MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Sandokan-veld als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Miles Davis Quintet - Steamin' with the Miles Davis Quintet (1961)

poster
4,0
De vierde in de Cookin’/’Relaxin’/’Workin’/’Steamin´-serie, waarover ik hier iets meer heb geschreven.

Als laatste in de reeks (releasejaar 1961), vinden we hier automatisch al het materiaal op dat niet op de vorige drie lp’s werd gezet (behalve een versie van ‘’Round Midnight’ die werd geplakt op Miles Davis And the Modern Jazz Giants). Toch blijft ook hier het niveau hoog, met de mitsen en maren die ik noemde in mijn bespreking van Cookin’ in ogenschouw genomen.

Elk nummer heeft wel een paar dingen die de oren doen spitsen: ‘Surrey With The Fringe On Top’ is een nogal onnozele evergreen uit de musical Oklahoma (1943), maar John Coltrane speelt misschien wel zijn beste solo op deze serie.
‘Salt Peanuts’ (Dizzy Gillespie) is al net zo onnozel, maar geeft wel gelegenheid voor wat stoeien met notenladders, en een absolute heldenrol voor drummer ‘Philly’ Joe Jones.
Ook ‘Something I Dreamed Last Night’ (zonder Coltrane) is op zichzelf niet groots, maar dit typische stukje droge romantiek is, aan het einde van deze wat speelsere plaatkant, een goede keuze.

Kant B komt meteen, eh, stomend uit de startblokken met ‘Diane’, een van mijn favoriete liedjes van de sessies. Heerlijk lome ritmesectie waarin vooral bassist Chambers uitblinkt, en een tijdloze melodie die zowel Davis als Coltrane als gegoten zit.
‘Well You Needn’t’, zo’n cliché in de jazz dat zelfs Jamie Cullum een versie heeft opgenomen, is het enige nummer dat nog stamt uit de sessie van oktober (de rest is opgenomen in mei 1956, en niet in maart zoals ik in vorige recensies per abuis beweer, mocht iemand het bijhouden). Zoals ik eerder heb gesteld was de band tijdens die laatste sessie in topvorm, en deze versie mag zich dan ook best meten met de beste versies die van het nummer zijn opgenomen.
‘When I Fall In Love’ is nog zo’n jazzcliché, dat zich zelfs tot de dag van vandaag in het collectieve geheugen heeft gehandhaafd vanwege o.a., godbetert, Celine Dion en Rick Astley. Het is dan ook een erg mooi liedje, en een mooi moment voor Davis en een soepele Garland om weer eens zwoel uit de hoek te komen.

Ik vind deze hoes iets minder mooi dan die van de andere drie lp’s uit de serie, al zou het een collector’s item kunnen worden na het onvermijdelijke moment dat Davis’ sigaret wordt weggeretoucheerd of vervangen door een lolly, neem ik aan.

Miles Davis Quintet - The Complete Amsterdam Concert (1984)

poster
3,0
Met: Miles Davis (trompet); Barney Wilen (tenorsax); René Utreger (piano); Pierre Michelot (bas); Kenny Clarke (drums)

Zoekend naar deze release brengt Wikipedia je naar een cd uit 2005 met een andere titel en hoes. Dit is ook de release die op Spotify terug is te vinden, maar het lijkt erop dat Musicmeter dit keer dichter bij de oorsprong zit: deze lp uit 1984 is de oudste release die ik op Discogs kon vinden met dit concert. Dat wil zeggen: de show die Miles Davis op 8 december 1957 gaf in het Concertgebouw in Amsterdam, met dezelfde groep muzikanten waarmee hij een paar dagen daarvoor Ascenseur pour L'Échafaud had opgenomen (m.i. een van zijn betere lp’s).

Het concert werd destijds opgenomen door onze eigen rooie rakkers van de VARA en later ook uitgezonden op ‘Hilversum 1’. De geluidskwaliteit is niet geweldig, maar ik heb het weleens beroerder gehoord, al lijkt de muziek iets versneld op de tape te zijn gezet.

Achteraf gezien was het interessanter geweest als de muzikanten iets hadden laten horen van de sublieme soundtrack die ze hadden opgenomen. Uiteraard is dat niet zo, op het menu staan beproefde standards en wat greatest hits van Davis. Deze worden degelijk gespeeld door een puike groep muzikanten, met hier en daar echt geïnspireerde momenten (met name van de Amerikanen Davis en Clarke). Veel meer mag je wellicht ook niet verwachten van zo’n gelegenheidsband.

