaat het los, koorzang, fantastische gitaarpartijen, wat een gaaf nummer! Opnieuw een mooi gitaar intro, nu bij “DON’T CALL US NOW”, waarna de drums invallen en je een prima rocker te horen krijgt. Klokte het vorige nummer bijna zes minuten, slotakkoord “THE DEVIL NEVER CHANGES” gaat daar nog overheen. Ruim zes en een halve minuut dat begint met een fantastische gitaar melodielijn. Power zang van Cuijpers, geweldige gitaarpartijen die maar blijven komen en een strakke ritmesectie, dit is het slot dat bij dit album past.

“KATHARSIS” is de derde in rij in deze bezetting en wat mij betreft opnieuw een voltreffer. Verwacht geen metal-achtige rock, maar erg goed gespeelde en fenomenaal gezongen melodic rock, met af en toe een AOR sausje. Praying Mantis kan hier weer een aantal jaar mee vooruit en ik hoop dat de band dit jaar naar Nederland komt voor optredens, want ik wil de Nederlandse Ronny James Dio weleens in levende lijve de geweldige nummers van Praying Mantis horen zingen. Tot die tijd moet ik het doen met dit album en dat is absoluut geen straf.

Pride of Lions - Fearless (2017)

poster
4,0
Pride Of Lions heeft alweer zijn 5e album gemaakt en het staat ook deze keer weer vol met krachtige melodieuze rock. Zanger Toby Hitchcock en gitarist/zanger/componist Jim Peterik zijn de “trotse leeuwen” en brachten in 2003 hun debuutalbum uit. Peterik heeft al een gigantische carrière achter de rug, met successen in bands als Ides Of March en Survivor. Met die laatste maakte hij AOR en de muziek van Pride Of Lions heeft daar wel raakvlakken mee, en dat is dan ook weer niet vreemd. Peterik componeert alles en heeft ook een herkenbare stijl. Hij houdt van zangers met een groot bereik en Hitchcock voldoet wat dat betreft aan alle eisen. Geweldig hoe deze 39 jarige Amerikaan zijn stempel op de muziek weet te drukken met dan weer geweldige uithalen, en dan weer klein gezongen stukken. In vergelijking met de vorige vier albums is er niet veel nieuws onder de zon, meer van hetzelfde, maar wel met een super kwaliteit. Een aanrader voor liefhebbers van het genre melodieuze en AOR rock.

Procol Harum - Novum (2017)

poster
4,5
Procol Harum werd in 1967 geformeerd en brachten dat jaar “A WHITER SHADE OF PALE” uit, waarmee ze tot in lengte van dagen aan herinnerd zullen worden. Deze klassieker gaf ze een vliegende start en de singles en albums die volgden waren redelijk tot zeer succesvol. De band met zanger en pianist Gary Brooker bracht in 1977 zijn 9e studio album uit, “SOMETHING MAGIC” en daarna werd het stil. In die eerste jaar waren al verschillende bandleden gekomen en weer gegaan en het duurde tot 1991 alvorens een nieuw teken van leven verscheen, “THE PRODIGAL STRANGER”. Een aardig popalbum, waarop de magie van het jaren 60 was verdwenen, maar die wel een hernieuwde samenwerking tussen Brooker, gitarist Robin Trower en organist Matthew Fisher betekende, die ook in de sixties deel uit maakte van Procol Harum. Hierna duurde het tot 2003 alvorens er weer nieuw werk van de band zou verschijnen. “THE WELL’S ON FIRE” bevat enkele pareltjes en was tevens de laatste keer dat Gary Brooker en Matthew Fisher samen zouden werken. Ruzie over de rechten (geld natuurlijk) van hun mega hit “A WHITER SHADE OF PALE” bracht hun zelfs voor de rechter en door dat alles heeft het lang geduurd voordat er weer een nieuwe plaat van deze typische Engelse band zou verschijnen. Met een band die al 10 jaar samen speelt heeft Brooker een prachtplaat gemaakt. Zijn stem is breekbaar en geeft daardoor het extraatje aan de songs die het allemaal nog mooier maakt. Uptempo, ballads en ook wat meer uitgesponnen songs, gitaar en orgelpartijen die schitterend zijn, het is allemaal te vinden op “NOVUM”. Op deze manier kunnen ze nog wel even doorgaan en vieren ze het 50 jarig jubileum op een zeer toepasselijke manier…met een prachtige nieuwe plaat!