Miles Davis Quintet - Workin' with the Miles Davis Quintet (1960)

poster
4,0
De derde in de ‘Cookin’/’Relaxin’/’Workin’/’Steamin´-serie, waarover ik hier iets meer heb geschreven.

Op Workin’ wordt in meerderheid geput uit de sessies voor Prestige uit maart 1956, aangezien het meeste materiaal van de -superieure- sessie uit oktober al op de eerste twee lp’s was gebruikt. Gelukkig bleek er nog genoeg op de plank te liggen om een mooie en coherente derde lp samen te stellen. (Workin’ zou uiteindelijk pas uitkomen in 1960, en kon dus meeprofiteren van de populariteit van Kind of Blue, etc.).

De A-kant is al meer dan aardig. ‘It Never Entered My Mind’ komen Davis’ lyrische kwaliteiten mooi uit, en gelukkig is de melodie niet zo nietszeggend als sommige andere jazzballads die populair waren in die tijd.
Nietszeggend is ‘Four’ dan weer wel een beetje, althans net te veel hardbop volgens het boekje. Deze versie is wel wat levendiger dan Davis’ eerdere versie op Blue Haze, al verdwaalt Coltrane soms een beetje in zijn eigen ideeënwereld.
‘In Your Own Sweet Way’ (van Dave Brubeck) lijkt qua arrangement in te spelen op de populariteit van Davis’ versie van ‘’Round Midnight’, maar kan zich daar ook wel mee meten, zeker vanwege een lange, soulvolle solo van Coltrane.

De B-kant is waarschijnlijk nog wel ietsje beter. ‘Trane’s Blues’ (eerder opgenomen als ‘Veird Blues’, en ‘John Paul Jones’) is interessant als een vroege compositie van ultieme cultmuzikant Coltrane, en hoewel zijn eigen solo een beetje traag uit de startblokken komt, houden Chambers en Jones de groove er heerlijk in.
‘Ahmad’s Blues’ is zowaar een momentje voor de ritmesectie, zonder Davis en Coltrane dus. De Ahmad uit de titel is componist Ahmad Jamal, door Davis zeer bewonderd, en hier door het drietal mooi eer betoond, met Jones weer als uitblinker.
‘Half Nelson’, het enige nummer uit de sessie van oktober, is één van de oudste Davis-originals, al door hem opgenomen op zijn allereerste studiosessie als bandleider (1947). Als compositie zit deze ook nogal strak in het bop-stramien, maar de solo’s van Davis en (vooral) Coltrane zijn echt heerlijk maf en creatief.

Om elke plaatkant te eindigen met een kleine reprise van hun band-theme is, ten slotte, geinig gedaan, en geeft je meer het idee van een coherente lp, al is het feitelijk een compilatie van materiaal dat nog op de plank lag.

Mingus - Mingus Mingus Mingus Mingus Mingus (1964)

poster
3,5
Prima muziek, maar als betrekkelijke Mingus-fanboy (zij het niet meer zo erg als een paar jaar geleden) draai ik deze plaat effectief het minst van al zijn bekende platen. Kennelijk was Mingus nogal in zijn nopjes met het Impulse-label, omdat hij daar meer tijd kreeg om zijn ideeën in de studio uit te werken (en op tijd betaald werd). Kan zijn, maar wat kiest hij hier te doen met die vrijheid? Eigenlijk het opnieuw opnemen van oude prijsnummers onder een andere titel. Mooi gearrangeerd, maar je mist toch wel juist de rauwheid en de urgentie die deze composities wel hadden op de oorspronkelijke opnames voor, met name, Atlantic. En juist die rauwheid is, voor mij toch wel een cruciale kwaliteit van ons aller favoriete bassist/bandleider/bullebak.

Waarmee ik niet wil zeggen dat het een brave of mislukte plaat is, maar binnen het oeuvre van Mingus kan ik de meerwaarde ervan niet echt horen.

Mingus - The Black Saint and the Sinner Lady (1963)

poster
4,0
In de zelfgeschreven liner notes, voordat hij het woord geeft aan zijn psychotherapeut (!), raadt Mingus ons aan om al zijn andere platen weg te gooien, ‘op misschien één andere na.’

Dit is het Grootse Meesterwerk dat hij wilde maken, zoveel is wel duidelijk. Opgezet als een balletstuk in zes segmenten, verdeeld over vier tracks. Een band van elf man, waarbij vooral het gebruik van een akoestische gitaar opvallend is. Een platenlabel (Impulse) dat hem de tijd geeft om alles op zijn gemak op te nemen, en hem nog op tijd betaalt ook. ‘De eerste keer dat ik niet werd opgejaagd in de studio’, schrijft hij in het boekje.

Het moet in die tijd moeilijk zijn geweest voor een (zwarte) muzikant om creatief en zakelijk zijn eigen weg te bewandelen (bij het beschouwen van de politieke lading in veel titels moeten we ons realiseren dat dit een plaat is van nog vóór de I have a dream-speech). Ook gezien het talent van Mingus, en de legendarische explosiviteit van zijn karakter, is de bewijsdrang te verklaren. En ja, Mingus maakt zijn ambities waar: de band weet zijn compositie virtuoos te leiden van verstilde spanning naar kakofonische chaos, en alles daar tussenin.

Toch is het allemaal een beetje te perfect naar mijn smaak. Een bedachte of pretentieuze plaat kun je dit niet noemen, maar persoonlijk prefereer ik de platen waar hij wat rauwer en spontaner musiceert, met name zijn werk voor Atlantic. Die platen dus, waarbij Mingus zich een opgejaagde slaaf van de industrie voelde, die platen die we eigenlijk allemaal weg moeten gooien, vind ik eigenlijk beter dan zijn gedoodverfde Meesterwerk. Erg imperialistisch van mij natuurlijk. Misschien zou Mingus helemaal niet blij geweest zijn met mij als fan. Maar ja, je kunt niet je hele leven proberen je dode idolen tevreden te houden.

Voor deze recensie heb ik de plaat een keer of vijftien opnieuw gedraaid, en hoewel ik het nou wel weer een beetje beu ben, moet ik toegeven dat het een verrassende, aangename en vaak meeslepende luisterervaring was. Ongetwijfeld verdwijnt hij in de komende jaren nog meermaals in de cd-speler, en misschien denk ik er over een tijd heel anders over, en prijs ik deze plaat over een paar jaar ook met vijf sterren de hemel in, zoals veel anderen. Dat is het vervelende met Grootse Meesterwerken: in verschillende fases van je leven betekenen ze verschillende dingen.

Geïnteresseerde beginners op zoek naar een Mingus-instapper zou ik doorverwijzen naar Blues and Roots of naar Mingus Dynasty. Wat mijn (milde) kritiek op deze plaat betreft ben ik in de minderheid, sterker nog: veel Mume-gebruikers lijken Mingus' advies te hebben opgevolgd en alleen maar geïnteresseerd te zijn in The Black Saint, 'en misschien één andere plaat' (dat is dan meestal Mingus Ah Um).
Dat ik het daarmee niet eens ben, betekent op zich niets, want ik snap verder geen reet van muziek ofzo. Maar het staat bij deze genoteerd.

Motorpsycho - Blissard (1996)

poster
4,0
De meest behapbare plaat die ik tot nu toe van deze band beluisterde, en ook een behoorlijke creatieve sprong na het door slacker en prog gedomineerde Timothy's Monster. Hier worden die invloeden behoorlijk teruggeschroefd, in ruil voor strakke, groovende rock n roll.

Ondanks de kennelijke Sonic Youth-invloeden, is opener 'Sinful, Wind-Borne' het meest gouden popliedje dat ze tot dan toe schreven, en het zou hoog eindigen als ik nu een Motorpsycho top 10 zou maken denk ik. De vier nummers daarna doen er eigenlijk weinig voor onder.

Het 'ik prop paddo's in mijn mik en lees een spiritueel boek'-gewauwel van 'True Middle' doet me wat minder, maar het heeft wat mooi gitaarwerk, en is een goede intro voor het magistrale 'STG', het tweede albumhoogtepunt.

Daarna wordt het tempo ineens rigoureus teruggeschroefd en eindigen we met twee kalme liedjes en een ambient-stuk. Vandaar dat veel mensen vinden dat de plaat in disbalans is, maar ik vind het wel mooi en gaaf gedaan. Verder raakt de plaat me nog niet zo hard als Trust Us deed, maar als de liedjes nog wat meer in mijn systeem komen zie ik deze plaat nog wel met een half sterretje groeien.

Motorpsycho - Timothy's Monster (1994)

poster
3,5
De dubbel-cd van Timothy's Monster heb ik al een jaar of twintig in huis (volgens mij kocht ik hem destijds blind omdat ik de combinatie titel/hoes tof vond en niet zozeer omdat ik veel van Motorpsycho wist), en lag al een aantal jaar stof te happen in de berging.
Om één of andere reden zit ik de laatste weken in een soort Motorpsycho-trip, dus deze ook maar weer in de herkansing gedaan.

Ik snap helaas wel waarom ik nooit echt 'close' ben geworden met deze plaat, want de eerste helft van de plaat doet me eerlijk gezegd niet zoveel. De fluisterfolk op opener 'Feel' is mooi, en de spierballengrunge van 'Leave it Like That' vind ik ook wel gaaf, maar de rest van de liedjes vind ik allemaal matig tot 'wel aardig.'

Vanaf 'Giftland', de eerste van drie vrij geniale uitgesponnen rocktracks op dit album, maakt het album wel echt een reuzensprong in kwaliteit. Dan vind ik 'Sungravy' nog een beetje saai, en voor 'Grindstone' moet ik in de stemming zijn, maar verder niets dan lof. Ik hou dan 40 a 45 minuten muziek over waar ik graag vier sterren of hoger voor zou willen geven, die ook echt tot de mooiste gitaarmuziek horen die ik ken. In dat opzicht toch een aanrader.

Motorpsycho - Trust Us (1998)

poster
4,5
Als deze plaat destijds op mijn radar was gekomen, was ik waarschijnlijk toen fan van Motorpsycho geworden. Geweldig album is dit, de eerste vier tracks zijn sowieso al een schot in de roos. Verder alleen op details iets te klagen. De zeurderige zanglijn in '577' doet me wat minder (muzikaal wel een toffe track) en 'Radiance Freq.', toch vaak als favoriet aangeklikt, is bij vlagen iets te langdradig. Detailkritiek voor een meesterwerk. Een favoriet aanwijzen is niet makkelijk, maar 'Ozone'; 'The Ocean in Her Eye'; 'Evernine'; 'Superstooge'; en 'Hey Jane' vormen wel de top 5 denk ik. Nooit geweten dat Motorpsycho zulke vette, briljante platen kon maken.

Muriel Grossmann - Quiet Earth (2020)

poster
4,0
Quiet Earth

Met: Muriel Grossman (saxofoons); Radomir Milojkovic (gitaar); Llorenç Barceló (orgel); Gina Schwarz (bas); Uros Stamenkovic (drums)

Voor mij een mooie ontdekking, deze mevrouw Grossman, onder mijn aandacht gebracht door het enthousiasme van enkele mensen op het internet waaronder op deze site natuurlijk Choconas. Qua introductie van Grossman en deze plaat kan ik weinig toevoegen aan zijn bespreking hierboven.

Nu is ‘spiritual jazz’ niet altijd mijn ding, en ook een kwintet zonder piano maar met gitaar én orgel zou me niet per se doen rennen naar de platenzaak. Maar deze band heeft een compleet eigen geluid, een heerlijk eclectisch tuimelende groove met de drums en de bas als stevig fundament. Als Grossman dan het woord neemt, waan je je al snel op een psychedelische wereldreis, waarbij de Coltrane-invloed inderdaad nooit ver weg is. Toch weet de saxofoniste met al haar power, souplesse en ideeënrijkheid een sterke eigen stijl te laten horen.

De organist en gitarist blijven netjes op de achtergrond inkleuren en versieren, en treden soms naar voren voor een solo. Milojkovic is daarin het meest succesvol, hij lijkt echt boven de muziek te zweven met zijn weemoedige gitaarnoten. Barceló voegt veel diepte toe aan het bandgeluid, al zijn de solo’s die hij speelt soms wel de momenten dat mijn aandacht een beetje afdwaalt.

Al met al een band met topmusici wiens klanken op een prachtige manier samenvloeien, op een plaat die zowel rustgevend en dromerig is, als spannend genoeg om met aandacht te beluisteren. Als deze plaat zo blijft groeien als hij nou doet, overweeg ik zelfs wel een aanschaf op vinyl, en mevrouw Grossman staat bij deze hoog op mijn lijstje van muzikanten die ik op het podium wil aanschouwen, in mijmeringen over de toekomst. Voor die mijmeringen is Quiet Earth alvast een mooie soundtrack. Ik ben ook benieuwd naar ouder werk!

Muriel Grossmann - Union (2021)

poster
4,5
Met: Muriel Grossmann (tenorsax, sopraansax); Radomir Milojkovic (gitaar); Llorenç Barceló (orgel); Uros Stamenkovic (drums)

Het duurde even voordat ik de meerwaarde van deze plaat echt voelde. Grossman heeft een heel specifieke eigen stijl, niet zodat alle nummers hetzelfde klinken maar wel dat ik bij de eerste luisterbeurt niet meteen wist wat deze plaat zou gaan toevoegen aan de paar albums die ik al van haar had leren kennen. Dan is dit ook nog geen plaat met nieuw materiaal: al deze composities staan al op eerdere albums, en Union is bedoeld als een soort 'liveplaat zonder publiek'.

Gezien die factoren ben ik positief verrast naar hoe vaak ik teruggrijp naar deze. Het album bruist van de achteloze perfectie die Grossmans beste werk kenmerkt, alleen zelfs nog iets meer coherent en, gek genoeg, swingender dan op haar vorige paar albums (overigens dateren deze opnames kennelijk van vóór die van Quiet Earth (2020) en van ongeveer dezelfde periode als die van Reverence (2019)). De afwezigheid van vaste bassist Gina Schwarz zorgt dat de band nog dichter op elkaar komt te zitten, met een sleutelrol voor organist Barceló in de inkleuring van de sonische belevingswereld. Het resultaat is eigenlijk enorm toegankelijk, een klaterende stroom aan fraaie klanken die geweldig is om 's avonds om bij te ontspannen, maar waarbij het ook loont om met meer aandacht te luisteren naar alle subtiele details.

Door de keuze van de nummers, de onderlinge hechtheid van de band, en de duidelijke liefde en passie waarmee wordt gespeeld, voelt het nergens aan als een opgewarmd prakje. Sterker nog, dit retrospectief pakt enorm goed uit, een perfecte set van drie kwartier waarin de band met hoorbaar plezier hun sterke punten uitvent en op ontdekkingstocht gaat door hun eigen oeuvre. Hoewel Grossman nog een relatief nieuwe ontdekking voor me is, kan ik me zomaar voorstellen dat dit haar beste album tot dusver is.

Music Inc. - Music Inc. (1971)

poster
4,0
Soledad schreef:
Check! Maar dan moet ik je weer belerend toespreken dat je dit soort muziek alleen in top kwaliteit over de versterker mag beluisteren Sander...


Het zal je misschien verheugen dat een aantal luisterbeurten via het inferieure Youtube-filmpje me hebben bewogen om afgelopen december de Pure Pleasure-uitgave van dit album aan de maandelijkse vinylbestelling toe te voegen. Ook wel omdat ik nieuwsgierig was of het Pure Pleasure-label zijn goede reputatie waar kon maken.

Om met dat laatste te beginnen, de plaat klinkt uitstekend, al zat er wel een putje of een knobbeltje op 'Abscretions' waardoor de plaat in eerste instantie vastliep, maar dat kan ook in de platenwinkel zijn gebeurd (het plastic was al open), en was met een goede wasbeurt gelukkig te verhelpen. Qua verpakking is het degelijk maar wel érg sober, misschien om zo authentiek mogelijk te zijn? Aan de vrij minimale verpakking ('The music speaks for itself' zeggen de makers op de achterkant in een ultrakort dankwoord) wordt alleen een folder voor de Pure Pleasure-catalogus toegevoegd.

De muziek is sterk en urgent, waarbij alle vier de muzikanten in het cirkeltje op de voorkant een hoofdrol opeisen. Met name Stanley Cowell is voortreffelijk, maar het verschil is minimaal. Gemengde gevoelens heb ik bij het begeleidende orkest, dat voor mijn smaak de muziek soms wat teveel dichtsmeert, (enigszins vergelijkbaar met de 'bebop big band' van Dizzy Gillespie), waardoor ik een beetje wordt afgeleid van de kern. Dat houdt de plaat voor mij nu nog op een - weliswaar zeer ruime- vier sterren. Toch een erg fijne plaat om in de collectie te hebben.